Marseille, 2022
Het warme water stroomde over haar handen. Opnieuw wreef ze haar armen, polsen, vingers en nagels in met zeep. Ze schrobde net zolang totdat het laatste restje bloed was verdwenen. Het gebeurde haar niet vaak dat bij het snijden een handschoen scheurde, maar ze was even afgeleid geweest en meteen had haar scalpel een gaatje in het rubber gemaakt.
āHĆ©, gaat het?ā
Beau schrok en het water spatte alle kanten op. Snel duwde ze met haar elleboog de kraan dicht. āZut alors, Adam, ik hoorde je niet aankomen.ā
āEcht?ā Adams zware lach galmde door de wasruimte. āZei je nou echt āzut alorsā? Welk fossiel zegt dat nou nog? Het is de eenentwintigste eeuw hoor.ā
āFijn dat je me helpt herinneren. Ik twijfelde vanochtend namelijk nog even.ā Ze duwde zijn brede lichaam opzij en pakte drie tissues. āDat tijdreizen blijft verwarrend.ā
Adam deed een stap naar achter. āLieve Beau, je bent echt krankzinnig.ā
āDat valt niet te ontkennen.ā Ze droogde haar handen af, maakte een prop van de handdoekjes en mikte op de prullenbak. In een keer raak. āDaarom vind je me ook zo leuk.ā
āOok weer waar. Zeg, zullen we een hapje gaan eten?
Om het te vieren. Bij Cajou hebben ze een nieuwe kaart.ā
Adam hield de deur voor haar open, Beau pakte snel haar tas en samen liepen ze de ziekenhuisgang op. Ze keek opzij naar Adams woeste krullen en in gedachten zag ze hem weer naast haar op de grond zitten in de spoelkeuken van haar moeders restaurant, omringd door natte doeken.
āWeet je nog die keer dat we handdoeken hadden gejat, en toen met lijm gips probeerden te maken?ā
āOm de poot van jullie teckel te spalken toch? Hoe heette dat beest ook alweer⦠Shelly? Zaten we toen nog op de kleuterschool?ā Adam knikte naar een verpleegkundige die een oude patiĆ«nt in een rolstoel voortduwde. āO nee, Sunny was dat. Je moeder was woedend. Een groot fiasco, en die arme hond. Volgens mij hebben we toen urenlang de vloer moeten boenen.ā
Beau knikte. āPrecies zo voelt het nu ook.ā
āWat? Zoān chaos?ā Adam drukte op het knopje van de lift. āDat akkefietje net op de snijzaal viel toch wel mee?ā
āIk was niet echt op mijn best.ā Ze passeerden een overvolle wachtkamer. PatiĆ«nten hingen verveeld in hun stoel.
āMaar nee, het gaat meer om thuis. Het kaartenhuis stort daar volledig in.ā
Adam wreef kort over haar arm. āHet komt wel goed, gekkie. Je moeder is sterk.ā
āIk weet het deze keer niet zo zeker.ā
De deur schoof open en ze stapten de overvolle lift in. Ze keken elkaar even recht aan en wisten allebei dat ze het gesprek pas buiten weer verder konden voeren. Als coĀ
assistenten konden ze het zich niet permitteren dat hun privƩsores als vette roddels het ziekenhuis rondgingen.
Beau leunde in de warme lift tegen de wand en sloot haar ogen. Ze had de hele dag practica gehad en tussendoor gestudeerd voor het tentamen interne geneeskunde. Ze zou zelfs staand kunnen slapen. Nog een paar dagen, dan was het vakantie en kon ze eindelijk op het strand liggen. Althans, voor een weekje, daarna zou het pas echt druk worden.
Na het belletje schoof de deur open en schuifelden de mensen uit de lift. Adam sloeg meteen een arm om haar heen. Ze voelde zijn spieren aanspannen. āKom op, ga mee. Ik trakteer.ā
āVerleidelijkā¦ā Ze schudde haar hoofd. āMaar echt nee, dank je.ā
āTant pis.ā
āVolgende keer, okĆ©?ā Ze liepen nu over de parkeerplaats richting de metrohalte. De zon brandde zelfs zo laat nog op haar bleke huid. āMijn moeder wil vanavond met ons uit eten. Ze wil iets bespreken.ā
āHeb je het haar wel verteld?ā vroeg hij.
āOver die beurs? Natuurlijk. Ze was extatisch.ā De laaghangende zon reflecteerde op de roltrap van de metrohalte en ze knipperde. āMijn vader ook trouwens.ā
āDat begrijp ik, maar heb je echt Ć”lles verteld?ā
āNee.ā
Adam liet haar meteen los. āBeau, dat kun je niet maken.ā
āHet leek nu niet gepast. Met alles wat er speelt.ā
Ze stonden tegenover elkaar voor de roltrap. Als in een film stroomden de mensen vlak langs hen heen naar beneden. Sommigen keken nog even achterom naar Adam die wijdbeens en zichtbaar geĆÆrriteerd tegenover haar stond, met zijn armen strak over elkaar. Alsof ze wilden checken of die grote donkere man niets kwaads in de zin had. Het onverhulde racisme irriteerde haar meteen.
Adam zuchtte. āJe kan het onmogelijk verborgen houden.ā
āDat besef ik natuurlijk heel goed.ā
āMaar je gaat wel!ā
Ze knikte. āNatuurlijk ga ik.ā
āVertel je het haar dan vanavond?ā
āMisschien.ā Beau ging op haar tenen staan en gaf Adam een kus op zijn wang. āIk moet gaan.ā
āBen je wel okĆ©? Zal ik niet meelopen naar beneden?ā
Ze lachte. āIk kan dit prima alleen. Ga jij lekker naar huis. Suus wil vast wel met je uit eten. Ik denk dat ze Cajou ook heel leuk zal vinden.ā
Voordat Adam iets kon terug zeggen, draaide Beau zich om en stapte op de roltrap. Gelukkig schoot ze snel naar beneden. Ze ademde diep in en voelde de spanning langzaam uit haar buik verdwijnen. Het bleef lastig om te doen alsof ze slechts vrienden waren. Maar Adam was gelukkig met Suzanne, daar wilde ze niet tussen komen.
Het perron stond vol. Ze spotte al wat toeristen die zoekend naar de borden keken. Het was nog geen hoogseizoen, maar het leek alsof ze iedere zomer eerder naar ZuidĀ
Frankijk kwamen. Voor de rest waren het waarschijnlijk patiĆ«nten van de poliās en ze herkende ook wat collegaās. Toen ze twee jaar geleden in het ziekenhuis begon, leek het haar eerst een onpersoonlijke fabriek. Zo groot, druk en veel lopendebandwerk. Maar ze was de laatste tijd van de georganiseerde chaos gaan houden en besefte nu ineens dat ze het de komende jaren best zou gaan missen.
Voorzichtig schuifelde ze wat verder over het perron, en zich excuserend probeerde ze meer vooraan te gaan staan. Ze wilde met de eerstvolgende metro mee, anders zou ze de bus naar SaintĀTropez missen. Haar moeder vond het onzin dat ze ƩƩn keer per week drie uur met het openbaar vervoer reisde. Idioot natuurlijk, alsof ze een auto kon betalen.
Uiteindelijk bereikte ze de rand van het perron, en stond ze naast een kleine, brede vrouw die een grote plastic tas met dekens vasthield. Ze had zweetplekken op haar rug en hoewel Beau eigenlijk wilde vragen waarom ze met dit warme weer in vredesnaam dekens meezeulde, vroeg ze of ze haar kon helpen.
āWaarmee?ā De vrouw had diepe groeven in haar gezicht en keek haar onderzoekend aan.
āNou, met het tillen van die tas.ā
Meteen trok de vrouw de dekens dichter tegen zich aan. āGeen denken aan. Die is van mij.ā
āDat weet ik.ā Beau probeerde zo vriendelijk mogelijk te glimlachen. Gelukkig zag ze de lichten van de metro al opdoemen. āMaar hij lijkt me een beetje zwaar.ā
De vrouw hield haar hoofd schuin en nam haar van top tot teen op. āHoe weet ik dat ik je kan vertrouwen?ā
Het zijn maar dekens, wilde Beau uitroepen, maar ze zei: āIk ren er niet mee weg, hoor.ā
Door het gedender van de naderende metro had de vrouw haar niet gehoord en ze boog zich naar haar toe.
ā
Quoi?ā
āIk renā¦ā begon Beau opnieuw, maar ineens voelde ze een hand op haar schouder.
Meteen draaide ze zich om. āAdam?ā
Twee krachtige handen gaven haar een duw. Beau wankelde, probeerde haar evenwicht te herstellen, zette een stap en gleed met haar sneaker over de rand.
In haar val greep ze naar de tas, maar miste. Haar knieƫn knalden op de rails. Pijn schoot door haar hele lichaam. Mensen gilden.
Beau wilde om hulp roepen, maar haar stem leek verdwenen. Ze keek op, werd verblind door twee felle lichten.
Een toeter. Piepende remmen.
Beau rolde opzij, greep naar het perron, gleed weer weg en voelde het beton tegen haar handen schuren.
Een windvlaag.
Ze probeerde te staan, struikelde opnieuw.
āHelp,ā riep ze nu. āHelp me!ā
Grijpende handen. Een knal. Fel wit licht, en toen werd alles zwart.
Saint-Tropez, dertien uur eerder
Sylvie schudde haar natte haren uit, sloeg de handdoek om en schoot in haar slippers. Ze hoorde een scheepshoorn en zag achter de oude havenmuur de eerste veerboot van de ochtend voorbijkomen. Deze ging naar Cannes, waar hij na anderhalf uur varen in de oude haven zou aanmeren. De tocht op zee was zoveel aangenamer dan de overvolle kustweg. Wat had ze vandaag graag aan boord gezeten en SaintĀTropez letterlijk uit haar vizier zien verdwijnen.
āBonjour!ā Ze zwaaide naar de kleine man die op de rand van de muur zat. āĆa va? ā
āTrĆØs bien, madame Meekes,ā riep Charles terug. Hij wierp opnieuw zijn hengel uit en staarde naar het water. In al die jaren had ze hem nog nooit een vis zien vangen.
De veerboot maakte nu golfjes die langzaam over haar tenen rolden. La ponche, dit ministrandje midden in de stad, werd omringd door eeuwenoude zandkleurige huizen met gietijzeren balkonnetjes en voelde als de bedstee bij haar grootouders. Ze kon zich er volledig in terugtrekken, afgesloten van de buitenwereld, maar toch nog met geluiden van de omgeving op de achtergrond. De perfecte plek om ās ochtends wakker te worden. En sinds kort om de hoek van Les Jumelles, haar restaurant dat aan de kop van de haven lag.
Ze zwom hier nooit lang, hooguit twintig minuten, maar vaak voldoende om de dag ontspannen te kunnen beginnen. Vandaag was dat echter totaal niet gelukt.
Sylvie rolde haar badpak omlaag, kleedde zich vlug aan en liep via het nog frisse, mulle zand de kade op. Opnieuw draaide ze zich om en maakte een selfie met de opkomende zon op de achtergrond. Ze plaatste hem direct op het instaĀaccount van Les Jumelles en zette er #Freshstartfreshmenu onder. Het kon geen kwaad als de lui van Netflix zagen dat ze ook in het Engels postte.
Via de Rue des Pecheurs, waar de witte oleanders in bloei stonden en twee mannen over hun schaakbord zaten gebogen, liep ze verder de wirwar van steegjes in. Sommige voordeuren stonden open om de koelte van de ochtend binnen te laten. Ze hoorde een gezin aan de ontbijttafel ruziemaken, met flarden van het nieuws op France3 CĆ“te dāAzur op de achtergrond. Het ging weer over de herinrichting van het havengebied en boze ondernemers riepen duidelijk hoorbaar dat ze ook vandaag voor het gemeentehuis zouden gaan demonstreren. Zou die vreselijke Jerome daar straks tussen staan te schreeuwen? Dan zou hij zeker nogmaals vragen om de sluiting van Les Jumelles. Snel wandelde Sylvie door, alsof ze zo het nieuws kon negeren, en liep om de hoek direct de warme, kleffe geur van versgebakken stokbrood in. Gabriel stond al met zijn eerste sigaret van de dag bij de achterdeur te wachten. Zijn zwarte schort was wit van het meel en zijn petje hing scheef op zijn krullen.
āMa chĆ©rie!ā Gabriel keek op zijn horloge. āVijf minuten later vandaag. Waar is je routine gebleven?ā
Sylvie gaf hem een duw in zijn zij. āOok goedemorgen.ā
āEigenlijk ben je precies op tijd. Ik heb net het zware werk al voor je gedaan.ā Hij kreunde overdreven en wees naar de kleine witte bestelbus. āHet brood ligt al achterin. Vijfenvijftig in totaal toch vandaag?ā
Ze knikte. āHeb je de drie pains aux figues er ook bij gedaan?ā
āWaar zie je me voor aan? Als eerste!ā
āSorry.ā Sylvie pakte zijn sigaret en nam een trekje. āIk ben misschien toch wel zenuwachtig⦠Althans, een beetje.ā
āNaturellement!ā Gabriel rolde met zijn ogen. āIk zou ook gek van de zenuwen zijn.ā
āMaar ik heb normaal nooit stress.ā
Hij pakte de sigaret weer over. āQuelle surprise. Zelfs nuchtere Hollanders kunnen spanning voelen hoor.ā
āEn dan is het nog maar de vraag hoe Nederlands ik eigenlijk ben.ā Sylvie glimlachte flauwtjes naar haar beste vriend. Ze waren bijna even oud maar ondanks zijn rimpels en beginnende buikje, zag Gabriel er jonger uit. Het was vooral zijn blik, alsof hij altijd op het punt stond iets stouts te doen, waardoor hij niet ouder dan veertig leek.
āVoor ons wel. Niemand is hier een natural blonde.ā Gabriel pakte haar hand. āMaar vertel, kan ik je ergens mee helpen?ā
Ze zuchtte. āIk krijg dat menu maar niet rond. Alles lijkt ineens zo overdreven. Te bedacht.ā
āHeb jij eigenlijk wel geslapen?ā
āNauwelijks.ā
āIk zou ook geen oog dicht kunnen doen.ā
āMaar wat denk jij? Heilbot? Of toch coquilles voor de tweede gang?ā
Gabriel wreef over haar rug. āLieve schat, ik heb echt geen flauw idee.ā
āIk ook niet meer, ik twijfel ineens aan alles.ā
āNergens voor nodig,ā klonk Louisā zware stem uit de bakkerij. āEn luister alsjeblieft niet naar mijn man. Die neuroot maakt het alleen maar erger.ā
Gabriel gooide zijn peuk op de grond. āHelemaal waar, ik ben volkomen nutteloos.ā
Sylvie liep grinnikend met Gabriel mee de warme bakkerij in. Achter de marmeren tafel stond Louis met zweet op zijn bovenlip een enorme bal deeg te kneden. Gabriel gaf hem een kus op zijn kale hoofd en liep door naar de ovens achterin.
āLuister Sylvie,ā begon Louis zonder op te kijken. āWe weten allemaal dat je een briljante chef bent. Geen enkel restaurant in de regio zit vijf dagen per week tot de nok vol. Het is dat je het zelf niet ambieert, anders had je natuurlijk allang een Michelinster gehad.ā Hij gooide de bal twee keer hard op het marmer en kneedde verder. āWaarom dan nu ineens die onzekerheid?ā
Sylvie pakte een croissant en brak gedachteloos een stukje af. āChefās table⦠Het gaat om miljoenen kijkers hĆØ. Wereldwijd.ā
āNou en?ā Louis strooide wat verse bloem over het deeg en kneedde verder. āIs de mening van die ene gast die zich al de hele week verheugt op een perfecte langoustine bij jou niet veel belangrijker?ā
āZeker, alleen dan sta ik lekker anoniem in de keuken.ā Ze brak nog een stuk croissant af. āZoān camera recht op je neus. Die iedere handeling volgt, en dan ook nog eens elke fout uitvergroot op het scherm. Vreselijk toch? Vervolgens gaat iedereen er dan ook nog wat van vinden. Dan zit mijn haar ineens niet goed, of zou ik toe zijn aan een facelift.ā
Louis barstte in lachen uit. āIncroyable. Zo klinkt het inderdaad als een marteling.ā
āZo voelt het ook.ā
āSchat, luister,ā ging Louis verder. āJe maakt gewoon een normale lunch voor die NetflixĀgasten. En dan zie je wel weer.ā
āPrecies.ā Gabriel kwam aanlopen met een rek vol warme pains au chocolat. āLekker een beetje frƶbelen in je keuken. En als ze je niet willen, dan niet. Dan ga je gewoon weer verder met Les Jumelles.ā
Louis nam het rek over en zette het op het aanrecht. āWij blijven altijd wel komen hoor.ā
āDat stelt gerust.ā Ze stak het laatste stuk croissant in haar mond. āIk zal proberen eraan te denken. Ik ben trouwens best benieuwd wie mijn concurrenten zijn.ā
āVertellen ze dat dan nooit?ā vroeg Gabriel. āIk hoop niet dat die gek erbij zit.ā
Louis keek op. āWelke gek?ā
āO, een chef uit Lyon,ā zei Sylvie ontwijkend en probeerde met haar ogen te seinen dat Gabriel zijn mond verder moest houden. āNogal een bruut geloof ik.ā
Louis schudde zijn hoofd. āDat is dan definitief een gelopen race voor jou. Niets is fijner dan kijken naar een bloedmooie Nederlandse vrouw met een vlekkeloos Frans accent.ā
āDat is lief.ā Ze gaf Louis een kus op zijn warme wang. āMaar guys, ik moet gaan. Ik ga nog even snel het ontbijt voor de meute maken.ā
āDoe je veel liefs aan Lilou? Is Beau er ook?ā
Sylvie knikte. āZe is een nachtje over uit Marseille. Met een verrassing zei ze, ik ben benieuwd. Maar ze is uitgeput. Die wordt zo afgebeuld in dat ziekenhuis.ā
āErger dan elke dag om half vier āsĀ ochtends stokbroden moeten bakken?ā vroeg Louis.
āNee, dat is inderdaad echte slavenarbeid.ā Sylvie zwaaide. āTot morgen lieverds.ā
Gehaast liep ze naar buiten, maar Gabriel kwam achter haar aan.
āSorry dat ik over Jerome begon,ā zei hij toen ze naast de bestelbus stonden. āMaar ik dacht dat je Louis alles had verteld.ā
Ze schudde haar hoofd. āExpres niet, want die zou meteen de politie willen bellen.ā
āMisschien heeft hij daar wel gelijk in.ā
āAbsoluut niet.ā Sylvie voelde haar buik samenknijpen en
opende vlug de deur van het busje. āIk wil die engerd juist geen aandacht geven.ā
āKrijg je die doodsbedreigingen nog steeds? Dat hij je als een gevild lijk wil opdienen?ā
āAl een tijd niet meer,ā loog ze terwijl ze eigenlijk niet wist waarom. āEn ik weet niet eens zeker of hij het was.ā
āWie zou het dan moeten zijn?ā
Sylvie haalde haar schouders op. āWeet ik veel. Sorry, ik moet nu echt weg.ā
āGa snel en veel succes hĆØ!ā
Na een korte knuffel stapte Sylvie achter het stuur en onder begeleiding van Gabriels luide aanwijzingen racete ze achteruit de smalle straat uit. Pas bij de Avenue Foch verdween de spanning uit haar buik. Ze wilde niet continu herinnerd worden aan de scheldkanonnades die dagelijks onder haar posts verschenen. Elke keer blokte ze de anonieme accounts, maar dan doken er onmiddellijk weer nieuwe op. Soms had ze het gevoel dat ze in haar eentje een strijd tegen de verruwing in de culinaire wereld voerde. Met die vreselijke Jerome als ongekroonde koning. Alleen al de gedachte aan zijn weeĆÆge dikke lippen met van die vieze druppeltjes speeksel maakte haar misselijk.
Sylvie draaide haar raam open, rook de zilte lucht en zette hard āVoilĆ ā van Barbara Pavi op. Louis had gelijk, ze ging straks gewoon lekker koken en als Netflix haar niet uitkoos, dan tant pis, Les Jumelles bleef toch wel bestaan. Bovendien had ze de grootste teleurstellingen in haar leven al gehad. Wat dat betreft leverde diep verdriet soms
ook ongekende vrijheid op. Als je echt op de bodem van het leven had gezeten, kon niemand je meer de grond in duwen.