Spaar de doden - Danila Comastri Montanari

Page 1


Danila Comastri Montanari

Spaar de doden

Rome, anno 798 ab Urbe condita (het jaar 45 na Christus, herfst)

Acht dagen voor de kalenden van november

Senator Publius Aurelius Statius lag ontspannen op een bank in het tablinum en nipte van zijn kelk warme falernumwijn. Af en toe knikte hij. Pomponia was nu al bijna een uur onafgebroken aan het woord, waardoor de patriciër weer volledig op de hoogte was van alle schandalen in Rome, vooral die waarin de losbandige keizerin Valeria Messalina betrokken was. Terwijl de matrona onophoudelijk doorratelde, dwaalden Aurelius’ gedachten ongemerkt af naar zijn verzameling Attisch aardewerk, Columella’s traktaat over tuinen en naar Cynthia, de verleidelijke courtisane…

‘… Mijn dochter!’ riep de corpulente dame precies op dat moment, waardoor Aurelius opschrok en zijn kelk wijn omstootte. ‘Soms heb ik de indruk dat je niet naar me luistert,’ wees Pomponia hem fronsend terecht, terwijl een alerte slaaf snel de tafel weer schoonmaakte.

Zou Pomponia op de valreep dan toch… dacht Aurelius. Nee, onmogelijk, hoezeer ze het ook probeert te verbergen, haar vruchtbare jaren liggen ongetwijfeld allang achter haar.

‘Lucilla is bijna drieëntwintig,’ verduidelijkte zijn vriendin.

Misschien een jeugdzonde, concludeerde de verwarde senator, een misstap waarover die goede Titus Servilius, Pomponia’s echtgenoot, in het ongewisse is gebleven…

‘Ze trouwt over vijf dagen. Helaas is Titus in Lucania en kan hij er niet bij zijn. Ik had gehoopt dat jij in zijn plaats zou meegaan.’

‘Maar dan is Servilius…’ merkte Aurelius verbaasd op.

‘Hij heeft haar vlak voor zijn vertrek geadopteerd! Lucilla is de dochter van mijn overleden nicht Calpurnia – mogen de goden haar de kwellingen van de Tartarus besparen – en haar vader is Lucius Arrianus, de redenaar,’ legde Pomponia uit. ‘Hun enige zoon overleed nog voor hij de toga virilis mocht dragen. Nu hij geen erfgenamen meer heeft, wil Arrianus zijn beste leerling, Octavius, adopteren en hem laten trouwen met zijn tweede dochter, zodat de familienaam voortleeft. Maar wettelijk gezien zouden ze dan als broer en zus gelden. Om het huwelijk toch mogelijk te maken, moest iemand anders dus Lucilla adopteren. Wij hebben ons meteen aangeboden. Fantastisch, toch?’

Aurelius kon dit alleen maar beamen.

‘Als adoptiemoeder van de bruid is het mijn taak de feestelijkheden te organiseren,’ ging Pomponia verder. ‘Een traditionele ceremonie met huwelijkskoren; Lucilla in een rode bruidssluier, overal rozenblaadjes en natuurlijk een groot feestmaal! Haar vriendinnen zijn al langs geweest om haar te helpen kiezen welke pop ze op het altaar zal offeren.’ De matrona onderdrukte ontroerd haar tranen. Volgens een oude traditie moest de bruid tijdens de huwelijksceremonie haar favoriete speelgoed offeren als teken dat haar kindertijd voorbij was. ‘Het spinrokken en de weefspoel laten we achterwege, die zijn te ouderwets, maar Octavius zal Lucilla wel in zijn armen over de drempel van de bruidskamer dragen.’

Aurelius knikte. Hij kende het bijgeloof: als de bruid per on-

geluk voor de deur struikelde, zou dat voor de toekomst van het paar een ongunstig voorteken zijn. ‘Je kunt op me rekenen,’ verzekerde hij haar overtuigd. Een meisje om voor te zorgen was precies wat Pomponia nodig had. Sinds haar zoon jaren geleden was gesneuveld in een gevecht tegen de Parthen, had ze haar ouderlijke liefde uitgestort over een schare jonge dienstmeiden, maar dat had niet volstaan om haar moederinstinct volledig te vervullen.

Op dat moment klonk er een hels kabaal uit het atrium: bezoek van een vrouw. ‘Dat moet ze zijn! Ik stel haar meteen aan je voor!’ zei Pomponia opgewonden, terwijl de nomenclator met zijn stentorstem riep: ‘Lucilla Arriana!’

In de deuropening verscheen een meisje van zeldzame schoonheid, haar gezicht omhuld door een palla die haar voorhoofd deels bedekte, tot net boven haar perfect gebogen wenkbrauwen. Haar amandelvormige, oosters aandoende ogen waren zedig neergeslagen, zoals het een ongehuwde jongedame betaamde in de aanwezigheid van een belangrijk man. Haar slanke hals liep in een boog naar haar oorlel, versierd met een klein schoonheidsvlekje. Haar volle onderlip gaf haar een enigszins pruilerig uiterlijk, maar op haar mond lag een verlegen glimlach.

‘Betoverend mooi,’ fluisterde Aurelius bewonderend.

‘Lieve hemel, kindje, je hebt indruk gemaakt op senator Statius, en die is bepaald niet snel tevreden als het om vrouwen gaat!’ kirde Pomponia trots. ‘Maar jij moet je niets in het hoofd halen, Aurelius. Lucilla staat op het punt te trouwen en wel met een heel aardige jongeman. Ben je gelukkig, lieve schat?’

‘Ik ben dol op Octavius, al sinds ik klein was, tante Pomponia.’

‘Mama!’ verbeterde de matrona haar, terwijl de patriciër geamuseerd toekeek. Een huwelijk uit liefde, wie had dat kunnen denken? In Rome stapten mensen om allerlei verstandige redenen in het huwelijksbootje: bezittingen verdelen, politieke steun verzekeren of allianties tussen families smeden. Ware liefde behoorde maar zelden tot die beweegredenen. Het werd als vanzelfsprekend beschouwd dat echtgenoten, nadat ze plichtsgetrouw een of meer erfgenamen op de wereld hadden gezet, elk hun eigen leven leidden en elders de emotionele bevrediging zochten die het huwelijk hun niet kon bieden. Aurelius zelf was getrouwd toen hij twintig was, maar het klikte niet tussen hem en zijn vrouw, dus had een echtscheiding met wederzijds goedvinden al snel een einde gemaakt aan hun turbulente relatie.

‘Het heeft me heel wat moeite gekost om een kapster te vinden die nog weet hoe je een tutulus, zo’n echt bruidskapsel, moet opsteken. Tegenwoordig gaan vrouwen naar hun trouwerij alsof ze even naar de markt boodschappen gaan doen. Er is geen gevoel meer voor plechtigheden, voor ceremonies,’ klaagde Pomponia, die ondanks haar extreme anticonformisme – of misschien juist daardoor – heimwee had naar de meer theatrale aspecten van de oude gebruiken. ‘De traditionele ceremonie van een huwelijk cum manu was veel ontroerender. Ubi tu Gaius, ego Gaia: als jij Gaius bent, dan ben ik Gaia. Met die woorden gaf een bruid zich in vroeger eeuwen volledig aan haar echtgenoot.’

‘Waardoor ze zijn slavin werd, zonder enige rechten: minderjarig voor het leven!’ wierp Aurelius tegen. ‘Pomponia, ga me nu niet vertellen dat uitgerekend jij terugverlangt naar die tijd!’

Zelf was hij maar wat blij dat hij niet in die tijd was geboren dat vrouwen alleen maar thuis zaten om wol te spinnen. Geluk-

kig genoten Romeinse vrouwen – in elk geval de welgestelde –intussen vele vrijheden, té veel als je de moralisten mocht geloven. Arme vrouwen en dienaressen was echter een ander lot beschoren: slopende arbeid, een eindeloos aantal kinderen en vroeg of laat een lange doodsstrijd bij een wat moeilijkere bevalling.

‘Ik zou absoluut niet willen terugkeren naar die oude tijden!’ antwoordde Pomponia, diep geraakt door zijn opmerking. ‘Je weet best dat tradities pas interessant worden als niemand ze nog serieus neemt… Ach, we zijn Lucilla alleen maar aan het vervelen. Nou, lieverd, is alles klaar bij jou thuis?’

‘Ja hoor, mama,’ antwoordde Lucilla. ‘We verwachten jullie bij zonsopgang; dan kan de senator vóór de bruiloft ook nog getuige zijn bij de adoptie van Octavius door mijn… door zijn…’ De jonge vrouw was wat in de war door alle juridische veranderingen in haar familiebanden.

‘Ach, leefde die arme Calpurnia nog maar,’ zei de matrona met een zucht, terwijl het meisje zich eindelijk tot de voorname gast richtte: ‘Dank u zeer, senator, voor de eer die u ons bewijst door op ons huwelijk aanwezig te zijn, ofschoon ik in de echt treed met een man van bescheiden komaf.’

‘Maar naar verluidt wel een met een scherp verstand en dat is veel belangrijker dan afkomst,’ zei Aurelius met een glimlach.

Lucilla bloosde van trots, gevleid door het compliment van de senator aan haar toekomstige echtgenoot.

‘Waarom blijven jullie niet eten? Ik laat snel een hapje klaarmaken…’ stelde Pomponia voor.

Aurelius huiverde: die ‘hapjes’ van Pomponia bestonden doorgaans uit acht tot tien gangen en waren allesbehalve licht te noemen.

‘Ik kan echt niet.’ Lucilla schoot hem te hulp. ‘Ik moet meteen terug naar huis voor de laatste voorbereidingen. Trouwens, hebben jullie Nannion gezien? Ze lijkt wel van de aardbodem verdwenen.’

‘Die suffige dienares van je is ook niet bepaald een grote hulp, hè? Ik zal je wel een paar diensters aan de hand doen die wat snuggerder zijn, nu je ook alle taken van een getrouwde vrouw op je moet nemen!’ beloofde Pomponia glunderend. Huppelend op haar torenhoge sandalen begeleidde ze haar kersverse dochter naar de deur.

Nannion bleek in het atrium te zitten, zwijmelend van bewondering voor Castor, Aurelius’ secretaris en manusje-van-alles. De charmante vrijgelaten slaaf merkte dat ze hem wel zag zitten en stond op het punt een doelbewuste aanval te doen op de deugdzaamheid van het naïeve meisje, toen hij vanuit zijn ooghoeken de twee dames in de gang zag naderen. In allerijl liet hij zijn prooi los en maakte een van die diepe buigingen die hij perfect wist uit te voeren, maar zonder een greintje oprechte nederigheid: ‘Ave, domina!’

Pomponia keek hem vol genegenheid aan; ze had een zwak voor de geslepen dienaar van Publius Aurelius, omdat ze goed wist dat hij altijd paraat stond om zijn meester uit de neteligste situaties te redden.

‘Hier zit je dus!’ zei Lucilla. De jonge slavin trok haastig haar hand terug, die ze tot dan toe gewillig tussen Castors klauwen had gelegd.

‘Ik breng je dochter wel naar huis, Pomponia,’ stelde Aurelius voor. ‘Het wordt al laat en ze zou weleens iemand met slechte bedoelingen tegen het lijf kunnen lopen.’

Als het begon te schemeren, waren de straten in Rome niet

veilig en al zeker niet voor een goed verzorgde, elegante vrouw.

Overal konden dieven en overvallers op de loer liggen, en dan waren er nog die jongerenbendes die constant meisjes lastigvielen.

‘Ik zou niet willen dat Lucilla meer gevaar loopt met jou als escorte dan wanneer ze alleen over straat loopt!’ bromde Pomponia, die Aurelius’ reputatie als rokkenjager maar al te goed kende. Maar de matrona maakte zich nodeloos zorgen. De patriciër vond de jonge vrouw wel knap, maar voelde zich niet tot haar aangetrokken. Lucilla miste iets: misschien een zweem van ondeugendheid, een vleugje agressiviteit of mogelijk dat snufje dwaasheid dat een man als hij het hoofd op hol kon brengen. Zonder enige moeite beloofde hij zijn vriendin dan ook dat hij de bruid in spe veilig en wel bij haar vader thuis zou afzetten.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.