

Sapiens
Geschiedenis

Doorstroomfinaliteit (domeingebonden) & Dubbele finaliteit (1u)
4 Sapiens
Geschiedenis
Dries De Saveur
Els Vinckx
Wouter Smets
Koen Bostoen
Tiffany Bousard
Hannes De Ryckere
Wim Heylen
Birgit Reusens
Thomas Schonkeren
Frederik Van den Broeck
Sofie Van Eyken
Li's Verheyden
Dit leermiddel is onderdeel van de lesmethode Sapiens van Uitgeverij VAN IN. Het is ontwikkeld met de intentie dat iedere leerling zich herkent en thuis voelt in beeld en tekst. Heb je op- of aanmerkingen, dan kun je contact opnemen met Uitgeverij VAN IN.
Van dit leermiddel kun je een aangepaste digitale versie aanvragen bij ADIBib, de service voor leerlingen met lees- of schrijfproblemen. Meer informatie vind je op www.adibib.be.
©VANIN
Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken.
In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer je van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneem je hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers om beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vind je op www.reprobel.be.
Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden lees je op www.ididdit.be.
© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.
Copyrightvermeldingen beelden: p. 14: beeld Dans der dood: © Imageselect / N/A / Album / Prisma; beeld Ulrich von Hutten: © Alamy / Imageselect / The Picture Art Collection; p. 15: beeld pokken: © Imageselect / Granger Import / Granger; p. 17: bron 3: © Alamy / Imageselect / Pictures From History, CPA Media Pte Ltd; p. 23: bron 3: © Alamy / Imageselect / Pictures From History, CPA Media Pte Ltd; bron 4: © Alamy / Imageselect / Mirrorpix, Trinity Mirror / Mirrorpix; p. 31: beeld 2: © Shutterstock / alenvl; beeld 3: © Alamy / Imageselect / Iain Masterton; beeld 13: © Shutterstock / meunierd; p. 39: kaart Ribeiro: © Imageselect / Science Source Import RM / LOC Geography and Map Division Science Source; p. 47: bron 3: © Imageselect / Science Source Import RM / Getty Research Inst. Science Source; bron 5: © Imageselect / Capital Pictures / Capital Pictures; p. 94: portret Keizer Karel: © Alamy / Imageselect / Classic Image; portret Filips II: © Alamy / Imageselect / IanDagnall Computing; p. 110: beeld geuzenpenning: Door Kees38, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1850600; p. 118: bron A: © Alamy / Imageselect / Photo12/Ann Ronan Picture Library, Photo 12; p. 119: bron D: © Imageselect / Imageselect Heritage / Imageselect Heritage; bron F: © Alamy / Imageselect / Collection / Active Museum, ACTIVE MUSEUM / ACTIVE ART; p. 169: bron D: © Alamy / Imageselect / Collection / Active Museum, ACTIVE MUSEUM / ACTIVE ART; bron E: © Imageselect / N/A / Album / Metropolitan Museum of Art, NY
Eerste druk 2026
ISBN 978-94-651-4370-5
D/2026/0078/39
Art. 611659/01
NUR 130
Conceptgroep Sapiens vierde jaar: Els Vinckx Dries De Saveur Li's Verheyden o.l.v. Wouter Smets
Wetenschappelijk advies: Werner Thomas (KULeuven)
Wetenschappelijk advies Afrikaanse geschiedenis: Koen Bostoen (UGent)
Ontwerp cover en binnenwerk: Shtick Zetwerk: Banananas.net
Kaarten: Van Oort redactie en kartografie, Almere (Nederland)
Inhoud
Starten met Sapiens 4 5
iDiddit: het onlineleerplatform bij Sapiens 9
Hoofdstuk 1:
Maak kennis met Ulrich von Hutten 11
Historische vraag 1: Wanneer leefde Ulrich von Hutten? 14
Uitbreiding 1: Welke centra van macht waren er in de wereld voor 1492? 16
Historische vraag 2: Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf? 19
Historische vraag 3: Hoe raakten epidemieën doorheen de tijd verspreid? 21
Hoofdstuk 2: Ontdekkingsreizen en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw) 29
Historische vraag 1: Waarom gingen Europeanen in de 15e eeuw op ontdekkingsreis? 32
Uitbreiding 1: Waarom staat Europa vaak centraal op de wereldkaart? 39
Historische vraag 2: Welke impact had het kapitalisme op de ontdekkingsreizen van de vroegmoderne tijd? 42
Historische vraag 3: Welke mythe over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking werd in de 16e eeuw gecreëerd via Europese bronnen? 44
Uitbreiding 2: Wie speelde welke rol in de ondergang van het Aztekenrijk in de 16e eeuw? 48
Historische vraag 5: Waarom kregen veel ontdekkingsreizigers in de moderne en hedendaagse tijd een standbeeld? 53
©VANIN
Historische vraag 4: Welk gevolg van de interculturele contacten tussen Europese kolonisten en de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking had de grootste impact?
Hoofdstuk 3: Humanisme, renaissance en reformatie (Europa, 15e en 16e eeuw) 59
Historische vraag 1: Waarom noemden kritische denkers van de 15e en 16e eeuw hun tijd een aetas nova of nieuwe tijd? 62
Historische vraag 2: Waarom ontstonden er in Europa tijdens de vroegmoderne tijd nieuwe religieuze stromingen? 65
Historische vraag 3: Welke invloed had het humanisme op de kunst en de wetenschap van de 15e en 16e eeuw? 70
Historische vraag 4: Waarom is Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus een goed voorbeeld van humanisme? 7 7
Uitbreiding 1: Waarom noemde de monnik Filippo di Strata de boekdrukkunst een hoer? 79
Hoofdstuk 4: Religieuze strijd (Europa, ca. 1500 - 1650) 85
Historische vraag 1: Hoe reageerden Europese vorsten en de Katholieke Kerk in de vroegmoderne tijd op de reformatie? 88
Historische vraag 2: Waarom ondergingen de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw territoriale veranderingen? 91
Historische vraag 3: Welke gelijkenissen en verschillen zijn er als je een schilderij van Caravaggio en van Rembrandt vergelijkt? 95
Historische vraag 4: Waarom wordt het 16e-eeuwse Antwerpen het New York van die tijd genoemd? 98
48
Historische vraag 5: Welke elementen uit de collectieve herinnering rond de pot van Olen hebben een historische basis? 103
Uitbreiding 1: Welke religieuze onverdraagzaamheid komt aan bod in het fragment uit Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers? 106
Hoofdstuk 5:
Absolutisme en verlichting (Europa, ca. 1650 - 1800) 111
Historische vraag 1: Hoe machtig was Lodewijk XIV in het vroegmoderne Frankrijk? 114
Historische vraag 2: Hoe zorgde een koninklijke scheiding voor een religieuze breuk in het 16e-eeuwse Engeland? 121
Historische vraag 3: Welke kritiek hadden verlichte denkers op de absolute koningen en op de samenleving? 126
Historische vraag 4: Gold het verlichte idee van gelijkheid in de 18e eeuw voor alle mensen? 134
Hoofdstuk 6:
Revoluties (West-Europa, ca. 1750 - 1800) 143
Historische vraag 1: Welke invloed had de industriële revolutie op de samenleving in Noordwest-Europa? 146
Historische vraag 2: Welke gelijkenissen waren er tussen de Amerikaanse en Franse Revolutie aan het einde van de vroegmoderne tijd? 151
Historische vraag 3: Hoe verklaar je slavernij in een land waar gelijkheid tussen alle mensen in de onafhankelijkheidsverklaring staat? 155
Uitbreiding 1: Welke kritiek op de Franse Revolutie vind je in het werk van Pierre Goetsbloets? 157
Historische vraag 4: Hoe wordt de collectieve herinnering aan de Franse Revolutie vandaag gebruikt in Frankrijk? 157
Hoofdstuk 7: Synthese 161
Historische vraag 1: Waarin verschillen de Europese en de Chinese periodisering van elkaar? 164
Historische vraag 2: Wat zijn de kenmerken van de vroegmoderne tijd? 165
Historische vraag 3: Welke mythe rond Napoleon ontstond aan het begin van de moderne tijd? 167
Histokit 171
Starten met Sapiens 4
Welkom bij Sapiens 4. We leggen graag even uit hoe je met dit leerwerkboek aan de slag gaat.
1
Op weg met Sapiens 4
Het leerwerkboek bestaat uit 7 hoofdstukken en een Histokit. Elk hoofdstuk is op dezelfde manier opgebouwd.
©VANIN
2

Elk hoofdstuk start met een titelpagina. Die bestaat uit een afbeelding van een historische bron. Naast de bron zie je een routekaart die het pad met historische vragen en uitbreidingsvragen toont. Je doorloopt alle historische vragen door het groene pad, de hoofdweg, te volgen. Misschien wil je graag een extra uitdaging? Dan kun je even een omweg nemen via het blauwe pad. Daar staan enkele uitbreidingsvragen op je te wachten. Sommige van die uitbreidingsvragen zul je enkel op iDiddit kunnen maken.
In Wat weet je al? op de volgende pagina fris je je kennis op door een of meerdere bronnen of reconstructietekeningen klassikaal te bespreken aan de hand van enkele vragen.





Bij Situeren in tijd maken de tijdlijn en bijbehorende afbeeldingen je nieuwsgierig naar wat je in dit hoofdstuk zult onderzoeken. De tijdlijn is ook een belangrijke houvast om de onderwerpen in het hoofdstuk te kunnen situeren.
Nu ben je klaar om Op onderzoek te gaan. Elk hoofdstuk is opgebouwd met historische vragen. Je zoekt in verschillende stappen naar een antwoord op die vragen. Daarvoor gebruik je allerlei verschillende bronnen. Aan het einde van elke historische vraag vind je een korte lestekst die je uitgebreidere achtergrondinformatie geeft. Bespreek met je leerkracht welke van de lesteksten je precies moet studeren.
Als je een studierichting uit de doorstroomfinaliteit volgt, dan maak je ook af en toe opdrachten of vragen in een paarse kleur. Voor studierichtingen uit de dubbele finaliteit zijn die opdrachten uitbreidingsleerstof.
In de Conclusie test je of je een antwoord weet op de historische vragen die je onderzocht.
Conclusie IV
Tijd voor een Synthese. In dit onderdeel vind je een samenvattend schema om je een schematische weergave te geven van de informatie die je zeker moet onthouden. Hier vind je ook een scan-icoon. Scan de pagina met de VAN IN Plus-app om een instructiefilmpje te bekijken dat het samenvattend schema met jou doorloopt.
Bij Historisch denken krijg je een overzicht van de historische begrippen en structuurbegrippen die je in het hoofdstuk leerde.
Begrippen die in het groen aangeduid staan zijn de kernbegrippen die je zeker moet kennen. De zwarte begrippen helpen je om de groene beter te begrijpen. Je kunt ook steeds zelf begrippen toevoegen die je moeilijk vond.
Elk hoofdstuk eindigt met een Zelfevaluatie. Met dat hulpmiddel kun je achterhalen of je de doelen bereikt hebt. Paarse doelen zijn uitbreidingsdoelen. Die moet je enkel kennen als je de bijbehorende leerstof gezien hebt.
©VANIN
Histokit: Hulpmiddelen om historisch te leren denken
De Histokit is jouw gereedschapskist voor het vak geschiedenis.
De fiches helpen je stapsgewijs te werk te gaan en je kunt ze als hulpmiddel gebruiken bij moeilijke opdrachten.
2
Handig voor onderweg
Doorheen het hoofdstuk kom je een aantal elementen tegen die je helpen om op het juiste pad te blijven.
©VANIN
a Welk nieuw inzicht krijg je in bron 2 en 3?
De opdrachten zijn aangeduid met een voetstap.
De Histokit helpt je bij moeilijkere opdrachten.
b De hedendaagse wetenschappers in deze bronnen zijn voorzichtig in hun uitspraken. Markeer in bron 3 de delen die erop wijzen dat ze nog niet helemaal zeker zijn van hun conclusies.
3 Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 24.
6 Er bestaan uiteraard veel andere tijdlijnen die vertrekken vanuit een ander perspectief.
De Mexicaanse schoolgaande jeugd krijgt min of meer de tijdlijn hieronder aangeleerd.
Vergelijk de algemene tijdlijn op p. 172 met de tijdlijn van Mexico.
Bronnenonderzoek
a Geef twee gelijkenissen tussen de algemene tijdlijn en die van Mexico.
b Geef twee verschillen tussen de algemene tijdlijn en die van Mexico.
Tijdlijn: De geschiedenis van Mexico
Historici werken met historische bronnen en stellen daar historische vragen bij. Via bronnenonderzoek krijgen we een beeld van het verleden. Maar zoals ook hier blijkt, moet je telkens zo veel mogelijk bronnen raadplegen en met elkaar vergelijken. Het beeld van het verleden blijft een reconstructie en is dus vaak hypothetisch.
Historische vraag 4: Waarom is Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus een goed voorbeeld van humanisme?
Bij deze historische vraag onderzoek je een bron aan de hand van de bronnenstudie.
Historische vraag 3: Hoe raakten epidemieën doorheen de tijd verspreid?
In deze historische vraag leer je op basis van bronnen hoe epidemieën zoals syfilis verspreid raken.
Beantwoord de historische vraag. Lees de lestekst hieronder, bestudeer de kaart bij bron 5 en bekijk het filmpje (voetstap 1). Op welke manier speelt het perspectief van de kaartenmaker een rol bij hoe de wereld wordt voorgesteld? 3
1 Lees het kader historisch denken.
begin landbouw
Historisch denken: bedoelde en onbedoelde handelingen en gevolgen
Historisch denken: betrouwbaarheid van bronnen nagaan via de context
Vragen met een paarse opmaak zijn vooral bedoeld voor doorstroomrichtingen of kunnen een uitbreiding zijn voor richtingen in de dubbele finaliteit.
1 Lees het kader historisch denken en bekijk eventueel het bijbehorende filmpje.
09c BRONNEN CONTEXTUALISEREN
Mexicaanse Grondwet geboorte Jezus Christus periode met machtige stadstaten van o.a. Maya's periode van de Azteken
Als je wilt nagaan of een bron betrouwbare informatie geeft om een historische vraag te beantwoorden, stel je het best de volgende vragen over de context van de bron:
Bron 5:
Hoofdstuk 2: Ontdekkingsreizen en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw) 36 5 Waarom kun je stellen dat de algemene tijdlijn op p. 172 in je Histokit een goed voorbeeld is van eurocentrisme?
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
machtsovername Cortés
—Welk perspectief had de maker van de bron? Probeert de maker vanuit zijn perspectief te misleiden of verkeerd te informeren? Is de maker partijdig?
Je leerde de afgelopen jaren al om oorzaken en gevolgen te onderscheiden: dat helpt je te verklaren hoe en waarom zaken in het verleden gebeurden. Veranderingen in het verleden zijn soms bewust gepland en bedoeld. Soms zijn gebeurtenissen ook toeval. Door na te gaan of handelingen van mensen en hun gevolgen bedoeld waren of niet, kun je beter leren verklaren waarom iets gebeurde.
—Welke boodschap had de maker van de bron?
7 Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 55.
—Voor welk doelpubliek schreef de maker van de bron?
—Welk effect probeert de maker te verkrijgen?
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
Hoofdstuk 1: Maak kennis met Ulrich von Hutten 21
2 Lees bron 1. Doorloop daarna het stappenplan van de bronnenstudie op p. 78.
De rode kaders helpen je te denken als een echte historicus.
Bron 1: ↑ Fragment uit een hedendaagse vertaling van Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus uit 1506.
Europa in het centrum?
Degenen die zich doorgaans religieuzen en monniken noemen, komen het dichtst in de buurt van het geluk der theologen. Beide benamingen zijn echter totaal verkeerd, want een groot deel van hen staat heel ver van de religie af. En er is geen plaats te bedenken waar je ze niet tegenkomt. Hoewel iedereen dit slag van mensen vervloekt en ervan overtuigd is dat zelfs een toevallige ontmoeting met hen onheil brengt, hebben ze toch een heel erg hoge dunk van zichzelf. Ten eerste vinden zij het toppunt van vroomheid wanneer ze zo weinig weten van de letteren dat ze niet eens kunnen lezen. Hun psalmen kunnen ze wel optellen, maar ze begrijpen doen ze niet: als ezels balken ze ze door de kerk, en dan denken ze nog dat ze daarmee de oren der heiligen lieflijk strelen. Er zijn er onder hen ook nogal wat die te koop lopen met hun vuiligheid en armoede (…) tot groot nadeel van de bedelaars … Uit: Erasmus, D. (2005). In een vertaling van: Bange, P. Lof der Zotheid.
← Wereldkaart door Willem Blaeu, 1640, Amsterdam.
In bron 5 staat Europa centraal op de kaart. Tijdens de vroegmoderne tijd werd vanuit Europa de hele wereld verkend en in kaart gebracht. Ontdekkingsreizigers speelden hun bevindingen door aan Europese kaartenmakers die ermee aan de slag gingen. Europese of westerse kaartenmakers vertrokken daarbij vanuit hun eigen Europese perspectief en gaven Europa de meest centrale en dus belangrijkste plaats op de kaart. Omdat de Europeanen later grote delen van de wereld koloniseerden, werd hun presentatie van de wereld dan ook de meest gebruikte. Daarbij lag Europa steevast in het centrum en de rest van de wereld in de periferie. Die kijk vanuit Europees perspectief, eurocentrisme genaamd, is lange tijd zo gebleven. Er bestaan uiteraard verschillende alternatieve wereldkaarten waarbij andere werelddelen centraal staan. Mensen in andere delen van de wereld willen namelijk hun land of werelddeel centraal stellen.
Hoofdstuk 3: Humanisme, renaissance en reformatie (Europa, 15e en 16e eeuw) 77
Hoofdstuk 2: Ontdekkingsreizen en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw) 41
Filmpjes vind je terug op iDiddit.
Elke historische vraag sluit af met een lestekst die je kunt gebruiken bij het studeren.
Je herkent de lestekst aan het pictogram en de lichtrode kantlijn.
Historische kernbegrippen vallen extra op door de stippellijn. Je vindt die woorden ook achteraan een hoofdstuk terug bij Historisch denken of in de Histokit. De groene begrippen zijn de kernbegrippen die je zeker moet kennen. De andere onderlijnde begrippen helpen je om die groene begrippen beter te begrijpen. De gele markering in een bijschrift wijst op de bronvermelding (situering in tijd en ruimte).
Mijn lesmateriaal
Het onlineleerplatform bij Sapiens
Hier vind je alle inhouden uit het boek, maar ook meer, zoals filmpjes, audiofragmenten, uitbreidingsvragen en extra oefeningen.
Extra materiaal
Bij bepaalde stukken theorie of oefeningen kun je extra materiaal openen. Dat kan een audio- of videofragment zijn, een woordenof begrippenlijst, een extra bron of een leestekst. Kortom, dit is materiaal dat je helpt om de leerstof onder de knie te krijgen.
Opdrachten
Hier vind je de opdrachten die de leerkracht voor jou heeft klaargezet.
Resultaten
Wil je weten hoever je al staat met oefenen, opdrachten en toetsen? Hier vind je een helder overzicht van al je resultaten.
Notities
Heb je aantekeningen gemaakt bij een bepaalde inhoud? Via je notities kun je ze makkelijk terug oproepen.
Meer weten?
Ga naar www.ididdit.be ↑ Bekijk de trailer. VAN IN Plus
Soms is het handig dat je extra lesinformatie of een video- of audiofragment kunt bekijken of beluisteren op je smartphone. Als je dit pictogram ziet, open dan de VAN IN Plus-app en scan de pagina.


Maak kennis met Ulrich von Hutten
Ulrich von Hutten was van Duitse afkomst en reisde tijdens zijn korte leven door heel Europa. Rond 1519 liep hij een ziekte op die toen door velen ‘morbus Gallicus’ oftewel de ‘Franse ziekte’ werd genoemd. Von Hutten schreef dat hij huiduitslag, zweren en nachtpijnen kreeg. Ulrich stierf in 1523, hetzelfde jaar dat de kunstenaar Hans Holbein de Jonge dit nietsverhullende portret schilderde.

Historische vragen
Wanneer leefde Ulrich von Hutten?
Welke centra van macht waren er in de wereld voor 1492?
Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?
Hoe raakten epidemieën doorheen de tijd verspreid?
Wat weet je al?
De afbeeldingen bij de tijdlijn zijn bronnen die je vorig jaar hebt bestudeerd. Je hebt vast al gezien dat de bijschriften ontbreken.
Activeer je voorkennis door de vragen klassikaal te bespreken.
a Wat weet je nog over bron A tot en met E? Probeer ze te situeren in tijd, ruimte en maatschappelijk domein.
b Kijk in je Histokit. Welke verschillende soorten historische vragen kun je bij de bronnen stellen?
c Welke historische vraag rond Ulrich von Hutten zou je graag willen beantwoorden?


05
HISTORISCHE VRAGEN
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
Maak kennis met Ulrich von Hutten
ca. 3,5 miljoen v.C. ca. 3500 v.C.
Situeren in tijd II



Op onderzoek
Historische vraag 1: Wanneer leefde Ulrich von Hutten?
Op de titelpagina maakte je kennis met Ulrich von Hutten. Hij stierf in 1523. In de eerste decennia van de 16e eeuw raasde er een epidemie door Europa. Aan de hand van de tijdlijnen en de afbeeldingen leer je te begrijpen in welke woelige tijd von Hutten leefde.
1
©VANIN
Bestudeer de tijdlijn aandachtig. Maak vervolgens de opdrachten.
a Verbind het portret van Ulrich von Hutten met de juiste plaats op de tijdlijn hieronder.
b Tijdens welk scharniermoment leefde von Hutten?
11b
STRUCTUURBEGRIPPEN
c Welke twee belangrijke wetenschappelijke innovaties maakten een einde aan verschillende epidemieën op de tijdlijn?
14e-eeuwse houtsnede van de Dans der Dood door Michael Wolgemut, Nuremberg. In Sapiens 3 leerde je over de pest.Ulrich von Hutten.

1348: Een derde van de Europese bevolking sterft door de pest.

vanaf ca. 1500: Euraziatische ziekten zoals de pokken en de pest verspreiden zich naar Amerika, waar miljoenen mensen omkomen.
1493: Syfilis wordt voor het eerst opgemerkt in Europa.
1492: Columbus komt aan op de Bahama’s, een Amerikaanse eilandengroep. Dat is de start voor de Europese expansie in Amerika en een verdere mondialisering naar Amerika. MIDDELEEUWEN
2
3
Je formuleert nu aan de hand van de tijdlijn een hypothese over de oorsprong van de ziekte syfilis.
a Vul de volgende tabel aan met jaartallen die je vindt op de tijdlijn en de titelpagina.
©VANIN
Gebeurtenis
ontdekking van Amerika door Columbus vermoedelijk eerste waarneming syfilis in Europa
dood Ulrich von Hutten
b Welke hypothese zou je na het invullen van de jaartallen kunnen formuleren?
Jaartal
Lees de lestekst. Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 24.
Scharniermoment en symbolische datum
Ca. 1500 is een scharniermoment in de geschiedenis: vanaf dan begint voor historici de vroegmoderne tijd. Dat is de periode waarover je in Sapiens 4 leert. Het is een periode die gekenmerkt werd door een steeds snellere mondialisering. Verspreid over alle continenten kwamen in die periode steeds meer mensen met elkaar in contact. Daardoor ontstond er een nieuw wereldbeeld. De aankomst van Columbus op de Caraïben in 1492 is een symbolisch jaartal om de vroegmoderne tijd te laten starten.

← Oorspronkelijke Amerikaanse bevolking geïnfecteerd door de pokken, na contact met de Spanjaarden. 16e-eeuwse afbeelding door de Spanjaard Bernardino de Sahagun.
1798: Edward Jenner ontwikkelt een vaccin tegen de pokken. De ziekte is dankzij de vaccinatie uitgeroeid.
1945: Drie Amerikaanse wetenschappers krijgen de Nobelprijs voor de ontwikkeling van penicilline, een soort antibioticum. Antibiotica zijn medicijnen tegen infectieziekten zoals syfilis en de pest.
Uitbreiding 1: Welke centra van macht waren er in de wereld voor 1492?
In deze historische vraag maak je op basis van een kaart en bronnen kennis met een aantal centra van macht die wereldwijd bestonden voor 1492.
1
a Duid met een cirkel op de kaart aan waar Ulrich von Hutten leefde.
b Gebruik de kijkstrategieën in je Histokit om de historische kaart te onderzoeken.
Onderzoek de centra van macht rond ca. 1500 met de kaart, de bronnen en de tekst. 08b
c Markeer in de bijschriften bij bron 1 tot en met 3 alles wat je helpt om de centra van macht te situeren in de ruimte.
d Verbind elke bron met de juiste plaats op de kaart.
Centra van macht voor 1492
Bron 1:

← Piramide van de maan, in de huidige hoofdstad van Mexico (Mexico City). De piramide werd gebouwd aan het einde van de klassieke oudheid en was bij het begin van de vroegmoderne tijd nog in gebruik.

← Kopie door Olfert Dapper uit ‘Naukeurige Beschrijvinge van Africa’ (1668). Alvaro I van Kongo ontvangt Nederlandse gasten.
Afbeelding uit China, 16e eeuw, van Xuande, een 15e-eeuwse Chinese keizer uit de Ming-dynastie.

2
Analyseer de historische kaart op p. 16. Beantwoord de vragen.
a Welk continent nam voor 1492 niet deel aan de internationale handel?
b Je leerde in Sapiens 3 dat de pest zich in de late middeleeuwen uit Azië kon verspreiden naar Europa. Verklaar met behulp van de kaart waarom de verspreiding van de pest in Europa begon in de stad Venetië.
3
Op de kaart op p. 16 en in de lestekst op p. 18 maak je kennis met enkele centra van macht voor 1492. Beantwoord de vragen en gebruik in je antwoord begrippen die je eerder in Sapiens hebt geleerd.
a Welke soort religie van de Azteken kun je afleiden uit bron 1?
b Welke soort bestuurlijke organisatie kun je afleiden uit bron 3?
c Met welk rijk dat je bestudeerde in Sapiens 1, 2 of 3, kun je het Aztekenrijk vergelijken?
d Beargumenteer je keuze. Geef minstens twee argumenten.
© Alamy / Imageselect / Chris Hellier
Bron 2: Bron 3:
4
Beantwoord de historische vraag. Gebruik de kaart, de bronnen en de lestekst.
©VANIN
Enkele voorbeelden van centra van macht voor 1492
We vergeten vaak dat er voor de Europese ontdekkingsreizen naar Amerika, Afrika en stukken van Azië al bloeiende samenlevingen waren in die werelddelen.
Het Amerikaanse continent kende voor 1492 verschillende bloeiende culturen. Tot dan hadden zij geen contact met de westerse samenleving. In het huidige Mexico bouwde de plaatselijke Mexicaanse bevolking een machtig rijk uit. Je kent hen vandaag vooral onder de 19e-eeuwse naam Azteken. Zij hadden een natuurreligie met onder andere een god van de maan en de zon. Ze domineerden een territorium dat ongeveer zeven keer zo groot was als het huidige België. Azteekse legers veroverden hun naburige volkeren bij de uitbouw van dat imperium. Het is onzeker hoeveel mensen er juist in dat rijk woonden, maar het gebied was ongetwijfeld dichtbevolkt dankzij de goed ontwikkelde landbouwtechnieken. De Azteken bouwden voort op de cultuur en techniek van oudere samenlevingen. De Maya’s, die tijdens de middeleeuwse warme periode tot verval kwamen, zijn daarvan de bekendste. In Zuid-Amerika heersten de Inca’s over een rijk dat zich uitstrekte langs het Andesgebergte.
Na de ondergang van de Egyptische cultuur vormden er zich ook op andere plaatsen in Afrika complexe samenlevingen. Afrika kende in de loop van de middeleeuwen verschillende grote rijken. Aan het einde van de 15e eeuw was het Songhai-rijk in West-Afrika een belangrijke speler in de goudhandel met Azië en Europa. Het centrum van het rijk, met als hoofdstad Timboektoe, lag in het huidige Mali. De Songhai-heersers waren moslims die een belangrijk stuk van de kennis uit het klassieke Arabische rijk hadden meegekregen via geschreven teksten. In Centraal-Afrika had het koninkrijk Kongo een grote invloed. Het was ongeveer vier keer zo groot als het huidige België, maar valt niet volledig samen met de huidige Democratische Republiek Congo. Vanaf de vroegmoderne tijd probeerden Portugese kooplieden handel te drijven met dat rijk.
Op heel wat momenten in de geschiedenis was China het machtigste rijk in Azië. Je hebt daar al over geleerd in Sapiens 3. China was al eeuwen via de zijderoute verbonden met steden meer naar het westen zoals Constantinopel en Venetië. Aan het einde van de middeleeuwen was de Ming-dynastie aan de macht in China. Dat bleef zo tot in de 17e eeuw. 1492 was dus zeker geen breukmoment voor de geschiedenis van China. In Constantinopel had er kort voordien wel een breuk plaatsgevonden. De stad was in 1453 ingenomen door de Turkse dynastie van de Ottomanen, waardoor er een einde kwam aan het Byzantijnse rijk. Zij veroverden een territorium op drie continenten: ook een groot stuk van Zuidoost-Europa kwam onder hun invloed.
Historische vraag 2:
Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?
Bij deze historische vraag herhaal je het stappenplan van de bronnenstudie dat je eerder al hebt geleerd. Je hebt het hier nodig om verschillende bronnen over von Hutten en zijn ziekte te bestuderen.
1
Doorloop het stappenplan van de bronnenstudie bij bron 1.
↑
↑
Bron 1: search Stap 2: Ik observeer de bron.
Bekijk het instructiefilmpje.
Het heeft de heer behaagd om ons ongeziene beproevingen te zenden zoals de bobbelziekte. Die waren nooit voordien herkend of gezien in medische boeken. Deze ziekte dook op, en werd geobserveerd in Spanje in het jaar van onze heer 1493, in de stad Barcelona. Deze stad werd besmet. Bijgevolg werd ook heel Europa en de gehele bekende wereld dat. De ziekte kende haar oorsprong op het eiland dat nu gekend staat onder de naam Hispaniola [huidige Haïti en Dominicaanse Republiek in Midden-Amerika], zoals onmiskenbaar uit onderzoek is gebleken.
Uit: de Isla, R.D. (1539). Verhandeling over de bobbelziekte.
Ruy Diaz de Isla (1462 - 1542) was een Spaanse dokter die zich bezighield met de behandeling van syfilis in de 16e eeuw. Hij merkte in 1493 als eerste de uitbraak van de ziekte op in Europa, na de terugkeer van Christoffel Columbus uit Amerika.
search Stap 1: Ik verzamel gegevens over de context.
✓ Wat voor soort bron is dit?
✓ Wie is de maker van de bron?
✓ Wanneer werd de bron geschreven?
✓ In welk domein situeer je deze bron?
✓ Hoe wordt syfilis genoemd door de auteur?
✓ Markeer in bron 1 waar volgens de auteur die ziekte haar oorsprong kent.
✓ Onderlijn in bron 1 hoe hij probeert aan te tonen dat wat hij zegt betrouwbaar is.
✓ Komt wat hij zegt over de oorsprong van de ziekte overeen met de hypothese die je zelf hebt opgesteld op p. 15? ja/nee
search Stap 3: Ik interpreteer de bron.
✓ Beoordeel of de oorsprong van de ziekte die de Isla weergeeft betrouwbaar is of niet.
onbetrouwbaar betrouwbaar
Beargumenteer waarom.
©VANIN
search Stap 4: Ik beantwoord de historische vraag.
✓ Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?
2
Vergelijk de bron van de Isla nu met het hedendaagse wetenschappelijke onderzoek rond syfilis in bron 2 en 3. Bestudeer beide bronnen en ga de betrouwbaarheid van de Isla verder na.
Bron 2:
Fragment uit de documentaire
The syphilis enigma.


↑ Bekijk het filmpje.
Bron 3:
Een team van wetenschappers onderzocht de DNA-structuur van de verschillende botten uit archeologische vindplaatsen op verschillende plaatsen in Europa. De exacte datering van de botten is erg moeilijk, maar zou rond de 15e eeuw zijn. De wetenschappers concludeerden daaruit dat de ziekte al voor Columbus’ aanwezigheid in Europa moet geweest zijn. Toch erkennen ook de onderzoekers dat ze nog niet volledig zeker zijn. In Science Magazine verwoordde een van de onderzoekers het zo: “Het is nog niet het ultieme bewijs. De volgende stap is om verder bewijs te verzamelen van ouder materiaal uit de oude en de nieuwe wereld zodat we weten welke varianten van de ziekte er voor Columbus al bestonden in de oude en de nieuwe wereld.”
Uit: Hartley, C. (2020). Medieval DNA suggests Columbus didn’t trigger syphilis epidemic in Europe. Science Magazine.
a Welk nieuw inzicht krijg je in bron 2 en 3?
3
b De hedendaagse wetenschappers in deze bronnen zijn voorzichtig in hun uitspraken. Markeer in bron 3 de delen die erop wijzen dat ze nog niet helemaal zeker zijn van hun conclusies.
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 24.
Bronnenonderzoek
Historici werken met historische bronnen en stellen daar historische vragen bij. Via bronnenonder zoek krijgen we een beeld van het verleden. Maar zoals ook hier blijkt, moet je telkens zo veel mogelijk bronnen raadplegen en met elkaar vergelijken. Het beeld van het verleden blijft een reconstructie en is dus vaak hypothetisch.
Historische vraag 3: Hoe raakten epidemieën doorheen de tijd verspreid?
In deze historische vraag leer je op basis van bronnen hoe epidemieën zoals syfilis verspreid raken.
1
Lees het kader historisch denken.
Historisch denken: bedoelde en onbedoelde handelingen en gevolgen
↑
Bekijk het instructiefilmpje.
Je leerde de afgelopen jaren al om oorzaken en gevolgen te onderscheiden: dat helpt je te verklaren hoe en waarom zaken in het verleden gebeurden. Veranderingen in het verleden zijn soms bewust gepland en bedoeld. Soms zijn gebeurtenissen ook toeval. Door na te gaan of handelingen van mensen en hun gevolgen bedoeld waren of niet, kun je beter leren verklaren waarom iets gebeurde.
2
Gebruik bron 1 om te onderzoeken hoe syfilis verspreid raakte aan het begin van de vroegmoderne tijd.
Bron 1:
©VANIN
De eerste [grote] uitbraak van syfilis in Europa deed zich voor zover bekend eind 1494 of begin 1495 voor. (…) Over het algemeen wordt verondersteld dat de Spanjaarden van Ferdinand de bacterie bij zich droegen, en dat deze werd verspreid via de vrouwen die door beide partijen werden verkracht. Hoe dan ook, het huurlingenleger viel uiteen en de soldaten namen de bacterie overal mee naartoe.
Uit: Mann, C. (2005). 1491: De ontdekking van precolumbiaans Amerika. Rainbow.
Charles C. Mann vertelt in deze passage wat er gebeurde tijdens en na het beleg van de stad Napels in 1494. De Franse koning had daarbij een leger dat bestond uit ongeveer 50 000 huurlingen die uit heel Europa afkomstig waren.
De syfilisepidemie van ca. 1495 was het bedoelde / onbedoelde gevolg van
Bekijk bron 2 tot en met 4 en lees de bijschriften. Onderzoek de redenering die gemaakt wordt in de drie bronnen. ↑
3
a Markeer in elk bijschrift de handeling die ervoor zorgde dat de epidemieën verspreid geraakten. b Duid onder elke bron aan of de handeling en de gevolgen ervan bedoeld of onbedoeld waren.
Bron 2:

← Hedendaagse afbeelding van de middeleeuwse Genovese burcht in Kaffa, gelegen op een schiereiland in de Zwarte Zee. In 1348 schreef de Genovese notaris Gabriele de Mussi dat die stad in 1346 aangevallen werd door Mongoolse krijgers. De aanvallers slaagden er niet in de stad binnen te dringen en werden bovendien getroffen door een mysterieuze ziekte: de pest. De inwoners van de stad hoopten dat de aanvallers daarom zouden wegtrekken. Dat deden ze niet. Meer nog: ze katapulteerden hun rottende pestlijken over de muren van de stad, waar de ziekte vervolgens ook uitbrak. Volgens de Mussi ontvluchtten toen verschillende Genuezen per schip de haven bij Kaffa en zeilden richting Genua.
bedoeld / onbedoeld
Bron 3:

Bron 4:

← Foto uit China van de Japanse Eenheid 731, 1937 - 1945. Op de foto wordt een Chinees slachtoffer van die eenheid weggedragen. De Japanse Eenheid 731 deed onderzoek naar biologische en chemische oorlogsvoering, vooral in China. De eenheid was onder andere verantwoordelijk voor de verspreiding van ziektes zoals cholera in China, waar de Japanners toen binnenvielen. Zo werden Chinese waterbronnen door de eenheid besmet met de cholera-bacterie. Cholera is een bacterie die voor zware diarree en uitdroging zorgt. Schattingen lopen uiteen, maar Eenheid 731 was zeker schuldig aan miljoenen doden.
bedoeld / onbedoeld
← Afbeelding van de Britse zanger Freddie Mercury, die in 1991 stierf aan de gevolgen van aids, een ziektebeeld dat veroorzaakt wordt door het retrovirus hiv. Dat virus tast het immuunsysteem aan waardoor de besmette persoon kan sterven aan andere doorgaans niet dodelijke ziektes. Aan het einde van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 stak het toen onbekende virus de kop op in Amerika en even later ook in Europa. Het virus wordt vooral door seksuele contacten verspreid, ook vandaag nog.
bedoeld / onbedoeld
©VANIN
4
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 24.
Verspreiding van epidemieën
In 2019 en 2020 verspreidde het COVID-19-virus zich razendsnel over de wereld. Het ontstond in China. Hoewel sommige mensen China ervan beschuldigen dat ze het virus bewust gecreëerd hadden, is er daar geen wetenschappelijk bewijs voor. Het virus is een toevallige mutatie van een ongevaarlijk virus en dus was de verspreiding van COVID onbedoeld. Dat was ook zo met syfilis aan het einde van de 15e eeuw: een enorme uitbraak van de ziekte veroorzaakte vanaf 1493 een epidemie over het hele Europese continent. Maar er zijn ook situaties waarin ziektes wél bedoeld verspreid werden, bijvoorbeeld tijdens oorlogsvoering.
Conclusie IV
Antwoorden op de historische vragen
Antwoord met volzinnen.
Historische vraag 1: Wanneer leefde Ulrich von Hutten?
Historische vraag 2: Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?
Historische vraag 3: Hoe raakten epidemieën doorheen de tijd verspreid?
Synthese V
Samenvattend schema
verleden
historische vraag stellen bronnenstudie uitvoeren
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
Visuele bron over Ulrich von Hutten uit 1523: von Hutten wordt afgebeeld met gezwellen in het gezicht.
Waar kwam de ziekte vandaan waaraan de Duitser Ulrich von Hutten in 1523 stierf?
Verschillende bronnen werden onderzocht, bv. een geschreven bron en een documentaire.
beeldvorming
geschiedenis
Lang werd gedacht dat syfilis uit Amerika werd meegenomen na de ontdekking door Columbus in 1492. Recente bronnen lijken aan te tonen dat de ziekte al eerder in Europa voorkwam.
De beeldvorming die voortkomt uit de bronnenstudie, vormt de basis van de geschiedenislessen, maar het is duidelijk dat er niet altijd zekerheid is en dat sommige delen van de beeldvorming hypothetisch blijven.
Historisch denken
Historische begrippen
Je leerde in de vorige jaren al het volgende historische begrip: oorlog
In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen:
cultureel: wereldbeeld kijk op of kennis over de wereld in een bepaalde historische periode
economisch: handel economische activiteit waarbij goederen worden uitgewisseld tegen betaling mondialisering proces waarbij steeds meer mensen op aarde steeds meer contacten hebben met elkaar
politiek: democratie bestuursvorm waarbij het volk rechtstreeks of via vertegenwoordiging de wetten stemt en waarin de vrijheden van de burgers en minderheden door een grondwet worden beschermd imperium groot en machtig rijk republiek regeringsvorm met een voor een bepaalde termijn verkozen staatshoofd territorium grondgebied, bijvoorbeeld een gebied waarover bestuurd wordt
Eigen begrippen:
©VANIN
Structuurbegrippen
Je gebruikte in dit hoofdstuk ook de volgende structuurbegrippen: hypothese, scharniermoment, symbolische datum, bedoelde en onbedoelde handelingen en gevolgen.
Zelfevaluatie
Ik ken het samenvattend schema op p. 25.
Ik ken de inhoudelijke teksten op p. 15, 18, 21 en 23.
Ik ken het kader historisch denken op p. 21.
SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER
Ik ken de zeven historische periodes van de algemene tijdlijn, zoals op p. 12-13.
Ik kan Ulrich von Hutten situeren op een tijdlijn, zoals op p. 14-15. Ik kan daarbij de structuurbegrippen ‘symbolische datum’ en ‘scharniermoment’ gebruiken.
HISTORISCHE BRONNEN EN WERKEN
Ik kan een hypothese bedenken rond de ziekte van Ulrich von Hutten, zoals op p. 15.
Ik kan historische bronnen zoals die rond von Hutten en syfilis onderzoeken aan de hand van een stappenplan, zoals op p. 19-20.
Ik kan beoordelen hoe betrouwbaar een bron is, zoals op p. 20.
BEELDVORMING BEARGUMENTEREN
Ik kan van verschillende epidemische verspreidingen uitleggen of het voorbeelden zijn van bedoelde of onbedoelde handelingen en hun gevolgen, zoals op p. 21-23.
REFLECTEREN OVER HEDEN, VERLEDEN EN TOEKOMST
Ik kan in eigen woorden uitleggen hoe epidemieën door de wetenschap uit de moderne en hedendaagse tijd worden aangepakt en ingeperkt, zoals op p. 14.
Ontdekkingsreizen en mondialisering
(wereld, 15e - 18e eeuw)
Op 11 oktober 2021 werd dit 20e-eeuwse standbeeld van de beroemde ontdekker Columbus in Londen overgoten met rode verf. Die kleur symboliseert bloed. Het standbeeld van de ontdekkingsreiziger werd bewust besmeurd. Volgens sommigen verdient Columbus dit standbeeld dus niet. In dit hoofdstuk onderzoek je wat ontdekkingsreizigers deden, en wat de gevolgen van hun ontdekkingsreizen waren.

Historische vragen
Waarom gingen Europeanen in de 15e eeuw op ontdekkingsreis?
Waarom staat Europa vaak centraal op de wereldkaart?
Welke impact had het kapitalisme op de ontdekkingsreizen van de vroegmoderne tijd?
Welke mythe over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking werd in de 16e eeuw gecreëerd via Europese bronnen?
Wie speelde welke rol in de ondergang van het Aztekenrijk in de 16e eeuw?
Welk gevolg van de interculturele contacten tussen Europese kolonisten en de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking had de grootste impact?
Waarom kregen veel ontdekkingsreizigers in de moderne en hedendaagse tijd een standbeeld?
Wat weet je al? I
De afbeelding bij bron 1 kwam al aan bod in Sapiens 3. Je bestudeerde toen de beeldvorming die in België werd opgebouwd rond kruisvaarder Godfried van Bouillon. In 1099 hielp hij mee Jeruzalem te veroveren op de moslims.
Bespreek de vragen klassikaal.
a Geef een aantal functies van het standbeeld. Waarom werden zulke standbeelden opgericht?
b Welke boodschap zit achter het standbeeld?
c Waarom werd dit standbeeld in 1848 opgericht en niet tijdens de middeleeuwen?
d Zou Godfried vandaag nog vereerd worden met een standbeeld of niet?


©VANIN
ca. 1000: Viking Leif Eriksson werd mogelijk de eerste Europeaan in Amerika. 1
Bron 1:

1492: De Genuees Christoffel Columbus stak de Atlantische Oceaan over en bereikte de Bahama's. 7
MIDDELEEUWEN
ca. 1300: Marco Polo, een Venetiaanse ontdekkingsreiziger, reisde tot in Beijing. 2
1498: Vasco da Gama, een Portugese ontdekkingsreiziger, reisde als eerste Europeaan rond Afrika naar India. Hij kreeg daarbij de hulp van twee plaatselijke gidsen. 8
← Standbeeld van Godfried van Bouillon uit 1848, door kunstenaar Eugène Simonis, Brussel.
en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw)
14e eeuw: Ibn Battoeta, een Marokkaanse ontdekkingsreiziger, reisde naar China. 3
vanaf 1411: Zheng he, een Chinese ontdekkingsreiziger, bezocht met een enorme vloot de kusten van Oost-Afrika. 4
15e eeuw: Hendrik de Zeevaarder reisde zelf niet, maar financierde als Portugese prins ontdekkingsreizen langs de WestAfrikaanse kust. 5
1488: Bartolomé Dias, een Portugese ontdekkingsreiziger, bereikte Kaap de Goede Hoop, het zuidelijkste punt van Afrika. 6
Reykjavik
Barcelona
Situeren in tijd II




1499: De Florentijn Amerigo Vespucci bereikte het Amerikaanse vasteland. Hij dacht als eerste dat er een nieuw continent was ontdekt. 9
1519 – 1521: De Spanjaard Hernán Cortés veroverde Mexico op de Azteken. 11
ca. 1600: De Nederlander Willem Barentsz probeerde een noordelijke route naar India te vinden. Dat lukte niet, maar hij bracht wel de noordelijke zeeën in kaart. De Barentszzee is naar hem genoemd. 12
VROEGMODERNE TIJD
vanaf 1603: De Fransman Samuel de Champlain ontdekte delen van Canada en was de grondlegger van Quebec, een provincie in Canada. 13
1519: De Portugees Magellaan vertrok in Spaanse dienst voor een reis rond de wereld. Hij stierf op de Filipijnen, waarna zijn eerste stuurman El Cano de reis voltooide. 10


vanaf 1896: De Belg Adrien de Gerlache organiseerde expedities naar Antarctica waar de kusten in kaart werden gebracht. 15
vanaf 1768: De Engelsman James Cook ondernam verschillende expedities in de Stille Oceaan en bracht daar onder andere de kusten van Nieuw-Zeeland en Australië in kaart. 14




Op onderzoek III
Historische vraag 1: Waarom gingen Europeanen in de 15e eeuw op ontdekkingsreis?
In deze historische vraag bestudeer je waarom Europeanen op ontdekkingsreis trokken. Dat doe je door een kaart, een lestekst en een aantal bronnen te bestuderen.
1 Vergelijk de tijdlijn op p. 30-31 met de kaart op p. 33. Lees zeker ook het bijschrift bij de kaart. Gebruik de kijkstrategieën in je Histokit als je kaartlezen nog moeilijk vindt.
a Kruis bij de onderstaande stellingen aan of die juist of fout zijn.
b Als je denkt dat de stelling fout is, verbeter je ze.
Stelling juist fout
De ontdekkingsreizen zijn een uitsluitend westers fenomeen.
De ontdekkingsreizen zijn een uitsluitend vroegmodern fenomeen.
Columbus ontdekte als eerste Europeaan Amerika.
De ontdekkingsreizen in de vroegmoderne tijd waren vooral maritieme ondernemingen.
De driehoekshandel is een goed voorbeeld van mondiale handel.
In Brazilië spreekt men als onbedoeld gevolg van het Verdrag van Tordesillas vandaag vooral Spaans.
©VANIN
tijdens de vroeg moder ne tijd
De grote ontdekkingen en de kolonisatie
↑ Spanje en Portugal stuurden ontdekkingsreizigers uit op zoek naar een nieuwe reisroute naar Oost-Azië en werden daardoor elkaars concurrent. Om geweld tussen beide landen te vermijden bepaalde paus Alexander VI in het Verdrag van Tordesillas dat er een lijn werd getrokken. Alles ten westen van die lijn behoorde aan Spanje toe, alles ten oosten van die lijn werd dan Portugees bezit.
2
Lees de lestekst op p. 37-39. Maak vervolgens opdracht a en b en voetstap 3 tot en met 7.
a Plaats de gebeurtenissen chronologisch in de juiste volgorde. Nummer ze van 1 tot en met 5 (1 = de oudste gebeurtenis).
b Kruis aan welke domeinen aan bod komen. Je mag meerdere kruisjes plaatsen.
Producten zoals specerijen werden peperduur.
Handelscontacten met het Oosten bestonden al tijdens de klassieke oudheid en de middeleeuwen.
Europeanen zochten andere routes om aan oosterse producten te komen, bijvoorbeeld door rond Afrika of rond de wereld te varen.
De Spanjaarden kwamen in Amerika terecht. De ontdekking van dat nieuwe continent had een grote invloed op het wereldbeeld van toen.
De Ottomanen werden heer en meester over de oostelijke Middellandse Zee en bemoeilijkten de handel met het Oosten.
c Zoek in je Histokit op wat het begrip ‘mondialisering’ betekent en leg uit hoe de ontdekkingsreizen dat mogelijk hebben gemaakt.
11a
3
Bestudeer de afbeeldingen en de bijschriften op p. 35. Vergelijk de hedendaagse situaties op de afbeeldingen met kenmerken van de ontdekkingsreizen uit de vroegmoderne tijd.
a Welke historische begrippen uit de lestekst kun je op de afbeelding toepassen? Je mag een begrip telkens maar één keer gebruiken.
b Beargumenteer telkens waarom je dat begrip gekozen hebt.
HISTORISCHE BEGRIPPEN

↑
Crew Dragon, ruimtevaartuig van het Amerikaanse bedrijf SpaceX. Dragon kan tot zeven passagiers vervoeren naar een baan om de aarde en verder.
begrip:
argumentatie:

↑
Instantnoodels, bedacht door de Japanner Momofuku Ando, in 1958. De gedroogde slierten werden enorm populair en tegenwoordig heeft zo goed als iedereen ter wereld dit wel eens gegeten.
begrip:
argumentatie:

↑
Digitale illustratie van een afgeplatte aarde in de ruimte. De International Flat Earth Society is een organisatie die beweert dat de aarde plat is.
begrip:
argumentatie:

↑
Hedendaagse foto van een vaccinatie. Dankzij vaccinatie is de mens bestand tegen heel wat infectieziektes.
begrip:
argumentatie:
4
Hoe komt het dat de ontdekkingsreizen ervoor zorgden dat sommige mensen in de vroegmoderne tijd de aloude waarheden uit de Bijbel in vraag trokken? Leg uit in je eigen woorden.
5
Waarom kun je stellen dat de algemene tijdlijn op p. 170 in je Histokit een goed voorbeeld is van eurocentrisme?
©VANIN
6
Er bestaan uiteraard veel andere tijdlijnen die vertrekken vanuit een ander perspectief. De Mexicaanse schoolgaande jeugd krijgt min of meer de tijdlijn hieronder aangeleerd. Vergelijk de algemene tijdlijn op p. 170 met de tijdlijn van Mexico.
a Geef twee gelijkenissen tussen de algemene tijdlijn en die van Mexico.
b Geef twee verschillen tussen de algemene tijdlijn en die van Mexico.
Tijdlijn:
De geschiedenis van Mexico
begin landbouw
geboorte Jezus Christus periode met machtige stadstaten van o.a. Maya's periode van de Azteken
Mexicaanse Grondwet
machtsovername Cortés
7
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 55.
Op ‘ontdekkingsreis’
Mondialisering van luxeproducten
Sinds de kruistochten hadden handelaars uit de Republiek Venetië goede mondiale handelscontacten met het Nabije Oosten. In Europa verkochten ze Aziatische specerijen en andere luxeproducten. Dat veranderde na de overname van Constantinopel in 1453. Het Ottomaanse rijk (zie kaart op p. 33) beheerste vanaf dat moment de Middellandse Zee, waardoor de handelscontacten met het Oosten bemoeilijkt werden. Specerijen werden daardoor peperduur. Europese staten, in de eerste plaats Portugal en Spanje, zochten naar nieuwe maritieme handelsroutes. De onderlinge concurrentie was groot, zeker toen ook andere staten, zoals Engeland, Frankrijk en de Nederlanden, de oceanen begonnen te verkennen.
Wie waren de ontdekkingsreizigers?

↑
Afbeelding van Pape Jan op een kaart uit een Engelse atlas uit 1558. Tijdens de middeleeuwen, maar ook daarna nog, geloofden nogal wat Europeanen in de mythologische koning Pape Jan. Er werd in de middeleeuwen verteld dat die vorst ergens in het Oosten geregeerd zou hebben over een christelijk rijk. Tijdens de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd gingen Portugese ontdekkingsreizigers op zoek naar dat rijk, in de hoop handelsrelaties te kunnen aanknopen.
©VANIN
Schepen van ontdekkingsreizigers werden bevolkt door mensen uit alle standen van de gelaagde samenleving. Maar het waren enkel de kapiteins, zoals Columbus en Magellaan, die beroemd werden. Ieder had zijn eigen motief om deel te nemen aan de grote ontdekkingsreizen. Velen hoopten snel geld te kunnen verdienen en soms was op ontdekkingsreis gaan ook een manier om te vluchten voor schulden of een veroordeling in eigen land. In ieder geval: je moest je moed bijeenrapen, want de kans dat je nooit ergens zou aankomen, was best groot. Er vertrokken ook priesters die hoopten mensen te kunnen bekeren tot het christendom en wetenschappers die iets wilden onderzoeken. Iedereen hoopte er iets uit te halen: ofwel rijkdom, ofwel prestige.
Nieuwe uitvindingen maakten oceaanreizen mogelijk
Middeleeuwse ontdekkingsreizigers hadden niet de geschikte technologie om lange afstanden over een oceaan af te leggen. Vooral oriëntatie op zee was een probleem. De Vikingen, de middeleeuwse specialisten in verre zeereizen, waren er in ca. 1000 in geslaagd om naar Noord-Amerika te varen. Andere Europeanen bleven doorgaans langs de kusten varen. Innovaties in de scheepsbouw en de navigatie en een betere kennis van winden en stromingen zorgden dat verre reizen over de Atlantische Oceaan echt haalbaar werden. Er kwam dan ook een transportrevolutie.

← De gezanten, een schilderij van de Duitser Hans Holbein de Jonge uit 1533, vandaag te bewonderen in Londen. Twee diplomaten staan naast een reeks innovaties die rond het scharniermoment van ca. 1500 bekend werden. Bijvoorbeeld een reeks navigatie-instrumenten, zoals een hemelglobe met sterrenhemel, een kompas en een draagbare zonnewijzer. Ook staat het schilderij vol symboliek. Zo is er bijvoorbeeld een rare vorm te zien op de voorgrond. Als je je blad zo schuin mogelijk houdt, kom je te weten welke vorm het is.
©VANIN
Zheng He, de Chinese ontdekkingsreiziger
Ontdekkingsreizen waren niet uitsluitend een Europees fenomeen. Tussen 1403 en 1433 reisde de Chinese admiraal Zheng He met meer dan 30 000 manschappen aan boord naar Indonesië, India, de Perzische Golf en Oost-Afrika. De reizen van Zheng He waren uniek, niet alleen in omvang, maar ook omdat het Chinese rijk die ontdekkingen van Zheng He niet gebruikte om gebieden in te lijven. China stichtte geen overzeese territoria en was dus in tegenstelling tot bijvoorbeeld Spanje minder uit op imperialisme.
Een nieuwe kijk op de wereld
Toen Columbus op de Caraïben aankwam, dacht hij onterecht dat hij in Indië was en noemde hij de inwoners foutief indianen. Toen de Europeanen doorhadden dat er een geheel nieuw continent bestond in het Westen, merkten ze ook dat Amerika niet voorkomt in de Bijbel. In Europa werden door dat soort ontdekkingen tijdens de vroegmoderne tijd steeds meer kritische vragen gesteld bij aloude waarheden. Het deed hen beseffen dat ze eigenlijk niet alles wisten en dat de Bijbel niet alle antwoorden had. De ontdekking van een nieuw continent had dus een grote invloed op het Europese mens- en wereldbeeld. De kaart van Ribeiro, waarop delen van Amerika nog niet opgetekend staan, toont dat goed aan. Als de Europeanen de Nieuwe Wereld, zoals Amerika toen werd genoemd, wilden veroveren, dan was nieuwe en betrouwbare kennis nodig. Ontdekkingsreizigers ontdekten niet alleen nieuwe gebieden, ook het klimaat, de talen en culturen, de fauna en flora … werden bestudeerd. Hoe meer kennis ze hadden, hoe makkelijker de verdere ontdekkingen en veroveringen zouden gaan.
Eurocentrisme
Een decennium na Columbus zette de Florentijn Amerigo Vespucci voet aan land op de Braziliaanse kust. Hij sprak uitdrukkelijk over de ‘ontdekking’ van een ‘Nieuwe’ Wereld. Die zou later ‘Amerika’ genoemd worden, afgeleid van zijn eigen voornaam. De expedities van Columbus en anderen rond het jaar 1500 kregen later de naam ‘ontdekkingsreizen’. De avonturiers zelf werden ‘ontdekkingsreizigers’ genoemd.

Met ‘eurocentrisme’ bedoelt men het centraal stellen van de Europese cultuur waarbij die vaak als superieur wordt gezien. Begrippen zoals ‘Nieuwe Wereld’ of ‘ontdekkingsreizen’ zijn eurocentrisch: in werkelijkheid gebeurde de ‘ontdekking’ van het continent al vele millennia daarvoor door groepen jager-verzamelaars die via het huidige Rusland langs de Beringstraat Noord-Amerika betraden. In de tijd van Columbus leefden op het continent miljoenen mensen in eeuwenoude samenlevingen en culturen. De begrippen ‘Nieuwe Wereld’, ‘Amerika’ en ‘ontdekkingsreiziger’ zijn dus ontstaan vanuit een louter Europees perspectief. ↑
Gedrukte kaart van de hand van Gunther Zainer uit 1477. Hij baseerde zich daarbij op beschrijvingen van Isidorus, de aartsbisschop van Sevilla, die leefde tussen 560 en 636. De kaart met bijbehorende uitleg beschrijft de wereld: drie continenten, die ook in de Bijbel voorkomen, met daarrond een grote oceaan.
Uitbreiding 1:

Een kaart uit 1529, gemaakt door Diogo Ribeiro, een Portugese kaartenmaker in dienst van Spanje. Amerika is duidelijk herkenbaar, al blijven sommige delen blanco. Die delen moesten immers nog verkend worden.
Waarom staat Europa vaak centraal op de wereldkaart?
Bij deze historische vraag onderzoek je hoe de wereld wordt gepresenteerd op verschillende kaarten.
1
Bekijk het filmpje over de presentatie van bronnen.
↑ Bekijk het filmpje.
Vul de tabel aan met behulp van de kaarten uit bron 1 tot en met 4.
a Welk land/continent ligt in het centrum van de kaart?
©VANIN
bron 1
bron 2
bron 3
bron 4
b Kruis in de tabel hierboven aan welke kaart volgens jou vandaag de meest gebruikte is.

↑
Het Griekse wereldbeeld naar een kaart van de Griek Hekataios (ca. 500 v.C.).

Hedendaagse presentatie van de wereld.
McArthur’s Universal Corrective Map of the World. Op deze wereldkaart uit 1979 staat Australië bovenaan. Dat is niet gebruikelijk, maar wel mogelijk. Dit is dus geen onjuiste voorstelling van de zaken, maar een alternatieve weergave. ↑
Hedendaagse presentatie van de wereld.
Bron 1:
Bron 3:
Bron 2:
Bron 4:
3
Beantwoord de historische vraag. Lees de lestekst hieronder, bestudeer de kaart bij bron 5 en bekijk het filmpje (voetstap 1). Op welke manier speelt het perspectief van de kaartenmaker een rol bij hoe de wereld wordt voorgesteld?
© Alamy / Imageselect / JSM Historical
Bron 5:

← Wereldkaart door Willem Blaeu, 1640, Amsterdam.
Europa in het centrum?
In bron 5 staat Europa centraal op de kaart. Tijdens de vroegmoderne tijd werd vanuit Europa de hele wereld verkend en in kaart gebracht. Ontdekkingsreizigers speelden hun bevindingen door aan Europese kaartenmakers die ermee aan de slag gingen. Europese of westerse kaartenmakers vertrokken daarbij vanuit hun eigen Europese perspectief en gaven Europa de meest centrale en dus belangrijkste plaats op de kaart. Omdat de Europeanen later grote delen van de wereld koloniseerden, werd hun presentatie van de wereld dan ook de meest gebruikte. Daarbij lag Europa steevast in het centrum en de rest van de wereld in de periferie. Die kijk vanuit Europees perspectief, eurocentrisme genaamd, is lange tijd zo gebleven. Er bestaan uiteraard verschillende alternatieve wereldkaarten waarbij andere werelddelen centraal staan. Mensen in andere delen van de wereld willen namelijk hun land of werelddeel centraal stellen.
Historische
vraag 2:
Welke impact had het kapitalisme op de ontdekkingsreizen van de vroegmoderne tijd?
In deze vraag bestudeer je aan de hand van een filmpje welk economisch systeem een rol speelde tijdens de ontdekkingsreizen.
©VANIN
1
Bekijk het filmpje en lees eventueel de lestekst op p. 44. Beantwoord daarna de vragen.

← Handelspost van de Verenigde OostIndische Compagnie in Hooghly, Bengalen, India. Tekening door Hendrik van Schuylenburgh (1665). De Verenigde Oost-Indische Compagnie was een Nederlands bedrijf dat in de 17e en 18e eeuw reusachtige winsten maakte door handel te drijven tussen Europa en Azië. De burgerij uit verschillende Nederlandse steden kon investeren in het bedrijf door aandelen te kopen in de VOC. Herken je de symbolen van de kolonisator op de afbeelding?
a Leg aan de hand van het filmpje in je eigen woorden uit wat kapitalisme inhoudt.
Bekijk het instructiefilmpje.
b Leg in je eigen woorden uit hoe een bedrijf uit de Nederlanden, zoals de Oost-Indische Compagnie, kapitalisme toepaste.
c Vul de krantenartikels op p. 43 aan met de juiste economische vetgedrukte begrippen uit de lestekst. Begrippen die je al hebt ingevuld, mag je niet meer gebruiken. Omdat de begrippen in de artikels zelf ook gebruikt werden, zijn die in het groen bedekt.
© Alamy / Imageselect / ICP, incamerastock ↑
Een is niet gezond, zelfs dat van Smartschool niet
Is het Vlaamse onderwijs te afhankelijk van Smartschool, het dominante leerplatform in het secundair onderwijs? ‘Het is belangrijk dat er ruimte komt voor andere spelers.’
Meer dan 90 procent van de secundaire scholen in Vlaanderen gebruikt Smartschool, het digitale leerplatform van de Limburgse kmo Smartbit.
Uit: Grymonprez, S. & Maenhout, K. (26 augustus 2020). ‘Een is niet gezond, zelfs dat van Smartschool niet De Standaard. www.destandaard.be
8 manieren om te in vastgoed
1. Appartement
Wie zijn eerste stappen zet als vastgoedinvesteerder, maakt het zichzelf maar beter niet te moeilijk. Een nieuwbouwappartement op een goede locatie vormt alvast een veilige start, menen vastgoedexperts.
2. Tweede verblijf aan zee
Met vakantieverhuur aan zee kunnen rendementen van 4 à 5 procent worden gehaald. Toch wordt slechts 10 procent van de appartementen aan zee aangeschaft uit pure investeringsoverwegingen.
Uit: Verschueren, S. (1 januari 2020). ‘8 manieren om te in vastgoed’. De Tijd. www.detijd.be
Elon Musk verkoopt opnieuw Tesla
Tesla-topman Elon Musk heeft opnieuw voor 930 miljoen dollar aan aandelen in de maker van elektrische auto's verkocht, blijkt uit officiële documenten. Omgerekend gaat het om zo'n 817 miljoen euro. Daarvoor verkocht Musk meer dan 934.000 aandelen. Vorige week had Musk al voor 6,9 miljard dollar aan aandelen verkocht.
Uit: (16 november 2021). ‘Elon Musk verkoopt opnieuw Tesla’. Trends Knack. www.trends.knack.be
'China
is het meest land ter wereld'
In zijn boek How successful can you be in China? houdt Beaulieu-topman Geert Roelens een pleidooi om China als een gigantische kans te zien. ‘China is de place to be. Er is plaats om te ondernemen en er is geld.’
Uit: Cambien, K. (18 november 2023). ‘China is het meest land ter wereld.’ Trends Knack. www.trends.knack.be
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 55.
Kapitalisme
In Europa ontstond aan het einde van de middeleeuwen een nieuw economisch systeem. Dat systeem was gebaseerd op het investeren van geld met de verwachting winst te maken en wordt kapitalisme genoemd. Ontdekkingsreizigers en de handelaars die later in hun spoor volgden, konden hun reizen doorgaans niet zelf betalen. Ze gingen dus op zoek naar investeerders. Dat konden koningen en koninginnen zijn, maar later kon iedereen geld investeren in ontdekkings-, veroverings- of kolonisatieprojecten. De ontdekkingen van Columbus werden gefinancierd door de Spaanse koningin Isabella. Op die manier werd de weg vrijgemaakt voor de Spaanse overheersing van een nieuw continent. Zelfs voor een koning was het investeren in een overzeese reis een groot financieel risico. In de Nederlanden vonden ze daar een oplossing voor. Er werden twee bedrijven opgericht die het monopolie kregen voor de handel met het Verre Oosten en de ‘Nieuwe Wereld’: de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC). Doordat die bedrijven werkten met aandelen, werd het risico om te investeren in overzeese handel verspreid over meerdere investeerders. Rijke burgers kregen daarbij de mogelijkheid om te investeren in die handel.
Historische vraag 3:
Welke mythe over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking werd in de 16e eeuw gecreëerd via Europese bronnen?
In deze historische vraag onderzoek je een mythe die via Europese bronnen werd gecreëerd.
1
Bestudeer bron 1 tot en met 3 op p. 46-47. Bij bron 1 hoort een ontdekplaat die je het best zelfstandig of per twee helemaal doorneemt. Die ontdekplaat neemt je mee in de symboliek die op de prent te zien is.
2
Noteer welke gelijkaardige beeldvorming over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking in de drie bronnen terugkomt.
3
Bestudeer het kader historisch denken over representativiteit en/of bekijk het filmpje.
Beargumenteer of er in de 16e-eeuwse Europese bronnen sprake is van representativiteit over de beeldvorming uit voetstap 2 of niet.
Historisch denken: representativiteit
Representativiteit gaat over de mate waarin het beeld en de opvattingen in een bron niet enkel van één individu zijn maar van een hele groep mensen of zelfs de hele samenleving. Hoe vaker een beeld of opvatting verschijnt binnen bronnen, hoe representatiever dat beeld, die ervaring of opvatting wordt. Je kunt ook stellen dat het dan ‘typisch’ voor die samenleving is.
4
Je hebt in Sapiens 2 en 3 al geleerd hoe een mythe kan ontstaan. Kijk eventueel eerst naar het instructiefilmpje rond mythevorming en leg dan uit hoe die beeldvorming uit voetstap 2 kon veranderen in een mythe.
↑
Bekijk het instructiefilmpje.
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
5
Lees nu ook bron 4 op p. 47. Beargumenteer of de beeldvorming over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking die door Europeanen in de 16e eeuw werd gecreëerd betrouwbaar is of niet.
6
Bestudeer bron 5 op p. 47. Op welke manier leeft de beeldvorming die gecreëerd werd in de 16e eeuw vandaag verder?
7
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 55.

↑ Bekijk de ontdekplaat.
← Bruggeling Jan Van der Straet oftewel Stradanus (15231605) creëerde in Firenze tussen 1575 en 1580 een reeks van twintig prenten, genaamd: Nova Reperta, of Nieuwe ontdekkingen De prenten tonen de nieuwe uitvindingen en ontdekkingen van de vroegmoderne tijd. Op deze prent komt Amerigo Vespucci aan op het Amerikaanse vasteland.
↑
vrijdag 23 november
Achter de kaap die hij voor de boeg had, rees een hoger gelegen landmassa op, ook naar het Oosten, welke door de indianen die bij hen waren Bohio werd genoemd. Ze zeiden dat dit eiland zeer uitgestrekt was en dat daar mensen woonden die in hun voorhoofd een enkel oog hadden, en verder woonden daar ook kannibalen voor wie ze een grote angst hadden. Ze waren stom van ontzetting toen ze merkten dat de Admiraal [Columbus] in die richting voer, want ze zouden opgegeten worden. Dat kannibalenvolk zou ook heel goed bewapend zijn. De Admiraal merkt hier op dat hij graag aanneemt dat er iets van waar is. Dat ze wapens bezaten zou erop wijzen dat het om mensen met vernuft [= intelligentie] ging. Hij vermoedde dat ze een aantal indianen gevangen hadden genomen en dat, toen die niet terugkeerden naar hun eigen land, de uitleg was dat ze opgegeten waren. Op die manier werd er, door sommige indianen die hen voor het eerst zagen, ook gedacht over de christenen en de Admiraal.
Uit: Columbus, C. (1991). De ontdekking van Amerika: Scheepsjournaal 1492-1493. Boom Uitgevers.
Het originele dagboek van Columbus is verloren gegaan. Er circuleren wel kopieën. De beroemdste is de kopie die Bartolomé de las Casas (1484 - 1566) maakte. Hij schreef vanaf 1527 de geschiedenis van de oorspronkelijke bevolking. Om zijn verhaal vorm te geven gebruikte hij het dagboek van Columbus. Veel geschiedkundigen denken dat de las Casas letterlijk citeerde uit het dagboek waardoor het als redelijk betrouwbaar wordt geacht. In dit fragment duikt voor het eerst het begrip ‘canibales’ op, wat zou kunnen duiden op menseneters. Het valt moeilijk te achterhalen waar het begrip vandaan komt. In ieder geval maakte Columbus nooit kennis met kannibalen, maar hij gaf wel het gerucht door, wat later een excuus zou zijn om de oorspronkelijke bevolking als slaafgemaakten te gebruiken.
en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw)
Bron 1:
© Imageselect / N/A / Album / Metropolitan Museum of Art, NY
Bron 2:
Bron 3:

← T. De Bry, Grands Voyages, deel III. Frankfurt (1592, p. 179).
Mannen, vrouwen en kinderen van de Braziliaanse Tupinamba-stam eten de gebraden ledematen en romp van een gevangene. De tekenaar van deze afbeelding was een Antwerpse graveur en uitgever. De gravures die hij creëerde, bepaalden mee het beeld dat Europeanen in de 16e eeuw van Amerika en zijn inwoners hadden.
Toen Columbus aankwam in de Bahama’s hechtte hij weinig geloof aan de verhalen over kannibalisme of aan mensen met maar één oog in hun voorhoofd. Naderhand drong het echter tot hem door dat verhalen over mensenetende barbaren het goed zouden doen in Europa. De verhalen sloten goed aan bij de verbeelding van de vroegmoderne bevolking van Europa. Kannibalisme onder de inheemse bevolking was daarbij een goed excuus voor de kolonisatie van Amerika en werd later gebruikt als rechtvaardiging voor de uitbuiting van de inheemse bevolking.
Naar: Hermann, R.B. (ed.) (2019). To Feast on Us as Their Prey: Cannibalism and the Early Modern Atlantic. University of Arkansas Press.
↑
Deze historica werkt aan de universiteit van Cardiff in het Verenigd Koninkrijk. Ze onderzocht in dit werk waarom plaatselijke bewoners als kannibalen werden afgeschilderd.
Kannibalen?
Bron 5:

↑
The Green Inferno is een Amerikaanse film uit 2013 waarin westerlingen door oorspronkelijke Amerikanen worden gevangengenomen en opgegeten. Kannibalenfilms, een subgenre binnen de horrorfilmwereld, waren vooral populair in de jaren 70 en 80.
In 1492 kwam Christoffel Columbus aan op de Caraïben. Enkele decennia later werd het continent Amerika genoemd naar een volgende ‘ontdekkingsreiziger’: Amerigo Vespucci. Ook andere ‘ontdekkingsreizigers’, veroveraars, handelaars … zouden nog volgen. Via brieven en reisverslagen aan het thuisfront en aan opdrachtgevers deden ze uit de doeken wat ze allemaal ontdekten. Zo werd er een beeld gevormd over de nieuw ontdekte wereld en zijn oorspronkelijke inwoners. Dat beeld was niet altijd correct en het wij-zij-denken werd grondig toegepast: ‘wij’, de beschaafde en christelijke Europeanen tegenover ‘zij’, de wilde heidenen. Algauw konden Europeanen reisverslagen lezen waarin sprake was van kannibalisme. Ook prenten van kannibalen verschenen. De beeldvorming rond dat kannibalisme werd zo vaak herhaald dat het een mythe werd. Europeanen gebruikten de beeldvorming maar al te graag als excuus om Amerika te veroveren en de inwoners bijvoorbeeld tot slavernij te dwingen. Ook in de hedendaagse tijd zijn kannibalenfilms waarin Amerikaanse stammen mensen opeten populair.
Bron 4:
Uitbreiding
2:
Wie speelde welke rol in de ondergang van het Aztekenrijk in de 16e eeuw?
Onderzoek de ondergang van het Aztekenrijk met behulp van een krantenartikel op iDiddit.
©VANIN
Historische vraag 4: Welk gevolg van de interculturele contacten tussen Europese kolonisten en de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking had de grootste impact?
In deze historische vraag onderzoek je aan de hand van heel wat bronnen welke interculturele contacten er waren tussen de Europese kolonisten en de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking.
1
Bestudeer bron 1 tot en met 10 op p. 49-52. Welke uitspraken in de tabel horen bij welke bron? Vul de nummers van de juiste bronnen in.
Bron
Titel of bijschrift
Het transport van slaafgemaakten vanuit Afrika steeg geleidelijk aan tijdens de vroegmoderne tijd en bereikte een hoogtepunt eind 18e - begin 19e eeuw.
In een kapitalistisch systeem wordt ernaar gestreefd om zoveel mogelijk winst te maken. Ondernemingen met slaafgemaakten lieten hen harder werken om meer winst te maken.
Het christendom is de meest voorkomende godsdienst in Amerika.
Zonder de ontdekking van Amerika had je nooit frietjes kunnen eten.
Een Spaanse priester stelde voor om Afrikaanse slaafgemaakten te importeren om de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking te vervangen.
De oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika verdween om plaats te maken voor eerst Europeanen en later Afrikanen, Midden- en Zuid-Amerikanen en Aziaten.
In alle landen van Amerika wordt vandaag overwegend een Europese taal gesproken.
Er wordt geschat dat het gebied dat vandaag Mexico is rond 1605 ongeveer 1 miljoen inwoners telde. 85 jaar eerder woonden er nog zo'n 25 miljoen mensen. De oorspronkelijke bevolking stierf vooral door ziektes die de Europeanen hadden meegebracht.
Hoe meer producten er vanuit Amerika naar Europa werden vervoerd, hoe goedkoper die producten in Europa werden.
Spaanse kolonisten kregen kinderen met de oorspronkelijke bewoners van Midden-Amerika.
2
Nu je elke bron aan een uitspraak hebt gelinkt, denk je verder na over de gevolgen van de Europese ontdekkingsreizen. Welke gevolgen link je aan de bronnen? Je kunt één of meerdere bronnen invullen per gevolg.
©VANIN
Bronnen Gevolgen
Er bestond een uitwisseling van organismen tussen de Oude en de Nieuwe Wereld.
De dominante Europese cultuur drong zich op in Amerika.
De huidige bevolking in Amerika bestaat naast de bijna verdwenen oorspronkelijke bevolking uit mensen met een Europese, Afrikaanse en Aziatische achtergrond, of een mengvorm tussen voorgaande.
Kapitalisme en slavernij gingen hand in hand.
In de loop van de 16e eeuw probeerden de Spanjaarden herhaaldelijk om de indianen te dwingen voor hen te werken, maar dat lukte niet. De indianen stierven aan de pokken, mazelen en andere ziekten die door de Europeanen waren meegebracht.
De epidemieën troffen een continent dat nooit eerder in aanraking was geweest met bacteriën en virussen van de Oude Wereld. Europeanen, Afrikanen en Aziaten waren eeuwenlang aan de ziekten gewend; ze hadden die als kind gekregen en waren immuun geworden. Nooit op enig ander moment in de wereldgeschiedenis is zo’n groot deel van de bevolking van een heel continent in zo’n korte tijd weggevaagd.
De demografische ramp in het 16e-eeuwse Amerika was ongekend. Hoeveel indianen er stierven is echter onbekend, hoewel de grote lijn gemakkelijk te vinden is in de bronnen.
Uit: Harrison, D. (2019). De geschiedenis van de slavernij: van Mesopotamië tot moderne mensenhandel. Omniboek.
Harrison gebruikt het woord ‘indianen’, terwijl je vandaag spreekt over de oorspronkelijke bevolking van Amerika. Deze cijfers gaan over het Aztekenvolk in wat vandaag Mexico is.
Bron
Bron 2:
Aan het Spaanse hof kreeg de las Casas grote invloed, en hij was één van de belangrijkste voorstanders van de wetten die de indiaanse slavernij verboden. Maar hoe zou men de indiaanse slaven kunnen vervangen? Arbeidskracht was nodig. In 1516 suggereerde de las Casas, als het minst kwade van vele kwade alternatieven, dat de kolonisten van de Nieuwe Wereld zouden overgaan op het importeren van slaven in plaats van ze in Amerika te vangen. De las Casas kon onmogelijk vermoeden waartoe zijn aanbevelingen zouden leiden. Tegen het einde van zijn leven, toen het zwarte inferno van de Nieuwe Wereld een feit was geworden, kreeg hij spijt. Maar toen was het te laat. In een postuum gepubliceerd boek erkent de las Casas zijn fout: dat zijn advies ertoe heeft geleid dat de Afrikanen nu dezelfde tragedie moesten ondergaan waarvan hij de indianen probeerde te redden.
Uit: Harrison, D. (2019). De geschiedenis van de slavernij: van Mesopotamië tot moderne mensenhandel. Omniboek.
Bron 3:
Uit: Trans-Atlantische slavenhandel. www.wikipedia.org
Bron 4:
Groep organismen
Oude naar Nieuwe WereldNieuwe naar Oude Wereld
Gedomesticeerde dieren paard ezel rund kip varken cavia kalkoen lama
Gewassen
Bron 5:
Britse pond (£) in centen
haver koffie perzik rijst rogge sla aardappel tomaat aardbei ananas avocado maïs
in pond (gewicht)
Uit: Menard, R.R. (1980). The Tobacco Industry in the Chesapeake Colonies, 1617-1730: An Interpretation. Routledge.
Bron 6:
Periode Aantal observaties
Uit: Menard, R.R. (1980). The Tobacco Industry in the
Colonies, 1617-1730: An Interpretation. Routledge.
Prijs Export
Bron 7:
Aan het einde van de 18e eeuw telde Spaans-Amerika naar schatting 13 miljoen inwoners. 45 % daarvan was van Spaanse of Afrikaanse afkomst (dus van buitenlandse afkomst). 20 % daarvan was mestizo, een mengvorm tussen Spanjaarden en de inheemse Amerikaanse bevolking. 35 % daarvan behoorde tot de oorspronkelijke inheemse Amerikaanse bevolking.
Naar: Vermeir, R. (2008). Een inleiding tot de geschiedenis van de vroegmoderne tijd: De Europese overzeese expansie. Uitgeverij VAN IN.
©VANIN
Bron 8: miljoen
Bron 9:
Bron 10:

rooms-katholiek protestants natuurgodsdienst
Ontdekkingsreizen en mondialisering (wereld, 15e - 18e eeuw)
Oorspronkelijke inwoners Europeanen
Afrikanen
Zuid- en Midden-Amerikanen
Aziaten (en anderen)
3
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 55.
©VANIN
Europees kolonialisme
Europa werd in de vroegmoderne tijd een politiek en economisch centrum. Europeanen maakten gebruik van de vele economische mogelijkheden die de nieuwe handelsroutes naar Azië boden. Voor het eerst werd ook het Amerikaanse continent opgenomen in de wereldhandel. In het Europese kolonialisme werden nieuwe gebieden veroverd om vervolgens uitgebuit te worden. Dat kolonialisme had het Europese continent, met eerst Spanje en Portugal, maar later ook andere landen, politiek en economisch machtig gemaakt. Kolonialisme en het nieuwe economische systeem, kapitalisme, gingen hand in hand. De bedoeling was om via de kolonies winst te maken.
Intercontinentale handel en commercialisering in exotische producten zijn daar een voorbeeld van. Zelfs mensen werden als producten verhandeld. In Centraal- en West-Afrika werden tot slaaf gemaakte mensen aangekocht of buitgemaakt. Schepen vol Afrikaanse slaafgemaakten voeren naar Amerika. Daar werden de slaafgemaakten verkocht aan plantage-eigenaars. Op die plantages werden suiker, tabak en katoen geproduceerd. Die producten waren in Europa zeldzaam of erg duur en werden met veel winst verkocht in Europa. Zo ontstond de driehoekshandel tussen Afrika, Amerika en Europa. Die vind je ook terug op de kaart op p. 33.
Historische vraag 5:
Waarom kregen veel ontdekkingsreizigers in de moderne en hedendaagse tijd een standbeeld?
Avonturiers die op reis trokken naar vreemde gebieden, zijn van alle tijden. Op de tijdlijn op p. 30-31 vind je een selectie van ontdekkingsreizigers die geëerd werden met een standbeeld.
1
Gebruik de tijdlijn op p. 30-31.
a Noteer drie ontdekkingsreizigers uit drie verschillende periodes in de tabel op de volgende pagina.
b Geef bij elke ontdekkingsreiziger het jaartal van de ontdekking en het jaartal van de oprichting van het standbeeld.
c Noteer bij elk jaartal de juiste periode.
Naam van ontdekkingsreiziger
Jaartal van ontdekking Periode
Jaartal van oprichting standbeeld Periode
©VANIN
2
Lees de lestekst. Beargumenteer klassikaal of de standbeelden van ontdekkingsreizigers dezelfde functie hadden als het standbeeld van Godfried van Bouillon uit Sapiens 3.
3
Kijk nog eens naar de cover van Sapiens 4 en de titelpagina van dit hoofdstuk op p. 29. Verklaar waarom het standbeeld van Columbus besmeurd werd met rode verf.
4
Denk terug aan historische vraag 4 en bespreek klassikaal of volgens jou de ontdekkingsreizigers al dan niet terecht werden vereerd met een standbeeld. Leg ook uit hoe het komt dat een Belgische jongere uit ca. 1850 er wellicht anders over dacht dan jij.
5
↑
Bekijk het instructiefilmpje.
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 55. Doe dat met behulp van de lestekst.
Ontdekkingsreizigers en hun standbeelden
Verschillende landen waren tijdens de moderne en hedendaagse tijd op zoek naar zogenaamde helden uit het verleden om trots te cultiveren. Heldhaftige ontdekkingsreizigers en de standbeelden die ze kregen, gaven of geven de inwoners van landen een collectieve identiteit. Vandaag worden sommige van die standbeelden besmeurd, afgebroken of weggehaald. Op de titelpagina van dit hoofdstuk zie je dat dat ook gebeurde met een standbeeld van Columbus. Terwijl veel ontdekkingsreizigers vroeger als helden werden opgehemeld, wordt er vandaag vanuit een ander perspectief kritischer gekeken naar het verleden. Zo staat de ontdekking van Amerika door Columbus vandaag voor sommigen synoniem aan de start van een periode van onderdrukking, moord en uitbuiting.
Conclusie IV
Antwoorden op de historische vragen
Historische vraag 1: Waarom gingen Europeanen in de 15e eeuw op ontdekkingsreis?
Historische vraag 2: Welke impact had het kapitalisme op de ontdekkingsreizen van de vroegmoderne tijd?
Historische vraag 3: Welke mythe over de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking werd in de 16e eeuw gecreëerd via Europese bronnen?
Historische vraag 4: Welk gevolg van de interculturele contacten tussen Europese kolonisten en de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking had de grootste impact?
Historische vraag 5: Waarom kregen veel ontdekkingsreizigers in de moderne en hedendaagse tijd een standbeeld?
Synthese V
Samenvattend schema
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
©VANIN
Europese ontdekkingsreizen vanaf 15e eeuw voorwaarden oorzaken
—transportrevolutie: technologische innovatie
—manschappen
—kapitaal (nieuw economisch systeem: kapitalisme)
in eerste instantie: nieuwe handelsroute naar Azië zoeken in tweede instantie: —bekeren van heidenen —op zoek naar rijkdom —wetenschappelijk onderzoek
gevolgen
—nieuw mens- en wereldbeeld —expansie, imperialisme en kolonialisme van verre gebieden —commercialisering —interculturele contacten —mondialisering: bv. driehoekshandel (met onder andere slavernij op plantages)
—mythevorming: wij-zijdenken (bv. kannibalisme)
Historisch denken
Historische begrippen
Je leerde in de vorige jaren en in het vorige hoofdstuk al volgende historische begrippen: bekeren, christendom, gelaagde samenleving, handel, heiden, imperialisme , mensbeeld, mondialisering, republiek , slavernij, stand, technologie , wereldbeeld, wetenschappen en wij-zij-denken.
In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen:
economisch: aandeel bewijs dat iemand bijdraagt aan het kapitaal van een onderneming commercialiseringproces waarbij goederen en diensten in toenemende mate worden verkocht om steeds meer winst te maken driehoekshandelvroegmoderne handel tussen Europa, Afrika en Amerika economisch systeemsysteem dat bepaalt hoe goederen geproduceerd en verdeeld moeten worden innovatie vernieuwing, proces waarbij nieuwe ideeën of technieken ontwikkeld worden investeren geld beleggen in een onderneming kapitalisme economisch systeem gebaseerd op het investeren van geld met de verwachting winst te maken monopolie marktvorm waarbij er slechts één aanbieder is plantage groot landbouwgebied waar op grote schaal landbouwgewassen worden verbouwd transportrevolutieingrijpende veranderingen en innovaties op vlak van transporttechnologie
politiek:
eurocentrisme wereldbeeld dat Europa en de Europese cultuur centraal stelt kolonialisme politiek die erop gericht is om nieuwe gebieden te stichten, te overheersen, te veroveren of uit te buiten kolonie nederzetting of (overzees) gebied dat onder dwang door een ander land (moederland) bestuurd wordt overzeese territoriaver weg gelegen veroverde gebieden, doorgaans te bereiken via scheepvaart
Eigen begrippen:
©VANIN
Structuurbegrippen
Je gebruikte in dit hoofdstuk ook de volgende structuurbegrippen: oorzaak, gevolg, Europees, westers, centrum, periferie en perspectief.
Zelfevaluatie
Ik ken het samenvattend schema op p. 56.
Ik ken de inhoudelijke teksten op p. 37-39, 41, 44, 47, 53 en 54.
Ik ken het kader historisch denken op p. 45.
Ik ken de extra informatie van iDiddit:
SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER
Ik kan de driehoekshandel op een wereldkaart plaatsen en die met eigen woorden uitleggen, zoals op p. 32-33.
Ik kan een drietal ontdekkingsreizigers, hun ontdekking en de oprichting van hun standbeeld situeren in de tijd, zoals op p. 54.
HISTORISCHE BRONNEN EN WERKEN
Ik kan bij bronnen beargumenteren of de gehanteerde beeldvorming betrouwbaar is of niet, zoals op p. 45.
Ik kan beargumenteren of er tussen verschillende bronnen sprake is van representativiteit of niet, zoals op p. 45.
Ik kan de gevolgen van de ontdekkingsreizen afleiden uit bronnen en ze uitleggen, zoals op p. 48-49.
BEELDVORMING BEARGUMENTEREN
Ik kan uitleggen hoe de beeldvorming rond de oorspronkelijke inwoners van Amerika veranderde in een mythe, zoals op p. 44-47.
REFLECTEREN OVER HEDEN, VERLEDEN EN TOEKOMST
Ik kan uitleggen hoe de mythe van de kannibalistische oorspronkelijke Amerikanen vandaag voortleeft in populaire cultuur, zoals op p. 45.
Ik kan beargumenteren welk gevolg van de ontdekkingsreizen volgens mij de grootste impact had, zoals op p. 48-53.
Ik kan uitleggen waarom ontdekkingsreizigers vooral standbeelden kregen tijdens de moderne en hedendaagse tijd, zoals op p. 53-54.
Humanisme, renaissance en reformatie
(Europa, 15e en 16e eeuw)
Leonardo da Vinci, Mens van Vitruvius (ca. 1490, Milaan). Vitruvius, een architect uit de klassieke oudheid, beschreef in zijn werk De architectura een stelsel van menselijke lichaamsverhoudingen. Hij legde uit dat het lichaam precies in een omgeschreven cirkel of vierkant met de navel als middelpunt past. Daarmee wilde hij zeggen dat de mens de maat van alle dingen is. Leonardo da Vinci, een kunstenaar en wetenschapper uit de 15e - 16e eeuw, baseerde zich op de ideeën van Vitruvius en maakte deze tekening. Die staat symbool voor het vernieuwde wereldbeeld van de vroegmoderne tijd waarin de mens als het middelpunt van het heelal werd beschouwd. Dit beeld staat op de Italiaanse versie van de 1-euromunt.

Historische vragen
Waarom noemden kritische denkers van de 15e en 16e eeuw hun tijd een aetas nova of nieuwe tijd?
Waarom ontstonden er in Europa tijdens de vroegmoderne tijd nieuwe religieuze stromingen?
Welke invloed had het humanisme op de kunst en de wetenschap van de 15e en 16e eeuw?
Waarom is Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus een goed voorbeeld van humanisme?
Waarom noemde de monnik Filippo di Strata de boekdrukkunst een hoer?
Wat weet je al?
De afbeelding bij bron 1 kwam al aan bod in Sapiens 2. Daar bestudeerde je de beeldhouwkunst uit de klassieke oudheid.
a In welke samenleving werden standbeelden zoals dit gecreëerd?
b Geef een aantal typische kenmerken van dit standbeeld.

Kopergravure uit 1650 van de 15e-eeuwse Florentijnse filosoof Pico della Mirandola.
©VANIN
Bron 1:

← Romeinse marmeren kopie van het Griekse bronzen standbeeld van de ‘speerdrager’ uit 450 v.C.
Situeren in tijd II

16e-eeuwse kopergravure van een drukkersatelier door Theodoor Galle (Antwerpen).

16e-eeuws portret van Maarten Luther, gemaakt door de Duitser Lucas Cranach de oudere. Luther was de grondlegger van het protestantisme.
©VANIN

← De geboorte van Venus door de schilder Sandro Botticelli (Firenze, 15e eeuw). Botticelli was een kunstenaar uit de renaissance.
© Alamy / Imageselect
Op onderzoek
Historische vraag 1: Waarom noemden kritische denkers van de 15e en 16e eeuw hun tijd een aetas nova of nieuwe tijd?
In deze historische vraag onderzoek je op basis van de tijdlijn op p. 60-61 en de bronnen de naamgeving van de vroegmoderne tijd.
1
Bestudeer de tijdlijn op p. 60-61. Kruis de juiste stelling aan.
☐ De aetas nova wordt volledig in de middeleeuwen gesitueerd.
☐ De aetas nova vormde de overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd.
☐ De aetas nova wordt volledig in de vroegmoderne tijd gesitueerd.
2
Vergelijk op p. 63 de kijk op de mens uit bron 1 (begin 15e eeuw) met die uit bron 2 (einde 15e eeuw). Kruis in de tabel aan of de stelling uit bron 1 of uit bron 2 afgeleid kan worden.
Stelling
Het woord van God is de enige gids in het leven.
God staat centraal in het leven van de mens en de mens is aan God onderworpen.
De mens staat centraal in de wereld.
De gelovige leeft en handelt volgens eigen inzichten en keuzes.
De mens is onderworpen aan het oordeel van God en heeft geen eigen inzichten.
Eenmaal door God geschapen, kreeg de mens een vrije wil en kon hij daarnaar handelen.
Bron 1Bron 2
Bron 1:
Wie luistert naar het Eeuwige Woord [de Bijbel], wordt bevrijd van alle meningen. Zonder dat Woord heeft niemand inzicht of een juist oordeel.
Uit: Kempis, T. (begin 15e eeuw). Navolging van Christus
©VANIN
Mensbeeld in de middeleeuwen.
Bron 2:
God maakte de mens (…) en plaatste hem in het centrum van de wereld. Hij sprak hem vervolgens toe: ‘Adam, wij hebben je geen vaste verblijfplaats of geen bepaald gedrag of bezigheid opgelegd. Afhankelijk van je verlangens of oordeel, kun je die dingen zelf bepalen. Je handelt in overeenstemming met je eigen vrije wil die we jou hebben geschonken. Vanuit je eigen vrijheid en eergevoel ben je in staat jezelf de vorm te geven die je zelf wenst.’
Uit: Pico della Mirandola, G. (einde 15e eeuw). Oratie over de menselijke waardigheid.
Mensbeeld in de aetas nova.
3
Lees de lestekst op p. 64. Maak opdracht a tot en met c.
a Kennis wordt vaak opgebouwd door een wisselwerking tussen culturen. Toon dat aan door het schema in te vullen.
rol Europeanen:
rol Arabieren: rol Byzantijnen:
nieuwe tijdsgeest aetas nova
4
b Vul het schema van het humanisme aan.
mensbeeld:
maakbare mens waarbij
centraal staat
Welke eeuw?
©VANIN
humanitas = inspiratie uit
Welke naam gaven de humanisten aan die periode? humanisme
c Herlees bron 2 op p. 63. Beargumenteer waarom Pico della Mirandola een humanist was.
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 81.
Aetas nova: de overgang naar de vroegmoderne tijd
In de 15e eeuw vonden kritische denkers dat er een nieuwe tijd of aetas nova was begonnen. Ze zagen dat als een breuk met de middeleeuwen, die ze beschouwden als een tussentijd tussen de oudheid en hun eigen tijd. Die denkers geloofden dat er een grote verandering plaatsvond, met vernieuwingen zoals de boekdrukkunst, de renaissance, de reformatie en het humanisme. De aetas nova kun je dan zien als de overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd.
Het humanisme dat de mens centraal stelt, was een nieuw mensbeeld. Al in de 14e eeuw bestudeerden Italiaanse denkers oude teksten uit de klassieke oudheid. Griekse en Romeinse filosofen en wetenschappers probeerden de wereld om zich heen te verklaren, al dan niet op een wetenschappelijke manier. Die klassieke teksten kwamen naar West-Europa via de Arabieren en via gevluchte Byzantijnse geleerden na de val van Constantinopel in 1453. De klassieke oudheid kreeg zo opnieuw veel aandacht. Aan het humanisme was ook een artistieke stroming gekoppeld waarbij kunstenaars teruggrepen naar de kunst- en cultuuruitingen uit de klassieke oudheid. Daarom sprak men van de renaissance, in het Italiaans ‘rinascita’, wat letterlijk ‘wedergeboorte’ betekent.
In de middeleeuwen werd de mens vooral gezien als lid van een groep, zoals een stand of geloofsgemeenschap. In de aetas nova veranderde dat: geleerden zagen de mens als een individu dat zelf kan denken en zijn leven vorm kan geven. Omdat ze geloofden in de kracht van de mens, noemden ze zich humanisten, van het Latijnse ‘humanitas’, dat ‘menselijkheid’ betekent. Ook dankzij de ontdekkingsreizen werd het mens- en wereldbeeld aangepast en verruimd.
Historische vraag 2: Waarom ontstonden er in Europa tijdens de vroegmoderne tijd nieuwe religieuze stromingen?
In deze historische vraag bestudeer je welke religies en religieuze stromingen aanwezig waren in het Europa van de vroegmoderne tijd. Je onderzoekt of er veranderingen plaatsvonden ten opzichte van de middeleeuwen.
1 Bestudeer de kaarten. Gebruik eventueel je Histokit.
Kaart 1: Dominante religies en religieuze stromingen tijdens de hoge middeleeuwen
Kaart 2: Dominante religies en religieuze stromingen tijdens de vroegmoderne tijd
2 Vergelijk de kaarten met elkaar. Ga na of er sprake was van continuïteit of verandering. Beargumenteer je keuze.
Volgens de kaarten was er sprake van continuïteit / verandering binnen het christendom, want
3
Gebruik kaart 1 op p. 65. Noteer de juiste religie of religieuze stroming uit de 16e eeuw bij elke omschrijving in de tabel. Je hebt die godsdiensten vorig jaar in het hoofdstuk over de kruistochten geleerd.
Omschrijving
Deze religieuze stroming van het christendom verloor in de 16e eeuw vooral aanhang in Engeland, Scandinavië, Noord-Duitsland en Oost-Europa ten voordele van het protestantisme. In Spanje heeft ze gebied veroverd ten nadele van de islam.
Deze religieuze stroming van het christendom verloor aanhang in de Balkan en Zuidoost-Europa ten voordele van de islam, maar heeft zich verder verspreid in Noordoost-Europa.
Deze religie is in het westen uit Spanje verdwenen, maar heeft zich in het oosten verspreid naar de Balkan en Zuidoost-Europa.
Welke religie of religieuze stroming?
4
Welke oudste monotheïstische religie was zeker ook aanwezig in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd, maar vind je niet op de kaart terug? Waarom staat ze niet aangegeven?
5
Het rooms-katholieke christendom kent zeven sacramenten die het leven van een christen bepalen. Kijk aandachtig naar het filmpje en maak opdracht a en b.
a Noteer de zeven sacramenten.
b Omcirkel twee sacramenten die niet voor iedereen waren weggelegd.
Bron 1:

← 16e-eeuws portret van Maarten Luther, geschilderd door de Duitser Lucas Cranach de oudere. Luther was een Duitse monnik en godsgeleerde die zich afzette tegen bepaalde katholieke tradities en gewoonten. De breuk binnen het christendom die volgde, was niet zijn bedoeling. Hij wilde dat de Katholieke Kerk van binnenuit zou hervormen.
↑ Bekijk het filmpje.
6
Het protestantisme was een groepering van verschillende stromingen die protest leverden tegen het rooms-katholicisme. Op welke vier gewoonten en/of tradities leverden protestanten volgens het filmpje kritiek?
©VANIN
7 Welke kenmerken van het protestantisme kun je uit het filmpje halen?
a Wat was de bron van het geloof?
b Welke rol kreeg het individu in het protestantisme?
c Hoe moest de kerk ingericht worden?
d Markeer bij opdracht a, b en c de kenmerken die geïnspireerd werden door het humanisme.
8
Plaats de begrippen uit de lestekst bij de juiste omschrijving. Kies uit: calvinisme – reformatie – lutheranisme – protestantisme – Anglicaanse Kerk.
christelijke hervorming in de aetas nova verzamelnaam voor verschillende christelijke religieuze bewegingen die een hervorming binnen de Rooms-Katholieke Kerk verlangden, maar uiteindelijk braken met Rome protestantse christelijke religieuze stroming die ervan uitgaat dat iedere individuele gelovige christen de Bijbel kan interpreteren en zijn eigen relatie met God kan opbouwen protestantse religieuze stroming die op basis van de Bijbel de hele samenleving volgens strakke en strenge voorschriften organiseert
protestantse kerk onder leiding van de Engelse koning waarin protestantse met rooms-katholieke kenmerken worden vermengd
9
Bestudeer bron 2 en het bijschrift. Maak de opdrachten.
a Trek een lijn van boven naar onder in het midden van de prent, zodat beide groepen duidelijk van elkaar worden onderscheiden.
b Trek op de prent twee cirkels: eentje rond wat op de linkerkant van de weegschaal ligt en eentje rond wat op de rechterkant ligt.
Bron 2:

©VANIN
De Bijbel op de weegschaal, anonieme spotprent uit ca. 1560. De weegschaal verdeelt de prent in twee delen met twee groepen mensen. Op de linkerkant van de weegschaal zie je een priester, de Bijbel, de sleutel tot de hemel en de tiara, de pauselijke kroon.
c Met de informatie uit de lestekst hieronder en op de volgende pagina kun je bepalen welke kant van de prent het protestantisme symboliseert en welke kant het rooms-katholicisme. Vul beide godsdienstige stromingen aan in de kaders onder de prent en beargumenteer je keuze.
©VANIN
10
d De prent op p. 68 is een goed voorbeeld van een spotprent waarbij een bepaalde, vaak politieke, religieuze of sociale, situatie wordt bekritiseerd. Is deze spotprent gemaakt door protestanten of door rooms-katholieken? Beargumenteer je keuze.
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 81.
Nieuwe religieuze stromingen binnen het christendom
Reformatie
Kritische denkers tijdens de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd hoopten op een religieuze hervorming of reformatie binnen de Kerk, waarbij wantoestanden zoals de verkoop van aflaten zouden worden aangepakt. Aflaten waren brieven die de Kerk te koop aanbood aan gelovigen en waarmee christenen hun plaats in de hemel konden afkopen. De Kerk gebruikte die inkomsten voor onder andere grootse bouwwerken. De Katholieke Kerk wilde niet aan macht inboeten of inkomsten uit aflaten verliezen en accepteerde de kritiek dus niet. Daardoor kwam de Katholieke Kerk steeds meer tegenover de christelijke hervormers te staan. De reformatie mondde uit in een religieuze breuk binnen het christendom. De christenen die hun eigen weg gingen, werden uit protest tegen de Katholieke Kerk protestanten genoemd. Zo werd protestantisme de verzamelnaam voor alle christelijke bewegingen die tijdens de reformatie finaal de Katholieke Kerk verlieten.
Lutheranisme
Protestanten zoals de Duitse priester Maarten Luther keerden terug naar de oudste bron van het geloof: de Bijbel. Luther en zijn aanhangers bekritiseerden vanaf 1520 ook bepaalde toenmalige katholieke gewoontes en tradities, zoals de verkoop van aflaten, het vereren van heiligen, het celibaat en de biecht, aangezien die niet vermeld staan in de Bijbel. Volgens protestanten zoals Luther hadden die gewoonten de christenen afgeleid van het echte geloof in God. De protestanten
geloofden net als de humanisten in de kracht van het individu. Iedere gelovige kon persoonlijk in contact komen met God. Alleen door het geloof kon men vergeving voor de zonden krijgen en in de hemel komen. Voor Luther moest de kerk een gebedshuis zijn zonder heiligenbeelden en andere pracht en praal, een sobere ruimte waar gelovigen in alle rust de Bijbel konden lezen en interpreteren.
Calvinisme
Vooral in Scandinavië, de Noordelijke Nederlanden, het Duitse rijk en Zwitserland steeg de populariteit van het protestantisme snel. Toen de discussie over de Kerk losbarstte, zagen nog andere protestantse bewegingen het levenslicht. Naast het lutheranisme ontstond onder meer het calvinisme. De stichter Johannes Calvijn beschouwde, net als Luther, de Bijbel als basis van het geloof. Maar terwijl Luther geloofde in de kracht van het individu en het idee dat iedere gelovige als het ware zijn eigen priester was, moest voor Calvijn de hele samenleving georganiseerd worden op basis van strakke en strenge voorschriften. Dat hield onder andere in dat zaken zoals alcohol, gokken, prostitutie, muziek en dans … sterk afgeraden of verboden werden.
Anglicanisme
In Engeland sloot koning Hendrik VIII zich aan bij de reformatie. Dat deed hij niet zozeer om religieuze redenen, maar omwille van een persoonlijk conflict met de paus. De koning wou trouwen met zijn maîtresse en vroeg daarom aan de paus om zijn huwelijk te ontbinden. Toen de paus dat weigerde, brak Hendrik VIII met de Rooms-Katholieke Kerk en stichtte hij in zijn land een eigen kerk met eigen accenten. Zo plaatste hij zichzelf als koning aan het hoofd van de Anglicaanse Kerk
Historische vraag 3:
Welke invloed had het humanisme op de kunst en de wetenschap van de 15e en 16e eeuw?
In deze historische vraag vergelijk je de kunstuitingen uit de klassieke oudheid met die uit de renaissance van de vroegmoderne tijd.
1 Bekijk het filmpje over de kunst- en cultuuruitingen om je kennis uit de klassieke oudheid op te frissen.
©VANIN
2
Vergelijk de verschillende kunstuitingen (bron 1 tot en met 6 op p. 71-72) uit de klassieke oudheid met die uit de aetas nova. Ga dan verder met voetstap 3.
↑ Bekijk het filmpje.
Klassieke oudheid Aetas nova
Bron 1: Bron 2:

↑ Pantheon, antieke tempel met koepel, herbouwd in de 2e eeuw, in Rome.

↑ Santa Maria del Fiore, koepel door Brunelleschi, voltooid in 1420 in Firenze.
Bron 3: Bron 4:
©VANIN

↑ De Griekse goden Hermes en Dionysus door Praxiteles (4e eeuw voor Christus), Archeologisch Museum Olympia.

↑ De Bijbelse koning David door Michelangelo (1501 - 1504), Firenze, Galleria dell'Accademia.
Klassieke oudheid Aetas nova
Bron 5: Bron 6:

Romeinse mozaïek met Leda en de zwaan (3e eeuw)
Pafos, Cyprus Museum, Nicosia. Leda en de zwaan is een verhaal uit de Griekse mythologie waarbij Zeus zich in een zwaan had vermomd om Leda te verleiden.

↑
Kopie van Leonardo da Vinci’s schilderij van Leda en de zwaan door Cesare da Sesto (begin 16e eeuw), Firenze.
©VANIN
3
In de tabel werden bij drie kunstuitingen kenmerken geplaatst. Er is telkens één kenmerk dat niet thuishoort bij die kunstuiting. Kruis dat aan.
Gelijkenissen klassieke oudheid - aetas nova
architectuur bron 1 en 2
beeldhouwkunst bron 3 en 4
☐ De twee gebouwen hebben een koepel.
☐ Er worden bij beide bouwwerken wiskundige of geometrische vormen gecombineerd (driehoek, cirkel).
☐ Bij beide gebouwen reiken spitse en hoge torens naar de hemel.
☐ Het karakter bij beide gebouwen is monumentaal.
☐ In de geveldecoratie is er telkens een ritmisch lijnenspel van zuilen of vlakken.
☐ Bij beide beelden staat de naakte mens centraal.
☐ De lichamen zijn niet natuurgetrouw weergegeven.
☐ De lichamen zijn in beide gevallen gespierd en bijna perfect (idealisering).
☐ De houding is bij de twee figuren beweeglijk, sierlijk en natuurlijk.
☐ Het thema bij beide beelden is godsdienstig.
↑
© Alamy / Imageselect / History and Art Collection
© Alamy / Imageselect / Artepics
mozaïek- en schilderkunst bron 5 en 6
☐ Beide thema’s zijn geïnspireerd op de klassieke mythologie.
☐ Mens en natuur staan bij beide centraal.
☐ Beide beeldende kunstwerken zijn een natuurgetrouwe weergave.
☐ Beide naakten zijn verleidelijk en geïdealiseerd.
☐ Beide dames hebben een beweeglijke en sierlijke pose.
☐ Beide werken hebben een christelijk thema.
☐ Beide beeldende werken hebben een evenwichtige en symmetrische compositie.
4
Omdat de klassieke kunst uit de oudheid zo inspirerend was, leefde het gevoel dat die klassieke kunst herboren was. De artistieke stroming van de aetas nova werd daarom renaissance genoemd, in het Italiaans rinascita, wat letterlijk ‘wedergeboorte’ betekent. Kruis de twee juiste verbanden tussen het humanisme en de renaissance aan.
☐ Bij het humanisme en de renaissance staat de mens centraal.
☐ Het humanisme en de renaissance zijn allebei literaire bewegingen die de antieke teksten bestudeerden.
☐ Zowel het humanisme als de renaissance waren geïnspireerd door het mensbeeld van de klassieke oudheid.
☐ Zowel het humanisme als de renaissance braken met het christendom.
5 De humanisten inspireerden ook wetenschappers. Dat leidde tot innovaties. Bestudeer bron 7 tot en met 9 op p. 74-75. Lees ook de lestekst op p. 76. Maak dan de opdrachten.
a Noteer bij elke bron de wetenschappelijke discipline die aan bod komt.
b Leg uit welke innovatie aan bod komt.
Bron 7:

wetenschappelijke discipline: innovatie:
Bron 8:

wetenschappelijke discipline: innovatie:
← Wereldkaart gemaakt door de Vlaming Gerardus Mercator, 1569, Duisburg.
Hedendaags filmpje over hoe Mercator zijn wereldkaart heeft gemaakt ↑ Bekijk het filmpje.
← Anatomische studie, oorspronkelijk gepubliceerd in De Humani Corporis Fabrica, Libri Septem, door Andreas Vesalius (1543). De ZuidNederlandse arts Andreas Vesalius (1514 - 1564) onderzocht de werking van het menselijk lichaam aan de hand van proefondervindelijk onderzoek. Waar de Grieks-Romeinse arts Galenus in de oudheid zijn kennis haalde uit dissecties op dieren, ontleedde Vesalius het menselijk lichaam aan de hand van dissecties op lijken van mensen.
Bron 9:

wetenschappelijke discipline: innovatie:
6
← Nicolaas Copernicus, voorstelling van het heliocentrisme uit De revolutionibus orbium coelestium, eerste druk in 1543.
7
Lees de lestekst op p. 76. Welk voordeel had de boekdrukkunst tijdens de vroegmoderne tijd?
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 81.
Kunst en wetenschappen in de 15e en 16e eeuw
De nieuwe manier van denken, het humanisme, waarbij de mens centraal staat, had veel invloed op de wetenschappen en de kunst- en cultuuruitingen van die tijd. Humanisten vonden inspiratie in de klassieke oudheid.
©VANIN
Renaissance
Kunstenaars gingen daardoor ook terugkijken naar artistieke stromingen uit de klassieke oudheid en begonnen opnieuw klassieke beelden en technieken te gebruiken: de renaissance was geboren. In de architectuur verschenen opnieuw zuilen, frontons en koepels. Standbeelden uit de renaissance zagen eruit alsof Griekse kunstenaars ze hadden gemaakt: er was aandacht voor de positie en het idealiseren van het lichaam. En in zowel de beeldhouw- als schilderkunst ging er veel aandacht naar de Grieks-Romeinse mythologie.
Innovaties in de wetenschappen
Wetenschappers zoals Andreas Vesalius en Nicolaas Copernicus werden ook beïnvloed door het humanisme. Ze gingen zelf op onderzoek in plaats van alleen te vertrouwen op wat vroeger gezegd werd of wat in de Bijbel stond. Vesalius kreeg nieuwe inzichten over het menselijk lichaam, want hij ontleedde voortaan ook menselijke lijken en niet meer enkel dierenlijken. Dat was een voorbeeld van de wetenschappelijke methode: zelf onderzoeken, testen, nadenken en concluderen.
Copernicus gebruikte wiskunde om te bewijzen dat de zon in het midden van het heelal stond (heliocentrisme) in plaats van de aarde (geocentrisme), wat tot dan toe werd geloofd. Dat was een groot voorbeeld van een innovatie in de astronomie of sterrenkunde waarbij mensen naar het toenmalige planetenstelsel keken.
De kaartenmaker Gerardus Mercator creëerde een nieuwe wereldkaart (de Mercatorprojectie) door klassieke kennis te combineren met Arabische inzichten en nieuwe technieken. Hij zorgde voor een nieuwe projectie van de wereldbol op kaart. De cartografie ging erop vooruit. Dat was ook nodig, gezien de vele ontdekkingsreizen in die tijd.
De uitvinding van de boekdrukkunst zorgde ervoor dat al die ideeën, ontdekkingen en innovaties veel sneller en breder verspreid werden en bij meer mensen terechtkwamen. Boeken hoefden ze niet langer met de hand over te schrijven. Daardoor konden ook gewone mensen en niet alleen geleerden kennis opdoen. Ook de nieuwe religieuze stromingen maakten gebruik van de drukkunst om hun ideeën sneller en efficiënter de wereld in te sturen.
Historische vraag 4: Waarom
is Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus een goed voorbeeld van humanisme?
Bij deze historische vraag onderzoek je een bron aan de hand van de bronnenstudie.
1
Lees het kader historisch denken en bekijk eventueel het bijbehorende filmpje.
Historisch denken: betrouwbaarheid van bronnen nagaan via de context
Als je wilt nagaan of een bron betrouwbare informatie geeft om een historische vraag te beantwoorden, stel je het best de volgende vragen over de context van de bron:
—Welk perspectief had de maker van de bron? Probeert de maker vanuit zijn perspectief te misleiden of verkeerd te informeren? Is de maker partijdig?
—Welke boodschap had de maker van de bron?
—Voor welk doelpubliek schreef de maker van de bron?
—Welk effect probeert de maker te verkrijgen?
2
Lees bron 1. Doorloop daarna het stappenplan van de bronnenstudie op p. 78.
09c BRONNEN CONTEXTUALISEREN
Bekijk het instructiefilmpje.
Degenen die zich doorgaans religieuzen en monniken noemen, komen het dichtst in de buurt van het geluk der theologen. Beide benamingen zijn echter totaal verkeerd, want een groot deel van hen staat heel ver van de religie af. En er is geen plaats te bedenken waar je ze niet tegenkomt. Hoewel iedereen dit slag van mensen vervloekt en ervan overtuigd is dat zelfs een toevallige ontmoeting met hen onheil brengt, hebben ze toch een heel erg hoge dunk van zichzelf. Ten eerste vinden zij het toppunt van vroomheid wanneer ze zo weinig weten van de letteren dat ze niet eens kunnen lezen. Hun psalmen kunnen ze wel optellen, maar ze begrijpen doen ze niet: als ezels balken ze ze door de kerk, en dan denken ze nog dat ze daarmee de oren der heiligen lieflijk strelen. Er zijn er onder hen ook nogal wat die te koop lopen met hun vuiligheid en armoede (…) tot groot nadeel van de bedelaars …
Uit: Erasmus, D. (2005). In een vertaling van: Bange, P. Lof der Zotheid.
Fragment uit een hedendaagse vertaling van Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus uit 1506.
Bron 1:
search Stap 1: Ik verzamel klassikaal gegevens over de context.
search Stap 2: Ik observeer de bron klassikaal.
search Stap 3: Ik interpreteer de bron.
✓ Welke boodschap had Erasmus in dit fragment?
©VANIN
✓ Vanuit welk perspectief schreef Erasmus?
✓ Wat was het doelpubliek van Erasmus?
✓ Is de bron betrouwbaar om deze historische vraag te beantwoorden?
onbetrouwbaar betrouwbaar
Beargumenteer je keuze hierboven:
search Stap 4: Ik beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 81.
Erasmus
Desiderius Erasmus (ca. 1467 - 1536) was een priester en humanist uit Rotterdam in de Noordelijke Nederlanden. Hij had contact met humanisten en de intellectuele elite uit heel Europa. In 1506 schreef Erasmus in het Latijn Moriae Encomium, later vertaald als Lof der Zotheid. Aanvankelijk circuleerde het boek enkel in de vriendenkring van Erasmus. Zijn vrienden kenden Latijn en begrepen de toespelingen die hij maakte op de klassieke teksten. Ze drongen er bij Erasmus op aan om het manuscript te publiceren. Toen het boek uit het Latijn naar de volkstaal werd vertaald, werd het meteen populair. Erasmus schreef niet vanuit de ik-persoon, maar vanuit het personage van Vrouwe Zotheid, een soort godin van de dwaasheid. Zo kon hij onbeperkt en met veel humor de spot drijven met en kritiek geven op het gedrag van de mensen en de Katholieke Kerk waartoe hij als priester behoorde. Kritisch denken was binnen het humanisme ontzettend belangrijk. Iets meer dan twintig jaar na zijn dood werd Lof der Zotheid samen met zijn hele oeuvre door de hoogste kerkelijke rechtbank op de index gezet. De index was een lijst van verboden boeken.
Uitbreiding 1: Waarom noemde de monnik Filippo di Strata de boekdrukkunst een hoer?
In deze uitbreiding onderzoek je vanuit welke hoek er kritiek kwam op de boekdrukkunst
Lees het fragment van Lise van der Veer (bron 1 hieronder) en maak de opdrachten.
a Leg uit hoe binnen de Katholieke Kerk zowel positief als negatief gereageerd werd op de uitvinding van de boekdrukkunst.
b Welke vergelijking tussen toen en nu wordt in het fragment gemaakt?
c In de 16e eeuw was de boekdrukkunst verantwoordelijk voor de verspreiding van informatie. Vandaag worden andere media gebruikt. Bespreek klassikaal welke dat zijn en hoe die worden gebruikt en misbruikt.
d Beantwoord de historische vraag.
Het grote gevaar
Toen in 1455 de drukpers werd uitgevonden door Johannes Gutenberg, schreef de humanistische geleerde Enea Silvio Piccolomini enthousiast over de delen van de Latijnse Bijbel die Gutenberg kort daarvoor had voltooid. Hij zag, samen met andere geestelijken, direct in dat de drukpers een geweldig middel was om Gods Woord te verspreiden. Helaas voor de Katholieke Kerk bleek dat de verspreiding van ketterse ideeën [ideeën afwijkend van de katholieke leer] ook veel makkelijker werd. In 1474 sprak de geestelijke Filippo di Strata: ‘Est virgo hec penna, meretrix est stampificata’. Dat betekent ‘de pen is een maagd, de drukpers een hoer’. Doordat het goedkoper en makkelijker was geworden om teksten te produceren, kon de kerk niet langer reguleren welke kennis werd verspreid. Het censureren van boeken door geestelijke of wereldlijke leiders werd moeilijker. Daarbij werd het voor een groter publiek bereikbaar. Volgens de geestelijken werd er rommel gedrukt en draaide het niet langer om de inhoud, als het maar geld opleverde. Het geschreven woord was volgens hen minder waardevol en de drukpers was een groot gevaar geworden. (…)
Bron 1:
Zonder de drukpers had het Maarten Luther decennia gekost om zijn ideeën te verspreiden en hadden de katholieke leiders dit verborgen kunnen houden. Met de boekdrukkunst kwam het voor iedereen beschikbaar en heeft het een enorme impact gehad. Luther heeft een eigen kerk gesticht en is een ware revolutie gestart. (…)
De razendsnelle verspreiding van nieuws kan zowel positieve als negatieve effecten hebben. Kennis wordt toegankelijker, maar waarheid en sensatie lopen soms door elkaar. Bij de opkomst van het gedrukte woord was de elite bang dat men de waarheid, het Woord van God, niet van de onzin uit ketterse teksten kon onderscheiden. Diezelfde angst lijkt weer te bestaan. Kijk naar de Verenigde Staten waar bepaalde zaken als fake news worden bestempeld, zonder dat te beargumenteren.
Uit: Van der Veer, L. (2019). Internet is een hoer. Cul. http://tijdschriftcul.nl/internet-is-een-hoer/
Kritiek op de boekdrukkunst
In de vroege middeleeuwen kopieerden geestelijken handschriften in kloosters. Hun handschriften waren luxeproducten, voorbehouden voor de clerus en de adel. In de eeuwen daarna nam de vraag naar geschreven documenten buiten de kloostermuren sterk toe. Rond het jaar 1000, toen Europese steden herleefden, hadden rijke stedelingen en ambachtslieden nood aan bijvoorbeeld geschreven contracten, boekhoudingen en inventarissen. Zo ontstonden ook buiten de kloostermuren ateliers waarin schrijvers hun diensten aanboden. Toen overal in Europa universiteiten werden gesticht, wilden professoren zo veel mogelijk kopieën van vooral klassieke auteurs. Met andere woorden, de vraag naar geschreven teksten explodeerde. Vanaf de 15e eeuw zou een nieuwe techniek helpen om die grote vraag te stillen: de boekdrukkunst. Maar er kwam ook kritiek tegen die innovatie. De Kerk vreesde vooral dat de protestantse leerstellingen sneller en breder zouden worden verspreid.


Een monnik kopieert een boek in de schrijfzaal van het klooster. Dit is een versiering van een Frans manuscript uit de 14e eeuw. ↑
Het werk in een drukkersatelier. Kopergravure door Theodoor Galle (ca. 1570 - 1633) naar Jan van der Straet, uit het werk Nova Reperta (Antwerpen, eind 16e eeuw).
Conclusie IV
Antwoorden op de historische vragen
Historische vraag 1: Waarom noemden kritische denkers van de 15e en 16e eeuw hun tijd een aetas nova of nieuwe tijd?
Historische vraag 2: Waarom ontstonden er in Europa tijdens de vroegmoderne tijd nieuwe religieuze stromingen?
Historische vraag 3: Welke invloed had het humanisme op de kunst en de wetenschap van de 15e en 16e eeuw?
Kruis de twee juiste stellingen aan.
☐ In het nieuwe mensbeeld van het humanisme stond niet langer alleen God centraal, maar kon de mens vrije keuzes maken. Dat zette historici ertoe aan om de tijd van het humanisme als start van de vroegmoderne tijd te beschouwen.
☐ Historici beschouwen de aetas nova als de start van de vroegmoderne tijd omdat de wetenschappelijke innovaties van de aetas nova de basis vormden van de moderne wetenschap.
☐ Historici beschouwen de aetas nova als de start van de vroegmoderne tijd omdat er continuïteit was in het mensbeeld van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd.
Historische vraag 4: Waarom is Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus een goed voorbeeld van humanisme?
Synthese V
Samenvattend schema
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
klassieke oudheid (8e eeuw v.C. - 5e eeuw)
invloed
aetas nova (15e - 16e eeuw) humanisme = filosofische beweging van kritische denkers: De mens staat centraal.
kunstuitingen wetenschappen geloof
nieuwe artistieke stroming renaissance = wedergeboorte van kunst uit klassieke oudheid
nieuw mens- en wereldbeeld innovaties zoals: astronomie: heliocentrisme car tografie: Mercatorprojectie —betere anatomische kennis boekdrukkunst
nieuwe religieuze hervorming protestantisme en reformatie: lutheranisme calvinisme anglicanisme
Historisch denken
Historische begrippen
Je leerde in de vorige jaren en de vorige hoofdstukken al volgende historische begrippen: astronomie, cartografie, christendom, clerus, filosofie , gewoonte , innovatie , Katholieke Kerk, kerk, mensbeeld, religieuze breuk , stand, traditie , wereldbeeld en wetenschappen.
In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen:
cultureel:
aetas nova nieuwe tijd: overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd aflaat document dat de Katholieke Kerk verkocht aan gelovigen om hun zonden af te kopen Anglicaanse Kerkchristelijke kerk van Engeland, opgericht tijdens de reformatie, waarvan de Engelse koning of koningin het hoofd is architectuur bouwkunst artistieke stromingkenmerken van een kunstuiting uit een bepaalde tijd en plaats beeldhouwkunstonderdeel van de beeldende kunst die een voorstelling, vormen en/of kleuren in drie dimensies in de ruimte uitdrukt biecht katholiek sacrament waarbij een persoon zijn zonden aan een priester vertelt boekdrukkunst vaardigheid om handschriften om te zetten in gedrukte boeken, zodat ze in meerdere exemplaren kunnen worden uitgegeven calvinisme leer van Johannes Calvijn, een protestantse hervormer celibaat bewuste keuze om ongehuwd en kinderloos te blijven cultuuruiting product van culturele identiteit geocentrisme leer die de aarde in het middelpunt van het heelal plaatst heilige titel voor een overleden persoon die een voorbeeldfunctie had binnen de Katholieke Kerk heliocentrisme leer die stelt dat de zon het centrum is van ons planetenstelsel humanisme filosofische beweging van kritische denkers en taalkundigen in de 15e en 16e eeuw die zich inspireerden op de klassieke teksten en geloofden in de kracht van het individu en de maakbare mens kunstuiting product van menselijke creativiteit lutheranisme leer van Maarten Luther, een protestantse hervormer protestanten verzamelnaam voor alle christenen die tijdens de reformatie van de 16e eeuw protesteerden tegen misbruiken in de Kerk en braken met de rooms-katholieke leer protestantisme religieuze stroming binnen het christendom, ontstaan tijdens de reformatie van de 16e eeuw, die brak met de Rooms-Katholieke Kerk en de Bijbel als belangrijkste bron van het geloof beschouwde reformatie christelijke beweging van kritische denkers in de 16e eeuw die verlangden naar een herbronning van het geloof en een hervorming binnen de Katholieke Kerk religieuze hervormingdiepgaande herbronning op vlak van het geloof, de geloofsbeweging, de religieuze tradities en organisatie
renaissance artistieke stroming in de 15e en 16e eeuw die zich inspireerde op de klassieke kunst en de mens centraal stelde
Rooms-Katholieke Kerknieuwe naam voor de Katholieke Kerk na de reformatie waarbij de paus de machtigste figuur bleef
schilderkunst onderdeel van de beeldende kunst die een voorstelling, vormen en/of kleuren in twee dimensies in de ruimte uitdrukt wetenschappelijke methode voeren van onderzoek en experimenteren om tot begrip te komen
Eigen begrippen:
©VANIN
Structuurbegrippen
Je gebruikte in dit hoofdstuk ook het volgende structuurbegrip: verandering.
Zelfevaluatie
Ik ken het samenvattend schema op p. 82.
Ik ken de inhoudelijke teksten op p. 64, 69-70, 76, 78 en 80.
Ik ken het kader historisch denken op p. 77.
SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER
Ik kan de aetas nova situeren op de tijdlijn, zoals op p. 60-62.
HISTORISCHE BRONNEN EN WERKEN
Ik kan kunstuitingen uit de klassieke oudheid vergelijken met die uit de renaissance, zoals op p. 70-73.
Ik kan een bron onderzoeken aan de hand van het stappenplan en daarbij de betrouwbaarheid nagaan op basis van de boodschap, het perspectief en het doelpubliek, zoals op p. 77-78.
BEELDVORMING BEARGUMENTEREN
Ik kan de symboliek in spotprenten bestuderen en stapsgewijs interpreteren, zoals op p. 68-69.
Ik moet dit kennen. Ik kan dit. Ik kan dit nog niet.
Religieuze strijd
(Europa, ca. 1500 - 1650)
In 1563 schilderde Pieter Breugel dit werk, getiteld Dulle Griet
Het schilderij schittert vandaag in het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh. Centraal op de afbeelding staat Dulle Griet, een afkorting voor boze of dwaze Margareta. Je ziet een vrouw in harnas met een zwaard in de hand een brandende stad ontvluchten, gevolgd door een groep plunderende en vechtende vrouwen. Ze draagt een geldkoffer en kostbaar vaatwerk. Daarmee staat ze symbool voor de katholieke hoofdzonden als hebzucht en gulzigheid. Is dit schilderij een verwijzing naar de woelige tijden vol strijd?

Historische vragen
Hoe reageerden Europese vorsten en de Katholieke Kerk in de vroegmoderne tijd op de reformatie?
Welke religieuze onverdraagzaamheid komt aan bod in het fragment uit Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers? 5 1 1 2 3 4
Waarom ondergingen de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw territoriale veranderingen?
Welke gelijkenissen en verschillen zijn er als je een schilderij van Caravaggio en van Rembrandt vergelijkt?
Waarom wordt het 16e-eeuwse Antwerpen het New York van die tijd genoemd?
Welke elementen uit de collectieve herinnering rond de pot van Olen hebben een historische basis?
Wat weet je al?
De kaart hieronder kwam aan bod in Sapiens 3. Je bestudeerde toen de expansie van het Bourgondische hertogdom. Bespreek de vragen klassikaal.
a Bespreek hoe (onder andere) de huwelijkspolitiek aan de basis lag van de Bourgondische staatsvorming.
b Leg uit hoe de Bourgondische hertogen een centralisatiepolitiek voerden in hun territorium.
Expansie van het Bourgondische hertogdom (1363 - 1477)
Hoofdstuk 4: Religieuze strijd (Europa, ca. 1500 - 1650)
Zoom in op De zielenvisserij. Welke twee groepen zie je hier? Vergelijk met de spotprent op p. 68 in het vorige hoofdstuk.
VROEGMODERNE TIJD

↑
Ruiterportret keizer Karel V (1521 - 1555), door Titiaan, 1547, Venetië. Karel V regeerde over een uitgestrekt rijk waarvan gezegd werd dat de zon er nooit onderging. Hij speelde een grote rol in de Europese politiek van de vroegmoderne tijd.
↑
Bekijk de afbeelding.
Situeren in tijd II

← De zielenvisserij door Adriaen Pietersz. Van de Venne, 1614, Amsterdam. Dit schilderij staat bol van de symboliek. Twee groepen, op de linker- en rechteroever, proberen zieltjes op te vissen.
156015701580 1650 15901600 1610162016301640
VROEGMODERNE TIJD
REGEERPERIODE VAN FILIPS II
REFORMATIE
CONTRAREFORMATIE
TACHTIGJARIGE OORLOG

↑
Vernieling van Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen. Gravure van Frans Hogenberg, Brabant, 16e eeuw. In 1566 barstte de Beeldenstorm los waarbij protestanten Katholieke kerken vernielden.

↑
Anoniem schilderij uit ca. 1585 van de Spaanse Furie, Antwerpen. Filips II, zoon van keizer Karel V, stuurde een leger naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Spaanse soldaten sloegen in 1576 aan het plunderen in Antwerpen.
Op onderzoek
Historische vraag 1: Hoe reageerden Europese vorsten en de Katholieke Kerk in de vroegmoderne tijd op de reformatie?
In deze vraag bestudeer je de reactie op de reformatie waarover je al leerde in hoofdstuk 3. Je gebruikt daarvoor een lestekst.
1 Lees de lestekst op p. 89-90. Gebruik de juiste leesstrategie.
2 Vul de tabel aan met kennis uit de lestekst.
a Noteer in de linkse kolom een voorbeeld van een gebeurtenis die door keizer Karel V als een bedreiging werd gezien.
b Noteer in de middelste kolom zijn reactie op die bedreiging.
c Noteer in de rechtse kolom of die reactie succesvol was of niet.
Bedreiging Reactie (On)succesvol
3 Is de manier waarop er in Europa werd omgegaan met minderheden in de vroegmoderne tijd een voorbeeld van continuïteit of verandering? Markeer en beargumenteer je keuze.
Het is een voorbeeld van continuïteit / verandering
4 Zoek, eventueel online, hedendaagse voorbeelden op van hoe wij-zij-denken kan leiden tot geweld.
5 Maak een schematische voorstelling van de contrareformatie die toont op welke twee manieren de reformatie werd aangepakt. Noteer bij de verschillende onderdelen van het schema de afkortingen van de maatschappelijke domeinen, zodat duidelijk wordt tussen welke domeinen er een verband is.
6 Maak van de schematische voorstelling uit voetstap 5 een doorlopende tekst. Noteer die bij de conclusie op p. 106.
Contrareformatie
Religieuze herbevestiging en hervorming
Na de stevige kritiek van Luther op de Rooms-Katholieke Kerk ontstonden er verschillende protestantse kerken, verspreid over het hele Europese continent. Die reformatie lokte een tegenreactie uit: de contrareformatie. Het concilie (kerkvergadering) van Trente (1545 - 1563) probeerde de wantoestanden aan te pakken. De Rooms-Katholieke Kerk verklaarde blijvend achter de traditionele leer te staan waartegen zo veel protest kwam. Zo bleef onder andere de aflatenhandel bestaan. Voorts probeerde de Rooms-Katholieke Kerk zichzelf opnieuw uit te vinden als reactie op de religieuze breuk. Priesters werden voortaan beter opgeleid en ze kregen strengere regels opgelegd om machtsmisbruik te voorkomen. De Jezuïetenorde was een nieuwe religieuze organisatie. Ze moest instaan voor de opleiding van jonge katholieke christenen, zowel in Europa als in de pas veroverde kolonies in de Nieuwe Wereld.
Repressie
De Rooms-Katholieke Kerk schakelde ook de hulp van katholieke vorsten in om te vermijden dat nog meer christenen protestants zouden worden. Je leerde al dat in de middeleeuwen minderheden zoals joden werden geviseerd. Vorsten kozen in de vroegmoderne tijd vaak voor een gelijkaardig beleid van wij-zij-denken: ze vervolgden de aanhangers van religieuze of levensbeschouwelijke organisaties waarmee ze het zelf moeilijk hadden. Karel V probeerde bijvoorbeeld de levensbeschouwelijke organisatie aan banden te leggen door het katholieke geloof op te dringen en te verhinderen dat zijn onderdanen naar het protestantisme overstapten. Het Bloedplakkaat, een vorstelijk besluit uit 1550, is daar een goed voorbeeld van. Dat plakkaat veroordeelde ketters tot de dood. Ketters waren christenen die weigerden de officiële leer van het rooms-katholicisme te volgen. Protestanten werden dan ook als ketters beschouwd. Maar het protestantisme bleef toch succesvol en breidde zelfs uit.
Inquisitie
Er werd een kerkelijke rechtspraak ingesteld, de Inquisitie, die mocht bepalen wie zich te buiten ging aan ketterij. Kerk en staat werkten daarbij samen om hun macht over burgers te versterken. Het verraden van ketters werd aangemoedigd en om te bewijzen dat iemand schuldig was, werden martelpraktijken gebruikt. Dat was niet zo uitzonderlijk, want alle rechtbanken van die tijd gingen zo te werk als het over belangrijke rechtszaken ging. Ketters die hun geloof niet wilden afzweren, liepen het risico op de doodstraf. Katholieke vorsten kozen er vaak voor om protestantse gelovigen regels en beperkingen op te leggen en later zelfs om hun geloof echt te verbieden en te vervolgen. Zo koos Karel IX, de koning van Frankrijk, eind 16e eeuw voor de Rooms-Katholieke Kerk en werd het protestantisme verboden. Op andere plaatsen kozen vorsten ervoor om een bondgenootschap te sluiten met de protestantse kerken. Zo konden zij hun eigen macht vergroten. Daar werden katholieke burgers dan weer gediscrimineerd en vervolgd.

← Schilderij toegeschreven aan Francois Dubois (Parijs, 16e eeuw). De afbeelding toont het geweld tijdens de beruchte Bartolomeusnacht (augustus 1572). Toen gaf de Franse koning de opdracht om tal van vooraanstaande protestanten te doden. Duizenden protestanten werden toen uitgemoord. Centraal links komt de koningin uit het Louvre en kijkt ze toe op de wreedheden. De schilder, zelf een protestant, vluchtte naar Zwitserland om te ontsnappen aan de vervolgingen.
©VANIN
Na verschillende opstanden moest keizer Karel V met lokale protestantse vorsten een vredesverdrag sluiten. Met de vrede van Augsburg uit 1555 liet hij de keuze aan de lokale vorsten. Ze konden kiezen of ze katholiek bleven of protestants werden. De gevolgen van die beslissingen laten zich vandaag nog altijd voelen: in Frankrijk is de grote meerderheid van de christenen katholiek, in Duitsland zijn er zowel katholieken als lutheranen en calvinisten.
Historische vraag 2: Waarom ondergingen de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw territoriale veranderingen?
In deze historische vraag bestudeer je de territoriale veranderingen van de Nederlanden op basis van kaarten, een stamboom en een lestekst.
1
Bestudeer kaart 1 en 2 en de stamboom op p. 92. Gebruik daarbij eventueel je Histokit.
Kaart 1: Europa in de tijd van Karel V (1519 - 1556)
Kaart 2: Europa na het Verdrag van Munster (1648)
2
Leg aan de hand van de stamboom en het filmpje uit op welke manier keizer
Karel aan het hoofd kwam te staan van een rijk dat bestond uit onder andere Spanje (waaronder Castilië en Aragon) en het Duitse rijk.
↑
Bekijk het filmpje.
Bourgondië Habsburgers Castilië Aragon
Bourgondische hertogen, zie Sapiens 3
Maria van Bourgondië
Maximiliaan van Oostenrijk, later keizer van het Duitse rijk
Filips de Schone van Habsburg
Portret van keizer Karel, geschilderd door Jan Cornelisz Vermeyen, Nederlanden (1530).

Isabella van Castilië Ferdinand van Aragon
Karel V, later keizer Karel genoemd
Filips II
ERFGOED
Net als de volksverhalen over Keizer Karel behoort het Ros Beiaard tot het immateriële erfgoed uit onze regio. Het is een eeuwenoude processie. Ontdek op iDiddit waar deze traditie vandaan komt.
Johanna van Aragon

← Portret van Filips II, geschilderd door de Italiaanse Sofonisba Anguissola (1573).

3
Lees de lestekst op p. 94. Bespreek de centralisatie in het rijk van keizer Karel V.
a Geef minstens twee voorbeelden van hoe keizer Karel V streefde naar centralisatie. b Koppel aan beide voorbeelden de juiste maatschappelijke domeinen, zodat de verbanden tussen die domeinen duidelijk worden.
4
Vergelijk de kaarten op p. 91 met de lestekst op p. 94. Leg uit welke territoriale verandering de Nederlanden ondergingen na de Vrede van Munster in 1648.
5
Voor welke twee hedendaagse landen werd in 1648 de basis gelegd?
6
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 107.
Contrareformatie in de Nederlanden
Je leerde vorige jaren al over veranderende territoriale invulling: de grenzen van staten veranderen voortdurend. Soms ontstaan er ook nieuwe staten. Vorig jaar bestudeerde je hoe de Bourgondische hertogen een eigen rijk probeerden te creëren, tussen Frankrijk en het Duitse rijk in. Verschillende graafschappen en hertogdommen in de Nederlanden werden daarin opgenomen. De Nederlanden kun je zien als een regio die vandaag min of meer overeenkomt met de Benelux. In de vroegmoderne tijd gingen die Bourgondische territoria, dus ook de Nederlanden, op in het grote rijk van Karel V.
Via de stamboom en de kaarten op p. 91-92 bestudeerde je het ontstaan van het Habsburgse rijk onder keizer Karel V. Van dat rijk zei men dat de zon er nooit onderging. Buiten de Europese bezittingen, zoals Spanje en het Duitse rijk, had Karel V immers ook territoria in Amerika in zijn bezit. Dat grote rijk was tot stand gekomen via oorlog en huwelijkspolitiek.
Net als de Bourgondische vorsten streefde keizer Karel naar een centralisatie van de macht en het bestuur, waarbij hij belastingen wilde innen en wetten opleggen in het hele rijk. Het Bloedplakkaat dat ketterij tegenging, was daar een goed voorbeeld van. In 1555 en 1556 gaf Karel zijn macht uit handen, ten voordele van zijn zoon, teleurgesteld omdat hij zijn verlangen naar centrale macht niet ten volle had kunnen realiseren en het rooms-katholicisme niet overal standhield.
Filips II, zoon en opvolger van keizer Karel V, nam een nog hardere houding aan ten opzichte van het protestantisme dat maar bleef uitbreiden, ook in de Nederlanden. In 1566 brak de Beeldenstorm uit, een protestantse opstand waarbij Rooms-Katholieke Kerken werden aangevallen. Filips II reageerde snel en stuurde in 1567 de Spaanse hertog Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. De Raad van Beroerten werd opgericht, een rechtbank die op zoek ging naar ketters. Omdat er zo veel doodvonnissen werden uitgeroepen, werd die rechtbank ook wel de Bloedraad genoemd.
Protestanten weigerden zich echter te bekeren tot het Rooms-katholieke geloof. Een groot deel van de adel en de rijke burgerij in de steden van de Nederlanden verzette zich ook tegen de Rooms-katholieke bestuurders die Filips II vanuit Spanje oplegde. De Nederlanden onder leiding van Willem van Oranje verklaarden geen onderdanen van Filips II meer te zijn. In 1588 riepen de Nederlanden hun onafhankelijkheid uit en noemden zich vanaf toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Filips II accepteerde dat niet en het conflict werd militair uitgevochten in de Tachtigjarige Oorlog. Tijdens die oorlog werd onder andere Antwerpen geplunderd door Spaanse soldaten.
Pas in 1648 werd de Vrede van Munster gesloten. Zoals je al kon zien op de kaarten op p. 91, ontstonden er toen twee verschillende gebieden. De Zuidelijke Nederlanden bleven katholiek onder het bestuur van de Spaans-Habsburgse vorst. De Noordelijke Nederlanden werden een onafhankelijke republiek. Daar heerste een voor de vroegmoderne tijd uitzonderlijke godsdienstvrijheid
Historische vraag 3:
Welke gelijkenissen en verschillen zijn er
als je een schilderij van Caravaggio en van Rembrandt vergelijkt?
In deze historische vraag vergelijk je twee schilderijen met elkaar en ga je op zoek naar gelijkenissen en verschillen tussen het werk van twee beroemde schilders uit de 17e eeuw.
1
Bestudeer bron 1 en 2 met behulp van de kijkstrategie uit de Histokit en bekijk het bijbehorende filmpje. Zo krijg je inzicht in de kenmerken van de nieuwe artistieke stroming tijdens de vroegmoderne tijd: de barok.

← De Carolus Borromeuskerk te Antwerpen werd begin 17e eeuw gebouwd, in opdracht van de Jezuïetenorde. Deze kerk wordt gezien als een prachtig voorbeeld van de barok. Binnenin werd de kerk bovendien versierd met schilderijen van de barokke kunstenaar Peter Paul Rubens. De gevel is rijkelijk versierd met typische elementen uit de klassieke oudheid, zoals zuilen en frontons.
08b
KIJKSTRATEGIEËN
↑
Bekijk het filmpje.

← Peter Paul Rubens schilderde te Antwerpen begin 17e eeuw dit drieluik getiteld Kruisoprichting. Dit schilderij hangt in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen samen met de kruisafname. Het werk vertoont zeer duidelijk de barokke kenmerken.
Bron 1:
Bron 2:
2
Noteer minstens vier kenmerken van de barokke schilderkunst.
3
Bestudeer bron 3 en 4 en de bijbehorende bijschriften. Gebruik de kijkstrategie uit de Histokit.


← Caravaggio, 1599, Rome, Judith onthoofdt Holofernes Vandaag kun je dit werk bewonderen in de Gallerie Nazionali d'Arte Antica in Rome.
← Rembrandt van Rijn, 1632, Amsterdam, De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp Vandaag kun je dit werk bewonderen in het Mauritshuis in Den Haag.
Bron 3:
Bron 4:
4
Zoek online meer contextinformatie op over de kunstenaars, de schilderijen en de thema’s. Je kunt de contextinformatie eventueel ook bekijken op iDiddit.
5 Nu je de contextinformatie hebt bestudeerd, kun je de historische vraag beantwoorden. Doe dat bij de conclusie op p. 107.
Barok
Buiten de hervormingen en de repressie werd ook kunst ingeschakeld om de katholieke gewoonten en tradities beter te verkopen aan de mens. Volgens de Kerk moest kunst Bijbelverhalen dichter bij de mensen brengen. De barok was een artistieke stroming waarin schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur samensmolten tot één wervelend geheel, gekenmerkt door extreem realisme, dramatische effecten, emotionele taferelen, contrasten tussen licht en donker, veel beweging en kronkelende figuren. De barokke bouwkunst wordt dan weer gekenmerkt door het gebruik van symmetrie, rijke materialen, ingewikkelde patronen, veelvuldige versieringen, religieuze onderwerpen … De pracht en praal van de barok diende als propagandamiddel om gelovigen te overtuigen van het Rooms-katholicisme. In Antwerpen was Peter Paul Rubens de grootste vertegenwoordiger van die stroming.
ERFGOED
Pieter Paul Rubens was een beroemde schilder uit onze regio. Ontdek op iDiddit waarom ook vandaag nog toeristen uit allerlei landen naar zijn kunstwerken komen kijken.

Historische
vraag 4:
Waarom wordt het 16e-eeuwse Antwerpen het New York van die tijd genoemd?
In deze historische vraag vergelijk je het Antwerpen uit de 16e eeuw met het New York uit de 20e eeuw. Dat doe je door bronnen met elkaar te vergelijken.
Bestudeer bron 1 tot en met 9. Maak de opdrachten op p. 101-102.
Bron 1:
In andere steden langs de kust van de Noordzee was de macht van een koning of een hertog of een keizer zichtbaar, maar in Antwerpen zag je alleen de stad zelf: een plaats waar handel werd gedreven, waar mensen wilden of moesten zijn, waar ze het zich niet konden permitteren er niet te zijn. Antwerpen was beroemd vanwege Antwerpen. (…)
Antwerpen was heel anders. (…) De handel was afhankelijk van buitenlanders, en dus vond men het niet nodig op te treden tegen de ketterse opvattingen die veel handelaren aanhingen. Antwerpen probeerde steeds het eigen belang in het oog te houden. (…)
Antwerpen was ook de plek waarheen een man zich begaf als hij syfilis had opgelopen, omdat veel mensen wel wisten dat dit met een beroemde Chinese wortel te genezen was, maar artsen in Antwerpen wisten hoe ze te werk moesten gaan. De stad was een verhaal dat zijn inhoud ontleende aan wat mensen erover hoorden en ervan wisten, en genoot faam omdat er alle mogelijke informatie werd verhandeld, niet alleen de boeken die er in grote aantallen werden gedrukt. In 1519 trok de alchemist Paracelsus naar Antwerpen, waar hij naar zijn zeggen ‘op de markt meer te weten kwam dan in een school in Duitsland of elders.’
Uit: Pye, M. (2021). Antwerpen: de gloriejaren. De Bezige Bij.
De Brit Michael Pye is historicus. Hij werkt als romanschrijver, columnist en journalist.
Bron 2:

← Schilderij van Jackson Pollock, One: Number 31 Bezoekers van het Museum of Modern Art in New York vergapen zich aan een kunstwerk van de beroemde New Yorkse kunstenaar, die dit ‘druipschilderij’ creëerde in 1950. De Verenigde Staten, en zeker New York, werden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog een toevluchtsoord voor kunstenaars. De vele musea zijn er ook vandaag nog een toeristische trekpleister. Bekende New Yorkse kunstenaars zijn Jackson Pollock, Mark Rothko, Roy Liechtenstein en Andy Warhol.
Oooh, New York
Oooh, New York
Grew up in a town
↑
Beluister het audiofragment.
That is famous as a place of movie scenes
Noise is always loud
There are sirenes all around
And the streets are mean
If I can make it here
I could make it anywhere
That's what they say
Seeing my face in lights
Or my name in marquees
Found down on Broadway
Even if it ain't all it seems I got a pocketful of dreams
Baby, I'm from...
New York, concrete jungle where dreams are made of
There's nothing you can't do
Now you're in New York
These streets will make you feel brand new
Big lights will inspire you
Hear it for New York, New York, New York
(…)
Songtekst uit: Keys, A. (2008). Empire state of mind (Part II) Broken down.
Bron 5:
Bron 4:


↑
Hedendaagse foto’s van Little Italy (2016) en China Town (2017), twee heel bekende wijken in New York. De naamgeving kent haar oorsprong bij Italiaanse en Chinese immigranten die deze wijken opbouwden en tonen goed aan hoe multicultureel New York is.
…behalve de lieden van het land zelf die er in grote menigte naar toe trekken en verblijven en de Franse kooplui, die in vredestijd ook talrijk zijn, tellen we de Duitsers, de Denen en Oosterlingen, de Italianen, de Spanjaarden, de Engelsen en de Portugezen. De Spanjaarden zijn het talrijkst vertegenwoordigd: velen onder hen zijn er gehuwd en blijvend gevestigd. (…) Want het hoeft gezegd dat de vreemdelingen te Antwerpen en in het geheel de Lage Landen in de grootst mogelijke vrijheid leven, hetgeen men in de andere landen noch elders ter wereld niet kent. Het is een wonder schouwspel deze bonte menigte te zien, zo verschillend in karakter; het wekt nog meer verwondering deze verscheidene talen te horen bij zoverre dat men in één stad de levenswijze en de gewoonte van verscheidene verre volken aantreft. Door het groot aantal vreemdelingen die hier toestromen weet men te Antwerpen het nieuws dat voorgevallen is in andere delen van de wereld…
Uit: Guicciardini, L. Vertaald door: Killiaen, C. (1567) Descrittione di tutti i Paesi Bassi. Guglielmo Silvio.
↑
Guicciardini was een Florentijnse koopman die zo'n veertig jaar in Antwerpen woonde. Hij gaf een beschrijving van de stad.
Bron 3:
© Shutterstock / Sean Pavone
© Shutterstock / travelview
Bron 6:
De enige stad in het renaissance-Europa die kunstenaars een thuishaven bood, op een wijze vergelijkbaar met Firenze, Rome en Venetië, was Antwerpen. In de vroege 16e eeuw liep de Scheldestad voor op steden als Brugge en Brussel, haar rivalen in de Nederlanden. Dürer [een bekend Duits kunstenaar] bezocht Antwerpen, zoals hij Venetië had bezocht, en schafte er zich een aantal exotische voorwerpen aan. Zelfs als Lodovico Guicciardini zou overdreven hebben toen hij in 1560 schreef dat er in de stad 300 kunstenaars aan het werk waren, dan nog vormt alleen al het feit dat een Florentijn onder de indruk was van het grote aantal, een interessant gegeven. Zoals in Firenze en Venetië ontwikkelde zich ook in Antwerpen in die periode een kunstmarkt. Schilderijtentoonstellingen werden vanaf 1540 georganiseerd in een permanente galerij aan de Beurs.
Uit: Burke, P. (1993). Antwerpen, verhaal van een metropool. Snoeck-Ducaju & Zoon.


Hedendaagse foto’s van New York. New York is vooral bekend omwille van zijn skyline, zoals je op de foto links kunt zien. Honderden wolkenkrabbers ontnemen de New Yorkers van zonlicht. Te midden van al die gigantische gebouwen bevindt zich Wall Street. Die straat in het centrum van Manhattan is het financiële hart van de stad. Daar bevindt zich de New York Stock Exchange, vandaag de grootste beurs ter wereld (rechtse foto). Er worden aandelen verkocht van internationale bedrijven, ook wel multinationals genoemd.
Bron 8:
inwoners New York
Uit: De Keyser, J. (2010). Vreemde ogen: een kijk op de zuidelijke Nederlanden 1400-1600. Uitgeverij Ludion. / Wilson, B. (2020). Metropolis: De grootste uitvinding van de mens. Spectrum
Evolutie inwonersaantallen van Antwerpen, Amsterdam en New York doorheen de tijd. Gebaseerd op werk van verschillende historici.
Bron 7:

De oude Beurs van Antwerpen, anonieme tekening uit de 17e eeuw. Hoe de beurs van Antwerpen werkte, kom je te weten in het filmpje.
2
Je kreeg negen bronnen om het 16e-eeuwse Antwerpen met New York te vergelijken. Vul de drie tabellen aan.
a Kies telkens twee bronnen, één over Antwerpen uit de 16e eeuw en één over New York uit de 20e eeuw, waartussen je een vergelijking maakt.
b Bekijk het filmpje als je niet goed weet hoe je hier het best aan begint.
Twee bronnen waartussen je gelijkenissen opmerkt:
Is het een historische bron of een historisch werk?
Welke soort bron is het?
In welk maatschappelijk domein situeer je de bron?
bron over Antwerpen uit de 16e eeuw:
historische bron / historisch werk
↑ Bekijk het filmpje.
©VANIN
PD / ED / SD / CD
Welke vergelijking komt hier aan bod?
↑ Bekijk het filmpje.
bron over New York uit de 20e eeuw:
historische bron / historisch werk
PD / ED / SD / CD
Bron 9:
Twee bronnen waartussen je gelijkenissen opmerkt:
Is het een historische bron of een historisch werk?
Welke soort bron is het?
In welk maatschappelijk domein situeer je de bron?
Welke vergelijking komt hier aan bod?
bron over Antwerpen uit de 16e eeuw:
historische bron / historisch werk
bron over New York uit de 20e eeuw:
historische bron / historisch werk
PD / ED / SD / CD
PD / ED / SD / CD
Twee bronnen waartussen je gelijkenissen opmerkt:
Is het een historische bron of een historisch werk?
Welke soort bron is het?
In welk maatschappelijk domein situeer je de bron?
Welke vergelijking komt hier aan bod? 3
bron over Antwerpen uit de 16e eeuw:
historische bron / historisch werk
bron over New York uit de 20e eeuw:
historische bron / historisch werk
PD / ED / SD / CD
PD / ED / SD / CD
Lees het kader historisch denken hieronder. Leg uit of er in de bovenstaande oefeningen sprake is van een analogie of net niet.
Historisch denken: historische analogie
Een historische analogie is een vergelijking van fenomenen uit het verleden met fenomenen uit een andere periode. Zo zou je bijvoorbeeld oorlogsvluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog kunnen vergelijken met de vluchtelingenproblematiek vandaag.
4
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 107.
Antwerpen in de 16e eeuw
Tijdens de 16e eeuw groeide Antwerpen snel uit tot een kosmopolitische en multiculturele stad Het was veruit de grootste stad in de Nederlanden. Mensen uit alle windstreken migreerden erheen met als voornaamste doel handel te drijven. Er was veel geld in omloop en via de beurs konden mensen proberen om dat geld slim te investeren. Kunstenaars creëerden er in alle vrijheid kunstwerken en schrijvers met verschillende geloofsopvattingen bereikten dankzij de vele Antwerpse boekdrukkers een groot publiek. Je kunt het Antwerpen van toen daarom vergelijken met hedendaagse wereldsteden zoals bijvoorbeeld New York.
In 1567 stuurde Filips II hertog Alva met een Spaans leger naar de Nederlanden, waarna de vrijheid streng aan banden werd gelegd. Ketters werden vervolgd en liepen het risico ter dood veroordeeld te worden. Niet veel later werd Antwerpen geplunderd door Spaanse soldaten en startte de Tachtigjarige Oorlog. Veel inwoners, zeker zij die zich dat konden veroorloven, vluchtten toen weg uit Antwerpen en trokken naar het noorden. Daardoor raakte de stad in verval. Veel handelaars verhuisden naar andere steden zoals Amsterdam.
Historische vraag 5:
Welke elementen uit de collectieve herinnering rond de pot van Olen hebben een historische basis?
1
Lees het verhaal over de pot van Olen. Gebruik de juiste leesstrategie.
Bron 1:
Daar was te Olen een herberg waar men goed bier verkocht. Ook liet Keizer Karel, wanneer hij jaarlijks ter jacht kwam, nooit na er een pot te pakken. Hij hield te paard voor de deur stil, bestelde, en de vrouw kwam buiten met het schuimende gerstenat. Zij hield echter de pot bij het oor vast, zodat Keizer Karel moeite had hem aan te nemen.
“Vrouwke, tegen aanstaande jaar moet ge een pot kopen met twee oren, dat zal gemakkelijker zijn.”
“Ja, meneer,” zei de vrouw.
’t Volgend jaar hield Keizer Karel weer aan de herberg stil. De vrouw kwam nu met een pot met twee oren, maar zij hield de twee oren in de handen, zodat Keizer Karel weer moeite had hem aan te nemen.
“Zo gaat het nog niet goed, vrouwke. Ge zult er tegen aanstaande jaar een moeten kopen met drie oren. Dan zal ’t wel beter gaan.”
Het derde jaar, toen Keizer Karel weer aan de herberg stilhield, kwam de vrouw met een pot met drie oren.
Zij hield hem weer met twee oren vast en wel zo dat het derde oor naar haar borst was gekeerd.
“Ja, vrouwke,” zei Keizer Karel, “t zou al even moeilijk gaan als verleden jaar, indien ik niet wist dat er een derde oor was.”
Onder de pot door greep hij het derde oor vast.
“Zie, zo is alles maar een weet,” sprak hij.
En de herberg waar dit zoveel honderd jaar geleden gebeurd is, bestaat nog altijd te Olen. En de pot wordt er nog altijd bewaard. Ga er maar eens heen en ge zult uit de pot van Keizer Karel mogen drinken, zoals ik er eens uit gedronken heb.
Uit: Lox, H. (2000). Van stropdragers en de pot van Olen: verhalen over Keizer Karel. www.volksverhalen.be
2
Vergelijk het verhaal van de pot van Olen met bron 2 en 3 en de lestekst op p. 106. Vul het schema aan.
a Noteer in het linkerdeel van het schema een voorbeeld van materieel en immaterieel erfgoed uit de bronnen.
b Markeer in het rechterdeel van het schema de juiste functie(s) van de collectieve herinnering.
collectieve herinnering
©VANIN
oorsprong van collectieve herinnering
materieel erfgoed:
immaterieel erfgoed: functie van collectieve herinnering
• constructie van de collectieve identiteit
• aanwakkeren sociale cohesie (of verbondenheid)
• aanwakkeren van sociale uitsluiting
• trots cultiveren
• slachtofferschap cultiveren
• waardeoverdracht
Bron 2:

© Alamy / Imageselect / Aurelian Images
← Schilderij Boerendans van Pieter Breugel de Oude uit 1568.
[Het] is geordineerd [verplicht] dat alle brouwers, tappers, waarden en waardinnen zullen moeten hun bier uittappen en leveren met de gerechte metalen Bonse maat [goede of juiste maat] dezer voogdij, te weten potten met drij oren naar oude costuimen [gewoonten]. En zo de keurmeesters bevinden dat de maat te klein is of dat er potten zonder drij oren getapt worden, daar zal al het volk dit gelag los uit huis gaan zonder te betalen, tenzij de oren afgeslagen of gebroken waren en bovendien zal de tapper, waard of waardin verbeuren elke maal de pot met nog een gulden en tien stuivers.
Uit: (1596 - 1631). Artikel 30 van het Keurenboek van de Vrijheid van Mol, Balen en Dessel.
Een keure is een document waarin de rechten en plichten van de bewoners van een stad of gebied werden vastgelegd. In deze keure werd het gebruik van potten met drie oren verplicht in de Kempen. Het Kempische Olen ligt op zo’n 20 kilometer van Mol, Balen en Dessel.
Bespreek klassikaal het verhaal van de pot van Olen.
a Wie kende het verhaal al en wie nog niet?
b Bespreek waarom je het verhaal al dan niet kende.
c Leg uit waarom je denkt dat het verhaal al dan niet echt gebeurd is.
d Ken je nog andere soortgelijke verhalen?
4
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 107.
Bron 3:
Collectieve herinneringen
Herinneringen uit het verleden die voortleven in het geheugen van een grote groep mensen, zoals de inwoners van een stad of een land, worden omschreven als de collectieve herinnering van die mensen. Zo herinneren veel Belgen zich dat Julius Caesar de Belgen omschreef als de ‘dappersten der Galliërs’. In Sapiens 2 nuanceerde je die stelling. Erfgoed is dan weer een verzamelnaam voor alles wat door vorige generaties is gemaakt en wat nu nog bestaat en een grote waarde heeft voor de samenleving. De collectieve herinnering wordt in stand gehouden door materieel erfgoed zoals gebouwen, schilderijen, standbeelden ... maar ook door immaterieel erfgoed zoals verhalen, tradities, gewoonten, rituelen en gebruiken. Het erfgoed maakt de collectieve herinnering mogelijk. Daarbij kun je ook bestuderen wat de functies van zo’n collectieve herinnering kunnen zijn. Zo kan collectieve herinnering de collectieve identiteit construeren, trots cultiveren, de verbondenheid verhogen …
Uitbreiding 1: Welke religieuze onverdraagzaamheid komt aan bod in het fragment uit Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers?
Ga op iDiddit aan de slag met een fragment uit de historische roman Wildevrouw.
IV
Conclusie
Antwoorden op de historische vragen
Historische vraag 1: Hoe reageerden Europese vorsten en de Katholieke Kerk in de vroegmoderne tijd op de reformatie?
Historische vraag 2: Waarom ondergingen de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw territoriale veranderingen?
Historische vraag 3: Welke gelijkenissen en verschillen zijn er als je een schilderij van Caravaggio en van Rembrandt vergelijkt? Geef minstens twee gelijkenissen en verschillen.
Historische vraag 4: Waarom wordt het 16e-eeuwse Antwerpen het New York van die tijd genoemd?
Historische vraag 5: Welke elementen uit de collectieve herinnering rond de pot van Olen hebben een historische basis?
Synthese V
Samenvattend schema
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
©VANIN
Habsburgse rijk —Spaanse rijk —Duitse rijk waaronder ook onze regio (Nederlanden)
ontstaan protestantisme
katholieke vorsten
—keizer Karel V —Filips II bv. Beeldenstorm (1566)
samenwerking
Rooms-Katholieke Kerk
contrareformatie (vanaf 1545)
repressie —Inquisitie —Bloedplakkaat —Raad der Beroerten
reformatie religieuze breuk reactie reactie
opstanden tegen repressie, belastingdruk en centralisatie
religieuze hervormingen —priesters beter opleiden —strengere regels
Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) tussen Filips II en Nederlanden
Vrede van Munster (1648) opdeling Nederlanden
noorden onafhankelijk: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden: godsdienstvrijheid
zuiden bleef bij Spanje: de Zuidelijke Nederlanden: Rooms-katholiek
Historisch denken
Historische begrippen
Je leerde in de vorige jaren en de vorige hoofdstukken al volgende historische begrippen: aflaat, architectuur, artistieke stroming, beeldhouwkunst, bekeren, calvinisme, centralisatie , gewoonte , handel, investeren, kerk, ketter, kolonie, levensbeschouwelijke organisatie , lutheranisme, migratie , multiculturele samenleving, oorlog, protestanten, protestantisme, rechtspraak , religieuze breuk , republiek , Rooms-Katholieke Kerk, reformatie, schilderkunst, territorium, traditie , vrijheid en wij-zij-denken
In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen:
cultureel:
barok artistieke stroming in de 17e eeuw, gekenmerkt door beweging en emotionaliteit, die tot een hoogtepunt kwam tijdens de contrareformatie Beeldenstorm opzettelijke vernieling van religieuze beelden in het midden van de 16e eeuw concilie vergadering van geestelijken in de Katholieke Kerk contrareformatiereactie van de Rooms-Katholieke Kerk op de reformatie in de tweede helft van de 16e en 17e eeuw Inquisitie door de Rooms-Katholieke Kerk georganiseerde rechtbank die personen met afwijkende opvattingen vervolgde
economisch: belasting door de wet opgelegde betaling aan de overheid
politiek:
Bloedplakkaat decreet of wet uitgevaardigd in de 16e eeuw om opstandige inwoners in de Nederlanden te straffen Raad van Beroertenrechtbank die in de 16e eeuw werd opgericht om mensen te veroordelen die om politieke of religieuze reden in opstand kwamen tegen het bestuur veranderende territoriale invulling wijze waarop het grondgebied en de grenzen veranderen doorheen de tijd
sociaal: burgerij de gezamenlijke burgers die niet behoren tot de adel of geestelijkheid godsdienstvrijheidvrijheid om eender welke godsdienst openlijk te belijden
Eigen begrippen:
Structuurbegrippen
Je gebruikte in dit hoofdstuk ook de volgende structuurbegrippen: continuïteit, verandering en analogie.
Zelfevaluatie
©VANIN
Ik ken het samenvattend schema op p. 108.
Ik ken de inhoudelijke teksten op p. 89-90, 94, 97, 103 en 106.
Ik ken het kader historisch denken op p. 102.
Ik ken de extra informatie van iDiddit:
SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER
Ik kan de contrareformatie (vanaf 1545) en de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) situeren op de tijdlijn, zoals op p. 86-87.
Ik kan in eigen woorden uitleggen hoe de Nederlanden een territoriale opdeling kregen in 1648, zoals op p. 91-94.
Ik kan op een kaart de opdeling in 1648 van de Nederlanden aanduiden, zoals op p. 91.
Ik kan voorbeelden geven van verbanden tussen maatschappelijke domeinen, zoals op p. 89 en 93.
HISTORISCHE BRONNEN EN WERKEN
Ik kan online of via iDiddit contextinformatie opzoeken om zo twee visuele bronnen met elkaar te vergelijken, zoals op p. 97.
BEELDVORMING BEARGUMENTEREN
Ik kan beargumenteren waarom er rond het wij-zij-denken sprake is van continuïteit tussen de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd, zoals op p. 88.
Ik kan het structuurbegrip 'analogie' toepassen, zoals op p. 102.
REFLECTEREN OVER HEDEN, VERLEDEN EN TOEKOMST
Ik kan een hedendaags voorbeeld geven van hoe wij-zij-denken kan leiden tot geweld, zoals op p. 89.
Ik kan uitleggen hoe de landen België en Nederland vorm kregen tijdens de vroegmoderne tijd, zoals op p. 93.
Ik kan vanuit verschillende bronnen het vroegmoderne Antwerpen vergelijken met het hedendaagse New York en minstens drie gelijkenissen opsommen, zoals op p. 98-103.
Ik kan het schema van de collectieve herinnering weergeven en het toepassen op een voorbeeld, zoals op p. 103-106.
Absolutisme en verlichting
(Europa, ca. 1650 - 1800)
Lodewijk XIV, schilderij door Hyacinthe Rigaud (Parijs, 1701). De koning draagt voorwerpen die zijn macht uitstralen: een blauwe mantel met de Franse lelie, de scepter in zijn rechterhand, de kroon op het kussen en het zwaard dat volgens de overlevering aan Karel de Grote toebehoorde. Dit schilderij hing in de troonzaal van het paleis van Versailles. De voeten van de koning kwamen op ooghoogte van de bezoekers. In de vroegmoderne tijd werden vorsten in West-Europa steeds machtiger en probeerden ze de macht te centraliseren. Toch kwam er ook kritiek. Filosofen begonnen na te denken over hoe het anders kon. De principes die zij bedachten, liggen aan de basis van hoe macht in onze samenleving ook nu nog wordt georganiseerd.

Historische vragen
Hoe machtig was Lodewijk XIV in het vroegmoderne Frankrijk? 1
3
2
Hoe zorgde een koninklijke scheiding voor een religieuze breuk in het 16e-eeuwse Engeland?
Welke kritiek hadden verlichte denkers op de absolute koningen en op de samenleving?
Gold het verlichte idee van gelijkheid in de 18e eeuw voor alle mensen? 4
Wat weet je al? I
In de eerste graad leerde je al over leiders met bijzonder veel macht. Zo bestudeerde je farao’s zoals Hatsjepsut, Ramses of Toetanchamon.
Bestudeer bron 1 en bespreek de vragen klassikaal.
a Welke symbolen gebruikte Hatsjepsut om macht uit te stralen?
b Welke andere soorten machtshebbers besprak je tijdens de vorige jaren ?
Leonardo Loredan (1436 - 1521): doge van de republiek Venetië, een functie waarvoor je levenslang verkozen werd door de aristocratie van de stad.

Bron 1:
Deel van een standbeeld van Hatsjepsut, 1466 v.C., Egypte, aan de ingang van haar bekende tempel bij Deir El-Bahri. ↓


Hendrik VIII (1491 - 1547): koning van Engeland en stichter van de Anglicaanse Kerk. Hij zette op die manier de paus buitenspel.
Situeren in tijd

↑
Karel V (1500 - 1558): keizer van het grootste rijk sinds Karel de Grote. Hij probeerde zijn rijk helemaal katholiek te maken.
VROEGMODERNE TIJD

Paus Urbanus VIII (1568 - 1644) breidde de macht van zijn familie uit door leden ervan te bevoordelen. Hij bestreed het protestantisme.

↑
Maria Theresia van Oostenrijk (1717 - 1765): keizerin van het Duitse rijk die haar invloed in Europa door huwelijkspolitiek uitbreidde.

↑
Süleyman I (1520 - 1566): sultan die het Ottomaanse rijk uitbreidde, o.a. in Oost-Europa. Hij liet zich assisteren door raadslieden en bracht de cultuur tot bloei.

↑
Lodewijk XIV (1638 - 1715): koning van Frankrijk. Door hem raakte de adel heel wat macht kwijt. Hij centraliseerde zijn macht in Versailles.

↑
Catharina de Grote (1729 - 1796) zette haar man, de tsaar, af en werd zelf tsarina. Ze nodigde filosofen zoals Voltaire uit in Rusland.
G
F H
Op onderzoek
Historische vraag 1:
Hoe machtig was Lodewijk XIV in het vroegmoderne Frankrijk?
In de 17e en de 18e eeuw probeerden vorsten zoals Lodewijk XIV alle macht naar zich toe te trekken. Bij deze vraag onderzoek je hoe machtig die Franse koning echt was. Je doet dat door bronnen te bekijken en een aantal voorbeelden te bestuderen.
1 Lees de lestekst op p. 119-120 en gebruik daarvoor de juiste leesstrategie. Maak dan voetstap 2 tot en met 8.
2 Kijk naar de tijdlijn op p. 112-113 en naar de kaart op p. 115.
a In welke Europese staten waren er absolute vorsten? Plaats elke afbeelding bij de tijdlijn op de kaart.
b Bekijk de verschillende staten in Europa tijdens de vroegmoderne tijd. Leg uit of de opkomst van absolute vorsten overal tegelijk (gelijktijdig) of juist op verschillende momenten (ongelijktijdig) gebeurde.
BRONNENSTUDIE: STAP 4
Staten in Europa (ca. 1650)
©VANIN
3
Onderzoek hoe een absolute vorst als Lodewijk XIV de macht op alle domeinen naar zich toe probeerde te trekken.
a Plaats elke beslissing van Lodewijk XIV op het vlak van centralisatie bij het juiste domein.
Kies uit: belastingen - benoemde ambtenaren - beroepsleger - centrale hoofdstad één bestuurstaal - geen inspraak van de Staten-Generaal - de adel buitenspel zetten overheidsregulering - paleis van Versailles - staatsgodsdienst - staatskunst.
b Wanneer de koning het katholieke geloof als staatsgodsdienst opdringt, dan is er sprake van een verband tussen het politieke en het culturele domein. Kijk naar het schema en geef zelf nog twee voorbeelden van verbanden tussen maatschappelijke domeinen.
koning
©VANIN
politiek en sociaal economisch cultureel onderdanen
4
Bestudeer de kaart op p. 117 over de Franse overheidsregulering en maak vervolgens opdracht a tot en met e.
a Wat wordt ingevoerd?
b Welke invoer wordt verboden of heel streng belast?
c Welke uitvoer wordt gestimuleerd?
d Hoe was die vorm van overheidsregulering voordelig voor Frankrijk en zijn bevolking?
©VANIN
e Hoe zou dat systeem ook nadelig kunnen zijn voor Frankrijk?
Handel en nijverheid in Frankrijk ten tijde van Lodewijk XIV (17e eeuw)






5 Onderzoek hoe de Franse koning Lodewijk XIV kunst en symbolen gebruikte om zijn macht te tonen. Lees het bijschrift bij de titelafbeelding van Lodewijk XIV op p. 111. Maak dan opdracht a tot en met d.
a Omcirkel op het schilderij van Lodewijk XIV op de titelpagina alle symbolen van koninklijke macht.
b Vergelijk nu met de hedendaagse Engelse koning (bron 1) op p. 118. Omcirkel ook hier de symbolen van koninklijke macht.
1:

← Foto van de Engelse koning Charles III en koningin Camilla na hun kroning op zaterdag 6 mei 2023.
©VANIN
c Welke boodschap sturen zowel Lodewijk XIV als Charles III met hun symbolen de wereld in?
d Waarom kunnen we hier geen actualisatie maken met de hedendaagse Franse bestuursvorm?
6
Vergelijk en geef een verschil tussen de politieke macht van de Europese vorsten in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Vul de tabel aan.
Middeleeuwen Vroegmoderne tijd Wie bestuurt, organiseert en verdedigt het rijk? koning + vazallen (trouwe leenmannen uit de adelstand)
7 Beargumenteer of er sprake is van continuïteit of van verandering tussen de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd op het vlak van politieke macht.
8 Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 138.
Absolute vorsten
Meer macht voor de koning
Europese vorsten streefden tijdens de middeleeuwen al naar centralisatie: ze probeerden het bestuur meer in eigen handen te krijgen zonder het te moeten delen met de adel of de burgerij in de steden. Toch bleven die vorsten nog erg afhankelijk van hun onderdanen, want ze hadden altijd geld nodig, vooral om legers op de been te brengen om het rijk te verdedigen of uit te breiden.
In de vroegmoderne tijd steeg de koopkracht waardoor inwoners rijker werden en vroegmoderne vorsten meer belastingen konden eisen van het volk om zo hun centralisatie vorm te geven.
Een hoogtepunt van het absolutisme, waarbij een vorst macht had op zowat alle maatschappelijke domeinen, is de bestuurlijke organisatie onder de Franse koning Lodewijk XIV (1638 - 1715). Ook andere vorsten in andere rijken slaagden erin om veel macht naar zich toe te trekken. Denk daarbij aan keizer Karel V, Catharina de Grote, de Ottomaanse Sultans … In sommige staten, zoals Spanje, begon het absolutisme al in de 16e eeuw, terwijl het in andere, zoals Oostenrijk, later opkwam.

Politieke en sociale macht
← Bed van Lodewijk XIV in het paleis van Versailles (1701).
Tijdens het lever (het ontwaken en opstaan van de koning) mocht zo’n veertig man aanwezig zijn. Het was een hele eer om twee uur lang muisstil te staan en te kijken hoe de koning opstond, zich aankleedde en over ditjes en datjes praatte.
In Frankrijk was Lodewijk XIV de koning die een verregaande centralisatie kon doorvoeren. Hij bestuurde vanuit één hoofdstad, Parijs, en drong zijn eigen wetten en geloof op. Een soortgelijke aanpak zag je al in hoofdstuk 4 bij keizer Karel V. Als een Franse koning de belastingen wilde verhogen om bijvoorbeeld oorlog te voeren, moest hij normaal gezien toestemming vragen aan de Staten-Generaal. Dat is een vergadering met daarin een vertegenwoordiging van de drie traditionele standen: de clerus, de adel en de derde stand. Lodewijk XIV stond echter financieel sterk genoeg om de Staten-Generaal niet meer te laten samenkomen. Zo hoefde hij ook geen kritiek meer te verdragen en kon hij besturen zoals het hem uitkwam.
Om de macht van de adel te beperken liet hij de hoge adel in het paleis van Versailles wonen. Dat paleis lag in de buurt van Parijs en zo verloor de adel zijn traditionele bestuurlijke macht in de provincies. De adel werd ingeruild voor geschoolde ambtenaren uit de stedelijke burgerij. In Versailles gebruikte Lodewijk XIV een verdeel- en heersstrategie: het was cruciaal om bij de koning in de gunst te komen, want zo kreeg je een winstgevende positie als bijvoorbeeld generaal of ambtenaar. Hij speelde de leden van de adel dus tegen elkaar uit. Bovendien leidde de koning de aandacht van de hoge adel af met tal van ceremoniële functies en feestjes. Dat alles maakte Lodewijk XIV uniek als vroegmoderne vorst.
Lodewijk hervormde ook het leger. Elke vorst werkte in oorlogstijd normaal met een huurlingenleger. Dat waren tijdelijk ingehuurde soldaten die vaak plunderend en met geweld rondtrokken, onvoorspelbaar waren en geld verslonden. Lodewijk XIV bouwde een trouw beroepsleger uit met een vast loon en gedisciplineerde training.
Nieuwe
economische systemen
Om absolute macht te realiseren had een koning veel geld nodig. Dat haalde de koning traditioneel uit de opbrengsten van zijn koninklijke domein, tol en boetes. In de vroegmoderne tijd verdienden sommige vorsten, zoals de Spaanse koning Filips II, nog meer geld, want de overzeese territoria in Midden- en Zuid-Amerika leverden veel rijkdom op. Maar wanneer Europese vorsten oorlog wilden voeren, kwamen ze vaak alsnog geld tekort.
In Frankrijk stond de koning extra sterk in vergelijking met alle andere Europese vorsten. Zijn minister van economie, Colbert, bedacht een winstgevend systeem van overheidsregulering Invoer van producten naar Frankrijk werd zwaar belast. Daardoor hadden Franse producten meer kans op de markt dan buitenlandse producten. Bovendien leverde het de schatkist extra geld op. Zo moest de Franse koning weinig beroep doen op de gunst van de Staten-Generaal en kon hij verder evolueren tot een absolute vorst.
Culturele macht: één geloof, één taal en een en al bewondering
Op cultureel vlak streefden de meeste Europese vorsten, zoals Lodewijk XIV, naar eenheid. In Frankrijk werd het katholieke geloof als staatsgodsdienst opgedrongen. Dat was gemakkelijker te controleren dan een multiculturele samenleving waarin mensen verschillende religies beoefenden. Protestanten werden gediscrimineerd, waardoor velen migreerden naar regio’s waar ze wel welkom waren.
Naast één geloof probeerde Lodewijk ook het Frans in zijn hele rijk in te voeren als bestuurstaal. Dat lukte hem niet volledig, zeker niet in pas veroverde gebieden zoals Bretagne, waar Bretoens werd gesproken.
Absolute vorsten gebruikten kunst- en cultuuruitingen om hun macht te tonen en versterken. Kunst diende dus als propagandamiddel om de onderdanen te overtuigen van hun boodschap. Lodewijk XIV liet zich bijvoorbeeld voorstellen als de Zonnekoning, als centrum van het heelal of op zijn minst van Frankrijk. Hij liet ook een gigantisch paleis bouwen in Versailles, ver weg van Parijs, waar altijd volksopstanden dreigden. In Versailles stond alle kunst in het teken van de macht van de koning.
Absolute macht blijkt toch niet
absoluut

De vroegmoderne vorsten slaagden erin om hun macht te vergroten. Toch zou hun macht nooit volledig absoluut worden. De grootte van het rijk en de verschillende talen maakten de communicatie en dus de controle van de opvolging van de wetten moeilijk. Ook voorkwamen het protest van de adel, de protestanten, de paus en later nog verlichte denkers dat een vorst alle macht veilig in handen hield. ↑
Hedendaagse foto van de spiegelzaal in het paleis van Versailles. Lodewijk XIV gebruikte de barokkunst om te laten zien hoe rijk en machtig hij was. In het paleis verbleef de hoge adel. Ze streden met elkaar om zoveel mogelijk in de gunst van de koning te komen. De koning bedacht daarvoor tal van taken, zoals zijn kamerjas overhandigen.
Takashi
Images
Historische vraag 2:
Hoe zorgde een koninklijke scheiding voor een religieuze breuk in het 16e-eeuwse Engeland?
In de vorige historische vraag lag de focus op Frankrijk. Nu nemen we Engeland onder de loep. Je analyseert verschillende bronnen en vergelijkt ze met elkaar om de historische vraag te beantwoorden.
1
Bestudeer bron 1 en 2 en de bijbehorende bijschriften over de scheiding van de Engelse koning Hendrik VIII. Doorloop vervolgens het stappenplan van de bronnenstudie op p. 122.
↑
Ik, Hendrik, koning van Engeland, kan niet langer in dit huwelijk met Catharina van Aragon blijven, omdat zij de weduwe is van mijn broer en volgens Gods wet dit huwelijk ongeldig maakt. Ondanks de vele jaren van trouw en goede diensten kan ik niet de kinderen voortbrengen die ik nodig acht voor de kroon. Daarom vraag ik de paus om dit huwelijk te ontbinden, zodat ik vrij ben om te trouwen met Anne Boleyn.
Uit: (18 januari 1529). Brief van Hendrik VIII.
Deze brief van Hendrik VIII van 18 januari 1529 is gericht aan kardinaal Benedetto de Accolti, bisschop van Ravenna. Koning Hendrik VIII wilde zijn huwelijk met Catharina van Aragon laten ontbinden. In de brief legde hij uit dat het huwelijk volgens Gods wet ongeldig was, omdat Catharina de weduwe van zijn broer was. Hendrik klaagde ook dat hij geen mannelijke erfgenaam kon krijgen uit dit huwelijk en wilde daarom met Anne Boleyn trouwen. De volledige brief wordt bewaard in het Vaticaans Geheim Archief. Catharina werd verbannen en stierf in eenzaamheid.
Bron 2:
1: ↑
Het huwelijk tussen koning Hendrik en koningin Catharina is geldig en door God gezegend. Niemand, ook de koning niet, kan het ongeldig verklaren zonder rechtvaardige reden. De paus heeft het gezag om huwelijken te beoordelen, en hij mag dit alleen doen als het huwelijk werkelijk ongeldig is. Dit huwelijk is niet ongeldig, en het mag niet worden ontbonden.
Uit: Fisher, J. (1530). De causa matrimonii serenissimi Angliae regis liber
John Fisher, de bisschop van Rochester, was een belangrijk tegenstander van de scheiding van koning Hendrik VIII en Catharina van Aragon. Fisher wilde Catharina beschermen en het kerkelijk recht respecteren. In zijn werk De causa matrimonii serenissimi Angliae regis liber stelde hij dat het huwelijk geldig was en door God gezegend, en dat de koning het niet eenzijdig mocht ontbinden. Hij benadrukte dat alleen de paus bevoegd was om te beslissen over huwelijken, en alleen bij echte geldige redenen. Dit fragment laat zien hoe sommige geestelijken zich tegen de macht van de koning verzetten op basis van religieuze en juridische principes. Zijn kritiek op de koning leidde uiteindelijk tot zijn arrestatie en executie in 1535.
Bron
search Stap 1: Ik verzamel gegevens over de context van de bronnen.
✓ Vul de tabel aan.
Bron 1
Bron 2
Wanneer is de bron gemaakt?
Wie heeft de bron gemaakt?
Welke soort bron is het?
search Stap 2: Ik observeer de bronnen.
✓ Markeer in bron 1 en 2 en de bijbehorende bijschriften de belangrijkste informatie die je nodig hebt om de historische vraag te beantwoorden.
search Stap 3: Ik interpreteer de bronnen.
✓ Kijk nog eens terug naar het kader historisch denken uit hoofdstuk 3 op p. 77. Welke boodschap schuift de maker in elke bron naar voren?
Bron 1:
Bron 2:
✓ Leg uit hoe het komt dat de boodschap in beide bronnen tegengesteld is. Gebruik het structuurbegrip ‘perspectief’ in je antwoord.
✓ Leg uit welke bronnen je bruikbaar lijken om de historische vraag te beantwoorden.
search Stap 4: Ik beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 138.
2
Vergelijk nu ook bron 3 tot en met 5 met de laatste alinea van de lestekst op p. 125. Ga dan verder met voetstap 3.
Bron 3:
Fragment uit The Tudors, een IersCanadese serie uit 2007.
↑ Bekijk het fragment.
4:
Deze ochtend, om negen uur, werd de ontluisterde koningin, die men Anne Boleyn noemde, onthoofd in de Tower van Londen. Zij werd ter dood gebracht met het zwaard, en niet met de bijl, zoals gebruikelijk, om haar lijden te verkorten. Zij hield een toespraak voor het volk waarin zij niets zei tegen de koning, maar integendeel bad voor hem en vroeg God hem te beschermen. Met grote vastberadenheid en zonder tekenen van angst legde zij haar hoofd neer en stierf. Men zegt dat zij er nooit zo mooi heeft uitgezien als op dat moment.
Uit: (mei 1536). Brief van Eustace Chapuys aan keizer Karel.
↑
Dit is een fragment uit de brief van Eustace Chapuys, de ambassadeur van keizer Karel V aan het hof in Londen. Hij schreef in mei 1536 brieven naar keizer Karel over de val en executie van Anne Boleyn. Hij was geen ooggetuige, maar rapporteerde wat hij hoorde van betrouwbare bronnen aan het hof.
Bron 5: 3
De koningin, zonder vrees en zonder verwijt, toonde een kalm en edelmoedig gelaat.
Zij knielde neer, bad zacht en sprak:
“Ik beschuldig niemand, maar bid voor de koning.
Moge God hem lange jaren bewaren, want ik ben altijd zijn trouwe dienares geweest.”
Daarna legde zij haar hoofd op het blok, en in één slag van het zwaard werd haar leven afgesneden.
Het volk beefde bij dit schouwspel, want nooit had men zo’n moedige dood gezien.
Uit: (1536). Gedicht van Lancelot de Carle.
← Dit is een gedicht van Lancelot de Carle (1508 - 1568), ooggetuige van de executie van Anne Boleyn. Hij was een Frans diplomaat, dichter en geestelijke. Hij maakte deel uit van het gezantschap van de Franse ambassadeur in Engeland en verbleef er in 1536, precies toen Anne Boleyn werd gearresteerd, berecht en geëxecuteerd. Nadien beschreef hij in meer dan 1300 verzen de gebeurtenissen. Zijn werk is een van de vroegste en meest gedetailleerde bronnen over de val van Anne Boleyn.
Analyseer nu ook bron 3 tot en met 5. Gebruik daarbij de Histokit.
a Stel zelf een onderzoekbare historische vraag bij de bronnen.
b Doorloop het stappenplan van de bronnenstudie op een apart blad.
c Beoordeel de representativiteit in die bronnen. (Kijk daarvoor nog eens naar het kader historisch denken op p. 45 en het bijbehorende filmpje.)
HISTORISCHE VRAGEN
Bron
4
Vergelijk de informatie uit bron 3 tot en met 5 en de lestekst op p. 125 met bron 6 en het bijbehorende bijschrift.
a Welke gelijkenissen tussen keizer Nero en koning Hendrik VIII vallen op?
©VANIN
b Leg in je eigen woorden uit hoe het komt dat zowel Nero als Hendrik hun daden ongestraft konden uitvoeren.
c Welke verschillen tussen keizer Nero en koning Hendrik VIII vallen op?
Bron 6:

← Buste van Claudia Octavia uit ca. 60 n.C., Rome. Toen ze dertien was, trouwde Octavia met de latere keizer Nero. Vanaf het begin had hij een hekel aan haar. Toen hij eenmaal keizer was, wilde hij trouwen met een vrouw met wie het wel klikte: Poppaea Sabina. Octavia werd beschuldigd van overspel, verbannen naar een eiland en vermoord op bevel van Nero. Niet veel later moest ook de ondertussen zwangere Poppaea eraan geloven. In een vlaag van woede trapte Nero haar zo hard in de buik dat ze stierf. Nero kreeg spijt van zijn daad en gaf zijn overleden vrouw een staatsbegrafenis. Niet veel later werd Nero verliefd op een slaafgemaakte genaamd Sporus, omdat die qua uiterlijk een beetje op Poppaea leek. Nero liet Sporus castreren en behandelde hem vervolgens als zijn vrouw!
5
Gebruik het kader historisch denken om dieper na te denken over de verbanden bij opdracht a en b.
a Beargumenteer of de breuk tussen het Engelse koningshuis en de Rooms-Katholieke Kerk een voorbeeld van een bedoeld of een onbedoeld gevolg is.
b Leg in je eigen woorden uit welke structurele factor een rol speelde bij die breuk.
Historisch denken: verbanden
Je onderzocht al vaak het verband tussen twee historische fenomenen: oorzaak en gevolg.
Bij de verbanden ‘oorzaak’ en ‘gevolg’ maken we een onderscheid tussen:
—bedoelde en onbedoelde gevolgen; toeval;
—menselijke factoren: dat zijn zaken waar mensen zelf invloed op hebben;
—incidentele oorzaak: een plotseling incident waarbij mensen een bepalende factor spelen; —structurele factoren: dat zijn bv. afspraken, normen en instituties: zaken waar mensen weinig of zelfs geen invloed op hebben.
↑
Bekijk het instructiefilmpje.
Hendrik VIII en het anglicanisme
Tijdens de regering van Hendrik VIII veranderde Engeland ingrijpend. Religieuze breuken en hervormingen, politieke intriges en persoonlijke conflicten speelden daarbij een doorslaggevende rol. Hendrik VIII is vooral bekend om zijn zes huwelijken en zijn breuk met de paus in Rome. Omdat de paus zijn huwelijk met Catharina van Aragon niet wilde ontbinden, verbrak Hendrik de banden met de Rooms-Katholieke Kerk en riep hij zichzelf uit tot hoofd van de Anglicaanse Kerk. Die beslissing had verstrekkende gevolgen: de Engelse reformatie werd ingezet en de koning kreeg niet alleen politieke, maar ook religieuze macht in handen.
Naast religieuze hervormingen kende zijn bewind ook heel wat persoonlijke en politieke intriges. Hendrik liet zijn tweede vrouw, Anne Boleyn, ter dood veroordelen op beschuldiging van overspel en verraad. Tegelijk probeerde hij de macht van de adel te beperken en zijn eigen positie als absolute vorst te versterken. Zijn beleid leidde tot spanningen, maar legde ook de basis voor de Engelse Gouden Eeuw onder zijn dochter Elizabeth I.
Historische vraag 3: Welke kritiek hadden verlichte denkers op de absolute koningen en op de samenleving?
In deze historische vraag leer je hoe in de 17e en 18e eeuw sommige mensen anders begonnen te denken over macht en samenleving. Via de lestekst en bronnen word je meegenomen in de wereld van de verlichte denkers.
1
Lees de lestekst op p. 132-133 en maak dan opdracht a en b. Gebruik daarbij de juiste leesstrategie.
a Wat is een verlichte denker?
b Van welke ideale wereld droomden verlichte denkers? Vul het schema aan met de informatie uit de lestekst.
probleem bij absolute macht volgens verlichte denkers
POLonvrijheid
machtsmisbruik
SOCgelaagde samenleving gelijkheid
ECOoverheidsregulering
CULstaatsgodsdienst
geloof in de Bijbel
verlichte oplossing
Bron 1:
2
Lees de ideeën van de verlichte filosoof John Locke over vrijheid in bron 1 en maak dan opdracht a en b.
a Ga per alinea op zoek naar de verlichte idealen en vul aan. Kies uit: rechtstaat - volkssoevereiniteit - scheiding der machten - grondwet - vrijheidsbeginsel - gelijkheidsbeginsel - rationalisme.
b Vul Lockes redering aan op basis van opdracht a en de lestekst op p. 132-133.
De natuurlijke vrijheid van de mens (onvervreemdbare rechten) in de maatschappij bestaat erin dat hij op aarde geen enkel gezag erkent dat boven hem staat, dat hij aan niemands wil of wet onderworpen is en slechts de natuurwet als leefregel erkent.
De maatschappelijke vrijheid van de mens bestaat erin dat hij maar aan die wetgevende macht onderworpen is, die met algemene toestemming werd ingesteld.
In alle dingen waar de wet niets bepaalt, kan ik mijn eigen wil volgen en ben ik niet onderworpen aan de veranderlijke, onzekere, onbekende, willekeurige wil van een ander persoon.
Wanneer de gezagsdragers door een slecht ambtsvoeren hun recht en hun macht verbeuren, dan keert de hoogste macht bij de gemeenschap terug.
Het volk heeft het recht soeverein te handelen en de wetgevende macht zelf uit te oefenen of een nieuwe regeringsvorm op te richten en de hoogste macht, die het volledig en onbeperkt bezit, in nieuwe handen te leggen, geheel zoals het volk belieft.
Bijgevolg is het duidelijk dat de absolute monarchie, voor sommigen de ene en enige regeringsvorm op aarde, in feite onverenigbaar is met de burgerlijke maatschappij.
Waar de vorst alleen de macht heeft - én de wetgevende, én de uitvoerende - is er geen rechter te vinden en staat er geen beroep open voor iemand die redelijk en onpartijdig en met gezag kan beslissen, en van wie men hulp en herstel van een onrecht kan verwachten dat men van de vorst of op zijn bevel heeft geleden.
Uit: Locke, J. (1690). Second Treatises of Government.
Locke was een Engelse filosoof die vond dat mensen van nature rechten hebben. Hij vond dat een regering alleen mag regeren met toestemming van het volk en dat mensen het recht hebben een slechte regering te veranderen.
3
c Vul Lockes redenering aan op basis van de vorige opdrachten en de lestekst.
Je bent maar zo vrij tot .
Er moeten dus zijn die je vrijheid beperken om zo de vrijheid van de anderen te garanderen.
Om die te bepalen en ervoor te zorgen dat ze voor iedereen gelden is er een met een .
Welke verlichtingsidealen zijn in onze hedendaagse samenleving nog steeds belangrijk?
a Bestudeer bron 2 tot en met 4 op p. 129-130. Gebruik daarbij eventueel je Histokit.
b Kruis de juiste begrippen aan. Soms zijn meerdere begrippen tegelijk van toepassing.
Bron 2Bron 3Bron 4 rechtstaat volkssoevereiniteit scheiding der machten grondwet vrijheidsbeginselen gelijkheidsbeginselen rationalisme
Bron 2:
Advocaat van Vangheluwe niet opgezet met uitspraken Justitieminister Van Tigchelt: "In strijd met scheiding der machten"
"Het is verbijsterend dat een minister van Justitie zich mengt in een gerechtelijk dossier, in die mate dat hij daar elementen uit filtert en overmaakt aan een buitenlandse mogendheid. En dan nog voor feiten die hier niet strafbaar zijn."
"Op die manier zou een Belgische burger alsnog gestraft kunnen worden wanneer de Belgische justitie dat niet zou kunnen doen. Dat is in strijd met de scheiding der machten en de scheiding van kerk en staat. Bovendien is dat in strijd met de prioriteiten die een Justitieminister vandaag zou moeten hebben. Er is genoeg werk aan de winkel binnen justitie. Ik kan er met mijn verstand niet bij."
"Het is ongezien dat een minister van Justitie, een liberale dan nog, een kerkelijk dossier probeert te creëren in de hoop een kerkelijke beslissing uit te lokken."
Uit: El Bakkali, L. (9 februari 2024). Advocaat van Vangheluwe niet opgezet met uitspraken Justitieminister Van Tigchelt: "In strijd met scheiding der machten" www.vrt.be © VRT
©VANIN
↑
(...) In het raam van uw verblijfsaanvraag verwachten wij daarom dat u deze verklaring ondertekent.
Ik, ondergetekende, verklaar hierbij dat ik mij engageer om ervoor te zorgen dat ikzelf, evenals mijn eventuele kinderen, gedurende ons verblijf in België, ons in de samenleving zullen integreren en er op actieve wijze aan zullen deelnemen.
Met het oog daarop verklaar ik het volgende:
- Dit land respecteert de mensenrechten zoals zij werden vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. België onderschreef bovendien het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, wat ervoor zorgt dat de mensenrechten afdwingbaar zijn. Ik zal de wetgeving van dit land naleven en de democratische principes van dit land respecteren.
- Ik respecteer de vrijheid en de persoonlijke integriteit van iedereen. Ik begrijp en aanvaard dat in dit land iedereen recht heeft op de fundamentele
Naar: (2016). Letterlijk, de nieuwkomersverklaring. www.vrt.be
vrijheden zoals zij liggen vervat in de grondwet.
Deze vrijheden zijn:
a) Vrijheid van meningsuiting: Iedereen mag vrij zijn overtuigingen mededelen, zowel gesproken als geschreven. Het aanzetten tot haat of geweld is echter een strafbaar feit en geeft aanleiding tot een veroordeling door de rechter.
b) Vrijheid van vereniging: (...).
c) Vrijheid van eredienst: (...)
d) Vrijheid van beleving van seksuele geaardheid: (...)
- Ik begrijp en aanvaard dat, in dit land, mannen en vrouwen dezelfde rechten en plichten hebben en dat zowel mannen als vrouwen in dit land hun bijdrage leveren aan de samenleving. Mannen en vrouwen hebben dus dezelfde rechten op onderwijs en werk, mannen en vrouwen kunnen allebei deelnemen aan het democratisch proces, waaronder verkiezingen. Zowel mannen als vrouwen hebben de verplichting om belastingen te betalen. (...)
België is een land waar mensen uit veel verschillende culturen samenleven. In de nieuwkomersverklaring worden de fundamentele hoekstenen van onze samenleving toegelicht. Denk maar aan de scheiding van kerk en staat, de gelijkwaardigheid van man en vrouw of de vrijheid van meningsuiting.
Bron 3:
Bron 4:
Verboden Pride-optocht is grootste ooit in Hongaarse hoofdstad Boedapest: organisatoren tellen bijna 200.000 deelnemers
In Boedapest, de hoofdstad van Hongarije, nemen volgens de organisatoren bijna 200.000 mensen deel aan de Pride, de optocht van de LGBTQ+-beweging. De mars was officieel verboden door de radicaal-rechtse regering, maar de burgemeester heeft het evenement toch laten doorgaan.
In de optocht zijn dan ook regenboogvlaggen te zien én spandoeken met leuzes tegen Viktor Orbán en zijn regering. "Dit gaat over veel meer dan homoseksualiteit", zegt een van de deelnemers. "Dit is het laatste moment om op te komen voor onze rechten."
Ook heel wat politici, onder wie zo'n 70 leden van het Europees Parlement, zijn in Boedapest. Ze willen er een signaal uitsturen naar de Hongaarse premier Orbán en de rest van Europa.
Daarbij zijn ook Belgische politici, die erop wijzen dat het verbod van de Pride niet alleen gaat over LGBTQ+-rechten in Hongarije, maar meer algemeen over fundamentele rechten en vrijheden die op het spel staan in Europa.
Uit: Van Poucke, S. (28 juni 2025). Verboden Pride-optocht is grootste ooit in Hongaarse hoofdstad Boedapest: organisatoren tellen bijna 200.000 deelnemers. www.vrt.be
4
Lees op p. 131 bron 5 met de ideeën van Charles Montesquieu.
a Montesquieu lanceerde het idee van de scheiding der machten. Wie voert welke macht uit? Zet de instellingen bij de juiste macht in het schema op p. 131. Kies uit: koning - parlement - rechtbanken - regering.
b Bekijk het filmpje over de scheiding der machten. Vul daarna het schema verder aan met wat elke macht moet doen en geef een actueel voorbeeld.
↑ Bekijk het filmpje.
Wie?
Taak?
Voorbeeld?
Wetgevende machtUitvoerende machtRechterlijke macht
©VANIN
c Welk idee van Montesquieu leeft verder in onze samenleving? Waarom is het belangrijk dat dat zo gebeurt?
Bron 5: 5
Wanneer de wetgevende en de uitvoerende machten in dezelfde persoon zijn verenigd, of in het zelfde bestuurslichaam, kan er geen vrijheid zijn, want er kunnen angstige gevoelens ontstaan wanneer de vorst of de senaat, die tot tirannieke wetten besluit, deze op een tirannieke manier uitvoert.
Evenzo is er geen vrijheid als de macht om recht te spreken niet gescheiden is van de wetgevende en uitvoerende machten. Als deze samen zou gaan met de wetgevende macht zou leven en vrijheid van de onderdaan blootgesteld worden aan willekeur, want de rechter zou dan de wetgever zijn. Als deze zou samengaan met de uitvoerende macht, zou de rechter zich kunnen gedragen met al het geweld van een onderdrukker.
Er zou een eind aan alles komen in het geval dezelfde man, of hetzelfde lichaam, of die nu uit de adel of uit het volk voorkomt, de beschikking heeft over die drie machten, die om wetten vast te stellen, die om de publieke besluiten uit te voeren en die om recht te spreken over de misdrijven of geschillen van individuen.
Uit: de Secondat, C. (1748). De l'esprit des lois
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 138.
Verlichte kritiek op het absolutisme en de samenleving
Licht in de duisternis
Sinds de renaissance onderzochten sommige Europeanen de wereld met het eigen verstand of ratio. De Franse filosoof René Descartes vat de essentie van de verlichting als volgt samen: je pense, donc je suis (ik denk dus ik ben). In de eeuwen die volgden, kon door die ratio allerlei verschijnselen worden verklaard, zoals de vallende appel van Newton, waarmee de zwaartekracht werd verklaard. Daardoor nam het vertrouwen in het rationalisme van de individuele mens toe. Dat mondde uit in een nieuwe manier van in het leven staan: de verlichting. Het verstand was het licht dat de duisternis van de onwetendheid, het bijgeloof en de vooroordelen zou verdrijven. Alles wat niet verklaard kon worden of wat onlogisch was, moest verdwijnen.

Schilderij van een experiment met een vogel in een luchtpomp, Joseph Wright of Derby (1768). Vandaag is het schilderij terug te vinden in de National Gallery in Londen.
©VANIN
Verlichte denkers kwamen met nieuwe ideeën over de samenleving. Economisch gezien vonden ze overheidsregulering onlogisch en pleitten ze voor een vrije markt: individuen mochten zelf bepalen wat ze kochten en verkochten en tegen welke prijs. Ook de standensamenleving konden ze niet begrijpen en wilden ze afschaffen. Ze vonden dat alle mannelijke burgers gelijk waren. Hun inspanningen in de samenleving bepaalden hun status, niet in welke stand ze geboren waren. Even onbegrijpelijk vonden ze het idee dat de koning besliste waarin iedere burger moest geloven. Ze pleitten dan ook voor godsdienstvrijheid in plaats van een staatsgodsdienst.
Verlichting in de politiek
Verlichte denkers in de 18e eeuw droomden van een staat waarin iedereen gelijk was en zijn zin kon doen. Ze droomden ook van een staat waarin de koning zijn macht niet misbruikte. Jean-Jacques Rousseau, John Locke en Charles de Montesquieu waren de belangrijkste politieke verlichte denkers. Vandaag vat je hun ideeën samen als de vrijheids- en gelijkheidsbeginselen. Volgens de Brit John Locke beschikte de mens over een natuurlijke vrijheid. Die vrijheid moest bewaakt worden door de overheid. Locke pleitte daarom voor een rechtstaat die de burgerrechten garandeerde in een grondwet. Dat zijn rechten die niet kunnen afgenomen of geschonden worden, zoals het recht om je lot zelf te mogen bepalen, onafhankelijk van je afkomst of rijkdom.
De filosoof Rousseau zette zich af tegen een koning en overheid die hun macht konden misbruiken wanneer hen dat goed uitkwam en hernam het idee van de volkssoevereiniteit of vertegenwoordiging van het volk. Letterlijk betekent dat ‘macht bij het volk’. Het volk leende haar macht uit aan een leider, regering of parlement. Locke redeneerde dan weer verder: Wanneer een vorst slecht regeert, komt hij zijn afspraak niet na met de bevolking en heeft het volk het recht om hem af te zetten. De Franse filosoof Montesquieu bouwde verder op het idee van volkssoevereiniteit. Al de macht aan het volk geven was echter niet haalbaar. Daarom pleitte hij voor een parlement, een democratische staatsvorm met verkiezingen waardoor iedereen met burgerrechten inspraak kreeg in het bestuur. Alle burgers zouden stemrecht krijgen. Alleen diegenen die niet over een eigen wil beschikten, werden uitgesloten. Ten tweede pleitte hij voor een scheiding der machten in drie machten: de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Alleen op die manier was er volgens hem politieke vrijheid. Bij absolute vorsten waren alle machten verenigd, en daarom dreigde dan het gevaar van machtsmisbruik. De drie machten controleerden elkaar en samen hielden ze elkaar in evenwicht. De ideeën van Montesquieu inspireerden denkers over de hele wereld en lagen aan de basis van de latere politieke revoluties waarover je leert in hoofdstuk 6.
Kritiek op de verlichting
Niet iedereen ging daar echter mee akkoord. Er waren ook verlichte denkers die vonden dat het volk geen inspraak moest krijgen, maar dat de heerser zijn macht moest gebruiken in het voordeel van het volk. Die staatsvorm noemde men het verlicht despotisme. De Katholieke Kerk was de verlichting liever kwijt dan rijk. God werd in vraag gesteld en dat zagen de meeste vorsten en de paus als een bedreiging van hun macht. Zij waren geen fan van de voorgestelde godsdienstvrijheid en tolerantie. Ook veel machtshebbers verzetten zich tegen de verlichtingsidealen. De verlichting zorgde er immers voor dat de oude maatschappelijke orde onder druk kwam te staan. Toch verspreidden de ideeën zich in een snel tempo over heel Europa. De kennis werd verzameld in encyclopedieën, en door de boekdrukkunst kon ze snel verspreid worden.
Verlichtingsidealen in onze hedendaagse maatschappij
De huidige politiek is duidelijk geïnspireerd door de verlichting. We zijn een rechtstaat waarbij onze vrijheid is vastgelegd in een grondwet. Om te garanderen dat de wetgeving eerlijk verloopt, bestaat er een scheiding der machten. Van nieuwkomers verwacht je dat ze zich aanpassen aan onze normen, die door de verlichting geïnspireerd zijn: vrijheid en gelijkheid
Historische vraag 4:
Gold het verlichte idee van gelijkheid in de 18e eeuw voor alle mensen?
In deze vraag onderzoek je de gelijkheid die de verlichte denkers nastreefden vanuit verschillende perspectieven. Dat doe je door verschillende bronnen met elkaar te vergelijken.
1
Bestudeer het kader historisch denken en ga dan naar voetstap 2.
Historisch denken: multiperspectiviteit
Om een beeld van het verleden te krijgen is het belangrijk dat je historische gebeurtenissen vanuit verschillende perspectieven bekijkt. Wanneer je probeert de verschillende perspectieven te begrijpen en te verklaren, noem je dat multiperspectiviteit. En dat is ook wat hedendaagse historici doen om een vollediger en genuanceerder beeld van het verleden te krijgen. Het zorgt er ook voor dat je je beter kunt inleven in het verleden.
↑
Bekijk het instructiefilmpje.
2
Lees bron 1 tot en met 3 op p. 136 en doorloop in de tabel het stappenplan van de bronnenstudie.
search Stap 1: Ik verzamel gegevens over de context.
naam auteur
eeuw
plaats (land)
search Stap 2: Ik observeer de bronnen.
kerngedachte
Bron 1
Bron 2
Bron 3
search Stap 3: Ik interpreteer de bronnen.
(Baseer je daarvoor op de contextinformatie en de lestekst.)
doelpubliek perspectief
search Stap 4: Ik beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 138.
3
Bestudeer opnieuw bron 1 tot en met 3 op p. 136. Elke auteur keek anders naar gelijkheid in de verlichting tijdens de 18e eeuw. Noteer in de tabel telkens het juiste nummer van de bron.
Multiperspectiviteit
In de 21e eeuw hebben mensen een andere definitie van gelijkheid tussen mensen dan in de 18e eeuw.
Met het gelijkheidsidee protesteerden verlichte denkers vooral tegen de gelaagde samenleving met de drie standen: adel, clerus en derde stand. Die indeling gold alleen voor witte mannen. Gelijkheid dus ook.
De auteur wil vooral kritiek geven op zijn eigen samenleving.
De auteur wil vooral kritiek geven op het eenzijdige beeld van de verlichtingsfilosofen dat in zijn hedendaagse samenleving heerst.
Bron
Bron 1:
Veel van de verlichtingsdenkers spraken over vrijheid, gelijkheid en solidariteit in Europa, maar waren tegelijk onversneden racisten die bewust mee gestalte gaven aan de westerse politiek van slavernij en kolonisering. Hume schreef over ‘de negers’ (sic) die qua beschaving inferieur waren aan de witten en ook dat zelfs ‘de meest barbaarse witten meer aanzien verdienen dan andere rassen’. Voltaire betwijfelde of ‘negers (sic) geen overgangsras waren tussen mens en aap’. Pijnlijk. Gedurende twee eeuwen hebben we compleet genegeerd hoe slavernij en kolonialisme een onuitwisbaar ingrediënt zijn geweest voor de ontwikkeling van allerlei politieke, filosofische en economische ideeën. Al die tijd bepaalde een groep witte mannen de westerse canon. Sinds de opkomst van de dekolonisatiebeweging in de jaren 80 is dat witte monopolie beginnen af te brokkelen. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan de Zuid-Amerikanen, Afrikanen en Aziaten die aan westerse universiteiten kwamen studeren en tot hun verbijstering vaststelden dat hun voorvaderen werd gereduceerd tot figuranten of tot mensen die ongestraft uitgebuit konden worden. Dat verlichtingsdenkers desondanks tot diep in de 20e eeuw onvoorwaardelijk als helden werden gevierd, leidde tot steeds meer pijn en irritatie.
Naar: Zemni, S. (23 oktober 2021). Veel van onze helden uit de verlichting waren onversneden racisten. De Standaard.
↑
De auteur is een Belgisch-Tunesische professor aan de Universiteit Gent. Hij is gespecialiseerd in de politiek in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
Bron 2:
We kopen slaven voor het huishoudelijke werk alleen bij de negers; deze handel wordt ons aangewreven. Een volk dat zijn eigen kinderen als koopwaar verhandelt, verdient nog meer afkeuring dan de koper. Deze handel toont onze superioriteit; degene die zich een meester laat opleggen, is geboren om er een te hebben.
Uit: Voltaire. (1756). Essai sur les moeurs et l'esprit des nations
↑
In dit werk schreef de Fransman Voltaire een universele geschiedenis van de wereld. Op het essay kwam veel kritiek van – vaak religieuze – tijdgenoten en het werd bijna onmiddellijk verboden.
Bron 3:
Gij zijt geen slaven; u zou liever sterven dan tot een slaaf gemaakt worden, toch wilt u slaven van ons maken! Gelooft u dan dat de Tahitiaan niet weet hoe te sterven ter verdediging van zijn vrijheid? Deze Tahitiaan, die u als een stuk koopwaar, als een stom beest wenst te behandelen - deze Tahitiaan is uw broeder. U zijt beiden kinderen van de Natuur - welk recht hebt u over hem dat hij niet over u heeft?
Uit: Diderot, D. (1772). Supplément au voyage de Bouganville
↑
De Franse schrijver Denis Diderot laat in zijn roman een oudere inwoner van Tahiti aan het woord. Hij geeft commentaar op de verschillen tussen de Tahitiaanse en de Europese cultuur en trekt daar lessen uit. Voor Diderot is de natuurwet de enige wet die onbetwistbaar is.
Gelijkheid voor iedereen?
Er bestaat vandaag veel discussie over hoe belangrijk de verlichtingsidealen juist zijn voor onze samenleving vandaag. Sommige mensen vinden ze erg belangrijk. Toch zijn er ook stemmen die kritisch zijn voor de verlichtingsdenkers. Ze vinden hen bijvoorbeeld racistisch of seksistisch.
Gelijkheid tussen mensen
Tot aan de verlichting was het gangbare idee dat mensen niet elkaars gelijke zijn. De hiërarchie in de samenleving was door God bepaald. Het woord van iemand die boven je stond op de maatschappelijke ladder, was meer waard dan het jouwe. Discriminatie was de normaalste zaak ter wereld. Ook in niet-christelijke regio’s werd de hiërarchie tussen mensen als een soort van evidentie gezien, een natuurlijk iets.
Verlichtingsfilosofen trokken die hiërarchie in twijfel. Hoewel ze van mening verschilden over wat ze onder gelijkheid verstonden - de meesten bedoelden gelijkheid onder mannen - waren ze wel van mening dat gelijkheid voor de wet noodzakelijk was voor een rechtvaardige samenleving.
Filosofen uit de 18e eeuw pleitten dus voor gelijkheid tussen mensen. Maar tegelijkertijd deelden ze de mens ook voor het eerst op in rassen.
Vandaag is de wetenschap het erover eens dat alle mensen behoren tot dezelfde soort: Homo sapiens. Er wordt geen indeling in rassen meer gemaakt. Maar in de vroegmoderne tijd stelden wetenschappers wel een classificatie op van verschillende menselijke rassen. Hoewel de wetenschappers in die opdeling niet noodzakelijk een hiërarchie zagen, werd de rassenindeling door anderen misbruikt om primitieve en superieure rassen te onderscheiden. Racisme kreeg in hun ogen een wetenschappelijke basis.
Conclusie IV
Antwoorden op de historische vragen
Historische vraag 1: Hoe machtig was Lodewijk XIV in het vroegmoderne Frankrijk?
Historische vraag 2: Hoe zorgde een koninklijke scheiding voor een religieuze breuk in het 16e-eeuwse Engeland?
Historische vraag 3: Welke kritiek hadden verlichte denkers op de absolute koningen en op de samenleving?
Historische vraag 4: Gold het verlichte idee van gelijkheid in de 18e eeuw voor alle mensen?
Synthese V
Samenvattend schema
POLITIEK
- centralisatie van macht rond één persoon
- ambtenaren i.p.v. adel
- beroepsleger
ECONOMISCH
- overheidsregulering
- belastingsysteem
CULTUREEL
- staatsgodsdienst
- kunst als propaganda
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
ongelijke samenleving
kritiek
verlichting kritiek
- keizer Karel V (Duitse rijk + Spanje)
- Lodewijk XIV (Frankrijk)
- Hendrik VIII (Engeland)
kenmerkende ideeën:
- rechtstaat
- volkssoevereiniteit
- grondwet
- vrijheid
- gelijkheid
- rationalisme voorbeelden:
absolutisme
Historisch denken
Historische begrippen
Je leerde in de vorige jaren en de vorige hoofdstukken al volgende historische begrippen: Anglicaanse Kerk, belasting, bestuurlijke organisatie , bestuurstaal, boekdrukkunst, burgerij, centralisatie , clerus, cultuuruiting, democratie , economisch systeem, filosofie , gelijkheid, geweld, godsdienstvrijheid, Katholieke Kerk, koopkracht , kunstuiting, migratie , multiculturele samenleving, oorlog, overzeese territoria, protestanten, reformatie , religieuze breuk , religieuze hervorming, renaissance, Rooms-Katholieke Kerk, stand, vrijheid en wetenschappen
In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen:
cultureel: rationalisme filosofische stroming waarin de rede als middel tot kennis en waarheid centraal staat verlichting filosofische stroming in Europa in de 18e eeuw, waarin het gebruik van de rede en het geloof in het individu centraal stonden verlichtingsidealenverzameling ideeën over vrijheid en gelijkheid die ontstonden tijdens de verlichting
economisch:
invoer het in het land brengen van handelswaar uit het buitenland overheidsreguleringDe overheid beheerst de markt door het uitvaardigen van gebods- en verbodsregels.
politiek:
©VANIN
absolute machtvolledige macht over alle domeinen van de samenleving absolutisme staatsvorm door een onbeperkte alleenheerschappij beroepsleger leger bestaande uit door de overheid betaalde en opgeleide soldaten burgerrechten persoonlijke vrijheden die toebehoren aan het burgerschap van een land of gemeenschap en die door de grondwet gegarandeerd worden grondwet document waarin de rechten en plichten van elke burger en de werking van de staatsorganen staan beschreven huurling iemand die tegen betaling vecht inspraak betrekken van belanghebbenden bij beslissingen parlement belangrijkste politieke orgaan van een democratie dat de wetten van een land goedkeurt en waarvan de leden door de bevolking worden verkozen politieke revolutieplotselinge opstand van het volk die tot een blijvende politieke verandering leidt rechtstaat staat waarin de burgers dankzij de grondwet en de wetten van het land beschermd worden tegen mogelijke willekeur van de machtshebbers scheiding der machtenopsplitsen van de politieke macht in uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht staatsvorm manier waarop de staat ingericht en geleid wordt, bijvoorbeeld: monarchie, republiek …
Staten-Generaalvergadering van afgevaardigden, aanvankelijk van de standen, en later van de burgers, die inspraak hebben in het bestuur stemrecht recht om je stem uit te brengen bij verkiezingen verdeel- en heersstrategie manier van besturen waarbij je groepen in een land tegen elkaar opzet
verkiezingen
methode waarbij kiesgerechtigden stemmen op kandidaten om bestuursorganen zoals bijvoorbeeld het parlement samen te stellen verlicht despotismebestuursvorm waarbij de vorst de macht naar zich toe trekt maar ook rekening houdt met het welzijn van het volk vertegenwoordigingafvaardiging, bijvoorbeeld van burgers in een parlement volkssoevereiniteitprincipe waarbij het hoogste politieke gezag bij het volk ligt, het basisprincipe van een democratie
sociaal: vrijheids- en gelijkheidsbeginselen
Eigen begrippen:
principe dat iedere burger gelijke rechten en een gelijke behandeling toekent en waarbij men vrij is te doen en laten wat men wil, zolang men anderen geen schade berokkent
Structuurbegrippen
Je gebruikte in dit hoofdstuk ook de volgende structuurbegrippen: continuïteit, verandering, gelijktijdigheid, ongelijktijdigheid, multiperspectiviteit , bedoelde en onbedoelde gevolgen en structurele factor.
Zelfevaluatie
©VANIN
Ik ken het samenvattend schema op p. 139.
Ik ken de inhoudelijke teksten op p. 119-120, 125, 132-133 en 137.
Ik ken de kaders historisch denken op p. 125 en 134.
SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER
Ik kan uitleggen of het absolutisme gelijktijdig of ongelijktijdig ontstond in Europa, zoals op p. 114.
Ik kan de staatsvorm tijdens de middeleeuwen vergelijken met het absolutisme uit de vroegmoderne tijd, zoals op p. 118.
Ik kan beargumenteren of er eerder sprake is van continuïteit dan wel verandering tussen de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd op het vlak van politieke macht, zoals op p. 118.
Ik kan het absolutisme van Hendrik VIII vergelijken met de autocratie van Nero uit de klassieke oudheid, zoals op p. 124.
HISTORISCHE BRONNEN EN WERKEN
Ik kan verschillende bronnen met elkaar vergelijken en daarbij een stappenplan doorlopen om een historische vraag te beantwoorden, zoals op p. 122 en 134-135.
Ik kan bij verschillende bronnen een onderzoekbare historische vraag stellen en die aan de hand van het stappenplan beantwoorden, zoals op p. 123.
Ik kan de representativiteit binnen bronnen beoordelen, zoals op p. 123.
BEELDVORMING BEARGUMENTEREN
Ik kan een voorbeeld geven van hoe de breuk tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Anglicaanse Kerk een onbedoeld gevolg is, zoals op p. 125.
Ik kan in mijn eigen woorden uitleggen welke structurele factor een rol speelde bij de religieuze breuk tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Anglicaanse Kerk, zoals op p. 125.
REFLECTEREN OVER HEDEN, VERLEDEN EN TOEKOMST
Ik kan verlichtingsidealen zoals het vrijheids- en gelijkheidsbeginsel, de scheiding der machten, de rechtstaat en de grondwet op de hedendaagse samenleving toepassen, zoals op p. 128-130.
Ik kan voorbeelden geven van hoe verlichtingsidealen verder leven in onze samenleving, zoals op p. 131.
Revoluties
(West-Europa, ca. 1750 - 1800)
Georg Heinrich Sieveking, ingekleurde gravure (Hamburg, 1793). Op 21 januari 1793 werd de Franse koning Lodewijk XVI onthoofd. Frankrijk werd een republiek. Wat was er in hemelsnaam in Frankrijk gebeurd? Waarom kwamen mensen in opstand tegen hun absolute vorsten?

Historische vragen
Welke invloed had de industriële revolutie op de samenleving in Noordwest-Europa?
Welke gelijkenissen waren er tussen de Amerikaanse en Franse Revolutie aan het einde van de vroegmoderne tijd?
Hoe verklaar je slavernij in een land waar gelijkheid tussen alle mensen in de onafhankelijkheidsverklaring staat?
Welke kritiek op de Franse Revolutie vind je in het werk van Pierre Goetsbloets?
Hoe wordt de collectieve herinnering aan de Franse Revolutie vandaag gebruikt in Frankrijk?
Bestudeer bron 1 en fris op wat je nog weet over de middeleeuwse standenmaatschappij uit Sapiens 3.
a Bespreek klassikaal welke standen of maatschappelijke groepen uit de gelaagde samenleving op de bron te zien zijn. Hoe herken je ze?
b Welke groep kwam er als laatste bij?
c Bespreek welke veranderingen er plaatsvonden in de gelaagde samenleving door de opkomst van de steden.

Thomas Newcomen, de eerste stoommachine (1712). Bij Newcomens stoommachine zette stoomdruk een pompbeweging in gang. Die pompbeweging kon een groot wiel aandrijven. Later zou James Watt de stoommachine perfectioneren. 1400
MIDDELEEUWEN
1:

← Gilles de Rome, illustratie manuscript (Frankrijk, 15e eeuw).
Bron
Situeren in tijd II

↑
Samuel Crompton, de Mule Jenny (1779). De Mule Jenny was een door stoomkracht aangedreven automatisch spintoestel. Door te spinnen maak je draad uit ruwe wol of katoen. Met die draad kun je dan weven.

↑
Britse tekening van een fabriek met weefgetouwen die worden aangedreven door stoomkracht (1835). Door te weven worden draden in elkaar gevlochten, zodat er een stuk stof ontstaat.
MODERNE TIJD 1600 1700 1800 1900 1945
VROEGMODERNE TIJD
WETENSCHAPPELIJK METHODE: VANAF CA. 1600
INDUSTRIALISERING: VANAF CA. 1750
VORSTELIJK ABSOLUTISME: VANAF CA. 1500
©VANIN
POLITIEKE REVOLUTIES: VANAF 1776

↑
Maker onbekend, spotprent (jaren 1890). The fourth of July (4 juli) herdenkt jaarlijks de Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776. De Verenigde Staten waren vanaf die datum onafhankelijk en vielen niet meer onder het gezag van de Britse koning George III. Op de spotprent zie je hoe Uncle Sam (= de Verenigde Staten) toekijkt hoe een jonge George Washington, de eerste president van de Verenigde Staten, John Bull (= Engeland) terug over de oceaan trapt. De onafhankelijkheidsstrijd eindigde in 1783.

↑
Jean-Pierre Houël, De bestorming van de Bastille (Parijs, 14 juli 1789). Houël leefde ten tijde van de bestorming van de Bastille.
Op onderzoek III
Historische vraag 1: Welke invloed had de industriële revolutie
op de samenleving in Noordwest-Europa?
Al van in het neolithicum lag de focus van de economie op veel plekken in de wereld bij landbouw. Dat zou doorheen de geschiedenis zo blijven, tot in sommige landen de industriële revolutie haar intrede deed. In deze historische vraag bestudeer je die revolutie op basis van een lestekst.
1
De industriële revolutie ging hand in hand met andere processen. Vul het schema aan met informatie uit de lestekst op p. 149-150.
revolutie:
bv. wisselbouw proces:
De bevolking neemt sterk toe.
revolutie:
bv. - stoommachine - Mule Jenny
2
Geef een voorbeeld van een verband tussen twee maatschappelijke domeinen uit het schema.
3
Bron 1 en 2 kwam je al tegen in hoofdstuk 2 (p. 42) en in dit hoofdstuk (p. 145). Blader eventueel terug naar die bronnen. Vergelijk de bronnen met bron 3. Geef een gelijkenis en een verschil.
a Leg uit welk economisch systeem aan bod komt bij elk van de drie bronnen.
b Leg uit hoe dat economisch systeem werkt.
c Geef drie verschillende soorten bedrijven waarbij dat systeem wordt toegepast. Baseer je daarvoor op bron 1 tot en met 3.

Hendrik van Schuylenburgh, Handelspost van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (India, 1665).


Britse tekening van een fabriek met door stoomkracht aangedreven weefgetouwen.
Hedendaagse foto van de hoofdzetel van het bedrijf Google (Californië, VS).
Bron 1:
Bron 3:
Bron 2:
4
Bestudeer het filmpje (bron 4) en gebruik bron 5 en 6.
a Leg op basis van het filmpje uit hoe Lieven Bauwens er mee voor zorgde dat de industriële revolutie zich ook op het Europese vasteland kon doorzetten.
b Rijke industriëlen in Vlaanderen spraken in die tijd doorgaans Frans. Vertaal de uitspraak van Bauwens uit bron 6 en leg uit wat de boodschap van die uitspraak was.
Vertaling:
Boodschap:
c De industrieel Bauwens kreeg aan het einde van de 19e eeuw in Gent een plein naar hem vernoemd. Op dat plein stond ook een standbeeld van hem. Vandaag plaatsen we echter vraagtekens of bedenkingen bij de figuur van Bauwens. Leg uit hoe standplaatsgebondenheid daarbij een rol speelt.
Bron 4:Bron 5:
↑ Bekijk het filmpje.

← Hedendaagse foto van een van de eerste fabrieken in Manchester (Groot-Brittannië). In een molen aan de plaatselijke rivier verzamelde Samuel Greg in 1784 enkele moderne spintoestellen. Hij zette er weeskinderen en huisarbeiders uit de buurt aan het werk. Met de machines verwerkten zij katoen uit de Britse kolonies. De machines werden eerst door waterkracht en later door stoomkracht aangedreven. In en rond Manchester schoten de fabrieken als paddenstoelen uit de grond.
Bron 6: 5
Aan het einde van de 18e eeuw ontdekt Gentenaar Lieven Bauwens dat in Engeland de Mule Jenny gebruikt wordt om katoen te spinnen. Hij laat zo’n machine naar het vasteland smokkelen en richt fabrieken op, eerst in Passy (Parijs) en kort daarna in Gent. ’J’ai creé un second Manchester’, zegt hij er in 1803 zelf over. Een geniaal zakenman of een gewiekst zakenvuller die zijn werkvolk uitbuitte? De ondernemer en ‘zijn’ Mule Jenny hebben alleszins hun plek veroverd in de geschiedenisboeken én het Industriemuseum.
Uit: Industriemuseum. (2022). Lieven Bauwens: ondernemer en spion. www.industriemuseum.be (geraadpleegd op 15 mei 2022)
Kijk nog eens terug naar ‘Wat weet je al?’ bij de tijdlijn op p. 144-145 en herlees de laatste alinea van de lestekst op p. 149-150. Beantwoord vervolgens de historische vraag bij de conclusie op p. 158.
Van een agrarische naar een industriële samenleving
Demografische groei
Tijdens de vroegmoderne tijd vond in Europa een agrarische of landbouwrevolutie plaats waarbij betere landbouwmethoden, zoals de wisselbouw, werden gebruikt. Rapen, klaver, wortelgewassen en grassen wisselden de graanteelt af. Die gewassen hadden verschillende voedingsstoffen uit de bodem nodig. Door af te wisselen raakte de bodem minder snel uitgeput. Vanaf de 18e eeuw werd er ook steeds meer ingezet op de aardappel als voedingsgewas. De aardappelteelt heeft ontzettend veel voordelen. Zo levert de aardappel veel meer calorieën en voedingswaarden op per stuk land, zeker in vergelijking met graan. Dat alles legde mee de basis voor het demografisch proces: de enorme demografische groei was een belangrijke oorzaak van de industriële revolutie. Van ca. 1700 tot ca. 1850 nam de bevolking met meer dan 40 procent toe, zowel in Europa als in China. Bovendien daalde het sterftecijfer sterk, ook bij kinderen, onder andere dankzij betere hygiëne, beter en gevarieerder voedsel en medische innovaties.
Engeland als bakermat
Dat alles gebeurde in de eerste plaats in Engeland, een land met gunstige voorwaarden, zoals toegang tot steenkool en ijzererts. Daarnaast speelde ook de koloniale rijkdom mee: grondstoffen uit kolonies vonden hun weg naar de Engelse afzetmarkt. Tot slot was ook politieke stabiliteit een belangrijke factor: Engeland was relatief gespaard gebleven van oorlogsgeweld op eigen bodem, wat ruimte gaf voor investeringen in de industrie. De Engelse bevolking steeg en dus steeg ook de vraag naar levensmiddelen, kledij en huisvesting. Hele bossen werden gekapt om de bevolking te voorzien van brandstof en om plaats te maken voor huizen en akkers. En toen de meeste bossen waren verdwenen, schakelde men over op steenkool. Die steenkool bevond zich dieper in de aarde, vaak in moerassig gebied. Lagere steenkoollagen stonden vaak onder water en dat water moest worden weggepompt. Wetenschappers zochten een manier om dat sneller en efficiënter te doen. Ze bedachten dat stoom een mogelijke energiebron kon zijn om machines aan te drijven. In 1712
werd dat realiteit: de eerste stoommachines werden ingezet om mijngangen leeg te pompen. Er kon dus steeds meer steenkool worden bovengehaald. Die was noodzakelijk in de ijzernijverheid maar ook om de stoommachines zelf aan te drijven.
De industriële revolutie was tijdens de vroegmoderne tijd een eerder Brits gegeven. Tijdens de moderne tijd zou die revolutie zich verspreiden naar het Europese vasteland en later ook naar de rest van de wereld.
©VANIN
Automatisering van het arbeidsproces
De stoomtechnologie veranderde vervolgens ook de textielnijverheid en de andere nijverheden grondig. Tot de 16e eeuw kleedden haast alle Europeanen zich in schapenwol of linnen. Om aan de grotere vraag te voldoen werden in Engeland de eerste machines in de textielsector gebruikt en vond een commercialisering plaats: spin- en weefmachines met stoomkracht waren de oplossing om het productieproces efficiënter en goedkoper te maken en het aanbod van die producten te verhogen. Op die manier werd voldaan aan de behoeften van de groeiende bevolking. Uiteindelijk automatiseerde het gebruik van machines in fabrieken in veel sectoren het arbeidsproces. De industrialisering was een feit. Steeds meer ambachtslieden van het platteland trokken naar de stad en werden daar fabrieksarbeiders in loondienst.
De gevolgen van de industrialisering tijdens de moderne tijd
Aan het einde van de vroegmoderne tijd was het kapitalisme als economisch systeem in de geïndustrialiseerde samenleving steeds belangrijker geworden. Mensen met geld investeerden in fabrieken met stoommachines en konden op die manier heel rijk worden. In de moderne tijd zouden de levensstandaard en koopkracht van die ‘nieuwe’ rijken vervolgens spectaculair groter worden. Ze wilden steeds meer winst maken en streefden daarbij naar een optimale arbeidsorganisatie. Daar stond tegenover dat arbeiders uitgebuit werden door ontzettend lange werkdagen gekoppeld aan een zeer laag loon. Om genoeg geld te verdienen om te overleven moesten ook vrouwen en kinderen ingeschakeld worden in het arbeidsproces. Dat had een impact op de gezinsorganisatie: het hele gezin stond elke dag heel vroeg op om naar de fabriek te trekken. Het merendeel van de mensen die in die fabrieken werkten, had dus een heel lage levensstandaard en was arm. In de stedelijke samenleving woonden grote gezinnen samen in piepkleine huizen en probeerden de eindjes aan elkaar te knopen. De verandering in de gelaagde samenleving werd voortgezet: de sociale structuur van de samenleving veranderde van een standensamenleving in een klassensamenleving. Daarbij werd iemands positie steeds meer bepaald door zijn economische rol dan door geboorte.
Historische vraag 2: Welke gelijkenissen waren er tussen de Amerikaanse en Franse Revolutie aan het einde van de vroegmoderne tijd?
In de vorige historische vraag lag de focus bij de economische revolutie. In deze historische vraag bestuderen we twee politieke revoluties: de Franse en de Amerikaanse Revolutie. Allebei die gebeurtenissen hebben hun wortels bij de verlichtingsfilosofen die al aan bod kwamen in hoofdstuk 5. Aan de hand van een lestekst krijg je meer inzicht in de revoluties die het politieke landschap voorgoed zouden veranderen.
1 Lees de lestekst over de revoluties op p. 153-154. Lees de tekst eerst intensief. Bestudeer dan de vragen en lees de tekst vervolgens zoekend.
2 Duid in de lestekst de vier belangrijkste gebeurtenissen uit elke revolutie aan. Plaats die gebeurtenissen chronologisch in de twee schema’s.
3 Markeer in de schema’s elke gebeurtenis die haar oorsprong kent bij de verlichtingsidealen.
Amerika
Frankrijk
Bron 1:
4
Bestudeer de spotprenten en maak opdracht a tot en met c.

↑
Maker onbekend, spotprent (Frankrijk, 1789). Onderaan staat: ‘A faut esperer q'eu jeu la finira ben tot’ (Vertaling: Men moet hopen dat dit spel snel eindigt.)
Bron 2:

↑
Maker onbekend, spotprent (Frankrijk, 1789). Bovenaan staat: ‘Vive le roi, vive la nation.’ (Vertaling: Leve de koning, leve de natie.). Onderaan staat: ‘J savois ben qu’jaurions not tour.’ (Vertaling: Ik wist echt dat wij aan de beurt zouden komen.)
a Wie symboliseren de figuren op deze prenten? Noteer de letter van elke stand op de juiste plaats op elke spotprent.
Aclerus of eerste stand
Badel of tweede stand
Cvolk of derde stand
b Leg in je eigen woorden uit welke symbolische betekenis de prenten hebben.
Bron 1:
Bron 2:
© Alamy / Imageselect / PWB Images
© Alamy / Imageselect / PWB Images
c Dankzij welke gebeurtenis is die verandering er gekomen?
d Welk perspectief had de maker van de bron?
De maker van de bron is een voorstander / tegenstander van de revolutie.
Beargumenteer je keuze:
5 Geef bij de conclusie op p. 158 minstens twee gelijkenissen tussen de Amerikaanse en de Franse Revolutie.
Politieke revoluties: de verlichting in de praktijk gebracht
Amerika
In de 17e eeuw waren er aan de oostkust van Noord-Amerika dertien Britse kolonies. De witte inwoners van die kolonies waren meestal geëmigreerd uit Europa. Tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1775 - 1783) kwamen de kolonisten in opstand tegen Groot-Brittannië. Dat mondde uit in hun onafhankelijkheid.
Verschillende motieven verklaren de opstand. De opstandelingen protesteerden tegen de Britse belastingen en tegen de manier waarop beslissingen werden genomen. De inwoners van de Amerikaanse kolonies hadden immers geen vertegenwoordiging in het Britse parlement. Ze gebruikten de leuze: no taxation without representation. Ze wilden dus geen belastingen betalen zonder inspraak. De kolonies hadden ook genoeg van het feit dat alle handel, zoals die in thee, tussen Amerika en Europa via Britse handelsmaatschappijen moest verlopen.
Uit protest stelden de kolonies in 1774 de Declaration of Rights, of Verklaring van de Rechten van de Mens, op. Volgens die verklaring waren alle mensen van nature vrij en onafhankelijk en hadden ze bepaalde burgerrechten. Dat was het startsein van een opstand tegen de Britten: de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Op 14 juli 1776 riepen de kolonisten in Amerika de Declaration of Independence of de Onafhankelijkheidsverklaring uit. De Britten accepteerden dat eerst niet. Pas na een lange strijd werden de dertien kolonies effectief onafhankelijk van Groot-Brittannië.
In 1787 kwam in Washington een congres bijeen om één grondwet op te stellen voor de dertien staten. In die grondwet werd beslist over een wetgevende macht die in handen kwam van het parlement, het Amerikaanse Congres. Vanaf dat moment werden de dertien staten niet meer
geregeerd door de Britse koning George III, maar door een verkozen Amerikaanse president. George Washington, de eerste president, beschikte alleen over uitvoerende macht. De rechterlijke macht kwam in handen van een onafhankelijk hooggerechtshof. De scheiding der machten voorkwam dat de president, net als de Britse koning vóór hem, te veel macht kreeg.
Frankrijk
Daarin had de koning geen plaats meer. Dat betekende het einde van de monarchie in Frankrijk. Wie de revolutie niet zag zoals de radicalen die voor ogen hadden, werd naar de guillotine geleid en onthoofd. Omwille van het vele geweld noemen historici die fase van de revolutie ‘de Terreur’. Duizenden burgers werden de dood in gejaagd. Bij de slachtoffers waren de voormalige koning Lodewijk XVI en zijn echtgenote Marie-Antoinette. Zo kwam er in Frankrijk een einde aan wat het ‘ancien régime’ werd genoemd. Dat kun je vertalen als 'de oude bestuurssystemen’, waar vooral de standensamenleving kenmerkend voor was. ©VANIN
Net als in Amerika kende de Franse bevolking tijdens een groot deel van de vroegmoderne tijd geen volksvertegenwoordiging. Sinds het absolutisme was inspraak in Frankrijk iets uit een ver verleden. In 1789 was de Franse schatkist zo goed als leeg. Er waren nieuwe belastingen nodig om onder andere de grote uitgaven van het koninklijke hof en de Franse hulp tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog te betalen. Dat leidde ertoe dat de Franse koning Lodewijk XVI, op zoek naar geld, de Staten-Generaal na bijna tweehonderd jaar opnieuw bijeenriep. De Staten-Generaal was een standenvergadering waarin de clerus, de adel en de derde stand moesten stemmen over nieuwe belastingen en waarin elke stand een derde van de stemmen had. Hoewel 95 % van de Fransen tot de derde stand behoorde, had ze dus niet de meerderheid in de stemming, want er werd per stand en niet per hoofd gestemd. Clerus en adel werkten altijd samen en dus had de minderheid steevast de macht over de meerderheid: het volk. Ook de voorrechten binnen de Franse standensamenleving, zoals de lage belastingen voor adel en clerus, verhoogden de spanningen. Bovendien waren er de gestegen broodprijzen, na een harde winter, een droog voorjaar en bijgevolg misoogsten, en de spilzucht van het koningspaar. Dat alles leidde tot steeds meer onvrede.
Er werden geen maatregelen genomen om de ergernissen van de derde stand weg te nemen of om de stijgende graanprijzen aan te pakken. Daarom bestormde een woedende menigte op 14 juli 1789 de Bastille, de Parijse koninklijke gevangenis. Dat symbool van vorstelijk absolutisme werd platgebrand. In datzelfde jaar werd de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger opgesteld, een basisdocument voor alle verdere wetgeving. Persoonlijke vrijheid, politieke gelijkheid, eigendom, vrije meningsuiting en vrijheid van pers werden voortaan rechten voor elke vrije volwassen mannelijke burger van Frankrijk. In 1791 werd de eerste grondwet van Frankrijk opgesteld. Daarin werden die verlichtingsidealen opgenomen, net zoals in Amerika enige jaren ervoor. De Franse koning moest die grondwet accepteren, maar hij weigerde.
Heel wat opstandelingen werden radicaler. In 1792 riep een nieuw bestuur de republiek uit.
Historische vraag 3: Hoe verklaar je slavernij in een land waar gelijkheid tussen alle mensen in de onafhankelijkheidsverklaring staat?
In deze historische vraag bestuderen we de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring.
1
Lees de lestekst op p. 156-157. Vergelijk vervolgens de slavernij in de Verenigde Staten met die uit de Romeinse samenleving.
Geef twee gelijkenissen:
Bron 1:
Geef twee verschillen:
↑
2
Lees het eerste stukje uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (zie bron 1) en de lestekst op p. 156-157.
We houden deze waarheden voor vanzelfsprekend, dat alle mensen gelijk zijn geschapen, dat ze door hun Schepper zijn begiftigd met zeker onvervreemdbare rechten, waaronder het recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk.
Fragment van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776, Philadelphia, VS.
3
Beantwoord de historische vraag bij de conclusie op p. 158.
4
Lees bron 2. Waarin verschillen de hedendaagse Belgische rechten en de rechten van de inwoners in de VS in 1776?
©VANIN
Bron 2:
Artikel 10 De Belgen zijn gelijk voor de wet. Er is geen onderscheid tussen groepen van mensen in België. Ook vrouwen en mannen zijn gelijk aan elkaar.
Artikel 11 Alle Belgen hebben dezelfde rechten en vrijheden. Mensen die tot een minderheid behoren, hebben dezelfde rechten en mogen niet gediscrimineerd worden.
Artikel 12 Alle Belgen zijn vrij. (…)
Naar: De Senaat. (2024). De Belgische Grondwet.
Slavernij
Ongelijkheid tussen mensen, met slavernij als meest extreme vorm, ontstond waarschijnlijk aan het einde van de prehistorie, toen de samenleving van de jager-verzamelaars langzaamaan veranderde in een landbouwsamenleving. Dat leerde je in Sapiens 1.
Tijdens het oude nabije oosten kenden de Mesopotamiërs en Egyptenaren slavernij, meestal na oorlogen waarbij gevangenen werden ingezet als slaafgemaakten. Maar voor slavernij op grote schaal moeten we vooral de Griekse en Romeinse samenlevingen bestuderen, zoals in Sapiens 2. De Romeinse economie was vrij afhankelijk van slavernij. Cijfers tonen aan dat ruim 30 tot 40 % van de Romeinse bevolking uit slaafgemaakten kon bestaan. De meeste slaafgemaakten werden aan het werk gezet in de land- en mijnbouw, maar er waren ook heel wat huisslaven. Mensen konden tijdens het oude nabije oosten en de klassieke oudheid in slavernij terechtkomen omwille van schulden die ze niet konden afbetalen, als straf voor overtredingen of via krijgsgevangenschap. Slaafgemaakten hadden geen burgerrechten. Ook in de Chinese rijken kwam slavernij in die tijd voor, maar op minder grote schaal.
Tijdens de middeleeuwen daalde het aantal slaafgemaakten in christelijk Europa, zoals je leerde in Sapiens 3. In Oost-Europa, Afrika en de Arabische wereld echter waren er verschillende netwerken van slavenroutes. Miljoenen Afrikanen en ook Oost-Europeanen werden toen als slaafgemaakten afgevoerd naar de Arabische wereld. Het woord ‘slaafgemaakte’ is trouwens afgeleid van de Slaven, een Oost-Europees volk.
Met de oprichting van de Verenigde Staten van Amerika werd voor het eerst ter wereld het recht op vrijheid en gelijkheid vastgelegd in de grondwet van 1787. Het houden van rechteloze slaafgemaakte mensen uit Afrika stond daar haaks op. Plantagehouders uit de zuidelijke staten van de VS zagen die uit Afrika ontvoerde werkkrachten echter als een noodzaak om de economie draaiende te houden. De Amerikaanse ‘founding fathers’, zoals Benjamin Franklin, gebruikten daarom uiterlijke kenmerken om de bestaande ongelijkheid in stand te houden. Mensen van Afrikaanse origine en de native Americans werden gezien als minderwaardig aan witte mensen. De grondwet, met daarin vrijheid en gelijkheid voor allen, gold daarmee niet voor hen.
De Amerikanen grepen terug naar de rassenindeling uit de verlichtingsperiode. Op grond van uiterlijke kenmerken zetten ze Afrikanen en de oorspronkelijke inwoners van Amerika buiten de groep waarvoor de gelijkheidsnormen golden. Slavernij kreeg zo een raciale basis, wat in eerdere periodes doorgaans niet het geval was.
Uitbreiding 1:
Welke kritiek op de Franse Revolutie vind je in het werk van Pierre Goetsbloets?
Er waren ook tegenstanders van de Franse Revolutie. Leer er meer over op iDiddit: ga aan de slag met een schilderij van de Antwerpse kunstenaar Pierre Goetsbloets.
Historische vraag 4:
Hoe wordt de collectieve herinnering aan de Franse Revolutie vandaag gebruikt in Frankrijk?
De Franse Revolutie leeft vandaag nog verder in de collectieve herinnering. Onderzoek op iDiddit hoe mensen ook vandaag nog gebruikmaken van de Franse Revolutie.
Conclusie IV
Antwoorden op de historische vragen
Historische vraag 1: Welke invloed had de industriële revolutie op de samenleving in Noordwest-Europa?
Historische vraag 2: Welke gelijkenissen waren er tussen de Amerikaanse en Franse Revolutie aan het einde van de vroegmoderne tijd?
Geef minstens twee gelijkenissen.
Historische vraag 3: Hoe verklaar je slavernij in een land waar gelijkheid tussen alle mensen in de onafhankelijkheidsverklaring staat?
Synthese V
Samenvattend schema
agrarische revolutie: meer voedsel
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
©VANIN
demografisch proces: meer mensen
wetenschappelijke innovatie: bv. stoommachine verlichtingsidealen zoals vrijheid en gelijkheid
inspiratie
industriële revolutie politieke revoluties
gevolgen tijdens de moderne tijd
Amerikaanse Revolutie 1776
Franse Revolutie 1789
nieuwe stedelijke klassensamenleving gelijkaardige verklaring rechten van de mens + grondwet
rijke industriëlen
⭥ arme arbeiders enkel witte mannen!
Historisch denken
Historische begrippen
Je leerde in de vorige jaren en de vorige hoofdstukken al volgende historische begrippen: aanbod, absolutisme , belasting, burgerrechten, clerus, commercialisering, economisch systeem, gelaagde samenleving, (on)gelijkheid, geweld, grondwet , handel, innovatie , inspraak , investeren, kapitalisme , kolonie, koopkracht , monarchie , nijverheid, oorlog, parlement, plantage, politieke revolutie , republiek , scheiding der machten, slavernij, standensamenleving, Staten-Generaal, stedelijke samenleving, technologie , verlichting, verlichtingsidealen, vertegenwoordiging, voorrecht, vraag, vrijheid en wetenschappen
In dit hoofdstuk leerde je de volgende historische begrippen: economisch:
arbeidsorganisatiemanier waarop arbeid georganiseerd wordt handelsmaatschappijcommerciële organisatie die zich met de - koloniale - handel bezighield industrialiseringproces van veranderingen in de productie door mechanisatie en automatisering en de daaropvolgende veranderingen in de organisatie van de arbeid
levensstandaardpeil van welvaart of rijkdom van burgers
politiek:
ancien régime oudere benaming voor het politieke en sociale bestuurssysteem in Europa (vooral in Frankrijk) vóór de Franse Revolutie, gekenmerkt door een absolute monarchie, een standenmaatschappij en ongelijke rechten onafhankelijkheidsoorlog oorlog waarbij gestreden wordt voor de onafhankelijkheid van een territorium
sociaal:
demografische groeitoename van de bevolking demografisch procesveranderingen in het aantal of de samenstelling van de bevolking gezinsorganisatiemanier waarop een gezin is samengesteld klassensamenlevingsamenleving waarbij de sociale status eerder bepaald wordt door inkomen dan door geboorte en afkomst
Zelfevaluatie Ik moet dit kennen. Ik kan dit. Ik kan
Ik ken het samenvattend schema op p. 159.
Ik ken de inhoudelijke teksten op p. 149-150, 153-154 en 156-157.
Ik ken de extra informatie van iDiddit:
SITUEREN IN HET REFERENTIEKADER
Ik kan de politieke revoluties (in Amerika in 1776 en in Frankrijk in 1789) en de industriële revolutie (vanaf ca. 1750) op een tijdlijn plaatsen, zoals op p. 144-145.
BEELDVORMING BEARGUMENTEREN
Ik kan de symbolische betekenis van spotprenten achterhalen, zoals op p. 152-153.
REFLECTEREN OVER HEDEN, VERLEDEN EN TOEKOMST
Ik kan het kapitalisme uit de vroegmoderne tijd vergelijken met het kapitalisme vandaag, zoals op p. 147.
Ik kan uitleggen hoe standplaatsgebondenheid een rol speelt bij de beoordeling van historische figuren, zoals Lieven Bauwens op p. 148.
dit nog niet.
Synthese
François Gérard, schilderij van Napoleon in kroningsgewaad (Frankrijk, 1805). Napoleon Bonaparte (1769 - 1821) wordt tot vandaag door veel mensen gezien als een held. Hij zou Frankrijk gered hebben toen er chaos heerste tijdens de Terreur in het land. In november 1799 pleegde hij een staatsgreep: hij dwong de machtshebbers af te treden en werd uiteindelijk keizer van Frankrijk.
↓

Historische vragen
Waarin verschillen de Europese en de Chinese periodisering van elkaar?
Wat zijn de kenmerken van de vroegmoderne tijd?
Welke mythe rond Napoleon ontstond aan het begin van de moderne tijd?
Tijdens dit schooljaar heb je verschillende historische gebeurtenissen en personen bestudeerd.
Bestudeer de tijdlijn.
a Plaats de letter van elke afbeelding in het juiste vakje.
b Plaats het nummer van elk begrip in het juiste cirkeltje.
1 centralisatie
2 ar tistieke stroming
3 wij-zij-denken
4 innovatie
5 religieuze breuk
c Beargumenteer klassikaal je keuze.



Situeren in tijd II
VERLICHTING
GESCHIEDENIS
POLITIEKE REVOLUTIES
INDUSTRIËLE REVOLUTIE


KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN
OUDE NABIJE OOSTEN
Historische vraag 1:
Waarin
verschillen
de Europese en de Chinese periodisering van elkaar?
In deze historische vraag bestudeer je de westerse periodisering en vergelijk je die met de Chinese. Hieronder vind je een tijdlijn van de Chinese periodisering. Daarbij is het gebruikelijk om te denken vanuit een politiek kader met de nadruk op de dynastieën. Die tijdlijn werd gemaakt door de auteurs van Sapiens.
1 Benoem minstens twee gelijkenissen en twee verschillen tussen de klassieke westerse tijdlijn die je achteraan in je Histokit vindt en de Chinese tijdlijn hieronder.
De Chinese tijdlijn
PREHISTORISCH
Het Chinese jaar 1 begint bij de eerste Chinese keizer.
Gelijkenissen
eenmaking van China onder Qin-dynastie
1206: begin Mongoolse veroveringen
1279: Mongolen veroveren China.
Verschillen
1294: einde Mongoolse eenheidsrijk
2
Ca. 1800 was in Europa een tijd van grote veranderingen. Toch komt dat moment op de Chinese tijdlijn niet voor. Beargumenteer waarom het einde van de vroegmoderne tijd in Europa niet op de tijdlijn is aangeduid. Zoek in hoofdstuk 6 naar argumenten voor je antwoord.
Historische vraag 2: Wat zijn de kenmerken van de vroegmoderne tijd?
Je ontdekte dit jaar de belangrijkste kenmerken van samenlevingen in Europa en daarbuiten tijdens de vroegmoderne tijd. Als je die samenvat, kun je benoemen wat de typische kenmerken van de vroegmoderne tijd waren.
1 Benoem met behulp van de bronnen de typerende kenmerken van de vroegmoderne tijd.
a Bestudeer de bronnen op p. 74, 132 en 147. b Vul de tabel aan.
Bron Verschillen met de middeleeuwen
Bron 1 (hoofdstuk 2)
p. 147
Bron 8 (hoofdstuk 3)
p. 74
Bron (hoofdstuk 5) p. 132
08b
KIJKSTRATEGIEËN
2 Bekijk de afbeeldingen uit hoofdstuk 2, 3 en 4. Geef telkens in één zin aan of de afbeelding een voorbeeld is van continuïteit of verandering in de vroegmoderne tijd.
a Bekijk bron 1 van hoofdstuk 2 op p. 46. Is er sprake van continuïteit of verandering?
©VANIN
b Bekijk bron 2 van hoofdstuk 3 op p. 68. Is er sprake van continuïteit of verandering?
c Bekijk bron 9 van hoofdstuk 4 op p. 101. Is er sprake van continuïteit of verandering?
Historische vraag 3:
Welke mythe rond Napoleon ontstond aan het begin van de moderne tijd?
Napoleon Bonaparte (1769 - 1821) wordt tot vandaag door veel mensen gezien als een held. Hij zou Frankrijk gered hebben toen er chaos heerste in het land. In november 1799 pleegde hij een staatsgreep: hij dwong de machtshebbers af te treden. In de collectieve herinnering leeft hij voort als een groot generaal die de Franse Revolutie voltooide. Die collectieve herinnering kun je ten dele verklaren doordat tijdgenoten van Napoleon doelbewust een gunstig beeld van hem probeerden te schetsen.
1
Onderzoek hoe het schilderij van François Bouchot de collectieve herinnering aan Napoleon beïnvloedde. Vergelijk daarvoor bron 1 en 2 op p. 168 kritisch met elkaar. Gebruik je Histokit als je nog extra hulpvragen nodig hebt.
Bron 1
search Stap 1: Ik verzamel informatie over de context.
search Stap 2: Ik observeer de bronnen aandachtig.
✓ Zijn er gelijkenissen?
✓ Zijn er verschillen?
search Stap 3: Ik interpreteer de bronnen.
✓ Waarom is bron 2 gemaakt?
✓ Welke boodschap had de auteur/maker van bron 2?
✓ Welke effect beoogde de schilder van bron 2?
search Stap 4: Ik beantwoord de historische vraag: hoe beïnvloedde het schilderij van François Bouchot de collectieve herinnering aan Napoleon?
Bron 2
07
BRONNENSTUDIE: STAP 1
08
BRONNENSTUDIE: STAP 2
09
BRONNENSTUDIE: STAP 3
10
BRONNENSTUDIE: STAP 4
2
Je onderzocht eerder al vormen van collectieve herinnering. Herinner je je nog hoe Godfried van Bouillon of Ambiorix geëerd werden met standbeelden en welke functie die standbeelden hadden? Je leerde in hoofdstuk 4 dat ook kunstuitingen soms als doel hebben om bij te dragen tot de collectieve herinnering. Plaats de twee voorbeelden bij de juiste functie in de tabel.
©VANIN
A beelden van ontdekkingsreizigers
B kunst over Napoleon
Functie van collectieve herinnering
constructie van een collectieve identiteit, waardeoverdracht
aanwakkeren van trots, sociale cohesie of sociale uitsluiting
Voorbeelden
bv. standbeelden van nationale helden of leiders,
bv. straatnamen van middeleeuwse heiligen, discussie over controversiële standbeelden,

Vincenzo Camuccini, De dood van Julius Caesar (Rome, 1804) (Glasgow Museums Resource Centre). Dit schilderij toont theatraal de beroemde moordaanslag op Julius Caesar in 44 v.C. te Rome. Het doek werd in 1807 verkocht aan Joachim Murat, de schoonbroer van Napoleon Bonaparte. Kunst- en cultuuruitingen die zich inspireerden op de klassieke oudheid kwamen veel voor ca. 1800: je noemt die artistieke stroming het classicisme. Julius Caesar werd op dit doek voorgesteld als een held met een tragisch lot.

François Bouchot, Generaal Napoleon in de raad van vijfhonderd (Frankrijk, 1840). Dit schilderij moest de herinnering aan de chaos net voor de staatsgreep van Napoleon levendig houden. De kunstenaar probeert hier duidelijk te maken dat Napoleon rustig en standvastig bleef tijdens een kritiek moment. Dit schilderij werd gemaakt in opdracht van de Franse koning, bijna twee decennia na de dood van Napoleon. Koning Louis-Philippe wilde het ter ere van Napoleon ophangen in een galerij met nog andere schilderijen die verwezen naar grote gebeurtenissen uit de geschiedenis van Frankrijk.
Bron 1:
Bron 2:
© Alamy
/ Imageselect / CBW
↑
Histokit: Hulpmiddelen om historisch te leren denken
Hier vind je jouw gereedschapskist voor het vak geschiedenis. Deze strategiefiches en hulpmiddelen kun je gebruiken bij moeilijke opdrachten.
Strategiefiches helpen je stapsgewijs te werk te gaan. Je zet ze bijvoorbeeld in als je redeneert met en over bronnen of als je moeilijke teksten of afbeeldingen bestudeert. Na verloop van tijd heb je ze zo vaak gebruikt dat je de stappenplannen niet meer nodig hebt. Dat is ook de bedoeling: we streven ernaar om je op het einde van het schooljaar zo veel mogelijk zonder de geheugensteuntjes te laten werken. In je Histokit vind je verder ook hulpmiddelen zoals begrippenregisters. Ook die kun je inzetten als je moeilijke opdrachten zelfstandig moet uitvoeren.
Ik leer historisch denken
1 01
Tijdlijn
Waar op de tijdlijn kan ik dit situeren?
Periodes van het westers historisch referentiekader
PREHISTORIE
1 02
Kaarten
Waar in de ruimte kan ik dit situeren?
KLASSIEKE OUDHEID MIDDELEEUWEN
GESCHIEDENIS
↑
Bekijk het instructiefilmpje.
1 03
Maatschappelijke domeinen
In welk(e) maatschappelijk(e) domein(en) kan ik dit situeren?
↑
Bekijk de kaarten en het instructiefilmpje.
↑
Bekijk de domeinen en het instructiefilmpje.
OUDE NABIJE OOSTEN
Historische beeldvorming
Hoe komt ons beeld van het verleden tot stand? 1 04
STROOMSCHEMA
bronnenstudie
beeldvorming
geschiedenis
stap 2: observeren stap 1: verzamelen
stap 3: interpreteren
stap 4: vraag beantwoorden
historische vragen
bronnen identificeren
lees- en kijkstrategieën toepassen
redeneerwijzen toepassen bronnen evalueren bronnen contextualiseren
historische vraag beantwoorden
HISTORISCHE VRAGEN BEANTWOORDEN
Ik heb nu alle stappen van het onderzoek doorlopen. In deze laatste stap moet ik een antwoord formuleren op de onderzoeksvraag. Schrijfkaders helpen me om mijn antwoord correcter te formuleren. Ik hou me aan volgende richtlijn om mijn antwoord gestructureerd op te bouwen:
✓ Ik begin mijn antwoord met een duidelijke uitspraak.
✓ Ik verwijs in mijn antwoord naar de bronnen die ik gebruik om de vraag te beantwoorden.
✓ Als ik meerdere argumenten of voorbeelden heb, dan noteer ik die gestructureerd na elkaar en gebruik ik signaalwoorden.
✓ Als dat nodig is, geef ik weer waarover ik twijfel (bv. hoe betrouwbaar, bruikbaar of representatief de bron is).
✓ Ik gebruik historische redeneerwijzen om de historische vraag te beantwoorden.
Bv. Wat was het belang van de Arabische wetenschappen?
Het belang van de Arabische wetenschappen was erg groot. Door de grote expansie van het rijk kwamen de Arabieren in contact met kennis uit bijvoorbeeld de Griekse, Byzantijnse en Perzische cultuur. Omdat Bagdad het centrum van de internationale handel was, kwam er ook veel kennis samen uit verschillende culturen, zoals bijvoorbeeld die van
1 05
China en India. Vervolgens bundelden de Arabische geleerden die kennis. Ze bewaarden en vertaalden de kennis naar het Arabisch en deden verder onderzoek, waaruit nieuwe inzichten kwamen. Die kennis kwam vooral via het kalifaat van Cordoba naar Europa. De Arabische wetenschappers vormden zo een sterke vorm van continuïteit met de latere wetenschappelijke ontwikkelingen in het Westen.
©VANIN
1 06
Historische vragen
Hoe stel en onderzoek ik historische vragen? Welke soorten historische vragen bestaan er?
Er bestaan historische vragen over het verleden, over de relatie tussen heden, verleden en toekomst, over de totstandkoming van historische kennis en over representaties van het verleden.
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
BeschrijvendVergelijkendVerklarendBeoordelend
Wat?
Wie?
Welke?
Wanneer? Waar? Hoe?
Welke gelijkenissen? Welke verschillen? Waardoor? Waarom? Welk doel of functie? Goed of fout? Beter of slechter? Juist of onjuist? Wat is typisch?
HOE BETROUWBAAR IS EEN BRON?
Stap 1: Ik orden en onderzoek de bronnen die ik heb.
✓ Ik maak een onderscheid tussen de soorten bronnen of werken.
✓ Ik situeer de bronnen in tijd en ruimte.
✓ Ik situeer de bronnen in een maatschappelijk domein.
Stap 2: Ik sorteer de bronnen, bv. per thema, per tijdvak, per ruimte.
Stap 3: Ik formuleer een historische vraag waarop de bronnen een antwoord zouden kunnen bieden. Ik zorg dat de vraag goed afgebakend is in tijd, ruimte en domein.
Stap 4: Ik beoordeel of de vraag onderzoekbaar is.
✓ Vertellen de bronnen over de tijd, de ruimte en het domein dat ik wil onderzoeken?
✓ Heb ik de juiste bronnen en heb ik voldoende bronnen om de vraag te beantwoorden?
✓ Hoe bruikbaar, betrouwbaar en representatief zijn de beschikbare bronnen?
✓ Hoeveel tijd heb ik om de vraag te onderzoeken?
Soorten bronnen
Hoe stel en onderzoek ik historische vragen? Welke soorten historische vragen bestaan er?
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
1 07
Bronnenstudie: stap 1
Ik leerde in Sapiens 1, 2 en 3 welke vragen ik stel bij het begin van een bronnenstudie. Omdat ik er al vaak mee oefende, wordt ervan uitgegaan dat ik de nodige hulpvragen ondertussen ken. Ik kan ondertussen al goed situeren in tijd en ruimte. Zo nodig vind ik op p. 170 nog een tijdlijn, een hedendaagse Europese kaart en een wereldkaart.
BRONNEN IDENTIFICEREN
De bronvermelding van een boek ontleden.
auteur titel boek uitgever jaar uitgave
De bronvermelding van een tijdschrift, krant of website ontleden.
Diamond, J. (1997). Paarden, zwaarden en ziektekiemen. Spectrum. auteur titel tijdschrift, website of krant datum van uitgave titel artikel
Rothschild, B. (15 mei 2005). History of syphilis. Clinical Infectious Diseases.
HET BIJSCHRIFT BIJ EEN BRON INTERPRETEREN
uit: Dit is een letterlijk citaat uit een primaire bron.
naar: De tekst werd aangepast (bv. in functie van leesbaarheid, relevantie …). vertaald: De auteurs hebben de oorspronkelijke tekst (zelf) vertaald.
bron: de plaats waar deze tekst of dit beeld gevonden werd (...) een stuk van de oorspronkelijke tekst werd weggelaten
1 08
1 08a
Bronnenstudie: stap 2
Leesstrategieën
Hoe lees ik een tekstbron of een geschreven historisch werk? Wat kan ik doen om een tekst of bron grondig te begrijpen?
Oriënterend lezen: Ik lees de tekst scannend.
✓ Ik let op signaalwoorden en/of structuurbegrippen.
✓ Ik let op tussentitels en/of vetgedrukte begrippen en op basis daarvan voorspel ik de inhoud.
✓ Ik vat tussentijds samen en bepaal de hoofdgedachte per alinea.
✓ Ik behoud het overzicht door een rode draad doorheen de tekst te zoeken.
Intensief lezen: Ik lees de tekst volledig en grondig.
✓ Ik denk na welke begrippen of zinnen ik onvoldoende begrijp.
1 08b
✓ Ik zoek moeilijke woorden op:
—Ik leid de betekenis af uit de context.
—Ik zoek historische begrippen op in de Histokit.
—Ik gebruik een woordenboek of het internet.
✓ Ik analyseer wat de kerngedachte is: ik onderscheid hoofdzin en bijzin(nen).
✓ Ik herlees zinnen waarin de auteur iets moeilijks beschrijft.
✓ Ik ontcijfer beeldspraak:
—Ik bespreek het met een klasgenoot.
—Ik gebruik het internet.
—Ik vraag hulp aan mijn leerkracht.
Kritisch lezen: Ik denk na over de tekst.
✓ Ik zoek trucs die wijzen op onbetrouwbaarheid (bv. drogredenering, anachronisme …).
✓ Ik onderzoek de presentatie van de bron:
—Is de bron volledig weergegeven?
—Zijn er zaken weggelaten of toegevoegd?
—Is de bron vertaald, overgeschreven, samengevat of geparafraseerd?
Kijkstrategieën
Hoe kijk ik naar een visuele bron? Hoe lees ik een tabel of grafiek in een historisch werk? Hoe bestudeer ik een historische kaart?
Oriënterend kijken: Ik bekijk de bron scannend.
✓ Ik zoek een titel en/of een legende. Ik bekijk de schaal.
✓ Ik lees een bijschrift.
✓ Ik focus op het geheel: wat of wie staat er op de afbeelding? Wat is het thema?
✓ Ik ga na wat er op de voor- of achtergrond staat en wat er centraal of aan de zijkant staat.
✓ Ik zoek naar compositie: is er een schikking of een lijn?
Gedetailleerd kijken: Ik bekijk de bron grondig en in detail.
✓ Ik neem een blad en dek een deel van de afbeelding af. Ik kijk opnieuw en let op details.
✓ Ik zoek symbolen. Als ik de betekenis van de symbolen niet meer weet, zoek ik die op.
Kritisch kijken: Ik denk na over wat ik zie.
✓ Ik zoek trucs die wijzen op onbetrouwbaarheid (bv. drogredenering, anachronisme …).
✓ Ik vergelijk met andere bronnen die ik ken.
✓ Ik onderzoek de presentatie van de bron:
—Op welke schaal is de bron weergegeven?
—Zijn er zaken weggelaten of toegevoegd?
—Is de bron bewerkt?
Bronnenstudie: stap 3
Kritisch bronnen evalueren
Er zijn drie kernvragen die ik kan stellen om een bron te evalueren. Meestal hangt het antwoord op de vragen af van de historische vraag die ik onderzoek.
Bijna altijd zijn de antwoorden op die vragen een schaal, bv.
zeker weleerder welmin of meereerder nietzeker niet
HOE BRUIKBAAR IS EEN BRON?
Helpt de bron me om een antwoord te vinden op de historische vraag?
Hoe meer de bron me daarbij helpt, hoe bruikbaarder ze is.
De bruikbaarheid beoordelen kan ik met de volgende hulpvragen:
✓ Is de bron volledig bewaard?
✓ Is de bron vertaald in een taal die ik begrijp?
✓ Is de bron in de juiste tijd/periode/plaats gesitueerd?
↑
Bekijk het instructiefilmpje.
✓ Geeft de bron me een volledig of slechts een gedeeltelijk antwoord op de vraag?
Om de bruikbaarheid van een bron te beargumenteren gebruik ik steeds: een uitspraak over hoe betrouwbaar de bron is, en combineer ik die met een signaalwoord (bv. omdat, doordat, hoewel, aangezien …) en een argument.
Bv. Ik vind deze uitspraak eerder bruikbaar omdat ik er een deel van het antwoord op de onderzoeksvraag in vind.
Gebruik bijvoorbeeld deze schrijfkaders hiervoor:
De bron is (eerder) wel / niet bruikbaar om meer te weten te komen over … omdat …
De bron gaat over … Ik kan ze daarom (eerder) wel / niet gebruiken om … te onderzoeken.
De bron is gesitueerd in de periode … Ze is daarom (eerder) wel / niet bruikbaar om een antwoord te geven op …
De bron geeft me enkel informatie over … Ik kan daardoor slechts een deel van de historische vraag met de bron beantwoorden. De bron is (eerder) bruikbaar.
HOE BETROUWBAAR IS EEN BRON?
Betrouwbaarheid gebruik ik om in te schatten of de bron geloofwaardig is. De bronnen die ik gebruik en de argumenten die daaruit voortkomen, moeten geloofwaardig zijn.
De betrouwbaarheid beoordelen kan ik met deze vier argumenten:
✓ de origine van de maker of het soort bron (bv. Is de maker eerder wel of niet goed geïnformeerd?);
✓ het perspectief van de maker (bv. Is de maker eerder wel of niet een betrokken partij?);
✓ het motief of doelpubliek (bv. Waarover wordt het publiek eerder wel of niet goed geïnformeerd?);
✓ de context (bv. Is de bron eerder kort of lang na de feiten gemaakt?).
Om de betrouwbaarheid van een bron te beargumenteren gebruik ik steeds: een uitspraak over hoe betrouwbaar de bron is en combineer ik die met een signaalwoord (bv. omdat, doordat, hoewel, aangezien …) en een argument.
Bv. Ik vind deze uitspraak eerder betrouwbaar omdat ze in een boek staat dat door een professor aan de universiteit werd geschreven.
Gebruik bijvoorbeeld deze schrijfkaders hiervoor:
De maker van de bron is goed / slecht geïnformeerd over … en dus is de bron wel / niet betrouwbaar.
De maker van de bron weet er veel / weinig over, dus is de bron wel / niet betrouwbaar om … te beantwoorden.
De maker van de bron kiest partij voor … Hij geeft dus onbetrouwbare informatie.
De maker van de bron wil het publiek infomeren / misleiden. Daarom is de informatie die hij geeft wel / niet betrouwbaar.
Het doel van de maker is … Daarom is de bron wel / niet betrouwbaar om … te onderzoeken.
HOE REPRESENTATIEF IS EEN BRON?
Representativiteit gebruik ik om in te schatten of bewijs uit de bron veralgemeend kan worden. Dat helpt me om in te schatten hoe uniek of typisch iets is.
De representativiteit beoordelen kan ik met de volgende hulpvragen:
✓ Bestaan er meerdere gelijkaardige bronnen of voorbeelden?
✓ Zijn gelijkaardige voorbeelden bewaard?
✓ Is de bron een uitzondering op de regel?
✓ Geeft de maker een uniek idee of standpunt weer?
✓ Hebben nog andere mensen in de samenleving een ander idee of standpunt?
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
©VANIN
✓ Komt wat ik ontdek in de bron overeen met de algemene kenmerken van een samenleving in de periode die ik bestudeer?
Om de representativiteit van een bron te beargumenteren gebruik ik steeds: een uitspraak over hoe representatief de bron is en combineer ik die met een signaalwoord (bv. omdat, doordat, hoewel, aangezien …) en een argument.
Bv. Ik vind dit kunstwerk eerder niet representatief voor de samenleving in deze periode omdat in de lestekst staat dat in deze periode de kunst eerder de volgende kenmerken had …
Om de representativiteit van een bron te beargumenteren gebruik ik deze schrijfkaders:
Als … zegt dat …, dan geldt dat enkel voor … want andere mensen denken er anders over, bv. …
Het standpunt van … over … wordt waarschijnlijk (niet) gedeeld door … want …
… is kenmerkend voor de periode van … tot … Uit … weet ik namelijk dat … niet kenmerkend was voor …
Historische redeneerwijzen
Historische fenomenen hebben meestal meerdere oorzaken en/of gevolgen. Als er geen oorzakelijk verband is, dan is iets toeval. 1 09b
CAUSAAL REDENEREN: AANLEIDING, OORZAKEN, TOEVAL, GEVOLGEN
INCIDENTELE
OORZAAK
STRUCTURELE
OORZAAK
GEVOLG OORZAAK
↑
Bekijk het instructiefilmpje.
BEDOELD GEVOLG
ONBEDOELD GEVOLG
Om een oorzaak-gevolgrelatie te beschrijven gebruik ik deze schrijfkaders:
De oorzaak of het gevolg van … is dat …
De gebeurtenis werd veroorzaakt door …
Er zijn verschillende oorzaken voor …, namelijk ten eerste …, ten tweede … en ten derde …
Het (on)bedoelde gevolg van … is dat … veranderde.
Toen … gebeurde, had dat (on)bedoelde gevolgen voor …
… had verschillende gevolgen, namelijk ten eerste …, ten tweede … en ten derde …
Er is geen oorzakelijk verband tussen … en … De gebeurtenis is daarom toeval.
DOEL, FUNCTIE EN EFFECT
DOEL
FUNCTIE
ONBEOOGD EFFECT
BEOOGD EFFECT
Om een doel-effectrelatie te beschrijven gebruik ik deze schrijfkaders:
Het doel van … is dat … De maker wil op die manier bereiken dat …
De functie van … is dat …
Dat was de bedoeling: het (beoogde) effect dat hij daarmee nastreefde was dat …
Dat was niet de bedoeling: het (onbeoogde) effect van … was dat … gebeurde.
CONTINUÏTEIT EN VERANDERING, EVOLUTIE EN REVOLUTIE
geen verandering geleidelijke verandering plotse verandering verandering in schokken
Om verandering te beschrijven gebruik ik deze schrijfkaders:
CONTINUÏTEIT
REVOLUTIE/BREUK
↑ Bekijk het instructiefilmpje.
©VANIN
EVOLUTIE
Tijdens de periode van … tot … bleef … onveranderd. Het is dus een voorbeeld van continuïteit in het … domein.
Tijdens de periode van … tot … vond er een plotse / geleidelijke verandering plaats: na … hebben we plots bronnen die wijzen op …
Tijdens de periode van … tot … vond er een plotse / geleidelijke verandering plaats: de kenmerken van het … domein veranderden.
In de periode … was … kenmerkend voor de … samenleving. Later werd … kenmerkend voor die samenleving.
STANDPLAATSGEBONDENHEID EN MULTIPERSPECTIVITEIT
Door een fenomeen vanuit verschillende perspectieven te bestuderen krijg ik meer begrip voor hoe en waarom mensen iets doen: voor hun standplaatsgebondenheid dus. Bij elk maatschappelijk domein horen verschillende deelperspectieven die me helpen om te redeneren vanuit meerdere perspectieven.
DOMEIN
CULTUREEL
(normen, religie, ethiek, wetenschap …)
SOCIAAL
(stand, klasse, gender …)
ECONOMISCH
(financiën …)
↑
Bekijk het instructiefilmpje.
©VANIN
POLITIEK
(macht, recht, nationaal, internationaal …)
RUIMTE
(regionaal, nationaal, westers, niet-westers …)
Bronnen contextualiseren
FENOMEEN
TIJD
(hedendaags, historisch)
Om bronnen te kunnen interpreteren moet ik ze in hun historische context plaatsen.
1 09c ↑ Bekijk het instructiefilmpje.
Als ik interpreteer in welke historische context de bron is gemaakt, begrijp ik beter de bedoelingen van de maker en/of de betekenis van de bron voor het doelpubliek.
Deze hulpvragen kunnen me daarbij helpen:
✓ Voor welk doelpubliek is de bron gemaakt?
✓ Welke boodschap had de auteur/maker voor ogen? Waarom werd de bron gemaakt?
✓ Wat kan ik bewijzen met de bron?
✓ Welke verbanden worden in de bron gelegd?
✓ Welk perspectief toont de maker? Welke andere perspectieven zijn er mogelijk?
Bronnenstudie: stap 4
Ik heb nu alle stappen van het onderzoek doorlopen. In deze laatste stap moet ik een antwoord formuleren op de onderzoeksvraag. Schrijfkaders helpen me om mijn antwoord correcter te formuleren. Ik hou me aan volgende richtlijn om mijn antwoord gestructureerd op te bouwen:
✓ Ik begin mijn antwoord met een duidelijke uitspraak.
✓ Ik verwijs in mijn antwoord naar de bronnen die ik gebruik om de vraag te beantwoorden.
✓ Als ik meerdere argumenten heb, dan noteer ik die gestructureerd na elkaar en gebruik ik signaalwoorden.
✓ Als dat nodig is, geef ik weer waarover ik twijfel (bv. hoe betrouwbaar, bruikbaar of representatief de bron is).
✓ Ik gebruik historische redeneerwijzen om de historische vraag te beantwoorden.
Bv. Door de grote expansie van het rijk kwamen de Arabieren in contact met oude kennis uit bijvoorbeeld de Griekse, Byzantijnse en Perzische cultuur. Zo vormden interculturele contacten van de Arabische wereld een bron van continuïteit met de klassieke oudheid. Omdat Bagdad het centrum van de internationale handel was, kwam er ook veel kennis uit verschillende culturen samen, zoals bijvoorbeeld die in China en India. Bovendien bundelden de Arabische geleerden die kennis. Ze bewaarden en vertaalden de kennis naar het Arabisch en deden verder onderzoek, waaruit nieuwe inzichten kwamen. Later kwam die kennis via het kalifaat van Cordoba naar Europa. Ze beïnvloedde sterk de latere wetenschappelijke ontwikkelingen in het Westen.
Begrip
Begrippen
Historische begrippen
Betekenis
Kernbegrip
Hulpbegrip
Hoofdstuk
aanbod aangeboden goederen en diensten 6
aandeel bewijs dat iemand bijdraagt aan het kapitaal van een onderneming 2
absolute macht volledige macht over alle domeinen van de samenleving5 absolutisme staatsvorm door een onbeperkte alleenheerschappij 5, 6
aetas nova nieuwe tijd: overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd 3
aflaat
©VANIN
ancien régime
Anglicaanse Kerk
document dat de Katholieke Kerk verkocht aan gelovigen om hun zonden af te kopen 3, 4
oudere benaming voor het politieke en sociale bestuurssysteem in Europa (vooral in Frankrijk) vóór de Franse Revolutie, gekenmerkt door een absolute monarchie, een standenmaatschappij en ongelijke rechten 6
christelijke kerk van Engeland, opgericht tijdens de reformatie, waarvan de Engelse koning of koningin het hoofd is 3, 5
arbeidsorganisatie manier waarop arbeid georganiseerd wordt 6
architectuur bouwkunst 3, 4
artistieke stroming
astronomie
barok
kenmerken van een kunstuiting uit een bepaalde tijd en plaats 3, 4
wetenschap die het zonnestelsel en de sterrenstelsels in het heelal bestudeert 3
artistieke stroming in de 17e eeuw, gekenmerkt door beweging en emotionaliteit, die tot een hoogtepunt kwam tijdens de contrareformatie 4
Beeldenstorm opzettelijke vernieling van religieuze beelden in het midden van de 16e eeuw 4
beeldhouwkunst onderdeel van de beeldende kunst die een voorstelling, vormen en/of kleuren in drie dimensies in de ruimte uitdrukt 3, 4
bekeren iemand overtuigen om zich bij jouw religie aan te sluiten2, 4
belasting
door de wet opgelegde betaling aan de overheid 4, 5, 6
Begrip
beroepsleger
Betekenis
leger bestaande uit door de overheid betaalde en opgeleide soldaten 5
bestuurlijke organisatiewijze waarop een samenleving ingericht en bestuurd wordt 5
bestuurstaal
biecht
Bloedplakkaat
boekdrukkunst
burgerij
burgerrechten
calvinisme
cartografie
celibaat
centralisatie
©VANIN
officiële taal in een land die gebruikt wordt door de machtshebbers 5
katholiek sacrament waarbij een persoon zijn zonden aan een priester vertelt 3
decreet of wet uitgevaardigd in de 16e eeuw om opstandige inwoners in de Nederlanden te straffen 4
vaardigheid om handschriften om te zetten in gedrukte boeken, zodat ze in meerdere exemplaren kunnen worden uitgegeven 3, 5
de gezamenlijke burgers die niet behoren tot de adel of geestelijkheid 4, 5
persoonlijke vrijheden die toebehoren aan het burgerschap van een land of gemeenschap en die door de grondwet gegarandeerd worden 5, 6
leer van Johannes Calvijn, een protestantse hervormer 3, 4
wetenschap die geografische informatie bestudeert en zo duidelijk mogelijk zichtbaar maakt op een (papieren of digitale) kaart 3
bewuste keuze om ongehuwd en kinderloos te blijven3
proces waarin de macht of het bestuur in handen van centrale instellingen komt 4, 5 christendom
monotheïstische religie gebaseerd op de gedachte dat Jezus van Nazareth de menselijke zoon van God is 2, 3
clerus
middeleeuwse stand waarvan de leden (geestelijken zoals bisschoppen, monniken, kloosterzusters …) een bevoorrechte positie innamen. Ze hoefden bv. geen belastingen te betalen. 3, 5, 6
commercialisering proces waarbij goederen en diensten in toenemende mate worden verkocht om steeds meer winst te maken 2, 6
concilie
vergadering van geestelijken in de Katholieke Kerk 4
contrareformatie reactie van de Rooms-Katholieke Kerk op de reformatie in de tweede helft van de 16e en 17e eeuw 4
Hoofdstuk
Begrip
Betekenis
cultuuruiting product van culturele identiteit 3, 5
©VANIN
democratie
bestuursvorm waarbij het volk rechtstreeks of via vertegenwoordiging de wetten stemt en waarin de vrijheden van de burgers en minderheden door een grondwet worden beschermd 1, 5
demografische groeitoename van de bevolking 6
demografisch proces veranderingen in het aantal of de samenstelling van de bevolking 6
driehoekshandel vroegmoderne handel tussen Europa, Afrika en Amerika2
economisch systeem systeem dat bepaalt hoe goederen geproduceerd en verdeeld moeten worden 2, 5, 6
eurocentrisme
wereldbeeld dat Europa en de Europese cultuur centraal stelt 2
filosofie wijsbegeerte, activiteit met als doel het verkrijgen van kennis en wijsheid 3, 5
gelaagde samenleving samenleving waarbij niet alle mensen dezelfde kansen of rechten hebben (bv. standenmaatschappij) 2, 6
(on)gelijkheid
toestand waarin mensen in de samenleving wel of niet dezelfde kansen en rechten hebben 5, 6
geocentrisme leer die de aarde in het middelpunt van het heelal plaatst3 geweld uitoefening van macht waarbij mentale of fysieke schade aan anderen wordt berokkend 5, 6
gewoonte handeling die men gewend is om uit te voeren 3, 4 gezinsorganisatie manier waarop een gezin is samengesteld 6
godsdienstvrijheid vrijheid om eender welke godsdienst openlijk te belijden4, 5 grondwet document waarin de rechten en plichten van elke burger en de werking van de staatsorganen staan beschreven 5, 6
handel
handelsmaatschappij
economische activiteit waarbij goederen worden uitgewisseld tegen betaling 1, 2, 4, 6
commerciële organisatie die zich met de - koloniale - handel bezighield 6
heiden aanduiding voor iemand zonder of met een andere godsdienst 2
Hoofdstuk
Begrip
heilige
heliocentrisme
humanisme
Betekenis
titel voor een overleden persoon die een voorbeeldfunctie had binnen de Katholieke Kerk 3
leer die stelt dat de zon het centrum is van ons planetenstelsel 3
filosofische beweging van kritische denkers en taalkundigen in de 15e en 16e eeuw die zich inspireerden op de klassieke teksten en geloofden in de kracht van het individu en de maakbare mens 3
huurling iemand die tegen betaling vecht 5 imperialisme streven naar gebiedsuitbreiding 2 imperium groot en machtig rijk 1
industrialisering proces van veranderingen in de productie door mechanisatie en automatisering en de daaropvolgende veranderingen in de organisatie van de arbeid 6
innovatie vernieuwing, proces waarbij nieuwe ideeën of technieken ontwikkeld worden 2, 3, 6
Inquisitie door de Rooms-Katholieke Kerk georganiseerde rechtbank die personen met afwijkende opvattingen vervolgde 4
inspraak betrekken van belanghebbenden bij beslissingen 5, 6 investeren geld beleggen in een onderneming 2, 4, 6 invoer het in het land brengen van handelswaar uit het buitenland 5
kapitalisme
Katholieke Kerk
©VANIN
economisch systeem gebaseerd op het investeren van geld met de verwachting winst te maken 2, 6
christelijke kerk gebonden aan de christelijke leer zoals de kerk van Rome onder leiding van de paus ze voorschrijft 3, 5
kerk instelling van christelijke gelovigen, zoals bv. de Rooms-katholieke Kerk. ‘Kerk’ is ook de term voor het gebedsgebouw van christenen. 3, 4
ketter gelovige die afwijkt van de officiële leer van de Katholieke Kerk 4
klassensamenleving samenleving waarbij de sociale status eerder bepaald wordt door inkomen dan door geboorte en afkomst 6
kolonialisme politiek die erop gericht is om nieuwe gebieden te stichten, te overheersen, te veroveren of uit te buiten 2
Hoofdstuk
Begrip
kolonie
koopkracht
Betekenis
nederzetting of (overzees) gebied dat onder dwang door een ander land (moederland) bestuurd wordt 2, 4, 6
de hoeveelheid goederen of diensten die met een inkomen gekocht kan worden. De koopkracht hangt dus af van het inkomen en van de prijzen. 5, 6
kunstuiting product van menselijke creativiteit 3, 5
levensbeschouwelijke organisatie
levensstandaard
©VANIN
wijze waarop mensen met eenzelfde geloof of met dezelfde visie op het leven zich organiseren 4
peil van welvaart of rijkdom van burgers 6 lutheranisme leer van Maarten Luther, een protestantse hervormer 3, 4
mensbeeld
migratie
monarchie
mondialisering
manier waarop naar het menszijn wordt gekeken doorheen de geschiedenis 2, 3
verplaatsing van groepen mensen van de ene naar de andere plaats 4, 5
staatsvorm waarbij de vorst door erfopvolging wordt aangeduid 6
proces waarbij steeds meer mensen op aarde steeds meer contacten hebben met elkaar 1, 2
monopolie marktvorm waarbij er slechts één aanbieder is 2
multiculturele samenleving
nijverheid
samenleving: gebied waarin mensen van verschillende culturen met elkaar samenleven 4, 5
economische activiteit waarbij een grondstof tot een afgewerkt product wordt verwerkt 6 onafhankelijkheidsoorlog
oorlog waarbij gestreden wordt voor de onafhankelijkheid van een territorium 6
oorlog
gewapend conflict 1, 4, 5, 6 overheidsregulering
De overheid beheerst de markt door het uitvaardigen van gebods- en verbodsregels. 5
overzeese territoria
parlement
ver weg gelegen veroverde gebieden, doorgaans te bereiken via scheepvaart 2, 5
belangrijkste politieke orgaan van een democratie dat de wetten van een land goedkeurt en waarvan de leden door de bevolking worden verkozen 5, 6
Hoofdstuk
Begrip
plantage
politieke revolutie
protestanten
protestantisme
Raad van Beroerten
rationalisme
rechtspraak
rechtstaat
reformatie
Betekenis
groot landbouwgebied waar op grote schaal landbouwgewassen worden verbouwd 2, 6
plotselinge opstand van het volk die tot een blijvende politieke verandering leidt 5
verzamelnaam voor alle christenen die tijdens de reformatie van de 16e eeuw protesteerden tegen misbruiken in de Kerk en braken met de rooms-katholieke leer
religieuze stroming binnen het christendom, ontstaan tijdens de reformatie van de 16e eeuw, die brak met de Rooms-Katholieke Kerk en de Bijbel als belangrijkste bron van het geloof beschouwde
3, 4, 5
©VANIN
3, 4
rechtbank die in de 16e eeuw werd opgericht om mensen te veroordelen die om politieke of religieuze reden in opstand kwamen tegen het bestuur 4
filosofische stroming waarin de rede als middel tot kennis en waarheid centraal staat 5
het beoordelen en eventueel bestraffen van wetsovertredingen 4
staat waarin de burgers dankzij de grondwet en de wetten van het land beschermd worden tegen mogelijke willekeur van de machtshebbers 5
christelijke beweging van kritische denkers in de 16e eeuw die verlangden naar een herbronning van het geloof en een hervorming binnen de Katholieke Kerk 3, 4, 5
religieuze breuk uiteenvallen van een religie in verschillende strekkingen 3, 4, 5 religieuze hervorming diepgaande herbronning op vlak van het geloof, de geloofsbeweging, de religieuze tradities en organisatie 3, 5 renaissance artistieke stroming in de 15e en 16e eeuw die zich inspireerde op de klassieke kunst en de mens centraal stelde 3, 5
republiek
regeringsvorm met een voor een bepaalde termijn verkozen staatshoofd 1, 2, 4, 6
Rooms-Katholieke Kerk naam voor de Katholieke Kerk na de reformatie waarbij de paus de machtigste figuur bleef 3, 4, 5
scheiding der machten opsplitsen van de politieke macht in uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht 5, 6
Hoofdstuk
Begrip
schilderkunst
slavernij
staatsvorm
Betekenis
Hoofdstuk
onderdeel van de beeldende kunst die een voorstelling, vormen en/of kleuren in twee dimensies in de ruimte uitdrukt 3, 4
sociale ongelijkheid waarbij mensen het bezit zijn van andere mensen 2, 6
manier waarop de staat ingericht en geleid wordt, bijvoorbeeld: monarchie, republiek … 5 stand laag van de bevolking waarin je door geboorte terechtkomt2, 3, 5
standensamenleving samenleving waarbij je sociale en economische positie bepaald wordt door het gezin waarin je geboren bent 6
Staten-Generaal
stedelijke samenleving
vergadering van afgevaardigden, aanvankelijk van de standen, en later van de burgers, die inspraak hebben in het bestuur 5, 6
samenleving met de kenmerken van een stad zoals dichte bewoning, een centrum, gespecialiseerde nijverheid of ambachten 6
stemrecht recht om je stem uit te brengen bij verkiezingen 5 technologie toepassing van de wetenschappen in een techniek 2
territorium grondgebied, bijvoorbeeld een gebied waarover bestuurd wordt 1, 4
traditie
transportrevolutie
gewoonte die van generatie op generatie wordt doorgegeven 3, 4
ingrijpende veranderingen en innovaties op vlak van transporttechnologie 2 veranderende territoriale invulling wijze waarop het grondgebied en de grenzen veranderen doorheen de tijd 4
verdeel- en heersstrategie
verkiezingen
manier van besturen waarbij je groepen in een land tegen elkaar opzet 5
methode waarbij kiesgerechtigden stemmen op kandidaten om bestuursorganen zoals bijvoorbeeld het parlement samen te stellen 5
verlicht despotisme bestuursvorm waarbij de vorst de macht naar zich toe trekt maar toch ook rekening houdt met het welzijn van het volk 5
Begrip
verlichting
verlichtingsidealen
Betekenis
filosofische stroming in Europa in de 18e eeuw, waarin het gebruik van de rede en het geloof in het individu centraal stonden 5
verzameling ideeën over vrijheid en gelijkheid die ontstonden tijdens de verlichting 5
vertegenwoordiging afvaardiging, bijvoorbeeld van burgers in een parlement 5, 6
volkssoevereiniteit
voorrecht
©VANIN
principe waarbij het hoogste politieke gezag bij het volk ligt, het basisprincipe van een democratie 5
privilege, recht dat anderen niet hebben 6 vraag vraag naar goederen en diensten 6 vrijheid
vrijheids- en gelijkheidsbeginselen
wereldbeeld
wetenschappelijke methode
wetenschappen
wij-zij-denken
toestand waarin mensen in de samenleving niet onderworpen of afhankelijk zijn 4, 5, 6
principe dat iedere burger gelijke rechten en een gelijke behandeling toekent en waarbij men vrij is te doen en laten wat men wil, zolang men anderen geen schade berokkent 5
kijk op of kennis over de wereld in een bepaalde historische periode 1, 2, 3
voeren van onderzoek en experimenteren om tot begrip te komen 3
geheel van kennis over mens, samenleving, natuur, wereld en heelal waarop men kan voortbouwen om nieuwe kennis te ontwikkelen 2, 3, 5
denken in groepen en tegenstellingen, zwart-witdenken over groepen in de samenleving 2, 4
Hoofdstuk
Structuurbegrippen 1 11b
Tijd
anachronismepersoon of zaak die niet in een bepaald tijdvak thuishoort
chronologie ordening in de tijd eeuw periode van 100 jaar historische periodetijdvak. We verdelen het verleden in zeven tijdvakken met een verschillende duur.
jaar periode waarin een planeet rond haar ster draait. De aarde heeft 365 dagen, 6 uren, 9 minuten en 10 seconden nodig om rond de zon te draaien.
millennium periode van 1 000 jaar periode afbakening in de tijd
symbolische datum datum of jaartal dat verwijst naar een verandering die eigenlijk langer duurde, verwijst naar één belangrijke gebeurtenis in een langere keten van gebeurtenissen
tijdrekening manier om te situeren in de tijd. We gebruiken meestal de tijdrekening ‘voor en na Christus’. Soms drukken we tijd ook uit in ‘aantal jaar geleden’.
Verandering
breuk plotse verandering continuïteit periode waarin iets voortduurt (niet verandert) evolutie periode van geleidelijke verandering gelijktijdig wanneer twee zaken zich op hetzelfde moment voordoen ongelijktijdigwanneer twee zaken zich op verschillende momenten voordoen revolutie periode van plotse en/of grote verandering scharniermoment moment van grote maatschappelijke verandering, overgang tussen twee periodes verandering wijziging, het anders worden
Verband
doel
reden waarom iets gedaan, gezegd of geschreven wordt factor bijdrage tot een gebeurtenis of fenomeen menselijke factorbijdrage van individuele mensen tot een gebeurtenis of fenomeen
structurele factor bijdrage van groepen, afspraken, normen en instituties tot een gebeurtenis of fenomeen gevolg resultaat van feiten en/of gebeurtenissen
(on)bedoeld gevolg(niet) gepland resultaat van feiten en/of gebeurtenissen
(on)beoogd effect (niet) gepland resultaat van een handeling oorzaak reden waarom iets gebeurt incidentele oorzaak oorzaak die op korte termijn verklaart waarom iets gebeurt. Het gevolg ervan is direct.
structurele oorzaak oorzaak die op lange termijn verklaart waarom iets gebeurt. Het gevolg ervan is indirect.
toeval gebeurtenis waarvoor geen oorzaak te vinden is
Bewijs aanwijzing bron die we kunnen gebruiken om iets te bewijzen argument motief of reden waarmee je iets aantoont argumentatie redenering waarbij je met behulp van een aantal argumenten iets aantoont bewijs datgene waarmee iets met zekerheid aangetoond wordt drogredeneringargumenten en/of redeneringen die niet juist zijn, maar wel juist lijken feit iets waarvan de waarheid vaststaat hypothese veronderstelling, mogelijk antwoord op een onderzoeksvraag dat (nog) niet (helemaal) bewezen is interpretatie proces van het zoeken van betekenis en verklaring mening overtuiging of opvatting representativiteitmate waarin een bron typisch is voor een bepaalde groep of samenleving veralgemeningsamenvatten van aparte gevallen onder één algemene noemer vooroordeel mening waarvoor geen bewijs is geleverd, bv. op basis van traditie of intuïtie stereotypering beschrijving van een groep of individu op basis van een overdreven of onterechte veralgemening
centrum
Ruimte
voornaamste gebied, plaats waar macht van uitgaat
continent grote landmassa die (bijna) niet met andere landmassa’s is verbonden (bv. Europa, Afrika …)
Europees uit Europa
West-Europees uit regio in Europa waartoe de huidige Benelux, Frankrijk en Duitsland horen continentaal van het vasteland lokaal plaatselijk, van beperkte geografische schaal of invloed maritiem behorend tot de zee periferie randgebied, plaats die afhankelijk is van een centrum platteland landelijk gebied met beperkte bevolkingsdichtheid ruraal behorend tot het platteland regio streek
regionaal op een grotere schaal dan lokaal ruimte regio of continent
gesloten ruimte geïsoleerde regio of geïsoleerd continent, zonder of met minimaal contact met andere regio’s
open ruimte regio of continent dat in contact staat met andere regio’s stad grotere plaats waar mensen wonen stedelijk behorend tot de stad
(niet-)westers wel of niet behorend tot het Westen. Dit is een verwijzing naar de cultuur, politiek en economie van West-Europese samenlevingen en bij uitbreiding van andere regio’s die die gebruiken hebben overgenomen.
Standplaatsgebondenheid
analogie overeenkomst beeldvorming
Wanneer we het verleden bestuderen vormen we ons een beeld van het verleden. Dat beeld is niet noodzakelijk een correct beeld. Daarom moeten we kritische vragen stellen aan historische bronnen en werken.
contextualiseringhet analyseren van kennis (over het verleden) vanuit verschillende perspectieven geschiedenis wetenschap die probeert een beeld te vormen van het verleden door de studie van historische bronnen perspectief gezichtspunt verleden dat wat voorbij is
12b
Online opzoeken
Gericht online opzoeken
Hoe zoek ik informatie op het internet?
Stap 1: Ik bepaal welke zoekstrategie ik moet toepassen.
✓ Ik kies een geschikte zoekmachine (bv. Google, website bib, databank …).
✓ Ik brainstorm over de geschikte zoektermen.
Stap 2: Ik voer mijn zoekstrategie uit.
✓ Ik voer de zoektermen in de zoekmachine in en noteer of kopieer tussentijds de resultaten.
✓ Ik gebruik synoniemen voor mijn zoektermen als ze onvoldoende resultaat opleveren.
Stap 3: Ik beoordeel of de informatie geschikt is voor mijn onderzoek.
✓ Is de informatie voldoende actueel? Of is ze (te) verouderd?
✓ Helpt de informatie om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden?
✓ Heeft de schrijver of maker voldoende autoriteit? Weet hij er veel over?
✓ Is de informatie nauwkeurig, volledig en betrouwbaar?
Stap 4: Ik herhaal stap 1 tot en met 3 zolang ik onvoldoende of ongeschikte informatie vind.
AI verstandig gebruiken
Hoe gebruik ik de hulp van AI om een historische vraag te onderzoeken?
Stap 1: Ik bepaal welke zoekstrategie ik moet toepassen.
✓ Ik kies een geschikte AI-tool (bv. Bard, ChatGPT …).
✓ Ik brainstorm over een geschikte vraag.
✓ Ik brainstorm over parameters die de vraag meer sturing geven (bv. hoeveel woorden, wat voor soort schrijfstijl, welk leespubliek …).
Stap 2: Ik voer mijn vraagstrategie uit.
✓ Ik stel mijn vraag in de chatrobot en noteer of kopieer tussentijds de resultaten.
✓ Ik filter daarbij wat nuttig is en wat niet nuttig is.
✓ Ik stel een vervolgvraag om het antwoord verder te verfijnen (bv. een antwoord dat meer wetenschappelijk of geschiedkundig onderbouwd is, gebruikmaken van een bepaalde bron …).
Stap 3: Ik beoordeel of de informatie geschikt is voor mijn onderzoek.
✓ Is de informatie voldoende actueel? Of is ze (te) verouderd?
✓ Helpt de informatie om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden?
✓ Is de informatie nauwkeurig, volledig en betrouwbaar?
Stap 4: Ik herhaal stap 1 tot en met 3 zolang ik onvoldoende of ongeschikte informatie vind.