Storia HD classic 4 D DO - leerboek (ed. 2026)

Page 1


Doorstroomfinaliteit domeinoverschrijdend

Leerboek

proefversie©VANIN

Kristel Bekers

Katleen Dillen

Senne Hendrickx

Kris Merckx

Wim Moreau

Jacky Philips

Bert Struyve

Luc Van den Broeck

Jos van Dooren

o.l.v. Gorik Goris

Via www.ididdit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij Storia HD 4

Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden. Kies je ervoor om je aan te melden met je Smartschool-account, zorg er dan zeker voor dat je e-mailadres aan dat account gekoppeld is. Zo kunnen we je optimaal ondersteunen.

proefversie©VANIN

Doorstroomfinaliteit domeinoverschrijdend

Let op: deze licentie is uniek, eenmalig te activeren en geldig voor een periode van 12 maanden na activatie.

Help, de activatiecode hierboven is al gebruikt!

Krijg je bij het activeren van de bovenstaande code de melding dat de activatiecode reeds in gebruik is? Dan ben je wellicht niet de eerste leerling die met dit leerboek aan de slag gaat. Op vanin.be/leerboeklicentie kun je terugvinden welke stappen je kunt ondernemen of hoe je een nieuwe licentie kunt aankopen.

Tip: Normaal gezien mag je niet schrijven in een leerboek. Per uitzondering mag jij na activatie de bovenstaande activatiecode doorstrepen.

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën.

Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken.

In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen.

Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be.

Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.ididdit.be.

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2026. Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining (TDM) niet toegestaan.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Credits blz. 15 Gravure van Hendrik VIII uit 1544 van Cornelis Metsys © Album/quintlox blz. 23 ‘Indianen’ verrichten dwangarbeid in de mijnen © akg images blz. 25 Bronzen standbeeld © Glenn Harper/Alamy; Standbeeld van John Cabot © SJ Images/Alamy blz. 34 Schedelmuur in Mexico-Stad © Kristin Cato/Alamy blz. 36 Standbeeld van Pieter van Gent © Wernervc/WCC blz. 42 Singerie, Jan Brueghel II © Frans Hals Museum, Foto: René Gerritsen blz. 45 Iznik-keramiek © KMKG-MRAH blz. 57 Het Britse slavenschip ‘Brookes’ © incamerastock/Alamy blz. 62 Handschrift op perkament © The Picture Art Collection/Alamy blz. 63 Tekening van Erasmus door Albrecht Dürer © Artokoloro/Alamy blz. 70 De drie grote oude leraren van de geneeskunde © Science Source/Imageselect blz. 73 Tekening van Francesco di Giorgio © Science Source/Imageselect blz. 80 31 oktober in de schilderkunst © akg images blz. 83 Portret van Johannes Calvijn © The Picture Art Collection/Alamy blz. 84 Het Concilie van Trente (Matthias Burglechner) © The History Collection/Alamy blz. 86 Fort Lillo in Atlas van Loon © Yogi Black/Alamy blz. 91 Tapijt met het wapen van keizer Karel V © Artokoloro/Alamy blz. 92 Ets van Simon Fokke © Art World/Alamy blz. 93 De triomfen van Karel V © Album/British Library blz. 100 Keizer Karel V © The Picture Art Collection/ Alamy blz. 109 Foto Asia Bibi © BELGA/AFP blz. 114 Brugse monniken op de brandstapel (Frans Hogenberg) © The Picture Art Collection/Alamy blz. 124 Het paleis van Versailles in 1722 © Fine Art Images blz. 127 Deel van de Bill of Rights © Signal Photos/Alamy blz. 131 Pantheon in Rome © Sergey Borisov/Alamy blz. 134 Landschap met de vlucht naar Egypte © Magite Historic/Alamy blz. 139 Schilderij Santa Maria © Pere Rotger/ Imageselect blz. 146 Een handleiding voor heksenprocessen © Album/British Library blz. 163 Portret van Immanuel Kant © Science Source blz. 171 ‘Boston Massacre’, 5 maart 1770 © Album/Metropolitan Museum of Art, NY blz. 185 De massale val © The Picture Art Collection/Alamy blz. 193 Onthoofding Lodewijk XVI © Pere Rotger/Imageselect (en blz. 193); Een gevel in Parijs © Alex Segre/Alamy; De Franse euromunt © Gunter K irsch/Alamy blz. 200 Stemhokjes © HOLLANDSEHOOGTE blz. 206 Demonstratie in Antwerpen © Klaas De Scheirder

Cover- en lay-outconcept: Peer bvba

Eerste druk 2026

ISBN 978-94-651-4373-6

D/2026/0078/36

Art. 611665/01

NUR 130

Coverbeeld: Koningin Elizabeth I, door George Gower, 1588 Opmaak: Zyncke

Tekeningen: Katrien Davans, Dirk Vandamme

Cartografie: Van Dijk Vormgeving & Kartografie, Van Oort redactie en kartografie, Almere, Rerink kartografie & Vormgeving, Eindhoven

INHOUD

Werken met Storia HD Classic 4

A Historisch denken 8

B De West-Europeanen op ontdekkingstocht 16

Ontdekplaat* Nova Zembla

C Niet-westerse samenlevingen 26

C1 De ondergang van de ‘indianenrijken’ 28

Ontdekplaat* Inca’s

C2 Het Ottomaanse Rijk 39

D De vroegmoderne tijd 46

Ontdekplaat* Welkom in de vroegmoderne tijd

D1 De Atlantische handel en slavernij 48

Ontdekplaat* Venetië

D2 Humanisme en wetenschap 58

Onderzo ek 1: Leonardo da Vinci 71

Ontdekplaat* De boekdrukkunst

D3 De lange reformatie 77

Ontdekplaat* Het ware en het valse geloof

Ontdekplaat* Het laatste o ordeel

D4 Het Habsburgse Rijk 88

Ontdekplaat* Karel V

D5 Eenheid en scheiding van de Nederlanden 96

Onderzo ek 2: terreur en tolerantie in de Nederlanden 108

D6 Absolutisme en parlementarisme 116

D7 Renaissance, barok en neoclassicisme 128

Ontdekplaat* De scho ol van Athene

Ontdekplaat* Jan van Eyck, portret van Arnolfini en zijn vrouw

Overzicht D 139

Onderzo eken dwars door twee tijden

Onderzo ek 3: heksen en heksenprocessen 142

Onderzo ek 4: sociale hulp vandaag en gisteren 148

F Overgang naar de moderne tijd 154

Onderzo ek 5: de Agrarische Revolutie 156 F1 De Verlichting 160

F2 De Amerikaanse Revolutie 168

F3 De Franse Revolutie 176

F4 Onze gewesten: ‘de Boerenkrijg’ 187

Onderzo ek 6: de Franse Revolutie, een symbool 191

Overzicht F 195

G Demo cratie en mensenrechten 196

G1 Hedendaagse demo cratie in België 196

Ontdekplaat* Demo cratie

Onderzo ek 7: mensenrechten vandaag en gisteren 202

* De ontdekplaten vind je op iDiddit.

Storia HD Classic bestaat uit een leerboek en digitaal materiaal dat je op iDiddit terugvindt.

Dit overzicht geeft je inzicht in welke onderdelen je waar kunt vinden.

Storia HD Classic bestaat uit 8 thema’s. Een thema start met een themapagina en eindigt meestal met een overzicht. Een thema kan uit meerdere lessen en/of onderzoeken bestaan.

Bijna elke les of elk onderzoek is op eenzelfde manier opgebouwd:

1 Inleiding

2 Lestekst

3 KENNEN en KUNNEN

4 Opdrachten

5 Bronnen met opdrachten

Een les of onderzoek start altijd met een krachtige INLEIDING.

In het blauw staan telkens de historische vragen of probleemstellingen opgelijst waarrond deze les of dit onderzoek is opgebouwd.

• De icoontjes links van de inleidende tekst geven aan welke domeinen in de les aan bod komen. Meer info vind je op blz. 9.

• Het kaartje vertelt over welk gebied de les gaat.

• De tijdlijn situeer t de les in de tijd.

Ondertitels leiden de verschillende delen van de les in. In de LESTEKST krijgen moeilijke woorden een ander kleurtje. Ze worden verklaard in de marge van de lestekst en ook in de woordenlijst vanaf blz. 207.

INLEIDING LESTEKST KENNEN EN KUNNEN

Op iDiddit vind je alle informatie uit je boek. Dat wil zeggen dat alle teksten, bronnen en opdrachten op papier ook een digitale vertaalslag kregen. Je kunt dus kiezen hoe je met Storia HD aan de slag wilt gaan.

VERDER OEFENEN vind je uitsluitend online.

Op iDiddit vind je ook:

• adaptieve oefeningen;

• het e -book;

• extra bronnen;

• kennisclips historisch denken;

• ontdekplaten en hun takenbladen.

Wie wil, kan op iDiddit eigen notities bijhouden.

Bij sommige lessen hoort een ONTDEKPLAAT. Die vind je alleen op iDiddit. Je ontdekt en verkent aan de hand van een interactieve afbeelding een historisch fenomeen. De bijbehorende opdrachten kun je digitaal maken.

4

5

1 ontdekkingstochten met behulp van een kaart beschrijven

2 een onderzoekbare historische vraag formuleren 3 bruikbaarheid, representativiteit, betrouwbaarheid, standplaatsgebondenheid en doel van bronnen beoordelen om vragen te beantwoorden 4 een historisch beeld over ontdekkingen kritisch beoordelen 5 het verschil in beeldvorming over kolonialisme vandaag en in andere tijden verklaren

a Bekijk bron 1 en 2. Wie heeft de specerijhandel tussen Indië en de Middellandse Zee in handen? b Verklaar waarom specerijen in Europa zo duur zijn. c Welke Europeanen brengen de specerijen naar Europa? d Waarom zullen de Europeanen via Afrika naar Azië proberen te varen?

continentaal: alles wat tot het continent of land behoort 19 B De West-europeanen op ontDekkingstocht

Nadat je de les hebt geleerd, moet je deze zaken KENNEN en KUNNEN. De begrippen die je moet kennen, staan altijd bovenaan.

OPDRACHTEN worden gegroepeerd en zijn te herkennen aan hun specifieke lay-out.

BRONNEN

BRONNEN helpen je een lesonderwerp te bestuderen. De brontekst zelf staat eerst, de cursieve tekst eronder geeft informatie over de auteur of maker van de bron.

5 Prins Hendrik van Aviz (1394-1460)

In 1385 bestijgt Jan I van Aviz de Portugese troon. Zijn zonen stimuleren de ontdekkingen. In latere eeuwen schrijven geschiedschrijvers die inspanningen vooral toe aan de derde zoon van Jan: Hendrik. In de 19e eeuw krijgt hij zelfs de bijnaam Hendrik de Zeevaarder.

BRON 6 Portugal ca. 1484 Na de dood van koning Alfonsus nam Johan II de regering van het koninkrijk over. (...) Hij nam het besluit om vanuit de Atlantische Oceaan naar het Oosten door te dringen en de handel te bevorderen met de schatten van Arabië en met de rijkdommen van de Indische kust. Daarom vertrouwde hij Diego Cam een ontdekkingsreiziger] schepen toe en gaf hem in 1484 het bevel over de uiterste grens het gebied dat tot hiertoe verkend is] heen te varen en Christus’ naam tot de barbaarse volkeren te brengen. Uit: Lucas Wadding, Annales Fratrum Minorum 1625-1654 De franciscaner monnik Lucas Wadding (15881657), een Ier van geboorte, verblijft een groot deel van zijn leven in Rome. Hij schrijft er deze geschiedenis over de franciscanen. Hij baseert zich op oudere bronnen, die hij kritisch onderzoekt. In zijn werk behandelt de monnik onder andere de ontdekkingen en kolonisaties.

a Waarom noemt men in de 15e eeuw Hendrik niet ‘de zeevaarder’? b Haal uit bron 6 twee motieven voor de ontdekkingen.

Bij VERDER

OEFENEN vind je:

• extra bronnen en opdrachten;

• adaptieve oefeningen: ze helpen je om bepaalde kennis en historische vaardigheden op jouw niveau in te oefenen.

BRON 7 Oriënteren op open zee A Het kompas B Een astrolabium

De zeelui bepalen met een sint-jakobsstaf en later een astrolabium de breedtegraad waarop ze zich bevinden. Bij een sint-jakobsstaf meten zij het verschil in graden tussen de

a Waarvoor dient een kompas? b Wat is een breedtegraad? Leg aan de hand van de tekening uit hoe je de breedtegraad berekent.

Bij elke les vind je op iDiddit een schema dat je makkelijk kunt bewerken. Het vormt de ideale start voor jouw samenvatting.

De woordenlijst vind je achteraan in het boek op papier. Op iDiddit kun je de betekenis van een begrip handig raadplegen bij ‘Extra materiaal’.

BRON

1 | Op verkenning in Storia HD Classic 4 D

Je vindt de inhoud van het leerboek op blz. 3. Kijk eens hoeveel lessen er gepland zijn. In hoeveel groepen of onderdelen kun je ze onderverdelen? Elk onderdeel heeft een titel. Als je die leest, weet je welke onderwerpen je dit schooljaar bestudeert.

Bijna elke les in Storia HD heeft dezelfde structuur, zowel in je leerboek als op iDiddit. Het overzicht op de vorige bladzijden maakt dat duidelijk.

2 | Geschiedenis studeren: in de klas en thuis

‘In de klas luister je aandachtig en werk je actief mee.’ Die zin klinkt erg schoolmeesterachtig, maar bevat de essentie van elke leermethode. Als je in de klas volgt, heb je thuis minder problemen om de leerstof te verwerken. Je kunt ook onmiddellijk reageren wanneer je iets niet begrijpt of wanneer iets niet duidelijk is. Aarzel niet om vragen te stellen aan je leraar. Na elke les zou je ’s avonds de geziene leerstof even moeten overlopen. Dat hoeft niet lang te duren. Vijf of tien minuten aandachtig lezen per vak volstaat. Dat gaat uiteraard niet op als je moet studeren voor een test of voor een examen van dat vak!

Enkele richtlijnen om de leerstof te studeren

a Lees de leerstof aandachtig.

INLEIDING proefversie©VANIN

• Houd rekening met de bronnen die in de klas gebruikt zijn. Onder alle subtitels in de lesteksten vind je een verwijzing naar de bronnen. Overloop eventueel de opdrachten bij de bronnen.

• Begrijp je alles wat je leest? Als de leerstof geen betekenis voor je heeft, is het niet alleen moeilijk om ze in te studeren, maar zul je ze ook heel snel vergeten. Zoek de betekenis van woorden die je niet begrijpt op in de verklarende woordenlijst achteraan in dit boek of in een (online)woordenboek. Vraag eventueel je leraar om uitleg.

• Lees de titel en de subtitels van elke les aandachtig. Zij vatten meestal in een korte, krachtige zin samen wat volgt. Ga na of je vanuit de titel kunt vertellen wat er in de les staat. Stel vragen over de titel met behulp van de woorden ‘wat’, ‘waar’, ‘wanneer’, ‘waarom’, ‘wie, ‘hoe’ en ‘hoeveel’.

• Lees alles, ook informatie tussen haakjes.

b Zo ek een samenhang in de lestekst.

• In de geschiedenis geb eurt er weinig zonder oorzaak, aanleiding en gevolg. Alles hangt dus als het ware aan elkaar vast.

• Een lestekst b estaat uit een reeks hoofd- en nevengedachten. Aan elke hoofdgedachte hangen vaak één of meer nevengedachten vast. Zij geven meer informatie over de hoofdgedachten. Zoek de hoofdgedachten in de lestekst. Zoek vervolgens de bijhorende nevengedachten.

• Herlees de tekst, met aandacht voor de indeling.

c Maak een schema van de indeling.

• Zet de tekst om in een schema dat de volgorde van de hoofd- en nevengedachten logisch weergeeft. Je werkt met pijlen, begrippen en delen van zinnen.

• Je schema is dus een overzicht van de hoofd- en nevengedachten en de samenhang ertussen.

d Vertel aan de hand van het schema de info die in de tekst staat.

e Memoriseer het schema.

f Vertel aan de hand van het gememoriseerde schema de info die in de tekst staat.

g Raadpleeg de lijst KENNEN en KUNNEN. Zo controleer je jezelf zonder hulp van buitenaf. KENNEN is de leerstof weergeven. KUNNEN is de leerstof toepassen.

Tips en opmerkingen

• Maak zelf een schema waarin alle onderdelen en lessen staan. Zo krijg je een inzicht in de grote lijnen.

• Vergelijk verschillende lessen met elkaar en ga op zoek naar overeenkomsten in de leerstof.

• Herhaal de gestudeerde stof regelmatig.

proefversie©VANIN

3 | Tips om informatie te verstrekken en opdrachten te analyseren

Juiste informatie aan iemand verstrekken is niet zo eenvoudig als je denkt. Veel verhalen en mededelingen veranderen tijdens het voortvertellen. Mensen hebben nu eenmaal de neiging een eigen ‘draai’ aan een verhaal te geven. Hieronder vind je enkele raadgevingen om duidelijke en overzichtelijke informatie te verstrekken.

• Je mo et zelf begrijpen wat je meedeelt. Hoe kun je een woord uitleggen dat je zelf niet begrijpt?

• Gebruik geen overtollige informatie. Beperk je tot de hoofdgedachten. Wanneer je boodschap begrepen is, kun je ze met extra informatie wat meer kleur geven. Je geeft dan wat nevengedachten.

• Draai niet rond de pot of tater er niet op los.

Opdrachten worden vaak verkeerd of niet nauwkeurig uitgevoerd (vooral bij testen en examens). Daarom volgen hier enkele tips die je daarbij moeten helpen.

Lees de opdracht nauwkeurig. Analyseer desnoods woord voor woord. Stel jezelf de volgende vragen.

• Wat wordt er van mij verwacht?

• Over welk gedeelte van de leerstof gaat de opdracht?

• Mo eten er verschillende elementen (hoofdgedachten, lessen, onderdelen ...) met elkaar gecombineerd worden om de opdracht op te lossen? Zo ja, welke?

• Bij meer dan één op dracht los je eerst die opdracht op die je het beste meent te kunnen.

• Als je niet meteen een oplossing of antwoord ziet, laat de opdracht dan wat bezinken. De weg naar de oplossing of het antwoord duikt vaak pas na een tijdje op.

A

Historisch denken

Je leert in het vak geschiedenis niet alleen verhalen over het verleden, maar ook hoe die verhalen ontstaan. Je krijgt dus inzicht in het verleden en in de wetenschappelijke methode die geschiedkundigen gebruiken om over het verleden te vertellen: je leert historisch denken. De schema’s in dit hoofdstuk frissen je kennis daarover op. Je kunt ze als hulpmiddel raadplegen bij opdrachten in het boek. Wat is historisch denken? Hoe ga jij daarmee aan de slag in de geschiedenislessen?

proefversie©VANIN

1

Vragen stellen over het verleden en het heden

Historisch denken start met een historische vraag. In het begin van elke les formuleren we de vragen die we tijdens die les zullen onderzoeken. Je vindt ze in het blauw in de inleiding. Een historische vraag is gericht op het menselijke verleden.

Historische vragen zijn:

A Vragen over het verleden

Voorbeeld: Hoe verlopen de West-Europese ontdekkingen in de 15e-16e eeuw?

B Vragen over de relatie tussen heden en verleden

Voorbeeld: Was men in de vroegmoderne tijd toleranter dan vandaag?

C Vragen over hoe we tot kennis over het verleden komen

Voorbeeld: Hoe komen we aan onze informatie over heksenprocessen in de 17e eeuw?

D Vragen over het beeld dat we over iets of iemand uit het verleden hebben

Niet alle historische vragen zijn goede onderzoeks vragen. Een onderzoekbare historische vraag leidt tot een onderzoek. Een historische vraag waarop je een kort antwoord kunt geven, is dus geen goede onderzoeksvraag. De vraag mag ook niet te vaag of te uitgebreid zijn: ze moet duidelijk afgebakend zijn in tijd en ruimte en er moeten voldoende bronnen zijn om binnen een redelijke tijd een antwoord te vinden op de vraag.

De kennisclip over de historische vraag vind je online.

Situeren in het historisch referentiekader

Het referentiekader is een schema dat je helpt om je te oriënteren in het verleden. Het deelt zaken uit het verleden in volgens tijd, ruimte (plaats) en maatschappelijk domein.

Tijd (indeling van het verleden)

• Begrippen: jaar, decennium, eeuw, millennium

• Tijdrekening: belangrijke gebeurtenis = jaar 1. Verschillende tijdrekeningen: christelijk (geboorte Christus = jaar 1), islamitisch, Chinees …

• Zeven tijden voor de indeling van het westerse verleden: prehistorie, oude nabije oosten, klassieke oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd en hedendaagse tijd

Elke tijdrekening en indeling is kunstmatig en het gevolg van een afspraak tussen geleerden.

De kennisclips over ruimte en referentiekader vind je online.

Ruimte (plaats waar de gebeurtenissen zich afspelen)

• Verschil in schaal of grootte: mondiaal, nationaal, regionaal, lokaal …

• Continentaal of maritiem: een gebied waarbij de belangrijkste verbindingen over land of een gebied waarbij de belangrijkste verbindingen over zee lopen.

proefversie©VANIN

• Stedelijk of landelijk (ruraal): een gebied waar de stad of een gebied waar het platteland domineert.

• Centrum of rand: een gebied dat zich in het centrum of een gebied dat zich aan de rand van een historische gebeurtenis bevindt.

• Op en of gesloten landschap: een landschap dat weinig of een landschap dat veel fysieke hindernissen heeft, bijvoorbeeld een vlakte tegenover berglandschap, akkers tegenover bossen …

• Op en of gesloten samenlevingen: een samenleving die openstaat voor nieuwe en vreemde zaken of een samenleving die ze afwijst.

• Westers of niet-westers: West- en MiddenEuropa, Noord-Amerika, Australië en NieuwZeeland vormen samen de westerse wereld. Ze hebben grotendeels dezelfde politieke en economische organisatie en delen een gelijkaardige culturele achtergrond en verleden.

Maatschappelijke domeinen (indeling voor menselijke activiteiten)

Cultuur bestaat uit tal van deeldomeinen zoals kunst, levensbeschouwing, godsdienst, wetenschap, techniek, onderwijs, sport, gewoonten …

Sociaal gaat over het samenleven van groepen en individuen.

Economie bekijkt hoe mensen overleven, inkomen verwerven, arbeid organiseren …

Politiek gaat over besturen, macht, oorlog en vrede …

primaire bronnen: bronnen gemaakt door iemand die rechtstreeks betrokken is, bijvoorbeeld een ooggetuige secundaire bronnen: bronnen gemaakt door iemand die niet rechtstreeks betrokken is; vaak in een andere tijd standplaatsgebondenheid: tijd, ruimte, maatschappelijke positie en persoonskenmerken beïnvloeden de blik op (historische) gebeurtenissen.

Bronnen kritisch bestuderen en gebruiken

De antwoorden op een historische vraag zoek je in bronnen.

We maken een onderscheid tussen ‘primaire’ en ‘secundaire’ bronnen . Primair betekent dat de maker in de periode zelf leefde waarover hij het heeft. Mogelijk heeft hij bepaalde feiten meegemaakt of bepaalde mensen gekend. Een secundaire bron is in een latere periode gemaakt.

We zien historische bronnen weinig in hun originele vorm: ze zijn vertaald, worden herwerkt naar hedendaags Nederlands, zijn ingekort, leesbaarder gemaakt … Daarnaast is de context van een bron belangrijk. Die bevat informatie over de bron: wie heeft ze gemaakt? Waar, wanneer, waarom en hoe is de bron gemaakt of ontstaan? Bij bijna elke bron in Storia HD staat er contextinformatie. Historici moeten dikwijls zelf naar die informatie op zoek gaan.

Om een antwoord te vinden op een historische vraag zoeken en selecteren we bronnen. Je weet al uit de lessen van vorig schooljaar dat je daarmee voorzichtig moet omspringen. Bronnen hebben immers altijd bepaalde beperkingen. Die beperkingen zijn afhankelijk van de historische vraag die je stelt en kunnen te maken hebben met de bruikbaarheid, de representativiteit en/of de betrouwbaarheid van de bron. Stel deze kritische vragen aan bronnen:

• Is de bron bruikbaar om de historische vraag te beantwoorden?

• Is de bron betrouwbaar om de historische vraag te beantwoorden?

- Standplaatsgeb ondenheid : door wat of wie kan de maker beïnvloed zijn? De maker van een bron kan beïnvloed worden door zijn persoonlijke situatie en zijn omgeving. Die beïnvloeding kan gebeuren door leeftijd, geslacht, woonplaats, afkomst, familie, opvoeding, opleiding, overtuigingen, ideeën, godsdienst, economische situatie ...

- Voor wie of wat is de bron bedoeld?

- Welke bedoeling heeft de maker van de bron? Wil hij informeren, overtuigen, ontspannen, ontroeren of activeren?

Speciale bronnen en werken zijn historische kaarten. Volgende tips helpen je bij het bestuderen van zo’n kaart.

Hoe bestudeer je een kaart?

1 Lees de titel: waarover gaat de kaart? Over welke tijd, welk gebied, welk onderwerp ...?

2 Welke schaal heeft de kaart? Hoeveel keer werd het gebied op de kaart verkleind?

3 Raadpleeg de legende. Wat betekent elk symbool?

4 De b ovenkant van een kaart is meestal het noorden.

Kijk naar de kaart, lees de namen en vergelijk voortdurend met de legende.

De kennisclips over bronnen beoordelen en standplaatsgebondenheid vind je online.

proefversie©VANIN

• Representativiteit: is de bron typisch voor haar tijd, omgeving, samenleving … of wijkt ze ervan af?

Om een historische vraag te beantwoorden, bestudeer je best ook meer dan één bron.

Geschiedenis is een beeld van het verleden

Geschiedenis is een reconstructie van het verleden. Over sommige periodes uit ons verleden weten we slechts weinig door het gebrek aan bronnen. Als er een nieuwe bron ontdekt wordt, kan onze kennis over het verleden veranderen. Dat gebeurt ook als de geschiedkundigen een bron anders gaan interpreteren. Dat wil dan zeggen dat ze om de een of andere reden anders gaan denken over de informatie die ze uit een bepaalde bron halen. Het is dus belangrijk om zo veel mogelijk bronnen te gebruiken en te vergelijken om een nauwkeurig beeld te krijgen van het verleden.

Om feiten met elkaar in verband te brengen of om informatie te structureren gebruiken geschiedkundigen typische historische redeneerwijzen. De vorige jaren heb je er al een aantal gezien.

Historische redeneerwijzen

Weet je nog wat ze betekenen?

aanleiding, oorzaak, gevolg, toeval, evolutie, revolutie, continuïteit, verandering, perspectief, argument, bewijs, stereotypering, gelijktijdigheid, ongelijktijdigheid

Ook in het dagelijks leven worden heel veel historische beelden gebruikt. Heel dikwijls kloppen die niet omdat ze de zaken uit het verleden simpel, stereotiep , verkeerd … voorstellen. In veel historische films, boeken, strips en games bijvoorbeeld gedragen de figuren zich meer zoals hedendaagse mensen dan als mensen uit de tijd waarin het verhaal zich afspeelt.

KENNEN

5De kennisclip over historische beeldvorming vind je online.

Nadenken over het verband tussen verleden, heden en toekomst

Iedereen kijkt met zijn ogen naar het heden en het verleden: vanuit het eigen perspectief . Dat heet standplaatsgebondenheid.

De vragen die je stelt en de historische beelden die je ontwikkelt, worden beïnvloed door je achtergrond (afkomst, studies, interesses, ideeën …) en je omgeving. Je bent dus zelf ook standplaatsgebonden. Het is interessant om bij jezelf af te vragen hoe je eigen beeldvorming daardoor is beïnvloed.

Het verleden wordt dikwijls vergeleken met de actuele situatie. Men tracht te verklaren hoe hedendaagse situaties zijn ontstaan en zelfs in te schatten wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren. Je leert ook nadenken over het gebruik van geschiedenis in de samenleving.

reconstructie: re (her) / constructie (bouw): iets dat nagebouwd, nagetekend of nagespeeld is; het verleden dat op basis van bronnen wordt verteld

stereotiep: vaststaand en dikwijls verkeerd beeld over een persoon of groep

perspectief: standpunt vanwaaruit iemand naar iets kijkt; beïnvloed door de standplaatsgebondenheid

proefversie©VANIN

1 de b egrippen ‘primaire bron’, ‘secundaire bron’, ‘standplaatsgebondenheid’, ‘perspectief’, ‘stereotiep’, ‘reconstructie’, ‘centrum’ en ‘periferie’ uitleggen

2 de zeven tijden met hun begin­ en eindjaar in chronologische volgorde opnoemen

3 de geb eurtenissen waarnaar de scharnierdata verwijzen, opnoemen

4 de vier verschillende maatschappelijke domeinen opnoemen en uitleggen

5 aantonen dat er verschillende soorten ruimten (plaatsen) zijn

6 aantonen dat men afhankelijk is van bronnen om een historische vraag te kunnen beantwoorden

7 uitleggen wat onder een historisch beeld verstaan wordt

8 de relatie tussen verleden en geschiedenis uitleggen

KUNNEN

1 een onderzo ekbare historische vraag formuleren

2 de onderzo ekbaarheid van een historische vraag beoordelen

3 een bron of een gebeurtenis in het historisch referentiekader situeren

4 onze indeling in tijdvakken vergelijken met de Chinese indeling van de geschiedenis

5 een kaart bestuderen en ontleden

6 de context van een bron onderzoeken

7 bronnen beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en representativiteit

8 een historisch b eeld analyseren en beoordelen

9 verschillen tussen twee afbeeldingen over hetzelfde onderwerp verklaren

10 historische bronnen vergelijken om een historische vraag te beantwoorden

OPDRACHTEN

1 Bekijk de tijdlijn op blz. 8. Dat is de meest gebruikte indeling van de geschiedenis in WestEuropa. De jaren waarin we de tijden laten eindigen of beginnen, zijn scharnierdata. Naar welke ‘symbolische’ gebeurtenissen verwijzen deze jaartallen?

2 Geef voor elke bron de tijd en het maatschappelijk domein. Sommige bronnen behoren tot meer dan één domein.

3 Welke bronnen gaan niet over een gebied in West­ Europa?

4 Welke bronnen zijn secundaire bronnen?

BRON 1 De activiteiten van een boer doorheen het jaar

Miniatuur in een Frans manuscript uit ca. 1460

a Bekijk het landschap op de achtergrond van de tekeningen. Is het landelijk of stedelijk? Is het open of gesloten?

b Formuleer zelf twee onderzoekbare historische vragen bij deze bron.

BRON 2 Romaanse kunstcentra en de verspreiding van de gotiek (11e-15e eeuw)

Noordzee

Bourgondi ë N ormandi ë

Parijs

proefversie©VANIN

romaanse kunstcentra kern van de gotiek (12e eeuw)

Middellandse Zee 0 500 km

a Welke stad vormt oorspronkelijk het centrum van de gotiek?

b Liggen onze gewesten bij het centrum of in de periferie van het gebied waar de romaanse kunst bloeit?

centrum: middelpunt van een gebied

periferie: aan de rand van een gebied, verwijderd van het centrum

BRON 3 Chinese indeling van het Vroege en Late Keizerrijk

proefversie©VANIN

De Chinezen delen hun geschiedenis op volgens de vorstenhuizen of dynastieën die aan de macht zijn. Vanaf 1949 gebruiken ze de christelijke jaartelling, zonder evenwel letterlijk naar Christus te verwijzen. Daarvoor telden ze de jaren van elke regeerperiode telkens opnieuw vanaf 1. Op deze tijdlijn zie je de indeling van het Vroege en Late Keizerrijk.

Vergelijk de westerse indeling van de geschiedenis met de Chinese indeling. Noteer een verschil en een gelijkenis.

BRON 4 Pont du Gard in Zuid-Frankrijk

Romeinse constructie uit de 1e eeuw om de stad Nîmes van water te voorzien. In de 18e eeuw maakt men van het onderste gedeelte een brug.

a Bekijk het landschap. Is het landelijk of stedelijk? Is het open of gesloten?

b Waarom is de naam van het bouwwerk verkeerd als je rekening houdt met de oorspronkelijke functie?

Tekening met houtskool op papier, 1931

Constant Permeke (1886-1952) is een belangrijke Vlaamse expressionistische kunstenaar. In die kunststroming drukken de kunstenaars hun gevoelens uit in hun werk. Dat beïnvloedt hoe zij zaken voorstellen. Permeke wordt geboren in Antwerpen, brengt zijn jeugd door in Oostende en vestigt zich uiteindelijk met zijn gezin in Jabbeke. De bedelaar wordt levensgroot afgebeeld.

a Voor welke historische vragen geldt dit werk als een primaire bron?

b Wat vertelt deze bron mogelijk over de tekenaar?

c Formuleer een onderzoekbare historische vraag bij deze bron.

BRON 5 De bedelaar

Hertog Jan I van Brabant verslaat de aartsbisschop van Keulen en de graaf van Luxemburg in Woeringen bij Keulen. Hij verwerft daardoor later het hertogdom Limburg.

Uit: Jan van Boendale en Iwein van Cottem, Brabantse Yeesten (1316 ­ 1350), manuscript uit de 15e eeuw

De klerk Jan van Boendale (ca.1280-ca.1351) is afkomstig van Tervuren. Hij leidt de Antwerpse stadsadministratie. Van Boendale is ook dichter en geschiedschrijver. In de ‘Yeesten’ beschrijft hij in rijm de heldendaden van de Brabantse hertogen. Hij baseert zich op andere bronnen en beweert alles zo waarheidsgetrouw mogelijk te vertellen. Boendale wil echter ook de hertogen en Brabant ophemelen. Hij schrijft het werk in opdracht van een Antwerpse schepen die ook voor de hertog werkte. Boendale blijft er heel zijn leven verder aan schrijven. De Brusselse klerk, patriciër en geestelijke Iwein van Cottem (13971457) zet het werk verder in de 15e eeuw. Hij doet dat in opdracht van functionarissen verbonden met het Bourgondische hof. Deze prent komt uit zijn werk en stamt uit 1440-1450. De tekenaar is onbekend. De ‘Yeesten’ zelf bestaat grotendeels uit tekst in rijmen. Er bestaan vandaag nog vijf exemplaren van het werk.

a Toon aan dat deze bron over meer dan een lokaal conflict gaat.

b Biedt deze prent een betrouwbaar beeld van de Slag bij Woeringen en de overwinning van Jan I? Onderzoek de contextinformatie, het doel en de standplaatsgebondenheid van de makers.

Wapenschilden van enkele betrokken partijen

proefversie©VANIN

Jan I van Brabant

Graaf Hendrik VI van Luxemburg

Aartsbisschop Siegfried van Keulen

Reinout I van Gelre en Limburg

OPDRACHTEN Historische beeldvorming

Koning Hendrik VIII Tudor regeert van 1509 tot 1547 over Engeland en Ierland. Hij is zowel beroemd als berucht. Hendrik is slim en blinkt uit in steekspelen. Hij huwt in zijn leven zes keer. Hij laat twee van zijn echtgenotes onthoofden wegens overspel. Door ziekte gedraagt hij zich aan het hof vanaf 1536 steeds meer als een tiran. Hendrik houdt van lekker eten en drinkt veel wijn.

1 Welke twee historische vragen kunnen met deze schilderijen en informatie het best onderzocht worden?

- Wat at koning Hendrik VIII?

- Ho e verliep het leven aan het Engelse hof in de 16e eeuw?

- Ho e zag koning Hendrik VIII er in werkelijkheid uit?

- Ho e wil Hendrik VIII zichzelf laten zien?

2 Vergelijk bron 7 met bron 8. Wat kun je besluiten over het uiterlijk van Hendrik VIII?

proefversie©VANIN

Portret van Hendrik VIII (na 1536) uit het atelier van Hans Holbein de Jongere

Dit portret is gebaseerd op een muurschildering van Holbein in het paleis van Whitehall Londen. Hans Holbein wordt in 1535 hofschilder van de koning.

Cornelis Metsys, gravure van Hendrik VIII (1544)

Cornelis Metsys komt uit Antwerpen. Vanaf 1544 verblijft hij in Engeland en het Duitse Rijk.

BRON 7 Portret van Hendrik VIII
BRON 8 Gravure van Hendrik VIII

BDe West-Europeanen op ontdekkingstocht

Vandaag komen we gemakkelijk in contact met andere landen en samenlevingen. We weten ook hoe de wereld er exact uitziet. In een groot deel van het verleden is de aardrijkskundige kennis niet groot en blijven de verplaatsingen meestal beperkt tot de eigen omgeving. Af en toe trekken enkelen op ontdekkingstocht. In WestEuropa nemen zulke tochten vanaf het einde van de middeleeuwen steeds meer toe. Wat zijn de oorzaken en gevolgen van die Europese ontdekkingen? Wie speelt daarin een rol? Hoe verlopen die ontdekkingen?

koloniseren: een gebied tot een kolonie maken

zeewaardig: over zee kunnen varen zonder al te veel problemen

Indië: in de vroegmoderne tijd noemt men bijna het hele Verre Oosten (China en Japan uitgezonderd) Indië. India is het hedendaagse land.

1

Ontdekkingsreizen in de middeleeuwen

BRON 3-4 Je mag pas van een ontdekking spreken als de ontdekkingsreizigers terug thuis geraken om erover te vertellen. Nieuw ontdekte gebieden die men niet opnieuw bezoekt of niet koloniseert , worden dikwijls vergeten. Zo zijn er in de Europese geschiedenis ontdekkingsreizen gebeurd die grotendeels vergeten zijn geraakt. Middeleeuwse legenden vertellen bijvoorbeeld over tochten van Ieren en Vikingen. Archeologisch en historisch onderzoek lijken het bestaan daarvan te bevestigen.

Ierse monniken zoeken tussen de 6e en de 8e eeuw afgelegen plaatsen om te bidden en mediteren. Sommigen vestigen zich langs de wilde Britse en Ierse rotskust. Anderen vinden dat niet goed genoeg en laten zich in lederen bootjes afdrijven. God zal hen wel beschermen en op de juiste plaats afzetten. Enkele monniken bereiken zo IJsland. Sommige historici beweren zelfs dat zij tot in Amerika zijn geraakt.

De Vikingen bezitten vanaf de 8e eeuw zeewaardige schepen om op ontdekkingstocht te gaan. Zij koloniseren IJsland (ca. 870) en Groenland (ca. 980).

Op het eerste eiland zouden ze een aantal Ierse monniken aangetroffen en gedood hebben. Onder leiding van Leif Eriksson verkennen ze omstreeks

het jaar 1000 vanuit Groenland een nieuw gebied. De Vikingen noemen het Vinland (Wijnland), naar de bessen die er groeien en op druiven zouden lijken. Historici vermoeden dat ze Newfoundland (NoordAmerika) bereikt hebben. Amerikaanse archeologen hebben er de restanten van een Vikingnederzetting blootgelegd. Mogelijk richten de Vikingen in Vinland tijdelijke kampen op om er gedurende een jaar bomen te kappen en op pelsdieren te jagen. Hout en pelsen zijn immers populaire handelsproducten. Vanaf het begin van de 14e eeuw teisteren zware stormen het noorden van de Atlantische Oceaan. Scandinavië verliest het contact met de Groenlandse Vikingen. Die sterven langzaam maar zeker uit door inteelt en gevechten met de Inuit (Eskimo’s).

Vanaf de 11e eeuw nemen de contacten over land, zee en rivieren tussen de Europese regio’s toe. Ook de handel met het Midden-Oosten gaat in stijgende lijn. De Mongolen vestigen een groot rijk in Azië en maken de handelsroutes van China en Indië naar de Middellandse Zee veiliger. West-Europeanen ondernemen daarom tochten naar Azië om handel te drijven, het christelijke geloof te verspreiden of om bondgenoten te zoeken tegen de islam. Sommigen, zoals de Vlaamse monnik Willem Van Rubroeck en de Italiaanse handelaar Marco Polo, geraken in de 13e eeuw tot in Mongolië en China (zie Storia HD 3).

reis om de wereld van El Cano
Madeira Azoren verkenning Afrikaanse kust
Diaz Columbus Vasco da Gama

De West-Europese ontdekkingen hebben verschillende oorzaken

BRON 1-2-5-6-7-8

Een combinatie van verschillende oorzaken zorgt ervoor dat de West-Europeanen op ontdekkings to cht vertrekken. Er spelen economische oorzaken. West-Europese handelaars, vooral Italianen, kopen in het Midden-Oosten van oosterse kooplui Aziatische producten zoals specerijen, zijde, parels, parfum … In de 14e eeuw hindert een nieuwe veroveringsoorlog van de Turken de handel. Ook verdwijnt het Mongoolse Rijk. Bovendien dromen de Europese kooplui ervan om zelf in Azië te geraken. Op die manier moeten ze de oosterse kooplui niet meer betalen en kunnen ze zelf meer winst maken. Ze willen het islamitische gebied omzeilen en gaan op zoek naar een zeeweg naar Indië en China. Daarnaast doen er verhalen de ronde over goud en andere rijkdommen die te vinden zijn in West-Afrika. Ook blijken de eerste kolonies zoals die op de Canarische Eilanden en de Azoren winstgevend te zijn dankzij onder andere de teelt van suikerriet.

Er spelen ook politieke en godsdienstige oorzaken. Vorsten willen met de opbrengsten van de ontdekkingen en kolonies hun macht en invloed uitbreiden. Op het einde van de middeleeuwen hebben de Portugezen en Spanjaarden na een eeuwenlange strijd het Iberisch Schiereiland heroverd op de islamitische Moren. Zij willen die strijd in Noord-Afrika en op de Middellandse Zee verderzetten. De islamieten blijken echter te talrijk en te sterk. Daarom zoeken de christenen naar bondgenoten. Zij verwachten ergens in Afrika het legendarische rijk van ‘Pape Jan’ (priester Jan) te vinden. Dat zou een christelijke priester-koning zijn die regeert over een machtig en welvarend land. De Portugezen hopen met de opbrengsten van ontdekkingsreizen de strijd tegen de Moren te financieren

De ontdekkingsreizigers profiteren van enkele technische verbeteringen. Nieuwe scheepstypes, zoals het karveel, zijn beter geschikt voor verre zeereizen. Instrumenten moeten de oriëntatie op open zee vergemakkelijken. Dankzij het kompas kan de scheepskapitein makkelijker het magnetische noorden vinden. Meetinstrumenten, zoals het astrolabium, laten toe om de breedtegraad te bepalen. De bepaling van de lengtegraad blijft tot in de 18e eeuw een probleem.

ontdekkers zich verder durft te wagen. Ze willen zelf de wonderen van het Oosten zien. Ze worden gesteund door geleerden die zich baseren op de Griekse geograaf Ptolemaeus (2e eeuw). Zijn berekeningen gaan ervan uit dat de aarde heel wat kleiner is. Niemand beseft dat hij zich vergist.

Naast die wetenschappelijke en technische vernieuwingen krijgt men geleidelijk meer kennis over de winden en de zeestromingen in de Atlantische Oceaan. Die zorgen ervoor dat men gemakkelijker over de oceaan kan varen. Spaanse en Portugese vissers spelen daar aanvankelijk een belangrijke rol in.

De meeste mensen die op ontdekkingsreis vertrekken zijn avontuurlijk aangelegd. Ze willen van alles beleven en zijn nieuwsgierig naar onbekende gebieden. In de 15e eeuw zien sommigen zichzelf als dolende ridders die over zee op avonturentocht vertrekken. De verhalen van teruggekeerde zeelui en ontdekkers prikkelen de fantasie van anderen, die op hun beurt op reis willen vertrekken.

3Het verloop van de ontdekkingen in de vroegmoderne tijd

BRON 9-10

Op het einde van de 14e eeuw komt er in Portugal een nieuwe koninklijke familie op de troon (het huis van Aviz), die om economische en politieke redenen de ontdekkingsreizen stimuleert. Latere geschiedschrijvers brengen vooral de inspanningen van Hendrik, een van de Portugese Aviz-prinsen, onder de aandacht. De Portugezen ontdekken verschillende eilanden in de Atlantische Oceaan: Madeira, de Azoren en Kaapverdië. Voor de Azoren trekken zij Vlaamse kolonisten aan. Tot diep in de 17e eeuw heten die trouwens de ‘Vlaamse eilanden’. De Portugezen verkennen de Afrikaanse kusten op zoek naar Pape Jan en een zeeweg naar Indië. Langzaam maar zeker brengen zij de West-Afrikaanse kust in kaart. In Afrika proberen ze steeds meer goud en slaven te vinden. De Portugezen hopen door het continent te ronden Indië te bereiken. Bartolomeo Diaz bereikt als eerste het meest zuidelijke punt van Afrika. Vasco da Gama belandt in 1498 uiteindelijk in Calicut (Indië). Hij keert met drie schepen en wat specerijen terug naar Portugal. Enkele jaren later bezetten de Portugezen enkele plaatsen in Indië. Met veel geweld verjagen ze er de islamitische handelaars.

kolonie: gebied dat onderworpen is aan een ander land

Iberisch

Schiereiland: het huidige Portugal en Spanje vormen samen dat schiereiland.

proefversie©VANIN

Men twijfelt niet aan de bolvorm van de aarde. De meeste geleerden en zeelui vrezen echter dat de oceanen te groot zijn om over te steken of dat er in het midden van de aarde een ondoordringbare hittegordel is. In de 14e-15e eeuw zorgen verhalen van reizigers zoals Marco Polo ervoor dat een aantal

Uit angst voor concurrentie van andere Europeanen trachten de Portugezen hun zeeroutes en ontdekkingen geheim te houden. Daardoor zouden we niet al hun ontdekkingsreizen kennen. Een aantal historici denkt bijvoorbeeld dat de Portugezen wisten dat er aan de andere kant van de Atlantische Oceaan

financieren: geld voor iets leveren, bekostigen

breedtegraad: dient om de positie op de aarde te bepalen. Het gaat om een denkbeeldige lijn die horizontaal over de aarde loopt of een denkbeeldige horizontale cirkel die dwars door de aardbol gaat. De evenaar is de bekendste breedtegraad.

ronden: rond een kaap varen

Castilië: Spaans koninkrijk ontstaan in de 9e eeuw en gelegen in het noordwesten van het land

kolonialisme: in andere gebieden kolonies stichten om er zelf voordeel uit te halen

imperialisme: macht uitbreiden door gebieden te veroveren en te overheersen

plantage: hoeve met uitgestrekte landerijen

ertsrijk: ondergrond bevat veel ertsen van metalen

Noordelijke

Nederlanden: in de 16e eeuw vallen de Nederlanden in twee delen uiteen. Politieke en godsdienstige tegenstellingen spelen daarin een belangrijke rol. Het Noorden, met Holland en Zeeland als belangrijkste gebieden, beleeft een economische bloei in de 17e eeuw. Het gebied noemt zich ook wel de Verenigde Provinciën.

maritiem: alles wat met zee te maken heeft

land lag. De toevallige ontdekking van Brazilië door Cabral in 1500 zou niet zo toevallig geweest zijn. Hij zou er opdracht toe gekregen hebben om te verhinderen dat het in Spaanse handen zou vallen.

De eerste Spaanse ontdekkers zijn vooral zeelui en vissers uit Mallorca. De Spanjaarden koloniseren de Canarische Eilanden, maar moeten in Afrika de Portugezen laten voorgaan. Daarom hebben ze interesse voor de ideeën van de Genuees Christoffel Colon (Columbus). Die denkt dat je Azië het snelst bereikt door westwaarts te varen. Hij baseert zich op de berekeningen van Ptolemaeus . Hij verblijft ook vele jaren in Portugal, waar hij zeekaarten tekent op basis van verslagen van zeekapiteins. Columbus kan de Portugese koning niet overtuigen om een westwaartse expeditie te financieren. Zijn verhalen over de schatten van Indië overtuigen uiteindelijk de Spaanse koningin Isabella van Castilië . Zij geeft hem drie schepen (de Nina, de Pinta en de Santa Maria). Via de Canarische Eilanden zeilt Columbus naar het westen van de Bahama’s (1492). Hij denkt dat hij enkele eilanden voor de Indische kust bereikt heeft. Columbus sticht een kolonie en keert terug naar Spanje. Daar wordt hij met roem overladen. In drie bijkomende tochten probeert hij zowel nieuwe kolonies te stichten als een doorgang naar Indië te vinden. De meeste van zijn kolonies verdwijnen weer: de kolonisten kampen met heimwee, vinden het tropische klimaat onaangenaam en worden aangevallen door de plaatselijke bevolking. Columbus valt in ongenade, maar mag een deel van de opbrengsten van zijn reizen houden. Hij sterft in 1506 als een rijk man. Zijn zoon krijgt opnieuw belangrijke functies.

De ontdekkingen leiden tot kolonialisme : Europese landen stichten in de nieuw ontdekte gebieden kolonies en onderwerpen de plaatselijke bevolking. Men spreekt ook wel over imperialisme : de landen breiden hun macht uit door gebieden te veroveren en te overheersen.

Portugal richt op belangrijke plaatsen (meestal langs de kusten) vooral versterkte handelsnederzettingen op en drijft handel met de plaatselijke bevolking. In sommige gebieden komen er ook plantages . Spanje, dat over meer inwoners dan Portugal beschikt, palmt zo veel mogelijk grondgebied in. De Spanjaarden richten in hun kolonies uitgestrekte plantages op waar allerlei koloniale producten (katoen, tabak, suikerriet, specerijen …) gekweekt worden. In ertsrijke gebieden (goud, zilver, koper …) komen er mijnen.

proefversie©VANIN

De Spanjaarden sturen andere expedities naar de nieuw ontdekte gebieden. Die ontdekkingsreizigers komen tot de conclusie dat het ‘Indië van Columbus’ eigenlijk een nieuw continent is. Een Duitse cartograaf geeft de ‘Nieuwe Wereld’ de naam ‘Amerika’, naar een van de ontdekkers die de kustlijn verder verkend heeft: de Florentijn Amerigo Vespucci. Magelhaes, een Portugees in Spaanse dienst, zoekt in 1517 verder de westelijke weg naar Indië. Met vijf schepen verkent hij de Zuid-Amerikaanse kust. Via de engte van Vuurland komt hij in de Stille Oceaan terecht. Magelhaes sterft op de Filipijnen in een gevecht met inboorlingen. Onder leiding van El Cano, zijn Spaanse onderbevelhebber, bereikt in 1521 één schip opnieuw Spanje. Voor het eerst is een schip rond de wereld gevaren. De westelijke weg naar Indië blijkt te lang en is dus nutteloos. 4

De gevolgen van de ontdekkingen

In de 15e en 16e eeuw verdelen Portugal en Spanje de wereld onder elkaar. De paus regelt dat onder andere in het Verdrag van Tordesillas (1498). Een deel van de wereld is voor Portugal en een ander deel is voor Spanje. Beide landen vinden dat enkel zij de zee en het land buiten Europa in bezit mogen nemen. Zij beschouwen buitenlandse handelaars en verkenners als piraten. Andere landen aanvaarden dat niet. Engeland, Frankrijk en de Noordelijke Nederlanden willen dat de zeeën voor iedereen zijn. Maar zij durven geen oorlog met het machtige Spanje en Portugal te beginnen. Ze beperken zich tot een kaapvaart tegen volgeladen Iberische schepen en tot een smokkelhandel met de Spaanse en Portugese kolonies. Hun ontdekkingsreizigers verkennen andere nog onbekende gebieden (onder andere NoordAmerika) en zoeken daarbij tevergeefs naar noordelijke doorgangen naar Azië.

Op het einde van de 16e eeuw neemt de Spaanse macht af. Engeland, Frankrijk en de Noordelijke Nederlanden worden de nieuwe koplopers. Zij richten kolonies op in Noord-Amerika, Azië en Oceanië. Ook zij proberen zo veel mogelijk grondgebied in te nemen. In de 18e eeuw verkent de Engelse zeeman en wetenschapper James Cook Australië. Hij neemt het in bezit voor de Britse kroon. Nederlandse zeevaarders hebben wellicht het gebied eerder verkend, maar vonden het niet interessant genoeg.

De ontdekkingsreizen en kolonisaties zorgen ervoor dat West-Europese landen een groot koloniaal rijk kunnen uitbouwen. Omdat de verbindingen en contacten met de kolonies over zee lopen, spreken we over een maritiem rijk. Andere landen zoals Rusland en het Ottomaanse Rijk koloniseren grotendeels over land. Omdat die verbindingen over land en rivieren verlopen, spreekt men over continentale rijken.

De ontdekkingen en de kolonies stimuleren de WestEuropese economie. De handel in koloniale producten zorgt voor een enorme schaalvergroting. Het centrum van de wereldhandel verschuift van Azië en de Middellandse Zee naar de West-Europese Atlantische havens (Sevilla, Lissabon, Antwerpen, Amsterdam, Bristol, Londen …). De oorspronkelijke bewoners van een gebied worden dikwijls verjaagd, vermoord of onderdrukt. Om hun plantages en mijnen van voldoende arbeiders te kunnen voorzien, starten de Portugezen en Spanjaarden in West-Afrika een slavenhandel. De andere Europese landen doen hen

dat na. De zwarten komen vooral in Amerika terecht (zie les D1).

Op cultureel vlak veranderen de ontdekkingen het wereldbeeld van de Europeanen. Hun talen worden voor lange tijd en zelfs soms tot op vandaag de voertalen in Afrika, Azië en Amerika. Op het vlak van voeding maken de westerlingen kennis met nieuwe landbouwproducten (maïs, tomaat, pompoen, aardappel …). Het duurt wel een tijdje alvorens ze die durven te eten.

proefversie©VANIN

KENNEN KUNNEN

1 de b egrippen ‘maritiem’, ‘continentaal’, ‘kolonialisme’, ‘imperialisme’ en ‘collectieve herinnering’ uitleggen

2 uitleggen vanaf wanneer we van een echte ontdekkingsreis spreken

3 de West-Europese ontdekkingen in de tijd en ruimte situeren

4 de rol van de Ierse monniken in de eerste ontdekkingen uitleggen

5 het verloop en het einde van de ontdekkingen door de Vikingen weergeven

6 drie kenmerken van verhoogde contacten vanaf de 11e eeuw geven

7 vijf algemene o orzaken voor de Europese ontdekkingen vanaf de 14e-15e eeuw bespreken

8 de o orzaken van de Europese ontdekkingen indelen in structurele en menselijke factoren

9 vier ontdekkingsreizigers uit de 15e-16e eeuw opnoemen

10 het verloop van de Portugese en de Spaanse ontdekkingen in grote lijnen beschrijven

11 de koloniale grootmachten uit de 16e, 17e en 18e eeuw opnoemen

12 p er maatschappelijk domein een gevolg van de ontdekkingen geven en uitleggen

1 ontdekkingsto chten met behulp van een kaart beschrijven

2 een onderzo ekbare historische vraag formuleren

3 bruikbaarheid, representativiteit, betrouwbaarheid, standplaatsgeb ondenheid en doel van bronnen beoordelen om vragen te beantwoorden

4 een historisch b eeld over ontdekkingen kritisch beoordelen

5 het verschil in beeldvorming over kolonialisme vandaag en in andere tijden verklaren

a Bekijk bron 1 en 2. Wie heeft de specerijhandel tussen Indië en de Middellandse Zee in handen?

b Verklaar waarom specerijen in Europa zo duur zijn.

c Welke Europeanen brengen de specerijen naar Europa?

d Waarom zullen de Europeanen via Afrika naar Azië proberen te varen?

BRON 1 De handel in specerijen

Uit het land van Calicut of Alta India komen de specerijen die in het Oosten en Westen, in Portugal en waar ook ter wereld gebruikt worden, samen met vele soorten edelstenen (…) Kruidnagels worden vanuit een eiland met de naam Malakka naar deze stad gebracht. De Mekkaschepen vervoeren deze specerijen van daaruit naar een stad in Arabia, Jiddah genaamd. (…) In Jiddah ontladen ze hun vrachten en betalen de invoerrechten voor de Grote Sultan. De koopwaar wordt dan overgeladen op kleine schepen, die ze door de Rode Zee vervoeren naar een plaats in de buurt van Santa Catarina van Sinai, Tuuz geheten, waar opnieuw invoerrechten betaald moeten worden. Van daaruit brengen de kooplui de specerijen op kamelen naar Caïro, een reis die tien dagen in beslag neemt. In Caïro worden weer rechten betaald. Tijdens die tocht naar Caïro worden ze regelmatig overvallen door dieven die in dat land wonen, waaronder bedoeïenen en anderen. In Caïro worden de specerijen overgeladen op Nijlschepen, en die rivier afvarend, komen ze na twee dagen aan in een plaats genaamd Rosetta, waar opnieuw rechten betaald moeten worden. Daar worden ze op kamelen overgeladen en na één dag bereiken ze Alexandrië, een zeehaven. Die stad wordt bezocht door galeien van Venetië en Genua, die de specerijen komen zoeken.

Uit: Verslag van de eerste reis van Vasco da Gama, 1497-1499

De auteur van dit handgeschreven verslag is niet gekend. Het verslag werd in de 19e eeuw ontdekt in de bibliotheek van Porto. Sommigen denken dat Alvaro Velho, een soldaat die meereisde met Vasco da Gama, het geschreven heeft. Anderen denken dat ridder João de Sá de schrijver is. Die is secretaris van de expeditie van Vasco da Gama naar Indië. Hij wordt een belangrijke figuur van de Portugese koninklijke organisatie, die de koloniale handel regelt. Hij sterft in 1514.

BRON 3 Leif Eriksson verkent een nieuw gebied

Er was geen gebrek aan zalm in de rivier en het meer. De zalm was groter dan ze ooit gezien hadden. Het was een uitgelezen plek en het vee scheen geen voer nodig te hebben voor de winter. Het ging niet vriezen en er was nauwelijks sprake van verdorring van het gras. Dag en nacht waren er meer gelijk van duur dan in Groenland en IJsland (...) [ Een groepslid dwaalt af en komt terug met groot nieuws.] ‘Ik ben niet veel verder geweest dan jullie, maar ik heb groot nieuws te melden. Ik heb wijnstokken en druiven gevonden.’ Leif gaf het gebied een naam die overeenstemde met al het goede dat ze er gevonden hadden en hij noemde het ‘Vinland’.

Uit: De Sage van de Groenlanders. In: ‘Flateyjarbók’, 14e eeuw

proefversie©VANIN

Het manuscript is in het IJslands geschreven. De sage wordt oorspronkelijk mondeling doorverteld en is waarschijnlijk in de 13e eeuw voor het eerst opgeschreven. Voor ‘Flateyjarbók’ is het allicht overgeschreven. De auteurs zijn twee IJslandse priesters: Jon en Magnus. De sage is een van twee verhalen die bewaard zijn gebleven over de ontdekking van Groenland en Vinland.

BRON 4 Reconstructie van een vermoedelijke Vikingnederzetting bij L’Anse Aux Meadows (Canada)

De reconstructie is gebeurd op basis van archeologisch onderzoek.

a Situeer Scandinavië, IJsland en Groenland op de kaart (bron 9).

b Bewijs met twee concrete voorbeelden dat de Vikingen waarschijnlijk een gebied zuidelijker dan IJsland en Groenland hebben bereikt.

c Welke van de twee bronnen (3 en 4) is een historisch werk?

d Zijn die twee bronnen representatief en betrouwbaar om vragen over de Vikingreizen te beantwoorden? Verklaar je antwoord.

BRON 2 Verslag Vasco da Gama

In 1385 bestijgt Jan I van Aviz de Portugese troon. Zijn zonen stimuleren de ontdekkingen. In latere eeuwen schrijven geschiedschrijvers die inspanningen vooral toe aan de derde zoon van Jan: Hendrik. In de 19e eeuw krijgt hij zelfs de bijnaam Hendrik de Zeevaarder.

BRON 6 Portugal ca. 1484

Na de dood van koning Alfonsus nam Johan II de regering van het koninkrijk over. (...) Hij nam het besluit om vanuit de Atlantische Oceaan naar het Oosten door te dringen en de handel te bevorderen met de schatten van Arabië en met de rijkdommen van de Indische kust. Daarom vertrouwde hij Diego Cam [ een ontdekkingsreiziger] schepen toe en gaf hem in 1484 het bevel over de uiterste grens [ het gebied dat tot hiertoe verkend is] heen te varen en Christus’ naam tot de barbaarse volkeren te brengen.

Uit: Lucas Wadding, Annales Fratrum Minorum 1625-1654

De franciscaner monnik Lucas Wadding (15881657), een Ier van geboorte, verblijft een groot deel van zijn leven in Rome. Hij schrijft er deze geschiedenis over de franciscanen. Hij baseert zich op oudere bronnen, die hij kritisch onderzoekt. In zijn werk behandelt de monnik onder andere de ontdekkingen en kolonisaties.

BRON 7 Oriënteren op open zee

A Het kompas

B Een astrolabium

De zeelui bepalen met een sint-jakobsstaf en later een astrolabium de breedtegraad waarop ze zich bevinden. Bij een sint-jakobsstaf meten zij het verschil in graden tussen de horizon en de zon op haar hoogste punt (middag). Bij een astrolabium gebruiken zij verschillende hemellichamen.

a Waarvoor dient een kompas?

b Wat is een breedtegraad? Leg aan de hand van de tekening uit hoe je de breedtegraad berekent.

proefversie©VANIN

a Waarom noemt men in de 15e eeuw Hendrik niet ‘de zeevaarder’?

b Haal uit bron 6 twee motieven voor de ontdekkingen.

Tot op vandaag weet men niet exact hoe een echt karveel eruitzag. De reconstructies berusten op giswerk. Een karveel heeft een geringe diepgang en kan daardoor ondiepe wateren (baaien en rivieren) opvaren.

De driehoekige zeilen (voor en achter) maken het schip wendbaarder. De gemiddelde lengte van een karveel bedraagt 25 m en de breedte 8 m.

BRON 5 Prins Hendrik van Aviz (1394-1460)
BRON 8 Een gereconstrueerd karveel
C Een sint-jakobsstaf

BRON 9 De Europese ontdekkingen in de 15e-16e eeuw

a Wie bereikt als eerste Indië? Wanneer gebeurt dat? Voor welk land doet hij dat?

b Wanneer heeft de eerste reis van Columbus plaats? Voor welk land vaart hij?

c Wie vaart als eerste om de aarde?

d Geef drie Europese landen − buiten Spanje en Portugal − die ontdekkers uitsturen.

e In welk continent heeft Spanje de meeste kolonies? Waar heeft Portugal vooral kolonies?

BRON 10 Het leven aan boord van een ontdekkingsschip

Op woensdag 20 november 1520 verlieten we de zeestraat en voeren we de Stille Oceaan op, waar we drie maanden en twintig dagen verbleven zonder proviand of andere verversingen aan boord te nemen. We aten slechts verpulverde beschuit vol wormen die stonk naar de urine van ratten die ervan gevreten hadden. En we dronken verontreinigd, geel water. We aten ook runderhuiden, die door de zon, regen en wind zeer hard geworden waren. We dompelden ze eerst vier tot vijf dagen in zee, braadden ze kort op kolen en aten ze zo op. En van de ratten, die voor een halve dukaat per stuk verkocht werden, konden sommigen van ons niet genoeg krijgen.

proefversie©VANIN

Afgezien van de genoemde kwalen was nog het ergste dat het tandvlees in boven- en onderkaak van de meeste mannen opzette, zodat ze niet konden eten. En zo stierven 29 van onze mannen, de andere reus en een indiaan uit het land Verzin. Maar afgezien van de doden kregen 25 of 30 van onze mannen allerlei kwalen in de armen, benen of andere lichaamsdelen, zodat er nog maar weinig gezonden overbleven. Dankzij de Heer werd ik echter niet ziek.

Uit: Antonio Pigafetta, Magelhaes’ reis om de wereld. Verslag van een ooggetuige, ca. 1522

Antonio Pigafetta (1491-1534) is een Italiaanse edelman en geleerde uit Vicenza. Hij neemt als assistent van Magelhaes deel aan de expeditie. Hij verzamelt tal van gegevens over de streken die zij bezoeken. Hij behoort tot 18 van 250 bemanningsleden die de wereldreis overleven. Hij schrijft een verslag voor keizer Karel V, die koning van Spanje is. Dat verslag wordt overgeschreven en verspreid naar andere hoven. Het verschijnt in 1536 zelfs in druk.

a Is dit een primaire of secundaire bron over de ontdekkingsreizen?

b Voor wie is het verslag oorspronkelijk bedoeld?

c Waarom zou het verslag verder verspreid worden, denk je?

d Zo ek informatie over scheurbuik op. Welke symptomen van de ziekte vind je terug in de bron? Wat is de oorzaak van de ziekte?

e Ho e kun je aan de hand van deze bron verklaren dat Magelhaes beroemd wordt als de eerste die om de wereld is gevaren en dat terwijl hij onderweg is gestorven?

Uit: Girolamo Benzoni, Americae pars quinta nobilis & admiratione, Frankfurt, 1595

a Ho e toont deze bron aan dat de kolonisatoren de baas zijn in de kolonies?

b Geef drie p opulaire Europese gerechten die voor de ontdekkingen niet bestaan kunnen hebben.

c Zo ek op waar, wanneer en hoe men in Amerika koffie is beginnen te telen.

Tot voor de ontdekkingen waren volgende producten en grondstoffen in Europa onbekend: aardappel, maïs, aardnoot, tomaat, boon, ananas, meloenboom, vanille, cacaoplant, tabak, coca, rubber, dahlia, petunia, begonia, fuchsia, zinnia, cactus, kalkoen, lama …

Tot voor de Europese ontdekkingen waren volgende producten en grondstoffen in Amerika onbekend: graan, klavergewassen, suikerriet, rijst, koffie, thee, ui, look, meloenplant, appelboom, perelaar, perzikboom, abrikozenboom, pruimenboom, olijfboom, bananenpalm, sinaasappelboom, citroenboom, paard ...

BRON 11 ‘Indianen’ verrichten dwangarbeid in de mijnen
BRON 12 Producten uit de Oude en de Nieuwe Wereld

BRON 13 De vrije zee

Het debat tussen de Spanjaarden en ons gaat over de volgende punten: kan de zee, die geweldig groot en onbegrensd is, het erfgoed zijn van één enkel koninkrijk en niet dat van alle? Heeft één enkel volk het recht om aan andere te verbieden om goederen te verkopen of uit te wisselen, of om betrekkingen met andere volken aan te knopen? Kan een volk weggeven wat het nooit bezeten heeft of ontdekken wat al aan een ander toebehoorde? Schept een in het oog springend onrecht op den duur een bijzonder recht?

Uit: Hugo de Groot, Mare Liberum, 1609

De Hollandse jurist en diplomaat Hugo de Groot beantwoordt in ‘Mare Liberum’ (1609) de Spaanse en Portugese aanspraken op de heerschappij over de zee.

Geef met je eigen woorden de stelling van Hugo de Groot weer.

BRON 14 John Cabot in dienst van de Engelse troon

jurist: rechtsgeleerde

De Italiaan Zuan Chabotto of John Cabot (ca.1450-1500) overtuigt de Engelse koning Hendrik VII om een ontdekkingstocht van het noorden van de Atlantische Oceaan te steunen. Italiaanse bankiers in Londen en handelaars uit Bristol financieren de reis. In 1497 keert Zuan terug van een ontdekkingstocht. Hij zou het noorden van het huidige Canada bereikt hebben. Van die reis is echter geen verslag bewaard gebleven. We beschikken wel over vier brieven van tijdgenoten. Dit is er een van:

Aan mijn zeer doorluchtige en voortreffelijke Heer

(…) U zult het fijn vinden te vernemen dat Zijne Majesteit een stuk van Azië heeft verworven zonder zijn zwaard te moeten trekken. In dit koninkrijk verblijft een Venetiaan, Zoanne Cabotto, van goede komaf, een expert in navigatie, die zag hoe de koningen van Portugal en Spanje onbekende eilanden bezetten en Zijne Majesteit een gelijkaardige aanwinst bezorgde (…) Zoanne, arm en een vreemdeling, zou niet geloofd worden als zijn bemanning, Engels en uit Bristol, niet had getuigd dat wat hij zegt waar is. (…) Zijn Engelse gezellen vertelden dat zij zoveel vis vingen dat dit koninkrijk niet langer IJsland nodig heeft. Met dat land is er een uitgebreide handel in vis, in wat ze stokvis* noemen. Maar meester Zoanne heeft zijn gedachten op belangrijkere zaken gericht. Hij denkt (…) dat als hij verder (…) trekt, hij tegenover een eiland Cipango komt, gesitueerd bij de evenaar. Hij gelooft dat daar zich alle specerijen en juwelen van de wereld bevinden. Hij verklaart dat hij ooit in Mekka was, waar de specerijen met karavanen uit verre landen arriveren. Hij had geïnformeerd vanwaar ze kwamen en waar ze geteeld werden. Ze zeiden dat ze het niet wisten, want dat zo’n goederen met andere karavanen van verre landen naar hen werden gebracht (…) Daaruit leidde hij af dat als oosterse mensen vertellen dat die zaken uit verre streken komen en als je ervan uitgaat dat de aarde rond is, je via het noorden en het westen daar ook moet geraken. Die route zou niet meer kosten dan wat er nu betaald wordt, en ik geloof dat ook. (…) Zijne Majesteit (…) heeft zoveel vertrouwen in hem omdat hij al veel bereikt heeft, dat hij hem zeer goed beloond heeft, zoals meester Zoanne me zelf heeft verteld. Er wordt verteld dat Zijne Majesteit enkele schepen voor hem gaat uitrusten en hem naar dat land gaat sturen om een kolonie te stichten, zo hopen zij een grotere depot van specerijen op te richten in Londen dan in Alexandrië. (…)

Ik heb ook gesproken met een Bourgondiër die meester Zoanne vergezeld heeft en opnieuw met hem wil vertrekken omdat de Admiraal [de titel die de meester gekregen heeft] hem een eiland gegeven heeft, een ander eiland heeft hij gegeven aan zijn barbier, die hem ook vergezelde.

* stokvis: gedroogde en gezouten kabeljauw

Uit: Brief van Raimondo da Soncino aan Ludovico Sforza, hertog van Milaan, 1497

Raimondo da Soncino is de secretaris van de hertog van Milaan. Die stuurt hem als speciale gezant naar de Engelse koning Hendrik VII. Hij reist samen met Andrea Trevisano, een Venetiaanse gezant, via Antwerpen naar Engeland. Zij moeten de Engelse koning informeren over de situatie in Italië. De gezanten verblijven aan het hof en houden hun opdrachtgevers op de hoogte van wat zich daar afspeelt. Iets wat elke diplomaat doet. De brief is oorspronkelijk in het Noord-Italiaans geschreven.

karavaan: handelaars die in groep reizen

Beeld van de plaatselijke kunstenaar Stephen Joyce, 1984, haven van Bristol

Het beeld staat aan de baai van Bonavista in Newfoundland (Canada), waar Cabot voor het eerst aan land zou zijn gegaan, al is die plaats niet echt gekend. Het beeld werd onthuld in 1970.

a Voor wie en waarvoor is bron 14 oorspronkelijk bedoeld? Waarvoor wordt ze hier gebruikt?

b Toon aan dat bron 14 betrouwbaar is om vragen over de oorzaken van de ontdekkingen te beantwoorden. Raadpleeg voor je antwoord de standplaatsgebondenheid van de auteur en zoek in de tekst naar bronnen die de auteur heeft geraadpleegd.

c Waarom is bron 14 voor de ontdekkingstocht van John Cabot een belangrijke bron?

d Geef vier voordelen die Cabot en de Engelsen hopen te krijgen met de ontdekkingsreizen.

e Ho e wil John Cabot in Azië geraken? Welke bekende ontdekkingsreiziger wilde dat ook?

f Is de ontdekking van Amerika een bedoeld of onbedoeld gevolg van de ontdekkingsreizen op het einde van de 15e eeuw?

g Schetst Raimondo een eerder positief, neutraal of negatief beeld van Cabot?

h Schetst Raimondo een eerder positief, neutraal of negatief beeld van de Engelse plannen voor een kolonie? Vergelijk dat met het huidige beeld dat men meestal van kolonialisme heeft.

i Verschillende monumenten in Canada, Engeland en Venetië eren John Cabot. Het laatste werd opgericht in 1997. Hij wordt telkens voorgesteld als de ontdekker van Noord-Amerika. Waarom gaan sommige mensen daarmee niet akkoord, denk je?

j Waarvoor zouden die standbeelden een representatieve bron kunnen zijn?

k Zo ek zelf standbeelden van Columbus, Vasco da Gama en Pedro Alvarez Cabral op. Geef de plaats en eventueel datum van oprichting. Ga ook na of bij die standbeelden herdenkingsplechtigheden werden gehouden en of ze recent werden gevandaliseerd.

l Formuleer zelf een besluit over hoe de ontdekkingsreizen en -reizigers in de collectieve herinnering worden herdacht. Houd daarbij rekening met alle bronnen bij deze les.

onbedoeld gevolg: gevolg dat niet met opzet veroorzaakt wordt

collectieve herinnering: wat een groep, volk, staat … belangrijk vindt om te herinneren en te herdenken. Dat kan een gebeurtenis uit het verleden zijn. De collectieve herinnering is belangrijk voor de identiteit van de groep.

proefversie©VANIN

OPDRACHT

Formuleer bij deze les een onderzoekbare historische vraag.

TIP Lees op blz. 8 aan welke kenmerken een goede onderzoeksvraag moet voldoen.

BRON 15 Bronzen standbeeld
BRON 16 Standbeeld van John Cabot

CNiet-westerse samenlevingen

Soms beschouwen westerlingen hun eigen samenleving als de belangrijkste van de hele wereld. Het Westen heeft inderdaad een belangrijke bijdrage geleverd tot bijvoorbeeld de technologische ontwikkeling in de wereld. Wat niet betekent dat je andere samenlevingen als minderwaardig mag beschouwen. Elke samenleving is uniek en heeft haar lichtpunten en schaduwzijden. Dit jaar bestudeer je het Ottomaanse Rijk en de ‘indianenrijken’ in Amerika.

MIDDEN-AMERIKA

OLMEKEN

Teotihuacan wordt ca. 750 verlaten. Voor de volkeren die later in de buurt komen wonen, zijn de ruïnes een raadsel. Zij denken dat de goden er ooit woonden. Onderzoek toont aan dat het wel degelijk om een samenleving van mensen ging. Hun nakomelingen zijn weggetrokken en hebben zich wellicht vermengd met meer zuidelijke stammen.

BRON Teotihuacan: ruïnes van tempels in het huidige Mexico

proefversie©VANIN

OPDRACHTEN

1 Met welke twee tijden van de westerse chronologie valt de periode van Teotihuacan samen?

2 Waar bevinden de ruïnes zich?

3 Is dit een op en of gesloten landschap?

4 Lijkt dit een continentale of een maritieme samenleving?

5 Lijkt dit een centrum of eerder een plaats aan de rand van iets (een rijk, een cultus …)?

6 Welke functie zou de foto hebben? Met andere woorden, waarom is hij gemaakt?

7 Tal van fantasten dichten de ruïnes toe aan geavanceerde ruimtewezens of aan afstammelingen van een verzonken continent zoals Atlantis. Waarom is dat niet fair tegenover de ‘indianen’?

periode: bepaalde tijdsduur die duidelijk of minder duidelijk is afgebakend

terrasbouw: landbouwmethode waarbij men op een helling terrassen aanlegt, waardoor de vruchtbare laag niet wegspoelt en het water beter wordt bijgehouden

metropool: heel grote stad met grote invloed ver daarbuiten

De ondergang

van de ‘indianenrijken’

Ontdekkingsreizigers noemen de autochtonen die ze in Amerika aantreffen ‘indianen’. Ze denken immers dat ze in Indië zijn aanbeland. De oorspronkelijke inwoners noemen zichzelf de mensen, het volk … Zij stammen af van nomaden die duizenden jaren eerder Amerika zijn binnengetrokken. Het gaat eigenlijk om verschillende volkeren, waarvan sommige in de loop van de tijd goed georganiseerde rijken uitbouwen. Hoe ontstaan ‘indianenrijken’? Wat zijn de voornaamste kenmerken van zo’n rijk? Hoe slagen de Spanjaarden erin om zo’n rijk te veroveren? Wat gebeurt er met de autochtone bevolking na de Spaanse verovering?

1De

landbouw ligt aan de basis

van de rijken

BRON 1-2-3 Ongeveer 24 000 jaar geleden steken de eerste nomaden de Beringstraat over tussen Siberië (Azië) en Alaska (Amerika). Ze doen dat via een landbrug of volgen met boten de rand van het pakijs. In de daaropvolgende millennia volgen andere groepen en stammen. Omstreeks 11 000 v.C. bereiken de eerste mensen waarschijnlijk het uiterste zuiden van Amerika.

Tussen 7000 en 4500 v.C. schakelen verschillende volkeren in Amerika over op landbouw. De boeren verbeteren er geleidelijk hun teelten en hun technieken. De kweek van maïs, een aangepaste grasplant, is daarbij heel belangrijk. Maïs is niet alleen voor veel zaken te gebruiken (brood, bier, hoofdmaaltijd), maar is ook gemakkelijk in gedroogde toestand te bewaren. In het overwegend droge ‘Mexico’ bekwamen de boeren zich in irrigatietechnieken. In het Andesgebergte ontwikkelen ze een systeem van terrasbouw

In Midden-Amerika ontstaan vanaf ca. 1400 v.C. stadstaten: woonkernen met daarrond voldoende landbouwgrond om de inwoners te voeden. Het centrum van een stadstaat bestaat uit een reeks gebouwen die als tempel of paleis dienstdoen.

Belangrijke goden krijgen een trappenpiramide als tempel. Het centrum van sommige stadstaten groeit uit tot een metropool . Teotihuacan (500 v.C.-750 n.C.) telt in haar bloeiperiode minstens 125 000 inwoners. In die stad ontstaat waarschijnlijk de cultus van Quetzalquatl, de gevederde slang, de god die de maïs uitgevonden heeft. Andere volkeren nemen die god over. Teotihuacan wordt in de 8e eeuw verlaten. Archeologische opgravingen doen vermoeden dat er ook gevochten wordt. Ook andere steden worden verwoest of verlaten. Droogte heeft mogelijk voor voedseltekorten en opstanden gezorgd. Bovendien vallen nieuwe volkeren uit het noorden in verschillende golven het gebied binnen. Verschillende van die stammen spreken dezelfde taal: het Nahuatl. De nieuwkomers stichten nieuwe stadstaten. Zij lijken daarbij het grondplan van Teotihuacan te kopiëren. Voor hen is de verlaten metropool een groot raadsel en zij verzinnen dan ook de naam ‘Teotihuacan’, de stad van de goden. Ze denken dat enkel goden zo’n grote gebouwen gebouwd kunnen hebben. Er ontstaat tussen de verschillende stadstaten en groepen een ingewikkeld kluwen van bondgenootschappen. Tot in de 12e eeuw zijn de Tolteken de meest dominante groep.

De stadstaten voeren ook dikwijls oorlog met elkaar om te bepalen wie de meeste macht en invloed heeft. Ook zorgen discussies over de troonopvolging voor

NIEUWSPANJE
TOLTEKEN
TEOTIHUACAN
OLMEKEN MEXICA

nieuwe conflicten. De leiders hebben verschillende vrouwen en kinderen. Veel van die echtgenotes komen uit andere stadstaten. Bij een conflict gebeurt het maar al te dikwijls dat er hulp wordt ingeroepen van de verwanten uit de andere steden. De verliezers van een conflict moeten schattingen in de vorm van voedsel, wapens, mensen … betalen aan de winnaars en hen militaire steun verlenen bij nieuwe conflicten. Soms wordt een stadstaat compleet verwoest. Op het einde van de 13e eeuw duiken de Mexica of Azteken op in het gebied. Ze zijn verwant aan de Tolteken en spreken ook Nahuatl.

2

De Mexica, meedogenloos en dichterlijk

De stadstaten gebruiken de Mexica of Azteken vooral als huurlingen. De stadstaten zetten ze graag in omdat ze de tegenstanders veel schade berokkenen. Ze beginnen de Mexica en Azteken ook wel te vrezen. Daarom verjagen de stadstaten hen in het begin van de 14e eeuw naar de moerassen van het Texcocomeer. Ze mogen daar een stad stichten: Tenochtitlan. De Mexica spelen het spel slim. Ze sluiten een bondgenootschap met twee andere steden en verslaan de ene na de andere tegenstander. Verslagen vijanden moeten een jaarlijkse schatting betalen: een hoeveelheid producten (huiden, edelstenen, katoen, voedsel, koper, goud ...) en een aantal mensen. Die worden als slaaf ingezet of aan de goden geofferd. Uit angst voor vergelding en nog zwaardere schattingen gehoorzamen de meesten. Steden en stammen die volgzaam zijn, kunnen beloond worden met een vermindering van de schatting. De stadstaten mogen zichzelf blijven besturen. Als een verovering te veel manschappen en inspanningen zou kosten, gaan de Mexica eerder behoedzaam te werk. Met de Tlaxcalteken vechten ze zo veldslagen uit om die hun rijk in bedwang te houden. Een echte veroveringsoorlog zou de Mexica zodanig verzwakken dat andere stadstaten tegen hen in opstand zouden durven komen. In het begin van de 16e eeuw controleren de Mexica ongeveer 370 schatplichtige steden. Tenochtitlan telt op dat moment 200 000 inwoners.

worden. De Mexica geloven in het hiernamaals. Gesneuvelde krijgers, geofferden en vrouwen die in het kraambed sterven (bevallen = vechten), komen in het aardse paradijs terecht. Na vier jaar de zonnegod gediend te hebben, veranderen ze in vlinders en kolibries die veel nectar mogen eten. Anderen belanden in een minder belangrijk paradijs.

De Mexica hebben veel te danken aan de hoge landbouwopbrengsten bij het meer van Texcoco. Zij irrigeren niet alleen droge stukken land, maar maken in het meer drijvende landbouweilanden (chinampas). Op rieten vlotten die in de meerbodem verankerd zijn, gooien ze vruchtbaar slib uit het meer. Zeven weken boeren voedt één gezin voor één jaar. De Mexica hebben dus voldoende tijd om zich als ambachtsman of krijger te bekwamen. In het rijk bloeit ook de handel. De markten bieden een bonte waaier aan producten. Handelaars bereizen heel Midden-Amerika. De Mexica kennen geen echt geld en gebruiken cacaobonen of stoffen mantels als ruilmiddel.

De Tlahtoani (gebieder) staat aan het hoofd van het rijk. Een ‘eerste minister’ en vier legeraanvoerders helpen hem bij het bestuur. Een stadsraad van ongeveer 100 leden neemt samen met de gebieder de belangrijke beslissingen. Oorspronkelijk bestaat die raad uit de hoofden van de belangrijkste families. Vanaf de 15e eeuw stelt de gebieder de raad zelf samen. Een hele reeks van ambtenaren (rechters, politie, belastinginners, opzichters …) voert de bevelen uit. De hoogste functie van het rijk is niet volledig erfelijk. Als de gebieder sterft, kiest een raad van priesters, krijgers en edelen uit zijn familie een opvolger. Die familie bestaat uit honderden leden. Heel dikwijls probeert een gebieder via omkoping en afpersing ervoor te zorgen dat zijn favoriete zoon hem na zijn dood kan opvolgen. Heel dikwijls bepaalt de gebieder ook wie er opvolgt in andere stadstaten. Afgewezen kandidaten, zowel in Tenochtitlan als elders, organiseren soms opstanden. Historici denken daarom dat de mensenoffers ook een politieke functie hadden: om mogelijke tegenstanders en hun aanhangers uit de weg ruimen.

clanleden: leden van de oorspronkelijke families van de stad, calpulli genaamd

concubine: bijzit, maîtresse

proefversie©VANIN

Omdat de Mexica ook de goden van anderen overnemen, telt de godenwereld van de Mexica meer dan 2 000 goden. Aan de top staan Huitzilopochtli, de god van de zon en de oorlog, en Tlaloc, de regengod. De Mexica geloven dat de wereld al vier keer vergaan is. De zonnegod die de vijfde wereld zijn licht schenkt, moet met bloedende mensenharten gevoed worden. Anders kan hij de maan en de nacht (het kwaad) niet overwinnen en vergaat de wereld. Aan de regengod offeren de Mexica kinderen. Historici schatten dat er jaarlijks ongeveer 10 000 mensenoffers gebracht

De gelaagde samenleving van de Mexica bestaat uit verschillende standen (edellieden, clanleden, gewone lieden, slaven) en beroepen (krijgers, priesters, handelaars, ambachtslieden, kunstenaars, boeren …). Gewone mensen kunnen opklimmen door goed te presteren op het slagveld, priester te worden of een machtige een dienst te verlenen. De meeste slaven zijn krijgsgevangenen of maken deel uit van de jaarlijkse schatting. Soms gaat het om Mexica die zichzelf aan een meester verkocht hebben. Vrouwelijke slaven krijgen een functie in het huishouden en worden dikwijls concubine van de meester. Slaven hebben nog een redelijke vrijheid.

conquistadores:

letterlijk: veroveraars; naam voor de avonturiers die de Nieuwe Wereld voor de Spaanse kroon veroveren. Ze hopen fortuin te maken en hebben vooral interesse in het edelmetaal van de indianen. Hun leiders zijn dikwijls verarmde edellieden.

missionarissen: zendelingen, dikwijls geestelijken die proberen mensen tot het christendom te bekeren

Ze mogen zich bijvoorbeeld vrijkopen en hebben recht op privébezit. De kinderen van een slaaf zijn vrij.

De Mexica houden wedstrijden in welsprekendheid, organiseren voordrachten en dichten enorm veel. In het beeldhouwwerk komt dikwijls hun lugubere kant naar boven. De angst voor het vergaan van de wereld en de nood aan lijden en mensenoffers vind je erin terug. De Mexica gebruiken een soort van beeldschrift als geheugensteun.

3

De conquistadores stichten Nieuw-Spanje

BRON 13-14-15-16-17-18-19-20 Spaanse avonturiers gaan vanuit de eerste Spaanse kolonies op zoek naar schatten en rijkdommen. Het gaat dikwijls om verarmde edellieden die een groepje gewapende mannen rond zich verzamelen en het Amerikaanse vasteland binnenvallen. Op vrij korte tijd slagen die conquistadores erin om grote gebieden te veroveren. Op twee jaar tijd verovert Hernan Cortes zo het rijk van de Mexica (1519-1521). Hij beschikt over niet meer dan 1 000 soldaten. De Spanjaarden hebben wel betere wapens (ijzeren zwaarden, borstplaten, geweren, kanonnen …). De Spaanse paarden en bloedhonden boezemen de ‘indianen’ aanvankelijk ook angst in. Ze kennen die dieren niet. Ook kunnen de conquistadores rekenen op plaatselijke bondgenoten. Verschillende stadstaten hopen de Spanjaarden te gebruiken om hun eigen macht uit te breiden. De Tlaxcalteken kiezen zo, nadat ze tevergeefs de Spanjaarden probeerden te vernietigen, de zijde van Cortes.

opgewassen tegen Europese ziekten zoals de mazelen, de pokken, de griep en de pest. Volledige steden en stammen sterven uit. Dat werkt hun nederlaag tegen de Spanjaarden in de hand.

De Spanjaarden stichten in Midden-Amerika een nieuwe kolonie: Nieuw-Spanje. Aan het hoofd komt een vicekoning. Op het vlak van bestuur verandert er niet veel. De vicekoning en zijn medewerkers komen in de plaats van de gebieder. Het Spaans wordt de bestuurstaal. Voor ‘indianenzaken’ mag nog wel een plaatselijke taal gebruikt worden.

Missionarissen bekeren de onderworpen volkeren tot het katholicisme. De vroegere godsdienst van de volkeren wordt actief bestreden. Sommige missionarissen gaan zo oppervlakkig te werk dat de bekering beperkt blijft tot een massale doop in een plaatselijke stroom of vijver. Anderen houden rekening met de plaatselijke gebruiken, die zij in de christelijke leer integreren.

proefversie©VANIN

Ook bij de Mexica zelf zijn er die de Spanjaarden tegen de gebieder Moctezuma II willen gebruiken. Die laatste misrekent zich. Hij beseft dat een strijd met de invallers veel slachtoffers gaat kosten en zijn militaire macht gaat uitputten. Hij hoopt dat ze weer weggaan als hij hun veel waardevolle geschenken geeft. De Spanjaarden nemen hem echter gevangen en hij sterft in verdachte omstandigheden. De Mexica gaan daarop in de aanval, maar verliezen uiteindelijk de oorlog. Na hun val richten de Spanjaarden zich tegen de andere groepen en stadstaten. De enorme hoeveelheid goud en edelstenen die ze buitmaken, wakkert hun hebzucht aan. Historici hebben lang gedacht dat de ‘indianen’ de invallers verwarren met goden en dat ze in Cortes de teruggekeerde Quetzalquatl zien. Volgens de Mexica heeft deze blanke god hen via een boot over het water verlaten met de belofte ooit terug te keren. De ‘indianen’ zouden dan in het begin niet tegen de blanke god(en) durven vechten hebben. Zij hebben in werkelijkheid vlug door dat het om mensen gaat.

De veroveringsoorlogen van de conquistadores maken veel slachtoffers. De ‘indianen’ blijken ook niet

De conquistadores roven alle goud en zilver. De beste landbouwgronden gaan naar Spaanse grootgrondb ezitters. ‘Indianen’ moeten dwangarbeid verrichten op plantages en in mijnen. Bovendien moeten ze een schatting betalen. Ze worden zwaar uitgebuit en als slaven behandeld. Daartegen rijst met succes verzet van een aantal geestelijken. De Spaanse kroon schaft omstreeks 1542 de dwangarbeid af. De ‘indianen’ worden verdeeld in ‘pueblos de los indios’ (‘indianendorpen’) waar zij zichzelf besturen en over eigen landbouwgrond beschikken. Elk pueblo moet een jaarlijkse schatting betalen aan de Spaanse kroon. Op de plantages en in de mijnen worden zwarte slaven ingezet. In Nieuw-Spanje ontstaat een soort van gelaagde samenleving volgens etnische afkomst: op de eerste plaats komen de Spanjaarden en de in Amerika geboren blanken (creoles), vervolgens de gemengden (bijvoorbeeld blank met ‘indiaans’ of zwart), de ‘indianen’ en de (zwarte) slaven. De Spanjaarden krijgen de belangrijkste functies en de creoles hebben de meeste bezittingen. De meeste ‘indianen’ zijn arm.

In 1821 wordt de kolonie na een lange oorlog onafhankelijk van Spanje. Het nieuwe land noemt zich ‘Mexico’, daarmee verwijzend naar de Mexica.

OPDRACHTEN

1 Vergelijk het rijk van de Mexica met de WestEuropese vorstendommen. Raadpleeg daarvoor de lessen in onderdeel D. Je vergelijkt door voor elk domein een verschil en gelijkenis te geven tussen de Mexica en West-Europa.

2 Ho e verlopen de contacten tussen de Mexica en de Spanjaarden?

3 Is de samenleving van de Mexica een open of gesloten samenleving? Motiveer je antwoord.

KENNEN KUNNEN

1 de b egrippen ‘indiaan’, ‘gebieder’, ‘conquistadores’, ‘pueblo de los indios’ en ‘Mexico’ uitleggen

2 de evolutie van nomaden naar stadstaten in Midden-Amerika algemeen schetsen

3 de opkomst van de Mexica van de 12e tot de 16e eeuw schetsen

4 p er maatschappelijk domein kenmerken van de samenleving van de Mexica geven

5 de invlo ed van de landbouw op de politieke macht van de Mexica aantonen

6 de b etekenis van mensenoffers bij de Mexica en hun invloed op de politiek uitleggen

7 p er maatschappelijk domein de samenleving van de Mexica vergelijken met de Europese vorstendommen uit de vroegmoderne tijd

8 verklaren waarom de conquistadores Midden-Amerika kunnen veroveren

9 de continuïteit en de veranderingen aantonen tussen het rijk van de Mexica en Nieuw-Spanje

10 het rijk van de Mexica en de Spaanse veroveringen in tijd en ruimte situeren

11 de aard van de contacten tussen de Mexica en de Spanjaarden bespreken

BRON 1 Landbouw en het ontstaan van steden

landbouw

NABIJE OOSTEN

ONZE GEWESTEN

MIDDEN-AMERIKA

BRON 2 De materiaaltijden

Sommige ‘indianen’ kennen na verloop van tijd wel het koper, maar gebruiken het nauwelijks.

1 op drachten bij historische kaarten oplossen

2 met b ehulp van bronnen historische vragen beantwoorden

3 historische bronnen beoordelen op hun representativiteit, betrouwbaarheid (standplaatsgebondenheid, doel …) en bruikbaarheid in functie van een historische vraag

4 historische b eeldvorming over ‘indianen’ beoordelen en vergelijken met vandaag

5 de verschuiving in de beeldvorming over het Mexicaanse verleden vaststellen en beoordelen

6 veralgemeningen en stereotypering over ‘indianen’ en over kolonisatie vaststellen

proefversie©VANIN

Nabije Oosten

Centraal-Europa

Onze gewesten

Midden-Amerika

steentijd kopertijd bronstijd ijzertijd

BRON 3 Het gebruik van het wiel

Nabije Oosten ca. 3500 v.C.

West-Europa ca. 2000-1400 v.C.

Amerika einde 15e-16e eeuw met de komst van de kolonisatoren

Vergelijk de evolutie in Midden-Amerika met die in het Nabije Oosten en in onze gewesten.

‘steden’

BRON 4 Het rijk van de Mexica in 1519

Rijk van de Mexica: expansie

Mexica-garnizoenen

a Waarom stellen de huidige Mexicanen zich graag voor als de erfgenamen van de Mexica, denk je?

b Neem een historische atlas of een hedendaagse kaart van Mexico. Wat is de huidige naam van Tenochtitlan?

c Ho e houden de Mexica het rijk onder controle?

BRON 5 De stichting van Tenochtitlan en de eerste veroveringen

Uit: Codex Mendoza, ca. 1542

De Codex Mendoza bestaat uit beeldschrift met commentaar in het Spaans ernaast geschreven. Hij werd gemaakt door Mexica onder toezicht van geestelijken. Het boek is bedoeld voor keizer

Karel V, maar bereikt hem nooit. Franse piraten kapen het schip waarin het zich bevindt. Het boek komt in de 17e eeuw uiteindelijk in Engeland terecht.

a Volgens de legende hebben de Mexica Tenochtitlan gesticht op de plaats waar de goden hen een voorteken gegeven hebben. Bovenaan in het midden staat dat voorteken. Wat hebben zij gezien?

b Ho eveel aanzienlijke clans of calpulli telt de stad bij de stichting? Hoe kom je aan dat getal?

c De tekening verraadt het stadsplan van Tenochtitlan. Beschrijf met je eigen woorden hoe de stad opgebouwd is.

d Een verslagen stad krijgt een brandende tempel als symbool. Hoe wordt de nederlaag ook nog afgebeeld?

BRON 6 De zonnegod Huitzilopochtli

Pijlen en schilden zijn mij gegeven, oorlogvoering is mijn zaak. Ik zal pogen hen eten en drinken te geven zodat ik hier alle volkeren kan verenigen.

Fragment uit een gedicht van de Mexica

BRON 7 De maangodin Coyolxauhqui

a Waarvan is Huitzilopochtli ook nog de god, denk je?

8 De regengod Tlaloc

b Welk excuus wordt in bron 6 gegeven voor de veroveringen van de Mexica?

c Bewijs met elementen uit de bronnen dat de Mexica bang zijn voor hun goden.

BRON 9 De wraak van Huitzilopochtli

Na het leven geschonken te hebben aan de maan [ de godin Coyolxauhqui] en 400 sterren [ andere goden], legt de oermoeder een kuisheidsgelofte af. Op een dag is ze haar heilige berg aan het schoonmaken en wordt ze per ongeluk bevrucht door een bal veren. De oermoeder geraakt zwanger van de zon [ Huitzilopochtli]. De maan en de sterren vinden dat hun moeder haar gelofte gebroken heeft en willen haar doden. Een van hen weet echter de nog ongeboren Huitzilopochtli te waarschuwen. Die springt gewapend uit de buik van de moeder. Hij hakt de maan in stukken en gooit, op haar hoofd na, alle stukken van de berg. Hij achtervolgt vervolgens de sterren.

Een oude Mexica-mythe

proefversie©VANIN

a Welk alledaags natuurverschijnsel wordt hier verklaard?

b De ‘indiaanse’ tempels bestaan uit een gebouw op een trappenpiramide. Met welke woonplaats uit de mythe vereenzelvigt men de piramide?

BRON

BRON 10 De goden moeten worden gevoed

De indianen brachten de ongelukkigen naar de top van de grote tempel (...) We zagen dat ze pluimen op de hoofden van veel van onze mannen zetten en ze dwongen ze te dansen voor Huitzilopochtli met een soort waaiers in hun hand en toen ze gedanst hadden, werden ze op hun rug over een of andere smalle steen gelegd die als offerplaats diende. Met stenen messen sneden ze hun borstkas open, trokken hun kloppende hart eruit en hielden het op voor hun afgodsbeelden daar, en de lichamen schopten ze de trap af. De indiaanse slagers die beneden stonden te wachten, hakten hun armen en voeten af.

Uit: Bernal Diaz del Castillo, De ware geschiedenis van de verovering van Nieuw-Spanje, 1568

De conquistador Del Castillo (1492-1581) neemt deel aan de beslissende veldslag om Tenochtitlan. Hij wordt later gouverneur van Guatemala. In 1568 schrijft hij een werk over de verovering omdat hij vindt dat er veel onwaarheden worden verteld. Hij publiceert het echter niet. Het wordt in de 17e eeuw in zijn archief ontdekt. Het geldt als een belangrijke bron voor de Spaanse verovering van Mexico.

De schedelmuur wordt ontdekt bij opgravingen in de buurt waar de grote tempel van de Mexica stond. Archeologen ontdekken de laatste decennia bij opgravingen op oude sites van de Mexica steeds meer menselijke resten van geofferden.

proefversie©VANIN

a Vergelijk bron 12 met bron 9. Welke overeenkomsten vind je tussen de wraak van de zonnegod en de offers?

b Bekijk bron 12. Naar waar gaat het hart van een geofferde? Wat gebeurt er met een ander gedeelte van het lichaam?

c De fanatieke bewonderaars van de ‘indianenculturen’ verwerpen bron 10 en 12. Waarom doen ze dat? Waaruit blijkt dat de bronnen misschien wel juist zijn?

BRON 12 Illustraties uit codices gemaakt onder Spaans toezicht
BRON 11 Schedelmuur in Mexico-Stad

BRON 13 Quetzalquatl, de gevederde slang

Stenen beeldhouwwerk van de Maya's, een volk uit

Zuidoost-Mexico, 10e eeuw

De god Quetzalquatl is de uitvinder van de maïs. Een slang met veren geldt als zijn symbool. De Mexica geloven dat de god Quetzalquatl een blanke man met een baard is. Hij heeft in tijden van grote vrede en voorspoed over de ‘indianen’ geregeerd.

De gevederde slang heeft hen verlaten met de belofte ooit terug te keren. Hij zou dan van over ‘het water’ komen. Veel ‘indianenvolkeren’ vertellen een soortgelijk verhaal over een blanke god. Men vermoedt dat de cultus van Quetzalquatl in Teotihuacan ontstaan is. Die stad wordt omstreeks 750 wegens onbekende redenen verlaten.

BRON 15 Een gevecht tussen Spanjaarden en Mexica (rechts)

BRON 14 De Florentijnse Codex

Vanuit hun schuilplaats keken de verkenners van Moctezuma II over het strand. De nieuwkomers galoppeerden met hun beesten, die eruitzagen als grote herten, (…) over het zand, draaiden soms bruusk en barstten in grof gelach uit. Hun tegen pijlen bestande metalen uitrusting glinsterde in de zon. De vreemdelingen keken zelfbewust rond, goed wetende dat ze in het oog werden gehouden. De verkenners wisten dat zij dat wisten, maar vonden dat niet erg. Het was hun opdracht niet om verstopt te blijven, maar om inlichtingen te verzamelen. Zij namen notities, zorgvuldig in beeldschrift noterend wat zij zagen. Voorbij het strand lagen de vreemdelingen hun boten voor anker. De verkenners hadden al veel soorten kano’s gezien, maar nog nooit zo’n grote (…)

Bewerking van Bernandino de Sahagun, Algemene geschiedenis van de zaken van Nieuw-Spanje (Florentine codex), ca. 1550

Het boek werd geschreven in het Nahuatl, het Spaans en het Latijn onder leiding van franciscaner monniken. De geleerde Bernandino de Sahagun (1499-1590) is de redacteur van het project. De auteurs, onder wie drie Mexica, raadplegen tientallen ‘indianen’. Soms leggen zij hen woorden in de mond, maar soms geven zij ook gewoon weer wat ze vertellen. Het project wordt door de Kerk stopgezet omdat de informatie in het boek te belastend en te gevaarlijk wordt voor de kolonisatoren. Het wordt niet gepubliceerd en komt in het bezit van het Spaanse koningshuis. Er verschijnen later heel wat gedeeltelijke en gecensureerde stukken uit het werk. In 1979 verschijnt de eerste echt volledige uitgave. Recent is men ook de versie in het Nahuatl beginnen te vertalen omdat de Spaanse versie sommige passages niet vermeldt.

a Beo ordeel de standplaatsgebondenheid van bron 14 om vragen over de eerste contacten tussen de Mexica en de Spanjaarden te beantwoorden.

b Men denkt lange tijd dat de ‘indianen’ de Spanjaarden verwarren met goden. De Spaanse aanvoerder Cortes zouden zij identificeren met Quetzalquatl.

1 Welke elementen in de legende van Quetzalquatl hebben dat idee in de hand gewerkt?

2 Ho e toont bron 14 aan dat dat hoogstwaarschijnlijk een fout historisch beeld is?

proefversie©VANIN

Uit: de codex van Lienzo de Tlaxcala, ca. 1552

De Tlaxcala waren vijanden van de Mexica. Het document komt ca. 1552 in Spanje terecht.

Geef vier voordelen die de Spanjaarden hebben op de Mexica. (Let onder andere op de bewapening en de dieren.)

3 Lees in de contextinformatie wat met bron 14 gebeurd is. Welke mogelijke verklaring vind je daarin terug voor het feit dat men laat tot andere inzichten is gekomen?

Aangezien deze Indianen uit Nieuw-Spanje uw onderdanen zijn, past het en is het rechtvaardig dat ze als zodanig beschermd worden. Nu sterven ze van honger en worden ze uitgeroeid. De Spanjaarden die hier aangeland zijn, hebben hen van hun eigendommen beroofd, ze tot slaven gemaakt. Uwe Majesteit zelf heeft daar groot voordeel uit getrokken ... Uwe Majesteit moet weten dat de Indiaan zijn dorp verlaat, om er slechts na verloop van één maand terug te keren, zulks ingevolge de vaak zeer grote afstanden: hij is verplicht zijn meester in Mexico te dienen, hem nog andere Indianen voor zijn dienst aan de hand te doen en hem daarenboven te voorzien van moeskruiden, hout, wild en kippen. En aangezien deze arme lieden gedwongen zijn deze dingen, die zij zelf in hun dorpen niet bezitten, elders te kopen, moeten ze dag en nacht ellendig ronddolen ...

Als dienaar van Uwe Majesteit en als degene die de Indianen het best kent, (…) waarschuw ik Uwe Majesteit dat, als hij er niet over waakt dat de cijns betaald wordt zoals in Spanje, alleen op basis van eigen bezit, en indien men de Indianen niet vrijstelt van verplichte karweien, het land verloren is. Binnen de dertig jaar zal deze streek zo ontvolkt zijn als de eilanden. Als men hun daarentegen de vrijheid terug schenkt en de vrijstelling van dienst, dan zal het land herleven ...

Uit: Pedro de Gande, brief aan keizer Karel V, 1552, vertaald uit het Spaans

Standbeeld in Mexico-Stad, 1976

Het standbeeld werd weggehaald in 2020, zogezegd voor restauratie.

proefversie©VANIN

Keizer Karel V vaardigt in 1542 de wet uit die de oorspronkelijke bevolking van Amerika als volwaardige burgers erkent. Ze moeten niet langer dwangarbeid verrichten op de grote domeinen van de Spaanse kolonisatoren. De wet komt er na de zware kritiek van de Spaanse geleerde en geestelijke Bartolomé de las Casas (1484-1566) op het Spaanse koloniale beleid. Ook de brief van Pieter van Gent heeft misschien een rol gespeeld. Het lukt De las Casas echter niet om een gelijkaardige wet erdoor te drukken voor de Afrikaanse slaven.

BRON 17 Standbeeld van Pieter van Gent
BRON 18 Eerste pagina van de Nieuwe Wetten over het bestuur van de Indiës, 1543
BRON 16 Brief aan Karel V

BRON 19 Een Vlaming in Nieuw-Spanje

Welbeminde Broeders en Welbeminde Zusters

Ik wilde u graag uitvoerig schrijven over het land waar we nu verblijven, maar de tijd schiet me te kort en het geheugen laat me in de steek. Een andere hinderpaal belet mij mijn voornemen uit te voeren: ik ben haast volledig het gebruik van mijn moedertaal verloren. (…) Ik moet er niet aan denken jullie in de Indiaanse taal te schrijven, want dan zouden jullie mij niet verstaan. Ik gebruik dan ook deze taal. (…) Om te beginnen is naar mijn mening dit land hier voor bepaalde zaken te verkiezen boven alle andere landen in de wereld: het is hier noch te warm, noch te koud. Elk seizoen van het jaar kan men zaaien en oogsten, want de grond krijgt het nodige water. (…)

proefversie©VANIN

De bewoners van dit land zijn tamelijk goed van karakter en gedrag, een feit dat ze zeer geschikt en geneigd maakt om ons geloof te aanvaarden. Ongelukkig brengt het kruiperige van hun karakter mee, dat ze enkel onder druk handelen. Het is onmogelijk iets van hen te bekomen door vriendelijkheid of goedheid. Dit kwaad is niet zozeer aan hun karakter maar eerder aan hun gewoonten, toe te schrijven: ze hebben nooit geleerd te handelen uit liefde voor de deugd, maar alleen uit schrik en door dwang. Alle offers die ze doen, zoals hun eigen kinderen doden of verminken, doen ze uit angst en niet uit liefde voor hun godheden. De boze geesten van deze streek, die hier voor goden gehouden worden, waren zo divers en talrijk, dat de Indianen zelf er het aantal niet van kenden.

Elk ding (…) had zijn eigen beschermende godheid. (…) Aan de ene werden mensenharten geofferd, aan de andere mensenbloed, aan nog andere kinderen, kwartels, vogels, wierook, gegiste dranken, (…) Deze goden hadden ook een groot aantal geestelijken of priesters, die zich alleen met het vlees van kinderen voedden en hun bloed dronken. (…) De meeste van die priesters leidden een leven van ontucht. (…)

Maar God zij dank, een menigte Indianen hebben dit pad al verlaten en zich tot het christendom bekeerd. (…) De zeden waren hier vroeger betreurenswaardig, en de veelwijverij was algemene regel, vooral onder de leiders. (…) Zo leefden deze mensen in dwaling. (…) Mijn taak bestaat erin te onderwijzen en te prediken van de morgen tot de avond (…) brengen wij in onze kloosters de zonen van de voornaamste edellieden en prinsen van het land tezamen om ze in het katholieke geloof te onderwijzen. Ik ben in deze stad Mexico, die de hoofdstad van het land is, belast met de opleiding van vijfhonderd van deze kinderen. (…) Dan verplaatsen deze kinderen zich elke zondag in de omgeving (…) om het katholieke geloof te verkondigen. Wij vergezellen ze, samen vernietigen we de afgoden en gooien we de tempels omver, en in plaats daarvan richten we heiligdommen op ter ere van de ware God. (...)

Ik vraag en bid met aandrang, dat iemand van jullie deze brief in het Vlaams wil vertalen om aan mijn familie te zenden, zodat ze tenminste betrouwbaar en goed nieuws van mij ontvangen. (…) Geschreven het jaar 1529, op 27 juni, uit Mexico, in het klooster van Sint-Fransciscus.

Uit: Pedro de Gande, brief aan de franciscanen in Vlaanderen, 1529, vertaald uit het Spaans

Pieter van Gent (ca. 1480-1572) is geboren in Idegem of Aaigem en waarschijnlijk verwant aan keizer Karel V. Hij studeert in Leuven of Parijs. In Gent treedt hij toe tot de kloosterorde van de franciscanen. Met twee broeders trekt hij in 1522 via Spanje naar het pas veroverde Mexico. Hij zet zich in voor de bekering van de ‘indianen’ tot het christendom. Hij leert daarom hun taal. Naast een school richt hij ziekenhuizen en kunstateliers op. Pieter van Gent verdedigt de inheemse bevolking tegen de uitbuiting door de Spanjaarden. Hij doet dat onder andere in zijn correspondentie met de keizer en diens opvolger, Filips II van Spanje. Pieter van Gent is daardoor niet zo populair bij een deel van de kolonisten. De ‘indianen’ dragen hem op handen. Hij heeft contact met Bartolomé de las Casas, de belangrijkste Spaanse voorvechter van rechten voor de inlandse bevolking in Amerika. Pieter van Gent weigert de functie van aartsbisschop van Mexico. Hij wordt in 1988 zalig verklaard.

a Beo ordeel de standplaatsgebondenheid en representativiteit van bron 17 en 19 om vragen over de Mexica te beantwoorden.

b Wat is het oorspronkelijke doel van bron 19?

c Welk beeld hebben de geestelijken van de ‘indianen’ in de 16e eeuw? Verklaar dat beeld. In welke mate verschilt dat van het beeld dat we vandaag hebben?

d Do et Pieter in bron 16 een beroep op mensenrechten of op iets anders? Waarom zou hij dat doen?

e Naar aanleiding van de 500e verjaardag van de Spaanse verovering van Tenochtitlan werden in 2020 in Mexico-Stad de standbeelden van Bartolomé de las Casas en Pieter van Gent verwijderd. Is dat terecht? Haal uit de bronnen en de contextinformatie zowel argumenten pro als contra.

f Toon tevens aan dat men zowel vandaag als in de 16e eeuw gebruikmaakt van algemeenheden en stereotypering.

aanleiding: gebeurtenis die een feit of fenomeen het meest rechtstreeks doet ontstaan. Ze verklaart waarom een feit of fenomeen op dat bepaald moment plaatsvindt.

argument: iets dat aangehaald wordt om iets te bewijzen

De ‘lijdende Christus’, een beeld van bewerkt hout uit de 18e eeuw, 85 cm hoog

Beelden zoals dit zijn typisch voor het katholieke volksgeloof in Mexico.

Hoe speelt de Kerk met dergelijke afbeeldingen in op het ‘indiaanse’ (Mexica) geloof?

RANDINFO

De conquistador Hernan Cortes (1485-1547)

a Naar welke legende verwijst het wapenschild? b Wat claimen de Mexicanen door dit wapenschild te gebruiken?

proefversie©VANIN

Dit is de enige afbeelding van Cortes die tijdens zijn leven gemaakt is. De Duitse schilder Christoph Weiditz schildert hem terwijl hij in 1529 te gast is aan het hof van keizer Karel V in Spanje. Cortes krijgt uitgebreide landerijen in Nieuw-Spanje en de titel van hertog cadeau. De keizer benoemt echter een vertrouweling tot vicekoning.

BRON 21 Het huidige wapenschild van Mexico

Het Ottomaanse Rijk C2

Turkije is een populaire vakantiebestemming. Heel wat Vlamingen hebben Turkse roots. In de vroegmoderne tijd is het Turkse Rijk veel uitgestrekter dan het huidige Turkije. Dat Ottomaanse Rijk is een belangrijke speler in de internationale politiek. Hoe is dat rijk gegroeid? Hoe is het bestuur georganiseerd?

Wat zijn de kenmerken van de samenleving en de economie? Welke kunst- en cultuuruitingen typeren die samenleving?

1

Staatsvorming en bestuurlijke organisatie

BRON 1-2-3-4-5 In de 11e eeuw vallen Turkse Seltsjoeken vanuit de steppen van Azië het Byzantijnse Rijk binnen. Ze veroveren het grootste deel van Anatolië. Het rijk van de Seltsjoeken bestaat uit verschillende vorstendommen met een zekere mate van zelfbestuur. Osman is een krijgsheer die regeert over zo’n vorstendom, in het noordwesten van Anatolië. De latere Ottomaanse sultans beweren dat Osman de stichter van het Ottomaanse Rijk is. Zij zien zichzelf als opvolgers van Osman en rechtvaardigen zo hun macht. Osman en de Osmanen of Ottomanen onderwerpen de andere Turkse stammen. Ze breiden hun rijk steeds verder uit. In 1453 verovert sultan Mehmed II, de Veroveraar, de Byzantijnse hoofdstad Constantinopel. Een halve eeuw later strekt hun rijk zich uit over drie continenten: Europa, Azië en Afrika. Voor die gebiedsuitbreiding steunen de sultans op de ‘janitsaren’ . Die elitesoldaten kregen een zware militaire training. In hun jeugd werden ze als ‘belasting’ uit christelijke regio’s, hoofdzakelijk in de Balkan, ontvoerd, waarna ze bekeerd werden tot de islam. De veroveringen verlopen echter niet zonder slag of stoot. Soms wordt de opmars tijdelijk gestuit of gaan bepaalde gebieden voor een tijd weer

verloren. Tegen Spanje strijden de Ottomanen om de controle over het westen van de Middellandse Zee. In de strijd tegen het Duitse Rijk krijgt de Turkse sultan steun van de Franse koning. Die ziet hier een unieke gelegenheid om zijn erfvijand te verzwakken. Tweemaal belegeren de Turken Wenen, maar de stad houdt stand. Rond 1680 kent het Ottomaanse Rijk zijn grootste omvang. Niet lang daarna verliest het langzaam maar zeker de controle over verschillende gebieden in Europa. Militaire nederlagen versnellen dat proces. Rusland profiteert daar het meeste van. Dat land kan het gebied ten noorden van de Zwarte Zee annexeren. Uiteindelijk moeten de Ottomanen zelfs vrij verkeer toestaan voor koopvaardijschepen in de Dardanellen.

Het Ottomaanse Rijk is een absolute monarchie : de sultan heeft het hoogste gezag. Hij moet de islamitische wet, de sharia , handhaven. Als heerser over Mekka en Medina voert hij de trotse titel ‘Dienaar van de Twee Heiligdommen’. Hij controleert ook de twee belangrijkste pelgrimswegen ernaartoe, een vanuit Damascus en een vanuit Caïro. Het organiseren en leiden van de jaarlijkse bedevaart behoren tot zijn voornaamste taken. Als beschermer van de islam heeft hij een groot aanzien in de Arabische wereld. De sultan wordt opgevolgd door een van zijn zonen. In een aantal gevallen leidt dat ertoe dat een mogelijke troonopvolger zijn ‘concurrenten’,

sultan: erfelijk vorst in het Ottomaanse Rijk

janitsaren: elitekorps in het Ottomaanse leger

monarchie: staatsvorm met een erfelijk aangeduid staatshoofd, koning, keizer, tsaar, sultan

sharia: de islamitische wetten

grootvizier:

‘eerste minister’ in het Ottomaanse Rijk

vizier: minister in het Ottomaanse Rijk

divan: Ottomaanse instelling, een raad die de sultan adviseert

asker: letterlijk: soldaten; de heersende groep in de Ottomaanse samenleving

reaya: letterlijk: kudde; de groep van de onderdanen in het Ottomaanse Rijk

karavanserai: gebouwencomplexen langs karavaanroutes, waar handelaars hun goederen veilig kunnen opslaan en overnachten

traditie: overgeleverde oude gewoonten en gebruiken

kalligrafie: letterlijk: schoonschrift; een kunstvorm binnen de islam, waar het afbeelden van mensen niet wordt toegelaten

fresco: muurschildering. Waterverf wordt aangebracht op natte muurbepleistering.

theologie: studie van het geloof en de Bijbel

broers meestal, vermoordt. Vanaf de 17e eeuw wordt de vorst opgevolgd door het oudste lid van de familie. Onder het gezag van de sultan heeft de grootvizier de absolute macht. Hij staat aan het hoofd van de viziers . Die ministers hebben elk een eigen bevoegdheid, inzake het leger, de provinciebesturen, de ambtenaren … Secretarissen stellen documenten op en bewaren ze zorgvuldig. De administratie van dat enorme rijk is heel uitgebreid. Ze bestaat uit goed geschoolde ambtenaren. Boekhouders beheren de inkomsten (belastingen) en uitgaven. Rechters worden opgeleid in speciale staatsscholen. In hun rechtspraak baseren zij zich op de sharia en op een verzameling van wetten en voorschriften van de opeenvolgende sultans. Regelmatig komen de hoogste functionarissen van de overheid, het leger en het gerecht op het paleis samen in de ‘divan’ . Die raad adviseert de sultan bij belangrijke beslissingen, ontvangt buitenlandse gezanten, stelt wetten op, beantwoordt verzoekschriften en behandelt de belangrijkste strafrechtelijke zaken in verband met staatsveiligheid. In het begin zit de sultan die raad voor, later de grootvizier. Dat bestuurssysteem wordt met de veroveringen ingevoerd in het hele rijk. In de grote steden zetelen gouverneurs met een grote hofhouding, een administratie en een raad die regelmatig bijeenkomt.

Aanvankelijk bekleden legeraanvoerders en vooraanstaande personen uit veroverde staten en steden de hoogste posities. In de 16e eeuw gaan die functies vaak naar leden van de hofhouding van de sultan. Ze behouden daarbij dikwijls hun statuut van slaaf. Naarmate de macht van de grootvizier in de 17e eeuw toeneemt, bepalen hij en andere hoge ambtenaren in grotere mate de benoemingen.

2Een gelaagde samenleving met een bloeiende economie

in elke provincie een geestelijk leider die verantwoordelijk is voor het handhaven van de orde, het innen van de persoonlijke belasting en de eigen, burgerlijke rechtspraak. De niet-islamieten zijn niet echt geïntegreerd in de maatschappij, maar ze worden wel getolereerd. Ze spelen vaak een belangrijke economische rol als bankier of handelaar. Op de vlucht voor vervolgingen migreren vele Europese joden naar het Ottomaanse Rijk.

proefversie©VANIN

De Ottomaanse maatschappij is een gelaagde, ongelijke samenleving. Ze is opgesplitst in twee groepen: de heersers (‘asker’, letterlijk: soldaten) en de onderdanen (‘reaya’, letterlijk: de kudde). Tot de asker behoren onder andere de hoge ambtenaren en de legeraanvoerders. Zij zijn vrijgesteld van buitengewone belastingen en hebben een eigen rechtspraak. Ze zijn heel rijk en kunnen hun bezit meestal doorgeven aan hun familie. De reaya is nog eens onderverdeeld in aparte categorieën, onder andere op basis van beroep. Ook de christelijke en joodse gemeenschappen vormen een aparte groep. Het zijn de enige die persoonlijke belastingen betalen, in ruil voor bescherming. Elk van die religieuze gemeenschappen heeft in Istanbul en

Het Ottomaanse Rijk is een agrarische samenleving. Landbouw is de belangrijkste economische sector. De meeste mensen zijn landbouwers. Maar het rijk is ook een uitgestrekt handelsgebied waar handelaars hun goederen relatief veilig kunnen vervoeren. Ze trekken in karavanen over handelsroutes die onder toezicht staan van rijkstroepen. Langs die route liggen karavanserais . In die gebouwencomplexen kunnen ze hun goederen veilig opslaan en overnachten. In het hele rijk neemt de bevolking toe en groeien de steden. Ook na de ontdekking van de rechtstreekse zeeweg via Afrika vinden specerijen en luxeproducten via Egypte hun weg naar West-Europa. Ondanks onderlinge oorlogen importeren Venetiaanse kooplui glas en brons in Istanbul. In ruil daarvoor kunnen ze graan importeren uit het Ottomaanse Rijk. De sultans sluiten ook handelsakkoorden af met Engeland, Frankrijk en de Verenigde Provincies. Zij importeren Europese goederen, zoals textiel, mineralen en papier, maar ook koloniale waren zoals suiker en koffie.

3De Ottomaanse kunst gaat haar eigen weg

BRON 6-7-8-9-10 Onder Mehmed II (1451-1481), de Veroveraar, groeit Istanbul uit tot een centrum van cultuur. Hij laat het Topkapipaleis bouwen. In het midden van de 16e eeuw ontwerpt architect Sinan de Ottomaanse versie van de moskee. Die verspreidt zich ook elders in het Ottomaanse Rijk. Vanbinnen zijn de moskeeën meestal versierd met kleurrijke keramiektegels uit Iznik. Geheel in de lijn van de islamitische traditie bekleedt de kalligrafie een voorname plaats ter verspreiding van de geloofsleer. Afwijkend van de voorschriften van de Koran worden er in de kunst wel mensen afgebeeld op gebruiksvoorwerpen, in miniaturen, op schilderijen en fresco’s . De tapijtkunst gaat terug op het oorspronkelijke nomadenbestaan van de Turken. Tapijten isoleerden de vloer en de wanden van de tenten. De kleuren en motieven verschilden per clan. In het Ottomaanse Rijk is het Arabisch de taal van de theologie , het recht, de geschiedschrijving en de biografie. Voor poëzie en wereldlijke boeken wordt het Turks gebruikt, maar dan wel in Arabische tekens.

KENNEN KUNNEN

1 de b egrippen ‘monarchie’, ‘gelaagde samenleving’, ‘ongelijke samenleving’, ‘staatsvorming’, ‘asker’, ‘divan’, ‘Iznik-keramiek’, ‘janitsaren’, ‘kalligrafie’, ‘karavanserai’, ‘reaya’, ‘sharia’, ‘sultan’ en ‘janitsaren’ verklaren

2 de b estuursinstellingen benoemen en hun bevoegdheden omschrijven

3 het ontstaan, de uitbreiding en de inkrimping van het Ottomaanse Rijk situeren in tijd en ruimte

4 aantonen dat de Ottomaanse sultan een absoluut vorst is

5 het leven aan het hof beschrijven

6 drie veranderingen in het bestuur noemen

7 aantonen dat de Ottomaanse maatschappij een gelaagde, ongelijke maatschappij is

8 aantonen dat er tolerantie was tegenover niet-moslims

9 de verschillende groepen in de maatschappij noemen en typeren

10 aantonen dat de economie een hoge bloei kent

11 voorbeelden geven van interculturele contacten tussen het Ottomaanse Rijk en West-Europa

12 verschillen en één overeenkomst tussen de Ottomaanse kunst en de islamitische traditie geven

13 drie vormen van Ottomaanse toegepaste kunst geven en beschrijven

BRON 1 Evolutie van de territoriale invulling van het Ottomaanse Rijk

1 met een kaart de territoriale evolutie van het Ottomaanse Rijk beschrijven

2 teksten analyseren

3 een Ottomaanse moskee beschrijven

4 aan de hand van een afb eelding een bouwwerk beschrijven

5 informatie uit verschillende bronnen vergelijken

a Geef telkens twee gebieden die veroverd worden door het Ottomaanse Rijk in de 15e en de 17e eeuw.

b Wat is de belangrijkste verovering in de 15e eeuw?

c Met welke andere rijken komen de Ottomanen in conflict? Lees eventueel ook de lestekst.

d Beschrijf het Ottomaanse Rijk in zijn grootste omvang: over welke gebieden strekt het zich uit, welke zeeën omvat het geheel of gedeeltelijk?

e Vanaf wanneer krimpt het rijk in? Welke gebieden gaan verloren?

evolutie: (geleidelijke) ontwikkeling in de tijd

Rechts onderaan plast een aap op enkele tulpen. In het Frans Halsmuseum van Haarlem hangt ook een versie van dit schilderij.

In de 16e eeuw ontstaat in de Zuidelijke Nederlanden de ‘singerie’. In dat soort schilderijen en prenten imiteren apen menselijk gedrag. Voor kunstenaars is het een manier om te spotten met de mens en de maatschappij. Het genre is tot in de 18e eeuw heel populair in West-Europa.

Op dit schilderij staat de tulp centraal. De Ottomaanse sultans zijn grote liefhebbers van tulpen. In de tweede helft van de 16e eeuw worden de bollen vanuit het Ottomaanse Rijk ingevoerd in West-Europa.

Rijke burgers planten ze in hun tuinen. De diplomaat Ogier de Busbecq stuurt enkele tulpenbollen naar Carolus Clusius (1526-1609), arts, botanicus en professor aan de universiteit van Leiden. Die plant ze in de botanische tuin die hij in de universiteit heeft opgericht. In de 17e eeuw wordt de tulp zo populair dat men spreekt van een ‘tulpenmanie’ . Door de grote vraag stijgt de waarde enorm. In 1635 kost één tulpenbol al tussen de 1 000 en 6 000 gulden. In de 17e eeuw worden bij beurzen en veilingen steeds meer verkoopcontracten gesloten, zonder dat de tulpenbollen fysiek verhandeld worden. Rijke burgers speculeren in tulpen. Ze kopen en verkopen waardepapieren om steeds meer winst te maken. Op 5 februari 1635 vindt er een veiling plaats in Haarlem. Niemand biedt. Plots is een tulpenbol niets meer waard. De tulpenmarkt stort in.

Bekijk de afbeelding aandachtig. Vergelijk met de lestekst.

a Geef vier kenmerken van de tulpenhandel die de apen nabootsen. b Wat vindt Jan Brueghel II van de tulpenmanie? Geef twee argumenten.

BRON 3 Turkse brieven

proefversie©VANIN

tulpenmanie: tulpengekte; tulpen worden een gegeerd product. Vooral Hollanders investeren waanzinnige bedragen in de tulpenteelt. Helaas stort de prijs in en gaan velen failliet.

In Buda maakte ik voor het eerst kennis met de janitsaren. Zo noemen de Turken hun infanterie van de koninklijke garde. Op volle sterkte beschikt de Turkse staat over 12 000 van die soldaten. Ze zijn verspreid over alle delen van het rijk, om de forten te bemannen tegen de vijand of ter bescherming van de christenen en de joden tegen de volksmassa. (...) Er is ook altijd een garnizoen janitsaren gestationeerd in de citadel van Buda. De kledij van deze mannen bestaat uit een kleed dat reikt tot de enkels. Een lange kap bedekt het hoofd en hangt voor de rest langs de nek naar beneden. Op hun voorhoofd prijkt een verzilverde hoorn van aanzienlijke hoogte, versierd met stenen van weinig waarde. Meestal kwamen die janitsaren naar mij in paren. Wanneer ze toegelaten werden tot mijn eetkamer bogen ze eerst en kwamen dan snel (...) tot mij. Ze raakten mijn kledij of hand aan als waren ze van plan die te kussen. Daarna staken ze in mijn hand een boeketje

Jan Brueghel II (1601-1678), Singerie (1640), olieverf op hout, 31 x 49 cm

hyacinten of narcissen. Daarna liepen ze even snel als ze gekomen waren naar de deur, maar zorgden ervoor dat ze hun rug niet draaiden, want volgens hun code zou dat een serieuze inbreuk zijn op de etiquette. Wanneer ze bij de deur gekomen waren, stonden ze respectvol met gekruiste armen, hun ogen op de grond gericht, meer gelijkend op monniken dan op krijgers. Toen ze een paar kleine munten kregen (want dat was wat ze wilden), bogen ze opnieuw en dankten me luid. Terwijl ze me zegenden voor mijn vriendelijkheid verdwenen ze. (...) Toch waren dit de janitsaren, wier nabijheid overal geweld veroorzaakte. (...)

Hieruit blijkt dat geduld, ontbering en de drift (ook) de gewone Turkse soldaat in staat stelt de meest beproevende situaties aan te kunnen en veilig terug te keren uit gevaarlijke situaties rond hem. Wat een contrast met onze mannen! (...) Ik huiver bij de gedachte aan het resultaat van een strijd tussen zulke verschillende systemen. (...) Het enige obstakel is Perzië (...) De vrees voor Perzië geeft ons wat respijt, maar niet voor lang.

Uit: Ogier Ghislain de Busbecq, Turkse brieven, uitgegeven in 1595

De humanist Busbecq (1521/22-1592) is van Vlaamse oorsprong. Van aan het Ottomaanse hof schrijft hij brieven aan een Hongaarse vriend. Door een andere vriend tulpenbollen te bezorgen, ligt hij aan de basis van de tulpenkweek in de (Noordelijke) Nederlanden en de tulpenmanie. De janitsaren worden als kind vooral in de Balkan weggehaald, bekeerd tot de islam en zwaar getraind. Zij mogen niet trouwen en geen baard dragen.

a Wat zijn janitsaren? Waar worden ze ingezet?

b Ho e schat Busbecq het Turkse leger in?

c Beo ordeel de etiquette aan het hof van de sultan.

BRON 4 Titel van sultan Mehmed II gebruikt in officiële documenten

Zijne Majesteit, de zegevierende en gezegende sultan, de door God bijgestane heerser wiens onderkleed de overwinning is, de padisjah wiens roem hoog is als de Hemel, koning der koningen, die gelijk sterren zijn, kroon op het Koninklijke hoofd, schaduw van de voorzienigheid, hoogtepunt van het koningschap, kwintessens [hoogtepunt] van het boek van het lot, evenaar der gerechtigheid, hoogste volmaaktheid van het springtij der majesteit, zee van milddadigheid en menselijkheid, mijn van de juwelen der edelmoedigheid, bron van de gedenkwaardigheden der dapperheid, manifestatie van de lichten der gelukzaligheid, oprichter van de vaandels der islam, schrijver van gerechtigheid in het boek van de tijd, sultan van de twee continenten en van de twee zeeën, heerser van de twee oostens en de twee westens, behoeder van de twee allerheiligste der heiligdommen, naamgenoot van de apostel der mensen en der djinns [geesten], sultan Mehmed Chan.

a Wat vertelt deze bron over de macht van de sultan?

b Verklaar: twee continenten, twee zeeën, twee allerheiligste der heiligdommen.

proefversie©VANIN

BRON 5 Tugra van sultan Suleyman I, de Wetgever of de Prachtlievende

Een tugra is een handtekening in kalligrafie. De tugra van de Ottomaanse sultan wordt afgebeeld op munten, documenten en gebouwen. Behalve de naam van de sultan en van zijn vader, bevat de tugra altijd de titel Chan, en erenaam ‘altijd overwinnend’.

a Waarom vermeldt de tugra ook de naam van de vader van de sultan?

b Toon aan dat er een gelijkenis is met de islamitische traditie.

De sultan woont afgesloten van de buitenwereld in het Topkapipaleis. Na de verovering van Constantinopel geeft sultan Mehmed II in 1459 opdracht tot de bouw ervan. Het paleis ligt op het Europese continent. Vanaf een heuvel tussen de Zee van Marmara en de Gouden Hoorn kijkt het uit op de Bosporus. Het complex vormt eigenlijk een stad op zich met duizenden inwoners. De sultan houdt er namelijk een grote hofhouding op na: persoonlijke dienaren, tuiniers, wachters en een harem. In de keuken alleen al werken een duizendtal personen. Aan het hof heerst een ingewikkelde etiquette.

a Beschrijf de ligging en de architectuur van het paleis.

b Het paleis wordt weleens vergeleken met een tentenkamp. Waarom?

BRON 7 De Selimiyemoskee in Edirne

Mimar Sinan (1489-1888) beschouwt deze moskee als zijn meesterwerk. Aanvankelijk janitsaar, wordt hij hoofdarchitect van vier sultans, onder wie Selim I, ter ere van wie hij deze moskee bouwt. Hij ontwerpt en realiseert meer dan vierhonderd bouwwerken van uiteenlopende aard.

a Beschrijf de b ouw van de moskee nauwkeurig.

b Met welk gebouw in Constantinopel vertoont het gelijkenissen? Welke gelijkenissen?

c Waarin verschilt de Ottomaanse moskee van de Arabische die je vorig jaar bestudeerde?

proefversie©VANIN

BRON 8 Moskee of museum?

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan laat er geen gras over groeien. Een rechtbank heeft nog maar net het licht op groen gezet om de Hagia Sophia opnieuw als moskee in gebruik te nemen, en vandaag vindt de inhuldiging al plaats. (…) De geschiedenis van de Hagia Sophia toont goed de veranderingen aan in de geopolitiek van religies door de eeuwen. Toen de basiliek in de 6e eeuw in Constantinopel werd voltooid, was ze de grootste kerk ter wereld (...) Bij de verovering door de Ottomanen in 1453 (...) werd het een moskee. Na de val van het Ottomaanse Rijk onttrok Mustafa Kemal Atatürk, die het moderne Turkije op een seculiere leest wilde schoeien, het in 1934 aan de (islamitische) cultus en maakte er een museum van. Enkele oude christelijke mozaïeken kwamen weer tevoorschijn en vormden samen met de islamitische arabesken een merkwaardige vorm van stilzwijgend interreligieus samenspel. Nu de Hagia Sophia opnieuw een plaats van cultus wordt, stelt de Armeense patriarch Sahak Mashalian nog voor om er behalve islamitische ook christelijke gebeden toe te laten. Dat valt in dovemansoren. Jammer, want de Hagia Sophia heeft het potentieel een symbool te zijn van islamitisch-christelijke co-existentie (...) Erdogan maakt komaf met de seculiere erfenis van Atatürk en knoopt weer aan bij de Ottomaanse traditie.

Uit: Jan De Volder, godsdiensthistoricus, in: De Standaard, 24/7/2020

a Is de geschiedenis van de Hagia Sophia er een van continuïteit of verandering? Verklaar.

b Lees de randinformatie over Atatürk op bladzijde 45. Welke houding neemt Erdogan aan tegenover de politiek van Atatürk? Verklaar.

c Erdogan wil de draad van de Ottomaanse erfenis weer opnemen. Bewijs deze stelling met twee argumenten uit het artikel, telkens uit een ander (deel)domein. Benoem ook dat (deel)domein.

d Ho e staat de auteur van dit artikel daar tegenover?

Iznik-keramiek: typisch Ottomaans aardewerk gemaakt in Iznik met versiering van bloemen en/ of geometrische figuren

republiek: staat die niet door een vorst wordt bestuurd

Schaal, diameter 28,2 cm, uit de collectie van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis van Brussel

De schaal werd tussen 1550 en 1600 gemaakt in Iznik, het antieke Nicaea, in het noordwesten van Anatolië. Al in de Byzantijnse tijd is Nicea een centrum van keramiekproductie. Het is hét centrum van de keramiekproductie in het Ottomaanse Rijk. Ambachtslieden maken er tegels, maar ook gebruiksvoorwerpen als lampen, borden, kruiken ... uit klei van een plaatselijk meer.

a Beschrijf de vorm, de versieringen en de kleuren van dit keramiek.

b De Ottomanen no emen dit keramiek Iznik çinisi (Cin is China). Waarom?

c Zo ek in de contextinformatie een bewijs van continuïteit.

Sultan Süleyman I, de Wetgever of de Prachtlievende, regeert van 1520 tot 1566. Hij is dus een tijdgenoot van Karel V en Filips II. Hij maakt de meeste nieuwe wetten, maar is ook een groot promotor van kunst en filosofie.

Hij schrijft zelf ook gedichten. Links op de miniatuur zie je twee janitsaren.

a In welk gebouw speelt dit tafereel zich af?

b Waarin verschilt deze miniatuur van de islamitische traditie?

c Vergelijk met wat in bron 3 gezegd wordt over de janitsaren.

proefversie©VANIN

Standbeeld van Atatürk in Izmir,

Atatürk

Zelfs in de kleinste Turkse dorpen staat een standbeeld van Atatürk. Mustafa Kemal is de eerste president van de Turkse republiek . Die wordt opgericht in 1923. Na de Eerste Wereldoorlog wordt het Ottomaanse Rijk ontbonden en herleid tot het huidige Turkije. Atatürk, ‘vader van alle Turken’, wil van Turkije een modern en democratisch land maken. Hij schaft het sultanaat af, voert een volksvertegenwoordiging in en de scheiding tussen godsdienst en staat. Een nieuw alfabet, gebaseerd op het Latijnse, vervangt de Arabische lettertekens.

Turkije
Turkse vlag met afbeelding van Atatürk

DDe vroegmoderne tijd

proefversie©VANIN

Zoals je weet is elke indeling van het verleden een hulpmiddel om je te helpen oriënteren. Voor het westerse verleden laat men vanaf ca. 1450 de vroegmoderne tijd beginnen. In die periode gebeuren er inderdaad interessante maatschappelijke veranderingen. Daar zorgen onder andere de ontdekkingsreizen voor. In de 15e eeuw verzinnen Italiaanse geleerden zelfs de term ‘middeleeuwen’ voor de in hun ogen minder belangrijke periode tussen de klassieke oudheid en hun eeuw. Verschillende zaken veranderen echter niet. Hieronder en op de volgende bladzijde vind je enkele voorbeelden van die ‘continuïteit’.

PREHISTORIE

Vorsten en de adellijke stand hebben in de meeste gebieden veel macht. Samen met de geestelijkheid bezitten ze veel voorrechten.

De meeste mensen wonen op het platteland. De voornaamste energiebronnen blijven spierkracht, water en wind.

OUDE NABIJE OOSTEN
BRON 1 Het huwelijk van Filips de Stoute en Margaretha van Male
BRON 2 Een windmolen

MIDDELEEUWEN

KLASSIEKE OUDHEID HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

BRON 3 14e-eeuwse marktscène, Nationale Bibliotheek van Frankrijk

Steden zijn belangrijke handels- en productiecentra. De rijke burgers en leiders van de ambachten hebben er meestal de macht.

De katholieke Kerk en de paus zijn machtig en invloedrijk. Vanaf de 14e eeuw krijgen ze meer en meer kritiek.

BRON 4 Paus Sixtus IV

1De Atlantische handel en slavernij

Tegenwoordig leven we in een consumptiemaatschappij. In winkels, shoppingcentra, op het internet … kunnen we alle mogelijke goederen en diensten kopen. Die producten komen bovendien uit alle delen van de wereld. Betalen doen we cash, elektronisch of op krediet. Bijna elk jaar groeit de omvang van de wereldhandel. Al die zaken zijn het gevolg van een lange evolutie. Die evolutie versnelt vanaf de vroegmoderne tijd. Europeanen spelen vanaf dan ook een steeds belangrijkere rol in die opkomende ‘wereldhandel’, waarbij trouwens ook mensen als handelswaar worden verkocht. Waarom kent die evolutie dan een stroomversnelling? Wat is de rol van de Europeanen? Welke vernieuwingen in handels- en betalingstechnieken doen zich voor? Waarom worden er op grote schaal mensen verhandeld?

proefversie©VANIN

De Europese ontdekkingsreizen en koloniale expansie wijzigen de economische verhoudingen en leiden tot verdere vernieuwingen

BRON 1-2-3-4-5-6 Al van in de klassieke oudheid zijn er handelscontacten tussen Europa, Azië en Afrika. Met het geografisch geïsoleerde Amerika zijn er geen contacten. Tijdens de middeleeuwen blijven die intercontinentale handelscontacten voortbestaan. Het christelijke West-Europa speelt daarbij lange tijd maar een marginale rol. Het zwaartepunt van de intercontinentale handel ligt op dat moment rond de Indische Oceaan. Handelaars uit onder andere China, de Indische en de Arabisch-islamitische wereld drijven intensief handel met elkaar en wisselen talrijke producten uit. Een deel van die producten, vooral niet-bederfbare luxeproducten, vinden via Arabischislamitische handelaars hun weg naar het Middellandse Zeegebied. Daar worden ze voornamelijk gekocht door Italiaanse kooplieden uit onder andere Venetië en Genua. Vanuit die Italiaanse havensteden raken de oosterse producten dan verder verspreid in Europa.

De opening van een rechtstreekse zeeweg naar Indië (zie les B) en de ontdekking en ontsluiting van het Amerikaanse continent zullen niet alleen een belangrijke impuls vormen voor de Europese intercontinentale handel, maar ook zorgen voor wijzigende economische machtsverhoudingen. Omdat de Atlantische Oceaan vanaf dan geleidelijk de draaischijf wordt van de handel tussen Europa en de rest van de wereld, verschuift ook het economische zwaartepunt in Europa van het Middellandse Zeegebied en de Italiaanse havensteden naar de Atlantische havensteden. In de 16e eeuw zijn Lissabon, Sevilla en vooral Antwerpen bloeiende centra van de intercontinentale handel. Later nemen Amsterdam (17e eeuw) en Londen (18e eeuw) die fakkel over. Globaal blijft de Indische Oceaan tijdens die periode wel nog steeds het centrum van de ‘wereldhandel’. Afrikaanse en Aziatische handelaars moeten er vanaf dan wel de concurrentie van Europese handelaars bij nemen.

De Europese handel met Azië blijft echter een eenrichtingsverkeer: Aziatische producten worden op grote schaal in Europa geïmporteerd terwijl er in Azië bijna geen belangstelling bestaat voor Europese goederen. Concreet betekent dit dat er veel geld (edelmetaal) uit Europa wegvloeit naar Azië.

VROEGMODERNE TIJD

Een groeiend tekort aan betaalmiddelen in Europa is het gevolg. Aanvankelijk kan men die groeiende nood aan edelmetaal nog opvangen met grote hoeveelheden goud en zilver uit de Spaanse en Portugese kolonies in Amerika. Die toevloed aan edelmetaal uit de Nieuwe Wereld leidt zelfs in bepaalde delen van Europa tot een tijdelijke, maar op dat moment ongeziene waardevermindering van goud en vooral zilver (inflatie) . De ‘prijsrevolutie’ die mee daaruit voortvloeit, zal onder andere grote sociale gevolgen hebben. Zo zal bijvoorbeeld een deel van de adel verarmen omdat zij hun inkomsten vooral halen uit vaste pachtprijzen die de boeren hen moeten betalen.

Ondertussen worden ook andere oplossingen gezocht om het terugkerende fenomeen van een tekort aan edelmetaal door de negatieve handelsbalans met Azië op te vangen. Zo komt er bijvoorbeeld een verdere uitbreiding en verbetering van de betalingsen kredietmogelijkheden. Het gebruik van de wisselbrief wordt meer algemeen. Ook het werken met geschreven betalingsbeloften (kopen op krediet ) maakt dat men minder edelmetaal nodig heeft. In de 17e eeuw onderneemt men vervolgens de eerste pogingen om te werken met bankbiljetten . Een gebrek aan vertrouwen en fraude vormen daarbij echter belangrijke obstakels. De oprichting van de Bank of England in 1694, de eerste ‘nationale bank’, moet het vertrouwen in dergelijke experimenten versterken. Het bankbiljet zal echter pas zijn doorbraak kennen in de 19e eeuw.

noemen we een naamloze vennootschap De verschillende investeerders hoeven elkaar tenslotte niet te kennen (vandaar ‘naamloos’).

Iedereen is immers vrij zijn aandeel in de onderneming door te verkopen. De waarde van een dergelijk aandeel hangt vooral af van de prestaties van de onderneming. Het kopen en verkopen van aandelen gebeurt steeds meer op gespecialiseerde financiële markten of beurzen, waar bijvoorbeeld ook wisselbrieven worden geïnd of doorgegeven. De oudste beurs is waarschijnlijk in de 14e eeuw opgericht in Brugge. In de 16e eeuw heeft men in Antwerpen het eerste echte beursgebouw opgetrokken.

inflatie: geldontwaarding. Doordat het geld minder waard wordt, nemen de prijzen van goederen en diensten toe.

negatieve handelsbalans: handelsbalans verwijst naar de verhouding tussen de waarde van wat een land invoert en uitvoert. Voert het in waarde meer in dan uit, dan is die balans negatief.

wisselbrief: document dat bewijst dat iemand een bepaalde som aan een financiële instelling heeft gegeven. Met dat document kan hij op een andere plaats bij een filiaal van die instelling dezelfde som terug in cash geld ontvangen.

proefversie©VANIN

De opbrengsten van de intercontinentale handel worden ondertussen steeds groter, maar de prijs die ervoor betaald moet worden, ook. Het uitrusten van een schip om naar bijvoorbeeld Indië te zeilen vergt heel veel kapitaal en de reis is bovendien niet zonder risico. In Spanje en Portugal financieren de vorsten die expedities, maar onder andere in Holland gebeurt dat op privé-initiatief. Omdat bijna geen enkele koopman zo’n reis alleen kan of wil financieren, besluit men tot samenwerking. Zo worden dure expedities mogelijk én worden de risico’s gespreid. Dat systeem van zakendoen bestond eigenlijk al in de middeleeuwen, maar wordt in de vroegmoderne tijd dus meer algemeen. Aanvankelijk beperkt de samenwerking zich nog tot één enkele reis, maar na verloop van tijd besluit men soms om de samenwerking voort te zetten. Men herinvesteert dus (een deel van) de winst (bijvoorbeeld in de ontwikkeling van betere schepen) om in de toekomst nog meer winst te kunnen maken. Daarmee wordt de basis van het kapitalistische systeem gelegd. Omdat men vooral investeert in handel, spreekt men hier van handels kapitalisme . In de 19e eeuw zal men vooral gaan investeren in de productie van goederen en dat noemen we industrieel kapitalisme (zie Storia HD 5). Zo’n samenwerkingsverband van lange duur

In Amsterdam ontstaat in 1602 de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Die zal uitgroeien tot de belangrijkste naamloze vennootschap uit de vroegmoderne tijd. De VOC gaat zich namelijk niet louter bezighouden met zuiver handeldrijven, maar de onderneming sticht ook zelf kolonies, sluit verdragen en voert zelfs oorlogen. De geschiedenis van Amsterdam, Holland en de VOC zijn dan ook nauw verweven. De groeiende macht en invloed van de VOC en Hollandse kooplui in het algemeen worden echter een doorn in het oog van enkele Europese landen die hun eigen economie bedreigd zien door het Hollandse overwicht. Vooral in Frankrijk en Engeland beslissen de overheden om met concrete maatregelen (en zelfs oorlog) de eigen markt te gaan beschermen. In Engeland is die protectionistische of mercantilistische politiek bedoeld om de eigen handelsbelangen te verdedigen. In Frankrijk probeert minister Colbert in opdracht van Lodewijk XIV vooral de lokale nijverheid te beschermen (zie les D6). Het Engelse en Franse protectionisme verzwakken in de 18e eeuw de economische macht van de Hollanders. Vooral Groot-Brittannië wordt dan de belangrijkste commerciële mogendheid. De groeiende fortuinen van Britse handelaars zullen later het nodige startkapitaal leveren voor de Industriële Revolutie.

2

De Atlantische slavenhandel

BRON 7-8-9-10-11-12-13 Europese handelaars vervoeren in de vroegmoderne tijd allerlei producten over de wereldzeeën. Naast al bekende producten zoals peper, gember, nootmuskaat … worden ook allerlei ‘nieuwe’ producten zoals koffie en tabak in steeds grotere hoeveelheden naar Europa vervoerd (maar ook naar Azië). Een bijzondere plaats wordt echter ingenomen door menselijke koopwaar.

Nadat Europeanen het Amerikaanse continent hebben ‘ontdekt’, beginnen ze er zich ook te vestigen. Daarbij onderwerpen ze de inlandse volkeren en starten ze met de ontginning van de Amerikaanse

krediet: doorgaans een bepaald geldbedrag dat aan iemand die dat geld niet heeft, is verstrekt, maar dat binnen een bepaalde termijn – meestal tegen interest – moet worden terugbetaald

bankbiljet: gewaarborgd ‘stuk papier’ dat een bepaalde waarde vertegenwoordigt en als officieel betaalmiddel wordt gebruikt

Holland: vorstendom in de Noordelijke Nederlanden

kapitalisme: economisch en maatschappelijk stelsel waarbij particulieren in een zo groot mogelijke vrijheid kunnen streven naar een vergroting van hun rijkdom. Daarbij moeten zo veel mogelijk zaken (machines, schepen, gronden, mijnen …) in privéhanden zijn.

naamloze vennootschap: samenwerkingsverband tussen een aantal vennoten die elk een deel van het startkapitaal van de onderneming hebben betaald. Ze zijn dus voor een deel eigenaar van het bedrijf.

aandeel: papieren bewijs dat aantoont dat de bezitter voor een bepaald percentage eigenaar is van een vennootschap

protectionisme: stelsel van maatregelen ter bescherming van handel, nijverheid of landbouw van een land (invoerrechten of quota, exportsubsidies …)

mercantilisme: economische politiek die onder andere via protectionistische maatregelen ernaar streeft om meer geld binnen een staat te houden dan dat er buiten vloeit. De term is afgeleid van het Latijnse woord ‘mercator’, dat ‘koopman’ betekent.

Verlichting: filosofische beweging in de 18e eeuw, met als belangrijkste principes: vrijheid, gelijkheid en rationaliteit

abolitionist: iemand die streeft naar de afschaffing van slavenhandel en slavernij. Het woord komt van het Engelse ‘to abolish’, dat afschaffen betekent.

natuurlijke rijkdommen. Ze voeren er ook nieuwe teelten in (onder andere suikerriet) die erg arbeidsintensief zijn. Om in de mijnen en op de plantages te werken heeft men veel en goedkope werkkrachten nodig. Aanvankelijk wordt de autochtone bevolking (‘indianen’) daarvoor tot slavernij gedwongen. Die inlandse bevolking is echter niet alleen opstandig, maar ook heel verzwakt en sterk verminderd door allerlei ziektes die door de Europeanen zijn meegebracht. Bovendien moeten onder andere de Spaanse vorsten – onder druk van de Kerk – de ‘indianen’ bepaalde rechten verlenen (zie les C1). Ze blijven wel tweederangsburgers, maar kunnen toch niet meer schaamteloos uitgebuit worden. Om het tekort aan arbeidskrachten op te vangen, wordt steeds meer naar het Afrikaanse continent gekeken. Al eeuwen onttrekken islamitische samenlevingen daar mensen om hen als slaven tewerk te stellen. Sommige Europese landen gaan dat vanaf de 15e eeuw ook beginnen doen.

Eerst gebeurt dat nog op relatief kleine schaal, maar doorheen de eeuwen neemt de omvang van die handel steeds grotere vormen aan. Geschat wordt dat tussen de 15e en de 18e eeuw zo’n 10 à 12 miljoen Afrikanen via de Atlantische Oceaan als slaaf zijn weggevoerd door Europese slavenhandelaars. Enigszins ongenuanceerd gesteld, verloopt die handel als volgt: schepen van Europese slavenhandelaars varen vanuit Europese havens met Europese producten (alcohol, vuurwapens …) aan boord naar de Afrikaanse westkust. Daar worden die goederen met lokale heersers geruild voor mensen om als slaaf te verkopen. Die mensen zijn vaak krijgsgevangenen die geroofd zijn uit het binnenland. Vervolgens varen die schepen met hun menselijke lading naar Amerika. Daar worden de gevangenen op allerlei slavenmarkten verkocht. Met het verdiende geld kopen de handelaars dan Amerikaanse goederen, die ze daarna naar Europa verschepen. Die handel via de Atlantische Oceaan tussen Europa, Afrika en Amerika staat ook bekend als de ‘duivelse driehoekshandel’. Met onder andere argumenten uit de Bijbel en met ‘racistische’ theorieën proberen slavenhandelaars en slavenhouders die handel en de slavernij te verantwoorden.

verzet, staan strenge straffen te wachten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er geregeld opstanden uitbreken. Die zijn echter vaak niet georganiseerd. Ze worden dan ook meestal snel en brutaal onderdrukt. Toch zit de angst voor opstanden er bij de slavenhouders goed in. Met harde hand en soms wrede straffen proberen ze de slaven voldoende angst aan te jagen, maar dus soms juist met een tegenovergesteld resultaat. De enige slavenopstand die écht succesvol is, vindt plaats aan het einde van de 18e eeuw in de Franse kolonie Saint-Domingue, het huidige Haïti. Daarbij worden uiteindelijk alle Europeanen vermoord. Ondanks strenge regels rond rassenscheiding en pogingen om de Afrikanen te ‘europeaniseren’, ontwikkelt zich op vele plaatsen in Amerika, en vooral in Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied, een erg gemengde bevolking met een cultuur (eten, muziek …) die zowel Europese, Afrikaanse als ‘indiaanse’ invloeden heeft.

In de loop van de 18e eeuw – onder andere onder invloed van de Verlichting (zie les F1) – gaan er steeds meer stemmen op om aan die mensonterende praktijken een einde te maken. Vooral in GrootBrittannië, waar zich een beginnend ‘democratisch’ systeem begint te vormen, laten de tegenstanders van de slavenhandel en de slavernij (abolitionisten) steeds luider van zich horen. Tijdens de Franse Revolutie (vanaf 1789 – zie les F3) worden de eerste wettelijke maatregelen tegen de slavenhandel en de slavernij genomen. Met de uitvoering van die maatregelen loopt het echter vaak mis en soms worden ze zelfs teruggedraaid.

proefversie©VANIN

revolutie: (als politiek begrip) opstand van een (groot deel van de) bevolking die tot een nieuw en ander bestuur leidt

Het lot van de Afrikaanse slaven in Amerika is weinig benijdenswaardig. Ze moeten vaak zware arbeid verrichten. Velen houden dat niet lang vol. Dat is trouwens ook de belangrijkste reden waarom er steeds nieuwe arbeidskrachten moeten worden aangevoerd. Wie niet hard genoeg werkt of zich

In 1807 verbiedt Groot-Brittannië als een van de eerste landen ter wereld de handel in slaven (binnen het Britse Rijk). Geleidelijk volgen de andere Europese landen. De handel wordt aanvankelijk echter nog overgenomen door nietsontziende zakenlui en piraten. Wanneer later ook de slavernij meer en meer wordt verboden, valt die handel geleidelijk stil. Niet alleen menslievendheid ligt aan de basis van het verbod op slavenhandel en slavernij, maar ook het feit dat slavenarbeid niet langer rendabel blijkt. Dankzij de bevolkingstoename zijn gewone arbeidskrachten goedkoper. Ook de uitvinding van allerlei machines maakt grootschalige slavenarbeid steeds meer overbodig.

Vandaag verbieden talrijke wetten en verklaringen (mensenrechten) de slavernij. In de praktijk echter worden wel nog altijd miljoenen mensen in slavernij gehouden.

1 de b egrippen ‘wisselbrief’, ‘naamloze vennootschap’, ‘handelsen industrieel kapitalisme’, ‘beurs’, ‘mercantilisme’, ‘duivelse driehoekshandel’ en ‘abolitionist’ verklaren

2 de o ceaan geven die tijdens de middeleeuwen de draaischijf van de wereldhandel is

3 uitleggen hoe tijdens de middeleeuwen de oosterse producten in Europa geraken

4 de verschuiving van het economische zwaartepunt in Europa aan het begin van de vroegmoderne tijd uitleggen

5 de reden noemen voor die verschuiving

6 voor de 16e, 17e en 18e eeuw telkens een voorbeeld van een belangrijke Europese havenstad geven

7 een gevolg van de ongelijke handelsbalans tussen Europa en Azië in de vroegmoderne tijd geven

8 uitleggen hoe de ontdekking van Amerika de handel met Azië heeft bevorderd

9 een negatief gevolg van de toevloed van edelmetaal uit Amerika noemen

10 drie manieren noemen waarop men later het tekort aan edelmetaal heeft proberen op te vangen

11 twee redenen noemen waarom de doorbraak van het bankbiljet zo lang op zich laat wachten

12 twee voordelen van privésamenwerking in de intercontinentale handel noemen

13 een b elangrijk voordeel van een naamloze vennootschap geven

14 twee redenen noemen waarom de VOC een machtige organisatie wordt

15 de o orzaak voor de mercantilistische politiek van Frankrijk en Engeland geven

16 het verschil tussen de Franse en Engelse mercantilistische politiek uitleggen

17 de o orzaak en de plotse groei van de Europese handel in Afrikaanse slaven aan het begin van de vroegmoderne tijd uitleggen

18 twee manieren noemen waarop men de slavenhandel goedpraat

proefversie©VANIN

19 het lot van de slaven in Amerika beschrijven

20 de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij in de tijd situeren

21 twee redenen noemen – buiten elementaire mensenrechten – die mee verklaren waarom slavenhandel en slavernij door de Europeanen worden afgeschaft

KUNNEN

1 de representativiteit van historische bronnen beoordelen

2 historische bronnen vergelijken

3 gevraagde informatie uit verschillende soorten aangeboden bronnen halen

4 zelf extra informatie opzoeken

5 kenmerken onderscheiden van interculturele contacten tussen westerse en niet­westerse samenlevingen

6 omgaan met collectieve herinnering bespreken

7 de invlo ed van de standplaatsgebondenheid op historische beeldvorming analyseren

De VOC wordt in 1602 opgericht. De Compagnie weet op korte termijn een enorm handelsimperium uit te bouwen, dat zich uitstrekt langs de Afrikaanse kusten, de zuidkusten van Azië en over het huidige Indonesië tot in China en Japan. Bij de uitbouw van dat rijk schrikt de organisatie er niet voor terug om geweld te gebruiken als het haar belangen dient. Zo wordt bijvoorbeeld de lokale bevolking op de Banda-eilanden (deel van het huidige Indonesië) in 1621 bijna volledig uitgemoord. Dat is trouwens een van de redenen waarom de VOC – ooit een trots hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis – vandaag met heel wat kritiek te maken krijgt. Sommigen vinden de Nederlandse trots nu misplaatst.

In de loop van de 18e eeuw krijgt de VOC het steeds moeilijker om haar positie te handhaven. Concurrentie van andere Europese mogendheden –vooral van Engeland – en problemen met lokale vorsten en volkeren leiden tot een niet-aflatende reeks van oorlogen en militaire interventies, die vaak ook nog eens in het nadeel van de VOC verlopen.

BRON 1 Het logo van de VOC

PeriodeUitgavenInkomstenWinstAantal schepen uitgestuurd

1621-1630

1631-1640

1641-1650

1651-1660

1661-1670

1671-1680

1681-1688

1689-1700

1701-1710

1711-1720

1721-1730

1731-1740

1741-1750

1751-1760

1761-1768

1769-1780

1781-1790

17 400 000

16 400 000

27 000 000

38 400 000

41 500 000

44 900 000

35 700 000

69 000 000

55 800 000

63 400 000

58 200 000

74 900 000

81 800 000

82 700 000

67 000 000

88 500 000

100 400 000

18 300 000

28 400 000 37 400 000

40 700 000

57 900 000

47 300 000

38 700 000

58 700 000

44 300 000

54 200 000

44 900 000

54 200 000 70 000 000 74 600 000

49 200 000 58 400 000

000 000

Omgerekend naar Nederlandse guldens, afgerond op honderdduizendtallen

Uit: Femme S. Gaastra, De geschiedenis van de VOC, 2002

a In welke periode maakt de VOC haar grootste winst?

b Is de VOC altijd winstgevend geweest? Motiveer je antwoord.

BRON 3 Uitspraak van Jan-Peter Balkenende

Ik begrijp niet waarom u hier zo negatief en vervelend over doet. (...) Laten we blij zijn met elkaar! Laten wij optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?

Naar: Jan-Peter Balkenende, 2006

Jan-Peter Balkenende is minister-president (eerste minister) van Nederland van 2002 tot 2010. Hij doet deze uitspraak tijdens een debat in het Nederlandse parlement. Voor die uitspraak krijgt hij veel kritiek. Toch zullen ook daarna nog Nederlandse politici verwijzen naar de VOC als voorbeeld voor het huidige Nederland.

proefversie©VANIN

c Dalende inkomsten zorgen op termijn voor een afname van de winsten. Juist of fout? Argumenteer.

d Geef twee factoren die de stijgende uitgaven helpen te verklaren.

e Wat bedoelde Jan-Peter Balkenende met zijn uitspraak, denk je?

f Probeer te verklaren waarom hij op die uitspraak zo veel kritiek kreeg.

g No em een hoofdstuk uit de Belgische geschiedenis waar ooit met trots op werd teruggekeken, maar waar vandaag meer kritisch naar wordt gekeken.

BRON 4 De zilverproductie in Potosí

Naar: John J. Tepaske, A New World of Gold and Silver, 2010

Potosí is een stad in het huidige Bolivia. De stad is gesticht in 1545 door de Spanjaarden nadat zij daar een jaar eerder de aanwezigheid van grote hoeveelheden zilvererts hebben ontdekt. Geschat wordt dat ongeveer 60 % van alle zilver dat in de 16e eeuw wordt gewonnen, afkomstig is uit Potosí. Om dat zilver boven te halen worden op grote schaal de lokale bevolking en later ook Afrikaanse slaven ingezet. De arbeidsomstandigheden zijn daarbij erbarmelijk.

Het Amerikaanse zilver – ook in Mexico wordt veel zilver gewonnen – belandt uiteindelijk vooral in China. Enerzijds rechtstreeks via de Stille Oceaan en door Spaanse handelaars. Anderzijds onrechtstreeks via Europa. Daar worden door de Spanjaarden ook grote hoeveelheden zilver ingevoerd. Dat zilver zal vervolgens via handelaars uit verschillende Europese landen zijn weg vinden naar Azië.

BRON 5 Graanprijzen in Londen in zilver, 1260-1750

proefversie©VANIN

Naar: Global Price and Income History Group

BRON 6 Routes van de Venetiaanse handelsgaleien

a Welk verband merk je op tussen beide grafieken?

b Probeer ook een verklaring te geven voor dat verband.

c Waarom eindigt het meeste zilver uiteindelijk in Azië, denk je?

Naar: Fernand Braudel, Beschaving, economie en kapitalisme (15e-18e eeuw). Deel III. De Tijd van de wereld, 1979

De Venetiaanse handelsgaleien vertrokken vanuit Venetië, maar voor de overzichtelijkheid staan de trajecten vanaf het begin van de Adriatische Zee aangegeven.

a Welke continenten werden door de Venetianen met elkaar verbonden?

b Welke evolutie merk je doorheen de jaren?

c Probeer een mogelijke verklaring voor die evolutie te geven.

d Wie profiteerde het meest van die evolutie?

monopolie: recht om met uitsluiting van anderen iets te mogen verhandelen, vervaardigen of verrichten

BRON 7 Keizerlijke vergunning voor slavenhandel

Aan onze officiële vertegenwoordigers die verblijven in de stad Sevilla in ons handelshuis voor de Indiën [ het Caribisch gebied]; weet dat ik toestemming heb gegeven, en hiermee toestemming geef, aan Lorenzo Gorrevod, gouverneur van Bresa, lid van mijn Raad, waardoor hij, of de personen die daarvoor zijn goedkeuring hebben, om naar de Indiën (…) te voeren vierduizend [Afrikaanse] slaven, mannen en vrouwen, als zij christenen zijn.

proefversie©VANIN

Uit: Karel V, Charter voor Lorenzo de Gorrevod, 1518

Karel V (1500-1558) is onder andere koning van Spanje. In de periode voor dit charter is de handel in slaven naar Amerika nog sterk beperkt. Lorenzo de Gorrevod of Laurent de Gouvenot (ca. 1470-1529) is een van de zogenaamde ‘Flamenco’s’ of ‘Vlamingen’ aan het Spaanse hof, de algemene benaming voor mensen uit de Nederlanden (ongeveer de huidige Benelux). Die gebieden behoren op dat moment tot het rijk van Karel V. Van ‘België’ of ‘Vlaanderen’ zoals we het nu kennen is dan nog totaal geen sprake. Gouvenot is inderdaad vanuit de Nederlanden naar Spanje afgezakt, maar hij komt oorspronkelijk uit Bresse, in het zuidoosten van het huidige Frankrijk. Nadat hij van Karel dit monopolie op het verhandelen van Afrikanen heeft gekregen, verkoopt hij het onmiddellijk door voor veel geld.

a Waarom zal Karel V volgens jou hiermee de deur openzetten voor slavenhandel naar Amerika?

TIP Lees de lestekst.

b Waar mogen die slaven vandaan komen?

c Welke voorwaarde stelt de koning?

d In 2018 titelde een ar tikel op de website van VRT NWS ‘Slavenhandel tussen Afrika en Amerika begon 500 jaar geleden … met een Vlaming’. Het volledige artikel vind je online.

1 Welke termen zijn volgens jou van toepassing op die beeldvorming?

Kies uit: historisch correct (betrouwbaar) – anachronisme – veralgemening.

2 Wat wilde de schrijver van het artikel met die titel bereiken, denk je?

BRON 8 Verdediging van de slavernij

Soo seg ick / dat de Inboorlingen of Negers, Negros soo als ick haar voortaan sal noemen (vermits het woord van Neger of Niger, Swart beteekend / en Negers, Swarten,) alle en geene uytgesonderd van een schelachtigen en bedriegelijken Aart syn / op wien men sig selden mag verlaten. Zy en sullen geen gelegentheyd om een Europiaan, ja om malkander te bedriegen, laten voorby gaan; (…) Eten de negers des gering en weynig / zy suypen des te overvloediger (…) In den beginnen van desen brief heb ik UE gesegt / dat de Negers geheel luy, en niet wel aan ’t werken te krijgen sijn / dies sy ook seer weynig Konsten en Handwerken onder haar hebben (…)

Over ‘mulatten’, kinderen van Europeanen en Afrikanen:

Dit geele gebroed is / jong zijnde / niet seer mooy, en oud geworden sijnde / sou men’er de Kinders meede konnen na Bed toe jagen.

Uit: Willem Bosman, Nauwkeurige Beschryving van de Guinese Goud- Tand- en Slaave-kust (…), 1703

Willem Bosman (1672-na 1703) is handelsagent van de West-Indische Compagnie (WIC). Dat is een ‘Nederlandse’ vennootschap die zich vooral met de handel van slaven bezighoudt. In dienst van de WIC verblijft hij 14 jaar in Fort Elmina, een belangrijke (slaven)handelspost in het huidige Ghana. In 1702 keert hij terug naar de Verenigde Provinciën, waar hij zijn boek publiceert. Van zijn verdere leven is niets geweten. De tekst is eigenlijk een bundeling van de vele brieven die hij aan zijn neef doorheen de jaren heeft geschreven. Bovenstaande fragmenten komen uit zijn negende brief. Het boek wordt in de 18e eeuw meermaals herdrukt en ook vertaald naar het Frans, het Duits, het Italiaans en het Engels.

a Welk beeld hangt Bosman op van Afrikanen? Mag een dergelijke mening tegenwoordig nog verkondigd worden? Motiveer.

b Bestaan dergelijke meningen nog?

c Waarom maakten opvattingen als die van Bosman de slavenhandel meer aanvaardbaar?

d Wat is een mogelijke reden waarom de tekst in zijn originele vorm is gebracht en niet in een hedendaagse vertaling?

e Is dit een representatieve bron? Of, met andere woorden, denk je dat zijn mening door veel tijdgenoten werd gedeeld?

BRON 9 De driehoekshandel

a Naar welk continent brengen de Europeanen de meeste slaven?

b In welke sectoren worden de meeste slaven tewerkgesteld? Kies uit: industrie – plantages –scheepsbouw – mijnbouw – visserij.

c Met welke producten keren de slavenhandelaars terug naar Europa?

d Welke oceaan is de draaischijf van die Europese slavenhandel?

e Bekijk de Europese handel tussen de continenten. Waarom spreekt men van driehoekshandel, denk je?

f Naar waar en door wie werden er ook veel Afrikaanse slaven vervoerd?

BRON 10 Een slavenhandelaar aan het woord

De mensen werden beschouwd als koopwaar, die men ruilde voor Europese producten. Het kwam er dus op aan zulke waren uit te zoeken, die de zwarten nodig hadden of wensten. Dat waren in de eerste plaats alle soorten geweren en kruit, tabak, aarden pijpen, brandewijn, katoen en allerlei snuisterijen (spiegels, messen, naalden ...).

De Afrikanen (...) waren eraan gewoon geraakt die waren van de Europeanen te betrekken. Daarom probeerden ze zich andere waren te verschaffen om te ruilen, want geld hadden ze niet. Alle gevangenen van kleine oorlogen werden verhandeld ofwel aan zwarte slavenhandelaars, ofwel rechtstreeks aan de Europese slavenschepen.

Als de stamhoofden echter gebrek hadden aan dergelijke oorlogsbuit, dan pakten zij eenvoudig die onderdanen op die zij het best konden missen. Het kwam ook voor dat de vader zijn kinderen, de man zijn vrouw en de ene broeder de andere broeder naar de slavenmarkt sleepte. Bij zulke rooftochten ontbrak het natuurlijk niet aan gruwelijkheden van allerlei aard. Maar het moet worden toegegeven dat de Europeanen met hun vraag naar dergelijke koopwaar de aanleiding vormden voor al deze ellende.

Uit: Joachim Nettelbeck, Memoires, 1821-1823, bewerking

Joachim Nettelbeck (1738-1824) is een Duitse avonturier en zeeman. Als 11-jarige maakt hij – aanvankelijk als verstekeling* –een reis mee aan boord van een Hollands slavenschip. Later, in de jaren 1770, maakt hij opnieuw een aantal van dergelijke reizen mee, maar ditmaal als eerste stuurman. In zijn ‘Memoires’ – geschreven nadat de meeste Europese landen de slavenhandel officieel hadden verboden – neemt hij afstand van die slavenhandel. Hij voegt er wel het volgende aan toe: ‘Vijftig jaar geleden was en gold deze kwaadaardige mensenhandel als een handel zoals een andere, zonder dat men veel nadacht over de wettigheid of onwettigheid ervan. Wie daarbij betrokken was, wachtte een harde en zware dienst, maar ook een acceptabele winst. Barbaarse wreedheid tegen de aangekochte mensenlading was daarbij geen noodzakelijke voorwaarde en vond waarschijnlijk slechts in geïsoleerde gevallen plaats; ook heb ik van mijn kant nooit daartoe geadviseerd of geholpen.’

* verstekeling: iemand die zich illegaal of ongewenst aan boord van een schip bevindt

a Waarom werken de Afrikanen zelf mee aan die slavenhandel?

b Wat doen sommige stamhoofden als ze geen krijgsgevangenen hebben?

c Wie heeft volgens de auteur de meeste schuld aan die handel: de Afrikanen of de Europeanen? Motiveer.

d Lees de informatie over de auteur. Nettelbeck heeft deze tekst bijna 50 jaar na de feiten geschreven. Welke evolutie (verandering) heeft zijn beschrijving beïnvloed?

e Ho e blijkt dat die evolutie een invloed heeft gehad?

BRON 11 De slavenhandel in cijfers (uitgedrukt in duizendtallen)

Regio 1451-16001601-17001701-18101811-1870Totaal

Noord-Amerika - - 496 51547

Spaans-Amerika 75293623606 1 597

Caraïben - 464 3 366 96 3 926

Brazilië 50560 1 9101 1453 665

Atlantische eilanden 150 25 - - 175

Totaal 275 1 3416 3951 8989 910

Jaarlijks gemiddelde 1,813,458,131,623,6

a In welke eeuw begint de handel in Afrikaanse slaven naar Amerika?

b Tot in welke eeuw neemt de slavenhandel drastisch toe?

c In welke periode krijgt de handel af te rekenen met een scherpe daling?

d Zo ek op wanneer in volgende landen de slavernij officieel werd afgeschaft: Verenigde Staten en Oman.

e Zo ek een artikel over slavernij of slavenhandel in de hedendaagse tijd.

proefversie©VANIN

De volgende dag werden mijn zuster en ik gescheiden [ nadat we door zwarte slavenjagers werden ontvoerd]. Zij werd van mij afgerukt en onmiddellijk weggedragen terwijl ik achtergelaten werd in een verwarring die niet te beschrijven is. Ik huilde en jammerde voortdurend en gedurende een aantal dagen at ik niets behalve wat zij in mijn mond propten. (…)

[ Na een aantal keer te zijn doorverkocht wordt uiteindelijk de kust bereikt.] Het eerste wat ik zag toen ik aankwam aan de kust was de zee met een slavenschip dat daar voor anker lag en wachtte op een lading. Dat vervulde mij met verbazing, die weldra omsloeg in ontzetting toen ik aan boord werd gebracht. Ik werd onmiddellijk door een paar bemanningsleden beetgepakt en heen en weer geschud om te zien of ik gezond was en ik was er nu van overtuigd dat ik terecht was gekomen in een wereld van boze geesten die mij zouden doden. (…)

Toen ik het schip rondkeek (…) en een menigte zwarte mensen zag die aan elkaar geketend waren, terwijl elk van hun gelaatstrekken wanhoop en verdriet uitdrukte, twijfelde ik niet meer aan mijn lot. (…)

Weldra was ik benedendeks gebracht, en daar kregen mijn neusgaten een begroeting zoals ik nog nooit in mijn leven had meegemaakt. Door de verfoeilijke stank samen met het huilen werd ik zo ziek en beroerd dat ik niet kon eten (…) Ik verlangde nu naar de laatste vriend, de dood, om mij te verlossen; maar spoedig boden twee witte mannen mij etenswaren aan, en toen ik weigerde te eten, hield een van hen mij vast bij de handen en legde mij over de windas, en bond mijn voeten terwijl de andere mij zwaar geselde.

Uit: Olaudah Equiano, Het interessante verhaal over het leven van Olaudah Equiano of Gustavus Vassa, de Afrikaan, 1789

Olaudah Equiano (ca. 1745-1797) is volgens zijn eigen zeggen geboren in het huidige Benin als zoon van een lokale leider. Zijn vader houdt en verkoopt ook slaven. Die slaven zijn ‘krijgsgevangen, of eigen mensen die waren veroordeeld voor ontvoering, of overspel, of misdaden die we afschuwelijk achten’. Ze worden verkocht voor zaken als geweren, buskruit … Equiano wordt evenwel als kind ontvoerd en zelf als slaaf verkocht. Hij belandt eerst in Amerika. Daar wordt hij niet tewerkgesteld op een plantage of in de mijnen, maar dient hij persoonlijk zijn meester. Hij krijgt ook de kans om te leren lezen en schrijven. Na daar nog een paar maal te zijn doorverkocht, en ondertussen de naam Gustavus Vassa te hebben gekregen, weet hij zich vrij te kopen – iets wat eerder uitzonderlijk was. Hij vestigt zich vervolgens in Londen, waar hij mee campagne zal voeren tegen slavenhandel en slavernij. Om die campagne kracht bij te zetten publiceert hij zijn levensverhaal, een van de eerste werken geschreven door een Afrikaan dat in Europa is gepubliceerd.

a Wat is het belangrijkste verschil tussen het getuigenis in deze bron en bron 8 en 10?

b No em twee passages uit de bron die duidelijk maken dat de slavenhandel onmenselijk en gruwelijk was.

c Lees het eerste deel van de informatie bij de bron en vergelijk dat met de tekst van Nettelbeck (bron 10).

Spreken de teksten elkaar tegen of niet?

d Is deze bron representatief voor het lot van de meeste slaven?

BRON 12 Het verhaal van een slaaf

Deze tekening wordt in 1788 gepubliceerd door de afdeling in Plymouth van de Maatschappij voor de Afschaffing van de Slavenhandel. Die vereniging is in 1787 mee opgericht door Thomas Clarckson (1760-1846), een van de belangrijkste stemmen tegen de slavenhandel in Groot-Brittannië. Voor zijn verzet tegen die slavenhandel wordt hij in Liverpool – een van de belangrijkste havens voor de Britse slavenhandel en de thuisbasis van het schip ‘Brookes’ – zelfs aangevallen en bijna vermoord door zeelui die betaald zijn door slavenhandelaars.

De tekening wordt vervolgens op grote schaal gekopieerd en verspreid. Tegenwoordig is het een van de meest gebruikte afbeeldingen om de gruwel en de onmenselijkheid van de slavenhandel aan te tonen. De tekening leert bijvoorbeeld dat het schip in theorie 454 slaven kon vervoeren, maar dat er in werkelijk soms meer dan 600 slaven aan boord waren.

a Ho e blijkt uit deze tekening dat winstbejag dé drijfveer was van de slavenhandelaars?

b Zowel in het verleden als tegenwoordig is er ook kritiek op de afbeelding omdat er fouten en onnauwkeurigheden in zouden zitten. Waarom was een volledig juiste voorstelling misschien niet het belangrijkste doel van de makers?

Humanisme en wetenschap D2

Vanaf de 14e eeuw ontstaat er in Italië een nieuwe kunststroming: de renaissance (zie les D7). Op hetzelfde moment formuleren een aantal intellectuelen nieuwe opvattingen over cultuur en wetenschap. We noemen die intellectuelen humanisten. Hun beweging komt in de 15e eeuw in Italië in volle bloei en verspreidt zich in de 16e eeuw over heel Europa. Wat is humanisme? Welke invloed heeft de boekdrukkunst op het humanisme? Welke opvattingen worden verdedigd door de belangrijkste humanisten? Hoe bevordert de werkwijze van de humanisten de vooruitgang van de wetenschap?

proefversie©VANIN

gezagsargument: argument dat men aanvaardt omdat het van een geleerd, machtig of invloedrijk persoon komt

1De humanisten en de oudheid

BRON 1-2-3 De humanisten bestuderen met belangstelling de klassieke oudheid. Velen beweren zelfs dat zij de klassieke oudheid herontdekken. Maar al in de 12e eeuw kennen en bestuderen geleerden de meeste Griekse en Romeinse auteurs. Humanisten gaan echter verder. Ze proberen een volledig en historisch correct beeld te vormen van de klassieke oudheid. Daarom sporen de geleerden oude, veelal middeleeuwse, manuscripten van klassieke auteurs op. Ze vergelijken de verschillende versies van één tekst met elkaar om zo de fouten te ontdekken en daarna die tekst in zijn oorspronkelijke vorm te herstellen. Na de uitvinding van de boekdrukkunst in de 15e eeuw verzorgen belangrijke humanisten kritische tekstuitgaven van klassieke auteurs. Dankzij de boekdrukkunst vermindert de kans op kopieerfouten en worden de teksten bereikbaar voor een veel groter publiek.

De meeste humanisten beperken zich niet tot louter historisch of taalkundig onderzoek. Gedreven door hun kritische zin ontwikkelen ze een persoonlijke visie op mens en maatschappij. Ze willen allerlei wantoestanden aanpakken en gebruiken teksten en

De humani corporis fabrica (Vesalius)

heliocentrisme (Copernicus)

citaten van klassieke auteurs om hun standpunten te verantwoorden. Hun kritische ingesteldheid tegenover de teksten beïnvloedt ook de wetenschap in de 16e en 17e eeuw. De meeste wetenschappers krijgen een klassieke opleiding en zijn niet langer tevreden met het herhalen van gezagsargumenten . Ze willen zelf het bronnenmateriaal bestuderen en zich baseren op eigen onderzoek en waarneming.

2Erasmus, More en Machiavelli willen de maatschappij veranderen

BRON 4 t.e.m. 15 Erasmus, More en Machiavelli zijn drie belangrijke humanisten. Hun boeken laten een blijvende indruk na en het valt op hoe actueel vele van hun ideeën nog altijd zijn. Desiderius Erasmus van Rotterdam (ca. 1469-1536) wordt geboren als een zoon van een priester. Hij krijgt een klassieke opleiding. In 1487 doet hij zijn intrede in het klooster. Zijn hele leven lang is hij gesteld op zijn vrijheid. Hij wil niet gebonden worden door regels en verplichtingen. Het kloosterleven boeit hem dan ook niet en hij grijpt de kans om theologie te studeren in Parijs. Al snel bouwt hij een reputatie op als schrijver. Zo verzorgt hij een kritische uitgave van het Nieuwe

Testament. Een van zijn meest verkochte werken is de ‘Adagia’. Die bestseller wordt vele malen herdrukt en opnieuw uitgegeven. De laatste uitgave bevat meer dan 4 000 spreekwoorden en citaten uit de klassieke oudheid. Vele daarvan worden nu nog altijd gebruikt.

In 1509 komt de ‘Lof der zotheid’ uit. Dat betekent ‘Morias enkomion’ in het Grieks. Het is dan ook opgedragen aan zijn goede vriend Thomas More. In Leuven is Erasmus vanaf 1517 betrokken bij de oprichting van het Collegium Trilingue, het Drietalencollege. Daar studeren de studenten de talen van de Bijbel en de klassieke oudheid: Grieks, Latijn en Hebreeuws. Erasmus pleit in het begin van de 16e eeuw voor vrede en verdraagzaamheid. Hij schrikt er echter niet voor terug om scherpe kritiek te leveren op machtsmisbruik en schijnheiligheid, bijvoorbeeld in de Kerk. Gezagsdragers hechten belang aan het standpunt van Erasmus. Zo vraagt zowel de paus als Luther (zie les D3) aan Erasmus om hem te ondersteunen. Die laat zich niet onder druk zetten. Pas na enkele jaren neemt hij stelling tegen Luther, mede omdat zijn optreden leidt tot een scheuring in de Kerk. De kritische Erasmus wil de katholieke Kerk van binnenuit hervormen. Hervormers gebruiken wel zijn kritiek op de Kerk uit de ‘Lof der Zotheid’.

Uiteraard is het verhaal over Utopia, dat letterlijk ‘Nergensland’ betekent, verzonnen. More pleit er ook niet voor om van Europa een nieuw Utopia te maken. Hij wil de mensen alleen maar tonen dat de wantoestanden in Europa en Engeland niet vanzelfsprekend zijn en dat men met vindingrijkheid en doorzettingsvermogen de maatschappij kan verbeteren. Aan More danken we het woord ‘utopie’. Misschien zou hij ontevreden zijn met de verklaring van het woord in het woordenboek: een niet te verwezenlijken droombeeld. Vele denkers na More gaan op zoek naar hun utopie. Zij fantaseren over de ideale maatschappij.

Aragon: Spaans koninkrijk gelegen in het noordoosten van Spanje

pragmatisch: praktisch, nuttig, bruikbaar

proefversie©VANIN

De Engelse jurist Thomas More (1477/8-1535) krijgt als rechter de reputatie onomkoopbaar te zijn. Net als Erasmus trekt de klassieke oudheid hem sterk aan en verdiept hij zich in Grieks en filosofie. Hij wordt in de adelstand verheven en brengt het tot voorzitter van het Lagerhuis of parlement. Hij wordt uiteindelijk kanselier, na de koning de belangrijkste politieke functie. More blijft vasthouden aan zijn principes. Zo weigert hij de nietigverklaring van het huwelijk van koning Hendrik VIII met Catharina van Aragon te steunen en de koning als hoofd van de Kerk te erkennen. Hendrik VIII laat Thomas More onthoofden. Vier eeuwen later wordt More vanwege zijn trouw aan Rome heilig verklaard. ‘Utopia’ (1516) is het bekendste werk van More. In het verhaal komt de geleerde zelf aan het woord. Hij vertelt over een reis naar Brugge als gezant van Hendrik VIII. Hij bezoekt Pieter Gillis, de Antwerpse stadssecretaris. Thomas More verweeft fictie met werkelijkheid in het verhaal. Pieter Gillis nodigt More uit voor een etentje bij hem thuis. Gillis, More en de andere gasten discussiëren over alle problemen van hun tijd. Daarop reageert een van de gasten, de Portugees Hythlodaeus, dat hij net teruggekeerd is van de kusten van Zuid-Amerika. Daar heeft hij een eiland ontdekt, Utopia. Op Utopia hebben de mensen een ideaal samenlevingsmodel opgebouwd, zonder standenmaatschappij, met gemeenschappelijke boerderijen en zonder geld of privébezit. De inwoners van Utopia zijn bovendien enorm verdraagzaam tegenover andersdenkenden.

Niccolo Machiavelli (1469-1527) is niet tegen het gebruik van geweld zoals Erasmus, of voor de morele principes zoals More. Machiavelli is een belangrijk politicus in de republiek Firenze. Als diplomaat reist hij onder andere naar Duitsland en Frankrijk. Hij treedt zelfs op als legeraanvoerder tegen Pisa. Nadat de familie de Medici in 1512 de macht heroverd heeft in Firenze (Florence), krijgt Machiavelli zijn ontslag. Jarenlang hoopt hij zijn politieke carrière te mogen hervatten. Hij draagt zijn boek ‘Il Principe’ (‘De heerser’) op aan Lorenzo de Medici. Volgens het verhaal toont Lorenzo de Medici meer belangstelling voor twee jachthonden dan voor het boek van de schrijver. Uiteindelijk krijgt Machiavelli enkele opdrachten. In 1527 moeten de Medici’s weer vluchten uit Firenze en ook voor Machiavelli betekent dat het einde. De nieuwe republiek stelt geen vertrouwen in hem en laat hem links liggen.

Machiavelli overlijdt in hetzelfde jaar.

Het doel van Niccolo Machiavelli is de vereniging van Italië door een sterke leider. Het ontbreken van zo’n figuur leidt volgens hem tot chaos en oorlog. In zijn boek beschrijft hij op treffende wijze de politieke en militaire ontwikkelingen van zijn tijd. Hij geeft een heerser raad over hoe hij moet regeren. Daarbij verwijst hij naar voorbeelden uit de klassieke oudheid en zijn eigen tijd. Zijn conclusies komen heel hard, maar realistisch over. Zo stelt hij dat een heerser alles mag doen als het maar in het belang van de staat is. Het doel heiligt dus de middelen. Morele overwegingen spelen daarbij geen rol. Liegen, bedriegen, moorden en oorlog zijn toegelaten als de staat er beter van wordt. De taak van de politicus bestaat erin om eerst te bepalen wat zijn doel is. Daarna moet hij onderzoeken over welke middelen hij beschikt om dat doel te bereiken. Ten slotte moet hij een rationele afweging maken: met welk middel bereikt hij het best dat doel? De pragmatische aanpak van Machiavelli lokt veel verontwaardiging uit. Hij wordt verketterd als duivels en immoreel, terwijl hij zichzelf beschouwt als een realistisch denker.

dissectie: ontleding van een dood lichaam

barbier: iemand die baarden scheert. Hij heeft scherpe messen en verband in zijn bezit en kan ook heelkundige ingrepen verrichten.

chirurgijn: praktisch geschoolde geneesheer. Het beroep is ontstaan uit dat van barbier.

aderlating: medische behandeling waarbij een ader wordt geopend om bloed af te tappen

degeneratie: achteruitgang of verval

anatomie: opbouw van het menselijk lichaam

Wetenschappelijke vooruitgang

BRON 16-17-18-19-20-21-22 Een aantal zaken leidt tot een aanzienlijke wetenschappelijke vooruitgang in de vroegmoderne tijd: dankzij de boekdrukkunst verspreiden nieuwe inzichten zich snel. Vanaf de 17e eeuw worden er wetenschappelijke genootschappen en academies opgericht die onderzoek ondersteunen en de uitwisseling van ideeën bevorderen. Dankzij de kritische zin van de humanisten en hun geloof in de eigen waarneming durven meer en meer geleerden af te wijken van gezagsargumenten. De Poolse wetenschapper Copernicus (1473-1543) veroorzaakt een omwenteling in de astronomie. Vanuit zijn waarnemingen komt hij tot de conclusie dat de zon een vaste ster is waarrond de planeten draaien (heliocentrisme). De aarde is slechts een van die planeten en zeker niet het middelpunt van het heelal. De Italiaanse wetenschapper Galileo Galilei (15641642) verdedigt de ideeën van Copernicus en komt daardoor in conflict met de Kerk. Het heliocentrisme is immers in tegenspraak met een letterlijke interpretatie van de Bijbel. Galilei wordt gedwongen zijn stellingen te herroepen. Johannes Kepler (15711630) verfijnt de ideeën van Copernicus. Hij toont aan dat de planeten geen cirkelvormige baan rond de zon beschrijven, maar een ellipsvormige baan.

tijd tot zwijgen willen brengen. Het humanisme heeft hun de kritische zin gegeven die ze daarbij nodig hebben.

4Vesalius (1514-1564) geeft de anatomie een wetenschappelijke onderbouwing

proefversie©VANIN

Niet alleen de astronomie, maar ook de geneeskunde, wiskunde, fysica, biologie, menswetenschappen en chemie profiteren van het proefondervindelijk onderzoek van de geleerden. De volgende voorbeelden geven slechts een onvolledig beeld van de kennisexplosie in de vroegmoderne tijd: Cartografen maken steeds meer nauwkeurige kaarten. Dodoens (1517-1585) beschrijft systematisch de planten en rangschikt ze. Isaac Newton (1643-1727) formuleert de wetten van de zwaartekracht. Christiaan Huygens (1629-1695) toont aan dat het licht bestaat uit golfbewegingen. William Harvey (1578-1657) toont aan dat de mens een bloedsomloop heeft. Hij baseert zich daarbij op dissecties van mensen en dieren. Hoewel Harvey waterdichte bewijzen voor zijn stelling levert, krijgt hij veel kritiek. Gui Patin, hoofd van de medische faculteit van Parijs, noemt de bevindingen van Harvey ‘paradoxaal, nutteloos, vals, onmogelijk, absurd en schadelijk’. Vele wetenschappers krijgen af te rekenen met mensen zoals Patin die de oude, traditionele opvattingen verdedigen. Ze moeten onweerlegbare bewijzen vinden voor hun opvattingen als ze de Patins van hun

BRON 23-24-25-26-27 Verschillende groepen mensen houden zich in de vroegmoderne tijd bezig met geneeskunde: aan de universiteiten leren de toekomstige geneesheren Grieks en Latijn. Daardoor kunnen ze klassieke teksten over geneeskunde lezen en begrijpen. De taak van de artsen bestaat uit het stellen van vragen en het voorschrijven van een behandeling. Het ‘vuile werk’ komt toe aan de praktisch geschoolde barbiers en chirurgijnen die aderlatingen uitvoeren, amputaties verrichten, wonden verzorgen en breuken zetten. Vroedvrouwen helpen vrouwen bij de bevalling.

Vesalius (Andries Van Wesele) is afkomstig uit Brussel. Zijn vader werkt daar als apotheker van keizer Karel V. Vesalius studeert aan de universiteiten van Leuven en Padua. Tot in de 16e eeuw baseren anatomen zich vooral op het werk van Galenus (129-199), de Griekse lijfarts van keizer Marcus Aurelius. Bij een dissectie aan een middeleeuwse universiteit leest een professor voor uit het werk van Galenus of een van zijn navolgers. Een chirurgijn voert de dissectie uit terwijl een medewerker met een stok aanduidt wat de professor voorleest. Tegenstellingen met het werk van Galenus worden verklaard als toevallige afwijkingen of als een degeneratie van het menselijk lichaam sinds de oudheid.

Vesalius brengt vernieuwing in de anatomie . Hij krijgt toestemming van de autoriteiten om lijken te ontleden. Een rechter in Padua stelt zelfs executies uit totdat Vesalius tijd heeft om de lichamen van terechtgestelde misdadigers te ontleden. In 1543 verschijnt zijn meesterwerk: ‘De humani corporis fabrica’ (‘Over de bouw van het menselijk lichaam’).

De prachtige illustraties bieden meer informatie aan de studenten geneeskunde dan ellenlange beschrijvingen. Vesalius vermeldt ongeveer tweehonderd fouten in het werk van Galenus. Hij verklaart die fouten doordat de Griekse arts geen mensenlijken maar dieren ontleed heeft. Toch duurt het nog vele jaren voordat de meeste wetenschappers de kritiek op Galenus aanvaarden. Vesalius roept zijn studenten op te vertrouwen op hun eigen waarneming.

‘utopie’, ‘heliocentrisme’, humanisme uit de 12e

weergeven weergeven uitleggen

More en vergelijken de uitleggen wetenschappelijke de

KENNEN KUNNEN

1 de b egrippen ‘humanisme’, ‘utopie’, ‘gezagsargument’, ‘heliocentrisme’ en ‘chirurgijn’ uitleggen

12 de drie groepen opnoemen en bespreken die geneeskundige taken uitoefenen

1 een historische vraag formuleren

2 drie kenmerken van het humanisme geven

13 uitleggen hoe de dissecties van Vesalius verlopen

3 het verschil tussen de geleerden uit de 12e eeuw en de humanisten uitleggen

14 de kritiek van Vesalius op Galenus weergeven

4 drie opvattingen van Erasmus weergeven

5 drie opvattingen van More weergeven

15 de bijdrage van Vesalius aan de anatomie en de medische wetenschap uitleggen

6 drie ideeën van Machiavelli uitleggen

KUNNEN

7 verklaren waarom men Erasmus, More en Machiavelli humanisten noemt

8 humanisten met elkaar vergelijken

1 kenmerken van het humanisme uit een tekst halen

9 de invlo ed van het humanisme op de vooruitgang van de wetenschap uitleggen

2 de onderzo ekbaarheid van een historische vraag beoordelen

3 kenmerken van het humanisme uit een bron halen

4 een standpunt van een humanist met een actueel voorbeeld vergelijken

5 een bron als humanistisch identificeren

6 informatie opzo eken

7 afb eeldingen analyseren

2 een standpunt van een humanist met de actualiteit vergelijken

10 drie voorbeelden van wetenschappelijke vooruitgang opnoemen

11 de tegenstand uitleggen waarop de wetenschappers stoten

3 een tekst als humanistisch identificeren

4 informatie opzoeken in naslagwerken

12 de drie groepen opnoemen en bespreken die geneeskundige taken uitoefenen

5 actualiseren

13 uitleggen hoe de dissecties van Vesalius verlopen

6 afbeeldingen analyseren

14 de kritiek van Vesalius op Galenus weergeven

15 de bijdrage van Vesalius aan de anatomie en de medische wetenschap uitleggen

BRON 1 Zicht op de drukkerij van Plantin-Moretus in Antwerpen

• Leg met je eigen woorden uit welke gevolgen de verspreiding van de boekdrukkunst heeft voor de wetenschap.

• Met welke energiebron wordt een dergelijk werktuig aangedreven?

a Leg met je eigen woorden uit welke gevolgen de verspreiding van de boekdrukkunst heeft voor de wetenschap.

b Met welke energiebron wordt een dergelijk werktuig aangedreven?

DOC 1 Zicht op de drukkerij van Plantin-Moretus in Antwerpen

‘L’Abécédaire de Claude de France’, 1505

De hertogin van Bretagne bestelt het voor haar oudste dochter Claude bij de Italiaanse kunstenaar Claudio Mazzoni.

b ewaard handschrift BRON 2 Handschrift op perkament

3 Boekdruk op papier

Erhard Ratdolt, ‘Psalterium puerorum’, 1486 of vroeger

Ratdolt combineert drukken met losse letters en houtsnedes.

a Zijn dit primaire of secundaire bronnen over de boekdrukkunst?

b Ho e kun je zien dat de boeken voor (rijke) kinderen bedoeld zijn?

c Welke gelijkenissen zijn er nog in de boekdruk in vergelijking met het handschrift?

d Geef drie voordelen van boekdrukken in vergelijking met handschriften.

e Op welke historische vragen geven deze bronnen een antwoord?

1 Kregen kinderen onderwijs in de vroegmoderne tijd?

2 Kregen alle kinderen onderwijs in de vroegmoderne tijd?

3 Verdween het maken van handschriften na de komst van de boekdrukkunst?

Het originele werk van de Griekse historicus en geograaf Herodotos is jammer genoeg verdwenen. In de loop der eeuwen zijn er wel kopieën gemaakt, die op hun beurt gekopieerd werden. Niet elke kopiist was echter even nauwkeurig in het overschrijven. Vele van de latere kopieën zijn verdwenen. Een aantal exemplaren is nog beschikbaar.

De humanist Angelo Poliziano (1454-1494) legde de basis voor een methode om de beschikbare versies met elkaar te vergelijken om de oorspronkelijke tekst zo correct mogelijk te proberen te reconstrueren.

proefversie©VANIN

verdwenen handschrift

Humanisten streven ernaar kritische tekstuitgaven te maken van klassieke auteurs. Hoe kan een humanist een reconstructie maken die zo dicht mogelijk bij het originele werk van Herodotos komt?

BRON 4 Kopieën vergelijken

BRON 5 Brief van Laura Cereta

Waar kwam alle grote wijsheid van Tritons dochter Pallas vandaan, die haar in staat stelde zoveel Atheners in de kunsten op te leiden, als het niet was dat ze erin slaagde de mysteries van de geschriften van Apollo, de arts, te ontrafelen tot grote vreugde van iedereen?

Die kleine Griekse vrouwen Phyliasia en Lasthenia waren prachtige bronnen van licht in de wereld van de letteren. Ze vulden me met nieuw leven omdat ze de studenten van Plato belachelijk maakten, die vaak in de knoop raakten over hun argumenten vol verzinsels en met valstrikken. (…)

proefversie©VANIN

De hele geschiedenis staat vol met zulke voorbeelden. Mijn punt is dat je niet in staat bent om toe te geven dat de natuur één vrijheid verleent aan alle mensen – in gelijke mate – om te leren.

Uit: Laura Cereta, brief aan Bibolo Semproni, 1488, in 1640 gepubliceerd

Vertaling uit het Latijn naar het Engels door Margaret L. King en voor Storia HD verder hertaald naar het hedendaags Nederlands

Laura Cereta (1469-1499) uit Brescia krijgt basisonderwijs in een klooster en wordt door haar vader, een humanist, verder onderwezen. Dat een meisje in die tijd zo goed onderwezen wordt, is een uitzondering. In deze brief in het Latijn reageert de schijfster op de (waarschijnlijk verzonnen) man Bibilus die weigert toe te geven dat vrouwen intellectueel kunnen zijn en vindt dat ze geen onderwijs moeten krijgen.

De figuren Apollo, Phyliasia en Lasthenia komen uit de Griekse mythologie en literatuur.

a Uit welke periode komen de bronnen die Laura Cereta zelf heeft gebruikt?

b Geef twee kenmerken van het humanisme die je in deze brief vindt.

c Waarom is het werk van Laura Cereta uitzonderlijk?

d Formuleer een historische vraag die deze bron bij je oproept. Bespreek klassikaal de onderzoekbaarheid van deze vraag.

Ik vraag je, hoe kan een soldaat in die eredienst het onzevader bidden? Onbeschaafde mond, durf jij hem Vader noemen, jij die je broeder wilt kelen? ‘Geheiligd worde Uw naam’: hoe kon Gods naam meer onteerd worden dan door dergelijk onderling geruzie? ‘Uw rijk kome’: zo bid jij, die met zoveel bloed je eigen geweldheerschappij wilt vestigen! ‘Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel’: maar hij wil vrede en jij bereidt de oorlog voor! Jij vraagt ons aller Vader om het ‘dagelijks brood’, jij die de graanvelden van je broeders verbrandt en liever hebt dat ze ook voor jou verloren gaan dan dat hij er voordeel van zou trekken. En waar haal je de brutaliteit vandaan te zeggen: ‘en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven’, terwijl je je haast om je broeder te vermoorden? Je vraagt verlost te worden van het gevaar van de bekoring, jij die met gevaar van jezelf je broeder in gevaar brengt?! Je vraagt bevrijd te worden van het kwaad, terwijl je juist onder invloed van dat kwaad het allerergste kwaad voor je broeder beraamt?!

Uit: Erasmus, Vredes weeklacht, 1517

a Welke twee talen worden gebruikt op het paneel achter Erasmus?

b Beschrijf ho e Erasmus en zijn bezigheden afgebeeld worden.

BRON 7 De klacht van de vrede
Albrecht Dürer (1471-1528), Erasmus (1466-1536) in een gravure op papier, Nürnberg
BRON 6 Tekening van Erasmus door Albrecht Dürer

Maar wij zien vandaag dat bijna elke oorlog voortkomt uit een of andere aanspraak en uit verdragen van prinsen. Om hun heerschappij te kunnen vestigen over een klein stadje brengen zij hun hele rijk in gevaar. (…) Nu kan iemand zeggen: ‘Wil je niet dat vorsten voor hun rechten opkomen?’ Ik weet dat het mij niet toekomt om vrijmoedig te discussiëren over de zaken van de vorsten, en zelfs als het veilig was om dat te doen, zou dat langer duren dan we hier tijd voor hebben. Ik zal alleen dit zeggen: als een aanspraak op een bezitting voldoende zou zijn om een oorlog te rechtvaardigen, (…) dan is er niemand die niet zo’n aanspraak heeft. Welk volk is niet op een of ander moment in zijn geschiedenis verdreven uit zijn land of heeft andere volken verdreven? (…) Hoe vaak is er geen overdracht van soevereiniteit geweest, door het toeval of door een verdrag? (…) Misschien verwachten de Romeinen vandaag wel de heerschappij over Afrika en Spanje omdat dat eens Romeinse provincies waren. Daarbij komt dat datgene wat wij heerschappij noemen in feite niet meer is dan bestuur. Niemand kan dezelfde rechten uitoefenen over van nature vrije mensen zoals over kuddes vee. Het recht dat u [vorsten] bezit, heeft de volkswil u gegeven. Als ik mij niet vergis, kan de hand die geeft het ook terugnemen.

Uit: Erasmus, Dulce bellum inexpertis (Zoet is de oorlog voor wie hem niet kent), 1515

a Leg met je eigen woorden uit wat de opvattingen van Erasmus zijn over de oorlog.

b Wat verwijt Erasmus de soldaat in bron 7?

c Ho e verklaart hij in bron 8 de talrijke oorlogen? Geef twee hedendaagse voorbeelden van dergelijke oorlogen. Verklaar je keuze.

d Wie verleent de macht aan de vorsten? Welke gevolgen heeft dat voor de vorst?

BRON 9 Onderwijs en opvoeding

Er zijn vrekkige mensen die aarzelen om een goede leraar aan te stellen. Bij hen ontvangt de stalknecht meer loon dan de man die hun zoon vormt. Intussen wordt wel veel geld uitgegeven aan overdadige feestmalen, dag en nacht speelt men het verderfelijke dobbelspel en er gaat veel geld naar jachtpartijen en zotten. Alleen daar waar ze een reden zouden kunnen vinden om geld uit te geven, zijn ze vrekkig en houden ze de hand op de knip. Waren er maar niet zoveel mensen die meer aan weerzinwekkende vrouwen uitgeven dan aan de opvoeding van hun zoon. Wanneer men iemand vraagt of hij de dood van zijn zoon zou aanvaarden wanneer hij er honderd paarden voor terug zou krijgen, dan zal deze, denk ik, tenzij hij helemaal in de war is, antwoorden: zeker niet. Maar waarom gaan de paarden dan voor en waarom besteedt men er meer zorg aan dan aan de eigen zoon? Waarom geeft men meer uit aan een nar dan aan de leraar? Bij andere dingen mag er reden zijn om zuinig te zijn, hier is zuinigheid geen verstandige zuinigheid, maar waanzin …

Uit: Erasmus, Over de opvoeding van kinderen, 1529

Toon met argumenten uit de tekst aan dat Erasmus een humanist is.

proefversie©VANIN

DOC 4 A Thomas More (1478-1535) naar een schilderij van Hans Holbein de Jonge (14971543), 74 x 59 cm, olieverf op eik, Frick collection, New York

Naar een schilderij van Hans Holbein de Jonge (1497-1543), olieverf op eik, 74 x 59 cm, The Frick Collection, New York

B Godsdienst in Utopia

Ook schrikken degenen die de christelijke godsdienst niet zijn toegedaan toch niemand er van af, of maken het hem lastig, wanneer hij daartoe overgegaan is. Slechts een uit onze gemeente moest tijdens mijn aanwezigheid binnen de perken gehouden worden. Toen deze, pas gedoopt, tegen onze raad openlijk een preek hield over de verering van Christus, meer heftig dan verstandig, geraakte hij zo in vuur, dat hij weldra niet slechts ons geloof boven alle andere verhief, maar ook doorging met de rest alle bij elkaar te vervloeken: “dat waren geen godsdiensten, de belijders waren goddeloze heiligschenners en moesten in het eeuwige vuur branden”, zo tierde hij. Toen hij zijn preek in die trant voortzette, namen zij hem gevangen, klaagden hem aan en lieten hem vonnissen, niet omdat hij hun godsdienst gehoond had maar omdat hij oproer onder het volk stookte. De straf voor de veroordeelde was verbanning. Dat toch beschouwen zij als een van hun oudste en meest eerbiedwaardige opvattingen dat niemand door zijn godsdienst schade lijdt.

Uit: Thomas More, Utopia, 1516

Ook schrikken degenen die de christelijke godsdienst niet zijn toegedaan toch niemand ervan af, of maken het hem lastig, wanneer hij daartoe overgegaan is. Slechts een uit onze gemeente moest tijdens mijn aanwezigheid binnen de perken gehouden worden. Toen deze, pas gedoopt, tegen onze raad openlijk een preek hield over de verering van Christus, meer heftig dan verstandig, geraakte hij zo in vuur, dat hij weldra niet slechts ons geloof boven alle andere verhief, maar ook doorging met de rest alle bij elkaar te vervloeken: ‘dat waren geen godsdiensten, de belijders waren goddeloze heiligschenners en moesten in het eeuwige vuur branden’, zo tierde hij. Toen hij zijn preek in die trant voortzette, namen zij hem gevangen, klaagden hem aan en lieten hem vonnissen, niet omdat hij hun godsdienst gehoond had, maar omdat hij oproer onder het volk stookte. De straf voor de veroordeelde was verbanning. Dat toch beschouwen zij als een van hun oudste en meest eerbiedwaardige opvattingen dat niemand door zijn godsdienst schade lijdt.

proefversie©VANIN

Uit: Thomas More, Utopia, 1516

• Hoe staan de inwoners van Utopia tegenover andere godsdiensten?

• Hoe worden andersdenkenden in Europa behandeld in de eerste helft van de 16e eeuw?

• Geef een voorbeeld van hedendaagse godsdienstige onverdraagzaamheid.

a Ho e staan de inwoners van Utopia tegenover andere godsdiensten?

b Ho e worden andersdenkenden in Europa behandeld in de eerste helft van de 16e eeuw?

DOC 5 Levensbeëindiging in Utopia

c Geef een voorbeeld van hedendaagse godsdienstige onverdraagzaamheid.

12 Levensbeëindiging in Utopia

Zelfs degenen die lijden aan een ongeneeslijke kwaal, trachten zij te troosten door bij hen te zitten, met hen te praten, kortom door alles voor hen te doen, waarmee ze hun maar verlichting kunnen brengen. Wanneer de ziekte niet slechts ongeneeslijk is, maar de lijder ook voortdurend pijnigt en foltert, dan geven priesters en overheidspersonen hem de raad om, aangezien hij voor alle beroepsplichten van het leven ongeschikt is geworden, anderen tot last en hinderlijk voor zichzelf, en zo al zichzelf overleeft, toch niet er bij te volharden zulk een pestilente besmetting langer te laten voortduren en zonder aarzelen de dood in te gaan, omdat het leven voor hem een kwelling is. Veeleer moet hij vol goede hoop of zichzelf bevrijden van dat bittere leven, of vrijwillig toestaan dat anderen hem daaraan onttrekken. Dat zou een verstandige daad van hem zijn, omdat hij door te sterven niet aan prettige dingen maar aan een marteling een einde zou maken … Degenen die zij daarvan overtuigen, maken ofwel vrijwillig een einde aan hun leven door te vasten, ofwel worden zij verlost, doordat men hen laat inslapen zonder iets van de dood te merken. Niemand echter nemen zij tegen zijn wens uit het leven weg.

Uit: Thomas More, Utopia, 1516

Zelfs degenen die lijden aan een ongeneeslijke kwaal, trachten zij te troosten door bij hen te zitten, met hen te praten, kortom door alles voor hen te doen, waarmee ze hun maar verlichting kunnen brengen. Wanneer de ziekte niet slechts ongeneeslijk is, maar de lijder ook voortdurend pijnigt en foltert, dan geven priesters en overheidspersonen hem de raad om, aangezien hij voor alle beroepsplichten van het leven ongeschikt is geworden, anderen tot last en hinderlijk voor zichzelf, en zo al zichzelf overleeft, toch niet erbij te volharden zulk een pestilente besmetting langer te laten voortduren en zonder aarzelen de dood in te gaan, omdat het leven voor hem een kwelling is. Veeleer moet hij vol goede hoop of zichzelf bevrijden van dat bittere leven, of vrijwillig toestaan dat anderen hem daaraan onttrekken. Dat zou een verstandige daad van hem zijn, omdat hij door te sterven niet aan prettige dingen maar aan een marteling een einde zou maken … Degenen die zij daarvan overtuigen, maken ofwel vrijwillig een einde aan hun leven door te vasten, ofwel worden zij verlost, doordat men hen laat inslapen zonder iets van de dood te merken. Niemand echter nemen zij tegen zijn wens uit het leven weg.

• Geef een definitie van het begrip ‘euthanasie’. Raadpleeg eventueel een naslagwerk.

Uit: Thomas More, Utopia, 1516

• Formuleer je eigen standpunt over euthanasie. Ga je akkoord met de handelswijze van de inwoners van Utopia of niet? Motiveer je antwoord.

a Geef een definitie van het b egrip ‘euthanasie’. Raadpleeg eventueel een naslagwerk.

• Mag je uit dit fragment afleiden dat Thomas More een voorstander was van euthanasie of niet? Motiveer je antwoord. (Lees eventueel de lestekst!)

b Formuleer je eigen standpunt over euthanasie. Ga je akkoord met de handelswijze van de inwoners van Utopia of niet? Motiveer je antwoord.

c Mag je uit dit fragment afleiden dat Thomas More een voorstander was van euthanasie of niet? Motiveer je antwoord. (Lees eventueel de lestekst!)

• In Utopia gebruikt More begrippen en namen die afgeleid zijn uit het Grieks: Utopia (Nergensland), de hoofdstad Amaurotum (niet te zien of Nevelstad), de rivier Anydrus (zonder water), de vorst Ademus (zonder volk) enz. Waarom gebruikt More dergelijke verwijzingen in zijn tekst, denk je?

• Toon aan met behulp van de bronnen over More en van de gegevens uit de lestekst dat More een humanist is.

d In Utopia gebruikt More begrippen en namen die afgeleid zijn uit het Grieks: Utopia (Nergensland), de hoofdstad Amaurotum (niet te zien of Nevelstad), de rivier Anydrus (zonder water), de vorst Ademus (zonder volk) ... Waarom gebruikt More dergelijke verwijzingen in zijn tekst, denk je?

e Toon aan met behulp van de bronnen over More en van de gegevens uit de lestekst dat More een humanist is.

BRON

palazzo: letterlijk: paleis; een heel grote woning voor de rijke burgers in de Italiaanse steden

BRON 13 Niccolo Machiavelli

DOC 6 A Niccolo Machiavelli (1469-1527) door Santi di Tito (2e helft 16e eeuw, Palazzo Vecchio, Firenze)

B Brief aan een vriend

BRON 15 Brief aan een vriend

Maar ‘s avonds keer ik terug naar huis en ga ik mijn studeervertrek binnen. Bij de deur ontdoe ik me van mijn kleren van alledag die vol modder en smurrie zitten, en steek ik me in een koninklijk en rijk gewaad. En als ik me zo dan passend aangekleed heb, treed ik binnen in de gemeenschap van grote mannen uit de oudheid, door wie ik liefdevol ontvangen word en bij wie ik het voedsel tot me neem dat in feite het enige voedsel is waarvoor ik op de wereld gekomen ben. Ik schaam me dan niet om met hen te spreken en naar het motief van hun daden te vragen. En in hun goedwillendheid geven zij mij antwoord. En vier uur lang voel ik geen enkel verdriet, vergeet ik al mijn zorgen, heb ik geen angst voor de armoede en word ik niet verontrust door de dreiging van de dood: met hart en ziel geef ik me aan hen over. En omdat Dante zegt dat het feit dat men iets begrepen heeft geen kennis is wanneer men het niet vasthoudt, heb ik alles opgetekend wat ik me door mijn contacten met hen eigen gemaakt heb. En zo heb ik een werkje ‘De Principatibus’ (Il Principe) geschreven, waarin ik me, zoveel ik kan, in de gedachten over dit onderwerp verdiep, en uiteenzet wat de machtspositie van een heerser inhoudt, welke soorten ervan bestaan, hoe men ze verwerft, hoe men ze behoudt en waarom men ze verliest.

DOC 7 De heerser

(Eerlijke en rechtschapen machthebbers delven het onderspit tegen hen die hun gegeven woord minder belangrijk vinden. Die laatsten verrichten grote daden.)

In dat verband dient men in de gaten te houden dat er twee manieren van strijden bestaan: de ene door middel van wetten, de andere door middel van geweld. De eerste manier is eigen aan de mens, de tweede aan het dier. Maar omdat de eerste vaak niet toereikend is, moet men soms tot de tweede zijn toevlucht nemen. Een heerser moet dan ook de kunst verstaan om zowel in de huid van het dier als in die van de mens te kruipen … Gezien het feit dat een heerser dus per se de kunst moet verstaan om van de natuur van het dier gebruik te maken, moet hij er twee als voorbeeld nemen: de vos en de leeuw. De leeuw kan zich namelijk niet verdedigen tegen valstrikken, en de vos niet tegen wolven. Hij moet dan ook een vos zijn om de valstrikken in de gaten te hebben, en een leeuw om de wolven schrik aan te jagen. Zij die zich louter en alleen als leeuw gedragen, doorzien de zaken niet. Een verstandig heerser kan noch mag dus zijn woord houden wanneer dit hem schade berokkent en wanneer de redenen die hem tot zijn belofte gebracht hebben, weggevallen zijn. Als de mensen allemaal goed waren, zou dit advies niet juist zijn. Maar omdat ze slecht zijn en ze ook ten opzichte van jou hun woord niet zullen houden, hoef jij dit evenmin tegenover hén te doen. En nooit heeft het een heerser ontbroken aan geldige motieven om zijn woordbreuk te bemantelen. Daarvan zou men tal van voorbeelden uit onze tijd kunnen geven, en men zou kunnen aantonen hoeveel vredesverdragen en beloften waardeloos en ijdel gemaakt zijn door de trouweloosheid van de machthebber. En zij die het best de vos hebben weten te spelen, hebben het meest bereikt. Maar men moet de kunst verstaan om de natuur van de vos goed te verbergen en men dient flink te kunnen veinzen en ontveinzen. Want de mensen zijn zo onnozel en ze richten zich op hun directe behoeften dat iemand die bedriegt, altijd wel iemand vindt die zich wil laten bedriegen.

Uit: Niccolo Machiavelli, Il Principe (De heerser), 1513

• Waarom moet een vorst zowel vos als leeuw zijn?

• Waarom mag een vorst volgens Machiavelli zijn volk beliegen?

• Geef een concreet voorbeeld uit de eigen tijd van een heerser die de raadgevingen van Machiavelli opvolgt.

Uit: Niccolo Machiavelli, Brief aan zijn vriend Francesco Vettori, 1 december 1513

• Zoek in een naslagwerk op wie Dante is.

Maar ’s avonds keer ik terug naar huis en ga ik mijn studeervertrek binnen. Bij de deur ontdoe ik me van mijn kleren van alledag die vol modder en smurrie zitten, en steek ik me in een koninklijk en rijk gewaad. En als ik me zo dan passend aangekleed heb, treed ik binnen in de gemeenschap van grote mannen uit de oudheid, door wie ik liefdevol ontvangen word en bij wie ik het voedsel tot me neem dat in feite het enige voedsel is waarvoor ik op de wereld gekomen ben. Ik schaam me dan niet om met hen te spreken en naar het motief van hun daden te vragen. En in hun goedwillendheid geven zij mij antwoord. En vier uur lang voel ik geen enkel verdriet, vergeet ik al mijn zorgen, heb ik geen angst voor de armoede en word ik niet verontrust door de dreiging van de dood: met hart en ziel geef ik me aan hen over. En omdat Dante zegt dat het feit dat men iets begrepen heeft geen kennis is wanneer men het niet vasthoudt, heb ik alles opgetekend wat ik me door mijn contacten met hen eigen gemaakt heb. En zo heb ik een werkje ‘De Principatibus’ (Il Principe) geschreven, waarin ik me, zoveel ik kan, in de gedachten over dit onderwerp verdiep, en uiteenzet wat de machtspositie van een heerser inhoudt, welke soorten ervan bestaan, hoe men ze verwerft, hoe men ze behoudt en waarom men ze verliest.

• Bewijs met elementen uit de bron dat Machiavelli een humanist is.

D1 HUMANISME EN WETENSCHAP

Uit: Niccolo Machiavelli, brief aan zijn vriend Francesco Vettori, 1 december 1513

a Zo ek in een naslagwerk op wie Dante is.

b Bewijs met elementen uit de bron dat Machiavelli een humanist is.

c Waarover gaat ‘Il Principe’?

[Eerlijke en rechtschapen machthebbers delven het onderspit tegen hen die hun gegeven woord minder belangrijk vinden. Die laatsten verrichten grote daden.] In dat verband dient men in de gaten te houden dat er twee manieren van strijden bestaan: de ene door middel van wetten, de andere door middel van geweld. De eerste manier is eigen aan de mens, de tweede aan het dier. Maar omdat de eerste vaak niet toereikend is, moet men soms tot de tweede zijn toevlucht nemen. Een heerser moet dan ook de kunst verstaan om zowel in de huid van het dier als in die van de mens te kruipen … Gezien het feit dat een heerser dus per se de kunst moet verstaan om van de natuur van het dier gebruik te maken, moet hij er twee als voorbeeld nemen: de vos en de leeuw. De leeuw kan zich namelijk niet verdedigen tegen valstrikken, en de vos niet tegen wolven. Hij moet dan ook een vos zijn om de valstrikken in de gaten te hebben, en een leeuw om de wolven schrik aan te jagen. Zij die zich louter en alleen als leeuw gedragen, doorzien de zaken niet. Een verstandig heerser kan noch mag dus zijn woord houden wanneer dit hem schade berokkent en wanneer de redenen die hem tot zijn belofte gebracht hebben, weggevallen zijn. Als de mensen allemaal goed waren, zou dit advies niet juist zijn. Maar omdat ze slecht zijn en ze ook ten opzichte van jou hun woord niet zullen houden, hoef jij dit evenmin tegenover hén te doen. En nooit heeft het een heerser ontbroken aan geldige motieven om zijn woordbreuk te bemantelen. Daarvan zou men tal van voorbeelden uit onze tijd kunnen geven, en men zou kunnen aantonen hoeveel vredesverdragen en beloften waardeloos en ijdel gemaakt zijn door de trouweloosheid van de machthebber. En zij die het best de vos hebben weten te spelen, hebben het meest bereikt. Maar men moet de kunst verstaan om de natuur van de vos goed te verbergen en men dient flink te kunnen veinzen en ontveinzen. Want de mensen zijn zo onnozel en ze richten zich op hun directe behoeften dat iemand die bedriegt, altijd wel iemand vindt die zich wil laten bedriegen.

• Mogen politieke leiders liegen, moorden en oorlog voeren om een concreet doel te bereiken of moeten ze zich in alle gevallen houden aan een morele gedragscode? Wat denk jij daarover? Motiveer je mening.

Uit: Niccolo Machiavelli, Il Principe (De heerser), 1513 BRON 14 De

• Machiavelli stelt dat mensen zo dom zijn dat ze zich gemakkelijk laten bedriegen. Ben je het eens met die stelling? Motiveer je antwoord met een concreet voorbeeld.

a Waarom moet een vorst zowel vos als leeuw zijn?

b Waarom mag een vorst volgens Machiavelli zijn volk beliegen?

• Waarover gaat ‘Il Principe’? STORIA4_ASO_leerboek_deelD_p50_109_v5.indd 58 09/02/17 10:35

c Geef een concreet voorbeeld uit onze tijd van een heerser die de raadgevingen van Machiavelli opvolgt.

d Mogen p olitieke leiders liegen, moorden en oorlog voeren om een concreet doel te bereiken of moeten ze zich in alle gevallen houden aan een morele gedragscode? Wat denk jij daarover? Motiveer je mening.

e Machiavelli stelt dat mensen zo dom zijn dat ze zich gemakkelijk laten bedriegen. Ben je het eens met die stelling? Motiveer je antwoord met een concreet voorbeeld.

Santo di Tito, Niccolo Machiavelli (1469-1527), 2e helft 16e eeuw, Palazzo Vecchio, Firenze

BRON 16 Anatomische studie van een foetus

Tekening van Leonardo da Vinci (1452-1519)

B Twee telescopen van Galilei (1564-1642) en zijn schilderijen van de maan

• Autoriteitsgeloof behelst dat men de beweringen en ideeën van anderen klakkeloos overneemt en gelooft. Onder invloed van het humanisme gaan wetenschappers zelf willen waarnemen en experimenteren. Waaruit blijkt dat da Vinci en Galilei bij die nieuwe groep van wetenschappers horen?

• Zoek in een naslagwerk op wanneer de telescoop en de microscoop hun intrede doen in het wetenschappelijk onderzoek. Wie ligt er aan de basis van deze uitvindingen?

B Twee telescopen van Galilei (1564-1642) en zijn schilderijen van de maan

B Twee telescopen van Galilei (1564-1642) en zijn schilderijen van de maan

proefversie©VANIN

En gij die denkt de gestalte van de mens te kunnen onthullen in woorden, met zijn ledematen in alle verschillende standen geplaatst, zet het idee maar uit uw hoofd, want hoe nauwkeuriger uw beschrijving is, hoe meer u de lezer zult verwarren. (...) Het is noodzakelijk dat gij zowel afbeeldt als beschrijft.

• Waarom vindt da Vinci schetsen belangrijk?

Vrij naar Leonardo da Vinci Leonardo da Vinci (1452-1519) interesseert zich in de anatomie van het menselijk lichaam om het correct te kunnen weergeven.

b

Twee telescopen van Galilei (1564-1642) en zijn schilderijen van de maan

Autoriteitsgeloof wil zeggen dat men de beweringen en ideeën van anderen klakkeloos overneemt en gelooft. Onder invloed van het humanisme gaan wetenschappers zelf willen waarnemen en experimenteren.

• Autoriteitsgeloof behelst dat men de beweringen en ideeën van anderen klakkeloos overneemt en gelooft. Onder invloed van het humanisme gaan wetenschappers zelf willen waarnemen en experimenteren. Waaruit blijkt dat da Vinci en Galilei bij die nieuwe groep van wetenschappers horen?

a aaruit blijkt dat Da Vinci en Galilei bij die nieuwe groep van wetenschappers horen?

c Zo ek in een naslagwerk op wie Sacharias Jansen is.

• van wetenschappers horen?

1 Wanneer leeft hij?

2 Wat is zijn beroep?

• Zoek in een naslagwerk op wanneer de telescoop en de microscoop hun intrede doen in het wetenschappelijk onderzoek. Wie ligt er aan de basis van deze uitvindingen?

• Zoek in een naslagwerk op wanneer de telescoop en de microscoop hun intrede doen in het wetenschappelijk onderzoek. Wie ligt er aan de basis van deze uitvindingen?

3 Ho e heeft hij de ontwikkeling van de telescoop en de microscoop beïnvloed?

• Autoriteitsgeloof behelst dat men de beweringen en ideeën van anderen klakkeloos overneemt en gelooft. Onder invloed van het humanisme gaan wetenschappers zelf willen waarnemen en experimenteren. Waaruit blijkt dat da Vinci en Galilei bij die nieuwe groep van wetenschappers horen?

• Zoek in een naslagwerk op wanneer de telescoop en de microscoop hun intrede doen in het wetenschappelijk onderzoek. Wie ligt er aan de basis van deze uitvindingen?

• Waarom vindt da Vinci schetsen belangrijk?

• Toon aan dat hij zeer nauwkeurig observeert.

• Waarom vindt da Vinci schetsen belangrijk?

DOC 8 A Anatomische studie van een foetus door Leonardo da Vinci (1452-1519)
DOC 9 A
B Schets van da Vinci

Simon Stevin (1548-1620) is een natuurkundige, wiskunde en ingenieur, geboren in Brugge. Hij heeft een grote invloed op onder andere wetenschappelijke terminologie in het Nederlands.

Aristoteles was van mening dat voorwerpen in vrije val versnellen evenredig met hun massa. Hoe zwaarder het voorwerp, hoe sneller het zal vallen. Stevin voert een experiment uit om te bewijzen dat Aristoteles het verkeerd had. Hij laat twee ballen van lood, de ene tien keer zwaarder en groter dan de andere, vallen van de toren van de Nieuwe Kerk in Delft. Uit ooggetuigenverslagen valt vast te stellen dat de ballen tegelijk neerkomen. Dat betekent dat voorwerpen even snel vallen, ongeacht hun massa. Verschillen hebben dus te maken met luchtweerstand.

proefversie©VANIN

Neem (...) twee loden ballen, de ene tien maal groter en zwaarder als de ander, en laat ze samen van 30 voet hoog op een platform vallen zodat ze daar een duidelijk geluid op maken. Het zal blijken dat de lichtste geen tien maal langer op weg zal zijn dan de zwaarste maar dat ze samen en tegelijk op het platform vallen. De beide geluiden zullen gelijktijdig zijn. (...) Daarom is de stelling van evenredigheid van Aristoteles fout.

In ‘Principes van de Weegkunst’ beschrijft Stevin het experiment waarmee hij aantoont dat voorwerpen in vrije val niet evenredig versnellen met hun massa, zoals Aristoteles beweerde. Op iDiddit vind je de originele tekst.

BRON 19 Simon Stevin en de vrije val
BRON 21 De beghinselen der Weegconst, Simon Stevin, 1586
BRON 20 Nieuwe Kerk, Delft

Andreas Vesalius (1514-1564), zoals afgebeeld op de titelpagina van ‘De humani corporis fabrica’, 1543, ets, ingekleurd in de hedendaagse tijd

Tekening van de NASA ter verduidelijking van de beelden van een astronaut die het experiment met vallende objecten op de maan uitvoert

Ook Galileo Galilei denkt dat Aristoteles verkeerd was. Volgens de legende heeft Galileo hetzelfde experiment uitgevoerd vanaf de toren van Pisa. Dat verhaal is echter nooit bewezen. In 1971 wordt het experiment door astronaut David Scott op de maan uitgevoerd met een hamer en een veer. Ze vallen even snel.

a Welke klassieke auteur hebben Stevin en Galileo bestudeerd?

b Bekijk de o orspronkelijke tekst van Stevin. In welke taal schrijft hij zijn werk?

c Verklaar het verschil tussen het belang van de eigen waarneming enerzijds en gezagsargumenten anderzijds.

Bij de meeste dieren bestaat de kaak, aan het uiteinde van de kin, uit twee beenderen die onderling door een verbinding verenigd zijn waar de kaak scherp eindigt. Bij de mens echter is het been uit één enkel stuk gemaakt en het ziet er aan het uiteinde van de kin breed uit en niet scherp zoals bij de andere dieren. (...) Trouwens wanneer ik vooral op het Cimetière des Innocents van Parijs, maar ook elders, zeer veel onderkaken (...) heb bekeken, heb ik er nooit één aangetroffen die in twee delen verdeeld was. Bij honden echter, runderen en ezels valt de kaak, ook zonder koken, dikwijls uiteen daar zij zwak aaneengehecht is. Hoe ook, Galenus en de meeste anderen na Hippocrates die ervaring hadden in de ontleedkunde, beweerden dat de kaak niet uit één been bestaat, maar na koken loskomt aan de uiterste punt van de kin, en dat dit een duidelijke aanwijzing is dat zij samengesteld is. Hoe het ook weze, tot nog toe heb ik (...) geen enkele menselijke kaak aangetroffen die uit twee stukken opgebouwd was en wanneer ik ooit per toeval bij een klein mensje of een kind, onder zoveel ontelbare mensen, iets van een onderkaak als bij een hond zou zien, zou ik daarom nog niet direct gaan beweren dat de kaak van de mens uit een dubbel been bestaat. Waarom zou ik mij niet liever aansluiten bij Celsus of bij deze Griekse auteur waaraan Celsus wat hij over de beenderen schreef ontleend heeft, die leerde dat de onderkaak uit één enkel been bestaat, zich evenals Galenus te weinig bezighoudend met honden.

Uit: Andreas Vesalius, De humani corporis fabrica, boek 1, uitgebracht in het Latijn in 1543, Bazel.

Vertaling: Maurits Biesbrouck, 1975

a Vesalius aanvaardde gezagsargumenten niet zomaar. Wiens gezag wordt in dit fragment bedoeld?

b Ho e verschilt Vesalius van mening met die ‘gezagdragende’ persoon?

c Wat is een Cimetière?

d Ho e is de auteur erin geslaagd bewijzen te vinden voor zijn gelijk?

e Ho e komt het dat Galenus een andere mening heeft dan Vesalius?

f Welk kenmerk van het humanisme herken je in dat afwijzen van gezagsargumenten?

g Geef nog een ander argument om aan te tonen dat de auteur een humanist is.

BRON 23 Vesalius
BRON 24 Vesalius ontleedt mensen

25 De drie grote oude leraren van de geneeskunde

Houtsnede uit een medisch boek uit het begin van de 15e eeuw

Voor veel geneeskundigen in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd zijn deze personen een autoriteit.

a Wie worden afgebeeld op de houtsnede?

b Zo ek in een naslagwerk op in welk tijdvak deze mensen leven.

c In welke wetenschap zijn zij lang de belangrijkste autoriteit?

proefversie©VANIN

De studenten volgen op de tribune de dissectie van het lijk. De ontledingen gebeuren meestal in de winter, wanneer het lijk minder snel rot. Omdat er geen koeling is, moet de anatomie snel gebeuren. In vier dagen (en nachten) volgen de studenten het schouwspel.

De studenten volgen op de tribune de dissectie van het lijk. Dat gebeurt meestal in de winter, wanneer het lijk minder snel rot. Omdat er geen koeling is, moet de ontleding snel gebeuren. Ze duurt ongeveer vier dagen en nachten.

De studenten volgen op de tribune de dissectie van het lijk. De ontledingen gebeuren meestal in de winter, wanneer het lijk minder snel rot. Omdat er geen koeling is, moet de anatomie snel gebeuren. In vier dagen (en nachten) volgen de studenten het schouwspel.

a Toon aan dat het onderwijzen van studenten geneeskunde sinds Vesalius veranderd is.

• Welke praktische problemen heeft men in de nieuwe tijd bij dissecties?

De man met de baard, links naast het lijk, is Vesalius.

De man met de baard, links naast het lijk, is Vesalius.

man met de baard, links naast het lijk, is Vesalius.

b Welke praktische problemen zijn er in de vroegmoderne tijd bij dissecties?

• Welke praktische problemen heeft men in de nieuwe tijd bij dissecties?

RANDINFO

De gregoriaanse kalender

De gregoriaanse kalender

• Links onderaan zie je een hond die een student in de hand bijt. Waarom zou dat een verwijzing naar Galenus kunnen zijn?

a Links onderaan zie je een hond die een student in de hand bijt. Waarom zou dat een verwijzing naar Galenus kunnen zijn?

• Links onderaan zie je een hond die een student in de hand bijt. Waarom zou dat een verwijzing naar Galenus kunnen zijn?

• Leg uit aan de hand van deze afbeelding dat Vesalius zijn ideeën ook in de praktijk toepast.

b Leg uit aan de hand van deze afbeelding dat Vesalius zijn ideeën ook in de praktijk toepast.

• Leg uit aan de hand van deze afbeelding dat Vesalius zijn ideeën ook in de praktijk toepast.

Op 4 oktober 1582 gingen de inwoners van Rome ’s avonds naar bed om ’s morgens op 15 oktober weer wakker te worden. Dat bizarre feit was het gevolg van een beslissing van paus Gregorius XIII. Hij en zijn medewerkers waren namelijk tot de vaststelling gekomen dat de juliaanse kalender – in de 1e eeuw v.C. ingevoerd door Julius Caesar – niet meer klopte. De

Op 4 oktober 1582 gingen de inwoners van Rome ’s avonds naar bed om ’s morgens op 15 oktober weer wakker te worden. Dat bizarre feit was het gevolg van een beslissing van paus Gregorius XIII. Hij en zijn medewerkers waren namelijk tot de

BRON 26 Anatomisch theater aan de universiteit van Padua uit de 16e eeuw
BRON 27 Titelpagina van het standaardwerk van Vesalius
BRON
DOC 12 Anatomisch theater aan de universiteit van Padua uit de 16e eeuw
DOC 13 Titelpagina van het standaardwerk van Vesalius
DOC 12 Anatomisch theater aan de universiteit van Padua uit de 16e eeuw
DOC 13 Titelpagina van het standaardwerk van Vesalius

Onderzoek 1: Leonardo da Vinci

Velen beschouwen Leonardo da Vinci als een van de grootste ingenieurs en kunstenaars van zijn tijd. Ze beschrijven hem vaak als een miskend genie dat zijn tijd op technisch vlak honderden jaren vooruit was. Hij bedenkt vliegtuigen, tanks, duikpakken en zelfs een heuse robot. Is Leonardo wel degelijk zo uniek in zijn tijd? Heeft hij al die technische vondsten zelf bedacht? Wat maakt Leonardo bijzonder?

proefversie©VANIN

OPDRACHTEN

1 Los de op drachten op met behulp van bron 1 tot en met 4.

a Is Leonardo een genie dat heel veel uitvindingen zelf heeft bedacht? Verklaar en bewijs je antwoord. In welke bron vind je daarvoor het antwoord?

b Is Leonardo de eerste om tekeningen te maken van mechanische toestellen?

c Waar haalt Leonardo zijn technische kennis vandaan? Geef voorbeelden uit de bronnen.

d Klopt de stelling dat Leonardo zijn tijd vooruit is?

e De auteur van de eerste bron zegt dat de populaire beeldvorming rond Leonardo niet klopt. Wat bedoelt hij daarmee?

f Welk beeld hebben Leonardo’s tijdgenoten van hem?

g Plaats de volgende begrippen en namen in chronologische volgorde op een tijdlijn. Kies uit: Leonardo da Vinci – Francesco di Giorgio Martini – Vitruvius – Filippo Brunelleschi.

h Wat hebben die namen met elkaar gemeen?

i Kun je volgens de auteurs spreken van continuïteit, evolutie of een breuk als je de uitvindingen en tekeningen van Leonardo bekijkt?

j Heeft Leonardo da Vinci al die technische vondsten zelf bedacht?

2 Los de op drachten op met behulp van bron 5 tot en met 9.

a In bron 5 vergelijkt de interviewer Leonardo met een heel specifiek beroep uit de hedendaagse tijd. Welk beroep?

b Geef drie voorbeelden van speciale effecten die Leonardo ‘bedenkt’.

c Toon aan dat ook in niet-westerse samenlevingen gelijkaardige uitvindingen/technieken worden gebruikt.

d Is er sprake van continuïteit, evolutie of een breuk in de technologische ontwikkeling? Argumenteer.

e Welke bronnen zijn primaire bronnen, welke zijn historische werken?

3 Los de op drachten op met behulp van bron 10, 11 en 12.

a B ewijs met minstens vier voorbeelden dat Leonardo heel veelzijdig is.

b Waarom zegt men dat Leonardo een ‘uomo universale’ is?

c Welke kunstwerken maken Leonardo ‘onsterfelijk’?

breuk: grote verandering die een einde aan iets maakt en iets totaal nieuws doet beginnen

uomo universale: universele mens: de kunstenaarsingenieurs van de renaissance. Ze streven ernaar om zich in zo veel mogelijk takken van de kunsten en de wetenschappen te ontplooien.

De ingenieurs van de renaissance en hun voorgangers

BRON 1 Leonardo da Vinci en de ingenieurs van de renaissance

renaissance: letterlijk: wedergeboorte. Beweging die de cultuur/kunst van de klassieke oudheid wil doen herleven met hoogtepunt in de 15e en 16e eeuw in Italië en de Nederlanden

innoveren: vernieuwingen invoeren om vooruit te komen, vernieuwen

pionier: een persoon die als eerste iets doet, onderneemt of uitvoert

Het algemene beeld van Leonardo da Vinci als een zelfopgeleid genie dat plotseling opdook in Florence tijdens de renaissance is zeer fascinerend en romantisch, maar helaas ver van de werkelijkheid. Dit populaire beeld houdt geen rekening met de buitengewoon vruchtbare omgeving van die tijd, toen veelzijdige kunstenaars en architecten op veel verschillende gebieden konden innoveren . (…) Een belangrijk deel van Leonardo’s werk over mechanica en machines is grotendeels afgeleid of ontwikkeld uit de studies van zijn voorgangers, die reeds de basis hadden gelegd voor een wetenschappelijke en technologische renaissance. (…)

Vanaf het begin van zijn leertijd in het atelier van Andrea del Verrocchio kwam Leonardo in aanraking met de wondere wereld van de machines, die hem zijn hele leven hebben gefascineerd. Sommige geleerden merken op dat hij meer hield van zijn studies over mechanica, dan van zijn artistieke werk als schilder, dat hem roem en succes bezorgde toen hij nog leefde. Zoals we in zijn notitieboeken kunnen zien, heeft Leonardo de machines die door Filippo Brunelleschi (1377-1446) waren gemaakt om de koepel van de Duomo van Firenze te bouwen, zorgvuldig bestudeerd. Tegelijkertijd bestudeert hij de technologische kennis die was verzameld door een kleine groep van getalenteerde ingenieurs, meestal uit de Republiek van Siena. (…)

We mogen niet vergeten dat de ingenieurs van Siena niet de eersten waren die mechanische projecten tekenden. In Italië en ook in de rest van Europa bestond reeds een gewoonte om technische toestellen te tekenen. Er waren verschillende pioniers , zoals Villard de Honnecourt, Guido da Vigevano, Roberto Valturio, Giacomo Fontana, en Konrad Kyeser, om er maar enkele te noemen.

Uit: Plinio Innocenzi, The Innovators Behind Leonardo, The True Story of the Scientific and Technological Renaissance, 2019

Plinio Innocenzi (1960-heden) is hoogleraar materiaalwetenschappen en materiaaltechnologie aan de universiteit van Sassari. Hij studeerde natuurkunde, klassieke talen en kunst. Hij heeft een grote interesse voor het verband tussen kunst en wetenschap, vandaar zijn passie voor het werk van Leonardo da Vinci. In zijn boeken wil hij de lezer bewust maken van de veelzijdige oorsprong van wetenschappelijke en technologische kennis.

proefversie©VANIN

Francesco di Giorgio Martini (1439-1502) is een Italiaanse kunstschilder, beeldhouwer, architect en ingenieur uit Siena. Rond 1480 publiceert hij een rijkelijk geïllustreerd werk over architectuur: ‘Trattato di Architettura’. Het behandelt niet alleen ‘bouwkunst’, maar ook hoe je bepaalde machines, oorlogswapens, molens, kranen en transportmachines moet ‘bouwen’. Leonardo da Vinci heeft dat boek gelezen. Francesco di Giorgio, Brunelleschi, Alberti, Michelangelo, Peruzzi en Leonardo da Vinci noemen we allemaal ‘uomo universale’.

BRON 2 Ploeg van Francesco di Giorgio

proefversie©VANIN

a Wat is de bedoeling van deze machine?

Tekening van Leonardo da Vinci, ca. 1490

De ‘Man van Vitruvius’ is een tekening of beeltenis van de mens met de door Vitruvius (1e eeuw v.C.) opgestelde ideale lichaamsverhoudingen. In 1511 verschijnt een gedrukte versie van ‘De architectura’ door Vitruvius in het Latijn. De kunstenaars-ingenieurs van de renaissance voorzien de klassieke teksten van extra uitleg en technische illustraties. Op hun beurt helpen de humanisten hen bij het correct vertalen van Latijnse teksten. Vooral het boek ‘De architectura’ krijgt veel aandacht, omdat er uitgebreide beschrijvingen van ‘machines’ en bouwtechnieken uit de klassieke oudheid in staan.

b Observeer de tekening en de maquette. Uit welke onderdelen is de machine opgebouwd?

c Uit welk materiaal is de machine gebouwd?

d Ho e wordt de machine aangedreven?

e Bewijs dat Leonardo niet de enige is die technische uitvindingen doet of verbetert.

BRON 3 Man van Vitruvius
BRON 4 Replica naar een tekening van Francesco di Giorgio

Maker van speciale effecten

Avondmaal: in de protestantse Kerken een van de twee sacramenten.

Tijdens het

Avondmaal worden het lijden en het sterven van Jezus Christus herdacht door het eten van brood en het drinken van wijn zoals Jezus deed op de dag voor zijn lijden en sterven (het Laatste Avondmaal).

rekwisiet: voorwerp dat acteurs in een toneelspel, film of televisieproductie nodig hebben

BRON 5 Homo universalis

Leonardo was in zijn eigen tijd niet in de eerste plaats bekend als schilder, maar als architect en zelfs als wat wij vandaag een maker van ‘speciale effecten’ zouden noemen. Kunt u ons dat uitleggen?

proefversie©VANIN

Hij was hoofdzakelijk een schilder. Hij zag zichzelf graag als ingenieur en architect, wat hij ook met veel passie deed. Maar zijn eerste job was die van theaterproducent. Daar leerde hij trucjes met perspectief, omdat het toneel in een theater dieper lijkt dan het is. Zelfs een tafel op het toneel wordt dan een beetje gekanteld zodat je ze kunt zien, wat we ook zien in ‘Het Laatste Avondmaal ’. (…) Leonardo da Vinci vulde zijn notitieboeken met schetsen van uitvindingen, waaronder vliegmachines. Zijn theaterproductie leidde hem naar mechanische rekwisieten , zoals vliegmachines en een helikopterschroef. Hij ontwierp die om engelen naar beneden te brengen in sommige van de voorstellingen. Leonardo vervaagde soms de grens tussen fantasie en werkelijkheid toen hij probeerde om echte vliegmachines te maken. Dus wat hij in het theater oppikte, bracht hij over naar zowel zijn kunst als naar zijn ingenieursberoep.

Vrij vertaald uit: Een interview van National Geographic met Walter Isaacson, 2017

Walter Isaacson (1952-heden) is een Amerikaanse auteur. Hij schreef een biografie over Leonardo da Vinci.

BRON 6 Een leeuw voor de Franse koning

In die tijd kwam de koning van Frankrijk naar Milaan, en men vroeg Leonardo iets bijzonders te maken, waarop hij een leeuw vervaardigde die een flink aantal stappen deed, vervolgens zijn borst opende en een massa lelies liet zien.

Uit: Giorgio Vasari, De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten van Cimabue tot onze tijd, 1550

Giorgio Vasari (1511-1574) is een schilder en architect uit de Italiaanse renaissance. Hij schrijft biografieën van bekende kunstenaars, onder wie Leonardo da Vinci.

Leonardo is niet de enige die vruchtbaar gebruikmaakt van de kennis van automaten die via vertalingen van klassieke werken doorsijpelt. Veel islamgeleerden zoals Al-Jazari (1136-1206) doen dat al eerder. Het meest tot de verbeelding spreekt zijn boot met vier ‘robotmusici’ (twee drummers, een fluit- en een harpspeler, zie bron 8). De drumrobot van Leonardo werkt volgens hetzelfde principe.

BRON 7 Leonardo da Vinci, de drumrobot
BRON 8 Een boot met robotmusici

Leonardo is een ‘uomo universale’

BRON 10 Zelfportret van Leonardo da Vinci (1452-1519)

Reconstructie van de programmeerbare, mechanische robot van Da Vinci, 1478

Door het nauwkeurig bestuderen van botten en spieren slaagt Da Vinci er zelfs in om de eerste ‘robot’ te bouwen die zich ‘zelfstandig’ kan bewegen. Voor de bouw van zijn robot laat Leonardo zich inspireren door teksten van klassieke auteurs zoals Ctesibius (3e eeuw v.C.), Heron van Alexandrië (1e eeuw v.C.) en Vitruvius (1e eeuw v.C.). Daarin staan automaten die gebruikt werden in het theater, nauwkeurig beschreven.

proefversie©VANIN

a Waarop heeft Leonardo zich gebaseerd voor het ontwerp van zijn robot?

b Leg uit waarom de dissectie van menselijke lichamen hem geholpen kan hebben bij het ontwerp van zijn ‘robot’.

c Wat zijn de gelijkenissen en verschillen met huidige robots?

Leonardo da Vinci is ingenieur en kunstenaar. Als kunstenaar maakt hij niet heel veel schilderijen en heel wat stukken laat hij onafgewerkt. Toch wordt hij nog steeds gezien als een van de belangrijkste renaissancekunstenaars door zijn wereldberoemde schilderijen zoals de ‘Mona Lisa’ en ‘Het Laatste Avondmaal’. Hij is een echte ‘uomo universale’, een veelzijdig mens die goed is op heel veel terreinen. Hij bestudeert de verschillende onderdelen van machines. Hij noemt ze de ‘elementen’ of ‘organen’ van de machines. Door die onderdelen op allerlei manieren te combineren, kun je in zijn ogen een oneindig aantal machines bedenken en bouwen. In zijn teksten beschrijft hij welke soorten schroeven, tandwielen, vliegwielen, kogellagers, kettingen, veren, katrollen … er bestaan en hoe je ze maakt. Leonardo is ook een heel goede tekenaar en voorziet zijn teksten van uitgebreide technische tekeningen in perspectief. Zelf ontwerpt hij een hele reeks machines: oorlogstuig zoals mortieren en tanks, baggerschepen, vliegtuigen, een helikopter, een duikpak, een hydraulische zaag … Een echte motor zoals wij die kennen, hebben zijn machines nog niet. Menselijke en dierlijke spierkracht en wind- en waterkracht voorzien zijn machines van energie. Hier en daar experimenteert hij, net zoals sommigen van zijn tijdgenoten, met stoomkracht. Stoomenergie is trouwens al bekend bij de ingenieurs van de klassieke oudheid, maar niemand maakt er echt praktisch gebruik van, ook niet de ingenieurs van de renaissance. Leonardo da Vinci publiceert zijn teksten en tekeningen nooit. Ze komen terecht in allerlei verzamelingen en worden pas in de 19e eeuw herontdekt. Hij bestudeert ook levende wezens en de natuur.

BRON 11 Leonardo da Vinci, studie van het been en de knie

a Waaruit kun je afleiden dat Leonardo da Vinci gebruikmaakt van dissectie?

b Leg uit waarom je de tekst niet hoeft te lezen om te weten waarover dit manuscript gaat.

KENNEN

1 een gelijkenis en een verschil tussen de ingenieurs van de vroegmoderne tijd en de middeleeuwen geven

2 het werk van de ingenieurs voor vorsten verklaren

3 drie kenmerken van het werk van Leonardo da Vinci geven

4 de samenwerking tussen humanisten en ingenieurs verklaren

BRON 12 Leonardo da Vinci, telescopische schokdemper

Dit toestel kan gebruikt worden om een mens toe te laten van een grote hoogte naar beneden te vallen.

proefversie©VANIN

5 Leonardo da Vinci met de andere ingenieurs van de vroegmoderne tijd vergelijken

6 uitleggen waarvoor Leonardo bekend is in zijn tijd

7 uitleggen waarom Leonardo uniek is

a Wat is een schokdemper?

b In welke hedendaagse ‘machines’ vind je een schokdemper terug?

c Welke opvallende gelijkenis merk je tussen bron 11 en 12?

KUNNEN

1 historische bronnen analyseren en daarmee aantonen wat Leonardo al dan niet uniek maakt

2 gevraagde informatie uit verschillende soorten aangeboden bronnen en werken halen

3 verschillen tussen populaire en wetenschappelijke beeldvorming over Leonardo aantonen

4 met b ehulp van bronnen historische vragen beantwoorden

5 continuïteit, verandering of een breuk aantonen

6 historische b eeldvorming over ‘Leonardo’ beoordelen

7 de verschuiving in de beeldvorming over het werk van Leonardo vaststellen en beoordelen

De lange reformatie D3

In de 15e eeuw heeft de rooms­katholieke Kerk nog altijd een grote invloed op het kerkelijke leven in West­Europa, ondanks vele mistoestanden. Maar die invloed krijgt een flinke deuk in de 16e eeuw met de opkomst van de protestantse reformatie. Luther en Calvijn spelen daarbij een belangrijke rol. Sindsdien bestaan naast de rooms­katholieke en de oosters­ or thodoxe Kerk verschillende protestantse Kerken. Hoe komt er een einde aan de dominante plaats van de katholieke Kerk? Wat houdt de protestantse reformatie in? Hoe heeft de rooms-katholieke Kerk daarop gereageerd?

proefversie©VANIN

1

PROTESTANTSE REFORMATIE

KATHOLIEKE REFORMATIE

stellingen Luther

Op weg naar de reformatie

Rond 1500 zijn de meeste mensen in West-Europa katholiek. Geloven in God is vanzelfsprekend. De meeste mensen worden gedoopt, trouwen voor de Kerk, worden kerkelijk begraven. Afwijkende geloofsopvattingen zijn een gevaar voor de eenheid van de Kerk en van de maatschappij en moeten daarom bestreden worden (zie les D5). Na de dood komt de mens in de hemel , het vagevuur of de hel terecht. In de godsdienstbeleving speelt angst voor zonde, dood en hel een grote rol.

Er is veel onwetendheid over het geloof. Priesters zijn soms slecht opgeleid en verdienen weinig. De hoge geestelijkheid is vaak meer geïnteresseerd in geld dan in de zorg voor de gelovigen. Geestelijken leven het celibaat vaak niet na. Bovendien is het gezag van de paus ondermijnd door het Westers Schisma (zie Storia HD 3). Om de bouw van de nieuwe Sint-Pieterskerk in Rome te bekostigen verkoopt de paus aflaten

Toch zijn er in de late middeleeuwen en de eerste helft van de 16e eeuw vele pogingen om de katholieke Kerk van hoog tot laag te hervormen. Zo ontstaat in de 14e eeuw in de Nederlanden de Moderne Devotie, een beweging die de nadruk legt op de persoonlijke beleving van het christendom. Op hun beurt streven de humanisten vanuit hun

belangstelling voor de klassieke oudheid naar een vernieuwing van het christendom gebaseerd op de Bijbel.

2De lange protestantse reformatie (16e-17e eeuw)

In de 16e eeuw ontstaat een nieuwe hoofdstroming binnen het christendom: het protestantisme. De lutherse Kerk en de gereformeerde Kerk zijn stromingen binnen het protestantisme. Johannes Calvijn heeft een belangrijke stempel gedrukt op het gereformeerde christendom. Daarom wordt die stroming soms ook het calvinisme genoemd, maar het gereformeerde christendom omvat vele kleine kerkgemeenschappen. Het anabaptisme is een kleine, aparte stroming die ontstaan is tijdens de reformatie . Daarnaast ontstaat in Engeland het anglicanisme, dat een tussenpositie inneemt tussen rooms-katholicisme en protestantisme.

Maarten Luther is een diepgelovige monnik en hij is zoals veel mensen bezorgd over hoe hij later in de hemel kan komen. Luther ergert zich aan de misbruiken bij de handel in aflaten. Op 31 oktober maakt hij in een document met 95 stellingen zijn visie op de aflaten kenbaar, die als uitgangspunt voor een gesprek daarover moeten dienen. Het nieuws

hemel: de plaats waar God woont; bevindt zich in het middeleeuwse wereldbeeld ver boven de aarde. In de hemel zijn betekent bij God zijn.

vagevuur: wachtplaats voor wie niet onmiddellijk in de hemel mag

hel: de plaats waar mensen voor altijd afgescheiden zijn van God; bevindt zich in het middeleeuwse wereldbeeld in het middelpunt van de aarde

celibaat: verplichting voor rooms­katholieke geestelijken om ongehuwd te blijven (en seksuele handelingen zijn enkel toegelaten binnen het huwelijk)

aflaat: kwijtschelding van de boetedoening voor de al vergeven zonden

reformatie: kerkhervorming in de 16e eeuw onder leiding van Maarten Luther en Johannes Calvijn

kerkelijke ban: excommunicatie, uitsluiting uit de Kerk

concilie: belangrijke kerkvergadering

sacrament: belangrijk ritueel in het christendom. Er zijn zeven zulke rituelen in de katholieke Kerk (doopsel, vormsel, eucharistie, biecht, huwelijk, priesterwijding, ziekenzalving).

eucharistie: ook mis genoemd, de re ­ enactment van het Laatste Avondmaal

doopsel: sacrament in de katholieke Kerk waardoor je lid wordt van de Kerk

calvinisten: volgelingen van Calvijn, die zich van de katholieke Kerk hebben afgescheurd

anabaptisten: dopers of wederdopers, doopsgezinden. Protestantse geloofsgroep die onder andere de doop voor volwassenen voorstaat

verspreidt zich dankzij de boekdrukkunst over heel Duitsland en de rest van Europa. In 1520 veroordeelt de paus een aantal stellingen van Luther. Die herroept zijn opvattingen niet en hij wordt eerst in de kerkelijke ban en daarna in de keizerlijke ban geslagen (1521). Dat laatste betekent dat Luther nu vogelvrij is, maar hij wordt door vrienden in bescherming genomen. De bestudering van de Bijbel brengt hem tot de overtuiging dat de redding van de mens (in de hemel komen) niet afhangt van het naleven van kerkelijke wetten en het doen van goede werken, maar wel van de vertrouwensvolle overgave aan God (sola fide) . Luther plaatst de Bijbel boven het gezag van de pausen, de concilies en de traditie in de katholieke Kerk. Alleen de Bijbel (sola scriptura) is richtinggevend. Hij vertaalt de Bijbel in het Duits zodat alle mensen de Bijbel kunnen lezen. In zijn denken is er nog slechts plaats voor twee sacramenten : het avondmaal ( eucharistie viering) en het doopsel . Het verplichte celibaat verwerpt hij ook. Het onbedoelde gevolg van het conflict met de paus is het ontstaan van de lutherse Kerk.

Johannes Calvijn is na Luther de belangrijkste kerkhervormer uit de 16e eeuw. Hij wordt beïnvloed door de nieuwe lutherse leer, maar hij is veel radicaler dan Luther. Zijn ideeën zet hij op een heldere manier uiteen in een boek dat eerst in het Latijn verschijnt, maar dat hij later naar het Frans vertaalt. Hij predikt dat de redding van de mens alleen van God afhangt. God bestemt vrij wie in de hemel of de hel komt (predestinatie). Wie erin slaagt om als een godsvruchtig mens te leven, kan dat als een teken zien dat hij door God is uitverkoren. Die mensen kunnen op Gods leiding rekenen. Calvijn bedoelt dat als troost: wat er ook gebeurt, je bent veilig bij God. Maar die opvatting maakt van latere calvinisten vaak sombere mensen: je weet nooit wat God over jou beslist heeft.

worden; zij wijzen dus de kinderdoop af. Zij zien de Kerk als een vereniging op vrijwillige basis, los van de staat. De anabaptisten hebben af te rekenen met vervolgingen door katholieken en andere protestanten.

3De lange katholieke reformatie (16e-18e eeuw)

proefversie©VANIN

catechismus: overzicht van de christelijke leer in vragen en antwoorden

De Engelse koning Hendrik VIII is gehuwd met Catharina van Aragon . Hij wil van haar scheiden, maar dat gaat niet in de katholieke Kerk. Een huwelijk kan wel in bepaalde gevallen ongeldig verklaard worden, de paus weigert dat echter. Hendrik ziet maar één oplossing: met de Akte van Suprematie uit 1534 breekt hij met de katholieke Kerk en roept hij zich uit tot hoofd van de nieuwe anglicaanse Kerk. Nu kan hij doen wat hij wil, zonder gebonden te zijn aan de paus. De koning is wel een tegenstander van het protestantisme, maar na zijn dood komen er protestantse invloeden in de anglicaanse Kerk.

Het anabaptisme neemt een bijzondere plaats in binnen het protestantse christendom. Voor de anabaptisten kunnen alleen volwassenen gedoopt

BRON 12-13-14-15-16 De protestantse reformatorische bewegingen zorgen voor een diepe breuk in de westerse Kerk. Voordien zijn er binnen de roomskatholieke Kerk al hervormingspogingen geweest, maar de grote succesvolle hervorming komt met het Concilie van Trente (1545-1563). Die kerkvergadering wil de Kerk herenigen, misbruiken aanpakken door een interne hervorming en duidelijkheid scheppen over de geloofsleer. Op dat concilie erkent de katholieke Kerk dat zij mee schuldig is aan de wantoestanden, maar de herenigingspogingen leveren niets op. De bewegingen die zich van Rome willen afscheiden, zijn al te ver gevorderd. Het concilie beklemtoont naast de Bijbel ook het belang van de kerkelijke traditie. Tot die laatste behoren onder andere de zeven sacramenten, de aflaten, het pauselijk gezag en de heiligenverering.

Om misbruiken tegen te gaan, moeten bisschoppen voortaan een degelijke universitaire vorming hebben. Ze krijgen de verplichting om in hun bisdom te verblijven. De nieuwe priesters moeten voortaan opgeleid worden in seminaries (vormingsinstituten voor priesters). Hun leven moet een voorbeeld zijn voor de gelovigen. Een belangrijke taak bestaat in het geven van geloofsonderwijs ( catechismus , prediking) aan de gewone gelovigen. Daarnaast worden de oude kloosterorden hervormd. Een belangrijke rol in dienst van de katholieke hervorming is weggelegd voor de recent opgerichte jezuïeten orde. Die wil vooral de jeugd bezielen door degelijk (godsdienst)onderwijs.

De besluiten van het Concilie van Trente worden in de decennia en eeuwen daarna in de praktijk omgezet. Een grote rol is weggelegd voor de bisschoppen: zij moeten erover waken dat die besluiten ook in de praktijk worden toegepast. De uitvoering van de nieuwe regels en structuren wordt een proces van lange duur. Zo worden in de Zuidelijke Nederlanden de besluiten van het Concilie van Trente pas in het begin van de 17e eeuw in concrete maatregelen omgezet, die overigens slechts heel langzaam ingang vinden. Veel meer dan voordien krijgt de Kerk een grote invloed op het leven van de mensen.

De wereldlijke vorsten en de reformatie

BRON 20-21 Ten aanzien van de reformatie kiezen de wereldlijke vorsten voor het principe ‘één staat, één vorst, één geloof’. Het hangt van vorst tot vorst af voor welke godsdienst zij kiezen. Het Europa van de 16e-17e eeuw kent talrijke godsdienstoorlogen: het is nog niet doorgedrongen dat verschillende levensb eschouwingen in respect met of naast elkaar kunnen leven.

In het Duitse keizerrijk steunen de rijksvorsten bijvoorbeeld voornamelijk het lutheranisme om onafhankelijker van de paus en de keizer te worden. De Duitse keizer Karel V verliest de oorlog met die lutherse rijksvorsten en moet toestaan dat zij de godsdienst in hun territorium zelf mogen kiezen (Vrede van Augsburg, 1555).

Uit angst voor de ondermijning van zijn nog sterk centrale gezag blijft de Franse koning het katholicisme trouw. Hij voert een harde repressiep olitiek tegen andersgezinden. Het Edict van Nantes (1598) brengt vrede: het verleent de hugenoten (calvinisten) burgerrechten. Ze mogen hun godsdienst echter slechts op een beperkt aantal plaatsen uitoefenen. In de loop van de volgende eeuw worden die verworvenheden uitgehold (zie les D6). Op het einde van de 17e eeuw vestigt een verbod op gewetensvrijheid het katholicisme opnieuw als staatsgodsdienst.

In Engeland probeert koningin Mary Tudor (bijgenaamd Bloody Mary) in het midden van de 16e eeuw tevergeefs het katholicisme te herstellen door protestanten te bestraffen en terecht te stellen. Koningin Elisabeth, haar halfzus en opvolgster, herstelt het anglicanisme.

jezuïeten: kloosterorde gesticht in 1534 door Ignatius van Loyola. De leden hebben een intellectuele vorming genoten.

hugenoot: benaming die aan de Franse protestanten wordt gegeven

gewetensvrijheid: recht om te denken en te geloven wat men wil

proefversie©VANIN

KENNEN KUNNEN

1 de situatie in de katholieke Kerk voor het Concilie van Trente beschrijven

2 het optreden van Luther in de context van de aflatenhandel uitleggen

3 de predestinatieleer van Calvijn uitleggen

4 het ontstaan van het anglicanisme verklaren

5 het anabaptisme uitleggen

6 de houding van de Europese vorsten ten aanzien van de godsdienst beschrijven en verklaren

1 religieuze hervorming en breuk in het westerse christendom onderscheiden

2 verbanden leggen tussen verschillende maatschappelijke domeinen

3 de representativiteit van een historische bron beoordelen

4 een bron kritisch beoordelen met behulp van andere historische bronnen

5 het onb edoelde gevolg van de 95 stellingen van Luther uitleggen

6 de invlo ed van de standplaatsgebondenheid op historische beeldvorming toelichten

7 met een voorbeeld aantonen dat mythes de historische beeldvorming kunnen vervormen

1 Wittenberg, 31 oktober 1517: VRT NWS

Wittenberg, 31 oktober 1517. Gewapend met een hamer en spijkers baant een augustijner monnik zich een weg naar de domkerk. Daar aangekomen nagelt hij een plakkaat aan de houten poort met daarop 95 stellingen waarmee hij zijn ongenoegen uit over de gang van zaken in de rooms-katholieke Kerk. Het protestantisme is geboren. Zo gaat al 500 jaar het verhaal van Maarten Luther, de theoloog die aan de grondslag van de reformatie ligt.

Uit: Alexander Verstraete, De dag die Europa voor altijd veranderde: 500 jaar geleden lanceert Maarten Luther zijn 95 stellingen, VRT NWS, 31 oktober 2017

VRT NWS besteedt op 31 oktober 2017 aandacht aan de viering van 500 jaar reformatie. De tekst is de inleiding van het artikel, het volledige nieuwsitem kun je online lezen.

Ferdinand Pauwels (1860-1904), olieverf op doek, 1872, Eisenach

De Vlaming Ferdinand Pauwels is vooral als schilder werkzaam in Duitsland en verwerft daar grote bekendheid als schilder van historische taferelen. Hij maakt onder andere zeven wandschilderijen over het leven van Luther.

a Wat heeft Luther volgens het overgeleverde verhaal op 31 oktober 1517 gedaan?

b Welke beeldvorming ontstaat daaruit?

plakkaat: affiche met wetteksten die in de 16e eeuw en later door de overheid in de Nederlanden aangeplakt werden om zo de wetten bekend te maken. De geletterden konden die dan voorlezen aan de analfabeten.

lutheranen: volgelingen van Luther die zich van de katholieke Kerk hebben afgescheurd

proefversie©VANIN

Wat beeldt de kunstenaar uit?

BRON 3 De betekenis van 31 oktober 1517

De dag krijgt een grote symbolische betekenis in de protestantse wereld: 31 oktober 1517 wordt gezien als het begin van de lutherse reformatie. Tot vandaag is ‘Hervormingsdag’ een van de belangrijkste kerkelijke dagen voor de lutheranen , die dag vieren zij hun identiteit. Maar historisch onderzoek heeft intussen aangetoond dat het verhaal hoogstwaarschijnlijk niet klopt. Daarvoor zijn goede argumenten zoals: 1. Luther heeft tijdens zijn leven nooit over die gebeurtenis gesproken; 2. Luther heeft alleen genoteerd dat hij die stellingen op 31 oktober 1517 per brief aan enkele mensen heeft opgestuurd; 3. het aanhangen van zo’n document was niet de taak van een professor, maar wel van een medewerker van de universiteit; 4. pas dertig jaar later vermeldt een medewerker het verhaal, maar die was geen ooggetuige.

Vrij naar: Dick Wursten, Heeft Luther echt de 95 stellingen vastgenageld op de deur van de slotkapel te Wittenberg?, luther.wursten.be

Dominee Dick Wursten studeerde theologie in Utrecht en Amsterdam en was jarenlang predikant in Antwerpen. Hij is inspecteur en pedagogisch begeleider van het protestants godsdienstonderwijs in Vlaanderen. Hij is vooral actief op het grensvlak van Kerk en cultuur en een specialist in de geschiedenis van de reformatie.

a Wat heeft historisch onderzoek intussen aangetoond?

b Wie zou het meeste moeite hebben met de nieuwe visie: katholieken of lutheranen? Argumenteer.

c Toon aan dat mythes historische beeldvorming vervormen.

d Welke functie heeft Hervormingsdag voor de lutheranen?

e Geef een voorbeeld van een andere herdenking waar de eigen identiteit gevierd wordt.

BRON
BRON 2 31 oktober 1517 in de schilderkunst

BRON 4 Maarten Luther

Atelier van Lucas Cranach de Oude, portret van Maarten Luther (1529), olieverf op hout, 36,5 x 23 cm, Galleria degli Uffizi, Firenze

BRON 6 Toespraak Maarten Luther

BRON 5 95 stellingen over de aflaat

1 Vermits onze Heer en Meester Jezus Christus zegde: doe boete, … wilde Hij, dat het hele leven van de gelovige boete zou zijn.

5 De paus wil en kan geen andere zondestraffen kwijtschelden dan degene, die hij naar eigen goeddunken en volgens kerkelijke bepalingen heeft opgelegd.

36 Ieder christen, als hij oprecht berouw heeft, heeft volledige kwijtschelding van straf en schuld, die hem ook zonder aflaatbrief toekomt.

43 Men mo et de christenen leren, dat aan de armen geven of aan de behoeftigen lenen beter is dan aflaten kopen.

62 De ware schat van de Kerk is het allerheiligste evangelie van de heerlijkheid en de genade van God.

Uit: Maarten Luther, 95 stellingen over de aflaat, 1517

a Waaruit blijkt het belang dat Luther aan de Bijbel hecht?

b Wat vindt Luther belangrijker dan aflaten kopen?

c Ho e krijgt een christen volgens Luther kwijtschelding van straf?

proefversie©VANIN

Nu Uwe Keizerlijke Majesteit en Uwe Hoogheden een eenvoudig antwoord wensen, geef ik een antwoord zonder talmen of omhaal, en wel zo: alleen getuigenissen van de Heilige Schrift of overtuigende bewijzen kunnen mij in het ongelijk stellen. Want ik geloof noch de paus, noch de concilies alleen, omdat het zonneklaar is dat zij zich herhaaldelijk hebben vergist en zichzelf hebben tegengesproken. Ik kan alleen overwonnen worden door de Heilige Schriften die ik heb aangehaald. En aangezien mijn geweten gevangen is in Gods woord, kan ik en wil ik niets herroepen, omdat het bezwaarlijk, niet heilzaam en gevaarlijk is om tegen het geweten in te handelen … De concilies kunnen dwalen en hebben gedwaald, dat is zonneklaar en ik zal het bewijzen. God moge mij te hulp komen. Amen. Hier ben ik.

Uit: De toespraak van Maarten Luther op de Rijksdag van Worms, 1521

De Rijksdag is een belangrijke bijeenkomst van wereldlijke en kerkelijke leiders, zoals vorsten en bisschoppen, die bij elkaar geroepen wordt door de keizer. Op de Rijksdag van Worms van 1521 zijn de 95 stellingen van Luther over de aflaat het belangrijkste onderwerp dat besproken wordt.

a Do or welke argumenten alleen kan Luther overtuigd worden? Waarom?

b Waarom kan en wil hij niets herroepen?

proefversie©VANIN

In de 19e eeuw is er in protestantse middens een echte Lutherverering op gang gekomen. De reformator wordt voorgesteld als een van de grote Duitse helden uit de geschiedenis. In katholieke middens valt er geen goed woord over Luther te zeggen. Een Belgische en een Duitse kunstenaar vereeuwigen de toespraak van Luther op de Rijksdag van Worms in 1521.

a Ho e geven beide kunstenaars de reacties van de aanwezigen weer?

b Beide kunstenaars geven de reacties verschillend weer. Geef daarvoor een verklaring.

c Kun je de schilderijen gebruiken om een antwoord te geven op de vraag hoe de aanwezigen gereageerd hebben op de toespraak van Luther? Argumenteer.

BRON 7 Schilderij van Luther op de Rijksdag in Worms in 1521
BRON 8 Luther verschijnt voor keizer Karel op de Rijksdag in Worms
Schilderij van Emile Delpérée (1850-1896), olieverf op doek, 1878, 207,5 x 323,5 cm, Museum M, Leuven
Schilderij van Paul Thumann (1834-1908), olieverf op doek, 1872, 121 x 155 cm, Wartburg Foundation, Eisenach

BRON 9 Kunstenaars en de verspreiding van het protestantse gedachtegoed

De boekdrukkunst speelt een belangrijke rol bij het verspreiden van het protestantisme. De ‘Passional Christi und Antichristi’ is een vroegluthers boekje uit 1521. Het bestaat uit dertien paar houtsneden met commentaar. De houtsneden zijn gemaakt door Lucas Cranach de Oudere en voorzien van tekst door een medewerker van Luther. Het boekje contrasteert het lijden van Christus met het leven van de paus.

a Naar welk evangelieverhaal verwijst de afbeelding links? Kies uit: Jezus geselt zichzelf uit boetedoening

– Jezus jaagt de kooplui uit de tempel – Jezus is boos op de bedelaars in de tempel.

b Wie en wat wordt op de afbeelding rechts afgebeeld?

c Waarom worden die prenten naast elkaar afgebeeld?

10 Portret van Johannes Calvijn

proefversie©VANIN

11 Calvijn over de predestinatie

Anonieme schilder, olieverf op hout, 44,5 x 27 cm, ca. 1550, Catharijneconvent, Utrecht

Wij noemen de predestinatie het eeuwige raadsbesluit van God, waardoor Hij bepaalde wat Hij met ieder mens zou doen. Want Hij schept hen niet allemaal in dezelfde toestand, maar voorbestemt sommigen tot het eeuwige leven en anderen tot de eeuwige verdoemenis. Dus volgens het doel waarvoor de mens geschapen is, zeggen wij dat hij voorbestemd is tot de dood of tot het leven (...). Volgens wat de Schrift duidelijk aantoont, zeggen wij dus, dat de Heer eens in zijn eeuwige en onveranderlijke raadsbesluit heeft bepaald, wie Hij tot het heil wilde brengen en wie Hij tot het verderf wilde laten.

Uit: Johannes Calvijn, L’Institution de la religion chrétienne, 1541, eigen vertaling

De Franse Johannes Calvijn (1509-1564) wordt door de Franse koning verbannen nadat hij zich afwendt van het katholicisme. Hij wijkt uit naar Zwitserland, waar hij zijn ideeën neerschrijft en in Genève in de praktijk toepast. Het boek verschijnt eerst in het Latijn en enkele jaren later in het Frans.

Wat bedoelt Calvijn met de term ‘predestinatie’? Leg uit met je eigen woorden.

BRON
BRON
Lucas Cranach, houtsnede, 1521, British Library, Londen

BRON 12 Het Concilie van Trente (1543-1565)

Matthias Burglechner, zitting van het Concilie van Trente, in: ‘Tiroler Adler’ (manuscript), Staatsarchief Wenen

a In welke taal wordt het concilie gehouden?

b Waarom in die taal?

c Wat zijn de doelstellingen van het concilie?

BRON 13 Opening van het Concilie van Trente

Bent u akkoord – tot lof en eer van de heilige en onverdeelde Drie-eenheid, Vader en Zoon en Heilige Geest – te beslissen en te verklaren dat het heilige en algemene Concilie van Trente een aanvang neemt en heeft genomen, voor de groei en verheerlijking van het christelijk geloof en de christelijke godsdienst; voor de uitroeiing van ketterijen; voor de vrede en eenheid van de Kerk; voor de hervorming van de geestelijkheid en het christelijke volk; voor de onderdrukking en uitroeiing van de vijanden van de christelijke naam? Zij antwoordden: Ik ben akkoord.

Uit: Canones, Et Decreta Sacrosanti

Oecumenici Et Generalis Concilii Tridentini, 1565, eigen vertaling

Het Concilie van Trente wordt plechtig geopend in de kathedraal van Trente op 13 december 1545, de derde zondag van de advent. Tijdens die plechtigheid wordt aan de deelnemers gevraagd of zij akkoord gaan met het programma van het concilie. De echte inhoudelijke samenkomsten beginnen het jaar daarop.

proefversie©VANIN

BRON 14 Katholieke reformatie of Contrareformatie?

De katholieke Kerk was diep verontrust door de omvang van de protestantse successen in de eerste helft van de 16e eeuw. Rond 1550 leek het protestantisme onstuitbaar … Tegen de eeuwwisseling was de katholieke Kerk herrezen. Over de vraag of deze katholieke opleving (na het Concilie van Trente) een direct antwoord was op de protestantse expansie of in plaats daarvan de bekroning van eeuwen van interne hervorming, wordt vaak gediscussieerd. De 19e-eeuwse Duitse lutherse historicus Leopold von Ranke populariseerde het invloedrijke woord ‘Contrareformatie’ (Gegenreformation) om uitdrukking te geven aan het veronderstelde negatieve en heel conservatieve karakter van het katholieke beleid in die jaren. Recente geschiedschrijving heeft echter aangetoond dat oproepen tot een hervorming van de Kerk van hoog tot laag voortdurend aanwezig was in de late middeleeuwen.

Uit: Anne Gerritsen e.a., The long Reformation: Catholic, in Beat Kümin (ed.), The European World 1500-1800. An Introduction to early Modern History, 2018, eigen vertaling

Hedendaagse historici kijken anders naar de periode van de reformatie dan hun voorgangers. Nieuw historisch onderzoek wijzigt oude opvattingen. De relatie tussen de katholieke en de lutherse Kerk is sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) heel veel verbeterd, wat leidde tot een betere verstandhouding tussen beide Kerken.

a Geef een ander woord voor ‘Contrareformatie’.

b Wie heeft gezorgd voor het populariseren van het begrip ‘Contrareformatie’?

c Waarop legt hij de klemtoon door dat woord te gebruiken?

d Wat is er sindsdien veranderd?

e Welk begrip komt in de plaats van ‘Contrareformatie’?

f Wanneer kan het begrip ‘Contrareformatie’ nog gebruikt worden?

BRON 15 Zitting VII van het Concilie van Trente (1547)

Zitting VII – 3 maart 1547

Indien iemand beweert, dat de sacramenten van het nieuwe verbond niet alle werden ingesteld door onze Heer Jezus Christus, of dat er meer of minder zijn dan zeven, namelijk het doopsel, het vormsel, de eucharistie, de biecht , het laatste oliesel, het priesterschap en het huwelijk, of ook dat een van deze zeven niet werkelijk en eigenlijk een sacrament is: hem treffe de banvloek.

Uit: Canones, Et Decreta Sacrosanti

Oecumenici Et Generalis Concilii Tridentini, 1565, eigen vertaling

Het Concilie van Trente komt in drie zittingsperiodes samen, telkens met een onderbreking van verschillende jaren. Op een aantal bijeenkomsten worden protestantse opvattingen over het christelijke geloof veroordeeld, zoals bijvoorbeeld sessie VII in 1547. Die sessies zijn contrareformatorisch (gericht tegen de reformatie).

Waaruit blijkt het contrareformatorische karakter van die bepalingen?

BRON 16 Voorblad van een catechismus uit 1756

Om de mensen vertrouwd te maken met de inhoud van het christelijke geloof stellen zowel katholieken als protestanten catechismussen samen.

a Wat is een catechismus?

b Voor wie is de catechismus bedoeld?

c Is dit een katholieke of protestantse catechismus? Argumenteer.

TIP Raadpleeg bron 21.

BRON 17 De aanstelling van een dorpsschoolmeester te Ekeren in 1626

• Dat voor muziek en zang enkel de kinderen in aanmerking zullen komen, welken door de schoolmeester daarvoor nuttig en bekwaam worden geoordeeld;

• Dat de scho olmeester gehouden is de H. Geestkinderen [arme kinderen] voor niets te onderwijzen;

• Dat de scho olmeester door de kinderen geen andere boeken zal laten leren dan deze, welke de heilige katholieke roomse Kerk toelaat en beveelt.

Uit: Schepenbrief met de aanstellingsakte van Herman De Hollander, 1626

biecht: sacrament in de katholieke Kerk waarbij de priester de zonden vergeeft

proefversie©VANIN

In de vroegmoderne tijd legt het dorpsbestuur de voorwaarden voor de betrekking als schoolmeester vast. Herman De Hollander (Breda, ca. 1595-1640) is een 17e-eeuwse Nederlandse componist. Hij is ook schoolmeester en organist, eerst in Eindhoven (Nederland) en daarna ook in Ekeren (België). Later is hij actief in Breda.

a Welke beroepen oefende De Hollander uit?

b Waarom zou hij twee beroepen uitoefenen? Wat zou een reden geweest kunnen zijn?

c Vanwaar is hij blijkbaar afkomstig?

d Waaruit blijkt de invloed van de katholieke reformatie?

e Zou die b epaling in de akte staan omdat hij afkomstig is uit het huidige Nederland? Wat denk je?

f Ho e zou je kunnen achterhalen of het artikel speciaal voor hem is toegevoegd?

BRON 18 Fort Lillo in Atlas van Loon, 17e eeuw

BRON 19 Calvinistische preken in Lillo

[ Aanvankelijk] was de opkomst nog klein, maar geleidelijk groeide het aantal aanwezigen tot vijf- à zeshonderd. De opkomst varieert wel naargelang van de weersomstandigheden aangezien men per schip naar ginder trekt. Op zondagen is hun aantal zeker niet kleiner dan driehonderd. Onder hen bevinden zich ook mensen die in dienst staan van de aartshertogen of van de stad [ Antwerpen], zoals: tollenaars van de rekenkamer, dekens van de ambachten en gildebroeders. Bij de Antwerpse burgers die aanwezig zijn op de ketterse preken of voor de kerk van Lillo staan, houdt men een omhaling [geldinzameling]. Met de opbrengst worden drie schippers betaald om gratis arme Antwerpenaars mee te voeren. Die armen verdienen bovendien nog zes stuivers wanneer ze naar de preek gaan. Het totale aantal schepen liep op tot dertien à vijftien. Op deze vaartuigen worden gedurende bijna de ganse tocht psalmen gezongen. Ook verspreidt men er ketterse boekjes die ter plaatse gelezen konden worden, maar die men ook mee naar huis mocht nemen om ze daar door te nemen of in Antwerpen te verspreiden. In Lillo wordt zowel in de Franse als in de Nederlandse taal gepredikt. Sommige inwoners van Antwerpen laten in Lillo hun kinderen dopen, huwen er of nemen er deel aan het calvinistische avondmaal.

Uit: De verslagen van Joannes Miraeus aan de paus, 1609

Joannes Miraeus is bisschop van Antwerpen van 1604 tot 1611. De katholieke aartshertogen Albrecht en Isabella regeren dan over de Zuidelijke Nederlanden (zie les D5). Het kleine Fort van Lillo ligt aan de Schelde, dicht bij de Nederlandse grens, en is op dat moment nog in handen van de opstandelingen (calvinisten) . Voor de kleine kerk van Lillo is er een haventje met een pleintje.

a Wie maakte dit verslag en met welke bedoeling?

b Is hij een voor- of tegenstander van de calvinistische predikanten?

c Zijn er redenen om aan te nemen dat de informatie van de bisschop niet betrouwbaar is?

d Wie gaat er allemaal luisteren naar de predikanten?

e Ho e probeert men arme mensen naar de preken te lokken? Waarom doet men al die moeite, denk je?

BRON 20 Het Edict van Nantes, een beperkte godsdienstvrijheid

Wij hebben met dit eeuwigdurend en onherroepelijke edict bevestigd en verklaard, en zullen bevestigen en verklaren [ de volgende zaken] (…)

VI Om geen aanleiding tot onrust en strijd onder onze onderdanen te doen ontstaan, hebben wij toegestaan, en staan wij toe, dat de aanhangers van de zogenaamde hervormde godsdienst in alle steden en plaatsen van ons koninkrijk waarover wij de macht hebben, leven en wonen [ zonder dat zij om geloofsredenen worden lastiggevallen].

IX Wij staan eveneens toe aan zij die behoren tot het voornoemde geloof [de hervormde godsdienst] dat zij hun godsdienst mogen belijden op alle plaatsen en dorpen in ons koninkrijk waar zij dat al openlijk deden in het jaar 1597.

XIV Wij verbieden elke openbare uitoefening van de genoemde godsdienst aan ons hof en de hovelingen, en ook in onze landen en gebieden die achter de bergen liggen, en in onze stad Parijs of op vijf uren reizen van de stad. Maar zij die [ daarbinnen] de genoemde godsdienst aanhangen, zullen niet in hun huizen worden opgespoord, of gedwongen worden iets te doen tegen hun geweten met betrekking tot hun godsdienst, indien zij zich overigens gedragen zoals in ons tegenwoordige edict is bevolen.

XXI Bo eken betreffende de voornoemde gereformeerde religie mogen niet gedrukt en openlijk verkocht worden behalve in de steden en plaatsen waar de uitoefening van de voornoemde religie is toegestaan.

Uit: Hendrik IV, Edict van Nantes, 1598

Hendrik IV de Bourbon (1553-1610), een verwant van het Franse koningshuis, is oorspronkelijk de leider van de gereformeerden

De Franse koninklijke familie sterft echter uit en Hendrik erft de Franse troon. De nieuwe koning bekeert zich tot het katholicisme (‘Paris vaut bien une messe’), de godsdienst van de meeste Fransen. Hij vaardigt ook het Edict van Nantes uit.

a Lees de contextinformatie bij de bron. Geef vervolgens een fragment uit de bron dat aantoont dat Hendrik zijn bekering als echt wil laten uitschijnen.

b Waaruit blijkt dat er ook geen echte godsdienstvrijheid in Frankrijk komt?

BRON 21 De godsdiensten in Europa na de hervormingen

proefversie©VANIN

gereformeerde: calvinist

a No em vijf gebieden die katholiek zijn gebleven.

b No em vier gebieden die de leer van Luther volgen.

Het Habsburgse Rijk D4

In de klassieke oudheid brengen de Romeinen een groot deel van Europa onder hun bewind. Na de val van het West-Romeinse Rijk versnippert het Europese continent in talloze vorstendommen. In de loop der eeuwen slagen sommige heersers en dynastieën er opnieuw in om grote delen van Europa onder hun gezag te brengen. In de vroegmoderne tijd is het vooral de familie van de Habsburgers die dat weet te realiseren. Wie zijn die Habsburgers? Hoe slagen ze erin om een groot rijk uit te bouwen? Welke gebieden komen onder Habsburgs bestuur? Hoe komt er een einde aan de macht van de Habsburgers?

proefversie©VANIN

Habsburgers verwerven Oostenrijk

splitsing in Spaanse en Oostenrijkse familietak

Hausmacht: het streven van de Duitse keizers uit het geslacht van Habsburg om hun familiebezit, waarop hun werkelijke macht gebaseerd was, uit te breiden. Die politiek stond soms haaks op de belangen van het rijk.

personele unie: situatie die ontstaat wanneer een vorst heerser wordt over twee of meer afzonderlijke gebieden. Elk van de gebieden blijft een afzonderlijke eenheid vormen met eigen wetten, instellingen

Het enige wat de gebieden in kwestie gemeen hebben, is dezelfde vorst.

1

De Habsburgers hebben hun wortels in het Duitse Rijk

De Habsburgers danken hun naam mogelijk aan de Habichtsburg (Haviksburcht), die ze in de 12e eeuw laten optrekken in het huidige Zwitserland. Stapsgewijs weet de familie haar invloed uit te breiden. Door de juiste kandidaat-keizers in het Heilige Roomse Rijk bij te staan en die keizers financieel te steunen, krijgen ze grond en titels als beloning. In 1278 bereiken de Habsburgers een nieuwe mijlpaal wanneer Rudolf I van Habsburg tot 'Rooms koning' wordt verkozen. In diezelfde periode verwerven ze ook het Hertogdom Oostenrijk, dat het nieuwe centrum van de dynastie vormt. In de 15e eeuw begint dan het echte ‘succesverhaal’ van de familie. Vanaf 1438 tot 1806 zijn bijna alle Duitse keizers Habsburgers. Veel concrete macht is er echter niet meer aan die titel verbonden. Het Duitse Rijk is compleet versnipperd en de politieke macht van de keizer is beperkt. De keizerstitel geeft echter wel prestige en maakt het de Habsburgers mogelijk om vlotter hun machtsbasis (‘Hausmacht’) uit te breiden. Dankzij hun slimme huwelijkspolitiek erven de Habsburgers vele gebieden. Het brengt hen uiteindelijk op de troon van allerlei landen tot zelfs ver buiten het Duitse Rijk.

SPAANSE SUCCESSIEOORLOG OOSTENRIJKSE SUCCESSIEOORLOG

2Karel V: in zijn rijk ‘gaat de zon nooit onder’

BRON 1-2-3-4-5-6-7-8 Op het einde van de 15e eeuw verwerven de Habsburgers de controle over de Nederlanden, Castilië en Aragon (Spanje). Karel, zoon van de heerser over de Nederlanden en kleinzoon van respectievelijk de Duitse keizer en de Spaanse koning, erft tussen 1506 en 1519 een immens rijk bij elkaar. Het omvat niet alleen de Oostenrijkse erflanden, de Nederlanden, delen van Italië en Spanje, maar ook de Spaanse kolonies in de Nieuwe Wereld (zie les B). Bovendien laat hij zich via omkoping tot keizer Karel V van het Duitse Rijk verkiezen.

Het rijk van Karel V is echter niet meer dan een personele unie . In elk van zijn erflanden moet hij rekening houden met lokale gebruiken, privileges, plaatselijke machthebbers ... Karel V probeert daarom in zijn rijk een centralisatiepolitiek te voeren. Het bestuur en de wetgeving van het rijk worden daarbij zo veel mogelijk verenigd. Op die manier wil Karel V meer macht naar zich toe trekken. Dat heeft ook gevolgen voor de Nederlanden. De afzonderlijke provincies worden door de centralisatiepolitiek van Karel V stilaan één staat. Toch botst hij vaak op binnenlands en buitenlands verzet. De Gentenaars

uitsterven Spaanse
Habsburgers
KAREL V FILIPS II

komen bijvoorbeeld in opstand tegen de hoge belastingen die hij heft om zijn oorlogen te financieren . In het Duitse Rijk bekeren een aantal Duitse vorsten zich tot het protestantisme (zie les D3). Ze proberen zich zo te verzetten tegen de groeiende macht van de katholieke keizer.

De Habsburgse bezittingen worden ook van buitenaf bedreigd. De Franse koning Frans I, die zich ‘ingesloten’ voelt door Karel V, voert een bijna ononderbroken strijd tegen hem. Vooral Italië doet daarbij dienst als slagveld. Verder heeft Karel ook nog af te rekenen met de Turken, die in 1529 tevergeefs Wenen belegeren (zie les C2). Het gaat zelfs zover dat de Franse koning een soort bondgenootschap sluit met de Turken tegen Karel. Ook de Duitse protestanten krijgen de steun van de Franse koning in hun strijd tegen de keizer, hoewel de Franse koning zelf katholiek is en in eigen land protestanten laat vervolgen!

3

De Spaanse en Oostenrijkse Habsburgers

BRON 9-10-11 In 1555 doet Karel V afstand van zijn macht. Om zijn erfenis veilig te stellen, verdeelt hij zijn bezittingen. Zijn zoon Filips II krijgt onder andere Spanje, de Nederlanden, de Italiaanse erflanden en de Nieuwe Wereld toegewezen. Ferdinand, de broer van Karel, verwerft de Oostenrijkse erflanden (die hij eigenlijk al sinds 1522 bestuurt) en later ook de keizerstitel. Daardoor splitst het Habsburgse huis zich in een Spaanse en een Oostenrijkse tak, waardoor de eenheid verloren gaat.

Op het moment dat Filips II de Spaanse troon bestijgt, is Spanje het rijkste en machtigste land van Europa. Bovendien slaagt Filips er in 1581 in om ook koning van Portugal te worden. De autoritaire en heel katholieke Filips raakt, ook al door de uitgestrektheid van zijn rijk, verwikkeld in een eindeloze reeks van oorlogen: tegen de Turken, tegen de opstandelingen in de Nederlanden (zie les D5), tegen het anglicaanse Engeland ... Die oorlogen putten het land uit. De opvolgers van Filips zijn zwakke figuren die niet in staat zijn om het tij te keren. In de 17e eeuw brokkelt de Spaanse macht af: onder andere de Noordelijke Nederlanden en Portugal gaan verloren. In 1700

overlijdt de mentaal en lichamelijk gehandicapte Karel II kinderloos. Zo sterven de Spaanse Habsburgers uit.

De Oostenrijkse Habsburgers concentreren zich aanvankelijk vooral op het versterken van hun ‘Hausmacht’. Het al in 1515 gesloten huwelijk van Ferdinand I met een erfgename van de Hongaarse en Boheemse troon brengt die gebieden na verloop van tijd ook onder Habsburgse controle. Het grootste deel van Hongarije is op dat moment bezet door de Turken. In de 17e eeuw proberen de katholieke Habsburgers ook hun keizerlijke gezag te versterken. Dat leidt vooral tot spanningen met de protestanten. Een nieuwe oorlog waarmee buurlanden zoals Frankrijk zich bemoeien, is het gevolg. De Habsburgers verliezen uiteindelijk die Dertigjarige Oorlog (1618-1648). De Vrede van Westfalen maakt niet alleen een einde aan de oorlog, maar ook aan de macht van de Duitse keizer. De Oostenrijkse Habsburgers leggen zich weer toe op hun ‘Hausmacht’ en komen vooral in conflict met de Turken. Vanaf het einde van de 17e eeuw slagen ze erin om geleidelijk gebied te veroveren op het Turkse Rijk.

Na de dood van Karel II van Spanje (1700) komt de Spaanse troon in handen van een kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV. De Oostenrijkse Habsburgers, gesteund door andere landen, claimen de troon. Ten gevolge daarvan barst de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) los. Die levert de Oostenrijkers niet de Spaanse troon op, maar wel de Zuidelijke Nederlanden en Zuid-Italië. Keizer Karel VI heeft geen zonen en probeert zijn dochter Maria Theresia als erfgename te laten erkennen. Na zijn dood breekt echter de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) uit. Een aantal landen, waaronder Pruisen , weigeren Maria te aanvaarden. Ze vallen de Habsburgse landen binnen. Toch weet Maria Theresia haar rijk grotendeels te behouden. Zij en haar opvolgers streven niet alleen naar gebiedsuitbreiding, maar proberen het Habsburgse Rijk om te vormen tot een meer hechte staat. In 1806 maakt Napoleon een einde aan het Duitse Rijk. Keizer Frans II laat zichzelf daarom uitroepen tot keizer van Oostenrijk. Zo behoudt hij zijn keizerlijke waardigheid. De Eerste Wereldoorlog leidt uiteindelijk tot de val van de Habsburgse monarchie (zie Storia HD 5).

centralisatiepolitiek: politiek waarbij het bestuur en de wetgeving zo veel mogelijk verenigd worden. Dat ten nadele van de zelfstandigheid van plaatselijke of lagere organen.

Bohemen: historisch vorstendom, gelegen in het huidige Tsjechië

Pruisen: Duits vorstendom. Het grondgebied van het oorspronkelijke Pruisen ligt vandaag grotendeels in Polen. Aan het begin van de 18e eeuw wordt Pruisen door de Duitse keizer tot koninkrijk verheven. Pruisen zal daarna uitgroeien tot een machtige staat en zal in de 19e eeuw de Duitse eenmaking realiseren, ten koste van Oostenrijk. Berlijn wordt de hoofdstad.

proefversie©VANIN

KENNEN KUNNEN

1 de b egrippen ‘Hausmacht’, ‘personele unie’ en ‘centralisatiepolitiek’ verklaren

2 uitleggen hoe de Habsburgers hun invloed weten uit te breiden

3 de b elangrijkste erflanden van Karel V opnoemen

4 de binnenlandse en buitenlandse problemen van Karel V opsommen

5 de ‘stamvaders’ van de Spaanse en de Oostenrijkse Habsburgers geven

6 twee oorzaken van de neergang van Spanje in de 17e eeuw geven

7 telkens een oorzaak voor het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog, de Spaanse Successieoorlog en de Oostenrijkse Successieoorlog geven

8 telkens het gevolg van die oorlogen voor de Habsburgers geven

1 geb eurtenissen en figuren als Karel V, de Dertigjarige Oorlog, de Spaanse Successieoorlog, de Oostenrijkse Successieoorlog en het ontstaan van het Oostenrijkse keizerrijk in de tijd situeren

2 informatie uit kaarten halen

3 met b ehulp van kaarten de evolutie van de Habsburgse macht beschrijven

4 b edoelde en onbedoelde gevolgen van een bron onderscheiden

proefversie©VANIN

a Geef vijf hedendaagse Europese landen die geheel of gedeeltelijk onder het gezag van Karel V staan.

b Geef drie hedendaagse landen buiten Europa die geheel of gedeeltelijk (en al dan niet tijdelijk) onder het gezag van Karel V staan.

c Waarom ziet de Franse koning Karel V als een bedreiging, denk je?

BRON 1 Het rijk van Karel V

De officiële titel van keizer Karel V in 1521 geeft enig idee van de verspreiding van de Habsburgse bezittingen: Karel, bij de gratie Gods, gekozen Heilige Roomse keizer, voor altijd Vergroter van het Rijk etc., Koning in Duitsland, van Castilië, Aragón, León, beide Siciliën, Jeruzalem, Hongarije, Dalmatië, Kroatië, Navarra, Granada, Toledo, Valencia, Galicië, de Balearen, Sevilla, Sardinië, Córdoba, Corsica, Murcia, Jaén, de Algarve, Algeciras, Gibraltar en de Canarische Eilanden, en ook de Eilanden van de Indiën, en het vasteland van de Oceaan etc; Aartshertog van Oostenrijk, Hertog van Bourgondië, Lorreinen, Brabant, Stiermarken, Karinthië, Krain, Limburg, Luxemburg, Gelre, Württemberg, Calabrië, Athene, Neopatras etc., Graaf van Vlaanderen, Habsburg, de Tirol, Gorizia, Barcelona, Artois en Bourgondië; Paltsgraaf van Henegouwen, Holland, Zeeland, Ferrette, Kiburg, Namen, Roussillon, Cerdagne, en Zutphen; Landgraaf in de Elzas, Markgraaf van Oristano, Goceano, en van het Heilige Roomse Rijk; vorst van Zwaben, Catalonië, Asturias etc; Heer van Friesland, van de Windische Mark, of Pordenone, Vizcaya, Molins, Salins, Tripoli, en Mechelen …

Uit: Martyn Rady, De Habsburgers. De opkomst en ondergang van een wereldmacht, 2020

In de middeleeuwen en vroegmoderne tijd maakt men oorkonden. Dat zijn schriftelijke documenten of bewijsstukken van een afspraak. Bij het begin van de oorkonden van Karel V worden steeds zijn titels opgesomd, al bestaan er wel regionale en tijdsgebonden verschillen. Bron 2B toont je hoe zo’n oorkonde eruitziet.

Oorkonde waarbij Karel V de geneesheer Cornelis van Baersdorp en zijn broer Willem in de adelstand verheft, 1556, 65 x 85 cm, Universiteitsbibliotheek, Gent

proefversie©VANIN

a Waarom zou Karel V een enorme opsomming van titels in zijn oorkonden opnemen en zijn wapenschild tonen op een tapijt?

b Karel V omschrijft zichzelf als ‘Koning van de Indiën’. Welk gebied wordt daar eigenlijk mee bedoeld? TIP Denk aan de lessen over de ontdekkingsreizen.

c Beargumenteer waarom het rijk van Karel V ook wel ‘het rijk waar de zon nooit onderging’ wordt genoemd.

Willem de Pannemaker, 201 x 172 cm, ca. 1540 ­ 1555, Rijksmuseum, Amsterdam

Willem de Pannemaker (actief 1535-1578) is een tapijtwever in Brussel en voert opdrachten uit voor verschillende pausen en talloze vorstenhuizen, waaronder ook dat van de Habsburgers. Op het tapijt zie je tussen een groot aantal planten en bloemen een gekroonde tweekoppige adelaar die het wapenschild van Karel V draagt. De tweekoppige adelaar refereert aan het Heilige Roomse Rijk, waarvan Karel V de keizer is. Het wapenschild verwijst onder meer naar zijn heerschappij over het hertogdom Brabant en het graafschap Vlaanderen. Tapijten als dit werden waarschijnlijk gebruikt bij feestelijkheden.

BRON 3 Oorkonde van Karel V
BRON 4 Tapijt met het wapen van keizer Karel V
BRON 2 Titels van Karel V bij oorkonden

BRON 6 Bloedplakkaat

Ets van Simon Fokke, 8,8 x 11 cm, ca. 1782 ­ 1784, Rijksmuseum, Amsterdam

In de 18e eeuw maakt de Nederlandse ontwerper en graveur Simon Fokke (1712-1784) een prent over de knieval van de Gentenaars voor keizer Karel na de opstand van 1539-1540. De aanleiding voor de opstand zijn de hoge belastingen die in 1537 worden opgelegd om de oorlogen van Karel V te financieren. De kopstukken van de Gentse opstand verontschuldigen zich in de hoop een straf te ontlopen en wijzen op hun oude privileges. Zij worden echter onthoofd.

proefversie©VANIN

Wij bevelen en verbieden: dat niemand (…) zal mogen drukken, schrijven, overschrijven, in zijn bezit hebben, ontvangen, dragen, bewaren, verbergen, verzwijgen, noch verkopen, kopen, schenken, uitdelen, of verspreiden in kerken, straten of op andere plaatsen, enig boek of geschrift van de hand van Maarten Luther, (…) Johannes Calvijn, of van andere ketters en slechte en valse sekten die veroordeeld zijn door de Heilige Kerk. (…) Eveneens verbieden wij alle leken en anderen om met elkaar de Heilige Schrift in het openbaar of in het geheim te bespreken, met name wat betreft twijfelachtige of moeilijke zaken, tenzij zij godgeleerden zijn.

Uit: Karel V, Bloedplakkaat, 1550

Met zijn Bloedplakkaat uit 1550 probeert Karel V niet-katholieke gelovigen in zijn rijk te vervolgen. Plakkaten zijn besluiten van de overheid die in de vorm van een aanplakbiljet of via een omroeper op de trappen van het stadhuis aan de bevolking worden bekendgemaakt. Ketters krijgen door het Bloedplakkaat de doodstraf. Als ze afstand doen van hun geloofsovertuiging, worden mannen gedood met het zwaard. Vrouwen worden levend begraven. Houden ze toch vast aan hun geloof, dan volgt de brandstapel. Op die manier zal volgens de katholieke Kerk de ziel schoongebrand worden.

a Met welke binnenlandse problemen wordt Karel V geconfronteerd?

b Ho e reageert Karel V op die problemen?

c Denk je dat bron 5 een betrouwbare weergave is van wat er zich toen afspeelde? Geef één argument.

Miniatuur van Simonzio Lupi, 18 x 26 cm, ca. 1556 ­ 1575, British Library, Londen

De bron maakt deel uit van een reeks van 12 miniaturen die de triomfen van Karel V tonen. Filips II, de zoon van Karel V, is de opdrachtgever. Op de miniatuur zie je in het midden Karel V op zijn troon zitten. Naast hem staan zijn voornaamste vijanden: de Ottomaanse sultan Süleyman I, paus Clemens VII, de Franse koning Frans I, de hertog van Kleef, de hertog van Saksen en de landgraaf van Hessen. Gedurende zijn regeerperiode voert Karel V geregeld oorlogen. Die zullen de keizerlijke schatkist uiteindelijk ruïneren.

a Wie is de maker van de bron? In opdracht van wie schildert hij de miniatuur?

b Ho e geeft de maker van de bron de verhouding weer tussen keizer Karel V en zijn vijanden?

c Waarom zou de maker van de bron die verhouding zo weergeven?

d Wordt Karel V op een betrouwbare manier uitgebeeld door de maker van de bron? Geef één argument.

proefversie©VANIN

Het ligt niet altijd in de handen van zij die dat willen om oorlog te vermijden. (…) Dat is mij dikwijls duidelijk geworden. Dat is des te moeilijker voor hen die regeren over zovele en zo grote koninkrijken en landen (…) die God mij in al zijn goedheid heeft geschonken, zeker als je er rekening mee houdt hoe ver die landen van elkaar gelegen zijn. (…) Het hangt dus af van de goede of slechte wil van buren en andere machthebbers.

Uit: Wim Blockmans, De strijd om het overwicht in Europa, in: Hugo Soly & Johan Van De Wiele, Carolus. Keizer Karel V, 1500 ­ 1558, Gent, 1999

Jarenlang voert Karel V oorlog om zijn macht te versterken en opstanden te onderdrukken. In 1555 doet hij afstand van zijn macht ten voordele van zijn zoon Filips en zijn broer Ferdinand. Dat de oorlogen Karel V hebben uitgeput, blijkt uit de bovenstaande verklaring die hij geeft aan zijn zoon.

Schrijf met je eigen woorden twee problemen op die Karel V heeft bij het besturen van zijn rijk.

BRON 7 De triomfen van Karel V
BRON 8 Uitspraak Karel V

a Geef drie hedendaagse Europese landen die geheel of gedeeltelijk onder het gezag van Filips II staan.

b Welke erflanden (de Spaanse of de Oostenrijkse) zullen waarschijnlijk het gemakkelijkst te besturen zijn? Motiveer je antwoord.

RANDINFO

Door de eeuwen heen sluiten de Habsburgers huwelijken met zowat alle belangrijke heersende families in Europa. Op die manier komen in heel wat landen Habsburgers of hun verwanten op de troon. Ook het Belgische koningshuis had en heeft banden met de Habsburgers. Koning Leopold II en zijn zus Charlotte waren beiden getrouwd met een telg uit de Oostenrijkse keizerlijke familie. De zus van koning Filip, prinses Astrid, is ook getrouwd met iemand uit het geslacht van Habsburg.

proefversie©VANIN

DOC 3 De huwelijkspolitiek van de Spaanse Habsburgers

BRON 10 De huwelijkspolitiek van de Spaanse Habsburgers

Portret van Karel II door Juan Carreño de Miranda (1661-1700) (ca. 1685, olieverf op doek, 145 x 105 cm; Kunsthistorisches Museum, Wenen)

1527-1598

Filips III

Filips II

Filips II

1527-1598

1527 -159 8

1578-1621

Filips III

Filips III

1578-1621

1578 -162 1

(achternicht) 1549-1580

Margaretha van Oostenrijk

Anna van Oostenrijk

(achternicht) 1584-1611

Anna van Oostenrijk

(achternicht) 1549-1580

(achtern icht) 1549 -158 0

Filips IV

1605-1665

Filips IV

Filips IV

1605-1665

1605 -166 5

Maria Anna van Oostenrijk

Margaretha van Oostenrijk

Margaretha van Oostenrijk

(nicht) 1634-1696

(achternicht) 1584-1611

(achtern icht) 1584 -161 1

Karel II

Maria Anna van Oostenrijk

1661-1700

Maria Anna van Oostenrijk

(nicht) 1634-1696

(nicht) 1634-169 6

proefversie©VANIN

Karel II

Karel II

1661-1700

1661 -170 0

Portret van Karel II door Juan Carreño de Miranda (1661-1700) (ca. 1685, olieverf op doek, 145 x 105 cm; Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Juan Carreño de Miranda (16611700), portret van Karel II (ca. 1685), olieverf op doek, 145 x 105 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen

Karel II had een enorm, misvormd hoofd. Zijn typisch Habsburgse kin stak zo ver naar voren dat zijn twee rijen tanden elkaar niet konden raken; daardoor was hij niet in staat zijn eten deftig te kauwen. Zijn tong was zo groot dat hij ook niet deftig kon spreken. Op intellectueel vlak schoot hij danig tekort. Hij was eigenlijk mentaal gehandicapt. Tijdens zijn korte leven evolueerde hij in feite van een langdurige kinderlijkheid naar een voortijdige seniliteit. Zijn familie en omgeving wilden boven alles zijn leven rekken en besteedden daarom weinig aandacht aan enige opvoeding of aangepaste begeleiding zodat hij uiteindelijk amper kon lezen of schrijven. Hij werd gevoed door zoogsters totdat hij een jaar of 5 was en hij mocht niet lopen totdat hij bijna volgroeid was. Zelfs dan was hij niet in staat om deftig te wandelen. Hij viel bijna voortdurend. Het bewind over het Spaanse rijk werd daarom − ook na zijn meerderjarigheid − waargenomen door zijn moeder. De hoop dat Karel ondertussen alsnog voor een opvolger zou zorgen, bleek al snel ijdel te zijn. Hij trouwde wel twee keer, maar beide huwelijken bleven dus kinderloos − ondanks verwoede pogingen van het hof om de koning bij zijn ‘taak’ te helpen. In de loop der jaren ging de toestand van Karel er alleen maar op achteruit: hij raakte praktisch verlamd, verloor al zijn haar en tanden en werd uiteindelijk ook nog blind en doof. Karel stierf in 1700 op 38-jarige leeftijd.

Karel II heeft een enorm, misvormd hoofd. Zijn typisch Habsburgse kin steekt zo ver naar voren dat zijn twee rijen tanden elkaar niet kunnen raken. Daardoor is hij niet in staat zijn eten deftig te kauwen. Zijn tong is zo groot dat hij ook niet normaal kan spreken. Op intellectueel vlak schiet hij erg tekort. Hij is eigenlijk mentaal gehandicapt. Tijdens zijn korte leven evolueert hij in feite van een langdurige kinderlijkheid naar een voortijdige seniliteit. Zijn familie en omgeving willen boven alles zijn leven rekken en besteden daarom weinig aandacht aan enige opvoeding of aangepaste begeleiding zodat hij uiteindelijk amper kan lezen of schrijven. Hij wordt gevoed door zoogsters tot hij een jaar of 5 is en hij loopt wanneer hij al bijna volgroeid is. Zelfs dan blijkt hij niet in staat om deftig te wandelen. Hij valt bijna voortdurend. Het bewind over het Spaanse Rijk wordt daarom − ook na zijn meerderjarigheid − waargenomen door zijn moeder. De hoop dat Karel ondertussen alsnog voor een opvolger zal zorgen, blijkt al snel ijdel te zijn. Hij trouwt wel twee keer, maar beide huwelijken blijven kinderloos − ondanks verwoede pogingen van het hof om de koning bij zijn ‘taak’ te helpen. In de loop der jaren gaat de toestand van Karel er alleen maar op achteruit: hij raakt praktisch verlamd, verliest al zijn haar en tanden en wordt uiteindelijk ook nog blind en doof. Karel sterft in 1700 op 38-jarige leeftijd.

Karel II had een enorm, misvormd hoofd. Zijn typisch Habsburgse kin stak zo ver naar voren dat zijn twee rijen tanden elkaar niet konden raken; daardoor was hij niet in staat zijn eten deftig te kauwen. Zijn tong was zo groot dat hij ook niet deftig kon spreken. Op intellectueel vlak schoot hij danig tekort. Hij was eigenlijk mentaal gehandicapt. Tijdens zijn korte leven evolueerde hij in feite van een langdurige kinderlijkheid naar een voortijdige seniliteit. Zijn familie en omgeving wilden boven alles zijn leven rekken en besteedden daarom weinig aandacht aan enige opvoeding of aangepaste begeleiding zodat hij uiteindelijk amper kon lezen of schrijven. Hij werd gevoed door zoogsters totdat hij een jaar of 5 was en hij mocht niet lopen totdat hij bijna volgroeid was. Zelfs dan was hij niet in staat om deftig te wandelen. Hij viel bijna voortdurend. Het bewind over het Spaanse rijk werd daarom − ook na zijn meerderjarigheid − waargenomen door zijn moeder. De hoop dat Karel ondertussen alsnog voor een opvolger zou zorgen, bleek al snel ijdel te zijn. Hij trouwde wel twee keer, maar beide huwelijken bleven dus kinderloos − ondanks verwoede pogingen van het hof om de koning bij zijn ‘taak’ te helpen. In de loop der jaren ging de toestand van Karel er alleen maar op achteruit: hij raakte praktisch verlamd, verloor al zijn haar en tanden en werd uiteindelijk ook nog blind en doof. Karel stierf in 1700 op 38-jarige leeftijd.

• Wat is het resultaat van die huwelijkspolitiek?

Wat is het resultaat van die huwelijkspolitiek?

• Wat is het resultaat van die huwelijkspolitiek?

DOC 4 Het rijk van de Oostenrijkse Habsburgers aan het einde van het ancien régime

BRON 11 Het rijk van de Oostenrijkse Habsburgers aan het einde van de vroegmoderne tijd

DOC 4 Het rijk van de Oostenrijkse Habsburgers aan het einde van het ancien régime

• Vergelijk de kaart met de kaart van DOC 2. Noem drie gebieden die de Oostenrijkse Habsburgers aan hun bezittingen weten toe te voegen.

• Vergelijk de kaart met de kaart van DOC 2. Noem drie gebieden die de Oostenrijkse Habsburgers aan hun bezittingen weten toe te voegen.

a Vergelijk de kaart met de kaart van bron 9. Geef drie gebieden die de Oostenrijkse Habsburgers aan hun bezittingen weten toe te voegen.

• Ten koste van vooral welke twee landen weten de Habsburgers hun gebied uit te breiden?

• Ten koste van vooral welke twee landen weten de Habsburgers hun gebied uit te breiden?

• Welk gebied gaat in vergelijking met de situatie in de 16e eeuw verloren? En aan wie?

b Ten koste van vooral welke twee landen weten de Habsburgers hun gebied uit te breiden?

• Welk gebied gaat in vergelijking met de situatie in de 16e eeuw verloren? En aan wie?

c Welk gebied gaat in vergelijking met de situatie in de 16e eeuw verloren? En aan wie?

Eenheid en scheiding van de Nederlanden

Eenheid en scheiding van de Nederlanden

In de 15e eeuw brengen de Bourgondische hertogen de meeste Nederlandse gewesten onder hun gezag. Die gewesten groeien naar elkaar toe op bestuurlijk vlak. Een opstand breekt dat proces echter af. De Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden gaan dan hun eigen weg. Hoe verloopt die groei naar eenmaking? Waarom breekt er een opstand uit? Hoe verloopt de strijd? Welke gevolgen heeft dat in beide gebieden?

TACHTIGJARIGE OORLOG

BeeldenstormPacificatie van Gent

collaterale raden: raden die de landvoogd bijstaan

In de 15e eeuw brengen de Bourgondische hertogen de meeste Nederlandse gewesten onder hun gezag. Die gewesten groeien naar elkaar toe op bestuurlijk vlak. Een opstand breekt dat proces echter af. De Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden gaan dan hun eigen weg. Hoe verloopt die groei naar eenmaking? Waarom breekt er een opstand uit? Hoe verloopt de strijd? Welke gevolgen heeft dat in beide gebieden?

Plakkaat van Verlatinghe Val van Antwerpen

1Keizer Karel V probeert de

Keizer Karel V probeert de Nederlanden te verenigen

Nederlanden te verenigen

DOC 1 Karel V ziet in 1500 in Gent het levenslicht. Als kleinzoon van Maria van Bourgondië is hij voorbestemd om te regeren over de meeste Nederlandse gewesten. Bij zijn meerderjarigheid in 1515 begint zijn bestuur. Je weet al dat de Nederlanden slechts een onderdeel van zijn rijk vormen. Hij wordt ook nog keizer van het Duitse Rijk, koning van Spanje, koning van Napels, hertog van Oostenrijk enz. (zie D4). De uitgestrektheid van zijn bezittingen heeft tot gevolg dat de belangen van de Nederlanden vaak moeten wijken voor de Habsburgse familiebelangen. Karel V kan niet voortdurend aanwezig zijn in de Nederlanden. Hij zoekt naar middelen om het bestuur te centraliseren en te vereenvoudigen. Het bestuurssysteem dat zich gedurende zijn regering ontwikkelt, houdt in de Zuidelijke Nederlanden stand tot aan de Franse Revolutie (zie G4). Karel V is geen koning of prins van de Nederlanden. Onze gewesten vormen slechts een los verbond onder zijn leiding. Karel V is graaf van Vlaanderen, hertog van Brabant en Limburg, graaf van Holland en Zeeland enz. Elk van die gewesten heeft zijn eigen privileges en rechtsregels. Bij zijn ambtsaanvaarding moet de vorst zweren dat hij die privileges zal eerbiedigen. Tijdens zijn afwezigheid laat hij zich vervangen door een landvoogd(es).

BRON 1 Karel V wordt in 1500 in Gent geboren. Als kleinzoon van Maria van Bourgondië is hij voorbestemd om te regeren over de meeste Nederlandse gewesten. Bij zijn meerderjarigheid in 1515 begint zijn bestuur. Je weet al dat de Nederlanden slechts een onderdeel van zijn rijk vormen. Hij wordt ook nog keizer van het Duitse Rijk, koning van Spanje, koning van Napels, hertog van Oostenrijk ... (zie les D4). De uitgestrektheid van zijn bezittingen heeft tot gevolg dat de belangen van de Nederlanden vaak moeten wijken voor de Habsburgse familiebelangen.

Keizer Karel V probeert net zoals zijn voorgangers de macht te centraliseren, terwijl de geestelijkheid, de adel en de steden in de verschillende gewesten hun macht proberen te houden. Dat leidt tot conflicten. Zo weigert bijvoorbeeld de stad Gent in 1537 de hoge b elastingen goed te keuren die de stad en het graafschap Vlaanderen worden opgelegd. Keizer Karel heeft dat geld nodig om zijn militaire campagnes in het buitenland te betalen. Hij treedt dan ook heel hard op. In 1540 bezet hij Gent en laat de Gentse leiders van het verzet onthoofden.

Karel V kan niet voortdurend aanwezig zijn in de Nederlanden. Hij zoekt naar middelen om het bestuur te centraliseren en te vereenvoudigen. Het bestuurssysteem dat zich gedurende zijn regering

Vanaf 1531 blijft die landvoogd ook in functie wanneer de vorst aanwezig is. De landvoogd krijgt advies van drie ‘ collaterale raden ’: in de ‘Raad van State’ zetelen aanvankelijk vooral hoge edelen. Alle

ontwikkelt, houdt in de Zuidelijke Nederlanden stand tot aan de Franse Revolutie (zie les F3). Karel V is geen koning of prins van de Nederlanden. Onze gewesten vormen slechts een los verbond onder zijn leiding. Karel V is graaf van Vlaanderen, hertog van Brabant en Limburg, graaf van Holland en Zeeland ... Elk van die gewesten heeft zijn eigen privileges en rechtsregels. Bij zijn ambtsaanvaarding moet de vorst zweren dat hij die privileges zal eerbiedigen. Tijdens zijn afwezigheid laat hij zich vervangen door een landvoogd(es). Vanaf 1531 blijft die landvoogd ook in functie wanneer de vorst aanwezig is. De landvoogd krijgt advies van drie ‘collaterale raden’ : in de ‘Raad van State’ zetelen aanvankelijk vooral hoge edelen. Alle belangrijke politieke problemen worden er besproken. In de ‘Geheime Raad’ zetelen juristen . Zij stellen wetteksten op en controleren of de wetten worden nageleefd. In de ‘Raad van Financiën’ beheren edelen en juristen de bezittingen van de vorst. Zij bereiden ook de beden voor: dat zijn de verzoeken aan de verschillende gewesten om speciale belastingen te mogen innen.

belangrijke politieke problemen worden er besproken. In de ‘Geheime Raad’ zetelen juristen . Zij stellen wetteksten op en controleren of de wetten worden nageleefd. In de ‘Raad van Financiën’ beheren edelen en juristen de bezittingen van de vorst. Zij bereiden ook de beden voor: dat zijn de verzoeken aan de verschillende gewesten om speciale belastingen te mogen innen.

De middeleeuwse standenvertegenwoordigingen, staten genoemd, blijven bestaan. Elk gewest heeft een dergelijke vergadering. De stadhouder (= plaatsvervangers), die de vorst vertegenwoordigt in een gewest, roept de staten bijeen. Die keuren de beden goed of af. Omdat het voor Karel V en de landvoogd onmogelijk is om naar elke gewestelijke statenvergadering te reizen, wordt de Staten-Generaal belangrijker. Daarin zetelen de vertegenwoordigers van de meeste gewestelijke staten. De beden worden aan hen gericht. Zij raadplegen hun staten voor ze defi nitief beslissen.

2DOC 2-4

Het verzet tegen het beleid van Filips II groeit

De middeleeuwse standenvertegenwoordigingen, staten genoemd, blijven bestaan. De meeste gewesten hebben zo'n statenvergadering. De stadhouder (plaatsvervanger), die de vorst vertegenwoordigt in een gewest, roept de staten bijeen. Die keuren de beden goed of af. Omdat het voor Karel V en de landvoogd onmogelijk is om naar elke gewestelijke statenvergadering te reizen, worden de Staten-Generaal belangrijker. Daarin zetelen de vertegenwoordigers van de meeste gewestelijke staten. De beden worden aan

In 1555 treedt Karel V af. Filips II, zijn zoon, wordt de nieuwe vorst van de Nederlanden. Hij heeft contacten met de belangrijkste politieke leiders. Filips is zo bezeten van de gedachte alles goed te doen dat hij belangrijke beslissingen liever uitstelt. Hij houdt er niet van dat mensen hem onder druk zetten. Omdat zijn positie staat of valt met zijn macht in Spanje,

collaterale raden:

hen gericht. Zij raadplegen hun staten voor ze definitief beslissen. Dat geeft de Staten-Generaal veel macht, want regelmatig moet de vorst politieke toegevingen doen om zijn belastingen te krijgen.

2Het verzet tegen het beleid van Filips II groeit

BRON 2-3-4-5 In 1555 treedt Karel V af. Filips II, zijn zoon, wordt de nieuwe vorst van de Nederlanden. Hij heeft contacten met de belangrijkste politieke leiders. Filips is zo bezeten van de gedachte alles goed te doen dat hij belangrijke beslissingen liever uitstelt. Hij houdt er niet van dat mensen hem onder druk zetten. Omdat zijn positie staat of valt met zijn macht in Spanje, maakt hij de belangen van de Nederlanden vaak ondergeschikt aan die van Spanje. Dat land voert een uitputtende oorlog tegen de Ottomaanse Turken in het Middellandse Zeegebied. Filips is er ook van overtuigd dat hij door God aangesteld is om te regeren over katholieken. Hij bepleit een strenge vervolging van de protestanten. Filips II toont weinig begrip voor de traditie van inspraak in het bestuur zoals de Nederlanden dat kennen. Hij gelooft dat hij na zijn dood voor zijn daden als vorst verantwoording moet afleggen aan God.

daarmee tegen Engelse piraterij en verhoogde invoerrechten in Engeland. De Engelsen verleggen hun wolstapel tot in 1565 naar Emden (Duitse Rijk). Duizenden Vlaamse wevers worden daardoor werkloos. Na een heel koude winter mislukt de oogst van 1565. Een oorlog verhindert bovendien de voor de Nederlanden levensnoodzakelijke invoer van graan uit het Baltische gebied. Het kleinste incident kan vanaf dan een oproer veroorzaken.

3

De Nederlanden verscheurd

proefversie©VANIN

Het beleid van Filips II lokt verzet uit in de Nederlanden. In 1559 richt hij nieuwe bisdommen op. De nieuwe indeling is overzichtelijker en probeert bepaalde gebieden minder afhankelijk te maken van niet-Nederlandse bisschoppen. Filips II zou de nieuwe bisschoppen mogen aanduiden. De nieuwe kerkleiders krijgen de opdracht samen te werken met de inquisitie om de protestanten te vervolgen. Verder moeten ze de wantoestanden in hun bisdom aanpakken en zorgen voor een degelijke priesteropleiding. Ondanks enkele goede bedoelingen komt er van alle kanten verzet: de hoge adel (Willem van Oranje, de graven van Egmont en Horne ...) is boos omdat ze niet betrokken werden bij zo’n belangrijke beslissing. Omdat de nieuwe bisschoppen in de Staten-Generaal zetelen, vrezen zij ook dat de koning zijn invloed in die vergadering wil versterken. Het stadsbestuur van Antwerpen, een nieuwe bisschopsstad, is ongerust over de rol die de inquisitie zal spelen. Een felle vervolging van protestanten zou rijke lutherse handelaars kunnen afschrikken. In het hele land groeit verzet tegen de strenge vervolging van de protestanten. Tien van de nieuwe bisschoppen zouden worden betaald met de opbrengsten van de rijke Brabantse abdijen. De (katholieke) abten van die abdijen organiseren het verzet tegen de nieuwe bisdommen. Filips II doet uiteindelijk enkele toegevingen.

Economische problemen verergeren de situatie: in december 1563 heeft Filips II de invoer van Engelse goederen in de Nederlanden verboden. Hij protesteert

BRON 6-7-8-9-10-11-12-13-14 Vanaf 1566 volgt een aantal gebeurtenissen elkaar op die uiteindelijk leiden tot een regelrechte opstand. Landvoogdes Margaretha van Parma mildert in 1566 op vraag van de adel de vervolging van de protestanten. Vele uitgeweken calvinisten besluiten daarop terug te keren naar de Nederlanden en vele predikanten verkondigen in het open veld (hagenpreken) hun geloof. Ze veroordelen de ‘katholieke beeldenverering’ en roepen op tot de vernieling van alle heiligenbeelden. Ze betalen de arbeiders zelfs een loon om de beelden in de kerken te vernietigen. In augustus en september 1566 raast de Beeldenstorm door de Nederlanden. In vele steden durft de plaatselijke overheid niet in te grijpen om een einde te maken aan de vernielingen. Filips II meent dat de hoge adel (de graven van Egmont en Horne, Willem van Oranje …) gefaald heeft. Hij besluit Fernando Alvarez de Toledo, de hertog van Alva, met een sterk leger naar de Nederlanden te sturen om orde op zaken te stellen. Wanneer de hertog in 1567 in de Nederlanden aankomt, is de rust daar al weergekeerd. Alva neemt de macht over en richt een speciale rechtbank op om de beeldenstormers te veroordelen: de Raad van Beroerten. Die ‘Bloedraad’ laat ruim 1 000 mensen terechtstellen. De graven van Egmont en Horne worden wegens hoogverraad geëxecuteerd. Willem van Oranje is vooraf gewaarschuwd. Hij vlucht naar Duitsland. Alva laat zijn goederen verbeurdverklaren . In 1569 lokt de landvoogd enorm protest uit wanneer hij de belastingen wil hervormen. Die zouden blijvend zijn. De Staten-Generaal zouden ze niet meer moeten goedkeuren. Daardoor zou de vorst niet meer onder druk gezet kunnen worden om zijn beleid te wijzigen.

De opstandelingen, ‘geuzen’ (zie randinfo) genoemd, aanvaarden de gematigde Willem als leider van de opstand. Die mag als prins van het vorstendom Oranje troepen ronselen tegen een koning of keizer. Officieel beweert hij echter trouw te blijven aan Filips II en alleen de onderdrukking van Alva te bestrijden. In 1568 valt hij vanuit Duitsland de Nederlanden binnen. De oorlog die uitbreekt duurt, met een onderbreking van twaalf jaar (1609-1621), tachtig jaar. De eerste aanvallen van Willem van Oranje mislukken, maar in

inquisitie: rechtbank van de katholieke Kerk die ketters (mensen die afwijken van het zuivere geloof) opspoort en veroordeelt wolstapel: verzamelplaats waar alle wol van een bepaald land wordt samengebracht. Op die plaats ontmoeten de verschillende kooplui elkaar. verbeurdverklaren: in beslag nemen

machtsvacuüm: (tijdelijke) toestand zonder effectief overheidsgezag

wederdopers: zie anabaptisten

1572 veroveren de ‘geuzen’ een aantal steunpunten in Zeeland en Holland . Alva slaagt er niet in de toestand onder controle te krijgen en wordt opgevolgd door Requesens. Die wil onderhandelen met Willem van Oranje. Requesens overlijdt echter in 1576, waardoor er een machtsvacuüm ontstaat. De Staten van Brabant roepen op eigen initiatief de Staten-Generaal bijeen en krijgen daarvoor uiteindelijk de steun van de Raad van State. Zij willen vrede sluiten met Willem van Oranje voordat er een nieuwe landvoogd uit Spanje komt die de onderhandelingen kan bemoeilijken.

Ondertussen plunderen Spaanse troepen Antwerpen en ze richten een bloedbad aan. Al voor die Spaanse furie komen de door calvinisten gecontroleerde provincies Holland en Zeeland tot een vergelijk met de andere gewesten. Die overeenkomst, de Pacificatie van Gent (1576), bepaalt dat de Spaanse troepen de Nederlanden moeten verlaten en er een einde moet komen aan de geloofsvervolging.

De toestand radicaliseert echter. Onder andere in Antwerpen en in Gent komen de calvinisten aan de macht. De nieuwe stadsbesturen beperken de katholieke erediensten. De katholieke leiders van Henegouwen, Artesië en Waals-Vlaanderen scheuren zich af van de Staten-Generaal en verenigen zich in de Unie van Atrecht (6 januari 1579). Ze sluiten een akkoord met de nieuwe landvoogd, Alexander Farnese. Een aantal noordelijke gewesten verenigen zich daarop in de Unie van Utrecht (23 januari 1579), die uitgroeit tot een calvinistisch verbond. De opstand evolueert naar een godsdienstoorlog. De Staten-Generaal zetten in 1581 via het ‘ Plakkaat van Verlatinghe’ Filips II af als vorst van de Nederlanden. Een katholiek fanaticus vermoordt Willem van Oranje in 1584. De landvoogd Alexander Farnese rukt ondertussen met zijn nieuwe bondgenoten naar het noorden op. Zijn belangrijkste doelwit is Antwerpen. Hij verovert de steden rond Antwerpen en hij sluit de Schelde af met een schipbrug. In 1585 geeft de Scheldestad zich over. Tienduizenden vluchtelingen trekken naar het noorden op zoek naar vrijheid en werk.

Uiteindelijk onderneemt prins Maurits van Nassau, een zoon van Willem van Oranje, een tegenoffensief. De oorlog geraakt echter in een impasse. Geen van beide partijen is in staat de andere te verslaan. Filips II overlijdt in 1598. Hij schenkt de Nederlanden aan zijn dochter, Isabella, die trouwt met aartshertog Albrecht. Filips II hoopt dat de Noordelijke Nederlanden die nieuwe vorsten erkennen, maar tevergeefs. De breuk blijkt definitief. Met goedkeuring van de Spaanse koning Filips III sluiten de aartshertogen nog een wapenstilstand met de Republiek van de Verenigde Provinciën: het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). Pas in 1648 met de ‘Vrede van Münster’ erkent Spanje de onafhankelijkheid van de Verenigde Provinciën. 4

Noord en Zuid gaan hun eigen weg

BRON 15-16-17-18-19-20 De Zuidelijke Nederlanden, op het onafhankelijke prinsbisdom Luik na, blijven in de 17e eeuw in handen van de Spaanse Habsburgers. Na de Spaanse Successieoorlog (zie les D4) nemen de Oostenrijkse Habsburgers het gezag over in onze gewesten. Door de enorme emigratie vanaf 1577 en het succes van de katholieke reformatie worden de Zuidelijke Nederlanden bijna volledig katholiek. Op economisch vlak krijgt het Zuiden zware klappen. De emigratie van ondernemende burgers en het voortdurende oorlogsgeweld hebben daar schuld aan. De Zeeuwen controleren de monding van de Schelde en eisen dat goederen van en naar Antwerpen overgeladen worden op Zeeuwse schepen. Ze belasten die ‘handel op de vijand’ zeer zwaar. Zelfs na de Vrede van Münster blijven er beperkende maatregelen bestaan. Onder het Oostenrijkse bewind in de 18e eeuw verbetert de economische situatie. Er volgt een eerste aanzet tot industrialisatie. Aan de Scheldetol komt pas definitief een einde wanneer België die tol van Nederland afkoopt.

proefversie©VANIN

De Noordelijke Nederlanden worden een onafhankelijke staat. De pogingen van Willem van Oranje om een internationaal aanvaardbare vorst te vinden, mislukken. Uiteindelijk ontstaat de Republiek van de Verenigde Provinciën. De verschillende gewesten behouden een grote mate van zelfstandigheid. Ze sturen vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal, die het buitenlandse beleid bepaalt en het leger betaalt. De stedelijke burgerij, de ‘regenten’, domineert de Staten-Generaal. De invloed van het rijke Holland en vooral van Amsterdam weegt zwaar door. Familieleden van Willem van Oranje vervullen de functie van stadhouder in de verschillende gewesten. Zij zijn onder andere de bevelhebbers van de gewestelijke troepen. Er ontstaat een scherpe rivaliteit tussen de familie van Oranje en de vertegenwoordigers van de regentenklasse. Dat geschil wordt pas definitief opgelost wanneer Willem I van Oranje-Nassau in 1813 erkend wordt als koning. Op godsdienstig vlak zijn de Verenigde Provinciën calvinistisch gezind, maar er blijven grote minderheden wederdopers , katholieken ... bestaan. De jonge republiek krijgt de reputatie tolerant te zijn tegenover ‘andersdenkenden’. De Verenigde Provinciën komen tot economische bloei in hun ‘gouden’ 17e eeuw. Dankzij hun handelsvloot en hun handelsgeest (meer, sneller, goedkoper) beheersen ze de internationale vrachtvaart. Hun handelscompagnieën verwerven kolonies in Amerika, Afrika en Azië. In de 18e eeuw moeten de Verenigde Provinciën hun rol als leidende handelsmogendheid afstaan aan GrootBrittannië.

KENNEN

1 de begrippen ‘landvoogd’, ‘Staten-Generaal’, ‘staten’, ‘stadhouder’, ‘Raad van State’, ‘Geheime Raad’, ‘Raad van Financiën’ en ‘Beeldenstorm’ verklaren

KUNNEN

1 een schema over het bestuur analyseren

2 kaarten interpreteren

1 een schema over het bestuur analyseren

KENNEN KUNNEN

1 de begrippen ‘landvoogd’, ‘Staten-Generaal’, ‘staten’, ‘stadhouder’, ‘Raad van State’, ‘Geheime Raad’, ‘Raad van Financiën’ en ‘Beeldenstorm’ verklaren

1 de begrippen ‘landvoogd’, ‘Staten-Generaal’, ‘staten’, ‘stadhouder’, ‘Raad van State’, ‘Geheime Raad’, ‘Raad van Financiën’ en ‘Beeldenstorm’ verklaren

2 de bestuurswijze van de Nederlanden onder keizer Karel uitleggen

1 de begrippen ‘landvoogd’, ‘Staten-Generaal’, ‘staten’, ‘stadhouder’, ‘Raad van State’, ‘Geheime Raad’, ‘Raad van Financiën’ en ‘Beeldenstorm’ verklaren

1 de begrippen ‘landvoogd’, ‘Staten-Generaal’, ‘staten’, ‘stadhouder’, ‘Raad van State’, ‘Geheime Raad’, ‘Raad van Financiën’ en ‘Beeldenstorm’ verklaren

2 kaarten interpreteren

3 de Nederlanden op een Europese kaart situeren

1 een schema over het bestuur analyseren

1 een schema over het bestuur analyseren

2 kaarten interpreteren

KENNEN KUNNEN

2 kaarten interpreteren

1 een schema over het bestuur analyseren

2 de bestuurswijze van de Nederlanden onder keizer Karel uitleggen

3 de Nederlanden op een Europese kaart situeren

3 de Nederlanden op een Europese kaart situeren

1 de b egrippen ‘centralisatiepolitiek’, ‘staatsvorming’, ‘landvoogd’, ‘Staten-Generaal’, ‘staten’, ‘stadhouder’, ‘Raad van State’, ‘Geheime Raad’, ‘Raad van Financiën’, ‘geuzen’ en ‘Beeldenstorm’ verklaren

2 kaarten interpreteren

3 drie oorzaken van het verzet in de Nederlanden tegen Filips II opnoemen en uitleggen

2 de bestuurswijze van de Nederlanden onder keizer Karel uitleggen

2 de bestuurswijze van de Nederlanden onder keizer Karel uitleggen

2 de bestuurswijze van de Nederlanden onder keizer Karel uitleggen

3 drie oorzaken van het verzet in de Nederlanden tegen Filips II opnoemen en uitleggen

3 drie oorzaken van het verzet in de Nederlanden tegen Filips II opnoemen en uitleggen

4 afb eeldingen beschrijven met behulp van een observatieschema en hun betekenis interpreteren

3 de Nederlanden op een Europese kaart situeren

3 de Nederlanden op een Europese kaart situeren

4 afb eeldingen beschrijven met behulp van een observatieschema en hun betekenis interpreteren

1 een historische vraag formuleren

2 de onderzo ekbaarheid van historische vragen beoordelen

5 teksten analyseren en op hun betrouwbaarheid beoordelen

3 drie oorzaken van het verzet in de Nederlanden tegen Filips II opnoemen en uitleggen

4 afb eeldingen beschrijven met behulp van een observatieschema en hun betekenis interpreteren

2 de b estuurswijze van de Nederlanden onder keizer Karel uitleggen

3 drie oorzaken van het verzet in de Nederlanden tegen Filips II opnoemen en uitleggen

4 afb eeldingen beschrijven met behulp van een observatieschema en hun betekenis interpreteren

4 de belangrijkste fasen in het verloop van de Tachtigjarige Oorlog (Pacificatie van Gent, Unies van Atrecht en Utrecht, Plakkaat van Verlatinge, de val van Antwerpen, Twaalfjarig Bestand en de Vrede van Münster) opnoemen en uitleggen

4 de belangrijkste fasen in het verloop van de Tachtigjarige Oorlog (Pacificatie van Gent, Unies van Atrecht en Utrecht, Plakkaat van Verlatinge, de val van Antwerpen, Twaalfjarig Bestand en de Vrede van Münster) opnoemen en uitleggen

4 de belangrijkste fasen in het verloop van de Tachtigjarige Oorlog (Pacificatie van Gent, Unies van Atrecht en Utrecht, Plakkaat van Verlatinge, de val van Antwerpen, Twaalfjarig Bestand en de Vrede van Münster) opnoemen en uitleggen

4 de belangrijkste fasen in het verloop van de Tachtigjarige Oorlog (Pacificatie van Gent, Unies van Atrecht en Utrecht, Plakkaat van Verlatinge, de val van Antwerpen, Twaalfjarig Bestand en de Vrede van Münster) opnoemen en uitleggen

5 teksten analyseren en op hun betrouwbaarheid beoordelen

3 een schema over het bestuur analyseren

4 afb eeldingen beschrijven met behulp van een observatieschema en hun betekenis interpreteren

4 kaarten interpreteren

6 de regels van de historische kritiek toepassen

7 bronnen met elkaar vergelijken

5 teksten analyseren en op hun betrouwbaarheid beoordelen

5 teksten analyseren en op hun betrouwbaarheid beoordelen

6 de regels van de historische kritiek toepassen

3 drie o orzaken van het verzet in de Nederlanden tegen Filips II opnoemen en uitleggen en aantonen dat politieke, economische en culturele factoren bij de opstand in de Nederlanden belangrijk zijn

4 de belangrijkste fasen in het verloop van de Tachtigjarige Oorlog (Pacificatie van Gent, Unies van Atrecht en Utrecht, Plakkaat van Verlatinge, de val van Antwerpen, Twaalfjarig Bestand en de Vrede van Münster) opnoemen en uitleggen

5 teksten analyseren en op hun betrouwbaarheid beoordelen

7 bronnen met elkaar vergelijken

6 de regels van de historische kritiek toepassen

5 de Nederlanden op een Europese kaart situeren

7 bronnen met elkaar vergelijken

8 de belangrijkste fasen uit de Tachtigjarige Oorlog in de juiste chronologische volgorde plaatsen

6 de regels van de historische kritiek toepassen

7 bronnen met elkaar vergelijken

6 de regels van de historische kritiek toepassen

7 bronnen met elkaar vergelijken

5 drie gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog voor zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden opnoemen

8 de belangrijkste fasen uit de Tachtigjarige Oorlog in de juiste chronologische volgorde plaatsen

8 de belangrijkste fasen uit de Tachtigjarige Oorlog in de juiste chronologische volgorde plaatsen

6 bronnen analyseren en op hun betrouwbaarheid beoordelen en daarbij standplaatsgebondenheid herkennen

8 de belangrijkste fasen uit de Tachtigjarige Oorlog in de juiste chronologische volgorde plaatsen

5 drie gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog voor zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden opnoemen

4 de b elangrijkste fasen in het verloop van de Tachtigjarige Oorlog (Pacificatie van Gent, Unies van Atrecht en Utrecht, Plakkaat van Verlatinghe, de Val van Antwerpen, Twaalfjarig Bestand en de Vrede van Münster) opnoemen en uitleggen

5 drie gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog voor zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden opnoemen

5 drie gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog voor zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden opnoemen

5 drie gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog voor zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden opnoemen

6 drie feiten uit de evolutie van Noord en drie feiten uit de evolutie van Zuid na de scheiding geven

8 de belangrijkste fasen uit de Tachtigjarige Oorlog in de juiste chronologische volgorde plaatsen

7 de representativiteit van een bron bepalen

8 bronnen met elkaar vergelijken

5 drie gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog voor zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden opnoemen

6 drie feiten uit de evolutie van Noord en drie feiten uit de evolutie van Zuid na de scheiding geven

6 drie feiten uit de evolutie van Noord en drie feiten uit de evolutie van Zuid na de scheiding geven

geuzen

proefversie©VANIN

6 drie feiten uit de evolutie van Noord en drie feiten uit de evolutie van Zuid na de scheiding geven

6 drie feiten uit de evolutie van Noord en drie feiten uit de evolutie van Zuid na de scheiding geven

RANDINFO

RANDINFO

RANDINFO

RANDINFO

6 drie feiten uit de evolutie van Noord en drie feiten uit de evolutie van Zuid na de scheiding geven

De geuzen

De geuzen

De geuzen

De geuzen

In 1566 biedt een grote groep ‘lagere’ edelen een verzoekschrift aan landvoogdes Margaretha van Parma aan. Daarin verzoeken ze een einde te maken aan de strenge vervolging van de protestanten. Volgens de traditie zou een van de raadslieden van Margaretha hen neerbuigend ‘gueux’ of bedelaars noemen. De opstandelingen zouden later de naam geus als eretitel dragen. Vele opstandelingen dragen een ‘geuzenpenning’ met daarop een bedeltas en bedelnap afgebeeld.

De geuzen

1566 biedt een grote groep ‘lagere’ edelen een verzoekschrift aan landvoogdes Margaretha van Parma aan. Daarin verzoeken ze een einde te maken aan de strenge vervolging van de protestanten. Volgens de traditie zou een van de raadslieden van Margaretha hen neerbuigend ‘gueux’ of bedelaars noemen. De opstandelingen zouden later de naam geus als eretitel dragen. Vele opstandelingen dragen een ‘geuzenpenning’ met daarop een bedeltas en bedelnap afgebeeld.

Collaterale raden

Collaterale raden

9 de b elangrijkste fasen uit de Tachtigjarige Oorlog in de juiste chronologische volgorde plaatsen

Collaterale raden

Staten-Generaal

Staten-Generaal

In 1566 biedt een grote groep ‘lagere’ edelen een verzoekschrift aan landvoogdes Margaretha van Parma aan. Daarin verzoeken ze een einde te maken aan de strenge vervolging van de protestanten. Volgens de traditie zou een van de raadslieden van Margaretha hen neerbuigend ‘gueux’ of bedelaars noemen. De opstandelingen zouden later de naam geus als eretitel dragen. Vele opstandelingen dragen een ‘geuzenpenning’ met daarop een bedeltas en bedelnap afgebeeld. In het Nederlands noemen we een geuzennaam een eretitel die men aan zichzelf geeft, hoewel die naam oorspronkelijk bedoeld is als een scheldwoord.

In 1566 biedt een grote groep ‘lagere’ edelen een verzoekschrift aan landvoogdes Margaretha van Parma aan. Daarin verzoeken ze een einde te maken aan de strenge vervolging van de protestanten. Volgens de traditie zou een van de raadslieden van Margaretha hen neerbuigend ‘gueux’ of bedelaars noemen. De opstandelingen zouden later de naam geus als eretitel dragen. Vele opstandelingen dragen een ‘geuzenpenning’ met daarop een bedeltas en bedelnap afgebeeld.

In 1566 biedt een grote groep ‘lagere’ edelen een verzoekschrift aan landvoogdes Margaretha van Parma aan. Daarin verzoeken ze een einde te maken aan de strenge vervolging van de protestanten. Volgens de traditie zou een van de raadslieden van Margaretha hen neerbuigend ‘gueux’ of bedelaars noemen. De opstandelingen zouden later de naam geus als eretitel dragen. Vele opstandelingen dragen een ‘geuzenpenning’ met daarop een bedeltas en bedelnap afgebeeld.

raden

Raad van State

In 1566 biedt een grote groep ‘lagere’ edelen een verzoekschrift aan landvoogdes Margaretha van Parma aan. Daarin verzoeken ze een einde te maken aan de strenge vervolging van de protestanten. Volgens de traditie zou een van de raadslieden van Margaretha hen neerbuigend ‘gueux’ of bedelaars noemen. De opstandelingen zouden later de naam geus als eretitel dragen. Vele opstandelingen dragen een ‘geuzenpenning’ met daarop een bedeltas en bedelnap afgebeeld.

Geheime Raad

Raad van Financiën

Staten-Generaal

Staten

Raad van Financiën Geheime Raad Raad van State

Legende

Legende

Stadhouders

Legende

Legende

Landsheer Stadhouder Adel Burgerij Landvoogdes Geestelijken Juristen

Landsheer

Landsheer Stadhouder Adel Burgerij

Landsheer Stadhouder Adel Burgerij

Stadhouder Adel

Burgerij

• Wat is een landvoogd?

Landsheer Stadhouder Adel Burgerij

Landvoogdes Geestelijken Juristen

Landvoogdes Geestelijken Juristen

Landvoogdes Geestelijken Juristen

• Wie zetelt er in de Raad van State en de Geheime Raad?

a Wat is een landvoogd?

• Wie zetelt er in de Staten-Generaal?

Juristen

Landvoogdes Geestelijken

• Wat is een landvoogd?

• Wat is een landvoogd?

• Wat is een landvoogd?

b Wie zetelt er in de Raad van State en de Geheime Raad?

• Wie zetelt er in de Raad van State en de Geheime Raad?

• Wie zetelt er in de Raad van State en de Geheime Raad?

• Wat is een landvoogd?

• Wie zetelt er in de Raad van State en de Geheime Raad?

c Wie zetelt er in de Staten­ Generaal?

• Wie zetelt er in de Staten-Generaal?

• Wie zetelt er in de Staten-Generaal?

• Wie zetelt er in de Staten-Generaal?

• Wie zetelt er in de Raad van State en de Geheime Raad?

• Wie zetelt er in de Staten-Generaal?

DOC 1 Het bestuur in de Nederlanden
Stadhouders
Raad van Financiën
Geheime
Raad
Raad van State
Staten
Staten-Generaal
Collaterale raden
BRON 1 Het bestuur in de Nederlanden
DOC 1 Het bestuur in de Nederlanden
Stadhouders
DOC 1 Het bestuur in de Nederlanden
Collaterale
DOC 1 Het bestuur in de Nederlanden
Stadhouders Raad van Financiën
Geheime Raad Raad van State
Staten
Staten-Generaal
DOC 1 Het bestuur in de Nederlanden
Stadhouders
Raad van Financiën
Geheime Raad
Raad van State
Staten
Legende

DOC 3 De Nederlanden in 1549

Detail van schilderij, toegeschreven aan Titiaan, 203 x 122 cm, 1548, Alte Pinakothek, München

• Op de afbeelding zie je dat keizer Karel een ketting draagt. Waarvan is die ketting het symbool? Welke voorouder van Karel V voert die ketting in?

• Op de afbeelding zie je dat keizer Karel een ketting draagt. Waarvan is die ketting het symbool? Welke voorouder van Karel V voert die ketting in?

Op de afbeelding zie je dat keizer Karel een ketting draagt. Waarvan is die ketting het symbool? Welke voorouder van Karel V voert die ketting in?

B Filips II in wapenuitrusting door Antonio Moro (1557 of 1559, op doek)

B Filips II in wapenuitrusting door Antonio Moro (1557 of 1559, op doek)

proefversie©VANIN

• Geef twee concrete verschillen tussen de kustlijn van de 16e eeuw en de huidige kustlijn. Zoek de juiste kaart in een atlas.

a Geef twee concrete verschillen tussen de kustlijn van de 16e eeuw en de huidige kustlijn. Zoek de juiste kaart in een atlas.

• Geef twee grote verschillen tussen het grondgebied van de huidige Benelux en de toenmalige Nederlanden.

b Geef twee grote verschillen tussen het grondgebied van de huidige Benelux en de toenmalige Nederlanden.

• Waarom is Zeeland voor Antwerpen van enorm strategisch belang?

• Geef twee concrete verschillen tussen de kustlijn van de 16e eeuw en de huidige kustlijn. Zoek de juiste kaart in een atlas.

c Waarom is Zeeland voor Antwerpen van enorm strategisch belang?

• Geef twee grote verschillen tussen het grondgebied van de huidige Benelux en de toenmalige Nederlanden.

• Waarom is Zeeland voor Antwerpen van enorm strategisch belang?

DOC 4

Anthonis Mor, portret van Filips II (1560), 200 x 103 cm, El Escorial

Toon met twee voorbeelden aan dat Karel en Filips op elkaar lijken.

• Toon met twee voorbeelden aan dat Karel en Filips op elkaar lijken.

Toon met twee voorbeelden aan dat Karel en Filips op elkaar lijken.

4

BRON 5 Filips II over de vorstelijke plichten

Het volk is er niet voor de vorst, maar omgekeerd is de vorst er voor het volk. Zijn eerste en hoogste plicht is voor het hem toevertrouwde volk te ijveren en ervoor te zorgen dat het, in rust en vrede, in gerechtigheid en orde kan leven, want daarover zal eens aan hem, de vorst, rekenschap gevraagd worden.

Fragment van Filips II over de vorstelijke plichten

Het volk is er niet voor de vorst, maar omgekeerd is de vorst er voor het volk. Zijn eerste en hoogste plicht is voor het hem toevertrouwde volk te ijveren en ervoor te zorgen dat het, in rust en vrede, in gerechtigheid en orde kan leven, want daarover zal eens aan hem, de vorst, rekenschap gevraagd worden.

• Wat leid je uit deze tekst af over het karakter van Filips II?

Het volk is er niet voor de vorst, maar omgekeerd is de vorst er voor het volk. Zijn eerste en hoogste plicht is voor het hem toevertrouwde volk te ijveren en ervoor te zorgen dat het, in rust en vrede, in gerechtigheid en orde kan leven, want daarover zal eens aan hem, de vorst, rekenschap gevraagd worden.

• Aan wie moet de vorst volgens Filips II verantwoording afleggen? Hou er rekening mee dat hij een verdediger van het absolutisme is.

a Wat leid je uit deze tekst af over het karakter van Filips II?

Fragment van Filips II over de vorstelijke plichten

b Aan wie mo et de vorst volgens Filips II verantwoording afleggen? Houd er rekening mee dat hij een verdediger van het absolutisme is.

• Wat leid je uit deze tekst af over het karakter van Filips II?

• Aan wie moet de vorst volgens Filips II verantwoording afleggen? Hou er rekening mee dat hij een verdediger van het absolutisme is.

BRON 2 Keizer Karel V
BRON 3 Filips II
DOC
DOC
DOC 2 A Keizer Karel V door Rubens

BRON 6 Spanningen in Kortrijk

De brutaliteit van de calvinistische predikanten in deze streek (Kortrijk) is zo groot geworden dat zij in hun preken de mensen aanmanen dat het niet genoeg is om alle afgoderij uit hun hart te verwijderen; ze moeten het ook verwijderen uit hun ogen. Beetje bij beetje, lijkt het me, trachten ze hun toehoorders te overtuigen van de noodzaak om de kerken te plunderen en alle beelden te vernietigen.

F. de la Baze informeert landvoogdes

Margaretha van Parma over de situatie in Kortrijk (17 juli 1566).

F. de la Baze is een overheidsfunctionaris.

BRON 7 Spanningen in Ieper

Ieper is, net als andere steden, in beroering wegens de vermetelheid van het gepeupel binnen en buiten de stad dat met duizenden naar hagenpreken gaat. Die mensen zijn bewapend alsof ze een grote militaire actie gaan ondernemen. Het is te vrezen dat de eerste klap zal vallen op het hoofd van de kloosters en de geestelijkheid en dat het vuur, eens aangestoken, zich zal verspreiden. Aangezien de handel begint te verminderen door deze onrusten vrees ik dat een aantal werkmensen, gedreven door de honger, zich zullen aansluiten, in de hoop een deel van de eigendommen van de rijken te verwerven.

Viglius aan Josse de Courteville in Spanje (2 augustus 1566)

De Fries Viglius (Wigle van Aytta) is jurist. Van 1549 tot 1569 is hij voorzitter van de Geheime Raad. De Courteville is een vriend van Viglius, die in 1599 met koning Filips II naar Spanje vertrokken is. Beide vrienden houden elkaar op de hoogte, de ene van de situatie in de Nederlanden, de andere van de situatie aan het Spaanse hof.

a Al enkele weken voor het uitbreken van de Beeldenstorm voorspellen beide getuigen ernstige onlusten. Welke oorzaken geven de la Baze en de Courteville voor die onlusten?

b Zijn dit primaire of secundaire bronnen? Verklaar je antwoord.

c Zowel de la Baze als Viglius is een partijdige getuige. Toon aan dat ze de situatie beoordelen vanuit hun eigen standplaatsgebondenhied.

d Verklaar waarom de informatie die ze verstrekken, toch vrij betrouwbaar is. TIP Let daarbij op wat de bedoeling is van deze bronnen en aan wie ze gericht zijn.

BRON 8 Filips van Marnix van Sint-Aldegonde dankt bisschop Sonnius voor het redden van de katholieke Kerk

Men wilde dat de bisschoppen het evangelie zouden prediken in plaats van op te treden als inquisiteurs (…) Toppunt van dat alles was dat men een heel nieuwe Hervorming wilde doorvoeren (…): men wilde alles terug in de oude plooi brengen zoals bij de apostelen en de evangelisten. Och hoe jammer, wat een last en verdriet ware dat geweest voor onze dierbare Moeder, de Heilige rooms-katholieke Kerk, en al haar goede volgelingen! Ja, het hartje bonst nog, als U (Sonnius) daar alleen maar van hoort spreken. (…) daar hebt U snel tegen gereageerd, met alle ijver en inzet. U hebt gezorgd voor de Inquisitie in het land, de Geuzen verjaagd, de heren gevangengenomen, de adel en de burgers verbannen en op de pijnbank gebracht, de Spanjaarden ingehaald, het vuur en het zwaard als teken van de overwinning opgestoken, in alle hoeken galgen opgericht, het nieuwe evangelische bloed vergoten. Samengevat, uw arbeid, uw vlijt, uw ijver, uw nieuwe bisschoppen en uw Heilige Inquisitie heeft onze allergenadigste koning zo (…) overtuigd, dat zijne Majesteit veel liever het ongeluk van zijn erflanden en de vernietiging van zijn onderdanen verkoos (…) dan de Heilige katholieke roomse Kerk zo’n schande te laten ondergaan

Uit: Filips van Marnix van Sint­ Aldegonde, De Bijenkorf van de Heilige Roomse Kerk, 1569 Filips van Marnix, heer van Sint-Aldegonde (1540-1598), is een calvinist en een vertrouweling van Willem van Oranje. De prins benoemt hem tot (buiten)burgemeester van Antwerpen (1583-1585). Filips draagt dit boek op aan Sonnius. Die is in 1569 bisschop van ’s Hertogenbosch. In 1570 wordt Sonnius de eerste bisschop van Antwerpen. Filips van Marnix noemt zichzelf op de titelbladzijde ‘iemand die van het christelijk geloof is afgevallen’. De tekst zit dus boordevol ironie.

a Wat is de boodschap van deze bron? Leg daarbij uit hoe de maker ironie gebruikt. Houd daarbij rekening met wat ironie precies is. Zoek eventueel op.

proefversie©VANIN

b Welke boodschap formuleert Filips van Marnix in dit fragment?

BRON 9 Gravure over de Beeldenstorm uit 1566

Laat ons goed bidden zonder ophouden opdat ons heiligdom meer succes mag hebben.

Anonieme gravure (1566), 17,7 x 22 cm, Rijksmuseum, Amsterdam

Het is allemaal mislukt. Gebeden of gescheten, ik heb mijn beste kans verkeken. 1566.

proefversie©VANIN

Laat ons snel alles wegvegen zonder moe te worden, want al deze spullen horen aan de duivel toe.

• Leg met je eigen woorden de betekenis van deze gravure uit. (Let op wat de priesters en de soldaten doen. Verklaar de uitspraken van priesters, soldaten en duivel.)

• Is de graveur een voor- of tegenstander van de Beeldenstorm? Motiveer je antwoord.

a Leg met je eigen woorden de betekenis van deze gravure uit. (Let op wie de figuren links voorstellen. Wat voor een beest aanbidden ze? Wie zit er op het beest? Wat vegen de figuren rechts bij elkaar? Bekijk de wegvliegende figuur bovenaan. Wat stelt die figuur voor en wat heeft die in zijn handen?)

b Je hebt de gravure nu onderzocht. Formuleer op basis daarvan de boodschap van de prent.

c Formuleer zelf een andere historische vraag die deze bron bij je oproept. Bespreek klassikaal de onderzoekbaarheid van deze vraag.

DOC 9 Het Wilhelmus (1e strofe)

10 Het Wilhelmus (1e strofe)

Wilhelmus van Nassouwe ben ik, van Duitsen bloed, den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood. een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd, den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd.

Wilhelmus van Nassouwe ben ik, van Duitsen bloed, den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood. een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd, den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd.

Uit: Het Wilhelmus

Het Wilhelmus is een geuzenlied ter ere van Willem van Oranje. Velen beweren dat Filips van Marnix van Sint-Aldegonde de auteur van de tekst is, maar daarover bestaat nog twijfel. De tekst dateert van ca. 1569. In 1932 wordt het Wilhelmus uitgeroepen tot nationaal volkslied van Nederland.

Het Wilhelmus is een geuzenlied ter ere van Willem van Oranje. Velen beweren dat Filips van Marnix van Sint-Aldegonde de auteur van de tekst is, maar daarover bestaat nog twijfel. De tekst dateert van ca. 1569. In 1932 wordt het Wilhelmus uitgeroepen tot nationaal volkslied van Nederland.

• In de eerste strofe wordt beweerd dat Willem van Oranje de koning van Spanje altijd geëerd heeft. Hoe valt dat te rijmen met het feit dat hij de opstand leidt? (Let op de datering van de tekst.)

Willem van Oranje door Adriaen Thomasz Key, 1580

In de eerste strofe wordt beweerd dat Willem van Oranje de koning van Spanje altijd geëerd heeft. Hoe valt dat te rijmen met het feit dat hij de opstand leidt? (Let op de datering van de tekst.)

DOC 10 De Spaanse furie in Antwerpen in 1576

Adriaen Thomasz Key, portret van Willem van Oranje (1580)
BRON
BRON 11 Willem van Oranje

ning van Spanje altijd geëerd heeft. Hoe valt dat te rijmen met het feit dat hij de opstand leidt? (Let op de datering van de tekst.)

DOC 10 De Spaanse furie in Antwerpen in 1576

Thomasz Key, 1580

Frans Hogenberg (ca. 1538-1590) graveert vanaf 1566 de belangrijkste gebeurtenissen in de Nederlanden. In 1570 vestigt hij zich definitief in Keulen. Vanwege zijn sympathie voor de opstand kan hij niet terugkeren. Zijn prenten bepalen voor een groot deel wat het volk denkt over de gebeurtenissen.

• Welk beeld schetst Hogenberg van die gebeurtenis?

Frans Hogenberg (ca. 1538-1590) graveert vanaf 1566 de belangrijkste gebeurtenissen in de Nederlanden. In 1570 vestigt hij zich definitief in Keulen. Vanwege zijn sympathie voor de opstand kan hij niet terugkeren. Zijn prenten bepalen voor een groot deel wat het volk denkt over de gebeurtenissen. De opstandelingen vermelden tot 18 000 doden. De Spaanse furie is in werkelijkheid de plundering van een opstandige stad die maximaal enkele honderden burgers het leven kost. We kennen de namen van slechts 50 van die burgers. De verhalen en de prenten van de Spaanse wreedheden passen in de propaganda van de opstandelingen (Cf. Jos Van Dooren, De Spaanse furie tussen mythe en werkelijkheid, Antwerpen, 2012).

BRON 12 De Spaanse furie in Antwerpen in 1576 87

D DE NIEUWE TIJD IN WEST-EUROPA

propaganda: middel om mensen te beïnvloeden; om ze te overtuigen van bepaalde ideeën

a Welk beeld schetst Hogenberg van die gebeurtenis?

b Leg uit waarom dit een voorbeeld van propaganda is.

STORIA4_ASO_leerboek_deelD_p50_109_v5.indd 87

BRON 13 Het Plakkaat van Verlatinghe, uitgevaardigd door de Staten-Generaal in 1581

proefversie©VANIN

09/02/17 10:36

De Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden: (…) Iedereen weet dat een Prins van het land door God aangesteld is tot leider van zijn onderdanen om hen te beschermen tegen elke onrechtvaardigheid, overlast en geweld (…) en dat de onderdanen niet door God geschapen zijn tot nut van de Prins om hem in alles wat hij beveelt, zij het goddelijk of ongoddelijk, recht of onrecht, onderdanig te zijn en hem als slaven te dienen. Maar de Prins is er voor de onderdanen (…) om ze rechtvaardig en redelijk te regeren. (…) Wanneer hij dat niet doet, maar in plaats van zijn onderdanen te beschermen hen probeert te onderdrukken, (…) hun oude vrijheid en privileges (…) poogt af te nemen en hen commandeert en gebruikt als slaven is hij geen Prins meer, maar moet hij beschouwd worden als een tiran. Zijn onderdanen hebben dan het recht, zeker na overleg van de Staten van het land, hem niet meer als prins te erkennen, maar hem te verlaten. (…) Wij verklaren bij deze de koning van Spanje vervallen van zijn heerschappij, rechtsmacht en erfenissen in de voorschreven (Neder-)landen.

a Wie stelt de vorst aan?

b Aan wie is de vorst verantwoording verschuldigd? Op basis waarvan kan men een vorst afzetten?

c Vergelijk met bron 5 (het absolutisme van Filips II).

d Vergelijk met de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (zie les F2). Welke redenering wordt in beide documenten opgebouwd?

Leg met je eigen woorden uit wat de gevolgen zijn van de militaire ontwikkelingen tussen 1579 en 1589 voor Antwerpen.

proefversie©VANIN

In 1584 belegeren Spaanse troepen Antwerpen, een van de belangrijkste westerse handelssteden. Hoe verloopt het beleg? Waarom winnen de Spanjaarden? Bij het onlinelesmateriaal vind je een antwoord op die vragen.

BRON 15 Migratie in de Nederlanden (in cijfers)

Vele mensen vluchten tijdens de Tachtigjarige Oorlog vanuit de Zuidelijke naar de Noordelijke Nederlanden. De volgende bronnen verduidelijken aspecten van die migratie. Beantwoord daarbij de volgende historische vragen.

In de eerste helft van de 16e eeuw zouden volgens schattingen ongeveer drie miljoen mensen in de Nederlanden leven. Tot die Nederlanden behoort ook het hedendaagse Noord-Frankrijk. Men schat dat er ongeveer 150 000 mensen naar het noorden vluchten. Voor een aantal steden hebben we meer precieze cijfers:

Stad Jaartal Bevolking Bevolking in 1622 Geschatte omvang van immigratie % van de totale bevolking

proefversie©VANIN

Cijfers voor de Nederlanden: G. Parker, The Dutch Revolt, Norwich, 1981

De cijfers uit 1622 voor de Hollandse steden zijn cijfers van een volkstelling. De andere cijfers zijn vrij betrouwbare schattingen die zeker een orde van grootte aangeven.

BRON 16 Waarom vluchten mensen naar het noorden?

Zo moet voorkomen worden dat onder het excuus om de gelovigen uit het land van de vijand naar hier te laten komen, ook de vijanden van de gelovigen en het geloof naar hier zouden kunnen komen. Men hoort hen nu dagelijks zich erop beroemen dat zij alleen vanwege de hongersnood naar hier zijn gekomen. Vele vrome mensen beschuldigen hen niet alleen van partijdigheid, maar ook van verraad.

Vrij naar de notulen van de Staten van Zeeland (sept./okt. 1586)

In de notulen schrijft men op wat er in de vergadering besproken is. De Staten van Zeeland is een standenvertegenwoordiging waar in 1586 de calvinisten de macht hebben.

a Welke redenen hebben mensen om naar de Noordelijke Nederlanden te migreren?

b Ho e groot is die migratiegolf?

c Waarom is die migratie een belangrijk fenomeen?

d Welke twee redenen worden bij bron 16 gegeven voor de vlucht van zoveel mensen?

e Welke gebeurtenis uit 1585 heeft die vluchtelingenstroom versterkt? TIP Lees de lestekst.

f Wie bedoelen de Staten van Zeeland met: - de gelovigen; - de vijanden van de gelovigen?

g Ho e noemen wij met een eigentijdse omschrijving het type vluchtelingen dat ze willen weren uit Zeeland?

BRON 17 Hans Martens, portret van een vluchteling

Het geloof kan mensen verbinden en scheiden. Dat blijkt uit het volgende levensverhaal.

Abraham Vinck, portret van Hans Martens (ca. 1555 ­ 1613) en zijn zoon David (1605 ­ 1665), olieverf op doek, 123 x 100 cm, 1612, Centraal Museum, Utrecht

Als een van de weinigen in zijn familie wordt Hans Martens protestant en hij verlaat Antwerpen. In 1580 huwt hij in Amsterdam met Mayken Provoost, de dochter van een Antwerpse koopman. Zij overlijdt echter in 1584 en hij hertrouwt in 1585 met Maycken Baccher, afkomstig uit Poperinge. In 1581 verwerft hij burgerrechten in Amsterdam. Als handelaar onderhoudt hij nauwe contacten met Duitsland en hij wordt rijk. Zijn zoon David zal in Marseille handel drijven in linnen en katoen en hij vervult er in opdracht van de Staten-Generaal van de (Noordelijke) Nederlanden de functie van consul. Jacques Martens schrijft over zijn halfbroer Hans Martens dat hij ‘heeft aan zijne kinderen altijt geseyt, dat hij van de grootste en frayeste geslachten van Antwerpen was, maer dat door de vervolginge geleert was de grootheyd ende geslachten te verachten ende sich nedrig en stil te houden’.

a Waarom trekt Hans Martens weg naar Antwerpen en verhuist hij naar Amsterdam?

b Zouden de Staten van Zeeland hem b eschouwen als een van ‘de vijanden van het geloof’?

c Welke bijdrage leveren vluchtelingen zoals Hans Martens aan de maatschappij in de Noordelijke Nederlanden?

d Is dit een representatieve bron om een beeld te krijgen van het lot van de meerderheid van de migranten? Argumenteer je antwoord.

BRON 18 Waarom trekken mensen van het noorden naar het zuiden?

Omgekeerd zoeken katholieken contact met de Zuidelijke Nederlanden. Er is dus ook een weliswaar veel kleinere migratie van noord naar zuid. Je krijgt hier een katholieke en een calvinistische bron.

Hij [de bisschop van Antwerpen] gaf mij een verslag van de grote menigte ‘Hollanders’ die naar Antwerpen gekomen waren voor de processie van de Ommegang*. Hij verzekerde mij dat er een menigte was van bijna 30 000 personen, waarvan er zeer velen uit de provincies Zeeland en Utrecht afkomstig waren. Voor hen is het zeer gemakkelijk … om naar Antwerpen te komen. (…) Onder deze groep was er nog een groot aantal katholieken en de bisschop heeft me verzekerd … dat er meer dan 1 500 samengekomen waren om van hem het vormsel te ontvangen.

Uit: Brief van de pauselijke nuntius (ambassadeur) in de Zuidelijke Nederlanden Bentivoglio aan kardinaal Scipione Borghese in Rome (27 juni 1609)

* Ommegang: oorspronkelijk een religieuze optocht, maar bij die optocht krijg je ook een aantal ‘wagens’ die een meer werelds karakter hebben. Men blijft die Ommegang organiseren tot 1958.

Aangezien vele inwoners naar Antwerpen gaan om de Ommegang te zien, moeten de predikanten de gemeente (calvinistische parochie) waarschuwen voor het contact met de afgodendienst en moeten de personen die daar in paapse kerken zijn geweest, ernstig worden vermaand en bestraft.

Uit: Notulen van de calvinistische kerkenraad van Middelburg (20 juni 1648)

proefversie©VANIN

a Waarover zijn beide bronnen het eens?

b 1609 en 1648 zijn b elangrijke jaren in de Tachtigjarige Oorlog. Verklaar waarom er dan zoveel mensen vanuit de Noordelijke Nederlanden op bezoek komen in Antwerpen.

c Het b etreft hier geen migranten. Hoe zou je deze mensen omschrijven?

BRON 19 De Nederlanden in 1648

proefversie©VANIN

a Geef twee gebieden die in 1648 tot de Zuidelijke Nederlanden, maar vandaag niet tot België behoren.

b Geef één gebied dat nu tot België b ehoort en in 1648 niet tot de Zuidelijke Nederlanden behoorde.

TIP Raadpleeg indien nodig een historische atlas.

Hollandse kaart uit 1650

Een gelijkaardige kaart was eerder gemaakt bij het Twaalfjarig Bestand.

a Welke opdeling zie je niet op de kaart?

b Wat zegt deze kaart over de visie van sommigen op de toekomst van de Nederlanden?

BRON 20 De Leo Belgicus of de Nederlandse Leeuw

terreur: (hier) georganiseerd gewelddadig gedrag van de overheid tegen burgers om de macht te behouden. Het is gebaseerd op het creëren van angst en op verklikking.

tolerantie: het toestaan van anders-zijn, anders denken

Onderzoek 2: terreur en tolerantie in de Nederlanden

Nog altijd berichten de media over terreur en vervolging, ook door overheden. In deze les onderzoeken we terreur en tolerantie in de Nederlanden in de vroegmoderne tijd en vergelijken we met vandaag. Wie wordt vervolgd, wie vervolgt en waarom? Is er verschil met terreur en vervolging vandaag? Zijn er in de vroegmoderne tijd in de Nederlanden ook mensen die pleiten voor tolerantie?

OPDRACHTEN

1 Bestudeer bron 1 tot en met 3.

a Waar is er volgens de auteur van bron 1 nog homofobie, behalve in Polen en Hongarije?

b Waarom spreekt de Europese Commissie in bron 2 van discriminatie?

c Wie wordt in deze drie bronnen vervolgd? Waar en waarom?

d Welke overheden vervolgen in deze bronnen, welke bestrijden vervolging?

e Is de vervolging even erg voor de vervolgden? Verklaar.

2 Bestudeer bron 4 tot en met 6.

a Welke groep protestanten wordt het meest vervolgd? Hoe noemt men die meest vervolgde groep nog?

b Wie vervolgt de protestanten?

3 Bestudeer vervolgens ook bron 7 tot en met 17. Vergelijk de vervolging van homoseksuelen in de 16e eeuw in de Nederlanden met de vervolging vandaag in Polen met behulp van volgende vragen.

a Wie wordt er vervolgd in de Nederlanden in de 16e eeuw?

b Wie wordt er vervolgd in de Zuidelijke Nederlanden en de Republiek in de vroegmoderne tijd?

c Wie vervolgt vandaag? Wie protesteert vandaag tegen die vervolging?

4 Is er continuïteit of verandering in de vervolging in de Nederlanden?

a No em minstens één mensenrechtenorganisatie die opkomt voor mensen die vervolgd worden vanwege hun geloof, hun politieke overtuiging of hun seksuele voorkeur.

b Worden de vervolgde groepen uit de vroegmoderne tijd vandaag nog vervolgd in Nederland en België?

c Geef minstens twee landen waar een of meerdere van die groepen nog vervolgd worden.

TIP Raadpleeg de website van Amnesty International of 11.11.11.

5 Wie pleit in de vroegmoderne tijd voor tolerantie in de Nederlanden en de Republiek?

a Plaats de p ersonen die in de vroegmoderne tijd pleiten voor tolerantie in chronologische volgorde. Noteer voor wie en waarvoor ze pleiten. Noteer ook wie ze uitsluiten van die tolerantie.

b Vergelijk die personen. In welke mate zijn ze (in)tolerant? Wie is het tolerantst volgens de bronnen?

c Is er in de 16e eeuw tolerantie in de Nederlanden? En later in de 17e en 18e eeuw in de Republiek? Is er verschil tussen Noord en Zuid? Schets de situatie (maximaal 20 lijnen). Is er verandering?

1

Vervolging en terreur vandaag in Polen en Pakistan

BRON 1 Homofobie

Van de overheid verwacht je dat ze homofobie* niet alleen in Polen of Hongarije bestrijdt, maar ook bij ons.

* homofobie: angst (fobie) voor homoseksuelen, maar wordt ook wel gebruikt als synoniem voor homohaat

Uit: De Morgen, 13 september 2021

BRON 2 De EU dwingt Polen tot intrekking van 'lgbt-vrije zones'

‘Lgbt­ vrije’ Poolse regio’s trekken omstreden resolutie in nadat Europa tanden laat zien

Onder druk van de EU [ Europese Unie] hebben nog eens drie Poolse regio’s de uitroeping van hun gebied tot ‘lgbt-vrije zone’ ingetrokken. De provincies besloten hiertoe omdat ze elk tientallen miljoenen euro’s Europees subsidiegeld dreigden mis te lopen wegens discriminatie.

Over wat gaat die lgbt­vrije zone?

In Polen verklaarden ongeveer honderd regio’s zichzelf twee jaar geleden vrij van invloeden van de lgbt-gemeenschap. Lgbt staat voor lesbisch, gay (homoseksueel), biseksueel en transgender. De regio’s die de verklaring in eerste instantie ondertekenden, zijn voornamelijk streng katholieke conservatieve gebieden. De Europese Commissie vindt dat discriminatie en heeft dus gedreigd met sancties.

Uit: De Morgen, 29 september 2021

2

BRON 3 Christelijke Asia Bibi mag Pakistan dan toch verlaten

Het Pakistaanse hooggerechtshof heeft een beroep tegen de vrijspraak van Asia Bibi afgewezen. Ze was wegens godslastering ter dood veroordeeld. Wat betekent dit nu?

Asia Bibi (51) is een arme boerenvrouw uit een dorp in de Punjab. Als katholiek is ze lid van de vervolgde christelijke minderheid in Pakistan. In 2010 werd ze ter dood veroordeeld wegens godslastering. Zij zou beledigende opmerkingen over de islam hebben gemaakt tijdens een ruzie toen islamitische buurvrouwen hadden geweigerd een glas water met haar te delen. Bibi heeft altijd ontkend.

Uit: De Morgen, 30 januari 2019

De islam is de staatsgodsdienst in Pakistan.

Pijnbank en doodstraf voor afwijkend geloof in de 16e eeuw in de Nederlanden

BRON 4 Ets

proefversie©VANIN

Jan Luyken (1649 ­ 1712), ets, Stedelijk rentenkabinet, Antwerpen

Vier dopers worden naar de brandstapel geleid. Onder de tekening staat ‘Christiaan Langedul en drie anderen verbrand in Antwerpen in 1567’.

dopers: zie anabaptisten

terechtstelling: het uitvoeren van de doodstraf op bevel van een rechtbank

BRON 5 Enkele cijfers over terechtstellingen vanwege het geloof

In Antwerpen waren 231 van de in totaal 337 terechtgestelde protestanten aanhangers van het anabaptisme, in Gent 146 op 252, in Brugge 47 op 70, in Kortrijk 25 op 41, in Zeeland 33 op 55. (…)

Men vergeet vaak dat zowat twee derde van alle terechtgestelde protestanten in Vlaanderen, Antwerpen en Zeeland anabaptisten waren.

proefversie©VANIN

Uit: Johan Decavele, De eerste protestanten in de Lage Landen. Geloof en Heldenmoed, 2004

Johan Decavele is historicus, gespecialiseerd in de religieuze geschiedenis van de Nederlanden in de 16e eeuw.

BRON 6 Terechtstellingen in de Nederlanden

Het aantal, inclusief de niet-dopers, wordt tegenwoordig op ca. 2 000 becijferd. Het overgrote deel behoorde overigens tot de dopers.

Uit: Samme Zijlstra, Om de ware gemeente en de oude gronden. Geschiedenis van de dopersen in de Nederlanden 1531­1675, 2000

Slachtoffers van oorlogsgeweld, muiterijen, Beeldenstorm … zijn hier niet inbegrepen. Het gaat om mensen ‘veroordeeld tot de dood door een rechtbank’.

Ca. 1600 stopt de overheid het terechtstellen van protestanten. Ze worden vanaf de 17e eeuw gestraft met verbanning, gevangenisstraf of geldboetes.

Verzet tegen vervolging en terreur in de vroegmoderne Nederlanden

BRON 7 Brief van Erasmus, 1526

Men mag mensen niet verplichten om het christendom te belijden. Zo handelen we evenmin jegens de joden (en terecht) hoewel die grotere vijanden van onze religie zijn. Men moet mensen niet dwingen om trouw te blijven aan het christendom als zij intussen de keuze die in hun jeugd voor hen is gedaan, niet goedkeuren. (…) Als mensen afstand doen van hun geloof, mogen ze rustig onder ons leven net als de joden aan wie men zelfs niet verbiedt om bij de erediensten in de kerken te zijn als zij maar niet de naam van Christus ontheiligen. Dat alles heeft maar één doel: dat er zuivere en authentieke christenen mogen zijn, en niet afgedwongen en schijnheilige christenen.

Uit: Leo Molenaar, De sluipende eerroof van Erasmus (1466­1536): internet stimuleert lastercampagne, in: Rotterdams Jaarboekje 2010

Leo Molenaar (1945-heden) pikt het niet dat sommigen Erasmus beschuldigen van jodenhaat. Molenaar vertaalt dit citaat van Erasmus uit het boek van de joodse auteur Shimon Markisch, ‘Erasme et les Juifs’. Ook deze joodse auteur verdedigt Erasmus.

BRON 8 Zijlstra over Erasmus (1466-1536)

In zijn ‘Apologia adversus monachos quosdam hispanos’ [‘Verdediging tegen enkele Spaanse monniken’] sloot hij [Erasmus] het ombrengen van ketters niet uit, maar hij gaf de voorkeur aan mildere straffen. (…) Alleen in geval van oproer mocht de overheid met harde hand ingrijpen. De Kerk zelf was schuldig aan het feit dat mensen gingen dwalen, omdat zij weigerde zich van misstanden te zuiveren. Het herstel van de eenheid in de Kerk was volgens Erasmus mogelijk wanneer een concilie bijeengeroepen werd om de geschilpunten te bespreken. Tot deze tijd dienden de gewetens van de mensen met rust gelaten te worden. Erasmus’ tolerantie was dus beperkt: hij pleitte voor een tijdelijk opschorten van de vervolgingen. (…) Hij ontleende zijn argumenten aan de Bijbel: volgens hem was het christendom een religie van zachtheid en liefde, waarmee vervolgingen en het ombrengen van ketters niet te rijmen was. (…) Erasmus was derhalve niet een voorloper, noch een voorvechter van tolerantie, maar hij bleef vanwege zijn milde, conciliante* houding tegenover andersdenkenden een belangrijke inspiratiebron voor de strijders voor tolerantie, die na hem kwamen.

* conciliant: verzoeningsgezind

Uit: Samme Zijlstra, ’Tgeloove is vrij, in: Marijke GijswijtHofstra, Een schijn van verdraagzaamheid. Afwijking en tolerantie in Nederland van de zestiende eeuw tot heden, 1989

Tot vandaag is er onenigheid over de vraag ‘Hoe tolerant was Erasmus?’.

BRON 9 De oudejaarsrede 1574 van Willem van Oranje

‘De koning bedriegt zichzelf als hij denkt dat hij de besluiten van het Concilie van Trente (…) hier zal kunnen doen aannemen. Hij zou veel beter de plakkaten intrekken of matigen.’

Willem verklaart openlijk dat hij voor de vrijheid van godsdienst is, hij wil katholiek blijven maar hij kan niet goedkeuren dat de vorsten willen heersen over het geweten van de mensen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst afnemen.

Uit: Jan van Wagenaar, Vaderlandse historie, vervattende de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden, 1752

Jan van Wagenaar (1709-1773) is een doopsgezinde historicus. In de Nederlanden zorgt de vervolging van de protestanten voor groot ongenoegen (zie les D5). De Raad van State beslist om de graaf van Egmond naar de koning te sturen om hem op de hoogte te brengen van de gevaarlijke toestand. Op 31 december 1564 vergadert de Raad van State om de brief voor Egmond op te stellen. Willem van Oranje houdt daar deze beroemde toespraak. We kennen die toespraak omdat er een korte samenvatting van is gemaakt.

BRON 10 Willem van Oranje

Schilderij van Adriaen Thomasz Key (1580)

doopsgezinden: zie anabaptisten

religievrede: toestand van vrede op het vlak van religie. Een overeenkomst die de vrede tussen de verschillende religies moest verzekeren. In de Nederlanden en Duitsland werden religievredes gesloten in de 16e en 17e eeuw.

proefversie©VANIN

Willem van Oranje (1533-1584) wordt geboren in Dillenburg (Duitsland). Zijn ouders worden luthers. Wanneer hij pas 11 jaar oud is, wordt hij erfgenaam van het kleine prinsdom Orange (in Frankrijk) en van het grootste bezit aan gronden en goederen in de Nederlanden. Hij wordt zo de voornaamste edelman in de Nederlanden. Daarom wordt hij (verplicht) katholiek opgevoed in Brussel aan het hof, ver weg van zijn protestantse ouders. Bij het aantreden van Filips II in 1556 wordt Willem van Oranje lid van de Raad van State en een van de raadgevers van de koning. Later wordt hij stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. Hij maakt een einde aan de Beeldenstorm in Antwerpen en stopt de vervolging van de protestanten. Hij probeert vrede te sluiten tussen katholieken en protestanten. Die eerste religievrede mislukt. In 1573 wordt Willem calvinist

calvinistische republiek: in heel wat steden in Vlaanderen in de jaren 15761585 kwamen de calvinisten aan de macht. Zij regeerden zonder de toestemming van de koning, vandaar ‘republiek’. Vele calvinisten wilden ook geen koning meer, zij waren republikeins gezind.

BRON 11 De tweede Antwerpse religievrede van 29 augustus 1578

Aan die van de nieuwe gereformeerde religie wordt de vrijheid gegeven om hun religie uit te oefenen in predicatie en anderszins binnen Antwerpen.

Zullen toegelaten zijn: predikatie, zangen, Avondmaal , huwelijken (…) in het huis van Aken, de Leguit, ’t Suikerhuis, de kapel van het kasteel (*).

proefversie©VANIN

Voorlopig mogen zij de kerkhoven rond de parochiekerken gebruiken om hun doden te begraven zonder predicatie of gezang en buiten de uren van de voornaamste kerkdiensten in die kerken (…)

Het is verboden aan beide religies de diensten van de andere religie te beletten of te verstoren of andere geestelijke of gewijde plaatsen te krenken, te plunderen of te beschadigen of beelden te breken of te beschadigen (…)

* Het huis van Aken, de Leguit, het Suikerhuis zijn gebouwen in Antwerpen. De kapel van het kasteel is de kapel van de citadel die Alva in het zuiden van de stad heeft gebouwd om Antwerpen te bedwingen.

Uit: Pieter Christiaensz Bor, Oorsprongk, begin, en vervolgh der Nederlandsche oorlogen, beroerten, en borgerlyke oneenigheden, vrije vertaling

De auteur is de geschiedschrijver Pieter Bor (1559-1635). Van 1578 tot 1585 zijn de calvinisten in Antwerpen aan de macht in de ‘calvinistische republiek’ . Willem probeert een tweede religievrede te sluiten. Enkele dagen later krijgen ook de lutheranen gebouwen toegewezen. De wederdopers vallen uit de boot, maar worden verder met rust gelaten. Ook deze religievrede mislukt. In 1581 wordt de katholieke religie verboden.

Dirck Volkertszoon Coornhert (1522 ­ 1590), de man die niet wou zwijgen

Als tweeëntwintigjarige leest Dirck Volkertszoon Coornhert boeken van hervormers zoals Luther en Calvijn. Door zelfstudie leert hij Latijn, terwijl hij in Haarlem de kost verdient met etsen en graveren. Later wordt hij notaris, ook secretaris van de burgemeesters van Haarlem en afgevaardigde bij de Staten van Holland. De strijd voor tolerantie is zijn levensdoel. Door zijn toedoen blijft Haarlem gespaard van de Beeldenstorm in 1566. In dat jaar leert hij prins Willem van Oranje kennen, die Coornhert waardeert om zijn principieel tolerante houding. De Spanjaarden sluiten hem op in de gevangenis van Den Haag vanwege zijn vriendschap met Oranje. In 1568 ontsnapt Coornhert en vlucht naar Duitsland om uit de handen van Alva te blijven. Willem van Oranje vraagt hem terug te keren en in 1572 wordt hij secretaris van de Vrije Statenvergadering. In die functie onderzoekt en rapporteert hij het wangedrag van de geuzenhoofdman Lumey, die tientallen katholieke geestelijken heeft vermoord. Opnieuw moet Coornhert vluchten, nu voor Lumey, die hem wil vermoorden. In Xanten werkt hij tot 1576 als etser en graveur. Dan komt hij in overleg met Oranje terug naar Haarlem. Hij wordt opnieuw notaris en schrijft het ene werk na het andere waarin hij met argumenten zijn tegenstanders probeert te overtuigen. Zijn voornaamste tegenstanders zijn calvinisten die geen andere religies in de jonge republiek tolereren. Coornhert verzet zich daartegen. Wanneer Willem van Oranje in 1584 vermoord wordt, is hij zijn beschermer kwijt. Hij vlucht opnieuw, maar komt in 1586 terug naar de Republiek. Hij wil in Delft gaan wonen, maar Delft weigert. Daarop vertrekt hij naar Gouda, ‘de meest tolerante stad in Holland’. Daar begint hij opnieuw koortsachtig te schrijven tot een beroerte hem in 1590 het zwijgen oplegt.

BRON 12 De plakkaten tegen antikatholieke boeken

De voorbeelden van de plakkaten van keizer Karel en van koning Filips hebben wij nog voor ogen. Hebben zij hun doel bereikt? Hebben zij kunnen verhinderen dat antikatholieke boeken worden gedrukt, verkocht en gelezen? Integendeel, honderden boeken zijn verkocht en gelezen, die anders nauwelijks iemand zou hebben ingezien.

Uit: Dirck Volkertszoon Coornhert, Politieke geschriften. Opstand en religievrede, 16e eeuw (uitgave 2009)

Dirck Volkertszoon Coornhert schrijft in de 16e eeuw tientallen boeken (zie randinfo). In 2009 publiceert professor J. Gruppeleer opnieuw een deel van zijn teksten.

BRON 13 Een verbod op godsdienstoefening

Wel wil ik opmerken dat de gereformeerden de katholieken nu nog niet aandoen wat dezen de gereformeerden aandeden door hen op te hangen, te onthoofden of te verbranden (…) Dit alles sterkt mij in de overtuiging dat (…) een verbod op godsdienstoefening (…) even goddeloos als onbehoorlijk is. Toelaten of ten minste oogluikend gedogen is geboden, is noodzakelijk en nuttig voor een sterke eendracht en welwillende mildheid. En het gaat oorlog tegen.

Uit: Dirck Volkertszoon Coornhert, Synode over gewetensvrijheid, 1582 (uitgave 2008)

Waar de calvinisten aan de macht zijn, wordt de katholieke godsdienst verboden. De calvinisten nemen de kerken over. Calvinistische leiders verbieden misvieringen en willen de katholieken dwingen calvinist te worden. Toch vieren veel katholieken in het geheim de mis. De overheid weet dat, maar laat het gebeuren. Straffen met gevangenis of terechtstellen doet de overheid niet.

gedogen: toelaten wat wettelijk verboden is

proefversie©VANIN

BRON 14 Geloof kun je niet afdwingen

U weet zelf best dat het geloof een gave van God is; dat niemand, ook ikzelf niet, dat prachtige geschenk van God kan afdwingen; en dat God zijn gave aan de één vroeg geeft, aan de ander laat, zoals Hij ook de arbeiders van zijn wijngaard* in dienst riep op verschillende tijden. Stel nu dat ik de gave van het geloof nog niet had gevonden zoals u; behoort u mij dan ter dood te brengen, omdat ik nog dwalende ben? Als u me in leven liet, zou God mij toch over een week, een maand of een jaar dat heilzame geschenk alsnog kunnen uitreiken, zoals Hij dat aan u al gedaan heeft? Als u nu verhindert dat dit bij mij gebeurt, doordat u mij de kans op het ogenblik van de genade ontneemt, dan bent u toch de oorzaak van de dood van mijn ziel?

Uit: Dirck Volkertszoon Coornhert, Weet of rust, heruitgegeven in 1985

Coornhert legt deze tekst in de mond van een wederdoper die zichzelf verdedigt voor de rechtbank.

* Hij verwijst naar de parabel van de arbeiders in de wijngaard (Matteus 20:1-16), waarin de werkers van het laatste uur evenveel verdienen als die van het eerste uur.

Coornhert haalt praktische en principiële argumenten aan. Welke zijn praktisch, welke principieel?

sodomie: homoseksuele handelingen

dissenters of dissidenten: andersdenkenden of mensen die het niet eens zijn met de overheid

BRON 15 Een schijn van verdraagzaamheid

Duidelijk is wel dat er in de Republiek niet alleen vrijheid van geweten bestond, maar dat er ook in toenemende mate ruimte was voor afwijkende religieuze groeperingen om, ook al was dit niet officieel toegestaan, hun godsdienstige bijeenkomsten te houden. In dit opzicht, en ook qua vrijheid van drukpers, stak de Republiek gunstig af bij vele andere Europese landen in die tijd.

Dat neemt niet weg dat verdraagzaamheid tussen en binnen kerkgenootschappen dikwijls ver te zoeken was. Ook met de vestigingsvrijheid was het niet slecht gesteld, al waren joden niet in alle gewesten welkom en al werden rondtrekkende zigeuners vooral in de 17e en begin 18e eeuw geweerd of erger. (…)

proefversie©VANIN

Ook in de 17e en de 18e eeuw gaven afwijkingen op religieus, magisch en seksueel gebied aanleiding tot afwijzende reacties, zij het dat alleen sodomie nog met de dood werd bestraft. Religieuze minderheidsgroeperingen als de katholieken (rond 1650 nog bijna de helft van de bevolking), de dopers en andere protestantse dissenters hoefden niet beducht te zijn voor vervolging – socinianen* en atheïsten werden echter maar nauwelijks geduld – maar zij waren wel achtergesteld bij de gereformeerden. Niet alleen moesten zij formeel de vrijheid van cultus ontberen, ook waren zij van openbare ambten uitgesloten. (…)

Zoals gezegd werden in de Republiek de reacties op toverij* rond 1600 in zoverre milder, dat schadelijke toverij niet meer met de brandstapel werd bestraft, zo daar al in de afzonderlijke gewesten sprake van was geweest. De gerechtelijke bestraffing van waarzeggers of duivelbanners zou echter tot na 1800 doorgaan (…) De eerder slechts incidenteel bestrafte sodomie werd daarentegen vanaf en vooral in de jaren ’30 van de 18e eeuw met ongekende hevigheid vervolgd. Dit resulteerde in de jaren 1730 tot 1732 in 70 doodvonnissen en in de gehele 18e eeuw in circa 100 à 150 doodvonnissen.

* socinianen: zij geloven niet in de Drie-eenheid van God (de Heilige Drievuldigheid)

* toverij: volgens deze auteur wordt het woord heks pas gebruikt vanaf het begin van de 17e eeuw

Uit: Marijke Gijswijt­Hofstra, Een schijn van verdraagzaamheid. Afwijking en tolerantie in Nederland van de zestiende eeuw tot heden, 1989

BRON 16 Brugse monniken op de brandstapel

Frans Hogenberg, 1578

Homoseksuelen worden in de 16e eeuw in de Nederlanden op de brandstapel omgebracht. Deze monniken worden door de calvinisten, die in 1578 de macht hebben in Brugge, tot de brandstapel veroordeeld voor ‘sodomie’, zoals homoseksualiteit dan genoemd wordt. Heel waarschijnlijk is de echte reden voor de veroordeling van deze katholieke paters niet sodomie, maar hun verzet tegen de calvinisten.

In 1658 stopt men in de Zuidelijke Nederlanden met het terechtstellen van homoseksuelen, in de Republiek pas in 1803. Terechtstellingen ‘vanwege het geloof’ stoppen eind 16e eeuw in de Nederlanden.

Zo’n wet [ die de tolerantie regelt] zou alle Kerken eraan houden om de noodzaak tot tolerantie ten opzichte van anderen als fundament van de eigen vrijheid te erkennen en te onderrichten, ook wanneer die anderen op het terrein van de religie van opvatting verschillen, en te erkennen dat niemand in dit domein dwang mag ondergaan, noch door de wet noch door geweld. (…)

Ten derde mag een Kerk waarin ieder lid als vanzelfsprekend in dienst staat van een andere heerser en aan deze gehoorzaamheid verplicht is, niet het recht hebben om door het staatsgezag getolereerd te worden. Dat zou immers betekenen dat het staatsgezag (…) zou moeten meemaken dat er onder zijn eigen burgers soldaten geworven worden om te vechten tegen de staat. (…)

Ten vierde en ten laatste mogen ook zij die het bestaan van een goddelijke macht ontkennen op geen enkele manier getolereerd worden. Beloftes, overeenkomsten en eden, die juist de binding van een samenleving uitmaken, kunnen bij een atheïst geen enkele stabiliteit en heiligheid hebben. Want waar het geloof in God ophoudt, daar stort alles ineen. Bovendien mag niemand in naam van de religie het privilegie van de tolerantie opeisen wanneer hij met het atheïsme iedere religie ondermijnt en vernietigt.

Uit: John Locke, Een brief over tolerantie, 1689

John Locke (1632-1704) vlucht in 1683 uit Engeland naar de Republiek en schrijft daar zijn brief over tolerantie. Vele historici denken dat hij ook beïnvloed wordt door ‘een zekere mate van verdraagzaamheid’ die hij ziet in de Republiek. De Kerk die Locke niet tolereert, is de katholieke Kerk. Hij denkt dat alle katholieken trouw zijn gebleven aan de Spaanse koning.

a Welke Kerk en haar leden staan in de Republiek in dienst van een andere heerser?

b Wie is die andere heerser?

KUNNEN

1 historische bronnen analyseren

2 aan de hand van bronnen een verschil en een gelijkenis geven tussen de vervolging vandaag in de wereld en die in de 16e eeuw in de Nederlanden

3 aan de hand van bronnen een verschil en een gelijkenis geven tussen de motieven van vervolging vandaag in Polen, Pakistan en de Nederlanden in de 16e eeuw

4 continuïteit en/of verandering aantonen in de houding van de overheid tegenover andersdenkenden en anders-zijn in de vroegmoderne tijd in de Nederlanden

5 een mensenrechtenorganisatie noemen

6 aan de hand van bronnen een historische vraag beantwoorden

7 het verschil tussen praktische en principiële argumentatie herkennen in de bronnen

8 drie namen no emen van mensen die in de vroegmoderne tijd opkomen voor tolerantie

9 de mate van (in)tolerantie vergelijken tussen de genoemde personen

10 met bronnen aantonen wie het tolerantst is

11 het verschil uitleggen tussen vrijheid van gedachten of geloof en vrijheid van eredienst

BRON 17 John Locke over tolerantie

concordaat: overeenkomst of verdrag tussen Kerk en staat

Absolutisme en parlementarisme

In de middeleeuwen verschilt de macht van een vorst van land tot land. Heel dikwijls moet een heerser rekening houden met de adel, de geestelijkheid, de steden, de privileges ... In de vroegmoderne tijd proberen verschillende vorsten alle macht naar zich toe te trekken. Ze wensen absolute vorsten te worden. Wat is absolutisme? Hoe trachten de vorsten hun macht uit te breiden? Lukt dat overal? We nemen Frankrijk en Engeland als voorbeeld.

1De Franse koningen streven naar meer macht

BRON 1-2-3-4-5-6-7-8-9 Vanaf de 11e eeuw beginnen de Franse koningen hun versnipperde rijk langzaam maar zeker meer onder controle te krijgen. Ze profiteren daarbij van een aantal voordelen: het erfelijk worden van het koningschap, de oprichting van centrale bestuurs instellingen, de invoering van vaste belastingen en de vorming van een staand leger. Tegen het einde van de 15e eeuw hebben ze hun positie aanzienlijk versterkt. Toch bestaan er nog steeds hinderpalen voor een verdere uitbreiding van hun macht: de erg op hun onafhankelijkheid gestelde adel en clerus en de vele privileges van zowel steden als vorstendommen, ambachten ... Bovendien kampen de Franse koningen, ondanks bepaalde vaste belastingen, met een chronisch geldtekort. Extra inkomsten kunnen ze enkel verkrijgen met toestemming van hun belangrijkste onderdanen. Daarvoor moeten vertegenwoordigers van de drie standen door de koning worden samengeroepen in een vergadering, de Staten-Generaal. De koning kan die Staten-Generaal dan om extra belastingen vragen, maar doorgaans vraagt de vergadering dan bepaalde zaken, zoals rechten, in ruil.

Begin 16e eeuw regeert Frans I over Frankrijk. Hij is een van de machtigste vorsten van zijn tijd. In 1516 sluit hij een belangrijk verdrag met de paus. Dat Concordaat van Bologna zorgt ervoor dat de koning naar eigen goeddunken kandidaten voor belangrijke functies binnen de Kerk in Frankrijk mag voordragen en dat de paus die automatisch benoemt. Een kleine 500 jaar eerder hadden Rome en de Duitse keizers daar nog een felle strijd over uitgevochten (Investituurstrijd). De paus trok daarbij aan het langste eind en voor de macht van de Duitse keizers was dat een ramp. Aan het begin van de vroegmo derne tijd liggen de kaarten duidelijk anders. Doordat de Franse koning de Kerk in Frankrijk nu eigenlijk controleert, spreekt men ook over de Franse of gallicaanse Kerk. In tegenstelling tot de (latere) anglicaanse Kerk in Engeland blijft Frankrijk wél katholiek (zie les D3)!

Frans I wordt opgevolgd door zijn zoon Hendrik II, die het beleid van zijn vader voortzet. In 1559 komt Hendrik echter vroegtijdig om het leven tijdens een toernooi. De koning laat enkel minderjarige zonen na. De oudste twee hebben een zwakke gezondheid en sterven vrij jong, zonder nakomelingen. Uiteindelijk volgen drie broers elkaar dus snel op. Hun jonge leeftijd, hun zwakke gezondheid en een gebrek aan politiek talent bieden zo de Franse adel een

uitgelezen kans om de verloren macht te herwinnen. De adellijke families beginnen echter ook elkaar te bestrijden. Godsdienst speelt daarbij een belangrijke rol. Een deel van de edellieden is ondertussen hugenoot geworden, terwijl het overgrote gedeelte, waaronder ook de koninklijke familie, katholiek is gebleven. Een bloedige burgeroorlog (sterk verweven met allerlei buitenlandse conflicten) is het gevolg. In 1589 wordt de laatste overgebleven zoon van Hendrik II, de kinderloze koning Hendrik III, vermoord. De Franse troon gaat vervolgens over op een nieuwe dynastie: de Bourbons. Die zijn echter protestants. De nieuwe koning, Hendrik IV van Bourbon, bekeert zich evenwel tot het katholicisme en vaardigt in 1598 het ‘Edict van Nantes’ uit. De hugenoten krijgen daardoor een zekere godsdienstvrijheid. Zo weet Hendrik IV de rust te herstellen in een oorlogsmoe land. In 1610 wordt hij echter ook vermoord. Hij laat een minderjarige zoon na en opnieuw ziet de weerspannige adel een kans. De jonge Lodewijk XIII wordt echter omringd door bekwame medewerkers, onder andere zijn belangrijkste minister, de geslepen kardinaal De Richelieu. Die laatste wil de macht van de adel definitief breken en het pad effenen voor een onbeperkte of absolute macht voor de koning. Het Romeinse recht (‘De vorst is niet ondergeschikt aan de wet’) en het idee dat God de macht rechtstreeks aan de koning gegeven heeft (‘droit divin’), worden daarvoor als basis gebruikt. Ook worden vanaf 1614 de Staten-Generaal niet meer bijeengeroepen.

Na de dood van Richelieu en Lodewijk XIII probeert de adel nog eenmaal de monarchie aan banden te leggen, maar ze mislukken in hun opzet. De nieuwe koning, Lodewijk XIV, zal bijna oppermachtig over Frankrijk kunnen regeren.

2De absolute macht van Lodewijk XIV

BRON 10-11-12-13-14-15 Aanvankelijk staat de jonge Lodewijk nog in de schaduw van zijn eerste minister, kardinaal Mazarin. Na diens dood in 1661 neemt de koning het bestuur zelf in handen. Omdat hij de adel wantrouwt, wil hij hen voortdurend in zijn buurt. Zo kan hij hen beter controleren. Daarvoor laat hij in Versailles, nabij Parijs, een groot paleis optrekken om zo zijn omvangrijke hofhouding te kunnen huisvesten.

Zijn belangrijkste ambitie daarbij is Frankrijk natuurlijke grenzen geven. Dure veroveringsoorlogen, vooral in de richting van de Rijn, zijn daar het gevolg van. Lodewijk zal er evenwel niet helemaal in slagen om van die rivier de Franse noordgrens te maken. Tot diep in de 19e eeuw zullen Franse leiders echter proberen om die droom werkelijkheid te maken. Omdat zijn persoon centraal staat, net als de zon in het zonnestelsel, krijgt Lodewijk XIV de bijnaam ‘de zonnekoning’. Hij gebruikt de zon trouwens als symbool van zijn macht en persoon.

Op politiek vlak probeert hij dus zo veel mogelijk alleen te beslissen, zonder daarbij lokale instellingen, de adel ... te betrekken. Om zijn wil ter plekke te doen gelden, stelt hij intendanten, hoge ambtenaren, aan. Hij rekruteert die in hoofdzaak uit de rijke burgerij, vooral omdat hij de adel zo weinig mogelijk bevoegdheid wil geven. Ook de Kerk wordt nog meer aan banden gelegd. De zogenaamde ‘Gallicaanse Artikelen’ uit 1682 bepalen dat elke beslissing van de paus eerst door de Franse clerus goedgekeurd moet worden alvorens in Frankrijk van kracht te worden. Omdat de hoge geestelijken door de koning gekozen zijn, kan hij in feite elke pauselijke beslissing die hem niet zint, tegenhouden. In Rome is men natuurlijk niet gediend met die godsdienstige politiek van de Franse koning. De pausen zullen zich daartegen dan ook fel verzetten. Lodewijk heeft minder controle over de niet-katholieken, die hij daardoor als een bedreiging beschouwt. Hij herroept daarom in 1685 het Edict van Nantes. De hugenoten staan voor de keuze: bekeren of migreren. Dat leidt tot het vertrek van tienduizenden hugenoten, onder wie vele belangrijke handelaars en ambachtslieden. Over de impact daarvan op de Franse economie bestaat discussie onder historici. De koning is al even onverdraagzaam tegenover katholieken die zich niet helemaal naar zijn wil schikken. Om zijn macht te illustreren en te propageren, schakelt Lodewijk talloze kunstenaars in. Via geschriften, schilderijen, beelden, gebouwen ... wil hij zijn almacht bewijzen én goedpraten.

natuurlijke grens: zichtbare grens, gevormd door natuurlijke fenomenen: zeeën, rivieren, gebergten ... colbertisme: naam voor de specifieke vorm van mercantilisme in Frankrijk die sterk gericht is op de ontwikkeling van handel en industrie

proefversie©VANIN

In Versailles is de koning bovendien ook veiliger dan in het soms opstandige Parijs. In de loop der jaren groeit het paleis van Versailles uit tot het symbool van het Franse absolutisme. Vanuit Versailles bestuurt de koning eigenmachtig zijn groeiende rijk. Hij beslist er over het lot van zijn onderdanen en plant er zijn Europese politiek. Lodewijk wil namelijk niet alleen in Frankrijk, maar ook in Europa de eerste viool spelen.

Het hof in Versailles, zijn oorlogen, zijn centralisatiep olitiek ... kosten uiteraard handenvol geld. Om dat alles te bekostigen, voert zijn minister van Financiën Colbert een mercantilistische politiek (zie les D1). Daarbij is het de bedoeling dat er zo weinig mogelijk geld naar het buitenland vloeit en dat er juist veel buitenlands geld binnenkomt. Door allerlei factoren zal het colbertisme de koninklijke schatkist niet gevuld krijgen. Toch weigert Lodewijk XIV en later ook zijn opvolger, Lodewijk XV, om de Staten-Generaal bijeen te roepen om zo eventueel aan extra inkomsten te geraken. De Franse koningen vrezen

puriteinen: aanhangers van de anglicaanse Kerk die willen dat die Kerk protestantser wordt, met veel aandacht voor Bijbelstudie en minder aandacht voor gebruiken die nog stammen uit de katholieke Kerk

constitutioneel: grondwettelijk; betrekking hebbend op duidelijk gemaakte afspraken i.v.m. rechten en het bestuur van een land. Als er geen constitutionele of grondwettelijke basis is, kan dat het bestuur en/of de continuïteit van een regime bemoeilijken, zeker bij het wegvallen van de ‘sterke man’ die het land daarvoor leidde.

Tories: Engelse conservatieven. Zij vinden dat er aan de koninklijke erfopvolging niet geraakt mag worden. De bloedlijn is heilig en de mens mag daar niet aan tornen. Hun naam is afgeleid van het Ierse scheldwoord ‘tóraida’ (rover). Vooral leden van de Engelse landadel, de anglicaanse geestelijkheid en katholieken horen tot deze strekking.

namelijk dat die Staten-Generaal inspraak of rechten zouden kunnen eisen.

Uiteindelijk mag men het absolute gezag van Lodewijk XIV niet overdrijven. De primitieve communicatiemiddelen maken een volledige controle over het land onmogelijk. Bovendien kan hij de vele privileges negeren noch afschaffen. Ook een nijpend geldtekort verhindert de koning in zijn streven naar een werkelijk onbeperkt gezag. In theorie heeft hij dus wel alle macht, maar in de praktijk zijn er vele belemmeringen. Aan het eind van zijn leven laat Lodewijk een uitgeput en verarmd land na. Zijn oorlogen en het hofleven in Versailles beginnen te wegen op het land en de bevolking. In de 18e eeuw neemt die ontevredenheid alleen maar toe. De eerder zwakke opvolgers van Lodewijk blijken niet in staat om de problemen op te lossen waarmee het land geconfronteerd wordt. Ideeën over een meer democratisch bestuur maken ondertussen opgang. Boeren, adel en burgerij eisen uiteindelijk allemaal hervormingen. In 1789 leidt dat alles tot de ‘Franse Revolutie ’ (zie les F3).

3In Engeland mislukt het absolutisme

Rome en een eigen Engelse Kerk onder zijn leiding te stichten, verstevigt de positie van de monarchie (zie les D3). Toch blijven er nog serieuze hinderpalen bestaan voor een écht absoluut gezag: de Magna Carta, het parlement, het ontbreken van een staand leger en vooral de religieuze verdeeldheid. Die laatste begint de stabiliteit van het land te bedreigen. Niet iedereen in Engeland is immers zomaar anglicaan geworden. Een deel van de bevolking is gewoon katholiek gebleven, terwijl een ander deel, de puriteinen , een meer radicaal protestantisme voorstaat.

proefversie©VANIN

Whigs: aanhangers van de meer vooruitstrevende politieke stroming binnen het Engelse parlement. Zij vinden dat, als de belangen van het Engelse ‘volk’ geschaad kunnen worden, het volk zélf mag bepalen wie er koning moet worden. Daarmee stellen ze eigenlijk dat de wil van het volk bóven die van de koning staat. Hun naam is waarschijnlijk afgeleid van het Schotse ‘whiggamor’ (veedief). Ze tellen vooral protestanten, kooplui en ondernemers onder hun rangen.

BRON 16-17-18-19-20-21-22 Vanaf de regering van Willem de Veroveraar (11e eeuw) proberen ook de Engelse koningen hun macht te versterken. In 1215 moet koning Jan I echter de zogenaamde Magna Carta bekrachtigen. Met dat document worden de respectievelijke rechten en plichten van de koning en zijn belangrijkste onderdanen op papier vastgelegd. Theoretisch wordt een absolute monarchie in Engeland daardoor onmogelijk. In de daaropvolgende eeuwen moeten de Engelse koningen ook nog de ontwikkeling van een soort standenvertegenwoordiging dulden. Die standenvertegenwoordiging of ‘parlement’ beslist onder andere over het heffen van belastingen, net zoals de Franse Staten-Generaal. Het Engelse parlement zal echter een meer permanent karakter krijgen dan zijn Franse tegenhanger, en zo meer invloed verwerven. Op die manier vormt de instelling een rem op de koninklijke macht in Engeland.

In de tweede helft van de 15e eeuw wordt Engeland verscheurd door een reeks van burgeroorlogen, de zogenaamde Rozenoorlogen. In de nasleep daarvan komt in 1485 een nieuwe dynastie op de troon: de Tudors. De vorsten van dat geslacht proberen de koninklijke macht in de mate van het mogelijke te versterken. Ze worden daarbij geholpen doordat de oude Engelse adel zichzelf tijdens de voorgaande strijd grotendeels uitgemoord heeft. Vooral de beslissing van Hendrik VIII Tudor om te breken met

In 1603 sterft Elisabeth I Tudor kinderloos. De Engelse troon komt vervolgens in handen van de aan de Tudors verwante Schotse Stuartkoningen. Engeland en Schotland komen in een personele unie terecht waaruit zich later het Verenigd Koninkrijk ontwikkelt. De Stuarts willen echt absoluut regeren. Dat brengt hen onvermijdelijk in conflict met het Engelse parlement. Uiteindelijk komt het tot een nieuwe reeks conflicten, de zogenaamde Engelse Burgeroorlog (1642-1651). Naast politieke tegenstellingen (koning versus parlement) spelen ook religieuze tegenstellingen (anglicanen en katholieken versus puriteinen) mee in het conflict. Het parlementsleger, geleid door Oliver Cromwell, wint uiteindelijk het conflict. Niet alleen wordt koning Karel I afgezet én terechtgesteld, maar men besluit ook om de monarchie gewoon af te schaffen. Engeland wordt een republiek (Commonwealth of England). In theorie heeft het parlement de macht, maar al snel blijkt dat Cromwell en zijn leger in feite de dienst uitmaken. De puriteinse Cromwell voert een waar schrikbewind, waarvan vooral de katholieke Ieren en in mindere mate de Schotten het voornaamste slachtoffer zijn. Uit afkeer van het streng puriteinse bewind en vooral van het ontbreken van enige constitutionele basis voor het republikeinse regime besluit men na zijn dood al snel om de monarchie te herstellen. De nieuwe koning Karel II, zoon van Karel I en deels opgevoed aan het hof van Lodewijk XIV, wil zich echter niet zomaar schikken naar de wil van het parlement. Opnieuw nemen de spanningen tussen vorst en parlement toe. Op alle mogelijke manieren proberen beiden elkaar dwars te zitten zonder evenwel een nieuwe burgeroorlog te willen uitlokken. Een belangrijk probleem dient zich aan in de vorm van de opvolging van Karel II. De koning is kinderloos en dus is zijn broer James de wettelijke troonopvolger. James is echter katholiek en volledig doordrongen van het idee van het ‘droit divin’. Binnen de Engelse samenleving en dus binnen het parlement leidt dat tot felle discussies. Er ontstaat zelfs een soort van ‘politieke partijen’ over de kwestie. De Tories willen zonder meer de bloedlijn respecteren en dus James aanvaarden als koning. De Whigs daarentegen willen

dat het parlement bepaalt aan wie de troon toekomt en dus de erfopvolging negeren als dat nodig is. Het zijn de Tories die uiteindelijk hun zin krijgen. In 1685 wordt James II de nieuwe koning. De Whigs aanvaarden hem met tegenzin, maar troosten zich met de gedachte dat de koning al redelijk oud is. Bovendien zijn de kinderen uit zijn eerste huwelijk, twee dochters, protestants opgevoed en getrouwd met protestantse vorsten. In 1688 bevalt de tweede vrouw van James echter van een zoon. James benoemt hem meteen als opvolger en laat weten de jongen katholiek te zullen opvoeden. Dat leidt bijna onmiddellijk tot een samenzwering tussen vooraanstaande leden van het parlement en James’ oudste dochter, Mary, en haar echtgenoot, Willem III van Oranje, de heerser over de Noordelijke Nederlanden. Willem en Mary vallen met een leger Engeland binnen en dwingen James te vluchten. Na die zogenaamde ‘Glorious Revolution’, die eigenlijk meer een staatsgreep dan een revolutie is, biedt het parlement Willem en Mary de Engelse troon aan. In ruil daarvoor moet het nieuwe koningspaar een

nieuwe overeenkomst met het parlement aanvaarden. Die ‘Bill of Rights’ maakt onder andere dat de macht in Engeland definitief verdeeld wordt: de koning krijgt de uitvoerende macht en het parlement krijgt de wetgevende macht en de controle over de uitvoerende macht. In 1707 worden Engeland (Wales) en Schotland verenigd tot één land: Groot-Brittannië. Ook de parlementen fusioneren. Mary (en Willem) noch haar zus en opvolgster Anne heeft nakomelingen. Na Annes dood kiest het parlement in 1714 een verre protestantse verwant tot troonopvolger: George I van Hannover. Deze Duitser heeft meer interesse voor zijn Duitse vorstendommen. Daardoor neemt de invloed van het parlement nog meer toe. De koning laat het dagelijkse bestuur van Groot-Brittannië over aan zijn ministers. Om problemen te vermijden, kiest hij die uit de groep (Whigs of Tories) die de meerderheid heeft in het parlement. Dat parlement wordt na verkiezingen samengesteld. Niet elke Brit heeft stemrecht. Enkel mannen die voldoende geld of grond bezitten, mogen stemmen.

staatsgreep: het in wezen onwettig afzetten van de regering van een land door een kleine groep samenzweerders

proefversie©VANIN

KENNEN

1 de b egrippen ‘absolutisme’, ‘parlementarisme’, ‘droit divin’, ‘colbertisme’, ‘puritein’, ‘personele unie’, ‘republiek’, ‘constitutioneel’, ‘staatsgreep’, ‘revolutie’ en ‘centralisatiepolitiek’ uitleggen

2 twee beperkingen en twee voordelen van de monarchie in Frankrijk aan het begin van de 16e eeuw geven

3 het b elang van het Concordaat van Bologna uitleggen

4 de problemen verklaren waarmee de Franse monarchie in de tweede helft van de 16e eeuw te maken krijgt

5 het Edict van Nantes uitleggen

6 twee grondslagen van het Franse absolutisme in de 17e eeuw opnoemen

7 de keuze van Lodewijk XIV voor de vestiging van zijn hofhouding in Versailles verklaren

8 een p olitieke, religieuze, culturele en economische maatregel van Lodewijk XIV opnoemen

9 drie b eperkingen voor het absolutisme in Frankrijk opnoemen

10 twee factoren geven die mee hebben geleid tot de Franse Revolutie

11 twee belangrijke beperkingen voor de koninklijke macht in Engeland aan het einde van de middeleeuwen geven

12 het uitbreken van de Engelse Burgeroorlog verklaren

13 twee redenen voor het mislukken van de Engelse Republiek opnoemen

14 het verschil tussen de Tories en de Whigs uitleggen

15 de b elangrijkste reden voor de ‘Glorious Revolution’ geven

16 het b elang van de ‘Bill of Rights’ uitleggen

17 een b elangrijk gevolg van de keuze voor het Huis van Hannover geven

KUNNEN

1 gevraagde informatie uit bronnen halen om zo een historische vraag te beantwoorden

2 bronnen met elkaar vergelijken

3 de representativiteit van een bron beoordelen

4 de b etrouwbaarheid van bronnen beoordelen

5 de b elangrijkste historische gebeurtenissen en personen uit deze les op een tijdlijn aanduiden

6 de evolutie in Frankrijk en Engeland met elkaar vergelijken

7 de p olitiek-bestuurlijke situatie in Frankrijk en Engeland in de vroegmoderne tijd vergelijken met de huidige situatie

8 historische b eeldvorming evalueren

a Beo ordeel de volgende stelling: ‘Rond het jaar 1000 is de macht van de Franse koning vrij groot.’ Motiveer ook je antwoord.

b Geldt dat o ok nog voor de situatie in 1526? Motiveer opnieuw je antwoord.

c Waar op de kaart zijn tegen 1526 de grenzen van het Heilige Roomse Rijk gewijzigd in het voordeel van Frankrijk? En waar in het voordeel van het Heilige Roomse Rijk?

Anarchie is erger dan de ergste tirannie en haar permanente dreiging kan slechts bedwongen worden door een onweerstaanbare staatsmacht. Macht is absoluut omdat ze in drie belangrijke opzichten geen grenzen mag hebben: ze is door geen enkele macht gebonden en evenmin aan enige opdrachtgever tenzij alleen aan de onsterfelijke God, en ze kent geen beperkingen in de tijd. Het is de heerschappij die zich doet gelden doordat ze aan alle burgers samen en aan elk afzonderlijk de wet kan opleggen en dit op een absolute wijze, dat wil zeggen zonder de noodzakelijke instemming van wie dan ook, van een hogere, een gelijke of een lagere rang.

Uit: Jean Bodin, Les six livres de la république, 1576

Jean Bodin (1530-1596) is een Franse rechtsgeleerde en filosoof. Hij leeft tijdens een turbulente periode in de Franse geschiedenis. Katholieken en hugenoten bevechten elkaar in een reeks bloedige burgeroorlogen. Dit boek van Bodin is meermaals herdrukt en kent ook verschillende vertalingen.

BRON 3 Het absolutisme volgens Bodin
BRON 2 Het kroondomein in 1526

De monarchie is de meest algemene, de oudste en ook de meest natuurlijke regeringsvorm. Wanneer men staten vormt, zoekt men ze ook te verenigen en men is nergens beter verenigd dan onder een enkel opperhoofd. Men is dan ook nergens sterker, omdat alles tot eenzelfde doel samenwerkt.

De koninklijke macht is in de eerste plaats heilig, dan vaderlijk, dan onbeperkt. De vorsten handelen als dienaren van God en als zijn plaatsvervangers op aarde. Door hen oefent Hij zijn heerschappij uit. Wij zien dus dat de koninklijke troon niet de troon van een mens is, maar de troon van God zelf (…)

proefversie©VANIN

De koningen moeten hun macht in eerbied uitoefenen en deze uitsluitend uit-oefenen in het belang van de algemeenheid. Want daar deze macht van de hemel komt, mogen zij daarom niet geloven dat ze erover kunnen beschikken als heren en dat ze naar willekeur mogen regeren. (…) Daarom past het dat de koningen het gezag dat God hun verleend heeft, met schroom uitoefenen en dat zij bedenken welke vreselijke godslastering zij begaan, wanneer zij een gezag dat van Hem komt, misbruiken (…)

Het vorstelijk gezag is onbeperkt. De vorst hoeft aan niemand rekenschap te geven over hetgeen hij besluit. (…) God alleen kan over de besluiten van de heersers en over hun persoon oordelen. De onderdanen zijn de vorst onvoorwaardelijk gehoorzaamheid verschuldigd. Er is maar één uitzondering in verband met gehoorzaamheid die men de vorst schuldig is, namelijk wanneer hij iets gebiedt dat tegen God is.

Het is ook nodig verbonden te blijven met de ware Kerk. De vorst moet zijn gezag daartoe aanwenden om de valse godsdiensten in zijn rijk te vernietigen. Men kan strengheid gebruiken, maar mildheid is te verkiezen.

Uit: Jaques Bénignes Bossuet, Politique tirée des propres paroles de l’Écriture Sainte (Politiek afgeleid van de ware woorden van de Heilige Schrift), 1679 (gepubliceerd in 1709)

J. B. Bossuet (1627-1704) is een belangrijke en invloedrijke Franse bisschop en een raadgever van Lodewijk XIV. Van 1670 tot 1680 is hij ook de leermeester van de Franse kroonprins. Het is voor hem dat hij dit werk heeft geschreven. Het werk bestaat uit tien boeken, waarin Bossuet zijn politieke theorieën uiteenzet.

BRON 5 Het absolutisme volgens Lodewijk XIV

Ik eindig met een van de belangrijkste adviezen die ik u kan geven. Laat u niet besturen, wees meester. Zorg ervoor nooit een gunsteling te hebben, noch een eerste minister. Luister naar en raadpleeg uw raad, maar besluit zelf. God, die u koning gemaakt heeft, zal u alle nodige kennis geven, zolang gij goede intenties koestert.

Uit: Lodewijk XIV, Instructions, 1701

In 1700 sterft de laatste Spaanse koning uit het huis van Habsburg. Lodewijk XIV zal vervolgens de Spaanse troon opeisen voor zijn kleinzoon, Filips. Die claim leidt tot een algemene Europese oorlog. Veel landen vrezen namelijk dat met Filips als Spaanse koning de macht van Lodewijk XIV te groot zou worden. Die Spaanse Successieoorlog (1701-1713) eindigt met een compromisvrede. Filips wordt erkend als koning van Spanje, maar moet wel afstand doen van zijn rechten op de Franse troon. De huidige Spaanse koning is een verre afstammeling van deze kleinzoon van Lodewijk XIV.

a Wat is volgens zowel Bodin, Bossuet als Lodewijk XIV de oorsprong van alle macht?

b Wat verstaat Bodin onder absolute macht?

c Wat is volgens hem het enige (onwenselijke) alternatief voor een sterke overheid?

d Lees de contextinformatie bij Bodin (bron 3). Wat zal zijn mening waarschijnlijk wel beïnvloed hebben?

e Ho e blijkt dat de visie van Bodin toch enigszins representatief is voor die tijd?

f Betekent volgens Bossuet absolute macht ook dat de vorst zich werkelijk alles kan veroorloven? Motiveer je antwoord.

g Waarop baseert Bossuet zich om zijn opvattingen te verdedigen?

h Is het werk van Bossuet oorspronkelijk bedoeld voor een groot publiek?

i Ho e blijkt dat Lodewijk XIV een voorstander van het absolutisme is?

j Vergelijk de macht van de absolute vorst met die van de huidige koning der Belgen.

k Bestaan er vandaag nog steeds absolute heersers? Geef eventueel een voorbeeld en motiveer je antwoord.

BWanneer Uwe Majesteit [Lodewijk XIII] besloot mij tot raadgever te benoemen en mij tezelfdertijd een groot vertrouwen toekende in de leiding van de staatszaken, was de toestand … als volgt: de hugenoten deelden de Staat met uwe Majesteit; de groten gedroegen zich alsof ze Uw onderdanen niet waren en de machtigste provinciegouverneurs handelden als onbeperkt heerser in hun ambten. (…) Ik beloofde Hem al mijn ijver en mijn gezag, die Hij mij wilde toekennen, te gebruiken om de partij van de hugenoten te ruïneren, de trots van de groten neer te halen, al Zijn onderdanen tot hun plichten terug te brengen en Zijn naam in de vreemde naties op die hoogte te brengen waar Hij zijn moest.

BWanneer Uwe Majesteit [Lodewijk XIII] besloot mij tot raadgever te benoemen en mij tezelfdertijd een groot vertrouwen toekende in de leiding van de staatszaken, was de toestand … als volgt: de hugenoten deelden de Staat met Uwe Majesteit; de groten gedroegen zich alsof ze Uw onderdanen niet waren en de machtigste provinciegouverneurs handelden als onbeperkt heerser in hun ambten. (…) Ik beloofde Hem al mijn ijver en mijn gezag, die Hij mij wilde toekennen, te gebruiken om de partij van de hugenoten te ruïneren, de trots van de groten neer te halen, al Zijn onderdanen tot hun plichten terug te brengen en Zijn naam in de vreemde naties op die hoogte te brengen waar Hij zijn moest.

Uit: Richelieu, een verslag over de toestand van Frankrijk, 1624

Uit: Richelieu, een verslag over de toestand van Frankrijk, 1624

Armand-Jean du Plessis, kardinaal de Richelieu (1585-1642) wordt in 1616 door de koningin-moeder, Maria de Medici, bij het bestuur van het land betrokken. In 1624 wordt hij eerste minister. Tot zijn dood is hij de feitelijke machthebber van Frankrijk. Zijn bewind effent het pad voor het absolutisme van Lodewijk XIV.

• Hoe omschrijft Richelieu de situatie in Frankrijk?

• Wat stelt hij zichzelf tot doel?

• Beperken de ambities van Richelieu zich louter tot Frankrijk? Argumenteer.

Armand-Jean du Plessis, kardinaal de Richelieu (1585-1642) wordt in 1616 door de koningin-moeder, Maria de Medici, bij het bestuur van het land betrokken. In 1624 wordt hij eerste minister. Tot zijn dood is hij de feitelijke machthebber van Frankrijk. Zijn bewind effent het pad voor het absolutisme van Lodewijk XIV.

a Ho e omschrijft Richelieu de situatie in Frankrijk?

b Wat stelt hij zichzelf tot doel?

c Bep erken de ambities van Richelieu zich louter tot Frankrijk? Argumenteer.

Aangezien reeds eerder de Staten-Generaal van dit koninkrijk en de raden van edelen gekozen om ons (…) te adviseren over belangrijke zaken van dit koninkrijk (…) ons en onze voornoemde Heer en Vader [Hendrik IV] geregeld gevraagd en nederig gesmeekt hebben om overal de vele vestingen in dit koninkrijk, die niet aan vijandige grenzen liggen noch op belangrijke locaties, te slopen omdat ze enkel onze onkosten vergroten door nutteloze garnizoenen te onderhouden of dienen als toevluchtsoord voor personen die bij de minste provocatie de provincie waar ze gelegen zijn in beroering brengen; … Om die redenen, verkondigen, verklaren, verordenen en bevelen we dat alle vestingen, zij het steden of kastelen, gelegen binnen ons koninkrijk en niet gelegen op plaatsen, belangrijk wegens grensverdediging of andere gewichtige redenen, afgebroken en verwoest zullen worden; zelfs oude wallen zullen gesloopt worden voor zover het nodig is voor het welzijn en de rust van onze onderdanen en voor het welzijn van de staat, (…)

Uit: Lodewijk XIII, Edict, 1626

proefversie©VANIN

Aangezien reeds eerder de Staten-Generaal van dit koninkrijk en de raden van edelen gekozen om ons (…) te adviseren over belangrijke zaken van dit koninkrijk (…) ons en onze voornoemde Heer en Vader [Hendrik IV] geregeld gevraagd en nederig gesmeekt hebben om overal de vele vestingen in dit koninkrijk, die niet aan vijandige grenzen liggen noch op belangrijke locaties, te slopen omdat ze enkel onze onkosten vergroten door nutteloze garnizoenen te onderhouden of dienen als toevluchtsoord voor personen die bij de minste provocatie de provincie waar ze gelegen zijn in beroering brengen; …

Om die redenen, verkondigen, verklaren, verordenen en bevelen we dat alle vestingen, zij het steden of kastelen, gelegen binnen ons koninkrijk en niet gelegen op plaatsen, belangrijk wegens grensverdediging of andere gewichtige redenen, afgebroken en verwoest zullen worden; zelfs oude wallen zullen gesloopt worden voor zover het nodig is voor het welzijn en de rust

Uit: Lodewijk XIII, Edict, 1626

Lodewijk XIII (1601-1643) wordt in 1610 koning van Frankrijk. Aanvankelijk staat hij sterk onder de invloed van zijn moeder Maria de Medici. Met veel moeite weet hij zich aan haar te onttrekken. Later komt hij vooral in de schaduw van kardinaal de Richelieu te staan.

• Wat wordt er met dit edict besloten?

• Geef drie redenen waarmee de koning de beslissing probeert te verdedigen.

• Hoe zou die beslissing kunnen bijdragen aan de versterking van de koninklijke macht, denk je? DOC 5 A Lodewijk XIII

Lodewijk XIII (1601-1643) wordt in 1610 koning van Frankrijk. Aanvankelijk staat hij sterk onder de invloed van zijn moeder, Maria de Medici. Met veel moeite weet hij zich aan haar te onttrekken. Later komt hij vooral in de schaduw van kardinaal de Richelieu te staan.

a Wat wordt er met dit edict besloten?

b Geef drie redenen waarmee de koning de beslissing probeert te verdedigen.

c Ho e zou die beslissing kunnen bijdragen aan de versterking van de koninklijke macht, denk je?

(door Philippe de Champaigne, olieverf op doek, ca. 1639)
Portret door Philippe de Champaigne, olieverf op doek, ca. 1639
Portret door Philippe de Champaigne, olieverf op doek, ca. 1640
BRON 6 Kardinaal de Richelieu
BRON 7 De plannen van Richelieu
BRON 8 Lodewijk XIII
BRON 9 De plannen van Lodewijk XIII

midbestendigen daar kolosmarmer monuwandtapijgraveer-

Lodewijk XIV, woorden nog democratische monumenheeft

BRON 10 Kunst en politiek

delen voor het verspreiden en bestendigen van Zijne Majesteits glorie […] zoals daar zijn piramides, zuilen, ruiterbeelden, kolossen, triomfbogen, borstbeelden in marmer en brons, bas-reliëfs, alle historische monumenten, die wij met onze fraaie wandtapijten, onze frescoschilderingen en graveerkunst kunnen verrijken.

Er zijn, Monsieur, nog andere loffelijke middelen voor het verspreiden en bestendigen van Zijne Majesteits glorie (...) zoals daar zijn piramides, zuilen, ruiterbeelden, kolossen, triomfbogen, borstbeelden in marmer en brons, bas-reliëfs, alle historische monumenten, die wij met onze fraaie wandtapijten, onze fresco schilderingen en graveerkunst kunnen verrijken.

Uit: Jean Chapelain, Rapport aan Lodewijk XIV, 1662

Uit: Chapelain, Rapport aan Lodewijk XIV, 1662

proefversie©VANIN

De dichter Chapelain (1595-1674) is een raadgever van Lodewijk XIV.

De dichter Chapelain (1595-1674) is een van de stichtende leden van de Académie française, een culturele instelling die nog steeds waakt over de Franse taal. Van Colbert krijgt hij het recht om de koning advies te verstrekken voor steun aan de kunsten.

• Vat het rapport met je eigen woorden samen.

a Vat het rapport met je eigen woorden samen.

• Welk doel heeft de kunst hier?

b Welk doel heeft de kunst hier?

• Is dat voor alleenheersers vandaag nog altijd belangrijk? En voor democratische leiders?

c Is dat voor alleenheersers vandaag nog altijd belangrijk? En voor democratische leiders?

d Zo ek twee voorbeelden van monumenten op die Lodewijk XIV nagelaten heeft in Parijs.

BRON 11 Staatsieportret van Lodewijk XIV

DOC 7 A Staatsieportret van Louis XIV (1701, Hyacinthe Rigaud, olieverf op doek, afmetingen: 277 x 194 cm, Versailles)

• Zoek twee voorbeelden van monumenten op die Lodewijk XIV nagelaten heeft in Parijs.

Portret door Hyacinthe Rigaud, olieverf op doek, 277 x 194 cm, 1701, Versailles

Lodewijk heeft dit schilderij laten maken op verzoek van zijn kleinzoon, Filips, die op dat moment naar Spanje vertrekt om daar koning te worden. Hij wil graag een portret van zijn grootvader meenemen. Lodewijk is zo verrukt over het resultaat dat hij het originele schilderij zelf houdt en een kopie naar Madrid stuurt. Het schilderij wordt vaak beschouwd als dé voorstelling van het vorstelijk absolutisme en zal heel wat latere koninklijke portretten beïnvloeden.

D5 ABSOLUTISME EN PARLEMENTARISME

STORIA4_ASO_leerboek_deelD_p50_109_v5.indd 96

• Beschrijf het portret van de Franse koning Lodewijk XIV (16381715) aan de hand van de volgende vragen.

• Welke indruk maakt Lodewijk?

• Wat is de bedoeling van een dergelijk portret?

• Beschrijf het portret van de Franse koning Lodewijk XIV (16381715) aan de hand van de volgende vragen.

• Welke indruk maakt Lodewijk?

• Wat is de bedoeling van een dergelijk portret?

• Wat wil de auteur van afbeelding b met zijn tekening duidelijk maken?

William Thackeray (1811-1863) is een Britse schrijver, tekenaar en satiricus. Deze cartoon verschijnt in 1840 in zijn werk ‘The Paris sketchbook’. In zijn boek schrijft hij in de tekst bij bovenstaande tekening onder andere ‘zo maken kappers en schoenlappers de goden die wij aanbidden’. ‘Ludovicus’ is ‘Lodewijk’ en ‘rex’ betekent ‘koning’.

a Beschrijf het p ortret van de Franse koning Lodewijk XIV (1638­1715) aan de hand van de volgende vragen.

1 Welke indruk maakt Lodewijk?

2 Wat is de bedoeling van een dergelijk portret?

3 Wat wil de auteur van bron 12 met zijn tekening en commentaar duidelijk maken?

b Uit welke tijd van het referentiekader dateert de tekening?

BRON 12 Cartoon door William Thackeray
B Cartoon van de Engelse dichter William Thackeray, 1875
B Cartoon van de Engelse dichter William Thackeray, 1875

BRON 14 Het Edict van Fontainebleau

Art. 2 Wij verbieden aan onze onderdanen, die de zogenaamde hervormde godsdienst belijden, nog te vergaderen om deze eredienst te beoefenen in om het even welke plaats of particulier huis.

Art. 3 Wij bevelen dat alle predikanten van de zogenaamde hervormde godsdienst die zich niet willen bekeren en die de rooms-katholieke godsdienst niet willen aannemen, veertien dagen na de bekendmaking van ons edict het land verlaten, op straf van de galeien.

Art. 7 Wat de kinderen betreft die zullen geboren worden, willen wij dat zij voortaan worden gedoopt door pastoors van de parochies. Wij bevelen aan de vaders en de moeders ze ten dien einde naar de kerk te laten brengen op straf van boete. Daarna zullen de kinderen worden opgevoed in de katholieke godsdienst.

Uit: Edict van Fontainebleau, 1685

Met dit edict herroept Lodewijk XIV het Edict van Nantes uit 1598. Als gevolg van die beslissing zouden naar schatting tussen de 200 000 en 900 000 mensen in de daaropvolgende jaren wegtrekken uit Frankrijk.

Schilderij van Pierre Denis Martin (ca. 1663 ­ 1742), olieverf op doek, 139 x 150 cm

Begin 17e eeuw laat Lodewijk XIII in Versailles, net ver genoeg van Parijs, een klein jachtslot bouwen. In 1661, na de dood van Mazarin, beslist Lodewijk XIV om van het kasteel zijn hoofdverblijfplaats te maken. Tot aan zijn dood in 1715 wordt het kasteel grondig verbouwd en voortdurend uitgebreid. Een van de redenen daarvoor is om een groeiend aantal hovelingen en gasten, soms meer dan 10 000 personen, te kunnen ontvangen en huisvesten. Het paleis zal ook model staan voor talrijke koninklijke residenties over heel Europa. Het paleis kan niet los gezien worden van de enorme tuinen die tegelijkertijd worden aangelegd.

a No em twee redenen waarom Lodewijk XIV dit paleis heeft laten bouwen.

b Ho e zie je op het schilderij dat het project nog niet voltooid is bij de dood van Lodewijk XIV?

BRON 15 Inkomsten en uitgaven (in miljoen livres) tijdens regering van Lodewijk XIV

Jaar Netto-inkomstenUitgaven*

proefversie©VANIN

a Op welke specifieke bevolkingsgroep heeft dit edict betrekking?

b Voor welke keuze worden zij geplaatst?

c Waarom neemt Lodewijk XIV die beslissing, denk je?

Uit: Alain Guéry, Les finances de la monarchie française sous l’Ancien Régime, in: Annales, no. 2, 1978

‘Annales’ is een Frans historisch tijdschrift dat oorspronkelijk wilde breken met de traditionele geschiedschrijving, die sterk gericht was op het politieke domein. De zogenaamde Annales-school besteedde ook veel aandacht aan het dagelijkse leven en maakte gebruik van de bevindingen en methodes van andere wetenschappen zoals de economie.

Een livre of pond is een munt die ongeveer overeenkomt met 500 gram zilver. Omdat de prijs van zilver tegenwoordig erg schommelt, is het moeilijk om een waarde op die livre te plakken. Bovendien is het niet van belang om te weten wat een oude munteenheid nu waard is, maar wel wat je er toen mee kon doen.

* Het grootste deel van dit geld ging naar het hof in Versailles en vooral naar de vele oorlogen van Lodewijk XIV.

a Met welk probleem heeft Lodewijk XIV zo goed als heel zijn regeringsperiode te maken?

b Ho e zal Lodewijk proberen dat probleem op te lossen, denk je? (Wat kun je doen als je meer wilt uitgeven dan je hebt?)

c Waar gaat het grootste deel van de uitgaven naartoe? Welke verklaring kun je daarvoor geven?

d Zo ek op hoeveel % van het staatsbudget de Belgische overheid vandaag uitgeeft aan defensie.

e Wat is tegenwoordig de grootste kostenpost voor onze regering?

f Kun je een verklaring geven voor dat verschil in besteding van het overheidsbudget tussen Lodewijk XIV en de Belgische overheid?

Wij erkennen dat alles op aarde zoals in de hemel van God is, dat alles door hem bestaat, dat alles door hem gebeurt. Maar dit algemene recht van God heft het recht van God niet op. Daarom moeten alle koningen erkennen dat hun oorsprong in het volk ligt en moeten zij het volk dankbaar zijn voor hun macht. Het recht van het volk komt evengoed van God als het recht van de koning.

Koningen zijn niet alleen Gods plaatsbekleders ten opzichte van hun onderdanen: ze worden, zoals in de Bijbel staat, door God zelf goden genoemd. Ze oefenen inderdaad een soort goddelijke macht op aarde uit. De aan God toegeschreven eigenschappen zijn ook van toepassing op een koning. Hij beslist op leven en dood en verleent en ontleent alle macht aan zijn onderdanen, bisschoppen zowel als edellieden. In alles wat hij doet, is hij alleen aan God rekenschap verschuldigd.

Koningen zijn niet alleen Gods plaatsbekleders ten opzichte van hun onderdanen: ze worden, zoals in de Bijbel staat, door God zelf goden genoemd. (...) Ze oefenen inderdaad een soort goddelijke macht op aarde uit. De aan God toegeschreven eigenschappen zijn ook van toepassing op een koning. Hij beslist op leven en dood en verleent en ontleent alle macht aan zijn onderdanen, bisschoppen zowel als edellieden. In alles wat hij doet, is hij alleen aan God rekenschap verschuldigd.

Uitspraak van koning James I (1603-1625) van Engeland en Schotland

Uit: James I, Toespraak voor het Engelse parlement, 1610

• Vergelijk deze uitspraak met de visie van Bodin en Bossuet. Bestaat er een overeenkomst? Motiveer je antwoord.

• Waarom moest een dergelijk standpunt in Engeland bijna onvermijdelijk tot problemen leiden?

James (of Jacobus) Stuart (1566-1625) wordt in 1567 op 11-jarige leeftijd koning van Schotland. In 1603, na de dood van de kinderloze Engelse koningin Elizabeth I Tudor, wordt hij ook erkend als koning van Engeland. In 1598 heeft hij al een pamflet gepubliceerd, ‘The True law of free monarchies’ (...) [De ware wet van vrije monarchieën], waarin hij zijn visie op het koningschap uiteenzet.

13

a Vergelijk deze uitspraak met de visie van Bodin en Bossuet. Bestaat er een overeenkomst? Motiveer je antwoord.

De natuurwetten, zoals de rechtvaardigheid, de matigheid, het medelijden en in het algemeen ‘de anderen behandelen zoals men zelf behandeld wil worden’, gaan in tegen onze natuurlijke hartstochten, die ons leiden naar partijdigheid, hoogmoed, wraak en ander gedrag van die aard ...

b Waarom moest een dergelijk standpunt in Engeland bijna onvermijdelijk tot problemen leiden?

De enige manier om een algemene macht in te stellen die de mensen kan beschermen tegen aanvallen van buitenlanders en tegen de nadelen die ze elkaar kunnen berokkenen, bestaat erin hun macht en al hun krachten toe te vertrouwen aan één man of aan één vergadering, die alle wensen in één wens kan groeperen … Wanneer die veelheid zo verenigd is in één persoon, spreekt men van een republiek, in het Latijn ‘civitas’.

Wij erkennen dat alles op aarde zoals in de hemel van God is, dat alles door Hem bestaat, dat alles door Hem gebeurt. Maar dit algemene recht van God heft het recht van God niet op. Daarom moeten alle koningen erkennen dat hun oorsprong in het volk ligt en moeten zij het volk dankbaar zijn voor hun macht. Het recht van het volk komt evengoed van God als het recht van de koning. En God vertoont zich meer in een volk, wanneer het een onrechtvaardige koning afzet, als in een koning die een onschuldig volk onderdrukt. God zelf heeft het volk de volmacht gegeven om recht te spreken over boze vorsten.

En God vertoont zich meer in een volk, wanneer het een onrechtvaardige koning afzet, als in een koning die een onschuldig volk onderdrukt. God zelf heeft het volk de volmacht gegeven om recht te spreken over boze vorsten.

Uit: John Milton, Verdediging van het Engelse volk, 1651

Uit: John Milton, Verdediging van het Engelse volk, 1651

proefversie©VANIN

Zo is de generatie van de grote Leviathan of om het met meer luister te zeggen, van die onsterfelijke God aan wie wij, onder de bescherming van de onsterfelijke God, vrede en bescherming danken … Deze machthebber noemen we ‘soeverein’ en men stelt dat hij de ‘soevereine’ macht bezit. Alle anderen zijn onderdanen …

John Milton (1608-1674) is een belangrijk dichter, een van de leidende figuren binnen de puriteinse beweging en vertrouweling van Cromwell. Hij schrijft dit pamflet (oorspronkelijk in het Latijn) in opdracht van het Engelse parlement als reactie op een aanklacht van de Franse denker Salmasius (1588-1653) dat de executie van Karel I onwettig is. Salmasius is een Franse hugenoot die op dat moment in Leiden woont. In zijn tekst valt Milton Salmasius geregeld persoonlijk aan.

Uit: Thomas Hobbes, Leviathan, 1651

Thomas Hobbes (1588-1679) is een Engels filosoof. Het gezegde ‘homo homini lupus’ (de ene mens is voor de andere een wolf) vormt het uitgangspunt van zijn opvattingen.

a Vergelijk Miltons visie met die van James I. Waarin verschillen zij duidelijk van mening?

b Op welke manier probeert Milton nog zijn gelijk te halen? Lees de contextinformatie.

John Milton (1608-1674) is een belangrijk dichter, een van de leidende figuren binnen de puriteinse beweging en vertrouweling van Cromwell. Hij schrijft dit pamflet als reactie op een aanklacht van de Franse denker Salmasius dat de executie van Karel I onwettig is.

c Kan men vandaag in België politieke leiders afzetten? Als dat zo is: hoe gaat dat in zijn werk?

• Vergelijk Miltons visie met die van James I. Waarin verschillen zij duidelijk van mening?

• Pas de historische methode toe op deze tekst.

• Kan men vandaag in België politieke leiders afzetten? Als dat zo is: hoe gaat dat in zijn werk?

• Waarom moeten de mensen alle macht afstaan aan één leider?

• Waarin verschilt de visie van Hobbes met die van bijvoorbeeld Bossuet?

• Welk argument heeft Hobbes om zijn stelling te rechtvaardigen?

• In welke mate vind je zelf dat Hobbes een punt heeft met zijn stelling?

Portret door Daniël Mijtens (ca. 1621), olieverf op doek
BRON 16 Koning James I Stuart
BRON 17 James I
DOC 12
DOC
BRON 18 Het recht van het volk

De natuurwetten, zoals de rechtvaardigheid, de matigheid, het medelijden en in het algemeen ‘de anderen behandelen zoals men zelf behandeld wil worden’, gaan in tegen onze natuurlijke hartstochten, die ons leiden naar partijdigheid, hoogmoed, wraak en ander gedrag van die aard ... De enige manier om een algemene macht in te stellen die de mensen kan beschermen tegen aanvallen van buitenlanders en tegen de nadelen die ze elkaar kunnen berokkenen, bestaat erin hun macht en al hun krachten toe te vertrouwen aan één man of aan één vergadering, die alle wensen in één wens kan groeperen … Wanneer die veelheid zo verenigd is in één persoon, spreekt men van een republiek , in het Latijn ‘civitas’.

proefversie©VANIN

Zo is de generatie van de grote Leviathan of om het met meer luister te zeggen, van die onsterfelijke God aan wie wij, onder de bescherming van de onsterfelijke God, vrede en bescherming danken … Deze machthebber noemen we ‘soeverein’ en men stelt dat hij de ‘soevereine’ macht bezit. Alle anderen zijn onderdanen …

Uit: Thomas Hobbes, Leviathan, 1651

van Honthorst (1647, olieverf op doek, 302 x 194,3 cm, Rijksmuseum, Amsterdam)

Thomas Hobbes (1588-1679) is een Engels filosoof. Hij is getuige van de gruwelen van de Engelse Burgeroorlog. Het gezegde ‘homo homini lupus’ (de ene mens is voor de andere een wolf) vormt het uitgangspunt van zijn opvattingen. De titel van dit boek is ontleend aan de naam van een Bijbels monster. Het wezen stelt een enorme macht voor.

a Waarom moeten de mensen alle macht afstaan aan één leider?

b Waarin verschilt de visie van Hobbes met die van bijvoorbeeld Bossuet?

c Welk argument heeft Hobbes om zijn stelling te rechtvaardigen?

d In welke mate vind je zelf dat Hobbes een punt heeft met zijn stelling?

DOC 14 A Willem III van Oranje en Mary II Stuart door Gerard van Honthorst (1647, olieverf op doek, 302 x 194,3 cm, Rijksmuseum, Amsterdam)

1 De koning mag geen wetten of de uitvoering van wetten tegenhouden zonder de toestemming van het parlement.

5 De onderdanen mogen de koning petities aanbieden en kunnen daarvoor niet vervolgd worden.

8 De verkiezing van leden van het parlement dient vrij te zijn.

9 Het parlement heeft de vrijheid van woord en parlementsleden kunnen niet vervolgd worden om wat ze zeggen in het parlement.

Schilderij van Gerard van Honthorst, olieverf op doek, 302 x 194,3 cm, 1647, Rijksmuseum, Amsterdam

Bewerkte stukken uit de ‘Declaration of Rights’, 1689

• Bewijs met twee voorbeelden dat de ‘Declaration of Rights’ het absolutisme in Engeland onmogelijk maakt.

• Zoek op in welke mate dergelijke regels vandaag ook in België gelden.

Willem III (1650-1702) is een kleinzoon van de Engelse koning Karel I. In 1672 wordt hij stadhouder (een soort politieke en militaire leider) van de Verenigde Provinciën. Hij is een belangrijke vijand van Lodewijk XIV. In 1677 trouwt hij met zijn nicht, Mary Stuart, de oudste dochter van de latere Engelse koning James II. Wanneer die de troon bestijgt, wordt zij de troonopvolger van haar vader. Door de geboorte van een halfbroer in 1688 verliest zij die positie. Om de rechten van zijn vrouw te verdedigen en omdat de Engelse koning een bondgenoot is van Lodewijk XIV, spant Willem samen met het Engelse parlement tegen zijn schoonvader, die hij in datzelfde jaar nog verjaagt van de Engelse troon. Samen met zijn vrouw wordt hem vervolgens de Engelse kroon aangeboden. Willem en Mary krijgen wel nog af te rekenen met verzet, vooral in Ierland. Dat verzet zal enkel met geweld beëindigd worden. Mary sterft in 1694, Willem in 1702. Omdat ze geen kinderen hebben, gaat de troon naar Mary’s jongere zus Anna (1665-1714). Zij en haar opvolgers uit het Huis van Hannover krijgen ook nog geregeld af te rekenen met opstanden en complotten van de aanhangers van James II en zijn zoon.

De UNION JACK: een ingewikkelde vlag

In 1707 worden de koninkrijken Engeland (waaronder Wales) en Schotland, die sinds 1603 een personele unie vormen, met de ‘Act of Union’

BRON 19 Absolutisme
BRON 20 Willem III van Oranje en Mary II Stuart

BRON 21 De 'Bill of Rights' BRON 22 Deel van de Bill of Rights (1689)

DOC 14 A Willem III van Oranje en Mary II Stuart door Gerard van Honthorst (1647, olieverf op doek, 302 x 194,3 cm, Rijksmuseum, Amsterdam)

1 De koning mag geen wetten of de uitvoering van wetten tegenhouden zonder de toestemming van het parlement.

5 De onderdanen mogen de koning petities aanbieden en kunnen daarvoor niet vervolgd worden.

8 De verkiezing van leden van het parlement dient vrij te zijn.

9 Het parlement heeft de vrijheid van woord en parlementsleden kunnen niet vervolgd worden om wat ze zeggen in het parlement.

Bewerkte stukken uit de ‘Bill of Rights’, 1689

a Bewijs met twee voorbeelden dat de ‘Bill of Rights’ het absolutisme in Engeland onmogelijk maakt.

b Pas begin 18e eeuw worden de gebeurtenissen van 1688 bekend als de ‘Glorious Revolution’, waarmee een geweldloze en terechte machtsovername wordt gesuggereerd. Niet iedereen is het eens met die lezing van de gebeurtenissen. Probeer twee bedenkingen te geven bij de term ‘Glorious Revolution’.

c Zo ek op in welke mate dergelijke regels vandaag ook in België gelden.

De koning mag geen wetten of de uitvoering van wetten tegenhouden zonder de toestemming van het parle -

De onderdanen mogen de koning petities aanbieden en

De verkiezing van leden van het parlement dient vrij te

Het parlement heeft de vrijheid van woord en parlementsleden kunnen niet vervolgd worden om wat ze

proefversie©VANIN

RANDINFO

RANDINFO

Bewerkte stukken uit de ‘Declaration of Rights’, 1689

Bewijs met twee voorbeelden dat de ‘Declaration of Rights’ het absolutisme in Engeland onmogelijk

Zoek op in welke mate dergelijke regels vandaag ook

De UNION JACK: een ingewikkelde vlag

De UNION JACK: een ingewikkelde vlag

In 1707 worden de koninkrijken Engeland (waaronder Wales) en Schotland, die sinds 1603 een personele unie vormen, met de ‘Act of Union’ versmolten tot één koninkrijk. Zo ontstaat het koninkrijk Groot-Brittannië. Ook de parlementen van beide landen worden samengevoegd. In 1801 voegt men ook het koninkrijk Ierland bij het koninkrijk Groot-Brittannië, waardoor het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland ontstaat. Na de onafhankelijkheid van het katholieke deel van Ierland in 1922 wordt de naam omgevormd tot het huidige Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en NoordIerland. De term Groot-Brittannië wordt evenwel ook nog steeds gebruikt om het Verenigd Koninkrijk aan te duiden.

In 1707 worden de koninkrijken Engeland (waaronder Wales) en Schotland, die sinds 1603 een personele unie vormen, met de ‘Act of Union’ versmolten tot één koninkrijk. Zo ontstaat het Koninkrijk Groot-Brittannië. Ook de parlementen van beide landen worden samengevoegd. In 1801 voegt men ook het koninkrijk Ierland bij het Koninkrijk Groot-Brittannië waardoor het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland ontstaat. Na de onafhankelijkheid van het katholieke deel van Ierland in 1922 wordt de naam omgevormd tot het huidige Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland. De term Groot-Brittannië wordt evenwel ook nog steeds gebruikt om het Verenigd Koninkrijk aan te duiden.

Engeland
Originele Union Flag (1606)
Huidige
Uit: Archief van het Engelse parlement

Renaissance, barok en neoclassicisme

Mode is veranderlijk. Ook kunststijlen evolueren met de tijd. Vorig jaar leerde je hoe in de middeleeuwen de romaanse stijl overgaat in de gotiek. Vanaf de 14e eeuw beginnen renaissancekunstenaars een andere kijk op schoonheid te krijgen. Ze kijken neer op de middeleeuwse kunst. Uit de renaissance ontstaat later de barok. In de 18e eeuw wordt het neoclassicisme een geliefde stijl. Wat zijn de kenmerken van de renaissance, de barok en het neoclassicisme? Welke gelijkenissen en verschillen zijn er tussen die stijlen?

proefversie©VANIN

KLASSIEKE KUNST

kunstuiting: product van menselijke creativiteit: bouwkunst, schilderkunst, reliëfen beeldhouwkunst, literatuur, muziek

geometrisch: met aandacht voor, opgebouwd volgens meetkundige vormen (driehoek, rechthoek …)

1De renaissance bewondert de klassieke oudheid

BRON 1-2-3-4-5-6-7-8-9-10-11 In de 14e eeuw groeien in Italië nieuwe opvattingen over schoonheid. Schrijvers en intellectuelen bestuderen er klassieke teksten (zie les D2). Architecten en beeldende kunstenaars zijn gefascineerd door de stenen overblijfselen van de klassieke oudheid. Ze willen de kunst van de klassieke oudheid doen herleven. Zij spreken over ‘rinascità’: een wedergeboorte van de klassieke kunst. De Franse vertaling van die term, renaissance , wordt gebruikt voor de kunstuitingen in die stijl. Als zelfbewuste kunstenaars kijken ze neer op de kunst van de middeleeuwen. Vanuit hun visie op kunst noemen ze die kunst zelfs ‘barbaars’. Zij bedenken ook de naam ‘middeleeuwen’. De breuk die zij ervaren, wordt vandaag gerelativeerd. Zo blijven, net als in de middeleeuwen, religieuze thema’s belangrijk. De renaissancekunst is bovendien ook het resultaat van een geleidelijke evolutie die al in de middeleeuwen begint.

Het succes van de renaissancekunst hangt nauw samen met de politieke en economische ontwikkelingen in Italië. Lokale vorsten en stadsbesturen van rijke en machtige handelssteden

BAROK NEOCLASSICISME

RENAISSANCE

GOTISCHE KUNST

ROMAANSE KUNST

kijken er ook op naar de klassieke oudheid. In hun onderlinge politieke strijd spiegelen ze zich aan het machtige oude Rome. Om hun roem en onsterfelijkheid te bevorderen steunen ze kunstenaars financieel en met opdrachten. Welvarende handelaars willen hun rijkdom etaleren. Ze laten stadspaleizen bouwen en bestellen kunstwerken om ze te decoreren. De renaissance bereikt haar hoogtepunt in de 15e en het begin van de 16e eeuw met namen als Rafaël, Michelangelo en Leonardo da Vinci. Vooral die twee laatste beantwoorden aan het renaissance-ideaal van de ‘homo universalis’: iemand die zo veel mogelijk verschillende wetenschappelijke en artistieke domeinen beheerst.

Naar het voorbeeld van de cultuur van de klassieke oudheid stellen renaissancekunstenaars de mens meer centraal. Door observatie en wetenschappelijke studie willen ze de werkelijkheid natuurgetrouw weergeven. Ze streven naar evenwichtige en harmonieuze realisaties met een voorliefde voor geometrische vormen. In de 16e eeuw verspreidt de renaissancekunst zich ook buiten Italië. Italiaanse kunstenaars werken namelijk ook voor opdrachtgevers in het buitenland. Kunstenaars van boven de Alpen zijn gefascineerd door de ontwikkelingen in

Italië en gaan op studiereis naar het centrum van de renaissance.

De architecten willen de imposante bouwwerken van de klassieke oudheid evenaren. Daarom bestuderen ze de overblijfselen uit die periode nauwkeurig. Ze bouwen geen nieuwe tempels, maar inspireren zich op de antieke kunst bij het ontwerpen van kerken en stadspaleizen (palazzi) . Die worden gekenmerkt door symmetrie , evenwichtige verhoudingen en horizontale lijnen. Klassieke elementen als zuilen, rondbogen, koepels, friezen en frontons tooien hun bouwwerken.

Beeldhouwers bestuderen klassieke beelden en ontleden lijken om inzicht te krijgen in de menselijke anatomie . Ze streven naar een anatomisch correcte weergave en naar juiste verhoudingen. Met naakte en vrijstaande beelden tonen ze hun kennis en vaardigheden. Net zoals bij hun antieke voorbeelden, maakt de contrapost hun beelden dynamisch in plaats van statisch . Die beelden beantwoorden aan het klassieke schoonheidsideaal: het zijn geïdealiseerde voorstellingen van atletisch gebouwde mannen en bovennatuurlijk mooie vrouwen.

De schilderkunst wordt gekenmerkt door evenwichtige composities. Om diepte te creëren gebruiken kunstenaars het wiskundig lijnperspectief , het verkort , schaduwen en landschappen op de achtergrond. Ook interculturele contacten spelen een rol in de ontwikkeling van de renaissancekunst. Van de ‘Vlaamse Primitieven’ nemen de Italiaanse kunstenaars de olieverftechniek over. Voordien gebruikten ze tempera . Omdat olieverf trager droogt, kunnen schilders langer en nauwkeuriger werken. Zo kunnen ze de kleinste details heel realistisch weergeven. Waar het portret en het landschap voordien bijna altijd een onderdeel van een schilderij waren, ontwikkelen ze zich nu als aparte genres.

2Levendige barokkunst in dienst van de Kerk, de vorsten en gegoede burgers

benadrukt dat, in tegenstelling tot het protestantisme, kunst godsdienstige thema’s kan verduidelijken voor de vaak ongeletterde gelovigen. In de kerken verschijnen ook nieuwe, rijkversierde meubels zoals biecht - en preekstoelen. In onze streken stonden de kerken er door de Beeldenstorm vaak leeg bij. Rijke organisaties, zoals gilden, laten barokkunstenaars grote schilderijen maken voor de versiering van hun altaren en kapellen. In de 17e eeuw streven de vorsten naar meer macht (zie les D6). Met barokkunst willen ze hun onderdanen imponeren en ervan overtuigen dat zij hun titel, positie en macht verdienen. De Kerk en de vorsten gebruiken de kunst dus als propaganda : ze willen er iets mee bereiken.

Rijke burgers decoreren hun huizen met schilderijen. Mythologische en historische verhalen, markttaferelen, scènes uit het dagelijks leven en stillevens bieden stof tot nadenken of een gespreksonderwerp voor als er bezoek is. De vraag naar kunst is zo groot dat schilders niet alleen meer in opdracht werken. Ze verkopen hun schilderijen nu ook via kunsthandelaars. Antwerpen is een belangrijk centrum voor kunst. Peter Paul Rubens, Antoon van Dyck en Jacques Jordaens krijgen opdrachten uit bijna heel Europa.

De barokkunst vloeit voort uit de renaissancekunst. In hun bouwwerken behouden de architecten de symmetrische opbouw en de klassieke elementen zoals frontons, friezen en zuilen. Barokke gebouwen zijn meer versierd dan die van de renaissance. Beelden, reliëfs, krullen … brengen dynamiek in de gevels. Bij de bouw van kerken worden horizontale lijnen gecombineerd met verticale lijnen, bekroond met torens en koepels. In Frankrijk, Engeland en de Noordelijke Nederlanden ogen de gebouwen op het eerste gezicht vaak soberder, maar ook zij zijn niet vrij van versieringen. Om die reden spreekt men hier in de kunstgeschiedenis ook wel van classicerende barok of classicisme.

symmetrie: beide helften van een voorwerp zijn gelijk.

fries: bouwkundig element, horizontale band met doorlopend reliëf fronton: bouwkundig element, meestal driehoekig, meestal boven een toegang of boven een raam

contrapost: typische houding in de beeldhouwkunst. Een staand persoon heeft het bekken licht gekanteld, het rechterbeen is gestrekt, het linkerbeen gebogen, de linkerarm is gebogen, de rechterarm gestrekt.

dynamisch: (in de kunst) uitdrukking van beweging

statisch: (in de kunst) weinig of geen uitdrukking van beweging

lijnperspectief: techniek om een driedimensionaal gegeven op een plat vlak realistisch weer te geven. Lijnen die in realiteit evenwijdig lopen, laat men samenkomen in een vluchtpunt aan de horizon.

In de beeldhouwkunst blijven zowel mythologische als religieuze thema’s populair. Nog meer dan in de renaissance willen kunstenaars beweging in hun werken. Dat effect bereiken ze door een schroefvormige opbouw en wapperende draperingen. Duidelijke en vaak heftige emoties maken de beelden extra dramatisch.

proefversie©VANIN

BRON 12-13-12-13-14-15-16 Op het einde van de 16e eeuw nemen kardinalen en pausen in Rome het voortouw om kunstenaars opdrachten te geven voor grote bouwprojecten en voor de decoratie van hun paleizen en kerken. In het kader van de katholieke reformatie willen zij de grootsheid van de katholieke Kerk zichtbaar maken (zie les D3). Elders in Europa volgen bisschoppen en kloosterordes hun voorbeeld. Imposante kerken, beelden en schilderijen moeten tonen dat de katholieke Kerk er staat als nooit tevoren. Met de weelderige en emotionele barokkunst willen geestelijken de mensen (opnieuw) warm maken voor het katholieke geloof. Het Concilie van Trente

Net zoals in de renaissance creëren de barokschilders portretten, godsdienstige en mythologische taferelen en historiestukken Moraliserende onderwerpen, markttaferelen en stillevens worden heel populair. In de protestantse Noordelijke Nederlanden specialiseren kunstenaars zich in portretten, landschappen, stillevens en scènes uit het dagelijks leven. De reformatie keert zich namelijk in het algemeen tegen de versiering van kerken en het

verkort: manier om diepte te suggereren in een tekening of schilderij. De afmetingen van de figuren, lichaamsdelen en voorwerpen die in de richting van de toeschouwer wijzen, worden korter weergegeven dan in werkelijkheid.

tempera: met eigeel en water vermengd kleurpigment

stilleven: tekening of schilderij van levenloze voorwerpen zoals afgesneden bloemen, voedsel, dode dieren, servies, boeken … historiestuk: schilderij met een historisch onderwerp

moraliserend: wijzend op goed en kwaad

idealiseren: iets mooier of beter voorstellen dan in werkelijkheid

uitbeelden van godsdienstige onderwerpen. Over het algemeen is een barokschilderij veel dynamischer dan een werk uit de renaissance. Vaak zijn de composities ingewikkeld, met meer personages en meer beweging. Barokschilders hebben een voorliefde voor diagonale lijnen. Die slepen de toeschouwer mee in het schilderij. Grote contrasten tussen licht en donker en weloverwogen, opvallende kleuren verhogen het dramatische gehalte.

De barokschilder brengt verf snel en vloeiend aan. De omtrekken van de figuren vervagen. Waar de renaissanceschilders neigen naar idealisering , primeert in de barok het realisme. Herkenbare en heel uitgesproken emoties moeten de betrokkenheid van de toeschouwer vergroten.

3Het neoclassicisme: kunst van het verstand

BRON 17-18-19-20 Rond 1750 ontwikkelt zich een nieuwe visie op kunst. In die periode staat het archeologisch onderzoek volop in de belangstelling.

Onder andere de ontdekking van Herculaneum en Pompeï geeft een extra stimulans aan de bewondering voor de cultuur van de klassieke

oudheid, die sinds de renaissance eigenlijk nooit weg geweest is. Kunstenaars willen strikter aansluiten bij de kunst uit die tijd. Ze baseren zich daarvoor op weten schapp elijke studies en op schetsen die ze tijdens hun studiereizen in Italië maken. In de geest van de Verlichting (zie les F1) en als reactie op de uitbundige barok en de speelse, nog meer versierde rococokunst streven ze naar meer beredeneerde orde, rust en evenwicht in hun werk. De meeste kunstenaars zijn opgeleid in kunstacademies, waar ze de klassieke kunst bestuderen.

Aristocratische woningen, burgerhuizen, hotels en kerken lijken geheel of gedeeltelijk op klassieke tempels. Sterk gepolijste beelden van onder andere klassieke helden en goden glanzen als spiegels. In de schilderkunst zijn mythologische en historische verhalen uit de oudheid en landschappen met gebouwen en/of archeologische vondsten uit die tijd favoriete thema’s. Ook gebeurtenissen en personages uit de eigen tijd worden afgebeeld. Religieuze thema’s komen veel minder vaak voor. Meestal vertonen de schilderijen een duidelijke opbouw. Weloverwogen kleurgebruik richt de aandacht van de toeschouwer. In vergelijking met de barok wordt die minder meegezogen in het verhaal.

KENNEN KUNNEN

1 de b egrippen ‘breuk’, ‘continuïteit’, ‘evolutie’, ‘kunstuiting’, ‘periode’, ‘revolutie’ en ‘verandering’ uitleggen

2 de b egrippen ‘contrapost’, ‘dynamisch’, ‘geïdealiseerd’, ‘natuurgetrouw’, ‘propaganda’, ‘statisch’ en ‘realistisch’ uitleggen

3 het ontstaan en het ho ogtepunt van de renaissance, de barok en het neoclassicisme situeren in de tijd en in de historische context

4 renaissancekunst, barok en neoclassicisme onderling vergelijken

5 aantonen dat b enamingen in de kunstgeschiedenis kunstmatig zijn

6 renaissancekunst, barok en neoclassicisme vergelijken met de kunst van de klassieke oudheid

7 verklaren waarom de renaissance in Italië ontstaat

8 renaissancekunst vergelijken met kunst uit de middeleeuwen

9 aantonen dat de renaissancekunst ook het resultaat is van interculturele contacten

10 drie algemene kenmerken van de renaissance geven en uitleggen

11 telkens vier kenmerken van de renaissance voor de bouwkunst, de beeldhouwkunst en de schilderkunst geven

12 twee nieuwe genres in de schilderkunst van de renaissance geven

13 drie op drachtgevers en het doel van de barokkunst geven

14 vier p opulaire thema’s en genres van de barokschilderkunst geven

15 telkens drie kenmerken van de barok voor de bouwkunst, de beeldhouwkunst en de schilderkunst geven

16 telkens drie kenmerken van het neoclassicisme voor de bouwkunst, de beeldhouwkunst en de schilderkunst geven

1 kunstwerken nauwkeurig observeren, beschrijven en vergelijken

2 typische kenmerken van de renaissance, de barok en het neoclassicisme aanduiden op een kunstwerk

3 een kunstwerk herkennen als renaissance, barok en neoclassicisme

4 argumenteren waarom een kunstwerk tot de renaissance, de barok of het neoclassicisme behoort

5 de b egrippen ‘contrapost’, ‘dynamisch’, ‘geïdealiseerd’, ‘natuurgetrouw’, ‘propaganda’, ‘statisch’ en ‘realistisch’ bij de beschrijving van een kunstwerk toepassen

6 een geschreven bron analyseren

7 informatie van een geschreven bron vergelijken met een kunstwerk

En zo gebeurde het dat (…) op verschillende plaatsen in de wereld bijna alle barbaarse volkeren tegen de Romeinen in opstand kwamen. In korte tijd werd het grote rijk vernederd. Alles ging ten onder, met name de stad Rome zelf.

Zo vernietigden ze ook de voortreffelijke kunstenaars, beeldhouwers, schilders en architecten, geen enkele uitgezonderd.

Zowel de kunsten als die kunstenaars kwamen om in de ellendigste bloedbaden. Ze werden begraven onder de puinhopen van die zo roemrijke stad. (…) [Door mijn overzicht] kunnen onze kunstenaars nu zien hoe de kunst van een nietig begin tot de grootste hoogte steeg en hoe zij van een edel niveau neerstortte in een complete afgrond. Ook kunnen ze inzicht krijgen in de vooruitgang van de wedergeboorte van de kunst en van de volmaaktheid die zij in onze dagen weer heeft bereikt.

proefversie©VANIN

Uit: Giorgio Vasari, De Levens van de meest voortreffelijke schilders, beeldhouwers en architecten, 1550

Giorgio Vasari (1511-1574) is een Italiaans schilder en architect. In dit boek beschrijft hij het leven en de werken van renaissancekunstenaars. Hij draagt het werk op aan Cosimo de Medici, groothertog van Toscane, een groot kunstliefhebber en beschermheer van kunstenaars.

a Naar welke periode in de geschiedenis kijkt Vasari op?

b Ho e verklaart hij de ondergang van de kunst uit die periode?

c Ho e beoordeelt hij de kunst uit zijn eigen tijd?

d Welk begrip gebruikt hij daarvoor?

In haar huidige vorm dateert de constructie uit het begin van de 2e eeuw.

a Situeer b eide gebouwen in het passende tijdvak.

b Beantwoord volgende vragen over de Santa Maria Novella.

1 Toon met minstens drie voorbeelden aan dat Alberti zich baseert op de kunst van de oudheid.

2 Trek een denkbeeldige, neerwaartse lijn vanaf de punt van het fronton. Vergelijk de zo verkregen helften. Wat stel je vast?

3 Zet je ogen op een kier. Welke lijnen zie je het best en overheersen dus: de horizontale of de verticale? Vergelijk met de gotische kathedralen.

4 Bewijs dat dit geen slaafse navolging is, maar dat er ook creatief gedacht is.

BRON 1 Vasari over de evolutie van de kunst
BRON 2 Pantheon in Rome

opdracht van kardinaal Alexander Farnese. Het is ontworpen door Antonio da Sangalo de Jongere. Na zijn dood komt het project in handen van andere architecten, onder wie Michelangelo Buonarotti. Het gebouw is ongeveer 78 meter breed en 60 meter diep en gebouwd rond een binnenplein.

Het stadhuis wordt gebouwd tussen 1561 en 1565. Het is ontworpen door een team van architecten, onder wie Cornelis II Floris de Vriendt. Die maakt voordien een studiereis naar Italië en bezoekt Rome. Het gebouw is ongeveer 70 meter breed en 32 meter diep en opgetrokken rond een binnenplein, dat in de 19e eeuw overkoepeld wordt.

Vergelijk beide gebouwen. Geef drie gelijkenissen en één verschil.

proefversie©VANIN

Michelangelo Buonarotti (1475-1564) maakt dit werk tussen 1501 en 1504. Het beeld is gemaakt in marmer en is 4,20 m hoog. David is een personage uit de Bijbel. Daarin wordt verhaald dat de jonge herder David de reus Goliath doodt door met een slinger een steen tegen diens voorhoofd te katapulteren. Het werk bevindt zich in de Galleria dell’Accademia in Firenze, Italië.

eeld is anatomisch correct, maar ook geïdealiseerd. Motiveer met concrete elementen. elke techniek uit de klassieke oudheid gebruikt Michelangelo om David dynamisch uit te beelden? Leg uit. enmerk waaruit blijkt dat dit werk geïnspireerd is op de beeldhouwkunst van de klassieke oudheid. oon aan dat er ook continuïteit is met de middeleeuwse kunst.

BRON 5 Stadhuis van Antwerpen
BRON 6 David van Michelangelo

BRON 7 Vasari over Paolo Uccello

Paolo hield zich altijd (…) bezig met de moeilijkste problemen van de kunst. Zo ontwikkelde hij de methode om perspectief te tekenen. Daarbij baseerde hij zich op plattegronden van huizen en op dwarsdoorsneden van gebouwen (…) Elkaar snijdende lijnen verkortte en verkleinde hij naar een centraal punt toe. De plaats van dat punt is het punt waar men naar kijkt, hetzij hoog, hetzij laag. Kortom, hij ging daarbij zo nauwkeurig te werk dat hij een methode en regel invoerde waarbij hij zijn figuren stevig op een grondvlak plaatste en waar ze steeds weer verkort, hoe langer hoe kleiner worden, tot ze uit het gezicht verdwijnen. Dat was iets wat men voordien altijd op goed geluk gedaan had. Ook ontdekte hij de methode (…) van het verkorten van plafonds door de balken naar elkaar toe te laten lopen en van het uitbeelden van zuilen in perspectief. (…) Zijn vrouw vertelde vaak dat Paolo de hele nacht in zijn studeerkamer bleef zoeken naar vluchtpunten van het perspectief. Wanneer zij hem riep om te gaan slapen, antwoordde hij: ‘O, wat is dat perspectief toch iets heerlijks!’ En ja, het was heerlijk voor hem, maar zijn werk was ook ronduit nuttig en waardevol voor hen die zich na hem op dit gebied gegeven hebben.

Uit: Giorgio Vasari, De Levens van de meest voortreffelijke schilders, beeldhouwers en architecten, 1550 Vasari beschrijft hier de werkwijze van Paolo Uccello (1397-1475).

a Leg in eigen woorden de techniek van het perspectief uit. Waarom noemt men deze techniek lijnperspectief?

b Waarop past Uccello die techniek toe?

c Vergelijk de werkwijze van Uccello met die van zijn voorgangers. Welke verandering stel je vast?

BRON 8 De sleuteloverdracht door Perugino

vluchtpunt: punt aan de horizon waar lijnen die in realiteit evenwijdig lopen, visueel samenkomen

proefversie©VANIN

Dit fresco (335 x 550 cm) is een van de minstens zes werken die Pietro Perugino (ca. 1448-1523) samen met zijn medewerkers schildert op de wanden van de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad. Het illustreert het moment waarop Jezus de sleutels van de kerk overdraagt aan de apostel Petrus. De pausen beschouwen zich als de opvolgers van Petrus. Perugino beeldt zichzelf af op het schilderij. Rechts onderaan is hij de man met de hoed die ons aankijkt.

a Je kunt dit werk opdelen in drie horizontale lagen. Welke?

b Perugino gebruikt de techniek van het lijnperspectief. Hoe zie je dat?

c Hij b epaalt het vluchtpunt van het perspectief strategisch in functie van het thema van het fresco. Leg uit.

d Dit is een typisch renaissancewerk. Bewijs dat met minstens twee kenmerken.

e ‘Renaissancekunstenaars zijn zelfbewust.’ Is die uitspraak van toepassing op Perugino? Motiveer je antwoord.

Door de bijzondere schildertechniek, maar zeker ook vanwege de geheimzinnige glimlach is dit het beroemdste portret ter wereld.

a Welke kenmerken herken je in deze portretten? Kies uit: anatomisch juist – geïdealiseerd – karakter –natuurgetrouw – persoonlijkheid – uitdrukkingsloos.

b Het p ortret van Federico da Montefeltro is het resultaat van interculturele contacten. Bewijs.

c Wat is er nog nieuw aan dit schilderij?

heeft hij een houw op zijn neus gekregen en verloor hij zijn rechteroog. Aan zijn hof leven en werken ook kunstenaars uit de Nederlanden. Zij schilderen met trager drogende olieverf en kunnen daardoor meer details schilderen. Dit is het eerste schilderij waarbij Pierro della Francesca die techniek volledig overneemt. Op middeleeuwse schilderijen wordt de mens meestal enkel afgebeeld als figurant of als opdrachtgever op de zijpanelen.

proefversie©VANIN

De ‘Vlaamse Primitieven’ schilderen doorkijkjes naar het landschap op de achtergrond om meer diepte in hun werk te suggereren. Joachim Patinir schildert dit werk (17cm hoog x 21 cm breed) tussen 1516 en 1517 met olieverf op hout. Het behoort tot de collectie van het KMSKA in Antwerpen. Volgens de Bijbelse overlevering vluchten Maria en Jozef met de pasgeboren Jezus naar Egypte. Een engel waarschuwde Jozef in een droom dat koning Herodes alle kinderen tot twee jaar wou laten doden om zo ook Jezus om te brengen.

a Waar bevindt zich het onderwerp van het schilderij? Welke plaats neemt het in?

b Ho e evolueert de plaats die het landschap inneemt in de schilderkunst?

c Op basis van het kleurgebruik accentueert Patinir drie delen in het landschap. Welke? Beschrijf telkens de kleur en het onderwerp.

BRON 9 Mona Lisa
BRON 10 Portret van Federico da Montefeltro
BRON 11 Landschap met de vlucht naar Egypte

a Uit welke eeuw dateert de Carolus Borromeuskerk?

Deze barokkerk is in zes jaar gebouwd (16151621) in opdracht van de Antwerpse jezuïeten. Architecten zijn de jezuïeten François d’Aguilon en Pieter Huyssens. De voorgevel is geïnspireerd op de gevel van de Gesù, de hoofdkerk van de jezuïeten in Rome. De gevel van Carolus Borromeus past in een vierkant van 33,20 x 33,20 m.

proefversie©VANIN

b Vergelijk deze kerk met de Santa Maria Novella van bron 3. Toon met concrete elementen aan dat er continuïteit is, maar ook verandering. Geef telkens twee voorbeelden.

Het paleis van Versailles is grotendeels gebouwd in opdracht van de Franse koning Lodewijk XIV tussen ca. 1741 en 1715. Het middelste gedeelte op de afbeelding is ongeveer 70 m breed.

Omdat het geheel vrij sober en rechtlijnig is, bestempelt een aantal kunsthistorici dit gebouw als classicerende barok of classicisme. Anderen noemen het barok. Waarom?

BRON 12 Carolus Borromeuskerk in Antwerpen
BRON 13 Paleis van Versailles vanaf de ‘Cour de marbre’

Gian Lorenzo Bernini maakt dit barokwerk in 16231624. Het is van marmer en 1,70 m hoog. Het werk bevindt zich in de Galleria Borghese in Rome.

Vergelijk het werk met de David van Michelangelo (bron 6). Bespreek het verschil in gezichtsuitdrukking en houding zo concreet mogelijk.

proefversie©VANIN

Johannes Vermeer (1632-1675) schildert dit werk rond 1660. Het meet 45,5 x 41 cm en is geschilderd in olieverf op doek. Het is een van de topstukken van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Peter Paul Rubens (1577-1640) is een van de beroemdste barokschilders. Tussen 1611 en 1614 maakt hij een drieluik in opdracht van het Antwerpse gilde van de kolveniers, een schuttersgilde dat instaat voor de verdediging van de stad. Het moet hun altaar in de O.L.V.-kathedraal versieren. Het middelste paneel (zie afbeelding) meet 4,21 x 3,11 m en is geschilderd met olieverf op hout. Rubens beeldt af hoe de overleden Jezus van het kruis wordt gehaald.

a Verbind de hand van de vrouw linksonder met de elleboog van de man rechtsboven met een denkbeeldige lijn. Hoe loopt die lijn? Wat bevindt zich op die lijn?

b Welke kleuren vallen op? Waarvoor worden ze gebruikt?

c Beschrijf het kleurgebruik bij de rest van het schilderij. Waarom zou Rubens dat zo gedaan hebben?

d Beschrijf de gelaatsuitdrukkingen. Welke emoties herken je?

e Vergelijk de lichaamshouding van de personen met die van bron 8. Wat stel je vast?

a Welke voorwerpen herken je op dit schilderij?

b Wat is er nieuw aan dit onderwerp?

c Welk kenmerk van de barok herken je?

BRON 14 David door Bernini
BRON 15 De kruisafneming door Peter Paul Rubens
BRON 16 Het melkmeisje van Vermeer

In 1806 schrijft de Franse keizer Napoleon Bonaparte een wedstrijd uit voor het ontwerp van een ‘tempel ter ere van zijn onoverwinnelijke legers’. Zijn keuze valt op het neoclassicistische project van architect Pierre-Alexandre Vignon. Na zijn nederlaag in Rusland in 1812 besluit Napoleon het gebouw verder af te werken als kerk. Na de ondergang van Napoleon liggen de werken stil. Uiteindelijk wordt het gebouw verder afgewerkt onder leiding van architect Jean-JacquesMarie Huvé en in 1845 gewijd als parochiekerk ter ere van de Heilige Magdalena. Het gebouw is 108 m lang en 43 m breed. De kerk telt 52 Korinthische zuilen.

Vergelijk deze kerk met de vorige afbeeldingen van gebouwen. Op welk gebouw lijkt ze het meest? Waarom? Welke gelijkenissen zie je?

Antonio Canova (1757-1822) werkt vooral in Rome. In ‘De Gouden Ezel’ vertelt Apuleius (120/125-ca. 185) onder andere het verhaal van de beeldschone Psyche, die haar echtgenoot enkel mag ontmoeten in het donker. Zelf denkt ze met een monster gehuwd te zijn. In werkelijkheid is haar man niemand minder dan de liefdesgod Amor. Canova beeldt het moment uit waarop Amor Psyche wakker kust uit een comateuze slaap. Hij baseert zich op een fresco dat hij zag in Herculaneum. Die Romeinse stad werd door de uitbarsting van de Vesuvius bedolven, maar wordt opgegraven vanaf 1738. Het beeld (155 x 168 x 101 cm) is gemaakt in wit marmer.

proefversie©VANIN

a Welke twee inspiratiebronnen gebruikt Canova? Situeer ze in het tijdvak.

b Wat is het centrale punt van het werk? Waarom daar?

c Welke twee lijnen doorkruisen dat punt? Beschrijf concreet.

d Is deze voorstelling: geïdealiseerd of realistisch? Leg uit.

Lees op iDiddit het verhaal over Amor en Psyche.

BRON 17 Madeleinekerk in Parijs
BRON 18 Amor en Psyche

BRON 19 Carradori over de beeldhouwkunst

Ten slotte eindigt het werk met behulp van gladvijlen van verschillende grootte en sterkte. (…) Om het beeld grondig schoon te maken, te slijpen en daar waar het past ook te polijsten, neem je rota en breekt deze steen in kleine stukken. In combinatie met water wrijf je zorgvuldig over alle delen van het beeld tot alle sporen van het vijlen weg zijn. Let erop dat je eerst grovere en daarna fijnere stukjes gebruikt. Nadat alle stukjes steen afgespoeld zijn, doe je de sporen van de stukjes rota weg door ze te polijsten met korrels puimsteen in verschillende diktes. Was de restanten opnieuw weg. Nadien gebruik je hetzelfde gemalen puimsteen in combinatie met houten stokken en een natte linnen doek om de oppervlakte van het beeld op te wrijven tot het een beetje blinkt. Laat het beeld drogen. Neem het verbrande bot van een lam en maal het tot een zeer fijn poeder. Wrijf dat met behulp van een licht vochtige linnen doek over alle onderdelen tot ze glanzen als een spiegel. Nadien rest er niets anders meer dan het werk voor de vierde maal te wassen, te reinigen en het te laten drogen in zijn ultieme staat van perfectie.

Uit: Francesco Carradori, Elementaire instructies voor studenten in de beeldhouwkunst, 1802

Francesco Carradori (1747-1824) is een Italiaans beeldhouwer. Hij restaureert ook antieke Romeinse beelden. In 1798 wordt hij leraar beeldhouwen aan de Academie van Firenze. In een handboek beschrijft hij alle stappen van het beeldhouwwerk en het restaureren van beelden.

a Welk onderdeel van het beeldhouwen beschrijft de auteur in bron 19? Uit welke bewerkingen bestaat dat proces tussen het wassen door? Beschrijf ook telkens welke materialen er gebruikt worden.

b Vergelijk met het beeld van Canova in bron 18. Wat stel je vast?

20 De eed van de Horatiërs

proefversie©VANIN

Met dit werk uit 1784 maakt Jacques-Louis David (1748-1825) naam en faam. Hij maakt het voor het Franse koninklijke hof. Het is geschilderd met olieverf op doek en is 335 cm hoog en 425 cm breed. Hij baseert zich op het mythologische verhaal opgetekend door de Romeinse schrijver Livius over de oorlog tussen Rome en Alba Longa. Om een einde te maken aan het conflict vechten twee drielingen tegen elkaar: de Horatiërs verdedigen de eer van Rome, de Curiatiërs die van Alba Longa. David beeldt de drie Horatiërs af op het moment dat ze hun vader beloven ofwel te overwinnen ofwel te sterven voor hun stad. Ze leggen die eed af op hun zwaarden in de hand van de vader.

a Dit hele werk is opgebouwd op basis van het cijfer drie. Toon aan met concrete gegevens.

b David gebruikt o ok de driehoek als uitgangspunt voor de opbouw. Zoek drie driehoeken.

c Vergelijk de uitbeelding van de mannen en de vrouwen. Bespreek hun emoties en hun houding. Hoe stemt David het kleurgebruik daarop af?

d Uit welk tijdvak haalt David zijn inspiratie? Motiveer je antwoord.

e Waar bevindt zich het vluchtpunt van het perspectief?

f Vergelijk met het werk van Rubens (bron 15). Welk schilderij straalt het meeste orde uit? Welk schilderij roept het meeste emoties op?

BRON

DOVERZICHT De vroegmoderne tijd

ONTDEKKINGEN

ATLANTISCHE HANDELSECONOMIE

Kolonies (Afrika, Amerika, Azië)

Ondergang ‘indianenrijken’ (Amerika)

HUMANISME + WETENSCHAP

kritische zin samenleving veranderen

proefversie©VANIN

HABSBURGSE RIJK

KAREL V, FILIPS II

reformatie tegen wantoestanden in de rooms-katholieke Kerk

godsdienstoorlogen (16e-17e eeuw)

Spaanse Habsburgers (tot 1700)

Oostenrijkse Habsburgers (tot 1918)

vijanden: Frankrijk, Ottomaanse Rijk, protestanten

NEDERLANDEN opstand + godsdienstoorlog Noord en Zuid

ABSOLUTISME

FRANKRIJK

RENAISSANCE

PARLEMENTARISME

ENGELAND

BAROK

CLASSICISME

EDwars door verschillende tijden

Dit schooljaar bestudeer je de vroegmoderne tijd. In dit onderdeel gaan we uitzonderlijk nog eens terug naar de middeleeuwen en kijken we al wat verder in de moderne tijd. Sommige onderwerpen laten zich immers niet in een tijdvak vangen. De heksenvervolgingen komen bijvoorbeeld al op gang in de middeleeuwen en eindigen pas in de moderne tijd. In het onderzoek over sociale hulp zien we hoe die wordt opgebouwd in de vroege middeleeuwen, daarna enkele eeuwen op haar hoogtepunt is en in de 18e eeuw weer wordt afgebouwd. Bovendien maken we in die les ook nog vergelijkingen met vandaag.

proefversie©VANIN

Uit: Les Très Riches Heures du Duc de Berry, ca. 1410

Het getijdenboek bevat een kalender met per maand een paginagrote miniatuurschildering. De afbeeldingen tonen de economische situatie, maar ook de sociale verschillen tussen de rijke opdrachtgever en de arme boeren. Linksboven zien we een herder, met zijn hond en kudde schapen. Daaronder werken drie boeren in een wijngaard. Op de voorgrond loopt een boer voorovergebogen achter een ploeg met twee ossen. Het hele landschap wordt gedomineerd door het kasteel van Lusignan, een van de favoriete verblijfplaatsen van de hertog.

OUDE NABIJE OOSTEN
BRON 1 De maand maart

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

proefversie©VANIN

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD

VROEGMODERNE TIJD

BRON 2 Het Belfort en de Sint-Niklaaskerk in Gent

Het belfort, met de middeleeuwse belforttoren, staat symbool voor de stedelijke vrijheid. De bouw startte in 1313. De lakenhalle dateert van de 15e eeuw, maar ze werd pas helemaal afgewerkt in 1903. Op de achtergrond zie je de SintNiklaaskerk, een van de drie belangrijke middeleeuwse kerken van Gent, gebouwd in de 13e eeuw.

De twee bronnen tonen enkele belangrijke kenmerken van de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Bespreek klassikaal.

Onderzoek 3: heksen en heksenprocessen

Heksen duiken op in sprookjes, maar ook in populaire en vaak griezelige filmreeksen. Je vindt echter weinig mensen die echt geloven in het bestaan van heksen. Dat is ooit anders geweest. In de vroegmoderne tijd geloven velen in hekserij. Meer nog: heksen worden zelfs vervolgd en terechtgesteld. Wat houdt het geloof in heksen in? Hoe komt het dat heksen worden vervolgd? Waarvan worden ze beschuldigd? Wie is verantwoordelijk voor de vervolgingen?

OPDRACHTEN

1 Het (on)gelo of in heksen

a Rangschik de bronnen chronologisch. Noteer het jaartal en het beroep van de auteur. Gelooft de auteur in hekserij?

b Alle bronnen gaan over magie en hekserij. Hoe definiëren de bronnen magie en hekserij?

c Merk je een evolutie in de denkbeelden over hekserij doorheen de tijd? Zo ja, welke?

d Welke methodes vermelden de bronnen om heksen of hekserij op te sporen? Geef twee voorbeelden.

e In bron 6 vertelt de maker van de bron dat hij hekserij heeft bestreden. Op welke manier?

f Wie wordt vooral beschuldigd van hekserij?

g Welke bron toont aan dat sommige mensen zelf geloven dat ze over magische krachten beschikken?

h Is bron 1 een primaire of een secundaire bron om vragen over heksengeloof te beantwoorden?

i Welk beeld over het heksengeloof in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd krijg je?

2 Heksenvervolgingen en heksenjagers

a Waarom is het bijzonder moeilijk om exacte cijfers over de heksenvervolging en het aantal terechtstellingen te geven? Bewijs met argumenten uit de bronnen.

b Situeer het ho ogtepunt van de heksenvervolging en -terechtstellingen in ruimte en tijd.

c Geef drie voorbeelden van ten laste gelegde ‘feiten’.

d Welke methodes gebruiken de rechters en heksenvervolgers om heksen te doen bekennen? Waarom zou je zulke methodes en veroordelingen niet meer kunnen aanwenden in de hedendaagse tijd?

e Wie treedt op als heksenvervolgers?

f Bewijs dat zowel de Kerk als de rechters soms een kritische houding aannemen tegenover de heksenvervolgers.

g Wat is de motivatie van heksenvervolgers zoals Hopkins?

h Welke invloed heeft het boek van Hopkins gehad?

i Welke invloed heeft de ‘Malleus Maleficarum’ gehad?

j Tot welk besluit kom je over de heksenvervolging in de vroegmoderne tijd na het bestuderen van de bronnen?

BRON 1 Een graatmagere jongen

Dat waren mensen en die hadden maar één jongen en die werd zo mager, ze mochten geven al dat ze wilden, hij bleef altijd maar mager. Op ne keer zegt zijn vader: ‘Hoe komt dat nou, ge hebt al wat ge wilt en ge wordt zo mager.’ Hij zei: ‘’k zou het moeten zeggen, maar ik durf niet want ik mag niet.’ Zijn vader zei: ‘Zeg het maar.’

proefversie©VANIN

‘’k Word alle nachten uit mijn bed getrokken en dan, dan moet ik een groot paard vooruit trekken zodat ’t schuim op mijn lijf staat.’ ‘Awel,’ zei de vader, ‘ge verwittigt de smid en ge gaat met dat paard zo vroeg als ge kunt naar de smid en ge laat het beslaan.’ De volgende morgen wilde zijn moeder niet uit haar bed, ze trokken het deksel [ de dekens] van haar lijf en ze lag beslagen met hoefijzers aan handen en voeten. Die werd alle nachten in een paard betoverd en deed haar eigen zoon kwaad.

Uit: Alfons Roeck, Belgische sagen en legenden, 1980

Deze mondelinge getuigenis wordt opgetekend in Kieldrecht (Oost-Vlaanderen) in 1970.

BRON 2 De knechten van de brouwer

Een brouwer had steeds ongeluk met zijn knechten: om de haverklap viel er een knecht in de brouwketel en verbrandde zich. De man was van plan de brouwerij te sluiten, toen er plots een nieuwe knecht aankwam. De brouwer vertelde hem wat er ’s nachts met de andere knechten gebeurd was, maar de nieuwe knecht liet zich niet afschrikken en werd aangenomen. De volgende nacht moest hij samen met een andere knecht in de brouwerij werken. Op zeker ogenblik kwam er een klein katje de brouwerij binnengewandeld en de andere knecht zei: ‘Let nu maar goed op!’ Het katje wreef tegen de benen van de knechten met een kracht die even groot was als die van een mens. De nieuwe knecht nam een riek en brak de twee voorpoten van de kat. De volgende ochtend lag de vrouw van de brouwer met twee gebroken armen in bed. Het was deze heks die de andere knechten ’s nachts in de ketel had geduwd. Maar deze keer was het mislukt.

Uit: www.volksverhalenbank.be

Deze mondelinge getuigenis wordt opgetekend door F. Beckers in Leuven in 1947.

3 Miniatuur van vliegende heksen

Uit: Martin Le Franc, Le Champion des Dames, ca. 1441

Martin Le Franc (14101461) is geestelijke en dichter. In ‘Le Champion des Dames’ of ‘De held van de vrouwen’ verdedigt de auteur de vrouw.

Dit is de oudste bekende afbeelding van vliegende heksen op een bezem.

BRON 4 Spijkerpop, Bretagne, 1980

Uit: Ingrid

De Meûter, Marc Poriau, Witte magie, zwarte magie, 1995

In een spijkerpop stopt men verschillende naalden of spijkers. De persoon die deze pop voorstelt, gaat pijn voelen op die plaatsen. Dergelijke poppen zijn nog steeds in gebruik.

BRON

BRON 5 Een geestelijke over hekserij

Zekere verdorven vrouwen, verzocht door de duivel, verleid door begoochelingen en schimmen van demonen, die geloven en openlijk belijden dat ze in het holst van de nacht op bepaalde dieren rijden met Diana (…) en in de nachtelijke stilte over het land vliegen en haar bevelen uitvoeren. (…) De priesters moeten in al hun kerken de mensen er met klem op wijzen dat dit in elk geval onwaar is.

proefversie©VANIN

Uit: Regino van Prüm, Canon Episcopi, 906

Regino van Prüm (840-915) is een geestelijke. Hij is tijdelijk abt van de abdij in Prüm (Eifel, Duitsland) en wordt daarna medewerker en raadgever van de aartsbisschop van Trier. Regino schrijft theologische en historische werken.

BRON 6 Een geleerde over hekserij

Het is duidelijk dat slechts beklagenswaardige vrouwen en simpele zielen van mannen in zulke zaken [ als hekserij] geloven.

Fragment van John van Salisbury, 1154

John van Salisbury (ca. 1115-1180) is een filosoof en theoloog die een belangrijke rol speelt in de culturele heropleving van de 12e eeuw.

BRON 7 Pastoor wijt rampen aan toverij

God heeft ons in die tijd hier geplaagd met diverse straffen, opdat wij zijn Goddelijke Naam niet zouden vergeten. De vierde plaag was dat op het platteland de beesten, zoals paarden, koeien … met zulke massa stierven, dat veel mensen geruïneerd werden. Ook werd de zuivel bedorven … maar samen met andere pastoors ben ik tot de bevinding gekomen dat dit alles alleen maar toverij van de duivel was. En als ik dan de mensen, de zieke beesten, de stallingen en huizen belezen* heb, is het beginnen verbeteren … ook heb ik mijn best gedaan om tovenaars en toveressen op te sporen.

* belezen: kwaad of kwade geesten verdrijven door gebeden te lezen op de plaats of bij de persoon waar een probleem of ziekte is.

Naar: Henric Costerius, pastoor van Lokeren, 1587 2

Heksenvervolgingen en heksenjagers

Tegenwoordig denken historici dat in heel Europa tussen de 30 000 en 60 000 heksen zijn geëxecuteerd tussen 1330 en 1720. Dat betekent dat er iedere week één of twee heksen werden vermoord in heel Europa. Statistisch gezien valt dat enorm mee.

Uit: scientias.nl/ heksenvervolgingen-in-derenaissance

Ondanks de beruchte onnauwkeurigheid van vroegmoderne statistieken zijn deze schattingen – tussen 25 000 en 30 000 heksen terechtgesteld in het Heilige Roomse Rijk en minder dan 5 000 in de rest van het christendom tijdens de confessionele eeuw (1560-1660) – meer dan 20 procent. Anders gezegd: drie van de vier heksen die tussen 1560 en 1660 in Europa zijn terechtgesteld, spraken een of ander dialect van het Duits, terwijl zes van de zeven leefden – en stierven – binnen de grenzen van het Heilige Roomse Rijk van vóór 1648, een gebied dat ongeveer 20 % van de Europese bevolking omvatte. (...) Ten tweede waren de massale heksenprocessen en -executies die na 1560 plaatsvonden zeer ongelijk over het Rijk verdeeld; bijna de helft van de door Behringer geschatte 20 000 executies vond plaats in een handvol gebieden. Vijf regeringen waren goed voor bijna 8 000 doden; als we daar nog twee kleine kerkelijke vorstendommen bij optellen die van 1612 tot 1636 gelijktijdig door dezelfde gezagdrager werden bestuurd, komen we in de buurt van 9 000.

Uit: Stuart Clark en William Monter, Witchcraft and Magic in Europe, 2002

BRON 8 Cijfers voor Europa
BRON 9 Cijfers voor het Heilige Roomse Rijk

BRON 10 Een heksenproces

Catlyn Fiermoing is door de plaatselijke magistratuur aangehouden op beschuldiging van toverij. Zoals gebruikelijk wordt ze ondervraagd en gemarteld opdat ze zou toegeven dat ze een toveres of heks is.

Ze weigert echter bekentenissen af te leggen. Later stort ze in en ongetwijfeld uit angst om nogmaals de tortuur te moeten doorstaan, bevestigt ze op 1 juni 1627 al achttien à negentien jaar een toveres te zijn.

Ze weet dat daardoor haar lot bezegeld is, maar de angst voor de pijn is groter dan de angst voor de dood. Om te ontsnappen aan deze verschrikking vertelt ze het volgende fantastische verhaal.

Ze was toveres geworden nadat ze in een hevige ruzie met haar echtgenoot de duivel had aanroepen.

Na de twist was ze achter de bakoven gaan monken, waar de duivel bij haar kwam en vroeg waarom ze mistroostig was. Nadat ze haar verhaal gedaan had, antwoordde hij: ‘Als ge mij gelooft, zal ik u veel geld geven’, waarna Catlyn de duivelsgelofte aflegde. Hij ‘kretste’ op haar voorhoofd, waardoor het heilig Chrisma [ de zalving bij doopsel en vormsel] uitgeschrapt of uitgewreven werd en ‘boeleerde’ terstond met haar [ ze hadden seks]. Nadat hij weggegaan was veranderde het geld dat ze gekregen had in eikenbladeren. Tien of elf dagen later kwam hij terug. Hij was tamelijk jong, had een zwarte baard, was in ’t zwart gekleed en noemde zich Terayhay. Hij boeleerde terug met haar, waarbij ze vertelde dat zijn lichaam en zijn zaad koud waren. De gevangene verklaarde verder dat ze maandelijks, gedurende plus of minus één week, ’s nachts ten dans ging. Ze werd dan door de duivel van tevoren verwittigd wanneer ze naar deze zogenaamde sabbat moest gaan. (…) Ze waren daar met acht of negen heksen. Muzikanten speelden op trommeltjes en fluitjes en als de toveressen gedaan hadden met dansen, ging een der duivels [ Satan] zitten in een zetel.

Hij was beter gekleed dan de andere duivels en had een groene pluim op zijn hoofd. Wanneer de toverkollen terugkeerden naar huis, moest iedereen van hen hem kussen en de hand geven. In de bekentenissen mochten zeker geen duivelskunsten ontbreken. De beschuldigde vertelde hierover dat ze van de duivel een roytken [ kleine roede of stokje] had gekregen, besmeerd met zwart zaad. Daarmee had ze Neel Kasten, toen deze nog varkenshoeder was te ‘besschelken’ op de schouder geslagen en zo betoverd.

Ze had hem echter door de duivel terug laten onttoveren omdat het volk zo dreigde en tierde haar gevangen te nemen. Verder verklaarde ze op haar eigen neerhof met hetzelfde zwarte zaad, haar twee paarden, een veulen, een koe en een rund gedood te hebben. De duivel had vooraf verzekerd dat ze hierdoor geen gebrek zou lijden.

Bij Bartholomeus Van Essche had ze twee koeien laten sterven door ze met een stok te slaan die de duivel haar had gegeven, zeggende dat ze dit in zijn naam moest doen. Ze beweerde tien jaar geleden ook een koe te hebben gedood op dezelfde manier bij Adriaen Honschoven. Daarentegen wilde ze de beesten van Jan Dienant geen kwaad doen, waardoor ze door de duivel dikwijls geslagen werd.

Het was toen gebruikelijk de ongelukkige voor de executie nog te martelen om zo nog enkele namen van medeplichtigen te vernemen. Het hoeft geen betoog dat er nog een aantal willekeurige namen genoemd werden. Bij Catlyn Fiermoing was dit niet nodig, meer dan eens verklaarde ze te willen sterven. Ongetwijfeld volstond reeds de dreiging met de foltering te herbeginnen om haar drie namen af te persen die haar mogelijk voorgehouden zijn.

Uit: Eric Raes, Hekserij en exorcisme, 1993

Uit angst voor nog meer folteringen bevestigt Catlyn Fiermoing haar schuld in aanwezigheid van de plaatselijke meier, Jan Van Winde, en de schepenen Ansseloo, Medaerts, Van Den Roy, Vuyttenbroeck, Van Essche en Van Den Hove. Catlyn Fiermoing wordt op 8 juni 1627 in Wommersom-Walsbergen levend verbrand. De anderen worden onmiddellijk nadat hun naam is genoemd, aangehouden.

tortuur: opzettelijk pijn toebrengen

proefversie©VANIN

De Engelsman Matthew Hopkins is de zoon van een puriteinse pastoor. Na de dood van zijn vader gebruikt hij zijn erfenis om zich als een heer te profileren bij de plaatselijke aristocratie.

Hoewel foltering volgens de Engelse wet onwettig is, gebruikt Hopkins technieken als slaaponthouding om een slachtoffer te laten bekennen, het afsnijden van de arm van de beschuldigde met een bot mes (als het slachtoffer niet bloedt, wordt het als heks bestempeld) en het vastbinden van slachtoffers op een stoel die in het water wordt ondergedompeld (als het slachtoffer blijft drijven, wordt het als heks bestempeld). Het levert hem veel geld op, want Hopkins en zijn gezelschap worden betaald voor hun onderzoek.

Tussen 1644 en 1646 zouden Hopkins en zijn gezelschap verantwoordelijk zijn voor de executie van ongeveer 300 vermeende heksen en meer beschuldigden naar de galg hebben gestuurd dan alle andere heksenjagers in Engeland in de voorgaande 160 jaar.

In 1647 worden Hopkins en Stearne door rechters ondervraagd over hun activiteiten, maar tegen de tijd dat de rechtbank hervat wordt, trekt zowel Hopkins als Stearne zich terug uit de heksenjacht. In datzelfde jaar publiceert Hopkins zijn boek ‘The Discovery of Witches’, dat wordt gebruikt als handleiding voor het proces en de veroordeling van Margaret Jones in de Massachusetts Bay Colony aan de oostkust van Amerika. Sommige van Hopkins’ methoden worden gebruikt tijdens de heksenprocessen van Salem, Massachusetts in 1692-1693, waarbij honderden inwoners worden aangeklaagd en negentien mensen worden geëxecuteerd.

proefversie©VANIN

BRON 12 Fragmenten uit ‘Heksenhamer’

Dit is hun methode om zich te verplaatsen. Zij nemen de zalf die ze volgens de instructies van de duivel maken uit de ledematen van kinderen die ze gedood hebben voor de doop, en wrijven er een bezemsteel mee in. Onmiddellijk vliegen ze ermee de lucht in. Zichtbaar of onzichtbaar naargelang ze verkiezen. (…)

De duivel vraagt [ aan de toekomstige heks] het geloof af te zweren en te verzaken aan het christelijk geloof en de verering van de Anomale Vrouw, zoals zij de Heilige Maagd Maria noemen, en nooit meer de Sacramenten des geloofs te vereren.

proefversie©VANIN

Uit: Heinrich Kramer, Heksenhamer, 1487

De paus stelt Heinrich Kramer (1430?-1505), pater bij de dominicanen, aan als grootinquisiteur om heksen te vervolgen in Tirol, Salzburg, Bohemen en Moravië. Tijdens een proces in Innsbruck waarbij 57 heksen zijn aangeklaagd, gaat hij bijzonder extreem te werk. Hij stelt zoveel vragen over de seksuele contacten tussen de ‘heksen’ en de duivel dat de bisschop van Innsbruck het proces persoonlijk stillegt. Volgens de bisschop is de inquisiteur zelf het slachtoffer van de duivel. Woedend door de mislukking van het proces schrijft Kramer onder de naam Institoris het boek ‘Malleus Maleficarum’ (‘Heksenhamer’). Kramer hoopt dat zowel de inquisitie als de universiteit van Keulen zijn boek zal steunen. Maar het loopt niet zoals gepland. De Keulse universiteit zegt dat het boek niet overeenkomt met de katholieke leer over demonen. Toch zegt de auteur in zijn boek dat het enthousiast was ontvangen op de universiteit. De Keulse theologen zijn razend. De inquisitie veroordeelt Kramer zelfs in 1490, vier jaar na de publicatie van zijn boek. Het boek wordt echter meermaals herdrukt. Vanaf 1519 doet de uitgever er nog een schepje bovenop: hij vermeldt de decaan van de Keulse universiteit als medeauteur. Kleine rechtbanken die voor het eerst te maken krijgen met heksenprocessen en niet goed weten hoe ze te werk moeten gaan, gebruiken ‘Malleus Maleficarum’ als handleiding.

BRON 13 ‘Heksenhamer’

‘Heksenhamer’ of ‘Malleus Maleficarum’ verschijnt voor het eerst in 1487. Het boek voegt een element toe dat al lang onderhuids aanwezig is geweest, namelijk een blinde haat tegenover vrouwen. Alleen al de titel verraadt een brute agressie tegenover vrouwen: ‘maleficarum’ verwijst in het Latijn immers naar de vrouw. De heksenjagers willen de ‘maleficae’, ‘de kwaaddoensters’, uitroeien. Volgens de auteurs is het woord ‘femina’ etymologisch afgeleid van ‘fe’ (trouw) en ‘minus’ (minder). Dat wijst erop dat de vrouw een gebrekkig geloof heeft.

KUNNEN

1 de hedendaagse p opulaire beeldvorming van heksen verwoorden

2 de heksenvervolging situeren in de tijd

3 met b ehulp van bronnen historische vragen beantwoorden en de onderzoekbaarheid van een vraag nagaan

4 bronnen chronologisch rangschikken

5 bruikbaarheid, representativiteit, betrouwbaarheid, standplaatsgebondenheid en doel van een bron bepalen om vragen te beantwoorden

6 vormen van onverdraagzaamheid en discriminatie illustreren met het voorbeeld van de heksenvervolgingen

7 uitleggen waarom foltering vandaag verboden is

8 een historisch b eeld van de heksenvervolging uit bronnen afleiden en vergelijken met het beeld dat men zelf had of anderen hadden

Onderzoek 4: sociale hulp vandaag en gisteren

Vandaag heeft België een sociale zekerheid. Armen, zieken, andersvaliden, werklozen, bejaarden … kunnen een beroep doen op verschillende organisaties zoals het OCMW, de ziekenfondsen, de VDAB … De overheid organiseert of betaalt de meeste van die instellingen en organisaties. Zij haalt haar geld bij de burgers die belastingen en sociale bijdragen betalen. Iedereen mag een beroep doen op die hulpverlening. Mensen zonder papieren hebben enkel recht op dringende medische hulp. In dit onderzoek bestudeer je de sociale hulp in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd en vergelijk je die met de huidige situatie.

proefversie©VANIN

OPDRACHTEN

Je kiest zelf de bronnen die je moeten helpen om een vraag te beantwoorden. Bij je antwoord zet je telkens de bronnen die je hebt gebruikt.

1 Welke bronnen hebben echt in de middeleeuwen of vroegmoderne tijd gediend om een vorm van sociale hulp te organiseren?

2 Bewijs dat er vanaf de 16e eeuw een verandering optreedt in hoe men naar armen kijkt. Verklaar ook die verandering.

3 Toon aan dat sociale hulp in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd niet voor iedereen bestemd is. Geef voorbeelden uit de bronnen.

4 Ho e wordt de sociale hulp in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd gefinancierd? Wie organiseert de hulp? Wie voert ze uit? Geef voorbeelden uit de bronnen. Wat kan daarbij een probleem vormen?

5 Beo ordeel de verzorging in de gasthuizen en vergelijk die met een hedendaags ziekenhuis.

6 Vergelijk de sociale hulp uit de middeleeuwen en vroegmoderne tijd met die van vandaag. Je houdt daarbij rekening met volgende hulpvragen: Voor wie? Door wie? Hoe gefinancierd? Kwaliteit van de hulpverlening?

7 Bewijs dat sociale hulp in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd grotendeels een gunst en geen recht is.

Middeleeuwse versiering van een document uit 1354 OPBOUW BLOEI

BRON 1 Monniken delen brood uit aan een arme, een bejaarde en een andersvalide

• Wie deelt het brood uit?

• De figuur in het oranje stelt waarschijnlijk een arme voor. Voor welke twee groepen van behoeftigen staan de twee andere figuren?

BRON 2 Sint-Maarten geeft een stuk van zijn mantel aan een bedelaar

BRON 3 Zicht op het godshuis vandaag

B Sint-Maarten geeft een stuk van zijn mantel aan een bedelaar

Gevelsteen uit 1715 van een godshuis

• Zoek op waarvoor Sint-Maarten symbool staat.

Sint-Maarten is een van de belangrijkste christelijke heiligen. Hij blijft zijn hele leven eenvoudig en leeft sober. Op een gegeven moment deelt hij zijn laatste bezit, een mantel, met een verkleumde bedelaar.

De steen bevindt zich boven de toegangspoort van een godshuis in Maastricht. Dat bestond uit een aantal huisjes waar bejaarden zelfstandig mochten wonen. Het godshuis werd per testament in de 18e eeuw gesticht door een rijke geestelijke. Zijn familie beheerde het geheel en besliste wie er mocht wonen. Het moesten arme, bejaarde, katholieke vrouwen zijn. Rijken deden dergelijke stichtingen om een plaats in de hemel te verdienen door armen te helpen.

proefversie©VANIN

Jezus antwoordde hem: ‘Als u volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat u bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zult u een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg Mij.’

Uit: Het Nieuwe Testament, Mattheüs 19:21

BRON 5 Ieperse armenpenning uit 1695

De armen van een plaats of wijk ontvangen af en toe steun van ‘armentafels’, een organisatie geleid door enkele rijkere vrijwilligers. Die ‘armenmeesters’ verdelen schenkingen onder de armen. Tot in de 15e eeuw kopen zij met de schenkingen vooral brood. Later wordt dat vervangen door geld of een penning. Daarmee kunnen de armen zelf brood kopen. Al die schenkingen stellen weinig voor. Wanneer het economisch slecht gaat en de meeste hulp nodig is, zijn er meestal ook weinig schenkingen. De giften gaan meestal naar arme familieleden van de schenkers of naar verarmde stedelingen. De allerarmsten krijgen zelden steun.

BRON 4 De Bijbel

BRON 6 De evolutie van de koopkracht van een ongeschoolde arbeider in Brugge

DOC 2 De evolutie van de koopkracht van een ongeschoolde arbeider in Brugge

1360140014501500155016001650170017501800

DOC 3

BRON 7 De middeleeuwse geleerde Jacob van Maerlant over de armen

Ze lijken precies op rijke vrekken, die hopen op dure tijden, wat een ramp is voor de armen, Want dan denken zij de meeste winst te maken, en zijn ze blij en hebben ze plezier. De duivel zal ze halen!

Ze lijken precies op rijke vrekken, die hopen op dure tijden, wat een ramp is voor de armen, Want dan denken zij de meeste winst te maken, en zijn ze blij en hebben ze plezier. De duivel zal ze halen!

Uit: Jacob van Maerlant, Der naturen bloemen (vertaling gebaseerd op die van Frits van Oostrom).

Uit: Jacob van Maerlant, Der naturen bloemen, vertaling gebaseerd op die van Frits van Oostrom

proefversie©VANIN

De koopkracht wordt uitgedrukt in liter tarwe en kilogram boter.

Uit: F. Daelemans, Geschiedenis van Vlaanderen, deel 2

Uit: F. Daelemans, Geschiedenis van Vlaanderen, deel 2

De koopkracht wordt uitgedrukt in liter tarwe en kilogram boter. Berekening gemaakt door economische historici in de 20e eeuw.

• Wat besluit je i.v.m. het peil van de koopkracht?

• Wat stel je vanaf 1520 vast?

De koopkracht geeft weer wat een persoon of gezin aan producten kan kopen. Dat wordt bepaald door het inkomen en de belastingen die men moet betalen.

• Gaat het hier om een historische bron of een werk? Motiveer je antwoord.

BRON 8 Een wet om de armenzorg te regelen

DOC 4

De Vlaming Jacob van Maerlant heeft belangrijke Latijnse werken in het ‘Nederlands’ vertaald, aangevuld en verduidelijkt. Hij leeft in de 13e eeuw.

De Vlaming Jacob van Maerlant heeft belangrijke Latijnse werken in het ‘Nederlands’ vertaald, aangevuld en verduidelijkt. Hij leeft in de 13e eeuw.

• Bewijs dat van Maerlant partij kiest voor de armen.

• Uit welke van de zeven tijden komt de bron?

Het document is weergegeven in het originele Nederlands van de nieuwe tijd. Om dat Nederlands te begrijpen, staar je jezelf het best niet blind op aparte woorden. Als je een woord niet begrijpt, probeer dan de betekenis van een groter stuk te achterhalen.

Karel bij der gratie Gods Rooms Keyser (...) Omdat de armen in ‘Onze landen van herwaarts over’ [ de Nederlanden] tegenwoordig in zo’n grote getallen voorkomen, meer dan vroeger, omdat bij het bedelen veel verkeerde dingen gebeuren, omdat die [ armen, bedelaars] zich overgeven tot ledigheid, het begin van alle kwaad, en geen normaal werk verrichten (...) alhoewel zij jong, sterk en gezond zijn. (...) en omdat zij zieken en andersvaliden het brood voor de neus weghalen [door ook te bedelen] ordonneer ik het volgende: degene die bedelt, man of vrouw, wordt gevangengezet op water en brood. Ze worden aan dwangarbeid onderworpen. Die regel geldt niet voor bedelmonniken, en melaatsen [die zich wel herkenbaar moeten kleden] (...) Kinderen die bedelen moeten met de roede gecorrigeerd worden. (...) De kinderen [van gezonde bedelaars] moeten naar speciale scholen waar zij een ambacht of een ander beroep aanleren of ‘goede lieden’ dienen. (...) Alle armen die steun van de armentafels ontvangen, moeten een speciaal teken op hun kledij dragen. Zij mogen geen taveernes noch kabaretten bezoeken. Ze mogen zich niet bezighouden met kegelen, bollen of teerlingen [caféspelen] (…) Alle liefdadigheidsorganisaties, armentafels, gasthuizen (…) [ van een plaats] moeten een gemeenschappelijke kas maken om daarmee de armen te ondersteunen.

Bewerking van het plakkaat op de bedelarij en de reorganisatie van de armenzorg, uitgevaardigd door Karel V (1506-1555) op 7 oktober 1531

Karel bij der gratie Gods Rooms Keyser (...) Allen den genen die dese tegenwoordige sien sullen, Saluyt. IX. Ende want de armen in onsen Landen van herwaerts over tegen tegenwoordelijck en menichvuldelick over komen in veel grooteren ghetale, dan sy van oudts tijde gewoonlick zijn: ende by experiente bevonden wort, dat midts ghedoogende eene yegelijcken te mendiceren en Aelmoessen te bidden, vele faulten ende mesusen daar uyt gebeuren, om dies wille dat sy henlieden stellen tot ledicheyt* (de welcke beginsel is van alle quaden) ende dat sy ende haer Kinderen geen Ambacht en doen nochte andere Neeringe, daer mede sy haer Broot souden moge winnen, ende voorts henlieden geven tot snooden en quaden leven, ende de Dochters tot armoede ende miserie, ende tot alle snoodicheyt*. Ende hoe wel dat sy jonck, sterck ende welvarende van Lijve zijn, sy nochtans by groote importuniteyt ’t geen des den armen oude Siecken, Impotenten ende groot ghebreck hebbende, ghegeven souden worden …

Een plakkaat is een wet. Deze versie is terug te vinden in het Groot Placaet-boeck, ’s Gravenhage, 1658.

Uit het plakkaat op de bedelarij en de reorganisatie van de armenzorg, uitgevaardigd door Karel V (1506-1555) op 7 oktober 1531

(Versie terug te vinden in het Groot Placaetboeck, ‘s-Gravenhage, 1658.)

Lees online de originele vertaling.

*ledicheyt: ledigheid, snoodicheyt: verdorvenheid

• Wat leert dit document over het lezen van historische bronnen?

• Uit welke van de zeven tijden komt de bron?

• Tegen welke soort van armen keert keizer Karel V zich?

• “Zieken en mindervaliden mogen blijven bedelen.” Juist of fout? Motiveer je antwoord.

• Waaruit blijkt dat het plakkaat ook later van kracht blijft? TIP Kijk naar de gegevens over het document.

• Welk verschil in houding tegenover de armen vind je tussen DOC 3 en 4?

BRON 9 Het Geelse gasthuis met gebouwen van de 15e tot de 20e eeuw

Vandaag is het Geelse gasthuis een museum.

BRON 10 De nieuwe statuten van het Geelse gasthuis

B

Men heeft lange tijd in het voorschreven gasthuis noch godsdienstige activiteiten gehouden noch armen en zieken getrakteerd [geholpen] of opgevangen na de oprichting van het voorschreven gasthuis, wat leidde tot groot nadeel van de bewoners en de armen van de voorschreven Vrijheid van Geel die in grote getalle zijn en waar dikwijls de pest heerst (...) Over de soort zieken die men zal ontvangen: (...) gebaseerd op de oude statuten van Willem van Henegouwen (1286) (...) alle arme zieke mensen die in de Vrijheid van Geel woonachtig zijn die niet kunnen gaan en zeer ziek zijn, zowel mannen als vrouwen.

Men heeft lange tijd in het voorschreven gasthuis noch godsdienstige activiteiten gehouden noch armen en zieken getrakteerd (geholpen) of opgevangen na de oprichting van het voorschreven gasthuis, wat leidde tot groot nadeel van de bewoners en de armen van de voorschreven Vrijheid van Geel die in grote getalle zijn en waar dikwijls de pest heerst (...)

Over de soort zieken die men zal ontvangen: (...) gebaseerd op de oude statuten van Willem van Henegouwen (1286) (...) alle arme zieke mensen die in de Vrijheid van Geel woonachtig zijn die niet kunnen gaan en zeer ziek zijn, zowel mannen als vrouwen.

• Wanneer men ze ontvangt, zal men terstond de biechtvader gaan halen en hen doen biechten (...) Wie zich daar niet aan wil onderwerpen, hoeft men niet te aanvaarden en te verzorgen.

• Wanneer men ze ontvangt, zal men terstond de biechtvader gaan halen en hen doen biechten (...) Wie zich daar niet aan wil onderwerpen, hoeft men niet te aanvaarden en te verzorgen.

• De zieken moeten aan de moeder [overste van de zusters] al hun bezittingen overhandigen: kleding, geld en aanverwanten. Zij krijgen die terug als ze genezen. Wanneer ze sterven of aflijvig worden, krijgt het gasthuis die bezittingen (...) Wanneer een zieke niet in het gasthuis maar elders wil sterven, dan moet hij zijn onkosten betalen. Zij worden van zijn bezittingen afgetrokken. De rest krijgt hij terug.

• De zieken moeten aan de moeder (overste van de zusters) al hun bezittingen overhandigen: kleding, geld en aanverwanten. Zij krijgen die terug als ze genezen. Wanneer ze sterven of aflijvig worden, krijgt het gasthuis die bezittingen (...) Wanneer een zieke niet in het gasthuis maar elders wil sterven, dan moet hij zijn onkosten betalen. Zij worden van zijn bezittingen afgetrokken. De rest krijgt hij terug.

• Na het biechten aanvaarden de zusters de zieke in alle liefelijkheid. De zieke wordt gewassen, krijgt een vers hemd aan, in het bed een vers laken (...)

• De klok luidt driemaal p er dag (’s morgens, ’s middags en ’s avonds). De zusters wassen en drogen vlak voor het luiden de handen van de zieken, na het luiden moeten die bidden.

• Na het biechten aanvaarden de zusters de zieke in alle liefelijkheid. De zieke wordt gewassen, krijgt een vers hemd aan, in het bed een vers laken (...)

• Het gasthuis stond o orspronkelijk open voor allerlei zieken van de verschillende dorpen en heerlijkheden van Hendrik Berthout [heer van Geel in de 13e eeuw] (...) Vanaf nu staat het gasthuis enkel open voor de inwoners van de Geelse Vrijheid.

• De klok luidt driemaal per dag (‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds). De zusters wassen en drogen vlak voor het luiden de handen van de zieken, na het luiden moeten die bidden.

• Het gasthuis stond oorspronkelijk open voor allerlei zieken van de verschillende dorpen en heerlijkheden van Hendrik Berthout (heer van Geel in de 13e eeuw) (...) Vanaf nu staat het gasthuis enkel open voor de inwoners van de Geelse Vrijheid.

Uit: De nieuwe statuten van het Geelse gasthuis uitgevaardigd door Robert de Croy, bisschop van Kamerijk, op 20 februari 1553

Uit: De nieuwe statuten van het Geelse gasthuis uitgevaardigd door Robert de Croy, bisschop van Kamerijk, op 20 februari 1553

Op verzoek van de plaatselijke geestelijkheid en de heer van Geel hervormt Robert de Croy, bisschop van Kamerijk, het gasthuis.

Op verzoek van de plaatselijke geestelijkheid en de heer van Geel hervormt Robert de Croy, bisschop van Kamerijk, het gasthuis. Hij vaardigt op 20 februari 1553 nieuwe statuten uit. Die zijn gebaseerd op de gasthuisstatuten van Herentals, Leuven, Mechelen en Brussel. Het gasthuis wordt gefinancierd via opbrengsten uit haar bezittingen (gronden, gebouwen …) en schenkingen.

Hij vaardigt op 20 februari 1553 nieuwe statuten uit. Die zijn gebaseerd op de gasthuisstatuten van Herentals, Leuven, Mechelen en Brussel.

• Wie wordt in het gasthuis opgevangen? Welk verschil is er met een hedendaags ziekenhuis?

• Welke stand controleert het gasthuis? Waaruit blijkt dat?

• Waaruit kun je afleiden dat een dergelijk reglement algemeen verspreid was over onze gewesten?

• De regels zijn misschien ook in de middeleeuwen van kracht geweest. Waarop is dat vermoeden gebaseerd?

• Toon met twee voorbeelden aan dat het zielenheil van de patiënten zeer belangrijk gevonden wordt.

• Voor wie staat het gasthuis niet open?

• Wat wordt er vooral gewassen?

• Wat vraagt het gasthuis als vergoeding?

• Wat is de belangrijkste voorwaarde om in het hedendaagse Vlaanderen in een ziekenhuis toegelaten te worden, denk je? (Dringende gevallen laat je even buiten beschouwing.)

BRON 11 Blik op het interieur van een gasthuis in Parijs

Miniatuur uit 1482 die de opvang in het hospitaal van Parijs voorstelt

BRON 12 Het Brugse Sint-Janshospitaal in de 18e eeuw

Schilderij uit 1778 van de Brugse schilder Jan van Beerblock (1739-1806), olieverf op doek, 82 x 153 cm

Het gasthuispersoneel, meestal geestelijken, heeft geen echte medische opleiding gekregen. Zij verwerven hun kennis in de praktijk. De ziekenzusters en -broeders bereiden, vooral op basis van kruiden, zelf de medicijnen.

13 De chirurgijn

Uit: Jan en Casper Luyken, Spiegel van het Menselyk Bedryf, ca. 1690

proefversie©VANIN

STORIA4_ASO_Leerboek_deelF_p124_137_v4.indd 136

Jan (1649-1712) en Casper (16721708) Luyken, vader en zoon, zijn Amsterdamse etsers en dichters. Ze maken een boek met prenten van beroepen en zetten daar telkens een rijm bij.

Een chirurgijn verricht de meeste medische handelingen. Je wordt chirurgijn door jarenlang een meester-chirurgijn te assisteren en na het afleggen van een meesterproef (een soort van examen). Oorspronkelijk is de chirurgijn ook barbier. Populaire handelingen zijn aderlatingen, doen braken en laxeren. Men denkt immers dat een ziekte te wijten is aan een teveel van een bepaalde vloeistof (bloed, slijm, gal, water …).

Geneesheren

B De piskijker door Jan Steen (circa 1633-1635, olieverf op canvas, De Lakenhal, Leiden

BRON 15 Opname in een hedendaags ziekenhuis

Wat je nodig hebt om opgenomen te worden in een ziekenhuis:

- identiteitskaart of geldige verblijfsvergunning;

- verwijsbrief arts;

- naam en adres van je huisarts;

- blo edgroepkaartje;

- medische do cumenten en lijst medicijnen die je neemt (indien nodig).

- Woon je in het buitenland? Als je in de EU woont, moet het ziekenhuis je ziekteverzekeringskaart en/ of garantieverklaring hebben. Voor overige landen is een formulier van het buitenlandse ziekenfonds of verzekering en/of een garantieverklaring nodig.

De kosten van een ziekenhuisopname worden verdeeld onder jou en je ziekenfonds. Het ziekenhuis rekent de kosten die de verplichte ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) draagt, rechtstreeks aan je ziekenfonds aan.

Naar: www.azsintjan.be en www.inami.fgov.be

proefversie©VANIN

Geneesheren analyseerden vooral urine (uitwerpselen en slijm) op zicht om tot een behandeling te komen.

Jan Steen, De piskijker (ca. 1633-1635), olieverf op canvas

• Wat kan de chirurgijn volgens het gedicht in DOC 7A niet genezen?

De Hollandse schilder Jan Steen (1626-1679) is vooral gekend voor zijn humoristische schilderijen waarin hij spot met bepaalde figuren en situaties.

• Wie lijkt het meest bekwaam om gewonden te helpen: de chirurgijn of de arts? Motiveer je antwoord.

Een universitair geschoolde geneesheer is er meestal niet in een gasthuis. De arme patiënten kunnen hem toch niet betalen. De artsen analyseren vooral urine, uitwerpselen en slijm op zicht. Zo bepalen ze welke behandeling er moet komen.

KENNEN KUNNEN

09/02/17 10:38

1 het b egrip ‘koopkracht’ uitleggen

2 vier kenmerken van de sociale hulp in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd geven

3 aantonen dat de so ciale hulp in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd eerder een gunst is

1 de so ciale hulp uit de middeleeuwen en vroegmoderne tijd met die van vandaag vergelijken

2 bronnen selecteren, analyseren en vergelijken om een historische vraag te beantwoorden

3 bronnen beoordelen op hun bruikbaarheid, betrouwbaarheid en doel

4 op basis van vragen en een onderzoek van bronnen een historisch beeld maken van de sociale hulp in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd

FOvergang naar de moderne tijd

In de 18e eeuw ondergaat de westerse samenleving enkele grote veranderingen. Die manifesteren zich binnen alle maatschappelijke domeinen. De historici laten daarom ca. 1750 de moderne tijd beginnen. Ingrijpende veranderingen omschrijven we ook als revoluties. Tussen 1750 en 1850 ontstaat de moderne samenleving. In dit onderdeel bestudeer je de revoluties die eraan ten grondslag liggen.

PREHISTORIE

Wat klaagt de prent aan? Houd in je antwoord rekening met de standensamenleving.

Franse prent uit 1789
Franse prent uit 1789
BRON 1 De Grote Vergissing
OUDE NABIJE OOSTEN

BRON 2 De bevolkingsevolutie in Europa van 200 tot 1900

De bevolkingsevolutie in Europa van 200 tot 1900

• Geef drie factoren die de bevolkingsevolutie beïnvloeden. Geef voor elke factor een voorbeeld uit de grafiek.

a Geef drie zaken die de bevolkingsevolutie beïnvloeden. Geef voor elke zaak een voorbeeld uit de grafiek.

b Vanaf welk jaar begint de bevolking toe te nemen zonder dat er nog een daling voorkomt?

• Vanaf welk jaar begint de bevolking toe te nemen zonder dat er nog een daling voorkomt?

c In welk jaar versnelt dat proces nog?

• In welk jaar versnelt dat proces nog?

d Ho eveel mensen leven er in Europa in het jaar 700 en in het jaar 1700?

• Hoeveel mensen leven er in Europa in het jaar 700 en in het jaar 1700?

e Zo ek zelf op hoeveel mensen er vandaag in Europa leven.

• Zoek zelf op hoeveel mensen er vandaag in Europa leven.

Onderzoek 5: de Agrarische Revolutie

De voorbije 300 jaar is er heel wat veranderd in de landbouw en de voedselvoorziening. Veel historici spreken zelfs over een landbouwrevolutie in de 18e eeuw. Ze noemen de aardappel de grootste vernieuwing. Wat is er werkelijk veranderd? Is de aardappel wel degelijk zo’n belangrijke wijziging? Waarom speelt de Vlaamse landbouw zo’n belangrijke rol in dit proces?

VROEGMODERNE TIJD

OPDRACHTEN

intensieve landbouw:

bij intensieve landbouw worden productiemiddelen (arbeid, gronden, bemesting, machines ...) veel ingezet om de productie te optimaliseren (zo hoog mogelijke productie).

extensieve landbouw: bij extensieve landbouw wordt weinig geïnvesteerd (arbeid, bemesting, machines ...) in de landbouwgrond. Boomgaarden zijn een voorbeeld.

proefversie©VANIN

MODERNE TIJD

1 De Vlaamse landbouw

a Is de landb ouw tussen Gent en Antwerpen intensief of extensief? Zoek twee bewijzen in bron 1. Lees ook de woordverklaring.

b Waarvoor teelt men klaver? Zoek op waarvoor vlas gebruikt wordt.

c Voordat heidegrond bruikbaar is voor graanteelt, onderneemt de boer zeven stappen. Noteer ze.

d Bewijs met behulp van de tekst dat de boer gebruikmaakt van wisselbouw.

e Welke landbouwactiviteit zie je op de afbeelding bij bron 3?

f Was de Vlaamse landbouw intensief of extensief?

2 De aardappel zorgt voor een grotere opbrengst

a Waarom is de snelle verspreiding van de aardappel de belangrijkste verandering in de 18e-eeuwse landbouw? Geef vier redenen.

b No em vier nadelen die aan de aardappelteelt verbonden zijn.

c Waar kende de aardappelteelt de snelste uitbreiding?

d Waarom zegt de auteur van bron 4 dat de aardappelteelt een dubbelzinnige rol speelt? Leg uit wat hij bedoelt met deze passage: ‘Ze verhoogde de calorieopbrengst van de grond en kon dus meer mensen voeden, maar tegelijkertijd kon de versnippering van het kleinbedrijf verder opgevoerd worden en werd de voeding monotoner.’

e Rangschik bron 1, bron 2, bron 3 en bron 5 chronologisch.

f Lees bron 5. Wanneer plantte hij voor het eerst aardappelen?

g Wat ging er mis met zijn eerste aardappelteelt?

h Hij gebruikt ze niet enkel voor eigen teelt. Leg uit.

3 (R)evolutie van de landbouw

a Geef drie redenen waarom je kunt spreken van een agrarische revolutie

b Waarom hebben we het woord ‘Belgische’ in de tekst tussen aanhalingstekens geplaatst?

c Verklaar waarom er ondanks de daling van het aantal landbouwers en het landbouwareaal in België geen hongersnood meer voorkomt.

De Vlaamse landbouw

BRON 1 De vlasteelt

Ik zei hem dat er naar mijn mening in heel Vlaanderen nergens zoveel dorre grond lag als ik tussen Gent en Antwerpen gezien had. Hij antwoordde mij dat die streek het rijkste deel van heel Vlaanderen was. (...) Dit land is van nature geschikt voor de vlasteelt, die men de rijkdom van Vlaanderen noemt. Een acre goed vlas is zoveel waard als vier of vijf acres van het beste graan dat tussen Duinkerke en Brugge groeit. Nadat het vlas gesleten is, geeft het land dadelijk een oogst rapen die, acre tegen acre, meer waard kunnen zijn dan het beste graan in het land. Nadat de vrucht getrokken is, kun je tijdens de volgende maand april op hetzelfde land haver zaaien en daarop klaver, die men enkel met takkenbossen egt en die eerst na het pikken* van de haver opschiet, zodat je uitstekend weiland hebt tot Kerstmis. Het jaar daarop kun je de haver drie keer maaien en telkens een flinke vracht thuishalen, die uitstekend geschikt is om alle vee te voeden en door geen enkel soort gras in het land ge ëvenaard wordt. Dit klaverland zal zonder herzaaien nog vier of vijf jaar doorgroeien.

* pikken: maaien van een gewas (graan, vlas) met een soort van korte zeis

Uit: Sir Richard Weston, Verhandeling over de landbouw in Vlaanderen en Brabant, 1644-1645

BRON 2 Vruchtbaar landbouwland

Ik was zeer benieuwd te vernemen hoe hij te werk gegaan was om heide in bouwland te herscheppen dat zulke rijke producten voortbracht. Hij zegde dat hij de grond eerst met een flink span paarden gebroken had en hem dan kruiselings geploegd had; daarna rukte hij met een grote eg het heidekruid uit dat hij opeenhoopte en verbrandde en spreidde dan ongeveer twintig vrachten stalmest uit op één acre. Daarna ploegde hij opnieuw en zaaide eerst rogge. Als volgende vrucht zaaide hij haver en na ze te hebben geëgd, wierp hij er klaverzaad op, dat hij egde met een takkenbos onder de eg. Nadat de haver af was, kreeg hij aldus een zeer goede klaverweide voor Michielsdag. En het derde jaar had hij het klavergewas (...) driemaal gemaaid en het zou spoedig zeer goed weiland zijn om tot Kerstmis als voeder te dienen. Hetzelfde was hij voornemens nog drie jaar verder te doen, maar nadien zou hij het tot gewoon grasland maken. Zijn vlasakker had hij op dezelfde wijze bewerkt als zijn ander land; echter gebruikte hij maar de helft van de stalmest (...) Hij zaaide er dan vlas op en daarop klaver (...)

Uit: Sir Richard Weston, Verhandeling over de landbouw in Vlaanderen en Brabant, 1644-1645

BRON 3 Vlaamse landbouw

‘Ziet hier den akkerman met kar en paard verbeeld, en hoe hij 't dorre land de vruchtbaarheid beveelt.’ Jan Lodewijk Van Aelbroeck schrijft in 1823 een boek met als titel ‘Werkdadige landbouwkonst der Vlamingen’.

De aardappel zorgt voor een grotere opbrengst

BRON 4 De aardappel

De belangrijkste verandering in de achttiende-eeuwse akkerbouw was evenwel de snelle verspreiding van de aardappel. Met de opbrengst van dat knolgewas kon men, op eenzelfde stuk grond, dubbel zoveel monden voeden dan met broodgranen: de calorieopbrengst van aardappelen is per hectare dus veel hoger dan die van tarwe of rogge. Bovendien hebben aardappelen een hoog vitamine C-gehalte, wat de weerstand van de bevolking tegen infectieziekten kan verhogen. De aardappelteelt is weliswaar arbeidsintensiever en vereist een zwaardere bemesting, maar dat was in de dichtbevolkte Belgische regio’s geen bezwaar. Aardappelen maakten het volksvoedsel ook goedkoper. In de tweede helft van de achttiende eeuw werd de aardappel een populair voedingsgewas. De teelt nam vooral een snelle uitbreiding in gebieden met veel kleine bedrijven en geringe inkomensperspectieven. Bijgevolg speelde de aardappelteelt een veeleer dubbelzinnige rol.

Ze verhoogde de calorieopbrengst van de grond en kon dus meer mensen voeden, maar tegelijkertijd kon de versnippering van het kleinbedrijf verder opgevoerd worden en werd de voeding monotoner.

Uit: Yves Segers en Leen Van Molle, Leven van het land. Boeren in België 1750-2000, 2004

BRON 5 De tienden en de aardappel

De grondeigenaars hebben recht op een tiende deel van de oogst. In de praktijk betekent dit dat een boer elke tiende schoof van zijn graanoogst moet afstaan. Vanaf de vroege 18e eeuw begint men de aardappel te telen als veldvrucht. Veel boeren weigeren een tiende deel van de aardappeloogst af te staan. Vaak komt het tot een rechtszaak tussen de betrokken boeren en de ‘tiendengerechtigden’. De boeren steunen hun verdediging op een plakkaat van Karel V van 1 oktober 1520. Volgens dat plakkaat mogen geen nieuwe tienden ingevoerd worden. De boeren gaan er dan ook van uit dat het tiendenrecht niet van toepassing is op nieuwe gewassen als klaver, aardappelen en boekweit. Voor de tiendengerechtigden is dat een aardige streep door de rekening, vooral als die vruchten geteeld worden op velden waar vroeger graan groeide. Vaak worden de rechtszaken in het nadeel van de boeren uitgesproken.

Dat hij in de jaeren 1695 in sijn moeders hoff heeft geplant (...) patatten, welcke patatten door de soldaeten voor het meestendeel werden geforagiert ende gestolen, dat hij alsdan den restant die soldaten hadden in de grond gelaeten heeft uytgedaen ende de selve het volghende jaer wederom in den hoff in drij bedden heeft geplant; dat hij drij oft vier jaeren daer naer deselve heeft geplant in het velt (...) Verclaer voorder hem seer kennelijck te sijn dat hij en sijn moeder nu ontrent de 50 jaeren geleden aen hun geburen ende andere persoonen van de prochie, patatten hebben vercocht aen d’eene een vat aen d’andere twee vaeten.

Uit: Een procesbundel, getuigenverklaring Gillis Heyvaert, Buggenhout, 12 januari 1762

3 (R)evolutie van de landbouw

BRON 6 Een

proefversie©VANIN

Wat zich in de voorbije 250 jaar in de ‘Belgische’ landbouwsector afgespeeld heeft, is ronduit spectaculair te noemen. De werkgelegenheid zakte van over een miljoen naar minder dan 100 000 landbouwers en het aandeel van de sector in de totale tewerkstelling van België verschrompelde van ruim de helft tot amper 1,8 %. Het landbouwareaal kromp van 2,1 miljoen naar 1,4 miljoen hectare. De rendementen stegen opvallend. De gemiddelde jaarlijkse melkgift van koeien bijvoorbeeld steeg van beneden de 2 000 naar 5 500 liter. De ‘Belgische’ landbouw, die er tot ver in de negentiende eeuw nauwelijks in slaagde de inlandse bevolking te voeden, is nu een belangrijke netto-uitvoerder geworden. Het platteland, lange tijd ontvlucht ten voordele van de stad en de industrie, is sinds de jaren 1960 de geliefkoosde woonplaats voor Belgen die elke voeling met de landbouw allang verloren zijn. Er is de voorbije 250 jaar dus heel wat gebeurd.

Uit: Yves Segers en Leen Van Molle, Leven van het land. Boeren in België 1750-2000. Leuven, 2004

paar cijfers

BRON 7 De Vlaamse landbouwkunst

Uit: Yves Segers en Leen Van Molle, Leven van het land. Boeren in België 1750-2000, 2004

De Vlaamse landbouw is rond 1800 wereldberoemd. Een wedstrijd van de Britse Board of Agriculture vormt in 1820 voor Van Aelbroeck de aanzet tot het schrijven van een boek over de Vlaamse ‘landbouw-konst’.

BRON 8 Bevolking en landbouw, 1760-1880

Uit: Dejongh en Segers, Een kleine natie in mutatie

BRON 9 De aardappelplant

Uit: Yves Segers en Leen Van Molle, Leven van het land. Boeren in België 1750-2000, 2004

Philippe de Sivry, gouverneur van Bergen, stuurt in 1588 deze afbeelding van de aardappelplant naar de botanicus Charles de L’Escluse.

proefversie©VANIN

KUNNEN

1 met b ehulp van bronnen historische vragen beantwoorden

2 bronnen chronologisch rangschikken

3 argumenten vinden in bronnen

De Verlichting

Kennis verwerven is in onze maatschappij heel belangrijk. Het belang van kennis is beïnvloed door de ‘Verlichting’. Wat is de ‘Verlichting’? Op welke manier wordt onze maatschappij vandaag nog altijd beïnvloed door de ‘Verlichting’?

proefversie©VANIN

repressief: bestraffend, onderdrukkend

1

Wat is de Verlichting?

BRON 1-2-3 De maatschappij van de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd is een standenmaatschappij waarbij de macht in handen is van de koning, de adel en de Kerk. Maar dat bouwwerk begint scheurtjes te vertonen. In de 18e eeuw waait er een nieuwe wind door Europa: de Verlichting. Het begrip ‘Verlichting’ heeft niets te maken met licht in de letterlijke betekenis van het woord, maar met een nieuwe wijze van denken, een ‘verlichte’ manier. De filosoof Immanuel Kant vat kernachtig de leuze van de Verlichting samen met het zinnetje: ‘Heb de moed je eigen verstand te gebruiken.’ Die nieuwe manier van denken ontstaat eerst in Engeland in de tweede helft van de 17e eeuw. In de 18e eeuw verschuift het zwaartepunt naar Frankrijk en de Duitssprekende landen.

De verlichte filosofen hebben een groot vertrouwen in de rede, in het gebruiken van het menselijke verstand. Ze leggen de klemtoon op het vrij kunnen gebruiken van het verstand en willen de werkelijkheid met de rede verklaren. Alles wat tegen de rede, tegen het verstand ingaat, is onaanvaardbaar. Daarom hebben ze kritiek op bijvoorbeeld de standenmaatschappij, het vorstelijke absolutisme, de traditionele godsdienst ... Ze geloven dat de mens met de rede de wereld kan veranderen en verbeteren: ze geloven heel erg in de vooruitgang. Historici spreken over het vooruitgangsoptimisme van de Verlichting.

2De Verlichting omvat alle aspecten van het leven

4 t.e.m. 13 In Europa ontstaan allerlei ontmoetingsplaatsen voor de geletterde burgerij en de adel: academies, geleerde genootschappen, leesgezelschappen, koffiehuizen, salons ... Die plaatsen zijn min of meer onttrokken aan de regels en de machtsverhoudingen van de standenmaatschappij. Hier komen zij samen om te discussiëren. Er heerst een ware honger naar nieuwe kennis op alle gebieden. Neem bijvoorbeeld de salons: vanaf het einde van de 17e eeuw beginnen adellijke en burgerlijke dames (en soms heren) thuis in hun salons gasten te ontvangen om gesprekken op niveau te voeren. Onder de genodigden zijn er ambtenaren, artsen, advocaten, professoren, geestelijken, edellieden ... Alle mogelijke onderwerpen komen aan bod en standenonderscheid speelt geen grote rol. Intelligentie en goede conversatie: daar gaat het om.

De geletterde bovenlaag beschikt over een toenemend aantal kranten, tijdschriften en boeken. In verschillende landen is er echter geen vrijheid van drukpers. Filosofen worden soms vanwege hun ideeën en hun geschriften gearresteerd. Die repressieve politiek van sommige absolute vorsten heeft geen effect. Men blijft verlichte ideeën spuien en verboden boeken worden onder de toonbank verkocht. Maar die ideeën blijven wel beperkt tot een kleine laag van de bevolking. Het grootste deel van de bevolking is dan nog analfabeet. Op godsdienstig

BRON

vlak streven sommige verlichte denkers naar een natuurlijke godsdienst, dat wil zeggen een godsdienst die met de rede kan worden verklaard. Ze moeten niets hebben van de traditionele godsdiensten.

Hun opvattingen leiden tot een conflict met de bestaande Kerken en zullen uiteindelijk bij sommigen omslaan in atheïsme. Op politiek vlak streven ze naar een rationele staatsordening. Ze werken een aantal ideeën uit over hoe de samenleving en de relatie tussen het volk en de machthebbers moeten worden georganiseerd. De vrijheid wordt als een hoog goed beschouwd; ze mag alleen beperkt worden omwille van het algemene welzijn. Niet de wil van God, maar wel een ‘afspraak’ tussen het volk en de vorst dient als basis voor gezag. Willekeurige vrijheidsbeperking en machtsmisbruik moeten worden uitgeschakeld door geschikte structuren, bijvoorbeeld door de scheiding der machten. Locke vindt dat iedereen vrij en gelijk is.

De vorst en zijn medewerkers krijgen hun macht van het volk (volkssoevereiniteit) Als zij de rechten van het volk niet respecteren, mag het in opstand komen. Kerk en Staat moeten gescheiden worden. Montesquieu wil de rechten van het volk tegen de vorst waarborgen door de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht van elkaar te scheiden (scheiding der machten).

Rousseau is van oordeel dat alle macht in handen moet liggen van het volk zelf. Adam Smith ijvert voor een zo groot mogelijke vrijheid op economisch vlak. Daarmee keert hij zich tegen het mercantilisme (zie les D6 en D1).

Het grote principe is dit: laissez-faire, laissez-passer. Smith wordt de vader van het economisch liberalisme genoemd. De positieve wetenschappen gaan erop vooruit: fysica, sterrenkunde, scheikunde, biologie, geneeskunde ... Vele nieuwe meetinstrumenten ontstaan. Sommige vorsten stichten wetenschappelijke academies die de individuele geleerden moeten steunen. De menswetenschappers, zoals filosofen, economen en historici, maken zich los van de godsdienst en proberen op basis van rationele argumenten na te denken over het leven. De basis daarvan is al gelegd in het humanisme. De opvattingen van de kerkelijke leiders verliezen daardoor aan invloed.

Tijdens de Verlichting ontstaan de eerste grote encyclopedieën, waarin de resultaten van de filosofische en de wetenschappelijke vooruitgang aan een ruimer publiek voorgesteld worden. Belangrijk is de Franse ‘Encyclopaedie’ van Diderot en d’Alembert (1751-1772), die 35 boekdelen omvat en waaraan meer dan honderd auteurs meegewerkt hebben. De ‘Encyclopaedia Britannica’ (1768-1771) bestaat nog altijd en is de meest verspreide encyclopedie ter wereld.

toegankelijk worden voor het gewone volk (bv. armenscholen). Dat komt het algemene belang ten goede en bestrijdt het analfabetisme.

3Verlichte despoten: alles voor het volk, niets door het volk

BRON 14-15 Onder invloed van de Verlichting stellen sommige vorsten het welzijn van hun volk voorop. Die ‘verlichte despoten’ steunen hun macht niet meer op het goddelijke recht. In ruil voor macht dienen zij het algemene belang. Frederik II van Pruisen (17401786) is een van de grondleggers van het verlichte despotisme en noemt zich graag de dienaar van het algemene belang. In het door hem gebouwde slot Sanssouci brengt hij beroemde verlichte filosofen samen. Terwijl zijn land overwegend protestants is, gedraagt hij zich tolerant tegenover niet-protestanten en kondigt voor al zijn onderdanen de geloofsvrijheid af. Ook het onderwijs vindt hij belangrijk. Jezuïeten, katholieke priesters, die uit andere landen verdreven worden, nodigt hij uit om les te komen geven. Hij wordt populair door zijn hervormingen in het rechtswezen: hij schaft de pijnbank en andere folterpraktijken af. Zo probeert hij de kleine man te verdedigen tegen de uitbuiting door de machtigen en de rijken. Verlichte vorsten beschouwen misdadigers immers als slachtoffers van hun omgeving en vinden dat ze daarom milder moeten worden gestraft. Frederik bestudeert economische werken om een goede en gezonde economie op te bouwen.

volkssoevereiniteit: regeringsvorm waarbij het volk de meeste macht heeft

despotisme: regeringsvorm waarbij één persoon alle macht heeft

proefversie©VANIN

De verlichte denkers willen een ander en een beter onderwijs. Er ontstaan nieuwe vakken (bv. aardrijkskunde en natuurwetenschappen) en nieuwe opvattingen over opvoeding. Het onderwijs moet

Onze gewesten behoren in de 18e eeuw aan de Oostenrijkse Habsburgers. Maria Theresia (1740-1780) neemt al verlichte maatregelen: ze richt, ook bij ons, colleges op en levert inspanningen om het volksonderwijs te verspreiden. Haar zorg voor een menswaardiger bestaan voor vele onderdanen maakt haar zeer geliefd. Haar zoon en opvolger Jozef II (1780-1790) is een echt verlichte despoot. Hij wil op korte tijd heel veel veranderen: de afschaffing van de lijfeigenschap, de gelijkheid voor de wet van alle onderdanen (waardoor ook de adel belastingen moet betalen), godsdienstvrijheid voor protestanten ... Die radicale veranderingen roepen veel weerstand op. Zijn opvolger moet wegens zwaar verzet van onder andere de adel en de geestelijkheid de meeste maatregelen weer intrekken. Onze gewesten zijn zelfs in opstand gekomen en hebben zich onafhankelijk van de Habsburgers verklaard (de Brabantse Omwenteling, 1789). Bijna een jaar later herstellen Oostenrijkse troepen de orde. Ondanks hun sociale ingesteldheid en hun respect voor de individuele vrijheid, zijn verlichte despoten geen democraten. Het blijven absolute vorsten.

KENNEN

HERHALINGSOPDRACHT

a Geef vier kenmerken van een absolute vorst.

b Wat verstaat men onder parlementarisme?

c Wat zijn standen?

1 de begrippen ‘Verlichting’, ‘rationaliteit’, ‘volkssoevereiniteit’, ‘scheiding der machten’, ‘directe democratie’ en ‘verlichte despoot’ uitleggen

2 de kenmerken van de Verlichting geven

8 verklaren waarom Frederik II van Pruisen, Maria Theresia en Jozef II ‘verlichte despoten’ genoemd worden

9 het verschil tussen een absolute vorst en een verlicht despoot uitleggen

KENNEN

3 de drie belangrijkste landen van de Verlichting opnoemen

4 de rol van intellectuelen en hoe ze zich organiseren uitleggen

KUNNEN

KUNNEN

1 documenten analyseren en vergelijken

proefversie©VANIN

5 de vooruitgang van de wetenschappen verklaren

1 de b egrippen ‘Verlichting’, ‘rationaliteit’, ‘volkssoevereiniteit’, ‘scheiding der machten’, ‘directe democratie’ en ‘verlichte despoot’ uitleggen

2 informatie afleiden uit tabellen

1 bronnen analyseren en vergelijken

2 informatie afleiden uit tab ellen

3 de ideeën van een verlicht filosoof uit een document afleiden

2 de kenmerken van de Verlichting geven

6 het belang van encyclopedieën aantonen

3 de ideeën van een verlicht filosoof uit een bron afleiden

3 de drie b elangrijkste landen van de Verlichting opnoemen

4 hedendaagse toepassingen van verlichte ideeën geven

4 de rol van intellectuelen en hoe ze zich organiseren uitleggen

7 de ideeën van Locke, Rousseau, Montesquieu en Smith kort uitleggen

5 de vooruitgang van de wetenschappen verklaren

OPDRACHTEN

6 het b elang van encyclopedieën aantonen

• Geef vier kenmerken van een absolute vorst.

7 de ideeën van Lo cke, Rousseau, Montesquieu en Smith kort uitleggen

• Wat verstaat men onder parlementarisme?

• Wat zijn standen?

8 verklaren waarom Frederik II van Pruisen, Maria Theresia en Jozef II ‘verlichte despoten’ genoemd worden

9 het verschil tussen een absolute vorst en een verlicht despoot uitleggen

DOC 1 ‘Aufklärung’ door Daniel Nikolaus

BRON 1 ‘Aufklärung’

Chodowiecki (1726-1801; gravure uit 1791)

4 hedendaagse to epassingen van verlichte ideeën geven

De vrijheid van de mens wordt tijdens het absolutisme op vele manieren beknot. Meningsvrijheid bestaat niet en een godsdienst wordt dikwijls met geweld opgelegd. Op die toestanden ontstaat meer en meer kritiek. Intellectuelen ijveren in naam van de vrijheid en op basis van rationele argumenten voor hervormingen.

De vrijheid van de mens wordt tijdens het absolutisme op vele manieren beknot. Meningsvrijheid bestaat niet en een godsdienst wordt dikwijls met geweld opgelegd. Op die toestanden ontstaat meer en meer kritiek. Intellectuelen ijveren in naam van de vrijheid en op basis van rationele argumenten voor hervormingen.

• Beschrijf het tafereel aan de hand van de volgende vragen. Wat of wie zie je? Waar bevinden die zich? Waar gaan ze naartoe?

a Beschrijf het tafereel aan de hand van de volgende vragen.

Wat symboliseert de zon, denk je?

- Wat of wie zie je? Waar bevinden die zich? Waar gaan ze naartoe?

• Waarom denk je dat men die periode de Verlichting noemt?

- Wat symboliseert de zon, denk je?

b Waarom denk je dat men die periode de Verlichting noemt?

BRON 2 Wat is Verlichting?

Verlichting is het bevrijden van de mens uit zijn onmondigheid, waaraan hij zelf schuld heeft. Onmondigheid is het onvermogen zijn verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. Die onmondigheid is eigen schuld wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand, maar wel in gebrek aan moed en wilskracht, het zijne te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Heb de moed je eigen verstand te gebruiken! Sapere aude [ durf te denken]!’ is aldus de kernspreuk van de Verlichting. (...) Voor deze Verlichting wordt niets anders geëist dan vrijheid en dan nog wel de onschadelijkste onder alle [vrijheden], wat alleen vrijheid kan heten, namelijk: in alle gevallen openbaar gebruik te maken van zijn verstand.

Uit: Immanuel Kant, ‘Beantwortung der Frage: was ist Aufklärung?’, in: Berlinische Monatsschrift, december 1784

Het begrip ‘Verlichting’ is niet uitgevonden door historici. De Duitse filosoof Kant en zijn tijdgenoten zijn er zich sterk van bewust dat er zoiets bezig is als ‘de Verlichting’. In een artikel uit 1784 formuleert hij heel helder een antwoord op de vraag wat de Verlichting is.

Wat is volgens Kant de kernspreuk van de Verlichting?

Lezing van een tragedie

Johan Gottlieb Becker, portret van Immanuel Kant (1768), olieverf op doek, SchillerNationalmuseum, Marbach am Neckar

proefversie©VANIN

a Welke soort personen zijn aanwezig en wat doen ze?

b Wat is de taak van de vrouwen, denk je?

c Waarom komen ze samen, denk je?

d Kun je op basis van dit schilderij besluiten dat mannen en vrouwen toen als gelijken werden beschouwd? Waarom wel/niet? Argumenteer.

BRON 4
van Voltaire in de Salon van Madame Geoffrin
BRON 3 Immanuel Kant
Schilderij van Anicet Lemonnier, olieverf op doek, 129 x 196 cm, 1812, Château de Malmaison

DOC 4 Lavoisier (1743-1794), de vader van de moderne scheikunde

DOC 4 Lavoisier (1743-1794), de vader van de moderne scheikunde

BRON 5 Lavoisier (1743-1794), de vader van de moderne scheikunde

• Bekijk het titelblad van het werk van Lavoisier. Wat kun je daaruit besluiten?

• Bekijk het titelblad van het werk van Lavoisier. Wat kun je daaruit besluiten?

Bekijk het titelblad van het werk van Lavoisier. Wat kun je daaruit besluiten?

DOC 5 Wetenschappelijke tijdschriften in Europa, 1700-1950

BRON 6 Wetenschappelijke tijdschriften in Europa, 1700-1950

DOC 5 Wetenschappelijke tijdschriften in Europa, 1700-1950

proefversie©VANIN

Wat kun je aan de hand van het aantal wetenschappelijke tijdschriften besluiten in verband met de evolutie van het wetenschappelijk onderzoek en de verspreiding van kennis?

• Wat kun je aan de hand van het aantal wetenschappelijke tijdschriften besluiten i.v.m. de evolutie van het wetenschappelijk onderzoek en de verspreiding van kennis?

• Wat kun je aan de hand van het aantal wetenschappelijke tijdschriften besluiten i.v.m. de evolutie van het wetenschappelijk onderzoek en de verspreiding van kennis?

DOC 6 A De Encyclopédie van Diderot en d’Alembert

DOC 6 A De Encyclopédie van Diderot en d’Alembert

BRON 7 De Encyclopédie van Diderot en d’Alembert

Denis Diderot en Jean Le Rond d’Alembert zijn de redacteurs van een encyclopedie die een overzicht probeert te bieden van alle ‘verlichte’ wetenschap en kennis. Andere belangrijke verlichte denkers werken mee aan het project. Oorspronkelijk telt de encyclopedie 28 delen die tussen 1751 en 1772 verschijnen. Later komen er nog supplementen.

Denis Diderot en Jean Le Rond d’Alembert zijn de redacteurs van een encyclopedie die een overzicht probeert te bieden van alle ‘verlichte’ wetenschap en kennis. Andere belangrijke verlichte denkers werken mee aan het project. Oorspronkelijk telt de encyclopedie 28 delen die tussen 1751 en 1772 verschijnen. Later komen er nog supplementen.

Denis Diderot en Jean Le Rond d’Alembert zijn de redacteurs van een encyclopedie die een overzicht probeert te bieden van alle ‘verlichte’ wetenschap en kennis. Andere belangrijke verlichte denkers werken mee aan het project. Oorspronkelijk telt de encyclopedie 28 delen die tussen 1751 en 1772 verschijnen. Later komen er nog supplementen.

Kopers in Europa

Aantal kopers

Aantal kopers

DOC 7 Het opvoedingsideaal van de Verlichting

10 Het opvoedingsideaal van de Verlichting

Het vrolijk leeren

Het vrolijk leeren

DOC 7 Het opvoedingsideaal van de Verlichting

Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, En waarom zou mij dan het leeren verveelen?

Het vrolijk leeren

Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, En waarom zou mij dan het leeren verveelen?

Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak

Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak

Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, En waarom zou mij dan het leeren verveelen?

Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken; Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken; ‘t Is wijsheid, ‘t zijn deugden, naar welken ik haak.

Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak

Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken; Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken; ’t Is wijsheid, ’t zijn deugden, naar welken ik haak.

De bedelaar

De bedelaar

Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken; Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken; ‘t Is wijsheid, ‘t zijn deugden, naar welken ik haak.

De bedelaar

Die afgeleefde man, die bijkans nakend zit, En trillend van de koud, mij om een duitje bidt, Is even goed als ik. Gods wijsheid gaf alleen

Die afgeleefde man, die bijkans nakend zit, En trillend van de koud, mij om een duitje bidt, Is even goed als ik. Gods wijsheid gaf alleen

de kopers, denk je?

• Welke machine wordt hier afgebeeld?

• Zoek zelf twee verlichte denkers op die meewerkten aan de encyclopedie.

a Zo ek zelf twee verlichte denkers op die meewerkten aan de encyclopedie.

• Op welk technisch aspect vestigt de prent de aandacht?

b Waarom zitten er geen boeren en ambachtslieden bij de kopers, denk je?

• Waarom zitten er geen boeren en ambachtslieden bij de kopers, denk je?

proefversie©VANIN

Mij wat meer geld dan hem. Ben ik dan beter? ...

Die afgeleefde man, die bijkans nakend zit, En trillend van de koud, mij om een duitje bidt, Is even goed als ik. Gods wijsheid gaf alleen

Mij wat meer geld dan hem. Ben ik dan beter? ... Neen.

Neen.

Een vroom en eerlijk mensch draagt dikwijls slegte kleeren.

Een vroom en eerlijk mensch draagt dikwijls slegte kleeren.

Mij wat meer geld dan hem. Ben ik dan beter? ... Neen.

Ik wil dan ook de deugd in arme menschen eeren.

Ik wil dan ook de deugd in arme menschen eeren.

Die met veragting op hen ziet, Doet naar ‘t bevel van Jesus niet.

Die met veragting op hen ziet, Doet naar ’t bevel van Jesus niet.

Een vroom en eerlijk mensch draagt dikwijls slegte kleeren.

Uit: Hiëronymus van Alphen, Proeve van kleine gedigten voor kinderen, 1778

Ik wil dan ook de deugd in arme menschen eeren. Die met veragting op hen ziet, Doet naar ‘t bevel van Jesus niet.

Uit: Hiëronymus van Alphen, Proeve van kleine gedigten voor kinderen, 1778

Hij schrijft de gedichten voor zijn zoontjes en probeert hen op die eenvoudige manier enkele ideeën van de Verlichting duidelijk te maken.

Hij schrijft de gedichten voor zijn zoontjes en probeert hen op die eenvoudige manier enkele ideeën van de Verlichting duidelijk te maken.

Uit: Hiëronymus van Alphen, Proeve van kleine gedigten voor kinderen, 1778

• Van Alphen heeft een opvoedkundige bedoeling met deze gedichtjes. Verklaar.

Hij schrijft de gedichten voor zijn zoontjes en probeert hen op die eenvoudige manier enkele ideeën van de Verlichting duidelijk te maken.

Van Alphen heeft een opvoedkundige bedoeling met deze gedichtjes. Verklaar.

• Van Alphen heeft een opvoedkundige bedoeling met deze gedichtjes. Verklaar.

c Welke machine wordt hier afgebeeld?

• Welke machine wordt hier afgebeeld?

d Op welk technisch aspect vestigt de prent de aandacht?

• Op welk technisch aspect vestigt de prent de aandacht?

BRON
C Gravure uit de encyclopedie
B

De macht van regeerders over onderdanen verschilt wezenlijk van de macht van een heer over zijn dienaars en zijn slaven. Ze is geen paternalisme en geen despotisme, ze is geen natuurgegeven noch een goddelijke instelling; van nature zijn alle mensen volkomen vrij en onderling gelijk, zonder rangverschil of onderschikking. Niemand kan uit deze toestand van vrijheid, gelijkheid en onafhankelijkheid verwijderd worden zonder zijn eigen instemming. Vrijheid heeft echter als keerzijde verplichting. De vrijheid van mensen (...) houdt in dat ze onder geen andere wettelijke macht staan dan die welke met instemming opgericht is en dat ze niet onderworpen zijn aan de veranderlijke, onzekere, onbekende en willekeurige wil van enige andere mens.

Telkens wanneer de wetgevers het erop aanleggen de eigendom van het volk te ontvreemden of te vernietigen of het volk te verslaven onder een willekeurige macht, brengen ze zichzelf in een staat van oorlog met het volk, dat bijgevolg van elke verdere gehoorzaamheid ontslagen is en het recht heeft zich (...) te verdedigen.

Uit: John Locke, Two treatises of government, 1704

De Engelsman Locke (1632-1704) studeert in Oxford filosofie, natuurwetenschappen en geneeskunde. Tijdens het Stuartbewind moet hij naar de Verenigde Provinciën vluchten. Locke speelt een belangrijke rol bij het verdrijven van de Stuarts en het tot stand komen van het Britse parlementarisme.

a Wat houdt vrijheid volgens Locke in?

b Wat mag een volk tegen slechte wetgevers doen?

c Verklaar waarom Locke voor de Stuarts moet vluchten (zie les D6).

BRON 12 Montesquieu over de scheiding der machten

Er zijn in iedere staat drie soorten machten: de wetgevende, de uitvoerende (...) en de uitvoerende aangaande de zaken die van het burgerlijk recht afhangen (...) Men noemt deze laatste de macht om recht te spreken (...) Als (...) dezelfde persoon of instelling van de regering de wetgevende macht verenigt met de uitvoerende, dan is er geen vrijheid (...) er is ook geen vrijheid als de macht om te oordelen niet gescheiden is van de wetgevende en de uitvoerende (...) De adel verdedigt door zijn temperende macht enerzijds het volk tegen de uitvoerende macht in handen van de vorst, en anderzijds de vorst tegen de macht van het volk.

Uit: Charles-Louis de Secondat, graaf de Montesquieu, De l’esprit des Lois, 1748

Montesquieu (1689-1755) bekleedt in Bordeaux enkele politieke ambten. Hij neemt ontslag uit zijn functies om door Europa te reizen. Het Britse parlementarisme beïnvloedt zijn ideeën.

a Wanneer heeft men de grootste (politieke) vrijheid?

b Bewijs dat Montesquieu geen democraat is.

Gotfrey Kneller, portret van John Locke (1697), olieverf op doek, 76 x 64 cm, Hermitage Sint-Petersburg

proefversie©VANIN

c Lees de contextinformatie bij de bron. Welk politiek systeem heeft zijn ideeën beïnvloed?

d Geef de namen van de drie machten in het hedendaagse België/ Vlaanderen.

BRON 11 John Locke over het bestuur

De soevereiniteit kan niet vertegenwoordigd worden, om dezelfde reden dat ze ook niet vervreemd kan worden; zij bestaat in wezen in de algemene wil en de wil laat zich niet vertegenwoordigen: zij is het zelf of hij is iets anders, er is geen tussenweg. De afgevaardigden van het volk zijn dus niet zijn vertegenwoordigers en kunnen dat ook niet zijn; zij zijn slechts zijn gemachtigden; zij kunnen niets definitief besluiten. Elke wet die niet persoonlijk door het volk bekrachtigd is, is ongeldig, is geen wet.

Uit: Le Contrat Social, boek 3, 1762

De Franse filosoof Rousseau (1712-1778) vindt dat een samenleving geregeld moet worden via een contract tussen het volk en zijn vertegenwoordigers.

Welk verschil is er tussen de democratie van Rousseau en onze parlementaire democratie?

15 Politiek testament Frederik II

Anton Graff, portret van Frederik II (1781), olieverf op doek, 62 x 51 cm, kasteel Sanssouci, Potsdam

BRON 14 Frederik II over de vorstelijke macht

De vorstelijke macht heeft een zuiver wereldlijke oorsprong. De eerste heerser had haar ontvangen uit de handen van het volk, dat een onpartijdig rechter en een bekwaam aanvoerder nodig had. Het was dus de taak van de vorst zich dat vertrouwen waardig te betonen en door plichtsgetrouwe en onvermoeide arbeid het welzijn van zijn onderdanen of liever van de staat te bevorderen.

Bewerking van Frederik II (1740-1786) van Pruisen, een verlicht despoot, over de vorstelijke macht

Vergelijk de opvatting van Frederik II over de vorstelijke macht met die van een absolute vorst.

Een goed geleide regering moet over een goed gevestigd systeem beschikken als een filosofisch leerstelsel. Alle maatregelen moeten rijp doordacht zijn. Financiën, politiek en legerleiding moeten naar eenzelfde doel stuwen: de versterking van de staat en het groeien van zijn macht. Een systeem kan alleen uit één hoofd ontspringen. Daarom moet het uit dat van de heerser komen. (...) De heerser is de eerste dienaar van de staat. (...) Men eist van hem dat hij werkdadig voor het welzijn van de staat zou werken en ten minste de hoofdzaken met zorgvuldigheid zou leiden.

Bewerking van Frederik II de Grote, Politiek testament, 1752

Frederik II (1712-1786), koning van Pruisen, is gekend als een geleerd en kunstminnend man. Hij wordt beïnvloed door de ideeën van de Verlichting en steunt verschillende filosofen. In de praktijk blijft hij echter een alleenheerser.

democratie: regeringsvorm waarbij het volk de meeste macht heeft

proefversie©VANIN

a Geef twee verschillen tussen Frederik en een absolute vorst.

b Lees de contextinformatie bij de bron. Geef een gelijkenis met een absolute vorst.

BRON 13 Jean-Jacques Rousseau over de directe democratie
BRON

De Amerikaanse Revolutie

De laatste 100 jaar heeft waarschijnlijk geen enkel land zo zijn stempel op de wereld gedrukt als de VS. Het land oefent ook vandaag nog veel invloed uit op praktisch alle vlakken: politiek, economisch en cultureel. Tot aan het einde van de vroegmoderne tijd is er echter nog geen sprake van de VS. Het grondgebied bestaat hoofdzakelijk uit wildernis en de Europeanen vormen er een minderheid. Officieel is het grootste deel van Noord-Amerika koloniaal bezit van een aantal Europese landen. Wat heeft geleid tot het ontstaan van de VS? Wat is er toen juist gebeurd? Hoe wordt de nieuwe staat georganiseerd?

proefversie©VANIN

4 juli: Declaration of Independence formele onafhankelijkheid grondwet

G. Washington: eerste president

1De groeiende ontevredenheid over het koloniale bestuur

BRON 1-2-3-4 Vooral Fransen, Spanjaarden en Britten verkennen en koloniseren in de loop van de vroegmoderne tijd het Noord-Amerikaanse continent. Langs de oostkust stichten de Britten uiteindelijk dertien kolonies . Daarnaast hebben ze ook bezittingen in wat nu Canada is. In de loop der jaren vestigen er zich steeds meer mensen in die dertien kolonies. De oorspronkelijke bevolking wordt grotendeels verdreven of vermoord. Tussen de kolonies bestaan er verschillen: de noordelijke kolonies zijn eerder gericht op handel en nijverheid, terwijl in de zuidelijke kolonies de grote plantages (met hun zwarte slaven) de economie domineren. De kolonies genieten een grote mate van zelfbestuur. ‘Indianen’, zwarten, vrouwen en armen hebben echter geen inspraak. Die redelijke vrijheid trekt trouwens heel wat mensen aan die in Groot-Brittanni ë of elders in Europa voor hun religieuze of politieke overtuiging vervolgd worden. Sommigen, zoals de puriteinen , zullen hun stempel drukken op de Amerikaanse samenleving.

Vooral in de 18e eeuw probeert de Britse overheid haar greep op de kolonies te versterken. Die verzetten zich en daaruit ontstaat een bescheiden

eenheidsgevoel. Ook het economische beleid van Londen zorgt voor spanningen. Mercantilistische maatregelen (zie les D1) ten gunste van het moederland vallen negatief uit voor een aantal kolonies. In 1756 breekt in Europa de Zevenjarige Oorlog uit. Bijna alle Europese grootmachten raken betrokken in het conflict en dus ook Frankrijk en Groot-Brittannië. Die twee landen bevechten elkaar ook in andere delen van de wereld, waaronder Amerika. Na aanvallen van de Fransen en hun ‘indiaanse’ bondgenoten vragen de Britse kolonisten om meer bescherming. Extra Britse troepen verdrijven de Fransen. Uiteindelijk wint GrootBrittannië de oorlog. Frankrijk verliest bijna al zijn bezittingen in Noord-Amerika. De Britse kolonisten hopen zich vervolgens in die gebieden te kunnen vestigen. De Britse overheid wil echter niet dat de kolonisten zich over een al te groot gebied verspreiden. Dat bemoeilijkt controle (en de inning van belastingen). Londen hoopt ook de winstgevende pelshandel in de voormalige Franse gebieden te monopoliseren . De weigering van de Britse overheid om de extra troepen terug te trekken, valt bij de meeste kolonisten ook niet in goede aarde. Ze ervaren die troepen meer en meer als een bezettingsmacht. Bovendien heeft de oorlog ook veel geld gekost. Om de schatkist weer te vullen, verlangt Londen financi ë le inspanningen van de kolonies. Niet alleen

worden bestaande belastingen verhoogd, de Britten voeren ook nieuwe taksen in. De kolonisten argumenteren dat over al die taksen beslist wordt in het Britse parlement en dat zij geen vertegenwoordigers in die instelling hebben. Ze eisen dan ook vertegenwoordiging (‘no taxation without representation’). Met boycotacties en betogingen proberen ze de Britse regering tot toegevingen te dwingen. Omdat Londen weinig doet om aan de eisen van de kolonisten tegemoet te komen, radicaliseert het verzet. In 1770 vallen zelfs de eerste slachtoffers. Uiteindelijk komt het in 1775 tot een regelrechte opstand.

2De kolonies worden onafhankelijk

BRON 5-6 Al snel wordt duidelijk dat een verzoening met Londen bijna niet meer mogelijk zal zijn. De leiders van de opstand roepen daarom op 4 juli 1776 (‘Independence Day’) de onafhankelijkheid uit. De ‘Onafhankelijkheidsverklaring’ die ze opstellen, bevat veel verlichte idee ë n. De Britten leggen zich daar natuurlijk niet bij neer en de strijd gaat gewoon voort. In 1783 moet Londen zich toch gewonnen geven. Voor die Britse nederlaag bestaan vele verklaringen: onder andere onbekendheid met het terrein, onbekwame aanvoerders en militaire blunders. De kolonisten van hun kant hadden wel een aantal bekwame leiders. George Washington is zeker de bekendste. Bovendien hebben zij de steun gekregen van een aantal Europese staten als Frankrijk en Spanje. Die steun is ingegeven door zowel sympathie voor de Amerikaanse zaak als een flinke portie eigenbelang (verkoop van wapens, wraak voor vroegere nederlagen …).

3De voormalige kolonies vormen een federale republiek

republiek . De president is verantwoordelijk voor de uitvoerende macht.

De wetgevende macht komt in handen van een verkozen volksvertegenwoordiging: het Congres. Die instelling bestaat uit twee kamers: het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Beide worden verkozen door de inwoners van de verschillende staten.

Aanvankelijk hebben enkel rijke, blanke mannen stemrecht. In het Huis hangt het aantal vertegenwoordigers dat een staat mag sturen af van het aantal inwoners. Wetten moeten echter ook goedgekeurd worden door de Senaat. Omdat elke lidstaat maar twee senatoren mag afvaardigen, hebben kleinere lidstaten toch ook nog enige invloed – volgens sommigen zelfs té veel invloed

De rechterlijke macht ligt bij het Hooggerechtshof.

Aanvankelijk zes, tegenwoordig negen rechters, door de president benoemd, zien erop toe of de wetten en daden van de overheid niet in strijd zijn met de grondwet. Ook treden zij op als scheidsrechter in conflicten tussen de federale overheid en de lidstaten.

In 1789 hebben alle lidstaten de grondwet goedgekeurd en zijn de VS een feit. George Washington wordt de eerste president. Omdat sommige lidstaten nog vrezen dat de federale overheid misschien te veel macht zou kunnen krijgen, voegt men in 1791 een aantal amendementen aan de grondwet toe waarin de voornaamste rechten van de Amerikaanse burgers opgesomd worden (‘Bill of Rights’).

RANDINFO

grondwet: document dat de rechten, plichten en vrijheden van de burgers garandeert, de staatsvorm en de bevoegdheden van de instellingen vastlegt

amendement: toevoeging aan een officieel document

proefversie©VANIN

BRON 7-8-9 Nog tijdens de opstand vragen de kolonies zich af hoe ze zich moeten organiseren. Sommige vinden dat elke kolonie volledig onafhankelijk moet zijn. Andere willen een eenheidsstaat, eventueel zelfs met een koning aan het hoofd. Ook na 1783 gaat de discussie verder. Uiteindelijk komt in 1787 een grondwet tot stand die een federale staat, de Verenigde Staten van Amerika, opricht. De ex-kolonies of staten behouden allemaal een zekere mate van autonomie (eigen grondwet, eigen bestuurs instellingen …), maar delegeren toch een aantal bevoegdheden (Buitenlandse Zaken, Defensie …) aan een overkoepelende overheid. Aan het hoofd daarvan komt geen koning maar een verkozen president te staan. De VS is dus een

Deze vlag uit 1776 is de eerste officiële vlag van wat later de VS zullen zijn. De vlag telt 13 sterren en 13 strepen, die telkens de 13 kolonies symboliseren. Wanneer er zich later nieuwe staten bij de Unie beginnen aan te sluiten, zal men het aantal sterren aanpassen. Het aantal strepen blijft echter behouden. Tegenwoordig telt de Amerikaanse vlag 50 sterren, één dus voor elke staat. De laatste aanpassing gebeurde in 1960 naar aanleiding van de toetreding van Hawaï als lidstaat in augustus 1959.

KENNEN

1 de b egrippen ‘revolutie’, ‘grondwet’, ‘amendement’ en ‘congres’ uitleggen

2 drie landen opno emen die het Noord-Amerikaanse continent koloniseren

3 een punt van verschil en een punt van overeenkomst tussen de Britse kolonies geven

4 een reden geven waarom veel mensen naar de Britse kolonies trekken

5 vijf o orzaken voor de groeiende ontevredenheid in de Britse kolonies opnoemen

6 de slogan ‘no taxation without representation’ verklaren

7 de Amerikaanse Revolutie in de tijd situeren

8 de juiste datum van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring geven

9 vijf redenen voor de Amerikaanse overwinning of de Britse nederlaag geven

10 de steun van landen als Frankrijk aan de Amerikaanse opstandelingen verklaren

11 de reden uitleggen waarom het tot 1789 duurt voor de VS een feit zijn

12 de p olitieke structuur van de VS uitleggen

DOC 1

BRON 1 Het Noord-Amerikaanse continent ca. 1750

A Het Noord-Amerikaanse continent ca. 1750

13 drie redenen geven waarom men de oorspronkelijke VS een democratie kan noemen

14 een reden geven waarom de VS aanvankelijk niet zo democratisch zijn

KUNNEN

1 gevraagde informatie uit verschillende soorten bronnen halen

2 de b etrouwbaarheid van bronnen beoordelen

3 bronnen vergelijken

4 het demo cratische gehalte van de VS beoordelen op basis van zowel toenmalige als hedendaagse normen

5 het p olitieke systeem van de VS vergelijken met het Belgische systeem

proefversie©VANIN

BRON 2 Het Noord-Amerikaanse continent na 1763

B Het Noord-Amerikaanse continent na 1763

• Welke vier Europese landen bezitten delen van Noord-Amerika?

a Welke vier Europese landen bezitten delen van Noord-Amerika?

• Zoek op een actuele kaart van de VS telkens één plaatsnaam op die nog verwijst naar de aanwezigheid van die Europese landen.

b Zo ek telkens één plaatsnaam op die nog verwijst naar de aanwezigheid van die Europese landen. TIP Raadpleeg het internet.

• In welk deel van de latere VS bevinden zich de Britse kolonies?

• Wat is er veranderd aan de situatie in Noord-Amerika na 1763?

c In welk deel van de latere VS bevinden zich de Britse kolonies? d Wat is er veranderd aan de situatie in Noord-Amerika na 1763?

DOC 2

Wij hebben geen legers gevormd met het ambitieuze plan om de afscheiding van Groot-Brittannië te bevechten en onafhankelijke staten op te richten. Wij vechten niet met het oog op glorie of verovering. We vertonen aan de mensheid het opmerkelijke spektakel van een volk dat aangevallen wordt door een niet-geprovoceerde vijand, (…)

Met een nederig vertrouwen in de zegeningen van de Opperste en Onpartijdige Rechter en Heer van het universum, kunnen wij Zijne

RANDINFO

BRON 3 ‘Boston Massacre’, 5 maart 1770

In de Amerikaanse stad Boston (Massachusetts) komt het op die dag tot een confrontatie tussen een regiment Britse troepen en een opstandige groep kolonisten. De zaak loopt uit de hand en uiteindelijk wordt door de Britse soldaten het vuur geopend. Drie mensen sterven daarbij onmiddellijk, twee anderen bezwijken later nog aan hun verwondingen. De gebeurtenis wordt al snel bekend als de ‘slachtpartij van Boston’. De gedode burgers worden gezien als martelaren en later als de eerste slachtoffers (en helden) van de Revolutie Een van de slachtoffers is Crispus Attucks, een man van gemengde Afro-Amerikaanse en ‘indiaanse’ afkomst. Vermoedelijk is hij vrijgelaten of ontsnapt uit de slavernij.

Uit: Paul Revere, The Bloody Massacre perpetrated in King Street, Boston op 5 maart 1770, ca. 28 maart 1770

Paul Revere (1734-1818) is een zilversmid uit Boston, een fel tegenstander van de Britten en een strijder tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog. Het is niet geweten of Revere bij het incident aanwezig was. Voor het maken van deze prent gebruikt hij een eerdere gelijkaardige afbeelding van kunstenaar Henry Pelham getiteld ‘The Fruits of Arbitrary Power, or the Bloody Massacre’. Revere publiceert zijn afbeelding daarna echter eerder en verspreidt ze ook op grote schaal. De gebeurtenis, en zeker de prent van Revere, wakkert de anti-Britse gevoelens in de Amerikaanse kolonies verder aan.

BRON 4 Het bloedbad van Boston

De soldaten vertrokken daarop (…) naar King Street, waar zij onrust veroorzaakten door ongewapende burgers lastig te vallen. Nadat dertig tot veertig personen – de meesten van hen waren jongemannen – zich in King Street verzameld hadden, marcheerden hoofdman Preston en een groep soldaten met opgestoken bajonetten vanaf de hoofdwacht in de richting van het huis van de tolcommissaris. Met de bajonet voor zich uit schreeuwden de soldaten: ‘Maak plaats, maak plaats daar!’ Aan het tolhuis namen zij stelling in en trachtten de mensenmassa te verdrijven. Enkele malen werd met de bajonet gestoten. De massa werd onrustig en wierp, naar het schijnt, met sneeuwballen. Daarop gaf de hoofdman het bevel tot schieten.

Toen nog meer sneeuwballen door de lucht vlogen, riep hij opnieuw: ‘Naar de duivel, vuur! Eender wat er gebeurt.’ Een soldaat schoot en werd door een burger met zulke kracht met een knuppel op de handen geslagen, dat hij het geweer moest laten vallen. Daarop rende deze burger voorwaarts, sloeg naar het hoofd van de hoofdman en trof alleen zijn hoed en vervolgens zijn arm. De soldaten vuurden verder tot zeven, acht, of zoals sommigen beweren, elf geweren ontladen waren. Drie mannen werden ter plekke gedood en twee dodelijk gewond. Degenen die de doden en gewonden wilden wegbrengen, werden met schoten en bajonetten verdreven.

Uit: Boston Gazette, 12 maart 1770

De Boston Gazette, in een wekelijkse editie uitgegeven tussen 1719 en 1798, is op dat moment een van de meest invloedrijke kranten in de Amerikaanse kolonies. De krant is anti-Brits en speelt een belangrijke rol in de aanloop naar de Revolutie. Na de gebeurtenissen moeten de Britse soldaten terechtstaan in een koloniale rechtbank. De advocaat van onder andere de Britse bevelvoerende officier, Preston, is John Adams. Adams schrijft later mee aan de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en wordt in 1797 de tweede president van de Verenigde Staten.

Preston en de meeste andere soldaten worden vrijgesproken.

proefversie©VANIN

a Beantwoordt de gebeurtenis in Boston aan wat je zelf zou omschrijven als een ‘slachtpartij’ (‘massacre’)? Motiveer je antwoord.

b Waarom denk je dat de gebeurtenis onder die naam bekend is geworden?

c Wat is er ironisch aan het feit dat Crispus Attucks een van de eerste martelaren van de Amerikaanse Revolutie is? Gebruik je kennis over de toenmalige Amerikaanse samenleving.

d Denk je dat de tekening van Revere en het verslag in de Boston Gazette je een betrouwbaar beeld bieden van de gebeurtenissen? Argumenteer. Kijk naar de contextinformatie bij deze bronnen.

e Als je je een zo volledig mogelijk beeld wilt vormen van wat er die fatale dag in Boston gebeurd is, welke bron of soort bron heb je naast deze bronnen dan ook nog nodig?

f No em een historische vraag waarop deze twee bronnen een antwoord kunnen geven.

g De prent van Revere en het verslag in de Boston Gazette geven trouwens niet helemaal eenzelfde beeld van de gebeurtenissen. Noem twee verschillen.

h Waarom is het op het eerste gezicht misschien opmerkelijk dat de Britse soldaten achteraf zijn vrijgesproken?

i Wat zou die vrijspraak eventueel kunnen bewijzen?

BRON 5 De Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten van Amerika

Begin juni 1776 neemt het Tweede Continentale Congres de beslissing om een onafhankelijkheidsverklaring op te stellen. Daarvoor worden vijf mannen geselecteerd, onder wie Thomas Jefferson, Benjamin Franklin en John Adams. Tegen eind juni is de tekst klaar. Het Congres kort de tekst vervolgens in en past bepaalde zaken aan. Op 2 juli wordt de tekst aanvaard en ondertekend door de aanwezige vertegenwoordigers, maar de officiële goedkeuring volgt pas op 4 juli. De tekst wordt vervolgens in een oplage van zo’n 200 exemplaren gedrukt en verspreid over het land. Het document dat op 2 juli is ondertekend, is echter verloren gegaan. Twee weken later geeft het Congres de opdracht om een plechtige versie van het document op perkament te laten schrijven. Deze versie wordt op 2 augustus opnieuw ondertekend. Dit is het document dat tegenwoordig in de National Archives in Washington D.C. wordt bewaard. Tegen de jaren 1820 is dit document echter al in een slechte staat. Daarom wordt een getrouwe kopie van het document besteld, die vervolgens in een beperkte oplage wordt gedrukt. De afbeelding hier is die van deze versie.

BRON 6 Uittreksel uit de Onafhankelijkheidsverklaring

Wanneer in de loop der menselijke gebeurtenissen een volk zich genoodzaakt ziet de politieke banden die het met een ander verbindt, te verbreken en onder de machten der aarde de aparte en gelijkwaardige plaats in te nemen waartoe het gerechtigd is krachtens de wetten van de natuur en de God van de Natuur, vereist een gepast respect voor de meningen der mensen dat het de oorzaken bekendmaakt die het tot de scheiding gedwongen hebben.

Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn, dat zij door hun Schepper met zekere onvervreemdbare rechten begiftigd zijn, dat zich daaronder bevinden het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk. Dat, teneinde deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen ingesteld worden, die hun rechtmatige bevoegdheden ontlenen aan de instemming van zij die geregeerd worden. Dat, telkens wanneer enige regeringsvorm met deze doeleinden in strijd komt, het volk het recht heeft hem te veranderen of teniet te doen en een nieuwe regering in te stellen, haar grondslag vestigend op beginselen en haar bevoegdheden organiserend in een vorm die hun het meest geschikt lijken om hun veiligheid en hun geluk te bewerkstelligen. De wijsheid gebiedt weliswaar sinds lang gevestigde regeringen niet te wijzigen om onbeduidende en voorbijgaande redenen; de ervaring leert inderdaad dat mensen eerder bereid zijn te lijden zolang dat lijden draaglijk is dan zichzelf recht te doen door de vormen af te schaffen waaraan zij gewend zijn. Maar wanneer een lange reeks van misbruiken en machtsoverschrijdingen, onveranderlijk gericht op hetzelfde doel, duidelijk wijst op de intentie hen onder volstrekte dwingelandij te brengen, is het hun recht, ja zelfs hun plicht, zo’n regering omver te werpen en te zorgen voor nieuwe waarborgen voor hun toekomstige veiligheid. – dat is het pijnlijke lot geweest van deze koloniën en dat is de noodzaak die hen thans dwingt van regeringsstelsel te veranderen. De geschiedenis van de huidige koning van Groot-Brittannië is een geschiedenis van herhaalde onrechtvaardigheden en machtsoverschrijdingen, die alle als direct doel hebben een volstrekte tirannie in te stellen over onze staten. Om dat te bewijzen is het voldoende de feiten te onderwerpen aan het oordeel van een onpartijdige wereld. (…)

Wij zijn evenmin tekortgeschoten in aandacht voor onze Britse broeders. Wij hebben hen regelmatig gewaarschuwd voor pogingen van hun wetgevende macht om op onrechtmatige wijze haar jurisdictie op ons van toepassing te verklaren. Wij hebben hen herinnerd aan de omstandigheden waarin wij geëmigreerd zijn en hier koloniën gesticht hebben. Wij hebben een beroep gedaan op hun aangeboren rechtvaardigheidsgevoel en grootmoedigheid en wij hebben hun bezworen, in naam van de banden van verwantschap die ons verbinden, deze vormen van machtsmisbruik, die onvermijdelijk zouden leiden tot het verbreken van onze banden en betrekkingen, af te wijzen. Ook zij zijn doof gebleven voor de stem van de gerechtigheid en de bloedverwantschap. Wij moeten dus berusten in de noodzaak onze scheiding uit te roepen en wij moeten hen, zoals wij dat ook doen met de rest van de mensheid, beschouwen als vijanden in de oorlog en als vrienden in de vrede. Derhalve verkondigen en verklaren wij, de vertegenwoordigers van de Verenigde Staten van Amerika, in algemeen congres bijeen, het getuigenis inroepend van de opperrechter van de wereld voor de rechtschapenheid van onze bedoelingen, in de naam en op het gezag van het goede volk van deze koloniën, plechtig dat deze verenigde koloniën vrije en onafhankelijke staten zijn en van rechtswege behoren te zijn; dat zij vrijgesteld zijn van elke trouw aan de Britse kroon en dat elke politieke band tussen hen en de staat van Groot-Brittannië volledig verbroken is en behoort te zijn (…)

Uit: Thomas Jefferson e.a., Onafhankelijkheidsverklaring, 4 juli 1776

Jefferson (1743-1826) wordt geboren in Virginia in een familie van (slavenhoudende) grootgrondbezitters. Naast herenboer is hij ook politicus, filosoof, wetenschapper, jurist , architect, uitvinder en schrijver. Hij behoort dus tot de elite van het koloniale Amerika.

Na de onafhankelijkheid van de Amerikaanse kolonies is hij achtereenvolgens ambassadeur in Frankrijk (1785-1789), minister van Buitenlandse Zaken (1790-1793), vicepresident (1797-1801) en president (1801-1809).

Weetje: Jefferson overlijdt op 4 juli 1826, exact 50 jaar na ‘Independence Day’! Diezelfde dag overlijdt trouwens ook John Adams, een andere belangrijke leider van de revolutie en opsteller van de Declaration.

a Lees de eerste alinea. Wat is de eigenlijke bedoeling van de tekst?

b Aan wie ontlenen regeringen hun macht? Verwijs naar de passage in de tekst waarop je je hebt gebaseerd voor je antwoord.

c Wat is de taak van een overheid?

d Wanneer mag een regering omvergeworpen worden?

proefversie©VANIN

e Op de ideeën van welke verlichte filosoof is de tekst duidelijk gebaseerd? Motiveer je antwoord.

f Is – volgens de opstellers – de beslissing om zichzelf onafhankelijk te verklaren overhaast genomen? Argumenteer.

g Wat is volgens jou de eigenlijke bedoeling van deze tekst?

h No em een historisch document dat je in de loop van dit jaar hebt besproken en dat Jefferson en zijn collega's meer dan waarschijnlijk als inspiratiebron hebben gebruikt.

i Jefferson en sommige andere ‘Founding Fathers’ worden tegenwoordig weleens als hypocrieten weggezet. Probeer daar een verklaring voor te geven.

Eerste bladzijde van de Amerikaanse grondwet

Dit document uit 1787, geschreven op perkament, is samen met de Declaration of Independence en de Bill of Rights te bezichtigen in de National Archives Building in Washington D.C. De statige en publiek toegankelijke zaal waarin deze documenten staan tentoongesteld, heet de Rotunda for the Charters of Freedom.

Wij, het Volk van de Verenigde Staten, met de bedoeling onze Bond hechter te maken, rechtvaardigheid te verwezenlijken, rust in het binnenland te verzekeren, voor de defensie te zorgen, de algemene welvaart na te streven en de vrucht van de vrijheid voor ons en onze nakomelingen te bewaren, verklaren deze grondwet voor de Verenigde Staten van Amerika van kracht.

Art. I Sectie 1

Alle hierin toegekende wetgevende macht wordt opgedragen aan het Congres der Verenigde Staten, dat bestaat uit de Senaat en het Huis van Afgevaardigden.

(…) [ In het Artikel wordt ook bepaald dat de burgers de vertegenwoordigers kiezen en worden de voorwaarden bepaald waaraan kandidaten moeten voldoen. Een afgevaardigde wordt voor een periode van 2 jaar verkozen, een senator voor 6 jaar.]

Art. II Sectie 1

[1] De uitvoerende macht wordt opgedragen aan de president der Verenigde Staten. Hij zal zijn ambt waarnemen voor een periode van vier jaar, en, samen met de vicepresident, gekozen voor dezelfde termijn, op volgende wijze verkozen worden:

[2] Iedere staat zal, op de wijze waarop diens wetgevende macht het voorschrijft, evenveel kiesmannen aanstellen als het totale aantal senatoren en afgevaardigden waarop de staat recht heeft in het Congres, (…)

[ De presidentskandidaat die tegenwoordig in een staat de meeste stemmen b ehaalt, krijgt in de meeste gevallen alle kiesmannen van die staat achter zich.]

Art. III Sectie 1

De rechterlijke macht van de Verenigde Staten zal berusten bij een Hooggerechtshof en bij die ondergeschikte gerechtshoven die van tijd tot tijd door het Congres kunnen verordend en ingesteld worden. (…)

Uit: Grondwet van de Verenigde Staten, 1787

proefversie©VANIN

a Met welke bedoeling is de grondwet opgesteld?

b Wie heeft -- volgens de grondwet -- het document uitgevaardigd?

c De Amerikaanse grondwet is duidelijk geïnspireerd door de ideeën van de Verlichting. Haal die zaken uit de tekst die duidelijk verwijzen naar de theorieën van Locke en Montesquieu.

d Naar de normen van die tijd zijn de VS in 1787 op veel vlakken een vooruitstrevende, democratische staat. Zijn de VS dat op dat moment ook naar onze hedendaagse normen?

TIP Herlees de lestekst.

e Wie kiest uiteindelijk de president van de VS? Hebben alle Amerikanen dus evenveel invloed bij de presidentsverkiezing?

f Ho elang duurt de ambtstermijn van een president?

g Zo ek de volgende zaken op: hoeveel ambtstermijnen mag een president tegenwoordig vervullen? Wie is de huidige president van de VS? De hoeveelste president is hij? Wie is de huidige vicepresident?

h Worden in België de leden van de uitvoerende macht ook verkozen door de bevolking?

i Ho e blijkt dat in de VS aan de Amerikaanse Grondwet een groot belang wordt toegedicht?

BRON 9 ‘Checks and balances’

Dit systeem bestaat op de verschillende bestuurlijke niveaus van het land. Hieronder zie je het systeem op het overkoepelende (federale) niveau.

• Suggereert wetgeving

• Neemt beslissingen met wetgevende kracht

• Kan zijn veto stellen tegenover in het Congres goedgekeurde wetten

• Bepaalt budget voor uitvoerende macht

• Kan ministeries creëren of afscha en

• Kan een presidentieel veto verwerpen met een 2/3 meerderheid

• Kan leden van de uitvoerende macht (met inbegrip van de president) in beschuldiging stellen en veroordelen (en eventueel afzetten)

• Kan wetten ongrondwettelijk verklaren

UITVOERENDE MACHT

WETGEVENDE MACHT

RECHTERLIJKE MACHT

Hooggerechtshof

a Wat betekent ‘checks and balances’ letterlijk?

b Wat is de achterliggende bedoeling van dit systeem, denk je?

• Kiest en benoemt rechters (in theorie voor het leven) telkens wanneer er een positie vrijkomt Hee het genaderecht

• Bepaalt het aantal leden van het Hooggerechtshof

• De Senaat bevestigt of verwerpt de door de president voorgedragen kandidaat-rechters

• Kan leden van de rechterlijke macht in beschuldiging stellen en tot a reden dwingen

• Kan elke presidentiële of regeringsdaad ongrondwettelijk verklaren

vetorecht: recht om een besluit dat genomen is, tegen te houden

proefversie©VANIN

c Wat is volgens jou het belangrijkste ‘wapen’ dat de uitvoerende macht (president) heeft om de macht van het Congres te beperken?

d Is een presidentieel veto onherroepelijk? Argumenteer.

e Is er o oit een Amerikaanse president geweest die (bijna) werd afgezet? Zoek eventueel op.

f Welke bevoegdheid maakt dat een president soms tot lang na zijn presidentschap het beleid in de Verenigde Staten kan blijven beïnvloeden?

Witte Huis (president)
Capitool (Congres)

De Franse Revolutie

De Franse Revolutie

Op 14 juli vieren de Fransen hun nationale feestdag. De datum verwijst naar het moment dat ontevreden Parijzenaars de Bastille bestormden in 1789. Die gebeurtenis wordt aanzien als de start van de Franse Revolutie, maar die politieke revolutie hing al langer in de lucht. Wat waren de oorzaken van de Franse Revolutie? Hoe verliep ze? Tot welke veranderingen heeft ze geleid?

Je leerde al dat de Britse kolonisten in NoordAmerika de ideeën van de Verlichting gebruikten voor de rechtvaardiging van hun opstand en als basis van de organisatie van hun nieuwe staat. De meeste verlichte filosofen waren Frans. Hebben hun ideeën in Frankrijk ook tot concrete veranderingen geleid?

levensstandaard:

niveau van welvaart

1

DOC 1-4

structurele oorzaak: element, kenmerk dat vaak diepgeworteld is en op lange termijn een historische gebeurtenis tot gevolg heeft

proefversie©VANIN

1

Op elkaar inwerkende factoren veroorzaken de Franse Revolutie

Op elkaar inwerkende factoren veroorzaken de Franse Revolutie

BRON 1-2-3-4-5 Ook in de 18e eeuw mengen de Franse koningen zich in veel oorlogen. Lodewijk XV (17151774) wil de Oostenrijkse Successieoorlog winnen en voert oorlog in de kolonies . Dat kost heel veel geld en tast de populariteit van de koning aan. Lodewijk XVI, die hem in 1774 opvolgt, trekt daar geen lessen uit.

Op het einde van de 18e eeuw wordt Frankrijk nog altijd geregeerd door een absolute vorst, Lodewijk XVI. Een aantal groepen willen meer inspraak in het bestuur van het land. De rijke burgerij (handelaars, industriëlen en intellectuelen) vormt op socio-economisch vlak een elite, maar heeft geen politieke macht. Ze kijken op naar de VS, waar de burgerij de macht in handen heeft . Bij de adel zijn er mensen die vol zijn van de ideeën van de Verlichting en daardoor ijveren voor volkssoevereiniteit en scheiding der machten. Frankrijk kampt met een enorme staatsschuld. Toch blijft het koninklijk hof onder leiding van koningin Marie-Antoinette geld verkwisten. De adel en de clerus beroepen zich op hun aloude voorrechten en weigeren belastingen te betalen. Op het platteland passen de adellijke grootgrondbezitters hun feodale rechten strikter toe: ze eisen van de boeren opnieuw allerlei karweien en speciale vergoedingen. Ondertussen doen misoogsten de graanprijzen stijgen. Het volk mort.

incidentele oorzaak: eenmalige gebeurtenis, zoals een handeling van mensen of een natuurverschijnsel. Incidentele oorzaken werken op korte termijn.

menselijke factor: rol van een bepaalde persoon in het veroorzaken van historische gebeurtenissen.

Hij laat Franse troepen strijden aan de kant van de Amerikanen in hun onafhankelijkheidsstrijd tegen Engeland. De Franse schatkist staat op de rand van het bankroet. Frankrijk kampt met een enorme staatsschuld. Pogingen om de adel en de clerus ook belastingen te doen betalen, stuiten op verzet. Zij beroepen zich op hun aloude feodale privileges. Als deel van de derde stand betaalt de rijke burgerij vaak wel belastingen. Die (koloniale) handelaars, bankiers, industriëlen, advocaten en intellectuelen houden er vaak een hoge levensstandaard op na. Sociaal en economisch behoren zij tot de elite, maar zij hebben geen politieke inspraak. Zij beroepen zich op de ideeën van de Verlichting en kijken op naar de Verenigde Staten, waar de burgerij de macht in handen gekregen heeft. Ook bij een aantal edellieden zijn de verlichte ideeën populair. Zij willen een einde maken aan het vorstelijk absolutisme en ijveren voor volkssoevereiniteit en scheiding der machten. Het overgrote deel van de bevolking leeft op het platteland. De meeste landbouwers huren vaak kleine

De burgerij grijpt de macht

Franse koningen regeren op dat moment al 175 jaar zonder die standenvergadering. De derde stand (burgerij), gesteund door enkele geestelijken en edellieden, wil ingrijpende hervormingen. Hun stand moet ook meer vertegenwoordigers in de StatenGeneraal hebben dan adel en clerus samen. Er moet voortaan individueel gestemd worden en niet meer per stand zoals voordien. De koning laat het aantal vertegenwoordigers van de derde stand verhogen, maar staat geen andere hervormingen toe. De derde stand merkt ook duidelijk dat de koning de StatenGeneraal enkel bijeenriep om zijn fi nanciële problemen op te lossen. Verontwaardigd besluit ze in een aparte vergadering een grondwet te ontwerpen. Lagere geestelijken en verlichte edelen vervoegen hen. De koning vreest voor zijn macht en erkent het initiatief. De vergadering wordt een constituante: een vergadering met de bevoegdheid een grondwet op te stellen. De vorst wil echter vooral tijd winnen. Ondertussen laat hij legereenheden naar Parijs en Versailles oprukken. Dat stemt de Parijse bevolking ongerust. Op 14 juli 1789 bestormen de Parijzenaars de Bastille. In die gevangenis lieten de Franse koningen hun politieke tegenstanders opsluiten. In de 18e eeuw dient het gebouw echter vooral als wapenopslagplaats en kruitkamer. Men vindt er dus de wapens om het op te nemen tegen het koninklijke leger. Op het platteland plunderen boeren de bezittingen van adellijke grootgrondbezitters.

percelen grond van rijke grootgrondbezitters. In de jaren voor de Franse Revolutie wordt het voor de boeren steeds harder werken om de groeiende bevolking in de steden te blijven onderhouden. Bovendien gaan ze gebukt onder de stijgende belastingen. Die worden geïnd door ambtenaren die hun ambt kopen van de overheid. Zij betalen daarvoor het bedrag dat de belastingen zullen opbrengen. Wat ze meer innen, kunnen ze zelf houden. Dat zet de deur naar misbruiken ver open. Bovendien passen de adellijke grootgrondbezitters hun feodale rechten in deze periode strikter toe: ze eisen van de boeren opnieuw allerlei karweien en speciale vergoedingen. Naast die structurele oorzaken speelt ook een incidentele oorzaak een rol in het uitbreken van de Franse Revolutie. In de jaren ’80 van de 18e eeuw doen misoogsten de graanprijzen stijgen. Dat treft vooral de bevolking in de steden, die haar voedsel moet kopen in winkels: ambachtslieden, kleine winkeliers en arbeiders.

indirecte belastingen: belastingen op de koop en verkoop van producten en diensten

Ook menselijke factoren spelen een rol. Terwijl het land kreunt onder de slechte tijden, laat de koning zich maar zelden in het openbaar zien. Vooral zijn ‘buitenlandse’ echtgenote, de Oostenrijkse MarieAntoinette, is het mikpunt van kritiek. Lastercampagnes bekritiseren onder andere haar riante uitgaven voor de nieuwste mode, dure juwelen, feesten en de verfraaiing van het hof. Daaraan dankt ze haar bijnaam ‘Madame Deficit’. In werkelijkheid liggen de uitgaven van het hof niet hoger dan voordien.

De rijke burgerij grijpt de macht

BRON 6-7-8-9-10-11-12-13 In de lente van 1789 komen boze boeren in opstand tegen hun adellijke en geestelijke heren. Ze plunderen graan- en andere voorraden en weigeren nog langer taksen te betalen. In mei is de financiële toestand rampzalig. Lodewijk XVI roept de Staten-Generaal, die al 175 jaar niet meer bijeengeroepen zijn, samen. Hij wil het hervormde belastingstelsel dat hij ontworpen heeft, voorleggen. Het initiatief van de koning geeft aanleiding tot grote onenigheid in de standenvertegenwoordiging.

De rijke burgerij, gesteund door enkele geestelijken en edellieden, wil ingrijpende hervormingen. De derde stand moet meer vertegenwoordigers hebben dan de adel en de clerus samen. Zij wensen dat er voortaan individueel gestemd wordt en niet meer per stand zoals voordien. De derde stand ergert zich ook aan het feit dat de koning de StatenGeneraal enkel bijeenroept om zijn financiële problemen op te lossen. De koning laat het aantal vertegenwoordigers van de derde stand verhogen, maar staat geen andere hervormingen toe. Hij slaagt er niet in om de gemoederen te doen bedaren. Midden juni verklaart de derde stand dat hij voortaan zal vergaderen in een aparte instelling, de ‘Nationale Vergadering’. Die zal de echte vertegenwoordiging van het Franse volk zijn. Een deel van de adel en de clerus sluit zich aan bij dat nieuwe parlement. Enkele dagen later komt die vergadering samen in Versailles, vlak bij het koninklijk paleis. Daar zweren de afgevaardigden niet meer uit elkaar te gaan voordat Frankrijk een grondwet heeft gekregen. De koning stuurt troepen naar Versailles en Parijs. Dat maakt de Parijse bevolking heel ongerust. Op 14 juli 1789 bestormen gewone mannen en vrouwen de Bastille. Die oude gevangenis wordt op dat moment vooral gebruikt als wapenopslagplaats en kruitkamer. Het volk grijpt er de wapens om het op te nemen tegen het koninklijke leger en sloopt het gebouw. De gevangenisdirecteur wordt onthoofd. Zijn hoofd wordt door de straten gedragen. Op het platteland plunderen boeren de bezittingen van adellijke grootgrondbezitters. Het land staat op de rand van een burgeroorlog. De koning wil dat voorkomen en trekt daarom zijn troepen terug. Om de gemoederen te bedaren, schaft de Nationale Vergadering het feodale systeem af.

Parijse bevolking ondertekent hij uiteindelijk toch de Verklaring van de Rechten van de Mens en verhuist hij van Versailles naar een koninklijk paleis in Parijs, de Tuilerieën. De revolutionairen hopen hem daar beter in de gaten te kunnen houden. Begin november worden de kerkelijke domeinen genationaliseerd De staat neemt gebouwen en goederen in beslag. Dat staatsbezit wordt openbaar verkocht om de schatkist aan te zuiveren. In 1790 wordt de macht van de clerus nog meer beknot. Geestelijken moeten een eed van trouw aan de grondwet zweren. In ruil daarvoor worden ze betaald door de staat. Zo krijgen ze dus het statuut van ambtenaar. Een groot deel van de geestelijkheid wil onafhankelijk blijven en keert zich tegen de revolutie.

In juni 1791 probeert de koning met zijn familie Parijs te ontvluchten. Die poging mislukt en de koninklijke familie wordt terug naar Parijs gebracht. Die ontsnappingspoging schaadt de geloofwaardigheid van Lodewijk XVI enorm. De grondwet wordt van kracht in september 1791. De wetgevende macht komt in handen van de Nationale Vergadering. Dat parlement wordt verkozen op basis van cijnskiesrecht . Daardoor komt de politieke macht in handen van de rijke burgerij. De koning en zijn ministers hebben de uitvoerende macht. De koning heeft wel een vetorecht . Hij kan beslissingen van het parlement tegenhouden. Frankrijk is nu een grondwettelijke, parlementaire monarchie . In die staatsvorm verdeelt de grondwet de macht tussen de koning en de rijke burgerij. Het gewone volk heeft geen politieke inspraak.

3De revolutie radicaliseert en mondt uit in terreur

nationaliseren: het overbrengen van eigendom in handen van de staat

cijnskiesrecht: kiesstelsel waarbij enkel de heel rijken kunnen stemmen, omdat zij genoeg belastingen betalen

proefversie©VANIN

Eind augustus kondigt ze de ‘Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen’ af. Die verklaring zal als basis dienen voor de nog op te stellen grondwet. De tekst garandeert onder andere vrijheid, gelijkheid voor de wet en volkssoevereiniteit. Lodewijk XVI verzet zich hardnekkig tegen de hervormingen. Onder druk van de

BRON 14-15-16-17-18 Niet alle Fransen kunnen zich vinden in de verwezenlijkingen van de revolutie. De clerus, een groot deel van de adel en vele boeren, de ‘contrarevolutionairen’, blijven trouw aan de koning. Ondanks de politieke vernieuwingen blijft het ook onrustig in Parijs. Het volk is ontevreden. Het heeft zich ingezet voor de revolutie, maar merkt materieel geen verbeteringen. Door schaarste blijven de graanprijzen hoog en is er hongersnood. Het gewone volk wil dat de overheid de voedselprijzen vastlegt en de lonen verhoogt. Radicale personen en groeperingen komen op voor hen. Zij ijveren voor meer sociale rechtvaardigheid. Zij willen het ganse volk politieke inspraak geven. In Parijs winnen ze aan invloed en aanhang. In september 1792 worden in Parijs meer dan duizend mensen vermoord, omdat ze ervan verdacht worden tegen de revolutie te zijn. Het volk verdenkt de koning (terecht) van sympathie voor de Duitse invallers. Uiteindelijk bestormen Parijzenaren in augustus 1792 de Tuilerieën.

staatsvorm: manier waarop een land bestuurd wordt en de bevoegdheden verdeeld zijn, bijvoorbeeld monarchie of republiek

royalisten: aanhangers van een monarchie, voorstanders van een koning(in)

dictatuur: regeringsvorm waarbij één persoon of een kleine groep personen alle macht heeft

Lodewijk XVI wordt afgezet en gevangengenomen. Op 21 september 1792 wordt de monarchie afgeschaft. Frankrijk heeft als staatsvorm nu de republiek . Het nieuwe regime voert het algemeen stemrecht in. Alle volwassen mannen mogen stemmen voor een nieuw parlement, de ‘Nationale Conventie’. De uitvoerende macht komt in handen van een regering van zes ministers. Aanhangers van het nieuwe regime vermoorden honderden ‘tegenstanders van de republiek’: royalisten , edellieden, geestelijken, rijke burgers … Het parlement veroordeelt de koning als volksvijand ter dood. Op 21 januari 1793 wordt hij onthoofd door middel van de guillotine.

De executie van de koning zorgt voor nieuwe problemen. In Frankrijk komen koningsgezinde streken openlijk in opstand. Engeland vormt met andere landen een bondgenootschap tegen de republiek. Frankrijk staat alleen tegenover de rest van Europa. Om de strijd aan te gaan met alle ‘vijanden van de republiek’ richt de Nationale Conventie in april 1793 een ‘Comité du Salut Public’ op. Die beperkte groep radicalen heeft vanaf dan de macht in handen en voert een dictatoriaal terreur bewind. Al wie ervan verdacht wordt de revolutionaire realisaties in gevaar te brengen, wordt gevangengenomen en/of terechtgesteld. Er heerst een klimaat van angst en verklikking. De guillotine wordt hét werkinstrument van de terreur. Maximilien de Robespierre, die ondertussen de leiding heeft in het Comité, groeit uit tot het gezicht van de terreur. Die wordt steeds meer opgedreven. Ook de meer gematigde radicalen, de voormalige koningin Marie-Antoinette en uiteindelijk iedereen die ervan verdacht wordt een bedreiging te zijn, eindigen op de guillotine. Tussen de dertig- en veertigduizend mensen verliezen er hun hoofd.

De verscherping van de terreur maakt Robespierre en het Comité bijzonder onpopulair. In juni 1794 behaalt

het Franse leger in Fleurus een overwinning op het internationale bondgenootschap. De Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik worden aangehecht bij Frankrijk. Nu de buitenlandse dreiging afgewend is, wordt het dictatoriale bewind van Robespierre in vraag gesteld. Met steun van het leger plegen gematigde revolutionairen een staatsgreep Eind juli worden Robespierre en zijn aanhangers terechtgesteld.

proefversie©VANIN

4Het Directoire, de rijke burgerij opnieuw aan de macht

In 1795 wordt het Directoire ingesteld. Vijf directeurs hebben de uitvoerende macht. Een parlement, samengesteld op basis van cijnskiesrecht, maakt de wetten. De staatsmacht komt dus opnieuw in handen van de rijke burgerij. Het Directoire voert een economische politiek in het voordeel van de werkgevers. Die krijgen de vrijheid om lonen en prijzen zelf te bepalen. Lage lonen en hoge prijzen leiden tot een vermindering van de koopkracht en een verdere verarming van het gewone volk, dat al honger lijdt door nog eens een misoogst. Radicale revolutionairen willen die problemen oplossen en de macht grijpen. Royalisten willen de monarchie herstellen. Het Directoire wil dat die mensen gearresteerd, verbannen of vermoord worden. Daarvoor doet het een beroep op militairen. Frankrijk is ook nog altijd in oorlog met het buitenland. In de veroverde Zuidelijke Nederlanden ontstaat bovendien een opstand tegen de Franse overheersing. Het Directoire heeft het leger dus op alle fronten nodig. Het regime houdt vooral stand door de steun van het leger. Generaals krijgen steeds meer macht. Een van hen, Napoleon Bonaparte, pleegt in november 1799 een staatsgreep. Met zijn dictatuur eindigt de Franse Revolutie.

KENNEN

1 de b egrippen ‘aanleiding’, ‘argument’, ‘bewijzen’, ‘continuïteit’, ‘democratie’, ‘grondwet’, ‘incidentele oorzaak’, ‘menselijke factor’, ‘onbedoeld gevolg’, ‘scheiding der machten’, ‘staatsvorm’, ‘structurele oorzaak’, ‘verandering’ en ‘volkssoevereiniteit’ uitleggen

2 vier structurele oorzaken van de revolutie opnoemen en uitleggen

3 een incidentele o orzaak van de revolutie opnoemen en uitleggen

4 een menselijke factor als oorzaak van de revolutie geven

5 de drie fasen in de Franse Revolutie situeren in de tijd

6 continuïteit en verandering onderscheiden in de drie fasen van de Franse Revolutie

7 met twee argumenten verklaren waarom de derde stand in 1789 verontwaardigd is

8 de b estorming van de Bastille situeren in de tijd

9 b ewijzen hoe de macht van de adel en de geestelijkheid gebroken wordt

10 de machtsverdeling tussen de koning en de rijke burgerij beschrijven

11 met vier feiten de staatsgreep van de radicalen verklaren

12 de terreur onder Robespierre beschrijven en verklaren

13 een onb edoeld gevolg van de uitvinding van de guillotine geven

BRON 1 De Franse staatsfinanciën

14 de uitdrukking ‘De revolutie eet haar kinderen’ uitleggen

15 de mo eilijkheden en de val van het Directoire uitleggen

KUNNEN

1 grafieken analyseren

2 aantonen dat de ‘Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger’ gebaseerd is op de ideeën van de Verlichting

3 b elangrijke feiten uit de Franse Revolutie ordenen

4 bronnen analyseren

5 op basis van verschillende bronnen besluiten formuleren

6 informatie opzo eken

7 historische bronnen en werken van elkaar onderscheiden

8 een eigen mening formuleren

9 zich historisch inleven

proefversie©VANIN

‘Andere uitgaven’ zijn onder andere voor onderwijs, armenzorg en ziekenhuizen.

a Waarin verschillen de uitgaven van 1710 en 1788 vooral? Waarop wijst dat?

b Voor welke stand(en) zijn de hofuitgaven bestemd?

c Wat zijn de voornaamste inkomsten?

d Welke stand zorgt voor die inkomsten?

e Waaraan besteedt de Franse staat weinig geld?

f Wat vind je van die situatie?

BRON 2 Rousseau over het Franse platteland

[ Op een goede dag was ik verdwaald] Na uren nutteloos stappen, ging ik stervend van honger en dorst binnen bij een boer. Zijn huis zag er niet mooi uit, maar het was het enige dat ik in de omgeving zag. Ik dacht dat het ging zijn zoals in Genève of Zwitserland, waar alle inwoners gewoon gastvrij zijn. Ik verzocht de boer om me tegen betaling te eten te geven. Hij gaf me afgeroomde melk en een groot gerstebrood. Hij zei dat dat alles was wat hij had. Ik dronk de melk met genoegen en ik at het brood tot de laatste kruimel op. Maar het was niet genoeg, want ik was uitgeput. De boer bekeek me en beoordeelde de waarheid van mijn verhaal op basis van mijn eetlust. Hij zei me dat hij wel zag dat ik een eerlijke jonge man was die daar niet was om hem te verraden. Hij opende een kleine valdeur naast zijn keuken, daalde af en kwam een ogenblik later terug met een goed brood van zuivere tarwe, een weliswaar al aangesneden, maar smakelijk uitziende ham en een fles wijn die mij nog meer verheugde dan al de rest. Hij gaf er nog een vrij dikke omelet bij. Ik at een maaltijd zoals geen voorbijganger die ooit gekend heeft. Toen ik wilde betalen werd hij weer onrustig en angstig. Hij wou mijn geld niet en schoof het buitengewoon angstig terug. Ik kon maar niet begrijpen waarvoor hij bang was. Uiteindelijk sprak hij met bevende stem de verschrikkelijke woorden ‘accijnsbeambte’ en ‘kelderratten’ [ belastingambtenaren die voorraden controleren]. Hij maakte me duidelijk dat hij zijn wijn en brood verstopte wegens de belastingen. Hij zou een verloren man zijn als men eraan twijfelde dat hij honger leed. Wat hij me vertelde en zo onwezenlijk leek, liet zo’n indruk bij me na dat ik het nooit meer vergat. Hier ontkiemde mijn eeuwige en diepe haat tegen de kwellingen die het ongelukkige volk op de proef stellen en tegen zijn onderdrukkers. Deze gegoede man durfde het brood niet te eten dat hij in het zweet zijns aanschijns verdiend had. Hij kon zijn ondergang slechts ontlopen door dezelfde miserie te veinzen als die hij rondom zich zag.

Uit: Jean-Jacques Rousseau, Les Confessions, gepubliceerd in 1782 Rousseau (1712-1778) is een Frans, verlicht filosoof, schrijver en componist. Zijn ideeën beïnvloeden allerlei politieke denkers. ‘Les Confessions’ (‘De Bekentenissen’) is een autobiografisch werk.

a De b elastingen in Frankrijk worden verpacht. Wie de hoogste som geld biedt, mag in een gebied voor een bepaalde periode een bepaalde belasting innen. De staat incasseert enkel het bedrag dat de belastingpachter geboden heeft. Waaruit blijkt dat die belastinginners heel drastisch optreden? Waarom zouden ze dat doen?

b Naar welk ander probleem dat het Franse platteland treft, verwijst Rousseau?

DOC 3 A

BRON 3 Brief aan Marie-Antoinette

Uit Parijs krijg ik bericht dat je weer nieuwe armbanden hebt gekocht voor de som van tweehonderdvijftigduizend livres. Daarmee breng je je financiële toestand in de war. Je steekt je in schulden. Om die te verminderen verkoop je zelfs je eigen diamanten. (…) Zulke berichten maken mij bang om het hart, vooral als ik daarbij aan je toekomst denk. Wanneer zul je tot inkeer komen? (…) Een gebiedster vernedert zich wanneer zij zich zo opsiert, des te meer wanneer zij in een tijd als deze zulke bedragen uitgeeft. Ik ken je zucht tot verkwisting te goed om daarover te kunnen zwijgen.

Uit Parijs krijg ik bericht dat je weer nieuwe armbanden gekocht hebt voor de som van tweehonderdvijftigduizend livres, je daarmee je financiële toestand in de war brengt, je je in schulden steekt en om die te verminderen zelfs je eigen diamanten verkoopt. (…) Zulke berichten maken mij bang om het hart, vooral als ik daarbij aan je toekomst denk. Wanneer zul je tot inkeer komen? (…) Een gebiedster vernedert zich wanneer zij zich zo opsiert, des te meer wanneer zij in een tijd als deze zulke bedragen uitgeeft. Ik ken je zucht tot verkwisting te goed om daarover te kunnen zwijgen.

Uit: Een brief van Maria Theresia aan MarieAntoinette, ca. 1778

Uit: Maria Theresia, Brief aan MarieAntoinette, ca. 1778

Maria Theresia, keizerin van het Duitse Rijk en aartshertogin van Oostenrijk, geeft goede raad aan haar dochter Marie-Antoinette, koningin van Frankrijk.

Maria Theresia (1717-1780), keizerin van het Heilige Roomse Rijk en aartshertogin van Oostenrijk, schrijft deze brief aan haar dochter Marie-Antoinette, die koningin van Frankrijk is.

proefversie©VANIN

DOC 4 De graanprijs in Parijs

Uit:

B Marie-Antoinette als harpij, een monster uit de Griekse mythologie. Spotprent uit 1785

uit

• Wat leert deze spotprent over het imago van Marie-Antoinette bij de Fransen?

• Verklaar die reputatie. Hou daarbij ook rekening met alle vorige documenten.

DOC 5 De eed van de kaatsbaan, 20 juni 1789 (Jacques-Louis David, 1748-1825, olieverf op doek, 65 x 88,7 cm, Museum Carnavalet, Parijs)

Een harpij is een Grieks mythologisch wezen. In 1784 berichten Parijse kranten dat er in Zuid-Amerika twee vraatzuchtige, harpijachtige monsters ontdekt zijn. Ook elders duiken verhalen van dergelijke monsters op. Niet veel later verschijnen in de pers diverse spotprenten van MarieAntoinette als harpij.

a Wat leert deze spotprent over het imago van MarieAntoinette?

b Verklaar die reputatie. Houd daarbij ook rekening met alle vorige bronnen.

c Vergelijk met bron 1. Evalueer die kritiek.

Spotprent
1794, 23,4 x 31,4 cm, Musée Carnavalet, Parijs
BRON 4 Marie-Antoinette als harpij

DOC 4 De graanprijs in Parijs

BRON 5 De graanprijs in Parijs

DOC 5 De eed van de kaatsbaan, 20 juni

BRON 6 De Eed op de Kaatsbaan

Uit: J. Godechot, La prise de la Bastille, 1985

Uit: Jacques Godechot, La prise de la Bastille, 1985

a Ho e evolueert de graanprijs?

b Bespreek het verband tussen de graanprijs en het uitbreken van de revolutie in 1789. Welke bevolkingsgroep lijdt daar vooral onder?

Omdat de koning vergaande hervormingen weigert, besluit de derde de kaatsbaan van Versailles zweren zij niet uit elkaar te gaan voor

Revolutie monumentale en geïdealiseerde taferelen over die revolutie. De schilder heeft goede contacten met de revolutionaire leiders.

Hoe toont David dat er ook geestelijken en edellieden meewerken

Geef drie elementen uit het schilderij die de opwinding van dat

Beschrijf het schilderij met behulp van een observatieschema. Zoek zelf meer informatie over de schilder. Welke houding neemt

In mei 1789 komen de Staten-Generaal voor het eerst in 175 jaar samen. Al snel wordt duidelijk dat Lodewijk XVI geen verregaande hervormingen wil. Er is ook onenigheid over hoe er gestemd zal worden: per aanwezige en/of per stand? Daarom roept de derde stand zich uit als Nationale Vergadering, de enige echte vertegenwoordiging van het Franse volk. In de zaal van de kaatsbaan van Versailles zweren ze niet uit elkaar te gaan voordat Frankrijk een grondwet heeft. Kaatsen is een balsport, een voorloper van tennis.

Jacques-Louis David (1748-1825) maakt monumentale en geïdealiseerde schilderijen. Dit werk (olieverf op doek, 65 x 88,7 cm) is een onafgewerkt ontwerp, waarschijnlijk geschilderd na 1791.

a David wil duidelijk maken dat er ook geestelijken en edellieden meewerken aan de grondwet. Hoe toont hij dat?

b Geef drie elementen uit het schilderij die de opwinding van dat moment moeten illustreren.

c Zo ek informatie over David. Hoe staat hij tegenover de revolutie? Tot welke groep revolutionairen behoort hij? Wat willen zij bereiken?

BRON 7 Revolutie

Brieven uit alle provincies wijzen erop dat allerlei bezittingen ten prooi vallen aan het criminele geweld. Men steekt overal paleizen in brand, vernietigt kloosters en plundert boerderijen. De belastingen en de feodale karweien zijn verdwenen. De wetten hebben geen kracht meer en de magistraten verliezen hun gezag.

Uittreksel uit een rapport aan de Nationale Vergadering, juli 1789

BRON 8 Een decreet van de Nationale Vergadering

Artikel I

De Nationale Vergadering schaft hiermee het feodale systeem af. Zij besluit dat alle bestaande rechten die leiden tot dienstbaarheid (van personen aan andere personen), zonder enige uitzondering afgeschaft zijn.

proefversie©VANIN

a Waarom is dit een revolutionair decreet? Toon aan met drie concrete voorbeelden.

b Welke stand houdt zich vooral met de jacht bezig? Waaruit blijkt dat niemand anders mocht jagen?

c Vergelijk bron 7 met bron 8. Waarom schaft de Nationale Vergadering het feodale systeem af?

d Waaruit blijkt dat de revolutie zich aanvankelijk niet tegen de koning als persoon richt? Welke staatsvorm blijft behouden?

Artikel III

Het privilege van de jacht wordt ook afgeschaft. Elke landeigenaar mag vanaf nu op zijn eigen land jagen. Hij dient wel rekening te houden met de openbare veiligheid. (…)

De voorzitter van de vergadering zal aan de koning vragen om al die naar de galeien gezonden zijn wegens overtredingen tegen de vroegere jachtwetgeving vrij te laten.

Artikel IX

Privileges i.v.m. de betaling van belastingen zijn voorgoed afgeschaft. Belastingen zullen van iedere burger en voor elk eigendom gevraagd worden.

Artikel XI

Alle burgers, zonder onderscheid van rang of stand, kunnen een ambt of waardigheid bekleden, ongeacht het om een kerkelijk, burgerlijk of militair ambt gaat. (…)

Artikel XIII

De Nationale Vergadering verklaart plechtig de koning, Lodewijk XVI, tot ‘Hersteller van de Franse Vrijheid’.

Bewerking van een decreet van de Nationale Vergadering, 11 augustus 1789

1 De mensen worden vrij en gelijk in rechten geboren en blijven dat. (…)

2 De regering moet de volgende natuurlijke rechten beschermen: vrijheid, bezit, veiligheid en verzet tegen onderdrukking.

3 De o orsprong van alle soevereiniteit komt van het volk.

4 Vrijheid bestaat hierin dat men alles kan doen wat een ander niet schaadt. (…)

6 De wetten worden geschreven door de vertegenwoordigers van het volk (…) De wet moet voor iedereen op dezelfde wijze gelden.

7 Niemand mag b eschuldigd, gearresteerd en aangehouden worden dan in de gevallen voorzien door de wet en volgens de voorgeschreven regels.

Bewerking van de Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger, 26 augustus 1789

a In deze verklaring zijn ideeën van de Verlichting verwerkt. Welke?

b Ho ever gaat de persoonlijke vrijheid? Toon met een voorbeeld aan dat dat in België vandaag ook geldt.

c Waaruit bestaat de gelijkheid?

BRON 9 De Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger

Titel I. Art. IV.

Geen enkele Franse Kerk, parochie of burger erkent het gezag van een bisschop of aartsbisschop die onder controle staat van een buitenlandse mogendheid*. (…) De geestelijken mogen wel contact houden met het hoofd van de universele Kerk.

Titel II. Art. I.

proefversie©VANIN

Vanaf de dag van de publicatie van dit decreet worden bisschoppen en parochiepriesters gekozen door de kiesmannen van hun bisdom of parochie.

Titel II. Art. XXI.

Alvorens de nieuw gekozen bisschop gewijd wordt, legt hij een plechtige eed af ten overstaan van de gemeenschappelijke ambtenaren. Hij zweert toewijding aan zijn bisdom en trouw aan de natie, de wet en de koning. Hij zweert de grondwet, uitgevaardigd door de Nationale Vergadering, met al zijn macht te ondersteunen.

* mogendheid: een staat (land) met veel macht

Bewerkt uittreksel uit de Burgerlijke Grondwet van de Geestelijkheid, 12 juli 1790

a Is dit een primaire of secundaire bron over de Franse Revolutie?

b Wie heeft de meeste controle over de Franse katholieke Kerk: de Franse staat of de paus? Motiveer je antwoord met drie concrete voorbeelden.

c Waarom willen de Franse revolutionairen de macht van de geestelijkheid breken?

BRON 11 Het volk beoordeelt op basis van feiten

Men heeft het volk te veel beloofd, meer dan in werkelijkheid te realiseren is. Men heeft hen toegestaan een juk af te werpen zodat men het nooit meer terug kan opleggen (…) De uitgaven van het nieuwe regime zijn op dit moment zwaarder dan die van het vorige bestuur. In hun uiteindelijk oordeel zal het volk de revolutie alleen op basis van dat feit beoordelen: betalen de mensen meer of minder? Staan ze er beter voor? Hebben ze meer werk? Wordt dat werk beter betaald?

Bewerking van een toespraak van Mirabeau, in 1791

De edelman Honoré de Riqueti (1749-1791), graaf van Mirabeau, zetelt als vertegenwoordiger van de derde stand in de Staten-Generaal, omdat de adel hem niet als vertegenwoordiger wil. Hij is een van de belangrijkste leiders van de revolutie.

a Waardoor laat het volk zich volgens Mirabeau leiden?

b Bewijs met een voorbeeld uit de actualiteit of uit een andere periode van de geschiedenis dat die houding van alle tijden is.

c Welke problemen voorziet hij eigenlijk? BRON 10 De Burgerlijke Grondwet van de Geestelijkheid

BRON 12 Sire, U heeft geen minuut meer te verliezen

‘Sire, U heeft geen minuut meer te verliezen, U zult enkel bij de Nationale Vergadering in veiligheid zijn (…). In het paleis zijn te weinig mannen om het te verdedigen, bovendien is een deel van hen niet te vertrouwen (…)’

‘Maar Monsieur’, kwam de koningin ertussen, ‘wij kunnen ons toch zeker verdedigen?’

‘Mevrouw, heel Parijs komt op ons af.’ (…)

De koning hief zijn hoofd op, keek me enkele seconden strak aan, wendde zich dan tot de koningin en zei: ‘Laten we gaan.’

Uit: Pierre-Louis Roederer, De kroniek van vijftig dagen van 20 juni 1792 tot 10 augustus 1792, 1832

Pierre-Louis Roederer (1754-1835) is een Frans econoom, politicus, historicus en revolutionair. Roederer blikt terug op een gesprek dat hij op 10 augustus 1792 had met de koning. Op dat moment staat hij aan het hoofd van de politie in Parijs. Op aanstoken van radicale revolutionairen zoals Marat, Danton, Robespierre, Desmoulins … trekken opgewonden Parijzenaren naar het koninklijk paleis Les Tuileries in Parijs.

BRON 13 Besluiten van de Nationale Vergadering

10 augustus 1792 Het hoofd van de uitvoerende macht is voorlopig ontheven van zijn functies.

21 september 1792 De Nationale Vergadering beslist unaniem dat de monarchie in Frankrijk is afgeschaft.

a Ho e wil de koningin reageren op de staatsgreep van de radicalen?

proefversie©VANIN

b Wie heeft de uitvoerende macht tussen 1789 en 1792?

c Ho e probeert de Nationale Vergadering de toestand onder controle te krijgen?

d Waaruit blijkt dat de staatsgreep een succes is?

BRON 14 Lodewijk XVI op de guillotine

Ingekleurde gravure (21 x 36 cm), uitgegeven in Parijs in 1793 met als titel ‘Mort de Louis Capet 16e du nom le 21 janvier 1793’

De prent wordt bewaard in de Nationale Bibliotheek van Frankrijk. Een half jaar later stelt men Marie-Antoinette terecht. De kroonprins sterft in 1795, in erbarmelijke omstandigheden.

a Is dit een primaire of secundaire bron over de Franse Revolutie?

b Waarom heeft men Lodewijk terechtgesteld, denk je?

c Verklaar het grote aantal bewakers bij de terechtstelling.

d Ho e noemt men het apparaat waarmee de terechtstelling gebeurd is? Zoek op wanneer en waarom het is uitgevonden.

Spotprent getekend door Dupuis, als ets uitgegeven in Parijs door François Queverdo in 1794, 25 x 37 cm

De Verklaring van de Rechten van de Mens wordt voorgesteld als een machine die elektriciteit opwekt. De revolutionair houdt de grondwet vast. Links luidt de tekst: ‘Republikeinse elektriciteit die de despoten (alleenheersers) hun troon omverwerpt.’ Onder de afbeelding staat: ‘De massale val: zo zal de elektrische vonk van de vrijheid alle tronen van gekroonde schurken omverwerpen.’ Bij de kabel staat: ‘Gelijkheid, vrijheid, broederschap, eenheid van de republiek’.

a Waarom zijn de Europese vorsten in werkelijkheid geschokt door die rechten?

b Welke houding zouden de Europese vorsten aannemen ten opzichte van de revolutie? Wat zouden ze concreet kunnen doen?

BRON 16 Maximilien de Robespierre voor de Nationale Conventie

Er wordt gezegd dat terreur iets van een despotisch bewind is. Is jouw regering daarom despotisch? (…) Onderwerp met terreur de vijanden van de vrijheid en je zult het gelijk aan je kant hebben (…) De regering van de revolutie is het despotisme van de vrijheid tegen de tirannie. Is macht er enkel om misdaad te beschermen? (…) De enige (echte) burgers in de republiek zijn de republikeinen. De koningsgezinden, de samenzweerders zijn vreemdelingen of, beter nog, vijanden (…) Zijn de vijanden binnenin niet de bondgenoten van de vijanden van buiten? De moordenaars die ons land uiteenrijten (…) Zijn zij minder schuldig of minder gevaarlijk dan de tirannen die zij dienen?

Bewerking van een toespraak die Maximilien de Robespierre houdt voor de Nationale Conventie op 5 februari 1794

proefversie©VANIN

De advocaat Maximilien de Robespierre (1758-1794) zetelt in de Staten-Generaal en de daaropvolgende revolutionaire parlementen. Zijn politieke ideeën zijn geïnspireerd op die van Rousseau. Hij ijvert voor meer democratie en voor sociale gelijkheid. Hij vormt het parlement om tot de ‘Nationale Conventie’, verkozen op basis van het algemeen stemrecht. Hij wordt voorzitter van het ‘Comité de Salut Public’, dat royalisten en gematigdere revolutionairen bloedig vervolgt.

a Ho e verantwoordt Robespierre terreur?

b Wat vind je van de argumenten van Robespierre?

c Kun je hier nog van een democratie spreken?

BRON 17 Brief tegen de terreur

U heeft Boyer-Brun ter dood veroordeeld. Waarom heeft U hem veroordeeld? Omdat hij zijn god, de katholieke godsdienst en zijn koning beminde. (…) Welnu, U heeft niet alle schuldigen gestraft. U weet wellicht dat ik met hem samenwerkte, gedurende de vier jaren waarin Boyer de vermelde werken publiceerde, (…) U weet waarschijnlijk dat hij mijn vriend is, dat ik denk zoals hij en dat ik zonder hem niet kan leven. Ik kan onmogelijk onder een regime leven als het uwe, waarin moordpartijen en plunderingen aan de orde van de dag zijn (…) Omdat ik hoopte op een spoedig herstel van het koningschap (…) Maar nu heb ik niets meer op de wereld, want ik heb een vriend verloren (…) Leve de Koning! Leve de Koning! Denk niet dat ik gek ben, nee dat ben ik niet. Ik meen werkelijk alles wat U hier leest. U kan mij laten ophalen in het herstellingsoord, rue de Buffon, nr. 4.

Uit: Brief van Avoye Paville Costard aan de Nationale Conventie en de procureur, 1794

Avoye Paville Costard (1768-1794) is de levensgezel van Jacques Boyer-Brun (1764-1794), uitgever van verschillende kranten. Avoye wordt twee dagen later gearresteerd en terechtgesteld. De aanklacht luidt: het belasteren van de volksvertegenwoordiging en het beledigen van het openbare gezag.

a Wat vind je van deze brief?

b Voor welke feiten is Boyer-Brun ter dood veroordeeld?

c Formuleer zelf een aanklacht tegen Avoye Paville.

BRON 18 De revolutie eet haar kinderen

Van bij het begin van de Franse Revolutie spelen verschillende radicale groeperingen een belangrijke rol. Na de succesvolle staatsgreep van 1792 verliezen die groeperingen hun eensgezindheid.

2 juni 1793

proefversie©VANIN

Val van de girondijnen. Deze gematigde republikeinen worden weggestemd uit de Nationale Conventie.

10 juli 1793 Danton, een van de belangrijkste revolutionaire leiders, verliest de controle over het ‘Comité de Salut Public’.

5 september 1793 Begin van de terreur onder Robespierre

31 oktober 1793 Executie van de leiders van de girondijnen

2 december 1793 Danton bepleit een verzachting van de terreur.

15 december 1793 Desmoulins, een republikein en journalist, schrijft kritisch over de terreur.

14 maart 1794

29 maart 1794

5 april 1794

10 juni 1794

26 juni 1794

Arrestatie van de hebertisten. Deze zeer fanatieke revolutionairen hebben kritiek op de ‘gematigdheid’ van Robespierre. Tien dagen later worden ze onthoofd.

Arrestatie van Danton, Desmoulins en enkele van hun aanhangers

Executie van de ‘dantonisten’

Nieuwe, strengere wet op de terreur; verklikking wordt verplicht.

Het Franse leger wint de slag bij Fleurus tegen een bondgenootschap van onder andere Oostenrijk en Engeland.

26 juli 1794 De Nationale Conventie weigert Robespierre het woord te verlenen.

27 juli 1794

28 juli 1794

Robespierre en zijn aanhangers verschansen zich in het Parijse stadhuis. Troepen die trouw zijn aan de Nationale Conventie, bestormen het gebouw. Robespierre doet een zelfmoordpoging, maar die mislukt.

Executie van Robespierre en een aantal van zijn aanhangers

a Is dit een primaire of secundaire bron over de Franse Revolutie? Motiveer je antwoord. b Wat is blijkbaar voldoende om geëxecuteerd te worden tijdens het regime van Robespierre?

c Ho e verklaar je de val van Robespierre?

d Verklaar met behulp van de bovenstaande gegevens de bekende uitspraak ‘De revolutie eet haar kinderen’.

Onze gewesten: de ‘Boerenkrijg’

Onze gewesten: de Boerenkrijg

Onze gewesten: de Boerenkrijg

De Boerenkrijg wordt in de Belgische patriottische literatuur omschreven als een heldhaftige strijd. Alle mogelijke superlatieven worden aangewend om de moed en dapperheid van de strijders te onderstrepen. Wat gebeurt er precies in de Boerenkrijg en vanwaar al die heisa?

De Boerenkrijg wordt in de Belgische patriottische literatuur omschreven als een heldhaftige strijd. Alle mogelijke superlatieven worden aangewend om de moed en dapperheid van de strijders te onderstrepen. Wat gebeurt er precies in deze Boerenkrijg en vanwaar al die heisa?

De Boerenkrijg wordt in de Belgische patriottische literatuur omschreven als een heldhaftige strijd. Alle mogelijke superlatieven worden aangewend om de moed en dapperheid van de strijders te onderstrepen. Wat gebeurt er precies in deze Boerenkrijg en vanwaar al die heisa?

ONZE GEWESTEN BIJ FRANKRIJK

Boerenkrijg

1

1

Het Franse revolutionaire beleid wekt onrust

Het Franse revolutionaire beleid wekt onrust

Het Franse revolutionaire beleid wekt onrust

BRON 1-2

DOC 1-2 Onze gewesten worden in de 18e eeuw bestuurd door de Oostenrijkse Habsburgers (zie D3 en D4). De Franse revolutionairen komen in conflict met Oostenrijk, een belangrijke tegenstander van de revolutie . Die strijd wordt grotendeels in de Zuidelijke Nederlanden beslecht. In 1792 behalen de Fransen de overwinning. Een aantal Zuid-Nederlandse burgers en edellieden beschouwen de Franse troepen aanvankelijk als bevrijders. Tijdens de Brabantse Omwenteling (1789) hebben ze al eerder een poging gewaagd om een onafhankelijke staat te stichten. Onenigheid en de inval van een Oostenrijks leger hebben daar een einde aan gemaakt (zie ook het onlinelesmateriaal).

Ze hebben nu hun hoop gesteld op de Franse revolutionairen. Die lijven in 1795 onze gewesten echter bij Frankrijk in. Ze schaffen de oude instellingen en wetten af en voeren allerlei revolutionaire hervormingen door. De oude vorstendommen worden bijvoorbeeld vervangen door negen departementen. Niet iedereen staat huiverig tegenover die veranderingen. De stedelijke burgerij hoopt op een uitbreiding van haar economische en politieke macht. Progressieve intellectuelen juichen het nieuwe tijdperk toe. Velen ergeren zich echter aan de antiklerikale politiek van de Fransen. Die zien de machtspositie van de Kerk als een bedreiging die moet verdwijnen. Priesters die weigeren een ‘eed van trouw aan de republiek en haat aan het koningschap’ af te leggen, worden

proefversie©VANIN

verbeurdverklaard en openbaar verkocht om de Franse schatkist te spijzen. Het ongenoegen neemt verder toe als de oogsten mislukken en er een hongersnood dreigt. Ook andere Franse maatregelen kunnen op niet veel sympathie rekenen: het afschaffen van oude voorrechten, de stijgende belastingdruk en vooral de conscriptie wet doen het gemor toenemen. Die laatste wet roept alle mannen van 20 tot 25 jaar op voor een verplichte legerdienst die ten minste vijf jaar kon duren. De al door belastingen en misoogst geteisterde plattelandsbevolking verliest daardoor broodnodige arbeidskrachten aan het Franse leger. Dat complexe geheel van factoren zorgt ervoor dat er een gewapende opstand tegen de Franse bezetter uitbreekt: de ‘Boerenkrijg’.

De oude vorstendommen worden bijvoorbeeld vervangen door negen departementen. Niet iedereen staat huiverig tegenover die veranderingen.

Onze gewesten worden in de 18e eeuw bestuurd door de Oostenrijkse Habsburgers (zie les D4 en D5). De Franse revolutionairen komen in conflict met Oostenrijk, een belangrijke tegenstander van de revolutie . Die strijd wordt grotendeels in de Zuidelijke Nederlanden beslecht. In 1792 behalen de Fransen de overwinning. Een aantal Zuid-Nederlandse burgers en edellieden beschouwen de Franse troepen aanvankelijk als bevrijders. Tijdens de Brabantse Omwenteling (1789) hebben ze al eerder een poging gewaagd om een onafhankelijke staat te stichten. Onenigheid en de inval van een Oostenrijks leger hebben daar een einde aan gemaakt. Ze hebben nu hun hoop gesteld op de Franse revolutionairen. Die lijven in 1795 onze gewesten echter bij Frankrijk in. Ze schaffen de oude instellingen en wetten af en voeren allerlei revolutionaire hervormingen door.

DOC 1-2 Onze gewesten worden in de 18e eeuw bestuurd door de Oostenrijkse Habsburgers (zie D3 en D4). De Franse revolutionairen komen in conflict met Oostenrijk, een belangrijke tegenstander van de revolutie . Die strijd wordt grotendeels in de Zuidelijke Nederlanden beslecht. In 1792 behalen de Fransen de overwinning. Een aantal Zuid-Nederlandse burgers en edellieden beschouwen de Franse troepen aanvankelijk als bevrijders. Tijdens de Brabantse Omwenteling (1789) hebben ze al eerder een poging gewaagd om een onafhankelijke staat te stichten. Onenigheid en de inval van een Oostenrijks leger hebben daar een einde aan gemaakt (zie ook het onlinelesmateriaal). Ze hebben nu hun hoop gesteld op de Franse revolutionairen. Die lijven in 1795 onze gewesten echter bij Frankrijk in. Ze schaffen de oude instellingen en wetten af en voeren allerlei revolutionaire hervormingen door. De oude vorstendommen worden bijvoorbeeld vervangen door negen departementen. Niet iedereen staat huiverig tegenover die veranderingen. De stedelijke burgerij hoopt op een uitbreiding van haar economische en politieke macht. Progressieve intellectuelen juichen het nieuwe tijdperk toe. Velen ergeren zich echter aan de antiklerikale politiek van de Fransen. Die zien de machtspositie van de Kerk als een bedreiging die moet verdwijnen. Priesters die weigeren een ‘eed van trouw aan de republiek en haat aan het koningschap’ af te leggen, worden opgepakt en zelfs gedood. Kerken, abdijen en kloosters worden gesloten. Kerkelijke goederen worden

verbeurdverklaard en openbaar verkocht om de Franse schatkist te spijzen. Het ongenoegen neemt verder toe als de oogsten mislukken en er een hongersnood dreigt. Ook andere Franse maatregelen kunnen op niet veel sympathie rekenen: het afschaffen van oude voorrechten, de stijgende belastingdruk en vooral de conscriptie wet doen het gemor toenemen. Die laatste wet roept alle mannen van 20 tot 25 jaar op voor een verplichte legerdienst die ten minste vijf jaar kon duren. De al door belastingen en misoogst geteisterde plattelandsbevolking verliest daardoor broodnodige arbeidskrachten aan het Franse leger. Dat complexe geheel van factoren zorgt ervoor dat er een gewapende opstand tegen de Franse bezetter uitbreekt: de ‘Boerenkrijg’.

haat aan het koningschap’ af te leggen, worden opgepakt en zelfs gedood. Kerken, abdijen en kloosters worden gesloten. Kerkelijke goederen worden verbeurdverklaard en openbaar verkocht om de Franse schatkist te spijzen. Het ongenoegen neemt verder toe wanneer de oogsten mislukken en er een hongersnood dreigt. Ook andere Franse maatregelen kunnen op niet veel sympathie rekenen: het afschaffen van oude voorrechten, de stijgende belastingdruk en vooral de conscriptie wet doen het gemor toenemen. Die laatste wet roept alle mannen van 20 tot 25 jaar op voor een verplichte legerdienst die ten minste vijf jaar kan duren. De al door belastingen en misoogst geteisterde plattelandsb evolking verliest daardoor broodnodige arbeidskrachten aan het Franse leger. Dat complexe geheel van factoren zorgt ervoor dat er een gewapende opstand tegen de Franse bezetter uitbreekt: de ‘Boerenkrijg’.

2

Brigands tegen Fransen

conscriptie: het oplijsten van jongens die in aanmerking komen voor legerdienst

conscriptie: het oplijsten van jongens die in aanmerking komen voor legerdienst

conscriptie: het oplijsten van jongens die in aanmerking komen voor legerdienst

De stedelijke burgerij hoopt op een uitbreiding van haar economische en politieke macht. Progressieve intellectuelen juichen het nieuwe tijdperk toe. Velen ergeren zich echter aan de antiklerikale politiek van de Fransen. Die zien de machtspositie van de Kerk als een bedreiging die moet verdwijnen. Priesters die weigeren een ‘eed van trouw aan de republiek en

2

2 Brigands tegen Fransen

Brigands tegen Fransen

DOC 3-4

DOC 3-4 Sommige onderzoekers beweren dat de opstandelingen steun uit het buitenland beloofd was. Britten en Oostenrijkers, vijanden van de Fransen, zouden hen te hulp komen. Op 25 oktober zou een Britse vloot als startschot van de opstand bij Oostende aanmeren. Harde bewijzen voor dat internationale complot zijn er echter niet. De vijandelijkheden breken bovendien twee weken eerder uit. Op 12 oktober 1798 worden in Overmere de bezittingen van iemand die weigert de nieuwe

BRON 3-4 Sommige onderzoekers beweren dat de opstandelingen steun uit het buitenland beloofd was. Britten en Oostenrijkers, vijanden van de Fransen, zouden hen te hulp komen. Op 25 oktober zou een Britse vloot als startschot van de opstand bij Oostende aanmeren. Harde bewijzen voor dat internationale complot zijn er echter niet.

Sommige onderzoekers beweren dat de opstandelingen steun uit het buitenland beloofd was. Britten en Oostenrijkers, vijanden van de Fransen, zouden hen te hulp komen. Op 25 oktober zou een Britse vloot als startschot van de opstand bij Oostende aanmeren. Harde bewijzen voor dat internationale complot zijn er echter niet. De vijandelijkheden breken bovendien twee weken eerder uit. Op 12 oktober 1798 worden in Overmere de bezittingen van iemand die weigert de nieuwe belastingen te betalen in beslag genomen. Dat leidt tot een spontane woede-uitbarsting. Die banale

Klein-Brabant:

omgeving van Bornem en Puurs

vrijzinnigen: mensen die niet geloven in een opgelegde godsdienst met vaste regels die je moet naleven. Sommige vrijzinnigen zijn antiklerikaal en zetten zich af tegen instellingen zoals de katholieke Kerk. Nog anderen geloven gewoon niet in een god.

De vijandelijkheden breken bovendien twee weken eerder uit. Op 12 oktober 1798 worden in Overmere de bezittingen van iemand die weigert de nieuwe belastingen te betalen, in beslag genomen. Dat leidt tot een spontane woede-uitbarsting. Die banale gebeurtenis steekt het vuur aan de lont. In de Leiestreek, de Vlaamse Ardennen, Klein-Brabant en de Kempen neemt men de wapens op. De Fransen beschouwen de opstandelingen als misdadigers, ‘Brigands’, die op geen genade hoeven te rekenen. De leiders van de ‘Brigands’ zijn Pieter Corbeels, Emmanuel Rollier en Jozef Van Gansen. De Fransen reageren echter snel en roepen vanuit de Bataafse Republiek (het huidige Nederland) troepen ter versterking op. De Britten slagen er niet in om aan land te komen. Eerst worden de opstanden in Klein-Brabant, de Kempen en het Hageland geneutraliseerd. Op 5 december 1798 dienen ze de Brigands in een hevig gevecht te Hasselt de genadeslag toe. Bij dat gevecht zouden 5 000 tot 10 000 slachtoffers vallen. Die nederlaag betekent grotendeels het einde van de opstand. Er volgt een strenge repressie en vele opstandelingen worden terechtgesteld. In de Kempen blijven kleine groepjes ‘Brigands’ verzet bieden. Het wordt wat rustiger na de staatsgreep van Napoleon, die vrede met de Kerk sluit. 3

Het beeld van de Boerenkrijg wordt gecreëerd

BRON 5-6-7

In de 19e eeuw ontstaat er een nationalistische en romantische literatuur die heldendaden uit het verleden ophemelt. In die periode begint men ook de term ‘Boerenkrijg’ meer te gebruiken om de opstand te omschrijven. De schrijver Hendrik Conscience speelt daarin een belangrijke rol. Zijn roman ‘De Boerenkrijg’ (1853) moet de Vlamingen bewust maken van hun grootse en heldhaftige verleden en hun vaderlandsliefde voor België aanwakkeren. Frankrijk dreigt de jonge staat terug aan te hechten. Met verhalen zoals ‘De leeuw van Vlaanderen’ en ‘De boerenkrijg’ verwijst de schrijver naar het verleden waarin Vlamingen zich tegen Franse invallers verzet hadden.

De natie krijgt zo een eigen identiteit. Conscience portretteert de ‘Brigands’ als uitgesproken katholiek. In de 19e eeuw zijn er immers wrijvingen tussen katholieken en vrijzinnigen en Conscience kiest partij voor de eersten. Het ‘eeuwfeest’ van de Boerenkrijg in 1898 wordt dan ook vooral gevierd in katholieke kringen. Dat jaar worden ook heel wat monumenten opgericht. De Boerenkrijg is vandaag nog altijd populair bij groeperingen die het Vlaams-katholieke karakter benadrukken. Anderen spreken dat katholieke karakter dan weer volledig tegen. Het laatste woord over de bewogen Boerenkrijggeschiedenis is dus nog niet gezegd.

proefversie©VANIN

KENNEN

1 drie Franse maatregelen in onze gewesten geven

2 aantonen dat er zowel voor- als tegenstanders van de Fransen in onze gewesten leven

3 vijf o orzaken van de opstand geven

4 kort het verloop van de opstand schetsen

5 het ontstaan van de b egrippen ‘Brigands’ en ‘Boerenkrijg’ uitleggen

6 de 19e -eeuwse visie op de ‘Boerenkrijg’ verklaren

KUNNEN

1 de opstand van de Brigands in ruimte, tijd en domein situeren

2 bronnen vergelijken

3 de bruikbaarheid, het effect, het doel, de representativiteit en de betrouwbaarheid van bronnen vaststellen om vragen te beantwoorden

4 de historische b eeldvorming over de ‘Boerenkrijg’ evalueren

5 de historische b etekenis die men in de moderne tijd aan de ‘Boerenkrijg’ geeft, uitleggen

BRON 1 Een Antwerpse kroniekschrijver op 18 oktober 1798

BRON 2 Proclamatie ‘In naam der Vereende Belgische Jongens’

DOC 2 Proclamatie ‘In naam der Vereende Belgische Jongens’

Deze ongehoorde dwingelandije bragt groote droefheijd en vreesde onder alle goede menschen; men heeft ons eerst, jae men is er nog bezig mede, met ons door schrikkelijke contributiën, logeringen van soldaeten en andere afpersingen, ons geld en goed af te eyschen, en sij hebben ons kerken en cloosters vernietigt en berooft, onze eijgendommen ontnomen, en moeten sij onse jongheijd hebben, om hun te handhaeven en te beschermen, onse jongheijd om tegen ons, tegen hun ouders, vrinden, tegens kerk en staet, tegen hun eijgen vaderland te vegten, deze vreedeijd bragt eene aldergrootste misnoegte, naementlijk onder degene die het aengong te wege, niet alleen onder degene van de steden, maar ook onder die der dorpen.

Uit: Jan Frans Van der Straelen, De kronijk van Antwerpen, deel VI, 1797-1798

Wij hebben het juk der Fransche dwingelanden, onder hetwelke wij met al de bewoners onzer streken zoolang gezucht hebben, eindelijk afgeschud. Allen eischen wij onze oude instellingen en voorrechten weder. Bij gevolg willen en gebieden wij uitdrukkelijk, dat alle wettige gezagsvoerders die in onzen gemeenten volgens ’s lands Grondwet een ambt hebben bekleed, oogenblikkelijk hun oude ambt hernemen, en steeds blijven uitoefenen als te voren. Bovengemelde Jongens gebieden daarenboven al de geestelijken ten lande aangesteld en met voorrechten begiftigd en uit hunne huizen, woningen, vergaderplaatsen, kloosters, abdijen enz. door de zoogezegde Fransche Republiek verjaagd, in wat staat of conditie zij zich ook zouden mogen bevinden, zij gebieden, zeggen wij, in naam van het vergaderde Belgische Volk, dat de genoemde priesters in hunne goederen eigendommen enz. hersteld worden. Te dien einde zullen de voornoemde geestelijken in hunne huizen en verblijfplaatsen worden herplaatst en zij zullen er den goddelijken dienst met hunne andere bedieningen naar behoren hernemen.

Wij hebben het juk der Fransche dwingelanden, onder hetwelke wij met al de bewoners onzer streken zoolang gezucht hebben, eindelijk afgeschud. Allen eischen wij onze oude instellingen en voorrechten weder. Bij gevolg willen en gebieden wij uitdrukkelijk, dat alle wettige gezagsvoerders die in onzen gemeenten volgens ’s lands Grondwet een ambt hebben bekleed, oogenblikkelijk hun oude ambt hernemen, en steeds blijven uitoefenen als te voren. Bovengemelde Jongens gebieden daarenboven al de geestelijken ten lande aangesteld en met voorrechten begiftigd en uit hunne huizen, woningen, vergaderplaatsen, kloosters, abdijen enz. door de zoogezegde Fransche Republiek verjaagd, in wat staat of conditie zij zich ook zouden mogen bevinden, zij gebieden, zeggen wij, in naam van het vergaderde Belgische Volk, dat de genoemde priesters in hunne goederen eigendommen enz. hersteld worden. Te dien einde zullen de voornoemde geestelijken in hunne huizen en verblijfplaatsen worden herplaatst en zij zullen er den goddelijken dienst met hunne andere bedieningen naar behoren hernemen.

a Wat bedoelt de auteur met ‘onse jongheijd hebben, om hun te handhaeven en te beschermen’?

proefversie©VANIN

Uit: Een proclamatie gevonden door Fransen in de tas van Theodoor Van Dyck, de schatbewaarder van het opstandelingenleger. Dat gebeurde bij Diest op 15 november 1798.

Uit een proclamatie gevonden door Fransen in de tas van Theodoor Van Dyck, de schatbewaarder van het opstandelingenleger. Dat gebeurde bij Diest op 15 november 1798.

b Haal uit de tekst o orzaken voor het ongenoegen tegen de Fransen.

c Ho e groot is het ongenoegen volgens de auteur?

• Welke houding nemen de opstandelingen aan tegenover het ancien régime? Motiveer je antwoord met je eigen woorden met elementen uit de tekst.

• Wat moet er met de Fransen gebeuren?

a Zijn de opstandelingen voor of tegen het bewind van voor de Franse bezetting? Motiveer je antwoord met elementen uit de tekst.

b Wat moet er met de Fransen gebeuren?

• “De Franse maatregelen wekken nationalistische gevoelens op.” Juist of fout? Motiveer je antwoord.

c ‘De Franse maatregelen wekken nationalistische gevoelens op.’ Juist of fout? Motiveer je antwoord.

BRON 3 Onze gewesten tijdens de Boerenkrijg

DOC 3 Onze gewesten tijdens de Boerenkrijg

• In welke streek breken de eerste opstanden los?

• Waarom kun je de Boerenkrijg geen ‘nationale opstand’ noemen?

• Verklaar op basis van de kaart waarom men in de 19e eeuw met de term ‘Boerenkrijg’ komt.

DOC 4 De beroepen van de Boerenkrijgers in het Leiedepartement LEIDING

Geestelijken 7

Militairen 5

Landbouwers 0

Ambachtslui 9 Functionarissen 2

a In welke streek breken de eerste opstanden los?

b Waarom kun je de Boerenkrijg geen ‘nationale opstand’ noemen?

Vrije beroepen 2 STRIJDERS Landbouwer 7,39 %

c Verklaar op basis van de kaart waarom men in de 19e eeuw met de term ‘Boerenkrijg’ komt.

16,48 %

36,94 %

beroep 2,81 %

mandaat 4,55 %

BRON 4 De beroepen van de Boerenkrijgers in het Leiedepartement

LEIDING

Geestelijken 7

Militairen 5

Landbouwers 0

Ambachtslui 9

Functionarissen 2

Vrije beroepen 2

STRIJDERS

Landbouwer 7,39 %

Dagloner 16,48 %

Ambachtsman 36,94 %

Vrij beroep 2,81 %

Politiek mandaat 4,55 %

Geestelijken 11,94 %

Dienstplichtigen 3,98 %

BRON 5 Veldslag in een korenveld

DOC 5 Veldslag in een korenveld. Schilderij van Jules van Imschoot, 1861 (olieverf op hout, 103 x 69 cm, Stadsmuseum Hasselt)

DOC 5 Veldslag in een korenveld. Schilderij van Jules van Imschoot, 1861 (olieverf op hout, 103 x 69 cm, Stadsmuseum Hasselt)

Waren het boeren of krijgers? Of allebei? Je leert er alles over in de ICT-les bij het onlinelesmateriaal

proefversie©VANIN

• Waarom kun je zeggen dat dit schilderij gefantaseerd is? Hou rekening met het tijdstip van de Boerenkrijg.

DOC 6 De terechtstelling (schilderij van Théophile Lybaert uit 1885, olieverf op doek, 132 x 180 cm, museum Kortrijk)

DOC 7 Een schoolplaat (eerste helft

• Waarom kun je zeggen dat dit schilderij gefantaseerd is? Hou rekening met het tijdstip van de Boerenkrijg.

Diverse 15,91 % Wat kun je aan de hand van die gegevens besluiten over het begrip ‘Boerenkrijg’?

BRON 6 De terechtstelling

DOC 6 De terechtstelling (schilderij van Théophile Lybaert uit 1885, olieverf op doek, 132 x 180 cm, museum Kortrijk)

Franse soldaten executeren twee Brigands.

DOC 7 Een schoolplaat voor het lager onderwijs (eerste helft 20e eeuw)

BRON 7 Een schoolplaat voor het lager onderwijs (eerste helft 20e eeuw)

Franse soldaten executeren twee Brigands.

Beschrijf het schilderij met je eigen woorden. Welke gevoelens roept het schilderij bij jou op? Welke gevoelens zou de schilder in de 19e eeuw hebben willen opwekken?

Schilderij van Théophile Lybaert, olieverf op doek, 132 x 180 cm, museum Kortrijk

• Welke hoofdoorzaak voor de Boerenkrijg wordt hier gegeven?

• Welk doel hadden zulke schoolplaten, denk je?

Welke hoofdoorzaak gegeven? Welk doel hadden

• Beschrijf het schilderij met je eigen woorden.

Franse soldaten executeren twee Brigands.

a Welk algemeen en stereotiep beeld schetst men van de Fransen?

b Welk effect streven de afbeeldingen na?

• Welke gevoelens roept het schilderij bij jou op? Welke gevoelens zou de schilder in de 19e eeuw hebben willen opwekken?

c Zijn de bronnen representatief voor de opstand van de Brigands of voor hoe men later naar de opstand kijkt? d Beschrijf met eigen woorden welke collectieve herinnering de afbeeldingen willen beklemtonen.

Schilderij van Jules van Imschoot, olieverf op hout, 69 x 103 cm, 1861, Stadsmuseum Hasselt

Onderzoek 6: de Franse Revolutie, een symbool

De Franse Revolutie maakt vanaf 1789 een einde aan allerlei eeuwenoude structuren en instellingen: het vorstelijk absolutisme, de standenmaatschappij, de resten van het leenstelsel, de gilden en ambachten, de katholieke staatsgodsdienst. Na 1789 volgt een periode van binnenlandse strijd tussen koningsgezinden, gematigde en radicale revolutionairen en buitenlandse oorlogen tegen de andere West-Europese landen. De Revolutie eindigt pas tien jaar later met de staatsgreep van Napoleon.

Hoe kijken tijdgenoten binnen en buiten Frankrijk naar de Franse Revolutie?

Hoe wordt de Franse Revolutie vandaag herinnerd in Frankrijk en in Europa?

OPDRACHTEN

1 Denk eerst even na over de historische vragen van dit onderzoek.

a Zijn het go ede onderzoeksvragen? Geef twee argumenten.

TIP Lees nog eens na op blz. 8 wat de kenmerken zijn van een onderzoekbare historische vraag.

b Overloop de bronnen. Welke bronnen zijn bruikbaar voor de eerste onderzoeksvraag? Welke bronnen zijn bruikbaar voor de tweede onderzoeksvraag?

2 Ho e kijken tijdgenoten binnen en buiten Frankrijk naar de Franse Revolutie?

A Bestudeer bron 1.

a Beschrijf wat je ziet op de tekening.

b Verklaar die elementen.

c Wat is de boodschap van de karikatuur?

d We hebben te weinig informatie om de precieze bedoeling van de bron te achterhalen. Welke drie belangrijke elementen ontbreken in de contextinformatie?

B Bestudeer bron 2.

a Welke mening kun je lezen in de Engelse kranten over de Franse Revolutie?

b Ho e komt dat, volgens de auteur van de bron?

c Gelo oft het Engelse volk die leugens volgens de auteur van de bron? Leg uit.

C Bestudeer bron 3.

a Wat zie je op de tekening?

b Welke bedoeling heeft deze tekening?

c Tot welke partij behoort de tekenaar zeker niet? Kies uit: de koningsgezinden – de gematigde revolutionairen – de radicale revolutionairen. Leg uit waarom.

d Waarom staan er zoveel soldaten rond het schavot, denk je?

D Maak een synthese van de meningen van tijdgenoten over de Franse Revolutie. Geef telkens kort uitleg en noteer in welke bron(nen) je die mening hebt gevonden.

a Wat is de mening van de Fransen? Splits je antwoord op in koningsgezinden, gematigde revolutionairen en radicale revolutionairen.

b Wat is de mening van het buitenland? Splits je antwoord op in de Europese absolute vorsten en de Europese bevolking.

3 Ho e wordt de Franse Revolutie vandaag herinnerd in Frankrijk en in Europa?

proefversie©VANIN

A Wanneer wordt de Franse Revolutie een symbool?

a Wanneer is de slogan ‘vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid’ ontstaan?

b Wat gebeurt er met de slogan in de 19e eeuw?

c Wat gebeurt er met de slogan in de hedendaagse tijd?

d Waarom wordt de Franse Revolutie in 1989 uitgebreid herdacht?

B Ho e kijken we vandaag terug naar de Franse Revolutie?

a Wat is de mening van de Fransen zelf?

b Wat is de mening in de rest van Europa?

c Op welke manieren blijft de Franse Revolutie vandaag aanwezig in het leven van de Fransen? Geef drie voorbeelden.

d Waarom verwijzen de Fransen vandaag nog naar de Revolutie, denk je?

C Bestudeer bron 8.

a Welke bedoelingen heeft Mitterrand met zijn speech op 20 juni 1989? Kies uit:

- Hij wil dat de Fransen trots zijn op hun land.

- Hij wil aantonen dat een parlementaire monarchie de beste staatsvorm is.

- Hij wil dat de Fransen op nationalistische partijen stemmen.

- Hij wil dat alle Fransen zich met de democratische waarden verbonden voelen.

- Hij wil zichzelf en de ideeën van zijn par tij in het verlengde van de Revolutie plaatsen.

b Welke uitspraak van Mitterrand is duidelijk overdreven?

D Vat de oorsprong, functie en vorm van de collectieve herinnering aan de Revolutie in het hedendaagse Frankrijk samen.

1

De soldaat met het spit (ca. 1795), anonieme Nederlandse karikatuur, Musée de l’Histoire vivante, Montreuil

De Europese absolute vorsten kijken verbijsterd naar de gebeurtenissen in Frankrijk. Ze vrezen dat de revolutionaire ideeën zich verder door Europa zullen verspreiden. Ook Frankrijk stuurt aan op een oorlog. In 1792 nemen de Fransen de wapens op tegen een bondgenootschap van Europese landen: Oostenrijk, Pruisen en vanaf 1793 ook Nederland, Groot-Brittannië, Spanje en nog enkele andere kleinere landen. De Fransen hopen op steun (voor de revolutie) van het volk uit die landen, maar die komt er maar in beperkte mate. Na een moeizame start boekt Frankrijk toch snel belangrijke overwinningen, zoals de verovering van de Oostenrijkse Nederlanden (het latere België) in 1794 en de onderwerping van Nederland in 1795. In 1797 komt Frankrijk als grote winnaar uit de strijd.

BRON
Nederlandse karikatuur

BRON 2 De Engelse kranten

De Fransen moeten weten dat de meeste Engelse kranten de mening van de Engelse regering verkondigen: ze hebben ofwel directe banden met de regering, ofwel moeten ze de bevelen van de regering opvolgen. Ze moeten ook weten dat die kranten de Franse Revolutie voortdurend aanvallen, omdat ze het Engelse volk willen bedriegen. Maar omdat de waarheid altijd bovenkomt, hebben die leugens nu al niet langer het gewenste effect.

proefversie©VANIN

Uit: Thomas Paine, The Rights of Man, 1791

Thomas Paine (1737-1809) is een Engels-Amerikaanse filosoof, die een belangrijke rol speelt in de Amerikaanse en de Franse Revolutie. Wanneer de Engelse regering hem vanwege zijn revolutionaire ideeën wil arresteren, vlucht hij naar Frankrijk. Daar verzet Paine zich tegen het bloedvergieten en de terechtstelling van Lodewijk XVI. In 1793 wordt hij daarom door de radicale revolutionairen gevangengezet en enkele maanden later ter dood veroordeeld. Thomas Paine ontsnapt op het nippertje aan de guillotine.

BRON 3 De terechtstelling van Lodewijk XVI

De terechtstelling van Lodewijk XVI, ingekleurde anonieme gravure uit 1793, Musée Carnavalet, Parijs

Eerst hebben de gematigde revolutionairen de macht: zij willen een parlementaire monarchie, met politieke macht voor de rijke burgerij. In 1792 grijpen meer radicale revolutionairen de macht. Zij willen dat de revolutie meer macht geeft aan het volk: ze stichten een republiek en veroordelen Lodewijk XVI ter dood. De terechtstelling vindt plaats op 21 januari 1793. Onder deze gravure kun je lezen dat de koning vastberaden en moedig het schavot is opgestapt en dat hij heeft geprobeerd om het volk toe te spreken. Overstemd door luid tromgeroffel kunnen enkel de mensen op de voorste rijen nog horen: ‘Burgers, ik vergeef mijn vijanden, ik sterf onschuldig.’

Je hebt al geleerd dat de slogan ‘vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid’ zijn oorsprong vindt in de Verlichting. Tijdens de Franse Revolutie bestaan er verschillende versies van, maar de link met de Franse republiek wordt dan al gelegd. In de 19e eeuw zal de slogan daarom regelmatig uit het straatbeeld verdwijnen en weer opduiken naargelang de Franse staatsvorm keizerrijk, republiek, monarchie van gedaante verwisselt. In de hedendaagse tijd is de slogan officieel een van de belangrijkste symbolen van de Franse republiek: je vindt hem terug op de gevels van officiële gebouwen, op postzegels en op de munten van 1 en 2 euro.

BRON 4 Een gevel in Parijs
BRON 5 De Franse euromunt

BRON 6 Nationale feestdag

7 Eerste strofe en refrein van het Franse volkslied

Allons enfants de la Patrie, le jour de gloire est arrivé !

Contre nous de la tyrannie

L’étendard sanglant est levé.

L’étendard sanglant est levé :

Entendez-vous dans les campagnes

Mugir ces féroces soldats ?

Ils viennent jusque dans vos bras

Égorger vos fils, vos compagnes !

Aux armes, citoyens, Formez vos bataillons. Marchons, marchons !

Qu’un sang impur

Abreuve nos sillons !

Vuurwerk aan de Eiffeltoren op 14 juli 2018 in Parijs De Fransen herdenken op hun nationale feestdag de bestorming van de Bastille. Overal in Frankrijk wordt op die dag vuurwerk afgestoken en natuurlijk ook aan de Eiffeltoren, die gebouwd werd in 1889 voor de honderdste verjaardag van de Revolutie. 14 juli 1789 is de geschiedenis ingegaan als een belangrijke mijlpaal op de weg naar democratie. Ook in de rest van Europa is de Franse Revolutie een symbool geworden van vrijheid en mensenrechten. In de Engelstalige wereld wordt 14 juli ‘Bastille Day’ genoemd.

proefversie©VANIN

La Marseillaise wordt geschreven in 1792, als strijdlied van de Franse soldaten. Het lied is meteen een groot succes en wordt van 1795 tot 1799 en daarna vanaf 1879 het nationale volkslied. In 2005 is het volkslied verplichte leerstof geworden.

De vertaling van het Franse volkslied vind je online.

KUNNEN

Geïnspireerd door de ideeën van de Verlichting, maar verplicht om stap voor stap antwoorden te bedenken op onvoorziene situaties, heeft de Grondwetgevende vergadering (…) de basis gelegd van de Republiek, waarvan wij de erfgenamen zijn. (…) De republiek is geen lege vorm. Ze bevat een geheel van instellingen, rechtsregels en verplichtingen die wij de democratie noemen (…) Overal waar mensen vechten voor onafhankelijkheid, voor zelfbeschikkingsrecht, voor de opkomst van de arme landen, voor de vrijheid om te denken, voor de gelijkheid van de rechten, horen we de boodschap van de Franse Revolutie en iedereen in de wereld weet dat.

zelfbeschikkingsrecht: volkeren mogen zelf bepalen door wie en hoe ze bestuurd worden.

François Mitterrand, toespraak ter gelegenheid van de 200e verjaardag van de Eed van de Kaatsbaan, op 20 juni 1989

De uitgebreide versie van de toespraak vind je online. François Mitterrand (1916-1996) is een Franse politicus van de socialistische partij en president van Frankrijk tussen 1981 en 1995.

In 1989 wordt de 200e verjaardag van de Franse Revolutie uitgebreid gevierd. Mitterrand houdt deze toespraak in de Kaatsbaan in Versailles, precies 200 jaar nadat de StatenGeneraal op die plek hebben gezworen dat ze niet uit elkaar zullen gaan voor het land een grondwet heeft.

1 de onderzo ekbaarheid van een historische vraag beoordelen

2 aangeven welke bronnen bruikbaar zijn om een historische vraag te beantwoorden

3 informatie uit bronnen afleiden

4 de invlo ed van standplaatsgebondenheid op de historische beeldvorming inzien

5 de functie van een bron achterhalen

6 de b etekenis die vandaag aan de Franse Revolutie wordt gegeven, uit bronnen afleiden

7 met een voorbeeld uitleggen waarom mensen verwijzen naar het verleden

8 de o orsprong, functie en vorm van de collectieve herinnering aan de Franse Revolutie uitleggen

BRON
BRON 8 200 jaar Eed van de Kaatsbaan

FOVERZICHT

Overgang naar de moderne tijd

LANDBOUWVERNIEUWINGEN

HUMANISME (16e-17e eeuw)

BEVOLKINGSSTIJGING (vanaf 1450)

VERLICHTE ideeën

vrijheid gelijkheid tegen absolutisme tegen standen scheiding Kerk en staat

BEVOLKINGSEXPLOSIE

VERLICHTE DESPOTEN

REVOLUTIES

Noord-Amerika Frankrijk VS (1776) 1789-1799

MODERNE TIJD (1750-1945)

Onze gewesten: de Boerenkrijg

Hedendaagse democratie in België G1

België is vandaag net zoals alle andere lidstaten van de Europese Unie een parlementaire democratie. Ook de andere Belgische bestuursniveaus (regio’s, provincies, gemeenten) vertrekken vanuit dat principe. Wat zijn de kenmerken van een parlementaire democratie in België? Waarop is die gebaseerd? Hoe werkt dat op de verschillende niveaus?

De Boerenkrijg wordt in de Belgische patriottische literatuur omschreven als een heldhaftige strijd. Alle mogelijke superlatieven worden aangewend om de moed en dapperheid van de strijders te onderstrepen. Wat gebeurt er precies in deze Boerenkrijg en vanwaar al die heisa?

Boerenkrijg

1

Het Franse revolutionaire beleid wekt onrust

1De hedendaagse parlementaire democratie in België

DOC 1-2 Onze gewesten worden in de 18e eeuw bestuurd door de Oostenrijkse Habsburgers (zie D3 en D4). De Franse revolutionairen komen in conflict met Oostenrijk, een belangrijke tegenstander van de revolutie . Die strijd wordt grotendeels in de Zuidelijke

BRON 1-2 In een democratie vertrekt men vanuit het principe van de volkssoevereiniteit . Het volk van een staat bepaalt wie welke macht heeft. Een lid van het volk noemt men in het staatsrecht een burger.

De hedendaagse democratieën zijn grotendeels indirect. De burgers kiezen in dat geval vertegenwoordigers die wetten maken, die bestuurders aanstellen of zelf besturen, die ambtenaren benoemen … In een directe democratie beslissen de burgers zelf. De polis Athene uit de klassieke oudheid is daar het schoolvoorbeeld van.

Nederlanden beslecht. In 1792 behalen de Fransen de overwinning. Een aantal Zuid-Nederlandse burgers en edellieden beschouwen de Franse troepen aanvankelijk als bevrijders. Tijdens de Brabantse Omwenteling (1789) hebben ze al eerder een poging gewaagd om een onafhankelijke staat te stichten. Onenigheid en de inval van een Oostenrijks leger hebben daar een einde aan gemaakt (zie ook het onlinelesmateriaal).

proefversie©VANIN

staatsrecht: wetten die bepalen hoe een staat functioneert en hoe die zich organiseert referendum: volksraadpleging waarin burgers een vraag met ja of nee beantwoorden of een keuze maken uit enkele voorstellen. Vooraf wordt bepaald hoeveel deelnemers minstens moeten opdagen en hoeveel stemmen het winnende voorstel moet halen. Volksraadplegingen worden op dezelfde manier georganiseerd als verkiezingen.

Ze hebben nu hun hoop gesteld op de Franse revolutionairen. Die lijven in 1795 onze gewesten echter bij Frankrijk in. Ze schaffen de oude instellingen en wetten af en voeren allerlei revolutionaire hervormingen door. De oude vorstendommen worden bijvoorbeeld vervangen door negen departementen. Niet iedereen staat huiverig tegenover die veranderingen. De stedelijke burgerij hoopt op een uitbreiding van haar economische en politieke macht. Progressieve intellectuelen juichen het nieuwe tijdperk toe. Velen ergeren zich echter aan de antiklerikale politiek van de Fransen. Die zien de machtspositie van de Kerk als een bedreiging die moet verdwijnen. Priesters die weigeren een ‘eed van trouw aan de republiek en haat aan het koningschap’ af te leggen, worden

In de hedendaagse landen en gebieden leven echter heel veel mensen, waardoor een rechtstreekse democratie moeilijk te organiseren valt. Ook wil niet iedereen voortdurend met politiek bezig zijn.

verbeurdverklaard en openbaar verkocht om de Franse schatkist te spijzen. Het ongenoegen neemt verder toe als de oogsten mislukken en er een hongersnood dreigt. Ook andere Franse maatregelen kunnen op niet veel sympathie rekenen: het afschaffen van oude voorrechten, de stijgende belastingdruk en vooral de conscriptie wet doen het gemor toenemen. Die laatste wet roept alle mannen van 20 tot 25 jaar op voor een verplichte legerdienst die ten minste vijf jaar kon duren. De al door belastingen en misoogst geteisterde plattelandsbevolking verliest daardoor broodnodige arbeidskrachten aan het Franse leger. Dat complexe geheel van factoren zorgt ervoor dat er een gewapende opstand tegen de Franse bezetter uitbreekt: de ‘Boerenkrijg’.

van de burgers zijn en hoe de staat werkt. De oorspronkelijke grondwet stamt uit 1831, maar is nadien verschillende keren aangepast. De staat diende beter georganiseerd te worden of nieuwe rechten werden erin geschreven. De gelijkheid tussen man en vrouw komt bijvoorbeeld in 2002 in de grondwet. De rechten noemt men ook de grondrechten of mensenrechten. Die kunnen en mogen nooit aangetast worden. De oorspronkelijkste zijn de vrijheden (vrije mening, vrije pers, vrij vergaderen …) en de gelijkheid voor de wet.

conscriptie: het oplijsten van jongens die in aanmerking komen voor legerdienst

Sommige landen, zoals Zwitserland, houden wel regelmatig referenda of volks raadplegingen.

2 Brigands tegen Fransen

In Vlaanderen kan dat in beperkte mate in een gemeente of een provincie.

De parlementaire democratie baseert zich grotendeels op het Engelse parlementarisme en ideeën van de verlichte filosofen. Het systeem ontstaat en evolueert gedurende de moderne tijd.

In België schrijft de grondwet voor wat de rechten

DOC 3-4 Sommige onderzoekers beweren dat de opstandelingen steun uit het buitenland beloofd was. Britten en Oostenrijkers, vijanden van de Fransen, zouden hen te hulp komen. Op 25 oktober zou een Britse vloot als startschot van de opstand bij Oostende aanmeren. Harde bewijzen voor dat internationale complot zijn er echter niet. De vijandelijkheden breken bovendien twee weken eerder uit. Op 12 oktober 1798 worden in Overmere de bezittingen van iemand die weigert de nieuwe

Dat laatste betekent dat iedereen in gelijke gevallen een gelijke behandeling krijgt. Beperkingen van de grondrechten zijn bij wet geregeld en zijn slechts in bepaalde omstandigheden mogelijk, zoals ter bescherming van de openbare orde , veiligheid en gezondheid. Aan de ene kant voorziet de grondwet in vrijheid van eredienst. Gelovigen zijn vrij in het beleven van hun geloof en mogen daarvoor samenkomen. Langs de andere kant is er scheiding tussen Kerk en staat. De staat bemoeit zich niet met de erediensten zolang die zich aan de wetten houden en de grondrechten respecteren.

België is een grondwettelijke parlementaire monarchie . De grondwet vertrekt vanuit het principe van de scheiding der machten. De wetgevende macht is in handen van het Belgische federale parlement.

Die zorgt voor de wetten en controleert de andere machten. De Belgische federale regering is de uitvoerende macht die het land bestuurt. De verschillende rechtbanken vormen de rechterlijke macht. Zij moet ervoor zorgen dat België functioneert als een rechtsstaat: een staat waarin iedereen op een gelijke manier voor een rechtbank behandeld wordt en waarin de rechtbanken erover waken dat de grondrechten en de wetten door iedereen, ook door de overheid, gerespecteerd worden. De ‘Koning der Belgen’ is het staatshoofd, dat zowel tot de wetgevende als de uitvoerende macht behoort. Officieel is hij het hoofd van de regering. Hij bekrachtigt wetten door ze te handtekenen. De koning mag echter niets officieel doen zonder toestemming van een minister. Hij kan ook niet weigeren om een wet te ondertekenen.

De Belgische regering en het Belgische parlement zijn niet voor alles bevoegd. Bevoegdheden zoals cultuur en onderwijs zijn bijvoorbeeld naar de regio’s (gewesten en gemeenschappen) gegaan. Voor Vlaanderen heeft de Vlaamse regering de uitvoerende macht en het Vlaamse parlement de wetgevende macht. De Vlaamse wetten worden decreten genoemd en worden door de Vlaamse regering zelf bekrachtigd. De provincies en vooral de gemeenten krijgen van de federale en regionale overheid de bevoegdheid om beslissingen te nemen voor zaken op hun grondgebied. De uitvoerende macht in een provincie heet bestendige deputatie en de provincieraad vormt de wetgevende macht. In een gemeente zijn de burgemeester en het schepencollege de uitvoerende macht. De gemeenteraad is de wetgevende macht. Een wet van een provincie of een gemeente noemt men een besluit. De beslissingen in een parlement en een raad worden minstens met een democratische meerderheid genomen: de helft plus één van de vertegenwoordigers moet dan akkoord zijn.

Ook heeft België een aantal bevoegdheden afgestaan aan de Europese Unie. Het bestuur is in handen van commissarissen. Het Europese parlement controleert de commissarissen en maakt de Europese wetten. De regeringen van de lidstaten hebben echter nog veel macht. Zij benoemen de commissarissen, bepalen mee het bestuur en maken mee de wetten. Een echte scheiding tussen wetgevende en uitvoerende macht is er in de EU dus niet echt. Het Europees Hof van Justitie waakt er als rechtbank over dat iedereen zich aan de Europese regels houdt.

2Vrije verkiezingen zijn belangrijk binnen een parlementaire democratie

BRON 3-4 Via verkiezingen duidt het volk zijn vertegenwoordigers aan in de wetgevende instellingen (de parlementen en de raden). Die verkiezingen moeten regelmatig gehouden worden, bijvoorbeeld om de vijf jaar. Een kiezer moet ongehinderd en in het geheim kunnen kiezen. Niemand mag je dwingen tot een bepaalde keuze of komen kijken op wie je stemt. De verkiezingen gebeuren daarom in een lokaal met afgeschermde stemhokjes. De rechterlijke macht houdt toezicht op het correcte verloop van de verkiezingen.

Burgers kunnen zich kandidaat stellen bij de verkiezingen. Ze horen meestal bij een politieke partij. Die organisatie verzamelt een groep mensen die min of meer dezelfde ideeën hebben. Elke partij heeft een programma waarin die ideeën staan en dat gedeeltelijk verschilt van dat van de andere partijen. De ideeën gaan over de belastingen, de economie, de macht van de regio’s, de energievoorziening, het milieu, de sociale hulp … Bij verkiezingen dient elke politieke partij een lijst met kandidaten in.

Die verschillende lijsten komen dan op de stembrief. De kiezer duidt tijdens de verkiezingen op zijn stembrief aan welke lijst of welke kandidaten van één lijst zijn voorkeur genieten. In Vlaanderen gebeurt dat grotendeels digitaal.

openbare orde: er heerst rust en alles is zodanig veilig dat men vreedzaam kan samenleven. Rellen, opstanden, vandalisme, hinderlijk lawaai … zijn inbreuken op de openbare orde.

proefversie©VANIN

In een parlement of raad zetelt een aantal vertegenwoordigers. Men spreekt ook over een aantal zetels. In de meeste gevallen moet je als partij meer dan 5 % van de stemmen halen om recht te hebben op een zetel. Naarmate een partij bij verkiezingen meer stemmen behaalt, krijgt ze meer zetels. Wie meer dan de helft van de zetels behaalt, mag besturen en dus de uitvoerende macht zijn. Heel zelden behaalt een partij echter dat aantal. Daarom gaan verschillende partijen samenwerken. Ze vormen een coalitie waarmee ze samen meer dan de helft van de zetels hebben. Dat wordt de meerderheid genoemd. De coalitie- of meerderheidspartijen sluiten een bestuursakkoord waarin staat wat ze de komende jaren gaan doen. De andere partijen die samen minder dan de helft van de zetels hebben, vormen de oppositie of de minderheidspartijen.

meerderheidspartijen: partijen die in een coalitie samen de meerderheid vormen in een parlement of raad. Zij hebben samen minstens de helft plus één van de zetels.

partijcongres: bijeenkomst van een partij waarop zaken zoals de volgorde van de kandidaten op een kieslijst of bestuursakkoorden wordengoedgekeurd. De deelnemers kunnen verschillen naargelang de situatie en/of de partij: alle partijleden of vertegenwoordigers van plaatselijke afdelingen.

De parlementaire democratie kritisch bekeken

BRON 5 De parlementaire democratie is een systeem dat de burgers meer invloed en inspraak geeft dan bijvoorbeeld in dictaturen of systemen waar de uitvoerende macht bijna alle macht heeft. Toch zijn er enkele punten van kritiek. Het stemrecht en het recht om zich verkiesbaar te stellen bij verkiezingen zijn belangrijke grondrechten en politieke rechten. Ze vormen de basis van de indirecte democratie. De westerse landen laten graag uitschijnen dat ze een lange democratische traditie hebben. Dat klopt slechts gedeeltelijk. In België geniet voor lange tijd slechts een kleine groep van de politieke rechten. Tot op het einde van de 19e eeuw zijn dat de rijke mannen, meestal Franstalig. Het recht wordt dan geleidelijk uitgebreid naar alle mannen. Vrouwen krijgen stemrecht in 1920 voor de gemeenteraadsverkiezingen en vanaf 1948 voor het parlement. In 1981 wordt de leeftijd van de kiezer verlaagd tot 18 jaar en binnenkort misschien zelfs tot 16 jaar. Het stemrecht is voor wie de Belgische nationaliteit heeft. Sinds het einde van de 20e eeuw krijgen EU-burgers en vreemdelingen die lange tijd in België verblijven, een beperkt stemrecht.

OPDRACHTEN

De politieke partijen hebben van de 19e eeuw tot nu meer macht en invloed gekregen. Als kandidaat heb je meestal een partij nodig om verkozen te raken. Die partij bepaalt ook wie voor welke verkiezingen opkomt en wie de meest interessante plaatsen op haar kieslijst krijgt. Wie bijvoorbeeld boven aan de lijst staat, raakt gemakkelijker verkozen. De partijvoorzitters voeren na de verkiezingen de onderhandelingen om een coalitie te vormen. Als een partij erin slaagt om een coalitie te vormen, is het de partijleiding die beslist wie bestuurder mag worden. Dat is niet noodzakelijk de kandidaat die de meeste stemmen op de lijst heeft gehaald. De partijleiding laat het bestuursakkoord en de aanstelling van bestuurders meestal goedkeuren in een partijcongres Sommige verkozenen durven niet al te veel kritiek hebben op de partij of hun eigen bestuurders. Het zou kunnen dat ze dan bij de volgende verkiezingen een slechtere plaats op de lijst krijgen en niet meer verkozen raken. Andere politici durven dat soms wel omdat ze veel stemmen halen en een grote aanhang hebben of hopen die via hun standpunt te verkrijgen.

proefversie©VANIN

1 Zo ek op welke politieke partijen er allemaal in het Vlaamse parlement zitten.

2 Orden ze volgens het aantal stemmen dat ze in de recentste verkiezingen gehaald hebben van groot naar klein.

3 Zo ek op welke partijen de Vlaamse regering vormen.

KENNEN KUNNEN

1 de b egrippen ‘rechtsstaat’, ‘scheiding van Kerk en staat’, ‘grondwet’, ‘grondrecht’, ‘vrije verkiezingen’, ‘coalitie’, ‘meerderheid’, ‘oppositie’, ‘democratische meerderheid’, ‘politieke partij’ en ‘grondwettelijke parlementaire monarchie’ uitleggen

2 drie kenmerken van een parlementaire democratie opnoemen

3 de rol van elke macht in een parlementaire democratie geven

4 p er bestuursniveau in België de verschillende machten geven

5 uitleggen wat vrijheid en gelijkheid volgens de grondwet betekenen

6 de grote macht van de politieke partijen met twee voorbeelden aantonen

1 een schema analyseren en er opdrachten bij oplossen

2 het kiesproces in België uit een schema afleiden

BRON 1 De grenzen van de vrijheid

Het doel van dit essay is om op te komen voor één heel eenvoudig principe ... Dat principe is dat het slechts in één geval aan een groep of aan een individu toegestaan is om zich met iemands vrijheid van handelen te bemoeien, en dat is om zichzelf te beschermen (…) Individuele vrijheid moet in zoverre haar grenzen kennen: het individu mag niet tot overlast voor anderen zijn.

Uit: John Stuart Mill, On Liberty, 1859

John Stuart Mill (1806-1873) is een Engelse filosoof en econoom. In zijn interpretatie gaat de individuele vrijheid heel ver. Een belangrijke bron voor zijn visie is zijn tweede echtgenote, Harriet Taylor Mill (1807-1858), die net zoals hij opkomt voor de vrouwenrechten.

a Welke grens is er volgens Stuart Mill aan de individuele vrijheid?

b Welke andere grenzen zijn er in een land aan de individuele vrijheid?

BRON 2 Herzieningen van de Belgische grondwet

Een aanpassing van de grondwet wordt een herziening genoemd.

De grondwet stamt uit 1831 en is in het Frans geschreven. Tussen 1893 en 2019 is ze ongeveer 58 maal herzien. Soms gaat dat over ingrijpende zaken zoals het stemrecht (1893, 1921, 1981,1998), de organisatie van de staat (1970, 1980, 1988, 1993, 2001, 2012, 2014) of de gelijkheid tussen man en vrouw (2002). In 1967 komt er een Nederlandstalige grondwettekst. Daarvoor heeft enkel de Franse tekst rechtsgeldigheid. In 1991 volgt een Duitstalige tekst van de grondwet.

De Belgische grondwet kan niet gewijzigd worden in oorlogstijd. Ze kan enkel gedeeltelijk worden gewijzigd. Bepaalde zaken die de grondwet afschafte, kunnen nooit meer terug ingevoerd worden (bijvoorbeeld de censuur). Een herziening moet volgens een vast bepaalde procedure verlopen. Ook moet de wijziging een 2/3 meerderheid halen in het parlement.

Uit: www.dekamer.be

a Een grondwet kun je niet zomaar veranderen. Juist of fout? Motiveer je antwoord.

b Voor welke zaken herziet men vooral de grondwet?

BRON 3 De verschillende bestuursniveaus en de scheiding der machten voor wie in Vlaanderen woont

Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht

EU Europees parlement + ministers lidstaten

België ­ federaal of nationaal Belgisch parlement

proefversie©VANIN

Commissarissen + ministers lidstaten Europees Hof van Justitie

Belgische regering Belgische rechtbanken

België ­ regionaal Vlaams parlement Vlaamse regering

België ­ provinciaal Provincieraad

Bestendige deputatie

België ­ gemeentelijk Gemeenteraad Burgemeester en schepenen

De vertegenwoordigers worden via vrije verkiezingen aangeduid.

De bestuurders worden aangesteld door de meerderheidspartijen in een wetgevende raad.

De rechters worden aangesteld door de nationale regeringen.

De rechterlijke macht wordt voor alle Belgische bestuursniveaus door dezelfde rechtbanken uitgeoefend.

De rechtbanken zijn grotendeels wel per provincie georganiseerd.

a Wie is de wetgevende en uitvoerende macht op regionaal niveau?

b Welke macht is in België niet verder opgedeeld in beleidsniveaus?

c De schep enen van een gemeente worden rechtstreeks verkozen. Juist of fout? Motiveer je antwoord.

d Welke uitvoerende macht wordt rechtstreeks verkozen?

e Europa kent een volledige scheiding der machten. Juist of fout? Motiveer je antwoord.

BRON 4 Het kiesproces (vereenvoudigd schema)

POLITIEKE PARTIJ

• Kiest kandidaten

• Maakt een kiesprogramma

LIJST MET KANDIDATEN

proefversie©VANIN

OVERHEID

KIESBRIEF

• Lijsten van verschillende partijen

• Volgorde wordt per loting bepaald.

• Niet alle par tijen hebben voldoende kandidaten.

VERKIEZINGEN (op vooraf bepaalde dag en binnen een bepaalde tijd)

• Keuze is geheim.

• Kiezers kiezen voor een partij of voor één of meer kandidaten van één partij. Niets of niemand aanduiden mag ook.

Stemhokjes

• De stemmen worden geteld.

Het stemmen geb eurt dikwijls per computer.

• Het resultaat wordt vastgesteld en meegedeeld.

Het resultaat in zetels voor het Vlaamse parlement in 2019

ONDERHANDELINGEN

De politieke partijen starten onderhandelingen om een coalitie te vormen en zo een bestuur samen te stellen. Ze vormen daarbij een meerderheid in een parlement of raad.

Meerderheidspartijen in het Vlaamse parlement die de Vlaamse coalitieregering in 2019 steunen

BRON 5 Veel stemmen halen biedt geen garantie op een functie binnen de uitvoerende macht

Peter B. uit H. is na 1 januari niet langer gedeputeerde voor de provincie Antwerpen. Dat heeft het provinciaal bestuur van <zijn partij> vanavond beslist. B. die 20 971 voorkeurstemmen behaalde, moet in de deputatie plaats ruimen voor K. H., die maar 12 279 voorkeurstemmen behaalde op 14 oktober. De deputatie gaat in de volgende legislatuur (2019-2024) nog maar bestaan uit 4 leden. De tweede <partij> -gedeputeerde wordt L. C. (…)

Uit: nnieuws.be, 8 november 2018

proefversie©VANIN

De man die zichzelf tijdens de campagne omschreef als Kempenknokker, behaalde 20 971 voorkeurstemmen. Zijn partij (…) haalde in het arrondissement drie van de negen zetels voor de provincieraad (...) ‘Het provinciale partijbestuur heeft gekozen. Liever een halve gedeputeerde minder, dan zes jaar met Peter B. in zee gaan. Ik versta dat niet.’ B. stopt zijn ontgoocheling niet weg. Hij wil niet natrappen, maar wil zijn verhaal kwijt (…) In een afgeslankte deputatie mocht de <partij> nog twee van de vier gedeputeerden leveren. Een van die twee moest een vrouw zijn. <Dat werd K. H.> Het ging daarom tussen Peter B. en L. C. Het provinciale partijbestuur koos voor L. C. (…) ‘Laat ons zeggen dat in de stemming onvoldoende rekening is gehouden met a) het gepresteerde werk, b) de visie en c) het aantal voorkeurstemmen. Er waren 44 stemgerechtigden. Het resultaat was 22 voor L. C., 21 voor mij en een onthouding. Die stemming is correct verlopen. (…) ik vind het onrechtvaardig dat in dit geval twee democratische processen botsen. De kiezer had een duidelijk signaal gegeven dat het werk dat ik heb gepresteerd, naar waarde is geschat en de kiezer wilde dat ik dat werk zou kunnen voortzetten. Ik beschouw die stemming in het partijbestuur als een grove onrechtvaardigheid. Ik heb een beroep gedaan op het moreel gezag van onze voorzitter (…) om te zeggen dat dit niet is wat onze kiezers willen. Ik denk dat <de voorzitter> daarvoor wel moeite heeft gedaan, maar het heeft niets uitgehaald.’

Uit: Het Nieuwsblad, 20 november 2018

We hebben de betrokken partij en de politici bewust geanonimiseerd omdat de geschetste gebeurtenis niet uniek is in de politieke geschiedenis. Nadat een partij uit een coalitie heeft gekozen wie mag besturen, keuren de verkozenen van de coalitiepartijen in een raad dat bijna altijd goed.

a Over welk bestuursniveau en welke verkiezingen gaat het hier?

b Ho eveel voorkeurstemmen behaalt Peter B.?

c Ho eveel partijleden beslissen in totaal dat B. geen gedeputeerde wordt?

d In welke mate kun je de beslissing van de partij ook democratisch vinden?

e Wie lijkt hier de meeste macht te hebben? De kiezer of de partijleden?

f Duiden de kiezers eigenlijk b estuurders aan (bekijk eventueel opnieuw bron 3)?

g Ho e maak je het meeste kans om als politicus bestuurder te worden?

Onderzoek 7: mensenrechten vandaag en gisteren

We kunnen er niet naast kijken: elke dag staan er in de media schendingen van mensenrechten. Wij onderzoeken welke mensenrechten in het verleden geschonden worden, maar ook welke mensenrechten erkend worden. Wie zijn de voorvechters van de mensenrechten? Welke argumenten gebruiken zij?

proefversie©VANIN

Verklaring van

1

Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger

Op 20 juni 1789 besluit de derde stand de StatenGeneraal te verlaten om samen met een aantal edelen en geestelijken te werken aan de grondwet (zie les F3). De feodale privileges van adel en geestelijkheid (de tienden) worden in juli en augustus 1789 afgeschaft. Voordat de constituante (grondwetgevende vergadering) kan beginnen aan het uitwerken van een nieuw bestuur, wil men eerst de rechten van alle burgers vastleggen. Dat doet men op 26 augustus 1789 in de plechtige Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Verklaringen van de Rechten van de Mens zijn niet echt nieuw: verschillende deelstaten van de jonge VS hebben zo’n

verklaring eerder afgelegd. Nadien volgen er nog veel verklaringen. In 1948 lanceren de Verenigde Naties zo de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De verklaringen van 1789 en van 1948 krijgen de meeste weerklank. Zij geven de mensen echter geen nieuwe rechten. De auteurs gaan ervan uit dat die er altijd al geweest zijn. Al die verklaringen vertrekken van het standpunt dat alle mensen van nature die rechten hebben. Gelden de verklaringen echter voor alle mensen? Gelden zij in de 18e eeuw bijvoorbeeld ook voor vrouwen of voor slaven? Op 4 februari 1794 wordt in Frankrijk de slavernij officieel afgeschaft. Het Franse parlement, bestaande uit mannen, geeft de vrouwen weliswaar niet dezelfde rechten als mannen.

Magna Carta
1789
Declaration of Rights
Habeas Corpus Act
Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger
Universele
de Rechten van de Mens en de Burger

OPDRACHTEN

1 Lees bron 1. Tegen welk artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (verder: RvdM) zondigt men in bron 2 tot en met 4?

2 Lees bron 5.

a Met welk(e) artikel(s) is men in strijd met de RvdM?

b Zo ek zelf in dit leerboek nog twee zinnen of kleine fragmenten die in strijd zijn met de RvdM.

3 Bestudeer bron 2, 6 en 7.

a Wie schonk, volgens Alcidamas, alle mensen de vrijheid?

b Op wie b eroept Alcidamas zich om zich te verzetten tegen de slavernij?

c Op wie nog?

d Wie of wat is in bron 7 die ‘laatste’? Wie of wat is die ‘eerste’? Wie doet ‘zulk werk’? Waarvoor is het lichaam van een slaaf gemaakt? En dat van een vrije mens? Wie maakt de lichamen verschillend?

e Is de uitspraak van Alcidamas representatief voor de oudheid? Verklaar je antwoord.

4 Bestudeer bron 8, 9 en bron 21 in les D6.

a Wat wordt in de eerste zin van bron 8 verboden? Waarom staat dat hier? Liet de koning willekeurig aanhouden en gevangennemen? Wat denk je? En met geweld?

b Met welk(e) artikel(s) van de RvdM is die praktijk in strijd?

c Probeer uit te leggen waarom vele historici en juristen dit artikel als een begin van de rechtsstaat zien of als een eerste begin van erkenning van enkele mensenrechten. Welke mensenrechten?

d Ho e staat in dit artikel dat deze mensenrechten niet tellen voor iedereen? Voor wie tellen ze niet?

e Wordt artikel 39 uit de Magna Carta door de koningen gerespecteerd?

f Welk artikel uit de RvdM wordt wel gerespecteerd als de Habeas Corpus Act wordt gerespecteerd?

g Vergelijk bron 21 in les D6 met artikel 19 en 21 van de RvdM. Welk verschil zie je?

5 Lees bron 10 in les F1.

a Beantwoord eerst de vragen bij bron 10 in les F1 en de bijkomende vraag: Locke vindt dat ‘alle mensen volkomen vrij en onderling gelijk’ zijn. Wie of wat heeft dat bepaald? Hoe zegt Locke dat?

b Welke artikels van de verklaring van 1948 vallen onder de noemer sociale en economische rechten?

6 Welke artikels van de RvdM worden geschonden of worden nageleefd in bron 11?

7 Synthese

a No em minstens één voorvechter van één of enkele mensenrechten in dit leerboek. Welk(e) mensenrecht(en) wordt/worden nagejaagd?

b Zo ek de naam op van een hedendaagse mensenrechtenactivist. Schrijf in enkele lijnen waarom zij/hij die titel verdient.

c Zie jij een p ositieve of een negatieve evolutie op het vlak van de mensenrechten? Vergelijk daarbij de evolutie vanaf de vroegmoderne tijd. Is er verandering? Zie je verschil in de ruimte: is er meer of minder vooruitgang tussen de continenten? Springen er landen in positieve of negatieve zin uit?

proefversie©VANIN

KUNNEN

1 in de media mensenrechtenschendingen herkennen

2 minstens vijf mensenrechten opnoemen

3 continuïteit of verandering verwoorden in verband met twee mensenrechten van de vroegmoderne tijd tot vandaag

BRON 1 Verkorte Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, 1948

Alle leden van de Verenigde Naties hebben zich gebonden aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Mensenrechten zijn de basis van vrijheid, gerechtigheid en vrede. Minachting voor de mensenrechten heeft geleid tot barbaarse handelingen. Als mensen niet worden beschermd, is opstand tegen onderdrukking de laatste toevlucht. Mensenrechten zijn een plicht van iedereen: regering, individu of maatschappelijk orgaan.

1 Iedereen wordt vrij en met gelijke rechten geboren.

2 De mensenrechten gelden voor wie je maar bent, waar je ook bent.

3 Je hebt recht op leven, vrijheid en veiligheid.

4 Slavernij is verboden.

5 Mar telen is verboden.

6 Je hebt het recht op erkenning voor de wet.

7 De wet is voor iedereen gelijk.

8 Als je onrecht is aangedaan, moet je rechtsbescherming krijgen.

9 Je mag niet zomaar worden opgesloten, of het land uitgezet.

10 Je hebt recht op een eerlijke en openbare rechtszaak met een onafhankelijke rechter.

11 Je b ent onschuldig tot het tegendeel is bewezen.

12 Je hebt recht op privacy en op bescherming van je goede naam.

13 Je mag je vrij verplaatsen in je eigen land. Je mag ieder land (ook je eigen) verlaten.

14 Als je mensenrechten bedreigd worden, mag je in een ander land asiel vragen.

15 Je hebt recht op een nationaliteit.

16 Je mag trouwen met wie je wilt en een gezin stichten.

17 Je hebt recht op bezit, dat mag niemand zomaar van je afnemen.

18 Je mag je eigen go dsdienst of overtuiging kiezen en daarnaar leven.

19 Je mag uitkomen voor je mening en je mag overal informatie vandaan halen.

20 Je mag een vereniging oprichten, niemand mag je dwingen ergens lid van te worden.

21 Iedereen mag meedoen aan verkiezingen en zich verkiesbaar stellen.

22 Je hebt recht op maatschappelijke zekerheid.

23 Je hebt recht op werk naar keuze, met een eerlijk loon. Vakbonden zijn vrij.

24 Je hebt recht op rust, vrije tijd en betaalde vakantie.

25 Je hebt recht op voldoende inkomen, zo nodig moet de staat voor je zorgen.

26 Je hebt recht op onderwijs.

27 Je hebt recht om te genieten van kunst en cultuur. Cultuur moet worden beschermd.

28 Alle regeringen moeten ervoor zorgen dat de mensenrechten worden nageleefd.

29 De wetten en de democratie moeten de mensenrechten beschermen.

30 Niets van het b ovenstaande mag misbruikt worden om de mensenrechten teniet te doen.

Uit: www.amnesty.nl

De volledige Verklaring van de Rechten van de Mens vind je online.

BRON 2 Slavernij in de oudheid

In de oudheid is slavernij heel gewoon. In de 7e eeuw v.C. kent de polis Athene ‘schuldslaven’: boeren die hun schulden niet kunnen betalen en hun vrijheid verliezen. Zij kunnen verkocht worden als slaaf. Solon bevrijdt de schuldslaven. Daarmee verdwijnt de slavernij echter niet. De schuldslaven worden vervangen door de oorlogsslaven die van elders komen. De Atheners kopen ook slaven op de slavenmarkt. (…) De meeste slaven zijn ‘barbaren’ (niet-Grieken). (…) De grootste groep werkt in de mijnen en heeft een onmenselijk hard leven. Slaven in de huishouding hebben het meestal beter.

Uit: Storia HD Classic 2

BRON 3 Missionering in het Frankische Rijk

De Karolingen steunen de missionering bij nietchristelijke stammen. Onderworpen volkeren worden gedwongen zich tot het christendom te bekeren.

Uit: Storia HD Classic 3

BRON 4 De standenmaatschappij

Afhankelijk van de stand waartoe men behoort, heeft men bepaalde rechten. Vooral de clerus en de adel, die bijna alle grond in handen hebben, beschikken dus over veel rechten. Zij zijn de bevoorrechte standen. De derde stand heeft voornamelijk plichten (…) De derde stand staat aanvankelijk gelijk met de boerenbevolking, maar ook daar kunnen verschillende deelgroepen onderscheiden worden. De meeste boeren zijn horigen, maar er blijft ook een groep van vrije boeren bestaan. Een aparte categorie binnen de derde stand wordt gevormd door de lijfeigenen, al is het onderscheid met sommige horigen eerder klein. Terwijl horige boeren nog steeds een stukje grond hebben om zelf te bewerken en nog bepaalde rechten hebben, zijn lijfeigenen eerder een soort van slaven zonder grond of rechten.

Uit: Storia HD Classic 3

De godheid schonk alle mensen vrijheid, en de natuur schiep niemand als slaaf.

Uitspraak van Alcidamas

Alcidamas (4e eeuw v.C.) is een filosoof, een redenaar en een leraar in Athene. Volgens Wikipedia was deze uitspraak van Alcidamas de eerste kritiek op de slavernij.

• Aan de regengod offeren de Mexica kinderen (zie les C1).

• De samenleving van de Mexica bestaat uit verschillende standen (edellieden, clanleden , gewone lieden, slaven) … (zie les C1)

• De enorme ho eveelheid goud en edelstenen die ze buitmaken, wakkert hun hebzucht aan (zie les C1).

• Om in de mijnen en op de plantages te werken heeft men veel en goedkope werkkrachten nodig. Aanvankelijk wordt de autochtone bevolking (‘indianen’) daarvoor tot slavernij gedwongen (zie les D1).

• Ets van Jan Luycken (zie Onderzoek: terreur en tolerantie in de Nederlanden)

proefversie©VANIN

Geen enkele vrije man mag aangehouden of gevangengenomen worden, van zijn bezittingen beroofd, buiten de wet gesteld of verbannen of op de ene of andere manier van zijn rechten beroofd, tenzij door een wettelijk vonnis van zijn gelijken of door de wet. Wij zullen geen geweld tegen hem gebruiken of anderen sturen om dat te doen. Wij zullen aan niemand het recht of gerechtigheid verkopen, ontzeggen of verhinderen.

Uit: Magna Carta, vrije vertaling van de Engelse versie

Koning Jan I van Engeland regeert van 1199 tot 1216. Jan, bijgenaamd ‘zonder Land’ omdat hij bijna al zijn Franse bezittingen heeft verloren, is een despoot die voortdurend ruzie heeft met de adel en de clerus. Die dwingen hem dit Groot Charter te tekenen. De koning belooft onder andere geen belastingen meer te heffen zonder instemming van de adel.

De natuur heeft de neiging het lichaam van vrije mensen anders te maken dan dat van slaven: die laatste sterk genoeg om werk te doen dat nodig is, die eerste juist rechtop lopend en onbruikbaar voor zulk werk, maar bruikbaar voor het leven als burger van een polis.

Uit: Aristoteles, Politica

Aristoteles (384-322 v.C.) is een van de belangrijkste filosofen met veel invloed tot op vandaag.

Deze wet bepaalt dat een gevangene fysiek voor de rechtbank moet worden gebracht zodat er een grondig onderzoek kan worden ingesteld naar de reden van zijn gevangenneming. Dit recht volgde reeds uit de Magna Carta, maar werd door despotische koningen genegeerd.

Uit: Vormen vzw, De geschiedenis van de mensenrechten (tijdlijn)

Vormen vzw is een expertisecentrum voor mensenrechtenen kinderrechteneducatie in Vlaanderen.

BRON 10 Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, 1789

Je vindt de verklaring online.

BRON 5 In strijd met de RvdM
BRON 6 Alcidamas en de slavernij
BRON 7 Aristoteles en de slavernij
BRON 8 Artikel 39 uit de Magna Carta van 1215
BRON 9 Habeas Corpus Act 1679

A VN-Comité tegen Foltering tikt België op vingers: buitensporig geweld en overvolle gevangenissen

Uit: De Morgen, 30 juli 2021

Op de Meir in Antwerpen demonstreren manifestanten tegen politiegeweld (21/07/2020).

Het comité van de Verenigde Naties dat toekijkt op de naleving van het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing, is niet mals voor ons land. In een rapport verwijst de CAT (Committee Against Torture) onder meer naar ‘het veelvuldig voorkomen’ van politiegeweld en de overbevolking in gevangenissen.

De CAT is bezorgd over het buitensporige gebruik van geweld door de politie, dat sinds 2014 heeft geleid tot de dood van verschillende gedetineerden. Een van hen is Jozef Chovanec. De Slovaak stierf in februari 2018 in een ziekenhuis, na een gespierde politie-interventie in een politiecel op de luchthaven van Charleroi.

proefversie©VANIN

B Massamoorden in Myanmar

Journalisten van de BBC hebben harde bewijzen gevonden van massamoorden in Myanmar. Tientallen burgers zijn op gruwelijke wijze gedood door het leger.

Uit: De Morgen, 22 december 2021

C De Oeigoeren zien hun moskeeën een voor een verdwijnen

In het Chinese district Gongliu had elk dorp zijn eigen moskee. Tot de overheid in 2018 een golf van vernielingen in gang zette. Een reconstructie op basis van satellietbeelden, getuigenissen en onderzoek ter plaatse. ‘Ik ga niet meer naar de moskee. Te ver.’

Uit: De Morgen, 9 juni 2021

D Japan voltrekt eerste executies onder nieuwe premier

Sinds december 2019 waren er geen doodvonnissen meer voltrokken in Japan. Volgens de Japanse regering waren de straffen nodig als reactie op hun ‘afschuwelijke misdaden’. Een van de geëxecuteerden was een 65-jarige man die in 2004 zijn 80-jarige tante, twee van haar kinderen en vier anderen om het leven had gebracht met een hamer en mes. De andere twee werden in 2003 veroordeeld voor de moord op twee medewerkers van een gokhal.

Uit: De Morgen, 22 december 2021

E Suikerwafel of restje pizza

‘Ook in een dorp als Arendonk zien leerkrachten dat kinderen met een lege brooddoos naar school komen. Armoede is niet langer een stedelijk probleem’, zei Tom Claessen (Vooruit-Groen) vorig jaar tijdens de gemeenteraad in Arendonk.

Onderzoekster Katrien Verbeke van de Universiteit Gent maakte deze week nog meer onthutsende armoederesultaten bekend, gestaafd met foto’s die fotograaf Lieve Blancquaert maakte van boterhammendozen van kinderen in negen basis- en secundaire scholen in Gent. ‘Een energiedrankje, een paar cocktailworstjes, verkruimelde chips, een suikerwafel, een restje pizza of soms zelfs helemaal niets. De inhoud van de brooddozen van de kinderen in de Gentse scholen legt een schrijnende problematiek bloot’, zegt de onderzoekster. ‘We schatten dat een op de vier kinderen met honger op de schoolbanken zit. Het is een verdoken probleem.’

Uit: Gazet van Antwerpen, 27 januari 2022

F Nieuw onthaalcentrum geopend voor LGBTQAI+-asielzoekers

Op de Internationale Dag van de Mensenrechten is vrijdag in Sint-Jans-Molenbeek een onthaalcentrum geopend voor asielzoekers die LGBTQAI+ (lesbisch, homo, bi, transgender, queer, aseksueel, intersekse ...) zijn. Het onthaalcentrum ligt in het cultureel centrum LaVallée.

Uit: Gazet van Antwerpen, 10 december 2021

G Kritische Oegandese schrijver ernstig gemarteld

Kakwenza – hij is het meest bekend onder zijn voornaam – werd eind december door gewapende mannen uit zijn huis gehaald en meegenomen. Op een geheime locatie werd hij vervolgens dagen achtereen gemarteld, zo werden er volgens Kakwenza bijvoorbeeld tangen gebruikt om stukken vlees uit zijn dijbenen te trekken en werd hij met knuppels op zijn enkels geslagen (…) Kakwenza werd op 25 januari vrijgelaten, al wordt hij nog wel vervolgd voor ‘aanstootgevende communicatie’ richting president Museveni en diens familie.

Uit: De Morgen, 9 februari 2022

H Amnesty: ‘Polen en Wit-Rusland spelen een smerig spel met mensenlevens’

Zowel Wit-Rusland als Polen maakt zich schuldig aan geweld tegen asielzoekers en migranten die vastzitten in de ‘schemerzone’ tussen de twee landen. Dat zegt Amnesty International. De organisatie sprak met 75 mensen die door WitRusland naar de grens werden gelokt.

Uit: De Morgen, 21 december 2021

proefversie©VANIN

HHerhaling en synthese

In dit onderdeel herhalen we zowel enkele onderdelen van het historisch denken als enkele kenmerken van de vroegmoderne tijd.

HHerhalingsoefeningen en synthese

PREHISTORIE OUDE NABIJE OOSTEN KLASSIEKE OUDHEID

In dit onderdeel vind je enkele opdrachten die het referentiekader en de belangrijkste vaardigheden herhalen. In de synthese test je jouw kennis over de nieuwe tijd. Als je de antwoorden niet direct weet, raadpleeg je dit leerboek, het onlinelesmateriaal of een naslagwerk. Veel plezier!

OPDRACHT 1

1 Geef voor elke bron de juiste tijd uit het referentiekader. Let op, sommige bronnen stammen uit dezelfde tijd.

2 Welke bronnen gaan niet over West-Europa?

3 Welke bronnen gaan over het politieke domein? Motiveer je antwoord.

OPDRACHT 1

4 Welke bronnen zijn gemaakt met het doel een boodschap over te brengen? Motiveer je antwoord.

• Geef voor elk document de juiste tijd uit het referentiekader. Let op, sommige documenten stammen uit dezelfde tijd.

5 Waarvoor zouden sommige bronnen vandaag nog gebruikt worden?

• Welke documenten hebben betrekking op de samenleving van het ancien régime?

Dit Griekse marmeren standbeeld uit de 2e eeuw v.C werd in 1820 teruggevonden op het eiland Melos, waar het bedolven lag onder ruïnes.

Dit borduurwerk uit de 11e eeuw vertelt hoe en waarom de Normandiërs Engeland veroveren.

Peter Paul Rubens, De kruisoprichting (ca. 1610)

Het schilderij wordt in opdracht van een rijke koopman door de Vlaamse schilder Rubens geschilderd voor de Antwerpse Sint-Walburgakerk (oorspronkelijk de hoofdkerk van de stad).

BRON 2 Fragment uit het tapijt van Bayeux
BRON 3 De kruisoprichting
BRON 1 De Venus van Melos (Milo)

BRON 4 Besluiten van het Stamp Act Congress, 19 oktober 1765

Negen kolonies, verenigd in een congres, verzetten zich tegen de nieuwe taksen.

Negen kolonies, verenigd in een congres, verzetten zich tegen de nieuwe taksen.

Vertegenwoordigers van verschillende Britse Noord-Amerikaanse kolonies komen in New York samen om te protesteren tegen de Britse belastingpolitiek.

Dat zijne majesteits’ onderdanen in deze kolonies recht hebben alle rechten en vrijheden van zijn onderdanen in het koninkrijk Groot-Brittannië.

2 Dat zijne majesteits’ onderdanen in deze kolonies recht hebben op alle rechten en vrijheden van zijn onderdanen in het koninkrijk Groot-Brittannië.

2 Dat zijne majesteits’ onderdanen in deze kolonies recht hebben op alle rechten en vrijheden van zijn onderdanen in het koninkrijk Groot-Brittannië.

3 Onafscheidelijk verbonden met de vrijheid van het volk, en de onbetwistbare rechten van de Engelsen, is dat er geen taksen aan hen mogen opgelegd worden zonder hun instemming, gegeven door hen persoonlijk of door hun vertegenwoordigers.

DOC 4

3 Onafscheidelijk verbonden met de vrijheid van het volk, en de onbetwistbare rechten van de Engelsen, is dat er geen taksen aan hen mogen opgelegd worden zonder hun instemming, gegeven door hen persoonlijk of door hun vertegenwoordigers.

Onafscheidelijk verbonden met de vrijheid van het volk, en de onbetwistbare rechten van de Engelsen, is dat er geen taksen aan hen mogen opgelegd worden zonder hun instemming, gegeven door hen persoonlijk of door hun vertegenwoordigers.

Negen kolonies, verenigd in een congres, verzetten zich tegen de nieuwe taksen.

Uit de besluiten van het ‘Stamp Act Congress’, 19 oktober 1765.

de besluiten van het ‘Stamp Act Congress’, 19 oktober 1765.

2 Dat zijne majesteits’ onderdanen in deze kolonies recht hebben op alle rechten en vrijheden van zijn onderdanen in het koninkrijk Groot-Brittannië.

3 Onafscheidelijk verbonden met de vrijheid van het volk, en de onbetwistbare rechten van de Engelsen, is dat er geen taksen aan hen mogen opgelegd worden zonder hun instemming, gegeven door hen persoonlijk of door hun vertegenwoordigers.

Uit de besluiten van het ‘Stamp Act Congress’, 19 oktober 1765.

DOC 5

De schilderingen werden waarschijnlijk 17 000 jaar geleden gemaakt. Ze werden in 1940 ontdekt.

BRON 7 De terechtstelling

DOC 6

van

DOC 7

proefversie©VANIN

Théophile Lybaert, De terechtstelling (1885)

Het schilderij toont de executie van twee Vlaamse opstandelingen tegen de Franse bezetter in 1798.

Er staat: ‘Eén Volk, één Rijk, één Leider’. Dat betekent eigenlijk dat iedereen hem moet gehoorzamen.

8

BRON 8 Dodenmasker Toetanchamon

Gouden dodenmasker van de Egyptische farao Toetanchamon, ca. 1314 v.C.

8 H HERHALINGSOEFENINGEN EN SYNTHESE

Het masker is boven op de mummie geplaatst om die te beschermen. Toetanchamon is vooral beroemd geworden omdat zijn graf in 1922 intact werd ontdekt.

BRON 5 Affiche Hitler
7
Affiche
de Duitse dictator Adolf Hitler, 1939
BRON 6 Grotschilderingen in Lascaux (Frankrijk)
DOC 6
DOC 5
DOC 7
DOC 4
DOC
DOC

OPDRACHT 2

1 Geef voor elk monument de juiste tijd waarin het gebouwd is.

2 Geef ook de naam van de cultuurperiode (de stijl) waartoe het behoort. Motiveer je antwoord telkens met twee kenmerken.

proefversie©VANIN

BRON 9 Notre­Dame, Parijs
BRON 10 Palazzo Farnese, Rome
BRON 11 Parthenon, Athene
BRON 12 Sint­Carolus Borromeuskerk, Antwerpen
BRON 13 Sint­Michielskerk, Hildesheim

OPDRACHT 3

1 Geef voor elk tekstfragment de godsdienst of de Kerk waartoe het hoort. Kies daarbij uit: Egyptische godsdienst, islam, katholieke Kerk, lutherse Kerk, prehistorische godsdienst.

2 Geef voor elke Kerk of godsdienst de tijd waarin ze ontstaan is.

a Iedere christen, als hij oprecht berouw heeft, krijgt volledige kwijtschelding van straf en schuld, die hem ook zonder aflaat brief toekomt.

b De overledene moet voor Osiris verschijnen, die zal oordelen over de toekomst van zijn ziel. Osiris wordt bijgestaan door 42 rechters. De god Anubis brengt de overledene binnen.

c De Cro-Magnonmens ontwerpt de eerste beeldjes: de zogenaamde venusbeeldjes. Het zijn naakte vrouwen, waarvan borsten en billen overdreven groot afgebeeld worden. De beelden betuigen waarschijnlijk eer aan een vruchtbaarheidsgodin, een godin-moeder.

d Wij zullen ons richten (bij het gebed) in de gebedsrichting (...) en richt u naar Mekka (...) en waar gij u ook bevindt, richt uw gelaat in die richting.

e Een pasto or die verzocht wordt om sacramenten toe te dienen, moet daar dadelijk en gewillig toe bereid zijn.

OPDRACHT 4

Hier vind je tien kenmerken van de vroegmoderne tijd. Vijf van die kenmerken komen (min of meer) nog voor in de hedendaagse westerse beschaving. Welke? Raadpleeg eventueel een naslagwerk.

OPDRACHT 5

Zoek zelf de juiste informatie op in het leerboek. Welke zes gebeurtenissen uit de vroegmoderne tijd komen gelijktijdig voor met de regering van keizer Karel V van Habsburg?

A Stichting van Nieuw-Spanje in Amerika

B Absolutisme van Lo dewijk XIV

C Maar ten Luther wil de Kerk hervormen.

D Antwerpen speelt een vooraanstaande rol in de Atlantische economie.

E Hendrik VIII van Engeland sticht de anglicaanse Kerk.

F De geleerde Erasmus schrijft zijn werken.

G Amerikaanse Revolutie

H De Noordelijke Nederlanden verklaren zich onafhankelijk.

I In de kunst is de renaissance populair.

J De Turken veroveren Constantinopel.

proefversie©VANIN

a boekdrukkunst f absolutisme

b koningen g protestanten

• Geef twee belangrijke fenomenen uit de nieuwe tijd die hun succes aan de boekdrukkunst te danken hebben.

c standen h kanonnen

d heksenvervolging i windmolens

• Verklaar waarom je de boekdrukkunst een revolutionaire uitvinding kunt noemen.

e p estepidemieën j kinderhuwelijken

• Geef en bespreek kort drie nieuwe wetenschappelijke theorieën die in de nieuwe tijd verkondigd worden.

• “Karel regeert over een rijk waar de zon nooit ondergaat.” Verklaar die uitspraak.

• Vergelijk het bewind van Karel V met dat van Hendrik VIII en Lodewijk XIV op de volgende punten: buitenlandse politiek en godsdienstpolitiek.

• “Het van • Geef mentarisme.

beschrijft.

H HerHaling
EINDOPDRACHT Maak
• Wanneer
• Is katholieke
• Waarom
DOC 19 Keizer Karel V van Habsburg-Bourgondië

BRON 14 Brief aan de koning

Sire, Uwe hoogheid zijn ongenoegen en mijn gevangenschap zijn dingen die zo vreemd zijn dat ik niet weet wat schrijven (...) U heeft mij gekozen als Uw koningin en partner, buiten mijn wil of verlangen. Als U mij toen waardig vond (...) laat dan geen ingeving of slechte raad van mijn vijanden U beïnvloeden. Schenk mij een (eerlijk) proces en laat mij niet beoordelen door mijn eigen vijanden.

Uit: Anne Boleyn, brief aan Hendrik VIII, Tower of London, 1536

Hendrik VIII (1491-1547)

Anne Boleyn (1501-1536)

Anne Boleyn is de tweede vrouw van de Engelse koning Hendrik VIII Tudor. Die laat zijn eerste huwelijk met Catharina van Aragon nietig verklaren om haar te kunnen huwen. Omdat de paus niet wil meewerken, maakt hij de Engelse Kerk los van de katholieke Kerk. De koning hoopt dat Anne hem een mannelijke troonopvolger kan schenken. Dat lukt niet. Bovendien wordt de familie Boleyn te machtig. Zij hebben veel tegenstanders aan het hof. Hendrik denkt na verloop van tijd dat Anne hem met haar charmes behekst heeft. Hij laat haar arresteren en opsluiten op verdenking van overspel met haar eigen broer. Anne Boleyn wordt ter dood veroordeeld en onthoofd.

a Is dit een primaire of secundaire bron om een historische vraag over Hendrik VIII en Anne Boleyn te beantwoorden?

b Ho e wordt de bron gepresenteerd?

c Wat is de context van de bron?

d Welk oorspronkelijk doel heeft de bron?

e Welk doel heeft de bron vandaag?

f Beo ordeel de standplaatsgebondenheid van Anne Boleyn. Hoe kan dat de inhoud van de bron beïnvloed hebben?

g Welk beeld krijg je van Anne Boleyn door de brief?

BRON 15 Brief aan de keizer

De vreugde die het volk elke dag toont, niet alleen over de ondergang van de bijzit, maar over de hoop dat prinses Mary in haar positie hersteld wordt, is overduidelijk …

Uit: Eustace Chapuys, brief aan keizer karel V, 1536

De Bourgondiër Eustace Chapuys is de ambassadeur van keizer Karel V aan het Engelse hof. Catharina van Aragon, de eerste vrouw van Hendrik VIII, is een tante van de keizer. Die is inmiddels overleden. De keizer hoopt echter dat de dochter uit dat huwelijk opnieuw rechten op de Engelse troon krijgt.

a Is dit een primaire of secundaire bron om een historische vraag over Hendrik VIII en Anne Boleyn te beantwoorden?

b Beo ordeel de standplaatsgebondenheid van Eustace Chapuys. Hoe kan dat de inhoud van de bron beïnvloed hebben?

c Welk oorspronkelijk doel heeft de bron?

d Welk doel heeft de bron vandaag?

e Welk beeld schetst Eustace van Anne Boleyn?

proefversie©VANIN

De verschillende samenlevingen op het einde van de 20e eeuw volgens de Amerikaan Samuel Huntington (1927-2008)

Deze Amerikaanse professor bestuurskunde neemt als belangrijkste kenmerk voor een samenleving de cultuur en daaruit de godsdienst. Hij ziet vooral botsingen tussen de samenlevingen in de toekomst. Klopt zijn model wel?

a Ligt België in het centrum of aan de rand van de westerse samenleving?

b Is de westerse samenleving eerder continentaal of maritiem?

c Van welk fenomeen uit de vroegmoderne tijd lijkt zowel de westerse als de Latijn-Amerikaanse samenleving het resultaat?

d Toon aan dat er ook binnen samenlevingen nog altijd conflicten zijn. Zoek daarom enkele recente voorbeelden. Dat hoeft niet noodzakelijk om een oorlog te gaan.

e Zo ek een voorbeeld van een recent conflict tussen samenlevingen.

f Bekijk opnieuw de definitie die Storia HD geeft van een westers land. Zoek op in welke mate Japan en Latijns-Amerika met die kenmerken overeenkomen. Kijk daarvoor naar hun politieke organisatie en economisch systeem.

g Zijn volgende stellingen juist of fout?

1 Niet alle hedendaagse conflicten zijn tussen samenlevingen.

2 Voor geen enkele samenleving staat vast wie er allemaal exact bij hoort.

WOORDENLIJST

aanleiding: gebeurtenis die een feit of fenomeen het meest rechtstreeks doet ontstaan. Ze verklaart waarom een feit of fenomeen op dat bepaald moment plaatsvindt.

abolitionist: iemand die streeft naar de afschaffing van slavenhandel en slavernij. Het woord komt van het Engelse ‘to abolish’, dat afschaffen betekent.

aderlating: medische behandeling waarbij een ader wordt geopend om bloed af te tappen

aflaat: kwijtschelding van de boetedoening voor de al vergeven zonden

amendement: toevoeging aan een officieel document anabaptisten: dopers of wederdopers, doopsgezinden. Protestantse geloofsgroep die onder andere de doop voor volwassenen voorstaat

anatomie: opbouw van het menselijk lichaam

Aragon: Spaans koninkrijk gelegen in het noordoosten van Spanje

argument: iets dat aangehaald wordt om iets te bewijzen

asker: letterlijk: soldaten; de heersende groep in de Ottomaanse samenleving

Avondmaal: in de protestantse Kerken een van de twee sacramenten. Tijdens het Avondmaal worden het lijden en het sterven van Jezus Christus herdacht door het eten van brood en het drinken van wijn zoals Jezus deed op de dag voor zijn lijden en sterven (het Laatste Avondmaal).

bankbiljet: gewaarborgd ‘stuk papier’ dat een bepaalde waarde vertegenwoordigt en als officieel betaalmiddel gebruikt wordt

barbier: iemand die baarden scheert. Hij heeft scherpe messen en verband in zijn bezit en kan ook heelkundige ingrepen verrichten.

biecht: sacrament in de katholieke Kerk waarbij de priester de zonden vergeeft

Bohemen: historisch vorstendom, gelegen in het huidige Tsjechië

calvinisten: volgelingen van Calvijn, die zich van de katholieke Kerk hebben afgescheurd

calvinistische republiek: in heel wat steden in Vlaanderen in de jaren 1576-1585 kwamen de calvinisten aan de macht. Zij regeerden zonder de toestemming van de koning, vandaar ‘republiek’. Vele calvinisten wilden ook geen koning meer, zij waren republikeins gezind.

Castilië: Spaans koninkrijk ontstaan in de 9e eeuw en gelegen in het noordwesten van Spanje

catechismus: overzicht van de christelijke leer in vragen en antwoorden

celibaat: verplichting voor rooms-katholieke geestelijken om ongehuwd te blijven (en seksuele handelingen zijn enkel toegelaten binnen het huwelijk)

centralisatiepolitiek: politiek waarbij het bestuur en de wetgeving zo veel mogelijk verenigd worden. Dat ten nadele van de zelfstandigheid van plaatselijke of lagere organen.

centrum: middelpunt van een gebied

chirurgijn: praktisch geschoolde geneesheer. Het beroep is ontstaan uit dat van barbier.

cijnskiesrecht: kiesstelsel waarbij enkel de heel rijken kunnen stemmen, omdat zij genoeg belastingen betalen

clanleden: leden van de oorspronkelijke families van de stad, calpulli genaamd

colbertisme: naam voor de specifieke vorm van mercantilisme in Frankrijk, die sterk gericht is op de ontwikkeling van handel en industrie

collaterale raden: raden die de landvoogd bijstaan

collectieve herinnering: wat een groep, volk, staat … belangrijk vindt om te herinneren en te herdenken. Dat kan een gebeurtenis uit het verleden zijn. De collectieve herinnering is belangrijk voor de identiteit van de groep.

concilie: belangrijke Kerkvergadering

concordaat: overeenkomst of verdrag tussen Kerk en staat

proefversie©VANIN

breedtegraad: dient om de positie op de aarde te bepalen. Het gaat om een denkbeeldige lijn die horizontaal over de aarde loopt of een denkbeeldige horizontale cirkel die dwars door de aardbol gaat. De evenaar is de bekendste breedtegraad.

breuk: grote verandering die een einde aan iets maakt en iets totaal nieuws doet beginnen

concubine: bijzit, maîtresse

conquistadores: letterlijk: veroveraars; naam voor de avonturiers die de Nieuwe Wereld voor de Spaanse kroon veroveren. Ze hopen fortuin te maken en hebben vooral interesse in het edelmetaal van de ‘indianen’. Hun leiders zijn dikwijls verarmde edellieden.

conscriptie: het oplijsten van jongens die in aanmerking komen voor legerdienst

constitutioneel: grondwettelijk; betrekking hebbend op duidelijk gemaakte afspraken i.v.m. rechten en het bestuur van een land. Als er geen constitutionele of grondwettelijke basis is, kan dat het bestuur en/of de continuïteit van een regime bemoeilijken, zeker bij het wegvallen van de ‘sterke man’ die het land daarvoor leidde.

continentaal: alles wat tot het continent of land behoort

contrapost: typische houding in de beeldhouwkunst. Een staand persoon heeft het bekken licht gekanteld, het rechterbeen is gestrekt, het linkerbeen gebogen, de linkerarm is gebogen, de rechterarm gestrekt.

degeneratie: achteruitgang of verval

democratie: regeringsvorm waarbij het volk de meeste macht heeft

despotisme: regeringsvorm waarbij één persoon alle macht heeft

dictatuur: regeringsvorm waarbij één persoon of een kleine groep personen alle macht heeft

dissectie: ontleding van een dood lichaam

dissenters of dissidenten: andersdenkenden of mensen die het niet eens zijn met de overheid

divan: Ottomaanse instelling, een raad die de sultan adviseert

doopsel: sacrament in de katholieke Kerk waardoor je lid wordt van de Kerk

doopsgezinden: zie anabaptisten

dopers: zie anabaptisten

dynamisch: (in de kunst) uitdrukking van beweging ertsrijk: ondergrond bevat veel ertsen van metalen

eucharistie: ook mis genoemd, de re-enactment van het Laatste Avondmaal

evolutie: (geleidelijke) ontwikkeling in de tijd

extensieve landbouw: bij extensieve landbouw wordt weinig geïnvesteerd (arbeid, bemesting, machines ...) in de landbouwgrond. Boomgaarden zijn een voorbeeld. financieren: geld voor iets leveren, bekostigen fresco: muurschildering. Waterverf wordt aangebracht op natte muurbepleistering.

gedogen: toelaten wat wettelijk verboden is gelijktijdigheid: kenmerken zijn dezelfde op hetzelfde moment.

geometrisch: met aandacht voor, opgebouwd volgens meetkundige vormen (driehoek, rechthoek …)

gereformeerde: calvinist

proefversie©VANIN

fries: bouwkundig element, horizontale band met doorlopend reliëf

fronton: bouwkundig element, meestal driehoekig, meestal boven een toegang of boven een raam

gewetensvrijheid: recht om te denken en te geloven wat men wil

gezagsargument: argument dat men aanvaardt omdat het van een geleerd, machtig of invloedrijk persoon komt

grondwet: document dat de rechten, plichten en vrijheden van de burgers garandeert, de staatsvorm en de bevoegdheden van de instellingen vastlegt

grootvizier: ‘eerste minister’ in het Ottomaanse Rijk

Hausmacht: het streven van de Duitse keizers uit het geslacht van Habsburg om hun familiebezit, waarop hun werkelijke macht gebaseerd was, uit te breiden. Die politiek stond soms haaks op de belangen van het Rijk.

hel: de plaats waar mensen voor altijd afgescheiden zijn van God; bevindt zich in het middeleeuwse wereldbeeld in het middelpunt van de aarde

hemel: de plaats waar God woont; bevindt zich in het middeleeuwse wereldbeeld ver boven de aarde. In de hemel zijn betekent bij God zijn.

historiestuk: schilderij met een historisch onderwerp

Holland: vorstendom in de Noordelijke Nederlanden

hugenoot: benaming die aan de Franse protestanten wordt gegeven

Iberisch Schiereiland: het huidige Portugal en Spanje vormen samen dat schiereiland.

idealiseren: iets mooier of beter voorstellen dan in werkelijkheid

imperialisme: macht uitbreiden door gebieden te veroveren en te overheersen

incidentele oorzaak: eenmalige gebeurtenis, zoals een handeling van mensen of een natuurverschijnsel. Incidentele oorzaken werken op korte termijn.

Indië: in de vroegmoderne tijd noemt men bijna het hele Verre Oosten (China en Japan uitgezonderd) Indië. India is het hedendaagse land.

inflatie: geldontwaarding. Doordat het geld minder waard wordt, nemen de prijzen van goederen en diensten toe.

innoveren: vernieuwingen invoeren om vooruit te komen, vernieuwen

inquisitie: rechtbank van de katholieke Kerk, die ketters (mensen die afwijken van het zuivere geloof) opspoort en veroordeelt

intensieve landbouw: bij intensieve landbouw worden productiemiddelen (arbeid, gronden, bemesting, machines ...) veel ingezet om de productie te optimaliseren (zo hoog mogelijke productie).

Iznik-keramiek: typisch Ottomaans aardewerk gemaakt in Iznik met versiering van bloemen en/ of geometrische figuren

janitsaren: elitekorps in het Ottomaanse leger

jezuïeten: kloosterorde gesticht in 1534 door Ignatius van Loyola. De leden hebben een intellectuele vorming genoten.

jurist: rechtsgeleerde

kalifaat: oud-islamitisch ideaal van de oprichting van een islamitisch rijk onder leiding van een kalief

kalligrafie: letterlijk: schoonschrift; een kunstvorm binnen de islam, waar het afbeelden van mensen niet wordt toegelaten

kapitalisme: economisch en maatschappelijk stelsel waarbij particulieren in een zo groot mogelijke vrijheid kunnen streven naar een uitbreiding van hun rijkdom.

Daarbij moeten zo veel mogelijk zaken (machines, schepen, gronden, mijnen …) in privéhanden zijn.

karavaan: handelaars die in groep reizen

karavanserai: gebouwencomplexen langs karavaanroutes, waar handelaars hun goederen veilig kunnen opslaan en overnachten

kerkelijke ban: excommunicatie, uitsluiting uit de Kerk

Klein-Brabant: omgeving van Bornem en Puurs

kolonialisme: in andere gebieden kolonies stichten om er zelf voordeel uit te halen

kolonie: gebied dat onderworpen is aan een ander land

koloniseren: een gebied tot een kolonie maken

krediet: doorgaans een bepaald geldbedrag dat aan iemand die dat geld niet heeft, is verstrekt, maar dat binnen een bepaalde termijn – meestal tegen interest – moet worden terugbetaald

kunstuiting: product van menselijke creativiteit: bouwkunst, schilderkunst, reliëf- en beeldhouwkunst, literatuur, muziek …

levensstandaard: niveau van welvaart

machtsvacuüm: (tijdelijke) toestand zonder effectief overheidsgezag

maritiem: alles wat met zee te maken heeft

meerderheidspartijen: partijen die in een coalitie samen de meerderheid vormen in een parlement of raad. Zij hebben samen minstens de helft plus één van de zetels.

proefversie©VANIN

lijnperspectief: techniek om een driedimensionaal gegeven op een plat vlak realistisch weer te geven. Lijnen die in realiteit evenwijdig lopen, laat men samenkomen in een vluchtpunt aan de horizon.

lutheranen: volgelingen van Luther die zich van de katholieke Kerk hebben afgescheurd

menselijke factor: rol van een bepaalde persoon in het veroorzaken van historische gebeurtenissen

mercantilisme: economische politiek die onder andere via protectionistische maatregelen ernaar streeft om meer geld (edelmetaal) binnen een staat te houden dan dat er buiten vloeit. De term is afgeleid van het Latijnse woord ‘mercator’, dat ‘koopman’ betekent.

metropool: heel grote stad met grote invloed ver daarbuiten

missionarissen: zendelingen, dikwijls geestelijken die proberen mensen tot het christendom te bekeren

monarchie: staatsvorm met een erfelijk aangeduid staatshoofd, koning, keizer, tsaar, sultan …

monopolie: recht om met uitsluiting van anderen iets te mogen verhandelen, vervaardigen of verrichten

moraliserend: wijzend op goed en kwaad

naamloze vennootschap: samenwerkingsverband tussen een aantal vennoten die elk een deel van het startkapitaal van de onderneming betaald hebben. Ze zijn dus voor een deel eigenaar van het bedrijf. Op basis van hun aandeel hebben ze eventueel inspraak in het beleid en ontvangen ze jaarlijks een deel van de winst. Elke vennoot kan zijn aandeel in het bedrijf altijd doorverkopen. Oorspronkelijk was een nv echt bedoeld als een vennootschap ‘zonder naam’, dat wil zeggen zonder dat de naam van één of meer vennoten erin voorkomt.

nationaliseren: het overbrengen van eigendom in handen van de staat

natuurlijke grens: zichtbare grens, gevormd door natuurlijke fenomenen: zeeën, rivieren, gebergten negatieve handelsbalans: verhouding tussen de waarde van wat een land invoert en uitvoert. Voert het in waarde meer in dan uit, dan is die balans negatief.

Noordelijke Nederlanden: in de 16e eeuw vallen de Nederlanden in twee delen uiteen. Politieke en godsdienstige tegenstellingen spelen daarin een belangrijke rol. Het Noorden, met Holland en Zeeland als belangrijkste gebieden, beleeft een economische bloei in de 17e eeuw. Het gebied noemt zich ook wel de Verenigde Provinciën.

onbedoeld gevolg: gevolg dat niet met opzet veroorzaakt wordt

ongelijktijdigheid: kenmerken zijn verschillend op hetzelfde moment.

openbare orde: er heerst rust en alles is zodanig veilig dat men vreedzaam kan samenleven. Rellen, opstanden, vandalisme, hinderlijk lawaai … zijn inbreuken op de openbare orde.

palazzo: letterlijk: paleis. Een heel grote woning voor de rijke burgers in de Italiaanse steden

partijcongres: bijeenkomst van een partij waarop zaken zoals de volgorde van de kandidaten op een kieslijst of bestuursakkoorden worden goedgekeurd. De deelnemers kunnen verschillen naargelang de situatie en/of de partij: alle partijleden of vertegenwoordigers van plaatselijke afdelingen.

periferie: aan de rand van een gebied, verwijderd van het centrum

periode: bepaalde tijdsduur die duidelijk of minder duidelijk is afgebakend

personele unie: de situatie die ontstaat wanneer een vorst heerser wordt over twee of meer afzonderlijke gebieden. Elk van de gebieden blijft een afzonderlijke eenheid vormen met eigen wetten, instellingen … Het enige wat de gebieden in kwestie gemeen hebben, is dezelfde vorst.

perspectief: standpunt vanwaaruit iemand naar iets kijkt; beïnvloed door de standplaatsgebondenheid

pionier: een persoon die als eerste iets doet, onderneemt of uitvoert

plakkaat: affiche met wetteksten die in de 16e eeuw en later door de overheid in de Nederlanden aangeplakt werden om zo de wetten bekend te maken. De geletterden konden die dan voorlezen aan de analfabeten.

plantage: hoeve met uitgestrekte landerijen

pragmatisch: praktisch, nuttig, bruikbaar

primaire bronnen: bronnen gemaakt door iemand die rechtstreeks betrokken is, bijvoorbeeld een ooggetuige propaganda: middel om mensen te beïnvloeden; om ze te overtuigen van bepaalde ideeën

protectionisme: stelsel van maatregelen ter bescherming van handel, nijverheid of landbouw van een land (invoerrechten of -quota, exportsubsidies …)

puriteinen: aanhangers van de anglicaanse Kerk die willen dat die Kerk protestantser wordt, met veel aandacht voor Bijbelstudie en minder aandacht voor gebruiken die nog stammen uit de katholieke Kerk

reaya: letterlijk: kudde; de groep van de onderdanen in het Ottomaanse Rijk

reconstructie: re (her) / constructie (bouw): iets dat nagebouwd, nagetekend of nagespeeld is; het verleden dat op basis van bronnen wordt verteld

proefversie©VANIN

Pruisen: Duits vorstendom. Het grondgebied van het oorspronkelijke Pruisen ligt vandaag grotendeels in Polen. Aan het begin van de 18e eeuw wordt Pruisen door de Duitse keizer tot koninkrijk verheven. Pruisen zal daarna uitgroeien tot een machtige staat en zal in de 19e eeuw de Duitse eenmaking realiseren, ten koste van Oostenrijk. Berlijn wordt de hoofdstad.

referendum: volksraadpleging waarin burgers een vraag met ja of nee beantwoorden of een keuze maken uit enkele voorstellen. Vooraf wordt bepaald hoeveel deelnemers minstens moeten opdagen en hoeveel stemmen het winnende voorstel moet halen. Volksraadplegingen worden op dezelfde manier georganiseerd als verkiezingen.

reformatie: kerkhervorming in de 16e eeuw onder leiding van Maarten Luther en Johannes Calvijn

rekwisiet: voorwerp dat acteurs in een toneelspel, film of televisieproductie nodig hebben

religievrede: toestand van vrede op het gebied van religie. Een overeenkomst die de vrede tussen de verschillende religies moest verzekeren. In de Nederlanden en Duitsland werden religievredes gesloten in de 16e en 17e eeuw.

renaissance: letterlijk: wedergeboorte. Beweging die de cultuur/kunst van de klassieke oudheid wil doen herleven met hoogtepunt in de 15e en 16e eeuw in Italië en de Nederlanden

repressief: bestraffend, onderdrukkend

republiek: staat die niet door een vorst wordt bestuurd

revolutie: (als politiek begrip) opstand van een (groot deel van de) bevolking die tot een nieuw en ander bestuur leidt

ronden: rond een kaap varen

royalisten: aanhangers van een monarchie, voorstanders van een koning(in)

sacrament: belangrijk ritueel in het christendom. Er zijn zeven dergelijke rituelen in de katholieke Kerk (doopsel, vormsel, eucharistie, biecht, huwelijk, priesterwijding, ziekenzalving).

seculier: zonder invloed van Kerk of godsdienst

secundaire bronnen: bronnen gemaakt door iemand die niet rechtstreeks betrokken is; vaak in een andere tijd

sharia: de islamitische wetten

sodomie: homoseksuele handelingen

staatsgreep: het in wezen onwettig afzetten van de regering van een land door een kleine groep samenzweerders

staatsrecht: wetten die bepalen hoe een staat functioneert en hoe die zich organiseert

staatsvorm: de manier waarop een land bestuurd wordt en de bevoegdheden verdeeld zijn, bijvoorbeeld monarchie of republiek

standplaatsgebondenheid: tijd, ruimte, maatschappelijke positie en persoonskenmerken beïnvloeden de blik op (historische) gebeurtenissen.

statisch: (in de kunst) weinig of geen uitdrukking van beweging

stereotiep: een vaststaand en dikwijls verkeerd beeld over een persoon of groep

stilleven: tekening of schilderij van levenloze voorwerpen zoals afgesneden bloemen, voedsel, dode dieren, servies, boeken …

structurele oorzaak: element, kenmerk dat vaak diepgeworteld is en op lange termijn een historische gebeurtenis tot gevolg heeft

sultan: erfelijk vorst in het Ottomaanse Rijk

symmetrie: beide helften van een voorwerp zijn gelijk.

tempera: met eigeel en water vermengd kleurpigment

terechtstelling: het uitvoeren van de doodstraf op bevel van een rechtbank

terrasbouw: landbouwmethode waarbij men op een helling terrassen aanlegt, waardoor de vruchtbare laag niet wegspoelt en het water beter wordt bijgehouden

terreur: (hier) georganiseerd gewelddadig gedrag van de overheid tegen burgers om de macht te behouden. Het is gebaseerd op het creëren van angst en op verklikking.

theologie: studie van het geloof en de Bijbel

tolerantie: het toestaan van anders-zijn, anders denken

Tories: Engelse conservatieven. Zij vinden dat er aan de koninklijke erfopvolging niet geraakt mag worden. De bloedlijn is heilig en de mens mag daar niet aan tornen. Hun naam is afgeleid van het Ierse scheldwoord ‘tóraida’ (rover). Vooral leden van de Engelse landadel, de anglicaanse geestelijkheid en katholieken horen tot deze strekking.

uomo universale: universele mens: de kunstenaarsingenieurs van de renaissance. Ze streven ernaar om zich in zo veel mogelijk takken van de kunsten en de wetenschappen te ontplooien.

vagevuur: wachtplaats voor wie niet onmiddellijk in de hemel mag

verbeurdverklaren: in beslag nemen

proefversie©VANIN

tortuur: opzettelijk pijn toebrengen

traditie: overgeleverde oude gewoonten en gebruiken

tulpenmanie: tulpengekte; tulpen worden een gegeerd product. Vooral Hollanders investeren waanzinnige bedragen in de tulpenteelt. Helaas stort de prijs in en gaan velen failliet.

verkort: manier om diepte te suggereren in een tekening of schilderij. De afmetingen van de figuren, lichaamsdelen en voorwerpen die in de richting van de toeschouwer wijzen, worden korter weergegeven dan in werkelijkheid.

Verlichting: filosofische beweging in de 18e eeuw, met als belangrijkste principes vrijheid, gelijkheid en rationaliteit

vetorecht: het recht om een besluit dat genomen is, tegen te houden

vizier: minister in het Ottomaanse Rijk

vluchtpunt: punt aan de horizon waar lijnen die in realiteit evenwijdig lopen, visueel samenkomen

volkssoevereiniteit: regeringsvorm waarbij het volk de meeste macht heeft

vrijzinnigen: mensen die niet geloven in een opgelegde godsdienst met vaste regels die je moet naleven. Sommige vrijzinnigen zijn antiklerikaal en zetten zich af tegen instellingen zoals de katholieke Kerk. Nog anderen geloven gewoon niet in een god.

wederdopers: zie anabaptisten

Whigs: aanhangers van de meer vooruitstrevende politieke stroming binnen het Engelse parlement. Zij vinden dat, als de belangen van het Engelse ‘volk’ geschaad kunnen worden, het volk zélf mag bepalen wie er koning moet worden. Daarmee stellen ze eigenlijk dat de wil van het volk bóven die van de koning staat. Hun naam is waarschijnlijk afgeleid van het Schotse ‘whiggamor’ (veedief). Ze tellen vooral protestanten, kooplui en ondernemers onder hun rangen.

wisselbrief: document dat bewijst dat iemand een bepaalde som aan een financiële instelling heeft gegeven. Met dat document kan hij op een andere plaats bij een filiaal van die instelling dezelfde som terug in cash geld ontvangen.

wolstapel: verzamelplaats waar alle wol van een bepaald land wordt samengebracht. Op die plaats ontmoeten de verschillende kooplui elkaar.

zeewaardig: over zee kunnen varen zonder al te veel problemen

zelfbeschikkingsrecht: volkeren mogen zelf bepalen door wie en hoe ze bestuurd worden.

STRUCTUURBEGRIPPEN

In de volgende lessen komen de structuurbegrippen expliciet aan bod. Daarnaast worden ze in een hele reeks van andere lessen gehanteerd.

STRUCTUURBEGRIPPEN BETROKKEN LES

breuk

Onderzoek 1: Leonardo, D3, D5, D7 centrum-rand

A, C, C1, H chronologie A, C, Storia HD 3 continentaal-maritiem

A, B, H continuïteit

A, C1, C2, D, Onderzoek 1: Leonardo, Onderzoek 2: terreur en tolerantie, D6, D7, F3, Onderzoek 7: mensenrechten cultuur

Alle lessen duur

B, D1, D2, Onderzoek 1: Leonardo, D3, D5, F2 economisch

Alle lessen eeuw

Alle lessen (West)-Europees

Alle lessen behalve C evolutie C1, C2, D1, Onderzoek 1: Leonardo, D5, D6, D7, Onderzoek 3: heksen, Onderzoek 4: sociale hulp, Onderzoek 5: Agrarische Revolutie, F1, Onderzoek 7: mensenrechten gelijktijdigheid-ongelijktijdigheid

Onderzoek 3: heksen, H, Storia HD 3 jaar

Alle lessen lokaal

A, G1, H, Storia HD 3 millennium

A, Storia HD 3 mondiaal

A, B

open-gesloten landschapA, C, D7 periode

Bijna alle lessen politiek

Alle lessen regionaal

A, G1, Storia HD 3 revolutie

D1, D5, D6, D7, Onderzoek 5: Agrarische Revolutie, F2, F3 sociaal

Alle lessen stedelijk-ruraal

tijdrekening

proefversie©VANIN

A, D5, Onderzoek 5: Agrarische Revolutie, Onderzoek 7: mensenrechten

A, Storia HD 3 verandering

A, C1, C2, D, Onderzoek 1: Leonardo, Onderzoek 2: terreur en tolerantie, D6, D7, F3, Onderzoek 7: mensenrechten westers-niet-westers

A, C, C1, C2, D, D1, D3, D5, F, G1, H

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.