Leerwerkboek Dienstverlening & Producten - MIXED

Page 1


PRESENTEREN, PROMOTEN EN VERKOPEN

Naam
Klas

PROFIEL D&P

PRESENTEREN, PROMOTEN

EN VERKOPEN

BB | KB

Dit boek gebruik je samen met de digitale leeromgeving.

Het is van jou, dus je mag je aantekeningen erin schrijven.

Na dit schooljaar mag je het boek houden.

In dit boek staat alles wat je voor Mens & Gezondheid moet kennen voor je examen.

Team Mixed

COLOFON

Auteur

ThiemeMeulenhoff

Eindredactie

Karen van Lente

Taalredactie

Karen van Lente

Vormgeving

Studio Michelangela, Utrecht

Opmaak

Studio Michelangela, Utrecht

Omslagbeeld Shutterstock (r)

Over ThiemeMeulenhoff

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs.

Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Eerste druk, eerste oplage, 2025

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2025

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.

Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk.

Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

INHOUD

Zo werk je met Mixed 4

BLOK 1 Communicatie en voorlichting

1.1 Hoe werkt communicatie?

1.2 Wat zijn media-uitingen?

1.3 Doelgroep en doel

1.4 Media-uitingen vergelijken en kiezen

1.5 Schrijf een tekst die werkt

1.6 Een media-uiting maken volgens een programma van eisen

1.7 Een presentatie of uitleg voorbereiden

1.8 Een presentatie geven

Samenvattingsopdracht blok 1

BLOK 2 Promotie, presentatie en verkoop

2.1 Wat is promotie en waarom is het belangrijk?

2.2 Soorten promotie

2.3 Een promotiemiddel of promotieactiviteit kiezen

2.4 Promotie verbeteren

2.5 Koopbehoefte, koopmotief en koopgedrag

2.6 Een klantgesprek voeren in een winkel

2.7 Een klantgesprek via de telefoon

2.8 Een klantgesprek online

2.9 Een product of dienst presenteren

Samenvattingsopdracht blok 2

Begrippenlijst

ZO WERK JE MET MIXED

Je gaat aan de slag met een module van MIXED. Met MIXED leer je in de praktijk. Je ervaart wat je allemaal kunt doen in jouw beroepsgerichte profiel. Zo ontdek je wat jouw talenten zijn!

In het kort

Per module maak je praktische opdrachten. Deze praktische opdrachten laten je alle kanten van het beroepsgerichte vak ervaren. Je gaat dus écht aan de slag. Om de praktische opdrachten te kunnen doen, heb je kennis nodig. In het leerwerkboek vind je de theorie die je moet kennen.

Naast de theoriebronnen in het leerwerkboek, moet je soms ook werkbronnen gebruiken bij de praktische opdrachten. Denk aan een uitlegfilmpje, stappenplan of uitwerkbijlage.

AAN DE SLAG MET PRAKTISCHE OPDRACHTEN

• Jouw docent laat je weten welke praktische opdrachten jij maakt bij deze module. Je vindt de praktische opdrachten online. Of de docent heeft ze voor je geprint.

• Elke praktische opdracht begint met voorbereiden. Je ontdekt in welk werkveld je aan de slag gaat. Je leest wat je gaat doen en leren. Ook zie je hoeveel punten je kunt verdienen en wat je nodig hebt om de opdracht te maken.

• Dan ga je aan de slag. Volg stap voor stap de instructie die in de opdracht staat. Je kunt steeds de stappen die je hebt gedaan afvinken.

• Bij opdrachten gebruik je theoriebronnen en werkbronnen. De theoriebronnen staan in je leerwerkboek. Werkbronnen, zoals een stappenplan of uitwerkbijlage, vind je online.

• Het eindproduct van de opdracht neem je op in je portfolio. Je denkt daarbij ook na of je later in dit werkveld aan de slag zou willen gaan.

WERKEN OP PAPIER OF ONLINE

HET LEERWERKBOEK VOOR DE THEORIE

• In het leerwerkboek dat je nu in je handen hebt, staat de theorie die je moet kennen. Misschien behandelt jouw docent eerst de theorie voordat je aan de slag gaat met een praktische opdracht. Of je pakt zelf de theorie erbij als je die nodig hebt.

• Het leerwerkboek begint altijd met het grote plaatje. Dit helpt je om de verbanden te zien tussen de verschillende werkvelden in een profiel.

• Bij de theoriebronnen die je kunt lezen staan ook theorieopdrachten. Deze maak je om te kijken of je de theorie goed begrijpt.

• In de theorie staan gekleurde begrippen Deze begrippen moet je kennen voor een toets en voor je examen. Tip: gebruik de begrippenlijst achter in het leerwerkboek bij het leren.

• Een module in het leerwerkboek bestaat uit twee blokken. Na elk blok maak je een samenvattingsopdracht. Zo leer je ook voor je toets en voor het examen!

Bij deze module hoort een online omgeving. In het schema hierna zie je wat je op papier kunt doen en wat er online te vinden is.

Op papier

• Praktische opdrachten (geprint)

• Theoriebronnen (in het leerwerkboek)

• Theorieopdrachten (in het leerwerkboek)

• Begrippenlijst (in het leerwerkboek)

Online

• Praktische opdrachten

• Theoriebronnen

• Theorieopdrachten

• Begrippenlijst

• Werkbronnen

• Oefentoets begrippen

Module

Presenteren, promoten en verkopen

HET GROTE PLAATJE

PRESENTEREN, PROMOTENENVERKOPEN

WELKE VERBANDEN ZIJN ER?

EENPRODUCTMAKENEN VERBETEREN

ORGANISERENVANEEN ACITIVITEIT

MULTIMEDIALE PRODUCTENMAKEN

✖ PRESENTEREN, PROMOTEN EN VERKOPEN

In deze module leer je hoe een product of dienst aantrekkelijk maakt voor een doelgroep. Je oefent met het kiezen van de juiste media-uiting, het maken van promotiemiddelen, het voeren van verkoopgesprekken en het presenteren van producten. Zo leer je hoe je klanten bereikt, overtuigt en helpt bij hun keuze.

✖ ORGANISEREN VAN EEN ACTIVITEIT OF EVENEMENT

Als je een activiteit organiseert, moet je die ook bekendmaken. Daarvoor zet je promotiemiddelen in die je in deze module leert maken. Denk aan posters, flyers of berichten op social media. Ook leer je hoe je mensen enthousiast maakt om deel te nemen.

✖ EEN PRODUCT MAKEN EN VERBETEREN

In deze module leer je hoe je een product ontwerpt, maakt en verbetert. Een product dat je hebt gemaakt, moet vaak ook verkocht of gepromoot worden.

✖ EEN MULTIMEDIAAL PRODUCT MAKEN

Digitale promotiemiddelen zoals filmpjes, foto’s of presentaties maken je promotie sterker. In deze module leer je welke digitale producten je kunt inzetten en hoe je ze gebruikt om een product of dienst te promoten.

WAT

LEER

JE IN DEZE MODULE?

BLOK 1

Communicatie en voorlichting

In blok 1 leer je werken met media-uitingen. Je ontdekt welke soorten media er zijn, hoe je het doel en de doelgroep bepaalt, en hoe je media-uitingen vergelijkt en kiest. Ook leer je teksten schrijven die passen bij de doelgroep, en werk je volgens een programma van eisen.

BLOK 2

Promotie, presentatie en verkoop

In blok 2 leer je hoe je producten en diensten promoot en verkoopt. Je ontdekt wat promotie is en waarom het belangrijk is, herkent verschillende promotiemiddelen en beoordeelt of ze geschikt zijn. Je leert voorstellen doen om promotiemiddelen te verbeteren, een verkoopgesprek voorbereiden en voeren, en hoe je inspeelt op koopgedrag. Ook leer je producten presenteren volgens compositieregels, en voer je zelf een productpresentatie uit.

LOK 2

Promotie, presentatie en verkoop

INHOUD 2.1

2.5

2.6

Wat is promotie en waarom is het belangrijk?

2.1 Wat is promotie en waarom is het belangrijk?

Als een bedrijf, winkel of organisatie wil dat mensen hun product of dienst kopen, moeten ze zorgen dat mensen het kennen. Dat doen ze met promotie. Promotie betekent dat je aandacht vraagt voor iets, zodat mensen het zien, horen of erover lezen. Promotie kan op veel manieren: een advertentie in de krant, een filmpje op sociale media, een poster in de stad, een proefactie in de winkel of een winactie.

Product en dienst

Een product is een tastbaar voorwerp dat je kunt kopen of verkopen, zoals een fiets, een brood of een telefoon.

Een dienst is iets wat iemand voor jou doet, maar dat je niet kunt vastpakken, zoals een knipbeurt bij de kapper, een maaltijd laten bezorgen of een vakantie boeken.

Promotie is belangrijk omdat het ervoor zorgt dat (potentiële) klanten weten dat het product of de dienst bestaat. Zonder promotie kan het gebeuren dat niemand weet wat er wordt aangeboden. Hoe meer mensen het product zien of horen, hoe groter de kans dat ze het willen kopen.

Doelen van promotie

Promotie heeft altijd een doel. Meestal gaat het om één of meer van de volgende doelen:

✖ Mensen informeren: je vertelt dat een product of dienst bestaat en wat het kan of kost.

✖ Mensen overtuigen: je probeert klanten te laten kiezen voor jouw product in plaats van dat van een ander.

✖ Mensen herinneren: je zorgt dat klanten jouw merk niet vergeten, bijvoorbeeld met herhaalde reclame.

✖ Gedrag beïnvloeden: je wilt dat mensen iets gaan doen, zoals zich aanmelden voor een activiteit of een product kopen.

Soms wordt promotie gebruikt om een nieuw product te introduceren, soms om een bestaande dienst onder de aandacht te houden.

Opdrachten

1 Begrippen koppelen

Koppel elk begrip aan de juiste uitleg.

Begrip Uitleg

Promotie • • Iets wat iemand voor jou doet, maar dat je niet kunt vastpakken

Product • • Een tastbaar voorwerp dat je kunt kopen

Dienst • • Iets onder de aandacht brengen zodat mensen het kennen

2

Wat is het doel?

Lees de voorbeelden hieronder.

Schrijf op welk doel van promotie erbij hoort: informeren, overtuigen, herinneren of gedrag beïnvloeden.

a Een supermarkt stuurt een folder met nieuwe aanbiedingen.

b Een sportschool plaatst een filmpje waarin klanten vertellen waarom zij lid zijn geworden.

c Een kledingwinkel stuurt vaste klanten een e-mail met: “Vergeet onze uitverkoop niet!”

d Een museum zet op Instagram: “Koop nu je kaartje voor de tentoonstelling van volgende week.”

3

Vul de promotiedoelen in

Hierna zie je drie voorbeelden van promotie.

Vul in het vak eronder in welk doel van promotie erbij hoort: informeren, overtuigen of herinneren

1 Een bakker zet een bord buiten: “Vanaf vandaag ook glutenvrij brood!”

2 Een telefoonwinkel laat op TikTok zien dat hun nieuwste model sneller is dan andere merken

3 Een sportvereniging stuurt een e-mailbericht: "Vergeet je niet op te geven voor het toernooi volgende week?"

Herhalingsopdrachten

4 Zie je een product of dienst?

Bekijk de afbeelding hieronder.

Zet onder elke afbeelding of het een product of een dienst is.

5 Juist of onjuist

Lees de stellingen.

Zet een kruisje bij juist of onjuist.

Stelling Juist Onjuist

Promotie wordt alleen gebruikt bij nieuwe producten.

Het doel “overtuigen” betekent dat je iemand wilt laten kiezen voor jouw product.

Een product is altijd iets wat je kunt vasthouden.

Een dienst kun je net als een product in een doos verpakken.

Verdiepingsopdrachten

6 Beeldanalyse

Promotie kan op veel manieren worden vormgegeven, bijvoorbeeld via posters, sociale media of borden in een winkel. Bij elk promotievoorbeeld kun je kijken naar de vorm én naar het doel: informeren, overtuigen, herinneren of gedrag beïnvloeden. Bekijk deze drie voorbeelden van promotie.

a Welke vorm van promotie zie je in elk voorbeeld?

b Schrijf bij elk voorbeeld of het vooral informeren, overtuigen, herinneren of gedrag beïnvloeden is.

7

Bedenk en schets je eigen promotie

Je mag zelf een product of dienst kiezen uit je eigen omgeving (bijvoorbeeld iets uit de schoolkantine, een winkel in de buurt, een evenement, een activiteit op school).

Jij gaat bedenken hoe je hier promotie voor maakt én hoe je dat eruit laat zien.

a Kies je product of dienst en schrijf er een korte beschrijving van op (max. 2 zinnen).

b Kies een promotievorm: poster, flyer, social media of een ander creatief idee.

Poster … Flyer … Social media

Anders:

c Bepaal het doel van promotie: informeren, overtuigen of herinneren.

Informeren … Overtuigen … Herinneren

d Maak een schets van hoe jouw promotie eruit gaat zien.

✖ Teken de belangrijkste onderdelen (tekst, kleuren, plaatjes, logo’s).

✖ Schrijf erbij welke boodschap je wilt overbrengen.

e Leg in 2-3 zinnen uit waarom jouw promotievorm en boodschap passen bij het gekozen promotiedoel.

2.2 Soorten promotie

Bedrijven, winkels en organisaties gebruiken promotie om hun product of dienst onder de aandacht te brengen.

Je hebt promotiemiddelen en promotieactiviteiten.

✖ Promotiemiddel: het hulpmiddel waarmee je reclame maakt. Bijvoorbeeld een poster, een flyer, een socialmediabericht of een banner.

✖ Promotieactiviteit: een actie of gebeurtenis waarbij je promotie inzet. Dat kan mét promotiemiddelen, maar ook in direct contact met mensen. Bijvoorbeeld een open dag, een modeshow, een verkoopdemonstratie of een proeverij. Soms is een promotieactiviteit persoonlijk, zoals een verkoopgesprek of het uitdelen van samples.

Soorten promotiemiddelen

Je kunt promotiemiddelen verdelen in offline en online/digitaal.

Online of offline?

Offline: promotiemiddelen die je in het echt kunt zien, vasthouden of uitdelen (zoals flyers, banners, vlaggen).

Online/digitaal: promotiemiddelen die je via internet of een apparaat bekijkt (zoals socialmediaberichten en online advertenties).

Offline promotiemiddelen

Flyer – één gedrukt vel op A5-formaat of kleiner, met weinig tekst en afbeeldingen die de aandacht trekken. Flyers kun je uitdelen op straat of in een winkel, of rondbrengen in brievenbussen.

Folder – een gevouwen papier met foto’s en korte teksten, vaak over producten, aanbiedingen of evenementen. Handig om veel informatie in één keer te laten zien. Je kunt folders uitdelen of bezorgen.

Poster – grote afdruk (A1- of A0-formaat) met opvallende beelden en tekst, op muren of ramen om voorbijgangers te bereiken.

Banner – groot, langwerpig doek met opvallende tekst en afbeeldingen, vaak boven of naast een winkel om acties te tonen.

Stoepbord – groot bord buiten of binnen de winkel met een aanbieding of boodschap.

Samples – kleine proefverpakkingen die gratis worden uitgedeeld, zodat klanten het product kunnen proberen.

Actiestickers – stickers met kortingen of aanbiedingen op producten zelf.

Tekstkaarten – kleine kaarten met korte boodschap of aanbieding, bijvoorbeeld in de etalage.

Tassen met logo – draagtassen met de naam of het logo van de winkel; klanten maken zo reclame terwijl ze de tas gebruiken.

Verpakking – productverpakkingen met duidelijke naam en logo van de winkel of het merk.

Vlaggen – hangend in een vlaggenmast of als staande vlag bij een ingang.

Visitekaartjes – kleine kaartjes met contactgegevens, uitgedeeld aan klanten of zakenpartners.

Formaten

Als je promotiemateriaal op papier laat drukken, kun je dat in verschillende formaten doen. Een formaat is hoe groot iets is.

Online of digitale promotiemiddelen

Socialmediabericht – een foto, video of bericht op platforms zoals Instagram, Facebook, TikTok of X.

Online advertentie – betaalde reclame op websites of in apps.

Digitale nieuwsbrief – e-mail met informatie, aanbiedingen of uitnodigingen. Presentatie op scherm –

doorlopende digitale presentatie op een beeldscherm in de winkel of etalage.

Waarom meerdere promotiemiddelen gebruiken?

Door verschillende promotiemiddelen te combineren, bereik je meer mensen. Iemand ziet bijvoorbeeld een poster (offline) én een filmpje op Instagram (online). Hoe vaker mensen de boodschap zien, hoe groter de kans dat ze het onthouden en actie ondernemen.

Opdrachten

1

Woord en betekenis

Trek een lijn tussen het begrip en de juiste uitleg.

Begrip

Flyer

Banner

Samples

Actiesticker

Folder

Vlag

Digitale nieuwsbrief

Promotieactiviteit

2

Online of offline?

Uitleg

Een groot, langwerpig doek met tekst en afbeeldingen

Een klein gedrukt vel op A5-formaat of kleiner

Kleine proefverpakkingen die je gratis uitdeelt

Sticker met korting of aanbieding op een product

Gevouwen papier met foto’s en korte teksten

Hangend in een mast of als staande vlag bij een ingang

E-mail met informatie, aanbiedingen of uitnodigingen

Een actie of gebeurtenis om iets te promoten, zoals een open dag, modeshow of verkoopdemonstratie

Is het een online of offline promotiemiddel?

Zet een kruisje in de juiste kolom.

Promotiemiddel

Socialmediabericht

Stoepbord

Digitale nieuwsbrief

Vlag

Presentatie op scherm

Flyer

Online/digitaal Offline

3 Kies het juiste middel of activiteit

Lees de situaties. Kies of je het beste een promotiemiddel of een promotieactiviteit gebruikt en welk promotiemiddel of welke promotieactiviteit dat is.

Schrijf jouw keuze op.

a Een winkel wil klanten laten weten dat er deze week 50% korting is op alle truien.

b Een bedrijf wil dat klanten een nieuw drankje gratis proberen.

c Een restaurant wil via internet laten weten dat ze een nieuw menu hebben.

d Een school wil dat mensen op straat hun nieuwe project leren kennen.

Herhalingsopdrachten

4

Herken het promotiemiddel

Welk promotiemiddel zie jij op de afbeelding?

5 Juist of onjuist

Lees de stellingen.

Zet een kruisje bij juist of onjuist.

Stelling Juist Onjuist

Een banner is altijd op A4-formaat gedrukt.

Een folder is gevouwen en bevat foto’s en korte teksten.

Een digitale nieuwsbrief is een online promotiemiddel.

Een actiesticker gebruik je vooral op de etalageruit.

Samples zijn bedoeld om klanten iets te laten proberen.

Verdiepingsopdrachten

6 Combineer slim

Je organiseert een open dag op school.

Noem één offline en één online promotiemiddel uit de tekstbron die je zou gebruiken om de open dag te promoten.

Leg in twee zinnen uit waarom je deze combinatie kiest.

7 Ontwerp een combinatiecampagne

Bedrijven, organisaties en scholen gebruiken vaak meerdere vormen van promotie tegelijk om hun boodschap sterker over te brengen. Een combinatie van offline en online middelen en een activiteit zorgt dat de doelgroep op verschillende manieren wordt bereikt. Zo vergroot je de kans dat mensen het product, de dienst of het evenement niet alleen zien, maar er ook echt op reageren.

a Kies één van deze drie opties:

✖ Product – een nieuwe schooltrui met het logo van de school.

✖ Dienst – een knipbeurt bij de kapsalon van een familielid of kennis.

✖ Evenement – een schoolfeest met livemuziek in de aula.

Ik kies:

b Kies:

✖ één offline promotiemiddel (bijvoorbeeld poster, flyer, vlag, tas met logo…)

✖ één online promotiemiddel (bijvoorbeeld socialmediabericht, digitale nieuwsbrief, online advertentie…)

✖ één promotieactiviteit (bijvoorbeeld proeverij, modeshow, straatdemonstratie…)

Ik kies:

c Leg uit waarom deze combinatie goed werkt voor jouw doel en doelgroep.

2.3 Een promotiemiddel of promotieactiviteit kiezen

Als je reclame wilt maken voor een product, dienst of evenement, moet je een promotiemiddel of promotieactiviteit kiezen die past bij het doel van de promotie én bij de doelgroep die je wilt bereiken. Als je dat goed doet, snappen mensen sneller je boodschap en is de kans groter dat ze iets doen met jouw informatie.

Weet je het nog?

Promotiemiddel: het hulpmiddel waarmee je reclame maakt, zoals een poster, flyer, banner, socialmediabericht of tas met logo.

Promotieactiviteit: een actie of gebeurtenis waarbij je promotie inzet, vaak met direct contact met mensen. Bijvoorbeeld een workshop geven, een modeshow, een kraampje op een markt, een demonstratie in de winkel of een open dag.

Stap 1 – Bepaal het doel van je promotie

Het doel van promotie vertelt wat je wilt bereiken. Vaak gaat het om één van deze vier doelen:

✖ Informeren – vertellen dat iets bestaat en wat het kan of kost.

✖ Overtuigen – laten zien waarom jouw product of dienst beter of leuker is dan dat van een ander.

✖ Herinneren – zorgen dat mensen jouw merk of product niet vergeten.

✖ Gedrag beïnvloeden – mensen aanzetten tot actie, zoals iets kopen, zich aanmelden of ergens naartoe gaan.

Elk doel vraagt om een ander soort middel:

✖ Informeren  duidelijke uitleg, veel mensen bereiken (bijv. poster, nieuwsbrief).

✖ Overtuigen  sterke argumenten en vergelijking (bijv. advertentie, demonstratie).

✖ Herinneren  regelmatig zichtbaar zijn (bijv. tas met logo, reclamebord).

✖ Gedrag beïnvloeden  persoonlijk contact of een opvallende actie (bijv. proeverij, evenement, socialmediapost met oproep tot actie).

Voorbeeld tennisclinic

Een sportwinkel wil dat meer mensen komen naar een tennisclinic. Een clinic is eigenlijk een soort les of workshop die vaak kort duurt. Je leert er iets nieuws van iemand die er veel verstand van heeft. Het doel is gedrag beïnvloeden, want ze willen dat mensen zich aanmelden.

Stap 2 – Wat is een doelgroep?

Een doelgroep is de groep mensen voor wie jouw promotie bedoeld is. De mensen in die groep lijken op elkaar in één of meer dingen, zoals:

Leeftijd – bijvoorbeeld kinderen, jongeren of volwassenen.

Waar ze wonen – bijvoorbeeld in dezelfde straat, wijk of stad.

Wat ze leuk vinden – bijvoorbeeld sport, muziek, gamen, gezond leven.

Hoe ze leven – bijvoorbeeld milieubewust, luxe of actief.

Situatie – bijvoorbeeld scholieren, ouders met jonge kinderen, leden van een sportclub.

Hoe kun je een doelgroep beschrijven?

1 Waar wonen of komen ze? Wonen ze dicht bij elkaar of verspreid over meerdere plaatsen?

2 Hoe krijgen ze informatie? Vooral via internet, of meer via papier?

3 Hoe goed kunnen ze lezen? Hebben ze liever korte zinnen, duidelijke plaatjes of pictogrammen?

4 Zitten ze veel op social media? Welke apps gebruiken ze?

5 Waar en wanneer kun je ze bereiken? Bijvoorbeeld op school, in de winkel, op straat of bij de sportclub.

De doelgroep bepaalt hoe en waar je het beste promotiemiddelen inzet.

✖ Jongeren  Instagram, TikTok, sportactiviteiten.

✖ Volwassenen  huis-aan-huis krant, stoepbord, informatiebijeenkomst.

✖ Ouderen  brief, folder, bijeenkomst in buurtcentrum.

Voorbeeld tennisclinic

De tennisclinic is bedoeld voor volwassenen van 30 tot 60 jaar in de stad. Deze groep leest vaak de huis-aan-huis krant en zit minder op TikTok.

Stap 3 – Bedenken wat belangrijk is

Als je weet wat je doel en doelgroep zijn, kun je bedenken welke kenmerken jouw middel of activiteit moet hebben.

De belangrijkste punten zijn wat jij belangrijk vindt voor je promotie. Je bedenkt ze door goed te kijken naar je doel en je doelgroep. Bijvoorbeeld: wil je veel jongeren bereiken? Dan is een belangrijk punt dat je iets kiest wat jongeren vaak zien, zoals Instagram.

Kenmerken om op te letten:

✖ Effect – valt het op en begrijpt de doelgroep het?

✖ Blijft zichtbaar – hoe lang blijft het zichtbaar of bruikbaar?

✖ Toepasbaarheid – past het bij je doel en doelgroep?

✖ Functionaliteiten – wat kun je ermee doen: plaatjes, tekst, geluid, reacties?

✖ Bereik – hoeveel mensen zien het? Is dat lokaal, regionaal of landelijk?

✖ Reactie – kan de doelgroep reageren, liken, delen of iets doen?

Voorbeeld tennisclinic

✖ Doel = gedrag beïnvloeden  zoveel mogelijk volwassenen laten zich aanmelden

✖ Doelgroep = volwassenen 30–60 jaar die in de stad wonen, vaak huis-aan-huis krant lezen, minder actief op social media

✖ Belangrijkste punten:

– lokaal bereik in de stad

– duidelijke en betrouwbare informatie geven

– langer zichtbaar blijven (advertentie die mensen kunnen teruglezen)

– passen bij volwassenen die minder online actief zijn.

Stap 4 – Kenmerken van promotiemiddelen en -activiteiten vergelijken

Soms is er meer dan één manier om jouw boodschap over te brengen. Door te vergelijken zie je welke optie het beste werkt. Je kunt hiervoor een vergelijkingstabel gebruiken.

Zo gebruik je de tabel:

1 Zet bovenaan de middelen of activiteiten die je wilt vergelijken.

2 Schrijf in de eerste kolom de kenmerken waarop je gaat letten.

3 Zet bij elk kenmerk een + als het middel of de activiteit goed past bij jouw doel en doelgroep, of een – als het minder goed past.

4 Kijk naar de plussen en minnen. Het middel met de meeste plussen past meestal het beste.

5 Schrijf een korte conclusie waarin je uitlegt waarom jouw keuze beter past bij doel en doelgroep.

Voorbeeld tennisclinic

De sportwinkel twijfelt tussen een TikTok of een advertentie in de huis-aan-huis krant. Om de juiste keuze te maken, vullen de medewerkers de vergelijkingstabel in.

Kenmerk

Effect

Blijft zichtbaar

TikTok Advertentie in krant

Conclusie: De advertentie in de krant werkt in dit geval beter, omdat deze beter aansluit bij de doelgroep en daardoor beter bijdraagt aan het behalen van het doel.

Stap 5 – Uitleg geven waarom het wél of niet geschikt is

Na het vergelijken geef je altijd in volzinnen aan waarom de keuze wél of niet geschikt is.

Leg uit:

✖ Waarom het beter of minder goed past bij het doel.

✖ Waarom het beter of minder goed past bij de doelgroep.

✖ Waarom het meer of minder effect heeft.

Voorbeeld tennisclinic

“Een TikTok past wel bij het behalen van het doel, omdat het veel mensen kan bereiken. Maar het past niet bij de doelgroep, omdat veel volwassenen van 30 tot 60 jaar geen Instagram gebruiken. Een advertentie in de huis-aan-huis krant past beter, omdat deze krant door bijna iedereen in de stad wordt gelezen en langer in huis blijft liggen.”

Opdrachten

1 Koppelen van begrippen

Verbind elk begrip met de juiste uitleg.

Begrip Uitleg

Doelgroep

• Groep mensen voor wie de promotie bedoeld is Informeren

Overtuigen

Herinneren

Gedrag beïnvloeden

Promotiemiddel

Promotieactiviteit

2 Omschrijf de doelgroep

Vertellen dat iets bestaat en wat het kan of kost

Laten kiezen voor jouw product of dienst in plaats van dat van een ander

Zorgen dat mensen jouw merk of product niet vergeten

Mensen aanzetten tot actie, zoals iets kopen of zich aanmelden

Het hulpmiddel waarmee je reclame maakt, zoals een poster of flyer

Een actie of gebeurtenis om iets te promoten, zoals een proeverij, open dag of modeshow

Een doelgroep is de groep mensen die jij wilt bereiken.

Bekijk de afbeeldingen hierna en omschrijf de doelgroep.

3 Doel herkennen

Voordat je kiest, moet je weten wat je wilt bereiken. Dat is je doel.

Lees de situaties en zet een kruisje bij het juiste doel.

2.3 Een

Situatie

Een sportclub stuurt een mail met de nieuwe openingstijden

Een winkel zet op TikTok waarom hun jas beter is dan andere jassen

Een bakker zet buiten: “Vandaag 2 halen, 1 betalen! Koop nu!”

Een winkel plaatst op Instagram waarom hun schoenen beter zijn dan andere schoenen

Een museum stuurt een nieuwsbrief met nieuwe openingstijden

Een sportclub zet op Facebook dat er nog maar 5 plaatsen zijn voor het toernooi

Herhalingsopdrachten

4

Informeren Overtuigen Herinneren Gedrag beïnvloeden

Herkennen met beeld

Middelen en activiteiten hebben allemaal hun eigen eigenschappen.

Bekijk de afbeeldingen en zet bij elke afbeelding één kenmerk dat bij dit middel of deze activiteit hoort (bijvoorbeeld: lokaal bereik, kort zichtbaar, veel informatie, opvallend).

5 Afbeelding koppelen aan doel en doelgroep

Niet elk middel past bij elke doelgroep.

Bekijk de afbeelding en schrijf op of het gekozen middel wel of niet past bij de doelgroep. Leg je antwoord uit.

Doelgroep: scholieren.

Doelgroep: jongeren van 14 tot 18 jaar die veel social media gebruiken.

Doelgroep: ouderen in een wijk die geen smartphone hebben.

Verdiepingsopdrachten

6 Vergelijken van twee mogelijkheden

In deze opdracht vergelijk je twee mogelijkheden en bepaal je welke beter past.

Lees de situatie.

Situatie: De school wil meer bezoekers voor de jaarlijkse kerstmarkt.

Doel: gedrag beïnvloeden.

Doelgroep: gezinnen en ouderen in de buurt van de school.

Te vergelijken middelen: Instagram-bericht en flyer in de brievenbus.

Vul de vergelijkingstabel in:

Kenmerk Instagram-bericht Flyer in brievenbus

Effect

Blijft zichtbaar

Toepasbaarheid

Functionaliteiten

Bereik

Reactie

2.3 Een

Ontwerp

Je school organiseert een open dag en heeft gekozen voor alleen een poster in de gangen.

Doel: gedrag beïnvloeden  zoveel mogelijk bezoekers trekken.

Doelgroep: leerlingen van de school én hun ouders.

a Vul de tabel in door de poster te vergelijken met een extra middel: een socialmediabericht op het schoolaccount. Zet bij elk kenmerk een + of –.

Kenmerk Poster Socialmediabericht

Effect

Blijft zichtbaar

Toepasbaarheid

Functionaliteiten

Bereik

Reactie

b Geef de school advies over de promotie voor de open dag.

c Maak een schets van de poster voor de open dag. Zorg dat je de volgende punten verwerkt in je schets:

✖ Het logo van de school staat rechtsboven op de poster.

✖ De poster heeft een grote afbeelding.

✖ De volgende tekst staat op de poster: Open dag! 21 maart 2027. Geef je op via de qr-code.

✖ De poster bevat een qr-code.

2.4 Promotie verbeteren

Als je promotie wilt maken voor een product, dienst of evenement, gebruik je promotiemiddelen en/of promotieactiviteiten. Soms levert de promotie minder op dan je had verwacht. Dan kun je kijken hoe je het beter kunt doen. Dat doe je door nieuwe ideeën te bedenken én uit te leggen waarom die beter werken.

Stap 1 – Kijk wat er nu wordt gedaan

Schrijf op welk promotiemiddel of welke promotieactiviteit er nu is gebruikt. Bedenk ook wat het doel is: informeren, overtuigen, herinneren of gedrag beïnvloeden. Beschrijf de doelgroep: voor wie is de promotie bedoeld?

Voorbeeld sponsorloop

De school organiseert een sponsorloop.

Huidige promotie: alleen een poster in de kantine.

Doel: gedrag beïnvloeden  zoveel mogelijk deelnemers.

Doelgroep: alle leerlingen van school.

Stap 2

– Kijken of je de juiste promotiemiddelen en/of -activiteiten hebt

gekozen

Kijk of het gekozen middel wel goed past bij doel en doelgroep. Dat doe je door het te vergelijken met een andere optie. Soms blijkt dat een ander middel beter werkt of dat je er juist één moet toevoegen.

Je kunt hierbij letten op:

✖ Effect – valt het op en begrijpt de doelgroep het?

✖ Blijft zichtbaar – hoe lang blijft het zichtbaar of bruikbaar?

✖ Toepasbaarheid – past het bij je doel en doelgroep?

✖ Functionaliteiten – wat kun je ermee doen (beeld, tekst, geluid, reacties)?

✖ Bereik – hoeveel mensen zien het (lokaal, regionaal, landelijk)?

✖ Reactie – kan de doelgroep reageren, liken, delen of meedoen?

Voorbeeld sponsorloop

Voor de sponsorloop vergelijken we de poster in kantine met een socialmediabericht met foto’s en aftelklok.

Kenmerk

Effect

Blijft zichtbaar

Toepasbaarheid

Functionaliteiten

Socialmediabericht

Conclusie: Het socialmediabericht heeft meer bereik en mogelijkheden, maar de poster blijft langer hangen. Samen versterken ze elkaar.

Stap 3 – Bedenk verbeteringen

Nu je weet of er betere of extra middelen zijn, kies je verbeterideeën. Dat zijn manieren waarop je de promotie sterker kunt maken. Dit kan gaan over:

✖ het middel dat je al hebt aanpassen (duidelijkere tekst, betere afbeelding, ontbrekende info aanvullen);

✖ een ander middel gebruiken;

✖ een extra middel toevoegen;

✖ de plaats of het moment veranderen;

✖ mensen direct aanspreken.

Voorbeeld sponsorloop

De poster die nu in de kantine hangt heeft veel tekst en geen plaatjes. Ook ontbreken de datum en het tijdstip van de sponsorloop. Hierdoor weten leerlingen niet wanneer de sponsorloop is. Omdat de poster niet opvalt door het ontbreken van beeld, geven leerlingen zich niet op.

Verbeteringen:

1 De poster aanpassen

Maak de poster opvallender door een grote, duidelijke datum en tijdstip toe te voegen. Plaats ook een pakkende foto van de vorige sponsorloop, zodat leerlingen meteen zien wat voor activiteit het is. Gebruik korte, duidelijke zinnen en zet de belangrijkste informatie bovenaan.

2 Een socialmediabericht plaatsen

Zet een bericht op het schoolaccount (bijvoorbeeld Instagram of Facebook) met dezelfde foto als op de poster, plus een korte tekst en de datum en tijd van de sponsorloop. Zo zien leerlingen het ook buiten schooltijd en kunnen ze het bericht delen met vrienden.

3 Een inschrijfbalie in de kantine

Zet tijdens de pauzes een tafel neer in de kantine met een duidelijk bord “Schrijf je nu in voor de sponsorloop!”. Zorg voor inschrijfformulieren, pennen en eventueel wat decoratie. Spreek leerlingen direct aan en nodig ze uit om zich ter plekke aan te melden.

Stap 4 – Leg bij elke verbetering uit waarom het beter is

Schrijf altijd in hele zinnen op waarom jouw verbeteridee beter werkt. Leg drie dingen uit:

1 Waarom past het beter bij het doel?

2 Waarom past het beter bij de doelgroep?

3 Waarom heeft het meer effect?

Voorbeeld sponsorloop

Voorstel: De poster aanpassen, een socialmediabericht plaatsen en een inschrijfbalie in de kantine neerzetten.

Waarom dit beter is:

✖ Het aanpassen van de poster is beter, omdat de duidelijke datum, tijd en foto de poster opvallender maken. Leerlingen zien daardoor in één oogopslag waar en wanneer de sponsorloop plaatsvindt.

✖ Het plaatsen van een socialmediabericht is beter, omdat leerlingen de informatie dan ook buiten schooltijd zien. Ze kunnen het bericht bovendien delen, waardoor er meer mensen bereikt worden.

✖ Het neerzetten van een inschrijfbalie in de kantine is beter, omdat leerlingen zich meteen tijdens de pauze kunnen aanmelden. Dat is makkelijk en zorgt ervoor dat meer leerlingen meedoen.

Opdrachten

1 Huidige situatie beschrijven

Lees de situatie:

Situatie

Een dierentuin wil meer bezoekers trekken voor een speciale avondopenstelling met lichtshows. Ze gebruiken daarvoor een advertentie in de regionale krant. Hiermee hopen ze gezinnen met kinderen in de buurt te bereiken.

a Welk promotiemiddel of welke promotieactiviteit wordt nu gebruikt?

b Wat het doel is (informeren, overtuigen, herinneren of gedrag beïnvloeden)?

c Wie de doelgroep is (bijvoorbeeld leeftijd, woonplaats, interesse)?

2 Kenmerken herkennen

Lees de situatie.

Situatie

Een pretpark wil bezoekers trekken voor een speciale Halloweenavond.

Huidige promotiemiddelen:

✖ Poster in bushokjes in de regio

✖ Facebookadvertentie gericht op volwassenen van 18–40 jaar.

a Wat is het doel van deze promotie?

b Omschrijf de doelgroep.

c Zet in de tabel bij elk kenmerk een + als het middel er goed op scoort en een – als het minder goed past.

Kenmerk Poster Facebook-advertentie

Effect

Blijft zichtbaar

Toepasbaarheid

Functionaliteiten

Bereik

Reactie

d Wat zou jij het pretpark adviseren voor de promotie van de Halloweenavond?

3 Vergelijken en kiezen

Een nieuwe ijswinkel in het centrum wil snel bekend worden bij de doelgroep en meer klanten. Jij moet de promotie voor de ijswinkel kiezen. Je twijfelt tussen een flyer in de brievenbus en een Instagramadvertentie.

a Wat het doel is van deze promotie?

b Wie is de doelgroep?

c Vul de tabel in met + en –

Kenmerk

Effect

Blijft zichtbaar

Toepasbaarheid

Functionaliteiten

Bereik

Reactie

d Kies het beste middel of een combinatie.

Keuze:

Flyer

Instagram-advertentie

e Leg uit waarom je kiest voor dit middel of deze combinatie.

Herhalingsopdrachten

4

Verbeterpunten herkennen

Bekijk de poster hierna.

Kruis aan welke verbeteringen nodig zijn:

Meer afbeeldingen toevoegen

Duidelijker maken wanneer de kerstmarkt is

Minder tekst, belangrijkste info bovenaan

Poster beter laten aansluiten op het thema

Duidelijker maken waar de kerstmarkt is

5 Bedenk verbeteringen

Een kledingwinkel wil de uitverkoop promoten, maar heeft nu alleen een klein bordje in de etalage. Bedenk vijf verbeteringen voor de promotie van de uitverkoop. Denk aan: het promotiemiddel zelf verbeteren, een ander middel kiezen, een extra middel toevoegen, de plaats of het moment veranderen, of persoonlijk contact toevoegen.

Verdiepingsopdrachten

6 Vergelijken en kiezen

Lees de situatie.

Situatie

Een dierenwinkel wil meer klanten trekken voor een gratis trimdemonstratie voor honden.

Huidige promotie: een klein A4-poster bij de kassa.

Doel: gedrag beïnvloeden  zoveel mogelijk hondenbezitters naar de demonstratie laten komen.

Doelgroep: hondenbezitters uit de stad en omliggende dorpen.

a Vergelijk de huidige poster met twee nieuwe mogelijkheden:

✖ Flyer verspreiden bij de dierenarts

✖ Facebookbericht met korte video van de trimster in actie

Vul de tabel in met plussen (+) en minnen (–) op basis van deze kenmerken.

Kenmerk

Effect

Blijft zichtbaar

Toepasbaarheid

Functionaliteiten

Bereik

Reactie

Poster Flyer bij dierenarts Facebookbericht met video

b Kies het middel of de combinatie van middelen met de meeste plussen en leg in uit waarom deze beter werkt voor het doel en de doelgroep.

7 Uitwerken van je verbeterplan

Lees de situatie.

Situatie

Een ijssalon wil meer bezoekers trekken voor de opening van het nieuwe zomerseizoen. De opening is op zaterdag 12 april van 14.00 tot 17.00 uur, met gratis proefbolletjes voor iedereen. Ze hebben daarom een klein stoepbord bij de deur gezet met deze informatie.

Doel: gedrag beïnvloeden  zoveel mogelijk mensen laten komen.

Doelgroep: gezinnen met kinderen in de stad.

Bedenk drie verbeteringen voor de huidige promotie .

Vertel per verbetering:

1 Wat de verbetering is.

2 Waarom deze beter past bij het doel.

3 Waarom deze beter past bij de doelgroep.

4 Waarom deze meer effect heeft.

2.5 Koopbehoefte, koopmotief en koopgedrag

Ook winkels maken gebruik van promotieactiviteiten en promotiemiddelen om klanten naar de winkel te lokken.

Een klant komt naar de winkel om iets te kopen. We noemen dat de koopbehoefte. Stel dat je een nieuwe trui wilt kopen, dan is dat je koopbehoefte. De klant heeft een reden om iets te willen kopen, bijvoorbeeld omdat hij iets nodig heeft of omdat het kopen van een product hem een goed gevoel geeft. De reden van de klant om iets te kopen noem je het koopmotief Als je het koopmotief van de klant wilt achterhalen, kun vragen waarom de klant een bepaald product wil kopen. De klant kan dan bijvoorbeeld antwoorden: ‘Ik wil deze trui kopen, omdat mijn oude trui kapot is gegaan’ of ‘Ik wil deze trui kopen, omdat ik daar vrolijk van wordt.’

Rationeel en emotioneel koopgedrag

Als een klant bewust nadenkt over de koop van het product, vertoont hij rationeel koopgedrag De klant vergelijkt prijzen, kwaliteit en functionaliteit voordat hij een beslissing neemt. De klant denk eerst en doet daarna. Bijvoorbeeld, als de klant een nieuwe telefoon wil kopen, zou hij kunnen kijken naar specificaties, prijzen, en reviews voordat hij er een kiest.

Een klant die emotioneel koopgedrag vertoont laat zich meer leiden door gevoelens en verlangens. Hij maakt beslissingen gebaseerd op zij emoties. Soms koopt de klant iets omdat het hem gelukkig maakt, hem zelfvertrouwen geeft, of gewoon omdat hij het mooi vindt. De klant koopt bijvoorbeeld een luxe horloge omdat het hem een gevoel van status geeft.

Waarom wilt u dit product kopen?
Omdat mijn oude kapot is.
Omdat ik deze nodig heb voor school.
Omdat mijn vrienden deze ook hebben.
Omdat het me een goed gevoel geeft om dit te kopen

Opdrachten

1

2

Koopbehoefte en koopmotief herkennen

Weet jij het verschil tussen een koopbehoefte, een koopmotief en rationeel of emotioneel koopgedrag?

Kies het juiste antwoord.

a Wat is het verschil tussen koopbehoefte en koopmotief?

A Koopbehoefte gaat over wat de klant wil kopen, koopmotief over waarom de klant dat wil kopen.

B Koopbehoefte gaat over waar de klant iets wil kopen, koopmotief over wanneer de klant iets wil kopen.

C Koopbehoefte is altijd rationeel, koopmotief is altijd emotioneel.

D Koopbehoefte en koopmotief betekenen hetzelfde, er is geen verschil.

b Welke situatie laat rationeel koopgedrag zien?

A Een klant koopt een luxe horloge om status te laten zien.

B Een klant kiest een telefoon na het vergelijken van prijzen en specificaties.

C Een klant koopt een trui omdat hij daar vrolijk van wordt.

D Een klant koopt een product omdat de winkel een actie heeft.

c Een klant zegt: “Ik wil deze jas kopen, omdat mijn oude jas kapot is gegaan.”

Wat is dit een voorbeeld van?

A Koopmotief, rationeel koopgedrag

B Koopbehoefte, emotioneel koopgedrag

C Koopmotief, emotioneel koopgedrag

D Koopbehoefte, rationeel koopgedrag

Koopbehoefte en koopmotief herkennen

a Geef aan wat de koopbehoefte is en wat het koopmotief.

Situatie 1

Joost komt naar de elektronicazaak. Hij wil een nieuwe laptop kopen. Zijn oude laptop is kapot gegaan en de reparatie ervan was zo duur, dat hij beter een nieuwe kan aanschaffen.

Koopbehoefte:

Koopmotief:

b Geef aan wat de koopbehoefte is en wat het koopmotief.

Situatie 2

Leila loopt door de kledingwinkel. Ze heeft zin om een zomers shirt te kopen. Eigenlijk heeft ze die niet nodig, maar ze wordt altijd blij van het kopen van zomerkleding. Ze kan niet wachten tot het weer lekker warm wordt buiten!

3

Koopbehoefte:

Koopmotief:

c Geef aan wat de koopbehoefte is en wat het koopmotief.

Situatie 3

Charlie is onderweg naar de Action. Ze wil een herbruikbare koffiebeker scoren. Ze heeft er nu nog geen een. Met een eigen herbruikbare koffiebeker krijgt ze bij haar favoriete koffietentje extra korting!

Koopbehoefte:

Koopmotief:

Koopgedrag analyseren

Lees hoe het verder gaat met de klanten. Vertonen ze rationeel, emotioneel koopgedrag of een combinatie van beide?

a Maak je keuze en leg je antwoord uit.

Situatie 1

Joost heeft op internet al veel laptops vergeleken. Hij moet de laptop gebruiken voor schoolwerk, maar hij wil er ook op kunnen gamen. Hij heeft een laptop uitgezocht die precies aan zijn wensen voldoet en die ook past binnen zijn budget.

Rationeel koopgedrag … emotioneel koopgedrag … combinatie van beide

b Maak je keuze en leg je antwoord uit.

Situatie 2

Leila weet in de kledingwinkel precies welk merk ze wil kopen. Dit merk verkoopt kleding van hoge kwaliteit. Ook zijn deze shirts goed geprijsd! Ze heeft haar zinnen gezet op een blauw shirt, omdat dat shirt bij haar nieuwe broek past. In de winkel kiest ze toch voor een ander shirt van dit merk. Een shirt met allemaal hondjes erop. Ze werd helemaal vrolijk van het shirt en kon het niet laten liggen.

Rationeel koopgedrag … emotioneel koopgedrag … combinatie van beide

c Maak je keuze en leg je antwoord uit.

Situatie 3

In de Action ziet Charlie ineens een onwijs handige bidon in haar lievelingskleuren. Al haar klasgenoten hebben ook zo’n bidon. Ze wil niet de enige zijn zonder. Ze gooit de bidon in haar mandje en rekent af.

Rationeel koopgedrag … emotioneel koopgedrag … combinatie van beide

Herhalingsopdrachten

4 Herkennen met beeld

Bekijk de afbeeldingen en schrijf onder elke afbeelding of het gaat om rationeel of emotioneel koopgedrag.

5 Koopbehoefte en koopmotief uit een verhaal halen

Vul voor elke klant de tabel in.

a Sophie koopt een nieuwe winterjas omdat haar huidige jas versleten is en niet meer warm genoeg is voor de winter.

Koopbehoefte

Koopmotief

b Omar bestelt een luxe koffiemachine omdat hij elke ochtend verse cappuccino wil maken en hij de smaak van versgemalen bonen heerlijk vindt.

Koopbehoefte

Koopmotief

c Lotte koopt een polaroidcamera om op vakantie leuke foto’s te maken die ze direct kan afdrukken en ophangen in haar kamer.

Koopbehoefte

Koopmotief

Verdiepingsopdrachten

6 Promotiemiddel en koopmotief

Lees de situatie en kies een promotiemiddel dat past bij het koopmotief (de reden waarom de klant iets wil kopen). Leg daarna kort uit waarom dit middel goed aansluit.

Situatie:

In een winkelstraat zitten twee dierenspeciaalzaken naast elkaar. Eén van de winkels heeft een actie: bij aankoop van een grote zak hondenvoer krijg je gratis een hondenspeeltje.

Koopmotief: klanten willen voordeel krijgen bij hun aankoop.

De winkel wil dat voorbijlopende klanten niet naar de concurrent gaan, maar juist bij hen naar binnen stappen.

a Welk promotiemiddel past hier het beste?

Flyer die huis-aan-huis wordt verspreid

Instagram-post met een filmpje van een hond die speelt met het speeltje

Poster met de actie duidelijk op het raam

b Leg je antwoord uit.

7 Herken jij het koopmotief en de koopbehoefte?

Bekijk de afbeeldingen en beantwoord de vragen.

a Wat is de koopbehoefte?

b Wat is het koopmotief?

c Noem een voorbeeld van mogelijk rationeel en emotioneel koopgedrag in deze situatie.

Rationeel koopgedrag:

Emotioneel koopgedrag:

2.6 Een klantgesprek voeren in een winkel

Een verkoopgesprek kan gaan over producten (zoals kleding, elektronica, eten) of diensten (zoals een knipbeurt, sportles of reparatie). Het doel is altijd om de klant goed te helpen en hem te overtuigen van jouw aanbod. Een verkoopgesprek verloopt meestal in vijf fasen:

1 Openen

2 Behoeftenonderzoek

3 Oplossingen presenteren

4 Tonen en demonstreren

5 Commitment verkrijgen

1 Openen

Een verkoopgesprek start je na het inspringmoment met een openingszin. Je kunt natuurlijk altijd vragen: Kan ik u ergens mee helpen? Maar je kunt ook verschillende openingszinnen proberen en kijken waar klanten het meest positief op reageren.

“Goedemorgen! Bent u op zoek naar iets specifieks of wilt u gewoon rondkijken?”

“Hallo! Mag ik u wat meer vertellen over onze speciale aanbiedingen vandaag?”

“Welkom! Is er een bepaald artikel waar u meer over wilt weten?”

“Goedendag! Heeft u al iets op het oog of kan ik u adviseren bij uw keuze?”

“Goedemiddag! Bent u bekend met onze nieuwe collectie die net is binnengekomen?”

2 Behoeftenonderzoek

Wanneer de klant aangeeft dat hij geholpen wil worden, ga je de behoeften van de klant achterhalen. Soms weet de klant precies wat hij wil kopen. Hij heeft dan een duidelijke koopbehoefte. Soms weet de klant nog niet wat hij wil kopen, maar heeft hij wel een koopmotief

‘Ik wil de sjaal in de etalage kopen.’

‘Ik zoek een cadeautje als bedankje.’

‘Ik wil graag een kilo rundergehakt.’

‘Ik zoek het nieuwste boek van Rinder Kromhout.’

‘Ik zoek iets voor een verjaardag van een kind.’

‘Ik zoek iets om te lezen in het vliegtuig.’

Om de koopbehoefte en het koopmotief van de klant te achterhalen moet je goed luisteren en vragen stellen. Er zijn verschillende soorten vragen.

Soort vraag  Kenmerk  Voorbeeld

Open vraag  Een open vraag begint vaak met wie, wat, waar, wanneer, waarom, waarmee, waarvoor, hoe en welke. De klant kan een uitgebreid antwoord geven.

Gesloten vraag  Op een gesloten vraag kan de klant kiezen uit twee antwoordopties, zoals bijvoorbeeld ja en nee.

Doorvragen  Als je meer wilt weten, kun je doorvragen. Zo krijg je meer informatie over wat de klant wil en belangrijk vindt.

Controlevraag  Als je denkt dat je de klant goed hebt begrepen, kun je een controlevraag stellen. Je vat de informatie van de klant samen en vraagt of de klant het eens is met je samenvatting.

Waar houdt het kind van voor wie u een cadeautje wilt kopen?

Welk budget heeft u in gedachten?

Waarvoor wilt u het product gebruiken?

Heb je al eerder een Apple smartphone gehad?

Komt het uit als we de tv morgen komen leveren?

Wat bedoelt u precies met een frisse uitstraling?

Wat bedoelt u met lekker warm?

Als ik het goed begrijp zoekt u een blauwe speelgoedauto voor een jongetje van 4 jaar.

Als ik het goed begrijp zoekt u een tijdschrift voor mannen over auto’s en autosport.

Begrijp ik goed dat u een bedankje voor een oudere meneer zoekt dat maximaal 20 euro kost?

Het is belangrijk dat je goed luistert naar de klant. Kijk de klant aan en laat door je lichaamshouding en knikken of hummen merken dat je luistert. Laat de klant altijd uitpraten voordat je zelf begint met praten.

3 Klant helpen een beslissing te maken

Als je de koopbehoefte en het koopmotief van de klant weet, geef je informatie over producten of diensten die hierbij passen. Je kunt de volgende soorten informatie geven:

1 Praktische artikelinformatie – basisgegevens over het product, zoals merk, prijs en type, zodat de klant weet wat hij koopt.

2 Technische artikelinformatie – uitleg over het materiaal, de werking, het gebruik, het bewaren en het onderhoud van het product.

3 Commerciële artikelinformatie – verkoopgerichte informatie, zoals kortingen, levertijd, prijs-kwaliteit en garantie, om de klant te overtuigen tot aankoop.

Stel vragen en luister naar de klant om te achterhalen welk product of welke dienst de klant het meest aanspreekt.

PLAATSVERVANGENDE VERKOOP

Soms is het product dat of de dienst die de klant eigenlijk wil kopen niet beschikbaar omdat het bijvoorbeeld niet op voorraad of uitverkocht is. Als je weet waarom een klant iets wil kopen kun je iets anders aanbieden. Dit noem je plaatsvervangende verkoop

Bij een dienst kun je bijvoorbeeld denken aan een klant die op zatermiddag een massage wil boeken. Helaas is er dan geen plek. Als plaatsvervangende verkoop kun je de klant wel een massage op zaterdagochtend aanbieden als daar plek is.

Gewenst product

Plaatsvervangend product

4 Informeren en adviseren

Is de klant enthousiast over een product of dienst? Dan is het belangrijk om goede informatie te geven en de voordelen duidelijk te maken. Je wilt dat de klant precies weet wat hij koopt of boekt en dat hij vertrouwen heeft in zijn keuze.

Je kunt dit doen door:

✖ Uitleg geven over de kenmerken, voordelen en gebruiksmogelijkheden van het product of de dienst.

✖ Tips geven over het gebruik, onderhoud of de voorbereiding op de dienst.

✖ Vragen van de klant beantwoorden en eventuele twijfels wegnemen.

Daarna kun je het product of de dienst laten ervaren:

✖ Product tonen: je laat het product zien, zodat de klant de vorm, kleur en uitstraling kan bekijken.

✖ Product demonstreren: je laat zien hoe het product werkt of gebruikt wordt, bijvoorbeeld door een apparaat aan te zetten of een functie uit te proberen.

✖ Dienst demonstreren: je laat zien of ervaren hoe de dienst verloopt, bijvoorbeeld door een korte proefbehandeling, een voorproefje van een maaltijd, of een korte oefening tijdens een sportles.

Je kunt een klant een artikel tonen en demonstreren hoe het artikel werkt.

Als de klant enthousiast is, wil je hem overtuigen om het product of de dienst echt af te nemen. Let op koopsignalen – tekenen dat de klant wil kopen:

✖ Non-verbaal: knikken, het product vasthouden, tevreden kijken.

✖ Verbaal: vragen naar prijs, levertijd of garantie.

Als de klant een keuze heeft gemaakt, vraag dan of hij bij dat artikel nog iets nodig heeft. Dit noem je bijverkoop. Als iemand een paar sportschoenen verkoopt, vraag je bijvoorbeeld of de klant ook sportsokken kan gebruiken.

5 Afronden verkoop

Als de klant besloten heeft het product of de dienst te kopen, laat je de klant afrekenen bij de kassa. Eventueel pak je het gekochte product in. Daarna neem je op een nette manier afscheid, bijvoorbeeld ‘Bedankt voor uw aankoop en veel plezier ervan! Tot ziens.’ Zorg ervoor dat de klant met een goed gevoel de winkel verlaat. Dit zorgt ervoor dat hij graag weer terugkomt.

Opdrachten

1

Zet de fasen van het verkoopgesprek in de juiste volgorde

Lees de fasen van het verkoopgesprek hieronder. Zet ze in de juiste volgorde door de cijfers 1 tot en met 5 voor de fasen te schrijven.

Fase

Oplossingen presenteren

Behoeftenonderzoek

Tonen en demonstreren

Afronden verkoop

Openen

2 Soorten vragen herkennen

Volgorde

Lees de situaties. Schrijf in de tabel welke soort vraag wordt gesteld: open vraag, gesloten vraag, controlevraag of doorvraag.

Vraag van de verkoper Soort vraag

“Welke kleur jas vindt u het mooist?”

“Wilt u dat we het product morgen bezorgen?”

“Begrijp ik goed dat u een massage wilt boeken voor donderdag om 15:00 uur?”

3 Oplossing presenteren

Lees de situatie en bekijk de artikelen in de afbeelding.

Situatie

Bjorn is in de sportwinkel. Hij is op zoek naar hardloopschoenen. Hij loopt ongeveer 2x per week voor zijn plezier ongeveer 4 kilometer hard. Hij loopt het liefst in het bos. Bjorn wil niet meer dan €85,- euro uitgeven. Hij zoekt een hardloopschoen die past bij zijn wensen.

€71,95

Trailrunschoen

Geschikt voor ruige ondergronden

Medium demping

€219,95

Wedstrijd hardloopschoen

Voor alle terreinen Lichtgewicht

Supergoede demping

€59,95

Allround hardloopschoen Ademend bovenwerk Medium demping

€129,95

Trailrunschoen

Rubberen noppen voor extra grip op ruige ondergronden

Zeer goede demping

a Benoem welk artikel het beste bij de wensen van de klant past.

b Leg uit welke schoen je als upsell aan kunt bieden. Geef daarbij een verkoopargument om deze schoen te kopen.

c De klant heeft een schoen uitgezocht.

Noem 3 producten die je als bijverkoop aan kunt bieden bij de hardloopschoen.

1 2 3

Herhalingsopdrachten

4

Soorten informatie bij producten en diensten

Lees de situaties en bedenk welke soort informatie de verkoper geeft: praktische, technische of commerciële informatie.

Situatie Soort informatie

Een verkoper vertelt dat een sportschoolabonnement €25 per maand kost en maandelijks opzegbaar is.

Een fietsenmaker legt uit hoe je de ketting van een fiets moet schoonmaken en smeren.

Een kapper zegt dat er deze week 20% korting is op alle behandelingen.

5

Plaatsvervangende verkoop

a In de tabel staan producten of diensten die de klant wil kopen. Deze zijn op dat moment niet beschikbaar.

Bedenk bij elk voorbeeld welk ander product of welke andere dienst je kunt voorstellen (plaatsvervangende verkoop) en leg uit waarom dit een goede optie is.

Gewenst product of dienst Plaatsvervangend voorstel Uitleg

Fotostudio – fotoshoot op zaterdagmiddag

Restaurant – tafel voor 4 personen aan het raam

Sportschool – spinningles om 19:00 uur

b Bekijk de afbeeldingen hierna. De artikelen die je ziet zijn niet meer op voorraad.   Noem een plaatsvervangend artikel dat je kunt verkopen.

Verdiepingsopdrachten

6

Passend advies geven

Lees de situaties. Kies in de tabel het product of de dienst die het beste past bij de klant en leg uit waarom.

Situatie

Een klant zoekt een cadeau voor een 5-jarig kind dat van tekenen houdt.

Een klant wil een ontspanningsbehandeling van 30 minuten.

Een klant wil een nieuwe laptop om foto’s te bewerken.

Beste product/dienst Uitleg

7 Zelf een verkoopadvies uitwerken

Bedenk een eigen situatie waarin je een product of dienst verkoopt. Beschrijf:

a Wat de klant wil kopen (koopbehoefte) of waarom de klant iets wil kopen (koopmotief).

b Welke vragen je stelt om meer informatie te krijgen.

c Welk product of welke dienst je uiteindelijk adviseert en waarom.

2.7 Een klantgesprek via de telefoon

Een klantgesprek via de telefoon verloopt anders dan een gesprek in een winkel of op locatie. Je hebt geen oogcontact, dus de klant kan jouw gezichtsuitdrukking niet zien. Toch kun je een professionele en klantvriendelijke indruk maken door je stem, intonatie en woordkeuze. Intonatie is de manier waarop je stem omhoog of omlaag gaat als je praat. Het zorgt voor afwisseling in je stemgeluid en laat horen hoe je iets bedoelt.

1 Gespreksopening – vriendelijk en duidelijk

Omdat de klant je niet ziet, is je stem je visitekaartje.

✖ Neem de telefoon op binnen 3 keer overgaan.

✖ Begin altijd met een begroeting, de naam van het bedrijf en jouw naam.

✖ Spreek rustig en duidelijk.

✖ Gebruik een glimlach tijdens het praten: je stem klinkt dan vriendelijker.

Voorbeeldopening:

“Goedemiddag, kapsalon Haar & Zo, u spreekt met Sanne. Waarmee kan ik u helpen?”

Telefoontips

✖ Zorg dat je in een rustige omgeving zit zonder storende geluiden.

✖ Houd pen en papier bij de hand voor notities.

✖ Laat de klant altijd eerst uitspreken voordat je reageert.

2 De behoefte van de klant onderzoeken

Omdat je via de telefoon geen non-verbale signalen ziet, moet je extra goed luisteren. Stel open vragen om de situatie en wens van de klant te achterhalen.

Gebruik hierbij LSD:

✖ Luisteren – laat merken dat je de klant begrijpt (door hummen of bevestigende woorden zoals “ja” of “ik begrijp het”).

✖ Samenvatten – herhaal kort de kern van wat de klant heeft gezegd.

✖ Doorvragen – stel aanvullende vragen om meer details te krijgen.

Voorbeelden:

✖ “Wat voor soort behandeling had u in gedachten?”

✖ “Wanneer zou u dit willen laten doen?”

✖ “Voor hoeveel personen wilt u reserveren?”

Telefoontips:

Telefoontips

• Noteer direct afspraken of voorkeuren.

✖ Noteer direct afspraken of voorkeuren.

• Vat tussendoor samen: “Dus u zoekt een arrangement voor twee personen op zaterdagmiddag, klopt dat?”

✖ Vat tussendoor samen: “Dus u zoekt een arrangement voor twee personen op zaterdagmiddag, klopt dat?”

3 De klant helpen om tot een beslissing te komen

Soms twijfelt de klant tussen opties. Leg kort de verschillen uit en benoem de voordelen. Let op dat je de klant niet overdondert met te veel informatie tegelijk.

Voorbeelden:

✖ “U kunt kiezen voor het standaardpakket of het luxe arrangement. Het luxe arrangement duurt een half uur langer en is inclusief koffie met gebak.”

✖ “Als u het product vandaag bestelt, heeft u het morgen in huis.”

Telefoontips

✖ Gebruik een rustige, overtuigende stem.

✖ Laat korte pauzes vallen, zodat de klant kan reageren.

4 De klant informeren en adviseren

Geef duidelijke en volledige informatie, afgestemd op de vraag van de klant.

✖ Noem altijd de datum, tijd, prijs en eventuele voorwaarden.

✖ Controleer of de klant alles goed heeft begrepen.

Voorbeeld:

“De afspraak staat voor vrijdag 15 maart om 14.00 uur, de behandeling duurt ongeveer 45 minuten en kost €35. Ik zet hem meteen in de agenda voor u.”

Telefoontips

✖ Spreek rustig, articuleer duidelijk.

✖ Gebruik korte zinnen, zeker als de informatie belangrijk is.

5 Gespreksafsluiting – duidelijk en vriendelijk

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting van de gemaakte afspraken en bedank de klant.

Voorbeelden

✖ “Ik zie u graag op vrijdag 15 maart om 14.00 uur. Bedankt voor het bellen en tot dan!”

✖ Wacht even voordat je ophangt, zodat de klant nog iets kan toevoegen.

Telefoontips

✖ Blijf vriendelijk tot het einde.

✖ Hang pas op als de klant het gesprek heeft afgerond.

Opdrachten

1 Begrippen en betekenissen

Soms heb je een gesprek met klanten aan de telefoon. Weet jij wat elk begrip betekent?

Kies het juiste antwoord.

1 Intonatie

A Hoe snel je praat

B Hoe je stem klinkt en hoe je woorden benadrukt

C Welke gezichtsuitdrukking je hebt

2 Gespreksafsluiting

A Het gesprek vriendelijk afronden

B Het gesprek openen

C De klant overtuigen

3 Doorvragen

A Een vraag stellen waarbij de klant alleen ja of nee kan zeggen

B Het gesprek samenvatten

C Meer vragen stellen om extra informatie te krijgen

2 Goed of minder goed stemgebruik

Bij bellen horen de ander alleen je stem en je woorden.

Lees de drie situaties en vul in de tabel in of het goede of minder goede manieren van praten zijn. Schrijf ook kort op waarom.

Situatie

1 De medewerker zegt vriendelijk: “Goedemiddag, waarmee kan ik u helpen?”

2 De medewerker zegt kortaf: “Ja, wat wilt u?”

3 De medewerker praat heel zacht, waardoor de klant hem nauwelijks kan horen.

Goede/minder goede manier Waarom?

3

Past het bij LSD?

Tijdens een telefoongesprek gebruik je vaak LSD: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen.

Lees de drie situaties en vul in of het gaat om L, S of D. Schrijf daarna kort op waarom je dat denkt.

Situatie

“Dus u wilt graag weten of we morgen open zijn, klopt dat?”

“Ja, ik begrijp het.”

“Wat bedoelt u precies met snelle levering?”

L / S / D Waarom?

Herhalingsopdrachten

4

Notitie maken tijdens een telefoongesprek

Tijdens een telefoongesprek is het belangrijk dat je belangrijke informatie opschrijft, zodat je die later nog weet of kunt doorgeven. Dit noem je notities.

Lees de drie situaties en vul in de tabel de notities in die je tijdens het gesprek zou noteren.

Situatie

1 Een klant belt een kapsalon om een afspraak te maken voor een knipbeurt op vrijdag om 14.00 uur. De klant heet Petra de Vries en wil dat haar haar korter wordt geknipt.

Notitie

Situatie

2 Een klant belt een sportwinkel om te vragen of een bepaald type hardloopschoenen in maat 42 op voorraad is. De klant heet Mark Jansen en wil graag teruggebeld worden op 06-12345678.

3 Een klant belt een bloemenwinkel om een boeket te bestellen voor levering op zaterdag bij mevrouw Bakker, Hoofdstraat 12. De klant wil witte rozen en betaalt bij levering.

5 Behoefte van de klant onderzoeken

Notitie

Je kunt de juiste dienst of het juiste product alleen aanbieden als je weet wat de klant wil. Lees de drie situaties en bedenk één vraag die je kunt stellen om dit te ontdekken.

Situatie

1 Een klant belt een sportschool omdat hij sportles wil.

2 Een klant belt een reisbureau omdat zij op vakantie wil.

Vraag

3 Een klant belt een computerwinkel voor informatie over een laptop.

Verdiepingsopdrachten

6

Duidelijke en volledige informatie vinden

Soms wil een klant heel precies informatie krijgen. In het kader hierna vind je informatie. In de tabel staan situaties.

Zoek de juiste informatie voor elke situatie en vul deze in de tabel in.

Informatie

✖ De nieuwe film Avontuur in de Stad is dit weekend te zien. Vrijdag draait hij in de avond, start om half acht. Op zondag begint de voorstelling midden op de dag om drie uur. Een kaartje kost tien euro. Wie wil komen, moet eerst online reserveren.

✖ In het sportcentrum is er wekelijks yoga. De les is op dinsdagavond en duurt precies zestig minuten. Er zijn nog maar vier plekken beschikbaar. Een losse les kost acht euro. Reserveren kan aan de balie of via de website.

✖ Het restaurant heeft op zaterdag een speciale lunchdeal: drie gangen voor een prijs net onder de twintig euro. Je kunt tussen twaalf en drie uur aanschuiven. Wel moet je van tevoren een tafel reserveren.

Situatie

1 Bioscoop – klant wil weten wanneer de film “Avontuur in de Stad” draait.

2 Sportcentrum – klant vraagt hoe laat de yogales begint en of er nog plek is.

3 Restaurant – klant vraagt naar de lunchspecial van zaterdag.

Datum en tijd Prijs Voorwaarden

7 Een volledig klantgesprek via de telefoon voeren

Soms belt een klant met meerdere vragen of verzoeken. Jij moet het gesprek professioneel en klantvriendelijk voeren, zodat de klant tevreden ophangt. Lees de situatie en werk de opdracht stap voor stap uit.

Situatie

Je werkt bij Beauty & Relax, een schoonheidssalon. Een klant belt voor informatie en een afspraak. Ze wil weten welke gezichtsbehandelingen jullie aanbieden, wat de prijzen zijn en of er nog plek is op zaterdagmiddag 12 april. Tijdens het gesprek merk je dat ze twijfelt tussen de basisbehandeling en de luxe behandeling. Ze wil uiteindelijk ook weten hoelang de gekozen behandeling duurt.

Schrijf het telefoongesprek stap voor stap uit.

Gebruik bij elk onderdeel van het gesprek de aanwijzingen uit de tekstbron.

1 Gespreksopening – noteer jouw openingszin.

2 Behoefte onderzoeken – schrijf minimaal twee open vragen die je aan de klant stelt en laat zien hoe je LSD toepast.

3 Helpen beslissen – leg in jouw woorden het verschil uit tussen de basis- en luxe behandeling. Je mag dit zelf verzinnen, bijvoorbeeld dat de luxe behandeling langer duurt met een extra maskertje of duurder is doordat je duurdere producten gebruikt.

4 Informeren en adviseren – geef de volledige informatie over de gekozen behandeling (datum, tijd, prijs, duur, voorwaarden). De klant kiest voor een luxe behandeling van €55,- om 14.00 uur.

5 Gespreksafsluiting – schrijf jouw afsluitzin.

2.8 Een klantgesprek online

Een klantgesprek kan ook online plaatsvinden, bijvoorbeeld via e-mail, chat of direct messages (DM’s) op social media. Bij elk medium gelden andere regels en gewoontes. Hieronder lees je waar je op moet letten per kanaal.

1 E-mail

E-mail wordt vaak gebruikt voor langere of meer formele klantgesprekken, zoals offertes, reserveringsbevestigingen of het beantwoorden van uitgebreide vragen.

BELANGRIJKE PUNTEN BIJ KLANTMAILS

✖ Reageer binnen één werkdag, ook als je het volledige antwoord nog niet hebt.

✖ Schrijf duidelijk en volledig, zonder spelfouten.

✖ Gebruik een beleefde aanhef en afsluiting.

✖ Zet alle informatie in logische volgorde en gebruik korte alinea’s.

ONDERDELEN VAN EEN E-MAIL

✖ Aan: Hier typ je het e-mailadres van degene aan wie je de e-mail stuurt.

✖ CC: Hier typ je het e-mailadres van degene die ook op de hoogte moet zijn van het bericht, maar die niet hoeft te reageren. De e-mailadressen in CC zijn zichtbaar voor de geadresseerden bij Aan en CC.

✖ BCC: Hier typ je het e-mailadres van degene die ook op de hoogte moet zijn van het bericht. De e-mailadressen in BCC zijn niet zichtbaar voor de geadresseerden bij Aan en CC.

✖ Onderwerp: Hier geef je een korte beschrijving van het onderwerp van de e-mail.

Aan m.grant@granturismo.nl

CC info@granturismo.nl

BCC admin@granturismo.nl

Onderwerp Offerte transport portable vakantiewoningen Bijgevoegd Offerte_granturismo.pdf

Beste meneer Grant, Met genoegen stuur ik u onze scherp geprijsde offerte voor het transport van 10 portable vakantiewoningen.

In de offerte staan de prijzen en levertijden voor het transport van de woningen naar de door u opgegeven locatie. Mocht u vragen hebben over de offerte, dan hoor ik dat graag.

Ik hoop dat deze offerte naar wens is en ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.

Vriendelijke groet,

KARREMANS TRANSPORT

Belinda Meinderts verkoop binnendienst T 06-22 34 88 56

✖ Bijlage: Hier kun je bijlagen toevoegen. Dit zijn extra documenten die je met de e-mail meestuurt.

✖ Tekstveld: Hier typ je het bericht. De tekst bevat een begroeting, een inleiding, een kern en een slot. Gebruik een nette begroeting. In de inleiding leg je uit waarom je de mail stuurt. In de kern schrijf je de informatie je wilt mailen. In het slot spreek je bijvoorbeeld een hoop of verwachting uit. Bijvoorbeeld dat je hoopt dat de klant snel een reactie stuurt.

✖ Afsluiting: Hier zet je Met vriendelijke groet, je naam en het bedrijf waarvoor je werkt.

Verzenden

Controleer voordat je de e-mail verstuurt:

✖ of gegevens van de geadresseerde(n) juist zijn;

✖ of de inhoud van de e-mail duidelijk is;

✖ of er geen taalfouten in staan.

Voorbeeld e-mail

Aan: mevrouwvandijk@mail.nl

Onderwerp: Informatie workshop Italiaanse klassiekers

Beste mevrouw Van Dijk,

Bedankt voor uw bericht. U vroeg naar de mogelijkheden voor een kookworkshop voor tien personen.

De workshop ‘Italiaanse klassiekers’ vindt plaats op zaterdag 25 mei van 13.00 tot 16.00 uur. De kosten zijn €25 per persoon, inclusief ingrediënten. In de bijlage vindt u het programma.

Met vriendelijke groet, Bas Jansen

Kookstudio La Cucina

2 Chat

Chatberichten zijn korter en informeler dan e-mail. Klanten verwachten vaak binnen enkele minuten antwoord. Dit kanaal wordt veel gebruikt op websites van bedrijven of via webshops.

BELANGRIJKE PUNTEN BIJ CHATGESPREKKEN

✖ Reageer snel: meestal binnen enkele minuten.

✖ Geef korte, duidelijke antwoorden, maar blijf vriendelijk.

✖ Controleer of je de vraag goed begrijpt voordat je antwoord geeft.

✖ Gebruik geen lange zinnen of ingewikkelde woorden.

✖ Houd de toon beleefd, ook al is de klant informeel.

Voorbeeld chatgesprek

Klant: Goedemiddag, is de blauwe winterjas nog op voorraad in maat M?

Medewerker: Goedemiddag! Ja, die is er nog. Wilt u dat ik hem voor u reserveer?

3 Direct Messages (DM’s) op social media

DM’s zijn privéberichten via social media, zoals Instagram, Facebook of LinkedIn. Ze lijken op chatberichten.

BELANGRIJKE PUNTEN BIJ DM’S

✖ Reageer zo snel mogelijk, liefst binnen een paar uur.

✖ Houd de toon vriendelijk en passend bij de stijl van het socialmediakanaal.

✖ Gebruik eventueel emoji’s als dat past bij het bedrijf en de doelgroep.

✖ Antwoord altijd volledig, ook al is het bericht kort.

✖ Bij vragen over producten: stuur eventueel een foto of link mee.

Voorbeeld DM

Klant: Hoi! Zijn er nog kaarten voor de avondvoorstelling op 3 juni?

Medewerker: Hallo! Ja, er zijn nog 12 kaarten beschikbaar. Wilt u dat ik de link naar de ticketverkoop stuur?

Opdrachten

1 Onderdelen van een e-mail herkennen

Lees de situatie hierna door.

Situatie

Jouw leidinggevende, Brenda Lijstra (b.lijstra@leukbedrijf.nl) vraagt je een mail te sturen over het teamuitje. Het team gaat op 26 oktober een kookworkshop volgen bij Good Indo Food in Meerdijk. Iedereen moet zich om 13.30 uur melden. Het adres is Lokolaan 56. Iedereen moet voor 1 oktober per mail aangeven of hij of zij meegaat. De mail moet naar de volgende collega’s gestuurd worden:

– Plien Beukstra: p.beukstra@leukbedrijf.nl

– Amir Odin: a.odin@leukbedrijf.nl

Hannah Minting: h.minting@leukbedrijf.nl

Je leidinggevende wil zelf graag een kopie van de mail ontvangen. De mail moet ook naar de directie (directie@leukbedrijf.nl), maar dat moeten de collega’s niet zien.

a Vul in de tabel de e-mailadressen op de juiste plek in.

Bij meerdere e-mailadressen zet je een ; tussen de adressen.

Aan

CC

BCC

b Bedenk een duidelijke onderwerpregel voor deze e-mail.

c Schrijf de begroeting, tekst en afsluiting van de e-mail.

2 Kenmerken van chat en e-mail

Klanten kunnen via verschillende kanalen contact opnemen. In de tekstbron staan kenmerken van chat en e-mail. Lees deze goed door. Zet in de tabel of het kenmerk hoort bij chat, e-mail of bij allebei.

Kenmerk Chat / E-mail / Allebei

Antwoord kan vaak snel worden gegeven.

Geschikt om een offerte of formulier als bijlage mee te sturen.

Kan op elk moment van de dag worden verstuurd.

Vaak kort en direct geformuleerd.

Bevat meestal een aanhef en afsluiting.

3 Informatie uit een e-mail halen

Lees de e-mail hieronder. Beantwoord de vragen erna.

E-mail:

Geachte heer De Vries,

Bedankt voor uw reservering bij Restaurant De Linde. Uw tafel staat gereserveerd voor zaterdag 20 april om 18.30 uur. Het 3-gangenmenu kost €29,50 p.p. In de bijlage vindt u de bevestiging.

Met vriendelijke groet, Petra van Dijk Restaurant De Linde

a Op welke datum is de reservering?

b Hoe laat begint het diner?

c Hoeveel kost het 3-gangenmenu per persoon?

d Wat zit er bij de e-mail?

Herhalingsopdrachten

4

Goed of fout in een chatgesprek?

Soms krijg je als medewerker een vraag via de chat. Je ziet hieronder twee antwoorden op dezelfde klantvraag. Lees de klantvraag en de antwoorden.

Zet in de tabel of het antwoord goed of fout is en leg kort uit waarom.

Klantvraag: “Hallo, hebben jullie morgen nog plek voor de lunch?”

Chatbericht

“Ja, reserveren kan via de website.”

Goed/Fout Waarom?

“Goedemiddag! Ja, er is nog plek voor de lunch morgen om 12.30 uur.

Het lunchmenu kost €14,50 p.p.

Wilt u reserveren?”

5 DM correct beantwoorden

Je krijgt via Instagram deze vraag van een klant:

“Hebben jullie nog plek voor de high tea op zondagmiddag?” Gebruik de informatie in het kader om de vraag volledig te beantwoorden.

Informatiekader:

✖ High tea mogelijk op zondag 12 mei om 14.00 uur

✖ Prijs: €19,50 p.p. inclusief onbeperkt thee

✖ Reserveren kan tot vrijdag 10 mei, 12.00 uur

Schrijf het antwoord in de DM-stijl: kort, vriendelijk en passend bij social media.

Verdiepingsopdrachten

6

Verbeter de e-mail

Hieronder staat een opzet voor een e-mail die naar een klant moet worden gestuurd. Deze e-mail mist nog belangrijke informatie.

Lees de informatie in het kader hierna en maak een volledige tekst voor in de e-mail.

De opzet van de e-mail

Beste,

Uw aanvraag is goedgekeurd.

Met groet, Tom

Informatie

✖ Naam klant: mevrouw Van Leeuwen

✖ Product/dienst: gezichtsbehandeling

✖ Datum: vrijdag 15 maart

✖ Tijd: 14.00 uur

✖ Duur: 45 minuten

✖ Prijs: €35

✖ Bijlage: bevestigingsdocument

Verbeter het bericht

Lees de situatie.

Situatie

Peter de Vries heeft op 5 maart bij fietsenwinkel De Trappert in Amersfoort een nieuwe elektrische fiets gekocht (merk: Sparta Ion, kleur: zwart). Na drie dagen begon de motor een raar geluid te maken en viel hij soms uit. Peter heeft de klantenservice gemaild met het verzoek om op vrijdag 15 maart langs te mogen komen voor reparatie. Het bedrijf heeft gereageerd met de onderstaande e-mail. In deze mail staan fouten: verkeerde geadresseerden, een onduidelijke onderwerpregel, te informele toon en ontbrekende informatie.

Re: fiets

hoi peter, je kunt vrijdag wel komen. neem de fiets mee. gr, thomas

a Wat is er mis met de geadresseerden (Aan/Cc/Bcc)?

b Wat is er mis met de onderwerpregel?

d Waarom is de toon en opmaak onprofessioneel? peter.devries@gmail.con, sales@detrappert.nl klanten@detrappert.nl

c Welke informatie mist in de tekst? Noem minimaal vijf punten.

Informatie voor de verbeterde e-mail

✖ Afzender bedrijf: klantenservice@detrappert.nl (De Trappert – Klantenservice)

✖ Ontvanger klant: peter.de.vries@gmail.com

✖ Referentie: TPR-2025-0312

✖ Afspraak: vrijdag 15 maart om 14.00 uur

✖ Locatie: Werkplaats De Trappert, Industrieweg 12, 3812 AB Amersfoort

✖ Meldpunt: Servicebalie werkplaats (meld u 5 minuten van tevoren)

✖ Wat meenemen: aankoopbon, oplader en de fiets-sleutel

✖ Duur intake: ongeveer 20 minuten voor diagnose

✖ Garantie/kosten: 2 jaar fabrieksgarantie; diagnose en reparatie binnen garantie zonder kosten (mits garantie van toepassing)

✖ Contact: 033 – 123 45 67 (bereikbaar ma–vr 09.00–17.00)

✖ Bijlage: afspraakbevestiging.pdf (met route en voorwaarden)[/]

e Schrijf nu de verbeterde e-mail.

2.9 Een product of dienst presenteren

Of je nu producten (zoals kleding, bloemen, elektronica) of diensten (zoals een knipbeurt, massage of sportles) wilt verkopen: een goede presentatie maakt het verschil. Een aantrekkelijke presentatie trekt de aandacht van klanten, laat zien wat je aanbiedt en geeft de klant een goed gevoel bij jouw winkel, stand of bedrijf.

Doel van een product- of dienstpresentatie

✖ Het doel is altijd dat klanten:

✖ Zien wat je aanbiedt (duidelijk en overzichtelijk).

✖ Geïnteresseerd raken (opvallend, passend bij de doelgroep).

✖ Overgaan tot kopen of boeken (aantrekkelijk, overtuigend).

2D en 3D presentaties

✖ Tweedimensionale (2D) presentaties – op een plat vlak, zoals posters, banners, PowerPointdia’s of afbeeldingen op een website.

✖ Driedimensionale (3D) presentaties – in een ruimte, waarbij je diepte kunt zien. Bijvoorbeeld een etalage, een beursstand of een tafelopstelling in een winkel. Hierbij kun je met voor- en achtergronden werken, en met opbouwmaterialen verschillende hoogtes maken.

Waar kom je product- en dienstpresentaties tegen?

Je ziet product- en dienstpresentaties op heel veel plekken. Denk aan:

In winkels in de etalage, op displays, in schappen of bij de kassa.

Op evenementen en markten bij kraampjes of stands.

Bij diensten in een kapsalon (presentatie van haarproducten), in een sportschool (posters met lesroosters, tafel met proefabonnementen).

Online foto’s van producten of diensten op websites en social media.

In openbare ruimtes Informatiebalies, beursstands, promotiehoeken.

Compositievormen

Je kunt producten en decoratie op verschillende manieren neerzetten.

Symmetrisch beide kanten zijn elkaars spiegelbeeld.

Asymmetrisch beide kanten zijn verschillend, maar toch in balans.

Horizontaal de opstelling loopt in de breedte.

Verticaal de opstelling loopt in de hoogte.

Diagonaal de opstelling volgt een schuine lijn.

Centraal het belangrijkste artikel staat in het midden.

Piramide de opstelling staat in een driehoek.

Bij diensten kan dit ook: bijvoorbeeld een tafel met folders en sfeerfoto’s centraal neerzetten, of juist verspreid over een lange toonbank (horizontaal).

Thema’s

Een thema helpt om alle onderdelen van je presentatie bij elkaar te laten passen. Veelgebruikte thema’s: seizoenen, feestdagen (Kerst, Ramadan, Valentijnsdag), vakantie, of speciale acties zoals ‘2 halen, 1 betalen’.

Belangrijke begrippen bij product-of dienstpresentaties

✖ Eyecatcher: dit betekent blikvanger en is dus iets dat de aandacht trekt. Dit kan het product of de dienst zijn waarover je presentatie gaat, maar het kan ook iets anders zijn, bijvoorbeeld een groot decoratiestuk. De eyecatcher zorgt ervoor dat de klant de product- of dienstpresentatie ziet.

✖ Huisstijl: dit zijn vaste kleuren, lettertypes en vormgeving die bij een bedrijf horen. Je zorgt dat de presentatie past bij de huisstijl.

✖ Kleurgebruik: kleuren moeten passen bij de huisstijl, het thema, het product en de doelgroep.

✖ Vormgeving: dit is hoe je de presentatie indeelt, de opstelling van producten en decoratie.

Paspoppen als eyecatcher.

Opbouwmaterialen

Een raamsticker als eyecatcher.

Als je een 3d-productpresentatie maakt, gebruik je opbouwmaterialen om producten of decoratie op verschillende hoogtes en plekken te zetten. Je kunt allerlei materialen gebruiken, denk bijvoorbeeld aan:

✖ Blokken en kubussen

✖ Kratjes of kistjes

✖ Pilaren

✖ Plankjes of verhogingen

✖ Tafeltjes of standaards

Opbouwmaterialen zorgen dat het belangrijkste product op ooghoogte staat, je de juiste compositie krijgt en dat je presentatie meer diepte krijgt.

Je kunt verschillende opbouwmaterialen gebruiken.

Promotie- en decoratiemateriaal

Promotiemateriaal geeft informatie over een product of dienst en trekt de aandacht, zoals stickers, prijskaartjes, posters, banners, flyers en QR-codes. Decoratiemateriaal zorgt voor sfeer en uitstraling, bijvoorbeeld bloemen, lampjes, stoffen of seizoensversiering. Kies promotiemateriaal dat past bij het thema en goed leesbaar is, en gebruik decoratiemateriaal dat het product ondersteunt zonder het te overheersen.

Stappenplan voor een aantrekkelijke presentatie

Een artikelpresentatie bouw je stap voor stap op.

1 Achtergrond en ondergrond

Kies een achtergrond en ondergrond die jouw presentatie goed zichtbaar maakt, de juiste sfeer geeft en past bij het thema (bijvoorbeeld een stranddoek voor zomerkleding of een banner met sporters voor een sportabonnement).

2 Opbouw plaatsen in de juiste compositie

Gebruik opbouwmaterialen zoals blokken, kratjes, standaards of verhogingen. Plaats ze zo dat je verschillende hoogtes krijgt en het belangrijkste artikel of de kern van je dienst op ooghoogte staat.

3 Producten en/of attributen neerzetten

Zet het belangrijkste product of de belangrijkste infokaart van de dienst op de blikvanger-positie. Zet ondersteunende producten of materialen eromheen.

4 Decoratie toevoegen

Gebruik decoratiemateriaal dat past bij het thema. Dit kan seizoensgebonden zijn (herfstbladeren, kerstballen) of aansluiten bij de dienst (een sporttas naast een fitnessposter).

5 Tekstkaart plaatsen

Voeg een tekst- of prijskaart toe. Bij een dienst kan dat ook een korte beschrijving of aanbod zijn, bijvoorbeeld: “Proefles yoga – nu gratis!”.

6 Netjes afwerken

Controleer of de achtergrond recht hangt, producten goed staan, en alles schoon en opgeruimd is.

7 Op afstand beoordelen

Kijk van een afstand zoals de klant dat zou doen. Valt de blikvanger op?

Past alles bij elkaar?

8 Aanpassen en vastleggen

Pas aan wat beter kan. Maak vervolgens een foto en sla deze op met de juiste bestandsnaam.

Opdrachten

1

Begrippen bij product- en dienstpresentaties

Soms kom je in een tekst nieuwe woorden tegen. Kun jij uitleggen wat ze betekenen?

Lees de vier begrippen hieronder. Kies in de tabel de juiste betekenis.

Begrip Betekenis A

Eyecatcher De vaste kleuren, lettertypes en vormgeving van een bedrijf

Betekenis B Antwoord

Iets dat de aandacht trekt in een presentatie

Huisstijl Iets dat de aandacht trekt in een presentatie De vaste kleuren, lettertypes en vormgeving van een bedrijf

Kleurgebruik Hoe je een presentatie indeelt Kleuren die passen bij de huisstijl, het thema, het product en de doelgroep

Vormgeving Hoe je een presentatie indeelt, de opstelling van producten en decoratie Een soort opbouwmateriaal

2 2D of 3D presentatie herkennen

Bekijk de afbeeldingen

Zet een kruisje bij 2D of 3D.

Situatie

3 Compositievormen herkennen

Bekijk de afbeeldingen. Welke compositie zie je?

Afbeelding

Compositievorm

Afbeelding

Herhalingsopdrachten

4

Compositievorm

5

Thema’s herkennen

In de tabel staan omschrijvingen van artikelpresentaties.

Welk thema hoort bij de omschrijving?

Presentatie Thema

Een etalage vol rode hartjes, cadeaudoosjes en rozen

Een stand met zonneschermen, strandlakens en zonnebrand

Posters met sporters, rekken met sportkleding en bidons

Opbouwmaterialen herkennen en gebruiken

Lees de beschrijvingen in de tabel.

Bepaal welk opbouwmateriaal hier het beste past.

Kies uit: pilaren, tafel, blokken. Leg uit waarom je dit opbouwmateriaal kiest.

Situatie

In een etalage voor luxe handtassen wil de winkel dat de nieuwste tas op ooghoogte staat.

Op een marktkraam voor biologische jam wil de verkoper meerdere potjes op verschillende hoogtes zetten.

In een kapsalon wil men een presentatie maken van nieuwe shampoos midden in de kapsalon

Opbouwmateriaal Waarom?

Verdiepingsopdrachten

6 Promotie- en decoratiemateriaal beoordelen Bekijk de afbeelding.

Welk decoratie- en promotiemateriaal zie je?

Promotiemateriaal

Decoratiemateriaal

7

Presentatie beoordelen

Bekijk de afbeelding hierna.

a Vul in de tabel in welke stappen goed zijn uitgevoerd en welke niet. Schrijf bij “Wat kan beter?” kort jouw verbeterpunt.

Stap Goed uitgevoerd?

Achtergrond en ondergrond

Opbouw plaatsen in compositie

Producten neerzetten

Tekstkaart plaatsen

Decoratie toevoegen

Netjes afwerken

Op afstand beoordelen

Wat kan beter?

Samenvattingsopdracht blok 2

Lees de situatie en maak de opdrachten.

Casus – Schoolmarkt “Fit & Fun”

Op jouw school wordt binnenkort de Fit & Fun Schoolmarkt georganiseerd. Tijdens dit evenement verkopen leerlingen zelfgemaakte producten, geven ze workshops en promoten ze gezonde voeding en beweging. Jij maakt deel uit van het promotieteam. Jullie moeten zorgen voor een aantrekkelijke productpresentatie, gebruikmaken van compositieregels, en een goed verkoopgesprek voeren. Ook denk je na over koopgedrag van bezoekers en bereid je promotiemateriaal voor.

Opdrachten

1 Wat is promotie en waarom is het belangrijk?

De organisatie wil dat zoveel mogelijk bezoekers naar de markt komen. Leg uit waarom promotie belangrijk is voor het succes van de markt.

2 Soorten promotiemiddelen herkennen

Jullie willen op verschillende manieren promotie maken. Geef aan of het een online of offline promotiemiddel is.

a Een bericht op Instagram is een

b Een flyer die je op school uitdeelt is een

c Een filmpje op TikTok is een

d Een advertentie in de plaatselijke krant is een

3 Geschiktheid beoordelen van promotiemiddel

Beoordeel of de stellingen juist of onjuist zijn. Zet een kruisje bij het juiste antwoord.

Juist Onjuist

1 Een poster is altijd beter dan een socialmediabericht.  

2 Je kiest een promotiemiddel op basis van doel en doelgroep.  

3 Een promotiemiddel moet passen bij de huisstijl.

4

Voorstellen ter verbetering doen

De eerste ontwerpen van promotiemateriaal zijn klaar, maar er zijn verbeterpunten. Match de opmerking van de docent aan de juiste verbetering.

“De tekst is te klein.”

• • A Logo toevoegen rechtsboven

“De kleuren passen niet bij de school.” • • B Scherpere afbeelding kiezen

“Het logo ontbreekt.”

• • C Lettergrootte aanpassen

“De foto is onscherp.” • • D Kleuren aanpassen aan huisstijl

5 Verkoopgesprek voorbereiden

Jij bereidt een verkoopgesprek voor met een bezoeker van de markt.

Wat is het eerste wat je doet?

a Je begint direct met uitleg over de prijs.

b Je begroet de bezoeker vriendelijk en stelt jezelf voor.

c Je laat de bezoeker zelf rondkijken en wacht tot hij iets vraagt.

d Je pakt het product en geeft het zonder te vragen.

6 Verkoopgesprek voeren

Schrijf twee korte zinnen die je kunt gebruiken in een verkoopgesprek om de bezoeker te overtuigen om een gezonde smoothie te kopen. 1 2

7 Koopgedrag begrijpen

Tijdens de markt bij school komen verschillende soorten klanten langs. Vul de tabel in door per type koopgedrag het kenmerk op te schrijven en een voorbeeld te geven van dit gedrag tijdens de markt.

Type koopgedrag Kenmerk Voorbeeld tijdens de markt

Rationeel koopgedrag

Emotioneel koopgedrag

8

Productpresentatie maken

9

juist onjuist

1 Bij een productpresentatie is het belangrijk dat producten op ooghoogte staan.  

2 Je hoeft niet op te letten of de presentatie schoon is.  

3 Bewegende elementen zoals draaiende standaards kunnen aandacht trekken.  

Soorten composities

Je ziet drie foto’s van productpresentaties. Schrijf bij elke foto welk type compositie het is: horizontaal, centraal of piramide.

Foto Type compositie

10

Promotie- en decoratiemateriaal kiezen

Lees de situatie en kies welk promotie- of decoratiemateriaal daar het best bij past.

Situatie: Je presenteert gezonde smoothies met als thema Zomer en Tropisch.

Kies uit: gekleurde slingers, kerstlampjes, poster met palmbomen, schoollogo in lijstje, kunstbloemen.

Materiaal Past bij thema? (Ja/Nee)

Gekleurde slingers

Kerstlampjes

Poster met palmbomen

Schoollogo in lijstje

Kunstbloemen

11

Thema en presentatie combineren

Je stand op de Fit & Fun Schoolmarkt heeft als thema Gezond & Sportief.

Bedenk:

a Welke compositie je gebruikt voor je productpresentatie.

b Twee soorten decoratie die passen bij het thema.

c Eén vorm van promotiemateriaal die de presentatie versterkt.

Begrippenlijst

Promotie

Product

Dienst

Informeren

Overtuigen

Herinneren

Gedrag beïnvloeden

Promotiemiddelen

Promotieactiviteiten

Offline

Activiteiten waarmee je een product, dienst of merk onder de aandacht brengt.

Een tastbaar artikel dat je kunt kopen of gebruiken.

Een activiteit of handeling die je afneemt, niet tastbaar.

Iemand kennis of informatie geven over iets.

Iemand proberen te laten geloven of kiezen voor jouw product of idee.

Ervoor zorgen dat iemand niet vergeet dat jouw product of merk bestaat.

Proberen iemand tot een actie of koop te bewegen.

Middelen die je inzet om reclame te maken (bijv. flyer, poster).

De acties die je uitvoert om je product of dienst te promoten.

Niet op internet, maar in de “echte wereld”.

Online Via internet of sociale media.

Digitaal

Flyer

Folder

Banner

Poster

Stoepbord

Samples

Actiestickers

Tekstkaarten

Verpakking

Vlaggen

Visitekaartjes

Formaat

Socialmediabericht

Digitale nieuwsbrief

Online advertentie

Presentatie op een scherm

Doelgroep

Effect

Duur zichtbaarheid

Alles wat via computers of apparaten verloopt.

Klein gedrukt vel met informatie of reclame.

Gevouwen papier met meer uitleg of aanbiedingen.

Rechthoekige advertentie, online of fysiek (bijv. spandoek).

Groot vel papier met opvallend beeld of tekst om aandacht te trekken.

Bord dat buiten een winkel of bedrijf wordt gezet om aandacht te trekken.

Gratis proefproducten om klanten iets te laten proberen.

Stickers die een actie of korting onder de aandacht brengen.

Kleine kaarten met korte tekstboodschappen, vaak in de winkel.

Het omhulsel van een product dat ook promotie kan bevatten.

Stoffen of kunststof doeken met logo of boodschap.

Kaartjes met contactgegevens van een persoon of bedrijf.

De afmeting of grootte van promotiemateriaal.

Korte tekst, foto of video die je plaatst op sociale media.

Online verzonden brief met informatie of aanbiedingen.

Betaalde reclame op internet of sociale media.

Beeldmateriaal dat op een digitaal scherm wordt getoond.

De groep mensen op wie de promotie zich richt.

Het resultaat dat promotie of communicatie oplevert.

Hoelang promotiemateriaal zichtbaar blijft voor mensen.

Toepasbaarheid

Functionaliteiten

Bereik

Reactie

Verbeterideeën

Koopbehoefte

Koopmotief

Rationeel koopgedrag

Emotioneel koopgedrag

Inspringmoment

Praktische artikelinformatie

Commerciële artikelinformatie

Technische artikelinformatie

Hoe en waar je het promotiemiddel kunt gebruiken.

Mogelijkheden en functies van een middel of product.

Het aantal mensen dat jouw boodschap ziet of hoort.

Hoe mensen reageren op je promotie of boodschap.

Suggesties om iets te verbeteren.

De wens van een klant om een product of dienst te hebben.

De reden waarom iemand iets wil kopen.

Kopen op basis van logische afwegingen (prijs, kwaliteit).

Kopen vanuit gevoel of emotie (bijv. plezier, status).

Het juiste moment om in te spelen op een klantwens.

Basisinformatie zoals prijs, maat of inhoud.

Informatie die het product aantrekkelijker maakt, zoals voordelen.

Informatie over de werking of technische eigenschappen.

Plaatsvervangende verkoop Iets anders aanbieden als een product niet beschikbaar is.

Product demonstreren

Dienst demonstreren

Koopsignaal

Bijverkoop

Non-verbaal

Verbaal

LSD (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen)

E-mail

Laten zien hoe een product werkt.

Uitleggen of voordoen hoe een dienst verloopt.

Tekst of gedrag van de klant waaruit blijkt dat hij wil kopen.

Extra product verkopen naast het hoofdaankoopproduct.

Communicatie zonder woorden, bijv. lichaamstaal of gebaren.

Communicatie met woorden, gesproken of geschreven.

Gesprekstechniek om goed te begrijpen wat de ander bedoelt.

Digitale brief die je verstuurt via internet.

Chat Online gesprek via korte berichten.

Direct message (DM)

Privébericht via sociale media.

Tweedimensionale (2D) presentaties Platte presentaties zoals posters of flyers.

Driedimensionale (3D) presentaties Presentaties met vorm en diepte, zoals stands of maquettes.

Eyecatcher

Huisstijl

Kleurgebruik

Vormgeving

Opbouwmaterialen

Promotiemateriaal

Decoratiemateriaal

Een opvallend element dat meteen de aandacht trekt.

De vaste kleuren, lettertypes en vormgeving van een bedrijf.

De manier waarop kleuren worden gekozen en toegepast.

Hoe tekst en beeld zijn vormgegeven in promotie.

Materialen waarmee je een presentatie of stand opbouwt.

Alle middelen die je inzet om te promoten.

Materialen die je gebruikt om een ruimte of presentatie mooier te maken.

Met MIXED ga je praktisch aan de slag, zodat je kunt ontdekken wat jij écht leuk vindt en waar jij goed in bent. Geen saaie boeken, maar vooral praktische opdrachten waarbij je trots kunt zijn op de prestaties die je neerzet en de producten die je maakt. Door te doen ontdek je ook welke beroepen en beroepscontexten bij jouw interesses en kwaliteiten passen. We wensen jou veel succes, maar vooral ook veel plezier bij het uitvoeren van de opdrachten!

Team MIXED

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.