THEMA 1 VOEDSEL
Auteurs
Susanne Neutkens
Hannebeth Haffmans
Eindredactie
Theo Peenstra
Hannebeth Haffmans

1 Wat eet ik in de toekomst?
• Hoe kom je aan eten en hoe was dat vroeger?
• Wat is gezond en voedzaam eten?
• Hoeveel mensen kunnen we voeden?
• Wat kun je allemaal eten?
DEELVRAGEN
INLEIDING
Er leven nu ruim 8 miljard mensen op onze planeet en dat aantal zal tijdens jouw leven groeien naar ongeveer 11 miljard. Waar gaan al die mensen wonen? Niet alle plekken op aarde zijn geschikt om te wonen. Wat gaan die mensen eten? Ook niet alle plekken op aarde zijn geschikt om voedsel te verbouwen. Moeten we, zoals het door AI-gemaakte beeld hierboven, uitwijken naar de ruimte?
De wereld produceert nu al meer voedsel dan ooit tevoren. Dit komt door slimme technieken en voedzamere planten en dieren, maar in de toekomst is nog meer voedsel nodig. Gaan mensen dan ander voedsel eten? Komt het misschien ergens anders vandaan? Of kan voedsel langer bewaard worden? Is er dan genoeg voor iedereen? En, kan de aarde deze veranderingen aan?
De grote vraag van dit thema is dus: Wat eet ik in de toekomst?

In welk thema komt dit terug?


3 Geld producten uit de hele wereld

7 Zorg voor elkaar het algemeen belang
5 Duurzaamheid hoe werkt het klimaat?

8 Grondstoffen landbouw en klimaat
Thema 1

Wat leer je in dit thema?
waar voedsel vandaan komt
in welk klimaat voedsel groeit
hoe en waardoor landbouw verandert
als er te weinig voedsel is, moet je keuzes maken keuzes maken in soorten voedsel en de productie ervan AK GS EC
wat mensen vroeger aten
hoe mensen aan voedsel kwamen
hoe en waardoor het voedsel veranderde
INTRODUCTIEOPDRACHT
Wat als de stroom uitvalt? Wat kun je dan allemaal niet meer doen?
Bespreek met je docent of je deze opdracht moet maken.
Een stroomstoring heeft grote gevolgen voor ons dagelijks leven. Wat kun je allemaal niet meer doen? In deze opdracht ontdek je wat een stroomstoring voor jou betekent en denk je na over mogelijke oplossingen.
Hoofdstuk 1 Hoe kom jij aan eten en hoe was dat vroeger?

HOOFDSTUK
1 Hoe kom jij aan eten en hoe was dat vroeger?
DEELVRAGEN
• Hoe kwamen de eerste mensen aan voedsel?
• Waarom gingen mensen voedsel produceren?
• Hoe veranderde de natuur toen mensen voedsel gingen produceren?
INLEIDING
De hoofdvraag van dit thema is: Wat eet jij in de toekomst en hoe was dat vroeger? Om die vraag te beantwoorden, moet je eerst kijken hoe we nu en vroeger aan eten kwamen. Vergelijk eens hoe jij dat doet en hoe Miriam Lancewood dat in het openingsbeeld doet. Jij trekt waarschijnlijk gewoon de koelkast open, terwijl zij het op de manier doet waarop mensen het heel lang geleden deden. Ze haalden al hun eten zelf uit de natuur. Pas na verloop van tijd gingen mensen hun eigen voedsel verbouwen.
Toen mensen zelf hun voedsel verzamelden, woonden er veel minder mensen op aarde. Nu is de wereldbevolking veel groter en die blijft groeien. Is er dan in de toekomst genoeg voedsel voor iedereen? In dit hoofdstuk kijk je hoe mensen vroeger leefden en wat we daarvan kunnen leren over eten in de toekomst.
INTRODUCTIEOPDRACHT
Maak jij je eigen voedsel of loop je naar de winkel?
Bijna niemand gaat nog op jacht voor een stukje vlees of maalt zelf graan om brood van te bakken. De supermarkt ligt namelijk vol met eten, maar hoe komt dat voedsel in de winkel?
1.1 Hoe kwamen de eerste mensen aan voedsel?

1.1 Hoe kwamen de eerste mensen aan voedsel?
STARTOPDRACHT
1 de prehistorie
a Jagers-verzamelaars leefden in de prehistorie.
Schrijf op een apart blaadje woorden op die te maken hebben met de prehistorie.
tip Denk aan: hoe mensen woonden, wat ze aten en hoe ze eraan kwamen, wat voor kleding ze droegen, wat voor vervoersmiddelen ze hadden, wat de kinderen deden, ...
b Bespreek de woorden met een klasgenoot: passen ze bij de prehistorie? Maak met die woorden een woordweb.
prehistorie
c Vergelijk jullie woordweb met dat van een ander groepje. Wat leer je van je klasgenoten?
d Wat zou je over de prehistorie willen weten?
Schrijf drie vragen op.
Vraag 1:
Vraag 2:
Vraag 3:
Leven in de prehistorie
De eerste mensensoorten ontstonden ongeveer
4 miljoen jaar geleden in Afrika, terwijl de eerste moderne mensen, zoals jij, pas ongeveer 300.000 jaar geleden verschenen. Deze mensen leefden in de prehistorie, een periode waarin lezen en schrijven niet bestond. Toch weten we veel over die tijd. Dat komt door ongeschreven bronnen: voorwerpen, sporen en resten die zijn gevonden. Als je die bronnen onderzoekt, ontdek je hoe mensen toen leefden.
In die periode waren mensen jager-verzamelaars

Bron 1 Dieren en mensen op de wand van een grot Grotschildering van ongeveer 10.000 jaar oud in Afrika.
Ze jaagden op kleine en grote dieren en ze verzamelden voedsel in de natuur. Ze verzamelden fruit, wortels, noten en schelpdieren en visten ook op meren en op zee. Er zijn resten van kano’s gevonden die dat bewijzen.
Jager-verzamelaars leefden als nomaden. Ze trokken in kleine groepen van tien tot dertig mensen rond om voedsel te vinden. Als het eten op de ene plaats op was, trokken ze naar een het volgende gebied. Ze woonden in grotten of eenvoudige hutten en tenten, die makkelijk te verplaatsen waren. Ze hadden weinig bezittingen en maakten hun gereedschap en kleren van natuurlijke materialen zoals steen, klei, huiden en botten.
2 Jager-verzamelaars
Lees Leven in de prehistorie
a Wat is de prehistorie?
b Wanneer begon de prehistorie?
● 300.000 jaar geleden, toen de eerste moderne mensen ontstonden.
● 2 miljoen jaar geleden, toen de eerste menssoorten ontstonden.
● 4 miljoen jaar geleden, toen de eerste menssoorten ontstonden.
● 4 miljard jaar geleden, toen de aarde ontstond.
c Vul de ontbrekende woorden in.
Kies uit:
bezittingen | jagen | jager-verzamelaars | natuurlijke materialen | nomaden | rondtrekken | tenten | verzamelen
In de prehistorie leefden mensen als . Kenmerken van hoe zij leefden zijn:
1 Zij kwamen aan voedsel door te en te
2 Ze moesten in kleine groepen om aan genoeg voedsel te komen. Deze mensen waren dus .
3 Ze woonden onder andere in , want die konden ze makkelijk opbouwen en afbreken.
4 Omdat ze rondtrokken, hadden ze weinig
5 Alle spullen die ze hadden, maakten ze van .
1.1 Hoe kwamen de eerste mensen aan voedsel?
d Waarom verspreidden jager-verzamelaars zich over de wereld?
e Bedenk waarom jager-verzamelaars in kleine groepen leefden.
ongeschreven bronnen

Bron 2a Vuistbijl van vuursteen
Deze vuistbijl is ongeveer 500.000 jaar oud. Vindplaats: België.

Bron 2b Pijlpunt van vuursteen
Deze pijlpunt is ongeveer 7.500 jaar oud. Vindplaats: Afrika.

Bron 2d Kano
Deze kano is gemaakt van een boomstam en is ongeveer 10.000 jaar oud. Vindplaats: Nederland.

Bron 2c Handen op de wand van een grot
Dit kunstwerk is ongeveer 9.000 jaar oud. Vindplaats: Frankrijk.

Bron 2e Hunebed
Deze hunebedden zijn ongeveer 6.000 jaar oud. Vindplaats: Nederland. Vindplaats: Afrika.
3 Wat ongeschreven bronnen ‘vertellen’
Werk samen met een klasgenoot.
Bekijk Bron 1 en 2.
a Bespreek samen waarvoor mensen deze voorwerpen gebruikten. Vul daarna de tabel in.
jacht voedsel bewerken vervoer spullen maken cultuur
b Op welke dieren jaagden de jager-verzamelaars in bron 1?
c Welke wapens gebruikten ze?
d Bedenk waarom jagers-verzamelaars in een groep jaagden.
4 Plek op de tijdbalk
Werk samen met een klasgenoot.
Lees Leven in de prehistorie en gebruik Bron 1 en 2.
a Vul in de zinnen de juiste getallen in.
A = De eerste menssoorten ontstonden ongeveer jaar geleden.
B = De vuistbijl is ongeveer jaar geleden in België gevonden.
C = De eerste moderne mensen verschenen ongeveer jaar geleden.
D = De kano die in Nederland is gevonden, is ongeveer jaar oud.
E = 3000 v. Chr. eindigde de prehistorie. Toen vonden mensen het schrift uit. We leven nu ruim 2000 jaar na Christus. Het schrift werd dus ongeveer jaar geleden uitgevonden.
F = Ik maak deze opdracht in het jaar:
b Bespreek met je docent of je deze opdracht, of opdracht c en d moet maken.
c Vul de tijdbalk aan.
DOE-OPDRACHT
1 Schrijf op de stippellijn boven de tijdbalk de naam van de eerste periode van de geschiedenis.
2 Schat waar de gebeurtenissen C en D op de tijdbalk horen. Zet daar een streepje en schrijf eronder C en D.
d Streep steeds het foute antwoord door.
Het grootste | kleinste deel van de geschiedenis leefden mensen als jager-verzamelaars.
De periode waarin mensen kunnen lezen en schrijven is heel lang | kort
5 Voedsel in je eigen omgeving
In deze tijd kun je ook voedsel verzamelen in de natuur.
a Als je door een bos, berm of weiland loopt, is er in ieder seizoen voedsel te verzamelen. Schrijf op wat je in welk seizoen kunt vinden.
tip Denk aan: wortels van planten, bladeren van planten, noten en vruchten.
1.1 Hoe kwamen de eerste mensen aan voedsel?
Seizoen Soort voedsel
Lente
Zomer
Herfst
Winter
b Jager- verzamelaars jaagden niet alleen, maar verzamelden ook voedsel. Bedenk waarom jager-verzamelaars dat deden.
tip Waarom eet je zelf eigenlijk verschillende dingen?
c In welk seizoen is het moeilijk om eten te vinden?
d Bespreek met een klasgenoot of je nu in Nederland kunt leven als jager-verzamelaar. Geef argumenten voor en tegen.
Jager-verzamelaars waren ook zeevaarders
Jager-verzamelaars voeren 8.500 jaar geleden met eenvoudige kano’s naar malta. Zij waren eerder op het eiland dan de boeren.
Jager-verzamelaars voeren vanaf het vasteland minstens 100 kilometer over de Middellandse Zee om Malta te bereiken. Dat deden ze waarschijnlijk in simpele kano’s. Die lange reis was in die tijd een ‘geweldige prestatie’, vinden de onderzoekers. Wetenschappers van de universiteit van Malta vonden sporen van stenen werktuigen, vuurplaatsen en afval van gekookt voedsel in een grot op het noorden van het eiland. De jagers en verzamelaars jaagden op edelherten en kookten schildpadden en vogels.
Onderzoekers vonden resten van ‘heel grote dieren’ die inmiddels uitgestorven zijn. Ook werden resten gevonden van gekookte zeehonden en vis- en krabbensoorten.
Naar: NU.nl, 12 april 2025
Bron 3
6 sporen van voedsel
Lees het nieuwsbericht van Bron 3
a Zoek Malta op de overzichtskaart achter in het boek.
In welke zee ligt Malta?
b Maak de zinnen kloppend.
Dit nieuwsbericht is uit het jaar 2025. Wetenschappers hebben in dat jaar geschreven | ongeschreven bronnen gevonden uit de prehistorie.
Ze hebben nieuwe | al bekende informatie over deze periode ontdekt.
c De jager-verzamelaars op Malta aten landdieren en zeedieren. Schrijf de dieren van bron 3 erbij.
Landdieren:
Zeedieren:
d Jager-verzamelaars bereidden het voedsel door het te koken. Bedenk minstens 2 dingen die ze daarvoor nodig hadden.
LEVEL UP
e Bedenk een reden waarom er geen sporen zijn van het voedsel dat de jagers-verzamelaars op Malta verzamelden.
Feit en mening
Groeit een appel aan een boom?
Het antwoord op deze vraag is een feit. Een feit is iets dat waar is. Een feit kun je controleren.
Vind je appels lekker?
Het antwoord op die vraag is een mening. Een mening is wat je van iets of iemand vindt. Voor je mening heb je vaak een reden. Dat heet een argument. Zoals: Ik vind appels lekker, want ze zijn sappig en een beetje zuur.

Iedereen moet als jager-verzamelaar leven. Dan is er minder afval enzo.
kwamen de eerste mensen aan voedsel?
7 iedereen jager-verzamelaar
Lees Feit en mening
a Is het een mening of een feit?
Streep het foute antwoord door.
1 Wortels en sperziebonen zijn groenten. mening | feit
2 Morgen wordt het lekker weer. mening | feit
3 In de prehistorie leefden mensen als jager-verzamelaars. mening | feit
4 Ik vind het zielig als mensen op dieren jagen. mening | feit
5 In de supermarkt is het altijd koud. mening | feit
b Bekijk Bron 4
Vul de tabel in.
Haar mening is …
Haar argument is …
Haar argument klopt, want …
Een ander argument is …
wereldbevolking (x 1 miljard)
voor Christus ongeveer 2 miljoen mensen
Bron 5 De ontwikkeling van de wereldbevolking
Hoe de wereldbevolking is gegroeid tussen 10.000 v.Chr. en 2025.
8 de feiten bekijken
Bekijk Bron 5
a Kan het ook anders zijn dan Dunya zegt?
Stap 1: Bekijk de bron.
Stap 2: Lees de tekst onder de bron.
Stap 3: Vul de zinnen aan.
De stijgende lijn in bron 5 betekent dat De gegevens van bron 5 zijn feiten, want
b Vul een getal in.
Tot ongeveer 12.000 jaar geleden leefden alle mensen als jager-verzamelaars. Toen leefden er ongeveer mensen op de wereld. Nu leven er ongeveer mensen op de wereld.
In Nederland wonen ongeveer 18 miljoen mensen. Dat is keer zo veel mensen als 12.000 jaar geleden op de hele wereld.
c Bedenk of iedereen op de wereld als jager-verzamelaar kan leven.
tip Bedenk eerst of iedereen in Nederland als jager-verzamelaar kán leven.
(Ja / Nee), want
daaR en nU LEVEL UP de san
De San zijn de oorspronkelijke bewoners van een gebied in het zuiden van Afrika. Lang geleden leefden ze als jager-verzamelaars. Ze aten vruchten, knollen, wortels, honing en struisvogeleieren. Ze volgden ook de wilde dieren die door het gebied trokken, zodat ze vlees hadden om te eten. Zo legden ze grote afstanden af en waren ze afhankelijk van de natuur. Nu leven er nog ongeveer 100.000 San, meestal in kleine groepen. De overheid wil dat ze een modern leven gaan leiden en daarom moeten ze op een andere manier aan voedsel komen.
Omdat de San heel veel weten over planten, dieren en de natuur, laten ze nu toeristen zien hoe je van de natuur kunt leven.
Hoewel de San nog steeds eenvoudig leven, leven ze niet meer als volledige jagerverzamelaars. Ze verdienen geld aan het toerisme en daarvan kopen ze voedsel en andere spullen die ze nodig hebben. Ze proberen een evenwicht te vinden tussen hun oude tradities en het moderne leven.


Zijn de San in het zuiden van Afrika nog jagers-verzamelaars?
Bron 6
9 Leven als de san
Lees Bron 6: De San. a Wat doen de San?
Op de foto links:
Op de foto rechts:
1.1 Hoe kwamen de eerste mensen aan voedsel?
b Hoe zie je aan de kleding, wapens en woning (van grassoorten) dat de San jager-verzamelaars waren?
c Schrijf vier overeenkomsten op tussen de San en de jager-verzamelaars van duizenden jaren geleden.
1 2 3 4
d Bespreek met je docent of je deze opdracht, of opdracht e en f moet maken
e De overheid wil dat de San op een moderne manier gaan leven.
Bespreek met een klasgenoot:
1 Wat moderner leven betekent voor de San.
2 Wat moderner leven betekent voor de overheid.
Vul daarna het schema in.
DOE-OPDRACHT
Stelling:
De San moeten moderner gaan leven.
Voor Tegen
De San
Voor
De overheid
Tegen
f Wat vind jij ervan dat de San moderner moeten gaan leven?
1.2 Waarom gingen mensen voedsel produceren?
de eerste boeren
In het Midden-Oosten ontdekte een groep jagerverzamelaars een heel vruchtbaar gebied. Het hele jaar door vonden ze daar genoeg voedsel, zoals vijgen, wilde peulvruchten en wild graan. Deze groep trok niet verder, maar bleef op deze plek wonen. Omdat het gebied de vorm heeft van een maansikkel heet het nu de Vruchtbare Halvemaan.

De bewoners van de Vruchtbare Halvemaan leerden veel over de planten. Ze ontdekten bijvoorbeeld dat ze zaden van planten konden zaaien. Van de planten die ze het lekkerst vonden of die het best groeiden, namen ze de zaden en zaaiden die op speciale velden: akkers. Zo ontstond de akkerbouw. Iemand die op een vaste plaats het land bewerkt en gewassen verbouwd om als voedsel te gebruiken, is een boer. Deze jagers-verzamelaars werden dus boeren. Deze eerste boeren leefden ongeveer 12.000 jaar geleden.
De boeren gingen niet alleen akkers bewerken, ze gingen ook dieren houden. Ze maakten wilde dieren tam, zodat ze niet meer hoefden te jagen. Ze temden bijvoorbeeld koeien, schapen en geiten omdat ze melk gaven, als vlees dienden en omdat hun huid kleding of doeken opleverde. Dieren houden om voedsel te produceren heet veeteelt
Omdat de dieren nu rond hun woonplaats scharrelden ontdekten de boeren ook dat de mest van het vee de grond vruchtbaarder maakte. Die mest strooiden ze dus voortaan uit over de akkers, zodat de gewassen beter groeiden. De eerste boeren produceerden hun voedsel dus met akkerbouw en veeteelt. Samen heet dat landbouw
10 Jagers-verzamelaars werden boeren
Lees De eerste boeren
a Waarom konden jager-verzamelaars in de Vruchtbare Halvemaan op een vaste plek gaan wonen?
b Schrijf drie dingen op die de eerste boeren uitvonden.
c Is de zin waar of niet waar?
Streep het foute antwoord door.
1 De eerste boeren leefden rond 10.000 v.Chr. waar | niet waar
2 De eerste boeren leefden in de prehistorie. waar | niet waar
3 Akkerbouw is dat boeren gewassen verbouwen op akkers. waar | niet waar
4 Landbouw is dat boeren dieren houden op hun land voor bijvoorbeeld melk en vlees. waar | niet waar
5 Akkerbouw en landbouw samen is veeteelt. waar | niet waar
6 Gewassen zijn planten die boeren verbouwen. waar | niet waar
d Verbeter de zinnen van opdracht 1c die niet waar zijn.
NOORD-AMERIKA
zonnebloem
F G
pompoen mais quinoa
1.2 Waarom gingen mensen voedsel produceren?
gerst tarwe kikkererwten linzen erwten
gierst bonen rijst (lange korrel) sorghum zoete aardappel
pompoen
Atlantische Oceaan AFRIKA
ZUID-AMERIKA
cassave
Bron 8 Gewassen voor de landbouw
Gebieden waar wilde planten, gewassen voor de landbouw werden.
11 de Vruchtbare halvemaan
Lees De eerste boeren en bekijk Bron 7 en 8
a Bekijk de overzichtskaart achter in het boek.
Stap 1: Waar ligt het Midden-Oosten?
Stap 2: Zoek hetzelfde gebied op in Bron 8.
Stap 3: Welke letter hoort bij het Midden-Oosten?
Omcirkel die letter: A | B | C | D | E | F | G
b In het Midden-Oosten ligt de Vruchtbare Halvemaan.
Schrijf twee redenen op waarom dit gebied zo heet.
1 2
Indische Oceaan
rijst (korte korrel) meloen
c Schrijf op welke peulvruchten en welke graansoorten uit de Vruchtbare Halvemaan komen.
Peulvruchten:
Graansoorten:
d Welke gewassen die op de kaart staan, eet je zelf?
Wat zie je allemaal op de bron? Hoofdstuk
12 Landbouw
Lees De eerste boeren
a Hoe heet het gebied waar voor het eerst landbouw ontstond?
b Lees de zinnen.
1 Jager-verzamelaars gingen op een vaste plek wonen.
2 Ze strooiden mest over hun akkers.
3 Ze gingen meer planten verbouwen
4 Ze zaaiden zaden van planten die ze graag aten.
5 Ze ontdekten dat mest grond vruchtbaar maakt.
6 Ze leerden er veel over planten.
7 Ze gingen dieren houden.
8 Ze oogsten het voedsel.
Zet de nummers in de goede vakjes. 1
8 veeteelt akkerbouw

Bron 9 Potten, pijlen en speerpunten
Vondsten van een grafveld van de eerste boeren in Nederland. Ze leefden ongeveer 5.300 v.Chr. in Zuid-Limburg.
13 de eerste boeren in nederland
Bekijk Bron 9.
a De vondsten zijn van een grafveld, waar meerdere mensen lagen begraven.
1.2 Waarom gingen mensen voedsel produceren?
b Werk samen met een klasgenoot.
Lees de tekst onder de bron.
Bedenk samen:
• wat een grafveld is.
• waarom de eerste boeren deze spullen bij hun doden in het graf legden.
• wat wij hetzelfde en anders doen wanneer mensen dood gaan.
c Vergelijk Bron 2a en Bron 2b met Bron 9. Wat valt je op?
Bedenk verschillen en overeenkomsten tussen de werktuigen van jager-verzamelaars en die van de eerste boeren.
d Waarvoor gebruikten de boeren het werktuig of voorwerp? Trek lijnen.
pijlpunten
• • graan malen tot meel potten
• • jagen
maalstenen
• • voedsel koken en bewaren geslepen bijlen
• • vuur maken vuurstenen
• • bomen omhakken
e Hoeveel jaar geleden kwamen in Nederland de eerste boeren?
Ongeveer jaar geleden.

Mensen moeten zelf hun voedsel produceren. Dat is veel beter! Zeker voor de dieren, die nu in kleine hokjes leven. Daar word ik pissig van!
14
iedereen boer
Lees de uitspraak van Jayden in Bron 10
a Vul in.
Zijn uitspraak is een mening, want
Zijn mening is:
Zijn argument is:
b Kan het argument van Jayden ook niet waar zijn?
Wat is een goed argument tegen zijn argument?
● Inderdaad, alle dieren leven in kleine hokjes.
● Niet alle boeren houden vee in kleine hokjes.
● Kijk maar naar de koeien, die rennen toch rond?
● Mijn buurman heeft kippen en die lopen gewoon door de tuin.
c Kan het ook anders zijn dan Jayden zegt?
Bekijk Bron 5 over de groei van de wereldbevolking nog eens.
Waarom konden alle mensen lange tijd zelf hun voedsel produceren?
d Gebruik Bron 5.
Kan iedereen nu zelf voedsel produceren?
Leg je antwoord uit.
1.3 Hoe veranderde de natuur toen mensen voedsel gingen produceren?
de eerste boeren hadden het druk
De eerste boeren woonden op één plek en verplaatsen zich niet meer. Voor hun voedsel hadden ze minder land nodig dan jagerverzamelaars, maar ze moesten wel hard werken om van de natuur landbouwgrond te maken. Dit heet ontginnen. Ze veranderden het landschap door bomen om te hakken, struiken uit de grond te trekken en de bovenste laag van de grond om te spitten. Zo maakten ze akkers waarop ze gewassen konden planten. Voor dat werk gebruikten ze gereedschap zoals een scherpe bijl of een hak. Met de omgehakte bomen bouwden boeren huizen, waarin ze samen met hun familie en hun vee woonden.

Bron 11 Een stuk bos in Duitsland Maak hier maar eens landbouwgrond van.
Het werk van boeren was zwaar. Ze moesten steeds opnieuw de akkers omspitten, bemesten en inzaaien met zaden. Ook moesten ze zorgen dat de gewassen genoeg water kregen. Als het te weinig regende, groeven ze slootjes om rivierwater naar de akkers te leiden. Dit heet irrigatie. Ook met die slootjes veranderden boeren het landschap. Als de gewassen volgroeid waren, was het tijd om de oogst binnen te halen. De oogst bewaarden ze in potten van klei.
Maar het werk van de eerste boeren hield niet op met het verbouwen van gewassen. Ze gingen ook wilde dieren temmen om als vee te houden. Met de beste en gehoorzaamste dieren gingen de boeren fokken. Zo gaven de dieren meer melk, wol en vlees. De boeren hadden veel werk aan het vee. Ze moesten voor eten zorgen om de dieren te laten groeien, ze moesten melken, hun vacht scheren, slachten en van delen van dieren gereedschap of kleding maken.
15 Grond ontginnen
Lees De eerste boeren hadden het druk
a Wat is ontginnen?
b Bekijk Bron 11. Wat valt je op?
Bedenk samen drie redenen waarom boeren hier niet kunnen boeren.
Vul de linkerkolom van het schema in.
Reden 1:
Reden 2:
Reden 3:
Manier:
Manier:
Manier:
c Bedenk bij elke reden een manier waarop de boer de grond stap voor stap kan ontginnen.
Vul de rechterkolom van het schema in.
16 Leven en werk van de eerste boeren
Lees De eerste boeren hadden het druk
a Waarmee hadden boeren het druk?
Schrijf vier voorbeelden op.
1 2 3 4
b Wat is een goed voorbeeld van irrigatie?
Een boer …
■ pakt water uit de rivier en giet dat over zijn gewassen.
■ graaft een slootje om water van de rivier naar zijn akkers te leiden.
■ wacht totdat het regent, zodat zijn gewassen genoeg water hebben.
■ maakt een waterput voor grondwater en giet dat over zijn gewassen.
c Op welke drie manieren veranderden boeren de natuur?
Manier 1:
Manier 2:
Manier 3: 1.3 Hoe veranderde de natuur toen mensen voedsel gingen produceren?
17 Wilde dieren worden tam
Lees De eerste boeren hadden het druk
a Waarom temden boeren wilde dieren?
b Bekijk de afbeeldingen. Wie is de voorouder van het tamme dier? Trek lijnen.







c Wat moest een boer doen om van een wild zwijn een roze varken te maken?
18 Problemen in de landbouw
Bedenk hoe de eerste boeren het probleem oplosten.

Probleem Oplossing Hoe voer je de oplossing uit?
Het is lange tijd droog.
De akkers zijn na verloop van tijd minder vruchtbaar.
Het regent lange tijd te veel.
Er groeit te weinig gras als voedsel voor het vee.
In de winter groeien gewassen niet en is er geen oogst.
1.3 Hoe veranderde de natuur toen mensen voedsel gingen produceren?
19 Je eigen omgeving
Loop een rondje rond de school of stel je de omgeving van je school voor.
a Hoe hebben mensen het landschap veranderd?
b Noteer twee voorbeelden van dieren in jouw omgeving, die veranderd zijn door mensen. Leg uit hoe ze veranderd zijn.
Voorbeeld 1: , want
Voorbeeld 2: , want
20 Topotijdreis
Maak de opdracht op de website van Mundo. Hoe zag jouw buurt eruit voordat jij er woonde? Reis terug in de tijd en ontdek op oude kaarten wat er vroeger in jouw buurt stond.
Hoofdstukafsluiting
Hoe kom jij aan eten en hoe was dat vroeger?
21 kenmerken van jager-verzamelaars en de eerste boeren
Deze opdracht doe je met twee of drie klasgenoten.
Je hebt nodig:
• het knipblad en opdrachtenblad bij deze opdracht (download op de website van Mundo).
• een schaar en lijm.
a Voer de stappen uit.
Stap 1: Knip de kenmerken uit.
Stap 2: Lees elk kenmerk.
Stap 3: Beslis bij welke groep het kenmerk hoort.
Schrijf of plak de kenmerken op het opdrachtenblad bij stap 3 (eerste bladzijde).
let op! Sommige kenmerken horen bij jager-verzamelaars én bij de eerste boeren.
DEELVRAAG
Stap 4: Lees de kenmerken van elke groep nog eens door. Welke zijn voordelen en welke zijn nadelen van hoe ze aan voedsel komen?
Schrijf de voordelen en nadelen op het opdrachtenblad bij stap 4 (tweede bladzijde).






22 Altijd genoeg voedsel voor iedereen
Deze opdracht doe je met twee of drie klasgenoten of met de hele klas.
a Bekijk een aantal conclusies die je trok in dit hoofdstuk:
- de voordelen en nadelen op jullie verwerkingsblad.
- je antwoord van opdracht 8c van paragraaf 1.
- je antwoord van opdracht 14d van paragraaf 2.
Waar hadden al die conclusies mee te maken?
Schrijf de kern op.
b Bekijk de bronnen 19.
Dit zijn allemaal foto’s uit deze tijd. Toch kun je met deze foto’s wel het verhaal van dit hoofdstuk vertellen.
Zet de foto’s in een logische volgorde en schrijf het verhaal op.
c Denk na over wat je geleerd hebt over deze manier van aan voedsel komen.
Wat onthoud je daarvan voor de toekomst?
KEUZEMENU
snijtanden hoektanden knipkiezen maalkiezen
A







B






























Bron 20 Het gebit vertelt welk voedsel een dier of mens eet
Carnivoor, herbivoor of omnivoor
De snijtanden van een carnivoor zijn kort en scherp om voedsel mee te grijpen en af te bijten. De hoektanden zijn lang en scherp om het voedsel te verscheuren en doden. De knipkiezen zijn kartelig en scherp als messen om het voedsel te snijden. Carnivoren kauwen hun eten niet.
De snijtanden van een herbivoor zijn scherp om voedsel mee te grijpen en af te snijden. De hoektanden zijn klein. Vooral de maalkiezen zijn goed ontwikkeld en plat voor het kauwen van voedsel.
De snijtanden van een omnivoor zijn scherp om voedsel mee te grijpen en af te snijden. De hoektanden zijn wat groter en sterk. De omnivoor heeft knipkiezen om voedsel te snijden en platte maalkiezen om voedsel te malen.
KEUZEOPDRACHT A
23 Carnivoor, herbivoor of omnivoor
Bekijk en lees Bron 20
a Welk gebit heeft de carnivoor, herbivoor of omnivoor?
Streep door wat fout is.
Carnivoor: A | B | C
Herbivoor: A | B | C
Omnivoor: A | B | C
b Kies welk voedsel een carnivoor, herbivoor en omnivoor eet. Leg je antwoord aan de hand van het gebit uit. Kijk dus goed naar hun tanden.
Carnivoor Die eet (alles / planten / vlees), want zijn gebit
Herbivoor Die eet (alles / planten / vlees), want zijn gebit .
Omnivoor Die eet (alles / planten / vlees), want zijn gebit .
c Maak de zin af.
Jager-verzamelaars waren (carnivoren / herbivoren / omnivoren), want ze aten bijvoorbeeld
d Ben jij een carnivoor, herbivoor of omnivoor?
24 akkerbouw in de woestijn
KEUZEOPDRACHT B
Maak de opdracht op de website van Mundo. Egypte bestaat voor het grootste deel uit woestijn. De grond is daar kurkdroog, omdat het er heel weinig regent. Toch verbouwen Egyptenaren er voedsel. Maar waar en hoe doe je dat in een woestijn?
KEUZEOPDRACHT C
25 Voedsel in je eigen omgeving
Maak de opdracht op de website van Mundo. Je maakt een plattegrond van je eigen omgeving. Waar is landbouw en waar is voedsel te vinden? Waar mag je voedsel plukken of oogsten?
KENNEN EN KUNNEN
Leerdoelen
Dit kan en ken je nu:
• Je kunt uitleggen wat de prehistorie is.
• Je kunt vertellen wanneer de prehistorie was.
• Je kunt vijf kenmerken benoemen van hoe jager-verzamelaars leefden.
• Je kunt uitleggen hoe de landbouw in de prehistorie ontstond.
• Je kunt vijf kenmerken benoemen van hoe de eerste boeren leefden.
• Je kunt uitleggen op welke manieren boeren de natuur veranderden.
• Ik kan ook ...
Vaardigheidsdoelen
Dit kan je nu:
• Je kunt informatie halen uit bronnen.
• Je kunt feiten en meningen herkennen.
• Je kunt onderzoeken of een mening klopt.
• Je kunt rekenen met tijd en tijd ordenen.
• Ik kan ook ...
Begrippen
de biologische landbouw
de akkerbouw
de irrigatie
de jager-verzamelaar
de landbouw
de nomade
de prehistorie
Manier van landbouw waarbij geen kunstmest een bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Producten van de biologische landbouw hebben een keurmerk.
Het verbouwen van gewassen op akkers.
Via slootjes of kanalen zorgen voor toevoer van water aan gewassen.
Een mens die voedsel zoekt door te jagen en verzamelen.
Een manier om voedsel te produceren door het gebruik van land. Landbouw bestaat uit veeteelt en akkerbouw.
Een mens die van de ene naar de andere plaats trekt en niet op een vast plek woont.
De periode in de geschiedenis van mensen waarin het schrift nog niet uitgevonden was. De prehistorie begon 4 miljoen jaar geleden en eindigde ongeveer 3.000 v.Chr.
de veeteelt Het fokken en het houden van dieren.
de kringlooplandbouw Manier van landbouw waarbij geen afval overblijft. ontginnen
Van een stuk natuur landbouwgrond maken.
Hoofdstuk 4 Wat kun je allemaal eten?

HOOFDSTUK
4 Wat kun je allemaal eten?
• Is er een ander soort landbouw dan intensieve landbouw?
• Hoe voed je meer mensen, zonder de aarde uit te putten?
DEELVRAGEN
INLEIDING
Je weet nu dat je lijf brandstoffen en bouwstoffen nodig heeft. Die krijg je binnen via voeding. Je weet ook waar die voeding vandaan komt en dat er op dit moment veel ruimte op aarde gebruikt wordt voor het produceren van voedsel. Vooral in de gematigde zone worden veel voedselgewassen verbouwd. Maar dat is in de toekomst niet genoeg om de groeiende wereldbevolking op dezelfde manier te voeden. Daarom zijn wetenschappers en de voedingsindustrie druk bezig om andere soorten voeding te bedenken. De vraag is: Wat kun je eigenlijk allemaal eten?
INTRODUCTIEOPDRACHT
Wat een keuze! is dat allemaal eetbaar?
Zou jij een sprinkhaan durven eten? Ontdek welke dieren en planten eetbaar zijn en waarom ze in de toekomst misschien wel heel belangrijk worden.
4.1 is er een ander soort landbouw dan intensieve landbouw?
1 intensieve landbouw
In hoofdstuk 3 leerde je dat intensieve landbouw voor- en nadelen heeft.
Zet de voor- en nadelen in de juiste kolommen.
Kies uit:
betaalbaar voedsel | genoeg voedsel | mestoverschot | minder insecten | uitputting grond | welvaart door export
Voordelen
Nadelen
Toekomstbestendige landbouw
Nederland staat in de hele wereld bekend om goede landbouwproducten. Er wordt veel voedsel geproduceerd in de veeteelt, in de akkerbouw en in de tuinbouw. Het gevolg is dat er veel grond gebruikt wordt voor landbouw en dat het milieu eronder te lijden heeft. Op de rest van de grond moeten mensen wonen, werken en in hun vrije tijd lekker naar buiten kunnen. Al die manieren waarop Nederlanders grond gebruiken, zitten elkaar soms in de weg. Toch moet het allemaal in dit kleine land gebeuren. Kan de landbouw minder ruimte innemen en het milieu minder belasten, en toch voor genoeg voedsel zorgen?
Bij biologische landbouw worden geen kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Bovendien moet vee buiten kunnen lopen. Dit is beter voor het klimaat en de natuur, maar het heeft een lagere opbrengst dan de gangbare landbouw. kringlooplandbouw is landbouw waarbij niets wordt verspild. Alles wordt opnieuw gebruikt. Dus van het graan dat je oogst, gebruik je de graankorrels als voedsel voor mensen en de rest als voedsel voor de dieren. Dieren houd je voor melk of vlees, maar met hun mest maak je het land vruchtbaar. Van elk product dat je maakt, gebruik je zo veel mogelijk opnieuw. Bovendien houd je rekening met de natuur in de landbouwgebieden. Je zorgt dat de bodem en de planten gezond blijven en niet uitgeput raken. Dit levert minder vlees, melk, graan of mais op per hectare. Is er dan nog genoeg voedsel voor iedereen?
De rol van dieren in de landbouwkringloop Als akkerbouw en veeteelt samenwerken, wordt het afval van de één grondstof voor de ander.
Bron 1 Kringlooplandbouw In kringlooplandbouw worden producten altijd verbruikt in het volgende deel van de kringloop.
2 Biologische landbouw
Lees Toekomstbestendige landbouw
a Vergelijk biologische landbouw met intensieve landbouw. Vul het denkschema in.
a Wat is verschillend? Schrijf dat links en rechts in het schema.
b Wat is hetzelfde? Schrijf dat in het midden van het schema.
biologische landbouw intensieve landbouw
b Vul kolom 2 (Biologische landbouw) van schema 1 in.
Biologische landbouw Kringlooplandbouw Verticale landbouw Voedselbos
Welk voedsel produceert deze landbouw?
Is het voedsel voor mens of dier? mens / dier / allebei mens / dier / allebei mens / dier / allebei mens / dier / allebei
Is deze landbouw duurzaam? ja / nee ja / nee ja / nee ja / nee
Is er landbouwgrond voor nodig? ja / nee ja / nee ja / nee ja / nee
Kun je er veel voedsel mee produceren? ja / nee ja / nee ja / nee ja / nee
Schema 1
3 kringlooplandbouw
Lees Toekomstbestendige landbouw en bekijk Bron 1
a Denk terug aan wat je geleerd hebt in hoofdstuk 1. Is kringlooplandbouw nieuw?
b Schrijf een voordeel op van kringlooplandbouw.
c Kies het juiste woord. Kringlooplandbouw is goed voor het milieu | levert meer voedsel op. d Vul kolom 3 (Kringlooplandbouw) van schema 1 in.
Verticale landbouw
Groenten in meerdere lagen boven elkaar laten groeien? Het komt steeds vaker voor.
Verticale landbouw heet dat. In leegstaande kantoorpanden of fabrieken groeien groenten in lagen boven elkaar. Zo kun je veel groente op een klein oppervlak telen. Bovendien kun je de omstandigheden goed controleren. Elke dag van het jaar zijn die hetzelfde. Daardoor ben je niet afhankelijk van het weer en het klimaat voor de kwaliteit van je producten.
In veel steden staan kantoorgebouwen leeg.

Verticale landbouw in deze panden kan zorgen voor een veilige, gezonde en duurzame stroom van vers voedsel voor stadsbewoners.
De verticale landbouw kan zonder bestrijdingsmiddelen geteeld worden met minder water per kilo groente en zeker veel minder landbouwgrond. Het energiegebruik is nu nog hoog, maar onderzoekers werken er hard aan om producten te telen met minder energie dan in een kas.
Naar: WUR.nl
Bron 2
4 Verticale landbouw
Lees Bron 2
a Welke voedingsstoffen zitten er ook alweer in groente?
b Wie kunnen groente uit de verticale landbouw eten?
4.1 Is er een ander soort landbouw dan intensieve landbouw?
c Is verticale landbouw duurzaam? Welke bewijzen noemt de tekst daarvoor?
d Is verticale landbouw geschikt om op grote schaal groente te produceren?
e Vul kolom 4 (Verticale landbouw) van schema 1 in.
een voedselbos
Een voedselbos is een aangelegd bos met bomen en struiken van verschillende hoogte. Op de bodem groeien kruiden, planten en knollen. Het gebied moet groot genoeg zijn om insecten, amfibieën, vogels, reptielen, bodemdiertjes en kleine zoogdieren aan te trekken die het bos gezond houden. Het bos heeft daarom geen mest of bestrijdingsmiddelen nodig. In het voedselbos groeien fruit, noten, zaden, bessen, groenten, wortels, knollen, paddenstoelen, eetbare bloemen en honing. Deze producten worden geoogst en verkocht.
Bron 3
5 Voedselbos
Lees Bron 3
a Welk voedsel levert een voedselbos?

uit een voedselbos.
b Wie kunnen uit een voedselbos eten?
c Is een voedselbos duurzaam? Welke bewijzen noemt de tekst daarvoor?
d Is een voedselbos geschikt om op grote schaal voedsel te produceren?
e Vul kolom 5 (Voedselbos) van schema 1 in.
6 Vier vormen van landbouw
Werk samen met een klasgenoot.
Gebruik schema 1. Vergelijk jullie antwoorden en beantwoord daarna samen de vragen.
a Is biologische landbouw op lange termijn een oplossing voor
- het voedselprobleem?
- milieuproblemen?
b Is circulaire landbouw op lange termijn een oplossing voor
- het voedselprobleem?
- milieuproblemen?
c Is verticale landbouw op lange termijn een oplossing voor
- het voedselprobleem?
- milieuproblemen?
d Is een voedselbos op lange termijn een oplossing voor
- het voedselprobleem?
- milieuproblemen?
4.2 Hoe voed je meer mensen, zonder de aarde uit te putten?
dierlijk eten en plantaardig eten
1 kip
leeft gemiddeld 60 dagen eet per dag
120 gram mais en drinkt 250 ml water
1 maiskolf = 160 gram mais
Bron 4
van 1 kip
kunnen 4 mensen eten dit kost 18 maisplanten
eet in zijn leven gemiddeld 7,2 kg mais en drinkt 15 liter water
1 maisplant = 2 tot 3 maiskolven
van 2 maisplanten
kunnen 4 mensen eten dit kost dus 2 maisplanten
7 kip of mais?
Bekijk Bron 4
a Kies de juiste woorden. Maïs is plantaardig | dierlijk voedsel. Een stukje kip is plantaardig | dierlijk voedsel.
b Reken uit.
1 Hoeveel maïsplanten heb je nodig om 1 kip te voeden?
2 Hoeveel kippen heb je nodig om vier mensen te voeden?
3 Hoeveel maisplanten heb je nodig om vier mensen te voeden?
c Wat kun je het best eten als je minder grondstoffen en energie wilt gebruiken, kip of mais? Leg uit.
Ander eetpatroon
De landbouw heeft in dit thema veel aandacht gekregen, logisch want daar wordt het voedsel geproduceerd. Maar nu is het tijd om te kijken naar het eetpatroon. Wat eten mensen in Nederland en kan dat ook anders? En kan ander eten ervoor zorgen dat er in de toekomst genoeg voedsel kan worden geproduceerd voor heel veel meer mensen?
In andere delen van de wereld eten mensen anders. In Azië worden bijvoorbeeld zeewier en insecten gegeten. Is dat een oplossing? In Nederland wordt op dit moment onderzoek gedaan naar kweekvlees. Dat zou een oplossing kunnen zijn: met minder dieren, toch meer vlees produceren.
Zeewier is voedzaam, gezond en duurzaam
In China, Japan en Korea eten mensen al eeuwen zeewier. Ook op sommige plekken in Europa wordt zeewier geoogst. Zeewieren groeien onder water, drijven in zee of komen bij eb droog te staan. Zeewier is nog niet zo bekend en ook niet overal te koop. Daardoor wordt het in Nederland nog niet veel gegeten, maar er zijn zo’n 5.000 soorten zeewier die je kunt eten. Ze bevatten veel eiwitten, ijzer, vitaminen en mineralen. Daardoor zijn sommige zeewieren goede vervangers voor vlees. Het is ook geschikt als diervoer. Het voordeel van zeewier is dat er nauwelijks grond, zoet water of fossiele brandstof voor nodig is. De Noordzeeboerderij ontwikkelt manieren om zeewier te laten groeien aan metalen hekken of netten in de windmolenparken op de Noordzee. Daar lijkt het wier goed te groeien en kan het ook best gemakkelijk geoogst worden.
Naar: voedingscentrum.nl
Bron 5

8 Zeewier
Lees Ander eetpatroon en Bron 5
a Welke bouwstoffen en brandstoffen zitten er in zeewier?
b Wie kunnen zeewier eten?
c Er staat dat zeewier duurzaam is.
Welke bewijzen noemt de tekst daarvoor?
d Is zeewier geschikt om op grote schaal te produceren?
e Vul kolom 2 (Zeewier) van schema 2 in.
Zeewier Insecten Kweekvlees
Welke voedingstoffen zitten in dit eten?
Is het voedsel voor mens of dier? mens / dier / allebei mens / dier / allebei mens / dier
Kan dit voedsel duurzaam geproduceerd worden?
Is er voor dit voedsel veel landbouwgrond nodig?
Is dit voedsel geschikt in grote hoeveelheden te produceren?
Schema 2 insecten knabbelen
ja / nee ja / nee ja / nee
ja / nee ja / nee ja / nee
ja / nee ja / nee ja / nee

Op de wereld zijn circa 2.100 verschillende soorten insecten die je kunt eten. In Azië worden insecten al veel gegeten, als snack of als deel van de maaltijd. In insectenvlees zitten ongeveer net zoveel voedingsstoffen als in gewoon vlees. Maar voor één kilo koudbloedige insecten is veel minder voer nodig dan voor één kilo warmbloedig vee. Omdat insecten zich bovendien snel kunnen voortplanten, is het een goede nieuwe bron van eiwitten. Een ander groot voordeel van insecten kweken is dat de uitstoot van broeikasgassen wel honderd keer lager is dan bij het fokken van een varken of rund.
Insecten kunnen gekweekt worden op afval, zoals keukenafval, mest of producten uit de supermarkt die over datum zijn. Wat handig! Je kweekt nieuw voedsel, terwijl het afval wordt
opgeruimd. Stel je voor! Een serie kijken met lekkere insectenknabbels erbij. Maar zo ver is het nog niet. In de EU wordt op kleine schaal onderzoek gedaan naar insecten in diervoer. De wet verbiedt het op dit moment nog als voedsel voor mensen.
Naar: wur.nl
Bron 6
9 insecten
Lees Bron 6
a Welke bouwstoffen en brandstoffen zitten er in zeewier?
b Wie kunnen insecten eten?
c Zijn insecten duurzaam? Welke bewijzen noemt de tekst daarvoor?
d Zijn insecten geschikt om op grote schaal te produceren?
e Vul kolom 3 (Insecten) van schema 2 in.
kweekvlees
Er wordt al een hele tijd aan gewerkt: kweekvlees. Een echt stukje vlees waar geen dier voor is gestorven en waarvoor veel minder water en land nodig is dan voor een gewoon worstje. Ruim tien jaar geleden was er de eerste gekweekte hamburger. Vandaag mochten de eerste mensen een kweekvarkensworstje proeven.

‘Het is een heel normaal worstje,’ zegt de maker. ‘Het ziet eruit, smaakt en ruikt als normale varkensworst.’ Met de verkoop van hun kweekvlees hoopt het bedrijf Meatable in 2040 zeker 130 miljoen ton minder broeikasgassen uit te stoten, 300 miljard liter water en 14 miljoen dierenlevens te besparen. Maar dan moet het vlees wel op grote schaal geproduceerd worden en betaalbaar zijn. Zo ver is het nu nog niet. Het maken van kweekvlees is nog steeds erg duur. Wat de proefworstjes van vandaag precies kosten, kan het bedrijf niet zeggen, ‘maar het is niet een prijs die veel mensen ervoor zouden willen betalen.’
Naar: nos.nl (17 april 2024)
Bron 7
10 kweekvlees
Lees Bron 7
a Welke voedingsstoffen zitten er in kweekvlees?
b Wie kunnen kweekvlees eten?
c Is kweekvlees duurzaam? Welke bewijzen noemt de tekst daarvoor?
d Is kweekvlees geschikt om op grote schaal te produceren?
e Vul kolom 4 (Kweekvlees) van schema 2 in.
11 Ander eten
Werk samen met een klasgenoot.
Gebruik schema 2. Vergelijk jullie antwoorden en beantwoord daarna samen de vragen.
a Kan zeewier bijdragen aan de oplossing van
- het voedselprobleem in de toekomst?
- milieuproblemen?
b Kan het eten van insecten bijdragen aan de oplossing van - het voedselprobleem in de toekomst?
- milieuproblemen?
c Kan kweekvlees bijdragen aan de oplossing van - het voedselprobleem in de toekomst?
- milieuproblemen?
4.2 Hoe voed je meer mensen, zonder de aarde uit te putten?
Hoofdstuk 4 Wat kun je allemaal eten?
Hoofdstukafsluiting
Wat kun je allemaal eten?
12 Vier vormen van landbouw
Schrijf achter elke vorm van landbouw twee kenmerken.
Biologische landbouw:
Kringlooplandbouw:
Verticale landbouw:
Voedselbos:
13 Anders eten
Op welke vier manieren kun je je eetpatroon in de toekomst aanpassen?
14 Conclusie
Werk samen met een klasgenoot.
Trek samen conclusies over wat je in dit hoofdstuk hebt geleerd.
a Wat kun je allemaal eten?
b Hoe kun je genoeg voedsel produceren op de beschikbare landbouwgrond?
DEELVRAAG
15 Menukaart
In 2050 vier jij je verjaardag met een lekker etentje. Je stuurt een kaart om mensen uit te nodigen.
a Schrijf op de linkerkant de uitnodiging.
1 Begin met de aanhef: Beste en de naam.
2 Schrijf dan je uitnodiging. Noem:
• wat je gaat doen,
• wanneer het is,
• waar het is,
• waarom je dit organiseert,
• waarom je trakteert op nieuwe soorten eten.
3 Sluit af met een groet en je naam.
b Maak een menukaart met heerlijke nieuwe gerechten. Bedenk een voorgerecht, hoofdgerecht en een toetje.

c Waarom heb je voor dit menu gekozen?
Leg het in drie zinnen uit.
KEUZEMENU
stadslandbouw

Bron 8 Een stukje van de kaart van Delft uit 1649.

Stadslandbouw is het verbouwen van voedsel in de stad. Er zijn veel verschillende vormen van stadslandbouw: de simpelste vorm is een tomatenplant in een pot op het balkon en de ingewikkeldste is een hightechkas in een verlaten kantoorgebouw. Maar er zijn ook schooltuinen, volkstuinen, tuinen die buurtbewoners samen bewerken en zorgboerderijen aan de rand van de stad. In het ene geval zijn het vrijwillige projecten, in het andere zijn het bedrijven, die er geld mee verdienen.
In hoofdstuk 1 leerde je dat mensen de hele dag bezig waren met hun voedsel vangen, verzamelen, fokken of verbouwen. Tegenwoordig zijn veel minder mensen bezig met voedsel. Als zij in steden wonen, zien zij zelfs de koeien niet die voor de melk zorgen of de akkers waarop de aardappelen groeien voor hun friet. Steeds vaker gaan mensen in de stad toch weer zelf voedsel verbouwen. Zo wordt weer zichtbaar waar het voedsel vandaan komt.
Planten, bomen en struiken in de stad zorgen ook dat de lucht schoner en koeler wordt. Bovendien gaat de stad er aantrekkelijker uitzien, zodat mensen er weer graag gaan wonen.
KEUZEOPDRACHT A 16 stadslandbouw vroeger en nu
Lees Stadslandbouw en bekijk Bron 8 en Bron 9
a Op bron 8, de kaart van Delft uit 1649, zie je landbouw binnen en vlak buiten de stad. Kijk goed naar de grootte van de akkers en tuinen.
Bedenk welke producten je kent die vooral bij stadslandbouw worden geproduceerd.
b Bedenk twee redenen waarom juist die producten in de buurt van de stad werden verbouwd.
1
2
c Vergelijk bron 8 en 9.
Bedenk twee overeenkomsten en twee verschillen tussen zelf groente en fruit kweken vroeger en nu.
d Bedenk of je nu met stadslandbouw alle voedsel voor de hele stad kunt produceren.
Leg je antwoord uit.
17 Je eigen groentetuin
Maak een ontwerp voor je eigen groentetuin.
Doe het zo.
1 Schrijf op welke groenten en welk fruit je door het jaar heen zou willen eten.
2 Kunnen die in het Nederlandse klimaat groeien? Als je het niet zeker weet, controleer het dan.
3 Teken op een A-4’tje met een liniaal de omtrek van je tuin: 20 × 15 cm = cm2
4 Teken een schuurtje in je tuin. Stel: je schuur is 4 m2 meter, dan teken je een vierkantje van 2 × 2 cm.
5 Bedenk daarna hoeveel van elke groente en elk fruit je wilt planten.
Bijvoorbeeld: 4 cm2 aardappelen, 3 cm2 sla, 1 appelboom etc.
6 Reken voor de zekerheid na of alles in je tuin past.
7 Teken je tuin. Je kunt bron 8 of 9 als voorbeeld gebruiken.
18 Werken met voedsel
KEUZEOPDRACHT B
Maak de opdracht op de website van Mundo. In veel beroepen kun je met voedsel werken. Soms direct door voedsel te produceren, soms indirect door het alleen maar te vervoeren. Kijk in deze opdracht maar eens wie er allemaal werken met voedsel.
KEUZEOPDRACHT C
19 Goed eten tijdens sport of leren voor school
Maak de opdracht op de website van Mundo. Je eet om energie te krijgen voor de dingen die je wilt of moet doen. Je drinkt omdat je lijf vocht nodig heeft om alle processen in je lijf te laten werken. Wat je eet en drinkt, maakt uit. Er zijn gezonde en ongezonde keuzes. In deze opdracht ontdek je wat goed eten is tijdens sporten en leren voor school.
KENNEN EN KUNNEN
Leerdoelen
Dit kan en ken je nu:
• Je kunt uitleggen wat toekomstbestendige landbouw is.
• Je kent vier vormen van toekomstbestendige landbouw.
• Je kunt uitleggen of die vier vormen van landbouw meer voedsel opleveren.
• Je kunt uitleggen of die vier vormen van landbouw duurzaam zijn.
• Je kunt uitleggen wat meer grondstoffen en energie kost: dierlijk of plantaardig voedsel.
• Je kent drie nieuwe soorten voedsel.
• Je kunt uitleggen of dat nieuwe voedsel bijdraagt aan de vraag naar meer voedsel.
• Je kunt uitleggen of dat nieuwe voedsel duurzaam geproduceerd wordt.
• Ik kan ook ...
Vaardigheidsdoelen
Dit kan je nu:
• Je kunt informatie halen uit bronnen.
• Je kunt bronnen vergelijken.
• Je kunt conclusies trekken uit verschillende bronnen.
• Ik kan ook ...
Begrippen
de biologische landbouw
Manier van landbouw waarbij geen kunstmest een bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Producten van de biologische landbouw hebben een keurmerk.
de kringlooplandbouw Manier van landbouw waarbij geen afval overblijft.
T iJdW iJZeR
het begin
Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo’n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de tijdbalk. Maar dan heb je aan één bladzijde niet genoeg. Bedenk dus wel dat de tijd van jagers en boeren veel langer is dan je hier ziet. Het is het allerlangste tijdvak.
Voor en na
Het jaartal 2025 betekent: 2025 jaar na de geboorte van Jezus Christus. Voor christenen was de geboorte van Jezus zo belangrijk dat ze de jaren gaan tellen vanaf dat moment. De jaren voor de geboorte van Christus geef je aan met: voor Christus (v. Chr.).
Tijdbalk van de geschiedenis na Christus voor Christus
Tijd van jagers en boeren
Tijd van oude rijken
Tijd van standen en steden
de tijdbalk is hier ingedikt, dit vak zou eigenlijk langer moeten zijn.
Tijdbalk van dit thema
Tijd van wereldoorlogen en mensenrechten
Tijd van jagers en boeren
Tijd van oude rijken
Tijd van standen en steden
Tijd van jagers en boeren
10.000 v. Chr Eerste boeren in het Midden Oosten 5.500 v. Chr Eerste boeren in Nederland 3.020 v. Chr Hunebedden
de tijdbalk is hier ingedikt, dit vak zou eigenlijk langer moeten zijn.
Tijd van pakhuizen en plantages
Tijd van burgers en stoommachines
Tijd van wereldoorlogen en mensenrechten
Tijd van wereldoorlogen en mensenrechten 1940
Opkomst van de trekker 1994 Eerste genetische voedsel
oVeRZ iChTskaaRT VoedseL


















4.000 km
graan tarwe rijst mais gierst
suiker- en zetmeelgewassen suikerbieten suikerriet aardappelen
















oliegewassen sojabonen palmolie zonnebloemen koolzaad pinda’s olijven kokos





tropisch fruit dadels citrusvruchten ananas bananen

veehouderij runderen, buffels varkens schapen gevogelte



visserij visvangst aquaculturen (garnalen, schelpdieren, zalm)















Zuid-Sudan





















Indisch e O c e aan aandeel in de wereldproductie, in %














- 2 en schelpdieren, zalm)
HOOFDVRAAG
Wat eet ik in de toekomst?
1 Waar speelt het?
Bekijk de overzichtskaart.
a Zoek drie producten die jij het liefst eet.
b Waar in de wereld worden die producten het meest geproduceerd?
c Denk je dat je die producten in 2050 nog steeds kunt eten? Leg uit waarom je dat denkt.
Denk aan: productie, vervoer, kosten e.d.
2 Wanneer speelde het?
Bekijk de tijdbalk van de geschiedenis.
na Christus voor Christus
de tijdbalk is hier ingedikt, dit vak zou eigenlijk langer moeten zijn.
Vul de tijdbalk in:
1 Zet de letter A bij de periode van hoofdstuk 1.
2 Zet de letter B bij de periode van hoofdstuk 4.
3 Geef antwoord op de hoofdvraag
Je hebt twee hoofdstukken bestudeerd. Bedenk wat je uit elk hoofdstuk kunt gebruiken om antwoord te geven op de hoofdvraag van dit thema.
a Vul het schema in met informatie die kan helpen om antwoord te geven op de grote vraag.
Doe het zo: Van jagers-verzamelaars leerde ik ... of Ik weet dat deze vormen van landbouw geschikt zijn om veel voedsel te produceren. Ik weet dat deze vormen van landbouw duurzaam zijn. Vul zo alle hokjes in.
Jagers-verzamelaars
Vormen van landbouw
Grote vragen
• Wat eet ik in de toekomst?
• Is er in de toekomst genoeg eten voor iedereen?
• Kan voedselproductie duurzaam gemaakt worden?
Eerste boeren Nieuw voedsel
b Bespreek met een klasgenoot het antwoord op de grote vraag. Gebruik alle informatie die je in opdracht a hebt verzameld.
Schrijf in ongeveer tien zinnen op wat jij denkt dat je in de toekomst eet. Of iedereen dan genoeg heeft en of je eten dan duurzaam gemaakt is.