NU WE ER NOG ZIJN
Voor Valentijn en Lint.
Wat er ook gebeurde, jullie waren er altijd.
Zolang ik er nog ben, zullen jullie er zijn.
![]()
Voor Valentijn en Lint.
Wat er ook gebeurde, jullie waren er altijd.
Zolang ik er nog ben, zullen jullie er zijn.


De koffer komt met een smak op de grond terecht. Romy kijkt mij furieus aan en ik weet dat ik het heb verprutst. Ik recht mijn rug, wachtend op haar tirade.
‘Verdomme! Elke keer hetzelfde gezeik met jou!’ bijt ze me toe, terwijl ze een trap geeft tegen de koffer, die openvliegt. ‘Kan het nu nooit eens normaal?’
Ik sla mijn armen over elkaar en leun tegen de muur van onze hotelkamer. Ik hoop maar dat de gasten aan de andere kant ons niet kunnen horen. We zijn hier nog geen dag en ik heb geen zin om nu al het hotel uit te worden gezet.
Romy veegt een traan van haar wang en begint de inhoud van haar koffer naar mijn hoofd te gooien. Inmiddels ben ik getraind in het ontwijken van spullen, aangezien ik al jaren de vrede binnen onze relatie probeer te bewaren. Alles wat niet naar Romy’s wens verloopt, is mijn schuld.
‘Hoe durf je dat aan mij te vragen?’ snauwt ze. ‘Ik weet dat je me een lui en verwend nest vindt, maar dat ik vandaag
geen plannen heb, betekent niet dat ik niet voor mezelf kan zorgen!’
Ik adem kort in door mijn neus. ‘Ik bedoelde het toch niet zo! Je maakt alles weer veel groter dan het is!’
Romy negeert me en graait verder in de koffer. Ik werp vlug een blik op de klok naast het bed om te zien of het al tijd is voor mijn afspraak. Veel te vroeg, maar misschien kan ik alvast vertrekken. Liever dat, dan nog een minuut langer in deze kamer te zijn.
‘Moet dit echt tijdens onze vakantie?’ Ze kijkt me geïrriteerd aan. ‘Kan het niet wachten tot we thuis zijn?’ schreeuwt ze terwijl ik eerst een slipper en vervolgens een haardroger ontwijk.
Die laatste knalt met zo’n klap tegen de muur dat de onderdelen als bij een explosie uit elkaar spatten.
Ik zucht. Ik ben dit zo zat.
‘Vakantie? Jij hebt makkelijk praten. Ik moet hier gewoon aan het werk, hoor!’ Ik klem mijn kiezen op elkaar. ‘Wees eens dankbaar, weet je wel hoe bevoorrecht je bent? Het enige wat ik vroeg is of je iets te doen had vandaag!’
Ik zie hoe Romy’s wangen langzaam opgloeien. Er komt nog net geen stoom uit haar oren. ‘Jij… jij…’ stamelt ze met een rood hoofd. Ze stormt de badkamer in en smijt de deur met een klap dicht.
‘Romy’, zucht ik terwijl ik mijn schouders laat hangen.
Het ziet ernaar uit dat deze zoveelste ruzie niet opgelost zal worden. De excuses van mijn kant komen wel als ik haar vanavond weer zie, maar eerst mag ze de rest van de dag in
haar boosheid sudderen. Als ze over een paar uur is afgekoeld, ziet ze hopelijk in dat ze onredelijk was.
Toch voelt het niet goed om haar zo achter te laten, dus ik loop naar de badkamerdeur en leg mijn wang ertegenaan. ‘Ik ga zo weg, red je het?’ vraag ik zachtjes. Er klinkt gestommel in de badkamer en daarna een luide klap van iets hards dat tegen de andere kant van de deur knalt.
Bij de lift druk ik op de knop, maar het lampje gaat niet branden en op het display bovenaan de liftdeuren verschijnen geen cijfers.
Dat kan er ook nog wel bij…
Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat in een hotel als dit de verlichting het niet zou doen. De regering van Carmelo heeft er immers voor gezorgd dat ik tijdens mijn werkbezoek in het meest luxueuze resort van het eiland mag verblijven: hotel Vista al Mar.
Ik haal met een zucht mijn rugtas van mijn schouder en zet hem op de grond. Vrijwel alle vloeren zijn van zwart marmer, dat mooi contrasteert met de witte muren en de artdecostijl van het meubilair.
Ik kijk onrustig om me heen. Alles is brandschoon en het lijkt wel alsof het hotel vandaag voor het eerst geopend is. Het is zo zonde dat Romy en ik er niet van kunnen genieten. We kunnen het ons niet veroorloven om hier tijdens een gewone vakantie te overnachten, en voor de vliegreis alleen zouden we een jaar moeten sparen. De lift geeft geen teken van leven, dus loop ik naar de trap aan het einde van de gang.
In de lobby staan een aantal andere gasten mij aan te gapen en ik wissel een blik met de receptionist, die nors terugkijkt. Heeft iemand over onze ruzie geklaagd?
‘EÂEen goedemorgen’, zeg ik in het Engels, ietwat voorzichtig om de sfeer af te tasten.
‘Meneer Hofwegen’, antwoordt hij kordaat. ‘Ik had u later verwacht, maar de taxi’s staan voor.’ De man doet gelukkig alsof hij van niets weet. ‘Misschien heeft u het al gemerkt, maar ik moet u helaas meedelen dat de stroom is uitgevallen.’
‘Dat klopt. De lift deed het niet.’
‘Onze excuses voor het ongemak.’
Ik herinner me dat ik tijdens mijn online research naar de Caraïben heb gelezen dat de overheid soms met opzet de stroom uitzet om geld te besparen. En natuurlijk besluiten ze dat net te doen op het moment dat ik voor de eerste keer alleen naar een onbekende locatie moet.
‘Daar kunnen jullie niets aan doen. Dank u wel voor de taxi.’
Er volgt een ongemakkelijke stilte en even weet ik me geen houding te geven. Ik ben het niet gewend om te functioneren in zo’n chique omgeving. Ik wil het liefst zo snel mogelijk de taxi in, dus ik knik kort naar de receptionist en draai me om in de richting van de uitgang.
Meteen hoor ik hem kuchen om mijn aandacht te trekken. Hij kijkt nadrukkelijk naar het fooienpotje op de balie.
‘Ach, natuurlijk!’ zeg ik, terwijl ik begin te blozen. Ik schenk hem een scheef lachje, rommel onhandig in mijn broekzak en stop wat kleingeld in het fooienpotje. Aan de blik van de receptionist te zien volstaat het niet.
‘De rest mag op de rekening’, zeg ik, hard genoeg om er zeker van te zijn dat iedereen in de lobby me heeft gehoord. De wenkbrauw van de receptionist zakt weer en zijn gezicht komt weer in de plooi. Nog steeds niet al te vrolijk, maar het is in ieder geval een verbetering. ‘Nogmaals bedankt’, voeg ik eraan toe en ik loop naar de uitgang.
Van: min.m.montergo@carmeloisland.ca
29/08/2025
Aan: Casper Hofwegen >
Onderwerp: Testen prototype
Geachte heer Hofwegen,
Mijn naam is Maud Montergo, minister van Binnenlandse Zaken van Carmelo. Met interesse hebben mijn team en ik kennisgenomen van uw artikel in de internationale krant WEEKLY van 6 juli en wij willen graag nader kennismaken met u en uw prototype. Het zal ons ten zeerste verheugen als wij in de nabije toekomst van uw beveiligingssoftware gebruik mogen maken.
Wij nodigen u daarom graag uit om in de eerste week van december ons eiland te bezoeken en uw prototype te testen. Uiteraard wordt u voor uw werkzaamheden gepast gecompenseerd. U heeft in de genoemde week een kennismakingsgesprek met Soraya Santiago, hoofd Overheidsdienst en Eduard Toussaint, afdeling Faciliteiten en Technologie.
Zodra de vertrekdatum nadert, zullen wij nogmaals contact met u opnemen om belangrijke informatie zoals telefoonnummers en adressen uit te wisselen.
De retourtickets zijn alvast als bijlage toegevoegd aan dit bericht en als gebaar van goed vertrouwen hebben wij er een extra ticket op naam van uw partner bij gedaan. Indien de vertrekdatum u niet schikt, kunt u contact opnemen met ondergetekende.
Wij zien uw bezoek met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Maud Montergo
Minister van Binnenlandse Zaken Carmelo