zo 09 november 2025
15.00 Kamermuziekzaal
![]()
zo 09 november 2025
15.00 Kamermuziekzaal

Jos van Immerseel (BE) studeerde piano, orgel, zang en orkestdirectie en verdiepte zich als autodidact in organologie, retoriek en de historische pianoforte. Deze interesses leidden hem naar de oude muziek, de oprichting van een eigen ensemble (Collegium Musicum, 1964-1968), klavecimbelstudies bij Kenneth Gilbert en een overwinning in het eerste klavecimbelconcours van Parijs (1973). Vandaag geniet hij wereldwijd erkenning als solist en kamermusicus en is hij te horen op de belangrijkste internationale concertpodia. Parallel maakte van Immerseel carrière als dirigent, te beginnen bij zijn geesteskind Anima Eterna Brugge, dat hij in 1987 in het leven riep. Zijn artistieke visie ligt niet alleen aan de basis van de klank van Anima Eterna, maar voedde ook de onderzoeksmentaliteit van de muzikanten. Hij beheert een collectie historische klavieren, overtuigd dat de instrumenten die een componist heeft gekend de sleutel zijn tot een correcte voordracht. De laatste tijd musiceert hij veel op twee (historische) vleugels met Ayako Ito.
14.15 inleiding door Pieter Mannaerts
Jos van Immerseel: klavieren
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Toccata in D, BWV912 (ca.1710)
Johann Sebastian Bach
Sonata in d, BWV964 (ca.1720)
I. Adagio
II. Fuga. Allegro
III. Andante
IV. Allegro
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Sonate nr. 18 in Es, opus 31 nr. 3 (1802)
I. Allegro
II. Scherzo. Allegro Vivace
III. Minuet. Moderato e grazioso
IV. Presto con fuoco
Johannes Brahms (1833-1897)
Rhapsodie in b, opus 79 nr. 1 (1879)
Intermezzo in Es, opus 117 nr. 1 (1892)
Rhapsodie in g, opus 79 nr. 2 (1879)
Jos van Immerseel zal de volgende instrumenten uit zijn eigen collectie bespelen:
- Klavecimbel Matthias Griewisch, 2001, Bammental (FS Michael Mietke, 1724, Berlijn)
- Wiener Hammerflügel Christopher Clarke, 1988, Cluny (FS Anton Walter, ca.1800, Wenen)
- Konzertflügel Carl Bechstein, 1870, Berlijn nummer 4181 (restauratie Patrice Sauvageot, 2004, Ouilly)
Jos van Immerseel, geboren in 1945, wordt vandaag tachtig – en dat viert hij in stijl en met zijn grote passie. Voor dit verjaardagsconcert vertolkt hij op drie historische klavieren werk van drie van de allergrootste componisten, Bach, Beethoven en Brahms – de drie muzikale grootheden wier muziek niet enkel fysieke conditie, maar ook een muzikaal en mentaal topniveau vereist.
Johann Sebastian Bach
Johann Sebastian Bach (1685-1750) stond al van in zijn jongste jaren bekend als klaviervirtuoos.
Jos van Immerseel voert Bachs werken uit op een klavecimbel van Matthias Griewisch (2001), gemodelleerd naar een instrument van de Berlijnse bouwer Michael Mietke uit 1710. Uit datzelfde jaar – Bach was dan 25 – dateert de Toccata in D, BWV912. Het is een van de vele composities waarmee de componist zijn reputatie als virtuoos vestigde.
Van al Bachs werken was zijn muziek voor klavier de meest toegankelijke en in zijn tijd de meest verspreide, zowel in Duitsland als internationaal. Vanaf 1800 verscheen bij Hoffmeister und Kühnel in Leipzig de eerste editie van Bachs volledige muziek voor klavecimbel. Van de Sonate in d, BWV964 is geen handschrift van Bach zelf bewaard gebleven, maar er bestaan wel twee kopieën. Of Bach de bewerking van zijn Sonate voor solo viool in a, BWV1003 zelf maakte, weten we niet met 100% zekerheid. Maar net zoals Bach in zijn bewerkingen van andere tijdgenoten extra stemmen toevoegt aan het originele werk, laat hij ook hier zijn meesterschap spreken om de expressieve kwaliteiten van het ‘nieuwe’ instrument, in dit geval het klavecimbel, ten volle te benutten. Zo getuigt ook Johann Friedrich Agricola, leerling van Bach en medeauteur van diens necrologie. Hij schreef in 1775 dat Bach zijn vioolwerken vaak op het klavichord
– Gestileerde dansen, geleerd contrapunt en virtuoze improvisatie: met deze ingrediënten bouwde Johann Sebastian Bach van jongs af aan zijn reputatie als klavecimbelvirtuoos op.
– Net wanneer Ludwig van Beethoven de eerste tekenen van doofheid begint op te merken, schrijft hij zijn meest fascinerende sonates voor pianoforte, waarin hij een spel speelt met de traditie.
– Johannes Brahms’ intieme pianomuziek is nauw verbonden met zijn persoonlijk leven en muzikale vriendschappen.
speelde en daarbij naar eigen inzicht harmonieën toevoegde: ‘[Bach] spielte sie selbst oft auf dem Clavichorde, und fügte von Harmonie so viel dazu bey, als er für nöthig befand’. Zo wordt het tweede deel, de fuga – een van de meest complexe uit het vioolrepertoire – aangepast aan de mogelijkheden van het klavecimbel. De textuur wordt rijker, maar de fuga blijft herkenbaar en transparant.
Ludwig van Beethoven
Ludwig van Beethoven (1770-1827) bracht de zomer en de herfst van 1802 door net buiten Wenen, in Heiligenstadt. Hier voltooide hij de Sonates, opus 31, samen met verschillende andere composities, waaronder de Vioolsonates, opus 30 en zijn Tweede symfonie, opus 36. Hij maakt voor het eerst melding van een ‘ruis’ in zijn oren – een waarschuwing voor zijn aankomende doofheid – en schrijft op 6 oktober 1802 zijn ‘Heiligenstadter Testament’. Uit dezelfde jaar
dateert de Weense ‘Hammerflügel’ van de beroemde Weense bouwer Anton Walter die trouwens als model diende voor het exemplaar dat bouwer Christopher Clarke in 1988 voltooide.
De 18e pianosonate kreeg later de bijnaam ‘de Jacht’, gebaseerd op enkele hoornachtige motiefjes in het vierde deel. Ze werd al gepubliceerd in Bonn in 1802 en dan in 1804 ook gepubliceerd en uitgevoerd in Zürich en Londen. Al Beethovens werken dragen een individuele signatuur – en dat is in deze sonate niet anders. In dit geval valt op hoe drie van de vier delen (Allegro, Minuet. Moderato e grazioso, Presto con fuoco) in een ternaire maat (3/4 of 6/8) geschreven zijn, terwijl net het deel dat per definitie in een drieledige maat staat – het Scherzo: Allegretto vivace – hier binair (2/4) is. We hadden het kunnen weten vanaf de eerste noten van de sonate: Beethoven speelt een spel met de verwachtingen van de luisteraar en met de tradities van het sonate-genre. Zo begint hij zijn sonate met een ‘onstabiel’ akkoord (een tweede graad in eerste omkering) en een ritmisch motiefje dat doorheen de hele eerste beweging blijft terugkeren. Een uitbundige finale met tarantella-ritmes zorgt voor een zwierig en virtuoos slot.
Johannes Brahms
De Duitse pianobouwer Carl Bechstein (1826-1900) had zich als doel gesteld om een instrument te bouwen dat kon voldoen aan de eisen van de grote virtuozen van zijn tijd, Franz Liszt op kop. Hij slaagde in zijn missie: in 1853 stichtte hij zijn eigen bedrijf en tegen 1870 – het bouwjaar van het instrument dat we vandaag horen – produceerde het 1000 instrumenten per jaar en stonden er Bechsteins in de grootste concertzalen en in heel wat koninklijke paleizen. Op 4 oktober 1892 werd in
Berlijn een heuse concertzaal, de Bechstein-Saal, geopend met een recital door Hans von Bülow. De volgende avond stond er een Brahms-avond op het programma, geleid door violist Joseph Joachim. Aan de piano zat de componist zelf en begeleidde Joachim in zijn Vioolsonate, opus 120.
Of er bisnummers voor piano solo werden gespeeld, is niet overgeleverd. Mogelijk waren tegen die tijd de Intermezzi, opus 117 al klaar –ze zouden in januari 1893 in Londen voor het eerst worden uitgevoerd. Brahms noemde ze, in een brief aan zijn vriend Rudolf von der Leyen ‘Wiegenlieder meiner Schmerzen’ (‘slaapliedjes van mijn verdriet’). In het eerste intermezzo is de associatie met een slaapliedje expliciet: het ritme is een zacht wiegende 6/8 en Brahms vergezelt de muziek met een motto ‘Schlaf sanft mein Kind’ (‘Slaap zacht, mijn kind’). De beide Rhapsodien, opus 79 werden door Brahms geschreven in 1879. Hij droeg ze op aan de Leipzigse pianiste Elisabeth von Herzogenberg, net als Clara Schumann een van Brahms’ vertrouwde muzikale adviseurs die hem geregeld gevoelige en openhartige beoordelingen van zijn werken toestuurde. Zij overleed op haar vijfenveertigste, enkele maanden vóór Brahms’ recital in de Bechstein-Saal.
Pieter Mannaerts
Bachs sprankelende Toccata, BWV912 suggereert dat zijn muziek voor soloklavier – zowel deze voor orgel, klavecimbel als clavichord – in grote mate berust op een enorm talent voor improvisatie.
‘Het orgel heb ik benaderd met het ontzag voor een Alpenberg. In 1957, nog op het college, vroeg ik toestemming om er het orgel te mogen bespelen. Daarop trok ik elke dag een uur vroeger naar school om in alle rust de orgelmuziek te leren kennen. Een tweede mijlpaal was de bouw van het Expo ‘58-orgel, vlak bij mij in de buurt gebouwd. Ik kreeg de sleutel en heb er urenlang op gespeeld, vaak in het stikdonker – een onvergetelijke ervaring. Het orgel heeft mijn kijk op muziek voorgoed veranderd: het pad van de historische instrumenten had zich voor me geopend, en er bleek geen weg meer terug.’
Jos van Immerseel in een interview uit het Concertgebouw-magazine in 2015

Een geschenkbon van het Concertgebouw is fijn om te krijgen én om te geven. Want zeg nu zelf: een stukje van ons programma schenken, dat is toch een stukje cultuurhemel cadeau doen? Kom je langs aan onze ticketbalie of bij In & Uit, dan zorgen wij voor een feestelijke verpakking. Aankopen (voor een bedrag naar keuze) en verzilveren kan ook makkelijk online, voor wie de shoppingdrukte wil vermijden of last minute een presentje zoekt. En ook op onze website bieden we een stijlvol jasje aan voor je bon.
concertgebouw.be/geschenkbon
Speciaal voor seizoen 25/26 van het Concertgebouw, dat in het teken staat van liefde en relaties, creëerde de Brusselse fotograaf en beeldend kunstenaar Julie Calbert een fotoreeks die liefde zichtbaar maakt in gebaren, beweging en lichaamstaal. Ze fotografeerde hiervoor zes dansers uit Brugge en omstreken op de Brugse Vesten. Liefde verschijnt in al haar meervoudigheid: van zichtbare verbinding en aantrekking tot conflict en onevenwicht. In haar foto’s, installaties en sculpturen focust Calbert op de relatie tussen geheugen, lichaam, beweging en omgeving en experimenteert ze met veranderingen, herhalingen en afdrukken in haar beelden.
Bekijk de expo voor of na een voorstelling of op het Concertgebouw Circuit.

za 29 nov 2025
20.00 Concertzaal

Alexandre Tharaud Mozart, Rameau & Franse chansons
‘Klassiekers’ vinden we in alle genres. Iedereen kent ze en ze worden gewaardeerd over alle generaties heen. Alexandre Tharaud presenteert een Turkse Mozart en een pittige Rameau. Kers op de taart is een gulle selectie aan Franse chansonniers (in elke zin van het woord), van Erik Satie en Francis Poulenc tot Jacques Brel en Édith Piaf. Een recital met de Franse slag: eigenzinnig en charmant, en met een obligatoire scheut improvisatie.
za 14 feb 2026
20.00 Kamermuziekzaal

Andreas Staier Meer Bach
‘Nicht Bach, sondern Meer sollte er heissen!‘ Beethoven had het over de diepgang en omvang van Bachs oeuvre toen hij hem eerder met de zee dan met een beekje vergeleek. Maar ook Bachs familie lijkt oeverloos. Andreas Staier verkent aan het klavecimbel de muzikale familiebanden: van oom Johann Christoph, door Johann Sebastian ‘de diepzinnige’ genoemd, tot neef Walther die net als hijzelf niet vies was van een snuifje Vivaldi aan het klavier.
Laat weten wat je van de voorstelling vond met #concertgebouwbrugge
Info & tickets +32 (0)78 15 20 20 — In&Uit: ‘t Zand 34, Brugge concertgebouw.be