Fasten


![]()


Met de muziek van Luc Brewaeys nemen we een hoge vlucht. De internationaal gevierde componist staat bekend om zijn virtuoze en avontuurlijke stukken, uitgesproken gevoel voor lyriek, wervelende klanken en ongehoorde klankkleuren. In geen tijd brengt Brewaeys de muziek op kruissnelheid met ontelbare noten als brandstof voor zijn geliefde orkest. Zelf was hij van mening dat je muziek moet kunnen voelen. Live, als het kan. Please fasten your seat belts. We’re ready for take-off.
Luc Brewaeys is tien jaar geleden overleden, maar zijn muziek leeft verder. Fasten Seat Belts! is een initiatief van de Luc Brewaeys Foundation, waarin talloze partners uit het Belgische klassieke muzieklandschap de handen in elkaar slaan om de muziek van Luc Brewaeys een seizoen lang weer hoge toppen te laten scheren.
lucbrewaeys.com/fasten-seat-belts
Doorlopend / Foyer parterre Documentaires
Luc Brewaeys
Componist in beeld
Wie Brewaeys’ muziek wil ontrafelen, heeft er een vette kluif aan. Aantekeningen zijn zeldzaam – alles gebeurde in zijn hoofd. Toch geven twee geselecteerde documentaires een mooie inkijk in de persoonlijkheid van de componist. Zijn aanstekelijk enthousiasme, zijn gedrevenheid, zijn gevoel voor humor en zijn onuitputtelijke kennis over muziek spatten van het scherm. Vang via deze beelden een unieke glimp op van deze bijzondere man.
Doorlopend / Foyer parterre Expo
De noten achter de muziek: 9 muzikale gedachten die je gezien moet hebben
Het orkest was Luc Brewaeys’ speeltuin. Met zijn imposante omvang en schier onuitputtelijke voorraad aan klankkleuren prikkelde het orkest steeds weer zijn verbeelding. Het liefst van al liet Brewaeys zoveel mogelijk klanken tegelijk horen. Zijn partituren weerspiegelen dat enthousiasme: met een onberispelijk handschrift vulde hij de notenbalken met honderden kleine, dansende nootjes. In deze tentoonstelling ontdek je Brewaeys’ acht symfonieën en opera via de partituren, de noten achter de muziek.
Tentoonstelling in het kader van Fasten Seat Belts!
Celebrating Luc Brewaeys 2025-2026
productie: MATRIX [Centrum voor Nieuwe Muziek] in opdracht van de Luc Brewaeys Foundation
teksten: Melissa Portaels
eindredactie: Rebecca Diependaele, Ann Eysermans
vormgeving: Klaas Coulembier
za 31 januari 2026
20.00 Concertzaal
19.15 inleiding door Mark Delaere
Brussels Philharmonic: orkest
Ilan Volkov: dirigent
Samuel Nemtanu: viool
Centre Henri Pousseur: elektronica
Luc Brewaeys (1959-2015)
Symfonie nr. 6 (2000)
pauze
Claude Debussy (1862-1918)
La cathédrale engloutie uit Préludes Livre I (arr. Luc Brewaeys) (2004)
La terrasse des audiences du clair de lune uit Préludes Livre II (arr. Luc Brewaeys) (2004)
Luc Brewaeys
Komm! Hebe dich... (Symfonie nr. 2) (1987)
Daan Janssens (1983)
Vioolconcerto (2025) (in opdracht van Concertgebouw Brugge)
De symfonie is zonder twijfel het centrale genre in de klassieke en romantische muziek. Sinds het begin van de 20e eeuw lijken de belangrijkste protagonisten echter hun belangstelling voor dit genre verloren te hebben. In de werklijsten van Claude Debussy, Maurice Ravel, Arnold Schönberg, Alban Berg, of Béla Bartók vind je geen symfonieën, bij Igor Stravinsky slechts vanaf de neoclassicistische periode waarin hij terugkijkt naar het verleden, en bij Anton Webern een ‘symfonie’ die zo atypisch is qua duur, bezetting en muzikale inhoud dat ze nauwelijks nog beantwoordt aan de conventies van het genre. Die tendens zet zich nog sterker door in de tweede helft van de 20e eeuw. Een uitzondering niet te na gesproken (Olivier Messiaen, Elliott Carter) lieten ook centrale figuren uit het naoorlogse modernisme de symfonie links liggen. Enkel componisten die geen afstand wilden of konden nemen van het verleden, schreven nog symfonieën tijdens de vorige eeuw, zoals bijvoorbeeld Jean Sibelius, Dmitry Shostakovich of Wolfgang Rihm.
De tegenstelling voorbij
Luc Brewaeys neemt maar al te graag afstand van de 19e eeuw, en hij heeft er alle technische middelen voor om dat ook te kunnen. En toch schrijft hij niet minder dan acht symfonieën en stond er nog een (vermaledijde) negende symfonie in de steigers toen hij al te jong overleed. Nieuwe muziek schrijven, en desondanks symfonieën bij de vleet produceren: die paradox overwint Brewaeys moeiteloos. Hij slaagt perfect in beide doelstellingen omdat hij dragende categorieën van het symfonische genre een andere invulling geeft. In plaats van de tonaliteit die de symfonie van het kleinste detail tot het overkoepelend geheel structureert, past hij principes toe van de spectrale muziek om de harmonische ruimte gestalte te geven. In plaats van de overgeleverde symfonische vormschema’s gebruikt hij proporties als de gulden snede om de tijdruimte te organiseren.
– Brewaeys had veel interesse in de symfonie, in tegenstelling tot de meeste 20e-eeuwse componisten, maar hij pakt de tonaliteit en vormschema’s anders aan.
– In Brewaeys’ symfonieën is de achtergrond statisch en spectraal, maar de voorgrond dynamisch, retorisch en expressief.
– In het Vioolconcerto van Janssens zorgt elektronische versterking en transformatie van de solopartij voor een natuurlijk evenwicht tussen solist en orkest.
Voorgrond en achtergrond
Van het spectralisme neemt Brewaeys enkel de compositietechniek over, en niet de esthetiek. Geraffineerde klankschoonheid als doel op zich is hem te eng. Ook aspecten als virtuositeit, dramatiek, extravagantie en humor vormen zijn muzikale persoonlijkheid. Op die manier krijgt het 19e-eeuwse genre van de symfonie een hedendaagse invulling, terwijl basiskenmerken van de symfonie zoals extraverte expressie, instrumentale dramatiek en ‘de wil om de hele wereld te vatten in een symfonie’ (Gustav Mahler) aanwezig blijven. In weerwil daarvan is Brewaeys’ spectrale harmonie vrij statisch: slechts enkele grondtonen leveren het spectrale materiaal op voor een volledige compositie. Elk van de grondtonen wordt verschillende minuten aangehouden, maar tegelijkertijd door retorische of quasi-improvisatorische gestes expressief ingevuld. Om wat kort door de bocht te gaan: de ‘achtergrond’ is statisch-spectraal, de ‘voorgrond’ is retorisch-expressief. In de benadering van de ‘voorgrond’ zitten heel wat gemeenschappelijke trekken met de muziek van Iannis Xenakis en Brian Ferneyhough, die overigens in het begin van Brewaeys’ carrière ook als diens mentor fungeerden.
‘Een mazouttank of badkuip in de slagwerkgroep oogt spectaculair, maar het was Brewaeys toch vooral te doen om hun subtiele timbre.’
Voor en na Brewaeys, en toch nabij
Kom! Sta op …
Uit dat rijke symfonische oeuvre horen we vanavond twee werken. De Tweede symfonie (1987) kreeg als ondertitel ‘Komm! Hebe dich …’, een citaat uit de Achtste symfonie van Mahler dat Brewaeys ook als motief integreerde op het einde van het langzame middendeel (in de hoorn). Het is een relatief kort werk van nog geen kwartier, maar het vraagt wel een buitensporige orkestbezetting. Het honderdkoppige orkest telt bijvoorbeeld zes slagwerkers, die deels ook ongebruikelijke klankvoortbrengers als een mazouttank en een badkuip bespelen. Dat oogt spectaculair, maar het is Brewaeys in de eerste plaats te doen om de uitbreiding van de orkestklank met subtiele timbres. Brewaeys’ klankfantasie is legendarisch! De Tweede symfonie is doorgecomponeerd, maar je kan er makkelijk een zacht en traag middendeel tussen twee meer ‘bewogen’ en luide hoekdelen in herkennen.
Sprong in het duister
De Zesde symfonie (2000) is de eerste zonder extra (onder)titel. Belangrijker is echter dat Brewaeys de tijdsverhoudingen voor het eerst niet minutieus vooraf structureert, en dat in een werk van substantiële duur. Naar eigen zeggen vertrekt hij puur uit intuïtie en laat hij de muziek bij wijze van spreken ‘zichzelf componeren’. De live electronics maken de orkestklank nog homogener, en zijn dus eerder discreet aanwezig. Dat is een doelbewuste referentie aan de muziek van Jonathan Harvey, van wie Brewaeys ook een melodie citeert (uit diens Madonna of Winter and Spring). Zeer opvallend zijn de lang uitgesponnen melodieën, na elkaar maar ook boven elkaar in vaste register- en kleurcombinaties.
We horen vanavond ook vier Préludes van Debussy in een orkestratie van Brewaeys. La cathédrale engloutie mocht daarbij niet ontbreken, want dit pianowerk anticipeert als geen ander de spectrale harmonie. Als mentor en als klankregisseur bij de radio heeft Brewaeys jonge collega’s altijd met raad en daad bijgestaan. Het past dan ook dat dit hommageconcert een creatie bevat. Brussels Philharmonic en Concertgebouw Brugge gaven Daan Janssens de opdracht een vioolconcerto te schrijven. De soloviool wordt subtiel versterkt via de twee luidsprekers vooraan, terwijl twee luidsprekers achteraan het klankbeeld ruimtelijk verdiepen. Janssens benut daarvoor naast vooraf geproduceerde tapes ook live electronics. De klanken van de soloviool krijgen daardoor meer lengte (resonantie) en meer diepte (harmonisering). De elektronica zorgen dus niet enkel voor een homogener klankbeeld, ze wijzigen ook de verhouding tussen solist en orkest. Die verhouding is altijd wat precair in een concerto, maar hier ontstaat een natuurlijke balans. Het ontbreekt zeker niet aan virtuositeit in dit concerto, maar de versterking en transformatie van de solopartij opent ook nieuwe muzikale mogelijkheden: subtiele klankkleurverschuivingen, zachte klanksterkten in een laag register en de vele korte dynamische golfbewegingen worden hierdoor goed hoorbaar. Ook de traditionele cadens op het einde is eerder op subtiele klankvorming dan op vingervlugheid gericht.
Mark Delaere
Hoor in Brewaeys’ Zesde symfonie hoe de plaatsing van de altviolen vooraan in het orkest resulteert in een warmere orkestklank. #deeplistening
concertmeester
Otto Derolez
eerste viool
Bence Ábrahám
Olivia Bergeot
Annelies Broeckhoven
Stefan Claeys
Cristina Constantinescu
Gabriele Filiberto Galleri
Milagros del Moral
Zoriana Myliavska
Reinout Pauwels
Justine Rigutto
Elizaveta Rybentseva
Alissa Vaitsner
Gillis Veldeman
tweede viool
NN
Kristina Rimkeviciute
Anne Balu
Véronique Burstin
Sophie Hutnik
Mireille Kovac
Rui Edgar Maia Gomes
Eléonore Malaboeuf
Sayoko Mundy
Eline Pauwels
Stefanie Van Backlé
Anna Zaitseva
altviool
Mihai Cocea
Griet François
Marina Barskaya
David Blanco De Paz
Victor Guaita
Hélène Koerver
Song-A Mun
Barbara Peynsaert
Thi Ngoc Phung Ha
Stephan Uelpenich
cello
Karel Steylaerts
Julius Clément
Barbara Gerarts
Inés Iglesias Walch
Sophie Jomard
Bénédicte Legrand
Emmanuel Tondus
Elke Wynants
contrabas
Simon Luce
Grecia Crehuet Ramos
Thomas Fiorini
Matthieu Garnavault
Daniele Giampaolo
Luzia Correia Rendeiro Vieira
fluit
Wouter Van den Eynde
Lieve Schuermans
Célestine Wacquez
Jill Jeschek
hobo
Joris Van den Hauwe
Maarten Wijnen
Emily Ross
Lode Cartrysse
klarinet
Anne Boeykens
Emile Souvagie
Danny Corstjens
Midori Mori
fagot
Karsten Przybyl
Michele Zaccarini
Alexander Kuksa
Jonas Coomans
hoorn
Hans van der Zanden
Luc van den Hove
Koen Cools
Reindert Geirnaert
Marlies Callebert
Jonathan van der Beek
trompet
Floris Onstwedder
Luc Sirjacques
Simon Binon
Javier Navarro Elizari
trombone
William Foster
Adrián Castro Capuz
Wim Matheeuwese
tuba
Jean Xhonneux
pauken
Gert D’haese
percussie
Titus Franken
Lucas Messler
Gerrit Nulens
Veredas Felicia Santofimia
Romero
Stijn Schoofs
harp
Eline Groslot
Emma Wauters
piano
Anastasia Goldberg
Ksenia Ovodova
zo 01 februari 2026
15.00 Kamermuziekzaal
14.15 inleiding door Mark Delaere
Wibert Aerts: viool
Arne Deforce: cello
Daan Vandewalle: piano
Centre Henri Pousseur & Richard Barrett: elektronica
Luc Brewaeys (1959-2015)
Black Rock Unfolding (2009)
Ni fleurs ni couronnes: Monument pour Jonathan Harvey (2013) Pyramids in Siberia (1989)
Richard Barrett (1959) wonder (2023-2025) (in opdracht van Concertgebouw Brugge)
Jouw applaus krijgt kleur dankzij de bloemen van Bloemblad.
Op het programma staan drie solowerken van Luc Brewaeys, die net als bijna al zijn andere muziek gebaseerd zijn op de spectrale techniek. Wat is nu precies dit spectralisme? Associëren we spectrum niet eerder met de kleursamenstelling van een lichtbron? De kleurenband van wit zonlicht bestaat bijvoorbeeld uit rood, oranje, geel, groen, blauw en violet. Bij breking van het zonlicht door regendruppels wordt dit kleurenspectrum ook voor het blote oog waarneembaar in de vorm van een regenboog.
Horen en zien
Laat ons de toon van – bijvoorbeeld – een cello vergelijken met een lichtbron, en de specifieke hoogte van die cellotoon met de primaire kleur van die lichtbron. Ons oor en ons oog nemen slechts respectievelijk die toonhoogte en die kleur waar. Als we verfijnde meetapparatuur inzetten merken we in beide gevallen dat er op de achtergrond nog heel wat andere trillingen in het spel zijn. In het geval van de toonhoogte (de zogenaamde ‘grondtoon’) onthult de spectrograaf nog een massa andere tonen (de zogenaamde ‘boventonen’) die zo zachtjes meeklinken dat ze niet waarneembaar zijn. Ook een kleur blijkt onder een spectrograaf te bestaan uit heel wat secundaire kleuren die de dominante kleur nuanceren. De vele tientallen boventonen die samen met de grondtoon meeklinken zijn dus niet waarneembaar als toonhoogte, maar ze bepalen wel de kleur van die (grond-) toon. Elk instrument heeft zo zijn eigen unieke samenstelling van boventoonspectrum. In het muzikale spectralisme vertrekken componisten van het boventoonspectrum om akkoorden en melodieën vorm te geven: ze ‘vertalen’ als het ware klankkleur in harmonie.
Bloemen noch kransen
Samen met de Engelse componist (en zijn goede vriend) Jonathan Harvey heeft
– De drie solowerken van Brewaeys op het programma zijn gebaseerd op de spectrale techniek, die spectrale muziek vertaalt klankkleur in harmonie.
– Ni fleurs, ni couronnes is Brewaeys’ eerbetoon aan zijn collega-componist en vriend
Jonathan Harvey.
– Ook Richard Barrett vertrekt van een spectraal principe in een nieuwe creatie-opdracht die meteen ook een eerbetoon aan Brewaeys is.
Brewaeys ongetwijfeld vaak gepraat over het spectralisme, een techniek die ze beiden toepasten. Toen Harvey in 2012 overleed, besloot Brewaeys hem geen bloemen of kransen te schenken maar een compositie voor viool en electronics: Ni fleurs, ni couronnes: Monument pour Jonathan Harvey (2013). Twee elementen verwijzen rechtstreeks naar de muziek van zijn vriend: het subtiele gebruik van (live) electronics en van klokkengelui. Brewaeys geeft daar natuurlijk een eigen draai aan: zowel de viool- als de klokklanken zijn ‘schimmen’, vooraf opgenomen, getransformeerde en gemonteerde klanken, respectievelijk van de viool en van pot- en pan-deksels uit de keuken van de componist. Deze schimmen worden gecombineerd met de live uit te voeren vioolpartij. De combinatie kan versterkend werken, zoals in de lange ‘quasi cadenza’ passage waarin de solist door een steeds groter aantal schimviolen begeleid wordt. De combinatie kan echter ook verdiepend werken, zoals aan het slot waarin herhaalde diepe tonen van de schimklokken de klaagzang van de viool begeleiden. Dit monument drukt immers niet enkel de grootheid van de overleden persoon uit, maar ook het verdriet om diens verlies.
Verder openplooien
Cardhu is een Schotse single malt whisky, waarvan de titel ‘zwarte rots’ betekent. Brewaeys schreef een gelijknamig ensemblestuk. Na afloop realiseerde hij zich dat er nog ritmische en spectrale mogelijkheden in dat werk zaten, die verder konden ontwikkeld worden. Misschien dacht hij daarbij aan de cyclus …explosante-fixe… van Pierre Boulez, een werk dat in verschillende versies bestaat en waarmee hij zich sterk verwant voelde. Het nieuwe werk voor cello en electronics kreeg dan ook de titel Black Rock Unfolding (2009): het ensemblestuk Cardhu wordt er verder in opengeplooid. Ook het solo instrument wordt verder opengeplooid, en wel door het gebruik van de electronics: vooraf opgenomen cello-, klok- en waterklanken vullen de cellopartij aan. Door toepassing van live electronics neemt ook de cello solo in volume toe: voorheen gespeelde klanken worden verlengd en ontdubbeld, waardoor het lijkt alsof er veel cello’s tegelijk spelen. Vooral op het einde van de cadens werkt dat als een climax: Brewaeys beschrijft dit als ‘een leger van cello’s’. Niet alleen daarom klinkt dit werk erg virtuoos.
de snaren van de ingedrukte toetsen aan het trillen brengen. Dit resulteert in hoge, zachte en ijle klanken, enigszins vergelijkbaar met de ijselijke stilte van Siberië. Het hele werk, dat rigoureus gebaseerd is op de gulden snede proportie, duurt precies 959 seconden, een referentie naar het geboortejaar van de componist. Voor de luisteraar is dit niet waarneembaar, en dus even mysterieus als de sfinx.
‘Zowel Luc Brewaeys als Richard Barrett houden van klank, ‘in your face’ expressie en snelheid: ze realiseren zich dat zowel uitvoerders als publiek uiteindelijk smullen van virtuositeit.’
De titel Pyramids in Siberia (1989) lijkt op het eerste zicht even absurd als de tussentitel hierboven. Toch vertelt deze titel iets over de opbouw van dit pianowerk. Net zoals de piramides van Gizeh aan de rand van Caïro bestaat deze compositie uit drie blokken, respectievelijk gebaseerd op één toon (si), een akkoordreeks en een snel perpetuum mobile (een eeuwigdurende beweging). De overgangspassages bestaan uit pianoharmonieken, waarbij de rechterhand enkele toetsen geluidloos neerdrukt. De linkerhand speelt korte, krachtige basnoten die
Het programma bevat ook een creatie: wonder (2023-2025) voor cello, piano en electronics van de Britse componist Richard Barrett. Die heeft hetzelfde geboortejaar als Brewaeys, en daarnaast is ook cellist Arne Deforce, die reeds werk van beide componisten creëerde, een verbindende factor. Belangrijker is echter de muzikale verwantschap. Beide componisten houden van klank, ‘in your face’ expressie en snelheid: ze realiseren zich dat zowel uitvoerders als publiek uiteindelijk smullen van virtuositeit. Barrett baseert dit werk op de eerste 59 boventonen van de laagste grondtoon van de cello (C), en dit spectrale uitgangspunt is zeker een hommage aan zijn illustere collega. Piano en cello vertrekken van deze laagste grondtoon en stijgen samen langzaam in het boventoonspectrum, terwijl de electronics de omgekeerde beweging maken. De twee partijen kruisen elkaar dus in het midden van het werk. De luisteraar hoort daarnaast ook grote contrasten in de opbouw. Het eerste deel opent bijvoorbeeld met korte, krachtige accenten en gestes, maar gaat dan over in een zachte, vloeiende beweging. Voor Arne Deforce en Richard Barrett is de muziek van Brewaeys wonderlijk, en deze ervaring hopen ze in deze creatie te benaderen als eerbetoon aan hem.
Mark Delaere
Hoor in Black Rock Unfolding hoe de electronics extra lagen toevoegen, maar de klanken van de cello ook verder uitbreiden en openplooien. #deeplistening
Brussels Philharmonic (BE) werd in 1935 opgericht als studioensemble onder de vleugels van de openbare omroep en staat bekend als een modern en flexibel orkest. Het richt zich vooral op 20e-eeuwse muziek, maar draagt ook het romantische repertoire, de hedendaagse muziek en filmmuziek een warm hart toe. Op internationaal vlak heeft Brussels Philharmonic een eigen plaats veroverd, met vaste afspraken in de grote Europese hoofdsteden, maar ook daarbuiten, in de VS en Japan.
Dankzij samenwerkingen met diverse gastdirigenten ontwikkelt het orkest voortdurend nieuwe manieren van concerteren en kunnen andere muziekgenres en kunstdisciplines verkend worden. De uiteenlopende cd-reeksen van Brussels Philharmonic (Deutsche Grammophon, Palazzetto Bru Zane, Klara, Film Fest Gent, Brussels Philharmonic Recordings) krijgen internationale bijval en zijn bekroond met vele prijzen, waaronder een ECHO Klassik, Ceciliaprijs, Choc de Classica de l’année en Diapason d’Or de l’année. Brussels Philharmonic is een instelling van de Vlaamse Gemeenschap.
Dirigent Ilan Volkov (IS) staat internationaal bekend als hoeder van de hedendaagse muziek en oprichter van het baanbrekende Tectonics Festival. Hij heeft zijn missie gevonden in het verspreiden van onderbelichte componisten, al is hij net zozeer thuis in het grote klassieke en romantische repertoire, waarmee hij als dirigent wereldwijd concertzalen en operahuizen vult. Volkov is momenteel vaste gastdirigent bij het BBC Scottish Symphony Orchestra en gastdirigent bij een brede waaier aan ensembles. Zijn veelzijdigheid wordt weerspiegeld in zijn discografie en zijn uitgebreid oeuvre, van opera en ballet tot folk en jazz. Volkov is sinds 2022-2023 vaste gastdirigent van Brussels Philharmonic. Samen met het orkest verdiept hij het traject rond hedendaagse muziek, met een duidelijke focus op zowel uitvoering als onderzoek.
Violist Samuel Nemtanu (FR) staat bekend om zijn warme klank, expressieve diepgang en eigen muzikale stem. Als solist bracht hij onder meer The Prince of Clouds van Anna Clyne met Brussels Philharmonic en werkte hij nauw samen met componisten als Lorenzo Bianchi-Hoesch, Annelies Van Parys en Cassandra Miller. Hij trad op in zalen als Philharmonie de Paris, Concertgebouw Amsterdam en Auditorium du Louvre, en is violist bij Brussels Philharmonic. Daarnaast doceert hij viool aan LUCA School of Arts – Lemmens Instituut en begeleidt hij jonge violisten bij Youth Orchestra Flanders. Nemtanu studeerde aan het Conservatoire
National Supérieur de Musique de Paris bij Boris Garlitsky en bij
Shmuel Ashkenasi in Chicago.
Sinds zijn oprichting in 1970, op initiatief van Henri Pousseur en Pierre Bartholomée, heeft Centre Henri Pousseur (BE) steeds een pioniersrol gespeeld in de realisatie en de verspreiding van elektronische composities, en meer in het bijzonder van gemengde muziek. Als plaats bij uitstek voor experimenten, uitwisselingen en hedendaagse creaties, geeft Centre Henri Pousseur elk jaar verschillende opdrachten aan componisten. Aan de hand van eigen projecten, zoals het festival Images Sonores, ijvert Centre Henri Pousseur voor de uitvoering en de verspreiding van de composities die in zijn studio’s gerealiseerd worden, als onderdeel van het hedendaagse muziekrepertoire.

Richard Barrett (VK) is componist en performer. Hij is eveneens docent aan het Institute of Sonology in Den Haag en Professor of Creative Music Research aan de Universiteit Leiden. Zijn werk varieert van vrije improvisatie tot nauwkeurig genoteerde composities, met akoestische en digitale media. Hij werkt samen met ensembles als ELISION, SKEIN en FURT en publiceerde meer dan veertig cd’s. In 2020 richtte hij het digitale label STRANGE STRINGS op. Zijn boeken Music of Possibility (2019) en Transforming Moments (2023) zijn verschenen bij Vision Edition.
Arne Deforce (BE) studeerde hedendaagse muziek, cello en kamermuziek aan het
Koninklijk Conservatorium van Gent en Brussel. Hij staat bekend om zijn gepassioneerde en ongeëvenaarde uitvoeringen van hedendaagse en experimentele muziek. Zijn inventieve programma’s verkennen nieuwe muzikale expressievormen waarin de ontdekking van andere kanten van de cello en het ongeremd creatief luisteren voorop staat. Zijn repertoire is voornamelijk gericht op solo- en kamermuziek, met een bijzondere interesse voor werken van componisten als Iannis Xenakis, John Cage, Morton Feldman, Brian Ferneyhough, Jonathan Harvey en Karlheinz Stockhausen. Zijn fascinerende, energieke en fantasierijke benadering van muziek heeft heel wat componisten, onder wie Richard Barrett, Luc Brewaeys, Kee-Yong Chong, Raphaël Cendo, Hèctor Parra, Alvin Curran en Phill Niblock, geïnspireerd om samen te werken of originele werken speciaal voor hem te schrijven.
Wibert Aerts (BE) is vooral gekend als kamermuzikant en violist van het veelgeprezen Het Collectief. Daarnaast heeft hij een stevige reputatie opgebouwd met gedurfde solorecitals waar vooral het moderne en hedendaagse repertoire voor viool solo centraal staat. Aerts speelt geregeld solorecitals en verzorgt vaak nieuwe creaties voor viool solo op festivals. Een aantal belangrijke componisten
hebben werken aan hem opgedragen waaronder Luc Brewaeys, Bram van Camp en Kee-Yong Chong. Een tiental internationaal gevierde cd’s staan op zijn actief en omvatten onder andere werk van Bach, Messiaen, Schönberg, Xenakis, Berio, Zimmermann, Hartmann en Chong (bij Fuga Libera en Eaon). Wibert Aerts is docent aan het conservatorium van Gent en dat van Bergen.
Daan Vandewalle (BE) studeerde piano bij Claude Coppens aan het Conservatorium van Gent. Hij zette zijn studies verder bij Alvin Curran, aan het Mills College in Oakland. Als solopianist maakte hij zijn debuut op het Ars Musicafestival in 1992. Inmiddels geniet hij internationale faam als uitvoerder van 20e-eeuwse pianoliteratuur, met een sterke aandacht voor de Amerikaanse experimentele traditie. Zijn repertoire omvat werk van componisten als Ives, Ligeti, Lutoslawski, Rzewski, Curran, Ablinger en Wolff. Als improvisator werkt hij samen met musici als Fred Frith, Barry Guy en Sonic Youth. Vandewalle concerteerde in gerenommeerde concertzalen als het Théâtre du Châtelet (Parijs), Auditorio Nacional de Música (Madrid), Lincoln Center (New York), Carnegie Hall (New York) en op het Prague Spring Festival. Hij doceert piano aan het Conservatorium van Gent.
wo 15, do 16, vr 17 & zo 18 april 2026 / 19.00 & 21.00
do 26 maart 2026 20.00 Concertzaal

Stravinsky, Shostakovich & Brewaeys
Het Youth Orchestra Flanders vertolkt zijn liefde voor jonge hemelbestormers. Brewaeys was 26 toen hij …, e poi c’era… schreef, zijn Eerste symfonie. Stravinsky componeerde op zijn 27e zijn magistrale Vuurvogel. En Shostakovich begon in 1947 aan zijn Eerste vioolconcerto voor zijn goede vriend David Oistrakh. Hij was net de 40 voorbij, maar zou zijn leven lang een jeugdige rebel in hart en nieren blijven.
zo 19 april 2026 / 15.00 & 17.00 Concertzaal scène

Normaal gaat het zo: je zit in de zaal te luisteren naar het orkest op het podium. Dat op zich is al prachtig. Maar in CLUB Surround gaat het een beetje anders. Je zit op het podium, middenin het orkest. Je lichaam gaat meetrillen, je ervaart ritme en melodie zoals nooit tevoren en volgt de aanwijzingen van de dirigent van op enkele meters. Je voelt de muziek kortom van binnenuit, een volstrekt unieke ervaring!
Laat weten wat je van de voorstelling vond met #concertgebouwbrugge
Info & tickets +32 (0)78 15 20 20 — In&Uit: ‘t Zand 34, Brugge concertgebouw.be