di 13 – zo 18 jan 2026
Bach Academie Brugge It’s a family affair
curated for the curious concertgebouw.be
De kerkganger die ten tijde van Johann Sebastian Bach elke zon- en feestdag de Thomaskirche in Leipzig bezocht, kreeg in de loop van zijn leven met de eredienst een meer dan grondige theologische en muzikale vorming mee. Onder klokgelui begon de ‘Hauptgottesdienst’ om zeven uur ’s morgens met een preluderende orgelimprovisatie op de koraalthema’s van de betreffende zondag. Vervolgens zong het koor een of meerdere motetten uit het zestiendeeeuwse Florilegium Portense. Daarna volgden het Kyrie en het Gloria, en een lezing van het evangelie. De predikant bracht een eerste hoogtepunt met zijn homilie die tot twee uur (!) kon duren en waarbij hij alle registers van zijn retorisch meesterschap opentrok. De tekst ervan was naderhand in gedrukte vorm te verkrijgen. Na de preek volgde een tweede uitvoering van de cantate of van het tweede deel ervan. Tijdens de communie speelde Bach dan anderhalf uur orgelmuziek. Een laatste koraal besloot de eredienst. De ‘Hauptgottesdienst’ kon dus van zeven tot elf uur duren! Later op de voormiddag kwam de ‘Mittagdienst’ met voornamelijk collectief gezongen hymnen en wederom een preek. In de late namiddag werden de Vespers gezongen: motetten en nog een wederuitvoering van de cantate die ’s morgens was gebracht. De muzikale en theologische cultuur van de dikwijls ook nog universitair geschoolde kerkganger was dus immens. Een terugkeer naar het Leipzig van 1730 is echter niet mogelijk noch wenselijk. Een maatschappij die al te zeer stoelt op een collectief beleefd dogma heeft ook schaduwkanten. We leven vandaag in andere tijden. Het individu overheerst en de individuele geestesvrijheid heeft ook onschatbare waarde. Wij zijn meestal niet meer gelovig en onze Bijbelkennis is zeer beperkt. Op muzikaal gebied gaat de aandacht naar een zeer breed repertorium, van de Machault tot Kurtag. De muziek van Bach behoort echter tot de meest verheven en universele scheppingen van het menselijke genie. Het loont de moeite
2
© Stephan Vanfleteren
Beste muziekliefhebber
tijd en aandacht te besteden om ze beter te doorgronden, en er des te meer door geraakt te worden. Daarom riepen wij, samen met het Concertgebouw, de Bach Academie in het leven, die door concerten, open repetities en lezingen jaarlijks iets wil bijbrengen aan de Bachcultuur van zowel toehoorders als muzikanten. Deze laatste zijn als het ware familie. It’s a family affair. Ze hebben allen minstens dit gemeen: een historisch geïnformeerde interpretatie, waarbij de muziek en de componist voorop staan. Interpretatie-revoluties zijn er de laatste veertig jaar niet gekomen, wel gestage accentverschuivingen en kleine verschillen. Met de nieuwe generatie is het boeiend dat hier in Brugge te beleven. In het gastvrije Concertgebouw met zijn prachtige akoestiek een week lang mogen musiceren met een uitgelezen schare artiesten, voor een zeer ontvankelijk publiek, is voor het Collegium Vocale en mijzelf jaarlijks het geluk zelve. Ik wens ook u een gelukzalige, inspirerende tijd toe. Philippe Herreweghe Het programma en de organisatie van de Bach Academie Brugge zijn het resultaat van een intense samenwerking tussen Collegium Vocale Gent en Concertgebouw Brugge.
overzi ht di 13 jan 2026 20.00 Kamermuziekzaal
Toonmoment masterclass
Masterclass Philippe Herreweghe & Peter Kooij i.s.m. Collegium Vocale Gent p. 6
wo 14 jan 2026 20.00 Concertzaal
De Goldbergvariaties, BWV988
Anne Teresa De Keersmaeker & Pavel Kolesnikov powered by Dans in Brugge p. 7
do 15 jan 2026 20.00 Kamermuziekzaal
Tord Gustavsen & Trygve Seim Inner Chorals i.s.m. KAAP p. 8
vr 16 jan 2026 20.00 Concertzaal
Collegium Vocale Gent Vergnügen und Lust p. 10
20.30 Gotische zaal, Stadhuis, Burg 12, 8000 Brugge
Vox Luminis & Freiburger Barockconsort Just married p. 20
za 17 jan 2026 10.30 & 16.30 in een Brugse huiskamer
Huismuziekjes I
Hanna Salzenstein / David Szilasi p. 14
10.30 & 16.30 in een Brugse huiskamer
Huismuziekjes II
Korneel Bernolet / Evangelina Mascardi p. 16
zo 18 jan 2026 14.00 Kamermuziekzaal
Anacronía
The Bach-Abel Society p. 23
16.00 Concertzaal
Kristian Bezuidenhout & fabulous friends Bach met en voor vrienden p. 25
19.00 Concertzaal
Collegium Vocale Gent 14.30 Kamermuziekzaal
Maude Gratton & Christine Busch
Gott Lob und Dank p. 27
Een liefdevol eerbetoon p. 18
Met de steun van onze klavierpartner
3
Concertgebouw Brugge maakt deel uit van REMA, Réseau Européen de Musique Ancienne.
ontext
contextoverzicht
do 15 & vr 16 jan 2026 16.00-19.00 (15 jan) Concertzaal 10.30-13.30 (16 jan) Concertzaal
Open repetities
Collegium Vocale Gent
Tijdens de open repetities lichten Collegium Vocale Gent en Philippe Herreweghe een tip van de sluier. Je bent getuige van een vaak zeer persoonlijk artistiek groeiproces. MUZIEK
EYE-OPENER
za 17 & zo 18 jan 2026 11.00 Belfort
Bach op de beiaard Wim Berteloot
De stadsbeiaardier van Brugge laat vanop de 18e-eeuwse beiaard van het Belfort werk van Bach over de stad galmen. Johann Sebastian Bach (1685-1750) Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit, BWV106 (arr. Wim Berteloot) Preludium uit Luitsuite nr.2 in c, BWV997 (arr. Bernard Winsemius) Air uit Suite nr.3 in D, BWV1068 (arr. Leen ’t Hart) Jesu bleibet meine Freude uit Herz und Mut und Tat und Leben, BWV147 (arr. Wim Berteloot) Air uit Pastorale in F, BWV590 (arr. Bernard Winsemius) Prelude uit Cellosuite nr.1 in G, BWV1007 (arr. Peter Bremer) Andante uit Triosonate nr.4 in e, BWV 528 (arr. Ludo Geloen) Prelude uit Prelude, Fuga en Allegro in Es, BWV998 (arr. Frank Deleu) Siciliano uit Fluitsonate in Es, BWV1031 (arr. Peter Bremer) Sarabande & Bourré uit Cellosuite nr.3 in C, BWV1009 (arr. Peter Bremer) Wir setzen uns mit Tranen nieder uit Mattheüspassie, BWV244 (arr. John Couter) MUZIEK
MONUMENTAAL
Volg het concert ook live via facebook.com/carillonbrugge
4
contextoverzicht
vr 16 jan 2026 18.00 Kamermuziekzaal
Bach dag na dag
Boekvoorstelling Ignace Bossuyt
Bach dag na dag, het nieuwste boek van Bach-eminentie en Concertgebouw’huismusicoloog’ Ignace Bossuyt, doet elke dag van het jaar stilstaan bij de onvergankelijke schoonheid van Bachs muziek. Tijdens de Bach Academie stelt hij graag zijn pennenvrucht voor. zie ook p.12 LEZING
EYE-OPENER
FEESTELIJK
za 17 jan 2026 16.15-17.30 Forum 6
Papa Bach
Engelstalige lezing
Groot of klein, wie in de familie Bach ook maar een instrument kon vasthouden of enigszins op toon kon zingen, feestte mee – en de Bachs waren met veel. Christine Blanken, hoofdonderzoeker van het befaamde BachArchiv in Leipzig neemt ons mee chez Bach. LEZING
EYE-OPENER
zo 18 jan 2026 10.00-13.00 Forum 6
Bach en het klavecimbel Luistercursus
Zoals Antonio Vivaldi de pionier van het vioolconcerto was, zo was Johann Sebastian Bach de wegbereider van het klavecimbelconcerto. Hij herschreef een aantal van zijn vroegere concerti voor zichzelf als klavecinist. Kom dankzij Bach-kenner Ignace Bossuyt alles te weten over Bachs meesterlijke dialoog tussen solist en strijkers. i.s.m. Davidsfonds Academie LEZING
5
EYE-OPENER
Koffie met Bach Alsof de muziek tijdens de Bach Academie nog niet warm genoeg voelt, voorzien we op bepaalde momenten ook een dampend kopje thee, koffie of chocolademelk in onze Bach-bar op Foyer parterre. Op zondag kan je tussen de namiddagconcerten door zelfs smullen van Gebach van de dag.
Kom langs: vr 16 jan 2026 van 09.30 tot 13.30 zo 18 jan 2026 van 13.15 tot 19.00
Masterclass Philippe Herreweghe & Peter Kooij di 13 januari 2026 20.00 Kamermuziekzaal
Deelnemers: Inès Salamanca, Valérie Stammet, Sumei Bao-Smith & Hanna Al-Bender: sopraan Herlinde Van de Straete: mezzosopraan Heejun Kang: tenor Josua Bernbeck & Arvid Eriksson: bariton Peter Kooij: zangcoach Philippe Herreweghe: dirigent Collegium Vocale Gent: ensemble Christine Busch & Dietlind Mayer: viool Deirdre Dowling: altviool Ageet Zweistra: cello Jasu Moisio & Taka Kitazato: hobo Patrick Beuckels & Aryna Tsytlianok: traverso & blokfluit Bart Naessens & François Guerrier: klavecimbel © Malou Vandenheuvel
13 jan 2026
Toonmoment
— Johann Sebastian Bach (1685-1750) Geselecteerde aria’s uit diverse cantates
Aan de vooravond van Bach Academie Brugge ontdek je de stemmen van morgen. Jonge zangers werkten enkele dagen met Philippe Herreweghe en Peter Kooij aan hun favoriete barokaria’s. MUZIEK
6
SPIRITUEEL
KIPPENVEL
i.s.m. Collegium Vocale Gent
HUISARTIEST
De Goldbergvariaties, BWV988 Anne Teresa De Keersmaeker & Pavel Kolesnikov wo 14 januari 2026 20.00 Concertzaal
Anne Teresa De Keersmaeker: choreografie & dans Pavel Kolesnikov: piano Alain Franco: muzikale samenwerking Diane Madden: choreografische assistentie Minna Tiikkainen: decor & licht Alban Moraud: geluid Martine Lange: assistentie van de artistiek directeur Anne Van Aerschot: artistieke coördinatie & planning Thomas Verachtert: technisch directeur Bennert Vancottem: assistentie van de technisch directeur Tom Theunis, Jan Balfoort & Jonathan Maes: techniek Veerle Van den Wouwer: coördinatie kostuums Els Van Buggenhout: assistentie kostuums Emmanuelle Erhart: naaister productie: Rosas coproductie: Wiener Festwochen, Concertgebouw Brugge, De Munt | La Monnaie (Brussel), Théâtre de la Ville à Paris - Théâtre du Châtelet, Internationaal Theater Amsterdam / Julidans (Amsterdam), Sadler’s Wells (Londen) & Montpellier Danse DANS
7
INTIEM
KIPPENVEL
© Anne Van Aerschot
19.15 inleiding door Steven De Belder
Deze productie wordt gerealiseerd met de steun van de Tax Shelter-maatregel van de Belgische Federale Overheid, in samenwerking met Casa Kafka Pictures - Belfius. Rosas wordt ondersteund door de Vlaamse Gemeenschap en door de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en door de stichting BNP Paribas. powered by Dans in Brugge — Johann Sebastian Bach (1685-1750) Goldbergvariaties, BWV988 (1741)
Lees de programmatekst bij deze voorstelling via de QR-code
14 jan 2026
COPRODUCTIE CONCERTGEBOUW
15 jan 2026
Tord Gustavsen & Trygve Seim Inner Chorals
do 15 januari 2026 20.00 Kamermuziekzaal
Improvisaties op koralen van
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Tord Gustavsen: piano Trygve Seim: saxofoon Geir Østensjø: sounddesign —
MUZIEK
8
SPIRITUEEL
AVONTUURLIJK
i.s.m. KAAP
Bach & Tord Gustavsen Twintig jaar geleden werd de Noorse pianist Tord Gustavsen met zijn trio van bij de eerste opname voor ECM een boegbeeld van de jonge Scandinavische lichting. Twee decennia later blijft Gustavsen verrassen, met zijn trio én in andere ensembles, maar ook met zijn repertoirekeuzes. Op zijn laatste platen verschijnen namelijk ook Bach en traditionele Noorse hymnes. Dat schreeuwde om een uitnodiging voor de Bach Academie en een kort gesprekje. In 2024 verschenen enkele interpretaties van Bachkoralen op je plaat Seeing. Wat is je relatie met Bach? ‘Ik ervaar Bachs muziek als een soort essentiële vitamine, die in regelmatige doses nodig is om de ziel gezond te houden, en soms in extra grote injecties als je een bijzonder stressvolle periode doormaakt.’ Waar haalde je de inspiratie vandaan voor het concert met Trygve Seim? ‘Enkele jaren geleden deed ik een project met een koor en een violist, waarbij we een aantal van dezelfde koralen hebben gespeeld. Ook met mijn trio brachten we enkele koralen. De melodieën en teksten bleven me nog lang na deze concerten inspireren en bezighouden. Toen kwam ik op het idee om Trygve Seim te vragen om ze eens te proberen en heel vrij te improviseren binnen en buiten de koralen. Ik was dol op Trygves geluid en frasering, maar had nog niet zo vaak met hem gespeeld. De sfeer was meteen zo goed; een gevoel van een totaal veilige en ontspannen ruimte, en tegelijkertijd creatief stimulerend en heel open.’
9
Waar en hoe plaats je dit concert binnen je huidige oeuvre? ‘Ik zie het als een zeer belangrijk nevenproject naast mijn belangrijkste trioproject – met veel van dezelfde muzikale uitdagingen en voordelen, en ook met een aantal dezelfde thema’s, hoewel die heel anders worden gespeeld. Ik ben erg dankbaar dat ik muziek mag maken met een van de meest boeiende lyrische ‘stemmen’ in de uitgebreide Europese jazzscene van vandaag; iemand die net als ik waarde hecht aan ruimte, onvervalste schoonheid, traagheid en subtiele kracht.’ Welke verwachtingen zou je het publiek willen meegeven voor dit concert? ‘Verwacht geen ‘authentieke’ Bach-uitvoering. Verwacht een niet-dogmatische spirituele reis, gebaseerd op de betoverend mooie tijdloze melodieën van de meester, die tot leven komen in een diepe synthese van nederigheid en creatieve vrijheid. En voel je vrij om je hart te openen voor de teksten als mantra’s, ook al spelen we zonder woorden; de koralen kunnen je omhullen met een oprechte warmte en krachtige bevestigingen bieden vanuit de goddelijke bron.’ Veerle Declerck
15 jan 2026
‘Ik ervaar Bachs muziek als een soort essentiële vitamine, die in regelmatige doses nodig is om de ziel gezond te houden.’
Vergnügen und Lust
© Malou Van Den Heuvel
16 jan 2026
Collegium Vocale Gent
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
vr 16 januari 2026 20.00 Concertzaal 19.15 inleiding door Ignace Bossuyt
Collegium Vocale Gent: koor & orkest (p.30) Philippe Herreweghe: artistieke leiding Marie Luise Werneburg: sopraan Alex Potter: contratenor Guy Cutting: tenor Florian Störtz: bas —
MUZIEK
10
SPIRITUEEL
FEESTELIJK
Wir danken dir, Gott, BWV29 (1731) Wer nur den lieben Gott lässt walten, BWV93 (1724) pauze
Johann Sebastian Bach Gott ist unsre Zuversicht, BWV197 (1736)
16 jan 2026
Bachs feestelijke cantates voor Leipzig Wir danken dir, Gott, wir danken dir (BWV29) Leipzig, 27 augustus 1731: de jaarlijkse feestelijke dag eind augustus, waarop de voor het leven benoemde raadsheren volgens een rotatiesysteem voor een derde als actieve bestuursleden worden aangesteld. Deze ceremonie gaat gepaard met een liturgische viering inclusief de uitvoering van een cantate, gecomponeerd door de Thomascantor. Tot de weinige bewaarde cantates voor die gelegenheid behoort de ‘Ratswechselkantate’ Wir danken dir, Gott, wir danken dir. Uit die beginwoorden klinkt al meteen het basisthema: dank voor bekomen weldaden. Nadien volgt een gebed om zegening voor de toekomst. Johann Sebastian Bach (16851750) zet van bij het begin de toon met een jubelende inleidende ‘sinfonia’, bedacht voor strijkers, twee hobo’s, trompetten, pauken en een dominante orgelsolo, waarin hij als organist zelf kon schitteren. Bach bewerkte hiervoor de prelude van de Partita voor vioolsolo, BWV1006. Aansluitend volgt een plechtig koor op Wir danken dir, Gott, met als climax – en door toevoeging van trompetten – een triomfantelijk slot. Intiemer van karakter zijn de aria’s, wisselend van dansant in Halleluja, voor tenor met een jubelende soloviool, naar liefelijk-beschouwend in Gedenk an uns mit deiner Liebe, voor sopraan, strijkers en hobo. In de herhaling van het Halleluja, nu voor alt, komt het orgel weer als solist op het voorplan. Door in het koraal Sei Lob und Preis trompetten en pauken toe te voegen, accentueert Bach ter afsluiting de lofprijzing ter ere Gods.
11
Wer nun den lieben Gott läßt walten (BWV93) De cantates tijdens de zondagse vieringen ontlenen hun thematiek doorgaans aan het evangelie. De lezing op 9 juli 1724 brengt het verhaal van de roeping van enkele vissers na de wonderbare visvangst. Het onvoorwaardelijke vertrouwen op God, het centrale thema, spreekt overtuigend uit het koraal Wer nur den lieben Gott läßt walten, waarop Bach de gelijknamige cantate baseerde. Zoals in de meeste koraalcantates is het beginkoor een meesterlijke bewerking van de eerste strofe van het koraal. De zacht vloeiende, lyrische melodische lijnen in de maat van 12/8 roepen een lieflijke, pastorale sfeer op die perfect aansluit bij de zorg van de liebe Gott. In de instrumentale inleiding ontspint zich een levendige dialoog tussen hobo’s en strijkers, die de sfeer van het hele stuk bepaalt. In deze cantate duikt het koraal doorlopend op. In de recitatieven Was helfen uns die schwerne Sorgen voor bas en Denk nicht in deiner Drangsalshitze voor tenor wisselen koraalzinnen af met reflexieve commentaar. Hier en daar plaatst Bach een dramatisch accent, zoals op Donner waar de basso continuo heftig te keer gaat. In het gracieuze duet voor sopraan en alt Er kennt die rechten Freudenstunden plaatst Bach de koraalmelodie in de strijkers: de vocale solisten staan voor het individu, het koraal voor de gelovige gemeenschap dat zich bij de evangelische boodschap aansluit. Ook de twee solo-aria’s baden in een sfeer van welbehagen: zowel de aria voor tenor en strijkers Man halte nur ein wenig stille als die voor sopraan met hobosolo, Ich will auf den Herren schaun, verklankt het onvoorwaardelijk vertrouwen op God. Opvallend in de instrumentale inleiding van de tenoraria is het gebruik van korte pauzes als uitdrukking van de stilte, nadien ook in zangstem.
16 jan 2026 Gott ist unsre Zuversicht (BWV197) Wie het zich financieel kon veroorloven, bestelde voor een huwelijksceremonie een zogenoemde ‘ganze Brautmesse’ met feestelijke muziek voor koor, solisten en orkest. Voor Bach betekende dit niet alleen een welgekomen supplement aan zijn vaste inkomen, hij mocht ook mee aanschuiven aan de feestdis. Uit de jaren 1736-1737 dateert de huwelijkscantate Gott ist unser Zuversicht, een uitgebreid werk in twee delen in tien nummers (vijf voor en vijf na het voltrekken van het huwelijk, telkens afgesloten met een koraal). In het koor Gott ist unser Zuversicht zorgt Bach direct voor de feestelijke noot met een ensemble van strijkers, twee hobo’s, drie trompetten en pauken. De drie aria’s zijn stuk voor stuk pareltjes. In de ‘sluimeraria’ voor alt, strijkers en oboe d’amore Schläfert allen Sorgenkummer accentueert Bach het contrast tussen slapen en waken door een versnelling vanaf Gottes Augen. Bijzonder verfijnd is de instrumentatie van de lieftallige aria voor bas O du angenehmes Paar: twee gedempte violen, hobo en solofagot. In de aria voor sopraan Vergnügen und Lust danst de soloviool er lustig op los in dialoog met de zangstem, ondersteund door zachte toetsen van twee oboe d’amore. Gelegenheidswerken zoals de ‘Ratswechsel’en huwelijkscantates zijn voor Bach niet zomaar tussendoortjes. Ook hier blijkt uit elke bladzijde zijn beroepseer waarbij hij het beste van zichzelf geeft, wars van elke routine. (Zie ook de programmatekst voor het concert van Vox Luminis, p.21-22). Ignace Bossuyt
12
Bach, elke dag weer Welke omwegen en ontdekkingen een muziekliefhebber ook maakt, vroeg of laat kan hij de lokroep van Johann Sebastian Bachs composities niet weerstaan. Bach dag na dag, het nieuwste boek van Bach-eminentie en Concertgebouw-‘huismusicoloog’ Ignace Bossuyt, doet elke dag van het jaar stilstaan bij die onvergankelijke schoonheid. Zet alles even opzij, ga zitten en luister actief via QR-codes. Na een jaar luisterplezier leg je de puzzel van Bachs leven en zal je de onuitputtelijke, veelzijdige rijkdom van zijn oeuvre nog meer appreciëren.
13 16 jan 2026
17 jan 2026
Huismuziekjes I Hanna Salzenstein / David Szilasi
za 17 januari 2026 10.30 & 16.30 B&B B’Guest & Huis de Cleene Eeckhoute
Hanna Salzenstein: cello — ‘Autour des suites’
Giovanni Battista Vitali (1663-1745) Passa Galli pour basso solo in d
Giuseppe Maria Dall Abaco (1710-1805) Caprice nr. 1 in c voor cello solo
Johann Sebastian Bach (1685-1750) Suite nr. 3 in C, BWV1009 (1717-1723) – Prélude – Allemande – Courante – Sarabande – Bourrées I & II – Gigue
MUZIEK
14
INTIEM
Senza basso In het Italië van de 17e eeuw begon de cello zijn solistische avontuur, met Bologna als bruisend centrum. Componisten als Giovanni Battista Vitali en Domenico Gabrielli verkenden het instrument in virtuoze werken, waaronder Gabrielli’s baanbrekende Ricercari, die de cello uit de schaduw van de basso continuo haalden. Hun muziek benut ten volle de warme, resonante klank van het instrument. In Köthen (1717–1723) verrijkt Johann Sebastian Bach het repertoire met zijn Zes cellosuites (BWV1007–1012), waarin de cello – senza basso – volledig als solist schittert en zijn polyfone en expressieve mogelijkheden ontvouwt. De Suite nr.3 in C vormt daarbij een bijzonder hoogtepunt: de open stemming en stralende toonsoort geven de suite een majestueus, bijna orkestrale grandeur. Van de krachtige Prélude tot de feestelijke Gigue laat Bach de cello klinken als een geheel ensemble, waarbij diepgang en virtuositeit hand in hand gaan. Halverwege de 18e eeuw bouwt Giuseppe Dall Abaco hierop voort: in zijn Capricci a violoncello solo verenigt hij Duitse contrapuntische finesse met Italiaanse lyriek en opent hij nieuwe wegen voor technische bravoure. Zo groeide de cello tussen midden 17e en midden 18e eeuw uit tot een instrument dat met een eigen stem zowel intiem als krachtig wist te beroeren. Jens Van Durme
17 jan 2026 © Ligia Poplawska
Moeiteloze diepgang
David Szilasi: pianoforte —
Johann Christian Bach (1735-1782) Sonata in A, opus 17 nr.5 (ca. 1780)
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Rondo in a, KV511 (1787)
Johann Christian Bach Sonata in G, opus 17 nr.4 (ca. 1780) I. Allegro II. Presto assai
Wolfgang Amadeus Mozart Variations über ein Weib ist das herrlichste Ding, KV613 (1791) MUZIEK
15
INTIEM
In de tweede helft van de 18e eeuw werden huiskamerconcerten steeds populairder. Naast opera en intekenconcerten voor de aristocratie ontstond zo een nieuw muziekcircuit voor de gegoede middenklasse. In deze intieme salons konden componisten nieuw werk uitproberen en rechtstreeks contact maken met hun publiek. Sommige ‘huiskamers’ van rijke burgers in Wenen, Londen of Parijs hadden meer weg van een kleine concertzaal, maar de muzikale bezetting bleef bescheiden: strijkkwartetten of solowerken voor de pas opgekomen pianoforte leenden zich wonderwel voor deze setting. Johann Christian Bach, de jongste zoon van Johann Sebastian, behoorde tot de eerste klaviervirtuozen die het nieuwe instrument in concerten bespeelde. In zijn Sonata in G, opus 17 combineert hij vloeiende melodieën met een heldere vormstructuur, een vroeg voorbeeld van de evenwichtige expressie en helderheid die de klassieke stijl zouden definiëren. Wolfgang Amadeus Mozart ontmoette hem als kind in Londen (1764) en nam Bachs stijl als voorbeeld: heldere vormen, zangerige melodieën en zorgvuldig opgebouwde contrasten. In zijn Variaties, maar vooral in het Rondo in a, wordt deze subtiele balans tussen expressie en structuur voelbaar. Het is muziek die schijnbaar moeiteloos het publiek raakt zonder aan diepgang in te boeten. Jens Van Durme
17 jan 2026
Huismuziekjes II
Korneel Bernolet / Evangelina Mascardi
za 17 januari 2026 10.30 & 16.30 B&B De Zomere & Huiskamer Groeninge
Korneel Bernolet: klavichord —
Johann Sebastian Bach (1685-1750) Uit het Klavier-Büchlein für Wilhelm Friedemann Bach* en Für Anna Magdalena Bach (Franse Suites, BWV812-817) – Inventio nr. 1 in C, BWV772* – Inventio nr. 8 in F, BWV779* – Sinfonia nr. 14 in B, BWV800* – Allemande in Es, BWV815 – Inventio nr. 13 in a, BWV784* – Sinfonia nr. 3 in D, BWV789* – Inventio nr. 11 in g, BWV782* – Gigue in c, BWV813 – Sinfonia nr. 9 in f, BWV795* – Allemande in h, BWV814 – Menuet in E, BWV817 – Sinfonia nr.13 in a, BWV799* – Courante in d, BWV812 – Sarabande in G, BWV816
MUZIEK
16
INTIEM
Huisgemaakte muziek à la Bach Muziek als huisgemaakt cadeau: Johann Sebastian Bach wist er alles van. Die man componeerde alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Kapelmeester, huisvader, muziekleraar en fulltime componist ineen. Neem nu zijn Klavierbüchlein voor Wilhelm Friedemann, zijn oudste zoon. Andere kinderen kregen een rekenschrift, Wilhelm kreeg in 1720, hij was toen 10 jaar, een oefenboek vol preludes, dansen en fantasieën dat vader en zoon met de jaren steeds aandikten. Muziek als huiswerk, maar dan van een vader die componeren en spelen even logisch vond als ademhalen. ‘Nee, jongen, zo niet. Luister, dít is pas een goed contrapunt!’ En dan was er nog Anna Magdalena, Bachs tweede vrouw. Hij had haar een gouden ring kunnen geven, maar nee, het werden twee Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach. Voor zijn kersverse vrouw – ze trouwden in 1721 en de boeken dateren van 1722 en 1725 – schreef hij elegante Franse dansen zoals menuetten, musetten en gavottes, een paar liederen en aria’s, naast koralen, sonates en preludes. En ze speelde! Ik stel me voor hoe ze na een lange dag vol kinderen en optredens – ze was een fantastische zangeres – achter het klavecimbel kroop en zichzelf een paar prachtige melodieën cadeau deed. Het werd zelfs een familieproject: de kinderen kregen er hun eerste muzieklessen uit en enkele van hun composities vonden hun weg naar het tweede Notenbüchlein. Met dank aan Muziekcentrum De Bijloke en Waldo Geuns voor het hergebruik van deze tekst
17 jan 2026 © Nicolas Foong
Evangelina Mascardi: luit (13-snarige luit gemaakt door Cezar Mateus, New Jersey 2024) —
Sylvius Leopold Weiss (1686-1750) Preludio, Fuga e Chaconne in Es (ca. 1740)
Johann Sebastian Bach (1685-1750) Suite in g uit Pièces pour la Luth à Monsieur Schouster, BWV995 (1727-1732?) – Prelude – Allemande – Courante – Sarabande – Gavotte I & II – Gigue
Onweerstaanbaar geluit Johann Sebastian Bachs luitwerken hebben, net als zijn solostukken voor viool en cello, een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Toch blijven er veel vragen rond bestaan. Bach bundelde ze nooit tot een cyclus, en veel ervan zijn bewerkingen van andere werken. Zo is de Suite in g, BWV995, een luitarrangement van de Cellosuite nr.5 in c. Op het handschrift prijkt de titel ‘Pièces pour la Luth à Monsieur Schouster’, vermoedelijk een Leipzigse uitgever. Andere stukken, zoals de Fuga, BWV1000 en de bewerking van de Vioolsonate, BWV1006a, lijken geschreven voor luitisten uit Bachs kring, onder wie Johann Christian Weyrauch en Silvius Leopold Weiss. In de zomer van 1739 vergezelde Weiss met zijn leerling Kropfgans, Wilhelm Friedemann Bach naar Leipzig. Een familielid van J.S. Bach schreef: ‘Wij genoten van zeer goede muziek toen mijn neef uit Dresden (W.F. Bach) in het gezelschap van de twee beroemde luitspelers Herr Weiss en Herr Kropfgans, meerdere malen bij ons thuis (het huis van de Thomascantor) speelde’. Weiss, de grootste luitist van zijn tijd, componeerde meer dan 600 werken en liet een ongeëvenaarde erfenis na. Veerle Declerck
17
Een liefdevol eerbetoon
© Emmanuel Jacques
17 jan 2026
Maude Gratton & Christine Busch
za 17 januari 2026 14.30 Kamermuziekzaal
Christine Busch: viool Maude Gratton: pianoforte —
Johann Sebastian Bach (1685-1750) Partita in d voor vioolsolo, BWV1004 (1720) – Allemande – Courante – Sarabande – Gigue – Chaconne
Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788) Fantasia voor klavier en viool in fis, Wq80 (1787) MUZIEK
18
INTIEM
KIPPENVEL
Wilhelm Friedemann Bach (1710-1784) Fantasie voor klavier in c, F.15 (sd)
17 jan 2026 Het langste kamermuziekwerk van Johann Sebastian Bach is de ‘Ciaccona’ of ‘Chaconne’, het slotdeel van de tweede Partita voor vioolsolo. Aan de ‘Chaconne’ gaan de vier ‘klassieke’ gestileerde dansen vooraf: ‘Allemanda’, ‘Corrente’, ‘Sarabande’ en ‘Giga’, met Italiaanse benamingen, maar met geregeld Franse kenmerken zoals de typische ornamentiek. De ‘Chaconne’ is een variatiereeks op een 62 maal herhaalde basformule die telkens gepaard gaat met een gevarieerde bovenstem: een onwaarschijnlijke krachttoer waarbij Bach erin slaagt compositorisch vernuft te combineren met steeds wisselende expressieve nuances. In het aanboren van de meest subtiele emotionele lagen gaan zijn zonen Carl Philipp Emmanuel en Wilhelm Friedemann echter een flinke stap verder. Terwijl bij vader Bach constructie en expressie elkaar in evenwicht houden, ligt in twee fantasieën van de zonen de volle nadruk op de weergave van de affecten. De term fantasie wijst al op het improvisatorische en grillige karakter van dit genre voor klavier, bij voorkeur op de toen moderne pianoforte waarop dynamische schakeringen mogelijk waren. Carl Philipp Emanuel componeerde de Fantasia voor klavier en viool in fis in 1787, een jaar voor zijn overlijden. Het werk kan doorgaan als een reflectie over leven en dood van een 73-jarige en begint met de aanwijzing: Sehr traurig und ganz langsam. Stokkende akkoorden zetten
19
© Sven Cichowicz
Zoektocht naar de balans tussen constructie, improvisatie en emotie
de toon, ondersteund door de viool in snel wisselende dynamiek. Dit basisaffect keert als een refrein enkele keren terug, in afwisseling met elf tempowijzigingen. In een van de largopassages citeert hij zijn lied Andenken an den Tod. Alles is gericht op expressie, direct en wars van enig goedkoop sentiment. Met het snelle slotfragment (allegro) zet hij echter een positief punt achter de onvoorspelbaarheid van het leven. Zij het iets minder extreem sluit ook de Fantasie voor klavier in c van Wilhelm Friedemann aan bij de toenemende tendens tot emotionele expressie. Ook hier de vele tempowisselingen en de overgang van klaar omlijnde melodische motieven naar virtuoze arpeggiopassages. Over die evolutie schreef Carl Philipp Emanuel zelf: ‘Doordat een musicus op geen andere manier vermag ontroering teweeg te brengen dan via zijn eigen ontroering, moet hij zich noodzakelijk inleven in alle gevoelens die hij bij zijn toehoorders wil opwekken, en dit vooral met fantasia’s.’ Ignace Bossuyt
17 jan 2026
HUISARTIEST
Vox Luminis & Freiburger BarockConsort Just married
za 17 januari 2026 20.30 Gotische zaal van het Brugse Stadhuis
Vox Luminis: vocaal ensemble Lionel Meunier : artistieke leiding & bas Erika Tandiono, Zsuzsi Tóth & Stefanie True: sopraan Sophia Faltas & Jan Kullmann: alt Philippe Froeliger & Raphael Höhn: tenor Sebastian Myrus: bas Freiburger BarockConsort: instrumentaal ensemble Judith von der Goltz & Hannah Visser: viool Christa Kittel & Werner Saller: altviool James Munro: violone Torsten Johann: orgel
Heinrich Bach (1615–1692) Sonata in C (ca. 1665)
Johann Christoph Bach (1642–1703) Die Furcht des Herren, JCB 16 (ca. 1675)
Heinrich Schütz (1585–1672) Siehe, wie fein und lieblich ist’s, SWV 48 (uit Symphoniae Sacrae I, 1629)
Johann Christoph Bach Meine Freundin, du bist schön (ca. 1680)
Johann Sebastian Bach (1685–1750) Der Herr denket an uns, BWV196 (ca. 1708)
—
MUZIEK
20
STEMMIG
FEESTELIJK
i.s.m. de Stad Brugge
© Valentin Behringer
17 oktober 1707. Johann Sebastian Bach treedt in het huwelijk met zijn achternicht Maria Barbara Bach (1684-1720), dochter van Johann Michael Bach, eveneens componist en organist. Haar vader was al in 1694 overleden, haar moeder stierf in 1704. Dat er op hun huwelijksdag muziek weerklonk, uitgevoerd door al de genodigden met de naam Bach, is vrijwel zeker, maar daarover is niets bekend. Er is wel een compositie die mogelijks die dag werd uitgevoerd: Bachs cantate Der Herr denket an uns. Dat het om een vroeg werk gaat, blijkt zowel uit de tekstkeuze als uit de muzikale uitwerking. De tekst, een lofzang op Gods zegeningen, is volledig ontleend aan één psalm (115:12–15) met een toegevoegd Amen aan het slot. Er zijn nog geen recitatieven en geen koralen, in tegenstelling tot Bachs latere cantates. Na een ‘sinfonia’ in marsritme volgen een koor, een aria voor sopraan in dialoog met de violen, een lieflijk duet voor tenor en bas, en een jubelend slotkoor. De bezetting is beperkt tot vier stemmen, strijkers en basso continuo.
21
17 jan 2026
De muzikale bruidsschat van de Bachs Deze cantate bevat typische door de tekst geïnspireerde accenten, zoals nadrukkelijke melismen – een lange reeks noten op één lettergreep – op centrale woorden (segnet in het beginkoor en de aria voor sopraan Er segnet), en de vele herhalingen van mehr und mehr in het duet Der Herr segnet euch. Bach beheerst in dit vroege werk al voorbeeldig de techniek van de dialoog tussen stemmen en instrumenten. Stilistisch staat Bach hier nog met beide voeten in de 17e eeuw, waarbij hij aanknoopt bij zijn voorgangers-naamgenoten, met name de werken van zijn schoonvader Johann Michael Bach en diens broer Johann Christoph Bach, neven van Johann Sebastians vader. Van hun vader Heinrich Bach zijn enkele composities bewaard, onder meer een eenvoudige sonate. Johann Christoph wordt beschouwd als de belangrijkste Bach vóór Johann Sebastian. Hij stond bekend als ‘een diepzinnige componist’ die naast een verfijnde techniek vooral ook oog en oor had voor expressieve toetsen.
17 jan 2026
‘Dat er op J.S. Bachs huwelijksdag muziek weerklonk, uitgevoerd door al de genodigden met de naam Bach, is vrijwel zeker, maar daarover is niets bekend.’
Tot de bekendste werken van Johann Christoph Bach behoort een als ‘dialogus’ betiteld zesdelig vocaal werk, dat bestemd was voor een huwelijk van een familielid: Meine Freundin, du bist schön. Het is geen liturgisch werk, maar een profane compositie, overwegend op teksten uit het Hooglied, waarin vooral de lichamelijke aantrekkingskracht wordt bezongen. Johann Christophs bruiloftszang is voor vier vocale solisten, vier aanvullende zangstemmen, vijf strijkers – met vooral een opvallende virtuoze vioolpartij – en basso continuo. In het eerste deel, Meine Freundin, zijn de geliefden op zoek naar elkaar, waarbij hun ongeduldig verlangen treffend is verklankt door de geleidelijke verstrengeling van de twee partijen (bas en sopraan). In een hartstochtelijke chaconne (Mein Freund ist mein ich bin sein), een reeks variaties op een baspatroon dat 66 keer wordt herhaald, zingt de sopraan daarop haar liefde uit. Na een zoektocht naar de geliefde en zijn antwoord met een aria, volgt een uitnodiging tot het nuttigen van spijs en drank. Het werk sluit af met een religieuze noot: een dankgebed tot God voor het hele ensemble (Das Gratias, das singet wir). Ongeveer een eeuw eerder dan J.S Bach componeerde Heinrich Schütz het vocale concerto Siehe, wie fein und lieblich ist’s voor het huwelijk van een broer in 1619. De tekst is ontleend aan psalm 133. De bezetting is typisch voor het vroeg-17e-eeuwse genre ‘vocaal concerto’ – een voorloper van de latere meerdelige cantate – met evenwaardige deelname van stemmen en instrumenten (twee
22
sopranen, alt, tenor en bas, met strijkers of blazers – naar keuze – en orgel). Schütz, die in Venetië had gestudeerd, was een van de pioniers die deze Italiaanse concerterende ‘stile moderno’ in Duitsland had geïntroduceerd. Opvallend is de respectvolle benadering van de Bijbelse tekst, die de stemmen vaak syllabisch voordragen, in contrast met de omkransende, vaak virtuoze instrumentale partijen. Naast huwelijken waren er nog andere speciale gelegenheden waar er plaats was voor muziek. Een typisch Duitse aangelegenheid was de zogenoemde ‘Ratswechsel’, waarbij elk jaar een derde van het stadsbestuur werd vervangen en plechtig geïnstalleerd. Voor de liturgische viering componeerde Johann Christoph Bach zijn concerto Die Furcht des Herren, op Bijbelse teksten, waarin de Wijsheid als allegorische figuur dialogeert met de raadsleden en met de burgemeester die in een nadrukkelijk herhaald refrein smeken om wijsheid (Gib mir die Weisheit). Het is een feestelijke compositie in de ‘stile moderno’, met vijf vocale solisten, vierstemmig koor, strijkers en basso continuo. Een compositie als deze was voor Johann Sebastian Bach een ideaal model voor de ‘Ratswechselkantaten’ die hij later voor Mühlhausen en Leipzig schreef. (Zie ook de programmatekst voor het concert van Collegium Vocale Gent op vr 16 jan 2026, p.11-12). Ignace Bossuyt
18 jan 2026
Anacronía
© Anna Vasco
The Bach-Abel Society
Juan Oliver Astorga (1733–1830)
zo 18 januari 2026 14.00 Kamermuziekzaal
Anacronía: ensemble David Gutiérrez Aguilar: traverso Marc de la Linde Bonal: viola da gamba Pablo Albarracín Abellán: viool Luis Manuel Vicente Beltrán: altviool Marina López Manzanera: klavecimbel
Trio IV in G voor twee violen en bas (sd) – Andante – Allegro – Rondó
Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)
—
Divertimento in G, H. 642 (sd) – Allegro – Andante un poco Largo – Rondo in tempo di Minuetto
Johann Christian Bach (1735-1782)
Joseph Haydn (1732-1809)
Fluitkwartet in C, W.B 58 (1776) – Allegro – Rondo grazioso
Carl Friedrich Abel (1723-1787) Fluitkwartet in D, WK 226 (1770) – Allegro non troppo – Un poco vivace MUZIEK
23
ROLLERCOASTER
FEESTELIJK
Fluitkwartet in D opus 5 nr.1, Hob.II: D9 (1767) – Allegro assai – Adagio – Minuet – Presto
In het kader van
18 jan 2026
Thee en cake in Soho Johann Christian Bach was uit een heel ander hout gesneden dan zijn vader, de grote Johann Sebastian. Groot? Dat valt te bezien. In Christians tijd was hij zelf de ‘grote’ Bach en was de naam van zijn vader buiten Saksen nagenoeg onbekend. Christian was de jongste thuis en had in Leipzig bij zijn vader gewoond en gestudeerd tot deze stierf. Op zijn vijftiende verhuisde Christian dan maar naar Berlijn om bij zijn broer Carl Philipp Emmanuel te studeren. Na een korte carrière in Milaan trok hij na de Zevenjarige Oorlog naar Londen, waar hij zou uitgroeien tot een van de bekendste componisten van Europa. Christian wist van wanten. Niet alleen werd hij de muziekleraar van koningin Sophie Charlotte, hij zou ook de koninklijke kinderen onderwijzen, een eer die een generatie eerder Händel te beurt was gevallen. Hij vond ook zijn weg naar het theater, waar hij enkele kaskrakers schreef. De jongste Bach werd als gevolg van zijn ondernemingen – bij gebrek aan een beter woord – best rijk. In januari 1765 begon hij een andere succesonderneming. Het idee daarvan was beginnen rijpen na zijn verhuis naar Soho, toen de hippe, nieuwe buurt van Londen. Bach was een vrolijke vrijgezel en deelde het huis met een vriend die hij even voordien had leren kennen: Carl Friedrich Abel. Deze gambaspeler had in Leipzig nog onder de oude Johann Sebastian gemusiceerd, maar was sindsdien als virtuoos Europa rondgereisd. Bij de huisgenoten groeide het plan om samen concerten te organiseren tijdens de winter – wanneer iedereen met macht en geld zich effectief in Londen bevond en weinig om handen had. De Bach-AbelConcerten bleken meteen een schot in de roos.
24
‘In Johann Christian Bachs tijd was hij zelf de ‘grote’ Bach en was de naam van zijn vader buiten Saksen nagenoeg onbekend.’
Bach en Abel organiseerden hun concerten op de eerste verdieping van Carlisle House. Tijdens de onderbreking serveerde eigenares Mrs. Cornelys thee en cake op het gelijkvloers. Voor hun concerten nodigden Bach en Abel andere muzikanten uit. Ze speelden met hen graag hun eigen muziek, maar ook die van andere bevriende componisten, zoals de Spaanse violist Juan Oliver y Astorga die tot 1776 in Londen verbleef. De muziek van Bach, Abel en hun vrienden kenmerkt zich door een uitermate galante stijl. Eenvoud en elegantie wordt verkozen boven complexiteit en meerstemmigheid. Expressie vindt haar effect vooral in het mengen van de kleuren van de instrumenten, de eenvoudige harmonieën en altijd en bovenal in de onweerstaanbare helderheid van de melodie. Met dank aan MA Festival en David Vergauwen voor het hergebruik van deze tekst
Bach met en voor vrienden
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
© Marco Borggreve
Concerto voor klavecimbel nr. 7 in g, BWV1058 (1738) – (zonder tempoaanduiding) – Andante – Allegro assai Concerto voor klavecimbel nr. 3 in D, BWV1054 (1738) – (zonder tempoaanduiding) – Adagio e piano sempre – Allegro
zo 18 januari 2026 16.00 Concertzaal
‘Chaconne’ uit Partita in d voor vioolsolo, BWV1004 (1720)
Kristian Bezuidenhout: klavecimbel Sophie Gent & Tuomo Suni: viool Kathleen Kajioka: altviool Jonathan Manson: cello Christine Sticher: contrabas MUZIEK
25
ROLLERCOASTER
FEESTELIJK
Concerto voor klavecimbel nr. 1 in d, BWV1052 (1738) – Allegro – Adagio – Allegro
18 jan 2026
Kristian Bezuidenhout & fabulous friends
18 jan 2026
De onweerstaanbare charme van het klavecimbel Weimar, juli 1713. Johann Ernst, de 16-jarige prins van Saksen-Weimar, keert terug van zijn ‘grand tour’, een Europese reis van twee jaar tijdens dewelke hij onder meer Amsterdam bezocht. Uit Amsterdam, toen een toonaangevend centrum van de muziekdruk, bracht hij de laatste nieuwigheden mee, met als glansstuk de uitgave L’estro armonico uit 1711, een cyclus van twaalf vioolconcerti van Antonio Vivaldi (1678-1741) die de invloedrijkste publicatie van instrumentale muziek werd uit de eerste helft van de 18e eeuw. Formeel zijn ze opgebouwd volgens een patroon dat de standaard zou worden voor het concerto: drie delen in de opeenvolging snel – langzaam – snel. Voor de twee snelle hoekdelen werkte Vivaldi een model uit dat een opmerkelijk logische opbouw vertoonde: tuttifragmenten, met een variabel terugkerend refrein en solistische intermezzi, waarin in dit geval de viool dus kon schitteren, wisselden elkaar contrastrijk af. Een typisch kenmerk van Vivaldi’s stijl is de ritmische schwung, vaak gekarakteriseerd als motorische ritmiek: een aanstekelijke drive die vanaf de eerste maten herkenbaar is. In het langzame middendeel primeert dan vooral de lyrische zanglijn van de solist, geïnspireerd door de opera-aria. Voor Johann Sebastian Bach, die toen als organist aan het hof van Weimar verbonden was, waren deze werken een openbaring. Onder impuls van Johann Ernst maakte hij transcripties van die vioolconcerti voor orgelen klavecimbelsolo. Zij werden voor hem het model bij uitstek voor zijn eigen concerti voor solo en instrumentaal ensemble.
26
Leipzig 1738. Bach stelt een manuscript samen met een reeks van acht klavecimbelconcerti en enkele strijkers (BWV1052-1059), bestemd als huiselijke kamermuziek. Met het concerto voor klavecimbel creëerde Bach een nieuw genre. Het zijn wel geen originele werken, maar arrangementen van (deels verloren) eigen concerti voor een andere bezetting. Zo zijn de concerti BWV1054 en 1058 bewerkingen van zijn twee (bewaarde) concerti voor viool (BWV1052 en 1041). BWV1052 gaat terug op een concerto voor orgel. Vivaldi kijkt steeds over zijn schouder mee, maar Bachs persoonlijke toets bestaat vooral in de meer doorgedreven dialoog en interactie tussen de solist en de strijkers. We blijven in de sfeer met het moderne arrangement voor klavecimbel van Bachs beroemde ‘Chaconne’ voor vioolsolo (BWV1004), die ook al in de 19e eeuw voor klavier werd bewerkt, onder meer door Johannes Brahms. Ignace Bossuyt
© Eric De Mildt
Gott Lob und Dank
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
zo 18 januari 2026 19.00 Concertzaal 18.15 inleiding door Ignace Bossuyt
Ärgre dich, o Seele, nicht, BWV186 (1723) Wär Gott nicht mit uns diese Zeit, BWV14 (1735) pauze
Collegium Vocale Gent: koor & orkest (p.30) Philippe Herreweghe: artistieke leiding Marie Luise Werneburg: sopraan Alex Potter: contratenor Guy Cutting: tenor Florian Störtz: bas
MUZIEK
27
MONUMENTAAL
SPIRITUEEL
Johann Sebastian Bach Missa brevis, BWV233 (1738)
18 jan 2026
Collegium Vocale Gent
18 jan 2026
Retoriek, devotie en inventie – Bach in topvorm Ärgre dich, o Seele, nicht (BWV186) De evangelielezing van 11 juli 1723 brengt het verhaal van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Het thema van Johann Sebastian Bachs cantate voor die dag (zie ook p.12), Ärgre dich, o Seele, nicht sluit daarbij aan: de gelovige die hongerig snakt naar Gods liefde en erbarmen. Het is een van zijn eerste cantates in Leipzig. Op meesterlijke wijze verklankt Bach de transformatie van het negatieve naar het positieve, zoals zo vaak in de cantates het geval is. Het is een prestigieuze compositie in twee delen met elf nummers, verspreid over twee momenten in de liturgie: voor en na de preek. Beide delen eindigen met een koraalstrofe, niet in de gebruikelijke eenvoudige vierstemmige zetting voor koor en instrumenten die de stemmen verdubbelen, maar als uitgebreide koordelen met zelfstandige instrumentale deelname. In het openingskoor ligt de volle nadruk op de oproep Ärgre dich, o Seele, nicht, die direct begint met een sterke dissonant. Stemmen en instrumenten zijn volop interactief. In vier recitatieven en vier aria’s diept Bach de thematiek intens uit, waarbij de variabele bezetting in de aria’s zorgt voor een climax naar een positief slot: Bist du voor bas en basso continuo, Mein Heiland voor tenor, violen en hobo, Die Armen voor sopraan en violen, en Laß Seele, een dansant duet voor sopraan en alt met strijkers en hobo’s. De uitgebreide declamatorische recitatieven eindigen telkens met een meer lyrisch uitgewerkte passus die de slotwoorden extra nadruk verlenen, zoals op de woorden wie freundlich Jesus ist (in Ach, daß ein Christo sehr) en und über sie den Segen sprechen (in Es ist die Welt). Het recitatief Nun mag die Welt eindigt met een illustratief ‘cirkelend’ melisme op Krone. Vanaf het begin van zijn Thomascantoraat is het duidelijk dat het Bach ernst is met de cantate als muzikaal verlengstuk van de Bijbellezingen.
28
Wär Gott nicht mit uns diese Zeit (BWV14) De koralen die Martin Luther zelf schreef – als dichter en als componist – lagen Bach nauw aan het hart. Voor de cantate Wär Gott nicht mit uns diese Zeit, een laat werk uit 1735, koos Bach het koraal dat Luther als parafrase dichtte op psalm 124, een danklied om Gods hulp in nood. Het schitterende openingskoor is een contrapuntische tour de force in de zogenoemde ‘stile antico’: de strenge op imitatie gebaseerde polyfonie uit de renaissance, waarbij de instrumenten geen zelfstandige partijen hebben, maar met de stemmen meespelen. Bach zorgt echter wel voor een persoonlijke toets: terwijl de zangstemmen de koraalmelodie vrij verwerken, met bijzonder intense, met spanning geladen chromatische toetsen, voeren twee hobo’s en een corno da tirarsi (schuifhoorn) tussendoor de koraalmelodie uit, met als resultaat een briljant zesstemmig contrapuntisch complex, die de eerbiedwaardige oudtestamentische tekst waardig en respectvol verklankt. De beeldende taal van de psalmen nodigt uit tot dramatische accenten. In het enige recitatief, voor tenor, Ja, hätt es Gott nur gegeben, gaat de basso continuo heftig tekeer wanneer de vijand van het geloof wordt vergeleken met een woeste stroom. In de eerste aria, Unsre Stärke heißt zu schwach, voegt Bach bij de sopraan en de strijkers een hoorn die met fanfaremotieven Gods macht oproept. Bij de tweede aria, Gott, bei deinem starken Schützen, voor bas en twee hobo’s, noteert Bach als tempoaanduiding ‘vivace’: het is een levendig, dansant kwartet met veel interactie tussen de zangstem, de blazers en de basso continuo: de ideale voorbereiding voor het lof- en danklied van het slotkoraal Gott Lob und Dank.
Ignace Bossuyt
29
© Stefan Vanfleteren
Missa brevis in F (BWV233) Bachs onvoorwaardelijke liefde voor het koraal blijkt ook uit een van zijn vier korte Latijnse missen, alleen met Kyrie en Gloria, die ook in de protestantse liturgie een plaats kregen. Qua uitwerking is het Kyrie verwant aan het beginkoor van de cantate Wär Gott nicht mit uns: terwijl het koor de smeekbede in de strenge ‘stile antico’ voordraagt, spelen hoorns en hobo’s het toepasselijke koraal Christe, du Lamm Gottes, Luthers vertaling van het Agnus Dei, dat zoals het Kyrie een smeekbede om erbarmen is. De tekst van het Gloria verdeelt Bach in vijf onderdelen, met als hoekdelen twee jubelende koren met de volle bezetting van strijkers, twee hobo’s en twee hoorns (Gloria in excelsis en Cum Sancto Spiritu). De binnendelen zijn uitgewerkt als aria’s waarin Bach vooral een algemene sfeer creëert, in een gevarieerde bezetting, zonder detaillistische interpretatie. In Domine Deus voor alt en strijkers en in Quoniam tu solus sanctus voor alt en soloviool domineert een ingehouden vreugde. Voor contrast zorgt de centrale aria Qui tollis peccata mundi voor sopraan en hobo. Met zijn geliefde blaasinstrument roept Bach in een intens expressieve klaagzang de zondigheid en de smeekbede om erbarmen op, waarbij zich de sopraan voegt met een al even diepzinnige, eigen thematiek.
18 jan 2026
‘Bachs onvoorwaardelijke liefde voor het koraal blijkt ook uit een van zijn vier korte Latijnse missen.’
18 jan 2026
Collegium Vocale Gent koor sopraan Marie Luise Werneburg Magdalena Podkościelna Chiyuki Riem
tenor Guy Cutting Peter di Toro Stephan Gähler
alt Alex Potter Cécile Pilorger Bart Uvyn
bas Florian Störtz Philipp Kaven Bart Vandewege
orkest concertmeester Christine Busch
contrabas Miriam Shalinsky
eerste viool Maria Roca Felicia Graf
hobo Jasu Moisio Taka Kitazato Nathalie Petibon**
tweede viool Dietlind Mayer Verena Sommer Paul Wicke altviool Deirdre Dowling Kaat De Cock cello Ageet Zweistra Harm-Jan Schwitters
fagot Julien Debordes
trompet Alain De Rudder* Steven Bossuyt* Arne Van Eeno* orgel Maude Gratton pauken Pieterjan Vranckx*
corno da tirarsi Alain De Rudder** hoorn Bart Cypers** Jeroen Billiet**
* enkel op 16.01.2026 ** enkel op 18.01.2026
30
Collegium Vocale Gent (BE) werd in 1970 opgericht door Philippe Herreweghe. Het was een van de eerste ensembles die de nieuwe inzichten over de uitvoering van barokmuziek toepaste op de vocale muziek. De authentieke, tekstgerichte en retorische aanpak zorgde voor een transparant klankidioom waardoor het ensemble wereldfaam verwierf en wereldwijd te gast was op belangrijke podia en muziekfestivals. Aangezien voor elk project een geoptimaliseerde bezetting bijeengebracht wordt, kan het ensemble een ruim repertoire uit verschillende stijlperiodes aan, van renaissancepolyfonie tot hedendaagse muziek. Vaak werkt het samen met historisch geïnformeerde ensembles zoals het eigen barokorkest van Collegium Vocale Gent, het Orchestre des Champs-Elysées, het Freiburger Barockorchester of de Akademie fur Alte Musik Berlin. Collegium Vocale Gent bouwde een omvangrijke discografie uit met meer dan 100 opnames. Sinds 2017 organiseert het ensemble in het Italiaanse Toscane een eigen zomerfestival: Collegium Vocale Crete Senesi. Collegium Vocale Gent geniet de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de stad Gent en de Nationale Loterij.
31
Philippe Herreweghe (BE) heeft met Collegium Vocale Gent, La Chapelle Royale en Ensemble Vocal Européen als specialist van renaissance- en barokmuziek internationale faam gemaakt. Zijn levendige, diepgaande en retorische aanpak van dit repertoire wordt alom geprezen. Met het Orchestre des ChampsElysées legt hij zich sinds 1991 ook toe op het klassieke en romantische repertoire. Sinds 1997 is hij vaste gastdirigent van het Antwerp Symphony Orchestra, met een focus op een verfrissende lezing van (pre-)romantische muziek. Enige jaren geleden richtte Herreweghe het platenlabel φ (Phi) op, dat inmiddels al meer dan 30 cd’s uitbracht met zeer divers repertoire van Collegium Vocale Gent, het Orchestre des ChampsElysées en verschillende bevriende solisten. De dirigent, eerder al onderscheiden met onder meer de prestigieuze Bachmedaille van de stad Leipzig en de Franse titel Chevalier de la Légion d’Honneur, ontving in 2021 een Ultima voor Algemene Culture Verdienste van de Vlaamse Gemeenschap als bekroning voor zijn hele carrière.
Anacronía (ES) gaat op zoek naar de muzikale anachronismen die zich door de geschiedenis heen hebben voorgedaan in momenten van transitie en confrontatie. Ze werden als jong ensemble al meermaals erkend voor hun kwaliteit; enerzijds door competities en beurzen (zoals de Fundación Juan March in Madrid, waar ze sinds 2024 een cyclus van pedagogische concerten ontwikkelen), maar anderzijds ook door internationale festivals en podia. Ze zijn ook het organiserende ensemble van het Festival ECOS de Sierra Espuña in Murcia en het vaste ensemble van de Basílica de Santa Maria del Pi in Barcelona. Korneel Bernolet (BE) is internationaal actief binnen de wereld van de historische uitvoeringspraktijk als dirigent, klavecinist en docent. Als gastdirigent werkt hij in een repertoire van vroegbarok tot hoogromantiek, met uitnodigingen bij tal van toonaangevende orkesten. Hij leidt ook zijn eigen Apotheosis Orchestra op historische instrumenten. Als vaste assistent (en duopartner) van Christophe Rousset bereidt hij aan de meest prestigieuze huizen operaproducties voor. Zijn solocarrière leidt hem de wereld rond. Daarnaast draagt hij het voorzitterschap van de
biografieën
Biografieën
biografieën
Wim Berteloot (BE) is stadsbeiaardier van Brugge, waar hij eerst een aantal jaren Frank Deleu assisteerde. Hij studeerde aan het Conservatorium van Gent en de Beiaardschool Jef Denyn en heeft momenteel de leiding over het mannenkoor De Kerels. Hij schrijft geregeld muziek voor koor en voor beiaard.
Ignace Bossuyt (BE) is professor emeritus van de onderzoekseenheid musicologie van de KU Leuven. Zijn onderzoek is vooral gericht op de polyfonie uit de renaissance. Hij besteedt veel aandacht aan wetenschappelijke popularisering via concertprogramma’s en -inleidingen, lezingen en publicaties. Bij Universitaire Pers Leuven verschenen onder meer De oratoria van Alessandro Scarlatti en een boek over Bachs h-Moll Messe. Met Bach dag na dag publiceerde hij net zijn nieuwste boek, dat elke dag van het jaar doet stilstaan bij de onvergankelijke schoonheid van Bachs muziek (zie p.12).
Toetsenist en dirigent Kristian Bezuidenhout (SA/AU) brak na zijn studies door dankzij de eerste prijs fortepiano op het MA Festival Brugge. Sindsdien soleerde hij op fortepiano, klavecimbel en moderne piano bij tal van historische en moderne orkesten. Hij is ook steeds vaker in trek als dirigent en blijft de muziek van de late 17e en vroege 18e eeuw verkennen met ensembles als Tafelmusik, Collegium Vocale Gent, Juilliard 415 en het Dunedin Consort. Bezuidenhout is eerste gastdirigent van zowel het Freiburger Barockorchester als het English Concert. Hij vond muzikale partners in o.a. Philippe Herreweghe, Frans Brüggen, Trevor Pinnock, Giovanni Antonini, JeanGuihen Queyras en Isabelle Faust. Die samenwerkingen leidden tot een rijke discografie.
Violiste Christine Busch (DE) is als aanvoerder van het orkest van Collegium Vocale Gent, maar ook met onder meer haar eigen Salagon Quartet een graag geziene gast in het Concertgebouw. Tijdens haar studies speelde ze al in het Concentus Musicus Wien, bij het Chamber Orchestra of Europe en het Freiburger Barockorchester. Sindsdien is ze als soliste en kamermusicus zowel met de ‘moderne’ als met de ‘barok’viool even succesvol te horen in concerten over de hele wereld. Als concertmeester leidde ze onder andere de Kammerakademie Potsdam, de Camerata Bern, het Philharmonisch Orkest Freiburg en het barokorkest van Collegium Vocale Gent. Haar interpretatie van Bachs muziek voor viool solo verscheen op het label Phi (Outhere Music).
internationale klavicimbel- en pianofortewedstrijden van het MA Festival Brugge. Korneel is hoofdvakdocent klavecimbel en coördineert de historische uitvoeringspraktijk aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen.
32
Guy Cutting (UK), de eerste ontvanger van de American Bach Soloists’ Jeffrey Thomas Award, wist zich snel op te werken tot een veelgevraagde tenor voor het Bach- en breder barokrepertoire . Daarnaast is hij lid van het Damask Vocal Quartet – een ensemble gespecialiseerd in het 19e- en 20e-eeuwse kamermuziekrepertoire. Enkele recente projecten omvatten een opname van Messiah met het Irish Baroque Orchestra & Peter Whelan, een Stravinsky-opname met het Noord Nederland Orkest & Daniel Reuss, een Engels liedrecital voor het Crete Senesi-festival en de evangelistenrol in Bachs Mattheuspassie door de Bachakademie Stuttgart. Anne Teresa De Keersmaeker (BE) maakte haar eerste choreografie Asch in 1980. In 1983 richtte ze in Brussel het dansgezelschap Rosas op, tijdens de creatie van de voorstelling Rosas danst Rosas. Met Rosas creëerde ze een omvangrijk oeuvre dat gebruikmaakt van muzikale structuren en partituren uit verschillende tijdperken, van oude muziek tot hedendaagse composities en popmuziek. Haar choreografische praktijk ontleent ook vormelijke principes aan de geometrie, wiskundige schema’s, de natuur en sociale structuren. In 1995 richtte De Keersmaeker in Brussel de school P.A.R.T.S. (Performing Arts Research and Training Studios) op. Anne Teresa De Keersmaeker is met Rosas huisartiest bij Concertgebouw Brugge.
Sophie Gent (AU) is een van de meest gewaardeerde barokviolisten in Europa. Ze studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag onder begeleiding van Ryo Terakado en is nu actief als solist, dirigent van orkesten, kamermusicus en docent. Gent bespeelt een viool uit 1676, gemaakt door Jacob Stainer. Klaveciniste, organiste en pianofortiste Maude Gratton (FR) was al vaak te horen in Brugge. Met haar eigen kamermuziekensemble Il Convito verkent ze het repertoire van Bach en tijdgenoten. Ze treedt regelmatig op met prestigieuze ensembles zoals Collegium Vocale Gent, Les Basses Réunies en Les Musiciens de Saint-Julien, en werkt samen met artiesten zoals Pierre Hantaï en Sophie Gent. Sinds 2011 geeft ze les aan het Vannes Early Music Institute en in 2025 werd ze docent (historisch) orgel aan het CNSMD in Parijs. Haar omvangrijke discografie laat het klavecimbel, het orgel, het
33
biografieën
Het Freiburger BarockConsort (DE) bestaat uit leden van het Freiburger Barockorchester en is gespecialiseerd in muziek uit de renaissance en de vroege barok. De kamermuziekformatie beweegt zich daarbij tussen het geestelijke en het wereldlijke repertoire. Zijn recentste cd nam het Freiburger BarockConsort op samen met het Belgische vocaal ensemble Vox Luminis en bevat rouwmuziek van onder meer J.I.F. Biber.
klavichord en de pianoforte uitgebreid tot hun recht komen. Jazzpianist Tord Gustavsen (NO) bracht met zijn trio en uitgebreide ensemble tien veelgeprezen albums uit bij ECM Records. Zijn drang naar individualiteit als solist en zijn creatief samenspel als ensemblemusicus maakt van Gustavsen een hoeksteen van de Noorse jazzscene. Hij combineert jazzgeschiedenis met ‘Noorse introspectie’, wat hem een uitgebreide carrière opleverde. Met zijn ensemble in verschillende samenstellingen speelt hij op grote festivals en in concertzalen in Australië, Noord-Amerika, Europa en het verre Oosten. (Alt)violiste Kathleen Kajioka (CA) beweegt zich moeiteloos tussen verschillende muziekwerelden, van oud tot modern, van pop tot Midden-Oosters. Ze is een vaste waarde in de oudemuziekscene van Toronto en als lid van Ensemble Masques trad ze op in heel Europa, Canada en de VS. Kajioka is concertmeester van het Reykjavik Chamber Orchestra en gastdirigent van het Skálholt Bach Consort. Aan de Glenn Gould School doceert ze historische uitvoeringspraktijk. De carrière van pianist Pavel Kolesnikov (RU) nam in 2012 een hoge vlucht toen hij tijdens de gerenommeerde Honens International Piano Competition de hoofdprijs mee naar huis mocht nemen. Hij gaf recitals in de Wigmore
Hall, Queen Elizabeth Hall, Carnegie Hall, het Konzerthaus in Berlijn, het Louvre en Salle Gaveau in Parijs, de Suntory Hall in Tokio en het Muziekgebouw in Amsterdam, en speelde daarnaast op vele internationale festivals. Kolesnikov treedt geregeld op als deel van een pianoduo of -trio. Zijn repertoire varieert van zelden gehoorde klavecimbelstukken van Louis Couperin tot Tchaikovsky’s De Jaargetijden. Bariton Peter Kooij (NL) begon zijn muzikale carrière als koorknaap. Na zijn studies viool studeerde hij zang aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Als autoriteit op het gebied van renaissanceen barokmuziek werkte Kooij samen met dirigenten als Philippe Herreweghe, Ton Koopman, Frans Brüggen, Gustav Leonhardt en René Jacobs. Zijn talrijke opnames bevatten een repertoire dat reikt van Monteverdi tot Kurt Weill, met speciale aandacht voor het vocale werk van Bach. Peter Kooij doceerde zang aan meerdere conservatoria en gaf al masterclasses in Europa en Japan.
biografieën Cellist en viola da gambaspeler Jonathan Manson (UK) was tien jaar eerste cellist bij het Amsterdam Baroque Orchestra. Als solist trad hij op in prestigieuze zalen als Carnegie Hall en Wigmore Hall en toerde hij met ensembles als het Dunedin Consort en het Orchestra of the Age of Enlightenment. Tegenwoordig wijdt hij zich vooral aan kamermuziek van renaissance tot romantiek. Sinds 2003 doceert hij aan de Royal Academy of Music. Al meer dan tien jaar werkt luitiste Evangelina Mascardi (AR) als continuospeler samen met vooraanstaande dirigenten als Jordi Savall, Giovanni Antonini en Sir Simon Rattle, en nam ze onder hun leiding deel aan meer dan 30 cd-opnames. Momenteel richt ze zich met haar continuo-activiteiten vooral op samenwerkingen met Zefiro en het Monteverdi Choir, terwijl ze het grootste deel van haar artistieke werk wijdt aan het solorepertoire voor verschillende luitinstrumenten. Als soliste wordt Evangelina Mascardi regelmatig uitgenodigd op internationale festivals.
34
Lionel Meunier (FR), oprichter, artistiek leider en bas van Vox Luminis wordt beschouwd als een van de meest dynamische artistiek leiders op het vlak van de historische uitvoeringspraktijk en vocale ensemblemuziek. Naast zijn leidende rol bij Vox Luminis is hij een veelgevraagd gastdirigent en artistiek directeur bij diverse koren, ensembles en orkesten wereldwijd, zoals de Nederlandse Bach Vereniging, het Danish National Vocal Ensemble en het Salzburg Bach Choir. Contratenor Alex Potter (UK) treedt op met prominente dirigenten als Philippe Herreweghe, Hans Christoph Rademann, Jordi Savall en John Butt. Recente opvallende uitvoeringen omvatten de Hohe Messe van Bach met het Koninklijk Concertgebouworkest, werken van Bach en Telemann in de Wigmore Hall, en Benjamin Brittens Abraham and Isaac met tenor Thomas Hobbs in Vancouver. Alex Potter is te horen op meer dan vijftig cd’s, waaronder recente opnames van Bach-cantates met Collegium Vocale Gent en een geprezen Messiah met het English Concert. In 2023 releasete hij het soloalbum Antonio, met werk van Vivaldi, Caldara en Lotti.
Celliste Hanna Salzenstein (FR) maakt deel uit van een nieuwe generatie musici voor wie het onderscheid tussen ‘barokke’ en ‘moderne’ musici niet meer zo belangrijk is als vroeger. Of ze nu speelt als soliste, met het ensemble Le Consort naast Théotime Langlois de Swarte, Justin Taylor en Sophie de Bardonnèche, of als kamermusicus met het Dichter Trio: de diepe klank van haar instrument is een sensatie, van Bach tot Dall Abaco, van Garavaglia tot Vivaldi, van Schumann tot Debussy. In 2024 bracht ze haar eerste solo-cd uit, gewijd aan het Italiaanse repertoire van de 18e eeuw. Trygve Seim (NO) volgde de opleidingen jazzsaxofoon en compositie aan het jazzconservatorium in Trondheim. Hij bracht 22 cd’s uit bij het prestigieuze Duitse platenlabel ECM Records, waarvan 8 als componist of (mede-)bandleider. Zijn debuutalbum Different Rivers won in 2001 de Jahrespreis – Presi der Deuchten Schallplattenkritik van de Duitse platencritici. Trygve toert over de hele wereld met zijn eigen ensembles maar ook als sideman met vele andere artiesten als Manu Katché, Jacob Young, Sinikka Langeland, Iro Haarla, Fathy Salama en Jai Shankar.
Christine Sticher (DE), contrabasaanvoerder van het Orchestra of the Age of Enlightenment en van The English Concert, speelde oorspronkelijk gitaar en trombone. Pas op haar zestiende pakte ze voor het eerst de contrabas op. Na haar studies in Mannheim, Salzburg, Amsterdam en Den Haag werd ze meteen een veelgevraagd continuospeler in historische uitvoeringen. Behalve met haar vaste gezelschappen speelt ze ook geregeld met de Academy of Ancient Music, The King’s Consort, L’Orfeo Barockorchester, het Amsterdam Baroque Orchestra en het Dunedin Consort. Bas-bariton Florian Störtz (DE) won in 2023 de Internationale Händel-zangwedstrijd, de Helmut Deutsch-liedwedstrijd en samen met pianist Mark Rogers ook de Prix de mélodie op de Lili et Nadia Boulangerwedstrijd. Zijn opname van Duruflé’s Requiem werd bekroond met een Diapason d’Or. Dit seizoen zingt hij onder andere bij het Orchestra of the Age of Enlightenment en maakt hij zijn operadebuut in Glyndebourne.
35
Pianist en fortepianist Dávid Szilasi (HU) doctoreert momenteel aan de Doctoral School van de Sibelius Academie. Hij sleepte al verschillende prijzen in de wacht, waaronder de derde prijs en publieksprijs in de internationale fortepianowedstrijd van het MA Festival Brugge. Hij speelt vaak in Scandinavië en treedt op als solist bij Hongaarse en internationale orkesten. Hij is een regelmatige gast van het Helsinki Music Center, trad onlangs op in het Conservatoire de Strasbourg en maakte een concerttournee door de Baltische landen. Vox Luminis (BE) liet zich van bij zijn eerste concerten internationaal opmerken door zijn unieke sound. Oprichter Lionel Meunier stelt het
biografieën
Tuomo Suni (FI) studeerde barokviool bij Kreeta-Maria Kentala, de pionier van de Finse beweging voor oude muziek, voordat hij zijn master behaalde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag (2005). Suni treedt en neemt regelmatig op met verschillende internationale ensembles als Capriccio Stravagante en het Helsinki Baroque Orchestra. Hij werkte mee aan vele bekroonde opnames, zoals Opera Quarta’s Leclair trio sonatas (2007) en Ensemble Masques’ Romanus Weichlein (2015), die beide de Diapason d’Or wonnen. Suni is violist bij Vox Luminis en The English Concert en concertmeester bij het Hallgrímskirkja International Baroque Orchestra.
ensemble dan ook telkens zo samen dat elke stem zowel solo kan schitteren als kan opgaan in één lumineus klankenweefsel. Naargelang het repertoire, wordt het vocaal ensemble uitgebreid met continuo, solo-instrumenten of een (eigen) orkest. Dat repertoire omvat voornamelijk Engelse, Italiaanse en Duitse muziek uit de 17e en prille 18e eeuw, maar recent werkte het ensemble ook samen met de Amerikaanse componiste Caroline Shaw voor een wereldpremière in het kader van de Thüringer Bachwochen. Vox Luminis neemt op voor Ricercar en Alpha Classics. Het geniet de gewaardeerde steun van de Fédération WallonieBruxelles (FWB), WallonieBruxelles International (WBI) en de Stad Namen. Vox Luminis is huisartiest van Concertgebouw Brugge. Tijdens haar studie kerkmuziek en zang in Dresden en Bremen specialiseerde sopraan Marie Luise Werneburg (DE) zich in 17e- en 18e-eeuwse muziek. De werken van Heinrich Schütz en Johann Sebastian Bach vormen het muzikale centrum en de constante uitdaging in haar carrière. Werneburg treedt wereldwijd op als soliste en werkt onder meer samen met de Bachstiftung St. Gallen, het Constellation Choir en de Nederlandse Bachvereniging. Haar groeiende discografie omvat ook eigen liedprojecten, met onder meer werk van de Dresdense componist Johann Gottlieb Naumann..
Andreas Staier Meer Bach
‘Nicht Bach, sondern Meer sollte er heissen!‘ Beethoven had het over de diepgang en omvang van Bachs oeuvre toen hij hem eerder met de zee dan met een beekje vergeleek. Maar ook Bachs familie lijkt oeverloos. Andreas Staier verkent aan het klavecimbel de muzikale familiebanden: van oom Johann Christoph, door Johann Sebastian ‘de diepzinnige’ genoemd, tot neef Walther die net als hijzelf niet vies was van een snuifje Vivaldi aan het klavier.
zo 31 mei 2026 15.00 Concertzaal
© Gabriel Balaguera
© Andrey Grilc
za 14 feb 2026 20.00 Kamermuziekzaal
a nocte temporis, Choeur de Chambre de Namur & Reinoud Van Mechelen Rameau. Les Boréades
Rameau zou zijn ‘tragédie lyrique’ Les Boréades nooit horen, de geënsceneerde opera ging pas in 1982 in première. Koningin Alphise is verliefd op Abaris, een vreemdeling, terwijl de traditie eist dat ze een afstammeling van Boreas huwt. Als een ware deus ex machina komt Apollo een handje toesteken: het huwelijk wordt gefikst, het happy end is verzekerd. Rameau toont zich op zijn best in pakkende aria’s en aanstekelijke dansen – nooit was een tragedie zo swingend.
Laat weten wat je van de voorstelling vond met #concertgebouwbrugge Info & tickets +32 (0)78 15 20 20 — I n&Uit: ‘t Zand 34, Brugge
concertgebouw.be
V.U. Katrien Van Eeckhoutte, 't Zand 34, Brugge
Getipt