29.01.26 / Spem in alium

Page 1


do 29 januari 2026

20.00 Concertzaal

Spem in alium

Saburo Teshigawara & Vox Luminis XL

Uitvoerders & programma

For Spem in alium

Hope.

For all but this one small stone

Why can birds fly

Why can people sing

A song is a breath with color

Fading foot

From far to afar

Fading foot

From here to here

Quiet wind

Disappearing voice becomes the sky

Approaching voice becomes an arm

Ancient time and ancient light melt together to create a new life

Life born from death

Death that life has reached Together they sing

Saburo Teshigawara

19.15 inleiding door Lieve Dierckx

KARAS: dans

Vox Luminis XL: vocaal ensemble

Lionel Meunier: muzikale leiding & bas Saburo Teshigawara: regie, choreografie, lichtontwerp, kostuumontwerp & dans

Rihoko Sato: artistieke samenwerking & dans

Dario Minoia, Javier Ara Sauco: dans

Richard Castelli, Mélanie Roger, Florence Berthaud - Epidemic: productie en coördinatie voor Saburo Teshigawara

Vox Luminis ontvangt voor deze tournee de steun van de Tax shelter van de Belgische Federale Overheid via Cronos Invest (coproductie: Perpodium).

Het dansgezelschap ontvangt voor deze tournee de steun van Agency for Cultural Affairs Government of Japan Japan Arts Council

productie: KARAS & Vox Luminis coproductie: Concertgebouw Brugge, Bozar & Philharmonie de Paris MUZIEK

Thomas Tallis (ca.1505-1585) Spem in alium (ca.1570)

Edward Elgar (1857-1934) They are at rest (1909)

Thomas Tallis

Lamentationes Jeremiae prophetae (s.d.)

– Incipit lamentatio Jeremiae prophetae

– De lamentatione Jeremiae prophetae

Thomas Morley (ca.1557-1602)

Funeral Sentences

– The First Dirge Anthem: I am the resurrection and the life

– The Second Dirge Anthem: Man that is born of a woman

– The Third Dirge Anthem: I heard a voice from heaven

John Sheppard (ca.1515-1558)

Media vita in morte sumus - Nunc dimittis

‘De

afgelopen jaren werden we hier telkens zo hartelijk onthaald. Logisch dat we hier op ons best zijn!’

Lees alles over Vox Luminis en onze andere huisartiesten op concertgebouw.be/huisartiesten

Fysieke lichamen, sacrale ruimte

Lionel Meunier is bezeten door klankkleur en stemplaatsing. Als geen ander weet hij de juiste stem voor de juiste partituur te vinden. Saburo Teshigawara imponeert al decennialang met abstracte choreografieën waarin dansers een bijzondere relatie aangaan met de muziek en de ruimte. In Brugge werken de twee voor het eerst samen rond vijf composities uit het Engelse sacrale koorrepertoire. Centraal staat het magistraal polyfone Spem in alium van Thomas Tallis uit de 16e eeuw. Vox Luminis breidt voor de gelegenheid uit tot een XL-koor van 40 stemmen. Saburo Teshigawara, 72 intussen, regisseert, choreografeert, ontwerpt het lichtplan en de kostuums én staat samen met drie andere dansers mee op het podium. Tussen Namen en Tokyo, een gesprek met Meunier en Teshigawara over de plannen en visie.

Hoe makkelijk was het voor jullie om toe te zeggen voor deze samenwerking?

LM : Toen Édouard Fouré Caul-Futy van de Parijse Philharmonie me aansprak over dit project met Saburo, was ik meteen mee, want ik laat me graag leiden door nieuwsgierigheid. Natuurlijk blijft een werk als Bachs Hohe Messe uitdagen en ontroeren, elke keer opnieuw. Maar de structuur is vertrouwd, de weg bekend. In deze samenwerking met Saburo heb ik veel minder vat op het verloop. Veertig zangers, vier dansers, een choreograaf die vanuit het lichaam denkt – het dwingt me om bij de les te blijven. ST: Voor mij is het erg spannend om op een fysieke manier, via de lichamen van de dansers en de koorleden, met hun stemmen, de lange geschiedenis en de diepgang van deze muziek te delen met het publiek. In eerdere samenwerkingen met de Philharmonie van Parijs had ik al aangegeven dat ik graag met zuiver vocale muziek zou werken. De enige moeilijkheid met Spem in alium was dat de muziekkeuze al vastlag. Maar ik maak me leeg, ik stel me open. Het contact met Lionel geeft me vertrouwen.

In welke zin was het moeilijk dat de muziekkeuze al gemaakt was?

ST: Deze muziek is niet eenvoudig. Als ik voor mezelf beslis, kan ik om het even wat bedenken, of dingen gewoon opzijschuiven. Maar nu was het werk al gedaan, de muziek is er - ook al ken ik de partituur niet, kan ik de noten niet lezen of weet ik weinig van de geschiedenis: haar realiteit is er over tijds- en cultuurverschillen heen. In die zin staat ze voor een ontmoeting met een bijzondere kracht. Maar ‘moeilijk’ is een uitdaging, een kans om te proberen, om iets te veranderen – zoals Lionel aangeeft: het maakt nieuwsgierig. Samengevat: voor mij is er weinig verschil tussen vreugde en moeilijkheid. Ik hou gewoon van het woord ‘moeilijk’ (lacht). LM: Wat natuurlijk meespeelt is dat Spem in alium, het motet van Thomas Tallis waarrond de avond is opgebouwd, een van de meest iconische vocale werken uit de muziekgeschiedenis is: veertig stemmen, elk met hun eigen partituur. Het begint met een polyfonie van vijf stemmen, bouwt op naar veertig, om terug te keren naar vijf stemmen. Interessant is dat wetenschappelijke studies uitwezen dat het menselijk brein geen 40 verschillende zanglijnen kan verwerken. Blijkbaar kan je er maar 30, maximaal 32 onderscheiden en bovendien is welke je hoort voor iedereen verschillend. Dat is ook wat me zo benieuwd maakt: wat gaat Saburo hiermee doen?

Wat roept de titel Spem in alium (Hoop op een ander) bij jullie op?

LM: Ik blijf haken aan dat eerste woord: Spem/ Hoop. Voor mij is er een persoonlijk verhaal aan verbonden dat Saburo nog niet kent. Toen ik Spem in alium voor het eerst zong in 2002 in de kathedraal van Minneapolis met het koor rondom een publiek van 3000 mensen, was ik zo overweldigd dat ik achteraf een hele tijd geen woord kon uitbrengen. Daar en dan was voor mij duidelijk dat ik van zingen mijn beroep zou maken. Net omdat het werk voor mij zo’n

‘Hoe verschillen we van dieren, van robots, van objecten? Dat wil ik als uitgangspunt nemen voor de dans.’
Saburo Teshigawara

levensveranderende betekenis heeft, wilde ik dat het centraal zou staan in dit project. Een detail: mijn moeder houdt niet zo van deze muziek maar dit keer komt ze kijken omdat ze Saburo en zijn dansers wil zien (lacht).

ST: Lionel legde me uit dat Spem in de tekst verbonden is met God - dat alleen al vind ik interessant. In Japan is er niet één god, maar zijn er vele natuurgoden, en is hogere kracht aanwezig in mensen en materie Dat verschil wil ik niet onder de mat vegen. Daarnaast bleef de laatste regel van het motet me bij: ‘Wees u bewust van onze nederigheid.’ Die woorden brachten me bij machteloosheid, dwaze menselijke machteloosheid. Hoe verschillen we daarin van dieren, van robots, van objecten? Dat wil ik als uitgangspunt nemen voor de dans. Vaak beangstigen de donkere kanten van mensen me. Zelf probeer ik een goed mens te zijn – wat vaak lastig is. Maar uiteindelijk gaat het niet om goed of kwaad. Wat telt, is zonder oordeel te kunnen zien: jij bent jij, en soms wil ik jou zijn, of mezelf, en soms een sjamaan. Spem in alium is muziek die de kracht en schoonheid heeft om dat soort grote vragen aan af te meten, als een reis langs wat het betekent om mens te zijn. Dat is mijn insteek in het project, via de muziek daartoe te komen.

Hoe belangrijk is het sacrale van deze muziek voor jullie?

LM: Voor mij is het onvermijdelijk om dat mee te nemen. Als we met Vox Luminis deze renaissancemuziek zingen, merken we dat we ons telkens heel verbonden voelen. Of het aan de tekst ligt of aan het spirituele, daar zijn we niet over uit. Voor mij maakt net het mysterie de schoonheid uit van deze muziek. Natuurlijk hoef je niet religieus te zijn, maar als je niet opgaat in wat je zingt, gaat er iets verloren. Soms gaat het erom de zangers er tussen alle technische aspecten van de uitvoering aan te

herinneren waar de muziek voor staat. Want die specifieke aandacht voegt iets toe aan de stemkleur. Als we in een kerk of kathedraal repeteren, laat ik de deur altijd openstaan zodat voorbijgangers kunnen komen luisteren. Als ik dan achteraf naar hun ervaring vraag, zeggen ze: ik zet me neer, sluit mijn ogen, ik bid, ik denk aan mensen die belangrijk voor me zijn. ST: Het sacrale in deze muziekteksten gaat voor mij het menselijke te boven. Maar voor het ons te boven gaat, is het evengoed een fysieke realiteit. Het lichaam is voor mij geen onafhankelijk object in zijn omgeving. Het lichaam ademt, transpireert, staat in relatie tot lucht en ruimte. Zonder natuur die ons van bovenaf gegeven is, kunnen we niet leven. De natuur is deel van ons lichaam, het lichaam zelf is ruimte en in die zin een heiligdom, zonder dat het benoemd hoeft te worden – dat is het soort sacraliteit waarrond ik denk. Voor mij gaat het niet om verhalen. Ik heb geen behoefte aan een gedeelde spirituele ruimte. Bidden doe ik zonder woorden, het gevoel van verbinding volstaat.

Hoe werken jullie concreet rond die verbinding op scène?

ST : Voor mij als danser en choreograaf begint alles bij het fysieke zijn. Er is de zwaartekracht, de aarde, en het gewicht van je lichaam. Zonder vloer blijf je voor altijd vallen. We kunnen niet vliegen maar wel springen en landen. We kunnen onszelf leren vallen en zo de ruimte tussen boven en beneden op een andere manier ervaren. De goden bepalen misschien ons lot en ons leven, maar tegelijk is het leven een dans. Mensen stoppen nooit met bewegen: omdat we rechtop lopen maken we voortdurend micro-bewegingen om in balans te blijven. In dans gaat het vaak om technieken aanleren om die disbalans te controleren en te sturen: Mijn idee is dat je natuurlijke timing verloren gaat

als je het dansgeheugen te veel programmeert. Mijn methode bestaat erin om via bewuste ademhaling terug te keren naar een natuurlijke, open staat, en vandaar af te beginnen, niet zozeer met improvisatie maar met wat ik liever een ‘spontane reorganisatie’ van het lichaam noem. Leegmaken, openstellen en versmelten, is hoe we ons proberen te verhouden tot de muziek.

LM: De aanwezigheid van de dansers zal in het koor iets met de stemkleur doen. Hetzelfde geldt voor het publiek. Dat is een natuurlijk gegeven: als je een verbinding voelt, brengt dat een kleine verandering in de stem teweeg. Die kunnen we niet capteren met een computerprogramma of vatten in taal, maar mensen voelen dat wel aan. Dat is de magie. In die zin zal er ook met de zangers iets gebeuren als datgene dat Saburo omschrijft als ‘spontane reorganisatie’.

ST: Het lichaam herschikt zichzelf voortdurend, in relatie tot klank, nabijheid en ruimte. Soms doen we niets. Dat nietsdoen is essentieel. Als bij regen die stopt, maar het lichaam nat laat. Van daaruit kan iets ontstaan.

De vijf werken op het programma van Spem in alium brengen langzame zanglijnen, geschreven voor grote ceremoniële ruimtes. Hoe kijken jullie daarnaar voor dit project?

LM: We hebben met Vox Luminis één keer met dansers samengewerkt in een opera van Charpentier waarbij wij zangers meedansten, of tenminste een poging ondernamen (lacht). In een opera zijn acteren en dansen deel van de opzet, maar sacrale muziek is een andere categorie. Daar ben ik veel voorzichtiger mee. Renaissancepolyfonie draagt een ritueel in zich. Mensen voelen dat onmiddellijk, ook als ze de woorden niet begrijpen. Er ontstaat een gedeelde aandacht die moeilijk te benoemen is. Er is één ding dat ik erg waardeer in sacrale muziek, en dat is ruimtelijkheid. Ik weet dat ook Saburo daarrond werkt, waardoor het interessant wordt. Het langzame van deze renaissancemuziek zie ik tegelijk als een uitgelezen kans om ons met het publiek anderhalf uur lang op een andere manier te verhouden tot de snelheid die we onszelf buiten de concertzaal al te vaak opleggen. ST: Ritme is niet essentieel voor dans. Omdat de muziek in Spem in alium zo weinig ritmisch is, biedt ze een unieke kans om ademritmes en -cycli te delen. Adem is een basisgegeven of je nu een danser, zanger, of toeschouwer bent. Vanuit het standpunt van de danser kan je de adem aanvoelen van het koor. Ademen

‘Het is fascinerend hoe dicht dans en muziek bij elkaar liggen: allebei gebruiken we het lichaam en de adem als instrument.’
Lionel Meunier

is voor de dansers ook een manier om hun eigen muzikaliteit te delen met de zangers. Door hun adem bewust naar verschillende lichaamsdelen te sturen en in vormen om te zetten – spiraal, kromming … – kunnen ze contrapunten creëren in relatie tot deze muziek.

LM: Het is fascinerend hoe dicht dans en muziek bij elkaar liggen: allebei gebruiken we het lichaam en de adem als instrument. De menselijke stem vind ik zo bijzonder, het mysterie van die twee kleine, trillende membranen van amper 2 cm in onze keel. In de renaissancemuziek van Spem in alium zingen we lange lijnen dus moeten we ons veel meer bewust zijn van hoe je ademt om zo’n lijn lang genoeg te kunnen aanhouden, zonder op het verkeerde punt opnieuw in te ademen.

Hoe zou met je de zangers werken, Saburo, moest je hen in je KARAS-studio in Tokyo een workshop kunnen geven?

ST: Sowieso heb ik het plan om in Brugge in de week voor de voorstelling, wanneer het voltallige koor aanwezig is, een kleine workshop te houden. Ik wil de zangers graag laten stilstaan voor ze in beweging komen. Hen via de voetzolen bewust de zwaartekracht laten voelen of met de dansers tonen hoe we via onze handpalmen de ruimte inademen en hoe dat gevoel doorzet naar de wervelkolom, als een levende structuur met bouten en vloeistof die je kan oprekken en ontspannen. Hoe dat de oren van ons bewustzijn openzet. Ik wil graag dat ‘echte’ gevoel delen, weg van voorgeschreven beweging. Voor mij is dat onhoorbare muziek. Daarom zijn voor ons dansers de stemmen van

de zangers fantastisch: je kan hun voortgang zien, hun reacties – je kan zien door te luisteren, en luisteren door naar hen te kijken. Harmonie vinden tussen de adem van de dansers en de adem van de stemmen lijkt me een prachtige les die we zouden kunnen delen in een workshop.

Hoe cruciaal is de opstelling van het koor eigenlijk voor een optimale luisterbeleving? Hoe overleggen jullie daarover?

LM: Voor mij is het essentieel dat we elkaar goed genoeg kunnen horen om optimaal te presteren als koor. Daarnaast weet Saburo al dat als de componist aanwijzingen geeft in de partituur, ik die graag wil volgen. Van Spem in alium is bekend dat Thomas Tallis de muziek bedoelde voor acht keer vijf zangers. De meest gebruikelijke opstelling is een achthoek – en dat is waar we voor gaan. In Funeral Sentences geeft Thomas Morley als aanwijzing dat het eerste deel moet klinken als een processie. Dus wil ik graag in processie wandelen, waarbij Saburo ervoor moet zorgen dat we niet marcheren als in een militaire parade (lacht). Voor het tweede en derde deel van Funeral Sentences wil Morley dat het koor rond een kist staat, en ook dat

Ontdek het verhaal achter Thomas Tallis’ Spem in alium

Wist je dat Thomas Tallis niet alleen engelachtige muziek schreef, maar mogelijk ook betrokken was bij een moordcomplot?

En dat het veertigstemmige Spem in alium allerhande wiskundige raadsels en verwijzingen bevat? Ontrafel deze en alle andere geheimen achter Tallis en zijn meesterwerk via het online verhaal vol muziek- en videofragmenten.

Ontdek het hele verhaal

behouden we. De andere componisten geven geen aanwijzingen. Voor we naar Brugge komen zullen we met het koor al heel diep ingegaan zijn op de muzikale interpretatie. Hier hoeven we alleen maar te weten: wat heb je voor ons in petto, Saburo? Opnieuw, ik ben heel erg benieuwd. ST: Ik heb een aantal mogelijke opstellingen van het koor klaar op papier: lijnen, cirkels en vierkanten in verschillende constellaties en verhoudingen. Dat houdt me nog wel even bezig. En we blijven in overleg.

Lieve Dierckx

Lees ook de interactieve verhalen van de vorige seizoenen over tientallen andere grote meesterwerken op concertgebouw.be/topstukken

Vox Luminis XL

sopraan

Viola Blache

Franziska Eberhardt

Hannah Ely

Tabea Mitterbauer

Marta Muranyi

Clara Steuerwald

Erika Tandiono

Zsuzsi Tóth

alt

Helene Erben

Iris Bouman

Brice Claviez-Homberg

Sophia Faltas

Barnabás Hegyi

Tobias Knaus

Jan Kullmann

Tessa Roos

tenor

Adriaan De Koster

Christopher B. Fischer

Philippe Froeliger

Jonathan Hanley

Thomas Kelly

Thomas Köll

João Moreira

Lisandro Nesis

bariton

Vincent Berger

Olivier Berten

Vincent De Soomer

Hidde Kleikamp

Lionel Meunier

Sebastian Myrus

Lóránt Najbauer

Pēteris Vaickovskis

Bas

Geoffroy Buffière

Guglielmo Buonsanti

Javier Cuevas

Joel Frederiksen

Andrés Soler Castaño

Pieter Stas

Sönke Tams Freier

Bart Vandewege

Biografieën

De Japanse danser/choreograaf

Saburo Teshigawara (JP) begon zijn carrière in 1981 in zijn geboortestad Tokio na een opleiding beeldende kunst en klassiek ballet. In 1985 richtte hij samen met Kei Miyata het dansgezelschap KARAS (JP) op. Hij verwierf internationale bekendheid als choreograaf/ regisseur voor onder meer William Forsythe/Ballet Frankfurt, Nederlands Dans Theater I, de Parijse Opera en het Ballet du Grand Théâtre de Genève. Teshigawara krijgt ook steeds meer internationale aandacht voor zijn kunsttentoonstellingen, films/video’s en voor zijn decor-, licht- en kostuumontwerpen. Onder meer via S.T.E.P. (Saburo Teshigawara Education Project) zet hij zich in voor tal van educatieve projecten. Teshigawara won talrijke internationale prijzen, waaronder de Gouden Leeuw voor culturele verdienste in 2022.

Rihoko Sato (JP) danst sedert 1996 bij KARAS en ontpopte zich sindsdien tot centrale danseres en artistiek assistent van Saburo Teshigawara. Ze wordt internationaal geprezen om haar intensiteit en gevoeligheid. In 2009 debuteerde ze met haar eerste solo SHE. Ze ontving diverse dansprijzen en maakt sinds 2018 ook eigen choreografieën, waaronder Vêpres de la Vierge, IZUMI en Forest of Confession

Vox Luminis (BE) liet zich van bij zijn eerste concerten internationaal opmerken door zijn unieke sound. Oprichter Lionel Meunier stelt het ensemble dan ook telkens zo samen dat elke stem zowel solo kan schitteren als kan opgaan in één lumineus

klankenweefsel. Naargelang het repertoire, wordt het vocaal ensemble uitgebreid met continuo, solo-instrumenten of een (eigen) orkest. Dat repertoire omvat voornamelijk Engelse, Italiaanse en Duitse muziek uit de 17e en prille 18e eeuw, maar recent werkte het ensemble ook samen met de Amerikaanse componiste Caroline Shaw voor een wereldpremière in het kader van de Thüringer Bachwochen. Het ensemble vierde in 2024 zijn 20e verjaardag in Concertgebouw Brugge, waar het ook huisartiest is. Vox Luminis neemt op voor Ricercar en Alpha Classics. Het geniet de gewaardeerde steun van de Fédération Wallonie-Bruxelles (FWB), Wallonie-Bruxelles International (WBI) en de Stad Namen.

Lionel Meunier (FR), oprichter, artistiek leider en bas van Vox Luminis, wordt beschouwd als een van de meest dynamische artistiek leiders op het vlak van de historische uitvoeringspraktijk en vocale ensemblemuziek. Lionel werd opgeleid als zanger en blokfluitist en begon zijn carrière als bas bij gerenommeerde ensembles zoals Collegium Vocale Gent, Amsterdam Baroque Choir en Cappella Pratensis. Naast zijn leidende rol bij Vox Luminis is hij een veelgevraagd gastdirigent en artistiek directeur bij diverse koren, ensembles en orkesten wereldwijd, zoals de Nederlandse Bach Vereniging, het Danish National Vocal Ensemble en het Salzburg Bach Choir. In 2013 kreeg hij de titel Namurois de l’Année voor cultuur in de Belgische stad Namen, waar hij samen met zijn familie woont.

Liedteksten

Edward Elgar

They are at rest

They are at rest.

We may not stir the heaven of their repose By rude invoking voice, or prayer addrest In waywardness to those Who in the mountain grots of Eden lie, And hear the fourfold river as it murmurs by.

And soothing sounds

Blend with the neighb’ring waters as they glide;

Posted along the haunted garden’s bounds, Angelic forms abide, Echoing, as words of watch, o’er lawn and grove

The verses of that hymn which Seraphs chant above.

They are at rest.

Zij rusten.

We mogen hun hemelse rust niet storen met grof smekende stem of gebed dat eigengereid is gericht tot hen die in de berggrotten van Eden liggen en de viervoudige rivier voorbij horen kabbelen.

En kalmerende geluiden mengen met de naburige wateren, terwijl ze verglijden; op hun post langs de boorden van het bewoonde park vertoeven gedaanten als engelen en doen over gazon en hof als wachtwoorden weerklinken de verzen van de hymne, die Serafijnen erboven zingen.

Zij rusten.

vertaling: Michel Klarenbeek

Thomas Tallis

Spem in alium

Spem in alium nunquam habui Praeter in te, Deus Israel Qui irasceris et propitius eris et omnia peccata hominum in tribulatione dimittis

Domine Deus, Creator caeli et terrae respice humilitatem nostram.

Nooit heb ik mijn hoop op een ander gevestigd

Dan op U, God van Israël

Die zowel toorn als genade kan tonen, en die alle zonden kwijtscheldt van de lijdende mens Here God, Schepper van hemel en aarde wees u bewust van onze nederigheid.

Thomas Tallis

Lamentationes Jeremiae Prophetae

Lamentatio I

Incipit Lamentatio Jeremiæ Prophetæ.

Aleph.

Quomodo sedet sola civitas plena populo? Facta est quasi vidua domina gentium: princeps provinciarum facta est sub tributo.

Beth.

Plorans ploravit in nocte, et lacrimæ eius in maxillis eius: non est qui consoletur eam ex omnibus caris eius.

Omnes amici eius spreverunt eam, et facti sunt ei inimici. Jerusalem, Jerusalem, convertere ad Dominum Deum tuum.

Lamentatio II

De lamentatione Jeremiæ Prophetæ. Ghimel.

Migravit Juda propter afflictionem, ac multitudinem servitutis: habitavit inter gentes, nec invenit requiem.

Daleth.

Omnes persecutores eius apprehenderunt eam inter angustias. Lugent eo quod non sunt qui veniant ad solemnitatem.

Omnes portae eius destructae, sacerdotes eius gementes, virgines eius squalidae, et ipsa oppressa amaritudine. Heth.

Facti sunt hostes eius in capite, inimici illius locupletati sunt; quia Dominus locutus est super eam propter multitudinem iniquitatum eius; parvuli eius ducti sunt captivi ante faciem tribulantis. Jerusalem, Jerusalem, convertere ad Dominum Deum tuum.

Hier beginnen de klaagliederen van de profeet Jeremia. Aleph.

Ach, hoe eenzaam zit zij neer, de eens zo levendige stad? Een weduwe is ze geworden, zij die groot was onder de volken. De vorstin van de gewesten is tot slavernij vervallen.

Beth.

Heel de nacht weent zij, haar wangen zijn nat van tranen: er is niemand die haar troost, niemand van haar vele minnaars. Geen vriend bleef haar trouw, allen zijn haar vijandig gezind.

Jeruzalem, Jeruzalem, keer terug tot de Heer uw God

Uit de klaagliederen van de profeet Jeremia. Ghimel.

De stam Juda is verbannen na een tijd van nood en zware onderdrukking: zij zit neer te midden van de volken, maar vindt geen rust.

Daleth.

Haar vervolgers belagen haar overal en drijven haar in het nauw.

[De wegen naar Jeruzalem] zijn troosteloos, want niemand is meer op weg naar de tempelfeesten. Haar poorten liggen in puin, haar priesters weeklagen, haar meisjes dragen rouwkleren, en zijzelf: bitter is haar lot. Heth.

Haar vijanden zijn heer en meester, zo zeker van zichzelf; de Heer heeft haar dit aangedaan om haar vele overtredingen; haar kinderen zijn gevangen weggevoerd, voor de vijand uit.

Jeruzalem, Jeruzalem, keer terug tot de Heer uw God

vertaling:

naar Nieuwe Bijbelvertaling NBG 2007/Willibrordbijbel

Funeral Sentences

The First Dirge Anthem

4.14

I am the resurrection and the life, saith the Lord: he that believeth in me, though he were dead, yet shall he live: and whosoever liveth and believeth in me shall never die.

5.15

I know that my Redeemer liveth, and that he shall stand at the latter day upon the earth. And though after my skin worms destroy this body, yet in my flesh shall I see God: whom I shall see for myself, and mine eyes shall behold, and not another.

6.16

We brought nothing into this world, and it is certain we can carry nothing out. The Lord gave, and the Lord hath taken away; blessed be the name of the Lord.

The Second Dirge Anthem

7.19

Man that is born of a woman hath but a short time to live, and is full of misery. He cometh up, and is cut down, like a flower; he fleeth as it were a shadown, and never continueth in one stay.

8.20

In the midst of life we are in death: of whom may we seek for succour, but of thee, o Lord, who for our sins art justly displeased? Yet, o Lord God most holy, o Lord most mighty, o holy and most merciful Saviour, deliver us not into the bitter pains of eternal death.

9.21

Thou knowest, Lord, the secrets of our hearts; shut not thy merciful ears to our prayer; but spare us, Lord most holy, o God most mighty, o holy and merciful Saviour, thou most worthy Judge eternal, suffer us not, at our last hour, for any pains of death, to fall from thee.

4.14

Ik ben de verrijzenis en het leven, zei de Heer: wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven.

5.15

Ik weet dat mijn Verlosser leeft, en na de laatste dag op aarde zal Hij op me wachten.

En al ben ik nog zo geschonden, ik zal God zien vanuit dit lijf: aan mijn zijde zal ik Hem zien, met eigen ogen.

6.16

Want wij hebben in deze wereld niets meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. God geeft en God neemt; gezegend is de naam van God

7.19

De mens, geboren uit een vrouw, heeft maar kort te leven en is vervuld van ellende. Hij komt op en wordt afgesneden als een bloem; hij vliedt als eens schaduw, en nooit blijft hij in dezelfde staat.

8.20

Midden in het leven zijn we in de dood; bij wie anders zullen we hulp zoeken, dan bij U, o Heer, die terecht om onze zonden vertoornd zijt? O Heer God, alheilige, o Heer, almachtige, o heilige en allerbarmhartigste Verlosser, geef ons niet over aan de pijn van de eeuwige dood.

9.21

U kent, Heer, de geheimen van ons hart; sluit niet Uw genadige oren voor ons gebed, maar wees ons genadig, allerheiligste Heer, o God almachtig. O heilige en genadige Verlosser, meest eerbiedwaardige eeuwige

Rechter, laat niet toe dat wij in ons laatste uur, gepijnigd door de dood, uit Uw genade vallen.

The Third Dirge Anthem

11.17

I heard a voice from heaven, saying unto me, Write, from henceforth blessed are the dead which die in the Lord: Even so, saith the Spirit, for they rest from their labours.

Amen.

John Sheppard

Media vita in morte sumus

Media vita in morte sumus

Quem quaerimus adjutorem nisi te, Domine?

Qui pro peccatis nostris juste irasceris qui es Sancte Deus, Sancte fortis, Sancte et misericors Salvator, Amaræ morti ne tradas nos.

Nunc dimittis servum tuum Domine: secundum verbum tuum in pace. Quia viderunt oculi mei salutare tuum. Quod parasti: ante faciem omnium populorum. Lumen ad revelationem gentium, et gloriam plebis tuae Israel. Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sancto. Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in sæcula sæculorum. Amen.

Ne projicias nos in tempore senectutis cum defecerit virtus nostra ne derelinquas nos Domine.

Sancte Deus.Sancte fortis, Sancte et misericors Salvator, Amarae morti ne tradas nos.

Noli claudere aures tuas ad precesnostras. Sancte fortis.

Sancte et misericors Salvator, amarae morti ne tradas nos. Qui cognoscis occulta cordis parcepeccatis nostris.

Sancte et misericors Salvator, amarae morti ne tradas nos.

11.17

Ik hoorde een stem vanuit de hemel die sprak: Schrijf op dat vanaf heden de doden gezegend zijn die in de Heer sterven. Zo, sprak de Geest, kunnen zij uitrusten van hun werken. Amen.

vertaling: BOZAR

Midden in het leven zijn we in de dood; bij wie anders zullen we hulp zoeken, dan bij U, o Heer, die terecht om onze zonden vertoornd zijt?

O Heer, God, alheilige, o Heer, almachtige, O heilige en allerbarmhartigste Verlosser, geef ons niet over aan de pijn van de bittere dood.

Laat nu uw dienaar in vrede heengaan, Heer, volgens uw woord. Omdat mijn ogen uw heil hebben aanschouwd. Dat verschenen is voor het aangezicht van alle volkeren. Het licht ter openbaring der volkeren en tot eer van uw volk Israël. Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Laat ons niet in de steek op onze oude dag; Wanneer onze kracht ons in de steek laat, laat ons niet vallen, o Heer.

O Heer, God, alheilige, o Heer, almachtige,

O heilige en allerbarmhartigste Verlosser, geef ons niet over aan de pijn van de bittere dood. Sluit uw oren niet voor onze gebeden.

O Heer, almachtige,

O heilige en allerbarmhartigste Verlosser, geef ons niet over aan de pijn van de bittere dood. Gij, die de geheimen van het hart kent, vergeef onze zonden.

O heilige en allerbarmhartigste Verlosser, geef ons niet over aan de pijn van de bittere dood.

nieuwe topstukken

Expo Julie Calbert

Speciaal voor seizoen 25/26 van het Concertgebouw, dat in het teken staat van liefde en relaties, creëerde de Brusselse fotograaf en beeldend kunstenaar Julie Calbert een fotoreeks die liefde zichtbaar maakt in gebaren, beweging en lichaamstaal. Ze fotografeerde hiervoor zes dansers uit Brugge en omstreken op de Brugse Vesten. Liefde verschijnt in al haar meervoudigheid: van zichtbare verbinding en aantrekking tot conflict en onevenwicht. In haar foto’s, installaties en sculpturen focust Calbert op de relatie tussen geheugen, lichaam, beweging en omgeving en experimenteert ze met veranderingen, herhalingen en afdrukken in haar beelden.

Bekijk de expo voor of na een voorstelling of op het Concertgebouw Circuit.

Een moment van stilte. Een wereld van klank.

Verwen je oren ook tijdens seizoen 2025/26 met vijf nieuwe topstukken, ofwel: vijf werken uit vijf verschillende eeuwen die je hartslag spontaan de hoogte injagen, en al zeker als je ze live beleeft.

Je kon dit seizoen niet alleen inschepen op de Moldau met Smetana’s Má Vlast, met Daphnis & Chloé genieten van Ravels ‘beste werk’ (aldus Stravinsky) of de kersttijd inzetten met Händels Messiah, je beleeft weldra ook dans in dialoog met Tallis’ meesterlijke Spem in alium en Schütz leidt je in maart met zijn Hooglied een paradijselijke tuin van timbres en stemmen binnen.

40% korting Meer weten?

Cera en Concertgebouw Brugge verwelkomen je in een wereld waar muziek en dans verbinden. Samen maken we kunst toegankelijk voor iedereen. Als Cera-vennoot geniet je trouwens van 40% korting op een zorgvuldig gekozen selectie voorstellingen.

Getipt

vr 06 feb 2026

20.00 Concertzaal

Béla

ECCE & Ictus

Claire Croizé en Etienne Guilloteau wagen zich, samen met Ictus, aan een nieuwe creatie voor vier dansers en vier muzikanten. Op de tonen van Béla Bartóks explosieve Sonate voor twee piano’s en slagwerk markeert de voorstelling de impact van muziek op het lichaam. In dialoog met elkaar herdefiniëren de dansers en muzikanten het begrip natuur op maat van vandaag: als een uitgestrekte ruimte die alle aardbewoners moeten delen, en waar het wemelt van gebaren, geluiden en complexe interacties.

wo 25 mrt 2026

20.00 Concertzaal

Les Cris de Paris Schütz. Hooglied

Heinrich Schütz liet zich zijn hele leven lang inspireren door het Hooglied, het meest dichterlijke en zinnelijke Bijbelboek. Op deze magistrale erotische poëzie liet hij al zijn kunnen los in de nieuwe muzikale taal die hij had ontwikkeld sinds zijn leertijd bij Gabrieli in Venetië. Hierin gaan timbres en ruimteeffecten samen met solowerk en meerkorigheid. Sindsdien weerklonk de Bijbelse liefde met Italiaanse eleganza.

Laat weten wat je van de voorstelling vond met #concertgebouwbrugge

Info & tickets +32 (0)78 15 20 20 — In&Uit: ‘t Zand 34, Brugge concertgebouw.be

© Sofia Crespo
© Jean-Francois Mariotti

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.