Losse nummer zijn te bestellen via verkoop@rondomvandaag.nl
Disclaimer
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Typ- en/of zetfouten voorbehouden. De uitgever kan niet instaan voor de juistheid of volledigheid van artikelen, RondOm Vandaag aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid, van welke aard dan ook, voor schade als gevolg van informatie uit deze uitgave. nl
In deze uitgave
Wethouder Robin Hartogh Heys van de Lier | Gemeente Smallingerland: “Smallingerland wil ruim 1.900 woningen realiseren tot 2030”
Reinoud van der Bos | Harns Invest: “Over groei Harns Invest, regeldruk en parallel plannen”
Wethouder Hein de Haan | Gemeente Leeuwarden: “10.000 à 15.000 woningen erbij tot 2040”
Rikkert Besselse en Pier Reitsma | Rabobank en BPD: “Rabobank en BPD bundelen krachten voor duurzaam en waterbewust bouwen”
Sieb Meijer en Ben de Roo | Daiwa House
Modular Europe: “Nieuwe opdrachten zijn zeker welkom!”
Wethouder Rolie Tromp | Gemeente Heerenveen: “Bouwen aan plekken waar mensen zich thuis voelen”
VERDER IN DIT NUMMER: Suzanne Berends en Erwin Alders | Gemeente Smallingerland: “Tijdelijk uit elkaar, straks hechter: hoe verbouwing gemeentehuis van Smallingerland verbindt” 8 | Bauke Wierda | Lamberink Makelaars & Adviseurs: “Midden in de bouwwereld” 16 | Wethouder Michel Rietman I Gemeente Súdwest-Fryslân: “Woningkrapte oplossen met lef” 24 | Niels Mensonides | Mensonides: “Na Harlingen ook in Drachten, met dezelfde koers” 28 | Arjan Moes | VDM Woningen: “VDM Woningen bouwt aan de toekomst: hout als ruggengraat” 36 | Theun Erik Holwerda | Bouwbedrijf De Vries Leeuwarden “Stadsaannemer met liefde voor lastig werk” 50 | Rinse van Dijk en Kees Praamstra | Lont: “Dankzij korte lijnen en vertrouwen samen mooie dingen bouwen” 60 | De toekomst van Friesland is rond 64 | Evert Jan van Nijen, directeur Vereniging Circulair Friesland: “Sizze en dwaan, nu, straks en later” 66 | Erwin Alders, projectleider opdrachtgeversaanpak: “De echte verandering begint aan de tekentafel” 68 | Henk de Boer en Richard Teppema | Gemeente Súdwest-Fryslân en Tjebbe de Jong | BGDD: “Wij geven met dit gebouw zelf het goede voorbeeld” 69 | Erik Fledderus, projectleider Ketenontwikkeling: “De keten staat steeds vaker echt in de praktijk” 72 | Jorn Stroetenga | Elkien en Haije Wierda | Lont en Leon Kooijmans | Hekstra: “Dertien daken, één keten” 73 | Joris Rommerts, projectleider wet- en regelgeving: “Zorg dat de regels zo zijn, dat circulair en biobased bouwen de logische keuze is” 76 | Pim Ketelaars | Heijmans: “De aarde staat in de fik, maar in Friesland durven ze te dóen” 77 | Max Eisenbart, projectleider: Bouwen aan de Toekomst: “Leven Lang Ontwikkelen” 80 | Jaap van Bruggen | Firda en Marthijs Roorda | GreenInclusive: “Hoe onderwijs samenwerkt aan nieuwe generatie bouwers” 81 | Johan Lakke, projectleider It Nije Normaal: “Friese bouwtaal tegen de drinkwatercrisis” 84 | Hans La Faille en Rik Kooistra | Wind Groep: “Als je echte impact wilt, moet je actief bijdragen” 85 |
Welkom
bij
Friesland Bouwt en Ontwikkelt 2026
Beste lezer,
Met trots presenteren wij u de vijfde editie van het magazine Friesland Bouwt en Ontwikkelt, een magazine dat u meeneemt door de dynamische wereld van vastgoedontwikkeling in onze prachtige provincie.
De provincie Friesland is volop in beweging. De sterke ontwikkeling en de toenemende ambities in de regio maken duidelijk dat de provincie een cruciale rol speelt in de nationale bouwopgave.
In deze uitgave hebben we ons gericht op de meest actuele ontwikkelingen op het gebied van woningbouw en gebiedsontwikkeling. We schetsen een beeld van de projecten die nu spelen, van de eerste schetsen tot de oplevering, en belichten de visie en het vakmanschap dat hierachter schuilgaat.
U zult ontdekken hoe diverse partijen, van gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars tot bouwbedrijven en makelaars samenwerken om innovatieve woonoplossingen te realiseren die aansluiten bij de behoeften van de inwoners. Van duurzame nieuwbouwwijken tot de transformatie van bestaande gebouwen, elk project draagt bij aan de kwaliteit van leven in deze regio.
Daarbij vindt u in dit magazine een uitgebreide special van Vereniging Circulair Friesland. De transitie naar een circulaire economie is meer dan een duurzaamheidsdoel; het is een nieuwe manier van kijken naar waarde. Binnen Circulair Friesland worden krachten gebundeld om slimme oplossingen te vinden voor de schaarste van morgen.
Wij hopen dat Friesland Bouwt en Ontwikkelt u inspireert en informeert over de bruisende ontwikkelingen in deze provincie. Het is een eer om deze ontwikkelingen met u te mogen delen.
Veel leesplezier!
Ronald Jousma
Eigenaar Nederland Bouwt en Ontwikkelt
Met dank aan de deelnemers voor hun inspirerende verhalen
Wethouder Robin Hartogh Heys van de Lier van de gemeente
Smallingerland:
“Smallingerland
wil ruim 1.900 woningen realiseren tot 2030”
Na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 verlaat wethouder Robin Hartogh Heys van de Lier de politiek. Sinds 2020 is hij wethouder Wonen en Ruimtelijke Ordening van de gemeente Smallingerland. Hier blikt hij terug en kijkt vooruit. Hij is maar wat trots op ‘de waanzinnige slag die we geslagen hebben op het gebied van woningbouw’. Ook vertelt hij enthousiast over de 40 Buurblokwoningen die in 2026 in Drachten komen.
In afwachting van de inwerkingtreding van de wet Versterking regie volkshuisvesting waarbij gemeenten verplicht een Volkshuisvestingsprogramma moeten hebben, is de gemeente Smallingerland al begonnen met de vertaling van de huidige Woonvisie -die tot en met 2025 loopt- in een nieuw Volkshuisvestingsprogramma. Hartogh Heys licht toe: “Onze Woonvisie loopt zo mooi over in ons Volkshuisvestingsprogramma dat in het eerste kwartaal van 2026 wordt vastgesteld.”
Hij vervolgt: “We brengen de groeiambitie op de lange termijn in beeld en maken keuzes voor na 2030. De doelstellingen uit onze Woonvisie staan nog steeds overeind. Wat goed is, hoeven we natuurlijk niet aan te passen. Maar er zijn natuurlijk wel nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, de dubbele vergrijzing, de problematiek van de binnenstedelijke ontwikkeling, de moeilijke opgave om 1/3 betaalbaar en 1/3 sociale huur te bouwen en vooral kosten en betaalbaarheid.”
Betaalbaar bouwen
“Op personeelskosten en materiaalkosten is niet veel winst te behalen. Dat zit ‘m in de grondprijs. Nu zijn we niet overal grondeigenaar. Maar af en toe kunnen we grond voor een lagere prijs aanbieden aan ontwikkelaars en eisen dat ze betaalbaar bouwen voor jongeren en ouderen.”
“Een ander instrument dat we in het leven willen roepen, is een vereveningsprogramma. Ontwikkelaars die niet voor deze doelgroepen bouwen, doen een afdracht in een vereveningsfonds. Hiermee kan de gemeente via stimuleringsmaatregelen of met bijdragen op andere
locaties de grond goedkoper aanbieden. Met dit fonds hoeven wij als gemeente niet als enige de rekening te betalen voor een collectief probleem.”
“Naast kwaliteit, duurzaamheid en gedifferentieerd bouwen blijft kwantiteit een grote ambitie. We hebben een hernieuwde woondeal gesloten. Naast onze ambitie van 1.500 woningen komen er nog ruim 400 woningen bij.’
Participatie in de dorpen “In ons Ruimtelijk Ontwikkelperspectief maken we een grondige analyse van alle ruimtevragen voor de komende 10-25 jaar. Dat betreft fysieke ruimtevragers als woningbouw, bedrijfsterreinen, duurzaamheid, natuur, landschap, zonneparken, windmolens en uiteraard voorzieningen. Als we alles optellen, hebben we tweeënhalf keer Smallingerland nodig. Dat betekent dat we keuzes moeten maken en dat is af en toe best heftig.”
‘We hebben een waanzinnige slag geslagen op het gebied van woningbouw.’
“We moeten 3.000 woningen realiseren. Naast binnenstedelijk in Drachten gaan we ook in de dorpen bouwen. Het afgelopen jaar zijn we participatierondes gestart in alle dorpen en kernen en hebben de belangengroeperingen gesproken. Er is ongelooflijk grote belangstelling in alle dorpen en het heeft goede input opgeleverd.”
Nieuwbouw Zwemcentrum de Welle.
“Boornbergum bijvoorbeeld heeft nu 800 woningen en daar zouden maximaal 600 woningen bij komen. Dat betekent bijna een verdubbeling en dat doet iets met het DNA van het dorp. Er was begrijpelijk veel onbegrip en weerstand, maar er werd ook heel constructief meegedacht. Dat heeft ertoe geleid dat we in Boornbergum samen met Dorpsbelangen in ontwerpateliers drie varianten uitwerken voor 200, 400 of 600 woningen.”
‘In 2026 en 2027 worden veel projecten gestart en opgeleverd, de kwantiteitslijn stijgt dus fors!’
Posities verwerven voor herontwikkeling
“Het is onze ambitie om veel, maar ook gedifferentieerd te bouwen. Dat lukt op veel plekken. Zo hebben we met woningcorporaties Accolade en WoonFriesland meerjarige contracten afgesloten om minimaal 300 sociale huurwoningen te bouwen. We staan aan de vooravond om dat contract te verlengen. De samenwerking met de woningcorporaties verloopt uitstekend.”
“Ook al bouwen we steeds meer woningen, ons doel hebben we nog niet gehaald. Dat is logisch, want we zijn in 2020 met nul begonnen en moesten eerst plannen maken. Plannen hebben een doorlooptijd van minimaal vijf jaar, maar dit betekent wel dat we in 2026 en 2027 waanzinnig veel projecten starten en opleveren. De kwantiteitslijn stijgt dus fors!”
“Binnenstedelijk bouwen is altijd complex en vaak duur en onrendabel, maar het moet gebeuren.” Als voorbeeld noemt hij twee grote projecten: gebied Vogelzang en het Sander Israëlplein. “We hebben overeenstemming om Vogelzang aan te kopen. Dat is nodig om te kunnen herontwikkelen. Bij het Sander Israëlplein kopen wij alle woningen op die te koop komen. Hier kunnen we een hele mooie woningbouwlocatie ontwikkelen. We zijn nog niet in de ontwerpfase, maar nog bezig met het verwerven van posities. Want ja, dat is nog altijd het beste. Via planologie kunnen we veel regelen, maar soms hebben we gewoon eigendom nodig om te kunnen herontwikkelen.”
Betaalbare Buurblokwoningen
“Samen met WoonFriesland, Dijkstra Draisma en Wocozon gaan we 40 duurzame Buurblokwoningen in Vrijburgh 3 realiseren. Het bijzondere aan dit initiatief is dat de woningcorporatie deze woningen gaat leasen. De woningen drukken dus niet op hun balans. De meeste woningcorporaties lopen tegen hun investeringsplafond aan. Mooi dat de woningcorporatie zo middelen vrijhoudt om elders te investeren en het woningbezit meer kan uitbreiden dan volgens de investeringsruimte.”
Buurblok is een uniek innovatief en duurzaam concept. De circulaire woningen zijn volledig van biobased materiaal. De zeer energiezuinige huizen worden met slechts één warmtepomp verwarmd. Er komt een bijzonder energieconcept waardoor er sprake is van energieleverende woningen. Er komen
vier elektrische deelauto’s. Bijzonder is dat deze auto’s energie terugleveren aan de gemeenschappelijke accu die als buffer dient.
De wethouder stipt de netcongestieproblematiek aan: “De installateur heeft maar één aansluiting nodig, maar Liander is verplicht 40 aansluitingen te leveren. Zo vormt de landelijke regelgeving hier een blokkade om te innoveren.”
“Ik ben hartstikke blij dat dit in Smallingerland gelukt is en dat wij als tweede gemeente in Nederland -na Leeuwarden- Buurblokwoningen krijgen.”
Trotse terugblik
“Ik ben vooral trots dat we nu een actiever grondbeleid hebben. We realiseren ons dat als we aan de knoppen willen draaien, we ook posities moeten hebben en het niet uitsluitend aan de markt kunnen overlaten.”
“We hebben de ontwikkelstrategie vastgesteld waarmee we veel locaties hebben waarvoor we corporaties en andere partijen kunnen uitnodigen. Dat heeft ook een waanzinnige versnelling gegeven. Ik ben enorm blij dat we van nul woningen naar honderden woningen per jaar zijn gegaan.”
en het Sander Israëlplein te presenteren als inspiratiebron voor de toekomstige plannen. Ook hoop ik nog het eindresultaat van het ontwikkelmasterplan voor Boornbergum mee te maken.”
Inspiratiebeeld Kerkstraat.
“Ik ben ook blij met de Centrumvisie waarmee we binnenstedelijk twee grote woningbouwlocaties kunnen realiseren. We gaan ongeveer 60 woningen realiseren op de oude zwembadlocatie De Welle. Inmiddels hebben we het Eikekwartier, Wetterwille, Vrijburgh fasen 2 en 3 en nog veel meer locaties. Ja, we hebben een waanzinnige slag geslagen ten aanzien van de woningbouwontwikkeling.”
Toekomst
“Het werk is buitengewoon boeiend. Ik heb een hele mooie portefeuille en er gebeurt heel veel, maar er komt een moment van afscheid nemen. Ik hoop nog voor mijn vertrek de eerste ideeën voor Vogelzang
Tot slot geeft hij nog een mooi circulair voorbeeld: “We zijn bezig een nieuw meer bij Oudega te realiseren. Bij het graven zijn 5.000 tot 8.000 jaar oude, bijna versteende, bomen gevonden. Hoe mooi zou het zijn als die straks verwerkt worden in het nieuw te bouwen gemeentehuis. Duizenden jaren oude bomen hergebruiken, dat is pas circulair!”
‘Ik ben hartstikke blij dat we als tweede gemeente in Nederland
Buurblokwoningen krijgen’
Gemeentehuis van Smallingerland:
“Tijdelijk
uit elkaar, straks hechter: hoe verbouwing gemeentehuis van Smallingerland verbindt”
Erwin Alders
Suzanne Berends
DRACHTEN Het is even wennen voor de werknemers. Waar tot voor kort het gemeentehuis van Smallingerland het vaste baken was, is het gebouw nu één grote bouwplaats. Medewerkers zijn uitgewaaierd over twee locaties in Drachten. Wie iets bij de gemeente moet regelen, gaat voorlopig niet meer naar de Gauke Boelensstraat maar naar het oude zwembad De Welle. Veel interne overleggen gebeuren voorlopig in een voormalige basisschool. De raadsvergaderingen zijn verhuisd naar De Lawei.
Achter die tijdelijke ‘stoelendans’ gaat een grote operatie schuil: een grondige verbouwing die het gemeentehuis klaar moet maken voor de toekomst. Het is ook een praktijkproef voor circulair en biobased bouwen.
Technisch afgeschreven
De belangrijkste reden voor de renovatie is de verouderde techniek: klimaatinstallaties, leidingen en andere installaties stammen uit de tijd dat energie nog goedkoop was en gas de norm. “De meeste installaties zijn economisch én technisch afgeschreven”, zegt junior projectleider Suzanne Berends (28), die samen met de senior projectleiders Joran Kroes en Erwin Alders, die ook aan het artikel meewerkt, de verbouwing trekt. “In combinatie met nieuwe eisen voor energielabels, gasloos werken en duurzaamheid was dat het moment om te zeggen: nu móeten we ingrijpen. En als je dan toch zo’n grote verbouwing doet, is het ook meteen de kans om het hele gebouw logisch, fris en toekomstbestendig te maken.”
Het gemeentehuis bestaat nu nog uit een lappendeken van bouwdelen uit 1974, 1984, 2003 en 2007. Dat zie je en dat voel je, vertelt Berends. “Het zijn veel smalle gangen, kleine kamertjes, rare hoeken. Teams die intensief met elkaar samenwerken, zaten soms letterlijk aan de andere kant van het gebouw. Je kwam elkaar niet vanzelf tegen.”
Na de verbouwing wordt het gemeentehuis lichter, overzichtelijker en veel flexibeler in gebruik. Er komen meer open, gedeelde ruimtes, flexplekken en een heldere route voor bezoekers.
Bijna energieneutraal Duurzaamheid speelt daarbij een grote rol. Het vernieuwde gemeentehuis wordt BENG: Bijna Energieneutraal. Warmtepompen gaan het gebouw verwarmen en koelen, onder het voorplein komt een grote waterbuffer waarin warmte wordt opgeslagen.
Erwin Alders: “Daarmee verlaag je de vraag naar nieuwe energie. In combinatie met energiezuinige verlichting, slimme installaties en een veel beter geïsoleerde schil gaat het energiegebruik echt omlaag.”
Die ‘schil’ - alles wat je aan de buitenkant ziet en voelt - is bewust onderdeel van de verbouwing gemaakt, vult hij aan. “Aanvankelijk was vooral een interne verbouwing voorzien. Maar de tijd haalt je in. We hebben nu ook gekeken naar openingen, luchtdichtheid en isolatie. Als je nu investeert, moet je het meteen goed doen.”
‘Na de verbouwing wordt het gemeentehuis lichter, overzichtelijker en veel flexibeler in gebruik.’
De verbouwing is Europees aanbesteed. Bouwbedrijf Van Wijnen uit Gorredijk en Harwig Installatietechniek uit Emmen voeren het werk uit. Zij scoorden het beste op prijs, kwaliteit, duurzaamheid, risicobeheersing én zorg voor de omgeving.
Nieuwe normaal
Wat de verbouwing extra bijzonder maakt, is dat circulariteit pas later in het project vol in beeld kwam. Terwijl
de installaties al waren afgeschreven en de eerste ontwerpkeuzes lagen, besloot Smallingerland het gemeentehuis aan te wijzen als pilotproject binnen het programma van de Vereniging Circulair Friesland.
Samen met adviesbureau Alba Concepts zette de gemeente eerst een stap terug. “We hebben met elkaar bepaald wat circulariteit voor ons precies inhoudt”, vertelt Berends. “Gaat het om hergebruik, om biobased bouwen, om losmaakbaarheid, om gezonde materialen?
Uiteindelijk hebben we gezegd dat we vooral zo slim mogelijk om willen gaan met de grondstoffen die we al hebben.”
Daaruit kwam een praktische volgorde voort: eerst hergebruiken wat al in het gebouw zit, vervolgens inventariseren welke materialen nog ontbreken en die – waar mogelijk – ‘oogsten’ uit andere projecten (dus hergebruikte materialen) inkopen. Alleen wanneer dat niet lukt, wordt gekozen voor nieuwe biobased materialen, die bovendien zo worden ontworpen dat ze in de toekomst eenvoudig los te halen en opnieuw te gebruiken zijn.
Losmaakbaarheid
Circulariteit stopt niet bij hergebruik; het gaat ook over de toekomst, zegt Alders, en dan is losmaakbaarheid een belangrijk begrip: “We vragen niet alleen om bouwtekeningen, maar ook om een
demontagehandleiding. We willen later precies weten hoe we alles weer netjes uit elkaar kunnen halen. Veel projecten vragen inmiddels om een materialenpaspoort, wij gaan dus een stap verder.”
Zo’n materialenpaspoort legt vast welke materialen waar zitten, of ze biobased zijn, waar ze vandaan komen en wat je er aan het einde van de levensduur mee kunt. De demontagehandleiding gaat nóg een laag dieper: zijn materialen geschroefd, geklikt, geklemd of gekit? Hoe losmaakbaar is het geheel? Hoe minder lijm, hoe beter. “We willen dat zoveel mogelijk verbindingen geschroefd of geklemd zijn,” zegt Berends. “Dat verhoogt de restwaarde en maakt hergebruik in de toekomst veel makkelijker.”
Die focus op losmaakbaarheid sluit aan bij een breder financieel idee binnen de gemeente: gebouwen afschrijven naar restwaarde, in plaats van naar nul. Alders: “Daarmee erken je dat materialen na dertig jaar niet waardeloos zijn, maar juist een grondstoffenbank vormen. Voor deze verbouwing verrekenen we dat nog niet in het budget, maar we zorgen wél dat we aan de voorwaarden voldoen. Dit project helpt ons om beleid en praktijk aan elkaar te koppelen.”
Oude Welle, nieuwe kansen
Die praktijk begint al buiten het gemeentehuis. Terwijl aan de Gauke Boelensstraat gesloopt en gebouwd wordt, werken medewerkers op twee tijdelijke locaties: de oude basisschool Sjalom, het voormalige zwembad De Welle en Schouwburg De Lawei.
“De keuze om het gemeentehuis helemaal leeg te trekken en elders te werken was heel bewust”, zegt Berends. “Als je in fases in het oude gebouw blijft, duurt de verbouwing langer en zit iedereen twee, drie jaar in de herrie. Nu is het even flink schakelen, maar we houden de bouwtijd kort en overzichtelijk.”
‘Lijntjes zijn kort’ “Natuurlijk, het is even wennen in de basisschool”, lacht Berends. “De kapstokjes hangen op heuphoogte. Maar qua sfeer en samenwerking hoor ik vooral positieve geluiden. Collega’s die eerst over vier verdiepingen verspreid zaten, zie ik nu allemaal als ik één rondje loop.”
Alders: “De lijntjes zijn echt korter geworden. Je spreekt elkaar makkelijker aan, je loopt letterlijk sneller bij elkaar binnen. Voorheen zaten die teams verspreid in het gemeentehuis, nu lopen we elkaar de hele dag tegen het lijf.” Elk nadeel heeft z’n voordeel.
Maatwerkmeubilair
Binnen het nieuwe gemeentehuis komt straks veel maatwerkmeubilair: balies, trappen, pantry’s en de inrichting van de raadzaal. “We hebben een aantal partijen uitgenodigd die we geschikt vonden en gevraagd om alles zo circulair mogelijk aan te pakken”, zegt Berends. “Dat betekent: biobased waar het kan, losmaakbare verbindingen en materialen met een duidelijke herkomst.”
Eén van de mooiste kansen die nu op tafel ligt, vindt Alders, komt uit de buurt van Oudega. “Daar wordt een meer gegraven en daar komen boomstammen uit de grond die vier- tot zesduizend jaar oud zijn. Dat gebied was ooit een groot bos. We onderzoeken nu of we van dat eikenhout een trouwmeubel kunnen maken. Dan heb je niet alleen biobased materiaal, maar ook een verhaal dat je aan alle bruidsparen kunt vertellen.”
Geen duur icoon, wel een realistisch voorbeeld
Een veelgehoorde angst bij circulair bouwen is dat het duurder zou zijn. In Smallingerland blijkt dat mee te vallen, stelt Berends. “We hebben in het proces veel gedaan: hergebruik, nieuwe werkwijzen, extra afstemming. Maar het past nog steeds in het budget zoals bij het Voorlopig Ontwerp is vastgesteld. Dat laat zien dat circulair niet automatisch
‘duur’ betekent, als je het slim en nuchter aanpakt.”
Alders vult aan: “We hebben nooit de ambitie gehad om het meest circulaire icoonproject van Nederland te worden. We willen laten zien dat je met boerenverstand en focus ver kunt komen. Door de impact te berekenen en onze speerpunten te kiezen, hebben we keuzes gemaakt die én effect hebben én haalbaar zijn. En misschien is dat wel precies wat andere gemeenten en organisaties nodig hebben: een realistisch voorbeeld.”
‘We hebben nooit de ambitie gehad om het meest circulaire icoonproject van Nederland te worden.’
Als alles volgens plan verloopt, is de verbouwing eind 2026 afgerond en kunnen medewerkers en inwoners terug naar een lichter, logischer en bijna energieneutraal gemeentehuis. Tot die tijd leren gemeente, bouwers en gebruikers elke dag bij. En wie langs de oude De Welle of Sjalom loopt, ziet: ook een tijdelijke werkplek kan een proeftuin zijn voor de toekomst.
Bauke Wierda, René Warnder,s Zwanet Akker, Anita Timmer, Ilse Jasper en Iris Boschm
Lamberink Makelaars & Adviseurs is het grootste makelaarskantoor van het Noorden. Dagelijks zijn meer dan 80 medewerkers actief in de noordelijke vastgoedmarkt. Hun lokale kennis, aangevuld met relevante data, maakt dat Lamberink goed kan inspelen op de markt. Daardoor ligt hun kracht niet alleen aan de aanbodzijde, maar is ook de vraagzijde goed in beeld. Het bedrijf adviseert zowel ontwikkelaars en aannemers, als gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties bij uitbreidingsplannen met heldere adviezen en scherpe marktanalyses.
‘In Noord-Nederland zijn wij bij veel projecten betrokken, bij zowel lokale als regionale initiatieven. Of het nu gaat om een kleinschalig project in een dorp of een project van een paar honderd woningen bij een grote stad. We staan midden in de bouwwereld. We trekken samen op met ontwikkelaars en aannemers, maar we denken ook mee bij vraagstukken van gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties’, vertelt interim manager Bauke Wierda.
Hij en zijn team nieuwbouwmakelaars en adviseurs vertellen hier samen enthousiast over het bedrijf en hun samenwerking.
Alles onder één dak
Het familiebedrijf bestaat al meer dan 37 jaar. Harry Lamberink richtte het bedrijf in 1988 op en heeft het, samen met de medewerkers, opgebouwd tot waar het nu staat.
Bauke Wierda: ‘Wij bieden alles onder één dak op het gebied van wonen, bedrijfshuisvesting, taxaties, nieuwbouw, hypotheken en verzekeringen. Zo kunnen wij de markt optimaal bedienen. Wij ontzorgen de klant; of dit nu de ontwikkelaar is of de eindklant. Kenmerkend daarbij is de persoonlijke aanpak; het belang van de klant staat altijd op nummer 1.’
Regionaal en lokaal geworteld
Met elf vestigingen verspreid over de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Noordoost-Overijssel is Lamberink verweven met Noord-Nederland. Nieuwbouwspecialist Anita Timmer licht het als volgt toe: ‘Wij zijn lokaal én regionaal geworteld. We kennen NoordNederland door en door. Ongeacht waar in
het Noorden, we zijn goed op de hoogte van wat er speelt en we kunnen goed inspelen op vragen uit de markt.’
‘In die rol vervullen wij een sleutelrol, zowel voor onze zakelijke opdrachtgevers als voor onze particuliere klanten. Het is immers de kunst om vraag en aanbod op de juiste manier aan elkaar te koppelen’, vult Wierda aan.
‘Met onze diepgaande data en marktkennis kunnen wij actuele vragen uit de markt haarscherp in beeld brengen.’
Diepgaande marktkennis
‘We hebben data tot op postcodeniveau; we weten daardoor precies wat de woonbehoefte is en wat de woonwensen zijn qua woningtypes, oppervlakte, locaties, budgetten voor koop en huur, etc. Bij nieuwbouwprojecten zijn deze data belangrijk. Al ver voordat een project daadwerkelijk van de grond komt, hebben wij al veel wensen van de geïnteresseerden in beeld en ruim voordat de eerste steen geplaatst is, bereiken wij deze groep via onze nieuwsbrieven en andere media’, vertelt nieuwbouwspecialist Zwanet Akker.
‘We staan midden in de bouwwereld. We bedienen ontwikkelaars en aannemers, maar we denken ook mee gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties.’
op een bepaalde locatie. Al onze inzichten in de lokale woningmarkt delen we met gemeenten, provincies, ontwikkelaars, aannemers en woningbouwcorporaties, zodat zij hun inzichten kunnen optimaliseren en faalkosten kunnen reduceren. Wij denken écht mee.’
Unieke database
Wierda: ‘Wij zijn als partner aangesloten bij Dynamis, een landelijk samenwerkingsverband met 13 vastgoedpartners op het gebied van research, kennisdeling, opleiding, marketing en acquisitie. Samen hebben wij een landelijke database gebouwd met inzichten in de markt op doelgroepniveau die verrijkt wordt met de lokale kennis. Hiermee kunnen we heel specifiek de actuele vraag en woonbehoefte in beeld brengen.’
‘Wij verdiepen deze database steeds verder met nieuwe tools en meer data. We kunnen opdrachtgevers realtime inzicht geven in relevante data van meer dan 8 miljoen huishoudens. Met deze unieke uitgebreide database zijn we nog meer van toegevoegde waarde voor de hele keten’, voegt nieuwbouwadviseur Iris Boschma toe.
‘Met deze diepgaande marktkennis kunnen we actuele vragen uit de markt haarscherp in beeld brengen. Zo kunnen we de vraagzijde goed in beeld brengen waardoor het voor een ontwikkelaar duidelijk wordt of het zin heeft om de grond aan te kopen
Nieuwbouwspecialist René Warnders vervolgt: ‘We adviseren niet alleen ontwikkelaars en aannemers, maar ook gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties. Gemeenten vragen ons bijvoorbeeld voor een marktanalyse of advies bij nieuwe uitbreidingsplannen. Die plannen zijn vaak een kwestie van een lange adem, zo’n plan wordt dus ook tussentijds regelmatig getoetst. Het is weleens gebeurd dat een plan met vooral vrijstaande woningen aangepast is naar vooral 2-onder-1-kap woningen omdat dat beter aansloot op de vraag. Het blijft altijd balanceren tussen vraag en aanbod, dat moet altijd op elkaar afgestemd zijn.’
Synergiekansen zien
Wierda: ‘Het is voor ons heel vanzelfsprekend dat we een vraag uit de markt ook even bij een andere afdeling
neerleggen om mee te kijken, zodat we de vraag nog breder kunnen beantwoorden. We zien dan synergiekansen voor de hele organisatie.’
Hij geeft een voorbeeld om de synergie en samenwerking tussen de bedrijfsmakelaars, woningmakelaars, nieuwbouwmakelaars en financieel adviseurs te illustreren: ‘Stel, de lokale slager, gevestigd op een mooie prominente plek in het dorp, stopt omdat hij geen opvolging heeft. Hij neemt contact op met onze bedrijfsmakelaars om het pand in verkoop te nemen. We kijken dan verder dan alleen de verkoop en de huidige functie en bestemming. We onderzoeken mogelijk nieuwe functies van een locatie, zoals transformatie of herontwikkeling naar wonen. Daarom vragen we ook onze nieuwbouwmakelaars om mee te kijken bij deze locatie.’
Passend plan
Hij vervolgt: ‘Onze nieuwbouwmakelaars kunnen met hun kennis en ervaring, en natuurlijk ook met onze data, snel inschatten wat mogelijk is op die plek. Ze maken een analyse van de lokale vraag uit de markt en samen met Dynamis zetten ze de data om in een passend plan.
Stel dat de plek van de slagerij goed geschikt is voor het bouwen van een appartementencomplex dat past bij de vraag in de omgeving, dan gaan we op zoek naar een ontwikkelaar om mee te denken over de mogelijkheden. De bedrijfsmakelaars verkopen het pand aan de ontwikkelaar waarmee de slager de beste opbrengst heeft. De nieuwbouwmakelaars pakken het traject vervolgens verder op en zij kunnen de ontwikkelaar van A tot Z ondersteunen op verkoopgebied.’
‘Bij de verkoop van het nieuwe appartementencomplex trekken de verschillende afdelingen binnen Lamberink ook weer samen op. Geïnteresseerden willen weten hoeveel hun huidige woning waard is en hoe snel deze verkocht kan worden. Onze woningmakelaars kunnen hen snel informeren met hun kennis van
de lokale markt en zij kunnen de woning uiteindelijk in verkoop nemen. Daarnaast speelt er natuurlijk ook altijd een financiële vraag; hoe werkt dat nu eigenlijk met een nieuwbouwwoning en kan ik dat betalen? Dan komen onze financieel adviseurs om de hoek kijken. De klanten weten dan snel waar ze staan en wat hun mogelijkheden zijn om onbezorgd de keuze voor hun nieuwe woning maken.’
‘Kortom’, besluit hij, ‘al onze afdelingen komen aan bod. Van het eerste advies van de bedrijfsmakelaar en het idee voor nieuwbouw tot alles tot in de puntjes regelen voor de potentiële kopers van de appartementen.’
Zethoven-Hornstra bouwplan ontwikkeling:
“Ontwerpt,
ontwikkelt & ontzorgt”
Ontwikkelaar van ‘Onderscheidende woningbouwplannen’
Planontwikkelaar met een integrale aanpak
De kernactiviteit van Zethoven-Hornstra Bouwplan Ontwikkeling is het ontwikkelen van woningbouwplannen. We funderen ons daarbij op meer dan 20 jaar ervaring en hebben inmiddels voor honderden mensen een nieuwe woonomgeving gecreëerd, voor een grote diversiteit in doelgroepen. Zo realiseren wij projecten met een slim geprefabriceerd startersconcept, tot middensegment woningbouw en zelfs individuele villabouw in het exclusieve segment.
Rode draad in al onze projecten is daarbij een hoge mate van individueel maatwerk en daarin hebben wij dan ook een onderscheidende reputatie opgebouwd.
Ondanks een brede kennis en ervaring alsmede vele gerealiseerde plan referenties met bijvoorbeeld binnenstedelijke nieuwbouw, herbestemmen van monumentaal vastgoed en appartementenbouw, ligt ons specialisme vooral bij grondgebonden woningbouw, met vaak een landelijk karakter.
Twee namen… één visie:
Architectuur is het vinden van de optimale balans tussen uitstraling, betaalbaarheid en bruikbaarheid.
Bij Zethoven-Hornstra Bouwplan
Ontwikkeling delen we één visie: Architectuur is het vinden van de optimale balans tussen uitstraling, betaalbaarheid en bruikbaarheid. Die balans is de rode draad bij het tot standbrengen van onze projecten, waarin wij onze bouwplannen dus creatief, kundig en kostenbewust tot stand brengen.
Door zowel de architectonisch ontwerpen als de volledige bouwkundige uitwerking in eigen huis uit te voeren, kunnen wij aan onze visie ook daadkrachtig invulling geven. De genoemde balans is trouwens nooit een vast gegeven. Bij de starters doelgroep past bijvoorbeeld een andere balans dan bij vrijstaande villabouw.. En met een werkgebied, geconcentreerd in het noorden van Nederland, kennen en begrijpen wij de markt waarin we opereren.
‘Zorg voor de mens, maar ook de omgeving’
Bij het ontwikkelen wegen wij de belangen van de wens van de mens, onze zorg voor flora en fauna en het economisch belang. Kortom: Wij maken met kennis en inbeeldingsvermogen van onze doelgroep, een op verantwoorde wijze in de omgeving ingepast bouwplan, met een hoge prijskwaliteitverhouding. Door bescheiden en berekenend te ondernemen, vanuit een gezonde financiële positie, garanderen wij daarbij onze continuïteit in doorlopend veranderende marktomstandigheden.
Duurzaamheid: ‘Geen thema, maar een basiswaarde’
Soms wordt duurzaamheid nog een ‘thema‘ genoemd. Maar voor ons is het een basiswaarde. Voor ons is het vanzelfsprekend om bij iedere keuzes die wij maken duurzaamheid een belangrijke plek in het afwegingskader te geven. Niet als marketing tool, maar omdat wij erin geloven dat de onze aarde gezond doorgegeven kan worden naar toekomstige generaties als iedereen vanuit zijn eigen invloedsfeer het maximale probeert te veranderen om meer duurzaam te leven en te ondernemen.
• Conceptmatig denken
Onderscheidende (woning)bouw concepten als antwoorden op de actuele marktvraag
• Architectuur van eigen hand Creatieve en detailbewuste architectonische ontwerpen, in eigen huis vervaardigd.
• Alle bouwkundige disciplines in huis
Brede kennis van het bouwproces; een waardevolle basis een planontwikkelaar
• Groot in kleinschalig
Een integrale aanpak die past bij een projectomvang. projecten van 1 tot circa 50 woningen.
• No Nonsens
Efficiënt, nuchter en met korte lijnen communiceren
• Onafhankelijk Onafhankelijk van aannemers wordt per project de best passende bouwpartners gekozen.
• Samenwerkingspartner voor gemeenten en grondeigenaren
Als partner van grondeigenaren en gemeenten, in constructieve samenwerkingsvormen gezamenlijke doelen realiseren.
• Verwerft zelf grondposities
Ook worden eigen grondposities verworven door actieve acquisitie van potentiële bouwlocaties
Zethoven-Hornstra actief in Friesland
Oldeberkoop ‘Prins op de Bult’ 6 unieke appartementen in aanbouw. Een onderscheidende combinatie van planmatig ontwikkelen, met een volledig op maat gemaakte ontwerp.
Oosterwolde (Frl); ‘Wonen tussen Bos en Beek’ Een uniek woonplan met circa 32 wooneenheden. in vroeg stadium van ontwikkeling.
Drachten, De Knobben (De Wiken); 46 appartementen in vroeg stadium van ontwikkeling.
Wethouder Michel Rietman van de gemeente Súdwest-Fryslân:
“Woningkrapte oplossen met lef”
Gewoon regelen, aan de slag! Dat is het motto van wethouder Michel Rietman. Hij is nu 3,5 jaar wethouder Wonen van de gemeente Súdwest-Fryslân, de grootste gemeente van Nederland. Het in korte tijd realiseren van een tijdelijke, maar wel vitale, woonwijk in Sneek is zo’n mooi en creatief voorbeeld waarbij hij samen met de gemeente ervoor gezorgd heeft dat het wél kan.
‘Er is woningkrapte in Súdwest-Fryslân. Er moeten woningen bij, vooral voor jongeren en ouderen, en het liefst zoveel mogelijk. Dat betekent dat wij plannen maken voor 3.200 woningen tot 2030’, legt Rietman uit. ‘We hebben 1.000 woningen gebouwd in de afgelopen vier jaar. Sterker nog, 1.000 huishoudens hebben de sleutel gekregen om de planten water te geven, want het gaat niet om plannen maken, maar om het uitgeven sleutels van de voordeur!’
Op de planning staan grote uitbreidingsprojecten, zoals 200 woningen in BolswardOost en De Wending met 172 woningen in Sneek, maar ook kleinere projecten.
Súdwest-Fryslân heeft 89 kernen. ‘Wij zijn nu in 26 kernen van de 89 aan het bouwen. In de kleinere dorpen doen we ‘een straatje erbij’, zodat de doorstroming op gang komt: jongeren kunnen in hun dorp blijven wonen en ouderen die nu te groot wonen, kunnen naar een kleinere woning in hun eigen dorp.’
Snelle tijdelijke woonwijk in Sneek ‘We hebben dus een belangrijke opgave in te vullen, en het liefst zo snel mogelijk’, vervolgt Rietman. ‘Daarvoor moeten we creatief nadenken, want permanente woningbouw duurt minstens zeven jaar of langer, maar we hebben de woningen nú nodig. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een snelle oplossing met huurwoningen voor 150 kleine huishoudens. Ons uitgangspunt was dat het een tijdelijke woonwijk moest zijn, maar dan wel een vitale wijk waar mensen trots zijn om in te wonen. Dus zeker geen wijk vol containerwoningen.’
‘We zijn op zoek gegaan naar een geschikte locatie in Sneek, want daar zijn alle voorzieningen en hebben de mensen niet direct een auto nodig. We hebben gekozen voor een locatie aan de noordkant
van Sneek, op het terrein van een oude manege, met het station op fietsafstand.’
Ambities die passen bij de doelgroep ‘Vervolgens zijn we in gesprek gegaan met de omgeving, waarbij iedereen zijn wensen en bedenkingen heeft kunnen uiten. Alle belanghebbenden hebben hun uitgangspunten kunnen geven. Op basis hiervan zijn toekomstbestendige ambities geformuleerd. Het zijn vooruitstrevende ambities die passen bij wat de doelgroep tegenwoordig verwacht van hun woonomgeving. Denk hierbij aan oplossingen op het gebied van circulair bouwen, duurzaam materiaalgebruik, met veel groen eromheen en met een lagere parkeernorm met deelauto’s op een centrale parkeerplaats.’
‘We gaan het gewoon regelen, want we moeten aan de slag.’
Een andere belangrijke wens is sociale cohesie. ‘We willen de sociale cohesie in de stad versterken. Daarom moet er aandacht zijn voor hoe en waar mensen elkaar kunnen ontmoeten in de nieuwe wijk. Ontwikkelaar WIJK heeft een totaalconcept ontwikkeld met de nadruk op veel groen en openbare ruimte om te ontmoeten. Dit concept van WIJK sluit helemaal aan op onze visie en klopt met onze ambities. Er komen gemeenschappelijke voorzieningen en ruimtes om verjaardagen te vieren of te klussen en een gezamenlijke tuin met een moestuin. Zo bouwen we een vitale buurt waar het prettig is om te wonen, ook al is het tijdelijk. Waar de bewoners trots zijn om te wonen en waar ze lang willen en kunnen wonen.’
Veel animo
De tijdwinst is enorm. Binnen een jaar kan de wijk er staan. ‘Wij zijn de eerste gemeente die zo’n wijk gaat bouwen en ontwikkelaar WIJK is trots dat ze deze mooie wijk mogen bouwen. Er is ook een klik in de samenwerking met WIJK, we voelen elkaar goed aan. We hebben tijdens de tender meegedacht om het project financieel haalbaar te maken voor ontwikkelaars. Dat betekent dat
je als bestuurder en gemeente zelf ook een financiële stap vooruit moet zetten om het haalbaar te maken. We hebben woningkrapte, dus we moeten aan de slag voor onze inwoners. Het gaat om de kwaliteit en het wooncomfort voor onze inwoners voor een betaalbare prijs. Een ontwikkelaar die hier alleen komt om winst te maken, heeft een uitdaging. Mijn credo is dan ook: wonen is niet voor de winst, maar voor de mensen! Durf als gemeente dan ook die stap te zetten. Het is mooi dat deze tijdelijke woonwijk financieel haalbaar is. Hier ben ik heel trots op!’
In de wijk komen woningen voor sociale huur, middenhuur en vrije sector. Rietman: ‘Er is veel animo voor het project; van jongeren die nog bij heit en mem op zolder wonen tot ouderen die kleiner willen wonen. Ik ben heel blij dat deze wijk er komt en dat we 150 kleine huishoudens een plek kunnen bieden. Hoe mooi is dat? Ik hoop dat dit concept inspiratie is voor de wijken die we nog gaan bouwen.’
Voormalig manegeterrein Sneek Noord.
Creatief kijken naar inbreiden
‘We zijn veel creatiever gaan kijken naar inbreidingsmogelijkheden, zoals bij de tijdelijke woonwijk in Sneek. Er liggen zoveel kansen voor inbreiding, maar vaak wordt hiervan afgezien, omdat het zoveel kosten met zich meebrengt.’
Herbestemmen is een oplossing. Geef leegstaande panden die te kostbaar zijn om op te knappen een andere bestemming, zoals een horeca- en/of recreatiefunctie. Het gaat om op een andere manier kijken naar leegstaande panden die beeldbepalend voor een dorp zijn.
Rietman geeft het voorbeeld van een oude zuivelfabriek in Osingahuizen. De fabriek heeft een haventje en een stuk grond erbij. ‘Bouw daar een buurtje. Daarmee genereer je geld om dat oude fabriekje om te bouwen tot een horecalocatie. In het buurtje komen sociale koopwoningen en vrijstaande woningen om de business case rond te krijgen en het beeldbepalende zuivelfabriekje te behouden.’
Buiten de lijntjes kleuren
‘Als bestuurder denk ik continu na over hoe ik de woningkrapte kan oplossen. Ik heb een ontzettend mooi vak. In mijn rol kan ik het verschil maken door mooie woonwijken of buurtjes voor de toekomst te maken. Want wat ik vandaag doe, is niet nu al zichtbaar, dat duurt vaak een paar jaar. Als bestuurder moet je keuzes durven maken die gunstig zijn voor de lange termijn voor onze inwoners.’
‘Ik wil graag door als ondernemende wethouder. Terugkijkend op afgelopen jaren hebben we een mooi team gebouwd op het gebied van volkshuisvesting. Ze denken in mogelijkheden en kansen en durven buiten de lijntjes te kleuren, omdat ze een bestuurder hebben die dat ook durft.’
Innovatiever en creatiever
Hoe ziet de toekomst voor de woningmarkt eruit? ‘Ik denk dat we steeds innovatiever en creatiever worden. Ik verwacht kansen
in de markt voor het splitsen van kavels en woningen. Eind november 2025 hebben we beleid hiervoor vastgesteld om de markt de instrumenten te geven om de woningkrapte op te lossen.’
‘Ik verwacht ook marktkansen voor het idee ‘Van boerenerf naar woonerf’. Er lopen nu drie pilots om uit te zoeken hoe we het financieel interessant kunnen maken voor eigenaren of ondernemers om op boerenerven een woonerf met tiny houses te realiseren. Welke regels moeten we aanpassen zodat het geregeld kan worden? Ik verwacht dat rond de zomer van 2026 wij als College beleidsregels gaan vaststellen zodat onze inwoners en de markt aan de slag kunnen!’
‘Ik hoop dat dit concept inspiratie is voor de wijken die we nog gaan bouwen.’
‘Hopelijk hebben mijn collega’s in het land bestuurlijk het lef om buiten de lijntjes te kleuren. Dan zijn er mooie dingen te realiseren, ook samen met de markt. We hebben in dit land bestuurders nodig die durven zeggen: We gaan het gewoon regelen, want we moeten aan de slag!’
Niels Mensonides:
“Na
Harlingen ook in Drachten, met dezelfde koers”
Niels Mensonides zit er inderdaad warmpjes bij. Niet alleen omdat de warmtepompen in het nieuwe, gasloze pand in Harlingen zorgen voor een heerlijk comfortabele temperatuur, maar ook omdat alles klopt: het licht, de grote ramen, de rust, de ruimte, de kantine. Een mooi kantoor, in een al even fraai gebouw. Alsof het gebouw zelf zegt: hier werken mensen die het netjes en goed willen doen.
Mensonides, sinds 1978 een vertrouwde naam in en rond Harlingen, heeft zijn hoofdkantoor het afgelopen jaar duurzaam opgeknapt. Een metamorfose met een boodschap: dit is een familiebedrijf dat niet alleen met de tijd mee wil, maar er ook een beetje vóór wil lopen. “We hebben een goed jaar gehad, een druk jaar gehad,” zegt Niels Mensonides, een van de directieleden. “Dit vernieuwde pand heeft ons wel een boost gegeven.”
En terwijl het hoofdkwartier in Harlingen als een visitekaartje glimt, schuift de horizon tegelijk ook een stuk op. Mensonides breidt uit. Er komt een nieuwe vestiging in Drachten. Het is vooral een praktische stap; een steunpunt waarmee het bedrijf sneller, dichterbij en betrouwbaarder aanwezig kan zijn in Noord-Nederland.
Twee verhalen onder één naam Wie de geschiedenis van Mensonides vertelt, vertelt eigenlijk twee verhalen tegelijk. Het begon ooit als Firma Haan. In 1978 nam J.L. (Jan) Mensonides het over en veranderde de naam in Mensonides.
In die jaren is het bedrijf een soort tweekoppig dier: aan de ene kant witgoed en bruingoed (de elektronicawinkel), aan de andere kant gas- en watertechniek (het installatiebedrijf). Later komt elektrotechniek erbij en groeit het geheel mee met de huizen, bedrijven en wensen van de regio.
In 1992 werden winkel en installatiebedrijf gescheiden. De elektronicawinkel bestaat nog steeds als EP: Mensonides, tegenwoordig een zelfstandig bedrijf onder leiding van Menno Mensonides. Het installatiebedrijf ontwikkelde zich ondertussen door tot een totaal-aanbieder van installatietechniek, elektrotechniek en duurzame techniek.
Vandaag staat er een organisatie met circa 100 medewerkers. De drie zonen van Jan Mensonides staan aan het roer: Niels, Jelmer en Radboud. En vader? Die is er nog bijna elke dag. “Hij bemoeit zich niet meer met het dagelijkse reilen en zeilen,” zegt Niels. “Maar hij is er zeker nog wel bij betrokken. Indien nodig staat hij ons bij met advies.”
Waarom Drachten?
Waarom een nieuw kantoor in Drachten? Niels hoeft niet lang na te denken. “Het is een uitbreiding van het werkgebied,” zegt hij. “Om ook gewoon de reistijden voor monteurs even kort te houden. Dat je een steunpunt hebt in die regio, zodat je ook goed en makkelijk de mensen daar kan bedienen.”
Drachten wordt daarom geen tweede Harlingen. Geen megavestiging waar een complete organisatie naartoe verhuist. Het gaat om een bestaand pand, dat gehuurd wordt, en dat op termijn wordt opgeknapt. Het is vooral bedoeld als praktische uitvalsbasis, om de service in de regio te versterken.
De markt verschuift
De afgelopen tijd liet zien hoe snel de markt kan veranderen. “In het begin van het jaar hebben we een dip gehad met de zonnepanelen,” zegt Niels. De oorzaak zit volgens hem vooral in onzekerheid en ruis. “Negatieve berichtgeving in het nieuws. De salderingsvraagstukken. De overheid die lang niet altijd eenduidig beleid voert.” En als een consument twijfel voelt, blijft de portemonnee dicht. Niet omdat verduurzaming ineens onbelangrijk is, maar omdat mensen willen weten waar ze aan toe zijn.
‘De batterij wordt op verschillende manieren ingezet.’
Energietransitie
Maar waar deuren sluiten, gaan nieuwe open. Zo was de batterij een paar jaar geleden iets voor voorlopers en techliefhebbers. Inmiddels wordt het serieuzer en vooral breder. “De batterij wordt op verschillende manieren ingezet,” zegt Niels. “Om een stukje netcongestie
op te vangen. Soms is er geen stroom beschikbaar. Dan wordt de batterij ingezet om het mogelijk te maken dat er genoeg energie voor de hand is.”
Bij particulieren is de batterij daarom inmiddels óók meer dan een speeltje. Niet per se omdat iedereen nu massaal offgrid wil (dat blijft voor de meesten een brug te ver), maar omdat het idee van autonomie groeit. En omdat de wereld er onrustiger uitziet. “Wat we heel veel zien, is dat mensen er ook een back-up box bij bestellen,” zegt Niels. “Dus als de stroom wegvalt, dat ze ook nog steeds stroom in huis hebben. En daar zien we op het moment wel heel veel vragen naar.”
Klaar voor de energie van morgen Mensonides helpt zowel particulieren als bedrijven om installaties toekomstbestendiger te maken. Denk aan warmtepompen, laadpalen, slimme sturing en – steeds vaker – energieopslag. Verduurzaming is daarmee geen losse dienst meer, maar steeds meer een totaalvraag. Niet één oplossing, maar een combinatie van keuzes die past bij een woning, een bedrijf en het dagelijks gebruik.
Scope Elektra inspecties
In het verlengde van die elektrificatie groeit ook iets anders: de aandacht voor veiligheid en controle. Vooral zakelijk. Mensonides voert steeds meer scopeinspecties op de installaties uit: scope 8, scope 10 en scope 12. “Dat zijn controles van de elektrische installatie. Bij veel bedrijven eisen verzekeraars dat. En die zijn daar best wel streng op.” Hij vat het verschil kort samen: “Scope 8 gaat om aanrakingsveiligheid. Scope 10 betreft de controle van brandveiligheid en scope 12 gaat over de inspectie van zonnepanelen.” Het is werk dat het hele jaar doorgaat en vaak ook vervolgwerk oplevert. Want na een inspectie verschijnt er niet alleen een rapport, maar meestal ook een lijst met verbeterpunten. Mensonides positioneert zich daarbij nadrukkelijk als betrouwbare partner. Niet alleen installeren, maar ook borgen.
Gasloos en hightech
Terug naar Harlingen. Naar dat nieuwe kantoor en die rustige uitstraling. Het pand is niet alleen maar mooi; het is ook het visitekaartje van Mensonides. Practice what you preach. “We hebben het gebouw van het gas afgehaald,” zegt Niels. “Het is voorzien van de modernste technieken, zoals een luchtbehandelingskast, warmteterugwinning, CO2-regeling en uiteraard warmtepompen.”
De verbouwing nam ongeveer een jaar in beslag. En dat was niet niks. “Want onze hele interne basis ging over de kop,” zegt Niels. Maar het resultaat mag er zijn: een pand dat past bij wat Mensonides naar buiten wil uitstralen.
Groeien zonder jezelf kwijt te raken Die keuze voor een vernieuwd hoofdkantoor en een steunpunt in Drachten vertelt iets over de cultuur binnen het bedrijf. Mensonides wil groeien, maar niet ten koste van zichzelf. “We willen een platte organisatie zijn,” zegt Niels. Groei kan dat onder druk zetten. “Als we in één keer zouden verdubbelen van mensen,
dan wordt dat natuurlijk al een heel ander verhaal.” Daarom zoekt Mensonides het in kleinere teams, korte lijnen en snel kunnen signaleren als er iets wringt.
‘Mensonides positioneert zich daarbij nadrukkelijk als betrouwbare partner. Niet alleen installeren, maar ook borgen.’
Mensonides kiest derhalve voor een nuchtere route: kwaliteit leveren, afspraken nakomen, goed advies geven. “Ons werkgebied is Noord-Nederland,” zegt Niels. “En daar proberen we een stevige positie op te bouwen.” Het hoofdkantoor in Harlingen laat zien hoe dat eruit kan zien. Drachten moet laten zien dat het ook dichterbij kan. En ondertussen blijft er iets onveranderd: het familiebedrijf dat nog steeds voelt als een plek waar je binnenloopt, waar mensen je kennen, waar techniek belangrijk is. Maar waar je niet wordt gereduceerd tot een ordernummer.
Reinoud van der Bos is projectontwikkelaar bij Harns Invest:
“Over groei Harns Invest, regeldruk en parallel plannen”
LEEUWARDEN – Reinoud van der Bos is projectontwikkelaar bij Harns Invest, het bedrijf dat zo`n 8 jaar geleden in Harlingen begon en inmiddels gevestigd is in dFRSLND, het voormalige complex van De Friesland Zorgverzekeraar in Leeuwarden. In korte tijd bouwde Harns Invest een stevige positie op in de Friese ontwikkel- en vastgoedmarkt. Van transformaties tot uitbreidingen en appartementen: de projectlijst groeit net zo snel als het bedrijf zelf.
“Het gaat goed,” zegt Van der Bos. “We groeien gestaag: we hebben nu ruim 800 woningen in ontwikkeling. Een jaar geleden was dat nog de helft, en het jaar daarvoor óók de helft. In omvang verdubbelen we bijna jaarlijks.”
De vraag naar woningen blijft onverminderd groot en gemeenten staan opener dan ooit voor nieuwe plannen. “De sluizen staan open. Gemeenten zeggen: kom maar op. Dat helpt. Maar tegelijk zie je dat de regulering óók toeneemt en haalbaarheid van plannen ingewikkelder wordt.
Cocktail aan regels
De vastgoedsector is een van de zwaarst gereguleerde sectoren die er zijn. “De overheid bepaalt wat je bouwt, voor wie je bouwt, waar je het bouwt, hoe het eruit moet zien, wat het mag kosten, en aan welke eisen het technisch moet voldoen –alles ligt vast. Die cocktail aan regels maakt projecten complex.”
Toen Harns Invest begon, verliepen procedures soms verrassend vlot. “Zes jaar geleden hadden we zomaar een plan van A tot Z rond, terwijl we toen minder ervaring hadden. Nu doen we er beduidend langer over. Niet omdat wij ingewikkelder plannen maken, maar omdat het proces veel meer lagen heeft gekregen.”
Gemeenten kijken bovendien scherper naar detailniveau: doelgroepen, betaalbaarheid, beleidskaders. “Logisch, maar ieder project heeft zijn eigen karakter. Maatwerk is essentieel. De snelheid om het voortraject kan door efficiënte samenwerking echt veel beter.”
Parallel plannen
Van der Bos ziet vooral kansen in anders organiseren. “Een traditioneel
ontwikkelproces loopt chronologisch. Eerst A, dan B, dan C, dan D. Daardoor duurt het soms zeven jaar van schets tot oplevering.”
In Rotterdam wordt geëxperimenteerd met parallel plannen: stappen niet ná elkaar, maar mét elkaar laten lopen. “Vergunningaanvraag, tekenwerk, onderzoeken; alles gelijktijdig. Met een dedicated-team van gemeente, ontwikkelaar en adviseurs dat structureel samenkomt. Dan kun je aan de procedurekant zomaar twee jaar winnen.” Die methode zou hij graag in Friesland testen. “Geef ons een jaar, één gemeente, één vast team, en we laten zien wat dat doet. Zie dit artikel maar als uitnodiging, haha.”
Veste Harlingen
Een van de blikvangers waar Harns Invest bij is betrokken is de transformatie van het Spaansen-terrein in Harlingen tot de nieuwe woonwijk Veste. “Het omgevingsplan is vastgesteld, en we gaan in het voorjaar in verkoop met de eerste 110 woningen. Het terrein maken we nu bouwrijp.”
‘Geef ons een jaar, één gemeente, één vast team, en we laten zien wat dat doet.’
De procedure werd doorlopen met nul zienswijzen en nul bezwaren. “Daar zijn we trots op. Zeker omdat we de omgeving een jaar lang hebben geconfronteerd met sloop, stof, herrie en trillingen. Maar we hebben met onze partners vanaf het begin stevig ingezet op communicatie en participatie. Dat betaalt zich terug.”
Nieuwe woonwijk Veste in Harlingen.
Nieuwbouwplan Grut
Palma West in Wergea.
Ook de gemeente Harlingen wordt nadrukkelijk geprezen. “Ze reageerden snel op wat wij aanleverden en namen tijdig besluiten. Als iedereen zijn rol pakt, kan een proces ongelooflijk soepel verlopen.”
Valk-scheepswerf en Grut Palma West
In Franeker werkt Harns Invest aan de herontwikkeling van de voormalige Valk-scheepswerf, goed voor circa zestig woningen: twee appartementencomplexen, meerdere grondgebonden woningen en zes rug-aan-rugwoningen. Het stedenbouwkundig model ligt er, en de participatie draait op volle toeren.
“Participatie is voor ons meer dan een verplicht nummer,” benadrukt Van der Bos. “We halen actief op wat de omgeving belangrijk vindt: enquêtes, informatieavonden, projectwebsites, mail en WhatsApp. Door te optimaliseren waar
dat kan, voorkom je vaak langdurige procedures, al kun je nooit iedereen volledig tevredenstellen.”
Dat bleek ook in Wergea, waar Harns Invest werkt aan Grut Palma West, een betaalbare woonwijk langs de staande-mastroute. “Aanvankelijk waren er 23 zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan. Zeventien A4’tjes vol opmerkingen, heel breed. In overleg met de omgeving hebben we aanpassingen gedaan: in woonprogramma, afstand tot bestaande bebouwing, groeninpassing, speelvoorzieningen, bruggen en verkeersmaatregelen. Het plan is nu onherroepelijk, zonder beroep.”
Levensloopbestendig bouwen Opvallend in de projectportefeuille is de nadruk op levensloopbestendige woningen, dat zie je terugkomen in verschillende projecten waaronder in Bolsward, waar Harns Invest een groene woonontwikkeling voorbereidt op een kavel van bijna 8000 vierkante meter aan de Snekerstraat.
“Veel mensen roepen dat er starterswoningen moeten komen. Dat is gedeeltelijk waar. Maar bouw je alleen starterswoningen, dan creëer je maar één extra verhuisbeweging,” legt Van der Bos uit. “Bouw je een levensloopbestendige woning, dan komt er een vrijstaand huis vrij voor een gezin, dat op zijn beurt een rijwoning achterlaat waar starters naartoe kunnen. Zo komt de hele woonketen in beweging.”
IQON, Maritieme Academie en Lumina
In Harlingen werkt Harns Invest ook aan de herontwikkeling van de monumentale Maritieme Academie. Het gebouw verandert in 28 sociale en middeldure huurappartementen en 4 grondgebonden woningen. De nietmonumentale bijgebouwen – gymzaal en aula – maken plaats voor een nieuw appartementencomplex met 25 woningen. “Een prachtige combinatie van erfgoed en woningbouw.”
In Leeuwarden is IQON inmiddels voor tachtig procent verhuurd als kantoorruimte. De belangstelling voor het woondeel is gigantisch: “We tikken tegen de 500 inschrijvingen aan.” IQON wordt een van de jongste én meest opvallende ontwikkelingen van Harns Invest: een transformatie op een plek die iedere Leeuwarder kent, pal naast de imposante Achmeatoren.
In het voormalige FBTO-gebouw - jarenlang leeg en onopgemerkt - komen twintig luxe koopappartementen. “De Leeuwarder binnenstad krijgt er niet alleen een gebouw bij, maar een icoon”, verklaart Van der Bos de naam IQON.
Spanningsveld
Overigens kent niet elk project voorspoed. Lumina, een 40 meter hoge woontoren langs de Harlingervaart in Leeuwarden, ligt stil door een beroep van één omwonende bij de Raad van State. “We zijn verkoopklaar, het hele plan ligt er. Maar één beroep kan je zomaar twee jaar vertragen. Dat is wrang als je weet hoeveel mensen een woning zoeken.”
Het spanningsveld begrijpt hij. “Bezwaarrecht is belangrijk. Maar is het nog eerlijk dat één persoon een project kan blokkeren waar tientallen of honderden woningzoekenden op wachten? Want die laatste groep heeft geen stem. Dat is een ingewikkeld debat, maar wél een dat gevoerd moet worden.”
‘Er ligt veel werk’
Voorlopig richt Harns Invest zich op Friesland. “De provincie wil tienduizenden woningen bouwen. Er zijn beperkt ontwikkelaars om dat allemaal op te pakken, dus er ligt veel werk.” Het team hoeft volgens hem niet veel groter te worden. “Projectontwikkeling leunt zwaar op externe specialisten – adviseurs, ontwerpers, onderzoekers. Zo’n 70 tot 80 procent van het werk doen we met derden. Dat maakt onze organisatie flexibel en schaalbaar.”
Rebranding Harns Invest
Ondertussen ondergaat Harns Invest zelf ook een metamorfose. Het bedrijf werkt aan een rebranding, van logo en huisstijl tot alle sociale-mediakanalen. “Onze projecten zijn de afgelopen jaren snel groter en veelzijdiger geworden. Het is logisch dat onze uitstraling daarin meebeweegt,” aldus Van der Bos. De nieuwe website gaat medio januari 2026 live en moet vooral overzicht en herkenbaarheid bieden. “We willen laten zien wie we zijn, waar we voor staan en wat we doen – helder, fris en toekomstgericht.”
Feiten in 2026
Verkooprecord in Q3 2025: In het derde kwartaal van 2025 werden in Friesland 1.342 koopwoningen verkocht, met een gemiddelde verkoopprijs van €414.000, ruim 9,5% hoger dan hetzelfde kwartaal een jaar geleden. (Bron: NVM-cijfers, samengevat door Wonen aan Water (Q3 2025).
Er wordt nog steeds veel overboden in Friesland. In Q3 2025 werden 60% van de Friese woningen boven de vraagprijs verkocht. Gemiddeld betaalden kopers 2,6% meer dan de vraagprijs. Hier heb je met nieuwbouw gelukkig geen last van! (Bron: NVM via Wonen aan Water, Q3 2025)
Friesland is de koopprovincie. 62% van de woningvoorraad in Friesland is een koopwoning, tegenover 57% van het landelijk gemiddelde.
Een hoge woontevredenheid in Friesland. Friezen geven hun huidige woning gemiddeld een 7,9 en 78% vindt dat ze in een aantrekkelijk(e) dorp of wijk wonen. In het algemeen vindt 83% wonen in de eigen woonomgeving aantrekkelijk. En wat ons betreft terecht, Friesland is een prachtige provincie! (Planbureau Fryslân, CBS Data)
Maandfoto van de markt (November 2025): In november 2025 lag de gemiddelde vraagprijs in Friesland op maar €289.500, werden er 362 woningen verkocht, en bedroeg de gemiddelde vierkantemeterprijs €2.642,- (Bron: Huizenzoeker, ‘Woningmarkt Friesland – Cijfers en trends, november 2025)
Bescheiden bevolkingsgroei: Friesland telt circa 649.957 inwoners en groeide het afgelopen jaar met 0,35%. Flevoland kende de sterkste groei met 1,55%.
Commercieel directeur Arjan Moes | VDM Woningen:
“VDM
Woningen bouwt aan de toekomst: hout als ruggengraat”
VDM Woningen bouwt jaarlijks honderden woningen: van betaalbare starterswoningen tot luxe villa’s en sociale huur. Op het terrein in Drogeham - met eigen woningfabriek - spreekt Bouwt en Ontwikkelt met commercieel directeur Arjan Moes. Over de kracht van houtsysteembouw, de diversiteit aan Friese nieuwbouwprojecten en waarom hout onmisbaar is voor toekomstbestendig bouwen.
Honderdvijftig jaar bouwen met hout VDM Woningen kent een lange geschiedenis met houtbouw. Het begon in de negentiende eeuw als timmerbedrijf, en ontwikkelde zich tot producent van kozijnen. Rond 1980 maakte het bedrijf een radicale keuze: houtsysteembouw werd de basis. Niet als leverancier van losse onderdelen, maar als bouwer van complete (prefab) woningen.
VDM Woningen bouwt al ruim veertig jaar volledig prefab houtsysteembouwwoningen, en kent als geen ander zowel de technische voordelen als de maatschappelijke urgentie. “De beeldvorming rond hout is veranderd. Gelukkig ziet nu iedereen de kracht van dit materiaal,” vertelt Moes. Van dorpsaannemer groeide VDM Woningen uit tot één van de meest ervaren houtbouwers van Nederland. Anderhalve eeuw vakkennis vertaalt zich in een hoge kwaliteit en duurzame woningen.
Tekort aan bouwmaterialen
“We waren er vroeg bij,” vertelt Moes. “In Nederland waren wij één van de eerste partijen die complete woningen in houtsysteembouw realiseerden. Die ervaring zie je terug in de kwaliteit en de schaal waarop we werken. Onderweg hebben we ons leergeld wel betaald”.
Die decennialange voorsprong is relevanter dan ooit, nu de bouwsector staat voor een wereldwijd dreigend tekort aan bouwmaterialen. Moes: “Dat besef leeft nog niet overal, maar de druk op traditionele bouwmaterialen en denkwijzen wordt groter. Zo kom je vanzelf uit bij hernieuwbare materialen. Hout is een biobased grondstof, slaat CO₂ op en is herbruikbaar. Het is logisch; VDM Woningen geloofde al in hout voordat de klimaatproblematiek een thema was.”
Flexibel bouwsysteem met constante kwaliteit
Het hart van VDM Woningen is de eigen woningfabriek in Drogeham. Daar worden de prefab wanden, vloeren en daken volledig voorbereid: droog, warm, geautomatiseerd en deels gerobotiseerd.
“Dat is onze kracht,” legt Moes uit. “In een geconditioneerde omgeving kunnen we, onafhankelijk van weer of seizoen, dezelfde kwaliteit leveren. En doordat alles digitaal wordt gemodelleerd, kunnen we duizenden constructiedetails combineren. Dat maakt ons systeem enorm flexibel; de opdrachtgever heeft keuze.”
‘Wij zijn één van de grondleggers van complete houtsysteembouwwoningen in Nederland. We doen wat we zeggen.’
Waar seriematigheid vaak betekent dat er maar enkele varianten mogelijk zijn, toont VDM Woningen aan dat prefab geen beperking hoeft te zijn. “Onze fabriek draait serieproductie, maar daarbinnen kunnen we massaal variëren,” licht Moes toe. “Van sociale huur tot villa’s: alles kan achter elkaar door op dezelfde productielijn. Dat is uniek.”
Die flexibiliteit maakt VDM Woningen geliefd bij woningcorporaties en bij commerciële ontwikkelaars. Het bedrijf bouwt voor ontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere klanten, maar ontwikkelt ook nieuwbouwprojecten in eigen beheer.
‘We moeten zuinig omgaan met onze grondstoffen en bouwmaterialen en ook wetgeving vraagt om steeds duurzamere bouwmethodes.’
goed en duurzaam binnenklimaat. Je komt binnen in een strak afgewerkt en comfortabel huis.
Dat verschil ontstaat door de manier van bouwen: de woning bevat een goede isolatiewaarde door volledig (biobased) geïsoleerde elementen. Het lichtgewicht materiaal -hout- maakt transport efficiënter en ook milieuvriendelijker. Dit alles leidt tot de realisatie van een wind- en waterdicht casco binnen één dag. Het is dus mogelijk dat je ‘s ochtends naar je werk vertrekt en dat bij thuiskomst je nieuwbouwwoning is gemonteerd. Maar is dit de praktijk? “Ja, we roepen niet zomaar wat. Binnen één dag staat er een woning,” belooft Moes.
Beton waar het moet, hout waar het kan
Unia, Leeuwarden
Foto: Binne-Louw
Katsma.
Een comfortabele woning binnen één dag
Wie voor het eerst een nieuwbouwwoning van VDM Woningen binnenstapt, ervaart het meteen, vertelt Arjan. “Een houtsysteembouwwoning heeft een
Waarom neemt houtbouw juist nu zo’n vlucht, terwijl VDM Woningen er al veertig jaar mee werkt? De reden is helder volgens Moes: bewustwording. “We weten dat het anders moet. We moeten zuinig omgaan met onze grondstoffen en bouwmaterialen en ook wetgeving vraagt om steeds duurzamere bouwmethodes. CO₂-opslag, circulariteit, biobased materialen, het wordt allemaal urgenter. Eerlijk: je kunt niet om hout heen als meest logische oplossing voor de klimaatdoelen van 2030 en 2050.”
VDM Woningen kiest daarbij niet voor dogmatisch idealisme. “Wij zeggen wel: ‘beton waar het moet, hout waar het kan.’ Waarom zou je zwaardere materialen inzetten als het ook lichter kan? Vergelijk het met de zorg: zo licht en weinig mogelijk.”
Unia: een plek waar hout tot zijn recht komt
Een project waar die visie zichtbaar wordt, is Unia in Leeuwarden Zuid. Hier gelden strenge MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) eisen. Dit betekent dat de milieubelasting van een woning drastisch lager moet zijn dan de nationale norm. “Met onze houtsysteem bouwmethode voldoen we
daar al aan,” vertelt Moes. Door slimme keuzes - zoals gevelstenen die 30% minder materiaal bevatten, en houten gevelbekleding - kan VDM Woningen deze norm gemakkelijk halen.
Het resultaat: een toekomstbestendige wijk waar houtbouw zichtbaar én onzichtbaar de norm bepaalt.
Projecten door heel Friesland: van starterswoning tot watervilla VDM Woningen is prominent aanwezig in de Friese woningbouwopgave. De diversiteit aan projecten laat zien hoe breed houtsysteembouw toepasbaar is. Zo zijn er vorig jaar in Raerd (SúdwestFryslân) starterswoningen onder de twee ton gerealiseerd. “We houden het betaalbaar door industrialisatie en prefab”, vertelt Arjan trots. In Dokkum worden seriematig sociale huurwoningen gebouwd en in Lemmer hoogwaardige architectuur woningen aan het water. Unia en Middelsee (Leeuwarden) zijn grootschalige gebiedsontwikkelingen van VDM Woningen. De aannemer werkt ook geregeld in binnenstedelijke situaties. Dat vraagt om andere vaardigheden dan bouwen buiten een woonomgeving. “Je moet met alles rekening houden: buurtcommunicatie, logistiek, bouwplaatsinrichting. Als je dat goed organiseert, creëer je draagvlak en een positieve samenwerking met omwonenden,” legt Moes uit. Die sociale vaardigheden - participatie, communicatie, omgevingsmanagement - zijn volgens hem even belangrijk als techniek.
Innovatie en kennisontwikkeling
VDM Woningen stopt niet bij optimalisatie van de huidige standaard. Het bedrijf werkt actief aan materiaalvernieuwing, isolatietechnieken en vochtregulatie. Bij BuildinG in Groningen zijn twee biobased demowoningen gebouwd. Daar worden onder meer duurzame isolatiematerialen zoals vlas, en vochtregulerende systemen getest over langere tijd.
“We willen onze productstandaard verder verduurzamen. Maar het moet kloppen: geen groen verhaal zonder achtergrond. Daarom doen we dergelijke tests,” benadrukt Moes.
Toekomstvisie: robotisering en automatisering
VDM Woningen groeit, maar wil dat gecontroleerd doen. De sleutel ligt in verdere automatisering en robotisering van de productie. “Arbeid is schaars. Als je wilt opschalen, moet je mensen ontlasten met automatisering,” zegt Moes. Medewerkers worden geschoold in nieuwe software en machines. De bereidheid is er: “De energie is goed. Medewerkers begrijpen waarom dit nodig is.”
Het past bij de kernwaarden van VDM Woningen: degelijkheid, ervaring en kwaliteit.
Hout ruikt heerlijk
Aan het eind van het gesprek vertelt Arjan wat hem persoonlijk motiveert. “Het is heerlijk om ’s ochtends vroeg aan te komen en de geur van hout te ruiken. Dan weet je waarvoor je het doet.”
Voor hem is de toekomst van de bouw duidelijk: biobased, circulair, hernieuwbaar en industrieel. En VDM Woningen blijft daarin koploper; niet door te roepen, maar door te doen.
Sociale huurwoningen in Drachten.
Hein de Haan, wethouder Gebiedsontwikkeling en Wonen in Leeuwarden:
“10.000 à 15.000 woningen erbij tot 2040, het kan in Leeuwarden”
Foto: Jacob van Essen van fotobureau Hoge Noorden
‘Tot 2040 moeten we 1.000 woningen per jaar bouwen, en daar staan we voor in Leeuwarden!’ Dat zegt Hein de Haan, sinds 2019 wethouder Gebiedsontwikkeling en Wonen. Hij is geboren en getogen in Leeuwarden en vertelt hier enthousiast over de ‘fantastisch mooie plannen’ in zijn gemeente.
“Leeuwarden groeit heel hard. Wij zijn na Groningen de snelst groeiende gemeente in Noord-Nederland. We hebben nu al meer dan 130.000 inwoners, terwijl dat volgens de demografische prognoses pas na 2030 het geval zou zijn. Daarom hebben we onze woningbouwopgave herzien. Dat betekent dat tussen nu en 2040 wij 10.000 tot 15.000 woningen moeten bouwen om aan de vraag te voldoen. Dat komt neer op 1.000 woningen per jaar, we moeten dus versnellen.”
Buiten- en binnenstedelijk bouwen “Het is mooi om mee te werken aan de ontwikkeling van de stad en de dorpen. Er gebeurt heel veel: uitbreidingsplannen rondom de stad, in de dorpen, maar zeker ook binnenstedelijk.”
De grootste plannen zijn Spoordok met 2.500 woningen, De Zuidlanden in totaal met 6.500 woningen en daarbinnen Middelsee met 3.200 woningen. “In Middelsee gaat het heel goed, daar zien we de woningen echt uit de grond komen.”
“Het Spoordok in combinatie met de Tesselschadestraat en de WTC-locatie is één binnenstedelijk gebied waar ongeveer 3.500 woningen worden gebouwd. In Spoordok zetten we de eerste stappen, zodat we voor 2027 kunnen beginnen met bouwen. En dat gaan we ook doen!”, zegt De Haan resoluut.
“In 2026 start het eerste plan met de bouw van studio’s rondom de oude Aegonparkeergarage. In de Tesselschadestraat transformeren veel kantoorgebouwen naar appartementen, zoals het woontorencomplex op de voormalige papierfabriek. De nieuwbouw op de INGkantorenlocatie is nu in aanbouw.”
Verdichten
“We willen niet alleen grote nieuwbouwwijken bouwen, we willen vooral ook verdichten en binnenstedelijk bouwen. We willen verdichten rondom de wijkwinkelcentra in de bestaande wijken. Wijken als Westeinde en Camminghaburen vergrijzen en verdunnen steeds meer, dus het is goed om juist daar te bouwen. Dat is belangrijk, want daar zijn de voorzieningen en die willen we daarmee ook op peil houden.”
‘Leeuwarden is na Groningen de snelst groeiende gemeente
in Noord-Nederland.’
“Zo bouwt Van Wijnen een mooie mix van 92 gezinswoningen en appartementen, zowel koop als huur, in Camminghaburen. Dat is een prachtig plan dat heel snel gegaan is; binnen twee jaar van plan tot bouwen. En in Westeinde heeft WoonFriesland de ouderenzorglocatie Swettehiem opgekocht.
Project Tolvesum in aanbouw, onderdeel van Wetterstêd in het nieuwe stadsdeel Middelsee.
Arcadiapark, het groene hart van het nieuwe stadsdeel Spoordok.
Daarvoor maken we een nieuw plan om te verdichten. Bewoners van grondgebonden woningen kunnen naar seniorenwoningen verhuizen met behoud van hun sociale netwerk en voorzieningen. Dit zijn twee prachtige voorbeelden van inbreiding in de bestaande stad.”
hier opnieuw een florerend stadsplein met winkels en een hele mooie nieuwe wijk waar iedereen blij is om te wonen.”
Bouwen in de dorpen
De gemeente Leeuwarden bestaat uit 36 kernen; de stad Leeuwarden en 35 dorpen. Ook in de dorpen wordt fors gebouwd. “We hebben een grote opgave in de stad, maar ik durf wel te zeggen dat er geen gemeente is die zoveel woningen in de dorpen erbij bouwt als Leeuwarden. Met meer dan de helft van de dorpen praten we over nieuwbouw. Dat komt neer op 15-20 dorpen.”
‘Geen gemeente bouwt zoveel woningen in de dorpen als Leeuwarden.’
“Behalve naar wijkwinkelcentra kijken we voor stedelijke ontwikkeling ook naar ruimtes langs de rondweg, want daar kunnen we de hoogte in en dus goed appartementen toevoegen. Op dit soort plekken kunnen we prima intensiveren en daarvoor is ook nog ruimte in de stad.”
Mooie mix
“Een heel bijzonder plan is Nieuw-OudOost, rondom het oude Cambuurstadion, een plek doordrenkt met historie. Hier ben ik heel trots op. Het is een fantastisch plan waarbij de historie van Cambuur in alles terugkomt. Midden in een Leeuwarder volksbuurt bouwen we 500 woningen in een hele mooie mix van sociale huur, betaalbare huur en grondgebonden koop.”
“Dit wordt straks een aantrekkelijk gebied om te wonen, ontmoeten, verblijven en recreëren. Over 5 à 10 jaar hebben we
Hij noemt als voorbeeld een ‘fantastisch mooi plan’ in Grou: “Een Klein-Venetië, waar 195 woningen worden gerealiseerd op het voormalig Halbertsmaterrein.” Ook in Stiens komen er veel nieuwe woningen bij: “Een heel gemêleerd nieuwbouwplan aan de oostkant van het dorp en we gaan aan de gang met het Sint-Vitusplein in het centrum. Een heel bijzonder project is de monumentale spoorremise die getransformeerd wordt naar woningbouw met een atypisch programma. Ontwikkelaar Blue Banner doet dat met een heel spannend concept. Dat is lef tonen om dat hier in Stiens te doen, vind ik.”
Samen met de inwoners
“We hebben nieuwbouwplannen voor 1520 dorpen. Deze dorpen mogen met 1.000 woningen groeien in totaal. Er gebeurt dus ook veel in de Leeuwarder dorpen.”
“We betrekken de dorpen actief bij de plannen, want het raakt de gemeenschap en de inwoners. Daarom opereren we als gemeente anders dan in de stad. Dat doen we altijd in de driehoek dorp-ontwikkelaargemeente. De ontwikkelaar kan een particuliere of een commerciële partij zijn of een collectief uit het dorp zelf. We realiseren plannen waar alle drie partijen achter staan. We moeten er alle drie blij van worden, zeg ik altijd. Collega-wethouders zijn van harte welkom om te kijken hoe wij de Leeuwarder dorpen bouwen!”
Samenwerking met WoonFriesland en Elkien
“De woningcorporaties Elkien en WoonFriesland zijn de grootste en meest constante investeerders op het gebied van woningbouw in Leeuwarden. Daar werken we heel intensief en heel nauw mee samen.”
“Met WoonFriesland werken we een heel ambitieus woonprogramma uit om 800-1.000 nieuwe woningen toe te voegen. Met Elkien voeren we een heel ambitieus herstructureringsprogramma uit. Bijvoorbeeld in Heechterp vervangen we samen meer dan de halve wijk; we slopen ruim 550 woningen en bouwen 650 woningen terug. Bij deze wijkvernieuwing ligt de nadruk op draagvlak en op participatie. Dat doet Elkien hartstikke goed. Er is minimaal 70% instemming nodig en we zitten hier ver over de 90%.”
“Elkien doet dit al heel lang en heel intensief. Het is wel een tijdrovende en kapitaalintensieve manier van werken. Ik hoop dat ze dit kunnen volhouden, want het einde van hun investeringsvermogen komt in zicht. Ik maak me zorgen over hoe de woningcorporaties landelijk worden gefinancierd. Als lid van de VNG-commissie Ruimte, Wonen en Mobiliteit praat ik daar vaak over met minister Mona Keijzer. Het nieuwe kabinet moet de lasten van de woningcorporaties substantieel verlagen. Dus ook Den Haag moet Leeuwarden helpen 10.000-15.000 woningen mogelijk te maken. Dat kan door de woningcorporaties in staat te stellen om te blijven investeren.”
Duurzame ontwikkeling
Niet alleen betaalbaarheid, ook duurzaamheid en circulair bouwen zijn onderwerpen die veel aandacht krijgen. Zo hebben het College van Rijksadviseurs, WoonFriesland en gemeente Leeuwarden samen een landelijke prijsvraag uitgeschreven voor 50 biobased, natuurinclusieve én betaalbare sociale huurwoningen in Nieuw-Oud-Oost.
De Haan vertelt enthousiast: “Deze woningen worden nu als eerste gebouwd. Maar liefst 26 partijen hebben ingeschreven, dus betaalbaar bouwen met gezonde bouwmaterialen kan wél! De transitie naar gezonde bouwmaterialen –meer biobased, meer hout, isoleren met natuurlijke elementen- gebeurt gewoon in Friesland. Ook de Friese bouwers laten dat zien. Zo heeft Dijkstra Draisma de Smûk-woning ontwikkeld. Dat is een CO₂negatieve woning die meer CO₂ opslaat dan uitstoot en voor minder dan twee ton. Samen met WoonFriesland kijken we of we deze woningen heel snel, hopelijk volgend jaar al, kunnen realiseren in Middelsee. Hiermee lopen wij voorop als provincie. Wij zijn hier ook heel inventief, dat moeten we veel meer laten zien!”
“We hebben 10.000-15.000 goede en gezonde woningen nodig”, besluit De Haan. “Maar als het ergens kan, dan is het in Leeuwarden!”
In project Nieuw Oud Oost komen 500 woningen, aan een plein, in een park en deels in de vorm van het oude voetbalstadion.
‘De woningcorporaties Elkien en WoonFriesland zijn de grootste en meest constante investeerders in Leeuwarden.’
Rikkert Besselse, Sustainable business developer Rabobank en Pier Reitsma, Senior Ontwikkelingsmanager BPD
“Rabobank en BPD bundelen krachten voor duurzaam en waterbewust bouwen”
De coöperatieve Rabobank en haar dochteronderneming BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling zetten zich samen in voor minder CO2-uitstoot in de bouw van woningen en slimmer watergebruik. Bouwt en Ontwikkelt spreekt met Rikkert Besselse (Rabobank) en Pier Reitsma (BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling) over hun gezamenlijke versnelling: biobased bouwen, waterbesparing en een bijzondere financiële impuls.
Waarom deze impuls om woongebieden met meer biobased materialen en waterbesparing te realiseren?
Rikkert: “We richten ons op twee sporen: CO2-reductie via biobased bouwen en drinkwaterbesparing in nieuwbouw. In de praktijk lopen duurzame keuzes vaak vast op de meerprijs. We maken een selectie bij welke nieuwbouwprojecten we een verschil kunnen maken door financieel bij te dragen aan natuurlijke materialen en waterbesparing.”
Pier: “De bouwsector kent een aanzienlijke CO2-impact. BPD - als grootste gebiedsontwikkelaar van Nederland - wil daar beweging in brengen door biobased materialen breed toe te passen. Ook wil BPD waterbesparende maatregelen toepassen in haar projecten. Deze zijn echter onrendabel, je verdient ze nooit terug.”
Rikkert: “Daarom stelt Rabobank een coöperatief budget van honderd miljoen euro beschikbaar om in BPD-projecten de onrendabele top af te dekken. Dat vergroot de haalbaarheid van biobased en waterbesparend bouwen, juist in het betaalbare woningsegment. Friesland is hiervoor de perfecte regio: sterke bouwsector, innovatieve watertechnologie en veel ervaring met circulariteit. BPD is de schakel naar de markt.”
Een intensieve samenwerking!
Rikkert: “Zeker. We zijn gestart tijdens de Dutch Design Week. Daar hebben we samen laten zien wat biobased bouwen concreet betekent: denk aan bijvoorbeeld woningen van vlas, hennep en hout. Ook over water gaven we sessies: beschikbaarheid, kwaliteit en zuinig gebruik. Onze rol als bank is: beweging creëren in gebiedsontwikkeling.”
‘Biobased materialen toepassen bij het ontstaan van nieuwe woongebieden en bij woningbouw.’
Waar in Friesland gaat biobased materiaal gebruikt worden in woningen?
Pier: “In Leeuwarden realiseren we volgend jaar twintig middenhuurwoningen met biobased toepassingen die BPD Woningfonds gaat verhuren aan bewoners met een middeninkomen. Ook komen er 43 koopwoningen in houtskeletbouw in het buurtschap Unia bij de Overijsselseweg; het meest duurzame buurtschap van de Zuidlanden. In Middelsee werken we aan een mix van huur en koop met biobased ambities. In het dorpje De Knipe bij Heereveen werken we aan een nieuw woongebied aan de rand van het dorp. Daar bekijken we hoe we natuurlijk materiaal als vlas of hennep kunnen gebruiken voor isolatie van de woningen.”
“Die honderd miljoen van de Rabobank is het vliegwiel. Je kunt er niet alles biobased mee bouwen, maar het is een belangrijke impuls om te beginnen. De meerkosten die BPD heeft om duurzamere toepassingen in nieuwbouwwoningen te realiseren, worden de komende jaren uit deze investeringsimpuls vergoed. Het gaat dan om biobased isolatiemateriaal, houten prefabwoningen en casco’s, en watersystemen voor hemelwaterhergebruik en toiletspoeling .”
Rikkert: “Biobased bouwen levert, volgens schattingen van het NIBE, een CO2-reductie op van circa 40%, in vergelijking met traditionele woningbouw. De eerste stap
In buurtschap Unia, het meest duurzame buurtschap van de Zuidlanden in Leeuwarden, wordt biobased materiaal toegepast in de houtskeletbouwwoningen.
is het ondersteunen van projecten waar isolatiemateriaal zoals hennep of vlas toegepast kan worden. De volgende stap is hele casco’s in hout. De aanpak verschilt per locatie, ontwerp en haalbaarheid.”
Kiezen jullie nadrukkelijk ook voor het betaalbare segment?
Rikkert: “Zeker! De combinatie betaalbaarheid en biobased is een belangrijk criterium. Door wijd te spreiden - middenhuur én koop - bereiken we de meeste impact.”
Pier: “Juist in het betaalbare segment is een financiële bijdrage de juiste prikkel om daadwerkelijk natuurlijke materialen te kunnen gebruiken in de bouw van woningen. En om bewuster met water om te gaan.”
Rikkert: “We nodigen gemeenten uit om zich te melden. Hoe meer schaal, des te sneller de sector beweegt. Of honderd miljoen genoeg is, zien we later; het is zeker een stevig begin.”
Waarom juist nú deze samenwerking?
Rikkert: “Goede vraag: de CO2-opgave wordt urgenter. De technologie voor biobased materialen is er, maar marktwerking komt niet vanzelf op gang. Traditionele materialen en denkwijzen overheersen nog geregeld. Het kantelpunt komt niet zonder vraag. Met dit fonds zetten we die vraag stevig in de markt via de grootste gebiedsontwikkelaar. Daarmee ontstaat schaal, en een nieuw speelveld.”
Friesland als koploper in circulariteit
Rikkert: “Friesland scoort zeer goed in het Circularity Gap Report (gepubliceerd door Circle Economy, 2025). De bredere welvaartsagenda van Friesland - met de ‘Friese paradox’ van minder inkomen maar meer welbevinden - vraagt om behoud van bodem, water en circulariteit. Deze bouwopgave sluit daar perfect bij aan.”
Pier: “We onderzoeken of we vlas en hennep op Friese landbouwgrond kunnen verbouwen voor biobased bouwmateriaal. Van land tot pand en alles ertussenin. Dat vraagt een gegarandeerde afzetmarkt en
schaal. Dit is ook een van de initiatieven die we mogelijk kunnen maken dankzij de bijdrage van Rabobank.”
Waar zit de grootste winst in biobased bouwen?
Pier: “Het snelst is winst te halen met biobased isolatie. Dat is breed en eenvoudig toepasbaar. De volgende stap: houten casco’s voor grondgebonden woningen. Appartementen zijn complexer en duurder. We nemen liever vier kleine stapjes dan één hele grote.”
Rikkert: “En wat betreft milieuvriendelijke materialen zijn er goede mogelijkheden. Europese houtketens zijn stabiel georganiseerd, dus daar zien we geen knelpunten. Bewoners van houtbouwwoningen in Nederland geven goede feedback over het comfort. Vanuit scholen en zorginstellingen klinken al positieve geluiden.”
Welke rol speelt de Nederlandse bouwtraditie?
Rikkert: “Nederland heeft weinig
productiebossen. Houtbouw zit minder in onze bouwtraditie, wij zijn een steen- en betonland; dat is logisch. Toch gaat het nu veranderen. Een bijkomend voordeel van houtbouw: het zijn lichtere constructies en ze zijn vlot neer te zetten. We zien dat er in de arbeidsmarkt personeelskrapte bestaat. Langzamerhand worden standaardconcepten fabrieksmatig gebouwd. Daar lenen houten concepten zich ook uitstekend voor.”
‘Wat gebeurt er met water?’
Wat willen jullie bereiken op het vlak van waterbesparing?
Rikkert: “Na netcongestie is water een van de volgende urgente maatschappelijke vraagstukken. Bijvoorbeeld: houden we genoeg drinkwater over voor nieuwe wijken? Onze bijdrage helpt die transitie op gang.”
Van land tot pand –Rabobank en BPD bundelen hun krachten
Illustratie: Biobased Creations
Pier: “Drinkwaterbesparing zit in Nederland nog in een vroege transitiefase. Water is goedkoop, waardoor er geen prikkel is om zuinig te zijn en kostenverhogende besparende technieken toe te passen. We spoelen het toilet door met drinkwater. Dat is natuurlijk raar. We onderzoeken systemen voor regenwater- en grijs watergebruik. In de nieuwe gebiedsontwikkeling Spoordok in Leeuwarden testen we hoe we het drinkwaterverbruik kunnen minimaliseren. Op gebiedsniveau kun je namelijk slimmer werken.”
Jullie werken ook samen met Wetsus?
Rikkert: “Klopt. Wetsus is de Europese kennisinstelling op watertechnologie in Leeuwarden. Rabobank is partner. We richten ons op drie sectoren met grote waterimpact: landbouw, industrie en bouw. Voor die laatste sector werken we nu samen met BPD.”
Pier: “Niet alleen in droge regio’s; ook in steden wordt water echt een knelpunt. De beschikbaarheid van onbeperkt schoon drinkwater was lange tijd vanzelfsprekend. Om schoon drinkwater ook in de toekomst mogelijk te houden, zullen we maatregelen moeten nemen. De sterke watertechnologiepositie van Leeuwarden sluit naadloos aan op onze activiteiten om waterbesparend te werk te gaan in nieuwbouwprojecten. Sinds de oprichting van WaterCampus in 2004 is het aantal FTE’s in Friesland in de watertechnologiesector gegroeid naar 2500. Meer dan 100 bedrijven hebben zich gevestigd op de WaterCampus in Leeuwarden en omstreken.”
Welke concrete technieken zijn kansrijk?
Pier: “Het scheiden van waterstromen biedt mogelijkheden. Bijvoorbeeld; regenwater en behandeld grijs water voor het doorspoelen van het toilet of het wassen van de auto zijn relatief eenvoudig toepasbaar. Vuil zwart water voeren we af naar de waterzuivering. En regenwater kunnen we vasthouden in het gebied en laten infiltreren in de bodem via wadi’s en waterkratten, in plaats van het afvoeren. ”
Rikkert: “Precies daar helpt de honderd miljoen. Zo kunnen we deze technieken op kleine schaal toepassen en ervaring opbouwen. Zonder financiële impuls gebeurt er simpelweg te weinig”.
Friesland als proeftuin voor toekomstbestendig bouwen
Rikkert: “Friesland heeft een sterke bouwsector, vooroplopende watertechnologie, circulaire kennis en ruimte om te experimenteren. Het is dé plek om hiermee aan de slag te gaan en landelijke kennis op te bouwen.”
Pier: “Rabobank maakt het mogelijk, wij voeren uit. Deze samenwerking draagt er aan bij dat we niet langer praten over de toekomst, maar eraan bouwen.”
Rikkert: “Wat hier werkt, kan straks een geweldige inspiratie voor Nederland worden.”
Pier Reitsma, Senior Ontwikkelingsmanager BPD.
Rikkert Besselse, Sustainable business developer Rabobank.
Theun Erik Holwerda | Bouwbedrijf De Vries Leeuwarden
“Stadsaannemer
met liefde voor lastig werk”
LEEUWARDEN Het lichte kantoor van Bouwbedrijf De Vries Leeuwarden ademt historie. Vroeger reden hier de paarden van de Leeuwarder stalhouderij naar binnen, nu bespreekt directeur Theun Erik Holwerda er renovaties, restauraties en transformaties. Binnen zit een man die z’n hart verloor aan de bouw. En die na ruim honderd jaar bedrijfsgeschiedenis vooral wil zorgen dat het leuk blijft, voor zichzelf én voor zijn mensen.
Van Spanje naar Leeuwarden
Holwerda’s loopbaan voert langs Tadema, systeembouwer Tasta en zelfs een avontuur in Spanje. “Ik heb een jaar lang in Altea een bouwbedrijf opgezet, met het Tastasysteem,” vertelt hij. „Prachtige tijd, vlakbij Alicante.”
Terug in Nederland rolde hij de corporatiewereld in bij WoonFriesland. “Ik was er teamleider vastgoed, nieuwbouw en onderhoud. Heb daar veel geleerd. Maar toen ik me steeds meer met managerstaken ging bezighouden en minder met de bouw voelde ik dat dit niet meer bij mij paste.”
Meer van het handwerk, niet alleen van het denkwerk? “Precies dat.”
Op dat moment belde oud-collega Albert Adema, destijds directeur en eigenaar van Bouwbedrijf de Vries Leeuwarden. Die zocht iemand om het bedrijf samen met Stephan Zuiderbaan verder te leiden.
Meteen corona
Wat begon als een leidinggevende functie, mondde enkele jaren later uit in een overname. Samen met Stephan Zuiderbaan. “Ik had nooit geambieerd om een bouwbedrijf te kopen, maar Stephan en ik hadden de dagelijkse leiding al. We hebben alles doorgerekend en gespreid over vijf jaar was het haalbaar.”
In januari 2020 kochten ze de eerste helft van de aandelen – de tweede helft zou in januari 2025 volgen – en in maart 2020 brak corona los. “De hele sector kneep ’m. Iedereen vroeg zich af waar het heen zou gaan.” Het pakte anders uit. “De rente was 1,5 procent, mensen konden niet op vakantie en bleven thuis. Aanbouwtjes, verbouwingen, isoleren, er kwam voor ons veel werk beschikbaar.”
Het bedrijf groeide. Particulier werk, restauraties, corporaties, scholen, de voedingsindustrie. “Onze servicedienst bestaat alleen al uit zo’n 35 man. Daardoor ben je minder afhankelijk van één markt.”
Het is een wijsheid die Holwerda leerde van een boer waar hij vroeger vakantiewerk deed: “Die man had een bedrijf met zestig koeien, wat aardappels en uien. Hij zei altijd: “Is de priis fan de molke min, is de priis fan de ierdappels goed”. Oftewel: je moet niet op een paard wedden. Dat is precies wat wij doen.”
‘Stephan en ik willen dat Bouwbedrijf
De Vries Leeuwarden een bedrijf van de mensen blijft.’
Plezier boven prestige
Die groei is mooi, maar niet waar het hem echt om gaat. „Ik wil van het leven genieten. Daarom ben ik altijd op zoek naar dingen die het leven leuk maken. Thuis, maar ook in mijn werk. Mooie projecten ontwikkelen, het bedrijf verbeteren. Daar hou ik van.”
Dat vertaalt zich in de manier waarop hij het bedrijf bestuurt. “Stephan en ik willen dat Bouwbedrijf De Vries Leeuwarden een bedrijf van de mensen blijft,” zegt hij. “Daarom hebben we drie jongens uit het managementteam 5 procent aandelen laten kopen. Zo versterken we het het ‘wij-gevoel’ dat ons bedrijf zo kenmerkt.”
Lastig werk
Bouwbedrijf De Vries Leeuwarden is stevig verankerd in de stad. Het kantoor aan de rand van het centrum is een verbouwde
Voormalige Provinciaal Elektriciteitsbedrijf, in Leeuwarden beter bekend als het PEB-gebouw.
stalhouderij. „Het kostte een vermogen om hier iets van te maken,” vertelt Holwerda lachend. „Geen haakse hoek, alles scheef. Maar het past bij ons: maatwerk, handwerk. Mensen komen hier binnen en zijn verrast. We worden vaak ‘de stadsaannemer’ genoemd. Dat vind ik wel kloppen.”
‘Het mooie is dat je erfgoed behoudt én het een nieuwe functie geeft.’
tegen, gezakte kozijnen van tien centimeter en vleermuizen op zolder. Je moet creatief zijn en toch de kwaliteit borgen. Juist dat maakt het voor onze jongens zo leuk.”
De Infirmerie in Leeuwarden, het oude Fries Museum, tansformaties van het politiebureau in Grou en de remise in Stiens: het zijn projecten waarop hij zichtbaar trots is. “Het mooie is dat je erfgoed behoudt én het een nieuwe functie geeft. Dan zie je later langsrijden en denk je: dat hebben we met respect aangepakt.”
Nieuwe Stroom
De projectenportefeuille is breed. Van aanbouw bij particulieren tot onderhoud voor woningcorporaties, van scholen tot de voedingsindustrie. Maar één lijn is duidelijk: Bouwbedrijf de Vries Leeuwarden voelt zich thuis in complex, vaak monumentaal werk. “Nieuwbouw in een weiland, dat kan iedereen,” zegt Holwerda. “Maar transformeren is een andere mindset. Dan kom je scheve vloeren
Een van de meest in het oog springende projecten van dit moment is de verbouwing van het voormalige Provinciaal Elektriciteitsbedrijf, in Leeuwarden beter bekend als het PEB-gebouw aan de Emmakade. “De linkervleugel van het gebouw is verkocht aan ontwikkelaar Blue Banner RED,” legt Holwerda uit. “Wij hebben al meer voor die partij gedaan. Samen met hen hebben we dat kantoorgedeelte getransformeerd naar
dertig appartementen.” Nieuwe Stroom, zo gaat het gebouw heten.
Het is geen standaardklus. “Je hebt te maken met monumentale waarden, rare hoogtes, bestaande structuren,” zegt Holwerda. “De oude kozijnen waren het zwakke punt qua energie. Dan kun je halsstarrig zeggen: het moet precies blijven zoals het is, maar dan red je het energetisch niet. Wij hebben gekozen voor nieuwe aluminium kozijnen met een heel slank profiel, die optisch dichtbij het oude beeld blijven. Dat doe je in goed overleg met de gemeente. Dan kun je zowel het monument als de toekomst recht in de ogen kijken.”
Ook binnen is het puzzelen. “We hebben appartementen op de begane grond, woningen met de woonkamer op maaiveldniveau en de slaapkamers in het souterrain”, vertelt hij. “In de kelder zitten de bergingen en de fietsenstalling. Het is een heel divers pakket. De meeste appartementen zijn verkocht, er is nog één woning beschikbaar.”
Mensenwerk, boven alles Vraag Holwerda waarom hij ondanks crises, oorlog, stijgende prijzen en netproblemen nog steeds zichtbaar energie krijgt van zijn werk, en het antwoord is eenvoudig. “Omdat het mensenwerk is,” zegt hij. “We hebben hier iets meer dan honderd mensen in vaste dienst, en we hebben heel weinig verloop.” Hij glimlacht. “We hebben het bedrijf destijds gekocht omdat het zo’n mooi bedrijf is om te werken, omdat het werk zo divers is. En als het werk leuk blijft, komt de rest meestal vanzelf goed.”
Bouwbedrijf De Vries Leeuwarden telt iets meer dan honderd medewerkers. Vanuit een voormalige stalhouderij aan de rand van het centrum van Leeuwarden werkt Bouwbedrijf de Vries Leeuwarden vooral in Friesland en de omliggende regio. Daar profileert het zich als specialist in complexe transformatieen restauratieprojecten: van de Infirmerie tot het oude Fries Museum, van politiebureaus tot monumentale ziekenhuizen en het iconische PEB-gebouw. Daarnaast verzorgt het bedrijf onderhoud, verbouw, utiliteitsbouw en beschikt het over een grote servicedienst voor kleinere en middelgrote klussen. www.bdvl.nl
Voormalige Provinciaal Elektriciteitsbedrijf, in Leeuwarden beter bekend als het PEB-gebouw.
“Nieuwe
opdrachten zijn zeker welkom!”
Daiwa House Modular Europe, specialist in modulair gebouwde hoogwaardige woningen, maakt een gezonde groei door. Afgelopen jaren werden er in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel al diverse projecten gerealiseerd. Als het aan Ben de Roo en Sieb Meijer, beiden sinds september van dit jaar werkzaam als woningbouwadviseur bij de vestiging in Eemshaven, ligt komen daar nog veel meer mooie modulaire woningbouwprojecten bij.
Ben de Roo: “Ik ben een Drent en woon, met veel plezier, al mijn hele leven in Zuidwolde. Inmiddels heb ik aardig wat ervaring in het bouwen met modules. Ik heb onder meer gewerkt voor het toenmalige
Direktbouw in Coevorden. Na daar een aantal jaren technisch werk gedaan te hebben wilde ik iets anders. Uit een competentietest bleek dat ik zowel technische als commerciële kwaliteiten heb. In mijn huidige functie komt die combinatie goed van pas.”
Sieb Meijer: “Mijn wortels liggen in Groningen. Daar ben ik geboren en getogen en ben ik naar school gegaan. Ik heb wat minder ervaring dan Ben maar ben minstens net zo enthousiast over modulaire woningbouw als hij. Afgelopen 3,5 jaar werkte ik bij Daiwa House als projectleider aan allerlei woningbouwopdrachten voor Nationaal Coördinator Groningen. Dit overheidsorgaan is verantwoordelijk voor de huisvesting van slachtoffers
van de aardbevingen in de provincie Groningen. Bij mijn vorige job had ik onder meer veel contact met regionale aannemers en overige toeleveranciers in het Noorden en Oosten van Nederland. Ik wilde binnen
Daiwa House meer de advieskant op en ben dan ook heel blij met mijn nieuwe functie.”
‘Onze woningen gaan minstens 80 tot 100 jaar mee!’
Ben de Roo
Soort van Lego
Ben: “Daiwa House Modular Europe is geen traditioneel bouwbedrijf. Onze vestigingen in Montfoort in de provincie Utrecht (ook hoofdkantoor)
Sieb Meijer (links) en Ben de Roo, in het Experience Center van Daiwa House Modular Europe
en Eemshaven zijn gespecialiseerd in het fabrieksmatig produceren van complete woningbouwmodules van permanente kwaliteit. Je kunt het zien als een soort Lego voor grote mensen. We werken met hout, staal en beton en bieden keuze uit diverse maten modules, architectuurstijlen en gevelafwerkingen. Onze klanten zijn woningcorporaties, gemeentes, projectontwikkelaars en beleggers.”
Lopende band
Sieb voegt enthousiast toe: “Een realisatietijd van 6 of 7 maanden is bij ons eerder regel dan uitzondering. Voorbereidende werkzaamheden op de bouwlocatie worden grotendeels gelijktijdig uitgevoerd met de productie in onze fabriek. We maken duurzame modules voor onder andere arbeidsmigrantenhuisvesting, studentenhuisvesting, seniorenappartementen en grondgebonden woningen letterlijk aan de lopende band. Onlangs hebben we bijvoorbeeld een prachtig en bijzonder duurzaam asielzoekerscentrum (azc) in Dalfsen opgeleverd.”
50% sneller
Volgens Sieb is snelheid een belangrijk pluspunt van de modulaire bouwwijze van Daiwa House: “De bouw van een complete woning in onze gerobotiseerde fabriek kost slechts een dag. Alles zit er dan in: elektra, leidingwerk, keuken, sanitaire voorzieningen, de badkamer, enzovoort. Modules hoeven dan alleen nog maar te worden vervoerd naar de bouwlocatie.
Het plaatsen en monteren van de modules kost 1 dag. Vervolgens brengen we de gevelbekleding aan en sluiten we alle leidingen aan. We bouwen tot 50% sneller dan traditionele bouwers.”
‘Extra productieopdrachten zijn van harte welkom’
Sieb Meijer
Bijzonder duurzaam
Ben sluit af: “Vergeleken met de traditionele bouw hebben we een 50% lagere CO2uitstoot. Het geheim? We hebben veel minder transportbewegingen en gebruiken duurzame en herbruikbare componenten. Onze hoogwaardige modules kunnen na 15 jaar of zelfs na vele decennia van gebruik uit elkaar worden gehaald en op een andere locatie opnieuw worden ingezet. Wij hoeven dus niets te slopen. Onze woningen hebben een lange levensduur. Kortom: we leveren in korte tijd toekomstbestendige woonoplossingen en hebben productiecapaciteit.
Interesse? Laten we vrijblijvend kennismaken, dat kan bijvoorbeeld via onze website (dhme.eu).
Rolie Tromp wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Wonen in de gemeente Heerenveen:
“Bouwen
aan plekken waar mensen zich thuis voelen”
Foto: Gemeente Heerenveen
Hij wil Heerenveen één van de mooiste plekken maken om te leven en wonen. Rolie Tromp is nu anderhalf jaar wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Wonen en vertelt met zichtbaar enthousiasme over de koers van zijn gemeente. Het is een gesprek met een feestelijk tintje, want zojuist is bekend geworden dat Heerenveen een subsidie van 3 miljoen euro heeft ontvangen voor projecten uit de Gebiedsvisie A32. Het is precies zo’n moment waarop alles samenkomt: ambitie, urgentie en brede samenwerking.
Heerenveen groeit: van woonopgave naar leefopgave
Heerenveen heeft al een sterke positie als plek om te wonen en te werken, maar Tromp ziet dat breder. “Onze ambitie gaat verder dan woningen bouwen. We willen Heerenveen laten uitgroeien tot één van de mooiste plekken om te wonen, werken én leven. Dat vraagt om een integrale aanpak. Een samenhangend geheel waarin alles op elkaar aansluit: de bedrijvigheid, de leefomgeving, de dorpen, het centrum, bereikbaarheid, sport, natuur… alles.”
Daarom is de woningbouwopgave geen project op zich, benadrukt hij. Het is de ruggengraat van een bredere ontwikkeling. Een toekomst waarin mensen zich thuis voelen, ondernemers kansen hebben en waarin de regio als geheel sterker wordt.
Voorsorteren op groei en de verantwoordelijkheid die daarbij hoort
Met minimaal 2.000 nieuwe woningen tot 2030 is de woningbouwambitie stevig. En toch kijkt Tromp al verder. “Volgens de Rabobank zijn we de derde groeiregio van Nederland. Als die groei doorzet in economie en leefkwaliteit, dan redden we het niet met 2.000 woningen. We bereiden ons voor op een grotere, langere opgave. Dat doen we heel bewust.”
Die voorbereiding gebeurt in samenwerking met de regio. “We werken nadrukkelijk samen met Leeuwarden, Súdwest-Fryslân en Smallingerland, omdat Friesland groot genoeg is om een gezamenlijke strategie te voeren. We voelen ons verbonden met de andere Friese gemeenten en we hebben een gezamenlijke opgave om bij te dragen aan het woningtekort. Ook met het oog
op toekomstige ontwikkelingen zoals (wie weet) de Lelylijn. Onze regio heeft veel te bieden en verdient een sterke, gezamenlijke stem. Ook voor mijn eigen kinderen. Zodat ze een keuze hebben om elders te studeren en in Heerenveen te blijven wonen.”
Een plek waar je je thuis voelt, omdat alles klopt
“We bouwen niet alleen woningen, we creëren plekken waar mensen graag willen zijn’, zegt Tromp. Dat betekent aandacht voor groenstructuren, recreatie, kleinschalige voorzieningen en plekken om te verblijven. Maar ook aandacht voor werk: “Mensen willen graag dichtbij huis kunnen werken. Dan moet die mix er dus zijn.”
‘Volgens de Rabobank zijn we de derde groeiregio van Nederland.’
A32gebied Heerenveen Foto: Gemeente Heerenveen.
Hij ziet het voor zich als een samenhangend geheel: compacte woonbuurten, sterke dorpen, een aantrekkelijk centrum, regionale bereikbaarheid en werkgelegenheid van middenstand, MKB tot grote bedrijven. “Als dat op elkaar aansluit, dán krijg je een nog fijnere plek om te leven. Gebiedsontwikkeling staat hierin centraal en dus zetten we daar maximaal op in.”
‘Als het centrum klopt, versterkt dat het hele woon- en leefklimaat.’
Ontwikkelen mét de mensen die er wonen en ondernemen
Wat opvalt in Heerenveen is de rol van bewoners en ondernemers. Niet als ‘klankbord’, maar als actieve partners. Een voorbeeld dat Tromp graag geeft is de vaststelling van de visie van de projecten in de A32-zone. “We hebben niet de gemeente of de ontwikkelaar, maar de toekomstige bewoners het verhaal laten vertellen. Letterlijk. Met silhouetten lieten we zien: hier gaan mensen leven, hier krijgen gezinnen een toekomst. Door hún stem te laten horen, konden huidige bewoners zich voorstellen hoe het gebied
gaat leven. Dat was zó krachtig.”
Die menselijke insteek zorgt voor draagvlak én energie. “Mensen voelen: dit is ook óns project. Dat werkt echt anders dan wanneer je alleen een plan presenteert.”
Vroege betrokkenheid is volgens hem essentieel voor elk project. “We willen dat inwoners en ondernemers in een zo vroeg mogelijk stadium meepraten. Niet als formaliteit, maar omdat zij de plek kennen, de geschiedenis begrijpen en ideeën hebben die je anders misloopt. Die houding zie je terug in onze projecten: samen werken aan een omgeving waar mensen zich thuis voelen.”
Het centrum als kloppend hart
Heerenveen investeert ondertussen stevig in een aantrekkelijk, compact centrum. Met het programma Centrum Heerenveen komen er zo’n 600 nieuwe woningen bij, waaronder de onlangs gerealiseerde 92 sociale huurappartementen aan het Burgemeester Kuperusplein. Maar het centrum is meer dan woningbouw alleen. Tromp ziet het als de plek waar alles samenkomt: ontmoeten, recreëren, cultuur, horeca, retail en wonen. “Als het centrum klopt, versterkt dat het hele woon- en leefklimaat.”
De gemeente creëert randvoorwaarden om dat haalbaar te maken en investeert dus zelf ook flink in de centrumontwikkeling.
Gebiedsvisie A32, bouwen voor de toekomst
De onlangs vastgestelde Gebiedsvisie A32 vormt een belangrijke impuls. De visie maakt tot 800 nieuwe woningen mogelijk. Dit start met de afronding van Skoatterwâld, hiervoor start in 2026 de bouw van 250 woningen. De ontvangen Woningbouwimpuls-subsidie van 3 miljoen euro gaat onder meer naar Hepkema’s Park en het stadiongebied de Noordplot, samen goed voor 550 woningen. Wat deze gebieden bijzonder maakt, is dat ze meer worden dan alleen woonbuurten. Ze vormen schakels in het
Woontoren met 92 sociale huurwoningen. Foto: Ömer Sezen.
grotere geheel: nabij voorzieningen, goed bereikbaar, in verbinding met sport, groen, recreatie en werkgelegenheid. Precies die samenhang die Heerenveen voor ogen heeft.
De kracht van de dorpen: samen bouwen aan de toekomst Maar Heerenveen is meer dan de kern. Meer dan de helft van de ruim zestig woningbouwprojecten ligt in de dorpen. Van Jubbega tot Akkrum en van Nieuweschoot tot Nieuwehorne. De aanpak is overal dezelfde: vroegtijdig en open in gesprek. “We nodigen inwoners uit om mee te denken vanaf stap één. Daardoor ontstaan plannen die passen bij het dorp, en dat zie je terug in het draagvlak.”
Het CPO-project in Nieuwehorne noemt hij als voorbeeld. “Ondanks netcongestie blijven de inwoners positief en betrokken. Je voelt daar het echte dorps-DNA: schouders eronder, samen vooruit.”
Heerenveen-West: de grote sprong vooruit
Voor de toekomst kijken we naar de ontwikkeling van Heerenveen-West.
Een nieuwe wijk waar veel woningen gebouwd kunnen worden, een forse gebiedsontwikkeling. Het project ligt nu nog op grondgebied van de buurgemeente De Fryske Marren, daarom trekken beide gemeenten hierin samen op. Tromp benadrukt dat Heerenveen-West de kans biedt om een toekomstbestendige en aantrekkelijke woonomgeving te creëren.
“We kunnen hier vanaf het begin een wijk ontwikkelen die klopt in opzet en kwaliteit, met een zorgvuldige mix van functies en goede verbindingen. Dit wordt een wijk waar toekomstige generaties graag willen wonen.”
Lokale ondernemers als versnellers
Een integrale leefopgave vraagt capaciteit, en daar speelt het lokale bedrijfsleven een sleutelrol in. Van grote bouwers tot MKB’ers. “Zij committeren zich vroeg. Dat scheelt ons maanden in de realisatie. Door slimmer samen te werken kunnen we
sneller én goedkoper bouwen, zonder dat de kwaliteit eronder lijdt.”
Heerenveen koestert die bedrijven, en niet alleen om hun rol in woningbouw. “We zijn de banenmotor van Friesland. Dat is dankzij onze ondernemers en ondernemingen. We zijn er trots op dat zij hier willen investeren.”
‘Door slimmer samen te werken kunnen we sneller én goedkoper bouwen, zonder dat de kwaliteit eronder lijdt.’
Met trots vooruit
De urgentie is hoog, maar Tromp straalt vooral vertrouwen uit. “We zijn hard op weg. Er ligt een stevige basis: regionale samenwerking, betrokken inwoners, innovatieve ondernemers, een centrum in ontwikkeling en plannen die vooruit durven kijken. Heerenveen groeit! En dit is precies het moment om door te pakken.”
Hij hoopt die koers na de verkiezingen van 2026 te mogen voortzetten. “We hebben al veel bereikt, maar we zijn er nog niet. En dit werk, het werk voor de toekomst van Heerenveen, doe ik met enorm veel plezier.”
Verhalen van toekomstige bewoners.
Foto: Marcel van Kammen.
Rinse van Dijk en Kees Praamstra | Lont:
“Dankzij korte lijnen en vertrouwen samen mooie dingen bouwen”
Twee mannen van eind dertig, twee jonge vaders, twee collega’s die inmiddels elkaar ook privé weten te vinden. Ze zitten in de vergaderruimte van Lont in Sint Annaparochie, het familiebedrijf waar ze zich allebei thuis voelen.
Kees is hoofd voortraject: alles wat vóór de eerste schop de grond in gaat, loopt via zijn afdeling. Rinse is vanaf 1 januari manager operations en verantwoordelijk voor de uitvoering. Zoals ze daar zitten, is het eigenlijk heel simpel samen te vatten: dit is hoe Lont zichzelf graag ziet. Korte lijnen, veel vertrouwen, ruimte voor discussie en altijd het gezamenlijke doel voor ogen: samen mooie dingen bouwen.
Een familiebedrijf dat bij de mens begint Lont is een familiebedrijf, waarbij mensgericht werken centraal staat. De organisatie telt zo’n honderd medewerkers, met Jetze Lont en Gerard van der Duim als directie en daarnaast een managementteam waarin Kees en Rinse onder anderen samen optrekken. De hiërarchie? Die is de afgelopen jaren vakkundig afgepeld.
“Vroeger voelde je die hiërarchie veel sterker,” blikt Rinse terug op zijn sollicitatie in 2008. “Je zat meteen met de directeur aan tafel. Goed gesprek, maar wel heel directief. Nu ligt de verantwoordelijkheid veel dieper in de organisatie. Je merkt dat mensen gezien worden als mens, niet alleen als functie.”
Dat begint al bij sollicitaties. Eerst koffie, dan het gesprek. Niet over functietitels, maar over wie iemand is. Soms leidt dat tot een baan bij Lont. En soms ook niet. “We kregen hier eens iemand die thuis zelf een windmolen op zijn schuurtje had ontworpen,” vertelt Kees. “Fantastisch verhaal, hij ging helemaal aan. Toen vroegen we: word jij eigenlijk wel gelukkig in de bouw? Uiteindelijk bleek zijn toekomst ergens anders te liggen. Dan is het ook goed. Het moet hier passen, voor beide kanten.”
Passen doe je bij Lont als je voldoet aan de vijf kernwaarden die samen het woord TROTS vormen: toegewijd, resultaatgericht, ondernemend, toegankelijk en sociaal. Wie dat in zich heeft, krijgt de ruimte om te groeien. Opleiding, coaching, interne overstappen; het bedrijf ziet zichzelf steeds nadrukkelijker als kweekvijver voor talent. “We selecteren op wie je bént,” zegt Kees. “Niet op hoe uitgebreid je cv is.”
Groter en complexer Niemand belichaamt die kweekvijver zo duidelijk als Rinse van Dijk. In 2008 stapt hij vanuit school het pand in Sint Anne binnen, als jonge tekenaar. “Wat er binnenkwam, kwam op mijn bordje,” zegt hij. “Nieuwbouw, agrarisch, en industrie, we deden van alles.” Al snel groeit hij door tot werkvoorbereider nieuwbouw. De projecten worden groter en complexer: appartementen, binnenstedelijke bouw, uitdagende planningen. In 2018 volgt de stap naar projectleider. Precies in het jaar dat van alles samenvalt - een nieuw huis bouwen, jonge kinderen, nieuwe functiewordt het hem te veel. De rek is eruit.
‘Opleiding, coaching, interne overstappen; het bedrijf ziet zichzelf steeds nadrukkelijker als kweekvijver voor talent.’
“Dat was een nare periode,” zegt hij open. “Maar als je dan ziet hoe het bedrijf achter je gaat staan… Geen druk en niet het gevoel dat je snel terug moet komen’. Ik kreeg een coach en alles werd geregeld. Dat heeft me enorm geholpen om sterker terug te komen.”
Rinse van Dijk
‘De juiste man op de juiste plek, klonk het overal.’
Langzaam bloeide hij weer op, zoals de nieuwbouwafdeling ook floreerde. In 2022 werd hij teamleider nieuwbouw, de schakel tussen projectleiders en management. Op 1 januari trad hij toe tot
het vijfkoppige managementteam. Kees hierover: “We hebben heel goed nagedacht en onze tijd genomen. Wie past hier echt bij? Steeds kwamen we uit bij Rinse. Hij kende iedereen, kende het bedrijf door en door en had laten zien dat hij die rol kon pakken.”
Een prettige interventie
Het nieuws wordt hem vlak voor de bouwvak verteld. Onder het mom van een regulier overleg wordt Rinse om de tuin geleid, want dan stapt het voltallige managementteam binnen. “Ik zei nog: is dit een interventie?” lacht Rinse. “Nou, dat was het ook, maar dan een hele mooie. Ik had altijd gezegd dat als ik ambities waar wil maken, dan het liefst bij Lont. En dat is gelukt. De organisatie reageerde vervolgens enthousiast. “De juiste man op de juiste plek,” klonk het overal.
Zonder wrijving geen glans
Dat Kees en Rinse nu allebei in het managementteam zitten, betekent niet dat ze altijd dezelfde mening hebben. Integendeel. “Het kan hier best even vlammen,” zegt Rinse. “Hij staat voor het voortraject, ik sta voor de uitvoering. Dan bots je wel eens.” Kees knikt. “Maar het is nooit tegen elkaar, altijd mét elkaar. Zonder wrijving geen glans. We willen hetzelfde. Projecten die lopen, klanten die blij zijn en collega’s die trots zijn op wat ze maken.” “Vroeger had je echt een knip: hier stopt het voortraject, daar begint de uitvoering,” legt Kees uit. “Alle informatie ging op een afgesproken datum over de schutting. Die schutting is nu volledig afgebroken. Nu bedenken we projecten met één team. Dat is pure winst.”
Ook op papier is er opgeruimd. Te veel documenten, te veel versies, te veel kans op fouten. “We hebben al onze producten langs de meetlat gelegd,” zegt Rinse. “Wat hebben we écht nodig om te kunnen bouwen? De rest is geschrapt. Alles staat nu in onze eigen uniforme Lont-documenten. Iedereen weet waar hij wat kan vinden. Dat scheelt faalkosten en vooral gedoe.”
De Boomgaard
Die interne slag sluit naadloos aan op ‘Beren de Baas’, het programma waarmee Lont - samen met gemeenten en andere partners - werkt aan snellere planontwikkeling. Minder administratieve beren op de weg, meer ruimte om gewoon te bouwen.
Van boerderij tot Boomgaard
Op het eigen terrein in Sint Annaparochie wordt het kantoor uitgebreid. Zo komt er meer ruimte voor groei, overleg en het opleiden van de nieuwe generatie.
In Zuurdijk werkte Lont aan Pollux: een beeldbepalende, monumentale boerderij die in oude luister is hersteld, met daarachter een nieuwe agrarische hal. “Dat project raakt al onze bloedgroepen,” zegt Kees. “Bestaande bouw, agrarisch, restauratievakmanschap. Het komt daar allemaal samen. Het voorhuis blijft het gezicht in het landschap, de nieuwe schuur zorgt voor groei van het bedrijf.”
Aan de rand van Leeuwarden verrijst Boomgaard: twintig duurzame woningen vlakbij Van der Valk. Zogenaamde kwadrantvilla’s die in elkaar grijpen, met bamboegevels en een gedeeld binnengebied. “De mensen hebben hun eigen stukje erf, maar de rest is van iedereen samen,” vertelt Rinse. “Het is geen megaproject in aantallen, maar wel één met een sterke visie. Het is zo’n plan waar je als team blij van wordt en wat de visie van Lont belichaamt.”
In Winsum bouwde Lont voor Dewulf de langste productiehal uit de geschiedenis van het bedrijf, zo’n 150 meter lang. Een industrieel project waarin alles draait om logistiek, routing en precisie. “Daar zie je hoe belangrijk het is dat je proces klopt,” zegt Kees.”
Schouder aan schouder
En dan zijn er nog de agrarische projecten, zoals de nieuwe aardappelbewaarschuren voor een klant van wie de eerdere pas gebouwde bewaarschuur volledig afbrandde. In korte tijd lag er, op een
nieuw stuk grasland, een compleet plan: twee grote bewaarschuren en een vrijstaande woning. “Dat zijn projecten waar je merkt wat ‘schouder aan schouder’ betekent,” zegt Rinse. “De klant had een enorm probleem, wij konden samen met de klanten ons team echt het verschil maken.”
‘Het is zo’n plan waar je als team blij van wordt en wat de visie van Lont belichaamt.’
Aan het eind van het gesprek loopt iemand van de directie langs, steekt even het hoofd om de deur en maakt een grap. Serieus als het moet, licht als het kan. Bij Lont staat TROTS centraal. Dát zijn de fundamenten waarop talent en persoonlijke groei steunen. Kees knikt. “Als mensen met plezier binnenkomen en durven groeien, dan komt de rest vanzelf.”
Kees Praamstra
De toekomst van Friesland is rond
Friesland staat bekend om de weidse horizon, het water en de nuchtere aanpakkersmentaliteit. Maar achter die vertrouwde horizon is een stille revolutie gaande.
In onze provincie wordt niet alleen gepraat over duurzaamheid; er wordt gebouwd, geoogst en geproduceerd met de wereld van morgen in gedachten.
Circulair Friesland is geen abstract toekomstbeeld meer, maar de dagelijkse praktijk van ambitieuze ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden.
In deze editie van Friesland Bouwt en Ontwikkelt volgt nu een SPECIAL van Circulair Friesland waarin dieper wordt gedoken in de wereld van circulariteit in onze eigen regio.
Laat je inspireren door concrete voorbeelden van Friese bodem die laten zien dat een circulaire economie niet alleen noodzakelijk is, maar ook volop kansen biedt voor innovatie en werkgelegenheid.
Evert Jan van Nijen, directeur Vereniging Circulair Friesland:
“Sizze
en dwaan, nu, straks en later”
Vereniging Circulair
Friesland
In 2025 vierden we een dubbel jubileum. Tien jaar Vereniging Circulair Friesland, én het moment waarop we met droge ogen kunnen zeggen: wat we in 2015 met elkaar hebben afgesproken, is gelukt. We wilden in 2025 Europese koploper in de circulaire economie zijn, en dat zijn we nu. Niet omdat we dat zelf roepen, maar omdat het zwart-op-wit staat in het Circularity Gap Report Fryslân: 10,6 procent hergebruik van grondstoffen. De hoogste score die wereldwijd ooit voor een land, stad of regio is gemeten. We waren als Fryslân afgelopen zomer wereldkampioen in São Paulo tijdens het internationale congres circulaire economie. Dat klinkt groot, maar het komt voort uit iets herkenbaars: hoe we het hier in Fryslân met elkaar organiseren.
De vloer onder onze vereniging - om in bouwtermen te blijven - is de triple helix: bedrijven, overheden en onderwijs die samen eigenaar zijn van de transitie. Het waren destijds de bedrijven die VCF hebben opgericht en dat blijft bijzonder. Niet een overheid die aan ondernemers probeert te trekken, maar ondernemers die zélf voorop willen lopen. Overheden en onderwijs die niet achteroverleunen, maar aansluiten, meewerken, mee-investeren. Dat eigenaarschap maakt dat wat we afspreken, niet in een la verdwijnt.
Die manier van samenwerken zie je als voorbeeld heel duidelijk in de bouwsector; circulair bouwen zie je om de hoek: in een hergebruikte sporthal, een biobased school of een geïsoleerde huurwoning. In het programma Fryslân Bouwt Circulair brengen we opdrachtgevers, ketenpartijen en onderwijs bij elkaar met focus op uitvoering en opschaling. Met inmiddels zo’n veertig projecten, van nieuwe woonwijken tot het verduurzamen van bestaande voorraad, laten Friese opdrachtgevers en bouwbedrijven zien hoe het anders kan en hoe het blijvend anders wordt.
In deze special staan de vijf programmalijnen centraal die samen deze beweging mogelijk maken. Vijf pijlers, even belangrijk, maar ik begin bij de locomotief: de Opdrachtgeversaanpak. Gemeenten, corporaties, onderwijsinstellingen en andere publieke organisaties zetten de toon. Als zij consequent circulair aanbesteden, niet incidenteel maar repeterend, dan beweegt de hele keten mee. We helpen projectleiders en inkopers om die kwaliteit te borgen, zodat ‘circulair’ geen ambitieuze bijzinsnede is, maar een normaal hoofdstuk in iedere aanbesteding.
De tweede pijler is ketenontwikkeling. Bouwbedrijven, architecten, toeleveranciers én boeren werken samen in concrete ketens met opdrachtgevers. De Fryske Vezelhennepdeal is een aansprekend voorbeeld: vijf corporaties, tientallen mkb-bedrijven, GreenInclusive als verwerker en tussenpartij naar inmiddels zo’n honderd Friese boeren die vezelhennep telen. Duizend woningen in drie jaar isoleren met een lokaal biobased product; met de ambitie om door te groeien naar, wat mij betreft in de komende jaren, tienduizend woningen en duizenden hectares teelt. Er staat zelfs een wachtlijst aan boeren klaar in Fryslân. Zodra de vraag bovenin
groeit, beweegt de grond hier direct mee. Dat ís circulaire economie, van bodem tot bouwplaats.
De derde pijler is onderwijs en leven lang ontwikkelen. Als we de bouwsector willen veranderen, is het belangrijk dat de studenten van nu het circulaire bouwen van meet af aan leren. Tegelijkertijd scholen we medewerkers van corporaties, gemeenten en bouwbedrijven bij: structureel begrijpen, oefenen, toepassen én blijven toepassen. Daarom doen in Fryslân mbo, hbo en universiteit mee in één gezamenlijk programma, samen met vijftien bouwbedrijven die medeinvesteren. Dat is uniek in Nederland.
De vierde programmalijn is het (Friese) Nieuwe Normaal: It Nije Normaal. Eén gedeelde taal en meetlat voor opdrachtgever én inschrijver. Hoeveel biobased materiaal zit in dit gebouw? Hoeveel herbruikbare materialen zijn geoogst uit bestaande panden? Hoe remontabel is het ontwerp? In Fryslân voegen we daar een eigen verdieping aan toe: water. Drinkwatergebruik en waterimpact krijgen hier een nadrukkelijke plek, met de ambitie om die kennis landelijk te verankeren.
Tot slot de vijfde pijler: wet- en regelgeving. Hoe snel we gaan, wordt mede bepaald door Den Haag en Brussel. Biobased materialen worden in sommige rekenmethodes nog te negatief beoordeeld, traditionele materialen te positief. Dat remt innovatie. Samen met partners agenderen we dat, laten we zien wat er nú al kan en vragen we om ruimte in normen en regels. Zodat Fryslân geen uitzondering blijft, maar voorloper wordt van wat straks overal normaal is.
Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, ben ik trots op het cijfer 10,6, maar misschien nog trotser op iets wat je niet in een rapport vangt: het vertrouwen. Dat we elkaar kennen. Dat we bereid zijn iets voor de regio te doen zonder meteen te vragen wat het oplevert. Dat Friese bedrijven zich verantwoordelijk voelen voor de toekomst van Fryslân. Dat we niet alleen praten, maar vooral dóen. Sizze en dwaan. Want, wereldkampioen circulaire economie zijn is geen eindpunt. Het is een verplichting om door te gaan, op te schalen, de lat hoger te leggen. Nu, straks en later.
Evert Jan van Nijen
Directeur Vereniging Circulair Friesland
Erwin Alders, projectleider opdrachtgeversaanpak:
“De
echte verandering begint aan de tekentafel”
Opdrachtgeversaanpak
“Je ziet dat ze in onze regio flink toenemen, maar op het geheel is het nog te weinig,” zegt Erwin Alders, programmaleider Opdrachtgeversaanpak bij Vereniging Circulair Friesland. “Het besef en de bewustwording zijn inmiddels ingedaald, maar de weg om onze aanpak op een goede én betaalbare manier vorm te geven vraagt nog aandacht. Agenderen lukt goed, het er echt mee aan de slag gaan heeft nu de volle focus.”
Met ‘ze’ doelt Alders op de projecten van Friese gemeenten, provincie en woningcorporaties die expliciet circulair en biobased in de markt worden gezet. De Opdrachtgeversaanpak richt zich op deze eerste schakel in de keten: de partijen die de opdrachten formuleren. “Duurzaamheid is een containerbegrip,” zegt hij. “Daarom helpen wij opdrachtgevers om samen scherp te krijgen wat circulariteit en toekomstbestendigheid betekenen en hoe je dat vertaalt naar concrete plannen en uitvragen.”
Het afgelopen jaar is de aanpak in een stroomversnelling gekomen. Waar eerder vooral losse pilots werden gedraaid, is er nu sprake van een volwaardig programma met zo’n veertig projecten. Vijf grotere gebiedsontwikkelingen fungeren als impactprojecten, waarin de lat bewust hoger ligt. Projectteams komen regelmatig bij elkaar om kennis en ervaringen uit te wisselen, maar vooral om gezamenlijk knelpunten te bespreken en op te lossen.
Volgens Alders zit de meeste winst aan de voorkant van het proces. “Daar leg je de programmatische en stedenbouwkundige contouren vast. Als je vroegtijdig ruimte maakt voor water en groen rekening, houdt met de zonoriëntatie, hoef je op gebouwniveau veel minder te corrigeren. Juist daarom is de Opdrachtgeversaanpak cruciaal. De echte verandering begint aan de tekentafel. Als opdrachtgevers andere keuzes durven maken, wordt circulair en biobased bouwen vanzelf de standaard.”
Gemeente Súdwest-Fryslân en BGDD:
“Wij geven met dit
gebouw
zelf het goede voorbeeld”
Het hoogste punt is bereikt. Wie over de rondweg Bolsward rijdt, kan er niet meer omheen: hier verrijst het nieuwe onderkomen van de buitendienst van gemeente Súdwest-Fryslân. Straks verhuizen de locaties in Bolsward, Heeg en Sneek naar deze centrale plek. Maar het gebouw is meer dan een nieuw dak boven het hoofd van de buitendienst. Het is in één keer visitekaartje, proeflaboratorium én lesmateriaal voor circulair bouwen.
Centrale plek voor de mienskip
De buitendienst is de stille motor achter het dagelijkse gemak van ruim 40.000 huishoudens, 5.000 bedrijven en talloze bezoekers. Afval ophalen, straten vegen, gladheidsbestrijding, groenonderhoud, sportvelden speelklaar maken: het gebeurt vaak ’s ochtends vroeg of als iedereen al binnen zit.
“Dan mag je ook goede huisvesting organiseren”, zegt wethouder Henk de Boer. “Met dit gebouw in Bolsward bundelen we krachten op een plek die logistiek centraal ligt in de gemeente én een impuls geeft aan dit gebied.”
De raad kreeg al vroeg een kijkje achter de schermen. “Een van mijn eerste acties als wethouder in 2022 was: de raad meenemen naar de oude situatie,” vertelt De Boer. “Toen konden we heel concreet laten zien dat
hier een enorme kans lag. De raad was eigenlijk direct enthousiast. Dít is de plek waar we naartoe moeten.”
Ambities in plaats van bestek
Die keuze voor Bolsward was het begin. Minstens zo bepalend was de manier wááróp de gemeente ging bouwen. Geen dichtgetimmerd bestek, maar een uitnodiging aan de markt om mee te denken.
Projectleider Richard Teppema van gemeente SúdwestFryslân, sinds 2019 bij het project betrokken: “We hadden één helder uitgangspunt: we willen zo circulair en toekomstbestendig mogelijk bouwen. Maar we wisten nog niet precies hoe en met wélke materialen we dat moesten doen. Dus hebben we geen lijstje met producten voorgeschreven, maar ambities op thema’s
zoals hergebruik, losmaakbaarheid, water en hitte (klimaatadaptatie), biodiversiteit en energie.”
“Die ruimte is cruciaal”, zegt Tjebbe de Jong, ontwikkelaar en tendermanager bij Bouwgroep Dijkstra Draisma. “Wij kunnen als bouwer wel allerlei duurzaamheidsambities hebben, maar als er een traditioneel bestek ligt - ‘dit zijn de tekeningen, zo moet je het maken’ - dan houdt het snel op. Hier zei de opdrachtgever: dit is de lat, help ons om ’m te halen. Dat vraagt lef van een gemeente. Maar alleen met zulke opdrachtgevers kom je écht verder in circulair bouwen.”
voor het eerst hebben toegepast. Ook passen we in het project hergebruikt kanaalplaatvloeren toe.”
Ook nieuwe betonnen onderdelen zijn zo duurzaam mogelijk gemaakt. “Voor de fundering gebruiken we Reduxx-beton,” legt hij uit. “Dat bestaat voor de helft uit hergebruikt zand en voor een deel uit grind en steen uit gesloopte woningen in de Leeuwarder wijk Heechterp. Zo haal je de materiaalstromen uit de regio terug in dit gebouw.”
Zelfs tijdelijke materialen krijgen een tweede leven. De Jong: “Zoals de houten platen die bij eerdere bouwprojecten als bekisting zijn gebruikt. En de houten vloerplaten van het WK Wallball in Leeuwarden, waar eerder dit jaar nog op is gespeeld, worden straks wandafwerking in de werkplaats.” Friesland komt letterlijk in dit gebouw samen.
Henk de Boer
wethouder Gemeente
Súdwest-Fryslân
De aanpak deed denken aan eerdere projecten. “We hebben het Swettehûs in Leeuwarden gebouwd, ook met een sterke circulaire ambitie,” zegt De Jong. “Die kennis en aanpak hebben we hier neergelegd. Tegelijkertijd gaat dit project in Bolsward op sommige fronten nog een stap verder.”
Heel Friesland in één gebouw
Dat zie je terug in de materialen. De Jong: “Het kantoor wordt zoveel mogelijk gemaakt van biobased materialen. De hoofdstructuur bestaat uit een gelamineerde houtconstructie. De vloeren zijn gemaakt van hergebruikte houten balken. Het is een behoorlijke uitdaging om voldoende houten balken te vinden. De grote luifels aan de uiteinden van het hoofdgebouw worden gedragen door hergebruikte basralocus palen. Een product dat we bij het Swettehûs
Binnen gaat het net zo door. De isolatie is deels van gerecycled EPS; snijafval gaat terug naar de leverancier om opnieuw tot platen te worden verwerkt. De gevels van het kantoor zijn geïsoleerd met een biobased isolatiemateriaal. Voor de werkplaats worden hergebruikte sandwichpanelen toegepast. Het akoestische isolatiemateriaal tussen de houten is gemaakt van oude spijkerbroeken en blijft in het zicht.
“We wilden als gemeente 3.000 jeans inzamelen,” zegt De Boer. Een bijzonder symbool: onder anderen ambtenaren en werknemers van Dijkstra Draisma leverden hun oude en versleten broek in en zien hem later terug in het gebouw waar hun straten, plantsoenen en sportvelden worden aangestuurd.
Buitenruimte als grondstoffenbank “We hergebruiken stelconplaten, betonklinkers, keerwanden, hekken en schuifpoorten. Meer dan de helft van alle verhardingsmaterialen krijgt hier een tweede leven”, zegt Teppema. “Dat vraagt planning”, vult De Jong aan. “We
Project Bolsward, interieur
wisten al ruim van tevoren dat dit terrein bestraat moest worden. Dan ga je kijken: welke projecten lopen er binnen de gemeente, welke mutaties zijn er in de openbare ruimte, waar komen klinkers vrij? Je wilt grote, min of meer homogene partijen, anders kun je er geen fatsoenlijke verharding van maken. Die puzzel leggen we samen met gemeente en sloop- en infrabedrijven.”
De Boer: “Het is precies wat we als gemeente willen uitstralen. Beschouw je bestaande omgeving als grondstoffenbank. Wij moeten zelf het goede voorbeeld geven, anders kun je inwoners niet vragen om na te denken over wat ze weggooien en wat nog een tweede leven kan krijgen.”
Leren en bijsturen
“We maken hier stap voor stap de slag naar elektrificatie van het wagenpark,” zegt Teppema. “Niet alles in één keer, maar gefaseerd, zodat we kunnen leren en bijsturen.” Het nieuwe gebouw krijgt een groot aantal zonnepanelen op de overkappingen en er komt een eigen batterij. “We gaan energie opslaan en op rustige momenten onze voertuigen, gecontroleerd, laden.”
Daarbij speelt ook netcongestie een rol. “De gemeente krijgt voorlopig geen zwaardere aansluiting,” vertelt De Jong. “Dus ontwerpen we een systeem waarin we met de bestaande aansluiting, zonnepanelen, accu en zo nodig wat hulpstroom tóch volledig elektrisch kunnen draaien.”
Water wordt eveneens slim benut. Het regenwater van het terrein gaat niet rechtstreeks het riool in, maar wordt opgevangen in het retentiedak, in buffertanks onder maaiveld en in RVS-tanks in de vorstvrije stalling. Deze RVS-tanks zijn afkomstig van Fritom, uit de gemeente Súdwest-Fryslân, en zijn zeer geschikt voor het opvangen van regenwater voor de wasstraat. Met dat water worden straks de voertuigen gewassen.
Delen en opschalen
Het project is door Vereniging Circulair Friesland aangewezen als een goed voorbeeld binnen de programmalijn Opdrachtgeversaanpak. “Niet toevallig”, zegt Teppema: “Hier zie je wat er gebeurt als een opdrachtgever ambities formuleert en vervolgens de keten uitnodigt om daar invulling aan te geven. Architect, gemeente en aannemer hebben samen een speelveld gemaakt waarin je continu kunt zoeken: kan het nog slimmer, nog duurzamer, zonder dat de kosten uit de pas lopen?”
Die zoektocht gebeurt niet achter gesloten deuren. Studenten van bouwkundige opleidingen werken met het project, lopen rond op de bouw en krijgen gastcolleges. “We zeggen tegen die studenten: maak zélf materiaalkeuzes en bedenk oplossingen,” vertelt De Jong. „Daarna laten we zien welke keuzes wij hebben gemaakt en waarom. Soms komen zij weer met iets nieuws dat wij nog niet kenden. Dat is precies de wisselwerking die je nodig hebt, want zij zijn de bouwers van morgen.”
In maart 2026, tijdens de Week van de Circulaire Economie, gaan de hekken open voor publiek en collega-gemeenten. Een open dag die Bouwgroep Dijkstra Draisma samen met de gemeente organiseert. De Boer: “Dan is het hier nog niet af, maar juist in maart kun je nog zien hoe het gebouwd wordt, hoe de materialen zijn toegepast en welke keuzes er onder de huid zitten.” Komt dat dus zien! De regio is alvast uitgenodigd.
Buitendienst Bolsward
Project Bolsward
Erik Fledderus, projectleider Ketenontwikkeling:
“De
keten staat steeds vaker echt in de praktijk”
om die groeiende vraag te beantwoorden?
“Dat is ons werk: partijen in stelling brengen. We organiseren ontmoetingen, delen kennis, bespreken successen én maken afspraken over hoe we dit in de praktijk brengen. Niet op papier, maar op de bouwplaats.”
Het woningbouwproject in Easterlittens - waarin corporatie Elkien, Lont en Hekstra samenwerken - is volgens hem een voorbeeld van hoe de keten concreet tot leven komt. “Elkien heeft de verduurzamingsopgave. Lont krijgt de opdracht. Hekstra levert de dakplaten met vezelhennep uit de regio. En samen zorgen ze dat dit materiaal ook daadwerkelijk op de daken in dezelfde regio terechtkomt. Zó hoort een keten te werken.”
Ketenontwikkeling
“In de regio zie je dat de vraag naar circulaire en biobased materialen snel groeit,” zegt Erik Fledderus, projectmanager Circulaire Ketens bij Vereniging Circulair Friesland. “Dat komt onder meer door de Opdrachtgeversaanpak binnen het programma Fryslân Bouwt Circulair. Overheden en corporaties formuleren hun ambities steeds duidelijker. Daardoor ontstaat er een regionale vraag die veel consistenter en sterker is dan daarvoor.”
Binnen de pijler Ketenontwikkeling richt Fledderus zich op één centrale vraag: hoe brengen we alle schakels van de circulaire keten bij elkaar, zodat ze samen klaarstaan
Dit voorbeeld laat ook het effect zien van de vezelhennepdeal, waarin tientallen partijen hebben afgesproken om de komende drie jaar duizend woningen te isoleren met biobased materialen. “Een jaar geleden voelde duizend als een enorme opgave,” zegt Fledderus. “Maar inmiddels zien we dat partijen het niet alleen beloven, ze dóen het. Als we zo doorgaan, ligt een hogere ambitie zonder meer voor de hand.”
Essentieel is ook dat Friesland zijn kennis deelt én ophaalt via het Interreg North Sea Region project project Building Based on Bio-Based (BBOBB). “Met zestien partners uit de North Sea Region kijken we: wat is er in een keten nodig om écht door te pakken? Wij laten aan Europa zien hoe wij voorbij intenties gaan en brengen waardevolle inzichten uit Europa weer terug naar onze regio. Dat versterkt onze keten elke dag.”
Elkien, Lont en Hekstra:
“Dertien
daken, één keten”
In Easterlittens kregen zestien grondgebonden woningen van Elkien een stevige woningverbetering. Bij dertien daarvan gebeurde iets bijzonders: de daken werden van buitenaf geïsoleerd met prefab dakelementen, gevuld met Friese vezelhennep. Geen glas- of steenwol dus, maar biobased isolatiemateriaal uit eigen provincie. Een dakenspecialist, bouwbedrijf en woningcorporatie trokken er samen in op: Hekstra, Lont en Elkien. Precies zó ziet ketenontwikkeling er in de praktijk uit.
Van ambitie naar praktijk
Bij Lont is Haije Wierda procesregisseur. Hij houdt zich bezig met ketensamenwerking én met de circulaire en biobased ambities van het bedrijf. “Ik ben binnen Lont een beetje de aanjager,” zegt hij. “Aan de ene kant praat je op directieniveau over deals en ambities, aan de andere kant moet het op de bouwplaats wérken. Mijn rol is om die twee werelden aan elkaar te knopen.”
Bij Elkien vervult Jorn Stroetenga als regisseur duurzaamheid een vergelijkbare rol. Hij werkte eerder onder meer voor Urgenda. “Sinds een jaar of vijftien ben ik echt ‘besmet’ met duurzaamheid,” zegt hij. “Ik ben naar Elkien gegaan omdat zij niet iemand zochten die duurzaamheid ‘er even bij’ doet, maar een functie maakten met echt mandaat. Dan kun je gaan duwen.”
Dat duwen is nodig. “Duurzaam werken is nog steeds missiewerk,” zegt Stroetenga. “We zijn er nog niet. Je zou eigenlijk willen dat mijn functie over een jaar of vijf niet meer nodig is. Dat duurzaamheid dan zo in de genen zit, dat iedereen vanzelf de duurzame keuze maakt.”
Onmisbaar
Zowel Wierda als Stroetenga zijn ervan overtuigd: zonder sterke ketens geen circulaire economie. Ketenontwikkeling betekent dat alle schakels - van boer en verwerker tot producent, aannemer en woningcorporatie - samen aan tafel zitten
en verantwoordelijkheid nemen voor het hele traject.
“Je kunt heel makkelijk zeggen: ‘Dat ligt bij de leverancier’ of ‘De opdracht komt niet uit de markt’,” zegt Wierda. “Maar dan schuif je het probleem steeds door. Als je wilt dat biobased materialen echt de norm worden, moet je de hele keten bedienen. Dus samen kijken waar de knelpunten en de kansen liggen en wat het betekent voor iedereen.”
Die openheid gaat verder dan techniek. “In een ketensamenwerking kun je ook eerlijk zijn over geld,” zegt Wierda. “Biobased is nu soms nog duurder. Dan moet je met elkaar kijken: wie neemt waar een stukje voor zijn rekening? Dat werkt alleen als je transparant en vertrouwelijk met elkaar omgaat. Niet vanuit je eigen eiland, maar vanuit de gezamenlijke opgave.”
Friese vezelhennepdeal
Het project in Easterlittens is onderdeel van de Fryske Vezelhennepdeal. Een regionale afspraak waarbij boeren, verwerkers, bouwbedrijven en woningcorporaties afspreken om op te schalen met hennepisolatie uit eigen regio. GreenInclusive verwerkt de in Friesland geteelde hennep tot isolatiematten. Hekstra vult er prefab elementen mee en plaatste ze zelf voor Lont en Elkien op de woningen in Easterlittens.
“Voor boeren is hennep een prachtig rustgewas in de rotatie,” zegt Stroetenga. “Het is goed voor de bodem, en ze kunnen er ook nog aan verdienen. Maar dan moeten ze wel zeker zijn van afname. Met de vezelhennepdeal spreken we af: we gaan niet een paar proefwoningen doen, maar toewerken naar duizenden.”
Ook voor Hekstra is de deal meer dan een eenmalig project, benadrukt Leon Kooijmans. Hij is bij Hekstra de aanjager op het gebied van duurzaamheid. “Wij willen niet alleen een paar leuke pilots doen, maar echt omschakelen naar biobased als nieuwe standaard. Dan heb je volume, voorspelbaarheid en lange lijnen in de keten nodig.”
In eerste instantie werd gesproken over duizend woningen. Inmiddels ligt de ambitie hoger. “Er staan nog honderdvijftig boeren op de wachtlijst die ook graag hennep willen telen,” zegt Stroetenga. “Dan zie je hoe belangrijk het is dat de bouw en de corporaties de vraagkant organiseren.”
Snel, schoon en biobased
Arjen Brouwer en Leon Kooijmans van Hekstra leggen uit wat er in Easterlittens gebeurde. Dertien daken werden niet van binnenuit geïsoleerd, maar van buitenaf. In de fabriek van Hekstra in Damwâld werden complete dakelementen geproduceerd, gevuld met Friese hennep. Deze elementen werden vervolgens op de bestaande daken geplaatst, waarna de dakpannen terug werden gelegd.
Voor Hekstra was isoleren met prefab dakelementen al een bekende werkwijze.
“Maar dit was het eerste project voor Lont dat we op deze manier uitvoerden,” vertelt Arjen Brouwer, directeur van Hekstra.
“Bij dit project werden de dakelementen prefab gemaakt. Dit scheelt voor de bewoners enorm: minder overlast, we komen niet op zolder, en per woning is het dak in één dag dicht.”
Jorn Stroetenga (Elkien) en Haije Wierda (Lont)
Voor de medewerkers van Hekstra dakmeesters is het materiaal ook een verademing. “In de bouw onderschatten we nog wel eens wat er allemaal aan lijmstoffen en vezels in conventionele materialen zit,” stelt Leon Kooijmans. “Hennep is een natuurlijk product, fijner om mee te werken en gezond voor de mensen die het verwerken én bewonen.”
Bovendien is hennep goed in staat om warmte te bufferen. “Als je het goed ontwerpt, helpt het ook tegen hittestress,” aldus Kooijmans. “En juist sociale huurwoningen zijn daar volgens rapporten het meest kwetsbaar voor. Dan is dit een heel logische keuze.”
Compleet verhaal
Het is hoogwaardig isolatiemateriaal dat toevallig uit een plant komt. Dat die plant in Friesland groeit, maakt het verhaal sterk. Minder transport en meer lokale waarde. Daar draait de circulaire economie óók om.
Soms is frictie nodig
En zolang dat doel – het versterken van de circulaire en bio-based economie - een gemeenschappelijke missie blijft, mag het soms best een beetje stormen aan de overlegtafels. “Want je moet elkaar de waarheid kunnen zeggen”, vindt Haije Wierda van Lont. Jorn Stroetenga (Elkien) knikt: “Juist doordat je in een vaste keten zit, kun je dat ook. We kennen elkaar. We zitten niet uit eigen belang aan tafel, maar vanwege het algemene belang.”
“Deze denk- en werkwijze geldt voor alle partijen”, zegt Arjen Brouwer (Hekstra). “Onze ambitie is dat we over een paar jaar alleen nog biobased isolatie gebruiken. Dan kún je niet blijven doen wat je altijd deed. Dan heb je aanjagers nodig. En mensen die kritische vragen durven stellen en de wereld net even anders bekijken.” Mensen zoals Leon Kooijmans, Jorn Stroetenga en Haije Wierda.
Voorbeeld van hoe het wél kan Dertien daken in Easterlittens lossen het klimaatprobleem niet op. Maar het project laat wel zien wat er mogelijk is als partijen elkaar écht opzoeken. De boer die een gezond rustgewas teelt, de verwerker die er isolatie van maakt, de dakenspecialist die prefab-elementen ontwikkelt, het bouwbedrijf dat de keten organiseert en een corporatie die durft te kiezen. En uiteindelijk genieten de bewoners van een comfortabele woning en een lagere energierekening.
“Dit is ketenontwikkeling in het klein,” zegt Brouwer. “Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid en is bereid te leren. We zijn eerlijk over waar het schuurt. Maar zonder wrijving geen glans. Als we op deze manier blijven samenwerken, dan is biobased bouwen straks niet meer bijzonder, maar heel normaal.”
Arjen Brouwer (staand) en Leon Kooijmans (Hekstra)
Bastian in de werkplaats (Hekstra)
Project in Easterlittens
Joris Rommerts, projectleider wet- en regelgeving:
“Zorg
dat de regels zo zijn, dat circulair en biobased bouwen de logische keuze is”
Wet- en Regelgeving
Joris Rommerts, projectleider wet- en regelgeving bij Vereniging Circulair Friesland. Zijn ambitie is bewust eenvoudig: zorg dat de regels zo zijn, dat circulair en biobased bouwen de logische keuze is. “We weten allang wat we moeten doen,” zegt hij. “Het is een politieke keuze of we voor circulair en biobased gaan of niet.”
Volgens Rommerts wringt het vooral bij de landelijke wet- en regelgeving. “Het Bouwbesluit en de huidige rekenmethodes zijn niet gemaakt voor de circulaire economie” Daardoor komen biobased materialen op papier soms slechter uit, terwijl ze in de praktijk juist grote voordelen hebben: minder CO2-uitstoot, opslag van CO2, minder stikstof en gezondere gebouwen.
Hij plaatst ook kanttekeningen bij de wens om regels te harmoniseren door lokale ambities te beperken. “Eén landelijke norm kan helpen bij snelheid, maar als die norm een plafond wordt, rem je de koplopers. Gemeenten en corporaties mogen duurzaamheid vaak alleen nog belonen in aanbestedingen, niet meer eisen. Daarmee verlies je autonomie en slagkracht.”
Wat is er wél nodig? Allereerst duidelijke richting vanuit het Rijk. “Zet een stip op de horizon: hier willen we naartoe. Dan durft de markt te investeren. Daarnaast moeten rekenmethodes worden vernieuwd. Whole Life Carbon, waarbij je de totale CO2-impact van een gebouw over de hele levensduur bekijkt, is een belangrijke stap – mits die goed wordt vormgegeven.”
Tot slot pleit Rommerts voor meer samenhang. “Klimaat, woningbouw, stikstof en landbouw worden nu los van elkaar bekeken, terwijl biobased bouwen al die opgaven tegelijk raakt. Als je die puzzel integraal legt, wordt de oplossing ineens heel logisch.”
Heijmans:
“De aarde staat in de fik, maar in Friesland durven ze te dóen”
Pim Ketelaars, manager duurzaamheid bij Heijmans, over regels die remmen, fabrieken die versnellen en waarom Friesland voorop kan lopen. “De aarde staat in de fik,” zegt Pim Ketelaars. “We praten er veel over, maar we doen te weinig.”
Die onrust bracht de Brabander drie jaar geleden terug naar Heijmans. Na een eerste periode bij het bouwbedrijf begon hij een eigen innovatieadviesbureau, succesvol, maar uiteindelijk gaf het me te weinig impact.
“Als adviseur zie je hoe groot onze impact op de aarde is en hoe weinig er soms écht verandert. En als je advies klaar is, moet je weg. Ik wilde niet meer alleen praten over verandering, ik wilde er zelf verantwoordelijkheid voor dragen.”
Bij Heijmans kreeg hij die kans. Als manager duurzaamheid is hij verantwoordelijk voor het verduurzamen van de woningbouw. “We maken als bedrijf enorme impact. Tot in de raad van bestuur is er motivatie om dat te veranderen. De grote vraag is dan: hóe dan? Aan die ‘hoe’-vraag mag ik richting geven.”
De fabriek die laat zien dat het kán Die ‘hoe’ is in Heerenveen tastbaar. Aan de rand van de stad staat de houtskeletbouwfabriek van Heijmans waar Heijmans Horizonwoningen worden gefabriceerd. “Dit is ons bewijsstuk,” zegt Ketelaars. “Hier laten we zien dat industrieel, biobased én betaalbaar wonen prima samengaan.”
Heijmans nam een bestaande fabriek over, haalde die leeg en begon opnieuw. “We hebben een team met een blanco pagina op pad gestuurd: denk eerst na over de woning van de toekomst. Niet bijschaven wat we al deden, maar opnieuw beginnen. Daarna zijn we pas gaan kijken: wat voor fabriek heb je nodig om dát product te maken?”
Het resultaat is een slimme rijwoning, opgebouwd uit een 3D-kern en 2D-elementen. “In de fabriek maken we een complete kern met trappenhuis, meterkast en wc. Die kubus gaat als 3D-element naar de bouw. Vloeren en wanden maken we als 2D-elementen. Op de bouw zetten we het in één dag in elkaar. Binnen twee maanden is zo’n woning woonklaar.”
Het is houtskeletbouw, maar niet per se met een ‘hout-look’. “Welstand en ook de Nederlandse koper houdt van baksteen. Dus hebben we hier ook een metselrobot staan. We kunnen volledig in hout, een mix van hout en steen, of ogenschijnlijk een volledig stenen woning maken, terwijl daarachter een biobased houtskelet zit.”
De fabriek is bewust ‘slank’ opgezet. “We hebben laag geïnvesteerd en de fabriek geëngineerd op zo’n 250 woningen per jaar. We schalen op naar 500 woningen, en met een tweede ploeg zelfs naar duizend. Zo houden we het financieel gezond én hebben we ruimte om te leren en kinderziektes eruit te halen.”
Juiste mindset
Zelfs de energievoorziening laat zien hoe Heijmans naar oplossingen zoekt. “Het dak ligt vol zonnepanelen,” zegt Ketelaars. “We wekken veel meer stroom op dan we nodig hebben. Door een slimme combinatie van panelen, een beperkte netaansluiting en een grote accu kunnen we hier toch draaien. Dat is precies de mindset die je nodig hebt: niet uitleggen waarom iets níet kan, maar zoeken naar manieren waarop het wél kan.”
Toch loopt zelfs de grootste optimist bij de wet- en regelgeving geregeld vast. “Veel normen zijn ooit gemaakt voor betonnen gebouwen. Die leggen we nu vaak één-opéén op houten woningen. Bij een project in Nietap moesten we bijvoorbeeld drie lagen gipsplaat aan beide kanten van de woningscheidende muur monteren om aan de brandwerendheidseis te voldoen. Theoretisch klopt dat, iedereen zet zijn handtekening, maar de vraag is: is het nog logisch?”
‘We slaan soms door’ Nog fundamenteler vindt hij de manier waarop we CO2 en circulariteit doorrekenen. “Als ik nu een houten woning doorreken, moet ik ervan uitgaan dat het hout over 75 jaar wordt verbrand. Beton mag je na 75 jaar als herbruikbaar meenemen. Terwijl we juist biobased materialen willen stimuleren. Niemand gaat een compleet houten casco naïef de oven in gooien.”
Duurzaam denken is lastig wanneer de wetgeving niet meebeweegt. “In de huidige regels komt hout er op papier soms slechter vanaf dan beton. Dat is echt een wereld op zijn kop.” De grootste rem op de woningproductie zit volgens Ketelaars in procedures en bezwaren. “Wij hebben als Heijmans duizenden woningen die in bezwaar hangen. Dan heb je een compleet plan ontwikkeld, vaak jaren werk, en dan wordt het op het laatste moment tegengehouden. Bezwaar is een belangrijk recht, maar we slaan soms door.”
Lerende overheid en Friese lef Volgens Ketelaars is het hoogste tijd om óók wet- en regelgeving als innovatiethema te zien. “Innovatiefondsen gaan nu vooral naar materialen, installaties, energie. Allemaal belangrijk. Maar waar is het programma dat zegt: we gaan de rekenregels voor CO2 actualiseren, branden geluidseisen herijken voor biobased bouwen?”
Hij pleit voor een ‘lerende overheid’ met experimenteerruimte. “Neem een gebiedsontwikkeling van een paar honderd woningen en spreek af: hier gaan we bewust afwijken van een aantal regels. We halen alle experts aan tafel, kijken wat écht nodig is en wat slimmer kan. Zo kun je nieuwe normen ontwikkelen op basis van praktijkervaring, niet alleen theorie.”
Voortrekkersrol
Dat Friesland daarin een voortrekkersrol kan spelen, staat voor hem buiten kijf. “De lijnen zijn hier kort, de bevlogenheid is voelbaar. Jullie kennen elkaar, jullie zijn trots op Friesland en er is bereidheid om een open gesprek te voeren. Dat maakt deze regio bij uitstek geschikt om te zeggen: wij gaan het gewoon doen.”
Ketelaars ziet dat de bouw de afgelopen jaren een enorme versnelling heeft doorgemaakt. “Noem de bouw alsjeblieft niet conservatief meer. Niet eens zo heel lang geleden was een volledig betonnen fabriekswoning nog het toekomstbeeld. Nu zitten we hier in een biobased fabriek, praten we over lokale hennep, CO2-opslag en circulariteit. In vijf jaar tijd is dat een bizar grote stap.”
“Hier laten we zien dat industrieel, biobased én betaalbaar wonen prima samengaan.”
Juist daarom vindt hij dat de overheid nu mee móét bewegen. “Dat vraagt leiderschap en lef. Maar de mooie kant is, de voorbeelden liggen er al. Hier in Heerenveen en in al die ketens waar we samen mee optrekken. Wij laten zien dat het kan. Nu is het tijd dat de regels het mogelijk maken om op te schalen.” Hij lacht. “En altijd met het glas halfvol. Want als er één ding is dat ik heb geleerd, is het dit: met ‘het kan niet’ hebben we nog nooit een woning gebouwd.”
Heijmans Horizon
Max Eisenbart, projectleider Bouwen aan de Toekomst:
“Leven
Lang Ontwikkelen”
Volgens Max Eisenbart, projectleider
Bouwen aan de Toekomst bij
Vereniging Circulair Friesland, staat of valt de circulaire transitie met kennis. “Zonder scholing”, zegt hij, “blijft de bouwsector hangen in oude routines. De ontwikkelingen gaan zó snel dat je niet kunt volstaan met wat je tien of twintig jaar geleden hebt geleerd,” zegt hij. “Biobased materialen, nieuwe technieken, andere manieren van rekenen en bouwen: het vraagt allemaal om actuele kennis en vaardigheden. En die moet je blijven bijhouden, je hele loopbaan lang.”
Daarom speelt LLO – Leven Lang Ontwikkelen – een centrale rol. “LLO is geen extraatje,” benadrukt Eisenbart. “Het is een randvoorwaarde. Als we willen dat circulair en biobased bouwen de norm wordt, moeten de mensen die het werk doen weten hóé ze het moeten doen. Van de timmerman op de bouwplaats tot de projectleider die een bestek maakt.”
Hij ziet dat vooral kleinere bouwbedrijven worstelen met tijd en middelen om hun mensen bij te scholen. “Juist daarom is samenwerking zo belangrijk. In Friesland doen we dat goed: onderwijs, bedrijven en overheid trekken samen op. Zo zorgen we dat opleidingen actualiseren, dat vakmensen trainingen krijgen en dat nieuwe kennis direct landt in de praktijk.”
Volgens Eisenbart is het onderwijs dé sleutel om schaal te maken. “Studenten die nu worden opgeleid, zijn de vakmensen van morgen. Als zij van meet af aan leren werken met biobased materialen en circulaire principes, dan versnelt dat de hele beweging. Want wie circulair bouwen serieus neemt, moet educatie serieus nemen. Het begint bij de juiste kennis en vaardigheden.”
Bouwen aan de toekomst
Firda en GreenInclusive:
“Hoe onderwijs samenwerkt aan nieuwe generatie bouwers”
Aan de Splitting in Drachten ligt de Firda-campus, een plek die duidelijk maakt dat de school volop in ontwikkeling is. Vier gebouwen vormen het onderwijspark: drie zijn modern en relatief nieuw, één stamt nog uit de jaren zestig. Dat verouderde gebouw maakt over een dik jaar plaats voor een nieuwe, toekomstbestendige en opvallend duurzame campus. Een gebouw dat aansluit bij de ambities van circulair bouwen én bij de veranderende rol van onderwijs in de bouwsector.
“Wij leiden op voor de sector,” zegt Jaap van Bruggen, facilitair manager bij Firda. “Dus hebben we automatisch een voorbeeldfunctie. Als wij in het klaslokaal vertellen hoe het anders kan, dan moeten we dat buiten de klas ook laten zien. Practice what you preach.”
Die overtuiging zorgt ervoor dat Firda niet alleen inzet op natuurlijke en herbruikbare materialen, maar ook op vernieuwende manieren van ontwerpen en intensieve samenwerking met regionale partners. Eén van die partners is GreenInclusive, producent van Friese vezelhennep en in 2026 de motor achter de eerste Friese hennepfabriek.
Jaap van Bruggen, Firda
Marthijs Roorda, GreenInclusive
Een gebouw dat ademt Wat direct opvalt, is de manier waarop het nieuwe gebouw wordt ontworpen. In het ontwerpteam werkt een bouwbioloog mee: iemand die gespecialiseerd is in gezonde materialen en gebouwprestaties. “In Duitsland is dit heel normaal”, aldus Van Brugge. “In Nederland komt het nog weinig voor.”
“Architecten weten veel,” zegt hij. “Maar als je echt wilt weten welke lijm, plaat of verbinding het gezondst en duurzaamst is, dan heb je specialistische kennis nodig. Een bouwbioloog kijkt naar de ecologie van het gebouw zelf: hoe het ademt, hoe het reageert op licht en vocht, en hoe gezond het is voor de gebruiker.”
Een belangrijke rol is weggelegd voor biobased isolatie, waaronder Friese vezelhennep. Dit natuurlijke, ademende materiaal draagt bij aan een prettig binnenklimaat en bevat geen schadelijke stoffen. Tegelijkertijd wordt het gebouw parametrisch ontworpen: met behulp van computers en AI wordt berekend wat de beste keuzes zijn voor licht, zon en warmte. “Per lamel berekent het systeem de ideale stand voor het hele jaar,” legt Van Bruggen uit. “Dat zorgt voor minder warmte, minder behoefte aan kunstlicht en minder installaties. Het is simpelweg slimmer ontwerpen.” Het resultaat is een gebouw dat minder technische voorzieningen nodig heeft omdat het ontwerp zélf al beter functioneert. “Duurzaamheid is hier het vertrekpunt en niet een oplossing achteraf.”
‘Een bouwbioloog kijkt naar de ecologie van het gebouw zelf: hoe het ademt, hoe het reageert op licht en vocht en hoe gezond het is voor de gebruiker.’
Anders rekenen, anders denken Firda ontdekte dat circulair bouwen niet automatisch duurder is. Het vraagt vooral om een andere manier van rekenen. “Traditioneel schrijf je een gebouw in veertig jaar af naar nul,” zegt Van Bruggen. “Maar houten constructies die demontabel zijn en over vijftig jaar nog waarde hebben, kun je anders waarderen.”
Met moderne certificeringssystemen kan bijvoorbeeld worden aangetoond dat een houten balk van duizend euro over vijftig jaar nog tweehonderd euro waard is. “Als je die waarde meeneemt in de berekening van het hele gebouw, ontstaat er ruimte voor investeringen in duurzame materialen,” zegt hij. “Je betaalt soms iets meer bij de start, maar per saldo ben je niet duurder uit en soms zelfs goedkoper.”
Leven Lang Ontwikkelen
De nieuwbouw is meer dan een schoolgebouw: het wordt een leeromgeving voor de toekomst. Want wie in de bouw werkt, krijgt steeds meer te maken met materialen en technieken die nu nog nieuw zijn. “De ontwikkelingen op het gebied van biosbased en circulair bouwen gaan zó snel…,” zegt Van Bruggen. “Je móét als docent en student meegroeien.”
Daarom werkt Firda samen met GreenInclusive, regionale bedrijven en andere kennisinstellingen in de LLO (Leven Lang Ontwikkelen) Katalysator ‘De Biobase’. Dit vierjarige programma is bedoeld voor iedereen in de keten: van boer tot bouwer. Marthijs Roorda, directeur van GreenInclusive, legt uit waarom dat nodig is: “De jonge generatie is klaar voor verandering. Die wíl geen toxische materialen in een woning. Maar vakmensen die al twintig of dertig jaar in het veld werken, hebben nooit met deze materialen leren werken. Die moeten we bijscholen. Anders komt de transitie niet van de grond.”
Het LLO-programma ontwikkelt trainingen op basis van vragen uit de praktijk. Geen theoretische modellen, maar concrete situaties. “Als een bouwer zegt: ‘Mijn mensen weten niet welke zaag je voor hennep moet gebruiken’, dan wordt daar een module voor gemaakt,” zegt Roorda. “Zo praktisch is het. En het liefst geven we die trainingen op een echte bouwplaats, zoals die van de nieuwe Firda-campus.”
Waarom Friese hennep het verschil maakt
Opvallend is dat de hele keten in Friesland plaatsvindt. Hennep wordt lokaal geteeld, straks in Drachten verwerkt, omgezet in materialen en vervolgens toegepast in Friese gebouwen waar studenten leren hoe je ermee werkt. “De kracht van circulair werken zit in een keten die klein en dichtbij is,” zegt Van Bruggen. “Mensen kennen elkaar, werken samen en gunnen elkaar wat. Dan kunnen innovaties écht ontstaan.” Roorda bevestigt dat: “Als jouw materiaal uit Amerika komt en je opdrachtgever zit in Den Haag, dan heb je geen natuurlijke samenwerking. Hier wél. De bouwer, de boer, de school, de gemeente; allemaal binnen vijftig kilometer van elkaar. Dat maakt het verhaal economisch, sociaal en ecologisch zoveel sterker.”
GreenInclusive opent in 2026 de eerste
Friese vezelhennepfabriek. Daarmee wordt Friesland één van de eerste regio’s met een volledige biobased keten: van grond tot toepassing. En het blijft niet bij isolatie. Het bedrijf ontwikkelt ook plaatmateriaal, akoestische panelen en samen met deurenfabrikant Van Vuuren uit Grou wordt ingezet op de ontwikkeling van biobased deuren in een korte keten. “Met één gewas kun je meerdere producten maken,” zegt Roorda. “Dat maakt de keten stabieler en geeft boeren een echt nieuw en duurzaam verdienmodel.”
Moed om te veranderen
Roorda benadrukt dat circulair bouwen vraagt om lef. “Verandering is makkelijk als niemand er last van heeft. Maar dat is nu
niet zo. Biobased materialen zijn aan de voorkant niet altijd goedkoper. Ze vragen investeringen, aanpassing van regels en moed bij opdrachtgevers. Maar ze leveren óók veel op: gezonde gebouwen, een sterke regionale (landbouw)economie, minder CO2 en nieuwe banen.”
Volgens hem heeft Friesland een voorsprong dankzij de hechte samenwerking tussen bedrijven, overheden en organisaties zoals Vereniging Circulair Friesland. Toch ziet hij één partij die misschien wel het belangrijkste is: het onderwijs. “Studenten moeten vanaf het begin worden opgeleid in het nieuwe normaal,” zegt hij. “Voor hen wordt circulair bouwen gewoon de standaard. Geen niche, geen experiment.”
Een gebouw als leerboek
Als begin 2027 de nieuwe Firda-campus wordt opgeleverd, is het veel meer dan een gebouw. Het wordt een levend leerboek. Materialen blijven zichtbaar. Circulaire keuzes worden uitgelegd. Studenten krijgen opdrachten die direct verband houden met biobased bouwen.
“Alles wat we hier doen, moet bijdragen aan de kennis van studenten, docenten én vakmensen,” zegt Van Bruggen. Roorda besluit: “Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een regio die economisch sterk blijft, een landbouw die toekomst heeft en een bouwsector die klaar is voor 2050. Onderwijs is daarin essentieel.”
Nieuwbouw Firda-campus Drachten
Johan Lakke, projectleider It Nije Normaal:
“Friese
bouwtaal tegen de drinkwatercrisis”
It Nije Normaal is de Friese versie van Het Nieuwe Normaal: de landelijke taal voor circulair bouwen. “Die landelijke taal zorgt ervoor dat opdrachtgevers en marktpartijen hetzelfde bedoelen als het over circulariteit gaat”, zegt Johan Lakke van Vereniging Circulair Friesland (VCF): “Wereldwijd bestaan er zo’n 240 definities van circulariteit. Dan heb je een gezamenlijke taal nodig, anders praat vraag en aanbod simpelweg langs elkaar heen.”
spoelen we wc’s door, wassen we auto’s en sproeien we tuinen met kostbaar drinkwater. Dat moet echt anders.”
Via het programma Fryslân Bouwt Circulair wordt drinkwaterbesparing daarom expliciet opgenomen in Friese bouwprojecten. In zo’n veertig projectenvan reguliere woningbouw tot een aantal zogeheten impactprojecten, zoals het op deze pagina’s beschreven Hof fan Lemmer - wordt geëxperimenteerd met strengere eisen en slimme oplossingen. Zoals regenwateropvang, grijswatersystemen en regionale innovaties als IJsgroeptechniek. “Projecten als Hof fan Lemmer en Veenkracht in Heeg leggen de lat bewust hoger: daar worden besparingen tot 50 procent drinkwaterverbruik per woning nagestreefd.”
Parallel daaraan is onder VCF de Ambitietafel Drinkwaterbesparing ontstaan, waarin gemeenten, provincie, waterschappen, bedrijven en Rabobank samenwerken. Doel: bewustzijn vergroten, beleidsruimte creëren en zorgen dat drinkwaterbesparing een vanzelfsprekend onderdeel wordt van nieuwbouw en renovatie.
It Nije Normaal
In Friesland bouwen we verder op die landelijke basis. Het Nieuwe Normaal blijft het vertrekpunt, maar It Nije Normaal legt de lat bewust hoger op thema’s die in de regio urgent zijn: biobased bouwen én vooral drinkwaterbesparing. Lakke: “We sprinten richting een drinkwatercrisis. In sommige regio’s speelt die al, Friesland volgt binnen vier à vijf jaar. En ondertussen
Voor Lakke is de kern helder: „Met It Nije Normaal haken we aan bij wat landelijk al bestaat, maar we willen in Fryslân de meetlat net iets hoger te leggen. We hebben nu nog de optie om te voorkomen, anders moeten we straks genezen.” Hij besluit met een optimistisch geluid: “Het is in Vlaanderen gelukt om het verbruik van drinkwater met ruim 40 procent fors terug te brengen. Dan kunnen wij dat ook.”
Wind Groep:
“Als
je echte impact wilt, moet je actief bijdragen”
LEMMER Schoon drinkwater door riool? Niet meer van deze tijd!. Dat past niet in It Nije Normaal… Het gesprek met Hans La Faille en Rik Kooistra gaat al snel niet meer over ‘gewoon’ een nieuwe woonwijk, maar over een andere manier van denken. Hof fan Lemmer is woningbouw, ja. Maar vooral is het een koploper voor It Nije Normaal: de Friese doorontwikkeling van het landelijke ‘Nieuwe Normaal’ voor circulair bouwen, met extra nadruk op drinkwaterbesparing, biobased bouwen en échte impact in de praktijk. Hof fan Lemmer is in opdracht van Kompanjon BV ontwikkelt door Wind Groep en aangelegd door De Waard
“Ik vind het een prachtig compliment dat Johan Lakke van Vereniging Circulair Friesland Hof Fan Lemmer een ultiem voorbeeld van It Nije Normaal noemt,” zegt Hans La Faille, manager Vastgoed en gebiedsontwikkelaar bij Wind Groep. “Dat verplicht ons ook. Dan kun je je geen project permitteren dat alleen op papier duurzaam is. Het moet straks in elke straat, in elke woning voelbaar zijn.”
Van weiland naar waterwijk
Wie nu over de noordrand van Lemmer uitkijkt, ziet geen weiland meer, maar een waterrijk woongebied in
wording. Een jaar geleden was het nog gras. Inmiddels ligt de infrastructuur er, zijn de watergangen gegraven, is de nieuwe dijk aangelegd en is het gebied aangesloten op de Friese Boezem. Tijdens een speciaal moment in september werd een dijkje ontsloten en stroomde het water in enkele dagen tijd het nieuwe wijkdeel in.
“Dat was echt een kippenvelmoment,” vertelt Rik Kooistra, gebiedsontwikkelaar bij Wind Groep. “Er stonden zo’n driehonderd mensen te kijken hoe de watergangen vol liepen. Je zag letterlijk hoe een plan op papier veranderde in een bijzondere woonplek.”
De basis ligt er. De meeste kavels zijn geleverd, de eerste woningen worden al gebouwd. “Als je er nu rondloopt, zie je al de eerste contouren van de wijk ontstaan,” zegt La Faille. “Over een jaar staat hier een flink aantal woningen en over een jaar of twee is het grootste deel bewoond. Dan gaat het gebied echt leven.”
Heldere afspraak
It Nije Normaal borduurt voort op het landelijke Nieuwe Normaal voor circulair bouwen, maar legt in Fryslân bewust extra accenten, onder meer op drinkwaterbesparing en biobased bouwen. Hof Fan Lemmer is één van de projecten waar die ambities concreet worden.
“Onze grootste uitdaging vooraf was hoe je je ambities naar bouwstenen en daadwerkelijk effect vertaalt”, zegt Kooistra. “Je kunt een prachtig duurzaamheidsdocument schrijven, maar als kopers en bouwers vervolgens gewoon alles traditioneel doen, heb je nog niks. It Nije Normaal vraagt om echte keuzes. Dus hebben wij onszelf gedwongen om dingen te verplichten, financieel te stimuleren of
actief te inspireren. Ook op dat laatste hebben we alles uit de kast gehaald”
Een van de meest spraakmakende keuzes is de afspraak over drinkwaterbesparing. In de koopcontracten van de kavels staat dat er geen toilet mag worden doorgespoeld met drinkwater. “Daar staat een forse boete op,” zegt La Faille. “Dat is een harde afspraak, maar we vinden het niet meer van deze tijd om schoon drinkwater door het riool te spoelen. In België is doorspoeling met drinkwater al twintig jaar verboden. Dat is hier nog steeds niet zo, ondanks de vele brandbrieven van de drinkwaterbedrijven. Dan moet iemand het voortouw nemen. In potentie kunnen we in Hof fan Lemmer 13.000 m3 liter drinkwater per jaar besparen.”
Die verplichting levert Wind Groep zelf niets op. “Sterker nog, het had kopers kunnen kosten,” erkent Kooistra. “Maar als je écht wilt bijdragen aan It Nije Normaal, moet je bereid zijn om risicovoller te denken dan in een doorsnee project.”
Aquathermie: extra stap, eigen portemonnee
Voor de manier van verwarmen zet Hof
Fan Lemmer actief in op aquathermie: warmtewinning uit het water van de aangrenzende vaarten, via een soort radiator tegen de damwand. “Normaal hangen mensen een luchtwaterwarmtepomp aan de gevel,” legt Kooistra uit. “Die maakt geluid en is minder efficiënt. Aquathermie is volledig stil en levert zo’n dertig procent meer rendement op per kilowattuur.” Het nadeel? Het systeem is ongeveer vijfduizend euro duurder.”
Juist daar dragen wij financieel aan bij. “Wie kiest voor aquathermie, krijgt van ons vijfduizend euro subsidie,” zegt La Faille. “We halen daarmee de meerkosten weg. De techniek blijft duurder dan een traditioneel systeem, maar de koper hoeft dat in ons project niet in de portemonnee te voelen.”
Of iedereen dat dan ook automatisch
gaat doen, staat niet vast. “We weten nu al dat niet iedere koper het aandurft,” zegt Kooistra. “Mensen vinden het nieuw, spannend. Daarom zijn we extra benieuwd wat de balans over een paar jaar is. Maar als we het lukt om hier vijftig procent van de kavelkopers over de streep trekken, dan hebben we een enorme stap gezet.”
Van vezelhennep tot Ecohuis It Nije Normaal draait ook om materiaalgebruik. Hof Fan Lemmer laat dat op meerdere fronten zien. “Voordat we begonnen met bouwen, hebben we twee jaar vezelhennep laten telen op het terrein,” vertelt La Faille. “Daar is zoveel grondstof geoogst dat je in theorie alle woningen ermee zou kunnen isoleren. Het is een prachtig voorbeeld van een gebied dat eerst grondstoffen levert en daarna woningen.”
Ook in de wijk zelf worden bewoners stevig uitgedaagd om biobased en circulair te bouwen. Wind Groep stelde onder meer een duurzaamheidsambitieplan op en informeerde (potentiële) kopers via een eigen magazine, informatieavonden en een verkoopevent. “We hebben vijf partners uitgenodigd die gespecialiseerd zijn in biobased bouwen,” zegt Kooistra. “Die hebben hun verhaal kunnen doen, voorbeelden laten zien en direct contact gelegd met kopers.”
De reacties van kopers laten zien dat de boodschap landt. “Uit enquêtes bleek dat zo’n vijftig procent van de geïnteresseerden bereid is extra te betalen voor duurzaamheid,” zegt Kooistra. “Nog eens dertig procent vindt het belangrijk, maar twijfelt over de meerkosten. Precies die tweede groep willen we met ons verhaal, onze voorbeelden en onze subsidies over de streep trekken. We willen zo niet alleen de voorlopers bedienen, maar de middengroep in beweging krijgen.”
Regionale voorbeeldfunctie
Ondertussen ontwikkelt Hof Fan Lemmer zich razendsnel tot een wijk met een
duidelijk lokaal gezicht. De tachtig vrije bouwkavels zijn allemaal verkocht waarvan ongeveer 85 procent aan inwoners van Lemmer zelf. “We hebben de Lemsters voorrang gegeven in de toewijzing en dat zorgt voor enorme doorstroming in de lokale woningmarkt,” zegt La Faille. “Je creëert niet alleen nieuwe woningen, maar ook meerdere verhuizingen in de bestaande voorraad. Daarmee ontstaan per saldo voor een breed publiek veel meer kansen in de lokale markt.”
It Nije Normaal in de praktijk meten
De komende jaren worden spannend. Dan moet blijken hoeveel van de ambities daadwerkelijk in baksteen, hout, installaties en gedrag terechtkomt. “Tot nu toe is veel beleid in Nederland nog vooral papier,” zegt La Faille. “Met Hof Fan Lemmer willen we laten zien wat er gebeurt als je It Nije Normaal echt doorvertaalt naar contracten, verkaveling, techniek en bewoners.”
“Daarmee ligt er ook een verantwoordelijkheid naar de regio”, vindt La Faille. “Iedereen kijkt mee. Gemeenten, andere ontwikkelaars, bouwers, onderwijs. We zijn ons heel bewust van die voorbeeldrol. Over een paar jaar willen we cijfers kunnen laten zien: zóveel woningen met aquathermie, zóveel zonder drinkwater-toiletspoeling, zóveel biobased gebouwd. Dan kun je laten zien dat It Nije Normaal niet alleen een mooi Friese naam is, maar ook een nieuwe standaard in de praktijk.”
Hof fan Lemmer
Buitengewoon WIJK - Blauwhoed
Nederland Bouwt en Ontwikkelt: Het Vastgoedmagazine
Het jaarlijkse regionale magazine Bouwt en Ontwikkelt biedt een actueel, regionaal overzicht van gebieds- en projectontwikkeling. De focus ligt binnen het vastgoeddomein bij de sectoren woningbouw, infrastructuur, retail en zorg.
Door de interviews met beslissers uit de overheid, semioverheid en de vastgoedmarkt, belicht het magazine hun visies en ambities.
Distributie
Het magazine wordt exclusief en op naam verspreid onder een breed, relevant publiek van beslissers en opdrachtgevers, waaronder: besturen van overheden (provincie/gemeente), corporaties, ontwikkelaars, bouwondernemingen, architecten en financiers.
Waarde voor deelnemers:
Met elkaar de markt versnellen
Het magazine is een waardevol platform voor organisaties die willen inspelen op de dynamische regionale ontwikkelingen. Het creëert synergie tussen overheid en marktpartijen, wat essentieel is om de woningmarkt te versnellen.
Door deel te nemen, vergroot u uw zichtbaarheid bij de opdrachtgevers in de sector en breidt u uw netwerk uit. Het is een unieke kans om uw bedrijf direct te presenteren aan de professionals die, samen met elkaar, de toekomst van de regio vormgeven.