Skip to main content

Overijssel Bouwt en Ontwikkelt 2025

Page 1

2025 Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Pieter Goudriaan | Het Notarieel: “Herontwikkeling van een stadsdeel is dagelijkse kost”| 44

Wethouder Gerdien Rots | Gemeente Zwolle: “Eerst het grotere plaatje”| 48

Sieb Meijer en Ben de Roo | Daiwa House Modular Europe: “We kunnen jaarlijks 10.000 woningen maken” | 70


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

2


COLOFON

Overijssel Bouwt en Ontwikkelt 2025 is een uitgave van RondOm Vandaag

nl

Uitgever RondOm Vandaag Holding bv Ronald Jousma Morra 2 - 40 9204 KH Drachten 0512-726 900 www.rondomvandaag.nl www.bouwtenontwikkelt.nl Bladmanagement Mieke Alferink | 06 - 42 35 98 97 Redactie Stonemountain: Pieter Steenbergen Goeie Tekst: Edmee Jongkind Mediabureau MEER: Erik Riemens Tekstbureau LetterLuck: Johan Koning Fotografie Walter Frisart FOTOwerk: Walter Frisart Jantina Fotografie: Jantina Mulder Robbert Brink Fotografie: Robbert Brink Vormgeving Dana Elmendorp Foto credits voorpagina TETEM 3 Enschede : Realisatie Koopmans TBI, ontwerp Tangram Architekten Foto credits colofon Ontwerp Nieuwstad Zwolle door MIX architectuur, render door DWanimations. Salesmanagement Bouke Niggendijker 06 - 18 760 711 bouke.niggendijker@bouwtenontwikkelt.nl Mieke Alferink 06 - 42 35 98 97 mieke@bouwtenontwikkelt.nl Drukwerk Veldhuis Media Nabestellingen/lezersservice Losse nummer zijn te bestellen via verkoop@rondomvandaag.nl Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Typ- en/of zetfouten voorbehouden. De uitgever kan niet instaan voor de juistheid of volledigheid van artikelen, RondOm Vandaag aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid, van welke aard dan ook, voor schade als gevolg van informatie uit deze uitgave.


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

4


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Welkom bij Overijssel Bouwt en Ontwikkelt 2025

Beste lezer, Met trots presenteren wij u de derde editie van het magazine Overijssel Bouwt en Ontwikkelt, een magazine dat u meeneemt door de dynamische wereld van vastgoedontwikkeling in onze prachtige provincie. De provincie Overijssel is volop in beweging. De sterke ontwikkeling en de toenemende ambities in de regio maken duidelijk dat de provincie een cruciale rol speelt in de nationale bouwopgave. In deze uitgave hebben we ons gericht op de meest actuele ontwikkelingen op het gebied van woningbouw en gebiedsontwikkeling. We schetsen een beeld van de projecten die nu spelen, van de eerste schetsen tot de oplevering, en belichten de visie en het vakmanschap dat hierachter schuilgaat. U zult ontdekken hoe diverse partijen, van provincie tot gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars, bouwbedrijven, notarissen en makelaars, samenwerken om innovatieve woonoplossingen te realiseren die aansluiten bij de behoeften van de inwoners. Van duurzame nieuwbouwwijken tot de transformatie van bestaande gebouwen, elk project draagt bij aan de kwaliteit van leven in deze regio. Wij hopen dat Overijssel Bouwt en Ontwikkelt u inspireert en informeert over de bruisende vastgoedmarkt in deze provincie. Het is een eer om deze ontwikkelingen met u te mogen delen. Veel leesplezier! Ronald Jousma Eigenaar Nederland Bouwt en Ontwikkelt

Met dank aan de deelnemers voor hun inspirerende verhalen

5


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

In deze uitgave

12 Bart Pigge en Tine-Loes Hemmes: “Bij Dura Vermeer Hengelo gaan groei en het goede doen hand in hand”

16

Wethouder Margreet Overmeen-Bakhuis van gemeente Almelo: ‟Cultuur als kompas van Almelo”

Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT 6

22 Wethouder Jeffrey Hinnen van gemeente Almelo: “Spoorzone hart van stedelijke ontwikkeling Almelo”


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

30

Aart Cooiman en Bert Damink van Rabobank en Woonwies: ‟Ondernemerschap met maatschappelijke impact”

38

34

Gert Schrik, Take Amsing, Ralf van Miltenburg en Gert Middel van Vandaglas: “Glasheldere oplossingen”

Kristian Makkinga en Koen Kraesgenberg van Koopmans TBI: ‟Bij Koopmans staat fundament ontwikkelen bouwen en onderhouden als een huis”

62

Wethouder Didi Dorrestijn van gemeente Hardenberg: “Hoe Hardenberg de wooncrisis buiten de deur houdtˮ

VERDER IN DIT NUMMER: Gedeputeerde provincie Overijssel Liesbeth Grijsen: “Overijssel heeft klus te klaren: 14.000 extra seniorenwoningen nodig” 8 | Notaris Pieter Goudriaan, Het Notarieel: ‟Een bouwplan helpen realiseren geeft mij erg veel voldoening” 44 | Wethouder Gerdien Rots, gemeente Zwolle: ‟Zwolle bouwt met visie: stad groeit door met oog voor mens, water en natuur” 48 | Anne van der Steeg en Martijn Roosien, Bouwsociëteit Zwolle: “In de vastgoedwereld heb je elkaar echt nodig” 52 | Henri van Nieuwenhuizen en Johan Lindeboom | BEMOG Projectontwikkeling: “Nieuwstad vormt straks de westelijke entree voor de stad” 54| Wethouder Alwin te Rietstap, gemeente Hardenberg: “Hardenberg zet seinen op groen voor herontwikkeling stationsgebied” 58 | Bauke Wierda, Lamberink Makelaars & Adviseurs: “Midden in de bouwwereld” 66 | Sieb Meijer en Ben de Roo, Daiwa House Modular Europe: “Modulaire bouw is de toekomst!” 70 | Wethouder Miriam Slomp-Dekkers, gemeente Steenwijkerland: “Steenwijkerland biedt ondernemers helpende hand bij versterken lokale economie” 72 | Wethouder Melvin Smit, gemeente Steenwijkerland: Steenwijkerland trekt alles uit de kast om in woningbehoefte te voorzien: “Er staat veel te gebeuren” 77 |

7


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Gedeputeerde provincie Overijssel Liesbeth Grijsen (BBB)

“Overijssel heeft klus te klaren: 14.000 extra seniorenwoningen nodig” 8


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Natuurlijk heeft de provincie Overijssel een enorme klus te klaren om meer woningen te bouwen, de woningnood op te lossen en ruimte te bieden aan andere woonvormen. Daarbij valt onder meer de stijgende vraag naar geschikte seniorenwoningen op. Gedeputeerde Liesbeth Grijsen (BBB) blijft hoe dan ook positief gestemd. “Als we het alleen maar over problemen blijven hebben, dan gaan we niks oplossen.” Volgens haar is een goede samenwerking met het Rijk en andere partijen cruciaal om de bouwproductie in de hele provincie op peil te houden: “Wij slagen als een van de weinige provincies erin om de afgesproken aantallen jaarlijks te halen. Dat doen we door het te blijven agenderen, door het onderhouden van een heel sterk netwerk en door intensief samen te werken.” Marktpartijen, woningcorporaties en overheden werken samen in de Brede Bouwcoalitie om de woonopgave te volgen en kansen en problemen te signaleren. De gezamenlijk monitoring van de woonopgave vormt hiervoor de basis.

Hard nodig “Als je elkaar kent, dan vertrouw je elkaar wat gemakkelijker en durf je ook openheid van zaken te geven. Bijvoorbeeld door het inhoudelijke gesprek aan te gaan als het wat schuurt. Zo zou het ons wel helpen als landelijke afspraken en wet- en regelgeving niet ieder jaar wijzigen of dat in het geval van stikstof de norm juist wel wordt aangepast.” “Je hebt elkaar écht heel hard nodig”, vervolgt Grijsen. “De provincie bouwt geen huizen, de gemeente ook niet. Maar een ontwikkelaar en woningbouwer kunnen op hun beurt ook niet zonder de overheden. Hoe mooi is het dan als professionals samen innovatieve oplossingen bedenken, die ook in de praktijk worden gebracht. Als provincie houden we de gemeenten voor: ‘Waar kunnen we helpen en hoe we dat het beste kunnen doen.’ En natuurlijk zijn er af en toe tegenstrijdige belangen, maar uiteindelijk dienen we samen één doel: zoveel mogelijk geschikte woningen in de provincie bouwen.” In haar werkkamer passeren tijdens het interview meerdere samenwerkings-

vormen, voorbeelden van eigentijdse woonvormen en aansprekende bouwprojecten. Grijsen kan er enthousiast over vertellen. Niet zo gek overigens, want de portefeuilles ruimtelijke ordening en wonen waren voor haar een must have, toen ze na negen jaar wethouderschap in Deventer in 2023 haar intrede deed in het provinciehuis.

A ̒ ls je elkaar kent, dan vertrouw je elkaar wat gemakkelijker en durf je ook openheid van zaken te geven.’ Experts beschikbaar Zo is nog niet zo lang geleden het tienjarig bestaan van de Woonkeuken gevierd. “Dat is een sterk overkoepelend netwerk, waar provincie, gemeenten, het Rijk, ontwikkelaars, bouwers, makelaars, woningcorporaties en ook zorgpartijen elkaar een paar keer per jaar treffen. We bespreken niet alleen plannen en voorgestelde productie, maar ook waar het wel of niet loopt. Soms stagneren projecten bij een vergunningverlening, een bestemmingsplanwijziging of door capaciteits- en kostenproblemen.” “Daarnaast hebben we nog de bouwbrigade, waarin we kennis, ervaring en expertise beschikbaar stellen. Zo hebben we als provincie een overeenkomst met drie bedrijven die op hun beurt experts hebben klaarstaan, die mee kunnen helpen met de uitvoering. Wij stellen daar geld voor beschikbaar. Daar hadden we 500.000 euro voor gereserveerd, maar dat was In de eerste drie maanden van dit jaar al uitgegeven.”

9


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT “Andere onderdelen van die bouwbrigade zijn onder meer het aanjaag- en Expertteam woningbouw RVO, de regisseur huisvesting arbeidsmigranten en het ondersteuningsteam Wonen en Zorg. Dat team denkt mee met woningcorporaties, zorgorganisaties en gemeenten bij de realisatie van woonvormen voor senioren.”

‘We stimuleren woonprojecten voor senioren waarin buurthuizen en gezamenlijke voorzieningen worden opgenomen.’ De provincie Overijssel vergrijst in rap tempo. Het aantal 65-plussers is de afgelopen twintig jaar met maar liefst 60 procent toegenomen en de vraag naar seniorenwoning groeit hard. Daarom zijn in april 2025 de Woondeals West-Overijssel en Twente herzien, wat resulteerde in een stijging van een minimale woningbouwopgave van 42.300 naar 47.300 woningen in 2030. Vooral in Twente wordt stevig doorgepakt, daar steeg de opgave van 14.100 naar 19.100 woningen. “We werken sinds dit jaar met een publiekprivate monitor. Gemeenten vullen cijfers in over hun woningbouwprojecten, die door bouwers worden gecheckt. Zo zitten we niet alleen dichter op wat écht nodig is aan woningen, maar kunnen we eventuele knelpunten ook sneller oplossen.”

Pilot wooncoaches Overijssel zegt tot 2030 ongeveer 14.000 extra seniorenwoningen nodig te hebben en stelde begin 2025 10 miljoen euro beschikbaar om die bouw te stimuleren. “Wij hebben als eerste provincie regionale woonzorgvisies gemaakt en een specifiek programma voor geschikte woningen voor ouderen gelanceerd in elk van de 25 gemeenten. Daarin onderscheiden

10

we de nultredenwoningen, geclusterde en zorggeschikte woningen. Ook hebben we een subsidieregeling in het leven geroepen. Dus op het moment dat je een zorggeschikte woning maakt, dan krijg je daarvoor een bijdrage van VWS en leggen wij daar een beetje geld bij. “ “Ook voeren we pilots uit met zogenaamde wooncoaches, die begeleiden ouderen bij een verhuizing. We weten allemaal dat je nogal wat beslissingen moet nemen als je verhuist. Daar komt heel wat bij kijken, zeker als je op hoge leeftijd bent.” “De vraag die wij ons steeds moeten blijven stellen is: ‘Wat is nou die passende woning voor ouderen?’ Het goede nieuws is dat ouderen vitaler zijn dan 20, 30 jaar geleden. Ze zijn tegenwoordig veel langer in staat om zelf alles te regelen. Ik ben ervan overtuigd dat als je een leuk sociaal leven hebt met anderen, je ook minder klachten ervaart en dus ook minder zorg nodig hebt.” “Het grootste knelpunt is dat we op dit moment te weinig passende woningen hebben. En als ze er al zijn, dan staan ze ook niet altijd op de goede plek.”

Spelletjes doen “We stimuleren woonprojecten voor senioren waarin buurthuizen en gezamenlijke voorzieningen worden opgenomen. Bijvoorbeeld een gezamenlijke ruimte waar je kan koken, eten en spelletjes kan doen. Andere voorbeelden zijn woonvormen waarbij de nadruk ligt op ontmoeting. Wijken die zo ontwikkeld worden dat als je een ommetje maakt, je ook echt de buurman of buurvrouw spreekt. Of bestaande zorgvoorzieningen in woonwijken die ook gebruikt kunnen worden door buurtbewoners.” Een concreet voorbeeld dat Grijsen noemt is Hofrijk Deventer, waar woningen – ook voor senioren – gerealiseerd zijn op de plek van het voormalige Sint Jozefziekenhuis. “Een ander voorbeeld is het SamSam huis


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

in Zwolle. Daar komen 20 appartementen voor alleenstaande 70-plussers. Ze wonen zelfstandig, maar delen ook ruimtes.” “En dan begint rond deze tijd in Delden de bouw van 44 zogenaamde levensloopbestendige wooneenheden voor doelgroepen van alle leeftijden, met een gezamenlijk ontmoetingscentrum. Het laatste mooie voorbeeld is Ludgerus in Deventer waar bewoners met het geld wat ze betalen voor servicekosten, een vrijwilligerscoördinator hebben aangesteld. Die zorgt er samen met de bewoners voor dat allerlei gezamenlijke activiteiten en werkzaamheden worden gedaan. Van de bediening van de receptie, tot een bingo en samen eten.”

Anders denken Grijsen is én blijft positief gestemd. “Tot nu toe lukt het ons nog steeds om de afspraken met het Rijk na te komen, maar de uitdagingen zijn groot en de woningnood blijft voorlopig een probleem. Maar als we het alleen maar over problemen blijven

hebben, dan gaan we niks oplossen. We moeten doorgaan met wat we aan het doen zijn, maar er moet ook wat veranderen. Als we het over een woning hebben, dan hebben we eigenlijk altijd hetzelfde type voor ons. En dat is vaak een grondgebonden woning voor een papa, mama en twee kindjes met een tuintje. We moeten toch echt anders gaan denken. Niet morgen, overmorgen, maar vandaag.”

Liesbeth Grijsen

‘De vraag die wij ons steeds moeten blijven stellen is: ‘Wat is nou die passende woning voor ouderen?’

11


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Bart Pigge en Tine-Loes Hemmes:

“Bij Dura Vermeer in Hengelo gaan groei en het goede doen hand in hand” 12


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Dura Vermeer zet naast bouw stevig in op vastgoedontwikkeling. Daarmee kan het landelijk opererende bedrijf meer bijdragen aan snellere besluitvorming, betere regie en heeft het meer impact op duurzaamheid en een groene aarde, zeggen directievoorzitter Bart Pigge en directeur Vastgoedontwikkeling Tine-Loes Hemmes van werkmaatschappij Hengelo. Ontwikkeling, woningbouw, utiliteitsbouw, renovatie & transformatie en beheer & exploitatie zijn de disciplines waar Dura Vermeer al 170 jaar werkzaam in is. Die verschillende disciplines komen tot uiting in de nieuwe naam die het bedrijf hanteert. Met de toevoeging vastgoed wordt de lading van wat het bedrijf allemaal doet, beter gedekt, zeggen Pigge en Hemmes. Die eerste is sinds 2003 in dienst en werd vorig jaar tot nieuwe directievoorzitter benoemd van Dura Vermeer Bouw en Vastgoed Hengelo, verantwoordelijk voor de regio noord, oost en midden Nederland. Hemmes is al vijftien jaar aan het bedrijf verbonden. Het duo geeft samen met het management team leiding aan bijna 400 collega’s en breidde dit jaar uit met het Dura Vermeer Servicecenter in het hart van Twente, op de grens van Hengelo en Borne. Deze innovatieve nieuwe vestiging brengt disciplines samen, die aanvullend zijn op die van utiliteitsbouw, renovatie en woningbouw. Pigge: “Vanaf vorig jaar komen hier onze klantenservice en beheer & onderhoud samen èn werken we vanuit hier aan regionale utilitaire opgaves die wat kleiner van omvang zijn, zoals de vernieuwing van diverse afdelingen bij het ZGT Ziekenhuis en bijvoorbeeld de nieuwbouw van de Washtower in Hengelo.”

we een bredere oriëntatie nodig hebben. Bovendien kun je met ontwikkeling meer impact maken op wat wij ‘Het Goede Doen’ noemen: plekken maken waar mensen graag willen zijn en ze beter achterlaten dan we ze aantroffen”, illustreert Pigge. Hemmes: “Dat is de rode draad in alles wat we hier doen. Dat doen we aan de hand van zeven uitgangspunten die samen de waarde van een plek bepalen. Onze visie gaat verder dan een dak boven je hoofd. Ons kompas is gericht op mens en aarde, we willen niet dat het een ten koste gaat van het ander. We voeren steeds meer het gesprek over wat voor aarde we willen achterlaten.”

‘Ons kompas is gericht op mens en aarde, we willen niet dat het een ten koste gaat van het ander.’ Bölke NEXT, Enschede

Crisis Dura Vermeer is van oudsher gespecialiseerd (en toonaangevend) in complexe utiliteitsbouw, woningbouw, zowel nieuwbouw als renovatie. “We zijn vanuit de bouw ontstaan en hebben dit in de loop der jaren verbreed naar gebieds – en vastgoedontwikkeling, ook om toekomstbestendig te zijn. De huizencrisis in 2008 heeft ons geleerd dat

13


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Impressie van het

Sociaal

Gerechtsgebouw in

Dat zijn grote woorden, maar hiermee wil het bedrijf haar sociale en duurzame gezicht laten zien. “De overheid kan het namelijk niet alleen, samenwerking tussen publiek-privaat is daarom essentieel. Ook omdat de opgaven complexer worden. Als iedereen zijn eigen puzzelstukje legt, kom je niet verder. Durf je kaarten op tafel te leggen”, zegt Hemmes.

Almelo

Hemmes: “Bij zo’n samenwerking hoort dat je respect voor elkaar hebt, eerlijk bent, elkaar vertrouwt, je belangen durft uit te spreken en elkaar op dingen kunt aanspreken. Dat is voor ons geen nieuwe manier van werken, maar het is geen vanzelfsprekende. En het is de beste manier om samen grote stappen te zetten op het gebied van duurzaamheid en continu verbeteren.”

Generaties

‘Noaberschap speelt een belangrijke rol in nauwe samenwerking.’ Hemmes: “Ik denk dat noaberschap daarin ook een rol speelt, dat is in Overijssel de mentaliteit en zit in de cultuur verankerd.” Het bedrijf werkt daartoe in de regio nauw samen met woningcorporaties als Welbions, St. Joseph, Ons Huis, Domijn, Reggewoon en WBO Wonen.

14

Dit sociale verhaal uit zich ook in de woonvormen waaraan Dura Vermeer meewerkt, zoals een 5 generatie buurt. “We creëren buurten waar verschillende generaties samenleven. Dit zorgt voor dynamiek en continuïteit in de wijk. Door een mix van doelgroepen ontstaat er een levendige straat en kunnen bewoners in verschillende levensfasen in hun buurt blijven wonen”, schetst Hemmes. “We sturen bewust op heterogene buurten en straten, zodat er sociale inclusiviteit en levendigheid ontstaat. We werken met beproefde woon- en bouwconcepten, die we continu innoveren. Zo kunnen we sneller inspelen op de wensen van verschillende doelgroepen, van starters tot senioren.”


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Gedeeld verlangen Participatie is daarbij cruciaal, zeggen de directeuren in koor. Door samen te werken aan een ‘gedeeld verlangen’, ontstaat er draagvlak en versnelling, stelt het duo. Hemmes: “Het doel is buurten te creëren waar mensen willen blijven wonen, in elke levensfase.” In de regio Overijssel werkt Dura Vermeer op dit moment aan verschillende vastgoedontwikkelingen zoals Bölke NEXT, Lagerhuis en TEX in Enschede, De Tippe in Zwolle en V&D in Hengelo. Naast verduurzaming en vastgoedontwikkeling is Dura Vermeer toonaangevend op het gebied van complexe utiliteitsbouw. “Zoals de rechtbank in Almelo, winkelcentrum Stadshagen in Zwolle, diverse vestigingen van Van der Valk en ziekenhuizen als MST en ZGT in Hengelo, Almelo, Saxenburgh en Hardenberg”, somt Pigge op. Bouw en ontwikkeling is altijd onderhevig aan omstandigheden waar je weinig grip op hebt, van de coronacrisis tot aan de oorlog in Oekraïne. Pigge: “Wendbaarheid en continuïteit zijn hierbij de sleutelwoorden. Snel schakelen in extreme omstandigheden lukt alleen als je de volledige organisatie mee hebt. Dag in dag

uit maken we met 400 collega’s de ambities van onze opdrachtgevers waar. We doen het écht samen, daar mogen we trots op zijn. Op basis van continuïteit kunnen we langzaam doorgroeien en investeren in de toekomst. Niet omdat we de grootste van Nederland willen worden.”

‘Het doel is buurten te creëren waar mensen willen blijven wonen, in elke levensfase.’ Nieuwe collega’s gezocht De groei van het aantal projecten is flink en daarvoor zoekt het bedrijf nieuwe collega’s. Pigge: “We zoeken collega’s die van aanpakken weten én binnen onze groengele club passen. We hebben een nuchter en gedreven team met collega’s die echt voor elkaar staan. Dat geldt voor iedere discipline, van ontwikkeling tot utiliteitsbouw en renovatie & transformatie. Bij ons ervaar je het gemak van een groot bedrijf, met de unieke sfeer en cultuur van een klein bedrijf met veel ontwikkelkansen. Klinkt goed toch?” Voor de vacatures van Dura Vermeer Bouw Hengelo kun je terecht op www.werkenbijduravermeerbouwhengelo.nl

Het uitvoeringsteam op de bouwplaats van Stichting Jongeren Huisvesting Enschede

15


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Wethouder Margreet Overmeen-Bakhuis over de Stadskade:

‟Cultuur als kompas van Almelo” “Dit wordt echt de huiskamer van Almelo,” zegt Margreet Overmeen-Bakhuis. Ze glimlacht als ze over de Stadskade praat, het gebied dat straks het nieuwe hart van de binnenstad moet worden. “Een plek met reuring, met groen, met cultuur. Waar mensen elkaar ontmoeten, wonen en verblijven. Daar draait het om.”

16


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT waar Almelo de laatste jaren op inzet: vernieuwing met samenhang. Waar collega Jeffrey Hinnen bijvoorbeeld de stedelijke groei en economische motor trekt, werkt Overmeen aan de ziel van de stad. “We bouwen niet alleen stenen, we bouwen balans.”

Eén visie, één stad in uitvoering Sinds 2023 maakt Overmeen-Bakhuis deel uit van het college dat een duidelijke koers inzette. Almelo ontwikkelt volgens één grote uitvoeringsagenda, waarin iedere wethouder een eigen deel van de stad draagt. “We doen dat bewust,” legt ze uit. “Zo zetten we plannen om in daden en maken we stedelijke ontwikkeling van iedereen. We delen de verantwoordelijkheid.” In die agenda draait alles om verbinding. Fysieke ruimte en sociale structuur lopen in elkaar over. “Stedelijke vernieuwing heeft geen zin als je niet tegelijk de sociale opgave meeneemt. Ruimte geven aan groei betekent ook ruimte maken voor ontmoeting, cultuur en leefkwaliteit. Dat maakt een stad toekomstbestendig.”

De Stadskade als entree en visitekaartje Aan de rand van de binnenstad, tussen station en markt, ligt het gebied dat straks de nieuwe entree van Almelo vormt. Nu nog een plek met jarenzestigbouw en parkeergarages die hun beste tijd hebben gehad. Overmeen wijst het aan als een kansrijk grensgebied. “Je loopt het station uit en staat direct bij de Stadskade. Dan wil je dat mensen denken: dit ís Almelo.”

De wethouder verantwoordelijk voor de gebiedsontwikkeling Stadskade maar ook voor cultuur ziet op deze plek in de binnenstad alles samenkomen

Samen met stedenbouwkundig bureau De Zwarte Hond werkt de gemeente aan een stedenbouwkundig plan dat eind dit jaar klaar moet zijn. Daarna starten ze met de voorbereiding en uitwerking van de eerste fase ‘Het Havenblok’. “Het wordt een gebied dat klopt op beeld, gebruik en beleving,” zegt ze. “Een visitekaartje, maar ook een plek waar je wilt verblijven. Met water, groen, cultuur en horeca als

17


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT middelgroot theater in de oude burgerzaal. “Dat zou een prachtige schakel zijn,” zegt ze. “Met nieuwe wandel- en zichtlijnen richting de binnenstad. Zo groeit hier een cultureel hart waar instellingen elkaar vinden en waar publiek zich thuis voelt.” Naast de grote namen is er ruimte voor kleinschaligheid. “We kijken ook nadrukkelijk naar kleinere culturele spelers en creatieve broedplaatsen. Een stad leeft pas echt als er ook ruimte is voor experiment.” Ook popcentrum Metropool, na Hengelo en Enschede nu ook in Almelo aanwezig, speelt nadrukkelijk een rol. “Daar kunnen we als Twentenaren trots op zijn. Net als Studio15 Talenthouse.” Het gebied Stadskade wordt straks de huiskamer van Almelo.

samenhangende ingrediënten.” Ze kijkt even uit het raam, alsof ze de contouren al ziet. “Het is randje binnenstad, maar het kan juist daardoor het hart worden.”

Een cultuurkwartier aan het water Het bidboek Cultuur in de stedelijke ontwikkelingsopgave Almelo wees de Stadskade aan als de ideale plek voor een cultuurkwartier. Die gedachte omarmt Overmeen van harte. “Op deze plek kan cultuur de stad versterken en de stad de cultuur,” zegt ze. “Dat is een mooie wisselwerking.”

‘We moeten vergroening, verkoeling en duurzaamheid hier nadrukkelijk een plek geven.’ De plannen zijn concreet. Zo zal er ruimte zijn voor een muziekschool, expositie van kunst en ander vormen van cultuur. En ook de parkeergarages zullen aangepakt worden. De bibliotheek ligt er, in een markant gebouw. En in het voormalige stadhuis, op een steenworp afstand, onderzoekt de gemeente de mogelijkheid van een

18

Wonen boven het maaiveld De Stadskade moet niet alleen overdag bruisen. Daarom krijgt het gebied ook een stevige woonfunctie. “We voegen tussen de 75 en 100 appartementen toe,” vertelt Overmeen. “Allemaal stedelijke woningen, ook gericht op kleinere huishoudens. Denk aan jonge professionals, maar ook aan vitale ouderen die midden in de stad willen wonen.” De mix van koop, middenhuur en de al aanwezige sociale huur zorgt voor evenwicht. De corporatie is eigenaar van drie appartementcomplexen en neemt daarmee het sociale deel voor haar rekening, andere ontwikkelaars vullen aan met midden- en hogere segmenten. “We zoeken variatie, zodat de stad in beweging blijft. Nieuwe bewoners brengen draagvlak voor voorzieningen, maar vooral leven in de stad. Dat is de kracht van binnenstedelijk wonen.”

Draagvlak en fasering De plannen groeien niet in stilte. De Stadskade kent een uitgebreid participatieproces, met denktanksessies, inloopavonden en gesprekken met bewoners, ondernemers en instellingen. “De huiskamer van de stad maak je samen,” zegt Overmeen. “Mensen moeten zich herkennen in wat er straks ontstaat. Onlangs deden we een opdracht bij het


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Technasium, met twee klassen van de middelbare school. We vroegen hen wat zij graag op deze plek zouden zien. Eén van de ideeën die daaruit kwam: een gamehal. Misschien gaan we daar wel wat mee doen.” In december wordt het stedenbouwkundig plan afgerond; in januari wordt deze behandeld in de gemeenteraad. De uitvoering verloopt gefaseerd, zodat verschillende partijen kunnen aansluiten. “We hebben te maken met een beperkt aantal eigenaren, dat maakt de samenwerking overzichtelijk,” zegt ze. “We beginnen waarschijnlijk op gemeentelijke grond. Over anderhalf jaar moeten de werkzaamheden starten.” Ze benadrukt dat tempo en haalbaarheid elkaar niet hoeven te bijten. “Ambitie is prachtig, maar je moet het ook kunnen waarmaken. Dat lukt alleen als je draagvlak hebt en samen optrekt.”

te denken, maar we doen het stap voor stap.” De Stadskade symboliseert dat: een project dat ruimtelijke vernieuwing koppelt aan identiteit, economie en leefkwaliteit. “We willen een stad waar cultuur geen sluitpost is, maar een drager van kwaliteit. Waar je ’s ochtends kunt wonen, werken en wandelen, en ’s avonds iets kunt beleven.” Ze glimlacht nog één keer. “Als mensen hier straks rondlopen, moet het goed voelen. Dan weet ik dat het gelukt is.”

De Stadskade in vijf uitgangspunten De ontwikkeling van de Stadskade vormt een scharnierpunt in de vernieuwing van Almelo. Het stedenbouwkundig programma van eisen rust op vijf samenhangende uitgangspunten.

Culturele hotspot aan het water Het gebied vormt de drager van het nieuwe Cultuurkwartier. Hier is plek voor een muziekschool, Kunsthal, bibliotheek en mogelijk een theater. De nabijheid van horeca en openbaar vervoer maakt het tot een levendig stedelijk decor.

Groen, water en verkoeling Almelo staat bekend als waterstad. Beekjes, kanalen en parken lopen als aders door het stedelijke weefsel. Ook de Stadskade krijgt een groene, klimaatbewuste invulling. “We moeten vergroening, verkoeling en duurzaamheid hier nadrukkelijk een plek geven,” zegt Overmeen. “Het grenst aan het marktplein, waar hittestress in de zomer merkbaar is. Met meer schaduw, bomen en water zorgen we dat het prettig blijft om hier te zijn.”

Aantrekkelijke entree van de binnenstad De Stadskade ligt pal aan het station en markeert de overgang naar het centrum. Architectuur, groen en routing moeten bezoekers welkom heten en verleiden verder te lopen.

Duurzame openbare ruimte met veel groen De bestaande waterstructuren worden versterkt en zorgen samen met bomen, schaduw en verblijfsplekken voor verkoeling en rust. Een levendige plek voor zowel bewoners als omwonenden.

Informele binnenwereld van hoven en tuinen De stad werkt daarin samen met andere Twentse gemeenten. “We trekken veel op met Enschede en Hengelo, delen kennis en leren van elkaars oplossingen. Twente beschikt over de ruimte en de mentaliteit om aan de woon- en klimaatopgaven te werken. En het rijk ziet dat inmiddels ook. Dat geeft vertrouwen.”

Een stad in balans Overmeen spreekt met overtuiging, maar ook met warmte. Ze kent de stad, haar mensen en hun nuchterheid. “Wat ik mooi vind aan Almelo is dat we ambitie combineren met realisme. We durven groot

Tussen de gebouwen ontstaan collectieve ruimtes, met aandacht voor ontmoeting, veiligheid en verblijfskwaliteit. De binnentuinen bieden daarnaast kansen voor een cultuur programma zoals een kunstenroute of een inrichting met een beeldentuin.

Dynamisch woonmilieu Een stedelijke mix van koop, bestaande (sociale) huur en een plek voor jonge doelgroepen brengt variatie. Nieuwe bewoners vormen de motor van een levendig stadsdeel dat leeft. Stadskade bestaat uit een combinatie van bestaande en nieuwe (woon-) gebouwen. Door een combinatie van de stedelijkheid van het centrum en nieuwe (culturele en horeca) functies ontstaat een dynamisch woonmilieu.

19


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

20


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Impressie gerechtsgebouw Almelo, ontwikkeld door het projectteam van Dura Vermeer Bouw Hengelo, onder andere Dura Vermeer Techniek, Paul de Ruiter Architects, DWA, Lucassen Bouwconstructies, Draaijer, ALBA Concepts, Meelis en Partners en Interieurarchitect I29

21


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Wethouder Jeffrey Hinnen van gemeente Almelo:

“Spoorzone hart van stedelijke ontwikkeling Almelo” 22


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

23


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT “In zeven jaar tijd groeide Almelo met 7.000 banen. De economie is sterk, met een stevig profiel in hightech maakindustrie, waar 40 procent van de banengroei zit”, vertelt wethouder Jeffrey Hinnen van Almelo. Inmiddels telt de stad ongeveer 50.000 banen op 75.000 inwoners: “Een unieke verhouding die van betekenis is voor de woningmarkt. De vraag naar woningen stijgt, juist omdat werk en wonen elkaar moeten versterken.” Het begrip balans loopt als rode draad door Hinnens verhaal. Jeffrey Hinnen (52) is een echte Almeloër en werd in april wethouder namens de VVD. Met economie, arbeidsmarkt, financiën, mobiliteit, recreatie en stedelijke ontwikkeling in zijn portefeuille stuurt hij op thema’s die Almelo de komende decennia vormgeven.

Maatschappelijk betrokken Een brede betrokkenheid bouwde Jeffrey Hinnen eerder op in zijn loopbaan met twaalf jaar Deloitte en zestien jaar CFO bij ingenieursbureau Witteveen+Bos te Deventer. Met onder andere bestuursfuncties bij de bibliotheek, theater Hof ‘88 en het Twentse Lente Festival. En zeven jaar was hij actief als commissaris bij Heracles Almelo. Het is mijn gewoonte om iedere dag tien kilometer door de stad te lopen,” zegt Hinnen. “En dan, maar ook op andere momenten en plekken, ontmoet ik vele mensen. Zo hoor ik wat er leeft en zie ik dat Almelo wil doorontwikkelen en -groeien. Dat gevoel neem ik mee.”

Balans tussen wonen, werken en recreëren In de Twentse woondeal ligt het vast: Almelo gaat tot 2035 ongeveer 4.000 nieuwe woningen bouwen. Maar de opgave gaat verder. De regio Twente moet op lange termijn ruimte maken voor 100.000 extra inwoners. “Daar moeten we op voorsorteren,” zegt Hinnen. “Je bouwt geen huizen alleen. Je bouwt een aantrekkelijke stad. Met groen, cultuur, voorzieningen. We zetten sterk in op die combinatie. En natuurlijk ook op mobiliteit en infrastructuur. Wonen, werken, leven en recreëren horen bij elkaar.” Volgens de wethouder vraagt dat om meer dan plannen alleen. “Je moet keuzes maken in kwaliteit, in de variatie, in het tempo waarin je ontwikkelt. Het gaat om gezinnen die een huis zoeken op een fijne plek, young professionals die hun eerste woning willen, maar ook vitale levensgenieters die leuk en dynamisch willen blijven wonen. Tegelijk gaat het om bedrijven die werknemers willen aantrekken en daar aantrekkelijke woningen voor zoeken. Alles hangt met elkaar samen. Je kunt geen segment vergeten.”

Spoorzone als spil van de stedelijke vernieuwing Nergens in de stad komt dat zo sterk naar voren als in de Spoorzone. Dit zestig hectare grote gebied rond het station is de grootste binnenstedelijke transformatie van Almelo. Het project bestaat uit drie pijlers: Westerdok, Achter de Molen en Kerkenlanden. Samen vormen ze een nieuwe as die wonen, werken, reizen en verblijven verbindt. Er is ruimte tot zo’n tweeduizend woningen, in verschillende vormen.

24


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Almelo maakt vaart en heeft twee stedenbouwkundige plannen gereed. Die zijn enthousiast ontvangen door zowel de markt als de stad en ondernemend Almelo. “Als je er straks rondloopt, voel je vooral: dit is Almelo. De echte waarde ervaar je pas als het gebied tot leven komt. De Spoorzone is geen op zichzelf staand project, maar de motor achter Almelo's stedelijke ontwikkeling.”

Oude bedrijfspanden verdwijnen, maar een aantal markante gebouwen blijven. De brandweerkazerne en de Javatoren worden ingepast. Ook krijgt de bestaande Rechtbank - een nieuwe is in aanbouw tegenover het station - een nieuwe invulling voor wonen en andere functies. “We bouwen vooruit, waarbij we ons verleden niet vergeten en ook aansluiten op de bestaande huizen,” aldus Hinnen. “Dat maakt het gebied eigen.”

Maquette van Westerdok met het gebied op de achtergrond

Gevarieerd wonen aan het kanaal in Westerdok Aan de Waterboulevard krijgt Almelo een nieuw stadsgezicht: Westerdok. Hier verrijzen de komende jaren vijf- tot zeshonderd woningen, variërend van woontorens tot laagbouw, van studio’s tot appartementen. “We bouwen een zeer gemêleerd programma met veel groen. Een kanaalpark en ook stadstuinen zorgen voor een unieke beleving,” zegt Hinnen. Het Westerdok heeft een unieke combinatie van kwaliteiten, ook de ligging met een waterboulevard, de nabijheid van centraal station, de centrumhaven, en de binnenstad op een steenworp afstand.

J̔ e moet keuzes maken in kwaliteit, in de variatie, in het tempo waarin je ontwikkelt.’ Achter de Molen: plek voor zelfbouw en creativiteit Aan de andere kant van het spoor verrijst Achter de Molen. Een voormalig bedrijventerrein maakt hier plaats voor circa 450 woningen, met nadruk op zelfbouw.

25


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Dat maakt de Spoorzone interessant: elk deel heeft zijn eigen karakter en toch grijpt alles in elkaar.”

Kerkelanden: vernieuwen en verbinden

Impressie Achter de Molen

Artist impressie Kanaalpark

Het riviertje de Aa speelt een belangrijke rol en zorgt voor aangename sfeer in het gebied, net als heel veel bomen die in het gebied worden toegevoegd. “Mensen krijgen hier de kans hun eigen woning te ontwerpen en te bouwen,” legt Hinnen uit. “Dat kan individueel, maar ook samen. Het levert uiteindelijk een diversiteit aan woningen en architectuur op. En nog belangrijker: hiermee trekken we creatieve en betrokken mensen.” Hij verwijst naar Roombeek in Enschede en Havenkwartier in Deventer als vergelijkbare ontwikkelingen. “Daar zie je dat bewoners zich blijvend verbinden met hun buurt. Dat willen we hier ook: geen anonieme wijk, maar een gemeenschap.” De ligging naast het Nieuwstraatkwartier versterkt die ambitie. “Achter de Molen krijgt een eigen sfeer, maar samen met Westerdok vormt het één geheel.

Het derde deel van de Spoorzone ligt aan de overzijde van het station: Kerkelanden. Dit is een bestaande wijk uit de jaren zeventig, gebouwd als arbeiderswijk en inmiddels verouderd. Hier wordt een deel van de sociale huurwoningen gesloopt en vervangen door nieuwe, duurzame woningen. “We voegen variatie toe, zodat de wijk aantrekkelijk veelzijdig wordt” zegt Hinnen. “Je wil dat verschillende doelgroepen een heerlijke woonplek vinden. Dat maakt een wijk sterker. We werken hierbij samen met zowel de markt als corporaties.” Een belangrijk onderdeel van het plan is de aanleg van een tweede hoofdentree van het station, aan de ROC-zijde. Hinnen:“Met een volwaardige entree aan deze kant verbeteren we de doorstroming naar het centrum en versterken we het station als stedelijk knooppunt.” De Spoorzone is ook meer dan woningbouw. Het is straks écht het visitekaartje van de stad. “Hier laat je zien wie je bent en waar je naartoe gaat,” zegt Hinnen. “De Spoorzone moet uitstralen dat Almelo durft te groeien, mét kwaliteit.”

Kanaalpark als groene long Een belangrijk onderdeel van de centrumvernieuwing is het Kanaalpark. Het kanaal Almelo-Nordhorn krijgt een parkachtige inrichting met wandelroutes, vlonders en groen. “Het wordt een parkachtige omgeving waar je kunt verblijven,” zegt Hinnen. Hij ziet de betekenis daarvan voor de stad al helemaal voor zich: “Een plek voor alle Almeloërs; niet alleen voor de nieuwe bewoners. We maken van het water een ontmoetingsplek. Almelo is een waterstad en dat moet je zichtbaar maken in die combinatie met een park.”

26


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Regie en samenwerking In de komende jaren gaan de eerste bouwkranen draaien. Dat hangt ook samen met de subsidie die Almelo ontving voor de plannen. “De plannen liggen klaar en de partners doen mee. “Dat halen we,” zegt Hinnen geestdriftig. We kunnen tempo maken.” Volgens hem is dat cruciaal voor vertrouwen: “Een stad die vooruitgaat geeft energie. Het is mijn taak dat proces te versnellen en te verbinden.” Om dit alles te realiseren, is samenwerking cruciaal. Almelo kent daarom het Platform Stedelijke Ontwikkeling (PSA). Hierin werken gemeente, provincie Overijssel, ontwikkelaars, corporaties en makelaars samen. Daarnaast is er een bouwberaad, waarin concrete projecten worden afgestemd. “Zo voorkom je dat plannen elkaar in de weg zitten of dat er te veel van één type woning komt,” legt Hinnen uit. “Het geeft overzicht en versnelt de uitvoering. De marktpartijen bouwen, de gemeente bewaakt de samenhang en het grotere verhaal. Zo houden we tempo én kwaliteit.”

Huidig succes XL Businesspark geeft vertrouwen Maar in Almelo wordt niet alleen in het centrum hard gebouwd. Aan de zuidkant van de stad ligt XL Businesspark. Twintig jaar geleden opgezet en nu uitgegroeid tot een belangrijke motor in de regionale en lokale economie. Logistieke bedrijven, maar ook interessante maakindustrie en VDL vonden er hun plek. XL 1 zit vrijwel vol. “Het bewijst dat er blijvende vraag is naar ruimte,” zegt Hinnen. “En dat Almelo die kan invullen. Dat succes geeft vertrouwen om vooruit te plannen, want de economie stopt niet. Twente speelt een grote rol in de nieuwste nota Ruimte met een schaalsprong voor wonen en werken en met een belangrijke positie als techregio.”

XL Businesspark 2: innovatieve maakindustrie

Zicht op een deel van

De volgende stap is XL Businesspark 2. “Hier richten we ons op innovatieve maakindustrie en techbedrijven,” legt Hinnen uit. Bedrijven die ontwerpen, produceren en ontwikkelen, vaak met kavels vanaf drie hectare.

Kanaalpark

Westerdok en het

Een concreet voorbeeld is wederom VDL. Het concern tekende inmiddels al een intentieovereenkomst voor tien hectare op XL Businesspark 2. “Een krachtig signaal,” aldus Hinnen. “Ze kijken twintig jaar vooruit en zien Almelo als logische plek. Hun leveranciers zitten hier, de infrastructuur klopt, de arbeidsmarkt is sterk. VDL kiest voor Almelo omdat ze weten dat ze hier kunnen groeien.”

‘Ze kijken twintig jaar vooruit en zien Almelo als logische plek.’

27


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT XL Businesspark 2 gaat als economische motor fungeren. Het biedt ruimte aan bedrijven die elders niet terechtkunnen, schept banen en trekt nieuwe inwoners. “Wie hier werk vindt, wil hier ook wonen. Daarom hoort het bij het grotere verhaal van Almelo. Het is geen geïsoleerd terrein, maar een schakel in onze stedelijke ontwikkeling.”

Twente is overall sterk

Kaart XL Businesspark 2

‘Samen met de innovatieve maakbedrijven versterken zij onze positie in de defensiesector in Twente.’

28

Twente is overall sterk in sectoren als hightech-toeleveranciers, chiptechnologie, defensie en machinebouw. “Dat zijn banen met toekomst. Die bedrijven zoeken ruimte, maar ook toegang tot kennis en talent. Dat vinden ze hier.” Ook veel toeleveranciers van bijvoorbeeld ASML komen uit Almelo en omgeving Hinnen: “Onze bedrijven leveren indirect aan de meest innovatieve technologie ter wereld. Dat maakt ons belangrijk voor Nederland én Europa.” Naast de hightechsector investeert ook de defensie-industrie fors in Twente. Bedrijven als Thales in Hengelo en Boessenkool in Almelo leveren wereldwijd unieke oplossingen. “Samen met de innovatieve maakbedrijven versterken zij onze positie in de defensiesector in Twente,” zegt Hinnen. “Dat is niet alleen economisch belangrijk, maar ook strategisch. En Almelo is er trots op dat deze bedrijven hier ook groeien.”


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

De Nedersaksenlijn Almelo ligt op een kruispunt van verbindingen. Richting Randstad, richting Duitsland en in de toekomst – als de Nedersaksenlijn er ligt - ook richting NoordNederland. Voor Hinnen is dat geen detail, maar een kans. “We zijn een knooppunt, en dat moeten we versterken.” Die Nedersaksenlijn is dan ook niet alleen ‘zomaar’ een spoorlijn. Ook hier gaat het om de bredere betekenis voor economie en samenleving. “Bedrijven vinden meer talent, werknemers kunnen makkelijker reizen. Regio’s die nu nog los staan, komen dichter bij elkaar.” Hinnen ziet het startbesluit dat staatssecretaris Aartsen van Infrastructuur en Waterstaat onlangs tekende als een

belangrijk begin. “Eerst de lijn MariënbergAlmelo elektrificeren, daarna uitbreiden. Het perspectief is helder: Almelo als spil op het spoor.”

Kaart ontwikkelperspectief Nedersaksenlijn

De Nedersaksenlijn illustreert eveneens de kracht van samenwerking. Drie provincies trekken samen op om de lijn te realiseren. “Als Almelo alleen had gelobbyd, was het nooit gelukt,” zegt Hinnen. “Maar samen met Groningen, Drenthe en Overijssel hebben we een sterk verhaal. We laten zien dat dit goed is voor heel Noord- en Oost-Nederland.” Hetzelfde geldt voor de lijn Zwolle– Twente–Münster, die de regio verbindt met Duitsland. “Ook daar trekken we gezamenlijk op. Bereikbaarheid stopt niet bij gemeentegrenzen. Dat besef groeit gelukkig steeds meer.”

29


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

WoonWies ontwikkelt wonen van de toekomst

‟Ondernemerschap met maatschappelijke impact” Aart Cooiman en Bert Damink

30


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT De woningmarkt voor senioren staat voor een enorme opgave. De vergrijzing neemt toe, de druk op de zorg groeit en het aantal geschikte woningen blijft achter. Toch zijn er initiatieven die laten zien dat het anders kan. Slimmer, socialer en duurzamer. WoonWies is zo’n initiatief. Het is een Twents woonconcept dat toekomstbestendige appartementen ontwikkelt waar mensen zelfstandig kunnen wonen, mét zorg binnen handbereik. In samenwerking met zorginstellingen en de Rabobank wordt het woon- en zorglandschap op een vernieuwende manier verbonden. De kracht van samenwerking Wat WoonWies onderscheidt, is de manier waarop wonen, zorgen en financieren al vanaf de start met elkaar worden verweven. “Waar traditionele projecten vaak pas achteraf nadenken over zorg en betaalbaarheid, doen wij dat direct aan de voorkant,” vertelt ontwikkelaar Bert Damink. “We ontwerpen een woonomgeving die niet alleen technisch klopt, maar ook sociaal en financieel duurzaam is. Daarin vormt de samenwerking met zorginstellingen en Rabobank een cruciale driehoek.” De vaak lokale zorginstelling haakt al aan in de ontwikkelfase van het project. Dat betekent dat toekomstige bewoners straks direct kunnen rekenen op ondersteuning als dat nodig is. Dit kan variëren van huishoudelijke hulp tot een zorgcoördinator of conciërge die verbonden is aan de zorgorganisatie. “Die aanwezigheid maakt het verschil,” legt Bert Damink van WoonWies uit. “Bewoners hebben zo de mogelijkheid om al mensen van de zorginstelling te leren kennen, nog voordat er daadwerkelijk zorg nodig is. Zo ontstaat een band en een gevoel van veiligheid. Dat neemt onzekerheid weg en ontlast de zorg op de lange termijn.”

en zorgdiensten dichtbij. Het liefst in eigen dorp, zodat men in hun vertrouwde omgeving kan blijven.

‘Waar traditionele projecten vaak pas achteraf nadenken over zorg en betaalbaarheid, doen wij dat direct aan de voorkant.’

Elk complex krijgt een gemeenschappelijke ruimte waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. De bewoners bepalen zelf hoe actief ze willen zijn. Je kunt meedoen, of gewoon rustig op jezelf wonen. Dat maakt het concept zo flexibel, maar stimuleert de sociale contacten van de bewoners.

Plan Kokenbakker in Denekamp

Wonen, zorg en gemeenschap verbinden Het doel van WoonWies is helder: mensen helpen de verhuisbeweging te maken voordat de noodzaak er is. Veel senioren blijven langer in een te groot of ongeschikt huis wonen, vaak uit onzekerheid of onbekendheid met de mogelijkheden. WoonWies biedt een alternatief: eigentijdse appartementen die onderdeel zijn van een levendige gemeenschap, met ontmoetingsplekken, sociale activiteiten

31


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Dat sluit naadloos aan bij onze missie om wonen te democratiseren.”

Plan Wierden

In de opzet van de gebouwen is rekening gehouden met levensloopbestendigheid. Van brede gangen en drempelloze vloeren tot gedeelde voorzieningen die later eenvoudig kunnen worden aangepast als de zorgvraag toeneemt. Het is wonen met vooruitzicht, op een manier die past bij het leven van nu én straks.

‘De winst blijft in de gemeenschap, wat zorgt voor betaalbaarheid op de lange termijn.’

De huurappartementen van WoonWies worden gerealiseerd binnen een coöperatieve structuur. Voor elke ontwikkeling richt WoonWies een eigen coöperatie op en blijft via die structuur ook op lange termijn betrokken. Het is een bewuste keuze die maatschappelijke, financiële en organisatorische voordelen biedt. De woningen blijven eigendom van de coöperatie en worden dus niet doorverkocht aan commerciële beleggers die rendement nastreven. Bewoners huren hun appartement via de coöperatie, maar zijn zelf ook lid en daarmee mede-eigenaar. “Je huurt dus als het ware van jezelf,” zegt Cooiman. “De winst blijft in de gemeenschap, wat zorgt voor betaalbaarheid op de lange termijn. Bovendien beslis je samen met andere leden over beheer, onderhoud en sociale initiatieven. Dat maakt het wonen persoonlijker én duurzamer.” Daarnaast kijkt WoonWies verder dan de eigen projecten. De organisatie wil met haar coöperatieve aanpak ook bestaande woningen of appartementen vanuit de markt overnemen, om zo de voorraad betaalbare huurwoningen te versterken en structureel bij te dragen aan toekomstbestendig wonen.

Onder de Toren, Losser Financiering met maatschappelijke waarde De Rabobank speelt binnen deze driehoek een belangrijke rol als coöperatieve bank die verder kijkt dan alleen de cijfers. Vanuit Real Estate Finance is Aart Cooiman betrokken bij de ontwikkeling van WoonWies. “Onze rol is om ondernemers als Bert te ondersteunen met kennis, netwerk en financieringsoplossingen,” legt hij uit. “Maar wat ons vooral aanspreekt, is het coöperatieve gedachtegoed. WoonWies ontwikkelt niet voor snelle verkoop, maar voor blijvende maatschappelijke waarde.

32

Een concreet voorbeeld van de samenwerking is het project Onder de Toren in Losser, waar WoonWies samen met de Rabobank en een lokale zorginstelling 54 levensloopbestendige appartementen ontwikkelt. De woningen zijn bedoeld voor dorpsbewoners die graag in hun vertrouwde omgeving willen blijven wonen, maar alvast willen voorsorteren op de toekomst. De zorginstelling is direct betrokken en biedt lichte ondersteuning waar nodig. Dat varieert van een praatje of een kleine handeling in huis tot professionele hulp op aanvraag.


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT “Het mooie is dat zorg hier niet als last wordt gezien, maar als onderdeel van het dagelijks leven,” vertelt Damink. “De bewoners kennen de zorgverleners al. Dat verlaagt de drempel en voorkomt dat mensen pas in actie komen als het eigenlijk te laat is.” Daarnaast is de financiële structuur zo ingericht dat de appartementen permanent betaalbaar blijven. De coöperatie behoudt eigendom en bepaalt samen met de bewoners hoe de gemeenschap wordt vormgegeven. Dat maakt het project niet alleen sociaal sterk, maar ook economisch toekomstvast.

Samen bouwen aan de toekomst van wonen en zorg De samenwerking tussen WoonWies, de Rabobank en diverse zorginstellingen laat zien hoe groot de impact is van een gedeelde visie. Waar WoonWies de woonconcepten ontwikkelt en de zorginstelling de menselijke maat borgt, zorgt Rabobank voor de financiële en organisatorische slagkracht om deze projecten daadwerkelijk te realiseren. Zo ontstaan woonvormen waarin zelfstandigheid, betaalbaarheid en verbondenheid hand in hand gaan. Een plek waar bewoners voorbereid zijn op de toekomst. Momenteel worden er binnen het WoonWies-concept zo’n 135 appartementen gerealiseerd en staan er ruim 250 in voorbereiding. Deze complexen zijn bouwkundig toekomstgericht, voorzien van de juiste domotica en verbonden met de externe zorgcentrale. Daarnaast beschikt elk gebouw over een ontmoetingsruimte die bijdraagt aan sociale samenhang. WoonWies richt zich niet enkel op verkoop, maar bedient ook het segment van de middenhuur. In lijn met het streven van de Provincie Overijssel om twee derde van de nieuwe woningen binnen het betaalbare segment te laten vallen.

“De zorg verandert razendsnel,” besluit Cooiman. “Dat vraagt om woonvormen die meebewegen. Door onze krachten te bundelen in een coöperatieve structuur, creëren we iets dat duurzaam is voor bewoners, voor de gemeenschap én voor de toekomst van wonen in Nederland.”

54 levensloopbestendige appartementen project 'Onder de Toren' in Losser

Geïnteresseerden voor een appartement of woning vanuit WoonWies kunnen zich inschrijven middels de site www.woonwies.nl. Op deze wijze blijven mensen geïnformeerd over ontwikkellocaties en kunnen op basis van inschrijving een voorkeurspositie verkrijgen. Al met al een prachtig concept waar wij met veel enthousiasme aan werken om het verder uit te rollen. De toekomst van wonen begint niet met stenen, maar met een visie. En die visie krijgt vorm waar mensen en ondernemerschap samenkomen – bij WoonWies.

33


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

“Glasheldere oplossingen” Gert Schrik, Take Amsing, Ralf van Miltenburg en Gert Middel

In Emmen, op de productielocatie van hun isolatieglas, is het vier man sterke verkoopteam voor Noordoost Nederland van Vandaglas samengekomen. Een gezelschap met een indrukwekkende staat van dienst, samen goed voor meer dan 75 jaar glas-ervaring. Vandaglas is de grootste onafhankelijke isolatieglasproducent en bouwglasleverancier in Nederland. In Noorden Oost-Nederland veelal bekend als de hoofdsponsor van FC Emmen. Minder bekend misschien zijn de belangrijke bijdragen die Vandaglas via bouwprofessionals levert aan grote,

34

toonaangevende projecten, zoals de SuperHub in Meerstad, het Forum in Groningen, Wildlands en de nieuwe raadszaal in Emmen. En aan zeer veel seriematige woningrenovatie& verduurzamingstrajecten van woningcorporaties of particuliere huiseigenaren.


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT ‘Wij hebben een goede naam bij zowel regionale bouwprofessionals als in de wereld van ingewikkelde gevelbouwprojecten’, vertelt Gert Middel, accountmanager voor Drenthe en Overijssel.

Dichtbij de klant Het vierkoppige salesteam bestaat verder uit Gert Schrik, accountmanager voor Groningen en Friesland, en Take Amsing, accountmanager voor de Achterhoek en Twente. Het team staat onder leiding van regiomanager Ralf van Miltenburg die ook de buitendienst in Twente en de Veluwe ondersteunt. Gert Middel: ‘Misschien veel accountmanagers voor een relatief klein gebied, maar wij zijn graag dichtbij de klant. Persoonlijk contact vinden we het allerbelangrijkst!’ ‘Zo blijven we goed op de hoogte van wat er speelt bij de klant én van regionale marktontwikkelingen’, vult Gert Schrik aan. Gert Middel: ‘Wij gaan voor de winwin-winsituatie. Als wij onze klant goed adviseren, dan is dat ook goed voor de eindklant én goed voor onze reputatie!’

Mooie cijfers Take: ‘Vandaglas produceert jaarlijks ruim 500.000 m2 hoogwaardig isolatieglas, vooral HR++ glas, zonwerend en triple. Regionaal leveren wij veel aan (totaal) onderhoudsbedrijven, glas- en schildersbedrijven of aannemers die ons glas afnemen en dat aan de keten leveren. Bijvoorbeeld aan woningcorporaties als Lefier, Domesta, Woonconcept, Acantus en Actium. Indirect hebben wij honderden woningen helpen verduurzamen met duizenden vierkante meters glas. De vraag is vaak het traditionele HR-glas, maar in het kader van energiebesparing en vermindering van CO2-uitstoot adviseren we om hoogwaardiger isolatieglas te kiezen. Zeker ook omdat het om een investering voor 30 jaar gaat!’

‘Nieuwe’ standaard isolatiewaarde Ralf licht toe: ‘De vraag is bijna altijd naar HR++ met de isolatiewaarde Ug 1,1 W/m2.K, een product dat al ruim 30 jaar bestaat. Er is al minstens 10 tot 15 jaar een verbeterde versie! In dezelfde glasdikte, maar wél met 10% minder warmteverlies. Het is jammer dat dit nog niet de geaccepteerde nieuwe standaard voor woningbouw is. In het kader van energiebesparing en verduurzaming zou je dit wel verwachten.’ Take enthousiast: ‘Bijvoorbeeld de IsoPerform Eclaz Zen is zo’n verbeterd Ug 1.0-isolatieglas. Een mooi heldere dubbele beglazing die maximaal daglicht doorlaat en nóg beter warmteverlies tegengaat. Een veelgehoord bezwaar is dat beter presterend isolatieglas in aanschaf iets duurder is, maar dat de levensduur van isolatieglas wel 30 jaar is, wordt niet in de koopoverweging meegenomen.’

Superhub Meerstad, volglazen gevels met gebogen isolatieglas

‘Ons glasadvies is altijd maatwerk.’ Isolatie, lichtdoorlating én zonnewarmtewering Gert Schrik: ‘Wij kijken verder dan alleen de isolerende eigenschap van glas.’ Hij noemt het voorbeeld van een glasoverdekte ijshal. ‘Als de zon schijnt,

35


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT voor een andere coating, omdat die donkerder is of vanwege het blauwachtige of groenige aanzicht dat past bij het karakteristieke gebouwontwerp.

Glasadvies op maat

Nieuwe beglazing Woonzorgcentrum Gockingaheem Noordbroek

kost het enorm veel energie om te koelen. Zonnewarmtewerend isolatieglas was iets duurder geweest, maar dat hadden ze binnen één jaar terugverdiend. Een gemiste kans. Ook veel scholen en kantoren hebben temperatuurproblemen. Grote ruiten laten productiviteit-verhogend natuurlijk daglicht binnen, maar tegelijkertijd ook zonnewarmte. Bij mooi weer wordt het dan vaak te warm. Met glas kun je de warmte heel goed beheersen.’

‘Glas is een heel duurzaam product en oneindig recyclebaar.’ Ralf: ‘In opdracht van gemeente Almelo heb ik een basisschool in Almelo geadviseerd. Aan de relatief ‘donkere’ noordzijde is gekozen voor de mooi heldere IsoPerform Eclaz Zen. Aan de zonbelaste zuidzijde voor een zonwerende variant: de IsoPerform XTR70/33. Die houdt zo’n 67% van de zonnewarmte tegen en laat maar liefst 70% van het daglicht door.’ Mensen associëren zonwerend glas vaak met een donkere zonnebril, maar zonwerend glas hoeft niet gekleurd te zijn. Er zijn soorten waarbij nauwelijks verschil is met helder transparant glas. Een mooi voorbeeld is IsoPerform XTR70/33. Soms wordt om esthetische redenen gekozen

36

Gert Middel: ‘Glas kan meerdere functies vervullen. Die optionele glaseigenschappen leveren extra energiebesparing en meer comfort-rendement op. Naast de zonnewarmtewering kan isolatieglas namelijk ook geluidswerend, inbraakvertragend, brandwerend en letselveilig zijn. Glas kan ook constructief gebruikt worden. Omdat glas breekbaar is, kijken wij vooral naar veilige glastoepassingen. Gebouwen waarin zich veel mensen begeven of waarop de windbelasting groot is, hebben verantwoorde glasoplossingen nodig. Elke gebouwsituatie is anders en vraagt om specifieke combinaties van glaseigenschappen. Daarom gaan onze adviezen nooit over een standaardproduct. Ons glasadvies is altijd maatwerk.’ Take vervolgt: ‘Soms komt daar ook uitgebreid calculatiewerk bij kijken. Want om de gewenste mix van glaseigenschappen en de prestatieniveaus in één ruit te bereiken, zijn de samenstelling en glasdikte-opbouw van het isolatieglas bepalend. Dubbel isolatieglas bestaat uit twee glaspanelen met een spouw ertussen. Die twee glaspanelen, de spouw en de afstandhouder kunnen variëren; in millimeters en in type. Minimaal één van de glaspanelen heeft een coating. Er zijn wel honderd soorten low-e coatings op glas om bijvoorbeeld de thermische en zonnewarmtewerende prestatie-eisen te behalen. Je hebt vaak te maken met gehard of gelaagd veiligheidsglas aan de ene kant van de spouw en een gecoat glaspaneel aan de andere kant. In theorie bestaan er wel drie miljoen verschillende glasconfiguraties.’ Ralf: ‘Ons vak is weten welke low-e coatings op de markt zijn, wat de laatste ontwikkelingen zijn en bepalen welke isolatieglassamenstelling optimaal is,


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT gegeven de situatie én natuurlijk of het praktisch uitvoerbaar is. Glas kan ook constructief gebruikt worden, dan zitten wij met aannemers, de architect of de gevelbouwer om de tafel, om te bekijken of de beoogde beglazing sterk genoeg is, of de kozijnen stevig genoeg zijn. Ook goed weten waar de beperkingen in bouwen met glas liggen, is erg belangrijk. Die kennis delen met klanten is leuk en leidt niet zelden tot succesvolle beglazingsprojecten. Klant blij, wij blij!’

Merkonafhankelijkheid is onze kracht Gert Schrik: ‘Waarom wij de nadruk leggen op onze onafhankelijkheid? Veel isolatieglasproducenten zijn onderdeel van een zogenaamde ‘smelter’, een producent van (gecoat) basisglas. Hun glasadvies is altijd het eigen merk en gamma. Wij zijn merkonafhankelijk, dat is onze kracht. Wij beoordelen neutraal welke coatings echt toegevoegde waarde bieden en zijn daar open over naar onze klanten. Als wij glas inkopen, zijn wij dus niet afhankelijk van één basisglasproducent. Dit betekent dat we in principe elk beglazingsvoorschrift in een bestek kunnen invullen. En als de klant dat wil, kunnen we vanwege onze brede glasmarktkennis en netwerk ook goede alternatieven bieden.’

IsoPerform LCG XTR70/33 ORAE is daar een passend antwoord op. Dit product is merkgebonden opgenomen in de Nationale Milieudatabase onder Categorie 1.

Verduurzaming 117 woningen Jacob van Campenstraat Almelo

‘Onze isolatieglasfabriek in Emmen is onlangs onder de loep genomen. Er zijn nog meer energie- en waterbesparende maatregelen getroffen. En de productiecapaciteit is uitgebreid met twee nieuwe energiezuinige assemblagelijnen’, vult Gert Middel aan. Ralf: ‘Als bedrijf nemen wij onze verantwoordelijkheid en willen graag samen met de markt bijdragen aan een duurzaam gebouwde omgeving. Leuk om dat via deze weg over de bühne te brengen en ons team voor te stellen aan relevante partijen.’

Nieuwe beglazing appartementen VVE Saturnusstraat Apeldoorn.

Milieu en duurzaamheid Ralf: ‘Vandaglas heeft veel aandacht voor het milieu en duurzaamheid. Glas past bij uitstek bij duurzaamheid; het is oneindig recyclebaar. We gebruiken steeds meer gerecycled glas bij de productie van isolatieglas. Ons low carbon isolatieglas is geproduceerd met 64% recycleglas, terwijl dat normaal gesproken 10 à 20% is. De CO2-uitstoot ligt fors lager, op ongeveer 42% van standaardglas. Vooral projectontwikkelaars die ambitieuze duurzaamheidseisen aan gebouwmaterialen stellen, hebben interesse. Zij gaan voor zeer hoge scores in duurzaamheidscertificeringen op gebouwniveau, zoals BREEAM, LEED of WELL building. Onze low carbon

37


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Kristian Makkinga en Koen Kraesgenberg:

‟Bij Koopmans staat fundament ontwikkelen bouwen en onderhouden als een huis” 38


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Natuurlijk zijn ze bij Koopmans trots op bouwproject Tetem als sluitstuk van Roombeek, de wijk waar zoveel onuitwisbare herinneringen liggen. Maar tijdens het gesprek met directeur ontwikkeling Kristian Makkinga en teamleider Klant en Markt Koen Kraesgenberg komt nog veel meer ter sprake. Van de Koopmans Vakschool tot de klimaatwagon en van verduurzaming tot de typische Twentse onderlinge omgang met elkaar. “We gaan niet voor een one night stand, maar voor een langdurige relatie.” Het vraaggesprek begint met de vraag of het nu Koopmans of Koopmans Bouwgroep is en wat de toevoeging TBI eigenlijk betekent? “Koopmans is opgericht in de oorlog in 1942 en was een familiebedrijf. Dat is het inmiddels niet meer, hoewel de familiecultuur er nog wel steeds is. We hebben naast het hoofdkantoor in Enschede ook vestigingen in Groningen, Deventer en Almere en in totaal werken zo’n 350 medewerkers bij Koopmans”, trapt Makkinga af.

“We kopen het liefst locaties die we compleet kunnen ontwikkelen en waarop we uiteindelijk zelf ook kunnen bouwen. Van weiland tot woonwijk én het verzorgen van onderhoud. Dat toont ook onze betrokkenheid na de verkoop.” “Naast woningbouw, ontwikkelen, bouwen en onderhouden we ook bedrijfshallen, scholen en zorgcentra. Wel zijn wij van ‘schoenmaker blijf bij je leest’, want we doen ook veel niet. Denk daarbij aan zieken- en gemeentehuizen en gemeentewerven”, vult Makkinga nog aan.

Studiefonds “TBI is een samenwerkingsverband van 21 bedrijven in de bouw, techniek en infra. Dat had alles te maken met het faillissement begin jaren tachtig van de Overzeese Gas- en Elektriciteitsmaatschappij, de OGEM.” “De overheid greep toen in en bracht de nog gezonde onderdelen onder in TBI. Dat is een stichting met maatschappelijke doelen - waaronder het behoud van cultureel erfgoed – geen traditionele bouwonderneming met aandeelhouders. Die hebben we niet. Wat wij wel hebben is een studiefonds voor de kinderen van de medewerkers van Koopmans. Zij krijgen vanaf het voortgezet onderwijs een studiebeurs en hoeven daar eigenlijk niets voor te doen. Dat vind ik een heel mooi iets, wat ook past bij de manier waarop we als Koopmans willen zijn.”

‘We gaan niet voor een one night stand, maar voor een langdurige relatie.’ Cromhoff

Maar er moet natuurlijk ook gebouwd worden. Het liefst woningen, zo’n 80-90 procent van wat Koopmans bouwt zijn woningen. Daarbij vormen de drie pijlers ontwikkelen, bouwen en onderhouden het fundament onder het bedrijf. “Dat is wat wij kunnen én waar we goed in zijn”, legt Kraesgenberg uit.

39


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Drukpershal Er worden twee bouwprojecten uitgelicht. Eentje die nog in de steigers staat. Dat is de herontwikkeling van de Cromhofflocatie, het voormalige onderkomen van Dagblad Tubantia. Makkinga pakt de laptop erbij en laat het grote bouwproject in vogelvlucht zien.

‘We kopen het liefst locaties die we compleet kunnen ontwikkelen en waarop we uiteindelijk zelf ook kunnen bouwen.’

Cromhoff

“Hier komen de komende jaren circa 500 woningen. Op dit moment zijn we aan het slopen. Daarna gaan we aan de slag met het kantoor en willen we een aantal belangrijke, cultureel historische elementen bewaren, zoals de booghal en ook de drukpershal. Wat we daarmee moeten weten we nu eerlijk gezegd nog niet, maar die laten we wel staan.”

“Het gebied ligt pal tegen het centrum aan en het grote geheim van die locatie is de aanwezigheid van een aangrenzend bos. Met een fietspad gaan we dat verbinden met elkaar. Het wordt stadswonen met een bos in je achtertuin. En we zetten heel erg in op placemaking, een leefomgeving waar ontmoeten en verbinden centraal staan”, klinkt Makkinga enthousiast. De Cromhofflocatie richt zich vooral op jonge bewoners en ook op het binden en boeien van jong talent. Talent op allerlei vlakken dat de stad verlaat, omdat er geen woon-, leef- en werkruimte is, is dan ook een speerpunt van de gemeente Enschede. Een van de onderdelen die Koopmans daar gaat realiseren is de bouw van een skybox schuin over de gebouwen heen. Kraesgenberg: “We willen een community living creëren, met gelijkgestemden, jonge talentvolle mensen en met de nodige voorzieningen zoals horeca.”

Vuurwerkramp En dan is er nog Roombeek, de wijk die van de kaart werd geveegd door de vreselijke vuurwerkramp op 13 mei 2000. Bij de ontploffing van een opslagplaats voor evenementenvuurwerk - toch alweer 25 jaar geleden - kwamen 22 mensen om het leven. en raakten bijna 1000 mensen gewond. “De appartementengebouwen Tetem 3 en 4 vormen het sluitstuk van de wijk Roombeek”, zo vervolgt hij. “In 2019 is de grond aangekocht en hebben we het gebied verder ontwikkeld. Het is de historie van de textielindustrie, van de vuurwerkramp, gecombineerd met nieuwe woningen en een hele nieuwe wijk. Zo komen geschiedenis en heden heel mooi samen.” “Als Koopmans zijn we er heel trots op dat we hier mochten ontwikkelen en bouwen. Bij dit project zijn collega’s betrokken geweest, die de vuurwerkramp van heel dichtbij hebben meegemaakt. Dat heeft nog steeds een enorme impact op iedereen. En dat je mag ontwikkelen en bouwen in je

40


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT een eigen stad, in deze wijk. Ook dat doet wat met mensen.” Het op te bouwen Roombeekgebied – zo’n 62 hectare – werd ontwikkeld door de inmiddels 83-jarige architect Pi de Bruin, die geboren werd in Twente en onder meer bekend is van het ontwerpen van het Tweede Kamer gebouw in Den Haag. “Hij heeft geprobeerd om de inslag van de ramp zichtbaar proberen te maken. Wat er nu neergezet is, is een geweldig mooie opgebloeide wijk waar nog steeds die oude industrie zichtbaar is. De gevels hebben van die typische ruitjes en verwijzen naar oude textielpatronen en een markante schoorsteen hebben we gerestaureerd en vraag mij niet hoe -, weer rechtgezet”, zegt Makkinga.

Cadeau “De wijk Roombeek is nu helemaal af. Voor Enschede voelt dit project als een cadeau aan de stad. Voor ons typeert het onze maatschappelijke betrokkenheid en verbondenheid met bewoners en onze opdrachtgevers. Binnen Koopmans zeggen we vaak: ‘We gaan niet voor een one night stand, maar voor een langdurige relatie.’” Duurzame samenwerking dus en dat brengt ons bij het laatste gespreksonderwerp: de verduurzamingsopgave in ons land. Van de ruim zeven miljoen bestaande woningen moet een groot deel energiezuiniger worden. Zowel Makkinga als Kraesgenberg slaan de discussie vrijwel meteen plat. “Iedereen weet dat er wat moet gebeuren. Ideeën zijn er volop, veel is ook al gerealiseerd of al jarenlang bekend. Eigenlijk is het best wel veel laag hangend fruit. Alleen wie pakt het op, wie gaat daarover en wie voert het uit? Verduurzaming is heel vaak een geldkwestie en heeft te maken met betaalbaarheid”, geeft Makkinga aan, gevolgd door een oplossing dichtbij huis. Klimaattrein

“TBI heeft de klimaattrein, wij bij Koopmans hebben de klimaatwagon. Vanaf 2026 stelt Koopmans één miljoen euro beschikbaar om samen met partners en opdrachtgevers extra stappen te zetten als het gaat om verduurzaming. Het idee is simpel: als een opdrachtgever bereid is extra te investeren in bijvoorbeeld biobased isolatie of andere duurzame oplossingen, dan legt Koopmans zelf ook geld bij.”

Tetem

“Als Koopmans willen wij graag helpen om dat stapje te zetten. Laten we het vooral samendoen, want de bereidheid is er wel. In elk project kan het nog een stapje duurzamer. Dat kan echt een heel klein initiatief zijn, met grote gevolgen. Op die manier hebben we weer een stapje gezet en zo komen we er met zijn allen wel. We staan er samen voor aan de lat.”

‘De wijk Roombeek is nu helemaal af. Voor Enschede voelt dit project als een cadeau aan de stad.’

41


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

42


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

TETEM 3 Enschede

43


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Notaris Pieter Goudriaan op zijn plek bij Het Notarieel:

‟Een bouwplan helpen realiseren geeft mij erg veel voldoening” 44


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Het Notarieel bestaat volgend jaar twintig jaar. Het van oorsprong Zwolse bedrijf telt inmiddels twaalf vestigingen en is daarmee een van de grootste notariskantoren van het land. Pieter Goudriaan is een van vier notarissen in Zwolle en gespecialiseerd in vastgoed, een belangrijke pijler voor het kantoor aan de Eekwal. Wie denkt dat de notaris pas in beeld komt om ergens een klap op te geven, heeft het mis. ‘We zetten niet alleen stempels’, glimlacht Goudriaan. Dat geldt al helemaal niet voor zijn portefeuille: vastgoed. Bij projectontwikkeling kijkt en denkt de notaris vanaf het begin mee, ver voordat een schop de grond in gaat. “Een plan helpen realiseren geeft mij erg veel voldoening. Het is ontzettend leuk om al die verschillende belangen met elkaar te verenigen.” De 38-jarige Goudriaan mag zich sinds twee jaar notaris noemen. Hij studeerde rechten in Groningen, waar de liefde voor vastgoed al snel begon te bloeien. Vooral de dynamiek spreekt hem aan in dit vakgebied. “Het kan heel snel gaan, soms weet je niet wat er volgende week op je pad komt. De klant moet niet op ons wachten, dus dat vergt snel handelen en flexibiliteit.”

‘We stellen ons niet autoritair op, maar willen midden in de maatschappij staan.’ Slagkracht Met de groei van het aantal vestigingen, waar circa driehonderd mensen werken, steeg de slagkracht. ‟Omdat we groot zijn weten bouwbedrijven, projectontwikkelaars, publieke partijen en bijvoorbeeld alternatieve financierders ons goed te vinden”, zegt Goudriaan die nu een kleine vijf jaar in de provinciehoofdstad werkt. Die groei heeft alles te maken met de ontwikkeling in zijn vak, waar de generalist langzaam plaatsmaakt voor de specialist. “Het vak wordt steeds ingewikkelder, je redt het niet meer om van alle vakgebieden alle weten regelgeving bij te houden. Dankzij onze backoffice kunnen wij notarissen worden ontzorgd. Veel notarissen hebben zich daarom in de loop der jaren bij Het Notarieel aangesloten”, duidt Goudriaan.

45


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Compliance steeds belangrijker Deze backoffice ondersteunt alle kantoren in de bedrijfsvoering. Denk daarbij aan de boekhouding, ICT, PR en communicatie, officemanagement, personeelszaken en compliance. Die laatste afdeling wordt steeds belangrijker, gezien de poortwachtersrol die notarissen hebben. Vraagstukken omtrent de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en rond de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) komen daardoor steeds meer op.

‘Het vak wordt steeds ingewikkelder, je redt het niet meer om van alle vakgebieden alle wet- en regelgeving bij te houden.’ Het Zwolse kantoor, gevestigd in een monumentaal pand in de binnenstad, kent drie pijlers: familierecht, ondernemingsrecht en vastgoed dus, de grootste tak waar een man of 25 zich dagelijks mee bezig houdt. “We maken onderscheid tussen particulier en zakelijk vastgoed. In het eerste geval gaat het om een particulier die een woning koopt, een hypotheek afsluit voor een verbouwing of bijvoorbeeld een nieuwbouwkavel koopt van de gemeente. Commercieel vastgoed gaat over zakelijke aankoop van vastgoed. Denk dan bijvoorbeeld aan beleggingspanden, bedrijfspanden en kantoren. Maar ook herontwikkeling van een stadsdeel of een nieuwbouwproject, is dagelijkse kost.”

Weezenlanden-Noord Bij Het Notarieel deinzen ze niet terug voor complexe opgaves. Neem het project Weezenlanden-Noord, nabij het Zwolse stadshart (pal tegenover de rechtbank).

46

Sowieso al een uitdagende locatie, waar ook de eerste mobiliteitshub van de stad wordt gerealiseerd. Het project bestaat uit appartementen, zowel koop als huur, maar ook een stuk commerciële ruimte. In zo’n ontwikkeling wordt over verschillende belangen gesproken. “Op deze plek wordt bestaande bouw vervangen door nieuwbouw. Er wordt daarom gefaseerd ontwikkeld, zodat de oude bewoners stapsgewijs in hun nieuwe woning terecht kunnen. Dat proces is volop gaande en vergt veel flexibiliteit. Je kunt met zo’n meerjarenplan juridisch niet alles van tevoren in beton gieten, omdat tijdens zo’n ontwikkeling allerlei vraagstukken kunnen spelen. Wij stellen bij dergelijke projecten intern een team samen met meerdere, gespecialiseerde juristen. Samen zijn we vervolgens de verbindende juridische schakel tussen alle betrokken partijen.”

Spelregels Het Notarieel mag dit juridisch in goede banen leiden, van energie tot parkeren, altijd een hot item, en alles wat daartussen zit. “Mooier dan dit wordt het niet”, zegt Goudriaan die hier duidelijk lol aan beleeft. De vastgoednotaris legt juridisch vast wie wat betaalt aan het algemeen belang en gedeelde voorzieningen, zoals een lift, maar ook een dak. “Wat worden de spelregels binnen een appartementencomplex. Aan een particuliere koper probeer ik aan tafel vaak uit te leggen dat wij de regels vastleggen tussen alle eigenaren en bewoners. Feitelijk maken wij dus ‘de wet’ van het gebouw, waar men niet zomaar van mag afwijken.” De tijd dat een akte uit twee kantjes bestond, is definitief voorbij. “Er zijn meer regels gekomen om belangen te waarborgen en scheiden, tot in detail.” Digitalisering biedt uitkomst, op dat vlak investeert Het Notarieel dan ook driftig. “Dat gaan we de komende jaren meer zien, denk aan digitalisering van koopcontracten. Alle repeterende werkzaamheden proberen wij efficiënter vorm te geven. Sowieso werken we intern


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT zo min mogelijk met papieren dossiers. Alleen de akte zelf is nog van papier.”

AI Het toepassen van AI, waar steeds meer gebruik van wordt gemaakt, vraagt om behoedzaamheid, weet Goudriaan als geen ander. “Notarissen hebben natuurlijk een geheimhoudingsplicht en wij beschikken nu eenmaal over heel veel gegevens. Het belangrijkste is dat de verwerking van data en de inzet van bijvoorbeeld AI, veilig gebeurt en voldoet aan alle wet – en regelgeving. Oplossingen waar we AI nu al bij gebruiken is bijvoorbeeld bij uitleg van bepaalde clausules aan bewoners. Dat hebben we bij Weezenlanden-Noord ook gedaan.” Naar zijn mening onderscheidt Het Notarieel zich ten opzichte van andere kantoren door toegankelijkheid. Geen jasje dasje of moeilijk taalgebruik, waarbij de eigen website als bewijs dient. “We stellen ons niet autoritair op, maar willen midden in de maatschappij staan. Daarom sponsoren we ook het nodige.” Ook beschikt het kantoor over veel gespecialiseerde juristen voor wie de juridische complexiteit dagelijkse kost is.

Groot en klein De firma heeft in die twintig jaar naam gemaakt. “We zijn een groot kantoor geworden, zeker in dit deel van het land. Het Notarieel past bij mij omdat het groot en klein tegelijk is. Groot, omdat we binnen alle rechtsgebieden adviseren en een diversiteit aan specialismen in huis hebben. Die expertise wordt door alle kantoren benut en dat zorgt ervoor dat we voor elke klantvraag een antwoord in huis hebben. En klein, omdat je lokaal actief bent in je eigen stad. Daar doe je je zaken, daar sta je langs het voetbalveld en daar ga je naar de plaatselijke businessclubs. Gewoon, zoals notarissen het vroeger al deden en vandaag de dag nog steeds doen. Lokaal maatschappelijk betrokken zijn en ‘buiten’ je gezicht laten zien, zodat de drempel om ons aan te spreken

en een vraag te stellen, laag is. Dat vind ik belangrijk; dat we benaderbaar en toegankelijk zijn voor particulieren en ondernemers.” Het Notarieel heeft vestigingen in Almere, Arnhem, Deventer, Emmeloord, Epe, Hengelo, Kampen, Meppel, Nieuwegein, Rijssen-Holten, Veldhoven en Zwolle.

‘Herontwikkeling van een stadsdeel of een nieuwbouwproject, is dagelijkse kost.’

47


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Wethouder Gerdien Rots:

‟Zwolle bouwt met visie: stad groeit door met oog voor mens, water en natuur” 48


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Op het gebied van woningbouw is in Zwolle momenteel veel gaande. De Hanzestad staat voor grote ruimtelijke opgaven. Zo stemde de gemeenteraad voor de zomer unaniem in met het Ruimtelijk Toekomst Perspectief. Hierin staat waar en hoe Zwolle de komende decennia verder kan groeien. Wethouder Gerdien Rots schetst de belangrijkste ontwikkelingen. “Eerst het grotere plaatje”, trapt de wethouder voor onder meer Ruimtelijke Ontwikkeling het interview af. “We zijn in Zwolle met twee sporen bezig: de huidige gebiedsontwikkelingen, die in 2021 in de omgevingsvisie zijn vastgelegd, en de plannen voor de lange termijn, een aanvulling daarop tot 2040”, vertelt de Zwolse met verwijzing naar het Ruimtelijk Toekomst Perspectief. “De belangrijkste richtingen in dat document zijn verdere verstedelijking binnen de bestaande stad, dus via inbreiding, en twee grote uitbreidingslocaties in Zwolle zuid en Vechtrand, onder Berkum.”

geopend, die het stadscentrum en het stationsgebied met elkaar verbindt. “De eerdere verplaatsing van het busstation van de noordzijde naar de zuidzijde hoort daar ook bij.” Ook de bouw van het eerste appartementencomplex is begonnen, Het Gildenhof, op de plek van het oude Hanzebad. In het hele gebied moeten de komende jaren zo’n 3500 a 4000 woningen worden toegevoegd. Daarbij zal Zwolle vooral de hoogte in gaan. “Tot zeventig meter hoog, net onder de Peperbus.”

Parkeergarage In de omgevingsvisie zijn zes focusgebieden met betrekking tot woningbouw opgenomen: Stadshart, Spoorzone, Stadshagen, Harculo, Oosterenk en de Zwartewaterallee. Het gaat om 10.000 woningen die volgens planning rond 2030 worden gerealiseerd. “Daar zijn we dus volop mee bezig”, stelt Rots.

IJsselcentrale Over alle focusgebieden valt genoeg te vertellen. Rots loopt ze in willekeurige volgorde langs. “Voor Nieuw Harculo, het gebied rond de voormalige IJsselcentrale, werken we nu toe naar een omgevingsplan, dat we volgend jaar hopen vast te stellen, waarna de schop de grond in kan.”

Het stadshart gaat aan de noordkant op de schop. Hier wordt het Noorderkwartier gerealiseerd, waarbij onder meer parkeergarage Noordereiland verdwijnt ten faveure van woningen. In Weezenlanden-Noord komen 600 woningen en Rots noemt voorts de locaties Nieuwstad, Schuttevaerkade, Nieuwe Veemarkt, Kwikfit-locatie aan de Veerallee en het Roelenkwartier, waar huizen gaan verrijzen.

Nieuwstad Zwolle

In Stadshagen, Zwolle-West, wordt met de Tippe en Breezicht al volop gebouwd. “We verwachten daar in 2029 klaar te zijn. Een wijk zo groot als Meppel. Om het voorzieningenniveau op te schalen wordt het winkelcentrum Stadshagen uitgebreid.” In de Spoorzone zijn duizenden woningen voorzien, als onderdeel van een complete transitie van dit gebied. Zo is recent de houten duurzame brug de Passerelle

49


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT hebben we de nodige uitdagingen gekend en moesten businesscases opnieuw berekend worden. Met onorthodoxe maatregelen zijn plannen toch in uitvoering gebracht.”

NOVEX

De Nieuwe Veemarkt Foto:Pedro Sluiter

Langs de Zwartewaterallee wordt onder meer het LTO-gebouw omgekat naar appartementen. Ook worden 272 sociale huurappartementen voor onder andere senioren gerealiseerd bij de Havezate. Op Oosterenk, een bedrijventerrein ten oosten van de stad, wordt de oude waterschapslocatie herontwikkeld tot nieuw woongebied aan de Westerveldse Aa met 250 woningen.

‘Ouderen willen best doorstromen, maar wel graag in hun eigen wijk blijven, want daar zit hun netwerk.’ Rots: “In de naoorlogse wijken is vooral behoefte aan huizen voor starters en senioren. Ouderen willen best doorstromen, maar wel graag in hun eigen wijk blijven, want daar zit hun netwerk. Daar is een stadsscan naar gedaan, zoals in Berkum en bij winkelcentra in Zuid en Westenholte, want senioren willen dicht bij voorzieningen wonen. We zien kansen om hier kleinschalig woningen toe te voegen.” Van plan naar woning duurt doorgaans een jaar of zeven, schetst de wethouder. “Deze ideeën zijn in de periode 2015-2020 gemaakt. Door de oorlog in Oekraïne, stijgende energieprijzen en de stikstofcrisis

50

Het Ruimtelijk Toekomst Perspectief richt het vizier op 2040. “Met Regio Zwolle, een samenwerkingsverband van 22 gemeenten in vier provincies, hebben we samen met het Rijk een verstedelijkingsstrategie gemaakt, met ontwikkelingen voor de langere termijn. Die kans deed zich voor omdat we in 2021 als NOVEX-gebied zijn aangewezen, vandaar deze aanvulling op de omgevingsvisie”, legt Rots uit. In Nederland zijn in totaal 21 gebieden waar de ruimtelijke opgaven zo groot en complex zijn, dat de Rijksoverheid en de regio samen regie voeren om deze op te lossen. “In Zwolle doen we veel aan participatie van omwonenden. Zo hebben we via een participatief traject basiswaarden opgehaald die voor Zwollenaren van belang zijn. Dit zijn de Zwolse waarden als noaberschap, nabijheid (wonen, werken en ontspannen dichtbij huis), water en natuur bepalen hoe we bouwen en leven en Zwolle als motor voor stedelijke en economische ontwikkeling, Die waarden zijn leidend geweest voor de keuze van de uitbreidingslocaties.”

Discussie In de hiervoor beschreven binnenstedelijke gebieden heeft de gemeente weinig grondposities, waardoor marktpartijen in de lead zijn. Rots: “Dat gaf vaak discussie met marktpartijen die de grond voor veel geld hadden gekocht, waarna wij er eisen aan verbonden, die weer gevolgen hadden voor de businesscase. Daarom hebben we ten aanzien van de uitbreidingslocaties op alle gronden voorkeursrecht gelegd. Zo voorkomt de gemeente dat er grondspeculatie plaatsvindt in de nieuwe uitbreidingsgebieden.”


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Het gaat Zwolle niet alleen om stenen stapelen, benadrukt de wethouder. Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt. In dit verband noemt ze de ontwikkeling van De Nieuwe Veemarkt (oude locatie IJsselhallen), waarvoor in samenwerking met het College van Rijksbouwmeesters een prijsvraag is uitgeschreven. “We willen de bouwcultuur inspireren minder vervuilend te zijn, denk aan houtbouw, biobased materiaal en circulair bouwen.”

Klimaat Onder al dat bouwen liggen twee zogeheten systeemopgaves: waterveiligheid en bereikbaarheid. Rots; “We zijn een soort demodelta op het gebied van klimaatadaptief bouwen. Water moet in onze stad meer ruimte krijgen, we gaan plekken maken waar oevers kunnen overstromen, zoals bij de Burgemeester Drijbersingel, dat een parkachtige omgeving wordt. Dit zal op meerdere plekken gebeuren. Verder wordt in de toekomst de Willemsvaart ontdempt en de nieuwe Vecht verbreed, als het aan de gemeente ligt.” Zwolle is het tweede spoorknooppunt van Nederland en heeft een scharnierfunctie

voor verkeer. Om de goede bereikbaarheid te behouden zijn flinke investeringen nodig, denk aan ongelijkvloerse kruisingen. Rots. “We willen bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer beter scheiden en zien kansen om de Ceintuurbaan deels te ondertunnelen.” Uiteindelijk gaat de stad er 18.000 tot 23.000 woningen op vooruit, waarmee Zwolle naar 150.000 a 160.000 inwoners gaat. Groei is volgens Rots geen doel op zich. “We kennen allemaal wel iemand die op zoek is naar een woning en voor al die mensen doen we dit.”

Nieuwe Veemarkt Zwolle

Een overzichtsfoto van Zwolle en project De Weezen

51


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Bouwsociëteit Zwolle wil leden blijven binden en boeien

“In de vastgoedwereld heb je elkaar echt nodig”

V.l.n.r. Martijn Luchjenbroers, Anne van der Steeg, Martijn Roosien, Sara van Popta en Ernst Offerein.

Waar denk je aan als je het woord bouwsociëteit hoort? Aan een mooie club mensen die allemaal een raakvlak hebben met vastgoed, informatie delen en elkaar in een informele setting beter leren kennen. En dat is precies wat voorzitter Martijn Roosien en secretaris Anne van der Steeg willen uitstralen met de Bouwsociëteit Zwolle. “In de vastgoedwereld heb je elkaar echt nodig.” De exacte oprichtingsdatum vergt even wat zoekwerk, maar in mei 1987 zag de Bouwsociëteit Zwolle het levenslicht. Inmiddels is Martijn ruim vier jaar bestuurslid, waarvan nu zo’n twee jaar voorzitter. Tel daar een jaartje bij op en je

52

komt aan de ruim vijf jaar dat Anne zitting heeft in het bestuur, dat vijf leden kent en die hun functie vrijwillig invullen. “Iedereen die op persoonlijke titel lid is van de Bouwsociëteit Zwolle heeft een


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT raakvlak met het vastgoed. Denk daarbij aan bouwbedrijven, projectontwikkelaars, architecten, makelaars, notarissen, advocaten, constructeurs en adviseurs”, legt Martijn uit, zelf werkzaam als directeur bij Brummelhuis Bouwcoördinatie, terwijl Anne een van de twee directieleden is van Van der Steeg Ontwikkelen & Bouwen uit Genemuiden.

Snel vergeten “We hebben nu zo’n zeventig leden”, vult zij aan, “met allemaal een connectie met de regio Zwolle, omdat ze daar wonen, gevestigd zijn met hun bedrijf of bezig zijn met een project. Het zijn managers of directeuren, wat ook een voorwaarde is om lid te worden. Dat betekent dat de meeste leden elkaar wel kennen, maar soms ook niet. Juist die informele setting zorgt ervoor dat je elkaar beter kunt leren kennen. Dat is een belangrijk onderdeel van de Bouwsociëteit Zwolle. De vastgoedwereld is namelijk een echte netwerksector en je hebt elkaar echt nodig. Als je niet meer gezien wordt, word je ook snel weer vergeten.” Er zijn ieder jaar zes bijeenkomsten, waarvan de nieuwjaarsreceptie en de zomerborrel sowieso vaststaan. Niet alleen het glas heffen op het nieuwe jaar of op die manier de bouwvak inluiden, kunnen rekenen op veel animo. Ook de andere activiteiten worden in de regel goed bezocht. “Onze bijeenkomsten zijn standaard op de maandag. We beginnen met gastspreker en dan behandelen we een actueel thema, zoals woningbouw, prefabricering, verduurzaming, netcongestie, handjes in de bouw of stikstof. Die sessies zijn vaak heel interactief. Daarna is het tijd om samen te eten en voor het informele gedeelte, dat meestal tot een uurtje of negen duurt”, schetst Martijn.

Aansprekend thema

maar er zijn uitzonderingen. Zo sprak Zwollenaar en oprichter van de Tour de Tietema wielerploeg Bas Tietema de Bouwsociëteitleden al eens toe over zijn werkzaamheden. Ook treedt een gedeputeerde of een wethouder regelmatig op als gastspreker. “Je merkt wel dat als het echt een aansprekend thema is – bijvoorbeeld over de ontwikkelingen van de stad - met daaraan gekoppeld een interessante gastspreker, dat de opkomst dan heel goed is”, aldus Anne. En dan zijn er nog gastleden. Onder meer een aantal medewerkers van overheidsinstellingen en woningcorporaties, die wat afstand willen hebben van de marktpartijen, komen regelmatig naar de bijeenkomsten. De Agnietenberg is vanuit het verleden de verzamellocatie, al denkt het bestuur ook weleens aan andere locaties. De enige voorwaarde is dat de reguliere bijeenkomsten in Zwolle plaatsvinden. “Af en toe plannen we ook een bedrijfs- of projectbezoek. Zo zijn we in het verleden onder andere bij Isala, Wärtsilä en City Post geweest.”

Blijven inspireren Ook stappen de leden van de Bouwsociëteit Zwolle voor hun bijeenkomsten weleens over de Zwolse gemeentegrenzen heen. “We organiseren om de twee jaar een studiereis naar het buitenland. Dat is drie dagen en twee nachten. Zo zijn we in Lissabon en in Bilbao geweest en gaan we in 2026 naar Instanbul. Dat hebben we aantal jaren geleden weer opgepakt en er is zeker animo voor. En dat past ook écht bij de Bouwsociëteit Zwolle.” ”We willen de leden blijven inspireren om te komen, want er zijn meerdere vergelijkbare clubs en we hebben allemaal weinig tijd. Voor ons is dan ook de kunst om onze leden te blijven binden en boeien”, besluiten Martijn en Anne.

De gastsprekers zijn veelal gelieerd aan het onderwerp van de bijeenkomst,

53


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Henri van Nieuwenhuizen en Johan Lindeboom | BEMOG Projectontwikkeling

“Nieuwstad vormt straks de westelijke entree voor de stad” 54


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Op een historische plek vlakbij het Zwolse stadscentrum realiseert BEMOG Projectontwikkeling, onderdeel van BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling, een nieuwe woonlocatie. Hier komen 87 appartementen, waarvan 61 koop - en 26 sociale huurappartementen van woningcorporatie deltaWonen. De bouw van de appartementen, die gebouwd worden door Ter Steege Bouw Vastgoed Apeldoorn B.V., is inmiddels begonnen en neemt twee jaar in beslag. Het complex ligt aan de Bisschop Willebrandlaan, op vijf minuten loopafstand van het historische stadscentrum. Op het betreffende perceel zat voorheen een garagebedrijf. De woningen zijn verdeeld over twee gebouwen van verschillende hoogtes, die via een ondergrondse, half verdiepte parkeergarage (met daktuin) met elkaar worden verbonden. Door een glooiend talud verdwijnt deze parkeergarage in de groene omgeving. Middels de plaatsing van een ondergrondse kelderwand, werd medio oktober feestelijk stilgestaan bij de (bouw)start van dit bijzondere project, dat om meerdere redenen een brede lach oproept bij ontwikkelaars Johan Lindeboom en Henri van Nieuwenhuizen. Zo verliep het proces relatief snel: van planontwikkeling tot bestemmingsplan vergde drie jaar. Ook opmerkelijk voor een inbreidingslocatie: geen bezwaren. “Dat maken we niet vaak mee en daar zijn we best wel trots op”, zegt Lindeboom.

Mede omdat het plan breed gedragen is, stemde de gemeenteraad in.

Aanpassing De omgeving werd van begin af aan nauw betrokken, wat onder meer leidde tot aanpassing van het ontwerp. Zo hikten omwonenden tegen de bouwhoogte aan, waarop het plan op dit punt is aangepast: richting kruispunt met de Van Wevelinkhovenstraat wat hoger (negen in plaats van acht bouwlagen), richting begraafplaats wat lager (vijf in plaats van zes). De hoogte van het complex wordt maximaal 25 meter, gebaseerd op de gemeentelijke normen en passend binnen deze omgeving.

‘Nieuwstad ligt vlak bij het centrum en Park de Hogenkamp, onderdeel van de stedelijke groenstructuur.’

55


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Door de gebouwen meer naar het kruispunt te plaatsen, wordt afstand bewaard tot de nabije woonwagens. En door de gebouwen anders te positioneren dan aanvankelijk geschetst, kan ook een wandelpad gemaakt worden dat niet direct langs de muur van de begraafplaats loopt. Omwonenden vreesden voor graffiti, wat door de plaatsing van heesters overigens wordt bemoeilijkt.

Ontwerp Tot slot springt dit ontwerp, van MIX architectuur uit Ede, behoorlijk in het oog. De keuze voor deze architect heeft alles te maken met de groene, parkachtige omgeving die het plan kenmerkt. Door te kiezen voor hoogbouw verdubbelt op deze locatie het aantal vierkante meters groen. “Nieuwstad ligt vlak bij het centrum en Park de Hogenkamp, onderdeel van de stedelijke groenstructuur. Met dit plan breiden we het park uit, de gebouwen gaan op in de natuur. Het landschapsontwerp, gemaakt door MAAK space, benadrukt deze natuurlijke omgeving. Rondom de

56

gebouwen ligt een grote tuin”, vertelt Van Nieuwenhuizen. Twee zeventig jaar oude lindebomen zijn dit voorjaar verplant, zegt Lindeboom met een kwinkslag. De verplaatste bomen moeten de privacy van begrafenissen op de naburige begraafplaats waarborgen. Door de ronde vormen, natuurlijke materialen en plantenbakken versterken natuur en architectuur elkaar, zegt Van Nieuwenhuizen. “Gecombineerd met de horizontale lijnen, doorlopende balkons en royale dakterrassen creëren we een weids zicht en vrij gevoel. En dat midden in de stad, uniek.”

Royale balkons De afmetingen van de balkons verklaart deels de grote animo, zeggen de ontwikkelaars. Ze lopen over de volledige breedte van de woning en op sommige plekken ‘overhoeks’, waardoor je op meerdere momenten van de dag in de zon kunt zitten. Hierdoor heb je niet het gevoel


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT opgesloten te zitten. Van Nieuwenhuizen: “Visueel vormen de balkons een krans om het gebouw en sommige zijn zelfs groter dan het vloeroppervlak van de woning.” Nieuwstad is onderdeel van de wijk Diezerpoort. De benaming van het project is een knipoog naar het verleden. Dieze was in de vroege middeleeuwen een zelfstandige boermarke, maar werd in 1384 aan Zwolle toegevoegd. Hiermee is Dieze een van de oudste wijken van Zwolle. In de zeventiende eeuw was deze plek, die ook wel ‘Nijstad’ werd genoemd, een belangrijke voorstad van Zwolle. Veel mensen liepen hier doorheen als ze naar de markt in het centrum gingen.

Parkeergarage Op de begane grond bevindt zich een inpandige fietsenstalling en de parkeergarage biedt plek aan 78 auto’s met oplaadpunten op aanvraag. Hier is ook ruimte gereserveerd voor drie deelauto’s. Naast de entree is een gemeenschappelijke, sfeervolle ruimte met keuken en toegang tot de binnentuin. “Een geschikte plek om je verjaardag te vieren, te vergaderen of er een thuiswerkdag van te maken”, zegt Lindeboom. De plannenmakers van BEMOG grijpen het project aan om een rijksmonumentale kapel op de katholieke begraafplaats weer zichtbaar te maken vanaf de openbare weg. “Die is echt schitterend”, verklaart Lindeboom deze stap.

Betaalbaar Zeventig procent van de woningen valt binnen de categorie betaalbaar (onder de vier ton, deels sociale huur). Bijna alle 61 particuliere appartementen zijn verkocht, woningcorporatie deltaWonen neemt de overige 26 appartementen af. De start van de verkoop, december vorig jaar, gaf daarvoor al een indicatie. Op deze avond in theater de Spiegel kwamen honderden mensen af. De appartementen zijn vooral bedoeld voor Zwollenaren (senioren en starters) om de lokale doorstroming te bevorderen.

Nieuwstad vormt straks de westelijke entree voor de stad. Als de planning wordt gehaald vieren bewoners kerst 2027 in hun nieuwe woning. Lindeboom: “Dit zijn voor ons de leukere projecten, je wilt dingen maken die mooi zijn en dit is ook nog in eigen stad.” Van Nieuwenhuizen vult aan. “Alles is raak, iedereen blij, van buren tot toekomstige bewoners.”

‘Visueel vormen de balkons een krans om het gebouw en sommige zijn zelfs groter dan het vloeroppervlak van de woning.’

57


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Wethouder Alwin te Rietstap gemeente Hardenberg:

‟Hardenberg zet seinen op groen voor herontwikkeling stationsgebied” Foto: Jasper van der Zwan

“We moeten als Hardenberg initiatief nemen, lef tonen en voortvarend aan de slag gaan met de ontwikkeling van het stationsgebied”, klinkt wethouder Alwin te Rietstap vastberaden. “Deze plek heeft alles in zich om hét visitekaartje van Hardenberg te worden. We brengen er wonen, werken, zorg, onderwijs en openbaar vervoer samen. Daarom moeten we niet op de bagagedrager zitten en wachten op andere ontwikkelingen of partijen. We zetten zelf een stap naar een nieuwe toekomst voor het stationsgebied.”

58


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT “Het stationsgebied ligt op een unieke locatie. Daarvan hebben we er maar eentje. Mariënberg en Gramsbergen hebben ook een station, maar niet met de knooppuntfunctie van Hardenberg. Dit gebied biedt zoveel kansen, die moeten we als gemeente wel inkoppen”, voegt projectleider Remko Schlepers daar nog aan toe.

Onder het spoor door Het spoor verdeelt het stationsgebied nu in twee delen: aan de oostzijde het ziekenhuis met ruime parkeerterreinen en sportvoorzieningen, aan de westzijde het stadscentrum, scholen én nog wat onbebouwd terrein. Een onderdoorgang moet de twee delen op termijn gaan verbinden. De komst van de Nedersaksenlijn - de spoorverbinding tussen Enschede en Groningen die in 2035 in gebruik genomen moet worden – maakt Hardenberg nog beter bereikbaar. Zo wordt het station een knooppunt in de regio. “De ontwikkeling van het stationsgebied is aan de ene kant ambitieus en wenselijk, maar ook cruciaal voor de gemeente Hardenberg”, zo vervolgt Te Rietstap. “Hier komt zoveel samen op het gebied van voorzieningen, bedrijvigheid, innovatie, onderwijs, het ziekenhuis en toekomstbestendig wonen. Door alles slim met elkaar te verbinden, ontstaat een dynamisch stadsdeel. Dat is goed voor de

economische groei en bloei van Hardenberg en voor de regio. Het stationsgebied vervult daarin écht een spilfunctie en biedt alle kansen.” Het toekomstbeeld voor het stationsgebied richt zich op het jaar 2040. Maar eerst een stap terug in de tijd. De plannen voor het stationsgebied kennen een lange aanloop. Al sinds 2010 denkt de gemeente Hardenberg na over verbetering van de het gebied. Schlepers: Aan het begin was de opzet nog heel ‘spoors’. Het ging over een onderdoorgang om de west- en oostkant met elkaar te verbinden, het verbreden van het middenperron, het parkeren van fietsen en auto’s. Dus eigenlijk alleen over mobiliteit. De afgelopen twee jaar hebben we gewerkt aan een verbreding met wonen, werken en onderwijs. Want juist die combinatie van functies maakt dit gebied sterker. Het is nu echt een integrale gebiedsontwikkeling.”

‘De ontwikkeling van het stationsgebied is aan de ene kant ambitieus en wenselijk, maar ook cruciaal voor de gemeente Hardenberg.’ Vogelvlucht gebiedsvisie Stationsgebied Hardenberg

59


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Stationsgebied scholen sportboulevard en ziekenhuis

“We hebben inmiddels een zogenaamde gebiedscoalitie gevormd met alle belangrijke eigenaren en partners. Naast de gemeente zijn dat de woningcorporatie, Saxenburgh Medisch Centrum, onderwijsinstellingen, IQonIQ, ondernemers, NS en ProRail.”

Lef tonen Ook de gemeenteraad is steeds betrokken in de diverse planfases en stemde in november in met de uitgangspunten voor de ontwikkeling. De wethouder kijkt met genoegen terug op dat proces. “Los van dat het supermooi is om in gezamenlijkheid op te trekken, vond ik het ook mooi dat de raad de ontwikkeling omarmde en zelf ook richting gaf aan het plan. Dat deden de raadsleden door zich uit te spreken over de doelen die we hiermee nastreven, de kosten en het gesprek met de omgeving. Je moet zelf een heldere visie voor ogen hebben, je huiswerk op orde hebben en lef tonen. Dat heeft de raad nu gedaan.” De gebiedsontwikkeling steunt op vier speerpunten: • Levendig stadsdeel • Kwalitatieve OV-knoop • Groene en duurzame openbare ruimte • Duurzame mobiliteit

60

Te Rietstap en Schlepers bespreken de vier punten op hoofdlijnen. Een zeer belangrijke pijler is het ontwikkelen van een levendig stadsdeel met wonen, werken en voorzieningen. Hardenberg wil in het stationsgebied tussen de 450 en 500 woningen realiseren, voor allerlei doelgroepen met een mooie mix van woningtypes. Schlepers: “Je kunt juist hier andere woningtypes neerzetten, want je hebt bedrijvigheid, dynamiek en de loop van en naar het station, wat het weer aantrekkelijk maakt voor bijvoorbeeld startups en studenten. Stationslocaties zijn toch wat minder autoafhankelijk en juist wat vaker van de fiets of openbaar vervoer. Dat trekt jongeren, jonge stellen en starters aan. Voor hen zou dit prima een eerste stap kunnen zijn in hun wooncarrière. We hebben huur en betaalbare koop. Appartementen, gestapelde bouw, maar ook grondgebonden. Want we denken ook zeker aan de steeds vitaler wordende ouderen.” Hoe die verdeling en opzet exact worden, is om maar even een bouwterm te gebruiken nu nog niet in beton gegoten. De wethouder en projectleider benadrukken dat het niet


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT gaat om een traditionele woonwijk: “We zetten heel erg in op de combinatie met het ondernemerschap, het oprichten van een community en het creëren van een ander woonmilieu dan dat we in Hardenberg kennen. In het gebied is ook ruimte voor horeca, bedrijvigheid en voorzieningen die het gebied levendig maken.”

Silicon Vechtdal En dan is er nog de zogenaamde MAAKhal, die dicht bij het station komt. “Hier zetten we de maakindustrie, waar we als Hardenberg groot in zijn, in de etalage. We hebben juweeltjes van bedrijven die high tech zijn en heel specifiek werk verrichten, al is dat niet altijd even zichtbaar. Gekscherend worden die weleens Silicon Vechtdal genoemd. Op initiatief van het platform voor de maakindustrie IQonIQ brengen we dit in de MAAKhal samen met voortgezet en techniekonderwijs. Want die hebben elkaar allemaal nodig”, licht Schlepers toe. “Verder kunnen bedrijven in de MAAKhal talenten en potentiële werknemers opleiden, is er ruimte voor innovatie en kunnen nieuwe ondernemers hier starten.” “Een leefbare stad begint bij een prettige en groene omgeving. Daarom is dit ook een belangrijk speerpunt. Een beetje station in de stad is normaal gesproken ook een entree naar je stad. Dat is nu absoluut niet zo. Dat horen we ook terug. Het is een beetje zoeken. Waar ben ik nu? Waar kom ik nou aan? Dat kan veel beter. Het kan warmer. Groener ook. Een stationsgebied waar je wilt zijn, ook als je de trein niet neemt”, meent Te Rietstap. Bij het speerpunt duurzame mobiliteit worden de termen autoluw, fietsverbindingen en efficiënte parkeerhubs, genoemd. “Dat is gewoon de toekomst, alleen het is ook een prijzige oplossing. Dat komt in een volgende fase.” De gemeente werkt de uitgangspunten voor het stationsgebied nu uit in een gebiedsprogramma. “Dat doen we samen

met inwoners en betrokken partijen. We hopen volgend jaar zomer de raad het definitieve gebiedsprogramma voor te leggen. Dan heb je nog twee jaar nodig om alle vergunningen rond te krijgen. De eerste bouwfase aan de westzijde van het station zou in 2028 kunnen starten. Om te beginnen met de bouw van ruim 100 woningen. Daarna volgt de oostzijde, richting 2032 en als alles volgens plan verloopt, is het hele gebied rond 2040 afgerond”, schetst Schlepers.

‘Een leefbare stad begint bij een prettige en groene omgeving. Daarom is dit ook een belangrijk speerpunt.’ Stevige lobby En dan tot slot: de financiering. Te Rietstap: “Belangrijk is dat we bij elke stap kijken naar de financiën. We verwachten een investering in het stationsgebied van circa 24 miljoen euro. Om dat rond te krijgen, zijn we een stevige lobby gestart richting andere belanghebbenden. Ook zetten we in op financiering van de rijksoverheid voor de benodigde aanpassingen aan het station, vanwege de komst van de Nedersaksenlijn.” Wat Te Rietstap en Schlepers betreft staan alle seinen op groen voor de gebiedsontwikkeling van het huidige stationsgebied. “We maken van het stationsgebied een bruisend, groen en verbonden hart van de stad. Een plek voor iedereen, nu en in de toekomst. Het wordt het visitekaartje van de stad”, besluit Te Rietstap. “Deze plannen zijn nog geen eindpunt, maar het begin van een gezamenlijk traject met bewoners, ondernemers, ontwikkelaars en andere belanghebbenden. Zo ontwikkelt het stationsgebied zich stap voor stap tot een plek die echt past bij Hardenberg.”, vult Schlepers nog aan.

61


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Wethouder Didi Dorrestijn van gemeente Hardenberg:

“Hoe Hardenberg de wooncrisis buiten de deur houdtˮ Foto: Jasper van der Zwan

62


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Wie wethouder Didi Dorrestijn aan het woord laat over toekomstbestendige woningbouw in de gemeente, zou bijna denken dat er helemaal geen wooncrisis is in Hardenberg. Er is voldoende ruimte om te bouwen en door een lange termijnvisie zijn al vroegtijdig grote bestemmingsplannen vastgesteld. “Een toverstokje? Nee, maar we zorgen er wel voor dat plannen ‘panklaar zijn’, zodat er geen stilstand ontstaat.” “De gemeente Hardenberg groeit naar de 65.000 inwoners. Waarschijnlijk halen we dat aantal al in 2027, terwijl we oorspronkelijk uitgingen van 2030”, aldus Maurits Materman. Hij is bij de gemeente Hardenberg procesversneller woningbouw.

Woondeal De gemeente zet vol in om de komende jaren minimaal 400 woningen per jaar te bouwen. Dat aantal komt niet alleen voort uit de bevolkingsprognose, maar ook uit de Woondeal West-Overijssel 2025-2030. Daarin staat dat in die regio tussen 2022 en 2030 minimaal 28.200 woningen gebouwd moeten worden. Voor Hardenberg ligt het aantal gerealiseerde woningen tussen 2022 en 2024 op bijna 1.000. In 2025 werden al rond de 300 woningen gebouwd. Daarmee realiseert Hardenberg, naast Zwolle en Deventer, de meeste woningen van de elf bij de Woondeal betrokken gemeenten.

Dorrestijn en Materman zien dat mensen zich graag in de gemeente Hardenberg vestigen. “Onze gemeente is economisch sterk in ontwikkeling. Er zit hier veel maakindustrie en die bedrijven hebben ook goede mensen nodig. Dat versterkt elkaar. Ook horen we dat oud-inwoners graag weer terug willen of zich hier willen vestigen, omdat de wijken ruim en groen zijn. Dat zie je niet overal meer”, vult de wethouder aan. “Maar vooropgesteld, we willen ook ruimte blijven bieden aan landbouw en de plattelandsgemeente blijven die we nu zijn.”

‘De raad durfde vooruit te kijken, heeft hiervoor jaren geleden al geld vrijgemaakt en vertrouwen uitgesproken.’ Bransveen, Dedemsvaart

63


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Maarslanden,

Lef getoond

Hardenberg

Er is nog een belangrijke reden waarom Hardenberg met verve door blijft bouwen. ”De raad durfde vooruit te kijken, heeft hiervoor jaren geleden al geld vrijgemaakt en vertrouwen uitgesproken”, aldus Dorrestijn. “Hardenberg heeft de keuze gemaakt voor voorkeursrecht op een aantal locaties. Daardoor hebben we als gemeente een goede eigen grondpositie en zijn onze plannen ‘panklaar’. Tegelijkertijd bereiden we voor de periode na 2028 nieuwe plannen voor.” “Daarnaast hebben we een bewuste keuze gemaakt om grote bestemmingsplannen te maken”, vult Materman aan. ´Waar we tien jaar geleden nog 60 woningen planden, doen we er nu 150 tot 160 tegelijk. Daardoor kunnen we blijven bouwen.” Dorrestijn: “Als gemeente moet je dat vertrouwen van bouwpartners, potentiële kopers en werkgevers in een continue bouwstroom wel blijven waarmaken.

64

Daarom praten we al vroeg in het proces ook met omwonenden. Samen kun je veel oplossen en dat voorkomt verrassingen en bezwaren. Tot nu toe lukt het ons aardig om die plannen uiteindelijk zonder bezwaar en de bijbehorende vertraging onherroepelijk te krijgen.”

Sterk fundament Het programma Versnelling Woningbouw vormt een sterk fundament onder de huidige Hardenbergse aanpak. Daarin komt het aantal van 400-500 te bouwen woningen per jaar naar voren en ook de globale verdeling: 30% sociale huurwoningen, 40% middenhuur en betaalbare koopwoningen en 30% vrije sector huur- of koopwoningen. De norm voor betaalbare (starters) woningen is in Hardenberg vastgesteld op 275.000 euro – landelijk is dat nu 420.000 euro. Verder bouwt de woningstichting tot en met 2030 ongeveer 950 sociale en middenhuurwoningen.


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT In Hardenberg zelf wordt gebouwd, maar zeker ook in de omliggende dorpen en kernen. Zo krijgt Dedemsvaart er zo’n 600 woningen bij, Balkbrug 200, Slagharen met Kraneplas 130 en in Bergentheim is er project Möllincksvaart met zo’n 170 woningen. Ook de kleinere kernen profiteren. Materman: “Op die manier houd je de voorzieningen op peil en blijven kernen vitaal. In Hardenberg komen in het stationsgebied ruim 450 woningen. In Marslanden praat je over het dubbele aantal. Nieuwbouwproject De Vechte is een mooi voorbeeld van meerdere appartementengebouwen midden in het centrum, met in totaal ongeveer 170 woningen, waarvan 110 sociale huur.”

Eigen huis In de komende jaren met de wind in de rug mooie aantallen woningen bouwen is één. Nauwlettend kijken naar de verschillende woontypes is twee. “We willen starters, gezinnen en zeker ook ouderen zoveel mogelijk helpen om een betaalbare woning in de gemeente te vinden. Daarbij stimuleren we het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO)-projecten, waarbij jonge mensen en ouderen samen hun eigen huizen bouwen. We zien dat dat aanslaat. Ook denken we aan modulaire woningen, beneden-bovenwoningen, kleine en compacte appartementen en flexwoningen. We moeten ook verder kijken. Gaan we woningen splitsen? Leegstand meer bestrijden? En voegen we tijdelijke woningen toe? Bovendien stimuleren we de doorstroming om de woningmarkt in beweging te houden”, schetst de wethouder, die aan het eind van het gesprek nog even verwijst naar de zogenaamde Groene en Gezonde Maatlat.

aan. Hoe zorgen we dat we dat met elkaar verbinden, welke ambities spreken we af en hoe gaan we zo’n nieuwe wijk dan inrichten? Ook daarin nam de gemeenteraad zelf het voortouw.”

‘Als je wijken wilt bouwen, dan wil je dat duurzaam, klimaatbestendig en met voldoende groenvoorzieningen realiseren.’ Wooncrisis of niet? De Hardenbergse aanpak staat als een huis, aldus de gemeente. Toch blijft zorgvuldigheid van groot belang. “We moeten er wel de tijd voor nemen en het goed doen”, aldus Materman. “We staan als gemeente zelf aan de lat, maar zonder onze samenwerkingspartners en in het bijzonder Vechtdal Wonen kunnen wij dit allemaal niet realiseren.” “Klopt, alleen soms krijgen we de vraag of het niet nog wat sneller kan,” lacht Dorrestijn. “Dat zegt genoeg over de energie hier in de gemeente Hardenberg.”

Havezate Es, Hardenberg

Gezondheid “Als je wijken wilt bouwen, dan wil je dat duurzaam, klimaatbestendig en met voldoende groenvoorzieningen realiseren”, legt Dorrestijn uit. “Wij vliegen dat ook echt vanuit een gezonde woonomgeving

65


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Lamberink Makelaars & Adviseurs:

“Midden in de bouwwereld”

Van links naar rechts; Ilse Jasper, Iris Boschma, René Warnders, Zwanet Akker, Anita Timmer en Bauke Wierda.

66


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Lamberink Makelaars & Adviseurs is het grootste makelaarskantoor van het Noorden. Dagelijks zijn meer dan 80 medewerkers actief in de noordelijke vastgoedmarkt. Hun lokale kennis, aangevuld met relevante data, maakt dat Lamberink goed kan inspelen op de markt. Daardoor ligt hun kracht niet alleen aan de aanbodzijde, maar is ook de vraagzijde goed in beeld. Het bedrijf adviseert zowel ontwikkelaars en aannemers, als gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties bij uitbreidingsplannen met heldere adviezen en scherpe marktanalyses. “In Noord-Nederland zijn wij bij veel projecten betrokken, bij zowel lokale als regionale initiatieven. Of het nu gaat om een kleinschalig project in een dorp of een project van een paar honderd woningen bij een grote stad. We staan midden in de bouwwereld. We trekken samen op met ontwikkelaars en aannemers, maar we denken ook mee bij vraagstukken van gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties”, vertelt interim manager Bauke Wierda. Hij en zijn team nieuwbouwmakelaars en adviseurs vertellen hier samen enthousiast over het bedrijf en hun samenwerking.

Alles onder één dak Het familiebedrijf bestaat al meer dan 37 jaar. Harry Lamberink richtte het bedrijf in 1988 op en heeft het, samen met de medewerkers, opgebouwd tot waar het nu staat.

het Noorden, we zijn goed op de hoogte van wat er speelt en we kunnen goed inspelen op vragen uit de markt.” “In die rol vervullen wij een sleutelrol, zowel voor onze zakelijke opdrachtgevers als voor onze particuliere klanten. Het is immers de kunst om vraag en aanbod op de juiste manier aan elkaar te koppelen”, vult Wierda aan.

‘Met onze diepgaande data en marktkennis kunnen wij actuele vragen uit de markt haarscherp in beeld brengen.’

Bauke Wierda: “Wij bieden alles onder één dak op het gebied van wonen, bedrijfshuisvesting, taxaties, nieuwbouw, hypotheken en verzekeringen. Zo kunnen wij de markt optimaal bedienen. Wij ontzorgen de klant; of dit nu de ontwikkelaar is of de eindklant. Kenmerkend daarbij is de persoonlijke aanpak; het belang van de klant staat altijd op nummer 1.”

Regionaal en lokaal geworteld Met elf vestigingen verspreid over de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Noordoost-Overijssel is Lamberink verweven met Noord-Nederland. Nieuwbouwspecialist Anita Timmer licht het als volgt toe: “Wij zijn lokaal én regionaal geworteld. We kennen NoordNederland door en door. Ongeacht waar in

67


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT op een bepaalde locatie. Al onze inzichten in de lokale woningmarkt delen we met gemeenten, provincies, ontwikkelaars, aannemers en woningbouwcorporaties, zodat zij hun inzichten kunnen optimaliseren en faalkosten kunnen reduceren. Wij denken écht mee.”

Unieke database

Diepgaande marktkennis “We hebben data tot op postcodeniveau; we weten daardoor precies wat de woonbehoefte is en wat de woonwensen zijn qua woningtypes, oppervlakte, locaties, budgetten voor koop en huur, etc. Bij nieuwbouwprojecten zijn deze data belangrijk. Al ver voordat een project daadwerkelijk van de grond komt, hebben wij al veel wensen van de geïnteresseerden in beeld en ruim voordat de eerste steen geplaatst is, bereiken wij deze groep via onze nieuwsbrieven en andere media”, vertelt nieuwbouwspecialist Zwanet Akker.

‘We staan midden in de bouwwereld. We bedienen ontwikkelaars en aannemers, maar we denken ook mee gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties.’ “Met deze diepgaande marktkennis kunnen we actuele vragen uit de markt haarscherp in beeld brengen. Zo kunnen we de vraagzijde goed in beeld brengen waardoor het voor een ontwikkelaar duidelijk wordt of het zin heeft om de grond aan te kopen

68

Wierda: “Wij zijn als partner aangesloten bij Dynamis, een landelijk samenwerkingsverband met 13 vastgoedpartners op het gebied van research, kennisdeling, opleiding, marketing en acquisitie. Samen hebben wij een landelijke database gebouwd met inzichten in de markt op doelgroepniveau die verrijkt wordt met de lokale kennis. Hiermee kunnen we heel specifiek de actuele vraag en woonbehoefte in beeld brengen.” “Wij verdiepen deze database steeds verder met nieuwe tools en meer data. We kunnen opdrachtgevers realtime inzicht geven in relevante data van meer dan 8 miljoen huishoudens. Met deze unieke uitgebreide database zijn we nog meer van toegevoegde waarde voor de hele keten”, voegt nieuwbouwadviseur Iris Boschma toe. Nieuwbouwspecialist René Warnders vervolgt: “We adviseren niet alleen ontwikkelaars en aannemers, maar ook gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties. Gemeenten vragen ons bijvoorbeeld voor een marktanalyse of advies bij nieuwe uitbreidingsplannen. Die plannen zijn vaak een kwestie van een lange adem, zo’n plan wordt dus ook tussentijds regelmatig getoetst. Het is weleens gebeurd dat een plan met vooral vrijstaande woningen aangepast is naar vooral 2-onder-1-kap woningen omdat dat beter aansloot op de vraag. Het blijft altijd balanceren tussen vraag en aanbod, dat moet altijd op elkaar afgestemd zijn.”

Synergiekansen zien Wierda: “Het is voor ons heel vanzelfsprekend dat we een vraag uit de markt ook even bij een andere afdeling


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT neerleggen om mee te kijken, zodat we de vraag nog breder kunnen beantwoorden. We zien dan synergiekansen voor de hele organisatie.” Hij geeft een voorbeeld om de synergie en samenwerking tussen de bedrijfsmakelaars, woningmakelaars, nieuwbouwmakelaars en financieel adviseurs te illustreren: “Stel, de lokale slager, gevestigd op een mooie prominente plek in het dorp, stopt omdat hij geen opvolging heeft. Hij neemt contact op met onze bedrijfsmakelaars om het pand in verkoop te nemen. We kijken dan verder dan alleen de verkoop en de huidige functie en bestemming. We onderzoeken mogelijk nieuwe functies van een locatie, zoals transformatie of herontwikkeling naar wonen. Daarom vragen we ook onze nieuwbouwmakelaars om mee te kijken bij deze locatie.”

de lokale markt en zij kunnen de woning uiteindelijk in verkoop nemen. Daarnaast speelt er natuurlijk ook altijd een financiële vraag; hoe werkt dat nu eigenlijk met een nieuwbouwwoning en kan ik dat betalen? Dan komen onze financieel adviseurs om de hoek kijken. De klanten weten dan snel waar ze staan en wat hun mogelijkheden zijn om onbezorgd de keuze voor hun nieuwe woning maken.” “Kortom”, besluit hij, “al onze afdelingen komen aan bod. Van het eerste advies van de bedrijfsmakelaar en het idee voor nieuwbouw tot alles tot in de puntjes regelen voor de potentiële kopers van de appartementen.”

Passend plan Hij vervolgt: “Onze nieuwbouwmakelaars kunnen met hun kennis en ervaring, en natuurlijk ook met onze data, snel inschatten wat mogelijk is op die plek. Ze maken een analyse van de lokale vraag uit de markt en samen met Dynamis zetten ze de data om in een passend plan. Stel dat de plek van de slagerij goed geschikt is voor het bouwen van een appartementencomplex dat past bij de vraag in de omgeving, dan gaan we op zoek naar een ontwikkelaar om mee te denken over de mogelijkheden. De bedrijfsmakelaars verkopen het pand aan de ontwikkelaar waarmee de slager de beste opbrengst heeft. De nieuwbouwmakelaars pakken het traject vervolgens verder op en zij kunnen de ontwikkelaar van A tot Z ondersteunen op verkoopgebied.” “Bij de verkoop van het nieuwe appartementencomplex trekken de verschillende afdelingen binnen Lamberink ook weer samen op. Geïnteresseerden willen weten hoeveel hun huidige woning waard is en hoe snel deze verkocht kan worden. Onze woningmakelaars kunnen hen snel informeren met hun kennis van

69


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

“Modulaire bouw is de toekomst!” Sieb Meijer (links) en Ben de Roo, in het Experience Center van Daiwa House Modular Europe

Daiwa House Modular Europe, specialist in modulair gebouwde hoogwaardige woningen, maakt een gezonde groei door. Afgelopen jaren werden er in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel al diverse projecten gerealiseerd. Als het aan Ben de Roo en Sieb Meijer, beiden sinds september van dit jaar werkzaam als woningbouwadviseur bij de vestiging in Eemshaven, ligt komen daar nog veel meer mooie modulaire woningbouwprojecten bij. Ben de Roo: “Ik ben een Drent en woon, met veel plezier, al mijn hele leven in Zuidwolde. Lezers zitten volgens mij niet te wachten op mijn hele C.V, maar ik mag wel zeggen dat ik aardig wat ervaring heb in het bouwen met modules. Ik heb onder meer gewerkt voor het toenmalige Direktbouw in Coevorden en na daar een aantal jaren technisch werk gedaan te hebben wilde ik iets anders. Uit een competentietest bleek dat ik zowel technische als commerciële kwaliteiten heb. In mijn huidige functie komt die combinatie goed van pas.” Sieb Meijer: “Mijn wortels liggen in Groningen. Daar ben ik geboren en getogen en ben ik naar school gegaan. Ik heb wat minder ervaring dan Ben maar ben minstens net zo enthousiast over modulaire woningbouw als hij. Afgelopen 3,5 jaar werkte ik bij Daiwa House als projectleider aan

70

allerlei woningbouwopdrachten voor Nationaal Coördinator Groningen. Dit overheidsorgaan is verantwoordelijk voor de huisvesting van slachtoffers van de aardbevingen in de provincie Groningen. Bij mijn vorige job had ik onder meer veel contact met regionale aannemers en overige toeleveranciers in het Noorden en Oosten van Nederland. Ik wilde binnen Daiwa House meer de advieskant op en ben dan ook heel blij met mijn nieuwe functie.”

‘Onze woningen gaan minstens 80 tot 100 jaar mee!’ Ben de Roo


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Soort van Lego

Bijzonder duurzaam

Ben: “Daiwa House Modular Europe is geen traditioneel bouwbedrijf. Onze vestigingen in Montfoort in de provincie Utrecht (ook hoofdkantoor) en Eemshaven zijn gespecialiseerd in het fabrieksmatig produceren van complete woningbouwmodules van permanente kwaliteit. Je kunt het zien als een soort Lego voor grote mensen. We werken met hout, staal en beton en bieden keuze uit diverse maten modules en gevelstijlen. Onze klanten zijn woningcorporaties, gemeentes, projectontwikkelaars en beleggers.”

Ben sluit af: “Vergeleken met de traditionele bouw hebben we een 50% lagere CO2uitstoot. Het geheim? We hebben veel minder transportbewegingen en gebruiken duurzame en herbruikbare componenten. Onze hoogwaardige modules kunnen na 15 jaar of zelfs na vele decennia van gebruik uit elkaar worden gehaald en op een andere locatie opnieuw worden ingezet. Wij hoeven dus niets te slopen. Onze woningen hebben een lange levensduur. Kortom: we leveren in korte tijd toekomstbestendige woonoplossingen.” Interesse? Laten we vrijblijvend kennismaken, dat kan bijvoorbeeld via onze website (dhme.eu).

Lopende band Sieb voegt enthousiast toe: “Een realisatietijd van 6 of 7 maanden is bij ons eerder regel dan uitzondering. Voorbereidende werkzaamheden op de bouwlocatie worden grotendeels gelijktijdig uitgevoerd met de productie in onze fabriek. We maken duurzame modules voor onder andere studentenhuisvesting, seniorenappartementen en grondgebonden woningen letterlijk aan de lopende band.”

Project NCG (Nationaal Coördinator Groningen), locatie: Appingedam, Burg. Welleman

50% sneller Volgens Sieb is snelheid een belangrijk pluspunt van de modulaire bouwwijze van Daiwa House: “De bouw van een complete woning in onze gerobotiseerde fabriek kost slechts een dag. Alles zit er dan in: elektra, leidingwerk, keuken, sanitaire voorzieningen, de badkamer, enzovoort. Modules hoeven dan alleen nog maar te worden vervoerd naar de bouwlocatie. Het plaatsen en monteren van de modules kost 1 dag. Vervolgens brengen we de gevelbekleding aan en sluiten we alle leidingen aan. We bouwen tot 50% sneller dan traditionele bouwers.”

‘We kunnen jaarlijks 10.000 woningen maken.’ Sieb Meijer

71


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Wethouder Miriam Slomp-Dekkers:

“Steenwijkerland biedt ondernemers helpende hand bij versterken lokale economie” 72


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Bioscoop, Steenwijk. Foto: Wilbert Bijzitter

In Steenwijkerland werken gemeente en ondernemers samen aan een vitale binnenstad en een goed vestigingsklimaat. De aanwezigheid van 3000 ondernemers geven de plattelandsgemeente een stevige dynamiek. De focus ligt op toekomstbestendige bedrijventerreinen, het aanpakken van leegstand in de binnenstad, het stimuleren van duurzaamheid en het benutten van de toeristische potentie, zo vertellen wethouder Miriam Slomp-Dekkers en beleidsmedewerker René Sturre. Om ondernemers te steunen werkt de gemeente intensief samen met de Business Club Steenwijkerland, zegt Slomp-Dekkers (VVD), die als wethouder economie verantwoordelijk is voor de lokale economie. Deze samenwerking is volgens haar uniek in de regio. Als voorbeeld noemt ze de regionale praktijkacademie. “Opgezet voor en door het bedrijfsleven en door ons als gemeente van harte gefaciliteerd. Leerlingen gaan naar school en leren in de praktijk. Het is een mooie oplossing voor bedrijven die op zoek zijn naar gekwalificeerd personeel.

‘Leerlingen gaan naar school en leren in de praktijk. Het is een mooie oplossing voor bedrijven die op zoek zijn naar gekwalificeerd personeel.’

73


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Daarnaast is het RPA onderdeel van de stationsomgeving die onlangs een fikse makeover heeft gekregen. Daarmee is het intercitystation (naast de functie van openbaar vervoer) de poort naar ons mooie gebied en biedt het tegelijkertijd een leeromgeving voor jongeren.”

‘Maakindustrie, jachtbouw en toerisme

Slomp-Dekkers: “We zijn intermediair bij problemen, die om een collectieve oplossing vragen, zoals netcongestie. Maar we helpen bijvoorbeeld ook bij het verduurzamen van bedrijventerreinen.” Een ander concreet voorbeeld van ondersteuning is de inzet van twee accountmanagers die bedrijfsbezoeken afleggen en ondernemers de weg wijzen op het gebied van kennis, vergunningen, subsidies et cetera.

zijn in Steenwijkerland belangrijke

Banen

sectoren, waarbij de gemeente de balans tussen economie, ecologie en leefbaarheid scherp in het oog houdt.’ Prestatieafspraken De gemeente en de ondernemers hebben afspraken gemaakt over gezamenlijke doelen die worden omgezet in jaarlijkse prestatieafspraken tussen de gemeente en de Businessclub, zoals lokale inkoop, de realisatie van een nieuw bedrijventerrein en het oplossen van tekorten op de arbeidsmarkt. Steenwijkerland richt zich met haar ondersteuning vooral op het midden- en kleinbedrijf. De gemeente ziet diverse uitdagingen én kansen voor de lokale economie, bijvoorbeeld als het gaat om innovatie en digitalisering in het MKB. Sturre: “We bieden daarin de helpende hand, want we begrijpen dat de ondernemer ook andere prioriteiten heeft. Denk aan het delen van kennis door het organiseren van bijeenkomsten over thema’s als kunstmatige intelligentie (AI), digitalisering en cybercrime. Daarmee willen we ondernemers bewust maken en inspireren tot verandering en investering”, zegt Sturre die als senior beleidsmedewerker economie en toerisme al jaren voor de publieke zaak werkt.

74

Door de goede samenwerking tussen gemeente, de Business Club Steenwijkerland en het lokale bedrijfsleven is er een goed vestigingsklimaat in de gemeente, zegt Slomp-Dekkers: “Het aantal banen is nog nooit zo groot geweest.” Door de economische groei is er behoefte aan uitbreiding van bedrijventerreinen, met name in Vollenhove. Verder wordt in samenwerking met Meppel gekeken naar een regionaal bedrijventerrein en liggen er plannen om bestaande, verouderde bedrijventerreinen te revitaliseren en toekomstbestendig te maken. Maakindustrie, jachtbouw en toerisme zijn in Steenwijkerland belangrijke sectoren, waarbij de gemeente de balans tussen economie, ecologie en leefbaarheid scherp in het oog houdt. Nationaal Park Weerribben-Wieden is ook een recreatieve trekpleister en een prachtige woonomgeving. De uitdaging is om daar een goede balans in te vinden, stelt SlompDekkers.

Vitale binnenstad Met 18.000 inwoners is Steenwijk de grootste woonkern binnen deze plattelandsgemeente. Zoals de meeste grotere plaatsen, kampt ook de binnenstad van Steenwijk met de nodige leegstand. Vooral de explosieve toename van online shoppen is hieraan debet. Een feit, maar geen reden tot pessimisme. In samenwerking met ondernemers en bewoners is een zogeheten


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

uitvoeringsagenda gemaakt om het historische stadscentrum aantrekkelijk te houden. “Dat begint met een grondige analyse, deze wordt naar verwachting volgend jaar afgerond”, zegt Sturre. “Niet dat we helemaal in het duister tasten, want we hebben goed contact met alle belanghebbenden.” De provincie Overijssel riep een aantal jaren geleden het stadsarrangement in het leven om binnensteden vitaal te houden. De bijdrage van 75.000 euro wordt door de gemeente verdubbeld. “Die is nu voor de tweede keer toegekend”, zegt de wethouder. Om de vestingstad nog meer elan te geven zal een retailexpert aan de slag gaan met

de leegstand in de binnenstad. En zo zijn er meer ideeën. Ook het plan voor een compleet nieuw museum speelt hierin een belangrijke rol. Dit nieuwe museum, een combinatie van drie bestaande musea, is voorzien in de Spijkervetstallen in de Kalverstraat en wordt gecombineerd met de bibliotheek, die naar de Marktpanden in de binnenstad verhuist.

Markt, Steenwijk Foto: MarketingOost

‘De provincie Overijssel riep een aantal jaren geleden het stadsarrangement in het leven om binnensteden vitaal te houden.’

75


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Spijkervetstallen

Identiteit

Steenwijk

Het museum moet de identiteit van de stad versterken en toeristen aantrekken, met name door een koppeling met de historie van het gebied. Momenteel wordt er gekeken naar de financiering, organisatie, collectie en locatie. “Ik verwacht daar met een aantal maanden duidelijkheid over”, zegt Slomp-Dekkers, die een grote rol ziet weggelegd voor jonge ondernemers om de binnenstad te laten bruisen, bijvoorbeeld bij de vele evenementen. “Zij hebben vaak creatieve ideeën en energie. Daar willen we graag gebruik van maken. We willen samen met hen kijken hoe zij de vitaliteit in de binnenstad kunnen houden.”

Foto: MarketingOost

76

De wethouder constateert dat er veel gebeurt in Steenwijkerland op het gebied van samenwerking tussen ondernemers en gemeente. “We doen er gezamenlijk veel aan om de economie vitaal te houden en voldoende werkgelegenheid te houden voor het groeiende aantal inwoners van dit prachtige gebied midden in de Weerribben Wieden.”


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Wethouder Melvin Smit, Steenwijkerland trekt alles uit de kast om in woningbehoefte te voorzien:

“Er staat veel te gebeuren” 77


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT Steenwijkerland is qua oppervlak een van de grootste gemeenten van Overijssel: een uitgestrekte plattelandsgemeente met zo’n 40 kernen en vestingstad Steenwijk als ‘hoofdstad’. Een groeigemeente bovendien, waarbij het dagelijks bestuur ernaar streeft om in zowel de lokale als bovenregionale woonbehoefte te voorzien. Hoe wil wethouder Melvin Smit dit bereiken? De vraag naar extra woningen blijft de komende tijd onverminderd hoog, Steenwijkerland vormt daarop geen uitzondering. “De schatting is dat er tot 2035 nog 1.600 tot 2.100 woningen gebouwd moeten worden om aan de lokale en regionale vraag te voldoen”, stelt Melvin Smit, wethouder voor wonen. Naast de lokale behoefte wil Steenwijkerland ook bijdragen aan de bovenregionale groei in het kader van de verstedelijkingsstrategie Zwolle. Voor de periode na 2030 zijn er plannen voor de realisatie van 1000 tot 1500 woningen.

Scheerwolde Foto: Wilbert Bijzitter

78

Deze woningen, die binnen 15 minuten fietsafstand van het intercitystation Steenwijk moeten komen, zullen op vijf à zes verschillende locaties worden gerealiseerd. Zowel door inbreiding, zoals de verplaatsing van sportvelden, als uitbreiding. Een voorbeeld van een

grootschalig project is de ontwikkeling van 240 woningen op het terrein van de voormalige Betap Crilux tapijtfabriek. Daarvoor heeft de gemeente rijkssubsidies ontvangen voor sanering van de grond (vanwege de aanwezigheid van pfas) en infrastructurele ingrepen om te zorgen voor een goede bereikbaarheid van de nieuw te bouwen woonwijk in Steenwijk. “Daarvoor is het bestemmingsplan al vastgesteld. En inmiddels is er ook al begonnen met de sanering en het bouwrijp maken. Er staat dus veel te gebeuren”, zegt wethouder Melvin Smit.

Pre-mantelzorgwoningen De gemeente heeft met betrekking tot woningbouw meer ijzers in het vuur. Smit noemt in dit kader premantelzorgwoningen en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). “Die eerste categorie maakt het voor


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

mensen van 67 jaar en ouder mogelijk om in gezinsverband op een erf te wonen, zelfs als er nog geen directe zorgbehoefte is. Deze tijdelijke woningen kunnen voor 15 jaar geplaatst worden en bij mantelzorgbehoefte nog eens met 15 jaar verlengd worden.” Het beleid rondom CPO is recentelijk vastgesteld en faciliteert groepen inwoners om samen een woningbouwproject te realiseren. Deze CPO-projecten, waarbij toekomstige bewoners samen opdrachtgever zijn voor hun eigen nieuwbouwproject, is van groot belang voor specifieke doelgroepen, zoals starters. “De gemeente stimuleert CPO door hiervoor een subsidie van 7.500 euro per aanvraag beschikbaar te stellen voor professionele begeleiding”, zegt Smit die de realisatie van vier starterswoningen in Scheerwolde als voorbeeld noemt. “En we zijn in Belt-Schutsloot met een CPOgroep bezig, dat gaat om 21 woningen voor met name starters. Daarvoor moet het bestemmingsplan gewijzigd worden.”

Daarnaast biedt Steenwijkerland startersleningen aan. Deze leningen, tot 40.000 euro voor nieuwe en bestaande woningen met een maximale waarde van 320.000 euro, zijn bedoeld voor eigen inwoners of mensen die op het moment van aanvraag een sociale of economische binding met de gemeente hebben. “De gemeente vult de pot voor deze leningen regelmatig aan, aangezien het geen gift is maar een lening die wordt afbetaald.”

Belt-Schutsloot Foto: Wilbert Bijzitter

‘De schatting is dat er tot 2035 nog 1.600 tot 2.100 woningen gebouwd moeten worden om aan de lokale en regionale vraag te voldoen.’

79


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT De woningbouw in Steenwijkerland kent ook uitdagingen, zoals de nabijheid van Natura 2000-gebied Weerribben-Wieden, het grootste laagveenmoeras van Europa. Dit maakt woningbouw rondom dit gebied complex. Door de stikstofproblematiek is de provincie met handen en voeten gebonden. Desondanks wil de gemeente haar inwoners perspectief bieden om te voorkomen dat jonge mensen wegtrekken. Smit: “Mensen willen graag in hun eigen omgeving blijven wonen. Daarom doen we ons uiterste best doen om te kijken naar wat wel kan.”

Leefbaarheid De gemeente beziet woningbouw daarom in een breder perspectief en zet zich om die reden in voor de leefbaarheid van steden en kernen. Smit noemt in dit verband investeringen in de nieuwbouw van basisscholen, zoals in Sint Jansklooster, Blokzijl en Vollenhove.

Oldemarkt Foto: Wilbert Bijzitter

Waar scholen onder één dak komen, snijdt het mes aan twee kanten, want op de plek die achterblijft, komt ruimte vrij voor woningen. Daarnaast stimuleert Steenwijkerland inwonersinitiatieven via fondsen zoals ‘inwonersinitiatieven zijn goud waard’ en het zogenaamde ‘koppengeld’ (2 euro per inwoner, 90.000 euro per jaar) dat naar plaatselijk belangen wordt overgemaakt. “De drie gemeentelijke

gebiedscoördinatoren zijn een belangrijke gesprekspartner voor onze plaatselijke belangen. Ze leggen verbindingen en adviseren, ondersteunen, kijken naar mogelijkheden.” Ook is er een driejarig project voor opwaardering van de openbare ruimte, met een extra budget van twee ton per jaar voor inwonersinitiatieven ter verbetering van hun leefomgeving. Smit: “Denk aan fiets – en wandelpaden, onderhoud, groene ontmoetingsruimten et cetera (zie kader). Steenwijkerland is een gemeente met een prachtig en divers landschap, van het bosgebied op de Woldberg tot Weerribben-Wieden, de oude Zuiderzeekust en dan noem ik Giethoorn nog niet eens. We zetten ons in om deze unieke omgeving te behouden en tegelijkertijd een toekomstbestendige woon- en leefomgeving te creëren voor onze inwoners.”

Toekomstperspectief De gemeente wil de voorzieningen op peil houden. Dat kan door groei en het bieden van perspectief aan de huidige inwoners. De wethouder benadrukt de diversiteit van zijn gemeente en streeft ernaar om bouwmogelijkheden te creëren in alle dorpen. “Tien woningen kunnen voor een klein dorp al veel betekenen.” Voor de grotere aantallen richt de gemeente zich op kernen met voorzieningen zoals Oldemarkt, Vollenhove, Sint Jansklooster, Steenwijkerwold en Blokzijl. En met name op Steenwijk zelf, zoals in en rond het eerder genoemde stationsgebied. De wethouder constateert dat er op het gebied van wonen een fikse inhaalslag is gemaakt. “Elk half jaar zetten we het op een rij: hoe doen we het, wat is de stand van zaken? Dat overzicht laat zien dat er in vrijwel elke kern woningen bij zijn gekomen, plannen in de steigers staan of woningbouw in het vooruitzicht is. Mooi, want onze inwoners vragen ernaar.”

80


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Steenwijkerwold Foto: Wilbert Bijzitter

De Steenwijkerlandse gemeenteraad heeft voor 2023, 2024 en 2025 extra geld beschikbaar gesteld voor de opwaardering van de openbare ruimte. Het gaat om 200.000 euro per jaar. Dat geld komt bovenop het budget dat er voor het jaarlijkse onderhoud is. “De projecten die we uitvoeren, zijn allemaal ontstaan uit wensen vanuit inwoners en de plaatselijk belangen en wijkorganisaties. We vinden het belangrijk dat iedereen wat merkt van deze kwaliteitsslag en daarvoor ook ideeën kon aandragen”, licht wethouder Melvin Smit toe. Om fietsers de ruimte te geven en de leefbaarheid voor de omwonenden te vergroten, wordt de Oude Beulakerweg, een belangrijke fietsverbinding is tussen Giethoorn en Steenwijk, ingericht als fietsstraat. Daarnaast is er op diverse

plekken in de gemeente onder meer geïnvesteerd in het vernieuwen van speelen ontmoetingsplekken, zijn grasvelden of groenstroken met bloemrijk mengsel ingezaaid, hebben dorpsentrees een fikse opwaardering gekregen en is de leefomgeving groener gemaakt. Dit jaar zijn drie nieuwe faunatunnels aangelegd. De tunnels zijn bedoeld om otters en andere dieren veilig te laten oversteken. De ‘oversteekplaatsen’ zijn gerealiseerd in de omgeving van Barsbeek en Wanneperveen, plekken waar eerder al otters zijn aangereden. “Een faunatunnel is een mooie en effectieve oplossing. Zowel voor de dieren, zoals onze otter, als voor de weggebruiker”, licht wethouder Melvin Smit toe. De provincie Overijssel draagt bij in de kosten van de aanleg.

81


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

82


Overijssel BOUWT en ONTWIKKELT

Scheerwolde Rietweelde ©Wilbert Bijzitter

83


Stap naar een levendig, groen en goed bereikbaar stationsgebied Groei en bloei van Hardenberg Meer weten? Ga naar www.hardenberg.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Overijssel Bouwt en Ontwikkelt 2025 by RondOm Vandaag - Issuu