Wat na Leuven?
Alumni in de catalografie
De redactie van Tijdingen is erg benieuwd naar de wegen die alumni na hun studie bewandelen. Dit keer interviewden we twee jonge historici die aan de slag zijn als catalograaf, elk in een andere vooraanstaande bibliotheek. Hoe ziet hun job er precies uit? En komt hun opleiding daarbij nog van pas?
Casper Van Waesberghe
⢠Woont in Antwerpen
⢠Studeerde af in 2022, in de richting Middeleeuwen
⢠Volgde een bijkomende masteropleiding in de erfgoedstudies (UAntwerpen)
⢠Werkt sinds september 2024 als catalograaf bij Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (EHC)
Marianne Moors
⢠Woont in Brussel
⢠Studeerde af in 2024, in de richting Cultuurgeschiedenis, oudheid tot heden
⢠Volgde een extended master in Wenen (wintersemester 2023-2024)
⢠Liep stage als communicatiemedewerker bij Amsab - Instituut voor Sociale Geschiedenis en als projectcoördinator bij de Warmste Week (Koning Boudewijnstichting)
⢠Startte in januari 2025 als catalograaf bij de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR)
Hoe kijken jullie terug op je studie geschiedenis? Zouden jullie opnieuw dezelfde richting kiezen? Waarom (niet)?
Casper: āIk kijk met heel veel goede herinneringen terug op mijn studie! Ik heb een tijdje gedacht aan kunstwetenschappen, maar koos uiteindelijk toch voor geschiedenis omdat dat breder is: je hoeft je niet te beperken tot ƩƩn domein van het verleden. Binnen geschiedenis heb ik alsnog vakken kunnen volgen van kunstwetenschappen, dus ik heb de kunst zeker niet moeten missen. Dat is voor mij een van de grote plezieren van de opleiding: je kunt werkelijk alle kanten op. Ik heb me gespecialiseerd in
de middeleeuwen, maar geleidelijk aan is ook de fascinatie voor recentere periodes gegroeid ā met uitzondering van de 18e eeuw, die me helaas nog altijd niet kan boeien.ā
āDe grote maatschappelijke waarde van de richting geschiedenis vind ik het leren kritisch omgaan met informatie, zeker in een wereld waarin valse of misleidende info nauwelijks meer te onderscheiden is van waarheidsgetrouwe. Daarbovenop helpt een grondige kennis van het verleden om het heden beter te begrijpen. Ik heb zeker en vast het gevoel dat ik de wereld beter snap omdat ik weet waar ze vandaan komt, en omdat ik vandaag de sporen van het verleden opmerk. Mijn studie is enorm formatief geweest voor mij als persoon, dus ik zou er met volle overtuiging opnieuw voor kiezen, zij het misschien met enkele andere keuzevakken.ā
Marianne: āIk ben nog steeds heel blij dat ik geschiedenis heb gestudeerd en ik zou het ook zo opnieuw doen. Niet alleen vond ik de opleiding ontzettend interessant, ze heeft mij bovendien een brede waaier aan vaardigheden meegegeven waar ik nu de vruchten van pluk.ā
Waarom hebben jullie voor een job als catalograaf gekozen? Hoe zijn jullie in je huidige instelling terechtgekomen?
Marianne: āIk ben indirect op deze job uitgekomen. Ik had oorspronkelijk gesolliciteerd voor een job als leeszaalmedewerker bij KBR. Deze heb ik niet gekregen, maar zo ben ik wel in een werfreserve beland en ben ik later gecontacteerd geweest door de HR-dienst van KBR met de vraag of ik voor het onderzoeksproject BELTRANS als catalograaf aan de slag wou. Ik zag dat helemaal zitten en ben ondertussen bijna een jaar verder en nog steeds zeer gelukkig dat ik deze kans heb gekregen.ā
Casper: āTijdens mijn tweede master (erfgoedstudies aan de UAntwerpen) heb ik bewust voor een stage gekozen bij de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Onder begeleiding van conservator Marlou De Bont werkte ik een stageproject ā en een thesis ā uit over de koloniale boekencollecties van de Erfgoedbibliotheek. Daarbij bleek dat in het bijzonder trefwoorden enorm beladen kunnen zijn, iets wat catalografisch een grote uitdaging is. Zo kreeg ik al meteen heel wat voeling met dit soort werk. Na mijn stage kwam er dan een vacature vrij voor catalograaf. Omdat ik in de bib een erg fijne ervaring had gehad, hapte ik toe. Ik was enorm verheugd dat ik gekozen werd, niet alleen omdat ik nu verder kan bouwen op mijn stageopdracht, maar ook omdat ik me echt thuis voel op deze plek en tussen deze collegaās.ā
Kunnen jullie kort je instelling omschrijven?
Marianne: āDe Koninklijke Bibliotheek van BelgiĆ« (KBR) is, naast een fantastisch mooi gebouw in het centrum van onze hoofdstad, ook de plaats waar alle Belgische uitgaven worden verzameld. Het is een wetenschappelijke instelling, wat betekent dat talrijke onderzoekers gebruikmaken van onze catalogus. Het is verder een plek waar Brusselse studenten tijdens de blok rustig kunnen studeren of waar jong en oud prachtige middeleeuwse manuscripten kunnen aanschouwen.ā
Casper: āDe Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (EHC) is een wetenschappelijke bewaarbibliotheek die focust op Nederlandse letterkunde enerzijds en Vlaamse cultuurgeschiedenis anderzijds, met een extra nadruk op alles wat met Antwerpen te maken heeft. Literatuur, gedichten, strips, kinderboeken of toneelstukken die in Vlaanderen zijn verschenen, kan je hier bijna allemaal vinden. De bib is gegroeid uit de laatmiddeleeuwse Antwerpse stadsbibliotheek. In de 19e eeuw verhuisden de boeken naar hun huidige locatie: de gebouwen van het 17e-eeuwse professenhuis aan het Hendrik Conscienceplein. Onze pronkzaal, de Nottebohmzaal, blijkt ieder jaar opnieuw een ware publiekslieveling op Open Monumentendag!ā
Wat doen jullie precies als catalograaf?
Casper: āAls catalograaf werk ik mee aan het onderhouden en uitbreiden van de digitale catalogus van de Erfgoedbibliotheek. Dat doen we door publicaties te beschrijven: we noteren auteur, titel, uitgever, jaartal, aantal paginaās, onderwerp, etc., met als doel alle boeken en tijdschriften zo goed mogelijk vindbaar te maken voor onze lezers. Zo verwerken we nieuwe aankopen of schenkingen, maar corrigeren we ook oudere, gebrekkige records. Daarnaast verrijken we de catalogus op talloze manieren, zodat onderzoekers of andere geĆÆnteresseerden makkelijker het bos door de bomen zien, en hanteren we datamanagementstrategieĆ«n om de grote hoeveelheid catalografische gegevens te blijven verbeteren.ā
āEen voorbeeld daarvan is het aanleggen van themacollecties: boeken die te maken hebben met ƩƩn afgebakend onderwerp bundelen we digitaal. Zo hebben we bijvoorbeeld themacollecties over koloniaal Congo en de Vlaamse beweging. Verder overleggen we continu met onze partnerbibliotheken om onze diensten te verbeteren. De Erfgoedbibliotheek deelt haar catalogus met een aantal andere instellingen, zoals de UAntwerpen, het Antwerpse conservatorium en het Museum Plantin-Moretus. Daarom is het belangrijk dat iedereen op een gelijkvormige manier werkt en dezelfde standaarden
aanhoudt. Ik zie als catalograaf werkelijk iedere hoek van de collectie: van 15e-eeuwse incunabelen, over 19e-eeuwse plaatjesalbums, naar de meest recente Tom Lanoye: alles passeert door onze handen.ā
Marianne: āAls ik mezelf vergelijk met wat de andere catalografen bij KBR doen, ben ik misschien een beetje een atypische catalograaf. Ik werk namelijk in functie van het onderzoeksproject BELTRANS, dat de vertaalstromen tussen het Frans en het Nederlands in BelgiĆ« blootlegt. Voor dit project is er een groot corpus aangemaakt dat bestaat uit vertaalde boeken die tussen 1970 en 2020 zijn uitgegeven. Mijn rol is het aanvullen en verbeteren van de metadata binnen dit corpus. Dit kan gaan van namen van auteurs en uitgeverijen tot ISBNās en publicatiejaren. Hiervoor snuister ik geregeld doorheen verschillende databanken ā waaronder die van KBR zelf, maar ook die van de concurrentie, zoals de nationale bibliotheken van Nederland en Frankrijk. Daarnaast neem ik geregeld een wandeling door onze boekentoren van vijftien verdiepingen, op zoek naar de juiste informatie om ons corpus aan te vullen of te corrigeren. Als deze informatie nog niet is aangevuld in Syracuse ā de backend van onze catalogus ā, vul ik deze hierin aan zodat onze bezoekers op nog meer informatie kunnen rekenen.ā
Hoe ziet een doorsneewerkdag er voor jullie uit?
Marianne: āOmdat ik voor een onderzoeksproject werk, zien mijn dagen er gelukkig niet steeds hetzelfde uit. Ik zit regelmatig met mijn team samen om de taken te overlopen. Die verschillen van week tot week, maar draaien altijd rond een constante factor: het verrijken en verbeteren van data. Verder begeleid ik mee het project, waarbij het datamanagement aan de kant geschoven kan worden voor praktische ondersteuning, zoals interne communicatie, externe communicatie met projectpartners, het opzetten van vergaderingen, ā¦ā
Casper: āOok mijn werkdag heeft meer variatie dan op het eerste zicht zou lijken. Er zijn vaak meerdere āwervenā om aan te werken. Wanneer ik nieuwe boeken verwerk, zijn die meestal afkomstig uit grote schenkingen, die onderling erg sterk van karakter kunnen verschillen. Het Speelgoedmuseum van Mechelen schonk bijvoorbeeld heel wat oude kinderboekjes, terwijl de boekenverzameling van de in 2019 overleden journalist Gaston Durnez dan weer duidelijk gericht was op het leven en werk van Felix Timmermans. EĆ©n dag per week verwerk ik nieuw binnengekomen oude drukken. Dat zijn boeken gedrukt voor 1800, en ze vormen een persoonlijke favoriet van mij. Ik werk daarnaast onophoudelijk aan het aanvullen en verrijken van de koloniale boekenverzameling van de Erfgoedbibliotheek: ik probeer zo veel mogelijk
boeken over koloniaal Congo, Rwanda en Burundi op te sporen en te bundelen, om een zo compleet en divers mogelijk corpus te kunnen aanbieden aan onderzoekers. Ten slotte spring ik af en toe bij in de leeszaal. Catalografen komen doorgaans niet in contact met bezoekers, maar we hebben vaak een goed zicht op wat voor materiaal een bibliotheek heeft. Ik help onze lezers dan ook graag verder met inhoudelijke vragen over de collectie.ā
Valt het belang van een correcte en gebruiksvriendelijke catalogus te overschatten?
Marianne: āEen goede catalogus is ontzettend belangrijk. Een catalogus vormt voor veel gebruikers het uitgangspunt van hun onderzoek. Een gebruiksvriendelijke catalogus vergemakkelijkt dus dat onderzoek. Hierbij denk ik aan de mogelijkheid om filters in te stellen of ingebouwde zoekoperatoren te gebruiken. Daarnaast is het van groot belang dat de beschrijvingen aan de āachterkantā van de catalogus zo foutloos mogelijk zijn. Als er schrijffouten in de beschrijvingen staan, kan dit ertoe leiden dat gebruikers belangrijke zoekresultaten missen.ā
Casper: āEen catalogus is de eerste lijn voor een lezer en moet inderdaad in orde zijn. Zo simpel is het. Gebruiksvriendelijkheid vind ik zelf een van de belangrijkste aspecten van een catalogus, en meteen een van de grootste werkpunten aan de software waarmee we werken. Soms duurt het even voordat lezers hun weg vinden in het onmetelijke aanbod van titels, en vaak zijn (oudere) records niet altijd even goed beschreven en dus minder goed vindbaar. Omdat we onze digitale catalogus delen met andere instellingen, zijn ook zij afhankelijk van hoe correct wij een boek beschrijven, en omgekeerd. Tegelijkertijd is dat een goed controlemechanisme.ā
Hoe komt de opleiding geschiedenis van pas in jullie job?
Casper: āUiteraard zijn vaardigheden zoals nauwkeurigheid en digitale bekwaamheid belangrijk bij een job als deze, maar catalografie wordt Ć©cht interessant als je het materiaal waarmee je werkt ook kunt kaderen, als je begrijpt binnen welk deeltje van de geschiedenis het past. Omgekeerd blijf ik iedere week nieuwe verhalen ontdekken in onze collecties en noteer ik gemiddeld tien nieuwe boeken op mijn eigen leeslijstje. Het werk prikkelt absoluut mijn historische verbeelding! Ik denk dat algemeen enthousiasme over het verleden dus de belangrijkste bagage is die ik meedraag uit mijn opleiding. De meer specifieke vaardigheden die ik eraan heb overgehouden, zoals paleografie en het opstellen van collatieformules, komen vooral van pas op de dagen dat ik met oude drukken werk.ā
Marianne: āHistorici krijgen natuurlijk een brede waaier aan vaardigheden mee die ze op verschillende plaatsen kunnen inzetten. Wat mij het meeste van pas komt in mijn werk, zijn de zoekstrategieĆ«n. Door de ervaring van het snuisteren door archiefmateriaal of het eindeloos artikels zoeken op Google Scholar zijn historici getraind om snel informatie te vinden en hoofd- van bijzaak te onderscheiden. Hierdoor vind ik vaak snel de informatie die ik nodig heb om data aan te vullen.ā
Elke job heeft zijn voor- en nadelen. Zijn jullie al bij al tevreden met je job? Waarom (niet)? Wat vinden jullie het leukst aan je werk?
Marianne: āIk ben zeker tevreden met mijn job! Ik werk graag projectmatig, dus ik ben blij dat ik dit voor BELTRANS kan doen. Ik mag naast mijn taken als catalograaf ook het onderzoeksproject mee in goede banen leiden. Ik vind het zelf heel leuk dat ik deze twee āfunctiesā kan combineren, zodat het werk niet gaat vervelen.ā
Casper: āIk moet zeggen dat ook ik zeer tevreden ben met mijn job. Als het werk eentonig dreigt te worden, wissel ik gewoon even van taak, zodat het interessant blijft. Wat voor mij het allerleukste is: boeken in je handen krijgen waar een goed verhaal aan vasthangt. Dan denk ik bijvoorbeeld aan een interessant eigendomskenmerk, een auteur met een uitzonderlijk levensverhaal, een zeldzame en waardevolle druk, of een publicatie met een mooie vormgeving, liefst uit de jaren ā20-ā30. Elke dag iets nieuws door je vingers laten glijden, blijf ik bijzonder vinden.ā
Zoeken jullie het verleden nog op in je vrije tijd?
Casper: āJa, erg vaak. Of het nu gaat om musea, boeken, wandelingen of de samenstelling van mijn eigen familiegeschiedenis: het verleden kan ik maar moeilijk loslaten. Er staan honderden wikipaginaās over de meest uiteenlopende historische onderwerpen open op de browser van mijn gsm. Ik heb het gevoel dat āgeschiedenisā recent meer aan populariteit heeft gewonnen en steeds vaker in het publieke debat terechtkomt. Dat vind ik een goede zaak: het is fijn om te zien dat geschiedenis niet meer als irrelevant wordt afgedaan. Ook de hoge vlucht die erfgoedbeleving heeft genomen, hoort daarbij. Voor iemand die altijd nieuwe stukjes verleden wil opzoeken, is het heel leuk dat het aanbod alsmaar groter en gevarieerder wordt.ā
Marianne: āAls ik in mijn vrije tijd met geschiedenis bezig ben, is dat vooral in de vorm van lezen en het bezoeken van musea. Een van de vele voordelen van mijn job is dat ik gratis bezoekjes mag brengen aan de federale musea
in Brussel, zoals de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van BelgiĆ« (KMSKB) en het Muziekinstrumentenmuseum (MIM). Hier maak ik dan ook uitgebreid gebruik van. ā En als ik een tip mag geven aan mijn medealumni: kom als je tijd hebt zeker eens het KBR-museum bezoeken. Het is meer dan de moeite waard! ā Verder struin ik graag over rommelmarkten. Dankzij deze vele wandelingen ben ik ondertussen de trotse eigenaar van een aantal historische prenten, die in mijn appartement hangen te blinken.ā
Welke goede raad hebben jullie voor studenten of alumni die geĆÆnteresseerd zijn in het vak?
Marianne: āEen raad die ik kan geven als je op zoek bent naar een job als catalograaf is om te zoeken naar een instelling met een collectie die je aanspreekt. Door te werken met documenten die jouw interesses aanwakkeren, kom je elke dag enthousiast van je werk thuis!ā
Casper: āIk zou zeggen: weet wat je wil! Als catalograaf werk je meestal alleen of in een klein team, vanachter een bureau. Je taken zijn soms heel gevarieerd, soms repetitief. Contact met bezoekers is er meestal niet. Als dat soort werk je afschrikt, is catalografie misschien niets voor jou. Maar, als het materiaal waarmee je werkt je Ć©cht fascineert en kan blijven fascineren, zoals Marianne aanhaalt, dan is het een van de tofste dingen die je kunt doen in een cultuurinstelling. Tot slot is een zekere drang om āde dingen op orde te krijgenā wel noodzakelijk, haha.ā
Bedankt voor het interview en de tips!
Wist je dat ā¦
⦠er weer een nieuwe stap gezet is in de digitale ontsluiting van het krantengeheugen van Vlaanderen?
Op hetarchief.be (een platform van meemoo, het Vlaams instituut voor het archief) kun je sinds 26 augustus grasduinen in meer dan 180.000 historische krantenedities van ongeveer 900 titels. De oudste kranten (1814-1918) zijn er volledig online in te kijken. Voor materiaal vanaf 1919, dat nog niet in het publieke domein is gekomen, zijn er ruime metadata beschikbaar.