

DON WINSLOW DE EINDSCORE
Vertaling Catherine Smit
Voor het papieren boek is papier gebruikt dat onafhankelijk is gecertificeerd door FSC® om verantwoord bosbeheer te waarborgen. Kijk voor meer informatie op www.harpercollins.co.uk/green.
HarperCollins is een imprint van Uitgeverij HarperCollins Holland, Amsterdam.
Copyright © Samburu, Inc
Copyright voorwoord © Reed Farrel Coleman
Oorspronkelijke titel: The Final Score
Copyright Nederlandse vertaling: © HarperCollins Holland
Vertaling: Catherine Smit
Omslagontwerp: Ploy Siripant
Omslagbewerking: Pinta Grafische Producties
Omslagbeeld: © Getty Images; © stock.adobe.com; © Shutterstock
Illustratie titelpagina: © Marko Aliaksandr / Shutterstock
Zetwerk: Mat-Zet B.V.
Druk: ScandBook UAB, Lithuania, met gebruik van groene stroom isbn
(e-book) nur
Eerste druk februari
Originele uitgave verschenen bij HarperCollins Publishers LLC, New York, U.S.A. Deze uitgave is uitgegeven in samenwerking met HarperCollins Publishers LLC. HarperCollins Holland is een divisie van Harlequin Enterprises ULC. ® en ™ zijn handelsmerken die eigendom zijn van en gebruikt worden door de eigenaar van het handelsmerk en/of de licentienemer. Handelsmerken met ® zijn geregistreerd bij het United States Patent & Trademark Office en/of in andere landen.
www.harpercollins.nl
Elk ongeoorloofd gebruik van deze publicatie om generatieve kunstmatige-intelligentietechnologieën (AItechnologieën) te trainen is uitdrukkelijk verboden. De exclusieve rechten van de auteur en de uitgever worden hierbij niet beperkt. HarperCollins maakt tevens gebruik van de rechten onder Artikel () van de Digital Single Market Directive / en het uitvoeren van tekst- en datamining op deze publicatie is niet toegestaan.
Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het e-book is beveiligd met zichtbare en onzichtbare watermerken en mag niet worden gekopieerd en/of verspreid.
Alle in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de schrijver. Elke gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.
INHOUD
Voorwoord van Reed Farrel Coleman
De eindscore
De dranklijst
De Noordvleugel
Ik zweer het je
De Lunch Break
Botsing
Dankwoord
DE EINDSCORE
John Highland gaat in de cel z’n laatste adem uitblazen.
Hij is veroordeeld voor een gewapende overval op een gepantserd voertuig. Een misdrijf waarop een federale straf van vijfentwintig jaar staat, wat inhoudt dat hij minstens vijfentachtig procent van zijn straf zal moeten uitzitten. Eenentwintig jaar. Hij loopt tegen de zestig en zal dus vermoedelijk rond zijn tachtigste vrijkomen.
Of niet.
De kans is groot dat de rechter hem op grond van de three-strikeswet de rest van zijn leven achter de tralies zal zetten. Highland, die tot het einde van de maand op borgtocht vrij is, weet dat hij na de zitting meteen handboeien om krijgt en naar de gevangenis wordt gebracht.
Om er nooit meer uit te komen.
‘Een zekerheidje,’ zegt Highland tegen Jamal. Ze lopen de San Clemente Pier op, de Grote Oceaan schittert in het schelle licht van de zon. ‘Dus ik moet wat dingen regelen.’
Jamal begrijpt hem verkeerd. ‘Maak je geen zorgen. We gaan die LeBlanc opsporen en rekenen met hem af.’
LeBlanc was degene die de vluchtwagen bestuurde tijdens de overval die verkeerd afliep. Hij ging ervandoor, liet Highland aan
z’n lot over en werd vervolgens informant. Hij zit nu ergens in Utah of Arizona en handelt in timeshares, aluminium gevelplaten of andere nutteloze troep.
‘Wraak is iets voor scenarioschrijvers,’ zegt Highland. ‘Ik heb échte zorgen.’
‘Ga je de benen nemen?’ vraagt Jamal.
Highland schudt zijn hoofd. ‘Ik heb het huis in onderpand gegeven om op borgtocht vrij te komen. Hoe moet het nou met Jewel?
Straks belandt ze nog op straat. Hoe zij straks de hypotheek en de belasting moet betalen, ik zou het echt niet weten…’
Boven op de gevangenisstraf krijgt hij ook nog een boete. In het ergste geval van een kwart miljoen.
‘Ik heb met je te doen, John.’
‘Het gaat mij vooral om Jewel,’ zegt Highland. ‘Ze heeft heel wat met me te stellen gehad. Dan hoor ik er ten minste voor te zorgen dat ze in haar eigen huis oud kan worden. Misschien ontmoet ze wel een leuke, gewone man, een maatje voor lange strandwandelingen, een potje pickleball, vogels kijken, weet ik veel.’
Hoewel ze in het zuiden van Californië aan zee staan, draagt Highland een grijs linnen pak en een wit buttondownoverhemd.
Zonder das en met het bovenste knoopje los, dat wel.
Het is zijn handelsmerk.
Strak in het pak, goed in zijn vak.
Jamal gaat wat meer casual gekleed. Hij draagt een blauwgroene polo met korte mouwen en een kaki broek. Het shirt verhult het buikje niet dat hij de afgelopen jaren ontwikkeld heeft. Dat is wel anders bij zijn vriend Highland, die elke ochtend trouw de gym opzoekt.
‘Jewel neemt nooit een andere man, dat weet ik zeker,’ zegt Jamal.
‘Dat zou ze wel moeten doen,’ zegt Highland. ‘Die keer dat ik een straf van acht jaar uitzat, bleef ze me trouw. Ik zei nog dat het niet
hoefde, dat ze voor de duur van mijn detentie iemand anders moest vinden.’
‘Niks voor Jewel.’
Klopt, denkt Highland.
Een toppertje.
Ze trouwden op jonge leeftijd, negentien waren ze pas, en ze heeft het toch maar al die tijd met hem uitgehouden.
Hij had haar voor hun veertigste trouwdag mee naar Parijs willen nemen.
Het zal er niet meer van komen.
Hij kan er alleen nog voor zorgen dat ze er warmpjes bij zal zitten.
Maar het grootste deel van zijn geld viert met zijn advocaten vakantie in Tahiti.
De kosten voor zijn verdediging, het proces, het hoger beroep, de borgsom: Highland is zo goed als blut. Om zijn gevangenisstraf zo lang mogelijk uit te stellen heeft hij bijna al zijn geld erdoorheen gejaagd. Hij heeft geld nodig voor zijn rekening-courant in de bak, want zonder poen heb je daarbinnen geen leven. En veel belangrijker nog, hij moet genoeg zien binnen te halen om Jewel een comfortabel leventje te kunnen bieden.
Als hij heel eerlijk is, speelt er nog iets anders. En als er ooit een goed moment was om eerlijk tegen jezelf te zijn is dit het wel, denkt Highland.
Hij wil niet als een loser de aftocht blazen.
Hij heeft in zijn leven risico’s nooit geschuwd en meestal pakte het goed uit. Probeer maar eens iemand aan te wijzen die meer spraakmakende kraken op zijn naam heeft dan hij. Oké, het zat ook weleens tegen en dan droeg hij zijn straf als een vent, maar hij heeft enorme bedragen buitgemaakt die hem door niemand zijn afgepakt.
Nu trekt hij dan toch aan het kortste eind.
En daar legt hij zich niet bij neer.
Met zomaar een kraak komt hij er niet.
Het moet de kraak van de eeuw worden.
Zodat hij die levenslange straf kan uitzitten als een held, als een levende legende. Hij weet dat hij het nog in de vingers heeft.
Niemand houdt John Highland tegen.
‘Vierendertig-achtentwintig,’ zegt hij.
‘Wat?’ vraagt Jamal.
‘Vierendertig-achtentwintig,’ zegt Highland nog eens.
‘Wat bedoel je nou?’
Highland zegt: ‘Super Bowl Eenenvijftig. Nog zeventien minuten op de klok, de Patriots stonden met achtentwintig-drie achter.’ ‘Oké.’
‘De eindscore?’ zegt Highland. ‘Vierendertig-achtentwintig. Patriots.’
Ik heb nog zeventien minuten, denkt Highland.
En ik sta flink achter.
Maar alleen de eindscore telt.
Highland vertelt Jamal waar hij wil toeslaan.
Jamal staart hem aan.
En vraagt dan: ‘Ben je helemaal van de pot gerukt?’
Het is geen toeval dat het Castle nog nooit is beroofd.
‘Omdat het ondoenlijk is,’ zegt Jamal.
Het casino doet zijn naam eer aan en ligt een roteind buiten de bewoonde wereld op een heuvel in een wildreservaat ten oosten van San Diego. Heel apart – vanuit het centrum rijd je er in iets meer dan een uur met de auto naartoe, langs ranches met paarden en runderen, door heuvelachtige Native American-reservaten en langs bergen met een hoogte van soms wel achttienhonderd meter. Dit is het zuidelijkste puntje van Californië, en toch sneeuwt het hier ’s winters weleens.
Waarom zou je op zo’n plek in godsnaam een casino neerzetten?
Omdat drugsgebruikers in de Verenigde Staten de Mexicaanse kartels jaarlijks zo’n zestig miljard dollar opleveren.
In contanten.
De Mexicaanse economie kan zoveel cash niet opnemen, en daarom vloeit een groot deel van het geld terug naar de vs. Al dat geld moet witgewassen worden en wordt geïnvesteerd in vastgoed, banken, hotels, restaurants…
En casino’s.
Een casino is een wasserette.
Het is zo simpel als wat.
Drugsgeld komt via de achterdeur het casino binnen.
Het kartel stuurt mensen die plaatsnemen aan vooraf afgesproken speeltafels. Ze winnen. Het komt heus wel voor dat ze slechte kaarten krijgen of dat de dobbelstenen niet lekker rollen, maar in verreweg de meeste gevallen winnen ze, en flink ook.
Ze verzilveren de fiches. Deze worden uitbetaald met drugsgeld, dat vervolgens schoon terugvloeit naar de oorspronkelijke eigenaren.
Het casino krijgt zes procent voor de moeite.
Deze vergoeding is nergens terug te vinden – niet in de boeken, niet op de jaarrekening en al helemaal niet in de belastingaangifte.
Dus of het nu gaat om de overige vierennegentig procent of de resterende zes, als het gestolen wordt, stapt niemand naar de politie.
Het is de perfecte klus.
Alleen…
Het gaat nooit lukken.
Het eerste obstakel is de ligging. Om er te komen neem je op een tweebaansweg een afslag naar een nog smallere, zeer bochtige weg die uitkomt op de parkeerplaats van het casino.
Er is dus maar één weg naar boven – en nog belangrijker, maar één weg naar benéden – die makkelijk met een enkel voertuig geblokkeerd kan worden.
De beveiligingscamera’s op de parkeerplaats hangen aan hoge metalen palen, dus daar kun je niet zomaar bij. En ook binnen hangt het vol met camera’s, inclusief het gesloten netwerk dat ze in ieder casino gebruiken om sjoemelende dealers of spelers te spotten.
En gewapende overvallers.
Denk ook niet dat het voldoende is om als Danny Ocean de stroom uit te schakelen – het casino heeft generatoren klaarstaan die automatisch aanslaan als de stroom uitvalt. Je zou drie aparte systemen moeten saboteren, waaronder een paar enorme generatoren achter een hoog, met prikkeldraad afgezet hekwerk.
Het casino heeft uiteraard ook beveiligers in dienst, van wie sommige zijn uitgerust met handvuurwapens.
‘Hoe zit het met de kluis?’ vraagt Jamal.
Ze hebben er twee, legt Highland uit – een voor het koosjere contante geld uit het casino, en een tweede voor het zwarte geld in een beveiligde achterkamer.
Beide kluizen staan in aparte vertrekken die speciaal voor het casino ontworpen zijn. Dik staal in een ruimte met versterkte betonnen muren. Stevige sloten, bewegingssensoren, biometrische toegangscontrole bij de combinatie-draaischijven die alleen te openen zijn met geautoriseerde vingerafdrukken, en irisscanners om die kluisruimte zelfs maar te kunnen betreden.
‘Vergeet die kluis,’ zegt Highland. ‘Is het geld eenmaal in de kluisruimte, dan is het te laat.’
Het moet gebeuren op de weg naar binnen.
Om geen aandacht te trekken vervoert het kartel het geld niet in gepantserde wagens. In plaats daarvan gebruiken ze voertuigen van horecagroothandels en komt de cash het casino binnen via de keuken.
‘De pegels komen binnen met de prei,’ zegt Jamal.
Highland lacht niet.
Twee kilometer voor de afslag naar het casino verlaat hij de twee-
baansweg. Ze rijden niet door tot het casino, want daar hebben ze nora, een hightech systeem voor gezichtsherkenning dat hen zeker zou opmerken. Na een achtergrondcheck zou de beveiliging worden geattendeerd op de aanwezigheid van twee doorgewinterde overvallers.
Het kartel voert nepritten uit, legt Highland uit. In sommige wagens zit geld, in andere niet. Ze variëren met tijden en routes; de ene keer nemen ze de grensovergang San Ysidro, dan kiezen ze voor Tecate.
‘Totaal willekeurig,’ zegt Jamal.
‘Die lui weten exact wat ze doen,’ zegt Highland.
De mensen van het kartel tracken zo’n voertuig vanaf het moment dat het de Mexicaanse grens oversteekt. Ze husselen de crews in de trucks regelmatig, zodat niemand de anderen goed genoeg kent of vertrouwt om er met de buit vandoor te gaan. Bovendien hebben die lui in Mexico allemaal gezinnen, die eigenlijk gewoon gijzelaars zijn.
De bijrijder heeft toestemming om de chauffeur voor z’n kop te schieten als hij de indruk heeft dat die iets van plan is. De bewakers worden van buitenaf opgesloten in het laadruim, en alleen de contactpersoon bij het casino weet de combinatie waarmee de deur geopend kan worden.
De deur is ook van binnenuit afgesloten. Is de truck aangekomen, dan krijgt de hoofdbewaker in het laadruim een sms met een code, net als de man in het casino. De casino-man moet de juiste code intoetsen, anders blijft de deur dicht. De truck keert dan om en rijdt terug.
‘Dus je wacht ze op,’ zegt Jamal. ‘En blaast met een snelle actie die deur op.’
Highland schudt zijn hoofd. ‘De bewakers hebben automatische wapens. Om het geld en hun gezinnen te beschermen gaan ze zeker schieten. Maar het mag geen bloedbad worden.’
Ik heb op mijn sterfbed al genoeg om me schuldig over te voelen, denkt hij.
Bovendien stuurt het kartel een volgauto mee – een suv propvol schutters – die een paar autolengtes achter de truck meerijdt en er op de slingerweg naar het casino direct achter komt rijden.
Dus zou je de besteltruck na aankomst bij het casino aanvallen, dan word je van achteren zonder pardon neergemaaid.
‘Geen zwakke plekken,’ zegt Jamal.
Er zijn altijd zwakke plekken, denkt Highland.
De eerste creëert het kartel zelf door de vrachtwagen te tracken.
Ze traceren alleen de trucks waar geld in zit, en niet de neppers.
Dus als je het trackingsysteem weet te hacken, dan weet je in welke wagen het geld zit. Ten tweede, als je dat systeem weet te hacken, dan weet je ook exact wanneer je de wagen kunt verwachten.
‘Ja, dus?’ vraagt Jamal. ‘Dan weet je welke truck geld komt brengen en ook wanneer. Maar je kunt dan nog steeds niet toeslaan.’
‘We gaan de truck niet aanvallen,’ zegt Highland.
‘We gaan niks doen met de kluis en we gaan niks doen met de truck,’ zegt Jamal. ‘Wat gaan we dan wél doen?’
Highland leest veel.
Een gewoonte die hij heeft overgehouden aan zijn tweede gevangenisstraf, waarbij hij zowat de hele gevangenisbibliotheek uitlas.
Voornamelijk militaire geschiedenis.
Van de Tweede Wereldoorlog, om precies te zijn.
Highland verslond alle boeken over dit onderwerp in de bieb, en toen hij ze uit had, las hij ze opnieuw. Na zijn vrijlating kocht hij boeken en zette hij thuis zijn planken vol.
Vraag Highland iets over woii en hij weet het antwoord.
Al zou hij het nooit geven.
Niet met je kennis te koop lopen, vindt hij. De ander hoeft niet te weten wat jij weet, tenzij het nodig is.
In dit geval lijkt het hem nodig.
‘Weet jij waarom,’ vraagt hij aan Jamal, ‘Duitse onderzeeërs zo succesvol waren?’
‘Nee,’ zegt Jamal, ‘ongelooflijk misschien, maar ik heb geen flauw idee.’
‘Omdat ze toesloegen langs vaste scheepsroutes,’ zegt Highland.
Vervolgens legt hij uit dat konvooien die cruciaal militair materieel van de vs naar Engeland vervoerden niet lukraak de Atlantische Oceaan overstaken. Ze maakten gebruik van vrij smalle scheepsroutes, waarvan de ligging werd bepaald door het weer en de stroming. En de Duitse duikboten lagen ze bij die vaarroutes doodleuk op te wachten.
‘Je bedoelt dat het geld van het casino een vaste scheepsroute volgt,’ zegt Jamal.
‘De voedselleveranties gaan via de keuken naar binnen.’
‘Ja.’
‘Vanuit de keuken kunnen ze nooit met kartonnen dozen vol cash verstopt onder etenswaren door de casinozalen lopen. Dat zou tot allerlei vervelende vragen leiden,’ zegt Highland. ‘Aan de achterzijde van het gebouw loopt een gang die via de keuken toegang geeft tot de ruimte met de geheime kluis.’
‘En jij bent de duikboot die in de gang ligt te wachten.’ Dit plan roept trouwens weer nieuwe vragen op, vindt Jamal. Want hoe kom je in die gang? En belangrijker nog, hoe kom je eruit?
Er is nog een cruciale vraag.
‘Hoe weet je dit allemaal?’ vraagt Jamal. ‘Wie heb jij daarbinnen rondlopen?’
‘Dat ga ik jou niet vertellen,’ zegt Highland, ‘totdat je zegt dat je meedoet.’
‘Als ik m’n hachje ga wagen bij een laatste grote klapper,’ zegt Jamal, ‘dan moet ik het nu weten. Deel van het beslisproces. Wie is het?’
Summer Redbird komt eindelijk het casino uit en loopt naar haar auto, een zwarte Mercedes s-klasse op de parkeerplaats voor medewerkers.
Het was een lange dag, die ’s ochtends om negen uur begonnen was met een vergadering. Nu is het halfelf ’s avonds, maar voor Summer horen lange werkdagen er gewoon bij. Als operationeel manager van het casino is ze verantwoordelijk voor vrijwel alles wat te maken heeft met de gasten op de casinovloer, in het hotel en in de restaurants. Ze moet de rijke spelers tevreden houden en ervoor zorgen dat die terugkomen, en daarnaast moet ze nieuwe bezoekers met zeer diepe zakken naar het casino zien te halen.
De baan is Summer op het lijf geschreven. Met haar lange benen, glanzende zwarte haren, donkere ogen en iets gebogen neus lijkt ze een sexy variant op een Disneyprinses, al is de laatste medewerker die haar ‘Pocahontas’ noemde… Hij kwam trouwens niet verder dan ‘Pocahon–’ omdat hij al was ontslagen voor hij de laatste lettergreep had kunnen uitspreken.
Ze is charmant, razend slim en heeft gevoel voor cijfers. Ze is elke cent van haar jaarsalaris van . dollar, plus bonus als ze de atp (de gemiddelde inleg per speler) opkrikt (iets wat ze jaar in jaar uit voor elkaar krijgt), meer dan waard.
Summer heeft een riant inkomen. Ze geniet er extra van omdat ze ook heel goed weet hoe het is om géén geld te hebben. Ze groeide op in armoede met twee alcoholverslaafde ouders hier in het reservaat en besloot al op jonge leeftijd dat zij meer uit het leven ging halen. (‘Wij aten vroeger een broodje hamburger,’ zei ze ooit, ‘maar dan vaak zonder de hamburger.’) Ze kon goed leren en haalde een studiebeurs binnen voor de sdsu, studeerde af in twee richtingen (bedrijfskunde en accountancy), en omdat het casino verplicht is een bepaald percentage van zijn medewerkers te werven in het reservaat, viel de keuze al gauw op Summer. Ze begon als hostess en werkte zich in rap tempo op tot haar huidige functie.
Die ze met verve vervult.
Ze is geliefd bij haar team, dat haar bewondert, respecteert én
vreest. Dat laatste omdat ze een kort lontje heeft. ‘Het doet me niets om mensen te ontslaan,’ heeft ze eens gezegd. ‘Meestal heb ik alleen spijt dat ik het niet eerder heb gedaan.’
Wie de kantjes eraf loopt bij Summer vliegt eruit.
Maar werk je hard voor haar, dan steunt ze je onvoorwaardelijk.
Tegenover klanten, de directie of wie dan ook.
Zoals vanochtend, toen Summer tijdens een vergadering een aanvaring had met het hoofd beveiliging.
‘Een klant valt de hele tijd de meiden van de bediening lastig,’ zei Summer. ‘Waarom grijpt de beveiliging niet in?’
‘Dat heeft toch niets met veiligheid te maken?’ vroeg het hoofd.
‘Het heeft álles met veiligheid te maken,’ zei Summer. ‘Ze hebben het recht om drankjes te serveren zonder door een gast in hun borst geknepen te worden.’
‘Wat verwacht je van mijn team?’
‘Dat ze hem eruit zetten,’ zei Summer.
‘Hij is een grote speler,’ zei de vloermanager. ‘Heb je zijn atp bekeken?’
‘Zeker,’ zei Summer. ‘Ik haal zó iemand anders binnen die evenveel geld uitgeeft en de bediening niet aanrandt.’
‘Noem je dat aanranding?’ vroeg de vloermanager.
‘Daar hebben we het over, ja.’
Het hoofd beveiliging zei: ‘In deze business –’
‘Wil jij hem eruit gooien?’ vroeg Summer. ‘Of zal ik het doen? Want als ik het doe, dan gaat hij horizontaal naar buiten en niet verticaal.’
Ze geloofden haar op haar woord.
Die middag kwam ze na haar wekelijkse rondje op een golfbaan in de woestijn aan bij de negentiende hole.
Highland keek haar aan toen ze met haar Arnold Palmer plaatsnam aan het tafeltje naast hem.
‘Hoe heb je gespeeld?’ vroeg hij.
‘Ondermaats,’ zei Summer, een bewust dubbelzinnige woordkeus. ‘En jij?’
‘Ik golf niet,’ zei Highland. ‘Ik kijk graag uit over de baan. En dit is het beste restaurant in de omgeving.’
Hij gebaarde naar de lege stoel aan zijn tafel en ze ging zitten. Summer was gewend aan mannelijke aandacht en deed er vaak haar voordeel mee.
‘Het beste restaurant hier in de buurt zit in mijn casino,’ zei ze.
‘Ben je eigenaar van een casino?’
‘Bedrijfsleider.’
‘Ik durf te wedden dat het je heel goed af gaat,’ zei Highland.
‘Kijk eens, jij hebt de eerste winst al binnen,’ zei Summer. ‘Blackjack is denk ik wel wat voor jou, maar ik zie je ook wel scoren bij het pokeren.’
Ze gaf hem haar kaartje.
Highland bestudeerde het.
‘Mag ik jou eens iets vragen, Summer Redbird,’ zei hij. ‘Ben je gelukkig?’
Op haar tweeëndertigste is Summer de jongste bedrijfsleider van een casino in het hele land.
Maar ze komt niet hogerop.
Gordon Matthews, de controller van het casino, heeft het haar met zoveel woorden gezegd.
‘Ik weet dat je mijn baan ambieert,’ had hij op een avond bij een drankje aan de bar gezegd.
‘Klopt, ik wil jouw baan,’ zei Summer. ‘Maar niet jóúw baan. Ik wil controller worden, maar niet hier.’
‘Waar dan?’
‘Las Vegas.’
In een van de grote casino’s.
‘Mag ik jou een hele hoop teleurstelling besparen?’ zei Gordon. ‘Er zijn tientallen casino’s in de reservaten, en in een daarvan kun jij
die baan vast en zeker krijgen. Maar de casinobazen in Vegas? Die laten zich leiden door bedrijfskundige belangen en door niets anders. Zij zien maar een deel van jou. Je bent een vrouw en je bent Native American. Neem genoegen met wat je nu hebt, Summer.’
Dit zinde haar totaal niet. Dus ze zei: ‘En wat gebeurt er als ik mijn zinnen toch op jóúw baan zet?’
Hij schonk haar het sluwe lachje waar hij patent op had. ‘Dat kun je dus echt vergeten.’
Summer wist waarom.
Old Gordo was zo zeker van zijn zaak omdat het zwarte geld via hem werd binnengesluisd.
Hij was degene die het kartel had toegelaten in het casino.
Old Gordo probeerde haar al twee jaar het bed in te krijgen, en als hij een paar drankjes op had en indruk op haar wilde maken werd hij loslippig. Hij liet hints vallen over zijn connecties met gevaarlijke, machtige mensen, over het grote geld, duistere geheimen waarover hij moest zwijgen maar die op de achtergrond toch vaag aanwezig waren. Voor haar ging hier een onweerstaanbare aantrekkingskracht van uit.
Natuurlijk had Summer de meeste verdachte zaakjes allang opgemerkt, ze is niet achterlijk. Ze weet in die keuken werkelijk elke vork en lepel te vinden, dus ze heeft echt wel door dat er ‘voedsel’ geleverd wordt dat niet in een koelcel of vriezer belandt.
En ze heeft ook in de gaten wat er speelde op de casinovloer. Hoewel dat niet direct haar pakkie-an was – daar is de vloermanager de baas – viel het haar op dat sommige spelers onevenredig vaak wonnen en dat deze bedragen in de boeken niet terug te vinden waren.
‘Houd je bij je eigen taken,’ had Gordon haar voorgehouden. ‘Eten, drankjes, hospitality, klanttevredenheid. En die grote spelers… Praten ze niet met jou, dan praat jij ook niet tegen hen.’
En op bepaalde momenten deed ze er goed aan zich niet in de
keuken te vertonen. Gordon, een onuitputtelijke bron van clichés, had hieraan toegevoegd: ‘Wat niet weet, wat niet deert.’
Misschien wel het meest sleetse cliché aller tijden.
Wat je niet weet, deert je wel degelijk. En hoe.
Gordon wist bijvoorbeeld niets over Summers onvrede.
Nu keek ze John Highland aan. ‘Of ik gelukkig ben?’
‘Ben je dat?’
‘Nee,’ zei Summer. ‘Dat ben ik niet.’
‘Je kunt nu opstaan en vertrekken,’ zei Highland. ‘En dan gebeurt er verder niks. Jij weet niet wie ik ben, voor mij vorm je geen bedreiging. Je loopt geen enkel gevaar.’
Na een lange stilte zei Summer: ‘Je kwam hier speciaal voor mij.’
‘Ik weet hoe het werkt,’ zei Highland. ‘Je bent een uiterst capabele jonge vrouw die werkt voor een kloothommel als Gordon Matthews, en je bent op het glazen plafond gestuit. Je verdient goed, maar ook weer niet geweldig. En je ziet miljoenen dollars in contanten het casino binnenstromen waarvan jij er niet eens een páár in handen krijgt.’
‘Dus je hebt de geruchten gehoord,’ zei Summer. ‘Over het witwassen.’
In de onderwereld wordt al jaren rondverteld dat het Castle een witwastoko zou zijn. Niemand heeft ooit iets met deze informatie gedaan omdat het casino geldt als een onneembare vesting.
‘Is het waar?’
‘Ben je een juut?’ vroeg Summer.
‘Vroeger bij het buitenspelen was ik al de boef,’ zei Highland, ‘en bij die groep hoor ik nog steeds.’
Haar ogen verwijdden zich.
Een heel klein beetje maar.
‘Is ze te vertrouwen?’ vraagt Jamal nu.
‘Is er íémand te vertrouwen?’ zegt Highland. ‘Behalve wij twee? En trouwens, hebben we een keus?’