



HarperCollins is een imprint van Uitgeverij HarperCollins Holland, Amsterdam.
Copyright © 2026 Aamna Qureshi
Oorspronkelijke titel: The Baby Dragon Bookshop
Copyright Nederlandse vertaling: © 2026 HarperCollins Holland
Vertaling: Anna Livestro
Omslagontwerp: Ellie Game © HarperCollinsPublishers Ltd
Omslagbewerking: Pinta Grafische Producties
Omslagbeeld: © Alex Cabal / Illustration X; Shutterstock
Zetwerk: Crius Group, Hulshout
isbn 978 94 027 2045 7
isbn 978 94 027 7572 3 (e-book)
nur 302
Originele uitgave verschenen bij HarperCollinsPublishers Ltd, London, Great Britain.
Aamna Qureshi asserts the moral right to be identified as the author of this work.
Deze uitgave is uitgegeven in samenwerking met HarperCollins Publishers LLC. HarperCollins Holland is een divisie van Harlequin Enterprises ULC. ® en ™ zijn handelsmerken die eigendom zijn van en gebruikt worden door de eigenaar van het handelsmerk en/of de licentienemer. Handelsmerken met ® zijn geregistreerd bij het United States Patent & Trademark Office en/of in andere landen.
www.harpercollins.nl
Elk ongeoorloofd gebruik van deze publicatie om generatieve kunstmatige-intelligentietechnologieën (AI-technologieën) te trainen is uitdrukkelijk verboden. De exclusieve rechten van de auteur en de uitgever worden hierbij niet beperkt. HarperCollins maakt tevens gebruik van de rechten onder Artikel 4(3) van de Digital Single Market Directive 2019/79 en het uitvoeren van tekst- en datamining op deze publicatie is niet toegestaan.
Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het e-book is beveiligd met zichtbare en onzichtbare watermerken en mag niet worden gekopieerd en/of verspreid.
Alle in dit verhaal voorkomende personen zijn ontleend aan de fantasie van de schrijver. Elke gelijkenis met bestaande personen berust op toeval.
De sneeuw viel in dikke vlokken uit de lucht en legde een deken over de heuvels van Starshine Valley. Emmeline Sterling keek door het raam hoe ze omlaagdwarrelden, een constante stroom van wit tegen de koude, donkere hemel.
De winter was altijd haar lievelingsseizoen geweest, maar nu had ze geen tijd om van de winterse schoonheid te genieten. Ze haalde diep adem en ging weer aan de slag: ze moest op zoek naar een naald en draad.
‘Aha!’ zei ze hardop in de lege slaapkamer, toen ze in de ladekast vond wat ze zocht. ‘Daar zijn jullie.’ Ze pakte de naald en het draad en schoof de lade met een klap dicht.
Haar hakken klikten over de marmeren vloer toen ze de slaapkamer uit liep om zich weer te gaan mengen in het luidruchtige feest dat beneden in volle gang was: het klinken van champagneglazen, de uitbarstingen van melodieën, het gelach en geklets en natuurlijk de babydraakjes die met elkaar aan het spelen (of aan het knokken) waren. Buiten joeg de wind over het grote landgoed van de familie Sterling, waar Emmelines enige oom van vaderskant en haar favoriete neven en nichten woonden.
Vandaag was ze hier voor haar jongste nichtje, Genevieve, koosnaam Ginny, die tweeëntwintig werd. Ginny gaf een verjaardagsfeestje voor haar én voor haar babydraakje, Fang, dat net één jaar was geworden. Alleen de grootste enthousiastelingen gaven feestjes
voor hun babydraakjes, en Ginny was zonder meer een heel enthousiast meisje.
Emmeline liep de trap af, terug naar het feestje, waar Ginny en Fang onafscheidelijk waren. Fang was nooit meer dan een halve meter bij Ginny vandaan; zijn zwarte schubben glinsterden in het licht en zijn paarse ogen keken vol bewondering naar zijn ruiter. Ginny droeg een zwartfluwelen jumpsuit en haar donkere haar was strak ingevlochten. Ze beantwoordde de blik van haar babydraak met evenveel genegenheid.
Buiten in de sneeuw waren andere kleine draakjes aan het spelen en er stonden er ook een paar onder de lichten op de dansvloer te springen op de muziek. Het feest vond plaats in de balzaal, die in de wintermaanden werd gebruikt als het te koud was voor tuinfeesten. Emmeline was op zoek naar haar tante, maar werd steeds opgehouden door neven en nichten die hallo wilden zeggen en haar om advies vroegen, en ze bleef zelf steeds even staan om door de haren van de aanwezige kinderen te woelen.
Ze aaide babydraakjes en ontweek de vragen van haar ooms, voordat ze dan toch eindelijk aan de andere kant van de balzaal aankwam, waar haar tante aan een van de tafels zat, met een humeur dat twee keer zo zuur was als de citroensoufflé die als dessert werd geserveerd.
‘Ben ik weer!’ zei Emmeline en ze ging op de lege stoel naast tante Marie zitten, de oudste van de Sterling-broers en -zussen. Haar tante droeg een donkerblauwe, rechte, mouwloze jurk met een geborduurde sjaal om haar schouders, haar donkere haar netjes opgestoken om de parels in haar oren en om haar hals goed te laten uitkomen.
‘Wat bleef je lang weg, schat,’ zei Marie, terwijl ze haar sjaal strakker om haar armen trok. Ze boog wat naar voren en zei zachtjes. ‘Kon je het vinden?’
‘Ja, tante,’ antwoordde Emmeline. Ze hield de naald en draad
omhoog en Marie haalde opgelucht adem. Ze liet haar sjaal van één schouder glijden, waardoor het stukje losgeraakte naad in de schouder van de jurk zichtbaar werd. Emmeline stak de draad vlug door het oog van de naald en ging aan de slag.
‘Ik zal eens een hartig woordje met mijn kleermaker wisselen,’ zei Marie geërgerd, haar wenkbrauwen gefronst. ‘Hoe kan zoiets nou toch gebeuren?’
‘Maak je geen zorgen,’ zei Emmeline geruststellend en ondertussen waren haar vingers vlug aan het werk. ‘Nog even geduld en dan kun je weer met opa de dansvloer op.’
Emmeline knipoogde en eindelijk moest Marie dan toch glimlachen.
‘Je opa moet hoognodig zijn geheimen eens met ons allemaal delen,’ zei Marie hoofdschuddend. ‘Ik snap echt niet dat zijn knieën het nog volhouden!’
‘Klaar!’ zei Emmeline na het laatste steekje. Ze haalde een handspiegeltje uit haar tas en klapte het open zodat Marie het kon zien.
‘Heel goed,’ zei Marie. Emmeline stond op en stak haar hand uit naar haar tante.
‘Kan ik verder nog iets voor je halen?’ vroeg Emmeline.
‘Een kopje koffie zou heerlijk zijn, schatje,’ zei Marie. ‘Ik heb hoofdpijn van al die stress.’
‘Komt goed.’ Emmeline ging op zoek naar een ober die Marie een kopje koffie kon brengen. ‘Cafeïnevrij, met twee scheutjes room,’ zei ze tegen hem. Als Marie zo laat op de avond nog cafeïne zou drinken, zou ze vannacht niet slapen.
De ober knikte, liep weg om de bestelling te gaan halen en nadat ze haar tante gedag had gekust, keek Emmeline de zaal rond en zag een tafel vol afgedankte borden. Ze klakte met haar tong en beende toen naar een ander personeelslid.
‘Wil je alsjeblieft de borden van die tafel afruimen?’ vroeg ze al wijzend.
En toen werd er een drankje op de grond gegooid en moest Emmeline ervoor zorgen dat dat werd opgedweild voordat iemand erover zou uitglijden. De hele avond was ze al alert en er bleven maar kleine dingen gebeuren die opgelost moesten worden.
Emmeline slaakte een zucht en wreef over haar slapen. Gelukkig was het feest bijna voorbij en daarmee zou ook de spanning van de afgelopen weken voorbij zijn.
Toen Ginny Emmeline had gevraagd om te helpen met het organiseren van dit gezamenlijke verjaardagsfeest, had Emmeline natuurlijk ja gezegd, ook al was Ginny’s moeder Cecilia heel bedreven in het organiseren van zulke evenementen.
‘Ik kan mijn moeder niet vragen, want je weet dat ze dan gewoon veel te groots uitpakt,’ had Ginny uitgelegd.
‘Maak je geen zorgen,’ had Emmeline geantwoord. ‘Ik regel het wel.’
De afgelopen weken had zij alles georganiseerd en het feest was vlekkeloos verlopen, wat te verwachten was. Want Emmeline Sterling faalde nooit. Alles verliep altijd volgens plan en iedereen had haar de hele avond complimenten gegeven voor haar uitstekende werk.
Ze was gewend aan de lof, maar toch deed het haar goed. Dat gevoel probeerde ze vast te houden nu haar hoofd zo bonkte. Haar ogen scanden de balzaal en ze keek naar haar enorme familie. Wat genoot ze toch van die lachende kinderen en hand in hand lopende stelletjes, neven en nichten die grappen aan het maken waren met elkaar en tantes die plannetjes zaten te smeden. En van de kleine babydraakjes die in wiegjes lagen te slapen, terwijl andere babydraakjes met elkaar speelden.
Emmeline glimlachte bij zichzelf. De Sterling-clan was uitgebreid; haar vader was de jongste van vijf kinderen en ze had heel veel neven en nichten, die in twee groepen waren verdeeld: de ouderen van eind dertig en begin veertig, die al getrouwd waren en kin-
deren hadden, en de jongeren van midden twintig tot begin dertig.
Binnen de jongere groep was Aiden de oudste, gevolgd door Emmeline. Maar Aiden was niet zo familieziek en dus was het Emmeline die voor alles en iedereen zorgde. Hoewel ze het heerlijk vond om er voor mensen te zijn, begon ze nu toch wel moe te worden.
Ze overwoog om heel even weg te glippen, maar net toen ze zich omdraaide, zag ze twee van haar neefjes ruziemaken, hun hoofdjes helemaal rood aangelopen. Met een zucht liep ze naar hen toe en hurkte neer om hen allebei bij de schouders te pakken.
‘Hé, jongens,’ zei ze en de kinderen, vijf en zes jaar oud, keken haar aan.
‘Hij wil niet met me spelen!’ klaagde de jongste van de twee met een trillende onderlip.
‘Jij speelt de hele tijd vals!’ zei de oudste tegen Emmeline.
Het was al ver voorbij hun bedtijd.
‘Als jullie nou eens allebei naar jullie moeders gaan?’ stelde Emmeline voor. ‘Volgens mij is er warme chocolademelk.’
Beide jongetjes vergaten hun ruzie meteen. ‘Met marshmallows?’ vroeg de jongste.
‘Met marshmallows,’ bevestigde Emmeline en ze ging weer rechtop staan.
‘Wie het eerst daar is!’ zei de zesjarige, en toen renden ze weg.
Emmeline keek hen na toen ze de menigte in holden en langs een vertrouwd gezicht liepen.
‘Emmy!’ riep Saphira toen ze haar zag. Ze zwaaide en Emmeline liep naar Saphira en Aiden toe. Saphira was een van de nieuwste toevoegingen aan de Sterling-clan, zoals bleek uit de enorme verlovingsring met daaroverheen geschoven de diamanten trouwring.
De lieve eigenaresse van het Baby Dragon Café droeg een donkerroze, zwierige midi-jurk en had haar golvende zwarte haar opgestoken in een ingewikkelde knot – waarschijnlijk met hulp van haar schoonmoeder. Ginny was altijd jongensachtig geweest en Ce-
cilia verlangde ontzettend naar een schoondochter die zich wél door haar liet aankleden. Saphira had een meisjesachtige en romantische stijl en liet haar schoonmoeder graag haar gang gaan.
Bij de jurk droeg ze een heleboel gouden rinkelarmbanden en een eenvoudige neuspiercing, die ze altijd in had, en hakken. Maar die had ze allang uitgetrokken. Haar man, Emmelines neef Aiden, stond naast haar en glimlachte toen ze op hen afliep.
‘Ik heb je voor mijn gevoel de hele avond nog niet gezien!’ zei Saphira. Ze had een arm om Aidens middel geslagen en leunde tegen hem aan, maar stak haar vrije hand uit naar Emmeline.
‘Ach, je kent me toch,’ antwoordde Emmeline, terwijl ze Saphira uit Aidens armen trok en haar een pirouette liet draaien. Saphira lachte.
‘Hé, niet mijn danspartner afpakken,’ protesteerde Aiden en hij sloeg zijn armen van achteren om zijn vrouw. Ze giechelde en leunde achterover tegen zijn borst terwijl ze zijn onderarm vasthield. Hij had de mouwen van zijn witte overhemd opgerold.
Zonder hakken was Saphira van gemiddelde lengte, aanzienlijk kleiner dan Emmeline, maar ze paste zo schattig in Aidens armen. Liefdevol trok Emmeline haar neus op toen ze hen zo bekeek. ‘Jullie zijn te schattig.’
Aiden glimlachte en Saphira giechelde nog eens.
‘We missen Millie alleen wel vanavond,’ zei Saphira. Emmeline voelde een lichte steek in haar borst bij de naam van haar zusje.
‘Ik mis haar ook verschrikkelijk,’ antwoordde Emmeline.
Ze had niet veel goede vriendinnen – die had ze ook nooit nodig gehad, met zo’n grote familie als de hare. Ze had altijd een automatische partner in crime gehad in haar zus Millicent, die een jaar jonger was dan zij. Helaas was Millie een paar jaar geleden getrouwd en verhuisd naar een plaats die uren rijden bij hen vandaan lag.
Met twee kinderen en een derde op komst kwam ze maar een paar keer per jaar op bezoek, en Emmeline miste haar gigantisch, ook al
was ze inmiddels een beetje aan dat gemis gewend geraakt. Soms voelde het bijna alsof het altijd zo was geweest en was ze verbaasd als ze zich herinnerde dat Millie vroeger ook in Starshine Valley woonde. Gek dat als je eenmaal gewend was aan veranderingen, het bijna voelde alsof de oude situatie nooit had bestaan.
Emmeline kon zich nauwelijks een tijd herinneren waarin ze Saphira nog niet kende – het vrolijke meisje was al snel een goede vriendin van Emmeline geworden. Aiden was per slot van rekening Emmelines favoriete neef, en zijn status was alleen maar gestegen sinds hij samen was met Saphira, die Emmeline technisch gezien eerder dan hij had leren kennen, omdat Saphira haar koffie voor de Baby Dragon inkocht bij Emmelines bedrijf Inferno, dat koffiebonen brandde met drakenvuur.
‘Ze kan elk moment bevallen, toch?’ vroeg Aiden.
‘Haar baby’s zijn zó schattig!’ zei Saphira. Millies zoon, Noah, was nu vier en haar dochter, Ira, was twee.
‘Ze lijken op mij,’ zei Emmeline trots, met haar kin in de lucht. Millie en zij werden vaak voor een tweeling aangezien, en Millies kinderen leken duidelijk op hun moeder.
‘O, dus jij strijkt met de eer?’ plaagde Aiden.
‘Ja, tuurlijk!’ antwoordde Emmeline. ‘Ik ben degene die haar heeft gezegd: “Millie, je moet écht een man met zwakke genen trouwen, want als míjn neefjes en nichtjes niet op mij lijken, kom ik in opstand.” Dus dat heeft ze toen gedaan.’
Saphira en Aiden moesten allebei lachen. ‘Ik denk dat we voor jou ook op zoek moeten naar een man met zwakke genen,’ zei Saphira.
Dat wuifde Emmeline weg. ‘Maak je om mij nou maar geen zorgen.’
‘Hoezo maken we ons zorgen om Emmeline?’ vroeg een vertrouwde stem.
Emmeline draaide zich om en zag dat Lavinia Williams zich bij hen had gevoegd. Ze droeg een bosgroene jurk die haar rondingen
benadrukte, en plateauzolen die haar korte lengte een paar centimeter extra gaven. Om haar nek hing een fijn gouden kettinkje met in het midden een kleine letter T.
De inspiratiebron voor die letter stond naast haar: haar vriendje, Theo Noon. Lang en slank, in een smal gesneden zwarte broek en een saliegroen overhemd. Ze hielden allebei een beker warme chocolademelk in hun ene hand en hadden met de andere hand elkaar vast, hun vingers met elkaar vervlochten.
Het stel was al sinds hun kindertijd elkaars beste vriend, maar was pas vorig jaar gaan daten. Lavinia werkte vroeger bij de Baby Dragon en Theo was daar als bedrijfsleider voor Saphira aan de slag gegaan. Daarnaast runde hij de Baby Dragon Bakery, de bakkerij van het café.
‘Dat doen we niet,’ antwoordde Emmeline, om de aandacht af te leiden van het feit dat ze single was. ‘We zijn juist gefocust op hoe schattig deze twee zijn.’
‘Ze zitten nog in hun wittebroodsweken,’ zei Lavinia.
‘Ze zitten al in hun wittebroodsweken sinds ze elkaar hebben leren kennen,’ antwoordde Emmeline, waar de rest om moest lachen. Aiden en Saphira stribbelden niet eens tegen; ze keken elkaar alleen maar aan met sterretjes in hun ogen en een glimlach om hun lippen.
‘Wíj zouden ook in onze wittebroodsweken kunnen zitten,’ zei Theo, terwijl hij Lavinia in haar zij kneep. Ze gilde het uit.
‘Stop nou met me de hele tijd ten huwelijk vragen!’ Lavinia sloeg hem op zijn borst. ‘Dat mag pas als ik in mei ben afgestudeerd!’
Wat een luxeprobleem, dacht Emmeline wrang en ze voelde een pijnlijke steek in haar borst. Lavinia en Saphira waren allebei jonger dan zij, en ze vierden nu Ginny’s tweeëntwintigste verjaardag, zodat Emmeline zich op haar negenentwintigste echt stokoud voelde. Het feit dat ze in januari dertig zou worden zonder dat er zicht was op een meeslepende romance hielp ook niet.
Ze had na haar studie maar één serieuze relatie gehad. Sindsdien
had ze geflirt en plezier gehad, maar er leek niemand te zijn die haar ziel wist te raken.
Emmeline schudde haar hoofd en drukte de gedachte weer de kop in voordat die haar in een neerwaartse spiraal bracht. Ze concentreerde zich op het gesprek.
‘Hoe gaat het met de zoektocht naar een ring?’ vroeg Saphira aan Lavinia, die een peinzend geluid maakte.
‘Die is nog bezig,’ zei ze. ‘Ze zijn allemaal zo mooi! Ik kan maar niet kiezen.’
Aiden en Theo keken elkaar geamuseerd aan over de hoofden van de meisjes heen. Toen werd er een ander nummer gespeeld; bij de akkoorden lichtten Saphira’s ogen op. Emmeline begon te grinniken. Het was een nummer dat ze allebei geweldig vonden.
‘Het spijt me, Aiden,’ zei Emmeline, terwijl ze Saphira’s hand pakte, ‘maar je meisje is nu even van mij.’
Ze nam Saphira mee en Saphira pakte ook Lavinia mee en samen liepen de meiden naar de dansende feestgangers. Twee babydraakjes waren al aan het springen op de dansvloer en probeerden het kleurrijke stroboscooplicht te vangen.
Aan de andere kant van de dansvloer zag de jarige hen. Haar mond viel open en ze rende naar hen toe. ‘Wacht op mij!’ riep Ginny.
De meiden maakten een klein kringetje, trokken Ginny naar zich toe en samen dansten ze en maakten ze lachend plezier.
Totdat Emmeline vanuit haar ooghoek vlammen zag.
‘O jee,’ zei Lavinia en ze kwam tot stilstand.
Emmeline kneep haar ogen tot spleetjes. ‘Maak je geen zorgen,’ zei ze tegen de meiden en ze ving Ginny’s blik. ‘Ik regel het wel.’
Emmeline kneep even in Ginny’s hand, holde erop af en nam onderweg twee personeelsleden met zich mee. Op de plaats van het incident stond Motu, het babydraakje van haar broer, dat een tafelkleed in brand had gestoken en nu met geschrokken paarse ogen naar de vlammen keek.
‘Motu!’ zei Emmeline berispend, en de babydraak keek meteen beschaamd en verborg zijn gezicht achter zijn vleugeltjes. Ze klakte naar hem met haar tong. Terwijl het personeel de brand bluste, wist Emmeline dat niet de baby de schuldige was, maar zijn ruiter.
Ze speurde de feestgangers af naar Haris.
Toen ze hem zag, stond hij te lachen met hun neef Oliver en Emmelines andere broer, Naveed. Haar beide broers leken op haar, al hadden ze een iets lichtere huid.
Oliver ving Emmelines blik als eerste en stopte meteen met praten. Hij stootte Haris nerveus aan. Emmeline sloeg haar armen over elkaar terwijl haar jongere broer Olivers blik volgde en vervolgens slikte. Hij liep langzaam naar haar toe.
‘Eh... Alles goed, Emmy?’ vroeg Haris met een voorzichtige glimlach. Daar waren de kuiltjes in zijn wangen. Hij probeerde schattig te doen. Ze keek hem boos aan.
‘Zeg jij het maar,’ zei ze op scherpe toon. Motu liep naar Haris toe, met zijn mollige drakenhoofdje gebogen. Haris was vierentwintig en studeerde geneeskunde. Zijn babydraakje opvoeden was niet zijn sterkste punt, dus het kwam erop neer dat Emmeline de helft van de tijd op hem moest passen.
Ze had meerdere keren tegen hem gezegd dat hij zijn ei niet moest laten uitbroeden zolang hij nog studeerde, maar denk je dat hij luisterde? Welnee. Soms haatte ze het echt om gelijk te hebben.
Haris had tenminste nog het fatsoen om beschaamd te kijken toen hij Motu in zijn armen nam. Emmeline keek naar het verbrande tafelkleed dat het personeel aan het vervangen was.
‘Kijk dan eens naar Fang!’ zei Emmeline streng, wijzend naar Ginny’s brave babydraakje dat rustig met zijn kopje mee wiegde op de muziek terwijl hij met zijn vleugels flapperde.
Hoewel er maar een maand leeftijdsverschil was tussen Motu en Fang – Motu was ouder – was Fang een stuk beter getraind. Want Ginny had zich helemaal aan Fang gewijd sinds ze in mei vorig jaar
afgestudeerd was, zodat ze de training van Fang kon versnellen en hij al zijn eerste vlucht maakte toen hij pas zeven maanden oud was. Motu had pas vorige maand zijn eerste vlucht gemaakt en was nog een beetje onhandig omdat Haris het te druk had met zijn studie.
‘Sorry,’ zei Haris schaapachtig. Emmeline keek hem boos aan. Ze hoefde niets te zeggen; die blik was genoeg om haar broer duidelijk te maken hoe teleurgesteld ze was. Hij kromp ineen.
Ze nam Motu van hem over en de babydraak liet dat gewillig toe, ook al had ze zijn ruiter zo op zijn kop gegeven. De kleine draak kende hun familiedynamiek.
Ze liep met Motu naar boven, weg van het drukke feest in de balzaal, naar een deel van het landhuis waar het een stuk rustiger was. Toen ze langs de zitkamer kwam, raakte Motu haar wang aan met een pootje en keek haar aan met grote paarse ogen.
Haar hart smolt.
‘Je ruiter moet meer verantwoordelijkheid nemen,’ fluisterde ze tegen Motu en ze aaide met haar vrije hand over zijn snoet. Motu sloeg met zijn vleugeltjes. Ze lachte. ‘Kom maar mee.’
Ze belde een drakenverzorger om voor de babydraak te komen zorgen, en even later kwam er eentje naar hen toe die Motu van haar overnam. De verzorger vertrok met Motu en Emmeline bleef alleen achter. In de stilte slaakte ze een zucht en toen ze zich omdraaide, zag ze zichzelf in een vergulde spiegel.
Ze droeg een jurk met blote schouders en dramatische klokmouwen die tot op de grond reikte, met een split aan één kant van haar dij, waardoor haar hooggehakte en met glinsterende edelstenen bezette sandalen zichtbaar waren. Hoewel haar outfit nog perfect zat, was haar haar helemaal in de war geraakt. Ze haalde de jade haarspeld eruit en het haar viel in een waterval tot op haar heupen. Het was glanzend en gitzwart, in lange lagen geknipt.
Ze schudde het los en keek naar haar spiegelbeeld. Haar oogpotlood was een beetje uitgelopen en haar bloedrode lippenstift was
vervaagd, maar ze zag er nog steeds perfect uit. Ze rolde met haar schouders, schoof haar mooie gouden neusring, haar enige sieraad, op zijn plek en liep terug naar het feest.
En daar zag ze hem. Met zijn donkere huid en het gladgeschoren gezicht dat zijn geprononceerde gelaatstrekken benadrukte was hij makkelijk te herkennen, en een warm gevoel verspreidde zich door haar lichaam toen ze zijn lange, slanke, gespierde gestalte in zich opnam.
Luke Hayward. Haar vijand.
Emmeline bleef voor de woonkamer staan. Haar hart ging wild tekeer. Er was verder niemand hierboven, maar blijkbaar had hij háár nog niet opgemerkt. Tegen de muur geleund leek hij in de ban van het uitzicht door de grote ramen, starend naar de vallende sneeuw.
Hij droeg een zwart pak, zonder stropdas, en zijn zwarte overhemd was open bij de kraag, waardoor de kettingen om zijn nek zichtbaar waren. Het waren niet de enige sieraden die hij droeg: aan bijna al zijn vingers droeg hij ringen en in één oor hing een oorbel. Zijn kenmerkende look.
Even dacht Emmeline dat ze hallucineerde. Ze was waarschijnlijk echt moe. Ze deed een stap naar voren om beter te kunnen kijken. Hij kon hier onmogelijk zijn.
Maar toen hij haar hakken hoorde, draaide hij zich om en liet zijn blik op haar vallen. De duivelse glimlach om zijn lippen deed de rillingen over haar rug lopen en maakte haar duidelijk dat hij wel degelijk echt was.
‘Hayward,’ zei ze kattig en ze liep op hem af. Hij zette zich relaxed af van de muur en rechtte zijn rug. Emmeline was lang en ze was altijd gewend om een van de langsten te zijn in elke ruimte, vooral op haar hoge hakken, maar hij was nog langer met zijn één meter vijfennegentig. Nog een reden om hem te haten.
‘Sterling,’ zei hij op een relaxte toon en met een twinkeling in zijn ogen.
De irritatie stroomde door haar aderen toen ze voor hem stond. Ze snapte het niet – wat deed hij hier? Zij had zelf de uitnodigingen verstuurd; ze wist heel zeker dat hij niet was uitgenodigd. Hij maakte geen deel uit van de Drakkon-kringen. Hij was een chimera-eigenaar en woonde in Bayview, aan het meer. Starshine Valley was verdeeld in regio’s en iedereen bleef meestal in zijn eigen stukje wereld.
Behalve hij. Hij probeerde altijd haar klanten weg te kapen. Haar koffie werd door draken gebrand, die van hem door chimera’s. Zijn bedrijf, Tempest, was haar concurrent. Zeven jaar geleden, meteen na haar studie, was ze haar bedrijf gestart en hij was een jaar of twee later met dat van hem begonnen. Hij had dus haar idee zo goed als gestolen.
Hij was een meedogenloze zakenman: succesvol, knap, harteloos.
Al vanaf het moment dat ze voor het eerst over hem hoorde – in haar laatste schooljaar, toen Millie, die een klas lager zat, beweerde dat ze verliefd op hem was – wist ze dat hij voor problemen zou gaan zorgen.
‘Wat doe jij hier?’ vroeg ze hem.
‘Misschien heeft de jarige me wel uitgenodigd,’ antwoordde Luke en hij haalde zijn hand door zijn lange zwarte haar. Ze kreeg een rood waas voor haar ogen en voelde een heftige beschermingsdrang opkomen.
Ze liep nog dichter naar hem toe en prikte met een vinger tegen zijn borst.
‘Blijf bij haar uit de buurt,’ snauwde ze. ‘Je hebt al het hart van één zusje gebroken.’
Hij hield zijn hoofd schuin en keek haar aan. Zijn donkere ogen waren als kolen, smeulend van hitte net onder het oppervlak, en hij keek dwars door haar heen. ‘Daar heb je al wraak voor genomen, als ik het me goed herinner.’
Daar voelde ze zich wel even schuldig om, ook al was er geen reden toe. Bovendien was Emmeline er niet het type naar om spijt te hebben.
Lukes blik viel op haar vinger, die nog steeds op zijn borst lag. Hij deed alsof hij erin wilde bijten en geschrokken trok ze haar hand weg.
Hij keek op en beantwoordde haar geschokte blik met een veelbetekenende glimlach. Haar hartslag versnelde, het bloed raasde door haar aderen.
Ze stond op het punt iets drastisch te doen toen ze een stem hoorde zeggen: ‘Ah, Luke, daar ben je.’