

De situatie rondom Afrikaanse varkenspest (AVP) blijft penibel In verband met de potentiële snelle verspreiding van AVP onder wilde zwijnen of gehouden varkens wordt de meest recente informatie omtrent AVP beschreven die beschikbaar is op het moment van schrijven. Het betreft dus niet alleen het eerste halfjaar van 2025.

In totaal zijn er in 2025 tot en met 26 mei 1.502 uitbraken van AVP gemeld bij wilde zwijnen in Duitsland. Er zijn geen uitbraken onder gehouden varkens. In het eerste kwartaal van 2025 zijn de meldingen van positief geteste wilde zwijnen aan de Poolse grens aanzienlijk afgenomen. De bestrijding van AVP in Hessen Rijnland en Palatinem is een uitdaging. Door de relatief hoge bevolkingsdichtheid zijn niet alle beperkende middelen volledig te benutten.
Europabreed voert Polen momenteel de lijst aan met meer dan 2.202 (stand 26 mei 2025) gemelde AVP-gevallen in de wilde zwijnenpopulatie sinds 1 januari 2025. In het zuiden van Polen zijn er gebieden waar al langere tijd geen uitbraak meer is geweest en de beperkingszones worden opgeheven. Terwijl er in het zuidwesten van Polen geen nieuwe gevallen zijn gemeld, stapelen de meldingen zich op in het noordoosten en noorden van het land. Opmerkelijk zijn ook de talrijke meldingen van positief geteste wilde zwijnen aan de grens tussen Hongarije en Slowakije (ongeveer dertig kilometer ten oosten van het eerste mond-en-klauwzeergeval in Hongarije).
De situatie blijft zorgwekkend in het noordwesten van Italië. Er is één uitbraak bekend van AVP bij gehouden varkens. Sinds juni is ook Sardinië niet meer vrij van AVP.
De meeste uitbraken in de wilde zwijnenpopulatie komen voor in het gebied tussen Genua, Parma en Piëmont. Uitbraken in nieuwe gebieden in Piëmont en Toscane hebben ervoor gezorgd dat de beperkingsgebieden herzien moesten worden.
Meer dan zestig procent van de in 2025 gemelde gevallen bij gehouden varkens waren in Roemenië. Andere gemelde AVP-gevallen in de huisvarkenspopulatie waren in Moldavië, Oekraïne, Servië, Bosnië en Herzegovina en Kroatië. Hotspots in de wilde zwijnenpopulatie zijn vooral het grensgebied tussen Kroatië en Servië en het noordoosten van Griekenland.

Via VeekijkerNieuws houden wij u elk kwartaal op de hoogte van nieuws uit de monitoring van diergezondheid bij varkens. Mocht er tussendoor iets belangrijks spelen dan sturen wij u daarover een e-mail.

Aanmelden
sectiemateriaal
U kunt dieren 24 uur per dag, 7 dagen per week aanmelden voor pathologisch onderzoek via www.gddiergezondheid.nl/ophaaldienst of 088 20 25 500. Wij halen dieren die ’s avonds voor 22.00 uur zijn aangemeld de eerstvolgende werkdag op. Voor een optimaal onderzoek is het belangrijk om een volledige anamnese toe te voegen. Ook is het van belang vers materiaal in te sturen (koelen in warme tijden en bij strenge vorst op een droge afgeschermde plek binnen plaatsen) en een dier te selecteren dat representant is van het probleem.
Bijzondere bevindingen
Salmonella choleraesuis
In het voorjaar van 2025 werden bij vleesvarkens op twee bedrijven cyanose en peracute sterfgevallen opgemerkt. Vervolgens werden de overleden dieren voor pathologisch onderzoek en verdere diagnostiek naar GD gestuurd. Van een derde bedrijf werd een Salmonella isolaat doorgestuurd. Bij alle ingezonden dieren viel vooral een ernstige splenomegalie en vergrote, gemarmerde lymfeklieren op. Tijdens het bacteriologisch onderzoek konden uit de milt en longen van de dieren Salmonella spp. worden aangetoond, die konden worden toegewezen aan serogroep C. Verdere serotypering wees uit dat het om Salmonella van het serotype Choleraesuis var. Kunzendorf ging. Vervolgens werd van elk bedrijf een isolaat (n=3) naar het RIVM gestuurd voor analyse van het volledige genoom. Daaruit bleek dat twee van de drie gekarakteriseerde isolaten onderling een hoge genetische overeenstemming vertonen, maar dat het andere isolaat niet overeenkomst met de andere twee en dat er daarmee sprake is van twee ‘clusters’. De verschillende clusters komen echter ook overeen met S. choleraesuis-isolaten die in Duitsland zijn beschreven. Alle drie de getroffen bedrijven liggen op maximaal 31 kilometer afstand van elkaar en binnen dertig kilometer van de grens met Duitsland. Hoewel de exacte bron van de S. choleraesuisinfectie momenteel nog niet bekend is, zijn er enkele risicofactoren voor de introductie van de ziekteverwekker benoemd.
De aankoop van varkens die Salmonella van dat serotype uitscheiden, vormt de grootste risicobron. Echter, ook mensen en veel andere dieren (honden, katten, vogels, knaagdieren, enz.) kunnen als vectoren voor de introductie van S. choleraesuis in varkensstapels fungeren. Daarom zijn professionele ongediertebestrijding, het weren van huisdieren en vogels en persoonlijke hygiëne van groot belang om het risico op introductie van S. choleraesuis te verminderen. Daarnaast komt S. choleraesuis ook voor in de wilde zwijnenpopulatie, onder andere in Duitsland. Wilde zwijnen kunnen bijvoorbeeld als directe overbrengers van de ziekteverwekker fungeren, terwijl mensen en knaagdieren als mechanische vectoren kunnen optreden in een endemisch besmette regio.
S. choleraesuis kan ook door contaminatie van voer worden geïntroduceerd. Bijzondere voorzichtigheid is derhalve geboden bij de aankoop van voer uit het buitenland. Aangezien S. choleraesuis in veel Europese landen zoals Duitsland, Italië, Polen en Hongarije voorkomt, moet erop worden gelet dat het voer uit deze landen voldoende is behandeld. Hoewel de isolaten identiek zijn aan Duitse S. choleraesuis stammen wil dat niet zeggen dat wilde zwijnen of voer ook de bron is voor de introductie op Nederlandse bedrijven. Gecontamineerde transportmiddelen of contact met onbekende maar geïnfecteerde andere bedrijven is nog niet uitgesloten.
Naast vaatbeschadiging worden ook necrosehaarden, bijvoorbeeld op de lever, die zich klinisch kunnen manifesteren als icterus, evenals een interstitiële pneumonie met bloedingen in de longen beschreven. De meest opvallende pathologische kenmerken zijn vooral vergrote lymfeklieren en splenomegalie. Juist vanwege deze kenmerken is salmonellose, veroorzaakt door S. choleraesuis, een belangrijke differentiële diagnose van (Afrikaanse) varkenspest. Voor een adequate bewaking van dierziekten dient bij het aantreffen van dieren met cyanose en septikemie in de differentiaaldiagnose naast S. choleraesuis zeker ook gedacht worden aan Afrikaanse varkenspest en klassieke varkenspest. Een bijzonder verraderlijk aspect van deze ziekten is dat ze allen met splenomegalie worden geassocieerd en in het beginstadium alleen bij enkele dieren tot problemen leiden.
Voor preventie zijn in de eerste plaats consequente hygiëne- en externe bioveiligheidsmaatregelen, zoals professionele ongediertebestrijding, essentieel. Daarnaast heeft het gebruik van zuren (bijvoorbeeld mierenzuur of boterzuur) via het drinkwater zich in landen zoals Italië, bewezen als een effectieve preventieve maatregel. Bovendien kan door het verhogen van het ruwvezelgehalte, bijvoorbeeld door het vaker geven van suikerbietenpulp, de groei van Enterobacteriaceae in de darm worden tegengegaan.
De Veekijker staat in contact met de inzendende dierenartsen en er is afgesproken om bij terugkerende problematiek vervolgonderzoek in te stellen. Alle drie de bedrijven zijn geadviseerd om hygiënemaatregelen in te stellen om verspreiding te voorkomen. Er zijn daarna geen nieuwe meldingen meer geweest. Bij GD worden, in elk geval tijdelijk, alle Salmonella serogroep C isolaten uit varkens verder gekarakteriseerd om de betrokkenheid van S. choleraesuis te onderzoeken.
Bel de Veekijker



Op werkdagen kunt u rechtstreeks contact opnemen met de Veekijker: 088 20 25 555. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Het Veekijkerteam varken is bereikbaar op werkdagen tussen: 08.30-12.00 uur en 12.45-17.00 uur.
Royal GD
Arnsbergstraat 7
Postbus 9, 7400 AA Deventer
T. 088 20 25 500
info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl
Varkensgezondheid
Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk





