Skip to main content

Pluimvee december 2025

Page 1

VOOROP IN DIERGEZONDHEID

pluimvee December 2025 - nummer 82

INTERVIEW

Uitbraak Salmonella Enteritidis: stappen gezet om puzzel te leggen

PATHOLOGIE

Hoge uitval, geen vogelgriep

DRINKWATER

Goede kwaliteit belangrijk


voorwoord

WAAR SOCIAL MEDIA RAAST, NEEMT HET VAKBLAD DE TIJD Hoe verspreid je informatie die mensen bereikt of raakt? TikTok, YouTube, Facebook, X, Instagram en alle andere platforms. Camera aan, muziekje eronder en deel je informatie maar! De spelling checken met kunstmatige intelligentie en ach, ChatGPT of DeepSeek schrijft ook nog een paar inhoudelijke regels.

weten wat de stand van zaken is rond Salmonella Enteritidis? Welke vleeskuikenhouder of voorlichter wil niet meer weten over Enterococcus cecorum? Evenzo voor kalkoenhouders en Blackhead? En wat is eigenlijk IDS? Drinkwaterkwaliteit blijft een aandachtspunt voor elke veehouder, net als het goed inzetten van antibiotica. En iedereen op en rond een erf wil toch weten waar te hoge uitval vandaan komt, als gebleken is dat het (gelukkig) géén vogelgriep is?

In die snelle digitale wereld van likes, views en volgers, is informatie via dit blad precies het tegenovergestelde. Pluimvee wordt in relatieve rust geschreven door experts in het vakgebied. Deze experts worden ondersteund door een redactie die alles leesbaar maakt en van goede foto’s voorziet. Deze werkwijze is niet snel of flitsend, maar ik ben van mening dat we actualiteit en informatie samen kunnen brengen in dit blad. Welke legpluimveehouder en erfbetreder wil op dit moment niet

Voor je ligt de Pluimvee: niet dagelijks geschreven, wel actueel en informatief. Ook al is het op papier, zonder filmpjes of muziek. Wat zo mooi is aan papier: niemand leest het even snel achter het stuur. Je bladert het rustig door, thuis of op kantoor. En zo levert Pluimvee niet alleen een bijdrage aan een geïnformeerde pluimveesector, maar ook aan verkeersveiligheid. Jeroen Leus, manager afdeling Pluimvee

inhoud 04 Actueel 05 Even voorstellen: Jeroen Leus, nieuwe manager afdeling Pluimvee Bereikbaarheid

07 Darmdilataties in leghennen en

Royal GD is op werkdagen telefonisch bereikbaar via 088 20 25 500.

legmoederdieren

Tarieven Alle genoemde GD-tarieven in deze uitgave zijn exclusief btw en basiskosten.

10

08 Hoge uitval en geen vogelgriep, wat dan?

Ophaaldienst voor sectie- en monstermateriaal Aanmelden: telefonisch 088 20 25 500 of via de PS Nachtdistributie-app. Wij halen het materiaal dan zo spoedig mogelijk bij je op. Sectie- en monstermateriaal kun je brengen van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.

10 Histomonosis-uitbraak bij kalkoenen

COLOFON

12 Meer rust en welzijn in de stal met

Pluimvee is een uitgave van Royal GD | Redactie Irene Jorna, Rob Nijland, Jeanine Wiegel, Mirthe de Wit | Eindredactie Daphne de Leeuw, Jessica Fiks | Redactieadres GD, Marketing & Communicatie, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 088 20 25 500, redactie@gddiergezondheid.nl, www.gddiergezondheid.nl | Productiecoördinatie Senefelder Misset Doetinchem B.V. | Basisontwerp Studio Kaap | Vormgeving Dock35 Media B.V. | Druk Senefelder Misset Doetinchem B.V. | Advertenties Dock35 Media B.V., T. 0314-35 58 00 Verschijningsfrequentie twee keer per jaar | Suggesties Overname van artikelen is toegestaan uitsluitend na toestemming van de uitgever | Disclaimer Royal GD en de redactie zijn niet verantwoordelijk en daardoor niet aansprakelijk voor de inhoud van de geplaatste advertenties en advertorials.

slimme camera’s

13 Uitbraak Salmonella Enteritidis. Puzzel nog niet opgelost, wel stappen gezet

12

18 Is het drinkwater van een goede kwaliteit?

20 Enterococcus cecorum-infecties: een voortdurende uitdaging

ISSN: 1875-2594

23 Het getal: laatste Pluimvee

Dit blad niet meer ontvangen of een adreswijziging doorgeven? Dat kan via 088 20 25 500, of per e-mail. Voor een adreswijziging: klantdata@gddiergezondheid.nl, voor aan- en afmeldingen vakbladen: info@gddiergezondheid.nl.

24 Diergezondheid volgens Freek 13

Thomassen

Pluimvee, december 2025 - 3


actueel

Sneller het juiste antibioticum kiezen Bij een infectieziekte in pluimvee baseren we de keuze voor een antibioticum bij voorkeur op antibioticumgevoeligheidstesten. Hierbij isoleren we eerst de ziektekiem uit ziek pluimvee en kijken daarna of deze ziektekiem gevoelig is voor het gekozen antibioticum. Vaak is het wenselijk om sneller te beginnen met het behandelen van zieke dieren. De dierenarts kan dan een antibioticum kiezen op basis van bijvoorbeeld een landelijk overzicht van de antibioticumgevoeligheid van ziekteverwekkers. Voor een aantal belangrijke ziekteverwekkers zijn deze overzichten opgenomen in de reguliere halfjaarlijkse rapportages van GD over de pluimveegezondheidsmonitoring. Voor een aantal andere ziekteverwekkers ontbrak een dergelijk overzicht gebaseerd op gestandaardiseerd onderzoek. Door het AVINED-project ‘Snelle toegang tot antibioticumgevoeligheden van belangrijke pluimveepathogenen’ is dit overzicht nu beschikbaar. Omdat er duidelijke verschillen zijn in antibioticumgevoeligheden tussen de werelddelen, is een specifiek overzicht voor de Nederlandse situatie heel nuttig. In dit project werden tien ziekteverwekkers geselecteerd die een grote impact hebben bij een uitbraak of vaak tot een hoog antibioticumgebruik leiden. De overzichten van de antibioticumgevoeligheid van deze ziektekiemen zijn nu beschikbaar. Voor vijf van deze kiemen blijkt het voldoende om dit overzicht elke drie jaar te updaten. Voor drie andere ziektekiemen blijft het advies om per uitbraak te testen. Twee ziektekiemen moeten volgens de onderzoekers opgenomen worden in de routinematige monitoring.

Pokkendifterie-antistoffen-ELISA nu beschikbaar Wij hebben een nieuwe ELISA-test voor de detectie van antistoffen tegen het kippenpokkenvirus, de verwekker van pokkendifterie (PD). De PD-antistoffen-ELISA detecteert antistoffen als gevolg van zowel vaccinatie als veldinfecties. De test kun je gebruiken voor de beoordeling van de vaccinatiestatus van een pluimveekoppel alsmede ter ondersteuning van de diagnostiek van (vermeende) uitbraken. De test is gevalideerd op diverse serumpanels en heeft een specificiteit van 97 procent. Bij gevaccineerde koppels scoorde 92 tot 100 procent van de dieren positief, doorgaans met een titergroep van 1 of 2. De meeste gegevens komen van sera van dieren ongeveer vier weken na vaccinatie. Op basis van eerder onderzoek is de verwachting dat antistoffen langdurig aantoonbaar blijven, al loopt hier nog aanvullend onderzoek naar. Om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen over de vaccinatiestatus, adviseren we om minimaal 24 monsters per koppel in te sturen voor onderzoek. Bij minder monsters neemt de onzekerheid toe, zeker als één of meerdere monsters negatief zijn. Je kunt monsters digitaal inschrijven via VeeOnline of het onderzoek selecteren op het inzendformulier. VRAGEN? BEL ONS OP 088 20 25 555 OF STUUR EEN E-MAIL: CDPLUIMVEE@GDDIERGEZONDHEID.NL

Vertrouwensloket: samen signaleren, samen oplossen Het kan iedere pluimveehouder overkomen dat dierzorg vermindert, vaak door mentale, financiële of gezondheidsproblemen. Vroegtijdige signalering voorkomt veel leed voor mens en dier. Erfbetreders, zoals pluimveedierenartsen, zien vaak als eerste zorgelijke signalen en kunnen terecht bij het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren.

OVERZICHT VAN ANTIBIOTICUMRESISTENTIE ZIEKTEVERWERKKERS

4 - Pluimvee, december 2025

Dit onafhankelijke loket bestaat dit jaar 25 jaar en is voor pluimveedieren-

artsen een belangrijke partner als het gaat om preventie en aanpak van verminderde dierzorg. Het Vertrouwensloket legt geen boetes op, maar gaat met de pluimveehouder in gesprek; samen wordt een plan opgesteld om de situatie onder controle te krijgen. Het Vertrouwensloket biedt daarbij kosteloos deskundige en vertrouwelijke bedrijfs-, psychosociale of veterinaire begeleiding. MEER INFORMATIE


informatief

Nieuwe manager afdeling Pluimvee: Jeroen Leus Jeroen Leus, sinds 1 september manager van de afdeling Pluimvee, neemt 28 jaar praktijkervaring als pluimveedierenarts en een uitgebreid netwerk mee naar GD. Hij kiest er bewust voor om zich meer met onderzoek bezig te gaan houden, maar blijft met één voet in het veld staan. ‘Het is belangrijk dat ons werk gevoed wordt vanuit het veld.’ Als oprichter van en pluimveedierenarts bij Demetris DierGezondheid in Duiven ging Jeroen Leus (52) vooral de boer op. Dat is in zijn nieuwe baan compleet anders. “Nu zie ik de andere zijde van het proces. Niet meer zelf de stal in en monsters nemen, maar zien wat er gebeurt met monstergegevens, de onderzoeken die daaruit voortvloeien en de communicatie daaromheen. Ik zie van elk dossier wat en werk meer overkoepelend. Erg interessant.” De afdeling Pluimvee van GD heeft twee hoofdtaken: monitoring en onderzoek. Jeroen is daar eindverantwoordelijk voor. “We voeren monitoringsprogramma’s uit. Pluimveehouders zien dit soms als verplichting, maar het is echt bedoeld om snel uitbraken te signaleren. Op basis van gegevens uit de monitoring en de praktijk kunnen gerichte onderzoeksvragen worden gesteld. Wat is er veranderd en hoe komt dat?”

Jeroen Leus

Jeroen vindt het belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan waar de pluimveehouder echt iets aan heeft. Juist daar komt zijn jarenlange praktijkervaring om de hoek. “Ik wil niet zeggen dat ik alle pluimveehouders, voerbedrijven en erfbetreders in Nederland ken, maar wel heel veel. Ik wil echt een aanspreekpunt

“De rol van GD is ervoor te zorgen dat dieren gezond zijn, ziektes geen bedreiging vormen en consumenten eieren en vlees kunnen blijven vertrouwen”

zijn in de sector, een verbindende rol spelen. Het is heel belangrijk dat GD gevoed wordt vanuit het veld, zodat GD dierenartsen goed kan adviseren om samen problemen op het erf te tackelen. Ook veehouders mogen me altijd benaderen met hun vragen.” Voor de toekomst ziet hij een sterke pluimveesector voor zich, die gezond dierlijk eiwit produceert. “De veehouderij blijft belangrijk in Nederland. De rol van GD is ervoor te zorgen dat dieren gezond zijn, ziektes geen bedreiging vormen en consumenten eieren en vlees kunnen blijven vertrouwen. Andersom laten we zien waar behoefte aan is op het gebied van diergezondheid, zo blijven we relevant. Daarom ga ik onder andere alle dierenartsenpraktijken bezoeken; om samen verder te bouwen aan een gezonde sector.”

Pluimvee, december 2025 - 5


BEWEZEN SUCCES!

- Goede leefbaarheid - Hoogste aantal sorteerbare eieren - Hoge piekproductie

- Goed te managen - Hoogste rendement

Verhaeghe Het Anker a

Verlengde Lagecampseweg 4 Ochten / Nederland T +31 344 641 349 hetankerbv.nl

Nieuwstraat 21 Poppel / België T +32 14 65 41 40 vepymo.com

company

Spoorweg 10 Hegelsom / Nederland T +31 6 230 125 87 vepymo.nl

Broeierij en Pluimveebedrijf

Beselarestraat 155 Geluwe / België T +32 56 511 318 verhaeghe-hetanker.be


Thijs Manders en Fiona Schoemaker-van Kaam, dierenartsen pluimvee

onderzoek

MEERDERE SIGNALEN IDS

Darmdilataties in leghennen en legmoederdieren Vanuit het veld kwamen de afgelopen jaren meerdere signalen van leg- en legmoederdierenkoppels met tegenvallende productieresultaten, waarbij tijdens pathologisch onderzoek een ernstige verwijding (dilatatie) van een specifiek deel van de dunne darm wordt gezien.

totale lengte van de darm ongeveer 25 procent korter vergeleken met de darm van gezonde dieren. Ook zijn de slagaders in het darmscheil, die bloed naar de plaats van de dilatatie transporteren, verdikt. Microscopisch onderzoek laat zien dat de letsels bij alle aangetaste dieren vergelijkbaar zijn.

Deze afwijking staat bekend als intestinale dilatatie-syndroom (IDS). Er is nog veel onbekend over IDS, waaronder de onderliggende oorzaak. Dit is reden om nader onderzoek uit te voeren.

Deze afwijkingen zijn bij witte leghennen en bruine moederdieren gelijk. Daarom vermoeden we dat het om één en dezelfde ziekte gaat. De klinische gevolgen blijken echter verschillend te zijn. De productiedalingen die worden waargenomen bij legmoederdieren zijn vele malen groter dan die bij witte leghennenkoppels. Dit komt overeen met meldingen van pluimveehouders en dierenartsen uit het veld, die aangeven dat witte leghennen na verloop van tijd weer terug in productie kunnen komen. De dilataties in de dunne darm bleven bij deze dieren echter wel zichtbaar. Een dergelijk proces van terug in de leg komen is tot nu toe niet waargenomen bij bruine moederdieren, wat mogelijk de verklaring vormt voor het verschil in productiedaling tussen witte leghennen en bruine legmoederdieren.

Kleine kammen en vermagering In koppels met IDS zijn aangetaste dieren makkelijk te herkennen: ze hebben een kleine, doffe kam, zijn vaak (sterk) vermagerd en leggen geen eieren meer. Deze dieren kunnen in de rui gaan en vaak zien we dat deze hennen een mooi nieuw verenkleed hebben. Aangetaste dieren worden vaak waargenomen in het bovenste gedeelte van het (volière)systeem in de stal. De afwijkingen die tijdens pathologisch onderzoek worden waargenomen, zijn kenmerkend. De dilataties bevinden zich altijd op dezelfde locatie in de darm, namelijk halverwege de dunne darm. Daarnaast is de

Sterk vergroot deel in de dunne darm; de bloedvaten naar het verwijde deel van de darmen zijn verdikt.

Mogelijke oorzaken Er zijn monsters van de darmen genomen en onderzocht met de PathoSense-methode, waarmee Campylobacter-, Escherichia- en Fusobacterium-bacteriën zijn aangetoond in (bijna) alle koppels met IDS. Dit lijkt vooralsnog het gevolg te zijn van een veranderd darmmilieu dat optreedt nadat de darmen zijn gedilateerd; een enkele infectieuze oorzaak werd niet gevonden. Het vaststellen van de oorzaak wordt bemoeilijkt doordat hennen met dilatatie vaak pas laat worden herkend, waardoor de mogelijke primaire oorzaak dan niet meer te achterhalen is. Vervolgonderzoek richt zich op dit moment dan ook op het vroegtijdig herkennen van de ziekte en het achterhalen van de factoren die in dat stadium een rol kunnen spelen.

Pluimvee, december 2025 - 7


PATHOLOGISCH ONDERZOEK

Hoge uitval en geen vogelgriep, wat dan? Als bij een ziekte-uitbraak de sterfte hoog oploopt, is het verplicht om dit te melden bij de NVWA, omdat er sprake kan zijn van hoogpathogene aviaire influenza (vogelgriep). De NVWA kan besluiten om in zo’n geval officiële monsters te komen nemen op het bedrijf om de ziekte uit te sluiten. Als blijkt dat er geen vogelgriep speelt, dan kan de zoektocht verder naar de oorzaak van de uitval. In het kader van deze zoektocht, ontvangt GD regelmatig dieren van deze koppels voor pathologisch onderzoek.

Foto 1. Bloedinkjes in de luchtpijp (Bron: GD)

8 - Pluimvee, december 2025


monitoring

Mirthe de Wit, dierenarts pluimvee

Diertype

Aantallen secties

Leghen (volwassen)

11

Vleeskuiken

1

Vleeseend

1

Kalkoen

1

Opfok-vleesvermeerdering

1

Tabel 1: aantallen secties in 2024 per diertype nadat vogelgriep was uitgesloten door de NVWA

In 2024 werden vierentwintig officiële meldingen van vogelgriepverdenkingen gedaan bij de NVWA naar aanleiding van klinische verschijnselen in het koppel. Van vijftien koppels waarbij vogelgriep was uitgesloten als oorzaak van de verhoogde uitval, werden dieren ingezonden naar GD voor nader pathologisch onderzoek (zie tabel 1). In bijna al deze gevallen bleek een bacterie de veroorzaker voor de verhoogde uitval. Met name een bloedvergiftiging met Escherichia coli (E. coli) werd vaak aangetoond, al dan niet in combinatie met andere ziekteverwekkers zoals infectieuze bronchitisvirus (IBV) of Gumborovirus. Ook werd een bloedvergiftiging met andere bacteriën als Erysipelothrix rhusiopathiae (vlekziekte), Pasteurella multocida (vogelcholera) en een enkele keer met Bacillus spp. waargenomen. E. coli: een verraderlijke bacterie Het is bekend dat de hierboven beschreven ziektekiemen een ziektebeeld kunnen veroorzaken dat sterk lijkt op een vogelgriepuitbraak. E. coli staat bekend als een veroorzaker van ontstekingen van diverse organen en van allerlei vliezen in de kip (zoals bijvoorbeeld het buikvlies, de vliezen rondom het hart en de lever, en de luchtzakken) die vaak erg opvallen tijdens pathologisch onderzoek. Het hoeft echter niet altijd zo te zijn dat een kip dergelijke ontstekingen ontwikkelt bij een infectie met E. coli. Soms verloopt een bloedvergiftiging met de bacterie zo snel dat het dier doodgaat voordat er uitgebreide letsels kunnen ontstaan. Dit bleek ook bij een van de hierboven beschreven koppels, waarbij de uitval in hele korte tijd hoog was opgelopen. Tijdens pathologisch onderzoek werden veel bloedinkjes in diverse organen waargenomen, zoals in de luchtpijp en de kliermaag (zie foto’s), en in het vet rond de spiermaag en in de darmen. Verder werden met het blote oog geen afwijkingen waargenomen, behalve een geringe acute buikvliesontsteking bij enkele van deze dieren. Bij snel oplopende sterfte waar dieren enkel wat bloedinkjes in organen hebben, wordt al snel aan vogelgriep of pseudovogelpest (Newcastle Disease) gedacht. In deze casus bleek de oorzaak echter een zeer ziekmakende E. coli te zijn. E. coli-infecties kunnen zich dus op diverse manieren uiten in een kip, wat maakt dat dit een verraderlijke bacterie kan zijn.

Foto 2. Bloedinkjes in de kliermaag (zie gele pijlen) (Bron: GD)

Al sinds 2002 houdt Royal GD zich intensief bezig met de uitvoering van de diergezondheidsmonitoring in Nederland. Hiervoor werken wij nauw samen met onder andere de diersectoren, de zuivel, het ministerie van LVVN, dierenartsen en veehouders. Deze rubriek verhaalt over bijzondere gevallen, speciaal onderzoek en opvallende resultaten die het werk van de monitoring oplevert. Samen werken we aan diergezondheid in het belang van dier, dierhouder en samenleving.

Pluimvee, december 2025 - 9


PARASIET ZORGT VOOR PROBLEMEN

Histomonosis-uitbraak bij kalkoenen In de zomer van 2025 werd helaas opnieuw een uitbraak van histomonosis vastgesteld bij kalkoenen. Kalkoenen zijn zeer gevoelig voor deze ziekte en een uitbraak kent bij deze dieren dan ook vaak een ernstig verloop.

Foto 1. Necrosehaarden in de lever van een kalkoen (Bron: GD)

Histomonosis wordt veroorzaakt door een microscopisch kleine, eencellige parasiet, genaamd Histomonas meleagridis. Een opmerkelijke eigenschap van histomonas is dat deze parasiet zich effectief kan verspreiden door mee te liften in een andere parasiet, namelijk een kleine rondworm of spoelworm (Heterakis gallinarum). Deze kleine rondworm komt veel voor en kan tot twee jaar in de omgeving overleven. Als de worm een vogel infecteert, gaat deze naar de blindedarm van de vogel, waar histomonas vrijkomt uit de worm en zelf ook een infectie bij de vogel veroorzaakt. Als dit gebeurt in een koppel kippen, dan blijft een uitbraak vaak relatief beperkt. Enkele dieren kunnen ziek worden en soms gaat er een kip dood. Bij andere vogelsoorten, zoals de pauw en de kalkoen, verloopt een infectie met histomonas echter veel ernstiger en kan een groot deel van de dieren in een besmette groep doodgaan. Histomonas tast daarbij de blindedarm aan, maar gaat ook via de bloedbaan naar de lever, waar soms grote haarden van weefselverval (necrose) ontstaan (foto 1). Pathologisch onderzoek Van de uitbraak ontving GD in juli voor pathologisch onderzoek meerdere vers gestorven kalkoenen, met de klacht plots oplopende uitval. Bij het openen van de karkassen viel onmiddellijk het typische beeld op, gekenmerkt door necrosehaarden in de lever (foto 1) en stevige proppen necrotisch materiaal in de blindedarmen. Speciaal voor histomonas heeft GD de beschikking over een in situ-hybridisatietechniek (ISH), waarmee de parasiet in de weefsels kan worden aangetoond met gebruik van een

Voor kalkoenenhouders blijft histomonas een continu gevaar dat niet 100 procent buiten de deur kan worden gehouden 10 - Pluimvee, december 2025


Robert Jan Molenaar, dierenarts GD en Simon van Laar, dierenarts AnimalCare

informatief Foto 2. Microscopisch beeld (kleine vergroting) van de lever met één van de necrosehaarden vol met parasieten die roze kleuren door de ISH-kleuring (gele pijl). De blauwe pijl geeft normaal leverweefsel aan (Bron: GD)

microscoop (foto 2 en foto 3). Op deze manier kon GD de uitbraak definitief bevestigen. Verloop op het bedrijf Op het moment dat de dierenarts op het bedrijf kalkoenen liet insturen voor pathologisch onderzoek bij GD was de uitval nog maar net verhoogd. In de daaropvolgende drie weken zette deze echter door en uiteindelijk ging circa 75 procent van de kalkoenen in het getroffen koppel dood. Tijdens deze relatief korte periode waren er ook veel zieke dieren te zien. De dieren zonderden zich af aan de randen van de stal, zetten hun veren wat meer op en waren lusteloos. Behandeling Een effectieve behandeling instellen is helaas niet mogelijk, er zijn in Nederland geen geneesmiddelen geregistreerd voor

gebruik in voedselproducerende dieren. Omdat de parasiet (verstopt in de kleine spoelwormen) makkelijk kan overleven in de omgeving, is de belangrijkste actie een zeer grondige reiniging en desinfectie van de omgeving na afvoer van het zittende koppel. Monitoring De kleine spoelworm komt in Nederland zeer veel voor. Bijna alle volwassen pluimveekoppels komen tijdens het leven met deze relatief onschuldige parasietjes in aanraking. Histomonas is ook niet zeldzaam, maar echte uitbraken worden gelukkig minder vaak gezien. Wellicht speelt hierin mee dat besmettingen bij kippen onschuldig kunnen verlopen. Voor kalkoenenhouders blijft de parasiet echter een continu gevaar, dat ondanks goede bioveiligheidsmaatregelen niet in 100 procent van de gevallen buiten de deur kan worden gehouden.

Foto 3. Microscopisch beeld (sterke vergroting) van een necrosehaard in de lever waarbij de parasiet zichtbaar wordt middels een ISH-kleuring (groene pijl) (Bron: GD)

Pluimvee, december 2025 - 11


FLOCKVISION

Meer rust en welzijn in de stal met slimme camera’s FlockVision is een slim camerasysteem om vleeskuikens in de stal te monitoren. Hun gedrag - en veranderingen daarin - worden vastgelegd en geanalyseerd. Dit geeft waardevolle informatie over de gezondheidsstatus en het welzijn van het koppel. Je hoeft daardoor minder vaak zelf de stal in, dat geeft rust voor de dieren en de pluimveehouder. FlockVision is ontwikkeld door GD en nu verkrijgbaar voor vleeskuikenhouders. Je kunt als veehouder nu eenmaal niet altijd in de stal aanwezig zijn om te zien hoe de dieren het maken. Ook is niet iedereen getraind in het oppikken van signalen dat er iets mis is. Met FlockVision krijg je, aan de hand van betrouwbare data, een objectief beeld over het gedrag van je dieren. Camera’s in de stal - dit kan ook je huidige camerasysteem zijn - monitoren de vleeskuikens dag en nacht op eten, drinken, scharrelen, verzorgen, lopen en rusten. Het systeem herkent

12 - Pluimvee, december 2025

alleen kippen, geen mensen. Daarnaast heb je een edgekast (mini-datacenter) van GD nodig. De installatie is eenvoudig en indien nodig bieden we ondersteuning. De camerabeelden van de kuikens worden vertaald naar data, die door het systeem worden geanalyseerd. De resultaten worden weergegeven in de FlockVision-app. Deze is eenvoudig te downloaden via Google Play of de App Store. De Z login, reeds bestaand of nieuw aan te vragen, krijg je van ons. In de app is per stal te zien of de dieren normaal gedrag vertonen en zich dus comfortabel voelen, of niet. Ook worden trends per gedraging getoond. Deze objectieve informatie geeft je belangrijke inzichten, meer grip op diergezondheid en dierenwelzijn en meer rust, in de stal en voor jou als houder. MEER INFORMATIE


Marije Stomps, freelance redacteur

UITBRAAK SALMONELLA ENTERITIDIS

Puzzel nog niet opgelost, wel forse stappen gezet

Pluimvee, december 2025 - 13


WAT IS ER PRECIES AAN DE HAND? Vanaf mei 2023 worden meer mensen dan normaal ziek door een salmonellabacterie. Na onderzoek blijken de meesten een Salmonella Enteritidis-besmetting te hebben. Soms wordt een identiek DNA-profiel van de salmonellabacterie gevonden op verschillende pluimveebedrijven: waarschijnlijk is er dan een link. Een serieus probleem, in het kader van de volksgezondheid en omdat het aantal salmonellabesmettingen onder pluimveekoppels hoger is dan de door de EU toegestane 2 procent. Er zijn sterke aanwijzingen dat besmette eieren de bron zijn van de besmettingen bij mensen. Daarom wordt er humaan bron- en contactonderzoek gedaan, door het RIVM in samenwerking met de GGD. Hoewel er, mede door de goede samenwerking tussen partijen als AVINED, het RIVM en GD steeds meer stukjes van de puzzel worden gelegd, blijft het aantal salmonellabesmettingen onder leghennen én mensen hoger dan normaal. Een situatie die tot op heden voortduurt. De sector neemt verschillende maatregelen, zoals het verhogen van de monitoringsfrequentie bij alle koppels van vijftien naar acht weken en bij oudere koppels van acht naar vier weken (sinds oktober 2025). GD typeert vanaf 2025 salmonellastammen bij pluimvee met behulp van whole genome sequencing (WGS) en krijgt anoniem aanvullende informatie van besmette pluimveebedrijven aangeleverd. Ook analyseren twee onafhankelijke experts de eierketen en brengen ze eventuele blinde vlekken onder de aandacht (zie artikel). Als het aantal besmettingen nog niet afneemt, worden mogelijk aanvullende verplichte maatregelen genomen door landbouwminister Femke Wiersma. Hierover wordt de Kamer begin 2026 verder geïnformeerd.

“Voor harde uitspraken over de analyses wil je meer data, want dan worden de uitkomsten betrouwbaarder” Fiona Schoemaker-van Kaam (foto: Laura van Kaam)

De leghennensector kampt sinds medio 2023 met salmonellauitbraken onder leghennen, waarvan ook mensen ziek worden. De oorzaak hiervan achterhalen blijkt nog niet zo eenvoudig, maar door samen te werken worden puzzelstukjes in kaart gebracht en kunnen die steeds beter gelegd worden. Een complexe puzzel met talloze stukjes, die niet zomaar is gelegd. Zo kun je de situatie omtrent de verhoogde salmonellabesmettingen best beschrijven. Er zijn namelijk talloze factoren die meespelen bij een uitbraak. Het is geen sinecure om deze allemaal in kaart te brengen, laat staan om de specifieke oorzaak van een uitbraak op te sporen. Toch zet de pluimveesector hier al mooie stappen in. Pluimveekoepelorganisatie AVINED richt zich daarbij op twee sporen: stamanalyse van salmonellastammen met daaraan gekoppelde vragenlijsten voor bedrijven en ‘veldonderzoek’ door pluimveespecialisten om blinde vlekken op besmette bedrijven in kaart te brengen. Typeren salmonellastammen Fiona Schoemaker-van Kaam, pluimveedierenarts bij GD, is nauw betrokken bij de analyse van salmonellastammen. Ze legt uit: “Zoals salmonellastammen bij mensen worden getypeerd, kan dat ook bij dieren worden gedaan. Vanaf januari 2025 gebruiken we hier whole genome sequencing (WGS) voor. Dat is een techniek die ook humaan wordt gebruikt en geldt als de gouden standaard.” Bovendien kunnen nu ook stammen bij dieren en mensen met elkaar worden vergeleken en opgezocht in een internationale database. Weten om welke precieze salmonellastam het gaat bij een besmetting levert belangrijke inzichten op, aldus Fiona. “Het is namelijk niet één enkele stam die het verhoogde aantal besmettingen veroorzaakt in Nederland. Was het maar zo, dan was de puzzel een stuk simpeler. Binnen de S. Enteritidis zijn er ook broertjes en zusjes. Als je dus weet om welke stam het gaat, kun je bijvoorbeeld kijken of deze exacte stam op meer bedrijven voorkomt. Het kan zijn dat de besmetting van het ene naar het andere bedrijf is versleept of dat er besmet materiaal, voer of iets anders is geleverd aan de bedrijven.” Deze informatie wordt gehaald uit vragenlijsten die aan besmette bedrijven worden verstrekt. Eigenlijk is dit een soort bron- en contactonderzoek, zoals we ook kennen uit de humane

14 - Pluimvee, december 2025


interview

Marije Stomps, freelance redacteur

“Er zijn heel veel manieren waarop salmonella een bedrijf kan binnenkomen” Peter Wijnen

“Het is een reële mogelijkheid dat de puzzel nooit helemaal wordt opgelost, maar het probleem wel” Teus Kreuger

wereld. Een mooie stap vooruit in het achterhalen van de besmettingsoorzaken, maar het is nog niet genoeg, weet Fiona. Daarom werd spoor twee opgetuigd. “Je kunt niet alles vangen in modellen en cijfers. Niet alle zaken die spelen op bedrijven worden door de vragenlijsten in kaart gebracht. Er zijn soms ‘blinde vlekken’. Daarom zijn Peter Wijnen en Teus Kreuger aangesteld: zij zijn in het veld, dus op de pluimveebedrijven, op zoek gegaan naar meer informatie.”

“Dat is het keukentafelgesprek”, vult Peter aan. “Daarna gaan we, samen met de pluimveehouder, rondkijken op het bedrijf. Daarbij brengen we blinde vlekken in kaart.” Het verschilt per bedrijf of en welke dat zijn, stellen de twee. “Over het algemeen vonden we best wat blinde vlekken. Er zijn wel veel verschillen per veehouder: de één is al heel ver met maatregelen, heeft dit besproken met zijn adviseur en denkt aan bijna alles, de ander kan nog best veel verbeteren op dit vlak.”

Veldonderzoek Peter Wijnen en Teus Kreuger waren jarenlang in de praktijk werkzaam als pluimveedierenarts. Zij gingen op 1 juli in opdracht van AVINED van start. “We hebben besmette bedrijven bezocht met de vragenlijst. Allerlei zaken worden aangestipt, want soms zijn er routes die je als veehouder zelf over het hoofd ziet.”

Toch zijn beide typen bedrijven, zowel daar waar alles goed op orde is als daar waar verbeteringen mogelijk zijn, besmet geraakt met salmonella. “Ja, waar zit het dan in? Onze bezoeken zijn bedoeld om te kijken of er gemene delers zijn waardoor bedrijven besmet raken. Die gemene deler hebben we dus nog niet gevonden. Of tenminste: niet één gemene deler. Wel risicogebieden die de kans op besmetting vergroten. Dat zijn er best veel, want er zijn heel veel manieren waarop salmonella een bedrijf kan binnenkomen; via dieren zelf, voer, werkmateriaal, wilde dieren, bezoekers, noem maar op”, schetst Peter de complexiteit van de puzzel. Waardevolle informatie Vijftien pluimveebedrijven die dit jaar besmet werden verklaard met S. Enteritidis zijn bezocht. De informatie en data die dat heeft opgeleverd, worden geanalyseerd. Fiona: “Dit is een mooi begin en we zien al wel wat aandachtspunten, maar we kunnen hier nog geen harde uitspraken over doen. Daarvoor wil je meer data hebben, dan worden de uitkomsten betrouwbaarder. Die uitkomsten moeten we combineren met gegevens over niet-besmette koppels. Dit is belangrijk, want je moet voorzichtig zijn met het interpreteren van data.”

Pluimvee, december 2025 - 15


Verbeter de gezondheid van kippen met innovatieve oplossingen

Freshlight:

FreshWater:

• vermindering van stof en

• vermindering van ziekteverwekkers

fijnstof in de lucht

en biofilm in het water

• vermindering van

• vermindering van chemicaliën

antibiotica-behandelingen • vermindering van ziekte-

voor waterbehandeling • reinigingsactiviteiten

gevallen bij kippen

(leidingen en drinkbakken)

• verbetering van de

• verbetering van de gezondheid

gezondheid van kippen

en productiviteit

www.freshlight.nl

www.fresh-water.nl

info@freshio.nl | www.freshio.nl +31 55 302 0021 Freshlight BV en Freshwater BV zijn onderdeel van Freshio De informatie in deze advertentie biedt geen garantie voor toekomstige resultaten.


Marije Stomps, freelance redacteur

interview

“Door te blijven monitoren kun je meteen actie ondernemen als er uitbraken dreigen, net als bij vogelgriep gebeurt, of bij covid in de humane wereld” Toch levert het onderzoek, samen met andere maatregelen, al wel waardevolle inzichten op. Fiona: “Zo zijn er signalen dat er op bedrijven ongedierte inloopt. Dat brengt het risico van ziekte-insleep met zich mee. We zien dat er op pluimveebedrijven vaak dezelfde stam in meerdere stallen wordt gezien. Dat kan vanuit dezelfde bron komen, maar als er enige tijd tussen zit, is versleep op het bedrijf zelf waarschijnlijker.” De keukentafelgesprekken hebben in dat opzicht voor meer bewustwording gezorgd onder pluimveehouders, stellen Peter en Teus. “Men wil zelf ook heel graag weten waar de besmetting vandaan komt en er nog veel liever vanaf. Onze adviezen zijn dan ook meer dan welkom. De medewerking van de pluimveehouders, die vrijwillig is, is meer dan 100 procent, dat is heel fijn om te constateren.” Forse stappen gezet Mooi zijn ook de stappen die er sinds het begin van de salmonella-uitbraken in 2023 zijn gezet. “In het begin was de aanpak van het probleem heel erg versnipperd: het was niet duidelijk wie de regie had en de pluimveesector was daar te weinig bij

betrokken”, herinnert Fiona zich. “Er zijn sindsdien forse stappen gezet. De sector zat bij de minister aan tafel, ze hebben actie ondernomen en de krachten gebundeld.” Ook Peter concludeert dat men is opgeschoten in het verzamelen van puzzelstukjes en het leggen van de hele puzzel. “Al lijkt deze puzzel wel zo groot als De Nachtwacht”, schertst hij. Volgens Teus is het een reële mogelijkheid dat de puzzel zelfs nooit helemaal wordt opgelost, maar het probleem wel. “Als alle maatregelen gaan werken, kan het zijn dat de besmettingen dalen. Dan hebben we, zonder de exacte oorzaak te weten, toch met zijn allen het probleem getackeld.” De drie stellen bovendien dat er waardevolle informatie wordt verzameld voor de monitoring. “Dit kan ook van pas komen bij toekomstige problemen. Door te blijven monitoren kun je meteen actie ondernemen als er uitbraken dreigen. Net als bij vogelgriep gebeurt, of bij covid in de humane wereld”, besluit Peter. “Zo neemt de pluimveesector zijn verantwoordelijkheid voor de voedselveiligheid, precies zoals landbouwminister Femke Wiersma dat verwacht.”

Pluimvee, december 2025 - 17


Is het drinkwater van De kwaliteit van het drinkwater in pluimveestallen wordt regelmatig onderzocht. Veehouders die lid zijn van IKB doen minimaal één keer per jaar onderzoek. Een deel van deze monsters wordt naar GD gestuurd. Met de uitslagen kunnen we in beeld brengen wat de gemiddelde waterkwaliteit is, op welke punten de drinkwaterkwaliteit afwijkt en of en om welke redenen drinkwater minder of ongeschikt blijkt voor consumptie. In 2024 zijn 3.750 pluimveewatermonsters onderzocht in ons lab. Hieruit bleek dat 87 procent van de monsters geschikt was voor de consumptie door pluimvee, 2 procent minder geschikt en 11 procent ongeschikt. Als we dan kijken naar de redenen achter de beoordeling ‘ongeschikt’, dan betreft dat veelal het kiemgetal. Kiemgetal Het totale kiemgetal is een maat voor de hoeveelheid bacteriën in een monster. Het is niet zo dat een hoog kiemgetal direct schadelijk is voor het dier. De kans op schadelijke bacteriën is wel groter bij een hoger kiemgetal. Watermonsters met een kiemgetal tot maximaal 10.000 kolonievormende eenheden (KVE) per milliliter worden beoordeeld als geschikt voor drinkwater. Waardes tussen 10.000 tot 100.000 KVE per milliliter worden beoordeeld als minder geschikt. Bij een beoordeling als ongeschikt is het kiemgetal hoger dan 100.000 KVE per milliliter, dit betrof in 2024 11 procent van de monsters. Manieren om het kiemgetal te verlagen zijn vooral te vinden in de hoek van waterhygiëne. Goed onderhoud van het drinkwatersysteem, regelmatige reiniging van de leidingen, maar ook van de waterbehandelingsapparaten is van groot belang voor een laag kiemgetal. Daarnaast is het goed om de vergelijking te maken tus-

18 - Pluimvee, december 2025

sen het kiemgetal in het water bij binnenkomst in de voorruimte, direct uit de bron of hoofdleiding, en het kiemgetal in het water uit de drinknippels. Ontijzeringsinstallaties kunnen bijvoorbeeld na verloop van tijd een broeivat van bacteriën worden door de vorming van een biofilm in het apparaat. Veel bacteriën gebruiken ijzer bij de groei en kunnen daardoor goed en snel vermeerderen in een omgeving met veel ijzer, zoals in het ontijzeringsvat. pH en hardheid Andere belangrijke parameters zijn de pH en de hardheid van het water. Met pH meet men de zuurgraad van het water. Voor de pH wordt een waarde tussen de 5 en 8 gezien als goed en geschikt voor consumptie. In natuurlijk water in Nederland (bron- en oppervlaktewater) is de pH meestal tussen de 6,5 en 8. Toevoegen van zuren aan het water leidt tot een lagere pH. Een pH lager dan 4 is echter niet wenselijk. Dit kan wijzen op het onvoldoende naspoelen van de leidingen na een behandeling met zuren. Wanneer je medicatie via het drinkwater verstrekt, moet je rekening houden met het feit dat de samenstelling de werkzaamheid van de medicatie kan beïnvloeden. Zo lost oxytetracycline (OTC) slecht op bij een pH hoger dan 7. In totaal werd 63 procent in 2024 beoordeeld als minder geschikt voor pluimveedrinkwater op basis van de pH-waarde.


informatief

Jeanine Wiegel, dierenarts pluimvee

Met hardheid worden de calcium- en magnesiumgehalten gemeten en vertaald naar een hardheid in Duitse graden (˚D). De norm voor hardheid ligt tussen 4 tot 15 ˚D. Bijna 60 procent van de onderzochte monsters in 2024 viel binnen deze norm. Ook hierbij geldt dat een afwijking meestal niet direct schadelijk is voor de dieren. Een hogere hardheid veroorzaakt aanslagen in het drinkwatersysteem door neerzetting van calcium- en magnesiumverbindingen. Vooral op punten waar het water wervelt, zoals in bochten, kleppen en bij nippels komt dit voor en kan dit leiden tot (verstoppings)problemen. Ook kan de effectiviteit van reinigingsmiddelen verminderd worden.

der smakelijk en kan corrosief zijn op metalen oppervlakken, zoals onderdelen in drinkwatersystemen. Dit effect wordt versterkt bij een lage pH en kan dan al optreden bij een hardheid van minder dan 4 °D, zeker als er ook minder overige zouten aanwezig zijn. Dit kan uiteindelijk leiden tot lekkage of slecht functioneren van watersysteemonderdelen. Het ijzergehalte zorgt in zo’n 4 procent van de monsters in 2024 voor een beoordeling als minder geschikt. Meestal zijn de ijzergehalten geen directe aanleiding voor gezondheidsproblemen. Het kan wel leiden tot technische problemen zoals verstopte drinknippels et cetera. Een hoog ijzergehalte kan de vorming van biofilm en groei van bacteriën in de leidingen bevorderen. Bij gehalten hoger dan 10 µg per milliliter wordt de smaak van het water beïnvloed en bij meer dan 30 µg per milliliter kan sprake zijn van dunnere mest.

Water ontharden wordt aangeraden bij meer dan 20 ˚D. De norm voor hardheid in water bestemd als drinkwater voor pluimvee is lager dan bij andere diersoorten, omdat bij de kleinere drinknippels zoals die worden gebruikt in pluimveestallen, de kans groter is dat er aanslag ontstaat waardoor drinknippels dicht gaan zitten (geen water beschikbaar) of continu gaan lekken (natte stallen). Water met een lage hardheid (ook wel zacht water genoemd) is ook niet direct schadelijk voor dieren, maar is min-

Regelmatige monitoring, naast goed onderhoud en reiniging, geeft je de mogelijkheid om de drinkwaterkwaliteit optimaal te houden voor de gezondheid en productiviteit van jouw pluimvee.

goede kwaliteit? 1 Lei di

Wat is de kwaliteit van de herkomst van het water?

??

Bronw ate r

ter wa ng

Werkt de waterbehandelingsinstallatie naar behoren?

2

6

Is er voldoende water op de drinkplekken beschikbaar en is het schoon, helder en heeft het geen afwijkende geur?

Is er een breektank aanwezig?

3

Dode leidingen Vervuilde leidingen/biofilm

Doorhangende leidingen

5

Hoe is het waterleidingsysteem aangelegd?

7 Zijn er signalen die kunnen wijzen op problemen met drinkwatervoorziening?

Diergezondheidsproblemen

Meten is weten!

Verminderde wateropname

8

Voldoet het drinkwater aan de gestelde kwaliteitseisen zoals IKB?

4

Wordt er iets toegevoegd aan het water? Is er een doseersysteem aanwezig?

Onvoldoende drinkplekken Pluimvee, december 2025 - 19


De afgelopen jaren hebben GD en de Universiteit Utrecht intensief samengewerkt om meer inzicht te krijgen in de Enterococcus cecorumbacterie en hoe deze bacterie ziekte kan veroorzaken bij vleeskuikens. Op donderdag 18 september promoveerde pluimveedierenarts Thijs Manders aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp.

Enterococcus cecorum-infecties: een voortdurende uitdaging Enterococcus cecorum is een bacterie die normaal gesproken in de darm van kippen leeft zonder problemen te veroorzaken. Sinds het begin van deze eeuw wordt de bacterie echter steeds vaker in verband gebracht met ernstige ziekten bij vleeskuikens. Deze infecties kunnen leiden tot pijnlijke aandoeningen, zoals ontstekingen van de botten in de poten en/of de wervelkolom, en tot ontsteking van het hartzakje. Daardoor worden aangetaste dieren vaak kreupel of zelfs verlamd, wat hun gezondheid

“E. cecorum-bacteriën komen voor in het maagdarmstelsel van alle pluimveetypen. We zien bij vleeskuikens dat E. cecorum wel letsels kan veroorzaken.” 20 - Pluimvee, december 2025

en welzijn ernstig aantast. De ziekte kan bovendien tot economische schade leiden voor de pluimveehouder. Toch is nog veel onduidelijk over hoe E. cecorum-bacteriën precies ziekte veroorzaken en welke maatregelen effectief zijn in het behandelen of voorkomen van infecties met deze bacterie. Verschillende stammen E. cecorum-bacteriën komen voor in het maagdarmstelsel van alle pluimveetypen, zoals leghennen, vleeskuikens en fokdieren, zonder ziekte te veroorzaken bij deze dieren. Echter, we zien juist bij vleeskuikens, en soms ook bij vleeskuikenouderdieren, E. cecorum-bacteriën die wél de bovengenoemde letsels kunnen veroorzaken. Van deze bacteriesoort bestaan dan ook zowel ziekmakende als niet-ziekmakende stammen. Dit vermogen om ziekte te veroorzaken wordt ook wel de virulentie van de bacterie genoemd. Het vaststellen van de virulentie van bacteriën biedt diverse voordelen: het kan bijdragen aan de ontwikkeling van diagnostische methoden, het ontrafelen van ziekteprocessen, het onderbouwen van preventiemaatregelen en het identificeren van factoren die mogelijk gebruikt kunnen worden voor vaccinontwikkeling. Bij aanvang van het onderzoek waren er geen betrouwbare modellen of testen beschikbaar om grote aantallen E. cecorum-stammen op virulentie te beoordelen. Gedurende het onderzoek zijn verschillende methoden ontwikkeld om het ziek-


informatief

Thijs Manders, dierenarts pluimvee

“De afgelopen jaren is onderzoek verricht naar het ontstaan en de ontwikkeling van ziekte ten gevolge van de E. cecorum-bacterie”

Thijs Manders

makend vermogen (virulentie) van E. cecorum-bacteriën te onderzoeken. Zo ontdekten we dat E. cecorum-bacteriën die uit letsels waren geïsoleerd, dodelijker zijn voor kippenembryo’s dan E. cecorum-bacteriën afkomstig uit de darmen van gezonde dieren. Toen we keken naar mogelijke achterliggende oorzaken, bleek dat een deel van de verklaring lag in het feit dat de stammen uit letsels ongevoelig zijn voor een specifiek eiwit: lysozyme. Lysozyme is een belangrijk onderdeel van de aspecifieke afweer van de kip en kan bacteriën doden. Het eiwit bevindt zich onder andere in het slijmvlies in de bek en darmen, en in specifieke afweercellen die bacteriën afdoden. Wanneer ziekmakende bacteriën resistent zijn tegen dit eiwit, hebben zij een voordeel om te overleven, zich te vermenigvuldigen en uiteindelijk ziekte te veroorzaken.

deze bacterie. Wanneer duidelijk is welke factoren essentieel zijn voor infectie en ziekte, kunnen vervolgens preventieve maatregelen worden ontwikkeld om de aandoening te voorkomen.

Belangrijke stappen in het ziekteproces Naast het onderzoek naar de virulentie van verschillende E. cecorum-stammen is de afgelopen jaren ook onderzoek uitgevoerd naar het ontstaan en de ontwikkeling van ziekte ten gevolge van

Van andere bacteriën, zoals Escherichia coli, is bekend dat wanneer kippen gelijktijdig geïnfecteerd zijn met meerdere kippenvirussen, het aantal ziektegevallen kan toenemen. In dezelfde studies is ook onderzocht of verschillende pluimveevirussen

Voordat bacteriën letsels kunnen veroorzaken, moeten zij eerst in de bloedbaan van de kip terechtkomen. Zodra de bacteriën zich in de bloedbaan bevinden, kunnen zij specifieke plekken onder andere het hartzakje en verschillende botten - bereiken, waar ze schade veroorzaken die leidt tot klinische problemen. Via welke route de bacteriën de bloedbaan betreden is niet geheel duidelijk, studies met jonge vleeskuikens toonden aan dat de bacterie typische letsels kan veroorzaken, zowel na toediening via aerosolen (kleine druppeltjes in de lucht) als na orale opname.

Foto 1. Botonsteking in de wervelkolom (Bron: GD)

Pluimvee, december 2025 - 21


en -bacteriën in combinatie met E. cecorum-bacteriën het aantal ziektegevallen door E. cecorum verhoogden. Dit bleek bij geen enkele geteste combinatie het geval te zijn. E. cecorum-bacteriën worden voornamelijk aangetroffen in de darmen van vleeskuikens, en dit al op zeer jonge leeftijd. Het maagdarmkanaal wordt beschouwd als de belangrijkste infectieroute, alhoewel via infecties via aerosolen ook mogelijk is. Hoe de bacteriën vanuit de darmen het lichaam kunnen binnendringen, was tot voor kort echter onbekend. In een van de meest recente studies werd onderzocht in hoeverre verschillende stammen in staat waren darmcellen te passeren. Met behulp van miniatuur-’kweekdarmen’ die in het laboratorium werden gekweekt (organoïden), werd aangetoond dat ziekmakende stammen veel effectiever binnendrongen dan niet-ziekmakende stammen. Het binnendringen van de darmcellen werd met name waargenomen bij hogere doses E. cecorum-bacteriën. Daarnaast lijkt het erop dat er geen schade aan het darmslijmvlies hoeft te zijn voordat de bacteriën deze kunnen binnendringen. Kunnen we infecties voorkomen? Behandelingen met antibiotica tegen E. cecorum-infecties hebben vaak slechts een gering of tijdelijk effect. Andere mogelijkheden om infecties te behandelen zijn er nauwelijks, waardoor preventieve maatregelen van groot belang zijn om infecties te voorkomen. Onderzoek naar E. cecorum-infecties heeft nog niet geleid tot zeer effectieve (preventieve) maatregelen. Op basis van deze onderzoeken kunnen echter wel mogelijke strategieën worden voorgesteld. E. cecorum-bacteriën kunnen binnendringen in ogenschijnlijk gezond darmslijmvlies en dit is mogelijk ook con-

Foto 2. Hartzakontsteking, veroorzaakt door de Enterococcus cecorumbacterie (Bron: GD)

22 - Pluimvee, december 2025

“E. cecorum-bacteriën overleven goed in de leefomgeving van de kip. Zoals bij uitbraken van bijna alle infectieziekten zijn reiniging en desinfectie daarom van groot belang” centratie-afhankelijk. Om infecties te voorkomen of verminderen kan daarom gedacht worden aan het verminderen van het aantal E. cecorum-bacteriën dat op jonge leeftijd in de darmen van kuikens terechtkomt. Deze bacteriën zijn in staat goed te overleven in de omgeving van de kip, waardoor reiniging en desinfectie, zoals bij bijna alle infectieziekten, van groot belang zijn. Andere ondersteunende maatregelen, zoals probiotica, voeradditieven of managementmaatregelen, kunnen mogelijk een verbetering brengen. Het bewijs voor dergelijke effecten is echter nog beperkt. In de komende jaren zal GD, samen met verschillende partners waaronder de Universiteit Utrecht, verder onderzoek uitvoeren naar het ziekteproces én naar de effectiviteit van preventieve maatregelen tegen E. cecorum-infecties.


het getal

82

… LAATSTE EDITIE PLUIMVEE

NIEUW MAGAZINE Deze editie van Pluimvee is de laatste die we uitbrengen. Vanaf 2026 introduceren we een nieuw corporate magazine dat verder gaat dan de diersectoren. Natuurlijk blijven we ook aandacht besteden aan de pluimveesector. We gaan in gesprek met onze klanten, delen onderzoeksresultaten en andere informatieve artikelen over diergezondheid.

VO DI ORO ER P GE IN ZO ND HE

De

plu

cem

be

r2

02

5-

im

nu m

me r

ID

82

ve

e

Blijf ons dus vooral volgen! PA

%G

DP0

2_

Ho THO ge LO uit GI va E l, g ee n P0

01

_X

%

co

ve

r.ind

d

GEZIEN DE ILTUITBRAKEN IN NEDERLAND, WAT KAN IK DOEN OM MIJN KIPPEN TE BESCHERMEN? ANTWOORD: JEANINE WIEGEL, DIERENARTS

1

vo

ge

lgr

iep

sta Uitb pp raa en k ge Sal ze mo to I m nella NTE pu zze Ente RVIE Go l te rit W ed leg idis: ek ge wa DR n lite INK it b W ela ATE ng R rijk

Afhankelijk van welk pluimveetype je hebt, zijn er verschillende mogelijkheden om de kippen te beschermen tegen het ILT-virus. Allereerst is goede biosecurity en hygiëne van belang voor alle typen bedrijven. ILT kan zich verspreiden via direct contact tussen dieren, maar ook indirect via besmette materialen en dergelijke. Alertheid op symptomen, snelle diagnostiek en vervolgens adequaat handelen door na het vaststellen van een ILT-besmetting de contacten en nabijgelegen houderijen te informeren, zal helpen bij de aanpak van ILT in een regio. Naast deze maatregelen om verspreiding te voorkomen, zijn er ook verschillende vaccins beschikbaar. Het langst bestaande vaccin is het levende ILT-vaccin (CEO) dat via oogdruppel toegediend wordt. Dit vaccin biedt uitstekende bescherming (mits goed toegepast uiteraard), maar kan leiden tot flinke vaccinatiereacties, zeker op jonge leeftijd. Ook heeft het vaccin de neiging om te verspreiden en kan het daarbij toenemen in ziekmakend vermo28

-11-

20

25

16

:18

vraag & antwoord gen. Andere opties zijn recombinante vaccins, waarbij een HVT (Marekvirus) of FPV (pokkenvirus) stukjes van het ILTgenoom ingebouwd heeft, waardoor er bescherming tegen ILT wordt opgebouwd. Deze vaccins worden met een injectie toegediend op de broederij (HVT) of via wingweb vanaf acht weken leeftijd (FPV). Een zorgvuldige toediening is van belang, omdat deze virussen niet spreiden tussen de kippen. Daarnaast weten we van deze vaccins dat ze de bescherming van een CEO-vaccin niet kunnen evenaren. Combinaties van twee recombinante vaccins of recombinant met CEO zijn mogelijk. Overleg daarom met jouw dierenarts welke vaccinatiestrategie geschikt is voor jouw bedrijf. In het geval van directe dreiging – denk hierbij aan een besmetting bij een buurbedrijf of een meerleeftijdenbedrijf met een besmet koppel – is noodvaccinatie met CEO-vaccin mogelijk. NAAR DE WEBSITE

Pluimvee, december 2025 - 23


diergezondheid volgens Freek Thomassen Hoewel Freek Thomassen als Global Technical & Veterinarian Specialist bij Hendrix Genetics minder in de stal komt dan vroeger als praktiserend pluimveedierenarts, is zijn focus op diergezondheid alleen maar groter geworden. “Leghennen moeten lekker in hun vel zitten en goed functioneren, zodat ze gemakkelijk aankunnen wat wij van hen vragen.” Freek Thomassen is werkzaam binnen de leghennendivisie van Hendrix Genetics, en houdt zich met name bezig met de diergezondheid van de zuivere lijnen en de vermeerderingsdieren. Hij gaat enkele keren per maand op bedrijfsbezoek. Vaak een hele rit, want de locaties liggen vooral in regio’s met lagere pluimveedichtheden. Dat is veiliger bij ziekte-uitbraken. Een andere biosecuritymaatregel bij Hendrix Genetics is de 72 uurs standstill. “Bezoekers mogen drie dagen niet op een ander pluimveebedrijf, dierentuin of hobbymatige houderij zijn geweest. Een strenge regel, maar je moet er niet aan denken dat er een ziekte binnensluipt en zich verspreid in de fokkerijketen. Onze dieren zitten in de top van de piramide.” Biosecurity blijkt een stokpaardje. “Ik vind het mooi om mensen bewust te maken dat kleine stappen helpen. Of je nu een kinderboerderij hebt of een grootschalige pluimveehouderij. Elke hygiënemaatregel, hoe klein ook, verkleint de kans op problemen.” Naast preventie richt Thomassen zich op de toekomst. “We willen een robuuste leghen fokken, die gezond blijft, goed in de veren zit, steeds langer meegaat en voldoende eieren legt.” Daarvoor stapt hij regelmatig de stal in. “De persoonlijke indruk in het hok is misschien subjectief, maar wel belangrijk. Hoor je een ander geluid, ruikt het vreemd, gedragen ze zich anders? Allemaal vragen die je met je eigen zintuigen kunt beantwoorden. Gezondheid is voor mij ook dat dieren makkelijk en goedgehumeurd aankunnen wat wij van ze vragen. Dan zie je tevreden kippen in de stal.” Thomassen vindt het jammer dat er niet overal zoveel aandacht voor diergezondheid is als in Nederland. “We zien in andere landen nog kippen op de kooi, met hoge bezettingen. Ik zie het als een persoonlijke uitdaging om de vooruitgang in zowel houderij als genetica ten goede te laten komen aan de kip, ook wereldwijd. Hier kunnen we heel efficiënt, tegen een acceptabele kostprijs en met respect voor het dier hoogwaardige dierlijke eiwitten produceren. Ik hoop dat door het verspreiden van kennis dit voorbeeld wereldwijd meer gevolgd kan worden.”

Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 088 20 25 500, www.gddiergezondheid.nl, info@gddiergezondheid.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pluimvee december 2025 by Royal GD - Issuu