Mond-en-klauwzeer



In januari 2025 werd er een uitbraak gemeld van mond-en-klauwzeer (MKZ) bij waterbuffels in de deelstaat Brandenburg, Duitsland. Naast de getroffen maatregelen zoals beperkingsgebieden en een standstill in Duitsland heeft het ook gevolgen voor de Nederlandse veehouderij. Indirecte transporten van vleeskalveren uit Duitsland kunnen een bron van verspreiding zijn. Monsters genomen op bedrijven met geïmporteerde kalveren testten allen negatief voor MKZ. Nieuwe uitbraken in Duitsland zijn niet meer voorgekomen. In maart 2025 werd MKZ voor het eerst geconstateerd op een melkveebedrijf in Hongarije. Enkele weken later werd het ook gemeld op drie rundveebedrijven in Slowakije. Uiteindelijk zijn er in totaal vijf MKZ-uitbraken in Hongarije en zes MKZ-uitbraken in Slowakije gemeld. Na ruiming en desinfectie op de getroffen locaties zijn er geen nieuwe verdenkingen, maar verscherpte maatregelen blijven van kracht.
Kreupelheid
Locomotieklachten bij varkens kunnen een aanzienlijke impact hebben op het welzijn van de dieren en op de economische resultaten van een varkensbedrijf. Het kan verschillende oorzaken hebben en komt voor bij varkens van alle leeftijden, van biggen tot zeugen en vleesvarkens. Dit zien we ook in de resultaten van de verschillende meetinstrumenten.
In de Online Monitor heeft tien procent van de gemelde gezondheidsklachten met het locomotieapparaat te maken. Het aantal gemelde gezondheidsklachten per diercategorie verschilt, maar ook het aantal meldingen van locomotieklachten. In figuur 1 is het percentage gezondheidsklachten per diercategorie weergeven. Bij gespeende biggen worden de meeste gezondheidsklachten gezien en daarmee absoluut gezien ook de meeste locomotieklachten. Echter zijn bij zuigende biggen locomotieklachten procentueel gezien vaker relevant. Bij vleesvarkens zijn zes procent van alle gezondheidsklachten gerelateerd aan het locomotieapparaat.
Symptomen die vaak worden gemeld zijn artritis (gewrichtsontsteking), kreupelheid en dikke gewrichten. De waarschijnlijkheidsdiagnose die hier veruit het meest aan wordt gelinkt is een streptokokkeninfectie (69 procent).
Figuur 1 Percentage meldingen in de Online Monitor in de diercategorieën waarbij sprake is van een gezondheidsklacht (oranje) en het percentage waarbij sprake is van een locomotieklacht (blauw) (periode Q1 2025).

Via VeekijkerNieuws houden wij u elk kwartaal op de hoogte van nieuws uit de monitoring van diergezondheid bij varkens. Mocht er tussendoor iets belangrijks spelen dan sturen wij u daarover een e-mail.

Aanmelden
sectiemateriaal
U kunt dieren 24 uur per dag, 7 dagen per week aanmelden voor pathologisch onderzoek via www.gddiergezondheid.nl/ophaaldienst of 088 20 25 500. Wij halen dieren die ’s avonds voor 22.00 uur zijn aangemeld de eerstvolgende werkdag op. Voor een optimaal onderzoek is het belangrijk om een volledige anamnese toe te voegen. Ook is het van belang vers materiaal in te sturen (koelen in warme tijden en bij strenge vorst op een droge afgeschermde plek binnen plaatsen) en een dier te selecteren dat representant is van het probleem. Varken |
Bijzondere bevindingen
Bolle ogen en rode huid
Bel de Veekijker



Op werkdagen kunt u rechtstreeks contact opnemen met de Veekijker: 088 20 25 555. Via het keuzemenu kiest u de diersoort waar u informatie over wilt hebben. Het Veekijkerteam varken is bereikbaar op werkdagen tussen: 08.30-12.00 uur en 12.45-17.00 uur.
Vanaf eind 2024 en in het eerste kwartaal van 2025 ontving GD een toenemend aantal meldingen van varkensbedrijven waar een tot voor kort onbekend syndroom wordt waargenomen. Op de bedrijven is sprake van zuigende biggen waarbij beiderzijds vergrootte/uitpuilende ogen worden waargenomen. Bij sommige biggen wordt het in combinatie gezien met scheelheid (strabismus), dikke hals, benauwdheid en in bepaalde gevallen ook in combinatie met een milde aspecifieke huidontsteking die gekenmerkt wordt door te rode huid en kaalheid (alopecia) en/of afbrekende haren (hypotrichose). Op sommige bedrijven zijn slechts enkele biggen aangedaan, op andere bedrijven wordt dit syndroom bij meer dan vijftig procent van de tomen gezien bij meerdere biggen, maar nooit allemaal in een toom. Dierenartsen melden dat de biggen merendeels na spenen herstellen, maar dat bedrijven wel te veel biggen als ‘slachtbig’ moeten afvoeren wegens onvoldoende groei of als ‘knikbig’ onverkoopbaar zijn aan vleesvarkenshouders.
Bij pathologisch onderzoek zijn bij eerste onderzoeken relatief weinig aanknopingspunten gevonden. Wel vertonen de botten van vrijwel alle onderzochte biggen, met typisch klinische verschijnselen aan de ogen, tekenen van een botstofwisselingsprobleem. Echter, de bevindingen aan de botten van biggen van de verschillende bedrijven zijn niet consistent.
Eind 2024 was het verschijnsel bij twee bedrijven bekend en in de eerste paar maanden van 2025 is dit syndroom gemeld bij ongeveer dertig bedrijven. Er zijn ook informele meldingen van enkele bedrijven in de buurlanden.
De Veekijkerdierenartsen hebben zich, in samenwerking met de pathologen en andere onderzoekers van GD, intensief beziggehouden met de zoektocht naar een diagnose en naar mogelijke oorzaken. Voor deze zoektocht zijn ook diverse externe deskundigen geraadpleegd uit binnen- en buitenland. Eenieder geeft aan het syndroom niet te herkennen. Alle routine onderzoeken alsmede nieuwere methoden, zoals een PathoSenseanalyse, hebben nog niet kunnen leiden tot een eenduidige conclusie.
De zoektocht heeft tot nu toe wel opgeleverd dat er een vrij consistent klinisch beeld kan worden beschreven van een tot nu toe onbekend syndroom bij biggen. Bedrijven die aanvankelijk problemen meldden geven aan dat de problematiek na ongeveer vier maanden verdwenen is. Er wordt naarstig gezocht naar de mogelijke oorzaken. Het is niet uit te sluiten dat er sprake is van meerdere onderliggende oorzaken. Hoewel aanvankelijk, mede in verband met de bevindingen aan de botten, aan een nutritionele of toxicologische oorzaak werd gedacht, geeft het toenemend aantal bedrijven aanleiding om ook infectieuze oorzaken opnieuw te onderzoeken.
Proteus species
In maart ontving de sectiezaal van GD een inzending van biggen van een varkensbedrijf dat te maken had met verhoogde uitval onder de biggen. De biggen waren ook slomer dan de varkenshouder gewend was van eerdere tomen. De biggen waren allemaal jonger dan twee weken. Alle ingezonden dieren hadden een matige conditie en uitgebreide ontstekingen in de longen, evenals fibrinedraden in de buikholte, bonte levers, necrosehaarden in hart en longen en oedeem in diverse organen.
De longen bleken atelectase en necrose te vertonen op histologie met diverse bacteriën die naar voren kwamen bij de kweek. Naast de wel bekende E. coli ’s en Streptococcus dysgalactiae spp. equisimilis werden ook Proteus spp. gevonden in de mengflora die werd gekweekt uit de biggen. De Proteus spp. werden gekweekt uit materiaal van de milt en het buikvlies.
Proteus spp. zijn Gram-negatieve bacteriën en zijn geen algemeen bekende bacteriën bij secties. Proteus vulgaris en P. mirabilis komen voor als commensalen bij mens en dier. Met name de urinewegen zijn gevoelig voor opportunistische infecties door deze bacteriën. Fecale bezoedeling is dan doorgaans de oorzaak. In de bacteriologie kunnen Proteus spp. eenvoudig een kweekplaat overgroeien als verontreiniging en daar kennen dierenartsen deze kiem het meeste van.
Bij deze casus bleek bij navraag iets mis te zijn gegaan met de injectietechniek en zijn de biggen onverhoopt blootgesteld aan deze kiem met sterfte tot gevolg.
Royal GD
Arnsbergstraat 7
Postbus 9, 7400 AA Deventer
T. 088 20 25 500
info@gddiergezondheid.nl www.gddiergezondheid.nl
Varkensgezondheid
Ziekte/aandoening/ gezondheidskenmerk





