Niets van deze uitgave, zelfs gedeeltelijk, mag openbaar gemaakt worden, gereproduceerd worden, vertaald of aangepast, onder enige vorm ook, hierin begrepen fotokopie, microfilm, bandopname of plaat, of opgeslagen worden in een geautomatiseerd gegevensbestand behoudens uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de uitgever.
Dier Recht
All animals are equal, but ...
Gelijkheid en zorgvuldigheid in het dierenrecht
Paulien Christiaenssen
Met medewerking van Charlotte Roosen
7 Afkortingen
11 Dier & Recht in de kunst, geĂŻllustreerd en becommentarieerd door Charlotte Roosen
63 Dierenwelzijnsgerichte bedenkingen bij dierenrechten
87 Pleidooi: pragmatische focus op dierenwelzijnsregelgeving 89 Tussenbesluit
Deel III Hiërarchie der dierenwelzijnsnormen
95 Europees: artikel 13 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
165 Europees en federaal: beginselen behoorlijke regelgeving
173 Federaal: Grondwet en Burgerlijk Wetboek
245 Vlaams Gewest: Codex Dierenwelzijn
301 Afdwinging dierenwelzijnsnormen door verenigingen
339 Tussenbesluit
Deel IV All animals are equal, but âŠ: dierenwelzijn en het gelijkheidsbeginsel
345 Inleiding
347 Juridische ongelijkheid tussen dieren ⊠371 ⊠als verlengde van onwetenschappelijke dubbele standaard
385 Juridische ongelijkheid tussen dieren: evaluatie
451 Tussenbesluit
Deel V Onnodig lijden: dierenwelzijn en het proportionaliteitsbeginsel
459 Strafrechtelijk verbod op onnodig lijden/doden van dieren
521 Verbod onnodig dierenleed voor wetgever: proportionaliteitsbeginsel
559 Tussenbesluit
Deel VI License to kill: dierenwelzijn en het rechtszekerheidsbeginsel
565 Rechtszekerheidsbeginsel: betekenis
573 Rechtszekerheidsbeginsel: betekenis voor dierenrecht
583 Casestudy: license to kill animals
623 Tussenbesluit
Deel VII In dubio pro animale: dierenwelzijn en het voorzorgsbeginsel
631 Inleidend
637 Voorzorgsbeginsel: betekenis voor dierenrecht
647 Europees voorzorgsbeginsel en dierenwelzijn
659 âBelgischâ voorzorgsbeginsel en dierenwelzijn
669 Voorzorgsbeginsel en kreeft
689 Tussenbesluit
695 Besluit
719 Literatuurlijst
759 Bibliografie kunsthistorische teksten
767 Fotografische credits
Dier & Recht in de kunst, geĂŻllustreerd en becommentarieerd door Charlotte Roosen
Dieren als spiegel van de mens
1. Marcus Gheeraerts (ontwerper) en Aegidius Sadeler I (graveur), De wolf en zijn rechtszaak tegen het schaap, 1608 in De Warachtighe fabulen der dieren, uitg. door Eduard de Dene, Brugge 1567 (p. 31-33)
2. Joannes Fyt, De haan en het juweel (âGallineroâ), 1660 (p. 52-55)
3. Pieter van der Borcht I (ontwerper) en Joannes Galle (uitgever), De verkeerde Wereld, ca. 1580-1600 (p. 83-85)
4. David Teniers II, Apen op school, ca. 1660 (p. 120-123)
Zoölogische studie en classificatie
5. Gonrad Gessner, Historiae Animalium Liber IV. Piscium & Aquatilium animantium natura, ZĂŒrich 1558 (p. 162-163)
6. Paul de Vos, Twee jonge zeehonden aan de kust, ca. 1650 (p. 188-191)
7. Joris Hoefnagel , Kreeft, twee krabben, sint-jakobsschelpen en andere zeedieren (plaat 44) in Animalia Aqvatilia et Cochiliata (Aqva), ca. 1575-1590 (p. 216-219)
8. Hans Verhagen, Een witte ram en een zwart schaap, ca. 1575 (p. 240-243)
Houden van dieren: tussen fascinatie en functie
9. Roelant Savery, Landschap met vogels, 1628 (p. 276-281)
10. Jan Bruegel I, Studies van honden, ca. 1616 (p. 296-299)
11. Jan Bruegel I, Dierstudies (Ezel, katten en apen), ca. 1616 (p. 334-337)
12. Peter Paul Rubens, Gezadeld paard met detailstudie, ca. 1615-1618 (p. 367-369)
13. David Teniers II, Een zeug en haar nest, ca. 1635-1690 (p. 380-383)
Wereldwijd dierbaar
14. Jan Bruegel I, Muis met twee rozen, ca. 1605 (p. 423-425)
15. Pieter Boel, Muskuseenden, ca. 1669 (p. 447-449)
16. David de Coninck, Twee konijnen, ca. 1660 (p. 490-493)
17. Ferdinand van Kessel, De vier continenten met taferelen van dieren: Europa (Brussel), ca. 1689 (p. 516-519)
Het dier als individu met emoties
18. Frans Snijders, Twee studies van een everzwijnenkop, frontaal en in profiel, ca. 1640 (p. 546-549)
19. Paulus Potter, De Stier, 1647 (p. 578-581)
20. Giambologna (Jean Bologne), Kalkoen, ca. 1567-1570 (p. 612-613)
21. Naar Peter Paul Rubens, Hoofden van een stier en Julius Caesar, ca. 1725-1775 (p. 634-635)
De spirituele band tussen mens en dier
22. Jan Bruegel I en Peter Paul Rubens, Het Visioen van de Heilige Hubertus, ca. 1617-1620 (p. 664-667)
23. Frans Snijders en Cornelis de Vos, De Vismarkt, ca. 1630 (p. 690-693)
24. Peter Paul Rubens, Interieur van een schuur, met de verloren zoon, ca. 1618-1619 (p. 714-717)
25. Paul de Vos, Paradijs, vóór 1653 (p. 754-757)
In pakweg de laatste tien jaar is er steeds meer aandacht voor dierenwelzijn. Op politiek vlak is het in het voorbije decennium een volwaardig bevoegdheidsdomein geworden, met een ambitieus en zichtbaar beleid. Maar ook op academisch gebied beweegt er bijzonder veel. Vanuit de Vlaamse Overheid hebben we daarop ingespeeld en hebben we financiĂ«le steun vrijgemaakt voor het project Dier: welzijn, recht en ethiek. Die beslissing kwam er omdat we echt nog nood hebben aan jonge academici met een bijzondere kennis op het vlak van dierenwelzijn. Het project Dier: welzijn, recht en ethiek had dan ook als doel om onderzoek te verrichten en een lessenreeks aan te bieden rond âde plaats van het dier in onze maatschappijâ en op die manier de kennis over dierenwelzijn, -ethiek en recht op academisch niveau te verspreiden en te bevorderen.
In 2021 werd binnen het project ook een doctoraatsonderzoek rond de plaats van het dier in de maatschappij opgestart en toevertrouwd aan Paulien Christiaenssen. Haar doctoraat in de diergeneeskundige wetenschappen (UGent) en rechtsgeleerdheid (KU Leuven) handelt over de vraag of het gelijkheidsprincipe en andere fundamentele principes die in de rechtspraak bij mensen gelden, ook toegepast kunnen worden op dieren. Een bijzonder interessant debat, dat alleen maar gevoed kan worden door het onafhankelijke onderzoek dat via deze uitgave ter beschikking wordt gesteld aan alle actoren in de sector van dierenwelzijn. Ik
ben ook bijzonder verheugd dat het boek geĂŻllustreerd wordt door werken uit onze rijke Vlaamse kunst, die treffend illustreren welke plaats het dier heeft bekleed in onze maatschappij.
Hopelijk vormt dit onderzoek de aanzet tot een boeiend debat, waarin we gerust grondig van mening mogen verschillen. De meningen uit het onderzoek zijn zeker niet de enige meningen over dit onderwerp, maar ze kunnen misschien mee een goede basis vormen voor onze toekomstige omgang met dieren. Onze relatie met dieren is al zeer grondig geĂ«volueerd en zal blijven evolueren. Hoe meer aandacht daarvoor is â ook vanuit de politiek en ook vanuit de academische wereld â hoe beter!
Dit proefschrift hanteert de term âdierenrechtâ als overkoepelende term voor alle regelgeving die het welzijn van dieren raakt. âDierenwelzijnsregelgevingâ is dan specifiek de regelgeving die het welzijn van dieren beoogt.
2. Dierenwelzijn â Er bestaat geen algemeen aanvaarde definitie van dierenwelzijn in de wetenschap. 4 Een nuttig juridisch-wetenschappelijk ijkpunt is de definitie uit de Terrestrial Code van de World Organisation for Animal Health (OIE):5
âAnimal welfare means the physical and mental state of an animal in relation to the conditions in which it lives and dies. An animal experiences good welfare if the animal is healthy, comfortable, well nourished, safe, is not suffering from unpleasant states such as pain, fear and distress, and is able to express behaviours that are important for its physical and mental state.â6
De Terrestrial Code is een globale referentienorm voor dierenwelzijn, al betreft het een soft law -instrument . 7 De definitie van dierenwelzijn in de Terrestrial Code vindt haar oorsprong in het concept van de âVijf Vrijhedenâ (Five Freedoms): dieren moeten vrij zijn van honger en dorst, vrij van ongemak, vrij van pijn, letsel of ziekte, vrij om normaal gedrag te vertonen en vrij van angst en stress.8 Deze vijf vrijheden werden in 1976 ontwikkeld door het Brambell Committee, een commissie ingesteld door het Britse Ministerie van Landbouw, naar aanleiding van het boek Animal Machines (1964). In dat ophefmakende werk bekritiseerde Ruth HARRISON de gebrekkige leefomstandigheden van landbouwdieren.9 Daarnaast is de OIE-definitie mede geĂŻnspireerd door de omschrijving van dierenwelzijn zo -
als geformuleerd door de vooraanstaande dierwetenschapper Donald BROOM in 1986.10
Sindsdien zijn in de wetenschappelijke literatuur meer multidimensionale benaderingen en definities van dierenwelzijn ontstaan, waarin algemeen de nadruk ligt op twee kernelementen: negatieve ervaringen bij dieren vermijden en hun positieve ervaringen bevorderen.11 Dierenwelzijn bestaat uit de onderling verweven aspecten van het voorzien in de biologische behoeften van dieren, de afwezigheid van negatieve gevoelens en de aanwezigheid van positieve gevoelens, alsook de mogelijkheid tot het vertonen van natuurlijk gedrag.12 Diergezondheid vormt volgens de OIE een essentieel onderdeel van dierenwelzijn.13
2. Met âdierenâ verwijst dit proefschrift naar niet-menselijke dieren, te onderscheiden van de mens.
3. Voelend zijn (sentience) in de brede zin omvat alle subjectieve ervaringen van de externe wereld en het eigen lichaam. De dierenwelzijnswetenschap hanteert echter een striktere definitie, waarbij voelend zijn verwijst naar het vermogen om positieve (aangename) of negatieve (onaangename) subjectieve ervaringen te ondergaan, zoals pijn, lijden, plezier, frustratie, angst etc.; H.S. PROCTOR, G. CARDER en A.R. CORNISH, âSearching for Animal Sentience: A Systematic Review of the Scientific Literatureâ, Animals 2013, (882) 883; J. BIRCH, âAnimal sentience and the precautionary principleâ, Animal Sentience 2017/16, 2-3.
4. D.J. MELLOR, âUpdating animal welfare thinking: moving beyond the âFive Freedomsâ towards âA life worth livingââ, Animals 2016/6, (1) 14.
5. Een intergouvernementele organisatie die zich inzet voor de wereldwijde bevordering van diergezondheid, met 182 partijen, zie https:// www.woah.org/en/who-we-are/; E. ELLIS, Australian animal law: context and critique, Sydney, Sydney University Press, 2022, 121-122.
6. En verder: âGood animal welfare requires disease prevention and appropriate veterinary care, shelter, management and nutrition, a stimulating and safe environment, humane handling and humane slaughter or killingâ, zie art. 7.1 OIE Terrestrial Code.
8. Zie bv. ook J. DE TAVERNIER, D. LIPS en S. AERTS, Dier en welzijn, Tielt, Lannoo, 2010, 29.
9. Brambell Committee, âReport of the Technical Committee to Enquire into the Welfare of Animals kept under Intensive Livestock Husbandry Systemsâ, Her Majestyâs Stationery Office, Londen, 1965, Command Paper 283 (VK); M. ELISCHER, âThe Five Freedoms: A history lesson in animal care and welfareâ, Michigan State University Extensio, https://www.canr. msu.edu/news/an_animal_welfare_history_lesson_on_the_five_freedoms.
10. D.M. BROOM, âIndicators of poor welfareâ, British Veterinary Journal 1986/142, (524) 524.
11. D.J. MELLOR, âUpdating animal welfare thinking: moving beyond the âFive Freedomsâ towards âA life worth livingââ, Animals 2016/6, (1) 1.
12. D.J. MELLOR, âUpdating animal welfare thinking: moving beyond the âFive Freedomsâ towards âA life worth livingââ, Animals 2016/6, (1) 10 en 14.
13. Art. 7.1.2 OIE Terrestrial Code.
2
Joannes Fyt
De haan en het juweel (âGallineroâ), 1660
Olieverf op doek, 123 x 242 cm
Museo Nacional del Prado, Madrid, inv. nr. P001526
Pragmatisme in het kippenhok
De Antwerpse dierenschilder Joannes Fyt (1611-1661) beeldde in zijn schilderij van een hoenderhof tien vogels af die zich nestelen of voedsel zoeken tegen de skyline van Antwerpen. De zwart-gouden haan domineert de voorgrond, terwijl onder zijn poot een juwelenring oplicht â een subtiel detail dat verwijst naar de antieke dierenfabel âDe haan en het juweelâ. Die fabel, populair in de Nederlanden dankzij De Warachtighe fabulen der dieren (nr. 1), vertelt hoe een haan een juweel vindt maar het afwijst: het mag dan waardevol zijn voor mensen, hij verkiest graan dat als voedsel leven geeft. De moraal prijst pragmatisme boven uiterlijk vertoon. Fyt kende het fabelboek waarschijnlijk via zijn leraar en collega-dierenspecialist Frans Snijders, in wiens atelier hij vanaf de late jaren 1630 werkte. Daar waren zeker twee exemplaren aanwezig.
De kunstenaar besteedde opmerkelijke aandacht voor hoe de haan en de kippen bewegen, gebaren maken, en hun omgeving bewonen. Ook de wetenschappelijke literatuur over vogels was hem zeer waarschijnlijk bekend. Zo beschreef de Italiaanse ornitholoog Ulisse Aldrovandi (1522-1605) uitvoerig het gedrag van hoenders, en besprak Conrad Gessner in zijn Historiae Animalium (nr. 5) een ideaal kippenverblijf. Het moet open zijn voor zonlicht, beschut tegen wind en kou, met nestruimtes in de muur, wat precies de omgeving is die Fyt hier verbeeldt.
Literatuur: DE DENE 1567, p. 46-47; ALDROVANDI 1600 (ed. 1963), p. 38, 129 en 131-141; KOSLOW 1995, p. 287-290; VĂZILIER-DUSSART 2016-17, p. 45-55; BALFE 2021, afb. 1.