KAAP 3 • LES 17 • BEWERKINGEN - HOOFDREKENEN Gelijknamige breuken optellen en aftrekken Ik tel gelijknamige breuken bij elkaar op.
16, 46
Ik trek gelijknamige breuken van elkaar af.
We tellen de ___________________ bij elkaar op of trekken ze af.
Gelijknamige breuken optellen en aftrekken 3 5 5 6 1
+
–
1 5 4 6
.
3
=
4
We behouden de
5
___________________.
1 6
Noteer de bewerking bij de tekening en los op.
.
2
=
+
. .
=
.
.
.
.
–
. .
=
.
.
.
.
+
. .
=
. .
=
. .
Tel de gelijknamige breuken op. Vereenvoudig de uitkomst waar mogelijk. 2 3 + = 7 7
2 2 + = 6 6
1 3 = + 7 7
1 2 + = 4 4
1 2 + = 3 3
1 2 + = 5 5
3 3 + = 9 9
3 1 + = 5 5
3 1 + = 4 4
Trek de gelijknamige breuken van elkaar af. Vereenvoudig de uitkomst waar mogelijk. 7 2 – = 9 9
5 1 – = 8 8
5 1 = – 6 6
2 1 – = 3 3
6 1 – = 10 10
7 2 – = 8 8
3 1 – = 4 4
3 2 – = 5 5
4 1 – = 9 9
39