

![]()


Twee weken geleden, Joke van Jong ACV aan de lijn. Dat er een schoolstaking op komst was, dat de oproep van jongeren zelf kwam, dat ze zich kantten tegen een aantal maatregelen van minister van onderwijs Zuhal Demir (N-VA), dat er al een petitie aan voorafgegaan was. Een voorzitter moet overal oren en ogen hebben, ook op TikTok, jawel.
Al was onze jongerenwerking het niet met alle standpunten eens, toch vonden we het knap. Leerlingen die betrokkenheid tonen. Engagement. Ambitie. Een signaal dat tot de samenleving en de minister moest reiken. Een Visie-redacteur werd ingelicht en gaf toe nadat haar zonen thuiskwamen: ‘Mijn jongens weten inderdaad van die schoolstaking. Weeral duidelijk dat ouders maar een
fractie weten van wat zich in hun leven afspeelt!’
Een debat kwam op gang. Terwijl kranten en journaals hun werk deden, schreven sommige directies met leerkrachten en leerlingenbegeleiders afspraken uit over afwezigheid en deelname. Ook zij maken zich zorgen over de effectiviteit van maatregelen, en vinden kritisch denken en engagement belangrijk.
‘Ik kijk met bewondering naar de schoolstaking’, zegt Vlaanderens bekendste jeugdpsychiater Peter Adriaenssens voor de camera van Visie. ‘De Scholierenkoepel gaat een gesprek aan met de minister over het grote aantal lesuren dat zij geen leerkracht hebben. Dat jongeren dit durven, is toch fantastisch? Laten we grondig luisteren.

We horen dat ze zich zorgen maken over het tekort aan leerkrachten. Dat is een reëel probleem. Dat is waar jongeren en volwassenen elkaar ontmoeten. Het is belangrijk dat jongeren horen dat we hun argumenten ernstig nemen.’
Het stemt me ontzettend hoopvol als jonge mensen opkomen voor hun rechten. Het katapuldeerde me terug naar mijn eigen ervaringen in de jongerenbewegingen. Ze houden ons een spiegel voor. Wij moeten hun engagement koesteren en ondersteunen. Het belang daarvan valt niet te onderschatten!
Op 1 januari werd het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) geïndexeerd. Dat is het wettelijk vastgelegd bedrag dat de ondergrens vormt voor het salaris van werknemers. Het GGMMI bedraagt sinds dit jaar 2.154,11 euro bruto. Dat betekent dat een werknemer in geen
enkele sector of onderneming minder voltijds loon mag krijgen dan dat vastgestelde bedrag.
De vervangingsinkomens – zoals pensioenen of ziekte-uitkeringen –worden pas op 1 maart geïndexeerd.
Begin oktober lanceerde de Vlaamse overheid een prijzenvergelijker waarmee de gebruikers van dienstencheques de aanvullende kosten die de bedrijven aanrekenen kunnen bekijken en vergelijken. Het is de bedoeling dat de gebruikers op die manier een doordachtere keuze kunnen maken.
ACV Voeding en Diensten juicht die poging tot meer transparantie toe. Toch maakt de vakbond enkele kritische kanttekeningen.
Zo is de informatie in de prijzenvergelijker vandaag onvolledig en vaak verwarrend. ‘De gegevens zijn verspreid over verschillende databanken’, zegt Kris Vanautgaerden van ACV Voeding en Diensten. ‘Dat maakt het moeilijk om te zien welk bedrijf nu precies achter een erkenningsnummer schuilgaat en waarom bepaalde bijkomende kosten worden aangerekend. Bovendien worden ondernemingen niet vermeld onder hun commerciële naam, wat de herkenbaarheid voor gebruikers sterk bemoeilijkt.’
‘Daarnaast is er weinig controle op wat bedrijven zeggen te doen met de extra administratieve kosten. Veel ondernemingen geven aan dat het geld zou gaan naar opleidingen, begeleiding of betere lonen. Uit studies, jaarrekeningen en ervaringen op de werkvloer blijkt echter dat daar zelden iets van terug te zien is. Integendeel: een groot deel van de winsten in de sector wordt uitgekeerd aan aandeelhouders, terwijl lonen nauwelijks boven het minimum uitstijgen en extra ondersteuning vaak ontbreekt.’
ACV Voeding en Diensten vraagt daarom dat de overheid die informatie actief controleert via steekproeven en inspecties. ‘Alleen als de gegevens correct, duidelijk en controleerbaar zijn, kan de prijzenvergelijker echt bijdragen aan meer transparantie en kwaliteit in de sector’, besluit Vanautgaerden.
www.vlaanderen.be/ dienstenchequekosten
Ann Vermorgen, Voorzitter ACV


Redactieadres Visie, PB 20, 1031 Brussel ¬ e-mail: info@visieredactie.be ¬ Lezersbrieven lezers@visieredactie.be ¬ Abonnementen hilde.ceulemans@acv-csc.be - 02 244 32 81 ¬ Verantwoordelijke uitgever Bart Vannetelbosch ¬ Redactie Simon Bellens, Lies Van der Auwera, Nils De Neubourg, Dominic Zehnder, Djorven Ariën, Lieven Bax, Rachel Michel, Tinne Van Woensel, Rooni Theeboom, An-Sofie Bessemans ¬ Hoofdredactie Wim Troch ¬ Vormgeving Gevaert Graphics ¬ Druk Coldset Printing Partners ¬ Visie verschijnt tweewekelijks en is inbegrepen in het lidmaatschap van ACV bouw - industrie & energie, ACV-CSC METEA, ACV-Transcom en ACV Voeding en Diensten



Flexi-jobs in alle sectoren, vanaf 1 april kan het. De zoveelste gunst van de regering-De Wever aan de werkgevers brengt de veiligheid in meerdere sectoren in het gedrang. ‘Het gaat nu al fout, moeten er echt eerst doden vallen?’
¬ Tekst Djorven Ariën
Klanten die onwel de sauna uitrennen, of niet kunnen rekenen op eerste hulp door een medewerker. In het saunacomplex waar Dirk* werkt, gebeuren steeds meer ongevallen sinds de komst van de flexi-jobbers.
‘Voor flexi-jobbers wordt niet geïnvesteerd in opleiding, wat problemen oplevert. Een sauna van 90 graden opgieten is erg gevaarlijk als je niet weet waar je mee bezig bent. Zonder EHBOopleiding kun je niemand helpen die onwel wordt. Massages zonder kennis van zaken brengen risico’s met zich mee.’
Grote veiligheidsrisico’s zijn er ook in het busvervoer. Sinds 2024 zijn flexi-jobs mogelijk voor chauffeurs in de privésector. Door de wetswijziging zal het vanaf dit jaar ook bij De Lijn mogelijk zijn.
‘Dat brengt grote gevaren met zich mee’, volgens Jo Van der Herten, nationaal
Voor flexi-jobbers wordt niet geïnvesteerd in opleiding. Dat brengt risico’s met zich mee
¬ SAUNAMEDEWERKER DIRK

Een opgietsessie in een sauna kan een nare ervaring worden wanneer die wordt uitgevoerd door iemand zonder opleiding. Flexi-werkers krijgen zelden de kans tot vorming. Archiefbeeld ter illustratie.
secretaris openbaar vervoer bij het ACV. ‘Bij de openbare busdiensten is geen tachograafplicht, dus is er geen controle op rij- en rusttijden. Chauffeurs kunnen na een nachtshift in een privébedrijf meteen aan hun rit voor De Lijn beginnen, met alle risico’s van dien. Het valt niet te controleren door de werkgevers, die de verantwoordelijkheid sowieso van zich afschuiven.
Een uniform en transparant registratiesysteem waar geverifieerd kan worden hoeveel uren arbeid er al geleverd zijn op een bepaalde dag kan helpen.’
‘Het beroep van buschauffeur is een veiligheidsfunctie, je bent verantwoordelijk voor dat voertuig, maar ook voor het leven van de reizigers aan boord. Mensenlevens staan op het spel.’
De potentiële gevaren die de flexi-jobs meebrengen in sectoren als het busvervoer of chemie zijn vele malen groter dan in de horeca of verkoop. Als er met gevaarlijke stoffen moet worden gewerkt of als er zware machines moeten worden bediend, kan dat maar beter door werknemers gebeuren die opleiding hebben gekregen en ervaring kunnen opbouwen. In specifieke sectoren kunnen de sociale partners via het paritair comité nog beslissen om flexi-jobs niet toe te laten, waardoor de sector zich kan uitsluiten. Dat gebeurde bijvoorbeeld al in de chemie. (zie inzet)
* Dirk is een schuilnaam.

DOOR VAKBONDSDRUK
AL BEPERKINGEN IN BOUW- EN CHEMIESECTOR
‘De uitbreiding van de flexi-jobs leidt tot deregulering en ongecontroleerde tewerkstelling, maar vormt bovenal een grote bedreiging voor de veiligheid. Gelukkig hebben we met sectorale onderhandelingen al beperkingen kunnen opleggen’, zegt Patrick Vandenberghe, voorzitter van ACVBIE.
‘De bouw- en chemiesector zijn bij uitstek sectoren met grote risico’s als werknemers niet voldoende opgeleid zijn. We moeten vermijden dat iemand die geen enkele opleiding heeft er aan het werk gaat.’
‘Op bouwwerven komen enkel gepensioneerde bouwvakkers met een basisveiligheidsopleiding of gelijkgestelde ervaring in aanmerking om een flexi-job uit te oefenen. In de chemiesector zijn flexi-jobs uitgesloten, behalve in de ondernemingen waarin hierover met de syndicale delegatie een akkoord gesloten wordt.’
‘Mensen die flexi-jobs uitoefenen moeten niet gestigmatiseerd worden. Zij doen dat vaak uit financiële noodzaak. We moeten echter wel kijken naar het bredere politieke kader dat het mogelijk maakt. De sociale zekerheid loopt belangrijke inkomsten mis en werkgevers wrijven in de handen bij zoveel flexibiliteit en lage kosten. Dat moet worden teruggedraaid.’
Wie vandaag een evaluatiegesprek krijgt op het werk, hoort vaak vooral wat beter kan. Nieuw onderzoek van de Universiteit Gent toont dat die focus veel potentieel onbenut laat.
¬ Tekst Nils De Neubourg
De onderzoekers volgden werknemers in Vlaanderen over een langere periode. Ze bekeken niet of mensen simpelweg ‘tevredener’ werden van complimenten, maar wat feedback concreet doet met hun gedrag. Het resultaat is opvallend: wie feedback krijgt die expliciet ingaat op zijn of haar sterktes, voelt zich energieker en meer betrokken bij het werk. Positieve feedback gebaseerd op de sterktes van werknemers blijkt zo een motor voor het welzijn en de betrokkenheid op het werk.
Het onderzoek sluit aan bij de theorie die stelt dat mensen beter presteren en zich beter voelen wanneer hun werk ook ‘energiegevers’ bevat. Feedback die sterktes benoemt, is zo’n energiegever. Het kan bovendien correctie en controle op een positieve manier vervangen.
Concreet wil dat zeggen dat die werknemers bijvoorbeeld extra uitdagende taken of meer autonomie opzoeken of leerkansen binnen hun functie creëren. Het werk krijgt voor hen zo een zinvollere invulling dan zonder de positieve terugkoppeling.
‘Eigenlijk is dat heel logisch’, zegt expert welzijn op het werk Maarten Hermans van het ACV. ‘Net zoals bij een voetbaltraining krijg je pas voldoening als je iets goed doet. Dat positieve reactie ook van belang is op je geleverde werk, is dus geen verrassing. Maar van even groot belang is dat je job ook de marge en beslissingsrecht biedt om er vervolgens iets mee te kunnen doen.’
De studie toont dat een positievere benadering vooral het verschil maakt voor werknemers die minder vertrouwen hebben in hun eigen kunnen. Dat is een opvallende vaststelling in een arbeidsmarkt waar burn-out en uitval geen zeldzame fenomenen zijn. Vaak wordt werk georganiseerd vanuit controle en correctie: wat loopt fout, wie haalt de norm niet, waar moet bijgestuurd worden? Dat komt met menselijke en maatschappelijke kosten. Werknemers die zich voortdurend tekortgedaan voelen, haken mentaal af of vallen uiteindelijk uit. Volgens Sciensano liep in 2023 niet minder dan een kwart van de werknemers (23 procent) risico op een burn-out op de werkplek.
Sinds 1 januari gelden strengere regels voor langdurig zieken. De regering-De Wever wil de komende jaren nog eens bijna twee miljard euro op hen besparen. Zo snel mogelijk weer aan het werk, luidt het devies. Dat willen velen wel, maar het wordt hen al te vaak onmogelijk gemaakt.
¬ Tekst Simon Bellens en Lies Van der Auwera ¬ Foto’s Maarten De Bouw en Wouter Van Vooren
Naar schatting 585.000 langdurig zieken telt België. Zij kunnen al langer dan een jaar niet werken, meestal door spier- en skeletaandoeningen of psychische klachten zoals burn-out. Ze vallen terug op een ziekte-uitkering. Het aantal langdurig zieken neemt fors toe, de regering verwacht er bijna 700.000 tegen 2030.
Om een rem te zetten op dat snelgroeiende aantal, wil minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit)
uitgevallen werknemers sneller en strenger opvolgen om weer aan het werk te gaan, of te ‘re-integreren’. Ook de ziekenfondsen, artsen en werkgevers moeten een tandje bijzetten. Mensen met een zware of levensbedreigende ziekte, zoals kanker, worden wel uitgesloten van het activeringsbeleid.
Sinds 1 januari kunnen werkgevers al vanaf de eerste dag ziekte aan werknemers vragen om in een re-integratie -
traject te stappen, in plaats van na een wachtperiode van drie maanden. Verder moet de arbeidsarts, die de re-integratie begeleidt, vanaf de achtste week in ziekte het ‘arbeidspotentieel’ beoordelen, ofwel aangeven wat een werknemer wél nog kan. In dat geval zal er een re-integratietraject opgestart worden. Daar niet aan meewerken, kan bestraft worden met het verlies van de volledige uitkering.
‘Nochtans weten we dat re-integratie de grootste kans op slagen heeft als het vrijwillig gebeurt, niet onder dreiging van sancties’, aldus ACV-expert welzijn op het werk Maarten Hermans. De regering wil de komende jaren alle langdurig zieken opnieuw onderzoeken
ELISA* (44), HERVATTE HAAR WERK IN WINKEL, VOELT ZICH AAN HAAR LOT OVERGELATEN
‘Momenteel werk ik twintig uur per week, gespreid over drie dagen. Anderhalf jaar geleden herbegon ik nog met één dag. Ik heb al een hele weg afgelegd.’
Drie opeenvolgende zware zwangerschappen veroorzaakten ernstige gezondheidsproblemen bij Elisa. ‘Bijna een jaar lang kon ik amper mijn bed uit. Dat ik niet kon werken, gaf me een enorm schuldgevoel. Ik zakte weg in een depressie. Het liefst wil ik vier vijfde werken, zonder angst om opnieuw uit te vallen. Maar er is niemand die me opvolgt, of meedenkt over aangepast werk. Dat weegt op me. Hoe moet ik gemotiveerd blijven als ik het gevoel heb dat ze liever hebben dat ik volledig uitval?’
Bekijkdevideoreportageopwww.visie.net


vanuit dat oogpunt. Vandenbroucke mikt op 100.000 controles per jaar en verwacht dat een groot percentage daarna weer aan het werk gaat. Daarmee wil de regering-De Wever maar liefst 1,9 miljard euro besparen.
Bovendien is de periode verkort waarna een werkgever het contract met een zieke werknemer mag beëindigen vanwege ‘medische overmacht’, voortaan zes in plaats van negen maanden. In dat geval krijgen werknemers geen ontslagvergoeding. Jaarlijks vinden meer dan 25.000 ontslagen vanwege medische overmacht plaats, een veelvoud van de 6.400 formele re-integratietrajecten in 2024.
‘Ik kreeg zelfs nooit de kans om te herbeginnen’, getuigt Lindsey (43). Zij werkte als magazijnier en viel uit met rugklachten en fibromyalgie (chronische spierpijnen en vermoeidheid). ‘Na enkele maanden stelde ik mijn werkgever voor om geleidelijk herop te starten met halve dagen. Ik wilde tonen dat ik wilde werken en herstellen. Misschien is het beter dat je ergens anders gaat werken, klonk het. Toen belde de personeelsdienst me op: ze hadden de procedure voor medische overmacht opgestart.’ Daar bleek, na tussenkomst van een medisch adviseur, niet voldoende reden toe.
Volgens Maarten Hermans is het beter om volledig komaf te maken met de regeling van het ‘medisch ontslag’. ‘In Frankrijk of Nederland bestaat die ontslagvorm niet. Werkgevers dragen er de kosten voor structurele uitval. Bij ons doet de sociale zekerheid dat.’ Wel positief vindt Hermans dat de regering deeltijds werk aanmoedigt, waarbij langdurig zieken een arbeidsinkomen kunnen combineren met een uitkering voor het deel waarin ze niet kunnen werken.
Misschien is het beter dat je ergens anders gaat werken
¬ BAAS VAN LINDSEY
‘We moeten de mens achter de arbeidsongeschiktheid blijven zien’, waarschuwt Annemarie Bonroy, adviserend arts voor CM. ‘Mensen die uitgevallen zijn, hebben vaak nog heel wat mogelijkheden, maar werkgevers moeten ervoor openstaan dat zij misschien niet meer álles kunnen. Dat vergt een inspanning om banen op maat te kneden.’
Sprekend is het verhaal van Nicole* (53) die opnieuw deeltijds werkt bij een groot
HACI (49), MEESTERGAST BIJ EEN RIOLERINGSBEDRIJF IN BRUSSEL, MAG NIET WEER BEGINNEN VAN DE DIRECTIE
‘Toen het bedrijf in moeilijkheden kwam, nam de stress het over. Ik kon niet slapen, niet meer nadenken. Er vielen ontslagen. Ik was erg bang dat ze me zouden buitengooien.’
Een arts schreef Haci daarom een rustperiode voor. ‘Na zes maanden wilde ik weer werken. De hele dag thuiszitten is niets voor mij. We zullen wel zien, klinkt het altijd op mijn vraag. Het liefst willen ze dat ik ontslag neem. Zo moeten ze me geen ontslagpremie uitbetalen, met twintig jaar anciënniteit. Waarom zou ik dat doen? Ik heb niets misdaan, ik wil gewoon mijn werk terug.’
vleesverwerkingsbedrijf. Zowel de zware kledij als het monotone snijwerk wegen op haar gezondheid, waardoor ze reuma-opstoten krijgt. ‘Telkens wanneer ik terugkeer na een periode van korte uitval, straft mijn leidinggevende me door me op een zwaardere post te zetten.’
Te lang werden mensen aan hun lot overgelaten als ze ziek werden, vindt Maarten Hermans. ‘Nu staan ze eindelijk op de politieke agenda, maar vooral omdat de regering wil knippen in de uitgaven van de sociale zekerheid. Als de regering echt bezorgd is om langdurig zieken, moeten we eerst banen creëren waarin mensen niet ziek worden.’
*Nicole en Elisa zijn schuilnamen.
Heb je vragen over je ziekte-uitkering of re-integratietraject, neem dan contact op met je ACV- of CM-kantoor.
LOONBRIEF CONTROLEER OP FOUTEN
Bijna de helft van de Belgische werknemers vindt de loonbrief te ingewikkeld. Bovendien bekijkt zo’n 40 procent niet elke keer de loonbrief. Dat blijkt uit een studie van KU Leuven in opdracht van uitzendkantoor Tempo Team. Toch doe je dat beter wel, waarschuwt ACV-jurist Sanny Uytterhaegen.
Een van de meest voorkomende fouten is een verkeerd brutoloon, weet Uytterhaegen. Dat kan komen door een foutief ingevoerd basisloon, een vergeten indexatie of een onjuist barema. Door anciënniteit heb je soms recht op een hogere loonklasse zonder dat je dat weet.
Ook verkeerd geregistreerde overuren blijven een klassieke valkuil. Denk eraan dat inhaalrust soms verloond wordt en soms niet. Controleer je persoonlijke en fiscale gegevens. Kloppen die niet, dan riskeer je later onaangename verrassingen, bijvoorbeeld bij je belastingafrekening.
Daarnaast gaan zaken fout bij afwezigheden, zoals ziekte, vakantie, tijdskrediet of tijdelijke werkloosheid. Hetzelfde geldt voor vergoedingen en voordelen zoals maaltijdcheques, onkostenvergoedingen of de fiscale inhouding voor het voordeel alle aard van een bedrijfswagen.
www.hetacv.be/loon
WERKLOOSHEIDSUITKERING HERVORMING
Beperking in de tijd
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd wordt voorlopig niet geschorst. Het ACV trok samen met een aantal andere organisaties uit het middenveld naar het Grondwettelijk Hof om die maatregel van de regering-De Wever aan te vechten. Het antwoord van het Hof op de vraag tot schorsing van de hervorming van de werkloosheid was negatief. Dat betekent dat het schema waarin bijna 200.000 langdurig werkzoekenden hun uitkering in verschillende fasen zullen verliezen, wordt voortgezet.
De uitspraak van het Grondwettelijk Hof is echter geen eindpunt. De procedure tot vernietiging, waarbij wordt gekeken of de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd strookt met de Grondwet, loopt nog.
Die uitspraak wordt ten vroegste verwacht tegen het einde van 2026.


Die van de koers? Jazeker, maar nog meer die van de siliconen, lijmen en PU-schuimen voor bouw, industrie en retail. Je kent ze als sponsor van de grootste Belgische wielerploeg en kan de bekende tubes terugvinden in je favoriete bouwmarkt. Deze Kempische collega’s zijn trots op hun merk.
¬ Tekst Djorven Ariën ¬ Foto Wouter Van Vooren

Kim Nuyens (38) – Productietrainer
‘Nieuwkomers volgen bij mij een training voor ze naar de werkvloer gaan. Ze leren bijvoorbeeld rijden met een transpallet. Voor mensen die nog nooit gereedschap of werkmateriaal in hun handen hadden, is het een veilige manier om op te starten in een gecontroleerde omgeving. In de achttien jaar dat ik hier werk, is het aantal werknemers meer dan verdriedubbeld. Ik ken de producten maar al te goed, want na twee renovaties heb ik heel wat siliconen en lijm verbruikt.’

In 1966 kocht Vic Swerts een lasbedrijfje, gespecialiseerd in reparatiepasta. Soudal staat voor ‘Soudeert alles’. Met 32 productievestigingen, een omzet van 1,47 miljard in 2024 en 4.650 medewerkers wereldwijd is het Belgische familiebedrijf uitgegroeid tot een internationale speler in chemische bouwspecialiteiten. Maar de wortels blijven verankerd in Turnhout waar 1.300 mensen werken.

Billy Gevers (31) – Teamleader
‘Mijn job is uitdagend en dat heb ik ook nodig. Kwaliteitscontrole, materiaalbevoorrading, storingen oplossen en coaching: elke dag is anders. Ik ben verantwoordelijk voor zeven machines en motiveer mijn team. Daar ben ik in gegroeid. Door dagelijks met verschillende karakters samen te werken, vergaar je heel wat mensenkennis. Voordat ik bij Soudal arriveerde, wist ik niet eens wat een inbussleutel was. Al mijn technische kennis kreeg ik mee op de werkvloer.’
Steff Dierckx (37) – Mengoperator
‘Mijn ouders, broer, nonkel en tante werkten al bij Soudal en zelf ben ik zeventien jaar geleden begonnen als jobstudent en blijven plakken. In mijn derde jaar ben ik vakbondswerk beginnen doen. Dat is echt een passie geworden. Tijdens de coronaperiode ben ik met onze grote baas gaan praten om te drukken op het belang van verdere beschermingsmaatregelen voor het personeel, die er nadien ook kwamen. Dit jaar vieren we ons 60-jarig jubileum en komt er een grote familiedag. Onze personeelsfeesten zijn altijd memorabel.’
ONGEZIEN BRUSSEL

Bruksel Binnenstebuiten biedt al 55 jaar gegidste wandelingen door onze hoofdstad. Ver weg van sensatie en toeristische trekpleisters brengen ze Brussel dichter bij Vlamingen en Vlamingen dichter bij Brussel. Maar ook rasechte Brusselaars kunnen zich laten verrassen door de veelzijdige rondleidingen. De gidsen passen het tempo en traject aan op basis van de deelnemers. Zowel individueel als voor groepen.
~ www.brukselbinnenstebuiten.be
Wim Claeys gaat op tournee met zijn nieuwe voorstelling Punt, komma, andere lijn. Daarin heeft hij het over de 90ste verjaardag van zijn mamaatje Haar humor is ze nog niet kwijt, maar haar zichtvermogen elke dag wat meer. Haar grootste verjaardagwens?
Euthanasie. Liever vandaag dan morgen zelfs. Een levendige voorstelling over een waardig levenseinde.


Villa Verbeelding in Hasselt nodigt uit om in de fascinerende wereld van jeugdliteratuur en illustratie voor prentenboeken te duiken. In de vaste collecte duik je in een fabelachtige sprookjeswereld en kom je alle geheimen van illustratoren te weten. Nog tot april kun je het donker betreden tijdens tijdelijke tentoonstelling In de nacht, een interactieve expo met installaties en doe-opdrachten voor jong en oud(er).
www.villaverbeelding.be


Terwijl het aantal arbeidsongevallen al jaren daalt, stijgt het aandeel geweigerde aangiftes fors. Steeds meer werknemers die een ongeval meemaken, krijgen geen erkenning en dus geen vergoeding. Besparingen bij Fedris dreigen de controles verder af te bouwen.
Eerst het goede nieuws: op 40 jaar tijd is in ons land het aantal aangegeven arbeidsongevallen bijna gehalveerd. Van zo’n 270.000 arbeidsongevallen in de private sector in 1985 tot 148.000 meldingen in 2024. Dat terwijl in die periode meer mensen aan het werk gingen, wat de daling extra opvallend maakt. Die positieve evolutie blijkt uit cijfers van Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s.
Daar stopt het goede nieuws. Terwijl in 1985 amper 2,2 procent van de aangiftes van arbeidsongevallen in de private sector geweigerd werd, steeg dat aandeel jaar na jaar. In 2024 werd 17,1 procent van alle arbeidsongevallen niet erkend. Dat zijn er meer dan 25.000 op een jaar.
Volgens Kris Van Eyck van het ACV is dat een alarmsignaal. ‘De arbeidsongevallenwetgeving moet in de eerste plaats
slachtoffers vergoeden. We bereiken stilaan een punt waarop je moet vaststellen dat de wetgeving en de controlemechanismen die doelstelling niet meer garanderen. Besparingen bij Fedris dreigen de controles verder af te bouwen.’
Bovendien worden niet alle werknemers even goed beschermd. ‘Arbeidsongevallen van uitzendkrachten worden opmerkelijk vaker geweigerd dan die van vaste werknemers, bij sommige verzekeraars zelfs in meer dan een op de vijf gevallen.’ Volgens Van Eyck wijst dat op structurele ongelijkheid. ‘Uitzendkrachten worden minder goed begeleid bij de aangifte, waardoor dossiers sneller onvolledig zijn.’
Een arbeidsongeval moet aan een strikte wettelijke definitie voldoen: een plotse gebeurtenis tijdens het werk
of op de weg van en naar het werk, met een medisch attest en liefst ook getuigen. Ontbreekt een element, dan kan een verzekeraar weigeren.
Een vaak gebruikte weigeringsgrond is ‘onvoldoende medewerking van het slachtoffer’, bijvoorbeeld wanneer iemand niet tijdig reageert op een brief. ‘Veel slachtoffers kennen de procedures niet of krijgen onvoldoende ondersteuning. Het gaat vaak niet over onwil, maar over drempels’, zegt Van Eyck. ‘Waarom ontbreekt informatie? Die vraag wordt niet gesteld. Er wordt gewoon gekeken of een dossier juridisch volledig is of niet.’
Wie een weigering krijgt, kan aan Fedris vragen de beslissing van de verzekeringsonderneming te onderzoeken of om een onderzoek in te stellen naar de oorzaken en omstandigheden van het ongeval.

Bij een conflict met een collega of baas biedt de wetgeving voor psychosociaal welzijn op het werk verschillende opties. Uiteraard kun je kleine geschillen het best eerst zelf proberen op te lossen, of het met een leidinggevende proberen aan te pakken. Je kunt ook een beroep doen op een lid van het comité voor bescherming en preventie op het werk of je vakbondsafgevaardigde.
Beland je in een conflict met een leidinggevende, doen er zich ernstige feiten voor of geraakt een conflict met een collega niet opgelost? Dan kun je terecht bij de vertrouwenspersoon of de externe preventieadviseur psychosociale aspecten. De keuze ligt daarbij volledig bij jou. Hun contactgegevens vind je in je arbeidsreglement, of bij je interne preventieadviseur of vakbondsafvaardiging terecht.
De vertrouwenspersoon of preventieadviseur zal naar je verhaal luisteren en je uitleg geven over de verschillende mogelijkheden. Dat kan een informele of een formele interventie zijn. In het eerste geval zal via een verzoeningsprocedure gepoogd worden om tot een gemeenschappelijke oplossing te komen. Dit biedt meestal de beste oplossing, maar kies in zeer ernstige gevallen voor de formele interventie. Die beschermt je tegen eventuele represailles. De formele interventie, via de preventieadviseur, houdt in dat de werkgever wordt gevraagd om een oplossing te bieden voor de problemen die zich voorgedaan hebben. Ongeacht de procedure kun je steeds bij je ACV-afvaardiging terecht bij vragen of problemen.

LES DAMES BLANCHES
Regisseur Camille Gekhiere toont onbevangen blik van migrant in zorg:
‘Ik leerde Siméon kennen bij opnames van mijn vorige film Nieuwkomers. Hij heeft een unieke, waardevolle visie op zorg verlenen. Onze focus op veiligheid en regelgeving in de ouderenzorg laat vaak te weinig ruimte aan levensgeluk. Via zijn verwondering wil ik ons zachtjes aansporen opnieuw na te denken. Zonder met de vinger te wijzen naar wie zich dag in dag uit geeft aan de zorg, want dit systeem put ook de zorgverleners zelf uit.’
Les dames blanches is tot 16 februari te bekijken op VRT MAX.
Na amper vijf minuten kijken naar de documentaire ‘Les dames blanches’ sluit je de jonge Dominicaanse zorgkundige Siméon Severino al in je hart. Met zijn ontwapenende aanpak in een Gents woonzorgcentrum pleit de Dominicaan voor meer zeggenschap van de rusthuisbewoners over hun leven.
¬ Tekst Lies Van der Auwera ¬ Foto Maarten De Bouw
Zorgen zat er altijd al in bij de jonge Siméon, die opgroeide in de Dominicaanse Republiek. ‘Ik deed in mijn thuisland vrijwilligerswerk, met weeskinderen en ouderen. Zorgen is een tweede natuur voor mij. Het is er heel normaal dat familie en vrienden zorg opnemen als naasten of buren ziek of behoeftig worden. Mijn moeder, een vroedvrouw, was altijd al het aanspreekpunt voor dringende zorg in de buurt. Een dokter of ziekenhuis was te ver weg. Zo loopt zorg als een rode draad door mijn leven. Bij aankomst in België vijf jaar geleden voelde het dan ook heel logisch om voor een opleiding als zorgkundige te kiezen.’
Wat viel je op tijdens de eerste dagen van je stage in een woonzorgcentrum?
SEVERINO ¬ ‘Allereerst was er de taalbarrière. Maar al snel merkte ik op dat er veel eenzaamheid was onder de bewoners. Sommigen kregen weken- of maandenlang geen bezoek. Dat vond ik bizar.’
‘Zo was er tijdens mijn eerste stage een bewoner die zich erg depressief voelde. Ik nam de tijd om een gesprek aan te knopen, en ik trakteerde op een drankje. Nadien bleek dat ik enkele regels had geschonden. Voor een gesprek moeten bewoners aankloppen bij de psycholoog, niet bij mij. Maar dat voelt voor mij onnatuurlijk.’

Je lijkt vaak te worstelen tussen je professionele en je persoonlijke rol.
SEVERINO ¬ ‘Klopt. ( lacht) Als zorgkundige krijg je bijvoorbeeld een aantal minuten om een bewoner te wassen. Die timing moet je respecteren. Maar een opmerking die ik vaak kreeg tijdens mijn stage, was dat ik te traag werk. Ik zoek contact, maak grapjes met bewoners, hou hun hand vast of blijf wat langer bij hen. Alles is hier tot in de puntjes georganiseerd, zowel logistiek als technologisch, maar ik zie hoe bewoners menselijk contact missen.’
Alles is hier tot in de puntjes georganiseerd, zowel logistiek als technologisch, maar ik zie hoe bewoners menselijk contact missen
¬ SIMÉON SEVERINO
Een sprekend voorbeeld is het gebruik van de tablet. Je moet die altijd meenemen om meteen alles af te vinken, maar we zien jou nooit met die tablet.
SEVERINO ¬ ‘Dat is waar. Als ik binnenkom op de kamer bij een bewoner, wil ik daar met mijn volledige aandacht zijn.
Dan kan ik niet tegelijk bezig zijn met zo’n tablet. Ik werk dan alles nadien bij.’
‘Ik krijg vaak de indruk dat ouderen te weinig de regie over hun eigen leven hebben. Een voorbeeld: wie bij aankomst aankruist dat hij confituur wil, eet hij voor de rest van zijn dagen confituur op zijn boterham. Niet alle plekken zijn even strikt, maar in het algemeen zijn er ontzettend veel regels.’
‘Tegelijk zie ik hoe zorgkundigen elke dag hun uiterste best doen. Ik begrijp dat een nijpend personeelstekort ons dwingt om tempo te houden om alle taken rond te krijgen. Dat is voor de zorgverleners moeilijk.’
Hoe verschilt de kijk op ouderdom hier met jouw thuisland?
SEVERINO ¬ ‘Het opvallendste is dat ouderen hier wat buiten de samenleving worden gezet. In de Dominicaanse Republiek blijven ouderen altijd deel uitmaken van het dagelijkse leven. Zorg voor hen wordt veelal gedragen door naasten.’
‘Oudere mensen hebben een heel leven achter zich, sommigen maakten zelfs een oorlog mee. Laat hen daarom wat meer beslissen over hun eigen leven, denk ik dan. Moeten ze bijvoorbeeld echt vanaf negen uur ’s avonds op hun kamer blijven? Door af en toe een regel te laten vallen of een protocol te doorbreken, kun je tijd en ruimte maken voor andere vormen van contact. Zo laat ik hen bijvoorbeeld wat meehelpen om het bed op te maken of een ander taakje. Ik vind wel een manier om, binnen de regels, mezelf te kunnen blijven. (lacht)’
Op 21 januari keurden werknemers in de petroleumsector het voorstel dat werkgevers in december als finaal akkoord op tafel hadden gelegd massaal af. Maar liefst 95 procent stemde tegen.
¬ Tekst Lies Van der Auwera
¬ Foto ID/Jonas Roosens
Werknemers blijven op hun honger zitten wat betreft vragen rond koopkracht, eindeloopbaan en de verdere invoering van flexi-jobs. Zij vragen een verhoging van de maaltijdcheques met twee euro of een gelijkwaardig alternatief voor bedrijven die geen cheques aanbieden. Daarnaast beschouwen zij het voorgestelde systeem van een extra verlofdag vanaf 62 jaar als ontoereikend, gezien de afschaffing van het SWT en de steeds moeilijkere toegang tot eindeloopbaanregelingen.
Ook verzetten ze zich tegen de invoering van flexi-jobs, omdat die volgens hen de

bestaande loon- en arbeidsvoorwaarden verder ondermijnen.
‘Er worden nog steeds enorme winsten gemaakt in de sector. Het niet toekennen van een verhoging van twee euro aan maaltijdcheques is onaanvaardbaar voor de werknemers’, benadrukt Marian Willekens van ACVBIE.
Wie gebruikmaakt van kinderopvang, heeft in sommige sectoren recht op een vergoeding. Werknemers kunnen tot 300 euro per jaar terugkrijgen, als ze een aanvraag indienen.
In de loop van de maand februari ontvangen de meeste werknemers hun fiscaal attest. Belangrijk, want daarmee kun je een aanvraag indienen bij het Fonds van Bestaanszekerheid voor een vergoeding van de kinderopvang. Hoeveel de vergoeding precies bedraagt, verschilt per sector. Ook wat precies onder de lading ‘kinderopvang’ valt, is niet in iedere sector hetzelfde. Sommige sectoren vergoeden enkel kinderopvang voorzien door Kind en Gezin, anderen nemen ook vakantiekampen of naschoolse opvang mee in rekening. In de textielverzorging en kleding en confectie (PC110,
‘Daarnaast voeren werknemers in deze sector zware en risicovolle taken uit, vaak in volcontinue shifts’, klinkt het. ‘Werknemers verwachten dan ook een sterker eindeloopbaanplan en een duidelijk verbod op flexi-jobs.’
PC109 en PC215) is een bedrag tot 300 euro per jaar, ofwel drie euro per dag voorzien, voor zowel kinderopvang als kampen en naschoolse opvang. In textielsector (PC120 en PC 214) kunnen werknemers rekenen op een vergoeding van 150 euro per jaar, ofwel een euro per dag. De metaalsector (PC111) voorziet 1,75 euro per dag, goed voor maximaal 210 euro per jaar.
Zodra je je fiscaal attest ontvangt, kun je een aanvraag indienen bij het fonds van jouw sector. Je fiscaal attest voeg je mee toe aan de aanvraag. De vergoeding waarvoor je een aanvraag indient, gaat over de kinderopvang van het jaar voordien.
Wie hulp nodig heeft bij de aanvraag, kan terecht bij de vakbondsafgevaardigde of in een ACV-kantoor.
Op 1 januari 2026 werden in verschillende sectoren de lonen aangepast aan de index. Allereerst zien de elektriciens (PC 149.01) hun lonen stijgen met 2,23 procent.
Ook binnen de textielsector worden twee indexaanpassingen doorgevoerd. In PC 120-214 (textiel) stijgen de lonen met 2 procent, terwijl in PC 110 (textielverzorging) een verhoging van 2,19 procent wordt toegepast.

ACV INFORMEERT JONGEREN
Midden deze maand stond het ACV op de SID-in beurs in Leuven. Tijdens deze dagen informeerde de vakbond leerlingen, leerkrachten en ouders over hun rechten.
Een vakbond op een studiebeurs? ‘We bieden inderdaad geen opleiding aan, maar niet alle jongeren die straks de banken van de middelbare school verlaten, zullen verder studeren. Er zijn er heel wat die ervoor kiezen om te gaan werken. Daarom staat er hier bijvoorbeeld ook een stand van VDAB.’
‘Bij ons kunnen schoolverlaters terecht met al hun vragen over hun eerste stappen op de arbeidsmarkt. Wanneer je net de schoolpoorten achter je hebt gelaten en klaar bent voor de arbeidsmarkt, komt er immers
heel wat op je af. Wanneer schrijf je je in bij de VDAB? Hoe pak je het best een sollicitatie aan? Heb je recht op een uitkering als je niet meteen werk vindt? Welk loon kan je verwachten? Waar moet je op letten als je je contract ondertekent?’
Vakantiewerk en stages Eigenlijk werken er veel meer jongeren dan je denkt. Want het gaat niet alleen om wie net de schoolbanken verlaten heeft. Een studentenbaan is natuurlijk net zo goed een vorm van werken, net zoals stage lopen. Jong ACV wil alle jongeren die op een of andere

manier aan het werk zijn, informeren over hun rechten en plichten.
‘Op de SID-in komen veel jongeren naar ons toe met vragen over studentenarbeid. Vaak zijn het algemene vragen: Waar moet ik op letten als ik een contract afsluit? Hoeveel uur mag ik werken? Heeft mijn studentenwerk invloed op de gezinsbijslag en op de belastingen van mijn ouders? Maar elk jaar zijn er ook een paar
jobstudenten bij die een probleem hebben met hun werkgever.’
‘Het was bijzonder interessant om te horen waar de studenten vandaag hun interesses leggen en welke studierichtingen in het secundair aansluiten bij hun verdere traject in het hoger onderwijs. We voerden heel wat fijne gesprekken en merkten dat jongeren goed nadenken over hun toekomst.’
Nog meer nieuws uit Vlaams-Brabant en Brussel?
Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrief en krijg elke week extra Visie-artikels in jouw mailbox. w ww.visie net/nieuwsbrief
Vanaf woensdag 28 januari 2026 kan je het dienstencentrum van ACV Antwerpencentrum (zoals advies bij werkloosheid, eerstelijnshulp) terugvinden op een nieuw adres. Het ACV heeft onderdak gevonden in een nieuw kantoorgebouw naast het Centraal Station. Alle ACV-diensten en beroepscentrales zijn er samengebracht.
Hiermee verlaat het ACV na 110 jaar, definitief haar site in de Nationalestraat. Alle ACV-diensten én alle beroepscentrales zijn nu samengebracht in het nieuwe gebouw (‘The Pelican’). Ook Familiehulp en beweging. net krijgen er een plek, en uiteindelijk zullen er ruim 200 mensen werken. Het vormingscentrum van het

Nog meer nieuws uit de provincie Antwerpen?
Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrief en krijg elke week extra Visie-artikels in jouw mailbox.
www.visie.net/nieuwsbrief
ACV opent ook haar deuren in januari 2026. ACV provincie Antwerpen telt 5000 militanten en elk jaar volgen een duizendtal een opleiding.
De keuze voor deze nieuwe locatie is bewust: met een modern, milieuvriendelijk hoofdkantoor zet ACV provincie Antwerpen in op een duurzame toekomst. De
centrale ligging, vlot bereikbaar met het openbaar vervoer, is een enorme troef voor de ACV-leden, medewerkers en militanten.

Nieuw adres: Pelikaanstraat 4 te 2018 Antwerpen (dit is vlak tegenover de hoofdingang van het station Antwerpen-Centraal).
Alle informatie: Ga naar www.hetacv.be/acv-antwerpen

JONGERENKARAVAAN BEVRAAGT CONTRACTEN EN ONZEKERHEID BIJ JONGE WERKNEMERS
De Vlaamse JongerenKaravaan hield halt bij de Corda Campus in Kiewit om jongeren te bevragen over hun werkomstandigheden en hen met een energiedrankje een duwtje in de rug te geven voor de start van hun werkdag. “Steeds meer jongeren zijn niet zeker of ze in de toekomst een eigen huis zullen kunnen kopen en of ze nog uitzicht hebben op een vast contract”, zegt Silken Rutten, jongerenverantwoordelijke van ACV Limburg.
¬ Tekst en foto Daan Van Noppen
Tussen het uitdelen van energiedrankjes door vertelt Silken over de opzet van de JongerenKaravaan. ‘Jongeren hebben recht op werk dat hen de kans geeft om financieel onafhankelijk te worden’, vindt ze. Volgens Jong ACV zijn vaste contracten hiervoor nog steeds de norm omdat ze stabiliteit op de lange termijn garanderen. ‘We zien daarentegen dat de statuten voor alternatieve contracten steeds meer een opmars maken, zoals de uren voor studentenjobs en flexi-jobs.
Maar daarop kan je niet bouwen’
Met enkele vragen als ‘Maakt geld gelukkig’, ‘Is je contract een vangnet of een valstrik’ of ‘Wat blijft er over aan het einde van de maand’ breken ze het ijs en kunnen ze direct de werkomstandigheden van jongeren bevragen. Wouter (34) neemt graag het blikje aan en zegt: ‘Nee, geld maakt niet gelukkig. Ik heb een gezinnetje, dat is wat me gelukkig maakt, al is het belangrijk om een solide basis te hebben waarop je kan rekenen.’
Werksfeer is belangrijk Jonge werknemers op de Corda Campus benadrukken vooral het belang van een goede werksfeer. ‘En dan maakt het contract waarin je werkt minder uit’, aldus een 26-jarige vrouw. ‘Mijn job zou pas als een valstrik aanvoelen als ik gevangen zat in een contract bij een werkgever waar ik mijn werk niet graag doe en mijn collega’s niet zo leuk zijn. Ik heb nu een vast contract en werk al 3 jaar met plezier in mijn huidige job. Dus ik zie het nu als een vangnet.’

Jongeren hebben recht op werk dat hen de kans geeft om financieel onafhankelijk te worden.
¬ SILKEN RUTTEN

Ook voor Leander (23) en Simon (21) weegt de sfeer minstens even zwaar als hun contractvorm. Al kan een tijdelijk contract volgens Leander wel makkelijk zijn als je pas begint met werken. ‘Dan heb je meer vrijheid om te testen wat je graag doet. Naast de duur van je contract, vind ik de andere arbeidsvoorwaarden ook heel belangrijk’, zegt hij.
met vakbond
Silken is tevreden over het verloop van de JongerenKaravaan: ‘Natuurlijk zijn niet alle jongeren het met ons eens, maar ik zie het als een positieve manier om hen te laten ontdekken wat een vakbond precies doet. Veel jongeren zijn aangenaam verrast als we hen uitleggen dat we op verschillende manieren hen de zekerheid die ze zoeken proberen te garanderen. Onze Karavaan is een leuke manier om hen nog eens te tonen dat vakbonden veel meer doen dan staken en betogen’, lacht ze.
~ Wil jij ook je mening als jonge werknemer geven?
Vul dan de bevraging van Jong ACV in via de QR-code.
Sinds vorige zomer is Stad Gent als werkgever niet uit het nieuws weg te slaan. Er moet heel zwaar bespaard worden. De vakbonden stellen zich vragen over de aanpak en het verdere verloop. We spreken erover met Peter Wieme, gewestelijk secretaris Lokale en Regionale Besturen van ACV Openbare Diensten.
Tekst ¬ Jan Maertens ¬ Foto ACV Openbare Diensten
Kan je kort schetsen wat er aan de hand is?
‘Stad Gent kampt met een torenhoge schuld. Ze beslisten om tijdens deze legislatuur elk jaar 120 miljoen euro te besparen. Omdat ik opgroeide voor de invoering van de euro reken ik dat soms om, om de draagwijdte goed te beseffen: het gaat hier over bijna 5 miljard oude Belgische frank per jaar! Toen ik dat hoorde, had ik snel door dat een ‘kaasschaafmethode’ niet zou helpen en dat er drastische maatregelen zouden volgen. In juli ‘25 kwam het stadsbestuur daar plots mee voor de pinnen. We hebben geen enkele kans gehad om te onderhandelen.’
Wat betekent het besparingsplan voor het stadspersoneel?
‘Er moeten tijdens deze legislatuur gefaseerd 416 voltijdse equivalenten (VTE) weg, waarvan al 61 in 2026. Dat nieuws kwam keihard binnen. We hebben direct infovergaderingen belegd voor het personeel. We merkten dat de mensen schrik hadden om te komen. Er zijn veel ogen en oren op zo’n groepsinfo als je begrijpt wat ik bedoel. Daarom zijn we overgeschakeld op individuele gesprekken waarbij we ruim de tijd hebben genomen om te luisteren. Ik heb dikwijls grote ogen getrokken. Ik hoorde verhalen over het opzetten van contractuelen tegen statutairen, over een dienst waar ze
van hun directeur de boodschap kregen dat ze onderling mogen uitmaken welke zes er zullen vertrekken… Hallucinant! Dat breekt de solidariteit.
We merken ook dat de druk op het personeel verhoogd wordt via de functionerings- en evaluatiegesprekken. Dat het aantal negatieve rapporten toeneemt. Misschien hopen ze zo te bereiken dat er mensen uit eigen beweging zullen vertrekken? Je verwacht zoiets niet van een bestuur dat zich progressief noemt. Hoewel de Gentse coalitie numeriek links is, stel ik vast dat ze rechts beleid uitvoert.’
Wordt er intussen rekening gehouden met de vakbondsinbreng?
‘Zoals gezegd, wij kregen geen informatie. Het heeft lang geduurd voor wij inzage kregen in de fameuze ‘excel’ van Christophe Peeters, de schepen van Financiën. Daarin staat zwart-op-wit per dienst hoeveel VTE er moeten vertrekken. Onze insteek was: hoe kunnen we maximaal het aantal banen redden? Dat zal niet makkelijk zijn, maar misschien kan dat door interne mutatie. We hebben hiervoor een overzicht gevraagd van de openstaande vacatures. Maar ook: als blijkt dat een functie al een jaar niet ingevuld is, is die nog echt nodig gegeven de omstandigheden?
We keken ook naar andere uitgaven. Zo blijkt dat er tussen 2022 en 2025 op drie jaar tijd bijna 20 miljoen euro is uitgegeven aan consultants. Als we deze uitgaven in detail bekijken, vragen wij ons af: is het altijd nodig om duur extern advies in te winnen? We kregen als antwoord dat deze kost slechts 0,3 procent van het totale exploitatiebudget vertegenwoordigt. Het totale exploitatiebudget bedraagt meer dan
1 miljard euro. De totale schuld zal tegen 2030 oplopen tot bijna 1,5 miljard euro. De laatste zes jaar is de schuld met 500 miljoen euro toegenomen. Nu moet de Stad lenen om de aflopende schulden te herfinancieren. Het lijkt ons alvast een goed idee om alles onder de loep te nemen. Vele kleintjes maken één grote. Met de miljoenen euro’s voor consultants kunnen we jobs redden.’


PROVINCIAAL ACV-VOORZITTER BLIKT VOORUIT op de West-Vlaamse arbeidsmarkt in 2026
Januari. Alle eindejaarslijstjes zijn gekend. De goede voornemens geformuleerd. En in de media kregen we klassiek een overzichtje van ‘wat er allemaal verandert vanaf 1 januari’. Tijd om even een balans op te maken met Wim David, voorzitter van ACV West-Vlaanderen.
Er veranderde wel degelijk wat op 1 januari…
WIM Ja, tenminste als we de Arizona-regering mogen geloven, “de grootste historische sociaaleconomische hervorming in ons land”. De beperking van de werkloosheid in de tijd. We blijven die maatregel met het ACV juridisch aanvechten, maar het belet inderdaad niet dat de blinde activeringspolitiek verder wordt gezet. Ook in onze provincie, waar de werkzaamheid dicht tegen de 80% leunt. Volgens de recentste RVA-cijfers zullen net geen 10.000 werkzoekenden hun uitkering verliezen in West-Vlaanderen. Vooral in de grote steden uiteraard, maar ook de kust en de grensregio in het zuiden van de provincie worden in verhouding zwaar getroffen.
De doelstelling van de maatregel is om meer mensen aan het werk te krijgen. Maar is er wel werk voor deze groep?
WIM ¬ Dat is net de paradox. Zeker in de maakindustrie is de economische situatie in de provincie niet goed. Hoge economische werkloosheid en dreigende
of aangekondigde herstructureringen, zoals bij Alstom in Brugge bijvoorbeeld, die veel banen kunnen en zullen kosten. De ‘afkoeling’ van de arbeidsmarkt laat zich wel degelijk voelen. Bovendien staan veel mensen die langere tijd werkloos bleven ook ver van een reguliere job op de arbeidsmarkt. Meer maatwerk en sociale economie is meer dan welkom. Maar ook deze sector voelt de directe impact van het feit dat de economie sputtert.
Er is meteen dus ook nood aan kwalitatieve aangepaste begeleiding. Dat is een belangrijke taak voor de VDAB. Maar die moet dan van de Vlaamse regering weer verder afslanken.
Daar bovenop gaan ook nog eens meer langdurig zieken gepusht worden naar werk en gaat de verdringing door meer flexi-jobs en meer studentenwerk gewoon versterkt verder. Ik volg Ive Marx van de Universiteit Antwerpen als hij zegt dat Arizona de ‘perfecte storm’ zelf aan het organiseren is.
De VDAB geeft zelf ook aan dat een aantal van de ingeschreven werkzoekenden niet toe te leiden zijn
Nog meer nieuws uit West-Vlaanderen?
Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrief en krijg elke week extra Visie-artikels in jouw mailbox. w ww.visie net/nieuwsbrief
naar werk?
WIM ¬ Klopt helemaal. Het is afwachten tot begin februari, maar we gaan er, samen met de OCMW’s, van uit dat veel van hen daar zullen aankloppen om te zien of ze recht hebben op een leefloon. Maar wie daar geen recht op heeft, daar lijkt niemand zich zorgen om te maken. Die zullen dan misschien volledig ‘van de radar verdwijnen’, terwijl er in veel gevallen een ernstige medische of welzijnsproblematiek aan de basis ligt. Nog los van de vraag welke werkgevers inspanningen zullen willen doen om die mensen aan te werven en te begeleiden.
Waar liggen er dan toch nog opportuniteiten voor de provincie?
WIM ¬ Die zijn er zeker nog wel, hoor. De vergrijzing zorgt voor hoge zorgnoden. Zowel in de directe zorg als in de toeleveringsketen liggen kansen. Probleem daar is dan weer de hoge werkdruk, waardoor mensen ook afhaken.
Er zijn nieuwe opportuniteiten in de logistieke sector, denk maar aan de ontwikkeling van een heuse drone-economie. Niet zelden gelinkt aan onze logistieke poorten of de haven -gebonden activiteiten. De provincie kan met zijn ligging ook toeristische troeven uitspelen. Aan de kust, maar ook in de landelijke regio’s. Ik blijf het een gemiste kans vinden dat er in de Westhoek onvoldoende

draagvlak bleek te zijn om een regionaal landschapspark te creëren waarin toerisme en landbouw samen ook een ecologische meerwaarde zouden hebben kunnen betekenen.
Bij landbouw denken we meteen ook aan onze voedingsnijverheid. WIM ¬ Die boert inderdaad over het algemeen wel goed. De directe aanlevering van de lokale land- en tuinbouwproductie aan de groenten- en aardappelverwerking lijkt te matchen. En er is blijkbaar ook een nieuw element. Net voor nieuwjaar viel het recentste nummer van ‘West-Vlaanderen Werk’ (het economisch magazine van het Provinciebestuur) in de bus. Het bevat een katern over de wijnbouwsector. Met bijna 280.000 liter in 2024 is West-Vlaanderen met voorsprong de grootste wijnproducent van Vlaanderen geworden. Innovatie loont hier dus ook.
Zullen we dan maar klinken op 2026 met een glaasje West-Vlaamse bubbels?
‘We besteden ons leven uit aan artificiële intelligentie. De grens tussen mensen en machine vervaagt, we praten tegen AI alsof het mensen zijn. Toch overtuigen we onszelf dat we wel weten hoe we met die technologie moeten omgaan. Daarin vergissen we ons. Niemand durft de technologie nog af te remmen. Maar AI heeft geen moreel kompas. We geven onze menselijkheid af aan puur door hebzucht gedreven techbro’s.’
‘Hoe meer ik weet, hoe meer ik weet dat ik niets weet. Maar sinds ik tweeënhalf jaar geleden vader werd, en zomaar met die kleine aap naar buiten mocht wandelen, besef ik dat de rest eigenlijk ook niets weet. Iedereen doet maar wat. Niemand heeft mij gevraagd of ik dat wel kon, vader zijn, nergens moest ik iets bewijzen! We geloven dat de grote politieke leiders weten wat ze doen, maar het zijn geen superhelden of monsters met een boosaardig plan. Het zijn gewoon sjarels zoals jij en ik.’
‘Het is altijd een zoektocht om te achterhalen waarover een nieuwe show precies gaat. Ik begin met een drang om op een podium te staan. Je probeert dingen uit, soms met succes, soms niet, en geleidelijk ontstaat een voorstelling.
Mijn nieuwe show gaat over macht en overmacht. We worden overspoeld en voelen ons machteloos door enorme veranderingen.
Tegelijk lijkt die wereld maffer dan ooit. De wereld is één grote farce.’

‘Toen ik in mijn vorige show grappen maakte over de coronaperiode, voelde ik dat de zaal het daar echt niet over wilde hebben. Soms liepen mensen boos de zaal uit. Het is nog steeds een collectief trauma, een taboe. Toch vond ik het net belangrijk om het bespreekbaar te maken, en als dat lukte, was dat een echte bevrijding. Die periode heeft veel onder hoogspanning gezet. Door de extreme polarisering lopen discussies met familie of vrienden uit de hand, dus discussiëren we maar niet. Dat is jammer.’
‘Als kind wilde ik astronoom worden. Helemaal alleen naar de sterren kijken. Toen ik buisde voor wiskunde, moest ik stoppen met mijn studie scheikunde. Maar het observeren, kijken vanop een afstand, dat is gebleven. In de wetenschap leer je alles in vraag te stellen. Voor mij is die onzekerheid bevrijdend, maar ik merk dat anderen angstvallig zoeken naar houvast. De mens en het leven zijn tegelijk nietig in een onmetelijk universum en ongelooflijk uniek.’
De nieuwe show van Michael Van Peel, Farce majeure, gaat op 8 maart in première in Antwerpen en toert daarna door Vlaanderen.