Skip to main content

Assistentiewoningen Liberty I, II en III - Remediëringsplan

Page 1

ACTIEPLAN (GAW Liberty I en II), dossiernummer xxx.xxx, verslagnummer V-2021-KRDE-0021 (DEEL)MODULE Vermeld hier de module en deelmodule waarvoor een tekort werd vastgesteld - bijvoorbeeld module personeel - deelmodule personeelsbezetting Infrastructuur/Logistiek

Opname-en ontslagbeleid/onthaal en Informatieverstrekking

ERKENNINGSVOORWAARDE NIET CONFORM EN/OF SMK NIET AANGETOOND

OMSCHRIJVING TEKORT

REMEDIËRING

DOOR WIE

TIJDSTIP VAN UITVOERING

OPMERKINGEN OF BIJLAGEN

Vermeld hier het artikel BVR 1985 - Bijlage A - norm 2,2,7 2.2.7. Voldoende en behoorlijke sanitaire installaties moeten voor de opgenomen personen en voor het personeel afzonderlijk voorhanden zijn. Voor de rolstoelpatiënten moeten aangepaste sanitaire installaties worden voorzien. De toiletten dienen voorzien te zijn van een goede rechtstreekse verluchting of van een degelijke ventilatie. Elk toilet moet voorzien zijn van aangepaste muurleuningen, een klerenhaak en een closetpapierhouder. In de gemeenschappelijke toiletten moet een handenwasbak met zeep en handdoek beschikbaar zijn. BVR 24/07/2009, bijlage XVI, art. 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24

Het toilet is niet voorzien van aagepaste muurleuning in de wooneenheid. "in de AW is er slechts 1 steun ter hoogte van het toilet. Wanneer geen handgrepen aan beide zijden aanwezig zijn, moet via het bewonersdossier aantoonbaar gemaakt worden dat dit niet nodig is.

De bewoners waar slechts 1 steun aanwezig is, hebben gelet op hun graad van Centrumleider zelfredzaamheid geen nood aan een tweede steun. Dit wordt weggeschreven in het bewonersdossier (recreatex). Indien de zelfredzaamheid achteruit zou gaan wordt een tweede steun op eerste verzoek danwel vaststelling hiervan geplaatst op kosten van ZBA. Er wordt een rondgang georganiseerd om vast te stellen bij welke bewoners er maar 1 steun is om te controleren of het bewonersdossier in orde is danwel de graad van zelfredzaamheid voldoende is om 1 steun te verantwoorden.

onmiddellijk

artikel 22 en 24 Opzegtermijn, proefperiode, ontruimen, en reële aantoonbare opslagkosten

U stelt in uw verslag dat in de praktijk de opzegdatum bestaat uit 33 en 10 dagen Legal en Compliance (Isabelle omdat wij contractueel de opzegtermijn laten ingaan de derde dag na postdatum. U Geladi) stelt dat dit niet conform de bepalingen is. Wij zijn het niet eens met deze beoordeling. De wet stelt immers een termijn van 30 dagen – respectievelijk 7 dagen ingeval van opzeg in de eerste maand. Omdat wij menen dat zolang de brief niet is toegekomen er nog geen “kennis” van de opzeg is – wordt dit, zoals dit gebruikelijk is in contracten – bepaald dat “drie dagen na verzending” er effectieve kennisname van de opzeg kan verwacht worden. Een zelfde termijn wordt overigens aan de bewoner gegeven die door ons opgezegd zou worden. Bovendien wensen wij toe te lichten en te benadrukken dat onze bewoners doorgaans niet schriftelijk hun opzeg geven, maar dit rechtstreeks en mondeling bij de Dienstencentrumleider/Woonassistent doen. Wij aanvaarden dergelijk opzeg – hoewel het contract hier dus eigenlijk schriftelijke formaliteiten voor voorziet, en laten deze dan ook onmiddellijk ingaan. Wij menen dus dat wij een en ander wel correct organiseren en toepassen. Opzegtermijn tijdens proefperiode Eerste maand proefperiode met opzegtermijn van 7 dagen: dit vindt u terug in artikel 19 IAN. Kopie van de IAN vindt u in bijlage.

Onterechte niet-conform

Artikel 19 IAN zie bijlage


Opname-en ontslagbeleid/onthaal en Informatieverstrekking

BVR 24/07/2009, bijlage XVI, art. 18, 19, artikel 22 en 24 ontruimen 20, 21, 22, 23, 24

Opname-en ontslagbeleid/onthaal en Informatieverstrekking

BVR 24/07/2009, bijlage XVI, art. 18, 19, artikel 22 en 24 reële aantoonbare opslagkosten 20, 21, 22, 23, 24

Legal en compliance (Isabelle U stelt in uw verslag dat wij in onze overeenkomsten niet conform handelen wat Geladi) betreft de bepaling dat men 5 dagen heeft om de flat te ontruimen en dit in onderling overleg uitgebreid kan worden. De wetgever geeft nabestaanden slechts 5 dagen de tijd een flat te ontruimen. Deze regelgeving – ingegeven naar analogie met de WZC-regelgeving – blijkt voor de nabestaanden van onze bewoners onhaalbaar. Immers: het ontruimen van een flat in 5 dagen na overlijden is onbegonnen werk. Men heeft immers veel meer te regelen bij het leegmaken van een flat waar iemand lang heeft gewoond dan bij de ontruiming van een WZC kamer waar slechts beperkte persoonlijke spullen aanwezig zijn. Overigens: In de periode waarin nabestaanden een begrafenis moeten regelen en rouwen om het verlies van hun dierbare is het ontruimen van een flat te vaak te veel. Bovendien speelt ook vaak een erfeniskwestie – aanvaarding of verwerping van de erfenis – is een beslissing die soms niet binnen de 5 dagen genomen kan worden. Zoals u weet is het ontruimen van de flat een daad van aanvaarding, waardoor het simpelweg niet mogelijk is voor de nabestaanden om zo snel over te gaan tot ontruiming omdat zij nog niet beslist hebben omtrent het al dan niet aanvaarden van de nalatenschap.Zo komt het dat bijna alle nabestaanden meer tijd vragen. Omdat wonen in een assistentiewoning in hoofden van de nabestaanden vergeleken wordt met huurwoning hebben wij er om deze reden voor gekozen om reeds bij aanvang in onze overeenkomsten de nabestaanden net zoals in de gewone woninghuur meer tijd te geven; met name de gekende 30 dagen. Zo creëren we vooraf zekerheid voor alle betrokkenen en niet in het minst de nabestaanden zelf en dit in aantoonbaar onderling overleg zoals de wetgever voorschrijft. Mochten er ooit nabestaanden zijn die toch binnen de 5 dagen wensen te ontruimen zullen wij dit uiteraard toestaan – echter dit blijkt in de praktijk nimmer het geval. Wij menen dan ook dat onze bepalingen in onze overeenkomsten conform de wetgeving zijn opgemaakt. -Termijn ontruiming is minstens 5 dagen en kan onderling verlengd worden: Dit vindt u terug in artikel 8 IAN. Kopie van IAN in bijlage.

onterechte niet-conform

Artikel 8 IAN zie bijlage

Legal en Compliance (Isabelle Geladi)

onterechte niet-conform

prijzen Shurgard

U maakt in uw verslag melding van de passage in onze overeenkomst waarbij wordt gesteld dat in geval van niet ontruiming, wij zelf over kunnen gaan tot ontruiming en opslag tegen een kost van 250 EUR per maand. U meent dat dit niet conform de regelgeving is. De passage zou indruisen tegen het feit dat er aan “reële” kost gerekend dient te worden. Artikel 20 stelt echter: Als de assistentiewoning niet binnen de termijn vermeld in het tweede lid, ontruimd is, ontruimt de beheersinstantie de assistentiewoning zelf en het slaat de persoonlijke bezittingen van de overleden bewoner op. Daarvoor kunnen tegen marktconforme prijzen opslagkosten aangerekend worden. Als na drie maanden na het overlijden van de bewoner de goederen niet zijn opgehaald door de nabestaanden, kunnen die goederen worden verwijderd uit de groep van assistentiewoningen op kosten van de nabestaanden volgens de regels bepaald in de schriftelijke opnameovereenkomst. De stelling dat er moet gewerkt worden met een reële kost lijkt ons niet correct. Er moet gewerkt worden tegen marktconforme prijzen. Hiervoor maakten we de vergelijking met de prijzen voor opslag van Shurgard. U vindt een overzicht in bijlage. Wij menen dan ook dat het werken met een forfaitair bedrag van 250 EUR voor opslag in onze eigen lokalen die hierdoor tijdelijk onbeschikbaar worden wel degelijk marktconform is. Om deze reden durven wij u vragen uw aanduiding als “niet conform” te willen herzien.


Opname-en ontslagbeleid/onthaal en Informatieverstrekking

BVR 24/07/2009, bijlage XVI, art. 18, 19, artikel 20 dagprijssamenstelling 20, 21, 22, 23, 24

Zoals u weet is ZBA en haar voorganger OCMW reeds lang actief als verhuurder Prijszetting = Raad van Bestuur van seniorenwoningen. Het is inderdaad zo dat met de komst van de GAWwetgeving onze prijzen niet volledig aangepast zijn aan de nieuwe structuur die vraagt om heel wat kosten plots in de dagprijs op te nemen. U zal wel willen begrijpen dat dergelijke nieuwe aanpak zeer ingrijpend is voor sites die reeds jaren bestonden. Om te voldoen aan de nieuwe wetgeving werken wij sedert 2012 voor alle nieuwe bewoners en in nieuwe complexen met een kostenafrekening. Men betaalt een provisie bovenop de huurprijs. Deze dekt de gemeenschappelijke kosten. De betaalde provisie wordt jaarlijks verrekend via de kostenafrekening. Deze jaarafrekening is helemaal opgebouwd zoals de wetgever het vraagt en rekent ook de gemeenschappelijke kosten gelijk door aan de bewoners. Meer zelfs: door te werken met reële kosten zijn we zeker dat onze bewoners geen cent meer betalen dat de werkelijke uitgaven van Zorgbedrijf. Voor de volledigheid: in de afrekening worden den kosten die verbonden zijn aan het dienstencentrum uiteraard niet aan onze klanten doorgerekend – hoewel deze ruimtes dienst doen als ontmoetingsruimtes. Voor de prijszetting werkt ZBA voor al haar gebouwen op een gelijkaardige manier - dit om de vergelijkbaarheid en herkenbaarheid bij onze bewoners te garanderen. Ook nieuwe sites maken dus gebruik van deze structuur waarin we werken met een kostenafrekening. Voor nieuwe bewoners vanaf maart 2021 werken we – hoewel onwennig voor onze bewoners – ook met dagprijzen op de factuur – zodat we ook met dat stukje van de wetgeving in orde zijn. Voor nieuwe bewoners vanaf maart 2021 werken we – hoewel onwennig voor onze bewoners – ook met dagprijzen op de factuur – zodat we ook met dat stukje van de wetgeving in orde zijn. Verder kunnen wij u melden dat wij trachten voor de sites die we thans laten erkennen een dagprijs uit te werken die voldoet aan de strikte lezing van de wet. Echter een en ander is onderhevig aan goedkeuring van het Agentschap.Wij menen dus dat wij ook hier voldoen aan de wens van de wetgever om kosten die gemaakt worden voor alle bewoners gelijk te verdelen.

Dagprijs

BVR 24/07/2009, bijlage XVI, art. 18, 19, 20, Dagprijs 21, 22,wordt 23, 24gesplitst in genotsrecht en deel dienstverlening Conform de geldende norminterpretatie is dit niet nodig nu ZBA eigenaar is van de panden. Norminterpretatie bij artikel 25 "facturatie":"De verplichte opsplitsing van de dagprijs in een deel genotsrecht en een deel zorg- en dienstverlening geldt enkel voor een groep van assistentiewoningen waar individuele eigenaars zijn en voor een groep van sociale assistentiewoningen. "

Opname-en ontslagbeleid/onthaal en Informatieverstrekking

BVR 24/07/2009, bijlage XVI, art. 18, 19, artikel 20 dagprijssamenstelling en facturatie van dagprijs 20, 21, 22, 23, 24

Zie hoger rond toelichting dagprijs. Aanvullend: voor bewoners vanaf 01/3/2021 wordt wel degelijk gewerkt met een dagprijs op de factuur

in orde

dit was al in orde - onterechte niet conform

Legal en Compliance (Isabelle Geladi)

In orde sedert 1/03/2021


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Assistentiewoningen Liberty I, II en III - Remediëringsplan by Zorgbedrijf Antwerpen - Vlaanderen - Issuu