1 Soms, als we één iemand missen, lijkt het of alles ontvolkt is.
Mijn buren zijn niet bang, nergens voor. Ze hebben geen zorgen, worden niet verliefd, bijten geen nagels, geloven niet in toeval, doen geen beloftes, maken geen lawaai, hebben geen uitkering, huilen niet, zijn nooit hun sleutels of hun bril, de afstandsbediening of hun kinderen kwijt, en hebben altijd geluk. Ze lezen niet, ze betalen geen belastingen, volgen geen dieet, hebben geen voorkeuren, veranderen niet van mening, maken hun bed niet op, roken niet, maken geen lijstjes, bedenken zich geen tweemaal voordat ze iets zeggen. Ze worden niet vervangen. Ze zijn niet opportunistisch, ambitieus, rancuneus, ijdel, bekrompen, gul, jaloers, slordig, schoon, subliem, grappig, verslaafd, krenterig, vrolijk, sluw, gewelddadig, verliefd, chagrijnig, schijnheilig, lief, hard, slap, gemeen. Ze liegen niet, stelen niet, gokken niet. Ze zijn niet dapper, niet lui, niet gelovig, niet vunzig en niet optimistisch. Ze zijn dood. Het enige verschil tussen hen is het hout van hun kist: eiken, dennen of mahonie.
7