
Er waren letterlijk honderd plekken waar Jane liever wilde zijn. Als iemand haar nu pen en papier zou geven, zou ze binnen vijf minuten een volledige lijst genoteerd hebben.
Maar ze was wél in deze ruimte, en zoals het er nu uitzag zou ze dat nog even blijven.
Jane liet haar blik over de menigte glijden en kon vervolgens niet wegkijken van de sfeerloosheid van het geheel. De glazen wanden waren te glimmend, het ingehuurde personeel te beleefd en de hapjes net iets te chic. Er werd gelachen en gedronken, en alles wees erop dat hier niets meer dan een normale bedrijfsborrel gaande was. Maar Jane wist wel beter, ze kende deze wereld. Er was hier niemand – werkelijk niemand – die niet met een dubbele agenda in deze zaal stond. Zijzelf incluis.
Haar ogen vonden voor de zoveelste keer haar doelwit. Tussen een clubje brallende mannen, saamhorig gehuld in een donkergrijs pak, stond Harry Mills, de ceo van Mills Holding. Onder dat bedrijf viel Royce House, de uitgeverij waar zij voor werkte.
Ze bestudeerde de man een tijdje. Ogenschijnlijk luisterde hij naar een van de anderen die nu het woord had. Harry Mills lachte wanneer de anderen lachten en knikte precies op de juiste momenten. Jane zag echter dat zijn ogen om de zoveel seconden speurend wegschoten: op zoek naar een gesprekspartner uit wie hij nóg meer kon trekken. Meer informatie, meer geld, meer ambitie, meer… van hetzelfde.
Jane ademde diep in door haar neus en blies de lucht weer uit. Toen gooide ze de resterende inhoud van haar wijnglas in één
keer achterover, zette het met een iets te harde klap op de hoekige statafel naast haar en koerste vastberaden richting Harry. Ze móést hem spreken. En het zou vandaag gebeuren.
Sinds de vacature voor uitgever was vrijgegeven, had ze geen moment rust gehad. Ze had het meteen geweten: dit was haar baan. Ze voelde het in elke porie, in elke vezel van haar lijf. Hier had ze al die jaren voor gewerkt. Nadat ze zich omhoog had gewerkt van bureauredacteur tot acquirerend senior redacteur, was de positie van uitgever voor haar de enige logische volgende stap. Ze verdiende het, daar was ze van overtuigd. In al die jaren dat ze voor Royce House werkte had ze laten zien dat ze ondernemend was: ze had lef getoond, was buiten de gebaande paden getreden, had collega’s opgeleid en samen met getalenteerde auteurs een flink aantal bestsellers afgeleverd. Ze kénde dit vak, dit was haar terrein, haar expertise. Dat kon niemand ontkennen, ook Harry niet. Dus had ze gesolliciteerd.
Maar… soms vroeg ze zich af of Harry überhaupt wel wist dat ze bestond. Tijdens de kwartaalmeetings leek het altijd alsof hij dwars door haar heen keek: wanneer zij sprak knikte hij, maar zijn aandacht was steevast op zijn telefoon of een andere spreker gericht.
Jane was vastbesloten zich hoger op te werken in het bedrijf waar ze zo trots op was. Theodor Royce, de oorspronkelijke oprichter, stond in zijn tijd bekend als iemand die risico’s durfde te nemen, opkwam voor minderheden en een voorvechter was van de suffragettebeweging – de moedige vrouwen die zich in die tijd hard hadden gemaakt voor gelijke behandeling en rechten. Alles waar zij ook voor stond.
Jane móést Harry Mills laten begrijpen dat zij de enige geschikte kandidaat voor de positie was.
In zijn agenda was blijkbaar geen ruimte geweest voor dit gesprek. ‘Meneer Mills zit de komende weken hartstikke vol, het spijt me. Ik heb het even bij hem nagevraagd, maar niet-dringende afspraken moeten wachten tot volgende maand,’ had zijn secretaresse gezegd toen Jane had volgehouden. Het had als een klap in haar gezicht gevoeld. Niet-dringende afspraken. Vol
ongeloof had ze de verbinding verbroken. Hij kende haar toch? Hield hij dit gesprek bewust af?
Zo makkelijk zou ze zich niet uit het veld laten slaan: dit ging tenslotte om haar toekomst. Dus moest het op een andere manier. Netwerken. Ze zou zichzelf bij Harry Mills in de kijker spelen en ze zou niet vertrekken voordat dat gelukt was.
Ze laveerde tussen de groepjes collega’s uit het vak door. Hier en daar werd ze gegroet of legde ze zelf even de hand op de schouder van een bekende, ze bleef echter nergens staan. Een nerveuze kriebel bewoog via haar maag omhoog, maar ze onderdrukte het gevoel met opzettelijke kracht.
Het groepje kwam nu steeds dichterbij. Harry Mills keek op. Zijn ogen schoten een kort moment naar haar, maar gleden meteen weer door. Ze liet zich er niet door van haar doel afhouden. Ze hief haar kin en…
‘Connor!’ Harry Mills draaide zich nu volledig om en schudde hartelijk de hand van haar collega, die hem blijkbaar vanaf de zijkant genaderd was. Harry’s hand rustte kameraadschappelijk op Connors schouder. ‘Wat goed je te hier te zien, jongen. Hoe bevalt het bij Royce?’
Connor glimlachte. ‘Uitstekend! Je had helemaal gelijk: het is een ambitieuze, vooruitstrevende uitgeverij.’
Jane zag dat hij met de natuurlijke charme die hij bezat naar de andere mannen knikte, maar zich toen weer volledig op Harry richtte – zijn blonde haren netjes in model, zijn overhemd nonchalant opengeknoopt bij de hals.
Haar vastberaden tred haperde. Hij zou toch niet…?
‘Heb je nog verder nagedacht over de vacature? Je bent er geknipt voor.’ Harry wees met zijn drankje in Connors richting. Janes bloed veranderde langzaam in ijs. Ze bleef staan. Had Harry de vacature voor uitgever – haar vacature – naar Cónnor gestuurd? Waar sloeg dat op? Connor werkte pas een maand of zes voor de uitgeverij. Hij kon onmogelijk geschikt zijn om de functie te vervullen!
Met samengeknepen ogen bekeek ze het tafereel. Toegegeven, ze had Connor zelf ingewerkt en hij was opmerkzaam, schakelde
snel en had ruim ervaring in de uitgeefwereld an sich, maar… nou ja, hij werkte er verdorie pas zes maanden.
Iemand stootte tegen Jane aan, excuseerde zich en vervolgde zijn weg. Jane hield haar ogen echter op de twee mannen voor haar gericht. Connor was langer dan Harry, die in zijn hoogtijdagen een zeer knappe man geweest moest zijn. Inmiddels was zijn buik gegroeid en zijn haargrens geweken. Ondanks dat was Harry nog altijd een lange, grote verschijning, die met zijn hele aura autoriteit uitdroeg. Hij straalde uit dat iedereen hem kende, en iedereen het met hem eens was.
En dat was ook zo, besefte Jane nu. Wanneer zou iemand Harry voor het laatst hebben tegengesproken?
Het viel haar nu pas op dat Connor eenzelfde houding had. Zijn schouders waren recht en zijn blik altijd alert. Ze had hem de afgelopen maanden nooit in iets anders gezien dan dat donkere maatpak en hij bewoog zich door het kantoor alsof hij dat al jaren deed. Ze had zich er niet eerder aan gestoord. Sterker nog, ze had zijn aangeboren charme zelfs wel kunnen waarderen. Hij kreeg er genoeg mee gedaan, en het werkte in haar voordeel. Samen waren ze een goed team.
Gedecideerd zette ze een stap naar voren. Haar beweging trok blijkbaar Connors aandacht, want hij keek opzij en trok een fractie van een seconde zijn wenkbrauwen op toen hij haar zag staan. Toen glimlachte hij. ‘Jane, ik had je nog niet gezien. Niet gedacht dat jij je vandaag nog van je bureau zou kunnen losweken.’ Hij grinnikte om zijn eigen grap en keek haar verwachtingsvol aan. ‘Waar werk je ook alweer aan?’ Hij wendde zich zonder haar antwoord af te wachten tot Harry. ‘Ik ken weinig mensen die zo toegewijd zijn als Jane.’
Het was een compliment, maar op een of andere manier stak het dat hij zoiets tegen Harry moest zeggen. Alsof hij háár moest aanprijzen in plaats van dat zij iets lovends over een nieuwe collega zei.
Harry liet zijn aandacht nu quasi-geïnteresseerd op Jane rusten. ‘Ah, uiteraard, Jane. Ik hoor de laatste tijd goede dingen over je als bureauredacteur bij Royce.’
‘Acquirerend senior redacteur,’ verbeterde ze hem zonder erbij na te denken.
Hij keek haar even onderzoekend aan en knikte toen. ‘Ah ja. Onder Toms hoede.’
Terwijl ze een opmerking verbeet dat ze allang niet meer ‘onder iemands hoede’ hoefde te functioneren en dat ze de afgelopen jaren de hele afdeling fictie zelfstandig had gedraaid, knikte ze.
‘Jane heeft me ontzettend goed ingewerkt, ik voelde me erg welkom.’ Connor glimlachte opnieuw naar haar.
Jane dwong haar mondhoeken omhoog. Wat wilde hij hiermee bereiken? Het maakte ook niet uit. Ze moest de regie van dit gesprek overnemen. Dit was misschien haar enige kans. Dan maar met Connor erbij. ‘Harry,’ begon ze vastberaden. ‘Fijn dat ik je tref, ik wilde je graag even spreken over –’
‘Miles!’ Harry wendde zich zonder nog aandacht aan Jane te besteden tot een kale man die net passeerde. ‘O man, dat is lang geleden. Hoe is het met je?’
Jane knipperde verdwaasd met haar ogen terwijl ze toekeek hoe de twee mannen elkaar begroetten en meteen in een familiair gesprek verwikkeld raakten.
Wel verdorie.
‘Harry, als ik nog even mag inbreken –’ begon Jane opnieuw.
Maar hij wuifde haar weg. Letterlijk, hij wuifde met zijn hand en keek haar niet eens meer aan.
Jane mompelde een verbeten vloek.
Connor keek haar vergoelijkend aan. ‘Misschien is dit niet het moment voor wat je –’
‘Dat goede moment is er blijkbaar nooit,’ beet ze hem toe. ‘Niet dat jij dat gevoel zal kennen trouwens.’
Oké, het was misschien niet helemaal eerlijk om zich zo op hem af te reageren, maar snapte hij dan niet wat hier gebeurde? Haar wangen werden warm en Connor trok vragend zijn wenkbrauwen op.
Opeens was ze het zat. Zonder hem nog aan te kijken draaide ze zich op haar hakken om en baande zich kokend van woede een weg door de massa tot ze de toiletten bereikte.
Met haar handen steunde ze op de rand van de wastafel en bekeek zichzelf in de spiegel. Haar kaken waren zichtbaar gespannen.
Dit. Op dit soort momenten begreep ze waarom vrouwen door de geschiedenis heen rebelleerden. Al die mannen met hun zelfgenoegzame glimlachjes, die soepeltjes door het systeem zeilden dat hen vanaf hun geboorte al privileges toeschoof. Mannen die nooit hoefden te bewijzen dat ze competent waren, nooit hoefden te vechten voor een plek aan tafel die automatisch voor hen werd vrijgehouden. Zij moest tweemaal zo hard werken voor de helft van de erkenning, moest slim zijn zonder bedreigend over te komen, assertief zonder bitchy genoemd te worden.
De mannelijke dominantie van de wereld was geen abstract concept – het levende voorbeeld ervan had daarnet nog tegenover haar gestaan, in een pak, met de zelfingenomen houding van iemand die zijn plek in de wereld als vanzelfsprekend beschouwde.
Wat stond ze hier in hemelsnaam nog te doen? Het werd tijd om de eer aan zichzelf te houden. Ze weigerde te smeken om een flintertje aandacht van een man die niet zelf inzag dat ze het waard was. Nu wilde ze gewoon naar huis. Haar vrienden videobellen en zich grenzeloos beklagen over de wereld zoals dat alleen bij hen kon.
Ze waste haar handen, fatsoeneerde haar donkere haren en knikte zichzelf toe in de spiegel. Eenmaal weer op de gang liep ze dan ook niet terug naar de zaal, maar rechtstreeks naar de garderobe. Nadat ze haar jas en tas in ontvangst genomen had, liep ze zonder nog om te kijken naar buiten.
De frisse Londense buitenlucht gaf weer een beetje grip op haar gedachten. Het miezerde, maar de gestage druppels verkoelden juist haar verhitte gezicht en kalmeerden haar wat. Terwijl ze haar jas om zich heen sloeg, zette ze koers in de richting van het metrostation.
‘Jane!’
Verdwaasd draaide ze zich om en zag tot haar verbijstering dat Connor met grote passen op haar af kwam lopen. Het was relatief
druk op het trottoir, maar voetgangers weken als vanzelf voor hem uiteen.
Gek; ze had hem tot nu toe gemogen, maar zelfs dat irriteerde haar op dit moment.
‘Jane, wacht even.’
Met gemengde gevoelens bleef ze staan totdat Connor haar bereikt had. Druppels bleven in zijn haren hangen en de miezer doorweekte zijn witte overhemd. Het leek hem echter niets te deren.
Hij wond er geen doekjes om. ‘Heb ik iets verkeerds gezegd of gedaan?’ Met een scherpe blik keek hij haar aan – direct, zonder de gebruikelijke charmante glimlach waarmee hij iedereen voor zich won.
Ergens, heel diep weggestopt, waardeerde ze dat hij haar serieus nam. Snel knipperde ze die gedachte weer weg.
‘Ik begrijp niet goed wat er zonet gebeurde…’ Connor gebaarde naar het grote glazen gebouw achter hem.
Jane onderdrukte een zucht. Opeens was ze doodmoe. Van altijd maar verantwoorden, van altijd maar vechten. Ze keek hem vlak aan. ‘Als je zelf niet ziet wat er zojuist onder je neus gebeurde, dan heeft het vermoedelijk ook weinig zin om het uit te leggen, Connor.’
Hij keek haar even niet-begrijpend aan, maar toen begon het hem te dagen. ‘Gaat het om die vacature? Wilde je Harry daarom spreken?’
Jane zweeg. Hij stond te dichtbij. Ze rook de regen op zijn kleren, de frisheid van zijn aftershave die door de miezer heen prikte.
Benauwd deed ze een halve stap achteruit en hield haar gezicht in de plooi. Het voelde kinderachtig om hem nu toe te snauwen dat hij dat goed gezien had.
‘Heb je erop gesolliciteerd?’ vroeg ze daarom op de man af. Ze moest weten of hij vanaf nu haar concurrent was.
Connor wreef over zijn kaak en keek even nadenkend naar het razende verkeer dat naast hem voorbij stroomde in de Londense spits. Alsof hij twijfelde of hij haar dit moest vertellen. ‘Ik heb
erover getwijfeld, maar inderdaad. Ik heb gesolliciteerd. Het is natuurlijk wat vroeg, ik werk nog niet zo lang bij Royce House, maar Harry heeft me persoonlijk gevraagd en het is een mooie kans.’
Jane liet zijn woorden tot haar doordringen.
‘Hij… Harry heeft je persoonlijk gevráágd?’ herhaalde ze terwijl ze haar best deed om de razende woede die opnieuw opvlamde te onderdrukken. Er flitste iets door zijn ogen – spijt misschien, of medelijden – en dat maakte het alleen maar erger. Ze wilde zijn medelijden niet. Ze wilde helemaal niets van hem.
Een kort moment sloot ze haar ogen. Ze was niet achterlijk, het feit dat Harry hem persoonlijk had gevraagd om te solliciteren maakte dat haar eigen kansen opeens nog kleiner werden.
‘Jij hebt ook gesolliciteerd.’ Het was geen vraag, enkel een vaststelling. Het bewees maar eens dat hij inderdaad over een pientere geest beschikte. Op dat gebied, in ieder geval.
‘Ja. En eerlijk? Ik vind dat ik het meeste recht heb op die functie, gezien het feit dat ik verantwoordelijk ben geweest voor meer dan de helft van de successen van de uitgeverij. Ik kan gewoon niet…’ Wanhopig zocht ze naar woorden.
Connor knikte. ‘Ik snap het. Je loopt hier al lang rond, werkt hard en bent duidelijk erg getalenteerd. Je bent een geduchte concurrente, dat moet ik je zeker meegeven. Ik zal mijn voordeel elders moeten halen.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘We zullen zien wie ze het meest geschikt vinden.’
Het was alsof alle energie uit haar wegsijpelde. Haar schouders zakten naar beneden terwijl ze Connor aanstaarde. Hoe kon hij in hemelsnaam zo nonchalant doen?
Een enkele zucht ontsnapte haar. ‘Hij weet amper wie ik ben, Connor. Hij zal me eerst moeten erkennen voordat ik überhaupt een kans maak.’
Ze verwachtte dat Connor iets zou zeggen in de trant van ‘zo erg is het toch niet’ of ‘je maakt best kans’. Lege geruststellingen.
In plaats daarvan zag ze hem iets doen wat ze niet had verwacht: hij leek echt te luisteren. Zijn kaak verstrakte en even – heel even – leek hij boos. Niet óp haar, maar vóór haar.
Die gedachte overviel Jane. Ze wilde niet dat hij aan haar kant stond. Dat maakte alles ingewikkelder, en dat was wel het laatste wat ze kon gebruiken.
Dus draaide Jane zich om en vertrok.