Skip to main content

Het Rembrandtmysterie - Mijke van Rijn

Page 1

Lieve lezer, Aan de binnenzijde van dit boek vind je de portretten van de vrouwen van Rembrandt. Wil je nóg meer het verhaal induiken? Tijdens het lezen zal je verschillende keren een nummer tegenkomen. Dan kan je deze qr-code scannen om de bijbehorende afbeeldingen te bekijken!


Proloog Isabella ­Stewart ­Gardner ­Museum Boston Nick schrok zich te pletter, hij was net bezig met zijn ronde op de tweede verdieping, toen achter hem ineens het brandalarm afging. ­Het was na middernacht, buiten waren de festiviteiten van ­St. ­Patrick’s ­Day in volle gang en overal in de stad werd vuurwerk afgestoken, maar in het museum, zelfs in de binnentuin, was het donker. M ­ et een zaklamp in zijn hand liep hij naar de ruimte waar het alarm afging. Vlak voordat hij bij de D ­ utch ­Room was stopte het alarm ineens. ­Nick stapte de ruimte binnen en liet de lichtstraal van zijn zaklamp over de kunstwerken van de ­Hollandse meesters dwalen. H ­ ij checkte de hele ruimte en alles leek in orde te zijn. V ­ oor de zekerheid liep hij naar de nooduitgang en duwde de deur naar de brandtrap open. M ­ eteen rook hij een vage vuurwerklucht en scande met samengeknepen ogen het terrein. ­ ary, die beneden in het kan‘Nick?’ ­De stem van zijn collega G toortje zat, klonk door de portofoon. Hij haalde hem uit zijn borstzak en bracht hem naar zijn mond. ‘Ja.’ ‘Ik krijg hier een melding dat de nooduitgang op de tweede verdieping geopend is, wil jij eens gaan kijken?’ ‘Dat was ik. ­Het brandalarm ging hier af en ik ruik vuurwerk,

7


maar ik weet niet of dat bij ons op het terrein is of verderop in de stad. ­Zie jij iets ongewoons op de monitoren?’ Het was even stil en toen antwoordde ­Gary: ‘Nee, niks te zien hier.’ ‘Oké, het zal wel weer een storing zijn, bedankt.’ Net toen ­Nick de deur van de nooduitgang achter zich dichttrok en zijn ronde wilde vervolgen, ging het brandalarm verderop op de verdieping af. ­Op een drafje rende hij via een aantal andere zalen naar de ruimte waar het geluid vandaan kwam, maar zodra hij daar over de drempel stapte was het alarm alweer gestopt. Hij keek de ruimte rond, maar ook hier was niks te zien. ­Mopperend liep hij via het trappenhuis naar beneden en stapte het kantoor binnen waar ­Gary de krant zat te lezen. ­Nick opende de kast waar het bedieningspaneel van het brandalarm in zat en zette alle knoppen uit en weer aan. ‘Dat fucking systeem, ik heb al zo vaak gezegd dat ze dat eens moeten vervangen. H ­ et gaat om de haverklap af.’ ‘Ik zal voor de zekerheid alle ruimtes nog een keer afgaan.’ ­Gary vouwde de krant op en kwam overeind. ‘Ga jij lekker zitten joh, en neem een bak koffie.’ H ­ ij stak zijn portofoon in zijn borstzak en stapte de galerij op. ‘Tot straks.’ ‘Ja, zie je zo.’ Nick schonk een kop koffie voor zichzelf in en nam plaats achter het bureau. ­Na een paar slokken wierp hij een blik op de camerabeelden en zag hoe ­Gary in de ­Blue ­Room op de eerste verdieping door het beeld liep. G ­ erustgesteld zakte hij achterover en legde zijn benen op het bureau. Net toen hij de krant opensloeg werd er aangebeld. V ­ erbaasd keek hij op en zag op het scherm dat er twee politieagenten voor de deur stonden. ­Hij drukte de intercom in. ‘Hallo?’

8


‘Boston politie, we hebben een melding ontvangen over overlast op het terrein.’ ‘Buiten?’ vroeg ­Nick. ‘Ja. ­Kan het zijn dat er iemand over het hek is geklommen en bij jullie op het terrein rondloopt?’ Nick trok een wenkbrauw op. ­Het zou inderdaad kunnen dat er iemand op het terrein was, en als diegene vuurwerk had afgestoken zou dat verklaren waarom het brandalarm afging… maar had hij dat dan niet eerder gemerkt moeten hebben? ‘Ik laat jullie binnen.’ ­Met een druk op de knop stapten de politieagenten de foyer in, die toegang bood tot de zijdeur en het kantoortje. ­De ene agent was kleiner dan de ander en ze knikten beiden vriendelijk naar ­Nick. ‘Goeienacht, zijn er nog meer mensen in het gebouw aanwezig?’ vroeg de langste politieagent. ‘Alleen mijn collega ­Gary, die is bezig met zijn ronde,’ antwoordde ­Nick. ‘Kun je vragen of hij ook hierheen komt?’ Nick pakte zijn portofoon en riep ­Gary op om terug te komen en de politieagenten te woord te staan. De lange agent glimlachte vriendelijk. ‘Het zal wel niks zijn, hoor, gewoon wat verdwaald vuurwerk.’ ‘Dat dacht ik eerlijk gezegd zelf ook al,’ zei N ­ ick, die blij was dat zijn vermoeden bevestigd werd. ‘Is het verder rustig?’ ‘Ja joh, er gebeurt hier nooit wat.’ ­Nick stapte lachend achter de balie vandaan, en toen ging het ineens snel. De lange agent duwde hem tegen de muur en vliegensvlug werden zijn handen achter zijn rug vastgebonden. Op dat moment kwam ­Gary aangelopen en voordat hij door-

9


had wat er gaande was, had de kleine agent hem ook in de boeien geslagen en werden N ­ ick en ­Gary naast elkaar tegen de muur gezet. De lange agent keek ze even aan en glimlachte vriendelijk. ‘Heren, dit is een overval. ­Wij komen hier wat spulletjes verzamelen en jullie gaan ons niet proberen tegen te houden, goed?’ Nick en ­Gary’s ogen werden afgeplakt met tape en de overvallers begeleidden hen door een gangenstelsel onder het museum naar de kelder, waar ze hen vastketenden aan een stalen pijp. Nick bleef roerloos zitten, hij voelde ­Gary naast zich trillen en hoorde hoe de overvallers wegliepen… Uren later, maar het konden ook minuten zijn, was ­Nick hevig in discussie met ­Gary over hoe ze weg konden komen, toen hij voetstappen hoorde. ‘Hallo?!’ riep hij, in de hoop dat het hulp was. H ­ ij zag nog steeds geen hand voor ogen. ‘Hoe gaat het hier, heren?’ H ­ et was de stem van de langste overvaller. ­Nick kromp in elkaar. ‘Zitten jullie comfortabel? ­Zit de tape niet te strak?’ Nick trok aan de handboeien en probeerde zich tegen beter weten in los te rukken. ‘Maak ons los, nu!’ ‘Wij gaan er weer vandoor,’ was het enige antwoord dat hij kreeg. ‘Bedankt voor jullie medewerking en wellicht tot een volgende keer.’ Met een laatste schouderklopje werden ze achtergelaten in de donkere kelder.

10


‘Tsjonge jonge jonge,’ mompelde ­Stanton, die geïrriteerd de bel van de zijingang naar het museum ingedrukt hield. Leo stond naast hem en tuurde door het raam naar binnen – het was zeven uur ’s ochtends, en tijd om ­Nick en ­Gary af te lossen van hun nachtdienst. S­ tanton zeurde wel vaker over zijn collega’s, maar ook ­Leo vond het vreemd dat er niemand reageerde op de bel. ‘Nou, het is weer eens zover,’ mopperde ­Stanton, ‘van N ­ ick verbaast me dit niet, die zit altijd te lapzwansen tijdens zijn shift, maar die nieuwe, hoe heet-ie ook alweer?’ ‘Gary,’ antwoordde ­Leo, terwijl hij de reservesleutel van zijn bos aan zijn riem klikte. ‘Ja, precies ­Gary,’ zei S­ tanton, ‘die komt net kijken, en dat hij dan meteen ergens gaat liggen pitten… ­Wat een aso.’ ‘Laten we nog geen conclusies trekken, we weten niet waar ze zijn.’ Leo stak de sleutel in het slot. ‘Nou, neem maar van mij aan dat de directeur hiervan gaat horen, waar ze ook zitten,’ sputterde S­ tanton door. A ­ chter elkaar stapten ze het museum in. Meteen walste S­ tanton het kantoortje binnen, maar dat was leeg. ‘Hè? ­Waar zijn ze?’ ‘Hallo?!’ riep ­Leo terwijl hij naar de grote binnenplaats liep. ­Zijn stem galmde door de ruimte, maar hij kreeg geen reactie. Ze besloten op te splitsen. ­Leo vertrok naar de eerste verdieping en ­Stanton naar de tweede. ‘Nick! ­Gary!’ O ­ p een drafje scande ­Leo de kunstruimtes. ­Toen hij de ­Blue R ­ oom in stapte gingen zijn nekharen overeind staan. ­Zijn blik werd meteen getrokken naar een lege lijst aan de muur, waarvan het doek eruit was gesneden.

11


Met zijn hart in zijn keel rende hij verder, terwijl hij steeds meer lege lijsten aan de muur zag hangen. Stantons stem klonk paniekerig vanaf de verdieping boven hem: ‘Leo! ­De fuckers hebben de boel leeggeroofd!’ De camerabeelden. ­Daar moest meer op te zien zijn. Leo sprintte terug naar het beveiligingskantoor. S­ tanton voegde zich hijgend bij hem. G ­ ehaast liep hij de schermen en camerabeelden na, maar… ‘Godsamme, ze hebben de banden van vannacht verwijderd!’ Terwijl ­Stanton de politie belde rende L ­ eo geschokt verder het museum in. ­Met zijn porto in zijn hand checkte hij de nooduitgangen en daalde daarna de trap af naar de kelder, waar de lamp in de gang knipperde. ‘Hallo?!’ riep hij en zijn stem kaatste terug via het donkere beton van de muren. Even was het stil, maar toen hoorde hij verderop stemmen: ‘Help! W ­ e zijn hier! H ­ elp!’ Zo snel als hij kon rende ­Leo op het geluid af, maar toen hij de hoek om kwam moesten zijn ogen wennen aan het donker. O ­ p de tast vond hij de lichtschakelaar… … en daar zaten zijn collega’s, vastgeketend aan een stalen pijp en hun ogen afgeplakt met tape. ‘O mijn god,’ fluisterde ­Leo en hij knielde naast de mannen neer. ­Met trillende handen pakte hij zijn portofoon. ‘Stanton, ik heb ze gevonden! ­In de kelder. ­Bel een ambulance!’ Gary begon te huilen. ­Leo probeerde hem te bevrijden, maar hij kreeg de handboeien niet los. ­Voorzichtig scheurde hij de tape van hun hoofden af. ‘Geen paniek, er is hulp onderweg.’ Toen hij het laatste stuk tape van hun gezichten had verwijderd zakte hij naast hen neer.

12


‘Wat is er in godsnaam gebeurd?!’ Gary huilde nog steeds. Nick nam het woord en vertelde wat er was gebeurd: ‘Het waren twee mannen, vermomd als politie.’ Leo merkte dat zijn stem trilde. ‘Ze waren gewapend, we hadden geen schijn van kans.’ Gary knikte bevestigend, zijn gezicht rood met vlekken. ‘Toen hebben ze onze ogen afgeplakt en zijn we onder dwang naar de kelder gebracht. Daarna hebben ze ons hier vastgebonden.’ ‘Maar waarom plakten ze jullie ogen af? Jullie hadden ze toch al gezien?’ vroeg Leo. Gary zweeg en haalde zijn schouders op. Met grote ogen keek Nick naar Leo. ‘Hebben jullie de camerabeelden gezien?’ Hij liet zijn hoofd hangen. ‘Nee, ze hebben alle banden meegenomen.’ Nick en ­Gary wisselden een blik. ‘Hebben ze iets gestolen?’ Leo keek op en knikte.

13


1 Terwijl ik mijn fiets tegen het hek zette keek ik omhoog naar het statige pand van veilinghuis ­Christie’s in ­Amsterdam. ­Bij de ingang stonden twee beveiligers, die afkeurend naar mijn sneakers en spijkerjasje keken. ‘Naam?’ ‘Sarah ­Visser.’ Een van de mannen wierp een blik op het klembord in zijn handen. ‘U staat niet op de lijst.’ ‘Dat hoeft ook niet.’ Ik keek hem aan en viste mijn politiebadge uit mijn borstzak, waardoor ze niet anders konden dan me doorlaten. In de hal keek ik onderzoekend om me heen. E ­ r was niemand te bekennen, maar vanaf de eerste verdieping klonken stemmen, dus daar ging ik op af. Bovenaan de trap zag ik aan weerszijden van de gang een deur; bij de dichtstbijzijnde bleef ik staan en drukte mijn oor tegen het hout. ­Tijdens een applaus greep ik mijn kans en glipte naar binnen. ­De zaal zat vol met mensen in chique kleding. Kak, had ik nou toch maar even een nette blouse of zo aangetrokken… Gauw nam ik plaats op een lege stoel op de achterste rij. ­Op een podium voorin zag ik een lessenaar met een veilingmeester erachter en mijn ogen schoten over het publiek om te kijken of

15


ik hem ergens zag, maar door de drukte kon ik hem niet meteen vinden in de menigte. Ineens viel het publiek stil – een schilderij werd binnengebracht. E ­ en portret van een vrouw in een donkerrode jurk, met een bloem in haar hand. Een golf van enthousiaste spanning ging door de zaal. I­ k wierp een blik op de catalogus op de schoot van de man naast me, waar een afbeelding van het schilderij stond. ­Saskia met rode bloem (Flora), 1641. ­Rembrandt van R ­ ijn, las ik eronder. Nieuwsgierig strekte ik mijn nek uit om het schilderij beter te kunnen zien. E ­ n ik was niet de enige: iedereen nam het schilderij met bewondering in zich op. R ­ echts bij het podium stond een lange, dunne man in een tweedjasje zelfs bijna te kwijlen bij het aanzicht. De veilingmeester nam plaats achter de lessenaar en stak haar hamer in de lucht ten teken dat de veiling ging beginnen. ‘Dames en heren, de ­Flora. ­We starten deze veiling met een openingsbod van vijfenveertig miljoen.’ Meteen schoten er overal om me heen peddels omhoog. H ­ oly shit, was ik omringd door multimiljonairs? De veilingmeester ratelde door en in no time liepen de biedingen op naar de vijftig miljoen. I­ k voelde de spanning door de zaal gieren en probeerde alle bieders in de gaten te houden, maar het waren er te veel om hem te kunnen spotten. ­Waar zat hij? Instinctief nam ik een besluit en bij het volgende bod, van €51,6 miljoen, stak ik mijn hand in de lucht. ­De veilingmeester zag het gebeuren en stopte haar geratel. Z ­ e leek een beet­je van haar à propos te zijn en wees met haar hamer naar me. ‘Mevrouw, wat is uw peddelnummer?’ Meerdere mensen hadden zich omgedraaid en staarden me

16


aan. I­ k verontschuldigde me en terwijl mijn ogen over de mensenmassa schoten, werd de veiling voortgezet. Een keurig geklede oudere dame die een paar rijen voor me zat, zat me nog steeds aan te kijken. ­Ik glimlachte even vriendelijk, haalde mijn schouders op en draaide mijn hoofd opzij… om recht in het gezicht van ­Igor I­ vanovich te kijken. ­Bingo. ­Hij was duidelijk verbaasd om me hier te zien en dat was precies mijn bedoeling. ­Langzaamaan verscheen er een klein glimlachje op zijn zelfingenomen rotbek, voordat hij naar me knikte en zich weer richtte op de veiling. Maandenlang was ik bezig geweest met de fraudezaak van die ­Russische oude zak, maar er was te weinig bewijs, en nu zat hij hier met zijn miljoenen, biedend op een ­Rembrandt alsof het niks was. ­Ivanovich bleef bieden. ­Hoe hoger het bedrag opliep, hoe minder peddels er de lucht in gingen. Ook de man naast mij sloeg na een tijdje met een zucht de catalogus dicht. ­We zaten inmiddels boven de zevenenvijftig miljoen. ­Uit mijn ooghoek zag ik hoe de oudere dame, ondersteund door de man naast haar, de zaal verliet. ­Ivanovich had als laatste zijn peddel in de lucht. ­De veilingmeester herhaalde het bod van 59,9 miljoen en keek de zaal rond. H ­ et was doodstil. Z ­ e herhaalde het bod nogmaals, keek rond, tilde haar hamer op en maakte de koop definitief. ­De aanwezigen in de zaal begonnen te klappen, ­Ivanovich stond op, nam het applaus met een knikje in ontvangst en liep de zaal uit. ­De gladjakker. Zo snel mogelijk probeerde ik me door de menigte naar de gang te manoeuvreren. ­Wat ik precies van plan was wist ik nog niet, maar ik kon hem niet zomaar naar buiten laten lopen. Verderop in de gang zag ik hem staan. D ­ at wil zeggen, ik zag zijn bodyguard, een gorilla van twee meter die zelden van zijn

17


zijde week. ­Behendig bewoog ik me langs de andere mensen die net de zaal hadden verlaten, tot ik bij de gorilla kwam. ­Naast hem stond ­Ivanovich rustig om zich heen te kijken, alsof hij me al stond op te wachten. ­Hij was niet groot, maar door zijn arrogante uitstraling leek hij dat wel. ­En hoewel hij halverwege de zeventig was, kon hij door voor minstens tien jaar jonger. ­Hij was, zoals altijd, gekleed in een duur pak en zijn grijze haar was strak naar achteren gekamd. ‘Goedendag mevrouw ­Visser,’ zei hij in het E ­ ngels met een ­Russisch accent. Ik groette hem niet terug. ‘Nou nou, meneer ­Ivanovich, een ­Rembrandt, doe maar duur. W ­ aar haalt u het geld toch vandaan?’ zei ik sarcastisch. ‘Tja, het is niet voor iedereen weggelegd. ­Waarom bent u hier? ­Het lijkt me niet bepaald een gelegenheid waar uw soort mensen vaak te vinden is.’ Alleen al door de manier waarop hij ‘uw soort mensen’ uitsprak, wilde ik hem het liefst op zijn bek slaan. ‘Of bent u hier om mij in de gaten te houden?’ vroeg hij. ‘Zou u dat vervelend vinden?’ M ­ et mijn hoofd schuin bleef ik hem aankijken, in de hoop dat hij er ongemakkelijk van zou worden. ‘Integendeel, mevrouw ­Visser, u bent een prachtig exemplaar. ­Het is geen straf om u in de buurt te hebben.’ ­Hij stapte naar voren en een vlaag van aftershave en sigaren drong mijn neusgaten binnen terwijl hij zijn hand op mijn arm legde en in mijn oor fluisterde: ‘En nu ons zakelijk contact is afgerond, moeten wij elkaar wellicht eens wat beter leren kennen.’ Zijn hand gleed naar mijn onderrug terwijl hij zijn lippen tegen mijn wang drukte.

18


In een reflex greep ik hem bij zijn schouders en tilde mijn rechterknie op, vol in zijn kruis. ­Ivanovich klapte voorover en strompelde toen achteruit. In een fractie van een seconde had de gorilla me bij mijn strot gegrepen en duwde me hardhandig tegen de muur. Ondertussen zag ik dat ­Ivanovich bovenaan de trap door zijn knieën zakte en zijn evenwicht verloor. ­Hij probeerde zich nog aan de leuning vast te grijpen, maar viel achterover. ­Hij stortte het hele stuk van boven naar beneden de trap af. B ­ ij iedere traptrede die hij raakte, galmde het geluid door de ruimte. ­Ik hoorde mensen roepen, en een vrouw slaakte een gesmoorde gil. Tot mijn schrik zag ik dat ­Ivanovich onderaan de trap roerloos bleef liggen. ­Ik voelde me warm en koud tegelijk. ­De gorilla had mij inmiddels losgelaten en snelde naar beneden om zijn baas te helpen, vergezeld door de twee beveiligers die beneden bij de ingang stonden. ­De gorilla wees meteen naar mij en voordat ze de trap op waren gerend, had ik mijn badge al tevoorschijn gehaald en stak mijn handen in de lucht. Pas nadat I­ vanovich was afgevoerd naar het ziekenhuis legde ik mijn verklaring af aan mijn collega’s van de politie, die inmiddels waren gearriveerd. Mijn hoofd was er totaal niet bij toen ik terugfietste naar kantoor, waardoor ik bijna een man van zijn sokken reed op het zebrapad. ‘Kijk uit je doppen, trut!’ snauwde hij. Zonder iets te zeggen trapte ik door. Tegen de tijd dat ik het politiebureau binnenliep was het al uitgestorven; mijn collega’s waren al naar huis. I­k slaakte een diepe zucht. D ­ e dag was totaal anders verlopen dan ik voor ogen

19


had gehad en ik wist dat dit nog een staartje ging krijgen. Ik trok mijn kluisje open, dat volgestouwd was met spullen, en onder wat lege snoeppapiertjes en andere rommel trok ik een trui tevoorschijn en rook eraan. D ­ ie kon nog prima, vond ik, dus ik trok hem aan en liep naar de wc’s. Boven de wasbak plensde ik wat water in mijn gezicht en keek omhoog in de spiegel. M ­ ijn blauwe ogen hielden mijn spiegelbeeld even vast. Fuck, S­ aar, dat heb je weer eens royaal verkloot. Nadat ik mijn donkerrode haar in een knot had gedraaid sleepte ik mezelf naar mijn bureau.

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Het Rembrandtmysterie - Mijke van Rijn by Xander Uitgevers - Issuu