
Tricase Porto, Puglia, 3 juli 1957
De rol satijn rolde over de lengte van de kniptafel en de rimpelingen weerkaatsten het licht net zoals de glinsterende zee die achter het raam lag. De vrouwen hielden hun adem in bij het zien van al die schoonheid. Instinctief staken ze hun handen uit om de glanzende stof aan te raken. De kanten sluier waaraan ze zojuist nog in een kring hadden zitten werken was meteen vergeten.
‘Basta!’ Silvana Parisi gebaarde dat ze uit de weg moesten gaan en pakte haar witte katoenen handschoentjes, die ze met een trotse glimlach aantrok voordat ze de afgeknipte kant omhooghield en de stof tegen zich aan drukte. ‘Nou? Nou?’ vroeg ze verwachtingsvol terwijl de vrouwen opgewonden door elkaar begonnen te praten toen ze zagen hoe de stof plooide en als een waterval over haar indrukwekkende rondingen viel.
‘Maar hoe kun je je dit veroorloven?’ vroeg nonna Giacosa op haar gebruikelijke argwanende toon. Ze had niet de neiging om in geluk of goedgunstigheid te geloven en ze kon zich niet herinneren dat iemand in haar lange verleden in dit verarmde vissersdorpje ooit iets weelderigs als een satijnen trouwjapon had gedragen.
‘Dante heeft hem voor me meegebracht uit Rome. Hij heeft er vriendschap gesloten met degene die de kostuums op de set heeft ontworpen.’
‘Dat geloof ik graag,’ mompelde Gina Crespi, met haar ogen rollend, waarna ze naar Rafaella knipoogde. ‘Was ze blond?’
‘Dat was híj niet,’ vervolgde Silvana haar verhaal. ‘Maar de stof was overgebleven van een kostuum voor…’
Ze liet de onthulling even in de lucht hangen, zodat de vrouwen opnieuw hun adem inhielden. Ze wisten allemaal dat Dante Giannelli was gecast als figurant voor de nieuwe film van Robert Leonard, waarin Gina Lollobrigida, de lievelinge van Italië, de hoofdrol speelde.
‘Vertel je me nou dat mijn toekomstige schoondochter de jurk van La Lollo zal dragen op de dag dat ze trouwt met mijn zoon?’ riep Giulieta Carosa verrukt uit.
‘De stóf van de jurk,’ corrigeerde nonna Giacosa haar.
‘En míjn jurk wordt nog mooier dan de hare tegen de tijd dat ik hem af heb!’ pochte Silvana terwijl ze de stof weer tegen zich aan drukte en tevreden heen en weer wiegde.
Rafaella keek naar haar oudere zus en wist dat het waar was. Silvana kon van een jutezak nog iets prachtigs of zelfs begeerlijks maken. Ze wist precies waar ze moest innemen, uitwaaieren of plooien en bracht uren door met het bestuderen van tijdschriften waarin de mode werd getoond die door filmsterren op de feesten en partijen in Rome werd gedragen. Het was de nonna’s niet ontgaan dat ze de jurken van de jongere vrouwen bij de taille en boezem steeds strakker afspeldde, om zo de stijl van de beroemde Fontane Sisters naar het kleine Tricase Porto te brengen.
Gina’s nieuwe zondagse jurk moest drie centimeter ruimer en langer gemaakt worden nadat haar moeder vol ontzetting een kruisje had geslagen toen ze haar dochter er voor het eerst in zag.
Silvana had beloofd er gehoor aan te geven, maar Rafaella wist dat ze de jurk maar anderhalve centimeter had uitgelegd. Verder had Gina een teveel aan pasta de schuld gegeven.
Silvana had beloofd dat ze deze zomer ook een nieuwe jurk voor Rafaella zou maken, want ze was het afgelopen jaar hard
gegroeid. Op zeventienjarige leeftijd kreeg ze nu eindelijk ook de rondingen die voorheen nog ontbraken. Rafaella had gekozen voor lichtblauw katoen en Silvana had geopperd dat ze dat zouden afzetten met witkatoenen kant en parelknoopjes bij de buste. Ze kon niet wachten tot haar zus eraan zou beginnen. De perziken hingen al zwaar aan de bomen, wat betekende dat de zomergasten elke dag konden aankomen om hun slaperige vissersdorpje voor zes heerlijke weken tot leven te wekken. Er reden nu al meer auto’s en scooters over de kustweg. Vakantiegangers waren steevast onder de indruk als ze de scherpe bocht namen en werden begroet door een intens kleurrijk schouwspel dat een Cinecittà-filmdecor zou kunnen zijn: een oogverblindende turquoise kabbelende zee met een smal gouden strand dat aan de ene kant grensde aan een lange promenade waar de ragazzi in zwemkleding op hun handdoeken lagen, en aan de andere kant aan de kleine haven, waar tientallen azuurblauwe vissersboten waren aangemeerd. Langs de kust lagen enkele voorname villa’s in pasteltinten: het zalmroze hotel Villa Maria direct aan het water, de nu gele Villa Blanca, de lichtroze Villa Agosto en de pistachekleurige Villa Aymone.
Ze lagen te midden van groene tuinen, achter hoge muren en hekken, en stonden tien maanden per jaar leeg. De dorpelingen woonden hoger op de heuvel, in kleine witte huisjes langs de Via Borgo Pescatori en Via Santa Marcellina.
‘En wat voor stijl heb je in gedachten?’ vroeg Giulieta aan Silvana. Ze liet haar oog vallen op een opengeslagen tijdschrift met een foto van een model dat uit een auto stapte en daarbij een uitdagend diep decolleté liet zien, en wees er met een beschuldigende vinger naar. ‘Want pastoor Tommaso zou het beslist afkeuren als je in zoiets voor het altaar zou verschijnen.’
‘Alsof haar eigen vader dat goed zou vinden!’ protesteerde Irma Parisi, die de opmerking blijkbaar opvatte als laatdunkend.
De nonna’s reageerden meteen op de ontstane commotie en
Rafaella en Gina wisselden een blik. Het leek wel alsof de morele deugdzaamheid van het havenplaatsje plotseling op het spel stond. Was deze rol satijn niet slechts een vleugje luxe in plaats van een paard van Troje dat de schandalig losse seksuele moraal van Hollywood hun kleine gemeenschap aan zee zou binnenbrengen?
‘Noch mijn vader, noch pastoor Tommaso hoeft zich zorgen te maken,’ zei Silvana geruststellend terwijl ze haar lange, bijna zwarte haar naar achteren gooide. ‘De halslijn wordt keurig net…’
‘Hooggesloten?’ vroeg nonna Masina, die een trillende, geaderde hand naar haar eigen hals bracht.
‘Keurig net, sì,’ herhaalde Silvana op neutrale toon.
‘Met lange mouwen?’ De trillende hand verplaatste zich naar haar pols.
‘Ten minste tot de ellebogen.’
Er begon zich een frons in de rimpelige huid te vormen. ‘En lang…’
Nonna Masina was veel te oud om haar hand naar de vloer te brengen. Haar knieën en heupen stonden dat niet meer toe.
‘Ten minste tot over de knie.’
De wenkbrauwen van de nonna’s werden hoog opgetrokken naar haar moeder, maar ze werden onderbroken door een plotselinge kreet van buiten. ‘Maria!’ De commotie rond de kniptafel verstomde.
‘Tss.’ Gina’s moeder schudde haar hoofd en liep naar het door groene luiken geflankeerde raam. ‘Wat is er?’ riep ze.
Rafaella hoorde dat haar echtgenoot, de plaatselijke groenteboer, haar vertelde dat hun bestelling van tomaten en courgettes was aangekomen.
‘Pff,’ mompelde ze terwijl ze zijn woorden met een hand wegwuifde en zich naar de andere vrouwen omdraaide, waarna ze weer een verlangende blik op de rol van wit satijn wierp.
Silvana’s huwelijk met Luchino Carosa zou voor de dorpelingen het hoogtepunt van de zomer worden. Het was het belangrijkste onderwerp van gesprek als de vrouwen de was deden in het washuis of ’s avonds over de onderste helft van hun voordeur leunden. Maar ze waren nu klaar in de naaikamer, vandaag werd er geen kant meer gemaakt en de riposo was afgelopen. De luiken zouden snel weer omhooggaan in het caffè en de garnalenboten zouden binnenkomen met de laatste dagvangst. Er moest eten worden klaargemaakt.
De nonna’s stonden op van hun krukken naast de kniptafel en liepen de smalle trap af. Silvana deelde de huur van het gebouw met de lokale schoenlapper, een nieuwe regeling die goed leek te werken.
‘Kan ik later vandaag terugkomen voor een passessie voor mijn nieuwe jurk?’ vroeg Rafaella terwijl ze het satijn weer zorgvuldig oprolden. ‘Ik ben om zes uur vrij.’
‘Vanavond niet,’ zei Silvana knipperend met haar volle wimpers. ‘Ik ga met Luchino naar de nieuwe film met Mastroianni.’
Luchino had recentelijk een nieuwe Piaggio-scooter gekocht en benutte elke gelegenheid om indruk op zijn verloofde te maken door haar mee te nemen naar plaatsen voorbij het spoor.
Rafaella verbeet haar teleurstelling – en wanhoop.
‘Morgen dan?’
Silvana trok een wenkbrauw op. ‘Het is niets voor jou om zo ongeduldig te zijn, zusje.’
‘Ik ben niet ongeduldig,’ zei Rafaella schouderophalend. ‘Maar mijn kleren passen niet meer.’
‘Dat is waar, je rokken worden te kort. Ik zal die zoom ook moeten uitleggen,’ zei Silvana met een blik op Rafaella’s roze met geel gestreepte jurk, die alweer een paar centimeter hoger boven haar knie viel.
‘Dat heb je al gedaan.’
‘O.’ Haar zus keek haar aan met een veelbetekenend glimmertje
in haar ogen. ‘En heb je plotseling zo veel haast met je nieuwe jurk vanwege je blonde romeo? Of omdat hier in het dorp volgende week weer een zekere jongen wordt verwacht?’
‘Wat?’ Rafaella voelde haar wangen gloeien. ‘Nee! Waarom zou het mij iets kunnen schelen wat Cosi van mijn kleren vindt?’
Silvana’s ogen werden groot van plezier nu ze zo overduidelijk toehapte.
‘Wie had het over Cosi? Ik niet. Ik heb geen naam genoemd.’
‘Nou, je had het duidelijk niet over Fede!’
‘Waarom niet? Die is net zo knap als zijn jongere broer.’
‘En vijf jaar ouder dan ik!’
Silvana haalde haar schouders op. ‘Papa is vier jaar ouder dan mama.’
‘O, hou toch op!’ Rafaella draaide zich om en liep weg.
Silvana glimlachte en stak het uiteinde van de stof vast aan de rol om kreukels te voorkomen, waarna ze hem voorzichtig op een plank legde, naast de andere rollen stof. Tussen het zware linnen en katoen glansde hij als een parel. ‘Prima!’ riep ze Rafaella na. ‘Kom morgen dan maar.’
Rafaella draaide zich nog even om in de deuropening. ‘Echt? Hoe laat?’
‘Tijdens de riposo. Ik heb de hele ochtend passessies.’
‘Fijn, dank je wel!’ riep ze, en ze hoorde haar zus achter zich grinniken.
Buiten stond Gina op de stoep op haar te wachten en ze liepen samen terug naar de promenade aan het haventje. Silvana’s atelier (zoals ze het tegenwoordig noemde) en de zaak van de schoenlapper waren gevestigd in een klein gebouw op de hoek van de Via Santa Marcellina, op de kruising waar de kustweg de heuvel op begon te kronkelen, noordwaarts langs de trappito van de Giannelli’s naar Marina di Andrano. De meeste andere voorzieningen in het dorp lagen in tegenovergestelde richting, heuvelafwaarts en voorbij de bocht van het strand. De groentezaak
van Gina’s familie lag op de hoek van de Via Borgo Pescatori – ze konden zien hoe de tomaten daar uit de driewielige blauwe bestelwagen werden geladen –, maar de barbier, de visserswinkel en Tito’s Bar bevonden zich op een kunstmatig stukje land tussen de kustweg en de laan die voor Villa Agosto langs liep. Het was de dorpelingen een doorn in het oog dat er zo veel land ‘verloren ging’ aan die prachtige lege villa’s terwijl de lokale bewoners steeds minder ruimte hadden in het hart van de plek waar ze woonden en werkten.
Ze liepen over de smalle promenade en knikten en glimlachten naar de vertrouwde gezichten die ze tegenkwamen. Ze kenden iedereen die ze zagen bij naam: de anziani die rustig zwommen in het kalme water of bewegingloos op de stenen treden stonden, maar ook de peuters die in de ondiepe poeltjes speelden terwijl hun moeders kletsten en toekeken. Ze passeerden hun oude schoolvriendinnen Donatella, Antonia en Clara, die op handdoeken lagen te zonnebaden.
‘Ciao, Gina. Ciao, Rafa.’
‘Ciao.’
Een klein stukje verderop gaf Gina een klopje op Rafaella’s hand. ‘Wist je dat Antonia het met Enzo heeft gedaan?’ fluisterde ze.
‘Nee toch!’ Rafaella hapte naar adem.
‘Niet achteromkijken!’ siste Gina net op tijd. ‘Echt waar. Enzo heeft het Fon verteld, die heeft het weer aan Luigi verteld, van wie ik het weer heb gehoord.’
Gina’s bronnen waren altijd betrouwbaar en Rafaella voelde een koude rilling van angst om het risico dat Antonia had genomen. Het geflirt van vroeger, toen ze nog jonge meisjes waren, werd langzamerhand vervangen door serieuzere liefdesavonturen. Er was nu sprake van concurrentie tussen de meiden wanneer ze achter op de scooter van een jongen voorbijzoefden of een ijsje deelden op de havenmuur, alsof een echtgenoot vinden
een wedstrijd was en de goede mannen zouden worden ingepikt voor je het wist. Gina kreeg meer dan genoeg aandacht van de jongens die ze kenden. Ze was altijd tenger geweest, maar had nu een weelderig figuur. Dat zachte lichaam en haar scherpe tong vormden blijkbaar een bedwelmende mix. Rafaella had een minder volle vijver om uit te vissen en werd voortdurend door haar twee broers geplaagd met alle dingen die niet goed aan haar waren: ze was te lang, zeiden ze, en haar prille rondingen waren net bessen aan een tak. Maar dat leek Fon Giannelli niet te kunnen schelen. Hij keek naar haar alsof ze Venus of Afrodite zelve was, en daar was ze dankbaar voor.
Ze liepen via de ondiepe doorgang onder de laaggelegen kliffen naar de andere kant van de landtong. Het strandcafé lag aan het ‘tweede’ strand van het dorp – niet veel meer dan een stukje zand op stenige bodem – en was alleen tijdens de zomervakantie geopend. Het was niet meer dan een houten hutje met wat tafels en stoelen, maar ze verkochten er koffie, affogato, gelato en granita aan toeristen die terugkeerden van het lido, het verderop gelegen uit de rotsen gehouwen natuurlijke zeezwembad.
De meiden begonnen samen de luiken te openen en de tafeltjes neer te zetten, met helder gestreepte parasols die vierkante schaduwen op het zand wierpen. Bijna meteen nam er een gezin plaats. Gina bediende terwijl Rafaella naar achteren liep en een blok ijs uit de vriezer haalde. Ze begon erin te hakken met een ijspriem, waarbij het zweet op haar voorhoofd parelde, zelfs in de schaduw.
‘Hier,’ zei ze toen ze een kwartier later een emmer vergruisd ijs achter de counter zette, die van spiegels was voorzien, zodat zij als het druk was in de gaten konden houden wat er achter hen gebeurde terwijl ze de bestellingen klaarmaakten. Aan drie van de vijf tafeltjes zaten al gasten met hun voeten in het zand van hun koffie en verfrissingen te genieten terwijl ze de boten op de zee gadesloegen.
De zeiljachten lagen nog steeds in de verte, maar de garnalenboten waren al op de weg terug. Zelfs van deze afstand kon Rafaella ze van elkaar onderscheiden aan de hand van de zeilen, die hier en daar versteld waren. Langzaam voeren ze met pruttelende buitenboordmotoren terug naar de smalle haven.
Ze wilde net de koelkast gaan schoonmaken toen het hoge jankgeluid van een motor haar aandacht trok. Ze keek op en zag een sportieve motorboot in een rechte lijn langs de landtong zoeven voordat hij een scherpe bocht maakte en in het diepere water achter de havenmuur achtfiguren begon te maken. Door het kielzog begonnen de naderende garnalenboten te schommelen, met felle kreten tot gevolg.
‘Wie zijn dat?’ vroeg ze turend terwijl ze naar buiten liep en haar ogen met haar hand afschermde, maar de gestalten aan boord waren te ver weg om ze te kunnen herkennen.
Gina schudde afkeurend haar hoofd. ‘Nou, ik heb gehoord dat de stof van Gina Lollobrigida’s jurk niet het enige is wat Dante vanuit Rome heeft meegenomen.’
‘Heeft hij een speedboot gekocht?’ vroeg Rafaella vol ongeloof. ‘Hoe kan dat nou? Waarvan dan?’
In de winter, tijdens het oogstseizoen, bestierden de Giannelli’s de trappito – de olijvenpers – van het havenplaatsje, die gelegen was op de punt van de landtong, op de kliffen vlak boven het kleine caffè. Maar in de zomermaanden waren ze vissers, net als veel van de andere mannen. Dat er geld was voor een speedboot…
‘Dante is nu een filmster.’
‘Hij was figurant op een filmset!’
‘In Hollywood gaat veel geld om.’ Gina haalde haar schouders op. ‘Zelfs de figuranten worden rijk.’ Ze zuchtte. ‘En wie weet? Misschien heeft hij een contract getekend toen hij daar was.’
‘O, als dat zo was, hadden we het vast wel gehoord,’ zei Rafaella kreunend.
‘Nou, het is heel goed mogelijk. Ik bedoel, met zijn uiterlijk…’ Dante Giannelli had inderdaad het zwoele klassieke profiel waar de camera dol op was. Als hij een ander personage dan zichzelf zou spelen, dacht Rafaella, zou hij misschien overtuigend zijn als romantische held, maar terwijl zijn broer haar maandenlang behoedzaam het hof had gemaakt, stond Dante bekend om zijn heftige passie en koele hart.
Ze zag twee silhouetten aan boord, die zich schrap zetten tegen de wind. Hun gejoel weerklonk door de lucht terwijl de boot rondjes in de huid van de zee bleef trekken. Ze was er zeker van dat het Fon was, samen met zijn oudere broer. Dante was zijn idool en hij draafde altijd als een enthousiaste puppy achter hem aan.
‘Ik hoop dat hij dat niet de hele zomer blijft doen,’ mompelde ze.
‘Als we het slim spelen, mogen wij misschien wel mee,’ zei Gina met een kokette knipoog. Gina, die in alle andere opzichten scherpzinnig en verstandig was, had altijd een blinde vlek gehad voor de knappe oudste Giannelli-zoon, maar met zijn drieëntwintig jaren was hij vijf jaar ouder dan zij, en bovendien stond hij bekend om zijn voorliefde voor losbandige vrouwen. Handjes vasthouden met tieners kwam niet in hem op.
‘Nee, bedankt.’ Rafaella draaide zich grinnikend weer om en liep terug naar de welkome schaduw van het caffè. Het was nog geen hoogzomer, maar haar huid was nu al gebruind en haar lange lichtbruine haar werd al blonder om haar gezicht.
‘Hé, signorine! Signorine!’ riep iemand gebiedend, en Rafaella keek op. Er beende een stel over het zand naar hen toe. Het zonlicht werd weerkaatst door hun glanzende haar en het strand werd weerspiegeld in de glazen van hun hippe zonnebrillen. De jonge vrouw droeg een buitengewoon kort en fleurig zomerjurkje, totaal anders dan de katoenen exemplaren in gedempte tinten die de lokale jongedames droegen.
‘Rómy?’ Gina hield haar adem in. ‘Cosi?’ Ze begon te rennen,
net als Romola zelf, en de twee vriendinnen omhelsden elkaar zo stevig dat ze bijna omvielen.
Rafaella moest even bekomen van de verbazing, maar volgde een paar stappen na Gina.
‘Ben je er nu al?’ vroeg ze terwijl ze Romola vol ongeloof tegen zich aan drukte.
‘We verwachtten je pas over een week! In je brief…’
‘Ik weet het.’ Romola lachte en gooide haar handen geestdriftig in de lucht. ‘Maar ten eerste was het veel te warm in de stad.
Echt verschrikkelijk! Ik zei tegen mama dat het mijn dóód zou worden als we nog een dag zouden blijven. Dat heb ik gezegd, hè, Cosi?’
Cosimo kwam naast zijn zusje staan en grijnsde.
‘Dat heeft ze zeker gezegd.’
‘Met het bekende gevoel voor drama!’ Gina kreunde. Ze bekeek Cosi van top tot teen. ‘Je bent lelijk geworden,’ zei ze.
‘En jij klein.’
‘Ik ben altijd al klein geweest, mafkees,’ zei ze lachend, met een por tegen zijn arm voordat ze hem toestond haar te omhelzen. Cosimo was maar elf maanden ouder dan Romola, dus zij vieren hadden in hun kindertijd altijd samen gespeeld. Ze waren opgegroeid als broer en zussen, of misschien neef en nichten: het ene moment aan het bekvechten en het volgende moment aan het poedelen in de zee.
Ook Rafaella stak haar armen hartelijk naar hem uit, maar ze voelde een zekere terughoudendheid in zijn omhelzing, een nieuwe spanning in zijn gewoonlijk zo rustige lijf. Ze voelde de bolling van zijn spieren onder zijn T-shirt en zijn stoppels tegen haar wang. In het lichaam van deze man was nog maar weinig te bespeuren van de jongen met wie ze was opgegroeid. Ze liet hem los, plotseling een tikje opgelaten.
‘Wat zie je er anders uit! Jullie zien er allebei anders uit, trouwens.’
‘Dat moet jij zeggen!’ zei Romola lachend. ‘Ik vroeg me van een afstandje zelfs af of mijn ogen me bedrogen! Wanneer ben jij zo lang geworden?’
‘O, hou op! Papa zegt dat ik omhoogschiet als onkruid,’ antwoordde Rafaella met een grimas.
Met haar een meter vijfenzeventig was ze zeker een kop groter dan de andere meisjes.
‘Eerder als een zonnebloem! Je bent een schoonheid geworden. Is ze niet prachtig, Cosi?’ Cosimo knikte vaag terwijl Romola haar hand om Rafaella’s wang legde. ‘Alle jongens zitten nu natuurlijk achter je aan.’
‘O, nee hoor.’ Ze schudde snel haar hoofd. ‘Ze zijn gek op Gina.’
‘Op Antonia!’ corrigeerde Gina haar met een veelbetekenende knipoog. ‘En luister maar niet naar haar, Fon cirkelt als een panter om haar heen. Geen van de andere jongens krijgt de kans om in haar buurt te komen.’
‘Fon Giannelli?’ flapte Cosimo eruit. ‘De broer van Dante? De visserszoon?’
Zijn toon bracht Rafaella van haar stuk. Ze had nooit het idee gehad dat hij een snob was.
‘Ga je met hem uit?’ vroeg Romola verrukt. ‘Dat heb je me niet geschreven!’
‘Ik… Nou…’ stamelde Rafaella, die zich ongemakkelijk begon te voelen.
‘Al vijf maanden. Maar er wordt alleen maar netjes geknuffeld, hoor,’ zei Gina, die opnieuw knipoogde, waarop Romola een gilletje slaakte en opgewonden in haar handen klapte.
‘Gina!’ riep Rafaella verontwaardigd uit. Haar wangen gloeiden.
‘O, alsof ik jou die informatie niet sowieso zou hebben ontfutseld!’ reageerde Romola lachend. ‘Maar ik vind het wel ongelooflijk dat je verkering hebt en daar nooit iets over hebt gezegd. Waarom heb je het geheimgehouden?’
‘Dat heb ik niet gedaan,’ jokte Rafaella. Natuurlijk wist iedereen in het dorp ervan, maar in haar brieven had ze er bewust niet over gerept. Ze had niet gewild dat Cosimo het te horen zou krijgen. Ze had zelf de controle over het nieuws willen houden en eerst willen nagaan hoe het tussen hen tweeën zat.
Maar van controle was nu bepaald geen sprake. En zijn reactie was niet de reactie die ze had verwacht.
‘Je kunt toch zeker wel een betere man krijgen, Rafa?’ vroeg Cosi. Zijn blik vervlocht zich met de hare.
‘Wat is er mis met hem?’ zei ze gepikeerd.
‘Begrijp je dat echt niet?’ Hij keek even opzij naar zijn zus. ‘Weet je nog dat we hem een keer hebben betrapt toen hij over de tuinmuur naar ons in het zwembad gluurde? Hij probeerde ons wijs te maken dat hij vogels bestudeerde.’
‘Nee.’
Cosi keek weer naar Rafaella. ‘Hij is een einzelgänger. Ik heb hem altijd een beetje vreemd gevonden.’
‘Je bent zélf een beetje vreemd.’ Romola rolde met haar ogen en gaf hem een duw.
‘Fon is misschien wat stil, maar dat maakt hem nog niet vreemd. Heel veel meiden hier hebben een zwak voor hem,’ zei Gina op beschermende toon. ‘Hij ziet er goed uit en hij is nu ook langer dan jij, volgens mij.’
‘Maar niet sterker, durf ik te wedden,’ zei Cosimo, die zijn biceps spande. ‘Hij had altijd benen als pijpenragers.’
‘O, hou toch op!’ snibde Gina. ‘Hij en Rafa zijn heel lief samen.’
‘Lief?’ De minachting droop van het woord af. ‘Nou, doe wat je niet laten kunt als je daar gelukkig van wordt.’
‘Dat moet zelfs als hij maar een fractie van de charme van zijn broer heeft wel lukken.’ Romola grijnsde en beet op haar lip terwijl Gina een kreetje slaakte. Dantes aantrekkingskracht op vrouwen strekte zich over alle leeftijden uit en bestreek de complete maatschappelijke ladder.
Rafaella wuifde de opmerkingen weg met een handgebaar, hoewel ze zich geraakt voelde door Cosimo’s neerbuigende reactie op haar liefdesleven. Ze richtte zich tot Romola. ‘Vertel ons nu jouw nieuws. Hoe is het met Rocco gegaan? Je zei dat jullie elkaar na Pasen zouden zien.’
Hoewel ze elkaar maar één keer per jaar zagen, schreven de meiden elkaar regelmatig brieven, die altijd vol stonden met de laatste nieuwtjes. Natuurlijk waren die van Romola dikker, gevuld als ze waren met gedetailleerde verslagen van haar avonturen op chique feesten en bals. In de grote stad was veel meer te doen, om nog maar te zwijgen van het feit dat het leven in exponentiële mate groter was als je het geld en de status had die bij de hertogelijke naam Franchetti hoorden.
‘Nou, daarover valt helemaal niets te melden. Hij heeft me aan de kant gezet voor een of ander meisje dat hij heeft ontmoet op skivakantie in Courmayeur.’
‘Nee toch!’ Gina drukte haar hand op haar hart. Rocco’s vasthoudende hofmakerij van haar vriendin had hen allemaal een groot deel van het afgelopen jaar beziggehouden. ‘Híj heeft jóú aan de kant gezet?’
‘Sì! Maar het kan me niet schelen,’ zei Romola nonchalant.
‘Echt niet?’ In haar laatste brief had Romola nog verklaard dat ze met hem zou gaan trouwen.
‘Natuurlijk niet,’ zei ze schouderophalend. ‘Intussen had ik Otello ontmoet en hij heeft een kasteel in de buurt van Turijn, waar drie spoken schijnen rond te waren.’
‘Drie?’ vroeg Rafaella vol ongeloof.
Haar reactie leverde een schaterlach van Gina op. ‘Je moet onder de indruk zijn van het kastéél, Rafa! Niet van de spoken.’
Zelfs Cosimo glimlachte even.
‘Maar dríé, jeetje!’ protesteerde Rafaella terwijl ze een stel vanaf het lido zag komen aanlopen met hun handdoeken over hun schouders, op weg naar het laatste nog beschikbare tafeltje. ‘O,
kom mee. We zijn aan het werk. Doe maar alsof je meehelpt en vertel verder.’
‘Meehelpen? Hierin?’ vroeg Romola zogenaamd verschrikt. Ze trok aan de stof van haar turquoise-blauwe jurk terwijl ze met z’n vieren over het zand liepen. ‘Het is een Pucci.’
‘Een wátsjie?’ kweelde Gina terwijl ze over de stof aaide.
Romola lachte opnieuw. ‘De hipste ontwerper van het moment. Hij heeft een boetiek in Portofino geopend. Alle glitterati dragen zijn kleding. Hebben jullie echt nog niet van hem gehoord?’
Rafaella glimlachte nu de opleiding van dit jaar van start ging. Romola was hun deskundige wat betreft alles wat met stijl te maken had. ‘Maar Silvana vast wel.’
‘O, zeker. Zij heeft ons verteld waar jullie uithingen en we konden bijna niet wegkomen! Ze trok de jurk bijna van mijn lijf om de naden te kunnen bestuderen!’
‘Heb je gehoord dat zij en Luchino gaan trouwen?’ vroeg Rafaella met glanzende ogen.
‘Natuurlijk! Ze…’
‘Wacht even,’ zei Gina, die een vinger opstak. ‘Ik ben zo terug!’ Ze liep snel naar het stel dat aan het laatste vrije tafeltje ging zitten om hun bestelling op te nemen.
‘Willen jullie cola?’ vroeg Rafaella terwijl ze wachtten. Ze trok de koelkast open en hield een paar flesjes omhoog.
‘Graag!’ Romola nam er eentje aan. ‘Ik verga van de dorst.’
‘Cosi?’ Ze keek hem aan en voelde een schokje toen hun blikken elkaar weer ontmoetten.
Hij schudde zijn hoofd. ‘Te veel suiker. Daar word ik misselijk van.’
‘Sinds wanneer?’
‘Let maar niet op hem,’ zei Romola terwijl ze hem een geïrriteerde por gaf. ‘Hij vindt zichzelf heel volwassen nu hij merlot en cognac drinkt.’
‘Ik kan het niet helpen dat ik verfijnde smaakpapillen heb en jij niet.’
‘Nou, we hebben hier in elk geval geen merlot of cognac,’ zei Rafaella schouderophalend. Ze maakte ook een flesje cola voor zichzelf open en nam een gulzige slok. Zij kon de suiker juist wel gebruiken. Ze was trillerig, alsof haar hartslag uit de maat was geraakt. Elk jaar leek de terugkeer van de Franchetti’s in de zomer haar leven een zetje te geven, alsof ze uit een winterslaap werd gehaald, maar nu was het anders. Ze had het gevoel dat er kwikzilver door haar aderen vloeide. ‘Zijn jullie hier nog op de dag van de bruiloft?’
‘Natuurlijk. Ik ben dol op bruiloften! Bovendien wil ik geen seconde eerder vertrekken dan per se moet,’ zei Romola. Zoals ze daar stond, achter de toonbank, leek ze net een flamingo in een kippenhok. Gewoonlijk voelde Rafaella een bedwelmende mengeling van fascinatie en ontzag als ze weer even moest wennen aan het gezelschap van haar glamoureuze vriendin, maar ze kon zich vandaag niet op haar concentreren. Cosimo was steeds aanwezig aan de rand van haar blikveld. Ook hij was een oude vertrouwde vriend, maar hij gedroeg zich gereserveerd, leek zich bewust afzijdig te houden.
‘Goed, ik ben er weer,’ deelde Gina hijgend mee terwijl ze de koffiepot pakte. Ze wilde niets missen. ‘Vertel eens, wanneer zijn jullie eigenlijk teruggekomen?’
‘Nog geen uur geleden. Mama zal woedend zijn als ze merkt dat we zijn weggeslopen,’ antwoordde Romola, blijkbaar zonder zich daar zorgen over te maken. ‘We hadden beloofd dat we onze koffers zouden uitpakken voor we jullie gingen opzoeken, maar we konden geen moment langer wachten. We geven morgen ons feest en wisten dat jullie de primeur meteen wilden hebben.’
Primeur? Rafaella en Gina keken haar verwachtingsvol aan. Alsof het jaarlijkse feest niet al opwindend genoeg was.
‘Raad eens wie onze eregast is?’ Romola klapte enthousiast in
haar handen terwijl Cosimo haar een scherpe blik toewierp.
‘Romy…’
‘We hebben geen idee!’ zei Gina, die sowieso al te ongeduldig was voor spelletjes, maar helemaal als ze met een koffiepot in de weer was. ‘Wie dan?’
‘Valentina Fabiani!’
Er werden hoofden naar hen omgedraaid toen de naam zich over de bries verspreidde.
‘Valen…’ fluisterde Gina buiten adem.
Rafaella voelde een lichte schok door haar lichaam gaan. La Lollo was dan misschien de lieveling van Italië, maar Valentina Fabiani was haar prillere evenknie. ‘De beauty uit Bomba’, noemden de kranten haar. Haar nieuwste film was een groot succes en haar recente bezoek aan het Colosseum voor een privérondleiding had voor een urenlange verkeersopstopping in Rome gezorgd.
‘Maar waar kennen jullie haar dan van?’ vroeg Gina met gedempte stem. Dit stelde Dante Giannelli’s kortstondige contact met de roem stevig in de schaduw. Hij was een van de driehonderd figuranten geweest op de set met La Lollo, waar hij hooguit dezelfde lucht vluchtig had ingeademd. Maar dat de Franchetti’s een heuse filmster zouden ontvangen…
‘Ik ken haar zelf niet. Ik heb haar nog niet ontmoet. Een van de aanwezigen hier heeft haar een paar weken geleden leren kennen in een jazzclub aan de Via Veneto.’ Romola gebaarde met haar hoofd naar haar broer. Cosimo had het fatsoen om verlegen te kijken toen de meisjes hem vol verbazing aanstaarden.
‘Ga jij uit met Valentina Fabiani?’ vroeg Gina hem met openlijk ongeloof.
‘Nou, ik zou het niet meteen uitgaan willen noemen…’
Plotseling voelde Rafaella zich beroerd. De suiker was tot haar bloedbaan doorgedrongen en wat was het warm… Ze pakte een doekje en begon de toonbank schoon te poetsen terwijl Romola haar verhaal vervolgde.
‘Het schijnt dat ze naar Gallipoli komt om nog wat shoots voor haar volgende film op te nemen, dus heeft broerlief haar uitgenodigd om hier een paar dagen te vertoeven. Mama keurt het natuurlijk ten zeerste af, maar Valentina komt morgenavond al aan, dus ze heeft geen tijd om misnoegd te zijn.’
Nu werd duidelijk waarom de Franchetti’s zo vroeg hiernaartoe waren gekomen. Het had niets te maken met de hitte in Rome. Maar Romola sprak vaak via een omweg, zoals de Romeinse adel dat nu eenmaal dikwijls deed.
‘Die arme mama maakt zich enorm druk.’
De meiden wisten dat Romola’s moeder niet veel meer te doen zou hebben dan bloemen uitkiezen en besluiten welke jurk ze zou aantrekken. Het waren de vrouwen uit het dorp die in actie zouden komen om het feest tot stand te brengen. En dat zouden ze met genoegen doen, want iedereen praatte er naderhand nog maanden over, zo niet jaren. Deze evenementen vergrootten het aanzien van de adellijke Franchetti’s in hun geliefde zomerdorp aan zee.
‘Juist. Nou, het lijkt mij anders volkomen normaal. Morgenavond vieren we feest met een filmster,’ zei Gina op ironische toon terwijl ze knikte en het nieuws in zich opnam. Ze keek naar haar beste vriendin. ‘Ik denk dat dit betekent dat onze zomer officieel is begonnen. Denk je ook niet, Rafa?’
Rafaella staarde naar de zee, waar de boot van de Giannelli’s achter de havenmuur nog steeds in triomfantelijke achtfiguren rondzoefde.
‘Rafa?’
Ze draaide zich weer om, met het doekje in haar hand, en toverde met enige moeite een glimlach tevoorschijn, zich bewust van Cosimo’s stille blik die op haar gericht was. ‘Ik denk het ook, ja.’