Frederiksoord, november 1818. De zeventienjarige Riekje arriveert na een zware reis in het net geopende kolonistendorp. Een beter leven lonkt en al snel raakt ze innig bevriend met het weesmeisje Geeske. Terwijl Riekje hard moet werken en zich probeert los te worstelen uit de greep van haar dominante moeder, vertrouwt de eigenzinnige Geeske op zichzelf en haar bijzondere gave.
Directeur Benjamin van den Bosch probeert ondertussen het hoofd te bieden aan de morrende kolonisten. Die hebben onder andere te maken met zware landarbeid, voedseltekort, inperking van hun vrijheden en strenge regels. Wanneer de leiding de mysterieuze dood van een kolonist verzwijgt is de maat vol. Een complot wordt gesmeed en Riekje doet een schokkende ontdekking. Samen met Geeske bedenkt ze een plan dat grote gevolgen heeft voor haar toekomst en prille liefde. Durft ze te kiezen voor vrijheid?