Skip to main content

Witteveen+Bos Inkijkexmplaar Toolbox Vrouwvriendelijke Publieke Ruimte

Page 1

TOOLBOX

VROUWVRIENDELIJKE PUBLIEKE RUIMTE


Project

Vrouwvriendelijke steden

Document

Toolbox

Status

Definitief

Referentie

151157/26-011.055

Projectcode

151157

Projectleider

N.F.E. Joosse MSc

Projectdirecteur

Ing. M.T. Marshall MTech

Auteur(s)

M. Borabo, J. Brouwers MSc, K.A.I. Kerstens MSc, J. Lindaart, E.J.W. Ranshuysen MSc, T. Vande Capelle

Datum

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

VOORWOORD Groot, kleurrijk en onmiskenbaar aanwezig staan de Nana’s van Niki de Saint Phalle in de publieke ruimte. Ze dansen, bewegen en nemen ruimte in. Niet voorzichtig of verontschuldigend, maar volkomen vanzelfsprekend. De kunstenares zag in deze vrouwenfiguren het verlangen van vrouwen om hun rechtmatige plaats in de wereld in te nemen.

1 september 2026

Die vanzelfsprekendheid is minder gewoon dan zij lijkt. Want wie kan zich werkelijk vrij door onze straten, pleinen en parken bewegen? Wie voelt zich er welkom om te verblijven en anderen te ontmoeten? En wie wordt door de inrichting van een plek, zichtbaar of ongemerkt, op afstand gehouden? De publieke ruimte is niet neutraal. Wie haar ontwerpt, bepaalt mede wie zich daarin veilig, welkom en vrij voelt. Veel van onze steden zijn lange tijd ontworpen vanuit aannames over de gebruiker. Door bewust het perspectief van vrouwen centraal te stellen, maakt deze toolbox zichtbaar wat daardoor gemakkelijk buiten beeld blijft. Niet omdat alle vrouwen de publieke ruimte hetzelfde ervaren, maar juist omdat hun ervaringen uiteenlopen.

R. Proost MSc

Wat mij bijzonder aanspreekt, is dat het niet bij bewustwording blijft. Inzichten over de ervaringen en beleving van vrouwen worden verbonden met concrete ontwerpprincipes. Zo ontstaat een brug tussen de fysieke inrichting van een plek, het gedrag en de beleving van gebruikers en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen.

N.F.E. Joosse MSc

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Daalsesingel 51c 3511 SW Utrecht Nederland +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Witteveen+Bos Belgium N.V. Maatschappelijke zetel: Posthoflei 5-1 2600 Antwerpen-Berchem België +32 (0)3 286 75 75 www.witteveenbos.com RPR Antwerpen

Dat is voor mij ook de essentie van innovatie: met een andere blik leren kijken en nieuwe inzichten vertalen naar handelen. Het resultaat is geen definitief antwoord of afvinklijst. Het helpt ontwerpers, adviseurs, beleidsmakers en opdrachtgevers om betere vragen te stellen, blinde vlekken te herkennen en bewustere keuzes te maken. De Nana’s laten zien hoe het eruitziet wanneer vrouwen vanzelfsprekend ruimte innemen. De ontwerpprincipes helpen ons publieke ruimtes te maken waarin die vanzelfsprekendheid voor steeds meer mensen werkelijkheid wordt. Hannie Dierx Directeur Innovatie en Transformatie Witteveen+Bos

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

Afbeelding 0.1 Nana Danseuse van Niki de Saint Phalle (Meunierd, 2017).


ONS VERHAAL

OP WELKE PLEK IN DE PUBLIEKE RUIMTE KOMT HET TEAM HET LIEFST?

Steden vormen het decor van ons dagelijks leven. We bewegen erdoorheen zonder er altijd bij stil te staan: onderweg naar het werk, fietsend naar huis, juist haastig door de regen of een terrasje in de zon. Maar hoe een stad voelt, hoe veilig, welkom of vrij je je ergens beweegt, is voor iedereen anders. En precies vanuit die gedachte kwamen wij eind oktober 2025 als team samen.

Die overtuiging zie je terug in de samenstelling van ons team. We brachten ontwerpers, adviseurs, sociaal geografen samen, juist omdat complexe vraagstukken vragen om verschillende perspectieven. Het verbinden van kennis en disciplines is iets waar Witteveen+Bos sterk in is, en precies die samenwerking vormde de basis van dit project.

Wat begon als een ambitieus idee groeide in korte tijd uit tot een onderzoek dat ons allemaal raakte. Binnen zes weken hebben we de basis neergezet van een project waarvan we direct voelden dat het gevoelig én belangrijk was. Want hoe praat je over inclusieve steden zonder mensen buiten te sluiten? Welke woorden gebruik je wanneer taal al snel iets suggereert over wie er wel of niet gezien wordt? Zelfs de titel van het onderzoek bracht vragen met zich mee die verder gingen dan alleen terminologie.

De toolbox die voor je ligt is het resultaat van die gezamenlijke zoektocht. Geen theoretisch document dat in een lade verdwijnt, maar een praktisch hulpmiddel dat stedelijke ontwerpers, adviseurs en gemeenten ondersteunt bij het maken van inclusievere keuzes in de publieke ruimte. Tegelijkertijd hopen we dat deze toolbox uitnodigt om verder te kijken dan alleen ontwerp: naar de verhalen, ervaringen en behoeften van de mensen voor wie we onze steden uiteindelijk maken.

Met die bewustwording vonden we het spannend om in januari naar buiten te treden met onze plannen. Juist omdat dit onderwerp dichtbij mensen komt en ervaringen persoonlijk zijn. De reactie die daarop volgde overtrof echter onze verwachtingen. We ontvingen veel positieve reacties en kregen steun en input aangeboden van experts uit uiteenlopende disciplines en waardevolle nieuwe perspectieven aangereikt. Het gaf ons niet alleen energie, maar ook het vertrouwen dat we samen aan iets werken dat ertoe doet. Tijdens het onderzoek werd steeds duidelijker dat een inclusieve stad niet ontstaat door ontwerp alleen. Natuurlijk speelt de fysieke ruimte een belangrijke rol, maar minstens zo bepalend zijn de mensen die de stad gebruiken, de sociale normen die we met elkaar creëren en het beleid dat keuzes mogelijk maakt. Een inclusieve stad vraagt daarom om een integrale blik, waarin ontwerp, gedrag en maatschappelijke systemen samenkomen.

“Aan de Nederrijn, bij de uiterwaarden in Wageningen, ga ik graag zitten als het mooi weer is. Even lezen, kletsen met vrienden of uitkijken over de rivier.”

Eline Ranshuysen, Landschapsontwerper

“Het liefst zit ik voor mijn deur aan de gracht! Hier socialize ik met mijn buren en zie ik tot mijn verbazing overal de natuur zijn plekje innemen. De straat bruist met leven.”

Jeroen Lindaart, Stedenbouwkundig ontwerper

Nonna Joosse Projectleider “Tijdens mijn studie in Kopenhagen kwam ik (bij goed weer) bijna dagelijks in de publieke zwembaden in de stad (gelegen in de zee). Lezen, ontmoeten, zwemmen, ontbijten, zonsondergang bekijken, het kan er allemaal.“

Juliette Brouwers, Sociaal geograaf

“Park Sonsbeek is mijn favoriete plek. Mensen komen hier samen om van het uitzicht over Arnhem te genieten. Wat dit park bijzonder maakt voor mij is de naadloze overgang naar het Veluwse landschap met haar heuvels, beekjes, landgoederen, bossen en heidevelden, waardoor ik elke wandeling iets nieuws zie en ervaar.”

“In een groene plek aan het water, zowel dicht bij het centrum als dicht bij de natuur, het liefst in Gent, Kopenhagen of Basel, ben ik een gelukkig mens.”

Marisa Borabo, Stedenbouwkundig architect

“Uitvindershof in het Regentessekwartier, Den Haag. Een semi-publieke ruimte met een fijne binnentuin om te lezen.”

Nonna Joosse, Project- & contractmanager

‘‘Ik kan erg genieten van een prettig ingerichte plek met aanlokkelijke beplanting voor mens en dier. Een inclusieve plek, gericht op kinderen, waar ik als moeder tot rust kan komen en mijzelf en mijn kinderen zich veilig voelen, zoals de Noorderhaven in Zutphen.’’

Rosanne Proost, Landschapsarchitecte

Karlijn Kerstens, Landschapsontwerper en stedenbouwkundig ontwerper

4

5


Deze leeswijzer helpt je om gericht door de toolbox naar ontwerpprincipes te navigeren. Hoofdstuk 1 Introductie Kennismaking met het thema vrouwvriendelijkheid en het gevoelensframework. Ook de werksessies met de deelnemende gemeentes, steden en expertes komen hier aan bod.

Hoofdstuk 6 Begrippen Een overzicht van de gehanteerde begrippen. Hoofdstuk 7 Bronnen Een overzicht van de gebruikte bronnen.

Hoofdstuk 2 Theoretisch kader De ontwerpprincipes worden gecategoriseerd volgens de vijf elementen van Kevin Lynch: punten, routes, landmarks, vlakken en randen. Deze structuur vormt de leidraad voor het begrijpen en toepassen van de toolbox.

Hoofdstuk 3 Persona’s De toolbox vertrekt expliciet vanuit het idee dat ‘de vrouw’ niet bestaat als uniforme gebruiker. Er wordt gewerkt met diverse persona’s die verschillen in rollen, ervaringen en achtergronden, zodat ontwerpkeuzes beter aansluiten op een brede en realistische gebruikersgroep.

Hoofdstuk 4 Kennissessies In dit hoofdstuk blikken we terug op de kennissessies, waarin experts hun visie en ervaring deelden rond vrouwvriendelijke steden.

Hoofdstuk 5 Ontwerpprincipes De ontwerpprincipes worden systematisch uitgewerkt. Elk principe wordt visueel voorgesteld en aangevuld met meer uitleg.

LEESWIJZER

8

Als intermezzo worden thema’s geïntroduceerd die individuele principes overstijgen en inzetbaar zijn binnen meerdere tools, zoals licht en beheer. Referentieprojecten zorgen voor extra context, inspiratie en onderbouwing.

9


1.1

EEN INCLUSIEVE VROUWVRIENDELIJKE STAD

Een stad waarin iedereen zich veilig en welkom voelt, vereist een vernieuwde blik op ontwerp en inrichting. Witteveen+Bos heeft daarom het initiatief genomen voor een ontwerpend onderzoek naar veilige en inclusieve publieke publieke ruimtes, met het vrouwelijk perspectief als uitgangspunt. In ons onderzoek hebben we kansen en knelpunten voor vrouwvriendelijke en inclusieve steden in kaart gebracht. Dit begon met een grondige literatuurstudie, waaruit we waardevolle inzichten hebben gehaald. Dit werd aangevuld met praktijkonderzoek, waaronder wandelinterviews en enquêtes. De verzamelde data zijn gecombineerd met de expertise van onze partners, wat heeft geleid tot een toolbox met ontwerpprincipes. Deze principes zijn getest in vier casusgebieden. We hebben samengewerkt met diverse steden en gemeenten in Nederland en België, waaronder Gemeente Arnhem, Gemeente Breda, Gemeente Deventer, Gemeente Eindhoven, Gemeente Groningen, Stad Leuven, Gemeente Leiden, en Stad Mechelen. Ook prof. dr. Liesbeth Huybrechts van de Universiteit Hasselt, Maaike Schravesande MRE namens Heijmans en Vincent Luyendijk, specialist gezonde leefomgeving van ‘Publieke ruimtemakers voor Meiden’ hebben bijgedragen aan dit waardevolle onderzoek. Samen zetten we de eerste stap naar een veiligere en inclusievere leefomgeving voor iedereen.

INLEIDING Afbeelding 1.1 Kaart met deelnemende steden en gemeenten

10

11


1.2

HET THEMA VROUWVRIENDELIJKHEID

Het is bijna algemene kennis dat onze steden en de publieke ruimtes vooral zijn ontworpen vanuit het perspectief van de man en daarmee ook voor het gebruik door de man. We weten inmiddels óók dat vrouwen publieke ruimtes anders ervaren en andere behoeftes hebben. Om zich toch thuis te kunnen voelen in steden, moeten vrouwen zich aanpassen, trucjes verzinnen of, in het ergste geval, plekken vermijden. Dit belemmert volwaardige deelname in het straatbeeld. Op steeds meer niveaus in de samenleving luidt de oproep om publieke ruimtes beter in te richten voor de vrouw. Waar de vrouw zich voorheen moest aanpassen aan de stad, moet de stad zich nu eindelijk gaan aanpassen aan de vrouw. Tegelijkertijd bestaat ‘de vrouw’ niet. Uiteindelijk beschikt elke vrouw over een andere culturele achtergrond, leeftijd, fysieke en mentale gezondheid, en economische en sociale middelen. Daarnaast ervaren ook mensen met uiteenlopende genderidentiteiten de stad op verschillende manieren - de stad is voor heel veel mensen níet gemaakt, en al deze mensen moeten zich in bochten wringen om zich toch thuis te voelen. Een inclusieve publieke ruimte vraagt daarom om een intersectionele benadering, waarin ruimte is voor verschillen in gender, identiteit en maatschappelijke positie. Toch kiezen we er bewust voor om de term ‘vrouwvriendelijk’ te gebruiken. Vrouwvriendelijk ontwerpen is voor ons op dit moment namelijk de meest toegankelijke manier om op een structurele wijze zicht te krijgen op de ‘drempels’ in onze steden, en deze via ontwerpinterventies weg te nemen. Door expliciet vanuit deze lens te ontwerpen en daarbij continu deze vragen te stellen, streven we uiteindelijk niet alleen naar een vrouwvriendelijke stad, maar naar een inclusieve, toegankelijke en veilige stad voor iedereen. Vrouwvriendelijkheid is daarmee niet zozeer het doel, maar een middel.

12

1.3

GEVOELSFRAMEWORK

Het gevoelsframework Binnen het onderzoek hanteren we het ‘Gevoelsframework’, dat de schakel vormt tussen het ‘harde’ fysieke domein en de ‘zachte’ wereld van gedrag en gevoel. Iedereen redeneert immers vanuit eigen overtuigingen, opleiding en ervaring. Door dit framework bij elke ontwerpstap opnieuw te raadplegen, dwingen we onszelf om aannames los te laten en verder te kijken dan ons eigen perspectief. Richting het gemeenschappelijke geheel. De kernvraag van het framework is dan ook: ‘Waar heeft de vrouw behoefte aan in de openbare ruimte?’ Dit vertaalt zich naar een reeks wensen die bijdragen aan een positieve ervaring zoals rust, gezelligheid, comfort, voorspelbaarheid, autonomie, overzicht, creativiteit, interactie, schoonheid, geborgenheid, warmte en herkenning.

De benadering in lagen Om tot een vrouwvriendelijke leefomgeving te komen, zijn er op drie lagen veranderingen nodig.

De hardware Het fysieke domein waarin ontwerpers opereren, zoals de inrichting van de publieke ruimte. Deze inrichting bepaalt mede de software.

De software Het gedrag, de behoeftes en het gevoel van de gebruiker. Andersom beïnvloedt het gebruik en gevoel van bewoners ook hoe de stad wordt ingericht. Denk aan fietspaden: door ruimte te reserveren voor fietsers, stimuleert de inrichting het gebruik van de fiets.

De orgware Tot slot ontsluit de orgware het domein van beleid en regelgeving in de vorm van kaders, richtlijnen en doelstellingen die de publieke ruimte van bovenaf vormgeven.

Afbeelding 1.2 Behoeftes van de vrouw

Zowel bij het analyseren van bestaande ruimtes als tijdens het ontwerpen blijven we deze wensen bevragen. Ook hebben we het framework op de proef gesteld in interne en externe brainstorms en werkateliers, waar deelnemers telkens opnieuw de waarde ervan onderschreven.

In de toolbox komt dit samen: de ontwerptools zijn ruimtelijke mechanismes (hardware) die een bepaald gevoel oproepen, zoals veiligheid, en aansluiten op behoeftes als ontspannen (software). Vervolgens specificeren de tools een ruimtelijke interventie tot richtlijn, zodat deze verankerd kan worden in beleid (orgware). Het resultaat is uiteindeljik een inclusieve, vrouwvriendelijke stad.

Afbeelding 1.3 De drie lagen

13


2.1

LITERATUURONDERZOEK

De toolbox is gebaseerd op een uitgebreid literatuuronderzoek naar vrouwvriendelijke en inclusieve publieke ruimtes. Hiervoor zijn wetenschappelijke literatuur, beleidsdocumenten, praktijkvoorbeelden en ontwerprichtlijnen bestudeerd om inzicht te krijgen in de ruimtelijke factoren die van invloed zijn op vrouwvriendelijkheid. Om het brede onderwerp overzichtelijk te onderzoeken, is de literatuurstudie verdeeld over vier stedenbouwkundige thema’s: groen, mobiliteit, programma en stedelijke morfologie. Binnen elk thema is onderzocht welke ruimtelijke kenmerken bijdragen aan vrouwvriendelijkheid. Zo richtte het thema groen zich op de relatie tussen biodiversiteit, vegetatie, verlichting en zichtbaarheid. Binnen mobiliteit stonden de toegankelijkheid van loop- , fiets- en ov-routes of overstappunten centraal. Het thema programma onderzocht de invloed van functiemenging, verblijfskwaliteit en activiteiten gedurende de dag én nacht op vrouwvriendelijkheid. Bij stedelijke morfologie lag de nadruk op de ruimtelijke structuur van de stad, waaronder bebouwing, plinten, zichtlijnen, schaal, oriëntatie en ruimtelijke samenhang. Hoewel deze thema’s afzonderlijk zijn onderzocht, bleek uit de literatuur dat zij in de praktijk sterk met elkaar verweven zijn. Een vrouwvriendelijke publieke ruimte ontstaat daarom niet door één afzonderlijke ingreep, maar door de samenhang tussen verschillende ruimtelijke interventies. Door deze samenhang werd duidelijk dat een ordening van de tools op basis van vijf elementen van Kevin Lynch beter aansluit op hoe mensen, waaronder vrouwen, de stad daadwerkelijk ervaren. In het volgend hoofdstuk worden de vijf elementen nader toegelicht.

THEORETISCH KADER

14

2.2

DE VIJF ELEMENTEN VAN KEVIN LYNCH

In zijn invloedrijke boek The Image of the City (1960) introduceert de Amerikaanse stedenbouwkundige Kevin Lynch vijf essentiële elementen die bepalen hoe mensen een stad waarnemen en mentaal structureren. Deze elementen zijn cruciaal om de leesbaarheid en beleving van stedelijke omgevingen te begrijpen. Ten eerste zijn er routes (paths): de routes waarlangs mensen zich bewegen, zoals straten, fietspaden en wandelroutes. Paden vormen vaak de basis van hoe iemand een stad ervaart, omdat ze het dagelijks gebruik sturen en de manier waarop bewoners en bezoekers hun omgeving navigeren, beïnvloeden. Daarnaast onderscheidt Lynch landmarks: opvallende herkenningspunten, zoals torens, standbeelden of bijzondere gebouwen. Bakens helpen mensen om zich te oriënteren, vooral vanop afstand, en dragen bij aan het visuele karakter van de stad. Het derde element vormen de punten (nodes), strategische punten waar veel activiteit plaatsvindt, zoals pleinen, kruispunten of stations. Knooppunten dienen vaak als ontmoetingsplekken of belangrijke overstappunten binnen de stad, waar mensen samenkomen en interactie hebben. Verder beschrijft Lynch vlakken (districts): grotere gebieden met een herkenbaar karakter. Mensen identificeren zich vaak met zulke gebieden, die fungeren als referentiepunten in hun ervaring van de stad en hen helpen om zich te oriënteren. Ten slotte beschrijft Lynch de randen (edges): de grenzen die verschillende gebieden van elkaar scheiden. Randen kunnen zowel fysieke barrières zijn als visuele overgangen die helpen om delen van de stad te onderscheiden en structuur te geven aan de stedelijke ruimte.

15


JOSÉE VERBEECK

GEPENSIONEERD PROFESSOR

Leeftijd: 80 jaar Woonplaats: Leuven Woonsituatie: Kinderen zijn uit huis, woont met haar hond Hobby’s: Spelletjes spelen, puzzelen, wandelen met de hond door het park

Doelen • •

Omdat ze slecht ter been is, beweegt ze minder dan ze zou willen. Ze wil vaker leeftijdsgenoten ontmoeten. Omdat ze alleen woont, mist ze regelmatig sociaal contact.

Behoeften • • • •

Een plek waar honden veilig kunnen loslopen. Voldoende voorzieningen in de buurt, zodat ze niet te ver hoeft te lopen. Goede, toegankelijke bestrating, zodat ze gemakkelijk met haar rollator kan lopen. Een sport- of beweegvoorziening in de buurt om haar fysieke gezondheid te verbeteren.

Pijnpunten • • •

PERSONA’S

Positieve ervaringen • •

16

Overlast van hangjongeren in de avond, waardoor ze zich buiten minder prettig voelt. Ongelijke bestrating en boomwortels maken lopen met haar rollator lastig. Smalle voetpaden maken passeren met haar rollator lastig.

Recent zijn er meer bussen gaan rijden. Hierdoor kan ze op verschillende tijdstippen haar dochter en kleinkinderen bezoeken. Ze is positief over het nieuwe park. De vergroening maakt het prettig om te wandelen en wordt door de gemeente verder uitgebreid.

17


Vrouwvriendelijke steden hebben momentum. Verschillende bedrijven, studieinstellingen, onderzoekers en actiegroepen houden zich bezig met dit onderwerp. Gedurende ons proces hebben we daarom diverse sprekers uitgenodigd om vanuit hun expertise kennis te delen. Een deel van deze kennis is ook geland in de uiteindelijke toolbox.

4.1

KENNISSESSIE 1 SAFETY, SPACE, SOCIETY

Thomas Besselink, masterstudent Urbanism aan Fontys Hogescholen, nam ons mee in zijn indrukwekkende aanpak voor ontwerpend onderzoek naar inclusieve steden. Zijn methode combineert twee perspectieven: dat van de vrouw en dat van zes gangbare visies op de ideale stad (the green, motion, social, economic, healthy en compact city). Door deze twee lagen bewust naast elkaar te leggen, ontstaat geen optelsom van losse wensen, maar een werkelijk inclusief en vrouwvriendelijk stedelijk ontwerp.

Een safety intervention Gericht op fysieke ensociale veiligheid. Een space intervention Gericht op de inrichting en toe-eigening van de ruimte. Een society intervention Gericht op sociale structuren en gemeenschapsvorming. Doordat hij zo over verschillende lagen en domeinen heen ontwerpt, voorkomt hij een valkuil: een eindontwerp dat in de praktijk slechts geschikt blijkt voor één type gebruiker of één doeleinde. Deze aanpak levert bovendien een bruikbaar afwegingskader op, dat direct inzetbaar is in gesprekken met uiteenlopende stakeholders. Zijn proces laat vooral zien hoe een stevige, gelaagde analyse een cruciale voorwaarde is voor een integraal en inclusief ontwerp. En hoe het proces zelf vaak evenveel antwoorden geeft als het eindresultaat.

Voor elk van deze zes stadstypen stelt Thomas drie concrete vrouwvriendelijke interventies voor:

KENNISSESSIES Afbeelding 4.1 Moodboard ‘Healthy City’ van Thomas Besselink

22

23


4.2

KENNISSESSIE 2 DE ONZICHTBARE GESCHIEDENIS VAN VROUWEN IN DE STEDENBOUW

4.3

Het ontwerpen vanuit één perspectief zit in allerlei onderdelen van de openbare ruimte verankerd. In Nederland wordt veel uitgegaan van één richtlijn voor lichtontwerp, maar deze is niet voor elke situatie of context geschikt. Lichtontwerpers Elsemieke Koole en Robbert Dijkema van Montad (elektrotechnisch adviesbureau) namen ons mee in de wondere wereld van lichtontwerp. Elsemieke en Robbert zijn pioniers op het gebied van omgevingsgericht lichtontwerp. Door een beter idee te krijgen van de gebruikers van een omgeving en die ook juist te betrekken in het lichtontwerpproces, kunnen prettigere en veiligere buitenruimtes ontworpen worden.

Landschapsarchitect Hanneke Beijleveld van Buro Maan, nam ons tijdens deze sessie mee in de historische kant van gender en inclusie binnen stads- en gebiedsontwikkeling. Aan de hand van diverse historische voorbeelden liet ze zien hoe het perspectief van vrouwen lange tijd een beperkt onderdeel is geweest in de ontwikkeling van onze leefomgeving. Ook liet ze het belang zien van zichtbare rolmodellen in stedenbouw, zoals Jane Jacobs, voor het bevorderen van gelijkwaardigheid in steden. Het meest waardevolle aan deze sessie was de aandacht voor de relatie tussen diversiteit, inclusie, gelijkwaardigheid en macht. Door inspirerende voorbeelden en lessen uit andere landen te delen, hielp Hanneke ons om vanuit de historie onze blik op inclusieve ontwerppraktijken te bevragen en verbreden.

In de sessie zijn we ook ingegaan op conflicterende belangen in de ruimte. Zo zijn bepaalde vormen van licht weliswaar prettig voor menselijke gebruikers, maar hebben deze tegelijkertijd een afschrikwekkende werking op natuur.

Afbeelding 4.2 Jane Jacobs

24

KENNISSESSIE 3 LICHTONTWERP Voor ontwerpers is het daarom van belang om een situatie te creëren die werkt voor mens én natuur. Het mooiste aan deze sessie was, dat de praktijk onze opgehaalde theorie meermaals tegensprak. Bijvoorbeeld: in een vroegere versie van onze toolbox zat namelijk de tegel “licht op ooghoogte” - een idee dat voortkwam uit literatuuronderzoek. In de praktijk is licht op ooghoogte echter meestal verblindend en draagt het daarmee zeker niet bij aan vrouwvriendelijke buitenruimtes. Na de sessie hebben we daarom meteen onze lichtgerelateerde tools getoetst, en waar nodig, aangepast. Andere inzichten waren het toepassen van lichtgekleurde materialen die de reflectie van het licht versterken. Ook is gedimd licht bevorderlijk en het aanhouden van gelijkmatige lichtscènes belangrijk om ‘zwarte gaten’ voor gebruikers te voorkomen.

Afbeelding 4.3 Lichtontwerp

25


5.1

HOE DE TOOLBOX WERKT, VAN THEORIE NAAR TOEPASSING

De toolbox biedt ontwerpers een praktisch en toepasbaar kader om inclusiviteit een plek te geven in het ontwerp van de stedelijke openbare ruimte. Tegelijkertijd biedt de toolbox ruimte voor maatwerk: ontwerpers kunnen de verschillende tools aanpassen aan de specifieke kenmerken, opgaven en behoeften van een ontwerplocatie. De ruimtelijke opbouw van de toolbox is gebaseerd op de theorie van Kevin Lynch (1960), zoals beschreven in hoofdstuk 2. Daarnaast zijn de tools geordend naar verschillende schaalniveaus, stad, buurt en straat, en wordt onderscheid gemaakt tussen een bestaande en een nieuwe ruimtelijke context. Deze indeling in schaalniveaus hangt nauw samen met het interventieniveau van de tool: sommige maatregelen vereisen een ingrijpende ruimtelijke ingreep en lenen zich vooral voor nieuwe ontwikkelingen, terwijl andere juist eenvoudig kunnen worden toegepast binnen de bestaande stedelijke omgeving. Per tool worden de achterliggende theorie en relevante literatuur toegelicht. Daarnaast beschrijven we het beoogde resultaat: de gewenste ‘vrouwvriendelijke situatie’. Hierbij wordt ook aangegeven of het effect zich met name voordoet overdag, ‘s nachts of gedurende beide momenten. De tools zijn ontworpen om tegemoet te komen aan de behoeften van verschillende typen vrouwen. Bij iedere tool is daarom aangegeven voor welke persona deze in het bijzonder relevant is. In sommige gevallen is een tool juist geschikt voor alle vrouwen. Bovendien dragen veel van de voorgestelde maatregelen niet alleen bij aan een vrouwvriendelijkere openbare ruimte, maar vergroten zij ook de toegankelijkheid, veiligheid en leefbaarheid voor andere gebruikers.

Tot slot is per tool aangegeven in welke fase van het ontwerpproces deze het beste kan worden toegepast. Dit is afhankelijk van zowel het schaalniveau als het interventieniveau. Bij gebiedsontwikkelingen en projecten met veel ontwerpvrijheid kunnen sommige tools al vanaf de initiatief- en ontwerpfase worden meegenomen. Andere maatregelen lenen zich beter voor de uitwerkingsfase of kunnen juist relatief eenvoudig worden geïmplementeerd tijdens het beheer en onderhoud van de openbare ruimte.

Schaalniveau Stadsniveau Wijkniveau Buurtniveau Straat-/verblijfsruimteniveau

Interventieniveau Toevoegen in bestaande context bv. toevoegen lantaarnpalen Aanpassen van bestaande context bv. weghalen struiken voor zichtbaarheid Opbouw van nieuwe context bv. juiste bouwblokgrootte tot stand brengen

TOOLBOX MET ONTWERPPRINCIPES 26

27


5.2

Persona Josée Verbeeck Nadia Janssens Indy de Wever Amira Demir Mara Dubois

OVERZICHT ONTWERPPRINCIPES

Dit overzicht structureert de ontwerpprincipes aan de hand van de vijf elementen van Kevin Lynch: routes, landmarks, knooppunten, vlakken en randen. Daarnaast zijn drie subthema’s toegevoegd — verlichting, speelplekken en beheer — zodat ook deze aspecten overzichtelijk aan bod komen. Bij het doornemen van dit digitale document kunt u via de hyperlinks meteen doorklikken naar de bijhorende toolfiche.

Tijdsaanduiding Dag Nacht Dag en nacht

Projectfase Beginstadium Ontwerpfase (bestaande situatie) Ontwerpfase (nieuwe situatie) Beheerfase

28

29


ROUTES

I

R1 Verbeteren bereikbaarheid voorzieningen (t.b.v. tripchaining)

R9 Gepaste hoeveelheid openingen in straatwand

R2 Netwerk van landmarks

R10 Netwerk van verblijfsplekken

R3 Pocketparken

R11 Dimensionering verticaal groen

R4 Alternatieve routes

R12 Lage vegetatie langs paden

R5 Concentreren functies bij (nachtelijke) routes

R13 Afbakening met intieme ruimte

R6 Doorzichtlijnen

R14 Frequente passeerpunten

R7 Gepaste bouwblokgrootte

R15 Verspreide zit- en ontmoetingsplekken

R8 Doorwaadbare bouwblokken

OVERZICHTSKAART 31


LANDMARKS

PUNTEN

VLAKKEN

RANDEN

L2 Noodzakelijke hoogbouw inzetten voor oriëntatie

P2 Inclusieve bushaltes

V2 Gedifferentieerde activiteitenzones

Ra2 Hoogteverspringing (gelaagde straatwand en schaal)

L3 Herkenbaarheid in het straatbeeld

P3 Inclusieve zit- en ontmoetingsplekken

V3 Buurtgerichte voorzieningen (community nodes)

Ra3 Groenbuffers

L4 Kunst en expressie

P4 Podium in het park

V4 Tijdelijke programmering

Ra4 Groen in het straatbeeld

V5 Maximumgrootte verblijfsruimten

Ra5 Verticale elementen voor sense of enclosure

V6 Programmamix op straatniveau

Ra6 Actieve randen en overgangszones

V7 Social cues in ‘anonieme‘ ruimte

Ra7 Semi-open parkranden

L1 Groen als oriëntatie

L5 Overzichtelijke park ingang

P1 Park met meerdere entrees/uitgangen

V1 Actieve plinten en functiemenging

Ra1 Verspringende rooilijnen (micro-ruimtes en sociale controle)

Ra8 Geen hoeken om achter te verdwijnen

32

33


VERLICHTING

BEHEER

Ra10 Gepaste verhouding straatbreedtewandhoogte

Ve2 Lichtwarmte

B2 Seizoensgebonden vegetatie

Ra11 Optoppen voor sense of enclosure en levendigheid

Ve3 Lichtopbrengst

Ra9 Balkons als sociale controle ‘eyes on the street’

Ve1 Verlichte hoofdroute

B1 Trottoirs en fietspaden sneeuw- en bladvrij maken

SPEELTUINEN S1 Speellandschap

S2 Sociale toestellen in speellandschap

S3 Stimuleren sport en beweging in park

34

35


R1

VERBETEREN BEREIKBAARHEID VOORZIENINGEN (T.B.V. TRIPCHAINING)

Beschrijving

‘Trip chaining’ houdt rekening met het combineren van meerdere, korte verplaatsingen binnen één traject. Focus in het ontwerp op de bereikbaarheid van (maatschappelijke) voorzieningen met het OV, fietsen voetgangersnetwerken en faciliteer hierbij korte reisbewegingen zoals met parkeervoorzieningen en ticketprijzen.

Vrouwvriendelijke situatie

II

ROUTES

Een stedelijke omgeving waarin de verplaatsingen en reisbewegingen van de vrouw integraal zijn meegenomen: brede en toegankelijke voetpaden, kwalitatieve fietspaden en OV-lijnen die wonen en maatschappelijke voorzieningen verbinden, fietsparkeerplekken nabij voorzieningen en een clustering van dagelijkse voorzieningen, zodat gecombineerde verplaatsingen efficiënt en comfortabel verlopen.

Schaalniveau Stadsniveau

Interventieniveau Opbouw van nieuwe context

Persona

Josée Verbeeck, Nadia Janssens

Tijdsaanduiding Dag

Projectfase

Beginstadium, ontwerp (nieuwe situatie)

37


L1

GROEN ALS ORIËNTATIE

Beschrijving

Gebruik groen als oriëntatiestructuur in stedelijke context: zoals bomenrijen langs routes, markante solitaire bomen of herkenbare groenaccenten op knooppunten. Deze elementen worden strategisch gepositioneerd om ruimtelijke richting, continuïteit en herkenbaarheid binnen het stedelijk netwerk te ondersteunen (Lynch, 1960).

III

Vrouwvriendelijke situatie

Herkenbare groene elementen ondersteunen ‘mental maps’ en maken routes in de stad leesbaarder. Met name voor vrouwen stimuleert herkenbaarheid de autonomie, vertrouwen en oriëntatie in de openbare ruimte (Lynch, 1960).

LANDMARKS

Schaalniveau Stadsniveau

Interventieniveau

Toevoegen in bestaande context

Persona

Alle persona’s

Tijdsaanduiding Dag

Projectfase

Beginstadium, ontwerpfase (nieuwe situatie)

53


P1

PARK MET MEERDERE ENTREES/UITGANGEN

Beschrijving

Houd rekening bij de inrichting van parken met meerdere, duidelijk zichtbare in- en uitgangen. Overzichtelijk betekent dat routes en ingangen vanuit verschillende posities zichtbaar zijn [tool L5], met minimale obstakels. Dit vergemakkelijkt oriëntatie, keuzevrijheid en controle voor vrouwen, waardoor ze zich veiliger voelen bij het betreden en verlaten van de parkruimte (Loukaitou-Sideris, 2006).

Vrouwvriendelijke situatie

IV

PUNTEN

Een vrouwvriendelijk park beschikt over meerdere overzichtelijke en goed zichtbare entrees, zodat vrouwen en meisjes verschillende opties hebben om het park te betreden of te verlaten. Duidelijke zichtlijnen naar routes en uitgangen vergroten het gevoel van controle en keuzevrijheid, waardoor gebruikers minder het gevoel hebben vast te zitten of afhankelijk te zijn van één route. Deze ruimtelijke transparantie draagt bij aan een groter gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen. Bovendien zorgen goed gebruikte en gemakkelijk bereikbare entrees voor meer passanten en sociale controle, waardoor het park levendiger, aantrekkelijker en veiliger aanvoelt voor vrouwen (Loukaitou-Sideris, 2006).

Schaalniveau Buurtniveau

Interventieniveau

Toevoegen in bestaande context

Persona

Alle persona’s

Tijdsaanduiding Dag en nacht

Projectfase

Beginstadium, ontwerpfase (nieuwe situatie)

59


V1

ACTIEVE PLINTEN EN FUNCTIEMENING

Beschrijving

Ontwerp plinten met functiemenging en transparante gevels, met een hoge entreefrequentie om continue interactie tussen gebouw en straat te stimuleren En gesloten plinten te voorkomen. De maatvoering is gebaseerd op ontwerprichtlijnen voor actieve frontages en de menselijke maat (Gehl, 2010; Jacobs, 1961; Carmona, 2010).

V

Vrouwvriendelijke situatie

VLAKKEN

Een straat met activiteit gedurende de dag en avond, waar actieve en transparante plinten zorgen voor zichtbaarheid, sociale interactie en informele controle. Dit vergroot het veiligheidsgevoel en comfort, met name voor vrouwen doordat overzicht en aanwezigheid van anderen vermijdingsgedrag verminderen.

Schaalniveau Buurtniveau

Interventieniveau

Opbouw van nieuwe context

Persona

Josée Verbeeck, Nadia Janssens, Amina Demir, Mara Dubois

Tijdsaanduiding Dag en nacht

Projectfase Beginstadium

65


RA1 VERSPRINGENDE ROOILIJNEN (MICRO-RUIMTES EN SOCIALE CONTROLE)

Beschrijving

VI

Pas in het ontwerp van straatwanden een gearticuleerde rooilijn met subtiele verspringingen van 1 - 3 m (max. 4 m terugligging) in een ritme van 8 - 20 m toe, zodat een levendige straatwand ontstaat. Binnen deze verspringingen ontstaan semiprivate zones van 1,5 - 3 m diep voor entrees, zitplekken, terrassen of groen. Zorg voor een transparantie van 50 - 60 % en een entreedichtheid van 1 per 10 - 15 m om de straat actief en sociaal veilig te houden.

Vrouwvriendelijke situatie

RANDEN

Een vrouwvriendelijk straatbeeld bevat een reeks herkenbare plekken in plaats van een doorgangsruimte. Dit geeft vrouwen meer keuze, beter overzicht en meer sociale activiteit, wat de veiligheid en het verblijf vergroot.

Schaalniveau Buurtniveau

Interventieniveau

Opbouw van nieuwe context

Persona

Alle persona’s

Tijdsaanduiding Dag

Projectfase

Beginstadium, ontwerpfase (nieuwe situatie)

73


VE1

VERLICHTE HOOFDROUTE

Beschrijving

Pas in (stedelijke) groenvoorzieningen verlichte hoofdroutes toe en beperkt verlichting op secundaire en ecologisch kwetsbare routes.

Vrouwvriendelijke situatie

VII

Hoofdroutes zijn verlicht, waardoor gebruikers zich veiliger voelen en routegebruik toeneemt. Secundaire routes blijven donker, zodat flora en fauna beschermd worden (Beaudet et al., 2025). Zo ontstaat een buitenruimte waar sociale veiligheid en ecologisch behoud in balans zijn. Afstemming van verlichting per zone minimaliseert conflicten tussen gebruikersbeleving en natuurwaarden.

Schaalniveau

Straat-/verblijfsruimteniveau

Interventieniveau

Aanpassen bestaande context

Persona

Alle persona’s

Tijdsaanduiding

Nacht

Projectfase

Beginstadium, ontwerpfase (bestaande en nieuwe situatie)

VERLICHTING 85


S1 SPEELLANDSCHAP

Beschrijving

Creëer een veelzijdig speellandschap met een afwisseling van open en beschutte plekken, groen en verschillende mogelijkheden om te spelen en te verblijven. Combineer speel-, beweeg- en verblijfsplekken op een natuurlijke manier. Plaats zitplekken bijvoorbeeld tegenover elkaar of in een ronde vorm om ontmoeting, gesprek en sociale interactie te stimuleren (Schram et al., 2024).

Vrouwvriendelijke situatie

VIII

SPEELPLEKKEN

Een vrouwvriendelijk speellandschap biedt verschillende plekken voor spelen, bewegen, verblijven en ontmoeten. Een kleinschalige en gevarieerde inrichting zorgt voor ruimte voor verschillende gebruikers en activiteiten. De combinatie van open en beschutte plekken biedt zowel zichtbaarheid als de mogelijkheid om je terug te trekken, waardoor een toegankelijke en prettige omgeving ontstaat waarin meiden zich vrij kunnen bewegen en elkaar kunnen ontmoeten.

Schaalniveau

Buurtniveau

Interventieniveau Allemaal

Persona

Alle persona’s

Tijdsaanduiding

Dag

Projectfase Allemaal

91


B1 TROTTOIRS EN FIETSPADEN SNEEUW- EN BLADVRIJ MAKEN

Beschrijving

Geef bij sneeuwval prioriteit aan het sneeuwvrij maken van fietspaden, trottoirs en de directe omgeving van ov-haltes, in plaats van uitsluitend de autowegen. Op deze manier blijven essentiële routes voor voetgangers, fietsers en ov-gebruikers goed toegankelijk en veilig (Criado Perez, 2019).

Vrouwvriendelijke situatie

IX

Door in het beheer van de openbare ruimte explicieter rekening te houden met gebruikers van actieve mobiliteit, waaronder vrouwen die relatief vaker lopen, fietsen en OV gebruiken, verbeterd de toegankelijkheid en veiligheid in winterse omstandigheden.

BEHEER

Schaalniveau

Straat-/verblijfsruimteniveau

Interventieniveau

Aanpassen aan bestaande situatie

Persona

Josée Verbeeck, Nadia Janssens, Indy de Wever, Amina Demir

Tijdsaanduiding

Dag

Projectfase Beheerfase

97


Abri Een openbare overkapping waar reizigers beschutting zoeken tegen weer en wind tijdens het wachten op het openbaar vervoer. Belevingswaarde De mate waarin een publieke ruimte als aantrekkelijk, prettig en veilig wordt ervaren door gebruikers. Biodiversiteit De variatie aan planten- en diersoorten binnen een bepaald gebied. Blinde gevels Gevels zonder ramen, deuren of andere openingen, waardoor geen interactie tussen gebouw en publieke ruimte mogelijk is. Blinde hoeken Plekken die door obstakels of de inrichting van de ruimte slecht zichtbaar zijn, waardoor het overzicht afneemt. Bouwblokken Een aaneengesloten groep gebouwen die samen één stedenbouwkundig blok vormen, meestal omsloten door publieke ruimte in de vorm van straten.

100

Feitelijke/fysieke veiligheid De objectieve kans op aanwezigheid van gevaar of criminaliteit in een ruimte. Gender Verwijst naar de sociale en psychologische kenmerken die een samenleving verbindt aan mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het gaat over de rollen en gedragingen die we als cultuur passend achten voor mannen en vrouwen, in tegenstelling tot biologisch geslacht dat puur om fysieke kenmerken draait. Gesloten plinten Een bouwlaag op straatniveau met weinig of geen ramen, deuren of andere openingen, waardoor er weinig interactie met de publieke ruimte ontstaat. Gevel De buitenzijde van een gebouw die grenst aan de publieke ruimte of een ander terrein.

Bouwlagen Een bouwkundige term voor het aantal verdiepingen, inclusief kelders of zolders.

Gevelwand De aaneengesloten buitenzijde van één specifiek gebouw.

Buurtniveau De schaal van een buurt, bestaande uit een samenhangend geheel van meerdere straten en woonblokken.

Groen Alle beplante onderdelen van de publieke ruimte, zoals bomen, struiken, gras en bloemperken.

Doorwaadbaarheid De mate waarin een buurt of bouwblok via straten, paden of doorgangen toegankelijk en doorkruisbaar is.

BEGRIPPEN

Eyes on the street Synoniem: Zie ogen op straat, informele controle Toezicht dat ontstaat doordat reguliere mensen aanwezig zijn in de publieke ruimte en elkaars gedrag onbewust waarnemen, ook wel ‘ogen op straat’.

Doorzichtlijnen Synoniem: zichtlijnen Open lijnen in de publieke ruimte die zorgen voor goed zicht op routes, gebouwen of andere (belangrijke) plekken.

Gevoelsveiligheid/gevoel van veiligheid = Zie Sociale veiligheid. Hoogbouw Gebouwen met een relatief groot aantal bouwlagen, waardoor zij duidelijk boven de omgeving uitsteken. Intieme zone Volgens Jan Gehl heeft iedereen een ‘intieme’ zone tot circa 45 cm. Overlapping hiervan voelt onveilig en te persoonlijk. Een persoonlijke zone ligt daarentegen tussen 45 en 130 meter rond het lichaam, wat niet als onveilig wordt beschouwd.

101


Kelvin (in context van verlichting) De eenheid waarmee de kleurtemperatuur van licht wordt aangegeven, variërend van warm wit tot koel wit. Warm licht heeft een lage Kelvinwaarde, koud licht een hoge Kelvinwaarde. Laagbouw Gebouwen met een beperkt aantal bouwlagen, meestal één tot drie verdiepingen. Landmarks Opvallende gebouwen, objecten of plekken die dienen als herkenningspunt en bijdragen aan de oriëntatie. Lumen (in context van verlichting) De eenheid die de totale hoeveelheid zichtbaar licht, die een lichtbron uitstraalt, aangeeft. Een hogere lumenwaarde betekent dat de lamp helderder is.

Optoppen Het toevoegen van één of meerdere bouwlagen op een bestaand gebouw.

Straatbeeld De visuele uitstraling van een straat, bepaald door de bebouwing, bestrating, inrichting, groen.

Wijkniveau De schaal van een wijk, bestaande uit meerdere buurten die samen een groter stedelijk geheel vormen.

Oriëntatie De mate waarin gebruikers zich gemakkelijk kunnen positioneren en hun weg kunnen vinden in een omgeving.

Straatniveau Het niveau van de publieke ruimte waarop voetgangers, fietsers en verkeer zich bevinden.

Zitplekken/-gelegenheden Plekken die zijn ingericht om uit te rusten en waarbij comfort en verblijf centraal staan.

Plint De onderste bouwlaag van een gebouw die direct grenst aan de publieke ruimte. Programma/programmering Stedenbouwkundige terminologie voor de functies en activiteiten die in een gebied of gebouw aanwezig zijn en bijdragen aan het gebruik van de publieke ruimte. Rooilijn De lijn die de ligging van de voorgevels van gebouwen ten opzichte van de publieke ruimte aangeeft.

Maatschappelijke voorzieningen Publieke of private functies die een maatschappelijke Ruimtelijke leesbaarheid rol vervullen, zoals scholen, zorgvoorzieningen, buurthuizen en sportvoorzieningen. Ze dragen bij aan De mate waarin de opbouw/structuur van een gebied gemakkelijk te begrijpen en te herkennen is. het dagelijks gebruik van een gebied. Mental maps De persoonlijke, mentale voorstelling die mensen hebben van een omgeving op basis van waarnemingen en herinneringen. Ontmoetingsplekken/-gelegenheden Plekken die zijn ontworpen om interactie en sociale cohesie tussen gebruikers te stimuleren. Ooghoogte Het gezichtsveld van een persoon op straatniveau, van waaruit de publieke ruimte wordt ervaren. Dit is gebaseerd op de gemiddelde lichaamslengte minus circa 12 tot 15 centimeter. In zowel Nederland als België zijn vrouwen meer dan 10 centimeter kleiner dan mannen. Houd hier rekening mee. Publieke ruimte Een publiek toegankelijke buitenruimte waarvan een overheidsorgaan de eigenaar is. Als publieke ruimte worden onder meer aangemerkt wegen, pleinen, parken en landschappelijke gebieden.

102

Straatprofiel De verticale doorsnede van een straat die de inrichting van de straat laat zien. Straatwand Verwijst naar de aanwezigheid van gevels van gebouwen die de begrenzing van een straat of plein vormt. Toe-eigening Het proces waarbij gebruikers een publieke ruimte actief gebruiken, zich ermee identificeren en deze als onderdeel van hun leefomgeving ervaren. Vegetatie Alle aanwezige begroeiing binnen een bepaald gebied.

Seizoensvegetatie Beplanting die gedurende de seizoenen zichtbaar verandert in kleur, bloei, blad of structuur.

Verblijfsplekken Plekken die zijn ingericht om te verblijven, bijvoorbeeld om te zitten, ontmoeten of ontspannen.

Sense of enclosure De mate waarin een publieke ruimte wordt omsloten door bebouwing, bomen of andere elementen, waardoor een gevoel van begrenzing ontstaat.

Verblijfsruimte Een deel van de publieke ruimte dat primair is ingericht voor verblijf in plaats van verplaatsing. Verwijst meestal naar pleinen of parken.

Semi-private zone Een overgangsgebied tussen de openbare en private ruimte dat beperkt toegankelijk is voor anderen.

Verdichten Het toevoegen van bebouwing of functies binnen een bestaand stedelijk gebied om de ruimtelijke dichtheid te vergroten.

Social cues Zichtbare signalen in de publieke ruimte die aangeven hoe een plek wordt gebruikt, onderhouden of ervaren, en daarmee het gedrag en veiligheidsgevoel van gebruikers beïnvloeden. Sociale veiligheid Synoniem: Veiligheidsbeleving De mate waarin mensen zich veilig voelen in de publieke ruimte, gebaseerd op persoonlijke waarnemingen en gevoelens.

Verkeersruimte Een deel van de publieke ruimte dat primair is ingericht voor verkeersfuncties. Verstedelijkingsopgave Een ruimtelijke uitdaging om groeiende behoeften aan wonen, werken en voorzieningen binnen stedelijke gebieden op te vangen.

103


Abramov, I., Gordon, J., Feldman, O., & Chavarga, A. (2012). Sex and vision II: color appearance of monochromatic lights. Biology of sex differences, 3(1), 21.

Galway County Council. (2025). BoxUp initiative in Galway: Increasing access to sports and leisure facilities.

Barker, A., & Holmes, G. (2022). What makes a park feel safe or unsafe? University of Leeds.

Gehl, J. (2011). Life between buildings: Using public space. Island Press.

Gehl, J. (2010). Cities for people. Island Press.

Government of Ireland. (2019). Design manual for urban Beaudet, C., Tardieu, L., & David, M. (2022). Are citizens willing to accept changes in public lighting for roads and streets. biodiversity conservation? Ecological Economics, 200, Greater London Authority. (2023). Safety in public space. 107527. Bergmann, G. G., Streb, A. R., Ferrari, M., Alves, D. C. C., Soares, B. A. C., Ferreira, G. D., & Pinheiro, E. S. (2021). The use of outdoor gyms is associated with women and low-income people: a cross-sectional study. Public health, 190, 16–22. Candiracci, S., & Power, K. (2022). Cities alive: Designing cities that work for women. Arup. Carmona, M. (2003). Public places, urban spaces. Architectural Press. Carmona, M. (2010). Public places, urban spaces: The dimensions of urban design (2e ed.). Routledge. Coman, R. L., Caponecchia, C. D., & Gopaldasani, V. (2021). Impact of Public Seating Design on Mobility and Independence of Older Adults. Experimental aging research, 47(3), 262–272. Criado Perez, C. (2019). Invisible women: Exposing data bias in a world designed for men. Chatto & Windus. CTS Board. (2024, 30 augustus). Summary of key findings: Supporting women and girls to be active. Local Government Association.

BRONNENLIJST

104

Cuypers, L., Decorte, A., & Saelens, E. (2024). Naar een inclusieve publieke ruimte: 6 bouwstenen & praktische tips voor een publieke ruimte op maat van vrouwen en meisjes [Whitepaper]. Hogeschool WestVlaanderen. Foster, M. (2021). Public park use and design: Implications for planning and management.

Hanson, S. (2010). Gender and mobility: New approaches for informing sustainability. Gender, Place & Culture, 17(1), 5–23. Haile, C. (2019, 18 april). A myth of urban design: The “sense of enclosure” theory. Henshaw, V. (2013). Urban smellscapes: Understanding and designing city smell environments. Routledge. Iovene, M., Smith, N. B., & Seresinhe, C. I. (2019). Of streets and squares: Which public spaces do people want to be in and why? Cadogan & Create Streets. Jacobs, J. (1961). The death and life of great American cities. Random House. Jorgensen, A., & Gobster, P. H. (2010). Shades of green: Measuring the ecology of urban green space in the context of human health and well-being. Nature and Culture, 5(3), 338–363. Kaplan, R., & Kaplan, S. (1989). The experience of nature: A psychological perspective. Cambridge University Press. Kim, J., & Kim, S. (2019). Finding the optimal D/H ratio for an enclosed urban square: Testing an urban design principle using immersive virtual reality simulation techniques. International Journal of Environmental Research and Public Health, 16(5). Kuo, F. E., & Sullivan, W. C. (2001). Environment and crime in the inner city: Does vegetation reduce crime? Environment and Behavior, 33(3), 343–367

105


Li, X., Zhang, C., & Li, W. (2015). Does the visibility of greenery increase perceived safety in urban parks? Landscape and Urban Planning, 135, 87–96. LLDC, & Arup. (2024). Creating places that work for women and girls: Handbook for local authorities, developers and designers. Loukaitou-Sideris, A. (2006). Is it safe to walk? Neighborhood safety and security considerations and their effects on walking. Journal of Planning Literature, 20(3), 219–232. Lund, H., & Hvass, K. (2024). Light as a tool to enhance urban materiality and spatial experience. Urban Design International, 29(1), 45–60. Lynch, K. (1960). The image of the city. MIT Press. Make Space for Girls. (2022). Reimagining parks and public spaces. Make Space for Girls. (2022). Research draft. Merkelbach, J., Dewies, M., & Denktas, S. (2021). Committing to keep clean: Nudging complements standard policy measures to reduce illegal urban garbage disposal in a neighborhood with high levels of social cohesion.

Project for Public Spaces. (2018). 2018: A year of transformation. Reimers, A. K., Schoeppe, S., Demetriou, Y., & Knapp, G. (2018). Physical Activity and Outdoor Play of Children in Public Playgrounds—Do Gender and Social Environment Matter? MDPI International Journal od Environmental Research and Public Health. The Safer Parks Consortium. (2023). Safer parks. Schram, K., Doff, W., Fischer, T., Jansen, J., Slingerland, G., & Zuijderwijk, L. (2024). Ruimte voor meiden op Zuid: Een ontwerpgericht onderzoek naar de veiligheidsbeleving van meiden in de publieke ruimte. Kenniswerkplaats Leefbare Wijken. Schroer, S., et al. (2021). Human-scale lighting and its effects on orientation and insect attraction in urban parks. Lighting Research & Technology, 53(6), 763–779.

Miedema, S. (2020). Meisjes en de publieke ruimte. Vlaamse Overheid.

Teng, L. (2012). Human-scale development: The common goal is that Varvsstaden in Västra Hamnen should be an attractive neighborhood with human scale strategy. Blekinge Institute of Technology.

Painter, K. (1996). The influence of street lighting on crime and fear of crime. Security Journal, 7(2), 91–99. Postaria, R. (z.d.). Transforming nightlife: Designing secure and welcoming public spaces for young girls and women. 880 Cities.

106

Whyte, W. H. (1980). The social life of small urban spaces. Project for Public Spaces. Women’s Health East. (2021). Creating safe and inclusive public spaces. Zhang, H., & Kiyai, G. (2023). Pocket parks and neighborhood safety: Implications for women’s urban mobility. Urban Forestry & Urban Greening, 82, 127753.

SWUP. (2022). Guidelines for promoting physical activity for women in urban public spaces: Ideas, recommendations and observations raised from SWUP’s community of practice. ALDA Europe. Te Braak, P., & van Tienoven, T. P. (2025). Navigating the city: A systematic literature review on women’s perceived safety in urban public space. Cities, 162

Neufert, E. (2012). Architects’ data. Wiley-Blackwell.

Wåseth, H. I., Zaikina, V., & Pont, S. (2025). Footpath Lighting: Optical, Visual, and Perceptual Characteristics of the Social Light Field. LEUKOS, 1–13.

Sim, D. (2019). Soft city: Building density for everyday life. Island Press.

Merlino, K. R. (2011). Urban grain and the vibrancy of older neighborhoods: Metrics and measures. ARCC Conference Repository.

Moonen, M. S. R. (2024). (Wo)Man-made public space: The design changes needed to create genderinclusive cities. Journal of Public Space, 9(1), 25–42.

Verlooy, L., & Devos, T. (2025). Hoe maken we de publieke ruimte vrouwvriendelijker? Een onderzoek in Antwerpen Noord naar de publieke ruimte-ervaring van vrouwen met een migratieachtergrond. Ruimte & Maatschappij, 15(1).

The World Bank, the. (2020). Handbook for genderinclusive urban planning and design. Van Steijn, Van, A. (2012). Vrouwen en meiden laatst: Pleidooi voor een genderspecifiek beleid bij de inrichting van de publieke ruimte [Whitepaper]. Goede Speelprojecten.

107


108

109


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Witteveen+Bos Inkijkexmplaar Toolbox Vrouwvriendelijke Publieke Ruimte by Witteveen+Bos - Issuu