Special De Omgevingswet: het echte werk begint Wat zijn de mogelijkheden? Op 1 januari 2024 is het zover: de Omgevingswet treedt in werking. We gaan het allemaal ondervinden: niet alleen projectleiders, vergunningverleners, handhavers en planologen, maar ook bouwbedrijven, projectontwikkelaars en al onze overheidsklanten. Sommige veranderingen zijn heel zichtbaar, maar soms wijzigt er iets ver onder de motorkap. Juist daar is het de komende tijd zaak om op te letten! De afgelopen jaren is de Omgevingswet een politiek hangijzer geweest. Gelukkig kunnen we nu verder. Met de Omgevingswet in de hand gaan we werk maken van de energietransitie, de transitie in het landelijk gebied, verstedelijkingsafspraken en de verduurzaming van onze leefomgeving. Dat kunnen we nog beter doen als we de talrijke mogelijkheden die de Omgevingswet ons biedt, echt goed begrijpen. Witteveen+Bos is hier al jaren mee aan de slag en staat daardoor gesteld voor de opgaven en nieuwe mogelijkheden die de komende jaren op ons af komen. We kunnen grote projecten slagvaardig inpassen met het projectbesluit, en we versnellen de vergunningverlening door gebruik te maken van nieuwe mogelijkheden van de Omgevingswet. We schrijven omgevingsplannen, projectbesluiten en programma’s voor bijvoorbeeld dijkversterkingen, natuurontwikkelingen en windparken. Zo helpen we gemeenten met de vergunningverlening en handhaving onder de Omgevingswet. We implementeren de milieueffectrapportage in Omgevingswet-procedures en we verzorgen participatietrajecten in het kader van gebiedsontwikkelingen. Daarnaast staan we onze klanten bij in hun transitie naar de nieuwe wet, en adviseren we over bijvoorbeeld het complexe overgangsrecht. We helpen onze opdrachtgevers graag met de Omgevingswet. Veel leesplezier! + maurits.schilt@witteveenbos.com
De omgevingsvisie en het omgevingsplan Onlosmakelijk met elkaar verbonden Bij velen leeft het idee dat het omgevingsplan successievelijk volgt op de omgevingsvisie. Ze worden daarbij vaak onterecht apart van elkaar beschouwd, terwijl ze juist onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Nieuwe initiatieven worden immers getoetst aan zowel het beleid (de omgevingsvisie) als de regels (het omgevingsplan). Met een duidelijk beleid voor de toekomst is het helder welke regels in het omgevingsplan moeten worden opgenomen, zodat ambities uit de omgevingsvisie worden behaald. Een goed doordacht integraal afwegingskader in de omgevingsvisie kan zorgen voor de gewenste samenhang met het omgevingsplan. In dit afwegingskader worden verschillende ambities tegen elkaar afgewogen. Hoe verhouden zich thema’s als natuur, verstedelijking en de energietransitie zich bijvoorbeeld tot elkaar? Hoe hoog wil een gemeente op al deze ambities inzetten? Botsproeven, die veel gemeenten al uitvoeren, zijn een uitstekend middel om expliciet te maken welke ambities samengaan en welke niet. Daarnaast helpen botsproeven om ambities zo nauwgezet mogelijk te formuleren.
voornamelijk willen faciliteren en waar ze juist willen sturen om hun ambities te behalen. Bij voorbeeld, zijn er gebieden waar een grotere focus op een bepaalde ambitie moet liggen dan in andere gebieden? De sturingsfilosofie komt vervolgens van pas bij het bepalen van de ontwikkelruimte in de verschillende deelgebieden van het omgevingsplan. Laten we bij het opstellen van omgevingsvisies dus al goed nadenken over de concrete uitwerking in het omgevingsplan. Daarmee kunnen we bijdragen aan het succesvol realiseren van de ambities. + kara.terpstra@witteveenbos.com
Ambities krijgen, vanwege het meer abstracte karakter van de omgevingsvisie, vaak een bepaalde bandbreedte mee in het integrale afwegingskader (‘wij streven naar een groenere gemeente in 2050’). Dit betekent dat het afwegingskader te algemeen is om initiatieven op planniveau te toetsen. Daar komt het omgevingsplan bij kijken. Het afwegingskader wordt in het omgevingsplan omgezet in concrete normen (de regels). Daarbij kan expliciet invulling worden gegeven aan de bandbreedte door voor een bepaalde ambitie een minimum of een maximum op te nemen (‘in het centrumgebied is in 2050 per inwoner 50 m² groen aanwezig’). Het vastleggen van een sturingsfilosofie in de omgevingsvisie helpt gemeenten te besluiten waar ze
Witteveen+Bos Special Omgevingswet juni 2023