Als vriend blijkt Rembrandt een eigenzinnig persoon. Hij investeerde niet veel in een goede relatie met de elite, maar omringde zich liever met mensen die verstand hadden van kunst. Met hen had hij een goede band, net als met zijn gezinsleden. Hij portretteerde hen in opvallend informele schilderijen en prenten, kunstwerken die Rembrandts privéwereld heel dichtbij brengen. Voorzijde: Rembrandt Portret van Titus, ca. 1660 Olieverf op doek, 81,3 x 68,7 cm Baltimore, The Baltimore Museum of Art (The Mary Frick Jacobs Collection)
WWW.WBOOKS.COM
WWW.REMBRANDTHUIS.NL
FAMILIE, VRIENDEN EN RELATIES
Rembrandt lijkt een kunstenaar die zich maar weinig van anderen aantrok. Toch had hij familie, vrienden en relaties die hem hielpen, die zijn kunstwerken kochten, die hem geld leenden, die hem artistiek uitdaagden en inspireerden. Zonder zijn sociale netwerk was Rembrandt nooit zo’n groot kunstenaar geworden. Dit boek brengt dat netwerk in kaart: Rembrandts jeugdvrienden, familieleden (de ‘bloedvrienden’), de bevriende kunstenaars, de kunstkenners en zijn vrienden in nood.
REMBRANDT’S SOCIAL NETWORK
Rembrandt Portret van Abraham Francen, ca. 1657 Ets, droge naald en burijn staat II(12), 159 x 210 mm Amsterdam, Amsterdam Museum
REMBRANDT’S SOCIAL NETWORK FAMILIE, VRIENDEN EN RELATIES
MUSEUM HET REMBRANDTHUIS
REMBRANDT’S SOCIAL NETWORK FAMILIE, VRIENDEN EN RELATIES
INHOUD 10 12 14 20
28 30 32
40 42 44 46 48 50 52 60
66
Voorwoord Lidewij de Koekkoek Inleiding Epco Runia Bij Rembrandt over de vloer Leonore van Sloten Rembrandts privésfeer Epco Runia JEUGDVRIENDEN Jan Lievens Constantijn Huygens Vrienden, ondanks verschillende netwerken Lloyd DeWitt BLOEDVRIENDEN Saskia Uylenburgh Hendrick Uylenburgh Jan Cornelisz Sylvius Titus van Rijn Hendrickje Stoffels Karel van der Pluym Een netwerk in lijnen: Rembrandts portretetsen Stephanie Dickey ‘Neef’ Karel van der Pluym en het nut van familie Marieke de Winkel SOCIOGRAM
70 72 74 76 78 80 82 84 88
100 102 104 112
KUNSTENAARSVRIENDEN Gerbrand van den Eeckhout Roelant Roghman Philips Koninck Jan van de Cappelle Johannes Lutma Christiaen Dusart Jeremias de Decker De schildervrienden van Rembrandt Volker Manuth Samen buiten tekenen David de Witt KUNSTKENNERS Jan Six Thomas Asselijn Rembrandt in vriendenboeken Judith Noorman Komt een man bij de rabbijn Jasper Hillegers
120 122 124 126
VRIENDEN IN TIJDEN VAN NOOD Lodewijk van Ludick Pieter de la Tombe Abraham Francen Rembrandts ware vrienden Maartje Veringa en Epco Runia
132 134 138
Bruikleengevers aan de tentoonstelling Noten Literatuur
Rembrandt’s Social Network
9
e Rembrandts vijfde brief aan Constantijn Huygens 27 januari 1639 Parijs, Fondation Custodia, Collectie Frits Lugt
INLEIDING Een mens kan niet zonder sociaal netwerk, nu niet, maar in de zeventiende eeuw al helemaal niet. Wanneer je in Rembrandts tijd een zaak wilde starten, geld wilde lenen of eventueel zorg nodig had, was je aangewezen op je vrienden en familieleden. Financiële voorzieningen en zorginstellingen stonden nog in de kinderschoenen en je sociale netwerk was om die reden cruciaal om te overleven. Centraal stond het begrip vriendschap. Dat had alles te maken met vertrouwen en het idee dat vrienden je niet zullen bedriegen, iets wat je bij vreemden altijd maar weer moet afwachten. Daarom bestond er een systeem dat het vertrouwen zoveel mogelijk moest waarborgen, een systeem van uitwisseling van gunsten, gebaseerd op het principe ‘voor wat, hoort wat’. Je sociale netwerk bestond dus uit vrienden, een begrip dat ruimer werd gebruikt dan we tegenwoordig gewend zijn. Iemand die we nu een zakenrelatie zouden noemen, heette in de zeventiende eeuw een vriend. Familieleden werden zelfs vrienden genoemd, de zogeheten bloedvrienden. Voor de meeste mensen was familie dan ook de belangrijkste groep binnen hun sociale netwerk. En dan waren er de ‘ware vrienden’. Deze kwalificatie was gereserveerd voor de personen die we tegenwoordig ook nog vriend zouden noemen, iemand waarmee je interesses deelt en waar je graag mee optrekt. Dat soort vriendschappen bestond ook al in de zeventiende eeuw.
DE VRIENDEN VAN REMBRANDT In dit boek kijken we naar Rembrandts sociale netwerk, oftewel zijn vrienden. Ze zijn hier verdeeld in vijf categorieën: jeugdvrienden, bloedvrienden, kunstenaarsvrienden, kunstkenners en vrienden in nood. De twintig belangrijkste vrienden presenteren we in evenzoveel ‘portretten’. Tussendoor vertellen experts in tien artikelen hoe Rembrandts sociale netwerk steeds weer van invloed is geweest op zijn leven en werk. En wat blijkt? Rembrandt was geen groot netwerker. Hij begon weliswaar voortvarend en zijn carrière ging aanvankelijk als een speer, maar na de dood van zijn vrouw Saskia en de voltooiing van de magnifieke Nachtwacht in 1642 lijkt de klad erin te komen – Rembrandt is dan 36. Het contact met
familieleden verwaterde, hij nam een tijdlang geen portretopdrachten meer aan en hij dingt niet meer naar de gunsten van de Amsterdamse elite. Volgens Rembrandts biograaf Houbraken zou hij op latere leeftijd vooral het gezelschap hebben gezocht van mensen ‘die de konst hanteerden’, kunstenaars dus. Daarnaast blijkt dat hij veel omging met kunstkenners en verzamelaars. Ze leenden hem geld en getuigden bij de notaris. In ruil voor deze gunsten gaf Rembrandt hen soms schilderijen en prenten. Ook Rembrandts trouwste vriend, Abraham Francen, die hij toevertrouwt om voogd te worden van zijn dochter Cornelia, was een fanatieke kunstverzamelaar. Rembrandt koos kortom vooral vrienden met wie hij zijn grootste passie kon delen, de kunst. Het is fascinerend om te zien dat ook een groot kunstenaar als Rembrandt niet alleen opereerde. Hij was geen eenzaam zwoegend genie. Zijn vrienden ondersteunden hem zakelijk, financieel en artistiek. Zijn dierbaren inspireerden hem bovendien tot een groep schitterende kunstwerken waarin hij hen heel informeel weergaf. Kortom, zonder zijn sociale netwerk had Rembrandt nooit zo’n indrukwekkend oeuvre kunnen scheppen.
REMBRANDT ALS VRIEND Rembrandt heeft van oudsher de naam krenterig en eigengereid te zijn geweest. En het moet gezegd, als het op afbetalen van schulden aankwam, was hij inderdaad niet erg ruimhartig. Maar wie de opvallend informele schilderijen bekijkt die hij van zijn vrienden en familieleden maakte, ziet dat zij heel ontspannen zijn in zijn nabijheid. Ze leunen achteruit, steunen op een hand, praten met hem of kijken hem vrolijk aan. Zo’n slechte vriend zal Rembrandt dus niet zijn geweest. Epco Runia Hoofd Collectie, Museum Het Rembrandthuis
Rembrandt’s Social Network
13
1. Rembrandt Portret van Saskia in profiel, ca. 1633-1642 Olieverf op paneel, 99,5 x 78,8 cm Kassel, Museumlandschaft Hessen Kassel Gemäldegalerie Alte Meister
REMBRANDTS PRIVÉSFEER Wie in Rembrandts oeuvre zoekt naar de gezichten van familieleden en vrienden, komt al snel op een lijst van meer dan dertig schilderijen. Rembrandts directe gezinsleden spannen de kroon. Zo zijn er minstens vijf schilderijen met zijn vrouw Saskia, zeven met zijn latere geliefde Hendrickje en zelfs acht met zoon Titus. Enkele andere familieleden en verschillende van Rembrandts vrienden zijn een- of tweemaal vertegenwoordigd. Het is een uitzonderlijk fenomeen in de zeventiende eeuw: een kunstenaar die zijn vrienden en dierbaren zo vaak heeft vastgelegd en meestal ook nog op een heel informele, intieme manier. Waarom maakte hij deze schilderijen? En wat vertellen ze over Rembrandts omgang met de mensen uit zijn privésfeer? EPCO RUNIA
EERBETOON Het is lang niet altijd gemakkelijk om de familieleden en vrienden van Rembrandt te herkennen op zijn schilderijen. Hoewel we bijvoorbeeld van het uiterlijk van Saskia een redelijk duidelijk beeld hebben, is er toch soms nog onenigheid over de vraag of zij op een bepaald schilderij nu wel of niet is afgebeeld.1 De kwestie wordt extra ingewikkeld, omdat het gezicht van Saskia de inspiratiebron vormde voor een gezichtstype dat Rembrandt vaak gebruikte.2 Rembrandts ideale vrouwen lijken eigenlijk allemaal wel een beetje op Saskia, zonder dat zij het ook werkelijk zijn. Toch zijn er vijf schilderijen waarover iedereen het wel eens is dat ze Saskia tonen. Verschillende daarvan lijkt hij gemaakt te hebben als een eerbetoon aan zijn vrouw, zoals het portret dat nu in Kassel is (afb. 1). Het toont Saskia in schitterende, rijke fantasiekleding, met rood fluweel, bont
en een spectaculaire flaphoed met een struisveer. Ze staat, in gedachten verzonken, en profiel. Het portret is waardig en ingetogen, maar met een grote visuele rijkdom, een voornaam portret dat recht doet aan Saskia’s deftige afkomst. Voor Rembrandt moet dit schilderij een belangrijk persoonlijk project zijn geweest. Hij heeft er gedurende een periode van bijna tien jaar aan gewerkt, ongeveer vanaf zijn verloving met Saskia (1633) tot aan haar dood (1642) en hij hield het schilderij altijd thuis.3 Pas dertien jaar later toen het water hem aan de lippen stond en hij dringend om geld verlegen zat, heeft hij het verkocht aan zijn goede vriend Jan Six I. Maar ook toen kon Rembrandt er nog niet helemaal afstand van doen en heeft hij zijn leerlingen er een vrije kopie naar laten maken (zie pagina 41). Die kopie hield hij bij zich, ter herinnering aan zijn grote liefde die hij op zo jonge leeftijd al moest missen.
Rembrandt’s Social Network
21
e 2. Rembrandt
Lichtstudie met Hendrickje Stoffels als model, ca. 1659 Olieverf op paneel, 72,5 x 51,5 cm Frankfurt am Main, Das Städel Museum (in permanent bruikleen van de BRD)
MODEL OM TE BESTUDEREN Het expliciete eerbetoon dat Saskia te beurt viel, lijkt Rembrandt niet herhaald te hebben voor zijn latere geliefde Hendrickje Stoffels; met haar was hij dan ook niet formeel getrouwd. Toch heeft hij verschillende schilderijen gemaakt waarvoor zij model zat en waar een grote intimiteit uit spreekt. Hendrickje is te identificeren als de enigszins gedrongen vrouw, met het ronde voorhoofd en de stevige wangen, die in de jaren 1650 en begin 1660 voorkomt op verschillende tekeningen en schilderijen van Rembrandt. Een van die schilderijen is een portret, maar vaker deed zij dienst als model voor een mythologische figuur of een ander personage. Een uitzondering is een schilderij in Frankfurt dat pas onlangs weer op naam van Rembrandt is gezet (afb. 2). Volgens de laatste inzichten hoort het bij een groep schilderijen die gemaakt zijn als studies naar verschillende schilderkunstige problemen, in dit geval een uitzonderlijke lichtval.
e 3. Rembrandt
Portret van Titus, ca. 1660 Olieverf op doek, 81,5 x 78,5 cm Baltimore, The Baltimore Museum of Art (The Mary Frick Jacobs Collection)
Het licht komt niet van linksboven en van voren, zoals gebruikelijk is in de zeventiende eeuw, maar precies van links. Daardoor vangt zelfs de schouder rechts iets van het invallende licht. Het hoofd is naar rechts gewend, waardoor een ongebruikelijke verdeling van lichte en donkere delen op het gezicht is ontstaan, die Rembrandt hier heeft willen bestuderen en vastleggen. Hendrickjes losse gewaad van glanzende zijde (heel ongebruikelijk in Rembrandts werk) bevestigt het idee dat het hem hier vooral om ingewikkelde lichteffecten gaat. Voor zo’n lichtstudie had Rembrandt een model nodig en Hendrickje was blijkbaar in de buurt en beschikbaar. De opzet van het schilderij versterkt dit gevoel van nabijheid en intimiteit. Hendrickjes bovenlichaam vult het hele beeldvlak, dus Rembrandt zat vlakbij toen hij haar schilderde. En er is contact tussen beiden: hij kijkt naar haar en zij naar hem.
4. Rembrandt Portret van Jan Six, 1654 Olieverf op doek, 112 x 102 cm Amsterdam, Collectie Six
VADER EN ZOON Voor Titus geldt ongeveer hetzelfde als voor Hendrickje: Rembrandt schilderde zijn portret, maar vaker verschijnt hij als model voor een religieuze scène of voor een studie. Een van de meest opmerkelijke voorstellingen uit de reeks is het schilderij waar Titus een jaar of negentien is (afb. 3). Dit is alles behalve een formeel portret. Titus zit heel ontspannen op een stoel, glimlachend, met de elleboog op de armleuning en de kin in de hand. Titus is te herkennen aan zijn rossige krullen, de diepe oogkassen met grote ogen en donkere, boogvormige wenkbrauwen. Zijn neus is stevig met een ronde punt en hij heeft een geprononceerde mond met krullende mondhoeken. Door de druk van de hand is de mond een beetje vervormd – iets dat heel scherp is geobserveerd van Rembrandt en bijdraagt aan het toevallige karakter van het schilderij. Ook Rembrandts manier van schilderen lijkt hier uitzonderlijk los en snel. Zo heeft hij de schaduw op Titus’
5. Rembrandt Portret van een oude man mogelijk Pieter de la Tombe, 1667 Olieverf op doek, 81,9 x 67,7 cm Den Haag, Mauritshuis
voorhoofd weergegeven door de geelbruine onderlaag gewoon vrij te laten, terwijl de lichte delen van het gezicht met brede penseelstreken zijn neergezet. Rembrandt heeft de positie van de duim halverwege iets verlaagd, wat zichtbaar is geworden door veroudering van de verf. Tot slot is gebleken dat de voorstelling geschilderd is op een overblijfsel van een veel groter doek, een restlapje dat nog in atelier rondslingerde. Het geheel geeft sterk de indruk op dat het schilderij snel en toevallig tot stand is gekomen. Misschien ging het wel zo: Titus loopt bij zijn vader het atelier binnen om een praatje te maken en ploft in een stoel. Rembrandt besluit een schilderij te maken van zijn zoon, een studie die in een oogwenk af is. Het doel: laten zien hoe goed hij met de weergave van houding en gezichtsuitdrukking hele specifieke emoties kan uitdrukken, een van de vereisten voor een goed historieschilder. Het is een studie, maar het schilderij krijgt wel een signatuur, zodat het verkocht kan worden. Het resultaat is niet alleen een uiterst
Rembrandt’s Social Network
23
e 6. Rembrandt Portret van Arnold Tholinx, 1656 Olieverf op doek, 76 x 63 cm Parijs, Musée Jacquemart-André
origineel schilderij – nooit zie je iemand glimlachen en zo nonchalant met de hand onder de kin – maar ook een visueel document van de relatie tussen vader en zoon. Titus was ontspannen in de omgeving zijn vader. Vader en zoon lijken elkaar goed te liggen; ze waren vertrouwd met elkaar.
PORTRETTEN VOOR VRIENDEN De portretten die Rembrandt van zijn vrienden maakte, zijn vaak veel informeler dan die voor officiële opdrachtgevers. Dat van Jan Six I is niet alleen het beroemdste maar ook het grootste en meest ambitieuze (afb. 4). Six was dan ook geen gewone vriend, maar een kunstkenner met ruime middelen. Ondanks het grote formaat, is Six toch in een heel informele situatie weergegeven, terwijl hij zijn handschoenen aantrekt om naar buiten te gaan. Voor andere vriendenportretten lijkt Rembrandt een eenvoudiger sjabloon te hebben ontwikkeld. Deze portretten hebben een kleiner formaat en de geportretteerde zit vaak wat nauwer in het kader, zodat er minder van de omgeving te zien is.4 Zo’n eenvoudig portret maakte Rembrandt bijvoorbeeld in 1656 van Arnold Tholinx (afb. 6), een belangrijk medicus en een zwager van Rembrandts vriend Jan Six I.5 Tholinx bestelde in hetzelfde jaar ook een portretets bij Rembrandt en moet een liefhebber van diens werk zijn geweest. Wat deze wat sobere vriendenportretten aantrekkelijk maakt, is de concentratie op de gezichten, waar Rembrandt altijd veel expressiviteit in legde. Zo is het alsof Tholinx, met zijn enigszins geopende mond, tijdens het poseren gewoon doorging met spreken. De diepe frons in zijn voorhoofd doet vermoeden dat geen gemakkelijk betoog was, en zeker niet al te vrolijk. Het sjabloon van het vriendenportret is ook te herkennen in het Portret van een oude man in Den Haag, vooral in het krappe kader (afb. 5). Het is niet overgeleverd wie de man is, maar de sobere opzet van het schilderij en de ongewone informele uitstraling ervan, maken duidelijk dat hij op zijn minst een goede bekende van Rembrandt moet zijn geweest. De man zit een beetje onhandig in zijn stoel en lijkt met zijn handen steun te zoeken op de armleuningen. Zijn kraag hangt open
en zijn hoed staat scheef op het hoofd. Rembrandt gebruikte hier goedkopere en minder goede materialen dan gebruikelijk en voerde het schilderij vrij haastig uit: de groenbruine ondergrond is op veel plaatsen nog zichtbaar en hij kraste naar lieve lust in de verf om bijvoorbeeld het haar aan te geven. Het resultaat is er niet minder om. Je krijgt het gevoel dat de man in een onbewaakt ogenblik is vastgelegd, misschien wel tijdens een gezellig avondje met de kunstenaar. De stemming lijkt hier dan ook gemoedelijker dan bij Tholinx. Betekent dat ook dat hij een betere relatie met Rembrandt had? Het zou kunnen. Er is gesuggereerd dat de man de 74-jarige boekverkoper en kunsthandelaar Pieter de la Tombe is, die te boek staat als een van Rembrandts beste vrienden, en die in het bezit was van een portret dat Rembrandt van hem had gemaakt, ‘op zijn ouden dag’.6
REMBRANDT VERSUS RUBENS Hoewel schilders als Jan Steen en Gerard ter Borch hun familieleden wel eens model lieten staan, is er in de zeventiende eeuw maar één andere kunstenaar die net als Rembrandt regelmatig familieleden en vrienden schilderde: Rubens.7 Misschien was deze oudere Vlaamse voorganger ook hierin een inspiratiebron voor Rembrandt. Maar de composities van Rubens zijn toch wat meer bedacht dan die van Rembrandt en zijn techniek is minder los en schetsmatig. Rembrandts schilderijen lijken daardoor toevalliger te zijn ontstaan. Rembrandt had meer oog voor de sfeer van het moment en voor de gevoelens van de geportretteerde, ook wanneer die minder opgewekt zijn. Het is daarom alsof we als kijker iets meekrijgen van de bijzondere band die de kunstenaar met zijn dierbaren had. En daarin is Rembrandt uniek.
Rembrandt’s Social Network
25
HENDRICK Hendrick Uylenburgh (circa 1587-1661)
Net als veel andere kunsthandelaren in die tijd, was Hendrick Uylenburgh opgeleid als schilder. Hij was zoon van de meubelmaker Gerrit Uylenburgh uit Leeuwarden, die in dienst was getreden van de Poolse Koning Sigismund III.1 Zijn opleiding in de schilderkunst kreeg hij in Krakau van zijn oudere broer Rombout. In 1620 was hij als agent van de Poolse koning actief met de invoer van schilderijen uit Vlaanderen.2 Rond 1625 verhuisde hij met zijn gezin naar Amsterdam.3 Daar nam hij het huis en het portretatelier over van de recent overleden schilder Cornelis van der Voort in de Jodenbreestraat, waar dan nog veel kunstenaars wonen.4 Doopsgezind, werkt hij nauw samen met geloofsgenoot Lambert Jacobsz in Leeuwarden. In 1631 investeerde Rembrandt in Uylenburghs bedrijf, en ging hij in opdracht van Uylenburgh portretten schilderen. Rembrandt trok in bij Uylenburgh, en in 1634 leverden beide een bijdrage aan het album amicorum van Burchard Grossman.5 Uylenburgh had contact met zijn gereformeerde familie uit Friesland, en bracht waarschijnlijk in 1633 zijn nicht Saskia in contact met Rembrandt; ze trouwden een jaar later. Als Rembrandt zich in 1635 onafhankelijk vestigde, lijkt er een breuk te ontstaan tussen Rembrandt en Uylenburgh.6 Met Govert Flinck als Rembrandts vervanger, verhuisde Uylenburgh naar een pand verderop in de Jodenbreestraat, en later naar de Dam. Vreemd genoeg is er van Hendrick Uylenburgh, eigenaar van een ‘portrettenfabriek’, geen portret bekend. 42
Rembrandt’s Social Network
Detail van de kaart van Amsterdam met de Jodenbreestraat, waar zowel Uylenburgh als Rembrandt woonden, 1647
e 1. Rembrandt
Portret van Jan Six, 1647 Ets. droge naald en burijn staat IV(4), 245 x 191 mm Amsterdam, Museum Het Rembrandthuis
EEN NETWERK IN LIJNEN: REMBRANDTS PORTRETETSEN Tussen 1635 en 1665 heeft Rembrandt portretetsen gemaakt van minstens zestien verschillende personen, nog afgezien van de geëtste portretten van zichzelf en zijn vrouw Saskia.1 Sommige portretetsen waren in opdracht vervaardigd, maar enkele zullen ook zijn gemaakt als teken van dankbaarheid of vriendschap. Opmerkelijk is dat bijna alle geportretteerden tot Rembrandts sociale netwerk behoorden, of reeds op andere wijze met hem te maken hadden gehad. Waar kwamen ze vandaan, de geportretteerden op Rembrandts etsen? Hoe kenden ze Rembrandt en wat zijn hun onderlinge verbanden? STEPHANIE S. DICKEY
PORTRETETS ALS BETALING Er is slechts één document bewaard gebleven waarin de opdracht van een geëtst portret wordt vermeld. Het is een notariële akte van 25 december 1655, waarin de voorwaarden zijn vastgelegd voor de betaling van een huis dat Rembrandt wilde kopen. Geconfronteerd met torenhoge schulden, was Rembrandt plannen aan het maken om zijn huis aan de Jodenbreestraat (nu Museum Het Rembrandthuis) te verruilen voor een meer betaalbaar onderkomen. Hij had een huis gevonden dat wat centraler lag, Handboogstraat 5. De koopsom van dit huis bedroeg 7000 gulden en zou worden verdeeld over een lening van 4000 gulden en kunstwerken ter waarde van 3000 gulden. Bij het opstellen van de notariële akte waren drie vrienden van Rembrandt aanwezig: de apotheker en kunstverzamelaar Abraham Francen, de
kunsthandelaar Lodewijk van Ludick, en de dichter Thomas Asselijn. In de taxatie worden schilderijen en prenten van Rembrandt zelf en schilderijen van genreschilder Adriaen Brouwer en landschapsschilder Jan Porcellis genoemd. Rembrandt zou bovendien een nieuwe opdracht aannemen. Hij moet voor een bedrag van 400 gulden een portret etsen van Otto van Cattenburgh, naar het leven, dat even goed zal zijn als zijn portret van Jan Six.2 De som van 400 gulden voor een koperplaat met het geëtste portret was uitzonderlijk: in hetzelfde document worden zes schilderijen van Brouwer en Porcellis op een totaal van 650 gulden getaxeerd. Hoewel de deal nooit is rondgekomen (Rembrandt verhuisde later naar de Rozengracht), biedt het een fascinerend kijkje in een sociaal netwerk waarin zaken, vriendschap en kunst elkaar overlappen.
Rembrandt’s Social Network
53
COLOFON Dit boek verschijnt ter gelegenheid van de
© 2019 WBOOKS Zwolle
tentoonstelling Rembrandt’s Social Network.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze
Familie, vrienden en relaties in Museum Het
uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen
Rembrandthuis, van 1 februari t/m 19 mei 2019.
in een geautomatiseerd gegevensbestand, of
Uitgave
in enige vorm of op enige wijze, hetzij
WBOOKS, Zwolle
elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,
info@wbooks.com
opnamen of op enige andere wijze, zonder
www.wbooks.com
voorafgaande schriftelijke toestemming van
i.s.m.
de uitgever.
openbaar gemaakt,
Museum Het Rembrandthuis info@rembrandthuis.nl
De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten
www.rembrandthuis.nl
met betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die
Redactie
desondanks menen zekere rechten te kunnen
Epco Runia,
doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever
David de Witt
wenden.
Tekst
Van werken van beeldende kunstenaars
Lloyd DeWitt
aangesloten bij een CISAC-organisatie is
Stephanie Dickey
het auteursrecht geregeld met Pictoright
Jasper Hillegers
te Amsterdam.
Volker Manuth
© c/o Pictoright Amsterdam 2019.
Judith Noorman Epco Runia
ISBN 978 94 625 8314 6 (Nederlands)
Leonore van Sloten (inclusief portret Huygens)
ISBN 978 94 625 8325 2 (Engels)
Maartje Veringa
NUR 646
Marieke de Winkel David de Witt (inclusief de overige portretten) Vertaling Engels – Nederlands Nathalie Maciesza Eindredactie Nathalie Maciesza Epco Runia Vormgeving Marinka Reuten, Amsterdam Fotografie Pagina 14-18 Kirsten van Santen
MUSEUM HET REMBRANDTHUIS
Als vriend blijkt Rembrandt een eigenzinnig persoon. Hij investeerde niet veel in een goede relatie met de elite, maar omringde zich liever met mensen die verstand hadden van kunst. Met hen had hij een goede band, net als met zijn gezinsleden. Hij portretteerde hen in opvallend informele schilderijen en prenten, kunstwerken die Rembrandts privéwereld heel dichtbij brengen. Voorzijde: Rembrandt Portret van Titus, ca. 1660 Olieverf op doek, 81,3 x 68,7 cm Baltimore, The Baltimore Museum of Art (The Mary Frick Jacobs Collection)
WWW.WBOOKS.COM
WWW.REMBRANDTHUIS.NL
FAMILIE, VRIENDEN EN RELATIES
Rembrandt lijkt een kunstenaar die zich maar weinig van anderen aantrok. Toch had hij familie, vrienden en relaties die hem hielpen, die zijn kunstwerken kochten, die hem geld leenden, die hem artistiek uitdaagden en inspireerden. Zonder zijn sociale netwerk was Rembrandt nooit zo’n groot kunstenaar geworden. Dit boek brengt dat netwerk in kaart: Rembrandts jeugdvrienden, familieleden (de ‘bloedvrienden’), de bevriende kunstenaars, de kunstkenners en zijn vrienden in nood.
REMBRANDT’S SOCIAL NETWORK
Rembrandt Portret van Abraham Francen, ca. 1657 Ets, droge naald en burijn staat II(12), 159 x 210 mm Amsterdam, Amsterdam Museum
REMBRANDT’S SOCIAL NETWORK FAMILIE, VRIENDEN EN RELATIES
MUSEUM HET REMBRANDTHUIS