




![]()










Opgedragen aan mijn opa Jan Voerman jr. (1890-1976)

De eerste plaatjesalbums van de firma
Verkade uit Zaandam (1906-1913) 12
Het ontstaan van de Verkadefabrieken in Zaandam 12
Het idee achter de Verkadealbums 15 De natuur krijgt de hoofdrol
Jan Voerman jr. een verlegen kunstenaarszoon 16
vier seizoenen
Wat resteert van het Nederland uit de reisalbums? 72
Veranderend ruimtegebruik na de Tweede Wereldoorlog 74
Hoe is de huidige situatie op de plekken die Jan Voerman jr. vastlegde? 75
Veranderingen na de afsluiting van de Zuiderzee 75
Veranderingen in het stroomdal van de Vecht 77
Veranderingen in het IJssellandschap tussen Deventer en Kampen 80
Wat er is sinds het Verkadealbum veranderd in Friesland? 84
De verandering van het veenlandschap 85
De meest zichtbare verandering: natuurgebied ‘De Beer’ 85
De keerzijde van ‘het gedroomde Nederland’ 87
Naschrift
Het ‘veranderende landschap’ onderweg naar mijn opa 88
Verantwoording en dankwoord 89
Nawoord
De toekomst van het verleden 90
Lijst van alle Verkadealbums 93

Van alle door de firma Verkade in omloop gebrachte plaatjesalbums zijn die van Jacobus Pieter Thijsse (1865-1945) het meest bekend. Zeker, de plaatjesalbums van de hand van A.F.J. Portielje, A.J. van Laren en H.E. Kuylman vonden in hun tijd gretig aftrek, maar de albums van Thijsse zijn ook nu nog populair. Dat het werk van Thijsse zo aantrekkelijk is, komt vooral door zijn persoonlijke en ontspannen schrijfstijl, zijn teksten lijken betrekkelijk tijdloos. Opmerkelijk is ook dat van vrijwel alle plaatjesalbums van Thijsse een facsimile is verschenen.
Nadat de firma Verkade van 1903 tot 1905 drie plaatjesalbums zonder tekst, de zogenoemde Sprookjesalbums, had uitgebracht, kwamen de Verkades op het idee een plaatjesalbum met tekst te gaan maken. Omdat het album als onderwerp de natuur zou krijgen, besloten zij Jac. P. Thijsse te vragen. De onderwijzer en natuurkenner Thijsse genoot in die tijd al veel bekendheid door de boekjes die hij samen met Eli Heimans had geschreven, door zijn natuurfeuilletons in het Algemeen Handelsblad en door zijn boek Het Vogeljaar. Aandacht had hij vooral getrokken door zijn actie tot behoud van het Naardermeer en zijn aandeel in de oprichting van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. De naam van Thijsse zoemde dus overal rond. Begin 1905 vroegen de Verkades hem de tekst te schrijven voor een plaatjesalbum. Thijsse stemde vrijwel direct toe, omdat hij begreep dat dit een kans was een groot publiek in aanraking te brengen met de natuur. Zo gebeurde dat het album Lente al in het voorjaar van 1906 over de toonbank ging.
In totaal schreef Jac. P. Thijsse de tekst voor twintig Verkadealbums. Daarvan verschenen er twee, namelijk Vogelzang (1965) en Eik en Beuk (1995), postuum. Over het leven en werk van Thijsse is veel geschreven. Over de illustratoren is veel minder bekend. Dat er nu een boek ligt over Jan Voerman jr. is de grote verdienste van diens kleinzoon, Peter Voerman. Zijn boek Mijn gedroomde Nederland, gaat over het leven en werk van Jan Voerman jr., met nadruk op de bijdragen van zijn grootvader voor de reisalbums van Verkade.
Van alle illustratoren die een bijdrage leverden aan de Verkadealbums, namelijk: W. Wenckebach, J. van Oort, J. Voerman jr, E. Koning, Jac. J. Koeman, C. Rol, H. Rol en S. van Beek, is Jan Voerman jr. de enige die aan vrijwel alle plaatjesalbums meewerkte. Een onderbreking in zijn werk is het album Blonde Duinen. Nadat Jan Voerman jr. ervaring had opgedaan bij het maken van illustraties voor de vier jaargetijdenalbums, Lente, Zomer, Herfst en Winter, nam hij geen deel aan Blonde Duinen om zich te kunnen richten op de opmaak van De Bonte Wei. Voor dit album, dat in september 1911 verscheen, verzorgde hij vrijwel alle aquarellen en verder ook de pentekeningen bij de tekst van Thijsse over de bloemrijke hooilanden en zijn zoektocht naar de spriet (kwartelkoning).
Met De Bonte Wei, mijn lievelingsalbum, leverde Jan Voerman jr. zijn meesterproef.
Meer over het leven en werk van deze kunstenaar leest u verderop in dit boek.
Marga Coesèl
Bioloog en auteur van verschillende boeken over Jac. P. Thijsse en de Verkadealbums
De plaatjesalbums van de firma Verkade zijn vanaf het de eerste uitgave van het album Lente in 1906 een succes.
Het is een simpel maar effectief idee: plaatjes sparen die gratis bij de producten van Verkade worden verpakt, en ze verzamelen in een album. Bijna ieder jaar verschijnt er een nieuw album met prachtige verhalen van Jac. P. Thijsse. Generaties Nederlanders ontdekken via de plaatjes de schoonheid van de natuur en het landschap.
De Verkadeplaatjes zijn meer dan alleen afbeeldingen; ze zijn een stukje cultuurhistorie dat bij vele generaties herinneringen oproept en een glimlach op het gezicht tovert van degenen die ermee zijn opgegroeid.


Jan maakt op de akademie deel uit van een hecht groepje medeleerlingen, ondanks dat hij zo’n zeven jaar ouder is. Ze praten veel over kunst en vooral over Van Gogh. Ze krijgen er les van de directeur, Antoon Derkinderen. Jan neemt zijn hele lesgroep in de zomer mee naar Hattem, waar ze het werk van Voerman sr. bewonderen.
Voor het album Langs de Zuiderzee mag hij 24 illustraties maken daarvoor reist hij naar de kust van Friesland en naar Overijssel. Hij bezoekt Tacozijl, Lemmer, Blokzijl, Kuinre. In Kampen, de stad waar zijn vader in het gezin van een stadsboer was geboren, maakt hij maar liefst zes tekeningen. Het zijn allemaal plaatsen die niet lang meer ‘aan zee’ zouden liggen. Van de Sondeler Leyen maakte hij een prachtige aquarel van koeien tegen een naderende onweerslucht. Het soort landschap dat hij goed kent van de IJssel. In Lemmer maakt Jan jr. ook schetsen en een voorstudie in waterverf van vrouwen in klederdracht. Het zijn zijn eerste portretten. De tekeningen worden echter niet gebruikt in het album. Ook een schets van het schiereilandje Kraggenburg wordt niet omgezet in een aquarel voor het album.
De Vecht
Voor een volgend album heeft Verkade de provincie Zeeland op het oog. Maar Zeeland is een grensprovincie. Vlakbij, in België, wordt aan het front een bloedige oorlog uitgevochten. Vanuit strategische overwegingen is het streng verboden om in Zeeland te fotograferen of te tekenen. Dat kan de Nederlandse neutraliteit in gevaar brengen.
De keuze valt daarom op de Vecht, wat opnieuw prachtige illustraties van de schilders oplevert. Thijsse en Voerman jr. maken, los van elkaar, een tocht langs de rivier. Ze beginnen aan de bovenloop in Utrecht en reizen vandaar stroomafwaarts naar Loenen, Nigtevecht en Weesp, tot aan Muiden waar de Vecht in de Zuiderzee uitmondde. Er zijn uitstapjes naar zijriviertjes als het Gein en de Angstel bij Abcoude.
Jan had een opdracht voor 48 plaatjes, tweemaal zoveel als voor het album Langs de Zuiderzee. In zijn schetsboekjes is te zien dat hij op een goede dag wel op zes locaties schetsen maakt:
2 augustus (1914) in de morgen twee keer Weesp (straatje en het Smal) en Gaasp. Dan in de middag: Swaanswijk Theunissen Stichting, Plantsoen. Hollandse kade, Jagershutje.3
Vanaf het album De Vecht maakt Jan jr. naast schetsen ook regelmatig voorstudies met olieverf voordat hij gaat aquarelleren. Voorbeelden daarvan zijn Gezicht op Nigtevecht, Molen in Nederhorst den Berg en Polderhuis. In olieverf kan hij eenvoudiger de compositie en de kleurstelling beoordelen en bijstellen. De lessen van de Akademie in Amsterdam komen nu goed van pas. Vlak voor Weesp maakt Jan Voerman jr. in al zijn onschuld een illustratie van het pal aan de Vecht gelegen fort Uitermeer, dat door Thijsse werd beschreven als een ‘groot wit kasteel.’ Wat Jan niet weet, is dat het fort tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt beschouwd als militair object. Het wordt bewaakt door het leger, maar niet zo goed dat Jan jr. er niet ongemerkt een tekening kan maken. Het fort is belangrijk voor het album, omdat in de wallen oeverzwaluwen nestelen en in de nabije omgeving de zeldzame zomerklokjes groeien. Naderhand krijgt de familie Verkade grote problemen met deze illustratie. De verantwoordelijke commandant vindt dat de afbeelding onder geen beding mag worden verspreid. De familie moet alle overtuigingskracht aanwenden om het album toch in de handel te krijgen, wat uiteindelijk is gelukt. Er zijn dan al duizenden plaatjes van het fort in omloop.
Thijsse loopt tegen dezelfde problemen aan. Wanneer hij, met zijn vrouw, langs de Vecht trekt om inspiratie op te doen voor zijn teksten, wordt hij in de buurt van Maarssen aangehouden. Hij zit op zijn gemak een schets te maken van een standerdmolen als opeens een drietal militairen op hem afkomt. Thijsse schreef daarover:
(…) staat daar een forsche luitenant van de infanterie met twee mannetjes en die zegt: ‘Heer met slappen hoed, dame in ’t groen met grijze boa, wilt u zoo goed zijn, hier even binnen te komen’ (…)4
In het wachtlokaal wordt het echtpaar door de dienstdoende kapitein indringend ondervraagd









80 Omslag van het album De Vecht, 1915.
81a
Een proef in waterverf voor Molen aan de Rheeder vaart, 1914.
81b
Molen aan de Rheedervaart, 1914.
82
In zijn schetsboekjes hield Jan Voerman jr. nauwkeurig bij op welke dagen en tijdstippen hij de illustraties maakte.
83a
Schets voor Nederhorst den Berg, 1914.
83b
Nederhorst den Berg, proef aquarel, 1914.
83c
Het Bergse Pad was vroeger een kerkpad van Ankeveen naar Nederhorst den Berg. Halverwege, bij de Googh, was er een voetveer die de wandelaar een stukje over de vaart kon zetten. Thans wordt het pad onderbroken door het bredere water van de Spiegelpolder plas. De Poldermolen op het plaatje ligt nu aan de kant van Nederhorst den Berg.
84a
Herberg De Vink bestaat niet meer, maar rond 1900 is het een populaire plek onder kunstenaars, zoals Piet Mondriaan en zijn vriend Simon Maris. Nescio onderbreekt er zijn wandelingen langs de Gein voor koffie en Jacob Olie maakt er vele foto’s. In 1961 brandde De Vink af, nadat het al een poosje leeg had gestaan.
84b
Schets voor het plaatje Herberg de Vink, 1914
In 1920 reist Jan jr. met zijn zus Edu voor een korte vakantie met de trein naar Vers l’Eglise in Zwitserland. Edu’s vriendin Hetty Mansholt gaat ook mee. Ze werken beiden als lerares in het montessorionderwijs. Langzaam ontstaat er een grote genegenheid tussen Jan en Hetty en na een lange verloving trouwen ze in 1923. Omdat een deel van zijn vaste inkomsten van Verkade wegvalt, begint Jan jr. in 1923 ook met het maken van natuurkalenders. Hij maakt daartoe lithografieën op zijn eigen steendrukpers. Tot 1960 verschijnt bijna ieder jaar een kalender, eerst in zwart-wit en vanaf 1932 in kleur.
Hoe ging het verder met de Verkadealbums In 1925 wordt op initiatief van schilder Jacobus J. Koeman (1889-1978) toch weer een nieuw Verkadealbum uitgebracht, Mijn aquarium, waaraan Jan jr. ook weer zijn medewerking verleent. De tekst is geschreven door Artisdirecteur A.F.J. (Frits) Portielje (1886-1965). Koeman is door de directeuren van Verkade niet alleen gevraagd als schilder van de illustraties, maar ook om de coördinatie van de albums op zich te nemen. Vanaf het begin verliep de samenwerking tussen Koeman en Wenckebach moeizaam. Het resulteert uiteindelijk, tot verdriet van Jan, in het vertrek van Wenckebach in 1927.
Er verschijnen daarna meerdere delen over dieren in Artis, want het eerste album is een succes. In de kinderboerderij van Artis wordt zelfs een Verkadehuisje geopend, waar Verkadeproducten, met plaatjes, te koop zijn. Ook kunnen er plaatjes worden geruild.
Thijsse mag de teksten maken voor de albums: De bloemen in onze tuin (1926), Texel (1927), Paddenstoelen (1929) en De bloemen en haar vrienden (1934). Tuinliefhebbers Thijsse en Jan jr. zijn erg op dreef bij het schrijven over en het schilderen van de bloemen en insecten in de tuin. Op een foto, die altijd op Jans atelier heeft gestaan, zien we Thijsse intens kijken naar een koningskaars in de tuin van Jan en Hetty. Deze intense manier van kijken naar de natuur hebben Jan Voerman jr. en Thijsse gemeen. Vanaf het album Bloemen in onze tuin komt Cornelis Rol (1877-1963) het schildersteam versterken. Hij wordt daarbij geholpen door zijn
zoon Henricus (1906-1992) die later ook onder zijn eigen naam mee gaat doen.
Toch is Jan Voerman blij dat hij voor het album Texel weer op reis kan. Thijsse heeft het idee voor dat album aangedragen, omdat hij het eiland in de tijd dat hij er onderwijzer was goed heeft leren kennen. De publicatie van het album is op Texel goed te merken. Het aantal bezoekers, op het tot dan toe vrij onbekende eiland, stijgt al snel. Lezers vinden dat Jan jr. het bijzondere licht van Texel erg goed heeft gevangen.
Het album Paddenstoelen (1929) is voor de schilders een lastige klus. Paddenstoelen zijn immers maar enkele weken per jaar goed te zien. Jan Voerman jr. heeft het geluk dat hij in zijn jeugd al vele tekeningen van paddenstoelen heeft gemaakt. Die kan hij nu goed gebruiken. “Ik vind dit album één van de mooiste in de serie”, schrijft Jan jr. in een brief aan Verkade, “vooral het werk van Rol is buitengewoon goed, niet in het minst zijn zwarte tekeningen.” Ook schrijft Jan dat hij het goed idee vindt dat Verkade gaat helpen met het zorgen voor goed natuurlijk voorbeeldmateriaal zodat de schilders precies kunnen zien wat ze moeten schilderen: “Het is soms moeilijk om goede voorbeelden voor de plaatjes te vinden. Dit bespaart ons een hoop gezoek en kunnen we sneller werken.”1
De aquarellen voor het album De bloemen en haar vrienden (1934), gemaakt door Jan jr. en vader en zoon Rol, zien er kleurrijk en levensecht uit. Hoe belangrijk de rol van Jan Voerman jr. is blijkt wel als in die jaren een aantal van zijn illustraties op grote platen wordt uitgebracht. In het boek Natuurlijk Verkade schrijft Marga Coesèl hierover:
Om kosten te besparen was dat jaar besloten het aantal grote platen terug te brengen van achttien (bij cactussen) tot drie. Ze waren bovendien gedrukt op dunner papier en reeds in het boek geplakt, zodat geen kleine plaatjes tegen grote hoefden te worden geruild. De grote platen vielen zeer in de smaak bij het publiek, vooral de door Voerman Jr. geschilderde plaat met asters en vlinders uit het album De bloemen en haar vrienden. Deze plaat werd ook afzonderlijk verspreid en door veel consumenten als







137 Een pagina uit de lithokalender van 1933, Jan Voerman jr., drukte ze zelf in zijn atelier.
138a - b Een serie plaatjes uit de grafische kalenders.
139
Verlovingsfoto van Jan Voerman jr. en Hetty Mansholt, 1921.
140
Verkadeplaatje op een kalender.
141
Correspondentie vanuit Verkade met Jan Voerman jr. over plaatjes in het album Onze Groote Rivieren uit 1936.
142 Antwoord van Jan Voerman jr. aan Verkade over plaatjes uit het album Onze Groote Rivieren uit 1936.
172
Deel van een interview uit 1960, gepubliceerd bij Jan jr.’s zeventigste verjaardag.
173
Poster gemaakt door Jan Voerman jr. voor een tentoonstelling van zijn werk in Hamdorff te Laren, 1960.
174
Henk van Ulsen en Jan Voerman jr. tijdens de heruitgave van de vier jaargetijdenalbums van Verkade in 1975. Foto uit het boekje dat Henk van Ulsen liet drukken bij de heruitgave. Uitgever Zomer en Keuning 1975. Fotograaf onbekend.
175 Appeltjes, 1953, olieverf op doek.
176 Jan Voerman jr. in zijn atelier, 1969.
177
In zijn laatste jaren schilderde Jan Voerman jr. nog deze witte druiven.
178
Artikel uit de NRC over de heruitgave van de Verkadalbums.
179
Artikel uit het Nederlands Dagblad van 28 oktober 1972 over een tentoonstelling van de Verkadeplaatjes in Arnhem. het album Texel uit 1927.








In de kunstgeschiedenis is Voerman overigens niet zozeer ondergewaardeerd, maar eerder over het hoofd gezien. In de meeste overzichtsboeken over Nederlandse schilderkunst uit de 20ste eeuw wordt hij wel vermeld, en dan vaak met enkele waarderende woorden. Maar daar blijft het meestal bij; uitvoeriger teksten over hem zijn schaars. Alleen in publicaties over grafische kunst wordt er vaak wat uitgebreider aandacht aan hem besteed; het lijkt er op dat met name zijn litho’s in de kringen van grafiekliefhebbers hoog worden aangeslagen en definitief een plek in de ‘canon’ van de Nederlandse prentkunst hebben gekregen. Toch heeft hij pas in 2001 met het boek van Rita van der Horst voor het eerst een goed gedocumenteerde monografie gekregen, waarin alle aspecten van zijn oeuvre aan bod komen. Desondanks hebben kunstliefhebbers en verzamelaars, en dan vooral diegenen onder hen die zich er niet om bekommerden of een kunstenaar al of niet vernieuwend was, zijn werk altijd al op waarde weten te schatten. Hij heeft altijd goed verkocht en ook tegenwoordig brengt zijn werk op veilingen steeds flinke prijzen op. Bovendien past het heel goed in de hernieuwde belangstelling voor realisme die sinds het eind van de vorige eeuw gestaag is gegroeid, ook onder kunsthistorici. Realisme is weer helemaal terug; recente tentoonstellingen in Museum More in Gorssel en het Drents Museum in Assen laten zien dat veel jongere kunstenaars zich weer baseren op de werkelijkheid, die voor hen, net als voor Voerman, een onuitputtelijk bron is en blijft.24
Een andere blik op het werk van Voerman jr. is te lezen in een verhaal uit de NRC van 5 juni 1976, waar schrijver Bas Roodnat de schilder plaatst in een rij met illustratoren uit zijn tijd. Hij spreekt van “ambachtslieden die hard moeten werken voor hun opdrachtgevers om brood op de plank te krijgen.” “Maar”, schrijft Roodnat, “soms kruipt het bloed van de kunstenaar weleens, waar het niet gaan kon en maakten ze prachtig vrij werk.”25 Het artikel gaat over Cornelis Jetzes (1873-1955), die vooral bekend werd door de tekeningen in het boek Ot en Sien en op het leesplankje en Johan Herman Isings (1884-1977), die vele aquarellen voor schoolplaten maakte:
Zeer zorgvuldig, nauwgezet en levensecht. Zo werkte Isings, zo werkte zeer waarschijnlijk ook Jetses, die immers tot dezelfde school behoren. En met deze fotografische exactheid werkten ook andere mannen in hun tijd, bijvoorbeeld de mensen, die de illustraties van de Verkade albums maakten: Jan Voerman jr., H. en C. Rol e.a. Vandaag nog is het mogelijk tot op de meter nauwkeurig de plek terug te vinden waar één van hen bijvoorbeeld een gezicht op de Waal schilderde. Hun produkten waren dus fotografisch nauwkeurig, maar hadden toch duidelijk een andere diepgang dan die van een foto. Kort geleden exposeerde de overigens ook al hoogbejaarde Jan Voerman jr. een deel van zijn werk in zijn geboorteplaats Hattem. Daar hingen ze dan: tientallen aquarellen van bloemen, planten, vogels, zoals we die uit boeken en albums kennen. In Hattem hingen, behalve de originelen van honderden illustraties, ook stillevens en landschappen, die wellicht tot Voermans ‘vrije werk’ behoorden: dezelfde ambachtelijke perfectie van de platen, maar dan toegepast in een ontroerende ongebondenheid wat formaat en compositie betreft. Ongetwijfeld belangrijk werk.26
Rachelle van den Broek, kunsthistoricus en curator van het Steendruk Museum te Valkenswaard, schetst in een lezing het belang van lithografie en reclamewerk, zoals de Verkadeplaatjes, gemaakt door kunstenaars als Jan Voerman jr. Ze noemt het waardevol dat een groot publiek zo kan kennismaken met kunst:
De lithografie heeft een cruciale rol gespeeld in de democratisering van kunst. Hierdoor raakten prenten en reproducties van kunstwerken wijdverspreid en betaalbaar. Bovendien zorgde de verspreiding van gebruiksgrafiek, zoals affiches, theaterprogramma’s, menukaarten, visitekaartjes, verpakkingen, poëzie- en verzamelplaatjes enzovoorts, vaak ontworpen door kunstenaars, er ook voor dat een veel groter publiek in aanraking kwam met kunst.27
Op het eerste gezicht wekken de Verkadealbums met de prachtige aquarellen van Jan Voerman jr. bij velen een nostalgisch en romantisch gevoel op. We wanen ons hiermee voor even in ver vervlogen tijden toen het Nederlandse landschap nog niet ten prooi was gevallen aan grootschalige moderniseringsprocessen. Hoe puur was toen nog de wereld, hoe rijk gevarieerd de invloed van de mens, en in elk deel van Nederland weer geheel anders. En hoe ongelofelijk rijk aan planten- en diersoorten waren onze landschappen toen nog. Of het nu gaat om de bloemrijke hooilanden in de IJsseldelta, de weidevogels in het veenweidegebied, de stroomdalflora op de kronkelende rivierdijken of de oevervegetaties van de toen nog zoute Zuiderzee: alles straalt een enorme natuurlijke rijkdom uit, veroorzaakt door een nog nauwelijks verstoorde balans tussen aarde, mens en natuur. Vrijwel nooit was de biodiversiteit in ons land zo groot. Hetzelfde gold voor de enorme cultuurhistorische diversiteit van historische gebouwen, steden en cultuurlandschappen. Elke blik in de albums laat ons opnieuw delen in deze rijkdom. Nieuwe ontwikkelingen vonden namelijk eeuwenlang plaats binnen het raamwerk van het oude en gingen nog niet of nauwelijks ten koste daarvan. Het is soms fijn om met de albums op schoot kortstondig te zwelgen in nostalgie. Maar toch is zo’n gevoel ook in hoge mate misleidend, zoals Peter Voerman eerder in dit boek al terecht schreef. Nostalgie is herinnering waaruit de pijn is verdwenen. En die pijn was er destijds natuurlijk wel degelijk in een tijd van slechte leefomstandigheden en nauwelijks aanwezige medische zorg voor velen. En denk ook aan het
onnoemelijk zware werk dat boeren en arbeiders dagelijks moesten doen om te kunnen overleven in de landschappen van de Verkadealbums. De zon scheen heel vaak ook niet, ook al lijkt dit op veel albumplaatjes vaak wel het geval te zijn geweest.
Maar ook over een ander aspect van de albums bestaat vaak een verwrongen beeld. Te vaak wordt namelijk gedacht dat de landschappen die door Jac. P. Thijsse in de reisalbums worden bezongen en door vader en zoon Voerman zo luisterrijk van beeld werden voorzien inmiddels overal in Nederland zijn verdwenen. Dat is een misvatting. Wie dagelijks van zijn/haar doorzonwijk via snelweg of spoorlijn naar een kantoorgebouw of bedrijventerrein in de stad rijdt zou dit wellicht kunnen denken, maar wie even achter deze twintigste-eeuwse façades kijkt weet wel beter. In vrijwel alle delen van Nederland komen we weg van de snelweg nog verrassend gave landschappen tegen, teveel om op te noemen zelfs: de veenweidegebieden langs de Meije, in de Krimpenerwaard of het Lage Midden van Friesland, de coulisselandschappen in Twente en de Achterhoek, de leembossen in de Dommelvallei in Brabant, de petgaten en plassen langs de Utrechtse Vecht en in de Kop van Overijssel, de weidse kleipolders van West-Brabant, Noord-Friesland en Noordoost-Groningen, het esdorpenlandschap in het Drentsche Aa-gebied, de heuvels van Gaasterland, de stuwwallen van Salland, Twente en de Achterhoek, het Zuid-Limburgse heuvelland met zijn graften, hellingbossen en kalkgraslanden, de jonge duinen van Meijendel, Kennemerland, Schoorl en Texel, de strandwallen
van Voorschoten, Heiloo-Limmen en Akersloot, de stuk voor stuk schitterende Waddeneilanden, de oude malebossen van de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug, de rivierterrassen en Maasduinen in Midden-Limburg, de schitterende riviervallei van de IJssel, de strakke geometrie van Wieringermeer en Noordoostpolder, de onterecht verguisde oude en jonge veenkoloniën van Groningen en Drenthe, de Brabantse Wal met zijn hooggelegen zanddorpen, de Zeeuwse nieuwlandpolders met hun planmatige dorpen en strakke verkaveling, de wondermooie kleine riviersteden langs Maas, Rijn en IJssel die nog overal de sfeer van de negentiende eeuw ademen, de meer dan duizend molens in ons land, en ook de talloze historische dijken, sluizen en gemalen en watergangen die tezamen het verhaal vertellen van onze eeuwenoude omgang met het water, de sleuteldorpen van het Flakkeese type, de langgevelboerderijen van de Brabantse Kempen, de T-huizen in de Betuwe en de stoere Oldambtster boerderijen, de Friese meren met hun silhouetten van boerderijen en kerktorens aan de overkant, de diep doorgroefde heidevelden op de Posbank, het unieke park van De Hoge Veluwe van het echtpaar KröllerMüller, de voorname buitenplaatsen uit de Gouden Eeuw langs de Utrechtse Vecht, stoere middeleeuwse kastelen als Loevestein, het Muiderslot, Rechteren of Medemblik, het Bossche Broek en het schitterende middeleeuwse stadssilhouet van de Brabantse hoofdstad, de Weerribben en Wieden met hun rietlanden en turfputten, de bronbossen van Noordoost-Twente en Middachten, de middeleeuwse hoevenlandschappen van de Gelders-Utrechtse Vallei met hun kronkelende wegen en talrijke houtwallen, de rivierduinen langs de Overijsselse Vecht met hun fossiele meanders en anjerflora, de weidsheid van het Eemland en de polder Nijkerk-Arkemheen met hun opvliegende grutto’s, kieviten en tureluurs, het voormalige eiland Wieringen dat trots uittorent boven de nieuwe polder van de Wieringermeer, het esgehuchtenlandschap langs de Ruiten Aa aan de uiterste oostrand van Groningen, de grote droogmakerijen van de Gouden Eeuw zoals de Beemster, Purmer, Schermer en Wormer, de
landhuizen, bossen en pachtboerderijen van de landgoederen rond Heino en Diepenheim, het dal van de Hierdense Beek op de Noord-Veluwe en de talrijke sprengenbeken op de oostrand van het Veluwemassief, de scholtegoederen, beekdalbossen en watermolens rond Winterswijk, de stuwwallen van Lochem en Markelo en de broekgebieden daaromheen, het magistrale uitzicht vanaf de Archemerberg, de elzensingels in de Noordelijke Friese Wouden en het Groninger Westerkwartier, de Koloniën van Weldadigheid in de grensstreek van Friesland en Drenthe, de gorzen en grienden van de Biesbosch, de heggen en moerneringsputten in de poelen van ZuidBeveland, Voornes Duin, de Eijerlandse Polder op Texel, de kronkelende sloten en het poffertjesland van Middag-Humsterland, de boerderijenlinten in de Stellingwerven en de dalen van Tjonger en Linde, het haventje van Noordpolderzijl, de Gelderse Toren langs de IJssel, de inderdaad heel kleine Luttenberg in het noordoosten van Salland, de prachtige buitenplaatsen van Kennemerland, de zeventiende-en achttiende-eeuwse zanderijen rond Naarden, ‘s-Graveland en in de duinstreek, het twaalfde-eeuwse slagenlandschap en de dertiende-eeuwse kasteeltorens langs de Langbroeker wetering, het voormalige Zwartewatersklooster in de Kop van Overijssel en de nabijgelegen veertiende-eeuwse Polder Mastenbroek, het twintigste-eeuwse vroege ruilverkavelingslandschap van De Scheeken, de zandverstuivingen van Kootwijk, Drunen en het Lutterzand, het klei-op-veengebied van het Nijbroek in de IJsselvallei, de hoogoprijzende stuwwal van de Grebbeberg met zijn magistrale vroegmiddeleeuwse walburg, de schurvelingen op de Kop van Goeree en de terpen en wierden in het noordelijke kleigebied: om maar een paar voorbeelden te noemen. Nederland is nog altijd ongelofelijk rijk aan historische cultuurlandschappen van topkwaliteit. Wel moeten we daarbij aantekenen dat landschapswaarden niet hetzelfde zijn als natuurwaarden. Waar landschappelijke patronen en elementen in ons land vaak verrassend goed de tand des tijds hebben doorstaan, zijn veel plant- en diersoorten in diezelfde landschappen
de afgelopen decennia schrikbarend achteruit gegaan. En ook de kwaliteit van bodem en water laat nog heel veel te wensen over, hoe mooi en gaaf het landschap daar ook is. Er is dus vooralsnog slechts plaats voor een gereserveerd optimisme: pas wanneer ook de natuur, het water en de bodem hersteld zijn, kunnen we echt van een revival van de tijd van Thijsse en Voerman spreken.
Uit dit alles wordt duidelijk dat er nog een wereld te winnen is. Overheden, maatschappelijke organisaties, boeren en burgers dienen de komende jaren heel zuinig om te gaan met de landschappelijke schatten die ons land nog altijd bezit en bovendien ook veel meer werk te gaan maken van het herstel van waterkwaliteit en biodiversiteit. En dat geldt zeker in een tijd waarin klimaatverandering, woningnood, demografische transitie, de stikstofproblematiek en de energietransitie onze volle aandacht vragen. De landschappen van Voerman en Thijsse zijn daarbij wat mij betreft niet zozeer een bron van nostalgie of spijt over de teloorgang van onze natuur, maar vooral een grote inspiratiebron om binnen enkele decennia de verloren gegane balans tussen aarde, mens en natuur te gaan
hervinden. Met een meer natuurinclusieve landbouw, een zorgvuldig ingepast woningbouw en energiebeleid, een klimaatadaptatief watersysteem en een ruimtelijke ordeningssysteem dat verbinding en verweving van functies centraal stelt, kunnen we binnen twintig of dertig jaar talrijke landschappen uit de Verkadealbums echt terugkrijgen. Niet als museumlandschap of natuurreservaat, maar als levende en veranderende landschappen waar plek is voor nieuwe functies, maar waarin ook natuur en erfgoed worden gekoesterd. Alleen dan houden we een leefbaar landschap over voor onze kinderen en kleinkinderen. Het verleden heeft zo bezien dus veel toekomst. En de albums van Verkade en de wondermooie afbeeldingen van Voerman daarin vormen daarvoor de blauwdruk.
Theo Spek hoogleraar Landschapsgeschiedenis en hoofd Kenniscentrum Landschap, Rijksuniversiteit Groningen

1903 Plaatjesalbum met sprookjes en verhalen nr. 1
1904 Plaatjesalbum met sprookjes en verhalen nr. 2
1905 Plaatjesalbum met sprookjes en verhalen nr. 3
1906 Lente, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1975
1907 Zomer, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1975
1908 Herfst, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1975
1909 Winter, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1975
1910 Blonde Duinen, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1976
1911 De Bonte Wei, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1976
1912 Het Naardermeer, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1980
1913 Bosch en Heide, Jac. P. Thijsse 1e her nieuwe druk 1983
1914 Langs de Zuiderzee, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1984
1915 De Vecht, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1996
1916 De IJsel, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1997
1918 Friesland, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1979
1925 Mijn Aquarium, A.F.J. Portielje
1926 De Bloemen in onzen Tuin, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 2000
1927 Texel, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1988
1928 Kamerplanten, A.J. van Laren
1929 Paddenstoelen, Jac. P. Thijsse
1930 Zeewateraquarium en terrarium, A.F.J. Portielje
1931 Cactussen, A.J. van Laren
1932 Vetplanten, A.J. van Laren
1934 De Bloemen en haar Vrienden, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1984
1935 Hans de Torenkraai, H.E. Kuylman
1936 De Boerderij, H.E. Kuylman 1e nieuwe herdruk 2002
1937 Waar Wij Wonen, Jac. P. Thijsse
1938 Onze Groote Rivieren, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1998
1939 Dierenleven in Artis, A.F.J. Portielje 1e nieuwe herdruk 2002
1940 Apen en Hoefdieren in Artis, A.F.J. Portielje
1965 Vogelzang, Jac. P. Thijsse 1e nieuwe herdruk 1975
1988 Vogels in Artis, A.F.J. Portielje
1995 Eik en Beuk, Jac. P. Thijsse en anderen
Voor een gedetailleerd overzicht van alle uitgaven van Verkadealbums: www.plaatjesalbums.nl


Deze uitgave verschijnt ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling, van 8 mei 2026 tot en met 4 oktober 2026 in het Voerman Stadsmuseum te Hattem.
uitgave wbooks, Zwolle info@wbooks.com wbooks.com
tekst
Peter Voerman
Marga Coesèl
Theo Spek
ontwerp
Erlend Schenk | burographic
© 2026 wbooks Zwolle / de auteur Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Van werken van beeldende kunstenaars aangesloten bij een cisac-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam.
© c/o Pictoright Amsterdam 2026.
isbn 978 94 625 8755 7 nur 646, 693



De plaatjesalbums van Verkade uit de vorige eeuw: generaties groeiden ermee op, plakten de plaatjes zorgvuldig in en raakten betoverd door de kleurrijke beelden uit de natuur en de verhalen erachter. Wat ooit begon als een reclamecampagne, groeide uit tot één van de meest geliefde culturele verschijnselen van Nederland. In totaal verschenen er dertig albums, met een gezamenlijke oplage van maar liefst drie miljoen exemplaren. Kunstschilder Jan Voerman jr. werkte aan bijna alle albums mee en maakte meer dan duizend plaatjes.
Peter Voerman, kleinzoon van de schilder, beschrijft met behulp van persoonlijke herinneringen van Voermans echtgenote Hetty Voerman-Mansholt hoe dit bijzondere erfgoed tot stand kwam.
Originele tekeningen, voorstudies en foto’s uit het familiearchief in combinatie met de originele plaatjes uit het Zaans Museum reconstrueren het landschap dat Voerman zo inspireerde en waar hij uren in doorbracht op zijn reizen voor de Verkadeplaatjes.
Actuele foto’s van dezelfde plekken –ruim 110 jaar later – maken duidelijk hoe ons landschap is veranderd, en soms juist hetzelfde is gebleven. Zo ontstaat een reis door de tijd: van het dromerige Nederland van Voerman en Jac. P. Thijsse naar het land dat wij vandaag kennen.


