Skip to main content

Landadel_in_Gelderland_LR_bladerpdf

Page 1


Landadel in Gelderland

verhalen van bewoners over hun leven en over verduurzaming van hun landgoed

Inhoud

7 Voorwoord

9 Inleiding

13 Kasteel en landgoed Middachten / Franz W.F.L. Graf zu Ortenburg en rentmeester Age T. Fennema

25 Heerlijkheid Nederhemert / Diederick L., Jeroen J. en Maurits H.M. baronnen van Wassenaer

35 Landgoed Verwolde / Sophia J. barones van der Borch van Verwolde

43 Landgoed De Wiersse / Mary Gatacre

53 Huis en landgoed ’t Medler / Dorine barones van Dorth tot Medler, Herman Froger en rentmeester Eelco Schurer

63 Landgoed De Grote Noordijk / Jkvr. Hester W. Taverne-Strick van Linschoten

73 Landgoed Heerlijkheid Mariënwaerdt / Bernard F. baron van Verschuer

83 Huis Landfort / René W. Chr. Dessing

93 Landgoed Vosbergen / Geertruid A. Kamerlingh Onnes barones van Dedem, Gijsbert W.K. baron van Dedem en Peter Maas Geesteranus

105 Landgoed Grootstal / Max en Kien barones van Hövell tot Westerflier

115 Huis Schouwenburg / Pim en Fenneken Anneveld-van Wesel

125 Landgoed Schovenhorst / Sander Wijdeven, directeur-rentmeester

135 Landgoederen Gerven, Hell en De Poll / Antoinette J.H. barones van Lynden

145 Geldersch Landschap & Kasteelen / Michel van Maarseveen en Theo Meeuwissen, directie

155 Kaart van Gelderland

156 Bronnen

158 Wandel- en fietsroutes

Voorwoord

Familielandgoederen: verhalen van generaties

Gelderland is onverbrekelijk verbonden met geschiedenis, landschap en erfgoed van honderden kastelen, buitenplaatsen en landgoederen. De Gelderse landgoederen zijn manifestaties van hun tijd en daardoor zeer divers: van adellijke kastelen tot regentenlandgoederen tot villa-achtige landhuizen voor nieuwe welgestelden. Niet alleen de architectuur van het huis en het park, maar ook het gebruik, de verankering in het cultuurlandschap en de maatschappelijke betekenis hebben ontwikkelingen doorgemaakt. Deze gelaagdheid en diversiteit in landgoedlandschappen is een van de meest bijzondere kenmerken van Gelderland.

Vanuit het rijk zijn 119 aangewezen tot complex rijksbeschermde buitenplaats. In totaal kent Gelderland meer dan 500 buitens, waarvan zo’n twee derde nog steeds in particulier bezit is. Een landgoed is een multifunctioneel geheel met kasteel of landhuis in de kern, en daaromheen (moes)tuinen, boomgaarden, parken, agrarische landerijen, pachtboerderijen en bossen, soms zelfs met eigen kerk en dorp. Het gebruik van het landschap is eeuwenlang gebaseerd op de lokale omstandigheden van water, bodem en reliëf, zodanig dat het beste resultaat behaald kon worden en er een veerkrachtig landschap ontstond. Een landgoed is ook een sociaal-maatschappelijk ensemble: een

landgoedgemeenschap van eigenaren, huis- en tuinpersoneel, rentmeester, boswachters, pachters, molenaars en vrijwilligers. Op familielandgoederen draagt zo’n gemeenschap vaak vele generaties lang zorg voor de instandhouding en ontwikkeling van hun landgoed.

Het klinkt bijna paradoxaal: enerzijds behouden en anderzijds ontwikkelen. Maar dat is juist de kracht van landgoederen. Het ensemble behouden door te ontwikkelen vanuit het karakter van eigen gemeenschap en landschap. Dat was niet altijd een makkelijke taak. Vanaf de late negentiende eeuw brachten hoge onderhoudskosten, stijgende arbeidskosten, dalende inkomens en de successiebelasting veel leden van de landadel in financiële problemen. Soms betekende dit dat eigenaren probeerden de toekomst van hun familielandgoed veilig te stellen door naar alternatieve middelen te kijken, zoals het kappen van bossen of het verhuren van landgoedgebouwen als woningen. Soms betekende het dat het landgoed in zijn geheel of in delen werd overgedragen aan nieuw gefortuneerde ondernemers, overheden of pas opgerichte stichtingen voor het behoud van natuur en cultureel erfgoed, zoals Natuurmonumenten (1905) en Gelderse Landschap (1929).

Ondanks deze problemen wisten veel landgoedfamilies het bezit te behouden, waarbij

vaak nieuwe economische dragers werden gezocht naast de traditionele inkomsten uit landbouw en bosbouw. Deze families staan centraal in dit boek. Om het eeuwenoude familiebezit te kunnen doorgeven aan de volgende generatie moest men telkens op zoek naar nieuwe manieren. Dit boek brengt de verhalen van Gelderse landgoedfamilies naar voren en laat zien hoe het landgoedmodel inspiratie kan bieden bij de omgang met huidige opgaven rondom klimaatadaptatie, landbouwtransitie en

natuurbeheer. Adaptatie en transformatie ten bate van conservatie. Uit alle verhalen komt de liefde en zorg voor de plek naar voren. Het zijn verhalen van generaties, die samen werken aan de toekomst van Gelderse landgoederen. Ik wens de lezer veel leesplezier.

Elyze Storms-Smeets

Bijzonder hoogleraar Gelderse Geschiedenis, Radboud Universiteit

Inleiding

Landadel in Gelderland bestaat uit verhalen die zijn gebaseerd op interviews met bewoners, eigenaren en beheerders van kastelen, buitenplaatsen en landgoederen (KBL). Niet alle mensen die zijn geïnterviewd beschikken over een adellijke titel zoals graaf of baron. Het begrip ‘landadel’ duidt ook op de zorg voor het landgoed. Eigenaren van historische landgoederen kennen de geschiedenis ervan, die vaak ver teruggaat, en ze zijn zich bewust van hun positie als schakel in de keten van beheer en overdracht. Wie deel uitmaakt van een familie met een lange traditie in landgoedeigendom wil in de geschiedenis niet graag als laatste schakel genoemd worden. Als dat wel het geval is, dan wordt er vaak gezocht naar overdracht in een verder liggende familielijn, zoals een neef of een oom, of een overdrachtsvorm waarbij in ieder geval de buitenplaats of het kasteel in goede handen komt zodat het kan blijven voortbestaan. Daarbij valt te denken aan de Vereniging Natuurmonumenten of Geldersch Landschap & Kasteelen. Het landgoed wordt meestal zo lang mogelijk in eigen beheer gehouden. Er zijn ook situaties dat nabestaanden er alles aan doen om het in verval geraakte eigendom in (aangepaste) stijl te herstellen, of om verloren bezit weer terug te winnen. In ieder geval is er een nobel streven om landhuis en landgoed economisch en ecologisch zo goed en gezond mogelijk over te dragen aan de volgende schakel in de historische keten van beheer.

OPBOUW EN TIJDGEEST

Na de laatste eeuwwisseling is er een groeiende belangstelling ontstaan voor landgoederen, historische landhuizen, kastelen en oude adellijke families. Dat is onder andere te zien in een toename aan boeken en (digitale) tijdschriften over deze onderwerpen. Meestal staat de geschiedenis of een deelaspect daaruit centraal, zoals een (adellijk) persoon, specifieke tuinarchitectuur, exotische boomsoorten, het leven op een landgoed, of historische voorwerpen. Ook een groeiend aantal organisaties richt zich op de cultuurhistorie van kastelen, buitenplaatsen en (historische) landgoederen.

In Landadel in Gelderland is de aandacht vooral gericht op het vastleggen van de hedendaagse tijdgeest. De huidige bewoner, eigenaar of beheerder vertelt zijn of haar verhaal. Dat maakt het boek uniek en authentiek, doordat ze zelf hun ervaringen over het beheer en behoud van private en historische landgoederen kenbaar maken. Elk verhaal begint met een afbeelding van de buitenplaats of het kasteel. Onder de foto zijn de kleuren van het landgoed geplaatst, vaak in de vorm van een luik, en eventueel het familieschild. De geschiedenis van de buitenplaats en de familie die het landgoed met eventueel het landhuis langdurig in eigendom had of heeft, wordt kort behandeld. Als een rode draad door de verhalen lopen de aandacht voor verduurzaming, het verdienmodel en de

Franz W.F.L. Graf zu Ortenburg en rentmeester Age T. Fennema

Rond 1190 verleende Otto I, graaf van Gelre en Zutphen, in een brief de stedelijke vrijheid en andere voorrechten aan Zutphen. Voor deze belangrijke gebeurtenis had hij al zijn leenmannen en dienstleden uitgenodigd, onder wie Jacobus de Mithdac. Er wordt aangenomen dat hij een voorouder is van de latere familie Van Middachten.

GESCHIEDENIS VAN HET KASTEEL EN DE TUIN

De trappenhal met koepel die het zonlicht binnenlaat.

In het archief van Huis Middachten ligt een akte uit 1315 waarin Everardus van Middachten zijn huis met toebehoren overdraagt aan Reinoud I graaf van Gelre en het in leen terugontvangt. Het kasteel bestaat ruim achthonderd jaar en is nooit verkocht. Binnen de familie, met Everardus als stamvader, is Middachten steeds van de ene generatie op de andere overgedragen. Door meerdere verbouwingen en renovaties is het erfgoed in stand gehouden, verbeterd en verfraaid.

Van 1694-1697 vond in opdracht van het echtpaar Godard van Reede en Ursula Philippota van Raesfelt de verbouwing van Middachten plaats in Hollands classicistische stijl. Deze bouwstijl was een reactie op de rijk versierde barok en rococo in Zuid-Europa. Middachten kreeg een middenrisaliet, een gedeelte van een gevel dat naar voren uitspringt, met als klassieke kenmerken een fronton en sobere pilasters. In het ronde fronton staat nu nog het wapenschild Van Reede – Van Raesfelt met de ’Elefantordenen’, insigne van de hoogste Deense ridderorde. In het Huis heeft architect Steven Vennekool een vorstelijke trappenhal gebouwd met links en rechts een stijlvolle trap, uitkomend bij de bibliotheek op de eer-

ste verdieping. Het zonlicht in de trappenhal valt binnen via een koepel, die is opgedeeld in zestien vlakken, rijk gedecoreerd met afwisselend sierlijke acanthusranken, wapentrofeeën en inscripties.

Ook werden er ontwerpen gemaakt voor de aanleg van uitgestrekte tuinen en lanenstelsels. De tuin is geïnspireerd op het werk van André Le Nôtre, de tuinarchitect van Versailles, en tussen 1695 en 1700 in geometrische stijl aangelegd. Godard wilde van Middachten een tweede kasteel Amerongen maken, dat hij van zijn ouders had gekregen en hem als voorbeeld diende voor de herbouw van Middachten. Van 1899 tot 1904 lieten Willem Carel van Aldenburg Bentinck en Marie Cornelie van Heeckeren van Wassenaer het Huis verregaand moderniseren. Zij zorgden voor de aanleg van

Het gietijzeren hekwerk als toegang tot het tennisveld.

elektriciteit, een belinstallatie, verwarming, modernisering van sanitair en een lift. Ook lieten zij tuinarchitect Hugo Poortman, de rentmeester op Landgoed Weldam, een ontwerp maken van de tuin rond Middachten. De tuin werd in vakken verdeeld en kreeg open ruimtes met gazons, een rosarium en bloementuinen. Door de aanleg van een tennisbaan, een croquetveld, labyrint, tuintheater en een oranjerie kreeg het geheel een meer recreatieve en speelse functie. De familie hield blijkbaar van sport, want in de rechtervleugel van een in 1914 gebouwde werkplaats bevindt zich ook een squashbaan, die bij de restauratie in 2013 werd behouden. De rechtervleugel wordt tegenwoordig voor andere doeleinden gebruikt.

Opvolger Willem Frederik van Aldenburg Bentinck liet in de dertiger jaren van de twintigste eeuw het oostelijke bouwhuis op Middachten verbouwen tot zijn woonhuis, omdat het

kasteel te kostbaar werd om te bewonen. Kort na de Kristallnacht in 1938 verhuisde hij met zijn familie van Gaildorf naar het verbouwde huis.

In 1951 vond op Middachten het huwelijksfeest plaats van dochter Isabelle met Aurel Graf zu Ortenburg uit de Duitse deelstaat Beieren.

Van 1967 tot 1971 werd Middachten ingrijpend gerestaureerd en in 2021 kreeg de koepel een onderhoudsbeurt.

De huidige eigenaar Franz Graf zu Ortenburg: ‘Dankzij de inzet van mijn ouders en voorouders ligt Middachten er in goede staat prachtig bij en is het omgeven door een fraaie tuin; het geheel oogt als een klassiek schilderij met bijpassende omlijsting.’

WONEN OF TONEN

Nadat het oostelijke bouwhuis was verbouwd tot een woonhuis, werd kasteel Middachten niet meer uitsluitend door de familie als woonhuis gebruikt en kreeg het een andere bestemming.

Sophia Juliana barones van der Borch van Verwolde

De vroegste schriftelijke vermelding over Verwolde dateert van 1346 met Derck van Keppel als eigenaar. Tot in de zestiende eeuw bleef Verwolde in handen van de familie Van Keppel, maar in 1546 stierf het geslacht Van Keppel in mannelijke lijn uit. In de eerste helft van de achttiende eeuw kwam Verwolde in handen van de familie Van der Borch. Frederik Willem van der Borch liet in 1776 door architect Philip Willem Schonck een nieuw edelmanshuis in classicistische stijl bouwen met tevens een ontwerp voor de tuinen.

HET HUIS

In 1976 ontstond een breuk in de geschiedenis van huis en landgoed Verwolde. Het landgoed, bestaande uit landerijen, bossen en boerderijen, bleef in handen van de familie Van der Borch van Verwolde, maar Huis Verwolde werd afge -

staan. Allard Ph.R.C. baron van der Borch van Verwolde (1926-2008) maakte deze moeilijke keuze door gebrek aan financiële middelen om goed voor het huis te kunnen zorgen. Het was een periode waarin veel historische landhuizen in Engeland verpauperden. Dat wilde de vader van Sophia absoluut voorkomen. Na zes generaties Van der Borch op Huis Verwolde werd het huis overgedragen aan Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK), op voorwaarde dat het een openbare culturele bestemming zou krijgen. Sinds 1977 is Huis Verwolde als museum toegankelijk voor het publiek en trekken huis en tuin jaarlijks veel bezoekers.

Sophia: ‘Ik ben erg blij met de toen genomen keuze, omdat het huis met park goed wordt onderhouden en omdat het opengesteld is voor bezichtiging, waardoor veel mensen ervan kunnen genieten. Een groot deel van de inboedel is door mijn vader en andere leden van de familie geschonken. De oude sfeer is daardoor min of

Allard Ph.R.C. baron van der Borch van Verwolde (1926-2008).
Line van der Borch van Verwolde-Voûte (1887-1966).

meer geconserveerd. De roerende goederen zijn ondergebracht in een familiestichting.’ Voor haar vader heeft Sophia veel respect. Als jongste van zes kinderen beheerde hij het huis met landgoed, ook voor zijn drie zusters. Het was zijn levenswerk om huis en landgoed in goede staat te houden en het landgoed over te kunnen dragen aan de volgende generatie. Sophia: ‘Mijn oma Line van der Borch van Verwolde-Voûte (1887-1966) zal voor hem een goed voorbeeld zijn geweest. Ze heeft veel betekend voor het huis en het landgoed. In 1926 er is een toren aan het huis gebouwd, waardoor het de allure van een kasteel kreeg. De personeelsvertrekken in het onderhuis kregen grote ramen voor natuurlijke lichtinval en er zijn vernieuwin-

gen aangebracht zoals elektra, cv, warm water en een lift.’

Na haar scheiding van Willem H.E. baron van der Borch van Verwolde (1882-1969) heeft zij in Warnsveld een tweede huis laten bouwen. Toen dat tijdens de oorlog werd gevorderd door de Duitsers verhuisde ze naar een boerderij op het landgoed.

In de Tweede Wereldoorlog liet Line de tbcpatiënten van het Haags Sanatorium overbrengen naar Verwolde, waardoor de Duitsers Huis Verwolde ontweken. Zo bleef het huis ongedeerd en konden er ook onderduikers worden opgevangen. Sophia: ‘Mijn jongste tante diende als koerier, en mijn vader en zijn oudste broer zaten ook in het verzet. Hij had drie zusters en

Huis Verwolde.

Dorine barones van Dorth tot Medler, Herman Froger en rentmeester Eelco

Schurer

Huis ’t Medler ligt diep verscholen in een bosrijke omgeving langs de weg van Ruurlo naar Vorden, vlak bij

Medler Tol in de gemeente Bronckhorst. Aan het eind van de lange oprijlaan staat voorbij een rond grasperk in rust en eenvoud de monumentale buitenplaats. Rentmeester Eelco Schurer opent gastvrij de voordeur en toont de in klassieke stijl ingerichte ruime kamers aan weerszijden van de hal. In de grote eetkamer, gelegen aan het eind van de hal, vindt aan een lange tafel het gesprek plaats samen met Dorine barones van Dorth tot Medler, opgegroeid op de buitenplaats, en haar man Herman Froger. In en om het prachtig gelegen Huis is momenteel veel in beweging met betrekking tot verduurzaming van het landgoed, klimaatadaptatie en de recente overdracht van eigendom aan de jonge generatie, bestaande uit een achttal jongedames.

OORSPRONG

In 1483 was Jacob van Hackfort eigenaar van een huis met de naam Medler, waarschijnlijk afkomstig van het begrip “bemiddelen”. In de middeleeuwen vonden er regelmatig gewapende conflicten plaats tussen diverse grootgrondbezitters. De lokale bevolking vond daar dan een veilig heenkomen. Sporen van deze sociale veiligheidsfunctie zijn te vinden op enige afstand van ’t Medler, op een door een dubbele gracht omgeven eiland, met daarop gebouwd een zogenaamde spieker, een bouwsel dat als veilig toevluchtsoord met voedselvoorraad een belangrijke functie vervulde. Dorine vermeldt daarbij dat in haar jeugd een bekende archeoloog ter plaatse opgravingen heeft verricht, waaruit bleek dat er een middeleeuws bouwsel van circa 12 bij 6 meter omvang had gestaan, opgetrokken uit grote bakstenen, zogenaamde kloostermoppen. In de zestiende eeuw is het huis uitgegroeid tot een havezate, die in verschillende fases is gegroeid naar de huidige omvang, hoogte en afwerking.

’t Medler kwam in de zeventiende eeuw, rond 1650, in handen van de familie Dorth, die aanvankelijk de gelijknamige burcht te Dorth bewoonde, op de grens tussen Overijssel en Gelderland. In de tijd van de reformatie besloot een van de zonen van de kasteelheer te vertrekken naar een andere plaats, waar hij als katholiek familielid zijn geloof kon blijven beleven. Er waren in die tijd diverse katholieke enclaves in de Achterhoek te vinden. Het gehucht Kranenburg, op enkele kilometers van ’t Medler gelegen, was zo’n plaats. Bij ’t Medler werd ook een schuilkerkje gebouwd, dat de basis vormde voor de, nog steeds bestaande, huiskapel, die later in ’t Medler op de eerste verdieping werd gebouwd. In de jaren 1764-1765 werd het huis gerestaureerd en vergroot. Rond 1800 kreeg het opnieuw een opknapbeurt,

Dorine barones van Dorth tot Medler en haar broer Dirk Jan baron van Dorth tot Medler.

De gietijzeren poort met twee vazen, versierd met een kroon.

en daarmee meer allure, mede door plaatsing van de indrukwekkende gietijzeren poort. Het indrukwekkende hekwerk is overgenomen van Huis De Elze bij Almen. Enige tijd later werden de buitenmuren enkele meters verhoogd, en kwam er een nieuwe statige voorgevel. Vooral de bovenetage kreeg daardoor meer hoogte en comfort. In die tijd zijn een aantal ramen dichtgemetseld, met name aan de oostzijde van het huis. In de Franse tijd werd namelijk belasting geheven per raam. Dorine vermeldt nog dat bij die verbouwing de hoofdingang is verplaatst van de oostflank naar de zuidzijde, waarschijnlijk in verband met de aanleg van de nieuwe Hessenweg, die Ruurlo verbond met Vorden. De lange door beuken omgeven oprijlaan dateert uit die tijd.

FAMILIEGESCHIEDENIS

Vanaf 1795, bij het ontstaan van de Bataafse Republiek, kregen de katholieken hun gods-

dienstvrijheid terug. Met name in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden veel katholieke initiatieven, zoals de bouw van kerken, vooral door architect Pierre Cuypers (1827-1921). Hij werd geïnspireerd door de middeleeuwse gotiek, een stijl die veel katholieken aansprak. Reinier E. baron van Dorth tot Medler (1759-1847), wonende op ’t Medler, kreeg met zijn vrouw Maria G.J. van Hövell tot Westerflier (1771-1838) tien kinderen. Het echtpaar stichtte de familiebegraafplaats bij Kranenburg. Er staan zeven grafmonumenten uit de periode 1847-1887. Twee monumenten zijn van de ongetrouwd gebleven kinderen Josephine en haar broer Theodoor. In opdracht van hen is de Antonius Paduakerk door Cuypers gebouwd in 1856. Het is de oudste neogotische kerk in Nederland. Broer en zus lieten Cuypers ook de pastorie, devotiekapel, begraafplaats, school en schoolmeesterwoning ontwerpen. In totaal heeft Kranenburg nu vijf

op veel andere landgoederen spelen recreatie en cultuur tegenwoordig een belangrijke rol als bronnen van inkomsten op Vosbergen.

ALS EEN SCHILDERIJ

Vanaf het begin van de twintigste eeuw tot aan de restauratie in de jaren zeventig zijn op het landgoed niet veel veranderingen aangebracht. Vanaf de jaren zeventig zijn oude patronen op het landgoed hersteld, waarbij het geometrische lanenstelsel, de singels en zichtlijnen intact zijn gebleven. Dankzij de intentie van Gijs van Dedem en de familie om het landgoed zoveel mogelijk te onderhouden in de stijl van de afgelopen eeuwen ziet Vosbergen er goed bewaard en authentiek uit. Als een klassiek schilderij ligt

de edelmanswoning binnen een brede gracht, omgeven door een parkbos, aangelegd in een geometrische barokke landschapsstijl.

Om meer redenen dan eerder genoemd werd Vosbergen in 1985 door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gewaardeerd met de status van Rijksmonument:

- Het omringende terrein vertoont een vrij zuiver bewaard gebleven barok aanlegstramien;

- Het terrein is op unieke wijze gecomponeerd door het stelsel van waterbekkens, behorend bij de voormalige watermolens;

- Het huis is een zeer zeldzaam en goed bewaard voorbeeld van een eenvoudig historisch adellijk huis.

Vosbergen omgeven door een gracht met parkbos.

Antoinette J.H. barones van Lynden

Van Lynden is een oud geslacht dat tot de Nederlandse adel behoort. Vanaf 1814 werden leden van het geslacht benoemd in de ridderschappen. Enkelen kregen de titel van baron of barones. Later in de negentiende eeuw kregen leden van het geslacht bij eerstgeboorte de titel van graaf.

ERFENIS AAN A.J.H. BARONES VAN LYNDEN

Antoinette: ‘In 1991 werd ik vanuit Nederland gebeld. Ik woonde en werkte in Londen. Na een lange zoektocht kon mij per telefoon gemeld worden dat ik de enige erfgenaam was van de landgoederen van mijn overleden oom jhr. mr.

Frederik (Frits) J.C. Schimmelpenninck (19181991). De reden dat hij voor mij koos als erfgename is mij niet bekend.’

Jonker Frits bezat vijf landgoederen: Gerven, Hell, Appel en Volenbeek bij Putten en in de gemeente Voorst landgoed de Poll met de ruïne van het voormalige kasteel Nijenbeek. Dit geheel erfde hij in 1965 van zijn oom jhr. Jan Minnema van Haersma-de Wit.

Antoinette kende oom Frits, maar ze zagen elkaar niet vaak. Hij woonde in Putten en kwam weinig in de buitenwereld omdat hij moeilijk ter been was. Om die reden was het bijzonder dat hij jaarlijks vanuit zijn woondorp met de trein naar Den Haag reisde voor het vieren van de verjaardag van Antoinette. Hij was een intelligente man en ze verstonden elkaars humor goed. Verdere contacten liepen voornamelijk per telefoon, ook toen zij naar Engeland was verhuisd. Antoinette: ‘Ik heb in mijn leven veel gereisd. Vanaf mijn zevende ben ik telkens na drie of vier jaar verhuisd. Vader was officier bij de marine. In mijn huwelijkse periode verhuisde ik gemiddeld om de vijf jaar door de functie als consul van mijn toenmalige man.’

Niet wetende wat ze kon verwachten en bang om fouten te maken bleef Antoinette na haar erfenis nog een tijdje in Engeland wonen, waar toen ook haar twee kinderen met hun gezin verbleven. Van Landgoed de Poll had ze nog nooit gehoord. ‘Ik was er met mijn oudste broer gaan kijken en dacht, wat overkomt me nou? We reden over de oprijlaan en barstten in lachen uit van verbazing.’

Een ervaren rentmeester was bereid om haar tijdelijk te helpen met het beheer van de landgoederen. Ze vroeg hem om voor ieder probleem drie mogelijke oplossingen te geven, en als ze voor een bepaalde mogelijkheid koos legde de rentmeester uit waarom een andere beter was. Dat was een goed leerproces. Zo bleek het noodzakelijk om twee landgoederen, Appel en Volenbeek, te verkopen om de hoge erfgoedbelasting te kunnen opbrengen. In die

Antoinette J.H. barones van Lynden.

tijd reisde Antoinette eindeloos heen en weer vanuit Londen. Op vrijdag heen en het eerste vliegtuig op maandag weer terug.

Antoinette: ‘De geërfde landgoederen vond ik de mooiste ongerepte natuur die ik in Nederland kon bedenken. Ze bestaan uit heidevelden, bos, eikenhakhoutpercelen, weilanden, uiterwaarden

OOSTERBEEKSE SCHOOL 1840 – 1870

In 1841 verbleven enkele schilders in Oosterbeek om zich bezig te houden met het schilderen van het landschap. Ze hanteerden een realistische stijl om de ‘frisheid van het gras, de geur van bladeren en de vochtigheid van de lucht’ op het doek te brengen. Zo beschreef Anton Mauve (1838-1888) zijn opvattingen over de nieuwe schilderstijl aan zijn vriend Willem Maris (1844-1910). Het ging om de liefde voor de natuur en een waarheidsgetrouwe weergave ervan. Enkele andere schilders van de Oosterbeekse School waren Willem Roelofs (1822-1897), Maria Vos (1824-1906) en Paul J.C. Gabriël (1828-1903). De Gelderse landschappen kenmerkten zich door brede lommerrijke lanen, hoge eiken, intieme bosgezichten en woeste beken. (Uit: GvG)

en waterpartijen. Het landschap is authentiek en rustgevend, met klassieke boerderijen die verspreid op de landgoederen liggen. De tijd lijkt langdurig te hebben stilgestaan. Uit respect voor mijn weldoener was het voor mij belangrijk de landgoederen zo goed mogelijk te beheren. Ik zag het als mijn taak om de landgoederen zoveel mogelijk de eenentwintigste eeuw in te loodsen zonder af te doen aan de fantastische schoonheid van het landschap.’

LANDGOED DE POLL

Landgoed de Poll met het landhuis ligt in de gemeente Voorst. Het huis is gebouwd op een ‘pol’, een natuurlijke verhoging in het landschap nabij de rivier de IJssel. Een oprijlaan van grind, omgeven door een dubbele rij eikenbomen, leidt strak door de weilanden naar het landhuis, diep verscholen in het landschap. Midden op een wildrooster, aan het eind van de laan, staat een jonge dobermann pincher het privéterrein

Bos en heide op landgoed Gerven.

Colofon

Uitgave WBOOKS, Zwolle info@wbooks.com wbooks.com

Tekst

Rien de Vries

Tekstredactie

Jan Mellema

Fotografie (tenzij anders vermeld)

Erwin Zijlstra

Theo Urbach (dronefoto’s)

Vormgeving

Anne Doede Kampen

Afbeelding omslag

Huis Landfort nabij Megchelen

De uitgave van dit boek werd mogelijk gemaakt door bijdragen van:

Ridderschap van Gelderland

Stichting Fonds Nederlandse Adel

Fonds A.H. Martens van Sevenhoven

Stichting Oudemans

Stichting Nederland’s Patriciaat

Lees ook

Landadel in Overijssel, bewoners en de verduurzaming van hun landgoed

Auteur: Rien de Vries

ISBN: 978 94 625 8625 3

© 2026 WBOOKS Zwolle / de auteur

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Van werken van beeldende kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2026.

ISBN 978 94 625 8761 8 NUR 693

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook