JAZZJAREN
T
Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939
egen de achtergrond van opkomend fascisme, crisis en oorlogsdreiging raakt jong Amsterdam in de jaren 1930 in de ban van hotjazz en swing. Wereldsterren als Louis Armstrong, Duke Ellington en Cab Calloway treden op in Amsterdam. Jazzmusici uit de Verenigde Staten, Oost-Europa en Suriname strijken neer in de stad. Hoewel jazz vooral een mannenwereld is, drukken ook vrouwen als Rosie Poindexter, Alma Braaf en Clara de Vries hun stempel. Een plek veroveren in de stad is niet voor iedereen vanzelf sprekend. Veel jazz-migranten zijn Afro-Surinaams en krijgen te maken met discriminatie. Het is een leven van schnabbelen en hosselen, als kunstenaarsmodel of als barman. Jazzjaren brengt de jazzscene in beeld aan de hand van persoonlijke verhalen, film, fotografie en kunst. Het boek brengt vergeten vrouwelijke jazzmuzikanten terug in de spotlight, en biedt onder andere context over de ontvangst van jazz in Nederland en de strijd om gelijke rechten door Zwarte activisten.
ZZ N E R
JA
MENSEN, MIGRATIE EN MUZIEK IN AMSTERDAM, 1930-1939
INHOUD
4 Graziëlla Hunsel Rivero VOORWO ORD
6 Mark Ponte en Sophie Tates INTRODUCTIE
8 Mark Ponte SWING IN AMSTERDAM
28 Wonny Stuger EDDY EN TEDDY COT TON: PIONIERS VAN DE NEDERLANDSE JAZZ
36 Hugo Post VAN ZEEMAN TOT JAZZMUZIKANT
42 Beeldessay M OD EL L EN
2
JA Z Z JA R E N
54 Mitchell Esajas en Mark Ponte EEN NET WERK VAN ZWART RADICAAL ACTIVISME IN NEDERLAND
60 Niels Nordholt JAZZ BEWEEGT NEDERLAND
72 Niels Nordholt VROUWEN IN JAZZ
78 Beeldessay JAZZ IN BEELD
88 Walter van de Leur TIJDSCHRIF T DE JAZZWERELD (1931-1940)
96 Colofon
3
GRA Z I Ë LL A H UNSEL RIVERO
VOORWOORD
Jazz in Amsterdam is geen voetnoot van de
Staten, Suriname, het Caribisch gebied en Oost-
Amerikaanse muziekgeschiedenis, maar een
Europa vestigden zich voor kortere of langere
lokaal gegroeide cultuur, gevormd door migra-
tijd in de stad en brachten hun verhalen, muziek
tie, ontmoeting en zelfexpressie. Dit boek en
en levenshouding mee. Jazz was daarmee niet
de bijbehorende expositie laten zien hoe die
alleen een muziekstijl, maar ook een manier van
cultuur in de jaren 1930 wortel schoot in de stad
leven, een vorm van zelfexpressie die zich niet
en hoe deze periode tot op de dag van vandaag
liet begrenzen door partituren of maatschappe-
doorwerkt.
lijke verwachtingen. Muzikale kennis werd doorgegeven van hand tot hand, netwerken
A NIGHT ON THE TOWN
ontstonden organisch en Amsterdam groeide uit
Wie in de jaren 1930 ’s avonds door het centrum
tot een plek waar jazz niet werd geïmiteerd,
van Amsterdam liep, hoorde meer dan het gera-
maar waar nieuwe stromingen ontstonden.
tel van trams en het geroezemoes uit cafés. In stegen en straten, achter de ramen van hotels als
DE TIJDMACHINE
het Carlton en onder theaterlampen klonk een
Stel dat Kid Dynamite en Teddy Cotton samen
nieuw geluid: een ritme dat niet vroeg om toe-
in een tijdmachine zouden stappen en in 2026
stemming, maar om volledige overgave. Langs
uitstappen in hun eigen stad. Zij zouden onge-
de Vijzelstraat, modern en breed, klopte het hart
twijfeld onder de indruk zijn van de ontwikke-
van een nieuwe muzikale cultuur. Hier woon-
ling die de jazz hier heeft doorgemaakt. Wat
den muzikanten, hier werd gespeeld, geoefend
begon als een praktijkgerichte, vrije muziek-
en gedroomd. Jazz had haar weg gevonden in de
vorm is uitgegroeid tot een academische disci-
stad, kronkelend als de grachten en bruisend als
pline, met het Conservatorium van Amsterdam
Amsterdam zelf.
als internationaal knooppunt waar honderden
Amsterdam was al eeuwenlang een migranten-
studenten uit tientallen landen samenkomen.
stad, een kruispunt van mensen, talen en ideeën.
Ook het aantal podia, festivals en speelplekken
In de jaren 1930 kreeg die diversiteit een nieuwe
is aanzienlijk gegroeid en verspreid geraakt over
muzikale vertaling. Jazzmusici uit de Verenigde
de verschillende stadsdelen. Van het Bimhuis,
4
JA Z Z JA R E N
café Alto tot aan het ZOJazz Stage delen arties-
GEEN VOETNOOT, MAAR FUNDAMENT
ten van over de hele wereld hun versie van de
‘Jazz-jaren. Mensen, migratie en muziek in
jazz met het Amsterdamse publiek.
Amsterdam, 1930–1939’ is een uitnodiging tot
Tegelijkertijd zouden Kid en Teddy waar-
herwaardering. De expositie en dit boek laten
schijnlijk ook iets missen. De vanzelfsprekende
zien dat de jazz van de jaren dertig geen afge
verbinding tussen jazz en de nazaten van Afro-
sloten hoofdstuk is, maar een fundament onder
Surinaamse en Afro-Caribische Amsterdam-
de Nederlandse muziekgeschiedenis. Amster-
mers is in de loop der tijd verzwakt. Voor velen
dam herbergt talloze jazzverhalen, verscholen
van hen is jazz een ver-van-hun-bed-show
in archieven en herinneringen, wachtend om
geworden en de verhalen over de grondleggers
opnieuw te klinken, zoals de beste jazz standards
van dit genre in hun eigen stad zijn grotendeels
dat generatie na generatie blijven doen.
uit het collectieve geheugen verdwenen. Juist
Ik nodig u van harte uit om dit boek te
deze constatering onderstreept de noodzaak van
lezen en de tentoonstelling in het Stadsarchief
dit boek en deze expositie. Zichtbaarheid creëren
Amsterdam te bezoeken zodat u het Amsterdam
voor wat dreigt te vervagen en om de historische
van toen kan ervaren, de Jazzklanken opnieuw
lijnen opnieuw te verbinden met het heden.
hoort en te ontdekken waarom de periode 1930–1939 een onmisbare episode vormt in de
DE NOODZAAK VAN HET VOLLEDIGE VERHAAL
geschiedenis van jazz in Amsterdam en in Nederland.
Dit boek en de expositie ‘Jazz-jaren. Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930–1939’
Veel leesplezier,
tonen hoe rijk en gelaagd deze geschiedenis is.
Graziëlla Hunsel Rivero
De culturele netwerken van de jaren 1930 wor-
First Lady of Jazz uit Amsterdam-Zuidoost & directeur
den zichtbaar via muziek, fotografie, beeldende
ZOJazz Stage
kunst en uniek archiefmateriaal, deels afkomstig uit familiearchieven, die nu voor het eerst worden ontsloten. Bezoekers en lezers zullen bekende namen tegenkomen, zoals Freddy Johnson, Teddy Cotton, Kid Dynamite, Lex van Spall en Lex Vervuurt, maar ook internationale iconen als Louis Armstrong, Duke Ellington en Cab Calloway, die Amsterdam bezochten en een blijvende indruk achterlieten. Tegelijkertijd is er nadrukkelijk aandacht voor artiesten van wie de namen minder vaak worden genoemd, waaronder de female power van Rosie Poindexter, Alma Braaf en Clara de Vries. Hun aanwezigheid herinnert ons eraan hoe selectief herinnering kan zijn en hoe essentieel het is om archieven te blijven openen, aan te vullen en te delen, zodat het volledige verhaal verteld kan worden.
VO O R WO O R D
5
8
JA Z Z JA R E N
M AR K P ONT E
SWING IN AMSTERDAM Tegen de achtergrond van economische crisis en opkomend fascisme groeit de populariteit van jazz in Nederland en Amsterdam. Louis Armstrong, Cab Calloway en Duke Ellington treden op in de stad. In de loop van het decennium ontstaat er een kleine lokale scene waarin zowel grote Amerikaanse artiesten als Coleman Hawkins en Freddy Johnson, Surinamers als Kid Dynamite en Teddy Cotton, geboren Amsterdammers als Boy Edgar en Max Polak als migranten uit Oekraïne, Berlijn en Rusland een plek vinden. Muzikanten ontmoeten elkaar in bars, op het Rembrandtplein en in pensions in de omgeving. Terwijl bij de Jazz Liga en in het blad De Jazzwereld wordt gediscussieerd over wat zuivere jazz is, wordt in de Palace aan het Thorbeckeplein jazzgeschiedenis geschreven.
< De Jazzwereld, december 1933
LOUIS ARMSTRONG, 1933 “Komt dansen op de muziek van Louis Armstrong en zijn band”, adverteert het Amsterdamse Carlton Hotel in 1933 in de kranten en bladen. Er is door muziekliefhebbers en de media weken naartoe geleefd: de beroemdste jazzartiest van dat moment, Louis Armstrong, treedt voor het eerst op in Nederland. “Ongeloofelijk maar waar;
> De Jazzwereld, november 1933
de beroemde zwarte meester van de hot-music komt met zijn eigen band naar ons nuchtere
9
Piet van Dijk (tenor- en altsax) en Will van de Casteel (piano) in Zwitserland.
Het gebouw vormt een creatieve hotspot. Op de bovenste verdiepingen boven de
Hoewel jazz populair is, is het artiesten
Kerkstraat 234 en 235 zijn ateliers te vinden.
bestaan vaak sappelen. De optredens leveren
Hier woont onder meer kunstenaar Paul
lang niet altijd voldoende op om van te leven.
Citroen, de oprichter van een nieuwe kunstop-
In mei 1937 publiceert tijdschrift Het Leven een
leiding. Citroen vangt hier ook andere emigran-
reportage over Surinamers in Amsterdam. Op
tenkunstenaars op.10 Op nummer 72 opent op
twee foto’s zien we een groep Afro-Surinamers
9 december 1936 Tai-Ton, ‘het Grote Oosten’,
op het Rembrandtplein staan, volgens het blad
een van de eerste Chinese restaurants buiten de
is dit de ‘artiestenbeurs’ waar werkloze Suri
Nieuwmarktbuurt, waar je terecht kan voor een
namers op zoek zijn naar een nieuwe gig in
‘origineele’ Chinese lunch (tussen de 75 cent
Amsterdam – als portier, muzikant of danser –
en 1 gulden 50) of diner (1 à 2 gulden). In het blok
te vinden.
woont in 1938 ook de Afro-Surinaamse theateren vakbondsman Jan Telegraaf. Trompettist
JAZZ IN DE VIJZELSTRAAT
Rolf Goldstein van ‘The Chocolate Kiddies’
Grote internationale sterren als Josephine
verblijft een tijd op nummer 82.
Baker, Jack Hylton en Louis Armstrong gaan bij
Er zijn meer plekken in de buurt waar veel
aankomst op het Centraal Station linea recta
muzikanten wonen. Rosie Poindexter, Freddy
naar het Carlton Hotel, het meest moderne hotel
Johnson en de Jamaicaanse trompettist John
van Nederland. Het bevindt zich aan de kop van
Ivenhoe Smith verblijven in 1934 aan Amstel 138.
de Vijzelstraat, die in het verlengde van het
Lex van Spall en Rolf Goldstein, die eerder in de
Rokin ligt, en de Heren-, Keizers- en Prinsen
Vijzelstraat woonde, wonen tijdens de opnames
gracht doorkruist. De zeventiende- en acht
met Freddy Johnson een paar panden verderop
tiende-eeuwse panden aan de westkant van de
op nummer 130. Schuin tegenover aan de
straat zijn in de jaren 1920 gesloopt voor ver
andere kant van de Amstel heeft fotograaf
breding en moderne nieuwbouw, zoals het
Cas Oorthuys zijn atelier. Hij maakt in 1935 een
Carlton en gebouw De Bazel, waar nu het
serie portretten van Surinaamse jazzmusici als
Stadsarchief huist. Aan de zuidkant van de
Teddy Cotton, Jules Zegelaar en Kid Dynamite.
Keizersgracht verrijst de Vijzelflat, met boven
De Afro-Amerikaan Johnny Dunn verblijft
appartementen en onder een moderne winkel
ondertussen bij de schilder Nola Hatterman
galerij. Opvallend veel lokale jazzmusici vinden
in de Falckstraat. De links-geëngageerde
daar onderdak.
schilder is al eerder in contact gekomen met
De Vijzelflat omvat de huisnummers 30 tot
Afro-Surinamers in de stad. In 1930 portretteert
102. Op nummer 68 woont Jacoba ter Haak, die
Hatterman trompettist Lou Drenthe op een
haar geld verdient met het verhuren van relatief
terras. Drenthe neemt regelmatig vrienden
luxueuze gemeubileerde kamers, ‘met alle
mee naar het atelier om zijn portret te laten zien.
comfort, bad en lift’. Veel van haar huurders zijn
Nola raakt bevriend met vele Surinaamse
actief in de entertainmentindustrie, waaronder
Amsterdammers, arbeiders, muzikanten,
verschillende bekende namen uit de Amster
maar ook activisten als Jan Telegraaf en Otto
damse jazzscene. De Oekraïner Jascha Trabsky,
Huiswoud, hoofdredacteur van het radicale
de bekende Afro-Amerikaanse tenorsaxofonist
tijdschrift The Negro Worker, waar ook Anton de
Coleman Hawkins, en de Surinamers Lex van
Kom voor schrijft. Ze organiseert regelmatig
Spall en Teddy en Eddy Cotton, allemaal wonen
Surinaamse feestjes. Dat Dunn bij haar verblijft,
zij een tijdlang op dit adres.
blijkt uit een zogenaamde woningkaart, waarop
16
JA Z Z JA R E N
Joe Appleton en zijn band. V.l.n.r. Joe Appelton (Jamaica), Johny Gerold (Suriname), Spadie Lee (Verenigde Staten) en Mike Hidalgo (Suriname). De Jazzwereld, december 1934
H.R. Herwig, Vijzelflat in de Vijzelstraat, 1927-1930. Collectie Stadsarchief Amsterdam
Vijzelflat gezien vanaf de Kerkstraat met op de bovenste verdieping ateliers. Collectie Stadsarchief Amsterdam
Nola Hatterman, Falckstraat met op nummer 9 het woonhuis van Nola Hatterman waar in 1933 Johnny Dunn woonde. Tekening, 1946. Collectie Stadsarchief Amsterdam
SW I N G I N A M S T E R DA M
17
Nola Hatterman, Dansfeest in atelier Nola Hatterman, 1940. Collectie Stadsarchief Amsterdam
de gemeente alle bewoners van een woning
Harlem en beweert iedereen te kennen. Die
registreerde. Het kan geen toeval zijn dat zij juist
avond bij Calloway blijkt daar toch wel iets van
in deze periode het schilderij Jazz maakt. Het
waar. Het moment dat Calloway Dunn ziet,
kleurrijke werk geeft een prachtig beeld van
roept hij “Stop! Stop! There’s my friend!
jazzcultuur in de stad.11
Johnny!”. 12
In april 1934 treedt er opnieuw een grote Amerikaanse artiest op in het Carlton aan de Vijzelstraat: Cab Calloway. Hij is bekend van
ROSIE POINDEXTER EN FREDDY JOHNSON IN PAPILLON
het ‘Hi De Hi De Hi De Ho’ in zijn beroemdste
Ondanks de tegenwerking van de autoriteiten
nummer ‘Minnie the Moocher’ (1930) en de
worden er in Amsterdam in de jaren 1930 regel-
gelijknamige tekenfilm van Betty Boop (1932).
matig nieuwe dancings en jazzclubs geopend.
Als ze de kans krijgen, gaan ook de lokale musici
In september 1934 opent De Kroon aan het
kijken bij dit soort grote optredens. Zo gaan Lex
Rembrandtplein een dancing op de eerste etage
Spall en Johnny Dunn en de andere Chocolate
met het ‘Jazz Tango orchest De Rosians’.13
Kiddies na afloop van hun gig naar een van de
In bioscoop Alhambra aan de Weteringschans
nachtelijke concerten van Calloway. Volgens
opent in dezelfde maand de nieuwe dancing
Van Spall zien de meeste van zijn bandleden de
Papillion. In november strijken daar de
Amerikaan Dunn een beetje als een opschepper,
Afro-Amerikaanse Freddy Johnson en
die vaak grote verhalen heeft over zijn tijd in
Rosie Poindexter neer: “Een nieuwe band …
18
JA Z Z JA R E N
Affiche optreden Cab Calloway in Carlton Hotel, 1934. Albert Hahn jr. Collectie Stadarchief Amsterdam
SW I N G I N A M S T E R DA M
19
24
JA Z Z JA R E N
JAZZGESCHIEDENIS OP HET THORBECKEPLEIN
als Hollands „Gene Krupa” geclassificeerd
Hawkins wordt een invloedrijke mentor voor
voorzetten.” Dat het om een legendarische
de Amsterdamse jazzscene. Een van Amster
periode ging in de Nederlandse jazzgeschiede-
dams grootste jazzartiesten, Boy Edgar, vertelt
nis, was de redacteurs van De Jazzwereld toen
jaren later: “Ik heb het vak geleerd in Nederland,
al duidelijk: “In de annalen van Amsterdam
voor de oorlog, van Coleman Hawkins. Die
geschiedenis zou men achter het jaartal 1937
toen in 1936-1937 (...) hier in de Palacebar op
kunnen vermelden: ‘de jeugd trekt naar het
het Thorbeckeplein speelde. En dan mocht ik,
Thorbeckeplein’, want ouderlijke bezwaren
met een klein aantal andere Nederlandse
schijnen opeens te zijn weggevaagd”.22
wordt – aan het slagwerk hun beste beentje
jazzjongens destijds (...) binnenkomen. Daar heb ik het vak van [jazz] spelen in het publiek geleerd.” Ook Kid Dynamite leert van Coleman
SLOT - THE DUKE IN HET CONCERTGEBOUW
Hawkins en legt zich vanaf dat moment, net als
In de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog
Hawk, toe op de tenorsaxofoon.
zijn er – behalve de Amerikanen die hier wonen
Het verhaal gaat dat Hawk in de Palace
– weinig grote Afro-Amerikaanse artiesten in
avond aan avond gewerkt zou hebben aan
Amsterdam. Na een succesvol verblijf in Parijs,
zijn legendarische versie van ‘Body and Soul’.
waar hij diverse platen maakt, is de Afro-Ameri-
Wanneer Hawkins in 1939 terugkeert naar de
kaanse Jazz-violist Eddy South in februari 1938
Verenigde Staten neemt hij het nummer direct
te gast in La Gaîté. Een concert wordt live uitge-
op. Het wordt gezien als een van de vroege
zonden op de radio. In 1939 lukt het De Jazzwereld
voorbeelden van bebop.20 Zijn optredens zou-
nog een keer om de grote Duke Ellington naar
den later voor jazzliefhebbers een belangrijke
Nederland te halen voor drie concerten. Op
scheidslijn worden: “Wie Coleman Hawkins op
zondagavond 9 april speelt ‘het beroemdste
het Thorbeckeplein in Amsterdam heeft horen
en volmaakste Jazzorkest ter wereld’ in het
spelen in de jaren dertig, heeft pas recht van
Concertgebouw. “Na het slot
spreken”, schreef journalist en jazzliefhebber
volgt een georganiseerde belegering om hand
Igor Cornelissen in 1992 in Het Parool. Onder
teekeningen. Zie het aan, o minnaar van de
de bezoekers waren veel HBS-scholieren en ook
ernstige muziek, en verwonder u want uit uw
kunststudenten van de Nieuwe Kunstschool
concerten kent ge dat niet. En verzuim vóoral
van Paul Citroen, zoals Benno Premsela, de
niet te middernacht bij het Concertgebouw te
latere eerste voorzitter van het COC.21
gaan kijken: daar staan de ‘fans’ in rijen en rijen
Internationaal worden de verrichtingen in
te wuiven naar de vertrekkende kraal”, schrijft
de Palace ook gevolgd. Wanneer ook Django
De Telegraaf. “Er is één ding wat diep te denken
Reinhardt acte de présence geeft, schrijft een
geeft na dit alles. En dat is dat dit het eenige
Nederlandse krant op basis van het beroemde
concert van het seizoen was waar men Amster
blad The Melody Maker: “De interessantste
damsche jeugd, wild enthousiaste Amsterdam
swing-uitvoering, die vermoedelijk ooit in
sche jeugd heeft gezien.”
Holland gegeven is (…) vond plaats toen Django Reinhardt, de Fransche meester van Bernard F. Eilers, Thorbeckeplein met Palace, circa 1935. Collectie Stadsarchief Amsterdam
het plectrum, en Coleman Hawkins samen in het Negro-Palace in Amsterdam op het podium verschenen en, geaccompagneerd door Freddie Johnson aan de piano en Maurice van Kleef – die
SW I N G I N A M S T E R DA M
25
28
JA Z Z JA R E N
WO N N Y ST UGER De swingende Surinaamse broers Kantoor
EDDY EN TEDDY COTTON: PIONIERS VAN DE NEDERLANDSE JAZZ In de jaren 1930, toen jazz in Nederland nog jong en omstreden was, maakten twee Surinaamse broers furore in de Nederlandse jazz-scene. Alexander Evert Kantoor (1910–1944) en Theodorus Gustaaf Kantoor (1912–1977) werden bekend als Eddy en Teddy Cotton. Trompettist Teddy bleef een bekende naam, ook omdat hij later de Amsterdamse Cotton Club oprichtte. Zijn oudere broer Eddy, een uitzonderlijk contrabassist, raakte echter in de vergetelheid – ten onrechte.
Teddy Cotton met trompet, jaar onbekend. Collectie Hans Zirkzee
DE ROUTE VAN SURINAME NAAR AMSTERDAM
Ook de broers Kantoor verlieten hun geboorte
Rond 1930 heersten in Suriname grote werk
op de S.S. Nickerie van de KNSM. 1 Tijdens zijn
loosheid en sociale onrust. Voor veel jonge
reizen leerde hij het Caribisch gebied en Noord-
mannen bood migratie de enige uitweg.
Amerika kennen. Door regelmatig bezoek aan
Curaçao, de Verenigde Staten en vooral
New York, met name de wijk Harlem, het klop-
Nederland waren fel begeerde bestemmingen.
pend hart van de nieuwe muziek, maakte hij
land. In 1930 monsterde Eddy aan als zeeman
29
Lou Drenthe is trompettist en bandleider van
dit portret. Regelmatig neemt hij vrienden
de ‘St Louis Rhythm Kings’ en acteert in toneel-
mee naar het atelier van Hatterman om het te
stukken. Nola Hatterman schreef in een brief
laten zien. Ook voor Hatterman was het werk
dat Drenthe de eerste was die haar vertelde
belangrijk. Bij de opening van een tentoonstel-
over de Surinaamse geschiedenis en de ver-
ling in het Stedelijk Museum in 1932 staat zij
schrikkingen van de slavernij. Zij portretteert
trots naast het schilderij voor de camera van het
hem, zittend op een terras. Drenthe is trots op
Polygoonjournaal.
46
JA Z Z JA R E N
Nola Hatterman, Op het terras / Portret van Louis Richard Drenthe, 1930. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Berthe Edersheim, Jan Telegraaf, 1936. Collectie Museum Arnhem
Albert Jan Telegraaf is acteur en fabrieks
Edersheim. Edersheim deelt een atelier
arbeider. In 1935 is hij oprichter en eerste
met de politiek sterk geëngageerde schilder
voorzitter van de Bond van Surinaamse
Harmen Meurs, om de hoek van het theater aan
Arbeiders. In 1936 speelt hij in het toneelstuk
de Amstel. Ook Meurs portretteert Telegraaf.
De figurant in het Amstel Theater. In datzelfde jaar wordt hij geportretteerd door Berthe
MODELLEN
47
54
JA Z Z JA R E N
M I TC HE LL E SAJAS EN MARK P O N TE
EEN NETWERK VAN ZWART RADICAAL ACTIVISME IN NEDERLAND Terwijl jazz in de jaren 1930 Amsterdam verovert, kent deze periode ook een internationale golf van Zwarte antikoloniale bewegingen in de Caribische koloniën, de Verenigde Staten en koloniale metropolen als Parijs en Londen. Deze golf van Zwart activisme bereikt in de jaren 1930 Nederland, in het bijzonder Amsterdam en Den Haag. Activisten richten zich op de belangen van Surinaamse arbeiders in Nederland en Suriname en op de internationale strijd tegen imperialisme en fascisme. Verschillende Afro-Surinaamse Amsterdammers zijn hier nauw bij betrokken, onder wie Albert Jan Telegraaf en Jimmy van der Lak. In Amsterdam komen zo muziek en antikoloniale strijd samen, waarbij de jazzscene een ontmoetingsplek is voor Afro-Surinaamse artiesten en activisten. C.A.J. van Angelbeek, Anton de Kom bij een protest bijeenkomst, 1933. Collectie C.A.J. van Angelbeek / Stadsarchief Amsterdam 55
COLOFON Dit boek verschijnt ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in Stadsarchief Amsterdam, van 3 april t/m 13 september 2026.
UITGAVE WBOOKS, Zwolle info@wbooks.com wbooks.com in samenwerking met Stadsarchief Amsterdam amsterdam.nl/stadsarchief
TEKST Mitchell Esajas, Graziëlla Hunsel Rivero, Niels Nordholt, Mark Ponte, Hugo Post, Walter van de Leur, Wonny Stuger
REDACTIE Mark Ponte, Niels Nordholt, Sophie Tates
zar, p. 74; Joost Groeneboer, p. 33; Cas Oorthuys / Nederlands Fotomuseum pp. 42, 48-53; Collectie Aarnout Helb, p. 44, © Erven Jan Meine Jansen; Universitaire Bibliotheken Leiden, p. 45; Stedelijk Museum Amsterdam, p. 46, © De erven Baag; Museum Arnhem, p. 47, © Erven Berthe Edersheim; Nationaal Archief Suriname, p. 56; Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, p. 59; Maria Austria Instituut, p. 71 © Maria Austria/MAI Omslag: Maria Austria, Kid Dynamite en een dansende man, 1948. Collectie Maria Austria Instituut, © Maria Austria / MAI. Binnenkant omslag: Nola Hatterman, The Trumpet Player, 1936 of eerder. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam. © De erven Baag Binnenkant achterflap: Maria Austria, Portier van La Cubana, 1948. Collectie Maria Austria Instituut, © Maria Austria / MAI.
ONTWERP Miriam Schlick, ExtraBlond
PROJECTTEAM STADSARCHIEF AMSTERDAM Pim van Apeldoorn, Nikki Boot, Cristina Duran Casablancas, Jochem Kamps, Ronnie Kroes, Mike Manuputty, Niels Nordholt, Mark Ponte, Meino Schraal, Gili Soetendorp, Giorgio Toppin, Leonie Wijsman
MET DANK AAN: Emma Los Tholozan, Erik Schmitz, Puck Ternede
FOTOVERANTWOORDING Het gebruikte beeldmateriaal is afkomstig uit verschillende bronnen. Op volgorde van voorkomen: Het Nationaal Archief, pp. 10-11 ©ANP inzake sfa222, CC0 pp. 40-41, 60, 63, 65, 69, 88; Allard Pierson/ Nederlands Jazz Archief, pp. 13, 20, 23, 26, 36, 62, 67; Hans Langeweg, pp. 28, 75; Hans Zirkzee, pp. 31, 34; Courtesy US National Archives, p.72; Familie Elia-
© 2026 WBOOKS Zwolle / Stadsarchief Amsterdam / de auteurs Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Van werken van beeldende kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2026.
ISBN 978 94 625 8780 9 NUR 693
Deze tentoonstelling en deze publicatie werden mogelijk gemaakt door de financiële steun van
Stichting Vrienden Stadsarchief Amsterdam