Radboud Universiteit Nijmegen, werkzaam op het snijvlak van politieke en sociale geschiedenis. Het onderzoek voor dit boek begon zij met behalve een vakmatige, ook een persoonlijke drijfveer: opgegroeid in een boerenfamilie in de Brabantse Peel in een tijd waarin de modernisering en intensivering van de landbouw in een stroomversnelling raakten. Een tijd waar zij nu als historicus,
Hoe de natuur uit de landbouw verdween
natuurliefhebber en zeker ook als boerendochter op terugkijkt. Tot ver in de negentiende eeuw werkten boeren in de NoordBrabantse Peel op de manier zoals generaties voor hen dat ook hadden gedaan. Ze leefden met de natuur en bebouwden hun land met de middelen die ze hadden. In de negentiende eeuw kregen ze te maken met landbouwcrises, opkomst van de landbouwwetenschap en technologische vernieuwingen. Woeste grond werd omgevormd tot agrarisch cultuurlandschap dat zo op steeds efficiëntere manier bebouwd kon worden. Veranderingen die hun leven en manier van werken voorgoed beïnvloedden. Boeren, burgers en overheden hadden elk hun eigen beeld van ‘natuur’. Bestond dat vooral uit woeste gronden, uit akkervelden of uit een heidelandschap met fiets- en wandelpaden voor het opkomend toerisme? Een stem die we tot nu toe in de literatuur nauwelijks hebben gehoord, is die van de boeren. Hoe de natuur uit de landbouw verdween beschrijft vanuit historisch perspectief wat natuur voor boeren betekende en hoe hun verhouding met natuur vanaf de negentiende eeuw veranderde. De boeren zelf zijn in dit boek aan het woord gelaten, met aandacht voor de grote verschillen tussen hen. Dé boer bestaat immers niet en dat is van alle tijden.
Foto: Brabant Collectie, Tilburg University, vindplaats ML/730(7)
Hoe de natuur uit de landbouw verdween Marij Leenders
Marij Leenders (1957) is historicus aan de
Marij Leenders
Hoe de natuur uit de landbouw verdween