Skip to main content

Dienders onder de Dom_LR_bladerpdf

Page 1


DIENDERS ONDER DE DOM

Politiewerk in de stad Utrecht, 1975-2010

terugdenken

Voor Arie en Leen Mannen waar we vaak aan

DIENDERS ONDER DE DOM

Politiewerk in de stad Utrecht, 1975-2010

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord Cees Grimbergen 6

Een bijzonder korps 8

1975-1980 10

POLITIE IN VERANDERING 12

Meebewegen 15

Mondigheid en verzet 16

Universiteit Utrecht 18

Stad op stelten 20

TEGENGELUIDEN 24

Woonscholen 24

Muurkrant 26

Stille kracht 27

Van alle tijden 28

Woningnood 31

Grijze Wolven 31

Geen woorden maar daden 32

Aandacht voor elkaar 34

VOETBALGEWELD 36

Meereizen 36

Rellen om het rellen 37

AUTOMARKT 39

Balletje, balletje 40

De mannen van 4,5 miljoen 41

HOOG CATHARIJNE; DE BEGINJAREN 42

Terugkijkend op de jaren zeventig 43

1980-1990 44

HET BEGINSEL VAN BEWEGING 47

Geen woning, geen kroning 48

Verbindend handhaven 49

Vrouwen bij de politie 50

Als elke seconde telt 52

AMELISWEERD 54

Er wordt niet meer met de politie gepraat 54

Goed (voor)overleg helpt 54

Stillen 55

HOLLY H. 59

Sarasani 59

PAUS IN UTRECHT 61

Truttige Tuyl 64

(ON-)GEORGANISEERDE ACTIES 65

ACU-huis 65

Cochius dood 68

BRAVO ‘ontvoert’ burgemeester 70

Tivoli Tijdelijk 71

De gebeten hond 72

Opstand op het Wolvenplein 72

De koningin op bezoek 73

HOOG CATHARIJNE KRIJGT EEN EIGEN

HC-TEAM 74

KLEINE CRIMINALITEIT 76

Preventie 76

Grootste fietsendief aller tijden 76

GROTE VANGSTEN 78

Utrechtse penoze 80

Onrechtmatig bewijs 81

Geheime diensten 82

Terugkijkend op de jaren tachtig 83

1990-2000 84

BOEVEN VANGEN 87

Zero Tolerance Policing 88

IRT 90

Woonwagenkamp de Huppeldijk 91

Bertus K. 93

Inkijkoperatie in het hoge noorden 94

Politie-infiltrant 94

Grenzen opzoeken 95

HOOG CATHARIJNE - WINKELEN IN

EEN GEKKENHUIS 96

De Tussenbus 98

De Levensboom 99

EEN BIJZONDER EN ONVOORSPELBAAR

BEROEP 100

De tuin van bezinning 102

INTERNE VERANDERINGEN 103

Tempo-Team 104

HOE HOUDEN WE HET LEUK 105

Veilig uitgaan 105

Koninginnedag 106

Terugkijkend op de jaren negentig 109

2000-2010 110

UTRECHT VEILIG DOEN WE SAMEN 113

Hoog Catharijne; een sterk verhaal 113

DE GIFT VAN YASMINA 115

Bruggenbouwers en bondgenoten 116

Crisis in de strafrechtketen 118

Op nul beginnen 119

HEFTIGE MOMENTEN 121

Hoezo rustig 121

Bomaanslag op advocatenkantoor 122

Gijzeling 122

Toen werd het stil 123

VAKWERK 125

Een goed plan werkt 126

Hup Holland Hup 126

HET OUDSTE BEROEP ONDER DRUK 128

De rosse buurten van Utrecht 128

Loverboys 130

Ze zijn voorbij de tijden van plezier 131

BIJZONDERE RECHERCHEZAKEN 132

Eerste cold-case 132

Operatie Corrie 133

Harde les 134

De bende van Zuilen 134

HERINRICHTING STAD UTRECHT 136

Terugkijkend op de jaren nul 137

TOT SLOT 138

Richting Nationale Politie 138

Herhaalt de geschiedenis zich? 139

Een bijzonder korps in een bijzondere stad 140

EPILOOG 140

Dankwoord 141

Noten 142

Bronnen 142

Illustratieverantwoording 143

EEN BIJZONDER KORPS

Het politiekorps van de stad Utrecht zet in de tweede helft van de jaren zeventig als één van de voorlopers binnen Politie Nederland een grote stap vooruit. En die is hard nodig blijkt uit diverse onderzoeken en rapporten: “In een samenleving die in hoog tempo verandert raakt de politie in een isolement als zij vooral in auto’s blijft rondrijden.”1

De relatie met de samenleving moet snel verbeteren. Meer verbinding maken en kennen en gekend worden zijn belangrijk thema’s in die tijd. Dat klinkt de jonge leidinggevenden van de Utrechtse politie Jan Wiarda en Peter Vogelzang (een Friese boerenzoon en een Utrechtse ‘straatvechter’) als muziek in de oren. In de jaren die volgen zetten zij de toon in het korps. Die wordt, ook buiten Utrecht, door velen opgepakt en echoot nog altijd door in het huidige (nationale) korps. Dit boek brengt in beeld hoe deze beweging, ondanks veel (externe) tegenkrachten, met vallen en opstaan in de dagelijkse praktijk handen en voeten krijgt. En gaandeweg ook steun krijgt van andere partijen. Daarnaast leest u over gebeurtenissen die zowel buiten als binnen de politie veel emoties losmaken.

Het is natuurlijk slechts een klein deel van wat zich in de beschreven periode afspeelt. Zware aanrijdingen, ongelukken, grote branden en vele andere onderwerpen ontbreken. Een aantal gebeurtenissen schetst per decennium een beeld van politiewerk in de stad.

De zaken en voorvallen die passeren zullen velen zich ongetwijfeld (weer) herinneren.

Ik besef dat het slechts een beperkte en subjectieve beschouwing is en het regelmatig ook om heftige zaken gaat. Toch hoop ik dat het meer zicht geeft op een prachtig vak dat nog altijd fors in de belangstelling staat.

In de 35 jaar die worden beschreven in dit boek gebeurt er op het werkgebied van de politie veel, heel veel. Het is de tijd waarin een groot deel van de samenleving mondiger wordt en lijkt te vinden dat alles moet kunnen. Wereldwijd, maar ook in Nederland is er veel terroristisch geweld. Eind jaren zeventig wordt de politie wakker geschud door onder meer het rapport Politie in verandering (1977). Het pleit voor een nieuwe oriëntatie op politiewerk. In de jaren tachtig knokt men echt voor van alles; de mobiele eenheden (ME) van de hele Nederlandse politie krijgen het fors te verduren. De geregistreerde criminaliteit verdubbelt tussen 1975 en 1985, onder meer door de grote toename van drugsverslaafden. Hooligans vechten als tijdverdrijf en om gezien te worden. Bijna onopvallend groeit de zware en georganiseerde criminaliteit stevig.

Het decennium daarna, de jaren negentig, komt de reactie. Er ‘mag niets meer’ en de roep om zero tolerance klinkt. Onderwijl doet de commissie Van Traa

onderzoek naar opsporingsmethoden die rechercheteams gebruiken om grote drugsorganisaties op te rollen. Eind jaren negentig ontstaat uiteindelijk een echt gezamenlijke aanpak van complexe problemen. Er komen gebruiksruimten, hostels en meer opvangmogelijkheden voor verslaafden en dak- en thuislozen.

Namen als ‘urgentiewijken’, ‘Vogelaarwijken’, ‘prachten krachtwijken’ ontstaan in de jaren nul. Er gebeurt veel om de veiligheid en leefbaarheid van deze gebieden te verhogen. Zo krijgt de veelpleger aanpak meer vorm en ondersteunen stad en rijk buurtinitiatieven. Het motto ‘Utrecht veilig doen we samen’ is daarbij leidend. Eind jaren nul is er de opmaat naar de volgende grote interne verandering binnen Politie Nederland. Na Politie in verandering en de ‘tussenstap’ van Regionale Politie in 1993 start in 2013 de Nationale Politie.

Peter Gieling Politieman van 1975 tot 2019

Korpsbrevet van de gemeentepolitie Utrecht in 1975. Wij waken opdat zij rust hebben.

POLITIE IN VERANDERING

In de jaren zeventig is de Nederlandse politie sterk versnipperd. Er zijn 148 zelfstandige gemeentelijke politiekorpsen, elk verantwoordelijk voor hun eigen stad.

Voor de rest van het land zorgt het Korps Rijkspolitie. Samenwerking met anderen vindt slechts zeer beperkt plaats. Korpsen kijken nauwelijks over de grenzen van hun werkgebied als het om de werkzaamheden van politieagenten gaat. Het is ieder voor zich.

Deze 149 organisaties zijn aan het bekomen van de roerige jaren zestig. Ze zoeken al jaren naar een passend antwoord op de veranderende samenleving. Veel hoofdcommissarissen willen vooral één ding: extra personeel. Intern komen langzaam nieuwe krachten los die voor onrust zorgen. Leidinggevenden van ná de oorlog met een frisse blik spelen daar een rol in.

Ook binnen het Utrechtse korps groeit de druk. Actiegroepen komen in opstand. Ze breken straten open, kraken panden en verstoren officiële gelegenheden om aandacht te vragen voor misstanden. Dan volgt een ingrijpende gebeurtenis. Een terrorist pleegt een aanslag op twee politiemannen. De impact is groot en verandert blijvend de manier waarop politiemensen hun werk doen.

De bouw van Hoog Catharijne brengt een nieuw probleem met zich mee. De opkomst van harddrugs en alle bijkomende problemen. Het winkelcentrum krijgt al snel een nieuwe bijnaam: ‘Heroïnehart van Nederland’. Aan het eind van de jaren zeventig probeert het Utrechtse korps de groeiende criminaliteit zoals winkeldiefstal en auto-inbraken het hoofd te bieden. Ze richt het Bureau Kleine Criminaliteit op. Ook in wijken binnen en buiten de singels, waar straatprostitutie nog volop aanwezig is, krijgt heroine steeds meer invloed. De sfeer wordt grimmiger. Het geweld tijdens uitgaanstijden neemt toe en blijft lange tijd een hardnekkig probleem. Pas in de jaren negentig, als het debat over zinloos geweld losbarst en stille tochten ontstaan, komt er echt beweging op gang. Ondertussen nadert FC Utrecht haar tienjarig bestaan. Ook daar ontstaan allerlei verhalen, onder

andere over een groep extreem gewelddadige supporters.

Met name de Breedstraatbuurt is een schrijnend voorbeeld van de opeenstapeling van allerlei problemen, waaronder die van harddrugsverslaafden. In de Breedstraat zelf heeft de stichting Bradi-Strati (Surinaams voor Breedstraat) een leegstand gebouw in gebruik mogen nemen. Dit pand, het oude Arbeidsbureau, zal een opvangcentrum worden voor heroïneverslaafden. De buurt is er fel tegen en protesteert op allerlei manieren. Onder andere raam- en straatprostitutie, opvang voor daklozen en de ‘normale’ horecaproblematiek geven al problemen genoeg vinden ze. En daar krijgen ze gelijk in, de verloedering neemt fors toe, ook door de komst van coffeeshops. De hulpverleners van de stichting lukt het niet om de ongeveer honderdvijftig verslaafden in het gareel te krijgen. In 1981 wordt de instelling na een politieoptreden gesloten: “Als gevolg van toenemende vermenging van drugshandel en hulpverlening wil de stichting niet langer de verantwoordelijkheid voor het project dragen.” De gemeente laat het pand ‘dichtplanken’.2 Het lot van dit pand is een voorbeeld van de lange zoektocht naar betere oplossingen die nog volgt.

Geen uitbreiding van de politiecapaciteit, maar op een andere manier werken is wat de opstellers van het rapport Politie in verandering in 1977 voor ogen hebben. Een manier die meer aansluit bij wat burgers van de politie verwachten: werken in kleinere buurten wijkgebonden teams die alle zaken oppakken. Het klinkt mooi, maar is nog een brug te ver voor velen binnen de Nederlandse politie. Binnen het Utrechtse

Mondigheid en verzet

Mensen zijn in de jaren zeventig mondiger dan in de jaren daarvoor. Ze laten zich niet meer afschepen door betuttelende notabelen en politici. Vrijwel elk onderwerp levert discussie op. Je vraagt je af wie zich niet verzet in de jaren zeventig. Daarbij komt dat er meer kritische en maatschappelijk betrokken personen en organisaties zijn die zich, zoals veel studenten en opbouwwerkers, laten zien in bijvoorbeeld volkswijken. En niet alleen laten zien, ze ondersteunen de bewoners op allerlei manieren bij hun strijd tegen de gevestigde orde. Van een neutrale opstelling is nauwelijks sprake meer, zeker als het gaat om woningbouw. “Opbouwwerkers zorgen ervoor dat bewoners hun zegje kunnen doen en overal in het land worden grootscheepse sloopplannen omgezet in bouwen voor de buurt.”3

In (foto)jaarboeken zoals Utrecht in Beeld passeren vele demonstraties, bezettingen, kraakacties en an-

Surveilleren op de brommer. Agenten proberen jongeren in hun wijk al vroeg warm te maken voor het politievak. 1975-1980

dere manieren om het doel te bereiken. Zo ontstaat in de jaren zeventig verzet tegen slechte woonsituaties zoals op het Houtplein en diverse andere buurten en wijken. Het comité Stop Chloortrein Utrecht, Moeders voor Homoseksualiteit, Gastarbeiders voor Educatie en nog vele andere initiatieven tonen de toenemende mondigheid van burgers.

Het gebrek aan woningen leidt tot de eerste kraakacties. De plannen voor de aanleg van de A27 langs de stad leidt tot strijd om het behoud van Amelisweerd. En natuurlijk wil de jeugd eigen poptempels, wat het ontstaan van Aktiekomitee Tivoli Tijdelijk tot gevolg heeft.

Maatschappelijk protest is van alle tijden. De heftigheid varieert. De manier waarop de overheid met weerstand omgaat blijft een belangrijke factor en de politie ervaart dit vaak als eerste.

Niet welkom

“Durf je nog hier te komen ook, klootzak!” Een jonge beginnende agent staat aan de ontvangstbalie een man te woord. Die heeft net een conflict op straat achter de rug met enkele politiemannen en wil een klacht indienen. Drie oudere, ervaren hoofdagenten stormen de agentenwacht uit, pakken hem ‘bij kop en kont’ en gooien de man het bureau uit. “En heb niet het lef terug te komen”, krijgt hij nog te horen. Als ze weer naar binnen lopen kijken ze naar de balie. “Afgehandeld hoor!” Met veelbetekenende blikken. Zo doe je dat de volgende keer, lijken die te zeggen.

Het duurt nog jaren voor alle politiemensen klagers over politieoptreden fatsoenlijk en professioneel ontvangen. Ook goede aandacht voor aangevers en slachtoffers is een nadrukkelijk leerpunt in de jaren zeventig en tachtig. De focus ligt bij veel agenten nog vooral op het vangen van boeven en het handhaven van de openbare orde.

Vooral straten moeten het ontgelden. Actievoerders breken ze open om aandacht te vragen voor verkeersonveilige situaties, maar ook voor andere zaken die spelen in buurten zoals hoge huren, achterstallig onderhoud aan woningen, sluiting van voorzieningen. Het patroon is dat men de media, in die tijd meestal de lokale krant, benadert om op een bepaalde dag en tijd ter plekke te zijn. Op het moment dat de fotograaf er is, breekt men de straat op en ontvouwt spandoeken. Uiteraard komt de politie ter plaatse en ontstaan er discussies die verslaggevers optekenen. De acties hebben achteraf gezien nog een gematigd karakter. Waar het om draait is: mensen willen aandacht voor hun problemen. Aandacht en gehoord worden.

Ongeruste buurtbewoners blokkeren de Biltstraat tegen de komst van een methadoncentrum.

Er is altijd wel een ‘opgewonden Utrechts standje’, die zich in dit geval ook met de borst naar voren op zijn Uteregs groot maakt. Namens de buurt maakt hij luid en duidelijk het ongenoegen over het sluiten van het buurthuis Daalsedijk kenbaar. Daar tegenover staat in dit geval een rustige, ervaren diender die wacht tot hij zijn ei kwijt is. Daarna voeren ze een ‘goed gesprek’. Beiden, buurtbewoner Joppie en agent John, bereiken hun respectievelijke doelen: het sluiten van het buurthuis gaat uiteindelijk niet door op dat moment en de situatie loopt niet uit de hand.

Vogelzang (in politie-uniform) bij de ontruiming van een kraakpand aan de Nieuwegracht. Er was al met stenen gegooid naar de politie en door de ME opgetreden voordat hij arriveerde. Gesprekken tussen hem en betrokkenen aan beide zijden zorgen voor een verder geweldloos verloop.

gen elkaar. Na afloop ontstaat die dag tussen enkele Turkse deelnemers ruzie. Dit heeft niets met voetbal te maken, er liggen politieke motieven aan ten grondslag. Plotseling trekt één van de mannen een vuurwapen en schiet een ander tweemaal van dichtbij door het hoofd. Onmiddellijk daarna vuurt hij nog drie kogels af op de vluchtende broer van het slachtoffer dat hij net gedood heeft. Deze missen doel. De dader Ramazan G. verklaart later tijdens zijn proces, dat hij door de zogeheten Grijze Wolven is gebruikt om deze moord te plegen.

Binnen de Turkse gemeenschap in Nederland is in die jaren onderling veel onrust. Twee maanden na de moord krijgt deze een vervolg. Familieleden van de gedode man benaderen twee bij de politie erg bekende Utrechtse halfbroers, Kees C. en Bert V. De familie vraagt hen de opdrachtgever van moordenaar Ramazan G. als wraak te liquideren. Bert V. voert deze

aanslag ook uit. Onder druk van zowel deze familie als zijn halfbroer vertelt hij later bij de rechter. En om het geld, drieduizend gulden, dat hij dringend nodig heeft als heroïneverslaafde. De kogel die hij afvuurt raakt zijn doelwit in de borst en mist het hart op centimeters. De man blijft in leven en duikt onder in Turkije.

Geen woorden maar daden

Dat de samenleving verandert en de politie zich hierop probeert aan te passen, is het eerst echt zichtbaar binnen de Kinder- en Zedenpolitie (KP/ZP). En maar om één reden, het is Anneke Visser die daar in 1970 de leiding krijgt, die luistert en ziet wat er binnen de politie moet veranderen. Buiten spelen of buitenspel zal zij veel later schrijven. Wanneer je als politie niet in de samenleving speelt, doe je niet mee. Er komt door haar komst in het korps meer aandacht

1975-1980

voor geweld tegen vrouwen en voor slachtoffers in het algemeen. Niet alleen straffen van, maar ook hulpverlenen aan daders. En ze zorgt ervoor dat vooral vrouwen bij de KP/ZP dienst nemen. Gelijktijdig gaat Visser, in de geest van de Utrechtse zusters Augustinessen, gewoon ‘doen wat er gedaan moet worden’. Daar is in die tijd veel moed voor nodig, zeker als vrouwelijke leidinggevende. Er zijn momenten dat zij opdrachten van haar eigen leidinggevenden en die van de hoofdofficier van Justitie naast zich neerlegt, maar ze komt er mee weg.

Het belang van het kind op één!

Een voorbeeld van de eigenzinnige aanpak van Visser is rond het weglopen van een minderjarig kind uit het ouderlijke huis of een jeugdinrichting. De taak voor de politie is in die tijd ‘opsporen en terugbrengen’. Vanaf haar aantreden stelt Visser het terugbrengen uit en brengt de kinderpolitie het kind in kwestie desnoods onder op een veilige en vertrouwde plek. Eerst moet verder onderzoek duidelijk krijgen waarom er sprake is van weglopen. En of het in zijn of haar belang wel goed is om zonder passende maatregelen het kind terug te brengen naar de plek waar het op dat moment mogelijk niet goed of veilig is.

De vader die rond 1975 een procedure tegen Visser start om zijn dochter, die op een geheim adres is ondergebracht, naar huis te laten brengen, schakelt de Procureur-Generaal (PG) in. Zowel de vader als de PG krijgen vriendelijk maar duidelijk het antwoord dat er toch geen verschil van mening bestaat als het om het belangrijkste in dezen gaat?! Namelijk het belang van het kind dat toch voor allen voorop staat. Het onderzoek loopt vervolgens door tot er voldoende helderheid is voor een passende maatregel.

Daarnaast is dan nog wettelijk uitgangspunt dat de politie bij aanhouding voor een strafbaar feit een proces-verbaal opmaakt en toezendt aan Justitie. Dus ook in het geval van opgroeiende jeugd. Alleen Justitie besluit tot het seponeren van een zaak. Anneke Visser en haar rechercheurs weten als geen ander dat kinderen tijdens hun jeugd vaak verschillende soorten gedrag vertonen. Opgroeigedrag, waarbij jeugdigen fouten maken en daarvan leren. En signaalgedrag, waarbij sprake is van omstandigheden die het waarschijnlijker maken dat ze in dat gedrag gaan volharden.

Er zijn meerdere manieren om als politie en opvoeders gedragsverandering te stimuleren. Bij opgroeigedrag is direct een proces-verbaal opmaken en inzenden naar Justitie over het algemeen niet de meest effectieve. Het moet een uiterste middel zijn, een stok achter de deur. Ook op dit vlak begint de Kinderpolitie een eigen koers te varen en ook hier omarmt men dit niet zonder slag of stoot.

Samenwerken

Het is zowel voor het korps als externe partijen erg wennen als Visser gaat samenwerken met de opkomende ‘alternatieve’ hulpverleningsinstanties, zoals het JAC (Jongeren Advies Centrum), Release (maatschappelijke hulpverlening), het Drugsteam en een slaaphuis voor dakloze jongeren.

Uiteindelijk leidt dit tot een aantal zeer concrete activiteiten. Zo is Utrecht de eerste stad waar de Zedenpolitie samen met artsen en hulpverleners tegemoet komt aan de behoeften van slachtoffers van seksueel geweld. Vier instellingen stellen zich beschikbaar voor een 24-uurs opvang. Een handleiding voor hulpverleners, hoe slachtoffers van seksueel geweld op te vangen, verspreiden ze op grote schaal.

Al snel blijkt dat klachten die slachtoffers over het optreden van de politie melden ook van toepassing zijn op anderen die met hen te maken hebben, zoals artsen, advocaten, rechters en officieren van Justitie. In Utrecht ontstaat een unieke samenwerking die tot allerlei nieuwe, gezamenlijke initiatieven leiden. Belangrijke conclusie: liever een dader minder, dan een getraumatiseerd slachtoffer meer. Het belang van het slachtoffer gaat boven het belang van de opsporing. De Utrechtse samenwerking wordt landelijk navolgenswaardig genoemd.

Met het ontstaan van de Nationale Politie in 2013 worden de volgende kernwaarden geïntroduceerd: integer, betrouwbaar, moedig en verbindend. Ze zijn Anneke Visser al een leven lang op het lijf geschreven.

Grensverleggend

In de zomer van 1979 wordt bekend dat de 13-jarige Benjamin Deen uit Utrecht sinds 28 juli in Zuid-Frankrijk wordt vermist. Hij verdwijnt uit het zicht tijdens een vakantiewandeling die hij met zijn vader maakt in een wild natuurgebied. De Franse politie heeft na een zoektocht het onderzoek gestaakt en gaat ervan uit

AMELISWEERD

In 1982 protesteren milieuactivisten tegen de plannen voor het kappen van grote stukken bos in het natuurgebied Amelisweerd voor de aanleg van Rijksweg

A27. Een van de actiemiddelen is het bezetten van het bos en de politie krijgt opdracht daar een eind aan te maken. Kort voor de daadwerkelijke ontruiming stijgt het aantal actievoerders in het bos fors. Vanuit heel Nederland en zelfs uit het buitenland reizen mensen naar Utrecht om hun steentje bij te dragen. Daarmee geven zij gehoor aan eerdere afspraken en de oproep van de actiegroep Vrienden van Amelisweerd.

Er wordt niet meer met de politie gepraat Zo melden zich ook ervaren, geharde types uit Amsterdam, ‘de autonomen’ zoals ze genoemd worden bij het protest in het bos. Zij komen voor stevige actie. Twee van hen zoeken enkele Utrechtse medeorganisatoren op en spreken deze met de bovenstaande woorden dreigend toe: “Er wordt niet meer met de politie gepraat, begrepen?!” Ze ondersteunen hun dreigement niet alleen met boze blikken, maar ook met een getrokken revolver. De schrik is groot bij de bedreigden en de boodschap is duidelijk. Het is niet de bedoeling dat, zoals vaker in het verleden, de actie in gezamenlijk overleg tussen politie en actievoerders op een voor allen acceptabele en vooral geweldloze manier eindigt. Of deze gewapende interventie ervoor zorgt dat het ook daadwerkelijk hardhandig uit de hand loopt blijft de vraag. De spanning is inmiddels al hoog opgelopen en de handelswijze van de overheid zet ook kwaad bloed. De actievoerders voelen zich onvoldoende serieus genomen. Dat bij dit soort grootschalige ongeregeldheden vaak andere krachten spelen, die juist door provocaties de zaak uit de hand willen laten lopen, blijkt ook hier weer. De relatie tussen de Vrienden van Amelisweerd en de Utrechtse politie is echter van zodanige aard dat beide ‘autonomen’ de dag na de dreigementen niet meer aanwezig zijn binnen de gelederen van de actievoerders. Weggestuurd, opgepakt, of zelf maar vertrokken? Het blijft een open vraag... Terwijl de ME iedereen uit het bos verwijdert en uit de buurt jaagt, start het vellen van de bomen. In de Hamburgerstraat bij de rechtbank vindt op dat moment

een kort geding plaats om dit te voorkomen. De minister heeft echter besloten dat men niet wacht op de uitslag. De Driehoek is het hier om een aantal redenen mee eens. Zo verwacht ze dat ook na dit geding weer nieuwe procedures volgen en dat er dan nóg meer tegenstanders toestromen. Er is voor een week politiecapaciteit vrijgemaakt omdat het volgens Rijkswaterstaat zo lang duurt om alle bomen te vellen. Tot aller verbazing liggen de aangewezen bomen echter binnen enkele uren plat. Omgeduwd door speciale bulldozers.

Goed (voor)overleg helpt

De Bailey-brug in de Uithof is in 1982 bij vrachtwagens in gebruik om zand aan te voeren voor de aanleg van de A27. Actievoerders bezetten deze brug meerdere malen. Bij weinigen is in die tijd bekend dat deze acties tevoren zijn besproken tussen de contactpersonen van het bureau Tolsteeg en het actievoerend comité. Sterker, deze hebben steeds hun plannen samen doorgenomen en afgestemd. En afzonderlijk met eigen achterban en in te zetten politiemensen doorgenomen en indien nodig geoefend. De langdurige samenwerking zorgt ervoor dat acties rond Amelisweerd bijna tien jaar lang in de meeste gevallen zonder grote incidenten verlopen. Het verbaast de actievoerders dat ze de zandtransporten zo vaak en zo makkelijk urenlang kunnen blokkeren. De transporteurs en chauffeurs, zo blijkt later, krijgen de extra (wacht)uren gewoon doorbetaald en maken zich daarom waarschijnlijk niet al te druk om het oponthoud.

Op hemelvaartsdag 1979 maken acht agenten de Koningsweg bij het bos vrij. Trekkend, duwend en met wat stompen.

Op één moment bij de Baileybrug, als politieagenten een actievoerder toch te hardhandig behandelen en deze een dienstpistool afpakt van een agent, wordt het kort erg spannend. Een gelijktijdig ingrijpen van de contactpersonen aan beide kanten (die elkaar over het gebeuren heen aankijken en samen onmiddellijk de ernst van de situatie begrijpen) zorgt ervoor dat deze spannende situatie niet escaleert.

Stillen

Politiemensen, in burger gekleed, proberen tijdens grote ordeverstoringen de bewegingen en activiteiten van actievoerders van nabij te volgen en eventueel aanhoudingen te (laten) verrichten. Binnen de politie worden zij ‘spotters’ of ‘aanhoudingseenheden’ genoemd, bij de tegenpartij beter bekend als ‘stillen’. Het is moeilijk en gevaarlijk werk omdat ze snel herkend worden (‘stuk gaan’).

Tijdens één van de demonstraties voor het behoud van de bomen in Amelisweerd trekt een grote groep actievoerders over de Oudegracht in de richting van de Twijnstraat. Onder hen is een politieman in on-

opvallende kleding. Hij geeft zo nu en dan de positie van deze club mogelijke ordeverstoorders door. De Mobiele Eenheid blijft uit zicht om geen onnodige agressie op te wekken.

Plotseling gaan alle demonstranten zitten. “Geen idee wat het teken of de afspraak is, maar ineens zie ik, terwijl ik om me heen kijk, dat ik daar nog als enige recht overeind sta. Duidelijk een vooropgezette valstrik”, zegt de ‘stille’ achteraf. Snel gaan zitten heeft geen zin meer, want er wordt direct van meerdere kanten geroepen en gewezen ‘Stille, stille, pak hem.’ “Ik loop weg, maar ze komen van alle kanten en ik ga snel een portiek in. Daar kan ik geen kant meer op en ze komen met een aantal ook het portiek in. Dit gaat helemaal fout denk ik en voel de spanning in mijn lijf. Voor het eerst en uiteindelijk de enige keer in mijn loopbaan, trek ik mijn pistool met het gevoel dat ik echt ga schieten. Als ik ook roep dat ik dat doe wanneer ze nog één stap dichterbij komen, blijven ze staan. Op hetzelfde moment zijn de sirenes hoorbaar van de ME die onderweg is om me te ontzetten. Ze rennen weg.”

AMELISWEERD

Leden van de Groep Bijzondere Opdrachten klimmen over het dak van kraakpand ‘De Truttige Tuyll’ aan de KrommeNieuwegracht.

De Truttige Tuyll

Het monumentale pand, dat tot 1974 burgemeesterswoning was van burgemeester Van Tuyll van Serooskerken, staat al jarenlang leeg en is gekraakt door een groep die strijd voor het behoud ervan. In samenwerking met de gemeente lukt het de woongroep er later de legale bewoner van te worden die ook zorgdraagt voor de restauratie van het pand.

Wanneer paus Johannes Paulus II Paushuize bezoekt,

dat aan de achterzijde grenst van het kraakpand zijn de actievoerders voorbereidt op een confrontatie. De paus en zijn stoet komen aan op de binnenplaats. De GBO heeft opdracht te voorkomen dat bewoners van het kraakpand de orde daar verstoren.

Het blijft, na de ‘veldslag’ tussen actievoerders en politie op het Smakkelaarsveld, nog lang onrustig in de stad.

1980-1990

(ON-)GEORGANISEERDE ACTIES

“Een anarchistische plek waar in ongeorganiseerd verband allerlei acties worden bedacht en vervolgens uitgevoerd door maatschappelijk betrokken

idealisten”, aldus oud-kraker Joost als hij het ACU-huis beschrijft. Oudere

ACU-huis

Een gat in de Voorstraat dat heel lang een troosteloze plek blijft. Vanaf eind jaren tachtig kraakt men de oude showroom enkele malen en uiteindelijk is hij met toestemming van de gemeente definitief als ACU-huis in gebruik. Actie Centrum Utrecht noemen de Utrechtse dienders de plek. Het ACU-huis, de huiskamer van de kraakbeweging, zoals Utrechtse actievoerders hem zelf noemen en ook Autonoom (Anarchistisch) Centrum Utrecht.

Het kraken van panden krijgt na verloop van tijd een redelijk voorspelbaar patroon. Er is zelfs een kraakspreekuur. Voor dringende huisvestingsproblemen kraakt men op bestelling. Ook maatschappelijke werkers van de politie maken er een enkele keer gebruik van, om in schrijnende gevallen op deze manier een oplossing te zoeken.

“Snel met de bakfiets naar een kraakbaar pand. In de bakfiets een tafel, stoel en een matras. Ter plekke het

Utrechters kennen de locatie nog als Auto Centrale Utrecht, een plek die ruim 25 jaar leegstaat, verpaupert en eindigt in een plek voor zwervers en junks. ACU-huis

pand openbreken, nieuw slot erop en water en licht aansluiten. Als de politie ter plekke komt bewijs je op die manier dat het pand bewoond wordt. Het enige risico is dat ze je betrappen tijdens het openbreken, want dan pleeg je een strafbaar feit en houden de agenten je aan. Gelukkig komt de politie nooit zo snel ter plaatse als er een melding komt van het openbreken van een leegstaand pand in die tijd”, herinnert kraker Geert zich.

“Sommigen namen het wel te serieus. Bij die nepontruiming (...toen we onderling gingen oefenen), vielen uiteindelijk meer gewonden dan bij de echte. Er kwamen ook veel mensen vanuit andere steden op af. Utrecht was wat relaxter dan de rest van het land in die tijd. In andere steden had je ‘de autonomen’. In Utrecht vonden we dat een beetje stom”, zegt kraker Mikkie in DUIC. Zij denkt dat het de-escalerende politiebeleid daar wat mee te maken heeft, maar ook de diversiteit in de stad, waarin verschillende scènetjes

Versteeg. Hierdoor worden personen en groepen die de verkeerde signalen afgeven snel aangesproken en gewaarschuwd. Dat helpt latere problemen te voorkomen. In 2006 tekenen gemeente, politie en Horeca Nederland het eerste Convenant Veilig uitgaan. Vanaf dat moment wordt dit elke vijf jaar geëvalueerd, waar nodig aangepast en weer verlengd.

Koninginnedag

In 1885 viert wijk C in het Oranjepark de vijfde verjaardag van prinses Wilhelmina op een uitbundige wijze. Het wordt een terugkerend evenement en uit deze Prinsessedag, later Koninginnedag, ontstaat gaandeweg een landelijk evenement als geen ander.

Ook de Vrijmarkt ziet in 1982 in Utrecht het licht. Buurtbewoners blazen de middeleeuwse Predikherenkermis nieuw leven in en verkopen op straat tweedehands spulletjes aan elkaar. Het is zo leuk

dat ze het met toestemming van de gemeente een paar maanden later op Koninginnedag herhalen. Een nieuwe traditie is het gevolg. Beide zijn als gezamenlijk evenement niet meer weg te denken uit de stad en trekken massa’s bezoekers.

De verkoop van spullen op de vrijmarkt neemt door de jaren heen een hoge vlucht. De commercie slaat toe en het oorspronkelijk uitgangspunt, wat oude spullen verkopen aan elkaar, verdwijnt naar de achtergrond. De gemeente gaat deze ontwikkeling tegen door onder andere het gebied af te bakenen en beroepshandelaren te weren.

Soms al een week van tevoren houden, daarvoor betaalde, personen plekken bezet voor handelaren die daar tijdens de vrijmarkt spullen gaan verkopen. Dit is pas op de avond voor Koninginnedag vanaf 18.00 uur toegestaan om iedereen gelijke kansen te geven. Gemeente en politie treden hier dan ook tegen op.

Agenten van het UIT-team overleggen tijdens een onrustige nachtdienst op de Mariaplaats.

Afbakening vrijmarkt. Dick Noordhoek, de wijkagent van wijk C ondersteunt deze insteek van harte.

HOE HOUDEN WE HET LEUK

Colofon

Uitgave

WBOOKS, Zwolle info@wbooks.com wbooks.com

Tekst

Peter Gieling

Ontwerp

Frank de Wit

© 2026 WBOOKS Zwolle / de auteur Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Van werken van beeldende kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2026.

ISBN 978 94 625 8763 2 NUR 693

Veteranen Search Team

De auteur, Peter Gieling, doneert zijn royalty’s die hij ontvangt voor dit boek aan het Veteranen Search Team.

Het Veteranen Search Team (veteranensearchteam.nl)

Wij zijn het VST. Eén team van vrijwilligers met een specifieke achtergrond. Wij zijn Veteranen, politie of afkomstig uit overige geüniformeerde beroepen. Onze achtergrond en ervaring maakt dat wij over een groot doorzettingsvermogen beschikken. Wij zijn getraind om doelen te behalen, missies te voltooien. Wij zoeken tot we het maximale behaald hebben, wat de omstandigheden ook zijn. Wij vechten voor duidelijkheid. Geheel belangeloos, omdat families recht hebben op antwoord.

Onze missie

Het op gedisciplineerde wijze ondersteunen van de politie tijdens urgente vermissingen van personen in een adviserende en uitvoerende rol waarbij de politie te allen tijde de regie behoudt.

Onze visie

Het redden van mensen op land, 24/7 en onder alle omstandigheden. De inzet vindt altijd plaats op vrijwillige basis door getrainde professionals. Middels het delen van kennis en ervaring met de politie dragen we bij aan effectievere opsporingsmethodes naar vermiste personen. Met de inzet van het VST dragen we bij aan erkenning en waardering voor de geüniformeerde beroepen en het vergroten van het veiligheidsgevoel in de Nederlandse samenleving.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Dienders onder de Dom_LR_bladerpdf by WBOOKS - Issuu