Skip to main content

AUP Carthago_inkijkexemplaar

Page 1


CARTHAGO : OOIT VERWOEST

Diederik Burgersdijk

Dirk Vervenne

Gelegen in Noord-Afrika maar van Fenicische oorsprong was het antieke Carthago bij uitstek een stad tussen verschillende culturen. In dit boek worden de stad en haar bevolking in Afrikaanse, Aziatische en Europese context geplaatst. De auteurs belichten Carthago als centrum van connectiviteit in geografische, commerciële, religieuze, politieke, sociale en militaire netwerken. Ook de beeldvorming van de rijkgeschakeerde cultuur in de ogen van latere beschouwers, in de regio en in de kunst en literatuur van Europa en het Midden-Oosten, komt aan bod. Etniciteit is hierbij steeds een belangrijk thema, zowel wat betreft de samenstelling en identiteit van de oorspronkelijke bevolking als de latere percepties daarvan. De breedheid van invalshoeken biedt een caleidoscopisch perspectief op het legendarische Carthago.

ZENOBIAREEKS

Carthago: ooit verwoest, nooit verdwenen

Zenobiareeks 10

De Zenobiareeks-redactie bestaat uit Inger Kuin (hoofdredacteur), Emma Huig, Maurits de Leeuw, Mirte Liebregts en Johan Weststeijn

Reeds verschenen

0 Zenobia van Palmyra. Vorstin tussen Europese en Arabische traditie. Onder redactie van Diederik Burgersdijk, Raphael Hunsucker, Evelien Roels & Martje de Vries (2018)

1 Alexander en Darius. De Macedoniër in de spiegel van het Nabije Oosten. Onder redactie van Diederik Burgersdijk, Wouter Henkelman & Willemijn Waal (2013)

2 Henk Singor, Sicilië in de Oudheid. De Griekse periode. (2013)

3 Dodenlijst. Appianus en Cassius Dio over het bloedige verleden van keizer Augustus. Vertaling Willem van Maanen & Marco Poelwijk (2014)

4 Philostratos, Schilderijen & Sofisten. Kunst, ekphrasis en retorica in de klassieke oudheid. Vertaling Peter Burgersdijk (2015)

5 Het verhaal van Apollonius Historia Apollonii Regis Tyri. Vertaling Vincent Hunink, inleiding Diederik Burgersdijk (2018)

6 Mohammed en de Late Oudheid. Onder redactie van Josephine van den Bent, Floris van den Eijnde & Johan Weststeijn (2018)

7 Jeruzalem, Jeroesjalajiem, Al-Quds. De heilige stad door de eeuwen heen. Onder redactie van Josephine van den Bent & Thomas Hart (2020)

8 Xerxes’ droom. De lange schaduw van zijn Griekse veldtocht. Onder redactie van Mathieu de Bakker & Janric van Rookhuijzen (2021)

9 De huid van Cleopatra. Etniciteit en diversiteit in oudheidstudies. Onder redactie van Emma Huig, Inger N.I. Kuin & Mirte Liebregts (2022)

Carthago: ooit verwoest, nooit verdwenen

Onder redactie van

Diederik Burgersdijk & Dirk Vervenne

Amsterdam University Press

Deze uitgave is mede tot stand gekomen dankzij financiële bijdragen van: Stichting Oosters Instituut, Boekenfonds Elisabeth Grent/F.J.A.M. van der Helm en Stichting Zenobia.

Afbeelding omslag: Punisch Carthago (eerste helft tweede eeuw v.o.j.), reconstructie in het Carthage National Museum, Carthago, Tunesië. Op de voorgrond zijn de rechthoekige commerciële haven met aansluitend de cirkelvormige militaire haven goed zichtbaar. In het centrum van de stad ligt de Byrsa, een versterkte heuvel waar in de Punische periode een tempel van Eshmun prijkte.

Ontwerp omslag: Fresj (Frederike Bouten)

Ontwerp binnenwerk: Prezns ‒ Marco Bolsenbroek, Zutphen

isbn 978 90 4856 707 2

e-isbn 978 90 4856 708 9 doi 10.5117/9789048567072

nur 683 | 694

© De auteurs / Amsterdam University Press B.V., Amsterdam 2025

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 jº het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.

De uitgeverij heeft ernaar gestreefd alle copyrights van in deze uitgave opgenomen illustraties te achterhalen. Aan hen die desondanks menen alsnog rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht contact op te nemen met Amsterdam University Press

Inhoud

1. Inleiding 7

De stad Carthago

Diederik Burgersdijk en Dirk Vervenne

Deel I Carthago in de oudheid 25

2. De palmboom en het paard 27

De zilveren munten van Carthago in perspectief

Dirk Vervenne

3. Kolossen van Carthago 41

De olifant op munten van Hannibal, zijn bondgenoten en zijn vijanden

Sven Betjes

4. Kust tegen kust, wapens tegen wapens 57

Het beeld van Carthago in de Latijnse literatuur

Diederik Burgersdijk

5. Principes semper Africae, viri Carthaginienses 73

De representatie van Carthago in de Latijnse literatuur

van de Late Oudheid

Felix Mundt

Deel II Christendom, islam en humanisme 87

6. Carthago in de Late Oudheid 89

Een visie vanuit de epigrafie

Pieter Houten

7. De Kahina: van pre- tot postkoloniale heldin 107

Ellen van de Bovenkamp

8. De receptie van de ondergang van Carthago in de middeleeuwse

Maghreb en al-Andalus 119

Chris Saladin

9. Een wijde zee scheidt Latium en Afrika 131

Etnische clichés en emoties in Petrarca’s Punische Oorlogsepos

Siward Tacoma

Deel III De moderne receptie van Carthago in Frankrijk en Italië 137

10. Jean-Emile Humbert, Caspar Reuvens en de ontdekking van Carthago 139

Ruurd Halbertsma

11. Noble Didon 159

De portrettering van Dido als romantische heldin in Hector Berlioz’ Les Troyens

Diederik Burgersdijk

12. Salammbô van Flaubert 171

Het oosterse Carthago als speelbal van internationale krachten

Eric M. Moormann

13. Spectaculaire beelden van Carthago 183

Pastrone’s film Cabiria en Rochegrosse’s boekillustraties voor Flauberts Salammbô

Ivo

In leid i ng

De st ad Ca r thago

Diederi k Burgersdijk en Dirk Ver venne

Denkend aan Carthago

Carthago – wonderschoon gelegen aan de oostkust van wat vandaag Tunesië is, begeerlijke bestemming achter stormige zandbanken, vervaarlijk door zijn ronde oorlogsdokken verscholen achter de langwerpige handelshaven. Daarboven tronend de Byrsa, de akropolis van de stad die het middelpunt vormde van een even regelmatig als labyrinthisch stratenpatroon. Ooit verwoest door hardhandig optreden van Romeinse legioenen, maar nog altijd zichtbaar in het stedelijk landschap, alsof de herinnering aan legendarische vorsten als Dido, Hamilcar en Hannibal, en godheden als Tinnit, Eshmun en Melqart nooit van de kaart geveegd kan worden. Een Fenicische stad, met wortels in het Nabije Oosten in wat nu Libanon is, zwaar gestempeld door het oorlogsgeweld dat buitenlandse rivalen toebrachten, ook in de historische herinnering.

Het antieke Carthago wordt in de moderne beeldvorming – doorgaans leunend op de omvangrijke Grieks-Romeinse geschiedschrijving – vaak afgeschilderd als de grote rivaal van Rome. Carthago als de geduchtste en sluwste tegenstrever, die na de invasie van Italië door Hannibal en het verwoestende verlies dat hij de Romeinen bij Cannae toebracht (216 v.o.j.), bijna een einde maakte aan de groeiende macht van de stad Rome en het omliggende rijk. In drie slepende oorlogen, in een tijdsbestek van honderdtwintig jaar vanaf het midden van de derde eeuw vochten Rome en Carthago om de heerschap-

pij van het westelijke Middellandse Zeegebied, die de Romeinen definitief wonnen. Na de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.o.j.) verkregen de Romeinen Sicilië, dat als eerste provincie van het rijk buiten het Italische schiereiland volgens Cicero het ‘sieraad van het rijk’ genoemd mocht worden.1 Ook Sardinië en Corsica werden ingelijfd, tot verontwaardiging van de Carthagers: de Tyrrheense zee die zich ten westen van het Italisch schiereiland uitstrekt was een Romeinse binnenzee geworden, en Rome maakte aanstalten zich als zeemacht te vestigen. Na de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.o.j.) werd het rijk van Carthago door de Romeinen teruggebracht tot slechts haar Noord-Afrikaanse gebieden en een fractie van de vloot die het ooit had, en werden opnieuw ondraaglijke herstelbetalingen opgelegd, die helemaal werden afbetaald. Bij de Derde Punische Oorlog (149-146 v.o.j.) viel Carthago, waarvan al niet meer dan een geheel onderworpen stad met ommelanden was overgebleven, voorgoed.

In de Romeinse geschiedschrijving over Carthago vinden we herhaaldelijk het idee van de punica fides, ‘Carthaagse trouw ’ , de zogenaamd kenmerkende Carthaagse sluwheid en leugenachtigheid. Dat idee werd voor de Romeinen door niemand meer vertegenwoordigd dan de sluwe Hannibal, die volgens Livius beschikte over perfidiam plusquam Punica – een meer dan Carthaagse leugenachtigheid. In Rome bleef de uitroep ‘Hannibal ad portas!’ schrikbeelden oproepen van de legioenen van Hannibal, de olifanten waarmee hij over de Alpen trok en de verwoestingen van het Italische platteland.2 Het spookbeeld van de dreiging van een herrezen Carthago maakte dat de woorden van Cato in de senaat, dat Carthago verwoest moest worden, niet veel later waarheid werden.3 Dat de ruïnes van Carthago werden vervloekt en het land werd bestrooid met zout is niets meer dan een fabel, maar het is in de herinnering een blijvend symbool van de totale verwoesting van de stad gebleven.4 Carthago hield op met bestaan. Of toch niet?

Er bestaat ook een ander Carthago. Carthago als stad met een open blik, midden in het Middellandse Zeegebied, met een bevolking en gebruiken die we met een twintigste-eeuws anachronisme ‘multicultureel’ zouden kunnen noemen. Dit is onder meer te zien aan de verscheidene religies die aangetroffen worden, maar ook in de diverse samenstelling van de huurlingenlegers die voor Carthago vochten.5 De Carthagers onderhielden nauwe banden met hun Fenicische moederstad Tyrus in de Levant (in het huidige Libanon), en de andere Fenicische steden van het westen. Carthago bleef daarnaast één van de belangrijkste knooppunten in het handelsnetwerk dat het Middellandse Zeegebied doorkruiste. Het materiële erfgoed van Carthago bestaat uit een schitterende mengeling van Egyptische, Numidische, Etruskische, Griekse en Romeinse invloeden, en vooral ook uit het Nabije Oosten, waar de Carthaagse bevolking etnisch aan verwant was – vaak naast

elkaar en op vernieuwende manieren met elkaar verenigd in een nieuwe, ‘Carthaagse’ stijl. De havens en handel van Carthago maakten de stad rijk. In deze bundel bezien we het antieke Carthago als stad tussen culturen.6 Vanuit de Fenicische oorsprong worden de stad en haar bevolking geplaatst in Afrikaanse, Aziatische en Europese context: als centrum van connectiviteit in geografische, commerciële, religieuze, politieke, sociale en militaire netwerken. Er is aandacht voor de beeldvorming van de rijkgeschakeerde cultuur in de ogen van latere beschouwers, zowel in de regio zelf als in de kunst en literatuur van Europa en het Midden-Oosten. Ook etniciteit is een belangrijk thema – zowel wat betreft de samenstelling en identiteit van de oorspronkelijke bevolking, als de percepties daarvan in later tijd. De bundel, waarin de afzonderlijke bijdragen waar mogelijk deze breedheid van invalshoeken laat zien, biedt als geheel een kaleidoscoop van deze aspecten. Eerst richten we in deze inleiding de blik op de stad zelf.

Carthago’s hegemonie

Carthago werd rond het begin van de achtste eeuw v.o.j gesticht door Fenicische kolonisten uit Tyrus. De locatie van de stad was uitstekend gekozen: Carthago lag precies op het kruispunt van de noord-zuid handelsroute langs de Italische westkust en de winstgevende oost-west handelsroute die Tyrus met het metaalrijke Iberische schiereiland, in het bijzonder de goud- en zilvermijnen van de Sierra Morena, verbond. Volgens de Fenicische traditie werd Carthago gesticht op een schiereiland, met uitstekende toegang tot de zee en veilige havens, zoals de Puniërs (zoals de Feniciërs in Carthago met een uit het Latijn stammend woord doorgaans worden aangeduid) gewend waren van hun moederstad. De stad was niet alleen bedoeld als strategische handelspost, maar ook als nieuwe kolonie voor Tyrische migranten: de naam Carthago, in het Fenicisch Qart-Hadasht, betekent letterlijk ‘nieuwe stad’. Ook gunstige landbouwgronden kunnen bijgedragen hebben aan de keuze voor de locatie.

Met hun vestiging in overzeese gebieden liepen de Feniciërs vooruit op de kolonisatie vanuit Griekse steden, die midden achtste eeuw zijn beslag kreeg. De stad groeide snel. Al in de achtste en zevende eeuw v.o.j. importeerde Carthago Italisch en Grieks aardewerk, en trok de stad groepen handelaren en handwerkers aan die zich in de stad vestigden. Er bestonden intensieve contacten met gemeenschappen op Sicilië en Sardinië, waar zich ook Puniërs hadden gevestigd. Daarnaast was er contact en uitwisseling tussen de Carthagers en de lokale Numidiërs, in wier land zij zich hadden gevestigd. De Carthagers hadden daarbij vaak in politieke zin de overhand: ze konden hun invloed uitoefenen in een gebied dat zich uitstrekte van noord-westelijk

Afrika tot zuidelijk en oostelijk Spanje, de Balearen, zuidelijk Gallië en het westen van Sicilië.7 Over de precieze aard van het Carthaagse ‘imperialisme’, of het slechts een handelsnatie met strategische contacten of ook een rijk met expansieve neigingen was, verschillen de meningen. Wel is duidelijk dat de Carthaagse invloed in de westelijke mediterranee flink toenam met de inlijving van moederstad Tyrus in het Assyrische rijk, in het tweede kwart van de zesde eeuw v.o.j.8

Ook werd vanaf het midden van de zesde eeuw de greep op het achterland steeds sterker. De voordelen van de eigen ommelanden werden vooral op agrarisch gebied steeds meer ontdekt, met gunstige gevolgen voor de economie. Dit effect werd vooral zichtbaar tijdens de Punische oorlogen, toen de handelsmogelijkheden op zee sterk waren ingeperkt. Ook de maritieme expansie was aan banden gelegd, waardoor economische en militaire activiteiten zich verplaatsten naar het vasteland, in Noord-Afrika en Spanje. Inderdaad getuigen schaarse Griekse bronnen van een weelderige landbouw in de derde eeuw v.o.j. Sterker: de Carthaagse landbouw werd, door de werken van de Punische auteur Mago, een belangrijke informatiebron voor Romeinse literaire tractaten, en daarmee wellicht voor de Romeinse landbouw zelf.9 Van Mago verschenen diverse vertalingen en bewerkingen in de tijd van de Romeinse republiek, in de tweede en eerste eeuw v.o.j. Het was de Carthaagse Numidische tegenstrever koning Massinissa die met succes de landbouwlessen van de Carthagers in de praktijk bracht in zijn eigen gebiedsdelen in Noord-Afrika.10

Afb. 1. De Carthaagse invloedssfeer, derde eeuw v.o.j.

De stad zoals die op de meeste gereconstrueerde afbeeldingen (zoals op de voorkant van dit boek) te zien is toont de situatie zoals die zich in de eerste helft van van de tweede eeuw v.o.j. voordeed: verscholen achter de handelshaven het ronde maritieme complex, bestaande uit twee of drie verdiepingen, dat aan zo’n honderdzeventig schepen plaats kon bieden. Met droogdokken kon water aan de ronde haven worden onttrokken of toegelaten. Ten westen van de handelshaven bevond zich de tophet (de offerplaats, waarover later meer), en ten noorden van de militaire haven de agora (marktplaats), die door stadsmuren van de zee werd gescheiden. De stadsmuren waren drievoudig: een aarden wal, waarbinnen een stenen muur en een muur met torens van zo’n veertien meter hoog en zeven meter breed.11

Daar strekte de stad zich aan de voet van de Byrsa-heuvel uit over de vlakten, terwijl de huizen – het oudste gedeelte van de stad – in twee of drie verdiepingen elk zich tegen de heuvel vlijden, tot de top van de akropolis werd bereikt. De zuid-oost helling is de plaats van het zogenoemde Quartier Hannibal, zo genoemd door de Franse archeologen die deze onder het bewind van Hannibal aangelegde woonwijk in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw blootlegden. Bijzonder aan deze huizen is, behalve het strakke “hippodamische” stadspatroon in vierkante huizenblokken, dat zij alle zijn uitgerust met een cisterne voor de watervoorziening. De luxueus uitgevoerde wandschilderingen doen vermoeden dat de gegoede burgerij hier woonde. Slechts een deel van de straten was geplaveid, en ook is er op een zeker moment een afvoerkanaal voor afvalwater- en resten aangelegd. Ook bij overstromingen deden deze kanalen dienst, waar de interieurs van de huizen zeker baat bij hadden: kalkstenen vloeren konden plaats maken voor de luxere pavimenta punica van mortel.12

Multicultureel Carthago

Carthago had al in de eerste eeuwen van haar bestaan een kosmopolitisch karakter. Tegelijkertijd werd de Tyrische oorsprong van de stad zorgvuldig in stand gehouden en bleef het tot het einde een belangrijke culturele, politieke en religieuze factor. In verschillende Carthaagse inscripties noemen leden van de Carthaagse elite zich ‘Tyriërs’ of ‘kinderen van Tyrus’. Vermoedelijk was het claimen van Tyrische voorouders voor de Carthaagse elite een kwestie van status in een stad met veel verschillende etniciteiten. Bovendien bleven de banden met het Tyrische moederland behouden in religieuze gebruiken. In de eerste eeuwen van haar bestaan stuurde Carthago jaarlijks een tiende van de opbrengsten van de stad naar Tyrus ter ere van Melqart, de belangrijkste Tyrische god.13 Dat gebruik bleef, in grotere of mindere mate, waarschijnlijk tot de laatste eeuwen van de stad in gebruik.14 Toen Alexander

Afb. 2. Stele voor de godin Tanit op de Tophet in Carthago, met sikkelvormige maan.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook