ALMA-TADEMA klassieke verleiding
Alma-Tadema klassieke verleiding
Redactie voor het Fries Museum Elizabeth Prettejohn en Peter Trippi Inleidingen Elizabeth Prettejohn Artikelen Jan Dirk Baetens, Ivo Blom, Petra ten-Doesschate Chu, Markus Fellinger, Charlotte Gere, Elizabeth Prettejohn, Daniel Robbins, Marlies Stoter, Peter Trippi Uitgelicht Eline van den Berg, Carolyn Epps Dixon, Alistair Grant, Anne Helmreich, Ian Jenkins, Stephanie Moser, Wendy Sijnesael, Robert Verhoogt
Inhoudsopgave Bruikleengevers 6 Woord vooraf van de directeuren 8
Noten 200 Verder lezen 211 Tentoongestelde werken 219 Register van kunstwerken van leden van de familie Alma-Tadema en Epps 230 Lijst van namen 233 Auteurs 236 Dankwoord 238 Illustratieverantwoording 238
I Het begin van een reis: van Dronryp naar Brussel, 1836–1870 Inleiding door Elizabeth Prettejohn
Lourens Alma, geboren en getogen in Friesland
Artikel door Marlies Stoter
18
26
Alma-Tadema in Antwerpen: de erfenis van Henri Leys Artikel door Jan Dirk Baetens 38 Tastbaarheid Uitgelicht door Wendy Sijnesael Vindingrijkheid Uitgelicht door Ian Jenkins Archeologie en het oude Egypte Uitgelicht door Stephanie Moser
48 50 52
II Thuis in Londen, 1870–1885
Inleiding door Elizabeth Prettejohn
De huizen van de Alma-Tadema’s in Londen Binnen schilderen
Artikel door Charlotte Gere
Artikel door Elizabeth Prettejohn
56
74
98
Replica’s Uitgelicht door Alistair Grant 114 Een glimp van het oosten Uitgelicht door Eline van den Berg 116
III Beroemdheid thuis en in het buitenland, 1886–1912
120
138
148
Artikel door Markus Fellinger
154
Inleiding door Elizabeth Prettejohn
Alma-Tadema en het creëren van beroemdheid Artikel door Petra ten-Doesschate Chu
Frederic Leighton en Lawrence Alma-Tadema
Artikel door Daniel Robbins
Alma-Tadema’s invloed op de jonge Gustav Klimt
Laura Theresa Epps Alma-Tadema Uitgelicht door Carolyn Epps Dixon 162 De tuin van Grove End Road Uitgelicht door Anne Helmreich 164 De reproductiegrafiek van Alma-Tadema Uitgelicht door Robert Verhoogt 166
IV Kunst in beweging
Inleiding door Elizabeth Prettejohn
De wereld als podium
Artikel door Peter Trippi
Het tweede leven van Alma-Tadema’s schilderijen INHOUDSOPGAVE
Artikel door Ivo Blom
170 172 186
I
Het begin van een reis: van Dronryp naar Brussel, 1836–1870 Inleiding door Elizabeth Prettejohn Dit boek gaat over een bijzondere reis: van het kleine dorp Dronryp in een uithoek van Noord-Nederland naar de prachtige omgeving van het edwardiaanse Londen en de internationale wereld van kunst en film in de twintigste eeuw. Het is het verhaal van een opmerkelijke kunstenaar die in 1836 in Friesland werd geboren in het middenklassengezin van de Tadema’s en uitgroeide tot Sir Lawrence Alma-Tadema, lid van de Royal Academy en drager van de Orde van Verdienste, wereldwijd geroemd om zijn levendig geschilderde voorstellingen van de klassieke oudheid. Het is echter ook het verhaal van zijn familie en vrienden die hem begeleidden op deze artistieke reis. Gezamenlijk realiseerden ze twee vernieuwende atelierwoningen, werkplaatsen die niet alleen laboratoria waren voor veelzijdige artistieke scheppingen maar kunstwerken op zich. Alma-Tadema’s carrière als ‘de archeoloog onder de kunstenaars’ is al in tal van boeken en tentoonstellingen besproken, niet in de laatste plaats tijdens het eerste retrospectief in het Van Gogh Museum in Amsterdam en de Walker Art Gallery in Liverpool in 1996–1997.1 Ook in dit boek en in de bijbehorende tentoonstelling blijft de aantrekkingskracht die archeologische ontdekkingen voor Tadema hadden, niet onbesproken, maar we bel ichten zijn opmerkelijke carrière vanuit een nieuwe hoek. We laten zien hoe de ruimtes waarin hij woonde en leefde en hoe de mensen met wie hij die ruimtes deelde, zijn artistieke visie zowel reflecteerden als beïnvloedden. Die artistieke visie is van blijvende betekenis. Tot degenen die erdoor geïnspireerd zijn geraakt, behoren filmregisseurs, ontwerpers en produ centen van de begintijd van de film tot aan de dag van vandaag. Dit aspect van Alma-Tadema’s artistieke erfenis is weliswaar vaker opgemerkt, maar er wordt hier voor het eerst gedetailleerd op ingegaan. Alma-Tadema’s verhaal wordt gekenmerkt door veel dramatische gebeurtenissen en een paar tragedies. Pieter Tadema, de vader van de kunstenaar die notaris was in Dronryp en later in Leeuwarden, stierf toen zijn zoon (Lourens Alma genoemd, naar zijn peetoom) pas vier jaar oud was. Hierna brak een financieel zware tijd aan voor het gezin. Het zou logisch zijn geweest als Lourens had toegegeven aan de wens van de familie om advocaat te worden, zoals zijn vader had gewild, maar al in zijn tienerjaren werd zijn onafhankelijkheid van geest duidelijk en hij liet zich hier later op voorstaan. ‘Als ik enige mate van succes heb verworven, is dat omdat ik altijd trouw ben geweest aan mijn eigen ideeën.’2 Hij ontliep zijn verantwoordelijkheid om voor zijn moeder, Hinke Dirks Brouwer, en zijn zus Artje te zorgen niet, maar hij deed dat op zijn eigen manier: door tegen alle verwachtingen in te slagen als kunstenaar. Aan het begin van zijn tienerjaren deed hij zo hard zijn best om én goed te leren tekenen én zijn huiswerk voor school te maken, dat hij ernstig
18
ziek werd. Artsen vreesden dat hij niet lang meer te leven had en hij kreeg toestemming om zich geheel aan de kunst te wijden. Hij herstelde snel – de eerste van de dramatische wendingen die zijn loopbaan zouden kenmerken. Er is al iets van die vastberadenheid om te slagen terug te zien in het zelfportret dat hij op zestienjarige leeftijd maakte (afb. 1). De directe blik en het gefronste voorhoofd tonen zijn onverzettelijkheid, en misschien ook zijn trots op zijn Friese afkomst. Zijn vriend en biograaf Georg Ebers citeerde het gezegde ‘De Friezen moeten vrij zijn zolang de wind door de wolken waait en de wereld bestaat’. 3 Op de achtergrond zien we ook al een hint van zijn liefde voor meeslepende interieurs. De jongen is eenvoudig gekleed, maar er bestaat geen twijfel over zijn ambitie. Het zelfportret is een mooie prestatie voor een zestienjarige, al zijn de houding en setting nog vrij conven tioneel, net als het sobere kleurenschema. Hoewel hij, zoals in Marlies Stoters essay wordt aangetoond (zie blz. 26–37), nooit los zou raken van zijn Friese wortels, moest hij zijn thuis verlaten om zijn ambities waar te maken in een grotere wereld. Volgens zijn zwager Edmund Gosse waren de schilders in Amsterdam niet klaar voor een Friese leerling.4 Waar of niet, de jonge kunstenaar had duidelijk zijn zinnen gezet op een internationale carrière. Binnen enkele maanden nadat hij het zelfportret had voltooid, was hij student aan de Koninklijke Academie voor de Kunsten in Antwerpen, waarovermeer in het essay van Jan Dirk Baetens (zie blz. 38–47). Hier genoot hij een goede acade-
1 Zelfportret van Lourens Alma Tadema, 1852, olieverf op doek, 58,5 × 48,5 cm, Fries Museum, Leeuwarden – Collectie Koninklijk Fries Genootschap
mische opleiding van docenten van Europees aanzien. Tegen 1860 werkte hij in het atelier van de beroemdste van alle Antwerpse kunstenaars, Henri Leys. Dit was een periode van jeugdig enthousiasme en daadkracht, maar bovenal van zeer hard werken. De jonge kunstenaar was extreem onafhankelijk, overdreven ambitieus en bereid om zich met ziel en zaligheid op zijn doel te storten. Toen hij een gotische tafel schilderde in één van Leys’ schilderijen, vond de meester deze er onvoldoende robuust uitzien: ‘Ik wil [een tafel] waar iedereen zijn knieën aan kapot stoot.’5 Alma-Tadema schilderde hem opnieuw en in zijn latere werk bleef hij vastbesloten om materiële objecten er zo tastbaar en precies mogelijk uit te laten zien. Vanaf het begin van de jaren zestig verschenen zijn zeer gedetailleerde werken in openbare tentoonstell ingen: De opvoeding van de kleinkinderen van Clotilde (hier te zien in een fraaie contemporaine gravure, afb. 2), Venantius Fortunatus leest zijn gedichten voor aan Radegonda VI (afb. 3) en Koningin Fredegonda aan het sterf bed van bisschop Praetextatus (afb. 35) waren tussen 1861 en 1864 te zien in verschillende exposities in Nederland en België. Deze voorbeelden van Alma-Tadema’s vroege fascinatie voor de Merovingische dynastie, de Frankischeheersers van het midden van de vijfde tot het midden van de achtste eeuw, laten zien dat hij van zijn Antwerpse docenten had geleerd om uitgebreid historisch onderzoek te doen. Ook was zijn bekwaamheid als kunstenaar van verfijnde details en exact perspectief enorm gegroeid: zie bijvoorbeeld de uitmuntende verkorting van de vloertegels in al deze schilderijen. De delicate Korinthische kapitelen en cannelures van de zuilen in De opvoeding van de kleinkinderen van Clotilde zijn verrassende verw ijzingen naar klassieke elegantie in deze bloeddorstige scène. Dit is misschien wel het vroegste voorbeeld van de ironische titels die de kunstenaar in zijn latere werken geregeld zou gebruiken. Koningin Clotilde (vrouw van de Merovingische vorst Clovis die heerste van 481–511) is geen aardige grootmoeder: zij had de leiding over de ‘opvoeding’ van de kleinkinderen en vond dat ze moesten leren bijlwerpen voor als ze zich ooit moesten wreken. Deze Merovingische schilderijen van de jonge kunstenaar zijn tevens de eerste waarin hij de effecten onderzoekt van een zonover goten uitzicht vanuit een donker, huiselijk interieur. Naast deze voorstellingen uit de Merovingische geschiedenis kreeg de jonge Tadema ook belangstelling voor de materiële cultuur van de Egyptische oudheid. Na een eerste expositie in Brussel maakte hij in 1864 met Tijdverdrijf in het oude Egypte 3000 jaar geleden (afb. 4) zijn debuut op de Parijse Salon, de belangrijkste expositie van die tijd, waar het een medaille kreeg. Het schilderij moet zijn succes deels te danken hebben gehad aan zijn erudiete details, maar ook aan zijn merkwaardige, maar toch zeer overtuigende weergave van drieduizend jaar oude gebruiken: de lenige dansers, springend in de lucht vastgelegd, voeren hun kunsten uit voor zware zuilen, die voor de Parijse toeschouwer uit 1864 net zo goed de Egyptische oudheid symboliseerden als tegenwoordig voor ons. Niet alleen werd het schilderij geëxposeerd in Parijs, de artistieke wereldhoofdstad van die tijd, maar Tadema had er ook onderzoek voor gedaan in het Louvre en het British Museum in
Londen en er boeken voor geraadpleegd, tekenend voor de steeds mondialere blik van de kunstenaar. Een opeenvolging van internationale tentoonstellingen, die begon met de ‘Great Exhibition’ in het Crystal Palace in Londen in 1851 en de wereldtentoonstelling in 1855 in Parijs, zette veel kunstenaars ertoe aan om buiten hun eigen landsgrenzen te exposeren. Tadema zinspeelde echter al vanaf het begin van zijn c arrière op internationale verspreiding van zijn werk. We zullen zien dat hij dit zijn leven lang zou blijven doen. Rond 1860 was het door verbeteringen in de infrastruct uur en het Europese politieke klimaat voor veel kunstenaars makkelijk geworden om te reizen, en opnieuw bevond Alma-Tadema zich in de voorhoede, met uitstapjes naar Keulen in 1861 en naar Londen in 1861 en 1862. Een jaar later volgde een reis naar Italië, waar hij op huwelijksreis ging met zijn bruid, Marie Pauline Gressin Dumoulin de Boisgirard. Zij was geboren in Brussel, als kind uit een Frans gezin uit een hogere sociale klasse dan de
2 De opvoeding van de kleinkinderen van Clotilde, gravure van Johannes H.M.H. Rennefeld naar Op. XIV (S50 ), 1861, 40,8 × 49,4 cm, Fries Museum, Leeuwarden
3 Venantius Fortunatus leest zijn gedichten voor aan Radegonda VI, 1862, olieverf op doek, 66 × 83,3 cm, Dordrechts Museum, Dordrecht
INLEIDING I: I HET BEGIN VAN EEN REIS
19
4 Tijdverdrijf in het oude Egypte 3000 jaar geleden, 1863, olieverf op doek, 99,1 × 135,8 cm, Harris Museum & Art Gallery, Preston
Tadema’s. De reis en het huwelijk volgden op de dood van Tadema’s moeder eerder in 1863 en waren het begin van een nieuwe fase voor de kunstenaar. Hij was nu zevenentwintig en stond aan het hoofd van zijn eigen gezin. Alle biografen van Tadema, beginnend met zijn persoonlijke vrienden Ebers en Gosse die in de jaren tachtig van de negentiende eeuw als eersten over zijn carrière schreven, beschouwen deze reis naar Italië als een keerpunt. De noorderling zag voor het eerst de felle zon en de mediterrane flora van het Zuiden, en als vrijheidslievende Fries maakte hij kennis met het pas onafhankelijke en verenigde Italië. Wellicht was Tadema bij het plannen van zijn reis vooral geïnteresseerd in monumenten uit de vroeg christelijke en Byzantijnse tijd, de historische perioden uit zijn recente schilderijen. I nterieur van de kerk van San Clemente, Rome (afb. 16) toont hergebruikte Romeinse zuilen in een overdadig vroegchristelijk i nterieur. Hierin lijken de verschillende kleuren marmer en het glinsterende goud van het apsismozaïek vooruit te wijzen naar de latere belangstelling van de kunstenaar. Een kleine figuur in modieuze kleding verdwijnt in de verte achter een zuil; dit moet Pauline haast wel zijn. En van wie is het hoofd dat te zien is boven een muurtje nog verder achterin? Hier zien we zijn levenslange fascinatie ontstaan voor de manier waarop een menselijke figuur, gewoon iemand zoals wijzelf, zich beweegt door de grootse architectonische ruimten van oude gebouwen.
20
Zo geleidelijk als de belangstelling van de kunst enaar groeide voor de klassieke oudheid, dat wil zeggen de Romeinse of Grieks-Romeinse in plaats van de B yzantijnse of vroeg christelijke oudheid, zo essentieel was voor hem de interactie tussen de mens en de driedimensionale ruimte. Nergens ervoer hij die sterker dan in Pompeji, de Romeinse stad die in 79 na Chr. onder lava bedolven raakte door de uitbarsting van de Vesuvius. In 1748 werd de stad herontdekt, en sindsdien vonden er voortdurend opgravingen plaats. De Nederlandse schrijver Carel Vosmaer, een goede vriend van de kunstenaar, vertelde het verhaal van zijn eerste bezoek aan Pompeji in zijn roman Amazone, waarvan de Nederlandse hoofdpersoon en kunstenaar Siwart Aisma gebaseerd is op Alma-Tadema: Wat de beoefening van boeken en monumenten geven kan, daarvan had hij reeds het beste deel in zich opgenomen, maar hij wilde het oude leven zelf voor zich opwekken; wandelen, slapen, droomen, eten te midden dier eigen wanden, waar de Romein woonde… 6 Een foto uit de collectie van de kunstenaar toont een hurkende figuur in een donker pak met bolhoed die maten neemt in de hoek van een Pompejaanse woning. Aangenomen wordt dat dit de kunstenaar zelf is tijdens die beslissende reis in 1863 (afb. 6), en dat we kijken naar ‘de archeoloog onder de kunstenaars’7 die exacte metingen verricht en informatie verzamelt
5 Glaucus en Nydia, 1867, olieverf op paneel, 39 × 64,3 cm, The Cleveland Museum of Art, Cleveland
voor de schilderijen die hij in de jaren erna zal maken: gedetailleerde reconstructies van hoe de Romeinse wereld er uit zag in de eerste eeuw. Dit soort schilderijen ontstond een jaar of twee nadat Lourens en Pauline van hun huwelijksreis waren teruggekeerd. Bijvoorbeeld in Ingang tot een Romeins theater (afb. 19)8 , Glaucus en Nydia (afb. 5), met p ersonages uit Edward B ulwer Lyttons bestseller De laatste dagen van Pompeji, De bloemenmarkt (afb. 7)9 en het prachtige Bloemen (met als model waarschijnlijk Alma-Tadema’s zus Artje, afb. 8) zien we de stoffelijke wereld van Pompeji voor onze ogen tot leven komen. Lezende Romein (afb. 9) toont een mannelijke figuur in een donkerrood gewaad die een papyrusrol leest. Achter hem staat een kast met nog meer papyrusrollen, het antieke equivalent van onze boekenkast. Als een archeoloog past de kunstenaar hier zijn gedetailleerde kennis toe over allerhande objecten, van tafelpoten en bankleuningen en van lampen en stoven tot trappen en muurschilderingen. Net als Aisma in het boek van Vosmaer heeft hij de manier waarop de Pompejanen in hun woningen leven en door de straten wandelen, tot leven gewekt. Op andere schilderijen worden his torische figuren uit het antieke Rome en (soms) Griekenland weergegeven, met een accent op de Romeinse liefdesdichters uit de eerste eeuw v. Chr., Tibullus en Catullus. Lesbia treurt om een mus (afb. 124) illustreert Catullus’ derde gedicht, waarin de
6 Alma-Tadema (? ) meet het Huis van Sallustius op in Pompeji, ca. 1863, foto, Cadbury Research Library: Special Collections, University of Birmingham, portfolio CXXIII, nr. 11161
INLEIDING I: I HET BEGIN VAN EEN REIS
21
12 Spiegel, versierd met een miniatuur ( geschilderd door Lawrence Alma-Tadema in olieverf op koper) met zichzelf, zijn dochters Laurence en Anna en zijn neef Pieter Rodeck (detail ), ca. 1885, 9,8 × 7,7 cm (miniatuur), 53 × 41 cm (spiegellijst), Fries Museum, Leeuwarden – Collectie Koninklijk Fries Genootschap
26
Lourens Alma, geboren en getogen in Friesland Marlies Stoter
In januari 1935 had conservator van het Fries Museum Nanne Ottema (1874–1955) een afspraak met Laurence Alma-Tadema in haar appartement aan de rue Méchain 7 in Parijs. De oudste dochter van Lawrence Alma-Tadema wilde ter herinnering aan haar vader een groot aantal van haar bezittingen beschikbaar stellen voor een ‘Alma-Tadema-hoekje’ in zijn geboorteplaats Leeuwarden.1 Ottema constateerde, wellicht met enige spijt, dat ‘een kapitaal schilderij uit den tijd van zijn grootsten roem, te Londen doorleefd’ ontbrak in het aanbod.2 In plaats daarvan werden vroege olieverfschilderijen, tekeningen en prenten, en een klein aantal antieke voorwerpen en meubels in antieke stijl geselecteerd voor verscheping naar Leeuwarden. Een schildersezel, het Friese familiezilver en de geliefde oosterse tapijten van de schilder werden ook meegegeven om de kamer in te richten. Het grootste deel van deze voorwerpen had Laurence van haar vader gekregen, maar er waren ook objecten bij die ze, uit eerbied voor haar vader, in 1913 had gekocht bij de boedelveiling van het huis in Grove End Road. 3 Voor Laurence ging met deze schenking een langgekoesterde wens in vervulling: ‘Ik doe alles wat ik kan voor deze gedenkplaats aan mijn vaders leven en aan de huizen waarvan hij zo hield.’4 Tot aan de ontmoeting in Parijs bezat het Fries Genootschap, dat het Fries Museum had opgericht, slechts een dozijn reproducties en twee vroege portretten van Tadema. Dankzij de vrijgevigheid van zijn dochter kreeg het museum een unieke verzameling in zijn bezit. 5 De objecten zijn een afspiegeling van de nu wijd verspreide bezittingen van Tadema. Ze laten zien hoe nauw zijn persoonlijke leven verweven was met de inrichting van zijn atelierwoningen en zijn werkw ijze als schilder-archeoloog. De Engelstalige inventaris die Ottema maakte aan de hand van Laurence’s persoonlijke verhaal bij de schenking, verschaft waardevolle informatie over de oorsprong, de eerdere locaties en het gebruik van de voorwerpen uit Grove End Road.6 Soms
zijn deze gegevens gebaseerd op persoonlijke herinneringen, zoals de spiegel die is versierd met een miniatuurschildering (afb. 12). Lawrence had deze voor Laura gemaakt, die hem op haar beurt naliet aan Laurence.7 Wanneer Laura in de spiegel keek, zag ze behalve haar eigen spiegelbeeld de rest van haar geliefde familie in de ovale miniatuur: haar echtgenoot, haar twee stiefdochters en Pieter Rodeck (1875–1945), de zoon van Lawrence’ enige zus, Artje Brouwer -Tadema (1839–1875). 8 Een opvallend object in de schenking was ‘een kast, in twee delen, in Romeinse stijl’ (afb. 13). De delen horen duidelijk niet bij elkaar. Laurence had aan Tom Maw, die bijna dertig jaar lang haar vaders meubelmaker was, gevraagd om ze samen te
LOURENS ALMA, GEBOREN EN GETOGEN IN FRIESL AND
27
13 Tekeningenkast, in twee delen, in Romeinse stijl, beschilderd hout en glas, 117 × 79 × 42 cm ( bovenkant), 87 × 105 × 53 cm (onderkant), Fries Museum, Leeuwarden – Collectie Koninklijk Fries Genootschap
voegen. Het bovendeel was oorspronkelijk een hoekkastje waarin Lawrence zijn verf en vernissen bewaarde. De nieuwe onderkast timmerde Maw om een restant van losse schuifladen heen. Die schuifladen waren afkomstig uit het Brusselse huis van Tadema en door hemzelf gedecoreerd en van Romeinse cijfers voorzien. Hij gebruikte ze om portfolio’s in op te bergen, waarin hij zijn groeiende verzameling tekeningen, prenten en foto’s per onderwerp en periode ordende.9 In België waren de portfolio’s rood geweest, zodat ze bij de inrichting pasten. In Grove End Road kregen ze een lichtere kleur, die van ongeverfd linnen, zodat ze pasten bij het zilverachtige licht van Lawrence’ latere schilderijen. De laden zijn afgebeeld (tussen aan de muur bevestigde schappen) op het smalle schilderij van Lawrence’ atelier in Townshend House, gemaakt door zijn schoonzus Emily Epps Williams (afb. 14). Ook komen ze terug in een levensschets door zijn zwager Edmund Gosse, u itgegeven in 1883.10
14 Emily Epps Williams (1840 –1912), Het atelier, Townshend House, 1883, olieverf op paneel, 81,28 × 16,51 cm, Collectie J. J. Fitzpatrick
28
15 Detail van af b. 66, Na de audiëntie, 1879, olieverf op paneel, 91,5 × 66 cm, Particuliere Collectie, met dank aan Martin Beisly
VERBINDINGEN Williams’ schilderij van het atelier laat ook andere objecten zien uit de schenking van 1935: de schildersezel, de Japanse rieten kruk, de replica van een Egyptische houten kruk en de replica van de ‘Hercules-kom’ bij het raam.11 Zoals wordt beschreven op blz. 114–115 leidde de ontdekking van opzienbarend Romeins zilver in het Duitse Hildesheim in 1868 tot de pro ductie van kwalitatief hoogstaande replica’s door Christofle en andere firma’s. Lawrence schafte verschillende Hildesheim- replica’s aan, waaronder deze kom, een groot mengvat en een rechthoekige schaal versierd met eendjes. Ter raadpleging kocht hij ook de foto’s van de gipsen mallen.12 In 1874 gaf hij de vergulde Minerva-schaal een prominente plaats op de Pompejaanse tafel in zijn schilderij De beeldengalerie (afb. 10). Nauwkeurig schilderde hij hierop de stralenkrans van afwisselend gouden en zilveren gladde bladeren aan de buitenzijde van de schaal na. De Hildesheim-replica’s komen geregeld voor in Lawrence’ oeuvre. De replica’s zijn bijvoorbeeld herkenbaar op het schilderij Na de audiëntie (1879, afb. 15), op het tijgervel naast enkele voorwerpen van albast en Romeins glas die ook in 1935 werden geschonken. De Universiteit van Birmingham bezit een groot a antal van Tadema’s tekeningen van kostuums, schoenen en accessoires. Het Fries Museum herbergt zijn grote collectie stoffen en weefsels. Tezamen laten deze bezittingen de verbinding zien tussen zijn twee- en driedimensionale bronnen. De tekeningen lijken op die van een modeontwerper: elk detail en elke vouw is minutieus weergegeven en voorzien van aantekeningen over textuur en kleur. In 1935 kwam een bonte verzameling aan stoffen
v anuit Parijs naar Leeuwarden, door Laurence omschreven als een van haar vaders grootste schatten. Er zaten de schamele resten van brokaten stoelbekleding tussen, stukken katoen met een fijn motief, gehavende gordijnen, kussenhoesjes en tien tallen zijden sjaals, maar ook de sitsvoering van een Friese zonnehoed en een lap zijden moiré. Deze stoffen waren verzameld vanwege hun schoonheid, kleur en ontwerp (al waren zijn eigen wiegenkleed en een stukje van zijn moeders jurk d uidelijk dierbare herinneringen): ‘Onderzoekers van zijn werk,’ zo legde Laurence uit, ‘zullen ongetwijfeld zien hoe vaak hij de vele motieven uit deze verzameling toepaste’. Zo verwijzen de weelderige gordijnen in zijn schilderij De ontmoeting van Antonius en Cleopatra (1883, afb. 156) naar de goudgele moiré met geblokte zoom die boven de haard hing van zijn atelier in Townshend House. GEFASCINEERD DOOR ROME EN POMPEJI In 1863 maakte de pasgetrouwde schilder samen met zijn vrouw Pauline Gressin-Dumoulin zijn eerste reis naar Italië. In Rome bezochten ze de Basilica van San Clemente. Hij vond tijd om een (onvoltooid gebleven) olieverfschilderij te maken van deze vroegchristelijke kerk, waarop ook zijn vrouw is afgebeeld (afb. 16). Ze verdwijnt rechts achter een pilaar, gekleed in een bruine rok en rode sjaal. Vanwege de persoonlijke aard ervan hield Lawrence dit schilderij zelf en gaf hij het door aan zijn dochters, die het vervolgens aan het Fries Museum schonken. Het markeert het moment waarop de verliefde kunstenaar gegrepen werd door de klassieke oudheid en besloot om de Romeinse geschiedenis tot leven te wekken in zijn eigen schilde-
LOURENS ALMA, GEBOREN EN GETOGEN IN FRIESL AND
29
Alma Tadema, klassieke verleiding is verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in: Fries Museum, Leeuwarden, 1 oktober 2016 –7 februari 2017 Belvedere, Wenen, Oostenrijk, 24 februari–18 juni 2017 Leighton House Museum, Londen, Verenigd Koninkrijk, 7 juli–29 oktober 2017
belvedere Omslagbeeld: Een gunstig uitkijkpunt (detail af b. 159) Achterzijde: Waterdiertjes (detail af b. 133) Zelfportret van Lourens Alma Tadema, 1852, olieverf op doek,
WBOOKS
58, 5 × 48, 5 cm, Fries Museum, Leeuwarden – Collectie Koninklijk Fries
info@wbooks.com
Genootschap (handelsedite)
www.wbooks.com
Pagina 1: Zelfportret, 1896, olieverf op doek, 65,7 × 52,8 cm, Gallerie degli Uffizi, Collezione degli Autoritratti, Florence
Van dit boek is een CIP-catalogusdocument
Pagina 2: Zilveren liefjes (detail af b. 136)
beschikbaar in de British Library.
Pagina 5: In mijn atelier (detail af b. 142) Pagina 7: Bloemen, 1868 (detail af b. 8) Pagina 12/13: Opgedragen aan Bacchus (af b. 209)
Redactie: Elizabeth Prettejohn, Peter Trippi
Opening deel 1: Ingang van het theater (detail af b. 19)
Beeldredactie: Annelien Krul
Opening deel 2: Onbewuste rivalen (detail af b. 133)
Redactiemanagement Fries Museum: Marlies Stoter,
Opening deel 3: Een kus, 1891 (detail af b. 158)
Frank van der Velden
Opening deel 4: Mozes gevonden! (detail af b. 166)
Redactieassistentie: Julia Dijkstra, Wytske de Groot
Pagina 170: De Rozen van Heliogabalus (detail af b. 228)
Vertaling: Vitataal Tekstredactie: Klaarke Schuiringa, Leo Boekraad
© Fries Museum, Leeuwarden / Prestel Verlag,
Redactiemanagement Prestel: Constanze Holler geassisteerd
München · Londen · New York 2016 / WBOOKS, Zwolle
door Juliane Eisele Kopijredactie: David Shallis
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden
Vormgeving en ontwerp: OFF, Malin Schoenberg, Johannes von
verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of
Gross, Markus Lingemann, Colin Dörff ler
openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch,
Productiemanagement Prestel: Cilly Klotz
mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze,
Lithografie: Ludwig: media gmbh, Zell am See
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Druk: Passavia, Druckservice GmbH & Co. KG, Passau Letter: Haarlemmer, Helvetica Neue
De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot de
Papier: 150 g/qm Gardamatt ultra 1.f.
illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Verlagsgruppe Random House wijst erop dat er geen illegale inhoud
Verlagsgruppe Random House FSC ® N001967
waarneembaar was op de gelinkte pagina’s ten tijde van het plaatsen van de links. De uitgever heeft geen enkele invloed op de actuele en
Gedrukt in Duitsland
toekomstige vormgeving, inhoud of het auteurschap van de gelinkte websites. Daarom distantieert Verlagsgruppe Random House zich van alle inhoud op de gelinkte websites die veranderd is sinds de koppeling
ISBN 978-9-4625-8172-2 (Nederlandse museumeditie)
is gemaakt en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud.
ISBN 978-9-4625-8158-6 (Nederlandse handelseditie) ISBN 978-3-7913-5552-8 (Engelse handelseditie) ISBN 978-3-7913-6689-0 (Engelse museumeditie) ISBN 978-3-7913-5551-1 (Duitse handelseditie) ISBN 978-3-7913-6688-3 (Duitse museumeditie)
Alma-Tadema, klassieke verleiding gaat over de fascinatie van de kunstenaar Lawrence Alma-Tadema (1836-1912) voor de klassieke oudheid. Als geen ander wist hij in zijn oeuvre het dagelijks leven uit die tijd tot leven te wekken. De ateliers die hij met zijn echtgenote Laura en twee dochters vormgaf in de Londense wijk St. Johns Wood waren hierbij onmisbaar. Alma-Tadema werd geboren in Friesland, studeerde in België en verhuisde in 1870 naar Londen. Daar nam zijn carrière een hoge vlucht. Zijn werken bepaalden in belangrijke mate onze beeldvorming over de klassieke oudheid. De echo van AlmaTadema’s schilderijen klinkt nog altijd door in theater- en filmproducties. Dit boek is het resultaat van nieuw onderzoek door Europese en Amerikaanse experts en begeleidt de tentoonstellingen in het Fries Museum (Leeuwarden), Belvedere (Wenen) en Leighton House Museum (Londen).
www.wbooks.com