




A BRIDGE TOO FAR
HOLLYWOOD IN DEVENTER






![]()











âElke
âIn de jaren zeventig werkte ik bij de VVV in Arnhem, waar we op een dag bezoek kregen van Cornelius Ryan, schrijver van het boek A Bridge Too Far. Hij was toen al ernstig ziek en was geĂŻnteresseerd in Arnhem, omdat zijn vriend en filmproducent Joseph E. Levine zijn boek over de slag om Arnhem zou verfilmen. Ik wist dus al wel iets van A Bridge Too Far, toen ik begin 1976 hoorde dat de filmploeg was neergestreken in Deventer en op zoek was naar een goed Engelssprekende productieassistente. Ik heb gesolliciteerd en werd aangenomen.

Mijn eerste taak was het informeren van de omwonenden van de Wilhelminabrug. Schriftelijk en persoonlijk liet ik ze weten dat hun televisieantenne tijdelijk verwijderd zou worden, op kosten van de filmmaatschappij. Want tvÂantennes bestonden natuurlijk nog niet in 1944. Ook ging ik mee naar Rijkswaterstaat om het afsluiten van de Wilhelminabrug te bespreken. Twee keer een week hadden we de brug in gebruik en werd de scheepvaart en het verkeer stilgelegd. Mensen en voertuigen gingen tijdelijk via een pontdienst de IJssel over.
Vanwege mijn toeristische achtergrond en omdat ik de omgeving goed kende, werd ik er ook op uit gestuurd om filmlocaties te vinden. Zo zijn we onder andere bij kasteel Rhederoord terechtgekomen, dat in de film een Duits hoofdkwartier werd. Tussendoor probeerde ik actrice Liv Ullmann enkele woorden Nederlands te leren. En toen Robert Redford zin had in wat beweging, heb ik hem vanuit Deventer meegenomen naar tennispark Beekhuizen in Velp, zodat hij een potje kon tennissen.
Ook herinner ik me Ryan OâNeal, die behoefte had aan wat geestverruimend etenswaar en de koks omkocht om een spacecake voor hem te bakken. Helaas, een aantal figuranten at daar per ongeluk ook van. Ik kon met ze naar het ziekenhuis, om hun maag leeg te laten pompen.

Het was absoluut geen baan van 9 tot 5. Ik was destijds 26 en vond het natuurlijk allemaal heel bijzonder. Iedere dag was een feestje. Ik werkte op het kantoor van de filmploeg, waar nu hotel Finch zit. Daar verbleef ook Richard Attenborough. Ik herinner me hem als ontzettend humorvol, heel beleefd. Altijd droeg hij zijn hoedje, ondanks de hete zomer die het toen was. Zoals de Engelsen zeggen: âEvery Inch a Gentlemanâ.
Ons kantoor was op loopafstand van de Brink, waar toen de bekende bevrijdingsscĂšne is gefilmd. 1.500 figuranten waren daarvoor nodig. Straten werden afgesloten, iedereen mooi aangekleed, een draaiorgel erbij. Er kwam een hoop logistiek bij kijken.
De opnames van A Bridge Too Far staan voor een halfjaar uit mijn leven, dat me tot op de dag van vandaag bezighoudt. Ik heb nog altijd contact met Anthony Hopkins, Terence A. Clegg (destijds productiemanager) en John Richardson, die verantwoordelijk was voor alle explosies. Sommige mensen noemen me Miss Bridge Too Far. Ik geef nog altijd presentaties, waarin ik vertel over de historische feiten en wat er allemaal bij zoân verfilming komt kijken. Kosten noch moeite werden bespaard. In totaal kostte A Bridge Too Far 75 miljoen gulden. Volgens mij is het nog steeds de duurste film die ooit in Nederland is opgenomen.
De eerste jaren heb ik niet naar de film kunnen kijken, als verhaal. Ik keek naar locaties. Dat is daar gefilmd, dat is daar gefilmd, dat is fout gegaan. Uiteindelijk nu, na zoveel jaren, zie ik wat een drama Operation Market Garden is geweest. Ik ben van 1950 en op de middelbare school is de Tweede Wereldoorlog nauwelijks behandeld. Later ben ik getrouwd met een generaalÂmajoor. Toen wij voor het eerst samen naar A Bridge Too Far keken en ik hem enthousiast over al die fouten en anekdotes vertelde, keek hij mij met verbazing aan en zei: âWist jij eigenlijk in 1976 wel waarom het ging?â Ik keek hem beteuterd aan en zei: âNou ja, over die brug in Arnhem, maar ik had veel meer belangstelling voor de filmsterren.â Hij heeft me toen meegenomen naar NormandiĂ«. En toen ben ik de verbanden gaan leggen tussen: NormandiĂ«, Duinkerken, Slag om de Schelde, Hellâs Highway, Nijmegen en Arnhem. Nu kan ik het geheel veel beter duiden.
Ik vind het mooi aan de film, dat het niet geromantiseerd is. Zoals bijvoorbeeld bij Slag om de Schelde of Dunkirk, waar weer een romantisch stelletje in voor moet komen. In A Bridge Too Far is het gewoon feitelijk materiaal, dat getoond wordt. Een mooie Engelse kreet blijft: lest we forget, opdat wij niet vergeten. Want dankzij de gebeurtenissen van toen, leven wij nu in vrijheid. En dat moeten we koesteren.â
Nu de decorhuizen zijn geplaatst, kan de crew met aandacht uitkijken naar de verdere filmlocaties in Deventer. De Brink is al snel in beeld voor scĂšnes waarvoor een groot plein nodig is. Ook het stadhuis, de Polstraat en de Assenstraat staan genoteerd als potentieel filmdecor. Buiten Deventer zullen onder andere opnames plaatsvinden in Bronkhorst, Zutphen en Nijmegen.
Eén specifieke locatie is nog onzeker: Hotel Hartenstein, dat tijdens Operation Market Garden dienst deed als hoofdkwartier van de Britse luchtlandingstroepen. Het echte Hotel Hartenstein in Oosterbeek valt af voor opnames, omdat het in gebruik is als hotel en graag heel wil blijven. Terwijl de crew zoekt naar een villa die, net als de decorhuizen, wel mag veranderen in een ruïne, komt de gemeente met een suggestie: zijn de mannen van de film bekend met Het Schol?
Het landhuis uit 1851, iets verderop aan de overkant van de IJssel, is van de gemeente. Sinds 1974 staat het leeg. Het is wat vervallen, zo ontbreekt het dak. En een recente brand heeft ook wat sporen achter gelaten. Maar het heeft geen monumentale status en in die zin hebben de filmmakers vrij spel.
Aan de overkant van de IJssel blijkt landhuis Het Schol geknipt voor de rol van Hotel Hartenstein.



De overeenkomsten tussen Het Schol en Hotel Hartenstein zijn verbluffend, zo zien Levine en Attenborough. In de weken die volgen krijgt het pand aan de Wilpsedijk een flinke opknapbeurt. Grote letters glimmen boven de ingang: Restaurant Park-Hotel Hartenstein. Over enkele maanden zal daar weinig van over zijn.
De Wilhelminabrug krijgt er deze maand al aardig van langs. Cornelius Ryan beschrijft in zijn boek hoe de verf van de Rijnbrug vlam vat tijdens gevechten. Het is een kenmerkend detail van de Slag om Arnhem en zodoende onmisbaar bij de verfilming. Onder toeziend oog van de Rijkswaterstaat staan er in maart mannen van de filmploeg klaar voor een testronde met gaspijpen. Op drie plekken schieten die avond de vlammen van de brug, zonder verdere schade achter te laten.
Op 31 maart wordt in een advertentie gevraagd om 150 mensen die de volgende dag willen helpen bij testopnamen bij de brug. âAanmelden in de regiewagen onder de brug, twee uurtjes werk, vergoeding 25 gulden.â Het klinkt te mooi om waar te zijn. En dat is het ook. De advertentie blijkt


âDestijds was ik 25 jaar en werkloos, ik kreeg een uitkering van de sociale dienst. In de krant zag ik een advertentie staan: Figuranten gezocht voor deelname aan de film. Dit was toch ook werk? De verdiensten waren bijna zeventig gulden per dag. Jammer genoeg moest ik dat grotendeels afdragen. Ongeveer de helft hiervan mocht ik houden. Ik meldde me aan en werd uitgenodigd voor een gesprek. Ook mijn buurman had zich opgegeven. Samen gingen we op gesprek. Dat was in Twello. In een oude fabriekshal van Veldhoen aan de Stationsstraat. Ik werd aangenomen en ging twee dagen later met de buurman terug naar de Stationsstraat, waar we originele kleding uit die tijd kregen aangemeten.

De eerste opnamen waren op het Bergschild in het Bergkwartier te Deventer. Ik moest als soldaat âgewoonâ op straat liggen. Door een megafoon kregen we aanwijzingen: 'stilteâ, dan een klapbord en âactionâ. Die opnames gingen wel vier of vijf keer over. Geen idee waarom. Er werd niet uitgelegd waarom een scĂšne over moest. Ik denk dat we op mijn eerste draaidag wel zes uur op de set aanwezig waren. Het bestond vooral uit wachten, wachten en overdoen. Voor eten en drinken werd gezorgd. Ik herinner me vooral de lekkere gebakjes van een bekende Deventer bakkerij.
De opnames op de brug waren voor mij het meest bijzonder. Ook die huizen die gebouwd waren: prachtig! De rook die daar was, bijzonder om te zien. Er werd veel geschreeuwd, iemand had zân zonnebril nog op. Dat mocht dus niet. Soms kon je ergens even rustig rondkijken hoe een scĂšne werd voorbereid. Het gekerm van de geschminkte en gewonde âsoldatenâ. Al die bommen en granaten die ontploften; veel herrie maar het was gewoon kurk met aarde wat er door de lucht vloog.
Dan die opname toen we langs het Overijssels kanaal liepen te marcheren. Opeens riep de regisseur: âcutâ. Wat bleek: een van de figuranten droeg een modern polshorloge en dat schitterde in het zonlicht. Hij kreeg een fikse uitbrander en de scĂšne moest overgedaan worden. Dat ging niet meteen, want licht, geluid en cameraâs moeten opnieuw worden ingesteld en dat betekende weer eindeloos wachten.


Ondertussen werden wij wel van veel
Engelse thee en slappe koffie voorzien, samen met dat lekkere gebak.
Ik heb de film één keer gezien op tv. Ik heb mezelf niet herkend. Toen vond ik er eigenlijk niets aan. Ik dacht: heb ik hieraan meegewerkt? De locaties zijn voor mij herkenbaar. Er wordt heel weinig ingezoomd op ons als figuranten. Tijdens de opname had ik een heel ander gevoel: wat leuk dat ik aan een film meedoe, welke
beroemdheid loopt hier nu weer rond? Je bent jong, het is spannend. Waar gaan we nu heen, wat gaat er nu gebeuren? Het was een bijzondere ervaring. Jammer dat ik de verdiensten niet helemaal mocht houden. Ik heb het altijd netjes opgegeven. Er werd verteld dat er een lijst met namen van figuranten aan de sociale dienst werd doorgegeven. Of dat echt gebeurd is? Geen idee, maar ik had deze periode voor geen goud willen missen.â




âWe knipten overal en iedereenâ
Ad: âMidden jaren zeventig deden wij mee aan kampioenschappen binnen het kappersvak, in 1976 waren we kampioen van Nederland, we hadden dus een goede naam. Via LâOrĂ©al, waarvoor we toen werkten, kwam ik via via in contact met Levine en Attenborough. Zij hadden spullen en een ruimte nodig voor hun film. Wij hadden net onze eerste salon op de Boxbergerweg en hebben toen een stuk van de salon afgeschermd, zodat de acteurs vrij zaten van andere klanten.â

Jane: âGedurende de opnames kwamen er heel veel acteurs voor makeÂup, een knipbeurt en producten. We waren er maanden hartstikke druk mee. Soms moesten we ook naar Zutphen voor het maken van opnames en dan weer aan de overkant van de IJssel, naar Het Schol. We moesten overal bij zijn, van âs morgens vroeg tot âs avonds laat. Niet zozeer om te knippen, maar om te zorgen dat het haar goed zat. Het kon niet in de ene scĂšne anders zijn dan in de andere, die een minuut later is in de film maar twee weken later werd opgenomen.â
Ad: âHet was elke dag weer spannend wat er gebeurde. Soms waren dat hele grote dingen. Bijvoorbeeld de intocht van geallieerden hier op de Brink. Daar waren honderden figuranten voor nodig en die moesten allemaal worden opgeschoren. Niemand mocht er heel mooi uitzien natuurlijk, want ze hadden vijf jaar oorlog achter de rug. Ik had een stuk of twintig collegaâs uit het hele land ingehuurd. In Twello, in een pand van Veldhoen, moest het in relatief korte tijd gebeuren. We begonnen, geloof ik, om vijf uur âs morgens. En dat ging dan allemaal met bussen naar de Brink.â
Jane: âDe grote sterren Liv Ullmann, Robert Redford, Sean Connery en James Caan en al die andere waren niet allemaal alle maanden hier, maar alleen de dagen waarop de scĂšnes waarin ze speelden werden opgenomen. Die mensen waren hartstikke leuk. Je krijgt een bepaalde band met ze. Het spul eromheen waren meestal een
beetje nare mensen. Die vonden dat ze ook heel belangrijk waren, maar deden er eigenlijk niet zoveel toe.â
Ad: âZelf was ik met ze overeengekomen dat wij het alleenrecht hadden op alles wat met haar en makeÂup te maken had. Elke maandagmorgen zaten ze op het kantoor in waar nu dat FinchÂhotel zit. Daar vlakbij was een bankgebouw met een hele grote kluis. Dus iedereen die wat leverde kwam daar met bonnen. Dan ging die kluis open en kwam het geld. Als we een keer 50 shampooflessen nodig hadden maakten we er 500 van. Dat hadden ze niet in de gaten, dus deden we het de volgende keer gewoon weer.â
Jane: âNatuurlijk heeft het wat betekend voor onze kapperscarriĂšre. In Deventer en omgeving sowieso. Dus daar waren we ook wel heel erg blij mee. Je leefde toen in een grote roes.â
Ad: âIk vond het toen superleuk om ervoor gevraagd te worden en geweldig mooi om te doen. Maar altijd als iets klaar is, is het voor mij ook klaar. Dan komt het volgende. Dat heb ik eigenlijk altijd gehad en dat was bij deze film hetzelfde.â

âIk
âMijn vrouw Kathy en ik runnen al bijna 55 jaar onze damesmodezaak op de Brink. We wonen boven de winkel en vanachter de ramen van onze woonkamer overzie ik dus al die jaren de hele Brink. Tijdens de filmopnames zaten we op de eretribune. Met mijn filmcamera binnen handbereik heb ik dat proberen vast te leggen.
In de jaren zeventig werd een filmcamera voor veel consumenten steeds meer betaalbaar, zoân 600 gulden. De filmpjes waren zonder geluid en hadden een lengte van drie minuten. Om langere films te maken moesten deze aan elkaar geplakt worden. Ik legde van alles vast op film. Onze trouwdag,

vakanties, de kinderen en natuurlijk Deventer herinneringen. Foto Hekkert, die toen nog op de Brink zat, had een goede klant aan mij. Voor het ontwikkelen van film, maar ook voor talloze fotoâs, die ik nog altijd keurig heb bewaard in een van mijn vele plakboeken. Allemaal voorzien van een nummer. De zomer van 1976 zit in boek 22. Op dit moment zijn we bij boek nummer 93.
Tijdens de opnames van A Bridge Too Far heb ik samen met mijn toen tienjarige zoon Hans twee augustusdagen gefilmd. In het filmpje van zoân vijf minuten komt van alles voorbij. Acteur Elliott Gould die uitbundig zwaait en een handtekening zet voor schoonzus Ria. De âbevrijding in Eindhovenâ op de Brink, met veel juichende en hossende oranjeÂfiguranten. Soldaten, oorlogstuig, bekende HollywoodÂgezichten, hordes jeeps en trucks, wachtende acteurs en figuranten  sigaretten rokend en hangend tegen de muren van de winkels. De Waag in vlaggen getooid en met grote witte houten borden ervoor.
Die vijf minuten film zijn me erg dierbaar, omdat ze een mooi beeld geven van wat er voor onze deur gebeurde, in de zomer van â76. Ik heb het zo verwerkt dat ik ze nu ook vanaf mijn mobiele telefoon en tv kan laten zien. Ik geniet echt van alle beelden van weleer.
Het normale leven lag die zomer stil op de Brink. Alles stond in het teken van de opnames. Het was meer leuk en enerverend dan hinderlijk. Onze winkel was natuurlijk wel gesloten. De binnenstad was afgesloten voor nietÂbewoners. Een klant van mij kwam helemaal uit Rotterdam om haar deuxpiĂšces te halen. Zij was een speciale klant, twee keer per jaar kwam ze bij mij winkelen. De brug was gesloten en ik ging haar halen bij de pont over de IJssel. Met zoon Jeroen van vier jaar liep ik langs de âArnhemse villaâsâ die langs het talud waren neergezet voor de film. Ik stond te wachten waar nu de slijterij is bij de Zandpoort. Plotseling werd er geschoten⊠er blijken opnames. Jeroen schrok enorm en hing huilend aan mijn broekspijpen. Ook haalden we de familie van de pont, zij genoten tijdens de opnames mee. Zussen en schoonzussen waren van harte welkom bij âthe Bridge on the Brinkâ.
Met de opmerking van de Amerikaanse filmcrew dat Deventer âa sleepy Dutch townâ zou zijn, ben ik het niet eens. Niks geen sleepy, hoor⊠onze winkel was een florerende winkel toen wij deze in 1972 overnamen. Van een bestedingsverplichting door de filmcrew profiteerden wij als modezaak overigens niet. Maar mijn buurman de bakker wisten ze natuurlijk wel te vinden, en je kunt je voorstellen hoeveel gin en whisky er gehaald werd bij de slijterij.â




Uitgave
WBOOKS , Zwolle info@wbooks.com wbooks.com in samenwerking met Deventer Verhaal
Tekst René van der Meer
Interviews
Onder redactie van René van der Meer: Petra Baars, Gerard ten Bulte, Marcel Mulders, Petra Vink, Rolf Arendsen, Ralph Kleinbussink, Anne Koot, Lia van Nimwegen, Dionne Delnoy.
Beeldredactie
René van der Meer
Eindredactie
Carlie van Tongeren
Fotografie (geĂŻnterviewden)
Viorica Cernica
Archiefbeeld
Beeldarchief Gilde Deventer
Coverbeeld
Joop Lubberding, Cor Dinius en Bob Penn
Fotografie stockbeeld Nationaal Archief
Campagnebeeld tentoonstelling Merle Findhammer
Ontwerp en vormgeving Erlend Schenk | BUROGRAPHI c
ISBN 9789462587625
Nur 693
Disclaimer
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, het zij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten met betrekking tot de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.


