Joha n Maelwael en de gebroeder s Van Lymborch
Grondleggers van de Nederlandse schilderkunst


André Stufkens en Clemens Verhoeven met een voorwoord van Bart Van Loo




![]()
Joha n Maelwael en de gebroeder s Van Lymborch
Grondleggers van de Nederlandse schilderkunst


André Stufkens en Clemens Verhoeven met een voorwoord van Bart Van Loo




Grondleggers van de Nederlandse s childerkunst
André Stufkens en Clemens Verhoeven
Met een voorwoord van Bart Van Loo


Aartsvaders, voorwoord van Bart Van Loo 6
Inleiding 8
Een onbekend hoofdstuk van de Nederlandse schilderkunst
Wat voorafging: de prequel Maelwael-Van Lymborch
Europa rond 1400 13
Nijmegen rond 1400 15
De cultuur van het Hof van Gelre 18
De Europese schilderkunst rond 1400 20
De Maelwaels, een Nijmeegs kunstenaarsgeslacht 23
Herman en Willem Maelwael, de eerste generatie 25
Johan Maelwael, de tweede generatie 28
Wat is eigenlijk de correcte schrijfwijze van hun familienamen? 30
De gebroeders Van Lymborch, de derde generatie 31
De Nijmeegse jaren 31
In Bourgondische dienst 33
In dienst van de kunstpaus van Frankrijk 33
De Belles Heures 35
De Très Riches Heures 36
Dood en nalatenschap 38
Vergetelheid, mythevorming en roem 39
Het teruggevonden manuscript 40
De huidige waardering 42
‘Hoe kon dat nou gebeuren?’ 44
Erkenning en spectaculaire vondsten 45



Uitvergroten. Een nieuw genre: portretkunst 50
Baanbrekend: Noord-Afrikanen, Arabieren en Europeanen 52
Verre culturele horizonten. Heel de wereld in een miniatuur 54
De schoonheid van het alledaagse. De betekenis van licht en schaduw 56
Compositie. Complexe eenvoud en harmonie 58
Familieatelier. Eén team dat van alle markten thuis is 60
Een consistent oeuvre. De snelle ontwikkeling van hun talent 62
Wetenschap. Astronomie, astrologie: mens en kosmos 64
Klassieke oudheid. De vele renaissances in de middeleeuwen 66
Randversieringen. Les grands ouvriers 68
Herman en Willem Maelwael
Wapenboek Gelre
Keizer- en Gelretekening 72
De Heraut Gelre, Claes Heynenzoon en helmtekens 74
Helmtekens 76
Johan Maelwael
Mozesput [polychromie] 78
Grote ronde piëta 80
Man van smarten 82
Graftombe van Filips de Stoute [polychromie] 86
De Heilige Drie-eenheid met de laatste communie en het martelaarschap van Sint-Dennis 88
Madonna met kind, engelen en vlinders 92
Herman, Paul en Johan van Lymborch
Bible moralisée
Sint-Hiëronymus in zijn studeerkamer 94
Het scheppingsverhaal, Genesis II 96
Getekend getijdenboek
Sint-Joris en de draak 98
Belles Heures
De aankondiging [Maria-boodschap, annunciatie] 100
Het einde van de pest 102
Processie der flagellanten 104
De steniging van Sint-Stephanus 106
Sint-Nicolaas redt zeelieden in nood 108
Sint-Hiëronymus in vrouwenkleren 110
Karel de Grote 112
Gebed voor de reizigers 114
Très Belles Heures de Notre-Dame du duc de Berry
De aanbidding van de Heilige Drie-eenheid 116
Petites Heures de Jean de Berry
De hertog vertrekt voor een pelgrimage 118
Très Riches Heures du duc de Berry
Januari 122
Februari 124
Maart 126
April 128
Mei 130
Juni 132
Juli 134
Augustus 136
September 138
Oktober 140
November 142
December 144
De astrologische mens 146
Maria bezoekt Elisabeth [de visitatie] 148
De geboorte van Jezus 150
De aankondiging aan de herders 152
De ontmoeting der wijzen 154
De aanbidding der wijzen 155
De zuivering van de maagd 158
De kroning van de maagd 160
De verzoeking van Christus 162
De uitdrijving 164
De opwekking van Lazarus 166
De intocht van Christus in Jeruzalem 168
Christus in Gethsemane 170
De dood van Christus 170
De kruisafneming 174
De val van de opstandige engelen 176
De hel 178
De processie van Sint-Gregorius 182
Rome 186
De verheffing van het kruis 188
Sint-Michaël en de draak 190
De verdrijving uit het paradijs 192
IV
Tijdlijn van de Maelwael-Van Lymborchs 195
Kaart van middeleeuws Nijmegen 198
Kaart van middeleeuws Champmol 200
Waar is werk van de Maelwael-Van Lymborchs te zien? 201
Kaart van middeleeuws Parijs 202
Illustratieverantwoording, verantwoording en colofon 204

Bart Van Loo bij de presentatie van de Maelwael Van Lymborch Studies, deel II. Stadhuis Nijmegen.
Foto: Willem Melssen, 2022.





Omslag van de bestseller De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen, omslag 1e druk, 2019. Weldra in tien talen vertaald en inmiddels 350.000 exemplaren verkocht.
Over hen kun je veel zeggen of schrijven – en ik moet bekennen, beste lezer, dat ik mij daar aanzienlijk schuldig aan maak – maar alvast niet dat de Bourgondische vorsten geen verfijnde smaak hadden. Hun banketten werden geënsceneerd en gedecoreerd door de grootste artiesten. Dat de zintuigen tijdens dergelijke feesten werden geprikkeld is een understatement, er liep een gedurige siddering van tong naar oog. Had u ook graag gezien hoe een in wapenuitrusting gestoken kapoen schrijlings gezeten op een met religieus vervlochten worstjes gevulde gebraden varkentje door vier Hongaarse dwergen de met verrukkelijke wandtapijten versierde zaal werd binnengedragen?
Je moest twee keer kijken om het goed te vatten, net zoals je de vorige zin allicht twee keer moest lezen om alle details mee te hebben.
De Bourgondiërs keken niet minder begerig naar schilderijen en beeldhouwwerken, want in hun theaterstaat zetten zij gretig in op uiterlijk vertoon om te imponeren, op extravagantie in decorum. Extravagant betekent letterlijk ‘naar buiten reizen’ of ‘buiten gangbare paden treden’, en dat deden de hertogen uit Dijon naar hartenlust. Op hun expedities werd alles waar zij verlekkerd naar keken en wat zij zich graag wilden toe-eigenen, naar Bourgondië versleept. Uit alle hoeken van de Lage Landen haalden zij kunstenaars naar Dijon. Deze talenten voelden die extravagante aspiraties van hun opdrachtgevers perfect aan, sterker, het leek het beste uit hen naar boven te halen. Die nieuwe, felle noordenwind blies het niveau van het kunstlaboratorium in Dijon tot ongeziene hoogte.
Hier dient zich een opvallende parallel aan. Dat Willem van Oranje de Vader des Vaderlands is, daar hoef je geen Nederlander meer van te overtuigen, maar dat Filips de Goede de aartsvader van de Nederlanden was daar had ik in De Bourgondiërs toch ongeveer zeshonderd bladzijden voor nodig. Ik hoop dat dit fundamentele geopolitieke avontuur inmiddels min of meer gemeengoed is geworden, maar een gelijkaardige strijd moet ook gevoerd worden voor de kunsten. Nog vóór Jan van Eyck en Rogier van der Weyden hebben de Bourgondiërs met hun opdrachten aan noordelijke kunstenaars de beeldende kunst van onze contreien zo’n krachtige impuls gegeven, dat we kunnen stellen dat het bij hen ook op dat vlak begon. Op de Bourgondische kunstwerf bij Dijon werd onze kunstgeschiedenis geboren, met artiesten die uitgroeiden tot de beste van Europa. Bovengenoemden mogen we dan ook niet als de aartsvaders van de schilderkunst in de Nederlanden beschouwen: die eer gaat naar Johan Maelwael en de gebroeders Van Lymborch.
Zijn het alleen aartsvaders? Nee, zeker niet, onder de opdrachtgevers en aanstuwers zijn machtige vrouwen, met name uit het Europese netwerk van het Huis van Beieren. Denk aan de hertogin van Gelre, haar oudere zus – getrouwd met de zoon van de keizer in Praag –, haar jongere zus – de hertogin van Bourgondië –, of haar achternicht – de koningin van Frankrijk in Parijs. Aan deze vrouwen hebben de Maelwael-Van Lymborchs veel te danken. Ook onder de beeldende kunstenaars zijn vrouwen, zoals in Gelre Mette Maelwael of Truden van Olmen. De tragiek is dat hun indertijd zo hoog aangeslagen en kostbare borduur- en tapijtkunst, zoals veel van de textielkunst, in de loop van de eeuwen grotendeels is vergaan.
Dit voorjaar doorkruiste ik met Sophie Jugie de verlaten zalen van het Louvre. Samen gingen we op zoek naar de Bourgondische topstukken uit de collectie. Een onvergetelijk genoegen. Jugie is hoofd beeldhouwkunst en was eerder directeur van het Musée des Beaux-Arts in Dijon. In die functie begeleidde zij de restauratie van de Mozesput en de graftombe van Filips de Stoute, beide met de polychromie van Johan Maelwael. Zij heeft hem door en door leren kennen en bewonderen. Natuurlijk liepen we ook langs de vier schilderijen van Maelwael, en we bleven er lang bij stilstaan. Ze hangen op een prominente plaats, vanuit deze zaal ga je linksom en rechtsom naar de zalen met de werken van Vlaamse, Franse en Duitse Primitieven, alsof het museum wil zeggen: hier begint het. Alle werken van Maelwael, in Dijon en Parijs, worden in de huidige museumzalen wel nog te weinig als werken uit de Nederlanden gezien, de verfransing van Maelwael in Malouel lijkt zelfs te suggereren dat hij een Fransman was. Terwijl het natuurlijk voornamelijk artiesten uit onze contreien waren die het klooster én mausoleum van de hertogen in Champmol met hun vernieuwende kunst een soort van eeuwige glans moesten geven. Godzijdank overleefden deze werken van Maelwael revoluties, oorlogen en golven van onverschilligheid en is hun geestelijke vader bovendien goed op weg om eindelijk als een werkelijk baanbrekend kunstenaar te worden geboekstaafd.
Om meer over de oorsprong van de Maelwael-Van Lymborchs te leren reisde ik meerdere dagen door Gelderland. Ooit schreef de Franse historicus Jean Porcher dat de Van Lymborchs niets meer uit Gelre meenamen dan zichzelf. Dat moet gebaseerd zijn op onwetendheid, want het hertogdom Gelre was in het geheel geen artistieke woestenij. Dat heb ik met eigen ogen kunnen vaststellen in Zutphen, in Roermond, in Wassenberg, in Nijmegen… Wat ik tijdens mijn rondreis ontdekte kunt u nalezen in mijn op stapel staande reisboek (september 2024) dat het sluitstuk zal vormen van mijn Bourgondische diptiek waarvan De Bourgondiërs het eerste deel is. Toch alvast één tipje van de sluier opgelicht: in de authentieke veertiende-eeuwse kelders in de Nijmeegse Burchtstraat, waar de Maelwaels en Van Lymborchs nog hebben rondgelopen, kwamen kleur, geur, gevoel en sfeer uit de leefwereld van de Nijmeegse meesters dichtbij. In het kleine, maar o zo fijne museum Gebroeders van Lymborch Huis worden de bezoekers met open armen ontvangen en liefdevol en kundig rondgeleid langs hun leven en werk. Onwetenden gaan er beneveld naar buiten. Ik kan niet ontkennen dat ik gecharmeerd raakte van de groep vrijwilligers. Met hun bevlogenheid dagen ze internationale specialisten uit om nieuwe inzichten aan te dragen die ze vervolgens wereldkundig maken in de Engelstalige publicatie van de Maelwael-Van Lymborch Studies. Tot slot naar de essentie. De tere schoonheid van het werk van de Maelwael-Van Lymborchs raakt je recht in het hart. Het ouderwetse gevoel van open mond en doorleefde bewondering, weet u wel. Laaf u, beste lezer, even gulzig als de Bourgondiërs destijds aan die schoonheid. Die ligt gewoon voor het grijpen, in het Louvre, in Dijon, maar om te beginnen simpelweg op de volgende pagina’s. En omdat dit met veel liefde en zorg gemaakte boek u de juiste middeleeuwse context bezorgt kan dat esthetisch genot optimaal opbloeien.
Bart Van Loo, Moorsele (België), augustus 2023.




Bart Van Loo met de Grote ronde piëta van Maelwael in het museum Gebroeders van Lymborch Huis. Foto: Theo van Rossum, 2022.

Bart Van Loo ontdekt als eerste waar het legerkamp van het grote Franse leger zich in Körrrenzig bevond. Op 12 oktober 1388 arriveerde daar hertog Willem I van Gelre eveneens in de avondschemering om zich te verzoenen met de Franse koning. Waarschijnlijk waren Melchior Broederlam en Johan Maelwael daarbij aanwezig.
Foto: André Stufkens, 2022.

Foto: Gerard



Opening van de Van Lymborch-expositie in het Metropolitan Museum in New York met Gelderse re-enactors.
Foto: Chantal Heijnen, 2010.

Pieter Roelofs toont het Wapenboek Gelre voor de eerste expositie over Johan Maelwael in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Foto: TV Gelderland, 2017.
Aan het eind van de veertiende eeuw werd de schilderkunst in de Lage Landen plotseling volwassen en bestormde ze het wereldtoneel. Aan de basis van deze doorbraak staan drie generaties geboren en getogen Nijmegenaren: Herman en Willem Maelwael, Mette en Johan Maelwael en ten slotte Herman, Paul en Johan van Lymborch.
Tot voor kort hadden nog maar weinig Nederlanders van deze laatmiddeleeuwse kunstenaars gehoord. Door een samenloop van omstandigheden zijn zowel zijzelf als hun oeuvre onder verschillende namen bekend geworden. Zo zijn ze in het verleden meestal gezien en aangeduid als Fransen, Vlamingen of Alemanni (Duitsers). In de literatuur en op internet zijn vele spellingen gangbaar voor elk van de vier namen. En om het nog wat moeilijker te maken: een groot deel van hun werk is bekend geworden onder de naam van hun prinselijke opdrachtgever, Jean de France, duc de Berry, oftewel de eigenzinnige hertog Jan van Berry.
De gebroeders Van Lymborch zijn daardoor lange tijd nagenoeg anoniem gebleven, iets wat nog sterker geldt voor hun oom Johan Maelwael. Vlak na 1400 was hij de bestbetaalde kunstenaar van zijn tijd, nu is hij bij het grote publiek nog vrijwel onbekend. Toch heeft hij het eerste schilderij op doek op zijn naam staan, evenals de eerste tondo (cirkelvormig schilderij). In die onbekendheid is de laatste jaren verandering gekomen na spectaculaire vondsten en drukbezochte tentoonstellingen in binnen- en buitenland.
Hoewel de miniaturen van de gebroeders vanwege hun kwetsbaarheid in de afgelopen eeuw niet of maar uiterst beperkt werden tentoongesteld, is het afgelopen twee decennia wel mogelijk geweest – met name de bladen uit de Belles Heures – te bewonderen op exposities in Parijs, Nijmegen, New York, Los Angeles en Amsterdam. De vondst van een groot paneel van de hand van Johan Maelwael, dat in 2012 voor 7,8 miljoen werd aangekocht door het Louvre, versterkte de aandacht.
Daar is een in 2013 ontdekt gebedenboekje met dertig tekeningen bij gekomen, dat door een enkele kunsthistoricus wordt toegeschreven aan Paul van Lymborch en eveneens miljoenen waard is. Het Rijksmuseum presenteerde in 2017 voor het eerst een expositie geheel gewijd aan het oeuvre van Johan Maelwael, waarbij deze werd voorgesteld als eerste schilder van Nederland. In 2019 opende museum Gebroeders van Lymborch Huis in Nijmegen haar deuren op de plek van het oorspronkelijke atelier-woonhuis van de familie Maelwael-Van Lymborch.
Tegenwoordig zijn onderzoekers van over de hele wereld met hun oeuvre bezig. Wetenschappers publiceren hun nieuwste resultaten van onderzoek in de internationale Maelwael-Van Lymborch Studies, die al vele nieuwe inzichten hebben opgeleverd.De publieke belangstelling en waardering groeien snel. Dit komt mede doordat een groot deel van het werk van de gebroeders Van Lymborch en Maelwael algemeen toegankelijk is geworden. Zo hebben diverse instellingen en particulieren bijna hun hele oeuvre gedigitaliseerd en op het internet gezet. Weliswaar kunnen digitale reproducties nooit de sensatie van de originele kunstwerken vervangen, maar de uitvergrotingen kunnen tot nieuwe inzichten leiden.
Dit boek is bedoeld als een introductie op het leven en werk van Johan Maelwael en de gebroeders Van Lymborch. In het eerste deel plaatsen we de kunstenaars in hun tijd en hun omgeving en beschrijven we hun bijzondere positie in de geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst. Vervolgens lichten we in het tweede deel bijzondere en onderscheidende aspecten van hun kunst uit, waardoor we dichter bij hun intenties en werkwijze komen. Met welke innovaties precies kunnen wij hen met recht grondleggers noemen, die aan het begin staan van die befaamde traditie in de Nederlandse schilderkunst?
Ten slotte kijken we in het derde deel naar het wonderlijke universum waarin het kunstenaarsgeslacht Maelwael-Van Lymborch leefde. Dat doen we aan de hand van hun eigen kunstwerken. Daarin zien we soms een wereld die ons vertrouwd lijkt – met kraaien en schapen, kastelen en zeilschepen – maar ook een universum dat we niet meer kennen – met engelen en duivels, met hemelse panorama’s en helse taferelen. Veel van het werk van de gebroeders, met name de over de hele wereld bekende kalenderserie, is nog vrij eenvoudig te duiden. Maar een aantal kunstwerken kunnen in onze ontkerstende tijd best wat uitleg gebruiken. Daarom bevat dit boek toelichtingen bij een groot aantal afbeeldingen uit het werk van de gebroeders Van Lymborch die zullen helpen hun kunst beter te begrijpen en waarderen.
Steeds meer kunsthistorici en liefhebbers scharen de gebroeders Van Lymborch onder de belangrijkste en meest vernieuwende schilders uit de westerse traditie. De bestsellerauteur en mediëvist Umberto Eco beschouwde hun werk als belangrijke inspiratiebron voor zijn oeuvre en essentieel voor het begrijpen van de middeleeuwen. Zijn liefde voor hun werk heeft hij in diverse essays verwoord. Een citaat daaruit: ‘Het werk van de gebroeders Van Lymborch vormt een soort filmdocumentaire die ons het leven in een tijdperk laat zien. Maar geen film heeft ooit de levensechtheid, de luister en de ontroerende schoonheid van deze taferelen kunnen evenaren.’ Het is hoog tijd om ook hun oom en de andere Maelwaels de plaats te geven die ze verdienen. Bart Van Loo, de Belgische successchrijver van De Bourgondiërs, rekent zich tot een van de grootste fans en pleitbezorgers van Johan Maelwael en schrijft: ‘zijn ster rijst snel’. Ook buiten de kring van historici raken de afkomst van de Nijmeegse kunstenaars evenals het belang van hun werk steeds meer bekend. De journalist en televisiemaker Sinan Can, bekend van documentaires als Sinan op zoek naar het paradijs, bestempelt ze inmiddels tot de ‘Godfathers van de Nederlandse kunst’.
Tezamen waren de Maelwael-Van Lymborchs de eerste Nederlandse schilders van wereldniveau met artistieke kwaliteiten die we in de loop der tijd als typisch Nederlands zijn gaan beschouwen. Met andere woorden: de Nederlandse schilderkunst begint in de Nijmeegse ateliers van het kunstenaarsgeslacht Maelwael-Van Lymborch.
André Stufkens en Clemens Verhoeven, Nijmegen, september 2023




Umberto Eco vertelt over zijn liefde voor de kunst van de gebroeders Van Lymborch in het Nijmeegse stadhuis.
Foto: Tuk Melissen, 2012.

Sinan Can bij Maelwaels' retabel van Sint-Dennis in de veertiende-eeuwse kelder van het museum Gebroeders van Lymborch Huis.
Foto: Lieke Kamphuis, 2023.







p. 10: gebroeders Van Lymborch, De val van de opstandige engelen, Très Riches Heures du duc de Berry, 1411/12-1416. Chantilly, Musée Condé, Ms 65, fol. 64v (detail).


Tot het einde van de twintigste eeuw kende de kunstgeschiedenis van de Nederlanden een vrij duidelijk begin in het tweede kwart van de vijftiende eeuw, met als belangrijkste namen Jan van Eyck (ca. 1390-1441) en Rogier van der Weyden (ca. 1400-1464).
Zij waren de voornaamste vertegenwoordigers van de Vlaamse Primitieven, hoofdzakelijk actief in de Bourgondische Nederlanden. Hun tot dan toe ongekende naturalisme zou karakteristiek worden voor de schilderkunst in de Lage Landen. In de Noordelijke Nederlanden (een lastig begrip omdat in de middeleeuwen nog niet zoiets bestond als de Nederlandse natie) zou de schilderkunst later in de vijftiende eeuw in het graafschap Holland een aanvang hebben genomen, met name in Haarlem.
Vlak na de Tweede Wereldoorlog groeide in kleine kring het besef dat de Vlaamse Primitieven hun meesterwerken niet vanuit het niets hadden kunnen maken. Langzaam maar zeker werd duidelijk dat het eerste hoofdstuk van de Nederlandse schilderkunst een kwart eeuw eerder was geschreven, in de periode tussen 1375 en 1420 en niet in Bourgondisch Brabant, Vlaanderen of Holland, maar in het hertogdom Gelre en met name in Nijmegen.
Aan het eind van de veertiende eeuw ontstond rond de hertogen van Gelre een hofcultuur naar Frans model, waar-
p. 12: gebroeders Van Lymborch, Januari (detail), Très Riches Heures du duc de Berry, 1411/12-1416. Chantilly, Musée Condé, Ms 65, fol. 1v. Hebben de gebroeders zichzelf afgebeeld tijdens deze nieuwjaarsbijeenkomst? Paul van Lymborch zou dan de man in het midden kunnen zijn met de rode kaproen en groene houppelande. We weten uit bronnen dat hij extra geld van de hertog kreeg om luxe kleding aan te schaffen. Maar zeker is het niet. Mogelijk is de man erachter met de grijze zakmuts en de letters P op zijn mantel geborduurd Paul van Lymborch.


binnen een belangrijke rol werd toebedeeld aan kunstenaars. Aanvankelijk had dat veel te maken met de heraldiek, een systeem van symbolen om adellijke personen, families en organisaties te identificeren. Gelet op de grote hoeveelheid edellieden was de heraldiek een ingewikkelde discipline. Elk hof had een of meer specialisten die zich ermee bezighielden, de zogenaamde herauten. Deze lieden reisden veel, zagen veel en kenden veel mensen. Ze moesten beschikken over een goed geheugen en hadden een behoorlijke talenkennis. Herauten traden aanvankelijk vooral naar buiten als aankondigers bij toernooien en plechtigheden. Het waren sprekers met gezag en verwierven in de loop der tijd posities als vertrouweling of diplomaat. De Nederlandse woorden ‘schilder’ en ‘schilderen’ bewijzen de relatie tussen de heraldiek en de vroegste schilderkunst in de Noordelijke Nederlanden. De eerste Nederlandse schilders versierden de uitrustingen van ridders – met name hun schilden – met heraldische familietekens.

Het aanzicht van Nijmegen, gebouwd op vijf heuvels aan de Waal, in de zestiende eeuw. De kunstenaarsateliers van de familie Maelwael, Van Lymborch en Van Aken bevonden zich op nog geen 200 meter van de Valkhofburcht (links) in de Burchtstraat. In deze in de twaalfde eeuw door keizer Frederik Barbarossa gebouwde burcht, op de plek waar zijn illustere voorganger Karel de Grote regelmatig verbleef, zetelde de zeer bereisde Gelderse hertog Willem I van Gelre. De belangrijkste gebouwen op deze kaart, onder andere de Valkhofburcht, Sint-Stevenskerk, Broederkerk en -klooster, de Commanderie van de hospitaalridders, de kapel van het Sint-Olafgilde en de havenkraan, waren er allemaal al in 1400, in de tijd van de Maelwael-Van Lymborchs. Gravure uit Braun en Hoogenberg, 1572.
Centraal in de Europese middeleeuwen stond het christelijk geloof. Niettegenstaande de geweldige inspanningen van de kerk om haar macht te behouden, was het georganiseerde christendom rond 1400 in een diepe crisis geraakt. Een politiek gemotiveerd conflict resulteerde in een schisma en in twee rivaliserende pausen, één in Rome en één in Avignon. Van 1410 tot 1415, tijdens de laatste levensjaren van de gebroeders Van Lymborch en Johan Maelwael, waren er zelfs drie – en elke paus had zijn organisatie en aanhang, ook in de Lage Landen. De wantoestanden in de kerk gaven aanleiding tot kritiek en contrabewegingen. Rond 1400 waren drie belangrijke voorlopers van de Reformatie actief: John Wycliff in Engeland, Jan Hus in Bohemen en Geert Groote in de Lage Landen. Ze bestreden machtsmisbruik en corruptie binnen de kerk en spraken over een persoonlijke band met God voor ieder mens, zonder een bemiddelende rol voor diezelfde kerk. Omdat het alleenrecht van de kerk op God en zaligheid voor velen niet
meer vanzelfsprekend was, kwam er ruimte voor de individuele geloofservaring. Vroomheid werd steeds vaker persoonlijk beleefd: in het privégebed, in de privédevotie, in de mystiek, in de heiliging van de dagelijkse arbeid en in de sterk opkomende Mariacultus. Toch bepaalden rond 1400 niet alleen religieuze kwesties het leven. Opeenvolgende uitbarstingen van de pest doodden tussen 1350 en 1450 een op de drie inwoners van Europa en hadden een diepgaande economische en mentale ontwrichting tot gevolg. In Frankrijk stortte de traditionele maatschappelijke structuur in elkaar na een aantal smadelijke nederlagen in de Honderdjarige Oorlog tegen Engeland. Deze oorlog beperkte zich niet tot Frankrijk en gaf aanleiding tot veldslagen in half Europa, van de Povlakte tot het Rijk van Nijmegen. Voor het eerst kwam de middeleeuwse standenmaatschappij serieus onder vuur te liggen. Er ontstond sociale onrust in de steden en het platteland viel ten prooi aan ontaarde roversbenden. In Frankrijk was de chaos nog het grootst, want daar woedde ook nog eens een burgeroorlog tussen de huizen van Bourgondië en Orléans.
Het tafereel voor de maand januari zouden wij tegenwoordig een nieuwjaarsreceptie noemen. De feestelijke ontvangst speelt zich af in de ridderzaal van een kasteel in Parijs, waarschijnlijk het Hôtel de Nesle. Daar is de oude hertog van Berry ook overleden, mogelijk binnen een jaar nadat dit blad af was. Hij – zoon, broer en oom van drie opeenvolgende koningen van Frankrijk – neemt een centrale plaats in tussen de hovelingen. Met ‘royale’ hand deelt hij geschenken uit, de étrennes. Dit soort vrijgevigheid werd in de middeleeuwen gezien als een ridderlijke deugd en een manier om loyaliteit te belonen.
De hertog is herkenbaar aan zijn bontmuts en zijn bontgevoerde blauwbrokaten mantel. Het is hartje winter, alle gasten zijn dik gekleed. Een paar feestgangers warmen hun handen aan het haardvuur dat brandt achter de rug van de hertog. Een scherm van gevlochten wilgentenen houdt de vonken tegen. De ceremoniemeester nodigt met een tweevoudig ‘approche’ de gasten uit om naderbij te komen. Onder de gasten bevonden zich destijds de drie Nijmeegse broers Van Lymborch, die behalve schilders in de loop der jaren ook belangrijke
hovelingen waren geworden, zo belangrijk zelfs, dat ze ter gelegenheid van Nieuwjaar niet alleen geschenken ontvingen, maar die ook uitdeelden, zoals een nepboek van hout. Ze waren door hun talent rijk geworden. Van Paul van Lymborch weten we dat hij zijn spilzieke hertog geld heeft geleend.
De hertog stelde het zeer op prijs omringd te worden door kunstenaars en intellectuelen van hoog niveau, zoals Christine de Pisan en de Van Lymborchs, waarbij hun chique aankleding bijdroeg aan de exclusiviteit en grandeur van het hertogelijke hof. Paul ontving minstens tweemaal extra kleedgeld van de hertog waarmee de schilder zich van zijn mooiste kant kon laten zien.
De tafels zijn gedekt met damast en beladen met gouden vaatwerk. De gebroeders zelf waren in hun jeugd opgeleid in de goudsmeedkunst, Johan liet zich in 1413 inschrijven in het Parijse goudsmedengilde. Zien we hier zijn zelfvervaardigde producten uitgestald? De schoothondjes van de hertog schuimen de tafel af en onder de dis voert iemand een windhond. De hertog was een groot hondenliefhebber: hij bezat een meute van bijna 1.500
honden! Rond de schoorsteen is rode zijde gedrapeerd met heraldische dessins van beren en zwanen. De beer verwijst naar Berry, de hertog is zelf de beer-prins met zijn muts van berenpels. Het geborduurde motief op zijn mantel is een kunstig gestileerde combinatie van een berenpoot en de Franse lelie. Hij nam zijn kleine lievelingsbeer Valentijn graag mee op pad. Deze ligt voor eeuwig slapend aan zijn voeten op zijn graftombe. Wandkleden bedekken de muren van de ridderzaal tegen de koude. Ze tonen scènes uit de strijd om de stad Troje met klassieke Griekse helden uitgedost als vijftiende-eeuwse ridders. Zoals in veel werk van de gebroeders Van Lymborch speelt de heraldiek ook hier een belangrijke bijrol. Niet verwonderlijk, gezien hun Nijmeegse voorgeschiedenis in het heraldische familie-atelier.
Allerlei pogingen om uiteenlopende personen te identificeren of de ontvangst te relateren aan een specifieke gebeurtenis lijken vooralsnog gebaseerd op boeiende aannames.
p. 123: gebroeders Van Lymborch, Januari, Très Riches Heures, tempera, inkt en bladgoud op perkament. Chantilly, Musée Condé, Ms 65, fol. 1v.

Februari is vaak de koudste maand van het jaar en dat is te zien aan deze afbeelding, die veel deskundigen beschouwen als de eerste echte winterscène uit de geschiedenis van de WestEuropese kunst. Het is een verbluffend portret van het harde boerenleven in de winter. Ongekend voor deze periode in de kunstgeschiedenis zijn het realisme en het gevoel voor detail: opkringelende rook, condenserende adem, voetstappen in de sneeuw. De dieptewerking is nog niet het resultaat van een perfecte beheersing van het perspectief, maar wordt bereikt door geleidelijke verkleining en door een coulisseneffect.
De afbeelding vertelt ons veel over het dagelijks leven in de late middeleeuwen. Op de voorgrond zien we een erfafscheiding van gevlochten wilgentenen. Hetzelfde vlechtwerk zien we terug bij de schaapskooi en zelfs bij de schoorsteen. Ook de bijenkorven zijn gevlochten, maar dan met stro. Bijna elk huishouden hield bijen, natuurlijk om de honing, vrijwel de enig beschikbare zoetstof, maar ook om hun was, waarmee kaarsen werden gemaakt, onmisbaar als lichtbron en als brandoffer in de
christelijke eredienst (Maria-Lichtmis op 2 februari was het feest van de kaarsenwijding). Zo belangrijk was de bijenteelt dat de boeren behalve met een tiende van de oogst en een tiende van de slacht ook specifiek werden belast met een ‘bieëntiend’. Naast de bijenkorven zien we een duiventoren. Duiven werden gehouden om hun vlees en vooral om hun mest. Achter de duiventoren is een man hout aan het hakken. Bij vorst konden de zware stammen relatief makkelijk over de bevroren grond worden vervoerd.
In de door de kunstenaars als een poppenhuis opengewerkte boerderij warmen de vrouw des huizes, een knecht en een meid zich bij het vuur. De laatste twee doen dat zonder een zweem van schaamte. In deze tijd, rond 1400, raakte in Noord-Europa het dragen van ondergoed in zwang, eerst bij de hogere klassen, daarna algemeen.
De ontblote geslachtsdelen op de februari-miniatuur hebben in het recentere verleden heel wat gevoelige zielen in verlegenheid gebracht. In januari 1948 vierde het vermaarde Amerikaanse fototijdschrift Life zijn eerste full-colouraflevering met het integraal afdrukken
van de Très Riches Heures-kalender. In miljoenen huishoudens hing dus ook deze afbeelding aan de muur, maar de preutse redactie had de geslachtsdelen laten retoucheren. Overigens was deze publicatie in Life wel het begin van de grote populariteit van het werk van de gebroeders Van Lymborch in Amerika. Maar wat doet die kat daar, die zo verwachtingsvol zijn kopje draait en oogcontact heeft met de boerin die haar rok omhoog doet? Een kat is onmisbaar in een boerenschuur om muizen en ratten te verjagen die de graanoogst vernietigen. De kat is in de middeleeuwse literatuur ook een bekend symbool van ongebreidelde seksuele drift en verleidingskunst. Zijn de Van Lymborchs ook al de grondleggers van wat later in de zeventiende eeuw uitgroeide tot de typisch Nederlandse zinne- en minnebeelden? Bij Jan Steen en zijn tijdgenoten zien we hetzelfde beeld in allerlei vormen terug.
p. 125: gebroeders Van Lymborch, Februari, Très Riches Heures, tempera, inkt en bladgoud. Chantilly, Musée Condé, Ms 65, fol. 2v (detail).

De maandbladen uit de Très Riches Heures du duc de Berry behoren wereldwijd tot de bekendste miniaturen uit de middeleeuwen. Veel minder bekend is dat de kunstenaars hiervan uit Nijmegen komen. Zij zijn de eerste Noord-Nederlandse schilders van Europese allure. De ateliers van de schilders-dynastie MaelwaelVan Lymborch waren vanaf 1366 in de hoofdstad van het hertogdom Gelre gevestigd. Rond 1400 traden Johan Maelwael en zijn drie jonge neven Herman, Paul en Johan van Lymborch in dienst van de Franse koninklijke familie.
Ze maakten pijlsnel carrière en werden de bestbetaalde kunstenaars van hun tijd.
Spraakmakende tentoonstellingen in het Louvre, J. Paul Getty Museum, Metropolitan Museum of Art, Valkhof Museum en Rijksmuseum hebben hun roem vergroot. Recent onderzoek heeft nieuwe inzichten opgeleverd waarvan vele voor het eerst worden gepubliceerd. Dit boek toont tientallen hoogtepunten uit hun fenomenale oeuvre en vertelt het fascinerende verhaal van hun dramatische tijd en hun korte, maar veelbewogen levens.



De auteurs publiceren over kunst en geschiedenis en namen in 2002 het initiatief voor de terugkeer van de Maelwael-Van Lymborchs naar Nederland. Het resulteerde in een keten van publieksactiviteiten, exposities, festivals, publicaties, onderzoek van de Maelwael Van Lymborch Studies en het museum Gebroeders Van Lymborch Huis en daarmee in de verdere bekendheid van deze kunstenaars in binnen- en buitenland.



