Skip to main content

RESOURCE - Nr. 11 2026 (NL)

Page 1

Nr 11

WUR from within: open, eerlijk, kritisch

JUNI ❷⓿❷❻ JAARGANG ❷⓿

Orgel Joke sluit AID af

Aanpassingen Principles blijven uit

Journalistiek magazine over Wageningen University & Research

WUR ‘grossiert’ in spookreferenties

10 miljoen voor onderzoek hittebestendige steden

Gevolgen toerisme ‘We hebben enorme moeite ons in te perken’ | p.12

NL

Promovendi doen er te lang over

ZO K DE Z OM JE OM DOOR ER p.26


Inhoud

VOORWOORD

NR ❶❶ JAARGANG ❷⓿

14

Op naar gezonder ijs

20

Steeds minder (PhD-)studenten uit Afrika

23

Kleine vakken verdwijnen

4 Hulp voor Iraanse studenten 6 Ingezonden brief: ‘Modelleren is een essentiële vaardigheid’ 8 Falen en opstaan: ‘Het was eenzaam werk’

30 Vijtig jaar werken bij WUR 33 Thesis life: ‘Uiteindelijk is er niks met mijn thesis gedaan’

Kijk voor meer verhalen en nieuws op onze website via deze QR-code:

Zomertip Niemand lijkt echt te weten waar op onderzoek en onderwijs bezuinigd gaat worden (pag.16). Steeds minder Afrikaanse studenten en promovendi komen naar Wageningen (pag.20). Bijna zeventig kleine vakken dreigen te verdwijnen (pag.23). De laatste Resource van dit academisch jaar bespreekt zware onderwerpen waarover bij het koffieapparaat tot in de bestuurskamer gesproken wordt. WUR staat voor grote uitdagingen, zoals dat heet. Onzekere tijden zijn uiteraard niet nieuw. Vraag het maar eens aan een van de twee WUR’ers die we interviewden (pag.30) die vijftig jaar in dienst zijn en afscheid nemen het werkzame leven op de campus. Een van hen maakte tien leidinggevenden mee, zeven directies en ‘overleefde’ diverse reorganisaties. De ander moest haar rozenonderzoek vaarwel zeggen omdat het geld voor onderzoek opdroogde. Leuk is anders, maar beiden haalden toch het gouden jubileum. Terwijl we nu dus de laatste hand aan deze papieren Resource leggen, maken we ook het AID-nummer voor de eerstejaars dat in augustus verschijnt. En op 10 september ligt het eerste nummer van het nieuwe academisch jaar weer in de bakken. Heb je tips waarover we moeten schrijven? Mail naar resource@wur.nl. Rest ons alleen nog al onze lezers een ­fijne vakantie te wensen. En wie daarbij nog wat inspiratie zoekt, zie onze zomertips op pagina 26.

Willem Andrée Hoofdredacteur


MYSTERIE OPGELOST Ze doken begin juni plotseling op bij Atlas, Omnia en in de fietsenstalling: vuistgrote hoofdjes van klei. Twee weken later werd het mysterie opgelost. Onderzoeker Food System Governance & Resilience Tossa Harding liet Resource weten dat ze samen met anderen de kleikopjes had gemaakt bij de lancering van het Wageningen Transformation Initiative. Als symbool van hun betrokkenheid boetseerden deelnemers een hoofdje, bedoeld om in alle vergankelijkheid buiten te staan. Alleen: het mocht niet. De gebouwenbeheerders keurden het idee af en Harding moest ze opruimen. Eén heeft ze gehouden. ‘Die zet ik op kantoor. Daar gaat niemand over.’ wa Foto Tossa Harding


NIEUWS

Promovendi doen er te lang over Bijna de helft de van de promovendi doet vijf jaar of meer over het afronden van hun PhD-traject. Voor dat traject, en de financiering daarvan, staat vier jaar. WUR gaat onderzoek doen naar de oorzaak van die vertraging, zegt Dean of Research Edith Feskens. De uitloopcijfers komen uit een interne evaluatie van het PhD-programma. De uitloop wordt gemeten op het moment van promoveren. Het proefschrift (en dus het werk) is meestal een maand of vier eerder afgerond. Desondanks is de vertraging een punt van zorg, zegt ­Feskens. WUR wijkt overigens niet af van het landelijke beeld op dit punt. Uitloop heeft vooral financiële gevolgen. ‘Niet in alle leerstoelgroepen wordt dat probleem op dezelfde manier opgevangen. De promovendus wordt soms geacht de promotie in de eigen tijd af te ronden. Dan wordt een WW-uitke-

ring aangevraagd maar zijn de promovendi eigenlijk niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Dat moeten we als organisatie niet willen. Dat is geen goed werkgeverschap.’

Fonds

De financiële gevolgen van uitloop raken vooral de promovendi van ‘armere’ leerstoelgroepen. ‘Feskens: ‘Die groepen willen wel een goede werkgever zijn, maar hebben soms het geld niet om een PhD-traject te verlengen.’ Een oplossing daarvoor zou volgens Feskens een fonds kunnen zijn waaruit die extra kosten worden betaald. De oorzaken van uitloop zijn volgens de onderzoeksdecaan divers. ‘Ziekte bijvoorbeeld. Veldwerk dat door tegenslag uitloopt, of een vergunning voor dieronderzoek die niet wordt verleend. Maar deels is het ook de cultuur binnen een leerstoelgroep; een begeleider die

Foto Guy Ackermans

aandringt op nog een extra paper bijvoorbeeld. Maar precies weten we het niet. We willen daar nu onderzoek naar doen.’ rk

Resource

02•07•2026 PAGINA 4

Hulp voor Iraanse studenten met financiële zorgen Iraanse studenten in Wageningen maakten zich tijdens de oorlog niet alleen zorgen over hun familie en vrienden. Ook de inflatie in hun land bracht onzekerheid; konden ze hun collegegeld nog wel betalen? De raad van bestuur heeft nu een voorstel goedgekeurd om studenten in dit soort situaties te helpen.

bedoeld is voor studenten die buiten hun schuld om in financiële nood terechtkomen. Maar dat fonds is te klein en kan

‘Toen ik hier kwam, had ik genoeg spaargeld voor twee jaar collegegeld’, vertelde een Iraanse student afgelopen maart in Resource. ‘Door de inflatie ben ik bang dat ik het volgend jaar niet kan betalen. Dat zou een nachtmerrie zijn.’ De studenten stapten voor hulp naar de studentendecanen, die ze doorverwezen naar het Louise O. Fresco-fonds, dat

slechts een enkeling helpen, waardoor de Iraanse studenten daar nul op rekest kregen. Daarom is er gewerkt aan een pakket met mogelijke maatregelen, vertelt onderwijsdecaan Dick de Ridder. Dat is bedoeld om Iraanse studenten te helpen, maar het is algemener verwoord, legt hij uit. ‘Het gaat erom dat we alle studenten die plotseling

‘Door de inflatie ben ik bang dat ik het volgend jaar niet kan betalen’

in zware financiële problemen komen door geopolitieke ontwikkelingen zoals oorlogen, een beetje kunnen helpen.’

Maatwerk De Ridder adviseert studenten die dit meemaken om (opnieuw) een afspraak te maken met de studentendecaan, die nu dus meer mogelijkheden heeft om te helpen. ‘De decaan bekijkt wat de student nodig heeft en wat de mogelijkheden zijn met dit nieuwe pakket maatregelen. We bekijken het per student en proberen maatwerk te bieden binnen de ruimte die we hebben.’ Van de 33 Iraanse studenten in Wageningen zouden zeker 19 acute financiële zorgen hebben door de oorlog. lz


rk

Geadviseerde aanpassingen Principles blijven vooralsnog uit De Principles of Collaboration, en de ondersteuning bij de toepassing ervan, ondergaan voorlopig geen noemenswaardige veranderingen, hoewel de WUR Council dat de raad van bestuur (ongevraagd) wel had geadviseerd. De scheidende WUR Council draagt het dossier daarom over aan de nieuwe. De WUR Council brengt niet vaak ongevraagd advies uit. Aanleiding waren bezorgde signalen van medewerkers. Een knelpunt is bijvoorbeeld dat de Principles de verantwoordelijkheid voor de beoordeling van samenwerkingen bij individuele wetenschappers leggen. Nog afgezien van principiële bezwaren hiertegen – WUR kan zichzelf toch niet ontslaan van een zekere institutionele verantwoordelijkheid op dit punt? – is die individuele verantwoordelijkheid alleen houdbaar als WUR er toereikende ondersteuning bij biedt, vindt de Council. En daar ziet de medezeggen-

schap nog wel wat verbeterpunten. Daarnaast adviseert de WUR Council om, net als bij het afwegingskader voor de fossiele industrie, vooral partners te toetsen – en niet afzonderlijke projecten. ‘Stel dat morgen een organisatie zoals de maffia aanklopt met een op het eerste gezicht “schoon” vraagstuk over bodemsanering. Dan zijn ze volgens de huidige Principles van harte welkom’, zegt council-lid Livio Carlucci. De raad van bestuur wil zo'n aanpassing echter pas overwegen na de evaluatie van het fossiele afwegingskader.

Teleurstelling

Afgezien van een betere vindbaarheid van informatie over de Principles, leidt het ongevraagde advies vooralsnog niet tot concrete vervolgstappen. Tot teleurstelling van de medezeggenschap, blijkt uit de brief waarmee de Council reageert op de brief van de raad van bestuur. ‘We hadden op meer gehoopt’, zegt Carlucci,

De raad van bestuur wil een aanpassing van de Principles of Collaboration pas overwegen na de evaluatie van het fossiele afwegingskader. Illustratie Marly Hendricks

die als herkozen medewerkersvertegenwoordiger ook zitting heeft in de nieuwe WUR Council. Die wordt op 1 september geïnstalleerd. ‘Dit dossier dragen we zeker over. Zowel voor WUR als voor individuele medewerkers is het belangrijk dat we een toetsingskader krijgen waarmee samenwerkingen professioneel én moreel adequaat kunnen worden beoordeeld.’ me

02•07•2026 PAGINA 5

Tijdens de BioBlitz 2026 zijn er 1808 soorten geteld op de terreinen van WUR. Het evenement dat begin april van start ging, werd deze week afgesloten. WUR eindigde traditiegetrouw tweede achter de Universiteit van Leuven. Planten spannen de kroon met 510 soorten, gevolgd door motten (269), kevers (201) en vliegen (174).

Nieuwe studenten leren de stad, de universiteit en elkaar kennen tijdens de Algemene Introductiedagen, kortweg AID. Dit jaar is de introductieweek van 14 tot en met 19 augustus. Er zijn een aantal wijzigingen in het programma. Zo maakt de traditionele barbecue op de studiedag plaats voor een foodtruckfestival. Ook is er dit jaar een soort pubcrawl langs studentenverenigingen: de verenigingscrawl. En voor het eindfeest is er dit jaar een grote artiest geboekt: Orgel Joke. ‘Een vrouw van 76. Als ze covers speelt op haar orgel, ontstaan er spontaan moshpits’, aldus voorzitter van het AID-bestuur Marieke Nijland. De artiest stond eerder op festivals zoals de Zwarte Cross. lz

Resource

1808

Orgel Joke sluit AID af


NIEUWS

ingezonden brief

Modelleren is een essentiële vaardigheid, noodzakelijk voor het succes van WUR

K

leine vakken dreigen door bezuinigingsmaatregelen hun financiering te verliezen. Het gaat daarbij ook over modellerings- en kwantitatieve vakken, die toch al onder druk staan door de herziening van het opleidingsportfolio. Deze vakken brengen studenten echter essentiële kwantitatieve vaardigheden bij die centraal staan in het domein van WUR. Door vakken alleen op basis van studentenaantallen te schrappen, verzwakt WUR haar positie en wordt minder aantrekkelijk in vergelijking met de andere technische universiteiten, zowel op het gebied van onderwijs als onderzoek. We staan voor ongekende maatschappelijke uitdagingen die vragen om r­ esponsible changemakers die beschikken over de juiste kwantitatieve methodologische vaardigheden en modelleringsvaardigheden om ingewikkelde vraagstukken te beschrijven. Modellering maakt het mogelijk systemen te onderzoeken, van subcellulaire schaal tot (elektro)chemische systemen en bioreactoren, landbouwbedrijven, voedselsystemen en toeleveringsketens, tot ecologie en bevolkingsstudies, tot financiële markten en klimaatstudies. Het helpt ons het universum te begrijpen. Modellering vormt de brug tussen data, mechanistische kennis, het ontwerpen van experimenten en het voorspellen van toekomstscenario’s.

Stikstofplan Landbouwminister Jaimie van Essen maakte afgelopen vrijdag het maatregelenpakket bekend waarmee dit kabinet uit de stikstofimpasse wil komen. Het bevat heel wat ideeën waarvoor Wageningse

Wij beschouwen modelleren als een fundamentele vaardigheid in de eenentwintigste eeuw. Alle studenten moeten leren modelresultaten in relatie tot gegevens te interpreteren en te communiceren. Het onderwijs in modelleren moet binnen WUR zichtbaarder worden en beter geïntegreerd in cursussen waarin gegevens worden gegenereerd. Dat is cruciaal voor het goed doorlopen van onderzoeks- en designcycli. Als onze studenten het vermogen verliezen om modellen te maken van complexe, onderling verbonden systemen en die niet meer kunnen vereenvoudigen, evalueren en analyseren, dan zal dat hun onderzoek en loopbaankansen beperken. Dit is des te urgenter in deze geautomatiseerde, post-ChatGPT-wereld, waarin systeemdenken en modellen de bouwstenen vormen van onderzoek, politiek en economie. Wij sporen WUR aan strategisch te evalueren hoe kleine cursussen bijdragen aan een goed curriculum. Het verlies van onderwijs is de eerste stap naar het verlies van expertise. Rob Smith, docent Systeem- en Synthetische Biologie, namens de Math@WUR-gemeenschap van docenten op het gebied van modellering. Dertien anderen hebben de inhoud van deze brief eveneens onderschreven, zie resource-online.nl

onderzoekers de afgelopen jaren hebben gepleit, beaamt hoogleraar Integrale Stikstofeffectanalyse Wim de Vries. ‘Het is bijzonder dat de minister ons laatste rapport zo expliciet benoemt.’ Op resource-online.nl reageert De Vries op het maatregelenpakket. Op hoofdlijnen is hij er goed over te spreken: ‘Ik ben onder

de indruk van de integraliteit van het plan. Ook de natuurherstelmaatregelen worden goed aangepakt, met een reservering van 2,2 miljard euro. Op details moet nog veel worden uitgewerkt. Maar als aanzet vind ik het heel compleet: alle aspecten worden benoemd’, aldus De Vries. Meer op resource-online.nl. me

Advertentie

Nieuwbouwproject 4Churchill - Wageningen

Resource

02•07•2026 PAGINA 6

Nog slechts 2 appartementen beschikbaar!

0318 270 000 nieuwbouw@bmvmakelaars.nl

Oplevering eind juli Instapklaar

€ 432.500,- V.O.N. Loopafstand centrum


02•07•2026 PAGINA 7

HITTE:

OOK BINNENSHUIS SOMS 35 GRADEN De hitte die Nederland en Europa vorige week trof, zorgt niet alleen op straat in de brandende zon voor ongemak. Ook binnen lopen de temperaturen steeds verder op. Universitair hoofddocent Meteorology and Air Quality Gert-Jan Steeneveld onderzoekt in ongeveer honderd woningen in Amsterdam hoe warm het wordt in woon- en slaapkamers. ‘Bij sommige kamers schrik je je echt helemaal de blubber', zegt de onderzoeker na metingen vorige week woensdag. ‘We zagen temperaturen boven de 35 graden, vooral in kleinere zolderkamers.' Sinds 2022 zijn slimme sensoren geplaatst in Amsterdamse woningen die elke vijf minuten temperatuur, luchtvochtigheid, CO2 en geluid meten. Uit eigen ‘modelonderzoek’ van Steeneveld blijkt dat binnentemperaturen tussen 1951 en 1990 nauwelijks stegen, maar daarna duidelijk opliepen. 'Vanaf de jaren negentig zien we de gemiddelde zomertemperaturen in kamers aanzienlijk toenemen.' Boven de 26 graden, de WHO-grens voor substantiële gezondheidsschade, treden hoofdpijn, vermoeidheid en slechter slapen op. Voor kwetsbare groepen zijn de risico's nog groter. Tegelijkertijd ontbreken in Nederland normen voor bestaande woningen; voor oudere huizen zijn de regels veel beperkter dan voor nieuwbouw. Het onderzoek heeft ook een praktische kant. 'Veel mensen ventileren op het verkeerde moment', zegt Steeneveld. 'Als je tijdens een hete middag alle ramen openzet, haal je juist de warmte naar binnen.' De komende jaren willen de onderzoekers het meetnet in stand houden om beter te begrijpen hoe Nederlandse woningen opwarmen in een veranderend klimaat. wa

Berekende binnentemperaturen voor alle zomers van 1951 tot en met 2025.

Resource

WETENSCHAP

WUR ‘grossiert’ in spookreferenties Van alle Nederlandse universiteiten maken onderzoekers van WUR zich het vaakst schuldig aan het opvoeren van niet-bestaande bronnen in hun wetenschappelijke artikelen. Dat blijkt uit een onderzoek van weekblad De Groene ­Amsterdammer en de Data School van de Universiteit Utrecht. Nepverwijzingen zijn volgens de studie mogelijk ‘vingerafdrukken van AI-gebruik’. In het onderzoek zijn ruim 136.000 peer-reviewed wetenschappelijke artikelen van Nederlandse universiteiten onderzocht op spookreferenties. In 1 op de 200 papers van dit jaar kwamen een of meerdere nepverwijzingen

Nepverwijzingen zijn volgens de studie mogelijk ‘vingerafdrukken van AI-gebruik’ voor. Dat aantal neemt toe. Drie jaar geleden was het nog maar 1 op de 1400 papers. Relatief de meeste spookbronnen werden gezien in sociaalwetenschappelijk onderzoek. Spookreferenties ontstaan bijvoorbeeld doordat wetenschappers AI gebruiken om hun literatuurlijst samen te stellen. De kans bestaat dat chatbots

er referenties bij ‘hallucineren’. Wetenschappers worden geacht hun bronnen te controleren, maar dat gebeurt kennelijk niet altijd. Ook de journals waarin de artikelen verschijnen schieten te kort. Het merendeel van de artikelen vond zijn weg in erkende tijdschriften.

Geschrokken

WUR-papers spannen volgens het onderzoek van De Groene Amsterdammer landelijk de kroon. De raad van bestuur laat in een reactie weten te zijn geschrokken van de uitkomst. ‘We gaan dit uiteraard uitgebreid intern bespreken om te kijken of en waar onze richtlijnen of controlemechanismen op dit punt aanscherping nodig hebben.’ WUR heeft geen inzage gekregen in het onderzoek en kent dus niet de namen van onderzoekers die in de fout zijn gegaan. De raad van bestuur wijst er wel op dat de verantwoordelijkheid voor controle in eerste instantie bij de auteur zelf ligt. Daarnaast heeft het tijdschrift dat de artikelen publiceert een belangrijke rol bij het signaleren van fouten. rk


Falen & opstaan Een mislukte proef, een afgewezen artikel: in de wetenschap wordt het al gauw bestempeld als falen. En erover praten? Dacht het niet. In deze rubriek doen collega’s dat wel. Want falen is nuttig. Dit keer horen we van Inês Marcelino, promovendus Infectious Disease Epidemiology. Tekst Nicole van ’t Wout Hofland  Illustratie Mathijs Megens/ SeaBlueBird Studio

Resource

02•07•2026 PAGINA 8

‘Met een wit laken van één bij één meter achter me aan, stapte ik door de velden van de Oostvaardersplassen. Elke tien meter inspecteerde ik het doek. Ik was op zoek naar teken. Met name de vlekkenteek, die in Nederland relatief weinig voorkomt. Tijdens mijn promotieonderzoek probeer ik vast te stellen of die teek in de Oostvaardersplassen voorkomt en welke ziekteverwekkers de teken daar met zich meedragen. ‘Ik verdeelde het gebied op basis van landschapstypen, zoals bos, grasland en overgangsgebieden. Van elk gebied wilde ik steeds honderd meter bemonsteren, zodat ik de aantallen kon vergelijken per gebied. Het was een systematisch, zorgvuldig opgezet plan. Wekenlang sleepte ik dat laken door een gebied dat afgesloten is voor het publiek. Dat was behoorlijk eenzaam werk. Elke paar meter inspecteerde ik mijn vangst. Ik ving wel ‘gewone’ ­schapenteken, maar nauwelijks vlekkenteken. De teleurstelling groeide met elke inspectie. Ik raakte ontmoedigd. Ik had minimaal duizend teken nodig om ziekteverwekkers te kunnen aantonen. Zonder teken kon ik niets testen. ‘Uiteindelijk zag ik een patroon:

in de bosrijke gebieden vond ik regelmatig teken, in andere gebieden niet. Toen besloot ik mijn oorspronkelijke plan los te laten. In plaats van overal evenveel tijd door te brengen, richtte

‘Wekenlang sleepte ik het laken door een gebied dat afgesloten is voor het publiek’ ik me vooral op de bossen. Minder mooi vanuit methodologisch oogpunt, maar praktisch noodzakelijk om überhaupt genoeg teken te verzamelen voor de analyse. Zo lukte het uiteindelijk. ‘Achteraf denk ik dat ik meer hulp had moeten vragen, bijvoorbeeld bij de entomologen die in hetzelfde gebouw zitten als mijn onderzoeksgroep. Maar ik dacht: het is mijn project, ik moet dit zelf oplossen. Dat is deels cultureel. Ik kom uit Portugal, waar een sterkere hiërarchie heerst. Daardoor voelde ik me bezwaard om als promovendus onderzoekers van een andere groep te storen. Ondertussen ben ik meer gewend aan de werkwijze in Nederland en zou ik sneller bij anderen aankloppen.’

Definitie stad kleurt stedelijk welzijn Grotere steden tellen relatief meer inwoners die roken, zich eenzaam voelen of moeite hebben rond te komen. Zulke verbanden worden echter alleen zichtbaar als het begrip ‘stad’ op de juiste manier wordt afgebakend. Dat blijkt uit onderzoek van Mirjam van Hemmen, promovendus bij de leerstoelgroep Geo-information Science and Remote Sensing. Zij analyseerde data over twaalf indicatoren uit de Nederlandse Gezondheidsmonitor, op basis van vier veelgebruikte definities van het begrip stad. Die bleken te leiden tot zeer uiteenlopende beelden van het welzijn van de stadsbewoners. Het begon met de basale vraag die Van Hemmen zichzelf stelde: wat ís een stad eigenlijk? Daar bleek geen pasklaar antwoord op. De ene standaard schaart er bijvoorbeeld alleen de stadscentra onder, terwijl een andere ook de verderop gelegen forensenwijken en dorpen nog ‘stad’ noemt. In Nederland komt dat neer op variaties qua bevolkingsdichtheid van wel 3000 mensen per km2 (de stadscentra-definitie) tot slechts 650 mensen per km2 (de bredere afbakening).

Stadsomvang Bij de analyse met de zogenoemde DEGURBA, die steden definieert als plaatsen met minstens 50.000 inwoners en een bevolkingsdichtheid van minimaal 1500 mensen per km2, zag Van Hemmen een superlineaire relatie tussen stadsomvang en de welzijnsfactoren roken, eenzaamheid en moeite om rond te komen. Dat wil zeggen dat onevenredig meer mensen roken, zich eenzaam voelen of moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen naarmate een stad groter is. Ook bleek uit die analyse een sublineair verband bij vrijwilligerswerk en mantelzorg: naarmate een stad groter is, daalt het relatieve aandeel vrijwilligers en mantelzorgers. Uit analyses op basis van de andere stadsdefinities kwamen beide verbanden veel minder duidelijk naar voren. Voor Van Hemmen laten de bevindingen zien hoe belangrijk het is dat een stadsdefinitie past bij de onderzoeksvraag en beschikbare data, zeker als daar vervolgens beleid op wordt gebaseerd. ‘Bij onderzoek naar bijvoorbeeld besmettelijke ziektes is ook relevant wat er buiten de stadscentra gebeurt. Maar bij andere onderzoeksvragen kunnen data uit buitenwijken het zicht op urbane vraagstukken juist vertroebelen’, zegt ze. me


HITTEBESTENDIGE STEDEN

Een nieuw Europees consortium gaat onderzoeken hoe Europese steden en regio’s hittebestendig kunnen worden. WUR-onderzoeker Dragan Milošević leidt het project, dat vorige week een subsidie van 10 miljoen euro toegekend kreeg. Tekst Anne van Kessel

‘W

e zijn in Europa niet zo voorbereid op hitte’, zegt onderzoeker Urban Hydrometeorology Dragan Milošević. ‘Ik zit hier in mijn airco-kantoor, maar veel mensen hebbn dat geluk niet.’ In Europa sterven relatief veel mensen aan de gevolgen van hitte. Zo stierven in de zomer van 2022 naar schatting ruim 61 duizend Europeanen. Aan die ongelijkheid wil de onderzoeker iets doen. De naam EUROASIS is bewust gekozen. ‘Ik wil van Europese steden en regio’s letterlijk oases maken. Voor iedereen, niet alleen voor mensen die een airco kunnen betalen. Mijn project is geslaagd als het aantal hitte-gerelateerde ziekenhuisopnames en aantal sterftegevallen de komende jaren dalen.’ Het project, dat officieel van start gaat op 1 oktober, brengt 29 organisaties uit veertien landen samen; waaronder universiteiten, stadsbesturen en het Rode Kruis. ‘Zij weten wie de kwetsbaarste mensen in een stad zijn.’ De onderzoekers willen in vier jaar tijd 24 innovaties uittesten in vier pilotsteden: Amsterdam, Athene, Zaragoza en Reggio Emilia. ‘We wilden een mix van steden wat betreft hun ligging, klimaat en grootte’, zegt Milošević..

Onbedoelde bijwerkingen

De innovaties zijn uiteenlopend. Zo kunnen steden denken aan meer beplanting en water in de stad, aan apps waar de koelere plekken zijn aangegeven; zoals bibliotheken, parken, of schaduwrijke tuinen die particulieren openstellen voor andere buurtbewoners. Of aan tijdelijke zonneschermen bij bushaltes, waar mensen tijdens hittegolven soms in de volle zon staan.

In Athene wil het consortium een app uittesten waarmee werkgevers de roosters van buitenwerkers kunnen aanpassen aan de hitteverwachting.  Foto Shutterstock

Maar een schaduwconstructie kan ook luchtvervuiling van het verkeer vasthouden. Daarom testen de onderzoekers elke innovatie eerst in een digitale tweeling van de pilotstad. In zo’n computermodel bouwen onderzoekers een (deel van een) stad na. ‘We kunnen zo zien of een bedachte oplossing echt koelt, maar ook of er onbedoelde bijwerkingen zijn’, zegt Milošević. Blijkt het schaduwdoek smog vast te houden, dan kunnen onderzoekers het ontwerp aanpassen, voordat gemeentes geld en tijd in de uitvoering steken.

Eigen ervaring

In Athene wil het consortium een app uittesten waarmee werkgevers de roosters van buitenwerkers kunnen aanpassen aan de hitteverwachting. Als een bepaalde wijk te heet is, worden de

werknemers ergens anders ingeroosterd. Een horloge waarschuwt als de lichaamstemperatuur te hoog wordt. ‘Soms moet je dingen gewoon een paar dagen uitstellen’, zegt Milošević. ‘Een leven is belangrijker dan een gat in de weg.’ Hij weet uit eigen ervaring wat hitte met een lichaam doet. Als twaalfjarige werkte hij hele dagen op het land om onder andere tabak en maïs te plukken. ‘De oorlog die Joegoslavië uiteen deed vallen, dreef mijn familie met bijna niets van Kroatië naar Servië.’ Hij kreeg meerdere keren last van hitte-uitputting. ‘Ik was jong, dus ik kon het hebben. Maar het zijn ervaringen die ik nooit zal vergeten.’

02•07•2026 PAGINA 9

10 miljoen voor onderzoek naar

Resource

WETENSCHAP


WETENSCHAP

proefschriften

in 't kort

Wild eten Hoe groot is de kans om ziek te worden van wild vlees eten in een stad als Nairobi? Als consument valt dat risico wel mee, laat onderzoek van Sherril Phyllis Masudi zien. Maar jagers en handelaren lopen in hun omgang met wild flinke risico’s besmet te raken met E-coli-bacteriën die Shiga-toxine produceren. Dat komt vooral doordat ze al of niet bewust onhygiënisch werken: ze wassen hun handen niet, slachten op de grond en met niet-ontsmette messen. rk Wild meat in the city, health risks and implications. Sherril Phyllis Masudi Promotor Frank van Langevelde

Omgekeerd draineren Een derde van de landbouwgrond in Nederland wordt gedraineerd. Een ondergronds buizensysteem voert overtollig water af. Dat systeem kun je ook omgekeerd gebruiken: water aanvoeren in tijden van droogte. Janine de Wit voerde op vier plekken proeven uit met deze ondergrondse drainage. Het reservewater wordt daarbij in een ondergrondse put opgeslagen. Haar conclusie: een veelbelovende oplossing, mits de omgeving het opgeslagen water natuurlijk missen kan. rk Managing water excess and deficit in agriculture. Janine de Wit Promotoren Ruud Bartholomeus en Coen Ritsema

DE STELLING

Resource

02•07•2026 PAGINA 10

Promovendi lichten de meest prikkelende stelling uit hun proefschrift toe. Dit keer Stijn van den Bergh, die afgelopen mei promoveerde op onderzoek naar het verbeteren van methaanopname uit de atmosfeer door duurzame landbouwstrategieën, zoals het gebruik van organische bodemverbeteraars. Tekst Ning Fan

Framing Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Dat geldt ook voor de acceptatie van gentechnologie zoals CRISPR-Cas, betoogt Costa Ricaan Eduardo Rojas Padilla. Hij onderzocht de rol van de weergave van CRISPR-Cas in twitterberichten en de invloed daarvan op het publieke en politieke debat. Is CRISPR-Cas het verfijnde genenschaartje dat precieze (en dus veilige?) ingrepen in het genoom mogelijk maakt? Of toch de diabolische technologie die gmo-baby’s dichterbij brengt? Zijn boodschap: onderschatten van beeld is een doodzonde. rk Picture This. Eduardo Rojas Padilla Promotoren Tamara Metze, Katrien Termeer en Art Dewulf

‘AFC Ajax heeft het moderne voetbal fundamenteel gevormd met de filosofie van het totaalvoetbal.’ ‘Mijn familie komt oorspronkelijk uit Amsterdam. Toen ik nog een kleine jongen was, ging ik vaak met mijn opa en vader naar wedstrijden van Ajax. Zo ben ik als Ajax-supporter opgegroeid. ‘Vroeger was voetbal erg statisch: spelers stonden op vaste plekken. Eind jaren zestig veranderde dit toen Ajax-coach Rinus Michels een dynamisch systeem introduceerde waarin spelers vaak van positie wisselden en zich vrij over het veld bewogen. Deze aanpak stond bekend als ‘totaalvoetbal’. Het hielp Ajax begin jaren zeventig uitgroeien tot de beste club ter wereld. Tegenwoordig is het moderne, aanvallende voetbal van clubs zoals Manchester City, Bayern München en FC Barcelona gebaseerd op deze filosofie. ‘Ik herken de speldynamiek van het

totaalvoetbal in mijn eigen onderzoek. In de microbiële- en bodemecologie is alles met elkaar verbonden: één (a)biotische factor kan de samenstelling en het functioneren van het hele bodemmicrobioom beïnvloeden, en wanneer een lid van een microbiële gemeenschap verdwijnt, kunnen anderen zijn functie overnemen. ‘Afgezien van de relevantie voor mijn onderzoek, heb ik tijdens mijn promotie veel plezier beleefd aan het praten over voetbal met mijn promotor. Hij is supporter van Roda JC, een club die al geruime tijd niet meer in de eredivisie speelt. We praatten bijna wekelijks over voetbal en plaagden elkaar wanneer de club van de ander een slecht resultaat had behaald. Vandaar een stelling over Ajax in mijn proefschrift.’


COLUMN

Voeding op basis van spiermassa beter voor ic-patiënt Michelle Paulus (Humane Voeding & Gezondheid) promoveert in september op het verbeteren van zogenoemde eiwitstrategieën voor patiënten op de intensive care. ‘We kunnen betere zorg leveren als we inspelen op individuele behoeften.’ Patiënten op de ic verliezen snel spiermassa. ‘Om dat te voorkomen, geven de meeste ziekenhuizen ic-patiënten – conform de ­richtlijnen – 1,3 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht van de patiënt per dag. Maar elke patiënt heeft een andere lichaamssamenstelling, en daardoor een andere eiwitbehoefte’, legt Paulus uit. ‘Op dit moment krijgen patiënten dezelfde hoeveelheid eiwitten omdat ze hetzelfde lichaamsgewicht hebben, ondanks dat de ene patiënt obesitas kan hebben en de andere een bodybuilder is. De ene patiënt heeft dan meer vetmassa en de andere meer spieren. Het zou dan logischer zijn om de eiwitdosering te baseren op vetvrije massa, dus alles in je lichaam behalve lichaamsvet.’ Paulus vergeleek daarom twee patiëntgroepen: ‘Een groep patiënten die is gevoed op basis van hun totale lichaamsgewicht met een groep die is gevoed op basis van hun vetvrije massa.’

Overvoed De overlevingskansen van de patiënten verbeterden niet, maar de groep die hun eiwitten kreeg via de doseringsmethode van vetvrije massa had een kortere ic-opname, minder lang beademing nodig en minder verlies van vetvrije massa, vertelt Paulus. ‘Met name bij vrouwen zagen we voordelen. Dat komt waarschijnlijk omdat vrouwen over het algemeen minder spiermassa hebben dan mannen. We vermoeden dat zij sneller overvoed raken met de doseringsmethode van totaal lichaamsgewicht.’ ‘Onderzoek laat steeds vaker zien dat zowel te veel als te weinig eiwitten schadelijk is voor de patiënt. Doseren op basis van vetvrije massa zou kunnen bijdragen aan een meer gepersonaliseerde benadering.’ Paulus’ onderzoek is onlangs gepubliceerd in Critical Care. dv

Op eigen risico Hoewel fietsers en voetgangers bij de meeste kruispunten op de campus voorrang hebben en er duidelijke wegmarkeringen en verkeersborden zijn bij de toegangsroutes, zijn er op de campus meerdere plekken die een aanzienlijk veiligheidsrisico vormen voor fietsers en voetgangers. Ongeveer drie jaar geleden kreeg de veiligheid van fietsers op de campus een zeven van de Fietsersbond en deed de bond de aanbeveling de veiligheidsmaatregelen op de campus en in de omgeving actief te verbeteren. Is er sindsdien wat veranderd? Het meest accurate antwoord is dat er ‘geen significante verandering’ is aangezien er nog steeds af en toe incidenten met fietsers zijn. Bovendien leveren nieuwe ontwikkelingen op de campus ook weer nieuwe verkeersveiligheidsproblemen op. Zo is er aan de westkant van de campus naast Dijkgraaf een nieuwe toegangsroute voor auto’s gekomen. Jarenlang was deze route voorbehouden aan bussen en hulpverleningsvoertuigen. Aan de oostkant van de campus wordt binnenkort een studentenwooncomplex met ruim 200 wooneenheden in gebruik genomen. Er zal daar extra aandacht moeten komen voor de fietsers die van en naar de campus de drukke Mansholtlaan moeten oversteken. Deze twee

­ erkeerspunten moeten met voorv rang worden aangepakt. Verder moeten er op de campus waarschuwingsknipperlichten met geluid komen bij elke oversteek of kruising van de busbaan. Daarnaast moet de universiteit samenwerken met relevante belanghebbende partijen zoals

‘Meerdere plekken op de campus vormen een risico voor fietsers’ de Fietsersbond en de gemeente, om ervoor te zorgen dat er een snelheidsbeperking (maximaal 40 km/u) gaat gelden voor de busstrook en het stuk vanaf het kruispunt bij Atlas/Omnia langs de Mansholtlaan, via de Nijenoord Allee, tot aan de bushalte bij Dijkgraaf. Ten slotte moeten er regelmatig campagnes komen om de verkeersveiligheid onder de aandacht te brengen. Dit alles zal bijdragen aan een veiligere campus voor iedereen. Ook dat is een verantwoordelijkheid van WUR. En om dat te bereiken, is het essentieel van het onderwerp veiligheid een belangrijke prestatie-indicator te maken.

Joshua Wambugu Joshua Wambugu (43) uit Kenia is promovendus bij de leerstoelgroepen Marine Animal Ecology en Environmental Policy. Hij houdt van koken, wandelen en vogels kijken.


INTERVIEW

ONZE REISLUST IS NIET GOED VOOR DE PLANEET Wordt het een staycation deze zomer, of toch die trekking in Nepal? Het vakgebied van Machiel Lamers, persoonlijk hoogleraar Tourism and Environmental Change bij de leerstoelgroep Milieubeleid, draait om de vraag die wereldwijd steeds nijpender wordt en die veel Wageningers ook zichzelf stellen: valt reislust wel te verenigen met behoud van de planeet en alles wat erop leeft? Vlak voor de zomervakantie sprak Resource hem. Tekst Marieke Enter  Illustratie Valerie Geelen

Reizen wordt in toenemende mate gezien als het allergrootste goed. Bijna alles moet wijken voor die paar weken vakantie per jaar. ‘Dat is ook logisch, want reizen brengt mensen veel positieve ervaringen. In mijn vakgebied gaat het over de milieugevolgen die daarmee samengaan. In grote delen van de wereld geldt de neoliberale aanname dat mensen zelf wel verstandige beslissingen kunnen nemen, dat de markt het wel regelt. Maar bij veel consumptiedomeinen, denk aan voedsel, zie je dat mensen dat eigenlijk niet goed kunnen. Dat geldt zeker ook bij toerisme. Als reizigers hebben we enorme moeite om onszelf in te perken.’

Resource

02•07•2026 PAGINA 12

Het gaat nu ook amper meer over vliegschaamte of staycations? ‘Rond de corona-pandemie waren er een aantal interessante ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het idee van build back better: hoe na de pandemie een reissector zou opstaan die helpt om de natuur te beschermen en om sociale problemen te verhelpen, zoals ongelijkheid en armoede. In de praktijk is er vrij weinig van terecht gekomen. Er werd zelfs gesproken van revenge tourism: een inhaalslag van de reizen die mensen hadden uitgesteld door covid. Ik zie dat ook in bepaalde gebieden waar ik zelf onderzoek doe, zoals Antarctica. Na de pandemie ging het toerisme er werkelijk door het plafond. Verder moedigden sommige bestemmingen binnenlands toerisme extra aan, in reactie op de pandemie. Op een bepaalde manier is

‘SOMS IS HET ALTERNATIEF NOG SLECHTER’

dat positief. Maar nu de internationale reizigers ook weer terug zijn, is de druk door toerisme flink toegenomen.’

Dus er is sturing nodig? ‘In allerlei sectoren is het vanzelfsprekend dat er sturing en beleid is. Bij toerisme is dat niet anders, vind ik. Het is alleen iets complexer dan bij andere menselijke activiteiten, omdat toerisme transnationaal is, met allerlei soorten overheden en bestuurslagen die bij hetzelfde fenomeen betrokken zijn. En dan geldt ook nog dat die verschillende instanties vaak niet met elkaar afstemmen. Maar ook dat was interessant aan de pandemie: toen bleek ineens dat overheden wél in staat zijn om het reisgedrag van mensen in te perken.’

Heeft toerisme per definitie meer na- dan voordelen voor een bestemming? ‘Er bestaan wel bestemmingen en typen toerisme die specifiek sturen op bepaalde maatschappelijke doelen, zoals natuurbescherming of ondersteuning van de gemeenschappen in wier territorium de toeristische activiteiten plaatsvinden. Regenerative tourism of conservation tourism wordt dit ook wel genoemd. De doelen en idealen zijn vaak heel mooi en ik heb cases onderzocht waarbij ook serieuze pogingen zijn gedaan om het te laten werken. Toch lukt het in de praktijk vaak niet zo goed.’

Moet je toerisme dan wel willen, gezien de grote impact? ‘Dat kun je je afvragen. Maar er zijn een heleboel landen en bestemmingen die niet veel andere opties hebben. Neem een Caribisch eiland dat feitelijk alleen keuze heeft tussen een olieraffinaderij en toerisme… Tja, laat het dan maar toerisme zijn, mits goed gereguleerd. Soms is


Resource 02•07•2026 PAGINA 13

het alternatief nog slechter. Maar in z’n algemeenheid is dat een afweging om veel zorgvuldiger te maken. Over de impact van toerisme op natuur, milieu en de lokale gemeenschappen wordt onvoldoende nagedacht.’

Het gaat te eenzijdig over de economische waarde? ‘Toerisme wordt nog onvoldoende erkend of herkend als een heel belangrijk onderwerp. Maar bijvoorbeeld de landbouw, infrastructuur en watervoorziening wordt er in belangrijke mate door beïnvloed. Ik pleit ervoor om holistischer te kijken naar toerisme, of eigenlijk: mobiliteit. In mijn onderzoek, en ook vanuit het onlangs opgerichte Wageningse expertisecentrum voor Transformative Mobilities, kijken we steeds nadrukkelijker naar mobiliteit in brede zin, inclusief migratie en zakelijk reizen. Het een loopt namelijk vaak over in het ander.’

In het onderwijs hapert de animo; de bachelor Tourism staat onder druk. Hoe zie jij dat? ‘Het is een paradoxale ontwikkeling. Toerisme wordt mondiaal steeds dominanter, met een aantal hele duidelijke fricties en grote vraagstukken tot gevolg. Maar terwijl het werkveld zich fors verbreedt, neemt de interesse in toeristische opleidingen af – in heel Nederland. Toen ik jong was, koos je mede om het avontuur voor dit vakgebied. Ik ook. Ik wilde reizen, de wereld ontdekken, dus ik ging iets studeren waarmee dat gegarandeerd kon. Maar de nieuwe generatie studenten is kritischer op hun eigen reisgedrag. Dat heeft de animo voor onze bachelor geen goed gedaan.’

‘DE GROTE MONDIALE VRAAGSTUKKEN LOS JE NIET OP ZONDER IETS TE BEGRIJPEN VAN TOERISME EN MOBILITEIT’ Nogal teleurstellend voor een netgeïnaugureerde hoogleraar? ‘Veranderingen zijn er altijd. Jarenlang hebben we in best een luxepositie gezeten met een eigen bacheloropleiding. Maar ik zie ook wel een goede toekomst voor een bredere bachelorfase waarin mobiliteit en toerisme een prominente plek krijgen. Er zijn ongelooflijk veel raakvlakken met de Wageningse thema’s. Als je goed kijkt naar wat er aan de hand is met bijvoorbeeld klimaat, biodiversiteit, het mondiale voedselsysteem, waterproblematiek of de circulaire economie, dan gaat het bijna altijd óók over toerisme en mobiliteit. De grote mondiale vraagstukken kun je niet oplossen zonder daar iets van te begrijpen. Ik zie het als mijn opdracht als hoogleraar om die verbinding nadrukkelijker te maken.’ ■ Over Lamers’ eigen vakantieplannen en of we volgens hem in onze achtertuin zouden moeten blijven, lees je op resource-online.nl


WETENSCHAP

GEZONDER IJS IS INGEWIKKELD Roomijs is niet veel meer dan suiker en vet, maar is verrassend complex. De twee hoofdingrediënten bepalen niet alleen de smaak, maar ook de structuur. Fysisch chemicus Elke Scholten onderzoekt of je ze kunt vervangen. Eten we in de toekomst gezonder ijs? Tekst Anne van Kessel  Foto Shutterstock

J

Resource

02•07•2026 PAGINA 14

e buigt licht voorover. Een zoetige aardbeigeur walmt naar je toe. Een lik. Zacht. Vol en romig. Gulzig laat je je tong opnieuw langs de substantie gaan. Het roze goedje begint te druppen. Je vingers kleven. De zon brandt op je gezicht. Een hap dan maar. Een rilling trekt door je lijf. De smaak, het mondgevoel, de structuur en zelfs het moment waarop ijs begint te smelten worden bepaald door een complex samenspel van ijskristallen en luchtbellen maar bovenal door vetdruppels en suikerstroop. Vet en suiker zijn cruciale ingrediënten van roomijs. Wat gebeurt er als je die probeert te vervangen om een gezonder ijsje te maken? Fysisch chemicus Elke Scholten onderzoekt het. ‘IJs is een heel interessant product’, zegt de hoogleraar. Achter haar prijkt een bord aan de muur vol met pinguïns op ijsschotsen, maar over dat ijs heeft ze het nu niet. ‘De meeste producten zijn of een emulsie, of een

‘ZONDER SUIKER KRIJG JE EEN IJSKLONTJE’

schuim, of een gel. IJs is het allemaal tegelijkertijd.’ Dat komt omdat het kleine aantal ingrediënten - de basis bestaat uit vet, suiker en melk – niet alleen smaakmaker zijn, maar ook de structuur bepalen.

IJsklontje Scholten gaf al een aantal jaar een vak over ijs, toen een Chinees bedrijf haar benaderde met de vraag te onderzoeken of suiker en vet in ijs te vervangen zijn. Dat lijkt een simpele vraag, maar vanwege die dubbelrol van de ingrediënten is dat nog niet zo makkelijk. Suiker is daarbij de grootste uitdaging, legt Scholten uit. ‘Zonder suiker krijg je een ijsklontje.’ Dat komt omdat suiker het vriespunt verlaagt en zo bepaalt hoeveel ijskristallen er ontstaan. ‘Dat werkt hetzelfde als met strooizout dat je op straat gooit in de winter.’ Door die functie bepaalt het niet alleen hoe hard het ijs aanvoelt, maar ook hoe snel het smelt. Als je ijs maakt, is een kwart van je mengsel suiker. In de vriezer is ongeveer 60 procent van je vloeistof bevroren, zegt Scholten. De suiker concentreert zich in de overgebleven 40 procent en vormt zo een dikke stroop. En die stroperigheid van de vloeistof rondom de ijskristallen bepaalt hoelang het duurt voordat het ijs begint te druppelen, toonde Scholten vorig jaar aan. Vet zorgt op de eerste plaats voor de romigheid. ‘Het zorgt ervoor dat ijs soepel door je mond beweegt.’ Die romigheid is lastig te vervangen. Daarnaast speelt het ingrediënt een cruciale rol in de stabiliteit van het ijs. Vet vormt een klein laagje om de luchtbellen in het ijs. ‘Het zorgt ervoor dat er lucht in het ijs kan komen en dat de lucht erin blijft.’ Daarnaast klitten de vet-


Resource

Xylitol Scholten onderzocht of ze de suiker kon vervangen door xylitol, een stof die al wel eens in ijs gebruikt wordt. ‘Dat gaat op zich prima. Qua gedrag en structuur lijkt xylitol erg op suiker.’ Er is alleen een probleem: xylitol kan laxerend werken. ‘En dat wil je eigenlijk niet in je product.’ Dus Scholten bekeek of zogeheten proteïnehydrolysaten – kleine stukjes eiwit – de suiker konden vervangen. Het bleek dat ze een deel van de suiker hierdoor kon verwijderen zonder dat de structuur wijzigde. Maar ook dit bracht nieuwe problemen: de eiwitten zijn heel bitter. ‘Dan moet je die bitterheid weer met iets anders opheffen. Eigenlijk is er altijd wat mis.’

Door naar het vet. Daar had ze meer succes. In maart liet Scholten zien dat vet prima te vervangen is door proteïnepoeder uit sojaschillen, een bijproduct uit de landbouw dat normaal vaak wordt weggegooid. Proteïnen uit soja vormen, net als het vet, een netwerk in het ijs. Proefpersonen vonden dit vetarme ijs met proteïne bijna even romig en zacht als ijs met een hoog vetgehalte. En de boonachtige smaak? ‘Die kun je wel verbloemen met vanille of aardbei’, zegt Scholten. In een land waarin volgens schattingen van het RIVM over 24 jaar 64 procent van de mensen overgewicht heeft, lijkt gezonder ijs met minder suiker en zonder vet een goed idee. Maar is het niet ook een kwestie van balans? Dat als je dan een ijsje eet, het lekker ongezond is? Een terecht punt, vindt Scholten. ‘IJs zal nooit echt gezond worden; dan kun je beter wortels en broccoli eten.’ De te grote hap siddert nog na in je lijf. Je laat je arm zakken. Net iets te scheef. Met een zachte plof valt het restant van het bolletje in het gras. ■

‘IJS ZAL NOOIT ECHT GEZOND WORDEN’

02•07•2026 PAGINA 15

bolletjes samen om een netwerk te vormen. Samen houden de ijskristallen en het vetnetwerk de structuur overeind. ‘Het vetnetwerk zorgt ervoor dat de structuur niet meteen in elkaar klapt als de eerste ijskristallen gaan smelten.’ Daarom smelt een waterijsje ook sneller dan een roomijsje, legt Scholten uit. Het is ook de reden dat een waterijsje kouder aanvoelt, ook als het uit dezelfde vriezer komt als een roomijsje. ‘Een waterijsje smelt sneller en trekt daarmee ook sneller warmte uit je mond.’


ORGANISATIE

Bezuinigingen onderzoek en onderwijs

De klap gaat vallen, maar waar? Eind 2028 moet WUR het structureel met 80 miljoen minder doen. 35 miljoen is inmiddels bezuinigd bij de centrale stafeenheden. Nu is het zogenoemde primaire proces aan de beurt: onderzoek en onderwijs. Concrete plannen laten nog op zich wachten. Tekst Willem Andrée

C

Resource

02•07•2026 PAGINA 16

oncreet worden blijkt niet eenvoudig. Wageningen Research (WR) is afhankelijk van opdrachtgevers, en dan is het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) verreweg de belangrijkste. Welke opdrachten binnenkomen, hangt af van politieke beleidskeuzes die al een paar jaar niet helder zijn. Wageningen University (WU) draait op studentenaantallen en onderzoeksfinanciering via NWO, de EU en private partijen. Op beide fronten loopt de succesratio terug. Pas als opdrachtgevers en financiers kleur bekennen, kan WUR intern bijsturen. Hoe dan ook, de doelstelling is om 45 miljoen structureel te bezuinigen op onderwijs en onderzoek. Dat bedrag is gebaseerd op een voorbereiding van WUR dat er 10 procent minder inkomsten zullen zijn vanaf 1 januari 2028. Er is dus nog anderhalf jaar te gaan. De directies en groepshoofden hebben, anders dan de stafdirecteuren die eerder moesten reorganiseren, geen expliciete bezuinigingsopdracht gekregen. Peter Ploegsma, lid van de raad van bestuur met financiën in zijn portefeuille,

‘Er komen minder studenten. Dat heeft gevolgen voor vakken en opleidingen.’

meldde via intranet dat WUR 'goed in staat is om mee te bewegen met de ruimte die de markt geeft'. Hoe verhoudt zich dat tot 45 miljoen bezuinigen in anderhalf jaar? Lost het zich vanzelf op? Ploegsma reageert per mail op vragen van Resource: 'Ook met de bezuinigingen in het onderwijs en onderzoek zijn we al een jaar bezig. Met de reorganisaties bij Wageningen Food & Biobased Research en Wageningen Centre for Development Innovation hebben we al 4 miljoen euro bespaard. Tegelijkertijd zijn er minder uren beschikbaar voor opdrachten van de overheid (LVVN) door inflatie en minder subsidie. Bij WU zien we dat er minder studenten komen: een daling van 11 procent tot 2028. Dat heeft gevolgen voor vakken en opleidingen. Daarnaast geeft het ministerie van onderwijs minder geld per student en voor onderzoek. De investeringen in onderzoek en onderwijs van het nieuwe kabinet lossen dat helaas niet op.'

Klap Ernst van den Ende, directeur Animal Sciences (ASG) vertelt dat de bezuinigingsopgave niet het resultaat is van ‘bovenaf’. Het begon met werkgroepen die vorig jaar januari voorstellen formuleerden. Intern werd afgesproken jaarlijks ongeveer 5 procent te besparen, oplopend naar 15 procent over drie jaar. 'Dat is bij ons


Resource 02•07•2026 PAGINA 17

Waar WUR voor de gestelde deadline van 1 januari 2028 op onderzoek en onderwijs gaat bezuinigen, is onzeker.  Foto Guy Ackermans

gewoon lopende business', zegt hij. De onzekerheid zit hem volgens de directeur niet in de bezuinigingsopgave zelf, maar in de vraag wáár de klap gaat vallen. 'Stel dat alle studenten besluiten om nooit meer Animal Sciences te studeren, dan hebben wij ineens een groot probleem.' Hetzelfde geldt voor onderzoeksfinanciering. Als de overheid bij het stikstofdossier kiest voor uitkopen van boeren en geen ruimte maakt om de blijvers te ondersteunen in de benodigde innovaties, heeft dat een effect op onze opdrachtenportfolio. Bij sommige eenheden was de klap al vroeg duidelijk, bij Wageningen Food & Biobased Research (WFBR) en Wageningen Social & Economic Research (WSER) (zie kader). Bij ASG gaat het vooralsnog goed. Van den Ende verwacht voor het komende jaar geen reorganisaties. Maar hij voegt toe: 'Op de langere termijn zien wij wel dat het moeilijker wordt. Hoe het dan gaat, weten we nog niet.' De strategie om dat op te vangen is gelaagd. Binnen een afdeling kunnen zwakkere groepen worden opgevangen door groepen die floreren. Tussen instituten is personeelsuitwisseling soms mogelijk. Maar als de klap té groot is, lukt dat niet. 'Dan heb je het over expertise die je heel moeilijk elders kan plaatsen’, aldus Van den Ende. Op onderwijs wordt wel al actief bezuinigd (zie ook

pagina 23). Kleine vakken met structureel minder dan twintig studenten komen niet langer in aanmerking voor basisfinanciering. Vakken worden samengevoegd of anders ingericht. Ook over het brede portfolio van bacheloropleidingen lopen intern gesprekken: de vraag of de universiteit 21 bacheloropleidingen kan blijven aanbieden wordt serieus gesteld. Twee opleidingen zijn al gestopt en zeven kleine opleidingen worden onderzocht op samenvoegingsmogelijkheden. Concreter dan dit lijkt het voorlopig niet te worden en zijn er geen grote bezuinigingen te verwachten op onderzoek en onderwijs. Het ‘primaire proces’ blijft nog in de wachtkamer. ■

Birgit Loos, directeur van Wageningen Food Safety ­Research (WFSR) laat weten zich bij de woorden van Ploegsma aan te sluiten en dat WFSR als instituut met wettelijke onderzoekstaken (WOT) op dit moment geen enkele aanwijzing heeft dat de opdracht zal gaan krimpen. Ook Richard Harrison, directeur van de Plant Sciences Group, en André van Lammeren, directeur van de Environmental Sciences Group laten het woord aan Ploegsma. Directeuren Gerda Feunekes en Joost de Laat spraken eerder al in Resource over de reorganisaties en bezuinigingen bij WFBR en WSER (zie resource-online.nl: Hoe instituten het voortouw moe(s)ten nemen.)


Resource

02•07•2026 PAGINA 18

BEELD


Resource 02•07•2026 PAGINA 19

NACHTBRAKERS Met een aftrap om één uur ’s nachts was al duidelijk dat de WK-wedstrijd Nederland – Tunesië een latertje zou worden. Toch besloten leden van KSV Franciscus om tot diep in de nacht naar de laatste groepswedstrijd van het Nederlands elftal te gaan kijken. Gelukkig voor de nachtbrakers werd de wedstrijd gewonnen met 3 – 1. Zo waren ze diep in de nacht getuige van het laatste oranjesucces op dit WK. De volgende wedstrijd – de zestiende finale tegen Marokko – werd verloren na penalty’s. PSV’er Ismael Saibari schoot de winnende tegen de touwen. lz Foto Ruben Eshuis


ACHTERGROND

WUR verliest Afrika Steeds minder Afrikaanse studenten en promovendi komen naar Wageningen. De invloed van WUR is tanende. Drie Afrika-kenners luiden de noodklok.

Resource

02•07•2026 PAGINA 20

V

oor het eerst in jaren daalt de instroom van internationale studenten in Nederland. Vooral de instroom van buiten Europa stokt. En van alle universiteiten het meest bij WUR, blijkt uit de jongste cijfers van het Nuffic. Nu zijn het vooral de Chinese studenten die wegblijven. De daling van de instroom uit Afrika is al veel langer aan de gang. Vijf jaar geleden studeerden nog 130 Afrikaanse masterstudenten in Wageningen. Dat aantal is inmiddels meer dan gehalveerd. Tien jaar geleden telde WUR nog 290 promovendi uit Afrika. Dat zijn er op dit moment nog 210. En hun aantal daalt. Hoe dat komt? Geld is het onderliggende thema. Geld en een gebrek aan visie en beleid, betogen emeritus-hoogleraar Plantaardige Productiesystemen Ken Giller en bestuurskundige Ellen Mangnus. Giller is een autoriteit op het gebied van Afrikaanse (sub-Sahara) landbouw. Postdoc Mangnus bestudeert veranderingsprocessen in voedselsystemen in Afrika. Zij maken zich grote zorgen over de tanende relatie van WUR met Afrika. De terugloop van het aantal Afrikaanse studenten hangt sterk samen met de bezuinigingen van de Nederlandse overheid op ontwikkelingssamenwerking. ‘De beurzen voor Afrikaanse studenten komen voor een belangrijk deel uit ontwikkelingssamenwerking’, zegt WUR’s Afrika-coördinator Jennie van der Mheen. ‘In Nederland was dat vooral het Nuffic-programma. Verder heb je nog het Anne van der Ban-fonds, maar dat levert jaarlijks maar een paar studenten op. Vanuit Afrika zelf zijn er nauwelijks fondsen voor studenten die in het buitenland willen gaan studeren. Als er al beurzen zijn, is dat voor studie in eigen land. Financiering vanuit de overheid van Afrikaanse landen hoef

Tekst Roelof Kleis

je niet te verwachten. Die zijn al blij dat ze hun eigen universiteiten draaiende kunnen houden. De bevolking van Afrika groeit keihard. Al die jongelui moeten een opleiding hebben en een baan. De focus van het beschikbare geld ligt intern. Alleen de lucky few kunnen hier nog studeren.’

Verrijking Het opdrogen van gelden zie je ook terug in het langzaam maar zeker dalende aantal Afrikaanse promovendi in Wageningen. ‘Wij waren lange tijd de grootste opleider van Afrikaanse promovendi in de wereld’, zegt Van der Mheen. Dat zijn we niet meer.’ Ook daar spelen krimpende beurzen en fondsen een rol. Afrikaanse studenten en promovendi wijken daardoor uit naar elders. WUR verliest daardoor langzaam maar zeker Afrika. En dat is erg, vinden Giller, Mangnus en Van der Mheen. Misschien wel in de eerste plaats voor het onderwijs

‘Het is belangrijk expertise te hebben uit verschillende landen. Afrika is de toekomst.’ ‘Veel van de kinderen van mijn Afrikaanse collega’s gaan nu naar China’


Resource 02•07•2026 PAGINA 21

Afrika-coördinator Jennie van der Mheen: ‘Wij denken nog steeds: die studenten komen wel, want ze kunnen niet om ons heen. Maar die trein is allang vertrokken. We worden links en rechts ingehaald door andere landen.’  Foto Guy Ackermans

bij WUR. ‘We hadden altijd veel Afrikaanse masterstudenten. Vooral in de plantenwetenschappen is dat belangrijk’, zegt Giller. ‘Als je het hebt over het mondiale voedselsysteem is het belangrijk om expertise te hebben uit veel verschillende landen. Afrika is de toekomst. In 2050 woont een kwart van de mensheid in Afrika. Studenten uit Afrika en andere niet-westerse landen zijn een verrijking voor het onderwijs. Zeker ook voor de Nederlandse studenten, die tijdens hun studie vaak voor het eerst in aanraking komen met mensen met een totaal andere achtergrond. Daar leren ze ontzettend veel van.’ Die international classroom is een door WUR hoog aangeslagen pluspunt van studeren in Wageningen. Maar wat stelt dat nog voor als een heel continent ontbreekt? ‘Veel van de kinderen van mijn Afrikaanse collega’s gaan nu naar China’, zegt Giller. En dat brengt hem bij een tweede punt. Hij vreest de gevolgen van die steeds grotere invloed van China in Afrika. ‘Willen we zien dat er een nieuw China wordt geprojecteerd op Afrika? Wij hebben een lange traditie in Afrika opgebouwd, gebaseerd op bottom-up

samenwerking en participatie. Wij proberen lokale Afrikaanse kennis te benutten en van daaruit te bouwen. Dat staat haaks op wat China doet. Het Chinese model is enorm top-down. Het is mijn grote zorg dat er op dit moment een nieuwe vorm van kolonialisme plaatsvindt door China.’

Golfstaten Ook Van der Mheen refereert aan die tanende westerse invloed op Afrika. ‘We hebben op dit moment nog een hele generatie van Afrikanen die zijn opgeleid in Europa. Velen daarvan in Wageningen. Maar er komen nu generaties aan die zijn opgeleid in de golfstaten, China, India en Turkije.’ Giller wijst in dit verband ook op het wegvallen vorig jaar van het WCDI, het Wageningen Centre for Development Innovation. ‘Mensen uit heel de wereld kwamen naar Wageningen om hier korte cursussen te doen. Naast kennis bouwden ze daarbij blijvende netwerken op. Als je ziet hoe belangrijk dat was voor de invloed van WUR op de ontwikkeling in die landen. Ik ben zo vaak op ministeries geweest in Afrikaanse landen. Dan is het altijd: o, Wageningen, daar ben ik ook geweest voor een cursus. Dat heeft me echt geholpen in mijn werk.’ ‘Ik heb meer dan vijftig Afrikaanse PhD’s begeleid’, gaat Giller verder. ‘Ik kan allerlei mensen opnoemen die op hoge posities terecht zijn gekomen in hun land. Zo’n


ACHTERGROND

‘Juist in een wereld die uit elkaar valt, is het belangrijk je netwerken te onderhouden’

netwerk is goud waard. Ook als je, zoals de Nederlandse regering, trade belangrijker vindt dan aid en handel boven hulp stelt. Voor de Nederlandse zaad- en aardappelbedrijven is Afrika een belangrijke markt. Als je die wilt behouden, is zo’n netwerk absoluut noodzakelijk. Maar daar moet je wel in investeren.’ En dus luiden Van der Mheen, Mangnus en Giller de noodklok. ‘Wageningen, welke rol wil je spelen in Afrika en hoe’, vat Van der Mheen haar noodklok samen. ‘Hoe willen we ons verhouden tot Afrika? Dit is er allemaal gaande en wat wordt onze relatie nu? Wij denken nog steeds: die studenten komen wel, want ze kunnen niet om ons heen. Maar die trein is allang vertrokken. Ze leiden hun eigen mensen op. En we worden links en rechts ingehaald door andere landen. Hoe zorgen we dan dat er nog uitwisseling is van studenten?’

leiding. Als klein voorbeeld van zo’n nieuwe samenwerking noemt Van der Mheen een programma met de Mastercard Foundation en de Afrikaanse universiteitenkoepel RUFORUM. ‘Voor het thema AI in Agrifood hoop ik nog dit jaar financiering rond te krijgen voor een paar EngD’ers.’ Leuk, maar op termijn slechts een druppel op een gloeiende plaat, geeft ze zelf toe. ‘Over vijf jaar is zoiets ook afgelopen en hebben ze zelf voldoende kennis in huis.’ Voor een structurele aanpak kijken Mangnus en Giller vooral ook naar Den Haag. ‘Met D66 in de regering is onderwijs weer terug op de politieke agenda’, zegt Mangnus. ‘Daar moeten we als WUR gebruik van maken. Juist in een wereld die aan het fragmenteren is en uit elkaar valt, is het belangrijk je netwerken te onderhouden. Het is echt belangrijk dat we in Den Haag alle alarmbellen laten rinkelen. Wie wereldleider wil blijven zal toch echt over de dijken heen moeten kijken. We hebben een plan nodig voor nieuwe samenwerkingen met Afrikaanse instituten en onderzoekers.’ Maar voor zo’n plan is wel een visie nodig. Giller: ‘En die visie begint met de vraag: is Afrika belangrijk voor Wageningen?’ Voor Van der Mheen is dat antwoord een overduidelijk ja. Het Strategisch Plan van WUR laat daar geen misverstand over bestaan. ‘De vraag is alleen: wat doet de raad van bestuur om de trend te keren en dit waar te maken?’ ■

Druppel ‘Als je jezelf echt als wereldleider ziet op het gebied van voedsel, life sciences en landbouw, moet je gewoon kennis hebben van Afrika’, vindt Mangnus. Om het tij te keren moet er geld op de plank komen. WUR moet volgens haar op zoek naar nieuwe fondsen en nieuwe manieren van samenwerking met Afrikaanse onderzoeksinstellingen en universiteiten. Eventueel samen met andere Europese partners en onder Afrikaanse

Afrikaanse studenten naar academisch jaar MSc

PhD 290

300

268

261

254 219

216

217

224

218

210

200 150 110

130 106

108 82

72

58

58

5

94

106

20 25 -2 02

93

100 50

6

4

20 24 -2 02

3

20 23 -2 02

20 22 -2 02

22 20 20 21 -

20 21 20 20 -

20 20 20 19 -

01 9 -2 20 18

01 8 20 17 -2

01 7 -2 20 16

01 6

0 -2

Aantal studenten

235

20 15

Resource

02•07•2026 PAGINA 22

250


BIJNA 70 VAKKEN VERDWIJNEN, MAAR TEGEN WELKE PRIJS? Vakken die drie jaar op rij door minder dan twintig studenten worden gevolgd, verliezen hun basisfinanciering. Dat staat in een brief die onderwijsdecaan Dick de Ridder begin juni naar de leerstoelhouders heeft gestuurd en die Resource onder ogen kreeg. In totaal gaat het om bijna zeventig vakken. Drie onderwijsdirecteuren en De Ridder reageren. Tekst Luuk Zegers en Willem Andrée

D

e ingreep is onderdeel van het bezuinigingspakket van 35 miljoen euro en geldt vanaf collegejaar 2027/2028, is te lezen in de brief die naar alle leerstoelhouders is verstuurd. De raad van bestuur en de WUR-council hebben hun toestemming aan de maatregel gegeven. De bezuiniging geldt niet voor álle kleine vakken. Zo worden verplichte vakken bij kleine opleidingen, vakken die minder dan drie jaar bestaan en vakken in joint degrees (opleidingen die gezamenlijk door verschillende onderwijsinstellingen worden verzorgd) uitgezonderd. Uiteindelijk zou de ingreep op 68 vakken – van de in totaal zo’n 1100 – van toepassing zijn.

‘Het is niet zo dat deze 68 vakken per se moeten stoppen’, zegt onderwijsdecaan Dick de Ridder. ‘Het gaat erom dat, als er niets verandert, de basisfinanciering voor deze vakken ophoudt.’ De basisfinanciering of ‘vaste voet’ is een bedrag dat leerstoelgroepen krijgen om het vak te geven. ‘Hoeveel dat precies is, hangt van de werkvormen van het vak af, maar vaak gaat het om 20.000 tot 25.000 euro.’ Die basis valt straks dus weg voor kleine vakken. De Ridder: ‘Als je een vak hebt met maar vijf of tien studenten, dan kost die basisfinanciering al 2000 tot 5000 euro per student. Dat is niet houdbaar.’ Naast de basisfinanciering krijgen leerstoelgroepen ook een vergoeding per student die het vak volgt. Die blijft wel gewoon beschikbaar, zegt De Ridder. ‘Hoe hoog die vergoeding is, is net als bij de basisfinanciering afhankelijk van de werkvormen in het vak. Voor een college krijg je een kleine vergoeding per student, voor een intensief begeleid practicum, een hoger bedrag.’ In de praktijk is de vergoeding per student zonder vaste voet niet genoeg om vakken goed te financieren, zegt De Ridder. ‘Dus raden we af om die vakken op

‘DIT IS NIET ONVERWACHT, MAAR TOCH EEN ENORME KLAP’ dezelfde manier aan te blijven bieden, omdat we verwachten dat de werkdruk daardoor te veel toeneemt.’

Samen verder Mogelijk kunnen vakken worden samengevoegd of met een andere insteek wél meer studenten aantrekken, zegt De Ridder. ‘Als dat het geval is, kunnen ze op die nieuwe manier verder.’ De maatregel wordt structureel beleid, vertelt De

02•07•2026 PAGINA 23

Basisfinanciering ‘kleine vakken’ stopt

Resource

ONDERWIJS


ONDERWIJS

Resource

02•07•2026 PAGINA 24

Seaweed Value Chains is een van de 68 vakken op de lijst van kleine vakken die hun basisfinanciering verliezen als er niets verandert.  Foto Shutterstock

Ridder. ‘Tijdens de zomer werken we dat beleid verder uit. Er komt ook aandacht voor hoe vakken die besluiten toch door te gaan en die op termijn weer meer dan twintig studenten aantrekken, hun basisfinanciering terug kunnen krijgen.’ De onderwijsdecaan hoopt dat de bezuiniging helpt om de efficiëntie van het Wageningse onderwijs te verbeteren. ‘Ook veel andere universiteiten worstelen met teruglopende studentenaantallen en werken aan dit soort maatregelen.’

Uitgedijd Door de jaren heen is het aantal vakken bij WUR flink uitgebreid, vertelt De Ridder. ‘Er was een tijdje extra geld beschik-

baar. In zo’n situatie zie je dat opleidingen zeggen: mooi dat er een gedeeld vak tussen opleidingen bestaat, maar wij willen graag een eigen vak met meer focus op voorbeelden uit onze opleiding. Dat is begrijpelijk, maar in de afgelopen tien jaar zijn we daardoor van ruim 900 vakken naar meer dan 1100 vakken gegroeid. Nu de studentenaantallen teruglopen, proberen we het aantal vakken weer een beetje in te dammen.’ Als gevolg van de maatregel zullen er straks minder kleine, specialistische vakken bestaan. Komt het kleinschalige, persoonlijke onderwijs, waar zo WUR bekend om staat, daarmee niet in gevaar? ‘Kleinschalig onderwijs is niet per se gekoppeld aan kleine vakken’, zegt De Ridder. ‘We hebben ook grote vakken met veel persoonlijke aandacht voor studenten.’ Desalniettemin zal de maatregel pijn doen bij docenten en studenten,

denkt De Ridder. ‘Het is niet fijn als je favoriete onderwerp minder ruimte krijgt of niet meer wordt behandeld.’

Onderwijsdirecteuren Wilko van Loon, opleidingsdirecteur bij Moleculaire Levenswetenschappen, ziet meer dan de helft van zijn mastervakken onder druk komen te staan. ‘Wij zijn de meest fundamentele studierichting van Wageningen; een combinatie van natuurkunde, scheikunde en biologie. Die fundamenten heb je nodig, voor het onderzoek én om onderzoekers op te leiden.’ Zijn opleiding telt zo'n veertig masterstudenten, waardoor specialisatievakken al snel onder de grens van twintig uitkomen. ‘Dit is niet onverwacht, maar toch een enorme klap.’ Van Loon snapt dat er bezuinigd moet worden, maar hij maakt zich zorgen over het ontbreken van een koers. ‘Ik mis duidelijke beleidskeuzes. En waar ik bang voor ben, is dat je hierdoor indirect een bepaalde richting op gaat die je van tevoren niet kan voorzien.’ Hij wijst


Uitzonderingen zijn mogelijk, staat in de brief van De Ridder. Van Loon gaat die zonder meer aanvragen, maar is niet zeker of het genoeg is. ‘Of het voldoende is om een hele opleiding in de lucht te houden, zal de toekomst leren.’ Grus is iets hoopvoller over de ruimte die er nog is: er is nog tijd voordat de bezuinigingen structureel moeten zijn doorgevoerd. ‘We kunnen nog bijsturen en binnen de kaders van kleine vakken innovatief denken, door bijvoorbeeld overlappende vakken samen te voegen. Niet alles zomaar doorstrepen, maar ons afvragen: wat vinden we écht belangrijk? Verder vind ik: we hebben de afgelopen jaren misschien wel boven onze stand geleefd en het is nooit verkeerd soms de stofkam door de opleidingen te halen.’ Dat ziet ook Van Loon, maar de fundamentele vraagt blijft wat hem betreft: wat voor universiteit wil WUR nu precies zijn? ‘Nu is het moment daar extra over na te denken. Een beleidskeuze kan zijn dat Wageningen zegt ‘we worden alleen nog maar een universiteit voor toegepaste wetenschap’. Dus meer richting hbo. Dat vind ik niet wenselijk.’ ■

‘SOMS IS EEN VAK BELANGRIJK MAAR NIET POPULAIR BIJ STUDENTEN. DAAR ZIT WRIJVING.’ ‘HET IS NOOIT VERKEERD SOMS DE STOFKAM DOOR DE OPLEIDINGEN TE HALEN’

02•07•2026 PAGINA 25

op de bredere gevolgen: bij wiskunde, natuurkunde en scheikunde dreigen de gevorderde mastervakken te verdwijnen. ‘Ben je dan nog wel een technische universiteit? Ik vind dat je als universiteit fundamentele wetenschap nodig hebt. Dat is een voorwaarde voor academisch onderzoek. En dat dit minder studenten trekt, oké, dat moet je dan voor lief nemen.’ Lukasz Grus, opleidingsdirecteur van de Data Sciences opleidingen binnen WUR, deelt die zorg. Hij mist een inhoudelijke afweging vooraf: welke vakken of onderwerpen zijn strategisch belangrijk, ook als ze klein zijn of nog moeten groeien? ‘Op deze manier bezuinigen, is een makkelijke oplossing. Je trekt een lijn en alles eronder moet weg. Maar wat is nu belangrijk voor de visie van Wageningen? Dat antwoord moet vanuit het bestuur komen.’ Jenneke Heising, opleidingsdirecteur van alle Food Science-opleidingen, plaatst de maatregel in een bredere context en is daarin milder. ‘Per opleiding verliezen we waarschijnlijk één of twee vakken. Als je echt moet bezuinigen, is dit gewoon realistisch en biedt ook perspectief.’ Ze noemt daarbij het samenvoegen van kleine vakken uit verschillende opleidingen bij dezelfde leerstoelgroep. ‘Er is inderdaad ook spanning. Want soms is een vak heel belangrijk, maar dat wil niet zeggen dat het populair is bij studenten. Daar zit wrijving.’

Advanced Business Research (ABR) Advanced Data Analysis Advanced Food Business Mgmt Advanced Hydrological Systems Advanced Model Based Control Advanced Soft Matter Advances in Food Processing Advances in Magnetic Resonance Agrobiodiversity Applications in Soil & Water Behavioral Insights for Sustainability Bio-organic Chemistry at Surfaces Biobased & Circular Business Biological Discovery through Comp. Biophysical Imaging Biophotonics and Photosynthesis Capacity Building for Sustainable Dev. Communication, Culture & Change Complex Systems Quantified Computer Modelling of Biomolecules Concepts and Methods in Epidemiology Consumer Behaviour in Food Markets Contaminant Hydrogeology Control Methods for Biosystems Data Science Applications for Food Data Science for Food & Consumer Data Science for Health Promotion Data Science for Healthy Lifestyles Data Science for Nutritional Epidem. Data Types for Health Promotion Data Types for Signal Processing Decision making in Global One Health Designing Sustainable Food Guidelines Doing Fieldwork under Pressure Economics of Democracy & Dictatorship Environmental Organic Chemistry Food Data Science Food Retail Marketing & Supply Chain Functional Zoology Global Mobilities & Climate Change Governance of Tourism & Resources Guest Lectures & Events Food Science Information Systems International Env. Policy Consultancy Introduction to Global One Health Law of Marine Environments Lectures and Excursion Management & Economics of Healthcare Microeconomics for Development Modelling Infectious Diseases Natural Resource Economics Philosophical Skills Physical Modelling Politics of Knowledge & Innovation Practical Tools in Molecular Nutrition Quantitative Veterinary Epidemiology Research Methods BioNanoTechnology Research Methods in Organic Chem. Seaweed Value Chains Sociological Perspectives Statistics for Tourism & Society Sustainable Operations & Logistics Sustainable Technology in Society The 4th Dimension in Earth Sciences The Economics of Agriculture & Policy Transformative Encounters Trending Topics in Biology & Chemistry Water Delivery

Resource

De lijst van 68 kleine vakken


TIPS

Zo kom je die zomer wel door De zomervakantie. Wat hebben we er weer naar uitgekeken. Er even tussenuit, ver weg of juist niet. Lekker luieren of juist op avontuur. Kom je er niet uit wat je met al die vrije tijd moet doen? Dan zijn hier wat tips van de redacteuren van Resource. Prettige vakantie! Tekst redactie Resource  Illustraties Marly Hendricks

1

Resource

02•07•2026 PAGINA 26

ISIS

Tijdens het vak Humanitarian aid and Reconstruction kreeg ik van docent Bram Jansen de tip om de BBC-podcast I’m not a monster te beluisteren. In het eerste seizoen volgt journalist Josh Baker de Amerikaanse Sam die samen met haar gezin naar Syrië is vertrokken om zich daar aan te sluiten bij ISIS. Sam wil terug naar Amerika met haar kinderen. Volgens haar is ze misleid en tegen haar wil in die situatie beland. In de podcast wordt duidelijk dat ze meermaals om hulp heeft gevraagd aan haar familie en Amerikaanse overheidsinstanties. Josh reist Sam achterna naar Syrië, spreekt haar persoonlijk en voert ook gesprekken met anderen om erachter te komen of ze de waarheid spreekt. Ik vond de podcast zo spannend, dat ik er bijna verslaafd aan raakte. Josh neemt de luisteraar mee op zijn reis en je ontdekt de feiten tegelijk met hem. Net zoals bij een goed boek, dat je jezelf er niet van kan weerhouden om aan het volgende hoofdstuk te beginnen, kon ik mij er niet van weerhouden de volgende aflevering op Spotify aan te klikken. machteld van kempen

2

Kijk en Luister

Het duurde zestien jaar, voordat ik als inwoner van Bennekom het plaatselijke Kijk- en Luistermuseum binnenstapte. Onder het mom van: ach, je moet het toch een keer gezien hebben. Volkomen onterecht! In het pand aan de Kerkstaat kijk en luister je de ogen en oren uit. Het kleine museum herbergt liefst 200 mechanische muziekinstrumenten. Muziekspelers uit de tijd dat er nog geen Spotify, cd-spelers of draaitafels bestonden. Speeldozen, pianola’s, straatorgels. Alles wat mechanisch muziek afspeelt. Zonder stekker dus, aangedreven door de meest fantastische mechanieken. Ingenieus vakwerk, met liefde verzameld en gerestaureerd in de jaren ‘50-‘70 van de vorige eeuw door de Bennekommer Ferrand Moltzer. Na diens dood beheerd en uitgebreid door de stichting Kijk- en Luistermuseum. Zelden een museum gezien, waarvan de naam zo overtuigend de lading dekt. Kijk en luister. roelof kleis Kijk- en Luistermuseum, Kerkstraat 1 Bennekom Openingstijden: di t/m za 14:00-17:00 uur Entree 8 euro.


02•07•2026 PAGINA 27

4

Resource

3

Venkelloofijs

Sinds culinair columnist Joël Broekaert de receptuur jaren geleden deelde in NRC, ben ik iedere zomer op venkelloofjacht. Het is namelijk het állerlekkerste ijs ooit. Alleen is venkelloof vrijwel nergens te koop. Je hebt er dus wel (vrienden met) venkel in de moestuin voor nodig. De knol kun je laten staan, het gaat je om het loof. Een ijsmachine heb je ook nodig. Het allersimpelste modelletje volstaat al. Met een beetje onderhandelen scoor je er eentje op Marktplaats voor pakweg twee tientjes. Verzamel ongeveer een (papieren brood-)zak vol venkelloof. Hak het heel fijn en meng grondig met 1 liter yoghurt en 300 gram witte basterdsuiker. Alles in de keukenmachine gooien mixt het makkelijkst, maar met de hand kan ook. Meng totdat de suiker is opgelost. Schenk het spul in de ijsmachine en laat draaien totdat het de juiste, ijs-achtige substantie heeft. Laat in een bakje nog twee uur doorvriezen in de vriezer. Bel je venkelvrienden en huil tranen van geluk terwijl jullie samen proeven. marieke enter

Citron pressé

Ooit, tijdens een hittegolf, hoorde ik een student op de campus de woorden uiten: ‘hydrateren is domineren’. Ik wist niet wie het was of wat hij studeerde, maar dat we met een absoluut genie te maken hadden, stond buiten kijf. Als het gaat om hydrateren, zijn er in de winkel verschrikkelijk hippe drankjes te vinden, maar geen daarvan is zo fris, lekker of geniaal als citron pressé. Je perst een citroen en doet al het sap in een glas. Daarna voeg je naar smaak koud water, wat suiker of honing, en eventueel ijsklontjes toe. Even roeren, et voila: het allerlekkerste verkoelende drankje dat je deze zomer gaat drinken. Te zuur? Meer suiker. Te zoet? Meer citroen. Domineren maar! luuk zegers

5

Zonsopkomst aan de Rijn

Een van de grootste pluspunten van in Wageningen wonen is de Rijn. De uiterwaarden en strandjes zijn prachtig, maar het is in de zomer vaak een grote chaos vol schreeuwende mensen, waterscooters en aso’s die afval achterlaten. Niet ’s ochtends vroeg. En dan echt heel erg vroeg. Zet je wekker voor de zon opkomt (of ga meteen door na een feestje) en fiets naar de Rijn. De strandjes vlak bij het Lexkesveer hebben een mooi uitzicht over de rivier. Installeer je met een thermoskan en een deken en wacht. Zie de lucht langzaam verkleuren, de zon opkomen boven de spiegelende rivier en geniet van de stilte. coretta jongeling

6

Heimwee

In een tijd waarin je met één zoekopdracht de wereld op je scherm krijgt, zou je haast vergeten dat kennis ooit met pijn en moeite werd vergaard. Wie wil weten hoe dat voelde, moet tijdens de vakantie Andrea Wulfs biografie over Alexander von Humboldt lezen. De negentiende-eeuwse Pruisische wetenschapper was een rockstar van zijn tijd: hij beklom Andes-toppen, voer de Orinoco op en begreep als eerste dat de mens het klimaat kan verpesten. Goethe was dol op hem. En toch was de grondlegger van de ecologie bijna vergeten. Wulf brengt hem weer tot leven en beschrijft zijn leven met vaart en gevoel voor avontuur. Ik kreeg er in elk geval anemoia van, heimwee naar een tijd waarin ik niet heb geleefd. Een tijd zonder snelle zoekopdrachten. De uitvinder van de natuur - Het avontuurlijke leven van Alexander von Humboldt. willem andrée


BOEK

Alles is natuur Landschapsarchitect en WUR-gastdocent en -onderzoeker Paul Roncken schreef het ultieme zelfhulpboek. Eentje met louter vragen en geen antwoorden. Vragen over onze relatie met de natuur. Tekst Roelof Kleis

Resource

00•00•2026 PAGINA 28

D

e natuur verandert in rap tempo. Maar niet alleen de natuur; ook ons denken over de natuur evolueert. Met zijn boek Natuur is te-veel mens wil Paul Roncken, tot voor kort directeur van Natuurcollege, zijn lezers aanzetten na te denken over hun relatie met de natuur. Met als uitdagend uitgangspunt de stelling dat wij de natuur zijn. Juist zijn worsteling met die stelling, het motto van NatuurCollege-oprichter prinses Irene, was de aanleiding voor het boek, licht Roncken toe. ‘De stelling dat wij maar een klein onderdeeltje van de natuur zijn, vind ik problematisch. Het is een nieuwe vorm van romantiek. Het is een gewenste werkelijkheid. Maar die stelling is wel interessant als je de mens en alles wat die maakt en doet ook als natuur ziet. Dus ook bijvoorbeeld de economie, oorlogvoering en kunstmatige intelligentie. Als wij natuur zijn, is dat allemaal ook onderdeel van de natuur.’

In het boek stelt Roncken zestien eenvoudige vragen. ‘Wat is het eerste natuurbeeld dat in je opkomt?’ Of: ‘Hoe beïnvloedt het nieuws je gedachten over de natuur.’ Roncken geeft in de begeleidende hoofdstukken filosofische beschouwingen, waarin tal van denkers en hun boeken de revue passeren. Stevige kost, maar wel in begrijpelijke taal opgedist. De lezer wordt uitgedaagd tot eigen antwoorden.

Wie wil je bereiken met dit boek? ‘Het is bedoeld voor twintigers en dertigers die geïnteresseerd zijn in poëzie en filosofie. Die groep groeit en is cultureel breed. Ze zijn gericht op precieze taal en de moeilijker filosofen die ze zelf ook willen lezen. Deze nieuwe generatie wil diepgang. Ze willen geen oppervlakkige gesprekken. Het moet ergens over gaan. De taal is begrijpelijk, maar de ideeën gaan diep. Daar mag je wel even over doen. Dat heb ik ook gedaan. Er zit ook tegenstelling in en dat is niet erg. De kern van filosofie is het niet-weten, het bevragen. We zijn veel te goed in antwoorden geven.’

Eigenlijk vind je het woord natuur maar niks. Waarom roep je op alternatieve woorden te bedenken? ‘Natuur is een vrij recent filosofisch begrip. Je moet er wel filosofisch over denken, want je probeert dingen te

beschrijven die ongezien zijn: leven, patronen, evolutie. Maar door het zo precies aan te wijzen, help je iets dat er altijd al was ook om zeep. Inheemse volkeren kennen het begrip natuur niet. Zij lijken iets te weten wat wij al vergeten zijn. Zij hebben het over iets dat wij vertalen als natuur, maar zo noemen ze het niet. Het grote verschil is: wij bezien de natuur van buitenaf, zij staan er middenin. Dat moeten wij op een bepaalde manier ook weer leren. We kunnen leren inheems te worden.’

In een van jouw bespiegelingen geef je Darwin een draai om de oren. Schaarste en de ‘struggle for life’ zijn geen sturende krachten van evolutie. Leg eens uit? ‘Darwin kon niet helemaal goed verklaren wat-ie zag. In die tijd poneerde Malthus zijn economische theorie, waarin

‘Ik ben een fan van de mens’


Resource 02•07•2026 PAGINA 29

‘Dat wij maar een klein onderdeeltje van de natuur zijn, is een nieuwe vorm van romantiek’ ons toedoen. Zelfs buiten de dampkring zijn we aanwezig in ruimtepuin. Het zal veel moeite kosten om het te-veel van onszelf uit die andere vormen van natuur te halen. Nog nooit zijn we zo verbonden geweest met de natuur.’ Bomba, illustratie door Erik Odijk uit het boek Natuur is te-veel mens.

het begrip schaarste een belangrijke rol speelt. Darwin heeft dat begrip overgenomen als verklaring voor evolutie. Maar is dat wel zo? Veel evolutiebiologen zien dat gevecht om schaarste helemaal niet in bijvoorbeeld de sociale relaties tussen planten, schimmels en diergroepen. Het komt wel voor, maar is niet het dragende principe van evolutie. De natuur is juist gul en overvloedig.’

Wat is er erg aan die uitleg van Darwin? ‘Als iets schaars is, ontstaat concurrentie en strijd. Schaarste is een rechtvaardiging om geweld te gebruiken. De mens, als onderdeel van de natuur, is een empathisch wezen dat door zijn vernuft zich aan die schaarste kan onttrekken.

Wij kunnen nieuwe wegen, nieuwe technieken ontwikkelen. Daar zijn we extreem goed in. Ik ben een fan van de mens. Niet de mens die er een potje van maakt, maar van de mens als wezen. Natuurbeschermers gaan ervan uit dat de mens slecht is. Daar pas ik voor. Ik neem het op voor de mens.’

De titel van het boek is: Natuur is te-veel mens. Wat bedoel je daarmee? ‘De mens is te dominant in de natuur. We zitten overal in de natuur met microplastics en PFAS. De ijskappen smelten door

Nog nooit heeft de natuur zoveel last gehad van ons. ‘Dat is geen last, dat is evolutie. Dat is precies de stap die ik probeer te zetten. Wij kunnen de natuur niet met rust laten, want wij zijn de natuur.’ ■

VRIJGEKOCHT BOEK Een deel van de oplage van Natuur is te-veel mens gaat op tournee. Dankzij crowdfunding kan Roncken deze zomer op festivals en evenementen 300 boeken gratis weggeven. De bedoeling is deze gratis ‘wilde’ boeken na lezing door te geven. ‘Voel je vrij om jouw antwoorden op de vragen erin te schrijven of te tekenen en geef het dan door.’ Op de campagnesite en andere sociale kanalen van uitgever Noordboek (www. noordboek.nl/natuur-is-te-veel-mens) verschijnen zestien filmpjes waarin mensen op straat hun antwoorden delen.


ORGANISATIE

HET GEHEUGEN VAN DE CONTROLLER Chris Nab heeft de afgelopen vijftig jaar tien leidinggevenden versleten, zeven directies meegemaakt en is een stuk of tien keer verhuisd op de campus. Hij heeft diverse reorganisaties ‘overleefd’. En was twee keer interimmanager Finance&Control. Als hij dat zo opsomt klinkt het bijna als een statistiek. ‘Maar het is een leven.’ Foto’s Guy Ackermans

Resource

02•07•2026 PAGINA 30

‘I

k begon op 1 augustus 1976. Ik was zeventien jaar oud, kwam van de middelbare school en wist eigenlijk helemaal niet wat ik wilde. Een tussenjaar bestond niet in die tijd. Je ging óf verder leren óf je ging werken. Ik woonde in Ederveen, ruim tien kilometer hier vandaan, en via het arbeidsbureau rolde ik binnen bij de Stichting voor Bodemkartering waar ik begon op de afdeling voor post- en archiefzaken. Niet heel spannend, eerlijk gezegd. Maar naarmate de tijd vorderde, werd het leuker. Ik werkte op de financiële administratie, later bij bedrijfs- en economische zaken en uiteindelijk werd ik business controller. Ik heb 's avonds cursussen gevolgd, diploma's gehaald. Niet omdat het moest, maar omdat ik verder wilde. ‘Toen ik begon, vulde ik met de hand formulieren in – met blokletters, blokje voor blokje – om de maandstaten van honderd medewerkers over te schrijven. Uren werk, elke maand opnieuw. Die formulieren gingen dan naar een datacentrum van het ministerie in Den Haag. Nu vult een medewerker zijn eigen weekstaat in.

‘Automatisering is een van de grootste veranderingen die ik heb meegemaakt’

De automatisering is een van de grootste veranderingen die ik heb meegemaakt.’ ‘De laatste vijfentwintig jaar waren voor mij de mooiste. Ik werkte nauw samen met hoogleraren en adviseerde over projecten, investeringen, personeel. Een hoogleraar is geen controller. Die heeft andere kennis, maar moet wel beslissen. En dan kun jij helpen: ik ken binnen no-time de financiën uit mijn hoofd en weet wat wel of niet kan. De waardering die je daarvoor terugkrijgt, geeft energie. Mijn collega's zeggen al: als jij weg bent, zijn we een heel stuk geheugen kwijt. ‘Of Wageningen mij gevormd heeft? Ik denk van wel. Ik was zeventien toen ik hier binnenkwam. Wat weet je dan van de wereld? Ik weet niet of ik me druk zou maken over het klimaat als ik hier niet had gewerkt. Dat kun je niet zeker weten. Maar ik vermoed dat het mijn denken over de samenleving en de wereld wél beïnvloed heeft. ‘Ik ga het ‘moeten’ niet missen. Maar het werk zelf, dat heb ik altijd met plezier gedaan. En dat is, denk ik, het enige wat echt telt. En wat nu? Niks bijzonders. Mijn vrouw gaat volgend jaar met pensioen, we hebben zes kleinkinderen en een vakantiehuisje in Limburg. Ik vermaak mij wel.’ wa


D

at leven bij WUR begon met een stage voor de tuinbouwschool in Rijswijk. Een stage bij het Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen (IVT), dat later opging in WUR. Eigenlijk was het tweede keus, die tuinbouw. ‘Ik wilde naar de sportacademie en lesgeven aan gehandicapte kinderen. Maar de sportacademie in Den Haag was een eliteclub. Je had een kruiwagen nodig om er op te komen. En die had ik niet. Ik heb nog even aan biologie of scheikunde gedacht, maar het werd tuinbouw.’ Haar stage bij het IVT liep uit op een vaste baan in het rozenonderzoek. Als onderzoeker heeft Dubois meer dan honderd wetenschappelijke publicaties op haar naam staan. Ze ontwikkelde met een collega rozen met namen als Golden Evolution, Sprinter en Pizza. ‘De Golf is nog steeds in de handel. Er staat een perk bij de begraafplaats in de buurt van mijn huis. En in mijn tuin heb ik de Hockey nog staan.’ In haar vrije tijd is ze keurmeester van het internationaal rozenconcours in het Rosarium van het Haagse Westbroekpark. Toch zegde ze als onderzoeker de rozen vaarwel. Noodgedwongen. Geld voor onderzoek droogde op toen het IVT privatiseerde. Dubois switchte rigoureus van carrière en ging rechten studeren. ‘Ik wilde me verdiepen in kwekers- en octrooirecht, maar daarvoor moest je de hele opleiding rechten doen. Dat heb ik toen maar gedaan. In de

‘Ik wilde eigenlijk lesgeven aan gehandicapte kinderen’ avonduren naast mijn gewone werk. Ik mocht er negen jaar over doen, maar was na zes jaar klaar.’ Het is dan 1996. Als kersvers jurist wordt Dubois ‘in het diepe gegooid’. ‘Ga jij bij Plant juridische zaken maar opzetten. Dat heb ik gedaan.’ Haar praktijkervaring als veredelaar kwam daarbij goed van pas. ‘Je kunt meepraten in het bedrijfsleven. Je weet waar het over gaat.’ Alle aspecten van het recht pakte ze op. Van aansprakelijkheid tot arbeidsrecht, van contractrecht tot privacywetgeving. Natuurlijk het intellectuele eigendomsrecht, waaronder het kwekersrecht. En de internationale wet- en regelgeving met in het bijzonder het Nagoya-Protocol, dat het gebruik van plantaardig en dierlijk materiaal regelt. ‘Interessant, maar ingewikkeld. Elk land heeft zijn eigen regeltjes.’ Bang voor het zwarte gat is ze niet. ‘Het huis moet gerenoveerd. Er moet geverfd en er komt een nieuwe vloer. Dat doe ik allemaal zelf. Ik klus graag.’ En ze gaat veel sport kijken. ‘Ik ben een fanatiek sportvolger. Ik heb al vrij veel voetbal gezien. En straks de Tour en Wimbledon.’ rk

02•07•2026 PAGINA 31

Het voelt nog een beetje vreemd, zegt Lidwien Dubois. Maar na 50 jaar werken bij WUR is ze op haar 71ste dan toch, na vijf jaar uitstel, echt met pensioen. ‘Van mij had het niet gehoeven, maar je kunt maar maximaal vijf jaar uitstel krijgen op je pensioenaanvraag.’

Resource

EEN LEVEN TUSSEN ROZEN EN RECHT


Podium Een feest zonder alcohol, zonder telefoon en zonder gesprekken met mensen om je heen. Zo op het eerste gezicht misschien niet heel feestelijk, maar veel mensen zijn hier juist naar op zoek. Sober partying, oftewel nuchter feesten, is wereldwijd een trend. Op 5 september is de tweede dansavond van Ekstasis Wageningen in de Junushoff, met als doel het beste van ecstatic dance en een rave te combineren. Tekst Coretta Jongeling

ZA 05-09-26 Junushoff 13:30-17:00 uur Entree 20,99 euro student 29,99 euro normaal

Ecstatic Rave Ecstatic-dance-avonden zijn heel verschillend qua muziek en opzet, maar hebben een aantal dingen gemeen: je danst op blote voeten, praat niet met elkaar en gebruikt geen alcohol of drugs. Je telefoon blijft in je tas. Dat geeft je volgens medeorganisator Marte van der Veen (masterstudent Climate Studies) de kans om helemaal op te gaan in de muziek. ‘Lekker met iemand kletsen op de dansvloer is ook leuk, maar soms

wil ik gewoon mijn ogen dicht doen en losgaan op de muziek. Als het me lukt om uit mijn hoofd te komen, dan kan ik vrijuit dansen zonder te geven om wat anderen van me denken. Dan kom ik echt in een natural high.’ Dat kan even wennen zijn, geeft Van der Veen meteen toe. ‘Iedereen voelt zich

aan het begin even ongemakkelijk. Velen komen uit een druk werkleven waar ze de hele dag in hun hoofd zitten. Je hebt dan wat tijd nodig om in je lichaam te komen en je over te geven aan de muziek.’ Op 5 september staan DJ Laura en DJ Ruby op het programma, en een intermezzo met livemuziek. ‘Deze editie bouwt langzaam op van diepe elektronische klanken naar energieke drum & bass en techno.’ Het feest is overdag. ‘Dat is ook een onderdeel van sober partying. Je haalt de energie uit jezelf, uit de muziek en het dansen. Na afloop voel ik me ontspannen, helder en opgeladen. Waar een gewone nacht uit vaak eindigt met vermoeidheid, ga ik hier juist met nieuwe energie naar huis.’ TIPS Zondag 5 juli Leeffestival (straattheater) Overal in het centrum

Resource

02•07•2026 PAGINA 32

Dinsdagen in juli en augustus Yoga In Pluktuin de Bosrand Zondag 12 juli Sunday Salsa Loburg Foto Ekstasis Wageningen


Tekst Eva Hamers

Waar ging je thesis over? ‘In eerste instantie over fungicide-resistente Aspergelose, een schimmel die bij inademing dodelijk kan zijn. Hij floreert in opgeslagen mest en is een gevaar voor veldwerkers. Toen kwam ik erachter dat er geen toegankelijk overzicht is van alle onderzoeken en experimenten die ooit gedaan zijn binnen de vakgroep Mycologie. Mijn supervisor had het idee om een methode te ontwikkelen om Mycologie-data meer FAIR (Findable, Accesible, Interoperable, Reusable) te maken. Mijn thesis werd: een strategie hiervoor maken, en testen bij Mycologie, maar ik stuitte op weerstand. Toen ik mijn voorstel aan de vakgroep pitchte, was de eerste reactie: waarom hebben wij dit nodig?’

Hoe ervaarde je deze frictie? ‘Het was een stressvolle tijd voor mij. Veel aspecten van mijn thesis waren vaag. Ik heb software ontworpen, wat me makkelijk afging, maar daarnaast worstelden mijn begeleider en ik met een sociaal vraagstuk; waarom willen onderzoekers deze methode niet gebruiken? Hoe overtuig je onderzoekers om het wel te gebruiken? Maar dan wordt al snel een ontwerpproject en minder wetenschappelijk. ‘Mijn thesis viel uiteindelijk onder genetica én informatica, maar een standaard biologiethesis zou beter op mijn cv hebben gestaan denk ik. Nu voelt het alsof ik te multidisciplinair ben, dat maakt het soms moeilijker om een baan te vinden. Uiteindelijk is er niks gedaan met mijn thesis. Dat was niet bevredigend, ook al heb ik een goed cijfer gekregen, en hebben mijn begeleiders me altijd ondersteund. ‘Het toegankelijk maken van data betekent het weggeven van een stukje macht. Wanneer het onderzoeksproces compleet transparant is, ben je ook vervangbaarder. Ik heb me gerealiseerd dat het moeilijk is om wetenschappelijke processen en structuren kritisch te bevragen, door de vele belangen die ermee gemoeid zijn.’

02•07•2026 PAGINA 33

Jaarlijks studeren zo’n 3.500 bachelor- en masterstudenten in Wageningen af. In de rubriek Thesis Life vertellen ze over hun mijlpaal; over de inhoud, de ups en de downs. Dit keer Sibbe Bakker, pas afgestudeerd masterstudent Bioinformatics.

In Wageningen kom je alle smaken van de wereld tegen. Luca Ferreri, masterstudent International Development uit Italië deelt een recept voor Pasta e Ceci (pasta met kikkererwten).

Resource

Thesis Life

Smaken van WUR

Pasta e Ceci ‘Pasta e Ceci is een traditioneel Italiaans gerecht en een van mijn absolute favorieten. Ik heb dit gerecht van mijn vader geleerd en tot nu toe verovert het ieders hart. Het wordt gemaakt met slechts een paar eenvoudige ingrediënten, maar het zit boordevol smaak. Het is een veganistisch recept, maar ik voeg graag guanciale (varkenswangspek, red.) toe voor een extra twist. En het mooiste is dat het een eenpansgerecht is – perfect voor studenten!’ 1 Laat gedroogde kikkererwten minstens 12 uur weken met een eetlepel bakpoeder en kook ze daarna minstens 2 uur. Of koop een pot of blik gekookte kikkererwten. 2 Snijd de guanciale in kleine stukjes en bak in een pan op middelhoog vuur tot het knapperig is. 3 Haal de guanciale uit de pan en zet het apart, maar laat het uitgesmolten vet in de pan zitten. Voeg knoflook, gehalveerde cherrytomaten en paar takjes peterselie toe. Breng op smaak met zout, zwarte peper en chilivlokken. 4 Plet de cherrytomaatjes na ongeveer 3 minuten voorzichtig met een vork om het sap vrij te laten komen. Zet het vuur hoger en giet de wijn erbij. 5 Voeg, zodra de alcohol is verdampt, de kikkererwten toe, gevolgd door de rozemarijn en salie. Laat het geheel ongeveer 10 minuten koken en voeg indien nodig een beetje water en olijfolie toe. 6 Prak een deel van de kikkererwten lichtjes fijn met een vork om een romige textuur te krijgen. 7 Voeg de pasta toe, giet er voldoende water bij om deze te bedekken, breng op smaak met een beetje zout en kook tot de pasta al dente is.

Ingredienten (voor 2 grote porties): • 240 g kleine pasta • 200 g kikkererwten • scheut extra vierge olijfolie • 50 g cherrytomaten • 2 teentjes knoflook • 80 g guanciale (optioneel) • zout en peper • chilivlokken • peterselie fijngehakt en paar takjes • 80 ml witte wijn • takje rozemarijn • 2 blaadjes salie (optioneel)

8 Hak de peterselie fijn en roer deze er vlak voor het serveren doorheen. 9 Serveer gegarneerd met de knapperige guanciale, versgemalen zwarte peper en een scheutje extra vierge olijfolie.

Luca Ferreri Masterstudent International Development

Scan de QR-code voor de video van Luca.


Meanwhile in… Rome – Paus Leo over AI Bij WUR werken en studeren honderden internationals. In de rubriek Meanwhile in vragen we een van het te reageren op gebeurtenissen in het thuisland. Deze keer deelt Elisabetta Lannutti uit Rome, die Resilient Farming studeerde aan WUR, haar gedachten over de uitspraken van paus Leo over AI in de Magnifica Humanitas, zijn encycliek* van 2026. Tekst Ananya Beura

‘Ik ben het grotendeels eens met paus Leo. Ik zie ook het risico van het gebruik van AI in oorlogssituaties en in situaties waarin mensen hun baan zouden kunnen verliezen of ontheemd zouden kunnen raken. AI is niet neutraal; het is een instrument dat kan worden gevormd naar de wensen van degene die het ontwikkelt en gebruikt. Ik ben ook benieuwd naar de standpunten van bedrijven die AI ontwikkelen als het gaat om het ondersteunen van het leger. ‘Het lijkt mij ook gevaarlijk als AI steeds meer beslissingen gaat nemen in het bedrijfsleven en de samenleving. De paus zegt dat we onderscheid moeten maken tussen mens en machine. Machines kunnen ons helpen efficiënt te werken en repetitieve taken te verminderen, maar uiteindelijk moeten de mensen centraal staan, vooral in het besluitvormingsproces. ‘De paus en de katholieke kerk als instelling hebben al

eeuwenlang een stem in de wereldpolitiek. De encycliek is natuurlijk geschreven vanuit een christelijk perspectief, maar ik geloof dat de kern ervan ook een boodschap is voor universele vrede en het vooropstellen van de mens. Ik vind het goed dat de paus zijn invloed gebruikt om dit soort boodschappen te verspreiden. ‘Ook andere uitspraken van paus Leo, zoals tegen oorlog en tegen Trump, worden breed gesteund door het Italiaanse volk en de regering. Over het algemeen staan Italianen achter de paus en zijn ze behoorlijk patriottisch als het om hem gaat. Christelijke studenten luisteren zeker naar wat hij te zeggen heeft, vooral als ze hier naar de kerk gaan. Voor andere studenten staan meestal andere onderwerpen, zoals het homohuwelijk, in het middelpunt van de belangstelling. De paus is vrij uitgesproken over de bescherming van de aarde, wat zeker relevant is voor mijn studie Resilient Farming en mijn huidige werk als duurzaamheidsanalist.’ *Encycliek: brief waarin de paus de standpunten van de katholieke kerk uiteenzet over zaken van geloof en moraal.

Column Willy Contreras-Avilés

Resource

02•07•2026 PAGINA 34

Het einde van een reis Vorige week verdedigde ik mijn proefschrift en daarmee bereikt mijn avontuur in Nederland definitief zijn hoogtepunt. Een mooi moment om terug te blikken. Het was augustus 2020, precies aan het begin van de coronapandemie, toen ik aan het avontuur in Wageningen begon. Ik had een duidelijk doel: een master en een doctoraat behalen. Ik had er nooit bij stilgestaan dat ik me in mijn leven nog eens een immigrant zou voelen. Weggaan uit Panama is heel verrijkend geweest, maar heeft er ook voor gezorgd dat mijn bestaan een brug tussen culturen is geworden en dat het begrip ‘thuis’ eigenlijk vooral iets is wat ik in mijn hoofd en hart met me meedraag. Voor mij was de komst hier een cultuurschok. Ik miste het tropische

fruit; niets smaakte nog hetzelfde. Mijn lichaam was niet gewend aan de kou, noch aan de weinig zonuren. En ik was zeker niet gewend om dingen van tevoren te plannen. Maar al snel ervoer ik daar de voordelen van: mijn leven werd zoveel gemakkelijker, dat ik meer tijd voor mezelf overhield. En een fiets hebben en binnen vijf tot tien minuten overal kunnen zijn, is als een kostbaar geschenk (en ik denk de magie van een kleine stad als Wageningen). En kritisch denken hoort niet vanzelfsprekend bij intelligent zijn; het is gebaseerd op open, eerlijke en respectvolle discussies. Als ik terugdenk aan alles wat ik hier in bijna zes jaar heb meegemaakt, kan ik niet anders denken dan: ‘Het is allemaal de moeite waard geweest.’ Mocht jij het als international hier

moeilijk hebben, stel dan je hart en geest open voor nieuwe perspectieven en emoties; dan kan jouw reis hier een onvergetelijk avontuur worden.

Willy Contreras-Avilés (36) uit Panama is op 25 juni gepromoveerd op onderzoek naar medicinale cannabis (biochemie). Hij houdt van dansen (perreo), Italiaans koken en zwemmen.


Horizontaal 1. Deze insecten hebben een hoge vleugelslag 5. Hier kun je naar het Kijk & Luistermuseum 12. Eenheid van verlichtingssterkte 13. Insectengedaante 14. Wie of wat wordt bedoeld? 15. Ging op reis met Buzz en Michael 17. Tussen Jon en Jovi 18. WK-gastheer 20. Chip in je telefoon 21. Dit jaar overleden presentatrice 23. Academisch werk? 27. Toplocatie in Groningen 28. Wolvenhapje 29. Vervelend insect 32. Pezen en scheuren 34. Liften en trappen 36. Heeft een top in Ankara 37. Voorganger van Neuer 38. Auto's om schoon te maken 39. Euvel 40. Oude vlam 41. Thuisvakantie

Verticaal 1. Natuur is te-veel __, boek van landschapsarchitect Paul Roncken 2. Die van Mona Lisa is wereldberoemd 3. Royaal 4. Oude vlam 5. Tokkelinstrument 6. __ van der Elsken. Up Close, nu in het Rijks 7. Nijmeegs rood, groen en zwart 8. Pop die zijn stem verloor

R Ÿ N L Ÿ N R E C L A M E U O K L A H O M A R A R E E A I M C O O L B I G K Z A B U S H G O Y Z E E W I E R S U I T E F L A V I O N I P E R E Z O K E E G T A F I N E E L L B E V E T R O L P S L U I P W E S P

Winnaars mogen kiezen uit het boek De Kanteling van WUR-wetenschapper en Spinoza-winnaar Marten Scheffer; De Geheimzinnige Vissendief (kinderboek door WUR-medewerkers en -studenten voor jonge natuurhelden) of de Wageningen Verjaardagskalender met dronefoto’s gemaakt door DroneWageningen.

De oplossing van de puzzel uit Resource #10 is ‘zeewiersuite’. De winnaar is Sjors Beckers. Gefeliciteerd! We nemen contact met je op.

9.

Speelveld waar je de bal moet verwachten 10. Tussen klasse en familie 11. x 13. Kopen en huur betalen 16. Quercus 17. Niels __, Deense atoomgeleerde 19. __ voor de sfeer, feestlied 21. Priorij van __, verzonnen genootschap 22. Komen steeds minder studenten en promovendi

vandaan 24. Tussen Pannekoek en Van der Wal 25. Past voor duivels of dochters 26. Grootste dolfijn 30. Studieplek van Amalia 31. Roos die Lidwien Dubois ontwikkelde 33. Lokkertje 35. Trekje 36. Reikt Spinozapremies uit 38. Universitaire graad 39. Voortplantingstechniek

Colofon Resource is het onafhankelijke medium voor studenten en medewerkers van Wageningen University & Research. Resource brengt nieuws, achtergronden en duiding. Op resource-online.nl verschijnen dagelijks nieuwe berichten. Het magazine verschijnt maandelijks. Contact Vragen en opmerkingen voor de redactie: resource@wur.nl | www.resource-online.nl Redactie Willem Andrée (hoofdredacteur), Helene Seevinck (eindredacteur), Roelof Kleis (redacteur), Luuk Zegers (redacteur), Marieke Enter (redacteur), Coretta Jongeling (online coördinator), Dominique Vrouwenvelder (redacteur), Anne van Kessel (redacteur). Vertalingen Tessera Translations S.L. Vormgeving Alfred Heikamp, Larissa Mulder Basisontwerp Marinka Reuten Coverillustratie Valerie Geelen Druk Damen Drukkers BV, Werkendam Abonnement Een abonnement op het magazine kost €59 (buitenland €135) per academisch jaar. Opzeggen voor 1 augustus. ISSN 1874-3625 Uitgever Corporate Communications & Marketing, Wageningen University & Research

©steenhuispuzzels.nl

Tip: zoek ook naar antwoorden in dit magazine en op resource-online.nl.

02•07•2026 PAGINA 35

Vul de puzzel in en ontdek welk(e) woord(en) er in de gekleurde vakjes staat(n). Stuur dit als oplossing naar resource@wur.nl vóór 8 september.

Resource

HOKJESDENKEN


[DE NEUS]

Nieuws met een luchtje

Illustratie Shutterstock/Nationaal Archief

KOELER DOOR KIJKEN NAAR ELFSTEDENTOCHT Wageningse meteorologen ontdekken eenvoudige truc om hitte te bestrijden: ijskijken.

S

oms liggen dingen zo voor de hand dat je er niet op komt. Maar dat is buiten Gert Heus in ’t Veld gerekend. De Wageningse weerkundige, die bekend staat om zijn no-nonsens houtje-touwtje oplossingen, zag het namelijk wél. Hitte moet je bestrijden met ijs. Niet om op te eten, maar om naar te kijken. En bij veel ijs denkt een nuchtere Hollandse jongen aan …. De Elfstedentocht. Heus in ’t Veld kwam op het idee tijdens de jongste hittegolf. Funsurfend aan zijn bureau in Lumen, de voeten losjes bungelend in een teiltje met water, kwamen beelden van de Elfstedentocht van 1963 voorbij. ‘Een koude rilling gleed over mijn rug rechtstreeks mijn bilnaad in. Een heerlijk gevoel.’ Ooggetuigen zagen hem vervolgens Eureka! roepend over de gang hollen. Heus in ’t Veld gebruikte de rest van de hittegolf om experimenten te doen. Hij liet groepen studenten naar afbeeldingen en films kijken waarin ijs de hoofdrol speelt. Daarbij werden zowel de lichaams- als kamertemperatuur nauwgezet gemeten. Niet geheel onverwacht kwamen reportages over schaatswedstrijden als veruit als koelste uit de bus. ‘De temperatuur in het proeflokaal daalde gemiddeld genomen vijf graden’, zegt Heus in ’t Veld enthousiast. ‘Met

een uitschieter tijdens ‘De reportage over de een reportage over Elfstedentocht van 1963 de Elfstedentocht tikte een koeleffect van van 1963, die een acht graden aan’ koeleffect van acht graden aantikte.’ Ook uitzendingen van andere wintersporten deden het goed. ‘Met als uitzondering curling’, zegt Heus in ’t Veld. ‘Daarbij kregen diverse proefpersonen het juist Spaans benauwd.’ Heus in ’t Veld heeft op basis van zijn bevindingen een aantal aanbevelingen gestuurd naar de raad van bestuur. Zo stelt hij voor op alle narrowcasting-schermen op extreem warme dagen louter beelden van Elfstedentochten te vertonen. In de collegezalen hebben stilstaande beelden van gletsjers de voorkeur, omdat die het minst afleiden. Inhakend op de ideeën van Heus in ’t Veld onderzoeken wetenschappers van Gezondheid en Maatschappij het temperatuureffect van ‘koud woordgebruik’. Wat doet het praten over ijstijden met de psyche als het warm is? Heus in ’t Veld lijkt een heel nieuw onderzoeksveld te hebben. Zelf blijft hij er nuchter onder. ‘Het was een koud kunstje.’


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
RESOURCE - Nr. 11 2026 (NL) by Wageningen University & Research - Issuu