JUNI ❷⓿❷❻ JAARGANG ❷⓿
Vinkjessysteem voor college-opnames
Orion krijgt podium
Campusverbod werkt
Journalistiek magazine over Wageningen University & Research
Bever gespot bij het Dassenbos
Palestijnse studenten onderweg naar campus

![]()
JUNI ❷⓿❷❻ JAARGANG ❷⓿
Vinkjessysteem voor college-opnames
Orion krijgt podium
Campusverbod werkt
Journalistiek magazine over Wageningen University & Research
Bever gespot bij het Dassenbos
Palestijnse studenten onderweg naar campus

NR ❶⓿ JAARGANG ❷⓿



Technici
blijven schaars
Studenten over AI
Thesis Life: tips van Marco Mazzone 24 33 16
Twee studenten stonden lijnrecht tegenover elkaar. De een weigert AI te gebruiken voor de studie want het steelt van kunstenaars en denk aan die enorme energiekosten. De ander omarmt het want het is toch niet meer weg te denken, dus omarm het maar waar nodig. Het gesprek was voor ons aanleiding de campus op te lopen en willekeurig studenten te vragen hoe zij AI gebruiken en waarom. Het is uiteraard een mini-peiling, maar het stemt in Wageningen in elk geval optimistisch. Want 'ja', deze studenten gebruiken het en 'nee', ze doen dat niet zonder er goed over na te denken (pag. 28) en willen zelf blijven nadenken. De opkomst van taalmodellen is stormachtig en soms schrikbarend goed. Wij denken dus óók na over AI, maar dan in de journalistiek. Ons beleid staat nog niet op papier, daar werken we aan. Een ding staat vast: wij betrachten de grootst mogelijke terughoudendheid bij het gebruik van AI-tools. Bovendien kan AI de basis van de journalistiek niet vervangen: medewerkers en studenten interviewen, nieuws of misstanden opvangen en actualiteiten beoordelen op relevantie. Gelukkig maar, want we vinden ons vak veels te leuk. Uitbesteden is niet nodig.
Buitenonderwijs en ervaringsleren
Kijk voor meer verhalen en nieuws op onze website via deze QR-code:
Willem Andrée Hoofdredacteur


VAN HARRY NAAR 0317
Tien keer trad Harry Styles op in de Arena in Amsterdam. Echte fans zaten al uren van tevoren klaar, gewapend met paraplu’s, klapstoeltjes en dekens, allemaal dingen die niet mee naar binnen mogen. Tweedehandswinkel Emmaus liep elke dag rond om de spullen van de prullenbak te redden. Student Resilient Food and Farming Manu Arend hielp mee voor Emmaus Wageningen en geeft de isolatiedekens een tweede leven als festivaldeco - zaterdag 13 juni te zien tijdens 0317 festival. cj
Eigen foto
Er komt een vinkjessysteem voor studenten die vanwege bijzondere omstandigheden niet bij elk college aanwezig kunnen zijn. ‘Studenten met zo’n vinkje, die bijvoorbeeld een functiebeperking of mantelzorgtaken hebben, krijgen dan toegang tot beschikbare video-opnames van de hoorcolleges’, zegt voorzitter van de studentenraad Laurien Elion.
Een vergelijkbaar systeem bestaat al voor studenten die vanwege een functiebeperking extra tijd krijgen om tentamens te maken, vertelt Elion. ‘Vroeger moesten ze dat bij elk tentamen opnieuw regelen, maar door zo’n vinkjessysteem in Osiris gaat dat nu vanzelf. Door dat ook aan te bieden aan studenten die door omstandigheden niet bij alle colleges aanwezig kunnen zijn, hoeven zij dat niet bij elk vak opnieuw uit te leggen aan de docenten.’
De studentendecaan bepaalt of de student wel of geen recht heeft op een vinkje
De maatregel geldt alleen voor colleges die zijn ingeroosterd in zalen met opnamefaciliteiten. Zijn die er, dan moeten de colleges voortaan altijd worden opgenomen en zo snel mogelijk gedeeld met de studenten met een vinkje. De studentendecaan bepaalt of de student wel of geen recht heeft op een vinkje. Het nieuwe beleid gaat vanaf het aankomende collegejaar van start.
Minder opnames
Desondanks worden er mogelijk door onderwijsbezuinigingen alsnog minder college-opnames gemaakt, vertelt beleidsmedewerker Nelleke Lafeber van Education & Student Affairs. Lafeber. ‘De faciliteiten om zulke opnames te maken, worden namelijk beperkt tot zalen met een capaciteit van 50 studenten of meer.’ Het aantal zalen met opnamefaciliteiten wordt teruggebracht van 63 naar 44. Het Teaching and Learning Centre, de studentendecanen en de studentenraad gaan het nieuwe beleid de komende jaren monitoren. lz

Thomas Ginn wist niet wat-ie zag, toen hij vorige week aan de westkant de campus fietste. ‘Eerst dacht aan een muskusrat of beverrat. Maar toen zag ik die platte staart; dan weet je zeker dat het een bever is. Hij zwom de sloot in langs het Dijkgraafpad naast het Dassenbos. Heel indrukwekkend hoe zo’n beest door het water glijdt.’ rk Foto Thomas Ginn
Vanaf 28 juni 2026 is er een nieuwe buslijn: de ‘Rijnlijn’ (lijn 303). Met deze bus kunnen reizigers direct van Arnhem en Velp naar station Ede-Wageningen reizen, via de campus en andersom, zonder overstap op het busstation. Deze bus rijdt in beide richtingen in de spits elke 10 minuten, in de daluren en in het weekend elk kwartier en vanaf ongeveer 20.00 uur elk halfuur. In de vakantiedienstregeling van 28 juni tot en met 22 augustus rijden de bussen ook in de spitsuren, vier keer per uur. Vanaf 28 juni is er ook een rechtstreekse bus tussen Wageningen en Nijmegen campus: buslijn 220.
Bron: De Gelderlander
Er is een ander perspectief nodig op studentenwelzijn, omdat individuele zorg voor studenten met mentale problemen het onderwijs ‘overvraagt’. Soms is het beter een student door te verwijzen, schrijft Onderwijsminister Rianne Letschert aan de Tweede Kamer. Studentenwelzijn staat onder druk, constateerde de Onderwijsraad. Om dat op te lossen, moeten echter niet alleen studentpsychologen en andere individuele zorg ingezet worden, vindt ook de minister. Ze moedigt onderwijsinstellingen aan om ‘waar mogelijk weg te bewegen van een individuele, zorggerichte benadering’. Als instellingen worden overvraagd met een ingewikkelde of intensieve zorgvraag, moeten ze ook nee durven zeggen en doorverwijzen naar passende ondersteuning. Verder noemt Letschert ook ouders. Die moeten hun kinderen weerbaar maken en leren omgaan ‘met de druk en stress die horen bij het leven’. hop Lees verder op resource-online.nl
Op 18 juni vindt op de campus weer het gratis festival Summervibes plaats. Nieuw is onder meer dat studentenvereniging SEASAW die dag traditie uit Zuidoost-Azië naar het festivalterrein brengt: SEAland. Geïnspireerd door de traditionele nieuwjaarswaterfestivals uit landen als Thailand en Myanmar, kunnen bezoekers elkaar natspuiten om het ongeluk van het afgelopen jaar weg te spoelen en het nieuwe jaar te verwelkomen. Hoofdact is rapper Typhoon. wa Lees verder op resource-online.nl
Wil je meedenken over de journalistieke koers van Resource? En de redactie gevraagd en ongevraagd advies geven? De redactieraad zoekt medewerkers van WUR voor in de raad, óók internationals. De redactieraad van Resource heeft tot taak het door de hoofdredacteur gevoerde redactionele beleid en de journalistieke producties (online en in het magazine) achteraf te toetsen aan het redactiestatuut. De raad is zogezegd de ‘inhoudelijke baas’ van de redactie. De redactieraad komt ten minste driemaal per jaar bijeen en bespreekt met de hoofdredacteur het gevoerde redactionele beleid in de voorgaande periode. De zittingstijd is drie jaar, met de mogelijkheid van herbenoeming van nog eens drie jaar.
Interesse? Mail naar resource@wur.nl en meld wat je functie is en waar bij WUR je werkt.
Afgelopen oktober werden er door de politie gebiedsverboden opgelegd aan twee jongeren die studenten op de campus lastigvielen, intimideerden en bespuugden. Sindsdien is het rustiger, zegt veiligheidscoördinator van de campus Wietse Willebrands.
‘De jongens om wie het ging, waren al in beeld bij de politie. Het gebiedsverbod vanuit de gemeente is inmiddels verlopen. Wij hebben aansluitend daarop een campusverbod aan hen opgelegd. Sinds dat verbod hebben wij geen meldingen van straatintimidatie-incidenten meer gehad. Ik hoop dat die jongeren hun levens inmiddels gebeterd hebben.’ Een terreinverbod op de campus komt niet vaak voor, vertelt Willebrands. ‘In de afgelopen tien jaar kan ik me nog twee andere voorvallen herinneren. Een voor iemand die deed alsof hij een persoon met een handicap was, in de hoop door vrouwen te worden geholpen. En een stalker.’

Sinds ongeveer een jaar is de beveiliging op de campus anders ingericht, vertelt Willebrands. ‘Voorheen gebruikten we de camera’s vooral om terug te kijken wat er was gebeurd, maar sinds juni vorig jaar is er ’s avonds en in het weekend live monitoring. Als er dus mensen zonder goede reden op de campus rondhangen, worden ze sneller aangesproken. Voorheen kwam de beveiliging ze misschien pas na
twee uur tegen, nu zitten we er korter op. Ik denk dat een geweldsincident, zoals twee jaar geleden, hiermee had kunnen worden voorkomen.’ lz
Slachtoffer of getuige van straatintimidatie op de campus? Doe aangifte bij de politie en meld het bij het Social Safety Contact Point van WUR.
ingezonden brief
Halverwege het jaar een brief schrijven over het eindejaarsgeschenk? Dat lijkt niet logisch. Toch denk ik dat de universiteit als ‘lerende organisatie’ mag leren van hoe zij haar medewerkers aan het eind van het jaar waardeert met een eindejaarsgeschenk. Een terugblik naar december 2025. De raad van bestuur van WUR bedankt ons voor alles wat we in 2025 hebben ‘neergezet’ op het gebied van onderzoek en onderwijs. Samen dragen we bij aan een duurzame toekomst. Tegelijk worden we ook geraakt door een ‘nieuwe financiële realiteit’.
Wat kun je doen met 15 Euro? Wij kozen voor een waardebon van Pineut en verzilverden die bon voor een ‘mélange pour pain aux bananes’. In het Nederlands staat erbij: een mix voor bananenbrood met chocolade. Dat kost 9,95 euro. Er komen wel verzendkosten bij (7,95 euro), maar dan heb je ook wat. Alleen moet je de bananen er zelf aan toevoegen.
Ik vind het heel fijn dat het bestuur van WUR mij wil bedanken voor mijn inzet op het gebied van onderwijs en onderzoek. En ik begrijp dat er bezuinigd moet worden. Een kerstpakket is vol-
gens mij bedoeld als concrete blijk van waardering en dat kan ook in de vorm van iets kleins, zoals een WUR-drinkbeker. Ik vind het erg jammer dat de concrete blijk van waardering door het bestuur is ingeleverd voor een omslachtig systeem, waardoor enkele bedrijven profiteren, maar de individuele werknemer ongeveer de helft aan verzendkosten kwijt is. Bedrijven gun ik hun winst, maar ik vind het dom van de universiteit dat zij niet goed lijkt te weten hoe zij haar werknemers concreet en voordelig kan bedanken. De ‘nieuwe financiële realiteit’ vraagt om creativiteit. Laten we alsjeblieft eenvoudig blijven wanneer we elkaar hartelijk willen bedanken. Beter een half ei, dan een lege dop…
Pieter Jong, docent Spatial Planning & Environmental Governance
Reageren kan op resource-online.nl
Twee Palestijnse studenten zijn onderweg naar Nederland. Zij komen naar Wageningen, bevestigt WUR. Een derde student heeft Gaza nog niet verlaten.
WUR laat weten dat de twee Palestijnen, die in Wageningen komen studeren, Gaza inderdaad hebben verlaten en onderweg zijn naar Nederland. Daaraan ging een lang proces van juridisch getouwtrek vooraf, vooral met als doel het Ministerie van Buitenlandse Zaken te bewegen zich in te spannen voor de studenten, voor wie een visum al begin dit jaar klaarlag. WUR heeft eerder toegezegd beurzen te reserveren voor mensen uit conflictgebieden. Met de komst van deze studenten komt de universiteit die belofte na, aldus woordvoerder Vincent Koperdraat: ‘Zoals bij alle internationale studenten staat ook voor hen een kamer en begeleiding in Wageningen klaar. Deze studenten hebben het reguliere proces doorlopen om een beurs te krijgen. Het is belangrijk dat zij hier letterlijk en figuurlijk kunnen
landen, zodat ze zich honderd procent op hun studie kunnen focussen. We vragen iedereen dan ook om hun die ruimte te geven.’
Geen uitspraken
De twee betrokkenen maken deel uit van een groep van 42 Palestijnse studenten met een geldig visum voor Nederland. Hun komst maakt een einde aan maan-
'Zoals bij alle internationale studenten staat ook voor hen een kamer en begeleiding in Wageningen klaar’
denlange onzekerheid, want Nederland wilde hen aanvankelijk niet helpen. Met hulp van WUR spanden de studenten een rechtszaak aan, die uiteindelijk resulteerde in een uitspraak van de Raad van State die de minister van Buitenlandse Zaken verplichtte zich in te spannen voor de Gazanen. De derde student wacht nog

Het voormalige pro-Palestina tentenkamp op de brug tussen Forum en Orion Foto Resource
op toestemming Gaza te verlaten en naar Wageningen te komen. Ondertussen woedt in Den Haag een politieke discussie over de komst van de studenten. Coalitiepartij VVD wil opheldering, D66 spreekt juist van 'goed nieuws'.
Over het politieke proces doet WUR geen uitspraken, zegt Koperdraat. wa
Gentherapie werkt door patiënten met een genetisch defect te injecteren met gezonde genen. Die lichaamsvreemde genen worden door onschadelijke virussen op hun plek van bestemming gebracht. Het maken van die drager-virussen (vectoren) is een kostbare klus. Promovendus Linda de Jong ontwikkelde een nieuwe en goedkopere manier om die vectoren te maken. Tekst Roelof Kleis
‘Virale vectoren zijn een soort gespecialiseerde vrachtwagentjes’, legt De Jong uit.
‘Het zijn virussen waarvan een groot deel van het eigen genoom is vervangen door het medicijn, het gen dat je wilt toedienen. Dat we daar virussen voor gebruiken, komt doordat ze van nature heel goed zijn in het binnendringen van cellen om daar hun eigen genoom te repliceren.’
Die eigenschap is vervelend voor mens en dier als het om ziekmakend virus gaat. De Jong: ‘Maar in dit geval gaat het om drager-virus dat niet ziek maakt en door het immuunsysteem niet wordt opgemerkt. Het genoom dat het virus meevoert, bevat het gezonde gen en is het medicijn.’ Het virus waar het om draait heet rAAV, wat staat voor adeno-associated virus. De r (van recombinant) betekent dat eraan gesleuteld is.
AAV-virus is een goede vector voor gentherapie, zegt De Jong. ‘Maar rAAV maken is verschrikkelijk lastig. Het virus kan van nature zichzelf niet vermeerderen.
Daarvoor heeft het hulp van een ander virus nodig. Daar slaat ook de naam AAV op: het werd ooit ontdekt als vervuiling in een preparaat van adenovirus. Maar adenovirussen zijn voor het maken van gentherapie geen ideale helper. Ze zijn zelf namelijk wél ziekmakend.’
Baculovirus
Om rAAV-virus te maken zijn diverse methodes ontwikkeld. Het gebruik van baculovirussen is de jongste ontwik-
keling, waar ook De Jong op inhaakt. Baculovirussen worden al sinds jaar en dag gebruikt om medicijnen en vaccins te produceren. De toepassing voor gentherapie is tamelijk nieuw. En heeft een belangrijk nadeel: de genetische stabiliteit tijdens het productieproces.
Om rAAV te maken wordt het virus inge-
‘Dit drager-virus maakt niet ziek en wordt door het immuunsysteem niet opgemerkt’
bouwd in het baculovirus. Dit combivirus wordt vervolgens bij insectencellen gevoegd, die het gewenste rAAV in grote aantallen produceren. Ook De Jong volgde die route. Maar zij gebruikte een nieuw baculovirus (BAC6) als vehikel voor het rAAV-medicijn. Dat leverde een genetisch veel stabieler – en dus potentieel goedkoper – systeem op.
De truc zit ‘m volgens De Jong in het spreiden van de ‘puzzelstukjes, de (drie) benodigde AAV-genen in het baculovirus. ‘Als je die dicht naast elkaar plaatst,
ontstaat een lang stuk DNA dat het baculovirus vreemd is. Dat zorgt waarschijnlijk voor selectiedruk om het vreemde DNA eruit te werken. Wij hebben het gen dat nodig is voor replicatie van rAAV op een andere plek gezet.’
Heeft De Jong daarmee het ei van Columbus gevonden? ‘Nou, nee. Er zijn heel veel strategieën die je kunt toepassen om rAAV te maken. In onze studie lijkt het splitsen van de puzzelstukjes een groot voordeel op te leveren.’ Patent is er niet op aangevraagd. ‘Maar ik hoop dat het in de literatuur vaker terug gaat komen en dat anderen ook zo’n soort design gaan gebruiken.’
Een mislukte proef, een afgewezen artikel: in de wetenschap wordt het al gauw bestempeld als falen. En erover praten? Dacht het niet. In deze rubriek doen collega’s dat wel. Want falen is nuttig. Dit keer de Wageningse promovendus Anna*.
Tekst Nicole van ’t Wout Hofland Illustratie Mathijs Megens/ SeaBlueBird Studio
‘Direct na mijn afstuderen bemachtigde ik mijn droombaan bij een Nederlands onderzoeksinstituut. Iedereen zei: wauw, dat je dáár bent binnengekomen. ‘Dat gevoel duurde niet lang. Ik kwam terecht in een team met bijna alleen maar mannen. In de eerste dagen zei een collega: ‘Ik heb op je kleding gelet, je draagt iedere dag iets anders.’ Zulke opmerkingen was ik niet gewend. Ook hoorde ik: ‘De vorige vrouw hield het maar een jaar vol, jij blijft wel langer toch?’ Een paar weken later zag ik een oudere, mannelijke collega zijn telefoon op mij richten en foto’s en filmpjes maken. Dat gaf me een ongemakkelijk en onveilig gevoel, dus stapte ik naar mijn leidinggevende. In plaats van me te beschermen, zei ze dat ik het zelf moest regelen, er een grap over maken bijvoorbeeld. Daardoor kreeg ik het gevoel dat ik het probleem was. Van nature ben ik verlegen en als jonge onderzoeker durfde ik die collega niet op zijn gedrag aan te spreken. Ik moet me maar aanpassen, dacht ik. ‘Toch veranderde mijn instelling langzaam. Ik kreeg een coach toegewezen om te werken aan mijn zelfvertrouwen. ‘Dit klopt niet’, zei die toen ik de situatie schetste.
Dat was de eerste keer dat iemand aan mijn kant stond. Later deelde ik het ook met mijn vader. Hij reageerde zó verontwaardigd dat ik besefte dat mijn gevoel terecht was. Dat gaf me het duwtje om te solliciteren op een andere baan.
‘Mijn vader reageerde zó verontwaardigd. Dat gaf me het duwtje om te solliciteren op een andere baan.’
‘Toch voelde vertrekken als opgeven. Ik voelde loyaliteit tegenover mijn team en plezier in het werk. Omdat dit zo lang mijn droombaan was geweest, bestempelde ik het als falen. Alsof ik precies bevestigde wat ze al zeiden: weer een vrouw die het niet volhoudt. Toch was het achteraf gezien een goede beslissing. Tegenwoordig sta ik steviger in mijn schoenen en ik werk nu in een leuk team met een evenwichtige man-vrouwverhouding, waar ik me veilig voel en mezelf kan zijn.’

* Volledige naam bekend bij de redactie.
Stel je maakt een foto van het eten op je bord en je telefoon meldt meteen hoeveel vet, eiwit en koolhydraten erin zitten. Dat kan. Als de droom van Esther Kok tenminste uitkomt. In haar promotiestudie laat ze zien dat het technisch tot de mogelijkheden behoort.
Kok is datawetenschapper. Voor haar studie onderzocht ze de mogelijkheid om hyperspectraalcamera’s te gebruiken voor de identificatie van nutriënten in voedsel. Zulke camera’s maken foto’s die een stuk verder kijken dan
‘Het algoritme had moeite met boter en kaas samen. Dat zit’m in de vetpercentages in beide.’
het zichtbare licht. In Koks geval kijkt de camera in infrarood, het deel van het spectrum dat door vetten, eiwitten en koolhydraten wordt geabsorbeerd. Een hyperspectraalcamera blijft niet aan de oppervlakte, maar kijkt diep in de materie. Kok liet de camera dubbele boterhammen (wit of volkoren) met boter en kaas (mager of vet) scannen. ‘De onderzoeksvraag was in hoeverre je door het product heen kunt kijken. Bekend was dat dit met enkelvoudige producten kan. Maar we wisten niet of het ook bij samengestelde producten lukt.’
Vet
Dat bleek deels te kunnen. ‘Een deel van de ingrediënten konden we goed identificeren, een ander deel niet’, zegt Kok. ‘Het algoritme had moeite met boter en kaas samen. Dat zit’m in de vetpercentages in beide.’ Kok focuste zich daarom in een tweede experiment op de juiste voorspelling van de totale vetpercentages.
Dat lukte vrijwel perfect. Met machine learning was het mogelijk van 73 verschillende kaasmonsters het totale vet- en eiwitpercentage vast te stellen. Kok: ‘In 97 procent van de gevallen ging het goed. Het beste eiwitmodel zat er maar 2 gram naast en het vetmodel maar 1,9 gram.’ Daarmee is de proof-ofconcept volgens haar dik geslaagd. Vervolgonderzoek moet volgens Kok uitwijzen of dit ook met een kleine sensor lukt die maar één pixel doormeet.’ rk
WUR is dit jaar weer present op het wetenschapsprogramma van festival Lowlands. Een van de living labs van Lowlands Science wordt gewijd aan Wagenings smaak- en eetgedragonderzoek naar gezonde snacks, compleet met snackmuur. Ook geven de onderzoekers een aantal live colleges over dit onderzoeksgebied. Tekst Marieke Enter
Het Wageningse ‘snackmuuronderzoek’ is een speciaal voor Lowlands ontwikkeld onderzoeksproject van de universitair docenten Arianne van Eck (Food Quality and Design/Sensory Science and Eating Behaviour), Meinou Corstens (Food Process Engineering), Roelant Hilgers (Food Chemistry) en Marlou Lasschuijt (Sensory Science and Eating Behaviour).
Onder de noemer ‘De vet verleidelijke borrelplank’ gaan ze er sensorisch onderzoek doen naar verschillende eigenschappen van snacks. De onderzoekers willen beter doorgronden welke eigenschappen ervoor zorgen dat een snack als lekker wordt ervaren, en of en hoe die kennis valt te gebruiken bij de ontwikkeling van gezondere snacks. ‘Voedingsmiddelen gezonder maken is een belangrijk gezondheidsvraagstuk, ook bij snacks’, legt Van Eck uit. ‘Onderzoeksvraag één op Lowlands is hoever je kunt gaan met aanpassing van de samenstelling zonder dat de sensorische beleving verandert. En onderzoeksvraag twee: is dat nog afhankelijk van hoeveel iemand heeft gedronken?’
Onder invloed
Wetenschappelijk is goed onderzocht waarom een goedgevulde borrelplank extra verleidelijk is na een drankje: alcohol verlaagt remmingen en beïnvloedt eetgedrag. Maar het effect op smaakbeleving is nog onduidelijk. Worden bepaalde smaken sterker of juist moeilijker te proeven met een slokje op, en beïnvloedt dit wat

en hoeveel mensen consumeren?
Juist vanwege die vraag is Lowlands een geknipt onderzoeksdecor. Van Eck: ‘Normaal gesproken is het ethisch gezien nogal lastig om onderzoek te doen naar mensen die onder invloed zijn; het is not done om je proefpersonen eerst een paar drankjes voor te schotelen. Maar op Lowlands zíjn veel mensen al onder invloed.’
In de Wageningse onderzoekscontainer doen de bezoekers die willen meedoen daarom eerst een blaastest, om vast te stellen of ze hebben gedronken en zo ja, wat hun ademalcoholgehalte is. Ook wordt ze gevraagd naar eventueel drugsgebruik, hoewel dat niet de primaire onderzoeksvraag is. Vervolgens proeven de proefpersonen verschillende snacks uit de snackmuur, om daar verschillende onderzoeksvragen over te beantwoorden: hoe lekker vind je het, hoeveel zou je hiervan eten, hoe vet of
romig vind je de snack?
Op de drie festivaldagen verwachten de onderzoekers ongeveer 300 deelnemers per dag te kunnen bevragen. ‘We gaan ervan uit dat we dan in totaal een goede spreiding hebben in alcoholgehaltes’, zegt Van Eck.
Naast de living labs vormen korte live colleges in ‘de kleinste collegezaal van Nederland’ (de Echo-tent midden op het festivalterrein) onderdeel van het wetenschapsprogramma van Lowlands. De Wageningse smaak/levensmiddelenonderzoekers zijn gevraagd ook een aantal van die colleges te verzorgen. Wanneer die precies plaatsvinden en waarover ze exact gaan, wordt later bekendgemaakt.

Zeewiervoer
Koeien zijn mega-uitstoters van broeikasgas methaan. Sommige soorten zeewier remmen de productie van methaan in de koeienmaag. Zeewier kan daardoor een aantrekkelijk alternatief koeienvoer zijn. Kan, want de praktijk is weerbarstig, laat onderzoek van Wouter Muizelaar met Holstein-Friesian koeien zien. Europese zeewieren bleken helemaal geen effect te sorteren. Andere zeewieren verminderen wel de methaanproductie, maar zijn slecht voor de eetlust van de koe. Bovendien sijpelt de stof (bromoform) die verantwoordelijk is voor de methaanremming door naar de melk. Maar niet doen dus. rk
Seaweeds, cows, methane. Wouter Muizelaar Promotor Jan Dijkstra

Zonnebrand
Licht is de motor van de fotosynthese. Maar te veel licht beschadigt planten. De natuur heeft daar iets op gevonden. Bladeren keren zich bijvoorbeeld van de zon af, om minder aan zonlicht blootgesteld te worden. Ze hebben ook eiwitten aan boord die ervoor zorgen dat het opgevangen zonlicht de reactiecentra van de fotosynthese niet overbelasten. Oftewel: ze laten de energie wegsijpelen. Cleo Bagchus onderzocht aan de hand van fluorescentiemetingen hoe dit uiterst ingewikkelde proces in zijn werk gaat en welke eiwitten daarbij zijn betrokken. Een beetje licht in de duisternis. rk
Light stress in plants: insights from chlorophyll fluorescence Cleo Bagchus Promotor Herbert van Amerongen
Promovendi lichten hun meest prikkelende stelling toe. Dit keer is dat Adriana Ressiore, die op 15 december haar proefschrift verdedigde. Zij onderzoekt de mogelijkheden van ‘more-than-human care’ voor het behoud van de biodiversiteit in Brazilië. Tekst Ning Fan


Massaontslag
Overnames en fusies worden vaak gevolgd door massaontslag. Downsizen (afslanken) heet dat in verhullend economisch taalgebruik. Met als doel de financiële cijfers te verbeteren. Werkt dat? Soms wel, soms niet, laat studie van Jasper van Boven zien. Het ligt er maar aan hoe de aandelenmarkt de situatie beoordeelt en wat de aard is van het bedrijf dat wordt opgeslokt. Bij ‘digitale overnames’ bijvoorbeeld, gericht op het binnenhalen van ontbrekende digitale kennis, wordt snel afslanken gezien als een mislukking. Bij andere overnames is snel afslanken juist een teken van succes: zie je wel, de synergie werkt. rk
Financial performance outcomes of downsizing. Jasper van Boven Promotor Wilfred Dolfsma
‘Engels voor academische teksten fungeert als een neokoloniaal instrument dat de manier van denken en schrijven van de niet-moedertaalspreker beperkt.’
‘Ik heb het schrijven van academische artikelen in het Engels altijd als best moeilijk en beperkend ervaren. Dat is niet alleen een taalkundige kwestie, want het gaat ook om het herschikken van ideeën, vereenvoudigen van nuances, aanpassen van het tekstritme en het schrappen van begrippen, zelfs als die in mijn moedertaal – het Portugees – en voor het onderzoek zeer betekenisvol zijn, maar niet goed passen in de Engelse academische schrijfstijl.
‘Als je de taal verandert, verander je ook je denken. Ik ben nu getraind in Engels academisch schrijven en ik vind dat inmiddels zelfs makkelijker. Maar ik vraag me af in hoeverre dit mijn academisch denken heeft gevormd en wat de gevolgen zijn voor hoe ik andere teksten lees; wat ik als belangrijk, duidelijk of rationeel beschouw.
‘Engels is de dominante taal in de academische wereld, wat degenen die het niet beheersen kan uitsluiten. Bovendien bepaalt het niet alleen hoe we ideeën overbrengen, maar ook welke ideeën gemakkelijker worden verwoord en geaccepteerd.
‘Ik noem dit neokoloniaal omdat het geen neutrale norm is. Om deel te nemen aan de academische wereld moeten wetenschappers niet alleen hun taal, maar ook hun manier van denken en kennis overdragen aanpassen aan de heersende norm. Dat maakt de manier waarop kennis wordt verwoord minder divers.
‘Met deze stelling probeer ik aan te zetten tot reflectie over de machtsstructuren die bepalen binnen welke kaders kennis geaccepteerd is.’
Op veldjes in Oud Ade (bij Leiden) en Tienhoven (bij Utrecht) groeit rijst. Misschien wel de polderrijst van de toekomst. Promovendus Hugo Bosland doet er onderzoek naar de mogelijkheid voor rijstbouw in Nederland.
‘Rijstteelt als optie voor dalende oxiderende veengrond’, zegt Bosland. Grote lappen rijstteelt ziet hij in Nederland niet gebeuren. ‘Daarvoor is het te arbeidsintensief en is de concurrentie uit rijstlanden te groot.’
Maar als lokaal geproduceerd product van eigen bodem is er mogelijk wel een markt.
‘In Zwitserland doen ze het ook en daar gaat het goed.’
De studie van Bosland moet aantonen of het ook in Nederland kan. Afgelopen weken gingen plantjes van liefst dertig verschillende rassen met de hand of machinaal de modder in. De rassen verschillen met name in hun gevoeligheid voor temperatuur. Op andere percelen staat rijst van één ras en ligt de nadruk op productie en de uitstoot van broeikasgas. Wekelijks bezoekt Bosland de veldjes om metingen te doen.
Het veldje op de foto is omgeven door een kunststof beschermingswand. Niet om het water binnen te houden, maar de ratten buiten, legt Bosland uit. Zwanen en ratten lieten zich vorig jaar een testveldje goed smaken. rk

Practica verplicht stellen is binnen WUR normaal, maar kent ook nadelen. Studenten wonen allang niet meer allemaal in Wageningen en reizen is tijdrovend en duur. Wees dus voorbereid op een dagelijkse e-mailstroom: ‘Is het echt nodig dat ik kom?’, ‘Helaas werd ik vanochtend helemaal ziek wakker’, ‘Ik heb een veldbijeenkomst op het bedrijf van mijn vader’, ‘Ik ben vandaag tante geworden dus ik heb wel iets anders aan mijn hoofd’.
Bij colleges is vrijlaten gebruikelijker, maar als je die ook laat opnemen, daalt de aanwezigheid tot een dieptepunt. Ik had soms maar tien studenten in de zaal terwijl er wel honderd zouden moeten zitten. Voor mij niet leuk, maar ronduit gênant als ik een gastspreker had uitgenodigd. Toen ik gastcolleges verplicht stelde had ik een goedgevulde zaal, maar zaten studenten op de achterste rijen massaal filmpjes te kijken. Soms kreeg ik achteraf een mail: ‘Sorry dat ik het gastcollege heb gemist, maar ik dacht dat het een gewoon college was.’ Aanwezigheid moet je uiteraard controleren. Wij hadden ooit handige scanners, maar met de nieuwe WUR-passen werken die niet meer. Op mijn papieren lijsten staan soms handtekeningen van studenten die zich eerder al hadden afgemeld, maar die blijkbaar loyale vrienden hebben. En lijsten moet ik administreren.
Consequenties verbinden aan afwezigheid is trouwens helemaal niet handig. Als studenten het vak niet halen heb ik ze volgend jaar wéér. Inhalen of een vervangende opdracht laten doen kost vooral míj tijd. Dus in de praktijk doe ik vrij weinig met die lijsten (maar
‘Zero-tolerance kan heel dankbare
studenten opleveren’
dat weten mijn studenten niet). Misschien kan ik lering trekken uit het nieuwe beleid van de Bongerd. Als je je voor een sportles hebt ingeschreven moet je daadwerkelijk komen opdagen, anders krijg je een donderende e-mail. ‘Je was afwezig. Na een derde afwezigheid wordt je account 7 dagen geblokkeerd.’ Ik kreeg onterecht zo’n waarschuwing, want ik was er wel, maar ik had me niet goed digitaal aangemeld. Op mijn uitlegverschaffende mail kwam geen reactie, oftewel ‘not my problem’. Laatst merkte iemand na de sportles verschrikt op dat ze zich vergeten had aan te melden. We waren vijf minuten te vroeg klaar, dus ik suggereerde dat het misschien nog kon. Ze rende naar de ingang en kwam euforisch terug: gelukt! Zero-tolerance kan heel dankbare studenten opleveren.

Sjoukje Osinga (58) is universitair docent bij Information Technology. Ze zingt alt in het Wageningse kamerkoor Musica Vocale, heeft drie studerende zoons en kijkt graag met haar man vogels in de Binnenveldse Hooilanden.
Bespuugd, uitgescholden en met eieren of stenen bekogeld worden door hangjongeren. Studenten voelen zich door dit soort ervaringen onveilig in Wageningen. WUR-studenten Alita Tithphit en Cyra Lalita Irawan zoeken samen met de gemeente en de universiteit naar oplossingen.

Terwijl je aan het fietsen bent, word je zomaar bespuugd door een groep tieners. Je zegt er wat van en krijgt vervolgens ‘chingchong’ naar je hoofd geslingerd.
Bijna aangereden worden door jongeren op een fatbike, die vervolgens een middelvinger opsteken en racistische leuzen roepen.
Je bent met een vriendin aan het verhuizen. Er fietsen wat jongeren langs. Ze spugen op je spullen en fietsen door.
Zomaar drie ervaringen van leden van SEASAW, een vereniging voor Zuidoost-Aziatische studenten. Naar aanleiding van meerdere straatintimidatie-incidenten besloot de vereniging in kaart te brengen waar Aziatische studenten in Wageningen zoal mee te maken krijgen.
Hoewel zij niet de enigen zijn die last hebben van straatintimidatie, valt op dat het bij deze groep ook vaak om racistische uitingen gaat.
‘Het is maar een kleine steekproef’, zegt Cyra Lalita Irawan, die de student-safety-enquête coördineerde. ‘Maar zo kunnen we aan de gemeente en de universiteit laten zien wat er speelt.’ Ook andere internationale verenigingen hebben dit soort enquêtes gehouden, vertelt ze. ‘Bij ons hebben twintig leden hun nare ervaringen gedeeld’, vertelt Irawan. ‘En bij de Chinese vereniging waren het er volgens mij wel vijftig.’
Enquête-deelnemers werd gevraagd naar de impact van de incidenten. Die is groot: ruim zestig procent geeft aan zich minder veilig te voelen. ‘Wageningen wordt vaak gepresenteerd als een
‘VEEL AZIATISCHE STUDENTEN
veilige internationale omgeving’, zegt Irawan. ‘Maar dat is niet hoe veel Aziatische studenten het ervaren.’
Melding doen
In de meeste gevallen deden de respondenten geen melding van de nare incidenten. ‘Vaak weten we niet of iets ernstig genoeg is om dat te doen’, zegt Irawan. ‘Als iemand iets racistisch roept of naar je spuugt, kun je dan de politie bellen?’ SEASAW wil leden beter informeren over waar ze meldingen kunnen doen, vertelt Irawan. ‘Er zijn meldpunten bij de gemeente en de universiteit. En als je je onveilig voelt, kun je altijd de politie bellen.’ Melding doen zorgt er niet voor dat er opeens niks meer gebeurt, denkt ze. ‘Maar in ieder geval wordt er dan vastgelegd wat er gebeurt. Hoe meer meldingen, hoe eerder er iets aan de overlast wordt gedaan.’
Daarbij is een goede terugkoppeling op meldingen ook belangrijk, zegt

SEASAW-oprichter Alita Tithphit. ‘Veel Aziatische studenten denken dat melden geen zin heeft, omdat je vaak niet te horen krijgt wat de politie, gemeente of universiteit precies met zo’n melding doen.’
Sinds een Chinese PhD-student twee jaar geleden op de campus met stenen werd bekogeld en in elkaar werd geslagen door hangjongeren, zijn er regelmatig gesprekken tussen bezorgde
studenten, de gemeente, de universiteit en de politie. Vanuit WUR is Lisa Nguyen (team Student Life, Wellbeing & Inclusion) daarbij aanwezig. ‘Door dat geweldsincident kwamen de gevoelens van onveiligheid, die er al langer waren bij een deel van de studenten, aan de oppervlakte.’
Tijdens de gesprekken komen geregeld nieuwe incidenten ter sprake. ‘Een paar maanden geleden werd een groepje Aziatische studenten lastiggevallen door jongeren in de McDonald’s in Ede’, vertelt Nguyen. ‘En er zijn regelmatig hangjongeren in de buurt van Dijkgraaf die met eieren gooien en op studenten spugen.’
Voor haar werk spreekt Nguyen veel internationale studenten. ‘Als ik hoor dat ze zoiets hebben meegemaakt, verwijs ik ze door naar een studentendecaan, vertrouwenspersoon of het contactpunt sociale veiligheid. Ook proberen we elke keer te benadrukken dat ze voor dit soort incidenten de politie moeten bellen, want dat gebeurt inderdaad te weinig.’
In de gesprekken komen ook cultuurverschillen aan bod. Zo zouden veel Aziatische studenten graag meer beveili-
‘WAGENINGEN EEN VEILIGE INTERNATIONALE OMGEVING? DAT IS NIET HOE VEEL AZIATISCHE STUDENTEN HET ERVAREN.’
gingscamera’s zien, vertelt Nguyen. ‘Als je opgroeit in een land waar alles wordt vastgelegd op camerabeelden, kunnen camera’s voor een gevoel van veiligheid zorgen. In Nederland zijn we er terughoudender mee, omdat het mensen hier juist het gevoel geeft dat ze voortdurend in de gaten worden gehouden.’
Een deel van de onveiligheidsgevoelens werd veroorzaakt door groepen jon -
geren die bij de sterflats rondhingen, blowden en postpakketjes van bewoners – die door de bezorgers vaak in de hal werden achtergelaten – jatten. Daarom is studentenhuisvester Idealis bij meerdere complexen begonnen met cameratoezicht en worden er pakketwanden met kluisjes neergezet, zodat de pakketjes niet meer kunnen worden gestolen. ‘Wij willen dat huurders zich
veilig voelen in hun woonomgeving’, zegt Idealis-woordvoerder Hellen Albers. ‘Als ze toch overlast hebben van jongeren, raden we hen aan direct contact op te nemen met de politie.’ Ook gemeenteraadslid Monique Peters is betrokken bij de gesprekken over veiligheid. ‘Een Zuid-Amerikaanse student die meerdere keren was lastiggevallen en zich onveilig voelde, bracht me in contact met student Alita (zie foto). Sindsdien probeer ik mee te denken over wat er bijvoorbeeld kan worden gedaan op plekken waar vaker incidenten zijn, zoals bij de brug over

de Nijenoord Allee bij Noordwest, waar hangjongeren voorbijgangers lastigvallen. Kan daar vaker politie langsrijden? Of kunnen we daar wél een camera plaatsen? Als ergens iets speelt, bespreken we met de gemeenteraad en het college wat de beste oplossing is. Voor de Nijenoordbrug is nog niet echt een oplossing, behalve dat er wat vaker politie langsrijdt. En we vragen studenten om zoveel mogelijk te melden.’
Het straatintimidatiemeldpunt van de gemeente bestaat inmiddels een half jaar, vertelt Peters. Binnenkort gaat ze de meldingen die tot nu toe zijn gedaan, opvragen. ‘Als raadslid kan ik daar vragen over stellen aan het college. Hopelijk gaat de meldingsbereidheid omhoog als mensen zien dat we iets met de meldingen doen.’
Irawan en Tithphit willen graag met lokale jongeren in gesprek. Ze zijn van plan om gastlessen te ontwikkelen voor lokale middelbare- en mbo-scholen. ‘Hoewel dat ook niet alles zal oplossen, lijkt het me goed om met jongeren te praten over hoe je met cultuurverschillen omgaat en welke impact racisme kan hebben’, zegt Irawan. Gemeenteraadslid Peters heeft ervaring met lespakketten voor scholen. ‘Met vrouwenorganisatie Unie van Soroptimistclubs hebben we een lespakket ontwikkeld voor middelbare scholen over Orange the World , een VN-campagne tegen geweld tegen meisjes en vrouwen. Op de Wageningse scholengemeenschap Pantarijn hebben inmiddels zo’n vierhonderd scholieren deze les gehad. Tijdens zo’n les geeft een jongen bijvoorbeeld aan dat hij weleens een ‘pof’ krijgt van zijn vader. Wat is
dat dan, een pof? Zo ga je samen in gesprek over wat geweld is.’ Docenten zijn enthousiast, vertelt Peters. ‘Gastlessen helpen om gevoelige onderwerpen bespreekbaar te maken.’ Hoe de gastlessen van Irawan en Tithphit er precies uit moeten gaan zien, is nog niet duidelijk. ‘Misschien kan degene die de Orange the World -lessen verzorgt met ons meedenken.’ Ook Nguyen vindt het geven van gastlessen een goed plan. ‘Je moet verbinding zoeken met elkaar om elkaar te begrijpen. Uiteindelijk woon je in dezelfde stad en moet je er samen het beste van maken.’
Er zijn meer mogelijkheden op preventiegebied, denkt Peters. ‘Die jongeren misdragen zich omdat ze zich vervelen. Misschien zitten ze zelf in een rotsituatie
thuis. Als dat zo is, moeten we ze hulp aanbieden. En er moet meer te doen zijn voor ze.’
Aangespoord door de studenten van Wageningen Culture Collective is de gemeente op zoek naar een locatie voor een nieuwe culturele broedplaats. ‘Het zou mooi zijn als ze daar hun draai vinden’, zegt het gemeenteraadslid. ‘En dat studenten en jongeren elkaar daar straks ontmoeten. Misschien helpt dat qua wederzijds begrip.’ ■
Burgemeester Floor Vermeulen over aanpak van straatintimidatie in ‘zijn’ Wageningen
‘Als gemeente pakken we straatintimidatie op verschillende manieren aan. Enerzijds door samen met de politie en het Openbaar Ministerie te zorgen dat daders niet wegkomen met strafbare feiten. Voor de mishandeling op de campus van twee jaar geleden zijn daders veroordeeld. Ook de persoon die onlangs in een bus meerdere vrouwen lastigviel, is veroordeeld door de rechter.
‘Het afgelopen jaar heb ik drie gebiedsverboden opgelegd, waarvan twee op de campus. Daarna werd het gelijk rustiger. Door degenen die de meeste problemen aanrichten aan te pakken, worden andere jongeren beter aanspreekbaar.
‘Sommige studenten zeggen niet altijd te weten of incidenten serieus genoeg zijn om de politie te bellen. Bijvoorbeeld als ze worden bespuugd. Dat is walgelijk en geen normaal gedrag. Dus als je wordt bespuugd en je hebt een goed signalement van de daders: bel gelijk 112. Dan is er een grote kans dat de politie de daders pakt.’
En als je iets vervelends meemaakt: meld
het bij het meldpunt straatintimidatie.
‘We investeren als gemeente in jongerenwerkers en plekken voor de jeugd. Met WUR, lokale middelbare scholen, studentenhuisvesters en andere organisaties bespreken we wat we nog meer kunnen doen om straatintimidatie te voorkomen. Studenten krijgen hier in hun eerste jaar al een kamer aangeboden, maar lokale jongeren die hier iets willen vinden moeten soms wel acht jaar wachten op een eigen woonruimte. Dat kan zorgen voor frictie. Kunnen we daar bijvoorbeeld iets aan doen?
‘De rekenkamer – de onafhankelijke adviseur van de gemeenteraad – is een onderzoek begonnen naar de relatie tussen studenten en lokale jongeren. Ik ben benieuwd naar de resultaten en de aanbevelingen die ze straks gaan doen.
‘Het is een goed idee van Cyra en Alita om gastlessen te geven op lokale scholen. Dit soort initiatieven helpen om meer wederzijds begrip te kweken.’
Slachtoffer of getuige van straatintimidatie?
Als je slachtoffer of getuige bent van een incident op de campus, kun je dat melden bij WUR’s Contactpunt Sociale Veiligheid. Dat kan door te mailen naar socialsafety@wur.nl, te bellen naar 0317-481 774, of anoniem een melding te maken op wur.eu/socialsafety. Straatintimidatie in de stad kun je online melden bij de gemeente. Is ingrijpen door de politie nodig? Bel 0900-8844. Dreigende situatie of spoedgeval? Bel altijd direct naar 112.
De arbeidsmarkt koelt af, maar
Nieuws voor masterstudenten die bijna zijn afgestudeerd: de arbeidsmarkt voor pas afgestudeerde technici blijft krap, al is de uitzonderlijke vraag naar TU’ers van de afgelopen jaren aan het afvlakken. Dat blijkt uit de Nationale Alumni Enquête 2025, waarin ook recent afgestudeerden van WUR zijn bevraagd over hun eerste stappen op de arbeidsmarkt. Tekst Willem Andrée
De Nationale Alumni Enquête wordt landelijk tweejaarlijks afgenomen onder afgestudeerde masterstudenten, één tot twee jaar na het behalen van hun diploma. Voor de editie van 2025 vulden in totaal 1216 alumni van TU Delft, TU Eindhoven, Universiteit Twente en WUR de enquête in. Van hen is 57 procent man en 43 procent vrouw. De meeste respondenten zijn tussen de 25 en 27 jaar oud en bevinden zich in de eerste fase van hun loopbaan. Volgens Silvia Blok, medewerker Quality & Strategic Information bij WUR en betrokken bij de analyse van de cijfers, laat de uitkomst een omslag zien. ‘De arbeidsmarkt voor de afgestudeerden van de 4TU’s was, ook voor die van WUR, jarenlang uitzonderlijk gunstig. Nu zien we dat het iets minder wordt. Dat past ook bij de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, het CBS: de krapte neemt wat af.’ Dat betekent niet dat
de vooruitzichten voor alumni van de vier technische universiteiten zorgelijk zijn; van de respondenten heeft 92,4 procent betaald werk. ‘Er zijn wat minder vacatures dan tijdens de piek van rond 2022,’ zegt Blok, ‘maar we zitten nog altijd aan de goede kant.’ De overgrote meerderheid van de alumni vindt dus nog steeds relatief snel een baan na het afstuderen.
Ook welke contracten werkgevers aanbieden, laat een stabiel beeld zien. Bijna de helft van de werkenden heeft inmiddels een vast contract, terwijl nog eens 27 procent een tijdelijk contract heeft met uitzicht op een vaste aanstelling. Slechts een vijfde van de alumni werkt in een tijdelijk contract zonder perspectief op vast werk. Die stabiliteit geeft ook tevredenheid. Zo geeft 78 procent van de alumni aan tevreden te zijn over hun functie. Over de inhoud van het werk ligt dat percentage zelfs nog iets hoger. Ook carrièremogelijkheden en ontwikkelingskansen beoordelen de respondenten overwegend positief, met gemiddelde scores ruim boven de middenwaarde op een vijfpuntsschaal.
Salaris
‘Sommige afgestudeerden zullen meer tijd nodig hebben om een baan te vinden die echt bij hen past’
Over het salaris zijn afgestudeerden kritischer dan over andere aspecten van hun werk. Ongeveer 65 procent is tevreden, maar dat is duidelijk minder dan bij bijvoorbeeld functie-inhoud en ontwikkelmogelijkheden. Het gemiddelde bruto maandsalaris ligt rond de 3500 euro, maar dat komt niet altijd overeen met wat starters vooraf verwachten, denkt Blok.
‘Dat verschil tussen verwachting en realiteit speelt voor een deel van de afgestudeerden mee, en dat zie je ook terug in hun gedrag: een deel blijft rondkijken.’ Zo is 27 procent van de respondenten actief op zoek naar een andere baan, waarbij salaris een van de belangrijkste redenen is. Een andere is loopbaanperspectief, gevolgd door de inhoud van het werk. ‘Voor veel starters is de eerste baan niet de eindbestemming’, aldus Blok. Ook de aansluiting tussen opleiding en werk laat een gemengd beeld zien. Ruim driekwart van de afgestudeerden vindt dat hun functie goed aansluit bij hun persoonlijke kwaliteiten. Maar als het gaat om specifieke vaardigheden uit de masteropleiding, ligt dat percentage lager. Een deel van de alumni ervaart daar een kloof. Volgens Blok is dat verschil niet per se problematisch. ‘Je ziet dat afgestudeerden brede vaardigheden meenemen waar ze veel aan hebben. Tegelijkertijd moeten ze in hun werk vaak nog groeien om specifieke kennis toe te passen. Dat is een normaal proces in de eerste jaren van een loopbaan.’
Breed inzetbaar
De sectoren waarin WUR-alumni terechtkomen, laten zien hoe breed technici inzetbaar zijn. De industrie is met afstand de grootste werkgever, gevolgd door onderwijs en onderzoek, de zorg, de overheid en de bouwsec-
tor. ‘Die spreiding onderstreept de veelzijdigheid van technische opleidingen en de vraag vanuit verschillende delen van de arbeidsmarkt.’
Tegelijkertijd verschilt de snelheid waarmee afgestudeerden hun plek vinden per vakgebied. Sommige specialisaties zoals dierwetenschappen sluiten direct aan op concrete functies, terwijl andere richtingen een langere aanloop kennen. ‘Dat kan betekenen dat afgestudeerden meer tijd nodig hebben om een baan te vinden die echt bij hen past.’
Tekort
Die zoektocht is volgens Blok heel normaal. ‘Mensen hebben soms tijd nodig om de juiste plek te vinden. De cijfers laten zien dat het uiteindelijk voor de meeste afgestudeerden goed komt. Het beeld is dus veel positiever dan sommige starters misschien denken wanneer het zoeken langer duurt.’
De belangrijkste conclusie van de enquête blijft overeind. Ondanks de lichte afkoeling van de arbeidsmarkt zijn technici nog altijd in trek. ‘Er is nog steeds een tekort’, zegt Blok. ‘En de verwachting is dat dit ook in de toekomst blijft.’ ■



Op zich is de kans vrij klein dat een ballonvaart ooit écht zo ongelukkig uitpakt dat de ballon tegen Atlas crasht en de mand bovenop een personenauto neerkomt. Maar het vormt een mooi scenario voor een superveelzijdige veiligheidsoefening op de campus. Naast ernstige, misschien zelfs dodelijke letsels moesten de mensen van de Veiligheidsregio Gelderland-Midden, samen met veiligheidsfunctionarissen en BHV’ers van WUR, ook rekening houden met bijvoorbeeld de risico’s van licht-ontvlambare stoffen, werken op hoogte, loskomende brokstukken en een eventueel zwaarbeschadigd pand. Het goede nieuws: dat ging goed. me
Foto Ruben Eshuis
Drie decennia heeft het geduurd. En nu heeft fytochemicus Teris van Beek
‘m te pakken: het seksferomoon van een van de kleinste insecten op aarde.
Tekst Roelof Kleis
Zeventig is-ie, en al drie jaar genietend van zijn pensioen na een leven lang werken bij WUR. Dat pensioen voelt nog een stukje beter na de volledige identificatie van het seksferomoon van de sluipwesp Trichogramma turkestanica na een lange zoektocht, die onlangs werd afgerond met een publicatie in Scientific Reports van Nature
Parasitaire wespen zoals Trichogramma behoren tot de kleinste insecten ter wereld. Maar hoe klein ook, hun belang is aanzienlijk. Het beestje wordt breed ingezet in de biologische bestrijding in kassen. De kleine vrouwtjeswespen (slechts 0,4 millimeter in lengte) parasiteren de eitjes van verschillende plaaginsecten, wat uiteindelijk leidt tot de dood van de gastheerlarven. Entomoloog Hans Smid, coauteur van het artikel, maakte onlangs de film RUPS over dit fenomeen. Maagdelijke vrouwtjes die willen paren, maken gebruik van een parfum om mannetjes te lokken. De zoektocht naar dit Chanel No5 van de Trichogramma begon aan het eind van de vorige eeuw bij de
leerstoelgroep Entomologie, waar hoogleraar Joop van Lenteren onderzoek deed naar biologische bestrijding met sluipwespen. Probleem daarbij was dat sluipwespen nogal op elkaar lijken. ‘Morfologisch zijn ze moeilijk uit elkaar te houden’, zegt Van Beek. ‘De vraag kwam op of dat misschien wél kon op basis van hun seksferomonen.’
Dat er seksferomonen in het spel zijn, lag voor de hand. Van Beek: ‘De mannetjes hebben duidelijk grotere antennes dan de vrouwtjes. Vrouwtjes gebruiken hun antennes om waardeieren te zoeken. Aangezien mannetjes ze daarvoor niet nodig hebben, was de hypothese dat ze die antennes gebruiken om paarrijpe vrouwtjes te lokaliseren. Die veronderstelling bleek te kloppen. Het lukte de Portugese promovendus Isabella Silva om zestig maagdelijke vrouwtjes aan te leveren voor het verzamelen van genoeg feromoon voor chemische analyse.
Voor dat kunstje werd fytochemicus Van Beek ingeschakeld. ‘Mijn collega Maarten Posthumus wist er op de uitdraai van de GCMS (gaschromatograaf-massaspectrometer, red.) een paar kleine piekjes uit te halen, die net boven de ruis uitkwamen. We hadden toen één machine voor heel WUR. We hebben verschillende sluipwespen getest en ons uiteindelijk op
de turkestanica gefocust. Bij die zagen we elke keer twee kleine piekjes verschijnen, maar alleen bij monsters van maagdelijke vrouwtjes. Dat moesten haast wel de feromonen zijn.’
Van Beek en Posthumus toonden aan dat het ging om twee verbindingen van elk 17 koolstofatomen. De ene was een alcohol, de andere een vrijwel identieke koolwaterstof, beide met twee onverzadigde koolstofbindingen. Na veel gepuzzel werd een structuur voorgesteld, die achteraf bezien aardig in de buurt kwam van de werkelijkheid. ‘De methylgroepen zaten niet op de goede plek en de stereochemie (ruimtelijke structuur, red.) bleef ongewis. Maar
‘HET BLEEF AL DIE JAREN KNAGEN, DE PUZZEL MOEST OPGELOST’

voor de 4 nanogram stof die we hadden, vind ik het nog niet eens zo gek gedaan’, blikt Van Beek terug. Niet gek misschien, maar ook niet goed genoeg. Het feromoon was er nog lang niet mee opgehelderd. In de decennia die volgden, ging Van Beek daarom verder. Met horten en stoten. Van Beek: ‘Het was allemaal liefdewerk oud papier. Werk in de avonduren. Mensen lief aankijken en interesseren voor het onderwerp. Er is nooit een project op aangevraagd.’ Dat laatste ligt voor de hand. Het praktische nut van het kennen van het precieze parfum dat de Trichogramma gebruikt, is niet evident. Dat geeft Van Beek zelf ook eerlijk toe. Maar de wetenschappelijke nieuwgierigheid bleef. Waarom? ‘Ómdat het werk niet af was’, legt hij uit. ‘Het bleef al die jaren knagen. De puzzel moest opgelost.’
Basisskelet
Een flink stuk van die puzzel werd vijftien jaar geleden in Duitsland gelegd. Van Beek wist de vermaarde chemicus
‘DE
en feromonen-expert Wittko Francke (Universiteit Hamburg) voor zijn project te interesseren. Francke zette een promovendus aan het werk, om op basis van de door de Wageningers voorgestelde structuur, de gezochte stoffen na te maken. Dat leverde na drie trial-and-error-syntheses het juiste basisskelet van de feromonen op, inclusief de ruimtelijke structuur van de methylgroepen. Van Beek: ‘Wat nog ontbrak was de absolute stereochemie: welke van de twee mogelijke spiegelbeeldige verbindingen (enantiomeren) was de juiste? In de natuur is vaak slechts één enantiomeer biologisch werkzaam.’
De Groningse hoogleraar Adriaan Minnaard, cum laude gepromoveerd bij Organische Chemie in Wageningen en expert in de stereochemie van methylgroepen, ging op verzoek van Van Beek ook aan de slag. Hij kreeg het voor elkaar in zestien
stappen de alcohol-variant van het feromoon te maken. Maar zowel in Hamburg als in Wageningen stokte het werk bij de laatste stap: de scheiding van de enantiomeren van de beide feromonen. Het is inmiddels 2014 en het onderzoek komt weer stil te liggen. Van Beek probeert diverse keren met ‘vrijdagmiddagonderzoek’ de feromonen om te zetten in andere stoffen die wel van elkaar te scheiden zijn. Tevergeefs. Totdat hij in een ultieme poging uiteindelijk zelf de
‘HET WAS VOORAL EEN TROETELPROJECT.
DAT WAS OOK DE REDEN DAT IEDEREEN GRATIS MEEDEED.’
gaschromatograaf er nog eens op loslaat. Het levert een eureka-moment op. ‘De beide enantiomeren van Francke’s mengsel kwamen na honderd minuten met een paar tienden van een minuut verschil uit de machine. Het was gelukt!’
Het is nu 2018. De feromonen zijn geïdentificeerd en er zijn syntheses ontwikkeld om ze in het lab na te maken. Chemisch is de kous daarmee af. Maar werken ze ook?
Brengen deze stofjes echt de hoofden van de sluipwespmannetjes op hol? Oftewel, de bioactiviteit moest nog wel worden vastgesteld. Maar het bleek lastig om daar collega-wetenschappers voor te porren.
Bovendien drong de tijd, want Van Beek stond vlak voor zijn pensioen.
‘Voor mezelf had ik er vrede mee gehad als het hierbij was gebleven’, zegt hij nu. ‘Ik had er alles aan gedaan. Maar ik vond het vooral vervelend voor Minnaard en Francke, die er zo veel werk in hadden gestoken. Ik voelde me daar buitengewoon ongemakkelijk bij, alhoewel Francke inmiddels aan corona was overleden. Hij heeft dit succes niet meer mee kunnen maken. Heel triest. Zijn naam staat postuum bij de coauteurs.’
En toch kwam het verhaal dus nog rond. Voor die laatste stap in het bewijs klopte
Van Beek, op advies van de Wageningse entomoloog Nina Fatouros, aan bij de Duitse sluipwesp-expert Joachim

Ruther (Universiteit van Regensburg). ‘Hij had er wel oren naar. Hij zat ook vlak voor zijn pensioen, maar zo’n kleine sluipwesp vond hij wel een uitdaging.’ Van Beek bracht het kleine beetje van de gesynthetiseerde feromonen persoonlijk bij Ruther langs. ‘Het was het laatste wat ik had, en ik durfde het risico niet te nemen dat het zou kwijtraken als ik het opstuurde.’
Ruther zetten een student aan het praktische en nauwkeurige klusje om de feromonen te testen. Dat leverde misschien wel de grootste verrassing op van dit verhaal. De feromonen bleken uitermate actief. ‘De student kon blijven verdunnen, het feromoonmengsel bleef maar werken, tot aan lage femtogrammen (miljoenste nanogram, red.) toe. Het leek wel homeopathie. Ruther had in zijn 40-jarige carrière nog nooit zulke actieve stoffen meegemaakt.’
Om duidelijk te maken hoe weinig Chanel No5 nodig is om het mannetje te lokken, hebben Van Beek en zijn mensen een vergelijking gemaakt. Neem een Olympisch zwembad en gooi daar één korreltje suiker in. Goed roeren. Neem er dan één druppel water uit. In die druppel zit 30 keer meer suiker dan feromoon nodig is om een sluipwespmannetje te verleiden.
Eind goed, al goed. ‘Het aanvankelijke idee was om feromonen van meerdere sluipwespen met elkaar te vergelijken’, kijkt Van Beek terug. Maar dat gaat er niet van komen. Als je ziet hoe lang wij bezig zijn geweest met alleen al dit ene beestje. Het is vooral een troetelproject geweest. Dat was ook de reden dat iedereen gratis meedeed; de wetenschappelijke uitdaging om het seksferomoon van een insect met een gewicht van 8 microgram te identificeren.’ ■
Lang niet al het geld dat het universiteitsfonds in beheer heeft, wordt optimaal benut. Dat is zonde, omdat de fondsen er zijn om studenten en onderzoekers te ondersteunen. Tekst Dominique Vrouwenvelder
Natuurlijk zijn sommige fondsen bedoeld voor een specifiek type aanvraag. Bijvoorbeeld voor vrouwelijke onderzoekers of voor onderzoek in Azië. ‘En het kan dat door die doelgroep, of in dat domein, minder onderzoek wordt gedaan dan er geld beschikbaar is’, vertelt Anne Zaal, coördinator toekenningen van University Fund Wageningen (UFW). ‘Maar we vermoeden dat sommige fondsen te onbekend zijn en daardoor niet volledig worden benut. Bovendien, als je weet dat het UFW financiële steun beschikbaar heeft, kan dat misschien net de drempel wegnemen om een project te starten.’ Het gaat onder meer om het Neys-van Hoogstraten Fonds. UFW-communicatieadviseur Sacha Tijmstra: ‘De Stichting Neys-van Hoogstraten, opgericht door wijlen dr. Karel Neys, die zich jarenlang bezighield met ontwikkelingssamenwerking, heeft ons geld gegeven dat ten goede moet komen aan sociaaleconomisch onderzoek naar voedselzekerheid van huishoudens en voedingszekerheid van kwetsbare groepen in Zuidoost- en Zuid-Azië. We hoeven niet elk jaar uit te keren, maar willen wel graag elk jaar meerdere aanvragen ontvangen, want het is zonde als het geld niet wordt gebruikt.’
‘Als al het geld is uitgegeven, dat is voor donateurs het allermooiste resultaat’`
Een soortgelijke situatie geldt voor het Lucie Timmermans Fonds. ‘Zij was in de vorige eeuw hoogleraar bij WUR en overleed in 2021. Voordat zij overleed heeft ze een gift gedaan aan het UFW. Haar fonds is bedoeld voor jonge, vrouwelijk onderzoekers – of iemand die anderszins onderdeel uitmaakt van een groep die ondervertegenwoordigd is in de wetenschap – bij WUR op het gebied van dierbiologie in een aantal specialisaties.’ Aanvragers kunnen uit dit fonds financiële ondersteuning krijgen voor een studiereis of om een project-

voorstel te schrijven voor een promotietraject. Ook is er nog ruim voldoende geld beschikbaar voor promovendi of andere jonge onderzoekers die een wetenschappelijke bijeenkomst bezoeken, op studiereis gaan of een specifieke training volgen (LEB Travel Fund). ‘Ik weet dat veel promovendi regelmatig een congres bezoeken of op werkbezoek gaan bij een andere universiteit. Het loont de moeite om eens te kijken of jouw trip in aanmerking komt voor een van de reisbeurzen’, aldus Tijmstra. Datzelfde geldt voor masterstudenten die een presentatie geven op een conferentie (Student Conference Grant).
Andere fondsen ontvangen juist heel veel aanvragen.
‘Het Anne van den Ban Fonds voor studenten uit lage inkomenslanden en het Louise O. Fresco Noodfonds voor huidige studenten en promovendi in financiële overmachtssituaties worden veel benut.’
Ook het Fonds Niels Smith, voor WUR-studenten die topsport combineren met hun studie, wordt elk jaar goed gevonden. Onder meer olympiërs Steffie van der Peet en Sofie Dokter maakten daar gebruik van. Dit jaar worden uit dat fonds de laatste beurzen uitgereikt. Tijmstra: ‘Daarna is al het geld uitgegeven. Dat is voor donateurs het allermooiste resultaat.’ ■
BIJ DE LES over onderscheidend onderwijs
In periode 5 werd voor het eerst het mastervak Cultural and spiritual significance of nature in conservation and sustainability gegeven, dat theorie over de ‘zachte kant van natuur’ koppelt aan persoonlijke reflectie. Naast dat onderwerp is ook de vorm behoorlijk vernieuwend: buitenonderwijs en ervaringsleren zijn belangrijke onderdelen van het vak. Tekst en foto Marieke Enter
Een grijze dinsdagmiddag. Op de plek in het bos waar de Renkumse Beek ontspringt, zitten een kleine veertig studenten kriskras door elkaar op de grond. Sommigen maken aantekeningen, anderen staren bedachtzaam voor zich uit, een enkeling heeft de ogen gesloten. Minutenlang klinkt er geen woord, geen kuchje, niets. Je hoort alleen de vogels, geruis van wind, een zacht gesijpel van stromend water en op de achtergrond het monotone gegons van verkeer. Het is niet zomaar stil; dit is een reflectiemoment dat onderdeel is van de eerste buitenles van het mastervak Cultural and spiritual significance of nature in conservation and sustainability dat gaat over de verschillende culturele en religieuze opvattingen over natuur, en hoe die doorwerken in natuurbeheer en duurzaamheidsbeleid. Daags ervoor had natuurfilosoof en emeritus-hoogleraar Matthijs Schouten de studenten onderwezen over boeddhisme en het boed-
dhistische perspectief op natuur. Dat middagcollege was voor iedereen intensief geweest, wist Schouten. ‘Dertig jaar lang heb ik uit en over het boeddhisme geleerd. Het belangrijkste daarvan heb ik in deze drie uur aan jullie willen overdragen’, had hij erover gezegd.
Zittend in dat bos viel veel op z’n plek: Schoutens uitleg over hoe volgens het boeddhisme mens en natuur deel uitmaken van één samenhangend geheel; zijn verhaal over hoe Boeddha na jarenlange meditatie uiteindelijk verlichting bereikte in de natuur, onder de bodhiboom. ‘Matthijs’ college sloot naadloos aan op het thema van deze week, spiritualiteit in bossen’, vertelt vakcoördinator Bas Verschuuren (Forest and Nature Conservation Policy).
Tijdens die bewuste buitenles stonden veel contemplatieve oefeningen op de agenda. ‘Na afloop vertelden de studenten me dat ze zich sterker verbonden voelden met die plek; dat ze hadden ervaren dat ze deel uitmaken van de natuur’, vertelt Verschuuren. ‘Die ervaring is denk ik mede gevormd door Matthijs’ collegestof’, zegt hij. ‘Inzicht in hoe gebruikelijk het is in bepaalde culturen om urenlang onder een boom te zitten om naar verlichting toe te werken, voedt het besef dat jij daar als student óók iets mee kunt. En dat contempleren in de natuur je veel te brengen heeft: dat je je anders gaat verhouden tot je omgeving.’
Leren over leren
Naast kennis opdoen over de natuurbeelden van de meest invloedrijke religieuze en spirituele stromingen ter wereld,

Studenten tijdens een reflectiemoment.
heeft het vak daarnaast als leerdoel om studenten verschillende manieren van leren te laten ervaren. Verschuuren laat zijn studenten daar ook op reflecteren, vertelt hij. ‘Om ze te laten stilstaan bij de vraag: hoe kan ik cognitief, experimenteel en affectief leren en meerwaarde halen uit de combinatie ervan? Dat laatste was wel de uitdaging voor het vak, om het perspectief te verbreden waarmee studenten nadenken over natuurbeheer en duurzaamheidsvraagstukken.’
Aan de onderlinge discussies is al te merken dat die perspectiefverbreding gaande is, vertelt Verschuuren. Toch vergt het verdere verfijning van het vak om dat leerdoel ondubbelzinniger te bereiken, vindt hij. ‘Ik heb verschillende keren het leerproces moeten “ondertitelen” voor de studenten: dat het waardevol is om op verschillende manieren te leren leren en daarover te leren nadenken. Dat brengt je nieuwe kennis en vaardigheden, maar ook andere perspectieven die uiteindelijk leiden tot nieuwe oplossingen voor natuur- en
Gastdocenten en beoordeling
Naast coördinator Verschuuren zelf werden de studenten begeleid bij het buitonderwijs en ervarend leren door expert-gastdocenten, zoals Cathrien de Pater (spiritualiteit in bossen), Shaohua Wang (spiritueel toerisme in natuurgebieden) en Matthew Zylstra (nature connectedness en ethiek). Ook leerstoelhouder Georg Winkel verzorgde een tutorial. De toetsing verliep via een groepsopdracht waarvoor de studenten een onderwerp onderzochten uit de thematiek van dit vak waarover nog een kennishiaat bestaat. Dat leverde mooie cases op, aldus Verschuuren.
Bijvoorbeeld over de bescherming van een bepaalde hagedissensoort in Texas, waar het dier ook een bepaalde spirituele rol heeft in inheemse gemeenschappen. Of hoe duiktoerisme meer kan gaan over de diepere natuurervaring en wat het betekent voor jou als mens, in plaats van vooral over ‘soorten afvinken’ en veiligheidsvoorschriften naleven.
Bij de beoordeling woog ook het persoonlijke reflectieverslag mee dat de studenten baseerden op de journal die ze bijhielden tijdens het vak: geschreven, getekend, gefotografeerd, uitgedrukt in muziek of film – ‘voor mijn part een installatie in het landschap’, aldus Verschuuren. ‘Elke vorm was toegestaan, zo lang het maar via BrightSpace ingeleverd kan worden en ik het kon begrijpen.’ Bijna al die vormen zijn inderdaad toegepast. En: ‘De transformatie die eruit sprak heeft me diep geraakt. Van alles wat ik tot nu toe heb mogen faciliteren aan de universiteit, is dit verreweg het meest betekenisvolle resultaat.’
duurzaamheidsvraagstukken. Ik wil dat studenten in hun latere loopbaan ervan doordrongen zijn dat je vraagstukken niet altijd alleen maar hoeft te benaderen vanuit beleid of wetenschappelijke kennis. Verschillende kennissystemen combineren en iets ervaren, is ook belangrijk. Soms moet je gewoon een
eind gaan wandelen om een goede beslissing te nemen. Het duurt even voordat dat besef landt bij de studenten, merkte ik. Maar dat is oké.’
Veel support
Van kritiek dat dit sterk spiritueel en religieus georiënteerde vak te zweverig of on-academisch zou zijn, heeft Verschuuren geen last gehad. ‘Daarvoor zijn de verschillende kennistradities en wetenschappelijke disciplines rond spiritualiteit en wetenschap te ver ontwikkeld. En hier in Wageningen is al veel baanbrekend werk gedaan op dat vlak. Sociologe Iteke Weeda en later ook Anouk Brack, hebben een gedegen, wetenschappelijke gedragen methodologische opzet gemaakt om vakken te doceren over spiri-
Mako Fang, masterstudent Animal Ecology
tualiteit in relatie tot natuur en innerlijke ontwikkeling’, vertelt hij. Weeda stuitte destijds wel op Wageningse weerstand, blijkt uit artikelen uit die tijd. ‘Maar dat is alweer decennia geleden. Voor de ontwikkeling van dit vak heb ik juist veel support gekregen, ook van de opleidingsdirecteur van Forest & Nature Conservation, Gijs Elkhuizen. Het tijdsbeeld is inmiddels behoorlijk veranderd, hoor’, reageert Verschuuren.
Het door Verschuuren ontwikkelde vak krijgt komend studiejaar een vervolg, maar met een wat andere invulling, al was het maar omdat de live colleges van Schouten – die eigenlijk al jarenlang met emeritaat is – eenmalig waren. Een deel van die vrijgekomen ‘Schouten-slots’ vult Verschuuren volgend jaar zelf in, met eigen colleges over de culturele en spirituele waarde van natuur en wat dat betekent voor beheer en beleid, waarin hij de praktijkvoorbeelden meer aan bod wil laten komen. Maar, verzekert
‘Grappig genoeg was mijn favoriete onderdeel juist het buitencollege waarin we niet zoveel deden: we maakten een stiltewandeling door het bos, hielden een kleine ceremonie met berkensap en kregen daarna tijd om in het bos te mediteren. Op de stille tussendoor-momenten zou mijn hoofd normaal gesproken allang afdwalen, maar nu voelde ik me juist leeg en rustig. Daarnaast heb ik erg genoten van de colleges van Matthijs Schouten. Hij is een geweldige verhalenverteller en ik voelde me bevoorrecht om toegang te hebben tot zo'n rijke bron van kennis.
‘In mijn optiek komen veel van de problemen van vandaag de dag door een gebrek aan empathie en connectie, simpelweg omdat we ons niet verbonden voelen met de wereld om ons heen. Het was mooi om te zien dat veel mensen bij dit vak daar ook zo over denken, en dat verbinding met de natuur echt bijdraagt aan omgevingsbewust en duurzaam handelen.’
Zoë DeFord, masterstudent Geo-Information Science
‘Ik volgde dit vak omdat ik een spirituele verbondenheid voel met de natuur die ik graag in een academische context wilde verkennen. Het was geweldig om andere mensen te ontmoeten die datzelfde ervaren. Ik vond het ook ontzettend interessant om inzicht te krijgen in de wetenschap achter nature connectedness, mijn favoriete onderwerp uit het vak. We leerden over de psychologie erachter en ik ontdekte dingen over mezelf waarvan ik diep van binnen wel wist dat ze er waren, maar die ik nooit goed onder woorden kon brengen. Het heeft een blijvende indruk op me gemaakt; het gaf me antwoorden op vragen waar ik al langere tijd mee rondliep.
Onze groepsopdracht ging over spiritueel toerisme in Mexico, een uitdagend onderwerp omdat het zo veel nuances kent. Ik heb vaak gedacht: "Wie ben ik om hier iets over te zeggen, terwijl ik er zo weinig van weet en een totaal andere achtergrond heb?”
Toch sloot het volgens mij goed aan bij de collegestof.’

Bas Verschuuren
Verschuuren, Schoutens legacy gaat niet verloren. ‘Zijn colleges voor dit vak zijn allemaal vastgelegd op video. In samenwerking met Natuurcollege en het Educational Media team van het Teaching en Learning Center maken we er korte kennisclips van die ik inzet tijdens mijn colleges.’ Zowel de kennisclips als de volledige collegevideo’s blijven overigens niet voorbehouden aan studenten, vertelt hij. ‘Matthijs’ colleges zijn zo rijk, die verdienen een breed publiek.’ ■
SOMS ONGEMAKKELIJK
Teun Beens, masterstudent Forest and Nature Conservation
‘Dit vak stimuleert je om anders na te denken over de rol van mensen in hun omgeving. Ik voel me bevoorrecht dat ik me heb kunnen verdiepen in uiteenlopende beschavingen, aloude scheppingsverhalen en meer hedendaagse opvattingen. Ook was het bijzonder om meer te leren over bijvoorbeeld spiritualiteit in bossen of rechten van de natuur, en de manier waarop deze ideeën onze relatie met onze omgeving kleuren. Tegelijk was het soms best ongemakkelijk om geconfronteerd te worden met de betekenis en het bestaan van het leven zelf, en met de invloed van mensen op niet-menselijke wezens. Het deed me verlangen naar een wereld die draait om rentmeesterschap en zorg en die ook een stem geeft aan degenen die nu niet worden gehoord. Ik heb geleerd dat niets vanzelfsprekend is en dat je elke nieuwe dag kunt zien als een geschenk in die gestoorde, dynamische wereld waarin we leven. Dit vak heeft zeker nieuwe deuren voor me geopend.’
Dat voedselsystemen toe zijn aan een ingrijpende transformatie, is een breed gedragen gedachte. Samen met Afrikaanse wetenschappers stelde een merendeels Wageningse redactie een boek samen dat aanknopingspunten daartoe verkent uit de Afrikaanse filosofie. Tekst Marieke Enter
Aan de hand van casestudies door heel Afrika analyseert het boek onrechtvaardigheden in landbouw, en staat het stil bij alternatieve manieren van denken over voedsel, land, arbeid en rechtvaardigheid. Het verkent ook hoe Afrikaanse filosofische tradities zoals ubuntu, akan en shona, kunnen bijdragen aan rechtvaardiger en meer duurzamer voedselsystemen. De online open-accessversie van het boek, getiteld African Philosophy and the Politics of Food Systems, verscheen dit voorjaar al; sinds kort zijn ook de gedrukte exemplaren beschikbaar.
‘Er is relatief weinig aandacht voor filosofische vragen binnen voedselsystemen’, zegt Birgit Boogaard, docent bij Knowledge, Technology and Innovation en initiatiefnemer van het boek. ‘En als die aandacht er al is, dan wordt het discours meestal gedomineerd door wetenschappers uit het mondiale Noorden – óók in Wageningen. Dat verbaasde me, omdat we hier zo'n lange geschiedenis hebben in landbouw op het Afrikaanse continent.’
Al jaren geleden benaderde uitgever Springer Boogaard met de vraag een boek te schrijven over landbouw en Afrikaanse filosofie. Dat wilde ze wel. ‘Maar als witte Nederlander zou het nogal ongepast zijn geweest om dat alleen te doen’, zegt ze. Samen met de in Zuid-Afrika geboren filosoof en hoogleraar Mogobe Ramose, wiens werk een belangrijke rol speelde bij de erkenning van ubuntu binnen de academische filosofie, besloot ze het aan te pakken als een bundel. Met bijdragen van verschillende Afrikaanse en niet-Afrikaanse wetenschappers.
Anders doen
Naast Boogaard en Ramose bestaat het coördinerende redactieteam uit filosoof Yeshewas Ebabu Worku (University of Gondar, Ethiopië) en de Wageningse filosoof David Ludwig en plantenwetenschapper Sally Diop. Ludwig: ‘Afrikaanse filosofie biedt zulke rijke aanknopingspunten

De illustraties in het boek, gemaakt door Birgit Boogaard, verbeelden de grondgedachten uit verschillende Afrikaanse filosofische tradities.
om onze relatie tot voedsel, arbeid en het milieu opnieuw te bezien. Voor mij is het doel van dit boek om die bekender te maken; om ook mensen van buiten de filosofie uit te dagen ze serieus te nemen en zich erin te verdiepen. Zeker nu overal ter wereld wordt gezocht naar manieren om dingen anders te doen, nu steeds meer wordt onderkend hoe disfunctioneel het huidige voedselsysteem is.’
En Diop? Boogaard: ‘Sally werkte destijds aan haar masterscriptie en interviewde verschillende Afrikaanse filosofen en Wageningse systeemdenkers over de raakvlakken tussen voedselsystemen en Afrikaanse filosofie. Zij bewijst dat ook plantenwetenschappers op een heel constructieve manier actief kunnen zijn in dit veld.’ Ludwig vult aan: ‘Het is niet de taak van één soort actor om voedselsystemen opnieuw te doordenken en te transformeren. Of het nu gaat om agronomen of beleidsmakers, om Europeanen of Afrikanen, om senioren of junioren: het vraagt om veel mensen die samen nadenken en samen in actie komen.’ ■
Op resource-online.nl een interview met Mogobe Ramose
De stormachtige opkomst van AI en taalmodellen als ChatGPT zorgen voor hoofdbrekens bij docenten en wetenschappers. Hoe zitten studenten in de wedstrijd? AI voor de studie: ja of nee? Tekst Redactie Resource Illustratie Marley Hendricks
Zelf lezen
Pieter Brouwer, bachelorstudent Landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning

‘Regelmatig, maar niet veel; zo zou ik mijn gebruik van AI omschrijven. En puur als ondersteuning bij bijvoorbeeld goede bronnen zoeken. En dan lees ik wel alsnog zelf de papers. Ook gebruik ik het soms om te brainstormen, met ChatGPT bijvoorbeeld of Co-pilot. Ik maak mij wel zorgen over het fenomeen AI, het wordt ons allemaal zo makkelijk gemaakt en dat maakt het verleidelijk. Je verliest echt het vermogen om zelf na te denken of te schrijven. Gemakzucht moet je denk ik voorkomen. Ik probeer de balans te vinden, ook wat energieverbruik betreft: ik gebruik het bijvoorbeeld zelden voor het maken van beeld. En ik ben ook gestopt met het delen van een paper en vragen: ‘vat dit samen’. Ik wil geen data geven aan een systeem dat die niet mag hebben.’ wa
Assistent
Bram Luijendijk, bachelorstudent Biologie
‘Ik gebruik AI voornamelijk om m’n schrijfwerk te verbeteren. Niet vaak om mijn werk aan te vullen of als bron, omdat dat naar mijn mening nog niet betrouwbaar is. Dat zul je dan wel in je cijfer terugzien, dus dat vind ik te riskant. Maar om spelling, grammatica en structuur te checken bij mijn verslagen is het handig. Ook gebruik ik AI om query’s op te stellen om gericht te zoeken in grote databases, bijvoorbeeld naar broedgedrag van een bepaalde vogelsoort. Daarmee kun je heel snel en gericht vinden wat je nodig hebt. Kortom: ik doe het werk zelf, maar gebruik AI als mijn assistent. Ik heb nooit iets ingeleverd dat volledig door AI is geschreven.’ lz
Groeien
Camden Corio, masterstudent Earth and Environment
‘Werk stelen van kunstenaars, de enorme milieukosten en datacenters in het landschap; eerst zag ik alleen maar de negatieve kanten van AI. Wil ik echt een tool gebruiken waar ik op vrijwel elk ethisch vlak tegen ben en die bovendien niet altijd te vertrouwen is?
Frustratietolerantie is belangrijk bij het oplossen en aanpakken van problemen. Ik heb tijdens mijn studie vaak meegemaakt dat ik echt lastige problemen toch kon oplossen nadat ik er even afstand van had genomen, bijvoorbeeld door naar buiten te gaan. Dat zijn waarschijnlijk mijn meest waardevolle leerervaringen geweest. Als je vertrouwt op AI ontzeg je jezelf de kans om te groeien. Dat gezegd hebbende, ben ik niet honderd procent tegen de technologie. Medische AI kan bijvoorbeeld kanker heel vroeg opsporen en dat is geweldig. Maar ik zal waarschijnlijk altijd tegen generatieve AI blijven, deels omdat ik een creatief iemand ben. De gedachte dat mijn hobby geautomatiseerd kan worden, vind ik behoorlijk weerzinwekkend.’ wa
Ethisch
Robin Rotteveel, masterstudent Development and Rural Innovation
‘Ik was in het begin heel huiverig AI te gebruiken. Het gaat sterk tegen mijn moraal en ethische principes in om kritisch denken uit te besteden.
Tegelijkertijd denk ik dat er geen ontkomen aan is. Het is een beetje hetzelfde als wanneer je uit principe geen telefoon of computer hebt. Dus ik ben nu aan het ontdekken hoe ik het ethisch kan gebruiken. Ik zoek bijvoorbeeld zelf al mijn literatuur en AI helpt me te ordenen. Dan weet ik dat een bepaalde filosoof ergens iets over gezegd heeft, en dan vraag ik AI de betreffende paper te zoeken. Maar ik trek de grens bij schrijven; dat doe ik zelf. Als ik dat zou uitbesteden, is het alsof ik een virtuele assistent inhuur om mijn werk te doen. Wat is mijn mastergraad dan nog waard?’ ak

Jip Santen, student Geo-information Science
‘Voor mijn studie moet ik programmeren en daarvoor gebruik ik Python. ChatGPT kan bij het coderen goed uitleggen welke code je kan gebruiken. Je kan daardoor veel sneller werken en ik heb zelfs een vak met een strakke deadline kunnen halen met behulp van AI. AI is inmiddels overal en er is lastig omheen te werken, maar ik ga er heel bewust mee om. In mijn achterhoofd zie ik al die datacenters die overuren draaien en dat vind ik echt een bezwaar, dus gebruik het bewust niet te veel. Ook in mijn privéleven gebruik ik het maar soms. ‘Soms’, want ik ben ook maar een mens en heb er ook plezier van, bijvoorbeeld dat ChatGPT via je muzieksmaak je persoonlijkheid analyseert. Maar dat doe ik dus echt weinig, het voelt niet goed.’ wa



Afvallen
Anastasia van Beek, bachelorstudent Biologie
‘Ik gebruik AI in mijn studie bijvoorbeeld voor het vak soortenkennis. Ik heb een lijst met namen van soorten die ik moet kennen. Die stop ik in ChatGPT, om er de plaatjes bij te zoeken. Vervolgens laat ik me door ChatGPT overhoren. Verder eigenlijk niet. Verslagen schrijven doe ik zelf. Mijn vrienden gebruiken daar wel AI bij, maar ik vind dat onzinnig. Ik wil zelf leren schrijven. Het mag trouwens ook niet. Verder gebruik ik het privé, bijvoorbeeld om voedingsplannen te schrijven om af te vallen. Je voert je gegevens in en het programma rekent dan uit wat ik nodig heb.’ rk

Jules Houplon, masterstudent Development and Rural Innovation
‘Ik gebruik AI om mezelf uit te dagen in mijn werk, om ermee te debatteren. Ik laat AI bijvoorbeeld gaten schieten in een paragraaf die ik geschreven heb. Of, als ik een brede zoekopdracht heb, vraag ik waar ik moet beginnen. Maar je moet echt goed weten welke prompts je moet gebruiken om AI-hallucinaties te voorkomen. Daarom denk ik dat het heel belangrijk is dat iedereen leert om te gaan met AI. Natuurlijk wil niemand het gebruiken, maar voor iedere persoon die het uit principe niet gebruikt, zijn er 1000 die het wel gebruiken. Ik denk dat daar ook een belangrijke taak voor de opleidingen ligt.
Zelf zou ik AI nooit gebruiken om dingen te schrijven. Geef je stem en hoe je je uitdrukt nooit weg; die vormen de essentie van wie jij bent. Maar, als ik heel eerlijk ben, als ik super lui ben en ik weet niet wat ik moet koken, laat ik AI bedenken wat ik kan maken met wat er in mijn koelkast ligt.’ ak
Na bijna 45 jaar archiveren wordt Wim ter Beest zelf een archiefstuk. Een document in de geschiedenis van WUR.
In het magazijn van de bibliotheek in Forum staat 800 meter papieren WUR-archief. In Agrotechion op de Dreijen staat nog eens 2,5 kilometer papier. Samen goed voor 3,3 kilometer WUR-geschiedenis. Dat is de ruwe versie. Na selectie zal daar zo’n 100 meter van overblijven. De rest is geen historisch materiaal dat bewaard moet blijven en wordt te zijner tijd vernietigd. Die 2,5 kilometer in Agrotechnion was ooit 4,5 kilometer. Archieven die tevoorschijn kwamen bij de vele verhuizingen van instituten en leerstoelgroepen naar de campus. ‘Afkomstig van zolders en uit allerlei hoeken en gaten’, zegt archivaris Wim ter Beest. ‘Ongeordend. We wisten niet wat het was. De afgelopen jaren hebben we al enorm veel kunnen vernietigen. Bij de overheid geldt de vuistregel dat ruwweg 97 procent van alle documentatie vernietigbaar is. Slechts 3 procent is historisch materiaal. Op die resterende 3,3 kilometer moet nog verdere selectie plaatsvinden. Deels is dat overigens materiaal dat vernietigd kan worden, maar waarvan de bewaartermijn nog niet is verlopen.’
‘Mensen gooien moeilijk iets weg. Het resultaat is digitale chaos’
‘Op de resterende 3,3 kilometer archief moet nog verdere selectie plaatsvinden’

Wim ter Beest kent de archieven hier als geen ander. Hij werkt al bijna 45 jaar als archivaris bij WUR of een van de voorlopers ervan. In de zomer van 1981 solliciteerde hij bij het Rijksproefstation voor Zaadonderzoek (RPVZ) aan de Binnenhaven. ‘Ik had er twee jaar Pedagogische Academie opzitten, maar wilde iets anders. Tot mijn 65ste voor de klas staan, zag ik niet zitten. Voor de archivarisfunctie waren 213 sollicitanten. Het was een hele slechte tijd om aan werk te komen.’
Van zolder naar kelder
Ter Beest begon zonder een archiefopleiding en met een forse werkachterstand: ‘Mijn voorganger was al twee jaar met pensioen. Ze hadden het werk laten opstapelen. Daar leer je veel van. Ik ben na een jaar toch een hbo-opleiding archiveren gaan doen naast mijn baan. Ik heb tien jaar bij het toenmalige Rijksproefstation voor Zaadcontrole gewerkt, totdat ik in 1991 hoofd werd van het archief van DLO, de Dienst Landbouwkundig Onderzoek.’
Vanuit zijn plek in de kelder van Impulse kreeg hij het toezicht op de archivering van alle DLO-instituten.
‘Voorheen werd dat door inspecteurs van het Ministerie van Landbouw gedaan, maar die afdeling werd opgeheven. Of ik dat wilde oppakken. DLO bestond toen nog uit 24 onderzoeksinstituten, ieder met zijn eigen archiefje. Daar zaten veel puinhopen bij. Archieven uit de jaren ‘30, ‘40, ‘50 die op zolders lagen. De meeste instituten hadden geen archiefbeheerder, dat werk werd vaak door secretaressen gedaan. Vanuit het ministerie kwam overigens wel geld beschikbaar om het historisch materiaal uit de

‘Ik houd van papier. Maar je moet toekomstgericht denken. Het klinkt misschien raar uit de mond van een archivaris, maar de toekomst is digitaal.’ Foto Guy Ackermans
archieven te halen. Dat heb ik toen opgepakt. Ik heb veel archieven veilig kunnen stellen bij het Nationaal Archief en de verschillende Provinciale Archieven.’
Ook na de fusie tussen de onderzoeksinstituten en de universiteit bleef de uitvoering van het archiveren nog lang decentraal. Totdat in 2012 diensten als de bibliotheek, it en archivering bij het Facilitair Bedrijf werden ondergebracht. ‘Toen zijn ook de archiefmedewerkers bij elkaar gezet; in de hoogtijdagen zo’n vijftien personen. Inmiddels zijn het er een stuk minder. Door de digitalisering is de uitvoering van archivering heel anders geworden. In plaats van 200 tot 300 papieren brieven per dag, komen er nu nog maar 15 binnen. De rest is digitaal.’
Digitale dementie
De digitalisering heeft het archiveren ingrijpend gewijzigd. De archivaris werd record-manager. De insteek is nog steeds dezelfde: het kaf van het koren scheiden. Bij de overgang van papier naar digitaal is volgens Ter Beest veel fout gegaan. ‘Het is de bekende digitale dementie. Het gat in het geheugen. Waar sla je wat op? Iedereen deed maar wat. Daar is later wel structuur in gekomen, maar we hebben als archivarissen nog steeds niet overal goed zicht op.’
Slecht zicht is er ook op kopieën van digitale stukken.
‘Digitale stukken bevinden zich soms op meerdere plekken tegelijk. Dat is handig als een computer crasht, want dan heeft een collega het mogelijk nog. Maar het
ARNHEM
Het papieren archief van WUR van 1876-1958 is in het Gelders Archief in Arnhem. Dat is openbaar. Alles van na die tijd, zo’n 3,3 kilometer papier, is nog in beheer bij WUR. Voor toegang is toestemming nodig van de raad van bestuur. ‘Na 20 jaar moeten te bewaren stukken worden overgebracht naar het Gelders Archief’, zegt archivaris Wim ter Beest. ‘Zo staat dat in de wet. In de praktijk houdt bijna niemand zich daaraan. Wij hebben dat voor het laatst, het betreft de stukken tot 1958, in 1990 gedaan.’ Het digitale archief van WUR bevindt zich op de servers op de campus. WUR gebruikt daarvoor de archiefapplicatie Corsa. Dat systeem is niet openbaar.
wordt vervelend als het gevoelige informatie betreft die op meerdere schijven staat. Je denkt dat je iets hebt vernietigd en dan duikt het elders toch op. Mensen gooien moeilijk iets weg. Het resultaat is digitale chaos.’ Toch kiest Ter Beest vol overtuiging voor digitaal. ‘Die uitdaging is groter. Ik houd van papier. De krant of een nota heb ik het liefst in de hand. Dat vind ik prettiger. Maar je moet toekomstgericht denken. Dat klinkt misschien raar uit de mond van een archivaris, maar de toekomst is digitaal.’ ■
Hoe is het om intersekse te zijn, aseksueel of transpersoon?
Tijdens de Human Library ‘leen’ je iemand een kwartiertje voor een persoonlijk gesprek. Diverse WUR-studenten en medewerkers met verschillende genderidentiteiten en seksuele oriëntaties delen hun ervaringen en beantwoorden je vragen.
Tekst Coretta Jongeling
MA
22-06-26
Impulse 12:30-14:00 uur
Gratis, opgeven niet nodig
Masterstudent Landschapsarchitectuur Yvonne Swinkels doet voor het eerst mee. ‘Ik wil graag iets meer vertellen over aseksualiteit en het split attraction model, wat inhoudt dat er verschillende vormen van aantrekking bestaan, zowel seksueel als romantisch, die niet voor iedereen hetzelfde zijn.’
Niet veel mensen weten wat aseksualiteit is: kort gezegd dat je je weinig tot niet seksueel aangetrokken voelt tot anderen, zegt Swinkels. ’Terwijl het best vaak voorkomt. Naar schatting is een op de vijftig mensen aseksueel. Dat is net zo veel als mensen met rood haar, wat ik toevallig ook heb. Het zou goed zijn als het wat bekender wordt. In de maatschappij is het toch een soort

einddoel om je grote liefde te vinden, te trouwen en samen een huis te kopen. Ik wil laten zien dat er meer mogelijkheden zijn, een romantische of seksuele relatie is niet per se belangrijker dan bijvoorbeeld vriendschap.’
Het is de tweede keer dat de Human Library wordt georganiseerd tijdens de Pride maand. ‘Vorig jaar kwamen er veel studenten op af’, vertelt Diversity & Inclusion Officer voor studenten Heather ten Ham. ‘Mensen die zelf twijfelen over hun genderidentiteit, docenten die meer willen weten, maar ook mensen die nooit in aanraking komen met de lhbtqia+-gemeenschap. Dit soort gesprekken heb je niet elke dag, hier creëren we de juiste setting om de vragen die je hebt privé te bespreken.’
De Human Library is onderdeel van de Pride Maand. Bij de universiteit en in de stad worden onder meer een activebystandertraining, een speciale gratis editie van de Freedom Tours en een lezing over de geschiedenis van Pride georganiseerd. Het hele programma kan je vinden op de website van WUR en die van de bblthk.
Zondag 14 juni
Belmondo Festival (muziek en dans)
Arboretum
Zaterdag 27 juni
Woetstok Wageningen (coverbands)
Torckpark
Zondag 28 juni
Gluren bij de Buren (living-room festival)
Throughout Wageningen

Jaarlijks studeren zo’n 3.500 bachelor- en masterstudenten in Wageningen af. In de rubriek Thesis Life vertellen ze over hun mijlpaal; over de inhoud, de ups en de downs. Dit keer Marco Mazzone, masterstudent Plant Sciences uit Italië. Tekst Eva Hamers
Je scriptie in 40 woorden?
‘Ik heb onderzoek gedaan naar welke chemische stoffen een rol spelen bij de interactie tussen endofyten in bananen (nuttige bacteriën of schimmels in planten, red.) en ziekteverwekkers in bananen. Deze stoffen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om duurzamere biologische bestrijdingsmiddelen te ontwikkelen.’
Favoriete snack tijdens het schrijven?
‘De digestive-koekjes met chocolade aan één kant. Die heb ik hier in Nederland ontdekt. Ik heb er daar al heel vaak heel veel van gegeten, maar het allermeest tijdens het schrijven van mijn scriptie.’
Welke goede tip heb je gekregen?
‘Van mijn begeleiders en docenten kreeg ik goede schrijftips. Een belangrijke was om een verhaallijn te maken, vooral in de discussie. Begin met het herhalen van de hypothese; ga dan in op de uitkomst van je experiment; kijk of die wordt ondersteund door andere bronnen, of hoe die daarvan afwijkt; en welke conclusies je hieruit kunt trekken. Zoom vervolgens weer uit en kijk naar de betekenis van je werk voor de academische wereld of de samenleving. Volg dus een zandlopervorm, van breed naar smal naar breed. Dit heb ik voor al mijn onderzoeksvragen in de discussie gedaan.’
Heb je zelf een tip?
‘Maak een heel, heel goed voorstel voor je scriptiebegeleider. Want het grootste deel van je inleiding zal waarschijnlijk gebaseerd zijn op dat voorstel. Ik heb er de eerste maand veel energie in gestoken en toen hoefde ik bij het schrijven van de inleiding alleen maar wat tekst te schrappen.’
Wat ga je nu doen?
‘Na mijn scriptie heb ik een onderzoeksstage gedaan bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, wat ik erg leuk vond. Nu heb ik daar een baan aangeboden gekregen in hetzelfde team waar ik al werkte. Daar heb ik heel veel zin in!’
In Wageningen kom je alle smaken van de wereld tegen. Sietse Lavrijsen, masterstudent International Development Studies & Economics of Sustainability uit Nederland, deelt een recept voor paddenstoelenragout.
Smaken van WUR
‘Ik laat me graag inspireren door wat mijn vader thuis kookt en deze paddenstoelenragout is een van zijn gerechten. De eerste keer dat ik het in Wageningen maakte, was ik er zo blij mee, dat ik de dag erna exact hetzelfde maakte. Omdat dit gerecht maar één pan nodig heeft, kan je het makkelijk voor meerdere mensen koken. Daarom heeft dit gerecht al meerdere malen mijn negen huisgenoten van goed eten voorzien.’
1 Snipper een sjalotje en de knoflook, en snijd alle paddenstoelen in plakjes;
2 Smelt boter in een pan met een dikke bodem;
3 Fruit de sjalot en knoflook;
4 Voeg daarna de paddenstoelen toe en bak deze even;
5 Voeg dan bloem toe en blijf goed roeren;
6 Giet een laagje paddenstoelenbouillon (of gewoon water en een bouillonblokje) in de pan en roer dit tot een glad mengsel;
7 Voeg vervolgens de rest van de bouillon en de room toe en laat het even staan tot de gewenste dikte;
8 Serveer met pasteitjes, rijst, of brood;
9 Eventueel garneren met bieslook, tijm, of croutons.
Tip: voor een veganistische variant vervang je de boter en de room door een plantaardig alternatief.
Ingredienten (voor 4 personen + bijgerecht):
• 1 sjalotje
• 2 teentjes knoflook
• 400 gram paddenstoelen naar keuze (champignons doen het altijd goed)
• 50 gram boter
• 60 gram bloem
• 1 liter paddenstoelenbouillon
• 70 milliliter kookroom
• evt. tijm of peterselie

Sietse Lavrijsen masterstudent International Development Studies & Economics of Sustainability Foto Oliver Kalengi
Scan de QR-code voor de video van Sietse.
Bij WUR werken en studeren honderden internationals. In de rubriek Meanwhile in vragen we een van hen te reageren op gebeurtenissen in het thuisland. Dit keer vertelt Sylvan (22)*, masterstudent Plantwetenschappen over recente aanslagen met veel slachtoffers in zijn thuisland China. Tekst Philip Timmers
‘Sinds 2024 zijn er in China meerdere aanslagen geweest waarbij veel slachtoffers vielen. Meestal gaat het daarbij om een auto die op een menigte inrijdt. Deze aanslagen worden vaak niet gemeld in de reguliere media, vanwege censuur en vanwege de pogingen van de regering om ‘slechte dingen’ die gebeuren in de doofpot te stoppen. De enige manier om over deze aanslagen te horen, is via social media en dat maakt me boos. Het maakt het moeilijker om te weten hoe groot het probleem is en het is zwaar voor de familieleden van de slachtoffers.
‘Mijn vrienden en ik praten er veel over. De daders plegen de aanslagen vaak vanuit financiële wanhoop. Sinds corona is de kloof tussen arm en rijk toegenomen. Eerst profiteerde iedereen van de extreme economische groei in China, terwijl nu alleen de top en de regering ervan profiteren. Gewone werknemers hebben het slechter en slechter. Het gemiddelde aantal werkuren per jaar blijft stijgen en is nu bijna het hoogste ter
wereld. En dat terwijl werkenden niets terugzien van de rijkdom die hiermee wordt verkregen. De werkdruk en de financiële stress drijven mensen tot waanzin en voor sommigen zijn deze aanslagen de enige manier waarop ze hun wanhoop kunnen uiten.
‘De aanslagen zijn vooral triest omdat de slachtoffers onschuldige mensen zijn. Mijn vrienden en familie thuis zijn nu bang om naar openbare plekken te gaan. Mijn ouders willen bijvoorbeeld niet meer naar plekken waar veel mensen bij elkaar komen, zoals openluchtconcerten of drukke speeltuinen. ‘Ik vind het belangrijk om over dit onderwerp te praten omdat mensen de neiging hebben om China als één geheel te zien, vooral als het gaat om economie of politiek. Maar ik denk dat het heel belangrijk is om ook te praten over de gewone mensen in China en wat zij meemaken. Mensen vergeten vaak dat rijkdom veel meer is dan alleen een hoog nationaal inkomen.’
*Volledige naam bij de redactie bekend.
De plantenbakken op de begane grond van onderwijsgebouw Orion maken plaats voor een multifunctioneel podium. De verbouwing is momenteel in volle gang, over ongeveer twee weken moet het klaar zijn.
Het is nu nog moeilijk voor te stellen, maar over een week of twee heeft Orion een podium. En dan kunnen er al openmic-avonden of optredens plaatsvinden. De gebouwenbeheerder van Orion laat telefonisch weten dat er meerdere redenen zijn voor de verbouwing. ‘De plantenbak was toe aan grote renovatie. Er zijn natuurlijk ook kosten voor het onderhoud van het groen. En gezien de besparingsdoelstellingen door de bezuinigingen lossen we het op deze manier op.’
Het nieuwe podium biedt binnenkort niet alleen meer zitplek gedurende de

Foto Resource
dag, maar wordt ‘multifunctioneel’ opgezet. ‘Studentenverenigingen of andere groepen die aan WUR verbonden zijn, kunnen het podium boeken.’
Het podium houdt de contouren van de huidige plantenbak aan. Het studentencafé The Spot wordt tijdens de verbouwing ontzien. wa
Vul de puzzel in en ontdek welk(e) woord(en) er in de gekleurde vakjes staat(n). Stuur dit als oplossing naar resource@wur.nl vóór 30 juni.
Tip: zoek ook naar antwoorden in dit magazine en op resource-online.nl.
Horizontaal
1. Met de nieuwe __ kun je van station Arnhem via de campus naar EdeWageningen
6. Mond op mond is hij op zijn best 12. Tussen Texas en Kansas 14. '__ jongens, die Romeinen', aldus Obelix
16. Varkentje
17. Leidse wiskundigen waarschuwen voor __
18. Past voor singel of jazz
20. Komt voor zo
21. Kate of Barbara
23. Pokémon __ spelers leerden (onbewust) militaire drones navigeren
28. __ Cobolli verslagen op Roland Garros
30. The knights who say __
31. __ Prado, The King of Mambo
33. Helemaal goed
34. Autodiefje spelen
36. This is __ (meme)
37. Love handle
38. __ Cool J
40. Feromonen van __ Trichogramma turkestanica eindelijk geïdentificeerd
Verticaal
1. Door de Kaiser Chiefs bezongen meisje
2. Ook dat __ 3. Laatste kwartier
4. __ berglucht
5. Volgend op (neon)
De oplossing van de puzzel uit Resource #9 is ‘fytoftora’. De winnaar is Felix van den Brink. Gefeliciteerd! We nemen contact met je op.
Winnaars mogen kiezen uit het boek Zeven dieren bijten terug van WUR-alumnus Frank Westerman of de Wageningen Verjaardagskalender met dronefoto’s gemaakt door DroneWageningen.
6. Franse vorst
7. Hang '__ High, western met Clint Eastwood
8. Franse schrijver
9. Wim ter Beest verlaat __ van WUR
10. Grote roerganger
11. Prikkelgevoelig
13. Kraakbeenvis
15. Schaakniveau
19. De __ van Vagn Iversen is weer gerepareerd
20. Sexy? Wat heet
21. __pop
22. Past voor port of board
24. Nederland __ twee plekken op de geluksranglijst
25. Met appel goed betaalbaar
26. Gevleugelde figuur
27. A __ Called Quest, hiphop
29. Vergrootglas
32. Schoonmaker
35. The Greatest
39. Persproduct
Resource is het onafhankelijke medium voor studenten en medewerkers van Wageningen University & Research. Resource brengt nieuws, achtergronden en duiding. Op resource-online.nl verschijnen dagelijks nieuwe berichten. Het magazine verschijnt maandelijks.
Contact Vragen en opmerkingen voor de redactie: resource@wur.nl | www.resource-online.nl
Redactie Willem Andrée (hoofdredacteur), Helene Seevinck (eindredacteur), Roelof Kleis (redacteur), Luuk Zegers (redacteur), Marieke Enter (redacteur), Coretta Jongeling (online coördinator), Dominique Vrouwenvelder (redacteur), Anne van Kessel (redacteur).
Vertalingen Tessera Translations S.L.
Vormgeving Alfred Heikamp, Larissa Mulder
Basisontwerp Marinka Reuten
Coverillustratie Valerie Geelen
Druk Damen Drukkers BV, Werkendam
Abonnement Een abonnement op het magazine kost €59 (buitenland €135) per academisch jaar. Opzeggen voor 1 augustus.
ISSN 1874-3625
Uitgever Corporate Communications & Marketing, Wageningen University & Research
Nieuws met een luchtje

Wageningse entomologen onderzoeken masturbatie bij insecten.
De leerstoelgroep Entomologie heeft een neusje voor het populariseren van haar vakgebied. In dat licht moet ook de jongste ontwikkeling worden gezien. De groep gaat op zoek naar het antwoord op de prangende vraag: masturberen insecten? En zo ja, heeft dat nut?
Het onderzoek moet de climax worden van het eeuwfeest van Entomologie, dat inmiddels halverwege is. Aanleiding voor de studie is het onomstotelijke bewijs dat Britse onderzoekers afgelopen week leverden voor soloseks bij vogels. Vogels, en heus niet alleen trekvogels, masturberen dat het een lieve lust is. Ook kippen, eenden, kalkoenen en pagegaaien doen het. Overigens voornamelijk bij rukwinden, blijkt uit de studie. Waarbij het bij papegaaien niet om imitatie van hun baasjes gaat, aldus de paper in Ecology & Evolution De Wageningse onderzoekers willen met hun onderzoek de diepere evolutionaire geschiedenis van onanie blootleggen. ‘En dat begint natuurlijk bij de wetenschappelijke vaststelling van de daad zelf. ‘Manipuleren insecten ja of nee hun genitaliën louter met het oog op ogenschijnlijk plezier’, licht hoofdonderzoeker Frits Steketee toe. ‘Daarbij komen uiteraard ook genderverschillen aan de orde.’
De leerstoelgroep wil nadrukkelijk het publiek bij het onderzoek betrekken. Het citizen-scienceproject ‘Wrijf het erin’ start tijdens een feestelijke bijeenkomst op midzomeravond op het voorterrein van Radix. Doel van het project is zoveel mogelijk doe-het-zelvende observaties van insecten te verzamelen. Van fröbelende fruitvliegjes en vunzige vlinders tot hitsige hommels.
Niet iedereen is overigens enthousiast over de nieuwe studie. Boze tongen beweren dat het onderzoek louter bedoeld is om ophef te veroorzaken. Anderen zien een opzichtige poging om een gooi te doen naar de Ig-Nobelprijs. Dierethici wijzen op het schenden van de privacy van insecten en de integriteit van het dier in zijn algemeenheid. Steketee noemt dergelijke bezwaren ‘klein bier’ vergeleken bij het grote doel van de vooruitgang van de wetenschappelijke kennis. ‘Het gevoelsleven van insecten is een nog sterk onderbelicht domein. Bovendien past dit onderzoek uitstekend bij het Wageningse motto ‘To improve the quality of life’. Niet alleen mensen en vogels hebben recht op zelfbevrediging. Ik zeg altijd maar zo: wie de onan niet eert, is de mastur niet beert.’