Skip to main content

RESOURCE - Nr. 08 2026 (NL)

Page 1


JAARGANG

Minor voor beter bestuursjaar

Schapen fokken met AI

Journalistiek magazine over Wageningen University & Research

Thesis life ‘Vertrouw op jezelf’

Antibiotica vinden met veegdoekjes

Studenten

Sybrand en Johan sneuvelden in mei 1940 | p.12

Westelijk entree open voor alle medewerkers

Inhoud

Student Xenia Minnaert In Wageningse politiek

VOORWOORD

Toen, nu en later

In deze Resource maken we een tijdreis. We duiken in twee indrukwekkende en verdrietige verhalen van Landbouwhogeschoolstudenten Sybrand en Johan die sneuvelden tijdens de meidagen van 1940. Daarnaast blikken we terug op een eeuw entomologie (pag. 30) en op honderd jaar Ceres in Villa Veluvia (pag. 23); heerlijk om die oude zwart-witfoto’s te zien met keurig geklede leden.

Dan terug naar het heden. Conflicten zijn er wereldwijd nog steeds. We geven commentaar op de onwrikbaarheid die WUR laat zien in haar reactie op de oorlog in het Midden-Oosten (pag. 4). En de wereld positief willen veranderen, dat blijft gelukkig van alle tijden: masterstudent Xenia Minnaert stapte de politieke arena in en kwam als voorzitter van de Partij voor de Dieren in de Wageningse raad. Hoe dat ging en gaat vertelt ze op pagina 26.

Opinie: Studenten moeten diversiteit promoten ja/nee

Dan naar de toekomst. Welke gevolgen AI heeft op ons werk, onderwijs en studie, lees je elke editie op pagina 15. En dan nog een bijna magisch-futuristisch verhaal over de heilige graal van synthetische biologen: een levende cel maken uit dood materiaal. WUR werkt mee aan dit kunststukje (pag. 20).

Terug naar nu. Steeds meer medewerkers en studenten weten ons te vinden en delen hun verhalen of opinie (pag. 28). Blijf dat vooral doen: resource@wur.nl. Wij beoordelen elk idee met dezelfde aandacht.

Kijk voor meer verhalen en nieuws op onze website via deze QR-code:

Drie buitenplekken op de campus kunnen sinds begin april geboekt worden als collegezaal: het amfitheater achter Impulse, de natuurtuin achter Atlas (hier op de foto) en de ruimte achter Wageningen Student Farm. Op die laatste plek liggen boomstammetjes om op te zitten. Bij Forum zijn zitmatjes te krijgen voor als het gras nat is. En om te voorkomen dat colleges uitvallen bij slecht weer, boeken docenten tegelijk met de buitenruimte een binnenruimte als uitwijkmogelijkheid. Lees het op resource-online.nl. lz

Foto Guy Ackermans

Commentaar Hoe lang nog?

Met een walk-out voor Libanon riepen studenten en medewerkers afgelopen week de raad van bestuur op hun standpunt ten aanzien van Israël te herzien. Dat standpunt ligt, zoals bekend, onwrikbaar vast. WUR wil zich niet mengen in geopolitieke kwesties. De banden met Israël worden derhalve niet verbroken.

Dat standpunt is verdedigbaar. Wetenschap moet boven de partijen staan. Het is niet de taak van de universiteit om politieke statements te maken. En waar zou dat eindigen? Er is immers zoveel onrecht in de wereld. Communicatie is bovendien beter dan isolatie. De argumenten zijn bekend. Maar hoe lang houden die nog stand? Het gevaar van gewenning is afstomping. Na de misdaden van Israël tegen de Palestijnen in Gaza kijk je niet raar meer op van het geweld tegen de Libanese bevolking en ligt het in de lijn der verwachting dat het land (mede) Iran aanvalt en de wereld in crisis stort. Frons je misschien alleen nog de wenkbrauwen als blijkt dat Israelische soldaten zelfs in staat zijn kinderen te martelen.*

Het verdedigbare standpunt van WUR is er eentje van de rede. Maar het gevoel heeft ook recht van spreken. Het gevoel dat de deelnemers aan de walk-out op de been brengt. Het gevoel dat breed leeft bij veel medewerkers en studenten: genoeg is genoeg. Ook de koppig beleden onpartijdigheid van de wetenschap kent een grens. Elke nieuwe geweldsdaad tart die grens. Het is goed dat de demonstranten de raad van bestuur blijven uitdagen. Dat dwingt de raad om telkens weer de eigen overtuiging tegen het licht te houden. En daarbij geldt: meningen kunnen worden bijgesteld. Al naar gelang de omstandigheden. Dat kost wel moed. De moed van voortschrijdend inzicht. De moed om te zeggen: tot hier en niet verder.

*Bron: Save the Children

Het commentaar verwoordt standpunten en analyses van de redactie. Het komt tot stand na een discussie tussen redactieleden.

Renovatie Asserpark

Asserpark staat sinds afgelopen zomer in de steigers. De verbouwing moet ervoor zorgen dat de sterflat uit 1969 weer even meekan. De flat is straks een stuk duurzamer en heeft meer ruimte voor bewoners om elkaar te ontmoeten. Er zijn straks 350 studentenkamers en 9 studio’s voor PhD’ers. Half augustus moet de flat klaar zijn. lz/cj Foto ResouRce

Nieuwe ontmoetingsplek studenten

In Nexus komt een nieuwe ontmoetingsruimte voor studenten op de campus. Momenteel zijn daar onder meer studentenhuisvester Idealis en het Student Medical Center gehuisvest. Zij zullen op termijn verhuizen naar andere locaties. In samenwerking met een architect wordt gekeken hoe Nexus een locatie kan worden waar studieverenigingen kunnen borrelen, studentenorkesten kunnen repeteren en kritische verenigingen kunnen vergaderen, vertelt Kai van Middelkoop van de Studentenraad. ‘De begane grond komt als eerste beschikbaar. Daar kunnen we waarschijnlijk over ongeveer een jaar al terecht. De eerste verdieping komt over ongeveer twee jaar vrij. Dus dat deel van het gebouw wordt later opgeleverd.’ lz

Westelijke entree voor alle WUR’ers

De nieuwe weg aan de westkant van de campus mag straks door alle medewerkers van WUR worden gebruikt. Mits ze zich hebben aangemeld. Aanvankelijk was de weg alleen voor medewerkers ten westen van Wageningen bedoeld. ‘Dat was inderdaad het idee’, licht projectleider Lex Roders toe. ‘Maar uiteindelijk is besloten dat elke medewerker zich kan registreren voor toegang.’ Gebaseerd op berekeningen wordt verwacht dat er maximaal 1400 ‘verkeersbewegingen’ per etmaal (700 auto’s in beide richtingen) zullen zijn op de nieuwe weg. Naast WUR-medewerkers mogen op termijn ook medewerkers van bedrijven op de campus de nieuwe weg gebruiken. rk

Lees de volledige berichten op resource-online.nl

Bekijk de foto's op resource-online.nl

1

Joanne van Lieshout (23), masterstudent

Nutritional

Epidemiology and Public Health, is eerste geworden op het EK judo in Georgië in de klasse tot 63 kilo. In de finale versloeg zij Manon Deketer uit Frankrijk. Daarmee komt Van Lieshout in een select gezelschap terecht van acht Nederlandse judoka’s die zowel wereldkampioen als Europees kampioen

zijn geworden, zoals Anton Geesink en Edith Bosch. lz

Medewerkersmonitor

Digi-diensten onder één paraplu

Zo’n 300 medewerkers gaan binnen WUR over naar een nieuwe organisatie met de werktitel DIS (Data & Digital Information Services). Het gros van hen valt nu nog onder het Facilitair Bedrijf. Het gaat met name om specialisten op het gebied van it, data, informatie, privacy en securuty. DIS moet de digitale strategie van WUR handen en voeten geven. Daartoe behoren onderwerpen als het verantwoord gebruik van AI, handhaving van de cyberwetgeving, digitalisering in het onderwijs, datamanagement en digitale autonomie. Onder de nieuwe vlag vallen Informatietechnologie, de bibliotheek, het WDCC, Informatiemanagement, archivering en de privacy- en security officers. Zij blijven (vrijwel) allemaal op hun huidige plek werken. Met de reorganisatie zijn geen ontslagen gemoeid. DIS start na de zomer. rk

Ondanks alles toch dik tevreden

De werkdruk en het ongewenste gedrag scoren nog steeds te hoog en het werk is scheef verdeeld. Toch geven medewerkers werken bij WUR een ruime voldoende: een 7,7. Dat blijkt uit de tweejaarlijkse Medewerkersmonitor, de thermometer van WUR.

Die tevredenheid wijkt nauwelijks af van de voorgaande monitor. Misschien is dat nog wel het meest opvallende, zegt Johan Kanis, manager Recruitment en projectleider van de monitor.

‘Onze organisatie staat door de bezuinigingen onder druk. Toch zien we geen grote afwijkingen ten opzichte van twee jaar geleden. Mensen zijn trots op hun werk. Dat verandert blijkbaar niet zomaar.’

Een op de vijf medewerkers heeft ervaringen met ongewenst gedrag. En nog iets meer collega’s zien dat om zich heen bij anderen gebeuren. Roddel en machtsmisbruik zijn daarbij de meest voorkomende vormen van ongewenst gedrag. In een op de drie gevallen is de leidinggevende de dader. Ongewenst gedrag vindt in de hele organisatie plaats. Maar Wageningen Food Safety Research (voormalig Rikilt) scoort in vrijwel alle categorieën van dat gedrag het slechtst.

Aanspreken

Ondanks alle aandacht voor ongewenst gedrag doet meer dan de helft van de slachtoffers (en de getuigen) daar niets mee. ‘Dat getal zou je graag kleiner willen’, reageert

programmamanager Sociale Veiligheid en HR-manager Joyce van der Velde. ‘Je hoopt dat mensen elkaar aanspreken op onprettige situaties. Als dat ongemak weg is, voorkom je onveiligheid. Onze opdracht is die cultuur voor elkaar krijgen.’

De werkdruk bij WUR is iets gedaald. Vier op de tien medewerkers vindt de werkdruk (veel) te hoog. De helft van alle werknemers werkt gemiddeld vijf uur in de week over. Daar staat iets opmerkelijks tegenover: een op de tien medewerkers zegt gemiddeld acht uur in de week ‘onderuren’ te hebben. Zij hebben dus een dag in de week niks te doen. Wat daarvan de oorzaak is, is niet bekend. rk

Illustratie Shutterstock

Nieuwe minor voor aantrekkelijker bestuursjaar

De studentenraad onderzoekt of er een soort minor kan worden ontwikkeld voor studenten die een voltijds bestuursjaar doen, zodat die naast hun bestuursfunctie vakken kunnen volgen op het gebied van zelfontwikkeling, leiderschap of boekhouding.

Veel studenten-, studie- en sportverenigingen hebben moeite om genoeg kandidaten te vinden voor hun besturen en commissies. De studentenraad zoekt al langer naar manieren om bestuursfuncties aantrekkelijker te maken. Zo werd in 2023 de financiële ondersteuning verhoogd vanuit de universiteit voor fulltime bestuurders, waardoor het financieel beter te behappen is voor de studenten.

Nu kijkt de studentenraad dus naar mogelijkheden om een vakkenpakket aan te bieden, vertelt studentenraadsvoorzitter Laurien Elion. ‘Het idee is dat studentenbestuurders vakken kunnen volgen die goed aansluiten bij de bestuurservaring. Reflecterende vakken over leiderschap bijvoorbeeld. Als je daarmee studiepunten kunt verdienen in je vrije ruimte, scheelt dat studievertraging.’ Ook op andere universiteiten zijn er plannen voor dit soort programma’s, vertelt Elion. ‘Groningen is op dit moment

Ook sportverenigingen hebben moeite om genoeg kandidaten te vinden voor hun besturen en commissies.  Foto Guy Ackermans

een programma aan het ontwikkelen en Twente biedt al iets aan. We willen kijken wat we van hen kunnen leren. Misschien kunnen we wel een minor aanbieden in samenwerking met Twente? Dat je daar online vakken volgt of iets dergelijks.’ Het kan nog wel even duren voordat de minor er is, zegt Elion. ‘Wij hebben als studenten natuurlijk geen ervaring met onderwijsontwikkeling. We horen positieve geluiden over ons idee, maar wie moet het uiteindelijk gaan ontwikkelen? Welke vakken en trainingen bestaan er al bij WUR die relevant zijn? Dat zijn we nu aan het uitzoeken.’ De studentenraad nodigt iedereen uit om mee te denken. ‘Mocht je ideeën hebben die ons verder kunnen helpen met dit plan, laat het weten!’ lz

Wageningse StudentenCup op de campus

De Wageningse studentenwielervereniging Hellingproof organiseert jaarlijks een wedstrijd voor studentenwielrenners uit andere steden. Die zogeheten StudentenCup is dit jaar voor het eerst op de campus (op 31 mei). Ook niet-studenten kunnen meedoen, bijvoorbeeld aan het WUR-wielerkampioenschap.

Advertentie

Ben jij wetenschapper en wil je over jouw onderzoek een Nederlandstalig publieksboek schrijven?

Dien dan uiterlijk 30 juni 2026 een aanvraag in voor een Lira Fonds-beurs van €37.500.

lirafonds.nl

De start van het vernieuwde evenement is straks achter gebouw Zodiac. Vanaf daar rijden de renners voor Aurora langs, linksaf naar De Elst en bij de Bornse Weilanden weer linksaf naar de Vijfde Polder door de start- en finishstraat. Elk rondje is 740 meter. Naast de races voor de StudentenCup zijn er ook races op

instapniveau met meefietsende begeleiders.

Voor niet-studenten is er aan het begin van de middag een estafetterace; ‘een serieuze wedstrijd, maar met de vibe van carnaval.’ En aan het einde van de dag is het WUR-wielerkampioenschap, open ‘voor iedereen met een WUR-kaart’. dv

Open Access mogelijk

flink

duurder

De Belastingdienst mag een btw-tarief van 21 procent heffen op open access publiceren. Dat heeft de rechtbank beslist in een zaak van ict-coöperatie SURF (namens de universiteiten) tegen de Belastingdienst. Voor abonnementen van tijdschriften gold tot nu toe het lage tarief van 9 procent. Wie de extra kosten gaat betalen, is volgens Forum-bibliotheekdirecteur Martine Pronk nog niet duidelijk. In 2020 betaalden de kennisinstellingen samen 62 miljoen euro voor abonnementen en toegangsrechten. rk

ANTIBIOTICA-DETECTIE MET VEEGDOEKJES

Antibioticagebruik in de veehouderij is effectief aan te tonen met monsters die zijn genomen door met een vochtig doekje over een dier te vegen. Dat blijkt uit een Wageningse praktijkstudie op Nederlandse vleeskalverbedrijven. Tekst Marieke Enter

De methode werkt ook bij varkens, schapen, kippen en paarden en is eveneens geschikt om stallen te checken op antibioticaresten. Het gebruik van antibiotica in de Nederlandse veehouderij is aan strikte regels gebonden. Onnodig of onjuist gebruik kan ertoe leiden dat bacteriën resistent worden. Dat is wereldwijd een groeiend gezondheidsrisico voor dier en mens.

Een knelpunt in de monitoring is dat antibioticagebruik lastig is op te sporen bij levende dieren. Toezichthouder NVWA controleert nu vooral in de slachtfase. Nadeel is dat het zogenoemde detectievenster in vlees, de periode waarin een stof aantoonbaar is, relatief kort is. Bovendien is deze methode niet toepasbaar bij levende dieren.

Haren en veren

Wageningen Food Safety Research (WFSR) onderzocht daarom andere detectiemethodes in levende dieren. Dat gebeurde in opdracht van het ministerie van Landbouw en de NVWA.

In eerste instantie boden haren en veren aanknopingspunten. Daarin blijven antibiotica langer aanwezig dan in vlees, en die monsters zijn af te nemen als het dier nog leeft. De effectiviteit van die manier van detectie bleek goed, maar dat gold niet voor de praktische haalbaarheid.

WFSR deed de praktijkstudie op 98 Nederlandse vleeskalverbedrijven. ‘Een vleeskalf kan best wild zijn; die heb je

niet zomaar even vastgezet om een haarmonster af te nemen. Ook moet na elk dier het scheerapparaat goed schoongemaakt worden om kruisbesmetting te voorkomen tussen het ene en het andere monster. Daarnaast is

De methode klinkt bijna te simpel om waar te zijn: bemonstering door met een doekje over een dier vegen

haar in het lab ook een vrij tijdrovend en complex product om te analyseren’, vertelt Milou van de Schans, onderzoeker Dierbehandelingsmiddelen bij WFSR.

Snoetenpoetsers

Daarop onderzochten Van de Schans en collega’s een andere methode, eentje die bijna te simpel klinkt om waar te zijn: veeg-bemonstering, ofwel bemonstering door een doekje over een dier te vegen. Die ‘doekjesmethode’ bestond al om bepaalde bacteriën in stallen te detecteren. Van de Schans: ‘In de literatuur zagen we dat het ook toepasbaar is voor andere stoffen, zoals gewasbe-

schermingsmiddelen. Misschien kan het dan ook wel bij antibiotica, dachten wij.’

Het gaat niet eens om heel speciale doekjes. Van de Schans: ‘Denk aan snoetenpoetsers voor kinderen, of make-upremoverdoekjes. De doekjes die wij gebruikten, bevatten een klein beetje alcohol. Maar ook met water blijkt het te werken.’

Na een veeg over het dier wordt het doekje opgeborgen in een schoon buisje en onderzocht in het lab. ‘Daar extraheren we het doekje: met een oplosmiddel maken we eventuele antibioticaresten los. Vervolgens zuiveren we het monster en analyseren het met LC-MS (vloeistofchromatografie-massaspectrometrie), een methode waarmee stoffen op molecuulniveau aantoonbaar zijn’, vertelt Van de Schans. Volgens de onderzoeker is de doekjesmethode prettiger voor het dier, voor de monsternemer en voor de mensen in het lab. En een bijkomende ontdekking: de methode is ook geschikt om vast te stellen of een stal nog antibioticumresten bevat, en zo ja: welke.

Falen & opstaan

Een mislukte proef, een afgewezen artikel: in de wetenschap wordt het al gauw bestempeld als falen. En erover praten? Dacht het niet. In deze rubriek doen collega’s dat wel. Want falen is nuttig. Dit keer

Annemieke Drost, inmiddels promovendus bij NIOO.

Tekst Nicole van ’t Wout Hofland  Illustratie Mathijs Megens/ SeaBlueBird Studio

‘Een promotieonderzoek doe je maar één keer, dus moet je het afmaken. Dat dacht ik tenminste toen ik vier jaar geleden een promotieonderzoek startte. Mijn onderzoek ging over biodiversiteitsherstel. Ik zag mezelf al in het veld staan met mijn handen in de aarde. Vol enthousiasme werkte ik een plan uit voor veldexperimenten en presenteerde dat aan mijn begeleiders. Ze zeiden: dat gaan we niet doen. Het project was theoretisch, met computerwerk. Voor experimenten was geen budget. Daar stond ik wel even van te kijken: dat had ik niet uit de vacature gehaald. ‘In de maanden daarna bleef het botsen. Mijn begeleiders hadden het project al verder uitgedacht en een bepaalde richting voor ogen. Mede daardoor wilde ik graag vaker kort overleggen, zij juist minder vaak, maar langer. Allebei prima opties misschien, maar het matchte gewoon niet. Steeds weer stonden onze neuzen de andere kant op. Hoe moest dit straks bij publicaties of mijn proefschrift? Het viel me steeds zwaarder. In het weekend lag ik uitgeblust op de bank. De doorslag gaf een meeting waar ik mijn project presenteerde aan belanghebbenden.

Daar kraakten mijn begeleiders mijn idee af ten overstaan van iedereen. Ik voelde me in de steek gelaten. We hoorden aan dezelfde kant te staan, maar stonden lijnrecht tegenover elkaar. Twee weken later hakte ik de knoop door: ik stopte.

‘We stonden lijnrecht tegenover elkaar. Twee weken later hakte ik de knoop door: ik stopte.’

‘Dat voelde rot, alsof ik daarmee bewees dat ik het niet kon. En mijn enige kans op een PhD had ik verkeken. Want wie neemt nu iemand aan die al eens heeft opgegeven? Gelukkig had ik het mis. Ik solliciteerde op een nieuwe promotieplek en werd aangenomen. Ik heb geleerd om mijn verwachtingen uit te spreken, mijn grenzen te bewaken en beter door te vragen voordat ik ergens aan begin. Nu ben ik alweer ruim drie jaar bezig met dat promotieonderzoek en weet ik: ik kan het wél.’

‘LEKKER’ BELANGRIJK IN DE NIEUWE SCHIJF

VAN VIJF

Het Voedingscentrum lanceerde onlangs een vernieuwde Schijf van Vijf. Daarin zijn onder meer de nieuwste richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad opgenomen. Ook de communicatie is aangepast. Verschillende Wageningers waren erbij betrokken.

Onder meer gedragswetenschapper Sanne Raghoebar mocht afgelopen februari de toen zo goed als definitieve Schijf van Vijf als een van de eersten inzien en nog laatste aanpassingen voorstellen. Ze besprak de vraag hoe je zoveel mogelijk mensen volgens de Schijf van Vijf kan laten eten, zonder dat de adviezen mensen afschrikken.

‘Helaas denken veel mensen dat gezond en duurzaam eten niet lekker is, terwijl dat natuurlijk niet klopt’, zegt Raghoebar. ‘Daarom is het belangrijk dat de ervaringen die mensen opdoen met de Schijf van Vijf positief zijn. Uit ons onderzoek blijkt dat belonende eetervaringen sterke voorspellers zijn van toekomstige keuzes. Daarom moeten de recepten die het Voedingscentrum publiceert, allemaal echt lekker zijn. Op die manier kan de Schijf van Vijf helpen om de Nederlandse bevolking te leren gezond en duurzaam te eten.’

‘Mensen willen gewoon lekker eten, omdat dat wél een directe beloning geeft’

Lekker centraal

Dat lekker eten moet ook terugkomen in de communicatie, vond Raghoebar. ‘De slogan was gezond en duurzaam eten volgens de Schijf van Vijf, maar met een aantal collega-wetenschappers heb ik ervoor gepleit dat het Voedingscentrum hun slogan aanpast naar eentje waarin lekker eten centraal staat’, licht ze toe. ‘Voor veel mensen is gezond en duurzaam eten op het moment van kiezen geen directe motivatie. Bovendien biedt het geen directe beloning, weten we uit ons onderzoek. Mensen willen gewoon lekker eten, omdat dat wél een directe beloning geeft.’ Dat zag het Voedingscentrum ook in: zij hebben de slogan veranderd naar ‘elke dag lekker eten met de Schijf van Vijf.’ dv

Meer over de voedingsadviezen op resource-online.nl

‘KWETSBAARHEID INSECTEN NOG STEEDS ONDERSCHAT’

WUR heeft in Roy van Grunsven sinds begin deze maand weer een ‘vlinderprof’. Als buitengewoon hoogleraar gaat hij, gesteund door De Vlinderstichting, de komende vijf jaar onderzoek doen naar de ‘effecten van klimaatverandering op populaties insecten’. De focus ligt daarbij op vlinders en libellen. Tekst Roelof Kleis  Foto Shutterstock

Het aantal insecten neemt snel af. Klimaatverandering krijgt vaak de schuld. ‘Maar dat is een breed begrip’, zegt Van Grunsven. ‘De oorzaak voor het verdwijnen van populaties is de facto vaak iets kleins. Twee dagen extreme hitte in augustus, waardoor insecten doodgaan. Een enorme bui in juli, waardoor grasland onderloopt en alle rupsen verdrinken.’

nu veel meer inhakt dan vroeger, kan een boompje dat schaduw geeft heel belangrijk zijn. Twintig jaar geleden was zo’n boompje irrelevant voor het voortbestaan van de soort. Nu kan het essentieel zijn.’

Libellen

‘Uitsterven kost tijd’

‘In het natuurbeheer kijken we vaak terug naar hoe dingen vroeger waren’, zegt Van Grunsven. ‘Het idee is dat het vanzelf weer goed gaat als we de situatie van toen opnieuw creeren. Maar vroeger is niet meer en komt ook niet meer terug. De spelregels zijn veranderd, mede door klimaatverandering. Als je effectief natuur wilt beschermen, moet je daar rekening mee houden.’

Met zijn onderzoek wil Van Grunsven de gevoeligheden van soorten in kaart brengen. ‘Als je die gevoeligheden kent, kun je daar met je beheer op inspelen. Als een hittegolf in een heidegebied er

Een mooi ‘gevoelig’ voorbeeld zijn de libellen bij vennen. Die zijn volgens Van Grunsven ‘razendsnel’ aan het verdwijnen. ‘Een tekort aan zuurstof lijkt daarvan een oorzaak te zijn. Warm water bevat minder zuurstof. Insecten zijn actiever als het warm is en hebben daardoor juist meer zuurstof nodig. Zuurstof die er niet is.’

Dat tekort neemt toe doordat rottend plantenmateriaal op de bodem van het ven zuurstof verbruikt. En dat proces gaat sneller in warmer water. Het effect van het zuurstoftekort is volgens Van Grunsven zichtbaar door te kijken waar libellen nog wél zitten. ‘Op plekken waar lokaal wat koeler grondwater in het ven komt. Of in hoekjes waar de wind zorgt voor circulatie in het water, een stukje schone bodem en dus meer zuurstof.’

Die kennis draagt oplossingen in zich. ‘Je kunt bijvoorbeeld slib weghalen, waardoor er meer zuurstof in het water komt.

Je kunt ook de hydrologie verbeteren, door regenwater van elders naar het ven te leiden. Zo’n proef willen we nu gaan

doen. We willen het beheer en de inrichting van het landschap zo aanpassen, dat insecten minder kwetsbaar worden voor klimaatverandering.’

‘De oorzaak voor het verdwijnen van populaties is de facto vaak iets kleins’

En daar is haast bij. Volgens Van Grunsven wordt de impact van klimaatverandering door velen nog steeds onderschat. ‘Dat komt ook doordat we de effecten nog niet allemaal zien. De toestand om ons heen loopt achter bij het klimaat dat we al hebben. Uitsterven kost tijd. Langlevende soorten zijn er voorlopig nog wel even, ook al zijn de omstandigheden om zich hier te vestigen er eigenlijk al niet meer.’

proefschriften in 't kort

Appelsap

Pectine is een belangrijk verdikkingsmiddel. De stof (een polysacharide) komt veel voor in appels. De Chinees Dazhi Liu onderzocht de pectines in enkele tientallen soorten appels. De variatie in opbouw van het polymeer blijkt groot en bepalend voor de opbrengst en kwaliteit van het sap van de appel. Liu slaagde erin een verband te leggen tussen die eigenschappen en de pectinestructuur. Met die kennis kunnen de sapmakers gerichter hun appels kiezen en kweken. rk

Characterisation of apple pectin structure in relation to apple fruit processability Dazhi Liu Promotor Henk Schols

Beter maaien

Zachte winters zijn slecht voor de biodiversiteit in bermen. Een kleine groep grassen concurreert de rest weg. Is daar iets tegen te doen? Ja, laat onderzoek van Wiene Bakker zien. Een aangepast maairegiem kan de boel (deels) rechttrekken. Dat betekent: niet een, maar twee keer maaien en die tweede beurt laat in de herfst. Een en ander hangt wel af van het soort bodem. Bakker werkte zijn resultaten uit in een kant-en-klaar maaiadvies voor alle bermen langs de hoofdwegen in Nederland. rk

Adapting to climate change, does it work? Wiene Bakker Promotor David Kleijn

DE STEL LING

Promovendi lichten hun meest prikkelende stelling toe. Dit keer is dat Rutger Brouwer, die in december promoveerde op onderzoek naar de sappigheid van vleesvervangers. Tekst Dominique Vrouwenvelder

Eendenvaccin

Het tembusu-virus (TMUV) kan hard toeslaan bij eenden bij fokkers, liet een uitbraak in 2010 in China zien. Het virus heeft sindsdien zijn werkgebied uitgebreid naar kippen en ganzen. De Chinees Luzhao Li ontdekte welk eiwit cruciaal is voor die infectie. Het gaat om een van de envelop-eiwitten, het omhulsel van het virus. Een kleine verandering van dit eiwit (maar één aminozuur) maakt infectie onmogelijk. Het mechanisme werkt ook bij andere virussen uit dezelfde familie. Met die kennis ontwikkelde Li een eendenvaccin tegen het westnijlvirus. Het vaccin (een variant van het virus) maakt niet ziek, maar activeert wel de afweer van de eend. Een knap staaltje. rk

Flavivirus infections in poultry Luzhao Li Promotoren Monique van Oers, Gorben Pijlman en Zejun Li (CAAS, China)

‘Vezeltekort is de stille crisis achter de eiwithype’

‘Doordat in reclame en in supermarkten zo veel aandacht is voor eiwitten – ze hebben vaak zelfs een eigen schap in de winkel – denken consumenten al snel dat ze daar een tekort aan hebben. In werkelijkheid komen eiwittekorten in de westerse wereld nauwelijks voor, blijkt uit verschillende studies. Normale sporters hebben in principe geen extra eiwitten nodig. Natuurlijk zijn er groepen mensen die wel meer eiwitten nodig hebben dan gemiddeld, zoals ouderen, mensen met bepaalde aandoeningen en topsporters. Voor hen kan eiwitsuppletie zinvol zijn, maar voor de meeste mensen is het overbodig.

‘Tegelijkertijd krijgen veel consumenten juist te weinig vezels binnen. Omdat dat probleem veel minder aandacht krijgt, blijft het onder de radar: het is een stille

crisis. Terwijl vezels allerlei gezondheidseffecten hebben. Ze spelen een belangrijke rol bij de regulatie van de bloedsuikerspiegel, zorgen voor verzadiging en ondersteunen een gezonde stoelgang.

Een lage vezelinname is bovendien een risicofactor voor onder meer darmkanker.

‘De aandacht in reclames en supermarkten zou daarom veel meer naar vezels moeten verschuiven. Mensen kunnen maar een beperkt aantal mededelingen tegelijk verwerken. Als ze voortdurend worden geconfronteerd met de eiwithype, blijft er weinig ruimte over voor andere, belangrijkere inzichten. Eiwitten hebben een aantrekkelijk imago voor goede marketing: die worden geassocieerd met sport en spierkracht. Vezels zijn wat marketing betreft minder sexy, maar voor de volksgezondheid veel relevanter.’

NATURE -PUBLICATIE

OVER KNIPPEN KANKERCELLEN

In wetenschapstijdschrift Nature verscheen half april nieuw onderzoek van John van der Oost naar de toepassing van CRISPRCas bij kanker. Samen met Amerikaanse onderzoekers beschrijft hij hoe het ThermoCas9-enzym heel gericht DNA van kankercellen kapot knipt.

In januari van dit jaar kreeg de emeritushoogleraar Microbiologie een Proof of Conceptbeurs van de Europese onderzoeksraad ERC voor dit type onderzoek. Samen met Amerikaanse onderzoekers had hij ontdekt dat het ThermoCas9-enzym kan worden ingezet als gentherapie bij patiënten met leverkanker. De techniek achter deze genenschaar beschrijven ze nu in deze Naturepublicatie.

‘Dit is de eerste CRISPR-variant die reageert op methylatieverschillen’

‘In gezonde cellen kan het enzym niet knippen omdat een methylgroep op de bindingsplek zit, maar bij bepaalde vormen van leverkanker ontbreekt die methylgroep daar. Hierdoor kan ons CRISPR-enzym heel gericht DNA van die kankercel kapot knippen, wat hopelijk leidt tot het doden van dit soort kankercellen’, vertelde Van der Oost destijds. ‘Daarmee is deze CRISPR-variant de eerste die reageert op methylatieverschillen’, voegt hij daar nu aan toe. ‘Dat betekent dat we een systeem in handen hebben dat we gericht naar tumorcellen kunnen sturen.’

VERSTOREN

Dat het enzym het DNA kapot kan knippen is zeker. De volgende stap is om het DNA in tumoren zodanig te beschadigen dat de cel afsterft. ‘Dat is een kwestie van essentiële genen verstoren, waardoor de tumorcel niet meer kan functioneren en overleven’, aldus de microbioloog. Dat is wat Van der Oost en postdoc Christian Südfeld nu onderzoeken met het geld van die Proof of Concept-beurs. Ze willen kankercellen kunnen uitschakelen terwijl de gezonde cellen ongemoeid blijven. Het uiteindelijke doel is om zo een nieuwe kankertherapie te ontwikkelen. dv

Onjuiste afwijzing

Onlangs ontving ik een afwijzing van WUR op een sollicitatie naar een functie waarvan ik dacht dat die perfect aansloot bij mijn ervaring en ambities. Blijkbaar paste ik niet in het profiel, maar het merkwaardige was dat er stond dat ik ‘helaas niet tot de doelgroep van kandidaten behoorde’. Dat verbaasde me enorm en ik vroeg me af wat dan de criteria waren die bepaalden of je wel of niet tot de doelgroep behoorde? Wat ontbrak er aan mijn ervaring en achtergrond, terwijl ik ervan overtuigd was dat het juist haarfijn aansloot? Het antwoord kwam een paar dagen later: ik ontving een tweede e-mail met als onderwerpregel ‘onjuiste afwijzing’. In het wervingsproces, dat competitief blijft door de massale uitstroom van afgestudeerden en de beperkte kansen op werk als gevolg van de instabiele wereldeconomie, oorlogen en de geopolitieke situatie, beginnen de afwijzende reacties op sollicitaties na verloop van tijd opvallende gelijkenissen te vertonen. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het gebruik van AI-tools in deze drukke en snel veranderende wereld. Maar in dit geval viel het algemene afwijzende antwoord dus op door zijn raadselachtigheid: het was een onjuiste afwijzing.

In de tweede e-mail werd ik uitgenodigd voor een kort kennismakingsgesprek met de directeur van de afdeling, die waardering toonde voor mijn interesse in de functie en mijn ervaring erkende.

‘Hoe kan WUR communicatie beter organiseren, met name op belangrijke punten zoals werving?’

Desondanks ging ik niet door naar de volgende ronde. Mijn zoektocht naar een baan binnen WUR (en daarbuiten) duurt daarom voort. Ik blijf gemotiveerd en sta ik open voor nieuwe mogelijkheden. Het voorval met de verkeerde afwijzing, stemde mij tot nadenken. In mijn onderwijsen onderzoeksreis bij WUR, ben ik de afgelopen tien jaar actief betrokken geweest bij de beleidsvorming op het gebied van onderwijs, onderzoek, diversiteit & inclusie, duurzaamheid en mentaal welzijn. Er is veel verbeterd, maar deze vraag blijft bij mij wel hangen: hoe kan WUR communicatie beter organiseren, met name op belangrijke punten zoals werving, om dit soort fouten te voorkomen?

Joshua Wambugu

Joshua Wambugu (43) uit Kenia is promovendus bij de leerstoelgroepen Marine Animal Ecology en Environmental Policy. Hij houdt van koken, wandelen en vogels kijken.

Wageningse studenten sneuvelden ‘in dienst van het vaderland’

SYBRAND EN JOHAN

Over twee weken herdenkt Nederland op 4 mei de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Twee van hen zaten op de toenmalige Landbouwhogeschool.

Zij zijn de enige Wageningse studenten die als soldaat sneuvelden in de meidagen van 1940. Tekst Willem Andrée  Illustratie Valerie Geelen

Het staat er haast achteloos. Op pagina 43 van de almanak van het Wagenings Studentencorps uit 1941: 'In dienst van hun vaderland sneuvelden de studenten Sybrand Jan Boddé en Johan Jacob Lodewijk Geel.' Verder bladerend door vergeelde pagina’s, blijkt het zo achteloos niet. Op meerdere plekken gaat het over de jongens, die ‘ons ontnomen zijn’. Boddé krijgt een persoonlijke noot in de 253 pagina’s tellende almanak met ‘een warme hulde’ voor 'ons aller vriend’ die ‘zijn veelbelovende leven gaf’ en ‘de vereeniging [sic] op atletiekgebied zo vaak schitterend had vertegenwoordigd’. Motorsportvereniging W.S.M.C schrijft over Johan: ‘We verloren in hem een sportief makker.’ Verderop in de almanak staat voor beide jongens een In Memoriam met portretfoto; vier pagina’s waarop de studenten tot leven komen. Sybrand kijkt vriendelijk en scherp in de camera, een kapsel zoals nu ook in de mode is en jasje-dasje. Johan in uniform, en profiel. Allebei jong.

Sybrand

Sybrand Jan Boddé wordt op 8 maart 1918 geboren in Rijssen. Als dienstplichtig sergeant doorloopt hij zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Op 1 mei 1940, negen dagen voor de Duitse inval, wordt hij overgeplaatst naar het I-8 Regiment Infanterie als mortierist en geplaatst in de stoplijn op de Grebbeberg. Bekend terrein voor Boddé. Zijn broer Eduard Boddé schrijft in 1979 in een brief aan oorlogshistoricus E.H. Brongers: ‘Mijn broer kende de berg goed want hij was student in Wageningen. De mensen die samen met

hem vochten kenden hem niet goed omdat hij slechts sedert 1 mei bij hen was.’ Hij voegt tussen haakjes toe: 'Als roodborstje'. Een nieuwkomer dus. Twaalf dagen later is Sybrand er niet meer. Ook schrijft Eduard nog: ‘Deze mensen hebben als het ware in de hel gevochten.’

Grebbeberg

Hoe hij precies stierf, is tot op de dag van vandaag niet helemaal duidelijk. Op 13 mei 1940 wordt de student levenloos aangetroffen in de tuin van Villa Wilhelmina aan de Grebbeweg, samen met een tiental andere soldaten van de 8e Compagnie. Ze liggen er vrijwel allemaal hetzelfde bij: op de buik, handen boven het hoofd. Ze hadden eerder die ochtend hun stelling verlaten nadat de munitie op was en hun officieren waren uitgeschakeld. Bij de villa zochten ze onderdak.

De meest aannemelijke reconstructie lijkt dat ze door Duitse SS’ers in koelen bloede zijn doodgeschoten. Getuige Cor van Zand, die de aanslag als enige zou hebben overleefd – met kogels door armen en buik –verklaarde dat de groep in de ochtend gevangen werd genomen en kort daarna werd doodgeschoten. Maar zijn

Johan Jacob Lodewijk Geel Sybrand Jan Boddé
‘Mijn vader heeft zeer geleden onder dood van zijn broer’

mondelinge verklaring is nooit geverifieerd. In 2011 doet veteraan Will Hulscher, op dat moment 95 jaar oud, in veteranenmagazine Checkpoint zijn verhaal. Hij was die dag zelf bijna geëxecuteerd op dezelfde plek. Hij zag hoe een groep Nederlandse soldaten bij een huis met een hek tegen de muur werd gezet. Later hoorde hij van de Duitse korporaal-verpleger die hem het leven had gered, dat die mannen waren neergeschoten. Ze werden beschuldigd van het beschieten van een gewondentransport. Of die beschuldiging klopte, wist Hulscher niet. Maar toen hem de foto's van de tuin werden getoond, herkende hij het markante tuinhek onmiddellijk. Het interview moest even worden stilgelegd.

Neef

De zoon van broer Eduard (de broer die het briefje schreef) is vernoemd naar Sybrand en vertelt Resource dat zijn vader ‘dag-in-dag-uit’ met waarheidsvinding over het overlijden van zijn broer bezig was. Tot in de kleinste

details. ‘Hij heeft zeer geleden onder de dood van zijn broer en had een hele kamer ingericht met alleen maar boeken en oorlogsdocumentatie over en uit die tijd’, vertelt de neef nu. ‘Er ging een gerucht dat de jongens – onder wie dus mijn oom – aan het deserteren waren. En daarom geëxecuteerd waren door het eigen leger. Dat paste absoluut niet bij het karakter van zijn broer, zei mijn vader.’ De naamgenoot van Sybrand bevestigt nu dat zijn vader ook tot de conclusie kwam dat de jongens door SS’ers moeten zijn geëxecuteerd met een nekschot. ‘Bij een aantal zat een schotwond in de achterkant van het hoofd.’ Zijn vader ging elk jaar naar de herdenking op de Grebbeberg en onderhield contact met veteranen. ‘Daar haalde hij troost uit.’ Sybrand ligt op het Militair Ereveld Grebbeberg, rij 1, graf 20. Hij is 22 jaar geworden.

Johan

Johan Jacob Lodewijk Geel wordt op 11 mei 1916 geboren in Bemmel. Op 10 mei 1940 sneuvelt hij aan de Rijksstraatweg bij Dordrecht; één dag voor zijn vierentwintigste verjaardag. Zijn moeder Gerritje Geel-Van der Worp legt later schriftelijk vast hoe het ging: ‘Johan probeerde in de vroege ochtend van de tiende mei samen met drie van zijn mannen munitie te halen uit een school die als opslagplaats diende, omdat de groep bij het aanbreken van de dag geen patronen meer had.

‘Voor U is die helm een ornament; voor mij is het in zijn verweerde staat nog steeds de helm die mijn zoon droeg’

Ze kwamen onder vuur van Duitse parachutisten. Alle vier sneuvelden.’ De oorlog was amper begonnen. Johan werd na een tijdelijk graf herbegraven op de Algemene Begraafplaats in Ede. Het graf is gekocht door Gerritje.

Het is allemaal terug te vinden in het Nationaal Archief. Naast de zakelijke administratie van het graf is daar ook de correspondentie te zien van een gezin dat er alles aan doet de herinnering aan hun zoon levend te houden. In 1955 ontvangt de vader (Brigadier-Generaal G.A. Geel) een brief van de Oorlogsgravenstichting (die wereldwijd ruim 50.000 Nederlandse oorlogsgraven onderhoudt) met de mededeling dat de grafsteen sporen vertoont van ‘opkruipend regenwater van een treurberk’, en dat de helm van Johan op het kruis opnieuw geschilderd zou moeten worden. De brief is gedateerd op 11 mei, de geboortedag van zijn gevallen zoon, en een week na Dodenherdenking. Geel senior reageert furieus en de timing van de brief vindt hij ronduit onbehoorlijk. Hij schrijft dat de ambtenaren van de stichting zich klaarblijkelijk niet hebben gewend tot de opzichter van de begraafplaats, die het graf in overleg met de familie al jaren netjes onderhoudt; met schoonmaakbeurten tegen Kerstmis en vlak voor 4 mei. Ondanks de keurige woorden, is het niet moeilijk zijn woede te voelen. 'Ik veroorloof mij omtrent het opnieuw schilderen van de helm met U van mening te verschillen. Voor U is die helm een ornament op het kruis en moet mooi geschilderd zijn; voor mij is deze helm in zijn verweerde staat nog steeds de helm die mijn zoon droeg.' Hij vraagt voortaan van dergelijke brieven verschoond te blijven. Een antwoord van de stichting is niet in het archief te vinden.

Bloemstuk

Vader Geel sterft plotseling op 30 september 1960. De moeder van Johan is dan weduwe en kinderloos en stuurt vrij snel na het overlijden van haar man een briefkaart naar de Oorlogsgravenstichting met het verzoek de correspondentie over het graf van haar zoon te blijven sturen. In 1966 draagt zij het graf officieel over aan de stichting, maar met een nadrukkelijke voorwaarde: er mag niemand worden bijgelegd. Haar laatste rustplaats moet zijn bij

haar man in het graf, met ernaast hun enige kind. In december 1973 stuurt zij nog één briefje aan de stichting. Ze kan geen financiële bijdrage meer leveren aan het onderhoud van het graf. Ze heeft zelf hoge kosten voor ziekten die ze door de oorlog heeft opgelopen, aan haar benen, schrijft ze. Ze overlijdt op 22 november 1979. In 1992 overweegt de Oorlogsgravenstichting Johan over te brengen naar het Militair Ereveld op de Grebbeberg. De toenmalige burgemeester van Ede schrijft terug dat hij begrip heeft voor dat streven, maar van mening is dat de wens van de familie dient te prevaleren. Jaarlijks op 4 mei legt een afvaardiging van het college van burgemeester en wethouders een bloemstuk op het graf, schrijft hij ook. De afdeling Groenvoorziening houdt het grafteken schoon. Johan blijft in Ede, naast zijn ouders. ■

Johan naast zijn ouders op de Algemene begraafplaats in Ede (Asakkerweg), zoals zijn moeder het wilde. Wanneer zijn helm van het graf is gehaald, is niet bekend.  Foto Resource

SPELEND LEREN (SCHAPEN FOKKEN)

Hoe leg je op een open dag voor toekomstige bachelors uit hoe leuk de studie Fokkerij en Genetica is? ‘Pfoe’, dacht docent Pascal Duenk. ‘Ons vak gaat over statistiek en data-analyse. Hoe maak je dat aansprekend?’ Hij bedacht iets slims: de Pluizige Schapen Fokker. Een door AI gemaakt spelletje dat in simpele termen laat zien hoe fokkerij werkt. Tekst Roelof Kleis

Pascal Duenk was meteen gegrepen toen ChatGPT een paar jaar geleden uit het niets ten tonele verscheen. ‘Ik ben docent en onderzoeker. Wat zou de impact worden op mijn werk, vroeg ik me af. Daar heb ik slapeloze nachten van gehad.’ Hij volgde de ontwikkelingen op de voet en vond binnen WUR

‘Het idee van het spel is dat je schapen fokt met langere wol en een sterkere krul’

al snel gelijkgestemden. Dat leidde recent tot de oprichting van de Teachers Community Gen AI, die hij samen met Renate Winkels (Humane Voeding en Gezondheid) coördineert. ‘Zo’n tien keer per jaar houden we sessies om ervaringen te delen.’

De jongste sessie ging over vibe coding, de technologie die programmeer-leken eenvoudig in staat stelt spellen te ontwikkelen. Het schapenspel is daar een treffend voorbeeld van. ‘Het idee van het spel is dat je schapen fokt met langere wol en een sterkere krul. Die eigenschap -

pen zijn evenwel negatief gecorreleerd: hoe langer de haren hoe minder krul. Als je ze beide wilt verbeteren, moet je een balans vinden, een optimum.’

Krullen

In het spel selecteer je een aantal rammen en ooien om de volgende generatie schapen te maken. Die start is cruciaal. Hoe kleiner de groep, hoe groter de kans op problemen met inteelt. Vervolgens wordt het fokdoel bepaald. Zet je in op wollengte of krulsterkte, of op allebei een beetje en hoeveel dan? Het spel bestaat uit vijf fokrondes. Grafieken laten daarbij zien wat het resultaat is van elke ronde en hoe groot het inteeltrisico is. Een aanvankelijk kaal schaap linksboven in het scherm wordt na elke generatie voller en pluiziger. Als je tenminste de juiste keuzes maakt. De meerwaarde van het spel ligt voor de hand. Duenk: ‘Ik kan dit verhaal over de balans tussen twee eigenschappen ook uitleggen met slides en grafieken. Maar een spel maakt het levendiger. Als een student hiermee gaat spelen, blijft het veel beter hangen. Daar zit de grote winst.’

AI rukt onstuitbaar op in onderwijs en onderzoek.

Hier laten we elke maand zien hoe docenten en onderzoekers de mogelijkheden verkennen.

En dat geldt niet alleen voor studenten. Duenk maakte onlangs ook een spel voor een collega die aan boeren in Ethiopië uit wil leggen wat de gevolgen zijn van het kruisen van hun lokale koeienras met Europese rassen als de Holstein.

Even nadenken

Duenk is een voorloper als het gaat om AI. Met zijn vorig jaar ontvangen Education Innovation Grant ontwikkelde hij ChatABG, een chatbot die studenten ondersteunt bij het vak Animal Breeding & Genetics. ‘De app geeft niet rechtstreeks antwoord op vragen, maar gebruikt de Socratische methode en stelt tegenvragen zodat de student eerst zelf moet denken. Ik heb dit het afgelopen jaar getest. Sommige studenten vinden het fantastisch. Anderen vinden dat tegenvragen heel vervelend. Die hebben zelf al nagedacht en willen gewoon een antwoord!’ ■

Van twee kanten

Alternatief ‘Week Zonder Vlees’ slappe hap?

De Nationale Week Zonder Vlees kwam dit jaar terug in een nieuwe vorm: de campagne Wissel ‘ns Wat met gedurende het hele jaar aandacht voor plantaardige alternatieven. Werken regelmatige, zachte duwtjes inderdaad beter, zoals hoogleraar en gedragspsycholoog Harm Veling zegt? Of is het slappe hap geworden, zoals consumptiesocioloog Hans Dagevos betoogt? Tekst Dominique Vrouwenvelder  Foto’s Guy Ackermans

Veling: ‘Ik vind het goed dat deze nieuwe campagne zegt wat consumenten wél moeten doen, in plaats van wat ze niet moeten doen. Gedragsverandering begint met het opdoen van nieuwe, positieve ervaringen. Wissel ‘ns Wat geeft mensen een gevoel van autonomie: ze kunnen kiezen af en toe te wisselen.’

Dagevos: ‘Het verbaast me dat, juist nu de Vegetariërsbond deze campagne heeft overgenomen van de Stichting Nationale Week Zonder Vlees, de toon zo gematigd is. Ik mis de activistische inslag die veel ngo’s eigen is. Een campagne als deze kan de indruk wekken dat drastisch vleesminderen niet meer nodig is.’

Veling: ‘Dat is het spanningsveld waarin we zitten. We weten dat we minder vlees moeten eten, maar de vraag is hoe we dat bereiken.’

Dagevos: ‘Dat begrijp ik, maar geruststellende woorden van organisaties als de Vegetariërsbond en kritische onder-

zoekers helpen daar niet bij. We moeten op korte termijn veel minder dierlijke producten consumeren; met enkel wat kleine stapjes komen we er niet. Die urgentie mis ik in de taal en toon van deze campagne.’

Veling: ‘We moeten afwegingen maken tussen een activistische houding en hard terugduwen óf consumenten juist handvatten geven om de goede kant op te bewegen. Want aan de ene kant wil je mensen meekrijgen in het nieuwe narratief van klimaatvriendelijk eten, maar het moet niet alleen maar negatieve gevoelens en dus weerstand oproepen.

Zo van: ‘We mogen al niet meer vapen, roken en geen suiker meer, en nu pakken ze ook nog ons vlees af’.’

Dagevos: ‘Toch voelt het alsof we met een campagne als deze de wetenschap

‘Als mensen dingen niet meer mogen, haken ze af’

Harm Veling, gedragspsycholoog bij Consumptie en Gezonde Levensstijl

‘Het voelt alsof we met deze campagne de wetenschap verloochenen’

verloochenen. Ik zou graag zien dat dit soort campagnes in lijn zijn met bevindingen in de huidige stand van zaken in de wetenschap, zoals beschreven door EAT-Lancet, de Gezondheidsraad en honderden andere studies. We moeten duidelijk zijn over het onderliggende probleem dat we willen aanpakken.’

Veling: ‘Het moet inderdaad glashelder zijn dat de wetenschap niet ineens zegt dat we meer vlees mogen eten. Tegelijkertijd is er wetenschappelijk bewijs dat juist kleine stapjes helpen bij duurzame gedragsverandering. Als mensen dingen niet meer mogen, haken ze af, of ze doen bij voorbaat al niet mee. Dat moeten we voorkomen.’

Dagevos: ‘Dat kan een argument zijn, maar in krantenberichten las ik dat deze nieuwe, zachtere insteek het gevolg is van tegengeluiden uit de maatschappij. Populisten gingen ermee aan de haal. Ik vraag me af of we in zo’n situatie niet juist de campagne moeten opvoeren in plaats van afzwakken. Misschien moeten we niet te bang zijn om te achterhalen welke weerstand eventueel wordt opgeroepen, hoe hardnekkig die is en of die na verloop van tijd verdwijnt.’

Veling: ‘We moeten niet vergeten dat niet iedereen is opgegroeid in een cultuur waarin vegetarisch of plantaardig eten veel voorkomt. We moeten elkaars perspectief niet vergeten en empathie tonen. Sommige consumenten moeten

we iets meer aan de hand nemen door ze te vertellen welk vegetarisch gerecht ze kunnen maken met kerst. Voor hen is Wissel ‘ns Wat vriendelijker dan de Week Zonder Vlees.’

Dagevos: ‘Toch blijf ik het een zwaktebod vinden. Het mooie aan de Week Zonder Vlees vond ik dat je er nauwelijks omheen kon, het had zowel online als offline een goede zichtbaarheid. In die week promoten supermarkten bijvoorbeeld hun vleesvervangers en peulvruchten als alternatief voor vlees. Ik zie voor hen een belangrijke rol weggelegd, net als voor alle andere partijen in ons voedselsysteem, zoals de horeca.’

Veling: ‘Een systeembenadering is belangrijk. De manier waarop we met voedsel omgaan, zit diep in ons voedselsysteem verankerd. Het Voedingscentrum lanceerde onlangs de Eetdrammen-campagne, waarin duidelijk werd gemaakt hoe de voedselomgeving continu probeert consumenten te verleiden.’

Dagevos: ‘Misschien moeten we werk maken van een Vleesdrammen-campagne, waarin we consumenten bewustmaken van het feit dat vlees overal zeer prominent aanwezig is.’

Veling: ‘Ik denk dat we ervoor moeten zorgen dat mensen zin krijgen om hun gedrag te veranderen; dat de doorgewinterde vleeseters van zeven dagen per

week vlees naar vijf gaan bijvoorbeeld. Tegelijkertijd moeten we niet vergeten waar de stip op de horizon staat en luisteren naar de wetenschap die zegt dat we veel meer plantaardige producten moeten eten. Een campagne als deze –met een positief narratief – stimuleert consumenten om heel laagdrempelig eens iets plantaardigs te proberen.’ ■

KLASSIEK ZEILEN

Ruim twintig WUR-studenten deden vorige week mee aan Race of the Classics, een zeilwedstrijd die bedoeld is om het klassieke Nederlandse zeilschip te behouden. De Wageningers zeilden op de Oban, een schip van 39 meter lang en 7 meter breed. Ondanks de vele masten, touwen en zeilen was zeilervaring niet vereist: de stuurlui legden alles ter plekke uit. Op de foto: de Wageningse bemanningsleden halen het voorste zeil naar beneden. Dat moet strak worden opgevouwen of opgerold zodat het ook weer vlot gehesen kan worden. Het kluivernet was tijdens de reis ook een geliefde chillplek. dv

Lees meer over de zeilavonturen op resource-online.nl

Eigen foto

ZO MAAK JE (MOGELIJK) LEVEN

Leven creëren is de heilige graal van synthetisch biologen. Wageningse wetenschappers doen mee in een groot project om dat kunststukje voor elkaar te krijgen.

En dat is heel wat. In een review in Nature Reviews Bioengeneering zetten Koster, coauteur Henrique da Costa Oliveira en hun Wageningse collega’s op een rijtje wat erbij komt kijken om leven te maken.

EVOLF, heet dat tienjarige NWO-project (gestart in 2024), wat staat voor Evolving life from non-life. Leven maken uit dood materiaal. Meer sciencefictionachtig kun je het moeilijk krijgen. Horrorbeelden liggen dan snel op de loer. Maar Charlotte Koster, een van de deelnemers namens WUR, is geen Dr. Frankenstein. Al was het maar, omdat de doelen van Evolf veel bescheidener zijn dan het maken van menselijk leven. Een eencellig micro-organisme dat zich één keertje deelt, zou volgens haar al mooi zijn. Koster heeft ervaring met het onderwerp. Als promovendus maakte zij in Delft deel uit van BaSyC, een voorloper van Evolf, dat min of meer hetzelfde doel had: een synthetische cel maken. ‘We zijn er daar vooral achter gekomen op hoeveel verschillende manieren je leven kunt maken en hoeveel onderdelen je daarvoor nodig hebt.’

Leven bouwen begint met de vraag wat leven is. Hoe definiëren jullie leven?

‘Replicatie is een voorwaarde voor leven. In dit project leeft een cel als het minimaal één keer zelfstandig kan delen. En zelfs over dat woord ‘zelfstandig’ is volop discussie binnen het consortium. Er zijn er die vinden dat als je de bouwstenen voor replicatie aanlevert, en de cel daarmee uit voeten kan, er sprake is van zelfstandigheid. Ik vind dat de cel die bouwstenen zelf moet maken. Met dat vermogen en stofwisseling heb je de belangrijkste vereisten voor leven al te pakken.’

Biotechnologen versleutelen al lang cellen tot fabriekjes die nuttige toepassingen hebben. Wat voegt een kunstmatige cel eigenlijk toe?

‘Bij industrieel gebruik van micro-organismen ontstaan altijd bijproducten.

In theorie is een synthetische cel een soort blanco cel die je helemaal kunt programmeren zoals jij dat wilt. Je kunt daar allerlei futuristische toepassingen bij bedenken, maar daar zijn we nog heel ver van af. We begrijpen de biologie van cellen nog niet goed, omdat ze zo oneindig complex zijn. Voor mij is het

‘ER ZIT NATUURLIJK EEN ZEKERE WETEN SCHAPPELIJKE ARROGANTIE ACHTER DIT PROJECT’
Tekst Roelof Kleis

ontwikkelen van fundamentele kennis een belangrijke drijfveer om mee te doen. Dit project is een soort vrijbrief om te ontdekken hoe cellen werken. Daarover gaan we ontzettend veel leren. Ik vind het leuk om moeilijke dingen uit te pluizen. We mogen heel blij zijn als we over tien jaar een klein bubbeltje hebben dat een keer kan delen.’

De Wageningse inbreng in het project is de samenstelling van het genoom van de cel. Hoeveel genen moet dat genoom minimaal hebben?

‘Jaren geleden is een synthetische cel gemaakt door een bestaande cel uit te kleden. Dat wil zeggen: door zoveel mogelijk de niet essentiële stukken DNA uit het genoom te slopen. Die minimale cel, de symbiont JCVI-syn3.0

‘WE

BEGRIJPEN DE BIOLOGIE VAN CELLEN NOG

NIET GOED, OMDAT ZE
ZO ONEINDIG COMPLEX ZIJN’

(van het J. Craig Venter Institute), bevat 438 genen. De genen beslaan samen 530.000 basenparen, zeg maar de codeletters van het DNA. De vraag is natuurlijk wat essentieel is? Van een derde tot een kwart van die 438 genen is niet bekend waar ze precies voor dienen. En dus of ze wel nodig zijn.’

Wat is jouw aandeel in de kunstcel?

‘Ik werk aan de regulering van de eiwitexpressie: hoe zorg je dat op het juiste moment eiwitten worden gemaakt? Op het DNA zitten start- en stopsignalen, voor en na het af te lezen gen, waar die

regulering plaatsvindt. We dachten altijd dat stopsignalen werkten doordat het DNA daar een lus vormt, waardoor het aflezen stopt. Maar dat blijkt dus heel anders te zijn. Door maar één basepaar (letter) in het stopsignaal te veranderen, verdubbelde de expressie.

Beeld EVOLF

Stoppen blijkt niks met die lus te maken te hebben. We vermoeden nu dat er andere eiwitten betrokken zijn bij dat proces. Die kennis is super-essentieel als je een cel wilt bouwen.’

Jullie gaan uit van een rationele opbouw van het genoom. Genen die functioneel bij elkaar horen, plaats je bij elkaar. Dat is efficiënt in de aansturing. De opbouw van een natuurlijk genoom is het resultaat van miljoenen jaren evolutie en lijkt eerder chaotisch dan rationeel. Werkt zo’n rationele aanpak wel?

‘Er is geen reden te bedenken waarom het niet zou kunnen werken. We zullen zien. Dat vind ik juist spannend.’

Hoe test je een genoom, als er nog geen kunstmatige cel is?

‘Het uiteindelijke doel van het consortium is om bottom-up een cel in elkaar te zetten. Maar zover zijn we nog niet. Werken in vitro, dus in een reageerbuis, levert totaal andere dingen op dan in

‘IK

VIND HET LEUK OM MOEILIJKE DINGEN UIT TE PLUIZEN’

een levende cel. Een reageerbuis is een soort gigantisch zwembad, vergeleken bij een cel van twee kubieke micrometer, waar duizenden eiwitten, DNA en allerlei andere stoffen dicht op elkaar gepakt zitten. Om het DNA dat we maken te testen, werken we met bestaande cellen, waarin het genetisch materiaal wordt vervangen door synthetisch DNA.’

Een geconstrueerd genoom is net als een natuurlijk genoom onderhevig aan evolutie. Blijft zo’n genoom netjes of slaat de chaos toe en werkt het niet meer?

‘Voor een industriële toepassing van zo’n synthetische cel is verandering door evolutie natuurlijk heel vervelend. Maar voor evolutie zijn bepaalde eiwitten nodig, bijvoorbeeld om genen te repareren. Als je die er niet in stopt, vindt geen evolutie plaats. Aan de andere kant: als je wilt begrijpen hoe het leven werkt, dan is verandering door evolutie juist fantastisch. Daar leren we veel van. Dat is de dualiteit van dit project. We willen graag ergens naartoe werken, een synthetische cel, maar we kunnen ook veel leren van alles wat onderweg gebeurt.’

Het project kan dus niet mislukken?

‘Dat ligt eraan wie je het vraagt. Er zit natuurlijk een zekere wetenschappelijke arrogantie achter dit project: wij zullen het wel even beter gaan doen dan wat miljarden jaren evolutie heeft opgeleverd. Eerlijk gezegd, geloof ik daar niet in. We hebben geen idee of er een reden zit achter de ordening van het genoom of dat het puur ontstaan is op basis van toeval. Op dit moment weten we absoluut nog niet genoeg van

Summit

Evolf is een van de vijf grote projecten van het Summit-programma van NWO. In Evolf werken onderzoekers van Delft, Wageningen, Nijmegen, Groningen, Amsterdam (VU), AMOLF en Hubrecht Instituut samen. In totaal honderd promovendi, postdocs en technici zullen tot aan 2034 werken aan het maken van een synthetische cel. Bij WUR zijn er op dit moment drie promovendi, drie postdocs, een UHD’er en drie professoren mee bezig. Met Evolf is 40 miljoen euro gemoeid. Ook elders in de wereld werken onderzoekers aan soortgelijke projecten. Binnen Europa zijn de krachten gebundeld in Syncell.

Ethisch

Evolf sleutelt aan het leven. Daar komen ook ethische vraagstukken bij kijken. Daarom zijn ook (Delftse) filosofen bij het project betrokken. ‘Zij denken na over de ethische aspecten van wat kan, mogelijk en wenselijk is’, zegt Koster. ‘In een synthetische cel kun je bijvoorbeeld aminozuren verwerken die niet voorkomen in natuurlijke eiwitten.’ Uit oogpunt van veiligheid kan zoiets een voordeel zijn. Een cel met ‘onnatuurlijk’ eiwit zal het buiten niet overleven.

hoe het allemaal werkt. We weten al sinds de jaren ‘50 hoe DNA eruitziet. De vertaling van DNA naar eiwitten is ook al heel lang bekend. Maar bij die tussenliggende stappen komt zo veel kijken wat we niet nog weten. Om uiteindelijk een volledig functionele synthetische cel te maken, met toepassingen in de industrie, dan zijn we nog wel vijf van dit soort consortia verder.’ ■

Charlotte Koster  Foto Roy Borghouts

Sociëteit Ceres 100 jaar in Villa Veluvia

‘Juist de slechte tijden brengen leden bij elkaar’

Dit jaar zit de Wageningse Studenten Vereniging Ceres een eeuw in haar sociëteit aan de Generaal Foulkesweg. Gemeentearchivaris Bob Kernkamp en Ceres-lid Vincent Ruegg nemen Resource mee op reis in de tijd naar de intrek in de villa in 1926, de oorlogsjaren, de fusie met de ‘vrouwenvereeniging’, een rampzalige brand en de coronajaren. Tekst Luuk Zegers

Bob Kernkamp begon in 1989 aan zijn stage bij het Wageningse gemeentearchief. De opdracht: het Ceres-archief in kaart brengen. ‘De periode van 1878 tot 1942, om precies te zijn.’ Ceres-lid Vincent Ruegg dook voor de lustrumviering in de geschiedenis van de vereniging en het pand.

Villa Veluvia

‘Villa Veluvia is gebouwd in 1879 en was oorspronkelijk een woonhuis’, vertelt Kernkamp. In de Ceres-jaren, dus vanaf 1926, wordt het pand uitgebreid met onder meer een kroegzaal, sociëteitszaal en theaterzaal.

Op 20 oktober 1878 wordt de Landbouw Sociëteit Ceres opgericht, twee jaar na de start van de Rijkslandbouwschool. De vereniging verhuist in de eerste decennia regelmatig: ‘Ze huisden in hotels, bierlokalen en zaten ook even in sociëteit Junushoff, de huidige schouwburg. Daarna hadden ze van 1908 tot 1926 een eigen sociëteit in de Boterstraat.’ Vanaf 1910 draagt Ceres de naam ‘Wageningsch Studenten Corps’ (WSC). Vanaf datzelfde jaar groeit het aantal vrouwelijke studenten in Wageningen. In 1917 richten elf vrouwen de Wageningsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging

De intrek in Villa Veluvia in 1926  Foto archief Ceres

(WVSV) op, die in 1970 zal fuseren met WSC. Van 1924 tot 1941 heeft WVSV een clubkamer in het hoofdgebouw van de Landbouwhogeschool.

Voor de oorlog

Door stijgende ledenaantallen wordt de sociëteit in de Boterstraat te krap: WSC moet een nieuw onderkomen vinden. ‘In 1925 koopt de vereniging Villa Veluvia van de gemeente’, vertelt Kernkamp. ‘Er komen een kroegzaal, een bar en meer toiletten bij en de keuken wordt uitgebreid.’ Op 30 april 1926 wordt de villa omgedoopt tot Sociëteit Ceres en op 16 september wordt het pand officieel in gebruik genomen.

Tijdens de crisis in de jaren ‘30 daalt het aantal studenten tijdelijk, maar tegen het einde van dat decennium trekt het weer aan en worden nieuwe uitbreidingsplannen gemaakt. Die plannen worden ingehaald door de geschiedenis. Op 10 mei 1940 vallen Duitse troepen Nederland binnen. Wageningen wordt tijdelijk geëvacueerd. Twee weken na de capitulatie op 15 mei wordt er alweer onderwijs gegeven op de Landbouwhogeschool.

‘In 1941 besloten de Duitse bezetters dat het lidmaatschap van een vereniging voor joden verboden was’, vertelt Kernkamp. ‘Toen hebben bijna alle Wageningse studentenverenigingen hun werkzaamheden opgeschort. Alleen Unitas bleef open. Daarna stond het pand in feite leeg.’ Het grootste deel van de inboedel werd bij Ceres-leden ondergebracht.

Studenten in verzet

In 1943 stelen vier Wageningse verzetsstrijders, onder wie twee studenten, het bevolkingsregister. ‘De Nazi’s reageerden woedend’, zegt Kernkamp. ‘Ze sloten twintig studenten op in kamp Amersfoort. Een van hen sterft daar aan een infectie.’ Na een moordaanslag in Den Haag op de collaborerende Nederlandse generaal Seyffard worden er opnieuw willekeurig studenten opgepakt, óók 43 in Wageningen.

Datzelfde jaar eisen de Duitsers dat studenten een loyaliteitsverklaring tekenen, vertelt Kernkamp. ‘Als je tekende, mocht je blijven studeren. Als je niet tekende, werd je tewerkgesteld in Duitsland.’ Slechts 18 procent tekent; velen duiken onder.

‘In 1944 is de sociëteit kort ingericht geweest als noodhospitaal’, vertelt Kernkamp. ‘Dat gebeurde na een vergissingsbombardement van de Britten aan het begin van operatie Market Garden.’ Het is echter nooit als zodanig gebruikt, omdat alle gewonden in het reguliere ziekenhuis konden worden geholpen. Op 4 mei 1945 capituleerden de Duitse troepen. Sindsdien is Ceres altijd betrokken bij de herdenking op 4 mei en de viering van de vrijheid op 5 mei.

Kegelbaan

Op 25 augustus 1945 krijgt WSC de sleutels van de sociëteit terug. De heropstart is allesbehalve rustig, vertelt Ceres-lid Ruegg. ‘Tijdens de oorlog lag de vereniging jarenlang stil. Daardoor zijn mensen die in 1942, 1943 of 1944 lid wilden worden, allemaal in 1945 lid geworden.’

Met 450 nieuwe leden is dat jaar nog altijd het grootste instroommoment van Ceres ooit.

De vrouwen van WVSV moeten na de oorlog door stijgende ledenaantallen een eigen sociëteit vinden. Op 27 november 1947 opent de vrouwensociëteit aan wat nu Niemijerstraat 35 is.

Met de jaren nemen de ledenaantallen toe, waardoor verdere uitbreiding van het pand nodig is. ‘In 1961 en 1962 worden een nieuwe eetzaal, een biljartzaal en feestkelder Nolleke Prop toegevoegd’, vertelt Ruegg. Ook wordt een

‘In 1944 is de sociëteit kort ingericht geweest als noodhospitaal’
De kegelbaan  Foto Pim van Tend
De Heerensoos in Villa Veluvia  Foto Fifo

oude kegelbaan van de Junushoff overgenomen voor het symbolische bedrag van 1 gulden. De Junushoff vindt de kegelbaan niet passen bij het karakter van een schouwburg. Volgens de overlevering gaat het om de kegelbaan die in 1883 is aangelegd door Gustav Kaupe, die toentertijd onder meer een slijterij en een café had in Wageningen, waar Ceres van 1884 tot 1886 samenkwam. Daarmee is het de oudste kegelbaan van de Benelux. De Omsmijters – de kegelondervereniging van Ceres die al sinds 1895 actief is – kan vanaf 1962 dus in de eigen sociëteitskelder kegelen. Ook WVSV groeit flink, naar zo’n 200 leden rond 1960. Het pand aan de Niemijerstraat wordt uitgebreid.

Verliefd, verloofd, getrouwd

Met de jaren wordt de band tussen WSC en WVSV hechter. Er zijn gezamenlijke eerstejaarsfeesten en gedeelde onderverenigingen. Ook past de strikte scheiding van mannen en vrouwen in verschillende verenigingen steeds minder goed bij de tijdgeest. Als WVSV van de gemeente te horen krijgt dat ze op termijn uit haar sociëteit moet vanwege nieuwbouwplannen, komt er een werkgroep om te kijken of WSC en WVSV kunnen ‘samenwonen’ in sociëteit Ceres. Op 15 augustus 1970 fuseren beide verenigingen. Samen gaan ze verder als de Wageningse Studenten Vereniging (WSV) Ceres. Er is een proefperiode van vier jaar waarin de fusie weer ongedaan kan worden gemaakt, maar het bevalt zo goed dat er al in 1971 wordt besloten dat de fusie definitief is.

‘In onze voortuin staan twee bomen met historische betekenis', zegt Ruegg. ‘De kastanjeboom hebben we geplant bij de opening van de sociëteit in 1926. De magnolia is geplant ter ere van de fusie in 1970. De bomen symboliseren hoe lang wij in dit pand zitten en hoe de vereniging is gegroeid.’

Brand

Op zaterdag 10 mei 1980 slaat het noodlot toe: door kortsluiting ontstaat een verwoestende brand. Ruim twintig brandweermannen spuiten zo’n 20.000 liter water door het hele gebouw. De eetzaal en tuinzaal gaan verloren. De volgende dag komen leden massaal helpen om waterschade te beperken.

‘De magnolia is geplant ter ere van de fusie met de vrouwenvereniging in 1970’

‘Dit vind ik een van de meest indrukwekkende verhalen’, zegt Ruegg. ‘Juist als het slecht gaat, of er een ramp gebeurt zoals deze verschrikkelijke brand, brengt dat leden dichter bij elkaar.’ Er kon niet meer gekookt worden bij de vereniging. ‘Dus kookten onze leden thuis en brachten ze hun bordje mee naar de sociëteit om toch samen te eten.’

De jaren na de brand staan in teken van herbouw. ‘Veel leden hebben toen hun handen uit de mouwen gestoken.’ In 1982 is de heropening.

Als vanouds

In de jaren ‘90 gaat het slecht met de Landbouwuniversiteit. Krimpende studentenaantallen raken ook de verenigingen. ‘Veel functies en commissies zijn toen opgeheven.’ In 2003 wordt ook de stekker uit de mensa getrokken. ‘Er waren niet genoeg leden om die draaiend te houden.’

Maar de universiteit vindt zichzelf opnieuw uit. Studentenaantallen stijgen tot een recordhoogte in het collegejaar 2021/2022 met in totaal 13.450 studenten. Dat jaar – het is nog coronatijd – worden 165 nieuwe studenten lid bij Ceres.

De pandemie verandert het leven op Sociëteit Ceres ingrijpend: mondkapjes, anderhalve meter afstand, maximum bezoekersaantallen. Op 25 februari 2022 vervallen de meeste coronamaatregelen. ‘Na twee jaar corona gaan we de vereniging weer zoals vanouds beleven’, sprak toenmalig voorzitter Sil Penders. ‘Ik kan het bijna niet geloven.’

Tegenwoordig zijn er opnieuw zorgen over dalende studentenaantallen. Wat dat betreft kan er hoop worden geput uit het verleden, ziet Ruegg. ‘Net als Wageningen, de universiteit en het studentenleven, blijven wij meebewegen met de tijd.’ ■

Bij de brand gingen de tuinzaal en de eetzaal verloren  Foto Cord Otting
Op 10 mei 1980 ontstond brand door kortsluiting  Foto Cord Otting

Xenia Minnaert, initiatiefnemer Partij voor de Dieren, gaat de raad in

‘WE NEMEN GEEN BLAD VOOR DE MOND’

Xenia Minnaert (26), masterstudent Resilient Farming and Food Systems, richtte de Wageningse fractie van de Partij voor de Dieren op, die nu met twee zetels de gemeenteraad in gaat. Een gesprek over campagnevoeren, overtuigingen, doodsbedreigingen en rechtvaardigheid. ‘Er is behoefte aan ons geluid.’

Op haar negentiende sloot Minnaert zich aan bij PINK!, de jongerenorganisatie van de Partij voor de Dieren. Later werkte ze als fractieondersteuner in Utrecht aan dossiers als ‘wonen’ en ‘diversiteit en inclusie’. ‘Ik werkte aan rechtvaardig kraakbeleid en heb meegedacht over de natuurinclusieve ontwikkeling van een gebied rondom een tuincentrum.’

Als bachelorstudent Biologie Voeding & Gezondheid aan de Aeres Hogeschool in Almere volgde Minnaert een minor in Wageningen. ‘Ik vond het superfijn hier en bleef hangen voor mijn stage en scriptie. Later ben ik hier mijn master gaan doen.’ De politieke ambities gingen de koelkast in, maar al gauw ging het weer jeuken. ‘Ik wil graag iets goeds doen voor de wereld en vond het gek dat er hier nog geen Partij voor de Dieren-afdeling was. Dus heb ik vorig jaar het initiatief genomen voor een lokale fractie.’

Waarom moest er een Partij voor de Dieren komen in Wageningen?

‘Wij zijn een partij die kiest voor radicale gelijkwaardigheid en die holistisch

kijkt naar mens-natuur- en mens-dierrelaties. Dat spreekt veel Wageningers aan. Onze partij hoort in Wageningen. De verkiezingsuitslag laat zien dat er behoefte is aan ons geluid, want we zijn de vierde partij geworden qua stemmen en we gaan met twee zetels de raad in. Het is fijn dat ik dat samen met Jenna (Jenna van Vulpen, masterstudent Forest and Nature Conservation, red.) kan doen.’

Klopt het dat jullie oppositie gaan voeren?

‘Momenteel lijkt het daar wel op. In de verkennende gesprekken hebben we aangegeven dat we openstaan voor coalitiedeelname, maar de informateur adviseert dat PRO (voorheen GroenLinks-PvdA, red.) en de Stadspartij eerst formatiegesprekken met elkaar gaan voeren. Die samenwerking heeft niet onze voorkeur. Wat het ook wordt: wij zijn een aanjaagpartij met een lange adem. Ook vanuit de oppositie gaan wij ons best doen om Wageningen sneller klimaatneutraal te maken, de natuur beter te beschermen en dieren een betere positie te geven in deze gemeente.’

Zegers

Hoe heb je de campagne ervaren?

‘Als een hele mooie periode. Je bent elke dag bezig met je idealen en werkt samen met een supertoffe groep mensen met dezelfde visie. Elke week stonden we op de markt en gingen we met mensen in gesprek, met wie je normaal gesproken niet zo snel in gesprek gaat. Sommigen kun je overtuigen van je visie, anderen zijn het juist niet met je eens, en dat is ook goed. Je wordt je veel bewuster van je omgeving en gaat echt anders kijken naar een stad als je de lokale politiek ingaat.

‘Tegelijkertijd is het ook een hele intense periode. Je bent altijd druk en bezig. Het was een soort achtbaan.’

Jullie hebben campagne gevoerd tegen hengelen. Dat leverde doodsbedreigingen op.

‘Ons uitgangspunt is dat we minder dierenleed willen. Iedereen is tegen dierenleed, maar tegelijkertijd vinden mensen hengelen heel normaal. Wij willen dat ter discussie stellen.

‘Veel dingen die we vroeger doodnormaal vonden, zijn dat nu niet meer. Denk aan roken: vroeger kon dat overal binnen;

tegenwoordig niet meer. Dat kan moeilijk zijn voor mensen of wennen, zeker als het gaat om dingen die ze graag doen. Er mag ook frictie zijn. Op de markt hadden we daar hele mooie gesprekken over, ook met mensen die zelf graag hengelen en ook tegen dierenleed zijn. Dan kijk je elkaar in de ogen en heb je een goed gesprek. Vervolgens heeft De Gelderlander een nieuwsbericht over ons protest geschreven en gedeeld op Facebook, en daar werd nogal heftig op gereageerd.’

Iemand schreef dat je honderd gram lood in de nek moest krijgen. Een ander suggereerde dat het jachtseizoen op de PvdD is geopend. Wat doet dat met je?

‘Ik ben al redelijk gewend aan haatreacties. Facebook haalt niet het beste in de mens naar boven. Inmiddels weet

‘BEDREIGINGEN

ik dat het erbij hoort en dat het meer zegt over de ander dan over mij. Ik denk ook niet dat deze mensen per se gemeen of slecht zijn. Wel denk ik dat ze zich misschien niet gehoord voelen en vervolgens Facebook als uitlaatklep gebruiken. En daarbij vergeten dat ze met mensen te maken hebben.

‘Tegelijkertijd besef ik hoe kwetsbaar ik ben als mens en als politicus. Er hoeft er maar eentje bij te zitten die echt kwaad in de zin heeft. In overleg met de burgemeester is de politie ingeschakeld. Haatdragende taal en bedreigingen op internet lijken tegenwoordig haast normaal, zeker richting vrouwelijke politici. Maar het is niet normaal. Dus moeten we ons ertegen blijven uitspreken.’

Hoe ga je het raadswerk combineren met je studie?

‘Het wordt balanceren. Ik hoop binnen anderhalf jaar klaar te zijn met studeren. Maar als het langer duurt, is dat ook oké: het moet niet ten koste gaan van m’n mentale of fysieke welzijn.’

Wanneer is deze raadsperiode een succes voor jou?

‘Als we stappen zetten in het aanpakken van de klimaatcrisis en altijd kiezen voor rechtvaardigheid voor mens en dier. Ook mag de stad wel wat minder steen en wat meer groen. We zijn een activistische partij, dus we nemen geen blad voor de mond en zullen onderwerpen aansnijden die andere partijen misschien ongemakkelijk vinden. Zoals rechtvaardigheid voor Palestina en de positie van grote bedrijven in Wageningen. En we willen een einde aan dierproeven.

‘Ook willen we de komende vier jaar de wijken ingaan om te praten met mensen die wantrouwend naar ons kijken. Niet om ze te overtuigen, maar om naar elkaar te luisteren. Hopelijk zorgt dat voor wat meer wederzijds begrip.’ ■

Xenia Minnaert: ‘De verkiezingsuitslag laat zien dat er behoefte is aan ons geluid, want we zijn de vierde partij geworden qua stemmen en we gaan met twee zetels de raad in.’  Foto Ruben Eshuis

Studenten moeten D&I moeten promoten JA/NEE

In Resource ontstond de afgelopen maanden discussie onder docenten over de bachelor learning skill dat ‘studenten na hun studie klaar zijn om sociale gelijkheid en respect voor diversiteit te promoten’ (zie kader).

Wat vinden studenten daar zelf van? Tekst Philip Timmers  Illustratie Shutterstock

Merel (23)*

Masterstudent Environmental Sciences

Dick de Ridder Onderwijsdecaan

‘De skill Diversity & Inclusivity is inderdaad waardegebonden en sluit aan bij de waarden van WUR. We willen dat WUR alle studenten en medewerkers een omgeving biedt waarin deze waarden centraal staan. We vragen daarom van studenten dat ze zich gedurende hun studietijd hiernaar gedragen, ook al staan ze er zelf wellicht niet (volledig) achter.

‘Overigens kunnen en hoeven niet alle docenten betrokken te zijn bij het onderwijzen van alle skills. De skill kan bijvoorbeeld niet bij hun vak passen of elders onderwezen worden, of ze kunnen zich niet competent voelen om een bepaalde skill te onderwijzen. Als een docent zich écht niet kan vinden in bepaald onderwijs, kan dat in overleg worden overgedragen aan collega’s.

‘Het is aan de opleidingen zelf om te besluiten of, hoe en op welk niveau ze de skills toetsen. Als skills die over waarden gaan getoetst worden, zal dat denk ik vooral zijn om ervan leren, niet om ze te beoordelen, bijvoorbeeld als onderdeel van reflectie op groepswerk.’

‘Ik vind niet dat je mensen moet beoordelen op hoe divers of inclusief zij zijn, maar ik denk dat het wel waardevol en leerzaam is om studenten van verschillende etnische en culturele achtergronden samen tot nieuwe inzichten te laten komen. Het promoten van diversiteit en inclusiviteit is heel belangrijk, maar het kwantitatief maken van dit leerdoel is erg moeilijk; bij toetsing geef je studenten namelijk de prikkel om diversiteit te faken – in plaats van het te omarmen –voor een hoger cijfer.’

Federico Clemente (25)

Masterstudent Biobased Sciences

‘Ik vind het belangrijk dat WUR een diverse en inclusieve plek is. Maar D&I hoeft geen onderdeel te zijn van de leerdoelen van een opleiding. Ik snap het punt dat een diverse groep effectiever is, maar ik denk niet dat je D&I kunt toetsen omdat het gaat om intrinsieke waarden en gedrag. Daaraan kun je wel aandacht besteden in het onderwijs, maar ik denk niet dat je dit kunt toetsen.

‘Voor mij is ook niet duidelijk wat er precies met D&I bedoeld wordt. Ik denk dat als je D&I tot het uiterste doorvoert, inclusiviteit een excuus kan zijn om alle meningen te tolereren en dat geeft mensen een vrijbrief om alles te zeggen wat ze willen.

Het probleem hiervan is dat mijn vrijheid ophoudt waar jouw vrijheid begint.’

iStudenten moeten na hun studie ‘klaar zijn om sociale gelijkheid en respect voor diversiteit te promoten’, staat in het nieuwe WUR-beleidsstuk BSc Skills Learning Outcomes. In Resource ontstond discussie over deze D&I-skill nummer 13. Wiskundedocent Hans van den Heuvel stelde dat D&I in deze een normatief beleidskader is en daarmee politiek van aard: ‘Het opnemen van D&I als ‘skill’ tast de vrijheid van studenten aan om zelfstandig een politieke mening te vormen en is onverenigbaar met academische vrijheid. Stop verdere politisering van het onderwijs.’ Een tegenreactie kwam van een groep docenten met als penvoerder Ben Auxier, universitair docent Laboratorium Genetica. Zij stellen dat universiteiten geen waardevrije instellingen zijn. ‘Bijna alle vakken en studieprogramma’s weerspiegelen normen en waarden zoals wetenschappelijke integriteit, non-discriminatie en publieke verantwoordelijkheid. Het erkennen van diversiteit en inclusiviteit als een vaardigheid, introduceert dus geen politiek in het onderwijs, het is onderdeel van hoe we studenten plaatsen in een maatschappij waarin wetenschap opereert.’

Thijs (23)*

Masterstudent Earth System Sciences

‘Er is een belangrijk onderscheid tussen D&I als waarde en als middel. Daardoor praten mensen al snel langs elkaar heen. Van den Heuvel ziet D&I als een waarde en vindt het raar om studenten een waarde op te leggen. Auxier ziet D&I meer als middel dat de wetenschap versterkt. Dat laatste vind ik zonder twijfel iets goeds. Maar ik heb er wel mijn twijfels bij als WUR diversiteit als waarde oplegt aan studenten; het is ook goed om studenten hun eigen meningen te laten vormen.

‘Ik heb een eerdere editie van het beleidsdocument over BSc skills gelezen en zoals ik het las, wordt inderdaad verwacht dat studenten D&I actief promoten. D&I wordt daar gebracht als een waarde en ik ben het met die waarde eens, maar ik snap dat wetenschappers vinden dat je het studenten niet moet opleggen met het oog op objectiviteit in de wetenschap.’

Caleb Turner (20)

Bachelorstudent Soil Water Atmosphere en voorzitter van studentenraadspartij Sustainability and Integration

‘Ik vind diversiteit en inclusiviteit in de academische wereld ontzettend belangrijk. Tegelijkertijd ben ik het ermee eens dat WUR studenten moet opleiden tot kritisch denkende individuen. Maar D&I kan studenten juist stimuleren om kritisch te leren denken, dus WUR legt ze hiermee niet op wát ze moeten denken. Diversiteit en inclusiviteit leidt tot meer verschillende wereldbeelden en dat vormt juist de basis van de academische wereld en het vergroot het vermogen van studenten om kritisch te denken. ‘Als de BSc-skill D&I zo in het onderwijs verweven wordt, dat deze leidt tot ‘inclusievere’ collegezalen en tot onderwijs in en over diverse perspectieven, ben ik er een voorstander van.’

Liza Mientjes & Maarle Bolder (20) Bachelorstudenten Internationale ontwikkelingsstudies

‘Wij vinden dat je geen mening moet opleggen aan studenten, maar dit onderwerp is zo belangrijk dat het wat ons betreft wel mag worden vastgelegd in de BSc Skills Learning Outcomes. Objectiviteit is bijna onmogelijk, ook in de wetenschap. In de meeste vakken en studie’s worden normen en waarden weerspiegeld; dat zou dan eigenlijk ook niet mogen. Wij zien heel erg het belang van deze D&I-skill. Het is een beetje vergelijkbaar met het debat over de afweging tussen wanneer is het vrijheid van meningsuiting en wanneer is iets racisme. ‘Maar in onze studie is het meer een richtlijn dan een harde eis, ervaren wij. Als WUR zou gaan toetsen of studenten D&I wel genoeg promoten, dan zouden we dat wel te ver vinden gaan.’

*Namen bekend bij de redactie

Een eeuw Ento

De leerstoelgroep Entomologie bestaat honderd jaar. Met exposities, een kunstmarkt, lezingen, een reünie en een natuurfilm wordt daar de komende maand uitgebreid bij stilgestaan. Emeritus-hoogleraar Marcel Dicke licht – op verzoek – op deze pagina’s vijf hoogtepunten toe uit een eeuw ento. Tekst Roelof Kleis

Malaria

Bij de hoogtepunten van een eeuw WUR-entomologie mag het malariaonderzoek van hoogleraar Willem Takken niet ontbreken. ‘Zijn doel was om te begrijpen hoe malariamuggen mensen vinden en of we dat kunnen gebruiken om malaria te bestrijden’, licht Dicke toe. ‘Hij heeft veel onderzoek gedaan naar de vraag waarom muggen jou aantrekkelijk vinden en een ander niet.’ De crux zit ‘m in zweet en CO2. Het onderzoek leverde een voor muggen aantrekkelijk geurmengsel op dat aan vallen werd gekoppeld. Als proof-of-principle van deze pesticide-vrije vorm van malariabestrijding werd het Keniaanse eiland Rusinga (op het Victoriameer) van vallen voorzien. ‘Elk van de 4300 huishoudens kreeg zo’n val, een ventilatortje en een zonnepaneel.’ Het resultaat haalde tien jaar geleden de wereldpers. De populatie muggen daalde spectaculair met 70 procent en het aantal nieuwe gevallen van malaria nam met 30 procent af. ‘Zo zie je dat als je de biologie van het insect begrijpt, je kunt gaan zoeken naar de achilleshiel. Natuurlijk is malaria daarmee niet de wereld uit, maar alternatieven voor pesticiden zijn dus goed mogelijk.’

Biologische bestrijding

Alternatieven voor pesticiden zijn de rode draad door het entomologie-onderzoek in Wageningen. Professor Jan de Wilde introduceerde die aanpak in de jaren ‘50. Dicke: ‘Hij zag in dat grootschalig gebruik van pesticiden grote ecologische problemen op ging leveren. Hij wilde systemen ontwikkelen, waarin pesticiden niet werden uitgesloten maar een laatste optie zouden zijn. Daartoe moest je de interacties van plaaginsecten met hun voedselplant en met hun natuurlijke vijanden begrijpen, zodat je kon ingrijpen met maatregelen als biologische bestrijding of aangepaste teeltmethoden. Dat werk is door zijn opvolger Joop van Lenteren sterk voortgezet en in mijn tijd verder uitgebreid.’ Dicke maakte zelf naam met zijn onderzoek naar chemisch communicatie tussen planten en insecten. Hij bewees als promovendus dat door spint geplaagde planten actief geurstoffen uitscheiden die roofmijten aantrekken. Die roofmijten vreten vervolgens de spint op. Dicke kreeg een Spinoza-premie (de eerste voor WUR) voor zijn onderzoek naar de interactie tussen planten, plaaginsecten en hun natuurlijke vijanden. Begrip van de ecologische relaties in de natuur is volgens Dicke de basis van alles. ‘Alles begint met fundamenteel onderzoek. De toepassing komt pas later. De Wilde is begonnen met die aanpak, die later wel de Wageningse Aanpak is gaan heten. Als je een solide fundamentele basis hebt, weet je wat er gebeurt als je aan de knoppen draait.’

City of Insects

Insecten laten niemand onberoerd. Het levende bewijs daarvan was City of Insects, het festival dat in september 2006 Wageningen op zijn kop zette. Liefst 20.000 bezoekers trok dit eenmalige festijn, waarmee Dicke wereldwijd de aandacht trok. Met het idee won Entomologie de (eerste) Academische Jaarprijs voor het vertalen van toonaangevend wetenschappelijk onderzoek naar het grote publiek. ‘We hadden net een paar papers in Science en Nature gehad en Arnold van Huis (zie bij het kopje Mmm insecten, red.) stond in de schijnwerpers met insecten als voedsel. Als afsluiting van het feest hebben we geprobeerd het wereldrecord insecten eten te vestigen: zoveel mogelijk mensen die op hetzelfde moment op dezelfde plek insecten eten. Het Guinness Book of Records wilde er niet aan; ze vonden het oncontroleerbaar. Onzin. Maar het maakte niks uit. Via Reuters gingen beelden de hele wereld over. Uit alle hoeken van de wereld kregen we bericht van oud-studenten: hey, jullie waren primetime bij ons op tv.’

Kleine breinen

Mmm, insecten

Insecten kun je eten. Sommige tenminste. De eiwitten van insecten zijn stuk duurzamer te produceren dan die van vlees. Hoogleraar Arnold van Huis maakte internationaal naam met zijn FAO-studie Edible insects, future prospects for food and feed security (2013), met meer dan zeven miljoen downloads de verreweg meest verspreide studie van WUR. Van Huis stond ook aan de wieg van Het Insectenkookboek. ‘We hebben het eerste exemplaar aan Máxima mogen aanbieden, zijn bij toenmalige secretaris-generaal van de UN Kofi Annan op bezoek geweest en ik heb het verhaal bij TED Global mogen vertellen’, zegt Dicke. ‘De ontwikkelingen zijn snel gegaan. Er is inmiddels een hele industrie uit gegroeid. Binnen WUR zijn inmiddels tientallen groepen met insecten bezig.’

Zijn insecten slim? Daarover kun je discussiëren. Ze hebben in ieder geval hersenen. En hoe klein ook, het insectenbrein beschikt over leervermogen. Onderzoek naar sluipwespen laat zien dat dat leervermogen overeind blijft, hoe klein je die wespen ook maakt. ‘Hoe ze blijven leren, weten we niet.’ Hersenonderzoek bij insecten kan belangrijk licht werpen op hoe onze hersenen werken, ook al is ons brein oneindig complexer georganiseerd.

‘De basale processen zijn hetzelfde.’ En hij schakelt meteen naar pesticiden. ‘De meeste pesticiden werken op de hersenen van insecten. Als je weet dat een aantal van die stoffen inmiddels ook in de hersenen van mensen wordt aangetroffen, waarom luidt dan de noodklok niet?’

Podium

Normaal gesproken maakt fotograaf en filmmaker Hans Smid vooral korte filmpjes, ter aanvulling van wetenschappelijke artikelen en practica. Hij onderzocht jarenlang sluipwespen, de insecten die hun eitjes leggen in rupsen. In zijn eerste lange documentaire, grotendeels gefilmd in zijn eigen woonkamer, krijgt de rups de hoofdrol. ‘Opeens dacht ik: ik moet het omdraaien. Het verhaal niet vertellen vanuit de predator, maar vanuit de prooi.’ Tekst Coretta Jongeling

RUPS op het grote scherm

Die prooi krijgt heel wat te verduren. Een drama dat voor de meeste tuiniers verborgen blijft. De film begint bij het koolwitje, dat haar eitjes zeer selectief legt op koolplanten. De gifstoffen van die plant gebruikt de rups als wapen tegen vogels die wel een rupsje lusten. Er zijn meer gevaren: parasitaire sluipwespen leggen hun eitjes in het bloed van de rups. Die ontwikkelen zich daar, de larven komen uit de rups gekropen terwijl die nog leeft en manipuleren zelfs het gedrag van hun gastheer zodat die de net uitgekomen sluipwesplarven beschermt tegen hyperparasieten. En dan moet de hele metamorfose van rups naar vlinder nog komen.

Het is vrijwel onmogelijk om dat soort beelden in de natuur te schieten, dus filmde Smid bijna alles thuis. ‘Je moet precies op het moment dat bijvoorbeeld zo’n sluipwesp uit het eitje komt klaar zitten. Je kan wel denken, ik zet de camera aan, lamp erop en ik kom later wel terug, maar dat kan je vergeten. Die sluipwesp houdt niet van licht, dus dan komt-ie er aan de andere kant uit. Je hebt er veel geduld voor nodig, maar ik heb dingen gefilmd die zelfs collega-entomologen nog niet wisten.’ Smid hoopt dat hij met de film kan bijdragen aan iets meer liefde voor de rups. ‘Iedereen houdt van vlinders.

WO

29-04-26

Visum Mundi 20:00u

Toegang 11 euro

Maar niemand denkt aan rupsen. Het is bizar dat mensen bloemen aanplanten om vlinders in hun tuin te krijgen maar ook het onkruid wegmaaien waar de rupsen op zitten. We kunnen geen picknickmandje samenstellen van welke beesten we wel willen en welke niet. Het hangt allemaal onderling samen.’ De film gaat in première tijdens de jubileumweek van 100 jaar Entomologie. Smid is bij de vertoning aanwezig om vragen te beantwoorden. De film is in het Nederlands ingesproken door Louise Vet, hoogleraar Ecologie en voormalig directeur NIOO, en Engels ondertiteld.

Kaarten zijn te koop via de website van Visum Mundi:

TIPS

Zaterdag 25 april

Revenge of the Synth (Star Wars/elektro/rock)

Astrant Ede

Vrijdag 1 en zaterdag 2 mei Makers Market (creatieve workshops, markt) NuDeToekomst

Woensdag 20 mei

Brouw House Jams Artiest nog niet bekend Stadsbrouwerij

Jaarlijks studeren zo’n 3.500 bachelor- en masterstudenten in Wageningen af. In de rubriek Thesis Life vertellen ze over hun mijlpaal; over de inhoud, de ups en de downs. Dit keer Lacopo Bernava, masterstudent Resilient Farming and Food Systems. Tekst Eva Hamers

Je scriptie in 40 woorden?

‘Ik heb onderzocht of land dat overblijft in Nederland als mensen van dieet veranderen, te gebruiken is voor extra bos en dus extra koolstofopslag. Ik heb de (extra) beschikbaarheid van land bekeken voor een flexitarisch, veganistisch en gemiddeld Nederlands dieet.’

Waarom dit onderwerp?

‘Om klimaatverandering tegen te gaan, is het extreem belangrijk over te stappen op een plantaardig dieet. Geen andere simpele aanpassing in levensstijl, zoals stoppen met dagelijks autogebruik, heeft zo'n impact.’

Wat vond je het moeilijkst?

‘Ik had weinig ervaring met veldwerk. Het opzetten van mijn onderzoek was moeilijk en het literatuuronderzoek kostte veel tijd. Toen ik de methodologie eenmaal had gedefinieerd, ging het beter. De laatste maand moest ik vol gas geven, terwijl ik dat mentaal eigenlijk niet meer kon opbrengen. Toen ik mijn scriptie had ingeleverd, ging ik wandelen in het bos om te ontspannen en moest ik huilen van mentale uitputting.’

Heb je tips voor thesisstudenten?

‘Denk niet dat wat je doet onbelangrijk is of stom. En vertrouw op jezelf en je capaciteiten: je hebt inmiddels veel geleerd. Dus overschat het niet, dat was een waardevol advies voor mij. Veel studenten raken overweldigd door het vooruitzicht dat ze een scriptie moeten schrijven.’

Wat heb je geleerd van je scriptie?

‘Omdat ons voedsel van over de hele wereld komt, is het bijna onmogelijk om het landgebruik voor het dieet van één Nederlander te bepalen. Een verandering in het voedingspatroon in Nederland betekent niet meteen minder landgebruik in Nederland. Daarnaast betwijfel ik of grootschalige bebossing in Nederland helpt om klimaatverandering tegen te gaan: Nederland heeft veel vruchtbare landbouwgrond. Het zou daarom beter kunnen zijn gewassen te exporteren in plaats van importeren om zo het landgebruik in gebieden met biodiverse bossen en/of lagere gewasopbrengsten te verlagen.’

In Wageningen kom je alle smaken van de wereld tegen. Zofia Świątkowska, masterstudent Resilient Farming and Food Systems uit Polen deelt een recept voor bosbessentaart.

Smaken van WUR

Tort jagodowy/bosbessentaart (vegan)

‘Mijn oma is een geweldige bakker. En elk jaar tijdens het bosbessenseizoen bakt ze de heerlijkste taarten. Is dit recept van mijn oma? Niet echt, het is de vegan versie van de taart die ik me uit mijn kindertijd herinner. Het is makkelijk te maken, het ziet er prachtig uit, het smaakt naar zomer en feest. En het is een geweldige verjaardagstaart!’

1 Verwarm de oven voor op 180 °C.

2 Bekleed een taartvorm (Ø 20 cm) met bakpapier of vet hem in.

3 Meng in een grote kom alle droge ingrediënten.

4 Meng in een aparte kom alle natte ingrediënten.

5 Voeg de natte en droge ingredienten bij elkaar en meng met een spatel.

6 Giet het beslag in de bakvorm en bak de cake droog in 30 tot 40 minuten.

7 Laat afkoelen.

8 Pureer de (ontdooide) bosbessen.

9 Doe de gepureerde bosbessen in een pan met suiker en maïzena. Laat paar minuten koken tot mengsel dikker wordt.

10 Laat volledig afkoelen.

11 Klop de bosbessen samen met roomkaas en poedersuiker.

De cake

1 Zorg dat de cake op kamertemperatuur is of kouder!

2 Snijd de taart horizontaal door.

3 Smeer de helft van de crème op de onderste laag, leg de bovenste

Ingredienten (voor 8 porties):

• 220 g witte bloem

• 150 g witte suiker

• 1,5 tl bakpoeder

• snufje zout

• snufje kaneel (optioneel)

• snufje kardemom (optioneel)

Natte ingrediënten:

• 240 ml soja- of havermelk

• 80 ml olie

• 1 tl vanille-extract

• 1,5½el witte azijn

Bosbessenroom:

• 200 g bosbessen (vers of bevroren)

• 1 el suiker

• 2 tl maïzena

• 150 g vegan roomkaas

• 30 g poedersuiker

laag erop en smeer de resterende crème eroverheen.

4 Maak het mooi! Versier met verse bosbessen, muntblaadjes of eetbare bloemen.

Zofia Świątkowska masterstudent Resilient Farming and Food Systems

Meanwhile in… Hongarije – Orbán weggestemd

WUR is zeer divers; er werken en studeren honderden internationals. In de rubriek Meanwhile in vragen we een van hen te reageren op een gebeurtenis in het thuisland. Deze keer vertelt Szonja Lippert (25), pas afgestudeerd masterstudent Bio-informatica, over de verkiezingen in Hongarije op 12 april. Tekst Philip Timmers

‘Voor het eerst in 16 jaar heeft de oppositie de nationale verkiezingen gewonnen. Samen met vier andere Hongaren uit Wageningen ben ik zondag 12 april naar Den Haag gereisd om te stemmen bij de Hongaarse ambassade. Normaal gesproken is de opkomst onder Hongaren in het buitenland niet zo hoog; maar omdat er nu zo veel op het spel stond, was de opkomst veel hoger dan normaal. Den Haag had internationaal gezien zelfs een van de hoogste opkomsten. Wij zijn die ochtend om 6:00 uur opgestaan om ervoor te zorgen dat we als een van de eersten in de rij stonden.

‘Het onderwerp politiek vermijden we aan de eettafel’

‘Hongarije is politiek zeer verdeeld. Omdat de partij van Orbán de touwtjes in handen heeft van de meeste grote nieuwsmedia, zoals tv en kranten, is veel van wat zij uitzenden en publiceren

propaganda voor hem en zijn politiek. Mensen die dergelijke bronnen vertrouwen, zullen daarom geneigd zijn op Orbán te stemmen. Dit leidt nogal eens tot verdeeldheid binnen families, omdat oudere mensen deze bronnen vertrouwen, terwijl jongere mensen manieren vinden om ze te omzeilen.

‘In mijn eigen familie zie ik hetzelfde. Mijn ouders en ik zijn 13 jaar geleden – net als veel andere Hongaren – uit Hongarije vertrokken vanwege de verslechterende politieke situatie. Maar mijn grootouders wonen er nog wel en zij steunen Orbán. Als het over politiek gaat aan de eettafel, lijken we langs elkaar heen te praten en wordt de sfeer er niet gezelliger op, dus dat onderwerp vermijden we. Op de leeftijd van mijn grootouders is het moeilijk om mensen op andere gedachten te brengen.

‘Ik hoop dat we in de toekomst kunnen terugkijken op deze periode als een kleine, positieve revolutie en dat het beeld dat mensen van Hongarije hebben positiever is geworden. Ik zou het geweldig vinden als mensen bij Hongarije niet alleen maar aan de vreselijke politiek denken, want het land is zoveel meer dan dat.’

Advertenties

ONZE CAMPUS IS ROOKVRIJ

Het is wettelijk niet toegestaan om op Wageningen Campus te roken of te vapen

Het voorjaar hangt in de lucht! Samen voor een rookvrije campus!

Laten we het fris en schoon houden

HOKJESDENKEN

Vul de puzzel in en ontdek welk(e) woord(en) er in de gekleurde vakjes staat(n). Stuur dit als oplossing naar resource@wur.nl vóór 19 mei.

Tip: zoek ook naar antwoorden in dit magazine en op resource-online.nl.

Horizontaal

1. Hebben veel WUR'ers last van 6. Archivaris die met pensioen gaat (3+5)

13. Deense schoenmaker

14. Vruchten een knal geven

16. Traditioneel gebruik

17. Strijdmakker van Fidel

18. Door de neus kan het nogal teleurstellend zijn

19. Slaginstrument

20. Verfilmd boek van A.F.Th.

22. Ziekenhuisafdeling

23. Nieuwe organisatie-eenheid van WUR

24. Wandel je in zo'n 10 min.

28. __ u!

30. Wassend water

31. N(i)et zo (lang)

33. Beschilderde communicatievorm

36. Past voor meer of wateren

38. Rakettenproducent

39. Amsterdams dj-festijn

40. Voorbijgaand gebruik

42. __ Veluvia, 100 jaar sociëteit

43. Gebouw dat er definitief niet komt

44. Feestvierende studentenvereniging

45. Verbeten

Verticaal

1. Heeft invloed op de kwaliteit van appelsap

2. Terugkerend onderzoek

3. Toneelstukje

4. 9 __ 5, hit van Dolly Parton

5. __ Doc (themakanaal)

6. Lastdier in een orkest

7. Past voor dracht of hoorn

8. Radon

9. Slijterij?

10. Boom met irritante vruchten

11. Nieuw geplant langs de waterkant

12. Aan het uiteinde

15. Met opzet

18. Onvriendelijk computerprogramma

19. Gevechtsvliegtuig

Colofon

21. Vertrouwelijk

23. Drugs om beter te presteren

25. Legt de kaarten op tafel

26. Groen

27. 10-jarig project van de NWO

29. Tjongejonge in Vlaanderen

32. Glossy

34. Haagse club

35. Bredase club

37. Krijgt Buma als vicepresident

41. U in Vlaanderen

De oplossing van de puzzel uit Resource #7 is ‘luminescentie’. De winnaar is Javy van de Pas. Gefeliciteerd! We nemen contact met je op.

Winnaars mogen kiezen uit het boek Zeven dieren bijten terug van WUR-alumnus Frank Westerman of de Wageningen Verjaardagskalender met dronefoto’s gemaakt door DroneWageningen.

Resource is het onafhankelijke medium voor studenten en medewerkers van Wageningen University & Research. Resource brengt nieuws, achtergronden en duiding. Op resource-online.nl verschijnen dagelijks nieuwe berichten. Het magazine verschijnt maandelijks.

Contact Vragen en opmerkingen voor de redactie: resource@wur.nl | www.resource-online.nl

Redactie Willem Andrée (hoofdredacteur), Helene Seevinck (eindredacteur), Roelof Kleis (redacteur), Luuk Zegers (redacteur), Marieke Enter (redacteur), Coretta Jongeling (online coördinator), Dominique Vrouwenvelder (redacteur).

Vertalingen Tessera Translations S.L.

Vormgeving Alfred Heikamp, Larissa Mulder

Basisontwerp Marinka Reuten

Coverillustratie Valerie Geelen

Druk Damen Drukkers BV, Werkendam

Abonnement Een abonnement op het magazine kost €59 (buitenland €135) per academisch jaar. Opzeggen voor 1 augustus.

ISSN 1874-3625

Uitgever Corporate Communications & Marketing, Wageningen University & Research

[DE

NEUS]

Nieuws met een luchtje

BESTUUR VERGADERT VOORLOPIG BUITEN

In navolging van het onderwijs gaat ook de raad van bestuur (RvB) van WUR naar buiten. Outdoor Governance heet het project dat door Houkje Seimovaara, Caroline Cruise en Peter Poenema in het leven heeft is geroepen.

Met ingang van komende dinsdag vergadert het bestuur buiten, aan de voet van Atlas, tussen het kunstwerk de Spijspotten. En iedereen mag daarbij aanwezig zijn. Met het project hoopt de RvB meer lucht te geven aan de door WUR zo vurig gewenste, maar helaas weinig beoefende, openheid en transparantie. Een beetje gezonde buitenlucht moet het bestuur volgens Sjeimovaara bovendien op een hoger plan tillen. ‘Waar anders dan buiten liggen nature-based-besluiten meer voor de hand?’

Met het natuurinclusief vergaderen haakt het bestuur aan bij de deze maand gestarte Outdoor Classroom. Drie locaties op de campus zijn aangewezen als buitencollegezaal. Voor Outdoor Governance is een plek tussen de Spijspotten uitgekozen. Die stalen constructies vormen een natuurlijke klankkast, zodat ook als er veel publiek is, het geluid goed wordt doorgegeven. Outdoor Classroom-activist Louise van der Stok is uitgelaten over de navolging van haar initiatief. ‘Heel veel studies laten zien dat mensen ontspannen van buiten in de natuur zijn. Dan schieten de stresslevels omlaag. Vragen die gaan over wat echt belangrijk is, zijn buiten beter te behandelen.’

Zij wijst daarnaast op de positieve uitwerking van zonlicht op het humeur en de aanmaak van vitamine D en C. De pilot met buitenvergaderingen vindt tot het zomerreces plaats. Weer of geen weer, bevestigt de woordvoerder van de RvB. ‘Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding.’ De RvB hoopt dat het initiatief navolging krijgt in andere gremia, zoals de WUR-Council, de Studentenraad en het overleg van opleidingsdirecteuren.

Om de buitenvergaderingen aan te kondigen, wordt gebruik gemaakt van het carillon. Dat zal een kwartier voor aanvang het bekende Hollandse liedje ‘Kom mee naar buiten allemaal’ inzetten. ‘Dat is mijn idee’, wil Poenema graag vermeld zien. ‘We hebben het intern al een aantal keren in canon en a capella geoefend. Houkje zet in, Caroline doet de tweede stem en ik zorg voor de lagere regionen.’

Voor wie graag mee wil zingen, volgt hier de tekst:

Kom mee naar buiten allemaal, dan zoeken wij de wie-ie-le-he-waal.

En horen wij die muzikant, dan is zomer weer in ’t land. Judeljo-o klinkt zijn lied (2x), Judeljo-o en anders niet.

Foto Mette Bordes

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook