Skip to main content

RESOURCE - Nr. 07 2026 (NL)

Page 1


MAART ❷⓿❷❻ JAARGANG ❷⓿

Feedback docent effectiever dan AI

Vici: wat doet dat virus daar?

Journalistiek magazine over Wageningen University & Research

Nieuwe minor Decolonizing Science

Medezeggenschap Valt er wat te kiezen?

p.12

Groen scoort hoog in partijprogramma’s

Studenten verder weg op uitwisseling

Inhoud

16

Medewerkers op zoek naar nieuwe baan

Spelen met stress

Socialer vis dankzij broer en zus

Kijk voor meer verhalen en nieuws op onze website via deze QR-code:

VOORWOORD

Vrijheid

Je duistere verleden bespreken tijdens je verjaardag. Klinkt niet heel gezellig. Maar tijdens de 108ste dies natalis (de verjaardag van WUR) gebeurde dat wel. Historicus Larissa Schulte Nordholt toonde hoe Europeanen, dus ook Wageningers, zich in het verleden onder meer kennis en arbeidskrachten toe-eigenden. Deze spiegel werd de aanwezigen voorgehouden, en dat gebeurde in alle vrijheid (pag. 23).

Wat op de campus ook gebeurt in alle vrijheid: in discussie gaan met het bestuur als je vindt dat beslissingen die voor medewerkers genomen worden niet de juiste zijn. Dat is een deel van het werk van de medezeggenschap. In de ideale situatie houden de leden het bestuur daarmee scherp. Maar ook dat – wel of niet deelnemen (het loopt weer niet storm in aanloop naar de verkiezingen, zie pag. 12) – kan in vrijheid.

Daar staan we vast en zeker niet vaak bij stil. Drie WUR-studenten doen dat wel (pag. 16). Ze komen uit Iran en vertellen hun indringende verhaal. ‘Iraniërs over de hele wereld dromen van vrijheid’. Dat dit hier niet hoeft, is iets om dagelijks over na te denken.

Willem Andrée Hoofdredacteur

PADDENTREK

Vlak na zonsondergang duiken ze op: de paddenhelpers. Met een emmertje en een zaklamp speuren ze de grond af naar kikkers, padden en salamanders. Vanaf begin maart trekken die richting poelen en vijvers om zich voort te planten, hun hoofd bij heel andere dingen dan naderend verkeer en gevaarlijke putten. Student Bos- en Natuurbeheer Daan Duterloo helpt ze al vijf jaar veilig oversteken. Resource liep een avondje met ‘m mee langs de nieuwe westelijke campusweg. Lees het op resource-online.nl. cj

Foto Guy Ackermans

Nieuwe minor Decolonizing Science and Development

In studiejaar 2026/2027 start de nieuwe minor ‘Decolonizing Science and Development’. Die verkent de geschiedenis van kolonialisme en slavernij, en hoe deze erfenissen nog altijd doorwerken in ongelijkheid en onrecht. De minor is samengesteld uit vijf vakken van vier verschillende leerstoelgroepen.

Hofleverancier

‘Deze generatie jongeren wil in de spiegel kijken van het koloniale verleden’

De minor staat open voor Wageningse studenten vanaf niveau derdejaars bachelor en past volgens coördinator Birgit Boogaard goed bij de ontwikkeling die WUR momenteel doormaakt. ‘Er is een toegenomen besef dat we iets moeten met ons koloniale verleden en overwegend westerse perspectief, en dat het belangrijk is om studenten hierover te onderwijzen. Ze moeten goed weten waar ze het over hebben en begrijpen waar argumenten vandaan komen. Studenten vragen er ook naar. Deze generatie jongeren wil in de spiegel kijken van het koloniale verleden en heeft de moed om het voortaan anders te doen. Ze verdienen het om goed opgeleid te worden. En voor het bredere maatschappelijke debat is het natuurlijk ook belangrijk dat studenten goed geïnformeerd zijn.’

Keuzevakken

De minor kent twee verplichte vakken: het vak Decolonizing Science and Technology, dat een recent een Excellent Education Award won, en het vak Colonialism and Slavery in World History. Bij de keuzevakken, waarvan de minorstudenten er minstens twee moeten volgen, gaat het om Boogaards eigen vak African Philosophy, met komend jaar opnieuw een Afrikaanse co-docent, het vak Climate crisis, Resources, Rights, and Resistance door Elisabet Rasch en Gemma van der Haar en het vak Transformative Encounters, waarbij studenten zich buiten de campus verdiepen in hoe heden en verleden bij elkaar komen, onder leiding van Emmanuel Adu-Ampong en Karolina Doughty. Boogaard: ‘Alle drie de keuzevakken bieden studenten creatieve opdrachten die ook uitnodigen tot zelfreflectie: wat zijn mijn beelden van de wereld, hoe zijn die gevormd, wat zijn mijn voornaamste kennisbronnen?’ me

Slijterij Woudenberg, hofleverancier van studentenhuizen en -flats, is sinds begin maart ook leverancier van het hof. Dat betekent overigens niet dat Willem-Alexander en Maxima hun oranjebittertje in Wageningen bestellen. Wel dat het bedrijf honderd jaar bestaat, belangrijk is voor Wageningen (en dus WUR) en van onberispelijk gedrag is. Woudenberg is de derde Wageningse hofleverancier, naast slagerij Elings en Albers Alligator (opslag industriële vloeistoffen). Het bijbehorende schild hangt binnen in de slijterij en niet – zoals gebruikelijk – buiten aan de gevel. De kans op studentikoos jatwerk is dan volgens de eigenaar te groot. rk

60 medewerkers op zoek naar nieuw werk

In het kader van een bezuinigingsoperatie van 80 miljoen euro in 2028 verliezen 60 medewerkers van de centrale stafafdelingen en het facilitair bedrijf hun functie bij WUR. Op dit moment werken er 1.400 mensen bij deze afdelingen. Van de totale bezuiniging moet 35 miljoen bij de stafafdelingen worden gevonden; de overige 45 miljoen komt uit onderzoek en onderwijs. De 60 zogenoemde herplaatsingskandidaten worden begeleid door HR bij het vinden van een nieuwe functie binnen of buiten WUR. De recente kabinetsplannen om onderwijsbezuinigingen terug te draaien, hebben geen invloed op de plannen van WUR. wa

Steun voor Iraanse studenten

Iraanse studenten in Wageningen maken zich zorgen over familie en vrienden thuis, maar ook over of ze hier volgend jaar nog wel kunnen studeren. Door de inflatie is hun spaargeld minder waard geworden, waardoor het moeilijker wordt om het collegegeld te betalen. WUR kijkt welke mogelijkheden er zijn om Iraanse studenten met financiële problemen te helpen, vertelt woordvoerder Vincent Koperdraat. Daarbij wordt gedacht aan een betalingsregeling, die onder voorwaarden uitstel van betaling mogelijk maakt. ‘Studentendecanen zijn beschikbaar om mee te denken en te adviseren. We adviseren studenten die financiële problemen of andere problemen hebben zich te melden bij een studentendecaan.’ lz

Lees de verhalen van Iraanse WUR-studenten op pagina 16

200

Studenten willen steeds verder weg op uitwisseling. Dit jaar vulden 200 studenten een land buiten Europa in als eerste keuze. Dat is ruim een derde van de 582 studenten die volgend jaar op uitwisseling gaan. Vorig jaar waren dat er 181 en het jaar ervoor 138. Toch blijft Noorwegen de populairste bestemming (79 aanmeldingen), op de voet gevolgd door Italië (70). lz

Meer over uitwisselingsvoorkeuren van WUR-studenten op resource-online.nl

Spelen met stress

Groen scoort in hoog in partijprogramma’s

Groen in de openbare ruimte was een belangrijk thema in de deze week gehouden gemeenteraadsverkiezingen. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen Environmental Research. In opdracht van het ministerie van LVVN pluisden Joop Spijker en Jaap van Raffe 550 programma’s na – waaronder 145 van lokale partijen – van politieke partijen in 44 grote Nederlandse steden. Wageningen hoorde daar overigens niet bij. Liefst 96 procent van de partijen noemt uitdrukkelijk doelen voor groen in en om de stad. Dat is een flinke stijging ten opzichte van vorige verkiezingen, toen de teller niet hoger kwam dan 85 procent. Meer bomen is in driekwart van de programma’s zo’n na te streven doel. rk

Werkdruk en stress bepalen het leven van veel onderzoekers en docenten. Hoe houd je jezelf mentaal gezond? Universitair docent Jente Ottenburghs (Wildlife Ecology & Conservation) ontwierp een spel, The Slow Professor, om daar meer greep op te krijgen. Een spelletje balanceren tussen brandende ambitie en burn-out. Illustratie Valerie Geelen

The Slow Professor verwijst naar het gelijknamige boek van Maggie Berg en Barbara Seeber, waarin zij de competitieve cultuur in onderwijs en onderzoek bekritiseren. Ottenburghs las het boek, evenals Slow Productivity van Cal Newport, die pleit voor werken in een passend ritme, met minder productie en meer kwaliteit, als hét recept om een burn-out te voorkomen. Het idee om een spel te maken kreeg Ottenburghs via een collega die hem attendeerde op vibe-coding, AI-software die het programmeerwerk overneemt.

‘Je hoeft dus niet meer zelf te kunnen programmeren. Ik ben ermee gaan spelen en toen ontstond het idee voor The Slow Professor.’

Stresskaarten

Het online spel simuleert het carrièrepad van een wetenschapper van universitair docent tot hoogleraar.

‘Elke spelronde krijg je zes kaarten met

taken. Sommige zijn verplicht, zoals bijvoorbeeld het nakijken van 200 tentamens. Zo’n opdracht levert stresspunten op. Andere verlichten de stress, zoals een weekeinde weg of een vakantie.’

Opdrachten leveren punten op, waardoor je kunt promoveren. Maar te veel opgebouw-

de stress leidt tot een burn-out en drie beurten overslaan. Het geheel heeft wel wat weg van ganzenborden. Kanskaarten zijn er in de vorm van ‘willekeurige gebeurtenissen’, zoals een paper die wordt afgewezen (extra stress) of een onderzoek dat viraal gaat. Het spel is een rollenspel. Je kunt in diverse rollen (data-analist, docent, veldwerker, etc.) deelnemen. Winnaar is diegene die over het hele spel gemiddeld het laagste stressniveau heeft. ‘Het gaat dus om de juiste balans vinden’, zegt Ottenburghs. ‘Het is vooral de bedoeling de discussie over werkdruk op gang te brengen.’ rk

Scan de QR-code om naar het spel te gaan.

ingezonden brief

D&I is een essentieel onderdeel van onderwijs, niet slechts een mening

Met teleurstelling lazen we de ingezonden brief WUR moet studenten geen mening opdringen in het vorige Resource-magazine. De auteur schetst een beeld dat volgens ons niet de mening van de bredere WUR-gemeenschap weerspiegelt. Voor ons is de brief een voorbeeld van hoe het argument van ‘academische vrijheid’ gebruikt kan worden om met reactionaire standpunten het debat te voeren. Het is van vitaal belang dat docenten onze studenten compassie en integriteit bijbrengen. De principes die ten grondslag liggen aan het bevorderen van de diversiteit laten ons kritisch nadenken over onze organisaties, en versterken daarmee de academische vrijheid. Universiteiten zijn geen waardevrije instellingen. Bijna alle vakken en studieprogramma's weerspiegelen normen en waarden zoals wetenschappelijke integriteit, non-discriminatie en publieke verantwoordelijkheid. Het erkennen van diversiteit en inclusiviteit als een vaardigheid, introduceert dus geen politiek in het onderwijs, het is onderdeel van hoe we studenten plaatsen in een maatschappij waarin wetenschap opereert. Studenten zijn in toenemende mate

op zoek naar richtlijnen om weerstand te bieden aan krachten die hun toekomstperspectieven beperken en die hen niet respecteren. Afgezien van de ethische waarde van een inclusieve samenleving, maakt het promoten van D&I studenten effectievere wetenschappers. Onderzoek toont duidelijk aan dat diverse groepen productiever zijn, betere voorspellingen doen en grotere veranderingen op lange termijn teweegbrengen. Eerder dan op ideologisch overtuigen of ideeën opleggen, slaat ‘promoten’ op professionele verantwoordelijkheid nemen. Deze vaardigheid wordt steeds belangrijker nu wereldwijde samenwerking tussen allerlei maatschappelijke groepen een steeds grotere rol speelt. Deze zaken uit het onderwijsprogramma verwijderen en framen als ‘politiek’ is strijdig met wetenschap en collegialiteit en het benadeelt studenten.

Ben Auxier, universitair docent Laboratorium Genetica . Kelley Leung, postdoc Laboratorium Genetica . Mark Vicol, universitair hoofddocent Rurale sociologie Oona Morrow, universitair hoofddocent Rurale Sociologie . George Apostolidis, masterstudent Bio-informatica en systeembiologie

Advertentie

Vacancy

Cover_subtite

The BoE is the legal board of all accredited study programmes at Wageningen University & Research (WUR) and consists of 4 professors and 4 students. The activities of the BoE take up about one day a week. This includes a meeting every two weeks on Wednesdays between 9:00 and 12:30.

Do you have a passion for education?

From July 2026, a student seat on the Board of Education will be vacant

Your responsibilities / opportunities

• To represent students from WUR in the board that decides upon the content and quality of accredited study programmes and advises the Executive Board on various educational issues.

• To deal with a variety of topics, such as new study programmes, quality of courses and teachers, new education policies and education innovation.

• To take an in-depth look at the management of your university.

• To enrich your curriculum vitae with education management experience.

Interested?

Your qualities

You have a passion for education and ideas to develop and innovate WUR education. You are proactive and you have a critical attitude. Preferably, you have prior experience on a (programme) committee, a board or similar.

You study in the domain of Environment & Landscape (BBN, BES, BIL, BLP, BSW, MCL, MEE, MES, MFN, MGI, MIL, MLP, MTO, MUE).

Compensation consists of three months of FOS per year and €80 per month. The appointment is for at least one year, with the possibility of reappointment.

Send your CV and motivation letter, in English, before 27 April 2026 to boardofeducation.secretary@wur.nl An introductory meeting is planned for the week of 11 May to get to know each other and discuss your goals and expectations. wur.eu/boardofeducation

IN HET SPOOR VAN HET ZAND

In het Amelander Zeegat, de doorgang tussen Terschelling en Ameland, is in 2018 vijf miljoen kuub zand gestort. Golven, stroming, weer en wind moesten het zand verspreiden en de kustlijn verstevigen. Die zogeheten zandmotor werkt. Maar waar komt het zand precies terecht? Tekst Roelof Kleis

Een klein deel belandde op de proefschriften van Anna Maartje de Boer. De cover van haar thesis toont een oude kaart van het Amelander Zeegat. Een beetje van het fijne zand heeft ze precies op de plek gelijmd waar in het echt het suppletiezand in zee werd gekieperd. Waar de rest van het zand is gebleven, daarover gaat haar (met cum laude beloonde) proefschrift.

De Boer ontwikkelde een volledig nieuwe toepassing van het luminescentiesignaal van zand. Dat signaal bouwt zich in het donker op, als gevolg van natuurlijke radioactiviteit in de bodem. Bij blootstelling aan het licht (of door verwarming) komt het signaal vrij in de vorm van licht. Het zand licht dan letterlijk een beetje op. Het luminescentiesignaal van zand – of beter van het kwarts en veldspaat in zand – werd tot nu toe vooral gebruikt

om zandlagen te dateren. Hoe langer het zand ergens ligt, hoe sterker het opgebouwde signaal. Met haar onderzoek voegt De Boer daar iets totaal nieuws aan toe. Zij richtte zich op het ontladen van het opgebouwde signaal. ‘Dus hoe snel het zandbatterijtje leegloopt’, legt ze uit. ‘Het proces van het resetten van het luminescentiesignaal, het leeglopen van het batterijtje in de zandkorrels, vertelt mij iets over het transport van het zand.’

Camera

Voor dat meten gebruikte De Boer – ook dat is nieuw – een bijzondere lichtgevoelige camera. De camera maakt (in het donker) foto’s van het vrijkomende licht van een klein schijfje met honderd zandkorrels. Die korrels komen van zandmonsters rondom het Amelander Zeegat. Per zandkorrel werden liefst zes verschillende luminescentiesignalen gemeten. Door de metingen te combineren met zandtransportmodellen van de TU Delft

kan De Boer de weg van het zand in kaart brengen. In theorie tenminste, want de praktijk blijkt weerbarstiger. ‘Ik vind wel patronen, maar een precieze tracering blijkt met dit zand niet mogelijk. Het sup-

‘Precieze tracering blijkt met dit zand niet mogelijk. Het verschil in het luminescentiesignaal is te klein.’

pletiezand uit de Noordzee lijkt te veel op het al aanwezige zand. Het verschil in het luminescentiesignaal is te klein.’

Maar de methode werkt wel, benadrukt De Boer. ‘En daar ben ik blij om. We konden wel sedimenten aantonen die veel ouder waren en dus een veel groter signaal hadden opgebouwd. Vanuit luminescentie gezien, gaat het erom dat er voldoende onderscheid is tussen de opgebouwde signalen. Met het gebruikte suppletiezand was dat niet het geval. Dat is jammer.’

De Boer gaat in april beginnen aan een tweejarige postdoc in Keulen. ‘Met dezelfde camera ga ik onderzoeken of je luminescentie kunt gebruiken om inzicht te krijgen in het verweringsproces van stenen. In dit geval van stenen van de Keulse Dom. Dat is nog nergens eerder gedaan. Of het kan? Ik weet het niet. We zullen zien.’

Filmbeeld en informatie over De Boers natuurwetenschappelijk boekenantiquariaat Gaia op resource­online.nl.

Het Amelander Zeegat  Foto RWS

Falen & opstaan

Een mislukte proef, een afgewezen artikel: in de wetenschap wordt het al gauw bestempeld als falen. En erover praten? Dacht het niet. In deze rubriek doen collega’s dat wel. Want falen is nuttig. Dit keer Chizu Sato, docent en onderzoeker bij de leerstoelgroep Culturele

Geografie en bij Intersectional Gender Studies.

Tekst Nicole van ’t Wout Hofland  Illustratie Mathijs Megens/ SeaBlueBird Studio

‘Ik ben feminist. Al jaren. En toch maak ik af en toe precies die fout waarvan ik vind dat we hem allang niet meer zouden moeten maken.

‘Het overkwam me in mijn promotietijd, toen ik als promovendus aanschoof bij een commissie die een nieuwe universitair docent moest aanstellen. Ik was actief in feministische netwerken, deed onderzoek vanuit een feministisch perspectief en mijn begeleiders waren lesbische, feministische hoogleraren die me met zorg hadden opgeleid.

‘We zaten met een kleine groep in een vergaderruimte, omringd door cv’s en motivatiebrieven.

Een van de kandidaten op onze shortlist had aangegeven alleen te willen komen als haar partner ook een aanstelling kreeg. Een partner hire heet dat. Toen we dit met de commissie bespraken, verwees ik naar de partner als ‘hij’. Ik kende de kandidaat niet en nam zomaar aan dat haar partner een man was. Dat bleek niet zo te zijn. Een van de hoogleraren corrigeerde me direct. De toon was vriendelijk, maar scherp. Het voelde alsof er een bak ijswater over me heen werd gegooid. Ik,

als feminist, had beter moeten weten. Juist omdat ik zo bewust met gender en macht bezig ben, raakte die fout me diep. ‘Tegenwoordig besteed ik veel aandacht aan aanspreekvormen. Soms gaat dat nog mis, bijvoorbeeld bij studenten onderling tijdens mijn colleges. De studenten kwamen toen zelf met het idee om een voorstelrondje te doen en daarbij aanspreekvormen (hij, zij, die, of anders) te noemen. Inmiddels gebruik ik naamkaartjes op de tafels, met daarop eventueel de aanspreekvorm, zodat iedereen elkaar zo correct mogelijk kan aanspreken.

‘Het voelde alsof er een bak ijswater over me heen werd gegooid’

‘Het lijkt misschien klein, maar dat is het niet. Het gaat over gezien worden en veiligheid. En ja, ook ik maak soms nog fouten. Ik ben cisgender, hetero, en draag die privileges altijd met me mee, hoe getraind ik ook ben. Maar ik blijf luisteren en leren.’

WAT DOET DAT VIRUS DAAR?

Insecten zitten vol virussen. Sommige zijn prominent aanwezig en ziekmakend, anderen zijn latent en doen op het eerste oog geen ‘vlieg’ kwaad. Maar is dat wel zo? Hoe beïnvloeden die virussen hun gastheer en elkaar? Viroloog Vera Ros stort zich met een Vicibeurs (1,5 miljoen euro) op zak op die tot nu toe grotendeels verborgen wereld.

‘Virussen hebben geen immuungeheugen’

‘Wat voor effect hebben virussen op het leven van insecten?’, vraagt Ros zich af. ‘Dat intrigeert mij. Hoe beïnvloeden ze bijvoorbeeld infecties van inkomende andere virussen?’ Ros ontving eerder al een Veni en een Vidi. ‘In mijn Vidi-onderzoek heb ik me vooral gericht op baculovirussen en het soms latent (onzichtbaar) aanwezig kunnen zijn van die virussen in een cel. Met mijn Vici verbreed ik dat onderzoek naar alle virussen.’

Virussen verblijven in de cellen van hun gastheer. ‘Er moet dus een interactie zijn met het immuunsysteem van de cel’, zegt Ros. ‘Maar insecten maken geen antilichamen aan, zoals wij. Ze hebben geen immuungeheugen. Toch wordt hun immuunsysteem door een infectie geprimed, waardoor ze beter beschermd zijn tegen een volgende infectie. Hoe dat ‘geheugen’ werkt is nog een black box.’

Gedragsverandering

Naast het ‘hoe’ van priming, kijkt Ros ook naar de gevolgen van een infectie op de fitheid en het gedrag van het insect. ‘Sommige virussen veroorzaken gedragsverandering van de gastheer. Maar dat zie je niet altijd. Het is niet zwart-wit. Misschien heeft de aanwezigheid van andere virussen daar effect op.’

Naast Ros ontvingen ook entomoloog Eveline Verhulst (onderzoek naar parasitaire wespen), voedingsonderzoeker Sanne Boesveldt (studie naar het verband tussen reukvermogen en gezondheid) en filosoof David Ludwig (alternatieve vormen van wetenschap bedrijven) een Vici. rk

SOCIAAL VAARDIGER VIS DANKZIJ BROERS EN ZUSSEN

Hoe jonge dieren in hun eerste levensmaanden met hun broers en zussen omgaan, is bepalend voor hun sociale vaardigheden op latere leeftijd. Althans, bij de tropische zoetwatervis

Neolamprologus pulcher Tekst Marieke Enter  Foto Shutterstock

Dat blijkt uit experimenteel onderzoek van Bruno Camargo dos Santos, gastpromovendus bij de leerstoelgroep Behavioural Ecology. PNAS publiceerde er eerder deze maand over. Voor veel dieren zijn broers en zussen een

belangrijk onderdeel van hun sociale omgeving in hun vroegste levensfase. Eerder onderzoek had al aangetoond dat die omgeving een belangrijke rol speelt bij hun verdere ontwikkeling, maar onduidelijk was nog wat

Advertentie

doorslaggevend is: het aantal broers en zussen, of hun onderlinge interacties. Camargo dos Santos ontwikkelde een experiment met Neolamprologus pulcher, een cichliden-soort, om daar meer inzicht in te krijgen. Jonge vissen uit hetzelfde legsel werden direct na het uitkomen willekeurig verdeeld over drie verschillende sociale omgevingen.

Minder agressie

We congratulate Luis Angel with his Engineering Doctorate!

ze meer tijd samen door en volgden ze elkaar vaker. Op een leeftijd van vijf maanden stelden de onderzoekers hun sociale vaardigheden op de proef door een grotere, onbekende soortgenoot te introduceren in hun territorium en zo competitie te veroorzaken. De vissen uit de eerste groep gingen daar het handigst mee om: ze reageerden vaker de-escalerend op agressie (met onderdanig gedrag) en waren zelf ook minder agressief, waardoor ze vaker geaccepteerd werden. Het minst vaardig waren de vissen uit de kleine groep.

Contact

The post-master programme in which candidates work on innovative solutions for a sustainable future

His research improves barn cleaning through collaborative robots while balancing e ciency and animal welfare

Eén groep groeide op met 32 broers en zussen die onbeperkt met elkaar konden omgaan. De tweede groep had ook onbeperkt onderling contact, maar telde slechts 8 broers en zussen. De derde groep bestond weer uit 32 broers en zussen, maar dan verdeeld over vier compartimenten van elk 8 vissen: zij konden elkaar wel zien en ruiken, maar contact was alleen mogelijk met de verwanten in hun eigen subgroep. Al tijdens de eerste drie maanden van hun leven waren verschillen te zien. Vissen uit de eerste groep vertoonden minder agressie en meer onderdanig gedrag. Ook brachten

‘Sociale competentie is een fundamentele vaardigheid bij sociale dieren, waaronder mensen,’ aldus Camargo dos Santos. ‘Onze resultaten laten zien dat die niet vanzelf ontstaat, maar wordt gevormd door sociale interacties in de eerste levensmaanden – vooral met broers en zussen.’ Met dus de nuance dat het hebben van veel broers en zussen op zichzelf niet genoeg is; ze moeten ook daadwerkelijk met elkaar kunnen omgaan.

proefschriften in 't kort

Meer licht op sla

Kastuiniers proberen van alles om de kwaliteit van hun producten na de oogst zo lang mogelijk hoog te houden. De Chinese Qiangxixi Min onderzocht de effecten van het toedienen van extra licht op slaplantjes in de laatste dagen voor de oogst. Dat werkt, blijkt uit haar proeven, en het beste als je dat extra licht uitsmeert over een langere periode. De houdbaarheid in de winkel (shelf life) kan zo zelfs worden verdubbeld. De oorzaak ligt voor de hand: extra licht zorgt voor extra fotosynthese en dus meer energieopslag en de vorming van anti-oxidanten als vitamine C. rk

Lighting strategies to enhance crop quality in controlled environmental agriculture.

Qianxixi Min Promotoren Leo Marcelis en Ernst Woltering

Voedings-app Apps genoeg om zwangere vrouwen en jonge moeders aan voedingsadvies te helpen. Maar ze stellen weinig voor, constateert Janine Faessen. Zij onderzocht er 57. De meeste ontberen de kennis van experts en zijn niet wetenschappelijk getest. Faessen maakte er, op basis van uitvoerig onderzoek naar de behoefte van vrouwen, zelf eentje. En onderzocht of het ding voldeed. Ja dus, maar voor een duurzame gedragsverandering is meer nodig dan alleen de moeder. rk

Step by step, a healthy dietary start for mothers and children. Janine Faessen

Promotor Edith Feskens

DE STEL LING

Promovendi lichten hun meest prikkelende stelling toe. Dit keer Valentina Attiani, die 8 december 2025 promoveerde op onderzoek naar de microbiologie van langzame zandfilters en naar optimalisatie van deze biologische systemen voor drinkwaterzuivering. Tekst Ning Fan

Reepjes

Silicaten uit steen binden kooldioxide. Zo legt verwerend gesteende op een natuurlijke manier CO2 vast.

De Italiaanse Tullia Calogiuri onderzocht de rol van wormen, als belangrijke bodembewerkers, in dit proces. Die rol is er, maar opmerkelijk genoeg vooral als de wormen zo dood zijn als een pier.

In die toestand wordt de meeste koolstof vastgelegd. Hoe dat kan?

Dode wormen zorgen voor veel bacteriën, die de vastlegging van koolstof vergroten. Wormen regeren zo over hun graf heen. rk

The role of earthworms in enhanced mineral weathering Tullia Calogiuri Promotor Willem van Groenigen

‘Net als bij stijldansen, is de samenwerking tussen AI en wetenschappers alleen succesvol als ze samen ritmisch, gecoördineerd en in harmonie bewegen.’

‘In coronatijd moest ik vanwege de beperkte toegang tot het lab overschakelen van laboratoriumwerk op werken met bio-informatica. Dat was helemaal nieuw voor mij en het was erg moeilijk en tijdrovend om het mezelf te leren. ‘Toen AI gemeengoed werd, realiseerde ik me dat het een zeer nuttige partner kan zijn, vooral voor het corrigeren van kleine fouten of het beantwoorden van specifieke vragen. Maar er is ook een risico: mensen zouden AI kunnen vragen om codes te genereren en de resultaten te copy-pasten zonder de logica erachter te begrijpen. Coderen is erg ingewikkeld. Als je alles ineens kopieert, kan het een chaos worden omdat je niet weet of de afzonderlijke stappen kloppen. Het is beter om AI te vragen je stap voor

stap te begeleiden. Dan kun van AI leren zonder de leiding kwijt te raken. ‘Soms geeft AI verkeerde antwoorden. Bij coderen moet je nog steeds elke regel lezen om er zeker van te zijn dat het klopt. AI kan een hulpmiddel zijn, maar je moet altijd de output verifiëren.

‘Ik denk dat dit ook geldt voor stijldansen. Als kind ging ik vaak met mijn grootouders mee naar een dansschool. Paren dansen zonder te spreken en ze hebben elkaar nodig om een mooie dans te maken. De een leidt en de ander volgt. Als niemand leidt, wordt het een chaos. Zo is het ook met AI. Het is een krachtig hulpmiddel, maar de onderzoeker moet de leiding houden en de richting van het werk bepalen.’

FEEDBACK DOCENT

EFFECTIEVER DAN DIE

VAN AI

Met de juiste prompt kan AI-gegenereerde feedback van hogere kwaliteit zijn dan die van een menselijke docent. Maar studenten verwerkten feedback van docenten effectiever.

Dat stelt Omid Noroozi, universitair hoofddocent bij Onderwijs- en Leerwetenschappen naar aanleiding van recent onderzoek. Voor het experiment schreven zeventig studenten een essay. Alle essays kregen feedback van een ervaren docent of van een eenvoudige of een uitgebreide AI-prompt. De studenten wisten niet van wie of wat zij de feedback kregen, vertelt Noroozi. De kwaliteit van de feedback werd vervolgens gemeten op verschillende onderdelen, waaronder of de feedback de zwakke punten van het essay identificeerde, een onderbouwing gaf voor het aanwijzen van die zwakke punten en suggesties gaf voor verbeteringen.

Aanpassingen

‘Een docent kan de feedback afstemmen op individuele behoeften’

Voor het eerste deel van het experiment – feedback geven – was de kwaliteit van de feedback van de geavanceerde prompt significant hoger dan die van de eenvoudige AI-prompt en ook van de docent, zegt Noroozi. ‘Voor het tweede deel van het experiment wilden we zien of betere feedback ook zou leiden tot betere aanpassingen.’ Als dit het geval zou zijn, zouden de studenten die feedback kregen van de geavanceerde AI-prompts hun essays het best verbeterd hebben. Dit gebeurde echter niet.

‘Terwijl AI-gegenereerde feedback uitgebreid ingaat op alle aspecten van het essay, richt een docent zich vaak op de meest urgente kwesties’, verklaart Noroozi. 'Bovendien kent een docent de achtergrond van de studenten en kan hij of zij de feedback afstemmen op individuele behoeften. Simpel gezegd: een goede docent weet beter wat studenten precies moeten verbeteren. Voorlopig is dat in ieder geval zo.’ lz

Parkinson

Enkele weken geleden was de ‘Parkinsonkaart’ in het nieuws, resultaat van Utrechts onderzoek. Parkinson is een hersenziekte waarbij zenuwcellen afgebroken worden die dopamine aanmaken, waardoor patiënten problemen krijgen met bewegen en denken. De nieuwe kaart laat in oplopende kleuren zien in welke mate de ziekte voorkomt in Nederland, met verrassende verschillen. Zo komt Parkinson vaker voor in Groningen en Friesland, en minder in Zeeland en Limburg. Dit leidt tot nieuwe inzichten over welke omgevingsfactoren een rol spelen bij het ontstaan van de ziekte. Ik weet niet of het jou opgevallen is, maar er is iets aan de hand met die kaart. De donkerste kleur, die staat voor de hoogste intensiteit aan Parkinsongevallen, komt precies één keer voor in heel Nederland. De vorm van het zwarte vlekje is onmiskenbaar: Wageningen. Wij staan in dezen op eenzame hoogte. In geen van de kranten (NRC, Trouw, Volkskrant) werd dit toch wel verrassende feit opgemerkt of benoemd, dus we tasten in het duister waar we deze dubieuze eer aan te danken hebben. Ik heb het de onderzoekers gevraagd, maar ze konden ook niet verklaren waarom Wageningen ‘meer ziektegevallen dan verwacht’ heeft. Ze hadden alleen geografische clusters aangetoond op basis van overlijdensregistraties, zorgverzekeringclaims, ziekenhuis- en medicijngegevens, maar ze kon-

Sjoukje Osinga

den niets concluderen over mogelijke oorzaken. ‘Bedenk ook dat de incubatietijd tientallen jaren kan zijn, dus degenen die in Wageningen de ziekte hebben, hebben het misschien elders gekregen.’ We zullen dus zelf moeten gaan speculeren. Er blijkt uit het onder-

‘De

vorm van het zwarte vlekje is onmiskenbaar:

Wageningen’

zoek geen eenduidige relatie met landbouwgif, luchtverontreiniging of zware metalen, maar de onderzoekers noemen wel andere factoren. Personen met een hogere sociaaleconomische positie lopen meer risico: we zijn hier mogelijk te hoogopgeleid, te rijk of te sociaal. Mannen lopen bijna twee keer zoveel risico als vrouwen: hebben we een gender­balance probleem? Op hogere leeftijd neemt de kans toe: misschien worden we te oud. Of zou de universiteit onevenredig veel studenten en medewerkers uit hoogrisicogebieden aantrekken?

Misschien hebben we sowieso te weinig dopamine in ons systeem en zouden we wat verslaafder moeten worden – dan maak je dopamine aan. Of is er in Wageningen sprake van een natuurlijke selectie op het hebben van een slecht geheugen?

Sjoukje Osinga (58) is universitair docent bij Information Technology. Ze zingt alt in het Wageningse kamerkoor Musica Vocale, heeft drie studerende zoons en kijkt graag met haar man

in de Binnenveldse Hooilanden.

vogels

Medezeggenschapsverkiezingen

Gezocht: de minst imperfecte oplossing

Medewerkers kunnen zich sinds begin deze maand kandidaat stellen voor de medezeggenschapsverkiezingen, die begin juni plaatsvinden. Echt storm daarvoor loopt het nog niet, net zomin als bij vorige verkiezingsrondes. Onbekendheid, werkdruk en loopbaanzorgen spelen mee. Maar wie zich wel kandidaat stelt, bouwt straks mee aan sterkere medezeggenschap, aldus ‘inspraak-insiders’ Blair van Pelt en Ernst van den Ende. Tekst Marieke Enter  Illustratie Valerie Geelen

Nog niet eens zo heel erg lang geleden, in 2015, kwamen universiteitsmedewerkers in heel Nederland in actie voor meer en betere medezeggenschap. In Amsterdam werd zelfs het iconische Maagdenhuis er weer (eventjes) voor bezet. Het lijkt onbestaanbaar dat nog geen tien jaar later het ministerie van Onderwijs, Universiteiten NL en het ISO (Interstedelijk Studenten Overleg) de noodzaak zouden voelen

Inspraak op z’n Wagenings

om een campagne te starten om maar voldoende kandidaten te werven voor de medezeggenschapsverkiezingen. Maar zo liep het wel. Bij de meest recente verkiezingen, in 2023, werd met de slogan ‘Kies voor beter onderwijs’ landelijk campagne gevoerd rond de medezeggenschapsverkiezingen. Bij de komende verkiezingen

WUR heeft een mix van decentrale en centrale medezeggenschapsorganen. Op decentraal niveau zijn er ondernemingsraden voor elk van de vijf kenniseenheden (met en voor medewerkers van WU en WR), Wageningen Food Safety Research (WFSR), de Concernstaf en het Facilitair Bedrijf. Deze decentrale or’s overleggen met hun eigen directie. Daarnaast zijn er drie centrale medezeggenschapsorganen, met de raad van bestuur als gesprekspartner: De centrale ondernemingsraad (cor), bestaand uit vijftien leden die zijn afgevaardigd uit bovengenoemde decentrale medezeggenschapsorganen.

• De studentenraad, bestaand uit twaalf studenten. Hun zittingstermijn is één jaar. De gezamenlijke vergadering (GV), het centrale medezeggenschapsorgaan voor Wageningen University. De GV bestaat uit vijf WU-medewerkers die zijn afgevaardigd door de cor, plus twee direct gekozen WU-medewerkers, twee direct gekozen PhD-kandidaten en maximaal zes studenten afgevaardigd uit de studentenraad.

De cor en GV vergaderen samen als WUR Council. Wettelijk gezien heeft de WUR Council geen medezeggenschapsrechten; die liggen bij de cor en/of GV. De WUR Council bespreekt WUR-brede organisatie- en beleidsthema’s met de raad van bestuur.

komt er opnieuw een landelijke campagne, ingestoken vanuit medezeggenschap op opleidingsniveau.

Minst imperfect

Matige animo voor medezeggenschap doet zich ook voor in Wageningen. Bij de vorige verkiezingen viel er in sommige bedrijfsonderdelen de facto maar weinig te kiezen, omdat er voor deze or’s precies evenveel of zelfs minder kandidaten waren dan zetels (zie grafiek pagina 14). Dat is problematisch, erkennen Blair van Pelt en Ernst van den Ende, die de Wageningse medezeggenschap van binnenuit kennen als voorzitter van de WUR Council respectievelijk bestuurder (in concreto: directeur van Animal Sciences).

‘Wil je een sterke organisatie hebben, dan heb je sterke medezeggenschap nodig’, steekt Van den Ende van wal. ‘De besluitvorming wordt er gewoon beter op.’ Van Pelt vult dat direct aan met een nuancering: ‘Het is onze taak bestuurders te helpen om de minst imperfecte beslissingen te nemen. Er bestaat namelijk niet zoiets als ‘de beste beslissing’: er zijn altijd medewerkers voor wie een beslissing niet goed uitpakt. Het gaat

Ook in Wageningen is er maar matige animo voor medezeggenschap. Bij de vorige verkiezingen in 2023 viel er in sommige bedrijfsonderdelen de facto maar weinig te kiezen, omdat er voor deze or’s precies evenveel of zelfs minder kandidaten waren dan zetels.

‘Er is grote onbekendheid over de rol van medezeggenschap bij besluitvorming’

erom die groep zo klein mogelijk te houden, en om de juiste balans zien te vinden tussen het belang van de medewerkers en dat van de organisatie.’

Dat laatste staat expliciet als taak in de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Een or is geen vakbond, die de belangen van het personeel behartigt. Een ondernemingsraad wordt ook geacht bij te dragen aan het goed functioneren van de onderneming. Niet iedereen heeft dat scherp op het netvlies. En dat geldt voor meer aspecten van medezeggenschap.

Van Pelt: ‘Veel medewerkers willen graag betrokken zijn bij beleidsvorming, maar weten niet hoe. Er is grote onbekendheid over hoe besluitvorming werkt bij

WUR en welke rol de medezeggenschap daarbij speelt. Zo is niet erg bekend dat de medezeggenschap een opening biedt om kwesties te agenderen bij de raad van bestuur. Dat is een gemiste kans.’

Verbeterde medezeggenschap

Wat niet helpt bij die relatieve onbekendheid, is het feit dat medezeggenschap bij WUR op z’n zachtst gezegd nogal ingewikkeld is georganiseerd, met verschillende gremia voor decentrale en centrale medezeggenschap (zie kader). Van den Ende: ‘Zelfs ik verbaas me er soms nog over, terwijl ik hier al heel lang werk. Onderwerpen vallen soms tussen wal en schip doordat onduidelijk is wie nou wat beoordeelt, bij wie de stukken liggen die ertoe doen, waar de advisering zit en waar de inspraak. Dat doet niemand met kwade bedoelingen,

maar het gebeurt wel. Zowel vanuit de bestuurderskant als vanuit de medezeggenschapskant vind ik dat een ding om op te lossen.’ Problematisch vindt hij ook dat medezeggenschap op decentraal niveau een oververtegenwoordiging kent van WR leden, terwijl op centraal niveau er sprake is van oververtegenwoordiging van WU leden. ‘Terwijl WU en WR andere werelden zijn. Die onevenredige vertegenwoordiging kan leiden tot ongebalanceerde discussies.’ Aan een remedie voor die punten wordt gewerkt in de vorm van een werkgroep die de toekomst van de Wageningse medezeggenschap verkent. Zowel Van den Ende als Van Pelt hebben er zitting in. Ze verwachten dat de werkgroep komende zomer rapport uitbrengt. De eerste effecten

zouden daarna al snel merkbaar kunnen worden. Van den Ende: ‘Als de medezeggenschap en bestuurders het eens zijn over de verbeterslagen, kunnen ze daar gewoon toe besluiten: dit gaan we doen. WUR hoeft nergens op te wachten.’ De or-leden die deze zomer worden gekozen, maken dus een interessant veranderingsproces mee, beaamt hij. ‘Sterker nog: je bouwt mee aan verbeterde medezeggenschap’.

Werkdruk en compensatie

Naast de relatieve onbekendheid en complexe structuur zijn er andere factoren die de haperende animo verklaren. Van Pelt: ‘Overal ligt de werkdruk enorm hoog. En er zijn culturele kwesties: vraagtekens over wat een or-lidmaatschap betekent voor je loopbaan en je leerstoelgroep.’ Die laatste twee zouden geen belemmering meer mogen vormen, vindt ze. ‘WU heeft nu het Academic Career Framework (ACF) als loopbaankader. Ik weet dat veel medewerkers weinig ruimte voelen om de daarin benoemde academic services te verrichten, omdat die bijna altijd bovenop bestaande taken komen. Maar met medezeggenschap is dat anders: een leerstoel-

‘Goede medezeggenschap houdt bestuurders scherp’

groep wordt financieel gecompenseerd voor het medezeggenschapswerk van or-leden. Ook bij WR wordt er gecompenseerd. Er is dus ruimte voor or-leden om hun onderwijs, onderzoek of staftaken tijdelijk terug te schroeven.’

Uit loopbaanperspectief vindt Van Pelt or-lidmaatschap juist een aanrader. ‘Je zit in een volledig andere rol en moet daardoor andere competenties aanspreken dan in je reguliere baan’, vindt ze. Soms is dat wel even wennen, ziet ze. ‘Beginnende or-leden hebben weleens moeite om hun academische denkpatronen los te laten. Weliswaar heb je als or-lid recht op informatie om tot een advies of besluit te komen, maar dat betekent niet dat je altijd álle informatie kunt krijgen – terwijl je als academicus wel getraind bent om te zoeken naar zo volledig mogelijke informatie. Hoe bepaal je dan waar de grens ligt, en hoe bespreek je dat met de bestuurder?’ Kersverse or-leden krijgen ondersteu-

ning bij hun nieuwe rol, vertelt ze, onder meer in de vorm van bijscholing. ‘Denk aan een training om reorganisatieplannen te leren beoordelen. Maar er zijn ook trainingen om bijvoorbeeld te leren om heel streng te zijn en nee te zeggen. Mij kostte dat eerder best moeite, ook omdat de WUR Council een goede relatie heeft met de raad van bestuur.’

Medeplichtig

Over die goede relatie gesproken: zou die niet ook kunnen meespelen bij de haperende animo? Als in: de beeldvorming dat de Wageningse medezeggenschap het wel héél goed kan vinden met de bestuurder en ‘dus’ niet kritisch genoeg is? Zowel Van den Ende als Van Pelt wuiven dat idee weg. ‘Een goede relatie helpt om maximale invloed uit te oefenen. Vroegtijdige betrokkenheid van de medezeggenschap bij planvorming is waardevol, maar daar is wel een vertrouwensbasis voor nodig. Als bestuurder ga je geen dingen delen als je riskeert dat ze op straat komen te liggen’, zegt Van den Ende.

Een goede relatie betekent niet dat medezeggenschap ‘medeplichtig’ wordt, stellen ze. Van Pelt: ‘Bij WUR is volkomen helder dat medezeggenschap en bestuur juist de wrijving moeten opzoeken en benoemen: op welke onderdelen zijn wij het niet eens met elkaar – en waarom niet, welke knelpunten liggen daaraan ten grondslag? Een bekende valkuil is de neiging van medezeggenschap om op de stoel van de bestuurder te gaan zitten. Maar dat is onze rol niet. De perspectieven die wij inbrengen zijn er om de besluitvorming van het bestuur minder imperfect te maken. En dat is best een grote verantwoordelijkheid.’ Van den Ende: ‘Medezeggenschap is een juridische verplichting. Maar voor mij gaat het verder. Elke organisatie heeft baat bij goede medezeggenschap. Het houdt bestuurders scherp.’ ■

AI , VOOR AL UW MONNIKENWERK

Reviews zijn essentieel in de wetenschap. Reviews overzien en analyseren de recente wetenschappelijke productie op een bepaald onderwerp. Het maken van zo’n overzichtsstudie is taai werk, zeg maar gerust monnikenwerk, want er wordt wat afgepubliceerd. Kan AI bij dat klusje helpen? In de rubriek AI–What’s new? schijven we over wat AI wel of niet brengt voor onderzoek en onderwijs.

Ja, dat kan. Heel goed zelfs, laat onderzoek zien van Yanning Qiu uit de microplasticgroep van hoogleraar Bart Koelmans (Aquatisch Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer). Met een paar collega’s nam zij de proef op de som door ChatGPT en Gemini plasticstudies te laten kwalificeren en rangschikken op basis van een flink aantal kwaliteitscriteria. Die criteria ontwikkelde Koelmans met zijn groep in opdracht van de Wereld Gezondheidsorganisatie WHO.

‘AI zag het soms anders, en bleek dan gelijk te hebben, en soms andersom’

De aanwezigheid van microplastic in drinkwater is een potentieel gezondheidsrisico. Er wordt daarom veel onderzoek naar gedaan. In amper drie jaar tijd verschenen volgens Koelmans meer dan duizend studies naar menselijke blootstelling aan microplastic in onder meer drinkwater. Zie daar nog maar eens het kaf van het koren te scheiden.

Om te kijken of de taalmodellen van AI daar raad mee weten greep Qiu terug op een in 2024 door Koelmans’ groep gemaakte review van 43 studies. Die werden elk door drie onderzoekers onafhankelijk van elkaar gescreend op kwaliteitscriteria, zoals hoe de monsters zijn genomen, behandeld en opgeslagen en of er blanco’s zijn gebruikt. ‘Aan elk criterium werd een score toegekend van 2, 1 of 0 punten, als het goed, voldoende maar met beperkingen of onvoldoende was. Vervolgens hebben we de programma’s hetzelfde laten doen.’

Grote overeenkomst

ChatGPT en Gemini moesten daartoe met zorgvuldig gekozen prompts de relevante onderdelen uit de tekst halen en tegen het licht houden. De programma’s doen dat volgens Koelmans verrassend goed. ‘Statistisch komen de scores significant overeen. De nauwkeurigheid bedroeg rond de 90 procent, dus niet exact hetzelfde. AI

zag het soms anders, en bleek dan gelijk te hebben, maar soms was het ook andersom. Onze eindconclusie was dat menselijke controle nog wel nodig is. Aan de andere kant: menselijke controle is ook niet foutloos.’

De studie werd door de editors en reviewers van Environmental International geaccepteerd en gepubliceerd. ‘De gedachte dit te doen is niet nieuw’, zegt Koelmans. ‘Yanning Qiu vond in korte tijd een dozijn papers, in verschillende takken van de natuurwetenschappen, waar iets vergelijkbaars was gedaan. Wij zijn wel de eersten die het in het onderzoek naar microplastic hebben toegepast.’

Koelmans ziet vooral toepassingen in review-achtig onderzoek, waar informatie uit een grote hoeveelheid papers gehaald moet worden: ‘Als je bijvoorbeeld uit 7000 artikelen de 10 procent beste wilt selecteren. Met goed getrainde AI kun je in korte tijd een ranking maken. De kans dat het echt de beste zijn, is dan erg groot. Ter controle kun je, als de human-iwn-the-loop, een steekproef op die 7000 loslaten om te zien of je iets mist. Of op die 10 procent beste, als je wilt weten of daar fouten tussen zitten, afhankelijk van het doel van je controle.’ ■

Tussen hoop en vrees

Kun je nog wel studeren als je thuisland in brand staat en je je constant zorgen maakt over de veiligheid van familie en vrienden? Drie WUR-studenten uit Iran vertellen over hun worstelingen, angsten en hoop. Tekst Luuk Zegers

Sara*

‘Oorlog levert niets goeds op’

'Ik was in Teheran tijdens de protesten afgelopen januari. Eerst hoorden we mensen brullen, bijna alsof we in een voetbalstadion zaten. Toen klonken er luide knallen en begon het schieten. We dachten: wat gebeurt er? Later kwamen we erachter dat ze willekeurig mensen op straat vermoordden.

‘Op dat moment was er geen internet, geen mobiele telefoonverbinding, niets. Toen internet weer werkte, was de schok enorm. Na de moordpartijen op straat, gingen mensen van het regime naar ziekenhuizen om gewonde demonstranten

‘De mens stelt zichzelf weer boven de natuur. We verpesten alles’

te vermoorden. Ze schoten zelfs artsen neer die de gewonden probeerden te helpen. Overal lagen lijkenzakken. Je zag ouders zoeken naar hun zonen en dochters.

‘Na dat alles begon het bombarderen. Mensen kunnen niet slapen, hun huizen trillen. Ze zijn nog niet bijgekomen van wat er in januari is gebeurd. Ook ik kan deze pijn en trauma’s van mensen daar niet bevatten; ik ben voor de bombardementen begonnen naar Wageningen gekomen. Ik voel me schuldig dat ik hier

ben terwijl vrienden en familie daar zijn en worden gebombardeerd.

‘Mijn ouders betalen mijn collegegeld, maar ik moet wel werken om in mijn verdere levensonderhoud te voorzien. Met de huidige inflatie weet ik niet of we het collegegeld voor volgend jaar kunnen betalen.

‘Ik vind het moeilijk om me ergens op te concentreren. Ik heb colleges gemist toen de oorlog uitbrak. Ik hoop dat ik geslaagd ben voor mijn tentamens, ook al was het met alle spanning onmogelijk om ervoor te studeren.

‘Sommige mensen hopen dat deze oorlog ons zal bevrijden. Ik deel die hoop niet. Oorlog levert niets goeds op. En niemand denkt aan het milieu. Als je een kerncentrale bombardeert of alle olie verbrandt, heeft dat gevolgen. Er waren berichten over zure regen die helemaal zwart was. De mens stelt zichzelf weer boven de natuur. We verpesten alles.’

Yasmin*

‘Hoop is het enige dat we hebben’

'Tijdens de protesten in januari kon ik vrienden en familie een week lang niet bereiken. Ik heb drie nachten achter elkaar niet geslapen. In een paar dagen tijd zijn meer dan 36.500 mensen vermoord door het regime. Waarom? Omdat ze fundamentele vrijheden willen. Nu,

met de bombardementen, is de situatie echt beangstigend. Maar tegelijkertijd geeft het me hoop, omdat het regime wordt aangevallen. Ik heb het gevoel dat vrijheid nog nooit zo dichtbij is geweest. 'Sommige mensen begrijpen niet waarom veel Iraniërs de bombardementen toejui-

‘Ik draag geen hijab tijdens dit interview. In Iran zou ik daarvoor gearresteerd en maandenlang opgesloten kunnen worden’

chen. Stel je voor dat je eigen regering in twee dagen tijd 36.500 mensen doodt. Tot nu toe doden de VS en Israël veel minder mensen in deze oorlog. Zij proberen ons tenminste te waarschuwen waar ze toeslaan. De zogenaamde vijanden die ons land bombarderen, behandelen ons beter dan onze eigen regering. 'Ik draag geen hijab tijdens dit interview. In Iran zou ik daarvoor gearresteerd en maandenlang opgesloten kunnen worden. Iraniërs over de hele wereld dromen van vrijheid. Kijk naar de recente protesten in München: honderdduizenden mensen kwamen bijeen om vrijheid te eisen. Hoop is het enige dat we hebben. 'In periode 3 hadden we veel groepswerk. Mijn medestudenten hebben me erdoorheen gesleept, zowel met de opdracht als emotioneel. Docenten en studieadviseurs helpen me op alle mogelijke manieren.

‘Als je je zorgen maakt of je familie en vrienden nog in leven zijn, is het onmogelijk om je te concentreren op je studie. Toch doe ik mijn best om mijn vakken te halen, want het heeft veel moeite gekost om hier te kunnen studeren.

‘Toen ik hier kwam, had ik genoeg spaargeld voor twee jaar collegegeld. Ik werk elk weekend om mijn huur en andere kosten te betalen. Door de inflatie ben ik bang dat ik het collegegeld voor volgend jaar niet kan betalen. Dat zou een nachtmerrie zijn.’

Soraya*

‘Mijn lichaam is hier, maar mijn hoofd is daar’

'Tijdens de Twaalfdaagse Oorlog van afgelopen juni kreeg ik voor het eerst last van paniekaanvallen. Tijdens de opstand in januari kon ik mijn familie niet bereiken omdat het regime het

internet had afgesloten. Het duurde meer dan twee weken voordat mijn moeder contact met mij kon opnemen. Om mij te beschermen zei ze dat het goed ging met de familie, maar mijn vader en neef zijn gewond geraakt en een andere neef is gearresteerd.

‘Door de internetblokkade kan ik mijn Perzische therapeut niet bereiken. Ik neem nu medicijnen tegen paniekaanvallen, maar die maken me duizelig en slaperig. Sinds januari ben ik even gestopt met studeren vanwege mijn geestelijke gezondheid.

‘Alle Iraanse studenten hebben niet alleen mentaal, maar ook financieel te kampen met problemen. Door de inflatie is ons spaargeld geslonken. Het lijkt bijna onmogelijk om het collegegeld voor volgend jaar te betalen. Ik kijk nu samen met mijn studieadviseur naar mogelijkheden. Ze is erg betrokken.

‘Medestudenten begrijpen niet wat ik doormaak. Ik maak me constant zorgen om mijn familie en vrienden thuis. Mijn lichaam is hier, maar mijn hoofd is daar.

‘Niemand wil oorlog, maar dit voelt als de enige kans op bevrijding van dit regime’

'Soms denk ik dat mensen hier niet goed beseffen hoe kostbaar vrijheid is. Voor veel mensen in de wereld is het geen vanzelfsprekendheid. Het is moeilijk om in de Islamitische Republiek te leven. Er is geen vrijheid, vooral niet voor vrouwen. Tijdens de opstand in januari vroegen mensen om een beter economisch systeem omdat ze honger hadden. Het antwoord van het regime was massamoord. Zo kwaadaardig, onvoorstelbaar. ‘Niemand wil oorlog, maar dit voelt als de enige kans op bevrijding van dit regime. Dus hoewel ik me zorgen maak, hoop ik dat dit het begin is van een vrij Iran.’ ■

* Namen gefingeerd vanwege veiligheidsredenen.

Solidariteitsmars voor Iran op de Dam afgelopen januari.  Foto ANP/Dingena Mol

JASJE LENEN VOOR CV-FOTO’S

Tijdens de Career Week konden studenten en medewerkers eind vorige maand een professionele foto van zichzelf laten maken voor op hun cv of LinkedIn. Voor wie niks ‘zakelijks’ in de kast had hangen, waren er kleren te leen: Wageningen Environmental Platform had twee kledingrekken klaargezet met ‘semi-formele outfits’. dv

Foto Ruben Eshuis

Omarm de exoot

Als invasieve exoot ben je vogelvrij. Onderworpen aan een license to kill

Maar hoe komen we aan die term: invasieve exoot? En werden pionierende planten altijd al met de nek aangekeken? Nee dus, blijkt uit het nieuw boek van botanisch filosoof Norbert Peeters. Tekst Roelof Kleis

Exoot, heet de flinke pil van ruim 400 pagina’s, waarop WUR-docent Peeters in januari in Leiden promoveerde. Met als ondertitel: De begripsgeschiedenis van invasie-ecologie, van Linnaeus tot Darwin. Een soepel geschreven studie - annex publieksboek - naar de wortels van de invasieve exoot. Dat Peeters boeiend schrijft, bewees hij eerder al met onder meer zijn succesvolle boeken Botanische revolutie en Plantaardig. Dat laatste boek schreef hij samen met zijn mentor, professor Wouter Oudemans.

Met ‘ga jij maar niet promoveren, knul’ had diezelfde mentor hem aardig op scherp gezet. En hij kreeg bijna nog gelijk ook. Exoot is de derde poging van Peeters om een proefschrift te produceren. De eerste twee strandden om verschillende redenen. Met de invasieve exoot had hij uiteindelijk materiaal te

pakken waarmee hij uit de voeten kon. De kiem werd gelegd met Plantaardig. ‘Dat was mijn eerste verkenning met de discussie over invasieve exoten. De omgang daarmee en het taalgebruik vond ik gek en bizar. De gemiddelde mens heeft niet veel oog voor planten. Toch zijn sommige planten iedereen een doorn in het oog. Waar komt dat vandaan, dat denken over inheems en uitheems, over eigen en vreemd? En waarom zijn we ze invasief gaan noemen? Dat is een mooi filosofisch onderwerp, omdat het gaat over de verhouding tussen mens en plant.’

Jij komt uit bij een illuster duo: Linnaeus & Darwin. Who else?

‘Zij zijn de geestelijk vaders, maar ze hebben het vakgebied van de invasie ecologie niet uitgevonden. Dat vakgebied is vrij recent, in de jaren ‘80-‘90, gevestigd in de academische wereld. Linnaeus en Darwin zetten de denkstappen, die van grote invloed zijn geweest op de manier waarop wij vandaag de dag denken over planten en dieren die over de schreef gaan.’

De eerste steen werd gelegd door Linnaeus met de introductie van het begrip kolonist?

‘De eerste belangrijke stap is de scheiding tussen eigen en vreemd. Linnaeus begint ermee als hij de Zweedse flora

gaat maken. Hij wil daar alleen maar planten in die van nature in Zweden voorkomen. Hij stuit op het gegeven dat er nieuwe planten bijkomen. Om te begrijpen hoe dat kan, introduceert hij het begrip kolonist, wat hij ontleent aan het Romeinse recht. Veteranen uit het leger krijgen in nieuw veroverd gebied recht op een stuk land, waar ze met hun familie mogen wonen en landbouw bedrijven. Dat werden koloniën. Linnaeus past dat beeld toe op het plantenrijk. Hij gebruikt huishoudelijke en

‘De omgang met invasieve exoten en het taalgebruik vond ik gek en bizar’

Norbert Peeters (rechts): ‘Linnaeus en Darwin hebben denkstappen gezet die van grote invloed zijn geweest op de manier waarop wij vandaag de dag denken over planten en dieren die over de schreef gaan.’  Foto Guy Ackermans

staatkundige beeldspraak, door het te hebben over een tweede huis en burgerrechten voor succesvolle soorten. En militaire beeldspraak door kolonisten te zien als een vreemdelingenlegioen dat het eigen veteranenleger komt versterken. Hij ziet dat als een positieve ontwikkeling.’

Verraste je dat?

‘Ja. Vaak wordt van Linnaeus gedacht dat hij geloofde in een soort vaste goddelijke orde, waarbij soorten en ecologische relaties onveranderlijk en plaatsgebonden zijn. Dit wijst op een andere kant in zijn denken. Hij denkt na over hoe je een dynamische plantenwereld kunt samenbrengen met een mate van plaatsgebondenheid. Planten komen van hun plek. De schepping is niet helemaal af, er vindt nog beweging plaats. Door aandacht voor

het eigene, ontwikkelt hij aandacht voor het vreemde. Met de gebruikte metaforiek krijgt hij daar greep op.’

Met die neutraal-positieve kijk op nieuwkomers is het voorgoed gedaan als Darwin tijdens zijn reis met de Beagle de Argentijnse pampa’s bezoekt. Hij ziet er grote hoeveelheden verwilderde kardoen (Cynara cardunculus), een Europese tuinplant. ‘Ik betwijfel of er enig geval bekend is van een invasie op zo’n grote schaal van één plant ten koste van inboorlingen’, schrijft hij in zijn journaal.

Jij noemt dit ‘het meest gedenkwaardige moment uit de geschiedenis van de invasie-ecologie’. ‘Dat klopt. Hier komen twee termen samen. Darwin zegt niet letterlijk ‘invasieve exoot’, maar hij heeft het over een buitenlandse soort, de kardoen, die daar op de pampa woekert. En het gevolg

daarvan is dat de inheemse soorten in het gedrang raken. Darwin gebruikt het woord invasie. Ook dat is militaire beeldspraak, maar een andere dan het versterken van het bestaande leger. Met het woord invasie zet hij de strijd centraal, de struggle for life. De geoloog Charles Lyell gebruikte het in het tweede deel van zijn Principles of Geology, als hij het heeft over plantengeografie. Sterker nog, Darwin leest dat boek terwijl hij over de pampa’s rijdt. Net als met het woord kolonist destijds, wordt hier een militaire term toegepast op het plantenrijk. En dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven.’

Had het woord invasie voor Darwin een negatieve connotatie?

‘Het maakte indruk, maar Darwin stond op dat moment nog maar aan het begin van zijn lange reis. Hij begint vanaf dat moment steeds meer te letten op dit soort kolonisten. Hij stelt zelfs een tabel op van kolonisten in Engeland en Amerika. Hij neemt het woord en de beeldspraak over van Linnaeus. Hij heeft het ook over de huishoudkunde en staatkunde van de natuur. Maar bij Darwin is het huishouden er eentje van Jan Steen. Het is de survival of the fittest Degene die het best past, wint. In zijn staatkunde heerst een soort anarchie. Er zijn ecologische betrekkingen die oud en complex zijn, maar ze zijn niet voor de eeuwigheid. Een soort kan niet alleen uitsterven, maar ook van zijn plaats raken. Daarom is Darwin zo geïnteresseerd in invasieve exoten. Hij gebruikt ze om erop te wijzen dat er een natuurlijke geschiedenis van migratie is.’

Peeters wijdt in Exoot een flink hoofdstuk aan de eerste publieke ophef over een woekerend onkruid. Een invasieve exoot, zo bleek al snel. Het gaat om de brede waterpest (Elodea canadensis). Als een soort oorlogscorrespondent beschrijft hij de opkomst van het plantje, dat voet aan wal zette in Engeland en van daaruit Europa veroverde. Het plantje staat inmiddels op de rode lijst.

Wat is daarvan de les?

‘Heb geduld. Ecologie is ook iets van de lange adem. Sommige planten komen van ver en doen het goed, zoals de Canadese fijnstraal (Erigeron canadensis), doornappel (Datura stramonium) en

‘Er zijn heel veel exoten in Nederland, maar slechts een klein aantal krijgt het label invasief’
‘Neem het woord onkruid: dat is toch een gek woord’

Deens lepelblad (Cymbalaria muralis). Maar op een gegeven moment kunnen de meningen over de vreemde plant naar het negatieve schuiven en worden ze als een soort plaag beschreven. Een onkruid dat uitgeroeid moet worden. Er ontstaat een medische metafoor. En niet alleen biologen, maar ook de media en de staat maken zich er druk om. De plant wordt beschimpt en er worden monsterachtige beelden gebruikt. De waterpest werd als hydra weggezet. Ook Darwin had interesse in dit plantje. Hij stelt allerlei ecologische vragen, zoals: zijn er vogels die ervan eten en verspreidt de plant zich ook stroomopwaarts? Die ecologische interesse mis ik wel eens bij de professionals die alleen maar inzetten voor beheer. Er is weinig zicht op de positieve kanten van invasieve exoten.’

Zoals?

‘We betichten invasieve exoten van wat planten eigen is: dat ze zich heel goed kunnen vermenigvuldigen en zich extreem goed kunnen verspreiden. Elke plant was ooit in de geschiedenis een

invasieve exoot. Linnaeus bedoelde met burgerrechten dat als een plant ergens algemeen voorkomt dat-ie er hoort. Dat is uiteindelijk ook Darwins gedachte. Exoten zijn interessante planten. Ze woekeren, maar je weet nooit welke het uiteindelijk heel goed gaat doen. Het is nog niet zo makkelijk om wortel te schieten op vreemde bodem. Er zijn heel veel exoten in Nederland, maar slechts een klein aantal krijgt het label invasief.’

Moeten we van dat woord af? Dekt pionier niet veel beter de lading?

‘Waarom die wieddrang in de taal? Laten we eerder beter nadenken over dat woord invasief. Wat bedoelen we ermee? Wat zijn de aannames die erachter schuilgaan? Neem het woord onkruid: dat is toch een gek woord. Iedereen kent het en iedereen heeft wel eens onkruid gewied. We zijn tuinierende apen. Je hebt een plan met jouw tuin of akker en daar past een bepaalde plant niet in. Onkruid dus. Met invasieve exoten gaat het om onkruid in de vrije natuur. Maar waar is die natuur dan precies? En waar houdt-ie op? Je moet een woord niet vastpinnen op één betekenis. Dat geldt ook voor invasie. Het is niet eenduidig. Het aardige van woorden is dat ze ook woekeren. Woorden gedagen zich ook als exoten.’ ■

DIES WINDT GEEN DOEKJES OM KOLONIALE WORTELS

Met het thema ‘WUR in the world’ en een uitnodiging aan historicus Larissa Schulte Nordholt om een lezing te geven over WUR’s koloniale verleden toonde WUR best lef met de viering van de 108e dies natalis. Tekst Marieke Enter

Tijdens de diesviering hield Schulte Nordholt een lezing over WUR’s koloniale wortels (zie kader op pagina 25).

Aarti Gupta, hoogleraar Global Environmental Governance, sprak over kennis en machtsstructuren (‘kennis is macht, maar voor wie eigenlijk?’). En Bert Bruins (docent en opleidingsdirecteur International Land & Water Management) reflecteerde op WUR’s onderwijsmotto educating responsible changemakers – met daarbij de constatering dat WUR-alumni zich altijd hebben beschouwd als responsible changemakers, ‘ook in koloniale tijden’.

Resource woonde de bijeenkomst bij in het gezelschap van Emmanuel Adu-Ampong, Birgit Boogaard en Harro Maat: drie Wageningers die recent een gezamenlijke ingezonden brief schreven aan Resource, getiteld De ongemakkelijke koloniale erfenis van Wageningen. ‘Kolonialisme is een gevoelig onderwerp dat zorgvuldigheid vereist bij de historische complexiteit en de gevoelens die het vandaag de dag oproept’, betoogden ze daarin. Wat viel ze op tijdens de dies?

Landbouwkundige kennis in Wageningen kwam vaak tot stand in de context van plantages, in omgevingen met ongelijke machtsverhoudingen.

de

suikerplantage

Sugar science was onmogelijk zonder de hulp en kennis van de lokale bevolking en migranten. Op
foto de
'Kemanglen' bij Tegal op Java.  Foto Nationaal Archief

Schulte Nordholt houdt ons een spiegel voor

Adu-Ampong: ‘Van tevoren kreeg ik de indruk dat Larissa’s durende presentatie vrij mild en relaxed zou worden. Maar ik vond het juist krachtig. Confronterend zelfs, in zekere zin – recht voor zijn raap.’

Boogaard: ‘Het deed me denken aan een citaat van professor Ramose, de in Zuid-Afrika geboren filosoof die een belangrijke inspiratiebron voor mij is: ‘We moeten voor de spiegel gaan staan, vooral als we weten dat we lelijk zijn.’ Dat is precies wat Larissa deed. Zij houdt ons de spiegel voor en dat is moedig. Het is ook moedig van Carolien (Kroeze, de rector, red.) en de raad van bestuur dat zij de omstandigheden creëren en de toon zetten, zodat Larissa ons die spiegel kan voorhouden.’

Emmanuel Adu-Ampong is universitair hoofddocent bij Culturele Geografie en doet onderzoek naar hoe toerisme omgaat met het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis. Als docent bij de leerstoelgroep Knowledge, Technology and Innovation is Birgit Boogaard een van de grondleggers van de nieuwe minor Decolonising Science and Development. Harro Maat is universitair hoofddocent bij diezelfde groep en deed veel onderzoek naar koloniale landbouw.

Topje van de ijsberg

Boogaard: ‘Het is belangrijk te beseffen dat Larissa alleen het topje van de ijsberg liet zien. WUR is heel oplossingsgericht, dus het risico is dat we vanaf de top van de ijsberg naar dit onderwerp kijken en zeggen: oké, we weten dat het slecht was, laten we nu verdergaan en het anders doen. Maar eerst moeten we de bredere structuren doorgronden en begrijpen hoe het koloniale verleden nog steeds onderdeel is van de universiteit vandaag. Anders riskeren we dat het iets individueels wordt, zoals ‘pas je vak een beetje aan en dan is het wel klaar’. We moeten kritisch kijken naar wat we nu doen en onderwijzen en nagaan of we niet impliciet nog dezelfde ideeën overdragen, in nieuwe of heruitgevonden vormen. Dat is een uitnodiging aan ons allemaal.’

Adu-Ampong: ‘De vraag is hoelang er bereidheid blijft om de werkelijke omvang van de ijsberg in kaart te brengen. Je moet weten hoe groot die ijsberg is om te kunnen inschatten wat wel en niet haalbaar is om mee aan de slag te gaan – geleidelijk, we moeten niet denken dat dit proces maar een jaar of twee zal duren.’

Emmanuel Adu-Ampong, Birgit Boogaard en Harro Maat
tijdens de diesviering afgelopen 6 maart.  Foto Guy Ackermans

Voor WUR is kolonialisme meer dan een hoofdstuk uit de geschiedenis

Maat: ‘Ik vind dat Larissa een uitstekende samenvatting gaf van veel kwesties rond kolonialisme. Ze liet zien dat de erfenis waarmee we te maken hebben veel omvangrijker is dan we ons vaak realiseren. Kolonialisme is een diepgeworteld sociaal systeem. Het vormt onze handelsrelaties, hoe onze campus is georganiseerd, hoe onze kennisstructuren zijn ingericht. WUR is een zeer welvarende universiteit in Europa, maar er stroomt maar weinig geld of kennis terug naar de plekken waar we dat ooit vandaan hebben gehaald.’

Boogaard: ‘Een belangrijke observatie is dat kolonialisme niet zomaar een hoofdstuk is in de geschiedenis van WUR,

maar juist het fundament vormt van de universiteit. De erfenis ervan is nog steeds aanwezig, en we moeten die begrijpen voordat we vooruit kunnen. Iedereen streeft naar een toekomst die rechtvaardig, divers, inclusief en gelijkwaardig is. Maar als we ons niet bewust zijn van hoe koloniale erfenissen nog steeds het heden vormen, riskeren we dat we bepaalde ongelijkheden juist versterken in de toekomst.’

Adu-Ampong: ‘Een uitspraak die me bijbleef, is dat het koloniale verleden geen afgesloten hoofdstuk is. Larissa zette helder uiteen hoe het Nederlandse koloniale rijk machtsstructuren heeft gevormd die nog altijd hun stempel drukken op het heden.’

Trek niet te snel conclusies

Maat: ‘Wat de koloniale geschiedenis echt ongemakkelijk maakt, is – zoals Larissa uitlegde – dat de namen misschien veranderd zijn – ‘koloniaal’ werd ‘tropisch’ en later ‘ontwikkeling’ – maar dat sommige praktijken gewoon zijn doorgegaan.’

Adu-Ampong: ‘Als studenten zich bewuster zijn van deze patronen, nemen ze niet meer alles klakkeloos aan en vragen ze zich af: als dit de geschiedenis was, hoe gaan we dan verder? Op de oude voet, of is er ruimte voor iets beters? Wat ik studenten probeer mee te geven, is dat we geen haast hebben. We moeten de tijd nemen om de huidige situatie goed te doorgronden en écht te snappen hoe die is ontstaan. Naast niets doen is er ook het gevaar van te snel te willen handelen. Maar er ís geen snelle oplossing.’

Boogaard: ‘In plaats van te snel conclusies trekken of meteen naar oplossingen grijpen, is het belangrijk om bij dat gevoel van ongemak stil te staan. Ik waardeerde het zeer hoe de rector Larissa’s lezing inleidde. Zij nodigde het publiek uit met een open mind en een open hart te luisteren, wetende dat misschien nog niet iedereen die mindset heeft.’

Van universiteit naar pluriversiteit

Boogaard: ‘Ik vond het mooi hoe Bert zijn verhaal afsloot met het idee om WUR te transformeren van een universiteit tot een pluriversiteit van kennis. In de reactie van de zaal, het gegrinnik, bespeurde ik enige opluchting: ah, er is een manier om te dealen met dit moeilijke onderwerp. Toch is Berts aanbeveling zeker serieus bedoeld. Hoe we daadwerkelijk komen tot zo’n pluriversiteit van kennis, en hoe het ons onderzoek en onderwijs zou veranderen, zijn de volgende fundamentele vragen voor de toekomst.’

Maat: ‘We moeten ons intussen niet richten op individuele projecten of goedbedoelde initiatieven. Dat is klein bier vergeleken met de veel grotere netwerken en kennisinfrastructuren waar Wageningen onderdeel van is. Dát zijn de connecties die de universiteit van vandaag verbinden met structuren die wortelen in het koloniale verleden.’ ■

Larissa Schulte Nordholts lezing in een notendop ‘Kolonialisme is meer dan overheersing in overzeese gebieden. Het was een systeem waarin Europeanen zich land, arbeidskrachten en kennis toe-eigenden, terwijl ze tegelijkertijd ideeën over ras ontwikkelden die deze overheersing legitimeerden. (…) Wageningen werd al snel onderdeel van dit systeem. Sinds 1890 leidde het jonge mannen op voor een carrière in Nederlands-Indië, het huidige Indonesië, en in mindere mate Suriname. Het koloniale rijk hielp dus bij de opbouw van Wageningen, zowel institutioneel als door gemakkelijke toegang tot de tropische natuur te creëren (…). En Wageningen hielp op zijn beurt het koloniale rijk in stand te houden door landbouwwetenschap te leveren voor de plantageeconomieën en het koloniale bestuur. (...) Landbouwkundige kennis kwam vaak tot stand in de context van plantages: in omgevingen met ongelijke machtsverhoudingen. Koloniale wetenschap werd gepresenteerd als objectieve wetenschap, terwijl ze in werkelijkheid eurocentrische aannames versterkte over ontwikkelingshiërarchie. Sugar science was onmogelijk zonder de hulp en kennis van de lokale bevolking en migranten (...).

Aan het eind van de jaren 1920, begin jaren 1930, volgde ongeveer 70 procent van de studenten in Wageningen koloniale studieprogramma's. Wageningen functioneerde voor een groot deel als een koloniaal opleidingsinstituut voor koloniaal bestuur en plantage-economieën.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de wereld drastisch, toen een golf van onafhankelijkheidsbewegingen over het zuidelijk halfrond ging. (…) Wageningen paste zich aan en vond zichzelf opnieuw uit. Van een koloniale hogeschool werd het een internationale; van de ontwikkeling van specifieke tropische landbouwkennis over Indonesië en Suriname schoof het op naar de ontwikkeling van universele oplossingen voor het hele zuidelijk halfrond. Een volledige breuk met het verleden kwam er nooit; koloniale kennisinfrastructuren werden vertaald naar raamwerken voor ontwikkeling.

Bewustwording van deze erfenissen en van het koloniale verleden van WUR hoeft geen volledige afwijzing te betekenen van internationale betrokkenheid. Maar het vereist wel serieuze zelfreflectie.’

De volledige tekst is te vinden op resource­online.nl, of bekijk de video­opname van de dies op wur.nl

MEGENS’ MOOIE NATUUR

Mathijs Megens studeert Forest & Nature Conservation. Hij wilde altijd al ‘iets met natuur’. Dat wat ongerichte ‘iets’ staat nu vast.

Hij wordt illustrator. Illustraties Mathijs Megens/SeaBlueBird Studio

Mathijs Megens groeide op in Hummelo in de Achterhoek. Een mooie plek met veel bos en weiland om zich heen. Zijn liefde voor de natuur werd er gevormd. Als vervolgopleiding koos hij voor de bachelor Bos- en Natuurbeheer bij Van Hall Larenstein in Velp. ‘O, dus je gaat boswachter worden’, reageerde zijn omgeving, iets te vaak. ‘Nee, ik wil geen boswachter worden’, schreef hij daarom in het jaarboek van zijn eindexamenklas. Hij heeft overigens niks tegen boswachters. Integendeel. Maar sinds kort weet hij het zeker: hij wordt illustrator. Het is zijn manier om de natuur te beschermen. ‘Mijn doel is mensen enthousiast te maken voor de natuur en om door mijn werk bewustzijn voor natuurbescherming te vergroten. Ik wil laten zien hoe mooi

de natuur is. Ik ben illustrator en ecoloog. Die twee dingen kan ik combineren om realistische ecosystemen te maken.’ Een blik op zijn werk toont zijn talent. Dat talent kreeg hij mee van zijn moeder, die modeontwerp studeerde aan de kunstacademie. ‘Zij leerde me de basisprincipes van tekenen. Sindsdien heb ik eigenlijk altijd getekend. Sinds een paar jaar met hulp van de computer. Maar ik heb er nooit serieus over nagedacht om er mijn geld mee te verdienen. Dat leek me ook niet te kunnen. Tot een paar jaar geleden, toen ik de kans kreeg om een brochure te maken over het beheren van kleinschalige bossen. Mijn eerste grote betaalde

opdracht. Toen ontstond ook het idee: misschien kan het wél.’ Sinds een paar maanden maakt Megens ook illustraties voor Resource, bijvoorbeeld die op pagina 8, bij de rubriek Falen & Opstaan. Ondanks het digitale tekenproces doen de schilderijen van Megens sterk denken aan de oude schoolplaten van Koekoek. ‘Realistisch cartoonesk’, omschrijft hij het zelf. ‘Cartoonesk vanwege de duidelijke lijnen en kleurvlakken, maar ik vind het eigenlijk een lelijk woord.’ Megens gebruikt het programma Clip Studio Paint. Dat het eindproduct digitaal oogt, vindt hij niet erg. ‘Als ik toch geen echte verf gebruik, hoeft het er van mij ook niet als verf uit te zien. Dat is mijn filosofie. Maar de stijl is echt van mijzelf. Het duurde best lang voordat ik die eigen stijl en werkwijze gevonden had.’

Kleurenblind

Opmerkelijk gegeven: Megens is kleurenblind. ‘Rood-groen kleurenblind. Rood en groen kan ik niet goed uit elkaar houden. Het is lastig uit te leggen wat ik dan zie. Een groene struik met rode bloemen lijkt voor mij van een afstand als egaal groen. Dat is ook de

Tekst Roelof Kleis
‘ Ik ben illustrator en ecoloog. Ik wil laten zien hoe mooi de natuur is’

reden dat ik voor digitaal heb gekozen. Als ik verf meng, heb ik geen idee van wat ik aan het doen ben. Op de computer gebruik ik een kleurenwiel en weet ik precies waar welke kleur zit. Dat maakt het voor mij een stuk makkelijker. Maar ik moet toegeven dat het door die kleurenblindheid vrij lastig is om natuurillustraties te maken.’

‘Waar ik vooral moeite mee heb, is de goede kleur te vinden voor de luchten’, gaat hij verder. ‘Mijn luchten kleuren naar het paars.’ Daar kwam hij achter via zijn hobby-project, de denkbeeldige planeet Kirr Tahan. Megens beoefent speculative biology, een kunstvorm die alternatieve ecosystemen ontwerpt. ‘Ik kan er al mijn fantasie op loslaten, maar het idee is dat er wel logica achter zit. Ik gebruik mijn ecologische kennis om plausibele dieren, plaatsen en ecosystemen te maken. Op mijn planeet zijn de luchten paars. Het

grappige is dat iedereen dacht dat het zo hoorde, terwijl ik dacht dat ik gewoon blauwe luchten maakte.’

Waar hij dan weer geen moeite mee heeft is de diepblauwe kleur van zijn lievelingsvogel, de blauwborst. Hij vernoemde er zijn studio naar: SeaBlueBird Studio. ‘Ik heb lang nagedacht over een mooie naam. Tot ik voor mijn studie een vak volgde op Terschelling. In de duinen zag ik voor het eerst dit vogeltje. Ik vond dat zo mooi, dat mijn studio nu zo heet. Roodborstjes zie ik gewoon niet zo goed, maar met dit blauw heb ik geen moeite. Het vogeltje zit ook in mijn logo.’

Kirr Tahan is een hobby-project. Megens hoeft er geen geld aan te verdienen, hoewel hij zijn imaginaire wereld graag in boekvorm zou uitgeven.

Valt er met de opkomst van AI sowieso nog wel geld te verdienen met illustreren? ‘Ik ben een natuurbeschermer’, zegt Megens. ‘Ik wil mijn vaardigheden en kennis inzetten om een klein verschil te maken. Natuurillustraties is een nichemarkt. Veel kunstenaars hebben ‘last’ van AI. Toch weet ik zeker dat er een herwaardering voor handgemaakte kunst komt. En als het vak toch verdwijnt en ik kan er geen brood mee verdienen, dan nog zal ik nooit stoppen met illustreren. Voor mijzelf is het gewoon belangrijk.’ ■

Inspirerende vrouwen

Van oma tot Obama

Internationale vrouwendag (8 maart) is een mooi moment om aandacht te vragen voor gelijke rechten voor vrouwen, maar ook om ze in het zonnetje te zetten. Resource ging de campus op en vroeg: ‘Wie is jouw vrouwelijke rolmodel?’ Illustratie Shutterstock

Anneke Valk

Biologiedocent en Teacher of the Year

‘Mijn oma, Corry Valk, is mijn rolmodel. Ze groeide op in een tijd waarin vrouwen overduidelijk niet dezelfde kansen kregen als mannen. Ze heeft bijvoorbeeld niet kunnen studeren. Toen er later wél meer mogelijk werd voor vrouwen, is ze dat met terugwerkende kracht gaan inhalen. Terwijl haar kinderen op de middelbare school zaten, heeft ze haar mbo en hbo Maatschappelijk Werk gehaald, en daarna heeft ze allerlei cursussen gevolgd over geschiedenis, kunstgeschiedenis, verschillende culturen. Ze wist ontzettend veel over de wereld. Mijn oma heeft mij geïnspireerd om altijd te blijven leren. ‘Ze was ook zeer maatschappelijk betrokken – half Zwolle kende mevrouw Valk. En ze was voor mij een voorbeeld als het gaat om ‘in het moment zijn’. Als je met haar aan het praten was, was ze met al haar aandacht bij dat gesprek. Ze onthield wanneer je jarig was, wat er speelde in je leven... Deze vrouw wist zó veel, en een energie dat ze had! Fenomenaal.’ lz

Janneke Troost

Docent en promovendus bij Wildlife Ecology and Conservation

‘Jane Goodall is iemand die mij inspireert en aanmoedigt om dromen na te jagen. Het onderzoek dat ze deed naar chimpansees was – zeker als vrouw in haar tijd – uitzonderlijk . Ze werd wereldberoemd, maar zat daar niet op te wachten. Dat zag ze eerder als noodzakelijk kwaad om echt een verschil te maken. Vorig jaar overleed ze, maar nog steeds inspireert ze mensen om de natuur te beschermen. Ook in Nederland, bijvoorbeeld via haar Roots & Shoots-programma, waardoor kinderen en jongeren liefde voor de natuur meekrijgen via workshops op school en waar ze leren dat ze ook zelf iets kunnen doen om de wereld een stukje beter te maken. In haar woorden: together we can, together we must!’ lz

Mangala Srinivas Hoogleraar Celbiologie en Immunologie

‘Mijn vrouwelijke rolmodellen zijn Rianne Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en Michelle Obama. Ik bewonder deze vrouwen omdat ze sterk en assertief zijn en tegelijkertijd heel toegankelijk en aardig. Wat ik vooral inspirerend vind, is hoe Michelle heel openlijk praat over de moeilijkheden die ze tegenkomt in haar leven en carrière. Ik denk dat het heel belangrijk is om voorbeelden te hebben van succesvolle mensen die ook deze kant van succes openlijk delen. ‘Michelle Obama heb ik nooit ontmoet, maar Rianne Letschert wel. Ik ontmoette haar voor het eerst toen ik voorzitter was van de Jonge Akademie van Europa van 2015 tot 2020. In 2017 hebben we haar onze jaarlijkse medaille toegekend.

Rianne Letschert begon haar carrière als academicus en werd later de jongste vrouwelijke rector magnificus van Nederland, bij de Universiteit Maastricht. Wat mij het meest aansprak, was haar moed om te solliciteren naar zo'n hoge positie. Veel vrouwen zouden erover twijfelen en zich afvragen of ze wel goed genoeg zijn.

‘Ik vind het inspirerend dat ze een succesvolle carrière heeft en ook gewoon een heel aardig mens is. Ze heeft me ooit gecoacht in hoe ik mezelf zelfverzekerder kon introduceren, namelijk door trots te zijn op mijn titels en die hardop te noemen. Dat advies was heel waardevol en beïnvloedt me nog steeds.’ lh

Bachelorstudent Internationale

Ontwikkelingsstudies

‘Mijn medestudente, Nienke Kooij, is iemand van wie ik vind dat zij in het zonnetje gezet mag worden. ‘Vrouwelijk rolmodel’ zou ik zelf niet willen zeggen, omdat dit automatisch de genderrollen benadrukt. Het feminisme draait volgens mij juist om onafhankelijkheid en niet om het volgen van een zogenaamd voorbeeld. Nienke is dan ook meer mijn onafhankelijks-model, want ze laat zich niet de les lezen en is niet bang te laten weten als ze het ergens niet mee eens is. Door deze houding krijgt ze af en toe het verwijt ‘te streng’ of te ‘te serieus’ te zijn, maar daar lijkt zij boven te staan. Deze zelfdenkende houding waardeer ik zeer aan haar en ik ben trots haar een vriendin te kunnen noemen!’ pt

Meghann Ormond

Universitair hoofddocent Culturele Geografie

‘Lynn Staeheli, hoogleraar aan de School of Geography and Regional Development van de Universiteit van Arizona, was een pionier op het gebied van feministische geografie. Zij bestudeerde niet alleen het gender- en vrouwenperspectief, ze bracht het ook in de praktijk, in hoe ze met mensen werkte. Ze voegde de daad bij het woord en zorgde voor de mensen met wie ze werkte. Ze koesterde hun talent en deed er alles aan om kansen voor hen te creëren. Zo bezorgde ze mij niet alleen mijn eerste academische onderzoeksbaan aan de universiteit van Colorado-Boulder, maar hielp ze me ook aan een beurs zodat ik in Europa kon studeren. Dankzij haar ben ik nu geograaf in Europa. Ze creëerde een gemeenschap, waar ze ook was, bijvoorbeeld door medewerkers en studenten bij haar thuis uit te nodigen voor het jaarlijks vreugdevuur aan het einde van het academische jaar. Als ik me afvraag hoe ik met een collega of student moet samenwerken, denk ik: wat zou Lynn doen?’ cj

Willemijn Smits

Masterstudent Rural Development and Innovation

‘Mijn vrouwelijk rolmodel is mijn oma. Ik heb haar zelf niet heel goed gekend, want ze is overleden toen ik 4 jaar oud was. Maar ik heb wel veel verhalen gehoord van mijn opa over haar zelfstandigheid en haar vastbeslotenheid te willen werken. Ze wilde graag vooraan staan. In die tijd kwam dat nog niet vaak voor. Mijn tante (haar dochter) is ook zeker een rolmodel voor mij: zij was de eerste vrouw op de Nederlandse Ambassade in Panama. Ik krijg vaak van haar te horen dat ik op mijn oma lijk en dan voel ik nog meer connectie met haar. Ik probeer te leven naar mijn oma’s filosofie: je moet het zelf doen, actie ondernemen! Dit heeft mij bijvoorbeeld aangespoord om voorzitter van het bestuur van de tennisvereniging te worden. Ik dacht: mijn oma zou dit ook gedaan hebben.’ lh

Tien jaar online masters

Studeren op afstand

Een druk gezinsleven, een fulltime baan of een partner in het buitenland; voor sommige studenten is een online master de enige manier om te studeren in Wageningen. Tien jaar geleden ging de eerste online master hier van start. Resource sprak twee ‘studenten op afstand’. Tekst Luuk Zegers

‘We wonen overal en nergens’

Andrea Adler (45) uit Duitsland doet de online master Nutritional Epidemiology and Public Health. Ze woont in Sri Lanka met haar man en hun drie kinderen.

‘Toen ik in 2018 met zwangerschapsverlof was voor mijn tweede kind, ben ik begonnen aan de online master Nutritional Epidemiology and Public Health. Ik wilde intellectueel uitgedaagd worden en iets interessants leren dat ik ook kan gebruiken op werkgebied. Ik heb ruim vijftien jaar ervaring als projectmanager in de internationale ontwikkelingssamenwerking en als onafhankelijk evaluator. De opleiding moest online zijn, want als gezin wonen we overal en nergens: soms in Duitsland, nu weer in Sri Lanka, en ik heb ook in landen als Bangladesh, India en het Verenigd Koninkrijk gewerkt. 'Het collegejaar is opgebouwd uit vakken die vier weken duren. Het ene vak bouwt voort op het andere. Er zijn colleges, lezingen, casestudy's, individuele opdrachten, groepswerk, enzovoort. Alles wat je nodig hebt, staat op Brightspace. Dat werkt heel goed. De studenten zijn van verschillende leeftijden, komen uit verschillende landen en hebben verschillende achtergronden. Hoewel we elkaar alleen online ontmoeten, voel ik een hechte band met medestudenten en docenten. Dat was wel een verrassing. ‘Sinds ik met de opleiding ben begonnen, studeer ik met tussenpozen. Er staat vier jaar voor de opleiding,

‘Eerlijk gezegd is het niet gemakkelijk om naast je carrière en gezinsleven een master te doen’

maar dat is voor mij niet haalbaar. We hebben drie jonge kinderen en ik ben de kostwinner. Als je kinderen hebt, gebeuren er weleens dingen die je studierooster in de war sturen. Als ik een tijdje niet kan studeren, schrijf ik me uit. Dan pak ik het later weer op als ik meer tijd heb. 'Een online master is niet voor iedereen weggelegd. Het is zwaar. Je moet jezelf motiveren en tijd vrijmaken om in je eentje achter je computer en boeken door te brengen. Je moet je verdiepen in statistische software en andere ingewikkelde zaken. Eerlijk gezegd is het niet gemakkelijk om naast je carrière en gezinsleven een master te doen, zeker niet als iets oudere student. Voor mij betekent het dat ik er iets langer over doe dan de rest. Maar ik ben nog steeds vastbesloten om het af te maken.’

‘Je bouwt toch echt band op’

Marco Gozzini (29) begon in 2023 aan de online master Plant Breeding. Hij woont in Bergamo, Italië, en werkt bij Syngenta in het R&D-team.

‘Tijdens mijn studie Landbouwwetenschappen in Milaan ontwikkelde ik een passie voor plantenveredeling. Na mijn afstuderen ging ik bij Syngenta werken. Maar na een tijdje had ik het gevoel dat ik niet gespecialiseerd genoeg was voor mijn werk. Daarom wilde ik mijn kennis en ervaring op dit gebied vergroten. Toen een collega me vertelde over de master Plant Breeding van WUR, besloot ik me in te schrijven.

‘Online studeren is anders dan studeren op de campus. Je gaat niet elke dag met medestudenten een koffietje drinken. Maar het werkt heel goed voor mensen die al werken en weten waar ze op carrièregebied naartoe willen. Sommige vakken zijn meer op zelfstudie gericht, terwijl andere meer draaien om teamwork, met groepsopdrachten. Je hoeft dus niet alles alleen te doen. Eens per jaar komt iedereen twee weken naar de campus in Wageningen, wat erg leuk is. Je luncht en dineert samen, leert je medestudenten écht kennen en bouwt een band op.

‘In Italië denken mensen vaak dat een online opleiding slechter is dan een reguliere, wat leerresultaten en kennis betreft. Mijn ervaring is anders. Ik leer veel, zowel academisch als qua soft skills, zoals timemanagement, organisatorische vaardigheden en hoe ik kan samenwerken met mensen met verschillende achtergronden.

‘In Italië denken mensen vaak dat een online slechter is dan een reguliere. Mijn ervaring is anders.’

‘Een werkweek van veertig uur combineren met twintig uur studeren is wel veel. Na het eerste jaar heb ik mijn manager verteld dat ik deze master deed en om hulp gevraagd. Hij gaf me extra vrije dagen, die ik aan de opleiding kon besteden. Heel fijn. Toch is het moeilijk om een goede balans te vinden. Je moet heel consequent zijn en elke week komen opdagen. Misschien maak ik het mezelf ook moeilijker, omdat ik een vierjarige master in slechts drie jaar probeer af te ronden.’ ■

Online masters

Tien jaar geleden ging de online master Nutritional Epidemiology and Public Health van start, vertelt adjunct-opleidingsdirecteur Amanda Jager. ‘Ook Plant Breeding is toen begonnen. Twee jaar later kwam de online variant van Food Technology erbij.’ Elk jaar starten er zo’n twintig studenten aan elk van deze opleidingen. ‘Ze komen uit de hele wereld’, vertelt Jager. ‘Vaak combineren ze het met een carrière en soms een gezinsleven.’

In plaats van hoorcolleges op vaste tijden wordt er gewerkt met kennisclips, die

studenten kunnen kijken wanneer ze willen. ‘Al het studiemateriaal staat in Brightspace’, zegt Jager. ‘Je kunt dus redelijk flexibel studeren. Maar er staat wel zo’n twintig uur per week voor.’ Ondanks het tijdsverschil werken studenten ook veel samen, aldus Jager. ‘Als ze aan de andere kant van de wereld wonen, bijvoorbeeld de een in Canada en de ander in Australië, dan gaat de een naar bed en kan de ander ondertussen verder werken aan de opdracht.’

De eerste twee jaar staan in het teken van vakken volgen, vertelt Jager. ‘Daarin

komen de studenten, afhankelijk van welke master ze volgen, een of twee keer naar Wageningen toe. Bijvoorbeeld voor labwerk of om onder begeleiding van docenten in groepjes onderzoeksvoorstellen te schrijvenbelangrijke skills die je niet online kunt ontwikkelen.’ In jaar drie en vier volgen een stage en de thesis. EU-studenten betalen voor de online master het reguliere collegegeld. Non-EU-studenten betalen het instellingscollegegeld. Als zij in deeltijd studeren, kan dat voor een deeltijdtarief.

Podium

Een organist en een dj lopen de kerk in… Het klinkt als het begin van een mop, maar op 10 april gaat het echt gebeuren.

DJ Gerwe en organist Alexander de Bie combineren hun muziek tijdens een dance-event in de Grote Kerk.

Tekst Coretta Jongeling

VR

10-04-26

Grote Kerk Wageningen 21:00u

Entree: 20 euro 15 euro studenten

Orgel ontmoet house

Alexander de Bie hoorde voor het eerst een kerkorgel toen hij drie was. Hij was meteen verkocht. ‘Ik vond het geluid fenomenaal. Mijn ouders zijn allebei musici, dus er was altijd veel muziek thuis en ik begon met piano- en orgellessen.’

Ruim twintig jaar later studeert De Bie orgel aan het conservatorium in Leipzig.

‘De meeste mensen horen alleen orgel tijdens een kerkdienst en dat wil ik graag veranderen. Het is een gaaf instrument en vaak een echt kunstwerk om te zien.

Het zou zonde zijn als mensen daar nooit iets van meekrijgen.’

DJ Nout Gerwe en Alexander de Bie zijn al jaren vrienden. De Bie: ‘Ik kom meer uit de klassieke hoek, hij draait vooral house, maar we staan allebei open voor elkaars muziekwereld. We hebben vaak gedacht; het zou wel cool zijn om een keer iets samen te doen. Maar ja, hoe doe je dat?’ Via de stichting Flow, die evenementen organiseert rondom het historische Flentrop-orgel in de Grote Kerk, kwam het antwoord. Zij zagen het

wel zitten om een dance-event neer te zetten in de kerk.

Voor het evenement hebben De Bie en Gerwe samen nummers gemaakt. ‘Dat viel nog niet mee, ik heb mijn deel opgenomen hier in Leipzig op het conservatorium, daarna is Nout ermee aan de slag gegaan in Nederland en dat stuurden we dan heen en weer. Momenteel ben ik ook in Nederland en kunnen we eindelijk samen oefenen.’ Naast nieuwe nummers laten ze bewerkingen horen van dancetracks en orgelklassiekers. ‘Het verbaast mij hoe goed het samen gaat, hoeveel elementen uit de klassieke muziek je kunt gebruiken voor house.’

Meer informatie en tickets hier:

TIPS

Donderdag 2 april

‘Almost Sane’ Storytelling Night De Wilde Wereld

Zaterdag 4 en zondag 5 april 12 jaar Ecodorp Ppauw Festival Muziek, workshops

Vrijdag 10 april

Asociaal Kabaal, GOEIEMIDDAG! en the Happy Suspended (ska) JV Unitas

DJ Gerwe (links) en organist Alexander de Bie aan het repeteren in de Grote Kerk  Eigen foto

Jaarlijks studeren zo’n 3.500 bachelor- en masterstudenten in Wageningen af. In de rubriek Thesis Life vertellen ze over hun mijlpaal. Over de inhoud, de ups en de downs. Dit keer Ayla Brouwers, masterstudent Tourism, Society and Environment. Tekst Eva Hamers

Je scriptie in 40 woorden?

‘Ik onderzocht hoe toeristen true-crime-guidedtours beleven, volgens ‘existencial authenticity’ een methode die focust op de persoonlijke ervaring. Mijn bevindingen: deze tours kunnen angst en spanning opwekken, en toch als entertainment ervaren worden. Dat is interessant, omdat dat tegenovergestelden lijken.’

Hoe kwam je bij je onderwerp?

‘Ik volgde een dark-tourisme-tour in Amsterdam: in plaats van dat het ging over ‘zo oud is deze kathedraal’, ging het over ‘deze persoon is op de drempel van deze kathedraal vermoord’. Onderzoek naar dark tourism –het bezoeken van plekken die met historische tragische gebeurtenissen of dood te maken hebben – gaat altijd over de motivatie van toeristen, bijna nooit over hun ervaringen. En true-crime-tours zijn nog nooit onderzocht via existential authenticity.’

Beste sog-moment?

‘In de periode dat ik veel moest gaan schrijven, ben ik veel gaan sporten. Op zich een fijne afwisseling, maar op een gegeven moment stond ik in de sportschool en dacht: nu had ik ook al twee uur aan het schrijven kunnen zijn. Het concreet en academisch schrijven vond ik soms best een uitdaging.’

Welke gouden tip kreeg jij?

‘Met de begeleider van mijn bachelorscriptie klikte het niet echt. Toen ik aan deze masterscriptie begon, hebben mijn begeleider en ik een contract opgesteld met onze verwachtingen, op haar initiatief. Zo voorkom je dat iemand bijvoorbeeld drie weken op een antwoord zit te wachten, of de feedback niet serieus neemt. Dat werkte heel goed.’

Welke tip kun je zelf geven?

‘Kies een onderwerp dat je echt leuk vindt. Ik ben heel blij met mijn onderwerp en de methode, het past goed bij mij. Mijn methode was auto-etnografisch, de grote databron was ik zelf: ik volgde guided tours in Amsterdam, Brugge, Londen, Liverpool, Edinburgh en Glasgow.’

In Wageningen kom je alle smaken van de wereld tegen. Student Food Technology en hobbykok Caspar van Arkel uit Nederland deelt een recept voor geroosterde spitskool.

Smaken van WUR

Geroosterde spitskool met kruidenyoghurt en chiliboter

‘Dit is een lekker, romig gerecht met groente in de hoofdrol. Het is niet moeilijk maar je kunt er wel echt indruk mee maken. Spitskool is goedkoop en het hele jaar beschikbaar. Ik maak het met yoghurt en boter, als je veganistisch eet kan je die vervangen voor sojayoghurt en plantaardige harde boter.’

1 Snij de spitskool in kwarten, wrijf de stukken royaal in met olijfolie, zout en peper;

2. Rooster 30 minuten in een voorverwarmde oven op 180°C, totdat de kool gaar is en licht gekarameliseerd;

3. Maak ondertussen de saus: doe alle ingrediënten behalve de yoghurt in de blender en mix tot een gladde saus;

4. Voeg nu de yoghurt toe en peper en zout naar smaak;

5. Voor de chiliboter: smelt de boter in een kleine pan op middelhoog vuur;

6. Voeg paprikapoeder toe, roer goed door;

7. Laat de boter een klein beetje bruinen, voeg dan de chilivlokken toe en haal direct van het vuur;

8. Smeer de kruidensaus ruim uit op een bord en leg de geroosterde kooltjes op de saus;

9. Druppel de chiliboter decoratief over de kool. Strooi er eventueel sesamzaadjes of pijnboompitten over voor extra crunch.

Ingredienten (voor 2 personen):

Kool:

• 1 spitskool

• peper en zout

• olijfolie

• (eventueel geroosterde sesamzaadjes of pijnboompitten)

Kruidensaus:

• 1 hele bos peterselie

• 1/2 bos koriander

• 2 teentjes knoflook

• sap van 1 limoen

• 4 el ahornsiroop

• 3 el tahin

• 2 el water

• 250 ml Griekse yoghurt

• zout en peper

Chiliboter:

• 50 g boter

• 1 tl chilivlokken

• 1 tl zoete paprikapoeder

Caspar van Arkel Student Food Technology
Scan de QR-code voor de video van Caspar.

Meanwhile in… Indonesië – ramadan

WUR is zeer divers; er werken en studeren honderden internationals. In de rubriek Meanwhile in vragen we een van hen te reageren op een gebeurtenis in het thuisland. Deze keer vertelt bachelorstudent Dierwetenschappen Cyra Irawan (20) uit Indonesië over ramadan. Tekst Philip Timmers

‘Ramadan is een vastenmaand in de traditie van de islam, gebaseerd op de maancyclus. Moslims vasten een maand lang tussen zonsopgang en zonsondergang. Het einde van de periode vieren we met het feest Eid al-Fitr, het Suikerfeest. Dit jaar is ramadan van 18 februari tot 18 maart.

‘Na ramadan voel ik het geloof steviger verankerd in mijn hart en voel ik meer energie om mijn best te doen’

‘Ik heb op de basisschool voor het eerst meegedaan aan ramadan. Kinderen mogen beginnen met een lichtere variant zodat ze kunnen wennen. Maar bij mij op de basisschool was het bijna een wedstrijdje wie toch mee kon doen met het ‘echte’ vasten, want dan hoorde je bij de volwassenen.

‘Voor mij is ramadan een tijd van bezinning, van reflectie op het afgelopen jaar, van vergeving en van het je opnieuw verbinden aan het geloof. Na ramadan voel ik het geloof steviger

verankerd in mijn hart en voel ik meer energie om mijn best te doen. Thuis in Indonesië sta ik ’s morgens op met mijn familie om samen te eten voordat het vasten die dag begint, maar hier in Wageningen ‘ontbijt’ ik alleen. Maar het einde van de vastenperiode vier ik wel samen met vrienden in Wageningen. We proberen altijd een bijeenkomst te organiseren met SEASAW (South-East Asian Student Association) of vrienden of de Indonesische gemeenschap in Wageningen.

‘Mijn ramadan gaat dit jaar best goed. Mijn lichaam begint aan het vasten te wennen en ik word vanzelf wakker op de momenten dat ik moet eten. Ik heb mijn maaltijden van tevoren bereid om ervoor te zorgen dat wat ik eet voedzaam en gezond is. Want als je maar twee keer per dag eet, is dat heel belangrijk. Met studeren gaat het ook goed: het is nu studieweek en daardoor kan ik meer zelf bepalen hoe ik mijn tijd indeel. Ik plan het meeste werk in de ochtend omdat ik dan nog niet veel last heb van het vasten. ’s Middags klap ik meestal op tijd mijn laptop dicht zodat ik niet veel hoef te doen totdat de zon ondergaat.’

Column Youssef el Khattabi

Chef-kok als studieadviseur

Het is periode 5 in Wageningen. Dat betekent dat de vraag die je maanden kon uitstellen ineens op tafel ligt. Waar ga je je scriptie over schrijven? Als student International Land and Water Management kun je bijna overal ter wereld onderzoek doen. Voor sommige mensen (ik) was dat een reden om deze studie te kiezen.

De beslissing lijkt in eerste instantie rationeel. Je kijkt naar het onderwerp en vraagt jezelf af of het je interesseert. Je kijkt naar de locatie en denkt na over waar je heen zou willen. Je kijkt naar een supervisor met wie je prettig kunt samenwerken. En natuurlijk naar de methode. Ga je interviews doen in een dorp, bodemmonsters nemen of een model programmeren dat berekent of een stad de komende jaren een paar

centimeter zakt?

Toch neem ik nog iets anders mee in mijn keuze. Een les van Anthony Bourdain, de Amerikaanse chef, presentator en schrijver die de wereld rondreisde. Hij zat net zo makkelijk op een plastic stoel bij een straatkraampje als in een sterrenrestaurant. Hij sprak met vissers, taxichauffeurs en oma’s die kookten zoals hun familie dat al generaties deed. Zijn talent was niet alleen het vinden van goed eten, maar luisteren naar iedereen. Wat hij liet zien, is dat reizen draait om nieuwsgierigheid. Om het gesprek dat je niet had verwacht. Om begrijpen hoe andere mensen leven. Een hobbyantropoloog. Misschien geldt dat ook voor het schrijven van een scriptie. Je stapt altijd even in de wereld van iemand anders.

Ik ben dus niet alleen op zoek naar een goed onderzoeksvoorstel. Ik hoop op een plek terecht te komen waar ik iets kan leren wat niet in de boeken staat. En waar ik iets moois kan achterlaten. Waar mijn scriptie me ook zal brengen.

Youssef el Khattabi (22) is masterstudent International Land and Water Management. In zijn vrije tijd reist hij graag en is hij vaak in de filmzaal te vinden. Daarnaast houdt hij van lezen en lang natafelen.

HOKJESDENKEN

Vul de puzzel in en ontdek welk(e) woord(en) er in de gekleurde vakjes staat(n). Stuur dit als oplossing naar resource@wur.nl vóór 21 april en win een boek.

Tip: zoek ook naar antwoorden in dit magazine en op resource­online.nl

Horizontaal

1. Bestudeert Vera Ros in insecten

7. Past voor berg of linie

11. Europese hoofdstedeling

13. Alternatief voor ö

14. Ketan __, winnaar van de Research Award voor beste paper

17. Gedragsbiologen

20. @

21. Opleiding in het Kasteel van Breda

22. In troost schuilt verlichting

26. Grote hagedissen

28. Ojos __, hit van Shakira

29. Niet cool

30. Tegen

32. Tegenstem

34. Soort eend

35. Is student (en illustrator) Mathijs Megens

36. Geeft studenten feedback van hoge kwaliteit

Verticaal

1. '__burger mag naam houden'

2. Heet bij Wageningen Neder__

3. Rapper die Maestro won 4. Naziclub

5. Zijn ondergebracht in het periodiek systeem

6. Bonnen

7. Past voor boodschap of klasse

8. Boek van botanisch filosoof Norbert Peeters

S O F A U P I G S A R K

E A N T I F R A G I E L E

U R N E M O E E O T J E

R O O M S E R B R I N J A L

De oplossing van de puzzel uit Resource #6 is ‘antifragiel’. De winnaar is Raf Baerveldt. Gefeliciteerd! We nemen contact met je op.

Winnaars mogen kiezen uit het boek Zeven dieren bijten terug van WUR-alumnus Frank Westerman of de Wageningen Verjaardagskalender met dronefoto’s gemaakt door DroneWageningen

9. Langstudeer__

10. Vroeg of laat

12. Haperwoordje

15. Bovenste halswervel

16. __ mater

18. __ covid

19. Dolfijn die verdrietig klinkt

21. Vinkachtige

23. Afvalwater

24. Milanese club

25. Cool

26. 'Anneke __ finalist landelijke 'Docent van het Jaar’'

Colofon

27. Kati __, GroenLinks-PvdA

30. Band __ (Do They Know It's Christmas?)

31. Boston __ Party

33. Werd in 1992 in Maastricht geboren

34. &

Resource is het onafhankelijke medium voor studenten en medewerkers van Wageningen University & Research. Resource brengt nieuws, achtergronden en duiding. Op resource-online.nl verschijnen dagelijks nieuwe berichten. Het magazine verschijnt maandelijks.

Contact Vragen en opmerkingen voor de redactie: resource@wur.nl | www.resource-online.nl

Redactie Willem Andrée (hoofdredacteur), Helene Seevinck (eindredacteur), Roelof Kleis (redacteur), Luuk Zegers (redacteur), Marieke Enter (redacteur), Coretta Jongeling (online coördinator), Dominique Vrouwenvelder (redacteur).

Vertalingen Tessera Translations S.L.

Vormgeving Alfred Heikamp, Larissa Mulder

Basisontwerp Marinka Reuten

Coverillustratie Valerie Geelen

Druk Damen Drukkers BV, Werkendam

Abonnement Een abonnement op het magazine kost €59 (buitenland €135) per academisch jaar. Opzeggen voor 1 augustus.

ISSN 1874-3625

Uitgever Corporate Communications & Marketing, Wageningen University & Research

[DE

NEUS]

Nieuws met een luchtje

EERSTE PAASEI GEVONDEN OP DE CAMPUS

Student Rurale Sociologie Tjitske Tjepkema is de trotse winnaar van het eerste Gouden Paasei. Ze krijgt de wisseltrofee omdat ze het eerste paasei op de campus wist te vinden. Tjepkema vond het lila eitje in de schoot van standbeeld de Zaaier.

‘We zijn ontzettend trots op Tjitske en deze primeur’, zegt Wierd Weinum, voorzitter van het Wageningsk Studinte Selskip foar Fryske Stúdzje WSSFS. Met het nieuwe spel wil de club het aloude kievitseieren zoeken nieuw leven inblazen. Die traditie is al jaren in de ban, ‘maar paaseieren zijn een mooi en duurzaam alternatief’, zegt Weinum. Met het nieuwe spel wil de club het Friese gevoel onder de leden aanwakkeren. ‘It Fryske gefoel hâlde yn in frjemde omjouwing’, zoals Weinum het uitdrukt. Dat gevoel overeind houden, wordt volgens hem steeds lastiger, nu door klimaatverandering zelfs de herinnering aan een Elfstedentocht een langzame dood sterft. ‘En wij Friezen hebben een hekel aan dooien.’ Volgens Weinum is het paasei zoeken een spel van deze tijd. Door verschraling van het platteland trekken paashazen steeds vaker naar de stad om hun eieren te leggen. ‘Paashazen worden daarbij steeds brutaler. De vindplaats in de schoot van de Zaaier spreekt boekdelen. Je kunt het haast als provocatie zien. Maar pr-technisch is het voor ons natuurlijk goud.’ Niet iedereen is overigens blij met hoe de hazen lopen.

‘Paashazen worden steeds brutaler’

Er zijn al diverse meldingen bekend van opdringerige paashazen rondom speelplaatsen van kinderopvangcentra. Diverse politieke partijen willen de paashaas daarom actief bestrijden. Probleem daarbij is dat het onder de huidige Europese regelgeving niet mag. De paashaas heeft een beschermde status. Om de gevolgen van de oprukkende paashaas beter in beeld te krijgen, doet WUR-onderzoeker Bert Vroegindewei sinds kort onderzoek naar de paashaas. De bedoeling is een aantal hazen te zenderen. ‘Maar dat valt niet mee. Hazen zijn slimme dieren. Net op het moment dat je ze op de korrel hebt, gaan ze er hard vandoor. Ja, als een haas. Dat is natuurlijk gedrag, maar voor ons onderzoek niet handig.’

Het paasei-zoeken is dit jaar nog een louter Fries feestje. Maar Weinum mikt op meer. ‘Volgend jaar gaan we het groter aanpakken en er een open kampioenschap van maken. Paaseieren zoeken heeft alles in zich om een verbindend, inclusief Wagenings evenement te worden: grondboren, worm-charming, paasei-zoeken.’

Foto Guy Ackermans / Gemini

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook