Skip to main content

RESOURCE - Nr. 06 2026 (NL)

Page 1


FEBRUARI ❷⓿❷❻ JAARGANG

Break! Hoofdact Summervibes bekend

Lelijke groenten verkopen prima

Antifragiliteit: Laat de toekomst maar komen

p.14

Journalistiek magazine over Wageningen University & Research

Daarom protesteren Europese boeren

WUR'ers op de kieslijst

Column Guido: Stikstofmoe

Inhoud

NR ❻ JAARGANG ❷⓿

Masseur schuldig bevonden aan aanranding

Interview:

Ingrid Hijman laat los 17 Resource krijgt volledige journalistieke onafhankelijkheid 26

Leerstoelhouder reist per ov van Arnhem naar Kathmandu

Liefde en keuzes

Er gebeurt zoveel in de wereld en in Wageningen dat we er makkelijk drie magazines mee kunnen vullen. Dat betekent keuzes maken. Een rondgang langs WUR'ers over het nieuwe coalitieakkoord? Het staat nu kort in het magazine, lees het volledige stuk op onze website. De komst van Gaza-studenten naar Wageningen die wordt tegengehouden door het ministerie? Ook een kort bericht, lees het volledige stuk online. WUR die ondanks veel reacties de poot stijf houdt met de AI-zoektool op de nieuwe website? Lees er hier kort over, de volledige reactie op onze website. Wat overblijft? Het nieuws dat Resource een nieuw en modern redactiestatuut heeft gekregen en daarmee volledige journalistieke vrijheid (p.17). En verder: WUR'ers in de gemeentepolitiek (p. 22), lekker veel wetenschapsverhalen en mooie interviews. En een kritisch commentaar. Want wij willen bovenop het bezuinigings- en reorganisatienieuws zitten en zoveel mogelijk duiding geven. En dat is niet altijd makkelijk (p. 4). Oh, en ook nog liefde in het nummer, het is overmorgen tenslotte Valentijnsdag. Voor wie nog een date zoekt, blader snel naar pagina 29.

Kijk voor meer verhalen en nieuws op onze website via deze QR-code:

Willem Andrée Hoofdredacteur

DANSEND PROTEST

Iets meer dan een jaar geleden overhandigde Wageningen Culture Collective een manifest aan de gemeente Wageningen voor een cultuurhuis voor jongeren. De gemeente beloofde er werk van te maken, maar er is nog steeds geen zicht op een geschikte locatie. Met een streetrave – een optocht van dj-karren en dansende mensen van de campus naar het gemeentehuis – maakten de initiatiefnemers vrijdag 6 februari jongstleden op ludieke wijze duidelijk dat die plek er snel moet komen. lz

Foto Levi van Ginkel

Commentaar Openheid door een kier

Wie een vergadering van de WUR Council – de universiteitsbrede medezeggenschap – wil bijwonen, moet zich minimaal acht dagen van te voren aanmelden. Bovendien moeten zowel het dagelijks bestuur als de raad van bestuur toestemming geven voor toehoorders die geen lid zijn van de WUR Council. Bij andere universiteiten gaat dat anders, blijkt uit navraag. In Nijmegen, Rotterdam, Delft en Tilburg kunnen geïnteresseerden doorgaans zonder afspraak binnenlopen bij medezeggenschapsvergaderingen, ook de journalisten van de onafhankelijke universiteitsmedia. Die laagdrempeligheid toont dat medezeggenschap er is voor de academische gemeenschap. Wageningen wijkt dus af. En waar het bestuur doorgaans openstaat voor interviews, de woordvoerders redacteuren snel te woord staan, houdt de medezeggenschap – zeker op dit moment in tijden van bezuinigingen –de deuren liever dicht, zo lijkt het. Dat kan anders; als controleurs van de macht zouden de WUR Council en Resource samen op kunnen trekken. Overigens is terughoudendheid niet uniek. Bij gevoelige onderwerpen, zoals personeelszaken of sociale veiligheid, sluiten ook andere universiteiten de deuren, bleek uit de gesprekken met de onafhankelijke redacties. Dat is soms begrijpelijk, denk aan persoonlijke dossiers. Maar in Wageningen is de beperking breder, ook bij onderwerpen die de hele universiteit raken en waarbij je geen opperste terughoudendheid zou verwachten. Denk aan de nieuwe website of het nieuwe intranet. Of – los hiervan – denk aan de besluitenlijst van het bestuur die moeilijk te vinden is en maanden achterloopt – bij elke willekeurige gemeente worden genomen besluiten nog diezelfde dag of week actief met de pers gedeeld.

De medezeggenschap heeft een dubbele rol: kritisch controleren én samenwerken met het bestuur. Dat is vaak balanceren. Daarom is transparantie cruciaal. Makkelijk toegang tot vergaderingen vergroot het vertrouwen, zeker wanneer besluiten grote gevolgen hebben voor medewerkers en studenten. De wet schrijft voor dat medezeggenschap toegankelijk én transparant moet zijn. De WUR Council heeft de regeltjes op orde, bijvoorbeeld door memo's te publiceren, maar van een eenvoudige en toegankelijke vergadercultuur is geen sprake. Met wat moeite en planning moet dat te regelen zijn. Dus laat medewerker toe en laat ons binnenwandelen. Open die deur, open de ramen, laat een frisse en toegankelijkere wind waaien.

Het commentaar verwoordt standpunten en analyses van de redactie. Het komt tot stand na een discussie tussen redactieleden.

In 't kort

AI-zoektool op WUR-website blijft

De nieuwe WUR-website met AI-zoektool levert veel kritiek op. Medewerkers klagen dat de tool hallucineert en mensen niet vindt. De WUR Council vroeg de raad van bestuur vorige week of er geen reputatieschade dreigt. ‘Waarom geen AI-optie naast een klassieke zoekfunctie totdat het wel goed werkt?’, vroeg de medezeggenschap. WUR-woordvoerder Jan Willem Bol ziet geen signalen van reputatieschade: ‘Er zijn zelfs vier universiteiten komen kijken hoe wij dit doen.’ Het web-ontwikkelteam (WIRE) werkt aan verbeteringen van de tool en vraagt medewerkers concrete voorbeelden van fouten te mailen. wa

Wachten op studenten uit Gaza

Twee Palestijnse studenten uit Gaza zouden vorige week naar Wageningen komen via WUR-beurzen voor studenten uit conflictgebieden. Hun visa liggen klaar in Jordanië, maar het ministerie van Buitenlandse Zaken weigert evacuatiehulp. Vorige week maandag spanden drie Palestijnse academici – onder wie deze twee - een rechtszaak aan tegen het ministerie. Hun advocaat wijst erop dat Nederland eerder honderden Gazanen evacueerde en dat het gelijke gevallen gelijk moet behandelen. WUR vergoedt de proceskosten voor de studenten. Zij zouden 1 februari hier begonnen zijn, maar zijn dus nog niet in Nederland aangekomen. De rechter beslist op 16 februari. wa

Onderwijsbezuingingen van tafel, WUR blijft bezuinigen

Het nieuwe minderheidskabinet van D66, VVD en CDA draait de bezuinigingen op hoger onderwijs terug en investeert 1,5 miljard euro. Of de plannen doorgaan is onzeker, omdat het kabinet voor elk voorstel steun moet zoeken bij de oppositie. Paul Smeets, voorzitter van de COR, is voorzichtig: ‘Het is nog maar de vraag hoe deze plannen uitpakken. De ingezette bezuinigingen bij WUR zijn hiermee niet van tafel, vrees ik.’ Ook Sjoukje Heimovaara blijft realistisch. Het akkoord zal ‘waarschijnlijk slechts een beperkte verlichting van de bezuinigingsopdracht van 80 miljoen euro in 2028 betekenen’. Maandag herhaalde WUR op Connections (intranet) dat de bezuinigingen bij WUR nodig blijven, onder meer vanwege teruglopende studentaantallen, bezuinigingen bij het ministerie van LVVN en oplopende kosten zoals salarissen. wa

Lees alle WUR-reacties op het akkoord met onder anderen experts over stikstof, onderwijs en onderzoek op resouce-online@wur.nl

150

Het WUR Ensemble Network gaf afgelopen 10 februari zijn eerste optreden. Deze groep van muzikale WUR-studenten en -medewerkers is ontstaan als platform om mede-muzikanten te ontmoeten. Iedereen is welkom: of je nou accordeon speelt, een a-capellazanggroep wilt oprichten of samen een super-niche-genre muziek wilt spelen. In twee jaar tijd groeide het uit tot een gemeenschap met meer dan 150 leden. cj Op resource-online.nl lees je meer over het ontstaan van het ensemble.

Masseur schuldig bevonden aan aanranding

De masseur die wordt verdacht van aanranding van twee WUR-medewerkers krijgt van de rechter een voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf en een beroepsverbod. Daarnaast is hij veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding en smartengeld. De rechter deed begin februari uitspraak bij de rechtbank in Arnhem. De officier van justitie had tien maanden gevangenisstraf geëist, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, en een beroepsverbod van drie jaar. Die gevangenisstraf legde de rechter niet op, onder meer omdat er al geruime tijd is verstreken sinds de aanrandingen, in 2022 en 2023. In plaats daarvan krijgt de masseur een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 119 voorwaardelijk – die ene dag heeft de man al in voorarrest gezeten – en een maximale taakstraf van 240 uur. dv

Headliner Summervibes: Typhoon

Typhoon gaat optreden op het gratis campusfestival Summervibes, dat dit jaar op donderdag 18 juni plaatsvindt.

Dat vertelt Chris van Kreij van de festivalorganisatie. ‘We zijn blij dat Typhoon naar Wageningen komt. Hij spreekt een breed publiek aan, verkondigt een mooie boodschap en maakt er altijd een feestje van.’ Rapper en zanger Typhoon staat bekend om zijn kwetsbare teksten en energieke live shows. In 2014 werd zijn tweede album Lobi da Basi uitgeroepen tot plaat van het jaar door muziektijdschrift OOR. Vorig jaar deed hij mee aan tv-programma Beste Zangers. Eerder stond Typhoon op festivals als Lowlands, Down The Rabbit Hole en Pinkpop.

Het Summervibes-team is druk bezig met de plannen voor de vierde editie van het campusfestival, vertelt Van Kreij. ‘Net als voorgaande jaren mikken we op een brede programmering van muziek en sprekers. De Ceres-band treedt op en cabaretier Rob Urgert gaat WUR’s Impact

Awards uitreiken.’ Ook de zweefmolen keert terug. Vorig jaar viel het festival samen met WeDay, de sportdag van WUR. ‘Die samenwerking beviel goed, dus dat doen we dit jaar opnieuw zo.’

Bij Summervibes 2025 werd de organisatie enigszins overvallen door de populariteit van het festival, vertelt Van Kreij.

‘Bij de eerste editie hadden we duizend bezoekers, bij de tweede 2500, en vorig jaar wel 5000. Dat zorgde op een gegeven moment voor iets te lange rijen. We gaan de bars anders inrichten, zodat de rijen korter worden.’

De komende maanden maakt de organisatie de rest van het programma bekend. lz

Typhoon op Down the Rabbit Hole  Foto Shutterstock

ingezonden brief

WUR moet studenten geen mening opdringen

Recent kwam ik in mijn rol als vakcoördinator in aanraking met de BSc Skills Learning Outcomes. Dit beleidsdocument beschrijft de vaardigheden waarover bachelorstudenten na afronding van hun opleiding zouden moeten beschikken. Het document circuleert al enkele jaren in conceptvorm en staat nu op het punt definitief te worden vastgesteld. Het wordt gepresenteerd als een startpunt dat opleidingen verder kunnen invullen en aanpassen. Een van die vaardigheden is nummer 13: Diversity and Inclusivity (D&I). Een subdoel is dat van studenten kan worden verwacht dat zij ‘klaar zijn om sociale gelijkheid en respect voor diversiteit te promoten’. Dit klinkt aantrekkelijk, maar D&I is geen vaardigheid en ook geen wetenschappelijk begrip, maar een normatief beleidskader. Daarmee is het per definitie politiek van aard. Wat je er inhoudelijk ook van vindt, het is principieel onjuist om studenten op zulke normatieve en politieke uitgangspunten te beoordelen. Ook fundamentele waarden die breed worden gedeeld - zoals vastgelegd in de Grondwet - worden niet als leerdoel opgelegd of getoetst. Precies daarom is dit een brug te ver.

Als docent zie ik het als mijn taak om wetenschappelijk onderwijs te verzorgen dat zoveel mogelijk waardevrij is. Waar normatieve of politieke kaders onvermijdelijk zijn, moeten die expliciet en gebalanceerd worden aangeboden, zodat studenten zelf een oordeel kunnen vormen. Een universiteit hoort studenten te leren zélf te denken, maar niet wát ze moeten denken. Een student die bijvoorbeeld de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering analyseert en uitlegt, toont een academische vaardigheid, dat zou ik accepteren als skill. Het opnemen van D&I als ‘skill’ tast de vrijheid van studenten aan om zelfstandig een politieke mening te vormen. Dat WUR van studenten zelfs zou kunnen vragen bepaalde standpunten actief uit te dragen, is onverenigbaar met academische vrijheid. Kortom: D&I als leerdoel is nu precies wat opleidingen niet moeten doen. Stop verdere politisering van het onderwijs. Haal D&I uit de Skills Learning Outcomes. Als docent weiger ik mee te werken aan skill nummer 13.

Hans van den Heuvel, docent Wiskunde

Advertentie

LELIJKE GROENTEN EN FRUIT VERKOPEN PRIMA

Lelijke groenten en fruit verdwijnen vaak in de afvalbak. Niet omdat consumenten ze niet willen kopen, maar omdat ze nauwelijks in de supermarkt liggen. Als het aanbod groot genoeg is, nemen consumenten ze gewoon mee, blijkt uit onderzoek van hoogleraar Ilona de Hooge.

Tekst Dominique Vrouwenvelder

Een aanzienlijk deel van de voedselverspilling ontstaat doordat groenten en fruit worden afgekeurd op hun uiterlijk. Dat gebeurt op meerdere plekken in de voedselketen, vertelt De Hooge (leerstoelhouder Marketing en Consumentengedrag en ad interim leerstoelhouder Business Management en Organisation). ‘Ongeveer een derde van alle verspilling

‘Consumenten lijken eraan te moeten wennen, maar daarna letten ze er nauwelijks nog op’

komt voort uit deze esthetische eisen. Dat is zonde en onnodig. Het gaat om perfect eetbare producten die enkel afwijken in vorm of formaat.’

De Hooge onderzoekt al jaren hoe boeren, supermarkten en consumenten omgaan met deze imperfecte producten. ‘Boeren willen ze vaak wel verkopen, maar denken – of ervaren – dat supermarkten deze producten niet willen inkopen. Supermarkten zeggen dat consumenten geen afwijkende producten willen kopen. Maar consumentenonderzoek laat iets anders zien’, stelt De Hooge. ‘Als je uitlegt dat deze producten

anders worden weggegooid, zijn meerdere mensen bereid ze te kopen en te eten.’ Om de dynamiek tussen deze partijen in de voedselketen beter te begrijpen, voerde ze bestaande kennis in een computermodel in. Daarmee simuleerde ze verschillende scenario’s. ‘We wilden weten wat er gebeurt als niet 5, maar 10, 30 of zelfs 50 procent van het aanbod in de supermarkt uit imperfecte producten bestaat, in dezelfde schappen als de perfecte producten. En dan niet tijdelijk, maar als structureel aanbod.’

EVEN WENNEN

Bij een laag aandeel – rond de 10 procent – verandert er weinig. Consumenten blijven kiezen voor de perfecte producten. De afwijkende exemplaren blijven liggen en verdwijnen uiteindelijk weer uit het schap. ‘Dat is precies wat we nu zien in supermarkten’, zegt De Hooge. Pas wanneer minstens 30 procent van het aanbod uit imperfecte producten bestaat, kantelt het beeld. In het begin daalt de verkoop, maar na verloop van tijd trekt die weer aan. ‘Consumenten lijken eraan te moeten wennen’, legt De Hooge

uit. ‘Daarna letten ze er nauwelijks nog op en accepteren ze dat versproducten er nou eenmaal zo uitzien.’ Een belangrijke voorwaarde: leg de imperfecte producten niet apart. ‘Zet ze gewoon tussen de rest. Geen apart schap, geen kortingslabel dat suggereert dat er iets mis mee is.’

GRILLIG

Toch is die oplossing minder eenvoudig dan ze lijkt. ‘Het hele voedselsysteem is gericht op de uniformiteit. Transportkratten zijn bijvoorbeeld afgestemd op rechte komkommers. En ook voedselverwerkende bedrijven werken met machines die alleen standaardvormen aankunnen.’

Daar komt bij dat het aanbod grillig is. ‘Je hebt niet elke week dezelfde producten met dezelfde afwijkingen’, zegt De Hooge. Vooral supermarkten ondervinden daar last van. ‘Zij hebben beperkte schapruimte en geven de voorkeur aan producten met een voorspelbare marge. Perfecte groenten en fruit zijn ruim beschikbaar, dus de noodzaak om het anders te doen ontbreekt.’

Foto Shutterstock

Falen & opstaan

Een mislukte proef, een afgewezen artikel: in de wetenschap wordt het al gauw bestempeld als falen. En erover praten?

Dacht het niet. In deze rubriek doen collega’s dat wel. Want falen is nuttig. Dit keer promovendus Koen, die liever niet met zijn hele naam in het artikel wil.

Tekst Nicole van ’t Wout Hofland  Illustratie Mathijs Megens/ SeaBlueBird Studio

‘Mijn promotieonderzoek eindigde zes jaar geleden, maar mijn proefschrift is nog steeds niet af. Ik vind het heerlijk om experimenten op te zetten en strategisch te bepalen welke data ik uit welke proef haal. Maar herhalingen doen voor de statistiek? Saai. Er een strak, logisch verhaal van maken? Nog erger. Ik kom van het hbo, met een praktische insteek. Tijdens mijn promotie besefte ik dat ik nooit geleerd had hoe je een wetenschappelijk verhaal opbouwt en omdat ik nog niet wist welke kant mijn onderzoek op zou gaan, schreef ik de eerste jaren bijna niets.’

‘Intussen zag ik om mij heen promovendi wél hun traject afronden’

‘Het laatste halfjaar van mijn contract moest mijn schrijffase worden. Een collega zou mijn laatste experimenten afronden. Toen kwam corona. Het lab sloot en de experimenten stopten. Ik voelde me gedupeerd: de resultaten die mijn verhaal sterk moesten maken, vielen weg. Dat

verhoogde de drempel om te gaan schrijven. Uiteindelijk ging ik aan de slag, maar het schrijven vorderde langzaam. Ik knabbelde kleine stukjes van een enorme berg werk af, maar de grootste blokken bleven liggen. Na enkele maanden bekroop me het besef: ik ga dit niet redden. ‘In dit alles spelen mijn dyslexie en ADD me parten. In gesprekken gaat het prima, maar het lukt mij niet om mijn gedachtegang duidelijk op papier te krijgen. Ik leg de lat hoog en mijn geschreven tekst kan de logica en duidelijkheid in mijn hoofd bijna nooit evenaren. Intussen zag ik om mij heen promovendi wél hun traject afronden. Dat knaagde. Waarom lukt het hun wel en mij niet? Vroeger hechtte ik waarde aan intelligent zijn en ook zo gezien worden. Ondertussen heb ik dat los kunnen laten. Laatst stelde ik mezelf opnieuw de vraag: ga ik mijn proefschrift afmaken? Het antwoord was ja. Nu schrijf ik een dag per week. Het einde komt in zicht.’

ERC-ONDERZOEKSBEURS VOOR TOEPASSING

CRISPR-CAS BIJ KANKER

De Europese onderzoeksraad ERC kent een zogenoemde Proof of Concept-beurs toe aan microbioloog John van der Oost. Hij krijgt 150 duizend euro om een praktische toepassing van CRISPR-Cas in de behandeling van leverkanker te verkennen.

Van der Oost en de twaalf andere Nederlandse beurswinnaars ontvingen een paar jaar geleden een onderzoeksbeurs van ERC en mogen nu met het geld van deze Proof of Concept-beurs ‘het commerciële of maatschappelijke potentieel’ van hun onderzoek verkennen.

Van der Oost en postdoc Christian Südfeld krijgen het geld voor het project DeLIVER: Epigenome-Sensitive CRISPR Therapy for Hepatocellular Carcinoma, waarin ze onderzoeken of een CRISPR-Cas-genenschaar kan worden ingezet als gentherapie bij patiënten met leverkanker. ‘We onderzoeken of we kankercellen kunnen uitschakelen terwijl de gezonde cellen ongemoeid blijven.’

Het uiteindelijke doel is om een nieuwe kankertherapie te ontwikkelen.

KANKERCEL KAPOT KNIPPEN

Het zogenoemde ThermoCas9-enzym kan geprogrammeerd worden om in het DNA op zoek te gaan naar een bepaald gen. ‘Het interessante is dat ThermoCas9 gevoelig is voor gemethyleerd DNA. In gezonde cellen kan het enzym niet knippen omdat een methylgroep op de bindingsplek zit, maar bij bepaalde vorm van leverkanker ontbreekt die methylgroep daar. Hierdoor kan ons CRISPR-enzym heel gericht DNA van die kankercel kapot knippen, wat hopelijk leidt tot het doden van dit soort kankercellen.’

Met de 150 duizend euro van deze beurs kunnen Van der Oost en zijn collega’s een jaar of anderhalf experimenten doen. ‘Het is een opstap naar meer kennis. Daarmee kunnen we samenwerkingen opstarten met kankerspecialisten van andere instituten, een grotere beurs binnenhalen en mogelijk zelfs een start-up oprichten.’ Als het concept inderdaad succesvol blijkt als behandeling bij leverkanker, dan duurt het nog een tijd voordat er daadwerkelijk en op grote schaal patiënten mee behandeld kunnen worden' dv

EUROPESE BOERENPROTESTEN ONDER DE LOEP

In 2024 ging er een golf van boerenprotesten door Europa, die ook de campus bereikte. Wat zien boeren zelf als de oorzaak? En sloten de reacties van beleidsmakers daarop aan? Dat onderzocht een team van Europese onderzoekers, met vanuit Wageningen Yann de Mey en Jaap Sok, beiden universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Bedrijfseconomie.

Het onderzoek is gebaseerd op input van meer dan 2200 (protesterende en niet-protesterende) boeren, verdeeld over Nederland, Duitsland, België en Frankrijk. Het betrof de eigen woorden van boeren, in de vorm van antwoorden op open survey-vragen. Die antwoorden analyseerden de onderzoekers zowel op inhoud als op toon. De resultaten zijn recent gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Food Policy.

Het onderzoek laat zien dat de boeren in de vier onderzochte landen weliswaar gemeen hebben dat ze protesteerden, maar dat ze daar duidelijk uiteenlopende redenen voor noemen. De onderzoekers identificeerden in totaal elf soorten drijfveren. Daarbij klagen Duitse boeren vooral over bureaucratie, hebben Franse boeren met name financiële grieven, gaan Nederlandse boeren primair vanwege politieke onvrede de barricades op en noemen Belgische boeren een scala aan redenen.

KANT-EN-KLAAR

De onderzoekers vergeleken die redenen met hoe beleidsmakers reageerden op de protesten. Die bleken met name te grijpen naar beleidsaanpassingen op het gebied van bureaucratie en milieuregelgeving. Afgemeten aan het brede scala aan boereneisen, gaven ze onevenredig veel prioriteit aan afzwakking van milieuregelgeving. Een verklaring daarvoor kan volgens de onderzoekers zijn dat beleidsmakers geneigd zijn om terug te vallen op kant-en-klare of

Optimisme viel nauwelijks te beluisteren onder de boeren

gemakkelijk uitvoerbare oplossingen, zelfs als ze niet adequaat aansluiten bij de grieven van de boeren. Gevolg is wel dat beleidsmaatregelen mogelijk onvoldoende frustraties wegnemen en zelfs extra politieke en economische domino-effecten kunnen veroorzaken, waarschuwen de onderzoekers. Ze wijzen er verder op dat er een kloof bestaat tussen de werkelijke zorgen van boeren en de kwesties die agrarische belangengroepen agenderen. Om die werkelijke zorgen aan te pakken, zijn systemische veranderingen en aanhoudende politieke betrokkenheid nodig, constateren de onderzoekers. En daarbij zijn niet alleen de beleidswijzigingen zelf

belangrijk, maar ook de manier waarop ze aan de betrokkenen worden gecommuniceerd. Dat proces biedt vermoedelijk interessante aanknopingspunten voor toekomstig onderzoek, stellen ze tot besluit.

TOON

Naast wát boeren zeiden, analyseerden de onderzoekers met de hulp van AI ook hóe ze het zeiden: de toon. Daaruit blijkt dat boeren klachten over specifieke onderwerpen vaker uiten op een geïrriteerd-boze manier, terwijl bredere onvrede vaker agressieve woede lijkt op te roepen. Optimisme viel nauwelijks te beluisteren onder de boeren.

Boerenprotest in februari 2024, bij een bijeenkomst van de Europese landbouwministers.  Foto Shutterstock

proefschriften in 't kort

Reepjes

Mais of gras laten groeien naast aardappelen leidt tot minder aantasting van de piepers door de gevreesde schimmel

Phytophthora infestans. Zohralyn Homulle toonde dat aan in haar proeven met strokenteelt op de campus. De buurgewassen zorgen lokaal voor een droger microklimaat (gras) of schermen de aardappelplanten af (mais) van ziekmakende sporen van de schimmel. Maar strokenteelt is geen wondermiddel, zegt Homulle. Voor duurzame landbouw zijn structurele veranderingen in de (machts)structuren in het voedselsysteem nodig. rk Disease suppression in intercropping systems

Zohralyn Homulle Promotor Niels Anten

Plastic deeltjes

Met studies naar plastic deeltjes in het milieu moet je oppassen. Het luistert heel nauw hoe je monsters neemt, het plastic eruit zeeft en welke techniek je gebruikt om de deeltjes te meten. De foutenmarge kan heel groot zijn, toont Siting Wang aan. Zij onderzocht plasticvervuiling in de Maas en de Yangtze en Huangpu in haar geboorteland China. Die beide laatste bevatten de meeste plastic wereldwijd. rk

Towards understanding uncertainties in the measurement of microplastic concentrations in river systems Siting Wang Promotor Bar t Koelmans

DE STEL LING

Promovendi lichten hun meest prikkelende stelling toe.

Dit keer is dat Lotte de Jong, die op 11 december promoveerde op onderzoek naar de ecologische politiek van watermanagement.

Spoorzoeken

Grote landbouwmachines verdichten de bodem. Lichtere machines zijn evenwel minder efficiënt. Zelfrijdende landbouwrobots zijn dan een oplossing: je bespaart personeel en je kunt de robots altijd hetzelfde smalle spoor laten volgen. Maar wat is het juiste spoor? Eentje die het kortst is of eentje die het meeste land dekt? Een mooi optimalisatie-probleem. De Spanjaard Gonzalo Mier ontwikkelde een open-source-platform (Fields2Cover) om onderzoek daarnaar te stroomlijnen rk Fields2Cover, transparant and efficient coverage paths for autonomous agricultural vehicles. Gonzalo Mier Promotor Sytze de Bruin

‘Interdisciplinariteit belooft samenwerking, maar levert hiërarchie op’

‘Bij interdisciplinaire projecten gaan we uit van goede wetenschappelijke intenties. Het is bedoeld als manier om hiërarchieën in kennis te overwinnen: door samenwerkingen te bevorderen, maak je hiërarchieën minder zichtbaar. We doen aannames dat wetenschappers hun kennisveld openen voor andere vraagstellingen en andere interpretaties van data. Dat gebeurt ook wel en het is zeker behulpzaam dat onderzoekers niet alleen maar in hun eigen silo zitten.

‘Tegelijkertijd verhult interdisciplinair werken de vraag wie de onderzoeksvraag mag stellen, wie meer van zijn eigen belangen opgeeft voor de onderzoeksagenda van de ander, wie er interdisciplinair genoeg zijn om mee te mogen doen in de samenwerking en hoe die samen-

werking eruitziet. In de praktijk is er altijd een zekere hiërarchie, omdat sommige disciplines meer aanzien hebben in relevante wetenschappelijke debatten en anderen minder van belang worden geacht, bijvoorbeeld. Daardoor bepaalt vaak één discipline – of diens financiers – het wetenschappelijke kader en de onderzoeksvragen. Wanneer een ander het voortouw zou hebben in hetzelfde project, zou dat hoogstwaarschijnlijk andere uitkomsten opleveren.

‘Dit bepaalt de aard van de samenwerking en het legt vooraf vast welke kennis voorrang krijgt om te worden onderzocht en welke kennis onbekend mag blijven. Deze hiërarchie wordt naar mijn mening veel te weinig opgemerkt.’ dv

AI-APP MAAKT SMOOTHIE

Met de app NutriGreen kunnen mensen met obesitas en diabetes type 2 gepersonaliseerde smoothierecepten krijgen. De app is ontwikkeld door een team van het 4TU Redesignconsortium.

‘NutriGreen is een webapplicatie die laat zien hoe we peer-reviewed-onderzoeksresultaten over voeding en duurzaamheid kunnen vertalen naar een bruikbare AI-app’, legt senior onderzoeker Anand Gavai uit. ‘Met deze app kunnen consumenten ervaren en begrijpen wat er in onze wetenschappelijke artikelen staat, want die vormen de methodologische basis van het systeem.’

Om de recepten te genereren, gebruikt de app alleen fruit en groenten die seizoensgebonden, duurzaam en in Nederland zijn. Hiervoor combineert de app voedingsrichtlijnen van onder meer het RIVM met de Sustainable Development Goals van de VN.

CHATGPT

Elk smoothierecept bevat een mix van groenten en fruit. ‘Voor elk seizoen hebben we ongeveer vijf fruitsoorten en tien groenten geselecteerd. Het AI-model weet wat er in het betreffende seizoen voorhanden is en selecteert de ingrediënten. De app gebruikt een taalmodel, vergelijkbaar met ChatGPT, om het recept en een overzicht van de voedingswaarden te genereren.’

‘We willen collega's bewust maken dat zulke tools consumenten helpen om onderzoeksresultaten te gebruiken’

Een doel van de app is volgens de onderzoeker de kloof tussen voeding, landbouw en gezondheid overbruggen. Gavai: ‘De juiste voeding helpt voorkomen dat mensen in de medische molen terechtkomen. Tegelijkertijd willen we plantaardige, seizoensgebonden en lokaal geproduceerde ingrediënten promoten.’ Voor dat laatste is het systeem nu gebaseerd op de producten van de boerderijsupermarkt De Hoge Born.

De smoothiereceptgenerator is een demoproject, benadrukt Gavai. ‘We willen collega’s ervan bewust maken dat zulke tools consumenten helpen om resultaten van ons onderzoek te gebruiken. Zo is wetenschappelijke kennis toepasbaar en blijft het niet verborgen in boeken.' dv

Stikstofmoe in een grote boze wereld

Al een paar jaar is de stikstofcrisis een van de grootste dossiers van Nederland. Een bij uitstek Wagenings dossier, dat vrijwel alles raakt wat we doen met ons land, water en bevolking. Maar ik ben stikstofmoe.

Hoe groot we dit dossier ook hebben gemaakt, het blijft een zeer Nederlands, zeer lokaal, en tamelijk luxeprobleem. Terwijl op ons continent oorlog woedt, de NAVO wankelt door dreigende expansie van precies dat land dat én onze wapens kan besturen én onze mailboxen kan sluiten en er humanitaire rampen zijn in Afrika en het Midden-Oosten, zijn wij hier druk bezig met…het sluiten van fabrieken wegens een natura2000-gebied voor een ‘behoorlijk’ genetisch afwijkende groep noordse woelmuizen in de Zaanstreek (De Correspondent, 03-03-2025). Die soort is wereldwijd helemaal niet bedreigd (IUCN-status: ‘Least Concern’).

Daarom: drie mentale hordes die we moeten nemen – juridisch, communicatief en ecologisch. Juridisch: de Habitatrichtlijn kan niet langer een juridische joker zijn die elk bouwproject blokkeert. Inclusief fabrieken die nodig zijn voor onze defensie en die van ons continent. Dat betekent: schrappen in de bijlagen van de Habitatrichtlijn, van soorten én Natura 2000-gebieden in Nederland. Niet leuk. Wel nodig.

Communicatief: stoppen met horrorverhalen over door calciumgebrek gebroken koolmezenpootjes en de opkomst van brandnetels onder een ‘stikstofdeken’. Alternatief: stikstofrijkdom van de grond leidt tot meer groei van fluitenkruid en nagelkruid.

‘Stop met horror verhalen over door calciumgebrek gebroken koolmezenpootjes’

Technisch hetzelfde, maar minder framing. En die zielige koolmezen dan? Die doen het prima: de populatie is de afgelopen 50 jaar alleen maar gegroeid (Sovon, 2025).

Natuurbescherming: natuur beschermen kan ook mét stikstof. We moeten zelfs meer natuur gaan beschermen, maar wel naast een florerende industrie. De natuur die dat aankan, is welkom. Survival of the fittest– natuurlijker dan dat wordt het niet.

En die boze ecologen dan? Nederland is een piepkleine rivierdelta in een grote, boze wereld. Het eerlijke antwoord dat niemand durft te geven: dit heeft nu geen prioriteit.

Camps (40) is dierenarts en

Guido Camps
Guido
onderzoeker bij Humane Voeding en OnePlanet. Hij houdt van bakken, bijen houden en bijzondere dieren.

‘Studentenwelzijn bestond nog niet’

Januari 2026: winterweer zorgt voor een dik pak sneeuw op de campus. Prachtige plaatjes, sneeuwpoppen, blije gezichten. Dan komt het nieuws dat er geen openbaar vervoer meer rijdt. Studenten die niet in Wageningen wonen, kunnen niet meer naar huis. Meteen wordt er aangeklopt bij Ingrid Hijmans afdeling: moeten we iets gaan regelen of niet? Tekst Luuk Zegers

‘We hebben geen noodbedden die we opeens tevoorschijn kunnen toveren’, zegt Hijman. ‘Maar voor de zekerheid stuurden we toch een bericht naar alle studenten met de strekking: laat het weten als je hulp nodig hebt. Met mijn telefoonnummer erbij. In geval van nood hadden ze bij mij thuis kunnen crashen.’

Het illustreert het verantwoordelijkheidsgevoel van Hijman. Toen ze tien jaar geleden aantrad als hoofd van dat centrum, was de universiteit fors aan het groeien en was het Student Service Centre vooral een administratieve afdeling. ‘Op dat moment pasten alle medewerkers nog in ‘de vissenkom’, een kleine vergaderzaal in Forum’, vertelt Hijman. ‘We waren toen met zo’n dertig medewerkers. Nu zijn we met zeventig.’

Zorginstelling

In die tien jaar dijde het takenpakket van haar afdeling flink uit. ‘Neem studentenwelzijn: die term bestond in 2016

nog helemaal niet. We hadden twee studentenpsychologen en vier studentendecanen in dienst. Dat was het.’ Tijdens een heidag bleek dat studenten behoefte hadden aan trainingen, bijvoorbeeld over rouwverwerking of tentamenstress. ‘Dus toen er vlak voor corona extra geld vrijkwam vanuit de overheid, hebben we een trainingscentrum opgezet: Student Training & Support. Ook werden meer studentpsychologen aangenomen. En om het vernieuwde hulpaanbod bij studenten onder de aandacht te krijgen, zijn we begonnen met de Surf Your Stress-week, die tegenwoordig Wellbeing Week heet.’ Ook landelijk groeide de aandacht voor studentenwelzijn, vertelt Hijman. ‘En tijdens corona ging dat opeens door het dak. Volgens onderzoeken ging het slecht met veel studenten en worstelden ze met stress, depressie en andere klachten. Er kwam steeds meer druk op universiteiten om dat allemaal op te lossen. Ik heb altijd kritisch gekeken naar die ontwikkeling. Het is goed dat er voorzieningen zijn die onze studenten helpen als het gaat om het volgen van onderwijs. Tegelijkertijd zijn universiteiten geen zorginstellingen: ervoor zorgen dat alle studenten goed in hun vel zitten is niet onze hoofdtaak en dat kunnen we ook helemaal niet. Bovendien komt veel stress door externe factoren, zoals sociale en financiële druk of zorgen over klimaatverandering. Wij moeten dat als universiteit niet allemaal willen oplossen.’

Inmiddels ziet Hijman dat het beeld van de ongelukkige student weer iets aan het kantelen is. ‘De monitor studentenwelzijn van Trimbos ging van start tijdens de pandemie. Ik weet niet of dat een goed ijkpunt was. Misschien ervaarden studenten vóór die monitor ook veel stress en waren ze toen ook weleens ongelukkig? En misschien is deze generatie helemaal niet ongelukkiger dan eerdere generaties, maar zijn ze gewoon beter in het verwoorden van hun emoties?’

Papier hier

Een andere grote verandering in de laatste tien jaar is digitalisering. ‘In mijn eerste zomers werkten we nog met papieren inschrijfformulieren. Dat is nu haast onvoorstelbaar. De hele zomer waren we kei-druk om al die enveloppen open te maken, de formulieren te organiseren en alles in ons systeem te zetten. Er

‘Universiteiten zijn geen zorginstellingen’

lagen studenten op de grond om alles op de juiste stapel te leggen. En bij elke aanmelding moesten ze kijken: klopt het allemaal, heeft deze persoon de juiste vooropleiding? Kunnen we überhaupt lezen wat er staat?’

Ook de diploma’s moesten een voor een worden gecheckt. ‘Internationale studenten konden zich toen nog niet aanmelden met Studielink. Dus voor de AID hadden we diplomadagen: dan huurden we mensen in om te controleren of de diploma’s echt waren of niet. Nu hebben we Osiris.’

Calamiteiten

Ondertussen bleef het takenpakket maar groeien, vertelt Hijman. ‘Zelfs het Student Exchange Team is bij ons ondergebracht, terwijl dat meer bij onderwijs hoort. Maar waar ik de laatste jaren misschien wel het meeste tijd aan kwijt ben, zijn calamiteiten. Een it-systeem dat eruit ligt, een student met psychische

‘In mijn eerste zomers werkten we nog met papieren inschrijfformulieren’

klachten die zich agressief gedraagt. Of een student die overlijdt.’

Of het openbaar vervoer dat niet meer rijdt vanwege de sneeuw dus, zoals laatst. ‘Gelukkig bleek niemand onze hulp nodig te hebben. Maar ik voel me altijd verantwoordelijk voor onze studenten.’

Elke maand is er wel iets, zegt Hijman. ‘We kijken of we een breder calamiteitenteam kunnen opzetten, zodat die verantwoordelijkheid wat beter wordt verdeeld binnen de universiteit.’

Waar is ze terugkijkend op die tien jaar het meest trots op? ‘Op mijn afdeling. En

dat we er samen voor hebben gezorgd dat er ondanks de groei van de universiteit meer individuele aandacht is voor onze studenten. Ondanks de duizenden aanmeldingen kennen we studenten die wat extra ondersteuning nodig hebben bij naam. Als we ze rond het afstuderen weer tegenkomen, ben ik super trots op ze, want daar doen we het uiteindelijk allemaal voor.’ ■

Op 1 februari nam Hijman de leiding over van Quality & Strategic Information bij Education & Student Affairs.

Ingrid Hijman: ‘Het is goed dat er voorzieningen zijn die studenten helpen bij het volgen van onderwijs. Tegelijkertijd zijn universiteiten geen zorginstellingen: ervoor zorgen dat alle studenten goed in hun vel zitten is niet onze hoofdtaak en dat kunnen we ook helemaal niet.’  Foto Guy Ackermans

OMARM HET ONBEKENDE

Hoe ga je om met een toekomst die je niet kent en die per definitie onkenbaar is? Door minder kwetsbaar te worden. Oftewel: antifragieler. Wageningse wetenschappers snuffelen aan dit nieuwe concept. Illustratie Valerie Geelen

Onderzoeker Guido Bakema (Bodem, Water en Landgebruik) mag zich bij WUR een van de pioniers noemen als het gaat om toepassing van het nieuwe gedachtegoed. Let wel, hij heeft het niet bedacht. Antifragiliteit komt uit de koker van de Amerikaans-Libanese econoom-auteur Nassim Nicholas Taleb. Hij schreef er diverse boeken over. Bakema las die boeken en was verkocht. Antifragiliteit gaat erover dat je de wereld om je heen minder kwetsbaar maakt voor het onverwachte en onvoorziene. Niet door aan het bestaande vast te houden, te verstevigen of veerkrachtiger te maken, maar door mee te bewegen en te veranderen. ‘Robuuste en veerkrachtige systemen maak je op basis van wat je weet en kent uit historische gegevens’, licht Bakema toe. ‘Van daaruit worden oplossingen bedacht. Maar in de toekomst gebeuren juist dingen die niet in dat frame passen. De vraag is hoe je daarop kunt inspelen.’ Bakema schreef (met collega’s) een visie over antifragiliteit en het Nederlandse watersysteem. Collega Bas Breman (Regionale Ontwikkeling en Ruimtegebruik) is samen met het Planbureau voor de Leefomgeving bezig met een soortgelijke verkenning over de natuur in ons land. Onderzoeker Roos de Adelhart Toorop (Farming Systems Ecology) kijkt ‘eigenlijk bij al mijn werk’ door de bril van antifragiliteit.

De Adelhart Toorop noemt drie dingen essentieel voor een antifragiel systeem. ‘Autonomie, optionaliteit en redundantie (reserve). Autonomie of onafhankelijkheid betekent dat je tot op zekere hoogte zelf kunt bepalen hoe je zaken organiseert en daar actie op kunt ondernemen’, doceert ze. ‘Optionaliteit is het hebben van opties en diversiteit. Een systeem dat heel erg optimaal en efficiënt is, komt in de knel met optionaliteit en redundantie. Hoe meer je optimaliseert, hoe meer je specia-

liseert. Alles wat extra is, wat redundant is, wordt weggehaald. Dat is misschien hoogproductief en werkt als de omgeving stabiel is, maar niet als er onzekerheid is en er allerlei nieuwe opgaven zijn, zoals in de landbouw het stikstofprobleem en klimaatverandering.’

Boeren

Een grote kwetsbaarheid van de Nederlandse landbouw is het financiële systeem waarin boeren vastzitten, zegt De Adelhart Toorop. ‘Door een hoge schuldenlast kunnen boeren niet zomaar dingen anders gaan doen. Ze zitten vast in contracten met banken en afnemers, wat maakt dat ze blijven doen wat ze doen. Er is geen ruimte voor afwijkingen. Dat is fragiel. De wereld om je heen verandert, maar het bedrijfssysteem maar mondjesmaat.’ Om dat te veranderen zijn grote aanpassingen nodig, denkt De Adelhart Toorop. ‘Sinds de jaren ‘60 zijn bedrijven efficiënter geworden en zijn de structuren heel groot geworden. Decentralisatie is een onderdeel van antifragiliteit. Kleinere systemen zijn in veel gevallen adaptiever dan grotere. Boeren kunnen bijvoorbeeld

Tekst Roelof Kleis

samenwerken in collectieven. Met beleid kun je dat soort antifragiliteit sturen.’

‘Grote aanpassingen zijn dus nodig, maar je kunt klein beginnen’, gaat ze verder. ‘Gebruik als boer bijvoorbeeld 10 procent van je land of je tijd voor een nieuw gewas of een nieuwe vaardigheid. Voor iets dat interessant kan zijn voor jouw bedrijf. Die andere 90 procent is de waarborg voor het voortbestaan. Boeren zijn visionair en hebben ideeën, maar wat hen weerhoudt is het risico. De provincie Zeeland stelt daarom experimenteergronden beschikbaar. Daar ben ik heel enthousiast over. Boeren lopen geen risico en hoeven alleen hun tijd erin te stoppen.’

Loslaten

Bas Breman is voorzichtig over de toepasbaarheid van antifragiliteit in het natuurbeleid. ‘Het idee is zeker interessant; daarom verkennen we het ook. Maar ik ben er voorzichtig mee. Ik wil het niet naar voren schuiven als de silver bullet of de Heilige Graal.’ Die voorzichtigheid is onder andere ingegeven door de spanning tussen antifragiliteit en natuurbehoud. ‘Klimaatverandering heeft

effect op natuurlijke systemen, op soorten die het wel of niet volhouden en migreren naar andere klimaatzones. Veel huidig beleid en beheer is gericht op het beschermen en behouden van wat er is. Daarmee is het in essentie ook kwetsbaar. Loslaten is een interessant gegeven van de antifragiele benadering. Daar hoort ook de vraag bij wat we nog kunnen en willen behouden en waar we doelstellingen los durven laten. Daarmee beweer ik absoluut niet dat behoud niet goed is en niet werkt, maar je moet er wel over in gesprek kunnen gaan. Dat is heel spannend in het natuurdomein, waar besef van verlies een grote rol speelt. Veel mensen zetten zich met ziel en zaligheid in voor de natuur. Er is al heel veel verloren gegaan. Loslaten roept dus emoties op, maar we willen wel het gesprek erover kunnen openen.’

Antifragiliteit is overigens niet helemaal nieuw in het natuurbeleid. ‘In de Ecologische Hoofdstructuur en het Natuurbeleidsplan uit de jaren ‘90 zitten al antifragiele gedachten’, zegt Breman. ‘De gedachte dat je verbindingszones moet hebben, zodat soorten kunnen migreren bijvoorbeeld. Dat ze opties hebben, dat er een zekere overvloed of reserve nodig is, zodat soorten kunnen herstellen bij tegenslag. In de Europese Natuurherstelverordening staat systeemherstel centraal. Daaruit spreekt ook de gedachte ons niet blind te staren op soortbehoud en het beschermen van natuurgebieden, maar ook breder te kijken naar wat in het omliggende – al of niet agrarische – gebied mogelijk is. Antifragiliteit zit ook in initiatieven als rewilding en het werk van de stichting ARK, die zich richten op grootschalig systeemherstel. Onderdeel van die hersteltrajecten is om ruimte te maken voor spontane ontwikkelingen en verrassingen.

‘HET IDEE DAT WE ZONDER RISICO ZIJN, IS GEWOON NIET WAAR’

Loslaten is misschien wel de grootste uitdaging, denkt Breman. ‘Dat we soms misschien maar eens een tijdje op onze handen moeten gaan zitten in plaats van allerlei technische maatregelen nemen om de natuur een bepaalde richting in te sturen. Afplaggen om de grond te verarmen of kalk strooien tegen verzuring van de bodem, zijn ingrijpende maatregelen om uit alle macht iets te behouden wat we kwijt dreigen te raken. Ik wil dat zeker niet belachelijk maken en er kunnen hele goede argumenten zijn om een uniek stukje natuur te behouden dat je anders voorgoed kwijt bent. Maar je kunt je wel afvragen hoe kwetsbaar het is en wat je krijgt als je het anders doet. Loslaten is iets anders dan opgeven.’

Water als vriend

Antifragiel denken begint ermee bestaande kwetsbaarheden, en dus risico’s, onder ogen te zien, zegt Bakema. Zoals die in ons watersysteem. ‘Mensen in Limburg dachten vijf jaar geleden ook dat ze veilig waren. Het Waterschap had het immers allemaal op orde. Het bleek een schijnveiligheid. Dat heet het dijk-effect: door je achter hoge dijken te verschuilen, creëer je een soort schijnveiligheid. Maar het idee dat we zonder risico zijn, is gewoon niet waar. We zien

de risico’s niet meer, omdat ze ons niet meer worden verteld. We moeten weer meer beleving hebben met water.’

Dat is volgens Bakema misschien wel de belangrijkste verandering van antifragiel denken over het watersysteem. ‘Vroeger leefden mensen veel bewuster met water. Het was onderdeel van hun denken. Terpbewoners wisten dat de omgeving om de zoveel jaar zou overstromen en planden er geen economische activiteiten. Bewoners van de Nijldelta kenden het seizoensgedrag van het water. Daar was hun hele systeem op gericht. Overstroming bracht vruchtbare grond. Water was geen vijand waartegen ze zich moesten verdedigen, maar een vriend. Eigenlijk is er een heel andere benadering van water nodig. Hoe maken we van water onze vriend in plaats van onze vijand.’

‘Problemen nu worden vaak veroorzaakt door beslissingen van onze voorgangers’, zegt Bakema. ‘Die proberen we dan op te lossen met de gedachten van die voorgangers. Maar dat leidt niet altijd tot goede oplossingen. Daarvoor heb je soms andere gedachten nodig. Antifragiliteit kijkt op zo’n andere manier naar problemen. Je kunt het op veel verschillende gebieden toepassen. Juist voor Wageningen is dat interessant, omdat het veel verschillende zaken combineert, zoals techniek, sociale wetenschap en governance. Een Wageningse School? Ja, het zou leuk zijn als meer mensen met het concept aan de haal gaan.’ Bakema wil daarom het onderwerp dit jaar met een breder publiek binnen en buiten WUR bespreken. ■

Resource krijgt volledige journalistieke onafhankelijkheid

Na zeventien jaar heeft Resource een nieuw redactiestatuut. Daarmee is het nieuwsmedium voor medewerkers en studenten van WUR voortaan ook formeel volledig journalistiek onafhankelijk. Hoofdredacteur Willem Andrée over waarom dit belangrijk is. Illustratie Marly Hendricks

De marathon is ten einde. Na jaren voorbereiding heeft Resource een nieuw redactiestatuut. Het geeft de redactie volledige journalistieke onafhankelijkheid om te publiceren over alles bij WUR. Ik ben daar ontzettend blij mee. Want we komen van ver.

Het oude statuut werd geschreven in de periode waarin Resource na een mislukte aanbesteding niet langer door een stichting maar door WUR zelf werd uitgegeven en bij de afdeling communicatie werd ondergebracht. Daarmee verdween de journalistieke angel uit het statuut. De toenmalige bestuursvoorzitter vond dat wel prima. Dat Resource sinds 2008 wel onafhankelijke en kritische journalistiek heeft geleverd, is een grote verdienste van de redactie, niet van het statuut.

Waarom dan toch zo'n traject starten? Recente voorbeelden bij universiteitsmedia in Delft en Eindhoven laten zien waarom het belangrijk is. Daar werden redacties onder druk gezet na kritische publicaties. Dat besturen buitensporige druk uitoefenen, steekt om de zoveel tijd weer de kop op. Dan heb je een stevig statuut nodig.

Waakhond

Een nieuw statuut schrijven en laten accorderen kost tijd. Het is goed kijken naar de beste landelijke voorbeelden en dan schrijven en schaven. Maar daarna volgt nog een lang traject waarbij ook de redactieraad wordt betrokken, de uitgever (de raad van bestuur), en uiteindelijk de medezeggenschap. Al met al, na ruim twee jaar, heeft de raad van bestuur vorige week het nieuwe statuut vastgesteld. Ik kan wel zeggen dat er gejuich opging op de redactie. Daarmee zijn we nu ook formeel de ‘waakhond’ van WUR geworden.

‘Hiermee zijn we ook formeel de waakhond van WUR geworden’

Het statuut beschermt zowel de redactie als de uitgever, de raad van bestuur. WUR geeft Resource de vrijheid, daartegenover staat de verplichting dat de redactie werkt volgens de journalistieke beginselen van de Nederlandse Vereniging van Journalisten: onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en deskundigheid.

Voortaan is de redactieraad onze inhoudelijke 'baas'. Die raad bestaat uit medewerkers, studenten en twee externe journalisten, van wie één de voorzitter is. De leden toetsen ons redactionele beleid achteraf en geven bindend advies bij conflicten. De raad waarborgt onze onafhankelijkheid én de kwaliteit.

Weet ons te vinden

We komen van ver in Wageningen, maar nu ligt er een modern, zorgvuldig gemaakt statuut dat bijdraagt aan vrije journalistiek bij WUR. In ons magazine, op onze website en op onze social media zullen we onverminderd – maar nu ook gesteund door een stevig statuut – publiceren over Wagenings onderzoek, studen-

tenleven en de organisatie. Van mooie interviews tot keihard nieuws en van misstanden tot onderzoeksjournalistiek. Dus trek aan de bel als je iets ziet dat niet klopt of als je een onderwerp wilt aankaarten dat onze aandacht verdient. Het statuut is te lezen op resource-online.nl, onder het kopje Over ons ■ resource@wur.nl 06-38 68 61 67

GRANDMOTHER CLAY

Werd de mens uit klei geboren?

Varianten op dit scheppingsverhaal worden overal ter wereld verteld. En er zijn wetenschappelijke aanwijzingen dat daar een kern van waarheid in zit: bij de biogenese, het ontstaan van leven uit niet-levende materie, speelden kleimineralen waarschijnlijk een sleutelrol. Geïnspireerd door deze gedachte maakte kunstenaar Marieke Ploeg een serie mensfiguren uit klei, die ze fotografeerde en daarna naar een plek bracht waar ze konden oplossen in de aarde. Grandmother Clay is de titel van een tentoonstelling én twee dialogen in Impulse, ‘gesprekken vanuit stilte en aanwezigheid’, aldus de aankondiging. De eerste is vandaag (12 februari); de tweede volgt op 12 maart. me

Foto Mara van Hoek

Oefenen met onzin, populisme en beledigingen

Polarisatie-strategieën herken je sneller als je eenmaal weet hoe ze werken.

Vanuit die gedachte ontwikkelden onderzoekers van de leerstoelgroep Strategische Communicatie een workshop voor middelbare scholen. Het regent er interrupties, beledigingen, populistische praat, halve waarheden en flagrante leugens. En dat is precies de bedoeling. Tekst en foto Marieke Enter

‘Wie had de opdracht om met desinformatie het debat te beïnvloeden? En hoe vond je dat?’, vraagt Mariska van Dam, promovendus bij Strategische Communicatie aan een groep 5-vwo’ers op het Dorenweerd College in Doorwerth. Het is vrijdagochtend, het eerste uur. Voor de vijfdeklassers staat het vak maatschappijleer van docent Katherine Kells op het rooster.

Kells’ les wordt vanochtend ingevuld met een workshop over polarisatie, gegeven door Van Dam en Wies Ruyters, eveneens promovendus bij Strategische Communicatie. Eerst zetten ze wat theorie uiteen: welke soorten polarisatie zijn er zoal (zie kader) en hoe schadelijk zijn die? ‘Polarisatie hoort bij een gezonde democratie; het is niet erg om van mening te verschillen. Maar het wordt een ander verhaal als polarisatie ontaardt in diepgeworteld wij/-zij denken’, schetst Ruyters. ‘Zoals bij de Republikeinen en Democraten in de VS’, merkt een leerling op. Klopt. De promovendi larderen hun verhaal met voorbeelden en stellen veel vragen om interactie met de klas op gang te brengen. Op dit vroege vrijdagochtendtijdstip valt het echter niet mee om de leerlingen bij de les te krijgen. ‘Als we zo gaan debatteren komt de dynamiek er wel in’, fluistert Van Dam tegen Resource, terwijl Ruyters de klas uitleg geeft over polarisatie aan de hand van de flatearththeorie en polemiek uit de corona-/wappieperiode.

Verbale strijd

Van Dam heeft gelijk: de leerlingen veren op als ze in debat mogen over de vraag of het scholieren verboden moet worden om AI te gebruiken voor hun schoolwerk. De ene helft van de klas moet argumenteren vóór zo’n verbod, de andere helft moet er juist tegen pleiten – ongeacht hun

persoonlijke opvatting. In groepjes zoeken ze naar sterke argumenten en dan kan de verbale strijd beginnen. Dat debat is levendig, met voor de hand liggende argumenten (‘scholieren zijn lui; zonder AI-verbod gaan ze zelf echt geen denkwerk meer doen’) en meer onconventionele (‘scholieren moeten niet té handig worden met AI; dat zet de oudere generatie op een onacceptabele achterstand’). Er wordt aandachtig naar elkaar geluisterd en gelachen om grappige argumentaties; het gespreksklimaat is prima.

Heimelijke instructies

Met hun volgende opdracht steken Van Dam en Ruyters daar een stokje voor. Zonder het van elkaar te weten, krijgen de groepjes instructie om bij de tweede ronde van het debat een specifieke communicatiestrategie te volgen. Zoals strooien met desinformatie om de discussie jouw kant op te krijgen. Of onbeschoft zijn: laat het debat maar lekker verharden. Populisme is ook een strategie: breng complexe kwesties terug tot simpele tegenstellingen, spreek namens ‘de gewone man’ en speel in op emoties.

Het vierde groepje krijgt de instructie om onder alle omstandigheden beleefd en correct blijven.

Drie soorten polarisatie

❶ Ideologische polarisatie, sterk uiteenlopende standpunten over een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld: de wolf hoort (niet) in Nederland.

❷ Affectieve polarisatie, sterk uiteenlopende gevoelens over mensen met andere standpunten (wij-zijdenken). Bijvoorbeeld: Ajacieden/Feyenoorders, wappies/vaccinatievoorstanders.

❸ Polarisatie over feitelijke overtuigingen, uiteenlopende opvattingen over wat waarheid of ‘echt’ is. Bijvoorbeeld: de maanlanding, platte aarde, klimaatverandering.

Leerlingen in 5-vwo krijgen een workshop ‘polarisatie-strategieën leren herkennen’ van Mariska van Dam (staand rechts) en Wies Ruyters (niet op de foto), beiden promovendus bij Strategische Communicatie. Links docent maatschappijleer Katherine Kells.

En dat levert een totaal ander debat op. Niet dat het volkomen ontspoort, maar het zit wel vol flauwekulargumenten, alternatieve feiten, beledigingen, stemverheffingen en irritante interrupties. Voor hilariteit zorgt de stoïcijnse beleefdheid van het groepje dat die opdracht heeft gekregen. Ze reageren bijvoorbeeld met ‘bedankt voor deze interessante inbreng’ op een vrij bizarre complottheorie van een ander groepje over ‘de elite’ die via AI ‘het volk’ eronder houdt.

Zomaar wat roepen

Gevraagd naar hoe het was om met zo’n verborgen agenda te debatteren, reageren ze: leuk, maar ook onwennig en raar. ‘Het is heel gek om zomaar wat te roepen en bewust onzin te verspreiden, omdat we normaal gesproken juist leren om argumenten stevig te onderbouwen en altijd goed te factchecken’, zegt een meisje uit de desinformatie-groep.

‘De reden dat we deze oefening doen,’ licht Van Dam toe, ‘is zodat jullie deze strategieën sneller leren herkennen in politieke debatten. Niet omdat polarisatie nou zo’n groot probleem is in Nederland: recent onderzoek van onze leerstoelgroep wijst uit dat dat wel meevalt. Maar het komt regelmatig voor dat politici bewust polariseren om daar electoraal beter van te worden.’

Wetenschappelijk context

De workshops zijn bedoeld voor leerlingen van 5-havo, 5-vwo en hogeschool-studenten en zijn onderdeel van (en gebaseerd op) het Vici-project van leerstoelhouder Rens Vliegenthart, The mobilization of political dissatisfaction: causes, content and consequences. ‘Dat project heeft een aantal perspectieven op polarisatie opgeleverd die helpen om greep te krijgen op het fenomeen, en daarmee te ervaren dat je er niet machteloos tegen bent’, vertelt Ruyters. Voor de komende maanden staan er door heel Nederland workshops gepland, maar de promovendi hebben nog ruimte voor een aantal extra. Geïnteresseerde scholen (middelbare en hogescholen) kunnen zich melden bij mariska.vandam@wur.nl

Ruyters en Van Dam besluiten de les met korte videofragmenten van Victor Orbán (Hongarije, hoe hij tekeergaat over zijn politieke tegenstanders), Jair Bolsonaro (Brazilië, een compilatie van zijn homofobe en racistische uitspraken) en Donald Trump (Verenigde Staten, de beruchte quote waarin hij stelt dat immigranten de huisdieren van Amerikanen opeten). Hoewel niet makkelijk te zien – de filmpjes worden getoond vanaf Ruyters’ WUR-laptop, want het digibord weigert dienst – herkennen de leerlingen snel de gehanteerde tactieken: tegenstellingen uitvergroten, bewuste verruwing, desinformatie. De missie van de workshop lijkt geslaagd. ■

Studenten en medewerkers op kieslijst gemeenteraadsverkiezingen

‘Samen strijden voor een betere wereld’

Op 18 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Op bijna elke kieslijst zijn wel WUR’ers te vinden, waaronder – naast medewerkers – opvallend veel studenten. Hoe zijn ze politiek actief geworden en wat zijn hun drijfveren? Tekst Luuk Zegers  Illustratie Shutterstock

Lotte Demarteau (27), masterstudent Environmental Sciences en International Land & Water Management en nummer 5 van GroenLinks­PvdA.

‘Waar je wiegje staat, heeft veel invloed op de kansen die je krijgt. Dat vind ik oneerlijk. Daarom ben ik in 2015 lid geworden van de jongerenpartij van de PvdA.

‘Kansenongelijkheid is nog steeds een thema. In de gemeenteraad kun je iets betekenen. In Wage-

ningen vergoeden we zwemlessen voor gezinnen die dat niet kunnen betalen. Mooi, maar dat doen we pas als kinderen zes jaar oud zijn, terwijl de meeste kinderen op hun vierde beginnen met zwemles.

‘Ik ben via het vmbo, de havo en het hbo op de universiteit terechtgekomen. Politici zijn vaak theoretisch opgeleide mensen. Door woorden te gebruiken die iedereen begrijpt, hoop ik mensen meer te betrekken bij de politiek.’

Cato Vonk (26), masterstudent Development and Rural Innovation en nummer 2 van Connect­Volt Wageningen.

‘Toen ik tien was, zei ik altijd dat ik de eerste vrouwelijke ministerpresident van Nederland zou worden. Daar heb ik lang niks mee gedaan. Bij de vorige verkiezingen vroeg Connect me of ik op de lijst zou willen. Dat was mijn kans om te kijken of politiek iets voor mij is.

‘Inmiddels ben ik drie jaar raadslid. Een groep met 24 anderen die allemaal meer ervaring hebben. Dat vond ik wel even wennen, dus als er straks meer studenten of jongeren de raad in komen, help ik ze graag op weg. Een tip? Het maakt niet uit als je een keer een verspreking maakt of iets doms zegt. Zeg wat je denkt. Uiteindelijk heeft iedereen daar het meeste aan. De komende jaren wil ik meer jongeren en studenten bij de lokale politiek betrekken.’

Tim de Brouwer (23), masterstudent International Development Studies en nummer 6 van het CDA.

‘Toen ik besloot voor mijn master in Wageningen te blijven en niet naar Leiden, Rotterdam of Amsterdam te gaan, dacht ik: dan ook een steentje bijdragen. Ik heb veel ideeën en vind het belangrijk dat jongeren meedenken. ‘Mijn vrienden in de randstad zijn rechts, mijn vrienden in Wageningen zijn links. Met beide kanten kan ik goed praten. De oplossingen die we nodig hebben, liggen zelden bij de extremen. Zo kwam ik in het midden uit, bij het CDA. Mijn partij staat voor verbinding: het leven wordt mooier als je naar elkaar omkijkt. ‘Momenteel wordt gezocht naar een ontmoetingsplaats voor jongeren voor concerten, workshops en feestjes, waar iedereen welkom is. Dat vind ik belangrijk. Ook ben ik geïnteresseerd in nieuwe woonvormen. Denk aan plekken waar ouderen en jongeren samenwonen.’

Xenia Minnaert (26), masterstudent Resilient Farming and Food Systems en lijsttrekker van de Partij voor de Dieren

‘Toen ik 19 was ben ik lid geworden van de jongerenbeweging van de Partij voor de Dieren omdat ik mij zorgen maakte over de onrechtvaardigheid in de wereld. Ik merkte daar hoe fijn het is om met gelijkgestemden te strijden voor een betere wereld.

Jongeren hebben een unieke stem. We mogen politiek niet overlaten aan alleen de oudere generaties. ‘Begin 2025 hebben we een Wageningse fractie opgericht. We hopen op twee á drie zetels. Bij ons staan Wageningse inwoners, dieren en natuur boven de financiële belangen van bedrijven. Als er een bestemmingsplan komt voor woningen, gaan we rekening houden met de dieren die daar wonen. En we willen natuurgebieden aan elkaar verbinden zodat dieren veilig door onze gemeente kunnen bewegen.’

Joëlle van Dam (20), bachelorstudent Economie en beleid en nummer 7 van de ChristenUnie.

Jolien van Hooff (38), universitair docent Microbiology en nummer 20 van D66.

‘Als student in Utrecht werd ik lid van de jongerenbeweging van D66. Ik was 18 en kon me helemaal vinden in de onderwijsvisie van die partij: goed onderwijs geeft iedereen de kans om zichzelf ten volle te ontplooien. Later ben ik actief geworden bij de partij zelf.

‘Sinds afgelopen zomer ben ik steunfractielid in Wageningen: ik verdiep me in een aantal dossiers, waaronder democratische vernieuwing. Dat gaat bijvoorbeeld over participeren bij nieuwbouwprojecten, maar ook hoe je als gemeente kunt faciliteren dat burgers initiatieven kunnen opstarten. Ik zou de Wageningers graag meer mogelijkheden geven om een referendum in leven te roepen.

‘Als steunfractielid voer ik soms het woord bij commissievergaderingen. Ik heb een duidelijk afgebakende taak die ik makkelijk in avonduren of weekenden kan doen, naast mijn werk bij WUR.’

‘Vorig jaar deed ik mee aan het talentprogramma van de jongerenafdeling van de ChristenUnie. Daar ontdekte ik dat ik graag politiek actief wilde worden. Ik heb de lokale fractie gemaild en kon meteen meelopen.

‘Momenteel heeft onze partij één zetel. De kans dat ik in de raad kom, is klein. Maar ik geef mijn mening bij onze fractievergaderingen en denk mee, zeker als het over jongeren en studenten gaat. Ik moet nog een hoop leren, maar ik hoop ooit op een verkiesbare plek te komen. Mocht ik dan nog student zijn, dan zet ik m’n studie misschien even op een lager pitje. ‘Wageningen is een studentenstad. In de raad zitten vooral dertigers, veertigers en vijftigers. Als er onderwerpen langskomen die ons aangaan, wil ik burgerpanels met studenten organiseren zodat onze stem ook te horen is.’ ■

Voor dit artikel hebben we alle deelnemende partijen aan de gemeenteraadsverkiezingen benaderd met de vraag of zij WUR’ers op de lijst hebben. Bij VVD was dat niet het geval. Bij Stadspartij Wageningen staan enkele WUR’ers op de lijst als zogeheten lijstduwers

Nieuwe richtlijnen goede voeding

MEER BONEN , MINDER BIEFSTUK

Maximaal 200 gram rood vlees en veel meer peulvruchten. Dat adviseert de Gezondheidsraad in de nieuwe Richtlijnen goede voeding. Die werden afgelopen jaar herzien onder leiding van Marianne Geleijnse, WUR-hoogleraar Nutrition and Cardiovascular Disease en scheidend vicevoorzitter van de Gezondheidsraad.

Illustraties Mathijs Megens/SeaBlueBird Studio

Sinds de laatste richtlijnen is er veel wetenschappelijke kennis bijgekomen. De adviezen van de Gezondheidsraad worden vaak gebaseerd op langlopende cohortonderzoeken – die zijn in de jaren zeventig en tachtig opgestart en daar oogsten we nu veel resultaten uit. ‘Bovendien is er steeds meer bekend over de gezondheidseffecten van plantaardige eiwitbronnen’, aldus Geleijnse.

De overkoepelende richtlijn uit 2015 blijft gehandhaafd. Wat zijn de verschillen?

‘Op sommige punten zijn de richtlijnen concreter geworden, bijvoorbeeld bij rood en bewerkt vlees. Dat vlees verhoogt het risico op beroerte, diabetes en darmkanker, weten we inmiddels. Voorheen konden we geen kwantitatieve norm afleiden voor rood vlees. Nu hebben we voldoende wetenschappelijke onderbouwing om te

Tekst Dominique Vrouwenvelder

zeggen: eet niet meer dan 200 gram rood vlees per week. Zo’n duidelijke grens maakt het makkelijker om na te leven. Ook worden er veel meer peulvruchten aanbevolen. Plantaardige eiwitbronnen hebben heel veel voordelen voor de gezondheid én onze milieu-impact, zeker als we daarmee het rode en bewerkte vlees vervangen.’

Hoe komt zo’n advies tot stand?

‘De Gezondheidsraad heeft een vaste commissie Voeding, met wetenschappers uit verschillende disciplines. Die commissie verzamelt de meest actuele kennis van onderzoek dat door vakgenoten is bekritiseerd, en bediscussieert dat. Vervolgens geeft die commissie wetenschappelijk onderbouwd advies, afgestemd op de Nederlandse context. Waar wetenschappers hun publicaties graag eindigen met ‘er is meer onderzoek nodig’, moet dit advies glashelder zijn, zodat beleidsmakers ermee vooruit kunnen.’

Zijn er nieuwe richtlijnen nodig? Hoe staan we ervoor qua volksgezondheid?

‘De afgelopen decennia nam de sterfte door hart- en vaatziekten af, maar niet per se doordat we anders eten. Waarschijnlijk komt dat door betere zorg en doordat minder mensen roken. Tegelijkertijd neemt de ziektelast toe, ook door de vergrijzing: steeds meer mensen

zoals diabetes, hartfalen, obesitas of vormen van kanker. Beleidsmakers moeten ingrijpen en die chronische ziektelast laten dalen, want die kost de samenleving veel geld.’

Wat leveren deze richtlijnen op?

‘Als iedereen volgens dit advies eet, daalt de ziektelast enorm. Ook verschuift de verhouding plantaardige versus dierlijke eiwitten in onze voeding naar ongeveer 60-40, wat goed is voor de planeet. We realiseren ons ook dat gezondheid of zorg om de planeet niet de enige redenen zijn waarom mensen eten wat ze eten. Ze eten een biefstuk omdat ze het lekker vinden, omdat ze gewend zijn vlees op het bord te hebben, of omdat ze van barbecueën houden. Met deze richtlijnen houdt iedereen keuzevrijheid; maar elke stap richting een plantaardig eetpatroon levert echt winst op voor de volksgezondheid en het milieu.’

Wat is de volgende stap?

‘Het ministerie geeft deze richtlijnen aan het Voedingscentrum, waar ze er concrete adviezen van maken. In de loop van 2026 komen zij met een update van de Schijf van Vijf, gebaseerd op de rapporten van de Gezondheidsraad. Dit jaar verschijnen ook aanvullingen op deze richtlijnen over onder meer groenten en fruit, graanproducten en bijvoorbeeld gezoete frisdranken, maar die zullen minder invloed hebben op de Schijf van Vijf dan deze richtlijn.’

Waarom komen die aanvullingen niet tegelijk met deze?

‘Die onderdelen vragen meer tijd om uit te werken. Dan hadden we dus moeten wachten met het uitbrengen van deze richtlijnen over eiwitbronnen en voedingspatro-

nen. Als adviesorgaan heb je een verantwoordelijkheid om wetenschappelijke inzichten naar buiten te brengen zodra deze voldoende onderbouwd zijn. Het voelt onethisch om daarmee te wachten, want het is een kans om de gezondheid van mensen te verbeteren. Het is goed dat het Voedingscentrum hier nu mee aan de slag kan.’

Zijn de richtlijnen straks compleet?

‘Nee, want nog niet alles is wetenschappelijk voldoende sterk onderbouwd voor een kwantitatieve richtlijn. Zuivel is daar een goed voorbeeld van. We adviseren enkele porties per dag, maar geven geen exacte hoeveelheden. In wetenschappelijke artikelen worden zuivelsoorten vaak samengevoegd, terwijl ze niet gelijk zijn. Honderd gram melk is maar een half glas, terwijl honderd gram kaas een flink blok is. Ook weten we van sommige aandachtsgebieden nog te weinig, zoals van dementie of over het effect van voeding op vitaliteit, vruchtbaarheid en je algehele welbevinden.’

Is het toeval dat alle voedings- en gezondheidsdisciplines van Wageningen terugkomen in deze richtlijnen?

‘Ja. Er werkt een multidisciplinaire commissie aan de richtlijnen met een brede vertegenwoordiging vanuit Nederlandse kennisinstellingen. Maar het laat wel zien dat WUR-onderzoek relevant is voor het volksgezondheidsbeleid. Het is mooi om die dingen samen te zien komen.’

Jouw taak zit er nu op?

‘Helaas wel. Ik werkte de afgelopen acht jaar als vicevoorzitter van de Gezondheidsraad, maar met ingang van het nieuwe jaar zitten mijn wettelijke termijnen erop. Ik vind het jammer dat ik moet stoppen. Ik zat al die tijd dicht op de ministeries en het beleid, op een plek waar ik echt invloed kon uitoefenen. Nu ben ik weer ‘gewoon hoogleraar’, maar wel ook erelid van de Gezondheidsraad. Daardoor voel ik me nog wel steeds verbonden.’ ■

‘Elke stap richting een plantaardig eetpatroon levert winst op voor de volksgezondheid en het milieu’

Langs de ruggengraat van de aarde

Leerstoelhouder Culturele Geografie Edward Huijbens trok tijdens een sabbatical dit najaar in drie maanden van Arnhem naar Kathmandu, langs de bergketen die loopt van de Alpen tot de Himalaya, per openbaar vervoer. Hij kwam thuis met een manuscript voor een nieuw boek én een optimistische boodschap. Een interview in trefwoorden.

Tekst Marieke Enter  Foto's Edward Huijbens

Alpen-Himalaya-plooiing

‘Ik ben opgegroeid in IJsland. Ik breng er nog steeds mijn zomers door, deels als vrijwilliger op een camping in de hooglanden. Die ligt precies op de splitsing van tektonische platen die dwars door het land loopt. Ongeveer 65 miljoen jaar geleden, toen Eurazië en Noord-Amerika uit elkaar begonnen te drijven, werd de Noord-Atlantische Oceaan gevormd; IJsland borrelde later in het midden op. Tegelijkertijd braken andere platen af van wat toen het zuidelijke supercontinent Gondwana was. Ze bewogen naar het noorden en botsten

op de oostelijke helft van het supercontinent Laurazië, waardoor een ononderbroken keten van bergen ontstond: van de Alpen, via Anatolië, naar de Kaukasus, de Pamir, de Tien Shan en de Himalaya: allemaal zijn ze op deze manier gevormd. Langs die bergketen, die ik de Euraziatische ruggengraat noem, wilde ik reizen – zoveel mogelijk met het openbaar vervoer – om te zien hoe dat landschap gevormd is.’

Openbaar vervoer

‘Ik wil mezelf ervan doordringen dat de mens één is met deze planeet. Reizen is een goede manier om dat te doen,

‘Ik vertel verhalen aan de hand van het landschap’

maar niet met het vliegtuig. Vliegen is vervuilend en elke verbinding met het land ontbreekt, slow travelling doet ertoe. En in het openbaar vervoer ontmoet je allerlei mensen, zeker als je solo reist. Als je mensen vriendelijk en open benadert, reageren ze meestal ook zo naar jou. Deze reis bevestigde wat ik al eerder had ontdekt: dat 99 procent van de mensen vriendelijk, oprecht en behulpzaam is.’

Bijna geen ontberingen

'Ik heb veel gereisd in mijn leven. Ik ben voorzichtig: ik ga 's avonds niet uit, ik drink niet. Ik breng mijn avonden meestal schrijvend door in mijn hotel, ga vroeg naar bed en sta ’s ochtends om zes uur op, wanneer er niet veel ongure types op straat zijn. Ik vermijd eten op straat, tenzij het goed verhit is; ik ben altijd op mijn hoede voor voedselvergiftiging.

‘99 procent van de mensen is vriendelijk, oprecht en behulpzaam'

Maar het hoort erbij. Ik zeg altijd tegen mijn studenten: veldwerk is pas geslaagd als je voedselvergiftiging, zonnebrand en muggenbeten hebt gehad – de heilige drie-eenheid van veldwerk.’

Cyclus

'In de Euraziatische bergketens zie je hoe alles met alles verbonden is. Lucht stijgt op langs de bergen en koelt af; vocht condenseert tot wolken, regen en sneeuw. Er vormen zich gletsjers en rivieren: water uit de Himalaya voedt bijna twee miljard mensen. Tektonische krachten vormen een samenspel met hydrologie en erosie – en uiteindelijk ook met ons. Alles is voortdurend in beweging. Niets staat vast, niets is gegeven; het is altijd een kwestie van tijd en perspectief. Hoe kun je dat beter begrijpen dan door het

landschap te reizen? Ik had niet verwacht om langs deze bergketens zo veel landschappelijke overeenkomsten te vinden. De tektonisch gevormde bergen lijken sterk op elkaar. Net als de mensen die er wonen, die lijken ook verbazingwekkend veel op elkaar.’

Notie van overvloed

‘Mijn boek gaat over het begrip overvloed. Het leven – niet alleen ons leven, maar het leven in het algemeen – is een bron van overvloed. Het is een manier van denken, filosofisch onderbouwd door het werk van de Franse denker Gilles Deleuze. Simpel gezegd komt het hierop neer: de zon komt morgen altijd weer op, en hoewel het steeds dezelfde zon is en hoewel de cyclus der dingen zich steeds herhaalt, kan morgen toch

alles anders zijn. Als je dat perspectief neemt, kun je de dingen zien als in beweging zijnde, evoluerend. Als je je geest kunt bevrijden van de focus op de concrete verschijningsvorm, is er overvloed: alles kan ook iets anders zijn. Het hangt af van je perspectief.’

Verhalen vertellen via het land ‘Hoe morgen eruit zal zien, doet ertoe. Dus wat je elke dag doet, doet ertoe. Ik wil daarover verhalen. Maar ik ben geen filosoof of priester, ik ben een geograaf. Ik vertel verhalen aan de hand van het landschap: hoe het opnieuw gevormd wordt door ons handelen. Hoe de bergen in Centraal-Azië bijvoorbeeld letterlijk uiteenscheuren door het Chinese Belt and Road Initiative. Of hoe de Indo-Gan-

Edward Huijbens in Çatalhöyük, Turkije, op de UNESCO-werelderfgoed-opgravingslocatie in de westelijke heuvel. Hij deed daar onderzoek naar het begrip verstrengelingen.

getische vlakten een soort Hollandse akkers worden door intensieve teelt. Slecht omgaan met land cultiveert ook het slechte in de mens.’

Het slechte cultiveren - of het goede

‘In Nepal bijvoorbeeld zie je dat intensivering van de terrassenteelt gepaard gaat met obesitas bij kinderen: de teelt van commerciële gewassen is zo arbeidsintensief dat ouders geen tijd meer hebben om te koken; ze geven hun kinderen fastfood. Deze manier van landbouw bedrijven heeft dus niet alleen een negatieve invloed op waterverbruik en bodemkwaliteit, maar ook op voedsel en gezondheid. Aan de andere kant heb ik in Nepal een permacultuurboerderij bezocht die traditionele landbouwmethoden juist probeert te behouden, met gesloten

kringlopen om water en voedingsstoffen te behouden in de bodem, zoals mensen dat al duizenden jaren doen.’

‘Een deel van ons probleem als samenleving is het doorgeschoten individualisme, consumentisme en hebzucht. Wat we wél in stand zouden moeten houden – daar verwijst de boektitel ook naar – is technologie, mobiliteit en manieren van zijn en doen heroveren die bijdragen aan samenleven. Dat veronderstelt dat je wantrouwen – het automatisch uitgaan van het slechte – afwijst als uitgangspunt. Ik ga uit van het goede. Ik ben een kritische wetenschapper juist doordat ik een open wetenschapper ben. Dan kan het zijn dat je later ontdekt dat dingen toch niet zo goed zijn. Maar daar moet je dan mee zien om te gaan.’

Bevoorrecht

‘We denken altijd dat de wereld naar de haaien gaat. Maar dat is niet zo. Helemaal niet. Maar dat zeg ik natuurlijk vanuit mijn eigen bias, als geprivilegieerd

mens. Er is geen twijfel over mogelijk dat ik extreem bevoorrecht ben. Blanke man, goed opgeleid, gemiddelde lengte, gemiddelde lichaamsbouw – het is alsof de wereld voor mij ontworpen is. Mensen kunnen zeggen: deze bevoorrechte man gaat reizen en beweert dan dat de wereld geweldig is. En het klopt, als ik een andere huidskleur had of geen Europees paspoort, zou ik zeker meer problemen zijn tegengekomen. Je kunt mijn ervaringen cynisch bekijken en zeggen – niet zonder reden – dat ik gewoon een bevoorrechte, naïeve vent ben. Maar ik denk toch dat dat te kort door de bocht is.’

Boodschap aan Wageningen

‘Hoe zien we onszelf als deel van het land en het leven, als deel van de planeet? Aan dat debat hoop ik bij te dragen, ook op de campus. Want ook hier hebben we een spanningsveld: we hebben de eco-modernistische traditie, die de neiging heeft de aarde te zien als een verzameling beheersbare entiteiten, met variabelen die je kunt beïnvloeden. Dat gebeurt vanuit de beste bedoelingen, door goede mensen, inherent is er niets mis mee – maar het is wel duidelijk een manier van framing. En tegelijkertijd zijn er eco-kampioenen aan het werk, vanuit een biologische benadering en het perspectief van het land. In mijn optiek draait het in de wereld niet alleen om mensen, die over het algemeen geweldig zijn; het draait óók om het leven en het land, die over het algemeen ook prachtig zijn.’ ■

Presentatie na de lunch Huijbens’ nieuwste boek heeft als werktitel An abundance of elsewheres. A convivial geography of the AlpineHimalayan orogeny. Op vrijdag 13 februari geeft hij een presentatie over het boek en zijn reis, waarbij hij graag aan de orde wil stellen ‘hoe we allemaal deel uitmaken van de dynamiek van de aarde, zelfs tot in de krochten van het geologische verleden’. Het evenement vindt plaats in Lumen 1 + 2 van 12.30 tot 14.00 uur. Taal: Engels.

In de trein langs de Matter Vispa in het Mattetal in Zwitserland, op weg naar Zermatt. Huijbens noteert hoe de luchtvochtigheid condenseert tot wolken in de Alpen.

@DateDinerMatchmaking

‘Wel of geen match, altijd een leuke avond’

Een date regelen voor een datediner is niet altijd makkelijk. Gelukkig is er het Instagram-account @DateDinerMatchmaking, waarvan ook een Wageningse student beheerder is. Handig met de naderende Valentijnsdag. Tekst Dominique Vrouwenvelder

Het datediner is een studentikoos fenomeen. Studentenhuizen, disputen, jaarclubs of verenigingen organiseren een diner waarbij studenten voor elkaar een date regelen. ‘Vaak is dat een blind date, behalve als de partners worden uitgenodigd’, vertelt de Wageningse beheerder, die vanwege haar matchmaking-rol graag anoniem blijft (naam bij de redactie bekend). ‘Het leukst vind ik als iedereen een nieuw iemand ontmoet, dat geeft een andere sfeer aan de avond. Iedereen heeft dan gezonde spanning vooraf en er zijn geen koppels die gelijk klef doen.’

Via-via-via

‘We weten allemaal hoe moeilijk het is om een date te regelen voor een datediner’, kopt de Instagram-pagina. Vertel, hoe moeilijk is dat? ‘Vrienden zoeken in hun eigen sociale kringen naar dates voor elkaar, maar die raken soms uitgeput. Dan moet je uitwijken naar viavia-via, maar dan wordt het wel steeds lastiger. Precies daarvoor is @DateDinerMatchmaking opgericht; om buiten je eigen sociale kringen verder te zoeken naar een geschikte match.’

De inzendingen komen dus van bekenden van degene voor wie de date is. ‘Zij sturen kenmerken op van degene voor wie ze de date zoeken én kenmerken die de date zou moeten hebben. Iemand die zich herkent in het profiel van de gezochte date kan vervolgens reageren op de oproep. Wij koppelen die inzendingen vervolgens aan de vrienden of vriendinnen die de dateadvertentie hebben aangevraagd. Zij zijn een soort filter en beoordelen of de date inderdaad een match is.’

Landelijk

Het initiatief is ontstaan uit eigenbelang, geeft de Wageningse beheerder toe. ‘Wij hadden een datediner met ons studentenhuis en zochten voor een aantal huisgenoten nog een geschikte date. Inmiddels hielpen we ook al bemiddelen voor een datediner in Delft. Het hoeft niet binnen de muren van Wageningen te blijven. Sterker nog: het is juist leuk als we het tot een landelijk matchmaking-platform kunnen schoppen.’ En heb je dan altijd een leuke avond? ‘Een datediner is niet altijd een garantie voor een leuke date, maar je hebt wel altijd een leuke avond omdat je sowieso met je huisgenoten, dispuut, jaarclub of vereniging bent. Je hebt eigenlijk niks te verliezen.’ ■

Valentijnsactie

‘Er komen ook weleens berichten binnen van mensen die op zoek zijn naar een date in het algemeen, zonder een specifieke gelegenheid. Daar is dit account niet voor bedoeld. Maar voor Valentijnsdag maak ik een uitzondering: in de week in aanloop naar 14 februari kunnen studenten hun eigen date zoeken: dan koppel ik hen meteen aan de reacties.’

Test om aardappelmoeheid in kaart te brengen

Zo maakt aaltje de aardappel weer moe

Moeheid is een van de grootste bedreigingen van de aardappel. De aandoening wordt veroorzaakt door aaltjes. Kwekers ontwikkelden daarop aardappels die tegen die ‘moeheid’ kunnen. Maar steeds meer aaltjes hebben daar iets op gevonden. Ze omzeilen de resistentie en kunnen vervolgens hun ziekmakende gang gaan. Promovendus Arno Schaveling ontdekte hoe het aaltje Globodera pallida dat doet. Tekst Roelof Kleis

hetzelfde probleem te maken hebben.’

Toen Schaveling vier jaar geleden aan zijn promotie begon, was het aaltje alleen nog maar succesvol in het noorden van Nederland en het aanpalende deel van Duitsland. Het lag voor de hand dat het daarbij niet zou blijven. En dat is ook zo. ‘Het is treurig’, reageert Schaveling. ‘Het probleem is sindsdien alleen maar groter geworden. De bestaande resistentie in de commerciële aardappelen wordt steeds vaker doorbroken. De genetische basis voor die doorbraak, die we in Nederlandse populaties hebben gevonden, heb ik daarna ook in Duitse, Franse en Britse aangetoond. Dat duidt erop dat we in heel West-Europa met

De strijd tussen aardappels en aaltjes is ouder dan de weg naar Rome. De twee zijn, zoals zoveel organismen in de natuur, in een voortdurende wapenwedloop verwikkeld. Sinds de jaren ‘90 van de vorige eeuw stond de aardappel op voorsprong. Veredelingsbedrijven zagen kans bestaande resistentie uit wilde aardappelen in te kruisen in commerciële soortgenoten. Daarbij is, volgens Schaveling, vermoedelijk steeds dezelfde resistentie gebruikt.

Eén trucje

‘In de 26 variëteiten aardappel die ik heb getest, kwam ik steeds dezelfde resistentie tegen uit de aardappel Solanum vernei Die was kennelijk breed voorhanden.’

Dat ‘makkelijke’ succes toen ligt ten grondslag aan het succes van het aaltje

Sekse en suiker

nu. Het wormpje hoeft maar één resistentie te omzeilen om alle aardappelen aan te kunnen. ‘Het is steeds dezelfde selectiedruk die op de populatie aaltjes wordt toegepast’, verwoordt Schaveling het wetenschappelijk. Zijn opdracht werd er navenant ook eenvoudiger van: vind dat ene trucje van het aaltje en ontwikkel er een test voor. Sterker nog, bij meerdere resistenties zou dat ondoenlijk zijn geweest, denkt hij.

Het trucje dat Globodera pallida inzet, is een eiwit dat wordt gemaakt door het gen dat de naam Gp-pat-1 kreeg. ‘We vermoeden dat het een zogeheten effector is’, zegt

Aaltjes die aardappelmoeheid veroorzaken, planten zich louter seksueel voort. Maar het geslacht ligt nog niet vast als ze uit het ei de wortel van een plant binnendringen. Schaveling toont aan dat dit sterk wordt bepaald door de omgeving. Zijn er ruim nutriënten (lees: suikers) aanwezig dan wordt het een vrouwtje, zijn de omstandigheden niet zo rooskleurig dan wordt het een mannetje. ‘Dat de omgeving van invloed was, werd al langer gesuggereerd’, zegt Schaveling. ‘Wij hebben bewezen dat het geslacht niet vastligt en hebben sterke aanwijzingen dat deze aaltjes standaard man worden. Alleen als de condities heel gunstig zijn, kunnen ze switchen naar vrouwtjes. Dat is ook logisch: het kost ongeveer 60 keer meer energie om een vrouwtje te worden. Vrouwtjes vormen een dik lichaam vol eitjes. Mannetjes zijn veel dunner.’

Promovendus Arno Schaveling ontwikkelde een test waarmee boeren eenvoudig kunnen meten waar ze in het aardappelveld problemen kunnen verwachten.

 Foto Shutterstock

Schaveling. ‘Een eiwit dat de gastheer manipuleert ten gunste van de indringer. Onze hypothese is dat normaal gesproken het resistentie-gen van de aardappel een eiwit produceert dat deze effector detecteert, waarna een immuunreactie start. Maar door herhaaldelijk gebruik van dezelfde resistentie zijn er varianten van de effector geselecteerd die niet meer worden herkend. Daardoor kan het aaltje zijn gang gaan.’ Echt bewijzen dat de plot zo in elkaar steekt, kan Schaveling nog niet. ‘Daarvoor heb je het resistentie-gen in de aardappel nodig en dat hebben we nog niet. We weten op welke plek de resistentie zit in het genoom, maar we weten nog niet welk van de daar aanwezige genen het precies is.’

Aaltjestest

Hoe meer aaltjes over de afwijkende effector beschikken, hoe ziekmakender de populatie. Schaveling ontwikkelde daarom een covid-achtige pcr-test, waarmee boeren als het ware de thermometer

Het wormpje hoeft maar één resistentie te omzeilen om alle aardappelen aan te kunnen

in hun veld kunnen steken. Schaveling: ‘Met dit verschil dat een covid-test een ja/nee-antwoord geeft. Mijn pcr-test kwantificeert welk deel van de populatie aaltjes ziekmakend is.’ De test wordt door een externe partner in het project verder ontwikkeld, met de bedoeling het op de markt te brengen.

Schavelings test is een diagnostisch instrument. Aardappelmoeheid los je er niet mee op. ‘De test kan een hele mooie tool zijn om boeren snel en goedkoop te helpen bij het maken van hun keuzes’, zegt Schaveling. Boeren passen nu uit

voorzorg vaak om de twee jaar gewasrotatie toe. De test kan eenvoudig meten waar je problemen kunt verwachten. ‘Vaak is er ook binnen een veld veel variatie. Op de ene plek is veel virulentie, op de andere weinig. Met mijn pcr-test kun je snel een heel veld in kaart brengen.’

Om aardappels te vrijwaren van moeheid is nieuwe resistentie nodig. Schaveling zocht en vond die in de aardappel Solanum sparsipilum. Uit zijn proeven blijkt dat deze nieuwe resistentie de aaltjes weer op achterstand zet. ‘Maar die moet nog worden ingekruist. Veredelingsbedrijven zijn daar wel mee bezig, maar hij is er nog steeds niet.’ ■

Podium

Op Valentijnsdag brengen tien artiesten uit Wageningen en omstreken glitter en liefde naar theater de Wilde Wereld met hun dragshow. De dragkings, -queens en -creatures van House of Flocking Birds en House of Kurk organiseren samen een avondvullende show. Tekst Coretta Jongeling

Will you be our Valentine tonight?

Drag kan je zien als het extreem uitvergroten van genderrollen, legt Leo Menendez Diaz (op het podium als Hard Kandi) uit. ‘Drag is ontstaan vanuit de ballroomcultuur in

New York in de jaren ‘80. Het was een verzet van vooral zwarte queers tegen de discriminatie en uitsluiting waarmee ze te maken hadden. Door de genderrollen uit te vergroten tot een megavrouwelijk personage, dreven ze er de spot mee. Vaak gingen ze erbij playbacken als manier om dat personage te showen.’

Hoewel dragqueens bekender zijn, bestaat House of Flocking Birds vooral uit dragkings. ‘Drag laat je vooral nadenken over het concept gender en wat daar volgens de maatschappij bijhoort. Mannelijkheid is net als vrouwelijkheid voor een deel een performance’, aldus Merlin de Vargas Navas (artiestennaam Don D.) ‘Ik ben opgevoed als vrouw en boos worden werd niet echt geaccepteerd. De eerste keer dat ik op het podium stond als man en applaus kreeg voor mijn woede, voelde dat echt bevrijdend.’

Donderdag 19 februari

Melting Pot (diner en optredens) verschillende locaties in de stad

Ga naar resource-online.nl (abonnementspagina) en schrijf je in voor onze digitale nieuwsbrief.

14-02-26

Theater de Wilde Wereld 20:00u

Entree: 10,50 euro

‘Toen ik begon met optreden was mijn personage grotendeels genderneutraal, maar de laatste tijd neig ik meer naar vrouwelijke drag’, zegt Menendez Diaz. ‘Superleuk, want normaal gesproken uit ik me helemaal niet zo. Door op te treden voel ik me zekerder over mijn vrouwelijke kant, wat als non-binair persoon niet vanzelfsprekend is.’

Naast optredens organiseert House of Flocking Birds ook open trainingsavonden om een dragpersonage te ontwikkelen, make-up te oefenen en gezellig samen te komen.

Meer informatie en tickets kan je vinden op Instagram: @house_of_flockingbirds

Vrijdag 27 februari

Neurotic (drum ’n bass) Loburg

Woensdag 11 maart Nederlands politieorkest (klassiek) Theater Junushoff

Artiesten van collectief House of FlocKing Birds uit EdeWageningen en House of Kurk uit Arnhem.
 Foto Nanne van Schie

Marte van der Veen (24), masterstudent Climate

Studies

Je scriptie in 40 woorden?

‘Kijken hoe je met satellietdata hooggelegen moerasgebieden beter kan monitoren, met de focus op bodemvocht. Ik heb een machine-learningmodel naar patronen laten zoeken in verschillende informatiebronnen en de uitkomsten daarvan gevalideerd met mijn veldwerkdata uit de Himalaya.’

Grootste ‘oepsie’-moment?

‘Vlak voordat ik m’n onderzoeksresultaten moest presenteren, ontdekte ik dat ik een foutje had gemaakt in het script van m’n model. Dus moet ik álle resultaten opnieuw genereren. Gelukkig kan ik dat nog oplossen voor ik de scriptie inlever. Ik verwacht dat de conclusies ongeveer hetzelfde blijven.’

Beste SOG-moment?

‘Tijdens mijn veldwerk in Leh, de hoofdstad van de Ladakh-regio in India, was het soms gedwongen soggen. Geen vaste werkplek, elektriciteit die vaak uitviel en slechte wifi. Tel daar voedselvergiftiging en wennen aan het leven op hoogte bij op: de stad ligt 3500 meter boven zeeniveau. Over straat lopen kost al tien keer meer moeite dan in Nederland, laat staan een scriptie schrijven. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de culturele indrukken. Ik was dus veel tijd kwijt aan dingen die niet inhoudelijk met m’n scriptie te maken hebben. Maar eigenlijk is dat geen soggen natuurlijk: ik heb geprobeerd wetenschappelijk onderzoek te doen op een plek waar dat zeer, zéér uitdagend is.’

Iets geleerd over jezelf?

‘Dat ik flexibel kan zijn. In Nederland ga je uit van plan a en soms plan b. In India moet je een grof idee hebben waar je heen wil gaan, maar vooral goed zijn in meebewegen. Misschien wordt het wel plan z. Maar ook in zo’n omgeving, die niet is ingericht voor gestructureerd wetenschappelijk werk, kun je er iets van maken, terwijl we in Nederland bijvoorbeeld al zeiken als een computerscherm niet breed genoeg is. Ik heb groot respect voor onderzoekers die in dit soort omstandigheden een PhD doen.’ lz

In Wageningen kom je alle smaken van de wereld tegen. Dit keer een recept voor gebakken aubergine van Ananya Beura, afgestudeerd bachelorstudent Earth System Sciences uit India. Ananya werkt als tussenjaar bij Starthub Wageningen.

Smaken van WUR

Odia brinjal fry

‘Aubergine is mijn meest favoriete groente ter wereld. Zacht, zoet en lekker bij alles. Maar ik noem het geen aubergine – ik noem het brinjal. Brinjal is een Engels woord dat in heel Zuid-Azië, waar ik vandaan kom, wordt gebruikt. Als je het kent, kom je uit Zuid-Azië of je kent mij. Mijn recept is Odia Brinjal fry, een ultiem comfort food dat ik minstens een keer per week maak. Het is simpel en iedereen is er dol op.’

Bereiding

1 Snijd de brinjal in plakken van 1 cm dik.

2 Meng in een grote kom het zout, de kurkuma, het chilipoeder en de olie. Wrijf die marinade over de plakjes brinjal. Laat het niet te lang staan, want het zout onttrekt in korte tijd veel vocht aan de brinjal.

3 Verhit olie in een grote koekenpan. Wees niet te zuinig, want aubergine neemt veel olie op.

4 Leg de plakjes naast elkaar in de pan en laat ze ongeveer 3-4 minuten aan beide kanten bakken. Ze zijn klaar als ze een beetje doorzichtig zijn. Als je ze knapperiger wilt, bak ze dan iets langer. Het kan zijn dat je ze in 2 of 3 rondes moet bakken, als niet alle plakjes brinjal tegelijk in één koekenpan passen.

5 En voila! Serveer de brinjal met rijst en eventueel dahl en geniet.

Ingredienten (voor 2 personen):

• 1 brinjal (aubergine)

• 1 tl zout

• 1 tl kurkuma

• 1 tl chilipoeder (of iets anders pittigs)

• 1 el neutrale bakolie

Bereidingstijd: 20 minuten

Scan de QR-code voor de video van Ananya.

Ananya Beura afgestudeerd bachelorstudent Earth System Sciences uit India Foto Oliver Kalengi

Meanwhile in… Iran – Massademonstraties bruut neergeslagen

WUR is zeer divers, er werken en studeren honderden internationals. In de rubriek Meanwhile in vragen we een van hen te reageren op een gebeurtenis in het thuisland. Deze keer promovendus Mehran Takallo over de aanhoudende massademonstraties in Iran. Tekst Willem Andrée

'De demonstraties in Iran houden om verschillende redenen aan, ondanks het harde optreden van het regime’, zegt Takallo. 'De verplichte hoofddoek, economische problemen, maar het doel om de straat op te gaan is altijd hetzelfde: de val van het regime en dus vrijheid.' Honderden steden hebben meegedaan aan de recente revolutie, maar ze werden bruut onderdrukt, vertelt Takallo, die in zijn thuisland zelf ook te maken heeft gehad met moordende gewapende troepen, geweld en verlies van vrienden uit zijn naaste omgeving.

‘Het doel om de straat op te gaan is altijd hetzelfde: de val van het regime en dus vrijheid'

'We hebben al weken niets van vrienden en familie gehoord omdat het internet is afgesloten. De angst is enorm’, zegt Takallo. 'Duizenden mensen zijn gearresteerd en geëxecuteerd. Het aantal doden is nu meer dan 43.000 en daarmee is het een van de grootste genocides in de moderne geschiedenis.'

MCB-34303: Commodity Futures & Options Markets

Always wondered about what is happening at the trading floor of exchanges like the ones in Amsterdam, Paris, Frankfurt, London and Chicago? Wondered about how (agribusiness) companies manage their risks and improve their financial performance using commodity futures and options markets? Wondered about how it would be if you were trading commodity futures in Amsterdam, Chicago, London, Frankfurt and Paris?

The Marketing & Consumer Behavior Group organizes a unique course that will introduce students to commodity futures and options markets. Students will develop an understanding of the markets and how they work, gain knowledge about the theory behind futures and options markets, identify their economic functions, and develop an analytical capability to evaluate their economic usefulness. This course is taught by Prof. dr ir Joost M.E. Pennings (Marketing & Consumer Behavior Group, Wageningen University). There are only 40 seats available. If you are interested in taking this course (3 Credits) please register in Osiris or contact Ellen Vossen, e-mail: Ellen.Vossen@wur.nl, tel. 0317-483385. Lectures are on Fridays in period 5 (one lecture is on Thursday), 0,5 day a week, please check schedule in TimeEdit for time and location. Prerequisites: None.

Niet alleen Takallo zelf, maar iedereen die hij kent in de Iraanse gemeenschap is ernstig getroffen, zegt hij. 'We proberen sterk te blijven en ons te richten op ons dagelijks leven, maar dat is bijna onmogelijk. Ondanks de dreiging van de VS vermoordt het regime nog steeds op brute wijze demonstranten.'

Takallo droomt van aan einde van de islamitische theocratie en de vestiging van een seculiere democratische regering. 'Dat is de droom van de meerderheid van de Iraanse bevolking. Dat is nu alleen mogelijk met de terugkeer van Reza Pahlavi (de voormalige kroonprins van Iran, red.). Het regime heeft wereldwijd al onze intellectuelen uitgeschakeld, hij is het enige alternatief.'

Takallo besluit met een dringende oproep. 'Iran heeft steun van het Westen nodig, niet alleen vanwege de oorlogsmisdaden, maar ook om van Iran een veilig en vrij land te maken.

Want een veilig en vrij Iran betekent ook een veiligere wereld, geen financiering meer van terrorisme en een einde aan het lijden van miljoenen mensen. Praat over Iran, neem contact op met politici om actie te ondernemen, wees onze stem. We hebben je hulp nodig.'

Advertenties

Klaar voor een leuke en uitdagende (bij)baan waar je niet stilzit?

Klaar voor een leuke en uitdagende (bij)baan waar je niet stilzit?

Als jij makkelijk contact maakt, graag dingen regelt en deze zomer geen vakantieplannen hebt, dan hebben wij bij Idealis een leuke baan als tijdelijke medewerker verhuur voor je!

Als jij makkelijk contact maakt, graag dingen regelt en deze zomer geen vakantieplannen hebt, dan hebben wij bij Idealis een leuke baan als tijdelijke medewerker verhuur voor je!

Met ruim 6.000 kamers vind je bij Idealis het grootste en meest afwisselende woonaanbod voor studenten en PhD’ers in Wageningen en Ede. Wij zorgen ervoor dat studenten relaxed kunnen wonen.

Met ruim 6.000 kamers vind je bij Idealis het grootste en meest afwisselende woonaanbod voor studenten en PhD’ers in Wageningen en Ede. Wij zorgen ervoor dat studenten relaxed kunnen wonen.

Samen met het team verhuur zorg je ervoor dat het verhuurproces van onze kamers goed verloopt.

Je beantwoordt vragen van studenten per e-mail en telefonisch en handelt alle administratieve processen af. Het salaris is € 3.132,- bruto bij een fulltime dienstverband (36 uur), dat is € 20,00 bruto per uur.

Samen met het team verhuur zorg je dat verhuurproces van onze kamers goed verloopt. Je beantwoordt vragen van studenten e-mail telefonisch en handelt alle administratieve processen af. Het salaris is € 3.132,- bruto bij een fulltime dienstverband (36 uur), dat is € 20,00 bruto per uur.

Je start in maart, of al eerder en werkt tot 1 oktober 2026. We hebben je nodig voor minimaal 28 uur in de week.

Je start in maart, of al eerder en werkt tot 1 oktober 2026. We hebben je nodig voor minimaal 28 uur in de week.

Belangstelling? Mail een korte motivatie en CV naar vacatures@idealis.nl. Kijk voor meer informatie over onze organisatie op www.idealis.nl. Ontdek de sfeer bij Idealis op Instagram: @idealiswageningen

Belangstelling? Mail een korte motivatie en CV naar vacatures@idealis.nl. Kijk voor meer informatie over onze organisatie op www.idealis.nl. Ontdek de sfeer bij Idealis op Instagram: @idealiswageningen

HOKJESDENKEN

Vul de puzzel in en ontdek welk(e) woord(en) er in de gekleurde vakjes staat(n). Stuur dit als oplossing naar resource@wur.nl vóór 17 maart en win een boek.

Tip: zoek ook naar antwoorden in dit magazine en op resource-online.nl

Horizontaal

2. Is bevorderlijk voor aardappelen

10. Geestelijk vader

12. Echt spul

13. Won de Champions League met Ajax, Real en AC Milan

16. Smaakmaker in sombere tijden

20. Zitmeubel

21. __ in Space, Muppets op de USS Swinetrek

22. Parenboot

26. Asbestemming

28. Loopvogel

29. Heldin van Annie M.G.

31. __ dan de paus

33. Aubergine

35. Tempelonderdeel achter een rund

37. Deze __ keer

38. De kabouter van Michelangelo

39. Tegenover

Verticaal

11. '__ schuldig aan aanranding'

2. Donny Ronny, voorheen __ Keizers

3. Carnavalsstad

4. Kankerbestrijders

5. __ Sports, gameproducent van FIFA

6. __ Moussaid, presentatrice

7. Zet iets in gang

8. Past na zeer of straf

9. Start dit jaar in Barcelona

11. Praatvogel

De oplossing van de puzzel uit Resource #5 is ‘nieuwsmijding’. De winnaar is Florianne van Gerwen. Gefeliciteerd! We nemen contact met je op.

Winnaars mogen kiezen uit het boek Zeven dieren bijten terug van WUR-alumnus Frank Westerman of de Wageningen Verjaardagskalender met dronefoto’s gemaakt door DroneWageningen

14. Ga __!, Roxy Dekker

15. Is de wind als hij met de klok meedraait

17. Ψ

18. Zijn niet bevorderlijk voor aardappelen

19. Wegroller

21. Past voor laat of paraat

23. __ Schouten, rugslag

24. Reageerplekken

25. Productiebedrijf van de Bondfilms

27. 'Eet minder __ vlees'

Colofon

30. Steen of Mens

32. Speelt thuis in de Geusselt

33. Worden runderen helemaal gek van

34. Had tomatenzaad aan boord

36. Hiermee reisde Edward Huijbens naar Kathmandu

Resource is het onafhankelijke medium voor studenten en medewerkers van Wageningen University & Research. Resource brengt nieuws, achtergronden en duiding. Op resource-online.nl verschijnen dagelijks nieuwe berichten. Het magazine verschijnt maandelijks.

Contact Vragen en opmerkingen voor de redactie: resource@wur.nl | www.resource-online.nl

Redactie Willem Andrée (hoofdredacteur), Helene Seevinck (eindredacteur), Roelof Kleis (redacteur), Luuk Zegers (redacteur), Marieke Enter (redacteur), Coretta Jongeling (online coördinator), Dominique Vrouwenvelder (redacteur).

Vertalingen Tessera Translations S.L.

Vormgeving Alfred Heikamp, Larissa Mulder

Basisontwerp Marinka Reuten

Coverillustratie Valerie Geelen

Druk Damen Drukkers BV, Werkendam

Abonnement Een abonnement op het magazine kost €59 (buitenland €135) per academisch jaar. Opzeggen voor 1 augustus.

ISSN 1874-3625

Uitgever Corporate Communications & Marketing, Wageningen University & Research

[DE NEUS]

Nieuws met een luchtje

WUR WEER NAAR WOL

Geitenwollensokken moeten studenten weer naar Wageningen trekken. Terug naar het oude imago dus.

De knoop is doorgehakt, de teerling geworpen. Om de dalende studentenaantallen te stoppen, moet Wageningen terug naar de basis. Terug naar het aloude imago van het platteland en geitenwollensokken. Dat adviseert de taskforce Min of Meer, die de leegloop moet tegenhouden, aan de raad van bestuur. De medezeggenschap buigt zich over de plannen. Er was een tijd dat de buitenwacht de neus optrok voor Wageningen. De Landbouwhogeschool riekte teveel naar vette klei en verse mest. De verbreding naar WUR betekende een grote sprong voorwaarts. Maar het tij is aan het keren, zegt taskforce-leider Eva More. ‘De jongeren van nu zijn op zoek naar eenvoud en authenticiteit. Daar moeten we op inhaken.’

Als symbool voor die hang naar echtheid wordt daarom teruggegrepen op de geitenwollensok. ‘Een mooi, eerlijk en biobased product’, vindt More, die demonstratief zijn pantalon optilt om een vers paar te showen. ‘Zelfgebreid naar een patroon van mijn grootmoeder zaliger. Let vooral ook op het groene WUR-motiefje.

Leuk he! En de wol komt van onze eigen proefdieren.’

De sok krijgt een centrale plek in de nieuwe wervingscampagne die op de Open Dag in maart wordt

gepresenteerd. More wil er nog niet te veel over kwijt, om het verrassingseffect overeind te houden. ‘We gaan in ieder geval stevig inzetten op korte cursussen spinnen voor beginners, inclusief breien en genderneutraal AI-gestuurd patroonontwikkelen.’

‘Breien is zalf voor de overprikkelde geest’, zegt More. ‘Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan. Ik word er persoonlijk erg rustig van. En wat is er nou meer instagrammable dan een kleurige zelfgebreide sok, hoody of muts? Je kunt met dit concept zoveel kanten op. We hebben echt goud in handen. Natuurlijk krijgen nieuwe studenten een promopaar van ons. Maar is de taskforce niet beducht voor een mogelijke link tussen longontsteking en geiten? ‘Nee, die mening delen we niet’, wuift More opkomende twijfel weg. ‘Van dat soort bakerpraatjes krijg ik een sik. Haha. Dat is allemaal uitgezocht. De AIzoekfunctie van WUR kon er niks over vinden. Ik zou dus zeggen: aan de slag. Beter nog: vooruit met de geit.’

‘De jongeren van nu zijn op zoek naar eenvoud en authenticiteit. Daar moeten we op inhaken’

Foto Shutterstock

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook