Nr 01
WUR from within: open, eerlijk, kritisch
SEPTEMBER ❷⓿❷❻ JAARGANG ❷❶
Kwart academici heeft depressieve klachten
Ingezonden: verliest WUR Indonesische promovendi?
Journalistiek magazine over Wageningen University & Research
Haaien schrikken niet van stroomkabels
Onderzoek naar droogte Drones, drainage en doosjes | p.16
NL
Westnijlvirus rukt op
Wageningen trekt meeste studenten van ver
OP bij de STAGE S b ra n d p a a n s e we p.28 er
Inhoud
VOORWOORD
NR ❶ JAARGANG ❷❶
12
Niet alle promovendi halen eindstreep
24
Menstrueren in Malawi
30
Lekker onderzoek doen op Lowlands
4 Onderbroekenlol
20 Studenten voor de klas
9 Muggen zijn buitenbeentjes
34 NEW Q&A met medezeggenschap
15 AI en dubbele standaard Kijk voor meer verhalen en nieuws op onze website via deze QR-code:
Ongekend Neerslag 0,0 en 25 graden. Met deze weersomstandigheden stonden we maandag 10 augustus op de redactie van Resource rond onze nieuwstafel dit nummer voor te bespreken. We waren er snel uit: de zomer die achter ons lag en die we op dat moment nog aan den lijve ondervonden, konden we niet negeren. Extreme hitte, lage rivierstanden en ongekende bosbranden door heel Europa. Welk onderzoek hiernaar is er bij WUR en wat speelde er op de campus, op de proefvelden? Je zou dit een ‘kurkdroog’ nummer kunnen noemen, met zes pagina’s over verdroging, drones en afvoeren (pag. 16) en dichter bij huis droogtestress op de campus (pag. 26). En met drie studenten die het hoofd koel moesten houden in Spanje tijdens hevige branden (pag.28). Nog een leestip. Bij promotiefabriek WUR zou je haast vergeten dat er ook promovendi zijn die worstelen en besluiten te stoppen. Op pagina 12 ervaringsverhalen over twijfel, frustratie en opluchting. En tips voor promovendi om het hoofd boven water te houden. Dat en uiteraard meer WUR-nieuws, wetenschap en opinie in het eerste nummer van dit academisch jaar. Ideeën voor komende edities of opmerkingen over dit nummer? Mail naar resource@wur.nl.
Willem Andrée Hoofdredacteur
ONUITWISBAAR Nieuwe vriendschappen, onuitwisbare herinneringen, feestjes tot diep in de nacht en na afloop dagenlang bijkomen en slapen… Het was weer een AID om nooit te vergeten. Van brandende hitte op de openingsdag tot de stortbui na de sing-a-long, van dineren op de dijk met duizenden mensen tot het zwembadfeest bij Ceres en van lp’s schilderen op de common ground fair tot helemaal uit je plaat gaan bij het festival. Alles nog een keer herbeleven? Foto’s terugkijken? Ga naar onze website resource-online.nl. wa Foto Resource Marieke Enter
NIEUWS
Internationals spekken de kas
Resource
10•09•2026 PAGINA 4
V
Commentaar Tijd om te spreken
orige week opende WUR in Omnia het academisch jaar met een spannend thema: hoe mens en wild dier (zoals de wolf en de bever) de ruimte kunnen delen. Een mooi en gedurfd onderwerp, maar wie hoopte iets te horen over de grote vraagstukken die onze eigen organisatie raken, ving bot. Bezuinigingen, de internationale positie van Wageningen, AI-beleid, de aanpak van spookreferenties; deze en andere 'zware' onderwerpen bleven tijdens de opening onaangeroerd. Terwijl zo’n opening van het academisch jaar een uitgelezen moment is – vraag maar aan minister Letschert, die de aanleiding wél aangreep om de vrije studiekeuze te onderstrepen – om mensen te laten weten: dit vinden we ervan, en deze kant willen we er komend jaar mee op. Die richting bleef uit. Wat onbenoemd bleef, speelt wel degelijk. De taakstelling van 45 miljoen euro loopt door tot eind volgend jaar en de gevolgen daarvan worden voelbaar, met bijvoorbeeld lagere vergoedingen voor scriptiebegeleiding en krappere marges bij vrijwel elke leerstoelgroep en businessunit. Boodschappen daarover komen nu bijvoorbeeld bij ons op de redactie binnendruppelen via een brief hier en een mededeling daar. Ook heerst er vooralsnog stilte rondom AI-beleid. Er wordt aan gewerkt, weten we uit navraag, maar ook daarover: geen woord tijdens hét moment, naast de dies natalis, om als WUR-bestuur kleur te bekennen en te duiden waar je voor staat. Natuurlijk, niet elk plan is uitgekristalliseerd en sommige dossiers kosten nu eenmaal veel tijd. Maar juist in tijden van onzekerheid groeit de behoefte aan duidelijke richting en heldere communicatie. Medewerkers kunnen heus wel tegen de boodschap dat het spannend wordt, of dat keuzes nog niet af zijn. Maar omgaan met onzekerheid wordt een stuk lastiger als visie en beleid niet af en toe even worden toegelicht. Besturen is meer dan verwijzen naar een strategisch plan.
Het commentaar verwoordt standpunten en analyses van de redactie. Het komt tot stand na een discussie tussen redactieleden.
Steeds meer internationale studenten blijven na het afstuderen in Nederland wonen en werken. En betalen belasting. Daarmee worden de kosten voor onderwijs en studiefinanciering ruimschoots terugverdiend, blijkt uit een analyse van het Centraal Planbureau (CPB). Dit geldt voor studenten van binnen én buiten Europa, aan hogescholen én universiteiten. Ongeveer een op de vijf Europese studenten verblijft vijf jaar na diplomering nog in Nederland. Voor studenten van buiten Europa gaat het om ongeveer twee op de vijf. Het CPB kijkt onder meer naar uitgaven aan zorg en sociale zekerheid en zet die tegenover de opbrengsten en de ‘blijfkans’ van de studenten. hop
WUR-alumnus wint Ig Nobelprijs Het leven onder de grond is enorm divers. Hoogleraar Marcel van der Heijden, WUR-alumnus, toonde dat aan door duizend katoenen onderbroeken in vijfentwintig verschillende landen te begraven. Twee maanden later werd gekeken hoe de onderbroeken eraan toe waren. Daarmee won hij een Ig Nobelprijs voor onderzoek dat absurd lijkt, maar toch een serieuze ondertoon heeft. De 36ste uitreiking vond in Zürich plaats en daarmee voor het eerst buiten de VS. Volgens de jury, omdat er in de VS voor de wetenschap weinig meer te lachen valt. rk
Möbiusring Naast de ingang van de bibliotheek in Forum hangt een nieuw kunstwerk. Het gaat om een werk zonder titel van Hans Ittman dat voorheen in het Wiskundegebouw op De Dreijen hing. De gebogen aluminium sculptuur heeft veel weg van een Möbiusring, een befaamde driedimensionale wiskundige figuur dat maar één vlak en één rand heeft. Het werk lag lang in de opslag en is onlangs volledig gerestaureerd. rk Foto Resource
lz
Kwart academici kampt met depressieve of angstklachten Een kwart van de wetenschappers in Nederland ervaart depressieve en/of angstklachten. Dat blijkt uit onderzoek van De Jonge Akademie, een genootschap van relatief jonge topwetenschappers. Bijna tweeduizend academici, van promovendus tot hoogleraar, vulden anoniem een vragenlijst in. Zo’n 25 procent van hen heeft last van matige tot ernstige depressieve klachten. Bijna evenveel wetenschappers rapporteerden angstklachten. ‘We wisten al dat de mentale gezondheid van academici, vooral van promovendi, onder druk staat’, zegt Joeri Tijdink, psychiater en onderzoeker aan het AmsterdamUMC en een van de samenstellers van het rapport. ‘Maar ook postdocs en universitair docenten lijken kwetsbaar.’ Over mentale problemen onder wetenschappers wordt al langere tijd gesproken. Wat maakt de situatie zo hardnek-
kig? Tijdink: ‘Dat heeft te maken met het onderzoeksklimaat. We hebben in de wetenschap een cultuur van hypercompetitie gecreëerd. In zo’n omgeving ga je al snel overwerken, zeker wanneer je leidinggevende of begeleider dat ook doet. Dan wordt het al snel als normaal gezien.’ Gevraagd naar wat er moet er veranderen om de kwestie daadwerkelijk aan te pakken, zegt hij: ‘Je kunt altijd zeggen: er moet meer geld naar de wetenschap. Maar het is een mythe dat meer geld alle problemen zal oplossen. Er zijn ook andere factoren die een verschil kunnen maken. Zorg bijvoorbeeld voor een veilige en prettige onderzoekscultuur en investeer in goed leiderschap.’ Ondanks de stress en mentale klachten ervaren wetenschappers relatief veel werkgeluk: meer dan de helft van de respondenten noemt het de mooiste baan ter wereld. ‘We hebben het
Illustratie Valerie Geelen
vaak over hoe zwaar een academische carrière is, maar veel minder over wat mensen gelukkig maakt in hun werk’. zegt Tijdink. ‘Er is natuurlijk een probleem. Maar het is ook geweldig om in de wetenschap te werken. Wetenschappers hebben het gevoel dat ze bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Dat maakt hun werk betekenisvol en inspirerend. Daar zouden we meer op moeten focussen.’ hop
10•09•2026 PAGINA 5
Zo veel nieuwe WUR-studenten deden dit jaar mee aan de AID (annual introduction days). Daarvan hadden 1085 de Nederlandse nationaliteit. Andere veelvoorkomende nationaliteiten: Duits (63), Amerikaans (49), Indiaas (39), Italiaans (35), Grieks (30) en Spaans (24). De meest voorkomende namen waren Anna (13 keer) en Thomas (11 keer). De oudste deelnemer is geboren in 1974. De jongste in 2009.
Sinds april kunnen drie buitenlocaties op de campus worden geboekt als collegezaal. Uit een eerste evaluatie blijkt dat docenten die locaties al goed weten te vinden: in een kleine drie maanden tijd zijn ze zo’n veertig keer ingeroosterd. Dat vertelt docent Lian Kasper, die zich inzet voor meer buitenonderwijs. ‘Verschillende vakgroepen maken al gebruik van de buitenlocaties. Dat laat zien dat dit breder leeft dan alleen bij de incrowd die zich hard maakt voor meer buitenonderwijs.’ Voor docenten die naar buiten willen maar niet goed weten hoe ze dat moeten aanpakken, worden cursussen over natuurinclusief onderwijs aangeboden. Ook in de herfst kunnen de buitenlocaties worden ingeroosterd, vertelt Kasper. ‘Om te voorkomen dat die lessen bij slecht weer in het water vallen, wordt er automatisch een back-uplokaal ingeroosterd.’ lz
Resource
1634
Locaties buitenonderwijs tientallen keren geboekt
NIEUWS
ingezonden brief
Verliest WUR na Afrika ook Indonesische promovendi?
E
en artikel in Resource over de dalende instroom van Afrikaanse studenten en promovendi bij WUR, roept de vraag op of dat ook zal gaan gelden voor Indonesië. Al jaren komen veel promovendi die een beurs ontvangen van het Indonesische Endowment Fund for Education (Lembaga Pengelola Dana Pendidikan, LPDP) naar Wageningen, mede dankzij de eerste plaats van WUR op de QS World University Rankings voor Landbouw en Bosbouw. Die droeg bij aan een lange geschiedenis van goede samenwerking met het LPDP-fonds en WUR is daardoor de enige universiteit die van het fonds rechtstreeks de vergoeding krijgt voor levensonderhoud van de beursstudenten en de onderzoeksbudgetten – een taak die bij andere partneruniversiteiten aan LPDP zelf is voorbehouden. WUR telt ongeveer 700 Indonesische studenten en 60 promovendi, van wie de meesten worden gefinancierd via het LPDP. Dat aantal lijkt nu af te nemen als gevolg van nieuwe Nederlandse immigratieregels die de minimum-inkomensdrempels voor promovendi verhogen – drempels die om de zes maanden kunnen veranderen. Deze regels dwongen WUR de financieringsvoor-
waarden voor extern gefinancierde promovendi aan te scherpen, wat botste met de vaste financieringsstructuren van het LPDP. De gevolgen: WUR werd in 2025 tijdelijk geschrapt van de universiteitenlijst van het LPDP nadat bij verschillende beursontvangers de inschrijving was uitgesteld. In 2026 is WUR weer op de lijst opgenomen, maar met minder opleidingen en PhD-trajecten waarvoor een beursaanvraag kan worden ingediend. Bij de eerste instroom van 2026 zijn er nu slechts vijf kandidaten met een toelatingsbrief van WUR die een LPDP-beurs ontvangen. Beursaanvragers worden nu doorverwezen naar universiteiten in het buitenland die toegankelijkere trajecten bieden. Hoewel WUR eerste stappen heeft gezet, vereist deze situatie een meer geïnstitutionaliseerde aanpak in plaats van oplossingen per geval. Hopelijk komen WUR en het LPDP er samen uit, zodat Indonesisch promotietalent kan blijven bijdragen aan de ontwikkeling van Indonesië. Edwin M. M. Ramadhan, promovendus & LPDP-beursontvanger Reageren? Ga naar resource-online.nl
Advertentie
MCB-34303: Commodity Futures & Options Markets
Resource
10•09•2026 PAGINA 6
Always wondered about what is happening at the trading floor of exchanges like the ones in Amsterdam, Paris, Frankfurt, London and Chicago? Wondered about how (agribusiness) companies manage their risks and improve their financial performance using commodity futures and options markets? Wondered about how it would be if you were trading commodity futures in Amsterdam, Chicago, London, Frankfurt and Paris? The Marketing & Consumer Behavior Group organizes a unique course that will introduce students to commodity futures and options markets. Students will develop an understanding of the markets and how they work, gain knowledge about the theory behind futures and options markets, identify their economic functions, and develop an analytical capability to evaluate their economic usefulness. This course is taught by Prof. dr ir Joost M.E. Pennings (Marketing & Consumer Behavior Group, Wageningen University). There are only 40 seats available. If you are interested in taking this course (3 Credits) please register in Osiris or contact Ellen Vossen, e-mail: Ellen.Vossen@wur.nl, tel. 0317-483385. Lectures are on Fridays in period 5 (one lecture is on Thursday), 0.5 day a week, please check schedule in TimeEdit for time and location. Prerequisites: None.
Wageningen trekt relatief meeste jongeren van ver Vorig jaar verhuisden bijna 32 duizend jongeren (17 tot 22 jaar, merendeels studenten) van hun ouders naar een universiteitsstad, meldt statistiekbureau CBS. Dat zijn er vierduizend minder dan in de jaren ervoor. Studenten blijven vaker bij hun ouders wonen, mede vanwege de woningnood en de oplopende huurprijzen, vermoedt het CBS. ‘De grootste groep verhuist uiteindelijk wel gedurende de studie’, aldus een zegspersoon. ‘Alleen doen ze dat tegenwoordig vaker in hun tweede of derde jaar.’ De statistici brachten ook in kaart waar de verhuizende jongeren vandaan komen. De meesten komen uit de regio. Maar er zijn uitzonderingen. Wageningen spant de kroon: die stad trekt naar verhouding de meeste jongeren uit alle windstreken van het land. Van de universiteitssteden trok Maastricht relatief de meeste vrouwen en Delft de meeste mannen. In Wageningen lag de verhouding op 57 procent vrouwen en 43 procent mannen. Internationale studenten, landelijk 17 procent van de universitaire studenten, zijn niet meegenomen in de CBS-analyse. hop
De haai- en roggensoorten die in en om de windparken in de Noordzee voorkomen, worden niet belemmerd door de kabels die de elektriciteit uit die windparken naar het vasteland transporteren. Wel zijn er subtiele gedragseffecten. Tekst Marieke Enter
T
ot die conclusie komt marien ecoloog Annemiek Hermans met haar promotieonderzoek. Haaien en roggen beschikken over een extra zintuig, de zogeheten ampullen van Lorenzini, waarmee ze elektrische signalen kunnen waarnemen. Die gebruiken ze onder meer bij het navigeren en foerageren. Onduidelijk was of de dieren hinder ondervinden van de elektromagnetische velden van de kabels waarmee op zee opgewekte (wind)stroom naar het vasteland wordt getransporteerd. Inzicht daarin wordt relevanter naarmate Nederland meer windenergie opwekt op de Noordzee. Eind 2032 moet dat al zo’n 21 gigawatt bedragen, 75 procent van het huidige stroomverbruik. Hermans’ onderzoek liet ten eerste zien dat de windparken in de Noordzee wel degelijk worden bevolkt door roggen en haaien. Met eDNA-metingen in vier verschillende (operationele) windparken vond ze bewijs van de aanwezigheid van vijf soorten van deze zogenoemde elasmobranchen: de gevlekte gladde haai, de reuzenhaai, de stekelrog, de blonde rog en de gevlekte rog.
stekelroggen en hondshaaien in een groot aquarium. Wel constateerde Hermans subtiele gedragsmatige effecten, die variëren per levensfase, soort en geslacht en die ook contextafhankelijk zijn. Zo zwommen volwassen hondshaaien tijdens blootstelling aan een gelijkstroomveld minder lang, maar wel sneller. Dat de acute gedragseffecten subtiel zijn, maakt ze niet onbeduidend, waarschuwt Hermans. De elektromagnetische velden vormen een chronische stressfactor. Kleine, individuele veranderingen die daardoor optreden kunnen in de loop der tijd, zeker in combinatie met andere door de mens veroorzaakte drukfactoren, optellen tot een ecologisch relevant effect op de toch al kwetsbare roggen- en haaienpopulaties in de Noordzee. Ze pleit voor aanvullend onderzoek naar die langetermijneffecten. Een andere aanbeveling uit haar proef-
schrift is om een onderzoeksverplichting rond elektromagnetische velden op te nemen in de milieueffectrapportages. Ook wijst ze op de optie om kabelroutes bij voorkeur om belangrijke paai- en kraamgebieden heen te leggen, en om kabelverbindingen te bundelen.
Wissel- en gelijkstroom Uit Hermans’ onderzoek blijkt dat de reikwijdtes van de elektromagnetische velden onder meer afhangen van het type kabel, hoe die is aangelegd en hoeveel stroom er wordt getransporteerd. Windparken op de Noordzee zijn nu nog aangesloten met wisselstroomverbindingen (AC). Vanaf 2027 worden de grotere, verder op de Noordzee gelegen windparken verbonden met het vasteland via gelijkstroomverbindingen (DC), omdat daarbij minder zogeheten transportverlies optreedt. Daarbij neemt de transportcapaciteit ook flink toe: van 700 megawatt bij de huidige verbindingen tot 2 gigawatt bij de nieuwe standaard. ■ ■
Haaienpopulaties De elektromagnetische velden leiden dus niet tot grootschalig habitatverlies voor de onderzochte soorten. Evenmin veroorzaken ze sterke acute stressreacties of weerhouden ze de dieren ervan om kabels te kruisen, bleek uit proeven met volwassen
Aanleg van de transportkabels voor stroom van offshore windenergiegebied Hollandse Kust naar het vasteland. Foto TenneT
10•09•2026 PAGINA 7
Haaien en roggen niet afgeschrikt door stroomkabels windparken
Resource
WETENSCHAP
WETENSCHAP
Westnijlvirus rukt op Er is dit jaar tot nu toe bij negen mensen, vijf paarden, zes vogels en twee muggen westnijlvirus vastgesteld in Nederland. WUR-experts Heather Graham en Sander Koenraadt over de impact van het virus in Nederland. Tekst Anne van Kessel
H
et westnijlvirus circuleert al een paar jaar in Nederland en wordt door de 'gewone' huissteekmug overgedragen op paarden en mensen. Deze zomer was de eerste besmetting van een mens sinds 2020 – ontdekt door Sanquin Research bij een bloeddonor uit Utrecht. Inmiddels is duidelijk dat de patiënt die het bloed ontving, niet geïnfecteerd is geraakt. Eind augustus meldde het RIVM dat een ander persoon dan de bloeddonor uit de provincie Utrecht is overleden aan een in Nederland opgelopen infectie met het westnijlvirus. Ook bij vijf paarden werd het virus vastgesteld. ‘Ik sluit niet uit dat er nog meer besmettingen volgen’, zegt Heather Graham van Wageningen Bioveterinary Research.
Resource
10•09•2026 PAGINA 8
Labtest
Zulke besmettingen worden sinds 2020 gevolgd door WUR en andere instituten, die muggen en vogels vangen en in het lab op het virus testen. Zo werden ook de besmette vogels en muggen van dit jaar gevonden. Het westnijlvirus behoort tot de flavivirussen, waartoe ook het gelekoortsvirus, zikavirus en dengue behoren. De huissteekmug, een van de meest voorkomende steekmuggen in Nederland, is de belangrijkste verspreider: muggen raken besmet door een besmette vogel te bijten en dragen het virus vervolgens over op mensen en paarden. Vogels geven het virus niet aan elkaar door. Onderzoekers vonden het virus inmiddels bij verschillende vogelsoorten in Nederland. Paarden en mensen zijn eindgastheren, zij kunnen het virus niet aan muggen geven. De meeste mensen merken niets van een
besmetting, op een jeukende muggenbult na. Negentien procent krijgt lichte griepklachten zoals koorts, spierpijn en hoofdpijn. Ongeveer één procent wordt flink ziek en belandt in het ziekenhuis, waardoor wetenschappers het werkelijke aantal besmettingen veel hoger inschatten dan de officiële cijfers. Bij paarden verloopt de infectie meestal mild, maar zo'n 10 procent ontwikkelt ernstige neurologische verschijnselen zoals spiertrillingen en een dronkemansgang. Van deze groep gaat iets meer dan een derde dood of moet worden geëuthanaseerd. Voor mensen is er geen vaccin beschikbaar. Sinds 2014 liggen twee kandidaatvaccins op de plank, maar de ontwikkeling stokte door gebrek aan financiering. Voor
paarden bestaat wel een effectief vaccin, al wordt dat weinig gebruikt. ‘Het is een kostbare vaccinatie en ik denk dat het voor veel paardeneigenaren nog een beetje een ver-van-hun-bed-show is’, zegt Graham. Zelf kun je wel iets doen: de huissteekmug legt haar eitjes in stilstaand water, dus regentonnen goed afsluiten en ‘Ik sluit niet uit gieters of bakdat er meer jes water leegbesmettingen gooien, helpen volgen’ broedplaatsen voorkomen. Volgens Sander Koenraadt, hoogleraar Ecologie en bestrijding ziekte-overdragende vectoren, is de impact op de volksgezondheid nu nog laag, maar zijn mugoverdraagbare ziekten sterk in opkomst. ‘In Zuid-Europa komen al flinke uitbraken voor,’ zegt hij, ‘een klimaat dat Nederland door klimaatverandering over een paar jaar mogelijk ook kent.’
Stilstaand water is een ideale broedplaatsen voor muggen. Hoogleraar Sander Koenraadt: ‘Mensen zetten door de droogte bakjes water neer om vogels te helpen, maar daarmee help je dus ook de mug.’ Foto Unsplash/Vincent Etter
Mugachtige vliegen, zoals muggen en knutten, vliegen met een extreem hoge en energieslurpende frequentie van hun vleugels. Die inefficiëntie heeft (deels) te maken met seks. Tekst Roelof Kleis Illustratie Marly Hendricks
D
at laat onderzoek zien van de groep van Florian Muijres, hoogleraar Experimentele Zoölogie. Muijres is geobsedeerd door vliegen. Niet zozeer de beestjes, maar de bewegingsvorm. En dat van de tweevleugeligen, de vliegen, in het bijzonder. ‘Vliegen zijn enorm interessante vliegers. Ze hebben naast twee vleugels ook twee halters; achtervleugels die zich hebben ontwikkeld tot enorm goede zintuigorganen. Het zijn gyroscopen die heel nauwkeurig rotatie meten, wat maakt dat ze exceptioneel goed kunnen manoeuvreren en vliegen.’ Muijres kreeg een Vidi-beurs om het vlieggedrag van vliegen te ontrafelen. Van 133 soorten, voornamelijk verzameld in en om Wageningen, werden lichaam en vleugels bemeten. Van 46 soorten werd het vluchtgedrag met drie supersnelle camera’s gefilmd. Uit die beelden werd de aerodynamica van de beestjes tot in detail ontleed. Werk waarvoor volgens Muijres vooral zijn speciaal voor dit project aangetrokken collega’s Camille le Roy en Ilam Bharathi alle credits verdienen.
Vliegblauwdruk
Die 46 soorten zijn volgens Muijres een goede afspiegeling van de 160.000 (!) beschreven soorten vliegen. Dat is 15 procent van alle beschreven diersoorten. Muijres: ‘Vliegen behoren tot de evolutionair meest succesvolle groepen op aarde. Vliegen is een energetisch kost-
bare manier van voortbewegen. Maar het voordeel is ook enorm: je kunt snel grote afstanden afleggen.’ Maar ondanks de enorme diversiteit vliegen is de vliegbeweging zelf verrassend
De vleugelslag van muggen is buitensporig hoog en hun vlucht veel minder efficiënt dan van veel vliegen eenvormig. ‘In de evolutionaire biologie is de consensus dat gedrag plastischer is dan vorm’, licht Muijres die verrassing toe. ‘Gedrag is makkelijker aan te passen dan uiterlijke vorm. Maar onze resultaten laten zien dat dat niet het geval is voor het vliegen. Er is eigenlijk maar één blauwdruk voor vlieggedrag en de onderliggende aerodynamica.’ Dat laatste is belangrijk. Aerodynamica dicteert dat er maar één nauwe set van vlieggedrag mogelijk is om zo efficiënt mogelijk genoeg kracht te ontwikkelen om in de lucht te blijven. Maar muggen onttrekken zich daaraan. Hun vleugelslag is buitensporig hoog en hun vlucht daarmee tot wel drie keer minder effici-
ënt dan van bijvoorbeeld een fruitvliegje van dezelfde afmetingen. Seks speelt daarbij een rol.
Groot lab
Mugachtigen paren in een zwerm. Mannetjes vinden vruchtbare vrouwtjes in die zwerm met hun vleugels, legt Muijres uit. ‘Mannetjes hebben antennes. Daarmee horen ze de boventonen als hun slag interfereert met die van een vrouwtje. De hogere vleugelslag die daarvoor nodig is, kost drie keer zoveel energie als de normale slag. Maar niet elk mannetje kan dat even goed. Vrouwtjes pikken de beste eruit.’ De waarnemingen van Muijres en zijn team sluiten aan bij deze theorie. Maar het echte bewijs moet nog worden geleverd. ‘Dan moet je interacties tussen mannetjes en vrouwtjes in een zwerm detecteren. Bij de leerstoelgroep Entomologie hebben we een groot lab opgezet, waarin we zwermen kunnen creëren en filmen. Daar kunnen we dit verder onderzoeken.’
10•09•2026 PAGINA 9
MUGGEN ZIJN BUITENBEENTJES
Resource
WETENSCHAP
WETENSCHAP
proefschriften
in 't kort
Bakjes pleur Mensen met darmkanker die koffiedrinken, kunnen dat maar beter blijven doen. Liefst vier koppen per dag. Hun overlevingskans neemt daardoor aanzienlijk toe, laat onderzoek van de Nigeriaanse Abisola Oyelere zien. Het verband is overduidelijk, het mechanisme daarentegen niet. Oyelere vond wel stoffen in het bloed die mogelijk een rol spelen, maar hun functie blijft vooralsnog onduidelijk. rk Brewing the Evidence. Abisola Oyelere Promotor Ellen Kampman
Bodempatiënt Antibiotica die in de veehouderij worden gebruikt, komen via de mest op het land. Wat doet dat met het bodemleven? Promovendus Zhongchen Yang uit China spitste die vraag toe op microben die betrokken zijn bij de stikstofkringloop. Antibiotica treffen deze ‘onbedoelde patiënten’ wel, maar de invloed is moeilijk vast te stellen in de ingewikkelde ecologie van de bodem. Yangs advies: gebruik minder antibiotica. Uit voorzorg, want dat is wel zo veilig. rk The unintended patient. Zhongchen Yang Promotoren Gerlinde de Deyn en Jan Willem van Groenigen
DE STELLING
Resource
10•09•2026 PAGINA 10
Promovendi lichten hun meest prikkelende stelling toe. Dit keer Elena Vincenzi, die afgelopen mei promoveerde op onderzoek naar hoe tomatenplanten reageren op verrood licht om daarmee de verlichting in kassen voor de tomatenteelt te optimaliseren. Tekst Ning Fan
Aan het stuur Het hormoon auxine stuurt tal van genen aan die een centrale rol spelen in de ontwikkeling van planten. Dat doet het niet rechtstreeks. De invloed verloopt via het transcriptie-eiwit ARF, dat genen aan- of uitzet. De hoeveelheid van dat eiwit is natuurlijk zelf ook weer aan sturing onderhevig. Martijn de Roij toonde aan hoe die sturing van het transcriptie-eiwit werkt. Een knappe nieuwe stap in het ontrafelen van actie en reactie in de het plantenleven. rk Auxin Response Factor proteolysis. Martijn de Roij Promotor Dolf Weijers
‘Netwerkvaardigheden zijn in de academische wereld net zo belangrijk als technische vaardigheden’ ‘Toen ik begon na te denken over het leven na mijn promotie, drong het tot me door hoe belangrijk netwerkvaardigheden zijn. Promoveren vereist een breed scala aan vaardigheden, maar aan netwerken en het op een duidelijke en boeiende manier communiceren over je onderzoek wordt vaak onvoldoende aandacht besteed. En dat terwijl netwerkvaardigheden je gedurende je hele carrière van nut blijven. Een sterk netwerk maakt het ook makkelijker om je resultaten te delen, feedback te krijgen en nieuwe mogelijkheden te verkennen. Het opbouwen van zo’n netwerk kost echter tijd, dus het is belangrijk om er al vroeg in je promotietraject mee te beginnen. Er is niet één juiste manier om te netwer-
ken. Mensen bouwen op verschillende manieren relaties op. Sommigen geven de voorkeur aan persoonlijke interacties, zoals het bijwonen van conferenties of informele koffieafspraken, terwijl anderen zich meer op hun gemak voelen bij online contacten en het delen van hun werk via digitale platforms. Netwerken kan ook in kleine academische settings, zoals het geven van presentaties aan andere onderzoeksgroepen of het deelnemen aan seminars. Omdat mensen verschillende persoonlijkheden hebben, werkt netwerken niet voor iedereen op dezelfde manier. Ik ben nog steeds verschillende manieren van netwerken aan het uitproberen en ik ontdek geleidelijk aan wat voor mij het beste werkt.’
COLUMN Genetische diversiteit Borneo-olifanten zorgwekkend laag Nog maar net staat vast dat de Aziatische olifanten op het eiland Borneo een aparte ondersoort vormen, of ze blijken zo’n extreem hoge mate van inteelt te hebben dat behoud om ingrijpen vraagt. Jeroen Kappelhof, promovendus bij de leerstoelgroep Animal Breeding and Genomics, stelde zo’n drie jaar geleden vast dat de olifanten van Borneo een aparte ondersoort vormen. Deze Elephas maximus borneensis werd in 2024 officieel erkend. Onlangs bracht Kappelhof een nieuwe paper uit, gebaseerd op analyse van 81 DNA-samples, met alarmerende bevindingen over precies die ondersoort. Centraal in de paper staan de zogenoemde runs of homozygosity (ROH), een De inteelt dateert graadmeter van de van de laatste mate van inteelt. paar generaties ROH’s zijn strengen genetisch materiaal waarin de chromosoomkopieën (vrijwel) identiek zijn, ofwel homozygoot. Bij de olifanten van Borneo lag dat ROH-aandeel op maar liefst 65 procent. ‘Zo’n hoog aandeel zie je zelden en is beslist zorgwekkend’, licht de dierwetenschapper toe.
Lichtpuntje De ROH’s die Kappelhof vond bij de Borneose DNA-samples, waren relatief lang. Dat wijst erop dat de inteelt dateert van de laatste paar generaties. Lichtpuntje is dat de genetic load niet veel hoger lijkt dan bij de andere onder soorten: uit de analyse kwamen niet meer schadelijke genetische mutaties naar voren. Evenmin heeft de onderzoeker aanwijzingen dat de geringe genetische diversiteit leidt tot problemen met gezondheid of fertiliteit. ‘Althans: voor zover wij weten’, nuanceert Kappelhof, die naast promovendus ook directeur Conservation and Science is bij Diergaarde Blijdorp. ‘In het wild is het natuurlijk lastig om dat goed te observeren. Maar bij de Borneose olifanten in Europese dierentuinen zien we geen gekke dingen. Ze planten zich ook goed voort.’ Niettemin adviseert zijn onderzoeksteam om te overwegen om in te grijpen, met introductie van genetisch materiaal uit andere ondersoorten. me
AI-nieuwsgierigheid Aan de nieuwe studenten zeg ik: welkom! En aan onze terugkerende ouderejaars: welkom terug. Ik wens jullie allen een schitterend academisch jaar aan onze leuke universiteit. Uw nederige columnist heeft genoten van de vakantie en start het jaar met frisse energie, een nieuw vak, jonge onderzoekers vol ideeën en – natuurlijk – weer een paar weken met afgewezen subsidies. Nu AI zich in razend tempo ontwikkelt, en OpenAI-agenten zich als digitale termieten verenigen om HuggingFace te hacken, rijst de vraag of de mensheid überhaupt nog nodig is. En specifieker: of een universiteit er nog wel toe doet. Waarom zou je nog leren schrijven, statistiek doen of brainstormen, als AI het sneller, slimmer en vaak beter kan? Veel van wat we hier leren en oefenen zal in de toekomst worden overgenomen of al verouderd zijn tegen de tijd dat je je diploma haalt. Ook ik stelde mezelf de vraag: is mijn onderzoek nog wel relevant? Blijft het dat? Het antwoord kwam deels toen ik samen met NRC-columnist dr. Rosanne Hertzberger in diabetescijfers dook. We merkten dat de langetermijnprognoses voor diabetes niet overeenkwamen met de gerealiseerde incidentie – iets wat pas duidelijk werd door ouderwets puzzelen, nieuwsgierigheid en
het combineren van verschillende datasets en experts. Was het mijn core-expertise? Nee. Had AI het sneller geschreven? Zeker. Maar het begon met verwondering, en eindigde met het leggen van een betekenisvol verband. Juist dat is niet makkelijk te automatiseren.
‘Ook ik stelde mezelf de vraag: is mijn onderzoek nog wel relevant? Blijft het dat?’
Dus ja, AI gaat veel overnemen. Maar kritisch denken, vragen stellen en context begrijpen blijft mensenwerk – en essentieel voor een leven dat je niet alleen doorleeft, maar ook begrijpt. En dat leer je gelukkig nog steeds hier – als student én als docent, elke dag opnieuw. Veel succes dit jaar. En veel plezier ook. En vergeet niet af en toe jezelf eerst een goede vraag te stellen – vóór ChatGPT je antwoorden geeft. Reageren? Ga naar resource-online.nl
Guido Camps Guido Camps (43) is dierenarts en onderzoeker bij Humane Voeding en OnePlanet. Hij houdt van bakken, bijen houden en bijzondere dieren.
ORGANISATIE
Stoppen met je PhD
Niet makkelijk wel dapper Hora Finita. Elk jaar verdedigen zo’n driehonderd Wageningse promovendi hun proefschrift. WUR lijkt soms een heuse promovendusfabriek. Maar hoe zit het met degenen die de eindstreep niet halen? Een inkijkje in hun proces van twijfel, frustratie en opluchting. Tekst Nicole van ’t Woud Hofland
Resource
10•09•2026 PAGINA 12
P
arijs, 2014. Het is een mooie lentedag, maar het vrolijke zonnetje staat in schril contrast met mijn humeur. Na een half jaar promotieonderzoek is de moed me diep in de schoenen gezonken. Elke dag moet ik mezelf met de grootste moeite uit bed hijsen en richting het lab slepen. Ik ben er klaar mee. Tegenover me op het terras zit een oud-collega. Ik spreek het voor het eerst hardop uit: ik wil stoppen. ‘Dat kun je écht niet doen’, antwoordt hij. ‘Niemand, echt niemand, zal je ooit nog aannemen.’ Wie aan een PhD begint, doet dat doorgaans vol goede moed. Ook Koen* herinnert zich dat eerste enthousiasme nog goed. ‘In het begin leef je in een soort honeymoonfase: je voelt je euforisch. Iemand geeft je een kans om je carrière, je leven, te veranderen.’ Maar die roze wolk van Koen lost snel op. Hij werkt nauw samen met een collega-promovendus, maar merkt al snel hoe verschillend ze werken. Zij wil elke stap gedetailleerd uitvoeren; hij wil prioriteren en zijn tijd efficiënt gebruiken. ‘Uit vorige projecten wist ik dat niet alles perfect hoeft; daar is geen tijd en geld voor.’ De verschillende werkstijlen leiden tot groeiende
f rustratie. Zij vindt dat hij niet genoeg zijn best doet, hij voelt zich geremd. Dat begint te knagen. Twijfel over een promotie is niet uitzonderlijk, volgens Nicole Rodenburg. Als PhD-adviseur bij onderzoeksschool WIAS spreekt ze promovendi die vastlopen met hun onderzoek, begeleiding of persoonlijke omstandigheden. ‘We bieden vertrouwelijk advies, coaching en ondersteuning.’ Ook buiten Wageningen bestaan die twijfels. Uit een landelijke enquête blijkt dat maar liefst 41,6 procent van de Nederlandse promovendi weleens overweegt om te stoppen. Zes procent doet dat zeer regelmatig. Dat betekent niet dat zij daadwerkelijk vertrekken. Landelijk haakt zo’n 25 procent voortijdig af. Bij WUR ligt het aantal definitieve uitvallers met veertien procent aanzienlijk lager. ‘Iedere PhD’er heeft weleens een dipje’, zegt Rodenburg. ‘Het verschil zit hem in de duur en de oorzaak van de problemen. Is iemand tijdelijk ongelukkig omdat een experiment drie keer is mislukt? Of is het werkplezier al maanden verdwenen? En
vooral: valt er iets aan te veranderen?’ Rodenburg ziet geregeld dat een project nog kan verschuiven. Een onderzoeker die het project bijvoorbeeld te theoretisch vindt, kan samen met de begeleider zoeken naar een praktischere invalshoek.
Oplichterssyndroom Maar niet elk probleem laat zich oplossen, zoals Alyssia ervaart. Haar begeleider kijkt continu over haar schouders en merkt na drie maanden op dat ze nog weinig experimenten heeft gedaan. Dat zet druk op de ketel. ‘Ik had het gevoel dat ik me steeds moest verantwoorden.’ Tijdens het evaluatiemoment krijgt ze voornamelijk verbeterpunten te horen: meer literatuur lezen, bijvoorbeeld. ‘Mijn eerste reactie was: aaaargh, negatieve feedback’, herinnert Alyssia zich. De opmerkingen voelen als een oordeel over haar functioneren. ‘Ik kreeg het idee dat ze me niet goed genoeg vonden, maar me vanuit de goedheid van hun hart tóch lieten doorgaan.’ Dat voedt haar al langer aanwezige onzekerheid. ‘Ik dacht altijd: als je een PhD doet, moet je echt een genie zijn. En dat ben
Resource 10•09•2026 PAGINA 13
Mirjam Hemelaar had ‘vanaf de eerste dag al twijfels’ of promotieonderzoek doen wel bij haar paste. Inmiddels werkt ze bij de TU Delft als opleidingscoördinator en secretaris examencommissie voor de faculteit Aerospace Engineering. Foto Sam Rentmeester
‘Als ik dit nog anderhalf jaar moet volhouden, blijft er niets meer van me over’ ik niet.’ Ze is van nature streng voor zichzelf en de nadruk op wat er nog mist, helpt daar niet bij. ‘Je wilt ook wel eens horen wat er wél goed gaat.’ Bij Yvan* ontstaat de twijfel ergens anders. Hij begint in 2017 aan een kankeronderzoek bij een goed aangeschreven onderzoeksgroep. Een slimme keuze voor zijn carrière, denkt hij. Maar wanneer Yvan zich verder in het onderzoek verdiept, blijkt het project minder vernieuwend dan hij aanvankelijk dacht. Veel van het werk komt neer op het herhalen van bestaand onderzoek. ‘Ik twijfelde of mijn
begeleiders het project wel goed hadden doordacht, maar als ik er vragen over stelde, wimpelden ze me af.’
Mismatch Soms ligt het probleem helemaal niet bij het project of de begeleiding. Mirjam ontdekt dat onderzoek doen haar weinig energie geeft. ‘Vanaf de eerste dag had ik al twijfels.’ Ze houdt niet van de lange, onvoorspelbare route van experimenten en de onzekerheid of het überhaupt ergens toe leidt. Tijdens een loopbaancursus valt het kwartje. Een van haar belangrijkste waarden is dienstbaarheid: ze krijgt energie van mensen begeleiden en helpen. ‘Ik kon bijna niets linken aan mijn promotieonderzoek.’ Fabian ontdekt dat een promotie niet altijd opweegt
tegen wat je ervoor moet achterlaten. Hij kampt met heimwee en zijn vriendin woont aan de andere kant van het land. Voor hem blijkt de beslissing uiteindelijk eenvoudiger dan voor veel anderen: hij keert terug naar huis. Rodenburg probeert niet iedere twijfelende promovendus koste wat kost binnenboord te houden. Soms kan een nieuwe onderzoeksrichting of andere begeleiding het verschil maken. Soms moet iemand simpelweg door een moeilijke periode heen. Maar als het werkplezier structureel verdwijnt, verandert de vraag. Dan gaat het niet meer over hoe krijg ik deze PhD af?, maar over wat levert
ORGANISATIE
doorgaan mij nog op? ‘En dan moet stoppen een volwaardige en geaccepteerde optie zijn’, aldus Rodenburg.
De knoop doorhakken
Resource
10•09•2026 PAGINA 14
Die omslag komt bij Koen pas in zijn derde jaar. De samenwerking met zijn collega-promovendus blijft moeizaam. ‘Zij had een zeer uitgesproken mening en ik cijferde mezelf steeds meer weg,’ vertelt hij. Daardoor brokkelt zijn zelfvertrouwen langzaam af. ‘Of het nu ging om een ingewikkelde data-analyse of het tikken van een simpele e-mail: bij alles vroeg ik me af of ik het wel goed deed.’ Uiteindelijk neemt hij een besluit: ‘Ik dacht: als ik dit nog anderhalf jaar moet volhouden, blijft er niets meer van me over.’ Tot zijn verbazing reageren zijn begeleiders opgelucht. Niet omdat ze hem kwijt willen als onderzoeker, maar omdat ook zij zien dat ze hem als persoon verliezen. Yvan blijft maandenlang in ontkenning tijdens zijn kankeronderzoek. Ondertussen ontdekt hij dat de gemiddelde promotieduur binnen het instituut zeven jaar bedraagt. Collega’s doen de immense druk af als iets wat er nu eenmaal bij hoort. ‘Ze zeiden: Als je hier stopt, wat ga je dan doen? Het wordt nergens beter dan dit. Dat zij die situatie als normaal beschouwden, was voor mij juist het teken om weg te rennen.’ Alyssia* merkt dat haar werk-privébalans volledig ontspoort. ‘Van zes uur ’s ochtends tot het moment dat ik naar bed ging, zat ik te stressen vanwege werk.’ Een collega zegt iets wat blijft hangen: waarschijnlijk zijn er veel promovendi die willen stoppen, maar het niet durven. Misschien is stoppen dus niet de makkelijke keuze, maar juist de dappere.
Slechts een baan Dat beeld staat haaks op het hardnekkige idee dat een PhD afmaken een kwestie van doorzetten is. Wie stopt, heeft het niet gered. Koen: ‘Opstappen stond voor mij gelijk aan falen.’ Daar komt de angst voor het oordeel van anderen bij: ‘Ik was bang dat ik het signaal zou geven dat
Zes tips
van voormalig promovendi 1
Een dip hoort erbij, maar doorbijten is niet altijd de oplossing. Elk
2
en promotieonderzoek past niet bij iedereen. E Dat is geen persoonlijk falen. Het is oké om tijdens een PhD te ontdekken dat de academische wereld, het onderzoek of de manier van werken niet bij je past.
3
raat over je twijfels voordat je de knoop doorhakt. Een PhD-adviseur kan P helpen om uit te zoeken waar het probleem precies zit en wat er nog te veranderen valt. Zo iemand kent het promotietraject en staat niet zo dicht bij je als familie, vrienden of collega’s.
4
acht niet tot je zelfvertrouwen helemaal verdwenen is. Problemen worden W niet vanzelf kleiner als je ze voor jezelf houdt. Bespreek het met je begeleider of iemand die je vertrouwt, ook als je bang bent dat je daarmee laat zien dat je het niet aankunt.
5
toppen maakt de jaren van je PhD niet waardeloos. Ook zonder doctorstitel S houd je kennis, onderzoekservaring en allerlei vaardigheden over. Die kunnen in een volgende baan juist goed van pas komen.
6
et is geen laffe keuze. Waarschijnlijk zijn er veel promovendi die willen stoppen, H maar het niet durven. Misschien is stoppen dus niet de makkelijke keuze, maar juist de dappere.
promotietraject kent ups en downs, maar alleen doorgaan om het traject koste wat kost af te maken, is niet voor iedereen de juiste keuze. Je leven is kort en werkplezier is ook wat waard.
ik niet tegen een stootje kan’, vult een andere ex-promovendus aan. Rodenburg herkent dat. ‘Het is gek eigenlijk. We vinden het normaal om te wisselen van baan als die niet past. Een PhD is in essentie ook gewoon een baan. Stoppen hoeft dan niet te betekenen dat je iets niet kunt, maar dat je hebt ontdekt dat dit werk of deze omgeving niet bij je past.’ Wie stopt, neemt bovendien ervaring mee. Onderzoek doen, schrijven, analyseren, plannen, samenwerken: die vaardigheden verdwijnen niet zodra het proefschrift van tafel gaat. De uitkomst verschilt vervolgens per persoon. Koen blijft een tijdje bij de afdeling in een ondersteunde functie en werkt nu buiten de academische wereld in het buitenland. Alyssia reist, vindt uiteindelijk een gevarieerde onderzoeksbaan en ontdekt
dat ze het laboratoriumwerk nog steeds leuk vindt, zolang het niet haar hele leven beheerst. Yvan start een nieuw promotietraject, dit keer in Wageningen, en rondt hem nu wél af. En ik? Ik besloot het advies op het Parijse terras in de wind te slaan en nam ontslag. Natuurlijk, wie stopt, verliest iets: een titel, een afgerond project samengevat in een glanzend proefschrift en soms een zorgvuldig uitgestippeld carrièrepad. Maar de verhalen van Koen, Alyssia, Yvan, Fabian en Mirjam laten ook zien wat ervoor in de plaats kan komen: ruimte, een betere baan, minder stress. En soms zelfs een tweede kans op een PhD. ■ *De geïnterviewden in dit artikel wilden (deels) anoniem blijven. De echte en/of volledige namen zijn bij de redactie bekend.
AI, WHAT’S NEW
AI, DUBBELE STANDAARD Het gebruik van AI is niet meer weg te denken uit het onderwijs, maar heeft ook problematisch kanten, zegt masterstudent Environmental Sciences Anita Fiorini. In haar thesis Imagining education in times of AI legt ze de vinger op een paar zere plekken. Tekst Roelof Kleis Fiorini sprak voor haar onderzoek met WUR-kopstukken uit het onderwijsveld en enkele studenten. Op hoofdlijnen is de consensus groot. AI is onvermijdelijk, transformatief en we moeten er verantwoord mee omgaan, bijvoorbeeld als het gaat om duurzaamheid en privacy.
Kijken studenten en onderwijsmedewerkers verschillend tegen AI in het onderwijs aan? ‘Als ik studenten vraag hoe ze over AI denken, is duurzaamheid een van de eerste onderwerpen die ze noemen. Onderwijsmedewerkers noemen vooral privacy en ethiek. WUR afficheert zichzelf als meest duurzame universiteit in de wereld, dat brengt extra verantwoordelijkheid en eigen standaarden met zich mee. WUR moet laten zien zich bewust te zijn van de impact van AI op het milieu.’
AI rukt onstuitbaar op in onderwijs en onderzoek. Hier laten we elke maand zien hoe docenten en onderzoekers de mogelijkheden verkennen.
AI ontwikkelt zich razendsnel. Zijn specifieke richtlijnen wel mogelijk? ‘Over veiligheid en privacy kun je heel specifiek zijn. Wat kun je wel uploaden en wat niet? Wat activiteiten betreft is het lastiger. Er is een grijs gebied, waar je per geval keuzes moet maken. Daarover moet je met elkaar praten, anders weet je niet wat er gaande is.’
Jij constateert een dubbele standaard in AI-gebruik. Als docenten het doen is het goed, als studenten het doen spelen ze vals. ‘Het onderliggende idee is dat docenten ervaren zijn en weten wat ze doen. Maar op AI-gebied zijn we allemaal even onervaren. Uit onderzoek blijkt dat de meeste studenten helemaal niet vals willen spelen om een hoger cijfer te halen. Die dubbele standaard is oneerlijk. Waarom is er geen AI-richtlijn voor docenten? Als studenten moeten laten zien hoe ze AI gebruikt hebben, dan docenten ook. Ik wil als student weten of de feedback op een werkstuk van de docent komt of van AI. En of mijn werk daarvoor is geüpload.’
Heb jij AI gebruikt voor deze thesis? ‘Ja, in de beginfase en later om zinnen te herformuleren. Aanvankelijk verzweeg ik dat voor mijn begeleiders. Dat is interessant: ik ken de richtlijnen goed en wat ik deed, is toegestaan. Toch voelde het als een taboe, alsof ik iets fout deed. Alsof ik niet al het werk zelf had gedaan. Maar het is wel mijn werk. AI speelde een rol, maar alleen ondersteunend. Dat was voor mij een belangrijk inzicht.’
Jij pleit voor een groot onderzoek onder studenten. ‘Ik denk dat het goed is om te weten wat studenten denken en willen. Zo’n studie is een paar jaar geleden ook al eens gedaan. Maar in AI-tijd is dat een eeuwigheid geleden.’ ■
Sinds deze zomer zijn er richtlijnen voor onderzoekers. Zij moeten rekening houden met hoe hun AI-gebruik zich verhoudt tot de energietransitie van WUR. Is dat genoeg? ‘Nee, niet genoeg en niet specifiek genoeg. Hiermee creëer je alleen maar onduidelijkheid. Dan weet je als onderzoeker nog niet wat je moet doen. Met zo’n richtlijn laat je een kans liggen om er meer open over te zijn. En juist openheid en communicatie zijn erg nodig.’
‘Als ik studenten vraag hoe ze over AI denken, is duurzaamheid een van de eerste onderwerpen die ze noemen.’ Foto Shutterstock
WETENSCHAP
De droge, hete zomer van 2026
Druppels op de plaat De zomer was lang, droog en heet. Wat kan de wetenschap doen om de gevolgen te beperken? Drie PhD’ers promoveren deze maanden op hun oplossingen om stress bij gewassen eerder te zien, de grond nat en de hitte in de stad draaglijk te houden. Druppels op een gloeiende plaat. Maar alle kleine beetjes helpen. Tekst Roelof Kleis Illustratie Valerie Geelen
Resource
10•09•2026 PAGINA 16
Droogtestress zien met drones
Dat een plant lijdt onder droogte is met het blote oog te zien. De blaadjes hangen slap en de plant ziet er verlept uit. Droogtestress is dan al in een vergevorderd stadium. Wat het blote oog niet ziet, is wanneer dat proces begint. Drones met thermische infraroodcamera’s aan boord zien dat wel. Promovendus Quanxing Wan verfijnde de techniek om de metingen betrouwbaarder te maken. Planten met waterstress (dorst) sluiten hun huidmondjes, legt Wan uit. Zo gaan ze verdamping tegen en voorkomen ze verder waterverlies. Als gevolg daarvan stijgt de temperatuur van de plant. Dat kun je meten. Thermische infraroodcamera’s zien dorst ver voordat de plant zichtbaar tekenen vertoont van waterstress. Dat is de theorie. De praktijk is een stuk weerbarstiger. Het temperaturen van een plant vanuit een overvliegende drone is zo eenvoudig niet. ‘De relatie tussen wat de sensor meet en de werkelijke temperatuur van de plant is ingewikkeld’, zegt Wan. ‘Je moet met veel omgevingsfactoren in het veld rekening houden. Met mijn onderzoek heb ik geprobeerd dichter bij die werkelijke temperatuur van de plant te komen.’ Wan deed zijn veldproeven op plotjes mais op de proefvelden bij Nergena. De temperatuurkaarten die dat opleverde, laten aanmerkelijke verschillen zien tussen de stroken mais. ‘Zo’n kaart met relatieve verschillen in temperatuur is de eerste stap. Door die temperaturen te vergelijken met geschikte referentie-omstandigheden kun je indices afleiden die aangeven hoeveel droogtestress de plant ervaart.’
Het einddoel van die operatie is het ondersteunen van precisie-irrigatie en het besparen op watergebruik. Niet lukraak sproeien, maar gericht beregenen waar en wanneer het nodig is. Het liefst met resultaten die de boer realtime informeren bij het nemen van beslissingen.
Naast afvoeren ook aanvoeren
Bestaande drainagesystemen ombouwen voor ondergrondse irrigatie. Het lijkt het ei van Columbus. Een derde van het landbouwareaal in Nederland wordt immers al gedraineerd. En subirrigatie kost minder moeite dan beregenen. Janine de Wit promoveerde voor de zomer op een studie naar dit fenomeen. Om een drainagesysteem geschikt te maken voor ondergrondse beregening is materieel weinig nodig. Een verzamelleiding en bescheiden regenput volstaan, met een balg en vlotter om het peil te regelen. Daarnaast is natuurlijk de aanvoer nodig van water in de put. De Wit beproefde het concept in Stegeren, Lieshout, Haaksbergen en America (NL); op hogere zandgronden met verschillende bodemprofielen en geohydrologische eigenschappen. Ze mat de effecten en modelleerde de gevolgen voor het totale watersysteem van het proefveld en de omgeving. Daaruit trok ze een aantal conclusies voor succesvolle toepassing van subirrigatie op grotere schaal. ‘De samenstelling van de bodem is belangrijk’, zegt De Wit. ‘De ondergrond moet weerstand hebben, bijvoorbeeld in de vorm van leemlaagjes, zodat het water niet als in een zandbak wegsijpelt. Samenwerking met de waterschappen is cruciaal. Het grondwaterpeil verhogen is lastig als tege-
Resource
Een rotswand aan de muur
De markt voorziet in diverse vernuftige (en dure) constructies om een gevel groen te maken. Met Plant Pixel ontwierp Maricruz Solera Jimenez een duurzaam systeem gemaakt van afval. Plant Pixel bestaat uit losse elementen, waarmee je je eigen compositie en gevelbeeld kunt maken. De doosjes van gerecycled hard pvc verschillen in diepte. Die verschillen zorgen voor reliëf aan de muur. Het idee is geïnspireerd op hoe planten op een onregelmatige rotswand groeien, zegt Solera Jimenez. ‘Die onregelmatige oppervlakken met holtes zorgen voor verschillende microklimaten. Dat hebben we proberen na te bootsen. De natuur is vaak het beste voorbeeld.’
Essentieel in het ontwerp is de manier waarop de planten water krijgen. In een rotswand zijn het de holtes die water vasthouden en zorgen voor kleine poeltjes water. ‘In mijn ontwerp heb ik dat nagebootst door de doosjes onder een kleine hoek van 15 graden te plaatsen. De modules zijn van binnen bekleed met gerecycled textiel dat water goed vasthoudt’, licht Solera Jimenez toe. Samen met de Duitse fabrikant van groene daken ZinCo, heeft Solera Jimenez het systeem uitvoerig getest. Aan de wand van een container werden verschillende opstellingen gebouwd en doorgemeten. Voor het groen gebruikte ze 22 verschillende soorten planten. De gevel verlaagt op een warme zomerdag de temperatuur dichtbij (10 cm) de wand 2,5 graden. Tijdens een hittegolf loopt dat op naar 5,5 graden. Iets verder (40 cm) van de wand is het effect 3,3 graden. ‘Dit is maar een klein prototype’, zegt Solera Jimenez. ‘Een groter oppervlak heeft waarschijnlijk een ander effect. Maar koeling van de luchttemperatuur is slechts één effect. Groene gevels verkoelen een gebouw ook vanbinnen. Het is een extra laag isolatie. De planten groeien bovendien deels buiten de boxen en zorgen voor schaduw. En ze vergroten de biodiversiteit natuurlijk.’ ■
10•09•2026 PAGINA 17
lijk het slootpeil laag blijft. En de kwaliteit en beschikbaarheid van het water zijn natuurlijk essentieel. Niet overal is voldoende water voor subirrigatie beschikbaar.’ Toch heeft subirrigatie toekomst, vindt De Wit. Maar ze pleit er niet voor maar lukraak overal dubbeldoel drainagesystemen aan te leggen. ‘Dit is een tussenoplossing, vooral geschikt voor de lagere gronden met drainage, een relatief hoge grondwaterstand en veel beschikbaar water. Voor de lange termijn kunnen we beter het landgebruik aanpassen. Bijvoorbeeld door op droge gronden gewassen te telen die daar ook tegen kunnen.’
Resource
10•09•2026 PAGINA 18
BEELD
Resource 10•09•2026 PAGINA 19
WAGENINGEN DE GEKSTE! Augustus is niet het beste moment om pieren te wippen. En zeker niet na een lange kurkdroge zomer. Toch werd voor deze ene keer het jaarlijkse Worm Charming van het voorjaar naar het einde van de zomer verplaatst. Zo viel het precies tijdens het International Symposium on Earthworm Ecology, dat voor het eerst in Wageningen plaatsvond. Een ludieke – wie vangt zo origineel mogelijk de meeste wormen – onderbreking van de wetenschappelijke ernst: de gekke uitdossingen en opmerkelijke vangmethodes waren er niet minder om. Op de foto wordt het geprobeerd met skippyballen. Wel origineel, niet winnend. rk Foto Guy Ackermans
ONDERWIJS
Studenten als leraar voor de klas
IN HET DIEPE De minor Educatie is al jarenlang de populairste minor van WUR en trok vorig jaar wederom een recordaantal studenten. In plaats van vakken te volgen, staan studenten van de lerarenopleiding zelf een half jaar voor de (middelbare-school-) klas. Twee studenten vertellen over hun ervaringen.Tekst Luuk Zegers
‘Zwaar werk’
Resource
10•09•2026 PAGINA 20
Femke Boersma (22), bachelorstudent International Land and Water Management, geeft aardrijkskunde op het Pantarijn in Wageningen. ‘Is voor de klas staan iets voor mij? Die vraag spookte al heel lang door mijn hoofd. Ik ben deze minor gaan doen om die vraag te beantwoorden. Je wordt in het diepe gegooid en staat al snel voor de klas. Het begin was zwaar: ik zag vooral waar ik nog niet zo goed in was. Maar er is veel begeleiding en je bent bewust bezig met je ontwikkeling, dus je leert in korte tijd een heleboel. Ik vind het een mijlpaal dat ik bijna een half jaar les heb gegeven. In die tijd zie je een transformatie in hoe ik voor de klas sta. ‘Ik heb vroeger zelf op het Pantarijn gezeten. Het is een fijne school met een goede sfeer en betrokken docenten. Vier jaar geleden heb ik mijn diploma gehaald. Het is grappig om de school vanuit een ander perspectief te ervaren. Vroeger praatte ik best vaak door de les heen. Nu zie ik pas hoe irritant dat eigenlijk is.
‘Vroeger praatte ik vaak door de les heen. Nu zie ik pas hoe irritant dat is.’
‘Ik geef drie dagen les. Op donderdag ben ik vrij en dan bereid ik mijn lessen voor. Op maandag komen alle minorstudenten bij elkaar op de uni. Het is leuk om elkaars verhalen en ervaringen te horen. Daarnaast werken we aan opdrachten en reflecteren we op onze ontwikkeling. Dat is veel werk naast al het lesgeven. ‘Leraar zijn is een ambacht. Door deze minor krijg je de bevoegdheid om voor de klas te staan. Maar net als bij autorijden geldt: nadat je een rijbewijs hebt gehaald, ben je niet meteen een geweldige chauffeur. De leercurve is stijl, je maakt fouten en moet daarmee leren omgaan. En het is lekker om een goede les te geven, maar lang nagenieten is er niet bij, want de volgende les moet je weer presteren.
‘Onlangs hebben mijn leerlingen mij feedback gegeven. Ze voelen zich gezien, waarderen de sfeer in de klas en mijn humor. Daar ben ik trots op. Is het onderwijs iets voor mij? Het antwoord op die vraag weet ik nog niet. Het is zwaar werk, je moet de hele dag aanstaan, en ik weet nog niet of ik de potentie heb om een écht goede docent te worden. Na een moeilijke dag denk ik van niet, maar na een goede dag met leuke gesprekken met leerlingen lijkt het me wel wat. Misschien kan ik dit parttime doen naast een andere baan. Wat ik wel zeker weet, is dat ik heel veel respect voor docenten heb gekregen.’
Resource 10•09•2026 PAGINA 21
De nieuwe lichting studenten van de minor Educatie. Foto Guy Ackermans
ONDERWIJS
‘Ik heb heel veel respect voor docenten gekregen’
‘Meteen voor de klas’
Thijs Beekman (23), masterstudent Biobased Sciences, geeft economie op het Pantarijn in Wageningen. ‘Toen ik hoorde dat deze minor bestond, dacht ik: dit is mijn kans om te ontdekken of het leraarschap iets voor mij is. Tijdens de eerste week op de uni krijg je een soort stoomcursus in lesgeven. Na die week ben je voornamelijk op je stageschool. Eerst kijk je mee hoe docenten het doen, maar
in de eerste week stond ik ook al voor de klas om iets uit te leggen. Dat was fijn, want hoe langer je wacht met voor de klas gaan staan, hoe spannender het wordt. ‘Ik geef les aan mavo-3, havo-3 en gymnasium-3. Bij de mavo gaat het vaak over maatschappelijke economie, zoals hoe een verzekering werkt. Bij het gymnasium is het wiskundiger, ben je meer met cijfers bezig en ga je vraag- en aanbodlijnen intekenen. ‘Lesgeven is een leerproces. Eerst wilde ik bijvoorbeeld economische voorbeelden uit het nieuws gebruiken om dingen uit te leggen, zodat leerlingen de relevantie ervan inzien. Maar toen bleek dat mijn
leerlingen het nieuws amper volgden, dus dan werkt zoiets niet. Op de universiteit maken we dingen graag complexer dan ze eigenlijk zijn. Op de mavo werkt dat totaal niet, dus probeer ik die complexiteit terug te brengen naar gewone-mensentaal die iedereen kan begrijpen. Anders ben je die leerlingen meteen kwijt. ‘Als rode draad houden we een portfolio bij over je eigen ontwikkeling qua competenties en eigenschappen. Dat werkt goed, maar op een gegeven moment ben je ook wel een beetje klaar met reflecteren. Alles bij elkaar is het wel pokkenveel werk. ‘Als je interesse hebt in het leraarschap en wilt uitzoeken of dat iets voor je is, kan ik deze minor zeker aanraden. Maar anders zou ik het niet doen, want een reguliere minor is een stuk makkelijker dan lesgeven op een middelbare school. ‘Na mijn master wil ik niet meteen fulltime het onderwijs in. Maar parttime lijkt me geen gek idee.’ ■
Resource
10•09•2026 PAGINA 22
Een minor als opleiding Piety Runhaar is een van de drijvende krachten achter WUR’s lerarenopleiding. De minor Educatie is twee jaar geleden door het bestuur erkend als officiële opleiding. ‘Gezien het aantal studenten, de zwaarte van deze minor en het feit dat we leraren opleiden, is dat ook wel terecht’, denkt ze. Studenten die de minor volgen, geven les op een middelbare school en volgen daarnaast meerdere vakken, vertelt Runhaar. Normaal gesproken volgen zo’n 30 à 35 studenten de minor per semester. Daarmee is het al een aantal jaar op rij de populairste minor van Wageningen. ‘Afgelopen semester waren het er zelfs 45’, vertelt Runhaar. ‘Daardoor kwamen we uit op 80 studenten vorig collegejaar, een record tot nu toe.’ Goed nieuws voor middelbare scholen, want die kampen al jaren met een lerarentekort. Vooral in de bèta-hoek, vertelt Runhaar. ‘Denk aan wiskunde, scheikunde en natuurkunde. In Wageningen zijn veel studenten met die onderwerpen bezig. Via deze minor kunnen zij ontdekken of het onderwijs bij hen past en de bevoegdheid verdienen om voor de klas te staan.’
Onderbouw
Studenten die de minor succesvol afronden, krijgen een ‘tweedegraadsbevoegdheid’. Daarmee mogen ze lesgeven aan alle onderbouwklassen op de middelbare school en op
de mavo ook aan examenklassen. Andere universiteiten bieden ook opleidingen voor een eerstegraadsbevoegdheid aan, waarmee je aan bovenbouwklassen van de havo en het vwo les mag geven. ‘Voor masterstudenten Molecular Life Sciences en Environmental Sciences hebben we daarvoor nu een samenwerking met de Radboud Universiteit. We willen kijken of we dat ook aan andere studenten kunnen aanbieden.’
Portfolio
Tijdens de minor houden studenten een portfolio bij en zijn er praktijkopdrachten. Zo moeten studenten nadenken over een zogenoemde escalatieladder. Runhaar: ‘Hoe ga je orde houden, wat is een eerste waarschuwing en wanneer neem je een maatregel, bijvoorbeeld om iemand de klas uit te sturen?’
Motivatie
Studenten die de minor doen krijgen veel verantwoordelijkheid. De intake is dan ook behoorlijk serieus, vertelt Runhaar. ‘Je moet gemotiveerd zijn, omdat je echte leerlingen les gaat geven.’ Een klein deel van de studenten komt er gaandeweg achter dat lesgeven niet bij ze past. ‘Maar veruit de meesten halen hun bevoegdheid.’
Al bijna een jaar doen onderzoekers van WUR pogingen om wolven in nationaal park De Hoge Veluwe te zenderen. De zenders moeten de gangen van de wolf in kaart brengen, vooral met het oog op interactie met de mens en andere grote zoogdieren. Dat zenderen blijkt een taaie klus. Tekst Roelof Kleis
V
oor het aanmeten van een halsband met zender, moet je een wolf eerst vangen. Tot nu toe lukte dat één keer. De wolf nam daarop direct de benen, zwierf richting Drenthe, kwam terug en sloot zich aan bij een roedel op de Utrechtse Heuvelrug. Dat was begin dit jaar. Sindsdien zijn de zender en de wolf van de radar. En nieuwe wolven zijn nog niet gevangen. ‘Het vangen kost gewoon heel veel tijd. Dat hadden we van tevoren anders ingeschat’, zegt hoogleraar Wildlife Ecology & Conservation Frank van Langevelde. Het heeft ook te maken met wettelijke beperkingen. Om een wolf een zender aan te meten, moet-ie door een dierenarts met een verdovingspijl worden geschoten. Dat moet van minder dan vijfentwintig meter afstand.
Lokschapen
En zo dicht bij een wolf kom je niet zomaar. ‘De jachtopzieners van park De Hoge Veluwe kennen het gebied van haver tot gort en hebben een vrij goed beeld van waar de dieren zitten. Maar zelfs met die kennis heeft de dierenarts maar een paar keer een wolf gezien. En
‘Wolven zijn superslim en supervoorzichtig’ maar een of twee keer was het dier binnen de vereiste schootsafstand.’ Ook plan B, het inzetten van kooien heeft tot nu toe niet het gewenste resultaat opgeleverd. Een van die kooien is een lokkooi. Van Langevelde: ‘Dat is een kooi van ongeveer twintig bij twintig meter, waarin een tweede kooi staat met schapen. De schapen zijn het lokkertje dat de wolven moeten verleiden de kooi binnen te gaan. Deze methode valt binnen de vergunning.’ Als dat gebeurt, klapt de val dicht, gaat een stil alarm af en komt de vangploeg in actie. Infraroodcamera’s om de kooi registreren wie de passant is, om vals alarm te voorkomen. Maar een wolf laat zich niet
Sporen van een wolf op de Veluwe. Foto Shutterstock
zo makkelijk in de val lokken. ‘Ze zijn superslim en supervoorzichtig’, zegt Van Langevelde. ‘De eerste keer benaderen ze zo’n kooi tot op een meter of vijf. Dan zie je ze een paar dagen niet. De volgende keer komen ze iets dichterbij.’ Eén keer was het bijna gelukt. Tot de camera een foto maakte en de wolf zich omdraaide en ‘m smeerde. ‘Hij voelde misschien de warmte van de infraroodsensor van de camera. Of hij hoorde toch iets van die camera wat wij niet horen.’
Vliegtuigje
Intussen ligt nog ergens die ene zender die wel een aantal maanden data heeft verzameld. Ondanks veel speurwerk is het ding nog niet gevonden. Zelfs een zoektocht met een vliegtuigje eind augustus boven de Heuvelrug en een deel van de Veluwe leverde niks op. ‘We konden wel de gezenderde edelherten op de Veluwe uitpeilen. Die zagen we al op 15 kilometer afstand.’ ■
10•09•2026 PAGINA 23
Een wolf laat zich lastig vangen
Resource
WETENSCHAP
WETENSCHAP
Menstrueren in Malawi Menstruatie is in Malawi nog altijd een taboe. Toch verzamelde onderzoeker Kesso Gabrielle van Zutphen maandenlang gebruikte maandverbanden van honderden meisjes om de hoeveelheid bloedverlies en het verband met ijzertekort te bepalen. ‘Het was het grootste avontuur van mijn leven.’ Tekst Anne van Kessel
Resource
10•09•2026 PAGINA 24
‘M
et een koelbox in de hand liepen we door de donkere gangen van de kostschool, mijn student en ik. Het was 6 uur ‘s ochtends en we waren op weg om de eerste gebruikte maandverbanden op te halen in de toiletten. We keken elkaar aan, lichtelijk in paniek en ik zei: het is begonnen.’ Na een jaar voorbereiding begon in Malawi het promotieonderzoek van Kesso Gabrielle van Zutphen naar ijzergebrek onder driehonderd meisjes tussen de 15 en 20 jaar. IJzergebrek kan leiden tot bloedarmoede (zie kader) en dat is een risico tijdens de zwangerschap; het kan onder meer leiden tot hevig bloedverlies bij de bevalling, legt Van Zutphen uit. ‘In lage-inkomenslanden is hevig bloedverlies bij de bevalling de belangrijkste oorzaak van vrouwensterfte (zie kader).’ Naar schatting heeft een derde van de jonge vrouwen in Malawi bloedarmoede, vertelt de Wagegeningse onderzoeker vanuit haar huis in Montreux, Zwitserland, het land waar ze opgroeide. Niet altijd komt dit door ijzergebrek, maar het is een van de belangrijkste oorzaken, naast bijvoorbeeld malaria. IJzer krijg je binnen via
eten, maar in een land als Malawi wordt veel nsima gegeten, een soort maïspap, die energierijk is maar veel fytaten bevat die de opname van ijzer remmen.’ Vlees wordt weinig gegeten, terwijl dat juist ijzerrijk is. Een andere belangrijke veroorzaker van ijzergebrek is een zware menstruatie. En zo ontstond bij Van Zutphen het idee om te bepalen hoeveel bloed jonge vrouwen tijdens hun menstruatie verliezen en hoeveel ijzer daarmee verloren gaat.
Gratis telefoon Maar hoe pak je zoiets aan in een land waar het woord menstruatie alleen al taboe is? Een jaar lang sprak de onderzoeker met allerlei betrokkenen om ze te overtuigen van de studie. Van mensen bij het districtsgezondheidsbureau tot aan het ziekenhuis dat de maandverbanden moest gaan analyseren, de directeuren van de negen kostscholen, dorpshoofden en natuurlijk de ouders en meisjes zelf. ‘Soms snap ik nog steeds niet hoe het ons gelukt is. Je hebt het hier over kinderen en over bloedverlies wat zo’n groot taboe is.’ Ze schrijft het toe aan het geweldige lokale team. En wat misschien ook heeft meegespeeld,
is dat alle deelnemende meisjes een smartphone kregen, lacht Van Zutphen. Oorspronkelijk was het plan dat de deelnemers daarop zouden bijhouden op welke cyclusdag ze zaten, welk maandverband ze gebruikten en hoe vol die verbanden waren op basis van pictogrammen. Voorwaarde was dat ze de telefoon nergens anders voor gebruikten, want telefoons zijn in de kostscholen verboden. ‘Achteraf hadden we kunnen weten wat er zou gebeuren. Het eerste meisje dat haar telefoon kreeg, pakte hem aan, stopte er een simkaart in en ging bellen. Toen hebben
IJzer
IJzer is essentieel voor de aanmaak van het eiwit hemoglobine in de rode bloedcellen dat zuurstof naar alle cellen in het lichaam vervoert. Daarnaast is het belangrijk voor hersenfuncties, de energieproductie in de cellen en voor spierkracht. Een laag ijzergehalte kan leiden tot uiteenlopende klachten. Bij een ernstig ijzertekort kan bloedarmoede ontstaan. Het hemoglobinegehalte is dan te laag. De ijzervoorraad in het lichaam wordt bepaald door de concentratie van het eiwit ferritine in het bloed te meten; een eiwit dat ijzer in het lichaam opslaat. Pas als die voorraad leeg is, gaat het hemoglobinegehalte dalen.
Resource 10•09•2026 PAGINA 25
Selfie van onderzoeker Kesso Gabrielle met op de achtergrond het team verpleegkundigen dat haar hielp met inpakken en uitdelen van maandverband op scholen.
we besloten de telefoons als bedankje aan het einde van de studie uit te delen en de meisjes schriftjes te geven om hun gegevens bij te houden.’
Koelbox vol verband Alle deelnemers kregen vlak voor ze ongesteld zouden worden het maandverband dat ze nodig hadden. In de negen kostscholen stond op iedere vrouwenwc een koelbox. ‘We wilden heel graag met kostscholen werken, omdat de meisjes daar ook wonen.’ Zodra de meiden een verband wisselden, stopten ze het gebruikte verband in een ondoorzichtige genummerde plastic zak, en die ging in de koelbox. De verpleegkundige van de school bracht elke dag die koelbox naar het laboratorium voor de analyse. ‘Het mooie vind ik dat het labwerk door mannen gedaan werd’, zegt de onderzoeker. ‘Zij zagen ook echt het belang van dit onderzoek. Voor hun dochters en vrouwen.’ In het laboratorium werden de maandverbanden schoongespoeld met sodiumhydroxide, waarna het bloed door een spectrofotometer ging om het hemoglobinegehalte te bepalen, een eiwit dat een belangrijke rol speelt in de ijzerhuishouding. Ook bepaalden ze de hoeveelheid bloedverlies en het ferritinegehalte; een ander belangrijk eiwit (zie kader).
‘Ik ben het hele land doorgereisd om gebruikte maandverbanden op te halen’
Van tevoren had Van Zutphen gezegd ‘de studie kan het hele jaar, behalve in de zomer, want dan zijn de scholen zeven weken dicht’. ‘Uiteindelijk kostte de voorbereiding zoveel tijd dat we precies voor de zomer begonnen.’ En dat leverde vele bijzondere momenten op. ‘Sommige meisjes waren op vakantie, dus ik ben het hele land doorgereisd om gebruikte maandverbanden op te halen. De langste rit duurde bijna een dag’. Het was zeven dagen per week heel hard werken, maar ik had het niet willen missen. Het was het grootste avontuur van mijn leven.’ Momenteel is ze in Zwitserland bezig met alle analyses. Over de resultaten kan ze nog niets zeggen, die moeten eerst gepubliceerd worden. Daarna wil ze heel graag terug om de resultaten te delen, vertelt ze geëmotioneerd. Ze legt uit dat veel onderzoekers die laatste belangrijke stap vergeten. Ze doen hun analyses, publiceren en
gaan door met de volgende studie. Maar, zegt ze, ‘deze meiden hebben ons zoveel gegeven - zowel hun lichaam als hun tijd. Dit zijn we aan hen verschuldigd.’ ■
Zwangerschap
Een zwangerschap vraagt veel ijzer voor de groei van het kind en de placenta en voor de toename van het bloedvolume van de moeder. Bloedarmoede tijdens de zwangerschap geeft een verhoogd risico op vroeggeboorte, een baby met een laag geboortegewicht, ontwikkelingsstoornissen bij het kind en hevig bloedverlies bij de bevalling. In Nederland komt hevig bloedverlies bij zes procent van de bevallingen voor, maar redden vrouwen het door bloedtransfusies. In lage-inkomenslanden is het de belangrijkste oorzaak van vrouwensterfte.
WETENSCHAP
De droge, hete zomer van 2026
Stress op het veld Droogte heeft de proefvelden van WUR flink geteisterd. Zelfs beregenen kon niet voorkomen dat de oogst matig is dit jaar. Tekst en beeld Roelof Kleis
Resource
10•09•2026 PAGINA 26
T
alis Bosma graaft met zijn beide handen in de grond. Het is de derde week in augustus. Na drie dagen met regen is het bovenste laagje van amper tien centimeter aarde zwart en vochtig. Daaronder is de bodem stoffig en droog. Kleine, rode aardappeltje komen tevoorschijn. Formaat krieltjes. En groter worden ze niet meer. ‘Het loof is al gemaaid voor de oogst.’ Een maand eerder dan normaal. De bedrijfsleider van Unifarm rijdt met de verslaggever een rondje langs de velden. Langs het resultaat van een lange droge zomer. Ja, het heeft inmiddels alweer een paar dagen geregend. Een millimeter of tien. Lang niet genoeg om de opgelopen schade uit te wissen. Die schade zie je meteen al goed aan het perceel olifantsgras dat pal achter Unifarm staat. ‘Een gewas van de Afrikaanse savanne’, zegt Bosma. ‘Kijk, de bovenkant is helemaal bruin. Deze gewassen kunnen wel tot twee meter diepte wortelen. In theorie zou-ie hier nooit last van droogte moeten hebben. Kennelijk staat het grondwater zo laag dat zelfs deze enorm sterke plant last heeft van droogte.’ Te vroege oogst, zoals bij de aardappelen, is het thema van deze rondrit. Of het nou om granen, veldbonen of zelfs de pompoenen gaat, de droogte heeft ze allemaal aangezet tot een vroege rijping. Noodrijping, noemt Bosma het. ‘De rijping is te vroeg ingezet. Door het droge weer is het aantal groeidagen ingekort. Dat heeft invloed
op zowel de kwaliteit als de opbrengst. Bij het graan betekent dat: minder en een beetje verschrompelde korrels. Zelfs de pompoenen, die relatief goed tegen droogte kunnen, zijn een stuk vroeger aan het rijpen dan gewoonlijk. Normaal gebeurt dat in de herfst. In september zie je dan het blad verkleuren. Dat is nu, halverwege augustus, al goed zichtbaar.’ Hebben Bosma en zijn team dan niet beregend? Nou en of er beregend is. ‘In juli zelfs praktisch non-stop. Dag en nacht zijn we met vier beregeningsmachines bezig geweest om alle proefvelden rond Wageningen op het goede moment nat te maken. Het was een soort rondreizend circus’, legt hij uit. Ze zijn er razend druk mee geweest om de proeven overeind te houden. ‘En ik denk
Opbrengst
De opbrengst van de WUR-velden worden verkocht aan commerciële partijen. Granen bijvoorbeeld gaan naar het Wageningse Rijnvallei, aardappels naar Avebe en suikerbieten naar Cosun. Biologische lupine vindt zijn weg naar Lekkerlupine en biologische haver naar De Halm. Gras en mais gaat naar veehouders waar mest mee wordt uitgewisseld. Dat levert jaarlijks 3-4 ton aan inkomsten op.
Resource 10•09•2026 PAGINA 27
‘In theorie zou olifantsgras hier geen last van droogte moeten hebben’
dat we de meeste proeven hebben kunnen laten slagen. Ook al moesten soms harde keuzes worden gemaakt, welke proef eerst. Zeker toen de temperatuur opliep richting de veertig graden.’ WUR beschikt over 225 hectare landbouwgrond in Wageningen die door Unifarm worden beheerd. Tussen de 20 tot 40 hectare daarvan wordt jaarlijks voor proeven gebruikt. Op de overige grond worden gewassen verbouwd voor de markt. Die overvloed aan grond is essentieel. ‘Een boer kan niet elk jaar hetzelfde gewas op hetzelfde veld verbouwen. Er is vruchtwisseling nodig, ook op proefvelden. Bovendien hebben behandelingen op proefvelden vaak invloed op de teelt van het jaar erop. Na een proef heb je minimaal vier jaar nodig om de bodem te egaliseren. Daar komt bij dat voor proeven vaak specifieke bodems worden gevraagd. Daardoor hebben we veel verschillend areaal nodig om proeven te kunnen doen.’
Pompoenen Op proefvelden wordt beregend. Op de overige velden niet. Het verschil is goed te zien aan de pompoenen die op beide velden worden geteeld. Waar niet is beregend, zijn de pompoenen aanmerkelijk kleiner. Toch is de beregening kennelijk niet afdoende om droogtestress te voorkomen. Of daardoor proeven zijn mislukt, is volgens Bosma moeilijk te zeggen. ‘In de landbouw is het heel normaal dat er schommelingen zijn in het weer. En het hangt er maar net van af wat het doel van de proef is.’ De droogte leidde wel tot opmerkelijke effecten, zoals de volledige afwezigheid van de beruchte aardappelziekte fytoftora. Door de droogte bleef de schimmel weg. In plaats daarvan waren er juist veel coloradokevers. ‘Die houden van droog en warm en vermenigvuldigen zich daardoor enorm snel. Ze hebben veel blad opgevreten. Dat bladverlies, in combinatie met de extreme warmte, heeft het gewas enorm beïnvloed.’ Weersextremen worden meer en meer het nieuwe normaal. Op een veldje aan het einde van de Bornsesteeg vinden twee droogteproeven plaats die daarop vooruitlopen. Onder tunnels van folie groeien uien, suikerbieten en aardappels. ‘In de tunnels worden extreme weersomstandigheden nagebootst’, licht Bosma toe. ‘In sommige wordt heel weinig beregend, terwijl andere veldjes juist
Talis Bosma, bedrijfsleider van Unifarm, laat de door de droogte klein uitgevallen aardappels zien.
extreem nat worden gehouden. Wat voor impact heeft dat op landbouwgewassen.’ Iets verderop groeit bloemkool. Daar worden ’s nachts een soort mobiele klimaatkamers met verwarming op gezet, om de nachttemperatuur kunstmatig hoog te houden. Bosma: ‘Warme nachten hebben een grote impact op de groei van bloemkolen. We bootsen hier na wat er gebeurt als het ’s nachts tien graden warmer is dan normaal. De hele nacht door worden door onderzoekers monsters genomen om te kijken wat er op moleculair niveau gebeurt in de plant. Maar dit jaar was het soms zo warm dat we die kamers niet eens hoefden gebruiken.’ ■
WETENSCHAP
De droge, hete zomer van 2026
DICHT OP HET VUUR Langdurige droogte en extreme hitte zorgen dit jaar voor uitzonderlijk veel natuurbranden in het zuiden van Europa. Drie Wageningse masterstudenten Earth System Sciences* helpen met hun weersvoorspellingen natuurbranden in Spanje onder controle te krijgen. ‘Als de wind draait, kan dat grote gevolgen hebben.’ Tekst Luuk Zegers
Resource
10•09•2026 PAGINA 28
T
erwijl de grootste branden ooit in Spanje door het land raasden, moesten de drie Wageningse studenten kalm blijven. Ze zijn gespecialiseerd in meteorologie en hebben een bijzondere interesse in natuurbranden. Op 6 juni begonnen Nora Schreuder (24), Tom Roukema (23) en Jonathan Eyken (22) aan hun stage bij de Catalan Fire and Rescue Services, de tak van de brandweer die zich bezighoudt met natuurbranden. Vanuit een kantoortje in de brandweerkazerne van Bellaterra (nabij Barcelona) vertellen ze via Teams over hun ervaringen. ‘We maken veel weersverwachtingen’, vertelt Roukema. ‘Elke ochtend geven we een weerupdate, zodat de brandweerlieden weten wat ze kunnen verwachten. Aan het einde van de dag doen we een voorspelling voor de volgende dag. En als er ergens een brand is, zoomen we in op de lokale processen rondom die brand, zoals waar komt de wind vandaan en kan de windrichting plotsklaps veranderen? De brandweerlieden willen álle scenario’s weten; ik was gewend om het meest waarschijnlijke scenario te voorspellen, maar hier is ook belangrijk wat er gebeurt als de wind toch * Voorheen bekend als de master Earth and Environment
draait, ook al is dat minder waarschijnlijk, want dat kan grote gevolgen hebben.’ De studenten maken elke week ook een video met het weerbericht voor de komende week. Eyken: ‘En daarnaast werken we alle drie aan ons eigen project. Ik ben bezig met een model over de rookpluim die boven de brand hangt.’ Roukema probeert het gedrag van een zeewind in kaart te brengen. Schreuder werkt mee aan een database om bosbranden op basis van data te voorspellen. ‘Daarmee kun je zeggen: op basis van deze weersverwachting en data uit het verleden kun je dit soort branden verwachten.’
Nationale crisissituatie ‘Het is een heftig brandseizoen’, vertelt Schreuder. ‘In Catalonië komen geregeld natuurbranden voor, dat is niet bijzonder voor deze regio. Maar deze zomer was er op een gegeven moment elke dag wel ergens een nieuwe lastige brand. Deze aantallen zijn zeldzaam, volgens onze collega’s. Gelukkig waren de branden qua
omvang redelijk controleerbaar.’ Tegen het einde van juli werd het rustiger in Catalonië, vertelt Eyken. ‘Maar toen escaleerde de situatie bij Valencia en Madrid.’ De branden waren daar zo hevig dat er een nationale crisissituatie werd uitgeroepen. ‘Manschappen uit onze regio moesten daarheen om te helpen’, vertelt Schreuder. ‘Toen werd ons takenpakket ook uitgebreid naar die regio’s. Er werd een ruimte met extra schermen ingericht om de brandweermensen daar te helpen. Wij hielden ze op de hoogte van de weersverwachtingen en wat dat voor de branden zou betekenen. Dat je ze kan helpen in zo’n moeilijke situatie is heel waardevol.’ Meestal werken de studenten vanuit de kazerne in Bellaterra aan hun voorspellingen, vertelt Schreuder. ‘In de sala central zitten alle specialistische eenheden van deze regio bij elkaar. Ons voorspellingenteam zit hier, maar bijvoorbeeld ook het luchtmiddelenteam dat gaat over de inzet van blusvliegtuigen en helikopters. Het lijkt een beetje op een filmscène waarbij ze een raket gaan lanceren: zo’n zaal vol schermen met beelden van rookpluimen, tabellen met beschikbare manschappen en nieuwsupdates.’
Resource
Storm Aan het begin van de stage maakten de studenten nog wel eens een foutje, vertelt Roukema. ‘Gelukkig luisterden ze toen nog niet naar ons’, lacht hij. Naarmate ze de lokale omstandigheden en weerfenomenen beter leerden kennen, werden hun voorspellingen serieuzer genomen. Eyken: ‘Stormen hebben veel invloed op de branden. Laatst voorspelde ik dat een storm voorbij was en dat er geen kans
meer was op bliksem. Toen kreeg ik te horen dat ze op basis van die voorspelling alle mensen uit die regio hadden teruggetrokken. Dat vond ik wel even spannend, maar gelukkig ging het goed.’ Onlangs was er brand op een moeilijk bereikbare plek in de Pyreneeën, vertelt Schreuder. ‘Brandweermannen werden uit helikopters gedropt omdat ze er over land niet konden komen. Maar er was een storm op komst en ik moest aangeven wanneer die zou beginnen. Dat was belangrijke informatie, want je wilt dat de
brandweerlieden zo lang mogelijk kunnen blussen voordat ze vertrekken. Maar je wilt ook dat ze op tijd weg kunnen komen, want als de storm over het gebied trekt, gaat de brand extra hard en kunnen de helikopters er niet meer komen. Ik heb toen nauw samengewerkt met de officier die bepaalt wanneer de manschappen weggaan. Dus dit soort beslissingen worden inmiddels ook onder meer op basis van onze voorspellingen genomen.’ ■ De stage duurt nog tot 30 september. In hun laatste maand trekken de studenten langs kazernes in de regio om cursussen te geven over de relevante meteorologie voor de brandweer.
‘ELKE OCHTEND GEVEN WE EEN WEERUPDATE, ZODAT DE BRANDWEERLIEDEN WETEN WAT ZE KUNNEN VERWACHTEN’
Van links naar rechts: Jonathan Eyken, Tom Roukema en Nora Schreuder. Zij maken weersvoorspellingen voor brandweerlieden tijdens hun stage bij de Catalan Fire and Rescue Services. Foto Edgar Nebot
10•09•2026 PAGINA 29
Als de situatie uit de hand dreigt te lopen, zet de brandweer soms tijdelijk lokale commandoposten op. Zo werd er bij een brand op locatie gewerkt vanuit een sporthal, vertelt Schreuder. ‘Vanuit daar gaan brandweercollega’s op patrouille. Als ze terugkomen, geven ze ons informatie: hier is de brand onder controle; daar gaat het sneller dan verwacht.’ Vanuit zo’n commandopost kunnen de studenten ook met eigen ogen zien hoe de branden zich ontwikkelen, vertelt Eyken. ‘Je ziet de rookpluimen en hoe die zich gedragen. Dat is toch anders dan vanuit de kazerne achter de computer.’
WETENSCHAP
DE SMAAK VAN LOWLANDS Met dichtgeknepen neus proeven zo’n twintig festivalbezoekers aandachtig een fruitsnoepje. Waar smaakt het naar? Citroen, kers, sinaasappel? Iedereen kijkt schaapachtig: geen idee… Pas als ze hun neus mogen loslaten, komt de herkenning: ah, aardbei! Tekst en foto Marieke Enter
Resource
10•09•2026 PAGINA 30
H
et experimentje vormt de aftrap van een minicollege over smaak door universitair docent Arianne van Eck (Food Quality and Design en Sensory Science and Eating Behaviour). Plaats van handeling: Lowlands Science, ofwel de wetenschapshoek van festival Lowlands. Van Ecks voorbeelden maken goed duidelijk hoe complex en multisensorisch smaak eigenlijk is: naast je neus en je smaakpapillen doen ook je ogen en oren volop mee. Ze laat drie sausjes proeven – lichtgeel, oranje en donkerrood – waarbij de gepercipieerde verschillen in pittigheid puur door de kleur komen: ze zijn identiek. En die ene tonijnsalade die verser lijkt te smaken dan de andere? Het is Van Ecks Lowlands-variatie op het gerecht Sounds of the Sea, gebaseerd op een Oxford-experiment waarbij proefpersonen oesters significant lekkerder vonden als er op de achtergrond zeegeluiden klonken. Maar Van Eck is het weekend van 21 augustus vooral op Lowlands om onderzoek te doen, samen met Meinou Corstens (Food Process Engineering), Roelant Hilgers (Food Chemistry) en Marlou Lasschuijt (Sensory Science & Eating Behaviour). Ze onderzoeken er hoe textuur, vetgehalte en smaak van invloed zijn op de beleving van snacks. Insteek is om
‘Ethisch is het lastig om onderzoek te doen met mensen onder invloed. Maar op Lowlands zijn veel mensen dat toch al.’ aanknopingspunten te vinden om snacks gezonder te maken, zonder dat het ten koste gaat van smaak en snackbeleving. Dat onderzoek vindt plaats in een omgebouwde zeecontainer die dit weekend dienst doet als onderzoekslab en -keuken. Daarin bevinden zich vier snackmuren waaruit onderzoeksdeelnemers vier keer een snack mogen trekken, zorgvuldig gerandomiseerd. Sommige deelnemers zijn even teleurgesteld als de snackloketjes geen kroket of iets vergelijkbaars blijken te bevatten. ‘We hebben wel overwogen om gefrituurde snacks te serveren, maar het bleek logistiek te lastig om alles adequaat te standaardiseren, bijvoorbeeld qua serveertemperatuur’, vertelt Van Eck. De snackvariaties die de onderzoekers uiteindelijk serveren, bestaan uit toastjes
of stokbroodjes met een dip. Ze verschillen qua textuur, vetgehalte en smaak. Het mondgevoel van de stukjes vers gesneden stokbrood is heel anders dan dat van de (kant-en-klare) crackers. Variatie zit er ook in de dips. Dat zijn ‘gewone’ supermarktmayonaises (‘Wel zo handig qua voedselveiligheid’, aldus Van Eck) van ofwel 70 procent vet ofwel 29 procent vet. Bij sommige batches hebben de onderzoekers daar een smaak aan toegevoegd – citroen, basilicum of gebakken uitjes – om te testen of frisse of hartige smaken een snack misschien meer of minder vet doen smaken. ‘Die smaakstoffen stonden we de avond ervoor nog tot laat door de mayo’s te mixen’, vertelt ze.
Smaak van schoonmaakmiddel Het merendeel van de onderzoeksdeelnemers neemt de smaaktest zeer serieus, zo
Resource
Nul-punt-nullers
‘Blijven blazen, net zo lang totdat het piepje stopt’, legden de in politie-outfits gestoken onderzoekers, die assisteerden bij de blaastests, uit. Foto Resource
blijkt in de container. Vol aandacht wordt er geroken, gekeken en geproefd. ‘Dit smaakt lekker fris! Oh nee, wacht even… het begint nu op schoonmaakmiddel te lijken’, aldus een van de proefpersonen. Er wordt ook volop gelachen en lol gemaakt, zeker naarmate de middag vordert en de ademanalyse-apparaatjes steeds meer uitschieters laten zien. Bij de smaaktest vullen de onderzoeksdeelnemers namelijk niet alleen een vragenlijst in die onder meer vraagt naar hun drank- en drugsgebruik in de afgelopen 24 uur, maar leggen ze eveneens een blaastest af. Dat heeft te maken met het tweede Wageningse onderzoekspunt op Lowlands Science: kunnen mensen smaak-
verschillen minder goed onderscheiden als ze onder invloed zijn, en verandert hun smaakvoorkeur? Anekdotisch bewijs daarvoor is er genoeg: de bekende ‘trek in een vette bek’ na het stappen. Maar hebben mensen echt meer voorkeur voor vet als ze meer alcohol hebben gedronken; snackt een zachte textuur echt prettiger als je mond droog is door drugsgebruik? Juist voor dit soort vragen vormt Lowlands een perfect onderzoeksdecor, legt Van Eck uit. ‘Ethisch is het vaak lastig om onderzoek te doen met mensen onder invloed. Maar op Lowlands zijn veel men-
De blaastests blijken onverwacht ook enorme publiekstrekkers (‘Oh wat leuk, ik heb nog nooit hoeven blazen!’). Nulpunt-nullers blijken er zeker onder de in totaal ruim 850 Lowlanders die gedurende het weekend deelnemen. Maar de hilariteit in het zeecontainerlab is het grootst als het apparaatje een uitslag toont die ruim boven de limiet ligt waarmee een beginnend bestuurder nog achter het stuur mag kruipen. De dubieuze eer van de high score van het weekend valt ten deel aan de onderzoeksdeelnemer die op vrijdag 1,8 promille blies. De voorlopige resultaten van het Lowlands-onderzoek, met de naam ‘Vet verleidelijke borrelplank’, verwacht Van Eck eind dit jaar geanalyseerd te hebben. Maar eerst gaat ze – met een andere onderzoeksvraag en dus andere samples – met de smaaktest op herhaling op het mede door de Universiteit Utrecht georganiseerde Betweterfestival, eind deze maand. Lowlands-onderzoeker Marlou Lasschuijt (Sensory Science and Eating Behaviour) toonde recent nog aan dat textuur van ultrabewerkt eten van grote invloed is op de snelheid waarmee mensen eten en daarmee op hoeveel ze eten. Proefpersonen met een sneller-eten-dieet aten dagelijks gemiddeld 369 calorieën meer dan de andere proefpersonen. In snacktermen: ongeveer vijf bitterballen per dag. ■
Leuk natuurlijk, onderzoek doen op Lowlands, maar levert het ook wat op voor de wetenschap? Spoiler alert: ja! Lees het op resource-online.nl
10•09•2026 PAGINA 31
sen dat toch al.’ Met een onderzoeksprotocol dat netjes is getoetst en goedgekeurd door WUR’s Ethical Research Committee, lukt het op zo’n plek wél om ethisch aan data te komen.
Podium Mensen die in de rij staan te wachten tot de winkel opengaat, zijn ze wel gewend bij tweedehandswinkel Emmaus. Op de derde zaterdag van september groeit die rij uit tot een massa mensen die dringen om een plekje vooraan bij het hek. Die dag verkoopt Emmaus de meest bijzondere spullen die het afgelopen jaar zijn binnengekomen en wie daar op tijd bij wil zijn, moet zijn best doen. Tekst Coretta Jongeling
Emmaus Jaarmarkt Designmeubels, merkkleding, bijzondere elpees en antieke camera’s worden het hele jaar apart gehouden, vertelt student Food Technology Luna Sartori, die vrijwilliger is bij de kledingafdeling. ‘Ik help een dag per week met het sorteren van de kleding die binnenkomt. Een groot deel daarvan is niet verkoopbaar en gaat weg. Spullen die schoon zijn en nog een ronde meekunnen, gaan de winkel in. De speciale dingen, zoals echte kasjmier mantels, merkkleding die in goede staat
is, vintage-spullen van mooie stoffen, die bewaren we op zolder tot de jaarmarkt. Ik heb bijvoorbeeld – spoiler alert – een hele mooie pashmina sjaal met goud erin apart gehouden.’ De jaarmarkt is het hoogtepunt van het jaar, vertelt medewerker Fiona van Schoonhoven. ‘We zijn nu druk bezig met het uitzoeken en prijzen van alle spullen.’
ZA 19-09-26
Herenstraat 9 Wageningen 12:00-16:00 uur
Op de dag zelf is het alle hens aan dek. ‘Alle vrijwilligers, dat zijn er ongeveer veertig, helpen mee met opbouwen, verkopen en alles eromheen. De eerste staan hier om zes uur ’s ochtends de kramen op te bouwen en om twaalf uur moet alles klaar staan.’ Om twee uur showen vrijwilligers de mooiste outfits tijdens een drag- en modeshow, begeleid door dj Loeka Prak van MiniCulture. Vreemde Streken is aanwezig met eten en drinken en Manu Arend is er bij met upcyclingspullen voor kleding. Emmaus Wageningen bestaat 45 jaar en de jaarmarkt wordt al sinds de begintijd georganiseerd. De opbrengst van de dag gaat naar verschillende goede doelen, zoals fietsambulances in Malawi en dagbesteding voor mensen met een beperking. TIPS Zaterdag 12 september Molenmarkt (markt, muziek) Windkorenmolen De Vlijt, Harnjesweg
Resource
10•09•2026 PAGINA 32
Zaterdag 19 september Symbiotic Resistance Festival (workshops, muziek, kunstmarkt) Gebouw met de Klok (Generaal Foulkesweg 37) Vrijdag 25 september InDiePub met One Straw Revolution (Indie) Café Rad van Wageningen Deelnemers aan de modeshow vorig jaar Eigen foto
Je thesis in 35 woorden? ‘Ik heb gekeken naar de mate van verlies van op touw gezaaid zeewier, via de zogenoemde irect-seeded-methode. Deze methode is nog in ontwikked ling; 90 procent van het gezaaide materiaal laat nu nog los in zee.’
Smaken van WUR
Mirza Ghasemi ‘Dit is een vegetarisch recept uit het noorden van Iran. De ingrediënten zijn simpel en overal te koop. De gegrilde aubergine en tomaten geven het gerecht een heerlijke rooksmaak. Mirza Ghasemi kan als hoofdgerecht of als voorgerecht worden geserveerd. Zoals we in het Farsi zeggen: ‘Noosh-e-jaan’!’
Waar liep je tegenaan? ‘Het was een pioniersstudie, veel van wat ik gepland had, ging in de praktijk anders. Zo ging mijn zeewier bijvoorbeeld onverwacht dood. Dat maakte het schrijven van de scriptie moeilijk, want ik had geen verlies van zeewier gemeten, aangezien er geen zeewier meer was. Daar moet je dan een foutieve conclusie – ‘er was geen verlies’ – over trekken, gebaseerd op je data, terwijl het niet klopt. ‘Toen wilde ik weten waarom het zeewier doodging. Dat kwam waarschijnlijk door een nutriëntentekort; achteraf bleek dat ik veel te weinig voeding gegeven had. Hier besteedde ik veel aandacht aan in mijn verslag, maar eigenlijk was het geen antwoord op mijn onderzoeksvraag.’ Heb je tips voor thesisstudenten? ‘Het is niet erg als iets mislukt, dat gebeurt bij iedereen wel. Als onderzoeker kun je je experiment opnieuw doen, maar bij een scriptie eigenlijk niet: je hebt maar een half jaar. Verder raad ik aan om binnen de scope van de scriptie te blijven. Enthousiasme voor ‘side-quests’ is begrijpelijk, maar soms moet je zeggen: dit valt buiten de scope van mijn onderzoek. De week voor mijn deadline was ik bijvoorbeeld nog in het lab bezig met achterhalen waarom m’n zeewier doodging.’
Wat ga je nu doen? ‘Ik wil met zeewier werken, maar liever meer toegepast dan in wetenschappelijk onderzoek. Mijn scriptie ging over een praktisch probleem dat een klein onderdeel is in een veel groter geheel. Ik zoek iets kleinschaligers, bijvoorbeeld een zeewierboerderij die een nieuwe techniek uitprobeert, zodat ik zelf betrokken ben bij de uitkomst.’
Bereidingstijd: 30 minuten
Ingredienten (voor 1 tot 2 porties): • • • •
3 aubergines 2 tomaten 3 grote tenen knoflook zout en peper naar smaak • 1 el olie • 1 tl boter • 1 of 2 eieren
1 Rooster de aubergines en tomaten boven het vuur van het gasfornuis of gebruik een gasbrander. Rooster totdat de buitenkant helemaal donkergekleurd is. 2 Laat de groenten even afkoelen en verwijder de buitenste schil. 3 Snijd de aubergines en tomaten in grove stukken. 4 Hak de knoflook fijn en fruit deze in een met olie ingevette pan op middelhoog vuur. Voeg de aubergines toe zodra de knoflook goudbruin is. 5 Roer 1 minuut door en voeg vervolgens zout, peper en de tomaten toe. 6 Roer 5 minuten door, dek de pan af, zet het vuur lager en laat 10 tot 15 minuten sudderen. 7 Maak dan ondiepe kuiltjes voor de eieren; breek de eieren in het mengsel, voeg de boter toe en roer tot de eieren gaar zijn. Serveer met brood (sangak is de beste keuze) of rijst en met verse kruiden zoals basilicum. Als je veganist bent, kun je de eieren vervangen door roerei van tofu.
Yasamin Saberzadeh Ardestani masterstudent Animal Science
Scan de QR-code voor de video van Yasamin.
10•09•2026 PAGINA 33
Jaarlijks studeren zo’n 3.500 bachelor- en masterstudenten in Wageningen af. In de rubriek Thesis Life vertellen ze over hun mijlpaal; over de inhoud, de ups en de downs. Dit keer Bram de Quartel, pas afgestudeerd masterstudent Aquaculture and Marine Resources. Tekst Eva Hamers
In Wageningen kom je alle smaken van de wereld tegen. Yasamin Saberzadeh Ardestani, masterstudent Animal Science uit Iran deelt een recept voor een lekker en eenvoudig gerecht.
Resource
Thesis Life
Meanwhile in… India, de Kakkerlak-protesten
Q&COUNCIL
Resource
10•09•2026 PAGINA 34
In de nieuwe rubriek Q&Council bevraagt Resource elke editie de centrale medezeggenschap (de WUR Council of de studentenraad) over wat er speelt rondom het reilen en zeilen van WUR. Bezuinigingen, AI-beleid of nieuws uit het onderwijs? Met deze Q&A – nu met WUR Council-lid Blair van Pelt – ben je zo weer bij.
Q Dit is de eerste editie van deze rubriek. Waar staan jullie? C 'De onboarding van de WUR Council-leden voor het nieuwe vergaderjaar was vorige week, de eerste interne vergadering is op 16 september. We bouwen voort op het geheugen van de ervaren leden, maar met een groot deel nieuwelingen begin je toch grotendeels weer van voren af aan.' Q Dus voorlopig heeft de bestuurder vrij spel… C 'Zo werkt het niet. We nemen de tijd om ons te verdiepen in de dossiers. De vorige leden hebben gezorgd voor een vliegende start en de eerste vergadercyclus is met een interim dagelijks bestuur, om de continuïteit te garanderen.' Q Wat staat er op de agenda? C 'In oktober vindt het tweejaarlijkse artikel 24-Gang van Zaken overleg plaats: een wettelijk verplicht gesprek waarin het bestuur de algemene gang van zaken bespreekt en aangeeft welke voorgenomen besluiten we de komende zes maanden kunnen verwachten. AI-beleid is een van de belangrijkste onderwerpen voor komend jaar, en in november duikt de gezamenlijke vergadering (GV, in het Engels Student Staff Council/SSC, red.) in de WU-begroting voor 2027.' Q Waarom alleen WU en niet WR? C 'De GV heeft instemmingsrecht op de hoofdlijnen van het WU-budget; dat recht is vast-
gelegd in de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW). Vragen over hoe het bij WR zit, kun je aan de volgende COR-voorzitter stellen.' Q Hoe zit het met de bezuinigingen op onderzoek en onderwijs, de geplande 45 miljoen voor 2028? Het blijft stil. C 'De WUR Council heeft ruim vóór de zomer advies uitgebracht over de implementatieplannen van het WUR Bezuinigingsplan 2025-2027, onder meer van Education and Student Affairs (ESA). Die worden nu uitgevoerd: denk aan een iets lagere vergoeding voor scriptiebegeleiding, onlangs gecommuniceerd aan de leerstoelgroepen. We zien dat de marges overal kleiner worden. Dat kan leiden tot lastige keuzes: kunnen we hetzelfde blijven doen met minder middelen? Op de lange termijn waarschijnlijk niet, want dat kan leiden tot een ongezonde werkdruk. We moeten allemaal hierover het gesprek blijven aangaan met alle managementlagen.' Q Wordt de taakstelling van 45 miljoen, nog een jaar te gaan, gehaald? C 'De WUR Council heeft regelmatig overleg met de raad van bestuur over de stand van zaken, waaronder de financiële gezondheid van de organisatie de vinger aan pols. Wordt vervolgd.'
Bij WUR werken en studeren honderden internationals. In de rubriek Meanwhile in reageert een van hen op een gebeurtenis in het thuisland. Deze keer duidt een Indiase student de zogenoemde Kakkerlak-protesten. Ze wil anoniem blijven, uit vrees dat het publiekelijk bespreken van deze kwestie gevolgen kan hebben. Tekst Marieke Enter
‘Eigenlijk is het Kakkerlak-protest een heel patriottische beweging, die voortkomt uit liefde voor ons land en de waarden waarop het is gegrondvest. Het belangrijkste punt is verantwoording door de machthebbers. Indiërs willen een betere toekomst, een betere infrastructuur en een overheid die onze levens niet behandelt alsof ze er niet toe doen. ‘De beweging kwam op gang nadat een opperrechter jonge mensen had vergeleken met kakkerlakken. Aanvankelijk bestond de beweging uit jongeren, maar al snel sloten allerlei andere groepen aan die zich eveneens door de overheid in de steek gelaten voelden. ‘Het protest begon met de National Eligibility Entrance Test, een toelatingsexamen voor een medische studie. De concurrentie is enorm: er zijn maar weinig plaatsen, terwijl ieder jaar honderdduizenden mensen meedoen. Dat examenvragen uitlekten was al eerder gebeurd, maar dit jaar werden de examenresultaten ongeldig verklaard vanwege zo’n lek. Dat was rampzalig voor de studenten die hadden meegedaan, waarvan sommigen zich jarenlang hadden voorbereid. Al hun inspanningen waren voor niets; er was geen enkele garantie dat ze de volgende keer dezelfde score zouden halen. Sommige studenten pleegden zelfs zelfmoord. ‘De Kakkerlak-beweging krijgt steun van verschillende prominente Indiërs, onder wie de wetenschapper Sonam Wangchuk. In juli werd hij door de politie van Delhi zeer hardhandig opgepakt bij de protestlocatie. De beelden van zijn arrestatie brachten nog veel meer mensen in beweging. Voor veel Indiërs is Wangchuk een wetenschappelijke held. Niet alleen heeft hij allerlei technologieën ontwikkeld, zoals een door zonne-energie verwarmde tent voor het Indiase leger, maar heeft hij ook veel betekend voor onderwijs aan kinderen. Hij laat zien hoe wetenschap kan worden ingezet ten dienste van de mensheid. ‘De protesten zijn voorlopig afgeblazen, maar de impact ervan is echt enorm. Het gevoel is: het maakt ons niet uit of het de oppositie of de regeringspartij betreft, we houden ons niet langer stil als jullie met onze toekomst spelen.’ Foto Shutterstock
Tip: zoek ook naar antwoorden in dit magazine en op resource-online.nl.
Horizontaal 1. Anita __, deed onderzoek naar AI in het onderwijs bij WUR 6. Worden ingezet om het middenwoord te spotten 10. Wordt ingezet om wolven te vangen 12. Deze boom is uit de kluiten gewassen (5+3) 15. Auto's op het dievenpad 18. Zendt De Kist uit 19. Kantoorartikel voor kantoorartikelen 25. Pijngolven 26. Speeltoestel 27. __tanium 29. Stal in Drenthe 30. Beleefd en kundig 34. Meest voorkomende voornaam bij de AID 36. Daar beginnen luchtige dingen mee 37. Plant __, nieuw systeem voor groene gevels 38. Dit festival kreeg bezoek
van Wageningse voedingsonderzoekers Verticaal 1. Die Kunst der __, Bach 2. Diametraal tegenover WZW 3. Frans eiland 4. Onmisbaar 5. Eisenhower of Turner 6. Oud-rector wiens nazaten een portret aan WUR schenken
0 8 * * ( 1 % ( 1 1 ( . 2 0 / 8 ; 0 $ ' ( 5 $ 5 $ ( % 2 1 & $ 1 $ ' $ 1 ( , / 6 2 1 - $ 7 , 7 ( / 6 , 0 . / ( , + 2 2 ) ' - ( 6 2 $ ' 2 5 3 5 ( ( % 8 * 2 7 , 6 1 $ 9 2 5 $ & ( 1 % / , . . : $ $ / . $ + 1 $ 6 6 7 $ < & $ 7 , 2 1 ) De oplossing van de puzzel uit Resource #11 is ‘kleihoofdjes’. De winnaar is Malik Zafar. Gefeliciteerd! We nemen contact met je op. Winnaars mogen kiezen uit het boek De Kanteling van WUR-wetenschapper en Spinoza-winnaar Marten Scheffer; De Geheimzinnige Vissendief (kinderboek met bijdragen van WUR-medewerkers en -studenten voor ‘jonge natuurhelden’) of de Wageningen Verjaardagskalender met dronefoto’s gemaakt door DroneWageningen.
7. Spaanse rivier 8. __ voor __ 9. Oostenrijkse keizerin 11. Puree naast het bord? 13. Feest voor zittenblijvers 14. Zeespiegelstijging? 16. Stapeldieren 17. In __, was actief 20. Chill nummer van Frankie Goes to Hollywood 21. Shaquille of Ryan 22. Twintiger
23. In __, wordt actief 24. Kennen we van de Bolero 25. Gerold en gevuld 28. Kennen we van Suicide Blonde 31. __ Deal, film met Schwarzenegger 32. Tropische vogel 33. Wood of Wemel 35. __ met __
Colofon Resource is het onafhankelijke medium voor studenten en medewerkers van Wageningen University & Research. Resource brengt nieuws, achtergronden en duiding. Op resource-online. nl verschijnen dagelijks nieuwe opinie berichten. Het magazine verschijnt maandelijks. Contact Vragen en opmerkingen voor de redactie: resource@wur.nl | www.resource-online.nl Redactie Willem Andrée (hoofdredacteur), Helene Seevinck (eindredacteur), Roelof Kleis (redacteur), Luuk Zegers (redacteur), Marieke Enter (redacteur), Coretta Jongeling (online coördinator), Dominique Vrouwenvelder (redacteur), Anne van Kessel (redacteur). Vertalingen Tessera Translations S.L. Vormgeving Alfred Heikamp, Paul Gerlach Basisontwerp Marinka Reuten Coverillustratie Valerie Geelen Druk Damen Drukkers BV, Werkendam Abonnement Een abonnement op het magazine kost €59 (buitenland €135) per academisch jaar. Opzeggen voor 1 augustus. ISSN 1874-3625 Uitgever Corporate Communications & Marketing, Wageningen University & Research
©steenhuispuzzels.nl
Vul de puzzel in en ontdek welk(e) woord(en) er in de gekleurde vakjes staat(n). Stuur dit als oplossing naar resource@wur.nl vóór 13 oktober.
10•09•2026 PAGINA 35
HOKJESDENKEN
Resource
[DE NEUS]
Nieuws met een luchtje
THOMAS EET AL DRIE WEKEN GRATIS Eerstejaars Thomas (18) heeft sinds de AID geen boodschap meer gedaan.
‘M
aandag Pyrus, dinsdag een lezing over biodiversiteitsbeleid met broodjes achteraf, woensdag een afstudeerpresentatie in Zodiac met gratis soep. Ik leef eigenlijk van beleidsstukken en PowerPointpresentaties’, vertelt hij trots. Zijn vrienden vinden het ‘wel lachen en slim’, maar ‘echt gezellig is hij niet’. ‘Thomas vraagt niet 'wat eten we vanavond', maar 'welke vereniging heeft er om 17.00 uur nog een activiteit met catering’.’ Ook is hij naar eigen zeggen ‘gewoon lid geworden van drie studieverenigingen waar hij niet echt van plan is vaak te komen, maar wel ‘puur voor de lunchmomenten’. Een woordvoerder van de universiteit laat weten dat het ‘nooit de bedoeling is geweest’ dat studenten hun complete voedselvoorziening baseren op gratis inloopbijeenkomsten over stikstofbeleid. ‘We willen kennis delen. Niet fungeren als soepkeuken.’ Thomas ontkent een probleem te hebben. ‘Ik heb gewoon een efficiënt systeem. Mede met hulp van mijn AIsecretaris.’ Die assistent blijkt een zelfgebouwde chatbot die alle agenda’s van de uni en van verenigingen scant op het woord 'gratis' en vervolgens automatisch een ICSbestand genereert. ‘Hij herkent inmiddels ook synoniemen’,
legt Thomas enthousiast uit terwijl het water hem zowat uit de mond loopt, ‘meeloopmoment met een hapje', 'informele borrel', zelfs 'afscheidsreceptie collega X' triggert een melding.’ Zijn huisgenoten ontdekten laatst dat de bot ook ongevraagd RSVP't namens Thomas, waardoor hij inmiddels op de gastenlijst staat van een pensioenafscheid van een medewerker Facilitair Bedrijf die hij nog nooit heeft ontmoet. ‘Geen idee wie het is, zegt Thomas, ‘maar er stond taart bij.’ De chatbot kan overigens ook hallucineren. Zijn huisgenoten waren verbaasd over de ongebruikte flyers van de Vegan Student Association. ‘Die had ik meegepikt voor de lunch,’ legt Thomas uit, ‘maar toen bleek het een lezing over insecteneiwit te zijn zonder eten erbij. Dat reken ik de organisatie nog steeds aan.’ Zijn studieadviseur, die er ook intrapte en hem een gratis lunch bij Orion gaf tijdens een kennismakingsgesprek, waarschuwt andere eerstejaars om het stroopgedrag van Thomas niet na te doen. ‘Op deze manier krijg je een gevaarlijk onrealistische indruk van het volwassen leven. Op een dag stopt dit gratis-lunchcircuit abrupt. Dat ligt dan zwaarder op de maag dan de eerste onvoldoende voor statistiek.’