Switch naar groei
Voorwoorden
2
3
Beste ondernemers, bestuurders en partners van Limburg, De Voka Toekomstindicator doet wat een goede indicator hoort te doen: hij confronteert. De cijfers van dit jaar zijn eerlijk en soms ongemakkelijk. Op verschillende domeinen stokt de groei en winnen andere regio's terrein. Maar een indicator meet enkel waar we staan, niet waar we kunnen geraken. Dat laatste is een kwestie van keuzes maken, en die keuzes liggen bij ons.
JOS LANTMEETERS GOUVERNEUR
Wat mij hoopvol stemt, is dat deze editie zich niet neerlegt bij een loutere meting. Ze durft een horizon te tekenen tot 2035 en formuleert een concrete ambitie voor onze provincie. Dat is een belangrijke verschuiving. Te vaak blijft beleid hangen in het beheren van het heden. Wie vooruit wil, moet een richting durven kiezen én er dan ook naar handelen. Als gouverneur zie ik het als mijn opdracht om die richting te helpen bewaken - over de grenzen van legislaturen, bevoegdheden en bestuursniveaus heen. Economische vooruitgang is immers geen doel op zich; ze moet ten dienste staan van een provincie waar mensen goed leven, waar jong talent een toekomst vindt en waar welvaart breed gedragen wordt. De sterkte van Limburg is nooit één sector of één bedrijf geweest, maar het weefsel dat ze samenhoudt: onze scholen en hogescholen, onze zorg en gezondheidsinstellingen, onze verenigingen en organisaties, ons middenveld, onze steden en gemeenten, groot en klein. Dat weefsel is onze stille troef, en het verdient het om centraal te staan in onze toekomstblik. En er is reden tot vertrouwen. Ik zie het aantal studenten in ons hoger onderwijs stijgen en de doorstroming verbeteren – precies de profielen waarop onze toekomstige welvaart steunt. Ik zie kennisinstellingen en bedrijven elkaar steeds sneller vinden. En ik zie een provincie die haar plaats opeist in de grote Europese verhalen rond onderzoek, energie en veiligheid. De fundamenten liggen er. De uitdaging is niet om ze te ontdekken, maar om ze met durf te verbinden en er resoluut in te investeren.
Wie vooruit wil, moet een richting durven kiezen én er dan ook naar handelen.
Laat deze Toekomstindicator daarom geen slotsom zijn, maar een vertrekpunt. De cijfers van vandaag beschrijven het verleden; de keuzes van vandaag bepalen wat volgt. Ik ben ervan overtuigd dat Limburg opnieuw zal bewijzen wat het al zo vaak heeft getoond: dat we op ons sterkst zijn wanneer we samen vooruitkijken. Onze provincie heeft alles in huis om die ambitie waar te maken.
De economische kracht van Limburg wordt in de eerste plaats bepaald door zijn ondernemingen. Door ondernemers die kansen zien waar anderen vooral onzekerheid ontwaren, die kennis omzetten in toepassingen en die blijven investeren in mensen, technologie en groei. Innovatie is daarbij geen doel op zich, maar een middel om concurrentieel te blijven, nieuwe markten aan te boren en duurzame welvaart te creëren. De regio’s die morgen het verschil maken, zijn die waar ondernemingen snel kunnen inspelen op verandering en waar ideeën de ruimte krijgen om uit te groeien tot bedrijvigheid.
TOM VANDEPUT GEDEPUTEERDE VAN ECONOMIE, INDUSTRIETERREINEN, INNOVATIE EN EUROPESE AANGELEGENHEDEN VOORZITTER POM LIMBURG
Limburg beschikt over een sterk en veelzijdig ondernemersweefsel. Grote bedrijven, kmo’s, familieondernemingen en jonge groeibedrijven bouwen er elke dag aan nieuwe producten, diensten en verdienmodellen. Hun kennis van de markt, hun wendbaarheid en hun ondernemingszin vormen de motor van onze economie. Die kracht wordt groter wanneer ondernemingen elkaar vinden en vlot kunnen samenwerken met onderzoekers, onderwijsinstellingen en talent. De nieuwe campussen voor bouw, zorg en logistiek moeten die samenwerking ondersteunen. Ze bieden bedrijven een omgeving waar kennis wordt gedeeld, toepassingen kunnen worden getest en innovaties sneller hun weg vinden naar de praktijk. Ook de projecten binnen SALKturbo zijn in de eerste plaats hefbomen voor ondernemingen die willen vernieuwen, verduurzamen, digitaliseren en groeien. De echte waarde ervan ligt niet in de programma’s of investeringsbedragen zelf, maar in wat bedrijven ermee tot stand brengen.
Limburg heeft alles in huis om uit te groeien tot een van de meest innovatieve en ondernemende regio’s van Europa.
Ook de kandidatuur voor de Einsteintelescoop biedt kansen die veel verder reiken dan het wetenschappelijke project alleen. Ze daagt ondernemingen uit om mee te werken aan technologische oplossingen op het vlak van precisietechniek, materialen, digitalisering en infrastructuur. De kennis die daarbij ontstaat, kan nieuwe toepassingen, samenwerkingen en markten openen. Zo wordt fundamenteel onderzoek een voedingsbodem voor ondernemerschap. Limburg heeft alles in huis om uit te groeien tot een van de meest innovatieve en ondernemende regio’s van Europa. Dat potentieel zal echter niet door structuren of programma’s worden waargemaakt, maar door ondernemers die initiatief nemen, risico’s durven dragen en kansen omzetten in economische activiteit. Het is aan ons om hun daarvoor de best mogelijke omgeving te bieden: met ruimte voor samenwerking, toegang tot kennis en talent, en vertrouwen in ondernemerschap. Want uiteindelijk zijn het de ondernemingen die innovatie tastbaar maken, mensen aan het werk zetten en welvaart creëren. Zij bouwen elke dag aan de economie van morgen.
4
5
Beste ondernemer, Limburg staat voor een beslissend decennium. De wereld verandert sneller dan ooit. Net in die context beschikt Limburg over sterke troeven. Onze provincie heeft zich de voorbije decennia telkens opnieuw weten uit te vinden. Van de sluiting van de mijnen tot de transformatie na Ford Genk: Limburg heeft bewezen dat veerkracht, ondernemerschap en samenwerking de motor zijn van economische vooruitgang.
JORIS VRANCKEN VOORZITTER VOKA-KAMER VAN KOOPHANDEL LIMBURG
Met Voka – KvK Limburg willen we daarom verder kijken dan de uitdagingen van vandaag en de blik richten op 2035. Welke economische keuzes moeten we vandaag maken om Limburg ook over tien jaar welvarend, competitief en aantrekkelijk te houden? Welke ecosystemen kunnen uitgroeien tot nieuwe economische groeipolen? En hoe zorgen we ervoor dat onze bedrijven ook in de toekomst kunnen blijven ondernemen, investeren en groeien?
Deze Toekomstindicator is geen eindpunt, maar het begin van een bredere dialoog over de toekomst van onze provincie. Want de uitdagingen zijn groot, maar de kansen voor Limburg zijn dat evenzeer. Door onze krachten te bundelen kunnen we bouwen aan een Limburg dat ook in 2035 bekendstaat als een ondernemende, innovatieve en welvarende regio waar bedrijven kunnen groeien, talent zich kan ontwikkelen en nieuwe ideeën alle kansen krijgen.
Vanuit die ambitie geven we onze jaarlijkse Toekomstindicator een nieuwe invulling. Niet langer kijken we enkel naar economische cijfers en trends, maar formuleren we ook een duidelijke langetermijnvisie voor Limburg.
Wij nodigen je uit om samen met ons mee te denken, mee te bouwen en mee te investeren in die toekomst. Want alleen door vandaag vooruit te kijken, kunnen we morgen het verschil maken.
De voorbije maanden gingen we daarom in gesprek met tientallen ondernemers, experten, onderzoekers en stakeholders uit heel Limburg. Tijdens verschillende rondetafels onderzochten we de sterktes van onze provincie, de kansen die zich aandienen en de uitdagingen die we samen moeten aanpakken. Daarbij lag de focus op een aantal strategische ecosystemen waarin Limburg vandaag al uitblinkt of waarin we het potentieel hebben om een voortrekkersrol op te nemen.
Samen zetten we onze schouders onder een sterk, innovatief en toekomstgericht Limburg.
Inhoud
Deze Toekomstindicator is geen eindpunt, maar het begin van een bredere dialoog over de toekomst van onze provincie.
Hun inzichten vormden de basis voor deze vernieuwde Toekomstindicator. In deze publicatie nemen we je mee doorheen de verschillende ecosystemen die mee het economische gezicht van Limburg zullen bepalen. We schetsen hun strategisch belang voor onze provincie, brengen de belangrijkste trends en ontwikkelingen in kaart en formuleren ambitieuze maar realistische doelstellingen richting 2035.
6
7
DEEL 1: ANALYSE TOEKOMSTINDICATOR 2026 ................................................................... 9 E=TI2.........................................................................................................................................10 Toekomstindicator 2026 .........................................................................................................10 Internationaal ondernemen ...................................................................................................11 Talent .......................................................................................................................................11 Innovatie .................................................................................................................................12 Conclusie .................................................................................................................................12 DEEL 2: TIEN STRATEGISCHE ECOSYSTEMEN VOOR GROEI ................................................14
Deel 1
Limburg op een kantelpunt....................................................................................................15 Tien strategische ecosystemen als motoren voor groei .......................................................17 1. Agrovoeding ......................................................................................................................18 2. Energie-intensieve industrie ............................................................................................21 3. Bouw .................................................................................................................................24 INTERVIEW...................................................................................................................... 27 4. Zorg en gezondheid ..........................................................................................................32 5. Veiligheid en defensie ......................................................................................................35 6. Digitale technologie .........................................................................................................38 INTERVIEW ......................................................................................................................41 7. Energie-oplossingen.........................................................................................................46 8. Logistiek............................................................................................................................49 9. Financiering.......................................................................................................................52 INTERVIEW...................................................................................................................... 55 10. Zakelijke dienstverlening .................................................................................................60 DEEL 3: DE BLIK VAN JÉRÔME...........................................................................................63 DEEL 4: AANBEVELINGEN..................................................................................................67 DEEL 5: SAMENSTELLING ECONOMISCH DASHBOARD.......................................................73
ANALYSE TOEKOMSTINDICATOR 2026
DEEL 6: OVERZICHT CIJFERS ............................................................................................77
8
9
E = TI2 Om de economische gezondheid van de Limburgse fundamenten te beoordelen, hanteren we de Voka-formule E = TI2, waarbij de factoren talent, innovatie en internationalisering centraal staan. Bij deze beoordeling analyseren we niet alleen de Limburgse cijfers op zich, maar vergelijken we deze ook met de cijfers van Vlaanderen. Op die manier krijgen we een beeld van zowel de evolutie in Limburg als van de relatieve positie ten opzichte van Vlaanderen. De indicatoren worden
INTERNATIONAAL ONDERNEMEN weergegeven in absolute cijfers én in indexwaarden, die de jaarlijkse procentuele veranderingen ten opzichte van een referentiejaar (index = 100) weergeven. Als referentiejaar geldt 2014, het jaar van de sluiting van Ford Genk. Het wordt al snel duidelijk dat Limburg in het afgelopen decennium grote vooruitgang heeft geboekt, maar dat recente crisissen deze groei gedeeltelijk hebben afgeremd. Ook in deze editie, waarin we terugblikken op de cijfers van 2025, wordt dit opnieuw zichtbaar.
In het kader van de Toekomstindicator geldt dat hoe beter een regio scoort op de drie pijlers talent, innovatie en internationalisering, hoe gezonder de basis voor toekomstige economische groei. Voor Limburg betekent dit dat we de uitdaging moeten aangaan om op elk van deze drie domeinen sterker te scoren. Om te begrijpen wat ‘beter scoren’ precies inhoudt, is het cruciaal inzicht te geven in de verschillende deelindicatoren die samen de jaarlijkse Toekomstindicator vormen. Deze kan je als deel 5 van deze editie terugvinden.
Onder internationaal ondernemen onderzoeken we enerzijds in welke mate Limburgse bedrijven internationaal georiënteerd zijn. Gezien onze beperkte binnenlandse afzetmarkt is waakzaamheid voor ontwikkelingen in het buitenland essentieel. Hoe meer bedrijven internationaal actief zijn, hoe groter de slagkracht van onze economie. Daarom bekijken we de totale exportcijfers, met speciale aandacht voor de extra-Europese handel, gezien onze rol als Kamer van Koophandel. Anderzijds analyseren we hoe aantrekkelijk onze regio is voor buitenlandse investeerders. Hierbij zijn zowel het aantal investeringen als het totale investeringsbedrag van belang.
Hieruit blijkt dat de internationale positie van Limburg onder druk blijft staan. Het aantal exportcertificaten daalde verder van 19.331 naar 18.875 in 2025. Daarmee blijft Limburg stevig onder het niveau van 2014, dat in deze Toekomstindicator als referentiejaar geldt. Ook de exportwaarde via deze certificaten zakt tot rond 1 miljard euro, ongeveer het niveau van 2018. Dat wijst erop dat Limburgse bedrijven het moeilijker hebben om hun internationale handelsstromen verder uit te bouwen, zeker buiten de Europese markt. Ook de buitenlandse investeringen geven een duidelijk waarschuwingssignaal. Na het recordjaar 2023, met meer dan 1 miljard euro aan buiten-
landse investeringen, viel het investeringsvolume in 2024 terug tot ongeveer 800 miljoen euro. Vandaag blijft daar nog slechts 226 miljoen euro van over. Niet alleen het aantal buitenlandse investeringsprojecten loopt terug, vooral de waarde ervan daalt dus fors. Dat is belangrijk, want buitenlandse investeringen waren de voorbije jaren een van de sterkere signalen van vertrouwen in Limburg. De huidige terugval toont dat de regio haar aantrekkingskracht niet als vanzelfsprekend mag beschouwen. Limburg blijft troeven hebben, maar moet die sterker vertalen naar concrete investeringsdossiers, internationale acquisitie en een duidelijke economische positionering.
TOEKOMSTINDICATOR 2026 De economische evolutie van Limburg in 2025 laat zich het best omschrijven als een opvallende afkoeling van de regionale groeidynamiek. Waar de voorbije jaren nog sprake was van beperkte groei, herpositionering en enkele sterke investeringssignalen, tonen de nieuwe cijfers vandaag een kwetsbaarder beeld. De klassieke hefbomen van Limburgse groei, internationaal ondernemen, talent en innovatie verliezen tegelijk aan kracht. Dat
maakt de uitdaging groter: Limburg moet niet alleen groeien, maar vooral opnieuw structureel sterker worden. In deze speciale editie kiezen we er daarom bewust voor om niet elke deelindicator uitgebreid afzonderlijk te analyseren. Onderstaande grafiek geeft voldoende duidelijk aan dat de Limburgse economie vandaag onder druk staat. We gaan in dit deel kort in op de belangrijkste evoluties, maar
leggen in de volgende hoofdstukken uitgebreid de nadruk op de vraag wat Limburg nu nodig heeft om opnieuw vooruit te kijken. De focus verschuift van louter meten naar richting geven: welke groeiambities moeten we richting 2035 formuleren, en welke keuzes zijn nodig om die ook waar te maken?
TALENT In het luik talent onderzoeken we de omvang van de arbeidsreserve waaruit ondernemingen kunnen rekruteren om hun vacatures in te vullen. Hoe verhoudt het aantal werkzoekenden zich tot het aantal ontvangen vacatures? Sluiten vraag en aanbod op elkaar aan, of is er sprake van een mismatch? De belangrijkste instroom van talent op de arbeidsmarkt komt vanuit het onderwijs. Levert ons onderwijs voldoende en gekwalificeerd talent? Om economische groei te garanderen, is een voldoende grote instroom van goed opgeleide mensen onmisbaar. Hier zien we dat afkoeling van de arbeidsmarkt zich verder door zet. Het
10
aantal werkzoekenden stijgt, terwijl het aantal vacatures daalt. Met 31.013 nieuwe vacatures noteert Limburg het zwakste resultaat in vijf jaar tijd. De arbeidsmarktkrapte neemt dus af, maar dat komt niet door een structurele oplossing voor het talentvraagstuk. Het is vooral het gevolg van een dalende vraag naar arbeid. Dat maakt de situatie dubbel: bedrijven ervaren mogelijk iets minder acute krapte, maar tegelijk wijst de terugval in vacatures op minder economische dynamiek en voorzichtigere aanwervingsplannen. De onderliggende uitdaging blijft dezelfde: Limburg heeft meer inzetbaar talent nodig, zeker in technische, digitale en zorggerichte profielen.
Er zijn ook positieve signalen. Het aantal studenten in het hoger onderwijs stijgt, net als de doorstromingscoëfficiënt. Dat is belangrijk voor de toekomstige talentbasis van Limburg. Een sterkere instroom en betere doorstroming in het hoger onderwijs kunnen op termijn helpen om de structurele arbeidsmarktnoden op te vangen. Toch blijft de vertaalslag naar de arbeidsmarkt cruciaal. Meer studenten zijn pas een echte economische hefboom wanneer hun profielen aansluiten bij de noden van bedrijven en wanneer afgestudeerden ook effectief in Limburg blijven werken.
11
INNOVATIE Onder innovatie verstaan we de veranderingsbereidheid van bedrijven en de investeringen die zij doen om hun concurrentiepositie te versterken. Ook overheidsstimuli voor innovatie en transformatie vallen hieronder. Door nieuwe producten en diensten te ontwikkelen, kunnen bedrijven zich beter wapenen voor de toekomst. Verandering is immers de enige constante want stilstaan is achteruitgaan. We beschouwen ook de oprichting van nieuwe ondernemingen, het aantal octrooiaanvragen en eigen investeringen als indicatoren van innovatie en wendbaarheid binnen de regio. In dit segment ontstaat een opvallend verschil tussen Limburg en Vlaande-
ren. Voor internationaal ondernemen en arbeidsmarkt zien zowel Limburg als Vlaanderen een vertraging of daling van de groei. Maar op het vlak van innovatie gaat Limburg achteruit, terwijl Vlaanderen nog een lichte stijging laat optekenen. Limburg kent wel een stijging van het aantal mensen actief in wetenschappelijke en technische beroepen. Dat is een bemoedigend signaal, omdat net deze profielen essentieel zijn voor productiviteit, digitalisering en technologische vernieuwing. Tegelijk verzwakken andere innovatie-indicatoren. De innovatiesteun voor Limburg daalt van 32 naar 29 miljoen euro, het aantal starters loopt terug van 9.183 naar 9.078 en het aantal octrooiaanvragen daalt van 41 naar 38. Ook de totale
bedrijfsinvesteringen dalen van 3,97 miljard naar 3,87 miljard euro. Die combinatie maakt de innovatiediagnose dubbel. Limburg beschikt over meer wetenschappelijk en technisch talent, maar slaagt er voorlopig onvoldoende in om dat te vertalen naar meer starters, meer octrooien, meer innovatiesteun en hogere bedrijfsinvesteringen. In Vlaanderen als geheel zien we net wel een stijging van het aantal startende ondernemingen en octrooiaanvragen, wat de lichte groei in innovatie verklaart. Limburg dreigt daardoor niet alleen trager te groeien, maar ook terrein te verliezen ten opzichte van de rest van Vlaanderen.
Limburg heeft nood aan een duidelijke economische agenda richting 2035. Die agenda moet gericht zijn op hogere productiviteit, meer innovatie, sterkere internationale positionering, voldoende talent, betere toegang tot kapitaal, ruimte om te ondernemen en een competitieve energie- en infrastructuurbasis. De keuze voor tien strategische ecosystemen vormt daarbij het bredere antwoord op de afkoelende deelindicatoren. Agrovoeding, energie-intensieve industrie, bouw, zorg en gezondheid, veiligheid en defensie, digitale technologie, energie-oplossingen, zakelijke dienstverlening, logistiek en financiering zijn geen losstaande sectoren, maar onderling verbonden groeipolen. Samen kun-
nen ze Limburg opnieuw meer economische slagkracht geven. De verticale ecosystemen bouwen voort op bestaande sterktes en specialisaties. De transversale ecosystemen versterken de volledige economie door digitalisering, energie, logistiek, gespecialiseerde dienstverlening en kapitaal beter te verbinden met de noden van bedrijven. De centrale opdracht richting 2035 is dus helder: Limburg moet opnieuw groeien door gerichter te kiezen. Niet elke sector zal op dezelfde manier bijdragen aan de toekomst, maar in deze tien ecosystemen liggen de grootste kansen om toegevoegde waarde, jobs, innovatie en investeringen te creëren. Dat vraagt samenwerking tussen ondernemingen,
kennisinstellingen, overheden, investeerders en onderwijs. Het vraagt ook meer uitvoeringskracht. Limburg heeft in het verleden al bewezen dat het zich na grote economische schokken opnieuw kan uitvinden. Maar de cijfers van deze Toekomstindicator tonen dat veerkracht alleen niet meer volstaat. De komende tien jaar moeten een decennium van versnelling worden. Alleen door vandaag duidelijke keuzes te maken, strategisch te investeren en de tien groeisectoren doelgericht uit te bouwen, kan Limburg in 2035 opnieuw bekendstaan als een ondernemende, innovatieve en internationaal competitieve regio.
Grafiek 1 - Toekomstindicator 2026
CONCLUSIE
220,00 200,00
12
De Toekomstindicator 2026 maakt duidelijk dat Limburg op een economisch kantelpunt staat. De cijfers tonen geen plotse crisis, maar wel een duidelijke verzwakking van de groeifundamenten. Export stagneert, buitenlandse investeringen vallen sterk terug, de arbeidsmarkt koelt af en verschillende innovatie-indicatoren verliezen aan kracht. Dat is zorgwekkend, omdat net internationaal ondernemen, talent en innovatie de drie basishefbomen vormen waarop toekomstige economische groei moet steunen.
- KvK Limburg blijkt dat het aantal afgeleverde certificaten van oorsprong (CO's) voor export buiten Europa nagenoeg stabiel blijft, met een daling van 1 % ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De goederenwaarde daalt echter opnieuw met 7 % tegenover de eerste zes maanden van 2025. Het aantal starters zit eveneens gemiddeld -5% onder dezelfde periode vorig jaar. Op de arbeidsmarkt zien we aan de ene kant dat het aantal werklozen weer verder afneemt, maar het aantal nieuwe vacatures loopt dan weer verder af.
Ook de voorlopige cijfers van 2026 zijn niet meteen positief. Uit een analyse van het Exportloket van Voka
Tegelijk is het beeld niet uitsluitend negatief. Limburg beschikt nog altijd over sterke ondernemingen, on-
dernemerschap, kennisinstellingen, campussen, industriële sites en een strategische ligging tussen Vlaanderen, Nederland en Duitsland. Ook de stijging van het aantal studenten, de betere doorstroming in het hoger onderwijs en het groeiend aantal mensen in wetenschappelijke en technische beroepen tonen dat er bouwstenen aanwezig zijn om opnieuw vooruit te gaan. De uitdaging bestaat erin om die bouwstenen veel sterker te verbinden met concrete economische groei. Daarom volstaat het niet om de komende jaren te mikken op voorzichtig herstel of op kleine bijsturingen binnen het bestaande model.
180,00 160,00 140,00 120,00 100,00 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Vlaanderen 100,00
103,25
105,29
108,93
123,98
132,86
123,86
138,98
144,52
150,29
152,77 146,54
Limburg
116,98
128,63
144,93
138,95
149,47
142,07
170,24
184,43
203,43
194,90 157,96
100,00
2025
Bron: Voka - Kamer van Koophandel Limburg
13
Deel 2
10 STRATEGISCHE ECOSYSTEMEN VOOR GROEI
LIMBURG OP EEN KANTELPUNT Limburg behoort vandaag nog steeds tot de meest welvarende regio’s van Europa. Onze economie steunt op sterke ondernemingen, hoogstaande kennisinstellingen, internationale openheid en een sterke traditie van innovatie en ondernemerschap. Tegelijk groeit het besef dat het huidige economische model onder druk staat. De economische groei vertraagt al geruime tijd. Limburg en België zitten steeds op een groeipad van ongeveer 1 procent per jaar. Dat is onvoldoende om de uitdagingen van de komende jaren op te vangen. De vergrijzing verhoogt de druk op zorg en overheidsfinanciën, de energie- en klimaattransitie vraagt enorme investeringen, digitale ontwikkelingen hertekenen volledige sectoren terwijl de internationale concurrentie toeneemt en wereldwijd nieuwe economische machtsblokken rond technologie, energie en defensie ontstaan. Regio’s die in deze disruptieve context snel genoeg schakelen zullen hun strategische autonomie en competitiviteit versterken en investeringen aantrekken. Regio’s die te traag reageren, dreigen economische slagkracht en welvaart te verliezen.
Wanneer economische groei vertraagt, verschuift ook het maatschappelijke debat sneller van vooruitgang naar verdeling. Dat verhoogt de druk op sociale cohesie en op het draagvlak voor hervormingen. Limburg bevindt zich op een kantelmoment. De provincie kende sinds de sluiting van Ford Genk opnieuw een structurele groei, maar dit stokt vandaag. Andere regio’s tonen aan dat meer groei mogelijk is wanneer resoluut strategische keuzes worden gemaakt en gericht geïnvesteerd wordt in ondernemerschap, innovatie, concurrentiekracht en productiviteitsverbetering. Limburg moet in elk geval alles in het werk stellen om de basisfundamenten voor economische groei te verstevigen. Het gaat onder meer om de valorisatie van innovatie, de versterking van de concurrentiekracht, arbeidsmarkt- en talentontwikkeling, een ondernemingsvriendelijke fiscaliteit en toegang tot financiering. Ook administratieve vereenvoudiging, ruimte voor ondernemen, een adequaat vergunningenkader, digitalisering en artificiële intelligentie en de duurzame energie- en klimaattransitie zijn daarbij cruciaal.
Die algemene randvoorwaarden alleen volstaan echter niet wanneer Limburg tegen 2035 opnieuw sterker wil groeien. De provincie moet ook gericht inzetten op economische domeinen waarin we internationaal het verschil kunnen maken en waarin een snellere en bovengemiddelde groei van de toegevoegde waarde mogelijk is. Onze ambitie is om de Limburgse economie opnieuw op een structureel groeipad van gemiddeld 2 procent per jaar te brengen. Het Limburgse bruto binnenlands product bedroeg in 2024 ongeveer 39 miljard euro. Rekening houdend met een verwachte groei van 1,2 procent in 2025 en 1,1 procent in 2026, komt het Limburgse bbp in 2026 uit op ongeveer 39,9 miljard euro. Wanneer de economie vervolgens van 2026 tot 2035 jaarlijks gemiddeld met 1,1 procent groeit, zou het Limburgse bbp tegen 2035 toenemen tot ongeveer 44 miljard euro. Bij een gemiddelde jaarlijkse groei van 2 procent vanaf 2026 zou het bbp in 2035 ongeveer 47,7 miljard euro bedragen. Het verschil tussen beide groeipaden bedraagt in 2035 ongeveer 3,7 miljard euro.
Limburgse bbp
14
Scenario
Bbp in 2035
Jaarlijkse groei - 1,1%
44,0 miljard €
Jaarlijkse groei - 2,0%
47,7 miljard €
Verschil in 2035
3,7 miljard €
15
TIEN STRATEGISCHE ECOSYSTEMEN ALS MOTOREN VOOR GROEI Die bijkomende economische activiteit is niet rechtstreeks aan één beleidsmaatregel, investering of ecosysteem toe te schrijven. Economische groei is het resultaat van een complexe wisselwerking tussen investeringen, productiviteit, innovatie, ondernemerschap, talent, internationale ontwikkelingen en overheidsbeleid. Ook zal de groei niet van de ene dag op de andere van het huidige niveau naar 2 procent stijgen. Naarmate hervormingen en investeringen effect krijgen, moet die groeiversnelling geleidelijk worden opgebouwd. Dat maakt de impact van de gekozen strategie moeilijk exact meetbaar. Toch biedt de ontwikkeling van het Limburgse bbp een duidelijke overkoepelende toetssteen. Wanneer de investeringen in de strategische ecosystemen, gecombineerd met sterke-
re economische randvoorwaarden, hun beoogde effect hebben, moet dat uiteindelijk zichtbaar worden in een hogere groei van de totale Limburgse economie. Het bbp vormt daarmee geen perfecte indicator, maar wel de meest omvattende maatstaf om te beoordelen of Limburg erin slaagt zijn economische groeivermogen structureel te versterken.
nemen verbeteren, zoals competitieve energie, voldoende talent, toegang tot kapitaal, ruimte, infrastructuur en snellere vergunningen. Daarbij liggen veel van de grootste groeikansen op de kruispunten tussen ecosystemen, bijvoorbeeld tussen digitale technologie en zorg, energie en industrie, agrovoeding en gezondheid, of logistiek en defensie.
Door de vergrijzing zal economische groei de komende jaren steeds minder kunnen steunen op een verdere toename van het aantal werkenden. De belangrijkste hefboom wordt daarom een hogere productiviteit: met talent, technologie en investeringen meer toegevoegde waarde creëren. De keuze voor tien strategische ecosystemen kan die omslag versnellen, maar werkt alleen wanneer ook de algemene voorwaarden om te onder-
In het kader van onze vernieuwde Voka Toekomstindicator hebben we daarom de ecosystemen in kaart gebracht die aan die ambitie kunnen bijdragen en als groeipolen voor Limburg kunnen fungeren. De tien strategische ecosystemen die we hebben geïdentificeerd, worden hierna toegelicht en vormen samen het centrale onderwerp van deze Toekomstindicator.
De ecosystemen werden geselecteerd op basis van een studie uitgevoerd door IDEA Consult, waarbij verschillende parameters werden meegenomen, zoals economische en technologische specialisatie, internationaal groeipotentieel, de aanwezigheid van sterke kennis- en innovatieclusters, strategisch belang voor Vlaanderen en hun rol in de grote maatschappelijke transities zoals duurzaamheid, digitalisering, demografie en strategische autonomie. Economische groei ontstaat vandaag immers niet gelijkmatig over alle sectoren heen. Zowel historisch als internationaal zien we dat een beperkt aantal sterke ecosystemen verantwoordelijk is voor een groot deel van innovatie, investeringen en productiviteitsgroei. Daarom kiest Voka bewust voor een ecosysteembenadering. De keuze voor deze ecosystemen betekent niet dat andere sectoren onbelangrijk zijn, maar wel dat gerichte investeringen in deze domeinen naar verwachting de grootste hefboomwerking hebben voor innovatie, productiviteit en economische groei. Een ecosysteem gaat daarbij verder dan een klassieke sector. Het omvat ondernemingen, kennisinstellingen, technologie, infrastructuur, investeerders, talent en overheden die samen waarde creëren, innovatie versnellen en economische groei stimuleren.
16
Binnen deze benadering onderscheiden we enerzijds vijf meer verticale ecosystemen: 1. Agrovoeding: op basis van economische en technologische specialisatie, strategische overwegingen, verder groeipotentieel en de belangrijke rol in de duurzame transitie 2. Energie-intensieve industrie: op basis van economische en technologische specialisatie, het belang van strategische onafhankelijkheid en de belangrijke rol in de duurzame transitie 3. Bouw: op basis van economische en technologische specialisatie en het belangrijke groeipotentieel (vooral binnenlands), ook in het kader van de duurzame transitie 4. Zorg en gezondheid: op basis van economische en technologische specialisatie en het sterke groeipotentieel (ook internationaal), in belangrijke mate gelinkt aan de demografische transitie 5. Veiligheid en defensie: belangrijk groeipotentieel (ook internationaal) met de toegenomen aandacht voor dit thema en de voorziene stijging voor de defensiebudgetten en uiteraard ook strategisch belangrijk
Daarnaast werden vijf meer transversale ecosystemen geselecteerd. Deze hebben een belangrijke hefboomfunctie voor de bredere economie en ondersteunen meerdere ecosystemen tegelijk: 6. Digitale technologie: op basis van het enorme groeipotentieel (vooral ook internationaal), de veelbelovende startup-dynamiek (als basis voor de verdere uit bouw en het strategische belang als groeiversneller voor de hele economie) 7. Energie-oplossingen: op basis van economische specialisatie, strategisch belang voor de hele economie (zeker ook in het licht van de verdere elektrificatie) en cruciale rol in de duurzame transitie 8. Zakelijke dienstverlening: op basis van het grote gewicht in de economie en vooral de rol als potentiële groeiversneller voor de rest van de economie 9. Logistiek: op basis van de bestaande sterke positie en de potentiële hefboomfunctie naar grote delen van de rest van de economie 10. Financiering: op basis van de cruciale rol van financiering voor investeringen (zeker ook in het kader van de grote transities die op ons afkomen) en voor door groeiende ondernemingen
17
1.
Agrovoeding
Het ecosysteem agrovoeding omvat in essentie alle activiteiten die te maken hebben met de productie, verwerking, distributie en verkoop van voeding. Dat gaat over de volledige voedselwaardeketen van primaire productie, landbouw, veeteelt, fruitteelt, tuinbouw, visserij en aquacultuur, tot de verwerking in de voedingsen drankenindustrie, handel, groot- en detailhandel, horeca en catering. Daarnaast omvat het ecosysteem ook de toeleveranciers van ondersteunende diensten en producten, zoals zaaigoed, wasbeschermingsmiddelen, meststoffen, machines, verpakkingen, onderhoud, transport, advies en logistiek. Voor Limburg is dat ecosysteem onder meer zichtbaar in de sterke positie van Haspengouw als fruitregio, de land- en tuinbouw in Noord-Limburg, de voedingsverwerking en de logistieke koppeling met binnen- en buitenlandse afzetmarkten.
18
Actuele sterktes
Hindernissen
De Vlaamse en Limburgse agrovoedingssector vertrekt vanuit een sterke uitgangspositie. We beschikken vandaag al over een performante, technologisch geavanceerde en internationaal competitieve voedingsindustrie. De bestaande exportkracht vormt een solide basis om verder in te spelen op de groeiende internationale voedingsmarkt. Voor Limburg is vooral de combinatie van primaire productie, verwerking, logistiek en nabijheid van markten in Nederland en Duitsland een belangrijke troef.
De verdere groei van het Limburgse agrovoedingsecosysteem wordt afgeremd door een aantal structurele hindernissen. De belangrijkste uitdaging is de toenemende druk van klimaatverandering en duurzaamheid. Strengere regels rond stikstof, waterkwaliteit, klimaat en ruimte beperken de ontwikkelingsmogelijkheden van landbouw- en voedingsbedrijven. Tegelijk maken droogte, waterstress en extreme weersomstandigheden het voedselsysteem kwetsbaarder.
Een tweede belangrijke troef is de sterke innovatie- en kennisbasis. Limburg heeft een goed uitgebouwd ecosysteem, met kennisinstellingen, praktijkgerichte expertise en bedrijven die inzetten op teelttechniek, voedselkwaliteit, verwerking, logistiek en duurzame productie. Die combinatie kan helpen om de agrovoedingsketen productiever, duurzamer en weerbaarder te maken. Daarnaast kan Limburg zijn reputatie als culinaire en gastronomische regio sterker uitspelen. Kwaliteitsvolle producten, een sterke gastronomische uitstraling, hoge voedselveiligheid en een efficiënte keten dragen bij tot vertrouwen en internationale zichtbaarheid. In Limburg sluiten streekproducten, fruit, wijn, bier, horeca en toerisme hier bovendien natuurlijk op aan.
Daarnaast kampt het ecosysteem met een te lage productiviteit. Die blijft achter op het gemiddelde van de totale economie en groeit onvoldoende snel. Dat zet de internationale competitiviteit onder druk, verlaagt marges en beperkt op termijn de investeringscapaciteit. De centrale uitdaging wordt om duurzamere productieprocessen te combineren met hogere productiviteit. Een derde knelpunt is de gefragmenteerde en onevenwichtige waardeketen. Vooral primaire producenten staan structureel onder druk door lage marges, onzekerheid over afzetprijzen en risico’s door weersomstandigheden. Daardoor wordt het moeilijker om te investeren, te innoveren en de keten weerbaarder te maken. Dat speelt ook in Limburg, waar veel landbouw- en tuinbouwbedrijven sterk afhankelijk zijn van seizoenen, internationale prijsvorming en afzetzekerheid.
Ook de internationale concurrentie vormt een belangrijke rem. Limburgse bedrijven concurreren met regio’s net over de grens waar de productiekosten lager liggen en de milieu- en sociale normen minder streng zijn. Dat verhoogt het risico op verlies van marktaandeel, delokalisatie en prijsdruk. Daarbovenop maken geopolitieke spanningen en verstoringen op wereldmarkten de ketens kwetsbaarder.
fermentatie, kan Vlaanderen zich positioneren als Europese voorloper in alternatieve eiwitten.
Opportuniteiten voor groei
De grootste opportuniteit ligt echter in het verhogen van de productiviteit. Digitalisering, robotisering, AI, precisielandbouw, kwaliteitscontrole, traceerbaarheid en datadeling kunnen de hele keten efficiënter maken. Daarvoor is meer samenwerking binnen de waardeketen nodig. Ook biotechnologie kan hier een sleutelrol spelen: groene biotech voor sterkere en productievere gewassen, witte biotech voor duurzame industriële processen en voedingsbiotech voor betere verwerking, houdbaarheid en voedingswaarde. Om dit verder uit te bouwen, moeten remmende factoren zoals trage goedkeuringen, strikte regelgeving en beperkingen rond biotech en GGO’s worden aangepakt.
De Limburgse agrovoeding heeft belangrijke groeikansen door de stijgende internationale vraag naar voeding, vooral rond duurzaamheid, gezondheid en nieuwe voedingspatronen. Plantaardige en hybride producten, nutritioneel geoptimaliseerde voeding, korte ketenconcepten en de link tussen voeding en gezondheid bieden daarbij duidelijke opportuniteiten. Vooral de samenwerking tussen agrovoeding en zorg & gezondheid kan sterker worden uitgespeeld. Voor Limburg kan die link bijkomende kansen bieden door de aanwezigheid van voedingsbedrijven, zorgactoren, kennisinstellingen en een sterke regionale identiteit rond kwaliteit en gezondheid. Een belangrijke hefboom is de Vlaamse eiwitstrategie. Die kan leiden tot nieuwe teelten, innovatieve verwerkingstechnologieën en kansen voor start-ups en scale-ups. Door in te zetten op duurzame dierlijke eiwitten, plantaardige eiwitten en alternatieve eiwitten via bijvoorbeeld microbiële
Ook circulariteit biedt groeipotentieel. Limburg staat al sterk op dit vlak en kan reststromen beter valoriseren, grondstoffen efficiënter inzetten en zich profileren als living lab voor circulaire toepassingen in de voedingsindustrie.
re productie, nieuwe ondernemingen en internationale markttoepassingen. Tot slot blijft internationalisering essentieel. Nieuwe handelsakkoorden, zoals met Mercosur, kunnen bijkomende exportkansen creëren voor een groot deel van de agrovoedingssector. In een meer gefragmenteerde wereldeconomie blijven gerichte handelsakkoorden belangrijk om internationale groei mogelijk te maken.
De uitdaging bestaat er niet alleen in om nieuwe kennis en technologie te ontwikkelen, maar vooral om die kennis ook economisch te valoriseren. Limburg moet daarom sterker inzetten op proeftuinen, demonstratieprojecten en samenwerkingsverbanden die nieuwe teelttechnieken, biotechoplossingen en voedingsinnovaties sneller vertalen naar schaalba-
19
2.
Ambities richting 2035 In 2035 moet de productiviteit in de Limburgse agrovoeding maal drie
In 2035 is Limburg een sterke schakel in de Vlaamse biotechen voedingsinnovatie
In 2035 is Limburg een voortrekker in gezonde en duurzame voeding
Via digitalisering, robotisering, AI en een bredere toepassing van biotech-oplossingen moet het productiviteitsniveau in de agrovoeding structureel omhoog. Een jaarlijkse productiviteitsgroei van minstens 1,25% moet ervoor zorgen dat Limburgse voedingsbedrijven competitiever worden, meer waarde creëren en hun positie binnen Vlaanderen en Europa versterken.
Tegen 2035 moet Vlaanderen uitgroeien tot een Europese referentie voor biotechnologische voedingsinnovatie en vooral ook valorisatie. Limburg kan daarin een duidelijke rol opnemen als proeftuin en toepassingsregio. Door de koppeling tussen landbouw, voedingsbedrijven, kennisinstellingen en innovatieve maakindustrie kan Limburg mee zorgen dat biotech-oplossingen sneller hun weg vinden naar concrete toepassingen in de agrovoedingsketen.
Limburg moet zich binnen Vlaanderen profileren als een voortrekker in gezonde en duurzame voeding. Door gerichte samenwerking tussen voedingsbedrijven, landbouwers, zorginstellingen, kenniscentra en logistieke spelers kan Limburg de ontwikkeling, testing, validatie en marktintroductie van innovatieve voedingsproducten versnellen.
STEM VAN DE ONDERNEMER Wat is jouw groeipad tegen 2035? "Capra is een Belgische producent van hoogwaardige geitenkaas en geitenzuivel.Vanuit onze vestiging in Halen werken we nauw samen met onze geitenhouders en zetten we sterk in op kwaliteit, innovatie en duurzaamheid. Als onderdeel van de Agrial-groep bouwen we voortdurend aan een toekomstgerichte en verantwoorde productie. Onze groei richting 2035 draait niet alleen om meer produceren, maar vooral om slimmer en duurzamer produceren. Met het Borrelmenneke-project investeren we in een innovatieve installatie die een belangrijke stap zet naar een circulaire productie. Door water uit het permeaat van onze kaasproductie te recupereren en opnieuw te gebruiken, sluiten we de kringloop binnen onze fabriek.
20
Deze investering verlaagt ons waterverbruik aanzienlijk (-79%), reduceert onze CO₂-uitstoot (-25K ton per jaar) en vermindert het aantal transporten (1000 per jaar) van nevenstromen. Zo verkleinen we onze impact op mens, milieu en omgeving, terwijl we tegelijk onze operationele efficiëntie verhogen. Borrelmenneke is veel meer dan een technische installatie. Het is een investering in de toekomst van onze productiesite, in duurzame innovatie en in de verdere verankering van Capra binnen de Agrial-groep. Met dit project bouwen we vandaag aan de duurzame zuivelfabriek van morgen."
GUY HEX
MANAGING DIRECTOR CAPRA
Energie-intensieve industrie
Het energie-intensieve ecosysteem omvat de takken van onze industrie waarvan de productieprocessen gekenmerkt worden door een hoog energieverbruik en een groot materiaalverbruik. In enge zin, op basis van de klassieke sectorindeling, gaat het om de volgende activiteiten: chemie, staal, papier, kunststoffen, raffinage, cement, hout, rubber, non-ferrometalen, glas en keramiek. De energie-intensieve industrie is dus nauw verbonden met verschillende andere ecosystemen doorheen onze economie. Daarnaast is het ecosysteem ook heel sterk internationaal georiënteerd. De energie-intensieve industrie is goed voor 27% van de Vlaamse export. Op verschillende manieren is het ecosysteem dus een belangrijke pijler van onze welvaartscreatie. Voor Limburg gaat het onder meer om materiaalintensieve maakindustrie, metaalverwerking, kunststoffen, bouwmaterialen, recyclage, glas, keramiek en andere industriële activiteiten die sterk afhankelijk zijn van competitieve energie, ruimte en logistiek. Actuele sterktes Het energie-intensieve ecosysteem vertrekt vanuit een sterke industriële basis. De grote troef is de concentratie van vrijwel de volledige basisindustriële waardeketen rond een van de belangrijkste logistieke toegangspoorten van Europa. Vooral de havens, multimodale verbindingen en sterke koppeling met Nederland en Duitsland hebben gezorgd voor een industriële cluster met kritische massa.
De havens spelen daarin een sleutelrol. Ze maken Vlaanderen tot een Europese import- en exportpoort voor grondstoffen, bulkstromen, halffabricaten en afgewerkte producten. De combinatie van waterwegen, spoor, pijpleidingen en snelwegen zorgt voor betrouwbare toeleveringsketens, wat cruciaal is voor bedrijven die afhankelijk zijn van grote volumes, continuïteit en just-in-time leveringen. Limburg sluit op die logistieke structuur aan via onder meer het Albertkanaal, watergebonden bedrijventerreinen, containerterminals en verbindingen richting Antwerpen, Luik, Nederland en Duitsland. Limburg vormt daarbij geen geïsoleerde industriële cluster, maar een belangrijke inlandse schakel binnen het ruimere Noordwest-Europese industriegebied. Een tweede sterkte is de sterke verwevenheid binnen de cluster. Installaties, sites en processen zijn onderling gekoppeld via energie, proceswarmte, stoom, reststromen, bijproducten, CO₂- en waterstofstromen. Daardoor ontstaan belangrijke clustereffecten: reststromen krijgen elders opnieuw waarde, bedrijven delen infrastructuur en er is een gespecialiseerde toeleveringsbasis en arbeidsmarkt. Ook circulariteit vormt een belangrijke troef. België behoort al tot de Europese top inzake hergebruik van materialen. Die positie wordt strategisch steeds belangrijker, omdat circulariteit kan helpen om de afhankelijkheid van kritieke grondstoffen te verminderen. Daarnaast beschikt het ecosysteem over een stevige kennis- en innovatiebasis. De energie-intensieve industrie scoort sterk op procesinnovatie en is goed voor een groot aandeel van de Vlaamse octrooien, vooral in de chemie.
Ten slotte is de energie-intensieve industrie het fundament onder veel andere waardeketens. Ze levert basismaterialen en sleutelcomponenten voor onder meer bouw, mobiliteit, energie-infrastructuur, verpakking, gezondheidszorg, voeding, digitale toepassingen en defensie. Daardoor is dit ecosysteem niet zomaar een sector, maar een strategische basis voor de Vlaamse en Limburgse economie. Hindernissen Het Limburgs energie-intensieve ecosysteem staat zwaar onder druk. Al jaren neemt de activiteit af en worden investeringen uitgesteld of geschrapt. Dat is bijzonder problematisch, omdat dit soort industrie sterk afhankelijk is van langetermijninvesteringen. Zonder nieuwe investeringen dreigt een geleidelijke afbouw van grote delen van het ecosysteem. De grootste bedreiging op korte termijn zijn de hoge energieprijzen. Europa kampt met structureel hogere energieprijzen dan de VS en grote delen van Azië, terwijl er vandaag geen duidelijk perspectief is om die handicap snel weg te werken. Daardoor komt de financiële leefbaarheid van bepaalde energie-intensieve activiteiten in Vlaanderen en Limburg onder druk. Ook de bevoorradingszekerheid, netcongestie en onzekerheid over toekomstige energiecapaciteit wegen op investeringsbeslissingen. Daarbovenop komen de kosten en complexiteit van de duurzame transitie. Het ETS-systeem, de nood aan elektrificatie, waterstof, CO₂-infrastructuur, circulaire grondstoffen en industriële symbiose vragen grote investeringen en afstemming tussen bedrijven, overheden en infrastructuurspelers. Zonder competitieve energieprijzen, voldoende netcapaci-
21
Ambities richting 2035 teit, duidelijke vergunningen en risicodeling dreigen die investeringen niet of elders te gebeuren. Een tweede grote bedreiging is de internationale concurrentie, vooral vanuit China. Door industriële overcapaciteit, exportgerichte groei en toenemende technologische maturiteit kan China ook in staal, chemie en andere energie-intensieve sectoren voor zware prijsdruk zorgen. De evoluties in zonnepanelen, elektrische wagens en staal zijn daarbij een waarschuwing. Voor Limburgse bedrijven die vaak onderdeel zijn van internationale waardeketens, kan die prijsdruk rechtstreeks doorwegen op marges en investeringsruimte. Ook de gebrekkige beleidsafstemming vormt een probleem. Het ecosysteem functioneert grensoverschrijdend, maar beleid, vergunningen, infrastructuurplanning en steunregimes blijven te versnipperd. Daardoor worden schaalvoordelen onvoldoende benut. Op Europees niveau dreigt bovendien een subsidierace, waarbij investeringen niet noodzakelijk terechtkomen op de economisch meest logische locaties, maar in regio’s met de snelste procedures of diepste zakken. Voor Limburg, als grensprovincie tussen Vlaanderen, Nederland en Duitsland, is een betere grensoverschrijdende afstemming rond energie, infrastructuur en industriebeleid essentieel. De bedreigingen reiken verder dan de energie-intensieve industrie zelf. Omdat dit ecosysteem de basis vormt van veel andere waardeketens, kan krimp leiden tot een domino-effect: minder volume voor toeleveranciers, verlies aan gespecialiseerde diensten en logistiek, en minder zekerheid voor downstream industrieën.
22
Opportuniteiten voor groei De groeikansen voor het energie-intensieve ecosysteem liggen minder evident dan bij andere ecosystemen, maar ze zijn er wel. De kern is dat Limburg en Vlaanderen deze industrie niet zomaar mogen afschrijven. Ze blijft belangrijk door haar hoge productiviteit, haar rol in innovatie, haar strategische waarde en haar bijdrage aan de duurzame transitie. De belangrijkste opportuniteit is het verkleinen van de energiehandicap. Vlaanderen en Europa zullen de hogere energieprijzen tegenover de VS en Azië niet zomaar volledig kunnen wegwerken, maar ze kunnen de totale systeemkost wel verlagen. Dat kan via lagere lasten op de energiefactuur, het terugsluizen van ETS-opbrengsten naar de industrie, betere afstemming van Europese energiemarkten en extra investeringen in eigen energieproductie. Zelfs een gedeeltelijke vermindering van de energiehandicap kan het toekomstperspectief van het ecosysteem sterk verbeteren. De opbrengsten uit het Europese emissiehandelssysteem moeten zoveel mogelijk terugvloeien naar de energie-intensieve sectoren. Die middelen moeten prioritair worden ingezet voor investeringen in elektrificatie, waterstof, CO₂-afvang en -transport, circulaire processen en andere sleuteltechnologieën voor industriële verduurzaming. Daarnaast biedt de duurzame transitie economische kansen. De energie-intensieve industrie staat centraal in decarbonisatie, met mogelijkheden rond elektrificatie, waterstof en CO₂-oplossingen (o.a. via de Leidingstraat). Door de sterke industriële concentratie, haveninfrastructuur, kennisbasis en lopende pilootprojecten kan Limburg deze technologieën op schaal toepassen. Decarbonisatie hoeft zo niet
alleen een kost te zijn, maar kan ook processen moderniseren, efficiëntie verhogen en investeringen verankeren. CO₂ kan daarbij uitgroeien tot een nieuwe markt. Vlaanderen kan door zijn industriële schaal, havens en ligging een belangrijke rol spelen in CO₂-opvang, -transport, -opslag en -gebruik. Daarmee kan het bestaande ecosysteem verduurzamen én nieuwe activiteiten aantrekken rond CCU, CCS, synthetische moleculen en koolstofkringlopen. Voor Limburg is vooral de aansluiting op bredere infrastructuur en grensoverschrijdende industriële netwerken hierbij van belang. Ook circulariteit biedt kansen. Door reststromen, recyclage, hergebruik en nieuwe materiaalcycli te integreren in bestaande industriële processen kan circulaire productie op schaal worden uitgebouwd. De combinatie van industriële clustering, logistiek, kennis en markttoegang maakt het mogelijk om circulariteit niet als niche, maar als competitief organisatiemodel te ontwikkelen. Een laatste grote opportuniteit ligt in het strategische belang van de energie-intensieve industrie. Europa heeft een eigen basisindustrie nodig om minder afhankelijk te worden van andere economische blokken. Zonder basismaterialen komen ook defensie, energietransitie, gezondheidszorg, hightech en andere waardeketens onder druk. Vlaanderen, en vooral de as Antwerpen-Rotterdam-Rijn-Ruhr, is goed geplaatst om uit te groeien tot dé strategische energie-intensieve cluster van Europa. Limburg kan daarin een verbindende rol spelen door zijn ligging tussen Antwerpen, Luik, Nederland en Duitsland en door zijn eigen industriële en logistieke basis.
In 2035 is Limburg een strategische schakel in de industriële ruggengraat van Europa
In 2035 is Limburg een proeftuin voor industriële decarbonisatie
In 2035 is Limburg een voortrekker in circulaire basisindustrie
Tegen 2035 versterkt Vlaanderen haar rol binnen de grootste, meest geïntegreerde en duurzame energie-intensieve productiecluster van Europa: de cluster Antwerpen-Rotterdam-Ruhr. Limburg moet daarin nadrukkelijker gepositioneerd worden als strategische schakel tussen Vlaanderen, Nederland en Duitsland. Dankzij haar ligging aan het Albertkanaal, de nabijheid van de Ruhrregio, de logistieke troeven en de aanwezigheid van industriële sites kan Limburg een belangrijke rol spelen in de verdere uitbouw van deze Europese industriële ruggengraat.
Tegen 2035 moet het Vlaamse energie-intensieve ecosysteem uitgroeien tot een Europese referentie voor klimaatneutrale industrie. Limburg kan daarin een concrete rol opnemen als toepassings- en demonstratieregio voor elektrificatie, waterstof, energie-efficiëntie en circulaire industriële processen. Voor Limburgse bedrijven is decarbonisatie niet alleen een klimaatopgave, maar ook een competitiviteitsvraagstuk: lagere systeemkosten, hogere efficiëntie en nieuwe investeringen moeten de industriële basis in de provincie versterken.
Vlaanderen behoort vandaag al tot de voorlopers in circulair materiaalgebruik, maar moet die positie verder uitbouwen. Limburg kan daar sterk toe bijdragen door gesloten materiaalkringlopen, industriële symbiose en hergebruik van grondstoffen verder te verankeren op en tussen bedrijventerreinen. De combinatie van maakindustrie, logistiek, recyclage, bouwmaterialen, chemie en energie-intensieve activiteiten biedt kansen om circulariteit om te zetten in nieuwe toegevoegde waarde, minder grondstofafhankelijkheid en een duurzamere industriële verankering in Limburg.
STEM VAN DE ONDERNEMER Wat is jouw groeipad tegen 2035? "Bij Aperam kijken we naar groei die verder gaat dan cijfers alleen. We zien duidelijke kansen in de toenemende vraag naar hoogwaardige en gespecialiseerde roestvaststalen producten. Om daarop in te spelen, blijven we onze installaties en processen continu moderniseren, met innovatie en duurzaamheid als belangrijke speerpunten. Daarnaast geloven we dat duurzame groei alleen mogelijk is met de juiste mensen. Onze medewerkers maken het verschil: dankzij hun vakkennis en engagement halen we het maximale uit onze installaties en blijven we performant. Daarom investeren we niet alleen in technologie, maar ook in de ontwikkeling van onze mensen en zetten we volop in op lokaal talent. Om die groei ook de komende jaren waar te maken, is een sterke samen-
werking met onze regio essentieel. Een aantrekkelijk ondernemingsklimaat, een blijvende instroom van technisch talent en de steun van Limburg om innovatie, duurzaamheid en industriële ontwikkeling te stimuleren, helpen ons om verder te investeren en onze internationale concurrentiepositie te versterken, en ervoor te zorgen dat de industrie in Vlaanderen zich verder blijft ontwikkelen. Door innovatie, duurzaamheid en talentontwikkeling te combineren, bouwen we verder aan een toekomstbestendige fabriek, en versterken we onze positie, zowel in Limburg als op de internationale markt."
JIMMY DE WILDE
PLANT GENERAL MANAGER APERAM GENK
23
3.
Bouw
De bouw staat in Vlaanderen en ook in Limburg de jongste jaren onder druk, met onder meer een verontrustend laag aantal bouwvergunningen voor nieuwbouw en een recordaantal faillissementen in de sector. Ook in Limburg vertaalt zich dat in een afkoelende nieuwbouwmarkt, uitgestelde projecten en toenemende druk op aannemers, ontwikkelaars en toeleveranciers. Die moeilijke situatie is vooral conjunctureel, gelinkt aan de sterke kostenstijging in de bouw en de rentecyclus waarbij de normalisering van de marktrentes, na een periode van extreem lage rentes, de leencapaciteit ondermijnt. Niettemin blijft de bouw een belangrijk deel van onze economie, met vooral een spectaculair groeipotentieel in de komende decennia. We hebben eenvoudigweg te weinig woningen om de bevolkingsgroei op te vangen en de duurzame transitie zorgt voor enorme opportuniteiten, zowel voor het bestaande gebouwenpark als voor infrastructuur.
Actuele sterktes Het Vlaamse en Limburgse bouwecosysteem vertrekt vanuit een sterke basis: de sector is groot, lokaal verankerd en omvat vrijwel de volledige waardeketen, van ontwerp en engineering tot uitvoering, onderhoud en facility management. Die end-to-end aanwezigheid is een belangrijke troef nu bouwen steeds meer evolueert naar geïntegreerde levenscyclusoplossingen, standaardisering en schaalbare processen. In Limburg komt daar de sterke aanwezigheid van kmo’s, familiebedrijven, aannemers, installateurs en toeleveranciers bij, die diep verankerd zijn in de lokale economie. Een tweede sterkte is de snelgroeiende innovatiebasis. De O&O-uitgaven, het aantal onderzoekers en de octrooiactiviteit nemen toe. De bouw is zelfs het enige Vlaamse ecosysteem met een stijgende octrooitrend. Dat wijst erop dat innovatie steeds meer deel wordt van de kernstrategie van ondernemingen. Vlaanderen beschikt bovendien over sterke spelers in onder meer offshore wind, heavylift, bouwmaterialen, BIM, robotica en AI. De uitdaging blijft wel om die innovatie breder te verspreiden naar het volledige ecosysteem, vooral naar kmo’s. Dat geldt zeker ook voor Limburg, waar de sector sterk kmo-gedreven is en de productiviteitssprong dus breed gedragen moet worden. Daarnaast kunnen duurzaamheidsverplichtingen uitgroeien tot een structurele motor voor de sector. Nieuwe normen rond energie-efficiëntie, circulariteit en klimaatneutraliteit creëren een langdurige investeringsdruk in gebouwen, infrastructuur en materialen. Voor bedrijven die hierop inspelen, biedt dat kansen voor renovatie, standaardisering, levenscyclusbeheer en schaalbare oplossingen. In
24
Limburg is dat potentieel groot, gezien het verouderde gebouwenpark, de renovatienood bij woningen en publieke gebouwen en de vraag naar toekomstbestendige bedrijfsinfrastructuur.
door demografie, arbeidsmarktkrapte en moeilijkere inzet van buitenlandse arbeidskrachten. Zonder een echte productiviteitsdoorbraak wordt verdere groei moeilijk haalbaar.
Ook circulariteit is een belangrijke troef. Vlaanderen behoort al tot de Europese koplopers en circulair bouwen evolueert steeds meer van niche naar standaardpraktijk. Hergebruik, CO₂-reductie en levenscyclusdenken worden belangrijker in materialenkeuzes, processen en aanbestedingen. Dat kan Vlaanderen en Limburg een concurrentieel voordeel geven in een Europese markt waar circulariteit steeds vaker markttoegang bepaalt.
Die productiviteitsdoorbraak wordt bemoeilijkt door de trage adoptie van innovatie. BIM, prefab, circulaire materialen en AI vinden wel ingang, maar te langzaam en te weinig breed verspreid. Innovatie blijft vaak beperkt tot projecten of koplopers en groeit te weinig uit tot schaalbare businessmodellen. Daardoor verloopt de omslag naar een meer gestandaardiseerd, digitaal en platformgedreven bouwmodel te traag.
Ten slotte biedt digitalisering een grote hefboom. Toepassingen zoals BIM, data-analyse, automatisering en sensortechnologie kunnen faalkosten verminderen, planning verbeteren, productiviteit verhogen en de arbeidsintensiteit verlagen. De link met het digitale ecosysteem wordt daardoor steeds belangrijker.
Ook het vergunnings- en planningskader vormt een belangrijke rem. Trage en complexe procedures vertragen investeringen in woningbouw, infrastructuur, renovatie en herontwikkeling. Daarnaast beperkt de ruimtelijke context, met onder meer de bouwshift richting netto nul extra ruimtebeslag tegen 2040, het klassieke groeimodel van de sector.
Hindernissen De verdere groei van het Vlaamse en Limburgse bouwecosysteem wordt afgeremd door een aantal structurele zwaktes. De belangrijkste is het traditionele, projectgedreven verdienmodel. De sector werkt vaak met lage marges, sterke prijsdruk en een focus op de laagste kost. Daardoor blijft er weinig ruimte over voor investeringen in innovatie, digitalisering en duurzaamheid. In een context van stijgende kosten en hogere verwachtingen dreigt “business as usual” steeds minder houdbaar te worden. Een tweede kernprobleem is de lage productiviteitsgroei. Groei in de bouw blijft vandaag vooral jobgedreven, maar dat model botst op zijn grenzen
Ten slotte blijft de arbeidsmarktkrapte een grote bedreiging. De instroom van technisch en praktisch talent blijft achter, bouwopleidingen verliezen aantrekkingskracht en de sector heeft tegelijk nood aan nieuwe profielen met digitale, procesmatige en datagedreven competenties. Zonder gerichte aanpak dreigt een vicieuze cirkel van lage marges, beperkte innovatie, lage productiviteit en dalende aantrekkelijkheid. Opportuniteiten voor groei Het Vlaamse en Limburgse bouwecosysteem heeft een groot groeipotentieel door de combinatie van een verouderd gebouwenpark, verouderde infrastructuur, woningtekort en de
digitale en duurzame transities. De vraag naar renovatie, verduurzaming, infrastructuurvernieuwing en bijkomende woningen zal de komende decennia structureel hoog blijven. In Limburg komen daar specifieke opgaven bij rond de renovatie van woningen en publieke gebouwen, de modernisering van bedrijventerreinen, mobiliteitsinfrastructuur, zorgen onderwijsinfrastructuur en de verdere economische ontsluiting van de provincie. De uitdaging is wel om die vraag minder conjunctuurgevoelig te maken, zodat bedrijven voldoende zekerheid krijgen om te investeren en te transformeren. De grootste opportuniteit ligt in standaardisering. Modulair, prefab en gestandaardiseerd bouwen kunnen de omslag maken van een projectmatige werfaanpak naar een meer industrieel bouwproces. Dat moet leiden tot minder faalkosten, kortere doorlooptijden, hogere kwaliteit en vooral een veel hogere productiviteit. In een context van arbeidskrapte, stijgende kosten en toenemende complexiteit wordt standaardisering een noodzakelijke hefboom voor groei. Digitalisering en AI zijn daarbij cruciaal. BIM, digitale tweelingen, sensordata, AI-gestuurde planning en voorspellend onderhoud maken het mogelijk om gebouwen en infrastructuur beter te ontwerpen, efficiënter te bouwen en slimmer te beheren over de volledige levenscyclus. Zo kan digitalisering productiviteit toevoegen doorheen het hele bouwproces. Voor Limburg is het belangrijk dat deze technologieën niet beperkt blijven tot grote spelers, maar ook ingang vinden bij de brede kmo-basis van de sector. Als Vlaanderen die productiviteitssprong kan realiseren, ontstaat ook meer internationaal groeipotentieel.
Vandaag is bouw nog vaak nationaal georganiseerd, maar een efficiënter, gestandaardiseerd en schaalbaar bouwmodel kan Vlaamse bedrijven meer kansen geven op de Europese markt. Daarvoor is ook een beter werkende Europese interne markt nodig. Limburg kan hierin mee profiteren door zijn ligging tussen Vlaanderen, Nederland en Duitsland en door zijn sterke grensoverschrijdende economische positie. Daarnaast moet het zwaartepunt verschuiven van een cyclische nieuwbouwmarkt naar een meer stabiele renovatie- en transitiemarkt. Klimaatdoelstellingen, renovatieverplichtingen, strengere energie-eisen en een verouderd gebouwenbestand creëren een langdurige investeringsvraag. Vooral herhaalbare renovatieconcepten, geïntegreerde oplossingen en levenscyclusdenken bieden kansen. De renovatie-opgave is enorm: om de energiedoelstellingen te halen, moet het renovatietempo fors omhoog. Ook nieuwe service- en prestatiemodellen bieden kansen, zoals renovation as a service, smart buildings, energieprestatiecontracten en onderhoudscontracten. Die kunnen bouwbedrijven helpen evolueren van eenmalige projectinkomsten naar meer recurrente en voorspelbare inkomsten. Ten slotte kunnen publieke investeringen in infrastructuur, mobiliteit, onderwijs, zorg en defensie zorgen voor een stabielere vraag. Als de overheid inzet op een duidelijke investeringsagenda en levenscyclusdenken in publieke projecten, kan ze de transformatie van het bouwecosysteem mee versnellen. Een stabieler en voorspelbaarder investeringspad kan de sector helpen om te investeren in mensen, machines, digitalisering en innovatie.
25
Ambities richting 2035 De productiviteitsgroei in de bouw moet maal vijf Tegen 2035 worden standaardisering, digitalisering en industrialisering de motoren van een veel sterkere productiviteitsgroei in de bouw. Voor Limburg is die omslag bijzonder relevant: de provincie kent een grote woon-, renovatie- en infrastructuuropgave, terwijl ook hier arbeidskrapte, stijgende kosten en vergunningscomplexiteit zwaar wegen op de sector. Bouwen moet daarom evolueren van een hoofdzakelijk ambachtelijke werfactiviteit naar een geïntegreerd productieproces, ondersteund door digitale standaarden, ketenintegratie en lifecycle-denken. In Limburg biedt dat kansen om prefab, modulair bouwen, data-gedreven processturing en circulaire bouwmethodes sneller op te schalen. Ontwerp, engineering, productie en uitvoering worden daarbij niet langer sequentieel georganiseerd, maar geïntegreerd in één proces. Zo kan de Limburgse bouwsector niet alleen productiever worden, maar ook sneller en betaalbaarder inspelen op de woon-, bedrijfs- en infrastructuurbehoeften van de provincie. In 2035 vormen renovatie, verdichting en herontwikkeling het zwaartepunt van de Limburgse bouwsector Nieuwbouw blijft belangrijk, zeker om de woonbehoefte en economische groei in Limburg op te vangen. Toch ligt de grootste structurele uitdaging in de renovatiemarkt. Ook Limburg heeft een verouderd gebouwenpark, een grote energie- en renovatieopgave en een toenemende nood aan slimme verdichting rond kernen, bedrijventerreinen en goed ontsloten locaties. Die opgave mag
26
niet alleen als maatschappelijke verplichting worden gezien, maar ook als economische groeimotor. Renovatie, herbestemming, verdichting en herontwikkeling kunnen langdurige investeringscycli creëren voor Limburgse bouwbedrijven, architecten, studiebureaus, installateurs en toeleveranciers. Door deze markt sterker te organiseren en te versnellen, wordt de sector minder afhankelijk van klassieke nieuwbouwcycli, renteontwikkelingen en vastgoedconjunctuur. In 2035 maakt Limburg deel uit van een grootschalig infrastructuuroffensief Vlaanderen staat voor een enorme infrastructuuruitdaging en moet richting 2035 duidelijke, voorspelbare investeringsprioriteiten vastleggen. Limburg moet daarin een volwaardige plaats krijgen. De provincie heeft strategische noden op het vlak van mobiliteit, bedrijventerreinen, watergebonden infrastructuur, zorg, onderwijs, energie, klimaatadaptatie en defensie. Ook het onderhoud en de vervanging van bestaand publiek patrimonium moeten daarin worden meegenomen. Voor Limburg betekent dit dat projecten zoals betere ontsluiting van economische knooppunten, investeringen in bedrijventerreinen, duurzame mobiliteitsinfrastructuur, energie-infrastructuur en publieke voorzieningen niet ad hoc mogen worden aangepakt, maar deel moeten uitmaken van een geïntegreerde meerjarige investeringsstrategie. Door nieuwe investeringen en onderhoud te bundelen in schaalprogramma’s ontstaan leereffecten, kennisopbouw en meer competitiviteit voor de Limburgse bouw- en infrastructuurse
STEM VAN DE ONDERNEMER Wat is jouw groeipad tegen 2035? "In 2035 bouwen we niet alleen gebouwen, maar ook aan een duurzame en veerkrachtige samenleving. De uitdagingen voor onze sector zijn groot: betaalbaar wonen, de energietransitie, een krappe arbeidsmarkt en steeds hogere verwachtingen op het vlak van kwaliteit en duurzaamheid. Tegelijk creëren ze kansen om het anders en beter te doen. Door volop te kiezen voor innovatie, digitalisering en industriële bouwmethodes kunnen we efficiënter werken en de impact van onze projecten verder verkleinen. Bij Vanderstraeten staat de mens daarbij centraal. Sterke teams, duurzame partnerships en een langetermijnvisie vormen al jarenlang de basis van ons succes. Daarom blijven we investeren in kennis, talent en samenwerking.
Interview
BEN GEYBELS CEO VAN GROUP-GTS
Ook Limburg heeft alles in huis om een voortrekkersrol op te nemen. Met zijn ondernemerschap, vakmanschap en sterke kennisnetwerken kan onze provincie uitgroeien tot een referentie in toekomstgericht bouwen. Als Limburgs familiebedrijf willen we daar actief aan bijdragen, zodat economische groei en maatschappelijke meerwaarde hand in hand blijven gaan."
MICHEL VANDERSTRAETEN GEDELEGEERD BESTUURDER VDS GROUP & VOORZITTER EMBUILD VLAANDEREN
27
De omvang van ons bedrijf is niet belangrijk. Wel dat het in 2035 nog altijd gezond en toekomstbestendig is. Met 850 medewerkers, 700 vrachtwagens op de baan, 360.000 m2 logistieke ruimte en een gemiddelde organische groei van 15 procent per jaar behoort Group-GTS tot de meest ambitieuze logistieke spelers in Europa. Toch ligt de focus van eigenaar en CEO Ben Geybels niet op omvang. Wanneer we hem vragen hoe hij zijn bedrijf tegen 2035 ziet, volgt een verrassend antwoord. “Ik hoop vooral dat Group-GTS tegen dan volledig future proof is. Een bedrijf dat autonoom kan draaien, zonder afhankelijk te zijn van mij of van mijn kinderen. De omvang in omzet of aantal medewerkers maakt me eigenlijk weinig uit. Als we maar een gezond bedrijf blijven met veel toekomstperspectief.”
Interview
BEN GEYBELS
Die visie vormt de rode draad doorheen de strategie van Group-GTS. Groei is belangrijk, maar nooit ten koste van continuïteit, winstgevendheid of kwaliteit. Dat vertaalt zich vandaag in een organisatie die bestaat uit vijf gespecialiseerde business units – Containers, Conventional, Logistics, Pharma & Food en Solutions & Sustainability – ondersteund door sterke shared services voor IT, HR, finance, fleet en kwaliteit.
Innovatie als hefboom voor de logistiek van morgen In een sector die volop digitaliseert, ziet Geybels innovatie niet als een keuze maar als een noodzaak. Daarom investeert Group-GTS zwaar in technologie die processen sneller, slimmer en efficiënter maakt. “Als ondernemer moet ik proberen de toekomst te voorspellen. Niet door in een glazen bol te kijken, maar door noden en opportuniteiten sneller te zien dan anderen.” Een belangrijke stap daarin is de verdere uitbouw van geïntegreerde TMSen WMS-platformen die internationaal inzetbaar zijn. Dankzij realtime dashboards krijgen managers sneller inzicht in prestaties op de werkvloer en kunnen ze sneller bijsturen. Daarnaast experimenteert het bedrijf met AI-toepassingen voor geautomatiseerde orderverwerking. PDF-bestellingen worden automatisch ingelezen en omgezet naar orders in het transportmanagementsysteem. Dat vermindert manuele input en verhoogt tegelijk de kwaliteit van de gegevens. Energie Ook duurzaamheid en energiebeheer worden steeds belangrijkere strategische thema’s. De omschakeling naar
elektrische vrachtwagens vraagt immers veel meer dan alleen nieuwe voertuigen. “Diesel tanken is eenvoudig. Energiemanagement wordt een nieuwe kerncompetentie. De toekomstige winnaar in onze sector zal degene zijn met de sterkste energiestrategie.” Group-GTS investeert daarom in laadinfrastructuur, batterijsystemen, slimme software en eigen energiebronnen zoals wind- en zonne-energie. Een gespecialiseerd energieteam onderzoekt hoe voertuigen zo efficiënt en onafhankelijk mogelijk kunnen worden opgeladen. Daarnaast kijkt het bedrijf ook verder vooruit. Dit najaar volgt een pilootproject rond autonome vrachtwagens en trekt Geybels naar China om nieuwe technologische ontwikkelingen van dichtbij te bestuderen.“Bepaalde innovaties moet je zelf zien. Alleen lezen of luisteren is niet voldoende.” Ook op operationeel vlak denkt Group-GTS vooruit. Door sterker in te zetten op nachtlogistiek wil het bedrijf files vermijden, congestie verminderen en assets efficiënter benutten. Wat vandaag nog een beperkte activiteit is, moet uitgroeien tot een belangrijke pijler binnen het logistieke model van de toekomst.
CEO VAN GROUP-GTS
28
29
Wie in het hoofd van de jeugd kan kijken, kan de toekomst voorspellen. Talent ontwikkelen als maatschappelijke verantwoordelijkheid Minstens even belangrijk als technologie zijn de mensen die ermee werken. Binnen Group-GTS werd de voorbije jaren een uitgebreide opleidingsstructuur uitgebouwd die medewerkers doorheen hun volledige carrière ondersteunt. Een van de opvallendste initiatieven is de Next Gen Academy. Daar krijgen jonge talenten om de drie maanden een nieuwe strategische uitdaging voorgeschoteld. Ze analyseren problemen, formuleren oplossingen en krijgen steeds vaker ook de verantwoordelijkheid om die oplossingen daadwerkelijk uit te rollen. “De evolutie die we willen zien, is van analyse naar oplossing en vervolgens naar eigenaarschap.” Daarnaast beschikt Group-GTS over een Leadership Academy voor toekomstige leidinggevenden en een Excellence Academy met zowel specialistische als algemene opleidingen. Van customer centricity en storytelling tot talenkennis, douanewetgeving en transportprocessen: leren is er een continu proces. Geybels ziet talentontwikkeling bovendien als een maatschappelijke opdracht. “Onze plicht als ondernemer is resultaten behalen. Maar ik voel ook een enorme verantwoordelijkheid tegenover jonge mensen. Als wij hen in hun eerste werkjaren niet beter maken, remmen
30
we hun toekomstige ontwikkeling af.” Dat begint al bij de instroom. GroupGTS werkt intensief samen met scholen, hogescholen en universiteiten. Opvallend is dat het bedrijf steeds vaker ook lagere en secundaire scholen betrekt om jongeren warm te maken voor logistiek en supply chain. Volgens Ben Geybels is dat noodzakelijk omdat steeds minder jongeren voor economische en logistieke opleidingen kiezen. “Wie in het hoofd van de jeugd kan kijken, kan de toekomst voorspellen.” De bedrijfscultuur omschrijft hij zelf als een topsportomgeving. Resultaten worden benoemd, feedback wordt niet vermeden en medewerkers worden uitgedaagd om voortdurend te groeien. Tegelijk worden jonge talenten nauw betrokken bij managementoverleg zodat ze sneller leren denken als ondernemers. Europese groei zonder het DNA te verliezen Hoewel Group-GTS de voorbije jaren sterk groeide – gemiddeld één overname per 2 jaar en een organische groei van ongeveer 15 procent – blijft de ambitie opvallend genuanceerd. “We willen niet de grootste worden. Wel de meest oplossingsgerichte transport- en logistieke speler. Er is daarvoor een duidelijke volgorde van prioriteiten: eerst continuïteit, vervolgens winstgevendheid en pas daarna groei.” Die aanpak heeft geleid tot een schaalbare organisatie die verder kan
uitbreiden zonder kwaliteitsverlies. Tegelijk wil het bedrijf de flexibiliteit van een kmo behouden. “Met 850 medewerkers voelen onze business units nog altijd aan als ondernemende kmo’s. We schakelen snel, blijven persoonlijk en zetten de klant centraal.” Internationaal ziet Geybels vooral in Duitsland enorme opportuniteiten. Met vestigingen in Duisburg en Hamburg beschikt Group-GTS over een stevige basis om verder te groeien in een markt die rechtstreeks verbonden is met de grote Europese goederenstromen. Daarnaast verwacht hij ook bijkomende groei via overnames. Vooral kleinere logistieke bedrijven die kampen met opvolgingsproblemen kunnen interessante opportuniteiten bieden. Toch blijft de ambitie richting 2035 opmerkelijk helder en eenvoudig. “Als je me vraagt hoe Group-GTS er tegen dan moet uitzien, dan hoop ik vooral dat we een stabiele brug hebben gebouwd naar de volgende generatie. Een onderneming die zelfstandig kan functioneren, die innovatief blijft, die talent blijft ontwikkelen en die relevant blijft voor haar klanten. Als dat lukt, dan volgt de groei vanzelf”, besluit hij geruststellend.
BEN GEYBELS CEO VAN GROUP-GTS
31
4.
Zorg en gezondheid
Zorg en gezondheid zijn uiteraard van essentieel belang, en allicht zelfs het allerbelangrijkste, in onze samenleving. Maar daar hangt ook een economisch-financiële kant aan vast. Daarbij wordt meestal gefocust op de kostenkant van de zorg, en hoe onder meer de veroudering van de bevolking die kosten meer en meer opdrijft. De cruciale vraag hoe we de zorg van een vergrijzende bevolking kunnen blijven opvangen, staat daarbij doorgaans centraal. Anderzijds impliceert zorg en gezondheid ook economische activiteiten, denk bijvoorbeeld aan de farmaceutische industrie, medtech, digitale zorgtoepassingen, revalidatie, preventie en zorginnovatie. Dat is de invalshoek die hier bekeken wordt. Een productievere zorg kan een belangrijke bijdrage leveren aan onze algemene welvaart, en nog belangrijker aan ons algemeen welzijn. Daarnaast zal een productievere zorg beter bestand zijn tegen de demografische uitdagingen die op ons afkomen.
32
Actuele sterktes Het Vlaamse ecosysteem zorg en gezondheid vertrekt vanuit een sterke kennis- en innovatiebasis. Vlaanderen beschikt over een nauwe samenwerking tussen universiteiten, universitaire ziekenhuizen, strategische onderzoekscentra en biofarmaceutische productiebedrijven. Daardoor liggen de O&O-inspanningen in dit ecosysteem bijzonder hoog en kan onderzoek snel vertaald worden naar toepassingen en economische valorisatie. Een belangrijke troef is ook de sterke positie in vroege klinische studies. De combinatie van farma-ankerpunten, klinische trial-capaciteit en samenwerking tussen publieke en private spelers maakt Vlaanderen aantrekkelijk voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Daarnaast is de volledige farmaceutische waardeketen aanwezig in Vlaanderen: van fundamenteel onderzoek en klinische studies tot GMP-productie, verpakking en GDP-gecertificeerde logistiek via zee- en luchthavens. Dat maakt het ecosysteem sterk lokaal verankerd en tegelijk internationaal competitief. Met een jaarlijkse export van ongeveer 100 miljard euro in farma en biotech is Vlaanderen een kernspeler binnen de Europese gezondheidsindustrie. Limburg kan binnen die bredere Vlaamse waardeketen vooral een rol spelen via zorgtoepassingen, digitale gezondheid, medtech, logistieke koppelingen en gespecialiseerde dienstverlening.
Vlaanderen staat bovendien sterk in gespecialiseerde niches met hoge toegevoegde waarde. Die niches kunnen internationaal nog sterker worden uitgespeeld. Voor Limburg liggen er kansen om aan te sluiten bij die gespecialiseerde niches via toepassingen in zorg, preventie, revalidatie, medische technologie en datagedreven gezondheidsoplossingen. Tot slot ligt er veel potentieel in het beter gebruik van gezondheidsdata. In combinatie met de European Health Data Space kan Vlaanderen zo verder bouwen aan een sterker health data ecosysteem. Hindernissen Het ecosysteem zorg en gezondheid staat onder druk door de stijgende zorgvraag. In Limburg is die spanning sterk voelbaar, zeker door de vergrijzing, de druk op zorgpersoneel en de nood om zorg ook buiten de centrumsteden toegankelijk te houden. Die druk kan innovatie stimuleren, omdat er nood is aan zorgoplossingen die minder personeel en middelen vragen. Tegelijk bestaat het risico dat net meer capaciteit naar klassieke zorgtaken gaat, waardoor er minder ruimte overblijft voor experimenten en innovatie. Een tweede kwetsbaarheid is de sterke afhankelijkheid van niet-EU-markten, vooral voor farma. Een aanzienlijk deel van de Belgische farma-export gaat naar de VS. Dat biedt kansen, maar maakt het ecosysteem ook gevoelig voor geopolitieke en economi-
sche verschuivingen, zoals Amerikaanse pogingen om meer farmaproductie lokaal te houden of prijsdruk op geneesmiddelen. Daarnaast neemt de concurrentie uit Azië toe, met lagere kosten en sterke subsidieprogramma’s. Ook het potentieel van de Europese markt wordt onvoldoende benut. Strikte regulering, versnipperde bevoegdheden tussen Europa, België en Vlaanderen, gold plating en lange goedkeuringsprocedures bemoeilijken de introductie van nieuwe geneesmiddelen, therapieën en zorginnovaties. Daardoor wordt de Europese markt minder aantrekkelijk dan ze zou kunnen zijn. Voor Limburgse start-ups, scale-ups en zorginnovatoren kan die complexiteit een rem vormen om nieuwe toepassingen sneller te testen, op te schalen en internationaal te vermarkten. Daarbovenop komt de zwakke Europese kapitaalmarkt. Biotech en medtech vragen veel risicokapitaal en kennen lange ontwikkeltrajecten, maar in Europa is de toegang tot durfkapitaal beperkter dan in de VS. Daardoor dreigen start- en scale-ups sneller naar het buitenland te trekken en loopt Vlaanderen een deel van de valorisatie van zijn sterke onderzoeksbasis mis. Ten slotte vormt talent een grote uitdaging. Er is een tekort aan zorgprofielen, onderzoekers, STEM-profielen, biomedische ingenieurs en data- en AI-experten. De internationale concurrentie voor dat talent is groot, terwijl procedures voor economische migra-
tie, opleiding en taaleisen bijkomende drempels vormen. Opportuniteiten voor groei Het Vlaamse en Limburg ecosysteem zorg en gezondheid heeft een groot groeipotentieel. Door vergrijzing, chronische aandoeningen en een groeiende internationale middenklasse zal de vraag naar zorg en gespecialiseerde zorg blijven toenemen. Limburg is goed geplaatst om daarop in te spelen dankzij zijn sterke kennisbasis, internationale oriëntatie en bestaande cluster van bedrijven, ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen. Belangrijke kansen liggen in gepersonaliseerde geneeskunde, gen- en celtherapie, zeldzame ziektes, ATMP’s zoals CAR-T en gentherapie, next-generation vaccins, radiofarma, radioligandtherapie en precision diagnostics. Vlaanderen beschikt in verschillende van die niches al over sterke expertise. De uitdaging is om die kennis maximaal te valoriseren in lokale economische activiteit en internationale groei. Ook digitalisering en gezondheidsdata bieden veel potentieel. Telemedicine, AI-diagnostiek, big data en de European Health Data Space kunnen zorg efficiënter maken en onderzoek versnellen. Vlaanderen zet hierin al stappen, maar de echte meerwaarde zal vooral komen uit samenwerking met andere ecosystemen, zoals digitale technologie, nano-engineering, duurzaamheid en life sciences. Gezondheidsdata
moeten
worden beschouwd als strategische innovatie-infrastructuur. Limburg kan uitgroeien tot een veilige en interoperabele testregio waarin ziekenhuizen, eerstelijnszorg, kennisinstellingen en bedrijven gezondheidsdata verantwoord inzetten voor klinisch onderzoek, preventie, AI-toepassingen en gepersonaliseerde zorg. Dat vraagt duidelijke afspraken over datakwaliteit, interoperabiliteit, privacy en toegang tot data. Daarnaast kan de geopolitieke context ook kansen creëren. De nood aan strategische autonomie en robuuste aanvoerketens maakt het belangrijk dat Europa farmaproductie, verpakking, logistiek en expertise in eigen regio behoudt. Vlaanderen is goed geplaatst om zich te positioneren als strategische farmacluster voor de Europese markt. Slim publiek aankoopbeleid kan die positie mee ondersteunen. Limburg kan hierop aansluiten via zijn ligging, logistieke troeven, zorg- en kennisinstellingen en bedrijven die actief zijn in medische technologie, digitale zorg, gespecialiseerde dienstverlening en ondersteunende waardeketens.
daarbij
33
5. Ambities richting 2035 In 2035 is Limburg een sterke schakel in de Vlaamse waardeketen rond vaccins, immuuntherapie en pandemische paraatheid Tegen 2035 moet Vlaanderen koploper blijven in vaccins en immuuntherapie. Limburg kan hierin uitblinken door nieuwe zorginnovaties sneller naar de praktijk te brengen. De provincie heeft alles in huis om ziekenhuizen, bedrijven en onderzoekers te linken voor snellere klinische tests, digitale patiëntenopvolging en slimme zorglogistiek. Limburgse zorginstellingen worden zo de ideale testomgeving voor nieuwe behandelingen, terwijl lokale bedrijven zorgen voor de nodige automatisering, data en technologie. Op die manier vertaalt Limburg Vlaams toponderzoek naar de werkvloer en wordt het een onmisbare schakel in de medische industrie. In 2035 is Limburg een gespecialiseerde partner in de waardeketen rond radiopharma en theranostics Vlaanderen is Europees koploper in medische radio-isotopen en nucleaire geneeskunde. Limburg hoeft deze hightech stoffen niet zelf te produceren, maar kan wel de perfecte logistieke en medische partner worden. De provincie kan uitblinken in het veilig vervoeren van deze gevoelige producten en het toepassen ervan in zieken-
34
STEM VAN DE ONDERNEMER huizen, vooral voor de behandeling van kanker en hersenaandoeningen. Door ziekenhuizen, transporteurs en medtechbedrijven slim te verbinden, zorgt Limburg dat de nieuwste gepersonaliseerde behandelingen vlot bij de patiënt terechtkomen. Zo wordt de provincie de onmisbare klinische en logistieke schakel in het Vlaamse nucleaire netwerk. In 2035 is Limburg een proeftuin voor brain health, neurodegeneratie en neurotechnologie Vlaanderen wil Europees koploper worden in hersengezondheid en neurotechnologie. Limburg kan hierin de perfecte proeftuin zijn voor het voorkomen en vroeg opsporen van hersenziekten. De provincie heeft een sterke zorgsector om, samen met bedrijven en onderzoekers, te bouwen aan een 'Brain Innovation Corridor'. Denk aan het testen van slimme hulpmiddelen, hersenstimulatie, digitale therapieën en software die medische data analyseert. Door deze uitvindingen direct te testen in Limburgse ziekenhuizen en zorgcentra, verbetert de zorg voor de patiënt én groeit de lokale economie in de medtech- en digitale gezondheidssector. Overkoepelend moet Limburg tegen 2035 beschikken over een verbonden zorg- en gezondheidsdata-ecosysteem dat klinische innovatie, digitale zorg en samenwerking tussen ziekenhuizen, bedrijven en kennisinstellingen versnelt.
Wat is jouw groeipad tegen 2035? "Ervoor zorgen dat patiënten met een katheter veilig en comfortabel door het leven kunnen, dat is het opzet waarmee we FlexGRIP ontwikkeld hebben. Uit de ervaringen van een van de oprichters als kankerpatiënt werd duidelijk dat de bestaande katheterzorg vaak tekortschiet: katheters komen bijvoorbeeld regelmatig onbedoeld los. Daarom ontwikkelden we met ons team bij Bedal International een portfolio aan producten onder de merknaam FlexGRIP, dat de best mogelijke fixatie combineert met comfort voor de patiënt. Onze ambitie is om tegen 2035 van FlexGRIP wereldwijd dé referentie in katheterfixatie te maken. De producten hebben alle internationale goedkeuringen, waaronder van de FDA, en worden vandaag al in ziekenhuizen in meer dan 40 landen gebruikt, ondermeer in gerenommeerde Amerikaanse kinderziekenhuizen. Dat een Limburgse scale-up dit verhaal kan schrijven, bewijst wat hier mogelijk is. Met de juiste mix van kapitaal, lokaal talent en sectorexpertise kan Limburg uitgroeien tot een echte medtech-hub, wij dragen daar graag ons steentje aan bij."
ALEXANDER VAN DAMME FOUNDER & CEO BEDAL INTERNATIONAL
Veiligheid en defensie
Het ecosysteem veiligheid en defensie is in Vlaanderen nog heel beperkt in omvang: veruit de kleinste van de hier behandelde ecosystemen. Maar gezien de internationale context, met de toegenomen aandacht voor veiligheid en de snel stijgende budgetten voor defensie, zal dit ecosysteem de volgende jaren enorm groeien. Als Vlaanderen daar niet in meestapt, laten we groeimogelijkheden liggen. Ook voor Limburg is dit relevant, onder meer door de aanwezigheid van militaire sites, luchtvaart- en defensiegerelateerde bedrijven, logistieke troeven en innovatieve dual-use toepassingen. De belangrijkste potentiële hefboom voor het totale groeipotentieel van onze economie ligt daarbij in innovatieve, hightech toepassingen die niet alleen in het kader van defensie uitgerold kunnen worden, maar ook in de bredere samenleving inzetbaar zijn.
Actuele sterktes Het Vlaamse en Limburgse ecosysteem veiligheid en defensie is vandaag nog relatief klein en onderontwikkeld, maar beschikt wel over duidelijke technologische troeven. De sterkte ligt vooral in het vermogen om bestaande Vlaamse expertise uit de civiele economie te vertalen naar defensie- en veiligheidstoepassingen. Vlaanderen staat sterk in niches met hoge toegevoegde waarde, zoals artificiële intelligentie, cyberveiligheid, sensoren, simulatie, beeldvorming, composieten, software, data-analyse en ruimtevaarttoepassingen. Veel Vlaamse en Limburgse bedrijven zijn in de eerste plaats civiel actief, maar kunnen defensie gebruiken als groeimarkt, kwaliteitslabel en versneller voor technologische ontwikkeling. Daarnaast beschikt Vlaanderen over een sterke kennisbasis via universiteiten en strategische onderzoekscentra. Dat biedt kansen om Vlaamse onderzoekssterktes economisch te vertalen naar toepassingen in veiligheid en defensie. Voor Limburg is vooral de koppeling met testomgevingen, praktijkgerichte innovatie en industriële toepassingen relevant. Ook de lucht- en ruimtevaart vormen een belangrijke troef. Vlaanderen heeft expertise in luchtvaartstructuren, composieten, avionica, aandrijving, onderhoud, satellietdata en space downstream-toepassingen. De stijgende defensiebudgetten kunnen deze sector versterken en helpen om schommelingen in de civiele markt op te vangen. Ten slotte is de strategische ligging van Vlaanderen belangrijk. Door de havens, spoorverbindingen, binnenvaart, luchthavens en logistieke cor-
ridors is Vlaanderen goed geplaatst voor militaire mobiliteit, supply chains en NAVO- en EU-operaties. Ook Limburg kan hierin een rol spelen door zijn ligging richting Nederland en Duitsland, de E313 en E314, het Albertkanaal, de nabijheid van militaire sites zoals Kleine-Brogel en Leopoldsburg, en de bredere logistieke expertise in de provincie. Hindernissen Het Vlaamse ecosysteem veiligheid en defensie vertrekt vanuit een onderontwikkelde positie in een moeilijk toegankelijke markt. Vlaanderen heeft geen grote prime contractors of eindproducenten, waardoor Vlaamse bedrijven weinig invloed hebben op systeemarchitectuur, standaarden en internationale programma’s. Ze opereren vooral als toeleveranciers, vaak met beperkte schaal en internationale zichtbaarheid. Dat geldt ook voor veel Limburgse bedrijven, die wel relevante technologie of industriële capaciteit hebben, maar nog onvoldoende zichtbaar zijn binnen defensiewaardeketens. Daarnaast speelt een historische beleidsachterstand. België nam in het verleden niet of onvoldoende deel aan strategische defensieprogramma’s, waardoor industriële verankering en economische return deels verloren gingen. Daardoor staan Vlaamse spelers vandaag zwakker in internationale defensiewaardeketens. De toegang tot de defensiemarkt is bovendien complex. Defensie is sterk gereguleerd, politiek gestuurd en nationaal beschermd. Veiligheidsmachtigingen, exportvergunningen, compliance en administratieve procedures vormen hoge drempels, vooral voor kmo’s en start-ups. De Europese defensiemarkt blijft versnipperd, met
35
Ambities richting 2035 nationale voorkeuren en beschermingsmechanismen, waardoor kleinere landen en bedrijven moeilijker toegang krijgen tot grote programma’s. Ook financiering is een belangrijke hindernis. Banken en investeerders zien defensiegerelateerde activiteiten vaak als risicovol. Voor dual-use bedrijven kan het defensielabel zelfs de financiering van civiele activiteiten bemoeilijken. Daarbovenop komen reputatie- en compliance-risico’s rond export, eindgebruik en ethische gevoeligheden. Ten slotte is er een cultuurprobleem. Vlaanderen heeft defensie lange tijd vooral benaderd vanuit terughoudendheid, ethische voorzichtigheid en exportcontrole, en minder vanuit strategisch industriebeleid. Dat werkt door in administratie, diplomatie, academische wereld en financiële sector. Opportuniteiten voor groei Het Vlaamse en Limburgse ecosysteem veiligheid en defensie krijgt door de geopolitieke context duidelijke groeikansen. Na decennia van lage defensie-uitgaven is in Europa een forse inhaalbeweging ingezet. De NAVO-doelstelling om de defensie-uit-
gaven tegen 2035 sterk op te trekken creëert een historisch momentum voor veiligheid, defensie, industriële paraatheid en strategische autonomie. Voor Limburg liggen de grootste kansen in niches waar bestaande sterktes aansluiten bij toekomstige defensienoden. Denk aan cyberveiligheid, sensoren, drones en counter-drone systemen, maritieme toepassingen, ontmijning, offshore beveiliging, aerospace, ruimtevaarttoepassingen, beveiliging van kritieke infrastructuur en digitale communicatie. In die domeinen kan Limburg zich positioneren als gespecialiseerde partner binnen Europese en NAVO-waardeketens. Een belangrijke opportuniteit ligt ook in dual-use innovatie. Sterktes uit de civiele economie kunnen worden vertaald naar defensietoepassingen, terwijl defensie-investeringen op hun beurt innovatie kunnen versnellen die later ook civiel bruikbaar is. Net zoals DARPA in de VS mee aan de basis lag van technologieën als internet, GPS en drones, kan defensie ook in Limburg een extra impuls geven aan O&O, technologieontwikkeling en valorisatie. Om dat potentieel te benutten, moeten innovaties sneller kunnen doorgroeien van onderzoek en experiment naar
validatie, aankoop en internationale opschaling. Testomgevingen moeten daarom worden gekoppeld aan korte feedbackloops met eindgebruikers, duidelijke certificeringstrajecten en toegang tot overheidsopdrachten en Europese of NAVO-programma’s. Omdat Vlaanderen te klein is om volledige defensiecapaciteiten alleen uit te bouwen, is internationale samenwerking cruciaal. Benelux-samenwerking kan een eerste schaalniveau vormen, terwijl samenwerking met landen zoals Denemarken, Finland of Noorwegen kan helpen om nicheposities te versterken en toegang te krijgen tot grotere Europese programma’s. Voor Limburg is ook de grensligging met Nederland en Duitsland een bijkomende troef, zeker voor samenwerking rond militaire mobiliteit, logistiek, testinfrastructuur, drones en industriële toelevering. Ook militaire mobiliteit biedt kansen. Door zijn centrale ligging, havens, luchthavens, logistieke corridors en digitale infrastructuur kan Vlaanderen een rol spelen in het ontschepen, verplaatsen en doorvoeren van troepen en materieel. Dat opent mogelijkheden voor logistieke bedrijven, infrastructuurspelers en digitale/cyberbedrijven.
In 2035 heeft Limburg een nichegedreven defensieindustrie die cruciaal is voor Europese en NAVO-waardeketens Tegen 2035 bouwt Vlaanderen aan een gespecialiseerde defensie-industrie, samen met Nederland, Luxemburg en de NAVO. Limburg kan zich hierin perfect positioneren als strategische defensieregio. Met militaire basissen in Kleine-Brogel en Leopoldsburg, én innovatieve hubs zoals DronePort, heeft de provincie goud in handen. De focus ligt niet op massaproductie, maar op hoogwaardige technologische niches zoals drones, luchtvaart, cybersecurity en logistiek. Door deze kennis te bundelen, kunnen Limburgse techbedrijven en leveranciers meedraaien in grote internationale defensieprogramma's. Dat is niet alleen goed voor de veiligheid, maar verankert ook cruciale banen en hightech productie in de eigen regio. DronePort, Kleine-Brogel en Leopoldsburg moeten daarbij sterker als één verbonden test- en toepassingsomgeving worden benaderd. Bedrijven moeten er technologie niet alleen kunnen testen, maar ook valideren in realistische omstandigheden en laten doorgroeien naar concrete aankoop- en implementatietrajecten. In 2035 gebruikt Limburg militaire mobiliteit als hefboom voor economische waardecreatie Limburg ligt pal tussen Antwerpen, de Ruhrregio en Nederland, wat de provincie tot de ideale doorgangsroute voor militairen en materieel maakt. Investeringen in deze militaire mobi-
36
liteit (o.a. de Ijzeren Rijn) zijn direct een slimme hefboom voor de gewone economie. Concreet betekent dit het verstevigen en beter beveiligen van Limburgse wegen, spoorlijnen, waterwegen en cybernetwerken rond militaire en industriële zones. Diezelfde robuuste infrastructuur verbetert meteen de bereikbaarheid van lokale bedrijventerreinen en logistieke hubs. Bovendien profiteert de hele regio van de opgebouwde kennis: lokale bouwers, logistiekers en cybersecurity-bedrijven kunnen de geleerde militaire lessen direct gebruiken om de reguliere economie te versterken. In 2035 heeft Limburg een brede veiligheidscultuur die economische kwetsbaarheid helpt beperken Tegen 2035 is veiligheid geen losstaand thema meer, maar de basis voor een stabiele economie. Voor Limburg is dat cruciaal door de mix van militaire basissen, drukke transportroutes, industrie en grensoverschrijdend verkeer. De provincie kan koploper worden door het leger, overheden, bedrijven en scholen structureel te laten samenwerken. Concreet betekent dit: samen optrekken tegen cyberaanvallen, fabrieken en netwerken beter beschermen, en vaker technologie ontwikkelen die zowel militair als civiel bruikbaar is. Zo'n brede veiligheidscultuur voorkomt economische schade, dicht gaten in de productieketen en maakt Limburgse bedrijven bestand tegen toekomstige crisissen.
STEM VAN DE ONDERNEMER Wat is jouw groeipad tegen 2035? "De toekomst van onze sector ligt in de combinatie van technologie, talent en internationale samenwerking. Vanuit Limburg willen we blijven investeren in innovatieve trainingssystemen die bijdragen aan de veiligheid en paraatheid van defensie- en politiediensten wereldwijd. De komende jaren willen we verder groeien door te investeren in slimme en geïntegreerde trainingsoplossingen voor defensie en veiligheid. De stijgende aandacht voor defensiecapaciteit in Europa creëert belangrijke kansen voor innovatieve bedrijven die betrouwbare, hoogwaardige systemen kunnen leveren. Voor ons liggen de groeimogelijkheden vooral in digitalisering, AI-ondersteunde trainingsomgevingen en verdere internationalisering, met een bijzondere focus op Europa, Noord-Amerika en Midden-Oosten. Om die groei mogelijk te maken, blijven we investeren in talent, technologische innovatie en productiecapaciteit. Daarnaast kan Limburg een cruciale rol spelen door sterke samenwerking tussen industrie, onderwijs en overheid verder te stimuleren en te blijven investeren in de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van onze regio voor technisch talent."
RIK JOSSELS PLANT MANAGER VAN THEISSEN TRAINING
37
6.
Digitale technologie
Het ecosysteem digitale technologie is allicht het ecosysteem binnen onze economie met het grootste potentieel om extra groei te creëren. Dat kan binnen het ecosysteem zelf, maar er is vooral een enorme potentiële impact op de rest van de economie. De digitale revolutie die nu al aan de gang is, en vooral de ongeziene snelheid waarmee AI evolueert, kan de komende tien jaar voor enorm veel extra welvaart zorgen. We kunnen het ons eenvoudigweg niet veroorloven om die boot te missen.
Actuele sterktes Het Vlaamse digitale ecosysteem vertrekt vanuit een achterstand tegenover het Europese gemiddelde, maar heeft wel een duidelijke basis om op verder te bouwen. Die kennisbasis vertaalt zich ook in stijgende innovatie-inspanningen. De O&O-uitgaven binnen het digitale ecosysteem zijn de voorbije tien jaar sterk toegenomen, net als het aantal onderzoekers. Het ecosysteem scoort bovendien hoog op productinnovatie, wat een belangrijke basis vormt voor verdere groei. Daarnaast is er een sterke ondernemingsdynamiek. Het digitale ecosysteem telt veel starters en groeibedrijven, ondersteund door incubatoren, acceleratoren en innovatiehubs zoals Corda Campus. Die plekken brengen start-ups, scale-ups, gevestigde bedrijven, kennisinstellingen en investeerders samen en versterken zo de clusterdynamiek. Ook buiten het digitale ecosysteem is er veel groeipotentieel. Belgische bedrijven, zeker grotere ondernemingen, behoren Europees tot de koplopers in digitalisering en AI-gebruik. Samenwerking tussen digitale spelers en bedrijven in onder meer industrie, zorg en andere sectoren kan de groei van het digitale ecosysteem én de bredere economie versnellen. Hindernissen Het digitale ecosysteem heeft groeipotentieel, maar botst op stevige hindernissen. De belangrijkste is het tekort aan ICT-profielen. Ook Limburg kampt met een structureel tekort, onder meer aan cyberexperts, terwijl het aandeel ICT-afgestudeerden bijzonder laag ligt. Tegelijk is het moei-
38
lijk om internationaal talent aan te trekken, omdat we concurreren met sterkere tech-hubs zoals Amsterdam, Berlijn, Parijs en Dublin. Een tweede knelpunt is financiering. Voor starters is er nog relatief veel kapitaal beschikbaar, maar digitale scale-ups en deeptechbedrijven vinden moeilijk grotere financieringsrondes. Daardoor trekken bedrijven sneller naar het buitenland of worden ze overgenomen door buitenlandse spelers. Dat verzwakt de strategische autonomie, zeker omdat een groot deel van de toegevoegde waarde in het digitale ecosysteem al in buitenlandse handen is. Voor AI wordt die uitdaging nog groter. AI vraagt steeds meer kapitaal, computing power, data en energie. Grote internationale spelers controleren bovendien steeds meer lagen van de AI-waardeketen, van chips en cloud tot modellen en platformen. Voor Vlaamse spelers wordt het daardoor moeilijk om een sterke positie op te bouwen. De snelheid van de AI-revolutie maakt dat risico nemen noodzakelijk is, maar dat ligt in Vlaanderen vaak moeilijk. Ook Limburgse bedrijven zullen sneller moeten durven experimenteren met AI-toepassingen, zeker in sectoren waar de productiviteitsdruk groot is. Ook de bredere digitalisering van de economie loopt niet overal even snel. Grote bedrijven digitaliseren relatief sterk, maar kmo’s blijven achter in het gebruik van AI, cloud, data-analyse en digitale toepassingen. Omdat kmo’s een groot deel van de Limburgse economie vormen, dreigen we een belangrijk stuk van het digitaliseringspotentieel mis te lopen.
Daarnaast zijn de digitale vaardigheden van de bevolking onvoldoende sterk. We scoren onder het Europese gemiddelde, terwijl we eveneens ook relatief weinig opleiding volgen. Het versnipperde opleidingslandschap maakt het moeilijk om een brede digitale opleidingsgolf te organiseren. Ook de digitale infrastructuur vormt een rem. Vlaanderen loopt achter op glasvezel en kwalitatieve 5G-dekking, onder meer door trage vergunningen, strenge normen, hoge kosten en lokale retributies. Bovendien kan netcongestie op het elektriciteitsnet verdere digitalisering en AI-toepassingen afremmen. Ten slotte ontbreekt een geïntegreerde beleidsstrategie. Er bestaan plannen rond AI, cybersecurity en chips, maar die zijn te weinig op elkaar afgestemd. Andere landen zetten sneller en gerichter in op digitale transformatie. Voor Limburg is het belangrijk dat regionale digitale initiatieven voldoende worden verbonden met Vlaamse, federale en Europese programma’s. Opportuniteiten voor groei Het digitale ecosysteem biedt grote groeikansen, vooral als versneller van de digitalisering van de hele economie. De belangrijkste opportuniteiten liggen niet alleen in de verdere uitbouw van digitale bedrijven zelf, maar vooral in de toepassing van digitale technologie, data en AI in andere ecosystemen zoals industrie, zorg, bouw, energie, mobiliteit en circulariteit. Een eerste voorwaarde is het wegwerken van de belangrijkste groeiremmen: talent, infrastructuur en kapitaal.
We moeten meer inzetten op ICT-opleidingen, digitale skills doorheen de loopbaan en het aantrekken van internationaal tech-talent. Ook betere digitale infrastructuur is cruciaal, met investeringen in glasvezel, kwalitatieve 5G, edge nodes en voorbereiding op 6G. Daarnaast is meer groeikapitaal nodig voor digitale scale-ups en deeptech, onder meer via publiek-private financiering en Europese instrumenten. Limburg en Vlaanderen kan voortbouwen op zijn sterke en snelgroeiende digitale kennisbasis. De O&O-inspanningen moeten verder versterkt worden, maar vooral beter worden gevaloriseerd in concrete economische activiteit. Samenwerking tussen start-ups, scale-ups, grote bedrijven, kennisinstellingen, overheden en investeerders is daarbij essentieel. Ook clustervorming, proeftuinen en regulatory sandboxes kunnen innovatie versnellen. Nieuwe technologische trends bieden specifieke kansen. Bijvoorbeeld cybersecurity, sensoren, AI en dual-use technologieën krijgen extra groeikansen door de stijgende defensie-uitgaven en Europese programma’s zoals DIANA, het NATO Innovation Fund en het EDF.
drijven meer kansen te geven in overheidsopdrachten, kunnen zij sneller opschalen, terwijl een succesvolle digitalisering van de overheid ook de brede economie efficiënter kan maken. Tot slot liggen er kansen in grensoverschrijdende samenwerking, onder meer via de imec-ASML-as en de ELAt-regio Eindhoven-Leuven-Aken. Limburg ligt in het hart van deze driehoek. Het grootste potentieel ligt echter in de kruispunten tussen digitale technologie en andere Limburgse sterktes: AI in zorg, digitale productpaspoorten voor circulariteit, software voor materiaaltracking, industriële digitalisering, slimme energie- en mobiliteitsoplossingen. Limburg hoeft niet in elke digitale sleuteltechnologie zelf de volledige onderzoeks- en ontwikkelingsketen uit te bouwen. De regionale meerwaarde kan ook liggen in het toepassen en economisch valoriseren van bovengenoemde technologieën.
Daarnaast groeit de vraag naar digitale soevereiniteit. Europese initiatieven rond Eurostack en “Buy Europe” creëren kansen voor Vlaamse en Limburgse bedrijven om zich te positioneren als betrouwbare partners voor minder afhankelijkheid van Amerikaanse en Chinese technologiebedrijven. Ook de overheid kan een belangrijke hefboom zijn. Door digitale groeibe-
39
Ambities richting 2035 In 2035 is AI breed uitgerold in de Limburgse economie en blinkt Limburg uit in toegepaste AI Tegen 2035 moet de technologie daarom standaard zijn in elk Limburgs bedrijf, van de fabrieksvloer en de bouwplaats tot de zorg en de landbouw. De focus ligt niet op ingewikkelde theorie, maar op praktische toepassingen die het werk efficiënter maken, het personeelstekort opvangen en nieuwe kansen creëren. Limburg kan dé Vlaamse topregio worden voor bedrijfsgerichte AI. Denk aan slimme software die de productie plant, productiefouten opspoort, machines op tijd laat onderhouden en de logistiek of het energieverbruik optimaliseert. Om elke kmo mee te krijgen, zijn gerichte investeringen nodig in snelle internetverbindingen, datadeling en laagdrempelige opleidingen. Zo wordt AI een krachtige motor voor de hele provincie. In 2035 is Limburg een referentieregio voor applicatiegedreven digitale groei Tegen 2035 moet Vlaanderen Europees koploper zijn in digitale groei. Limburg kan hierin uitblinken door digitale tools direct te verweven met de werkvloer in de industrie, bouw, zorg, logistiek en landbouw. Digitalisering is hier geen doel op zich, maar een antwoord op concrete ondernemersvragen: software en systemen
40
STEM VAN DE ONDERNEMER moeten meteen zorgen voor meer efficiëntie, hogere kwaliteit en betere veiligheid. Door technologiebedrijven en kenniscentra rechtstreeks te koppelen aan de traditionele kmo, versnelt Limburg de overstap naar digitale toepassingen. Zo wordt digitalisering een krachtige groeimotor voor de álle Limburgse bedrijven, en niet alleen voor de techsector. In 2035 neemt het aantal digitale scale-ups en internationale groeibedrijven significant toe Tegen 2035 wil Vlaanderen de Europese top bereiken met digitale bedrijven. Limburg moet hierin ambitieuzer worden en zorgen dat veel meer tech-startups doorstoten naar de internationale markt. Met sterke troeven zoals de Corda Campus, DronePort, Thor en lokale hogescholen heeft de provincie een stevige basis. De echte uitdaging zit in de groeispurt: jonge techbedrijven hebben sneller nood aan kapitaal, talent, grote bedrijfsklanten en professionele coaching. Door startups direct te koppelen aan de Limburgse industrie, zorg en logistiek, kunnen zij hun digitale innovaties sneller testen en verkopen. Zo wordt Limburg dé plek waar digitale beloften uitgroeien tot wereldspelers.
Wat is jouw groeipad tegen 2035? "Onze ambitie is om van SCOPR de referentie voor betaalbaar wonen en voorspelbare renovatiekosten te maken, eerst in Vlaanderen en later in buurlanden zoals Nederland en Duitsland. Ons snelle en intuïtieve platform gebruikt data en AI om renovatiekosten transparant en nauwkeurig in te schatten. Het product staat er; distributie is vandaag de grootste uitdaging. Met een sterke strategische partner en gerichte investeringen kunnen we sneller de consument bereiken en opschalen. Duurzaamheid zit ingebakken in onze missie: betaalbaar wonen en energiezuinig renoveren gaan hand in hand. Limburg kan daarbij dienen als proeftuin, met de juiste combinatie van kapitaal, talent en industrie om SCOPR verder te laten groeien."
Interview
DAVID HUYBRECHTS
CEO VAN BCTN-INLAND TERMINALS GROUP
CAROLINE GYSELS CEO VAN SCOPR
41
Als we de logistiek niet anders organiseren, dreigt onze welvaart vast te lopen. Wie de economische temperatuur van Vlaanderen wil meten, hoeft volgens David Huybrechts niet alleen naar de beurs of de exportcijfers te kijken. Een blik op de containerstromen volstaat vaak al. Als General Manager van BCTN, marktleider in containertransport via de binnenvaart in België en Nederland, ziet hij economische schommelingen vaak als eerste aankomen. “Wanneer klanten minder volumes versturen of wanneer internationale handel onder druk komt te staan, merken wij dat meteen.”
Interview
Met zeventien terminals verspreid over België en Nederland, waarvan een belangrijke vestiging op de grens van Meerhout en Ham, vormt BCTN-Inland Terminals Group een cruciale schakel tussen de havens en het hinterland. Ongeveer zestig procent van de klanten komt uit Limburg, veertig procent uit Antwerpen. Op het Albertkanaal verwerkt het bedrijf meer dan de helft van alle containervolumes. “Dat maakt ons niet alleen een belangrijke logistieke speler, maar ook een betrouwbare indicator van de economische conjunctuur.”
Hoe hoop je dat BCTN er in 2035 uitziet? “Mijn grootste hoop is dat we er dan nog altijd in slagen om goederen betrouwbaar én betaalbaar te vervoeren. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het allerminst. Vlaanderen kampt vandaag al met een enorme filedruk, terwijl de beschikbare ruimte almaar schaarser wordt. Als we tegen 2035 geen volwaardig alternatief blijven aanbieden voor transport over de weg, krijgen we een ernstig economisch probleem.” “Binnenvaart is veel meer dan containers verplaatsen. Wij zorgen ervoor dat bedrijven kunnen blijven produceren, exporteren en groeien. Daardoor houden we mee onze economie draaiende. We stellen zelf ongeveer 120 mensen te werk, maar dankzij een goed werkende logistieke keten geven we duizenden anderen de kans om elke dag efficiënt aan de slag te gaan. Dat is de maatschappelijke meerwaarde van onze sector.” Volgens Huybrechts ligt daar ook een duidelijke verantwoordelijkheid voor de overheid. “Als we verwachten dat bedrijven meer gebruikmaken van de binnenvaart, moeten de randvoorwaarden ook in orde zijn. Sluizen moeten onderhouden worden, wa-
terwegen moeten permanent bevaarbaar blijven en de infrastructuur moet verder uitgebouwd worden. Alleen zo blijft de binnenvaart een aantrekkelijk alternatief.” Innovatie als motor van de logistiek Voor Huybrechts is innovatie geen keuze, maar een absolute noodzaak. “Als we niet blijven vernieuwen, roesten we vast.” Hij ziet de toekomst in een combinatie van automatisering, digitalisering en nieuwe technologieën. “Autonoom of semi-autonoom varende schepen zullen steeds realistischer worden. Ook het bedienen van kranen hoeft niet langer fysiek op de terminal te gebeuren. Vandaag kan dat al vanop afstand vanuit een controlekamer. Dat biedt enorme mogelijkheden.” Die evolutie helpt bovendien een groeiend tekort aan gespecialiseerde medewerkers op te vangen. “De generatie die opgroeit met gaming en simulaties voelt zich vaak verrassend comfortabel bij het vanop afstand besturen van een schip of een kraan. Dat opent nieuwe perspectieven.” Ook voor het wegtransport verwacht David Huybrechts ingrijpende veranderingen. “Robots die laden en los-
DAVID HUYBRECHTS
CEO VAN BCTN-INLAND TERMINALS GROUP
42
43
Bedrijven investeren alleen wanneer ze weten waar ze de komende tien of vijftien jaar aan toe zijn. sen, geautomatiseerde vrachtwagens, slimme planning… Alles zal efficiënter worden. Maar daarvoor moeten bedrijven wel durven investeren én experimenteren.” Hij benadrukt dat innovatie nooit zonder risico verloopt. “Niet elk project zal meteen succesvol zijn. Toch moeten we als sector blijven proberen, testen en bijleren. Alleen zo kunnen we de logistiek van morgen uitbouwen en de welvaart voor de volgende generaties veiligstellen.” Talent: goesting primeert boven diploma's Hoewel logistiek steeds technologischer wordt, blijven mensen volgens Huybrechts het verschil maken. “De belangrijkste eigenschap die wij zoeken, is goesting. Veel functies leer je uiteindelijk vooral op de werkvloer. Natuurlijk bestaan er sterke logistieke opleidingen, maar praktijkervaring blijft essentieel.” Met ongeveer 120 medewerkers bewaart BCTN bewust een familiale cultuur. “De lijnen zijn kort, mensen kennen elkaar en dat werkt. We investeren veel tijd in onze medewerkers, maar dat vinden we vanzelfsprekend.” Voor chauffeurs blijft het bedrijf aantrekkelijk omdat de meeste ritten regionaal zijn. “Onze mensen zijn elke avond thuis. Dat maakt een groot verschil. Internationaal transport heeft het vandaag veel moeilijker om voldoende mensen te vinden.”
44
Grotere uitdagingen ziet hij bij de binnenvaart. “Er kiezen nog te weinig jongeren voor een opleiding tot matroos, stuurman of schipper. Gelukkig wordt dat deels opgevangen door instroom uit andere Europese landen en door technologische ondersteuning. Wanneer één operator meerdere schepen vanop afstand kan bedienen, verhogen we niet alleen de efficiëntie, maar maken we het werk ook aantrekkelijker.” Internationaal competitief blijven BCTN werkt dagelijks voor internationale klanten uit onder meer retail, automotive en chemie. Merken als Nike en Ikea rekenen op een betrouwbare goederenstroom, net als grote industriële exportbedrijven. Daarom kijkt Huybrechts met bezorgdheid naar de concurrentiepositie van de Vlaamse industrie. “Wanneer een groot industrieel bedrijf verdwijnt, raakt dat niet alleen de werknemers. Een volledige logistieke cluster voelt daarvan de gevolgen. Elke schakel in de keten is met elkaar verbonden.” Hij wijst daarbij op de hoge arbeids- en energiekosten. “Produceren in Vlaanderen is vandaag vaak vier tot vijf keer duurder dan in sommige andere regio's. Dat is op lange termijn moeilijk houdbaar. We hebben een sterke maakindustrie nodig om onze logistieke sector gezond te houden.”
Voor David Huybrechts is stabiliteit minstens even belangrijk als kostprijs. “Bedrijven investeren alleen wanneer ze weten waar ze de komende tien of vijftien jaar aan toe zijn. Die voorspelbaarheid is cruciaal. Alles komt uiteindelijk samen in één ambitie: een logistiek systeem dat ook in 2035 de motor blijft van onze economie.” En hij besluit: “Als overheid, bedrijven en logistieke sector samen blijven investeren in infrastructuur, innovatie en talent, kunnen we ervoor zorgen dat Vlaanderen bereikbaar blijft en onze economie competitief blijft. Dat is geen doel op zich, maar wel de basis om ook onze kinderen en kleinkinderen dezelfde kansen op welvaart te geven.”
DAVID HUYBRECHTS
CEO VAN BCTN-INLAND TERMINALS GROUP
45
7.
Energie-oplossingen
Het ecosysteem energie-oplossingen is op zich vrij klein (in verhouding tot de hele economie), maar het neemt uiteraard wel een cruciale sleutelpositie in binnen onze economie en samenleving. Energie is een essentiële productiefactor voor alle economische activiteiten. En het belang van dit ecosysteem zal de komende jaren nog toenemen doordat het hele energiesysteem in transitie is naar een duurzamer model en doordat de digitale revolutie de vraag naar elektriciteit zal doen toenemen. De focus voor het ecosysteem energie-oplossingen ligt niet zozeer op de eigen groei (ook al liggen daar uiteraard ook mogelijkheden), maar wel op de capaciteit om voor de rest van de economie voldoende energie te voorzien op een stabiele en bevoorradingszekere manier en aan een competitieve kostprijs. Net daarin schuilt een enorme hefboom van dit ecosysteem voor het totale groeipotentieel van onze economie.
Actuele sterktes Het ecosysteem energie-oplossingen vertrekt vanuit een sterke uitgangspositie. Vlaanderen beschikt over veel van de bouwstenen voor een toekomstbestendig energiesysteem: brede uitrol van zonnepanelen, groot potentieel voor offshore wind op de Noordzee, sterke gas- en haveninfrastructuur, nucleaire capaciteit en expertise, robuuste elektriciteitsnetten en goede interconnecties met buurlanden. Hoewel we weinig natuurlijke energievoordelen hebben, zijn de essentiële puzzelstukken wel aanwezig. Daarnaast is er een sterke kennisbasis. Onderzoeksinstellingen en universitaire onderzoeksgroepen spelen een belangrijke rol in onderzoek naar batterijen, slimme netten, energieopslag en power-to-gas. Voor Limburg is EnergyVille op Thor Park een belangrijke ankerplek, waar onderzoek, innovatie, bedrijven en demonstratieprojecten rond energie samenkomen. Een bijkomende Limburgse troef is de aanwezigheid van grote internationale energie- en chemiebedrijven. Zij brengen schaal, kapitaal, expertise en internationale verbondenheid in het ecosysteem. Hun investeringen in onder meer waterstof, carbon capture en energie-efficiëntie kunnen innovatieve technologieën sneller naar industriële toepassing brengen. Naast die gevestigde spelers groeit ook een nieuwe ondernemingsdynamiek. Start-ups en groeibedrijven ontwikkelen oplossingen rond batterijen, energiedata, nieuwe materialen en duurzame energie-infrastructuur. Hoewel energie-innovatie vaak hoge investeringen, lange terugverdientij-
46
den en complexe regelgeving kent, kan deze nieuwe generatie bedrijven extra talent, kapitaal en ondernemerschap aantrekken. Hindernissen Het ecosysteem energie-oplossingen botst op een aantal fundamentele hindernissen. Het kernprobleem is de grote afhankelijkheid van buitenlandse energie. België heeft een zeer hoge energie-invoerafhankelijkheid, waardoor het sterk blootstaat aan geopolitieke schokken en structureel hogere energieprijzen dan de VS en delen van Azië. Die afhankelijkheid weegt op investeringsbeslissingen en zet vooral de energie-intensieve industrie zwaar onder druk. Daarbovenop is Vlaanderen ook afhankelijk van buitenlandse technologie en kritieke grondstoffen. Batterijen, zeldzame aardmetalen, lithium, kobalt en componenten voor windmolens, zonnepanelen en opslag zijn sterk geconcentreerd in internationale waardeketens, vaak met een dominante rol voor China. Dat vergroot de kwetsbaarheid voor schaarste, prijsvolatiliteit en geopolitieke druk. Een tweede zwakte is dat de aanwezige kennisbasis onvoldoende wordt omgezet in economische en technologische specialisatie. Ondanks sterke kennisinstellingen blijven de private O&O-inspanningen beperkt. Daardoor ontwikkelen we te weinig eigen energiegerelateerde technologie, intellectuele eigendom en schaalbare producten. Dat remt niet alleen de groei van het ecosysteem zelf, maar bemoeilijkt ook de uitbouw van een toekomstgericht energiesysteem. Ook de ondernemingsdynamiek blijft
te beperkt. Energie-innovatie vraagt veel kapitaal, lange ontwikkeltrajecten en complexe regulering. Daardoor blijft het aantal starters laag en is vernieuwing sterk afhankelijk van enkele grote spelers en publieke kennisinstellingen. Dat maakt het ecosysteem minder wendbaar. Daarnaast is het ecosysteem in grote mate in buitenlandse handen. Een groot deel van de strategische beslissingen over investeringen, O&O en capaciteit wordt buiten Vlaanderen genomen. Dat creëert een kwetsbaarheid: activiteiten kunnen worden afgebouwd of verplaatst op basis van internationale groepsstrategieën, terwijl lokale verankering beperkt blijft. Ook de energie-infrastructuur dreigt een rem te worden. Netcongestie op midden- en hoogspanning, trage netversterking, moeilijke vergunningen, ruimtelijke beperkingen en lokaal verzet vertragen investeringen in wind, opslag, leidingstraten en nieuwe energie-installaties. Zonder snelle infrastructuurinvesteringen dreigt het energiesysteem de bredere economische groei af te remmen. De ambitie moet zijn dat netcapaciteit tegen 2035 geen rem meer vormt op nieuwe investeringen, elektrificatie of de uitbreiding van bedrijven. Dat vraagt snellere netinvesteringen, transparant wachtrijbeheer, lokale energiehubs en een sterkere inzet op flexibiliteit. Ten slotte zorgt de duurzame transitie voor bijkomende druk. Strengere CO₂-regels, hogere ETS-prijzen, ETS2, uitfasering van fossiele technologie en mogelijke gold-plating zetten bestaande businessmodellen onder druk. Bedrijven moeten fors investeren in vergroening, maar worden tegelijk
geconfronteerd met technologische onzekerheid, hoge kosten en onduidelijke regelgeving. Opportuniteiten voor groei De grootste opportuniteit voor het ecosysteem energie-oplossingen ligt in een geïntegreerde langetermijnvisie voor het volledige energiesysteem. Vlaanderen beschikt over veel noodzakelijke bouwstenen, maar die moeten beter op elkaar worden afgestemd. Minder fragmentatie en meer strategische sturing zijn cruciaal om een competitief en toekomstbestendig energiesysteem uit te bouwen. Om die geïntegreerde aanpak mogelijk te maken, is één onafhankelijke en sectorbrede systeemarchitect nodig. Die moet investeringen in energieproductie, elektriciteitsnetten, opslag, flexibiliteit en industriële vraag op elkaar afstemmen en de verschillende beleidsniveaus en netbeheerders rond één langetermijnstrategie verenigen. Een belangrijke hefboom is het verlagen van de elektriciteitskost voor ondernemingen. De energiecomponent ligt vandaag niet uitzonderlijk hoger dan in buurlanden, maar de niet-energiecomponenten, zoals transmissiekosten en certificaten, maken elektriciteit duurder. Door die lasten te verlagen, kunnen we evolueren naar een competitieve elektriciteitsprijs voor bedrijven, wat essentieel is voor de industrie en bredere economische groei. Daarnaast creëert de wereldwijde klimaattransitie een enorme investeringsgolf in energie. Vlaanderen en Limburg kan die benutten om zijn infrastructuur te versterken, extra capa-
citeit te voorzien, afhankelijkheden te verminderen en bevoorradingszekerheid te garanderen. Daarbij is internationale samenwerking belangrijk, met het Noordzeegebied of de Benelux als logische schaal voor energie-infrastructuur. De energietransitie biedt ook directe groeikansen voor bedrijven. De vraag naar hernieuwbare energie, offshore wind, zonne-energie, groen gas, warmte, laadinfra, waterstof, duurzame brandstoffen en flexibiliteitsdiensten zal sterk toenemen. Limburgse bedrijven kunnen zich positioneren in de bouw, toelevering, uitbating en ondersteuning van die nieuwe energieketens. Ook technologische innovatie biedt kansen. Waterstof, batterijtechnologie, CCS, thermische en chemische opslag en digitale energietoepassingen kunnen nieuwe groeidomeinen worden. Door gerichte samenwerking met kennisinstellingen en deelname aan Europese programma’s kan Limburg in specifieke niches een sterke positie uitbouwen. De koppeling met AI en data-analyse biedt bijkomende kansen voor slimme energieproducten en -diensten. Ten slotte zorgt de verhoogde beleidsaandacht voor energie voor extra momentum. Vlaamse steuninstrumenten, strategische infrastructuurwerken, de energienorm en Europese programma’s zoals IPCEI’s en Horizon Europe kunnen Limburgse bedrijven helpen om te investeren, te innoveren en op te schalen. Ook de Europese focus op strategische autonomie kunnen Limburgse spelers kansen bieden in cruciale energiewaardeketens.
47
8.
Ambities richting 2035 In 2035 beschikt Limburg over competitieve en betaalbare energie voor bedrijven Tegen 2035 moet België de laagste elektriciteitsprijs van onze buurlanden nastreven. Voor Limburg is dat cruciaal om de industriële basis, de logistieke sector, de maakindustrie en energie-intensieve bedrijven competitief te houden. Betaalbare, betrouwbare en duurzame energie is een basisvoorwaarde om bestaande bedrijven te verankeren, nieuwe investeringen aan te trekken en verdere elektrificatie mogelijk te maken. Voor Limburg betekent dit dat de energiefactuur van bedrijven structureel omlaag moet, onder meer door niet-energiecomponenten uit de elektriciteitsprijs te halen en door het energiesysteem efficiënter te organiseren. Tegelijk moet de provincie sterker inzetten op lokale energieoplossingen, energie-efficiëntie, collectieve energieprojecten op bedrijventerreinen en slimme sturing van verbruik en productie. Zo wordt energie geen rem op groei, maar een hefboom voor competitiviteit. In 2035 is elektrificatie een structurele hefboom voor de Limburgse economie Elektriciteit wordt de basis van ons energiesysteem. Tegen 2035 moet het aandeel stroom in ons totale energieverbruik bijna verdubbelen naar 35%. Voor de Limburgse industrie, logistiek, bouw en mobiliteit betekent dit een enorme verandering. Bedrijven moeten versneld overstappen op elektrische productiepro-
48
cessen, warmtepompen, batterijen en slimme energiemeters, terwijl er massaal laadpalen bij moeten. Limburgse ondernemers hebben hierbij steun nodig, zodat de overstap van gas of diesel naar stroom betaalbaar blijft en het stroomnet niet overbelast raakt. Deze omschakeling beschermt bedrijven tegen schommelende olieprijzen, garandeert stroomzekerheid en levert extra banen op in de lokale installatie- en technologiesector. Om die elektrificatie mogelijk te maken, moet ook een aanzienlijk deel van het verbruik flexibel kunnen worden gestuurd. Bedrijven en bedrijventerreinen moeten worden ondersteund bij energieopslag, vraagsturing, energiedelen en collectieve energieprojecten. In 2035 beschikt Limburg over state-of-the-art energie-infrastructuur Tegen 2035 moet Vlaanderen de stroomnetten verzwaren en een basisnetwerk aanleggen voor waterstof en CO₂. Als grensregio met Nederland en Duitsland moet Limburg hierin een sleutelrol krijgen. De provincie heeft door haar industrie en logistieke ligging zware investeringen nodig in hoogspanningslijnen, lokale energiehubs, laadnetwerken en pijpleidingen voor waterstof en CO₂. Deze nieuwe infrastructuur is essentieel om de stroomlevering te garanderen, fabrieken in de regio te houden en groene investeringen aan te trekken. Zo groeit Limburg uit tot dé strategische energiecorridor tussen Vlaanderen, Nederland en Duitsland.
STEM VAN DE ONDERNEMER Wat is jouw groeipad tegen 2035? "De energietransitie slaagt niet omdat ze moet, maar omdat ze loont. De echte vraag richting 2035 is niet óf Europa verduurzaamt, maar of we de technologie, jobs en welvaart hier verankeren. Wij willen dat antwoord vanuit Limburg geven. Daarom bouwen we aan een Europees netwerk van sterke lokale energiebedrijven, verbonden door technologie, kennis en ondernemerschap. Alleen ga je sneller, samen geraak je verder — en maak je impact op Europese schaal. Ons doel is dat gezinnen en bedrijven voor duurzame energie kiezen omdat ze er in alle opzichten op vooruitgaan: met lagere kosten, meer comfort en meer onafhankelijkheid. Met Limburgse technologie zoals iLumen kunnen we van onze provincie niet alleen een proeftuin, maar ook een exportmotor maken. Zo wordt de energietransitie geen kost die we moeten dragen, maar welvaart die we hier kunnen bouwen."
ISMAËL BEN-AL-LAL CEO VAN U2P
Logistiek
Logistiek is een belangrijke activiteit binnen onze economie. Op zich is dit een ecosysteem met een aanzienlijk economisch gewicht, maar het echte belang van dit ecosysteem ligt in haar rol voor de rest van de economie. Logistiek is uiteraard een essentiële component om onze economie te laten draaien en is een cruciale factor voor de uitgesproken internationale oriëntatie van de Vlaamse economie, wat een van de pijlers is van de welvaart in onze regio. De bijdrage van het ecosysteem aan ons economisch potentieel is dan ook dubbel: via de eigen activiteit binnen het ecosysteem, maar veel meer nog via een soort ondersteunende rol voor de rest van de economie. Die laatste is veruit het belangrijkste voor het totale groeipotentieel van onze economie. Actuele sterktes Het Vlaamse en Limburgse logistieke ecosysteem vertrekt vanuit een uitzonderlijk sterke strategische ligging. Vlaanderen ligt in het hart van een van de meest economisch actieve regio’s van Europa, met een groot deel van de Europese consumentenmarkt binnen korte afstand. Die ligging maakt Vlaanderen tot een multimodale draaischijf voor goederenstromen. Ook Limburg kan die positie sterk uitspelen, als schakel tussen de Vlaamse havens, Nederland, Duitsland en het ruimere Europese hinterland. Limburg moet zich daarbij explicieter positioneren als hinterlandknooppunt van de Vlaamse zeehavens en als logistieke corridor richting Luik, Nederland
en het Ruhrgebied. De economische waarde van de Vlaamse havens wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van de verbindingen met het achterland. Die positie wordt versterkt door sterke infrastructuur: drie zeehavens, vier internationale luchthavens, een uitgebreid binnenvaartnetwerk, logistieke zones, spoorverbindingen en een belangrijk pijpleidingennetwerk voor energie en petrochemische producten. Samen zorgen die assets voor snelle toegang tot afzetmarkten, schaal in maritieme en luchtcargo, sterke hinterlandverbindingen en efficiënte energielogistiek. Voor Limburg zijn vooral het Albertkanaal, de E313, de E314, de spoorverbindingen, containerterminals en logistieke zones rond onder meer Genk, Beringen, Houthalen-Helchteren en Noord-Limburg belangrijke troeven. De internationale connectiviteit is een tweede grote troef. Vlaanderen heeft sterke verbindingen met de Europese markt via havens, luchthavens, spoor en binnenvaart. Die connectiviteit is cruciaal voor de internationale rol van de logistiek en moet centraal staan bij toekomstige infrastructuurinvesteringen. Vlaanderen heeft bovendien expertise in gespecialiseerde niches zoals farma, gevaarlijke stoffen, uitzonderlijk vervoer, afvalvervoer en geconditioneerd transport. Ook Limburg heeft sterke logistieke activiteiten in distributie, e-commerce, industriële logistiek, bouwlogistiek, geconditioneerd transport en logistiek voor maakbedrijven.
koplopers in het gebruik van AI, IoT, automatisering, digital twins en data-oplossingen voor planning, routing, magazijnbeheer en asset management. Die digitale toepassingen verhogen efficiëntie, betrouwbaarheid, flexibiliteit en emissiereductie. Tot slot beschikt Vlaanderen over een degelijke kennisbasis. De uitdaging blijft om die kennis sterker te vertalen naar concrete economische toepassingen, zeker met het oog op digitalisering, automatisering en autonome voer- en vaartuigen. Hindernissen De Vlaamse en Limburgse logistiek botst vooral op twee structurele hindernissen: congestie en ruimtelijke schaarste. Files blijven een groot probleem rond economische knooppunten, terwijl het goederenvervoer richting 2040 nog sterk zal toenemen. Tegelijk is er weinig ruimte voor extra capaciteit of nieuwe logistieke activiteiten. Daardoor worden complexere oplossingen nodig, zoals logistieke hoogbouw, maar die botsen vaak op trage vergunningen.
Digitalisering biedt bijkomende sterktes. Een deel van het logistieke ecosysteem behoort tot de Europese
49
Ambities richting 2035 Een tweede knelpunt is de onderbenutting van spoor en binnenvaart. We beschikken over een dicht spoorwegnet en een van de meest uitgebreide binnenvaartnetwerken ter wereld, maar slaagt er onvoldoende in om vracht van de weg naar spoor en water te verschuiven. Ondanks de toenemende congestie blijft een echte modal shift uit. Daarnaast weegt het complexe en versnipperde regelgevend kader op de groei. Verschillen tussen beleidsniveaus, Europese lidstaten en zelfs binnen de Benelux zorgen voor rechtsonzekerheid en een ongelijk speelveld. Dat remt ook innovatieve toepassingen zoals drones, autonoom wegvervoer en slimme logistieke oplossingen af. Voor Limburg, als grensprovincie met sterke economische verbindingen richting Nederland en Duitsland, is die versnippering extra voelbaar. Ook voor luchthavens ontbreekt een stabiel langetermijnkader. Brussels Airport heeft nood aan een duidelijke omgevingsvergunning en evenwichtige afspraken rond vliegroutes, geluid en economische ontwikkeling. Zonder coherent luchthavenbeleid dreigt Vlaanderen logistieke groeikansen te missen. De duurzame transitie vormt eveneens een grote uitdaging. Zero-emissie vrachtwagens, alternatieve brandstoffen, elektrificatie, walstroom en SAF vragen hoge investeringen, terwijl de businesscase vaak onzeker blijft. Netcapaciteit, afbouw van steunmaatregelen en het ontbreken van een gecoördineerde strategie voor SAF vertragen de omslag. Geopolitieke spanningen en protectionisme brengen extra risico’s mee voor
50
internationale supplychains. Exportbeperkingen, verstoringen, cyberaanvallen en hybride dreigingen kunnen logistieke infrastructuur zwaar raken. Door de toenemende digitalisering wordt cyberveiligheid, zeker bij kmo’s, een belangrijk aandachtspunt. Tot slot kampt de logistiek met arbeidsmarktkrapte. Vergrijzing, een ouder personeelsbestand, digitalisering en complexere logistieke systemen vergroten de nood aan nieuwe profielen, terwijl het moeilijker wordt om buitenlandse werknemers aan te trekken. Opportuniteiten voor groei De grootste groeikansen voor de Vlaamse en Limburgse logistiek liggen in digitalisering, AI en automatisering. Toepassingen zoals AI-gestuurde routeplanning, bundeling van ladingen, digitale tweelingen, IoT, blockchain en digitale marktplaatsen kunnen de logistieke keten veel efficiënter maken. Ze kunnen lege kilometers verminderen, goederenstromen beter afstemmen, manuele tussenkomsten beperken en de volledige supplychain slimmer organiseren. Een belangrijke doorbraak kan komen van autonoom vrachtvervoer en geautomatiseerde logistieke omgevingen. Havens, terminals en industriële zones bieden op korte termijn veel potentieel voor autonome voertuigen, vaartuigen, kranen en geconnecteerde infrastructuur. Op langere termijn kan zelfrijdend vrachtvervoer de kosten, veiligheid en efficiëntie van logistieke ketens fundamenteel veranderen. Daarvoor is wel snel aangepaste regelgeving nodig, anders dreigt Vlaanderen achterop te raken tegenover de VS, China en snellere Europese landen.
Daarnaast moet logistieke data veel breder en veiliger worden gedeeld tussen bedrijven, terminals, infrastructuurbeheerders en overheden. Een papierloze en interoperabele logistieke keten kan wachttijden, lege kilometers en administratieve lasten verminderen en vormt een noodzakelijke basis voor autonome en datagedreven logistiek. Ook platformisering biedt kansen. Logistieke platformen, digitale marktplaatsen en modellen zoals logistics-as-a-service, fleet-as-a-service en vehicle-as-a-service kunnen schaalvoordelen creëren, samenwerking versterken en kmo’s toegang geven tot geavanceerde logistieke netwerken. Gedeelde infrastructuur en gezamenlijke investeringen kunnen bovendien helpen om de kosten en risico’s van digitalisering en verduurzaming te spreiden. Daarnaast ligt er veel potentieel in een beter werkende Europese interne markt. Vandaag wordt grensoverschrijdend vervoer nog te vaak gehinderd door technische, administratieve en operationele barrières, zoals niet-geharmoniseerde treinpaden, taalvereisten, afwijkende regels voor afvalvervoer en verschillen in maten en gewichten. Het wegwerken van die belemmeringen kan de efficiëntie van de Limburgse logistiek sterk verhogen. Ook Europese infrastructuurinvesteringen blijven cruciaal. De verdere uitbouw van het TEN-T-netwerk kan de connectiviteit verbeteren, congestie verminderen en nieuwe groeikansen openen voor logistieke spelers.
In 2035 is Limburg een proeftuin voor autonoom en slim transport Tegen 2035 moet Vlaanderen zich positioneren als Europese koploper in autonoom transport. Limburg kan daarin een sterke rol opnemen als test- en toepassingsregio voor autonoom, geconnecteerd en slim goederenvervoer. De provincie beschikt over logistieke corridors, bedrijventerreinen, industriële sites, grensoverschrijdende verbindingen en gecontroleerde omgevingen waar nieuwe technologieën veilig kunnen worden getest en opgeschaald. Voor Limburg liggen er kansen in autonome shuttles op bedrijventerreinen, slimme magazijnlogistiek, geautomatiseerd intern transport, truck platooning, connected logistics en digitale verkeerssturing. Daarvoor is een aangepast regelgevend kader nodig dat experimenten mogelijk maakt en succesvolle toepassingen sneller laat doorgroeien. Door logistieke bedrijven, technologiepartners, overheden en kennisinstellingen te verbinden, kan Limburg een voortrekkersrol opnemen in de praktische uitrol van autonoom transport. In 2035 is Limburg sterker verbonden met de belangrijkste economische poorten en logistieke corridors Limburg ligt strategisch tussen de Vlaamse havens, Nederland en Duitsland en vormt daarmee een belangrijke schakel in de Europese logistieke keten. Tegen 2035 moeten we die positie verder versterken
door te investeren in performante verbindingen via weg, spoor en binnenvaart. Het Albertkanaal, sterke spoorverbindingen en goed ontsloten logistieke bedrijventerreinen zijn daarbij cruciaal. Door Limburg beter te verbinden met de havens van Antwerpen en met economische regio’s in Nederland en Duitsland, versterken we niet alleen onze bereikbaarheid, maar ook onze aantrekkelijkheid als vestigingsplaats voor logistieke en industriële bedrijven. Zo kan Limburg zijn rol als logistieke draaischijf verder uitbouwen. In 2035 zorgen vlottere logistieke stromen voor minder verliesuren in Limburg Files en verkeersoverlast remmen de economie af en kosten bedrijven veel geld. Ook in Limburg dreigt het toenemende vrachtverkeer de bereikbaarheid van bedrijventerreinen, fabrieken en grensovergangen te blokkeren. Tegen 2035 moet het aantal verliesuren door congestie met minstens 20 procent verminderen, ook wanneer het goederenvervoer verder groeit. Door transportstromen slimmer te verdelen over de weg, het spoor en het Albertkanaal, kunnen we de snelwegen ontlasten. Investeringen in digitale verkeerssturing, efficiëntere logistiek op bedrijventerreinen en vlottere grensovergangen met Nederland en Duitsland zijn hierbij cruciaal. Minder files levert de provincie niet alleen tijdswinst op, maar verlaagt ook de kosten en versterkt de Limburgse positie als logistieke topregio.
STEM VAN DE ONDERNEMER Wat is jouw groeipad tegen 2035? "Tegen 2035 willen we de evolutie van logistieke hotspot naar logistieke motor verder versterken en verbreden. De groei ligt in waardecreatie, slimme infrastructuur, digitale innovatie en duurzame supply chains, en precies daar kan Limburg het verschil maken."
PASCAL VRANKEN CCO H.ESSERS
51
9.
Financiering
Toegang tot financiering voor investeringsplannen, voor start- en scale-ups, voor overheden en voor gezinnen is een cruciale factor voor het groeipotentieel van onze economie. Het ecosysteem omvat niet alleen banken, maar ook verzekeraars, pensioenfondsen, investeringsfondsen, publieke investeringsmaatschappijen, business angels, venturecapitalspelers, infrastructuurfondsen, fintechbedrijven en particuliere spaarders. Zonder financiering geen investeringen, wat uiteraard nefast zou zijn voor het groeipotentieel van onze economie. Tegen die achtergrond is het belangrijk dat het financiële ecosysteem kan blijven groeien, maar nog veel belangrijker is het hefboomeffect dat het ecosysteem kan hebben op de rest van de economie. In Vlaanderen is veel kapitaal aanwezig, maar dat wordt niet altijd op de meest productieve manier ingezet in onze economie. Vooral daar liggen kansen om het groeipotentieel van onze hele economie te versterken.
Actuele sterktes Het financiële ecosysteem in Vlaanderen en België vertrekt vanuit een stevige en brede basis. Banken en verzekeraars zijn gezond, stabiel en schokbestendig, met sterke kapitaalen liquiditeitsbuffers. Belgische banken hebben hoge kernkapitaalratio’s, ruime liquiditeitsbuffers en een laag aandeel probleemkredieten. Daardoor kunnen ze ook in moeilijkere economische omstandigheden kredietverlening blijven ondersteunen, al kan die voorzichtigheid ook wijzen op een te beperkte inzet van beschikbaar kapitaal. Ook de verzekeringssector staat financieel sterk. Belgische verzekeraars beschikken over ruime solvabiliteitsbuffers en beheren aanzienlijke vermogens. Daardoor kunnen ze een belangrijke rol spelen als langetermijninvesteerders in de reële economie. Een tweede grote troef is het omvangrijke financiële vermogen van Belgische gezinnen. België behoort tot de rijkste regio’s ter wereld, met zeer hoge financiële activa en nettovermogens bij gezinnen. Een groot deel daarvan staat vandaag echter op spaar-, zicht- en termijnrekeningen. In theorie vormt dit een enorme bron van kapitaal die sterker richting productieve investeringen en kapitaalmarkten zou kunnen worden geleid. Ook in Limburg ligt hier potentieel, zeker door de aanwezigheid van ondernemende families, familiale vermogens en ondernemerskapitaal dat sterker kan worden ingezet voor lokale groei en doorgroeiende bedrijven. In tegenstelling tot landen zoals Nederland of Noorwegen beschikt België niet over een grote pool van pensioen-
52
fondskapitaal, maar via verzekeraars is er wel een belangrijke institutionele investeringsbasis. Dat biedt potentieel voor langetermijninvesteringen in de economie.
taalgedekte pensioenactiva. Daardoor zijn pensioenfondsen minder in staat om op te treden als grote, stabiele investeerders in infrastructuur, innovatie en groeibedrijven.
Voor start-ups lijkt de financiering in de vroege fase relatief goed te functioneren. Seed- en early-stage financiering zijn redelijk ontwikkeld en het aantal vroege financieringsrondes is recent gestegen. De grootste uitdaging zit niet in de startfase, maar in latere groeifases, waar innovatieve scale-ups moeilijker voldoende kapitaal vinden.
Daarbovenop is het financiële landschap sterk versnipperd. Er zijn weinig grote investeringsfondsen die grote tickets aankunnen, en ook het pensioenvermogen zit verspreid over veel kleine fondsen. Die beperkte schaal bemoeilijkt professionele assetallocatie, risicospreiding en investeringen in groeikapitaal of infrastructuur.
Hindernissen De belangrijkste zwakte van het financiële ecosysteem is de onderontwikkelde kapitaalmarkt. Zowel de obligatie- als aandelenmarkt missen schaal en dynamiek. Vooral kmo’s en groeibedrijven hebben weinig toegang tot rechtstreekse marktfinanciering, terwijl de Belgische beurs kampt met een beperkte marktkapitalisatie, minder beursgenoteerde bedrijven en een dalend aantal IPO’s. Ook risicokapitaal blijft onvoldoende ontwikkeld. Ondanks de grote hoeveelheid spaargeld wordt te weinig kapitaal ingezet voor risicodragende investeringen, vooral in latere groeifases. Daardoor vinden innovatieve scale-ups moeilijk voldoende financiering om door te groeien, waardoor ze sneller naar het buitenland trekken of in buitenlandse handen terechtkomen. Zo gaat ook veel Limburgs groeipotentieel verloren Een bijkomend probleem is het beperkte institutionele kapitaal. België beschikt, in tegenstelling tot landen zoals Nederland, Denemarken, Canada of de VS, over relatief weinig kapi-
Op Vlaams niveau wordt de jaarlijkse investeringsnood in economische infrastructuur voorlopig geraamd op minstens 12 miljard euro. Voor Limburg moet geen kunstmatig provinciaal aandeel worden berekend, maar moet wel duidelijk worden vastgelegd welke strategische projecten deel uitmaken van deze bredere investeringsagenda. Ten slotte stuurt het fiscale kader te veel richting traditioneel sparen en kapitaalbescherming. Aandelen, fondsen en groeikapitaal worden complex en relatief weinig aantrekkelijk behandeld, terwijl recente maatregelen zoals de meerwaardebelasting de voorkeur voor liquiditeit nog kunnen versterken. Dat maakt het moeilijker om privaat vermogen richting ondernemerschap en productieve investeringen te mobiliseren. Opportuniteiten voor groei Limburg beschikt zelf niet over een voldoende grote en diepe kapitaalmarkt om alle groei- en investeringsnoden te financieren. De provincie moet daarom sterker aansluiten op Vlaamse, Belgische en Europese investeringsnetwerken en institutioneel kapitaal
mobiliseren voor scale-ups, industriële transitie, energie en infrastructuur. De grote particuliere spaarcapaciteit moet productiever worden ingezet. Nieuwe instrumenten zoals een laagdrempelige groeirekening, aanvullende pensioenopbouw en infrastructuurfondsen kunnen spaargeld sterker verbinden met langetermijninvesteringen in de reële economie. Die kapitaalbehoefte zal de komende jaren alleen maar toenemen. Klimaat, energie, digitalisering, defensie, mobiliteit, infrastructuur, industrie, AI, deeptech, halfgeleiders, kwantumtechnologie en ruimtevaart vragen allemaal grote, risicovolle investeringen met lange terugverdientijden. Als het financiële ecosysteem meer langetermijnkapitaal kan mobiliseren, versterkt dat de competitiviteit, strategische autonomie en groei van de hele economie. Een eerste hefboom is de versterking van de tweede pensioenpijler. Meer kapitalisatie in de pensioenopbouw kan niet alleen bijdragen aan hogere pensioenen en een robuuster pensioenstelsel, maar ook zorgen voor meer geduldig kapitaal voor innovatie, infrastructuur en groeibedrijven. In afwachting van grotere pensioenreserves kunnen ook verzekeraars een belangrijkere rol opnemen als langetermijninvesteerders, bijvoorbeeld door een beperkt groter aandeel van hun activa richting durfkapitaal te sturen.
caal voorspelbaar laten investeren in ondernemingen, fondsen en kapitaalmarkten. Ook publieke investeringsvehikels kunnen sterker als hefboom functioneren. Door meer te werken met dakfondsen, co-investeringen en blended finance kunnen publieke middelen veel grotere private kapitaalstromen aantrekken. Vooral voor scale-ups, deeptech en strategische investeringen kan dat helpen om marktfalen en de scale-up gap aan te pakken. Tot slot biedt de Europese Savings and Investment Union een belangrijke opportuniteit. Een beter geïntegreerde Europese kapitaalmarkt kan spaargelden efficiënter naar ondernemingen, innovatie en transities leiden. Voor Vlaanderen, met zijn grote spaarcapaciteit en sterke financiële spelers, ligt hier een kans om actief aan te haken en mee schaal, liquiditeit en risicokapitaal te versterken. Ook Limburg kan hiervan profiteren als Europese kapitaalmarkten beter toegankelijk worden voor kmo’s, scale-ups, infrastructuurprojecten en innovatieve bedrijven met internationale groeiplannen.
Een tweede kans ligt in het activeren van particuliere spaargelden. Grote bedragen blijven vandaag op spaar- en zichtrekeningen staan. Instrumenten zoals een groeirekening, een individuele beleggingsrekening of een moderne variant van Cooreman-De Clercq kunnen burgers laagdrempelig en fis-
53
Ambities richting 2035 In 2035 heeft Limburg een sterkere langetermijnbeleggingscultuur Tegen 2035 moet België en Vlaanderen evolueren naar een sterkere langetermijnbeleggingscultuur, waarbij spaargeld productiever wordt ingezet in de economie. Ook in Limburg is dat belangrijk: er is kapitaal aanwezig, maar dat vindt nog te weinig zijn weg naar ondernemerschap, innovatie, scale-ups, infrastructuur en regionale groeiprojecten. Voor Limburg ligt de uitdaging erin om spaargeld en privaat kapitaal sterker te mobiliseren voor de reële economie. Dat kan via meer financiële geletterdheid, toegankelijke investeringsvehikels, regionale fondsen, co-investeringen en een betere koppeling tussen spaarders, investeerders en Limburgse groeibedrijven. Een sterkere langetermijnbeleggingscultuur levert zo een dubbele winst op: een hoger potentieel rendement voor de spaarder én meer kapitaal voor economische groei in de provincie. In 2035 vinden Limburgse scale-ups voldoende groeikapitaal om hier te blijven doorgroeien Tegen 2035 mogen beloftevolle Limburgse scale-ups niet langer vertrekken omdat ze hier geen groeikapitaal vinden. Er is genoeg geld in de economie, maar dat stroomt nu nog te weinig naar risicovolle investeringen in jonge, innovatieve bedrijven. Hierdoor dreigt lokaal talent te vroeg naar het buitenland te trekken. Om dit te stoppen, moeten startups in tech, zorg, drones en de maakindustrie in eigen regio toegang krijgen tot geld, klanten en talent. Door publieke en private investeerders, corpo-
54
rates en kennisinstellingen slim te verbinden, houden we deze groeibedrijven in Limburg. Zo zorgen we dat hun succes maximaal bijdraagt aan onze eigen provinciale economie. In 2035 investeren overheden en ondernemingen structureel in Limburgse infrastructuur De komende jaren staan Vlaanderen en Limburg voor een grote infrastructuuruitdaging. De duurzame, digitale en energietransitie, de nood aan betere mobiliteit, de veroudering van publiek patrimonium en de behoefte aan toekomstgerichte bedrijventerreinen vragen om een veel hogere investeringsgraad. Een schatting op basis van deze uitdagingen komt neer op een jaarlijkse investeringsimpuls van 12 miljard in economische infrastructuur. Vlaanderen heeft richting 2035 daarom nood aan een jaarlijkse investeringsimpuls in infrastructuur; Limburg moet daarin een volwaardige plaats krijgen. Voor Limburg betekent dit structurele investeringen in mobiliteit, bedrijventerreinen, energie-infrastructuur, digitale netwerken, watergebonden infrastructuur, zorg, onderwijs, klimaatadaptatie en publieke voorzieningen. Die investeringen mogen niet versnipperd of ad hoc gebeuren, maar moeten deel uitmaken van een meerjarige strategie waarin overheid en ondernemingen samen verantwoordelijkheid opnemen. Voer eveneens om de vijf jaar een geïntegreerde beoordeling uit van de Limburgse infrastructuurnoden voor de volgende decennia. Zo wordt infrastructuur een hefboom voor economische groei, investeringsaantrekkelijkheid en regionale verankering.
STEM VAN DE ONDERNEMER Wat is jouw groeipad tegen 2035? "Ondernemingen groeien niet van kapitaal alleen. Bij INITIUM en C for Growth geloven we dat betrokken ondernemerschap en samenwerking de echte motor zijn voor duurzame groei. Vanuit INITIUM combineren we als familiale industriële holding langetermijnkapitaal met betrokken ondernemerschap, strategische begeleiding en hands-on ondersteuning. Door expertise, ervaring en mensen samen te brengen, helpen we ondernemingen om sterker te worden en hun volgende groeifase te realiseren. We leggen daarbij geen vast groeitempo op, maar bouwen mee op het ritme van de onderneming en de mensen die er werken.
Interview
LUC DRIESSEN
CEO VAN MOVE INTERMODAL
Tegen 2035 moet Limburg verder uitgroeien tot een sterk ecosysteem waarin ondernemers, investeerders, kennisinstellingen en overheden elkaar versterken. Met vertrouwen, expertise en voldoende ruimte om te ondernemen, kunnen Limburgse bedrijven groeien en ook internationaal het verschil maken."
MAARTEN BYNENS BESTUURDER INITIUM EN CO-FOUNDER C FOR GROWTH
55
Door innovatie, internationale wendbaarheid en sterke mensen maken we een wereld van verschil. Toen Luc Driessen in 2011 aan het roer kwam van Move Intermodal, draaide het bedrijf een omzet van 38 miljoen euro. Vandaag is dat ongeveer 150 miljoen euro. De ambitie voor de komende jaren liegt er niet om: Over 7 tot 8 jaar wil de onderneming doorgroeien naar 250 miljoen euro omzet, en zelfs 300 miljoen euro wanneer bijkomende acquisities worden gerealiseerd. Maar voor Driessen draait de toekomst niet alleen om cijfers. Innovatie, talent en internationalisering vormen de drie pijlers waarop het verdere groeiverhaal wordt gebouwd.
Interview
LUC DRIESSEN
CEO VAN MOVE INTERMODAL
56
Hoe ziet Luc Driessen Move Intermodal in 2035? “Dan hoop ik zelf met pensioen te zijn”, glimlacht hij. “Ik ben vandaag 62 jaar. Daarom zijn we nu al volop bezig met de continuïteit van de onderneming. Het bedrijf hoeft niet verkocht te worden, maar zal wel onder een andere leiding verdergaan.” Een familiale opvolging ligt niet op tafel. “Mijn zoon heeft andere ambities. Daarom werken we aan een oplossing met extern management. Bovendien is ons key management ondertussen toegetreden tot het kapitaal van de onderneming. Dat zorgt voor een sterke verankering en betrokkenheid op lange termijn.”
Ook de samenwerking met private-equitypartner LRM draagt bij aan de verdere professionalisering van de organisatie. “We hebben een ambitieus businessplan. Zonder overnames willen we binnen zeven à acht jaar groeien naar 250 miljoen euro omzet. Met acquisities erbij kan dat oplopen tot 300 miljoen euro. We zijn gewend om ongeveer elke zes à zeven jaar te verdubbelen. Dat komt neer op een gemiddelde groei van zo’n tien procent per jaar. Ambitieus, maar zeker haalbaar.” Innovatie als motor van efficiëntie en duurzaamheid De logistieke sector bevindt zich midden in een technologische transformatie. Waar planning vroeger nog gebeurde met potlood en papier, spelen vandaag data en artificiële intelligentie een steeds grotere rol. “AI gaat onze planning fundamenteel veranderen”, zegt Driessen. “We staan nog maar aan het begin van die evolutie. De komende vijf jaar zal er waarschijnlijk meer veranderen dan in de voorbije vijfentwintig jaar samen.” Move Intermodal kiest daarbij bewust voor een pragmatische aanpak. “We willen geen pure pionier zijn die als eerste op elke nieuwe technologie springt, maar we willen zeker ook niet achterblijven. We positioneren ons ergens tussen een volger en een leider.”
Binnen de organisatie werkt een Excellence Center voortdurend aan innovatieve projecten. Daarbij ligt de focus niet alleen op digitalisering, maar ook op duurzaamheid. “Multimodaal transport draait vandaag sterk rond emissiereductie, elektrificatie en efficiënter gebruik van materiaal. Een belangrijk aandachtspunt is het vermijden van lege kilometers. Door slimmer te plannen en retourvrachten te organiseren, verhogen we zowel onze productiviteit als onze duurzaamheid.” Volgens Driessen is innovatie bovendien essentieel om zich te onderscheiden in een bijzonder competitieve markt. “De sector is erg gefragmenteerd. Op sommige trajecten zijn we marktleider, maar zelfs dan vertegenwoordigen we minder dan drie procent van de totale markt. Daarom moeten we het verschil maken via innovatie.” Dat vertaalt zich ook in concrete technische ontwikkelingen. Zo investeerde Move Intermodal in de ontwikkeling van lichtere laadbakken, waardoor meer volume en gewicht per transporteenheid kunnen worden meegenomen. “Dat soort optimalisaties maakt een groot verschil voor onze klanten én voor de efficiëntie van het volledige transportsysteem.”
57
Medewerkers willen voelen dat ze ondersteund worden.
Een veranderende internationale markt vraagt flexibiliteit
Talent blijft de belangrijkste succesfactor
Met ongeveer 400 medewerkers verspreid over acht landen is internationalisering al jarenlang een essentieel onderdeel van de strategie van Move Intermodal. Toch verandert het speelveld snel. “We zijn actief op Europese schaal, maar worden steeds meer beïnvloed door mondiale ontwikkelingen”, legt Driessen uit. “Een goed voorbeeld is de petrochemische sector, waarin we traditioneel sterk vertegenwoordigd zijn. Langs de as Rotterdam-Antwerpen-Geleen zien we dat internationale spelers hun productie afbouwen en meer producten importeren vanuit andere continenten.”
Ondanks alle technologische ontwikkelingen blijft de mens volgens Driessen de belangrijkste factor achter het succes van Move Intermodal. “Onze sector is en blijft een people business. Mensen maken het verschil. Daarom zijn zij onze belangrijkste asset.” De strijd om talent is volgens hem nooit verdwenen. Toch slaagt de onderneming erin om sterke profielen aan te trekken én aan boord te houden. “Soms vragen we ons zelf af waarom dat zo goed lukt”, lacht hij. “Maar we merken dat onze duurzaamheidsambities jongeren aanspreken. Daarnaast waarderen medewerkers het directe contact met de eigenaars en het familiale karakter van de organisatie.”
De hoge energiekosten in Europa liggen mee aan de basis van die verschuiving. Daardoor wordt de markt waarop Move Intermodal jarenlang actief was kleiner. “Dat betekent dat we ons moeten aanpassen. We verschuiven onze focus steeds meer naar goederenstromen die van buiten Europa komen. Dat vraagt investeringen, nieuwe commerciële initiatieven en een andere manier van werken. Groeien in een dalende markt is immers nooit eenvoudig.” Toch ziet Driessen positieve signalen. “We merken dat de markt opnieuw aantrekt. Bovendien slagen we erin om nieuwe internationale projecten aan te trekken. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst.”
58
Move Intermodal investeert bewust in opleiding en interne doorgroeimogelijkheden. “Verschillende directieleden zijn hier ooit gestart als young potential. Door mensen kansen en verantwoordelijkheden te geven, bouwen we aan duurzame carrières.” Ook het internationale karakter van de onderneming werkt aantrekkingskracht uit. “Medewerkers krijgen kansen om over de landsgrenzen heen ervaring op te doen. Dat maakt ons als werkgever aantrekkelijk.” Tegelijk ziet Driessen een grote uitdaging op de arbeidsmarkt, vooral voor chauffeurs. “Vanaf 2027 zullen veel ervaren vrachtwagenchauffeurs met pensioen gaan, terwijl de instroom
beperkt blijft. Arbeidsmigratie zal noodzakelijk zijn om dat tekort op te vangen.” Dat vraagt volgens hem een bredere kijk op HR. “Dan gaat het niet alleen over rekrutering, maar ook over taalopleidingen, huisvesting, gezinshereniging en begeleiding. People management wordt alleen maar belangrijker.” Daarom investeren de leidinggevenden van Move Intermodal ook sterk in lokale aanwezigheid. “We bezoeken onze buitenlandse vestigingen regelmatig. Medewerkers willen voelen dat ze ondersteund worden. Dat familiale karakter blijft een belangrijke troef, ook wanneer je internationaal groeit.” Duurzaam, digitaal en familiaal Wanneer Driessen vooruitblikt naar 2035, vat hij de ambitie van Move Intermodal samen in drie woorden: duurzaam, digitaal en familiaal. “Dat zijn de domeinen waarop we ons willen onderscheiden. Als we daarin een sterke reputatie kunnen uitbouwen, creëren we een belangrijke voorsprong op de markt.” Het groeipad richting 250 à 300 miljoen euro omzet is daarbij geen doel op zich, maar een gevolg van een duidelijke strategie. Een strategie die inzet op innovatie, internationale wendbaarheid en sterke mensen. Of zoals Driessen het zelf formuleert: “Op die drie pijlers willen we tegen 2035 echt een wereld van verschil maken”, besluit Luc Driessen.
LUC DRIESSEN
CEO VAN MOVE INTERMODAL
59
10.
Zakelijke dienstverlening is een breed transversaal ecosysteem dat ondernemingen, publieke organisaties en andere ecosystemen ondersteunt. Het gaat onder meer om advies, accountancy, juridische dienstverlening, engineering, HR, technologie, marketing, onderzoek en andere kennisintensieve diensten. De grootste economische waarde ligt niet alleen in de eigen activiteit van het ecosysteem, maar vooral in zijn vermogen om de productiviteit, innovatie en internationale slagkracht van de volledige Limburgse economie te versterken.
Zakelijke dienstverlening Actuele sterktes De zakelijke dienstverlening is een matuur ecosysteem met een groot economisch gewicht en een sterk groeiverleden. In een economie die steeds complexer wordt door regulering, digitalisering, duurzaamheid, demografie en geopolitieke verschuivingen, speelt dit ecosysteem een belangrijke ondersteunende rol voor andere sectoren. Dat geldt zeker ook voor Limburg, waar veel kmo’s, familiale ondernemingen en industriële bedrijven nood hebben aan gespecialiseerde ondersteuning om met die toenemende complexiteit om te gaan. De kernsterkte ligt in gespecialiseerde kennis en dienstverlening. Advies, juridische ondersteuning, accountancy, tech en andere kennisintensieve diensten helpen bedrijven om beter om te gaan met complexiteit, transities en strategische keuzes. Daardoor kan de zakelijke dienstverlening de productiviteit en innovatie in andere ecosystemen mee versterken. Het ecosysteem bestaat uit een mix van kmo’s en internationale spelers. Vooral grote internationale dienstverleners brengen schaal, expertise en internationale best practices binnen in de economie. Hun grootste meerwaarde ligt niet zozeer in het begeleiden van bedrijven door regelgeving, maar in het verhogen van productiviteit, efficiëntie en strategische slagkracht bij klanten. Daarnaast wordt de zakelijke dienstverlening zelf snel geraakt door digi-
60
talisering en AI. Consultancy, accountancy, juridische diensten en andere kennisberoepen staan voor een grondige transformatie van hun businessmodellen. Net daardoor kunnen deze bedrijven ervaring opbouwen met digitale tools, AI en procesoptimalisatie, en die kennis vervolgens inzetten om de bredere economie te ondersteunen. Hindernissen De zakelijke dienstverlening heeft een belangrijk productiviteitsprobleem. Het ecosysteem vertegenwoordigt 15% van de Vlaamse toegevoegde waarde, maar 22% van de werkgelegenheid. Dat wijst op een relatief arbeidsintensief model en een lagere gemiddelde productiviteit. Een belangrijke verklaring is de kloof tussen koplopers en volgers. Sommige bedrijven zijn sterk mee met innovatie, digitalisering en AI, maar veel kleinere spelers blijven achter. Fragmentatie in delen van het ecosysteem zorgt bovendien voor margedruk, waardoor investeringen in technologie, opleiding en schaalvergroting moeilijker worden. Dat speelt ook in Limburg, waar het ecosysteem sterk kmo-gedreven is en digitale transformatie niet overal even snel ingang vindt. Een tweede hindernis is de sterke focus op regulatory activiteiten. Veel zakelijke dienstverlening bestaat uit bedrijven helpen voldoen aan regelgeving. Dat levert stabiele inkomsten op, maar creëert niet altijd veel eco-
nomische meerwaarde. De activiteiten die wél sterk bijdragen aan productiviteit en groei, strategisch advies, digitalisering, innovatie, procesverbetering, zijn gevoeliger voor conjunctuur en worden in onzekere tijden sneller uitgesteld of geschrapt. Ook talent is een belangrijke rem. Kennisintensieve profielen zijn moeilijk te vinden, hoogopgeleid talent is internationaal mobiel en de loon- en fiscale context maakt het niet altijd eenvoudig om talent aan te trekken of te behouden. Tegelijk zal AI het klassieke arbeidsmodel in onder meer consultancy, accountancy en juridische dienstverlening grondig veranderen. In Limburg komt daar de uitdaging bij om voldoende gespecialiseerde profielen aan te trekken en te behouden in concurrentie met grotere stedelijke arbeidsmarkten. Die digitale versnelling brengt ook nieuwe risico’s mee. Meer AI, data en digitalisering vergroten het belang van cybersecurity en goed databeheer, zeker omdat veel zakelijke dienstverleners met gevoelige bedrijfsinformatie werken. Opportuniteiten voor groei De zakelijke dienstverlening krijgt door digitalisering en AI grote groeikansen. Binnen het ecosysteem zelf kan AI helpen om het relatief lage productiviteitsniveau op te krikken, bijvoorbeeld via compliance-ondersteuning, contractanalyse, procesmining, servicedesk-automatisering en cybersecurity. Daardoor kunnen diensten
sneller, efficiënter en schaalbaarder worden aangeboden. De grootste opportuniteit ligt echter in de rol van zakelijke dienstverleners als versneller van AI en digitalisering in de rest van de economie. Grote Belgische bedrijven behoren al tot de Europese koplopers in AI-gebruik, maar kmo’s blijven sterk achter. Advies-, tech-, accountancy-, juridische en andere dienstverleners kunnen die kloof helpen verkleinen door kmo’s praktisch te ondersteunen bij digitalisering, procesoptimalisatie en AI-toepassingen. Daarnaast zal de vraag naar regulatory diensten blijven groeien door complexere regelgeving, juridisering en toenemende aandacht voor compliance, privacy, cybersecurity, ESG, HR en governance. Dat biedt commerciële kansen voor de sector, maar de grootste economische meerwaarde ligt in non-regulatory activiteiten: diensten die bedrijven echt productiever, innovatiever en competitiever maken.
ten. Ook juridische en administratieve data moeten beter worden ontsloten. Open en actuele informatie over vergunningen, beslissingen, reglementen, subsidies en procedures maakt efficiëntere dienstverlening mogelijk en verlaagt de administratieve lasten voor ondernemingen. Ten slotte biedt internationalisering kansen, zeker in gespecialiseerde niches. Door diensten internationaal aan te bieden, vergroten Limburgse spelers hun marktpotentieel en krijgen ze toegang tot buitenlandse best practices die ook hier kunnen worden toegepast. Voor ons liggen er kansen in de grensregio met Nederland en Duitsland, zeker voor bedrijven die expertise opbouwen rond digitalisering, HR, juridische ondersteuning, accountancy, engineering, ESG, cybersecurity of sectorspecifieke dienstverlening.
Ook in de publieke sector liggen grote opportuniteiten. België heeft zeer hoge overheidsuitgaven en een grote publieke tewerkstelling, maar de efficiëntie en dienstverlening staan onder druk. Zakelijke dienstverleners kunnen via procesoptimalisatie, digitalisering en AI helpen om de productiviteit van overheid, zorg en onderwijs te verhogen. Ook voor Limburgse lokale besturen, zorgorganisaties, onderwijsinstellingen en publieke diensten kan dit een belangrijke hefboom zijn om dienstverlening te verbeteren en schaarse middelen efficiënter in te zet-
61
Ambities richting 2035 In 2035 is de Limburgse zakelijke dienstverlening de productiviteitsversneller van de provinciale economie Tegen 2035 moet de zakelijke dienstverlening de productiviteitsmotor van Limburg worden. Door kmo's, familiebedrijven en startups concreet te loodsen door AI-omslagen, organisatieveranderingen en internationale groei, helpt de sector hen sneller en efficiënter te werken. Om die kennis bij de juiste ondernemers te krijgen, moeten consultants, accountants en IT-specialisten nauwer samenwerken met universiteiten, tech-hubs en ondernemersnetwerken. Zo stroomt kostbare expertise vlotter door naar bedrijven die er nu nog moeilijk bij kunnen. De zakelijke dienstverlener is dan niet langer een partij die puur ondersteunt, maar een actieve partner die de Limburgse economie doet groeien. In 2035 is de Limburgse zakelijke dienstverlening een AI-first en hoogproductief ecosysteem Tegen 2035 moet de Limburgse zakelijke dienstverlening vooloper zijn in de berde uitrol van AI. Kantoren gebruiken AI dan niet meer als simpel hulpmiddel, maar herrichten er hun hele werkwijze, klantcontact en verdienmodel mee in. Voor de vele Limburgse kmo's is dat een zegen: zij hebben betaalbare, praktische hulp nodig om productiever te worden. Accountants, consultants, advocaten, HR-kantoren en marke-
62
teers moeten daarom zélf versneld digitaliseren. Alleen zo veranderen ze van traditionele adviseurs in datagedreven groeipartners die hun klanten door de AI-omslag loodsen. Dit zorgt voor betere diensten en een enorme productiviteitsboost in de hele provincie. In 2035 verschuift de Limburgse zakelijke dienstverlening naar gespecialiseerde expertise met hogere toegevoegde waarde Vandaag gaat een groot deel van de zakelijke dienstverlening naar het helpen van bedrijven om te voldoen aan complexe regelgeving en administratieve verplichtingen. Die ondersteuning blijft nodig, maar mag niet het zwaartepunt blijven. Tegen 2035 moet de Limburgse zakelijke dienstverlening sterker opschuiven naar gespecialiseerde expertise die bedrijven helpt om efficiënter, innovatiever, competitiever en internationaler te worden. AI en automatisering kunnen daarbij repetitieve en sterk reguleringsgedreven taken deels overnemen. Dat creëert ruimte voor advies met meer strategische waarde: productiviteitsverbetering, digitalisering, internationalisering, financiering, talentbeleid, innovatie, duurzaamheid en organisatieontwikkeling. Voor Limburgse kmo’s is die omslag essentieel, omdat zij vaak niet over alle expertise intern beschikken. De zakelijke dienstverlening moet dus meer dan vandaag een externe kennismotor worden voor groei en professionalisering.
Deel 3
STEM VAN DE ONDERNEMER Wat is jouw groeipad tegen 2035? "Als Vlaanderen tegen 2035 opnieuw wil uitgroeien tot een Europese groeiregio, dan moeten we technologie veel sneller omzetten in productiviteit, innovatie en maatschappelijke vooruitgang. AI kan daarbij een krachtige versneller zijn, maar de echte waarde ontstaat wanneer bedrijven, overheden en kennisinstellingen erin slagen technologie verantwoord te integreren in hun processen en besluitvorming. Het is de rol van alle zakelijke en digitale dienstverleners om die vertaalslag te maken: van technologische mogelijkheden naar concrete impact voor ondernemingen, de zorg en de publieke sector. Zo dragen we bij aan een sterker, competitiever en toekomstbestendiger Vlaanderen.”
DE BLIK VAN JÉRÔME (CHIEF MARKET STRATEGIST)
JOURI GOOS CEO VAN INETUM CONSULTING
63
63
DE BLIK VAN JÉRÔME BEURSLIQUIDITEIT: de vergeten troef die Europa dringend moet koesteren De analyse van De Tijd van 23 juli over het dalende aantal transacties op Euronext Brussel raakt een veel fundamenteler probleem dan louter beursactiviteit. Achter die cijfers schuilt een belangrijke vraag voor de toekomst van ondernemerschap in Europa: waar zullen groeibedrijven hun kapitaal vandaan halen? Jarenlang leek het antwoord vanzelfsprekend. Private equity en venture capital namen steeds meer de rol over die vroeger door de beurs werd vervuld. Vandaag worden echter de grenzen van dat model zichtbaar. Private equity heeft de afgelopen twintig jaar een indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt. Tal van innovatieve bedrijven konden buiten de beurs om groeien dankzij gespecialiseerde investeerders die kapitaal, expertise en strategische begeleiding aanboden. Toch botst dit model stilaan op twee fundamentele grenzen: schaal en liquiditeit. Aan de financieringskant worden de kapitaalbehoeften van de nieuwe generatie technologiebedrijven steeds groter. De artificiële-intelligentierevolutie vereist investeringen van tientallen miljarden euro's in datacenters, chips en onderzoek. Bedrijven zoals OpenAI, Anthropic of SpaceX hebben financieringsnoden bereikt die zelfs voor de grootste private-equity- en venturecapitalfondsen moeilijk alleen te dragen zijn. Publieke markten
beschikken daarentegen over een unieke capaciteit om enorme hoeveelheden kapitaal te mobiliseren via een brede groep van institutionele en particuliere beleggers. Tegelijkertijd ontstaat er een tweede probleem. Veel beleggers beginnen opnieuw het nadeel van private equity te ervaren: illiquiditeit. Een investering in een beursgenoteerd aandeel kan vandaag verkocht worden. Een investering in een private-equityfonds niet. Nu de economische cyclus verandert en portefeuilles verouderen, willen steeds meer investeerders hun kapitaal kunnen vrijmaken. De sector heeft hiervoor oplossingen ontwikkeld zoals secondary transactions en continuation funds. Hoewel deze instrumenten nuttig kunnen zijn, creëren ze vaak complexe structuren. Uiteindelijk blijft liquiditeit in private markten afhankelijk van de bereidheid van nieuwe investeerders om in te stappen. De beurs biedt daarentegen iets wat private markten fundamenteel niet kunnen evenaren: permanente liquiditeit. Ondernemingen krijgen toegang tot nieuw kapitaal via aandelenuitgiftes, terwijl bestaande aandeelhouders op elk moment kunnen verkopen. Dat mechanisme verlaagt het risico voor investeerders en vergroot de aantrekkelijkheid van aandelenfinanciering.
Juist daarom dreigen beursmarkten opnieuw een centrale rol te spelen in de financiering van groeibedrijven. Maar hier stoot Europa op een nieuw probleem. Terwijl de nood aan liquide kapitaalmarkten stijgt, behoren Europese beurzen tot de minst liquide van de ontwikkelde wereld. De verschillen zijn opvallend. De dagelijkse liquiditeitsratio, gemeten als de gemiddelde dagomzet gedeeld door de totale beurswaarde, bedraagt ongeveer 0,42% voor de Amerikaanse S&P 500 en zelfs 0,58% voor de Russell 2000-index van kleinere ondernemingen. In China loopt dat cijfer op tot meer dan 0,65%. Europa blijft daar ver achter. De CAC 40 en de Italiaanse FTSE MIB halen ongeveer 0,18%, terwijl de brede Euro Stoxx 600 rond 0,14% schommelt. België bengelt helemaal onderaan met slechts 0,06% voor de BEL 20. Dat lage cijfer is geen toeval. Europese aandelenmarkten worden gekenmerkt door een hoge concentratie van aandelen in handen van families, stichtingen en overheden. Veel ondernemingen hebben een beperkte free float, waardoor slechts een klein deel van de aandelen effectief vrij verhandelbaar is. Voor beleggers betekent dat hogere transactiekosten, grotere koersschommelingen bij grotere orders en minder aantrekkelijkheid om actief in die aandelen te handelen.
JÉRÔME VAN DER BRUGGEN CHIEF MARKET STRATEGIST DEGROOF PETERCAM
64
65
De beurs biedt iets wat private markten fundamenteel niet kunnen evenaren: permanente liquiditeit. België vormt daarvan een schoolvoorbeeld. Verschillende zwaargewichten op de Brusselse beurs hebben een sterke controlerende aandeelhouder. Dat biedt stabiliteit, maar vermindert tegelijkertijd de dagelijkse handel. Voor internationale investeerders wordt het daardoor moeilijker om grote posities op te bouwen of af te bouwen zonder de koers te beïnvloeden. Willen Europa en België aantrekkelijk blijven voor toekomstige groeibedrijven, dan moet de liquiditeit van de kapitaalmarkten omhoog. Een eerste prioriteit is het verhogen van de free float. Regelgevers kunnen ondernemingen aanmoedigen om een groter deel van hun aandelen vrij verhandelbaar te maken. Creatieve controlemechanismen, zoals aandelen met verschillende stemrechten, kunnen families toelaten controle te behouden zonder liquiditeit op te offeren. Daarnaast moet de participatie van particuliere beleggers worden versterkt. In zowel de Verenigde Staten als delen van Azië spelen retailbeleggers een veel grotere rol in de dagelijkse handel. Europa beschikt over een enorme spaarpot, maar een aanzienlijk deel daarvan blijft op spaarrekeningen staan in plaats van productief te worden ingezet op de aandelenmarkt.
66
Ten slotte moeten beleidsmakers de institutionele vraag naar aandelen versterken. Een verdere uitbouw van aanvullende pensioenstelsels kan ervoor zorgen dat meer langetermijnkapitaal richting beursgenoteerde ondernemingen stroomt. Landen met grote pensioenfondsen beschikken doorgaans over diepere en efficiëntere kapitaalmarkten. De komende jaren zullen beursmarkten waarschijnlijk opnieuw een belangrijk deel van de financieringsrol van private equity overnemen. Niet omdat private equity verdwijnt, maar omdat de kapitaalbehoeften van moderne groeibedrijven en de vraag naar liquiditeit steeds groter worden. Voor Europa en België ligt daarin zowel een uitdaging als een opportuniteit. Wie de liquiditeit van zijn beurs vergroot, creëert immers niet alleen een aantrekkelijkere markt voor beleggers, maar ook een krachtiger financieringsmotor voor de ondernemingen van morgen.
Deel 4 AANBEVELINGEN TOEKOMSTINDICATOR
67
SAMENWERKING TUSSEN DE ECOSYSTEMEN ALS SLEUTEL TOT GROEI De tien ecosystemen in deze Toekomstindicator mogen niet als afzonderlijke sectoren worden bekeken. Hun grootste economische potentieel ontstaat wanneer ondernemingen, kennisinstellingen, overheden en investeerders over de grenzen van ecosystemen heen samenwerken. Nieuwe producten, diensten en waardeketens ontstaan steeds vaker op het kruispunt van verschillende technologieën en economische activiteiten. Dat geldt in het bijzonder voor de vijf transversale ecosystemen. Digitale technologie, energie-oplossingen, logistiek, financiering en zakelijke dienstverlening creëren niet alleen binnen hun eigen domein economische waarde, maar versterken ook de productiviteit, innovatiekracht en schaalbaarheid van de andere ecosystemen. AI kan productieprocessen en logistieke ketens efficiënter maken, energie-infrastructuur bepaalt de investeringsmogelijkheden van industrie en bouw, terwijl financiering en gespecialiseerde dienstverlening nodig zijn om innovaties te laten doorgroeien tot economisch rendabele toepassingen. Voor Limburg liggen verschillende kansrijke verbindingen voor de hand. De samenwerking tussen agrovoeding en zorg en gezondheid kan leiden tot nieuwe toepassingen rond gezonde voeding, preventie en gepersonaliseerde voedingsproducten. Digitale technologie kan de Limburgse industrie, bouw, logistiek, landbouw en zorg productiever ma-
68
ken door middel van AI, sensoren, automatisering, digitale tweelingen en datagedreven toepassingen. De combinatie van energie-oplossingen en energie-intensieve industrie is noodzakelijk om elektrificatie, circulariteit en industriële verduurzaming mogelijk te maken. Ook veiligheid en defensie heeft sterke verbindingen met andere Limburgse ecosystemen. DronePort, Kleine-Brogel en Leopoldsburg bieden kansen voor samenwerking rond drones, sensoren, cybersecurity, luchtvaart, logistiek en militaire mobiliteit. Investeringen in robuuste infrastructuur en digitale veiligheid versterken daarbij niet alleen de defensiecapaciteit, maar ook de bereikbaarheid, weerbaarheid en concurrentiekracht van de bredere Limburgse economie. Zorg en gezondheid kan op zijn beurt worden verbonden met digitale technologie, logistiek en gespecialiseerde dienstverlening. Gezondheidsdata, AI-diagnostiek, telemonitoring en medische technologie kunnen Limburg positioneren als test- en toepassingsregio. De combinatie van een sterke logistieke sector en het Limburgse zorg- en life-sciencesecosysteem creëert kansen voor gespecialiseerde zorglogistiek, waaronder farmaceutische producten, radiopharma en temperatuurgevoelige medische goederen. Die samenwerking ontstaat niet vanzelf. Ze vereist fysieke en organisatorische ontmoetingsplaatsen waar bedrijven uit verschillende ecosystemen elkaar vinden. De Limburgse campus-
sen en innovatiehubs kunnen hierin een belangrijke rol spelen, op voorwaarde dat zij niet als afzonderlijke eilanden functioneren. Daarnaast moeten de bedrijven om de campussen sterker verbonden worden met klassieke en mature ondernemingen. Daarnaast zijn gezamenlijke proeftuinen, gedeelde infrastructuur, toegankelijke data, gerichte financiering en een overheid die als eerste klant optreedt noodzakelijk. Vooral kmo’s moeten toegang krijgen tot kennis, technologie en testomgevingen die zij individueel niet kunnen organiseren. De centrale opdracht richting 2035 is daarom niet alleen om elk ecosysteem afzonderlijk sterker te maken. Limburg moet vooral de verbindingen ertussen organiseren. De provincie hoeft niet in elk domein de volledige waardeketen zelf te beheersen, maar moet uitblinken in het samenbrengen, testen, toepassen en economisch valoriseren van kennis en technologie. Daar ligt de grootste kans om de productiviteit te verhogen, nieuwe ondernemingen te laten groeien en Limburg sterker te verankeren in Vlaamse, Europese en internationale waardeketens. Deze kruisbestuiving tussen ecosystemen vormt het uitgangspunt voor de aanbevelingen die volgen. Ze vertalen de langetermijnambities naar concrete hefbomen en acties die nodig zijn om het groeipotentieel van elk ecosysteem én van de Limburgse economie als geheel te versterken.
1. AGROVOEDING 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Behoud en versterk onze internationale koppositie in biotech Maak een Europese ‘GGO coalition of the willing’ Focus het landbouwbeleid op hoogtechnologische agrovoeding Verbind de sterktes in agrovoeding, gezondheid en biotech Versnel de digitale transformatie van de hele waardeketen Fuseer de voedselveiligheidstoezichthouders in de Benelux om tot meer marktintegratie te komen Veranker een structureel en resultaatsgericht ketenoverleg Creëer proeftuinen voor circulaire en innovatieve agrovoeding
2. ENERGIE-INTENSIEVE INDUSTRIE 1. Veranker de energie-intensieve industrie en versterk haar positie in Europese waardeketens 2. Creëer een economische alliantie tussen de havens van Antwerpen-Brugge en Rotterdam 3. Bouw een geïntegreerde infrastructuur uit voor energie, CO₂ en alternatieve moleculen gericht op een competitieve klimaatneutrale industrie 4. Voed een industrieel transitie- en investeringsfonds met de integrale terugvloei van de ETS-middelen 5. Garandeer de laagste totale elektriciteitskost van onze buurlanden 6. Voorzie internationaal gelijke concurrentievoorwaarden voor energie-intensieve waardeketens 7. Schaal de sterkte in recyclage op tot een volwaardige circulaire industrie 8. Stimuleer een sterke markt voor klimaatneutrale en circulaire industriële producten
3. BOUW 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Realiseer jaarlijks 25.000 nieuwe woonentiteiten en 120.000 renovaties Stimuleer de renovatiegolf via een technologieneutraal en stabiel renovatiepad Verschuif de bouwshift naar 2050 (de Europese doelstelling) Garandeer duidelijkheid en rechtszekerheid over vergunningsbeslissingen binnen twee maanden Versnel verdichting en stimuleer collectieve woon- en bouwprojecten Bouw de bouwcampus uit tot een toegankelijke innovatiehub voor kmo’s Ontwikkel een gecentraliseerde ‘Common Data Environment’ voor de bouw Lanceer een productiviteitsgericht opleidingsoffensief voor de bouwsector Versterk internationale valorisatie van Vlaamse bouwexpertise
69
7. Energie
4. Zorg & gezondheid 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Organiseer een intensere samenwerking doorheen het ecosysteem Bouw een geïntegreerd gezondheidsdatasysteem uit als fundament voor innovatie in de zorg Veranker de integrale farma- en medtechwaardeketen voor de versterking van onze strategische autonomie Versnel digitale zorg buiten de ziekenhuismuren, met sterke focus op preventie Zet geestelijke gezondheidszorg expliciet op de innovatieagenda Werk een specifieke talentstrategie uit voor het ecosysteem zorg en gezondheid
5. Veiligheid en Defensie 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Creëer maximale ruimte voor defensie-innovatie Richt een Platform Defensie, Veiligheid & Industrie op als strategische samenwerkingshub Veranker de noden van militaire mobiliteit in alle grote publieke infrastructuurprojecten Versterk toegang tot NAVO- en EU-netwerken Maak defensieprocurement toekomstbestendig, strategisch en innovatiegericht Stimuleer een brede veiligheidscultuur, ook bij bedrijven en burgers
6. Digitale technologie 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Maak duidelijke keuzes voor specifieke digitale sleuteltechnologieën Zorg voor toekomstbestendige digitale infrastructuur zoals 6G en datacenters Dicht de financieringskloof voor scale-ups Veranker internationaal techtalent Zet de overheid in als hefboom en referentieklant voor digitale groeibedrijven Voer een keuzemoment in voor aandelenopties: bij aanvaarding of bij uitoefening Verklein de digitale kloof tussen grote ondernemingen en kmo’s Creëer en versterk regionale hubs waar kennisspillovers en gezamenlijke projecten innovatie en doorgroei versnellen 9. Realiseer grensoverschrijdende ecosystemen en waardeketens
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Bouw één interfederale langetermijnvisie onder leiding van een sectorbrede systeemarchitect Zorg voor de laagste elektriciteitsprijs ten opzichte van onze buurlanden Elimineer netcongestie en voorzie opnieuw voldoende aansluitcapaciteit Voorkom bevoorradingszekerheidstekort via diversificatie en interconnectie Realiseer minstens 1,5 GW extra per jaar aan hernieuwbare energie Ontwar de vergunningsknoop voor energie-infrastructuur en -projecten Faciliteer minstens 10% flexibel verbruik Zet onze nucleaire expertise in om het potentieel van kernenergie in onze energiemix maximaal te benutten
8. Logistiek 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Rol autonome en geconnecteerde logistiek versneld uit Schaf papier af in de logistieke keten Delen van transportdata wordt de standaard Investeer in cyberweerbaarheid van de hele logistieke keten Hanteer havens als energiehubs voor een performante en duurzame supply chain Versterk de economische poorten en multimodale knooppunten Werk alle hinderpalen weg binnen de EU voor logistiek en vervoer Realiseer een algemene slimme kilometerheffing en herinvesteer de opbrengst in infrastructuur
9. Financiering 1. 2. 3. 4. 5.
Maak de aanvullende bedrijfspensioenen verplicht Creëer een laagdrempelige, fiscaal aantrekkelijke groeirekening voor particulieren Lanceer een vroegstartpensioen voor jongeren Activeer meer institutioneel kapitaal naar groeikapitaal Voer een vijfjaarlijkse globale infrastructuurbeoordeling in en breng telkens de investeringsnoden voor de volgende decennia in kaart 6. Betrek private investeerders via een beursgenoteerd infrastructuurfonds en versterk publiek-private samenwerkingen 7. Investeer jaarlijks minstens 12 miljard euro in economische infrastructuur: 1/3e publiek + 2/3e privaat
10. Zakelijke dienstverlening 1. 2. 3. 4. 5. 6.
70
Verklein de kmo-kloof drastisch Bouw de etatisering af voor een productievere publieke sector Stimuleer schaalvergroting en internationalisering en veranker centers of excellence Maak wetgeving maximaal digitaal leesbaar en codificeerbaar met een digital twin Open alle juridische en regulatory data als hefboom voor efficiëntie en innovatie Veranker vertrouwen als uitgangspunt in wet- en regelgeving
71
Deel 5 SAMENSTELLING ECONOMISCH DASHBOARD
72
73
INTERNATIONALISERING
Aantal exportcertificaten van oorsprong Vanaf 2014, bron: Voka - Kamer van Koophandel Limburg en Federatie van Belgische Kamers van Koophandel
Certificaten van oorsprong worden afgeleverd aan bedrijven die exporteren buiten de Europese Unie. Ze zijn dus een graadmeter voor het aantal exportbewegingen van Limburgse en Vlaamse bedrijven of voor bestellingen die bij hen geplaatst worden vanuit landen buiten de EU. Hoe groter het aantal bestellingen dat wordt gerealiseerd, hoe beter het gesteld is met de internationaliseringsgraad van de bedrijven.
Exportwaarden Vanaf 2014, bron: Voka - Kamer van Koophandel Limburg en Federatie van Belgische Kamers van Koophandel
Exportcertificaten vertegenwoordigen niet alleen het aantal bestellingen die geplaatst worden bij Limburgse en Vlaamse bedrijven. Zij geven ook aan wat de onderliggende waarde (in euro) van de bestellingen buiten de EU is. Minstens zo belangrijk als het aantal keren dat bestellingen geplaatst worden, is de waarde die per bestelling wordt gerealiseerd.
74
Totale exportwaarde Vanaf 2014, bron: Statbel – verwerking door POM Limburg
Naast de eigen cijfers inzake verre (extra-Europese) export kijken we ook naar de cijfers van de totale exportwaarde van de Vlaamse en Limburgse bedrijven. Dit betreft dus zowel de verre als de intra-Europese export.
Aantal buitenlandse investeringsprojecten Vanaf 2014, bron: FIT
Hoe beter het ondernemersklimaat en het omgevingskader voor bedrijven, en hoe beter de perceptie die hierover bestaat, hoe groter de kans dat buitenlandse investeerders kiezen voor een regio als vestigingsplaats of als plaats om bijkomende investeringen te doen. Indien het aantal buitenlandse investeringen stijgt, heeft dit een positieve impact op de Toekomstindicator. Nieuwe investeringen staan immers borg voor nieuwe jobs en toegevoegde waarde.
INNOVATIE
Investeringsbedrag buitenlandse investeringsprojecten Vanaf 2014, bron: FIT
Louter het aantal investeringen is uiteraard niet alleszeggend. Kijken naar het investeringsbedrag en het aantal gecreëerde jobs, geeft ons dan ook een beter beeld over hoe kwalitatief deze investeringen zijn.
Human Resources in Science and Technology Vanaf 2014, bron: Eurostat
Deze indicator wijst op het aantal personen dat in een regio hoger opgeleid is in een technische of wetenschappelijke discipline en/of werkzaam is in een wetenschappelijk of technisch beroep. Deze indicator geeft de ontwikkeling van de kennisgedreven economie in een regio aan. Van deze categorie arbeidskrachten wordt verondersteld dat ze in belangrijke mate betrokken zijn bij de totstandkoming van innovaties op vlak van kennis of technologie.
Evolutie VLAIO-innovatiesteun Vanaf 2014, bron: Agentschap Innoveren en Ondernemen
De mate waarin bedrijven een beroep doen op overheidssteun in het kader van investeringen in innovaties is een indicatie van de innovatiebereidheid van Limburgse ondernemingen. De benchmark met Vlaanderen vraagt echter enige nuance aangezien grote onderzoekscentra van multinationals vaak in andere provincies zijn gevestigd. Daarom kijken we ook naar de relatieve groei in het Vlaamse geheel.
Startende ondernemingen
Investeringen
Vanaf 2014, bron: Belfirst
Vanaf 2014, bron: Statbel – verwerking door POM Limburg
Het aantal starters wordt in deze context van de Toekomstindicator gezien als een maatstaf voor vernieuwing van het economisch weefsel. Nieuwe bedrijven wijzen op de mate waarin spelers op de markt risicobereid zijn, ondernemend ingesteld en gedreven zijn om nieuwe projecten te realiseren.
Octrooiaanvragen
Uit de afgelopen enquêtes van Voka – KvK Limburg blijkt dat veel bedrijven erover nadenken om hun investeringen terug te schroeven of te verplaatsen naar het buitenland. Echter zonder deze investeringen is er ook geen ruimte voor innovatie in Vlaanderen en Limburg. Daarom kijken we ook naar het investeringsbedrag van de bedrijven (op basis van de btw-aangiften).
Vanaf 2014, bron: FOD Economie
Voor een duurzame economische groei en het behoud van onze concurrentiepositie beschouwen we octrooiaanvragen (binnen België) als een graadmeter voor het innovatieve karakter van onze kenniseconomie. Intellectuele eigendom draagt immers bij tot het doorgeven van kennis achter innovaties. Het aantal octrooiaanvragen dat ingediend wordt in een regio geeft ook deels weer in welke mate bedrijven bezig zijn met innovatie. Een uitvinding moet immers voldoen aan strikte voorwaarden die cumulatief vervuld moeten worden: het moet nieuw, inventief, industrieel toepasbaar en geoorloofd zijn.
75
TALENT
Werkloosheid, aantal werkzoekenden zonder werk Jaargemiddelden vanaf 2014, bron: VDAB
Een stijging van het aantal werkzoekenden wordt in het kader van de Toekomstindicator gezien als een teken dat het economisch slechter gaat, en omgekeerd. Hoe lager het aantal werkzoekenden zonder werk, hoe beter het gesteld is met de deelindicator talent. Minder werkzoekenden betekent immers dat meer mensen hun talenten op de arbeidsmarkt benutten.
Werkaanbod Jaargemiddelden vanaf 2014, bron: VDAB
Niet alle vacatures worden bij de VDAB bekendgemaakt. Dat neemt niet weg dat de VDAB-cijfers omtrent het aantal ontvangen vacatures een goede indicator zijn voor de jobcreatie en expansiedrang van bedrijven. Een stijging van het aantal vacatures wijst in het kader van de Toekomstindicator op groei, terwijl een daling van het aantal vacatures eerder een afkoeling van de economie inluidt. Om een zo zuiver mogelijk beeld te schetsen, kijken we hier enkel naar het aantal ontvangen vacatures die rechtstreeks bij VDAB worden gemeld. De ontvangen vacatures via wervingsen selectiekantoren en de uitzendopdrachten worden niet opgenomen in de meting.
76
Doorstromingscoëfficiënt Vanaf 2014, bron: Federaal Planbureau
Demografische evoluties zoals de vergrijzing hebben een grote impact op onze economie. Hoeveel talent aanwezig is, bekijken we dus ook vanuit dit standpunt. De doorstromingscoëfficiënt is de ratio tussen de bevolkingsgroep van 15-24 jaar en 55-64 jaar. Als deze coëfficiënt groter dan 100 is dan betekent dit dat de leeftijdsklassen die de arbeidsmarkt zullen verlaten meer dan volledig vervangen zullen worden door jonge instromers. Omgekeerd duidt een coëfficiënt lager dan 100 erop dat de bevolkingsstructuur de vervanging van de uittreders niet volledig zal kunnen compenseren met jonge intreders.
Aantal universiteits- en hogeschoolstudenten Jaargemiddelden vanaf 2014, bron: Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
We vergelijken hier het aantal studenten hoger onderwijs met woonplaats in Limburg met de totale, Vlaamse studentenpopulatie in het hoger onderwijs. De bedoeling van deze indicator is om na te gaan in welke mate Limburgse jongeren ten opzichte van Vlaamse jongeren doorstromen naar het hoger onderwijs. Het laat ons toe om een kwantitatieve inschatting te maken van de toekomstige arbeidsreserve. We kijken meer specifiek naar de Limburgse studenten, aangezien we van hen kunnen verwachten dat zij makkelijker hun weg zullen vinden naar jobs op de Limburgse arbeidsmarkt.
Schoolse achterstand met minstens twee jaar Vanaf 2014, bron: Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
Het is belangrijk dat elke leerling de kans krijgt om zijn of haar talenten ten volle te ontplooien. Wanneer een leerling dit niet kan doen, zien we vaak dat de kans op vroegtijdig schoolverlaten toeneemt. De kans op vroegtijdig schoolverlaten neemt sterk toe met elk bijkomend jaar schoolse achterstand. Daarom dat we hier ook inzoomen op de cijfers omtrent leerlingen met minstens twee jaar schoolse achterstand. Deze 15 indicatoren vormen samen ons economisch dashboard waaruit de groei van een bepaalde regio kan worden afgelezen. In deze editie lopen de cijferreeksen van 2014 tot en met 2025. De Toekomstindicator geeft telkens de evolutie voor Vlaanderen en Limburg weer waarbij 2014 als het referentiejaar moet worden gezien en bijgevolg alle data tot 100 punten geconverteerd zijn (index). In het jaar 2014 sloot Ford Genk de deuren en daarnaast wordt het algemeen gezien als het einde van de financiële crisis. Hierdoor is dit een ideaal ijkpunt.
Deel 6 OVERZICHT CIJFERS (2014-2025)
Zo kan de evolutie tussen de verschillende jaren onderling vergeleken worden alsook ten opzichte van het referentiejaar. De evolutie van Vlaanderen en Limburg dienen afzonderlijk geïnterpreteerd te worden. Dat wil zeggen dat er vooral naar de groei van de afzonderlijke regio’s moet worden gekeken veeleer dan naar de absolute waarden.
77
Internationalisering Vlaanderen
Index
Limburg
Aantal exportcertificaten
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
268.258
282.183
292.809
330.250
364.860
357.856
371.899
334.993
310.872
316.252
301.705
Exportwaarden (in miljard €)
18,96
17,70
19,29
27,46
22,75
26,30
27,01
32,24
41,52
40,53
32,84
Totale export (in miljard €)
244,57
244,64
255,98
263,50
282,58
238,33
290,72
361,01
341,95
324,81
346,85
Aantal buitenlandse investeringsprojecten in Vlaanderen
227
198
215
234
258
224
295
278
265
277
285
Waarden buitenlandse investeringsprojecten in Vlaanderen (in miljard €)
2,7
1,87
2,01
4,24
5,20
2,39
2,86
5,26
4,92
5,40
3,79
Aantal exportcertificaten
100,94
106,18
110,18
124,27
137,29
134,66
139,94
126,05
116,98
119,00
113,53
Exportwaarden
92,10
85,98
93,67
133,37
110,51
127,73
131,16
156,60
201,63
196,84
159,49
Totale export
94,94
94,97
99,37
102,29
109,70
92,52
112,86
140,15
132,75
126,09
134,65
Aantal buitenlandse investeringsprojecten in Vlaanderen
123,37
107,61
116,85
127,17
140,22
121,74
160,33
151,09
144,02
150,54
154,89
Waarden buitenlandse investeringsprojecten in Vlaanderen
97,49
67,39
75,08
153,13
187,83
86,24
103,39
189,91
177,61
195,00
136,65
Vlaanderen
101,77
92,43
99,03
128,05
137,11
112,58
129,53
152,76
154,60
157,50
139,84
Aantal exportcertificaten
21.517
21.113
23.645
25.525
26.669
25.245
26.622
21.709
20.049
19.331
18.875
Exportwaarden (in miljard €)
0,95
0,81
0,87
0,99
1,20
1,05
1,22
1,23
1,04
1,07
1,00
Totale export (in miljard €)
15,38
15,10
16,45
16,39
16,38
15,29
18,70
21,98
20,57
20,16
20,16
26
30
31
21
37
35
35
48
29
33
29
88,060,21
101,89 0,39
91,870,64
0,37
0,28
0,18
0,51
0,58
1,06
0,83
0,23
Aantal exportcertificaten
107,63
105,61
118,27
127,68
133,40
126,28
133,16
108,59
98,29
96,69
94,41
Exportwaarden
81,27
69,07
73,71
84,41
101,92
89,11
104,08
104,65
88,79
91,45
85,43
Totale export
105,09
103,19
112,41
112,05
111,99
104,50
127,84
150,26
140,58
137,83
137,78
Aantal buitenlandse investeringsprojecten in Limburg
136,84
157,89
163,16
110,53
194,74
184,21
184,21
252,63,
152,63
173,68
152,63
Aantal buitenlandse investeringsprojecten in Limburg Waarden buitenlandse investeringsprojecten in Limburg Index
2015
90,32
Waarden buitenlandse investeringsprojecten in Limburg
166,53
308,88
501,54
290,69
217,92
144,63
399,27
454,23
833,18
653,00
177,33
Limburg
119,47
148,93
193,82
145,07
151,99
129,74
189,71
214,07
262,69
230,53
129,52
Bijlage 1 OVERZICHT CIJFERS 78
79
Innovatie Vlaanderen
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
1.744,2
1.774,1
1.898,7
1.909,0
1.930,9
2.006,2
2.111,1
2.180,4
2.127,7
2.148,4
2.267,0
Evolutie totale IWT-bedrijfssteun (go + KMO) Vlaanderen (in miljoen €)
152,4
156,9
137,9
198,3
256,0
283,8
269,3
194
334,14
389,16
374,70
Startende ondernemingen Vlaanderen
45.223
50.266
53.072
56.564
64.546
64.302
73.163
70.616
69.581
67.763
72.651
665
740
662
586
643
620
573
467
464
429
492
Human Resources in Science and Technology
Octrooiaanvragen Vlaanderen Index
Limburg
Index
80
Investeringen (in miljard €)
20,07
22,32
23,00
24,68
24,71
23,09
25,61
28,53
33,71
34,62
34,17
Human Resources in Science and Technology
99,53
101,24
108,35
108,94
110,19
114,48
120,47
124,42
121,42
122,60
129,37
Evolutie totale innovatiesteun (go + KMO) Vlaanderen (in miljoen €)
108,47
111,67
98,15
141,14
182,23
201,99
191,67
138,08
237,82
276,68
266,69
Startende ondernemingen Vlaanderen
102,97
114,46
120,85
128,80
146,97
146,42
166,59
160,79
158,44
154,30
165,43
Octrooiaanvragen
103,10
114,73
102,64
90,85
99,69
96,12
88,84
72,40
71,94
66,51
76,28
Investeringen
105,76
117,59
121,17
130,05
130,16
121,66
134,95
150,33
177,63
182,40
180,01
Vlaanderen
103,97
111,94
110,23
119,96
133,85
136,14
140,50
129,21
153,45
160,56
163,55
Human Resources in Science and Technology, Limburg
219,7
215,9
227
224,2
234,1
242
252,4
276,3
270,1
255,8
272,7
Evolutie totale IWT-bedrijfssteun naar Limburgse bedrijven (go + KMO) (in miljoen €)
18,7
12,1
9,9
16,1
19,2
23,8
19,8
20,3
27,2
32,1
29,3
Startende ondernemingen Limburg
5.118
5.915
6.196
7.188
8.221
8.483
9.469
9.123
8.661
9.139
9.078
Octrooiaanvragen Limburg
60
79
69
86
86
50
47
59
49
41
38
Investeringen (in miljard €)
1,61
1,72
1,92
2,21
2,54
2,76
3,07
3,44
3,91
3,97
3,87
Human Resources in Science and Technology, Limburg
104,27
102,47
107,74
106,41
111,11
114,86
119,79
131,13
128,19
121,40
129,43
Evolutie totale Innovatiesteun (in miljoen €)
223,16
143,83
118,20
191,22
228,57
283,33
235,71
241,67
324,17
382,50
348,81
Startende ondernemingen Limburg
122,59
141,68
148,41
172,17
196,91
203,19
226,80
218,51
207,45
218,90
217,44
Octrooiaanvragen Limburg
85,71
112,86
98,57
122,86
122,86
71,43
67,14
84,29
70,00
58,57
54,29
Investeringen
102,97
109,83
122,75
141,01
161,77
175,87
195,99
219,28
249,65
253,37
247,10
Limburg
127,74
122,13
119,13
146,73
164,24
169,74
169,09
178,98
195,89
206,95
199,41
81
Talent Vlaanderen
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Werkzoekenden zonder werk (gemiddelde werkloosheid) Vlaanderen
242.645
229.631
218.095
205.996
197.773
211.081
177.522
179.796
205.598
210.191
217.896
Werkaanbod (zonder uitzendopdrachten, rechtstreeks aan VDAB gemeld) Vlaanderen
159.613
200.373
228.714
256.013
265.418
219.540
327.528
348.903
300.155
272.419
247. 854
Vlaamse hogeschool- en universiteitsstudenten
273.682
276.470
279.281
282.841
285.520
307.497
319.944
323.209
326.943
333.399
344.809
5,7
5,5
5,2
4,9
4,6
4,3
3,8
3,6
3,5
3,4
3,5
Schoolse achterstand (in %) Index
Limburg
Doorstromingscoëfficient Vlaanderen
87,74
85,73
83,43
81,52
79,77
78,71
78,07
78,80
80,2
81,8
83,5
NWWZ (gemiddelde werkloosheid) Vlaanderen
102,00
107,78
113,48
120,15
125,14
117,25
139,42
137,66
120,38
117,75
113,59
Werkaanbod (zonder uitzendopdrachten, rechtstreeks aan VDAB gemeld) Vlaanderen
112,11
140,74
160,64
179,81
186,42
154,20
230,04
245,06
210,82
191,34
174,08
Vlaamse hogeschool- en universiteitsstudenten
104,95
106,02
107,10
108,46
109,49
117,92
122,69
123,94
125,38
127,85
132,23
Schoolse achterstand
103,51
107,27
113,46
120,41
128,26
137,21
155,26
163,89
168,57
173,53
168,57
Doorstromingscoëfficient Vlaanderen
97,56
95,67
93,01
90,79
88,79
87,68
87,01
87,46
89,01
90,79
92,67
Vlaanderen
104,03
111,50
117,54
123,92
127,62
122,85
146,89
151,60
142,83
140,25
136,23
Werkzoekenden zonder werk (gemiddelde werkloosheid) Limburg
34.928
32.270
29.085
27.879
26.738
27.991
23.263
23.017
25.782
25.900
26.339
Werkaanbod (zonder uitzendopdrachten, rechtstreeks aan VDAB gemeld) Limburg
17.679
23.935
28.193
29.510
33.511
28.044
38.116
43.323
36.826
32.948
31.013
Limburgse hogeschool- en universiteitsstudenten
31.287
31.512
30.353
30.476
30.062
32.923
34.223
34.369
33.777
34.302
34.853
5,4
5,0
4,9
4,7
4,4
4,2
3,4
3,3
3,1
3
3
Doorstromingscoëfficient Limburg
80,59
77,88
75,16
72,82
70,85
69,75
69,18
70,10
71,4
73
74,5
NWWZ (gemiddelde werkloosheid) Limburg
100,29
108,55
120,44
125,65
131,01
125,14
150,58
152,19
135,87
135,25
132,99
Werkaanbod (zonder uitzendopdrachten, rechtstreeks aan VDAB gemeld) Limburg
116,08
157,16
185,11
193,76
220,03
184,14
250,27
284,46
241,80
216,34
203,63
Limburgse hogeschool- en universiteitsstudenten
103,80
104,54
100,70
101,10
99,73
109,22
113,54
114,02
112,06
113,80
115,63
Schoolse achterstand
101,85
110,00
112,24
117,02
125,00
130,95
161,76
166,67
177,42
183,33
183,33
Doorstromingscoefficient Limburg
96,65
94,14
90,67
87,68
85,17
84,21
83,37
83,85
85,41
87,32
89,11
Limburg
103,73
114,88
121,83
125,04
132,19
126,73
151,90
160,24
150,51
147,21
144,94
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Vlaanderen
103,25
105,29
108,93
123,98
132,86
123,86
138,98
144,52
150,29
152,77
146,54
Limburg
116,98
128,65
144,93
138,95
149,47
142,07
170,24
184,43
203,16
194,90
157,96
Schoolse achterstand (in %) Index
Samengestelde indicator
82
83
Johann Leten
Gedelegeerd bestuurder Johann.j.l.leten@voka.be +32 11 56 02 11
Jonas De Raeve
Directeur Belangenbehartiging Jonas.deraeve@voka.be +32 473 76 65 07
Menno van Gemeren
Meer weten over de Toekomstindicator van Voka - Kamer van Koophandel Limburg
?
Senior adviseur Belangenbehartiging Menno.vangemeren@voka.be +32 487 98 16 31
Maartje Jans
Adviseur Belangenbehartiging Maartje.jans@voka.be +32 479 41 12 24
Dario D’Arpino
Woordvoerder / Senior coördinator marketing Dario.darpino@voka.be +32 497 38 96 09
In samenwerking met onze partners:
De overname van teksten uit de Toekomstindicator wordt aangemoedigd, mits bronvermelding. Verantwoordelijke uitgever:
Joris Vrancken
Voorzitter Voka – Kamer van Koophandel Limburg
www.voka.be/toekomstindicator