Skip to main content

Oost-Vlaanderen Ondernemers 2026#03juni

Page 1


Ondernemers Ondernemers

Gent: kweekvijver voor biotech

“We hebben nood aan patient capital”

Hoe geraken we uit het Vlaamse vergunningenmoeras?

De unicorn-ambitie van Julie Dumoulin (Spotable)

Ben jij een pootjesgever of erfbewaker?

INDUSTRIEBOUW

Sleutel-op-de-deurprojecten voor KMO’s

• Garages en showrooms

• Kantoorruimtes

• Renovaties

• Sport en jeugdlokalen

• Werkplaatsen en magazijnen

• Winkelruimtes

• Woningen

BC-CONSTRUCT BV

Beertenstraat 3 – 9160 Lokeren

+32 474 38 05 52

Van baron naar biotech

Ik betrap er mezelf op regelmatig de historische toer op te gaan. Het zal wel met mijn leeftijd te maken hebben. Maar deze keer presenteerde het historische perspectief zich op een blaadje en wel om heel persoonlijke redenen. Het ouderlijk huis waar ik opgroeide, bevond zich in de Schoolstraat in Zwijnaarde. Bij de fusie van die gemeente in 1977 met Gent werd onze straat omgedoopt tot Campusstraat, er was immers al een Schoolstraat in de grote stad en net op dat moment begon UGent (toen nog RUG) aan de bouw van hun technologiecampus op de velden aan het einde van onze straat. Daar maakte ik voordien als kind met mijn vriendjes kampen in het groene struikgewas en liepen de koeien te grazen in de weides.

Tot de nieuwe labo’s werden gebouwd. De belangrijkste pijler van die nieuwe technologiecampus was toen nog het laboratorium Magnel-Vandepitte waar ze alles van gewapend beton kenden. Ik was er zelf wetenschappelijk medewerker, voor een hele korte tijd, op de dienst industrieel beleid in de jaren tachtig. Nog eens ruwweg 10 jaar later ontstond daar ook het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), vanuit het werk van de professoren Van Montagu, Schell en Fiers rond genetica. Nu huist op de technologiecampus, herdoopt in Tech Lane en uitgebreid in alle richtingen, een hele reeks onderzoeksinstellingen, incubatoren en ondernemingen, vooral gericht op biotech.

Het dorp Zwijnaarde waar een Franstalige baron burgemeester was van 1921 tot 1975 (!), is nu stedelijk randgebied. Bespeur ik daar enige nostalgie, hoor ik jou denken? Allerminst. Ik verlang niet terug naar het dorp van mijn kindertijd waar een boer elke dag zijn koeien naar de velden leidde door onze straat en de mensen hun pet afdeden als de baron passeerde. Als teenager vond ik het er bekrompen en saai en wilde ik zo vlug mogelijk de wijde wereld in. Ik ging op zoek naar mijn muzikale idolen in Londen en New York en zocht mijn economische toekomst in de Verenigde Staten, toen nog het modelland voor velen. Voor mij hoefde het rurale Vlaanderen van weleer niet.

“ Goedbedoelde maar remmende regulatie leidt tot terreinverlies ten opzichte van China en de VS.

WIM DE WAELE

Voorzitter Voka Kamer van Koophandel Oost-Vlaanderen

Het biotech-ecosysteem dat zich rond Gent vanuit die campus de laatste 25 jaar ontwikkeld heeft, is een prachtig voorbeeld van science-driven innovatie die niet alleen tot economische groei leidt maar ook de wereld verbetert, op het vlak van onze gezondheid en ons leefmilieu. Waar men zich terecht vragen stelt over de negatieve aspecten van de digitale technologie (om de socialemedia-uitwassen en fake news niet te noemen) is dat veel minder het geval voor biotech. Zeker nu eindelijk ook een meer genuanceerde kijk op de NGT (Nieuwe Genomische Technieken)-discussie de overhand krijgt in Europa. De boodschap die je krijgt van onderzoekers en ondernemers is steeds dezelfde: goedbedoelde maar remmende regulatie leidt tot terreinverlies ten opzichte van China en de Verenigde Staten. Als die wegvalt, kunnen we verder bouwen aan onze positie. Er is immers nog veel potentieel rond deze cluster. En dat situeert zich niet alleen in Tech Lane. De Bio Base Europe Pilot Plant in de haven, geesteskind van nog zo’n inspirerende professor, Wim Soetaert, is een wereldwijd voorbeeld van industriële opschalingsinfrastructuur voor biogebaseerde processen.

De grootste uitdaging voor de biotech blijft kapitaal dat op lange termijn denkt. Een dialoog met de overheid en actoren zoals PMV dringt zich daar op om opnieuw die katalysatorrol te spelen, naar analogie van de GIMV in de beginperiode van het VIB. Laten we de krachten bundelen om hier verder aan te bouwen. De verkeersoverlast in het dorp van mijn kindertijd neem ik er dan maar bij, alhoewel die met beter ruimtelijk beleid had kunnen vermeden worden. Gelukkig is er daar nu wel eindelijk een plan voor betere bereikbaarheid in de maak, waar ook Voka Oost-Vlaanderen mee zijn schouders onder zet.

4

24

IN DIT NUMMER

Hoofdzaken

De kansen en knelpunten van de Gentse biotechsector

Gent is al 30 jaar een broedplaats voor rode, witte en groene biotech. Europese top en zelfs op wereldniveau geen meeloper. Maar ook in China en de VS zitten ze niet stil. Ons panel wikt en weegt de kansen en bedreigingen.

Hilde op pad met…

Dumoulin

In haar jeugd werkte ze op de boerderij van haar ouders, vandaag runt ze mee Spotable, een AI-start-up die de bouwsector digitaliseert. Maak kennis met een jongedame die ambitie ademt.

60 1 20 96 94

Wie ziet nog ‘the bigger picture’ rond vergunningen?

Vergunningen zijn een hefboom voor welvaart maar om er een te krijgen, moet je over een pad vol hindernissen. Eén ding is zeker: tegen dit artikel kan je geen beroepsprocedure inspannen …

In beeld

Door de handen van

Bij Herbavita begint gezondheid in de voederbak.

Straatplaat

1 uur, een eeuwigheid: de switch van analoge naar digitale fotografie.

Column

Aan zet

Van baron naar biotech.

Geert Dacht

De man die sneller dacht dan de bal.

4

46

En verder…

TRY Dendermonde

Ontdek de slimme werkplekken voor bedrijven met lef.

De lobby

Minder zoet, meer zout: bedrijven in North Sea Port voelen nu al de impact van droogte en verzilting.

Typologie van de hondse medewerker

Over de parallellen tussen trouwe viervoeters en hun tweebenige collega’s.

Het bedrijventerrein van de toekomst

Verhogen, verdichten, verweven, stapelen en delen: Bart Wallays (SOLVA) legt uit hoe we de ‘paarse’ ruimte heruitvinden.

HITT-podcast met Jan Jaap & Hilde

Ontdek alles over de lancering van onze HITT-podcasts.

Werk & Leven

Nele Caekebeke (Biocheck.Ugent) over onmisbare gadgets, podcasts en rituelen.

Ledennieuws uit Europa en Oost-Vlaanderen

Vers nieuws van onze leden, vakkundig in kaart gebracht.

Op de agenda

Deze (netwerk)events, lerende netwerken en opleidingen komen er aan.

46 36 30

56

Raad het juiste woord

Neem deel aan onze ludieke (kruiswoordraadsel)wedstrijd en maak kans op een opleidingscheque of gratis kaarten voor een Voka -event. Meer info op p.91

72

74 72

92

Bij VIB doen ze heel veel diep onderzoek, high level biotechnologie.

De voorbije 25 jaar groeide Oost-Vlaanderen – met Gent als kloppend hart – uit tot een van de meest geconcentreerde biotechregio’s van Europa. Rond UGent, hogescholen onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen, start-ups en internationale bedrijven ontstond een ecosysteem dat wetenschappelijke doorbraken omzet in economische én maatschappelijke impact. Maar terwijl China miljarden investeert en de Verenigde Staten risicokapitaal bij de vleet aantrekken, staan we in Europa voor een cruciale vraag: hoe behouden we onze positie in een sector die steeds bepalender wordt voor gezondheid, voeding en duurzaamheid?

TUSSEN LABO EN WERELDMARKT:

DE KANSEN EN KNELPUNTEN VAN DE GENTSE BIOTECHSECTOR

“We hebben écht nood aan investeerders met geduldig kapitaal”

Wie ’s ochtends zijn zuurdesembrood aansnijdt of ’s avonds een glas zelfgemaakte kefir inschenkt – waaronder ondergetekende – is zonder het te beseffen met biotechnologie bezig. In een potje op het aanrecht doen miljoenen micro-organismen hun werk: bacteriën zetten lactose om in melkzuren, creëren smaak en maken voedsel langer houdbaar. Het is een eeuwenoude vorm van biotech, lang voordat dat woord bestond. Biotechnologie op huis-, tuin- en keukenniveau.

Vandaag vinden dezelfde processen plaats in hightech laboratoria – alleen gebruiken wetenschappers die om medicijnen te maken, duurzamere materialen te ontwikkelen of onze voedselproductie te verbeteren. “Eigenlijk gaan we de

ingenieurscapaciteit van Moeder Natuur gebruiken om tot concrete toepassingen te komen”, verwoordt Christine Durinx, algemeen directeur van Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), het beeldend.

“Ook bier en kaas maken is biotechnologie”, vult Annick Verween aan. Zij begeleidt start-ups via het pre-zaaifonds biotopeby VIB. “Laten we de definitie gerust wat opentrekken. Bij VIB doen we heel veel diep onderzoek, high level biotechnologie. Maar een biotechnoloog hoeft niet per se drie PhD’s te hebben en de ganse dag in zijn of haar labojas rond te lopen in een fancy labo.”

Gent, vruchtbare biotechbodem

Gent is één van Europa’s krachtigste biotechnologische broedplaatsen. Van groene biotech tot medische doorbraken

in oncologie en gepersonaliseerde geneeskunde: het zit hier allemaal op enkele vierkante kilometers. Niet toevallig: dertig jaar lang hebben VIB, UGent, ziekenhuizen, bedrijven én overheid samen een ecosysteem gebouwd dat draait rond systeemdenken: samenwerking én kruisbestuiving. Christine Durinx: “Er is hier een voortdurende wisselwerking tussen kennisinstellingen, ziekenhuizen, VIB dat al sinds 1996 veel biotechtalent levert én natuurlijk vele grote en kleinere biotechbedrijven. Het Wintercircus levert dan weer digitaal talent, clusterorganisatie Biovia spreekt namens de biotechbedrijven én de overheid ondersteunt. Dat ecosysteem zie je nauwelijks elders in de wereld.”

Dat vertaalt zich ook in het opstarten en aantrekken van een indrukwekkende

TEKST SAM DE KEGEL
Vooraan
“ We moeten stoppen met overal een beetje goed in te willen zijn. Als we internationaal willen meespelen, moeten we volop durven inzetten op waar Vlaanderen vandaag al in uitblinkt: deeptech en biotech.
Annick Verween | binnen VIB actief in planetaire gezondheid

lijst ondernemingen en onderzoeksinstellingen. Een aantal bedrijven worden geboren vanuit de universiteit, ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen. Maar het ecosysteem trekt ook bedrijven aan die zich graag in Gent vestigen omdat ze er de samenwerkingen en het talent vinden die ze nodig hebben.

Argenx, uitgegroeid tot het grootste biotechbedrijf van Europa, ontwikkelt vanuit Gent innovatieve antistoffentherapieën voor auto-immuunziekten. Fujirebio focust op diagnostiek voor neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer. Sanofi investeert in mRNA-onderzoek en productiecapaciteit, terwijl Legend Biotech inzet op geavanceerde celtherapieën tegen hematologische kankers. In de ‘groene’ biotech groeien spelers zoals Aphea.Bio, gespecialiseerd in het ontwikkelen van biologische bestrijdings- en biostimulerende producten, uit tot belangrijke schakels binnen het ecosysteem.

Net voor het ter perse gaan kreeg B-COS, de eerste spin-off vanuit het nieuwe Fast Lane programma van de UGent, nog een miljoen euro om nieuwe biologische gewasbeschermingsmiddelen te ontwikkelen met behulp van precisiefermentatie. Verderop in deze editie leest u hoe Biolynx (p. 11) en Obulytix (p. 14) aan de weg timmeren. Zij en nog vele andere beloftevolle bedrijfjes illustreren hoe breed de Gentse biotechcluster vandaag vertakt is: van medische innovaties over industriële tot agtech toepassingen.

“Wat ons zeker uniek maakt, is dat we zowel human health als planetary health hier samen op een postzegel groot hebben. In de VS zijn dat vaak twee gescheiden ecosystemen”, zegt Annick. “Bovendien hebben we hier vlakbij dat digitale ecosysteem, wat de kruisbestuiving gemakkelijker maakt.”

Die wisselwerking tussen biotech en digitale technologie, met AI op kop, wordt alleen maar belangrijker. “In bijna elk biotechproject zit vandaag een digitale component. Het belang van artificiële intelligentie zal enkel groeien. Binnen biotech zitten we op bergen data die voorlopig nog onderbenut worden. Als we daar machine learning op loslaten, kunnen we zeker versnellen.”

China versnelt, Europa twijfelt

Tegelijk groeit wereldwijd ook het besef dat biotech een strategische sector is geworden. Net zoals bij halfgeleiders of artificiële intelligentie draait het niet langer alleen om wetenschap, maar ook om economische macht en geopolitieke autonomie. En wie op zijn lauweren rust, dreigt snel achterop te raken. De vraag is dus hoe Gent – en bij uitbreiding Vlaanderen – haar positie de komende tien jaar kan behouden in een wereld waarin China en de Verenigde Staten massaal investeren.

“In China is biotech vandaag een absolute prioriteit”, weet Christine. “Als China een beslissing neemt en zich achter een gemeenschappelijk doel zet, bereiken ze

“ Wie denkt dat China pas binnen twintig jaar sterker zal zijn in biotech, moet ik ontgoochelen: dat gebeurt nu al.
Christine Durinx | algemeen directeur VIB

dat ook. Kijk maar hoe ze de luchtvervuiling in Shanghai op enkele jaren tijd hebben aangepakt. China heeft de Verenigde Staten nu al ingehaald wat betreft publicaties in toptijdschriften. Wie denkt dat China pas binnen twintig jaar sterker zal zijn in biotech, moet ik ontgoochelen: dat gebeurt nu al.”

Volgens Annick Verween zit de kracht van de Verenigde Staten dan weer vooral in de snelheid waarmee kapitaal gemobiliseerd wordt. “Wetenschappelijk staan we in Europa nog bijzonder sterk. Maar de schaal en snelheid van investeringen in de VS zijn van een ander niveau.”

Gevecht om internationaal talent

Ook toegang tot internationaal talent wordt steeds crucialer. Volgens Christine Durinx dreigt Vlaanderen daar kansen te missen door de strikte taalvereisten in het hoger onderwijs.

“We hebben veel talent van eigen bodem, maar dat volstaat niet”, zegt ze. “Toen ik in Zwitserland werkte en er een vacature werd opengezet, kregen we zestig tot honderd cv’s. Hier zijn we al blij met twintig.”

Buitenlandse professoren moeten in Vlaanderen binnen vijf jaar een hoog niveau Nederlands behalen (B2-niveau, mondeling en schriftelijk). Dat schrikt internationale topkandidaten af. “Wij concurreren met pakweg Zwitserland, Duitsland of de VS. Daar liggen de salarissen hoger. Ons ecosysteem is een troef, maar een senior onderzoeker van 45 jaar wil komen om onderzoek te doen, niet om vele uren per week te investeren in zo’n intensieve taalopleiding.”

Volgens haar moet Vlaanderen pragmatischer durven omgaan met Engelstalig onderwijs. “En laat mensen focussen op hun kernjob: onderzoek doen.”

Daarnaast pleit ze voor een warmere internationale cultuur. “Een van onze topprofessoren werd hier – toen hij zich probeerde uit te drukken in het Nederlands in een doe-het-zelfwinkel – afgesnauwd met: ‘Ga toch terug naar uw land.’ Dat soort zaken blijft hangen.”

Biotech, u zegt?

De biotechsector gebruikt ‘levende’ bouwstenen om gezondheid, voeding, industrie en milieu te verbeteren, waarbij DNA-moleculen, (planten) cellen, micro-organismen (bacteriën, gisten, schimmels) en virussen de hoofdpersonages zijn. Klassiek heb je drie domeinen in biotech (zie hieronder). Maar de jongste jaren spreekt men even vaak over biotech die zich richt op humane of planetaire gezondheid.

1 Medische biotech (rode biotech)

Focus op gezondheid en geneeskunde

• Nieuwe medicijnen ontwikkelen

• Vaccins maken

• Ziektes (zoals dementie) opsporen via diagnostiek

• Gentherapie om kankers te bestrijden

Kortweg: biotech om mensen gezond te houden of te genezen

2 Industriële biotech (witte biotech)

Focus op het duurzamer maken van industriële productie

• Bacteriën en andere micro-organismen gebruiken om duurzamere producten te produceren

• Chemische processen en producten vervangen door biogebaseerde

Kortweg: biotech om dingen te maken zonder het milieu te schaden

3 Agtech en food biotech (groene biotech)

Focus op landbouw en voeding

• Gewassen verbeteren (meer opbrengst)

• Planten resistenter maken tegen ziektes en droogte via NGT (new genomic technics)

• Nieuwe voeding en ingrediënten ontwikkelen, o.a. op basis van fermentatie

Kortweg: biotech om duurzamer en slimmer voedsel te produceren

Vooraan in het nieuws

Ons biotechpanel voor deze coverstory:

CHRISTINE DURINX, algemeen directeur VIB en o.a. verantwoordelijk voor onderzoek.

ANNICK VERWEEN, binnen VIB actief in planetary health. Verantwoordelijk voor het ondersteunen van start-ups met IP van buiten VIB, via biotopeby VIB

LAURENS PAUWELS, UGent-professor in de plantenbiotechnologie aan de faculteit bioingenieurswetenschappen en gespecialiseerd in technologieontwikkeling

KRISTOF VAN EMELEN, ceo van Obulytix, dat een nieuwe generatie van antibiotica ontwikkelt

BART KREGERSMAN, oprichter van Biolynx, dat via fermentatie nieuwe ingrediënten ontwikkelt voor o.a. de voedingssector

De financiële paradox van biotech

Naast talent blijft vooral financiering een grote, structurele uitdaging. Biotechbedrijven hebben steevast jaren onderzoek en ontwikkeling nodig vooraleer een product op de markt komt. En net dat lange traject maakt investeerders voorzichtig. “De voorbije jaren zijn we al verschillende beloftevolle bedrijven kwijtgeraakt omdat er onvoldoende geld kon worden opgehaald”, zegt Christine. “Er is nochtans veel geld in Europa, maar het zit vast.”

Institutionele beleggers zoals pensioenfondsen investeren volgens haar nog veel te weinig in biotech start-ups. “In de VS wordt tot tien keer meer venture capital geïnvesteerd dan in Europa. De toegang tot kapitaal in Europa wordt belemmerd door culturele en structurele factoren zoals risico-aversie en investeringskaders die risiconame tegengaan.”

Dat probleem speelt des te sterker omdat biotechbedrijven moeten concurreren met AI- of softwarebedrijven die veel sneller rendement kunnen tonen. “Zelfs de grote Europese fondsen vinden tien jaar wachten op dat rendement vaak te lang”, zegt Annick. “Biotech vraagt patient capital: investeerders die bereid zijn om op langere termijn te denken en te financieren. Daar is echt nood aan.”

Daarom pleiten beide vrouwen voor meer zogenaamd katalytisch kapitaal: investeringen die bewust een ecosysteem helpen groeien, ook al komt de return pas later. “Overheden kunnen daar een belangrijke hefboom zijn. Want als iedereen terugdeinst voor risico, ontstaat er een enorme financieringskloof.”

Europa dreigt bovendien te veel te focussen op toegepast onderzoek, omdat dat sneller tastbare resultaten oplevert.

“Fundamenteel onderzoek is cruciaal”, beklemtoont Christine. “Daar ontstaan de echte revoluties. Natuurlijk is dit risicovol, want veel zaken mislukken. Maar zonder dat soort onderzoek krijg je geen grote doorbraken.”

Vooral de overgang van labo naar levensvatbare start-up blijft moeilijk financierbaar. “Dat is vandaag een van de grootste gaten in het systeem.”

Nieuwe genomische technieken: gamechanger voor landbouw?

Alsof financiering nog niet complex genoeg is, botsen biotechbedrijven in Europa ook op een uitgebreid en vaak traag regelgevend kader. Dat geldt zeker voor innovaties rond genbewerking. Europa keek jarenlang bijzonder wantrouwig naar genetische modificatie. Het gebruik van genetisch gemodificeerde planten valt in de Europese Unie onder regelgeving die leidt tot een langdurig, kostbaar en onzeker toelatingsproces. Bovendien is na een goed

“
De European Green Deal zet strikte targets om pesticiden en meststoffen te verminderen. Maar dan moet je natuurlijk alternatieve gewasbeschermingsmiddelen en fertilizers hebben.
Nieuwe Genomische Technieken kunnen een deel van de oplossing zijn.
Laurens

doorlopen toelating de marktacceptatie nog steeds onzeker. Maar nieuwe technieken zoals CRISPR-Cas9 – ontdekt in 2012 maar sinds 2022 in een stroomversnelling –zorgen voor een (mentaliteits)shift.

Laurens Pauwels, UGent-professor in de plantenbiotechnologie: “Met die technologie kunnen onderzoekers uiterst gericht genetische aanpassingen uitvoeren in het DNA van planten. Het grote verschil met klassieke genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s): bij deze zogenaamde

New Genomic Techniques (NGT’s) wordt geen vreemd DNA toegevoegd, maar worden kleine, gerichte wijzigingen aangebracht die ook spontaan in de natuur zouden kunnen voorkomen. In plaats van DNA toe te voegen, ga je eigenlijk stukjes DNA wegknippen. Het revolutionaire aan deze technologie is dat je dit ook relatief eenvoudig kan doen.”

Klassieke veredeling is alsof je met een papieren landkaart rijdt, genbewerking is de GPS, om het met een metafoor te kaderen.

Laurens: “De eerste voorbeelden van gewassen die aangepast zijn met deze technologie komen nu stilaan op de markt.”

Als Europa die markt echt opent – er is ondertussen consensus in de Europese Raad voor een specifieke regelgeving rond NGT’s, midden juni volgt wellicht een finale stemming in het Europees Parlement – kan dat gigantische mogelijkheden creëren volgens de professor.

“Het zal innovatie enorm versnellen, want bedrijven zullen er dan durven in investeren. Het zal ook onze competitiviteit wereldwijd verhogen. Vergeet niet dat ze in China momenteel ook heel sterk inzetten op onderzoek in plantenbiotechnologie en landbouwonderzoek omdat ze geopolitiek minder afhankelijk willen zijn van voedselimport uit andere landen.”

Innovaties in de biotech leveren volgens professor Pauwels grote voordelen op voor zowel landbouwers als consumenten. “Een landbouwer wil ziektes of plagen vermijden op zijn of haar gewassen en gebruikt nog vaak pesticiden om die gewassen te beschermen. De European Green Deal zet strikte targets om pesticiden en meststoffen te verminderen. Maar dan moet je natuurlijk alternatieve gewasbeschermingsmiddelen en fertilizers hebben. Die NGT’s kunnen een deel van de oplossing zijn.”

In Nederland lopen momenteel aan de Wageningen University & Research (WUR) na 11 jaar stilstand opnieuw veldproeven, nu met aardappelen die via deze nieuwe genomische technieken resistenter zijn tegen Phytophthora, een schimmelziekte die vandaag nog intensief met pesticiden bestreden wordt. “We kunnen dit probleem echt oplossen met biotechnologie, maar een plant maken die beschermd is tegen alle mogelijke plagen, is natuurlijk nog een ander paar mouwen.”

Het ontbrekende puzzelstuk: opschaling

Volgens Christine Durinx ontbreekt in Vlaanderen nog een cruciale schakel tussen onderzoek en commercialisering: een non-profit GMP-pilootfaciliteit. GMP staat voor Good Manufacturing Practice: streng gecontroleerde productieomgevingen waarin eiwitten, antilichamen, virale vectoren en plasmide-DNA-therapieën kunnen worden geproduceerd. Deze worden gebruikt als farmaceutische producten of als hulpmiddelen voor de productie van geavanceerde therapieën (ATMP’s).

“Grote farmabedrijven hebben die infrastructuur wel”, zegt ze. “Een dergelijke non-profitorganisatie zou in staat zijn om op kleine schaal materiaal voor klinische proeven met biologische geneesmiddelen te leveren, waardoor innovaties sneller richting klinische testen en markttoepassingen gebracht kunnen worden. Er zou ook bijkomend talent kunnen worden opgeleid.”

Onze gesprekspartners verwijzen naar Bio Base Europe Pilot Plant in Gent, een open innovatie- en opschalingscentrum waar bedrijven en onderzoekers nieuwe biogebaseerde processen op industriële schaal kunnen testen. “Dat model werkt bijzonder goed. Het vormt de brug tussen labo en toepassing. Voor human health hebben we iets gelijkaardigs nodig.”

Vooraan

Eén Europese biotechmarkt, graag

Europa werkt intussen ook aan een Biotech Act die innovatie sneller naar de markt moet brengen. Die moet onder meer financiering versnellen, administratieve procedures vereenvoudigen en meer ruimte creëren voor AI-toepassingen en zogenaamde regulatory sandboxes, waarbij bedrijven in een gecontroleerde omgeving kunnen experimenteren met aangepaste regelgeving.

Ook sectororganisatie Biovia speelt daarin een belangrijke rol. De clusterorganisatie vertegenwoordigt meer dan 300 Vlaamse life sciences-bedrijven en onderzoeksorganisaties en fungeert als spreekbuis richting overheden en Europa. Ook kleinere biotechbedrijven zoals Obulytix (zie p. 14) sluiten zich daarbij aan. “Het is belangrijk dat kleinere bedrijven adequaat vertegenwoordigd worden zodra er belangrijke beslissingen genomen worden”, zegt Kristof Van Emelen, ceo van Obulytix.

Kristof zetelt daarnaast ook in de raad van bestuur van de BEAM Alliance, een Europese sectorvereniging slash innovatiecentrum rond antimicrobiële resistentie. Volgens hem blijft markttoegang een van de grootste structurele problemen in Europa. “De goedkeuring van geneesmiddelen verloopt gecentraliseerd via het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA), maar prijssetting en terugbetaling gebeuren nog altijd per lidstaat”, zegt hij. “Daardoor moet je soms tot 48 maanden onderhandelen met afzonderlijke landen.”

Volgens hem dreigt Europa zo innovatie te verliezen aan andere regio’s. “We zijn op zoveel vlakken een eengemaakte markt, behalve voor geneesmiddelen. Nochtans is dat cruciaal voor onze gezondheidszorg.”

Vlaanderen moet durven kiezen

Toch overheerst geen pessimisme aan tafel. Integendeel: volgens onze

gesprekspartners heeft Vlaanderen nog altijd alles in huis om een wereldspeler te worden in biotech. “Ik wil benadrukken dat we veel steun krijgen van de Vlaamse overheid”, zegt Christine Durinx. “Ministerpresident Matthias Diependaele neemt innovatie bijzonder ernstig.”

Maar tegelijk klinkt ook een oproep tot meer samenwerking en scherpere keuzes. “We hebben in Vlaanderen te vaak de neiging om per provincie of universiteit of start-uphub alles opnieuw uit te vinden. Terwijl we internationaal veel sterker zouden staan als we onze krachten meer bundelen.”

Annick Verween knikt. “We moeten stoppen met overal een beetje goed in te willen zijn. Als we internationaal willen meespelen, moeten we volop durven inzetten op waar Vlaanderen vandaag al in uitblinkt: deeptech en biotech.”

Christine Durinx vindt fundamenteel onderzoek cruciaal. Daar ontstaan immers de echte revoluties.

Biolynx ziet fermentatie als motor voor duurzamere voeding, landbouw en industrie

Wat begon met één mini-reactor in een zeecontainer naast zijn huis, groeide uit tot een biotechbedrijf met internationale klanten en tot de verbeelding sprekende projecten. Gentenaar Bart Kregersman ziet fermentatie als een sleuteltechnologie voor de toekomst: van mycoproteïnen voor vleesvervangers over plantencellen tot bacteriofagen die klassieke antibiotica kunnen vervangen. “We zijn gestart met schimmels, maar vandaag kijken we veel breder naar fermentatie.”

Bart Kregersman komt niet uit een ondernemersfamilie en droomde aanvankelijk zelfs van een carrière als F16-piloot. “Ik was geslaagd voor alle examens, maar zag het uiteindelijk niet zitten om soldaat te worden.”

Hij ging bio-ingenieurswetenschappen studeren en bouwde ervaring op in de waterzuivering bij Keppel Seghers, en later bij een biotechspin-off van de UGent.

Daarna richtte hij Biolynx op. “Ik startte in een klein labo naast ons huis, met één reactor in een zeecontainer.”

Fermentatie fascineert hem al jaren. “Als je bepaalde suikers of nevenstromen omzet naar eiwitten of zuren, krijg je een nieuw product. Overal in de natuur gebeurt fermentatie. Het spectrum is enorm breed: van kefir of kombucha tot hoogtechnologische toepassingen waarbij je microorganismen manipuleert.”

De eerste klant werd VEOS uit Zwevezele, producent van dierlijke eiwitten voor veevoeder en menselijke voeding. Dat bedrijf wilde ook een plantaardig eiwit ontwikkelen. “Voor hen maakten we een mycoproteïne op basis van mycelium, van labo tot fullscalefabriek (Promyc).”

Biolynx verhuisde ondertussen naar de Watt Factory, maar ook daar werd het snel te klein. Vandaag beschikt het bedrijf in de Gentse Boomstraat over 300 vierkante meter labo’s met meer dan 20 fermentoren.

Schimmels als vleesvervanger

Voor VEOS ontwikkelde Biolynx een vleesvervanger op basis van mycelium, het ondergrondse wortelnetwerk van paddenstoelen. “We lieten die schimmels zo optimaal mogelijk groeien omdat ze vol eiwitten en vezels zitten. Na drie jaar onderzoek en testen hebben we die nieuwe fabriek opgestart.”

Mycelium groeit stilaan uit van experiment naar een echte bouwsteen van het voedselsysteem. Het kan worden gebruikt in hybride vleesproducten, maar ook in vegan toepassingen zoals ijsdesserts of kaasvervangers.

Zo klopte ook de Belgische foodtechstart-up Bolder Foods bij Biolynx aan. Samen ontwikkelden ze een gepatenteerde biomassafermentatie waarbij via ondergedompelde fermentatie mycelium werd gekweekt. Dat ingrediënt belandde uiteindelijk in een vegan kaas op basis van lokaal geteelde bloemkool.

“We hebben twee jaar gewerkt aan een soort camembert. Jammer genoeg haalde Bolder Foods de tweede financieringsronde niet, terwijl het product echt sterk was. Met specifieke schimmels kan je dezelfde complexe gelaagdheid creëren als in echte kaas.”

Biolynx bewaart vandaag meer dan 200 schimmelstammen in diepvriezers. “Die kopen we wereldwijd aan via gespecialiseerde schimmelbanken. Zo bouwen we onze eigen collectie op.”

Vanille maken zonder plant

Intussen werkt het bedrijf aan verschillende internationale contractprojecten. Voor een Noors bedrijf fermenteert het zeewier. In een Europees project werkt het dan weer met een genetisch aangepaste gist die plastic kan afbreken en opnieuw bruikbaar maken als grondstof voor nieuw plastic.

Daarnaast zet Biolynx steeds meer in op eigen ontwikkelingen. Onder de namen Phytolynx en Phagelynx bouwt het aan twee nieuwe platformen met stevig potentieel om later aparte bedrijven te worden.

Bij Phytolynx draait alles rond plantencellen. “Het idee is dat je niet langer een

TEKST SAM DE KEGEL
Vooraan
“ Vanille kost vandaag 400 tot 600 euro per kilogram. Als je die gericht kunt kweken in gecontroleerde omstandigheden, zonder afhankelijk te zijn van klimaat of oogsten, dan heb je goud in handen.

volledige cacao- of vanilleplant moet kweken. Je stuurt een plantencel zo aan dat die enkel een boon produceert, zonder energie te steken in stengels of bladeren.”

Dat kan enorme economische voordelen opleveren. “Vanille kost vandaag 400 tot 600 euro per kilogram. Als je die gericht kunt kweken in gecontroleerde omstandigheden, zonder afhankelijk te zijn van klimaat of oogsten, dan heb je goud in handen.”

AI moet ‘superfagen’ ontwikkelen

Met Phagelynx richt Biolynx zich op contaminatie tijdens fermentatieprocessen. “Bij fermentatie komen soms ongewenste bacteriën binnen. Omdat je in voeding terecht geen antibiotica mag gebruiken, kijken wij naar bacteriofagen: virussen die slechte bacteriën aanvallen.”

Maar bacteriën passen zich aan en ontwikkelen weerstand. Daarom gebruikt Biolynx AI om bacteriofagen sterker te maken. “We bouwen een platform om superfagen te ontwikkelen. Vandaag hebben we al een proof of concept.”

De toepassingen reiken veel verder dan voeding alleen. Biolynx kijkt onder meer naar landbouw, veterinaire toepassingen en bio-ethanol. “In bio-ethanolinstallaties kunnen lactobacillen suiker omzetten in melkzuur, waardoor de gist stilvalt. Elke procent suiker die je redt, levert op grote reactoren meteen tienduizenden euro’s extra op.”

Bart ziet ook een bredere maatschappelijke rol voor bacteriofagen. “In veel landen worden antibiotica nog volop gebruikt in veevoeder. Dat komt uiteindelijk ook in onze voeding terecht en versnelt antimicrobiële resistentie. België is wereldwijd koploper in bacteriofaagonderzoek, met onder meer Yves Briers aan UGent (zie ook p. 14). Wij willen vanuit onze expertise een platform bouwen voor landbouw en veeteelt.”

Nieuwe site aan de Wiedauwkaai

Vandaag telt Biolynx zes medewerkers, maar ook de huidige locatie raakt stilaan vol. Daarom kocht het bedrijf grond aan de Wiedauwkaai in Gent.

“De bedoeling is om daar tegen 2028 vijfhonderd vierkante meter labo’s, vijfhonderd vierkante meter kantoren en een proefhal van dezelfde grootte te bouwen.”

Die proefhal wil Biolynx ook openstellen voor jonge biotechbedrijven. “Een soort bio-incubator voor start-ups die laboruimte zoeken.”

De komende twee jaar wil het bedrijf zijn omzet verdubbelen van 800.000 euro naar anderhalf miljoen euro. Voor de twee spin-offs mikt Bart op 1 à 2 miljoen euro zaadkapitaal.

Bart Kregersman | ceo van Biolynx
Bart Kregersman is de vijfde van links

Voorlopig werd alles met eigen middelen gefinancierd. “We hadden vanaf het begin betalende klanten en investeerden de winst telkens opnieuw in apparatuur. Soms konden we toestellen ook goedkoop overnemen van failliete labo’s elders in Europa.”

Europa te voorzichtig

Volgens Bart blijft Europa te terughoudend tegenover biotech waardoor o.a. investeerders achterwege blijven. In de VS vraagt men sneller: hoeveel sneller kan je groeien als we extra investeren?”

Daarnaast hekelt hij de trage regelgeving. “Vlaanderen en Europa zijn heel sterk in ontwikkelingssteun, maar op vlak van regulering en goedkeuring behoren we tot de traagste regio’s ter wereld. Daarom trekken veel biotechbedrijven naar Singapore of de VS omdat ze weten dat negen maanden daar negen maanden zijn.”

Dat wringt volgens hem extra hard omdat Europa tegelijk sneller af wil van pesticiden en antibiotica. “Dat is helemaal terecht, maar dan moet je duurzame en biologische alternatieven wel veel sneller toelaten in voeding, gewasbescherming en andere toepassingen. Want anders schieten we ook niet op.”

“
Vlaanderen en Europa zijn heel sterk in ontwikkelingssteun, maar op vlak van regulering en goedkeuring behoren
we tot de traagste regio’s ter wereld. Daarom trekken veel biotechbedrijven naar Singapore of de VS.

De groei van de plantencellen wordt bekeken in erlenmeyers.

Bart Kregersman | ceo van Biolynx

Obulytix ontwikkelt baanbrekende antibiotica

Biotechbedrijf Obulytix is drie jaar jong en mikt heel hoog. “Wij bouwen aan de antibiotica van morgen”, zegt ceo Kristof Van Emelen. Dat is ook letterlijk levensnoodzakelijk om antimicrobiële resistentie (AMR) tegen te gaan. “We werken aan een baanbrekende oplossing die de behandeling van bacteriële infecties fundamenteel verandert.”

Obulytix werd in 2023 opgericht als spin-off van de Universiteit Gent en KU Leuven. Het bedrijf bouwt voort op meer dan twintig jaar onderzoek naar lysine-engineering door Professor Yves Briers. De piepkleine hoofdrolspelers zijn afgeleid van bacteriofagen, letterlijk ‘bacterie-eters’: virussen die ziekteverwekkende bacteriën razendsnel aanvallen met zogenaamde lysineschaartjes.

Kristof: “Hiertoe maken de bacteriofagen gebruik van gespecialiseerde eiwitten, de zogenaamde lysines, die gaatjes knippen in de bacteriële celwand. Daardoor lekt de celinhoud weg en stort de bacterie binnen enkele minuten volledig in. Wij zijn

“ Als we onze moderne geneeskunde en al zijn realisaties willen vrijwaren, moeten we dringend inzetten op nieuwe behandelingen die antimicrobiële resistentie doorbreken.

erin geslaagd om lysines te ontwerpen die doelgericht ziekteverwekkende bacteriën aanpakken, goedaardige bacteriën ongemoeid laten en bovenal niet onderhevig zijn aan resistentie.”

Antwoord op antimicrobiële resistentie

Obulytix ontwikkelt dus zogenaamde Precision Lysin Therapeutics (PLTs), een nieuwe klasse gerichte biologische geneesmiddelen die bacteriën selectief doden zonder antimicrobiële resistentie te bevorderen. Dat is dringend nodig, want klassieke antibiotica verliezen steeds vaker hun effect tegen resistente bacteriën. Antibiotica blijven nochtans essentieel voor de moderne gezondheidszorg.

Ze maken veilige operaties mogelijk en ondersteunen kankerbehandelingen door levensbedreigende infecties te bestrijden. Maar hun effectiviteit neemt snel af door overmatig gebruik in het verleden. “Ik ben opgegroeid in een tijdperk waarin antibiotica haast vanzelfsprekend waren. Vandaag beseffen we gelukkig beter hoe zorgvuldig we ermee moeten omgaan.”

Volgens Kristof is AMR allerminst een vervan-ons-bedshow. “Dit is geen probleem van de toekomst of van elders. Als we onze moderne geneeskunde en al zijn realisaties willen vrijwaren, moeten we dringend inzetten op nieuwe behandelingen die resistentie doorbreken.”

TEKST SAM DE KEGEL | FOTO NATHALIE DOLMANS
Kristof Van Emelen | ceo van Obulytix

Hij verwijst naar buurbedrijf Legend Biotech, dat grote vooruitgang boekt met haar CAR-T-celtherapie tegen hematologische kankers. “Maar tegelijk ontstaat een nieuw probleem. Die patiënten hebben door hun ziekte en behandeling een sterk verzwakt immuunsysteem en zijn daardoor erg vatbaar voor hospitaalinfecties.”

De gevolgen zijn zwaar. “Bij celtherapieën krijgt ongeveer de helft van de patiënten een ernstige infectie. Bij CAR-T-patiënten is zelfs één op de twee overlijdens het gevolg van een bacteriële infectie.”

Zulke therapieën kosten vaak honderdduizenden euro per jaar. “Als een behandeling moet worden stopgezet door een infectie, of een patiënt eraan overlijdt, is dat ronduit dramatisch.”

Obulytix focust daarom eerst op long- en bloedbaaninfecties veroorzaakt door resistente Gram-negatieve bacteriën, vooral bij kwetsbare ziekenhuispatiënten. “De alom gevreesde ziekenhuisbacterie, zeg maar.”

Moonshot-innovatie

Kristof noemt het zonder aarzelen een moonshot-innovatie. “We verbeteren geen bestaande antibiotica, maar bouwen een volledig nieuw platform.”

Daarvoor combineert Obulytix synthetische biologie, machine learning en AI. “Met synthetische biologie bouwen we enorme bibliotheken van lysines. Die testen we onder uiteenlopende omstandigheden, wat gigantische datasets oplevert. Dankzij AI en machine learning ontwikkelen we predictiemodellen waarmee we veel sneller nieuwe lysines kunnen ontwerpen.”

Die aanpak wekt ook veel interesse bij investeerders én farmabedrijven, hun toekomstige klanten. “Niet alleen bedrijven gespecialiseerd in infectieziekten volgen ons op de voet, ook spelers die nieuwe therapieën ontwikkelen maar hun patiënten bedreigd zien door infecties.”

Met ambitie kapitaal ophalen

Obulytix bevindt zich momenteel nog in de preklinische fase. “Begin 2027 willen

we onze eerste klinische kandidaten selecteren. De eerste klinische studies verwachten we in 2028.” Voor die tijd moet nog uitgebreid niet-klinisch ontwikkelingswerk gebeuren. “We moeten de samenstelling, zuiverheid, toxiciteit en veiligheid van onze lysines uitvoerig testen binnen een streng gereguleerd kader.”

Het bedrijf wil meteen ambitie tonen in de klinische fase. “Na een eerste studie met gezonde vrijwilligers willen we snel doorpakken naar patiëntenstudies. Dat is ongewoon en vergt bijkomende investeringen, maar het zorgt ook voor veel tractie bij investeerders.”

Bij de oprichting in 2023 haalde Obulytix al 6 miljoen euro op bij investeerders Boehringer Ingelheim Venture Fund, Qbic Fund en Gemma Frisius Fund, bovenop 1,8 miljoen euro Vlaio-steun. “Boehringer was zelf op zoek naar investeringen in het lysinedomein, maar vond nergens een bedrijf dat voldeed. Via publicaties van Professor Yves Briers kwamen ze bij UGent terecht. In plaats van zelf te moeten leuren met onze technologie, kwam een groot farmabedrijf zélf met de vraag om er een spin-off rond op te richten. Dat was een sterke validatie.”

Ook geopolitieke conflicten vergroten volgens hem de nood aan nieuwe antibiotica. “Door de moderne oorlogsvoering met drones raken nog meer soldaten gewond door schrapnel, vaak in onhygiënische omstandigheden. Dit vergroot het risico dat resistente bacteriën zich ontwikkelen en zich vervolgens wereldwijd verspreiden. Bacteriën kennen immers geen grenzen.”

Daarom startte Obulytix recent ook een programma rond wondinfecties, als onderdeel van een prestigieus Europees project gericht op transformationele antibiotica.

Pleidooi voor fundamenteel onderzoek

Kort na de zomer wil Obulytix een Series A-financieringsronde afronden. Het doel: 20 miljoen euro ophalen. “Dat is veel in het huidige, afgekoelde investeringsklimaat na COVID. Maar ons verhaal is sterk: we kunnen geen vooruitgang

VIB Bio Incubator, kweekvijver

voor biotech

Sinds juli 2025 huist Obulytix in de Gentse VIB Bio Incubator. In het imposante gebouw langs de E40 krijgen jonge biotechbedrijven de ruimte om stap voor stap te groeien. “Onze lokalen op de UGent-campus werden te klein en te versnipperd.”

Kristof toont de drie labo’s –microbieel, analytisch en DNA –waar het onderzoek plaatsvindt, naast vergaderzalen, technische ruimtes en bureaus. “Daarnaast delen we een cafetaria en keuken met andere bedrijven. Dat zorgt voor een leuke kruisbestuiving.”

Vandaag telt Obulytix dertien medewerkers. “We combineren creatieve denkers met mensen die jarenlange ervaring hebben in de farma- en biotechindustrie. In anderhalf jaar tijd zijn we verdubbeld in omvang. Talent vinden is voorlopig geen flessenhals. Nu willen we gecontroleerd verder groeien, ook met externe experten.”

De Gentse VIB Bio Incubator waar ook Obulytix huist.
Vooraan
“
In plaats van zelf te moeten leuren met onze technologie, kwam een groot farmabedrijf zélf met de vraag om er een spin-off rond op te richten. Dat was een sterke validatie.

boeken in kankerzorg, chirurgie of andere complexe behandelingen zonder tegelijk bacteriële infecties beter te beheersen.”

Wereldwijd zijn er volgens Kristof slechts een handvol bedrijven actief in lysines tegen Gram-negatieve pathogenen. “Ik durf te zeggen dat wij momenteel het enige bedrijf zijn dat robuuste in-vivo data kan voorleggen. Maar het blijft een race tegen de klok.”

Hij benadrukt ook het belang van fundamenteel onderzoek. “We moeten het evenwicht bewaren tussen fundamenteel onderzoek en valorisatie. Laat ons nooit beknibbelen op het eerste. Innovatie ontstaat zo vaak uit pure wetenschappelijke nieuwsgierigheid, zonder onmiddellijke commerciële toepassing.

Kijk naar de ontstaansgeschiedenis van veel topbiotechbedrijven: die begint bij fundamentele wetenschappers.”

Kan een huisarts binnen enkele decennia via een eenvoudige test bepalen welke bacterie een patiënt ziek maakt, om ver volgens een lysine op maat voor te schrijven? Kristof sluit het niet uit. “Maar laat ons eerst focussen op ziekenhuizen”, lacht hij. “Obulytix heeft vandaag niet de schaal om zelf te commercialiseren. Dat is typisch het moment voor een overname. Onze prioriteit is nu om klinisch te bewijzen dat ons platform werkt over meerdere infecties en patiëntengroepen heen, tot en met fase 2.”

Health & Technology zijn twee van de drie arena’s van HITT (Health, Industry & Technology Tomorrow): de toekomstvisie van Voka Oost-Vlaanderen richting 2050.

Voka Oost-Vlaanderen kiest bewust voor domeinen waarin de regio vandaag al internationaal uitblinkt: gezondheidszorg (biotech), industrie en tech.

Op woensdag 7 oktober organiseren we het HITT Fest: een dag vol inzichten, inspiratie en ontmoetingen rond de toekomst van onze regio en economie. Meer info volgt binnenkort, maar zet de datum alvast in je agenda.

Verder is er op dinsdag 29 september de kick-off van de nieuwe Life Sciences Community waarmee we willen bouwen aan een sterker biotechecosysteem. Voka brengt bedrijven, experten en andere sleutelspelers samen rond vragen die vandaag echt tellen: hoe versterken we samenwerking, vergroten we zichtbaarheid, trekken we investeringen aan en bouwen we een regio uit die internationaal meespeelt?

Interesse?

Meer info via de QR-code.

Kristof Van Emelen | ceo van Obulytix
Eiwitproductie op mediumschaal

VIVIUM EN UW MAKELAAR VERZEKEREN HEEL UW LEVEN

Dat van het weekend

Dat van de week

Ontdek onze oplossingen op maat

voor u en uw bedrijf.

Bescherm vandaag nog de stabiliteit van uw bedrijf en uw privéleven. Met Vivium en uw makelaar verzekert u zowel uw bedrijf als uw dagelijks leven. Er staat altijd een expert voor u klaar om u te begeleiden bij elke beslissing die u voor uzelf en uw bedrijf neemt.

Wilt u meer weten ?

Neem contact op met een makelaar

vivium.be

‘Designed in Sweden, made in Belgium’: als dat niet vree wijs is … De in april 2025 in België geïntroduceerde én geassembleerde Volvo EX30 zie je alsmaar vaker op onze wegen rijden. De productie in Gent van dit volledig elektrische model geeft het duurzame karakter van de compacte SUV nog een extra boost.

Volvo Car Gent speelt met populaire EX30 naadloos in op behoeften

van wereldwijde fleetmarkt

Klimaatneutrale productie van compacte SUV

Toen Volvo de EX30 enkele jaren geleden op de markt bracht, viel het model meteen uitstekend in de smaak. “In eerste instantie merkten we dat vooral bedrijven heel graag op deze ‘small SUV’ inzetten”, getuigt Wout De Vuyst, woordvoerder bij Volvo Car Belux. “Door zijn compactheid leent hij zich uitstekend voor stadsverkeer. Heel wat fleetmanagers namen dit model in hun bedrijfswagenbeleid op als topkeuze voor junior profielen.”

Veel opties al in basisuitvoering van Business Edition

Tegelijk voelt Volvo Car Belux dat almaar meer particulieren stilaan de weg richting betaalbare elektrische mobiliteit inslaan. “Met een rijbereik tot 475 km (WLTP, dus gemeten in ideale omstandigheden) reduceert hij de laadstress bij de automobilist gevoelig. Een gloednieuw infotainmentsysteem, zetel- en stuurverwarming, adaptieve Cruise Control, Park Assist vooraan/achteraan en Park Assist Camera achteraan in de Business

inbegrepen. Dan valt de prijs (34.455 euro inclusief btw voor particulieren, 28.150, euro exclusief btw voor bedrijven) uitstekend mee.”

De EX30 Business Edition is één van de meest populaire modellen in de fleetmarkt. “Hij is beschikbaar in drie motor-variaties (P5 als instap, P5 met een grotere batterij en de P8 AWD voor de sportieve chauffeur) en in drie uitvoeringsniveaus: Core (basis), Plus (meer opties) en Ultra (alle opties)”, verduidelijkt Wout.

Transitie in recordtijd

Aanvankelijk gebeurde de productie van dit model in China. Sinds april 2025 rolt de meerderheid van de EX30’s bij Volvo Car Gent van de lijn. “In de zomer van 2024 hebben we onze fabriek in amper vijf weken tijd omgebouwd om dat mogelijk te maken”, pikt Barbara Blomme, woordvoerder bij Volvo Car Gent, in. “Tussen de toekenning van het model aan onze fabriek en de productie van de eerste wagen, zaten maar 18 maanden. Dat is een huzarenstukje, zeker ook rekening houdend met het feit dat het een nieuw platform betrof en we ook een groot deel van de keten van toeleveranciers hebben gelokaliseerd. Meer dan 50% van alle componenten

zijn afkomstig van Europese partners. De zetels komen zelfs uit Assenede. We waren de eerste Volvo-fabriek die volledig elektrische modellen bouwde en zijn er ook heel trots op dat we met onze aanpak het ecobewustzijn stimuleren.”

Volvo Car Gent produceert sinds 2025 zelfs volledig klimaatneutraal. “We wekken een groot deel van onze nodige energie op via windturbines en zonnepanelen.

De uitwisseling van water met onze buren van Stora-Enso zorgt ervoor dat we gerecycleerd water kunnen gebruiken voor het leeuwendeel van onze productienoden. Daarnaast hebben we stevig geïnvesteerd om de ovens waarin we onze wagen drogen, te ‘voeden’ met elektriciteit in plaats van gas. Onze wagens verdienen hun duurzaamheidslabel ook omdat we onze leveranciers aan zoveel mogelijk ecologische voorwaarden laten voldoen.”

Extra handig voor klanten is dat de verhuis van de productie naar een Belgische productiesite het mogelijk maakte om de prijs te verlagen. In het heel concurrentiële segment waartoe de EX30 behoort, is ook dat in deze tijden een cruciale troef.

VOLVO CAR GENT

John F. Kennedylaan 25 | 9000 Gent infovcg@volvocars.com volvocargent.be volvocars.com/nl-be

Herbavita: waar kruiden, kennis en precisie samenkomen

Al ruim dertig jaar gaan in Kluisbergen vakkennis en natuur hand in hand. Wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, was in 1994 nog een gedurfde overtuiging: kruiden en natuurlijke supplementen inzetten om dieren sterker en gezonder te maken. Vanuit het woonhuis van Marc Paepe en Leen Botterman groeide Herbavita stap voor stap uit van pionier tot internationale speler.

Aanvankelijk keek de sector argwanend toe. Maar veehouders ontdekten de kracht van natuurlijke voedingssupplementen voor runderen, pluimvee en varkens. Het vertrouwen groeide, en zo ook familiebedrijf Herbavita. Eerst over de landsgrenzen heen, vanaf 1998. Daarna met een eigen productievestiging in Kluisbergen, waar sinds 2009 elk product nauwgezet wordt gecontroleerd en verfijnd.

Vandaag vinden de voedingssupplementen en aanvullende diervoeders van Herbavita hun weg naar 27 landen, ondersteund door verkoopkantoren in België, Nederland, Tsjechië en China en een wereldwijd netwerk van dealers.

Elk product passeert langs een controleweging, waarna zorgvuldig wordt bijgevuld tot exact het juiste gewicht bereikt is.

Want precisie zit niet alleen in machines of processen, maar vooral in de handen van mensen die hun vak tot in de puntjes beheersen.

TEKST SAM DE KEGEL | FOTO WANNES NIMMEGEERS

De kost van welzijn op het werk? Dat is de verkeerde vraag.

Als we willen dat werkgevers werk maken van het welzijn van hun medewerkers, moeten we ze helpen inzien dat het loont, betoogt dr. Gretel Schrijvers, CEO van Mensura Group.

2026 begon met overheidsmaatregelen rond het ‘terug-naar-werk-beleid’. De boodschap is terecht: de maatschappelijke impact van verzuim is te hoog. Maar wie enkel actie onderneemt onder dwang, mist de essentie. Als we willen dat werkgevers écht werk maken van welzijn, moeten we hen helpen inzien dat het simpelweg loont. Dat kan voortaan met een concreet cijfer: 1,92.

Dat is de Return on Investment die een grootschalige review in het Scandinavian Journal of Work, Environment & Health (maart 2026) becijfert. Elke euro geïnvesteerd in gezondheid op de werkvloer brengt er gemiddeld bijna twee op. Organisaties die werk maken van welzijn, doen het merkbaar beter dan hun concurrenten.

De grootste winst daarbij zit in het verlagen van onzichtbaar verzuim, het ‘presenteïsme’: medewerkers die wel aanwezig zijn, maar door stress of demotivatie niet op hun volle potentieel presteren.

Nochtans is verzuim geen noodlot, het is een proces waarop je kunt sturen. Door de shift te maken van controle naar preventie, stijgt de productiviteit structureel met 10 tot 15 procent. Wie welzijn als een verplicht nummer ziet, zal dat potentieel nooit verzilveren. Schakel dus niet omdat het moet, kies voor een welzijnsbeleid omdat het werkt.

Bij Mensura vertalen we dit naar de praktijk. We objectiveren risico’s als werkdruk of ergonomie en trainen leidinggevenden om signalen te herkennen vóór iemand uitvalt. We focussen niet op wat niet meer gaat, maar op wat wél nog kan. Zo voorkomen we dat talent verloren gaat. Investeren in de ‘zachte kant’ leidt zo tot keiharde productiviteitswinst.

Het onderzoek bewijst dat welzijn een bewuste beleidskeuze is die zichzelf 1,92 keer terugbetaalt aan de organisatie en in een veelvoud daarvan aan een samenleving met veerkrachtige medewerkers in een gezond sociaal

zekerheidsstelsel. Wie vraagt wat welzijn kost, kijkt naar de verkeerde kant van de balans.

De relevante vraag is: wat is het waard?

Wacht niet langer tot de overheid je dwingt; investeer omdat het loont.

Gretel Schrijvers

Ceo Mensura Group

Op haar 28ste timmert Julie Dumoulin vanuit Gent mee aan een ambitieuze AI-start-up die de bouwsector digitaliseert. Werken én ondernemen leerde ze al veel vroeger, op de familiale boerderij.

Terwijl Spotable razendsnel internationaal groeit, torst ze tegelijk ook een zware persoonlijke rugzak.

“Mensen weten vaak niet wat iemand allemaal meedraagt terwijl die gewoon blijft functioneren.”

Hilde in gesprek met

JULIE DUMOULIN WIL VAN AI-START-UP SPOTABLE

EEN UNICORN MAKEN

“We hebben geen droom, we hebben een ambitie”

TEKST HILDE SCHUDDINCK | FOTO WANNES NIMMEGEERS

Ik mocht op pad met Julie Dumoulin in een zonovergoten Zuidpark, vlakbij hun gloednieuwe kantoor. Julie is 28, werd groot op een boerderij in Kortemark en is vandaag co-founder van Spotable, een Gentse techstart-up die de bouwsector digitaliseert met artificiële intelligentie. Gestart eind 2024, en vandaag al goed voor 25 medewerkers. Ze barst van energie, maar terwijl haar bedrijf op topsnelheid richting internationale expansie surft, beleeft ze privé een bijzonder moeilijk jaar door de ziekte van haar vader.

Julie, we kennen elkaar nog niet zo goed, maar je veroverde al snel mijn hart met je passie en ‘no-nonsensevibe’, als vrouw in tech én de bouw. Volgens mij kruisten onze paden voor het eerst bij Voka in Brussel, maar ik kende je naam wel al via

Hilde Cloostermans (regiovoorzitter Dendermonde), die in jullie bedrijf investeert.

“Klopt. Ik heb Hilde leren kennen op een Women Collective-event in het Wintercircus. Ik zat toen in een panel over mijn eerste onderneming en vertelde daar hoe we groeiden. Achteraf kwam ze naar mij toe om te zeggen hoe inspirerend ze het vond. Van het een is het ander gekomen, en werd ze investeerder.”

Een mooie vorm van serendipiteit dus. Je bent nog maar 28, maar ondertussen heb je al een indrukwekkend parcours afgelegd. Zat ondernemen er altijd al in?

“Absoluut. Mijn ouders zijn zelfstandige landbouwers. Ik ben opgegroeid op een varkensbedrijf met veevoederhandel in Kortemark. Werken was daar gewoon vanzelfsprekend. Sinds we heel klein

waren, hielpen we mee. Ik heb nooit iets anders gekend en ben daar ook zeer dankbaar voor.”

Een bijzondere jeugd, die niet zo heel veel van je leeftijdsgenoten zullen herkennen, denk ik dan.

“Inderdaad, hard werken, maar tegelijk ook een hele warme jeugd. Mijn ouders waren altijd aanwezig. Ze werkten constant, maar stonden ook altijd voor ons klaar. Erwas nooit discussie over zakgeld, zolang we niet overdreven. Als er iets nodig was, dan werd dat geregeld. Alleen stond daar wel tegenover dat je mee hielp.

Ik heb het altijd bijzonder gevonden als vrienden vroegen: ‘Wat doe je dit weekend?’ Bij ons was dat altijd heel simpel: meehelpen op de boerderij.

Hobby’s hadden we niet, op kamp gingen we niet … enkel de Chiro en later de

Julie Dumoulin
“

Mijn ouders werkten constant, maar stonden ook altijd voor ons klaar. Als er iets nodig was, dan werd dat geregeld. Alleen stond daar wel tegenover dat je mee hielp.

activiteit. We hebben ook nooit studentenjobs gehad, tot we wat ouder waren. Er was werk genoeg op de boerderij.”

Dus nooit luie dagen met een boekje of tv in de zetel?

“Nee. Zondagmiddag misschien. Dan was er koffie en taart en mocht je doen wat je wou. Maar voor de rest was het: werken of studeren. Ik heb nooit anders gekend. En ik heb dat ook nooit als een gemis of iets vreemds beschouwd.”

aan je jeugd, dacht ik. “(lacht) Je bedoelt allicht dat ik deel uitmaak van een drieling. Ik heb twee broers. Mijn mama had destijds een lichte zwangerschapsbehandeling en ze konden dat toen blijkbaar nog niet zo goed reguleren. Eerst werd gezegd dat we een tweeling zouden zijn, tot plots een dokter zag: ‘Het zijn er geen twee, het zijn er drie.’ Bij mijn mama was de eerste reactie toch vooral: wenen, wenen, wenen.”

bijzonder zijn.

“Het is fantastisch. Mensen verwachten altijd dat wij op elkaar lijken, terwijl dat totaal niet zo is. Wij zijn compleet verschillend, zowel uiterlijk als qua karakter. Eén broer is chef-kok en heeft zijn eigen restaurant (Fermoed, red.). Mijn andere broer heeft net bewust gekozen voor een stabieler leven zonder ondernemerschap. Iedereen heeft zijn eigen ambitie.

op te groeien. We hebben altijd heel veel steun aan elkaar gehad, we hebben een hele sterke band.”

En het harde werk alle drie met de paplepel meegekregen.

“Toen mijn mama zwanger was van ons, moest ze al snel rust nemen in het ziekenhuis, maar tegelijk deed ze de boekhouding van de boerderij vanuit haar bed. Geleidelijk aan heb ik het administratieve werk en de facturatie overgenomen. Dat is nog altijd wat ik nu het liefste doe:

(lacht). Dat ondernemerschap was gewoon deel van ons leven.”

Nooit overwogen om in de landbouwsector te blijven?

“Nee, het is een 7-op-7 business die nooit stopt, maar die ook niet meer echt ondersteund wordt als economie in België. En vooral: het harde werk en alle opofferingen die je moet maken. Je kan bijvoorbeeld nooit eens weg. Ik heb Handelswetenschappen gestudeerd en daarna een tijdje gewerkt in marketing en strategieconsulting. Maar toen kwam corona en viel alles stil. Ondertussen was ik al gestart met data-analyse in bijberoep. Ik begon toen echt na te denken: wat wil ik eigenlijk doen met mijn leven?”

En toen kwam ondernemerschap opnieuw bovendrijven?

“Ja, mijn broer stelde voor om een managementjaar aan Vlerick te doen. Zijn redenering was: ‘Corona zal tegen dan wel voorbij zijn en intussen leer je mensen kennen.’ Maar tijdens dat jaar moesten we verplicht een onderneming opstarten. Tegen het einde van het jaar had ik al klanten en liep dat eigenlijk verrassend goed. Op Vlerick zeiden ze me: ‘Julie, jij bent gemaakt om ondernemer te worden’, dus dat gaf een enorme boost!”

Dat was dus je eerste echte bedrijf?

“Ja, dat ging over verpakkingsanalyse. Een paar jaar later heb ik dat overgelaten aan een bedrijf in Antwerpen, waar ik zelf ceo werd. Maar ondertussen bleef ik in contact met Pieter-Jan, die ooit had gesolliciteerd als cto bij mij. Op een bepaald moment vertelde hij over een nieuw idee rond AI en de bouwsector. Eerst zei ik: ‘Nee, ik ga dat niet doen.’ Maar ik kon het niet loslaten. Ik bleef hen suggesties aanreiken, ideetjes doorgeven.”

En zo ontstond Spotable.

“Ja. Samen met mijn twee co-founders zijn we gestart vanuit het Wintercircus in Gent. Vandaag bouwen we eigenlijk een volledige salesmachine voor dak- en gevelbedrijven.”

Leg eens kort uit wat jullie exact doen?

“Wij zorgen ervoor dat aannemers binnen de minuut een volledige renovatieofferte kunnen maken zonder naar de werf te moeten gaan. We verzamelen alle beschikbare geodata en daarvan maken we een exact 3D-model van een gebouw. Daardoor kan je automatisch berekenen hoeveel materiaal nodig is en hoeveel een renovatie zal kosten. Momenteel doen we dat heel specifiek voor gevels en daken, alles aan de buitenkant dus.”

Dat klinkt behoorlijk disruptief voor een vrij traditionele sector.

“Dat is het ook. Het is allemaal eigen IP, mijn co-founders hebben eigen mathematische algoritmes ontwikkeld. De bouwsector heeft niet alleen de AI-trein gemist, maar vaak zelfs de digitaliseringstrein. Veel bedrijven werken nog met Excels en manuele opmetingen. In het begin geloofden mensen ons ook niet. We moeten ze echt meenemen naar de nieuwe wereldorde.”

Je hebt gelukkig altijd wel een paar voorlopers die wel naar innovatie durven kijken.

“Klopt, het voelt vaak als een anekdote die ik thuis hoorde. Mijn papa was altijd bezig met nieuwe dingen, hoe hij zijn eigen business kon verbeteren. Hij had in het begin een van de allereerste rekenmachines, zo’n gigantische ‘bak’. Mijn grootvader vond dat maar niets en rekende elke berekening van de rekenmachine opnieuw manueel na omdat hij niet geloofde dat de machine dat correct kon. Dat zie je nu opnieuw. Dakwerkers gingen onze resultaten controleren met drones of manuele metingen. Tot ze zagen dat wij accurater waren.”

Jullie gaan ontzettend snel. Intussen zitten jullie ook al in de VS. “Ja, we doen Europa én de VS tegelijk. Veel mensen verklaren ons zot omdat we nog

maar een jaar bezig zijn, maar wij geloven niet in lineair denken. De markt evolueert te snel. We willen eerst internationaal uitbreiden vooraleer we naar andere verticals uitbreiden. We krijgen veel aanvragen van allerlei aannemers zoals schilders en tuinaannemers, maar ook stilaan meer vragen naar binnenplannen via architecten. We zijn dus volop aan het experimenteren, maar eerst willen we met daken en gevels internationaal gaan.”

Waarom specifiek de VS en niet eerst Europa verder op de kaart zetten?

“Omdat de bouwmarkt daar anders werkt. Florida en Texas zijn bijvoorbeeld enorm interessant voor ons door de vele storm-

veel potentieel. Eén keer om de vijftien jaar is er een tornado die alles wegvaagt, wat een grote markt betekent.”

Dus niet in Silicon Valley zoals vele anderen?

“We hebben daar niets te zoeken, want de bouw zit daar niet. De bouw zit in de Southeast. Atlanta is de regio waar alle grote fabrieken zitten, de fabrikanten. Maar we doen Europa ook: de DACH-regio, maar ook de Benelux, Engeland, Frankrijk en Spanje. We geloven alleen niet in wachten tot het moment daar is. Want we weten dat de VS tijd nodig heeft. De markt is daar groter, maar de Europese markt heeft meer geld ter beschikking in

Het valt me trouwens op dat jij vaak het gezicht van Spotable bent, terwijl je niet de ceo bent.

“Dat hebben we bewust zo afgesproken. Sebastiaan is onze ceo en sterk intern en strategisch. Pieter-Jan is onze technische mastermind. Ik doe alles extern: klanten, investeerders, internationale expansie. Zo werken we prima samen, met heel veel wederzijds vertrouwen. De grootste moeilijkheden ervaren we nu in de VS. Daar willen ze enkel praten met de ceo en ik moet de VS-expansie doen. Dus moeten we nu puur voor de titeltjes zeggen dat ik de ‘ceo USA’ ben, zodat de fabrikanten

daar ook met mij willen praten. Zo pragmatisch zijn we wel natuurlijk.”

Dus jij zet binnenkort effectief de stap om te verhuizen naar de States?

“Dat is inderdaad de bedoeling, maar toch nog even privé verder afstemmen (lacht).”

Hoe bedoel je?

“Mijn vriend en ik zijn nog maar een jaar samen. Dus dat is wel een grote vraag: neem je iemand mee in zo’n verhaal?

Maar tegelijk kan je als start-up ook niet zeggen: we wachten nog vijf jaar.”

Maar die vraag kwam voor hem allicht niet als een verrassing?

“Nee, helemaal niet. Ik ben daar altijd heel direct en eerlijk over geweest. Vanaf de eerste date zei ik letterlijk: dit is mijn leven. Ik ben ambitieus en mijn carrière is belangrijk voor mij. Als iemand daar niet mee om kan, dan houdt het op.

Veel mannen denken immers dat ze een sterke vrouw willen, tot het zover is

Je werkt in tech én in de bouwsector. Twee werelden waar nog altijd weinig vrouwen zitten.

Stoort je dat?

“Ik heb daar weinig last van gehad. Buiten één heel domme opmerking jaren geleden tijdens een pitchwedstrijd: ‘Ga je als vrouw je mannetje kunnen staan in tech?’ Dat vond ik echt een belachelijke opmerking.”

Maar ze is duidelijk wel blijven hangen … “Weet je, ik ben opgegroeid tussen twee broers op een boerderij. Ik voel mij soms meer (lacht). Ik geloof vooral in tonen dat het kan. Er zijn veel meer vrouwelijke ondernemers dan mensen denken. Ze moeten gewoon nog meer zichzelf tonen of getoond worden. Maar geleidelijk aan – het is iets institutioneels geweest dat we nog altijd meedragen – is dat aan het veranderen.

“
Hobby’s had ik al niet, maar we hebben ook een babypact gesloten met de founders. De komende vijf jaar komen er geen baby’s.

En in de bouw?

“Ook daar kost het me geen moeite en klim ik met plezier op de werf. Uiteraard komen er dan wel goedbedoelde grapjes. Dat hoort erbij. Je moet daar een beetje tegenin gaan, een mopje terug maken. Dan appreciëren ze dat des te meer.”

Je straalt ook wel het nodige zelfvertrouwen uit.

“Dat is deels echt, maar ook iets waar ik bewust aandacht aan besteed. Daarom kleed ik me bijvoorbeeld graag op. Niet voor anderen, maar omdat ik me dan zelfzeker voel. Ik heb dat ook nodig, zeker bij moeilijke momenten. Bij mijn papa werd vorig jaar huidkanker vastgesteld. Sindsdien leven we echt in een rollercoaster.”

Je wordt er duidelijk emotioneel van.

“Het is gewoon heel moeilijk. Mijn ouders hebben hun hele leven samengewerkt op die boerderij. En plots verandert alles. Mijn broer springt enorm veel bij, maar tegelijk moeten er zware beslissingen genomen worden over de toekomst van het bedrijf.”

Dat moet enorm hard binnenkomen terwijl jouw eigen leven tegelijk in een stroomversnelling zit.

“Mensen weten vaak niet wat iemand privé allemaal meedraagt terwijl die gewoon blijft functioneren. Soms zit je gewoon een onboarding te geven of een meeting te doen terwijl je ondertussen wacht op nieuws. We hopen op een mirakel. Maar in ons bedrijf zijn ze op de hoogte.”

Er is niets mis om die kwetsbaarheid te tonen.

“Inderdaad. En als ik plots weg moet, begrijpen ze waarom.”

Wat is jullie ultieme droom met Spotable?

“Wij zeggen altijd: ‘Wij hebben geen droom, wij hebben een ambitie.’ Dat is iets anders.”

Wat is die ambitie dan?

“De volgende unicorn bouwen.”

Cool, blij dat je dat zonder bescheidenheid gewoon zegt. (lacht) Waarom zouden we dat niet durven uitspreken? Anders moet je er ook niet aan beginnen. We zijn nog jong, maar we gaan daar alles voor doen. En dat betekent ook dat ons privéleven even zal moeten wijken. Hobby’s had ik al niet, maar we hebben ook een babypact gesloten met de founders. De komende vijf jaar komen er geen baby’s. Dat kan straf klinken, maar dat is volgens ons de enige manier om onze groei te realiseren. Onze partners weten dat en volgen ons daarin.”

Ik wens jullie alle succes, Julie. Spotable wordt sowieso unstoppable.

Ontdek alle gesprekken via de LinkedInnieuwsbrief van Hilde.

Nieuws uit Europa

BESIX bouwt mee aan de sluis van Oisy-le-Verger

Na afloop van een selectieprocedure van twee jaar heeft de combinatie SPIE Batignolles / BESIX / NGE, uit vier kandidaten, van de Société du Canal Seine-Nord Europe (SCSNE) de opdracht gekregen voor de bouw van de eerste grote sluis in Oisy-leVerger, in het departement Pas-de-Calais, op het noordelijke traject van het kanaal.

De sluis van Oisy-le-Verger is de eerste grote sluis van het kanaal Seine-Nord Europe. Uiteindelijk zal dit belangrijke tracé bestaan uit zeven sluizen en meerdere kanaalbruggen, waarvan één van meer dan 1.330 meter lang. Het sluishoofd wordt 195 meter lang en 12,5 meter breed. Het ambitieuze initiatief is belangrijk voor de ontwikkeling van de binnenvaart in Europa. Het kanaal SeineNord Europe vormt immers de centrale schakel in het binnenvaartnetwerk Seine-Schelde.

Lemahieu breidt houtverkoop uit naar Frankrijk

Lemahieu Group, met vestiging in Gent, breidt de verkoop van Accoya uit naar Frankrijk. Na de samenwerking met Accsys Technologies in België en Luxemburg zetten ze hiermee een nieuwe stap in de verdere internationale groei van hun duurzame houtassortiment. Met de uitbreiding van de verkoop naar Frankrijk wil Lemahieu inspelen op de groeiende vraag naar hoogwaardige en duurzame bouwmaterialen in de regio.

LEMAHIEU FRANKRIJK
Lemahieu sales team voor Frankrijk Olivier Van Damme, Fabrice Puisillout, Mike Lemahieu, Cédric Germy, Stéphane Olivier en Arnaud de la Villarmois.
©SCSNE-ONE
BESIX FRANKRIJK

Alistar zet nieuwe stap in zijn groeiambities

Alistar, toonaangevende speler in ERP & CRM, modern workplace, data, security en e-businessoplossingen, versterkt zijn groeiambities met twee strategische uitbreidingen in Nederland. Het bedrijf gaat een samenwerking aan met Riviq, expert in datawetenschap en AI, en neemt ook XTRM development over, een Microsoft 365-dienstverlener met expertise in digitale werkplekken en Microsoft Copilot.

Met deze versterking groeit Alistar uit tot ruim 830 medewerkers in België, Nederland en Frankrijk, en realiseert het een jaarlijkse omzet van meer dan 144 miljoen euro.

TRANSUNIVERSE FORWARDING TSJECHIË/SLOWAKIJE

Transuniverse Forwarding sluit alliantie voor groepageverkeer tussen België en Tsjechië/Slowakije

Transuniverse Forwarding uit Wondelgem en het Praagse Naxco/OTEC hebben een strategisch partnership gesloten voor het groepageverkeer tussen België en de Tsjechische Republiek. Het beoogt een uitbreiding van de flows tussen beide landen. Naxco/OTEC is nu eveneens de partner voor Slowakije.

Het partnerschap is voor beide partijen interessant omdat de landen belangrijke handelspartners zijn voor elkaar. Belgische export leent zich vaker voor gecombineerde ladingen, terwijl Tsjechische en Slowaakse export meestal uit industriële goederen bestaat die als volle lading worden getransporteerd.

PIA Group zet eerste strategische stap in Duitsland met overname LADM

PIA Group heeft LADM, een kantoor met vijf vestigingen en 130 medewerkers in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, overgenomen. Daarmee is PIA Group de eerste Belgische accountancy-, advisory- en auditgroep die onder eigen naam de strategische stap naar Duitsland zet. Met deze toetreding wordt ook officieel PIA Group Duitsland gelanceerd.

De groep kondigde ook nog de versterking van haar managementteam aan met de aanstelling van Alexandre Gangji als coo en Isabelle Verdoodt als cfo.

Berthold Beeker, Steven Brouckaert, Klaus Aymans, Ewout Brouwers
ALISTAR NEDERLAND
PIA GROUP DUITSLAND

In VillaVip Wondelgem bieden Denis Schietse en Ann Verlot 10 volwassenen met een beperking een thuis: “We zorgen voor hen én hun quality of life.” Om de bewoners te helpen ontprikkelen, bouwden ze een snoezelruimte met steun van Streekfonds Oost-Vlaanderen. Bestuurder Michiel Delmulle en CEO Kürt Vanmarcke van streekfondspartner Danilith Delmulle gingen een kijkje nemen.

Streekfonds Oost-Vlaanderen verbindt schenkers en doeners

Een snoezelruimte als verbinder: hoe lokale steun het verschil maakt in zorg

Een maandagochtendhumeur?

Daar heeft de vrolijke bende in VillaVip Wondelgem geen last van. Terwijl enkele bewoners de ontbijttafel afruimen, leggen anderen het knutselmateriaal klaar. Al komt bewoonster Davina Ann eerst een stevige knuffel geven. “Deze middag gaat een groep zwemmen. De rest gaat snoezelen, een samentrekking van snuffelen en doezelen”, vertellen Ann en Denis. “In plaats van de drukte op te zoeken, prikkelen we dan op een rustige manier de zintuigen met licht, geluid, geuren en verschillende texturen. Voor

mensen met een beperking is dat een ideale manier om onrust weg te nemen en volledig te ontspannen.”

Inzet voor de buurt Het koppel leidt al vier jaar ‘hun’ VillaVip. “Momenteel zijn er twintig VillaVip-huizen in Vlaanderen. In elk ervan leeft een zorgkoppel samen met mensen met een beperking. Dat laat toe om een huiselijke omgeving te creëren voor de bewoners en er altijd voor hen te zijn. Heel fijn, maar niet te onderschatten. Zeven van onze tien bewoners hebben geen actief

netwerk meer, dus wij regelen àlles: van de dagelijkse zorg tot de moeilijkste levenskeuzes.”

Gelukkig krijgen Ann en Denis hulp van VillaVip Vlaanderen en een team van begeleiders, zorgkundigen en vrijwilligers. “Allemaal delen we de visie dat je mensen niet moet proberen te kneden naar de maatschappij. Je moet hun sterktes ontdekken en ontwikkelen, zodat iedereen aan de samenleving kan bijdragen. Onze bewoners hebben òòk talenten en dromen. Wij helpen hen die te vervullen.”

De trotse bewoners tonen hun snoezelwagen aan bouwpartner Danilith.

Vanuit die optiek zetten de VillaVipbewoners zich volgens hun sterktes in voor de buurt. “We ruimen afval op als ‘Propere Pierkes’, passen op katten van buren, doen vrijwilligerswerk in het woonzorgcentrum…”

Een snoezelplek voor iedereen

Om tussendoor te ontprikkelen, groeide de nood aan een grote, stille snoezelruimte. “Die wilden we niet in het huis, maar in de tuin. Zo kunnen we de ruimte gratis openstellen voor het woonzorgcentrum, scholen, therapeuten en organisaties en gezinnen die er nood aan hebben.”

In samenwerking met studenten van Arteveldehogeschool groeide het idee een oude pipowagen om te bouwen tot snoezelruimte. Voor de financiering klopten

Ann en Denis aan bij Steekfonds OostVlaanderen, dat sociale initiatieven met sterke lokale verankering ondersteunt. Na een succesvolle crowdfunding verdubbelde het streekfonds de opgehaalde 4.000 euro. “Zonder die steun was het niet haalbaar geweest”, vertelt het koppel

terwijl het de wagen toont aan Michiel Delmulle en Kürt Vanmarcke van Danilith Delmulle. Het bouwbedrijf is al sinds de start de vaste bouwpartner van VillaVip.

Maatschappelijke plicht

Via Streekfonds Oost-Vlaanderen steunt Danilith Delmulle ieder jaar tal van lokale projecten zoals de pipowagen. “Ik vind dit een prachtig initiatief. Ik ben ook al vrijwilliger geweest op een VillaVip-sportevent”, zegt Kürt. Michiel vult aan: “Als je daar de ruimte voor hebt, is het bijna je plicht om de samenleving te helpen. Dankzij het streekfonds maak je als bedrijf echt een verschil in je eigen regio.”

We mean business.

(Ver)koop of (ver)huur je bedrijfsvastgoed met Dewaele Business, dé partner die alles opvolgt in alle transparantie en eerlijkheid.

We denken met je mee, houden je op de hoogte van elke stap en sluiten voor jou de beste deal. We ontzorgen je volledig, zodat jij je kunt focussen op je doelen.

769.278 euro steun voor 57 lokale initiatieven in 2025

Scan de QR-code en ontdek welke initiatieven in jouw buurt jij als ondernemer kan steunen met een kleine gift.

We willen onze snoezelruimte niet alleen zelf gebruiken, maar ook gratis openstellen voor de buurt. DEWAELE.COM

De Nieuwe Sluis in Terneuzen is cruciaal voor de toekomstige ontwikkeling van North Sea Port, maar zorgt er tegelijk voor dat per schutting grotere volumes zout water het Kanaal Gent-Terneuzen binnendringen.

Droogte en verzilting vormen een groeiende uitdaging voor North Sea Port. Door langere droge periodes komt er minder zoet water in het Kanaal Gent-Terneuzen terecht, terwijl tegelijk meer zout water vanuit de Westerschelde binnendringt. De gevolgen raken niet alleen het watersysteem, maar ook de economie: scheepvaart dreigt vertraging op te lopen, bedrijven worden geconfronteerd met extra (ontziltings)kosten en de concurrentiekracht van de haven komt zwaar onder druk te staan.

Droogte en verzilting bedreigen economische slagkracht van North Sea Port

TEKST SIMON LEFÈVRE

Het Kanaal Gent-Terneuzen

vormt de cruciale verbinding tussen de Westerschelde, de Bovenschelde en de Leie via de Ringvaart rond Gent. Het is tegelijk de maritieme toegangspoort van North Sea Port én een essentiële corridor voor goederenvervoer tussen de Noordzee, Vlaanderen en Frankrijk.

Maar die economische slagader staat steeds meer onder druk door klimaatverandering. Droge zomers en lagere wateraanvoer zorgen ervoor dat de minimale richtwaarde van 13 m³ zoetwateraanvoer per seconde de voorbije jaren herhaaldelijk niet werd gehaald.

Dat heeft directe gevolgen voor het peilbeheer én het zoutgehalte in het

kanaal. In 2019, 2022 en 2025 moesten de sluizen van Terneuzen al tijdelijk worden gestremd (= stilleggen van verkeer). Vorig jaar werd zelfs een recordniveau van verzilting gemeten.

Nieuwe Sluis Terneuzen verhoogt druk

Tegelijk stijgt ook het schutverlies – de hoeveelheid water die nodig is om het niveau in de sluis van het lage peil naar het hoge peil te brengen – via de sluizen. Enerzijds door de verdere groei van de havenactiviteiten in Gent en Terneuzen, anderzijds door de ingebruikname van de Nieuwe Sluis in augustus 2025.

Die nieuwe infrastructuur is cruciaal voor de toekomstige ontwikkeling van North Sea Port, maar zorgt er tegelijk voor dat

per schutting grotere volumes zout water het kanaal binnendringen. De economische noodzaak van schaalvergroting botst daarmee steeds nadrukkelijker op de grenzen van het watersysteem.

De doorgerekende scenario’s tonen hoe groot de impact kan worden. Bij een droogteperiode die statistisch eens om de tien jaar voorkomt, zou de Nieuwe Sluis ongeveer twee weken lang dagelijks tien uur gestremd zijn rond laagwater op de Westerschelde. De Oostsluis zou in dat scenario een week lang zeven uur per dag beperkt inzetbaar zijn.

In een extreem droog klimaatscenario richting 2050 wordt het beeld nog scherper: de Nieuwe Sluis zou dan zeven tot acht weken lang tien uur per dag niet operationeel zijn. De Oostsluis vijf weken, de Westsluis ongeveer één week.

Logistieke betrouwbaarheid onder druk

Voor bedrijven zijn dat geen theoretische modellen, maar concrete economische risico’s. Minder beschikbare sluizen betekenen langere wachttijden voor schepen, vertragingen in leveringen en oplopende transportkosten.

Voor een open economie als de onze, waar productieprocessen sterk afhankelijk zijn van geïntegreerde supply chains en just-in-timeleveringen, kunnen dergelijke

verstoringen snel grote economische gevolgen hebben. De betrouwbaarheid van logistieke verbindingen is immers een cruciale factor voor investeringsbeslissingen van bedrijven.

Volgens een studie van de VlaamsNederlandse Scheldecommissie dreigt zonder bijkomende maatregelen de maatschappelijke kost van droogte en verzilting op te lopen tot 429 à 475 miljoen euro. Vooral langere wachttijden voor zee- en binnenvaart dreigen zwaar door te wegen op de economie.

Industrie investeert nu al in noodmaatregelen

Ook industriële ondernemingen langs het kanaal voelen de gevolgen van verzilting vandaag al rechtstreeks. Verschillende bedrijven gebruiken kanaalwater als proces- of koelwater en worden geconfronteerd met stijgende zoutconcentraties.

Om de continuïteit van hun productieprocessen te garanderen, investeren sommige ondernemingen inmiddels in bijkomende installaties om kanaalwater te ontzilten. Dat brengt extra kosten met zich mee die de internationale concurrentiepositie onder druk zetten.

Daarnaast stijgt ook de impact op de haveninfrastructuur zelf. Door de hogere zoutbelasting moeten damwanden, kaaimuren en andere constructies frequenter

gecontroleerd worden en mogelijk sneller vervangen worden.

Nood aan structureel plan van aanpak

De problematiek wordt intussen gezamenlijk opgevolgd door Vlaanderen en Nederland binnen de VlaamsNederlandse Scheldecommissie, waar een tijdelijke werkgroep droogte Kanaal Gent-Terneuzen verschillende scenario’s en oplossingen onderzocht.

Voor Voka Oost-Vlaanderen en Voka|VeGHO is één conclusie duidelijk: zonder structurele investeringen en een concreet plan van aanpak dreigt de waterproblematiek een ernstige rem te worden op de toekomstige economische groei van de regio.

Daarom vragen beide organisaties dat de economische impact prioritair wordt meegenomen in de verdere besluitvorming en dat oplossingen die de economische schade maximaal beperken, versneld worden uitgevoerd.

De uitdaging vraagt immers meer dan tijdelijke crisismaatregelen. Er is nood aan een geïntegreerde langetermijnvisie op waterbeheer, infrastructuur en klimaatadaptatie, waarbij economische continuïteit, bedrijvigheid en tewerkstelling expliciet als leidende criteria worden meegenomen.

Wetgeving staat nooit stil, maar wat betekent dat voor jouw bedrijf? In deze rubriek zetten we vier actuele dossiers op een rij en tonen we hoe ze jouw dagelijkse werking raken. Kort, concreet en overzichtelijk. Zo weet je precies waar je als ondernemer op moet letten.

De vier van BB [belangenbehartiging]

Netcongestie: ‘Fall-Back

Flex’ oplossing voor honderden wachtende bedrijven

De bijna 800 Vlaamse bedrijven die op een zwaardere elektriciteitsaansluiting wachten, krijgen uitzicht op een versnelde aansluiting. Netbeheerder Fluvius heeft van de Vlaamse Nutsregulator groen licht gekregen om makkelijker flexibele aansluitcontracten toe te kennen: een oplossing om bedrijven ondanks netcongestie toch toegang te geven tot het stroomnet.

De Fall-Back Flex-formule van Fluvius is bedoeld om bedrijven in verzadigde netgebieden toch meteen hun gevraagd vermogen te leveren, op voorwaarde dat zij flexibel kunnen terugschakelen bij momenten van piekbelasting. In essentie krijgt een bedrijf dus zijn volle stroomcapaciteit, maar Fluvius mag ingrijpen en (tijdelijk) verbruiksvermindering eisen wanneer het lokale net dreigt overbelast te geraken.

Tot nu toe mochten zulke flexibele aansluitingen alleen aangeboden worden als er gelijktijdig een klassiek netuitbreidingsproject op de planning stond. Deze strikte koppeling tussen flexibiliteit en investeringswerken blokkeerde heel wat aansluitaanvragen. Voor ondernemingen die dringend stroom nodig hebben, was dit frustrerend en onzeker: men kreeg immers geen vaste aansluiting en moest wachten tot grote infrastructuurwerken uitgevoerd konden worden.

Voka reageert positief op deze doorbraak die investeringsprojecten uit het slop kan halen, maar wijst ook op de blijvende nood aan fundamentele netwerkversterking en de nood aan bijkomende maatregelen.

Zet de arbeidsarts centraal en niet de arts van het ziekenfonds

De cijfers blijven onthutsend: 575.000 langdurig zieken, ambtenaren niet meegerekend. Meer dan een kwart van die langdurig zieken zit onterecht in dat systeem. Dat blijkt opnieuw uit een controle van de dossiers zoals die door de ziekenfondsen zijn behandeld. We geven als samenleving elk jaar meer dan 14 miljard euro uit aan uitkeringen voor ziekte, waarvan dus een aanzienlijk deel gewoon geen recht heeft op die uitkering. Werkgevers betalen de rekening. Deze peperdure systeemfout moet opgelost worden.

We zijn zelfs Europees kampioen in ziekte-uitval op het werk. Toch zijn Belgen niet gevoeliger voor ziekte dan andere Europeanen. Ons systeem zelf is ziek en moet helemaal gereset worden.

De beste manier om het aantal langdurig zieken te laten dalen, is eenvoud. In plaats van een veelheid aan artsen zetten we de arbeidsarts centraal: dat is de enige arts die zowel de medische als werkgerelateerde aspecten in overweging kan nemen. De behandelend arts kent wel de zieke medewerker, maar niet de werkcontext. De adviserend arts van het ziekenfonds heeft al helemaal geen inzicht: het ziekenfonds kent noch het medisch dossier noch de werkcontext. Ze zorgen enkel voor extra complexiteit en verwarring.

Focus op het werk: welk werk kan iemand wél nog doen?

Aangepast werk bij dezelfde werkgever? Een nieuwe job elders? Of is een opleiding of een herscholing noodzakelijk? De arbeidsarts is het beste geplaatst om een antwoord te bieden op deze vragen, samen met de zieke medewerker die weer aan de slag wil. De arbeidsarts kent de arbeidsmarkt en heeft de ervaring om aangepast werk voor te stellen.

Het mobiliteitsbudget dreigt een administratieve tijger te worden

Vanaf 1 januari 2027 wordt het mobiliteitsbudget verplicht voor bedrijven met meer dan vijftig werknemers die al minstens 36 maanden één of meer bedrijfswagens aanbieden. Eén jaar later, op 1 januari 2028, wordt die verplichting verder uitgebreid naar ondernemingen vanaf 15 werknemers.

Met de zomer voor de deur rest er nog weinig tijd voor een concrete en werkbare invulling van het vernieuwde mobiliteitsbudget. Hoewel bedrijven zich volop voorbereiden, blijven nog heel wat operationele en technische vragen onbeantwoord. Ondernemingen willen vooruit, maar botsen op grote onzekerheid over de concrete toepassing van de wetgeving.

Uit een recente enquête van PwC blijkt dat het federale mobiliteitsbudget steeds meer ingeburgerd geraakt, maar ook door veel

bedrijven ervaren wordt als een administratieve nachtmerrie, die veel tijd en middelen vergt. Bovendien komt uit de enquête naar voren dat heel wat bedrijven bezorgd zijn over een gevoel van ongelijkheid onder werknemers, want niet iedereen komt in aanmerking voor dezelfde voordelen. De ene werknemer kan huisvestingskosten laten terugbetalen, de andere niet.

Salarisruilwagens vallen buiten het systeem, terwijl klassieke bedrijfswagens wel onder het toepassingsgebied vallen. De trend om thuiswerk terug te schroeven, zet de huidige aftrek van huisvestingskosten onder druk.

Het mobiliteitsbudget kan een krachtig instrument zijn om duurzame mobiliteit te stimuleren, maar dan moet het systeem wel werkbaar blijven voor ondernemingen én begrijpelijk zijn voor werknemers. Zonder vereenvoudiging dreigt een goed bedoeld instrument te verzanden in administratieve rompslomp. De keuze is duidelijk: ofwel maken we van het mobiliteitsbudget een toegankelijk en werkbaar instrument, ofwel dreigt het een complexe regeling te worden die zijn doel – verduurzaming van mobiliteit – voorbijschiet.

Talentcenter in Oost-Vlaanderen krijgt pop-up locaties in Oudenaarde, Maldegem, Aalst en Geraardsbergen

Met een gerichte investering van 1,9 miljoen euro per jaar versterkt Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir de Talentcenters. Ze wil daarmee vooral kwetsbare jongeren die vandaag moeilijker hun weg vinden extra ondersteunen in hun studiekeuze. Het aantal Talentcenters stijgt zo van 7 naar 20, dankzij de opening van 13 pop-up vestigingen.

De Talentcenters richten zich op leerlingen uit het 6e leerjaar en het 1e en 2e middelbaar en helpen hen om hun talenten en interesses beter in kaart te brengen. Door praktische en theoretische testen krijgen jongeren een duidelijk beeld van zichzelf én van studierichtingen die bij hen passen. Op Vlaams niveau groeit het bereik naar 35.000 leerlingen per jaar. Een nieuwe beheersovereenkomst tussen Voka en de Vlaamse Gemeenschap verzekert de toekomst van de Talentcenters bovendien tot 2030 en er komen ruimere openingstijden. Sinds de opstart door Voka in 2023 bezochten al 27.000 leerlingen uit 510 scholen een van de Talentcenters.

Ook in Oost-Vlaanderen betekent dit extra kansen voor jongeren om een doordachte studiekeuze te maken. Dankzij nieuwe pop-up locaties in Oudenaarde, Maldegem, Aalst en Geraardsbergen kunnen de komende jaren aanzienlijk meer leerlingen uit de regio gebruikmaken van deze begeleiding.

Ontvang lobbynieuws, heet van de naald via het Whatsapp-kanaal van belangenbehartiging

Na vijf jaar werken is de nieuwe Meulestedebrug sinds eind vorig jaar open voor het verkeer. Daarmee krijgt de Gentse havenregio een toekomstbestendige verbinding die beter gewapend is tegen de mobiliteitsdruk van vandaag én morgen. Tegelijk blijft de brug slechts één schakel in een bredere mobiliteitspuzzel die in de ruime regio nog lang niet gelegd is.

LOKAAL DOSSIER IN DE KIJKER:

Meulestedebrug klaar voor de toekomst, mobiliteitsuitdaging blijft

De Meulestedebrug is al decennialang een cruciale schakel tussen de oostelijke en westelijke zijde van de Gentse haven. Ze vormt de verbinding tussen de westelijke R4 in Evergem en de oostelijke ring in Oostakker en is daarmee een onmisbare ader voor woon-werkverkeer, logistieke stromen en havenactiviteiten.

Dat strategische belang stond nochtans niet in de sterren geschreven toen de oorspronkelijke basculebrug in 1955 werd geopend. De brug was toen vooral bedoeld voor lokaal verkeer in de arbeiderswijk Meulestede. Van structurele files of dagelijkse verkeersdruk was nauwelijks sprake. De eerste echte file op de Belgische snelwegen ontstond pas enkele jaren later, tijdens Expo 58, toen nog een curiositeit waarvoor mensen halt hielden om te kijken.

Vandaag ziet de realiteit er helemaal anders uit. Dagelijks kruisen talloze auto’s, vrachtwagens, pendelaars, fietsers

en havenverkeer een van de drukste toegangspoorten tot het havengebied. De oude brug kon die belasting almaar moeilijker aan.

Een infrastructuur op haar limieten

In haar laatste levensjaren werd de verouderde Meulestedebrug steeds vaker geteisterd door technische defecten en tijdelijke onderbrekingen. De zware aanvaring in oktober 2020 maakte pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar de infrastructuur geworden was. Noodherstellingen hielden de brug nog tijdelijk operationeel, maar een structurele oplossing drong zich op. Die kwam er begin 2022, toen de werken aan de nieuwe brug officieel van start gingen. Het project werd gerealiseerd in opdracht van De Vlaamse Waterweg nv, het Agentschap Wegen en Verkeer, Stad Gent en Farys. De uitvoering lag in handen van TM Artes Depret – Victor Buyck Steel Construction – Besix Unitec, samen met Willemen Infra en Vandezande/Vameco.

Meer capaciteit, meer zekerheid

Het resultaat is een brug die klaar moet zijn voor de mobiliteitsuitdagingen van de komende decennia. De nieuwe Meulestedebrug betekent op verschillende vlakken een stevige sprong vooruit. De brug is niet alleen breder, maar ook ontdubbeld. Daardoor blijft een oversteek mogelijk wanneer onderhoud, inspecties of technische problemen zich voordoen.

Daarnaast beschikt de brug over twee rijstroken per rijrichting en een extra afslagstrook richting Wiedauwkaai. Samen met de heraanleg van de aansluitende kruispunten moet dat op termijn zorgen voor een betere doorstroming van het verkeer.

Ook technisch behoort de nieuwe brug tot de meest moderne infrastructuurprojecten in Vlaanderen. De constructie bestaat uit drie delen: twee vaste brugdelen en een centraal beweegbaar gedeelte. Dat moderne basculesysteem creëert een vrije

doorvaart van twintig meter, zodat ook de scheepvaart vlot kan blijven functioneren.

Met haar totale lengte van 58 meter, waarvan ongeveer 25 meter beweegbaar, combineert de brug robuuste functionaliteit met hoogstaande ingenieurskunst. Het ontwerp met kokervormige hoofdliggers, I-vormige dwarsdragers en een zogenaamd orthotroop dek illustreert hoe infrastructuur vandaag tegelijk performant én duurzaam moet zijn.

Verkeersellende in de regio

Met de parallelle werken binnen o.a. het R4WO-project (de heraanleg van het Brico-kruispunt) en de ingrepen aan de Wiedauwkaai blijft de verkeershinder voor de regio aanzienlijk. De opeenstapeling van verschillende infrastructuurwerven zet de bereikbaarheid van de regio al geruime tijd onder druk, waardoor de bedrijven echt wel op het tandvlees zitten. Bedrijven geven aan dat het moeilijker is om mensen te rekruteren, omdat ze

afgeschrikt zijn door de mobiliteitsproblematieken in de buurt.

Via het samenwerkingsplatform Gent Op Weg probeert Voka, de verschillende overheden en partners de diverse werven beter op elkaar te laten afstemmen en hinderperiodes te coördineren. Vanuit Voka blijven we pleiten voor maximale afstemming tussen grote infrastructuurprojecten en een continue evaluatie van verkeersmaatregelen. Investeren in moderne infrastructuur is essentieel, maar even belangrijk is een doordachte coördinatie zodat bedrijven bereikbaar blijven en economische activiteiten kunnen doorgaan.

© De Vlaamse Waterweg nv
De nieuwe Meulestedebrug beschikt over twee rijstroken per rijrichting en een extra afslagstrook richting Wiedauwkaai.

E-3008

700 km rijplezier

0 g/km 17,1 - 18,1 kWh/100 km

Geef voorrang aan veiligheid.

PEUGEOT CARE SPECIALE GARANTIE tot 8 jaar of 160.000 km inbegrepen Een reguliere onderhoudsbeurt, zoals vermeld in het onderhoudsboekje,uitgevoerd in het deelnemende officiële Peugeot-netwerk, geeft u gratis een speciale garantie op de belangrijkste mechanische onderdelen. Deze is geldig tot de volgende reguliere onderhoudsbeurt, tot een maximum van 8 jaar (inclusief de 2 jaar standaard fabrieksgarantie) of 160.000 km (afhankelijk van welke limiet het eerst wordt bereikt met dien verstande dat de wettelijke garantie niet beperkt is tot deze voorwaarden) te rekenen vanaf de eerste registratie. Deze is niet van invloed op de commerciële fabrieksgarantie, die geldig is ongeacht waar de reguliere onderhoudsbeurt wordt uitgevoerd. Deze speciale garantie beperkt de rechten van de consument onder de wettelijke garantie niet. Voor inhoud, beperkingen en voorwaarden: zie algemene voorwaarden op peugeot.be.

China als lachende derde grootmacht

Nauwelijks enkele dagen nadat President Trump Beijing heeft verlaten, kwam President Poetin er over dezelfde rode loper binnengewandeld. Hiermee geeft Xi Jinping een duidelijk signaal aan de internationale gemeenschap: wij zijn de echte grootmacht die met iederéén praat, naar iederéén luistert en met iederéén zaken kan doen. Daarnaast lacht Xi nog om een andere reden in zijn vuistje: omdat zijn beide collega-leiders zich hopeloos hebben klemgereden in hun militaire avonturen, had hij duidelijk de bovenhand in de gesprekken, al zal Trump wel wat anders beweren.

Trump probeerde bij zijn terugkeer in de VS zijn zakelijke “wins” aan de bevolking te verkopen. De Amerikaanse pers beschreef deze economische winst voor de VS als “Beans and Boeings”. China gaat 200 vliegtuigen van Boeing kopen, de eerste aankoop van de veelgeplaagde Amerikaanse vliegtuigconstructeur sinds 2017. Dus dit is niet zonder betekenis. Verder verbond China zich ertoe voor 17bln US dollar per jaar aan Amerikaanse landbouwproducten te kopen in 2026,2027 en 2028. Tenslotte waren er nog wat vage beloftes om meer Amerikaanse olie te kopen, en om beter samen te werken inzake de aanvoer van zeldzame aardmetalen. Typisch voor Trump is het gebrek aan detail over uitvoeringstermijnen en al dan niet bindende termen dat veel van deze akkoorden vertonen. Tenslotte kwamen China en de VS overeen om overlegorganen voor handel en investeringen (Board of Trade and Board of Investments) op te richten. Trump gaat daarmee dezelfde weg op als met zijn fameuze “Board of Peace”: bilaterale organen onder zijn controle die de in zijn ogen falende multilaterale organen (de Verenigde naties en de WTO) moeten vervangen. Maar net als de nagelnieuwe Board of Peace er niet is in geslaagd een conflict in het Midden Oosten te voorkomen, ziet niemand goed in waarom een bilateraal overlegorgaan de vele handelsgeschillen tussen de VS en China kan oplossen gegeven de animositeit in de handelsrelaties tussen beide landen.

Voor de Chinezen zijn er weinig tot geen nadelen aan al deze maatregelen verbonden. Integendeel, met typisch Oosterse zin voor het vermijden van gezichtsverlies voor hun gast, gunnen ze Trump graag wat flitsende aankondigingen voor zijn thuispubliek als hem dat gelukkig maakt. Dat geldt evenzeer voor de meer strategische aankondigingen. China ging volmondig akkoord met de Amerikaanse standpunten dat Iran geen kernwapens mag bezitten en dat de straat van Hormuz dringend open moet, standpunten die overigens ook geheel in het Chinese belang zijn. Ook dit is een lege doos met een grote strik, die Trump binnenlands kan uitpakken. Maar hier kwam wel de werkelijke Chinese eis op tafel: de toekomst van Taiwan. Xi heeft heel duidelijk gemaakt dat de Amerikanen zich hier afzijdig moeten houden. En hoewel buitenlandminister Rubio na de top dapper bleef volhouden dat de Amerikaanse houding inzake Taiwan ongewijzigd bleef, werd hij hier het gras onder de voeten weggemaaid door Trump. In zijn eerste grote interview na de top stelde de President dat hij weinig zin heeft om 9.500 mijl verder te trekken om een oorlog met China uit te vechten.

Daarmee heeft Xi wat hij echt wilde: een verdere aantasting van de Amerikaanse bereidheid Taiwan militair te steunen, mocht het tot een open conflict met China komen. Dat andere varkentje dat hij nog te wassen had, de kwetsbare Chinese

energiebevoorrading, regelt hij wel even met Poetin. Nu de Russische economie na 4 jaar oorlog zowat op zijn tandvlees zit, is het duidelijk dat Rusland helemaal geen evenwaardige partner is in de “strategische alliantie” tussen beide landen, maar dat het verzwakte land helemaal afhankelijk is van blijvende Chinese economische en diplomatieke steun. Om het op zijn Trump’s te zeggen: het is duidelijke dat China de beste kaarten heeft in het geopolitieke machtsspel. Xi kan het zich permitteren het spel op lange termijn te spelen, terwijl zijn tegenstanders onder toenemende tijdsdruk staan nu ze domestiek erg verzwakt zijn door een steeds luider morrende bevolking. Daarmee is China de lachende derde geworden in het geopolitieke spel.

CONTACTEER ONS

BART MORTIER | DIRECTEUR OOST- EN WEST-VLAANDEREN

CapitalatWork NV

Soenenspark 58/101 | 9051 Gent 09 321 73 40

www.capitalatwork.com

De roep om medewerkers terug naar kantoor te halen, klinkt opnieuw luider. Intussen ‘verhaart’ de werkvloer naarstig verder tot een aaibare biotoop voor samenwerking, ontmoeting en ontspanning. Kantoorhond Staf neemt ons mee op een ommetje door de wandelgangen en schudt kwistig observaties uit zijn vacht.

OVER DE PARALLELLEN TUSSEN TROUWE

VIERVOETERS EN HUN TWEEBENIGE COLLEGA’S

Ben jij een erfbewaker of een pootjesgever?

Wie al eens rondsnuffelt op een moderne werkvloer, krabt zich vroeg of laat achter de gespitste oren: de kantoortuin heeft vandaag steeds vaker iets weg van een losloopgebied. Een hondenveldje, zeg maar. Want in moderne organisaties moet iedereen tegenwoordig zelfstandig zijn, ondernemend, wendbaar en proactief ook. Kortom: loslopen.

En neen, dan hebben we het niet over de occasionele troetelpoedel die - piekfijn getrimd - op ‘Take Your Dog to Work Day’ voor één dag mee de wandelgangen mag verkennen, tot vermaak van de ene en lichte paniek van de andere. Noch over de office dog die de kwispelende bedrijfscultuur moet belichamen die zijn baasje, geheel volgens kynologische voorschriften, op poten probeert te zetten.Maar wel over de parallellen die meer dan eens te trekken zijn tussen (het losloopgedrag van) onze tweebenige collega’s en trouwe viervoeters.

Wie dat beter ziet én ruikt dan wie ook, is Staf.

Staf is een rottie, kort voor rottweiler, met een lange staat van dienst. Een krachtige, zelfverzekerde en aanhankelijke kantoorhond, zorgvuldig geselecteerd voor zijn talent om instinctief ruimtes én mensen te lezen. Een brave lobbes, breed van borst en zacht van inborst.

Zijn naam is logischerwijs geen afkorting van Stafford, wel een knipoog naar ‘staff’ in de betekenis van ondersteunend personeel. Al vindt Staf zelf dat hij eerder tot het leidinggevend kader behoort. Staf heeft geen ronkende titel, geen LinkedInprofiel en geen mening over de nieuwe organisatiestructuur. Wel heeft hij vaste uitkijkposten: onder een flexdesk, bij de koffiehoek of in de buurt van de receptie. Plekken waar veel valt te horen, ruiken en voelen.

Nog vóór het eerste Teams-berichtje binnenloopt, weet Staf wie vandaag de alfahond uithangt, wie met puppyogen goedkeuring zoekt en wie weer zenuwachtig rondjes draait.

Zet mensen samen in een landschapskantoor en je ziet meteen wie enkel functioneert met duidelijke commando’s, wie achter elke prikkel aan rent, wie graag tegen de baas aanleunt en wie al eens de lip optrekt naar soortgenoten.

Staf bestudeert geen werkinstructies of organigrammen. Hij leest houdingen en geuren. En precies daarom doorziet hij de moderne werkvloer soms beter dan de tweebenige loslopers zelf.

Wie bakent zijn territorium af? Wie rolt net iets te makkelijk op de rug? Wie beperkt zijn tussenkomsten tot goed- of afkeurend gegrom? En wie begint pas te bewegen wanneer de baas roept?

Na een paar jaar onder ontvangstbalies, stabureaus en vergadertafels weet hij: elke kantoortuin heeft zijn eigen roedelorde. En in die roedel lopen enkele opvallend herkenbare types rond (waar HR vast een vette kluif aan heeft).

Staf gaf ze alvast elke een eigen hondenpenning.

DE BRAVE LOEBAS

Loyale metgezel, rasecht gezelschapsdier en allemansvriend. Door zijn hoge aaibaarheidsfactor ligt hij goed in de roedel. Aanwezig zonder alle ruimte in te nemen. En ruim te genieten wegens zijn innemendheid. Zolang niemand vergeet dat ook een loebas af en toe gevoederd wil worden.

7 herkenbare types uit de kantoorroedel

DE DOSSIERKLUIVER

Heeft werkdrift en vakkennis te over. Bijt zich vast in elk project en graaft dapper verder waar anderen afhaken, zelfs zonder goede gronden. Vraagt een duidelijke briefing om zijn tomeloze energie niet op de verkeerde kluif bot te vieren.

HET UITGELATEN TYPE

Een vrolijke stuiterbal die joviaal, ongeremd en onvermoeibaar achter elk nieuw idee aanholt alsof iemand zijn favoriete speeltje heeft gegooid. Brengt positiviteit, energie en speelsheid in de groep, ook bij wie nog wat onzeker aan de lijn loopt. Verwart beweging soms met vooruitgang.

DE ERFBEWAKER

Kent het terrein en weet als geen ander welke gaten in de omheining al eerder voor gedoe zorgden. Een tikje hokvast ook. Waakt plichtsbewust over afspraken, grenzen en ongeschreven regels, maar laat niet iedereen zomaar het erf op.

DE STAARTHAPPER

Pikt elke prikkel op en jaagt de hele dag losse eindjes achterna. Tot hij, uit spanning, verveling of opwinding, uiteindelijk in zijn eigen staart bijt. Kan onrust brengen, maar voelt vaak ook als eerste dat er iets in de roedel niet klopt. Heeft eerder kalmte, richting en een veilige mand nodig dan correctie.

Stafs kaart van de werkvloer

DE POOTJESGEVER

Vleit, likt en loopt keurig aan de lijn. Kennelijk als teken van respect, volgzaam- heid of goede manieren, al naargelang de situatie of onderlinge band. Zoekt met een dienstbaar pootje nadrukkelijk bevestiging bij de roedelleider.

Weet ook precies in welke hand de zitten.koekjes

Uiteraard zijn de meeste mensen geen zuivere types. Staf heeft een fijne neus voor gedrag, maar geen korrel wetenschappelijke pretentie. Hij ziet vooral kruisingen en momentopnames: wat opgefokt tegen de deadline, wat uitgelaten zodra iemand het hek openzet en wat frank en vrij op vrijdag.

De moderne werkvloer is dan ook geen strak afgerichte kennel, maar een losloopweide met wifi en badges. Met ruimte om vrij te bewegen en vertrouwen om initiatief te nemen. Officieel werken we samen in teams, projecten en goedgevulde agenda’s. Officieus zie je ook roedelgedrag: snuffelen, aftasten, volgen, leiden, grommen en af en toe strategisch pootjes geven.

Professioneel gedrag gaat niet over hoe mooi we aan de leiband lopen wanneer iedereen kijkt, maar over hoe sociaal en ondernemend we blijven zodra we vrij door het werkveld trippelen. Tussen mand en meeting. En liefst zonder bijtincidenten.

In organisaties noemen we dat persoonlijkheid, leiderschapsstijl of teamdynamiek. Staf noemt het gewoon: de aard van het beestje.

DE AAIBARE ALFA

Natuurlijke leider met diepe bas en een beetje showbeest. Graag gezien om zijn instinct en doortastend optreden. Doet charmant mee met de roedel, zolang zijn plek wordt erkend. Ruikt kansen en gevaar sneller dan de rest. Durft al eens te markeren of collega’s iets te gretig in de nek te hijgen.

Benieuwd welke types Staf nog in de wandelgangen spot?

Ontdek de hele roedel online, inclusief de underdog en de vagebond.

ondernemers & co

CERTIFISC –ACCOUNTANTS

& FISCALISTEN

Relance-uren: van tijdelijke maatregel

naar permanente regeling vanaf 1 april 2026

De wet van 30 april 2026 hervormt het systeem van vrijwillige overuren grondig. Waar vandaag nog twee afzonderlijke regelingen bestonden – de klassieke vrijwillige overuren en de relanceuren – wordt vanaf 1 april 2026 één uniform kader ingevoerd.

Dit nieuwe systeem moet eenvoudiger, flexibeler en aantrekkelijker worden, zowel voor werkgevers als werknemers. In de praktijk betekent dit dat werknemers voortaan tot 360 vrijwillige overuren per jaar zullen kunnen presteren (of 450 uur in de horecasector mits geregistreerd kassasysteem), zonder dat hiervoor een specifieke reden vereist is en zonder verplichting tot inhaalrust.

De huidige regeling

Momenteel kunnen werknemers maximaal 120 vrijwillige overuren zonder overloon per kalenderjaar presteren. Wanneer ook gebruik wordt gemaakt van relance-uren, wordt dit maximum verlaagd tot 100 uur. Deze overuren vereisen geen voorafgaande goedkeuring van vakbonden of inspectiediensten, wat de regeling administratief eenvoudig maakt. Wel moet er steeds een schriftelijk akkoord worden afgesloten tussen werkgever en werknemer, dat zes maanden geldig is en hernieuwbaar blijft.

Voor deze gewone vrijwillige overuren geldt een overloontoeslag van 50% op weekdagen en 100% op zon- en feestdagen. Een belangrijk voordeel is dat er geen verplichte inhaalrust tegenover staat. Bovendien genieten zowel werkgevers als werknemers een fiscaal gunstregime voor de eerste 180 overuren per jaar.

Daarnaast bestaan er nog de relance-uren, ingevoerd als tijdelijke crisismaatregel en geldig tot en met 31 maart 2026. Werknemers kunnen hiervan tot 120 uur presteren. Deze uren zijn bijzonder voordelig: er is geen overloontoeslag verschuldigd, noch sociale zekerheidsbijdragen of bedrijfsvoorheffing, zolang er geen toeslag wordt toegekend. Ook hier is een voorafgaand schriftelijk akkoord vereist, en blijven de algemene arbeidsduurgrenzen van toepassing.

De nieuwe regeling vanaf 2026

Vanaf 1 april 2026 worden beide systemen samengevoegd tot één uniforme regeling met een jaarlijks maximum van 360 vrijwillige overuren. Dit totaal wordt opgesplitst in twee categorieën.

Enerzijds is er een voordelige schijf van 240 uur (360 in de horeca zonder overloon), waarvoor geen overloontoeslag verschuldigd is en die volledig vrijgesteld is van sociale bijdragen en belastingen, zodat het brutobedrag gelijk is aan het nettoloon.

Anderzijds blijft er een klassieke schijf van 120 uur met overwerktoeslag bestaan, waarop de gebruikelijke toeslagen en bijdragen van toepassing zijn, maar die nog steeds fiscaal gunstig kan worden behandeld.

Belangrijkste wijzigingen

Het verplichte schriftelijke akkoord blijft bestaan, maar wordt soepeler: de geldigheid wordt verlengd tot één jaar en kan stilzwijgend worden hernieuwd. De huidige grenzen inzake arbeidsduur –zoals maximaal 11 uur per dag en 50 uur per week – blijven ongewijzigd behouden.

De regeling richt zich voornamelijk op voltijdse werknemers. Deeltijdse werknemers kunnen enkel nog vrijwillige overuren presteren indien zij minstens drie jaar bij dezelfde werkgever werken én er sprake is van een tijdelijke toename van werk.

Overgang naar het nieuwe systeem

Voor 2026 geldt een overgangsregeling: overuren die al in het eerste kwartaal werden gepresteerd, worden meegeteld binnen het nieuwe plafond van 360 uur.

Bestaande akkoorden die vóór 1 april 2026 zijn afgesloten, blijven geldig tot hun einddatum. Daarna moeten nieuwe overeenkomsten worden opgesteld volgens de nieuwe regels.

• Juridisch advies op maat

• Efficiënte geschillenoplossing

• Strategische begeleiding

vwww.cottyn.eu

1 Uitbreiding productiesite

Lotus Bakeries uit de startblokken

Midden mei heeft Jan Boone, ceo van Lotus Bakeries, met een symbolische spadesteek de bouw van een bijkomende productiehal op de site in Lembeke officieel in gang gestoken. Het nieuwe gebouw maakt een verdere uitbreiding van de Biscoff-productie in België mogelijk en ondersteunt de aanhoudende internationale groei van Biscoff. De uitbreiding van drie naar vier productiehallen zal de totale productiecapaciteit verhogen en de strategische rol van Lembeke binnen de groep verder versterken. De eerste productie op de nieuwe site wordt binnen twee jaar verwacht.

Tomato Masters Deinze

4

Renson Kruisem

Lotus Bakeries Lembeke

2 1 5

Wenite Gent

3

6

Leopold Hotel Oudenaarde alsico Ronse

4

VPK Group Erembodegem

2 Tomato Masters kweekt sterkere planten dankzij kleurrijke zonnepanelen

Vorig jaar werd het proefproject met de kleurrijke zonnepanelen opgestart door Tomato Masters in Deinze en de resultaten lijken veelbelovend. Boven de planten hangen kleine, kleurrijke panelen die het zonlicht filteren in kleurrijke tinten. Op die manier filteren de panelen niet alleen het juiste lichttype voor de tomaten, maar zijn het bovendien zonnepanelen die stroom opwekken voor de serre. Tom Vlaemynck, medezaakvoerder van Tomato Masters, ziet zo een dubbel resultaat dankzij de panelen: gezondere planten en een lagere stroomfactuur.

Ceo Jan Boone (3e van rechts) samen met leden van het uitvoerend comité van Lotus tijdens de eerste spadesteek van de nieuwe hal in Lembeke.

3 Wenite haalt

1,8 miljoen euro op Wenite heeft 1,8 miljoen euro opgehaald bij imec. istart en privé-investeerders om zijn positie als digitaal platform voor HR-dienstverleners verder uit te bouwen. Het bedrijf wil de investering gebruiken om zijn technologie te versterken en verdere Europese groei te realiseren. Wenite zet nu volledig in op commerciële opschaling en plant op korte termijn verder aan te werven.

5 alsico wint

Changemakers award alsico is door De Tijd en L’Echo erkend als Changemaker in de strijd tegen klimaatverandering. Tijdens de derde editie van de Changemakers Awards won het bedrijf de publieksprijs en behoort het tot de top 3 in de categorie van Established Companies. De Changemakers Awards brengen Belgische ondernemingen samen die vandaag een significant verschil maken in de transitie naar een klimaatneutrale en duurzame economie. Als een van de 30 genomineerden werd alsico bekroond voor zijn bijdrage aan circulaire innovatie in de textielindustrie. alsico produceert beschermings- en werkkledij en is al jaren aan de slag om polyester in zijn producten te recycleren.

4

Koninklijk bezoek bij Renson en VPK Group

Op 22 april bracht Koning Filip in het gezelschap van een 40-koppige delegatie Belgische bedrijfsleiders een bezoek aan Renson in Kruisem. Aanleiding was het tweedaags interregionaal koninklijk bezoek georganiseerd door Voka en zijn Waalse tegenhanger AKT. Bedoeling van dit initiatief is de economische samenwerking tussen het noorden en het zuiden van het land te versterken. In een context van een onzekere internationale conjunctuur, is dat meer dan ooit essentieel. Een hele eer ook voor ceo Paul Renson, om de deelnemers aan de missie te mogen ontvangen. De delegatie bezocht ook VPK Group in Erembodegem naast vijf andere bedrijven (Odoo, IBA, DEME Environnement, Sonaca en Barco).

6

Leopold Hotel Oudenaarde zet nieuwe stap

Het Leopold Hotel in Oudenaarde, deel van de PREM Group, heeft recent drie modulaire vergaderzalen voor meetings, evenementen, feesten en bijeenkomsten in gebruik genomen. De zalen zijn aan de achterkant van het hotel aangebouwd en zijn uitgerust met moderne audiovisuele faciliteiten. Ook de lobby is verbouwd en een volledig nieuw terras is aangelegd. Daarnaast lanceerde het ook een nieuw culinair concept.

Burgemeester John Adam en schepen Natascha De Meulemeester knippen samen met coo PREM Group Bouke Koppert het lint door.
Ceo Paul Renson was vereerd met het bezoek van Koning Filip.
Het team van Wenite zal op korte termijn nog uitgebreid worden.
Het team van alsico ontvangt de award

Duurzaam ondernemen

is een zaak van ons allemaal.

De toekomst van je bedrijf begint vandaag. Of je nu kiest voor elektrische wagens of zonnepanelen op schaal, wij gaan samen met jou de uitdaging aan.

Compliance leeft in veel kmo’s nog in documenten, spreadsheets en losse acties. Normnest wil dat omkeren. Met Trust OS schuift het Belgische cybersecurity- en compliancebedrijf op van een versnipperde opvolging naar een werkbaar systeem dat risico’s, taken en bewijsvoering samenbrengt. Zo wordt compliance een structureel onderdeel van de dagelijkse werking.

Trust OS brengt structuur in risico, actie en bewijs

Normnest zet nieuwe standaard voor digitale verplichtingen

Normnest, het Belgische cybersecurity- en compliancebedrijf, heeft Trust Operating System (Trust OS) ontwikkeld vanuit een eenvoudige maar radicale gedachte: compliance mag geen rapport zijn, maar wel een systeem dat de bedrijfsvoering ondersteunt. “In veel organisaties zitten risicoanalyses, beleidsregels en opvolgpunten uit audits verspreid over aparte tools en bestanden”, zegt COO Jeroen Van Langenhove. “Er is vaak wel informatie, maar te weinig samenhang, opvolging en eigenaarschap.”

Van theoretisch naar operationeel

Waar traditionele compliance-tools

documentatie, richt Trust OS zich op de dagelijkse realiteit van een organisatie. Het platform brengt inschattingen, opvolging en onderbouwing samen in één omgeving. “We zetten niet alleen risico’s op papier, we koppelen er ook acties aan. Zo kun je als organisatie tonen waar je staat en wat nog moet gebeuren.”

In de praktijk betekent dit dat een organisatie niet langer werkt met eindeloze lijsten van mogelijke kwetsbaarheden, maar met concrete risicoscenario’s, meetbare impact en herstelacties die vertaald worden naar opvolgbare taken in het platform. “Trust OS maakt de stap

van risicobeheer op papier naar concrete veiligheidsverbetering.”

Concreet, opvolgbaar en strategisch bruikbaar

Volgens Normnest is dat net relevant voor bedrijven die onder druk staan van normen, klantenvragen en regelgeving, maar geen baat hebben bij logge trajecten die losstaan van de business. “Trust OS bundelt workshops, risico-inschatting, opvolging en rapportering in één praktisch geheel. Compliance loopt zo niet naast de organisatie, maar geeft mee richting aan dagelijkse beslissingen en prioriteiten. Voor bedrijven die snel duidelijkheid moeten kunnen geven, maakt dat een tastbaar verschil.”

Trust OS is van bij de opbouw ontworpen voor de realiteit van kmo’s, technologiebedrijven en dienstverleners in sectoren met strenge regelgeving. “Wie vandaag met klanten, auditors of opdrachtgevers werkt, moet snel kunnen aantonen waar risico’s zitten, welke acties lopen en wat al is afgedekt. Trust OS maakt die onderbouw zichtbaar en werkbaar.”

NORMNEST

Aalterseweg 80 | 9910 Aalter normnest.eu

Ceo Marco Berkheij, bestuurder Jeroen De Block en coo Jeroen van Langenhove.

Als Vlaanderen in 2040 nog een sterke economie wil, moeten we ophouden met nostalgisch te kijken naar de paarse percelen op het gewestplan van de jaren zeventig. De nieuwe kaart tekenen we niet door meer open ruimte paars te kleuren, maar door de bestaande paarse ruimte opnieuw uit te vinden. Dat is volgens Bart Wallays, algemeen directeur van SOLVA, een opdracht voor Vlaanderen, lokale besturen, publieke ontwikkelaars én ondernemers.

Het bedrijventerrein is dood, lang leve het bedrijventerrein!

TEKST BART WALLAYS

Wie vandaag over het bedrijventerrein van de toekomst spreekt, moet beginnen met een ongemakkelijke vaststelling: de toekomst ligt er al. In de jaren zeventig kleurden we op de gewestplannen de economische ruimte van Vlaanderen paars. Die kaart gaf bedrijven kansen, jobs en welvaart. Maar vandaag is het klassieke bedrijventerrein op. Nieuwe greenfields zijn schaars, maatschappelijk moeilijk verdedigbaar en ruimtelijk vaak niet langer wenselijk.

Dat betekent niet dat Vlaanderen moet stoppen met ruimte maken voor economie. Integendeel. Het echte debat is niet hoeveel extra open ruimte we nog willen aansnijden, maar hoe we de bestaande economische ruimte slimmer, intensiever en toekomstgerichter inzetten. De vraag is niet of er in 2040 nog bedrijventerreinen zullen zijn. De vraag is of we ze durven heruitvinden.

Het bedrijventerrein van de toekomst wordt compacter. We zullen moeten verdichten, verhogen, functies stapelen en infrastructuur delen. Waarom zou elk bedrijf afzonderlijk parkeerplaatsen, laadpunten of energievoorziening organiseren? Waarom zouden daken onbenut blijven als ze energie kunnen produceren, water bufferen of extra bedrijfsruimte dragen? De winst zit in slimmer organiseren.

Maar verdichting mag geen versnippering worden. De groei van kleine kmo-units beantwoordt aan een reële marktvraag en geeft ondernemers een opstap. Tegelijk worden grotere percelen vaak opgeknipt. Daardoor verdwijnt de schuifruimte die groeiende maakbedrijven of innovatieve industrie nodig hebben. Vlaanderen moet tegelijk verdichten én ruimte behouden voor ondernemingen die één, vijf of tien hectare nodig hebben. Wie alle grote kavels vandaag verkavelt, hypothekeert de groeikansen van morgen en duwt onze groeibedrijven naar terreinen buiten Vlaanderen.

We moeten ook scherper kijken naar de vraag welk bedrijf waar thuishoort. Naast de gekende industrie zijn er assemblagebedrijven, labo’s, installateurs, circulaire spelers, bouwbedrijven en dienstverleners met een ruimtevraag die niet in de klassieke tweedeling van bedrijventerrein of kantoor passen. Ze zitten tussen fabriek en kantoor, tussen productie en kennis, tussen logistiek en dienstverlening.

Dat vraagt een nieuw locatiebeleid. Niet elk bedrijf moet op een bedrijventerrein zitten; sommige activiteiten kunnen verweven worden met woonkernen of gemengde zones. Andere activiteiten moeten beschermd worden tegen verdringing, omdat ze hindergevoelig zijn, veel ruimte vragen of afhankelijk zijn van water, spoor of hoofdwegen. Het bedrijventerrein van de toekomst is dus geen model, maar een systeem van plekken: stedelijk en gemengd, robuust en productief, watergebonden, circulair of logistiek strategisch. Het juiste bedrijf op de juiste plaats wordt geen slogan, maar een economische noodzaak.

Ook eigenaarschap moet mee evolueren. In het verleden verkochten we grond te vaak alsof ruimte een eindige transactie was: perceel verkocht, dossier afgerond en de ondernemer maakt op het eind van zijn carrière de keuze: het bedrijf verkopen, het pand verhuren of een vergunningsaanvraag voor opsplitsing in kmo-units. In de toekomst moeten we bedrijfsruimte beschouwen als een strategische voorraad die actief beheerd wordt. Erfpacht, concessies, terugkooprecht, bedrijfsverzamelgebouwen en gedeelde infrastructuur worden belangrijker, omdat schaarse economische ruimte te kostbaar is om ze voorgoed uit handen te geven zonder voorwaarden rond gebruik en toekomstwaarde. Een bedrijfsruimte moet steeds meer een middel worden om een doel te bereiken: ondernemen. Het eigenaarschap van een pand is dan slechts één van de varianten om succesvol ondernemen mogelijk te maken.

Bedrijventerreinen moeten ook kunnen meegroeien met bedrijven. Een starter heeft misschien 300 vierkante meter nodig, een scale-up 3.000, een volwassen maakbedrijf 30.000. Vandaag betekent groei vaak verhuizen, zoeken, wachten en soms Vlaanderen verlaten. Waarom geen groeipaden via modulaire gebouwen, gedeelde magazijnen of tijdelijke uitbreidingsruimte? Schuifruimte is even belangrijk als startersruimte.

De energietransitie maakt die opdracht dringender. Bedrijventerreinen zijn knooppunten van energie, water, mobiliteit en materialen. De terreinen van morgen delen warmte, wekken stroom op, bufferen water en organiseren collectieve laadinfra. Zo worden bedrijventerreinen economische ecosystemen.

De overheid heeft daarin een cruciale rol. Vlaanderen, provincies, intercommunales en lokale besturen moeten niet passief wachten tot de markt de puzzel legt. Ze moeten richting geven, versnippering tegengaan, herontwikkeling mogelijk maken en investeren waar de markt het alleen niet doet. ‘Vernieuwbouw’ van bedrijfsvastgoed wordt de nieuwe greenfield. Dat vergt snellere procedures, sterkere instrumenten en financiering voor ruimtewinst.

Ook ondernemers zullen ruimte anders moeten bekijken: als een productiefactor waarmee we zorgvuldiger omgaan. Wie wil groeien, zal moeten nadenken over gedeelde voorzieningen, meerlagig bouwen, energie-uitwisseling en samenwerking met buren. Dat is geen beperking van ondernemerschap. Het is de volgende fase ervan.

De bedrijventerreinen van de toekomst liggen er al. Nu moeten we ze toekomst geven.

HefX ondersteunt kmo’s bij de optimalisatie van hun interne logistiek, met focus op 100% elektrische hefoplossingen. Jan Schauvliege en Sofie Moreel vertrekken daarbij niet vanuit toestellen, maar vanuit de concrete werking van het bedrijf. Elektrificatie zien zij als een logische stap voor ondernemingen die willen inzetten op efficiëntie en een lagere total cost of ownership

Waarom elektrische heftrucks vandaag de logische keuze zijn

Jan Schauvliege is al actief in de heftruckwereld sinds 1988. “Ik ben met HefX gestart omdat ik merkte dat veel ondernemingen met de verkeerde machines werken. Ik profileer me nu als externe warehousemanager. Ik blijf me continu bijscholen via beurzen en bedrijfsbezoeken en ken onze oplossingen zowel technisch als in hun praktische inzet.” Ook echtgenote Sofie Moreel brengt ruime logistieke ervaring mee. Binnen HefX staat zij in voor administratie, planning en opvolging.

Wanneer Jan een potentiële klant bezoekt, richt hij zich in de eerste plaats op de werkvloer. Daar wordt snel duidelijk waar optimalisatie mogelijk is, welke machines ontbreken of net overbodig zijn en waar rendement verloren gaat. Bij complexere dossiers overlegt hij met zijn team en indien nodig stemt Jan

af met zijn leveranciers voor oplossingen op maat.

Nog veel winst te boeken

In veel magazijnen en productieomgevingen is aanzienlijke efficiëntiewinst mogelijk. Jan merkt het snel: inefficiënte flows, dubbele handelingen, beperkte benutting van de ruimte of machines die niet afgestemd zijn op de toepassing. “In logistiek telt elke beweging”, zegt hij. “Van laden en lossen tot stapelen en manoeuvreren: je machines moeten optimaal presteren. Daarom vertrekken we steeds vanuit de concrete werking van het bedrijf. Op basis daarvan adviseren we het juiste type machine, van heftrucks, en reachtrucks, palletwagens, zijladers, tot heftafels, stapelaars, orderpickers en hoogwerkers –en zelfs cobots.”

Enkel elektrisch

HefX kiest resoluut voor elektrische oplossingen. “Elektrische heftrucks zijn krachtig, rijden soepeler en zorgen voor minder slijtage en schade. Bovendien heb je geen uitstoot en minder geluid.” En ook financieel klopt het plaatje: “Elektrische heftrucks zijn intussen goedkoper in aankoop dan diesel en scoren beter in total cost of ownership.

Bij een recente case bespaarde een klant 32.000 euro in vijf jaar door te kiezen voor elektrische heftrucks in plaats van dieselvarianten. Bij elk dossier maken we die analyse.”

Lithium-ion

Een belangrijke rol daarin speelt de batterijtechnologie. “Lithium-ion gaan langer mee dan loodzuurbatterijen, leveren constante prestaties, vragen geen onderhoud en zijn veilig. Ook bijkomende verplichtingen zoals een ATEX-dossier vallen weg. De beperkingen van vroeger zijn volledig verdwenen.” Voor Jan is de richting duidelijk: “Elektrificatie is een logische stap, zowel op het vlak van efficiëntie als opvolging. Machines en batterijen zijn vandaag op afstand uitleesbaar. Via telematics kunnen we onderhoud beter plannen en stilstanden vermijden, wat uiteindelijk een grote verliespost is voor een bedrijf.”

De nieuwe Pro-reeks van EP met PMSmotoren is een opvallende technologische stap waar HefX bijzonder trots op is. De motoren verbruiken minder stroom dan klassieke wisselstroommotoren, zijn krachtiger en onderhoudsvriendelijker, en hebben een langere levensduur.

Chinese merken

Ook de perceptie rond Chinese merken wil Jan nuanceren. “Wij kiezen heel doelbewust voor partnerships met de merken EP en Zoomlion. Die Chinese fabrikanten lopen vandaag technologisch voorop.

Het zijn volwaardige A-merken geworden, tegen een toegankelijke kostprijs. Niet alleen de aankoopprijs ligt lager, ook onderdelen zijn goedkoper. Over de hele lijn is de total cost of ownership een pak lager dan veel traditionele merken. Het is geen evolutie, maar een revolutie. We zijn momenteel in onderhandeling om ook

Alleen maar voordelen ...

Elektrische heftrucks zijn krachtig, rijden soepeler en zorgen voor minder slijtage en schade.

bij de terminaltrekkers elektrificatie aan te bieden.”

Daarnaast zet het bedrijf sterk in op service en nabijheid. “Wij kennen onze klanten en hun kritische machines,

Krachtige prestaties met een vlotte en stabiele rijervaring

Preciezere bediening, met minder risico op schade aan goederen en infrastructuur

Minder geluid en geen lokale uitstoot zoals roetafzet

Beperkte onderhoudsbehoefte in vergelijking met dieseltoestellen

Minder slijtage van banden en mechanische onderdelen

Lager energieverbruik, ook tijdens stilstand

Gunstigere total cost of ownership

Lithium-ionbatterijen zorgen voor snelle laadbeurten, constante prestaties en een langere levensduur

Beschikbaar in een breed gamma aan toestellen, van 1.000 kilo tot 25 ton

waardoor we snel kunnen inschatten hoe dringend een interventie is”, zegt Jan. De servicemonteurs werken autonoom en kunnen snel schakelen, ondersteund door een efficiënte onderdelenlogistiek. Wat we voor 16 uur bestellen, is doorgaans de volgende dag beschikbaar. We doen altijd wat we beloven en werken met een langetermijnvisie. Ik ben trots op het feit dat we weinig klanten verliezen”, besluit hij.

HEFX: VERKOOP,LANGETERMIJNVERHUUR EN SERVICE

Baron Van Loolaan 6A | 9940 Evergem 09 330 88 46

HEFeffect@hefx.be | hefx.be

Een derde van de vergunningsaanvragen voor industrie en bedrijvigheid leidt niet tot een vergunning. Wie er toch een krijgt, heeft 10% kans op een beroepsprocedure. En als die bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen belandt, wordt 70% vernietigd. Het Actieprogramma Vergunningen van minister Brouns wil daar verandering in brengen. Robin Verbeke (Voka vzw) en Michiel Boodts (Embridge) leggen uit hoe.

VERGUNNINGEN ALS HEFBOOM VOOR WELVAART: WIE ZIET NOG ‘THE BIGGER PICTURE’?

“Iedereen staart zich blind op de boom, maar niemand kijkt nog naar het bos”
TEKST LAURENS FAGARD

Eind 2025 keurde de Vlaamse

Regering het Actieprogramma

Vergunningen goed, een ambitieus hervormingstraject dat voortvloeit uit het werk van een gemengde expertencommissie. Die commissie formuleerde 45 adviezen en 140 aanbevelingen, unaniem goedgekeurd door een breed samengestelde groep van juristen, lokale bestuurders, omgevingsexperten en zelfs de rechters van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State. Ook Michiel Boodts, geïnterviewde in het stuk dat volgt, zetelde in deze commissie. Minister Jo Brouns spreekt van een vergunningenrevolutie. Het programma wil de vergunningverlening sneller, robuuster en voorspelbaarder maken, voor ondernemers, maar ook voor wie wil bouwen of renoveren.

Dat is nodig. In 2025 werden slechts 42.287 bouwvergunningen toegekend,

het laagste niveau sinds 2002. Het aantal vergunningsaanvragen voor grotere industriële projecten zakte naar 457, bijna een vijfde onder het gemiddelde van de vijf jaar daarvoor. Intussen neemt het aantal beroepsprocedures toe. Voka Oost-Vlaanderen ijvert voor een snelle en integrale uitvoering van het programma. Op uitnodiging van de organisatie zakte minister Brouns af naar Aalst voor een dialoog met een honderdtal ondernemers, een bewust gekozen locatie want het dossier rond de Siesegemkouter (lees verderop, p. 66) zit er al meer dan 20 jaar vast in juridische procedures en illustreert de problematiek als geen ander.

De cijfers liegen er niet om. Waar zit het probleem?

Robin Verbeke: “Iedere vergunningsaanvraag is een investeringsbeslissing, of het nu gaat om een gevelisolatie bij een gezinswoning of een nieuwe fabriek.

Als het aantal aanvragen daalt naar een historisch dieptepunt, is dat de kanarie in de koolmijn én tekenend voor het economisch klimaat. Dat zijn de projecten die je over drie à vier jaar niet zal hebben. Nochtans dragen veel van de projecten actief bij aan verschillende doelstellingen, gaande van mobiliteit, biodiversiteit en de industriële transitie. Het probleem ligt vooral bij de voorspelbaarheid en rechtszekerheid.”

Michiel Boodts: “Een veelgehoorde misvatting is dat Vlaamse vergunningsprocedures te lang duren. De procedure in eerste aanleg is op zich één van de kortste in Europa. In het voortraject neemt bijvoorbeeld de opmaak van een milieueffectenrapport vaak veel tijd in beslag, onder meer omdat regelgeving of beoordelingskaders tijdens het proces wijzigen. Daardoor moet soms opnieuw worden gestart.

Maar ook het natraject zorgt voor grote vertragin gen: beroepsprocedu res, procedures bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en opeenvolgende beroepsrondes waarbij telkens nieuwe middelen worden opgeworpen. Zo ontstaat soms een carrousel van procedures, waardoor dossiers jarenlang blijven aanslepen.”

Michiel, jij zat mee in de gemengde expertencommissie. Wat zijn voor jou de belangrijkste aanbevelingen?

Michiel: “De grote sterkte van het advies van de expertencommissie is dat het unaniem is goedgekeurd door alle leden: juristen, vertegenwoordigers van de administratie, milieu-experten, vertegenwoordigers van de administratieve rechtscolleges en afgevaardigden van gemeenten en provincies. Dat brede draagvlak is belangrijk, omdat het aantoont dat dit geen eenzijdig ondernemersstandpunt is, maar een gezamenlijk voorstel om de vergunningsprocedure robuuster en voorspelbaarder te maken. Belangrijk in het advies is dat elke actor in de procedure op zijn verantwoordelijkheid wordt gewezen: de aanvrager, de adviesinstanties, de vergunningverlenende overheid, het betrokken publiek én de rechtscolleges. Alles begint bijvoorbeeld bij een kwalitatief sterk dossier, hetgeen de verantwoordelijkheid is van

de aanvrager. Tegelijk vragen we aan het betrokken publiek om bezwaren en opmerkingen zo vroeg mogelijk in de procedure naar voren te brengen, zodat daar nog zinvol kan worden op ingespeeld.”

Robin: “De attentieplicht is voor mij ook cruciaal. Wie zijn bezwaren niet indient tijdens het openbaar onderzoek en ze pas opwerpt bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, dwingt die Raad om met het zwaarste wapen te schieten, namelijk de volledige vernietiging van de vergunning. Terwijl datzelfde bezwaar in een vroeger stadium misschien gewoon opgelost had kunnen worden met een extra boom of een geluidsscherm. Wie dat spel bewust speelt, handelt te kwader trouw.”

Die attentieplicht klinkt logisch, maar neem je dan het recht op beroep niet af?

Michiel: “Het Grondwettelijk Hof heeft eerder geoordeeld dat je beroepsrecht niet zomaar kunt ontzeggen aan iemand die tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaar heeft ingediend. De reden is logisch: tijdens dat onderzoek weet

je nog niet hoe de overheid het dossier inhoudelijk heeft beoordeeld en in welke richting de uiteindelijke beslissing zal gaan. Daarom stelt de expertencommissie voor om in tweede aanleg (administratief beroep) de ontwerpbeslissing ook in het openbaar onderzoek te leggen. Zo krijgen betrokkenen zicht op de manier waarop de overheid de aanvraag beoordeelt en kunnen zij, indien nodig, gericht reageren. Wie op dat moment nog steeds geen bezwaren of opmerkingen formuleert, terwijl alle relevante informatie beschikbaar is, zou in principe ook geen beroep meer moeten kunnen instellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Dat creëert een eerlijker evenwicht tussen inspraak en rechtszekerheid.”

Robin: “Een overheid die haar beslissing transparant kenbaar maakt, verdient ook een procedure die mensen dwingt om tijdig hun kaarten op tafel te leggen. Wie inspraak wil, moet zich consequent gedragen. Dat is deel van het samenspel tussen een vergunningsaanvrager, de verschillende overheden én het betrokken publiek.”

Ceo Embridge Michiel Boodts

De Vlaamse Regering wil de toegang tot de rechter beperken voor wie commerciële of strategische motieven heeft. Maar waar ligt die grens?

Michiel: “Dat is de moeilijkheid, en daarom is dit een van de meest delicate adviespunten. Maar je kan moeilijk ontkennen dat de situatie vandaag ronduit absurd is. Wie beroep indient, kan een dading afsluiten en daar financieel voordeel uit halen. Bedragen van enkele honderdduizenden euro’s zijn niet abnormaal. Dat maakte de Pano-reportage van vorig jaar zeer duidelijk. Het is een verdienmodel op zich geworden. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”

Robin: “De toegang tot de rechter moet bewaard blijven, dat staat ook in het advies. Maar dan wel een proportionele toegang tot de rechter. Een belang aantonen is door sommigen nu wel heel ruim opgevat. En vaak is het zelfs niet eens een persoonlijk nadeel. Vandaag volstaat het om te zeggen dat je af en toe langs een kruispunt fietst om een beroep in te dienen. Met als gevolg dat een project jarenlang kan geblokkeerd worden. Dat is disproportioneel.”

Het plan geeft een bijzondere bewijswaarde aan studies van erkende deskundigen. Waarom is dat zo belangrijk?

Robin: “Omdat het systeem nu toestaat dat een rechter een erkend deskundigenadvies naast zich neerlegt op basis van een tegenstrijdige opinie van een willekeurige buurtbewoner. Net terwijl die deskundigen juist zijn erkend omwille van hun wetenschappelijke en technische expertise. Ik heb als voormalig advocaat zelf dossiers gehad waarbij de enige discussie draaide rond de vraag of er genoeg was onderzocht, niet of er effectief een milieuprobleem was. Of er vijf vrachtwagens al dan niet waren meegeteld in de stikstofberekening. Dat heeft geen enkele relevantie voor de werkelijke impact op het milieu, maar het volstond voor een vernietiging.”

De kern in vijf punten

Het probleem zit niet in de vergunningsprocedure zelf. Die is in vergelijking met andere Europese landen vrij snel. Het is wat eraan voorafgaat en wat erna komt. Dit zijn vijf structurele knelpunten waar het actieprogramma iets aan wil doen.

1 Het voortraject duurt te lang en is te onzeker.

De opmaak van een omgevingsvergunningsaanvraag kan gerust enkele jaren in beslag nemen, terwijl de methodologieën en regelgeving ondertussen veranderen. Recht op vooroverleg met de overheden en een bijzondere bewijswaarde voor studiewerk zijn potentiële oplossingen.

2 Adviesinstanties spreken elkaar tegen.

Overheidsdiensten geven tegenstrijdige adviezen, wat vergunningverleners in een onmogelijke positie brengt. Het wegwerken van bindende adviezen en het versterken van geïntegreerde adviezen waarbij adviesinstanties een eensgezind standpunt innemen, zullen dit kunnen verhelpen.

3 Beroep indienen is te gemakkelijk en zonder gevolgen.

Wie geen bezwaar indiende tijdens het openbaar onderzoek, kan later toch beroep aantekenen. De attentieplicht wil dit tegengaan: wie zijn bezwaren niet vroeg op tafel legt, verliest zijn beroepsrecht.

4 Erkende deskundigen worden te gemakkelijk tegengesproken.

Een ecoloog die vaststelt dat er geen beschermde soorten zijn, kan worden overruled door een buurtbewoner die komt aandraven met cijfers van online waarnemingen. De bijzondere bewijswaarde voor het studiewerk van erkende deskundigen wil dit rechtzetten.

5 Vernietiging is te vaak de enige uitkomst.

Motiveringsgebreken die in één zin hersteld kunnen worden, leiden tot vernietiging en een nieuwe procedure. Andere instrumenten zoals bemiddeling of herstelbesluiten moeten vaker worden ingezet.

Michiel: “De Vlaamse overheid erkent deze deskundigen net omdat zij over specifieke expertise beschikken om complexe milieueffecten objectief te beoordelen. Hun rol is essentieel binnen de vergunningsprocedure. Als je die expertise vervolgens zonder degelijke inhoudelijke motivering zomaar naast je neerlegt, ondergraaf je het systeem zelf. Tegenargumenten moeten uiteraard mogelijk blijven, maar dan op basis van evenwaardige en onderbouwde argumenten. Anders creëer je vooral onzekerheid en eindeloze dicussies over de studie in plaats van over de werkelijke impact van een project.”

Tien jaar geleden klonken gelijkaardige beloftes om het vergunningenlandschap te veranderen. Wat is er fundamenteel anders aan dit actieprogramma?

Robin: “Zoals Michiel al aangaf werd het rapport unaniem goedgekeurd door verschillende partijen. Nu, de urgentie is dan ook voor iedereen voelbaar. De vergunningsaanvragen voor industrie en bedrijvigheid zitten op een historisch dieptepunt, nieuwbouwwoningen ook. Dat was tien jaar geleden wel anders. En ook al spreekt minister Brouns van een revolutie, het is eerder een evolutie. Je kunt niet alles afschaffen en opnieuw beginnen. Je moet verder bouwen op wat werkt en bijschaven wat niet werkt.”

Mensen worden er vanaf het begin meegenomen, waardoor er achteraf weinig beroepen zijn. Er heerst een vorm van burgerzin die wij missen.”

Robin: “Nederland wordt vaak als voorbeeld aangehaald, maar dat is niet altijd meer terecht. Zij kampen met netcongestie, een wooncrisis en een stikstofprobleem dat wij ook maar al te goed kennen. En in China krijgt men vergunningen op twee weken rond, maar milieubescherming staat daar niet hoog op de agenda. Vlaanderen heeft op zich al een aantal sterke fundamenten. De procedure in eerste aanleg behoort tot de kortste van Europa en biedt in wezen een degelijk kader.”

Is Vlaanderen alleen voldoende, of is er ook actie nodig op Europees niveau?

Robin: “Vlaanderen kan niet alles alleen oplossen. Europese richtlijnen zoals de habitatrichtlijn, de kaderrichtlijn water en de natuurherstelwet werden niet geschreven met het oog op een verstedelijkte regio als Vlaanderen. Je kunt ons niet vergelijken met uitgestrekte landen zoals Polen of Spanje. We moeten op Europees niveau vragen om pragmatische regelgeving met voldoende flexibiliteit voor regio’s. Het ambitieniveau moet zeker niet lager, maar er moet maatwerk mogelijk zijn. Ook op Europees niveau is er nood aan een brede vergunningshervorming, naar het voorbeeld van het werk dat Vlaanderen nu doet.”

Michiel: “De Europese Unie zou daarin ook consequenter mogen zijn. Op Europees niveau wordt sterk ingezet op strategische autonomie, industriële verankering en het versterken van onze concurrentiepositie tegenover de Verenigde Staten en China. Maar die ambities botsen op hun grenzen als noodzakelijke projecten lokaal jarenlang vastlopen in vergunningstrajecten. Je kunt moeilijk pleiten voor een sterkere Europese industrie en tegelijk toelaten dat investeringen in energie, infrastructuur of productie structureel

Adviseur Omgeving & Ruimtelijke Ordening bij Voka Robin Verbeke

worden vertraagd. Er is nood aan regelgeving die hoge milieubescherming combineert met een realistische uitvoerbaarheid op het terrein.”

Robin: “Tekenend is dat veel van de vernietigde projecten juist bijdragen aan heel wat doelstellingen. Denk hierbij aan een duurzaam industrieel elektrificatieproject, een nieuwe spoorontsluiting richting een havengebied of een waterstofleiding tussen de havens van Gent en Antwerpen. Stuk voor stuk projecten wiens vergunning is vernietigd. Dan denk ik wel dat de slinger doorslaat en er niet meer gekeken wordt naar the bigger picture. We staren ons blind op de boom en zien het bos

niet meer. Dat zal nochtans wel nodig zijn om onze welvaart te behouden én onze klimaatambities te halen.”

Stel dat we dit gesprek over vijf jaar opnieuw doen. Wat zou voor jullie het bewijs zijn dat het actieprogramma gewerkt heeft?

Robin: “Dat ik aan een ondernemer kan zeggen dat als hij dit traject volgt, hij weet waar hij uitkomt. Vandaag kan ik dat niet zeggen. Voorspelbaarheid en rechtszekerheid, daar gaat het over. Een kordate uitrol van het Actieprogramma Vergunningen is cruciaal. Het en-en-en-verhaal is hierbij van belang. Alle hervormingsvoorstellen hangen nauw aan elkaar. Het evenwicht

zit in het geheel. Als je enkel bepaalde onderdelen overneemt en andere weglaat, riskeer je dat de beoogde hervorming haar effect mist.”

Michiel: “Voor mij is de hervorming geslaagd wanneer een vergunninghouder er opnieuw op kan vertrouwen dat een verleende vergunning in principe ook uitvoerbaar is. De overheid moet zorgvuldig kunnen toetsen en desnoods weigeren. Maar eenmaal een vergunning op correcte wijze is verleend, vloeien daar rechten uit voort. Daar mag niet lichtzinnig mee worden omgegaan. Rechtszekerheid is essentieel voor elke investering.”

Communiceren over vergunningen?

Voorzichtigheid regeert!

Toen we individuele bedrijven benaderden om te getuigen over hun moeizaam vergunningentraject – van een uitbreiding op bestaand terrein over een nieuwe (hoog)bouw tot een verhuis naar een nagelnieuwe locatie – merkten we hoe voorzichtig ze reageerden. “Nee, we blijven liever uit de schijnwerpers, want het kan de lopende onderhandelingen ondermijnen.” “Ons project zit nog in een startfase, we houden ons liever gedeisd.” Of: “Na acht jaar zijn we eindelijk on speaking terms met de lokale overheden, dus liever niet.” Tot: “We

willen geen extra kwaad bloed zetten bij actiecomités, buren, etc.”

Het zegt veel over de angst voor nog meer stilstand en vertraging. Door de complexe bevoegdheidsverdeling in ons land. Door actiecomités die al te gemakkelijk beroepsprocedures opstarten.

Terwijl die bedrijven enkel vooruit willen én extra jobs creëren, zonder de (bouw) regels met de voeten te treden.

Net voor we ter perse gingen, liep nog een persbericht van EnergyVision

binnen. Dat wil honderden kleine waterkrachtcentrales uitrollen langs de Belgische rivieren, sluizen en dammen. Om er elektriciteit mee op te wekken.

Daarvoor heeft het bedrijf volgens ceo Maarten Michielssens geen subsidies nodig, maar wel een beleidskader en concessies voor microwaterkracht.

“Het Belgische vergunningen- en beleidskader is het grootste probleem om waterkracht breed uit te rollen, waardoor dergelijke projecten vooral in het buitenland gerealiseerd worden.”

Getuigenis Siesegemkouter

52 HECTARE AMBITIE,

20 JAAR SLOPENDE PROCEDURES

Waarom de Siesegemkouter blijft steken in vergunningenmoeras

TEKST LAURENS FAGARD

Het is een van de laatste grote greenfields in Vlaanderen. 52 hectare, perfect ontsloten en al in 2003 ingekleurd als industriegebied door de Vlaamse overheid. En toch ligt de Siesegemkouter in Aalst, die moet transformeren tot een Health & Care Valley, na meer dan twintig jaar later nog altijd braak. De gekende boosdoener? Jawel, vergunningen.

In 2003 besliste Vlaanderen dat de Siesegemkouter, een landbouwgebied tussen Aalst en Erpe-Mere, industriegebied zou worden. Wat volgde is een dossier dat al jarenlang aansleept en vrijwel elke pathologie van het Vlaamse vergunningensysteem in zich draagt. Vergunningen die worden vernietigd, procedures die telkens opnieuw beginnen, beroepen die jaar na jaar worden aangetekend door dezelfde partijen met hetzelfde doel.

“Ik begrijp dat je tegen beslissingen bezwaar moet kunnen aantekenen”, zegt Katrien Beulens, schepen kmo en industrie in Aalst, die het dossier opvolgt. “Maar dat je jaar na jaar blijft procederen om je initiële doel te behalen (de Siesegemkouter terug als landbouwgrond inkleuren, red.), dat vind ik maatschappelijk niet verantwoord.”

De maatschappelijke ambitie voor de site is er nochtans. Naast de 36 ha groenzone die ingericht wordt, wil Aalst op de andere 52 ha een Health & Care Valley ontwikkelen, een innovatief bedrijventerrein waar ondernemerschap, onderwijs, onderzoek en zorg samenkomen. Zo ondertekenden de stad Aalst, AZORG, UGent, VUB, PMV, POM, Cordeel Group, vzw Zorginnovatiehub Aalst en NV Siesegem Noord een intentieverklaring om samen te werken. “Voorlopig blijven die partners nog aan boord, maar er zijn er ook al uitgestapt helaas”, zegt Katrien. “Als je

geen timing kunt geven, haken mensen af. Bedrijven werken niet met een horizon van ‘misschien over tien jaar’.”

Mallemolen van procedures

De juridische geschiedenis van de Siesegemkouter leest als een thrillerverhaal met onverwachte plotwendingen. Eerder sneuvelde er al een vergunning en ook in oktober 2025 was dat het geval, toen minister Brouns wel akkoord ging, maar de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat niet deed op basis van twee specifieke redenen. Een geplande knip in de Blauwbergstraat om de buurt te ontlasten van verkeer uit het bedrijventerrein, moet al bij de aanvang van de eerste fase uitgevoerd worden, net als een structurerend groenelement dat onmiddellijk moet aangelegd worden.

“Dat zijn op zich voorwaarden die perfect uitvoerbaar zijn”, zegt Katrien. “Maar de vernietiging van de vergunning opent ook de deur voor nieuwe beroepen. Zelfs wanneer de Raad een vergunning vernietigt op basis van twee van de tien ingeroepen middelen, blijven de overige acht in de lucht zweven. Bij een volgende vergunning kunnen die opnieuw worden opgeworpen, terwijl de Raad beter meteen over alles een uitspraak doet. Nu kunnen ze theoretisch blijven vernietigen op steeds andere gronden. Dat is redelijk kafkaiaans.”

Vier mensen, een kwarteeuw vertraging

De procedures worden steevast aangetekend door een kleine vzw met een handvol leden. “Geen van hen heeft naar verluidt een direct belang in de buurt. En toch is het de vzw die al jarenlang het dossier blokkeert. Dat een project van die maatschappelijke omvang geblokkeerd kan worden door vier of vijf mensen die geen persoonlijk belang hebben, is een fundamenteel probleem in onze regelgeving”, zegt Katrien.

Buurgemeente Erpe-Mere tekende ook beroep aan, maar daar is het gesprek intussen constructiever mee geworden.

“De bezorgdheid van die gemeente is ergens wel begrijpelijk omdat er een van de drie verbindingswegen tussen Aalst en Erpe-Mere door het bedrijventerrein loopt en bij de ontwikkeling moet worden geknipt. Als die knip er vroeg komt, vreest Erpe-Mere extra druk op de N9, een gewestweg die al dagelijks overbelast

is. Aalst zoekt actief naar een werkbare oplossing.”

“Tegelijk wordt daarmee een structureel pijnpunt blootgelegd. De knip staat in het gewestelijk RUP, opgelegd door Vlaanderen zelf. Maar de mobiliteitsinfrastructuur die nodig is om dat op te vangen (investeringen aan de N9, alternatieve verbindingen, enz.), moet lokaal worden opgelost. Als het gewest beslist dat de ontsluiting via gewestwegen moet, dan verwacht ik ook dat het gewest mee investeert om dat mogelijk te maken.”

Ruimte die op is

“Wat het dossier zo schrijnend maakt, is de context. De Denderregio is socioeconomisch één van de zwakkere regio’s in Vlaanderen. Er is een hogere werkloosheid, meer uitgaande dan inkomende pendel en een jobratio die structureel achterblijft. Het Vlaamse regeerakkoord erkent dat expliciet via het toegekende GTI-statuut (Geïntegreerde Territoriale

Investering) die de regio toegang geeft tot Europese investeringsmiddelen. En de Siesegemkouter is één van de laatste grote greenfields die de ruimte biedt om daar iets aan te doen.”

“Ruimte is schaars”, aldus Katrien. “Dit is de laatste kans van deze omvang. Als we dit niet kunnen realiseren, is de kans weg.”

Cordeel, de private partner in het project, draagt al jaren kosten zonder enige opbrengst. Drie universiteiten staan klaar. De intentieverklaring is getekend. Alles staat klaar om te ontwikkelen. Enkel de vergunning ontbreekt nog.”

Het actieprogramma van minister Brouns (zie vorige pagina’s), dat misbruik van beroepsprocedures wil aanpakken en de attentieplicht voor bezwaarindieners wil verstrengen, biedt wel hoop voor de toekomst. Maar wettelijke verankering kost tijd.

En die tijd dringt voor de Siesegemkouter.

Cybersecurity rapport 2026: 3 signalen voor Belgische ondernemingen

Voor de zevende keer onderzocht Proximus NXT hoe Belgische organisaties omgaan met cybersecurity. Die inzichten dienen meer dan ooit als benchmark en inspiratiebron voor elke organisatie.

In totaal deelden 403 cybersecurityexperts en CIO’s hun ervaringen. Wouter Vandenbussche, Cybersecurity Services Lead bij Proximus NXT selecteerde de drie cijfers die er dit jaar voor hem het meest uitspringen.

1

Eén op vijf Belgische organisaties kreeg het voorbije jaar te maken met een cybersecurity-incident “Elk incident is er nog altijd één te veel, maar toch kunnen we hier spreken van een positieve tendens. Want vijf jaar geleden meldde één op drie respondenten nog een incident. Dat ook almaar meer organisaties aangeven dat ze een cybersecuritystrategie hebben uitgerold, draagt daar ongetwijfeld toe bij.”

2

Eén op vier organisaties paste haar cybersecuritystrategie aan naar aanleiding van recente AI-ontwikkelingen “ Waar AI intussen helemaal ingeburgerd is in onze werkprocessen,

Als ik één gouden advies mag geven, dan is het om cybersecurity zowel topdown als bottom-up te benaderen.

Wouter Vandenbussche, Cybersecurity Services Lead Proximus NXT

blijkt dat nog niet het geval bij cyberrisicobeheer. Dat slechts een vierde van de organisaties werk heeft gemaakt van een aangepast beleid, is opvallend, maar tegelijk niet onverwacht. Het bevestigt dat veel instanties het lastig vinden om het hoge ontwikkelingsritme van AI­toepassingen vanuit cybersecurityperspectief te volgen.”

3

Eén op drie organisaties ervaart een tekort aan cybersecurityexpertise

“Het tekort aan cybersecurityexpertise neemt ten opzichte van onze vorige bevraging af. Tegelijk draait het tekort vandaag minder om het aantal beschikbare profielen, maar meer om de juiste vaardigheden.”

Wouter’s advies

“Ik raad Belgische organisaties aan om cybersecurity zowel top­down als bottom­up te benaderen.

Want het gaat zowel om het totaalplaatje, met een overkoepelende en richtinggevende strategie, als om het detecteren en aanpakken van de alledaagse risico’s en dreigingen Beide benaderingen zijn cruciaal om een succesvolle cybersecuritystrategie uit te werken.”

Herbekijk de webinar waarin Wouter Vandenbussche de key takeaways toelicht.

Benieuwd naar meer inzichten?

Download het cybersecurity rapport 2026 via de QR-code.

Werk & Leven

Wat zijn de vaste rituelen, heilige tools en bijna-goddelijke inspiratiebronnen van onze ondernemers? In deze rubriek klapt Nele Caekebeke, chief executive officer van Biocheck. Ugent, uit de biecht.

BEDRIJF: Biocheck.Ugent

Een innovatieve spin-off van de Universiteit Gent (faculteit Diergeneeskunde) en een pionier in bioveiligheid. Met wetenschappelijk onderbouwde bioveiligheidsbeoordelingen helpt Biocheck landbouwbedrijven wereldwijd om risico’s te bepalen, in te perken, hun management te optimaliseren en de diergezondheid duurzaam te verbeteren.

PASSIES: Mijn gezin, bakken, dieren, planten en bloemen

Wat ligt er altijd op jouw bureau?

Mijn telefoon uiteraard en een papieren planner. Anders behoud ik het overzicht niet. Ik probeer telkens op maandag mijn week grotendeels te plannen om zo de to-do’s scherp te houden.

Wat is de eerste app die je installeert op een nieuwe smartphone?

Teams en VRT NWS. Kwestie van ook nog een beetje mee te krijgen wat er in de wereld gebeurt.

Welk boek ligt op jouw nachtkastje (of bureau)?

Of naar welke podcast luister je momenteel?

De laatste tijd heb ik minder boeken gelezen, maar deze zomer wil ik dat weer oppikken. Verder luister ik al jaren naar

Nerdland, maar ook De wereld van Sofie gaat standaard open voor kortere autoritten. Als guilty pleasure luister ik ook naar

Ongefilterd moederschap. Als mama van twee jonge kindjes is de combinatie werk-privé vaak een puzzel en is het herkenbare content die je doet relativeren.

Wat is jouw favoriete gadget (om te ondernemen)?

Als je het een gadget kan noemen: mijn Remarkable (paper tablet). Ik schrijf veel liever dan te typen. Enkele jaren geleden kreeg ik deze van mijn man cadeau en nu kan ik blijven “schrijven” zonder losse papieren of notitieboeken waarin ik dingen kwijtraak.

Wat neem jij altijd mee op (zaken)reis?

Een Noise-cancelling hoofdtelefoon en kauwgom als ik moet vliegen. Ik heb altijd veel last van de drukschommelingen in het vliegtuig, dus kauwen helpt. De hoofd–telefoon gebruik ik om me goed te kunnen focussen en af te sluiten indien nodig.

Welk boek heeft jouw ondernemersblik veranderd?

Geen specifiek boek, maar gesprekken met andere ondernemers hebben mijn blik het meest gevormd. Zeker het Voka ScaleUptraject was heel boeiend met zeer fijne mensen.

Welk voorwerp vertelt jouw ondernemersverhaal?

Een kompas. Zoekend naar de juiste weg, maar ook volgen wat juist aanvoelt.

Welke quote op je werkplek typeert jou als ondernemer?

“People will never forget how you made them feel.”

Ik ben erg empathisch en begaan met hoe mensen zich voelen. Ik zag dat soms als een pijnpunt in ondernemen omdat je dan sneller iemand naar de mond durft te praten of geen harde beslissingen zou kunnen nemen. Maar gaandeweg heb ik geleerd dat mensen die eerlijkheid net enorm appreciëren. Het zorgt er net voor dat ik elke dag sterker in mijn schoenen sta.”

Welk object symboliseert het verhaal van jouw onderneming?

Een tandwiel: we kunnen aanhaken bij veel verschillende organisaties en creëren meerwaarde, terwijl bioveiligheid een continu proces blijft in het dagelijks management dat moet blijven draaien.

Met welk ritueel start je je werkdag?

Koffie maken, planten water geven (als ik het niet vergeet) en mijn planning opmaken voor de dag.

Arbeidsduur: nieuwe regels

rond nachtwerk, overuren, uurroosters en deeltijdse arbeid

De flexibilisering van de arbeidsmarkt is een feit: de wetgeving rond nachtwerk, overuren en deeltijdse arbeid is goedgekeurd. Dit veranderde op 1 juni 2026.

Verbod op nachtarbeid afgeschaft

Tot 1 juni was nachtarbeid (tussen 20 uur en 6 uur) in principe verboden. Er bestaan wel uitzonderingen voor sectoren als transport, horeca en gezondheid. Dat verbod verdwijnt, net als het verbod om bepaalde bouwwerken uit te voeren tussen 18 en 7 uur.

Dat betekent niet dat je je medewerkers nu zomaar ’s nachts kunt laten werken. Deze spelregels gelden altijd:

1. de maximale arbeidsduur (9 uur per dag, 40 uur per week) blijft behouden; 2. het verbod op nachtarbeid voor minderjarigen blijft bestaan; 3. je moet nachtwerk nog steeds opnemen in het arbeidsreglement via een strikte procedure.

Voor werkgevers in de distributiesector, aanverwante sectoren en e-commerce (de zogenaamde DAS-sectoren) én bij bpost verandert ook de premieregeling. Werknemers die na 1 juni 2026 in dienst treden bij een werkgever uit een DASsector krijgen enkel een premie voor de uren die zij vanaf 23 uur in de nacht werken, ook als een sectorale cao of de onderneming een premie voorziet voor de nachturen vóór 23 uur. Voor werknemers die al vóór 1 juni 2026 in dienst waren, blijven de bestaande rechten behouden

Hervorming overuren

De regering maakte het fiscaal gunstige overurenkrediet van 180 uren definitief. Het systeem van de vrijwillige overuren wordt hervormd: de relance-uren verdwijnen, maar vanaf 1 april 2026 kunnen je medewerkers 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar presteren, waarvan 240 netto (in de horeca zelfs 450 vrijwillig waarvan 360 netto).

Soepelere regels over opname uurroosters in arbeidsreglement

Tot 1 juni moest je in principe alle regelmatige voltijdse uurroosters opnemen in het arbeidsreglement. Voortaan mag je kiezen voor een algemeen kader van de gewone arbeidstijd. Het is een keuze: je bent dus niet verplicht.

Dat kader vermeldt:

1. de dagen waarop gewerkt kan worden; 2. de uren van de dag waarbinnen gewerkt kan worden; 3. de minimale en maximale arbeidsduur per dag en per week.

Individuele uurroosters moeten dan enkel nog binnen dat kader passen, zonder dat ze afzonderlijk in het arbeidsreglement moeten staan. Er is geen impact op de vermeldingen over kleine flexibiliteit, wisselend weekregime en glijdende uurroosters.

Minimale wekelijkse arbeidsduur deeltijdse arbeid van 1/3 naar 1/10

Tot 1 juni moest een deeltijdse medewerker minstens 1/3 van de arbeidsduur werken van een voltijdse medewerker in dezelfde categorie binnen de onderneming. Dat is nu 1/10. Concreet opent dat de deur naar zeer kleine deeltijdse contracten. Is de voltijdse arbeidsduur 38 uur per week? Dan wordt het wettelijke minimum 3,8 uur.

Er zijn wel uitzonderingen (hoger of lager) per sector via cao’s. Die blijven geldig Niet in elke sector zul je dus tot het nieuwe wettelijke minimum kunnen gaan.

Wees voorbereid

Bovendien komen er nog wijzigingen op het vlak van arbeidsduur. Denk maar aan de verplichte tijdregistratie vanaf 1 januari 2027. We weten nog niet hoe dat er exact zal uitzien, maar 2026 is wel het jaar om in actie te schieten. Bekijk welke arbeidssystemen je vandaag gebruikt en durf die kritisch onder de loep te nemen. Zo ben je perfect voorbereid op een vlotte tijdregistratie in 2027.

“Vking focust op verhuur en service; wij versterken onze afdeling zwaar machinetransport”, aldus Geert D’hooghe van D’hooghe Group

D’hooghe Group neemt transportactiviteiten van Vking over

D’hooghe Group uit Zele versterkt zijn transportactiviteiten met het volledige transportluik van machineverhuurder Vking. Het rollend materieel dat Vking tot vandaag inzette voor het vervoer van zijn machines (een trekker en twee opleggers) werd geïntegreerd in de eigen vloot van D’hooghe. Voortaan staat D’hooghe in voor het machinetransport van Vking in België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland.

Cargo Velo en De Fietskoerier fietsen voortaan samen

Het Gentse Cargo Velo en het Antwerpse De Fietskoerier, twee pioniers in duurzame stadslogistiek, slaan de handen in elkaar. Door de fusie worden ze het grootste fietskoerierbedrijf van België. Met zo’n 50 (deeltijdse) koeriers op de baan en een omzetverwachting van boven de 1 miljoen euro hopen ze samen een duurzame logistieke speler te worden met impact. Ze schatten tot wel 7 miljoen pakjes jaarlijks op de fiets te bezorgen in Antwerpen, Gent en Brussel.

Mon3aan en Bekaert-Callebaut bundelen krachten

De twee gelijkwaardige accountancy- en advieskantoren Mon3aan en BekaertCallebaut Accountancy uit Oost-Vlaanderen bundelen hun krachten om ondernemers ook de komende jaren de correcte dienstverlening te bieden. Geen overname, maar een bewuste samenwerking met behoud van identiteit en lokale verankering.

Mon3aan heeft vestigingen in Gavere en Aalst, terwijl Bekaert-Callebaut Accountancy een vertrouwde naam is in Oudenaarde en Wortegem-Petegem.

Groepsfoto van Mon3aan en Bekaert-Callebaut Accountancy.

Mediwet wordt deel van Liantis

Mediwet is deel geworden van Liantis. Met die stap hopen ze hun slagkracht te versterken in de snel veranderende markt van preventie en welzijn. Mediwet brengt 117 medewerkers mee in de Liantis-groep.

Nieuw hoofdstuk voor de CIAC Ford familie

CIAC groep heeft Ford Garage De Wispelaere in Eeklo overgenomen. De garage heet voortaan CIAC Ford Eeklo – De Wispelaere. Het volledige team van De Wispelaere maakt mee de overstap waardoor klanten kunnen blijven rekenen op vertrouwde gezichten.

Solora neemt batterijexpert Posetron over

Solora, speler in zowel de bouw als het beheer van zonne-energiesystemen, batterijen en laadpalen uit Merelbeke, heeft de in BESS (Battery Energy Storage Systems) gespecialiseerde onderneming Posetron overgenomen. Met deze strategische acquisitie versterkt Solora zijn positie als energiepartner die klanten volledig ontzorgt in hun energietransitie.

Titeca pro accountants & experts en A&B Partners Oudenaarde samen in zee

Titeca pro accountants & experts gaat samen met A&B Partners Oudenaarde en vult zo een blinde vlek in de Vlaamse Ardennen. Het bedrijf verstevigt zijn positie in Oost-Vlaanderen want het heeft reeds kantoren in Aalter, Gent, Lokeren en Wetteren. De uitbreiding past helemaal in de strategische langetermijnvisie: lokale aanwezigheid om ondernemers persoonlijk bij te staan doorheen hun volledige levenslus.

Managing partners Jan Van Der Haegen (l) en Tim Weyens (r) van Solora samen met Chris Dirx en Frank Vandijck van Posetron.
Johan Bostyn en Kim Bollez (bestuurders A&B Partners), Bram Cornelis (managing partner Titeca), Jurka Vanthournout (ceo Titeca) en Jeroen Opsomer (bestuurder A&B Partners).
CIAC zaakvoerder Henri De Hemptinne samen met Chris De Wispelaere

Ledennieuws

Nieuw aan het roer

Jürgen Ingels nieuwe voorzitter raad van bestuur bij Mensura

Techondernemer Jürgen Ingels wordt de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van welzijns- en preventiedienstverlener Mensura. Jürgen, bekend als ondernemer en durfkapitalist in de technologiesector en als bezieler van het festival SuperNova, volgt Walter De Roey op, die de voorbije vijf jaar voorzitter was.

“Technologie kan en zal een almaar belangrijkere rol spelen in de preventie van ziekteverzuim op de werkvloer”, aldus Jürgen.

Antoine Prevost aangesteld als nieuwe ceo bij Oleon

Bij Oleon, speler in duurzame chemie uit Ertvelde, werd op 1 april Antoine Prevost ceo. Hij wordt daarnaast algemeen directeur van de Specialties-afdeling binnen het directiecomité van moederbedrijf Avril. Antoine volgt Moussa Naciri op, die in mei met pensioen ging.

Markov verwelkomt Bart Peeters als vennoot

Bij het Oost-Vlaamse marketingbureau Markov, gespecialiseerd in CMO-as-a-service voor kmo’s en familiebedrijven verwelkomt oprichtster Nathalie D’haeyere Bart Peeters als vennoot. Wat drie jaar geleden begon als de eenmanszaak van Nathalie, groeide ondertussen uit tot een team van meerdere consultants. Als managing partners bouwen Nathalie en Bart nu Markov samen verder uit.

De nieuwe ceo Antoine Prevost©Arnaud Février
De nieuwe voorzitter van de raad van bestuur Jürgen Ingels

Ledennieuws

Nieuw aan het roer

New Balls Please breidt management uit

Justine Pôtel en Maxime Vlietinck vervoegen het managementteam van New Balls Please, het evenementenbureau uit Kruisem . Hiermee zetten ze in op continuïteit. “In een sector waar fusies en overnames steeds vaker voorkomen, willen wij vooral verder bouwen op onze eigen sterktes en expertise”, stelt oprichtster Valerie De Coster.

Ledennieuws

Nieuwe naam

De Lift gaat voortaan verder als Fain Belgium

De lift, het liftenbedrijf uit Nazareth-De Pinte, heet voortaan Fain Belgium. De Spaanse liftenfirma Fain Ascensores heeft de aandelen overgenomen van enkele financiële investeerders. Arne Vandenberghe en Tom Meesschaert blijven aan boord. Het bedrijf behoudt verder de bestaande werking, organisatie en structuur.

FLOWSPARKS verwelkomt Frank Van Puymbroeck als Revenue Leader

FLOWSPARKS, de Gentse speler in de e-Learningmarkt, heeft Frank Van Puymbroeck aangesteld als Revenue Leader. In zijn rol zal Frank verantwoordelijk zijn voor de go-to-marketstrategie en actief bijdragen aan de strategische groei en verdere internationalisering van FLOWSPARKS.

Victor Kerremans is de nieuwe ceo bij Billit

E-facturatieplatform Billit uit Gent heeft recent Victor Kerremans aangesteld ald ceo. Victor is aan de slag bij Billit sinds 2020, eerst als business development manager en later als coo. De oprichters Tom Van Gaever en Michael Demeersseman blijven nauw betrokken als bestuurders.

De nieuwe ceo van Billit
Victor Kerremans

Nieuwe naam Ledennieuws

Bureau 9000 is niet meer

Na de eerdere fusie met RelyOn zijn ze nu ook juridisch één. Het Gentse Bureau 9000 gaat voortaan door het leven als RelyOn met dezelfde service en met kantoor in Oostende. RelyOn, specialist in veiligheids- en overlevingstrainingen, maakt deel uit van een internationale groep die opgericht werd in Denemarken en actief is in meer dan 20 landen.

Ghent Urbanist Hotel mikt op trendy (zaken)reizigers

In het hart van de historische Prinsenhofwijk in Gent bevindt zich het Ghent Urbanist Hotel – tot voor kort gekend onder de naam Comic Art Hotel – gevestigd in een monumentaal pand aan de Augustijnenkaai. Het voormalige schoolgebouw, vlak naast het Augustijnenklooster, werd omgevormd tot een stijlvol familiehotel waar authenticiteit, rust en persoonlijke gastvrijheid centraal staan. Naast elegant ingerichte kamers beschikt het hotel ook over een uniek ingerichte bar.

“Met de nieuwe naam willen we meer focussen op de lokale Gentse troeven”, vertelt eigenaar Frederik De Groote, die samen met zijn vrouw Harmony De Smet het hotel ook uitbaat. “Dankzij onze centrale ligging bevinden de belangrijkste bezienswaardigheden, musea en culinaire hotspots van Gent zich op wandelafstand. We mikken op de trendy (zaken) reiziger die ook van de familiale sfeer van het hotel wil genieten.”

Managing director RelyOn Lars Brenne samen met zaakvoerder ex-Bureau 9000 Jozef Meert, die het bedrijf blijft aansturen.
Naast Ghent Urbanist Hotel runt het koppel ook nog Hotel Harmony, dat reeds 21 jaar bestaat.

Messer Belgium bouwt luchtsplitser in Gentse haven

Messer Belgium, producent van industriële en medische gassen, heeft groen licht gekregen voor de bouw van een luchtsplitser in North Sea Port. De luchtsplitser, een ultramoderne productieinstallatie voor de industriële gassen zuurstof, stikstof en argon, zou komen op de site van de voormalige Langerbruggeelektriciteitscentrale in Evergem. De luchtsplitser zuigt grote hoeveelheden lucht aan en zuivert die. Koeling tot -200 graden Celsius doet de lucht splitsen in stikstof, zuurstof en argon. De vloeibare zuurstof, stikstof en argon worden in tanks opgeslagen en via tankwagens naar industriële en medische klanten vervoerd. De investering van 60 miljoen euro creëert 30 nieuwe jobs.

Eerstesteenlegging nieuwe campus

Arteveldehogeschool: Gentse samenwerking tussen 3 partners

Alides, Arteveldehogeschool en Algemene Bouw Maes hebben begin mei op de site van de voormalige Garage Julien aan de Koopvaardijlaan in Gent symbolisch de eerste steen gelegd van de nieuwe Arteveldehogeschool-campus. Arteveldehogeschool zal de campus openen voor circa 2.500 studenten uit de opleidingen communicatie, media en design bij de start van het academiejaar 2027-2028. Het vijfverdiepingen tellende gebouw zal state-of-the-art voorzieningen huisvesten, waaronder tv-, foto- en radiostudio’s, medialabs en een presentatie-arena.

De eerstesteenlegging van de nieuwe campus

Oleon lanceert proefproject met koolstofarme stalen vaten

Oleon heeft op zijn productiesite in Ertvelde de eerste levering van koolstofarme stalen vaten ontvangen. Dit initiatief vormt de start van een proefproject dat erop gericht is de koolstofvoetafdruk van industriële stalen verpakkingen aanzienlijk te verminderen. Het project werd ontwikkeld in samenwerking met verpakkingspartner Greif. De vaten worden vervaardigd uit staal dat geproduceerd wordt via innovatieve processen die aanzienlijk minder CO2 uitstoten dan via de conventionele staalproductie. In vergelijking met traditionele staalproductie kunnen de emissies, afhankelijk van de gebruikte productiemethode, met ongeveer 60% worden verminderd.

Elke Decaluwé nieuwe algemeen directeur van Volvo Trucks Belgium & Luxembourg

Vanaf 1 juni heeft Elke Decaluwé de functie van managing director van Volvo Trucks België & Luxemburg overgenomen van Frank Kimpe. Elke heeft meer dan 25 jaar ervaring binnen de Volvo Groep en was vice president van het Uptime Center. Frank neemt een nieuwe functie als senior vice president Volvo Trucks Europa Zuid & West op.

Filip Van den Broeck (Greif) en Jasper Vandenbogaerde (Oleon) bij een koolstofarm vat.

Maria Middelares en In The Pocket ontwikkelen innovatieve wondzorgoplossing

AZ Maria Middelares en In The Pocket ontwikkelden een innovatief prototype voor complexe wondzorg met de Apple Vision Pro. Het systeem combineert 3D-scans en spatial computing om wonden uiterst gedetailleerd digitaal te analyseren.

Zorgverleners kunnen via een app wonden scannen, waarna gespecialiseerde wondzorgteams in het ziekenhuis de beelden in een virtuele omgeving beoordelen en snel behandeladvies geven. Hierdoor kunnen patiënten sneller geholpen worden, ook thuis of in woonzorgcentra, zonder telkens naar het ziekenhuis te moeten gaan. Dit moet complicaties zoals chronische wonden en infecties helpen voorkomen.

Het project toont hoe “fygitale” zorg - een mix van fysieke en digitale zorg - de samenwerking tussen ziekenhuizen, huisartsen en thuisverpleegkundigen versterkt. Volgens de initiatiefnemers maakt de technologie zorg niet afstandelijker, maar net efficiënter, accurater en menselijker.

Fabriek voor duurzame vliegtuigbrandstof in North Sea Port

LanzaTech investeert 50 miljoen euro in North Sea Port en bouwt zo Europa’s eerste commerciële fabriek voor duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) op basis van alcohol-tojet-technologie. De nieuwe installatie van LanzaTech zal jaarlijks 79.000 ton duurzame vliegtuigbrandstof en 9.000 ton hernieuwbare diesel produceren. De brandstof zou tot 80 procent minder emissies uitstoten dan traditionele kerosine. De realisatie van de fabriek is goed voor 300 banen tijdens de bouwfase over een periode van drie jaar en 50 banen na de ingebruikname. Daarenboven komt de fabriek aan het kanaal GentTerneuzen te liggen tegenover staalfabriek ArcelorMittal, een strategische keuze qua ligging aan de Steelanol-fabriek.

dear digital is eerste onafhankelijke Shopify Premier Partner in België

Het Gentse dear digital, de implementatiepartner van Shopify en Odoo, is officieel erkend als Shopify Premier Partner. Het is daarmee het eerste onafhankelijke bedrijf in België met deze erkenning en de enige in Oost-Vlaanderen. Het bedrijf speelt zo in op de sterke opmars van het platform in de Belgische markt.

Persoonlijk advies over mobiliteit, wij zijn klaar!

CIACfleet uw trouwe partner in operationele leasing I mobiliteit I wagenparkbeheer

Brusselsesteenweg 506 9050 Gent info@ciacfleet.be www.ciacfleet.be Bel ons 09 228 55 29

Het managementteam van dear digital

Mijlpaal voor R4WO:

Ringvaartbrug succesvol geplaatst, Victor Buyck levert brugcomponenten

In maart werd de nieuwe brug over de Ringvaart op haar definitieve plaats tussen Evergem en Gent gezet. Een indrukwekkende operatie waar pontons, speciaal transportmaterieel en millimeterprecisie aan te pas kwamen. Het Gentse staalatelier Victor Buyck Steel Construction vervaardigde de verschillende brugcomponenten. Die werden stuk voor stuk naar de oever van de werf gevaren om ter plaatse geassembleerd te worden. De nieuwe brug bevat 2.600 ton staal en is zo groot als een voetbalveld: 106 meter lang, 55 meter breed en 30 meter hoog. Met 3 rijstroken per richting, een fietspad met groenzone en een ecopassage bouwt men aan een veilige en toekomstgerichte mobiliteit rond Gent.

i-mens elektrificeert zijn wagenpark

In totaal bestelde de zorgorganisatie 304 elektrische wagens. Met een vloot van 750 hybride wagens zet i-mens al langer in op duurzame mobiliteit. Nu zet de zorgorganisatie een verdere stap in de elektrificatie en vergroening van het wagenpark.

De wagens werden opgehaald door de medewerkers van i-mens aan de Planet Group Arena.
De brug krijgt nog een nieuwe naam en wordt wellicht in het najaar geopend.

Nieuw trainingscentrum bij ABC

ABC, producent van motoren voor heavy-duty toepassingen uit Gent, heeft een nieuw trainingscentrum geopend dat is ontwikkeld om klanten, agenten en servicepartners wereldwijd te ondersteunen. Het training center is gelegen naast de productiesite in Gent. De ABC Academy biedt een gerichte omgeving voor zowel theoretische als praktische opleidingen, waarbij deelnemers diepgaande kennis kunnen opbouwen van ABC-motortechnologie. De ABC Academy beschikt over specifieke opleidingsruimtes en uitrusting voor zowel diepgaande theorielessen als praktijkgerichte trainingen. Tevens komen nieuwe brandstoffen zoals HVO, biodiesel, methanol en H2 aan bod.

De nieuwe ABC Academy op de site van het Gentse ABC
Nieuws

Minder goederenoverslag in North Sea Port in eerste kwartaal 2026

In het eerste kwartaal van vorig jaar kende North Sea Port nog een kleine stijging.

Goederenoverslag via binnenvaart 14,9 Miljoen ton -2,4%

-11,1%

-5,1%

Vaste bulk 7,7 miljoen ton

Vloeibare bulk 3,3 miljoen ton

Overslag van goederen in containers 0,5 miljoen ton

Ro/ro 1 miljoen ton

Break bulk (stukgoed) 2,5 miljoen ton

Cas König, ceo van North Sea Port, blijft optimistisch: “De daling van vaste en vloeibare bulkgoederen valt extra op. Vaak zien we dat de verschillende soorten goederen in onze haven ervoor zorgen dat dalingen in het ene type worden gecompenseerd door stijgingen in het andere, waardoor het totale effect beperkt blijft. In januari en februari was dat niet het geval: deze keer zijn er bij bulkgoederen in deze twee maanden niet genoeg positieve cijfers om de daling te compenseren. Gelukkig lijkt deze daling tijdelijk, want met opnieuw een normale maand maart lijken we binnenkort weer positieve cijfers te zullen zien.”

Ook hier kunnen goede afspraken veel kopzorgen uitsparen. We spreken dan over een niet-concurrentieverbintenis, een verbod voor een aandeelhouder of bestuurder om tijdens – en vooral ná – zijn of haar tijd in het bedrijf, te gaan aankloppen bij een concurrent of zelf een concurrerende business op te richten. Dit is bijvoorbeeld interessant voor wie samen in het aandeelhouderschap van een vennootschap zit, omdat zo kan worden vermeden dat één van de partners plots zou vertrekken om zelf een identieke zaak op te richten. Daarnaast kan een bedrijf dankzij een dergelijke verbintenis een bestuurder aanstellen zonder zich zorgen te moeten maken over de mogelijkheid dat deze persoon na zijn of haar vertrek meteen met alle nieuw verworven kennis en vaardigheden bij een concurrent aan de slag gaat.

Een dergelijke onthoudingsverbintenis is echter geen vrijgeleide om een persoon volledig van zijn of haar ondernemingsvrijheid te beroven. Een niet-concurrentieverbintenis moet op drie verschillende punten redelijk en proportioneel zijn. Een eerste component zijn de verboden activiteiten. Welke activiteiten mag bijvoorbeeld een vertrekkende aandeelhouder niet uitoefenen? In de praktijk vereist men dat dit niet verder gaat dan de effectieve activiteiten van de vennootschap welke zij verlaten, het is immers onredelijk en absurd om een softwareontwikkelaar te verbieden een eigen bakkerij te openen.

Wie vertrekt neemt soms meer mee dan voorzien

Wie aandelen aanhoudt in een vennootschap, optreedt als een bestuurder, of samen met een handelspartner in zee gaat, steunt gedurende die samenwerking op goede afspraken. Maar wat als iemand besluit om te vertrekken, met zijn deel van de winst en – soms nog belangrijker – zijn waardevolle kennis en vaardigheden?

De nachtmerrie dat uw handelspartner een week later een nieuwe concurrent wordt is een scenario dat eenieder wenst te vermijden.

Een tweede component is de beperking in de tijd. Bijvoorbeeld, hoelang na zijn of haar vertrek mag een bestuurder worden verboden om bij een concurrent eenzelfde functie op te nemen? Dacht u eventueel al aan een levenslang verbod? Als deze bestuurder enkel sectorspecifieke kennis heeft, zou dit voor de betrokken persoon desastreus zijn. Daarom dat in de praktijk vaak een duurtijd van 2 tot 3 jaar als redelijk wordt geacht.

Een laatste component is de beperking in de ruimte. In welke steden, regio’s, landen of zelfs werelddelen geldt dit verbod?

Opnieuw is het aanlokkelijk om hier het zekere voor het onzekere te nemen en meteen een niet-concurrentieverplichting voor het volledige nationale grondgebied neer te pennen. Echter, voor een garage die zich bijvoorbeeld enkel richt op klanten in Vlaanderen zou het niet heel logisch zijn dat een verkopende garagist geen nieuw klantenbestand mag zoeken in Wallonië. Ook hier is de gangbare standaard vaak de regio’s waar het bedrijf effectief haar diensten en producten aanbiedt. Deze kunnen zeer specifiek worden omschreven, of u kiest simpelweg voor bijvoorbeeld een straal van 50 kilometer rond uw bedrijfslocatie.

Wat indien u toch te ver zou gaan op één van deze vlakken? De persoon die onderhevig is aan de niet-concurrentieverbintenis heeft steeds de mogelijkheid om de geldigheid ervan aan te vechten voor de rechtbank. De verbintenis zal dan

in zijn geheel worden beoordeeld door de rechter, die kan besluiten tot nietigheid van de clausule. Een dergelijk ‘alles of niets’ verhaal is echter niet wenselijk, vandaar dat de betrokken partijen vaak toevoegen dat zij de voorkeur hebben om de verbintenis te matigen indien deze te verregaand zou zijn, om te vermijden dat deze volledig zou wegvallen, als de rechter bijvoorbeeld zou oordelen dat louter de duurtijd van het verbod een probleem vormt.

Samengevat is een niet-concurrentieverbintenis dus een zeer nuttige én nodige afspraak die zekerheid biedt. De valkuil is dat het verleidelijk kan zijn om wat extra marge te nemen, en het verbod uit te breiden buiten hetgeen noodzakelijk is. Daarom is het belangrijk om bij het opstellen van een contract met een dergelijke verbintenis u steeds te laten bijstaan door de juiste experten. Bij Deloitte staan wij u graag te woord met advies, en kunnen wij uw contracten steeds perfect afstemmen op uw bedrijfsnoden. Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek!

CONTACTEER ONS

ldebruyne@deloitte.com

TITECA PRO ACCOUNTANTS & EXPERTS

De arbeidsmarkt wordt steeds transparanter. Met of zonder nieuwe wetgeving.

Wanneer loontransparantie ter sprake komt in gesprekken met werkgevers, klinkt vaak dezelfde vraag: “Wat verandert er concreet?” En vooral: “welke informatie zullen we moeten delen?” Die vraag is begrijpelijk en sluit aan bij de manier waarop veel organisaties traditioneel met verloning omgaan. Wie loontransparantie echter uitsluitend benadert vanuit compliance, mist een belangrijk deel van de realiteit waarin werknemers en kandidaten zich vandaag al bevinden.

Een transparant loonbeleid als troefkaart

Een doordachte omgang met loontransparantie kan voor werkgevers net een strategische troef zijn. Werknemers en kandidaten vertrekken vandaag immers steeds vaker vanuit hun eigen referentiekader van billijkheid, marktconformiteit en interne rechtvaardigheid. Die verwachtingen bestaan los van nieuwe wetgeving. Voor ons draait loontransparantie dan ook niet om het publiek maken van individuele verloning, maar om het uitbouwen van een coherent, performant en fiscaal doordacht loonbeleid. Een beleid waarin duidelijk is hoe lonen tot stand komen, welke criteria worden gehanteerd en welke impact prestaties, rol en verantwoordelijkheden hebben op verloning. In die zin gaat het om het versterken van loonpolitiek als strategisch instrument, niet om het louter naleven van een bijkomende verplichting.

De wettelijke context is nochtans helder

Hoewel de deadline niet gehaald werd, moest België uiterlijk 7 juni 2026 de

Europese loontransparantierichtlijn omzetten in nationale wetgeving. Ondernemingen met 250 of meer werknemers zullen in juni 2027 voor het eerst een loonrapport moeten indienen. Sollicitanten krijgen, ongeacht de grootte van de onderneming, het recht om vóór een eerste gesprek de toepasselijke loonschaal te kennen.

Medewerkers zullen kunnen nagaan hoe hun loon zich verhoudt tot dat van collega’s in vergelijkbare functies. Loonverschillen van 5% of meer die niet objectief te verantwoorden zijn, moeten binnen zes maanden worden aangepakt. Bij betwisting verschuift de bewijslast naar de werkgever.

De arbeidsmarkt ís al

transparant

Die wijzigingen zijn belangrijk, maar ze verklaren niet waarom het zinvol is nu al werk te maken van loontransparantie. De arbeidsmarkt evolueert al langer in die richting. Kandidaten vergelijken loonpakketten actief, medewerkers bespreken hun verloning onderling en online platformen maken salarisinformatie steeds toegankelijker. De klassieke informatieasymmetrie tussen werkgever en werknemer verdwijnt.

In dat licht is de wet vooral een formalisering van een bestaande trend. Organisaties die vandaag geen helder loonverhaal kunnen brengen, ondervinden dat steeds vaker in hun rekrutering. Niet omdat ze noodzakelijk minder betalen, maar omdat onduidelijkheid onzekerheid creëert. Transparantie daarentegen wekt vertrouwen.

Een doordacht loonbeleid werpt vruchten af, extern én intern

Kandidaten haken sneller aan wanneer verwachtingen duidelijk zijn. Medewerkers die begrijpen hoe hun loon is opgebouwd en het als eerlijk ervaren, zijn minder vatbaar voor frustratie en verloop.

Transparantie betekent daarbij niet dat alles wordt blootgelegd, maar dat keuzes verdedigbaar en objectief zijn.

Een dergelijk loonbeleid bouw je niet op korte termijn. Het vergt analyse, structurering en duidelijke keuzes. Maar net daarom is het verstandig er tijdig mee te starten. Niet om een toekomstige deadline te halen, maar omdat werknemers en kandidaten vandaag al duidelijke antwoorden verwachten.

De vraag is dus niet of loontransparantie ook jouw organisatie zal raken. De vraag is of je ze enkel ondergaat als verplichting, of bewust inzet als strategische hefboom.

TOM DECROOS

LEGAL-HR EXPERT

TITECA PRO ACCOUNTANTS & EXPERTS

Doe mee en win mooie prijzen

Los de puzzel op en stuur tegen uiterlijk maandag 31 augustus het woord dat je vormt in de vakjes a tot j naar onderstaande link. Hou voor de oplossingen zowel het magazine als de special JUBILEE bij de hand.

Wat kan je winnen?

1. Opleidingscheque* bij Voka

Oost-Vlaanderen van 500 euro

2. Opleidingscheque* bij Voka

Oost-Vlaanderen van 250 euro

3. 5 keer twee gratis kaarten* voor een betalend event van Voka

Oost-Vlaanderen

* De cheques en kaarten zijn geldig tot einde 2027.

Horizontaal

1. Iran houdt deze straat gedeeltelijk of de facto gesloten of onder controle sinds het conflict met de VS.

3. We zoeken de voornaam van deze iconische voetballer wiens foto via AI is gekoppeld aan het hoofd dat elke editie spreekt met het hart.

5. Naam van het hondenras van kantoorhond Staf in onze typologierubriek.

7. Het oudste bedrijf dat dit jaar met ons zijn ‘jubilee’ vierde.

9. O.a. Obulytix huist in deze Gentse kweekvijver voor biotech. We zoeken het derde woord van de naam van het gebouw.

11. Iconische band uit de jaren 90, opgericht door Kurt Cobain.

Verticaal

2. De familienaam van één van de 2 co-ceo’s van Voka

4. Synoniem voor royaal.

6. Het bedrijf dat in deze editie niet zijn ‘tanden’ maar wel zijn ‘handen’ liet zien.

8. Het iconische Amerikaans gebouw dat volgens onze geschiedenislijn in de Jubilee-special vijf jaar geleden werd bestormd.

10. Oost-Vlaamse stad waar Voka vroeger een kantoor had en waar ze nu hun schouders zetten onder een gloednieuwe ondernemershub.

12. De Nederlandse naam voor medulla spinalis

Oplossing

a b c d e f g h i j

Stuur je oplossing via het formulier in de QR-code

Op de agenda

NETWERKING

JONG VOKA

BREAKFASTCLUB:

Netwerkontbijt voor én door starten scale-ups– vijf pitchers – vijf slides – vijf minuten

2 september

Mobility & Logistics

7 oktober

Food & Beverage

VOKA ON TOUR:

TECH MEETS INDUSTRY

Elke vierde vrijdag van de maand: 28 augustus en 25 september

Een nieuw maandelijks netwerkevent waarbij we techspelers samenbrengen met toonaangevende industriële ondernemingen. Bereid je voor op interactieve bezoeken waarin uitdagingen en oplossingen centraal staan.

COMMUNITIES

Een vaste groep bedrijven uit één sector of ecosysteem die ervaringen delen en samen vooruitdenken. Je leert van elkaar, ontdekt kansen en bouwt mee aan een sterkere toekomst voor je sector.

Bouw & vastgoed

3 & 4 september

Inspiratietrip Luxemburg

Life sciences

29 september

Kick-off bij Legend Biotech:

Building the Next World-Class Life Sciences Region. Wees erbij vanaf de start en maak deel uit van een nieuw, ambitieus verhaal voor biotech in Oost-Vlaanderen.

… DE ANDERE NETWERKEVENTS

7 september

Big refresh

Wil je helemaal mee zijn met de laatste nieuwe trends en regelgevingen? Kom dan naar een voormiddag vol gratis leermomenten over verschillende ‘hot’ topics.

18 september

Smarketing event

Sales en marketing die écht samenwerken, daar ontstaan de sterkste resultaten. Op het Smarketing Event brengen we beide teams dichter bij elkaar.

7 oktober HITT Fest

Het Festival over Health, Industry, Technology Tomorrow.

Verwacht een dag vol inzichten, inspiratie en ontmoetingen rond de toekomst van onze regio en economie.

Meer info volgt binnenkort, maar zet de datum alvast in je agenda.

OPLEIDINGEN / LERENDE

NETWERKEN EN INFOSESSIES

SUMMERSCHOOL

Geen zomerpauze voor je ambities. Terwijl het tempo in veel organisaties daalt, zet jij in op ontwikkeling. Met de Voka Summerschool til je je kennis, vaardigheden en zelfvertrouwen naar een hoger niveau. Kies uit één, twee of meerdere praktijkgerichte opleidingen die je meteen vooruithelpen.

6 juli & 4 augustus

Effe onderhandelenthe basics

7 juli & 18 augustus

De rol van de ondernemer in (snelle) groeibedrijven

7 juli & 6 augustus

Een strategie die werkt voor klant, medewerkers en aandeelhouders

9 juli & 24 augustus

Time management

9 juli & 27 augustus

Effe onderhandelennext level

16 juli & 21 augustus

Netwerken met plezier en resultaat

16 juli & 17 augustus

Canva voor professionals

12 augustus

Spreken voor publiek

28 augustus

Strategie en organisatie –Hoe bouw je een organisatie, hoe vorm je een cultuur?

LERENDE NETWERKEN

Een vaste groep van ondernemers of managers die over meerdere sessies samenkomt om ervaringen te delen, eigen cases te behandelen en elkaar als klankbord te ondersteunen.

8 september

Corporate Venturing

Hoe kunnen gevestigde bedrijven sneller innoveren in een wereld die razendsnel verandert? Corporate venturing is waar corporates hun comfortzone verlaten en de snelheid van start-ups opzoeken.

najaar 2026

Douane-experten

Voor dounae-experten die alles willen weten over de nieuwste wetgeving of meest opmerkelijke obstakels op douanegebied en ervaringen en tips & trics willen uitwisselen van gelijkgestemde collega’s.

24 september

Production Teamleaders

Ga samen met productie teamleaders van andere bedrijven aan de slag. Hoe kan je je impact vergroten en omgaan met de vele uitdagingen die op je pad komen.

24 september

Trade Support Club

Voor wie up-to-date wil blijven over de belangrijkste (douane) regels en administratieve veranderingen. En daarbij ook praktische inzichten wil delen met andere ondernemers.

24 september

Aankopers

Voor wie als aankoopverantwoordelijke of chief procurement officer voor strategische keuzes staat rond leveranciers, duurzaamheid, digitalisering of kostenbeheer.

EEN GREEP UIT DE ANDER OPLEIDINGEN

17 september

Preparation Lab Vennoten en Co-Founders

Zoek je een vennoot? Wil je samen met een co-founder een bedrijf opstarten? Vind de juiste partner voor groei, investering of samenwerking.

24 september

Btw classes: ABC van de btw

Voor wie zijn btw-kennis wil opfrissen of een stevige basis wil leggen.

Ontdek alle activiteiten en meer details via

De man die sneller dacht dan de bal

In mijn tienerjaren liep er een wereldwonder op het voetbalveld. De beste én mooiste voetballer die ik ooit aan het werk zag: Johan Cruijff. Mijn vroegste herinnering is de WK-finale van 1974 in en tegen Duitsland, waar het heerlijke Nederlandse team verslagen werd. Toen had Cruijff het Ajax-shirt al geruild voor FC Barcelona, en kregen we hem nog zelden te zien op onze tv, toen met slechts enkele posten. Voor zijn laatste voetbaljaren keerde hij begin jaren 80 terug naar Nederland, eerst naar Ajax en daarna naar aartsvijand Feyenoord. In Vlaanderen keken we veel naar de Nederlandse tv, we misten geen wonderlijke beweging van Cruijff in zijn laatste voetbaljaren. Later werd hij trainer van opnieuw Ajax en Barcelona. De speler die tijd en ruimte leek te overstijgen op het veld, overtrof ook alle vroegere tactieken en aanpakken: hij vond het moderne voetbal, the passing game, uit als trainer.

Maar niet alleen zijn voetbalacties waren gevleugeld en ongrijpbaar, ook zijn woorden blijven intrigeren. Tussen volkswijsheden en grote filosofische gedachten in. Op het eerste gezicht lijken zijn uitspraken dikwijls paradoxaal, te berusten op een soort cirkelredenering. Maar als je er langer bij stilstaat, komt er een diepere laag naar boven, die een verrassende blik werpt op alledaagse problemen. De verrassende blik die Cruijff op het veld had, als speler en als trainer, bracht hij ook in wonderlijke woorden.

De meest gehoorde quote is: “Elk nadeel heb z’n voordeel.” In een crisissituatie vind je nieuwe opportuniteiten waar je anders niet aan zou zijn toegekomen. Een waarheid als een koe, krachtig verwoord. Hetzelfde formuleert hij in deze zin: “Vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt.”

Geert dacht
Foto gegenereerd met AI.
Het hoofd dat spreekt met het hart

Beetje uitdagend – het blijft een Amsterdammer – en minder goed te vatten is: “Als ik zou willen dat je het begreep, zou ik het beter hebben uitgelegd.” Is dit zelfkritiek of net wat cynisch bedoeld naar de journalist, dat die wel veel uitleg nodig heeft om iets te begrijpen?

Heel interessant voor mensen die in hun job beslissingen nemen, is deze: “Ik ben overal tegen. Tot ik een besluit neem, dan ben ik ervoor. Lijkt me logisch.” Hier beschrijft Cruijff de kritische analysefase vóór een beslissing en daarna het engagement tot implementatie, waarbij de beslissing niet telkens opnieuw in vraag kan worden gesteld. Cruijff verliet de middelbare school op 16-jarige leeftijd nadat hij twee keer was blijven zitten, maar verwoordt hier een echte ceo-competentie. Nog een ceo-bedenking: “Je kunt beter ten onder gaan met je eigen visie dan met de visie van een ander.” Of ook: “Ben ik autoritair? Dat niet, maar de spelers moeten wel doen wat ik zeg.”

Cruijff deed ook meer filosofische uitspraken. Wat denk je van: “Om gelukkig te zijn moet je iets doen waar je gelukkig van wordt.” Een beetje positivisme dus: het glas halfvol zien maakt het leven zoveel beter. “We hebben het uitstekend gedaan, omdat we niet beter konden.” Als je het beste van jezelf hebt gegeven, heb je het uitstekend gedaan. Het resultaat bepaalt niet steeds de evaluatie van je werk of van het team. Het is een geruststellende gedachte, die moed geeft om te blijven doorgaan. Interessant is ook: “Je gaat het pas zien als je het door hebt”. Vele inzichten kan je pas krijgen als je denkkader sterk genoeg is. Tot zolang blijf je dikwijls in anekdotische gedachten hangen. En de introverte zijde van Cruijff komt naar boven in: “Ik wil zeggen wat ik denk, maar niet wat ik voel.”

Voor de echte voetballiefhebbers haal ik nog enkele quotes aan waarin hij zijn vernieuwende inzichten over het spel geeft. “Als je op balbezit speelt, hoef je niet te verdedigen, want er is maar één bal.” Heerlijke laatste toevoeging, die het dominante spel op balbezit dat Cruijff heeft geïntroduceerd als speler en trainer, helemaal valideert. Als je de bal hebt, bepaal jij wat er gebeurt. Niets meer, niets minder. Dat je daar technisch uiterst vaardige en conditioneel sterke spelers voor nodig hebt, is natuurlijk minder evident. Dat verwoordt hij zo: “De basis is de bal zo

“Ik ben overal tegen. Tot ik een besluit neem, dan ben ik ervoor. Lijkt me logisch.” Cruijff verliet de middelbare school op 16-jarige leeftijd nadat hij twee keer was blijven zitten, maar verwoordt hier een echte ceo-competentie.

snel mogelijk onder controle te brengen, zodat je iets meer tijd hebt om te kijken.”

Ten slotte een uitspraak die Cruijff voor het voetbalspel zelf bedoelde, maar die ik graag een beetje breder toepas. “Er is maar één moment dat je op tijd kunt komen. Ben je er niet, dan ben je of te vroeg, of te laat.” In het spel betekent dit dat, als je al te vroeg op de plaats staat om een pass te ontvangen of om te scoren, er veel beter op jou verdedigd kan worden. Te laat, dan kom je niet eens bij de bal. Ik gebruik deze quote wel eens om mensen te teasen die overal te vroeg komen, en mij dan doorsteken dat ik er nog niet was. Nu durf ik wel eens te laat te komen, dat geef ik grif toe, maar te vroeg ergens zijn en de ander daar dan mee confronteren, is minstens even fout. Dit moest ik even kwijt, zodat ik de komende tijd met gerust gemoed op tijd kan komen. Of misschien zelfs even te laat.

Abonneer je op Geert zijn LinkedInnieuwsbrief

Straatplaat

“Foto’s (klaar in) 1 uur.” Ooit klonk het als pure magie. Onze ‘plaatjes’ die vorm en kleur kregen in een donkere fotostudio tussen chemicaliën, negatieven en rood licht. Je bracht een filmrolletje binnen – zorgvuldig volgeschoten met 24 of 36 kansen – en wachtte nieuwsgierig af. Ook ik stak in de vorige eeuw nog braaf mijn filmrolletjes binnen, hopend dat er geen duim voor de lens had gezeten.

Vandaag maken we met de smartphone duizenden foto’s zonder nadenken, wissen we mislukkingen meteen en toveren slimme algoritmes mooie contrasten tevoorschijn.

Het ‘exclusieve’ is al lang verdwenen.

De analoge fotograaf werd digitaal beeldmaker, retoucheur, contentmaker. Het vak verschoof van geduldig kijken naar instant creëren. Ik ken er ook heel wat die er de brui aan gaven en zichzelf heruitvonden, tot stukadoor of conducteur. Uit overlevingsdrang.

Ergens blijft die oude gevel wel ontroeren. ‘1 uur wachten’ op foto’s was toen bliksemsnel, maar lijkt nu een eeuwigheid.

TEKST SAM DE KEGEL | FOTO NATHALIE DOLMANS

Jouw belangen behartigen én verdedigen, één van de kerntaken van Voka Oost-Vlaanderen. Met een team van vier gedreven belangenbehartigers staan we voor jou klaar: Simon Lefèvre, Julie Van der Gucht, manager Arne Oosthuyse en Tiemen Devinck.

COLOFON

KANTOREN

9000 Gent - Lammerstraat 18 – T 09 266 14 40 9300 Aalst - Werf 8 www.voka.be/oost-vlaanderen

BESTUURSCOMITÉ VAN VOKA OOST-VLAANDEREN

Wim De Waele, Erik Chabot, Christiaan De Wilde, Jeroen De Wit, Siegert Dierickx, Farida Doulami, Dieter Hillaert, Alexander Hoogewijs, Geert Moerman, Griet Nuytinck, Wim Pynaert, Hilde Schuddinck, Matthias Van Damme, Christine Van den Berghe, Katrien Vanden Bulcke, Jens Van Mol, Laurence Levrau, Hilde Cloostermans, Isabelle De Wulf, Jeroen Coussement, Koen Maenhout

EREVOORZITTERS VAN VOKA OOST-VLAANDEREN

Luc De Bruyckere, Chris De Hollander, Ronald Everaert, Jean-Paul Van Avermaet, Marc Vereecken, Marcel Verschelden en Jef Wittouck.

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Geert Moerman – Lammerstraat 18 – 9000 Gent

HOOFD- & EINDREDACTIE

Sam De Kegel – sam.dekegel@voka.be

CORRECTIE

Ann Vandamme

WERKTEN MEE

Werner Claeys, Jolyn De Baets, Sven Decaestecker, Sam De Kegel, Wim De Waele, Nathalie Dolmans, Laurens Fagard, Simon Lefèvre, Geert Moerman, Luc Nimmegeers, Wannes Nimmegeers, Kristina Rybouchkina, Hilde Schuddinck, Bart Vancauwenberghe, Ann Vandamme en Bart Wallays.

MAGAZINE REALISATIE LAYOUT & COVERONTWERP Karakters, Gent, www.karakters.be

DRUK

Drukkerij Perka, Maldegem, www.perka.be

PUBLICITEIT

Rik Vyncke - rik.vyncke@voka.be - T 0477 30 21 32

Ann Vandamme - ann.vandamme@voka.beT 09 266 15 71

Ondernemers Ondernemers

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Oost-Vlaanderen Ondernemers 2026#03juni by Voka - Vlaams netwerk van ondernemingen - Issuu