Skip to main content

Oost-Vlaanderen Ondernemers 2026#01feb

Page 1


Ondernemers

De versnelling van Volvo Group Gent

45.000 trucks per jaar, 200 mio euro e-investeringen

Purpose onder de loep Waar zitten de Patagonia’s van Oost-Vlaanderen?

No bullshit! Een pleidooi voor klare managementtaal

Hoe marcheren onze bedrijven op kop van het defensiepeloton?

Start als een leeuw.

Word gratis ING Starter en krijg ook reclame voor je zaak. ing.be/starten

No Future

Mijn jeugd speelde zich af in een Vlaanderen gekenmerkt door stagflatie en industriële herstructureringen na de grote olieschokken van 1973 en 1979. Sommige van mijn vrienden belandden in de jeugdwerkloosheid die toen 20% bedroeg. Als rebelse student droeg ik een ‘No Future’-badge op mijn leren vest, maar besloot dan toch maar verder te studeren aan de universiteit. Hopend op een waterkans, dat er misschien toch nog een toekomst te maken viel ondanks al die economische miserie.

WIM DE WAELE

Voorzitter Voka

Kamer van Koophandel

Oost-Vlaanderen

Op geopolitiek vlak zag het er al niet veel beter uit. In 1979 besloot de NAVO kruisraketten te installeren in West-Europa en Ronald Reagan voerde de strijd op tegen het communistische ‘Empire of Evil’, dat nadien verrassend snel implodeerde met de val van de Berlijnse Muur in 1989 als orgelpunt. Francis Fukuyama schreef toen ook The end of History waarin hij argumenteerde dat de liberale, democatrische wereldorde de wereldwijde standaard zou worden. Wat voor velen, waaronder ik, toch een leidraad doorheen de volgende decennia was.

In de voorbije veertig jaar is het percentage van de wereldbevolking onder de armoedegrens gedaald van 50 naar 10 procent. Het Westen is er niet armer op geworden, maar ook andere delen van de wereld zijn er spectaculair op vooruitgegaan, om China niet te noemen. Maar de combinatie van de mislukte integratie van Rusland, de autocratische wending van China en de recente politieke evolutie in de Verenigde Staten zaten niet in het plan. Ik werkte zo’n twintig jaar voor VS-bedrijven, woonde er in de jaren negentig en had een grote bewondering voor de dynamiek en openheid van hun maatschappij, en vooral van Silicon Valley, voor mij toen het ultieme voorbeeld van een meritocratie.

Onze beste garantie op het verdedigen van ons Europees model is een sterke eigen defensie. Het is onze morele opdracht om als burgers en ondernemers hieraan mee te werken

Maar ik kan niet anders dan met veel spijt constateren dat het negeren van de groeiende inkomenskloof als gevolg van de globalisatie geleid heeft tot een extreem gepolariseerde maatschappij. En dat de tech brothers in hun huidige incarnatie niet moeten onderdoen voor de befaamde Robber Barons uit de Gilded Age (ca. 1870-1900): machtige Amerikaanse industriëlen die enorme fortuinen vergaarden door meedogenloze monopolies en exploitatie van arbeid.

Niet dat het in Europa allemaal rozengeur en maneschijn is. Maar er valt nog veel goeds te verdedigen. En we staan er blijkbaar wel alleen voor. Ik ben lang meegegaan in het verhaal dat globale handel en multilateraal overleg conflicten overbodig zou maken. Maar enkel idioten veranderen nooit van mening. Het voelde eerlijk gezegd wat onwennig toen ik, samen met andere Voka-leden, onze minister van Defensie en een aantal leden van de generale legerstaf ontmoette in het Wintercircus. Twee werelden die tot voor kort nooit contact met elkaar hadden.

Maar de presentaties en discussies waren inhoudelijk sterk en overtuigend. Onze beste garantie op het verdedigen van ons Europees model is een sterke eigen defensie. Dat biedt economische kansen voor onze ondernemingen, maar nog belangrijker is dat het onze morele opdracht is om als burgers en ondernemers hieraan mee te werken. We zijn het verschuldigd aan de nieuwe generaties om te blijven vechten voor een veilig en welvarend democratisch Europa. Dat het tij kan keren is historisch reeds vele malen aangetoond, er is geen reden waarom dit deze keer ook niet het geval kan zijn.

58

IN DIT NUMMER

Hoofdzaken

Wint onze defensiemarkt terrein?

Wie in vrede wil leven, moet zich voorbereiden op oorlog.

Hoe marcheren onze bedrijven mee op kop van het defensiepeloton?

Hilde op pad met Jan Jaap

Humor is een manier om het leven wat lichter te maken. Ziehier het businessmodel van Jan Jaap van der Wal: steengoede grappen maken.

China duwt, Volvo Gent

versnelt in e-truckrace

Bij Volvo Group in Gent rollen jaarlijks 45.000 trucks van de band. “De Chinese vrachtwagenbouwers houden ons scherp”, zegt plant manager Koen Leemans.

Managementtaal? No bullshit!

Managers hanteren vaak vage taal.

Om te verhullen, te imponeren of hun onkunde te verbergen. Onze journalist rekent af met nietszeggende letters.

To purpose or not to purpose

Bijna elk bedrijf heeft er eentje, een purpose. Maar wie voegt de daad bij het woord? Op zoek naar de Patagonia’s van Oost-Vlaanderen.

In beeld

Door de handen van We stellen scherp op bakkershanden bij Van Hecke.

Straatplaat

Een economisch cursief in een eigenzinnig perspectief.

4 64 44 24 22 100 24 64 44

Column

Aan zet

Wim Dewaele motiveert de noodzaak van een sterk Europees defensiebeleid.

Geert Dacht

Geert Moerman balanceert tussen impact, respect en populariteit.

En verder…

De lobby

Geraken onze bedrijven straks nog aangesloten op het elektriciteitsnet?

Onze lobbyman zocht het uit.

Bureaugeheimen

Kevin (CHILI publish) en Fabrice (Kadonation) over onmisbare gadgets, podcasts en routines.

De werknemer van de toekomst

Een blik op de arbeidsmarkt anno 2040. Voorbij de hype.

Globaal Gezien

Gentenaar Jeremy Van Dille (Deliverect) maakt het mooie weer in Australië.

Ledennieuws uit de wereld en Oost-Vlaanderen

Vers nieuws van onze leden, vakkundig in kaart gebracht.

Op de agenda

Deze (netwerk)events, lerende netwerken en opleidingen komen er aan.

1

32 98

42

76

80

96

Defensie herbewapent: weerbaarheid als nieuwe economische motor

Vele Europese landen hebben de budgetten voor defensie fors verhoogd tot 2 en zelfs 3,5 procent van het bnp, na jaren of zelfs decennia van desinvesteringen.

Voor het eerst besteedt ook België weer ruim 2 procent van zijn bruto binnenlands product aan defensie, zoals de NAVO al ruim tien jaar vraagt. Dat aandeel zal wellicht blijven stijgen de komende tien jaar.

Toen oud-generaal Marc Thys ruim twee jaar geleden afscheid nam als de nummer twee van Defensie, waarschuwde hij in een tv-interview met een boutade: “Als hier oorlog uitbreekt, moeten we na enkele uren met stenen gooien omdat we geen munitie meer hebben.” Die uitspraak is ondertussen achterhaald. Er wordt fors geïnvesteerd in munitie, luchtafweer, ondersteuning en training.

De kern van de zaak

Voor het eerst sinds begin jaren 90 besteedt België weer ruim 2 procent van zijn bruto binnenlands product aan defensie. Dat opent een nieuw front aan kansen voor ondernemers: van maakbedrijven tot techleveranciers, van start-ups tot grote jongens.

Producten zijn immers vaak dual use, bruikbaar in zowel militaire als civiele context. Ook investeringen in militaire infrastructuur – zoals nieuwe kazernes – openen extra deuren voor (Oost-Vlaamse) bedrijven, als toeleverancier.

Het ministerie van Defensie koopt enkel geïntegreerde oplossingen aan. De kernboodschap is: ken je plaats in de waardeketen. Moet je zakendoen met Defensie of eerder met een defensiebedrijf dat jouw product kan gebruiken?

Of maak jezelf als kmo onmisbaar in een consortium, in de ontwikkelings- én productiefase.

12,5 miljard euro

In 2025 gaf ons land 12,5 miljard euro uit aan defensie.

34.500 militairen

In 2016 ging Defensie nog uit van 25.000 militairen, nu is het streefcijfer 34.500 tegen 2034, plus 12.800 reservemilitairen.

TEKST SAM DE KEGEL

Dat schept ook nieuwe kansen voor ondernemers in ons landje. Van componentenbouwers tot AI-startups, van pure maakbedrijven tot techleveranciers: defensietoepassingen zijn breed en vaak ‘dual use’, bruikbaar in zowel militaire als civiele context. Toch blijft de defensiemarkt voor veel bedrijven onbekend en dus onbemind terrein, met eigen en soms complexe spelregels en aankoopprocedures.

Sommige bedrijven die wél al producten maken voor zowel militaire als civiele en zelfs medische toepassingen, blijven liever in de luwte. Dat ondervonden we zelf toen we hen contacteerden voor een interview. “We willen niet op de radar komen van activistische – of beter extremistische – organisaties zoals Code Rood”, bevestigden twee bedrijven anoniem. Code Rood viseerde eerder al de gebouwen van defensiebedrijf OIP in Doornik, en vernietigde haveninfrastructuur in North Sea Port. OCAD, het orgaan dat dreigingen in ons land analyseert, waarschuwt voor deze zorgwekkende, gewelddadige acties.

Voor technologiebedrijven die zich niet laten afschrikken en die hun markt willen verbreden, biedt Defensie méér kansen dan gedacht. Investeringen in veiligheid, energie, materieel en data maken dit misschien zelfs tot een strategische groeisector, zegt Agoria. Ook investeringen in militaire infrastructuur – zoals nieuwe kazernes en militaire oefenplaatsen –scheppen kansen voor (Oost-Vlaamse) bedrijven, als toeleverancier.

Maar welke stappen moeten maakbedrijven in de civiele sector zetten om een plek te bemachtigen in het defensie-ecosysteem? Luitenant-generaal Filip Borremans, expert in militair-industriële samenwerking, licht meer dan een tip van de sluier. En drie bedrijven (ACB, Seyntex en Checkmade) getuigen over de kansen die de defensie-industrie biedt.

Enorme inhaalbeweging in aankoop van materieel en personeel

(en daar plukken ook onze bedrijven de vruchten van)

In 2025 gaf ons land 12,5 miljard euro uit aan defensie. Van de aangekondigde aankopen in 2025 en 2026 zijn er meerdere al lang gepland. Sommige, zoals reddingshelikopters, werden al voorzien door de vorige minister van Defensie, Ludivine Dedonder (PS). Leveringen die in 2025 plaatsvonden, zoals de eerste F35 (België bestelde er 34) en de mijnenjagers, dateren uit het tijdperk van Steven Vandeput (N-VA, minister van 2014 tot 2018). Vele aankopen worden ook gestuurd vanuit de NAVO. Filip Borremans: “We groeien in alles: materieel, operaties en personeel. In 2016 gingen we nog uit van 25.000 militairen, nu gaan we naar 34.500 militairen tegen 2034, plus 12.800 reservemilitairen.”

Naar munitie vloeit heel wat geld: voor artilleriemunitie en voor o.a. mortiergranaten en antitank- en luchtafweerraketten. Via de derde investeringsronde in het CaMo-project (Capacité Motorisée) worden o.a. Franse gepantserde voertuigen aangekocht (1,15 miljard), Poolse Piorun-schouderraketten voor de special forces (138 miljoen), en verkennings- en bewakingsdrones (140 miljoen over meerdere jaren).

Verder gingen tientallen miljoenen naar ondersteunings- en logistiek materiaal, van ontmijningspakken over reddingsvesten tot nachtzichtkijkers en oefensimulators voor gepantserde voertuigen. Ook is er het antidroneplan van 50 miljoen euro, dat er met spoed kwam na de reeks incidenten in het najaar. Daarbij werden o.a. Letse kamikazedrones gekocht om vijandige toestellen uit te schakelen. In 2026 volgt een aanbesteding van 500 miljoen in een groot antidronepakket. Tot slot werd ook de aankoop van tien NASAMS-luchtafweersystemen voor korte en middellange afstand aangekondigd (circa 2 miljard). Voor die aankoop sluit België zich aan bij een bestaand contract van Nederland. Ook de aankoop van een derde fregat is voorzien.

De nationale kritieke infrastructuren beschermen tegen complexe luchtdreigingen is een van de prioriteiten in de Strategische Visie. De opbouw van luchtafweer en antidronecapaciteit past daarin. Al die investeringen dienen om een nieuwe Russische agressie te ontraden of af te schrikken. “Gebeurt dat op tijd, dan zal de preventieparadox opspelen”, stelde oud-legertopman Marc Thys eerder al in De Tijd. “Als de inspanningen groot en snel genoeg zijn, kan een conflict voorkomen worden en kunnen we de vrede bewaren. In dat geval zal de kritiek zijn: had je nu echt zoveel geld moeten uitgeven?”

Bron: De Tijd en Strategische Visie Defensie 2025

Vooraan in het nieuws

Defensie heeft voor het eerst sinds decennia opnieuw financiële slagkracht. En bedrijven worden mee een schakel in onze veiligheid – van hightech toeleveranciers tot consortia tussen concurrenten. Als ze het slim aanpakken, tenminste. We vuurden een salvo aan vragen af op luitenant-generaal Filip Borremans, expert in industrieel-militaire samenwerking.

VAN TOELEVERANCIER TOT CONSORTIUM:

ZO WORDT DE DEFENSIEKETEN OOK BELGISCH

“Defensie

koopt

geen eieren of bloem, maar de afgewerkte taart”

Sommige interviews zijn net een tikkeltje spannender dan de doorsneebabbel wegens de setting en het onderwerp van gesprek. Door lokaal gladde wegen melden we ons vijf minuten te laat aan op het militair domein in Evere voor een onderonsje met luitenant-generaal Filip Borremans. Een militair met (vele) strepen wil je niet laten wachten. Na de ID-controle gaat de bareel naar omhoog en spoeden we ons naar ons doelwit. Links en rechts worden we geflankeerd door een tank en gevechtsvliegtuig op leeftijd, die in een sneeuwveld genieten van hun welverdiende rust.

Borremans, ooit als groentje gestart in de kadettenlichting van 1982, is een man met tonnen ervaring binnen de Belgische Defensie. Sinds midden

februari 2026 is hij Joint Staf Director ter ondersteuning van de Chef Defensie, daarvoor leidde hij de Algemene Directie Material Resources (DGMR) en was hij Nationaal Bewapeningsdirecteur. “Met 2.300 medewerkers staat de DGMR in voor het invullen van de behoefte aan alle materieel en infrastructuur én voor het aankoop- en bewapeningsbeleid. Een oude vloot van F16’s, bijvoorbeeld, moet je aanpassen aan de operationele vereisten van vandaag, in coördinatie met je internationale partners en de industrie. Dat is niet zomaar een contractje maken, maar een continu denkproces om al het materiaal te onderhouden en te vernieuwen.”

De luitenant-generaal is ook een expert in militair-industriële samenwerking en

“ De microgolfoven, het internet, de GPS: het zijn allemaal voorbeelden van militaire ontwikkelingen met een enorme impact op ons dagelijkse leven

Luitenant-generaal Filip Borremans

beseft het enorme belang van samenwerking met het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen. “Je hebt een spervuur aan vragen mee, zie ik.” De toon is gezet met een militaire metafoor.

Voor het eerst sinds lang heeft Defensie weer de tijdsgeest mee. Hoelang is er volgens jou te weinig geïnvesteerd?

Filip Borremans: “35 jaar lang. Het ging veel verder dan desinvesteren: kwartieren werden afgebouwd, capaciteit afgeschaft, militairen gestimuleerd om vijf jaar voor hun pensioen te stoppen met werken met behoud van een groot deel van hun wedde. Doorheen al die jaren is de ondersteunende staf van DGMR gehalveerd en tellen we 75% minder militairen in de eenheden. Daardoor hebben we ook

enorm veel competentie verloren en moeten we nu meer beroep doen op externe experten. Vroeger keurden we heel veel materiaal zelf – denk aan munitie –nu doen we toezicht op de kwaliteitssystemen van wapenbedrijven die zelf de keuring moeten doen.”

Zitten we nu op een kantelpunt?

“Een eerste kentering kwam in 2016, toen men besliste om het budget niet verder te doen dalen, maar geleidelijk aan te verhogen. Er kwam een eerste investeringspakket van 9,2 miljard euro, al werd dat niet meteen uitgevoerd. Vergeet ook niet dat tot begin jaren negentig het defensiebudget ruim 2% van het bnp bedroeg. Nu zijn we eindelijk weer zover, tegen 2034 stijgen we naar 2,5%.”

Ook in de maatschappij overheerst nu het idee dat we ons veel beter moeten beschermen tegen externe dreigingen?

“Er heeft zeker een mentaliteitswijziging plaatsgevonden: vrede en veiligheid zijn niet gratis en gegarandeerd. Ik zie zeker een cultuurverandering, maar die gaat langzaam. Gezamenlijk onderzoek met universiteiten ligt vaak nog moeilijk.”

Omdat die universiteiten op de rem staan om samen te werken met Defensie?

“Omdat men gedurende decennia in Vlaanderen een cultuur heeft gestimuleerd dat militaire activiteiten en toepassingen ‘slecht’ zijn. Die cultuur veranderen lukt enkel door elkaar beter te proberen begrijpen. Nu gaan ze gelukkig meer

© Wannes Nimmegeers
Vooraan

open communiceren. Zoals UGent, dat enkele jaren geleden zelf een artikel publiceerde over een samenwerking rond sensortechnologie voor het opsporen van zeemijnen. We moeten onze kennis bundelen. Op de website van UGent staat dat dual-use onderzoek toegelaten wordt, maar dat ze niet meewerken aan onderzoek dat uitsluitend militair nuttig is. Vaak is de grens tussen ‘offensief’ en ‘defensief’ ook vaag. De Zweden en Finnen gebruiken zeemijnen als verdedigingsmiddel; als je dan iets maakt om zeemijnen op te sporen en te neutraliseren, dan spreek je eigenlijk over een offensieve operatie. Als ik me wil verdedigen tegen drones of gevechtsvliegtuigen, dan is de beste optie

om ze op de grond te vernietigen of te verhinderen dat ze kunnen opstijgen. Als een boogschutter pijlen op je afvuurt, kan je veel beter de boogschutter neutraliseren dan de pijlen uit de lucht schieten. Het eerste wordt beschouwd als offensief, het tweede als defensief.”

Die drones waren plots heet nieuws, toen ze opdoken op verschillende plekken in ons luchtruim. Had iemand vijf jaar geleden verklaard dat we moesten investeren in luchtverdedigingscapaciteit om drones neer te halen, hij werd gek verklaard, vandaag is die urgentie er plots wel?

“Klopt. Vergeet niet dat we die luchtverdedigingssystemen tot eind jaren 80 wél nog hadden. We zijn ook de knowhow kwijtgeraakt om ze in te zetten. Het gaat om coördinatie, commando en controle.”

In een interview met Voka WestVlaanderen vorig jaar sprak je over dringende aankopen zoals luchtverdedigingscapaciteit. Wat is al aangekocht, wat zit er in de pijplijn?

“In luchtverdediging is een gelaagde aanpak cruciaal, want je hebt verschillende soorten dreigingen. Zo hebben we Piorun-schouderraketten aangekocht voor de zelfbescherming van onze special forces (een deel is al geleverd, red.). We

gaan ook NASAMS-luchtafweersystemen aankopen (van Kongsberg, red.) tegen kruisraketten en gevechtsvliegtuigen. Hierbij sluiten we ons aan bij een contract van de Nederlanders. Bij een klassieke aankoopprocedure moet je twee keer naar de ministerraad voor de toestemming én de gunning. Hier doen we dit versneld in één keer (De uitgaven voor militaire aankopen worden vooraf ook gecontroleerd door de Kamercommissie Legeraankopen en de Inspectie Financiën, red.). We nemen ook deel aan SAFE. Via dit vehikel wil de Europese Commissie tot 150 miljard euro lenen om financiering te voorzien voor lidstaten die samen willen investeren om zwakke plekken in de

Europese defensie aan te pakken. België zou 8,3 miljard kunnen lenen. In 2025 zagen we eindelijk tastbaar resultaat van grote contracten die in 2018 afgesloten werden, zoals de oplevering van de eerste van 382 zeswielige Griffon-pantserwagens door Mol Cy in Staden (en waar ook Oost-Vlaamse bedrijven aan hebben meegewerkt zoals ACB en C-Mac, red.).”

Stel: een kmo wil samenwerken met Defensie. Hoe moet die tewerk gaan? “Bedrijven moeten heel goed beseffen dat wij geïntegreerde oplossingen aankopen. Wij kopen de afgewerkte ‘taart’. Advanced Circuit Boards (ACB), bijvoorbeeld, is een kmo die hightech printplaten maakt (zie ook p. 12). Die zullen we nooit aankopen, maar wel een systeem bij een leverancier die printplaten gebruikt in zijn product. Vergelijk het met een bakker die eieren, bloem en boter nodig heeft voor zijn taarten en daarvoor leveranciers zoekt. Een bedrijf wou ooit aluminium aan ons leveren, maar dat is de maïs voor de kippen die de eieren moeten leggen voor de bakker waar wij die taart gaan aankopen. De eerste boodschap is: ken je plaats in de waardeketen en stel jezelf de vraag: moet ik spreken met Defensie of met een groot defensiebedrijf dat mijn onderdelen kan gebruiken? Heel vaak is dit het tweede. Maar we stimuleren onze grote bedrijven wel om zo veel mogelijk met die kmo’s lokaal samen te werken. Aan onze Griffonpantserwagens werkten naast Mol Cy nog een dertigtal Belgische toeleveranciers. Naast onze aankopen van grote wapensystemen via overheidsopdrachten hebben we ook heel wat kleinere aankopen via de

klassieke aankoopprocedures, bijvoorbeeld voor infrastructuur. Ook daar krijgen we soms het verwijt dat kleine aannemers geen kans krijgen. Onlangs hebben we de landingsbaan van Kleine Brogel vernieuwd. Een grote aannemer legde de toplaag met 80 voertuigen op 3 dagen, maar daarvoor werkte hij wel nauw samen met onderaannemers. We proberen ons beheer zo efficiënt mogelijk te maken waardoor een opeenstapeling van kleine contractjes met kleine aannemers voor ons niet interessant is.”

Bedrijven kunnen ook de krachten bundelen via een consortium?

“Zeker! Denk aan Sioen en Seyntex. Dat zijn twee concurrenten van elkaar, maar voor een openbare aanbesteding rond gevechtskledij hebben ze zich verenigd in een consortium (samen leveren ze operationele kledij voor Defensie via een langetermijncontract, zie p. 16). Hadden ze dat niet gedaan, dan werden we wellicht verplicht om over de grens te kijken.”

Onlangs organiseerde Voka

Roadshows Defensie. De interesse van bedrijven was enorm. Wat kan dit opleveren in de nabije toekomst?

“Die b2b-events leveren op termijn altijd iets op. Het is heel goed dat we nauwere contacten hebben met Belgische kmo’s én hun competenties kennen omdat we ook buitenlandse bedrijven naar hier halen. We stellen hun expliciet de vraag: hoe kan je een return in België realiseren door onze lokale kmo’s te betrekken? Dan is het cruciaal dat wij beide met elkaar in contact kunnen brengen.”

Van 30 mei tot 1 juni 2025 werd in Sint-Truiden de Drones Hackathon georganiseerd door Innovation for Defence (Inno4Def), het Belgische defensie-innovatieprogramma.
Dit brengt militairen en burgerexperten samen om via hackathons innovatie te versnellen.
Vooraan

Binnen het contract voor de nieuwe mijnbestrijdingsvloot richtte de Franse onderwaterdroneproducent Exail Robotics een Belgische divisie op, met vestigingen in Oostende en Moeskroen. Is dit een schoolvoorbeeld?

“Het gaat zelfs verder. Wij hebben aan Exail Robotics gezegd dat ze hun toeleveringslijn voor de vestiging in Oostende Belgisch moesten maken. Dat zorgde even voor een discussie met het Franse moederbedrijf, maar dat was de voorwaarde. Die supplychain is nu grotendeels Belgisch én resilient. Als een bedrijf door omstandigheden niet meer kan leveren, dan kunnen we op de Franse toeleveringsketen terugvallen en vice versa.”

Met de komst van de Brusselse European Defense Exhibition (BEDEX) in maart 2026 zet Brussel in op een

eigen defensiebeurs. Is een nationale beurs in een sterk geglobaliseerde defensiesector wel zinvol?

“Zeker, we steunen dit privaat initiatief, dat grote buitenlandse bedrijven naar hier loodst zodat er een interactie kan plaatsvinden met onze bedrijven. Nadien zullen we de resultaten evalueren.”

Hoe belangrijk is DIRS (Defence, Industry and Research Strategy) om innovatie aan te zwengelen?

“DIRS heb ik mee ontwikkeld, net als DEFRA (Defence-Related Research Action), een onderzoeksprogramma waarbij kennisinstellingen en industrie verplicht gezamenlijke projecten indienen, net om die kennisoverdracht tussen academici en de industrie te verbeteren. De industrie kan ook een vingertje opsteken als er geen businesscase is voor het voorgestelde onderzoek en als het technisch niet haalbaar is.

DIRS moet dan weer onze defensieindustrie sterker maken op lange termijn, om ons meer weerbaar te maken maar ook uit economisch en kennisbelang. We moeten meer kennistransfers stimuleren vanuit het buitenland in domeinen waarin we zelf niet zo sterk staan. Wij hebben universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven die in bepaalde niches aan de top staan, maar we kunnen niet in alle domeinen toptechnologie ontwikkelen, zoals de VS en China. We moeten kennis écht durven importeren op Europees en trans-Atlantisch niveau, via topbedrijven. Het is aan de kmo’s om zich onmisbaar te maken in zo’n consortium, in de ontwikkelings-, productie- en ondersteuningsfase. Tot slot, het is niet omdat je het recept van een chef-kok hebt, dat je een topmenu kan koken. Je moet ook de skills verwerven, daarvoor moet je bij hem op stage gaan. Dat geldt zowel voor onze industrie als voor Defensie.”

Wij hebben universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven die in bepaalde niches aan de top staan, maar we moeten kennis ook écht durven importeren op Europees en trans-Atlantisch niveau”

Luitenant-generaal Filip Borremans

Niet elk bedrijf dat producten maakt met zowel civiele als militaire toepassingen wil daarover communiceren, ondervonden we zelf. Niet zozeer omwille van wat ze maken, maar omdat ze bang zijn voor de reactie van bepaalde actiegroepen?

“Ik begrijp bedrijven die uit veiligheidsoverwegingen of industriële belangen beslissen om onder de radar te blijven. Dat doen wij soms ook (glimlacht). Wat de actiegroepen betreft, iedereen heeft recht op zijn eigen mening. Op sociale media word je getorpedeerd met meningen. Maar hun acties, dat zijn vandalenstreken. Punt.”

Wat dual use betreft, is er niet heel vaak een wisselwerking tussen ontwikkeling op militair en civiel niveau?

“Absoluut. Civiele ontwikkelingen worden nadien voor defensie aangewend, maar even vaak omgekeerd. De microgolfoven, het internet, de GPS: het zijn allemaal voorbeelden van militaire ontwikkelingen met een enorme impact op ons dagelijkse leven. Sabca, nu Sabena Engineering, was betrokken bij de assemblage van de F16’s in Europa. Het verwierf zo skills die het nu kan toepassen op de burgerluchtvaart.”

Oorlogen of conflicten zijn ook altijd een versneller van innovatie geweest …

“Klopt. Als een land of regio zich in een kritieke positie bevindt met non-stop bedreiging, dan nemen mensen risico’s om oplossingen te vinden, en dat stimuleert innovatie. De innovatie van drones in Oekraïne is nu enorm; stel dat we tot een wapenstilstand komen, dan zal die evolutie veel trager vooruitgaan. Los daarvan, het dual use-aspect is essentieel voor innovatie in defensie. Bedrijven hebben een businesscase nodig om te overleven. Nu zijn er veel budgetten voor defensie, op een bepaald moment zullen die weer slinken. Als bedrijf moet je kunnen overleven via civiele toepassingen en eventueel kunnen switchen naar militaire productie wanneer dat nodig is. Zoals een voertuigenbouwer bij een militaire crisis overschakelt naar militaire voertuigen.”

Er staan ook nieuwe militaire ‘Kwartieren van de Toekomst’ in Vlaanderen op de planning, waaronder het oude reservevliegveld van de NAVO in Ursel… “We willen onze locaties geografisch beter spreiden om de militaire loopbaan van ons personeel attractiever te maken. We vragen aan onze mensen dat ze mobiel zijn, maar op een bepaald moment in je carrière wil je een geografische stabiliteit als je niet op oefening of operatie bent. Dankzij zo’n spreiding zijn we ook meer weerbaar in territoriale verdediging. Weet

je, ik was vroeger korpscommandant van de kazerne in Ieper. Die is in 1953 gebouwd om de hoge werkloosheid te keren. Vele kazernes zijn doorheen de jaren echter verdwenen.”

Hoe kunnen lokale bedrijven mee profiteren van nieuwe kwartieren?

“Denk aan onderhoud van gebouwen, groenonderhoud, schilderwerken …

Bij verschillende bestaande kwartieren is het facility management uitbesteed aan één bedrijf, dat op zijn beurt met heel wat toeleveranciers en lokale aannemers werkt, in catering, horeca en logement. Het materieel moet ook onderhouden worden natuurlijk.”

Voor het Oost-Vlaamse kwartier in Ursel swingen de bezwaarschriften de pan uit. Groen-politica Mieke Schauvlieghe is een grote tegenstander…

“Dit Kwartierplan wordt op de ministerraad besproken, maar de bespreking is al enkele keren uitgesteld. Ursel is sowieso al een militair kwartier, je hoeft er niemand te onteigenen. Bovendien ligt Ursel relatief dichtbij Universiteit Gent en de economische groeipool Gent, wat ook R&D-kansen biedt. Een plan B is er niet echt. Maar niemand wil nog nieuwe bedrijvigheid in zijn ‘achtertuin’.”

Vooraan in het

Welk bedrijf kan zeggen dat zijn producten gebruikt worden in radarsystemen van fregatten en gevechtsvliegtuigen, in Formule 1-wagens en in een ruimtesonde die jarenlang op weg is naar Jupiter? De hightech printplaten van Advanced Circuit Boards (ACB) doen het, en met bravoure.

Maak kennis met een verborgen techparel uit Dendermonde.

ACB MAAKT HIGHTECH PRINTPLATEN VOOR LUCHTVAART, RUIMTEVAART ÉN DEFENSIE

“Wij zijn de hightech van de hightech in de printplaten”

Group ACB is een toonaangevende Europese speler in de productie van hoogwaardige printplaten.

ACB Dendermonde, één van de drie productiesites binnen deze Franse groep, werd opgericht in 1988 en is nu nog de enige PCB-producent in de Benelux. “Al onze concurrenten zijn failliet gegaan of er zelf mee gestopt. In Europa zijn er nog een zevental producenten van ons niveau”, vertelt Joachim Verhegge. Hij is elf jaar aan de slag bij ACB, waarvan drie jaar als plant director.

Bij ACB Dendermonde maken ze printed circuit boards (PCB) of printplaten voor de luchtvaart, ruimtevaart en defensie. Die worden onder andere gebruikt in Formule 1-wagens, militaire en civiele vliegtuigen en high-end ruimtesatellieten. Zoals het Airbus A400 vrachtvliegtuig dat door het Belgische leger wordt gebruikt, de JUICE ruimtesonde die op weg is naar Jupiter

om vanaf 2030 de ijsmanen te verkennen of het radarsysteem van het Eurofighter gevechtsvliegtuig en de nieuwe fregatten.

Life critical

“We zorgen ervoor dat elektronische componenten die in vliegtuigen, satellieten en tanks gebruikt worden, correct kunnen samenwerken. Wij maken enkel het naakte printbord. Chips moet je met elkaar verbinden via een drager, dat is de printplaat”, legt Jan De Maeyer, group sales director, bevattelijk uit. (Hij neemt een printplaat uit de vitrine): “Op het eerste gezicht ziet dit er redelijk eenvoudig uit: een stuk plastic met koper. In realiteit bestaat deze printplaat uit vele laagjes, tot dertig en meer. Die worden eerst apart gemaakt, vervolgens op elkaar gelegd met isolatoren ertussen en vervolgens samengeperst tot één geheel. Waar de verticale verbindingen tussen de lagen moeten komen, worden er overal gaatjes

FOTO NATHALIE DOLMANS
Failureisnotanoption. Dat geldt voor een printplaat die de ruimte wordt ingestuurd, maar evengoed voor een radardetectiesysteem dat posities moet bepalen van vijandelijke vliegtuigen

– tot tienduizend – in geboord en nadien wordt er via een chemisch proces koper in aangebracht zodat die met elkaar in verbinding komen.”

ACB doet het uitstekend in de PCBwereld die enorm geëvolueerd is. In de jaren negentig van de vorige eeuw telde Europa 800 à 900 PCB-bedrijven, vandaag nog tussen de 150 en 170. De industrie verhuisde naar Azië, minder dan 3 procent van de wereldmarkt wordt in Europa geproduceerd, 6 procent zit in de VS en de rest zit in Azië. “In de beginjaren werkte ACB Dendermonde voor de telecomindustrie als prototypebouwer, maar dat kantelde rond 2000. Printplaten zitten in bijzonder veel eindproducten. In China gebeurt nu de volumeproductie, denk aan miljoenen printplaatjes voor smartphones. Wij maken hier enkel de hightech van de hightech, in heel beperkte series.”

ACB werkt voor zogenaamde mission critical en life critical markets. “Wanneer mensenlevens op het spel (kunnen) staan, spreken we over life critical. Denk aan een printplaat in een vliegtuig. Als je met je auto een elektronica-probleem krijgt, zal de VAB je wel komen redden, een vliegtuig kan zich niet zomaar parkeren. Of een radardetectiesysteem dat posities moet bepalen van vijandelijke vliegtuigen, mag niet falen. Ook luchtafweerraketten zitten tjokvol sensoren om de juiste doelwitten te kunnen detecteren.”

Space proof

ACB levert zelf nooit rechtstreeks aan Defensie. “Wij zijn in de eerste plaats een toeleverancier van de elektronica-industrie. We zijn geen defensiebedrijf, als onderaannemer leveren we onze printplaten aan topbedrijven in de defensie-, luchtvaart- en ruimtevaartindustrie. Wij kiezen onze markten ook

niet, zij kiezen ons. De realiteit is dat we enkel in dit hoogwaardig segment nog concurrentieel kunnen zijn. Printplaten waarbij de kwaliteit heilig is en de prijs iets minder doorweegt. Bij een printplaat die de ruimte wordt ingestuurd, is failure not an option. Je kan er niet later even een technieker naar toe sturen om ze te herstellen. De printplaten van de JUICE ruimtesonde zijn vanaf 2030 operationeel, dan moeten ze ook perfect werken, zoniet komt de missie zwaar in het gedrang.”

ACB is één van de vijf PCB-producenten in Europa die gekwalificeerd zijn voor het European Space Agency (ESA). “Hier zijn we koploper, ook dankzij een mooie samenwerking met imec”, zegt Joachim.

“Gelukkig kunnen we rekenen op R&Dfunding, al stoppen de subsidies steeds na de R&D-fase. Op vlak van chipdesign en -onderzoek is imec de wereldwijde

we aankopen in China, maar afgewerkte printplaten mogen dan weer zonder importtarieven vanuit China aangekocht worden. Dat lijkt ons niet eerlijk.”

300 productiestappen, 30 lagen

In de productiesite valt onze mond net niet open van verbazing. Voor het maken van deze PCB’s, steeds in kleine series, zijn 300 tot zelfs 600 productiestappen nodig, afhankelijk van hoe gesofisticeerd de printplaat is. Jan: “We krijgen altijd een design aangeleverd. Wij zijn het maakbedrijf dat daarmee aan de slag gaat. Vergelijk ons met een bouwbedrijf. Onze klanten hebben architecten die het huis ontwerpen; soms is dat een tuinhuis, dan weer een woonhuis of zelfs een fabriek. Wij maken die continu. En als wij merken dat het kwalitatief niet maakbaar is, koppelen onze ingenieursteams meteen terug naar de klant. Ja, we spelen in de Champions League van de printplaten.”

GROUP SALES DIRECTOR JAN DE MAEYER
PLANT DIRECTOR JOACHIM VERHEGGE
Vooraan

Seyntex rust niet enkel de Belgische militairen uit met operationele kledij. Ook in andere Europese landen zoals Nederland, Frankrijk, Zwitserland en Ierland zijn hun kogelwerende vesten gegeerd. Bescherming op bestelling, met engineering als rode draad.

SEYNTEX BEVOORRAADT HET BELGISCH LEGER

MET BESCHERMENDE KLEDIJ

Textiel als defensietechnologie

Seyntex, met hoofdzetel in Aalter, focust zich voluit op beschermingskledij. Van vezel tot vest. “We doen mee aan openbare aanbestedingen in een gericht aantal nicheproducten: ballistische kledij, CBRN-kledij (chemisch, bacteriologisch, radioactief en nucleair beschermende kleding, red.), gevechtskledij, regenkledij, tenten, rugzakken, slaapsystemen, parade-uniformen en camouflagenetten”, vertelt ceo Agar Daelemans. “99% van onze activiteit is gerelateerd aan tenderbusiness met overheden als klanten zoals ministeries van Defensie, politie en brandweer.”

Spannende tenderbusiness

Hoofdzakelijk concurreert Seyntex met spelers uit Europa, bij echt grote bestellingen komt de concurrentie van overal ter wereld. Vooraleer er verkocht kan worden, zijn er stevige investeringen in ontwerp en prototypes nodig. In die fase weet je nog niet of je de bestelling zal krijgen. Agar: “Zo’n tender, zoals BDCS

(Belgian Defense Clothing System), vergt duizenden uren voorbereiding. Daarom is het heel frustrerend als je zou verliezen, zeker als je prijs-kwaliteit en technisch de beste troeven hebt. BDCS is het meerjarencontract dat via een consortiumverband met het Belgische Sioen en het Amerikaanse Crye Precision werd gegund voor het leveren van meerlagige en multifunctionele gevechtskledij.”

Seyntex draait 70% op export, o.a. naar Nederland , Frankrijk (hun tweede grootste markt), het VK, Ierland, Denemarken, Zwitserland en andere NATO-landen. 80 procent van hun omzet is bestemd voor Europese defensie, 20 procent voor politie- en andere overheidsdiensten. Het bedrijf is een van de grotere spelers op de Europese markt voor kogelwerende vesten. In het voorjaar van 2025 sloot het nog een contract af met het Ierse leger. Seyntex mag de komende jaren 8.000 kogelwerende uitrustingen maken voor de Ieren. “Het gaat om een contract van circa 20 miljoen euro”, aldus Agar.

“ Als je een kogelvrij vest vergelijkt met een van 20 jaar geleden, zie je een gigantische evolutie.

De

samenwerking met de mensen in het veld is cruciaal
Seyntex is o.a. actief in CBRN-kledij.
Vooraan in het nieuws

Hoe verloopt zo’n aanbestedingsproces?

Nadat er een Europese aanbesteding wordt gelanceerd op de markt, kan je er als bedrijf op intekenen en doorloop je een prekwalificatieproces. Agar: “Daarna wordt er een shortlist gemaakt van enkele partijen. Nadien moet je je technisch dossier, prijszetting en traject van innovatie en productontwikkeling samenstellen. Dan krijg je een score en volgt er een meeting waarbij elke kandidaat zijn dossier verdedigt en er extra vragen kunnen worden gesteld. Vervolgens is het radiostilte tot de beslissing valt. De concurrentie is hard.”

Innoveren in camouflage en ballistiek

Voor het Belgische Ministerie van Defensie maakten ze tijdens het tenderproces pre-series voor alle modellen waarbij de eindgebruiker ‘anonieme’ uniformen test en scores geeft op vlak van bescherming en comfort. Een militair is trots op zijn uitrusting. Maar ook de politieman in de straat wil een comfortabel kogelvrij vest.

Seyntex werkt al zo’n vijftig jaar voor de Belgische Defensie. Agar: “We zien dat de projecten steeds groter worden met veel grotere hoeveelheden, zoals voor BDCS Maar we hebben ook gelijkaardige contracten met o.a. het Franse en Nederlandse leger.”

Innovatie is cruciaal in gevechtskledij. “Door de introductie van drones in oorlogsvoering worden er nu ook nieuwe types camouflagenetten ontwikkeld, die binnenkort op de markt worden geïntroduceerd. Als je een kogelvrij vest vergelijkt met een van 20 jaar geleden, zie je een gigantische evolutie. Ook de wapens vernieuwen voortdurend, dus wij

Seyntex: 1.200 werknemers wereldwijd, 50 in België

In België werken een vijftigtal m/v/x, in sales, marketing, productontwikkeling, R&D, aankoop, logistiek, finance en HR. De productie huist in twee eigen fabrieken in Roemenië en Bangladesh. Daardoor kunnen ze ook snel schakelen.

Alles samen werken ruim 1.200 mensen voor het defensiebedrijf.

moeten heel kort op de bal spelen. De samenwerking met de mensen in het veld is cruciaal.”

Er waait al langer een nieuwe wind bij de Belgische Defensie, aangewakkerd door de geopolitieke hoogspanning in deze wereld. “Je voelt dat er een engagement is op lange termijn. Het BDCS-contract bevat eveneens een traject om voor het eerst samen nieuwe producten te ontwikkelen.”

Ook de vraag naar CBRN-kledij beleeft een heropflakkering. “Sinds de oorlog in Oekraïne zien we een groeiende vraag naar dit soort kledij, maar wij hebben daar al 40 jaar expertise in. We doen permanent R&D, samen met leveranciers van stoffen en toebehoren. En we beschermen onze innovaties via patenten. Momenteel zijn we dan ook hoofdleverancier aan heel wat Europese NAVO-landen.”

Van kledijafval tot grondstof Price does matter. Maar terwijl de business vroeger 100% prijsgedreven was, weegt nu duurzaamheid ook veel meer door. “Duurzaamheid uit zich op vele niveaus: in de productie, in een efficiënt energiebeleid, in afvalverwerking, maar ook in de

behandeling van de producten. “Iedereen moet vandaag met duurzaamheid bezig zijn, maar het traject ernaartoe is een hobbelig pad. Op bepaalde kledij zit bijvoorbeeld een chemische permethrinebehandeling om insecten te weren. In de toekomst willen we biologische producten gebruiken als alternatief. Steeds meer kledij zal ook worden gerecycleerd of volledig ontrafeld in vezels, opdat het nadien kan gebruikt worden als isolatiemateriaal voor zowel de bouw als auto-industrie.”

In het kader van duurzaamheid proberen ze ook meer lokaal materialen aan te kopen. “Textiel wordt veel gesourcet in Azië. Om minder afhankelijk te worden van die regio, kan je meer inzetten op lokale spelers en lokale productie, nearshoring dus. In sommige lastenboeken staat als voorwaarde ‘meer Europese productie’, maar sedert lang is het aantal spinnerijen en weverijen afgebouwd en beperkt de capaciteit zich tot confectie. Bijkomend stijgen ook de lonen in Oost-Europa en de strijd om talent in deze markt woedt heviger dan ooit. In Bangladesh kunnen we wel nog vrij snel extra personeel vinden.”

Checkmade is al jaren een trouwe leverancier van Defensie. Ze leveren o.a. kluizen en brandwerende kasten, in de toekomst hopen ze een grotere rol te spelen in toegangscontrole en -automatisatie van de militaire sites. “Bedrijven, havens, burgers: we zullen ons steeds beter moeten beveiligen”, zegt bestuurder Sven De Keukeleire.

CHECKMADE, SPECIALIST IN TOEGANGSBEHEER EN -AUTOMATISATIE:

“Onze wildste droom? Alle kazernes beveiligen”

Checkmade zag het levenslicht vanuit de familie Dombrecht. Die was tot begin 2000 vooral actief in mechanische toegangsbeveiliging, als distributeur van kluizen, brandkasten en hang- en sluitwerk voor slotenmakers, ijzerwarenhandels en alarminstallateurs. Daarna kwam er ook volledige ontzorging bij van wat men ‘waardeberging’ noemt: kluizenzalen monteren en demonteren, brandkasten inhuizen en verhuizen, enz. Via grote tenders kwamen er raamcontracten met klanten als Belfius, bpost, Van Marcke, Lukoil en Q8.

In 2011 vervoegde Sven De Keukeleire het bedrijf als medezaakvoerder. “Naast de mechanische toegangsbeveiliging zijn we toen ook gestart met elektronische camerabewaking en toegangscontrole. Al snel werd duidelijk dat we meer moesten inzetten op de b2b-markt in parkingbeheer en toegangsautomatisatie, waarbij iedereen die ‘vreemd’ is aan een bedrijf dat bedrijf op een gecontroleerde manier binnen- en buitengaat.”

Integrator met legoblokjes

In 2018 volgden twee overnames van kleine bedrijfjes (in transport van

brandkasten en kluisruimtes & in branden inbraakwerende deuren). Een nieuwe bedrijfsnaam Checkmade dekte voortaan hun drie activiteiten: mechanische beveiliging, inbraakwerende deuren in appartementsbouw en toegangscontrole, -beheer en -automatisatie. “Als je een probleem hebt met toegang op je site, kan je bij ons terecht. Voor slagbomen, sectionaal poorten, maar ook de controle erop, aanmeldkiosken, camerabewaking voor nummerplaatherkenning,… We produceren zelf niets, we zijn een integrator (met 22 vaste medewerkers en vaste freelancers, red.) en creëren een oplossing met al die legoblokjes.

“ We zijn NATO cleared. Dat betekent dat ons bedrijf én medewerkers helemaal doorgelicht zijn. Ze willen weten met wie ze te doen hebben
Vooraan

Checkmade hoopt in de toekomst een grotere rol te spelen in toegangscontrole en -automatisatie voor Defensie.

De softwareontwikkeling gebeurt via een dochterfirma. Onze grote troef: een totaaloplossing bieden. Als externe chauffeurs zich melden aan een bedrijf, krijgen ze automatisch een toegangsverlening gekoppeld aan hun ERP-systeem. We koppelen daar ook digitale documenten aan, via een elektronische CMR. Vanaf 2027 treedt ook eFTI (electronic Freight Transport Information) in voege, dan is elk Europees land verplicht om elektronische documenten te aanvaarden.”

Administratieve machine

Het bedrijf werkt al sinds 2010 voor Defensie. Ze plaatsten o.a. brandwerende kasten en kluizen op bijna alle sites van Defensie. “Vandaag doen we nog steeds mee met aanbestedingen die we soms winnen en soms verliezen. Openbare aanbestedingen zijn vrij complex in die zin dat je telkens door die administratieve machine moet. Dat komt omdat openbare diensten die een aanbesteding uitschrijven er enorm beducht op zijn om op een fout gewezen te worden die niet conform de

wetgeving is. Dat schrikt zeker nieuwe bedrijven af. Op die manier wordt die markt ook deels afgeschermd en verkleind. Of door objectieve restricties toe te voegen, zoals een minimale jaarlijkse omzet. Voldoe je daaraan niet, dan lig je er al uit, al heb je de beste oplossing.”

Wie voor Defensie werkt, moet voldoen aan hoge kwaliteitseisen. Sven: “Zo zijn we ondertussen VCA**- en NATO-gecertificeerd. NATO cleared betekent dat je bedrijf én medewerkers helemaal doorgelicht zijn, om te vermijden dat er zich terroristen in je bedrijf bevinden. Ze willen weten met wie ze te doen hebben.”

Toegang kazernes automatiseren

In de nabije toekomst hoopt Checkmade een grotere rol te spelen in toegangscontrole en -automatisatie voor Defensie. “Aanmelding op een militaire site gebeurt nu nog hoofdzakelijk manueel, via een ID-controle en badge. Dat kan ook perfect geautomatiseerd. In onze wildste dromen

zouden we graag de toegangscontrole en -automatisatie voor alle kazernes doen. Met dat dossier ben ik al vele jaren bezig.”

Defensie heeft de tijdsgeest mee, meent Sven. “Onze veiligheid is niet gegarandeerd. Sinds de oorlog in Oekraïne is de bewustwording bij de burgers gegroeid. Doe daar nog een wispelturige president in de VS bij. Vergeet ook niet dat er in België veel internationale instellingen en kritische infrastructuur aanwezig zijn. Het is hoog tijd dat er eindelijk in luchtafweer geïnvesteerd wordt. Ook onze havens zijn geopolitiek van groot belang, via de ISPS-wetgeving worden de regels strenger. Bedrijven van Amerikaanse origine zijn veel strenger dan Vlaamse; een percentage van hun omzet of EBITA gaat naar veiligheid. Security is een sector die traag groeit, maar nu iets sneller. Ook als terreurgroepen je bedrijf proberen binnen te dringen, kom je bij onze knowhow terecht. De ANPR-camera’s – intelligente camera’s voor nummerplaatherkenning – zijn nu zoveel slimmer dan tien jaar geleden”, besluit Sven.

Hardnekkig en fout: 5 misvattingen over leiderschap versus welzijn

Rond leiderschap als facilitator voor welzijn blijven enkele hardnekkige misvattingen organisaties parten spelen. Gretel Schrijvers, ceo van Mensura group, verwijst ze graag naar de prullenmand.

1. ‘Leidinggevenden moeten ook (technisch) expert zijn in elke job.’

Nee. Hun waarde ligt in behoefte capteren, ondersteuning organiseren en veilig presteren mogelijk maken. Leidinggevenden moeten ook geen psychologen zijn. Met de juiste vaardigheden, processen en partners kunnen zij het verschil maken.

2. ‘Welzijn is een thema van hr, niet van de leidinggevende.’

Welzijn is ieders verantwoordelijkheid. De leidinggevende is het eerste aanspreekpunt. Tegelijk zijn personen in leidinggevende functies de ogen en oren van een organisatie. Zij moeten tijdig signalen (kunnen) capteren van problemen en mogelijke uitval.

3. ‘Over welzijn praten is soft en kost tijd.’

Integendeel: warm-zakelijk werken levert winst op – snellere escalatiedetectie, minder verzuim, betere performance. Dat betekent menselijk en betrokken communiceren én tegelijk helder zijn over richting, resultaten en afspraken. Dat is geen zachte optie. Het is professioneel leiderschap, dat gedrag en keuzes beïnvloedt, psychologische veiligheid vergroot en businessresultaten oplevert.

4. ‘Een ziektebriefje is een privézaak.’

Verbinding houden is essentieel voor duurzame re-integratie. Kijken naar motivatie bepaalt ook de keuze die mensen maken als ze zich niet goed voelen: durven ze daarover spreken of sturen ze een ziektebriefje? Als het laatste gebeurt, ben je hen (tijdelijk) kwijt en verlies je contact. Vertrouwen en psychologische veiligheid zijn geen bijzaak, maar de voorwaarde voor prestaties, samenwerking en groei.

5. ‘Psychologische veiligheid ontstaat vanzelf als je aardig bent.’

Veiligheid vraagt bewuste routines: een fair proces, heldere verwachtingen, fouten of zorgen mogen bespreken en consequente follow-up. Enkel aardig zijn als leidinggevende volstaat niet.

Meegedeeld

DOOR DE HANDEN VAN

De masseur in de warme bakker

Bij Bakkerij Van Hecke, veertig jaar jong, regeert het ambacht. Het epicentrum van deze warme bakker ligt in Nazareth. Van daaruit bedienen ze naast hun 18 eigen winkels ook nog tal van koude bakkerijen en rusthuizen.

Vers én op tijd, dat is hun credo. Met extra aandacht voor suikervrij gebak, zoutreductie in brood én een aparte productiefaciliteit voor gluten- en melkvrije bakkerijproducten onder het merk Traindevie.

De warme bakker kneedt deeg zoals een masseur een wielerlijf masseert: hij duwt, voelt, streelt als het moet. Deze handen zijn een bewijs van goed gedrag en kneden. Knoestig, eelt van het vele rollen, gerafeld door de bloem.

TEKST SAM DE KEGEL | FOTO WANNES NIMMEGEERS

Voor Jan Jaap van der Wal is humor informatie verzamelen, associaties leggen, en er dan een saus over gieten die tegelijk ontwapenend en raak is. Hij scant de wereld zoals hij een publiek leest: met alertheid, mildheid maar ook een feilloos gevoel voor waar het schuurt.

Hilde in gesprek met

Jan Jaap van der Wal

WAAROM JAN JAAP NOOIT UITSCHRIJFT EN TOCH ALTIJD RAAK SCHIET

“Met

mijn humor was

ik

potentiële pestkoppen voor”

Vandaag ga ik op pad met Jan Jaap van der Wal, wat mij betreft een van de meest snedige comedians en presentatoren van België en Nederland. We leerden elkaar beter kennen toen hij eind 2023 onze nieuwjaarsreceptie in Gent met veel schwung presenteerde en hij Geert (Moerman) en mij het vuur aan de schenen legde over de aankondiging van ons co-ceoschap.

Zelden zoveel flair, scherpte, mildheid en humor op ons podium gezien. Ik vertrouwde hem toen toe dat hij al veel langer in mijn hart zat, omdat ook mijn zoontje geboren is met schisis, weliswaar in een veel mildere vorm dan bij Jan Jaap. Toen Marcel ongeveer vijf was en Jan Jaap voor het eerst op televisie zag, zei hij: ‘Oh, die man heeft

hetzelfde als ik en is toch beroemd kunnen worden’. Dat heeft me bijzonder geraakt, en het geeft het belang van rolmodellen nog maar eens weer.

We spreken af aan de Capitole in Gent; we breken er zelfs een beetje in, want ik had geen afspraak kunnen regelen. Maar Jan Jaap is overal bekend. In maart 2027 staat hij hier zelfs op het podium met zijn nieuwe voorstelling.

Wie Jan Jaap interviewt, wandelt niet gewoon van vraag naar antwoord, maar van de ene associatie naar de andere. Met verrassende bochten, scherpe observaties en af en toe de perfecte grap op het juiste moment. Zoals alleen comedians kunnen

TEKST HILDE SCHUDDINCK – FOTO JEROEN WILLEMS

Jan Jaap, iemand doen lachen is niet evident. Humor is volgens mij een ultieme vorm van intelligentie. Zo, het eerste compliment is gegeven…

“Ik denk dat dat wel klopt, ja. Humor is altijd een verwerking van informatie, om het even heel technisch te zeggen. En daarvoor moet je dus alle informatie hebben en er een soort saus overheen gieten vanuit je hoofd, vanuit je gedachten. Dus ja, het is wel zo dat je algemene kennis moet hebben om alle associaties te kunnen maken die je wil.”

En werk je daar bewust op? Moet je dat blijven trainen – kranten lezen, nieuws volgen, studeren – of is dat altijd heel natuurlijk geweest bij jou?

“Je moet blijven studeren. Maar je moet ook weten wat je níét hoeft te weten. Je kunt je verliezen in details. Je kunt The Economist lezen, bijvoorbeeld, maar je publiek moet ook nog mee zijn. Dus je zoekt een algemeen kennisniveau waar je samen op kan landen. Ik lees veel kranten. Ik heb wel eens geprobeerd om een nieuwsarme periode in te lassen, maar dat lukt niet zo goed.”

Omdat het je oprecht interesseert, natuurlijk. Dat voelt niet als werk. Maar hoe weet je dan: hier zit iets in?

Wanneer wordt iets materiaal?

“Dat is voor mij vrij simpel. Iets verwondert of ergert mij. Of maakt me boos, blij of verdrietig. En dan weet ik: dit is een richting. Er zijn ook onderwerpen waar ik niets mee heb, en dan ga ik daar ook geen grappen over maken.”

En dan schrijf je dat uit?

“Ik schrijf nooit uit. Ik begin gedachten uit te spreken in mijn hoofd, die ik dan zo snel mogelijk op een podium uitprobeer. Liefst in kleine zaaltjes. Dan voel je vrij snel: dit raakt mensen, of dit niet. Als het niet werkt, ligt het bijna altijd aan mij. Dan vertel ik het nog niet juist.”

Dat vind ik dus fascinerend, dat pure vertrouwen op spontaniteit. Dat vraagt vooral veel zelfvertrouwen, denk ik dan.

“Ja, en ervaring. Je wordt op den duur je eigen redactie. Dat proces gaat steeds

sneller: dit wel, dit niet. Gisteren speelde ik in een café in Antwerpen en er was een stuk dat niet goed ging. Ze begrepen het wel, maar ze waren er nog niet klaar voor. Dan weet ik: hier moet ik me nog even verder op concentreren, maar ik ga geen zinnen schrijven.”

Toen je voor ons de nieuwjaarsevents ging presenteren had je op voorhand heel weinig info nodig en het resultaat was top …

“Bedankt, het lijkt me dan ook goed of zelfs aangewezen om me opnieuw te reserveren voor de editie van 2026 (lacht). Je moet wel altijd goed weten: waar ben ik, met wie, waarom hier? Elke zaal, elke avond, elke context is anders. Of het nu een theater is of een bedrijfsevent, die sfeer moet je eerst voelen. Als je die goed aanvoelt, ben je al voor meer dan de helft vertrokken.”

Wou je altijd al comedian worden?

“Vrij snel wel, maar ik wilde niet naar een toneelschool, geen auditie doen. Ik ben niet zo competitief. Ik belandde in Amsterdam bij een comedygezelschap – de Comedytrain – en dat was laagdrempelig. We deden alles samen en iedereen was het genre nog aan het uitvinden. Stand-up was toen nog niet zo groot.”

Ik herinner me Gent eind jaren negentig in Bal Infernal met The Lunatic Comedy Club. Daar gingen we elke dinsdagavond comedy kijken met vrienden. Dat voelde toen als het begin van iets …

“Dat kan heel goed kloppen. In Nederland begonnen we begin jaren negentig. Ik kwam zelf pas veel later in Vlaanderen terecht. Mijn eerste echte optredens hier waren in Gent. En toen voelde ik meteen: dit werkt.”

Heb je een diploma eigenlijk?

“Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd, een vol half jaar wat al mooi is (lacht).”

En wat is er bijgebleven?

“Ik heb een vak gehad over de architectuur van Las Vegas, gebaseerd op ‘the duck’. Dat is een restaurant waar je eend kan eten, in

de vorm van een eend. Interessant hé (lacht). Maar ik trad ook al op en het was vrij snel duidelijk: Ik kan en ik wil dit en ik ga alleen maar beter worden.”

Was je als kind al de grappigste van de klas?

“Niet de luidste. Wel degene die op het einde van de les nog iets kon terughalen van het begin, wat grappig was. En dat systeempje – voor zover dat een systeempje is – is wel iets wat ik vrij goed beheers: iets terughalen, met elkaar verbinden en het rondmaken. Dat vind ik ook leuk, continu associatief denken.”

In die zin was je wel een aangename leerling omdat ze je niet konden verwijten dat je niet aan het opletten was …

“Klopt, ik was superbraaf en dus heel erg begaan omdat ik wel echt aan het luisteren was. Ik ben er nooit uitgestuurd omdat ik lawaai maakte. Ik ben mijn hele leven al een beetje Vlaming geweest: bescheiden (lacht).”

Je komt uit Friesland.

Zaten je ouders ook in die culturele wereld?

“Nee, mijn vader heeft een onderwijsachtergrond en mijn moeder een zorgachtergrond. Een heel klassiek gezin dus; mijn zusje zit ook in het onderwijs. Maar de vader van mijn moeder was flamboyant. Pianist, entertainer. Hij was ook heel luid, dat heb ik dus wel opgepikt. En onderwijs is ook een vorm van performance. Je staat voor een groep, je leest de zaal. Het is crowdwork.”

Comedy is één ding, maar onlangs liet je me weten dat je graag meer met ondernemers aan de slag wil. Is dat idee nog altijd aan het rijpen?

“Ja, het interesseert me wel. Niet omdat ik plots een fan ben van aandelen en obligaties, maar wel omdat je via ondernemers en bedrijven echt wel prachtige verhalen te horen krijgt. En dat prikkelt meteen mijn fantasie, om met die verhalen aan de slag te gaan en daar ook humor door te weven. En als comedian word je natuurlijk ook gevraagd om voor bedrijven op te treden. In de comedywereld is een bedrijf altijd een soort ‘sterfhuis’ waar het nooit lukt ... of een gebied waar je van weg moet blijven.”

Wat bedoel je met een sterfhuis?

Dat er een kille sfeer hangt?

“Het zijn toch vaak stroeve middagen in een zaaltje met zo’n powerpointscherm en zo’n overheadprojector, dat soort schrikbeelden. Maar ik heb geleerd dat, als je dat gewoon benoemt, het de boel onmiddellijk ontlucht. Dan blijken dat allemaal aardige, slimme en grappige mensen te zijn die dat ook gewoon vinden.

Ook bij Voka hoorde ik al veel boeiende verhalen die ik echt niet kende. En waar ik even in die taal mag zwemmen. Het moet ook bij je passen als comedian. Je moet vooral interesse hebben en dat al improviserend kunnen doen. Want als jij inderdaad gewoon daar gaat staan en je vaste verhaal over je eigen kinderen en je verbouwing gaat brengen, daar zitten die mensen dan weer niet op te wachten.”

Maar je wordt dus gevraagd om er een gezellige namiddag van te maken of als teambuilding?

“Wat ik vaak doe is dat ze op het einde van de dag een soort wrap-up willen. Ik moest laatst optreden voor Buitenlandse Zaken, voor alle ambassadeurs. Ze hadden ook gezegd dat het over buitenlandse handel zou gaan. Dat ik echt niks naar buiten mocht brengen. En daar waren ze een beetje spastisch over. En vervolgens ben ik in die workshops gaan zitten en het waren alleen maar afkortingen. Dus ik heb ze allemaal opgeschreven. En ik zei: jullie zijn bang dat ik dingen naar buiten breng. Maar dit is codetaal gewoon. Dat vinden ze dan grappig, missie geslaagd.”

Je bent ook zelf ondernemer?

“Ik heb een bedrijf, ja. Ik stel twee technici te werk en heb nooit een euro subsidie gekregen. Ooit was er een goede

theaterdirecteur in Amsterdam, Joost Nuissl, die zei: Het talent zit ‘m erin dat je je boekhouding een beetje moet kunnen bijhouden. Weten wat er binnenkomt en wat er buiten gaat, dat is de essentie. En de vrijheid die ermee gepaard gaat natuurlijk.”

Ook over politiek lijk je alles te weten. Ben je nog nooit gevraagd?

“Ik ben in Nederland ooit gevraagd. Maar als ik me nu aanmeld bij Groen, dan ben ik gewoon voorzitter denk ik, want daar zit niemand meer (lacht).”

Ik kan je daar wel even introduceren, als je dat wil …

“Wat een mooi verhaal zou dat zijn, via Voka bij Groen terechtkomen. Heerlijk. Kijk, wat ik altijd een beetje raar vind, is dat mensen verwachten dat die politici alles kunnen. Er zijn net zoals bij voetbal

verdedigers en aanvallers. Je hebt bestuurders, je hebt oppositieleiders. Je hebt mensen die kunnen debatteren. Wat De Wever nu doet – zeker binnen Europa – is het niveau waarop er nu geacteerd moet worden. Daarom is het ook totaal onverantwoord dat ze in Nederland nu een soort minderheidskabinet gaan bedenken met een totaal onervaren premier. De wereld staat in de fik, laten we gewoon even normaal doen.”

Wat is voor jou dan een goede politicus?

“Een soort bereidheid om je leven volledig in dienst te stellen van je taak. En ook gewoon moeilijke knopen durven doorhakken. En liefst ook een beetje achter de schermen. Niet alles via sociale media, dan word je te vaak een soort half-celebrity-karikatuur. Dat kunnen we echt wel missen momenteel.”

Even iets helemaal anders en ook persoonlijker, je schisis. Je maakt er zelf ook veel grappen over. Mijn zoon heeft het ook, in een heel milde vorm. Maar voor hem was je een soort van rolmodel. Dat raakt me als mama nog altijd.

“Dat hoor ik wel vaker, en dat blijft ingewikkeld. Iedereen heeft zijn eigen proces. Ik ben nooit gepest geweest, en daar kreeg ik zelfs boze reacties op van ‘lotgenoten’ die het niet konden geloven.”

Was humor dan geen verdedigingsmechanisme?

“Nee, maar het hielp wel dat ik mondig was. Dat ik mezelf liet zien, zo ben je potentiële pestkoppen wel een beetje voor. Je schuift jezelf niet naar de achterste rij, waardoor je een makkelijker target kan worden. Er zijn ook veel mensen met schisis die moeilijk kunnen praten. Maar daar heb ik altijd mijn best voor gedaan om dat wel voor mekaar te krijgen. Ik heb ontzettend veel logopedie gevolgd. Het moeilijkste voor mij? De vele ziekenhuismomenten die toen toch wel lang en eenzaam waren voor

een kind. De tijden zijn gelukkig op dat vlak helemaal veranderd.”

Ik kon bij mijn zoon altijd aanwezig zijn, gelukkig …

“Blij voor jullie, zou ik als papa ook willen doen. Binnenkort maak ik een programma waar ik een jongen volg met hetzelfde als mij. Dan vertelt die arts dat de operaties die ik heb gehad tot mijn twaalfde, nu al plaatsvinden binnen de eerste vier levensjaren. Daar kan ik alleen maar blij om zijn. En kijk, alle grapjes die je erover kan maken, heb ik al gemaakt (lacht).”

Wat vind je het leukste aan je job?

“Het werken aan een nieuwe voorstelling, het schrijfproces. Die fase is eenzaam, maar heerlijk. Briefjes, chaos, zoeken. Later is mijn kantoortje opgeruimd en zit de show in mijn hoofd. Dat moment vind ik bijna jammer. En de luxe om het te kunnen combineren met televisie natuurlijk.”

En is er iets wat je zeker nog wil doen?

“Ik ben enorm gefascineerd door Bob Hope. Dat was een Amerikaanse comedian die voor de troepen optrad tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog. Een beetje de Frank Sinatra van de comedy. En zeker in deze oorlogsdreiging vind ik dat een fascinerend iets.”

Dus daar wil je nog een show over maken?

“Ja, over hoop in moeilijke tijden, over humor in oorlog. Het komt steeds dichterbij …”

Ben je daar zelf bang voor?

Ik ben me daar wel bewust van. We kunnen hopen dat het overwaait en zolang mensen nu al een ticket boeken voor mijn show van 5 maart 2027 zitten we wel safe, denk ik (lacht). Want daaruit blijkt dat mensen toch vertrouwen hebben in de toekomst.”

Humor lost de problemen niet op, maar creëert wel even ademruimte … “Absoluut. Lichtheid, geen ontkenning, maar de zaken wat draaglijker maken.”

Ik wilde ook nog iets over je schoenen vragen, want het boeit me wel.

Waarom strik je je veters niet? Is dat bewust?

“Ik kan ze strikken, hoor. Ik heb zelfs een strikdiploma. Maar toch doe ik het zelden.”

Is het een vorm van rebelsheid?

Laat me zelf maar beslissen of ik er door val?

“Ik denk het wel ja, een heerlijk kantje toch, gezonde rebellie?”

Zeker, hou dat maar helemaal vast!

Ontdek alle gesprekken via de LinkedIn-nieuwsbrief van Hilde.

Canada klimt naar tweede plaats in handel met North Sea Port

DE KERN:

Groot-Brittannië blijft de grootste partner, maar Canada kent de opvallendste groei in 2025.

De handel met Canada steeg met 30%, waardoor het land nu op de tweede plaats staat als handelspartner van North Sea Port. Groot-Brittannië behoudt de koppositie, terwijl de Verenigde Staten wegzakken naar plaats drie.

EVOCA van Biotalys krijgt groen licht van Amerikaanse milieudienst EPA

DE KERN:

De Gentse biotechspeler Biotalys haalt een belangrijke slag thuis met de goedkeuring van zijn eerste biofungicide EVOCA door de Amerikaanse milieudienst EPA.

EVOCA is het eerste proteïnegebaseerde biofungicide in zijn soort dat door de EPA wordt erkend en richt zich op schimmelziekten zoals botrytis en echte meeldauw. De toelating opent de deur naar markttoegang in de VS, met name in Californië en Florida, en onderstreept het potentieel van Biotalys’ technologieplatform om duurzame alternatieven te bieden voor chemische gewasbescherming.

DE KERN:

North Sea Port en haven van Santos sluiten akkoord voor groene corridor

De havens van Gent, Terneuzen, Vlissingen en Santos zetten samen in op duurzame logistiek, kennisdeling en een koolstofarme maritieme keten.

North Sea Port en de Braziliaanse haven van Santos ondertekenden op 17 december een samenwerkingsovereenkomst voor de uitbouw van een groene corridor. Het partnerschap focust op duurzamere goederenstromen, onder meer via walstroomprojecten met fruitsapbedrijven als Citrosuco en Louis Dreyfus Company in Gent. Naast logistieke verduurzaming zetten beide havens ook in op kennisuitwisseling rond waterstof, circulaire economie, slimme technologie en klimaatadaptatie. “Samen met ketenpartners bouwen we aan schonere logistiek, met respect voor mens, milieu en economie”, zegt Cas König, ceo van North Sea Port. De samenwerking geldt voor vijf jaar en draagt bij aan het VN-initiatief voor een duurzame, blauwe economie.

Zicht op deel van de haven van Santos
Wereldnieuws

Jan De Nul voltooit installatiecampagne voor transport hernieuwbare energie naar Duitse net

DE KERN:

Jan De Nul rondde de transport- en installatiecampagne van drie 155 kV HVAC-kabels bij het DolWin kappa-platform af, die straks 660 MW hernieuwbare energie naar het Duitse net transporteren.

Het kabellegschip Isaac Newton legde en installeerde de drie 37 km lange interconnectorkabels tussen de offshore windparken Nordseecluster 1 & 2 en het omvormerstation. Het rotsinstallatieschip Simon Stevin plaatste ongeveer 25.000 ton rotsbescherming om de kabels op de zeebodem te beveiligen. Zodra deze verbinding gereed is, kunnen de kabels voldoende hernieuwbare elektriciteit leveren voor ongeveer 800.000 Duitse huishoudens.

Kabellegschip Isaac Newton verbindt de eerste kabel met het Dolwin kappa platform.

Steeds meer bedrijven krijgen geen aansluiting meer op het elektriciteitsnet. Dat is een alarmsignaal voor onze economie: zonder stroom geen bedrijvigheid, geen groei, geen transitie en geen nieuwe investeringen. Bij ongewijzigd beleid dreigt binnen enkele jaren zelfs volledige netcongestie in heel Vlaanderen.

KUNNEN ONZE BEDRIJVEN STRAKS NOG AANSLUITEN

OP HET NET?

Geen stroom, geen groei

Wat is het probleem?

Het elektriciteitsnet kampt met congestie: de vraag naar capaciteit overstijgt wat het net kan leveren. Bedrijven staan in lange wachtrijen of kunnen soms niet aansluiten. Voka kent meer dan honderd concrete projecten die niet meer klassiek aangesloten kunnen worden. Nog veel meer projecten zitten vast in de wachtrij. Ook in Oost-Vlaanderen zijn er meerdere bedrijven die geen aansluiting krijgen.

De oorzaak? De sterke groei van onder andere batterijparken en datacenters, gecombineerd met de doorgedreven elektrificatie in onze maatschappij. Aanvragen voor datacenters zijn sinds 2022 maal negen gegaan, voor batterijparken is dat maal vier. De netontwikkeling is hier niet op berekend.

Waarom is dit een economische bedreiging?

Elektriciteit is een basisvoorwaarde voor bedrijvigheid. De sense of urgency moet hoog zijn: het is vijf na twaalf voor de versterking van ons elektriciteitsnet.

Zonder aansluiting missen bedrijven groeikansen en dreigen buitenlandse investeringen aan Vlaanderen voorbij te gaan. In Nederland staan al 12.000 bedrijven op de wachtlijst, met een geschatte economische schade van 30 miljard euro per jaar. Ze moeten soms tot tien jaar wachten om aangesloten te worden. Vlaanderen mag niet in dat scenario belanden.

Wat moet er gebeuren?

Voka pleit voor een drietrapsaanpak:

1

2

Een duidelijk afwegingskader: wie krijgt voorrang bij aansluiting?

Economische en maatschappelijke meerwaarde moet doorslaggevend zijn. Het is géén strijd tussen industriële elektrificatie, datacenters of batterijprojecten. Wel een evenwichtsoefening wat we waar en wanneer voorrang geven, in afwachting van sterkere netten.

Tranchering en uitzuivering van de wachtrijen: het is onmogelijk en onwenselijk om alle aanvragen die op aansluiting wachten, te honoreren. Een maturiteitstoets kan speculatieve aanvragen uitzuiveren, ‘swimming lanes’ voor verschillende soorten projecten kunnen de doorstroming verbeteren.

Overheden, netbeheerders, regulatoren én bedrijven moeten samen actie ondernemen om het tij te keren. De Vlaamse Nutsregulator kan versneld werk maken van slimme tarieven die pieken ontmoedigen. Aan de kant van de bedrijven is het cruciaal om zo flexibel mogelijk met elektriciteitsconsumptie om te gaan, zeker op piekmomenten of in zones die reeds in congestie zitten. Bepaalde capaciteit die vandaag onbenut wordt door bedrijven, kan in deze fase beter teruggegeven worden aan het net.

3

Structurele investeringen in het net: no-regret projecten zoals Ventilus, een verdubbeling van 380kV-lijnen en versterking van middenspanningsnetten en transformatorstations zijn cruciaal en moeten versneld uitgevoerd worden.

ZAAKVOERDER JAN LOOTENS

© Florian Van Eeno

NETCONGESTIE DREIGT DUURZAME

INVESTERING LOOTENS TE WURGEN

Vergund, gebouwd, maar zonder stroom

Op industriezone De Prijkels, langs de E17 in Nazareth-De Pinte, verrijst een gebouw dat symbool moet staan voor hoe Vlaamse maakbedrijven de transitie naar duurzamer ondernemen concreet aanpakken. De nieuwe site van Lootens is doordacht, compact en ecologisch opgevat. Maar vandaag dreigt het project vooral een pijnlijke illustratie te worden van een structureel probleem: netcongestie die investeringen fnuikt en ondernemers in een wurggreep houdt.

Zaakvoerder Jan Lootens koos bewust voor een vernieuwend concept. De nieuwe site is opgevat als een gestapelde fabriek: staalproductie op het gelijkvloers, aluminiumproductie erboven. Door die compacte aanpak bespaart het bedrijf bijna een hectare ruimte, wat de ecologische voetafdruk aanzienlijk verkleint. Daarnaast hergebruikt Lootens ongeveer 700 m² schrijnwerk uit eerdere projecten en voorziet het gebouw in een groendak en een binnentuin.

Alle vergunningen werden tijdig verkregen, inclusief een elektriciteitsaansluiting van 1.500 kVA. De investering, goed voor tientallen miljoenen euro, werd opgestart en het gebouw is vandaag voor meer dan 80 procent afgewerkt. De planning mikte op een productiestart binnen enkele maanden. Tot het project onverwacht vastliep op het elektriciteitsnet.

Als een donderslag bij heldere hemel kreeg het bedrijf bericht dat er geen capaciteit meer beschikbaar is op het net. De enige boodschap: wachten, zonder enige indicatie van timing. Stoppen is geen optie gezien de omvang van de investering, maar wachten zonder perspectief zet het hele project onder druk.

Wachten op Godot

In afwachting van een aansluiting rest er slechts één alternatief om de productie op te starten: dieselgeneratoren. Die verbruiken ongeveer 300 liter diesel per uur, waardoor de ecologische winst van het nieuwe gebouw in enkele dagen volledig verloren gaat. Wat bedoeld was als een duurzame investering, dreigt zo een contraproductief noodscenario te worden. Ook financieel zijn de gevolgen aanzienlijk. De lening loopt door, vaste kosten stapelen zich op en elke maand uitstel betekent bijkomende inkomstenderving.

Het dossier van Lootens toont aan hoe netcongestie niet alleen een technisch probleem is, maar ook een rem zet op economische groei, de bedrijfsvoering en de energietransitie.

Wanneer dit magazine in druk ging, was er nog altijd geen oplossing.

Wetgeving evolueert voortdurend, maar wat betekent dat voor jouw bedrijf? In deze rubriek zetten we vier actuele dossiers op een rij en tonen we hoe ze jouw dagelijkse werking raken. Kort, concreet en overzichtelijk. Zo weet jij precies waar je als ondernemer op moet letten.

De vier van BB (belangenbehartiging)

Mercosur: waarom dit handelsakkoord cruciaal is

Het langverwachte handelsakkoord tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen (Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay) is eindelijk ondertekend. Voor Vlaanderen, een sterk exportgerichte regio, biedt dit enorme kansen: in 2024 exporteerden Vlaamse bedrijven al voor 3 miljard euro naar de Mercosur-landen, en onder het nieuwe akkoord wordt een stijging van 40% verwacht.

Energienorm krijgt eindelijk vorm

De voorziene doelgroep is in lijn met de Europese staatsteunregels en heeft betrekking op sectoren die onderhevig zijn aan koolstoflekkage en internationale concurrentie. Het gaat dan vooral om energie-intensieve industrieën zoals chemie, staal of voeding en enkele mijnbouw- en verwerkingsactiviteiten. Het voorziene budget wordt verdeeld tussen de toepassing van het CISAF-kader en een structurele tarifaire piste. 1 2

Het protest tegen het Mercosur-akkoord lijkt grotendeels gebaseerd op verkeerde info. Dit is niet het einde van de Europese landbouw, het betekent niet dat we straks overspoeld worden met vlees dat niet aan onze gezondheidsnormen voldoet en het is zeker geen dreun voor onze economie. In een wereld waarin grote economieën steeds vaker afwijken van vrijhandel – zoals de handelsoorlog onder Trump aantoont – helpen dit soort verdragen Europa de voordelen van internationale handel te beschermen. Toch dreigen we twee jaar vertraging op te lopen door een verwijzing van het akkoord naar het Europees Hof van Justitie (door het Europees parlement).

Voka verwelkomt de beslissing van de federale regering om de energienorm concrete invulling te geven met een substantieel budget. De energienorm zal voor honderden bedrijven een verschil uitmaken en hun concurrentiekracht verbeteren. Concreet kiest de federale regering ervoor om het tijdelijke Europese staatssteunkader CISAF (Clean Industrial Deal State Aid Framework) toe te passen. Tegelijk wordt een tariefrichtsnoer ingeschreven in de Elektriciteitswet, die een korting op de transmissienettarieven structureel mogelijk maakt in de toekomst.

3

Akkoord rond vergunningen: wordt de knoop eindelijk ontward?

Eind december 2025 heeft de Vlaamse regering een akkoord bereikt rond vergunningen. Dit akkoord is de noodzakelijke, solide basis om de vergunningenknoop in Vlaanderen eindelijk te ontwarren. De regering volgt de belangrijkste aanbevelingen van de expertencommissie. De timing voor de volgende stappen in de uitvoering van dit akkoord is nog niet vastgelegd. Voka vraagt dat de Vlaamse regering de aangekondigde acties nog voor de zomer van 2026 omzet in duidelijke regelgeving die effectief een vlottere vergunningverlening oplevert.

Een snelle en concrete uitvoering van dit akkoord is essentieel. De situatie op het terrein is bijzonder urgent en verdraagt geen verdere vertraging: de huidige vergunningenknoop snijdt diep en remt het investeringsklimaat af. Het is cruciaal dat Vlaanderen opnieuw aantrekkelijk wordt voor nieuwe investeringen.

4

FLA: een papieren monster is niet meer

Na meer dan anderhalf jaar aanhoudend protest van Voka en alle andere werkgeversorganisaties trekt de federale regering definitief de stekker uit de Federal Learning Account, een papieren monster zonder toegevoegde waarde.

De Federal Learning Account werd samen met een individueel opleidingsrecht van 5 dagen per jaar voor elke voltijdse werknemer in de privésector ingevoerd door de vorige federale regering. Via een nieuwe digitale toepassing moesten werkgevers de vormingsadministratie bijhouden. Keer op keer werd de inwerkingtreding van de FLA uitgesteld. De verwarring leidde in ondernemingen tot grote onduidelijkheid en extra kosten. Sinds 1 januari 2026 behoort de FLA definitief tot het verleden.

De meerjarenplannen 2026-2031 van Oost-Vlaamse steden en gemeenten zijn goedgekeurd, en één trend valt op: steeds meer lokale besturen grijpen naar hogere opcentiemen op de onroerende voorheffing om hun begrotingen sluitend te krijgen. Voor de ondernemers is dit geen peanuts. Integendeel: zij dreigen de melkkoe van lokale budgetten te worden.

Lokale fiscaliteit: ondernemers betalen de rekening

De onroerende voorheffing is een jaarlijkse belasting op gebouwen en gronden. Vlaanderen bepaalt de basis, maar gemeenten leggen daarbovenop opcentiemen die rechtstreeks in de gemeentekas vloeien. Omdat bedrijven doorgaans grotere percelen, loodsen en gebouwen bezitten dan gezinnen, voelen zij elke verhoging disproportioneel sterk. Waar een gezin enkele tientallen euro’s extra betaalt, gaat het voor ondernemingen al snel om duizenden tot tienduizenden euro’s per jaar.

Een op drie verhoogt de opcentiemen

In één op drie Oost-Vlaamse steden en gemeenten wordt zo’n verhoging voorzien. Het gaat om vaste, jaarlijkse lasten zonder enige link met rendabiliteit of economische conjunctuur. Hoewel ook burgers met waardevol vastgoed

worden getroffen, wordt die impact in veel gemeenten gedeeltelijk gecompenseerd via lagere opcentiemen op de personenbelasting. Die correctie bestaat niet voor bedrijven. In de praktijk komt daardoor een aanzienlijk deel van de lasten bij ondernemingen terecht.

Lokale uitschieters

In meerdere steden en gemeenten lopen de aangekondigde verhogingen fors op. Zo stijgen de opcentiemen in Eeklo van 818 naar 1.100 (+34%) en in Destelbergen van 750 naar 980 (+19%). Ook in Ronse, Dendermonde, Maldegem en Gavere worden stijgingen tussen 10 en 16 procent aangekondigd.

Daarbovenop kregen lokale besturen extra fiscale armslag van de Vlaamse regering. Gemeenten kunnen de opcentiemen op de onroerende voorheffing differentiëren

binnen hun grondgebied. In de praktijk betekent dit dat verschillende tarieven kunnen worden toegepast naargelang de functie van het vastgoed, waarbij industriebedrijven vaak zwaarder worden belast dan particuliere bewoning of detailhandel. Dat is vandaag al het geval in onder meer Kruisem en Dendermonde.

In Zelzate werd in de vorige legislatuur onder een PVDA-bestuur zelfs expliciet gekozen voor een zwaardere belasting van bedrijfsgronden en gebouwen om bedrijven extra te treffen. Wat toen als ideologisch uitzonderlijk werd voorgesteld, dreigt nu stilaan gemeengoed te worden, ook in gemeenten die zich nochtans profileren als ‘bedrijfsvriendelijk’.

Hef de drijfkrachtheffing op

Het verhogen van de opcentiemen getuigt van kortzichtig beleid, aangezien

gemeenten vooral rekening houden met hun kiezers die in hun gemeente wonen, terwijl de eigenaars en de werknemers van bedrijven over vele gemeenten verspreid wonen. Men spaart zijn kiezers en treft op langere termijn de economie. Er zijn al veel bedrijven gedelokaliseerd waarbij politici zich veel te laat afvragen hoe dat zo gekomen is.

Ten slotte wordt in een aantal gemeenten nog steeds een jaarlijkse belasting op drijfkracht (motoren) geheven. Deze verouderde en discriminerende heffing vormt een bijkomende handicap voor ondernemingen in een internationale concurrentiecontext. Onder meer in Dendermonde, Hamme en Zelzate is deze belasting nog van kracht.

VOKA OOST-VLAANDEREN LANCEERT WHATSAPP-KANAAL

Ontvang lobbynieuws, heet van de naald

Voka Oost-Vlaanderen verdedigt jouw belangen op elk beleidsniveau. Via ons gloednieuwe Whatsapp-kanaal blijf je als eerste op de hoogte van de belangrijkste updates op vlak van belangenbehartiging: snel, kort en rechtstreeks op je smartphone. Geen overvloed aan berichten, enkel de essentie. Zo schrijf je je eenvoudig in:

1 Open het kanaal via deze link:

2 Klik op ‘Volg kanaal’

3 Zet ‘meldingen’ aan via het belletje rechtsboven.

4 Je vindt het kanaal daarna terug onder ‘Updates’ in WhatsApp (linksonder, naast ‘Chats’).

INVESTEER IN JEZELF!

Ontdek onze postacademische opleidingen voor professionals

MILIEUCOÖRDINATOR VIA AFSTANDSLEREN

Type A, type B of overgangsopleiding B naar A Doorlopend, inschrijven kan op ieder moment.

Behaal via afstandsonderwijs uw getuigschrift milieucoördinator type A of B. UGain is erkend door de Vlaamse overheid als opleidingscentrum.

www.UGain.UGent.be/milieu

ENERGIETECHNIEK IN GEBOUWEN

9 maart 2026 – 1 juni 2026

Krijg een grondige basis om te oordelen over de mogelijkheden en haalbaarheid van energiebesparende maatregelen in gebouwen en hun impact op de energieprestatie van het gebouw.

www.UGain.UGent.be/energietechniek

EXPLAINABLE & TRUSTWORTHY AI

22 April 2026 – 24 June 2026

This ONLINE course is intended for anyone who would like to get more insights in techniques that can be applied to achieve explainable and trustworthy Artificial Intelligence.

www.UGain.UGent.be/AI

STRUCTURAL PACKAGING DESIGN AND SUSTAINABILITY

23 April 2026 - 22 May 2026

This course offers a comprehensive overview of how structural packaging design projects are developed – from the initial briefing to the creation of design proposals.

www.UGain.UGent.be/packagingdesign

LAAGSPANNINGSINSTALLATIES

ONTWERP EN EXPLOITATIE

26 februari 2026 – 2 april 2026

Verwerf een ruime kennis over het dimensioneren van laagspanningsinstallaties en de daaraan gekoppelde power quality gerelateerde aspecten.

www.UGain.UGent.be/laagspanning

MACHINE LEARNING

van theorie tot praktijk

12 maart 2026 – 25 juni 2026

Deze opleiding geeft je een stevige basis over machine learning en prediction algorithms. Na de theorie wordt er ook tijd gemaakt voor hands-on oefeningen.

www.UGain.UGent.be/machinelearning

EXPERTISETECHNIEKEN

Methodologie van het gerechtsdeskundigenonderzoek 22 april 2026 – 24 juni 2026

Deze opleiding gaat dieper in op de praktische aspecten van deskundigenopdrachten, u leert hoe u grondig en objectief onderzoek moet voeren en hoe u daar duidelijk over communiceert.

www.UGain.UGent.be/expertise

CARBON ACCOUNTING

5 mei 2026 – 2 juni 2026

In deze opleiding over Carbon Accounting leer je hoe organisaties hun CO₂-voetafdruk kunnen berekenen en rapporteren volgens internationale en Belgische normen.

www.UGain.UGent.be/carbonaccounting

Zo pak je ziekteverzuim aan in 2026

Kort en middellang verzuim daalden licht in 2025, langdurig verzuim blijft al jarenlang stijgen. Tegelijk kwamen er begin dit jaar heel wat nieuwe maatregelen rond verzuimpreventie en re-integratie van langdurig zieken. Een overzicht.

Contact opnemen met arbeidsongeschikte werknemers

Als werkgever moet je een actief verzuimbeleid opzetten. Dat betekent: actie ondernemen om verzuim te voorkomen én het herstel van arbeidsongeschikte werknemers te bevorderen. Hoe je dat invult, kies je zelf. We raden je aan een verzuimpolicy op te stellen met duidelijke afspraken en spelregels.

Sowieso ben je verplicht om een procedure over contactopname en -onderhoud met arbeidsongeschikte werknemers te voorzien in je arbeidsreglement. Daarin moet in elk geval staan:

• wie de werknemer zal contacteren.

• hoe vaak dat zal gebeuren.

Vernieuwing in re-integratietrajecten

Sinds 1 januari 2026 kun je een formeel re-integratietraject al starten vanaf de eerste dag arbeidsongeschiktheid, weliswaar enkel met toestemming van je werknemer.

Na acht weken arbeidsongeschiktheid heb je geen toestemming van je werknemer meer nodig. Sterker nog: dan ben je als werkgever altijd verplicht om een inschatting van het arbeidspotentieel te vragen aan de preventieadviseur-arbeidsarts (PA-AA). Is dat er, dan moet elke werkgever met minstens 20 werknemers aan de PA-AA vragen om een re-integratietraject op te starten, uiterlijk 6 maanden na de start van de arbeidsongeschiktheid

Werkgevers met minstens 20 werknemers die dat niet doen, riskeren een sanctie

Per betrokken werknemer:

• ofwel een strafrechtelijke geldboete van 400 tot 4.000 euro.

• ofwel een administratieve boete van 200 tot 2.000 euro.

Gezondheidstoezicht: meer mogelijkheden

Hervat je werknemer het werk na langdurige afwezigheid? Dan kan hij of zij een onderzoek bij de PA-AA aanvragen om na te gaan of het werk (of de werkpost) moet worden aangepast. Nieuw is dat nu ook werkgevers dat onderzoek kunnen aanvragen. Je werknemer is niet verplicht om naar het onderzoek te komen.

Nieuwe solidariteitsbijdrage van 30% op ZIV-uitkering

Middelgrote en grote bedrijven (minstens 50 werknemers) moeten vanaf 2026 een solidariteitsbijdrage van 30% betalen, berekend op de ziekte-uitkering van werknemers die langer dan 30 kalenderdagen

afwezig zijn wegens arbeidsongeschiktheid, tijdens de tweede en derde maand arbeidsongeschiktheid. Wel zijn er uitzonderingen voor:

• jonge (-15 jaar) en oudere (+54 jaar) werknemers

• kortlopende contracten

• pas aangeworven werknemers

• progressieve werkhervatting of toegelaten werkhervatting in maatwerkbedrijven

Vanaf 2027 zou de bijdrage ook gelden voor de vierde en vijfde maand arbeidsongeschiktheid, maar de wetteksten hierover zijn nog niet verschenen.

Wijzigingen voor medisch attest en gewaarborgd loon

Het wettelijk verbod om voor de eerste ziektedag een medisch attest te vragen (in ondernemingen met meer dan 50 werknemers) is aangepast naar tweemaal per jaar i.p.v. driemaal per jaar

Minder dan 50 werknemers? Dan mag je nog steeds afwijken via een cao of het arbeidsreglement.

Wordt je werknemer arbeidsongeschikt met gewaarborgd loon (de eerste 30 kalenderdagen die je als werkgever uitbetaalt)? Dan heeft hij of zij voortaan slechts na 8 weken werkhervatting een nieuw recht op gewaarborgd loon als hij of zij hervalt. Vóór 2026 was dat slechts 14 kalenderdagen.

Ondernemerschap is een religie. Maar wat zijn nu de vaste rituelen, heilige tools en bijna-goddelijke inspiratiebronnen van onze ondernemers? In deze rubriek klappen ze uit de biecht.

Werk & Leven

1 Wat ligt er altijd op jouw bureau?

Kevin: “Een BIC en stapels papier – niet voor notities (die zijn digitaal), maar voor mijn kunstzinnige uitspattingen tijdens calls. Abstract expressionisme met driehoeken en vierkanten, zou je het kunnen noemen.”

Fabrice: “We werken met flexplekken, maar ik neem altijd een foto van mijn dochters mee. Voor hun geboorte kreeg ik de diagnose chronische vermoeidheid. Sinds zij er zijn, voel ik me sterker. Ze geven me elke dag de energie om door te gaan.”

NAAM: Kevin Goeminne

BEDRIJF: CHILI publish

Een SaaS-bedrijf dat grote merken en marketing agencies helpt om hun grafische productie over verschillende kanalen te stroomlijnen.

PASSIES: technologie, business growth, cultuur, food, reizen en sport. chili-publish.com

Naam: Fabrice Guillermin

Bedrijf: Kadonation

Via hun cadeauportaal, Kadonation Select, geef je op een eenvoudige manier een gepersonaliseerd personeelsgeschenk, hou je controle over je uitgaven en vermijd je administratieve rompslomp.

Passies: technologie, ruimtevaart, vliegsport en padel. kadonation.com

2 Wat is jouw favoriete gadget (om te ondernemen)?

Kevin: “Mijn AirPods en smartphone. Klinkt cliché, maar als je zoveel onderweg bent als ik, zijn dit geen gadgets meer –het zijn overlevingstools. Werk en privé lopen volledig door elkaar, dus zonder deze twee zou mijn productiviteit met de helft zakken. Of misschien moet ik gewoon toegeven dat ik verslaafd ben aan bereikbaar zijn.”

Fabrice: “Mijn Google Pixel Buds. Ze helpen me focussen. Als ik mijn oortjes in heb, weten collega’s dat ik in de zone zit. Zo krijg ik op korte tijd veel gedaan.”

3 Naar welke podcast luister je momenteel?

Kevin: “De Weetikveel podcast. Het ene moment leer je over hoe je een frituur start, het volgende over kwantumfysica. Die randomheid past perfect bij mijn ondernemersbrein dat constant van onderwerp wisselt. En het is leuk om te luisteren tijdens het lopen.”

Fabrice: “Ik luister wekelijks naar De 7 van De Tijd, All-In en Nerdland. Een mix van bijleren, inspiratie en ontspanning.”

4 Wat neem jij altijd mee op (zaken)reis?

Kevin: “Paspoort, creditcards, loopschoenen, zwembroek en een muziekbox. Die box is essentieel. ‘s Ochtends luide muziek in mijn hotelkamer terwijl ik me klaarmaak, is pure me-time zonder kids. Zakenreizen zijn hard werken, maar die ochtenden zijn heilig.”

Fabrice: “Ik heb altijd en overal mijn laptop bij. Als ik ergens blijf overnachten, gaat ook mijn eigen kussen mee. Ik slaap moeilijk op verplaatsing, dus dat extra gesleur neem ik erbij. Slaap is belangrijk voor mij.”

5 Welk voorwerp vertelt jouw ondernemersverhaal?

Kevin: “Een vleesetende plant. Op school moesten we in ons laatste jaar een bedrijf opstarten. Anderen gingen voor de usual suspects –geraniums, viooltjes – ik kocht 5.000 vleesetende planten. Waanzinnige winst, 100+ euro per student uitbetaald, het enige jaar dat de school dat ooit kon doen. Lesson learned: als iedereen links gaat, ga jij rechts.”

Fabrice: “Een boksbal: hoe hard je ook slaat, hij komt terug. Op school geloofden ze niet in mij, bij de start van Kadonation twijfelden velen. Maar telkens veerde ik terug. Die veerkracht is wat mij als ondernemer typeert.”

6 Welke app installeer je als eerste op een nieuwe smartphone?

Kevin: “Het drieluik: Mail, Teams en Trainingpeaks. Communicatie, samenwerking en de illusie dat ik nog tijd heb om te sporten tussen alle meetings door.”

Fabrice: “Slack. Ook al hou ik niet van die constante digitale verbondenheid, ik wil er wel zijn voor mijn collega’s. Alles wat hen helpt vooruit te gaan, krijgt mijn volle aandacht.”

7 Welk object symboliseert het verhaal van jouw onderneming?

Kevin: “Een oude Kodak-advertentie. Perfect symbool: toont het ambachtelijke van vroeger – elk element handmatig samengesteld, teams van designers, weken werk. Maar Kodak is ook het ultieme waarschuwingsverhaal: als je niet innoveert, ben je weg. CHILI publish doet precies het omgekeerde: we digitaliseren dat ambacht én blijven innoveren. We veranderen een hele industrie.”

Fabrice: “Een boemerang. Die staat voor wederkerigheid, de kern van Kadonation: wie geeft, krijgt ook terug. En net als een boemerang zijn wij onderweg vaak van richting veranderd, maar altijd trouw gebleven aan ons doel: mensen verbinden door te geven.”

8 Welke quote of beeld op je werkplek typeert jou als ondernemer?

Kevin: “This is the most important hangt op mijn werkplek. Ironisch genoeg zeg ik dat tegen het einde van de dag meestal over 10 verschillende dingen. Als ondernemer is alles belangrijk totdat het volgende belangrijke ding langskomt. Ik werk eraan ... maar het typeert me wel perfect.”

Fabrice: “Screw it, let’s do it, die quote van Richard Branson vat mijn ondernemersmentaliteit perfect samen. Niet twijfelen, gewoon doen.”

Scan en duik in alle antwoorden die het magazine niet haalden.

PLANT MANAGER KOEN LEEMANS © Nathalie Dolmans

In 1975 startte de Zweedse Volvo Group met een vrachtwagenfabriek en distributiecentrum in Oostakker. Ruim vijftig jaar later zijn beide uitgegroeid tot de grootste ter wereld binnen de groep. Maar niets is verworven in het leven. Vooral de Chinese vrachtwagenbouwers hijgen stilaan in de Europese nek. “Het worden spannende jaren. We moeten heel alert blijven”, zegt plant manager Koen Leemans.

CHINA DUWT, VOLVO GROUP GENT VERSNELT MET INNOVATIE EN PARTNERSHIPS

“Natuurlijk willen we hier blijven”

Wist je dat er op de site van Volvo Group in Oostakker (Gent) dagelijks zo’n 200 keer een dubbel ‘huwelijk’ wordt voltrokken? “Ja, zo zeggen we dat hier op de assemblagelijn van onze zware vrachtwagens. Het eerste huwelijk vindt plaats wanneer de motor in het chassis wordt geplaatst, het tweede wanneer de cabine erop wordt gezet”, glimlacht communicatiemanager Ronald Van Schepdael.

Je zou ook over de ‘geboorte’ van een truck kunnen spreken, want in nauwelijks acht uur wordt elke vrachtwagen opgebouwd vanuit twee chassisbalken tot een afgewerkt exemplaar dat meteen al rijdend van de lijn vertrekt. Vanop de groene wandellanen zien we hoe die geboorte tot stand komt. “Kijk, hier wordt het chassis omgedraaid – het chassis ligt eerst omgekeerd om ergonomischer te kunnen werken – daarna worden

de assen geplaatst en later ook de verbrandingsmotor of de aansturing voor elektrische trucks.” In een apart gebouw worden de naakte cabines – die net als de motoren uit Zweden komen – aangekleed: interieur, dashboard, elektrische verbindingen, ruitenwissers, rubbers, ramen. Op het juiste moment komen ze op de assemblagelijn.

Opvallend: bij een assemblageproces van rollend materieel denk je spontaan aan robots – en die zijn er hier ook in beperkte mate – maar er is vooral veel mankracht nodig, en dat heeft een reden. “Wij bouwen in Gent zodanig veel verschillende varianten van vrachtwagens, met steeds andere opties; bijna elke truck is uniek en dat allemaal op deze ene productielijn, dat kunnen enkel mensen”, vertelt Koen Leemans, plant manager. Sinds 2023 horen daar ook elektrische trucks bij, maar daarover straks meer.

TEKST SAM DE KEGEL

Het andere paradepaardje op deze site is het distributiecentrum van 116.000 m². Dat voorziet de Europese afzetmarkt van aftermarket wisselstukken (300.000 stuknummers in stock) voor zowel vrachtwagens, motoren, constructiemachines als bussen met ruim 8 miljoen orderlijnen per jaar. “Je kan dit zien als een amazon. com, maar dan voor de Volvo Group”,

glimlacht Koen. “Van hieruit bedienen we satellietmagazijnen wereldwijd, maar evengoed onze vrachtwagendealers.”

Een onmisbare afdeling is hun callcenter Volvo Group Uptime Solutions. “Daarmee bieden we wereldwijd binnen de 24 uur assistentie aan klanten, bijvoorbeeld voor pechverhelping, in maar liefst 18 talen. Ze hoeven enkel op één knop in hun vrachtwagencabine te drukken”, vertelt Koen trots. “Al onze activiteiten versterken de lokale verankering.”

Volvo Group in Gent in 5 ronkende cijfers

45.000

Jaarlijks worden er in Oostakker ruim 45.000 zware vrachtwagens geassembleerd, de meeste nog met klassieke verbrandingsmotor, maar ook al elektrisch.

50

Volvo Group is sinds 1928 een referentie op het vlak van vrachtwagens, bussen, bouwmachines, industriële en maritieme motoren. De site van Volvo Group in Oostakker (bij Gent) blies in 2025 50 kaarsjes uit.

De site in Gent bestaat anno 2026 uit productie, logistieke activiteiten met betrekking op de hele wereld, IT, een trainingscentrum voor nieuwe medewerkers – alle nieuwkomers krijgen er een week

600

Hun volgende generatie elektrische trucks zal een bereik hebben van 600 km.

De fabriek in Oostakker is de grootste wereldwijd binnen de Volvo Group.

basisopleiding – en een flink uit de kluiten gewassen afdeling waar banden op velgen gemonteerd worden. “We leveren banden voor verschillende vrachtwagenfabrieken van de Volvo Group in Europa maar evengoed voor onze bussen, goed voor meer dan 650.000 stuks in 2025.”

Met een marktaandeel van 23,7% voor trekkers en 17,7% voor vrachtwagens (meer dan 3,5 ton) domineerde Volvo Trucks in 2025 de Belgische truckmarkt. Hoe opmerkelijk is dit?

Koen Leemans: “Het opmerkelijke is niet het feit dat we marktleider zijn in België, maar het verschil tussen nummer 1 en 2 is wel groot. Deze fabriek is ook de grootste wereldwijd binnen de Volvo Group. In volume zijn we bijna dubbel zo groot als Zweden. Al onze vrachtwagens zijn bestemd voor de volledige Europese markt, met uitzondering van Scandinavië, dat wordt bediend vanuit Zweden. Een klein deel van onze productie is bestemd voor internationale markten buiten Europa, maar dat is beperkt.”

Hoe zijn jullie de grootste geworden, want het epicentrum én de hoofdzetel van Volvo Group bevindt zich in Zweden?

“Vijftig jaar geleden was er – net als nu – ook een stevige handels- en tarievenoorlog aan de gang. Een Zweed kreeg de opdracht om ergens in Europa een footprint te zoeken om die tarieven te omzeilen. Hij bezocht een aantal havensteden – toen waren we nog samen met Volvo Cars – en hij koos Gent omwille van de universiteit die vlakbij lag, de havenomgeving en de heel centrale locatie in Europa. Dat maakt tot vandaag onze bestaansreden uit: we hebben hier geschoolde arbeidskrachten, we zijn nog steeds competitief en onze ligging blijft cruciaal. Moesten we een product hebben dat in een schoendoos past, dan krijg je een totaal ander businessmodel. Wij hebben een heel groot en log product; het kost veel geld om dat bij onze klanten te krijgen. Een truck van hier naar een klant in Spanje transporteren is al een stuk goedkoper dan vanuit Zweden. Die centrale ligging heeft een cruciale rol

gespeeld in de groei van onze site de voorbije vijftig jaar. De synergie met onze leveranciers of partners in North Sea Port – zoals Katoen Natie, DSV en DFDS – legt ook ons geen windeieren. Katoen Natie heeft een crossdock overslagmagazijn, een gigantisch verzamelpunt waar heel veel materieel eerst toekomt en dan op het juiste moment, via tijdssloten, naar onze fabriek wordt geleverd. Idem dito voor DSV en DFDS. We schakelen hen ook in voor de last mile voor materiaal dat arriveert via schepen en treinen. Onze cabines, bijvoorbeeld, arriveren via de trein vanuit Zweden bij DFDS, dat de laatste mijl voor zijn rekening neemt. Voor ons distributiemagazijn gaat materieel dan weer vaak in de omgekeerde richting.”

Hoe verloopt de samenwerking met havenbeheerder North Sea Port?

“Vlot! Ik ben zelf actief binnen het waardevolle netwerk Smart Delta Recources; daarin zit ook de havenceo Cas König en ceo’s van grote bedrijven. Daarin spreken we vooral over energie en hoe we elkaars overschotten bijvoorbeeld kunnen

200.000.000

In 2025 pompte de Volvo Group 200 miljoen euro in de Gentse vestiging voor de elektrische transitie.

8.000.000

Het distributiecentrum met wisselstukken verwerkt jaarlijks ruim 8 miljoen orderlijnen.

COMMUNICATIEMANAGER

RONALD

VAN SCHEPDAEL

We investeren heel veel in opleiding. Na vijf dagen intensieve training weet je al wie je voor jou hebt

gebruiken. Wij zijn zelf relatief stand alone als fabriek – ArcelorMittal werkt wel nauw samen met o.a. chemiebedrijven zoals Dow (afvalgassen van de staalgigant worden een grondstof bij de chemiereus, red.), maar zo weet ik wat er leeft in de haven en zie je opportuniteiten.

Zoals de Energy Hub, die we in samenwerking met Milence en Airproducts aan het bouwen zijn op ons terrein, is daar ontstaan. De hub wordt toegankelijk vanaf de openbare weg en combineert snelladen voor e-trucks met, in een latere fase, waterstof tanken. Uniek in Europa. Een ander mooi voorbeeld is onze Green Corridor tussen Göteborg en Gent vanaf 2030, een groene flow met trein, boot en elektrische trucks. (De rederij DFDS vaart 4 maal per week tussen Gent en Göteborg, het is daar dat de “Groene Corridor” met ammoniakschepen komt, in ammoniak zit geen koolstof, red.).

In 2007 waren jullie de eerste

CO2-neutrale onderneming van België. Dankzij drie windmolens, 15.000 zonnepanelen en een biomassacentrale …

“We waren ook de eerste in de automotive industrie wereldwijd. Dat was toen visionair. We zijn heel sterk in het afsluiten van partnerships Voor onze huidige windmolens hebben we een partnership met Engie. Ondertussen lopen ook de pIannen om deze na 20 jaar dienst in 2028 te vervangen door twee nieuwe windturbines in samenwerking met Eneco, de vergunning wordt daar nu voor aangevraagd. Ook onze 15.000 zonnepanelen hebben we samen met Eneco geïnstalleerd. Het

zelf opwekken van groene energie is van strategisch belang voor onze site én dankzij deze samenwerkingen kunnen de investeringsuitgaven gedragen worden over verschillende partijen waardoor we niet alleen het risico dragen. Met die slimme partnerschappen gaan we in de toekomst nog meer het verschil maken. Zoals met North Sea Port, die verantwoordelijk is voor alle havenvervoer en transportvoorschriften, maar evengoed met Stad Gent of met Tailormade Logistics, die onze cabines tot hier brengen met onze elektrische trucks. Zo proberen we onze flows steeds groener te maken. Partnership is the new leadership. Het is een slimme vorm van risicospreiding, en zo bouw je aan een visie die op termijn goed is voor onze maatschappij.”

“Volvo is synoniem voor kwaliteit en veiligheid”, zei je vorig jaar nog in dit magazine. Maar hoe hard hijgt de Chinese concurrentie in jullie nek?

Dwingt het alle vrachtwagenbouwers om een versnelling hoger te schakelen, zoals de Europese autoproducenten nu aan den lijve ondervinden?

“De concurrentie zal minstens even hard zijn, daarvan moeten we ons heel goed bewust zijn. De ontwikkelingen in China rond elektrische trucks gaan immens snel. Vorig jaar heeft China vermoedelijk zo’n 200.000 elektrische vrachtwagens gebouwd, Europa 3.500 en de VS 1.700. Als je ook weet dat de grondstoffen voor onze batterijtechnologie uit China komen … We kunnen ook niet zomaar een andere technologie uitvinden waarbij we alle grondstoffen uit onze eigen tuin halen. De hamvraag is: hoe hard zal China penetreren in Europa – dat zal sowieso gebeuren, want de trends in de autoindustrie komen met vertraging richting de vrachtwagenindustrie – en hoe sterk is de Europese regelgeving om dit al dan niet wat af te zwakken. Maar als je te hard duwt, duwen ze drie keer zo hard terug via

Op 25 maart 1985 reed de 50.000ste vrachtwagen in Oostakker van de lijn. Het was een F610 voor de firma Aldo-Deva uit Waarschoot.

Half mei 2006 stelde Volvo Trucks de nieuwe FL en FE voor aan de Zweedse pers. Het ging om de vierde generatie middelzware vrachtwagens. Van bij de start in 1975 tot juni 2006 werden er bijna 2 00.000 middelzware trucks gebouwd in Gent, voor meer dan 90 verschillende markten.

De nieuwe FH Aero, die tot 5% extra bespaart in energieverbruik en uitstoot, werd gelanceerd in 2024 samen met het nieuwe Camera Monitoring Systeem, dat zorgt voor een betere zichtbaarheid rondom de truck.

andere kanalen. Er komen dus competitieve jaren aan, zeker in e-mobility. Vroeger kopieerden de Chinezen ons, nu moeten wij beginnen kopiëren van China, gewoon om te kunnen volgen. We zullen nog meer partnerships moeten aangaan, ook op Europees niveau. Ik geloof nog steeds in de Europese troeven, we zijn bijvoorbeeld heel sterk in dienstverlening. Een klant die in panne staat, kunnen we meteen helpen, overal in Europa.”

In september 2025 vierde Volvo Trucks zijn 50ste verjaardag in Gent. Toen zeiden jullie heel open: we’re here to stay. Ondanks de grote uitdagingen zoals loon- en energiekosten en de

concurrentie vanuit China … Is het geloof zo groot?

“We’re here to stay is onze interne visie naar onze medewerkers, geen marketingslogan. Het is ook onze ambitie, maar we zeggen tegelijk: als we ter plaatse blijven trappelen, kunnen we hier niet blijven op termijn. We moeten onszelf blijven heruitvinden: in AI, automatisatie, digitalisering, robotica. Die technologieën moet je omarmen om een antwoord te bieden op nieuwe disruptors. Die vernieuwers, die nu als paddenstoelen uit de grond rijzen, zijn scale-ups met een heel sterke kapitaalsinjectie en lage kostenstructuur, die één model bouwen. En dan komen wij – en niet alleen wij – in

een lastig parket. Een verbrandingsmotor maken is heel intensief, zowel op vlak van energie als ontwikkeling. Je aandrijflijn – met verbrandingsmotor, versnellingsbakken en assen – vergt een gigantische investeringsnood en competenties. Dat valt weg in het e-mobverhaal, dan heb je vooral goede batterijtechnologie nodig. Nieuwe e-spelers hebben nauwelijks kaas gegeten van klassieke autotechnologie, maar zijn wel een meester in batterijtechnologie.”

Jullie hebben sinds 2022 toch ook een batterijassemblagefabriek in huis?

“Klopt. We hebben nu de kennis opgebouwd om batterijpacks te maken, maar

de modules die erin steken, komen van Samsung, en dàt is de echte knowhow. Het besturingssysteem is wel samen met Volvo ontwikkeld, maar de pure technologiekennis van batterijen zit niet in Europa.”

Het worden dus heel spannende jaren?

“Zeker. Eén belangrijke kanttekening: een auto rijdt 4% van de tijd, een truck 50% tot 70%. Dat is een ander soort playing field: een vrachtwagen moet altijd presteren, in weer en wind. Wij hebben het competitieve voordeel dat onze vrachtwagens heel performant, heel veilig en comfortabel zijn. Bij een defect kunnen ze heel snel hersteld

worden dankzij ons nauw vertakte netwerk van dealers. De nieuwe concurrenten, die wellicht goedkoper zijn, zullen zich moeten bewijzen. Als een vrachtwagen een poos stilstaat, heeft een transportfirma naast een productkost ook een labour cost, en dat wil hij niet.”

Sinds 1 januari 2026 schrapte Vlaanderen ook de subsidie voor elektrisch transport. Is dit geen verkeerd signaal vanuit de overheid?

“We vinden dat jammer, ja. Op lange termijn gaan we bij Volvo Group hoe dan ook voor fossielvrije vrachtwagens. We hebben altijd gezegd dat dit wellicht een combinatie zal zijn van elektrische, biodiesel- en waterstofvrachtwagens. We zullen dit ook markt per markt, segment per segment bekijken. Hoewel er momenteel te weinig groene waterstof beschikbaar is, is het op termijn zeker een deel van het antwoord in het energievraagstuk, want er is eenvoudigweg te weinig capaciteit om onze ganse economie op elektriciteit te laten draaien.

In nauwelijks acht uur wordt elke vrachtwagen opgebouwd vanuit twee chassisbalken tot een afgewerkt exemplaar.

Momenteel stagneert ook de e-mobility, maar we zien dit als een tijdelijke rimpel. Het hele plaatje moet wel kloppen. Elektrische mobiliteit zal enkel succesvol worden als je én de juiste producten hebt, én voldoende groene energie, én laadinfrastructuur én (tijdelijk) subsidies. Laadinfrastructuur voor vrachtwagens staat nog in zijn kinderschoenen, er is te weinig groene energie, ook de distributie ervan verloopt moeizaam. Mijn oproep naar de overheid: zet in op al die randvoorwaarden. Geef dat extra duwtje in de rug, tot de business versnelt en op zichzelf rendabel wordt. Als de fabrikanten veel meer elektrische trucks kunnen bouwen, zullen de prijzen zakken. Als China hier morgen staat met zijn e-trucks, kan dit ook een versneller zijn. Kijk maar naar de Europese autobouwers, ze hebben nu eindelijk volwaardige elektrische modellen omdat China ze wakker heeft geschud. We moeten ons ook de vraag stellen waarvoor de klant nog wil betalen en waarvoor niet. Onze trucks zijn ‘werkpaarden’ voor onze klanten.

Dat moeten we heel goed begrijpen. Waar kan je bijvoorbeeld ‘snijden’ in het design van je e-truck? Intern noemen we dat customer obsession. Onze klanten zijn grote transport- en logistieke spelers zoals Galliker en Lannutti, maar we staan ook heel sterk bij de transportondernemer rond de kerktoren die drie Volvo-vrachtwagens heeft en bijzonder trots is op zijn vloot. Ze zijn allebei even belangrijk en nodig. De nieuwe spelers zullen wellicht op het eerste segment focussen, waarbij trekkers van A naar B rijden op een voorspelbaar terrein: autosnelwegen. Als je trucks nodig hebt voor bijvoorbeeld de (mijn)bouw en veel moet manoeuvreren op lastig terrein, dan spreek je over gans andere vrachtwagens met andere configuraties.”

Dat jullie fossielvrij willen worden, blijkt ook uit de cijfers: 200 miljoen euro investering in de elektrische transitie voor deze site vorig jaar. En de eerste elektrische truck rolde hier al in 2023 van de band…

“Klopt. En toch hebben we door de stagnerende verkoop van elektrische wagens al heel wat moeten ‘schuiven’ tussen de fabrieken. Maar alle varianten van vrachtwagens bouwen we op dezelfde lijn, ook de elektrische. Dat geeft ons voldoende flexibiliteit om in te spelen op de marktvraag. Als de vraag naar elektrische vrachtwagens stijgt, kunnen we er heel snel op ingaan. De fabriek zal nooit de bottleneck zijn. Weet je, ik schets graag een realistisch beeld over e-mobiltiy, maar we geven ons lang niet gewonnen. Integendeel, wij voorspellen extra groei voor onze trucks. En door onze complexe productieomgeving, waarbij we naar élke wens van de klant luisteren, hebben we veel mensen nodig. Of dat businessmodel binnen twintig jaar nog overeind zal blijven, zal de markt uitwijzen. Automatiseren in de assemblage is voorlopig niet aan de orde, maar in onze logistieke flow kunnen we wel al veel automatiseren. En dan is het aan ons om onze medewerkers te herscholen naar nieuwe functies.”

Slotvraag: hoe omschrijf je het DNA van deze site?

“We werken met 5.000 m/v/x en zitten aan onze top. We draaien zeer hoge volumes de jongste jaren. Vorig jaar

moesten we nog 300 mensen aanwerven. Interimkantoren zeiden ons dat we de enige waren die dat op tien weken klaarspeelden. We hebben een goede reputatie, we betalen marktconform en ondanks onze grootte hangt hier nog een familiale sfeer. Collegialiteit zegeviert. Mensen zitten graag in hun team en zijn aanspreekbaar. Als je straks in onze fabriek rondwandelt, zal je meteen zien wat ik bedoel. Natuurlijk hebben we allemaal onze minder goeie dagen, maar medewerkers zwaaien naar elkaar en zeggen goeiedag. De structuur is relatief vlak en er is een overlegcultuur. Dat laatste is typisch Zweeds. Vaak zit het in details, zo draagt iedereen een Volvo-vest of trui waarop hun naam staat. We spreken ook niemand aan met de achternaam. Ook maatpakken of dassen vind je hier niet. Ik wil vooral dat iedereen een positieve mindset heeft, een fighting spirit ook. En: iedereen heeft hier evenveel inspraak, van leidinggevende tot operator. Wie wil bijleren of doorgroeien, krijgt alle kansen. Ik ben hier zelf in 2005 begonnen als bio-ingenieur. Ik mocht een management traineeship volgen en belandde snel in de productie. In het begin lachten ze me vierkant uit met mijn diploma (lacht). 75 procent van mijn collega’s waren toen doorgegroeid, van operator tot teamleader of manager.

Topcollega’s die mij het vak geleerd hebben. Op basis van je competenties en drive kan je groeien in je job. Wie vindt dat een ingenieur per definitie altijd meer moet verdienen dan een operator, blijft hier niet aan boord. In andere grote bedrijven zijn er loonplafonds volgens het diploma, hier niet. Ik ken plant directors binnen Volvo die gestart zijn aan de productielijn. De globale HR-manager van alle operationele truckactiviteiten is ooit gestart als chauffeur in de logistiek.”

Na het interview loodst communicatiedirecteur Ronald Van Schepdael ons nog behendig door de ganse fabriek, just in time. Het blijft indrukwekkend hoe een vrachtwagen in nauwelijks acht uur wordt geboren vanuit twee chassisbalken tot een volwassen truck.

En inderdaad, ook de ‘goeiedags’ rollen hier spontaan van de band. “Wie hier werkt, moet vooral een technische affiniteit hebben én de juiste mentaliteit”, besluit Ronald. “We hebben hier mensen die een kappersopleiding hebben gevolgd. De taken duren hier ook langer dan bij autoproducenten door de variatie in productie. We investeren heel veel in opleiding; na vijf dagen intensieve training weet je al wie je voor jou hebt.”

COTTYN ADVOCATEN

Samen ondernemen begint vaak met enthousiasme, vertrouwen en een gedeelde droom. Omdat je elkaar goed kent, lijkt het vanzelfsprekend dat alles vlot zal verlopen. Toch ontstaan in bijna elke onderneming vroeg of laat meningsverschillen — over de koers van het bedrijf, de taakverdeling of de toekomst. Wanneer vennoten ook vrienden zijn, komen die spanningen vaak harder aan.

Daarom is het oude gezegde “goede afspraken maken goede vrienden” nergens zo treffend als bij vriendenondernemers. Het is niet alleen verstandig om verwachtingen helder te hebben, maar ook juridisch noodzakelijk om misverstanden te voorkomen. Met de juiste afspraken bescherm je zowel de onderneming als de relatie die eraan ten grondslag ligt.

Check 1 – Kies bewust hoe je samen onderneemt

Voordat je samen start, is het cruciaal om na te denken over de juridische structuur van je onderneming. Niet elke vorm leent zich even goed voor samenwerking. Een eenmanszaak, bijvoorbeeld, laat geen vennoten toe en koppelt alle risico’s aan één persoon. Voor vrienden die samen een onderneming starten, zijn een BV of NV meestal betere opties. Deze vennootschappen beperken de persoonlijke aansprakelijkheid, maken het mogelijk aandelen te verdelen, rollen en bevoegdheden vast te leggen, en voorzien in scenario’s voor toekomstige veranderingen.

Een veelgemaakte valkuil is het idee dat alles “gelijk” moet zijn. In de praktijk zijn bijdragen zelden identiek: de ene vennoot

Ondernemen met vrienden: een geweldig idee… tot het misgaat

brengt geld in, de andere tijd, expertise of een netwerk. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang deze verschillen expliciet worden besproken en correct worden vastgelegd. Zo voorkom je later misverstanden en teleurstellingen.

Check 2 – Geld en aandelen

Geld en aandelen zijn vaak het meest gevoelige onderwerp bij vrienden die samen ondernemen. Wie brengt wat in, en hoe vertaalt zich dat in zeggenschap en winst? Aandelen worden soms gelijk verdeeld “om het makkelijk te houden”, maar gelijke aandelen betekenen niet altijd gelijke inspanning of risico. Het is daarom belangrijk om vooraf te bepalen hoe de verdeling van aandelen de werkelijke bijdragen weerspiegelt. Daarnaast moeten ook toekomstige scenario’s worden besproken. Wat gebeurt als een vennoot later extra kapitaal inbrengt, of als nieuwe investeerders toetreden? Zonder afspraken kan dit leiden tot machtsverschuivingen of conflicten. Heldere afspraken over geld, aandelen en opbrengsten zorgen ervoor dat iedereen weet waar hij of zij juridisch en economisch staat.

Check 3 – Exit-, ruzie- en bemiddelingsclausules

Geen enkele samenwerking start met het idee dat het ooit zal eindigen, maar vertrek, conflicten of fundamentele meningsverschillen kunnen altijd voorkomen. Exitclausules regelen wat er gebeurt wanneer een vennoot de onderneming vrijwillig of gedwongen verlaat. Dit omvat de overdracht van aandelen en de waardebepaling daarvan.

Net zo belangrijk zijn ruzie- en bemiddelingsclausules. Ze bepalen hoe conflicten intern worden opgelost voordat ze juridisch escaleren. Wordt eerst geprobeerd te praten, of is mediation verplicht? Dergelijke afspraken voorkomen dat zakelijke meningsverschillen uitgroeien tot persoonlijke breuken en rechtszaken. Voor vrienden-ondernemers zijn dit geen koude formaliteiten, maar vangnetten die zowel de onderneming als de vriendschap beschermen.

Check 4 – Conclusie:

Leg alles vast Mondelinge afspraken zijn onvoldoende. Alles wat besproken is, moet schriftelijk worden vastgelegd: bevoegdheden, aandelen, bijdragen, exit- en conflictprocedures. Door alles op papier te zetten, creëer je duidelijkheid, rust en een stevig fundament voor zowel de onderneming als de vriendschap.

Samen ondernemen met vrienden kan bijzonder verrijkend zijn, maar het vraagt om durf en transparantie. Durf moeilijke vragen te bespreken, durf rollen en bijdragen duidelijk te definiëren en durf scenario’s voor conflictsituaties vast te leggen. Zo versterk je niet alleen je onderneming, maar ook de vriendschap die eraan ten grondslag ligt.

CERTIFISC –ACCOUNTANTS & FISCALISTEN

Hervorming van de gunstregeling voor familiale vennootschappen: focus op residentieel vastgoed

In het Vlaams Gewest kunnen aandelen van familiale vennootschappen onder bepaalde voorwaarden worden geschonken of vererfd met een aanzienlijk fiscaal voordeel. Bij erfenis geldt een verlaagd tarief van de erfbelasting (3 of 7%), bij schenking een vrijstelling van schenkbelasting. Eén van de voorwaarden is dat de vennootschap een reële economische activiteit uitoefent. Sinds 2012 beoordeelt met dit aan de hand van twee parameters: onvoldoende bezoldigingen en een te groot aandeel onroerende goederen konden ertoe leiden dat de gunstregeling volledig werd geweigerd.

Intussen is gebleken dat de bestaande regeling niet altijd kan verhinderen dat ander dan bedrijfsgerelateerd patrimonium wordt overgedragen. Zo werd een vennootschap die niet cumulatief voldoet aan beide parameters, geacht een reële economische activiteit te hebben, ook al is het voormelde privaat patrimonium aanwezig.

Het was geenszins de bedoeling dat zuiver privaat patrimonium onder de vrijstelling of aan het verminderd tarief wordt overgedragen. Om dit te voorkomen worden bij ondernemingen de onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of bestemd zijn (residuele onroerende goederen) decretaal van de gunstregeling

uitgesloten (Programmadecreet van 18 december 2025). Ook bouwgronden worden nu expliciet uitgesloten.

Het verlaagd tarief of de vrijstelling zal niet langer gelden op het gedeelte van de aandelenwaarde dat overeenstemt met het uitgesloten residentieel onroerend goed. Het voordeel blijft wel van toepassing op het resterende deel van de waarde, dat wél verband houdt met de economische activiteit van de vennootschap. Hiermee evolueert de regeling naar een meer proportionele benadering: niet langer alles of niets, maar enkel een uitsluiting voor het residentiële segment.

Maar wat als uw vennootschap residentieel onroerend goed verhuurt? Worden dan ook die onroerende goederen geweerd? Neen, daarvoor wordt in een uitzondering voorzien.

Vennootschappen die minstens 75 % van de omzet genereren door de uitoefening van een activiteit die betrekking heeft op residentiële onroerende goederen ontsnappen toch aan de nieuwe uitsluitingsregel mits zij ten minste één voltijdse werknemer in dienst hadden gedurende drie jaar voorafgaand aan de schenking of vererving. Aan deze tewerkstellingsvoorwaarde moet blijvend voldaan worden gedurende drie jaar na de schenkingsakte of overlijden. Voor dergelijke vennootschappen maken het residueel vastgoed en bouwgronden deel uit van hun activiteiten. Het louter beheer

van onroerende goederen kwalificeert niet als een economische activiteit.

Nieuw is ook dat bij elke aanvraag (zowel bij schenking als overlijden) een waarderingsverslag van een onafhankelijke bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant moet gevoegd worden. Dit verslag moet onder meer de verkoopwaarde van de aandelen in volle eigendom bevatten met vermelding van de gehanteerde waarderingsmethode, alsmede de opsomming en verkoopwaarde van het uitgesloten residentieel onroerend goed. Op het ogenblik van de aanvraag van het attest of de toepassing in de aangifte nalatenschap mag het waarderingsverslag maximaal 30 dagen oud zijn.

De nieuwe regeling en de uitzondering daarop treden in werking op 1 januari 2026. Voor de schenkbelasting geldt de hervorming voor authentieke schenkingsakten verleden vanaf die datum. Voor de erfbelasting is zij van toepassing op nalatenschappen die vanaf 1 januari 2026 openvallen.

Aan de andere toepassingsvoorwaarden wijzigt niets.

ondernemers & co

Sint-Martens-Latem

ABN AMRO MeesPierson opent nieuw kantoor in Sint-Martens-Latem

Aalter en Merelbeke

Het nieuwe kantoor van Cobofisk in Merelbeke

Gent

Aalst

Boekentoren in Gent krijgt nieuw zinken dak na waterlek 1 9 4 2 3 5 7

Oudenaarde

Youri Deblanc nieuwe ceo van chemisch bedrijf EOC Group Nazareth

Huurland breidt uit naar Leuven

Gent

Breedste schip ooit bereikt ArcelorMittal via Nieuwe

Sluis Terneuzen

Jan De Nul traint installaties van windparken met geavanceerde simulator

6 8

Ninove

Delhaize met distributiecentrum in Ninove zet 67 nieuwe trailers in voor duurzamer transport

Gavere

De Hovenier uit Gavere opnieuw Beste Zwemvijverbouwer van België

1 Youri Deblanc nieuwe ceo van chemisch bedrijf EOC Group

EOC Group uit Oudenaarde benoemt Youri Deblanc tot ceo van haar Europese entiteiten. Hij volgt Gerard Marsman op. Deblanc was sinds 2018 financieel directeur en sinds juni 2025 ceo ad interim. EOC Group produceert chemische oplossingen zoals kleefstoffen, latex en emulsies voor diverse sectoren. Het familiebedrijf telt 700 medewerkers wereldwijd, met de helft in België. eocgroup.com

2 Boekentoren in Gent krijgt nieuw zinken dak na waterlek

De Gentse Boekentoren krijgt een nieuw zinken dak nadat lekkages waterschade veroorzaakten. Vlaams minister Ben Weyts investeert daarvoor 150.000 euro via het Agentschap Onroerend Erfgoed. De dakbedekking van de westvleugel wordt volledig vernieuwd en de houten dakstructuur wordt waar nodig hersteld. Ook extra isolatie wordt voorzien volgens het sarkingprincipe, wat de energiekosten moet helpen drukken. De totale kostprijs bedraagt 672.500 euro waarvan Vlaanderen 22% betaalt en UGent de rest op zich neemt.

3

Breedste schip ooit bereikt ArcelorMittal via Nieuwe Sluis Terneuzen

Op 29 december bereikte het zeeschip PIAVIA via de Nieuwe Sluis in Terneuzen de kade van ArcelorMittal in Gent. Met een breedte van 38 meter en een lengte van 229 meter meteen het breedste schip dat ooit via het Kanaal Gent-Terneuzen naar de Gentse industriezone voer.

Het schip PIAVIA had een commerciële lading aan boord voor ArcelorMittal Belgium. Frederik Van De Velde, ceo van ArcelorMittal Belgium: “Hoe meer cargo

we in één beweging kunnen vervoeren, hoe duurzamer en voordeliger de productie van ons staal is.”

North Sea Port wil nu snel werk maken van een verdere ontsluiting van het kanaal. “We kijken ernaar uit om met 43 meter brede schepen van aan de Nieuwe Sluis tot aan het Kluizendok en het Rodenhuizedok in Gent te varen”, zegt ceo Cas König. “Dat levert aanzienlijke kostenbesparingen op en maakt het lossen veiliger en efficiënter.” Ook een verdere verdieping van het kanaal ligt op tafel.

4

ABN AMRO MeesPierson opent nieuw kantoor in Sint-Martens-Latem

ABN AMRO MeesPierson verhuist naar een nieuw kantoor in Sint-Martens-Latem. Daar brengt de bank al zijn diensten en experts voor de regio Gent onder één dak. De opening kadert in hun groeistrategie en versterkte aanwezigheid in Oost-Vlaanderen. Het kantoor vervangt de vorige vestiging en biedt plaats aan zo’n 50 medewerkers. abnamro.nl

5

Huurland breidt uit naar Leuven

Huurland opent een nieuw filiaal in Lubbeek om ook Vlaams-Brabant vlot te bedienen. Met deze twaalfde vestiging zet het Belgische familiebedrijf uit Nazareth zijn groei verder. huurland.be

6

De Hovenier uit

Gavere opnieuw Beste Zwemvijverbouwer van België

Gerrit en Jeroen Vandenhove werden voor het derde jaar op rij bekroond als beste zwemvijverbouwers van België.

Hun familiebedrijf De Hovenier koppelt ecologische tuinen aan duurzaamheid en energieneutraal werken. Binnenkort openen ze op hun site een chloorvrij eco-zwembad, geïnspireerd op een bergmeer. dehovenier.be

7 Delhaize zet

67 nieuwe trailers in voor duurzamer transport

Delhaize versterkt zijn vrachtwagenvloot met 67 energiezuinige CHEREAU-trailers. Dankzij isolatie, zonnepanelen en PIEKuitvoering worden leveringen stiller en milieuvriendelijker.

8 Jan De Nul traint installaties van windparken met geavanceerde simulator

Jan De Nul heeft in Aalst een hoogtechnologische kraansimulator in gebruik

genomen voor het bouwen van windparken op zee. De simulator is een digital twin van schepen Les Alizés en Voltaire, die funderingen tot 2.000 ton installeren op zee. Met een 360 graden-koepel van zeven meter biedt het systeem een realistische trainingservaring bij complexe weers- en bodemomstandigheden. Niet alleen eigen medewerkers, maar ook klanten en partners volgen trainingen in de simulator. Daarnaast wordt ook een nieuwe baggersimulator gelanceerd voor werken met het cutterschip Willem van Rubroeck. Hiermee worden operaties op harde zeebodem in detail voorbereid. jandenul.com

9

Cobofisk, Squidco & The Lex Business onder één nieuw dak

Cobofisk, Squidco en The Lex Business brengen hun volledige werking samen onder één nieuw dak in Merelbeke. Het is nu een plek waar boekhouding, automatisatie en juridisch advies elkaar versterken. Daarnaast blijft ook de locatie in Aalter behouden. cobofisk.be

Het nieuwe kantoor van Cobofisk in Merelbeke

Veel managers blinken uit in onbegrijpelijke taal. Lege woorden. Vage begrippen. Nederengelse bullshit. Om te verhullen, te imponeren of simpelweg hun onkunde te verbergen. Een pleidooi voor klare taal.

Staat managementtaal ook op jouw bullshitradar?

challengen

leveragen

dealen met

TEKST SAM DE KEGEL

We nemen het mee

In 2012 schreef ik als journalist voor het economisch weekblad Trends een artikel over wollige managementtaal.

Mijn stuk begon zo:

Ik kan tegenwoordig geen interview meer doen met een weet-ik-veel-manager of ik word gebombardeerd met Nederengels vakjargon en nietszeggend taalgebruik. Onlangs nog: “Dé prestatie-indicator in today’s market voor onze young potentials is customer focus.” De HR-manager van een consultancyreus was nog maar begonnen, of ik had al afgehaakt. Mijn aandachtsveld verlegde zich naar de koeien die op honderd meter van mijn thuiskantoor grazen. Zij herkauwen tenminste hun taal eer ze me toespreken. En die is helder en eenvoudig: boe! In verschillende toonaarden, afhankelijk van hun humeur.

Er kwam toen veel reactie op het artikel. Heel wat managers voelden zich beledigd, heel veel werknemers slaakten een zucht van herkenning. Dertien jaar later is er niet gek veel veranderd. In sommige interviews word ik zo mogelijk nog meer getrakteerd

op onbegrijpelijk jargon, vage taal of tenenkrullend Nederengels.

Veel managers gebruiken dit soort jargon onderling, en gaan dat uit gewenning snel gebruiken tegenover medewerkers, klanten en … journalisten. Elke manager is ‘performant’ en maakt vroeg of laat een ‘doorstart.’

Politici bakken het ook bruin. Een klassieker van het voorbije jaar is ‘doorpakken’. Jan Jambon, N-VA-minister van Financiën en Pensioenen, ‘pakt’ voortdurend ‘door’. Of, althans, dat hoopt hij. Al dan niet met nog een vervelend stopwoordje erachteraan: eigenlijk, feitelijk, of zo.

Bullshittermen

Ik noem het – mijn excuses voor de schuttingtaal – bullshittermen. Een geliefkoosde taaltactiek is het eufemisme: een moeilijke boodschap op een min of meer positieve manier verkopen via wollige taal. Je ontslaat al lang geen mensen meer, je neemt er afscheid van, of nog een graad erger: je flexibiliseert of revitaliseert het personeelsbestand.

Als we dezelfde bullshittermen gebruiken, behoren we tot hetzelfde clubje. Wie niet gretig meedoet en meepraat, valt uit de boot of wordt niet serieus genomen.

“Een tijdje terug maakte ik een verslag in opdracht van mijn salesmanager. Ik vermeed zo veel mogelijk technische termen en gebruikte simpele zinnen die iedereen verstaat. Mijn manager stuurde de tekst terug met de boodschap dat hij zo’n simpele tekst niet kon voorstellen op z’n teamvergadering met de andere managers”, vertelt een werknemer me die om begrijpelijke redenen liever anoniem blijft. “Ten einde raad won ik advies in bij een collega. Die zei me dat ik veel té duidelijk en concreet was geweest. Ik doorspekte m’n tekst nadien met een batterij aan nietszeggende en lege woorden zoals implementeren en herpositioneren, waarna ik bericht kreeg dat de tekst goed was.”

Medewerkers zeggen het niet wanneer ze iets niet begrijpen. Enerzijds om niet ‘dom’ over te komen, anderzijds omdat er angst bestaat om kritiek te leveren op je baas.’ Zo wordt de cirkel vicieus. Als je als manager niet te horen krijgt dat je taaltje niet wordt begrepen, dan blijf je het automatisch hanteren.

Managers kiezen vaak woorden die iets eenvoudigs moeilijk laten klinken om hun boodschap meer cachet te geven. Of erger: om zichzelf interessant(er) te maken en hun publiek te imponeren. Marc, ceo van een metaalbedrijf, doet er niet meer

aan mee: “Managerstaal is uitgevonden om managers onder elkaar te laten babbelen en om hun eigen wereldje af te schermen. Maar om je werknemers aan te sturen moet je direct en eenvoudig communiceren. Wij leggen ons businessplan aan al onze werknemers – arbeiders en bedienden – uit in een eenvoudige taal, zodat iedereen betrokken is. Ook moeilijke termen als cashflow kan je uitleggen aan elke werknemer.”

Helderheid als ambitie

In elke dialoog zou helderheid moeten triomferen. Jos Verveen, een Nederlandse ex-organisatieadviseur, schreef in 2011 de provocerende beststeller Bullshit Management Zijn analyse was messcherp. “Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat rasmanagers en externe consultants de productiviteit op de werkvloer niet verhogen, integendeel. Ook het plezier op de werkvloer vermindert vaak. Ze goochelen met modellen, theorieën en dure termen die hen houvast moeten geven, maar eigenlijk zijn ze de weg volledig kwijt. Het grote probleem is dat die aparte laag die andere mensen zegt hoe ze zich beter moeten organiseren totaal niet (meer) met de inhoud bezig is. Dan krijg je frustratie bij de vakmannen die zeggen ‘Mijn baas snapt er de ballen van.’ Natuurlijk heb je in elk bedrijf chefs en leidinggevenden nodig, maar ze moeten verstand hebben van de inhoud. In familiebedrijven loopt er vaak geen enkele manager, laat staan een externe adviseur, rond. Allemaal werken ze op de inhoud.”

Meestal loopt het al mis aan de bron: bij de rekrutering. Lees er tien willekeurige vacatures op na en let op het taalgebruik. In veel personeelsadvertenties struikel je over standaardzinnen die besmet zijn met het vaagtaalvirus. Ze willen proactieve, gedreven, flexibele en dynamische talenten. Je zou voor minder schrik krijgen om te solliciteren. Een bedrijf dat wel al jarenlang op een originele manier personeelsadvertenties maakt, is Jan De Nul. Vacatures zonder kapsones en met een vleugje fantasie, in klare en laagdrempelige taal.

Braaftaal

Onmisbaar in het betere managementbargoens: het Nederengels. De verengelsing van onze taal lijkt onomkeerbaar. Wie zijn betoog opsmukt met veel Engelse termen, scoort. Zeg dus ‘dealen met’ in plaats van omgaan met, en ‘support of monitor’ je medewerkers in hun ‘targets’ in plaats van ze te ondersteunen met heldere doelen. Okay, voor wie met buitenlandse collega’s, klanten of leveranciers Engels als voertaal gebruikt of in een internationaal bedrijf werkt, kunnen we mild zijn. Maar in een one-to-one meeting – excuseer –één-op-ééngesprek met een Vlaamse collega kan je evengoed Nederlandse alternatieven gebruiken. Tenzij we echt willen dat ons Nederlands afglijdt naar een potpourri van Nederlands, doorspekt met Engels.

Voor alle duidelijkheid: we hebben niets tegen vaktaal. Iedereen gebruikt

vakjargon: journalisten, juristen, softwareontwikkelaars, verkopers, lassers, schrijnwerkers ... Vaktaal zorgt voor scherpte en focus in een gesprek, managerstaal daarentegen niet. Soms is managementtaal zo onduidelijk en omslachtig omdat het helemaal niet de bedoeling is dat anderen jou begrijpen. De taal als machtsinstrument om zogenaamde leken of ondergeschikten op afstand te houden.

Nederlander Joep Schrijvers, auteur van Hoe word ik een rat?, een boek over de kunst van het konkelfoezen op de werkvloer, noemde managementtaal ooit ‘braaftaal’. Volgens hem proberen managers met hun wollige taalgebruik de scherpe kantjes van hun boodschap te verhullen of iets mooier voor te stellen dan in werkelijkheid. In welk bedrijf vallen er nog ontslagen? Neen, er wordt zoveel liever ‘afscheid genomen van elkaar in onderling overleg’.

Een eeuweling onder druk?

Het belangrijkste in communicatie is vaak datgene wat niet wordt gezegd. Managementtaal legt een sluier over de waarheid. Waarom niet open en eerlijk communiceren als er iets fout loopt in het bedrijf? Als je als manager rechtuit en open communiceert, word je veel menselijker voor je werknemers. Een manager die af en toe een schouderklopje geeft of troost indien nodig, is zoveel meer waard dan de kille manager die werknemers letterlijk ziet als menselijk kapitaal.

Onze top-3 van irritante managerstaal

Onze top-3 van irritante managementuitdrukkingen. Inclusief de onderhuidse motieven. Asap geïntegreerd in deze functionele sidestory.

Denk out-of-the-box

Wat ze elke dag verwachten van hun werknemers, maar zelf nauwelijks doen: verrassend en origineel uit de hoek komen.

We moeten onze processen alignen

Een woord dat te pas en vooral te onpas wordt gebruikt om alles wat fout loopt, recht te trekken. Letterlijk: het op één lijn brengen van verschillende zaken. Op de website ZigZagHR is alignment zelfs een leiderschapsvaardigheid. En bestaan er alignment-lekken. O wee…

Kan

je

dit nog even finetunen?

O wee als je dit te horen krijgt. In mensentaal: begin maar opnieuw. Of in sappig West-Vlaams: kerekewere.

Een manager zegt maar bedoelt... 1 2 3 challengen uitdagen incentive prikkel, stimulans

dealen met omgaan met leveragen naar een hoger niveau tillen (denk ik)

We nemen We doen er het mee niets mee

Managementtaal is dus ook een barrière voor gevoelens op de werkvloer.

De manager bestaat ondertussen bijna 115 jaar, sinds Frederick Taylor in 1911 zijn toen revolutionaire ideeën over management en wetenschappelijke bedrijfsvoering introduceerde. Ondernemers stelden managers aan als hun zaakwaarnemers. Decennialang groeide het aantal managers explosief, maar zijn of haar toekomst oogt onzeker. Terwijl ze vroeger zelf het mes in hun personeelsbestand moesten zetten, blijven ze vandaag bij reorganisaties zelf niet altijd buiten schot en worden ze straks misschien een bedreigde (kosten) soort. Een goeie manager is en blijft heel waardevol voor een bedrijf: hij of zij creëert van een groep individuele werknemers een team dat voor elkaar door het vuur wil gaan, zodat het bedrijf beter presteert. Maar wie zijn publiek niet kan begeesteren of weinig te vertellen heeft, gebruikt vaak heel veel moeilijke woorden. Zo probeert hij zich een aura van onmisbaarheid aan te meten of wil hij zijn eigen hachje redden.

Een vuilnisbelt van taal

Gelukkig lopen er ook op elke werkvloer werknemers rond met een sensitieve bullshitradar. Ze hebben heel snel in de smiezen wanneer managers te veel woorden gebruiken, Nederengels preken, foute metaforen bedenken of verhullende taal praten. Met één welgemikt synoniem halen ze de glans van een schijnbaar imponerende zin. Ze fungeren als taalrebellen op de werkvloer en indien nodig roepen ze op tot muiterij.

Hun bullshitradar klopt tegenwoordig overuren. Met dank ook aan de tsunami van – vaak – lege AI-taal die internet en LinkedIn overspoelt, met een leger aan zielloze emoticons erbovenop. Er is een naam voor: slop. Ja, van Engelse oorsprong, maar misschien moeten we

er een scherp Nederlands alternatief voor bedenken. Zoals dat mooie radioprogramma Nieuwe Feiten doet met haar rubriek ‘Ontbreekwoorden’: woorden die nog niet bestaan, maar dat wel zouden moeten doen.

Slop is afval: generieke en massaal geproduceerde AI-content die nauwelijks iets toevoegt, maar alles en iedereen overspoelt. Tim Verheyden, technologieexpert bij VRT: “Slop beperkt zich niet tot foto’s of video’s. Het is overal: posts op het sociale medium LinkedIn vol perfecte en soms ook inhoudloze leiderschapslessen, nieuwsbrieven die allemaal hetzelfde klinken, AI-stemmen in podcasts, webshops met betekenisloze productbeschrijvingen en websites met nepnieuws geschreven door AI-journalisten. Hallucineren was het probleem van gisteren: het moment waarop we ontdekten dat AI dingen kan verzinnen. Slop is het probleem van vandaag en morgen. Steeds meer waarnemers delen dezelfde analyse: het grootste risico van generatieve AI (kunstmatige intelligentie die nieuwe content kan maken, zoals

teksten en afbeeldingen, red.) is niet dat ze liegt, maar dat ze de wereld verzadigt met dingen die er nauwelijks toe doen.”

De grote taalleegte is nabij. Wijlen Etienne Vermeersch, filosoof, opiniemaker, wijze mens én voorstander van klare taal, draait zich om in zijn graf. Ooit interviewde ik hem in zijn stoffige werkkamer in Melle. We waren omsingeld door honderden boeken die hij stuk voor stuk had gelezen. Ik leerde twee (levens)lessen van hem.

Eén: gedraag je nooit als expert over een onderwerp dat je niet 200 procent beheerst. Twee: praat zo helder mogelijk.

“Sommige managers en professoren gebruiken moeilijke woorden om hun eigen onkunde te verbergen”, zei hij droog.

“Bij mij zijn die aan het verkeerde adres. De meeste mensen durven niet te zeggen:

‘Ik versta dat niet.’ Ik vraag altijd door:

‘Leg dat eens uit of geef mij een concreet voorbeeld. Dan vallen velen door de mand. Als ouders moeilijke begrippen gebruiken tegenover hun kinderen, zullen die laatsten heel snel aangeven dat ze er niets van begrijpen. We moeten weer dat kind durven te zijn”, besloot hij.

Compliance efficiënt beheren en risico’s verlagen

De deadlines voor NIS2 en andere securitystandaarden vormen geen eindpunt. Rolf Coucke, Security Strategy Lead bij Proximus NXT, ziet compliance als een continu proces, met een blijvende opvolging als grote uitdaging. “Een GRCraamwerk is onontbeerlijk.”

Ieder jaar krijgt gemiddeld één op vier Belgische organisaties af te rekenen met een cybersecurityincident. Cyberveiligheid blijft dan ook een topprioriteit. In het licht van nieuwe regelgeving zoals NIS2 en de groeiende complexiteit van digitale diensten, wordt cyberveiligheid en blijvende compliance ook voor de publieke sector een absolute prioriteit.

Het belang van GRC en compliance “Continu in lijn zijn met regels en wetgeving brengt echter heel wat werk met zich mee. Daarna blijft het onderhouden van processen en maatregelen een grote uitdaging. Een GRC-raamwerk (Governance, Risk & Compliance) zorgt daarbij voor een integrale aanpak en laat toe de naleving van alle veiligheidsvereisten blijvend te waarborgen”, volgens Rolf Coucke.

Binnen GRC neemt vooral het belang van compliance toe.

“Compliance verwijst naar de controle van de genomen maatregelen. Daarbij reikt compliance verder dan de wettelijke verplichtingen. Veel bedrijven en organisaties beschouwen compliance ook als een essentiële voorwaarde voor hun handelsrelaties.”

Automatiseren met GRCaaS Governance, Risk & Compliance as a Service, of kortweg GRCaaS, is een dienst die Proximus NXT ontwikkelde om het complianceproces in grote mate te automatiseren. Risico’s worden gescoord op impact, waarschijnlijkheid en toepassingstype. De score bepaalt de urgentie en de vereiste maatregelen om het risico te beheren.

GRCaaS visualiseert de ingrepen, volgt ze automatisch op en laat bij

een audit toe te bewijzen hoe alles in de praktijk is nageleefd. GRCaaS automatiseert zo 90 tot 95% van de opvolging van de beveiligingscontroles. “De concrete opvolging voor het team bestaat uit tussentijds overleg met een specialist van Proximus NXT, om in te zoomen op non-conformiteiten die de beveiligingsmaatregelen onder druk zetten, het risico verhogen en de compliance ondermijnen.”

Meer efficiëntie, minder kosten “GRCaaS laat op die manier toe de klassieke opvolgingskosten voor compliance sterk terug te dringen. Dashboards maken GRC aanschouwelijk tot op het niveau van de CEO, terwijl de interne IT- en beveiligingsexperts zich opnieuw op hun kerntaken focussen.”

De grootste uitdaging is niet het bereiken, maar het behouden van compliance.
Rolf Coucke, Security Strategy Lead bij Proximus NXT

Beheers compliance en versterk uw cyberweerbaarheid.

Scan de QR-code en ontdek hoe Professional Security Services het verschil maakt.

P r u

pose

Al jarenlang geldt Patagonia als lichtend voorbeeld als het gaat over bedrijven die impact maken. Sinds de oprichting combineert het Amerikaanse kleding- en outdoormerk commercieel succes met maatschappelijk verantwoord ondernemen tot in het uiterste. In 2022 schonk de eigenaar zelfs zijn bedrijf weg aan een organisatie die milieu- en klimaatprojecten ondersteunt.

Hun purpose of intrinsieke motivatie blijft duidelijk: “We’re in business to save our home planet.” Maar wat als elk bedrijf zo’n missie heeft? Wordt het begrip dan niet uitgehold? Wij gingen op zoek naar 4 bedrijven in eigen contreien die dagelijks het verschil maken.

Waar zitten de Patagonia’s van Oost-Vlaanderen?

Purpose. Daar zal Yvon Chouinard niet aan gedacht hebben in 1973, toen hij Patagonia uit de grond stampte. Hij wilde gewoon buiten zijn. Als gepassioneerd bergbeklimmer die vaste klant was in Yosemite National Park begon hij met de productie van eigen stalen klimhaken. Bevriende alpinisten bleken fan en niet veel later kwam de verkoop op gang. Maar de klimhaken veroorzaakten permanente schade aan de rotsen, dus schakelde hij over van staal naar alternatieven in aluminium. Dat metaal bleek geen sporen achter te laten.

Niet veel later introduceerde het bedrijf klimkleding, geïnspireerd op een reis naar Schotland. Daar bleek dat een rugbyuitrusting uitermate geschikt was als bescherming tegen het schrapen aan rotswanden. Het outdoormerk Patagonia was geboren. Naast natuurbehoud werd ook het sociale aspect niet over het hoofd

gezien. Als fervent surfer introduceerde Chouinard tijdens de jaren tachtig het bekende Let My People Go Surfingconcept. Werknemers moesten in staat zijn om hun werkuren flexibel in te delen en te genieten van goede golven of een namiddagje boulderen. Zolang het werk maar gedaan was.

Met de groei van het bedrijf, kwamen ook de planetaire neveneffecten. Zo bleek dat de fabricage van de kleding, inclusief verven, verantwoordelijk was voor 85% van de uitstoot van Patagonia. Dat liet Chouinard niet onberoerd. Vanaf 1996 ging hij voluit voor biologisch katoen, ook al werd daarmee niet aan de vraag van zijn producten beantwoord. Reparatie werd doorheen de jaren één van de stokpaardjes. En met de activistische reclameslogan ‘Don’t buy this jacket’, wilde Patagonia het consumentisme aan de kaak stellen.

TEKST LAURENS FAGARD

Het absolute summum kwam er in 2022, toen Chouinard het bedrijf integraal overdroeg aan twee stichtingen. Alle winsten die niet geherinvesteerd worden, komen terecht bij projecten die klimaatverandering tegengaan. ‘De aarde is nu onze enige aandeelhouder’, klonk het toen. De intussen 87-jarige Yvon Chouinard belichaamt purpose zonder het zelf zo te benoemen. “Het beste wat we kunnen doen is zo weinig mogelijk schade proberen te berokkenen.”

Purpose kost je wel wat

Maar precies daar is er vandaag wrijving. Wat bij Patagonia groeide uit intrinsieke motivatie, wordt nu zowat door elk bedrijf geclaimd. Purpose wordt een containerbegrip. Van multinationals tot kmo’s: allemaal zeggen ze ergens voor te staan. Missies, waarden en maatschappelijke ambities zijn dankbaar vulsel voor websites en jaarverslagen. De vraag is niet langer wie purpose hééft, maar wat die purpose nog betekent.

Tussen een bedrijf dat zijn hele manier van werken afstemt op een hoger doel en een bedrijf dat daar vooral over communiceert, huist er een wereld van verschil. Je purpose vertaalt zich niet enkel tot een slogan of campagne. Ze wordt pas echt voelbaar als ze keuzes afdwingt. Over wat je wel, maar vooral ook niét doet. Over hoe je groeit of net niet groeit én welke prijs je bereid bent te betalen voor je overtuiging.

Dat spanningsveld wordt ook benoemd door critici van het purpose-denken van vandaag. In The Road to Hell waarschuwt auteur Nick Asbury voor de uitholling van het begrip. Maatschappelijk engagement laat zich nu eenmaal niet altijd verzoenen met winst, zo stelt hij. Niet elk bedrijf kan of moet zijn kernactiviteit omvormen tot een hefboom voor maatschappelijke

verandering. In sommige gevallen is het eerlijker om te erkennen dat winst maken en impact creëren moeilijk samengaan en dat bedrijven hun maatschappelijke rol ook kunnen opnemen door geëngageerde organisaties of initiatieven te ondersteunen.

Tegelijk toont recent academisch onderzoek naar purpose-driven businesses dat purpose wél meer kan zijn dan een intentie. In What do we really mean by purpose-driven businesses? wordt purpose omschreven als een richtinggevend principe: een maatschappelijke of ecologische reden van bestaan die structureel verankerd is in strategie, businessmodel en besluitvorming. Dat gaat ook vaak gepaard met financieel engagement. Purpose die niets kost, zo stelt het onderzoek, is zelden echte purpose.

In dat licht krijgt ook de vraag naar eigenaarschap betekenis. Wie beslist uiteindelijk waar een onderneming naartoe gaat, bepaalt mee hoe ver purpose kan reiken. Steeds meer bedrijven zoeken daarom naar alternatieve vormen van eigendom, zoals steward ownership, waarbij de controle over het bedrijf wordt losgekoppeld van winstmaximalisatie. Aandeelhouders treden op als rentmeesters van de missie,

terwijl winsten grotendeels opnieuw worden geïnvesteerd in het bedrijf of in maatschappelijke doelen. Niet als ideologisch statement, maar als poging om overtuigingen structureel te verankeren, voorbij communicatie.

Wat in veel discussies over purpose bovendien onderbelicht blijft, is de bredere context waarin dat verlangen ontstaat. In een samenleving waarin basisbehoeften grotendeels zijn ingevuld en kansen overvloedig aanwezig lijken, worstelen steeds meer mensen en organisaties met een gebrek aan intrinsieke motivatie. Externe prikkels zoals schaarste of overleven sturen de mensen steeds minder. Purpose wordt dan geen modeterm of luxeprobleem, maar een antwoord op een dieper gevoel van richtingloosheid: een poging om opnieuw betekenis te geven aan werk, groei en welvaart.

Wie het luidst over purpose schreeuwt, doet er niet toe. Wel wie bereid is er consequent naar te handelen. Elk op zijn eigen manier, met oog voor de beperkingen en spanningen die daarmee gepaard gaan.

Vier Oost-Vlaamse bedrijven tonen hoe dat er vandaag kan uitzien.

Purpose wordt pas echt voelbaar als ze keuzes afdwingt.

Over wat je wel, maar vooral ook niét doet.

Over hoe je groeit of net niet groeit én welke prijs je bereid bent te betalen voor je overtuiging

Eten tegen opwarming: plantaardig verovert marktaandeel

Hapje voor hapje. Zo wil Greenway de wereld veranderen met plantaardig eten. En dat is nodig volgens co-ceo Cedric Hanet. “Klimaatverandering is de grootste uitdaging van deze tijd. Onze ambitie is om zelfs vleeseters in hart en nieren te verleiden met onze lekkere plantaardige voedingsproducten.” Dat doet het bedrijf van Gentse oorsprong al sinds 1998.

Toen trok oprichter Paul Florizoone naar India en kwam er in aanraking met de plaatselijke vegetarische keuken nadat hij ziek werd van een vleesmaaltijd. Sindsdien groeide het bedrijf uit tot een speler met een vijftigtal producten in retail en foodservice.

“We maken vleesvervangers en plantaardige convenienceproducten die we verkopen aan supermarkten, grootkeukens, ziekenhuizen, scholen, gevangenissen of cateringbedrijven. Daarnaast hebben we ook een restaurant in Gent en zijn we aanwezig op festivals om ons merk te ondersteunen. Het woord ‘vleesvervangers’ hoor ik wel niet

graag”, zegt Cedric. “Omdat we elke dag bewijzen dat plantaardige producten als volwaardig kunnen worden gezien.”

In prijs bijgebeend

Die hoop is meer dan terecht. Na de beursgang van Beyond Meat (Amerikaans voedingsbedrijf dat vleesvervangers maakt en in 2019 een historisch debuut op Nasdaq kende) en de lancering van plantaardige burgers en chipolata’s, kende de markt enkele jaren van forse groei.

“We zagen toen een jaarlijkse stijging van 20 tot 30 procent”, zegt Cedric. “Maar die groei is nu gestagneerd. Daarvoor zie ik drie redenen: inflatie, het prijsverschil met vlees en twijfels bij consumenten over gezondheid. Er zijn veel minderwaardige producten op de markt bijgekomen die meteen een grote groep doen afhaken. Dat is niet positief voor het imago van plantaardige voeding.”

“Maar er is een kentering op gang. Hoewel de vergelijking moeilijk is om te maken, waren vorig jaar voor het eerst sommige vleesvervangers in private label goedkoper dan vlees. En op gezondheidsvlak helpt de Nutri-Score om de ‘aankoopknoop’ door te hakken. Als sector zetten we in op educatie, onder meer via Next Food Chain, een bedrijfsnetwerk rond plantaardige voeding in Vlaanderen. Hoe dan ook blijft het een uitdaging om producten lekker, gezond en goedkoop te maken. Bij vlees ligt de lat qua gezondheid lager bij mensen. Hybride producten, met deels plantaardige en deels dierlijke eiwitten, kunnen een goede tussenstap zijn. Maar voor ons ligt de focus op 100% plantaardig.”

Greenway maakt vleesvervangers en plantaardige convenienceproducten.

Een keuze die zeker niet vanzelfsprekend is. Tijdens de hype van vier jaar geleden haalde Greenway kapitaal op en breidde het team uit. “Die verwachte groei kwam er niet volledig door waardoor we moesten terugschakelen. Maar door vast te houden aan onze missie en slim te focussen op mainstream producten, blijven we nu gezond groeien met een omzet van 4,7 miljoen euro en 10 medewerkers (de productie gebeurt door externe partners, red.). We onderschrijven de Vlaamse eiwitstrategie en de Green Deal. Tegen 2030 moet de verhouding van 60% dierlijke en 40% plantaardige eiwitten omgedraaid zijn. Vegetarisch is niet enkel voor vegetariërs, maar voor iedereen.”

Elke hap telt

Voor Cedric is purpose geen nice to have, maar een noodzaak. “Zonder duidelijke missie is het moeilijk om de juiste mensen te vinden. Mensen zijn echt naar iets meer op zoek dan gewoon een loon op het einde van de maand. Geëngageerde mensen willen impact maken en dat leeft hier. Jaarlijks maken we een grote poster met enkele cijfers op, waaronder hoeveel minder CO2 en geredde dierenlevens er zijn door onze producten. Je purpose begint pas te leven als je impact zeer visibel is.”

CO-CEO CEDRIC HANET

Autodelen maakt steden leefbaarder en zet auto’s slimmer in

“Er fronsten al eens wenkbrauwen wanneer je twintig jaar geleden zei dat je je auto deelde”, aldus Geert Gisquière, één van de grondleggers van het autodeelplatform cambio Vlaanderen. “Gelukkig is autodelen vandaag toch al goed ingeburgerd in het mobiliteitslandschap.” Dat blijkt ook uit een rapport van Way To Go, het vroegere Autodelen. net. Sinds 2023 steeg het aantal gebruikers met 23%. Cambio telt vandaag iets minder dan 50.000 actieve gebruikers in Vlaanderen. Het gros daarvan heeft geen andere wagen meer.

ÉÉN VAN DE GRONDLEGGERS GEERT GISQUIÈRE

Je geraakt niet altijd op je exacte bestemming nadat je de bus of trein nam. Voor de laatste kilometers neem je dan een cambio.

Die trend is ook niet onlogisch volgens Geert. “Auto’s staan ongeveer 95% van de tijd stil. En dat was al zo in de beginjaren van onze organisatie. In de jaren 70 van de vorige eeuw begon de vzw Taxistop te werken rond het efficiënter inzetten van middelen in de brede zin. ‘Meer met minder’ was het (economische) credo toen. Zo keken we naar lastminutes van vliegtuigreizen of carpoolsystemen. Maar in het autodeelverhaal zat het meest muziek. In Vlaanderen bestond het concept nog niet, dus keken we over het muurtje bij landen zoals Duitsland (waar

cambio al bestond) en Zwitserland. Als we grootschalig wilden professionaliseren, moest dat met de juiste partners gebeuren, wisten we. Zo kreeg cambio er ook een Vlaams/Belgisch broertje bij.”

Solidaire staanplaatsen

Cambio werd los van Taxistop (het huidige Impact vzw) als aparte entiteit opgericht. Niet op subsidies teren, maar partners zoeken die het verhaal mee uitdragen, was het uitgangspunt volgens Geert. “Auto’s slimmer inzetten is een nobel doel of purpose, maar zonder

partners lukt het niet. De Lijn, NMBS, TEC en cambio Duitsland zijn als aandeelhouders vanaf het begin mee aan boord. Vooral de link met het openbaar vervoer was cruciaal. Autodelen is immers complementair aan bus- en treinvervoer. Je geraakt niet altijd op je exacte bestemming. Voor de laatste kilometers neem je dan een cambio.”

“De grootste impact die we maken, is zichtbaar door de ruimte die vrijkomt in de stad. Eén cambio-wagen vervangt tot 13 à 14 privéwagens. Mensen die bij ons aansluiten, verkopen vaak hun eigen wagen of stellen de aankoop ervan uit. Ze rijden ook bewuster, want elke rit komt

op de factuur terecht. Je neemt dus niet snel zomaar de wagen. Dat vertaalt zich automatisch in meer te voet gaan, fietsen of openbaar vervoer gebruiken.

“Onze groei is ook zeer vraaggestuurd. We zetten niet zomaar honderden auto’s op straat en kijken dan of ze gebruikt worden. In Gent zijn we met minder dan 10 auto’s begonnen. Nu zijn dat er meer dan 400. We kiezen er los van de rendabiliteit ook bewust voor om ons aanbod van wagens zo wijdverspreid mogelijk te maken. Dat is een vorm van solidariteit. De sterk draaiende standplaatsen staan dus deels garant voor de kleinere locaties.”

Voor het onderhoud en de reiniging van de wagens werkt cambio samen met bedrijven uit de sociale economie. “We willen niet alleen onze purpose duidelijk maken naar buiten toe, maar ook in onze eigen werking willen we die lijn doortrekken. Zonder daar te radicaal in te willen zijn. We zijn bescheiden gestart en hebben nog altijd die eigenheid. Onze missie is geslaagd als iedereen die zijn wagen niet vaak gebruikt, autodelen overweegt. En dat kunnen naast particulieren ook bedrijven en organisaties zijn, voor wie cambio vaak een slim, handig en financieel interessant alternatief vormt voor de bedrijfswagen.”

WE ARE WORLD BUILDERS

Jan De Nul shapes water, land and energy around the world, addressing some of the most important challenges of our time. From the rising sea level to the energy transition, from polluted soil to sustainable construction: we engineer solutions that future-proof our world. Our ambition is to improve the global quality of life for generations to come.

Energiecoöperatie die waarden in statuten verankert

Een groep geëngageerde studenten uit het Leuvense die actief was in progressief groene kringen, daar liggen de wortels van Ecopower. Na de Tsjernobyl-ramp klinkt de stem van de antikernbeweging plots heel luid. Ergens tegen zijn is één ding. Maar, zo dacht de groep, er moet ook een alternatief zijn. Dat werd Ecopower; het schoot uit de startblokken in 1991 als organisatie die volledig gedragen werd door vrijwilligers. In 1999 werd het eerste windproject ontwikkeld in Eeklo en vier jaar later startte Ecopower als stroomleverancier en kwam de eerste medewerker in dienst. Vandaag telt de sterk geprofessionaliseerde burgercoöperatie 55 medewerkers, 29 windturbines, 300 grote zonnedaken en 72.000 leden.

Visionair Eeklo

Niet een windmolen, maar een watermolen was de bakermat van Ecopower. In Rotselaar bouwden de oprichters de oude molen en aanpalende ruïne om tot een cohousingproject avant la lettre, waar ook lokale stroom werd geproduceerd met de kleine waterkrachtcentrale in de Dijle. Pionierswerk ten tijde van het Electrabel-monopolie.

“Een idee dat radicaal was voor die tijd. En hoe eenvoudig het ook leek, hoe moeizaam de start was”, aldus Margot Vingerhoedt, die de communicatie en ledenwerking voor haar rekening

neemt bij Ecopower. “Je eigen stroom verbruiken mocht toen niet, verkopen via Electrabel evenmin. Pas na volhardend beleidswerk kwamen er voorzichtige openingen. Zo stond Ecopower zelfs aan de wieg van het eerste steunmechanisme voor hernieuwbare energie: ‘de groene frank’, voorloper van de groenestroomcertificaten.”

Een echte kentering kwam er pas door de stad Eeklo. “Eind jaren 90 schreef de stad een aanbesteding uit voor windenergie op haar grondgebied. Dat was op zich al vooruitstrevend, maar Eeklo ging nog een stap verder. In de voorwaarden werd expliciet burgerparticipatie opgenomen. Dat was voor ons een schakelmoment, waar wij natuurlijk maximaal op scoorden. Intussen zijn de windturbines al deels vervangen of afgebroken door veranderende vergunningen en technologische vooruitgang, maar het was wel het begin van een langdurige relatie.”

Purpose betekent soms kiezen

Bij coöperaties is purpose nooit ver te zoeken. Dat is volgens Margot net zo bij Ecopower. “Onze waarden zijn niet vrijblijvend. Ze staan letterlijk in onze statuten. Ecopower is eigendom van onze leden en wordt democratisch beheerd. Ongeacht hoeveel aandelen je hebt, er is altijd maar één stem per persoon. Zo zorgen we ervoor dat onze coöperatie

nooit zomaar verkocht kan worden. Onze maatschappelijke en ecologische missie kan niet zomaar ingeruild worden voor financieel rendement. Het maximale dividend is bij erkende coöperaties ook wettelijk begrensd op 6% om speculatie tegen te gaan.”

De purpose van Ecopower is om mensen maximaal te voorzien van stroom uit eigen hernieuwbare bronnen. “Zo lokaal mogelijk, dat is het uitgangspunt”, zegt Margot. “Iedere klant heeft uiteraard eigen redenen om aan te sluiten. Soms zijn we goedkoper dan concurrenten en sluiten klanten zich initieel daardoor aan. Door klant te worden, leren ze nadien het coöperatieve model beter kennen. Wie echt mee is met ons verhaal en onze werking gaat nooit meer weg. Vraag dat maar aan deur-aan-deurverkopers van energiecontracten.”

Die zelfvoorzieningsgraad – zelf voldoende stroom produceren voor het verbruik van alle klanten – staat voor Ecopower voorop. Op jaarbasis lukt dat, op kwartierbasis willen we nog verbeteren. Daarom past exponentiële groei niet makkelijk in een waardengedreven model, stelt Margot. “In het verleden zagen we ons genoodzaakt tijdelijk een klantenstop in te voeren tijdens een periode waarin de vraag sneller groeide dan onze productie van elektriciteit uit eigen bronnen.”

Kiezen voor een purpose en die aanhouden, betekent ook dat mensen bewust voor jouw bedrijf kiezen. “Ons personeelsverloop is heel laag. Medewerkers zijn enorm gemotiveerd. We werken voor een gemeenschappelijk doel, niet voor een individuele carrière. Hier zijn geen exuberante lonen of bedrijfswagens te krijgen, wat bij commerciële bedrijven wel soms is. Maar wij hebben wel een purpose driven werkcontext waar steeds meer mensen naar zoeken. En die mensen zijn nodig om je bedrijf toekomstbestendig te maken. Ecopower kan niet zonder heel wat profielen die zeer gegeerd zijn op de arbeidsmarkt. Denk maar aan onze ingenieurs, exploitatiemedewerkers, ICTcollega’s of het financiële team.”

Fietspad naast brede autostrade Volgens Margot moet je andere spelers met hetzelfde doel als mogelijke partners en niet als concurrenten zien. “Omdat we op vlak van energie en coöperatief ondernemen destijds pioniers waren, zochten we ook partners om ervaringen te delen en samen te werken. We stonden zo mee aan de wieg van REScoop.eu, de Vlaamse en Europese federaties van hernieuwbare energiecoöperaties. Samenwerking is één van de zeven internationale coöperatieve principes. Dat zit hier dus stevig ingebakken. Ook met overheden en bedrijven werken we graag en nauw samen. Vooral die laatste groep zoekt stabiliteit, voorspelbaarheid en duurzaamheid. Zo realiseerden we grote projecten bij AZ Alma in Eeklo, bij Water-Link en Milcobel.”

“Het nadeel aan resoluut kiezen voor je purpose in de energiemarkt is wel dat je in hetzelfde speelveld terechtkomt van klassieke bedrijven, waaronder heel wat enorme multinationals”, zegt Margot.

“Wij proberen ons niet te veel af te zetten tegen de bestaande energiemarkt, maar bieden wel een aanvulling voor wie gelooft dat energie eerlijker, schoner en democratisch moet zijn. Je kan de markt bekijken als een grote autostrade met talloze rijvakken. Wij vragen voor ons energiesysteem een fietspad, waarop we onze eigen koers kunnen varen en burgers een volwaardige plek in de energietransitie geven. Coöperaties combineren vaak een stukje idealisme en activisme met pragmatiek en realiteitszin. Enkel zo kan je echt impact maken.”

Een

PLANET B

De care-industrie heruitvinden en gezondheid terug vooropstellen

“I’m an activist. And I use business as a tool to do so”, staat te lezen op het LinkedIn-profiel van Tibbe Verschaffel, oprichter van Planet B dat met o.a. WONDR, Brauzz en Klaaar duurzame verzorgingsproducten verkoopt. De zin is veelzeggend. Over hem, over zijn bedrijf en over de manier waarop hij naar ondernemerschap kijkt. Tibbe groeide op in een gezin waar duurzaamheid en chemie met de paplepel zijn meegegeven, twee dingen die nu samenkomen bij Planet B. “Mijn mama was leerkracht chemie. Thuis stond er water op de tafel met het opschrift H2O”, lacht hij.

Al op jonge leeftijd wakkerde de geestdrift in hem aan om te ondernemen met een doel of purpose. “Na Kerst ging ik de kerstbomen van straat halen, groef die terug in de tuin in om ze een jaar later te verkopen. Later organiseerde ik zomerbars waar we dan het podium gaven aan kwetsbare mensen. Het gaf me veel voldoening om iets te doen voor de maatschappij.”

FMCG anders aanpakken

Tijdens het gesprek kijken we uit op een poster met daarop “We have a strategic plan. It’s called ‘doing things’”. Een uitspraak waar Tibbe zich mee vereenzelvigt en probeert door te trekken naar Planet B. Nog voor er sprake was van de huidige producten die het bedrijf op de markt brengt, verkocht Tibbe fietsen uit bamboe en bamboerietjes. Ik wilde vooral een statement maken. Onze bamboerietjes kwamen er toen Europa een verbod instelde op plastic rietjes. Die rietjes maken maar een klein deeltje uit van de plasticsoep in de oceaan, maar de sensibilisering die ermee gepaard gaat, was wel gigantisch. Dat effect willen we nu ook creëren.”

De twee bamboeprojecten waren niet direct commerciële hoogvliegers, maar het bracht Tibbe wel enorm veel kennis bij. “Toen de klimaatmarsen volop aan de gang waren, viel er mij één slogan op: ‘There’s no Planet B’. Ik wilde zoveel mogelijk impact maken en kwam zo terecht bij de FMCG (Fast Moving Consumer Goods). Het overgrote deel is voeding en drank,

OPRICHTER VAN PLANET B TIBBE VERSCHAFFEL
Planet B kiest bewust voor de care industrie, van selfcare tot homecare.

maar wij kiezen bewust voor de care industrie, van selfcare tot homecare.”

“De FMCG-wereld is volledig gericht op winstmaximalisatie. Zoveel mogelijk omzet met zo weinig mogelijk kosten. Dat betekent vaak ook minder gezond en minder duurzaam. Denk aan hormoonverstorende stoffen, sulfaten of parabenen. Perfect legaal, maar niet gezond. Daarom kiezen wij voor een ander model. We ontwikkelen eigen formules en daarmee stappen we naar de juiste productiepartijen. Dat maakt dat we onafhankelijk zijn en altijd vrij zijn om het op onze manier te doen.”

Identiteit bewaken

Volgens Tibbe draait Planet B niet énkel om duurzaamheid. “We zien het breder. Gezondheid voor mens, dier en planeet staat bij ons voorop. Van daaruit vloeit ook onze missie voort: de toekomst van gezonde careproducten uitbouwen en die gezond, betaalbaar en toegankelijk maken. Geen luxemerk voor de happy few Daarom werken we met scherpe prijzen, ondanks de kleinere marges.”

“Dat heeft ook implicaties op marketingbudgetten. Wij kunnen geen 2 miljoen uitgeven aan tv-reclames zoals grote spelers. We zijn vandaag met een 40-tal mensen en proberen innovatief te zijn. Naast onze eigen winkels in Gent en Antwerpen deden we zo’n 11 pop-ups tijdens de feestdagen. Iedereen in ons team is ontzettend gedreven door onze missie en werkt constant aan creatieve ideeën en oplossingen. Daarnaast hebben we meer dan duizend kleine investeerders die samen een community vormen.”

Hoe je het draait of keert, prijs blijft nog altijd hét verkoopsargument op het einde van de rit volgens Tibbe. “Je mag nog zo ecologisch en gezond zijn als merk. Prijs blijft koning. Desondanks boeten we niet in op onze principes. In 2025 hebben we verlies gemaakt door wat investeringen (Planet B fusioneerde met Brauzz, red.). Daarom zouden we dit jaar geen donaties mogen doen aan hulporganisaties bijvoorbeeld. En toch doen we het wel. Waarom?

We willen onszelf niet verloochenen. Dan doen we gewoon extra ons best om wel winstcijfers in 2026 te draaien.”

“Waken over je identiteit is gewoon erg belangrijk”, zegt Tibbe. “Dat toont het faillissement van The Body Shop perfect aan. Het merk was ooit een pionier in ethisch ondernemen en milieuactivisme onder leiding van Anita Roddick. Maar na de overname door L’Oréal in 2006 ging het bergaf en vervaagde de kernmissie in de schaduw van winstmaximalisatie.”

“Ik erger me ook mateloos aan het kapitalisme over generaties heen. Elon Musk heeft nu een vermogen van om en bij de 700 miljard dollar. Dat is niet meer te bevatten. Wat moeten zijn kinderen daarmee? Dat geld wordt opgeslorpt in een systeem dat niet houdbaar is en zou beter geïnvesteerd worden in de maatschappij. Daarom is het verhaal van de ‘verkoop’ van Patagonia zo inspirerend. Beslissingsbevoegdheid spreiden om je purpose heilig te houden”, besluit Tibbe.

2040: dat is niet ‘ooit’, dat is straks. De werknemer van de toekomst is (iets) ouder, diverser, vaker freelancer en wellicht weer vaker op kantoor dan we denken. En moeten we onszelf écht voortdurend heruitvinden?

Arbeidsmarktexpert Jan Denys denkt voorbij de hype en schetst wat er volgens hem écht verandert, en wat vooral hardnekkig hetzelfde blijft.

Freelancers op kop, kantoor terug in de lift: dit wordt de

arbeidsmarkt

van

morgen

Eerst enkele demografische kanttekeningen, demografie is dan ook een van de best voorspelbare factoren. Het gemiddelde profiel van de beroepsbevolking zal niet spectaculair veranderen, maar de gemiddelde leeftijd van de werknemer zal toenemen van 42 tot 44 jaar. De werkzaamheidsgraad tussen 55 en 65 jaar, nu 62%, zal stevig stijgen naar zeker 70%. Doorwerken na pensioen zal ook toenemen, maar niet de norm worden.

Vooral in de leeftijdscategorie 65-70 zal de werkzaamheidsgraad stijgen, ook al omdat de officiële pensioenleeftijd in 2040 zeker op 67 staat. Ik zie die nog met maximaal twee jaar stijgen tot 68 of 69. Het verschil in werkzaamheidsgraad tussen mannen en vrouwen (nu 8%) zal verder afgenomen zijn, maar niet helemaal weggewerkt.

Wat helemaal niet verdwenen zal zijn, is de segregatie tussen mannelijke en vrouwelijke sectoren en beroepen. Het

aandeel vrouwelijke metsers, bijvoorbeeld, zie ik niet noemenswaardig toenemen. Onze beroepsbevolking wordt etnisch nog diverser. Migranten van buiten de EU zullen zich nog meer en beter integreren. De krapte op de arbeidsmarkt zal ook meer kansen bieden aan personen met een handicap.

Deeltijdse arbeid zie ik niet noemenswaardig toenemen, tenzij als tweede job, maar de groep voor wie een voltijdse werkweek uit vier in plaats van vijf dagen bestaat, zal toenemen. Ook tijdelijke arbeid zal niet spectaculair stijgen maar eerder consolideren. Het meeste groeipotentieel zit bij de freelancers. Het statuut speelt soepel in op zowel flexibiliteitseisen van bedrijven als op de veranderende behoeften van werkenden. Maar het werknemersstatuut zal in 2040 nog steeds onbedreigd zijn.

Telewerk zie ik na de spectaculaire stijging tijdens en na de pandemie zeker niet meer groeien. Veel bedrijven hebben de voorbije jaren weer een stuk teruggeschakeld. Het

besef is heel sterk aanwezig dat werken een sociaal gebeuren is en dat veel meerwaarde wordt gecreëerd op de werkvloer. Het hybride werken blijft, maar de fysieke werkvloer wint dus weer aan belang.

Of de werknemer van de toekomst beter geschoold zal zijn dan nu is moeilijk te voorspellen. Het aandeel hooggeschoolden kan nog stijgen maar niet meer spectaculair. Ik heb ook een goed oog in de huidige hervormingen in het onderwijs, waar opnieuw meer nadruk ligt op kennisoverdracht. Zal de werknemer in de toekomst ook mobieler worden en meer veranderen van bedrijf of van job? Dat is al zo dikwijls voorspeld in het verleden. De realiteit is weerbarstiger.

Langere loopbanen binnen organisaties zullen de norm blijven.

Moet de werknemer van de toekomst zichzelf vaker ‘heruitvinden’? Die term klopt voor mij niet helemaal, omdat hij suggereert dat werkenden massaal radicaal andere dingen zullen gaan doen.

Zo’n carrièreswitch gebeurt vandaag al – soms uit eigen keuze, soms omdat de realiteit het oplegt – en dat zal ook zo blijven. Maar al bij al gaat het om een vrij beperkte groep, en dat zal in de toekomst waarschijnlijk niet anders zijn. Als we bovendien voorspellen dat binnen 20 jaar de helft van de jobs helemaal anders zal zijn, is dit minder spectaculair dan we denken, want binnen 20 jaar is ook de helft van de beroepsbevolking vernieuwd. We mogen aannemen dat de werknemers die intreden anders opgeleid zijn dan zij die uittreden. De grootste vernieuwing gebeurt via de in- en uittrede op de arbeidsmarkt. Bedrijven slagen er veel beter in dan algemeen gedacht om hun werknemers bij te scholen op de werkvloer om zo in te spelen op de veranderende taakeisen. De algemene perceptie rond levenslang leren is veel te negatief. Ik zie geen enkele reden waarom de positieve trend in de toekomst niet verder gezet zal worden. Naarmate artificiële intelligentie oprukt in de arbeidsorganisatie zullen

bedrijven opleidingen voorzien om de werknemers in staat te stellen hiermee aan de slag te gaan.

Het moeilijkst te voorspellen zijn de nieuwe jobs. We weten dat AI taken en jobs overbodig zal maken. Maar we vergeten vaak dat er ook voortdurend nieuwe jobs ontstaan. Tien jaar geleden bestonden nog geen prompt engineers, cloud architecten, cybersecurity analisten, blockchain developers, short-form video editors enz. De huidige trend tot monopolievorming in de bigtechwereld remt de toegang van nieuwe bedrijven en innovatie wel af. Het zal mee van de EU afhangen of we daar een vuist kunnen tegen maken.

Alles bij elkaar ben ik optimistisch gestemd. De kansen om de eigen loopbaan in handen te nemen zullen in 2040 groter zijn dan nu. Het is aan de werkgever om die kansen te creëren en te maximaliseren en aan de werknemer om die te grijpen.

TITECA PRO

ACCOUNTANTS & EXPERTS

De Europese loontransparantierichtlijn, die uiterlijk midden 2026 omgezet moet worden naar Belgisch recht, verplicht werkgevers om open kaart te spelen over hun loonschalen en de criteria die ze hanteren om de lonen van hun personeel te bepalen. Door meer openheid te creëren over verloning, wil de EU onder meer de loonkloof tussen mannen en vrouwen aanpakken.

Hoewel de richtlijn een algemeen kader aanreikt dat nog moet worden omgezet in concretere wetteksten op Belgisch niveau, staat het al vast dat men volgende verplichtingen zal opleggen:

Verregaande toegang tot looninformatie

Zowel werknemers als sollicitanten krijgen het recht op informatie over het loon, en hoe de verloning zich verhoudt tegenover collega’s met een gelijkwaardige functie.

Zo krijgen sollicitanten, nog vóór het eerste sollicitatiegesprek, het recht om informatie te vragen over hun aanvangsverloning en over de loonschaal van de vacante functie. Polsen naar het huidig loon van de sollicitant zal niet meer mogen.

Verder krijgt je personeel het recht om informatie op te vragen omtrent de verloningspolitiek binnen je onderneming.

Zo kunnen je werknemers polsen naar de gemiddelde verloning van de categorieën werknemers die gelijk(waardig) werk verrichten. Ze mogen ook vragen welke criteria je hanteert om het loon te bepalen. Die moeten objectief en genderneutraal zijn.

Loontransparantie komt

eraan: maak van de verplichting een opportuniteit

Rapportageverplichting

De richtlijn verplicht je daarnaast om als werkgever op frequente basis te rapporteren over het interne loonbeleid en de loonsamenstelling aan een nog te bepalen nationale autoriteit. De frequentie en de deadline voor het eerste rapport zijn afhankelijk van de grootte van de onderneming:

Aantal werknemers Deadline 1e rapport & frequentie

≥ 250 7 juni 2027 (jaarlijks)

150 – 249 7 juni 2027 (om de 3 jaar)

100 – 149 7 juni 2031 (om de 3 jaar)

< 100 Vrijwillig (kan verplicht worden door de wetgever)

Een loonverschil van 5% of meer dat niet objectief verklaard kan worden, moet door de werkgever binnen 6 maanden worden rechtgezet.

Wat als je niets doet?

Indien je als werkgever één van de verplichtingen niet naleeft en je werknemer/ sollicitant hierdoor schade heeft geleden, hebben zij het recht om voor die schade volledige compensatie te eisen. Vervelend detail: de bewijslast wordt omgekeerd. Het is de werkgever die moet aantonen dat eventuele loonverschillen niet ingegeven zijn door discriminatie.

De klok tikt: hoe en wanneer moet je actie ondernemen?

Hoewel België nog tot 7 juni 2026 de tijd heeft om de Europese

loontransparantierichtlijn om te zetten in nationale regelgeving, is nu al duidelijk dat dit een sterke impact zal hebben op de verloningspolitiek van elke werkgever. Dat betekent echter niet dat je moet afwachten. Wie zich vandaag al voorbereidt, heeft morgen een streepje voor. Een goed onderbouwd en transparant loonbeleid wordt niet alleen een wettelijke vereiste, maar ook een strategisch voordeel.

Maak van de verplichting een opportuniteit: een sterk loonbeleid als strategisch voordeel

De loontransparantierichtlijn maakt de opzet van een loonbeleid niet enkel opportuun, maar ook wettelijk verplicht. Maak er een opportuniteit van om je verloningspolitiek en -aanbod verder op punt te zetten.

Ons Legal-HR team ondersteunt je in de opzet van een strategisch interessante verloningspolitiek en de opmaak van een fiscaal geoptimaliseerd verloningsaanbod. Zo voldoe je niet alleen aan de nieuwe regelgeving, maar versterken we ook jouw HR-beleid én je concurrentiepositie op de arbeidsmarkt.

LEGAL-HR ADVISEUR

TITECA PRO ACCOUNTANTS & EXPERTS

ondernemers & co

Jeremy Van Dille resideert al sedert 2022 in Sydney voor Deliverect

Jeremy Van Dille (32) resideert sinds 2022 in Bondi Beach (Sydney) voor de Gentse scale-up Deliverect. Als Asian Pacific general manager stuurt hij er een team aan dat online orderbeheer voor de horecasector in Australië en de wijde regio vereenvoudigt. Maak kennis met een jongeman die al snel niet kon weerstaan aan de lokroep van buitenlandse avonturen.

HOE EXPAT JEREMY VAN DILLE DELIVERECT

LAAT GROEIEN IN AUSTRALIË:

“Work very efficiently and get shit done”

Na zijn studies Handelswetenschappen wist Jeremy Van Dille één ding: hij wilde een carrière in sales. Zijn masterstage voltooide hij bij Voka Oost-Vlaanderen. “Ik mocht mee evenementen organiseren waar nieuwe ondernemers hun product kwamen pitchen, een unieke ervaring”, vertelt Jeremy. “Maar daarna wist ik niet meteen welke richting ik uit wou.”

Zijn eerste baan was in business development bij een rekruteringsbedrijf, maar hij merkte na ruim twee jaar dat een job als rekruteerder niet 100 procent op zijn lijf geschreven was. “Ik ontdekte er wel dat ik graag op de baan ben”, lacht hij.

De klik kwam in 2019, toen hij via een vriend, die bij VC-speler Smartfin werkte, de naam Deliverect hoorde, een jonge SaaS-start-up. “Simon Dewaele vertelde mij tussen pot en pint over een bedrijfje waar ze net in geïnvesteerd

hadden. Deliverect werd op dat moment bewierookt als de meest opwindende start-up van het land. Hij vertelde me ook dat Zhong Xu, de ceo en medeoprichter, een tweetalige verkoper zocht. Ik woonde vlakbij het kantoor van Deliverect aan de Ferdinand Lousbergkaai en mocht op gesprek bij Zhong. Hij vroeg ook of ik tweetalig was, en toen ik antwoordde dat ik tweetalig opgevoed was, zei hij lachend: ‘Ik ga het niet testen, want ik spreek geen Frans.’ Ik ben opgegroeid in Ellezelles, op de taalgrens bij Ronse.”

Thuis in de horecawereld

Toch twijfelde hij nog even. “Ik had een vaste job als rekruteerder én een bedrijfswagen; je kiest dan voor een start-up die net 1 miljoen euro opgehaald heeft, je begint bij wijze van spreken aan een ‘hongerloontje’. Ik werkte toen ook nog als jobstudent in de VIP-bar van Tomorrowland. Net dat weekend was Zhong er ook aanwezig.

TEKST SAM DE KEGEL

Australië in één oogopslag

(officieel het Gemenebest van Australië bestaande uit het Australische vasteland en een groot aantal eilanden in de Indische en Grote Oceaan)

STAATSVORM

Federatie Constitutionele monarchie met een parlementair systeem en een meerpartijenstelsel

OPPERVLAKTE

7,7 mio km² (252 keer groter dan België)

INWONERS

27,2 miljoen (slechts 2,5 keer meer dan België –nog geen 4 inwoners/km²)

STAATSHOOFD

Koning Charles III (vertegenwoordigd door gouverneur-generaal Sam Mostyn)

REGERINGSLEIDER

Premier Anthony Albanese

TAAL

Australië heeft geen officiële taal, maar het grootste deel van de bevolking spreekt Australisch-Engels.

MUNT

Austalische dollar / 1 AUD = 0,57 euro

HOOFDSTAD

Canberra

BELANGRIJKE STEDEN/STATEN

Sydney (deelstaat New South Wales), Melbourne (deelstaat Victoria), Brisbane ((deelstaat Queensland), Perth (deelstaat Western Australia), Adelaide (deelstaat South Australia), Hobart (deelstaat Tasmanië - ook het grootste eiland)

BINNENLANDS PRODUCT (BBP)

1,83 biljoen USD (2025)

EXPORTEREN NAAR EN IMPORTEREN VANUIT AUSTRALIË

In 2024 exporteerde Vlaanderen voor 2.215,38 miljoen euro naar Australië, terwijl het er voor 1.257,82 miljoen euro uit importeerde. In de periode tot en met juli exporteerde Vlaanderen voor 1.061,87 miljoen euro naar Australië, terwijl de import tegelijkertijd 855,42 miljoen euro bedroeg.

KANSRIJKE SECTOREN

Hernieuwbare energie en klimaattechnologie: Australië wil tegen 2050 klimaatneutraal zijn. Vlaamse bedrijven kunnen met lokale partners deelnemen aan grote aanbestedingen voor projecten rond groene waterstof, alsook voor windparken op zee en energieherwinningsprojecten. Daarnaast kunnen ze ook technologieën voorstellen rond energie-efficiëntie, mini-energienetwerken, niet aan het net gekoppelde netwerken of koolstofvastlegging.

AgriTech: Australië biedt kansen voor Vlaamse bedrijven die landbouwmachines, verwerkingsapparatuur, verwerkingstechnologie, alternatieve energie, vee-gerelateerde producten en geavanceerde technologieën voor waterbeheer leveren.

Infrastructuur en mijnbouw: De mijnbouwsector is nog steeds een van de grootste sectoren in het land. Daardoor zijn infrastructuurwerken uitgegroeid tot één van de pijlers

van de Australische economie. Om deel te nemen aan het aanbestedingsproces, is het raadzaam om met lokale bouwondernemingen samen te werken.

Life sciences: Aan de 43 Australische universiteiten wordt er veel en kwalitatief onderzoek verricht in deze sector. Farmaceutische en andere bedrijven met een medische focus kunnen goede zaken doen in Australië.

EN NOG …

Het is relatief eenvoudig om een Australische rechtspersoon op te richten. Het volledige proces duurt maximaal een maand, afhankelijk van hoe snel je de relevante documentatie verzamelt. Daarbij is het noodzakelijk om een Australische permanente inwoner als directeur van je Australische entiteit te hebben.

‘Made in Belgium’ is niet bekend in Australië, maar Europa staat in het algemeen wel gekend voor kwaliteit.

Aan het begin van de samenwerking met je nieuwe partner is 50 % vooruitbetaling gebruikelijk. De rest van de factuur kan tot 60 of 120 dagen duren. Houd ook rekening met internationale overboekingskosten.

Bronnen: internet, NBB en FIT

Sydney

Hij maakte er een selfie met het alles-inéén kassasysteem van Lightspeed. ‘What are you doing here?’, zei hij. Hij drong erop aan om toch bij Deliverect te gaan werken, en zo geschiedde. Jeremy belandde in een totaal andere wereld. “Als rekruteerder droeg ik een kostuum en das, bij Deliverect kwamen mensen in T-shirt werken.”

Jeremy had wel al veel affiniteit met de horecasector. Sinds zijn vijftiende was hij aan de slag in restaurants, of als kelner in De Coulissen Gent, een café in de legendarische Overpoort. “Ik deed nachtshifts, volgde stage bij Voka en schreef aan mijn masterthesis; het was de enige manier om mijn kot te betalen”, zegt hij over die

periode. “De horecasector heeft me altijd gecharmeerd. Als je SaaS en hospitality kunt mixen in je job, dan heb je het beste van twee werelden. Je moet wel uit een bepaald hout gesneden zijn om op een vlotte manier om te gaan met restauranthouders. Die staan vaak onder grote druk en kunnen al eens vloeken, je moet dus tegen een stootje kunnen (glimlacht).”

Van Parijs naar Dubai

Tijdens covid groeide het foodtechbedrijf pijlsnel. “Conner Rousseau was toen mijn huisgenoot in het Gentse. Toen ze de eerste lockdown aankondigden, wist ik heel snel wat er op ons afkwam, nog voor het op het journaal was. Ik wist meteen ook dat dit

een versneller zou zijn van ons businessmodel. Een zotte periode! Zelfs alle Michelin-restaurants (zoals die van Sergio Herman, red.) wilden plots onze software.”

Jeremy beleefde de groei mee vanop de eerste rij. Deliverect had een product waar de markt zat op te wachten. Hij speelde zelf een sleutelrol in de internationale expansie als eerste echte verkoper, onder meer in Frankrijk en andere Europese steden. “We moesten nauwelijks aan marketing doen. Eerst trokken we naar Frankrijk en het VK. Van maandag tot vrijdag zat ik in Parijs. Daarna trok ik ook naar Londen, Stockholm en Madrid. Alles begint met goesting.”

Zicht op Bondi Beach in Sydney
© shutterstock – Valeria Venezia

Al snel verlegde het bedrijf zijn focus ook naar het Midden-Oosten, met Dubai als belangrijkste hub. “Zhong kwam van Lightspeed en had een enorme affiniteit met de kleine restauranthouders, maar we kregen steeds meer vragen van ketens met tien tot vijftig locaties. Onze software was daar toen eigenlijk nog niet voor gemaakt. In Dubai kregen we zelfs een vraag van een keten met driehonderd restaurants. Ik kreeg droomtelefoontjes vanuit het MiddenOosten en was echt hongerig om naar Dubai te trekken. Op enkele dagen rijfden we er evenveel getekende locaties binnen als in Europa. Vanaf dan zat ik vaak enkele weken in Dubai. Op een bepaald moment had ik twee opties: terugkeren of er perma nent blijven. Businessgewijs was het beter om er een lokale manager te stationeren, ook om de cultuur beter te begrijpen. Een partnershipmanager die er de lokale Spotify voor restaurants verkocht én ambassadeur was van onze oplossing, heeft verder Deliverect in Dubai uitgebouwd.”

Grote vis in Australië

Deliverect werkt van meet af nauw samen met leveranciers van kassasystemen (zoals Lightspeed) en integreert ze naadloos met bestaande bestelplatformen over de hele wereld. “We hadden ook al een Australische partner die voor ons wat ‘abonnementen’ verkocht. Op een bepaald moment kregen we vanuit Australië een inbound request van Craveable Brands, we hadden er nog nooit van gehoord. Ze hadden zeshonderd fastfoodrestaurants en wilden per se onze oplossing. Ik stuurde dat we hen niet kenden en voorlopig niet veel deden in Australië. Hun cio bleef aandringen. Om 5 uur ‘s ochtends had ik vanuit Gent een meeting met de Australiër. Zhong zei:

‘Stuur hem maar een contract, hij zal dat toch nooit tekenen.”

De volgende dag was het contract getekend. “Ons kantoor stond even op zijn kop.” Al snel werd ook duidelijk dat lokale aanwezigheid noodzakelijk was.

“We probeerden eerst vanuit Gent Australië te coveren, samen met onze Amerikaanse partner. We hebben dat negen maanden volgehouden, maar door het grote uurverschil was dat niet meer werkbaar.”

In december 2020 kreeg Jeremy de opdracht om als general manager in Australië een lokaal team uit te bouwen. Maar nu was covid de spelbreker. “Door reisbeperkingen kon ik niet naar Australië. Ik kreeg toen de kans om general manager in Duitsland te worden, maar dat zag ik zelf absoluut niet zitten, ik spreek

trouwens Jean-Marie Pfaff-Duits (lacht). Mijn hoofd zat al in Australië.”

Jeremy werkte dan maar tien maanden vanop afstand vanuit Thailand, tot hij begin 2022 effectief naar Australië kon verhuizen.

“In Thailand wierf ik mijn eerste team aan in Sydney, terwijl ik zelf in Phuket zat.”

Ondertussen leidt Jeremy vanuit Sydney al vier jaar het APAC-team, dat ook Zuidoost-Azië bedient. “We zijn gestart met tien medewerkers, op onze piek zaten we met veertig en nu zijn we met zeventien m/v/x. “Dat komt omdat we nu veel grotere klanten bedienen. Kleinere restaurants vragen veel ondersteuning, voor grotere klanten is het gemakkelijker om vanop afstand support te verlenen.”

Eerst mens, dan verkoper

Omdat door wifi-strubbelingen het interview enkele malen onderbroken wordt, neemt Jeremy ons even mee naar

Jeremy met Andrew Liu, een partner van het bedrijf Momos uit Singapore

zijn tuin, vlakbij Bondi Beach. Hij woont op nauwelijks 100 meter van het strand dat nog niet zo lang geleden op elke tv-zender wereldwijd in het nieuws kwam door de verschrikkelijke terreuraanval (Het interview vond daarvoor plaats, red.). Opeens passeert er laconiek een surfer met zijn surfplank door het beeld van zijn smartphone. “Ik ga mezelf geen surfer noemen”, lacht hij. “Ik doe mijn best, maar het is moeilijker dan het lijkt.”

Jeremy is een vroege vogel. “Ik sta rond 5.30 uur op om mijn mails te checken en om te kijken of de ‘problemen’ in België opgelost zijn. Daarna is het tijd voor sport: fitness of surfen. Overdag pendel ik tussen interne meetings, salesgesprekken en overleg met klanten en partners, soms op kantoor in het centrum van Sydney, soms van thuis uit, soms op reis. ’s Avonds schakel ik nog met teams in Europa.”

Stevige werkdagen dus, maar in Australië is de worklife balans heilig, weet Jeremy ondertussen. “Vrije tijd en familie komen op één. Werk komt op de tweede plaats. En toch zijn ze vaak heel succesvol. Hun mentaliteit is om dingen gedaan te krijgen. Maar als het werk klaar is, hoef je niet verplicht aan je bureau te blijven. Work very efficiently and get shit done.”

Zakendoen is hier uiterst relationeel, beaamt Jeremy. “Als je iets wil verkopen aan Australiërs, willen ze jou eerst als mens leren kennen. Bij een koffie ’s ochtends, een businesslunch of een pint tussendoor. Om 12 u ’s middags zit elk café en restaurant vol en hebben mensen meetings. Ik probeer dat zelf te temporiseren – ze noemen dat hier een long lunch, lees: je gaat niet meer terug naar kantoor – want mijn job stopt niet om 17 uur, om 19 uur start mijn avondshift met België. Tussendoor besteed ik tijd aan mijn vrouw en dochter. Mijn vrouw heeft haar leven deels opgeofferd om mij te volgen. Nu, ze zou dit leven niet willen inruilen voor een ander.

Unicorn in de foodtech

Het Gentse Deliverect van oprichters Jan Hollez en Zhong Xu creëert softwareplatforms voor restaurants en fastfoodketens om hun online bestellingen slim te beheren. Toen thuislevering of afhaal voor restaurants de enige manier was om te overleven tijdens de coronacrisis met lockdowns, kreeg Deliverect een enorme stroomstoot. In België was hun oplossing ook een antwoord op de zogenaamde ‘zwarte kassa’. Jeremy: “Op het einde van een shift moet de restauranthouder elk bonnetje in zijn kassa steken. Via onze software gebeurde alles voortaan automatisch.”

Dankzij Deliverect moeten horecazaken niet langer verschillende tablets en systemen gebruiken om binnenkomende takeawaybestellingen via platformen als Deliveroo, Takeaway.com en Uber Eats te verwerken. Ook manuele verwerking van ‘bonnetjes’ behoort tot het verleden. Via hun oplossing komen alle orders van die kanalen automatisch samen. Hun software helpt zowel grote ketens als kleine zelfstandig uitgebate zaken om bestellingen te beheren en geautomatiseerd te registreren in hun kassa. In het begin legde Deliverect vooral de link tussen online bestel- en bezorgplatformen en restaurants. Vandaag kunnen zowel horecazaken, buurtwinkels als supermarkten de Deliverect-oplossing gebruiken, ook voor het verwerken van digitale klantenbestellingen die binnenkomen via een touchscreen of digitale kiosk in de shop, QR-codes en sociale media.

De foodtech-scale-up is ondertussen een unicorn: een niet-beursgenoteerd bedrijf dat meer dan één miljard dollar waard is. Vandaag gebruiken tienduizenden zaken in 42 landen hun oplossing. Onder hen wereldspelers zoals Burger King, KFC, Taco Bell, de supermarktketens Tesco en Spar, en voedingsconcerns zoals Unilever. Wereldwijd werden al ruim een miljard bestellingen verwerkt via Deliverect.

Anderhalf jaar geleden werd onze dochter hier geboren.”

Melting pot

Jeremy omschrijft zichzelf als een geboren verkoper. “Je hebt mensen die presteren onder druk en mensen die er aan ten onder gaan. Ik heb die druk nodig om de extra mile te lopen. Dat is ook mijn managementstijl. Ik ga niet elke week een één-op-ééngesprek voeren met mijn medewerkers. Ze hebben KPI’s en targets: ‘Ga ervoor en heb je mijn hulp nodig, laat het me weten’. Ze krijgen de vrijheid om hun rol zelf in te vullen, ik probeer vooral te sturen. Weet je, Australië is het perfecte Eldorado voor de Britten, maar ook voor vele andere nationaliteiten: Libanezen, Colombianen, Aziaten. Eén grote melting pot. Wie hier komt wonen, surft al gauw mee op de Australische vibe. Het liefst van al neem ik mensen aan bij wie we een visum moeten sponsoren; die zijn per definitie heel toegewijd en willen hun job zo goed mogelijk doen.”

Wat mag je absoluut niet doen in Australië op zakenvlak? “Als ze jou als klant willen, gaan ze een faire prijs betalen voor je product. Kan je een korting geven, des te beter. Maar als je mensen dwingt om iets te kopen via strakke promoties, duw je hen vooral weg. Talk to me as a human, not as a salesperson, zeggen ze

hier vaak. In Australië zijn ze ook gevoelig voor grote bedrijven met naam en faam. Als kleinere bedrijven te weten komen dat we met grote ketens werken, vereenvoudigt dat veel gesprekken. Trouwens, wat je hier ook niet mag doen, is mensen contacteren na de werkuren. In België doen we dat wel, hier kreeg ik dat snel als een boemerang in mijn gezicht terug. Australiërs zitten niet tot ’s avonds laat aan hun computer.”

Foodie aan het strand

Vanuit Australië reisde Jeremy ook al naar Nieuw-Zeeland, Hongkong, Singapore, de Filipijnen, Maleisië en Thailand. “In Singapore vertoefde ik regelmatig. Het is een thuisbasis voor heel wat hoofdkantoren van Amerikaanse merken, zoals Taco Bell of Pizza Hut, die er hun APAC-hoofdzetel hebben. We hebben ook plannen voor Japan en Zuid-Korea, maar daar heb je niet enkel de taalbarrière, ook hun software is heel specifiek.”

Keert hij ooit terug naar België? “Dat is de vraag van 1 miljoen. Met één dochter valt het voorlopig nog mee, maar kinderopvang is hier peperduur (tot vijf jaar, want de kleuterschool bestaat er niet, red.) Ook een levensverzekering, medische verzekering, woonhuizen én de scholen zijn hier heel duur. En wie op zijn achttien universitaire studies wil volgen, betaalt

zijn lening nog af tijdens zijn eerste job. In België kost de universiteit peanuts, de Australiërs trekken grote ogen als ze dat horen. Gelukkig verdienen we hier wel een stukje meer. Soms hebben we ook heimwee, maar weegt dit op tegen de way of life hier én het stralende weer? Australië heeft wel een transit-identiteit. Velen blijven hier een jaar of twee en keren dan terug. Australiërs weten dat ook en zullen zich daarom niet zo snel binden aan Europeanen. Maar door al zoveel plekken in de wereld bezocht te hebben, weet ik dat Sydney een heel mooie plek is om te wonen. Zeg nu zelf: op honderd meter van het strand, met de crèche om de hoek en vijftig restaurants op een steenworp, van chique restaurants tot spotgoedkope ramenbars. Wat zou een foodie zoals ik nog meer willen?”

Vragen rond zakendoen in en met Australië?

Contacteer Flanders Investment & Trade – Luca Bottallo

melbourne@fitagency.com

Het team deed 2 jaar geleden charity cooking voor de minderbedeelden via de organisatie OzHarvest.

BV, VOF of toch NV? Kies de vennootschapsvorm die écht bij je onderneming past

BV of toch VOF? De juiste vennootschapsvorm kiezen is een kwestie van strategie. Want je vennootschapsvorm bepaalt je aansprakelijkheid, je flexibiliteit en je toekomstplannen. Tijd voor een helder overzicht van de opties, en waar je écht op moet letten.

Alle vennootschappen, behalve de maatschap, beschikken over rechtspersoonlijkheid. Dit betekent dat zij zelfstandig kunnen optreden in het rechtsverkeer, met eigen rechten, plichten en een afgescheiden vermogen, los van de personen die erbij betrokken zijn. Een vennootschap verschilt hiermee van de eenmanszaak, waar er geen onderscheid is tussen de ondernemer en de onderneming.

De maatschap

De maatschap kent drie vormen:

• De gewone maatschap (zonder rechtspersoonlijkheid);

• De commanditaire vennootschap (CommV); en

• De vennootschap onder firma (VOF).

Elk van deze vennootschapsvormen vereist minimaal twee oprichters en kan worden opgericht via een onderhandse akte, zonder tussenkomst van een notaris. Er is geen minimum startkapitaal of financieel plan nodig.

De CommV en VOF hebben onvolkomen rechtspersoonlijkheid. Deze vennootschappen kunnen wel in eigen naam handelen, maar er is geen strikte

scheiding tussen het ondernemingsvermogen en het privévermogen van de vennoten.

In een VOF zijn alle vennoten onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. In een CommV is er – naast één of meerdere onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijke vennoten – ook minstens één vennoot die zich beperkt tot een inbreng in geld of in natura en die niet deelneemt aan het bestuur van de vennootschap, waardoor hij enkel aansprakelijk is ten belope van zijn inbreng.

De besloten vennootschap (BV) en de coöperatieve vennootschap (CV)

De BV is de populairste vennootschapsvorm voor startende ondernemers. Een BV kan worden opgericht door één of meerdere oprichters. Er geldt geen minimum startkapitaal, maar de BV moet wel beschikken over een toereikend aanvangsvermogen. Dit betekent dat de oprichters voldoende middelen moeten voorzien om de eerste twee jaar financieel levensvatbaar te zijn, wat moet blijken uit een financieel plan. De oprichting gebeurt via een authentieke akte bij een notaris. De aansprakelijkheid van de aandeelhouders is beperkt tot hun inbreng.

De CV kent dezelfde oprichtingsformaliteiten als de BV, met als verschil dat er minimaal drie oprichters nodig zijn. De CV dient een coöperatieve focus te hebben, waarbij de aandeelhouders een gemeenschappelijk doel nastreven en gemeenschappelijke waarden delen.

De naamloze vennootschap (NV)

De NV is bedoeld voor grotere vennootschappen. Dit blijkt onder meer uit het kapitaalvereiste: de oprichter(s) moet(en) minimaal € 61.500 inbrengen. Net als bij de BV gebeurt de oprichting via een authentieke akte bij een notaris. De aansprakelijkheid van de aandeelhouders is eveneens beperkt tot hun inbreng.

Gemeenschappelijke oprichtingsformaliteiten

Alle vennootschappen moeten een aandelenregister opstellen en hun uiteindelijke begunstigde(n) registreren in het UBO-register. Het UBO- en aandelenregister dienen gedurende de hele levensduur van de vennootschap bijgehouden en bijgewerkt te worden bij wijzigingen in de aandeelhoudersstructuur. Daarnaast is registratie in de Kruispuntbank van Ondernemingen verplicht.

Wij begeleiden u graag bij elke stap van dit proces.

CONTACTEER ONS

Liesbeth De Bruyne Director | Tax & Legal Services ldebruyne@deloitte.com

Veroniek De Mulder aan het hoofd van EUTRACO

Veroniek zal het logistiek bedrijf leiden naar meer structuur en schaalbaarheid, met Serge Gregoir als strategisch klankbord.

eutraco.eu

Laurent Nielly stuurt Ontex aan

Laurent volgt zichzelf op als president Europe Division en neemt sinds 13 januari 2026 de leiding over de volledige groep.

ontex.com

Tom Verhaegen wordt Group ceo van PIA Group

Hij neemt de leiding over de internationale groeiplannen van de internationale accountancy-, audit- en adviesgroep, terwijl oprichter Steven Brouckaert zich voortaan focust op overnames in binnen- en buitenland.

pia.be - piagroup.company

Van Damme & Partners

OVERNAME ADVISEURS

Hein Schumacher nieuwe ceo van Barry Callebaut

De voormalig topman van Unilever en Koninklijke FrieslandCampina trad op 26 januari aan en volgt Peter Feld op, die het bedrijf verlaat om nieuwe carrièrekansen na te streven.

barry-callebaut.com

Wannes en Kasper Verstuyft zijn de nieuwe eigenaars van familiebedrijf duvall

Ze nemen het roer over van hun nonkels en oprichters Frank en Jo Uyttendaele en bouwen verder op 30 jaar conferentie-expertise.

duvall.be

U wenst een onderneming te verkopen in alle discretie?

U zoekt een bedrijf om over te nemen?

Van Damme & Partners beschikt over 30 jaar ervaring.

 PROFESSIONELE BEGELEIDING  GRATIS WAARDEBEPALING

 INDIEN GEEN RESULTAAT: GEEN KOSTEN

Ledennieuws

Verhuis

BLINC opent de deuren van zijn nieuwe thuis in Gent

“Een warme, lichte plek vol ambitie en connectie aan de Nijverheidskaai 14. Een plek waar nog ruimte is om te groeien”, zo klinkt het.

blinc.be

Billie Bonkers verhuist naar Watt Factory in Gent

Het creatief bureau ruilt zijn witte villa in voor een inspirerende plek tussen makers en denkers aan de Vlasgaardstraat 52.

billiebonkers.be

Twee punt Nul Careers gaat naar Merelbeke

Voortaan vind je het team niet langer in Gent maar in de Makkegemstraat 2 in Merelbeke, waar ze verder bouwen aan carrières met een persoonlijke aanpak.

tpnc.be

/ Services

Audiovisuele oplossingen voor events

Verkoop professioneel audiovisueel materiaal

Verhuur van DecoLight

www.shows-on.be

info@shows-on.be

T: +32 53 805 850

Atomveldstraat 8 bus 5 9450 Denderhoutem

Belgium

Samen sterk

Decorit sluit zich aan bij S.air Group

Met de overname breidt S.air met hoofdkantoor in Aalst zijn expertise in daglichtoplossingen verder uit en versterkt het zijn positie in industriële gebouwtechnieken. De integratie combineert lichtkoepels, lichtstraten en RWA-oplossingen, met behoud van lokale verankering en vertrouwde contactpunten.

sairgroup.be – decorit.be

In één keer vijf nieuwe kantoren extra bij PIA Group BeLux

PIA Group, de accountancy-, advisory- en auditgroep met hoofdzetel in Gent, zet het nieuwe jaar in met 5 nieuwe overnames. In West-Vlaanderen zijn dat Accofisc en Warfid. Verder nog DSM Consulting in Lier. Op de Franstalige markt versterkt PIA Group zijn aanwezigheid met de drie-eenheid PME Assistance/DCA/DTAX met vestigingen in Grimbergen en Luxemburg Stad plus Fiduciaire Renson uit Verlaine in de provincie Luik. PIA Group telt in de BeLux nu 52 merken, samen goed voor 92 vestigingen.

pia.be - piagroup.company

FLOWSPARKS en Azumuta bundelen krachten voor industriële training

De Gentse techbedrijven koppelen digitale leertrajecten aan werkinstructies om medewerkers sneller en consistenter op te leiden in productieomgevingen. De samenwerking speelt in op de nood aan efficiënte, praktijkgerichte training en kwaliteitsborging in de industrie.

flowsparks.com - azumuta.com

Creaplan Group versterkt technologische slagkracht met overname Revipix

De Nazarethse specialist in standenbouw en interieuroplossingen integreert de LED-expertise van Revipix om in-house audiovisuele toepassingen op Europees niveau uit te breiden. Ceo Michael Debaveye benadrukt dat technologie een cruciale rol speelt in het versterken van beleving binnen hun realisaties.

creaplan.be

Windsor.ai sluit zich aan bij team.blue

Met deze strategische investering versterkt team.blue zijn SaaS-aanbod en versnelt het de toegang van Europese kmo’s tot AI-gedreven marketingdata en -analyse. Windsor.ai blijft opereren onder het bestaande management en krijgt toegang tot 3,3 miljoen klanten in 22 markten. team.blue

VanRoey neemt The Collective over

VanRoey (Turnhout) neemt The Collective (Zele) over, een cybersecurityspecialist met expertise in Microsoft-gebaseerde beveiliging, endpointbeheer en managed services. Met deze overname versnellen beide partijen hun groei: VanRoey breidt zijn aanwezigheid uit naar Oost-Vlaanderen en versterkt zijn aanbod in IT/OT-security, Security Operations Center (SOC)-diensten en Azure-services binnen de Microsoft stack. The Collective schaalt zijn expertise verder op binnen een bredere organisatie. thecollective.eu - vanroey.be

Biotalys en 21st.BIO willen samen de productie van biologische bestrijdingsmiddelen bevorderen

Biotalys (Gent) en 21st.BIO, een toonaangevend Deens bedrijf op het gebied van technologie voor precisiefermentatie, zijn een strategisch partnerschap aangegaan om de productie van Biotalys’ biologische gewasbeschermingsmiddelen op basis van eiwitten te versnellen. Deze samenwerking maakt gebruik van het eigen fermentatieplatform van 21st.BIO om de productie van Biotalys’ AGROBODY™ middelen voor de landbouw tegen commercieel concurrerende kosten te ondersteunen. biotalys.com

Brantsandpatents neemt Merk-Echt over en versterkt Benelux-positie

Met de overname van het Nederlandse Merk-Echt ontstaat een toonaangevende IP-groep in de Benelux, met focus op efficiëntie, innovatie en grensoverschrijdende merkbescherming. Beide teams behouden hun identiteit en blijven inzetten op hoogwaardige en persoonlijke dienstverlening.

brantsandpatents.com

Ledennieuws

Nieuwe naam

Broeders van Liefde wordt Evara, Cindy Franssen nieuwe voorzitter

De organisatie kiest voor een nieuwe naam die haar brede werking weerspiegelt. Cindy Franssen volgt Raf De Rycke op als voorzitter vanaf 1 januari.

evara.be

Aqtor! heet nu Eqwal Ability

Aqtor maakt deel uit van de Eqwal Group, een internationale groep van orthopedisch technologen die zich inzet voor inclusie, autonomie en warme, menselijke zorg. Alle Belgische zorgbedrijven van de groep bundelden de krachten onder één nieuwe naam: Eqwal Ability.

eqwal-ability.be

Ceo VanRoey Joachim Lauwers (derde van links) samen met Arne Braeckman, Michael Van Horenbeeck en Thijs Lecomte van The Collective

Ledennieuws

We fietsen steeds meer naar het werk in Oost-Vlaanderen

Uit cijfers van Acerta blijkt dat de fiets in Oost-Vlaanderen steeds vaker deel uitmaakt van het woon-werkverkeer.

Waar 47,7% van de werknemers nog altijd uitsluitend de wagen gebruikt, kiest een opvallend deel van de pendelaars inmiddels (deels) voor de fiets.

25,9% combineert de fiets met de wagen, wat wijst op een flexibel pendelgedrag waarbij mensen afwisselend fietsen en autorijden.

Daarnaast gaat 19,8% uitsluitend met de fiets naar het werk.

Het openbaar vervoer speelt een kleine rol, met 3,7% exclusief gebruik,

en slechts 1,4% combineert trein of bus met de fiets.

Andere combinaties (zoals wagen + openbaar vervoer) blijven ook beperkt tot 1,5%

De fiets wint dus terrein in de mobiliteitsmix. Met gerichte investeringen in fietsinfrastructuur en stimulansen voor werkgevers zal deze trend zich waarschijnlijk doorzetten.

XEOS haalt 14 miljoen euro op voor real-time beeldvorming tijdens kankerchirurgie

Het Gentse medtechbedrijf XEOS heeft 14 miljoen opgehaald bij een syndicaat van Vlaamse investeerders. De financiering dient om de commerciële uitrol van hun intraoperatieve PET-CT-systeem AURA 10 te versnellen in Europa en de VS.

Deze technologie laat chirurgen toe om binnen enkele minuten een moleculair 3D-beeld te zien van verwijderd tumorweefsel, terwijl de patiënt nog onder narcose is. Hierdoor kunnen beslissingen tijdens de operatie sneller en gerichter worden genomen, zonder te moeten wachten op pathologierapporten.

AURA 10 is al actief in zeven Europese landen en de VS en werd ingezet bij meer dan 500 patiënten. Het systeem wordt onder meer gebruikt in AZ Maria Middelares in Gent, waar het al toegepast wordt bij borst-, prostaat- en schildklierchirurgie. “Onze prioriteit is om de toegang tot real-time moleculaire beeldvorming uit te breiden en chirurgische teams te ondersteunen met technologie die op een datagedreven manier meer vertrouwen geeft in de operatiezaal”, zegt ceo Vincent Keereman.

xeos.care

Ontex opnieuw op CDP ‘A’-lijst voor klimaatactie

Voor het tweede jaar op rij behaalt Ontex de hoogste score van het Carbon Disclosure Project (CDP) voor transparantie en prestaties rond klimaatverandering. Het bedrijf bereikte onder meer 100% hernieuwbare elektriciteit en verbeterde zijn CO2rapportage via nauwere samenwerking met leveranciers. “Deze uitdagingen stimuleren ons om de lat steeds hoger te leggen”, zegt Annick De Poorter, chief innovation & sustainability officer.

ontex.com

De AURA 10 PET-CT toont 3D-moleculaire beelden in de operatiezaal, wat directe evaluatie door het chirurgisch team mogelijk maakt.

Aikido Security wordt eerste Belgische cyber-unicorn door kapitaalinjectie van 60 miljoen dollar

Het Belgische Aikido Security haalde 60 miljoen dollar op in een series b-financieringsronde. Daarmee wordt het bedrijf gewaardeerd op 1 miljard euro. De kapitaalinjectie wordt geleid door DST Global, met deelname van PSG Equity, Notion Capital en Singular.

Aikido ontwikkelt een platform dat software beveiligt vanaf de eerste code tot in de runtime, en mikt nu op de introductie van volledig zelfbeveiligende software. Door de razendsnelle evolutie van AI en softwareontwikkeling kampen bedrijven met een onhoudbare stroom aan kwetsbaarheden, terwijl klassieke beveiligingssystemen achterophinken. “Security moet vandaag continu, adaptief en autonoom zijn”, zegt ceo Willem Delbare. Aikido wil met zijn platform de rol van beveiliging herdenken en verankeren in het ontwikkelproces zelf. Hun nieuwste product, Aikido Attack, laat AI-gestuurde pentesting los op software en biedt meteen oplossingen voor gevonden lekken.

De onderneming kende het voorbije jaar een vervijfvoudiging van haar omzet en verdrievoudigde haar klantenbestand. Aikido is actief in meer dan 100.000 ontwikkelteams wereldwijd, met klanten zoals Premier League, Revolut en SoundCloud.

aikido.dev

North Sea Port in cijfers 2025

Een deel van het team van Aikido: Felix Garriau, Willem Delbare, Roeland Delrue, Sem Provoost en op de tweede rij Madeline Lawrence.

EnergyVision start 2026 met 70 GWh windenergie in portefeuille

In amper vijf maanden bouwde EnergyVision een windportefeuille van 70 GWh op via eigen turbines, huurprojecten en PPA’s. De snelle uitbreiding ondersteunt de ambitie om klanten volledig van hernieuwbare energie te voorzien wanneer zon of wind beschikbaar zijn. Het windvolume volstaat, samen met zonne-energie, voor ruim 70% van de energievraag van het klantenbestand. Voor 2026 voorziet het bedrijf een EBITDA-bijdrage van meer dan 5 miljoen euro uit windenergie.

“We staan open om niet-benutte windvergunningen over te nemen, zoals we ook de voorbije maanden hebben gedaan”, zegt ceo Maarten Michielssens.

energyvision.be

De robotgestuurde mobiele C-boog van Siemens Healthineers, die Orsi Academy in gebruik neemt, kan een tijdswinst van 55 procent opleveren.

Orsi Academy en Siemens Healthineers innoveren met robotgestuurde beeldvorming

Orsi Academy in Melle is als eerste in België gestart met de CIARTIC Move, een robotgestuurde mobiele C-boog van Siemens Healthineers. Het toestel maakt snellere en gestandaardiseerde 2D- en 3D-beeldvorming mogelijk en levert tot 55% tijdswinst op tijdens ingrepen. De technologie verhoogt de autonomie van chirurgen en vermindert het risico op fouten, doordat het systeem vanuit het steriele veld kan worden bediend.

“De CIARTIC Move past precies binnen onze langetermijnvisie”, zegt general manager Korneel Vandenbroucke. De investering past in de bredere samenwerking tussen Orsi Academy en Siemens Healthineers en ondersteunt opleidingen in onder meer orthopedie, vasculaire chirurgie en spinale ingrepen.

orsi-online.com

Beaulieu Fibres en B.I.G. Yarns behalen EcoVadis Platinum

Beaulieu Fibres, met vestiging in Kruisem, en B.I.G. Yarns uit Wielsbeke behoren voortaan tot de top 1% duurzaamste bedrijven wereldwijd volgens EcoVadis. Beide afdelingen van Beaulieu International Group ontvingen de hoogste onderscheiding voor hun prestaties op vlak van milieu, mensenrechten, ethiek en duurzame inkoop.

De Platinum-score bevestigt hun jarenlange inzet voor verantwoord ondernemen en transparante bedrijfsvoering. Met deze erkenning verstevigen ze hun positie als betrouwbare partner voor duurzame vezel- en garenoplossingen.

beaulieufibres.com

Binnenkort bij Voka

NETWERKING

Jong Voka Breakfastclub:

Netwerkontbijt voor én door start- en scale-ups–vijf pitchers – vijf slides – vijf minuten GRATIS

04.03.2026

Construction & Real Estate

01.04.2026

Marketing & Communication

06.05.2026

AI Voka’s communities

Een vaste groep bedrijven uit één sector of ecosysteem die ervaringen delen en samen vooruitdenken. Je leert van elkaar, ontdekt kansen en bouwt mee aan een sterkere toekomst voor je sector.

PRIJS VOLGENS MOMENT VAN INSTAPPEN

BOUW & VASTGOED

24.03.2026

Iconische gebouwen als motor voor economische ontwikkeling: TRY - Dendermonde

07.05.2026

Duurzame standsplanning in Kortrijk

TRANSPORT & LOGISTIEK

07.05.2026

Goederentransport per spoor

FOOD & BEVERAGE

26.03.2026

Webinar: de toepassingen van AI in de voedingsindustrie door ILVO

21.04.2026

Oude Vismijn (Oostende): van bodem tot bord, een innovatieve blik op aquacultuur

26.03.2026

Pre-opening TRY Dendermonde

De inspirerende plek die het kloppende hart wordt van ondernemerschap in de regio.

BELANGENBEHARTIGING

04.03.2026

Met premier De Wever in gesprek: bouwen aan een Belgische tech-strategie

Eveneens met andere prominente stemmen zoals Prins Constantijn van Oranje en ministers Simonet en Van Bossuyt.

23.04.2026

Management Assistant Day

Laat jouw management assistent in de bloemetjes zetten in De Melkerij in Bavegem. Een dag vol ontmoeting, inspiratie én verwennerij. € 510

06.05.2026

XpertFinder GovTech

Hoe maak je jouw stad digitaler, efficiënter en gebruiksvriendelijker? Ontdek hoe innovatieve start-ups technologische oplossingen aanreiken voor concrete uitdagingen van lokale overheden.

GRATIS

SAVE THE DATE

02.06.2026

Tuin van Leden: Voka’s Jaarfestival

Voka Politica

Ga in gesprek met het lokaal bestuur en leer andere bedrijven uit jouw gemeente kennen. Economisch relevante thema’s in de betrokken gemeente of stad worden besproken en opbouwende voorstellen voor verbetering geformuleerd.

GRATIS

10.03.2026 Assenede 11.03.2026 Laarne

24.03.2026 Lebbeke

27.03.2026 Aalst 30.04.2026 Zele

OPLEIDINGEN / LERENDE NETWERKEN EN INFOSESSIES

Voka’s lerende netwerken

Een vaste groep van ondernemers of managers die over meerdere sessies samenkomt om ervaringen te delen, eigen cases te behandelen en elkaar als klankbord te ondersteunen.

19.03.2026

Sales management

€ 1.010

19.03.2026

Industrie 4.0 Lab

€ 1.200

19.03.2026

Business Club International Finance

€ 1.540

24.03.2026

Klimaatneutrale Industrie

€ 1.200

02.04.2026

Internationale HR

€ 1.010

22.04.2026

Van teamlid naar teamleider

€ 1.010

30.04.2026

Health 4.0

€ 1.200

13.05.2026

Van teamlid naar teamleider advanced

€ 1.010

Familiebedrijven

26/03/2026

Familio

Kom samen met verschillende families en deel ervaringen, kennis en cases.

€ 3.600 PER FAMILIE

07.05.2026

Plato Next Generation

Bereid je samen met andere opvolgers voor op de generatiewissel.

€ 1.550

(Snelle) Groei

31.03.2026

Accelero+

Afgestemd op de specifieke noden van snelgroeiende bedrijven.

€ 3.950

21.04.2026

Accelero

Omring je met ondernemers die min. 20%+ groei als norm hanteren

€ 3.950

30.04.2026

Voka ScaleUp

Heb je een omzet van minstens 500.000 euro en een team van vijf fte of meer? Werk samen met ons aan je groeipad richting één miljoen euro omzet.

€ 1.500

Financieel

17.03.2026

Financieel management voor niet-financiëlen

€ 660

19.03.2026

Business Club International Finance Voor cfo’s van bedrijven met internationale dimensies.

€ 1.540

Internationaal ondernemen

25.03.2026

Go International

Voor wie droomt de internationale markt te veroveren maar weinig ervaring heeft met export.

€ 1.200

26.03.2026

Een vestiging opstarten in het buitenland

€ 660

23.04.2026

Het belang van trade compliance in internationale handel

€ 660

En ook nog …

18.03.2026

Grip op IT

Jouw business verbeteren en laten groeien met technologie

€ 1.020

21.04.2026

Investor Readiness

Voor wie op zoek is naar externe financieringsmiddelen om de groeiambities waar te maken.

€ 1.200

22.04.2026

Starten of schalen door overname

€ 1.495

22.04.2026

Generatieve AI

Verken en benut het potentieel voor jouw onderneming

€ 850

28.04.2026

Effectief leiderschap

€ 660

30.04.2026

Preparation Lab voor adviseurs

€ 1.250

06.05.2026

Plato service-bedrijven

€ 1.450

07.05.2026

Plato leiderschap

€ 1.550

08.05.2026

Transfer Readiness

Voor wie plannen heeft om zijn bedrijf te verkopen of over te laten.

€ 1.200

* de vermelde prijzen zijn enkel voor leden en exclusief btw. Hierbij gaven we jou een greep uit ons aanbod. Ontdek alle activiteiten en meer details via

De afweging tussen populariteit,

Geert dacht

Het hoofd dat spreekt met het hart

holders. Bij mijn medewerkers en bij onze Voka leden-ondernemingen is de afweging niet moeilijk; daar streef ik naar een mooie drie-eenheid: impact, respect, én – ik geef het toe – ook wat populariteit. Niet uit ijdelheid, wel omdat populariteit hier een signaal is dat je inspireert en verbindt. Dat je zaken realiseert waarbij mensen weten dat ze vooruit worden geholpen, dat ze beter worden. Populariteit hoeft niet altijd expliciet te zijn, ook het gevoel dat je boodschap blijft hangen, is waardevol. Het gevoel dat je tijd en je woorden verschil maken voor mensen, dat is intrinsiek de mooiste populariteit die je kan wensen.

men je ideeën meeneemt in beslissingen, teksten, vergaderingen waar je zelf al dan niet mee aan tafel zit. Hengelen naar populariteit bij stakeholders zou me net verhinderen mijn job goed te doen. Omdat ik dan de perceptie over mezelf te veel laat meespelen, en dat kan ten koste gaan van onze doelstellingen. Wie te graag aardig gevonden wil worden, bereikt zelden wat er écht toe doet.

Laat me dus even mijn stakeholderlandschap overlopen en aangeven waarom de zoektocht naar populariteit zelden een goede raadgever is.

Populair willen zijn bij politici?

Je gaat dan makkelijker mee in voorstellen die goed klinken om stemmen bij de burgers te winnen, maar die te vaak vooral getuigen van wantrouwen tegenover ondernemers en de werking van de vrije markt. Denk aan de wildgroei aan belastingen en reguleringen, verpakt als maatschappelijke vooruitgang: praktijktesten op de werkvloer, de loontransparantiewet, het verplicht registreren van werktijd, en ga zo maar door. Dingen die als ‘redelijk’ worden verkocht, maar die ondernemerschap fnuiken.

Populair zijn bij vakbonden?

Dat zou betekenen dat je meegaat in het beeld dat werken vandaag ‘onwerkbaar’ is. Alsof de hedendaagse werknemer per definitie overbelast is, terwijl ondernemingen nog nooit zo veel aandacht hadden voor welzijn, balans, inspraak en ondersteuning. Het resultaat van die redenering? Nog minder mensen aan de slag, nog minder productieve uren, en nog meer herverdeling tot het laatste restje incentive om te ondernemen of harder te werken weg is.

Populair willen zijn bij andere ondernemersorganisaties?

Ook daar loert het risico. Sommige organisaties vertrekken systematisch vanuit een defensieve reflex. Ze proberen anderen te verhinderen te ondernemen, zodat hun doelgroep meer ruimte krijgt. Dat leidt tot een logge coalitie waarin belangen afgewogen worden in plaats van gezamenlijk op te komen voor vrij ondernemerschap. Denk aan het verzet tegen Mercosur, tegen Uber, het overdreven benadrukken van de korte keten waarmee protectionisme en marktafscherming wordt verdoezeld. Alsof je de vrije markt beter verdedigt door ze voor een ander in te perken…

Populair willen zijn bij de burger?

Een niet onbelangrijk deel van de bevolking blijft geloven dat geld als manna uit de hemel valt, dat de overheid op elke vraag om meer middelen moet ingaan. En dat de sterkste schouders altijd de zwaarste lasten moeten dragen, wat onveranderlijk betekent dat ondernemingen en ondernemers nog zwaarder belast

Wie te graag aardig gevonden wil worden, bereikt zelden wat er écht toe doet

moeten worden en nog minder vergoed voor het risico dat ze nemen. Terwijl onze welvaart toch echt begint bij bloeiende privéondernemingen, niet bij een uitdijende overheid. Gelukkig zie ik hierin beterschap. Het stemgedrag in Vlaanderen, en steeds vaker ook in Franstalig België, toont dat steeds meer burgers het belang van ondernemerschap onderkennen.

Populair worden bij onderwijs of gezondheidszorg?

Hier zie ik wél lichtpunten. We vinden elkaar steeds vaker in langetermijndenken over kwaliteit en betaalbaarheid. Er zijn in die sectoren veel mensen die constructief willen nadenken over hoe het beter kan. Maar ja, bij de conservatieve stemmen die alles willen laten zoals het is, zijn we sowieso persona non grata. Dat nemen we erbij.

En zo kom ik tot mijn besluit. Wat vandaag het meest in de verdrukking zit, en tegelijk het meest precair is voor onze welvaart, is ondernemerschap. Als ik in de verdediging van ondernemerschap hier en daar wat populariteit moet inleveren – en af en toe zelfs respectloze commentaren moet incasseren – dan is dat een prijs die ik met plezier betaal. Want als die prijs betekent dat ik een steentje kan bijdragen aan de maatschappelijke ruimte om te ondernemen, dan is dat hoger doel me dit zeker waard. Ik krijg genoeg positieve feedback van ondernemers en van collega’s dat ik hier standvastig op de goede lijn zit. Impact is er, misschien komt er op lange termijn ook wat respect terug van de externe stakeholders, ook zij kunnen niet zonder ondernemers, zelfs al dreigen ze dit keer op keer te vergeten.

Populariteit is dan een bijeffect, als een warm deken, voor de mensen waarvoor ik het doe.

Mis geen enkele Geert dacht. Abonneer je op Geert zijn LinkedIn-nieuwsbrief.

Alles moet weg. Ook armen.

Straatplaat

“ Wie heeft nog armen nodig als je een mouwloze jurk draagt?”, zal de uitbater van deze winkel gedacht hebben. Daar denken de etalagepoppen hetzelfde over. Met de blik op oneindig en de lippen stijf op elkaar. In deze groene jurkjes gaan de benen toch met alle aandacht lopen.

Het zijn solden. Dat is te zien aan de ledematen die achteloos op een hoopje liggen. Was de winkelier nog in allerijl bezig om zijn etalage aan te kleden voor de stormloop? Of viel de verkoop tegen, had hij of zij de moed opgegeven en was de afbraak al begonnen?

Misschien zijn de armen wel met opzet geamputeerd. Omdat er niets meer te grijpen valt. Behalve nog de koopjes die dromen van een arm, een winkeltas en een lichaam van vlees en bloed dat schoonheid wil etaleren.

TEKST LAURENS FAGARD | FOTO WANNES NIMMEGEERS

De enthousiaste Voka-medewerkers in 2 kantoren (Gent en Aalst) omringen je graag met advies, diensten en oplossingen in elke fase van je ondernemerschap.

COLOFON

KANTOREN

9000 Gent - Lammerstraat 18 – T 09 266 14 40 9300 Aalst - Werf 8 www.voka.be/oost-vlaanderen

BESTUURSCOMITÉ VAN VOKA OOST-VLAANDEREN

Wim De Waele, An Bels, Erik Chabot, Ann De Clercq, Christiaan De Wilde, Jeroen De Wit, Siegert Dierickx, Farida Doulami, Stefan Fesser, Dieter Hillaert, Alexander Hoogewijs, Geert Moerman, Griet Nuytinck, Karen Pieters, Wim Pynaert, Hilde Schuddinck, Matthias Van Damme, Roseline Van Damme, Christine Van den Berghe, Katrien Vanden Bulcke, Jens Van Mol.

EREVOORZITTERS VAN VOKA OOST-VLAANDEREN

Luc De Bruyckere, Chris De Hollander, Ronald Everaert, Jean-Paul Van Avermaet, Marc Vereecken, Marcel Verschelden en Jef Wittouck.

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Geert Moerman – Lammerstraat 18 – 9000 Gent

HOOFD & EINDREDACTIE

Sam De Kegel – sam.dekegel@voka.be

CORRECTIE

Ann Vandamme

WERKTEN MEE

Jolyn De Baets, Sven Decaestecker, Sam De Kegel, Jan Denys, Wim De Waele, Nathalie Dolmans, Laurens Fagard, Simon Lefèvre, Geert Moerman, Wannes Nimmegeers, Hilde Schuddinck, Ann Vandamme en Jeroen Willems.

MAGAZINE REALISATIE LAYOUT & COVERONTWERP Karakters, Gent, www.karakters.be

DRUK

Drukkerij Perka, Maldegem, www.perka.be

PUBLICITEIT

Rik Vyncke rik.vyncke@voka.be - T 0477 30 21 32

Ann Vandamme ann.vandamme@voka.be - T 09 266 15 71

Ondernemers

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook