DOSSIER
JANUARI 20 09
Brussel studentenstad
BXLSTUDENTENSTAD EEN GEWESTELIJKE STRATEGIE VOOR HET HOGER ONDERWIJS Jean-Luc Vanraes (Open Vld) - Franรงoise Bertieaux (MR)
Verantwoordelijke uitgevers: Jean-Luc Vanraes, Winston Churchilllaan 205 te 1180 Brussel en Françoise Bertiaux, Avenue de Tervueren, 28 – 1040, Bruxelles.
BXL STUDENTENSTAD
EEN GEWESTELIJKE STRATEGIE VOOR HET HOGER ONDERWIJS
Jean-Luc Vanraes (Open Vld) - Françoise Bertieaux (MR))
Open VLD Brussel en MR LB (Libéraux bruxellois) willen het aangepast kader scheppen voor een gewestelijk beleid dat de ontwikkeling van de Brusselse hogescholen en universiteiten ondersteunt. Indien men een gemeenschappelijke Brusselse strategie wil, komt dit voor het beleid neer op een uitdaging die zowel institutioneel als budgetair is. Voor de universiteiten en hogescholen is het een uitdaging om er zelf voordeel uit te halen door onderlinge samenwerkingsverbanden tot stand te brengen die hun autonomie en eigenheid respecteren.
Jean-Luc Vanraes, voorzitter voor de universitaire associatie brussel, brussels parlementslid voor Open Vld en fractie-voorzitter van Open vld in het brussels parlement
Françoise Bertieaux, Schepen in Etterbeek, brussels parlementslid voor MR LB, fractie-voorzitter MR LB in het parlement van de franse gemeenschaps commissie
... EEN BEETJE BRUSSELSE TROTS Brussel is met bijna 74.000 studenten de grootste studentenstad van het land. Door zijn internationale functie heeft het alle troeven in handen om een buitengewoon centrum voor hoger onderwijs en onderzoek te zijn, zowel op Europees als op wereldvlak. De onderwijsinstellingen en het gewest zelf hebben het moeilijk om deze kans tenvolle uit te buiten. Dit komt omdat het Brussels onderwijslandschap gefragmenteerd is, maar vooral door de staatkundige complexiteit. De instellingen kunnen dus niet voluit genieten van de schaalvoordelen van samenwerking die een dergelijke concentratie aan instellingen net mogelijk zou moeten maken. De universiteiten en hogescholen dienen overeen te komen met de gemeenten (en vaak met meer dan één), de gemeenschappen en de gemeenschapscommissies. Dan is er ook nog de gewestelijke overheid die bevoegd is voor mobiliteit, stedenbouw en de internationale uitstraling van Brussel, maar die geen onderwijsbevoegdheid heeft. Op dit ogenblik is het gewest een eerder occasionele partner van de hoger onderwijsinstellingen. Er is dus geen globale strategie voor het Brussels hoger onderwijs. De instellingen ondervinden hoe langer hoe meer het concurrentieel nadeel met de instellingen in Vlaanderen, Wallonië én het buitenland. Er bestaan voldoende voorbeelden van spontane samenwerkingsverbanden tussen stad, en de politieke overheden van een gewest. Bovendien is men er trots op zijn eigen onderwijsinstellingen. Voor Open VLD-Brussel en MR LB (Libéraux bruxellois), moet het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dé tussenpersoon zijn in het Brussels institutioneel labyrint. Het gewest moet trots zijn op zijn universiteiten en hogescholen én het moet tevens de ambitie hebben om bij te dragen tot hun uitstraling in zowel België, als in Europa, als over de hele wereld.
DE RONDE TAFEL In november 2008 en januari 2009 organiseerden de Brusselse liberalen, Nederlands- en Franstaligen, een ronde tafelconferentie met de verschillende Nederlands- en Franstalige actoren in het Brussels parlement. Hieruit bleek de wil van de instellingen om meer samenwerkingsverbanden tot stand te brengen, maar ook een vraag tot de politici om zich bezig te houden met de zaak. Open VLD Brussel en MR LB (Libéraux bruxellois) doen een oproep om al de Brusselse politieke partijen bij het debat te betrekken en stellen zes concrete maatregelen voor.
ZES LIBERALE VOORSTELLEN Open VLD Brussel en MR LB (Libéraux bruxellois) stellen zes maatregelen voor. Ze zullen ze opnemen in hun programma voor de gewestverkiezingen in 2009. I. II. III. IV. V. VI.
Een gewestelijk overlegplatform ...uitgebreid tot de economische wereld Van de stad een troef maken: geïntegreerde campussen Van Europa een troef maken: meertaligheid De promotie van onze onderwijsinstellingen Een gewestelijk infrastructuurfonds
I.
EEN PERMANENT BRUSSELS OVERLEGPLATFOM VOOR HET HOGER ONDERWIJS MET HET GEWEST Het enthousiasme voor de door Open VLD en MR-LB georganiseerde Ronde Tafel heeft ons doen inzien dat de instellingen voor hoger onderwijs een moeilijke relatie hebben met de overheid (gewestelijk en gemeentelijk), maar ook dat de verschillende Brusselse hogescholen en universiteiten, met respect voor hun autonomie, bereid zijn om samen te werken binnen één Brusselse strategie. Ten slotte hoopt de politieke wereld ook dat een meer doorgedreven samenwerking een dynamiserend element kan zijn voor de economie en het imago van Brussel. Het permanent overlegplatform moet dé plaats zijn waar alle deelnemers in dialoog gaan. Tegelijk maakt het mogelijk dat de onderwijsinstellingen betrokken worden bij gewestelijke beslssingen die hen rechtsreeks aanbelangen. Het gewest zal er het initiatief toe nemen. Het gaat niet om een nieuwe lege doos, maar om een
platform waar men de concrete problemen van de instellingen kan aankaarten (stedenbouw, mobiliteit, veiligheid, mogelijke samenwerking tussen instellingen). Kortom, we willen van occasionele en informele contacten overstappen naar een systematisch en structureel contact, geval per geval. Voor ons is het ondenkbaar dat een regionale ontwikkelingsplan de het aspect hoger onderwijs niet mee integreert. Het Gewest dient net te kunnen steunen op de uitstraling van haar hoger onderwijs-instellingen én diezelfde instellingen moeten hun voordeel kunnen halen uit de Brusselse infrastructuur.
II.
EEN OVERLEGPLATFORM MET DE ECONOMISHE ACTOREN Tegelijk dient het gewest ook de initiatiefnemer te zijn van een overleg tussen de instellingen voor hoger onderwijs en de voornaamste economische actoren (Agoria, BECI, Actiris,…). Het hoger onderwijs is niet enkel een belangrijke economische medespeler, maar ook een belangrijke werkgever én gebruiker van diensten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Onrechtstreeks heeft de activiteit van de universiteiten en hogescholen een belangrijke invloed op de werkgelegenheid en de economie. Door bijvoorbeeld de organisatie van colloquia, de aanwezigheid van kotstudenten, van Belgisch en buitenlands personeel en de aanwezigheid van universitaire ziekenhuizen. Dit geldt voor het hotelwezen, de horeca in het algemeen en de immobiliënmarkt. Wat meer is, de hogescholen en universiteiten leiden ook het personeel op dat de Brusselse arbeidsmarkt nodiog heeft. Zij bieden een antwoord op de vraag naar meertalige hoogopgeleide werknemers, die nu als
forens vanuit Vlaanderen en Wallonië komen. Maar bovenal is de uitwisseling van informatie of kruisbestuiving tussen onze hoger onderwijsinstellingen, onze onderzoekers en de ondernemingen een sleutelelement voor de ontwikkeling van opleidingen van hoge kwaliteit (op lange en korte termijn) en voor de bloei van onze Brusselse culturele en economische sector. Het platform dat wij voorstellen zet de economische rol van het hoger onderwijs in de verf. De actoren (economische organisaties en hogescholen en universiteiten) denken er samen na over mogelijkheden tot samenwerking en formuleren er hun aanbevelingen aan de politici. Samenwerkingsverbanden kunnen (en moeten) gevonden worden tussen onze onderzoekscentra en de ondernemingen indien we te Brussel onderzoekscentra willen die op Europees niveau voldoende gewicht in de schaal kunnen leggen (bvb. het gezamenlijk gebruik van kostbare infrastructuur of materieel)
III.
VAN DE STAD EEN TROEF MAKEN Brussel wordt vandaag niet beschouwd als een studentenstad ondanks het grootste aantal studenten (ongeveer 74.000) van het land. De redenen hiervan zijn velerlei: - de toegenomen concurrentie van “buurtinstellingen “ in de provinciesteden; - het gebrek aan promotie en spontane steun door het Gewest en de Brusselse gemeenten; - een zekere “angst voor de stad”. Voor tal van ouders is het geen evidentie om hun zoon of dichter van 18 naar de “grote stad” Brussel te sturen. Er zijn immers meer geruststellende alternatieven in de provinciesteden; - sommige studenten beklagen zich over de toegenomen onveiligheid in Brussel, het gebrek aan infrastrucuur voor studenten, het gebrek aan studentenwijken en het gebrekkig aanbod van het openbaar vervoer. Ook is er een gebrek aan werkelijk studentenleven en mangelt het aan kennis van de stad en haar socio-cultureel leven;
- tenslotte is er het probleem van de studentenhuisvesting (kwaliteitskoten en studio’s aan een betaalbare prijs). De prijsstijgingen op de Brusselse immobiliënmarkt in het bijzonder, zorgt ervoor dat er minder betaalbare kwaliteitshuisvesting beschikbaar is. Brussel wordt er plotsklaps een stuk minder aantrekkelijk door voor de studenten uit andere streken van het land, uit het buitenland of in het kader van uitwisselingsprogramma’s, zoals Erasmus. Volgens Open VLD-Brussel en MRLB kan het gewest hier onmiddellijk optreden, maar ook op lange termijn tussenkomen. We vinden dat het Gewest dient te investeren in” stadscampussen” die een totaalconcept aanbieden. Zo kunnen studenten genieten van alle voordelen die een jongere heeft op een campus, maar die zich tegelijk in de stad bevindt. Er kan gedacht worden aan gezamenlijke (sport)infrastructuuren ook aan een bevoorrechte toegang tot gelegenheden met een belangrijke
plaats in het leven te Brussel.Er kan rekening gehouden worden met deze idee van stadscampus bij beslissingen die bepaalde wijken blijvend kunnen beïnvloeden, er kan steun verleend worden aan studentenorganisaties, er kan worden nagedacht over publiek private partnerschappen (PPS) in verband met huisvesting.
Brusselse hoger onderwijsinstellingen aantrekkelijk zijn. De stad is net een troef, waar studenten, Belgen en niet-Belgen, vanaf hun achttiende een kosmopolitische metropool kunnen komen ontdekken.
Buitenlandse voorbeelden, zoals bvb. New York, tonen aan dat veilige en aangename studentenwijken verzoenbaar zijn met een kosmopolitische stad. We willen komaf maken met het idee dat de stad belet dat de
IV.
VAN EUROPA EEN TROEF MAKEN: DE MEERTALIGHEID GEBRUIKEN De rol van Brussel op Europees en wereldniveau is een kans waarvan we de draagwijdte en de mogelijkheden niet altijd goed inschatten. Wat we ons ook onvoldoende realiseren is dat “Europa” binnen ons stadsgewest aanzienlijk groeit. 86.000 personen werken
immers rechtstreeks of onrechtstreeks voor de Europese instellingen. Ze leven hier met hun familie die gebruik maakt van de Europese én Belgische scholen. De “hoofdstad van Europa” evolueert langzaam maar zeker van een hoofdstad van instellingen naar een hoofdstad
van Europeanen. Op die nieuwe opportuniteit ent zich dan de bestaande Brusselse traditie met haar culturele mix van haar Nederlands- en Franstalige hogescholen en universiteiten. Het Nederlands is mét het Frans de voornaamste taal op de plaatselijke en landelijke arbeidsmarkt. Het Frans is ook een taal met een belangrijke internationale uitstraling. Maar het Engels tenslotte is één van de talen die het meest gebruikt wordt in de 21ste eeuw. Brussel bevindt zich in dé ideale omstandigheden om voordeel te halen uit die meertaligheid. Dit is een buitengewone troef. We moeten de organisatie van studieprogramma’s stimuleren die leiden tot een gezamelijk diploma. Dit wil zeggen: één diploma voor éénzelfde programma, georganiseerd in het Nederlands en het Frans én erkend door beide gemeenschappen. Er dient eveneens gedacht aan de soepele inrichting van programma’s die gedeeltelijk of geheel in het Engels worden gegeven. Waarom zou de Europese Unie overigens zelf niet betrokken kunnen worden bij sommige van deze initiatieven? Hogere studies te Brussel in het hart van Europa zouden zo studenten uit het hele land én Europa kunnen aantrekken die hun horizon én hun talenkennis willen verruimen.
Het gewest kan van zijn kant deze evolutie aanmoedigen door promotieinitiatieven, bijvoorbeeld door een huisvestingspolitiek voor buitenlandse studenten.
V.
DE PROMOTIE VAN AL ONZE INSTELLINGEN VOOR HOGER ONDERWIJS: Noch Open VLD, noch MR-LB willen het hoger onderwijslandschap in Brussel overhoop gooien. De diversiteit van de instellingen op taalvlak en filosofisch vlak is een verrijking, zowel voor de student als voor de stad. Zij dient dan ook bewaard te worden. Het Hoger Kunstenonderwijs is in verschillende opzichten een beetje een geval apart. Vaak genieten deze instellingen al van een ruime aantrekkingskracht door hun faam op internationaal vlak. Ze werken ook vaak over de taalgrenzen heen, maar worden daarentegen geconfronteerd met capaciteitsproblemen, waardoor ze studenten moeten weigeren. Wat wij voorstellen is een kader dat de synergieën stimuleert door meer efficiënte investeringen door
het Gewest mogelijk te maken én dat het gewest de mogelijkheid geeft om een deel van de gemeenschappelijke promotie te voeren voor al de instellingen die zich achter het gemeenschappelijk concept willen scharen: het Brussels Hoger Onderwijs. Een slogan zou de idee moeten bevatten dat “studeren te Brussel tegelijk een stadservaring en een Europese en internationale ervaring inhoudt”. Naast deze externe gemeenschappelijke promotie, willen we dat het gewest niet enkel in zijn promotieen communicatiebeleid, maar ook op straat, in de metro en ander openbaar vervoer, in de signalisatie elke hogeschool en universiteit in de verf zet. Wij zijn immers trots op onze instellingen voor hoger onderwijs.
In juni willen MR en Open Vld dat de nieuwe Brusselse regering een enveloppe reserveert van 60 miljoen EURO voor het regionale fonds voor hoger onderwijs als uitgangspunt van zijn politiek jegens het hogere onderwijs in het algemeen
VI.
EEN GEWESTELIJK INFRASTRUCTUURFONDS VOOR HET HOGER ONDERWIJS Zonder middelen blijven deze voorstellen goede bedoelingen. MR LB en Open VLD Brussel hopen , indien de kiezer het hun toelaat, in juni 2009 een gewestelijk budget te bekomen voor infrastructuurwerken voor de ontwikkeling van het hoger onderwijs in Brussel. Voor ons dient het een fonds te zijn waarbij de hogescholen en universiteiten worden geconsulteerd, maar ook geresponsabiliseerd in de keuze van de te besteden middelen. De instellingen dienen immers betrokken bij beslissingen die de besteding van de middelen bepalen. Deze keuzes strekken zich uit over domeinen als huisvesting, economie, wetenschappelijk onderzoek, mobiliteit, werkgelegenheid en het imago van Brussel. Drie concrete voorbeelden: - Op veel plaatsen in Brussel wordt aan wetenschappelijk onderzoek gedaan (universiteiten, privé onderzoekscentra,…). Kan er, gelet op het belang van de sector voor ons Gewest, niet nagedacht worden met welke investeringen de samenwerking tussen deze instellingen nog verbeterd kan worden om zo
het gewenste excellentieniveau handhaven? - Waarom de huidige organisatiestructuur voor colloquia, congressen en seminaries niet verbeteren?Dit kan door een beter beheer van bestaande faciliteiten of door de oprichting van aangepaste ruimtes. Men denke aan bestaande inrichtingen (op het het Congressenpaleis na dat gerenoveerd wordt): universitaire auditoria, zalen van culturele centra of privé-instellingen. Dit kan enkel bijdragen tot een grotere internationale uitstraling van Brussel, terwijl tegelijk de mogelijke economische voordelen die eruit voortvloeien voor ogen worden gehouden. - Wat sportinfrastructuur betreft, dient de toegang van studenten verbeterd tot de bestaande infratsructuur, maar dient ook nagedacht over hoe eventuele leemtes dienen opgevuld.
« DE INSTITUTIONELE UITDAGING » Het hoger onderwijs is een gemeenschapsbevoegdheid, geen gewestelijke bevoegdheid. Noch MR LB, noch Open VLD-Brussel stellen deze bevoegdheidsverdeling in vraag. Het onderwijs, van de kleuterschool tot het hoger onderwijs is de ziel van een cultuur- of taalgemeenschap aan dewelke we allen gehecht zijn. Onze ambitie is het om, in het specifieke kader van Brussel, de ambitie van de hogescholen en universiteiten te ondersteunen ten voordele van de studenten, de instellingen zelf, onze economie en ons gewest, telkens de gewestbevoegdheden het ons mogelijk maken. Dat is een institutionele uitdaging. Ons federalisme heeft maar zin als het, daar waar dit mogelijk en nodig is, de samenwerking en de synergieën tussen gewest en gemeenschappen aanmoedigt. We willen in de eerste plaats een uniek loket zijn voor alle actoren. Daarom vinden we ook dat de politieke wereld zich in de plaats moet stellen van de gebruiker van onze instellingen voor hoger onderwijs. Deze laatste moet uiteraard geen specialist zijn in institutionele aangelegenheden. Het komt de politiek toe om oplossingen te vinden binnen het bestaand Brussels institutioneel kader. Open VLD Brussel en MR LB willen op een creatieve manier de manieren onderzoeken waarop het Brussels Hoofdstedelijk Gewest haar instellingen kan ondersteunen.
0 0 0 . 0 0 0 . 0 €6
STUDENTEN IN BXL
Hoge scholen en universiteiten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
LEGENDE LEGENDE
Aantal studenten
AANTAL LEERLINGEN :
0 - 400
0 - 400 400 - 1.000 1.000 - 3.500 >3500
Al de volgende aangebrachte cijfers gaan over het onderwijs dat georganiseerd of gesubsidieerd 400door - 1000 1000 gemeenschap - 3500 > 3500 wordt de vlaamse of de franse gemeenschap
Brussel stad
1
2
10 11
8 3 6 4 12
Aantal studenten
>3500 1000-3500 400-1000 0-400
79
5
1. Facultés universitaires St. Louis 2.500 2. Institut supérieur industriel (H. Spaak) 302 3. HE Galilée 1.800 4. HE Francisco Ferrer 2.000 5. INSAS 340 6. Académie Royale des Beaux-Arts 346 7. Conservatoire royale de la musique 627 8. Erasmushogeschool campus Dansaert 1.299 9. Koninklijk Conservatorium Brussel 545 10. Rits 666 11. HUB Campus Stormstraat 2.849 12. HUB Campus EHSAL 1.006
Schaarbeek
1
3 2 3
4 5
a b
1. HE EPHEC 2. Institut supérieur de formation sociale 3. Sint-Lukas Hogeschool 4. Ehsal Campus Sociale Hogeschool 5. Ehsal Campus Vlekho
192 750 828 761
LEGENDE
Aantal studenten
Brussel stad a. Facultés universitaire St.Louis 2.500 b. Institut supérieur industriel (H. Spaak) 302
0 - 400 400 - 1.000 1.000 - 3.500 >3500
Sint-Lambrechts-Woluwe
4 3
6 1
5
7
2
a
Hogeschool zone
Aantal Studenten
>3500 1000-3500 400-1000 0-400
Hogescholen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. a.
Aantal studenten
UCL 3.500 Institut supérieur catholique pédagogique (HE Galilée) 819 EPHEC 2.000 Institut d’ enseignement supérieur Parnasse-Deux Alice (HE L de Vinci) 300 Institut Paul Lambin (HE L de Vinci) 487 Institut supérieur d’enseignement infirmier (HE L de Vinci) 957 Le 75 231 L’ICHEC 2.100
Elsene 1
1
8
7 9
2
3
6
5 6 2
4
Hogeschool zones
Hoge scholen
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
7
Aantal Studenten
Institut Libre Mary Haps (HE L de Vinci) Vrije Universiteit Brussel Universite Libre Bruxelles Universite Libre Bruxelles (Solbosch) Ecole nationale des arts visuels de la Cambre Institut d’enseignement supérieur social (HE Spaak) La Cambre Architecture Institut supérieur économique (HE Lucia de Brouckère) Erasmushogeschool Toegepaste Taalkunde
1.666 8.000 10.000 7.000 650 500 343 233 407
Hoge scholen Brussel, enkel cijfers 1000 Brussel
Facultés universitaires St. Louis Bd du Botanique 43 Institut supérieur industriel (HE P-H Spaak) - Rue Royale 150 HE Galilée Rue des Grands Carmes 23 HE Francisco Ferrer Rue de la Fontaine 4 INSAS Rue Thérésienne 8 Académie Royale des Beaux-Arts Rue du Midi 144 Conservatoire royale de la musique Rue de la Régence 30 Erasmushogeschool campus Dansaert Zespenningenstraat 70 Koninklijk Conservatorium Brussel Regentschapsstraat 30 Rits Dansaertstraat 70 HUB Campus Stormstraat Stormstraat 2 Hub Campus EHSAL Nieuwland 198 Ecole supérieure d’informatique (HEB) Rue Royale 67
2500 302 1800 2000 340 346 627 1299 545 666 2849 1006 367
1020 Laken HE Francisco Ferrer
Van Gehuchtenplein
400
HE EPHEC Boulevard Lambermont 17 Institut supérieur de formation sociale Rue de la Poste 111 Sint-Lukas Hogeschool Paleizenstraat 70 Ehsal Campus Sociale Hogeschool Koningsstraat 336 Ehsal CampusVlekho Koningsstraat 336
192 750 828 761
1030 Schaarbeek
1040 Etterbeek
ecsedi-isalt (HE Galilée)
1050 Elsene
Av d’Auderghem 77
737
ULB Av Franklin RoosevelT 10000 Institut d’enseignement supérieur social (HE Spaak) - Rue de l’abbaye 26 500 Institut supérieur économique (HE Lucia de Brouckère) - Rue du Président 54 233 Institut Libre Mary Haps (HE L de Vinci) - Rue d’Arlon 11 1666 La Cambre Architecture Place Eugène Flagey 343 Ecole nationale des arts visuels de la Cambre - Abbaye de la Cambre 21 650 VUB Pleinlaan 2 8200 Erasmushogeschool Toegepaste Taalkunde - Pleinlaan 2 407
1060 Sint-Gillis
Ecole Centrale des Arts et Métiers (L de Vinci) Schietbaanstraat 14-16 Institut Saint-Luc Rue d’Irlande 57 Ecole de recherche graphique Rue d’Irlande 57 Institut supérieur d’architecture Rue d’Irlande 57
700 2100 900 500
1070 Anderlecht
ULB Campus Erasme Institut d’enseignement supérieur paramédical Institut Arthur Haulot (HE L. de Brouckère) HE Libre de Bruxelles Ilya Prigogine Erasmus Hogeschool Ind Wet & Technologie
Route de Lennik 808 Rue des goujons 28 Avenue Emile Gryzon Rue Brogniez Nijverheidskaai 170
3000 150 1031 1250 496
Vrijheidslaan
1006
Laarbeeklaan 121
1249
Brand Whitlocklaan 2
2100
1081 Koekelberg
HUB Campus Koekelberg
1090 Jette
Erasmus Hogeschool Campus Jette
1150 Sint Pieters Woluwe ICHEC et ISC (groupe ICHEC-ISC St Louis - ISFSC)
1160 Auderghem
Institut d’enseignement superieur economique Ecole supérieure des Arts du Cirque
1180 Ukkel
Charles Schallerlaan 91 Robert Willamestraat 25
600 55
Institut d’enseignement supérieur économique Alsembergsesteenweg 1091 260 Institut d’enseignement supérieur pedagogique De Fré (HEB) Avenue du Fré 62 1160 Institut supérieur de Traducteurs et Interprètes (HEB) Rue Joseph Hazard 34 998
1190 Vorst
INRACI (HE libre de Bruxelles Ilya Prigogine) Avenue jupiter 188
870
1200 Sint-Lambrechts-Woluwe
3500 Emmanuel Mounierlaan 53 UCL 819 Institut supérieur catholique pédagogique (HE Galilée) Rue Vergote 40 2000 EPHEC Institut d’ enseignement supérieur Parnasse-Deux Alice (HE L de Vinci) 300 Avenue E. Mounier 84 Institut Paul Lambin (HE L de Vinci) 487 Clos Chapelle aux Champs 43 bte 3920 Institut supérieur d’enseignement infirmier (He L de Vinci) 957 Clos Chapelle aux Champs 41 bte 3960 Le 75
Avenue J.F. Debecker 10
231
1210 Sint Joost
Institut d’enseignement supérieur économique et technique (HE de Bxl) Rue Royalle 67
367